Skip to main content

dossier 2021-234.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/234

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/234

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 23 mei 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de Vlaamse Overheid, beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de volgende documenten: - de integrale mail van de Vlaamse Ombudsdienst aan de VREG van 9 september 2020 waarin de uitspraak OVB/2021/172 naar verwezen werd; - de integrale mail van de Vlaamse Ombudsdienst aan de VREG van 19 april 2021 waarin de uitspraak OVB/2021/172 naar verwezen werd;. - de integrale documenten waaruit zou gebleken zijn dat ik mij niet constructief zou opgesteld hebben, zoals beweerd in de uitspraak OVB/2021/172. Op 25 mei 2021 weigerde het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken bij de Vlaamse overheid een afschrift van de gevraagde documenten. Op 2 juni 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing vanwege het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken bij de Vlaamse overheid. Dit beroep werd geregistreerd op 3 juni 2021.

www.vlaanderen.be


Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 23 mei 2021. De weigeringsbeslissing van het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken bij de Vlaamse overheid d.d. 25 mei 2021 maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals bepaald in het Bestuursdecreet. Het beroepschrift werd tijdig ingediend en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Het openbaarheidsverzoek van verzoeker werd afgewezen door het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken bij de Vlaamse overheid, omdat de opgevraagde informatie kadert in de afhandeling van een beroepsdossier van de beroepsinstantie, meer bepaald dossier OVB/2021/172. Artikel II.34, 3° Bestuursdecreet voorziet dat een aanvraag tot openbaarmaking moet afgewezen worden als die openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de beraadslagingen van de Vlaamse Regering en van de verantwoordelijke overheden die ervan afhangen.

2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker tekent beroep aan tegen de voormelde weigeringsbeslissing en verwijst daarbij naar de volgende argumenten: “Het geheim van de beraadslaging strekt zich enkel maar uit ten aanzien van de beraadslaging zelf, niet ten aanzien van de stukken aangeleverd door de partijen. Het geheim van de beraadslaging kan dan ook niet ingeroepen worden om de stukken niet te moeten meedelen. De gevraagde stukken vallen niet onder enige geheime beraadslagingen van de Vlaamse Regering noch van de verantwoordelijke overheden die ervan afhangen, aan het geheim van de beraadslagingen van de organen van het Vlaams Parlement evenals aan het bij wet of decreet bepaalde geheim van beraadslagingen van de organen van de instanties, genoemd in artikel II.28, §1 van het Bestuursdecreet. Noch bij de Vlaamse regering, noch bij de Vlaamse Ombudsdienst, noch bij de VREG zijn er omtrent deze stukken geheime beraadslagingen geweest, zodat het geheim van deze beraadslagingen niet kan ingeroepen worden om de vraag van verzoeker niet in te willigen en de stukken niet over te maken

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/234

pagina 2 van 5


Bovendien kan tegen een beslissing van de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur beroep aangetekend worden tot schorsing en/of nietigverklaring worden ingesteld via de website van de Raad van State (http://www.raadvst-consetat.be/ onder rubriek e-Procedure) of bij de afdeling Bestuursrechtspraak binnen de Raad van State, Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel, binnen een termijn van zestig dagen die ingaat de dag waarop het besluit werd betekend of, indien het niet betekend moest worden, de dag waarop er kennis van werd genomen. Beroep instellen dient op ernstige en niet lichtzinnige wijze te gebeuren. Deze evaluatie kan alleen maar op een correcte (objectieve) wijze gebeuren indien men kennis (gekregen) heeft van alle stukken die tot de beslissing geleid hebben. Het achterhouden van de stukken waarop de beslissing gestoeld werd, verhindert de grondige analyse van het dossier. Bovendien is het onmogelijk om, in afwezigheid van de inhoud van de desbetreffende stukken, de zaak op correcte gronden aanhangig te maken bij de Raad van State. Het niet meedelen van de gevraagde stukken verhindert bijgevolg het instellen van een correct gemotiveerd verzoek tot schorsing/nietig verklaring bij de Raad van State. De geheimhouding van de documenten waarop de beslissing gegrond werd, laat ernstig misbruik toe in die zin dat de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur zich in haar beslissing zou kunnen beroepen op stukken die in werkelijkheid onbestaande zijn en die door de beroepsinstantie verzonnen werden om op een gegrond verzoek niet te moeten ingaan. Zodat ook deze overweging duidelijk bewijst dat er geen geheimhoudingsplicht bestaat, noch kan bestaan ten aanzien van de stukken waarop de uiteindelijke beslissing gestoeld is. De opgevraagde stukken zijn mails van de Vlaamse Ombudsdienst en de VREG. Het betreft hier al evenmin overheidsinformatie, zodat er geen geheimhouding op van toepassing is Bovendien kan niet volgehouden worden dat deze stukken niet zouden mogen meegedeeld worden (onder welk voorwendsel dan ook) gezien een nieuwe procedure tot openbaarheid van bestuur kan gestart worden bij zowel de VREG als bij de Vlaamse ombudsman om de gevraagde stukken te bekomen: Dit betekent dan dat verzoeker gewoon wat langer moet wachten op de stukken, zijnde 20 dagen die de tegenpartij heeft om op het verzoek te reageren, vervolgens 30 dagen waarbinnen de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur een beslissing moet nemen, te vermeerderen met de tijd nodig dat de tegenpartij nodig heeft om de documenten over te maken .... en dat terwijl het allemaal veel eenvoudiger kan. Het komt voor dat het argument betreffende het geheim van de beraadslaging eigenlijk een drogreden is om de stukken niet te mogen overmaken. Zodat ook omwille van dit laatste punt moet besloten worden dat er ten aanzien van bovengenoemde stukken niet in het minst een geheimhoudingsplicht bestaat.” Verzoeker vraagt dan ook om de gevraagde stuken te mogen ontvangen.

