Skip to main content

Weliswaar_154.pdf

Page 1

JUNI-JULI 2021 NR.154

WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSMAGAZINE VOOR VLAANDEREN

Geen klassieke, wel warme gezinnen

Energiearmoede duurzaam bestrijden: “MET ENERGIEMAATREGELEN KAN JE OOK SOCIALE PROBLEMEN ZOALS ARMOEDE AANPAKKEN.”


ZOALS HET KLOKJE THUIS TIKT, TIKT HET NERGENS

4 PAPILLON PAKT ENERGIEARMOEDE DUURZAAM AAN Een op de vijf gezinnen in ons land kan de energiefactuur amper betalen. Energieverslindende huishoudtoestellen spelen daarin een grote rol. Daarom verhuurt Papillon nu energiezuinige toestellen aan gezinnen in energiearmoede.

2

| nr. 154 - juni-juli 2021

Dirk Musschoot schreef een boek over een eeuw gezinsleven in Vlaanderen: Toen geluk nog heel gewoon was. Hij omschrijft de ontwikkelingen die ertoe leidden dat we steeds minder klassieke gezinnen zien: de uitvinding van de pil, meer rechten voor vrouwen, het homohuwelijk, maar ook technologische hulpmiddelen die het huishouden en gezinsleven vergemakkelijkten. Ann en Pascal vormen een nieuw samengesteld gezin met drie kinderen. In het dossier vertellen ze hoe ze dat ervaren. Anns dochter Jade merkte meteen dat

11

DOSSIER

ama, papa, zoon en dochter. Huisje, boompje, beestje. Zo zag het klassieke gezin er tot een paar decennia geleden doorgaans uit. Tegenwoordig zien we gezinnen in alle soorten en maten. Alleenstaande ouders, na een scheiding of na een bewuste keuze om alleen kinderen te krijgen. Nieuw samengestelde gezinnen waarvan een of beide partners al kinderen hadden toen ze mekaar ontmoetten en misschien samen nog kinderen krijgen. Of gezinnen met twee mama’s of twee papa’s, met biologische kinderen, adoptieof pleegkinderen.

ENERGIEARMOEDE

© Stephan Vanfleteren

M

GEEN KLASSIEK, WEL EEN WARM NEST Het tijdperk van het klassieke gezin ligt voorgoed achter ons. Gelukkig hoeft een gezin geen klassieke vorm aan te nemen om kinderen en ouders gelukkig te maken. Dat bewijzen de gezinnen in dit dossier. Journalist Dirk Musschoot schreef een boek over de evolutie van het Vlaams gezin.


Olaf en Kris waren al jaren een koppel en hadden eigenlijk nooit de intentie om aan kinderen te beginnen. Tot de thuissituatie van Olafs neef Jarno verslechterde. Ze twijfelden niet lang om contact op te nemen met pleegzorg en Jarno permanent

26

bij hen te laten wonen. Intussen geven ze hem al vijf jaar de stabiele thuis die hij nodig had. De getuigenissen in het dossier laten zien dat het niet zo belangrijk is welke vorm je gezin aanneemt. Wat wel belangrijk is, is een warm nest waar iedereen liefde en geluk kan vinden. Elk klokje tikt op zijn eigen manier. En zoals het thuis tikt, tikt het nergens. Liesbeth Van Braeckel, Hoofdredacteur Weliswaar

28

DENKERS IN WELZIJN

24

INTERVIEW

Eenoudergezinnen komen ook steeds vaker voor. Shadyaneh zorgde jarenlang alleen voor haar zoon. De eerste jaren na haar scheiding vielen haar zwaar.

Toch had de situatie ook goede kanten: ze kon alles zelf bepalen en hoefde aan niemand verantwoording af te leggen. Ondertussen ontmoette ze een nieuwe vriend, met wie haar zoon ook goed kan opschieten. Shadyaneh is blij met het eigen pad dat ze koos.

DE ESSENTIE

haar mama veel gelukkiger en meer ontspannen was toen ze Pascal leerde kennen. Al is het een leven in twee werelden, volgens Ann. De ene week met één kind, de andere week wat intenser met drie kinderen. Veel plannen en organiseren, maar iedereen die deel uitmaakt van het gezin helpt mee de regels opstellen. En zo doen ze het werken.

WERKSTRAFFEN IN CORONATIJDEN

KIJK IN KLEUR

VERBONDENHEID ALS MEDICIJN

De coronacrisis bracht het werkstraffensysteem sterk in het gedrang. Peter Pletincx van het Justitiehuis Brussel zocht en vond coronaproof alternatieven, onder meer bij het Agentschap Natuur en Bos. Ploegbaas Werner François getuigt over zijn ervaringen met werkgestraften.

“Mensen die manisch-depressief zijn, leven zwart-wit, maar we mogen niet zwart-wit naar hen kijken. Je moet dat in alle kleurschakeringen proberen doen”, zegt Lize Spit. In haar tweede roman staat geestelijke gezondheid centraal. “Ik wil dat mensen voorbij de stoornis kijken.”

Psycholoog Ronny Bruffaerts pleit voor een langetermijnperspectief gebaseerd op verbondenheid en continuïteit van zorg. “We wachten in ons kabinet tot de patiënt een afspraak maakt. In de vermaatschappelijking van de zorg moet je dat omkeren. We moeten leren outreachend te zijn.”

Omslagillustratie Pieter Van Eenoge

nr. 154 - juni-juli 2021 |

3


ENERGIEARMOEDE

Sociaal project Papillon pakt energiearmoede duurzaam aan

ENERGIEZUINIG ARMOEDE BESTRIJDEN Tekst Liesbeth Van Houdt | Foto’s Jan Locus

Een op de vijf gezinnen in ons land kan de energiefactuur amper betalen. Een derde van die gezinnen gebruikt energieverslindende huishoudtoestellen. Dat jaagt hun energiefactuur de hoogte in en leidt tot nog meer financiële problemen. Daarom kunnen gezinnen in armoede in de Westhoek energiezuinige toestellen huren via Papillon, een samenwerking tussen Samenlevingsopbouw WestVlaanderen, OCMW’s en Bosch. Het project wordt dit jaar verder uitgerold over Vlaanderen.

V

olgens de meest recente cijfers van de Barometer Energiearmoede (2019) heeft maar liefst 20% van de Belgische huishoudens moeite om hun woning van energie te voorzien. In Vlaanderen gaat het om 15%, of 135.000 gezinnen. Mensen in armoede hebben zelden budget om energiezuinige toestellen aan te kopen. Daarom dacht opbouwwerker Stefan Goemaere van Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen een project uit om mensen in energiearmoede toch toegang te bieden tot zuinige toestellen. Het project werkt met een huurmodel en het doel is om zo de energie- en waterfacturen te doen dalen en energiearmoede aan te pakken.

4

| nr. 154 - juni-juli 2021

TIEN JAAR ZONDER ZORGEN Sinds 2018 kunnen 73 gezinnen uit de Westhoek 130 energiezuinige huishoudtoestellen huren voor een periode van tien jaar. Ze huren die voor ongeveer 7 euro per maand per stuk. De overheid legt per toestel nog 2 euro bij. “In die huurprijs is gratis levering, installatie en onderhoud inbegrepen. Ook eventuele vervanging gebeurt gratis”, zegt Goemaere, die de gezinnen in de Westhoek opvolgt. “Dat maakt dat huurders tien jaar zonder zorgen zijn, want mensen met financiële problemen liggen vooral wakker van onverwachte kosten.”

“De huishoudtoestellen van Papillon hebben een A++ of A+++ label, waardoor het energieverbruik over tien jaar drastisch daalt”, zegt Goemaere. Volgens hem biedt het huren van een toestel veel voordelen. “Mensen in armoede kunnen zelden 700 euro in één keer neerleggen voor een toestel. Als ze op afbetaling kopen, komt daar nog intrest bij. Een renteloze Vlaamse energielening biedt voor sommigen een oplossing, maar wie schulden heeft kan daar geen beroep op doen. En de huurder kan het contract elk moment opzeggen. Als je tien jaar huurt, heb je op het einde van de rit misschien wel meer betaald dan wanneer je een nieuw toestel zou aankopen, maar daar staat veel tegenover.”

CIRCULAIRE ECONOMIE Om Papillon uit de grond te stampen, klopte Goemaere aan bij BSH Home Appliances, een dochterbedrijf van Bosch. Op dat moment experimenteerde Bosch Nederland in Amsterdam immers met een gelijkaardig idee. Daar kunnen consumenten via BlueMovement al een Bosch-toestel huren in plaats van er een te kopen. Bruno Vermoesen, die bij BSH Home Appliances werkt rond circulaire economie, kwam met Goemaere in contact. Hij zag in Papillon een proefproject dat niet alleen gezinnen in armoede, maar ook de eigen bedrijfsdoelstellingen dient. “Ons bedrijf werkt al jaren rond circulaire economie. Op Europees vlak is daar zowel maatschappelijk als wetgevend steeds meer aandacht voor, denk bijvoorbeeld aan de Europese Green Deal. Consumenten willen steeds meer maatschappelijk verantwoorde producten. De vraag naar circulaire, beter herstelbare producten met een langere levensduur stijgt. Bosch moet die trend simpelweg volgen om geen marktaandeel te verliezen.”


STEFAN GOEMAERE, SAMENLEVINGSOPBOUW WEST-VLAANDEREN:

“Energiemaatregelen richten zich vaak op de middenklasse. Papillon toont aan dat ze ook ingeschakeld kunnen worden om sociale problemen zoals armoede aan te pakken.”

