1
Voorwoord Het voorliggende activiteitenverslag 19964997 brengt een overzicht van twee zeer productieve VRWB-jaren. Pas aangetreden als voorzitter in november 1995 trof ik een welvarende, uit de kluiten gewassen VRWB aan, die onder de dynamische impuls van mijn voorgangers, uitgegroeid was tot hét adviesorgaan van de Vlaamse regering voor het Vlaamse wetenschaps- en technologiebeleid. Het was voor mij dan ook een uitdaging om het hoge niveau van de VRWB-activitei ten aan te houden. En dankzij de grote inzet en actieve bijdragen van alle raadsleden, de goede verstandhouding binnen het dagelijks bestuur en de professionele onder steuning door het VRWB-secretariaat, is het gelukt om de output van de VRWB nog te verhogen. Niet minder dan 6 adviezen en 2 aanbevelingen werden in 1996 uitge bracht. Het jaar 1997 deed het nog beter met 6 adviezen, 3 aanbevelingen en 1 com mentaar. De VRWB mocht ook werken in uitermate stimulerende omstandigheden. De Vlaamse regering hield haai- woord en verhoogde in die twee jaar prioritair hei wetenschapsbudget met telkens 2 miljard frank extra. Ook voor 1998 is deze belan grijke stijging in de begroting ingeschreven. Meerdere VRWB-adviezen en -aanbe velingen vinden we terug in cle diverse beleidsnota’s van de Vlaamse regel-ing en/of worden gevolgd in regeringsbeslissingen. I)e communicatie met het beleid verliep prima. De VRWB zal in de toekomst zijn inspirerende rol blijven spelen en de Vlaamse rege ring door zijn adviezen, aanbevelingen, commentaren en rapporten blijven bijstaan hij het uitstippelen van haar wetenschaps- en technologiebeleid. De aandacht van de VR\VB zal nog meer dan in het verleden uitgaan naar pro bleemstellingen op lange termijn. Ik denk daarbij aan het verder uitdiepen van cle problematiek van de loopbaanmogelijkheden voor de onderzoeker in Vlaanderen, cle stand van zaken i.v.m. de evaluatie van het wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen, sterkten-zwaktenanalyse i.v. m. Intellectuele Eigendomsrechten, de blinde vlekken in het academisch onderzoek en daaraan gelieerd het academisch onderwijs. Het werkveld zal zoals in het verleden blijven bevraagd worden via de VRWB-com missies en ad-hocwerkgroepen. Maar daarnaast hoop ik dat de VRWB ook meer seminanes, colloquia. workshops, e.d. zal kunnen organiseren om voor een breed forum de grote items voor te stellen en polemieken te stimuleren. Het colloquiurn “Wetenschap als Cultuur” einde 1996 en cle workshop” Universitair Onderzoek in Beweging” begin 1998 hebben bewezen dat er hier een behoefte aan is. Ik zie het als een belangrijke opdracht voor de VRWB om op die wijze zoveel mogelijk de actoren in de wereld van de wetenschap en de technologie te betrekken. Dit kan alleen maar de efficiëntie van het Vlaams wetenschaps- en technologiebeleid ten goede komen. ...
Roger Dillemans Voorzitter
Korte geschiedenis In april 1998 eindigt het eerste vierjarig mandaat van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB), opgericht bij decreet van 15 december 1993. Met dit decreet gaf het Vlaams parlement een stevige juridische basis aan de VRWI3. die oorspronkelijk tot stand kwam met een besluit van de Vlaamse regering op 17 juli 1985. l)e gezagsvolle status. die de VRWB inmiddels verworven had, werd daarmee door de decreetgever erkend. De VRWB kreeg meer autonomie en de globale beleidsaspecten in zijn opdracht werden meer beklemtoond. l)e allereerste VRWB werd plechtig geïnstalleerd op 18 februari 1986. Zijn eerste voorzitter was prof. ‘flwo Peeters, die begin 1990 werd opgevolgd door prof. Jt’f Roos. 1)oor het ontbreken van voldoende ondersteuning duurde het enige tijd voor de VRWil uit de startblokken was. Met de hulp van de VIJR werd vanaf 1 juni 1988 een eigen permanent ‘VRWII-secretariaat opgestart en na één jaar overgeheveld naar het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Eind 1997 nam de Vlaamse regering nog een aantal beslissingen om de inhoudelijke en logistieke ondersteuning van de VRVB te kunnen blijven verzekeren. Het ‘RWB-secretariaat werd ondergebracht bij hel secretariaat-generaal van het departement Wetenschap. Innovatie en Media Ook werden de personeelsformatie en het personeelsstatuut l)rinciPieel goedge keurd. l)e VRWB werd op basis van het decreet opniein samengesteld met ingang van 11 april 1994. Prof. Jef Roos werd opnieuw voonittei maar gaf in september de fakkel dooi aan prof. André Oosterlinck, die op zijn beurt eind 1995 werd opgevolgd door prof. Roger Dillenians, de huidige VRWB-vourzitter. Bij de aanvang van het eerste decretale mandaat zei de minister-president erop te rekenen dat de VRWB zelf initiatieven zou nemen en uit eigen beweging aanbeve lingen zou doen ter bevordering van het wetenschapsbeleid in Vlaanderen. I)e minister-president stelde uitdrukkelijk er de voorkeur aan te geven om samen met alle betrokkenen te komen tol een totaalvisie 01) het Vlaamse wetenschapsbeleid. I)e VRWB is voor deze oproep niet doof gebleven.
In zijn t 1-jaiige geschiedenis heeft de raad zich gestadig ontplooid en is uitgegroeid tot een volwaardig adviesinstrument in de besluitvorming t.a.v. het Vlaamse weten schapsbeleid. Naast de vele expliciet gevraagde adviezen, heeft de VRWB zelf vele acties opgezet voor studiewerk. studiedagen. analyses. enz. l)at heeft geleid tot belangrijke aanbevelingen voor liet Vlaainse beleid. Illustraties hiervan zijn: de aan beveling op basis van 11(1 spraakmakende rapport ‘Wetenschap als Cultuur’, en het succesvolle colloquium met dezelfde naam. de jaarlijkse analyses van de Vlaanise begrotingen Wetenschapsbeleid. de ophefmakende aanbevelingen en analyses inzake het ruimtevaartonderzoek in het kader van EM. Uit diverse beleidsdocumenten blijkt dat de VRWB een actieve partner is voor de Vlaamse regering en de minister president, bij het uitstippelen van het Vlaamse wetenschaps en technologiebeleid.
‘4
De VRWB is bevoegd om over elke aangelegenheid betreffende het wetenschaps- en technologiebeleid op eigen initiatief of op verzoek aanbevelingen te formuleren, onderzoek te verrichten en advies uit te brengen. Het verzoek kan uitgaan van de Vlaamse regering, van elk lid van deze regering of van het Vlaams Parlement. Meer in het bijzonder kan de VRWI3 adviseren over en voorstellen formuleren bij de alge mene beleidslijnen en prioriteiten van het wetenschapsheleid, cle vorming van het onderzoekspersoneel, de grote trends in het wetenschapsheleid, het toetsen van de doelmatigheid van de Organisatie van het wetenschapsheleid en het toetsen van het wetenschapsbeleid aan de ontwikkelingen 01) sociaal, economisch, technologisch en cultureel gebied. Jaarlijks analyseert en bespreekt de VRWB het Vlaamse begrotingsbeleid voor wetenschap en technologie en brengt hierover advies uit aan de Vlaamse regering. De Vlaamse regering is verplicht de VRWB vooraf te raadplegen over alle vooront werpen van decreet en ontwerpen van reglementaire besluiten die algemene aange legenheden inzake wetenschapsbeleid regelen. Ook over voorontwerpen van decreet en ontwerpen van besluiten clie instellingen betreffen die instaan voor mate ries inzake wetenschapsbeleid moet het advies van cle VRWB gevraagd worden. En ten slotte alle belangrijke niet-gereglementeerde acties en intiatieven op het vlak van wetenschaps- en technologiebeleid moeten aan de VRWB voor advies worden voor gelegd. De raad treedt op als Vlaams gesprekspartner en kan als vertegenwoordiger van Vlaanderen worden betrokken hij soortgelijke federale en internationale adviesor ganen.
De VRWB is samengesteld uit een voorzitter en zestien leden, allen benoemd 0 grond van hun deskundigheid en/of betrokkenheid hij het wetenschaps- en techno logiebeleid in Vlaanderen. Vijf hoge ambtenaren uit de Vlaamse administratie nemen met raadgevende stem deel aan de vergaderingen.
Om de gestelde problemen uit te (liepen en om de adviezen voor te bereiden doet de VRWB een beroep op de volgende vier permanente commissies: commissie Wetenschapsheleid, commissie Federale en Internationale Samenwerking, commis sie Begroting en FinanciĂŤn en de commissie Technologiebeleid. Voor het onderzoek van bijzondere vraagstukken of voor het uitvoeren van onderzoeksopdrachten doet (le raad een beroep op werkgroepen ad hoc of externe deskundigen. De VRWB stelt de commissies en werkgroepen ad hoc samen en definieert hun opdracht.
Dc opdracht van hei VRWB-sccretariaat is dc werkzaamheden van de VRWB advi serend, coÜrdinerend en conceptueel te ondersteunen (voor de uitoefening van de d ecretaal bepaalde bevoegdh cd en). Het VRWB-secretariaat organiseert en bereidt de vergaderingen van de VRWB, zijn commissies en werkgroepen ad hoc inhoudelijk voor en verzorgt het volledige secre tariaat. I)aarnaast zorgt het VRWB-secretariaat voor hel verzamelen, het bestude ren, het interpreteren, het inhoudelijk verwerken en/of het evalueren van gegevens en informatie over wetenschapsbeleid op Vlaams, federaaL Europees en internatio naal vlak. Ook het opstellen van teksten, rapporten, analyses en andere documenten voor en over de werkzaamheden van de VRWB, reken! het VRWB-secretariaat tot zijn taak. En ten slotte bereidt het VR’VB-secretariaat ontwerpen van advies voor, niet inbegrip van het integreren van meerdere stan(lpunten, visies, kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. Het vR\vI1-secretariait is administratief ondergebracht hij hei secretariaat-generaal van het departement Wetenschap, Innovatie en Media van het ministerie van (le Vlaamse Gemeen schap.
Activiteiten l96
In de eerste helft van 1996 besteedde de VRWB ruime aandacht aan de beleidsbrief “Het wetenschaps- en technologiebeleid in Vlaanderen: Beleidsprioriteiten 19951999”, die door minister-president Luc Van den Brande voorgesteld werd ter gele genheid van de installatie van pi-of. R. Dillernans als nieuwe VRWB-voorzitter op 16 november 1995. De commissie Wetenschapsheleid voerde een grondige analyse uit van deze belangrijke heleidshrief, die de krachtlijnen schetst van het Vlaams Weten schaps- en Technologiebeleid voor de volledige regeerperiode. In het bijzonder cle inhaalheweging, die jaarlijks 2 miljard frank extra voor het wetenschappelijk onder zoek inhoudt, werd uitvoerig becommentarieerd. De VRWB formuleerde zijn bevin dingen bij deze heleidsbrief in niet minder dan drie adviezen. Naar aanleiding van de ontwerpen van Koninklijk Besluit tot oprichting van de Federale Raad voor Wetenschapsbeleid (FRWB), raadpleegde de minister-president in april 1996 de VRWB. De raad kantte zich tegen het idee van een tweekamerstel sel voor de FRWI3. Het idee werd dan ook verlaten en de twee KB’s werden vervan gen door één enkel KB, dat de Vlaamse regering eind 1996 kon goedkeuren. Er komt nu een ondeelbare federale raad die volgens de verschillende bepalingen in het KB adviezen kan geven. Het KB regelt verder de samenstelling, de zetelverdeling en de werkingsmodaliteiten van de FRWB. Op verzoek van de minister-president bracht de raad advies uit betreffende het fede rale impuisprogramma ‘Plan voor de wetenschappelijke ondersteuning van een beleid gericht op duurzame ontwikkeling’. Verder boog de VRWB zich over het Beleidsplan 1996-2000 meegedeeld door de Vlaamse Raad van Bestuur van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek vanaf 1 oktober 1996: Fonds voor Wetenschappelijk OnderzoekVlaanderen (FWO) en formuleerde hierover een aanbeveling. -
-
In voorgaande jaren voerde de VRWB uitgebreide en diepgaande analyses uit van de jaarlijkse horizontale begrotingen wetenschapsbeleid ter onderbouwing van het decretaal opgelegde begrotingsadvies. Deze analyses zijn inmiddels een begrip geworden. Voor te starten met de analyse voor 1996 wenste de VRWB echter het speurboekje af te wachten, dat in de eerder vermelde beleidsbrief 1995-1999 werd aangekondigd. I)aarom beperkt het begrotingsadvies voor 1996 zich tot een korte analyse van de belangrijkste hegrotingsgegevens uit de beleidshrief, en een toetsing van deze gegevens aan het VRWB-advies hij de Horizontale Begrotingsprogramma’s Wetenschapsbeleid (HBPWB) 1994 en 1995. In het najaar van 1996 publiceerde de VRWB verder nog een informatief document, mn. het syntheserapport ‘De internationale onderzoeksorganisaties’. Het rapport steunt op de werkzaamheden van de commissie Federale en Internationale Samenwerking. Het bundelt kwantitatieve en kwalitatieve gegevens naast een onder zoek van de Belgische en Vlaamse deelname aan de volgende internationale onder zoeksprogramma’s en -organisaties: CERN, COS EMBC/EMBO/EMBL, ESF, ESO, ESRF EUCLID, EUREKA, IGBF NAVO-CUMM en UNESCO.
Een hoogtepunt in de VRWB—werking vormde het colloqtnuni op 22 oktober 199(1 mei als thema ‘XVetenschal) als Cultuur’. 1 )at kwam er in navolging van de eerdere aanbeveling inzake het stimuleren van de cultuur- en gedragswetenschappen naar aanleiding van het gelijknamig onderzoek. De acta van deze studiedag zijn in juli 1997 verschenen. In december 1996 werd het eindrapport van de l)iscussiegroep rond de Situatie van de Onderzoeker (DGSO) m.h.t. cle loopbaanmogelijkheden van de Vlaamse onder zoeker aan de raad voorgesteld. 1 )e VRWB heeft het rapport zeer positief onthaald. in (lie zin dal het de eerste maal is dat over deze belangrijke materie zulk uitgebreid feiten- en cijfermateriaal werd sanwngebrachl en verwerkt. Als algemene conclusie stelt de VRWB dat de problematiek systematisch verder uitgespit moet worden in zijn commissie Wetenschapsbeleid. In navolging hiervan heeft (leze laatste een lijst opgesteld van verder uit te diepen thema’s, met name de FWO-politiek t.a.v. de per manente en andere nmndaten. de problematiek van de assistenten in de hogescho len, de kosten van posidoctorale onderzoekers in EU context, de teerkstelling en loopbaan van doctors, en de vrouwelijke vorsers.
Het werk jaar 1996 werd afgesloten met een belangrijke pro-actieve aanbeveling hij het Groenboek over Innovatie van de Europese Coinnussie: Kritische Priori teiten voor de Vlaanise regering. Deze aanbeveling betekende meteen een suc cesvolle start van de nieuwe permanente commissie Technologiebeleid, waar ze werd voorbereid. De VRWI3 besliste in het mei 1996 lot (le oprichting van voor melde commissie om gestelde problemen uit te (liepen die specifiek zijn voor het technologiebeleid en liet voorbereiden van de VRWB-adviezen en aanbevelingen terzake,
I)e commissie Technologiebeleid hield het hoge werktempo aan en bereidde het advies van januari 1997 voor betreffende de problematiek rond rekrutering van wetenschappers in het algemeen en van ingenieurs in het bijzonder. De aanleiding was hei verzoek van de minister-president aan de VRWB om een gemotiveerd omstandig advies uit te brengen over de krachtlijnen van zijn toespraak tijdens de “Dag van de Ingenieur”, georganiseerd ter gelegenheid van Flanders Technoland in april 1996. In zijn toespraak verwees de minister-president naar oorzaken cii moge lijke oplossingen voor het dalende aanbod aan ingenieurs. De VRWI3 opteerde ervoor om deze problematiek te verbreden en in zijn advies de volledige exacte weten schappen te betrekken. Nog in januari 1997 kwam een aanbeveling tot stand betreffende de bilaterale weten schappelijke en technologische samenwerking tussen Vlaanderen en de prioritaire partners. De vernieuwde aanpak terzake door de administratie Wetenschap en Innovatie wordt door de \TRWB positief onthaald. maar toch wenste de Raad enkele kritische noten te formuleren.
In zijn advies bij de beleidshrief 1995-1999 nam de VRWB zich voor het instrument TWETO nader te onderzoeken m.b.t. de kwaliteiisverbetering, het moderniseren van het instrument, het verhogen van cle toegankelijkheid en het definiëren van het doel publiek. I)e commissie Wetenschapsbeleid lichtte IWETO door en bereidde cle aan beveling voor clie de VRWB eveneens in januari 1997 goedkeurde. Begin 1997 kreeg de VRWB van de minister-president, tevens bevoegd voor Wetenschap en Technologie, het verzoek om op een gepast moment in de besluit vorming een advies uit te brengen bij het 5de Kaderprogramma van cle Europese Unie voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie-activiteiten (1998-2002). De VRWB bracht een eerste advies uit eind april 1997 hij het formele voorstel van de Europese Commissie voor het Sde Kaderprogramma van 9 april 1997, en steunde hiervoor op de grondige bespreking in zijn commissie Federale en Internationale Samenwerking. De minister-president raadpleegde de VRWB verder nog naar aanleiding van de eerste uitgave van het eerder vermelde Speurboekje. Dit Speurboekje, (lat in het najaar 1996 werd gepubliceerd, omvat een volledig en nauwkeurig overzicht van de uitgaven opge nomen in het HBPWB. In zijn advies verheugde cle raad zich erover dat in hoge mate rekening was gehouden met cle opeenvolgende VRWB-hegrotingsadviezen. Tevens werd een aantal suggesties geformuleerd ter vervollediging en ter verbetering van cle kwaliteit en gebruiksvriendelijkheicl van het jaarlijkse Speurhoekje. Uiteraard besteedde de VRWB en zijn commissies Wetenschapsbeleid, Technologiebeleid en Begroting en Financiën ook in het jaar 1997 ruime aandacht aan de beleid sbrief “Wetenschaps- en Technologiebeleid in Vlaanderen beleid sprioriteiten 1997”. Nog in het voorjaar werd een uitgebreid advies opgesteld, met inbegrip van een beknopte begrotingsanalyse 1997. -
Amper twee maanden later, in juni 1997, verscheen vervolgens het advies bij het Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma Wetenschapsheleid 1997. Naar goede gewoonte is dit advies gesteund 01) een uitgebreide analyse, geplaatst in een breder kader, en dit zowel geografisch als qua evolutie in (le tijd. Bovendien bevat cle analyse een aantal nieuwe elementen zoals een aanzet tot een model voor cle berekening van een prijsdeflator voor uitgaven van wetenschappelijk onderzoek en een analyse naar het evenwicht tussen de middelen vuur het niet-gerichte en het gerichte onderzoek. Een mooi voorbeeld voor het proactieve optreden van de VRWB, vormt de tweede aan beveling en bijhorende analyserapport betreffende cle Vlaamse deelname aan ruim teonderzoek in het kader van ESA, verschenen in juni 1997. De voorbereidende werk zaamheden gingen van start eind 1995 binnen het Technisch Comité voor Ruimtevaartonderzoek, dat de taak had om in navolging van de VRWB-aanbeveling van 1993 de evolutie in het ruimtevaartonderzoek en in ESA, het Belgische beleid ter zake en de Vlaamse betrokkenheid na te gaan. De TCRV-opdracht werd later uitge breid in het licht van de ontwikkelingen rond het vernieuwde industriële beleid van ESA. In dit rapport is cle VRWB er in geslaagd om een complex probleem met grote belangentegenstellingen grondig te evalueren en een consensusadvies te realiseren.
Reeds in de lente van 1996 diende de minister-president een verzoek om advies in over het toekennen van beurzen (1001- de Vlaamse universiteiten. Hij verzocht de VRWB de diverse systemen in kaart te brengen (lie de universiteiten toepassen om onderzoeksmandatcn uit te betalen in (le vorm van beurzen, en op basis hiervan aan bevelingen te formuleren. [itgaan(le van de resultaten van een door het VRWB secretariaat uitgevoerde enquête en op basis van grondige discussies, heeft de raad (leze problematiek uitvoerig besproken en eind 1997 zijn advies geformuleerd.
Ten slotte heeft de VRWB in (lecember 1997 een commentaar geformuleerd bij (Ie algemene problematiek van intellectuele eigen(lomsrechten, en in het bijzonder bij het voorstel van regelgeving voor vindingen aan de universiteiten (opgenomen in het voorontwerp van decreet betreffende het onderwijs IX). I)e VRWB acht deze materie dermate belangrijk en complex, en wenst dan ook diepgaander onderzoek hieraan te wijden in 1998.
herhaaldelijk kwam in de VRWI3 en zijn commissie Wctenschapsbeleid de proble matiek naar boven van evaluatie en kwaliteitszorg in het wetenschappelijk onder zoek. Uit de bespreking bleek dat er behoefte is om de diverse systemen m.b.t. kwa liteitsbewaking en evaluatie in kaart le brengen en na te gaan wat hun meerwaarde is. l)e VRWB heeft daarom een werkgroep ad hoc opgericht met als opdracht infor matie te verzamelen over systemen van kwaliteitsbewaking en evaluatie, hun gebruik, hun doelstellingen, en de projecten die in Vlaanderen hieromtrent lopen of op stapel staan. l)e VRWB hoopt met zijn initiatief de transparantie te verhogen en zo mogelijk meer efficiëntie te bewerkstelligen. I)e activiteiten van de ad-hocwerkgroep ‘Evaluatie van onderzoek’ gingen van start op 22 oktober 1997, en zullen afgerond worden in het voorjaar 1998.
In liet kader van de bespreking van de problematiek van de loopbaan van de onder zoeker, werd door de commissie Wetenschapsheleid (le situatie van de assistenten en de vorsers in de hogescholen als een specifiek probleem onderkend. De proble men volgen uit de doctoraatsvereiste Voor de toegang tot het ambt van doctor-assis tent, docent of hoogleraar. Ze situeren zich rond de Organisatie van de toegang tot de doctoraatsopleid ing van eigen atestudeerden en het feit dat (leze doctorandi tij dens de opleiding gedeeltelijk worden onttrokken aan de onderwijsopdracht. De CWB wijdde er een uitvoerige bespreking aan en formuleerde aansluitend zijn com mentaar. In januari 1998 werd de commentaar door de VRWB goedgekeurd en opge waardeerd tot het niveau van een aanbeveling. In zijn voornemen om in de toekomst meer naar buiten te treden en brede fora te sti muleren voor de grote thema’s inzake wetenschap en technologie, heeft de VRWB eind januari 199$ een workshop georganiseerd over ‘Universitair Onderzoek in Beweging’. [)e studiemiddag werd opgebouwd rond het recent gepubliceerde rap port ‘University research in transition’ van de OESO-Group on the Science Systern, en daarbij aansluitend de eveneens recente publicatie van een concrete gevalstudie over de ontwikkelingen terzake in Vlaanderen.
Naar aanleiding van de discussie in 1997 in de VRWB en zijn commissie Federale en Internationale Samenwerking rond de problematiek inzake de regeling van de intel lectuele eigendomsrechten tussen een universiteit of onderzoeks-instelling en een industriële partner, en gezien cle complexiteil van het dossier, overweegt de VRWB deze problematiek verder uit te diepen via een onderzoeksopdracht. Ter voorberei ding wordt een ad-hocwerkgroep opgericht met vooral IPR-experts uit cle industrie. die in een eerste fase de experlise in Vlaanderen in kaart zal brengen. Naar jaarlijkse gewoonte is in de VRWB en zijn vier commissies momenteel de be spreking aan cle gang van de beleidsbrief V1aams wetenschaps- en technologiebe leid: Beleidsprioriteiten 1998’, die zal uitmonden in één geïntegreerd advies in het voorjaar 1998. In de commissie Federale en Internationale Samenwerking werden recent nog twee thema’s afgerond. Een eerste betreft een ontwerprapport inzake de toenemende aan wezigheid van buitenlandse vorsers aan de Vlaamse universiteiten. Het rapport schetst de resultaten van een enquête hieromtrent in de Vlaamse universiteiten, en omvat aansluitend een aantal commentaren. I)aarnaast heeft cle CFIS. in het licht van het toekomstige 5de EL-Kaderprogramma, cle voorbiju Europese opleidings- en mohiliteitsprogramma’s onder cle loep geno men, en de pijnpunten gedetecteerd. De discussie hierover heeft geleid tot een ont werpaanbevel ing. I)e bespreking en goedkeuring van beide ontwerpteksten door de VRWB zijn even eens gepland voor het voorjaar 1998. Herhaaldelijk kwam in de VRWB en zijn commissie Wetenschapsheleid de proble matiek naar hoven van evaluatie en kwaliteitszorg in het wetenschappelijk onder zoek. Uit de bespreking bleek dat er behoefte is om de diverse systemen m.b.t. kwa liteitsbewaking en evaluatie in kaart te brengen en na te gaan wat hun meerwaarde is. I)e VRWB heeft daarom een ad-hocwerkgroep opgericht met als opdracht infor matie te verzamelen over systemen van kwaliteitsbewaking en evaluatie, hun gebruik, hun doelstellingen, en de projecten die in Vlaanderen lopen of op stapel staan. De VRWI3 hoopt met zijn initiatief de transparantie te verhogen en zo moge lijk meer efficiëntie te bewerkstelligen. I)e activiteiten van de ad-hocwerkgroep ‘Evaluatie van onderzoek’ gingen van start op 22 oktober 1997, en zullen afgerond worden in het voorjaar 199$.
Adviezen
VRWH-R/ADV 11 25januari1996
I)e beleidshrief Wetenschaps en Technologiebeleid in Vlaanderen Beleidsprioriteiten 1995-1999, van minister-president Luc Van den I3rande wordt door de VRWB erg gewaardeerd, Naast liet aankondigen van belangrijke plannen en initia tieven inzake wetenschaps- en technologiebeleid tekent de minister-president tevens een financiële doelstelling uit voor (le komende vijf jaar. I)e VRWB is des te meer tevreden dat de vele adviezen en aanbevelingen die de raad in het voorbije jaar for muleerde ten gronde zijn geanalvsecrd en hun neerslag vinden in deze heleidsbrief. Na etn gronclige systematische analyse van deze l)rief zal de VRWB aanbevelingen formuleren voor cle verdere concretisermg van geplande acties en voor eventuele bijsturing in d voorgesi(lde opties. I)u VRXVB hoopt clii te kunnen doen op een ileractwve wijze m4 het lwhidsniveau. -
In (lii cerste globah advies lwperkt de VRWI3 zich tol een aantal algemene aanbe velingen over globale krachtlijnen en in het oog springende voorstellen.
I)e VRWB spreekt zich eerst positief uit over liet samenbrengen van het hele spec trum van onderzoek, gaande van fundamenteel onderzoek over toegepast tol indus trieel-technologisch onderzoek, onder de bevoegdheid van één minister. Het is bov’ndien een goede zaak clai cle minister-president expliciet vermeldt dat cle voort zetting en zelfs versteviging van de inhaalbeweging voor Wetenschap en Technologie moeten leiden tol een evenwichtig weten schaps- en technologiebeleid. De VRWB is er erg mee ingenomen dat de Vlaamse regering als algemene budget taire richtlijn vooropstelt dat overheid en bedrijven samen ernaar moeten streven om tegen het jaar 2000 het niveau van de investeringen in onderzoek en ontwikke ling te brengen op 2% van liet Bruto Regionaal Product. Reeds voor 1996 is er een belangrijke verhoging van cle kredieten voor wetenschap en technologie, 2 miljard frank extra, clie grosso moclo in gelijke mate verde-lcl wordt tussen het niet georiënteerd en het gerichte onderzoek. liet fundamenteel onderzoek krijgt in deze beleiclsbrief uitgebreid aandacht, met als belangrijke positieve punten het valoriseren en (le versterking van cle huichge acto ren en het voornemen van cle regering een afstandelijk beleid te voeren zon der punc tuele inmenging.
1)e beleidsbricf maakt echter geen melding van cle versterking van cle basisfinancie ring van cle universiteiten en meer bepaald van een stijging van cle universitaire wer kingstoelagen. Niet-tegenstaande deze kredieten ingeschreven zijn in de onderwijs begroting, mag deze problematiek nochtans niet ontbreken in het kader van het algemene wetenschapsbeleid. De VRWB herhaalt zijn vroegere aanbeveling om het globale onderwijshudget te h erverd den over de verschillende onderwijsniveau s zodat universitaire werkingstoelagen een internationaal vergelijkbaar niveau zouden
kunnen bereiken en zodat de universiteit op Vlaams niveau een evenwicht tussen (le verschillende onderzoeksvelden zou kunnen behouden. De minister-president heeft tot genoegen van cle VRWB diens aanbeveling hij het rapport Wetenschap als Cultuur ter harte genomen en wil 190 miljoen frank aan wenden voor een onderzoekprogramma in de humane wetenschappen. Hij stelt daar bij expliciet dat er behoefte is aan deze extra impuls voor criteria van inter- of trans disciplinariteit, internationalisering, netwerkvorming, kwaliteit en professiona lisering. I)e heleidsbrief biedt verder hudgettaire mogelijkheden om de tijdelijke postdocto rale mandaten uit te breiden, zoals de VRWB expliciet bepleitte. T)e VRWI3 wil ook ingaan op de wens van de minister-president om een discussie aan te gaan over de permanente postdoctorale mandaten bij het NFWO. De VRWB beaamt de noodzaak van evaluatie en benadrukt dat het op de eerste plaats de universiteiten zelf zijn clie hierin de verantwoordelijkheid dragen. De raad zal op korte termijn uitgebreid aandacht besteden aan de evaluatieproblematiek en de diverse initiatieven daaromtrent. De optie van de minister-president dat het onderzoek binnen de bedrijven in Vlaanderen gestimuleerd moet worden om het Vlaams beleid in lijn te brengen met dat van onze belangrijkste handelspartners, wordt door de VRWB onderschreven. Een aanpassing van het F10V-besluit is weliswaar noodzakelijk. Zoals de VRWB in zijn hegrotingsadvies van 28 juni 1995 stelde moet (le overheids financiering voor 0&0-hestedingen in het bedrijfsleven op een internationaal ver gelijkbaar niveau worden gebracht, samen met een blijvende inspanning vanuit het bedrijfsleven zelf. De VRWB betreurt dan ook dat de vastleggingskredieten 1996 voor FIOV en IWT samen met 5,5% dalen tegenover 1995. De VRWB ondersteunt het idee van samenwerking en netwerkvorming tussen de bedrijven en gaat akkoord met de uitbouw van een decretale grondslag als kader voor financiering van de collectieve centra en clusters, met garanties voor het eigen karakter van heide systemen. I)e VRWB wenst in (lit verband te herinneren aan zijn advies inzake het convenant Vlaamse textielmachine- en systeemhouw van 10 juni 1993 en in het bijzonder aan de aanbeveling m.b.t. het IWT als hét overheidsloket voor selectie, evaluatie en financiering van het wetenschappelijk-technologisch onderzoek in de industrie. 1)at technologiediffusie één van de sleutelelementen wordt van het Vlaamse techno logieheleid, wordt door de VRXVB onderschreven, alsook (lat het wenselijk is om hiervoor meerdere sporen te volgen. Het is voor cle VRWB bovendien een belangrijk gegeven dat de technologische opwaardering van de Vlaamse KMO als een rode draad door het technologiebeleid voor de komende vier jaar heen loopt. De klem toon leggen op de verspreiding en toepassing van nieuwe technologieën in de KMO’s, betekent daarenboven een belangrijke stimulans. Drempelverlaging voor
aanwerving van hooggeschoolden in hM0s moet worden aangemoedigd zowel (le bedrijven als voor de universiteiten. len slotte onderschrijft de VRWB vol ledig hel belang dat de beleidsbrief hecht aan valorisatie van onderzoeksresultaten en steunt dan ook de oprichting van een valorisaliecel in liet IWT.
VOOr
VRWB-R/M)V 45 15 april 199(5 -
01) 1 februari 1996 keurde cle federale regering twee ontwerpen van koninklijke be sluiten goed ter oprichting van de Federale Raad voor Wetenschapsbeleid. liet eerste ontwerp van koninklijk besluit vermeldt de oprichting, de samenstelling, de opdrachten en cle organisatie van de verkzaamlieden van de raad. Het tweede RB-ontwerp regelt cle vertegenwoordigmg van de Gemeenschappen en Gewesten in (leze FRWB. De nieuwe FRWB-raad bestaat uit 33 leden waarin 16 leden zijn aangewezen door de federale regering en 17 door de Gemeen schappen en Gewesten waarbij een paritaire samenstelling wordt nagestreefd. De voltallige FRWB geeft advies over weten schappelijke samenwerkingsprojecten, die cle federale regering voorstelt aan de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en over vraagstukken inzake het weten schapsbeleid Voor het land in zijn geheel. De federale kamer van de FRWB bestaat enkel uit de leden voorgedragen (loor de federale regering en geeft advies aan cle federale regering over de federale bevoegd heden wetenschapsbel eid. Litgaand van zijn vroeger standpunt Ier zake (zie I3oodschap aan cle nieuwe \rln1nise regering met betrekking tot het Vlaamse wetenschapsbeleid’ van 30 mei 1995) heeft de VRVT13 een aantal aanbevelingen geformuleerd bij (leze twee KB-ont werpen. De VRWB kan niet akkoord gaan met de tweeledigheid van de FRWB, enerzijds de plenaire raad en anderzijds cle federale kamer. Dit schept verwarring en vergroot cle ondoorzichtigheid in cle organisatie van hel wetenschapsbeleid in BelgiÍ. De VRWB benadrukt dat dc actoren van het Vlaamse wetenschapsbedrijf ook over het federale wetenschapsbeleid ten gronde geraadpleegd willen worden. De VRWI3 wenst te benadrukken dat er binnen cle FRWB een acleciuaat evenwicht moet zijn, enerzijds, binnen de vertegenwoordiging van de wetenschappelijke krin gen en anderzijds binnen de vertegenwoordiging van economische en sociale krin gen. Het samenstellingsmoclel van de VRWB en de vroegere NRWB heeft zijn nut bewezen en doet dit nog steeds in cle VRWB. I)e FRWB moet in iuxtapositie staan t.o.v. de adviesraden van de Gemeenschappen en Gewesten en moet in zijn samenstelling een emanatic zijn van die respectieve lijke raden voor wetenschapsbelcid. I)at zal de coherentie van het federale weten schapsbeleid met dit van de Gemeenschappen en Gewesten bevorderen en opti maliseren.
1)e VRWB ziet als mogelijke pragmatische oplossing dat alle Vlaamse leden, zowel dc leden voorgedragen door de federale regering als de leden voorgesteld door de Vlaamse Gemeenschap, de facto leden van de VRWI3 zijn of minstens door de VRWB voorgesteld worden. De VRWB onderschrijft ten slotte het pleidooi van Minister A. Van Asbroeck, Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijkekansenbeleid om bij de voor dracht van kandidaten voor de FRWB een billijke vertegenwoordiging van vrouwen na te streven.
VRWB-R/ADV 46 25 april 1996 -
Het fed eraal impuisprogramma Duurzame ontwikkeling is bedoeld als antwoord op een internationale hevraging ontstaan uit de werkzaamheden van de Vèrenig(le Naties, waarbij vele leden door een heroriëntering van hun sociaal-economische acti viteiten een evenwicht nastreven voor hun leefomgeviiig. Ontwikkelde landen trach ten een evenwicht te vinden tussen de economische, maatschappelijke en milieuvereisten en streven naar een evenwichtig ontwikkelingsmodel dat beantwoordt aan de huidige behoeften zonder daarbij de mogelijkheden van de komende generaties te beperken. Het impulsprogramma ‘I)uurzame Ontwikkeling’ is ingedeeld in drie onderdelen: (1) Thematische onderzoeksprogramma’s, (2) Instrumenten. (3) Begeleidende en ondersteunende activiteiten. De VRWB onderschrijft het belang van het bovenvermelde onderzoeksprogramma in het algemeen, maar ook voor Vlaamse onderzoekers in het bijzonder, vooral omwille van de internationale dimensie van het programma. Wegens de te korte ter mijn van het verzoek om advies heeft de VRWB zich echter niet grondig kunnen beraden over de wenselijke inhoudelijke invulling van een dergelijk programma. De VRWB kan zich niet van de indruk ontdoen dat het programma opgezet werd om de lopende federale actieprogramma’s te verlengen, en aangevuld werd met een aan tal themata gekoppeld aan de federale resthevoegdheden. Daarmee wordt de VRWB-vaststelling, verwoord in zijn ‘Boodschap aan de nieuwe Vlaamse Regering’, bevestigd dat de federale staat slechts bevoegd is voor een aantal restbe voegdheden, waarvoor aanzienlijke kredieten voorhanden zijn. De VRWB meent bovendien (lat de lopende programma’s pas mogen verlengd wor den na een grondige evaluatie. Qua verdeelsleutel N/F meent de VRWB dat gestreefd moet worden naar 60/40 voor het hele pakket (en niet per thematisch onderzoeksprogramma). Voor alle onderzoeksprogramma’s moet een openbare oproep tot indienen van voorstellen worden gelanceerd. De selectie moet gebeuren op basis van weten schappelijke kwaliteitscriteria door onafhankelijke experts.
Om de belangen van de Vlaamse onderzoeksgemeenschap te behartigen, moet de vertegenwoordiging van de Gemeenschappen en Gewesten in de verschillende begeleidingscomités in verhouding staan tot hun respect ievelijke bevoegdheden inzake de thema’s van de verschillende deelprogramma’s. De begeleidingscomités moeten een belangrijke rol toebedeeld krijgen bij de voort
gangsbewaking, sturing en coördinatie van de respectievelijke onderzoeksprogram ma’s, en hij het eindadvies over selectie van de projecten. Om de coördinatie en de interactie tussen de diverse deelprogramma’s te bevorde ren, wenst de VR’VB dat er een overkoepelend begeleidingscomité komt met als doel hei hele plan om te vormen tot een geïntegreerd geheel.
VRW13-R/ADV 47 6juni 1996 en VRWB R/ADV 49 12 september 1996 -
-
Na zijn globaal advies van 25 januari 1996 bespreekt de VRWB in twee specifieke adviezen de belangrijkste onderwerpen die aan 1)0(1 komen in de bovenvermelde heleidshrief. Hieronder volgt een korte bloemlezing. Inzake monitoring en kwaliteilsbewaking beklemtoont de VR\VB (lat het bibliome trie—instrument alleen maar kan dieHen als achtergrondinformatie voor evaluatie commissies van deskundigen. 1 )e VR’VI3 vraagt tevens nadere informatie over de diverse initiatieven binnen de VLIR, de AWI en het IWT inzake evaluatie en kwali teitsbewaking van wetenschappelijk onderzoek en hun interactie. Het IWETO-systeem, dat één van de instrumenten is voor wetenschapsinformatie, vindt de VRWB veeleer gebruiksonvriendelijk. De VRWB zal onderzoeken hoe de kwaliteit van IWET() kan verbeteren, of het instrument gemoderniseerd kan wor den, hoe de toegankelijkheid verhoogd kan worden en wie het doelpubliek is. Bij de impulsactie voor de stimulering vaii de deelname van Vlaamse onderzoekers aan de Europese onderzoeksprogrammas, merkt de VRWB op dat de doelstellingen van het eerste deel, de verkennende internationale samenwerking, in ruime mate gerealiseerd werden met als gevolg een stijgende vraag binnen het tweede gedeelte, de cofinanciering. De universiteiten zouden dan ook over meer flexibiliteit moeten beschikken om de bestemming van liet toegekende budget zelf te bepalen ai1ankelijk van de bereikte resultaten.
l)e VRWB verwacht dat cle acties clie cle regering wenst te ondernemen om het wetenschappelijk onderzoek in de sociale wetenschappen. de geesteswetenschap pen en cle cultuurwetenschappen te stimuleren, tegemoet komen aan zijn aanbeve ling naar aanleiding van het VRWB-rapport “Wetenschap als Cultuur. Voor het wetenschapsbeleid met economische linaliteit is de VRWI3 van oordeel dat uitgegaan moet worden van de algemene economische, maatschappelijke en ecolo
gische doelstellingen van industriële activiteiten. Naast technologiediffusie en -voor lichting zal de overheid aandacht moeten hebben voor een aantal begeleidende maatregelen, zoals permanente vorming, arbeidsorganisatie binnen de bedrijven en een aangepaste regelgeving. In het licht van de recente aankondiging om het IWT om te vormen, stelt (le VRWB zich vragen bij de haast waarmee instellingen worden opgericht en hervormd. Instellingen die volop in ontwikkeling zijn en die hun waarde reeds bewezen hebben, zoals het IWL verdienen het nodige krediet. Voor de onderzoeksprojecten in het kader van het FIOV merkt de VRWB op dat de aan gerekende overheadkosten te laag zijn. Dit zou grondig moeten worden geanalyseerd op basis van reële kosten, maar 20% overheadkosten lijkt de VRWB een minimum te zijn. Betreffende het clusterbeleid wijst de VRWB op het belang van voldoende flexibili teit om bestaande clusters te kunnen aanpassen en nieuwe toe te voegen in functie van het wijzigende innovatielanclschap. Voor de Collectieve Centra dringt de VRWB aan op een evaluatie van elk centrum afzonderlijk. Tevens zal per centrum moeten worden nagegaan of het wenselijk is de financiering te regionaliseren en wat de financiële implicaties hiervan zijn. De bedrijven in kwestie moeten daarbij gehoord worden. De hogescholen hebben volgens de VRWB vooral een taak voor wat betreft ontwik keling. Voor onderzoeksopdrachten dienen ze samen te werken met de universitei ten, die garant staan voor de wetenschappelijke kwaliteit. De VRWB meent een discrepantie vast te stellen. Enerzijds sluiten de O&O-uitgaven van de bedrijven in Vlaanderen zich aan bij het gemiddelde van de O&O-bestedin gen door de industrie in onze vijf belangrijkste handelspartners. Anderzijds is Vlaanderen relatief sterk in sectoren die gekenmerkt worden door een eerder lage O&O-inhoud. Daarom beveelt de VRWB een kwalitatieve beoordeling aan, gevolgd door adequate beleidsmaatregelen. 1 hEE
ADVIES •131•J 1)5. BFAROTING VRWB-R/ADV 18 12 september 1996 -
De VRWB analyseert in dit advies de belangrijkste begrotingsgegevens uit (le beleid sbrief Het wetenschaps- en technologiebeleid in Vlaanderen beleiclsprioriteiten 1995 1999 en toetst deze gegevens aan zijn advies bij de Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramm&s Wetenschapsbeleid (HBPWB) 1994 en 1995. De belan grijkste vaststellingen en aanbevelingen worden hierna in het kort weergegeven. -
-
De financiële inhaalbeweging van 2 miljai-d frank, aangekondigd in de beleidsbrief, wordt integraal uitgevoerd in het begrotingsprogramma 1996. De stijging van (le middelen voor wetenschapsbeleid wordt vrij evenwichtig verdeeld over het niet-georiënteerd en het georiënteerd onderzoek. Er wordt 714 mio frank
meer uitgetrokken Voor het niet—georiënteerd onderzoek. 1210 mio frank Voor het welenschapsheleid met economische finaliteit en 433 mio frank voor het algemeen wetenschapsheleid, waarvan een deel eveneens bestemd is voor niet georknteerd onderzoek (zoals om, 1a7 mio frank voor het deel Wetenschap als Cultuur in het 1 flipu lsprogriinma 1 In mama’ Wetenschappen) litgezonderd liet nieuwe impulsprogrammivi voor (le 1 luniane Wetenschappen. wor (len de extra middelen vooral gekanaliseerd via de bestaande kanalen (NFWO, BOF, IWT, FIOV). De universitaire basisfinanciering via de werkingstoelagen wordt in reële termen niet verhoogd. Het beleid ten aanzien van het industriële onderzoek gefinancierd via IWT en FIOV moet tot uiting komen in de vastleggingsmachtigingen. Door het ontbreken van retro-actieve en pro-actieve toelichtingen hierbij blijft het moeilijk om de reële dvna miek ervan te volgen. De VWtVB beklemtoont (lat liet belangrijk is om de aangevatle omvangrijke inhaal beweging voor het wetenschappelijk onderzoek aan te houden, met een evenwich tige verdeling tussen het niet-georiënteerde en liet georiënteerde onderzoek. Het accent moet blijven liggen op zwaartepunt- en netwerkvorming. kwaliteit en valori satie. I)e bestaande kanalen moeten verder versterkt worden zodat ze optimaal hun doelstellingen kunnen reah seren. De VRWB blijft pleiten voor een versterking van de universitaire basisfinanciering. De 20% eigen bijdrage voor het Bijzonder Universitair Onderzoeksfonds kan alleen dan gehandhaafd worden. Voor liet wetenschapsheleid met economische finaliteit pleit de VRWB voor een snelle duidelijkheid in de plannen van de Vlaamse overheid en in het bijzonder in de beleidsopties van het innovatiedecreet. 1)e VRWB blijft het belang benadrukken van het 1-lorizontaal Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid (HBPWB) als beleids- en evaluatie-instrument, alsook van het opstellen van een relevant stel kwantitatieve en kwalitatieve in— en outputindicatoren voor O&O.
VRWB-R/A1)V 50 23 januari 1997 Naar aanleiding van de vele polemieken in de pers en op studiedagen, vraagt de minjs ter-president de VRWB om advies over de problematiek van (le rekrutering van inge nieurs en het toelatingsexamen. 1)e VRWB is echter van mening (lat de gestelde pro blematiek ruimer is en heeft in zijn analyse niet alleen de toegepaste wetenschappen en
de richting industrieel ingenieur in beschouwing genomen, maar ook de exacte weten schappen en de toegepaste biologische wetenschappen. Tevens merkt de VRWB op dal het noodzakelijk is om grondig na te denken over wat het streefdoel moet zijn op lan gere termijn van een sturing ten aanzien van de rekruteringspolitiek, waarbij de indus trie haar hoogwetenschappeiijke en technologische ambities moet kunnen definiëren.
In het Groenboek over Innovatie van de Europese Commissie wordt als één van de actielijnen voor het bevorderen van innovatie het versterken van het menselijk potentieel naar voren geschoven. De VRWB heeft dit onderschreven en tevens gewaarschuwd voor de dalende interesse hij de jeugd voor technisch georiënteerde richtingen. Bovendien is er vanuit de industrie een duidelijk signaal gegeven over het nijpend tekort aan ingenieurs. Dat wordt enerzijds veroorzaakt door de dras lische vermindering van het aantal kandidaten voor ingenieursstudies en anderzijds door de herneming van de economische activiteiten. Traditioneel worden vooral burgerlijk en industrieel ingenieurs ingezet voor tech nische functies, maar volgens de VRWB kunnen sommige jobs, waarvoor technolo gische kennis vereist is, even goed ingevuld worden door fysici, scheikundigen eventueel na aanpassing van hun opleiding. Alle gediplomeerden zowel uit de exacte als de ingenieurs-wetenschappen moeten optimaal worden ingezet voor de bevordering van innovatie en valorisatie en voor de verbetermg van de levenskwaliteit.
Hei verzamelde cijfermateriaal bevestigt dat de belangstelling van jongeren voor stu dierichtingen in de exacte en toegepaste wetenschappen in de voorbije 10 jaar relatief gezien (laait. Maar (le meest opvallende daling wordt vastgesteld voor cle richtingen burgerlijk ingenieul; industrieel ingenieur en scheikunde, die alle richtingen zijn met vooral een industriële finaliteit. De richting burgerlijk ingenieur- architect, waarvan het verband mei cle menselijke omgeving veel explicieter is, zit daarentegen in (le lift. Fysica, informatica en (ie toegepaste bioiogische wetenschappen handhaven relatief gezien min of meer hun aandeel, terwijl de zo gezegde meer humaan gerichte exacte wetenschappen. zoals biologie en geograile sterk stijgen en de schade voor de hele groep wetenschappelijke richtingen beperken. Ook wiskunde en geologie blijken stij gers te zijn, maar hebben minder impact, daar ze in absolute cijfers kleine groepen blij ven.
De VRWB heeft voor deze dalende trend een aantal mogelijke oorzaken gedetec teerd en daarbij volgende aanbevelingen geformuleerd.
Om de dalende interesse van cle jeugd voor de wetenschappen om te buigen, sug
gereert de VRWB volgende acties: het organiseren van gepopulariseerde Weten schappelijke projecten. het beklemtonen in hel basisonderwijs en het secundair onderwijs van die attitucles clie de innovatiegeest bevorderen, het inschakelen van de media om wetenschap en technologie dichter bi de mensen te brengen. De VR’vVB vindt het belangrijk dat wetenschappelijk onderzocht wordt welke motie ven meespelen hij jongeren in de keuze van hun studierichting, zodat meer gerichte remedirende acties kunnen worden ondernomen In afwachting stelt de VR\VB voor om de belangrijke acloren bij de studiekeuze (leraren, PMS-centra, ouders en studenten) objectief te informeren over de kansen voor de latere beroepsuitwegen. Een extra actie moet zich specifiek richten naar de meisjes, hij wie een groot niet aangesproken potentieel aanwezig is, om meer te kiezen voor wetenschappelijke en
technologische studierichtingen.
In het bijzonder voor de rekrulering van toekomstige ingenieurs zal een inspanning moeten worden geleverd om het negatieve unago van cle ingenieur op te poetsen. Vooral de brede inzetbaarheid in diverse functies moet als pluspunt benadrukt wor den. Een ingenieur is een creatieve persoon die innovatief naar oplossingen zoekt voor technische problemen, 01) maatschappelijk vlak, voor de duurzame ontwikke ling, milieu, mobiliteit, enz. In het programma van de ingenieursstudies moet naar een evenwicht worden gezocht tussen het aanleren van vaardigheden en het verwerven van kennis, en meer aandacht worden besteed aan svnthetisch en conceptueel denken. liet toelatingsexanien zou een signaal moeten zijn dat de geslaagden een grote kans hebben om ingenieur te worden. Een ingenieur heeft een bepaalde voorkennis van wiskunde nodig, maar het toelatingsexamen mag geen oveni reven (1 rempel vormen voor poteniiile studenten ingenieur. I)aarom opteert de VRWB voor een toclatin gs examen, afgestemd op een vooropleiding in de humaniora met fi lestijden wiskunde.
VRXVB-R/AI)V 51
-
24 april 1997
Op 9 april 1997 heeft de Europese Commissie het formele voorstel voor het Vijfde Kaderprogramma (5cle KP) van de Europese Unie goedgeketird. Met dit 5de KP wil de Europese Commissie een nieuwe richting uit, door cle inspanningen te concen treren en meer aandacht te besteden aan valorisatie van resultaten en management aspecten. liet nieuwe KP wenst op die manier meer rekening te houden met de eco nomische en sociale behoeften van (le Europese unie en de burger.
I)e minister van Wetenschap en Technologie heeft begin 1997 de VRWB gevraagd op een gepast moment in de besluitvorming een advies uit te brengen bij dit Vijfde Kaderprogramma en de ontwikkelingen errond. De VRWB heeft een eerste advies uitgebracht hij het formele Commissievoorstel. Hierna volgt een beknopte samen vatting. FIet 5de KP wordt ingedeeld in zes deelprogrammas, te onderscheiden in 3 thema tische (levende wereld en ecosysteem, informatiemaatschappij, duurzame groei) en 3 horizontale programmas (internationalisering Europees onderzoek, innovatie en verbetering menselijk potentieel). Elk van de thematische programmas heeft een aantal sleutelacties of key actions. Deze zijn sterk industrieel en probleemgericht, maar omvatten het volledige gamma van activiteiten nodig om de doelstellingen te bereiken, gaande van basisonderzoek tot ontwikkeling en demonstratie. l)e \TRWB stelt volgende bijkomende sleutelacties voor: (1) cultureel erfgoed en het ruime domein van de humane wetenschappen; (2) ouderen en gehandicapten. Ook de belangrijke thema’s milieu en energie kunnen het best in een extra themaprogramma samengebracht worden. l)e raad vraagt voldoende aandacht voor basisonderzoek. Sociaal-economische aspecten zouden binnen elk van de sleutelacties moeten worden geïntegreerd. De rol en betrokkenheid van universiteiten en onderzoeksinstellingen moeten worden gewaarborgd. De VRWB pleit verder voor gelijke kansen enerzijds voor grote en kleine landen, anderzijds voor grote en kleine programma-onderdelen, onder meer via een duide lijke inzage in de procedures, procesbewaking en -sturing tijdens de loop van het programma. De in bepaalde programmacomités bestaande best practices’ moeten voor het hele 5de KP veralgemeend worden. I)e VRWB benadrukt het belang van een uniform Europees statuut dat de mobiliteit van onderzoekers in de Europese Unie vergemakkelijkt. Ook de bench fee moet aan de reële werkingskost aangepast worden. Ten slotte is de VRWB voorstander van een ambitieus budget voor het 5de KR op voorwaarde dat er voldoende aandacht voor fundamenteel onderzoek is via vooraf vastgelegde budgetpercentages.