3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker in zijn oorspronkelijke aanvraag d.d. 23 mei 2021, gericht aan de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur, verzocht om een afschrift te verlenen van een aantal documenten die verband houden met de afhandeling van een beroepsdossier van de beroepsinstantie, meer bepaald dossier OVB/2021/172. De beroepsinstantie kan zich enkel maar kan aansluiten bij de redenering, zoals deze werd uiteengezet in de beslissing van het departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken bij de Vlaamse overheid d.d. 25 mei 2021.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/234

pagina 3 van 5


Artikel II.34, 3° Bestuursdecreet voorziet immers dat een aanvraag tot openbaarmaking moet afgewezen worden als die openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de beraadslagingen van de Vlaamse Regering en van de verantwoordelijke overheden die ervan afhangen, aan het geheim van de beraadslagingen van de organen van het Vlaams Parlement evenals aan het bij wet of decreet bepaalde geheim van beraadslagingen van de organen van de instanties, genoemd in artikel II.28, §1 van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie wijst erop dat in artikel II.34, 3° Bestuursdecreet het geheim van de beraadslagingen van de verantwoordelijke overheden en organen die afhangen van de Vlaamse Regering wordt vastgesteld. De beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, is een bij decreet opgerichte interne administratieve beroepscommissie binnen de Vlaamse overheid en wordt derhalve als een orgaan beschouwd dat afhangt van de Vlaamse Regering. Bovendien is het zo dat ook impliciet, omwille van de taakstelling zoals omschreven in het Bestuursdecreet en het uitvoeringsbesluit van 19 juli 2007, dient te worden uitgegaan van de geheimhouding van de beraadslagingen van de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur. Daarnaast is eveneens uitdrukkelijk in artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie voorzien dat de beraadslagingen alsook alle informatie die verkregen wordt in het kader van de werking van de beroepsinstantie vertrouwelijk zijn. In de voormelde bepaling wordt dus heel expliciet aangegeven dat dus niet enkel de beraadslaging van de beroepsinstantie als vertrouwelijk is te bestempelen, doch dat dit evenzeer geldt voor alle informatie die verkregen wordt in het kader van de werking van de beroepsinstantie. De beroepsinstantie stelt vast dat in casu door verzoeker werd gevraagd naar de openbaarmaking van documenten die verband houden met de afhandeling van een beroepsdossier van de beroepsinstantie, meer bepaald dossier OVB/2021/172. In artikel 11 van het BVR van 19 juli 2007 is niet enkel het geheim van de beraadslaging van de beroepsinstantie voorzien, doch ook van alle informatie die wordt verkregen in het kader van de werking van de beroepsinstantie. De documenten die nu in casu door verzoeker worden opgevraagd, hebben effectief betrekking op informatie die door de beroepsinstantie werd ingewonnen bij de betrokken bestuursinstantie naar aanleiding van de inhoudelijke afhandeling van beroepsdossier OVB/2021/172. Daarom is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat deze informatie dan ook dient afgeschermd te worden, aangezien het gaat om informatie die wel degelijk werd verkregen in het kader van de werking van de beroepsinstantie en de afhandeling van een concreet beroepsdossier. De beroepsinstantie concludeert daarom, op grond van artikel II.34, 3° Bestuursdecreet, in samenhang met artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie, dat de gevraagde documenten uit het beroepsdossier OVB/2021/172 niet openbaar kunnen worden gemaakt. Het ingestelde beroep moet dan ook als ongegrond worden beschouwd. Na beraadslaging,

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/234

pagina 4 van 5


BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 2 juni 2021 tegen de weigeringsbeslissing van het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken bij de Vlaamse overheid wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 16 juni 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/234

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook