Skip to main content

Onderwijs_2001.pdf

Page 1

Onderwijs in Vlaanderen Het Vlaamse onderwijslandschap in een notendop

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Onderwijs 2001


Onderwijs in Vlaanderen Het Vlaamse onderwijslandschap in een notendop

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Onderwijs 2001


1

Situering van Vlaanderen

2


1.1

Vlaanderen in België en Europa

1.2

Vlaanderen als deelstaat

Vlaanderen is het noordelijke, Nederlands-

De naam Vlaanderen dekt eigenlijk 2 ladin-

sprekende deel van België. Het heeft een

gen. De benaming wordt immers gebruikt

centrale ligging te midden van de belang-

om het geheel aan te duiden waarin de

rijkste West-Europese industriegebieden.

Vlaamse Gemeenschap én het Vlaamse

Vlaanderen heeft ongeveer 5,8 miljoen

Gewest zijn samengevoegd.

inwoners. Brussel is de hoofdstad van

• Het vlaamse gewest is het stuk

Vlaanderen, maar ook van België en van

grondgebied dat het Nederlandse

Europa.

taalgebied omvat: de provincies Westen Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant. Het Vlaamse Gewest is er bevoegd voor de zogenaamde grondgebonden materies. Dit zijn beleidsdomeinen zoals economie, infrastructuur, landbouw, leefmilieu en werkgelegenheid. • De vlaamse gemeenschap verzamelt de inwoners van het Nederlandse taalgebied en de Nederlandstaligen in Brussel. De Vlaamse Gemeenschap is bevoegd voor de zogenaamde persoonsgebonden materies. Dit zijn beleidsdomeinen waarbij de dienstverlening aan de bevolking nauw samenhangt met de taal waarin dat moet gebeuren. Concreet gaat het over onderwijs, welzijn, volksgezondheid en cultuur. Vlaanderen heeft ervoor gekozen om het parlement en de regering van het Vlaamse Gewest en die van de Vlaamse Gemeenschap samen te voegen tot één Vlaams Parlement en één Vlaamse regering.

3


1.3

Maximale armslag, ook voor onderwijsmateries

De bevoegdheden inzake onderwijs berusten bij de gemeenschappen. Binnen de Vlaamse regering is de Vlaamse minister van Onderwijs verantwoordelijk voor bijna alle aspecten van het onderwijsbeleid van het kleuter- tot en met het universitair onderwijs. De federale overheid is inzake onderwijs nog slechts bevoegd voor

Noordzee

Nederland

v l a a n d e r e n

de pensioenen van de personeelsleden van Duitsland

brussel

de onderwijsinstellingen, het vastleggen van de leerplicht en het bepalen van de minimumvoorwaarden voor het behalen van een diploma.

wallonië

duitstalige gemeenschap

Frankrijk Luxemburg

4


1.4

Een kleine regio met een grote schoolbevolking

In onderstaande grafieken vindt u gegevens over de schoolbevolking in het voltijds onderwijs per onderwijsniveau en in de permanente vorming. Grafiek 1: Schoolbevolking in het voltijds

Grafiek 2: Schoolbevolking permanente

onderwijs per onderwijsniveau (schooljaar

vorming (schooljaar 1999-2000)

1999-2000) 500 000

200 000 434 272

431 027

170 063 139 487

400 000 300 000

150 000 240 654

100 000

200 000 48 882

98 536 100 000

50 000

16 907 16 902

56 740

0

0 basisonderwijs

secundair onderwijs

volwassenenonderwijs

hoger onderwijs

deeltijds kunstonderwijs

kleuteronderwijs

onderwijs voor sociale promotie (secundair)

lager onderwijs

onderwijs voor sociale promotie (hoger)

hogescholenonderwijs

basiseducatie

universitair onderwijs

bis (begeleid individueel studeren)

5


2

Onderwijs in Vlaanderen

6


2.1.1 Leerplicht voor

alle kinderen tot 18 jaar De Belgische grondwet bepaalt dat ieder-

2.1

Algemene principes

een recht heeft op onderwijs, met eerbied voor de fundamentele rechten en vrijheden. Om dit leerrecht voor alle kinderen te garanderen, is er ook een leerplicht. De leerplicht begint op 1 september van het jaar waarin een kind 6 jaar wordt en duurt 12 volle schooljaren. Vanaf 15 jaar (in sommige gevallen 16) kan een jongere deeltijds leren en deeltijds werken en zo aan de leerplicht voldoen. De leerplicht eindigt op het einde van het schooljaar van het jaar waarin de leerling 18 jaar wordt of wanneer het diploma secundair onderwijs wordt behaald (ongeacht de leeftijd). Leerplicht is evenwel geen schoolplicht. Dit betekent dat kinderen om te leren niet naar school moeten gaan: er is ook huisonderwijs mogelijk. Kinderen die onmogelijk onderwijs kunnen volgen, voornamelijk omwille van een zware handicap, kunnen vrijstelling van leerplicht krijgen. De Belgische grondwet bepaalt ook dat de toegang tot het onderwijs kosteloos is tot het einde van de leerplicht. Basis- en secundaire scholen die door de overheid gefinancierd of gesubsidieerd worden, mogen dus geen inschrijvingsgeld vragen. Ook de toegang tot het Vlaamse kleuteronderwijs is gratis, ook al valt dit niet onder het leerplichtonderwijs. Voor het secundair (en het hoger onderwijs) bestaat een stelsel van studi etoelagen voor ouders met een laag inkomen.

7


2.1.2 Vrijheid van onderwijs

Traditioneel worden er 3 onderwijsnetten onderscheiden:

Ook vrijheid van onderwijs is een grond-

• het gemeenschapson derwijs (go)

wettelijk recht in België. Elke natuurlijke

is het onderwijs dat door de openbare

persoon of rechtspersoon heeft met andere

instelling het Gemeenschapsonderwijs

woorden het recht onderwijs te organise-

georganiseerd wordt in opdracht van de

ren en daarvoor instellingen op te richten.

Vlaamse Gemeenschap. Het gemeenschapsonderwijs is door de grondwet

Het begrip i n richten de macht (of

verplicht tot neutraliteit. Dit wil zeggen

schoolbestuur) is een sleutelbegrip in de

dat de religieuze, filosofische of

organisatie van het onderwijs in

ideologische overtuiging van de ouders

Vlaanderen. Hiermee wordt de overheid,

en de leerlingen gerespecteerd moet

de natuurlijke persoon of de rechtspersoon bedoeld die verantwoordelijk is voor één of

worden; • het gesubsi di eerd offici eel

meer onderwijsinstellingen.

on derwijs (ogo) omvat het

De inrichtende machten beschikken over

gemeentelijk onderwijs, georganiseerd

een ruime autonomie. Maar scholen die

door de gemeentebesturen, en het

erkend of financieel gesteund willen wor-

provinciaal onderwijs, georganiseerd

den door de overheid, moeten wel een aantal bepalingen naleven.

door de provinciebesturen; • het gesubsi di eerd vrij on derwijs (vgo) is het onderwijs dat op privé-

Naast de vrijheid om onderwijs te organi-

initiatief, door een privé-persoon of

seren, waarborgt de grondwet ook de keu-

privé-organisatie georganiseerd wordt.

zevrijheid van de ouders. De ouders en hun

Het vrij onderwijs bestaat hoofdzakelijk

kinderen moeten over een school van hun

uit katholieke scholen. Er zijn echter ook

keuze kunnen beschikken op een redelijke

protestantse, joodse, orthodoxe,

afstand van de woonplaats.

islamitische, … scholen mogelijk. Naast deze confessionele scholen zijn er ook

2.1.3 Onderwijsnetten

scholen die niet aan een godsdienst gebonden zijn. Voorbeelden zijn de

Vaak nemen de onderwijsnetten, als repre-

Freinetscholen, de Montessorischolen

sentatieve vereniging van inrichtende

en de Steinerscholen die specifieke

machten, bepaalde verantwoordelijkheden

pedagogische methoden toepassen. Zij

van de inrichtende macht over; ze stellen

worden ook methodescholen genoemd.

eigen leerplannen en lesroosters op.

Een klein aantal scholen in Vlaanderen is

Hierdoor staan de betrokken inrichtende

niet erkend door de overheid. Dit zijn de

machten een deel van hun autonomie af

zogenaamde privé-scholen. Zij kunnen niet

aan de netten.

gefinancierd of gesubsidieerd worden door de overheid.

8


Het onderwijs dat voor en door de overheid

2.1.6 Organisatie van het

school- en academiejaar

wordt georganiseerd (het gemeenschapsonderwijs en het gemeentelijk en provinciaal onderwijs), wordt het offici eel

Voor het basis- en secundair onderwijs

on derwijs genoemd; het onderwijs dat

begint het schooljaar op 1 september; het

door het derde net wordt verstrekt, heet het

eindigt in theorie op 31 augustus. Omwille

vrij on derwijs.

van de zomervakantie (1 juli - 31 augustus) eindigt het schooljaar in de praktijk echter

2.1.4 Financiering van het onderwijs

op 30 juni. De school is gedurende 182 dagen per schooljaar open.

De Vlaamse onderwijsbegroting sensu stricto, uitgedrukt in beschikbare beleids-

In het hoger onderwijs start het academie-

kredieten, bedroeg voor 2000 6,51 miljard

jaar, naargelang de opleiding, tussen half

euro. Dit komt neer op 42% van de totale

september en 1 oktober.

Vlaamse begrotingsmiddelen.

Alle opleidingen starten de eerste dag van het academiejaar, waardoor het niet moge-

niet-onderwijsniveaugebonden 9,2%

permanente vorming

lijk is later op het jaar met een opleiding te beginnen.