VRWB-R/ADV 52 24 april 1997 -
De minister van Wetenschap en Technologie kondigde bij het begin van de regeer periode een speurhoekje aan, dat jaarlijks een volledig en nauwkeurig overzicht geeft van (Ie uitgaven opgenomen in het Horizontale Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid (HBPWB). De eerste uitgave van het Speurboekje verscheen in oktober 1996, de tweede wordt eerstdaags verspreid.
I)e miius[er—president vroeg de VRWB om advies l»j dit eerste Speurboekje. Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van de raad. Algenwen wordt het Speurboekje zeer positief onthaald. Er werd in hoge mate reke ning gehouden met de opeenvolgende hegrotingsadviezen Van de VRWB. I)e inten tie is duidelijk om tot een éénduidig HBPWI3 te komen.
Tevens wordt een eerste aanzet gegeven tot een bestedingsanalyse voor de FV/O- en 1WT-middelen. De VRWB dringt er op aan deze middelen verder uit te breiden naar onder meer onderzoeksmslellingen, departementen, Vlaamse Openbare Instel lingen en universiteiten. De VR\VB suggereert om in de toekomst ook de uitvoering van bepaalde hegro tingsposten na te gaan en te toetsen in hoeverre de initiële planning wordt gevolg d. Men zu kunnen beginnen mei de evolutie van de vastleggings- en betalingskred ie ten van FIOV en IWT \‘erder formuleert de VR\VB een aantal opmerkingen om de kwaliteit van het Speurboekje te verhogen. Zo zouden in het HBPWB enkel begrotingsposten mogen worden opgenomen (lie terecht en gefundeerd de benaming W(etenschapsbeleid) dragen. Multiplicatoren, onder meer voor 1MEC en VITO. moeten op een meer reële basis vast gesteld worden. liet beleidsondersteunencl en beleidsgerichte onderzoek wordt in het HBPWB ondergebracht in verschillende rubrieken. De VRWI3 vraagt een volledig overzicht van dit soort onderzoek. liet Speurboekje 199(3 geeft geen NABS-opdeling van cle kredieten wetenschapsh e leid, uitgezonderd voor de VWO—middelen. Voor internationale vergelijkingen blijfi cle NABS-classificatie belangrijk, maar de methode moet verfijnd worden. Voor het fundamenteel onderzoek is de VRWB eerder voorstander om gebruik te maken van de interuniversitair vastgelegde onderverclehng in 29 wetenschappelijke disciplines (Besluit van 4.02.1997 inzake het universitaire jaarverslag). Het Speurboekje 199(3 vermeldt enkel nominale kredieten. Daar voor cle VRWB het HBPWT3 een belangrijk beleids- en evaluatieinstrument is. zou het wenselijk zijn (Ie reële evolutie van dc kredieten te kennen. l3ijgevolg kan het best een specifieke prijsdetlator voor de O&O-uitgaven worden ontwikkeld. De VRWB zal zelf een eerste oefening doen in zijn begrotingsadvies. Ook het opstellen van een relevant stel kwantitatieve en kwalitatieve in- en output indical oren voor O&O wordt nogmaals bepleit. lot slot formuleert de VRWLI een aantal suggesties ter verbetering van de gebruiks vriendelijkheid van het Speu rboekje.
VRWI3-r/A1)V 53 2 1 april 1997 -
I)e minister-president. tevens minister van Welenschaps- en Technologiebeleid. vroeg de VRWB om advies bij zijn beleidshrief 1997. Naast vaststellingcn en aanbe velingen hij deze beleidsbrief, bevat het advies ook een beknopte analyse van de begrotingsprogramma’s clie rechtstreeks onder de bevoegdheid van cle minister-pre sident vallen, alsook een toetsing van deze gegevens aan vorige VRWB-adviezen. Hierna worden de belangrijkste bevindingen van cle VRWB kort samengevat. Dc VRWB looft de Vlaamse regering ervoor (lat ze de inhaalbcwcging m.b.t. het wetenschappelijke onderzoek, die werd aangekondigd in haar regeerakkoord, in 1997 voortzet en voor de tweede maal twee miljard frank extra kredieten uittrekt voor weten schaps- en technologiebeleid. Voor het fundanwnteel onderzoek moet volgens (le VRWB de toename van de finan ciële middelen vooral dienen om de bestaande kanalen (FWO-Vlaanderen en cle bij zondere universitaire onderzoeksfondsen) te versterken, zodat ze hun doelstellin gen zo optimaal mogelijk zouden kunnen verwezenlijken. L)e VRWB j)leit nogmaals met veel nadruk voor een structurele oplossing van de basisfinanciering van de universiteiten. bv. door een herverdeling van cle globale onderwijsuitgaven of door een algemene herschikking van de overheidsuitgaven. Inzake het wetenschapsheleid met economische finaliteit onderschrijft de VRWI3 de idee dat innovatie breder is dan wetenschappelijk en technologisch onderzoek en een aantal begeleidende maatregelen (naar bedrijfscultuur, management, financie ring, kwaliteitszorg...) vergt. Maar in het hele innovatieproces is de technologische component van kritisch belang, evenals vorming en het inpassen in de maatschap pelijke behoeften. De VRWB verwijst in dit verband naar de 4 Os belangrijk in het innovatieproces: Opleiding. Opwaardering, Ontwikkeling, Onderzoek. Voorts dient er onderzocht te worden hoe de doelmatigheid van de ingezette mid delen voor het wetenschapsbeleid met economische finaliteit kan worden versterkt voor cle creatie van (sociaal economische) toegevoegde waarde. De VRWB pleit voor een geschikt mechanisme om het industriële, economische lange-termijnonderzoek goed af te stemmen op een zo goed mogelijke return op sociaal en econo misch vlak. Vraag (vanuit de industrie) en aanbod (door de onderzoeksinstellingen) voor O&O met economische finaliteit moeten zich deels onaffiankelijk van elkaar kunnen ont wikkelen. Per domein, sector of per project moet nagegaan worden hoe aanbod- en vraagzijde zich t.o.v. elkaar kunnen positioneren om in een strategische samenwer king op de versnelde technologische evolutie in le spelen. -
De VRÂTB ondersteunt het initiatief om aan KMOs die bereid zijn te innoveren, hoog geschoolden ter beschikking te stellen. Tevens zouden de hogescholen ingeschakeld moeten worden in de verspreiding van technologie en kennis naar cle KMO toe.
I)e stelling dat het mank loopt wat betreft de omzetting van wetenschappelijke onder zoeksreultaten in industriële en maatschappelijke toepassingen, wordt door de VRWB bevestigd. 1 Her moeten dringend initiatieven ontwikkeld worden of bestaande acties en
instrumenten versterkt, met een betere stroomhining van de diverse actoren. Voor beleidsgericht nnderzoek ten slotte zal een nieuw progranmia worden opgestart met een budget van -lijf) miljoen frank. De toelichting hij dit nieuwe initiatief, waarvoor een vrij omvangrijk krediet wordt uitgetrokken, is nogal summier gehouden. De VR\VB kan zich wel vinden in de intentie om sectoraal heleidsgericht onderzoek zo veel mogelijk samen te brengen en procedures, mechanisnwn te standaardiseren zodat de zichtbaarheid en cle opvolging van het onderzoek duidelijk verbeteren.
3
VRWB R/ADV 51 26 juni 1997 »
In zijn meest recente hegrotingsaclvies heeft de \.TR\VB naar goede gewoonte het Vlaamse horizontale begrotingsprogranima welenschapsbeleid 1997, cle federale begroting wetenschapsbeleid 1997 en de internationale positionering van de Belgische O&O-inspanningen geanalyseerd. \Toor het eerst werd ook de verdeling nagegaan van cle budgetten over het wetenschappelijk onderzoek met academische. economische en beleidsgerichte finaliteit. De VRWT1 waagde zich levens aan een oefening voor het berekenen van een specifieke prijsdefiator voor O&O-uitgaven. Hierna volgt een korte bloemlezing van cle belangrijkste vaststellingen en aanbeve lingen van de VRWB. De totale Vlaamse O&O-beleidskredieten stijgen in de periode 1992-1996 in reële ter men met +23% en bedragen in 1997 ruim 19 miljard frank. 1)e Vlaamse en federale middelen samen voor het niet-gericht onderzoek stijgen veel minder (+3,92%) reëel, of exclusief O&O-aandeel werkingsuitkeringen (+6% reëel) in (lie periode, en bedragen in 1997 nominaal 10,5 miljard frank (exclusief O&O—aan (leel werkinguitkeringen 5,8 miljard frank). 1)eze voor O&O met economische fina liteit groeien zeer sterk (+71% reëel tussen 1992 en 1996) tot 7.3 miljard frank nomi naal in 1997. Voor het heleidsgericht onderzoek noteert cle VRWB eveneens een belangrijke stijging (+18,5% reëel) tot een nominaal bedrag van bijna 5,5 miljard frank in 1996. In cle drie gevallen zijn het bijna uitsluitend cle Vlaanise middelen clie reëel aangroeien. De grote stijging van cle Vlaamse O&O-ukgaven met economische finaliteit wordt deels verklaard door de oprichting van het V113 (Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biolechnologie) en het op kruissnelheid komen van het IWI De VRWB pleit voor een parallelle ontwikkeling van de middelen voor niet-gericht onderzoek en voor O&O met economische finaliteit. De extra middelen moeten vooral hiervoor worden ingezet, eerder clan liet beleidsgericht onderzoek verder te laten aan groeien.
Enerzijds wettigt cle dynamiek van het IWT een verdere en sterkere stijging van de IW’f»fondsen Anderzijds rechtvaardigt de nog steeds té hoge spanning tussen de
LF
aangevraagde en beschikbare mandaten, een verdere substantiële versterking van het FWO en de Bijzondere Universitaire Onderzoeksfondsen. Tevens bevestigt de VRWB zijn pleidooi voor een structurele versterking van de universitaire basisfi nanciering en voor de uitbouw van het postdoctoraal niveau. Specifiek voor de sector van het heleidsgericht onderzoek, dringt de VRWB aan 01) meer objectivering, in het bijzonder qua procedures inzake verdeling en toekenning van budgetten, betere kwaliteitsgaranties en meer aandacht voor valorisatie en eva luatie van de output. Internationaal gezien kennen de Belgische O&O-overheidsuitgaven, in tegenstelling tot die van onze vijf belangrijkste handelspartners, vanaf 1990 geen dalende trend en blijven ze schommelen rond 0.61% van het BBP Vooral de Vlaamse overheid zorgt voor deze stabiele situatie.
1992
Vlaamse en Federaie O&O kredieten
—
-
1 2
Voor het niet-georiënteerde onderzoek aan de Vlaamse universiteiten 1 in lopende pui/en in reële prijze n (‘olgcn. deflalormodel .1 jaarlijks ½ verschil
1
t
5.125,71)
0,ullt H.’ 1 1
5.)t’>, II)
9.016.5))
9.95,5()
8.l’5.70
7.h62.’0 -3,2,
S.t.tti9.i’0
/, 09,30 t 09
5. 117.2)) 3
-
t) ‘
-
10.5 ltt.Stt
Inclusief O&O-aandeel in de werkingsuitkeringen aan de Vlaamse universiteiten (25%). Op basis van de berekende detlator, volgens de werkhvpotheses van de Commissie Begroting en Financiën van de VRWB. Het grote verschil tussen cle nominale en de reële groei van cle kredieten voor het niet-gericht onderzoek moet met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd worden, aangezien dat vooral het gevolg is van een sterke stijging van de kostprijs van een onderzoeker/AAP-lid (kostprijs bursalen niet in rekening gebracht), zijnde een element van het prijsdeflatorinodel.
VRWI3-R/ADV 55 30 oktober 1997
De minister-president vroeg in de lente van 1996 de Vlaamse Raad voor Vetenschapsbe1eid oni advies over het toekennen van beurzen door de \Tlaamse uni versiteiten. Hei VRXVB—secreiariaat voerde een enquete uit hij de Vlaamse universi teiten om (Ie toegepaste systemen in kaart te brengen. In zijn advies, dat op basis van de enqu’teresu1taien tot stand kwam, pleit (le VR\VB voor een ZO groot mogelijke harmonisering van de universitaire beurssystemen, maar toch met (le nodige flexibiliteit. I)e harmonisering dient de realisatie van het oorspronkelijk objectief van het beurssysteem te bevorderen, niet name stimuleren dat meer jonge vorsers een doctoraatsopleiding kunnen aanvatten en met succes beëindigen. Voor de hnanciering van doctoraatsbeurzen moeten in principe alle Onderzoeksiflid delen in aanmerking komen, op voorwaarde dat er voldoende garanties zijn voor het voorbereiden van een doctoraatsstudie. Ook de wetenschappelijke vrijheid mag niet in het gedrang komen. 1)e VRWB pleit verder voor realistische heurstermijnen en beveelt een beurstermijn van 1 jaar aan met een evaluatiemoment na 2 jaar.
Grote verschillen in beursbedragen zijn volgens de VRWB niet te verantwoorden naar de heurshouders toe, maar een zekere mate van flexibiliteit kan wenselijk zijn. De VRWI3 beveelt dan ook aan om het beursbedrag te relateren aan de AAP-wedde binnen een marge van minimaal 80% tot 100% van de AAP-wedde. I)e VRWB stelt tevreden vast (lat alle universiteiten de nodige bijdragen voor (le sociale zekerheid betalen, zodat de hursaal sociaal beschermd is, zoals andere werk
nemers.
En tot slot is de VRWB voorstander van het algemeen invoeren van een (loctoraats premie. Dit is een goede stimulans voor de doctorandus om zijn doctoraat tot een goed einde te brengen.
Aanbevelinijen t VRWB-R/AANB 09-25 april 1996 Met zijn beleidsplan toont het NFWO aan een dynamische organiste te zijn, die bereid is over haar eigen werking na te denken en ze bij te sturen. liet beleidsplan van het NF%V() steunt op een ruime raadpleging van de wetenschappelijke gemeen schap en houdt rekening met de beleidsopties van de overheid en eerdere VRWB aanbevelingen. De verworvenheden uit het verleden worden op een constructieve wijze ingeschakeld in en vernieuwend beleid, dat inspeelt op de nieuwe trends in het Vlaainse wetenschapsbeleid. In zijn aanbeveling beklemtoont de VRWB de belangrijke rol die het NFWO speelt voor het niet-georiĂŤnteerd wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen. Het NFWO moet inderdaad ruimte blijven scheppen voor het initiatief van de wetenschappelijke wereld om met originaliteit snel in te spelen op de allernieuwste stromingen, talent ontdekken en aldus het onderzoek aan de kennisgrens van het onbekende steunen. l)e VRWB onderschrijft dat het NFWO hierbij als enig criterium de kwaliteit van het onderzoek kan en mag aanwenden. Er dient onderzocht te worden hoe het NFWO naast het zaal- en incubatieniveau ook en rol kan spelen in de consolidatiefase. Deze fase heft tot doel en langetermijn uitbouw van hooggekwalificeerde onderzoekseenheden (door os. structurele steun aan excellenticcentra). De organisatie van en doorgedreven wetenschappelijke evaluatie van de aanvragen voor mandaten en projecten in alle stadia en op alle niveaus is van cruciaal belang. Er moet continu gestreefd worden naar een optimale werking van de wetenschap pelijke commissies. Voor het NFWO is de responsabilisering van de wetenschappe lijke commissies dan ook de krachtlijn in het beleid. In de samenstelling van de wetenschappelijke commissies moet het principe bewaard blijven om Franstalige Belgische en buitenlandse experts te betrekken en zelfs de meerderheid te laten uitmaken. I)it zal mogelijke partijdigheid minimaliseren. De procedure voor de verdeling van de aanvragen over de diverse commissies zou meer transparant mogen zijn. De VRWB beveelt aan dat de commissievoorzitters systematisch hun verantwoordelijkheid opnemen en en actieve rol spelen. De VRWB beveelt het NFWO ook aan een inspanning te willen leveren met betrek king tot het geven van feedback na het beĂŤindigen van de procedure, in het bijzon der wanneer een projectvoorstel niet aanvaard wordt De domeinraden. waarvan sprake in het beleidsplan, zouden zich in het algemeen permanent dienen te beraden over de werking en de coĂśrdinatie van de weten schappelijke commissies, in het bijzonder over de meest geschikte procedure voor de externe raadpleging per specifiek domein en over de indeling van de commissies.
Wanneer de samenstelling en de aard van de commissies gewijzigd worden, is het noodzakelijk het principe en de aard van de domeinraden opnieuw te bekijken.
Evenals hel NFW() hecht de VRWB een groot belang aan cle postdoctorale actie en ze voorstander van (le uitbouw van een volwaardig posldoctoraal korps hij het NFXVO. Enerzijds zal (lii posidoctoraal korps bestaan uit een kader van permanente onder zoekers met een contract van onbepaalde (1uur op topniveau. 1 )eze onderzoekers verdienen een gelijkwaardig statuut als het universitair zelfstandig academisch per soneel. Hun aantal blijft beperkt. maar de huidige limiet vastgesteld op 200 perma nente mandaten ligt voor de VR\VB te laag, gelet op het grote potentieel en cle grote behoeften. Anderzijds zal in (lit postdoctoraal korps plaats zijn voor tijdelijke niandaten, be stemd voor onderzoekers op topniveau in een zeer creatieve periode. Zij zullen een belangrijk deel uitmaken van het rekruteringspotentieel voor de aankomende vervangingshehoeften van het zelfstandig academisch personeel in de universi teiten. liet recent door het NEWO ingevoerde postdoctorale systeem, waarbij postdoctorale manciaten van (Iriemaal drie jaar kunnen worden toegekend, biedt een betere garantie op een terugkeer naar Vlaanderen van postdoctorale onder zoekers. clie internationale expertise hebben verworven. Er kunnen evenwel pro blemen rijzen voor wie nadien eventueel geen plaats vindt in het ZAP-korps. ter wijl andere beroepsuitwegen schaars worden voor loponderzoekers van 35 jaar en OU (le 1. is
De VRWI3-leden ondersteunen (le initiatieven om de mandaathouders met een contract van onbepaalde duur optimaal in te schakelen in de werking van de onthaal instellingen. De wenselijkheid voor het voeren van een lineaire politiek over alle domeinen heen wordt evenwel in twijfel getrokken. ‘Dé universiteit” bestaat niet en cle problemen qua doorstroming die rijzen in de talrijke wetenschappelijke disci plines zijn vaak fundamenteel verschillend. In cle VRW13 hebben de vertegenwoordigers van de universiteiten tenslotte laten opmerken (lat door de toename van de middelen voor wetenschappelijk onderzoek waarover de VRWB zich trouwens ten zeerste verheugt de universiteiten proble men krijgen voor de financiering van ondersteuning en indirecte kosten.