“Maar circulair werken is niet zo eenvoudig. Als wij toestellen verkopen, weten we zelden waar ze terechtkomen als ze worden afgedankt. Als we eigenaar blijven, zoals met Papillon het geval is, kunnen we de volledige levenscyclus

“Onderhoud en vervanging zijn inbegrepen, dus huurders moeten niet wakker liggen van onverwachte kosten.” van onze toestellen volgen. We kunnen ook de levensduur nog verlengen door herstellingen. Achteraf kunnen we grondstoffen en materialen hergebruiken om nieuwe toestellen te produceren”, legt Vermoesen uit. “Op die manier kan Bosch heel wat ervaring opdoen met circulair werken en wordt er ook tegemoetgekomen aan de Europese regelgeving, die Bosch als producent verantwoordelijk houdt voor het afval van toestellen.” Bosch – een multinational met een omzet van liefst 75 miljard euro – moet dan wel winst maken, maar die wordt niet uitgekeerd aan aandeelhouders. “Bosch nr. 154 - juni-juli 2021 |

5


ENERGIEARMOEDE

is niet-beursgenoteerd en het merendeel van de winst gaat naar de Robert Bosch Stichting, die wereldwijd sociale en medische projecten ondersteunt. Ook de sociale dimensie van Papillon leunt dus aan bij onze filosofie”, meent Vermoesen. “Daarbij streeft Bosch ernaar CO2-neutraal te zijn, dus een project dat de strijd aanbindt met energiearmoede past perfect bij ons bedrijf. En recurring revenues, een constante stroom van inkomsten die ontstaat als je verhuurt, zijn voor een bedrijf tenslotte ook interessant.” Dat Bosch niet louter uit liefdadigheid in het project stapte, ziet Goemaere alleen maar als een voordeel. “We wilden een economisch model uitwerken dat ook voor Bosch interessant is. Enkel op die manier is de toekomst van het project verzekerd. Bosch heeft zijn expertise, wij de onze, en we gebruiken elkaar om onze doelstellingen te realiseren.”

SOCIALE, ECONOMISCHE EN ECOLOGISCHE VERANDERING Als sociaal werker zorgt Stefan Goemaere met Papillon op heel wat vlakken voor verandering. “In de eerste plaats verbetert Papillon het leven van mensen in energiearmoede. We leveren trouwens niet alleen zuinige toestellen, we geven ook tips en advies. We leren mensen hun energiefactuur beter te begrijpen en zo kunnen ze die misschien nog verder omlaag krijgen. Of we bekijken samen hoe we de woon­ kwaliteit en het wooncomfort kunnen verbeteren. In feite willen we mensen als energieconsument empoweren en responsabiliseren”, zegt Goemaere. “Samenlevingsopbouw probeert daarnaast ook te wegen op het beleid. We doen

6

| nr. 154 - juni-juli 2021

armoede­toetsen voor de Vlaamse Regering, geven beleidsadvies, en ik volg de Commissie voor Leefmilieu en Energie van het Vlaams Parlement. Eigenlijk zie ik mezelf als een sociale lobbyist rond het thema energiearmoede”, lacht Goemaere. “Papillon introduceert een andere manier van denken. Energiemaatregelen om klimaatdoelstellingen te bereiken worden vaak op maat van de middenklasse ontwikkeld – denk aan zonnepanelen of een goed geïsoleerd huis. Papillon toont aan dat ze ingeschakeld kunnen worden om sociale problemen zoals armoede aan te pakken.”

“Als een derde van de Belgen in energiearmoede twee toestellen zou huren, zou er elk jaar bijna 10.000 ton CO2 worden bespaard.” “En we hebben de markt voor een stuk veranderd, aangezien Bosch door ons project nu ook toestellen verhuurt, meer circulair werkt én zich ook op onze doelgroep richt”, zegt Goemaere. “Bosch had perfect voor meer vermogende consumenten kunnen kiezen, met huurprijzen die een stuk hoger zouden liggen.” En daar komt ook nog ecologische verandering bij. Bosch berekende dat met de 130 toestellen in de Westhoek over tien jaar een CO2-uitstoot wordt bespaard die overeenkomt met bijna 400.000 gereden autokilometers. “En het wordt pas echt interessant als het project wordt opgeschaald. Als een derde van de Belgen in energiearmoede twee toestellen zou huren, zou er per jaar bijna 10.000 ton

CO2 worden bespaard”, maakt Vermoesen zich sterk.

UITBREIDING NAAR VLAANDEREN EN BELGIË De opschaling naar Vlaanderen komt er dit jaar aan. In 2021 zullen OCMW’s via Papillon nog eens 550 energiezuinige huishoud­ toestellen kunnen verhuren aan gezinnen in energiearmoede: 50 refurbished en 500 nieuwe. “Daarna evalueren we. Het is de bedoeling om het project nog verder uit te breiden naar Waalse en Brusselse gezinnen, met 2.000 tot 4.000 toestellen per jaar”, zegt Vermoesen. “Er is ook internationale aandacht voor het project binnen BSH Home Appliances, maar eerst focussen we op ons land.”


CHANTAL MOERENHOUT, SALESMANAGER CARE:

“De financiële positie van mensen is kwetsbaar. Ze hebben “Bosch streeft ernaar om geen marge.” BRUNO VERMOESEN, onze BSH HOME APPLIANCES:

CO2-neutraal te zijn. Een project dat de strijd aanbindt met energiearmoede past perfect bij ons bedrijf.”

Om die uitbreiding te realiseren, moet Goemaere zijn werk voor een stuk uit handen geven. “In de Westhoek deden een collega en ik zo goed als alles zelf. Omdat dat nu niet meer kan, werkten we een model uit van sociale franchise. OCMW’s tekenen in op toestellen – zij hebben de contacten met hun cliënten, sluiten huurovereenkomsten af en ontvangen het huurgeld – en eens per jaar storten OCMW’s het geld door naar Samenlevingsopbouw, zodat wij de factuur van Bosch kunnen betalen.” En wat er na tien jaar met de toestellen gebeur t? “Bosch-toestellen gaan gemiddeld vijftien jaar mee, dus een aantal toestellen zal na tien jaar nog steeds verhuurd worden. Toestellen

“Het economische model moest ook voor Bosch interessant zijn. Enkel zo is de toekomst van Papillon verzekerd.” worden zoveel mogelijk opgeknapt, en als ze niet meer geschikt zijn, worden ze uit elkaar gehaald om goede onderdelen te hergebruiken of te recycleren. Daarvoor werken we samen met ElectroSofie in Luik, een sociale onderneming vlakbij ons magazijn”, zegt Vermoesen. “Grondstoffen uit oude toestellen worden met andere woorden terug in het bedrijf geïnvesteerd en materiaalkringlopen worden zoveel

mogelijk gesloten. Door Papillon, het Franse woord voor vlinder te gebruiken, verwijzen we immers naar het circulaire economiemodel van Ellen MacArthur, genaamd the butterfly.”

�� Papillon won meerdere prijzen: de

Klimaattrofee van De Standaard, de bronzen Belgium Business Award for the Environment, de derde plaats voor de EHS (Environment, Health and Safety) Award van Bosch, en de Berlin Design Award 2021 in de categorie ‘Service – Maatschappij’.

nr. 154 - juni-juli 2021 |

7


ENERGIEARMOEDE

ANNE-COLETTE IS EEN VAN DE GEBRUIKERS VAN PAPILLON. ZE HUURT TWEE TOESTELLEN.

ANNE-COLETTE:

“Dankzij de tips en de zuinige toestellen kan ik mijn energieen waterfactuur laag houden.”

“Toen ik van een gemeubeld appartement naar een sociale woning verhuisde, had ik geen koelkast en geen wasmachine. Met mijn budget van 1.200 euro per maand lukte het niet om zulke toestellen aan te kopen. Doordat ik geen koelkast had, kon ik geen grote inkopen doen. En de was deed ik in een wassalon, wat duur was. Je betaalt er al snel 7 euro voor één machine en er wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld weekendtarief. Door mijn gezondheidsproblemen was het ook onhandig om me telkens te verplaatsen met mijn wasgoed, zeker als ik mijn lakens moest wassen”, vertelt ze. “Sinds ik een

“Die koelkast en wasmachine veranderden mijn leven.” wasmachine huur, hoef ik de deur niet meer uit en kan ik mijn energiefactuur laag houden door in het weekend te wassen. En omdat ik nu een koelkast met een vriesvak heb, kan ik grote inkopen doen en soep of overschotjes invriezen.” Anne-Colette is niet alleen blij met de energiezuinige toestellen, maar ook met de tips die ze meekreeg om nog meer energie te besparen. “Nu trek ik bijvoorbeeld alle stekkers uit, behalve die van de tv, en laad ik mijn gsm ’s nachts op. En omdat het altijd even duurt voordat het water warm wordt, vang ik het koude water op om de planten te gieten.” “Met de tips die ik kreeg en de goede toestellen die ik nu heb, kan ik mijn energieen waterfactuur laag houden. En ik hoef me geen zorgen te maken over extra kosten of herstellingen. Al die dingen maken echt een verschil. Niet alleen voor mijn portemonnee en comfort, maar ook voor het milieu”, besluit Anne-Colette.

8

| nr. 154 - juni-juli 2021

POLITISEREND WERKEN ZIT IN HET DNA VAN SOCIAAL WERK, MAAR WAT IS HET JUIST? Als democratische professionals dragen sociaal werkers bij aan maatschappelijke verandering. Hoe kunnen we onze samenleving het best organiseren? Over deze vraag laten sociaal werkers hun stem horen. Ze benoemen belemmeringen, stellen denkpatronen in vraag en formuleren alternatieven. Om het denkwerk over politiserend werken te inspireren brengen Weliswaar, Sociaal.Net en Socius in het kader van #sterksociaalwerk een aantal straffe politiserende praktijken in beeld. Papillon is daar één van.


