Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/004
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/004
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 27 oktober 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoekster), een verzoek in bij het Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn (hierna vermeld als: afdeling Dierenwelzijn), waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de inspectieverslagen van de controles uitgevoerd sinds 28 oktober 2018 bij xxx, kweker-handelaar honden met ondernemingsnummer xxx. Bij mailbericht d.d. 7 december 2021 werd dit verzoek door de afdeling Dierenwelzijn afgewezen. Op 29 december 2021 diende verzoekster een beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing van de afdeling Dierenwelzijn. Dit beroep werd geregistreerd op 3 januari 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 27 oktober 2021. De bestreden beslissing dateert van 7 december 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 29 december 2021 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is dan ook ontvankelijk.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Het verzoek tot openbaarmaking van de inspectieverslagen werd door de afdeling Dierenwelzijn afgewezen omwille van de volgende overwegingen: “ Wij verwijzen naar uw vraag in het kader van de openbaarheid van bestuur, die werd geregistreerd onder
dossiernummer DETA-15069, melden wij u dat wij hier niet op kunnen ingaan.
De opgevraagde stukken maken immers nog deel uit van een lopend onderzoek door het parket, de geheimhouding van het onderzoek mag niet geschaad worden. Wij beroepen ons hiervoor op artikel II.36, §1, 3° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018: De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, wijzen de aanvraag tot openbaarmaking af als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen: 3° het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld.” 2. Inhoud van het beroepschrift Verzoekster vraagt in het beroepschrift om de gevraagde documenten alsnog openbaar te maken en argumenteert dit als volgt : “ Na klachten van het personeel van xxx heb ik in februari 2019 maar liefst vijf mails verstuurd naar Minister
Weyts en de inspectiedienst Dierenwelzijn, nl op 4/2/2019- 6/2/2019 - 10/2/2019 - 13/2/2019 - 15/2/2019. Zij hebben geen enkel gevolg gegeven aan mijn zeer dringende oproepen tot interventie. Uiteindelijk is het de politie die ik ook had gecontacteerd, die de interventie heeft uitgevoerd. Er werden 23 dieren in beslag genomen en er loopt een onderzoek bij het parket.
Op 4 oktober 2021 schrijft het kabinet van de minister dat er tijdens controles bij xxx geen ernstige overtredingen werden vastgesteld (Zie bijlage 4). In de pers spreekt men echter over heel wat PV’s en klachten sinds 2019. Op 21 oktober 2021 gaat de politie ook controleren. Er worden 180 dieren in beslag genomen ! Men spreekt over dierenmishandeling, dode en onderkoelde dieren. Ik vraag me dus af hoe het mogelijk is dat de dienst Dierenwelzijn er alles goed keurt en de politie niet ? Hoe kan het dat er geen inbreuken of dierenleed worden vastgesteld door de inspectiedienst dierenwelzijn
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/004
pagina 2 van 5
en men dankzij het optreden van de politie er in totaal meer dan 200 dieren in beslag neemt? Wie voert die controles uit ? Waar, wanneer en hoe ? Ligt het aan de bekwaamheid van het personeel van de dienst dierenwelzijn of is er een integriteitsprobleem ? Ik had dan ook via die verslagen van xxx gehoopt op meer duidelijkheid mbt de uitvoering van die controles. “ 3. Standpunt van de beroepsinstantie Verzoekster vraagt in dit dossier bij de afdeling Dierenwelzijn om de openbaarmaking van de inspectieverslagen van de controles uitgevoerd sinds 28 oktober 2018 bij xxx, kweker-handelaar honden met ondernemingsnummer xxx. De beroepsinstantie heeft navraag gedaan bij de afdeling Dierenwelzijn om aan te geven welke documenten hier nu exact deel uitmaken van het dossier en meer in het bijzonder welke inspectieverslagen er bestaan van controles die werden uitgevoerd. Uit de verkregen informatie blijkt dat de volgende stukken deel uitmaken van dit dossier: - processen-verbaal d.d. 21 februari 2019, opgemaakt door de lokale politie, Regio Puyenbroeck, overgemaakt aan het Parket - Pro Justitia, opgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving d.d. 20 oktober 2021, overgemaakt aan het Parket - Pro Justitia, opgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving d.d. 3 december 2021, overgemaakt aan het Parket - 3 controleverslagen, opgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving d.d. 6 mei 2019, 19 februari 2021 en 3 september 2021 Het openbaarheidsverzoek van verzoekster heeft betrekking op de 3 controleverslagen die werden opgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving d.d. 6 mei 2019, 19 februari 2021 en 3 september 2021. Uit de ingewonnen informatie is gebleken dat de beide Pro Justitia van de Inspectie Dierenwelzijn d.d. 20 oktober 2021 en 3 december 2021 aan het Parket werden overgemaakt door de afdeling Dierenwelzijn. In dat verband werden ook alle opgemaakte controleverslagen die zijn opgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving (en die het voorwerp uitmaken van huidig openbaarheidsverzoek) overgemaakt aan de diensten van het Parket. Het parket heeft de afdeling Dierenwelzijn geïnformeerd op 7 december 2021 over het feit dat het dossier voor verder onderzoek werd weerhouden en dus momenteel door de diensten van het Parket wordt onderzocht en behandeld. Alle dossiers die bij het Parket gekend zijn sinds 2019 met betrekking tot xxx werden samengevoegd Het voorwerp van dit openbaarheidsverzoek betreft dus allemaal stukken die deel uitmaken van het dossier, zoals dit werd overgemaakt aan het Parket vanuit de afdeling Dierenwelzijn. Er bestaat voor de beroepsinstantie geen twijfel over het feit dat het hier gaat om bestuursdocumenten in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, die bijgevolg principieel voor openbaarmaking in aanmerking komen. De afdeling Dierenwelzijn verwees in zijn weigeringsbeslissing evenwel naar het feit dat de opgevraagde documenten deel uitmaken van een dossier dat werd overgemaakt aan het Parket ten behoeve van een strafvorderingsprocedure en om die reden niet openbaar moeten worden gemaakt.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/004
