Skip to main content

COM_DIV_20201221_Impact_corona_kansengroepen_NOT.pdf

Page 1

NOTA IMPACT VAN CORONA OP PERSONEN MET EEN MIGRATIEACHTERGROND EN PERSONEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING


Eigen initiatief Goedkeuring

21 december 2020

Contactpersonen

Liselotte Hedebouw

lhedebouw@serv.be

02 209 01 06

Nele Vanheeswyck

nvanheeswyck@serv.be

02 209 01 31


Inhoud 1. Samenvatting

4

2. De kansengroepen worden harder getroffen

6

2.1

Conjunctuurgevoelige arbeidsmarktpositie 2.1.1 Initiële impact van de coronapandemie 2.1.2 Personen met een migratieachtergrond 2.1.3 Personen met een arbeidshandicap

2.2 Zwaar getroffen sectoren

7 7 8 9 10

2.3 Atypische contracten en anciënniteit

11

2.4 Zelfstandig ondernemers

12

2.5 Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt 2.5.1 Jeugdwerkloosheid 2.5.2 NEET-jongeren 2.5.3 Afstandsleren in het secundair en hoger onderwijs 2.5.4 Duale leerwegen

13 13 14 15 15

2.6 Versnelde inzet op digitalisering

16

2.7 VDAB dienstverlening

17

2.8 Activeringsmaatregelen met directe link naar de arbeidsmarkt 17 2.9 Participatie aan levenslang leren en ontwikkelen

18

2.10 Stijging arbeidsongeschikten 2.10.1 Post-intensive care syndroom 2.10.2 Uitgestelde zorg en niet-gestelde diagnoses 2.10.3 Stijging psychische problemen

20 20 20 21

2.11 Diversiteits- en inclusiebeleid op de werkvloer

22

3. Oproep

23

-3-


1. Samenvatting In dit rapport focussen we op de impact van de coronacrisis op de arbeidsmarktpositie van de kansengroepen: personen met een migratieachtergrond en personen met een arbeidsbeperking. We kunnen daarbij onmogelijk volledig zijn maar doen een beroep op de beschikbare cijfergegevens en onderzoek om een algemeen beeld en tendensen te schetsen. Ook zullen heel wat effecten op de arbeidsmarkt van de coronapandemie en de genomen maatregelen pas vertraagd zichtbaar worden en moeten we er rekening mee houden dat de coronapandemie op dit moment nog niet ten einde is. De coronacrisis heeft ontegensprekelijk een grote impact op de Vlaamse arbeidsmarkt. Toch is deze impact op de werkzaamheidsgraad en de werkloosheidsgraad in eerste instantie beperkt zichtbaar. Er zijn dan ook heel wat maatregelen genomen om de impact van de coronapandemie op de arbeidsmarkt te ondervangen zoals tijdelijke werkloosheid en het corona overbruggingskrediet voor zelfstandige ondernemers . Recent onderzoek van Covivat1 maakt inzichtelijk dat deze algemene indicatoren een aantal belangrijke effecten op de arbeidsmarkt maskeren. Zo stromen meer werklozen uit naar inactiviteit omdat ze door de crisis niet meer actief naar werk (kunnen) zoeken. Deze diepgaandere analyses maken ook de eerste ongelijke impact op bepaalde groepen zichtbaar. Zo is er een veel hoger banenverlies bij personen geboren buiten de EU en personen met een arbeidshandicap. Een grote bezorgdheid is dan ook dat de bestaande sociaaleconomische ongelijkheden door de coronacrisis nog zullen uitdiepen doordat de crisis onevenredige schade toebrengt aan de arbeidsmarktpositie van kwetsbare groepen. Zo zijn de kansengroepen verhoudingsgewijs sterker vertegenwoordigd in sectoren die zwaarder zijn getroffen. Deze oververtegenwoordiging is vooral een verklaring voor de hogere tijdelijke afwezigheid van deze groepen op het werk in het tweede kwartaal van 2020. Tegelijk zijn deze groepen ook oververtegenwoordigd in tijdelijke contracten, jobs met lage anciënniteit en deeltijdse jobs, die belangrijke verklarende factoren zijn voor hun relatief grotere kans op permanent jobverlies in het tweede kwartaal van 2020. Uit hetzelfde onderzoek blijkt bovendien dat zelfs wanneer rekening wordt gehouden met socio-demografische factoren en voorgaande jobkenmerken, personen met een migratieachtergrond en personen met een arbeidshandicap een grotere kans hebben op permanent jobverlies naar aanleiding van de coronapandemie in het tweede kwartaal 2020. De coronacrisis treft ook heel wat Vlaamse ondernemers en stelt hen voor grote uitdagingen. In vergelijking met werknemers verloren ondernemers niet vaker permanent hun job in het tweede kwartaal 2020 , wel waren ondernemers vaker tijdelijk afwezig en werkten minder uren. De grotere impact van corona op de kansengroepen is nog duidelijker bij zelfstandig ondernemers. Voor afstuderende jongeren is het niet evident om in een crisissituatie de arbeidsmarkt te betreden. Jeugdwerkloosheid is sterk conjunctuurgevoelig en lag in Vlaanderen in pre-coronatijden bijna 3 keer hoger dan de algemene werkloosheid. De jeugdwerkloosheid houdt bovendien nog geen rekening met jongeren die niet aan het werk zijn én geen onderwijs of opleiding volgen (NEET-jongeren) en doorgaans een kwetsbare groep vormen om aansluiting te vinden met de arbeidsmarkt. Vooral jongeren uit de kansengroepen zijn oververtegenwoordigd in de jeugdwerkloosheid en bij de NEET-jongeren. Na de economische crisis in 2009 kende zowel de jeugdwerkloosheid als het aandeel NEET-jongeren een toename. De coronacrisis en de genomen maatregelen brengen nog andere uitdagingen met zich mee die zich vaak scherper stellen voor personen uit de kansengroepen. Zo brengt de versnelde inzet op digitalisering door corona niet alleen kansen mee, maar ook een verhoogd risico op digitale uitsluiting bij kwetsbare groepen door o.a. beperktere toegang tot apparatuur of (snelle) internetverbindingen, een gebrek aan digitale vaardigheden, een gebrek aan ondersteuning, een gebrek aan taalkennis, etc. Dit geldt voor bv. afstandsleren in het secundair en hoger onderwijs, alsook voor de dienstverlening van VDAB waar door de coronacrisis nog versneld en versterkt de overstap werd gemaakt naar een (hoofdzakelijk) digitaal aanbod. Dit kan voor sommige kwetsbare groepen een extra drempel vormen. Verder zijn, o.a. door de maatregelen 1

Corona Onderzoeksconsortium voor Inkomensverdeling en Sociale Effecten

-4-


inzake telewerk, ook het aantal werkplekken in activeringsmaatregelen met een directe link naar de arbeidsmarkt gedaald en is hierdoor de instroom van personen uit de kansengroepen, die voor de coronacrisis al een uitdaging was, vertraagd. Ook het verloop van de les- en werkplekcomponent in duale leerwegen, die jongeren uit de kansengroepen belangrijke kansen kunnen bieden voor een vlottere aansluiting van onderwijs naar arbeidsmarkt, werden hierdoor getroffen. Tot slot wijzen eerste indicaties en onderzoeken erop dat ook andere uitdagingen die er al in pre-coronatijden waren, zoals de lagere deelname van kansengroepen aan levenslang leren, het toenemend aantal arbeidsongeschikten in Vlaanderen, en nood aan aandacht voor en investeren in een diversiteits- en inclusiebeleid, door de coronacrisis nog (zullen) verscherpen. Op basis van het algemene beeld en de tendensen die de beschikbare cijfers en onderzoek al naar boven komen, doet de Commissie Diversiteit een oproep aan het beleid. De Vlaamse sociale partners, het Minderhedenforum en het Overlegplatform Handicap en Arbeid onderstrepen dat er nood is aan een beleid dat álle talenten op de arbeidsmarkt waardeert en volop inzet op het voorkomen dat de impact van de coronacrisis zich vertaalt in het verder uitdiepen van deze structurele ongelijkheden op de Vlaamse arbeidsmarkt. Tegelijkertijd is het belangrijk om volop in te zetten op diversiteit en inclusie op basis van wetenschappelijk onderbouwd beleid. De commissie roept beleidsmakers ook op zich er steeds van bewust te zijn dat beleidsmaatregelen die ze nemen in het kader van de coronapandemie, vaak onbedoeld, bepaalde groepen harder kunnen treffen.

-5-


2. De kansengroepen worden harder getroffen De coronacrisis heeft een grote impact op de Vlaamse arbeidsmarkt. Tussen maart 2020 en april 2020 steeg het aantal niet-werkende werkzoekenden van 186.265 tot 201.757 en kwam daarbij in de buurt van het niveau van 2017 (209.172)2. De meest recent beschikbare cijfers voor december 2020 wijzen met 190.537 niet-werkende werkzoekenden in Vlaanderen op een stijging van 6,5% in vergelijking met één jaar eerder (december 2019).3 Op het moment van opmaak van deze nota zitten we volop in de tweede golf waarvan de gevolgen op de arbeidsmarkt nog duidelijk moeten worden. Ook zullen heel wat effecten van de coronapandemie en de genomen maatregelen op de arbeidsmarkt pas met vertraging duidelijk worden. Niet werkende werkzoekenden 250.000 2016 2017 2018 200.000 2019 2020

150.000 jan

feb maa apr mei jun

jul

aug sep

okt

nov dec

Wel suggereren de reeds beschikbare cijfers en onderzoek dat de impact van de coronacrisis niet gelijk is voor alle werknemers en ondernemers op de arbeidsmarkt.4 Sommige groepen worden (onrechtstreeks) harder getroffen, waaronder kortgeschoolden, personen met een migratieachtergrond en personen met een arbeidsbeperking. In het VESOC-akkoord Alle Hens Aan Dek5 wijzen de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners er op dat reeds in pre-coronatijden er een oververtegenwoordiging was van kwetsbare groepen in de werkloosheid en een ondervertegenwoordiging in de tewerkstelling. Het gaat daarbij vooral om jongeren, kortgeschoolden, personen geboren buiten de EU28 en personen met een arbeidshandicap. In deze nota belichten we een aantal aspecten van de sterkere impact die de coronacrisis heeft op de arbeidsmarktpositie van personen met een migratieachtergrond en personen met een arbeidsbeperking in Vlaanderen. Het is daarbij niet de bedoeling om volledig te zijn. Wel willen we op basis van de beschikbare cijfers een algemeen beeld en tendensen schetsen.

2 Bron: Arvastat VDAB 3 Dit zijn cijfers over het aantal niet-wekende werkzoekenden, tijdelijke werklozen zijn daar niet in opgenomen. 4 OECD (2020). What is the impact of the COVID-19 pandemic on immigrants and their children?; OECD & EMN (2020). Inform #1 – EU and OECD member states responses to managing residence permits and migrant unemployment during the covid-19 pandemic. Fassani, F. & Mazza, J. (2020). A vulnerable workforce: migrant workers in the covid19 pandemic. JRC technical Report, EU. 5 VESOC (14 december 2020) Alle Hens Aan Dek. Voor een veerkrachtige en inclusieve arbeidsmarkt. Vesoc-akkoord.

-6-


2.1 Conjunctuurgevoelige arbeidsmarktpositie 2.1.1 Initiële impact van de coronapandemie6 De initiële impact van de coronapandemie op de werkzaamheidsgraad en de werkloosheidsgraad in België in het tweede kwartaal van 2020 blijft opvallend beperkt. Dit komt hoofdzakelijk door de invoer van maatregelen om de impact van de coronapandemie op de arbeidsmarkt te ondervangen zoals tijdelijke werkloosheid, collectieve arbeidsduurvermindering7 en het corona overbruggingskrediet voor zelfstandigen8. Er is ook een belangrijke verschuiving van werkloosheid naar inactiviteit omdat werkzoekenden door de pandemie stoppen met actief zoeken naar werk. In het tweede kwartaal van 2020 stroomden 41% van de werklozen uit naar inactiviteit. Een andere belangrijke trend in het tweede kwartaal van 2020 in vergelijking met de vorige twee jaren is dat er wel een daling was van de uitstroom van inactiviteit en werkloosheid naar werk van 26,2% (2018) en 24,8% (2019) naar 18,4% (2020). Bij werkenden zijn er ook belangrijke verschuivingen. Zo is er een sterke stijging van aandeel werkenden dat niet gewerkt heeft tijdens de referentieweek van 10-11% in 2019 naar 21% in het tweede kwartaal van 2020. Ook het aandeel werkenden dat minder uren presteerde, steeg van 9% in 2019 naar 13,4% in het tweede kwartaal van 2020. Opvallend is dat in deze initiële impact van de corona-pandemie al grote verschillen worden opgetekend naar migratieachtergrond. Zo belandden werkzoekenden tijdens de crisis vaker in de inactiviteit wanneer ze geboren zijn buiten de EU (29,9% in 2019, 47,8% in 2020) dan wanneer geboren in België (28,8% in 2019, 39,7% in 2020). Ook het banenverlies is al veel hoger voor deze groep: het aandeel werkenden dat uitstroomt bleef in 2020 ten aanzien van voorgaande jaren relatief stabiel voor personen geboren in België (3,2% in 2019, 3,4% in 2020) of een ander EU-land (4,6% in 2019, 3,3% in 2020) maar verdubbelde bij personen geboren buiten de EU (5,1% in 2019, 10,7% in 2020). Ook voor werkenden zien we dat de initiële impact zich niet gelijk aftekent. Zo zien we dat 29% van de werkenden geboren buiten de EU permanent of tijdelijk werk verloren is tegenover 14% van de werkenden geboren in België. Ook bij personen met een arbeidshandicap ligt de kans op permanent of tijdelijk verlies van werk bijna anderhalf keer hoger dan personen zonder arbeidshandicap: 21% van de werkenden met arbeidshandicap ten aanzien van 15% zonder arbeidshandicap. De resultaten van dit onderzoek suggereren verder dat werkenden uit minder kwetsbare groepen vaker aan het werk zijn gebleven, maar wel minder uren werkten. Uitstroom werkzoekenden naar inactiviteit 2019

Aandeel werkenden dat uitstroomt

2020

2019

Permanent of tijdelijk jobverlies

2020

29 %

10,7 % 14 % 39,7 % 28,8 %

geboren in België

47,8 % 29,9 %

geboren buiten EU

3,2 %

3,4 %

5,1 % geboren in België

geboren in België

geboren buiten EU

geboren buiten EU 21 %

15 %

geen arbeidshandicap

arbeidshandicap

6 Dit deel is volledig gebaseerd op de recente COVIVAT-studie: Lens, D. , Marx, I. & Mussche, N. (december 2020). De initiële effecten van de COVID-19 pandemie op de Belgische arbeidsmarkt – opkomende ongelijkheden. COVIVAT-paper, Leuven/Antwerpen. 7 SERV (16 juni 2020). Overzicht Federale, Vlaamse en Brusselse coronamaatregelen. SERV, Brussel. Een overzicht van coronamaatregelen op het vlak van arbeidsrecht: https://werk.belgie.be/nl/themas/coronavirus/coronamaatregelen-op-het-vlak-van-arbeidsrecht 8 https://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/subsidiedatabank/overbruggingsrecht-voor-zelfstandigen-coronavirus

-7-


Een grote bekommernis is dat de bestaande sociaaleconomische ongelijkheden door de coronacrisis zullen uitdiepen in de toekomst doordat de crisis onevenredig veel schade toebrengt aan de arbeidsmarktpositie van kwetsbare groepen. Uit onderzoek blijkt dat er belangrijke conjunctuurgevoeligheid is voor zowel personen met een migratieachtergrond als personen met een arbeidshandicap.

2.1.2 Personen met een migratieachtergrond De arbeidsmarktpositie van personen met een migratieachtergrond kent een uitgesproken conjunctuurgevoeligheid die zowel uit de werkloosheids- als werkzaamheidscijfers naar voor komt. Het aandeel personen geboren buiten de EU28 in de werkloosheid is uitzonderlijk hoog in Vlaanderen en ruim drie keer hoger dan bij personen geboren in België: respectievelijk 9,0% ten aanzien van 2,7% voor 2019.9 In Vlaanderen is een groot aandeel personen geboren buiten de EU28 dus actief op zoek naar werk, tegelijkertijd is de uitstroom naar werk vanuit werkloosheid lager dan gemiddeld voor deze groep (8,3% ten aanzien van 11,1%). Bovendien blijkt uit een recent trendrapport van het Steunpunt Werk10 dat de werkloosheidsgraad en de uitstroom naar werk voor personen geboren buiten de EU28 sterker conjunctuurgevoelig zijn dan gemiddeld. De coronacrisis zorgde al voor een stijging van het aantal niet-werkende werkzoekenden met een niet-EU-herkomst van 56.904 in maart 2020 naar 60.865 personen in april 2020.11 Dat is een stijging met 13,5% t.o.v. van april 2019.12,13 In december 2020 waren er 57.590 werkzoekenden met een niet-EU-herkomst, een stijging van 7,3% ten opzichte van december 2019 (versus een stijging van 6,1% bij werkzoekenden met EU-herkomst of EVA-landen). In de hele periode van maart 2020 tot en met december 2020 lag de stijging van het aantal niet-werkende werkzoekenden met een niet-EU herkomst ten aanzien van een jaar eerder hoger dan bij werkzoekenden met een EU-herkomst of de EVA-landen.14 Aandeel personen in werkloosheid

Stijging NWWZ 2020 t.o.v. 2019 migratieachtergrond zonder migratieachtergrond

9,0 % 15 % 10 % 2,7 % 5%

geboren in België

geboren buiten EU

0% maa

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

De uitgesproken conjunctuurgevoeligheid van de arbeidsmarktpositie van personen met een migratieachtergrond blijkt ook uit de werkzaamheidsgraad van deze groep. Hoewel de werkzaamheidsgraad van personen geboren buiten de EU28 de laatste jaren een stijging kent is deze (61,9%) nog opvallend lager dan voor personen geboren binnen België (76,9%) en personen geboren binnen EU28 (75,9%)15. In de nasleep van de economische crisis van 2008 daalde 9 Cijfers voor Vlaamse gewest, 15-64-jarigen. Voor personen geboren in een EU28-land lag dit op 4,4%. Bron: Steunpunt Werk (2020).Trendrapport 2020. Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie, Brussel. 10 Steunpunt Werk (2020).Trendrapport 2020. Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie, Brussel. 11 Allochtone werkzoekenden worden door de VDAB statistisch gedefinieerd als werkzoekenden die een huidige of vorige nationaliteit hebben van buiten de EU-28 of de EVA-landen (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland). VDAB krijgt deze gegevens uit het Rijksregister. Hierdoor kunnen nieuwe Belgen met een vorige nationaliteit uit een niet EU-land als ‘allochtoon’ gedetecteerd worden. De groeiende groep migranten van de tweede en derde generatie die als Belg geboren zijn, worden niet gevat door deze definitie. 12 In april 2019 waren er 53.636 niet-werkende werkzoekenden van allochtone origine volgens de definitie van de VDAB. Bron: arvastat 13 Voor personen van EU-herkomst of de EVA-landen lag de stijging op 11,2% Bron: arvastat 14 Bron: arvastat 15 Cijfers voor Vlaamse gewest, 20-64-jarigen, 2019. Bron: https://www.steunpuntwerk.be/vlaanderen-binnen-europa

-8-


de werkzaamheidsgraad van personen geboren buiten EU28 sterker.16 Ook duurde het veel langer voordat de werkzaamheidsgraad van deze groep weer op het niveau zat van 2008: terwijl de werkzaamheidsgraad van personen geboren in België in 2010 (73,5%) alweer hoger lang dan in 2008 (73,3%), duurde dat voor personen geboren buiten de EU28 tot 2018 (56,2% in 2008; 61,2% in 2018).17 Evolutie werkzaamheidsgraad geboren in België

Werkzaamheidsgraad

geboren buiten EU28 80 %

76,9 %

75,9 % 61,9 %

60 % 40 % 20 %

geboren in België

geboren geboren in EU28 buiten EU28

0% 2008 ‘09 ‘10

‘11

‘12

‘13

‘14

‘15

‘16

‘17

‘18

‘19

2.1.3 Personen met een arbeidshandicap Onderzoek toont aan dat er ook bij personen met een arbeidshandicap invloed is van de conjunctuurcyclus. Tijdens periodes van laagconjunctuur is het gezien het krimpend aantal arbeidsplaatsen moeilijker voor mensen met een arbeidshandicap om te concurreren met personen zonder arbeidshandicap, grotendeels uit angst voor verminderde productiviteit. Bovendien zullen ondernemingen efficiënter met beperkte middelen willen omgaan en daarom de eisen voor hun werknemers hoger leggen. Werkgevers zullen dus minder bereid zijn om aanzienlijke investeringen te doen en financiële risico’s te nemen bij aanwerving18. In de eerste maanden van de coronacrisis steeg de werkloosheid van personen met een arbeidshandicap. Het aantal niet-werkende werkzoekenden met een arbeidshandicap steeg van 32.205 in maart 2020 naar 34.081 in april 2020. Dit is een stijging 7,1% t.o.v. van april 2019. In december 2020 waren er 33.289 niet-werkende werkzoekenden met een arbeidshandicap, een stijging van 8,7% ten opzichte van december 2019 (versus een stijging van 6,0% voor werkzoekenden zonder arbeidshandicap). In de periode van september 2020 tot december 2020 lag de stijging van het aantal niet-werkende werkzoekenden met een arbeidshandicap ten aanzien van een jaar eerder hoger dan bij werkzoekenden zonder een arbeidshandicap. In de periode van maart 2020 tot augustus 2020 lag deze stijging telkens hoger voor werkzoekenden zonder arbeidshandicap. Werkloosheidscijfers zijn echter géén voldoende graadmeter om de positie van personen met een arbeidshandicap op de arbeidsmarkt te meten, omdat zij vaak in andere statuten zitten. Stijging NWWZ 2020 t.o.v. 2019

arbeidshandicap zonder arbeidshandicap

15 % 10 % 5% 0% maa

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

16 Zie 9 17 Cijfers voor Vlaamse gewest, 20-64-jarigen, 2019. Bron: https://www.steunpuntwerk.be/vlaanderen-binnen-europa 18 Van Herreweghe, D., Lamberts, M (2020). Personen met een arbeidshandicap op de arbeidsmarkt. Hefbomen voor een hogere werkzaamheidsgraad. HIVA, Leuven.; Holland, P., Burström, B., Whitehead, M., Diderichsen, F., Dahl, E., Barr, B., Nylén, L., Chen, W.-H., Thielen, K., & van der Wel, K. A. (2011). How do macro-level contexts and policies affect the employment chances of chronically ill and disabled people? Part I: The impact of recession and deindustrialization. International Journal of Health Services, 41(3), 395–413.

-9-


Een betere graadmeter is de werkzaamheidsgraad van deze groep. Hoewel de werkzaamheidsgraad van personen die hinder ervaren door een handicap, langdurige aandoening of ziekte de laatste jaren een stijging kent (45,6% in 2019), ligt deze nog steeds beduidend lager dan die van personen zonder hinder (81,2% in 2019)19. Het meest recente cijfer (Q2-2020) toont een werkzaamheidsgraad van 45,3% bij personen met hinder. Dit is een daling met 0,8 procentpunt ten aanzien van Q2-2019 (versus een daling met 2 procentpunt voor personen zonder hinder)20. We zitten op dit moment in de tweede golf van de coronacrisis. Het is nog afwachten hoe deze verder zal verlopen en hoe sterk de langere termijn impact zal zijn op de werkzaamheidsgraad van deze groep. De crisis van 2008 kan hier wel een indicatie geven. In de nasleep van deze crisis daalde de werkzaamheidsgraad van deze groep gevoelig. Juist voor de crisis21 bedroeg de werkzaamheidsgraad van mensen met hinder 42,7%. In 2009 daalde dit naar 37,5% en in 2010 zelfs naar 33,5%. Het duurde tot 2014 voor de werkzaamheidsgraad zich opnieuw op hetzelfde niveau bevond als voor de crisis. De werkzaamheidsgraad van personen zonder hinder bleef gedurende deze periode zo goed als stabiel rond de 77%. Evolutie werkzaamheidsgraad personen met hinder Werkzaamheidsgraad 81,9 %

personen zonder hinder

80 % 60 %

45,6 % 40 % 20 % personen met hinder

personen zonder hinder

0% 2009 ‘10

‘11

‘12

‘13

‘14

‘15

‘16

‘17

‘18 ‘19

2.2 Zwaar getroffen sectoren Werknemers en ondernemers die werken in sectoren die zwaarder worden getroffen door de coronacrisis lopen een groter risico op het verliezen van hun job.22 De zwaarder getroffen sectoren zijn vaak ook sectoren waarin personen met een migratieachtergrond sterker vertegenwoordigd zijn. De horeca werd duidelijk harder getroffen dan andere sectoren waarbij meer dan 1 op 10 werknemers permanent hun job verloor in het tweede kwartaal van 2020.23 Zo blijkt uit de cijfers van de socio-economische monitoring (2016) dat de kans dat een persoon met een vreemde origine in Vlaanderen in de horeca werkt 1,9 (voor EU origine) en 3,1 (voor niet EU-origine) keer hoger is dan de kans dat een willekeurige persoon in Vlaanderen in de horeca werkt24. De resultaten van een bevraging bij werknemers in Vlaanderen, die tijdens de eerste golf van de coronacrisis werd afgenomen, ligt in lijn daarmee en geeft aan dat de vrees voor een negatieve

19 Werkzaamheidsgraad (20-64 jaar) naar hinder wegens handicap of langdurig gezondheidsprobleem, Vlaams gewest. Bron: https://www.statistiekvlaanderen.be/nl/werkzaamheidsgraad#zeer_lage_werkzaamheidsgraad_bij_personen_met_hinder_door_handicap_of_langdurig_gezondheidsprobleem 20 Werkzaamheidsgraad (20-64 jaar) naar hinder wegens handicap aandoening of ziekte (2017Q2-2020Q2), Vlaams Gewest. Bron: Statbel, EAK (Bewerking Steunpunt Werk) 21 EAK, 2de kwartaal 2007 22 Zie bijvoorbeeld: Vandekerkhove, T., Struyven, L., Goesaert, T. & Vets, P. (2020). Hotspots van tijdelijke werkloosheid, hotspots van arbeidsdynamiek? Sectorale impact, omvang en profiel van tijdelijke werkloosheid in de eerste maanden van de coronacrisis. Dynam working paper in het kader van de samenwerking met RSZ, RVA, KSZ, BISA, DWSE en IWEPS. Leuvense Economische Standpunten (25 mei 2020) 2020-177- Sociaaleconomische kenmerken van werknemers en zelfstandigen in sectoren getroffen door de lockdown. 23 Lens, D. , Marx, I. & Mussche, N. (december 2020). De initiële effecten van de COVID-19 pandemie op de Belgische arbeidsmarkt – opkomende ongelijkheden. COVIVAT-paper, Leuven/Antwerpen. 24 Zie: Statistieken socio-economische monitoring 2019 Unia en FOD WASO maakten de berekening voor de horecasector voor ons. In de horeca lagen de odds ratio’s op 0,7 voor Belgische herkomst, 1,9 voor EU-herkomst en 3,1 voor niet-EU-herkomst. Voor de andere zwaar getroffen sectoren is dit minder uitgesproken en hangt het sterker samen met een aantal specifiekere herkomstlanden.

- 10 -


carrière-impact van de coronacrisis (jobverlies, promotie mislopen) significant groter is bij personen met een migratieachtergrond.25, 26 Cijfers van de Stichting Innovatie en Arbeid tonen aan dat personen met een arbeidshandicap het sterkst vertegenwoordigd zijn in sectoren die zwaar getroffen zijn, zoals de horeca (23,3%), textiel en confectie (21,3%) groot- en kleinhandel (19,7%), bouw (19,6%) ten opzichte van 17,8% gemiddeld in Vlaanderen.27

Sectoren horeca 23,3 % textiel en confectie 21,3 % groot- en kleinhandel 19,7 % bouw 19,7 % gemiddeld 17,8 %

Verder was er ook in de sociale economie, zowel in de collectieve maatwerkbedrijven als in lokale diensteneconomieondernemingen een sterke terugval in activiteiten en een hoog percentage tijdelijke werkloosheid tijdens de eerste golf van de coronacrisis28. Bovendien zal het in deze sectoren, gezien de verhoogde kwetsbaarheid van de doelgroep, wellicht langer duren om alle activiteiten op volle kracht te hernemen. Nochtans hebben doelgroepwerknemers nog meer dan anderen nood aan een duidelijk dagritme, sociaal contact… Recent onderzoek29 leert dat de oververtegenwoordiging van personen met een migratieachtergrond en personen met een arbeidsbeperking in zwaarder getroffen sectoren vooral een verklaring biedt voor de hogere tijdelijke afwezigheid op het werk van deze groepen in het tweede kwartaal van 2020. Ook de oververtegenwoordiging van deze groepen, voorafgaand aan de coronapandemie, in lager betaalde jobs, privésector en kleinere ondernemingen zijn daarin verklarende factoren.

2.3 Atypische contracten en anciënniteit Recent onderzoek30 toont aan dat werken in tijdelijke contracten, jobs met lage anciënniteit en deeltijdse jobs belangrijke verklarende factoren zijn voor de relatief grotere kans op permanent jobverlies in het tweede kwartaal van 2020. Personen met een arbeidshandicap zijn vooral oververtegenwoordigd in deeltijdse jobs: 43,1% ten aanzien van 22,7% van de werkenden zonder arbeidshandicap.31 Voor een deel van deze groep kunnen deze deeltijdse arbeidsprestaties ook een vorm van redelijke aanpassingen vormen. Tegelijkertijd maakt de oververtegenwoordiging van personen met een arbeidshandicap in deeltijdse jobs hen in deze coronacrisis ook kwetsbaarder voor permanent jobverlies.

Deeltijdse jobs 43,1 % 22,7 %

arbeidshandicap

geen arbeidshandicap

Personen met een migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in zowel tijdelijke jobs, deeltijdse jobs als jobs met lage anciënniteit32. Zo heeft 27,6% van werkenden geboren buiten de EU een deeltijdse job, ten aanzien van 24,5% van de werkenden geboren in België. Werkenden geboren buiten de EU hebben vaker minder anciënniteit in hun job: 23,0% heeft minder 25 Baert et al. (3/4/2020). Wat denken Vlaamse werknemers over de gevolgen van de coronacrisis voor hun carrière?, Bevraging in april. 26 Zo ging bijvoorbeeld 21% van de ondervraagden akkoord met de stelling ‘ik vrees dat de huidige coronacrisis ertoe zal leiden dat ik op korte of lange termijn mijn huidige baan verlies’. Deze vrees was significant hoger bij personen met een migratieachtergrond. 27 Stichting Innovatie en Arbeid (oktober 2018). Arbeidshandicap en werkbaar werk. SERV, Brussel.; Vandenkerkhove, T; Struyven, L., Goesaert, T. en Vets, P. (juli 2020). Hotspots van tijdelijke werkloosheid, hotspots van arbeidsmarktdynamiek? Sectorale impact, omvang en profiel van tijdelijke werkloosheid in de eerste maanden van de coronacrisis. 28 Eind maart was naar schatting 85% van het aantal maatwerkbedrijven volledig gesloten. Binnen de Lokale diensteneconomie-ondernemingen (LDE) waren begin april slechts 10% van de doelgroepwerknemers aan de slag. Vaak binnen activiteiten die tot de essentiële dienstverlening behoren: aanvullende thuiszorg, kinderopvang, extra hulp in woonzorgcentra,… 29 Lens, D. , Marx, I. & Mussche, N. (december 2020). De initiële effecten van de COVID-19 pandemie op de Belgische arbeidsmarkt – opkomende ongelijkheden. COVIVAT-paper, Leuven/Antwerpen. 30 Idem 31 Op basis van alle werkenden op arbeidsleeftijd tijdens 1e kwartaal 2020 Bron: Statbel (Algemene Directie Statistiek Statistics Belgium) EAK, bewerking door COVIVAT 32 Idem

- 11 -


dan 1 jaar anciënniteit en 28,5% meer dan 10 jaar terwijl dat voor werkenden geboren in België respectievelijk 11,8% en 50,9% is. Werkenden geboren buiten de EU hebben ook vaker tijdelijke contracten: 17,2% ten aanzien van 7,1% van de werkenden geboren in België. Bovendien weten we dat van de werkenden in tijdelijke contracten, een groter aandeel werkenden geboren buiten de EU28 als uitzendkracht werkt dan werkenden geboren in België: 38,1% t.a.v. 24,8%33. Dat maakt hen extra kwetsbaar. Zo gingen eind maart 2020 in Vlaanderen bijna 43.000 jobs verloren ten opzichte van het laatste kwartaal van 2019. In ruim 90% ging het om uitzendwerk of andere gelegenheidsjobs. In september 2020 lag de uitzendactiviteit 11,8% lager dan het jaar daarvoor. Uitzendkrachten zijn enkel beschermd door een tijdelijke werkloosheidsvergoeding zolang ze onder contract zijn. geboren buiten EU deeltijdse job

27,6 % 24,5 %

< 1 jaar anciënniteit

23,0 % 11,8 %

> 10 jaar anciënniteit

28,5 % 50,9 %

tijdelijk contract

17,2 % 7,1 %

waarvan als uitzendkracht

38,1 % 24,8 %

geboren in België

Uit hetzelfde onderzoek van COVIVAT34 blijkt dat zelfs wanneer rekening wordt gehouden met socio-demografische factoren (zoals leeftijd, kinderen in huishouden) en jobkenmerken (zoals sector, tijdelijk contract) personen met een migratieachtergrond en personen met een arbeidshandicap een grotere kans hebben op permanent jobverlies naar aanleiding van de corona pandemie in het tweede kwartaal 2020.

2.4 Zelfstandig ondernemers De corona pandemie treft ook heel wat Vlaamse ondernemers en stelt hen voor grote uitdagingen. Cijfers over impact op het vlak van permanent jobsverlies in het tweede kwartaal 2020 laten zien dat deze niet hoger was voor zelfstandige ondernemers dan voor werkenden (4%).35 Zelfstandige ondernemers (met of zonder personeel, 16%) waren wel vaker tijdelijk afwezig in vergelijking met werknemers (11%) en werkten vooral minder uren (met personeel 17%, zonder personeel 14%) dan werknemers (8%) in het tweede kwartaal van 2020. Opvallend is dat het aantal startende ondernemers tussen januari en september 2020 in Vlaanderen slechts met 2% daalde ten aanzien van 2019.36 De grotere impact van de coronapandemie op kwetsbare groepen tekent zich nog sterker af bij zelfstandig ondernemers. Zo verloor 43% van de zelfstandige ondernemers geboren buiten de EU28 permanent of tijdelijk werk ten aanzien van 17% van de zelfstandige ondernemers geboren binnen België.37

Zelfstandige ondernemers die permanent of tijdelijk werk verloren 43 %

17 %

geboren buiten EU28

geboren in België

33 Steunpunt Werk (2020).Trendrapport 2020. Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie, Brussel. 34 COVIVAT . De factoren die werden meegenomen zijn: geslacht, kinderen in het huishouden, leeftijd, hoogst behaalde diploma, migratieachtergrond, arbeidshandicap, verblijfsregio, sector, beroepsstatus, beroepstype, netto maandloon, deeltijds werk, tijdelijk contract, grootte van de vestigingsplaats en jobanciënniteit. 35 Lens, D. , Marx, I. & Mussche, N. (december 2020). De initiële effecten van de COVID-19 pandemie op de Belgische arbeidsmarkt – opkomende ongelijkheden. COVIVAT-paper, Leuven/Antwerpen. 36 SERV (12 oktober 2020). Vonken voor ondernemerschap post COVID19. SERV, Brussel. 37 Zelfstandige ondernemers met een handicap komen niet aan bod in de nota omdat we niet over betrouwbare cijfers beschikken voor deze groep.

- 12 -


2.5 Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt 2.5.1 Jeugdwerkloosheid Het is voor afstuderende jongeren niet evident om in een crisissituatie de arbeidsmarkt te betreden, gezien de stijgende werkloosheid en de vacaturestops38. Ook daalde door de coronacrisis het aantal openstaande vacatures vooral fors bij vacatures waarbij geen of slechts enige ervaring vereist is ten opzichte van het jaar voordien. Dit was vooral het geval tijdens de eerste maanden van de coronacrisis. In september en vooral oktober was deze daling veel minder uitgesproken39. Jeugdwerkloosheid is een indicator voor de mate waarin jongeren het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. De evolutie van de jeugdwerkloosheid is sterk conjunctuurgevoelig en kende bij eerder economische crisissen telkens een forse stijging.40 De laatste jaren was er een sterke daling in de jeugdwerkloosheid in Vlaanderen tot 9,5% in 2019 en ligt daarbij lager dan het Europees gemiddelde (14,4%)41. De verhouding van de jeugdwerkloosheid (9,5%) ten op zicht van de algemene werkloosheid (3,3% 42) geeft echter aan dat de jeugdwerkloosheid bijna 3 keer hoger ligt dat dan de algemene Vlaamse werkloosheidsgraad en geeft aan dat veel jongeren het al voor de coronacrisis moeilijker hadden op de Vlaamse arbeidsmarkt. Hoewel jongeren een hogere uitstroom naar werk hebben dan gemiddeld, stromen kortgeschoolde jongeren (8,9%) minder dan half zo vaak uit naar werk als middengeschoolde jongeren (20,0%) en bijna vier keer minder dan hooggeschoolde jongeren (32,0%).43 Bovendien geldt ook voor kort- en middengeschoolden, algemeen en ook voor jongeren, dat ze in de helft van de gevallen als uitzendkracht worden aangeworven.44 Uit de socio-economische monitoring45 blijkt daarnaast dat jongeren met een vreemde origine meer tijd nodig hebben om na hun inschrijving in de inschakelingstijd een eerste job te vinden. De helft van de personen met een Belgische origine had daar 3 maanden voor nodig, terwijl dat voor personen met een vreemde origine tussen 6 tot zelfs langer dan 12 maanden (de volledige beroepsinschakelingstijd) ligt.46 We zitten op dit moment in de tweede golf van de coronacrisis. Het is nog afwachten hoe de coronacrisis verder zal verlopen en hoe sterk de impact zal zijn op de (jeugd)werkloosheidscijfers op korte en langere termijn. We geven hier een aantal eerste beschikbare cijfers. In de eerste maanden van de coronacrisis steeg de jeugdwerkloosheid en lag 13,9% hoger in april 2020 ten op zicht van april 2019. De algemene werkloosheid steeg in dezelfde periode met 11,9%. In augustus 202047 lag het aantal niet-werkende werkzoekende jongeren 8,5% hoger dan een jaar eerder, en loopt daarbij gelijk met de stijging van de algemene werkloosheid met 8,6%. Voor jongeren met een arbeidshandicap geven de eerste cijfers een sterkere impact weer dan voor jongeren zonder arbeidshandicap, zowel in de eerste maanden van de coronacrisis (+15,3% t.a.v. +13,7% tussen april 2019 en april 2020) als tegen het eind van de zomervakantie(+8,9% t.a.v. +3,8% 38 https://www.tijd.be/dossiers/coronavirus/ruim-een-op-de-zes-jongeren-heeft-geen-werk-meer-door-coronacrisis/10229515.html 39 Bron: Arvastat VDAB. 40 Steunpunt Werk (2020).Trendrapport 2020. Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie, Brussel., VDAB (augustus 2019). Jeugdwerkloosheid: een verhaal van ups en downs. VDAB ontcijfers, nr 38. 41 15-24-jarigen - Bron: https://www.steunpuntwerk.be/vlaanderen-binnen-europa 42 15-64-jarigen, Vlaamse Gewest – zelfde bron 43 % uitstroom naar werk voor 19-24-jarigen, 2019, Vlaamse Gewest. Bron: Steunpunt Werk (2020).Trendrapport 2020. Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie, Brussel. Zie ook eerdere onderzoeken, bv. sono-onderzoek, cockx 2013 44 Idem 45 Socio-economische monitoring 2019 46 De tijd dat minstens de helft van de personen na inschrijving in de inschakelingstijd een eerste job heeft gevonden loopt op tot 6 maanden voor personen met origine EU-14, kandidaat EU en Oceanië/Verre-Oosten, tot 9 maanden voor personen met een origine EU-13, andere EU-landen en Magherbijnen en meer dan 12 maanden (langer dan de beroepsinschakelingstijd zelf) voor personen met een origine Andere Afrikaanse origine of Nabije/Midden-Oosten. Ref socio-economische monitoring 47 Omwille van een technische fout is er in de periode van september 2019 tot februari 2020 een overschatting van het aantal jonge NWWZ in de werkloosheidscijfers gerapporteerd door de VDAB. In die periode werden jongeren in bepaalde opleidingen onterecht niet als werkzoekende in opleiding geteld maar wel als NWWZ. De impact van deze technische fout is bovendien groter voor jongeren met een migratieachtergrond. Daarom vallen we hier terug op cijfers tot en met augustus 2020. (bron: persoonlijke mail Bart De Cuypere, VDAB, 27 november 2020).