BIJSLUITER

OPGEBRANDE OUDERS

Tijdens het voorbije jaar kreeg ons mentaal welzijn een stevige knauw. Werkonzekerheid, thuiswerk, isolatie en afstandsonderwijs: niemand ontsnapte aan de impact van de coronamaatregelen. Thuiswerkende ouders met kinderen hadden het bijzonder zwaar te verduren. Ik bewonder alle collega’s en vrienden die thuiswerk moesten combineren met jengelende kleuters of opstandige pubers. Tussen de vergaderingen door je kind helpen met huistaken. Ergernis voelen over hoe je zoon de godganse dag gamet. Ongerust zijn omdat je dochter de halve dag somber in bed blijft liggen. Het gaat niet in de koude kleren zitten. Een enkele keer wordt het te zwaar om dragen. Bij 8% van de Belgische ouders zou er sprake zijn van een parentale burn-out. Dat berekenden twee professoren psychologie van de UCLouvain op basis van een internationale enquête bij ouders met kinderen in huis. Tijdens de lockdown werden meer dan 17.000 ouders uit 42 landen hierover bevraagd. In geval van een parentale burn-out raak je opgebrand door de situatie met je kinderen thuis. De chronische stress weegt zo zwaar door dat de elastiek lijkt te breken. Langzaamaan besef je dat je de situatie niet aankan. Je sukkelt niet alleen in een depressieve gemoedstoestand, maar je ontwikkelt ook negatieve gevoelens tegenover je kroost die je riskeert te verwaarlozen, zowel fysiek als emotioneel. Als ouder sta je

met je rug tegen de muur. Je ziet geen plezier meer in je ouderrol en je neemt afstand van je kinderen. Je luistert met een half oor naar hun zorgen en schaamt je er tegelijk voor dat je het niet meer kan opbrengen.

adolescent in huis die met zichzelf in de knoop ligt en zelf niet goed overweg kan met stress ... Slaapstoornissen en conflicten met partner en kinderen loeren om de hoek. Hoe geraken de batterijen terug opgeladen?

Die negatieve houding ten aanzien van de kinderen heeft een belangrijk onderscheid met chronische stress. Ook stress kan je uitputten en soms boos maken op je kroost, maar je slaagt erin om af en toe te ontsnappen. Bijvoorbeeld door grootouders in te schakelen of een beurtrol af te spreken met je partner. Niet iedereen heeft die mogelijkheden. Wanneer de draaglast groter wordt dan de draagkracht, kan je helemaal uit evenwicht geraken. Verschillende factoren verhogen het risico op een parentale burn-out: geen tijd meer hebben voor jezelf, een stresserende job, werkonzekerheid, een

De expert-psychologen uit Louvain-la-Neuve zijn bezig aan een boek over parentale burn-out en hebben een aantal tips. De uitgeputte ouder heeft structuur, genoeg quality time en adempauzes nodig, vernemen we. Daarnaast zijn taakafspraken met de partner en afspraken met (oudere) kinderen van belang. Aanvaarden dat het soms te veel is, brengt je ook al een heel eind. Perfecte ouders bestaan niet.

Marleen Finoulst, hoofdredacteur Bodytalk nr. 154 - juni-juli 2021 |

9


KORT

GELUK(T): JONGEREN OVER HUN ERVARING MET JEUGDHULP Yana, Sharon en Ian zijn drie jongeren die opgroeiden in de jeugdhulp. Thuis liep het fout en ze verbleven een tijdje in verschillende leefgroepen. Vandaag staan ze op hun eigen benen en studeren of werken ze. Ze hebben elk hun eigen unieke verhaal en bouwen alle drie aan hun toekomst. Ze willen jongeren die hetzelfde doormaken >>

en ook in de jeugdhulp opgroeien graag een hart onder de riem steken. Dit doen ze door hun persoonlijk verhaal te delen. Een jaar lang houden ze elk een blog bij. Ze gaan ook langs in leefgroepen en motiveren jongeren om vol te houden en te werken aan hun eigen toekomst.

Yana leefde 16 jaar lang in verschillende jeugdhulpvoorzieningen. Vandaag is ze 21 jaar en sinds kort is ze trotse mama van Myliano. Samen met haar zoontje heeft ze nu haar eigen thuis. Haar verhaal lees je op weliswaar.be/yana

ZORGEN VOOR MAMA Claudia werkt al 17 jaar lang met passie als sociaal werker bij Kind en Gezin. De afgelopen weken was ze te zien in Zorgen voor mama op Eén. Claudia ondersteunt daarin gezinnen in armoede en zoekt mee naar manieren om hen een extra duwtje in de rug te geven. In Zorgen voor mama vertellen zes mama’s over wat het betekent om met je gezin in armoede te leven. Ze praten over hoe moeilijk het is om met het oordeel van anderen om te gaan, maar ook over hoe sterk ze zijn. Kristel Verbeke gaat samen met coaches Claudia en Joost het gesprek aan met die gezinnen, over hun leven in armoede. >>

Op weliswaar.be/zorgenvoormama vertelt Claudia over hoe zij haar job beleeft.

DADERHULP VOOR PLEGERS VAN INTRAFAMILIAAL GEWELD Het aantal meldingen van intrafamiliaal geweld is sinds het begin van de coronacrisis verontrustend gestegen. Family Justice Center (FJC) Mechelen registreerde in 2020 voor Mechelen een verdubbeling van het aantal dossiers. De gevallen van verbaal, psychisch en fysiek geweld en misbruik worden ook ernstiger. Zowel partners >>

Lees er meer over op weliswaar.be/daderhulp

10 10

| nr. 154 - juni-juli 2021

als kinderen zijn slachtoffer. Daarom slaan Stad Mechelen, FJC Mechelen en het CAW de handen in elkaar om een laagdrempelige daderhulpgroep op te starten voor mannelijke plegers van intrafamiliaal geweld. De groep gaat in gesprek met de daders en leidt gezinnen toe naar gepaste hulpverlening.


DOSSIER GEZINNEN

NIET-KLASSIEKE GEZINNEN Het tijdperk van het klassieke gezin ligt voorgoed achter ons. Eenoudergezinnen, nieuw samengestelde gezinnen, (holebi)koppels met pleeg- of adoptiekinderen komen steeds meer voor. Een gezin hoeft niet klassiek te zijn om een warm nest te zijn en zowel kinderen als ouders gelukkig te maken. Dat tonen de gezinnen in dit dossier. nr. 154 - juni-juli 2021 |

11 11


DOSSIER GEZINNEN

Als er maar liefde is

“HET GELUK VAN EEN KIND HANGT NIET AF VAN DE GEZINSVORM” Tekst Janine Meijer | Foto Bob Van Mol

De tijd dat bijna alle gezinnen bestonden uit een man, een vrouw en een paar kinderen is definitief voorbij. Vandaag heb je vele vormen: eenoudergezinnen, nieuw samengestelde gezinnen of holebigezinnen. Naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de Gezinsbond schreef journalist Dirk Musschoot een boek over hoe het Vlaams gezin is veranderd.

“I

k kom uit een heel klassiek gezin”, vertelt journalist Dirk Musschoot. “Ik ben de oudste zoon. Na mij kwam er nog een jongen en tot slot een meisje. Mijn moeder heeft nooit een betaalde baan gehad. Mijn vader verdiende de kost. Mijn ouders waren eerst verloofd en zijn daarna getrouwd voor de kerk. Ze lieten hun drie kinderen dopen en stuurden hen naar een katholieke school. Mijn vrienden kwamen allemaal uit eenzelfde soort gezin. Je stelde je daar geen vragen bij. Iedereen deed het op dezelfde manier.” Volgens cijfers van Kind en Gezin groeit nog steeds 80% van de kinderen op in een tweeoudergezin. Maar die twee ouders zijn lang niet altijd meer een man en een vrouw. Steeds vaker kom je gezinnen tegen die bestaan uit twee moeders of twee vaders. Of uit een vader en een moeder, maar die zijn dan niet noodzakelijk de biologische ouders van de

12

| nr. 154 - juni-juli 2021

kinderen. Ook het aantal mensen dat zorgt voor een geadopteerd kind of voor een pleegkind neemt toe. Net als het aantal eenoudergezinnen.

AFKALVENDE MACHT VAN DE KERK “Mensen hebben een grote autonomie gekregen om zelf te beslissen hoe ze hun gezin vorm geven”, zegt Musschoot. “Je zou het de democratisering van het gezin kunnen noemen. De kerk heeft lang een bepalende rol gespeeld. Een liefdesrelatie was alleen mogelijk tussen een man en een vrouw en voorbehoedsmiddelen waren uit den boze. De afkalvende macht van de kerk heeft veel veranderd. Homoseksuelen durven voor hun seksuele geaardheid uitkomen en relaties tussen twee mensen van hetzelfde geslacht zijn stilaan geaccepteerd.”

“Ook andere veranderingen hebben ertoe geleid dat er niet meer één vorm van een gezin bestaat”, gaat Musschoot verder. “Denk aan het betaald verlof dat in 1936 werd ingevoerd en waardoor je als werkende vader tijd kreeg om met je kinderen door te brengen. Dat veranderde de positie van de vader in het gezin. De medische wetenschap maakte het dan weer mogelijk om op een niet-natuurlijke manier zwanger te worden. Louise Brown was in 1978 de eerste proefbuisbaby.”

DENKERS EN DOENERS “Je hebt ontwikkelingen die maken dat dingen gaan schuiven, maar denkers en doeners zijn even cruciaal”, stelt Musschoot. “Er zijn mensen nodig die in de bres springen en zaken aan de kaak stellen.” Musschoot doelt onder meer op gynaecoloog Nand Peeters die de anticonceptiepil ontwikkelde. Ouders konden voortaan zelf bepalen hoeveel kinderen ze wilden. Zangeres Margriet Hermans is ook zo’n doener. Zij werd in 1993 een bewust ongehuwde moeder. “Margriet Hermans was niet de eerste bom, maar omdat ze bekend was kreeg ze veel aandacht. Als Margriet Hermans het kan, kan ik het ook, dachten andere vrouwen.” Ook de Dolle Mina’s zijn doeners geweest. “Vandaag vinden we het normaal dat


NIEUWE BEELDVORMING Opvallend is dat je in commercials steeds vaker nieuwe gezinsvormen ziet. Toch is er ook nog veel ruimte voor verbetering. “Onlangs heeft de stad Gent alle architectenbureaus opgeroepen om meer oog te hebben voor de diversiteit aan gezinnen. In maquettes van nieuwe ontwerpen lopen bijna uitsluitend witte, klassieke gezinnen rond. Dat past niet meer bij deze tijd. Ook in andere sectoren is er nog een inhaalslag nodig als het gaat over beeldvorming van gezinnen.”

vrouwen en mannen dezelfde rechtspositie hebben, maar vergeet niet dat getrouwde vrouwen tot 1958 geen bankrekening konden openen zonder de handtekening van de echtgenoot. De Dolle Mina’s zijn heel belangrijk geweest om basisrechten voor vrouwen af te dwingen. Vergeet ook abortus niet. Pas in 1990 werd abortus in ons land uit de Strafwet gehaald.”

ONTSTAAN VAN NIEUWE WETTEN Dat vrouwen meer rechten kregen, heeft volgens Musschoot de veranderingen in

een stroomversnelling gebracht. “Steeds meer vrouwen kozen voor een baan buitenshuis. Zorgtaken werden voortaan verdeeld tussen de vrouw en de man. Maar we zijn er nog lang niet.” Het ontstaan van nieuwe wetten heeft de democratisering van het gezin de afgelopen decennia een duw in de rug gegeven. “In 2003 werd het mogelijk voor mensen van hetzelfde geslacht om te trouwen. Drie jaar later mochten ze volgens de wet een kind adopteren. Het zijn allemaal heel recente ontwikkelingen die veel invloed hebben op de ontwikkeling van nieuwe gezinsvormen.”

Is de positie van kinderen veranderd? “Vroeger was het gezin overzichtelijk. Er waren nog geen beeldschermen. Kinderen speelden vooral buiten. Vandaag heb je zoveel meningen en stromingen en uitdagingen bij het opvoeden van kinderen. Kinderen hebben veel meer dan vroeger een eigen stem gekregen.” In de meeste gezinnen groeien kinderen op in veilige en liefdevolle omstandigheden, maar er bestaat geen standaardgezin meer. “Voor het geluk van een kind maakt het niet uit of je twee papa’s of twee mama’s hebt, of je ouders gescheiden zijn of niet. Als er maar genoeg liefde en aandacht is. Er is veel ten goede veranderd. De sprong is gigantisch. Maar sla het jaarverslag van de Kinderrechtencommissaris open en je weet dat ook de rechten van kinderen nog veel te vaak worden geschaad.”

�� Dirk Musschoot, Toen geluk nog

heel gewoon was. Hoe het Vlaamse gezin in honderd jaar helemaal veranderde, Lannoo, 2020, 302 p., ISBN 9789401471138.

nr. 154 - juni-juli 2021 |

13


Het nieuw samengestelde gezin van Ann en Pascal

“IEDEREEN DIE ONDER HETZELFDE DAK WOONT, IS DEEL VAN HET GEZIN” Tekst Janine Meijer | Foto Bob Van Mol

Enthousiast steekt Hesse (1) zijn armpjes in de lucht als hij zijn grote zussen Jade (14) en Nette (12) ziet aankomen. De meisjes knuffelen hem uitvoerig. Het kleine blondje mannetje straalt en volgt hen door het hele huis. Portret van een nieuw samengesteld gezin. 14

| nr. 154 - juni-juli 2021

J

ade, Nette en Hesse zijn niet altijd samen. Ze delen dezelfde mama, maar niet dezelfde papa. De ouders van Jade en Nette besloten uit elkaar te gaan toen de meisjes nog een kleuter en een baby waren. Ann Vermeulen (43) woonde een tijd alleen met haar dochters.

Drie jaar geleden ontmoette ze Pascal Debruyne (41) op haar werk. Ze werden verliefd en al snel trok Pascal in bij het gezin. Anderhalf jaar verder werd kleine Hesse geboren. Jade en Nette wonen de ene week bij hun mama en Pascal en de andere week bij hun papa. Gelukkig liggen de twee huizen op fietsafstand van elkaar.

WISSELEN TUSSEN TWEE HUIZEN “Ik weet nog precies wanneer ik Pascal voor de eerste keer zag”, vertelt Nette. “Hij kwam binnen en gaf mama een kus.


DOSSIER GEZINNEN

zijn ook weleens op vakantie vertrokken zonder dat we lakens hadden ingepakt. Gelukkig dacht ik eraan op het laatste moment. De verschillen zijn dus groot. Maar ik ben het gewoon.” Jade heeft meer moeite met het wisselen tussen twee huishoudens waar andere regels en gebruiken gelden. “De wissel vindt op vrijdag plaats. In het weekend zit ik vaak op mijn kamer. Dan wil ik even alleen zijn en heb ik tijd nodig om te wennen.” De komst van Hesse was ook een grote verandering. “Het is nu veel drukker in huis”, vindt Nette. “Dat is heel gezellig, maar soms ook lastig. Hesse heeft heel veel aandacht nodig. ’s Morgens wil ik rustig wakker worden, maar dan wil hij steeds worden gepakt. Hesse kan nooit alleen spelen, dat is wel irritant.”

GEEN NATUURLIJKE AUTORITEIT ‘Zijn die twee samen?’, vroeg ik meteen aan mijn zus.” “Eigenlijk heeft het niet lang geduurd voor we aan elkaar waren gewend”, vult Jade aan. “Pascal is de vrolijkste mens die ik ken. En ik zag meteen dat mama veel gelukkiger en meer ontspannen was. Toen we nog met drie waren, was het voor mama veel moeilijker om haar verschillende banen en de zorg voor ons te combineren.” “We waren het ook al een beetje gewend”, gaat Nette verder. “Papa heeft ook al eens samengewoond met een vrouw die een zoon heeft.” Nette vindt het wisselen tussen het huis van papa en dat van mama niet zo lastig. “Ik draai gewoon een knop om. Mijn ouders zijn heel verschillend. Papa is altijd heel goed georganiseerd. Als mama zegt dat we om twee uur vertrekken, heeft om half drie nog niemand zijn jas aan. We

Pascal kreeg er ineens twee grote dochters bij toen hij een relatie met Ann begon, maar dat vond hij alleen maar fijn. “Ik kwam uit een vorige relatie waarin ik ook voor een kind zorgde dat niet van mij was. Dus ik had al wat ervaring. Als nietbiologische ouder heb je geen natuurlijke autoriteit. Je moet vertrouwen opbouwen. Mijn instelling is altijd geweest: iedereen die onder hetzelfde dak woont, is deel van het gezin en heeft iets te zeggen over het geheel. De regels maak je samen.” Natuurlijk zijn er ook weleens spanningen of ruzie, maar dat wordt snel uitgepraat. Nette: “Je kan het makkelijk goedmaken met Pascal. Als je een welgemeende sorry zegt, dan is het voorbij.” “Als nieuw samengesteld gezin leef je voortdurend in twee werelden”, zegt Ann. “Er is de week met alleen Hesse en de week met Hesse en de meisjes. Het voelt voor mij pas compleet als ook Jade en Nette hier zijn. Tegelijk is dat een zeer

intensieve week waarin je voortdurend probeert om met ieders behoeften rekening te houden. Ik wil er volop zijn voor de meisjes, maar ook Hesse vraagt aandacht. De energiestromen wisselen voortdurend. De week zonder de meisjes is rustiger en dan voel ik me minder bezwaard als ik eens een moment voor mezelf neem.” In een nieuw samengesteld gezin draait alles om plannen en organiseren, gaat Ann verder. “Je bent met veel lijnen verbonden aan verschillende bubbels. Je kan bij mooi weer niet zomaar besluiten om de tent te pakken en een paar dagen naar de Ardennen te gaan. Een traditioneel gezin heeft op dat vlak meer vrijheid. Maar ik ben enorm gelukkig met mijn nieuwe gezin.”

HET IS GOED ZO Hoe zit het met de taakverdeling? Neemt vooral Ann de zorg op voor de meisjes of heeft ook Pascal een aandeel? “Als ik wil dat iemand mijn huiswerk opvraagt, ga ik sneller naar Pascal dan naar mama”, zegt Jade. “Pascal heeft flexibele werkuren. Die kan makkelijker ’s avonds nog wat doorwerken. Mama geeft les op een middelbare school en moet voor haar politiek werk vaak nog vergaderen.” Koken doen Ann en Pascal afwisselend. Voornamelijk Pascal neemt de boodschappen voor zijn rekening en poetsen is dan weer meer iets voor Ann. “Ik heb geen herinneringen meer aan de tijd dat papa en mama nog niet waren gescheiden”, vertelt Jade. “Het zou heel gek zijn als die twee plots weer een relatie zouden beginnen. Ik wil Pascal en Hesse niet meer missen. Papa heeft ook een vriendin. Ik ben heel gelukkig met hoe het nu gaat. Ik zou het niet meer anders willen.”

nr. 154 - juni-juli 2021 |

15


DOSSIER GEZINNEN XXX

Vijf jaar geleden werden Olaf en Kris de pleegvaders van Jarno

“WE KRIJGEN ALLEEN MAAR POSITIEVE REACTIES OP ONS GEZIN” Tekst Janine Meijer | Foto Bob Van Mol

Olaf Buyle (55) en Kris Decorte (38) hadden nooit de intentie om aan kinderen te beginnen. Maar toen neef Jarno (19) vijf jaar geleden niet langer bij zijn moeder kon wonen, aarzelden ze geen seconde. Van links naar rechts: Kris Decorte, Olaf Buyle en hun pleegzoon Jarno.

“J

arno bracht al jaren de paas­ vakanties en zomervakanties bij ons door”, vertelt Olaf Buyle. We zagen zijn thuissituatie verslechteren. Toen hij na een weekend in Antwerpen niet meer terug naar huis wilde, hebben we contact gezocht met pleegzorg. Jarno is bij ons gebleven en nooit meer vertrokken.”

STABIELE OMGEVING Omdat de twee mannen en Jarno elkaar al goed kenden, ging alles vanaf het begin

16

| nr. 154 - juni-juli 2021

heel vlot. “Het enige probleem was dat ons appartement maar één slaapkamer had. Jarno heeft toen een tijdje op een slaapbank in de living gelegen. Snel na zijn komst hebben we een appartement met twee slaapkamers gehuurd en zijn we verhuisd.” Jarno is de neef van Olaf. Maar ook Kris staat volledig achter de beslissing. Kris Decorte: “Ik heb geen moment getwijfeld. Hij had een stabiele omgeving nodig en ik ben blij dat we hem die kunnen bieden.”