3 9% 3,9% % universitair onderwijs

basisonderwijs 28,6%

8,9% 7,9%

hogescholenonderwijs

secundair onderwijs 41,5%

Diagram 1: Het onderwijsbudget per onderwijsniveau

2.1.5 Op weg naar autonomie De Vlaamse beleidsvoerders hebben het onderwijs een nieuwe impuls willen geven door de verantwoordelijkheid meer bij de onderwijsverstrekkers te leggen en de gebruikers zoveel mogelijk mee verantwoordelijk te maken. Dit proces van lokale responsabilisering is op alle onderwijsniveaus ingezet. Op deze weg naar autonomie zijn de hogescholen en de universiteiten reeds verder gevorderd dan de basis- en secundaire scholen.

9


2.2.1 Onderwijsstructuur Onderstaand schema toont de structuur van het Vlaamse onderwijs. Het omvat het

2.2

Onderwijsniveaus

basisonderwijs, het secundair onderwijs en het hoger onderwijs.1

1 Naast de onderwijsniveaus die in het schema opgenomen zijn,

vormen in het kader van permanente vorming (deeltijds kunst-

HOGER ONDERWIJS

bestaan er ook nog onderwijs-

27

18 UNIVERSITAIR ONDERWIJS

onderwijs en

HOGESCHOLENONDERWIJS

volwassenenonderwijs met

4de graad

Beroeps (2)

voor sociale promotie, begeleid individueel studeren (bis) en

18 16

Algemeen

Kunst

Technisch

DEELTIJDS

16 14

Algemeen

Kunst

Technisch

12

Beroepsvoorbereidend

A

B 1ste graad

(1) Onderwijs van 12

de 3de graad met vrucht heeft beëindigd of geslaagd is in een toelatingsexamen, heeft toegang tot de 4de graad beroepsonderwijs.

BASISONDERWIJS

(2) Iedereen die het tweede leerjaar van

Beroeps

2de graad

14

academisch niveau.

Beroeps

3de graad

6 LAGER ONDERWIJS 6

2,5 KLEUTERONDERWIJS theoretische leeftijd

10

BUITENGEWOON ONDERWIJS

basiseducatie).

SECUNDAIR ONDERWIJS

het onderwijs


2.2.2 Het basisonderwijs

Het geïntegreerd basison derwijs is een samenwerking tussen gewoon basis-

•

Structuur en organisatie

onderwijs en buitengewoon onderwijs. Dit

Het basisonderwijs omvat het kleuter-

onderwijs is bedoeld om kinderen met een

onderwijs en het lager onderwijs.

handicap of met leer- en opvoedingsmoei-

Hoewel kleuter- en lager onderwijs structu-

lijkheden de lessen of activiteiten te laten

reel gezien los van elkaar staan, tracht men

volgen in een school voor gewoon onder-

tussen beide een vloeiende overgang te

wijs, mits hulp vanuit het buitengewoon

realiseren.

onderwijs. Dit kan tijdelijk of permanent zijn en het kan gaan om een gedeelte van

Er is gewoon en buitengewoon basisonder-

de lessen of om alle lessen.

wijs. Het gewoon kleuteronderwijs is toegan-

Het aantal leerkrachten in het basisonder-

kelijk voor kinderen van 2,5 tot 6 jaar.

wijs is afhankelijk van het lestijden pak-

Tussen 2,5 en 3 jaar kunnen kinderen in het

ket. Het lestijdenpakket is het totaal aan-

gewoon kleuteronderwijs enkel instappen

tal lestijden dat een school gefinancierd of

op 6 momenten in de loop van het school-

gesubsidieerd krijgt van de overheid.

jaar (namelijk op de eerste schooldag na elk van de 5 vakantieperiodes en op de eer-

De overheid legt geen minima of maxima

ste schooldag van februari). Kinderen vanaf

op inzake het aantal leerlingen per klas.

3 jaar kunnen op elk moment van het

Scholen beslissen zelf hoe ze de leerlingen

schooljaar instappen. In het buitengewoon

in groepen indelen. Hoewel andere indelin-

kleuteronderwijs gelden de instapdata

gen mogelijk zijn, werken de meeste basis-

evenmin.

scholen met een jaarklassensysteem.

Het gewoon lager onderwijs is bedoeld

Vaak heeft elke klas een eigen (kleuter-)

voor kinderen van 6 tot 12 jaar en omvat

onderwijzer.

6 aaneensluitende leerjaren. Het buitengewoon basisonderwijs is

•

bedoeld voor kinderen die, tijdelijk of per-

Hoewel het kleuteronderwijs niet verplicht

manent, speciale hulp nodig hebben. Dit

is, wordt het in Vlaanderen door bijna alle

kan zijn omwille van een lichamelijke of

leerlingen gevolgd. Dat in Vlaanderen, in

geestelijke handicap, omwille van ernstige

vergelijking met andere landen, kleuters

gedrags- of emotionele problemen of

heel vroeg naar school kunnen gaan, bete-

omwille van zware leerstoornissen. Het

kent vooral een stimulans voor kinderen

buitengewoon basisonderwijs is ingedeeld

uit kansarme milieus.

in 8 types, aangepast aan de opvoedings-

In het kleuteronderwijs werkt men aan

en onderwijsbehoeften van een bepaalde

de veelzijdige vorming van de kinderen en

groep kinderen.

stimuleert men de spontane groei naar

Het buitengewoon lager onderwijs duurt

rijpheid voor de lagere school.

in principe 7 jaar.