-
-
VRWB-R/AANB 10 6 december 1996 -
De commissie Technologiebeleid van de VRWI3 heeft het Groenboek over innovatie van cle EU-commissie besproken als inspiratiebron van liet te voeren Vlaamse inno vatieheleid. Op basis van cle vijf hoofcldoelstellingen van clii Groenboek formuleert cle VRWB een reeks aanbevelingen voor de Vlaamse overheid. Een bloemlezing.
Het onderzoek beter op innovatie richten De VRWB blijft pleiten voor een verhoging van de uitgaven (door overheid en privĂŠ) voor Onderzoek en Ontwikkeling tot meer (lan 2% van het bruto regionaal product, maar stelt (lat cle in O&O-geĂŻnvesteerde middelen beter gefocust moeten worden. Op korte termijn zouden acties moeten worden ondernomen om een goed even wicht te realiseren tussen onderzoek dat waarschijnlijk zal leiden tot een return en onderzoek waarvan de uitkomst moeilijk te voorspellen is. De VRWB beklemtoont (lat het fundamenteel onderzoek cii hasisonderzoek in het kader van innovatie van cruciaal belang zijn en op lange termijn de enige garantie voor creativiteit bieden. Niettemin moeten onderzoekers in universiteiten en onder zoeksinstellingen gestimuleerd worden om nog meer bewust te zijn van de terugverdien capaciteit van onderzoeksinvesteringen. Onderzoek is universeel en moet duidelijk op wereldniveau gebeuren. Maar in Vlaanderen moet de voorkeur uitgaan naar onderzoek waar bedrijven in Vlaanderen op korte en lange termijn gebruik van kunnen maken of waaruit nieuwe bedrijfs activiteiten of nieuwe bedrijven in Vlaanderen kunnen ontstaan. liet gaat hierbij niet enkel over exacte wetenschappen maar eveneens over humane weten schappen, omdat onderzoek naar intermenselijke relaties, andere culturen, historische achtergronden even cruciaal geworden zijn voor een duurzaam ontwik kelingsproces van Vlaanderen in een mondiale economie. De mechanismen die de link leggen tussen onderzoek en innovatie, moeten boven dien worden versterkt. Inzake technologisch onderzoek dient een strategische lan getermijnvisie te worden uitgewerkt uitgaand van dc effectieve vraag naar technolo gische expertise, alsook een voortschrijdend meerjarenprogramma voor O&O opgesteld. (lat regelmatig getoetst wordt op relevantic en kwaliteit. Innoveren is cle verantwoordelijkheid van de ondernemingen zelf. clie optimaal gebruik moeten maken van technologische observatie en prospectief technologisch onderzoek. Dat kan het best individueel door de ondernemingen zelf georganiseerd worden afhankelijk van hun bedrijfsstrategie. Maar er kan onderzocht worden of het een meerwaarde oplevert als dit collectief wordt aangepakt (1001- netwerken van bedrijven. Creativiteit speelt een belangrijke rol ten aanzien van innovatie. Beleidsmatig zowel op het niveau van (le onderneming als van de Vlaamse overheid moet creativiteit actief worden gestimuleerd, o.m. in het onderwijs. Het welslagen van technologische innovatie zal worden bevorderd door een geĂŻnte greerde aanpak van technologische, niet-technologische en maatschappelijke aspec ten. -
-
Het menselijk innovatiepotentieel versterken De VRWB benadrukt dat cle voornaamste bijdrage clie de universiteiten leveren tot innovatie hun gediplomeerden zijn, als meest effectieve kennisdragers, en de kwali teit van hun vorming. In het onderwijsaanbod moet 0 alle niveaus veel meer aandacht besteed worden aan vaardigheden en atlitudes die de innovatiegeest bevOr(leren zoals (laar zijn zelfstandig werken, zin voor initiatief, sociale vaardigheden, werken in team, leergierigheid. Permanente vorming is een noodzaak, zowel voor verdere specialisatie en verdie ping, als voor vernieuwing van de brede hasiskennis. Dit is een taak voor de univer
siteiten en hogescholen in samenwerking met onderzoeksinsteflingen en bedrijven. Maar teVens is hel belangrijk dat bedrijven een goed intern bedrijfsopleidingsbeleid iiilbmi\ en in het kader van de leergericlite organisatie’. Bovendien pleit (Ie VR\VB ervoor om in hei programmaconcept voor de universitaire basisopleiding een optimaal evenwicht in te brengen tussen het verwerven van vaar— digheden en het opbouwen van kennis, rekening houdend met (le nodige perma nenle vornnng nadien. Mobiliteit van onderzoekers tussen universiteit en bedrijven moet bevorderd wor den in de twee richtingen. bv. sabbatical, praktijkdocenten uit het bedrijfsleven, Om de negatieve beeldvorming van technologie legen te gaan, dient de Vlaamse overheid stimulerende maatregelen te nemen met als doel wetenschap en technolo gie toegankelijk te maken voor de brede samenleving, door hv. gevulgariseerde wetenschappelijke uitgaven, meer aantrekkelijke wetenschappelijke TV-program ma’s meer wetenschap en technologie in (le algemene programmatie van de BRT (VRT),... De flnancieringsvoorwaarden voor innovatie verbeteren De Vlaanise overheid moet p een creatieve wijze zoeken naar een geschikt stimnu leringsinechanisme. dal de loonkosicomponent in het geheel van (le innovatie—inves teringen gunstig kan beïnvloeden. Omwille van de hoge loonkost bij innovatieactiviteiten zal er gestreefd moeten wor den naar een hoge productiviteit van onderzoekers en hooggekwaliliceerden, waar van het hoge peil noodzakelijk door intense permanente vorming moeten worden behouden en nog vem1i(xL Een wet- en regelgevend kader invoeren dat bevorderlijk is voor innovatie In de eerste plaats is er behoefte aan een transparante stabiele regelgeving. hoewel de VR\VB niet pleit voor een mi ider strenge regelgevmg, moet zoveel mogelijk ver meden worden dat Vlaamse bedrijven door een rigoureuze toepassing van Europese richtlijnen door de Vlaamse en/of Belgische’ overheid in een ongunstige positie wor den gedrongen t.o.v. hun concurrenten in Europese landen met een nwer flexibele interpretatie van de Europese normering. I)e rol en de werking van de overheden ten gunste van innovatie aanpassen Voor de KMO’s wijst de VRWB het IWT als meest geschikte instrument voor info vatiebevordering aan. liet W/T dient bij de KMO’s de informatieverspreiding nog te intensiveren, nog meer probleemoplossen (1 op le treden, de contacten met grote bedrijven ten zeerste aan te moedigen en de mobiliteit van onderzoekers naar de
bedi-ijven aan te zwengelen. De Vlaamse overheid zou meer steun moeten verlenen aan nieuwe KMO’s die als spin-off van universiteiten worden opgericht, alsook grote bedrijven aanzetten om meer te participeren in innovatieve KMO’s. Onnodige en vaak lange procedures, alsook overdreven bureaucratie moeten abso
luut vermeden worden. De VRWB pleit voor meer overleg tussen cle heleidsvoerders in de diverse domnei nen, (lie impact hebben op innovatie-activiteiten, zoals o.m. economie, ruimtelijke ordening, leefmilieu,
1 t l’\’ ‘?i ‘V1 II lP L VRWB-R/AANB 11 23 januari 1997 -
in het kader van het Vlaamse verdragsrecht wil de minister-president samenwerking stimuleren met de prioritaire landen: Polen, Hongarije, Roemenië, Zuid-Afrika, Chili, China en Québec. In 1996 werd voor de bilaterale wetenschappelijke en technolo gische samenwerking met deze landen een nieuw mechanisnw ontwikkeld. Het betreft een totaal nieuwe aanpak. De vroegere losstaande uitwisselingen Worden vervangen door samenwerkingsprojecten van 3 jaar. Jaarlijks is er een oproep tot het indienen van voorstellen. Het budget wordt aanzienlijk verhoogd (in de eerste ronde van 1996 werd 113 miljoen BEF toegekend voor 3 jaar). De projecten worden geza menlijk ingediend door een promotor uit Vlaanderen en één uit een prioritair land. Er moet minstens één andere Vlaamse copromoter deelnemen. Elk project wordt geëvalueerd in Vlaanderen en in het partnerland. I)e evaluatie in Vlaanderen gebeurt door (le academische overheid (onderzoeksraden) van elke deelnemende partner. I)e Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWT3) verheugt. zich over deze nieuwe aanpak, die éénvormig en transparant is, maar formuleert toch enkele opmerkingen. De raad gaat akkoord met het definiëren van een aantal prioritaire landen, maar vindt dat wetenschappelijk zeer goede onderzoeksprojecten met andere landen eveneens aan bod moeten kunnen komen. Het prornotorschap mag niet beperkt blijven tot het Zelfstandig Academisch Personeel (ZAP), maar moet ook openstaan voor de permanente FWO-mandaathou ders. De tweede oproep van januari 1997 is aan deze aanbeveling tegemoetgekomen. Ook zouden de permanente onderzoekers van VITO, IMEC, V113 en ITG als promo tor in aanmerking moeten komen. In dit geval wordt aanbevolen een universitaire copromotor te betrekken met het oog op een wetenschappelijke evaluatie door een onderzoeksraad. Het zou geen verplichting mogen zijn om naast een Vlaamse pronli)tor ook een Vlaamse copromotor hij het project te betrekken. Het prornotor-coproniotorschap zou wel als een pluspunt kunnen beschouwd worden bij de evaluatie. Het goede ver loop van de eerste evaluatieronde heeft wel de eerdere scepsis van de VRWI3 inzake de dubbele beoordeling door twee onderzoeksraden enigszins weggenomen. Vervolgens merkt de VRWB op dat het infodocument meer informatie en duidelijk heid zou moeten bevatten inzake intellectuele eigendomsrechten, alsook inzake samenwerking met een Vlaamse industriële partner, waarvoor ook financiële mid delen uitgetrokken moeten worden. Voor de selectie van bedrijven en het financiële beheer van dit onderdeel moet trouwens een beroep gedaan worden op het IWI
l)e VIVl3 pleit verder voor flexibiliteit bij de aanwending Vfl de toegekende mid (leien en beveelt aan om de geldende universitaire overheadregeling ook toe te pas sen 01) (lit programma. Ten slotte beveelt de VR\VB aan om ook voor de bilaterale onderwijsprojecten even eens een dergeliike eenvorinige en transparante procedure te ontwikke’len.
VRWB-R/AANB 12 23 januari 1997 -
Het instrument IWETO (Inventaris Wetenschappelijk en Technologisch Onderzoek Vlaanderen) werd opgericht in 1981 vanuit een reële behoefte om in liet kader van de DIRV-acties te weten welke expertises in welke donmeinen in Vlaanderen aanwe zig zijn.
Reeds eerder uitte de VR\V13 zijn bezorgdheid over hei feit dat het centrale IWETO systeem niet erg gebruiksvriendelijk is en ondanks de verbindingen met andere Europese databanken, nog te weinig internationaal toegankelijk. I)aaroni werd (le IWETO-datahank nader onderzocht met het oog op het (lefifliëren van het (loelpu bhek. het moderniseren van het instrument, het verbeteren van de kwaliteit en het verhogen van (le 1 oegankelijkheid.
Doelgroep: TWETO kan een heleidsinstrurneni zijn voor heleidsvoerders in over heidsinstellingen, universiteiten, onderzoeksinstellingen en hogescholen. Het kan een informatiebron zijn voor de maatschappij in het algemeen en het bedrijfsleven in het bijzonder. Ook onderzoekers en meer bepaald beginnende wetenschappers kun nen in IWETO relevante informatie vinden. En ten slotte kan IWETO een huipmid dcl zijn voor het vinden van experts, alsook op internationaal vlak voor het zoeken van Vlaamse partners. IWETO zou evenwel meer bekendheid moeten krijgen bij potentiële gebruikers. vooral in de industriële kringen. Concept: I)oor (le aansluiting in september 199(3 op het Internet van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, dat over (‘en eigen website beschikt, is er een belang rijke vooruitgang in de modernisering van IWETO te noteren, vooral wal toeganke lijkheid betreft en de toelevering (elektronische) van de gegevens door de universi teiten, de onderzoeksinstellingen en de hogescholen aan de centrale databank. Nog beter zou zijn indien de leveranciers hun gegevens “on line” ter beschikking van IWET() zouden kunnen stellen.
Beheer: Het beheer kan het best toevertrouwd blijven aan de stuurgroep in zijn hui dige samenstelling (administratie en toeleveranciers) op voorwaarde (lat cle stuurgroep uitgebreid wordt met vertegenwoordigers van cle gebruikers. I)e coördine ren(le administratie, cle AWI (administratie Wetenschap en Innovatie) exploiteert de
databank. Ze bepaalt de vorm en de procedures voor het beschikbaar stellen van de gegevens en organiseert (le verbindingen met cle gegeveushanken van de instellingen. Kwaliteitszorg: De leveranciers zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de gege vens. Om de ruis in de databankinformatie te onderdrukken moet gezocht worden naar een geschikte vorm van kwaliteitscontrole. Het verhogen van de toegankelijkheid van de databank, in het bijzonder op internationaal niveau, zal een stimulans zijn om de kwaliteit van de gegevens te verhogen. Ook een vergoeding voor cle toelevering in verhouding tot (le werkelijk geleverde prestaties komt cle kwaliteit ten goede. Toegankelijkheid: I)e recente “on line�-beschikhaarheid van (le IWETO-databan ken via de website van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap biedt nu een vlottere toegang tot de gegevens en maakt ze internationaal toegankelijk. De wijze van presentatie en de zoekfuncties zijn evenwel voor verbetering vatbaar.
VRWB/AANB 13-26 juni 1997 In 1993 formuleerde de Vlaamse Raad voor Wetenschapsheleid een eerste aanbeve ling betreffende de Vlaamse deelname aan ruimteonderzoek in het kader van ESA (European Space Agency). De tweede aanbeveling, die hierna kort wordt samenge vat, is tot stand gekomen op basis van een uitgebreid voortgangsrapport, waarin de evolutie sinds 1993 werd geanalyseerd. Naar een volledige regionalisering 1 )e VRWB blijft bij zijn standpunt dat de bevoegdheid inzake het ruimtevaartonder zoek volledig overgedragen moet worden naar de gemeenschappen en gewesten. Relatief te hoog budget Het federale budget voor ruimtevaartonderzoek is ook nog na 1993 blijven groeien. Het is in verhouding tot de totale O&O-uitgaven te hoog, zeker in vergelijking met andere Europese landen. Voor deze grootste post binnen het federale wetenschaps budget ontbreekt een beleidsdiscussie die de omvang van dit budget onderbouwt en verantwoordt hij de federale regering en het parlement. Reduceerbaar budget I)e VRWB wil de mythe weerleggen dat (le ruim 6 miljard BEF die jaarlijks naar ruimtevaart gaat een verplichte bijdrage is die voortvloeit uit engagementen die reeds jaren vastliggen. Zo heeft de federale regering in 1995 van de ESA-bijsturing door de Ministerraad in Toulouse geen gebruik gemaakt om de groei van het ruimtevaartbudget in te per ken. Nieuwe engagementen, weliswaar met nieuwe accenten, werden aangegaan voor een periode van 5 jaar, zonder enige inspraak noch van wetenschappelijke krin gen noch van de gemeenschappen en gewesten.
Onevenwicht voor Vlaanderen Van cle ESA—return Voor lk’lgië voor de periode 1992—1996 gaat slechts 28,5 naar Vlaanderen. 1 )it is wel een verbetering in vergehjking met (le periode beschouwd in de VRWB—analyse van 1993, toen was het 17,65. 1 )e VWvVB pleit voor een bijstellen van de regionale verdeling voor het grootste budget an het wetemischapsbeleid. De inhaalbeweging is veel te beperkt en moet in belangrijke mate versterkt worden. Veel wordt verwacht van de concretisering van de ‘Toulouse-heslissingen, (lie dank zij (le professionele interactie tussen de VRI (vereniging van Vlaamse Ruimte vaartindustriëlen) en de Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden (DVJC) op zich voor Vlaanderen een returnaandeel van 58% in het vooruitzicht stelt. 1-lierbij is waakzaamheid geboden van vooral (le Vlaamse overheid. ,
Onevenwicht voor de onderzoekswereld liet onevenwichi naar de wetenschappelijke wereld toe is nog groter. Hun aandeel in de return is zeer laag en nagenoeg niet verbeterd sinds 1993. Voor cle universitei ten gaat het om slechts 1.4% van cle return. De onclerzoeksinstellingen krijgen 6,6%, waarvan 1,85 voor IMEC. De VRWB pleit clan ook met grote aandrang (lat van dit grootste budget van het federale wetenschapsbeleicl een veel groter aan deel ZOU gaan naar het wetenschappelijk onderzoek aan cle universiteiten en de onderzoeks instellingen. Naar een strategische aanpak I)e VRWB nwent dat de overheid in staat moet zijn het gebruik van overheidsmi(l— delen voor ruimtevaarioncierzoek strategisch te beïnvloeden niet een onal1mnkelijke efficiënte structuur. Om dit voor te bereiden en te verkennen, beveelt cle VR\V13 aan een gecoördineerde activiteit voor ruimteonderzoek binnen het IWT (Vlaams Instituut voor de bevordering van het Wetenschappelijk-Technologisch onderzoek in cle industrie) te ontwikkelen, die tevens de problematiek kan volgen. ESA herziet industriële strategie I)e VRWB vestigt cle aandacht 01) een cruciale aanpassing van (le in(lustriële strate gie binnen ESA en de relatie met cle Europese Unie. Contraclicties kunnen optreden tussen cle consequente toepassing van concurrentieregels enerzijds en beschermde besteding van overheidsgeld anderzijds. l)e VR WIl bepleit (lat de steunverlenende overheid zich steeds onvoorwaardelijk moet vergewissen van het kwaliteitsniveau en van het sociaal-economisch valorisatiepotentieel. Engagenieimlen van grote becirij ven kunnen hierbij wenselijk zijn. Technologische onzekerheid Er blijven belangrijke onzekerheden in cle ESA-opties, zoals bleek uit de explosie van dle Ariane 5-raket.
Commentaar
VRWB-R/C () M-( )2, 11 december 1997 1 )e regeling van de intellectuele eigendomsrechten (JPR) bij internationale weten schappelijke en technologische samenwerkingsprojecten tussen een universiteit of onderzoeksinstelling en een industriële partner werd in de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) aangekaart, meer bepaald in zijn commissie Federale en Internationale Samenwerking (CFIS). Tijdens de discussie werd duidelijk dat het een zeer complexe materie betreft, en de VRWB overweegt dan ook de IPR-proble matiek verder uit te diepen via een onderzoeksopdracht. Ter voorbereiding start ze een ad-hocwerkgroep met IPR-experts. Naar aanleiding evenwel van het voorontwerp van decreet betreffende het onderwijs IX dat een voorstel van regelgeving voor universitaire vindmgen omvat, formu leerde de VRWTB reeds enkele commentaren. ,
Als algemene principes stelt de VR’VB (lat de eigendomsrechten toebehoren aan de universiteit, (lat de onderzoeker onderworpen is aan een meldingsplicht, dat de onderzoeker een billijke vergoeding zou ontvangen, en dat de academische rechten van de onderzoeker gevrijwaard blijven. De VRWI3 geeft de voorkeur aan een raam reglementering, waarin deze algemene principes worden vervat. Aanvullend dienen de universiteiten verplicht te worden om een eigen interne reglementering op te stellen, waarin o.m. de term “onderzoeker” expliciet gedefinieerd wordt, de staps gewijze beschermings- en/of valorisatieprocedure en de nalevingstermijnen duide lijk omschreven worden, en bepaald wordt of de onderzoeker (en onder welke voor waarden) afstand kan doen van zijn recht op vergoeding. I)e VR’VB kan zeker niet akkoord gaan met het voorbehoud dat in de clecretale out werptekst wordt geformuleerd ten aanzien van de eigendomsrechten van universi teiten in die donwinen, waar een wetenschappelijke instelling actief is, die door de Vlaamse regering belast is met een valorisatietaak. L)e wetenschappelijke instelling in kwestie kan immers enkel vindingen valoriseren van wetenschappelijk onderzoek in het kader van zijn beheersovereenkomst. Zijn valorisatietaak kan zeker niet uit gebreid worden tot het gehele onderzoeksdomein of de gehele discipline. Verder beklemtoont de VRWB dat octrooien eenzelfde wetenschappelijke erkenning moeten krijgen als wetenschappelijke publicaties. Ten slotte onderschrijft de VRWB de behoefte aan netwerkvorming tussen de uni versitaire interfacediensten, IMEC, VITO, VIB, de valorisatiecellen binnen de grote bedrijven, KMO’s, enz. De valorisatiecel van het IWT kan optreden als centraal coör clinatiepunt en als toeleverancier van de knowhow.
Bij1a T *
voorzitter
ROGER DIIiEMANS. ere-rector KY.leuven *
Zes leden voorgedragen door de VLIR
, 2 Fred ciy Al )AMS
ere-rector
UIA/I JA
W Patrick DE WILDE, vice-rector onderzoek VUB harry MARTENS, rector LUC André 00 STERLINCK, rector K.U. 1 euven Jean VAN HOU’ITE, ere-rector 1 TSIA/UA Etienne
VERMEERSCFL ere-vice-rector RI G
Drie leden voorgedragen door de werkgeversorganisaties vertegenwoor digd in de SERV *
Eric VERMEYLEN, directeur projectontwikkeling VEV Luc NIJS, directeur NCMV/CIP hugo VANDAMME, gedelegeerd bestuurder Barco nv.
Drie leden voorgedragen door de werknemersorganisaties vertegenwoor digd in de SERV *
I)irk VAN EVERCOOREN, adviseur studiedienst Vlaams ABVV in opvolging van Johan MAES (tot 1 mei 1997) en Annick CLAUWAERT (tot 16 april 1996) , adviseur studiedienst ACW 2 Ann I)EMEULEMEESTER Lutgart SIABB1NCK, medewerker sitidiedienst ACV in opvolging van Geert VANSINTJAN (tot 1 juli 1996)
—
MB 1juni 11)94 (BS ((5 augustus 199-1). 1o(NIan( 1 1)>) t (Icc(»nb(r 1997. 1 id van Int VRVB—bureau.
*
Vier leden rechtstreeks benoemd door de Vlaamse regering
(;ilhert EGGERMONL gasthoogleraar. 11001(1 (lwnst Stralingsbescherming
\‘
Ii
Roger VAN OVERSTRAETEN, algemeen directeur IMEC Staf VAN REE] afgevaardigd bestuurder Janssen Pharmaceutica
11V.
, hoogleraar, voorzitter Instituut Moleculaire Biologie en Bioiech 2 Lode WYNS nologie. VEE *
L.cden die ambtshalve lid zijn met raadgevende stem
Christine CI AUS, (lirecteur-generaal TWT Freddy COLSON, eerste opdrachthouder AWI, departement WIM
Johan I)ELNGHE, secretaris-generaal departement EWBL Georges MONARI). st-cretaris-generaal departement OM) Jose TRAESE secretaris-generaal FW()
BijlaF II Commissie Wetenschapsbeleid Voorzitter: Lode \VYNS, hoogleraar, voorzitter Instituut Moleculaire Biologie en Biolechnologie. Vt JB -
—
Roberi BOlLEN, algemeen (lirecteur, KHLiiii ILL( )N. Roger BOl T
coördinator
onderzoeksbeleid. Nl .lx’uven
Yvan I3RUYNSERAEI)E, gewoon hoogleraar departement Natuurkunde, K.U.Leuven Johan DE GRAF VE, afdelingshoofd, (lepart ement EWBL VValter I)E JONGHE, afgevaar(ligd bestuurder VIT() -
-
Ann I)EMEULEMEESTER, a(Iviseur studiedienst, ACW \VaIter GEERTS, gewoon hoogleraan faculteilsvoorzitter RolYiaans(’ Talen. UIA-tJFSIA/UA Luc HENS, hoogleraar faculteit Geneeskunde en Farmacie, VUB I3enno HINNEKINT, adviseur FW()
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Serge E-IOSTE. docent faculteit Vveienschappen. RUG
1 lerman MAES, adjunct-directeur IMEC Guy MARTENS, adviseur van de directeur-generaal O&() Solvay nv. Urhain MEERS, afgevaardigd bestuurder OCAS nv. Luc NIJS, directeur NCMV/CIP
Lutgart SLABBIN CK. studiedien st ACV Eric SPRUYE l)eleidsmedewerker LA
Lambert STALS, gewoon hoogleraar, algemeen directeur IMO, LUC Kris TIHELEMANS, gewoon hoogleraar VUB, oud-voorzitter Focus Research
‘1 OCiIfl(l
Op
31 d eccn9)r 1997.
Paul VAN ASSCHE, hoogleraar. departeinentsh oofd d epartemen t 1 liotechno logische Wetenschappen, Land schapsbeheer en Landbouw, Hogeschool Gent Herman VAN i)EN BERGHE, ere-vice-rector, (lirecteur dienst onderzoekscoür dinatie en directeur Centrum voor Menselijke Erfelijkheid, K.[.Leuven
I)irk VAN EVERCOOREN. adviseur sludiediensi Vlaams ABVV T lenri VAN ONCKELEN, on(lerzoeksdlrecteur FWO, hoogleraar departement Biologie. UIA/I IA Nadine VAN PASSEL, opdrachth ouder externe relaties Janssen Ph armaceutica nv, -
-
-
-
-
-
Kristien VERIIRUGGHEN, stafmedewerker onderzoeksbeleid, Viii?
Noël VERC RUYSSE, afdelingshoofd Universitair Onderwijs en \Vetenschappelijk Onderzoek. departement ONI) Koen VERLAECKT navorser AWI, departement WIM Eric VERMEYLEN, directeur projectontwikkeling VEV Peter VERSTRAETEN, directeur, opdrachthouder evaluatie en opvolging, TWT Dominique WILLEMS, gewoon hoogleraar-prodecaan, faculteit Letteren en Wijsbegeerte. RUG
Commissie Federale en Internationale Samenwerking Voorzitter: Freddy Ai)AMS, ere-rector 1 IA/UA -
-
Lieve BRACKE, coördinator, I)iensi Internationale Betrekkingen. RUG Filip BV EKENS, opdrachthouder wetenschappelijk onderzoek, departement
OND -
-
-
-
Gerard CIELEN, stafmedewerker dienst Onderzoekscoördinatie, K. U.Leuven Alain DELEENER, wetenschappelijk adviseur IWT Carine DELLO, Innogenetics nv. I)irk I)E RIjCK, coördinator welenschapsbeleid-communicatie, departement EWBL
-
Freddy 1)UMORTIER, gewoon hoogleraar taculteit Wetenschappen, vice-rector, LUC Mieke GIJSEMANS, onderzoekscoördinator, R&D-IR-departement, VUB
-
-
Elisabeth ITOOGIIE-PETERS, gewoon hoogleraar farmacologie, faculteit Geneeskunde, VI I3
Veerle LORIES, afdelingshoofd Technologie en Innovatie. AW1, departement \VI M Jan MORTIER, stafmedewerker academische zaken, secretaris van de onder zoeksraad, UFSIA/UA
-
-
-
-
Hendrik VAN BRUSSEL, departementsvoorzitter Werkluigkunde, K.l. .Leuven Marie Claire VAN l)E VELDE, coördinator dienst Onderzoeksheleid, RUG I)irk VAN EVERCOOREN, adviseur studiedienst Vlaams ABVV Johan VANHElLEPTfE, vice-president Research Valorisatie, IMEC Nadine VAN PASSEL, opdrachthouder externe relaties Janssen Pharmaceutica nv.
-
-
-
Kristien VERBRUGGHEN, stafmedewerker onderzoeksbeleid VLIR Eric VERMEYLEN, directeur projectontwikkeling VEV Hans WTJSMAN, hoofd marketing en onderzoeksvalorisatie VITO
Commissie Berotin en Financiën voorzitter:
Anu DEMEULEMEESTER, adviseur studiedienst ACW
Tim AMPE, coördinator planning, departement EWBL -
-
-
-
-
jean-Pierre DE GREVE, dean Vesalius College, VUB Linda DE ROCK, adjunct van de directeur, afdeling Universitair Onderwijs en \Te1en schappelijk Onderzoek, departement 0 ND
Bart IIEIJNEN, algemeen beheerder RUCA/UA Robert HOOGEWIJS, academisch beheerder RUG Josée IIOUBEN, staflid, dienst Onderzoekscoördinatie, K.U.Leuven
-
Roland JANSSEN, studiedienst ACV jacques LEMONNE, hoogleraar dienst ELEM, VIB
-
-
-
-
Louis MARISSENS, hoofd financiën FWO Luc NIJS. directeur NCMV/CIP Etienne POELVOORDE. opdrachthou(ler SERV Stef PROOST, hoofddocent R.I’.Leuven, onderzoeksleider FW() Mark SMEYERS, coördinator on derzoeksheleid LIJC Herman STEEMAN, eerste wetenschappelijk adviseur IWT
-
-
-
-
I)irk VAN EVERCOOREN, adviseur stu(liedienst \laams ABVV Eric VERMEYLEN, directeur projectontwikkeling VEV Lore VERSTRAETE, stafmedewerker Personeel en Financiën, V1.JR in opvolging van Veerle BOGAERT, VLIR vanaf 1 september 1997 Greta VERVULT, adjunct-eerste opdrachthouder AWI, departement WIM
Commissie Techno1oiebe1eid Voorzitter: Hugo VANDAMME, gedelegeerd bestuurder Barco nv. -
-
-
-
-
-
-
-
-
Paul BERCKMANS, directeur STV Guido BRESSELEERS, R&I)-directeur Ter Beke nv. Annick CLAUVERT adviseur studiedienst Vlaams ABVV X\rilfried COPPENS, g’neral manager Centrum voor Onderzoek Bekaert nv. Raymond I)E BONIXI voorzitter Research & I)evelopment, K.L.Leuven Marc DEHANTSETFERS, afgevaardigd bestuurder Toolmatic nv. Walter DEJONGHE, afgevaardigd bestuurder VIT() Ann ï)EMEULEMEESTER, adviseur studiedienst ACW Kristin DENEFFE, wetenschappelijk adviseur IMEC
-
-
-
-
-
Guido (;IEBENS, directeur L’.B.C.A. I)anny GOOSSENS, external R&I) relations manager Alcatel Heil Benno HINNEKINt adviseur FW() Willy LOCQI.’Et bedrijfsleider Locquet eng. Wim MEEUSEN, hoogleraar, voorzitter CESfl Rt CA/UA T La NUS, directeur NCMV/CIP
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Katrien OSTYN, directeur CLUSTA Koen RAES, vakgroep grondslagen van het recht, RUG Lutgart SLABBINCI( studiedienst ACV Lainbert STAIS. directeur IMO, LUC Annie VAN BROEKHOVEN. directeur dep. Ifloprocessing and Research Biologicals. Innogenetics Chris VAN I)E SANDE. directeur PRO.. Agfa Gevaert I)irk VAN EVERCOOREN, adviseur studiedienst Vlaams ABVV Paul VERHAERI gedelegeerd bestuurder Verhaert 1)esign & l)evelopment nv. Eric VERMEYLEN, directeur projectontwikkeling VEV Lode WYNS, hoogleraar, voorzitter Instituut Moleculafre Biologie en Biotechnologie, VUB Paul Zeeuwts, voorzitter WiT
S-
Bij1a III Technisch Comité voor Ruimtevaartonderzoek (21 december 1995 26 juni 1997) -
Voorzitter: Gilburt EGGERMONT, gasthoogleraar, hoold ditnst Stralingsbescherming, \tU13 -
-
Etienne ARIJS. departemenishoofd BIRA Alain I3LAN C HART, VIT() Gerard dELEN, stafmedewerker dienst Onderzoekscoördinatie, KU,Leuven
-
-
-
-
-
-
-
Jan I)ANCKAERT, FWO-postdoctoraal onderzoeker, faculteit Toegepaste Weten schappen, VUB Flerwig DEjONGI1E. hoofddocent sterrenkunde. RUG Noël PARMENTIER, General Manager Radio. Space & I)efense 1)ivision, Alcatel Heil Marie Qlaire VAN I)E VELI)E, coördinator dienst ()nderzoeksbeleid, RUG Urbain VANI)EURZEN, voorzitter en gedelegeerd bestuurder LMS International nv, Johan VAN HELLEPUTFE, vice-president Research Valorisatie, IMEC Paul VERIIAERT. afgevaardigd bestuurder, Vcrhaert 1)esign & I)eveloprnent nv.
Ad-hocwerkgroep ‘Evaluatie van onderzoek’ (22 oktober 1997 26 maart 1998) -
-
Voorzitters: Freddy AI)AMS, ere-rector UIA/UA T od e WYNS, hoogleraar, voorzitter Instituut voor Moleculaire Biologie en Biotechnologic, VI 113
-
-
-
Andreas DF1EËNHEER, vice-rector RUG Walter GEERTS, departement Romaanse Talen UlA Benno IiINNEKINT adviseur FW()
-
-
-
-
-
-
-
Marc LUWEL. navorser AWI. departement WIM Eric SPRIJYT, beleidsmedewerker UA Herman VAN I)EN BERGHE, ere-vice-rector, directeur dienst Onderzoeks coördinatie en directeur Centrum voor Menselijke Erfelijkheid, K.U.Leuven Kristien VERBRUGGHEN, stafmedewerker onderzoeksbeleid, VLIR
Noël VERCRUYSSE, afdelingshoofd, Universitair Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, departement ONI) Eric VERMEYLEN, directeur projectontwikkeling VEV Peter VERSTRAETEN, opdrachthouder IWT
Bij1a W 15 december 1993 (BS 26 maart 1991)
Algemeen Artikel 1 Dit decreet regelt aangelegenheden als bedoeld in artikel 59his en artikel lO7quater van de Grondwet.
Oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Artikel 2 Voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest wordt een Vlaamse Raad voor Wetenschapsheleid opgericht, hierna te noemen de Raad.