Olaf en Kris hebben al twaalf jaar een relatie. Vijf jaar geleden zijn ze getrouwd. Voor de komst van Jarno gingen ze geregeld naar feestjes en fuiven in Antwerpen. “We konden doen en laten wat we wilden”, zegt Olaf. “Met een puber erbij krijg je meer verantwoordelijkheid. Ik weet nog dat we de eerste keer naar het oudercontact op de school van Jarno gingen. Je zag de mensen denken: heeft die jongen twee vaders? Maar iedereen was er snel aan gewend.”


NIEMAND BUITENSPEL Ook de vrienden en familieleden van Olaf en Kris hebben vanaf het begin enthousiast gereageerd op de komst van Jarno. “Tot op de dag van vandaag krijgen we alleen maar positieve reacties op ons gezin”, vertelt Kris. Hetzelfde geldt voor de vrienden van Jarno. Olaf: “Jarno zit op school in Stabroek. Zijn klasgenoten komen graag naar Antwerpen en dan is ons appartement een goede uitvalsbasis. Het is hier soms echt een overrompeling.”

Inmiddels is Jarno officieel de pleegzoon van Olaf en Kris. Hij noemt Olaf nonkel en Kris is nonkel Kris. “Hij blijft de zoon van zijn moeder”, zegt Olaf. “Ik wil mijn zus niet buitenspel zetten.” Het grote voordeel van de situatie is dat Jarno en zijn omgeving leren dat het ook anders kan, vindt Kris. “Er zijn meerdere gezinsvormen mogelijk. Je kan perfect gelukkig opgroeien in een niet-klassiek gezin.”

“Er zijn meerdere gezinsvormen mogelijk. Je kan perfect gelukkig opgroeien in een niet-klassiek gezin.”

nr. 154 - juni-juli 2021 |

17


DOSSIER GEZINNEN XXX

Shadyaneh zorgde vier jaar lang alleen voor haar zoon

“ALS ALLEENSTAANDE MOEDER KAN JE ALLES ZELF BEPALEN” Tekst Janine Meijer | Foto Bob Van Mol

Vier jaar geleden besloot Shadyaneh Moradi (39) te scheiden van de vader van haar zoon (12). “Ik heb lang geaarzeld, want ik was bang voor de toekomst. Ik ben opgegroeid in Iran en in 2005 naar België gekomen om met een Iraanse man te trouwen. Maar ik was niet gelukkig”, vertelt Shadyaneh.

“O

p een dag werd mijn vader ernstig ziek en ging ik hem een laatste keer bezoeken. Toen mijn vader mij zag, zei hij: ‘Ik herken je niet meer. Toen je nog hier woonde, was je een vrolijke en zelfstandige dame die streed voor vrouwenrechten. Wat is er in België met je gebeurd?’ Het was vreselijk pijnlijk, maar na zijn woorden zag ik in dat er iets moest veranderen.”

TEUGELS AANHALEN De eerste jaren na de scheiding waren heel moeilijk. “Ik kende weinig mensen in Antwerpen. Al mijn vrienden hadden de kant van mijn ex-man gekozen. Ik werd twee keer geopereerd. Mijn zoon die toen acht jaar was, moest mij verzorgen.” Voor elke afspraak moest Shadyaneh een oppas regelen. Omdat ze geen alimentatie kreeg, had ze het ook financieel zwaar.

18

| nr. 154 - juni-juli 2021

“Gelukkig heb ik altijd een goede baan en een eigen salaris gehad.”

HET RECHT OM GELUKKIG TE ZIJN

En er waren ook veel goede momenten. “Ik kon alles zelf bepalen en moest aan niemand verantwoording afleggen. Mijn zoon en ik hadden veel lol. Onze band is altijd enorm sterk geweest. Als we zin hadden om naar de cinema te gaan, deden we dat. Trek in chips? Hup, dan kopen we die. Soms voelde ik me opnieuw zestien jaar.”

Vorig jaar kreeg Shadyaneh een nieuwe vriend. “Hij is heel anders dan de mannen waar ik eerder mee heb gedatet en die er vooral op uit waren om met mij naar bed te gaan. Jan is mijn maatje en ik kan over alles met hem praten. We hebben een heel fijne en gelijkwaardige relatie.”

De nieuwe situatie maakte dat de relatie tussen moeder en zoon veranderde. “De valkuil was dat mijn zoon soms dacht dat ik zijn vriend was. ‘Toe,’ zei hij dan, ‘doe niet zo moeilijk. Ik mag toch nog wel een kwartiertje langer opblijven?’ Ik moest de teugels af en toe flink aanhalen om hem te doen inzien dat ik de regels bepaalde en niet hij.”

Tussen vriend Jan en haar zoon klikt het goed. “Jan kan streng zijn. In het begin leverde dat weleens problemen op. Maar vandaag kunnen die twee het samen goed vinden. Onlangs hebben Jan en ik een huis gekocht en zijn we gaan samenwonen. Ik ben mijn vader heel dankbaar dat hij mij deed beseffen dat ik mezelf kwijt was. Een week na mijn bezoek aan Iran is hij gestorven. Tegen elke vrouw zou ik willen zeggen: je hebt het recht om gelukkig te zijn. Kies je eigen pad.”


CAW IN CIJFERS

CENTRA ALGEMEEN WELZIJNSWERK (CAW) IN CIJFERS Voor de CAW’s was 2020 een uitdagend jaar. Het hulpaanbod werd flexibeler, en de medewerkers zetten alles op alles om de werking te garanderen in uitzonderlijke omstandigheden. Outside the box-denken en solidariteit met collega’s waren nodig om dit waar te maken.

5.091 paar helpende handen 2.677 medewerkers en 2.414 vrijwilligers sloegen de handen in elkaar voor een kwaliteitsvol leven voor iedereen

+ 15% onthaalvragen over intrafamiliaal geweld

551.799 gesprekken in 49 talen > 65% van deze gesprekken verliep digitaal, via (beeld)bellen of chats

> 5.343 over partnergeweld > 817 vragen over kindermishandeling

59%

van de hulp draaide om problemen in relaties of persoonlijke problemen. Soms komen meerdere thema’s aan bod. Dit waren de overige thema’s:

108.694 cliënten ontvingen hulp

> 35% had te maken met armoede

> 44,2% mannen

of schulden

> 22% met wonen > 16% met dader- of slachtofferschap > 8% met precair verblijf > 1% met detentie

> 55,2% vrouwen > 141 personen gaven X op als gender > 63,4% van de cliënten waren van Belgische herkomst

> 36,4% van buitenlandse herkomst

nr. 154 - juni-juli 2021 |

19


17:23 Met gemiddeld 100 patiëntencontacten per dag, zijn apothekers perfect geplaatst om mensen te informeren, te sensibiliseren, en signalen van psychosociale noden en familiaal geweld op te merken. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke maakt 120.000 euro vrij om apothekers in deze rol verder te versterken. Het project draagt de naam #CAVASa. Het is een samenwerking tussen het Vlaams Apothekers Netwerk (VAN) en de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW’s). In het kader van het ‘geïntegreerd breed onthaal’ stappen apothekers uit twee eerstelijnszones in een traject om signalen die vragen om extra hulp nog beter te leren herkennen en cliënten te begeleiden naar gepaste hulp. Apotheker Karen werkt samen met een outreachend werker van lokaal dienstencentrum Ter Putkapelle in een multidisciplinair team. Ze helpt patiënten door hun netwerk uit te breiden of door te verwijzen naar de juiste zorg. “Als lokale huisapotheker hebben we een goede band met onze patiënten. Mensen zijn blij dat er naar hun hulpvragen geluisterd wordt, zeker in deze tijd. Wij willen meer doen dan alleen medicatie afleveren, want voor veel mensen is de apotheker een van de weinige vertrouwde gezichten waar ze hun verhaal kwijt kunnen.”

20

| nr. 154 - juni-juli 2021


nr. 154 - juni-juli 2021 |

21


KRUISPUNTEN Kruispunten: eerste hulp bij psychische en sociale problemen

“IEDEREEN MET PSYCHISCHE EN SOCIALE PROBLEMEN KAN SNEL EN GRATIS BIJ ONS TERECHT” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Bob Van Mol

In heel Vlaanderen verschijnen steeds meer Kruispunten: plekken waar mensen eerste hulp krijgen bij psychische en sociale problemen. Liselotte Suls is coördinator van Kruispunt Noorderkempen en Kruispunt Voorkempen. “Wij zorgen ervoor dat mensen snel de juiste hulp krijgen.”

B

egin dit jaar zijn er in Vlaanderen verschillende nieuwe Kruispunten geopend. Maar de pionier, het Kruispunt in Kalmthout, bestaat intussen al tien jaar, met groot succes. Liselotte Suls, die de Kruispunten in Kalmthout en Brasschaat (samen Kruispunt Noorderkempen) en het Kruispunt in Schilde (Kruispunt Voorkempen) coördineert, is dus de geknipte persoon om uit te leggen wat hier zo uniek aan is. “Een Kruispunt is een fysieke locatie waar mensen terechtkunnen wanneer ze psychische en sociale problemen ervaren. De Kruispunten zijn intersectorale samenwerkingen. Het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) coördineert en de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) zijn altijd betrokken partners. Verder wordt op lokaal niveau bekeken welke partners kunnen meewerken: psychiatrische

22

| nr. 154 - juni-juli 2021

afdelingen van ziekenhuizen, de gemeente of VAPH-voorzieningen.” Een van dé troeven van Kruispunt is de laagdrempeligheid, vertelt Suls. “Iedereen kan er gratis terecht. In ‘normale tijden’ kan je tijdens de openingsuren gewoon binnenwandelen voor een kort eerste gesprek en een afspraak. En we zijn ook telefonisch en via e-mail bereikbaar. We merken dat vrij veel mensen naar ons worden doorverwezen, door hun huisarts of het OCMW bijvoorbeeld. Ze kunnen uiteraard ook op eigen initiatief komen. Door corona is onze werking enigszins aangepast: tijdens de eerste lockdown deden we enkel gesprekken via telefoon of videochat, maar omdat we merkten dat zeer veel mensen – meer dan ooit – nood hadden aan een ‘echt’ gesprek, zijn er nu ook weer fysieke gesprekken mogelijk. Wel na afspraak en met de nodige

veiligheidsmaatregelen, uiteraard.” Maar wat is dan het verschil met het ‘gewone’ onthaal van het CAW? “Dat biedt veel bredere hulp, bijvoorbeeld ook woonbegeleiding en financiële ondersteuning. Het Kruispunt is specifiek bedoeld voor psychische en sociale problemen.”