Sinds 1 september 1998 zijn de ontwikke-

Inhoud

lingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs van kracht.

11


In het gewoon lager onderwijs omvat het

tot de tweede graad zodat de leerlingen

onderwijsaanbod dezelfde leergebieden als

eerst met zoveel mogelijk vakken kunnen

in het gewoon kleuteronderwijs.

kennismaken (= basisvorming).

Sinds 1 september 1998 zijn de eindtermen voor het gewoon lager onderwijs van

In de eerste graad wordt het merendeel

kracht.

van de lesuren aan basisvorming besteed. Vanaf de tweede graad worden 4 verschil-

Voor het buitengewoon basisonderwijs

lende onderwijsvormen onderscheiden,

gelden ontwikkelingsdoelen. Momenteel

waarbinnen de leerling voor een bepaalde

zijn er reeds ontwikkelingsdoelen uit-

studierichting kan kiezen.

gewerkt voor type 2 en type 8.

• In het algemeen secun dai r on derwijs (aso) wordt de nadruk

Aan het einde van het basisonderwijs krij-

gelegd op een ruime algemene vorming

gen de leerlingen die de doelen van het

die vooral een stevige basis biedt voor

leerplan bereikt hebben een getuigschrift basisonderwijs. Ook in het buitengewoon

het volgen van hoger onderwijs. • Het beroepssecun dai r on derwijs

basisonderwijs kunnen kinderen in bepaal-

(bso) is een praktijkgerichte

de gevallen een getuigschrift bekomen. Dit

onderwijsvorm waarin de jongere naast

getuigschrift heeft dan dezelfde waarde als

algemene vorming vooral een specifiek

een getuigschrift dat behaald is in het

beroep aanleert.

gewoon basisonderwijs.

• In het kunstsecun dai r on derwijs (kso) wordt een algemene, ruime vorming gekoppeld aan actieve

2.2.3 Het secundair onderwijs

kunstbeoefening. Na het kso kan de jongere een beroep uitoefenen of

•

Algemeen

Het secundair onderwijs is bedoeld voor

overstappen naar het hoger onderwijs. • In het tech n isch secun dai r

jongeren van 12 tot 18 jaar. In het secundair

on derwijs (tso) gaat de aandacht

onderwijs zijn alle scholen gemengd, op

vooral naar algemene en technisch-

enkele uitzonderingen in het gesubsidieerd

theoretische vakken. Na het tso kan de

vrij onderwijs na. De overheid legt aan de

jongere een beroep uitoefenen of over-

vrije scholen wel geen verplichting tot

stappen naar het hoger onderwijs. Bij

gemengd onderwijs op.

deze opleiding horen ook praktijklessen. In de tweede en de derde graad is er een

•

Inhoud, structuur en organisatie

gemeenschappelijk en een optioneel deel.

Het voltijds secundair onderwijs wordt

In het optioneel gedeelte wordt de basis-

sedert 1989 georganiseerd volgens de

vorming aangevuld met een brede waaier

een h ei dsstructuur waarin aan de

van studiemogelijkheden. In de derde

basisvorming veel belang gehecht wordt.

graad kan de specifieke vorming nog ver-

Deze eenheidsstructuur omvat graden,

fijnd worden met het oog op de uiteinde-

onderwijsvormen en studierichtingen. De

lijke beroepskeuze of de eventuele studie-

definitieve studiekeuze wordt uitgesteld

plannen in het hoger onderwijs.

12


Een leerling behaalt het diploma secundair

systeem. Jongeren kunnen hiervoor een

onderwijs na het met vrucht beëindigen

opleiding volgen in het deeltijds beroepsse-

van zes jaar aso, kso of tso of zeven jaar

cundair onderwijs (dbso). Ze kunnen ook

bso2.

ingaan op het aanbod van de leertijd van

2

Met een diploma secundair onderwijs, in

de middenstandsopleiding of op een initia-

Voor meer

om het even welke school, onderwijsvorm

tief van de deeltijds erkende vorming.

details: zie sche-

of studierichting behaald, heeft de jongere

ma onderwijs-

onbeperkt toegang tot het hoger onderwijs.

2.2.4 Het hoger onderwijs

Jongeren waarvan de fysieke, psychologi-

De algemene toelatingsvoorwaarde voor

sche, sociale of intellectuele ontwikkeling

het hoger onderwijs in Vlaanderen is het

belemmerd wordt door een handicap, leer-

Vlaamse diploma van secundair onderwijs.

of opvoedingsmogelijkheden kunnen

Vlaanderen kent geen numerus clausus,

terecht in het buitengewoon onderwijs. De

maar er zijn wel toelatingsexamens voor

leerjaren in het buitengewoon secundair

elke student die de hogescholenopleidin-

onderwijs (buso) komen zelden overeen

gen licentiaat in de nautische wetenschap-

met de schooljaren in het gewoon secun-

pen en meester (in een bepaalde kunstrich-

dair onderwijs. Een leerling gaat immers

ting) of een universitaire opleiding tot bur-

pas over naar een volgende 'leerfase' als

gerlijk ingenieur, burgerlijk ingenieurar-

hij/zij daar klaar voor is. De onderwijstypes

chitect, tandarts en arts wil aanvatten.