- 13 -


tussen augustus 2019 en augustus 2020). Voor jongeren met een niet-EU-herkomst48 geven de eerste cijfers een omgekeerd beeld met een minder sterke impact voor jongeren met een nietEU-herkomst, zowel in de eerste maanden van de coronacrisis (+9,6% t.a.v. +15,2% tussen april 2019 en april 2020) als tegen het eind van de zomervakantie (+4,7% t.a.v. +9,6% tussen augustus 2019 en augustus 2020). In deze cijfers worden jongeren van de tweede en derde generatie die in België zijn geboren niet meegeteld onder ‘jongeren met een niet-EU-herkomst’. % stijging van jeugdwerkloosheid tussen 2020 en zelfde maand 2019, naar migratieachtergrond en naar arbeidshandicap (-25-jarigen) migratieachtergrond geen migratieachtergrond

arbeidshandicap geen arbeidshandicap 20 % 15 % 10 % 5%

apr

mei

jun

jul

aug

0%

apr

mei

jun

jul

aug

2.5.2 NEET-jongeren De jeugdwerkloosheidsgraad houdt echter geen rekening met jongeren die niet aan het werk zijn én geen onderwijs of opleiding volgen (NEET-jongeren). Daarom is ook de NEET-graad relevant. Hoewel dat niet voor elk van NEET-jongeren geldt, vormen ze over het algemeen een kwetsbare groep om aansluiting te vinden met de arbeidsmarkt. Naar aanleiding van de economische crisis in 2008 steeg het aandeel NEET-jongeren tot 2013 (10,5%) en lag in 2019 terug op het niveau van voor de crisis (7,5%)49. In vergelijking met de totale jongerenpopulatie (15-24 jaar) in Vlaanderen zijn jongeren die hinder ervaren door een handicap, aandoening of ziekte en jongeren geboren buiten de EU28 oververtegenwoordigd onder de NEET-jongeren50. Bij jongeren die hinder ervaren door een handicap, aandoening of ziekte is 25,1% NEET ten aanzien van 7,2% bij jongeren zonder hinder. Het aandeel NEET-jongeren is drie keer zo hoog bij jongeren geboren buiten de EU28 (20,3%) dan bij jongeren die in België zijn geboren (6,9%). Het is mogelijk dat er de voorbije maanden een stijging was van dit aandeel niet actieve jongeren doordat ze bijvoorbeeld drempels ervaren om zich in te schrijven. Deze inschrijving dient nu grotendeels online te gebeuren en kan slechts beperkt en op afspraak in een VDAB-kantoor. aandeel NEET-jongeren 25,1 %

20,3 % 7,2 %

hinder

geen hinder

6,9 % geboren geboren buiten in België EU28

48 Op basis van de VDAB-definitie ‘origine’ 49 https://www.steunpuntwerk.be/vlaanderen-binnen-europa 50 Steunpunt Werk (2020).Trendrapport 2020. Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie, Brussel.

- 14 -


Uit een eerdere analyse van de jeugdwerkloosheid en NEET-jongeren51 blijkt dat beide na de economische crisis in 2009 een toename kenden en dat vooral kansengroepen hoog scoren op beide indicatoren. Zowel personen geboren buiten België, personen die hinder ondervinden door een handicap, ziekte of aandoening als laaggeschoolden vinden relatief minder vlot de weg naar betaalde arbeid of opleiding dan andere groepen. Dit is erg belangrijk gezien onderzoek aantoont dat de ongelijkheden op de arbeidsmarkt naar migratieachtergrond erg vroeg ontstaan in de arbeidsmarktloopbaan, met name bij de intrede op de arbeidsmarkt van schoolverlaters en groter zijn als ook de stabiliteit van de eerste werkervaring in rekening wordt gebracht52. Voor personen met een arbeidshandicap blijkt het effect van opleidingsniveau ook nadrukkelijker aanwezig dan voor personen zonder arbeidshandicap: zo lag de werkzaamheidsgraad van vroegtijdig schoolverlaters zonder arbeidshandicap in 2017 op 60% terwijl dat voor vroegtijdig schoolverlaters met een arbeidshandicap slechts 33% was.53

2.5.3 Afstandsleren in het secundair en hoger onderwijs De maatregelen inzake afstandsleren in het secundair en hoger onderwijs vormen een uitdaging voor alle leerlingen en studenten én in het bijzonder voor kwetsbare jongeren. Het gaat over het beschikken over de geschikte apparatuur, internetverbinding, de ondersteuning bij het gebruik ervan, het hebben van een aparte ruimte in huis om de lessen te volgen of te studeren, al dan niet andere taken die moeten worden opgenomen zoals de zorg voor jongere broers of zussen, mogelijkheden inzake pedagogische ondersteuning vanuit de thuissituatie, enzovoort. Ook lenen meer praktijkgerichte onderwijsvormen binnen bijvoorbeeld het beroeps en het technisch secundair onderwijs zich veel minder voor afstandsleren. Verder hebben onder meer leerlingen met leerstoornissen of functiebeperkingen het vaak moeilijk met het zelfstandig werk en de hoge mate van zelfregulering die bij afstandsonderwijs van leerlingen wordt gevraagd54. Bijkomend kan het voorzien van redelijke aanpassingen voor deze jongeren een bijzondere uitdaging vormen bij afstandsleren55. Deze uitdagingen houden een risico in op vroegtijdig het onderwijs verlaten. Maar daarnaast is er ook aandacht nodig voor leerlingen en studenten die informeel afhaken. Zij verliezen het contact met de onderwijsinstelling, zonder formeel het onderwijs te verlaten.

2.5.4 Duale leerwegen Duale leerwegen56, waarin leren op de schoolbank wordt gecombineerd met leren op de werkvloer, kan ook voor jongeren uit de kansengroepen belangrijke kansen bieden voor een vlottere aansluiting van onderwijs naar arbeidsmarkt, het verbeteren van de initiële arbeidsmarktkansen van deze jongeren en het verminderen van de ongekwalificeerde uitstroom. Op basis van de meest recent beschikbare cijfers over het vroegtijdig schoolverlaten ligt dit voor het schooljaar 2017-2018 algemeen op 11,9%. Het vroegtijdig schoolverlaten ligt daarbij, na een daling tot 9,6% in 2014-2015, terug op het niveau van 2009-2010 (12,0%)57. Het percentage vroegtijdig schoolverlaten is opmerkelijk hoger bij jongeren met een niet-Belgische nationaliteit (32,2% t.a.v. 10,1%) en is vooral een uitdaging in

vroegtijdige schoolverlaters 62,3 %

45,8 % 36,4 %

32,2 %

20,4 % 10,1 %

niet-Belg

Belg

DBSO leertijd OV3

OV4

51 Scholiers, B., Herremans, W. (2016). Wel jong, niet NEET. Een analyse van de NEET-jongeren in Vlaanderen. Over-Werk, 1/2016, 82- 91. 52 Wood, J. & Neels, K. (2020). Wegwijs naar werk. Longitudinale analyse en evaluatie van inburgerings- en activeringstrajecten in Vlaanderen, 2005-2016. Eindrapport VIONA-leerstoel ‘Migratie, Integratie & Arbeidsmarkt’. 53 https://www.vlaanderen.be/publicaties/personen-met-een-arbeidshandicap-hefbomen-voor-een-hogere-werkzaamheidsgraad 54 https://duurzaamonderwijs.com/;http://www.dekrijtlijnen.be/ 55 Unia (24 april 2020). Unia en het Steunpunt tot bestrijding van armoede vragen universiteiten en hogescholen extra aandacht te hebben voor kwetsbare groepen. Unia (29 oktober 2020). Afstandsonderwijs: unia vraagt extra aandacht voor kwetsbare groepen. 56 Duaal leren, DBSO en leertijd 57 Bron: dataloep onderwijs

- 15 -


het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO, 62,3%), de leertijd (45,8%) en in het bijzonder secundair onderwijs OV3 (36,4%) en OV4 (20,4%) die voorbereiden op tewerkstelling op de reguliere arbeidsmarkt58. Jongeren met een migratieachtergrond zijn sterk vertegenwoordigd in het DBSO: in het schooljaar 2018-2019 had 26,6% van de leerlingen in het DBSO een vreemde nationaliteit, terwijl dat in het voltijds gewoon secundair onderwijs 8,7% was59. De maatregelen om het coronavirus in te dijken hebben vorig schooljaar (2019-2020) een grote impact gehad op het verloop van de les- en werkplekcomponent in duaal leren, deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) en leertijd.60 Alle lopende overeenkomsten voor niet-essentiële opleidingen en voor essentiële opleidingen in niet-essentiële diensten (83%) werden in eerste instantie geschorst tot 4 mei.61 Daarna geldt voor de werkplekcomponent dat ondernemingen die geconfronteerd worden met tijdelijke werkloosheid omwille van de coronamaatregelen de uitvoering van de overeenkomst kunnen schorsen. Na 4 mei 2020 steeg62, samen met de versoepeling van de maatregelen, het aantal gestarte overeenkomsten terug. In voorgaande jaren was er telkens een sterke piek van nieuwe overeenkomsten in weken 26-27 (22 juni – 5 juli), maar deze piek bleef in 2020 uit. Waar in 2019 doorheen de zomer (weken 27 tot 35) nog 180 nieuwe overeenkomsten werden gestart, bleef dit in 2020 beperkt tot slechts 9, met in verschillende weken geen enkele nieuwe overeenkomst. Begin september 2020 vond duidelijk opnieuw een stijging plaats van nieuwe overeenkomsten, terwijl deze vanaf november 2020 dalen naar een nieuw laagtepunt in december, waarschijnlijk omwille van de 2de lockdown. Het duaal leren kende al voor de coronacrisis een aantal belangrijke uitdagingen, waaronder het voorzien van voldoende (kwalitatieve) werkleerplaatsen en voldoende toegankelijkheid van het systeem voor kwetsbare groepen, onder meer jongeren met een migratieachtergrond.63 Door de coronacrisis worden deze uitdagingen nog versterkt. Daarnaast zijn jongeren die omwille van de coronacrisis niet op hun werkplek terecht konden onzeker over het behalen van hun kwalificatie, gezien deze afhankelijk is van het realiseren van een voldoende kwalitatief alternatief.64

2.6 Versnelde inzet op digitalisering Digitalisering biedt heel wat kansen en wordt steeds belangrijker op de werkvloer, in het onderwijs, in dienstverlening, in media, in zorg, …. Zo zorgt de mogelijkheid van thuiswerk er bv. voor dat de afstemming tussen werk, zorg (bv. noodzakelijke behandelingen) en het gezinsleven voor personen met een handicap of chronische ziekte minder stressvol verloopt. Tegelijkertijd brengt digitalisering voor bepaalde groepen ook een belangrijk risico met zich mee op een steeds grotere afstand tot de overheid en de rest van de samenleving en op grotere ongelijkheid in opleidingskansen en duurzame tewerkstellingskansen. Onder meer beperktere toegang tot apparatuur, de toegang tot (snelle) internetverbindingen, een gebrek aan digitale vaardigheden, een gebrek aan taalkennis, … zorgen voor een verhoogd risico op digitale uitsluiting bij kwetsbare groepen.65 Uit de Barometer van de digitale inclusie66 blijkt dat 40% van de Belgische bevolking kwetsbaar is tegenover de toenemende digitalisering van de samenleving. Vooral mensen met lage inkomens (minder 1.200 euro, 75%), mensen met een laag opleidingsniveau (hoogstens een diploma lager secundair onderwijs, 75%), senioren (68%) en werkzoekenden (54%) hebben zwakke digitale vaardigheden. Door de coronacrisis is de digitalisering op veel terreinen nog versterkt en versnelt. Zo meldt Unia reeds veel meer meldingen te ontvangen die te maken hebben met de digitalisering van de samenleving.67

58 Idem 59 Onderwijsstatistieken schooljaar 2018-2019, eigen berekeningen 60 https://www.syntravlaanderen.be/coronavirus 61 SERV (22 juni 2020). Cijferrapport corona-impact op het sociaal-economisch weefsel. Voorlopige analyse: rode draden, scheuren, knopen en leerstof. SERV, Brussel. 62 Vlaams Partnerschap Duaal Leren, Corona Monitoring SYNTRA Vlaanderen. 63 Verhaest, D., Baert, S., De Rick, K., De Witte, K., Laurijssen, I., Smet, M. & Tobback, I. (2018). De invoering van duaal leren in Vlaanderen: een wetenschappelijke reflectie. Steunpunt Onderwijsonderzoek, Gent. Commissie Diversiteit (3 mei 2019). Advies actielijst personen met een migratieachtergrond. SERV, Brussel. 64 Antwoord persoonlijke mail Wouter Pinxten,25 november 2020 65 Zie ook SERV (3 mei 2019). Advies e-inclusie., KBS (2020). Barometer digitale inclusie 2020. KBS, Brussel. 66 KBS (2020). Barometer digitale inclusie 2020. KBS, Brussel. 67 Unia (2020). Covid-19: een test voor de mensenrechten.

- 16 -


2.7 VDAB dienstverlening In het najaar 2018 introduceerde VDAB de nieuwe contactstrategie die, door sterker in te zetten op digitale dienstverlening, ruimte moet voorzien voor meer diepgaande, persoonlijke dienstverlening voor wie dat nodig heeft. De resultaten van een aantal voorafgaandelijke VIONA-onderzoeken68 onderstreepten het belang van persoonlijk contact tijdens de bemiddeling en een tijdig en juist aanbod voor de meest kwetsbaren zodat ze minder in langdurige werkloosheid terecht zouden komen. Als gevolg van Covid-19 zette ook de VDAB versneld en versterkt in op digitale dienstverlening voor werkzoekenden, zowel op vlak van opleiding als bemiddeling. Hoewel face-to-face contacten in bemiddelingstrajecten mogelijk blijven voor de meest kwetsbaren, kan de focus op digitale dienstverlening voor een deel onder hen een extra drempel vormen. Een belangrijk deel van personen met een migratieachtergrond en personen met een arbeidshandicap worden momenteel door VDAB niet bereikt. Ze maken deel uit van de potentiële arbeidsreserve en vormen geen prioritaire doelgroep van de VDAB. Zo zijn bijvoorbeeld vrouwen met een migratieachtergrond sterk vertegenwoordigd in de inactiviteit. Zij kunnen zich vrij inschrijven bij de VDAB maar een groot deel van hen blijft voor VDAB ongekend. Ook personen met een arbeidshandicap die een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) hebben of die wegens (langdurige) ziekte een RIZIV-uitkering krijgen blijven vaak ongekend voor VDAB of behoren niet tot de prioritaire doelgroep van uitkeringsgerechtigde werkzoekenden. Toch kunnen en willen zij vaak werken. De Vlaamse regering heeft de ambitie om het activeringsbeleid structureel te verbreden. Door de extra druk en grote uitdagingen die de coronacrisis en de relance voor de VDAB met zich mee zal brengen, bestaat echter het risico dat deze groepen minder actief worden benaderd en minder prioriteit krijgen binnen de dienstverlening. De VDAB zal ook beroep moeten doen op partners om deze nieuwe uitdagingen de baas te kunnen en waar nodig dienstverlening op maat te bieden naar de doelgroepen.

2.8 Activeringsmaatregelen met directe link naar de arbeidsmarkt Vormen van werkplekleren, zoals VDAB-stages en tijdelijke werkervaring (TWE), zijn nuttige en noodzakelijke instrumenten om een vlotte en duurzame overgang naar werk te realiseren. Voor kansengroepen kunnen deze competentieversterkende trajecten zeer nuttig zijn om de grote afstand tot de arbeidsmarkt te (helpen) overbruggen. Het bereik van deze kansengroepen is echter blijvend een aandachtspunt69. Personen met een arbeidshandicap zijn redelijk goed vertegenwoordigd in de oriënterende werkplekleerinstrumenten (beroepsverkennende stages (BVS) en activeringsstages), maar veel minder in de beroepsgerichte instrumenten met werkplekleren, zoals individuele beroepsopleidingen (IBO), aandeel in het aantal gestarte werkervaringsstages (WES),etc.70. Uit onderzoek blijkt dat IBO’s tussen maart en november werklozen met een migratieachtergrond (met uitzonde2019 2020 ring van tweede generatie met Zuid-Europese herkomst) een duidelijk lagere instroom vertonen in deze activeringsmaatregelen met een directe link met de arbeids22,9 % 21,8 % markt (individuele beroepsopleidingen (IBO) of andere vormen van werkplekleren) of specifieke beroepen (be11,2 % 10,5 % roepsgerichte opleidingen).71 Trajecten met een IBO gaan nochtans samen met hogere kansen op uitstroom naar werk, ook voor personen met een migratieachtergrond.72 arbeidshandicap migratieachtergrond 68 Van Parys, Liesbeth & Struyven, Ludo (2017). De rol en impact van de arbeidsbemiddelaar in het nieuwe begeleidingsmodel van VDAB. HIVA, Leuven.; Desiere, S., Van Landeghem, B. & Struyven, L. (2018) Wat het beleid aanbiedt aan wie: een onderzoek bij Vlaamse werkzoekenden naar vraag en aanbod van activering. HIVA-KULeuven. 69 SERV (22 juni 2019). Akkoord Iedereen aan boord. SERV, Brussel. 70 In 2018 hadden personen met een arbeidshandicap een aandeel van 63,4% in beroepsverkennende stages en 77,4% in activeringsstages t.o.v. 10,4% in IBO, 10,3% in WES, 11,2% in BIS en 7,1% in opleidingsstages. Bron: SERV (22 juni 2019). Akkoord Iedereen aan boord - bijlagen. SERV, Brussel 71 Wood, J. & Neels, K. (2020). Wegwijs naar werk. Longitudinale analyse en evaluatie van inburgerings- en activeringstrajecten in Vlaanderen, 2005-2016. Eindrapport VIONA-leerstoel ‘Migratie, Integratie & Arbeidsmarkt’. 72 Idem, zie ook: Vandermeerschen, H., De Cuyper, P., De Blander, R. & Groenez, S. (2017). Kritische succesfactoren in het activeringsbeleid naar mensen met een buitenlandse herkomst. HIVA, Leuven.

- 17 -


De coronacrisis heeft ook een impact op deze activeringsmaatregelen. Het aantal werkplekken binnen deze activeringsmaatregelen is, o.a. door de maatregelen inzake telewerken, gedaald. De instroom van personen uit de kansengroepen wordt hierdoor nog vertraagd. Zo zijn er in de periode van 12 maart tot 30 november 2020, 2245 IBO-contracten stopgezet wegens overmacht73,74. Bovendien lag het aandeel van personen met een arbeidshandicap in het aantal gestarte IBO’s tussen maart en november 2020 gemiddeld op 10,5% (t.o.v. van 11,2% voor dezelfde periode in 2019) en dat van personen met een migratieachtergrond op 21,8% (t.o.v. van 22,9% voor dezelfde periode in 2019). Ook andere vormen van werkplekleren75 werden bemoeilijkt. Ten opzichte van het aantal overeenkomsten dat in 2019 werd opgestart in elk type werkplekleren werden vooral bij werkervaringsstages en activeringsstages heel wat overeenkomsten stopgezet tussen maart en november 202076. Het aantal opgestarte overeenkomsten nam in alle types van werkplekleren af in de periode van maart tot september 2020, in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar77. Ook het aandeel van de kansengroepen in het aantal gestarte overeenkomsten in die periode nam overal af t.o.v. 2019. Enkel voor BVS en WES is er in die periode een (bescheiden) stijging voor personen met een migratieachtergrond van 36,3% naar 42,0% en van 39,1% naar 39,7%. Tot slot werden ook de externe doorstroomtrajecten richting reguliere economie voor doelgroepwerknemers van maatwerkbedrijven en Lokale diensteneconomie-ondernemingen (LDE) opgeschort voor de duur van de crisis78. Zowel personen met een arbeidshandicap als personen met een migratieachtergrond zijn relatief sterk vertegenwoordigd in deze werkvormen79.

2.9 Participatie aan levenslang leren en ontwikkelen Participatie aan levenslang leren en ontwikkelen is cruciaal om te kunnen (blijven) participeren aan de samenleving. In Vlaanderen blijven net groepen met een grote behoefte aan bijscholing en omscholing achter op het vlak van opleidingsparticipatie.80 Het gaat om kortgeschoolden, oudere werknemers, personen met een migratieachtergrond en werknemers in flexibele tewerkstellingsvormen.81 Zowel bij kortgeschoolden als bij oudere werknemers zijn personen die hinder ervaren door een handicap, langdurige aandoening of ziekte oververtegenwoordigd: 30,1% van de kortgeschoolden ervaart hinder door een handicap, langdurige aandoening of ziekte terwijl dat gaat over 16,4% voor 25-64 jarigen.82 Terwijl een kwart (25,4%) van de 55-plussers hinder ervaart door een handicap, langdurige aandoening of ziekte, geldt dat voor 14,4% van de 15-64-jarigen.83

73 75% (of 1683) van deze stopzettingen vonden plaats in maart. In de maanden daarna nam het aantal stopzettingen sterk af, om in oktober (183) en november (213) opnieuw toe te nemen. Bron: VDAB 74 Omdat cursisten wiens IBO werd stopgezet omwille van de coronamaatregelen geen recht meer hebben op de IBO-premie werd een tijdelijke Vlaamse IBO-premie ingevoerd. Cursisten die geen recht hebben op werkloosheidsuitkering krijgen 70% van waar ze recht op hadden op het moment van de stopzetting van zijn IBO-overeenkomst. Een IBO-cursist die recht heeft op een werkloosheidsvergoeding ontvangt een forfaitaire premie van €225. 75 Werkervaringsstage, opleidingsstage, beroepsinlevingsstage (BIS), Beroepsverkennende stage (BVS), gespecialiseerde beroepsverkennende stage (GBVS), activeringsstage. 76 Voor BIS beschikt VDAB niet over cijfers i.v.m. het aantal stopzettingen. 77 Voor oktober en november 2020 beschikt VDAB nog niet over betrouwbare gegevens wegens laattijdige registraties. 78 Voor trajecten in maatwerkbedrijven wordt de looptijd van het doorstroomtraject verlengd met de periode van opschorting en blijft de doelgroepwerknemer tijdens deze periode in dienst bij het maatwerkbedrijf. De doelgroepwerknemer krijgt na afloop een volwaardige kans om het extern doorstroomtraject aan te vangen of verder te zetten. Voor doelgroepwerknemers van LDE-ondernemingen werden de inschakelingstrajecten verlengd in functie van de opstart en het doorlopen van het doorstroomtraject na afloop van de crisis 79 In maatwerkbedrijven heeft in 2019 72% van de doelgroepwerknemers een arbeidshandicap en 15,2% en migratieachtergrond. In LDE-ondernemingen heeft in 2019 30,4% van de doelgroepwerknemers een arbeidshandicap en 38,1% een migratieachtergrond. Bron: Departement WSE 80 Zie OESO (2019). Skills strategy Flanders (waar ook de Vlaamse sociale partners aan meewerkten) 81 Ook uit het VIONA-onderzoek naar de rol en impact van de arbeidsbemiddelaar bij de VDAB bleek dat er nog een onbeantwoorde vraag naar opleiding leeft en deze groter is bij respondenten van niet-EU-herkomst. 82 Personen tussen 25-64 jaar, Vlaamse Gewest, 2019, Steunpunt Werk (2020). Trendrapport 2020. Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie, Brussel. Kortgeschoolden kennen ook een groter aandeel personen met een migratieachtergrond: 19,8% geboren buiten de EU ten aanzien van 9,3% bij alle 2564 jarigen. 83 Personen tussen 15-64 jaar, Vlaamse Gewest, 2019, Steunpunt Werk (2020). Trendrapport 2020. Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie, Brussel.

- 18 -


De deelname aan opleiding (tijdens de afgelopen 12 maanden)84 kende de afgelopen 10 jaar een bescheiden stijging in Vlaanderen. Die stijging vinden we echter niet terug bij personen geboren buiten de EU28. Bovendien ligt de deelname aan opleiding een heel stuk lager bij deze groep: in 2019 nam 23,9% van de personen geboren in België deel aan opleiding, terwijl dat voor personen geboren buiten de EU28 slechts 17,2% was. Voor personen die hinder ervaren door een handicap, ziekte of aandoening zien we wel een stijging over de afgelopen 10 jaar van 13,1% in 2009 tot 16,0% in 2019. Tegelijkertijd blijft er een belangrijke kloof met personen zonder hinder, waarvan 24,4% in 2019 deelnam aan opleiding. deelname aan opleiding (tijdens de afgelopen 12 maanden) 23,9 %

24,4 %

16,0 %

geboren geboren zonder in België buiten EU28 hinder

hinder

17,2 %

Eerste indicaties wijzen er op dat de coronacrisis de uitdaging om ook de deelname van kansengroepen aan opleiding te verhogen nog verscherpt. Cijfer over de gestarte VDAB-opleidingen tonen aan dat er in de periode van maart tot augustus 2020 veel minder nieuwe opleidingen werden gestart in vergelijking met diezelfde periode in de voorbije 2 jaren. Enkel in september zat het aandeel ongeveer op hetzelfde peil. Voor oktober was er opnieuw een daling. Het aandeel van personen met een migratieachtergrond in deze gestarte opleidingen (40%) bleef wel stabiel ten opzicht van de voorbije 2 jaren. Het aandeel van personen met een arbeidshandicap daarentegen halveerde nagenoeg. Bij de Syntra-opleidingen, gericht op professionele opleidingen voor volwassenen (inclusief richting ondernemerschap), is er wel een stijging van het aantal inschrijvingen bij dag- (+6,2%) en avondopleidingen (+0,8%)85. Enkel in Brussel was er een forse daling voor zowel de dag- (-15,1%) als avondopleidingen (-17,0%) waarvoor Syntra verwijst naar de afwezigheid van pendelaars. Syntra zette sterk in op online lessen. Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aandeel personen met een migratieachtergrond of personen met een arbeidshandicap. aantal inschrijvingen volwassenonderwijs (september 2020)

aantal inschrijvingen Syntra-opleidingen (1 oktober 2020) +6,2 %

CVO +0,8 %

dagopleiding

CBE

-12,1 %

avondopleiding

-39 %

Het volwassenonderwijs tekende in september 2020 een sterke daling van het aantal inschrijvingen op: er werden 106.669 minder inschrijvingen geregistreerd dan in september 201986. De Centra voor Volwassenonderwijs (CVO’s) telden 12,1% minder inschrijvingen (of 72.052 inschrijvingen minder). De daling is nog sterker bij de centra voor basiseducatie (CBE’s) waar de inschrijvingen afnamen met 39% (of 34.617 inschrijvingen minder).87 CBE’s zijn net de plaats waar kortgeschoolden onder meer hun basisvaardigheden inzake taal en ICT kunnen versterken.

84 Cijfers gelden telkens voor 25-64-jarigen, Vlaamse Gewest. Bron: Steunpunt Werk (2020). Trendrapport 2020. Kwetsbare groepen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Departement Werk en Sociale Economie, Brussel. 85 Cijfers voor 1 oktober 2020, Bron: Syntra 86 https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1423958/verslag/1426576 87 Voor CVO’s gaat het om een daling van 12,1% of 72.052 minder geregistreerde inschrijvingen.

- 19 -


Wellicht is voor heel wat cursisten ook het afstandsonderwijs en de overschakeling naar een digitaal aanbod dat omwille van de coronamaatregelen geheel of gedeeltelijk werd ingevoerd een belangrijke drempel, onder meer door gebrek aan de nodige ICT-apparatuur, de nodige vereisten inzake internetverbinding, ICT-vaardigheden, anderstaligheid, … . Om de drempel inzake ICT-apparatuur te beperken, stelt VDAB computers ter beschikking voor personen die een VDAB-opleiding volgen. Tegelijkertijd blijven daarbij drempels inzake internetverbinding, ICT-vaardigheden, … overeind.

2.10

Stijging arbeidsongeschikten

Zowel de VDAB als gezondheidsexperts verwachten een stijging van het aantal arbeidsongeschikten als gevolg van de coronacrisis.88 Dit heeft te maken met factoren zoals het post-intensive care syndroom, het verergeren van gezondheidsproblemen door uitgestelde zorg en niet-gestelde diagnoses, het ontstaan van psychosociale problemen omwille van de quarantaine en de economische recessie, etc.

2.10.1 Post-intensive care syndroom Eerste buitenlandse onderzoeken wijzen er op dat personen met een migratieachtergrond significant meer risico lopen op besmet te raken met het coronavirus en te sterven ten gevolge van Covid-19.89 Ook werknemers met een handicap lopen wellicht meer risico doordat een kwart van deze groep ouder is dan 50 jaar en ze vaker te maken hebben met onderliggende gezondheidsproblemen die hen extra kwetsbaar kunnen maken voor de gevolgen van Covid-19. Zeer recent waarschuwde het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg voor de mogelijke gevolgen van het post-intensive care syndroom als gevolg van de coronacrisis.90 Dit syndroom kan zorgen voor fysieke, psychische en cognitieve problemen bij meer dan de helft van de mensen die op de intensieve zorgafdelingen hebben verbleven voor een ernstig probleem, zoals Covid19, alsook bij familieleden van deze personen. Dit heeft ook een belangrijk impact op de arbeidsmarktpositie van deze personen én hun familie91. Zo blijkt uit onderzoek dat 40% van de patiënten die voorafgaand aan hun ziekte werkten, 1 jaar na ontslag uit het ziekenhuis nog niet naar het werk zijn teruggekeerd. Na 4 of 5 jaar gaat het om 32%. De personen die toch terug aan de slag gaan, verliezen vaak hun job, moeten van functie of beroep veranderen, of verminderen hun werktijden. Dit geldt ook voor familieleden, vooral wanneer ze tijdens of na de ziekte van deze persoon hun beroep niet kunnen blijven uitoefenen.

2.10.2 Uitgestelde zorg en niet-gestelde diagnoses Tijdens de eerste coronagolf werd de reguliere zorg, zowel in de ziekenhuizen als in de eerste lijn, in sterke mate stilgelegd92. Voor werknemers met een arbeidshandicap of een chronische ziekte betekende dit dat heel wat noodzakelijke zorg om bestaande gezondheidsproblemen 88 Opinie en Webinar (2020). ‘Na V(irus) komt W(erk)’. Brussel.; De Standaard (2020) ‘Uitgestelde zorg veroorzaakt mogelijk tweede crisis’.; De Wereld Morgen (2020). ‘Terug naar werk maar niet terug naar vroeger’.Commissie Diversiteit (30 november 2020). Advies re-integratie van arbeidsongeschikten met een RIZIV-uitkering. SERV, Brussel. 89 In België zijn er geen gegevens beschikbaar over migratieachtergrond van besmette of overleden personen aan covid-19, terwijl dat in andere landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten wel het geval is. Zie bijvoorbeeld: OECD (2020). What is the impact of the COVID-19 pandemic on immigrants and their children? Hoewel het bij personen met een migratieachtergrond gaat om een eerder jonge bevolkingsgroep, hebben ze vaak een minder goede social-economische positie, werken in jobs waarin telewerk niet mogelijk is en fysieke afstand niet kan worden gegarandeerd, … Wellicht kunnen dezelfde conclusies getrokken worden voor België (zie Unia (2020). Covid-19: een test voor de mensenrechten.) 90 https://www.kce.fgov.be/nl/het-post-intensieve-zorgsyndroom-een-miskend-aspect-van-de-coronapandemie Er is nog niet zo veel geweten over dit syndroom en de aanpak ervan, wel dat het grote gevolgen kan hebben voor de personen zelf én hun naaste familie. Zo kunnen bij 20-35% van de patiënten enkele maanden na ontslag psychische problemen ontstaan (zoals angst, depressie) en deze kunnen lang duren.Ongeveer 20% ontwikkelt zelfs een posttraumatische stressstoornis (traumatische herinneringen, nachtmerries en flashbacks, … ). De symptomen kunnen laat optreden en meerdere jaren aanhouden.Dezelfde psychische problemen treden ook op bij 20-50% van de familieleden die ook een zeer stressvolle periode hebben doorgemaakt. 91 Hanquet, G., Benahmed, N., Castanares-Zapatero, D., Dauvrin, M., Desomer, A., Adrieaenssens, J. & Rondia, K. (2020). Post intensive care syndrome in the aftermath of covid-19. KCE. 92 Vlaams Patiëntenplatform. (14 april 2020). Wordt zorg bij personen met een chronische aandoening uitgesteld wegens het coronavirus COVID-19?.