pagina 3 van 5
De beroepsinstantie sluit zich aan bij voormelde redenering. Met zijn beslissing verwijst de afdeling Dierenwelzijn immers naar de toepassing van artikel II.36, §1, 3° van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie kon vaststellen dat de inhoud van de betrokken documenten betrekking heeft op de naleving van de dierenwelzijnswetgeving en is van oordeel dat de beschrijvingen die betrekking hebben op de leefsituatie waarin de dieren zich bevinden en de maatregelen die ten aanzien van de dieren worden genomen als milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet kunnen worden beschouwd. Op grond van voormelde decreetbepaling dient de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen te worden indien men van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het vertrouwelijk karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting (Parl.St. Vl.Parl 2017-18 nr. 1656/1, 59) belet deze bepaling dat bestuursdocumenten die uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, worden vrijgegeven om het goede verloop van het strafonderzoek, de rechten van verdediging en het vermoeden van onschuld te vrijwaren. Deze uitzonderingsgrond is aldus van toepassing indien het vrijgeven van de gevraagde bestuursdocumenten schade toebrengt aan het opsporen en vervolgen van strafbare feiten of de rechten van verdediging in het gedrang brengt. Uit de informatie die de beroepsinstantie heeft ontvangen is gebleken dat de opgevraagde stukken deel uitmaken van de opgestelde PV’s en Pro Justitia in dit dossier die allemaal werden bezorgd aan de bevoegde diensten van het Parket. Dit dossier is volgens de door de afdeling Dierenwelzijn bezorgde informatie nog steeds in onderzoek bij het Parket, zodat het strafonderzoek in dat verband nog niet werd afgerond. Een vrijgave van deze stukken zou de geheimhouding van het onderzoek kunnen schaden. Om voormelde reden is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat terecht toepassing gemaakt werd van de uitzonderingsgrond, zoals voorzien in artikel II.36, §1, 3° van het Bestuursdecreet voor de opgevraagde documenten, de 3 controleverslagen die werden opgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving d.d. 6 mei 2019, 19 februari 2021 en 3 september 2021. die integraal deel uitmaken van de opgestelde Pro Justitia en moeten daarom dan ook bestempeld worden als documenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering werden opgemaakt. Het argument van verzoekster dat het belang van de openbaarmaking van de opgevraagde stukken hier zwaarder doorweegt kan niet worden bijgetreden door de beroepsinstantie. De beroepsinstantie acht in casu geen hoger openbaar belang van toepassing dat de openbaarmaking van de gevraagde documenten zou rechtvaardigen. Het individuele belang dat verzoekster beweert te hebben, waar zij stelt dat ze als burger wel eens wil weten op welke manier de minister de broodfok aanpakt, dient hierbij onderscheiden te worden van het openbaar belang dat bij de openbaarmaking van de desbetreffende documenten gebaat zou zijn. De beroepsinstantie is van mening dat er in casu geen openbaar belang, zoals geduid in de parlementaire voorbereiding, gemoeid is met de openbaarmaking van de betrokken documenten. De memorie van toelichting stelt immers m.b.t. de belangenafweging het volgende: “De uitzonderingen worden alleen ingeroepen als het belang van de openbaarheid niet primeert. Daarmee wordt bedoeld: een met de openbaarmaking gediend openbaar belang. Deze bepaling betekent dus niet dat de private belangen van de aanvrager moeten afgewogen worden tegenover de belangen die met de uitzonderingen beschermd worden. Het gaat om het belang van de gemeenschap: de openbare orde, de veiligheid van de bevolking, grote maatschappelijke issues, globale bescherming van het leefmilieu enzovoort..” (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 56). In voorliggend geval dient de bescherming van het onderzoek door het Parket geacht te worden te primeren.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/004
pagina 4 van 5
Voor de volledigheid wijst de beroepsinstantie ook nog op de toepassing van de uitzonderingsgrond bepaald in artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 en 11bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de Gemeenschappen en de Gewesten hebben toegekend, een federale bevoegdheid blijft. In bovenvermelde wet worden met “sanctioneerbare feiten” de strafrechtelijk beteugelde feiten bedoeld, evenals de feiten die onderworpen zijn aan een administratieve sanctie met inbegrip van de disciplinaire maatregelen. Onder deze uitzonderingsgrond kunnen bijvoorbeeld ook de documenten vallen die nog niet gelinkt zijn aan een lopend gerechtelijk onderzoek, maar waarvan de openbaarmaking het onderzoek eventueel kan schaden (Parl.St. Kamer 2005-2006, nr. 51, 2511/001, 36). Zolang er sprake is van een onderzoek door het Parket, wat in casu overduidelijk het geval is, kan de openbaarmaking van de gevraagde documenten niet toegestaan worden. De neutraliteit en objectiviteit van het onderzoek moet gevrijwaard worden zonder daarbij enige rechten van verdediging in gevaar te brengen of een lopend onderzoek door het Parket te beïnvloeden. Zolang het strafonderzoek nog lopende is, zou het vroegtijdig onthullen van de inhoud van de opgestelde processen-verbaal, met de bijhorende documenten (waaronder de opgevraagde controleverslagen), kunnen verhinderen dat mogelijke nuttige onderzoekdaden in een geruststellende en serene sfeer zouden kunnen plaatsvinden. Het ingestelde beroep wordt om voormelde redenen dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 29 december 2021 tegen de weigeringsbeslissing vanwege het Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn, wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 2 februari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/004
pagina 5 van 5