die gelden voor het buitengewoon basis-

Een buitenlands diploma erkend dankzij

onderwijs zijn dezelfde als voor het secun-

een Vlaams decreet, een Belgische wet, een

dair onderwijs, behalve type 8 dat niet

Europese richtlijn of een internationale

georganiseerd wordt op secundair onder-

overeenkomst, geeft rechtstreeks toegang

wijsniveau. In het buitengewoon secundair

tot een basisopleiding van een hogeschool

onderwijs worden 4 opleidingsvormen

of universiteit.

georganiseerd volgens het type en volgens

•

de mogelijkheden van de leerling. Binnen iedere opleidingsvorm is de organisatie en

Hoger onderwijs verstrekt door de hogescholen

het aanbod aangepast aan de specifieke

De hogescholen beschikken over een

onderwijs- en opvoedingsbehoeften van

ruime autonomie en verantwoordelijkheid.

elke leerling afzonderlijk.

Ze ontvangen een globale enveloppe voor de bekostiging van hun personeelsbeleid

Met de hulp van deskundigen uit het bui-

en algemene werking.

tengewoon onderwijs kunnen jongeren

Naast het aanbieden van onderwijs, beho-

met een handicap ook worden opgevangen

ren ook toegepast wetenschappelijk onder-

in een school voor gewoon secundair

zoek en maatschappelijke dienstverlening

onderwijs via het systeem van geïnte-

tot de kerntaken van de hogescholen. De

greerd onderwijs (gon).

nieuwe regelgeving biedt ook een kader waarbinnen de hogescholen zich op internationaal vlak kunnen profileren.

Vanaf de leeftijd van 15 of 16 jaar kan de leerling overstappen naar een deeltijds

13

structuur (p.10).


De hogescholen kunnen basisopleidingen,

De lerarenopleidingen worden ingedeeld in

initiële (leraren)opleidingen en voortgezet-

initiële lerarenopleidingen van 1 cyclus

te (leraren)opleidingen organiseren.

(voor kleuteronderwijzer, onderwijzer en

Daarnaast kunnen ze ook posthogeschool-

leraar secundair onderwijs eerste en twee-

vorming inrichten. Posthogeschoolvorming

de graad), initiële lerarenopleidingen van

bestaat in de regel uit cursussen van

academisch niveau van 2 cycli (voor leraar

beperkte omvang, gefocust op bijscholing

secundair onderwijs derde en vierde graad)

en navorming.

en tenslotte voortgezette lerarenopleidingen die tot doel hebben de mobiliteit in het

De basisopleidingen kunnen georganiseerd

ambt van leraar te bevorderen.

worden in 11 studiegebieden. De basisopleidingen beslaan ofwel 1 cyclus

•

Hoger onderwijs verstrekt door de universiteiten

(3 jaar) ofwel 2 cycli (normaal elk van 2 jaar). Binnen een zelfde basisopleiding zijn

Vlaanderen telt 6 universiteiten: de Katho-

opties mogelijk. Met uitzondering van

lieke Universiteit Brussel, de Katholieke

enkele opleidingen is een optie geënt op

Universiteit Leuven, het Limburgs Universi-

een gemeenschappelijke stam van ten

tair Centrum, de Universiteit Antwerpen,

minste eenderde en ten hoogste tweeder-

de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit

den van het opleidingsprogramma.

Brussel. Het Limburgs Universitair Centrum

De basisopleidingen van 1 cyclus zijn

en de Nederlandse Universiteit Maastricht

gericht op het verwerven van beroeps-

hebben samen met de Vlaamse overheid

vaardigheden, gestoeld op wetenschappe-

en de Nederlandse overheid de transnatio-

lijk onderbouwde kennis. De basisopleidin-

nale Universiteit Limburg opgericht in het

gen van 2 cycli zijn van academisch

kader van de groeiende internationalise-

niveau en gestoeld op wetenschappelijke

ring van het universitair onderwijs en de

kennis. In het geheel dragen ze bij tot de

vorming van een Europese kennisunie.

algemeen menselijke vorming en zijn ze in het bijzonder gericht op de toepassing van

De Vlaamse overheid wees 3 kerntaken toe

de wetenschappen, het zelfstandig denken

aan de universiteit als geheel.

en het ontwikkelen van de creativiteit.