TEAMVERGADERING Om goed te begrijpen hoe zo’n Kruispunt concreet werkt, vragen we Suls om een fictief voorbeeld te geven. Ze schetst het verhaal van Maarten, een 40-jarige man die door de coronacrisis zijn job verloor en steeds meer last heeft van vereenzaming. “Hij gaat naar de huisarts om over dat probleem te praten en die stelt voor om het Kruispunt te contacteren. Maarten belt ons en wij plannen zo snel mogelijk een eerste gesprek in. Onze doelstelling is zonder wachtlijsten te werken, om de laagdrempeligheid niet te verliezen. We leggen meteen een afspraak vast. Maar doordat we nu veel vragen krijgen, duurt de wachttijd ongeveer twee weken.”

“We zorgen er mee voor dat mensen met psychische en sociale problemen niet te lang in de kou blijven staan.”


LISELOTTE SULS, COÖRDINATOR KRUISPUNT NOORDERKEMPEN EN VOORKEMPEN:

“Onze doelstelling is zonder wachtlijsten te werken, om de laagdrempeligheid niet te verliezen. We leggen meteen een afspraak vast.”

blijven staan, wat helaas toch een heikel punt is in de geestelijke gezondheidszorg. Door de intensieve samenwerking met partners uit verschillende sectoren, hebben we veel expertise in huis om cliënten snel de gepaste hulp te bieden. Wanneer iemand zich aanmeldt, komt hij terecht bij de eerste medewerker die beschikbaar is – kwestie van lange wachttijden te voorkomen – maar op de wekelijkse teamvergadering wordt de expertise gedeeld. Onze medewerkers hebben een heel goed zicht op de sociale kaart van de regio, wat voor ons een zeer belangrijke tool is. We hebben regelmatig gesprekken met nieuwe organisaties die hun aanbod komen voorstellen. Zo weten we waar mensen snel terechtkunnen voor geschikte hulp.” Maarten krijgt dus een afspraak over veertien dagen: hij mag dan langskomen bij het Kruispunt voor een gesprek met een van de medewerkers, allemaal psychologen en therapeuten. “Samen bekijken we wat de problemen precies zijn en proberen we die uit te diepen. Tijdens de eerstvolgende teamvergadering – alle partners komen wekelijks samen – wordt elke nieuwe cliënt besproken. Kunnen we Maarten zelf verder helpen, met maximaal tien gesprekken, of moeten we hem doorverwijzen naar andere hulp? Een groepsaanbod van het CGG bijvoorbeeld, of misschien zelfs een opname in een psychiatrisch ziekenhuis? We kiezen ervoor om Maarten zelf verder

te helpen, omdat zijn problematiek vrij mild is. Maar na afloop van de reeks gesprekken verwijzen we hem wel warm door naar een zelfhulpgroep voor mensen die kampen met gevoelens van eenzaamheid.”

SOCIALE KAART In Kalmthout is het Kruispunt intussen al een geoliede machine, vertelt Suls. “De bevolking weet ons zeker te vinden en er zijn steeds meer partners geïnteresseerd om samen te werken. We zorgen er mee voor dat mensen met psychische en sociale problemen niet te lang in de kou

In 2020 kreeg Kruispunt Kalmthout 201 nieuwe vragen. “Iedereen vanaf 16 jaar is hier welkom voor hulp. In de praktijk krijgen we vooral mensen tussen 25 en 55 jaar over de vloer”, vertelt Suls. “Ouderen vinden voorlopig nog iets minder makkelijk de weg, al zijn zij uiteraard ook zeer welkom. En we zien dat jongeren eerder een beroep doen op een gelijkaardig aanbod specifiek voor hen, zoals bij het JAC of TEJO. Al verwijzen zij hen soms ook door naar ons. Er is echt heel veel enthousiasme over Kruispunt, zowel bij de cliënten als bij de professionals uit het werkveld. Hoe sneller en gerichter we kunnen helpen, hoe beter.” nr. 154 - juni-juli 2021 |

23


CORONAVEILIGE WERKSTRAFFEN Coronaveilige locaties voor werkstraffen

“DE MEESTE WERKGESTRAFTEN ZIJN BLIJ DAT ZE HIER HUN STRAF KUNNEN UITVOEREN” Tekst Stefanie Van den Broeck | Foto Jan Locus

Het aantal werkstraffen stijgt elk jaar. Maar door corona kwam dat systeem in 2020 sterk in het gedrang. Peter Pletincx van het Justitiehuis Brussel zocht en vond alternatieven, onder meer bij het Agentschap Natuur en Bos. Ploegbaas Werner François getuigt over zijn eerste ervaringen met werkgestraften.

“H

et aantal werkstraffen is de voorbije jaren sterk gestegen”, vertelt Peter Pletincx, directeur van het Justitiehuis Brussel. “In Brussel krijgen we zeer veel dossiers binnen: in 2020 waren dat er bijna 600. Driekwart daarvan komt van de politierechtbanken, vooral die van Halle en Vilvoorde. De politierechters weten dat het efficiënte straffen zijn en dat ze effectief worden uitgevoerd, binnen het jaar. Wij hebben onze werking de voorbije jaren stevig uitgebouwd. Het vertrouwen van de rechters groeide en het aantal werkstraffen nam toe.” Maar toen was er plots corona. “Tijdens de eerste lockdown moesten bijna alle prestatieplaatsen de deuren sluiten. Op dat moment waren voor ons justitiehuis ruim 350 mensen met een werkstraf bezig, maar 90% daarvan kwam on hold te staan. Logisch, onze prestatieplaatsen zijn openbare diensten en vzw’s: denk aan culturele centra, bibliotheken of woonzorgcentra. Allemaal sectoren die zwaar getroffen werden.”

24

| nr. 154 - juni-juli 2021

“Maar ook na de eerste lockdown konden veel werkstraffen nog steeds niet doorgaan”, legt Pletincx uit. “Het normale leven is nooit 100% heropgestart, het bleef altijd wat ‘kabbelen’. Ruim 75% van onze klassieke prestatieplaatsen was om allerlei redenen nog steeds niet beschikbaar. Omdat het puur praktisch niet kon, of uit bezorgdheid om nieuwe besmettingen. Daarom trok Vlaams minister van

Justitie Zuhal Demir aan de alarmbel. Ze wilde vermijden dat er straffeloosheid zou ontstaan en vroeg ons om naar alternatieven te zoeken. Zelf heb ik bijvoorbeeld heel wat scholen gecontacteerd. Zij hadden na de eerste lockdown veel hulp nodig, met het ontsmetten van hun gebouwen bijvoorbeeld. Op zich was er zeker interesse, want het is altijd een win-winsituatie. Maar uiteindelijk hadden de scholen het te druk om hun werking voortdurend aan te passen aan de corona-instructies en wilden ze uit vrees voor besmettingen derden zoveel mogelijk weren van de school, waardoor dat nooit is gelukt.”

“Tijdens de eerste lockdown viel het land ROZENTUIN letterlijk stil en dat gold minister Demir is ook bevoegd voor ook voor de werkstraffen. Maar het Agentschap Natuur en Bos, waardoor Onze prestatieplaatsen het idee ontstond om daar enkele pilootprojecten te lanceren. Een daarvan was moesten bijna allemaal een samenwerking met Coloma, een interde deuren sluiten.” nationale rozentuin in Sint-Pieters-Leeuw.


WERNER FRANÇOIS, PLOEGBAAS VAN COLOMA, EN PETER PLETINCX, DIRECTEUR VAN HET JUSTITIEHUIS BRUSSEL:

“Van de werkstraffen die we bij Justitiehuis Brussel begeleiden, wordt 90% tot een mooi einde gebracht.”

“In onze rozentuin groeien meer dan 3.000 verschillende rozensoorten uit 28 landen. Het onderhoud van die tuin en het omringende park – samen goed voor 15 hectare – is dus best zwaar, zeker omdat ons team maar vier mensen telt”, vertelt ploegbaas Werner François. Toen hij voor het eerst hoorde over het proefproject met werkstraffen, had hij daar dubbele gevoelens bij. “Alle hulp is hier welkom, maar anderzijds schrok het me af om met gestraften te werken. Ik wist niet wat ik van hen kon verwachten. Maar in de zomervakantie zijn de eerste gesprekken gestart met potentiële kandidaten en hun justitie­assistent. De kandidaten worden vooraf door het justitiehuis goed gescreend, om zeker te zijn dat ze gemotiveerd en geschikt zijn om in de rozentuin te werken. Als ik dan ook nog een ‘klik’ voelde, konden we een overeenkomst sluiten. Afhankelijk van hun straf – die bij ons gemiddeld 40 à 50 uur bedraagt – spraken we af op welke dagen ze hier konden komen werken. Voor sommigen

lukt dat één dag per week, anderen komen voltijds. Na een korte opleiding konden ze meedraaien als een volwaardig lid van ons team: snoeien, onkruid wieden en verhakselen.”