Bevoegdheid van de Raad Artikel 3
ยง 1. l)e Raad is bevoegd om inzake elke aangelegenheid betreffende het weten schapsheleid, met inbegrip van het technologiebeleid, op eigen initiatief aanbevelin gen te formuleren en studies te verrichten en om, op verzoek van de Vlaamse rege ring en de in ยง 5 vermelde overheden, over die aangelegenheden advies le verstrekken. ยง 2. Meer in het bijzonder kan de Raad advies verstrekken, aanbevelingen formule ren en studies verrichten in verband met: -
-
-
-
cle globale beleidslijnen en prioriteiten van het wetenschapsbeleid: de vorming van het onderzoekspersoneel; de grote trencls in het wetenschapsbeleid en acties op federaal vlak; het toetsen van de doelmatigheid van de organisatie van het wetenschapsbeleid;
het toetsen van het welenschapsbeleid aan (le ontwikkelingen 01) sociaal, econo— misch. technologisch en cultureel vlak en liet lormuleren van behoeften die daar uit voortvloeien. 3. Vöôr 30 september van elk jaar brengt de Raad een met redenen omkleed advies uit over liet gevoerde en het te voeren begrotingsbeleid inzake liet wetenschaps beleid. Het advies wordt toegezonden aan de Vlaarnse regering. 4. De Vlaamse regering is verplicht vooraf het advies van de Raad in te winnen over: -
-
-
alle voorontwerpen van decreet en ontwerpen van reglementaire besluiten van (le Vlaamse regering inzake wetenschapsbeleid die algemene aangelegenheden regelen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn. met uitzondering van de voorontwerpen van decreet die de begroting betreffen; alle voorontwerpen van decreet of besluiten houdende de oprichting, afschaffing of verandering van bevoegdheden van instellingen die instaan voor materies inzake wetenschapsheleid waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn: alle belangrijke niet-gereglementeerde acties en initiatieven inzake wetenschaps beleid, met inbegrip van acties van (le Vlaamse regering 01) federaal en interna tionaal vlak.
5. liet advies van de Raad kan gevraagd worden door: -
-
-
cle Vlaamse Raad; de Vlaamse minister, bevoegd voor het wetenschapsbeleid of, hij ontstentenis van de expliciete toewijzing van (leze bevoegdheid, de minister-president van cle Vlaamse regering:
elke Vlaamse minister voor wat zijn bevoegdheden betreft.
§ 6. I)e adviezen, bedoeld in § 4 en 5, dienen te worden verstrekt binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de aanvraag. In geval van spoed kan de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschapsbeleid of, bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de minister-president van de Vlaamse regering, de termijn inkorten met dien verstande dat die niet minder dan tien werkdagen mag bedragen. Het in vorig lid bedoeld advies wordt geacht te zijn bovengenoemde termijn is verstrekt.
gegeven
indien het niet binnen
§ 7. J)e Raad treedt op als Vlaamse gesprekspartner en kan als vertegenwoordiger van Vlaanderen worden betrokken hij gelijkaarclige federale en internationale adviesorgan en.
Informatiedoorstroming en verslaggeving Artikel 4
§ 1. I)e Vlaamse regering stelt cle Raad de noodzakelijke informatie ter beschikking om hem in staal te stellen zijn opdrachten naar behoren te vervullen. § 2. De adviezen, aanbevelingen en studies van de Raad zijn openbaar, tien werkda gen nadat ze medegedeeld zijn aan de Vlaamse regering. Artikel 5
§ 1. De Raad legt jaarlijks aan de Vlaamse regering een verslag voor van zijn werk zaamheden. De Vlaamse regering overhandigt dit verslag aan de Vlaamse Raad.
§ 2. De Raad kan steeds bijzondere verslagen opstellen over bepaalde vraagstukken inzake wetenschapsbeleid.
Samenstelling van de Raad Artikel 6
§ 1. De Raad is samengesteld uit een voorzitter en zestien leden, allen benoemd om hun deskundigheid op grond van hun betrokkenheid bij het wetenschapsbeleid in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. Ten minste acht leden van de Raad, alsook de voorzitter, zijn personen die ervaring hebben met of hoofdzakelijk actief zijn in het wetenschappelijk onderzoek. De Raad dient evenwichtig samengesteld te zijn uit deskundigen op het gebied van de cultuur- en de gedragswetenschappen, de toegepaste, de exacte en de biome dische wetenschappen.
§ 2. Zes leden zijn actief in of hebben ervaring met het universitair onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek. Zij worden voorgedragen door de Vlaamse Interuni versitaire Raad VLIR. § 3. Zes leden worden voorgedragen door de werkgevers- en werknemersorganisa ties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). § 4. De voorzitter en vier leden worden voorgedragen door de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschapsbeleid of. bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de minister-president van de Vlaamse regering.
§ 5, De voorzitter en de leden van de Raad worden benoemd door de Vlaamse rege ring. § 6. De duur van het mandaat van de voorzitter en van de leden bedraagt vier jaar.
Het mandaat is éénmaal hernieuwbaar. Indien een lid zijn mandaat niet beëindigt, wordt een nieuw lid benoemd conform de bovengenoemde bepalingen. Dit lid zal het desbetreffende mandaat voltooien en kan slechts één nieuw mandaat innemen. Artikel 7
§ 1. Aan de Raad nemen met raadgevende stem deel: -
-
-
-
-
de secretaris-generaal van het departement Onderwijs; de secretaris-generaal van het departement Economie, Werkgelegenheid en Binnenlandse Aangelegenheden; de eerste opdrachthouder van de administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid bij het departement Coördinatie; de directeur-generaal van het Instituut voor de bevordering van het Weten schappelijk-Technologisch onderzoek in de industrie (IWT; de secretaris-generaal van de Vlaamse raad van bestuur van hel Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO).
§ 2. De Raad kan in zijn huishoudelijk reglement zelf bepalen of hij voor de in § 1 van dit artikel genoemde ambtenaren plaatsvervangers kan toelaten, alsook of hij, in bepaalde omstandigheden en onder bepaalde voorwaarden, andere personen met raadgevende stem wenst te laten deelnemen aan de vergaderingen.
De werking van de Raad
Artikel 8 I)e Raad kan, binnen de mogelijkheden van zijn dotatie, voor het onderzoek van bij zondere vraagstukken of voor het uitvoeren van studieopdrachten een beroep doen op permanente commissies of ad-hocwerkgroepen, bestaande uit leden benoemd door de Raad, of op externe deskundigen, onder de voorwaarden bepaald in het huishoudelijk reglement. Artikel 9 De Raad stelt, binnen een termijn van 3 maanden na de inwerkingtreding van dit decreet, een huishoudelijk reglement op, dat minstens regelt:
1. de bevoegdheden van de voorzitter; 2. de samenstelling en de bevoegdheden van het eventuele dagelijks bestuur van de
Raad; 3. de wijze van bijeenroeping en beraadsiaging; 4. de frequentie van vergaderen;
5. de bekendmaking van de handelingen; 6. de voorwaarden waaronder de Raad een beroep kan doen op externe deskundi gen, permanente commissies of ad-hocwerkgroepen, overeenkomstig artikel 8; 7. de voorwaarden waaronder de Raad een beroep kan doen op personen, zoals ver meld in artikel 7, ยง 2.
Dit reglement is onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse regering. Artikel 10 De Vlaamse regering stelt aan de Raad een permanent secretariaat ter beschikking, dat naast personeel met een administratieve opleiding eveneens personeel met een wetenschappelijke opleiding omvat, en bepaalt het aantal, de loopbaan en de bezol digingsregeling in overeenstemming met de aard van de functie en de gevraagde kwalificaties. De Vlaamse regering kan voor het voormeld secretariaat van de Raad onder meer een beroep doen op gespecialiseerd personeel, statutair of contractueel, in dienst genomen in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 88, 89 en 90 van het decreet van 12 december 1990 betreffende het bestuurlijk beleid. Het secretariaat wordt onder het gezag van de voorzitter van de Raad geleid door een secretaris. Artikel 11 Het departement Coรถrdinatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap stelt lokalen ter beschikking voor de huisvesting van het secretariaat van de Raad en ver leent het alle logistieke steun. Artikel 12 Voor de leden van de Raad en van het secretariaat van de Raad en voor alle personen die aan de Raad hun medewerking verlenen, gelden de bepalingen van Titel 1, Hoofd stuk II, artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 november 1991 tot bepaling van de
algemene principes van het administratief en ge1delik statuut van (le rijksainhiena ren die van toepassing zijn op het iwrsoneel van de Executieven en van de publiek rechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen. Artikel 13 l)e Raad beschikt voor het uitvoeren van zijn opdrachten over een dotatie die jaar lijks ingeschreven wordt in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.
Het statuut van de Voorzitter, van de leden en van de personen die aan de Raad hun medewerking verlenen Artikel 11 Inzake protocollaire en administratwve aangelegenheden wordt (le voorzitter gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 17 en worden cle leden van de Raad gelijkge steld met ambtenaren van rang 1(5. l)e leden van commissies of werkgroepen die door de Raad worden opgericht, wor den gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 15. De ambtenaren die met raadgevende stem deelnemen aan de Raad of aan de com missies of werkgroepen, behouden de rang die zij bekleden in hun administratie. Artikel 15 1. I)e Vlaainse regering bepaalt hei presentiegelcl en de geldelijke vergoedingen die aan cle voorzitter en de leden van de Raad kunnen worden toegekend.
ยง
ยง 2. l)e Raad bepaalt. binnen de perken van zijn werkingsmicldelen, de geldelijke ver goedingen van de voorzitters en dc leden van de permanente commissies en a(l hocwerkgroepen en van cle externe deskundigen.
Slothepaling Artikel 16 Het besluit van de Vlaamse Executieve van 17juli 1985 houdende oprichting van een Vlaanise Raad voor Wetenschapsbeleid. gewijzigd bij het besluit van 31juli1991 en gewijzigd bij het besluit van 23 oktober 1991, wordt opgeheven.
ev 1 Bijla Ter uitvoering van artikel 9 van het decreet van 15 december 1993 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid. Gecoรถrdineerde versie (goedgekeurd hij beshiit van 29 juni 1994 en besluit van 29 maart 1995 van de Vlaamse regering).
Definities Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder: I)ecreet: decreet van 15 december 1993 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (B.S. van 26 maart 1994) Raad: de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid Voorzitter: de voorzitter van de Raad Leden: leden die krachtens artikel 6 van het decreet benoemd zijn tot lid van de Raad Raadgevende leden: de ambtenaren die uit hoofde van hun functie en krachtens art. 7 van het decreet met raadgevende stem deel nemen aan de Raad.
Vergaderingen en bijeenroepingen Artikel 1 De Raad vergadert ten minste vijf maal per jaar in de lokalen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. De voorzitter roept de Raad bijeen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op schriftelijke aanvraag van ten minste drie leden van de Raad. Artikel 2 L)e organen die door de Raad zijn opgericht en die in zijn schoot werken, vergade ren eveneens in de lokalen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Ze worden bijeengeroepen door hun voorzitter, hetzij ter uitvoering van een beslis sing van de Raad. hetzij op verzoek van (Ie voorzitter van de Raad, hetzij 01) eigen mi tiatief. hetzij op schriftelijke aanvraag van ten minste twee leden van de Raad.
Artikel
:
1)c uitnodigingen voor dc vergaderingen van de Raad worden ten minste veertien dagen védr de vergadering verstuurd.
In geval van spoed, zoals vermeld in § 6 van art. 3 van het decreet, kan deze termijn tot vier dagen teruggebracht worden. Artikel 4
§
1. De vergaderingen van de Raad of van zijn organen zijn niet openbaar.
§ 2. De secretaris van de Raad woont de vergaderingen van
de Raad bij.
Agenda Artikel 5
De voorzitter stelt de agenda van (le vergaderingen van de Raad vast, hetzij ter uit voering van beslissingen genomen tijdens een vorige vergadering, hetzij op eigen initiatief, hetzij 0 aanvraag van één van de organen van de Raad, of van een lid van de Raad. In (lit laatste geval dienen ten minste twee andere leden cle bespreking van dit punt mee te ondersteunen bij het begin van (le vergadering. Artikel 6
Voor cle andere organen van de Raad stelt cle voorzitter van het betrokken orgaan de agenda van de vergaderingen vast, hetzij ter uitvoering van beslissingen van de Raad, hetzij ter uitvoering van beslissingen genomen tijdens een vroegere vergade ring van het betrokken orgaan, hetzij op aanvraag van een van de leden van het betrokken orgaan, hetzij op eigen initiatief. Artikel 7 De agenda wordt gevoegd hij de uitnodiging bepaald in art. 3. Artikel 8 In geval van spoed kan (le agenda tot hij de opening van de vergadering worden gewijzigd of aangevuld. Eens de vergadering geopend, kan de agenda nog slechts worden gewijzigd of aan gevuld krachtens een beslissing van de Raad of van het betrokken orgaan.
Artikel 9 De bescheiden betreffende de kwesties die op de agenda van een vergadering van de Raad of van een van zijn organen voorkomen, worden aan de leden van de Raad of van het betrokken orgaan bezorgd bij de uitnodiging bepaald in art. 3. In geval van spoed kan de voorzitter deze termijn verkorten.
Beraadslagingen
Artikel 10 De Raad kan slechts geldig beraadslagen, als de meerderheid van de leden aanwe zig is. Wanneer het quorum niet bereikt is om geldig over bepaalde punten van de agenda te beraadslagen, kan de voorzitter deze punten tot de volgende vergadering verda gen. Deze vergadering kan hierover dan geldig beraadslagen ongeacht het aantal aanwezigen op deze vergadering. Dit zal op de uitnodiging uitdrukkelijk worden ver meld. Artikel 11 I)e beslissingen, adviezen, aanbevelingen, verslagen en notulen van de Raad of van zijn organen worden vastgesteld bij meerderheid van de aanwezige leden, behou dens strjdige bepaling van dit reglement. De voorzitter neemt normaal niet deel aan de stemming, maar bij staking van stemmen is zijn stem beslissend. Bij afwezigheid van de voorzitter neemt de plaatsvervangend voorzitter wel deel aan de normale stemming. Bij staking van stemmen wordt dan het voorstel tot een volgende verga dering verdaagd. Artikel 12 De stemmingen geschieden bij handopsteken. Op verzoek van een lid kan tot de naamafroeping worden overgegaan. Indien er wordt gestemd over persoonskwes ties, waar de betrokkene geen rechten kan doen gelden, is de stemming evenwel geheim. Elk lid dat zich op een zitting bij een stemming onthoudt, kan na de stemming zijn onthouding verklaren. Als een uitgebracht advies of aanbeveling niet unaniem goed gekeurd is, kan een minderheidsnota worden bijgevoegd, als deze door ten minste drie leden ondertekend is.
Notulen Artikel 13 Elke vergadering van (le Raad of van een van zijn organen wordt vastgesteld in de notulen. I)e Raad kan voor Sommige organen een afwijking toestaan. Artikel 14 Als het om een vergadering van de Raad gaat, wordt de tekst van de notulen mee gedeeld aan de leden en de raadgevende leden van de Raad. Als het een vergadering van een orgaan van de Raad betreft, wordt de tekst van de notulen meegedeeld aan de leden van het betrokken orgaan en aan de voorzitter van de Raad. Artikel 15 1)e notulen worden pas definitief na goedkeuring.
Handtekeningen Artikel 16 De voorzitter en de secretaris van de Raad ondertekenen de beslissingen, adviezen, aanbevelingen, verslagen en notulen van de Raad.
Voorzitterschap Artikel 17 De voorzitter zit de vergaderingen van de Raad voor, neemt deel aan de beraadsla gingen, ziet toe op de naleving van de organieke besluiten en van de reglementen van de Raad. Hij vertegenwoordigt de Raad hij de Vlaamse regering en hij elke andere openbare en private instelling. Het secretariaat van (le Raad, dat geleid wordt door de secretaris, staat onder het gezag van de voorzitter. De voorzitter brengt bij de Raad verslag uit over zijn activiteiten.
Organen van de Raad Artikel 18 Om de werkzaamheden van de Raad voor te bereiden en om bijzondere vraagstuk ken te onderzoeken worden permanente commissies ingesteld.
Artikel 19 l)e Raad kan ad-hocwerkgroepen oprichten, wanneer hij (lit nodig acht. Artikel 2()
I)e Raad bepaalt voor elke commissie en ad hocwerkgroep de wijze van samenstel ling CII stelt de leden en cle voorzitter aan. Artikel 21 1)e voorzitters van de permanente commissies zijn leden van de Raad. In principe maken twee leden van de Raad altijd deel uit van de commissies en ad-hocwerk groepen, De leden en de raadgevende leden van de Raad kunnen steeds (leelnemen aan de vergaderingen van de commissies en ad-hocwerkgroepen. Artikel 22 Op voorstel van een lid of cle voorzitter van een commissie dan wel een ad—hocwerk groep, kan de Raad ten allen tijde zowel leden van cle betreffende commissie of ad hocwerkgroep schrappen, als bijkomende leden coÜpteren. Artikel 23 De commissies en de ad-hocwerkgroepen voeren hun werkzaamheden uit onder het toezicht en de controle van de Raad. De Raad bepaalt hun opdrachten en bevoegdheden. Artikel 24
De Raadsleden, de commissies en ad-hocwerkgroepen treden niet naar buiten met adviezen, aanbevelingen, verslagen of publicaties.
Dagelijks bestuur
Artikel 25 De Raad stelt een dagelijks bestuur samen waarin de voorzitter van de Raad en de voorzitters van (le permanente commissies zitting hebben. De secretaris van de Raad staat het dagelijks bestuur bij.
Artikel 26 Onder leiding van (le voorzitter bereidt het dagelijks bestuur de onderwerpen voor die aan de Raad worden voorgelegd, en het ziet toe op de uitvoering van de heslis singen van de Raad. [)e Raad kan andere bevoegdheden aan het dagelijks bestuur overdragen.
Artikel 27 liet dagelijks bestuur treedt niet zelf naar buiten met adviezen, aanbevelingen, ver slagen of publicaties.
Bekendmaking
Artikel 28 De Raad kan zijn beslissingen, adviezen en aanbevelingen openbaar maken tien dagen nadat ze meegedeeld zijn aan cle Vlaamse regering.
