Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/248
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/248
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 22 mei 2021 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Tielt-Winge voor de stand van zaken in het geschil xxx alsook voor het verkrijgen van een aantal documenten betreffende deze procedure (inleidende akte, vastgestelde kalender, syntheseconclusies en vonnis). Verder vraagt verzoeker of er nog andere geschillen over trage wegen zijn opgestart sinds 2019 en zo ja, graag de beslissingen van deze procedures indien die er al zijn. Op 11 juni 2021 deelde de gemeente Tielt-Winge aan verzoeker de stand van zaken mee in de momenteel hangende zaak van xxx en in de zaak xxx. Een afschrift van de gevraagde documenten kon evenwel niet worden bezorgd op grond van artikel II.35 van het Bestuursdecreet. Op 11 juni 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze beslissing van de gemeente Tielt-Winge. Dit beroep werd op 14 juni 2021 door de beroepsinstantie geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 22 mei 2021.
www.vlaanderen.be
De aangevochten beslissing van de gemeente Tielt-Winge dateert van 11 juni 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna: Bestuursdecreet). Op 11 juni 2021 diende verzoeker beroep in tegen voormelde beslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Het beroepschrift van 11 juni 2021 is gericht tegen de beslissing d.d. 11 juni 2021 van de gemeente Tielt-Winge. Bij deze beslissing weigerde de gemeente een afschrift van de gevraagde documenten met betrekking tot de momenteel hangende procedures betreffende de trage wegen (de procedure xxx en de procedure xxx) op grond van artikel II.35 van het Bestuursdecreet.
2.
Inhoud van het beroepschrift
Beroeper voelt zich, bij gebrek aan motivering in de beslissing, in het onwetende gelaten omtrent de afweging die in concreto moet worden gemaakt hij het inroepen van de uitzonderingsgrond vermeld in artikel II.35 van het Bestuursdecreet.
3.
Standpunt van de beroepsinstantie
Nadat de beroepsinstantie contact heeft opgenomen met de gemeente Tielt-Winge, bezorgde de gemeente op 5 juli 2021 de nodige informatie en stukken aan de beroepsinstantie. Het komt nu toe aan de beroepsinstantie te oordelen over het ingestelde beroep. Volgens artikel II.35, 4° van het Bestuursdecreet moet een aanvraag tot openbaarmaking worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Het gaat om een relatieve uitzonderingsgrond. Evenwel geldt deze uitzonderingsgrond enkel ten aanzien van openbaarheidsverzoeken die betrekking hebben op rechtsgedingen die op het ogenblik van de openbaarheidsaanvraag (nog steeds) aanhangig zijn. Deze uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/248
pagina 2 van 5
uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) wordt uitgespeeld. De bedoelde uitzonderingsgrond mag evenwel niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand en hangend rechtsgeding en tegen een bestuursinstantie kan worden aangewend. De beroepsinstantie heeft onderzocht of de openbaarmaking van invloed zou kunnen zijn op de hangende rechtsgedingen. De beroepsinstantie stelt vast dat xxx in casu de inleidende akte, de vastgestelde kalender, de syntheseconclusies en het vonnis van de vrederechter opvraagt van een momenteel in beroep hangende procedure voor de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (rolnummer xxx) waarin de gemeente zich moet verdedigen tegen de aanspraken van een burger die het bestaan van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van overgang betwist, terwijl xxx eerder al de openstelling van diverse trage wegen vorderde. De gemeente voelt zich daarom ‘gekneld’ tussen de aanspraken van de andere procespartij enerzijds, en eventuele nieuwe aanspraken van xxx anderzijds. De gemeente stelt dat het immers onduidelijk is wat de bedoelingen van verzoeker precies zijn, nu hij geen belang aantoonde voor zijn verzoek tot openbaar maken van de opgevraagde stukken. Hoewel er dus wel degelijk sprake is van een hangende procedure, stelt de beroepsinstantie vast dat verzoeker zelf niet betrokken is in dit geding. Bovendien stelt xxx uitdrukkelijk in zijn beroepschrift dat, indien hij betrokken partij zou zijn of worden in huidig geding dan zou het met dezelfde belangen zijn als de gemeente (namelijk het openstellen van de trage wegen). Zodoende kan niet worden volgehouden dat de