Een universiteit is een instelling die, in het belang van de samenleving, terzelfdertijd

De voortgezette opleidingen omvatten

werkzaam is op het gebied van het acade-

minstens 1 studiejaar, dat ook deeltijds kan

misch onderwijs, het wetenschappelijk

georganiseerd worden. Ze sluiten aan bij de

onderzoek en de wetenschappelijke dienst-

basisopleidingen van het hoger onderwijs;

verlening.

ze zijn gericht op een aanvulling of verbre-

Universitaire opleidingen worden geken-

ding van de basisopleiding of op de uitdie-

merkt door de integratie van onderwijs en

ping van of een bijzondere specialisatie in

wetenschappelijk onderzoek. Het acade-

een studiegebied. Ze zijn enkel toegankelijk

misch onderwijs is gestoeld op het funda-

voor studenten die reeds een diploma van

menteel wetenschappelijk onderzoek en

het hoger onderwijs behaalden.

draagt in zijn geheel bij tot de algemeen menselijke vorming en bereidt de student

14


voor op de zelfstandige beoefening van de

De voortgezette academische opleidingen

wetenschap of toepassing van de weten-

omvatten aanvullende opleidingen en

schappelijke kennis.

specialisatieopleidingen. Een aanvullende opleiding is gericht op

De universiteiten bieden basisopleidingen,

een aanvulling of verbreding van één of

voortgezette academische opleidingen

meerdere academische opleidingen van

(aanvullende en gespecialiseerde), acade-

de tweede cyclus. De opleiding wordt

mische lerarenopleidingen, huisartsenop-

bekrachtigd met de academische graad

leidingen en doctoraatsopleidingen aan. De

gediplomeerde in de aanvullende studies

universiteiten kunnen daarnaast ook post-

(gas).

academische vorming inrichten, bestaande

Een specialisatieopleiding is gericht op

uit cursussen van beperkte omvang, gericht

de uitdieping van of bijzondere ver-

op bijscholing en navorming allerhande.

deskundiging in een studiegebied. De opleiding bestaat voor ten minste twee-

De universiteiten kunnen basisopleidingen

derde uit opleidingsonderdelen die niet

organiseren in 18 studiegebieden. Deze

voorkomen in de basisopleiding. De

omvatten ongeveer 80 erkende opleidings-

opleiding wordt bekrachtigd met de

programma’s. Studenten kunnen voltijds

academische graad gediplomeerde in

of deeltijds een universitaire opleiding

de gespecialiseerde studies (ggs).

volgen. Deze opleidingen zijn opgedeeld in 2 cycli.

Een academische lerarenopleiding wordt

De eerste cyclus wordt afgerond met

afgerond met het diploma ‘geaggregeerde

het diploma van kandidaat en kent een

voor het onderwijs - groep 2’. Studenten in

studieduur van 2 jaar. Voor de opleiding

de tweede cyclus van een universitaire

arts en dierenarts telt de eerste cyclus

basisopleiding kunnen deze academische

3 jaren.

lerarenopleiding al volgen, maar het diplo-

De tweede cyclus kent meestal een stu-

ma ‘geaggregeerde voor het onderwijs -

dieduur van 2 jaar. Voor bepaalde opleidin-

groep 2’ kan pas uitgereikt worden na het

gen telt de tweede cyclus echter 3 of zelfs 4

behalen van het tweede cyclus diploma.

(cf. arts) jaren. De meeste opleidingen worden afgerond met het diploma licentiaat.

De doctoraatsopleiding is gericht op de

Een aantal andere opleidingen kennen

voorbereiding van een doctoraatsproef-

echter een specifieke einddiplomabena-

schrift. De doctoraatsopleiding wordt be-

ming, zoals apotheker, arts, bio-ingenieur,

krachtigd met een getuigschrift. Het docto-

burgerlijk ingenieur, burgerlijk ingenieur-

raat op proefschrift (na de openbare verde-

architect, dierenarts, handelsingenieur en

diging van het proefschrift) wordt bekrach-

tandarts.

tigd met de academische graad van ‘doctor’.

In het licht van de Sorbonne- en Bologna-

2.2.5 Permanente vorming

verklaring zal de huidige structuur zeker aangepast worden. De besprekingen over de concrete toepassing van de principes in

•

de Verklaring zijn volop aan de gang.

Het deeltijds kunstonderwijs is aanvullend

15

Het deeltijds kunstonderwijs (dko)


onderwijs dat zich richt tot kinderen,

nenonderwijs een modulaire structuur

jongeren en volwassenen die zich op vrij-

operationeel worden die volledig compati-

willige basis inschrijven en hiervoor een

bel is met de modulaire structuur uit het

inschrijvingsgeld betalen.

voltijds secundair onderwijs.

In het deeltijds kunstonderwijs zijn er 4

Ook het gecombi n eerd on derwijs

verschillende studierichtingen: beeldende

staat op het programma. Dit is een combi-

kunst, muziek, woordkunst en dans. Elke

natie van contactonderwijs en afstands-

studierichting heeft een eigen structuur

onderwijs.

met graden en opties die wettelijk vastgelegd zijn.

Begeleid individueel studeren (bis) maakt

Kinderen kunnen vanaf 6 jaar starten in de

individueel studeren mogelijk. De bis-

studierichting beeldende kunst. Voor de

opleiding maakt gebruik van een schrifte-

studierichtingen muziek, woordkunst en

lijke onderwijsformule, gedrukte cursussen

dans is de beginleeftijd 8 jaar.

aangevuld met het nodige didactische materiaal. Een cursus bestaat uit een aan-

•

Het volwassenenonderwijs

tal lespakketten en huistaken. De huista-

Het onderwijs voor sociale promotie is

ken worden verbeterd door een mentor, die

onderwijs naast of los van de initiële

waar nodig ook nog extra uitleg geeft.

onderwijsloopbaan en heeft tot doel aan

De tijd die nodig is om een bis-cursus af te

de cursisten kennis, vaardigheden en atti-

werken is afhankelijk van verschillende

tudes bij te brengen. Dit kan nuttig zijn

factoren: het aantal lespakketten per cur-

voor het maatschappelijk functioneren, het

sus, het volume per lespakket, de moeilijk-

deelnemen aan verder onderwijs, de uit-

heidsgraad van de leerstof, de studietijd

oefening van een beroep of het beheersen

waarover de cursist beschikt, … Daarom

van een taal. Het stelt de cursist in staat

bestaat er geen verplichte termijn waar-

een erkend diploma, getuigschrift of certifi-

binnen een bis-cursus moet beëindigd wor-

caat te behalen.

den.

Cursisten moeten in het verleden aan de

De toegang tot deze onderwijsvorm is

voltijdse leerplicht voldaan hebben en

volledig vrij. Er worden geen speciale voor-

naargelang de gekozen cursus voldoen aan

waarden gesteld qua leeftijd of behaalde

specifieke toelatingsvoorwaarden. De cur-

diploma's. Wel dient er een bescheiden

sist betaalt een bijdrage die afhankelijk is

inschrijvingsgeld betaald te worden. Het

van het aantal uren van de opleiding. In

bedrag is afhankelijk van het aantal les-

bepaalde gevallen is echter vrijstelling

pakketten waaruit de cursus is opgebouwd.

mogelijk.

In bepaalde gevallen is echter vrijstelling

Het aanbod van het onderwijs voor sociale

mogelijk.

promotie is zeer divers en ruim. Het wordt georganiseerd op het niveau secundair

De basiseducatie richt zich tot laagge-

onderwijs (33 studiegebieden) en op het

schoolde volwassenen d.w.z. meerderjari-

niveau van het hoger onderwijs van het

gen die niet beschikken over een getuig-

korte type (8 categorieën).

schrift van het lager onderwijs of een

In de nabije toekomst zal in het volwasse-

getuigschrift van de tweede graad van het

16


secundair onderwijs. Migranten worden tot de basiseducatie toegelaten als zij ten hoogste 10 jaar onderwijs genoten hebben in het land van herkomst. Door de geringe of beperkte schoolopleiding beschikken deze volwassenen over onvoldoende basiskennis, - vaardigheden, - attitudes om te functioneren in persoonlijke, maatschappelijke of professionele situaties en volwaardig te participeren aan de huidige samenleving. De centra voor basiseducatie streven naar een breed en gevarieerd aanbod met verschillende programmasporen, die evenwichtig en in onderlinge samenhang worden aangeboden.

17


2.3.1 Centra voor

leerlingenbegeleiding Het centrum voor leerlingenbegeleiding of

2.3

Actuele aandachtspunten

clb is een door de overheid gefinancierde dienst waarop leerlingen, ouders, leerkrachten en schooldirecties een beroep kunnen doen voor informatie, hulp en begeleiding. Het clb bewaakt het welbevinden van de leerlingen. Het speelt ook een belangrijke rol bij de contacten tussen de leerlingen, de ouders, de school en de welzijns- en gezondheidsinstellingen. Deze gratis begeleiding steunt op 4 belangrijke pijlers: • het leren en studeren; • de schoolloopbaan; • de preventieve gezondheidszorg; • de sociaal-emotionele ontwikkeling. Bij de begeleiding staat de leerling centraal. Alles gebeurt in een sfeer van vertrouwen en dialoog. Een begeleiding start pas nadat een leerling of een ouder daartoe het initiatief neemt. Vraagt een school het clb om een leerling te begeleiden, dan zal het centrum altijd eerst de uitdrukkelijke toestemming vragen aan de ouders (voor een leerling jonger dan 14 jaar) of aan de leerling zélf (vanaf 14 jaar). De begeleiding door het clb is multidisciplinair en vooral gericht op leerlingen die leerbedreigd zijn door hun sociale achtergrond en leefsituatie. Het clb staat in voor de geheimhouding van de gegevens en werkt onafhankelijk. Begeleiding door een clb is enkel verplicht bij spijbelgedrag en sommige medische onderzoeken. Naast het medisch onderzoek doet het clb aan preventieve jeugdgezondheidszorg. Hiermee wil men de gezond-

18


heidstoestand van leerlingen bewaken,

een website annex uitwisselingsforum.

behouden of bevorderen.