EEN MOOIE WERKERVARING In 2020 ontving het Agentschap Natuur en Bos in totaal dertien werkgestraften en voorlopig blijft de samenwerking verder lopen. “Ik was zéér aangenaam verrast”, vertelt François. “De meeste werkgestraften zijn zeer gemotiveerd en blij dat ze hun straf kunnen uitvoeren op ons prachtige domein. Het zijn niet de typische ‘misdadigers’ die je misschien zou verwachten. Meestal zijn het burgers zoals jij en ik, die bijvoorbeeld door het rood reden of dronken achter het stuur zaten. Op dat vlak zijn mijn ogen echt opengegaan. Aanvankelijk stonden de andere leden van mijn team ook wat weigerachtig tegenover dit proefproject,

maar intussen zijn de meesten wel bijgedraaid. We hebben nooit één incident meegemaakt.” “Je kunt niet uitsluiten dat het toch een keertje misgaat”, zegt Pletincx. “Maar door onze strenge voorselectie én het gesprek met de prestatieplaats, zijn de ervaringen bijna altijd positief. Prestatieplaatsen stappen vrijwillig in dit aanbod en hebben het recht om op elk moment te stoppen. En je mag niet vergeten dat ook de werkgestraften veel te winnen en te verliezen hebben. Als ze hun werkstraf tot een goed einde brengen, komt hun misdrijf niet op hun strafregister. Heel wat gestraften bekijken dit trouwens positief: het is een mooie werkervaring. Voor sommigen is het zelfs de eerste keer dat ze zo lang op één plaats blijven werken. In heel uitzonderlijke gevallen krijgen ze nadien zelfs de vraag om te blijven. Van de werkstraffen die we bij Justitiehuis Brussel begeleiden, wordt 90% tot een mooi einde gebracht. Een goed rapport, zou ik zeggen.” nr. 154 - juni-juli 2021 |

25


“Ik word weleens getypecast als de piekeraar, maar ik ben ondanks dat gepieker heel gelukkig en vrolijk hoor.”

>> Lees op weliswaar.be verder over hoe Lize Spit zichzelf wegcijferde om voor anderen te zorgen en over vertrouwen in de medemens.

26

| nr. 154 - juni-juli 2021


DE ESSENTIE VOLGENS LIZE SPIT

“ M ANISCH-DEPRESSIEVE MENSEN LEVEN ZWART-WIT, MAAR WE MOGEN NIET ZWART-WIT NAAR HEN KIJKEN” Tekst Liesbeth Van Braeckel | Foto Stephan Vanfleteren

Lize Spit, bekend van haar eerste boek Het Smelt, bracht eind vorig jaar haar tweede roman uit: Ik ben er niet. Het personage Leo zorgt toegewijd voor haar vriend Simon, die problemen heeft met zijn geestelijke gezondheid. Tot het zorgen langzaamaan zo moeilijk wordt dat Leo het niet meer aankan … Het is geen autobiografische roman, maar de inspiratie en kennis die ze nodig had om het boek te schrijven, komen wel uit haar eigen leven. “Mensen die manisch-depressief zijn, leven zwart-wit, maar we mogen niet zwart-wit naar hen kijken”, zegt Lize Spit. Wat bedoelt ze daarmee? “Gedurende een periode hebben deze mensen overmatig veel energie. Tot ze leeg zijn en er een periode aanbreekt waarop ze zich niks meer waard voelen – na het licht komt het donker. Maar je moet in alle kleurschakeringen met hen proberen samen te leven en naar hen te kijken”, vindt ze. “Met mijn boek probeer ik te bereiken dat mensen meevoelen met het personage en niet enkel oordelen. Een mens is niet alleen zijn stoornis, maar blijft altijd een mens, met twijfels en talenten. Er zijn ook omstandigheden die een psychose of depressie uitlokken. Een stoornis zit dus niet alleen maar geprogrammeerd in het lichaam, maar komt vaak voort uit een context of uit wat iemand meemaakt. De blik van naasten op wie psychisch ziek is, verziekt vaak mee, en voor die blik bestaat geen medicatie.”

“François Tosquelles, psychiater, schreef: ‘Mensen die gezond zijn maken alle bestaande psychische ziektes door zonder er bij één te lang te blijven stilstaan’. Er zijn mensen die dwangneurotisch zijn, maar op een niveau dat ze er goed mee kunnen leven. Maar ben je het net een beetje te veel, dan noemen we je abnormaal. Terwijl niemand perfect is, want bij iedereen is wel een ‘draadje los’. Als een man depressief wordt, vinden we hem een zwakkeling. Als een vrouw een inzinking krijgt, is ze een hysterisch type dat niets aankan. Dat zijn nog steeds de stereotiepe beelden die het moeilijk maken om het vertrouwen van je omgeving niet te verliezen. Wie eerder ingestort is, zal hard moeten werken om het vertrouwen terug te winnen. Zowel dat van zichzelf als van de buitenwereld. Ik ben openhartig geweest over dat ik medicatie neem om mijn somberte in het gareel te houden. En nu krijg ik in elk interview de vraag over mijn neiging tot gepieker. Ik ben zeker ook gelukkig en vrolijk, en in goede periodes speelt de worsteling zich af in de kantlijn.”

nr. 154 - juni-juli 2021 |

27


DENKERS IN WELZIJN

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de welzijnszorg? Hoe ziet de toekomst eruit? Denkers uit binnen- en buitenland leggen hun visie voor.

Psycholoog Ronny Bruffaerts over de toekomst van de geestelijke gezondheidzorg

VERBONDENHEID IS HET STRAFSTE MEDICIJN Tekst Harold Polis | Foto Jan Locus

Innovatie en hervorming in de zorg hebben niet alleen met peperdure technieken te maken. Weliswaar sprak met psycholoog Ronny Bruffaerts (Center for Public Health Psychiatry en Universitair Psychiatrisch Centrum, KU Leuven): die pleit voor een langetermijnperspectief gebaseerd op verbondenheid en continuïteit van zorg. De vernieuwing in de geestelijke gezondheidszorg benadert hij vanuit het perspectief van public health. In opdracht van Zorgnet-Icuro schreef professor Ronny Bruffaerts een brochure over de toekomst van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). In De mythes voorbij. Het public health perspectief als leidraad bij hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg schetst hij een helder beeld van wat er kan en moet veranderen. Bij de hervorming van de GGZ is er veel gebeurd op korte tijd. Ronny Bruffaerts: “We halen op tien jaar een achterstand van ruim twintig jaar in. De vermaatschappelijking gaat zo snel dat we de criteria die we moeten bereiken in het oog moeten houden. Iedereen zegt dat de zorg beter moet voor de patiënt, maar wat betekent dat? Is een opname van een patiënt goede zorg? Gaandeweg ontstaat de vraag of wat goed is voor de patiënt ook goed is voor de maatschappij.” “Om die vraag goed te beantwoorden heb je populatiedata nodig. Die verzamel ik al twintig jaar. Uit de cijfers blijkt dat het gros van de mensen met pathologieën helemaal geen behandeling zoekt. De vraag

28

| nr. 154 - juni-juli 2021

van de patiënt is dus niet het enige en misschien ook niet het beste criterium voor een hervorming. Ook het maatschappelijk belang speelt een rol. Als je honderd bedden hebt, hoe ga je ze dan vullen? Met mensen die aan een ernstige pathologie of aan een lichte pathologie lijden? We weten intussen dat er veel bedden worden gevuld met mensen met een lichte pathologie, zodat er meer bedden nodig zijn. Is dat wat we als samenleving willen?” Uw visie op preventie is dus gestoeld op kennis over het profiel van de patiënt? “Aan de hand van een statistisch algoritme onderzoeken we bijvoorbeeld bij een deel van de Leuvense studenten het risico op suïcide. Intussen checken we ook het risico op depressie, alcoholmisbruik en automutilatie.” Kan je zo’n systeem uitbreiden naar de volledige samenleving? “Ik twijfel al heel lang over hoe we onze techniek kunnen uitbreiden naar een breder gebied. Zover zijn we nog niet. Technisch en statistisch is dat moeilijk. Maar we zullen

ook een ethisch debat moeten voeren. Wat gaan we doen als we in de toekomst een deel van onze gemoedgesteldheid kunnen voorspellen? Willen mensen dat wel of niet weten?” Is die vraag te vergelijken met de ethische bedenkingen bij DNA-onderzoek? “Die zijn complementair. Je hebt een genetisch en een psychisch risicoprofiel. In een van de projecten waar ik samenwerk met Jeroen Raes van VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) onderzoeken we de link tussen het microbioom (de micro-organismen in onze darmen, n.v.d.r.) en depressie. Naarmate we die risico’s beter begrijpen, kunnen we mensen meer nauwkeurige zorg bieden.” U plaatst het begin van mentale problemen heel vroeg in het leven. “Dat is niet nieuw. De eerste systematische populatieonderzoeken vonden plaats vanaf de jaren ‘80 in Amerika. Ze toonden dat een pathologie altijd vroeg ontstaat. Onze metingen volgen dat. Wat wel opvalt is de toename van externaliserende


PROFESSOR RONNY BRUFFAERTS (CENTER FOR PUBLIC HEALTH PSYCHIATRY EN UNIVERSITAIR PSYCHIATRISCH CENTRUM, KU LEUVEN):

“Het vermaatschappelijken van de geestelijke gezondheid is de uitdaging van de komende tien jaar.” bewezen is, dat de oorzaak van toenemende suïcidaliteit in het gedrag ligt. De externaliserende psychische stoornissen nemen toe en beginnen op veel jongere leeftijd dan bijvoorbeeld depressie. Een pathologie die vroeger in het leven begint, vormt een risico voor pathologieën die zich op latere leeftijd ontwikkelen. Er is onderzoek dat aantoont dat de behandeling van een angstproblematiek op de leeftijd van veertien een groot effect heeft op de ontwikkeling van een depressie dertig jaar later. Vroeg ingrijpen zou dus een goed idee zijn. Dan hebben we het echter niet zozeer over therapie, maar over maatschappelijke modellen: leren samenleven.” Welke richting moet de hervorming van de GGZ nemen?