- 20 -


onder controle te houden en het werk te kunnen blijven uitoefenen, zoals kinesitherapie, psychotherapie, thuisverpleging, etc.… werd uitgesteld. Dit kan ervoor zorgen dat zij (langdurig) uitvallen omwille van een verergering van hun gezondheidsproblemen. Zo werd in een bevraging van het Vlaams patiëntenplatform (VPP), bij een aanzienlijk deel van de uitgestelde zorg aangeven dat dit matige tot zware gevolgen heeft voor de gezondheid. Daarnaast bleek dat bij een grote meerderheid van patiënten met een psychische kwetsbaarheid symptomen weer de kop op steken of verergeren, omwille van de coronacrisis93. Uit latere bevragingen van het VPP bleek dat er sinds juli 2020 in 85% van de gevallen opnieuw zorg werd verleend. Zorgleners stelden geplande afspraken nog in 10% van de gevallen uit, en in 5% van de gevallen gebeurde dit door de persoon in kwestie94. Naast therapieën werden, vooral in de eerste maanden van de coronacrisis, ook onderzoeken en screenings vaak uitgesteld waardoor diagnoses niet, of laattijdig, werden gesteld. Dit zou kunnen betekenen dat ook behandelingen in een later stadium worden gestart, en vergroot het risico op zwaardere behandelingen en minder gunstige prognoses. Cijfers van de stichting kankerregister tonen bv. dat het aantal kankerdiagnoses in de maanden maart en april 2020 bijna de helft lager lag dan in dezelfde maanden vorig jaar. De meest recente cijfers tot midden september tonen een inhaalbeweging, maar overheen de gehele periode van 1 maart tot 18 september zijn er toch zo’n 5.000 kankerdiagnoses minder gesteld zijn dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat is een daling met 14 procent95.

2.10.3 Stijging psychische problemen Het verliezen van werk en onzekerheid over het behoud van de eigen job hebben een belangrijk negatieve impact op de psychische gezondheid. 96 Zo zou het risico op symptomen van onderliggende depressie of angststoornissen dubbel zo groot bij personen die hun job verliezen dan bij personen die aan het werk blijven97. Gezien personen met een migratieachtergrond en personen met een arbeidsbeperking een groter risico lopen om (op termijn) hun job te verliezen als gevolg van de coronacrisis, maakt hen dit ook kwetsbaarder voor de psychische gevolgen die kunnen samenhangen met jobverlies en de verdere negatieve impact daarvan op hun arbeidsmarktpositie. Bovendien kan ook de lockdown en ‘social distancing’ psychische gevolgen hebben, en specifiek voor mensen die hierdoor in sociaal isolement terechtkomen. Het aantal personen dat ernstige psychische klachten ontwikkelt ligt drie tot vier keer hoger bij mensen die in quarantaine zitten en hun sociale contacten heel sterk gereduceerd zien98. Ook het wegvallen van dagelijkse routines en structuur heeft hier een impact. Heel wat personen met een handicap of chronische aandoeningen hebben (ook voorheen al) een kleiner netwerk. Werken helpt wel om dat te verbeteren. Het verplicht voltijdse thuiswerk of het terechtkomen in een situatie van tijdelijke werkloosheid heeft bij hen dus potentieel een groter een negatief effect op de psychische gezondheid.

93 Vlaams Patiëntenplatform. (14 april 2020). Wordt zorg bij personen met een chronische aandoening uitgesteld wegens het coronavirus COVID-19?. 94 Vlaams Patiëntenplatform. (17 september 2020). Wordt zorg bij personen met een chronische aandoening nog steeds uitgesteld?. 95 Stichting tegen kanker. (21 November 2020). 5.000 niet gestelde kankerdiagnoses sinds maart door de pandemie. 96 Zie o.a.: SCP (2020). Maatschappelijke gevolgen van corona. Verwachte gevolgen van corona voor de psychische gezondheid. SCP, Nederland.; https://www.knack.be/nieuws/belgie/negen-ongemakkelijke-waarheden-over-werkloosheid/article-normal-544489.html; Clark, (2018). Four decades of the economics of happiness: where next? Review of Income and Wealth, 64(2), 245-269 97 SCP (2020). Maatschappelijke gevolgen van corona. Verwachte gevolgen van corona voor de psychische gezondheid. SCP, Nederland 98 The Lancet (2020). The psychological impact of quarantine and how to reduce it: rapid review of the evidence.

- 21 -


2.11 Diversiteits- en inclusiebeleid op de werkvloer Hoewel onderzoek heeft aangetoond dat diverse en inclusieve werkvloeren zorgen voor meer creativiteit, meer innovatie, betere beslissingen en betere financiële resultaten99, verdwijnt de aandacht voor en het investeren in een diversiteits- en inclusiebeleid in tijden van crisis en onzekerheid snel naar de achtergrond.100 De focus komt te liggen op dringende noden, zoals de werkvloer zo snel mogelijk corona-proof maken en het opbouwen of afbouwen van productie.101 Ook blijkt uit onderzoek dat wanneer het economisch slechter gaat, werkgevers de neiging hebben om personen met een migratieachtergrond niet te weerhouden in selectieprocedures.102 Crisis betekent daarnaast dat er vaak snel beslissingen moeten worden genomen en recent onderzoek geeft aan dat de eerste lockdownperiode een diepe indruk naliet op de werkvloeren, met bijhorende sterke emoties.103 Op momenten van snelle beslissingen, onzekerheid en sterke emoties, krijgt bias meer kans bij het nemen van beslissingen, ook op het vlak van personeelsbeleid. Bovendien hebben vaak geldende regels en processen over welke jobs eerst worden geschrapt, zoals ‘laatst in, eerst uit’, een negatieve impact voor werknemers met een migratieachtergrond of een arbeidsbeperking. Onderzoek toont nochtans aan dat ondernemingen die in tijden van crisis en onzekerheid (blijvend) inzetten op diversiteit en inclusie sneller en beter doorheen de crisis komen.104

99 Bv. Ellemers, N. & Rink, F. (2016). Diversity in work groups. Current opinion in psychology, 11, 49-53.; https://hbr. org/2013/12/how-diversity-can-drive-innovation 100 Bv. Dolan, K., Hunt, V., Prince, S. & Sancier-Sultan, S. (2020). Diversity still matters. Mc Kinsey Quarterly; Gerkovich, P. (april 2020). Want to thrive through crisis? Focus on diversity & inclusion. 101 Delangrange, H. & Van Rampelberg, L. (2020). Ondernemen en werken in tijden van corona. Stichting Innovatie & Arbeid, Brussel. Kwalitatief onderzoek bij een 10-tal ondernemingen in Vlaanderen naar de impact van de coronacrisis tussen mei en begin juli 2020.; Dolan, K., Hunt, V., Prince, S. & Sancier-Sultan, S. (2020). Diversity still matters. Mc Kinsey Quarterly 102 Zie bv. OECD (2020). What is the impact of the COVID-19 pandemic on immigrants and their children? Baert,S. etal. (2015), “Is There Less Discrimination in Occupations Where Recruitment Is Difficult?”, ILR Review, Vol.68/3, pp.467-500 103 Idem 104 Zie bv. Dixon-Fyle, S., Hunt, V. Dolan, K. & Prince, S. (2020). Diversity wins. How inclusion matters. Mc Kinsey https:// neuroleadership.com/your-brain-at-work/focus-diversity-inclusion-during-crisis

- 22 -


3. Oproep De impact van de coronacrisis is niet gelijk voor alle werknemers op de Vlaamse arbeidsmarkt. Er bestaat al jaren een belangrijke kloof inzake werkzaamheidsgraad voor personen met een arbeidshandicap en personen met een migratieachtergrond in Vlaanderen die de nodige beleidsaandacht vraagt. Als gevolg van de coronacrisis dreigen deze ongelijkheden verder uit te diepen. De Vlaamse sociale partners, het Minderhedenforum en het Overlegplatform Handicap en Arbeid onderstrepen dat er nood is aan een beleid dat álle talenten op de arbeidsmarkt waardeert en volop inzet op het voorkomen dat de impact van de coronacrisis zich vertaalt in het verder uitdiepen van deze structurele ongelijkheden op de Vlaamse arbeidsmarkt. Tegelijkertijd is het belangrijk om volop in te zetten op diversiteit en inclusie op basis van wetenschappelijk onderbouwd beleid. De commissie roept beleidsmakers ook op zich er steeds van bewust te zijn dat beleidsmaatregelen die ze nemen in het kader van de coronapandemie, vaak onbedoeld, bepaalde groepen harder kunnen treffen. De Commissie Diversiteit wil graag zelf een bijdrage leveren door het beleid blijvend te ondersteunen met goed onderbouwde adviezen over evenredige arbeidsdeelname, diversiteit en gelijke behandeling. Binnen de Commissie Diversiteit werken de Vlaamse sociale partners en de vertegenwoordigers van de kansengroepen samen aan de uitwerking van deze adviezen. De kansengroepen kunnen zo op structurele basis hun knowhow in het beleid inbrengen en draagvlak creëren bij de betrokkenen.

- 23 -


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
COM_DIV_20201221_Impact_corona_kansengroepen_NOT.pdf by Vlaanderen-be - Issuu