Plaatsvervanging
Artikel 29 1 )e leden en de raadgevende leden van cle Raad kunnen zich niet laten vervangen voor de vergaderingen van de Raad. Artikel 30 l3ij afwezigheid of onbeschikbaarheid van de voorzitter wordt hij vervangen door het oudste beschikbare lid van het dagelijks bestuur. In deze hoedanigheid neemt dit lid alle bevoegdheden van de voorzitter oven Artikel 31
ยง 1. De leden van de commissies en ad-hocwerkgroepen kunnen zich laten vervan gen. ยง 2. Deze plaatsvervangmgen dienen evenwel vooi-af te worden meegedeeld aan cle voorzitter van het betreffende orgaan. De voorzitter van het betrokken orgaan kan in overleg niet de voorzitter van de Raad een plaatsvervanger wraken.
ยง 3. Bij afwezigheid of onheschikbaarheid van de voorzitter van een commissie of ad- hocwerkgroep, wijst de voorzitter van cle Raad een plaatsvervanger aan.
Raadpleging experts
Artikel 32 De Raad kan op voorstel van de voorzitter of van ten minste twee leden, deskundi gen ad-hoc uitnodigen om met raadgevende stem aan de Raad deel te nemen.
Artikel 33 De commissies en ad-hocwerkgroepen kunnen op verzoek van de Raad of op eigen initiatief en na goedkeuring door de Raad, deskundigen ad hoc uitnodigen om met raadgevende stem aan de werkzaamheden deel te nemen.
Begroting
Artikel 34 1.1)e Raad keurt, na vaststelling van de jaarlijkse dotatie van cle Vlaamse Raad, de begroting goed voor zijn werking in het betrokken jaar.
§ 2.lIet dagelijks bestuur bereidt het begrotingsvoorstel voor. Ai-tikel 35 1.Het dagelijks bestuur stelt de jaarrekening op.
§ 2.De jaarrekening wordt Ier goedkeuring aan de Raad voorgelegd. Artikel 35 bis §1. Binnen de perken van de (lotatie toegekend aan de Raad ter uitvoering van het decreet, inzonderheid van artikel 13 van het decreet, mag de voorzitter in overleg met het dagelijks bestuur contracten afsluiten en financiële verbintenissen aangaan namens en voor de Raad voor alle prestaties die nodig zijn voor het uitvoeren en het ondersteunen van de werkzaamheden van de Raad.
§ 2. De secretaris kan contractuele en financiële verplichtingen aangaan voor zover het om bedragen gaat niet hoger dan vier procent (1%) van het totale bedrag van (le jaarlijkse dotatie. § 3. L)e secretaris wordt aangeduid als ordonnateur van de rekening, waarop de dota tie wordt gestort en zal in overleg met cle voorzitten een administratief personeels lid van het VRWTBsecrctariaat aanduiden als rekenplichtige.
Vergoedingen
Artikel 36 De Raad bepaalt jaarlijks, binnen de perken van zijn werkingsmiddelen, de vergoe dingen voor de voorzitters en de leden van de commissies en ad-hocwerkgroepen.
Bijzondere bepalingen Artikel 37 De Raad kan bij de Vlaamse regering en de Vlaamse Raad een delegatie onder lei ding van de voorzitter afvaardigen voor contact omtrent bepaalde themas. l)e samenstefling hangt af van hei te bespreken onderwerp.
Wijzigingen van het huishoudelijk reglement Artikel 38 I)c Raad kan hel huishoudelijk reglement wijzigen. De Raad kan niet beraadslagen over een voorstel tot wijziging van het huishoudelijk reglenient. zo het niet op de agenda werd ingeschreven krachtens een beslissing van de Raad in een vroegere vergadering. De wijziging van het huishoudelijk reglement is slechts mogelijk hij goedkeuring door twee derden van de uitgebrachte stemmen en oHder voorbehoud van goed keuring door cle Vlaamse regering.
I 7 Bij1a Adviezen -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
A1)V-01 inzake de I)IRV-commissies (28 mei 1986) ADV-02 inzake het voorontwerp van decreet houdende de oprichting van een Fonds tot I3evordering van het Industrieel Onderzoek in Vlaanderen (24 september 1986) A1)V-03 inzake wetenschappelijke anciënniteit verworven in wetenschappelijke instellingen (11 december 1986) ADV-04 inzake commentaar namens (le VRWB op het voorlopig advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren inzake wetenschappelijk on derzoek (4 maart 1987) ADV-05 Het rapport betreffende oprichting van een onderzoekcentrum kerami sche materialen in Limburg (24 mei 1988) ADV-06 betreffende een Vlaams Actieprogramma Biotechnologie (4 oktober 1988) ADV-07 betreffende de regionalisering en communautarisering van het weten schapsheleid (20 oktober 1988) ADV-08 betreffende de evaluatie en heheerstructuur voor het Vlaams Actiepro gramma l3iotechnologie (15 december 1988) ADV-09 betreffende de opmaak, de inhoud en de voorstelling van de Begroting Wetenschapsbeleid van de Vlaamse Gemeenschap (18 januari 1989) ADV-10 betreffende het voorstel tot oprichting van een instelling van openbaar nut: ‘Nationaal Centrum voor Wetenschappelijke en Technische Docu mentatie” (13 april 1989) ADV-1 1 inzake de uitbouw van een centrale administratieve structuur voor weten schap en technologie (23 mei 1989) ADV-12 betreffende de nieuwe universitaire expansie (15 juni 1989)
AI)V-13 betreffende de behandeling van de El REKA-dossiers (28 september 1989) -
—
ADV-11 belreffende het beleid en de beleidsstructuur inzake het industrieel onderzoek in Vlaanderen (21 september 1989) A1)V-15 betreffende de organisatie van informatie en de bevordering van de Vlaamse participatie inzake (le Europese R&D-programmas (16 november 1989) ADV-16 betreffende een geheroriënteerd Vlaams Actieprogramma I3iotechnologie (6 (lecember 1989)
-
AI)V-17 betreffende het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (18 januari 1990) AI)V- 18 betreffende het Vlaams Impuisprogramma Milieutechnologie (29 januari 1990)
-
-
-
ADV-19 betreffende het Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma Weten schapsbeleid 1990 (18 januari 1990) AJ)V-20 betreffende de sectoriële collectieve onderzoekscentra (21 mei 1990) ADV-2 1 betreffende het onderzoeksprogramma El. CLII) (20 juni 1990) ADV-22 betreffende het voorontwerp van decreet tot oprichting van het Vlaams Instituut voor de bevordering van het Wetenschappelijk-Technologisch Onderzoek in de Industrie, het IWT (28 september 1990)
-
-
-
-
ADV-23 betreffende het voorontwerp van decreet houdende de oprichting van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, de VITO (12 oktober 1990) AI)V-24 betreffende cle verder uitgewerkte voorstellen voor het Impulspro gramma Nieuwe Materialen (18juni 1991)
A1)V-25 inzake het ontwerp van decreet betreffende cle universiteiten iii de Vlaamse gemeenschap en het ontwerp van bijzonder decreet betreffende de universiteit Gent’ en het ‘universitair centrum Antwerpen (18 februari 1991) AI)V-26 inzake het horizontaal begrotingsprogramma wetenschapsbeleid 1991 (19 september 1991)
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Al )V-27 inzake het Vlaams Impuisprogramma Energieteclinologie (20 november 1991) Al)V-28 omtrent de deelname van Vlaamse Researchgroepen in de Europese onderzoeksprogramma s (12 december 1991) ADV-29 betreffende het Report of the Temporary International Consultative Committee on New Organisational Forms of Graduate Research Training’ (26 maart 1992) ADV-30 betreffende het voorontwerp van decreet tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsheleid en het voorontwerp van memorie van toe lichting (1 oktober 1992) ADV-31 betreffende het voorstel tot verderzeiting van de financiering van de Emerging Technology Centers? in het kader van het Vlaams Actiepro gramma voor Biotechnologie (10 december 1992) Al)V-32 inzake steun aan Vlaamse Gemeenschappelijke IndustriÍle Impulsacties (10 december 1992) ADV-33 inzake (le Vlaamse Horizontale Begrotingsprogrammas Wetenschaps beleid 1992-1993 (28januari 1993) AJ)V-34 inzake de instelling van een Vlaams Impuisprogramma Natuurontwik keling (4 februari 1993)
A1)V-35 inzake het convenant Vlaamse Textielmachine- en systeembouw (10juni 1993) ADV-36 inzake het ontwerp van besluit van de Vlaamse regering betreffende de financiering van de geconcerteercie onderzoeksacties en van de speciale fondsen voor onderzoek in de universiteiten van de Vlaamse Gemeen schap (24 februari 1994) AI)V-37 betreffende de nieuwe regeling voor de cofinanciermg van deelname van Vlaamse universitaire onderzoeksploegen aan Europese onderzoeks programmas (22 maart 1994) ADV-38 betreffende het onderzoeksinitiatief rond Spraak en Taaltechnologi& voor het Nederlands (22 maart 1994)
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
A1)V-39 inzake het ontwerpbesluit van cle Vlaamse regering tot regeling van dc procedure van het heleidsgerichi onderwijskundig wetenschappelijk onderzoek op initiatief van de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs (14 juni 1994) ADV-4() betreffende de “Technologienota Vlaanderen 2002” (30 juni 1994) ADV-41 inzake het ontwerp-besluit van de Vlaamse regering betreffende de toe kenningsvoorwaarden van de jaarlijkse toelagen van de Vlaamse Gemeenschap aan het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onder zoek en cle (laarhij geassocieerde onderzoeksfondsen (8 september 1994) ADV-12 over (le implicaties van ‘Nieuwe diensten op kabel en/of telefoonlijnen” voor de Vlaamse wetenschappelijke wereld (28 juni 1995) ADV-43 betreffende de Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma’s Weten schapsheleid 1994 en 1995 (28 juni 1995) ADV-44 eerste globaal advies bij de beleidsbrief “Het wetenschaps- en technolo giebeleid in Vlaanderen: Beleidsprioriteiten 1995-1999”, van minister-pre sident L. Van den Brande (25januari 1996) A1)V-45 naar aanleiding van de koninklijke besluiten tot oprichting van de Federale Raad voor Wetenschapsbeleid (FRWB) (15 april 1996) ADV-46 betreffende het federaal impulsprogramma “Plan voor wetenschappelijke ondersteuning van een beleid gericht op duurzame ontwikkeling” (25 april 1996) ADV-47 eerste specifiek advies bij de beleidsbrief “Het wetenschaps- en technolo giebeleid in Vlaanderen-Beleidsprioriteiten 1995-1999”, van minister-pre sident L. Van den Brande (6juni 1996) AI)V-48 hij de begroting wetcnschapsbeleid 1996 (12 september 1996) ADV-49 tweede specifiek advies bij de beleidsbrief “Het wetenschaps- en technolo giebeleid in Vlaanderen 1995-1999” van minister-president L. Van den Brande (12 september 1996) ADV-50 betreffende de problematiek rond rekrutering van wetenschappers in het algemeen en ingenieurs in het bijzonder (23 januari 1997)
ro ADV-51 bij het voorstel van de Europese Commissie inzake het vijfde kaderp e ontwik logisch gramma van cle Europese Unie voor onderzoek, techno keling en demonstratie-activiteiten (1998-2002) (24 april 1997) ADV-52 bij het Speurboekje 1996: Wetenschap, technologie en innovatie (24 april 1997) eren AD\’-53 bij de heleidsbrief nretensclaps_ en technologiebeleid in Vlaand 1997 eleid beleidsprioriteiien 1997 m.i.v. de begroting wetenschapsb (24 april 1997) A1)V-54 hij het Vlaams Horizontale Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid 1997 (26 juni 1997) ADV-55 Advies hij de universitaire beurssystemen voor doctorandi (30 oktober 1997)
-
-
-
-
-
-
Aanbevelingen bij het St. Michielsakkoord: Politieke voorstellen tot vervollediging van AB-Ol de federale structuur: bevoegdheid wetenschapsbeleid (29 oktober 1992) bij de studie ‘ De loopbaan van een wetenschappelijk onderzoeker’, uit A13-02 gevoerd door de administratie voor de Programmatie van het Weten schapsbeleid (26 oktober 1992) inzake cle Vlaamse deelname aan ruimteonderzoek in het kader van ESA AB-03 (22 april 1993) hij het voorontwerp van decreet betreffende de hogescholen in cle AB-04 Vlaamse Gemeenschap (28 oktober 1993) bij de beleidsbrief ‘Het Wetenschapsbeleid in Vlaanderen Beleidsbrief AB-05 voor 1995” neergelegd door de heer L. Van den Brande, minister-president van de Vlaamse regering in cle commissie Onderwijs, Vorming en Wetenschapsheleid van de Vlaamse Raad, Brussel, oktober 1994 (28 juni 1995) betreffende de Vlaamse deelname aan Europese onderzoekspro AB-06 gramma’ s (14 september 1995) inzake het stimuleren van de cultuur- en gedragswetenschappen naar AB-07 aanleiding van cle studie ‘Wetenschap als Cultuur’ (14 september 1995) hij het IWT-rapport: Toekenning van de specialisatieheurzen voor het AB-08 academiejaar 19944995. (26 oktober 1995) -
-
-
-
-
-
-
-
-
—
—
AB—09
bij het beleidsplan 1996—2000 van het Nationaal Fonds voor Weten schappelijk Onderzoek (25 april 1996)
AB—lO
hij het groenboek over innovatie van (le FU—conunissie: kritische priori teiten voor de Vlaamse regering
(6 december 1996)
-
-
-
AB-1 1
hij de nieuwe procedure voor de bilaterale wetenschappelijke en techno logische samenwerking tussen Vlaanderen en de prioritaire partner s (23 januari 1997)
AB-12
omtrent het instrument IWETO (23 januari 1997)
AB-13
de tweede aanbeveling betreffende de Vlaamse deelname aan het ruim teonderzoek in liet kader van ESA, met tWee(le analyserapport (26 juni 1997)
Commentaren -
-
COM-Ol hij de oproep van (le onderwijsministers aan de hoger onderw ijs- en onderzoeksinstellingen in de regio’s Bremen. Nederland, Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen betreffende de grensoverschrijdend e samenwerking in het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek (7 december 1995) COM-02 intellectuele eigendomsrechten (IPR): Commentaar hij deze problematiek en in het bijzonder hij het voorstel van regelgeving voor vindingen aan (le universiteiten (voorontwerp van decreet betreffende het onderwijs IX) (11 december 1997)
Memorandum -
MEM-Ol van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWI3) aan de ver nieuwde Vlaam se Raad. (20 december 1991)
Boodschap -
DOC-07 aan de nieuwe Vlaamse regering met betrekking tot het Vlaams Wetenschapsbeleid (30 mei 1995)
Rapporten -
RAP-Ol
syntheserapport: I)e internationale onderzoeksorganisaties (12 december 1996)
-
RAP ()2
m.b.t. de loopbaanmogelijkheden van de Vlaamse onderzoeker (12 december 1996)
Publicaties -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Activititenvrs1ag 1986-1988 jaarverslag 1989 Een onderzoek naar de Vlaamse deelname aan het Europese kaderprogramma A. Adams i.s.m. C. Appels. G. Eggermont, E. Monard en J. Van cle Vijvere (22 april 1991) Activiteitenverslag 1990-1991 Advies inzake de Vlaamse Horizontale I3egrotingsprogrammas Wetenschaps beleid 1992 en 1993 (28 januari 1993) Aanbeveling betreffende de Vlaamse deelname aan ruimteonderzoek in het kader van ESA, met analyserappori (22 april 1993) Activiteitenverslag 1992-1993 (24 februari 1991) Wetenschap als Cultuur Marc De Mey, Johan Braeckinan en Tom Claes (december 1994) Advies inzake de Vlaamse Horizontale Begrotingsprogrammas Wetenschaps beleid 1994 en 1995 (28 juni 1995) Activiteitenverslag 1994-1995 (11juni1996) Svntheserapport: De internationale onderzoeksorganisaties (12 september 1996)
Wetenschap als Cultuur Acta van het cofloquium ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (22 oktober 1996) Advies inzake de Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramm&s Wetenschapsbeleid 1997 (26 juni 1997) tweede aanbeveling betreffende de Vlaamse deelname aan ruimteonderzoek in het kader van ESA, met tweede analyserapport (26juni 1997)
Bijlage VII Het. VRWB-secretariaat is belast met de inhoudelijke voorbereiding, de rapporte ring, de voortgangsbewaking en de coรถrdinatie van de VRWB, zijn commissies en ad-hocwerkgroepen. Het VRWB-sccretariaat is ondergebracht in het ministerie van cle Vlaamse Gemeenschap en wordt geeicl door de secretaris onder het gezag van de voorzitter.
Samenstelling Stafleden: *
dr. ir. Elisabeth MONARI), secretaris (Ir. I)anielle RASPOET navorser
Administratieve ondersteuning: * *
Greet DRILJEUX, adjunct van de directeur C ari iie BRACKEN IER, administratief medewerker
Inhoud Voorwoord
3
Korte geschiedenis
4
Opdracht
5
Samenstelling
5
Commissies, ad-hocwerkgroej)en, experts
5
VR’vVB-secretariaat
6
Activiteiten
7
Adviezen
12
Aanbevelingen
27
Commentaar
35
Bijlage T:
Samenstelling van de raad
36
Bijlage II:
Samenstelling van de commissies
38
Bijlage III: Samenstelling van de ad-hocwerkgroepen
43
Bijlage IV: Tekst van het decreet tot oprichting van de Vlaamse Raad VOOf Wetenschapsheleid
45
Bijlage V:
Huishoudelijk Reglement van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsheleid
51
Bijlage VI:
Lijst van de adviezen, aanbevelingen, memoranda, commentaren en publicaties in de periode 1986-1995
59
Bijlage VII: VRWB-secretariaat
66
COLOFON lltgave van de Vlaamse Raad vuur \Velcnschapsbeleid VRWB)
R. l)iflemans, Voorziller E. Monard, secretaris VRWB-secretariaat l3oud ‘wij niaan 30 000 Brussel Tel: (02)507 5986 Fax: (02)507 j791
Ontwerp en lay-out: N. Goossens afdeling Communicatie en Ontvangst ministerie van de Vlaamse Gemeenschap I)ruk: IPM 1)i’ 1998/6099/1