“Geestelijke gezondheid is iets van jou, van mij, van gezinnen, maar ook van scholen.” pathologieën: agressie, middelengebruik, aandachttekort, binging of incidenten met lachgas. Die pathologieën hebben te maken met acting out. Het is opvallend dat

die externaliserende gedragsstijl vandaag vaker voorkomt en ook vaker leidt tot wrevel in de maatschappij. Misschien heeft het te maken met normen die moeilijker worden. Tegelijk zie je echter de suïcidaliteit bij jonge mensen toenemen. Gaat het dan nog over normen? Ik denk het niet.” “Jongeren hebben vandaag over het algemeen een meer externaliserende gedragsstijl. Ik denk, tot het tegendeel

“We zijn gepokt en gemazeld in een discours waarbij we zeggen: we wachten in ons kabinet tot de patiënt een afspraak maakt. En dan vragen we aan de patiënt: ‘Hoelang is dat al bezig?’ En dan zegt de patiënt: ‘Al zeker vijftien jaar. Had ik maar vroeger hulp gezocht.’ In de vermaatschappelijking van de zorg moet je dat omkeren. We moeten leren outreachend te zijn naar te maatschappij en niet alleen behandelend op te treden. Daarom pleit ik voor interventies op jonge leeftijd. Het gaat niet om therapeutische interventies. Ik praat over gemeenschappelijkheid, verbondenheid en sterkte, over het ontwikkelen van interacties met de ander. Dit is de uitdaging voor de komende tien jaar. We moeten de geestelijke gezondheid vermaatschappelijken. Die geestelijke gezondheid is iets van jou, van mij, van gezinnen, maar ook van scholen.”

�� Lees het volledige gesprek met Ronny

Bruffaerts op www.weliswaar.be

nr. 154 - juni-juli 2021 |

29


OF NIET SOMS?

HET NIEUWE WONEN

O

p 19 april ging in Anderlecht een armoedig appartements­ gebouw in vlammen op. Drie mensen in de fleur van hun leven kwamen om. Nog geen maand eerder had Welzijnszorg op de Europese Dag van de Huisvesting aan de alarmbel getrokken: de huisvestingsproblemen in Brussel zijn enorm. Er staan ruim 49.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning. Het duurt ruim tien jaar eer je aan de beurt komt. Wachtenden moeten huren op de Brusselse privémarkt. Goedkopere huurwoningen zijn er vaak in slechte staat en overdreven duur. 75% van alle Brusselaars betaalt méér dan een derde van het inkomen aan huisvesting. 33 à 40% van de Brusselaars leeft onder de armoedegrens. In Brussel is de frontlinie in de strijd om te overleven heel breed. Hoe krijgen we die brute miserie klein? Terecht blijft Welzijnszorg hameren op het recht op wonen en op grotere investeringen in sociale woningbouw. Het beeld van het zwartgeblakerde krot in de Heyvaertstraat staat in schil contrast met Kansen scheppen in ontmoeting, de frisse en ordelijke ambitienota van Erik Wieërs, de nieuwe Vlaamse Bouwmeester. De Vlaamse overheid stimuleert al twintig jaar lang het debat over kwaliteitsarchitectuur. Wat is de beste manier om te wonen en te bouwen? We moeten zo bouwen, schrijft Wieërs, dat “de ruimtelijke ervaring van het onderscheid tussen wat privaat, collectief en publiek is” wordt hersteld. Wieërs wil dorpskernen verdichten en mensen samen laten wonen. Hij pleit voor toekomstbestendige nieuwbouw en het hergebruik van het bestaande patrimonium. Bovendien wil hij ruimtelijke ordening vanuit open ruimtes die hij zoveel mogelijk aan elkaar wil schakelen. Die genuanceerde kijk is welkom in de bikkelharde discussies over de betonstop, grote publieke projecten zoals Oosterweel en de praktische gevolgen van de ecologische transitie. Uiteraard gaat het om astronomische bedragen, maar we moeten blijven praten over wat al dat bouwen voor ons betekent en wat we ervan verwachten. De zorgsector is in dat debat een hoofdrolspeler.

ook niet om te denken dat alle problemen zich in Brussel bevinden. De klimaattransitie levert het beste bewijs. Tegen 2050 wil de Europese Unie klimaatneutraal zijn. Om dat doel in België te bereiken is het energie-efficiënt maken van ons verouderde woningpark een van de belangrijkste maatregelen. Op elke voordeur moet er minstens een A-label kleven. We moeten een duizelingwekkend aantal van ongeveer 3,5 miljoen woningen en appartementen verbouwen. Nog steeds geldt de boutade van architect Renaat Braem uit zijn klassiek boek Het lelijkste land ter wereld (1968): “Totale vernieuwing of totale ondergang”. Braem ging tekeer tegen de ruimtelijke wanorde en luidde meer dan een halve eeuw geleden al de ecologische alarmbel. De uitdaging is vandaag nog veel groter, maar biedt ons ook ongekende kansen om ieders woningkwaliteit te verbeteren en grote sociale ambities te koesteren.

De tragedie van Anderlecht maakt de ondergrens duidelijk: een woning mag in de eerste plaats geen doodskist zijn. Het volstaat

>>

30

| nr. 154 - juni-juli 2021

Harold Polis

De ambitienota van Erik Wieërs kan je downloaden op vlaamsbouwmeester.be


HOE STOPPEN MET ANTIDEPRESSIVA? In Nederland slikken ruim 1,2 miljoen mensen antidepressiva. Marianne ter Mors was er daar geruime tijd een van. Dit boek biedt een totaalaanpak met oog voor voeding, slaap, meditatie en professionele hulp om de eerste stap te zetten om af te bouwen. ��

Marianne Ter Mors, Stoppen met antidepressiva, Ten Have, 2021, 256 p., € 20,99. ISBN 9789025909383

Welzijns- en gezondheidsmagazine voor Vlaanderen uitgegeven door de Vlaamse overheid – Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jaargang 27 - nummer 3 Editie juni-juli 2021 Redactie: Liesbeth Van Braeckel, Liesbeth Van Houdt Eindredactie: Harold Polis

LICHAAMSBEWUSTZIJN ALS BASIS

Medewerkers: Janine Meijer, Stefanie Van den Broeck

Door lichaamsbewustzijn ben je meer in staat om te genieten van het leven. Het verbetert je immuunsysteem, zorgt dat je begrijpt wat je lichaam wil en geeft je een basaal gevoel van liefde. Dit boek helpt je daarbij, met heldere en praktische informatie, simpele oefeningen en boeiende verhalen.

Tekeningen en cartoons: Pieter Van Eenoge, Nix

��

Lisette Thooft, Vrienden worden met je lijf. Lichaamsbewustzijn als levensbelang, Ten Have, 2021, 176 p., € 20,99. ISBN 9789025909222

NARCISME VAN DICHTBIJ: HOE GA JE ERMEE OM? Psycholoog Marjan de Vries legt stapsgewijs en aan de hand van vele voorbeelden uit haar praktijk uit hoe je narcisme kan herkennen en er weerbaarder voor kan worden. �� Marjan De Vries, Uit de schaduw van narcisme. Over-leven met een narcistische partner of ouder, Boom, 2021, 176 p., € 22,50. ISBN 9789024437962

ALS JE THUIS JE KANTOOR WORDT Thuiswerken: we hebben er een haat-liefdeverhouding mee. Hoe zit het nou precies? Hoe kunnen we de nadelen aanpakken en de voordelen benutten? In Eerste hulp bij thuiswerken gidst psychologe Elke Van Hoof je doorheen dit ‘nieuwe normaal’. ��

Elke Van Hoof, Eerste hulp bij thuiswerken. Een praktische gids voor werkgever en -nemer, LannooCampus, 2021, 152 p., € 25,99. ISBN 9789401474825

Fotografie: Jan Locus, Bob Van Mol, Stephan Vanfleteren Verantwoordelijke uitgever: Karine Moykens, secretaris-generaal Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Redactiebegeleiding en lay-out: Trendhuis Druk en distributie: Roularta Publishing Oplage: 15.036 ex Gratis abonnementen, adreswijzigingen, annuleringen: weliswaar@abonnementen.be of 078 35 33 13. Bij adreswijziging oud én nieuw adres en abonneenummer vermelden. Redactie: redactie@weliswaar.be Vlaamse overheid – Departement WVG Weliswaar Koning Albert II-laan 35, bus 30, 1030 Brussel Wil je een kort bericht plaatsen? info@weliswaar.be Weliswaar kan geen lezersbrieven opnemen. Je reactie is altijd welkom op het redactieadres of info@weliswaar.be en facebook.com/weliswaar

Weliswaar wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier.

IMMUUN VOOR KANKER? Als topdokter, onderzoekster en docente weet Tessa Kerre als geen ander hoe belangrijk het is om patiënten te informeren over wat er in hun lichaam gebeurt. Ze ontwikkelde Immuno-T, een motion comic die op een begrijpelijke manier uitlegt hoe immunotherapie werkt. Met aangrijpende getuigenissen van patiënten, partners, familie en zorgverleners. ��

Tessa Kerre, Immuun voor kanker. Verhalen over wetenschap, mensen en verbeelding, LannooCampus, 2021, 304 p., € 29,99. ISBN 9789401462488

2021

WIW 154.21 JG27/nr.3

ISSN 1371-9092

nr. 154 - juni-juli 2021 |

31


“DE MEESTEN ZIJN BLIJ DAT ZE HUN WERKSTRAF HIER BUITEN KUNNEN UITVOEREN” Afgiftekantoor Gent X Roularta Media Group Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare

TIJDSCHRIFT

Weliswaar, welzijns- en gezondheidsmagazine verschijnt vijfmaal per jaar (februari, april, juni, september, november) Machtigingsnummer 2386570 Erkenningsnummer P3A8091

V.U.: KARINE MOYKENS, SECRETARIS-GENERAAL, DEPARTEMENT WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN, KONING ALBERT II-LAAN 35 BUS 30, 1030 BRUSSEL.

Justitiehuizen en het Agentschap Natuur en Bos vinden samen coronaveilige locaties voor werkstraffen in het groen.

>> Lees het volledige artikel op p. 24.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Weliswaar_154.pdf by Vlaanderen-be - Issuu