openbaarmaking van de gevraagde documenten afgewezen dient te worden om de belangen van de procesvoerende partijen in huidige procedure te beschermen. De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat niet kan worden aangetoond dat het inwilligen van de vraag om openbaarmaking het eerlijke procesverloop zou kunnen verstoren. Te meer daar de gemeente ook bevestigt dat verzoeker reeds in het verleden de openstelling van de trage wegen vorderde en dus in de huidige procedure dezelfde belangen zou hebben. De gemeente vreest echter dat indien de rechter in huidig geschil de aanspraak van tegenpartij gegrond zou verklaren en zou oordelen dat haar eigendom niet is aangetast door een erfdienstbaarheid, verzoeker achteraf eventueel nog de openstelling zou kunnen vorderen van de in huidig geschil betrokken trage weg, waarvan de rechter in huidig geschil mogelijks zal oordelen dat deze onbestaande is. De uitzonderingsgrond van artikel II. 35, 4° van het Bestuursdecreet kan evenwel niet worden ingeroepen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te weigeren die volgens de overheidsinstantie tegen haar zouden kunnen worden aangewend in een eventueel, toekomstig rechtsgeschil. Het belang waarvan artikel II.35, 4° van het Bestuursdecreet de bescherming beoogt, is immers vandaag niet bestaande bij afwezigheid van een dergelijk lopende gerechtelijke procedure. De beroepsinstantie stelt vast dat de syntheseconclusie en het vonnis gegevens bevat die de persoonlijke levenssfeer raken zoals de namen, geboortedatum en -plaats, adres en rijksregisternummer. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een aanvraag tot openbaarmaking, voor zover die geen betrekking heeft op milieu-informatie, wordt afgewezen, “als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt”. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/248
pagina 3 van 5
tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privé-leven. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. Aangezien in het oorspronkelijk verzoek uitdrukkelijk wordt gevraagd naar de stukken uit de procedure xxx is duidelijk dat de namen van deze betrokken procespartijen reeds bekend zijn aan verzoeker. De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat betreffende de gevraagde stukken in de procedure xxx artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet enkel kan worden ingeroepen met betrekking tot het adres, geboortedatum- en plaats en rijksregisternummer van de procespartijen. De openbaarmaking van deze gegevens zou afbreuk doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken partijen in het rechtsgeding. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke personen om toestemming aan te schrijven voor de vrijgave van deze gegevens. Op het moment van haar uitspraak heeft de beroepsinstantie nog geen reactie op de gevraagde toestemming mogen ontvangen. Op basis van artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet is een gedeeltelijke openbaarmaking van de gevraagde documenten in de procedure xxx wel mogelijk en kan het beroep dan ook gedeeltelijk gegrond worden verklaard. Uit de aangevochten beslissing dd. 11 juni 2021 blijkt dat de tweede, pas in mei 2021, ingeleide procedure voor het vredegerecht pas op 21 maart 2022 zal worden gepleit zodat in deze procedure nog geen uitspraak is geveld (voorwerp van het verzoek zoals hierboven reeds aangeduid). In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. Aangezien er in de tweede momenteel hangende procedure nog geen uitspraak is geveld, kan er uiteraard geen afschrift van verleend worden. Het beroep dient op dit punt dan ook als ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 11 juni 2021 van xxx tegen de beslissing d.d. 11 juni 2021 van de gemeente Tielt-Winge wordt als ontvankelijk doch deels gegrond en deels ongegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Tielt-Winge een geanonimiseerd afschrift (dus met weglating van het adres, geboortedatum- en plaats en rijksregisternummer van de procespartijen) te bezorgen van volgende documenten in de zaak xxx:
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/248
pagina 4 van 5
• • • •
Het vonnis van het vredegerecht van het kanton Aarschot dd. 16/10/2020 rolnummer 19A304 De inleidende akte De vastgestelde kalender De syntheseconclusies
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 14 juli 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/248
pagina 5 van 5