Zo beschikken de schooldirecties over een rechtstreeks kanaal met de over-

2.3.2 Communicatie

heid: ze kunnen reageren op beleidsvoorstellen, suggesties doen en ze

Bij goed onderwijs is iedereen sterk betrok-

worden snel, efficiënt en rechtstreeks

ken: directies, leerkrachten, ouders én leer-

geïnformeerd over onderwijsnieuws dat

lingen. Daarom informeert het departe-

voor hun functie relevant is.

ment Onderwijs elk van deze groepen op

• studi e- en i n formati edagen

een eigen manier. We geven enkele voor-

(si d-i n’s): om laatstejaars secundair

beelden van deze aanpak.

onderwijs een goede en verantwoorde studiekeuze te laten maken na het

• i n folijn on derwijs: eerste aan-

secundair onderwijs, organiseert het

spreekpunt voor iedereen die vragen

departement Onderwijs samen met de

over onderwijs heeft. De dienstverlening

centra voor leerlingenbegeleiding (clb)

gebeurt hoofdzakelijk telefonisch (gratis

in elke provincie studie-informatie-

0800-nummer) maar veel vragen wor-

dagen. De jongeren krijgen er een goed

den ook via e-mail, fax of brief gesteld.

overzicht van de studiemogelijkheden

• klasse: elke maand ontvangen

en krijgen de kans om vragen te stellen

leerkrachten, ouders en leerlingen een

aan de deskundigen van de verschil-

gratis maandblad. De tijdschriften

lende opleidingen.

worden gemaakt door een autonome redactie en zijn realistisch, praktisch en

2.3.3 Doelgroepenbeleid

worden veel gelezen. Deze eigentijdse vorm van overheidscommunicatie

De Vlaamse overheid schenkt bijzondere

informeert elke doelgroep over

aandacht aan de onderwijsleerproblemen

opvoeding en onderwijs, stimuleert

van specifieke doelgroepen. Daarom ont-

actie en participatie, werkt aan vorming

stonden tijdens het laatste decennium ver-

en preventie van probleemgedrag…

schillende projecten, zowel binnen elk onderwijsniveau als over de onderwijs-

• ron des van vlaan deren: het departement Onderwijs gaat minstens

niveaus heen.

eenmaal per schooljaar op ‘ronde in Vlaanderen’ om toelichting te geven

De projecten onderwijsvoorrang (gericht

over nieuwe initiatieven/regelgeving en

naar kinderen van allochtone afkomst in

hierover met de directies van gedachten

het basis- en secundair onderwijs) en zorg-

te wisselen. De directies kunnen zélf

verbreding (gericht naar onderwijskansar-

aangeven welke topics zij besproken

me kinderen in het basisonderwijs) laten

willen zien.

aan scholen toe een beroep te doen op extralestijden. De scholen moeten o.a. aan-

• schooldi rect: bestaat uit een elektronische nieuwsbrief die wekelijks

tonen dat zij in voldoende mate de beoogde

via e-mail naar de directies van het

doelgroep bereiken en moeten een aan-

leerplichtonderwijs wordt verstuurd en

wendingsplan laten goedkeuren waarin zij

19


beschrijven hoe zij de lestijden willen aan-

de meerderheid van de leerlingen van een

wenden.

bepaald studieniveau en -richting moeten

Andere initiatieven die er hoofdzakelijk uit

nastreven en bereiken. Concreet gaat het

bestaan dat scholen een beroep kunnen

over kwaliteiten inzake kennis, inzicht,

doen op extralestijden zijn de 'gewaarborg-

attitudes en vaardigheden. Er bestaan

de lestijden en bewarende maatregelen' in

zowel vakgebonden als vakoverschrijdende

het kader van het non-discriminatiebeleid,

eindtermen.

'scholen in rand- en taalgrensgemeenten'

Voor het kleuteronderwijs, het buitenge-

en het nieuwe project 'scholen met bijzon-

woon onderwijs en het eerste leerjaar b

dere noden'.

(secundair onderwijs) spreken we over ontwi kkeli ngsdoelen. Dit zijn

2.3.4 Informatie- en communicatie-

technologie (ict)

vaardigheden die een school moet nastreven, maar niet noodzakelijk moet bereiken.

Sinds 1996 voert de Vlaamse overheid een

De i nspecti e van de Vlaamse Gemeen-

stimuleringsbeleid inzake ict in het onder-

schap controleert enerzijds de onderwijs-

wijs. Aan de hand van informatie- en sensi-

kwaliteit; anderzijds staat ze in voor de

biliseringscampagnes, nascholing, subsidi-

erkenning van onderwijsinstellingen en

ëring van infrastructuur en projectfinan-

clb's. Aan de hand van een school- of cen-

ciering wil ze scholen ertoe aanzetten ict

trumdoorlichting onderzoekt zij of de eind-

in hun concrete lespraktijk te integreren.

termen en ontwikkelingsdoelen effectief

De klemtoon ligt hierbij op het pedago-

gerealiseerd worden en of de andere orga-

gisch gebruik van de nieuwe media.

nieke verplichtingen correct worden nage-

Daarom wordt bewust niet geopteerd voor

leefd.

aparte vakken. Leerlingen leren wat ict is

Na de doorlichting geeft de inspectie een

en hoe ze ermee moeten omgaan terwijl ze

advies aan de minister in verband met de

de leerstof in de diverse vakken en leerge-

verdere erkenning van de instelling.

bieden verwerven.

Jaarlijks rapporteert de inspectie haar bevindingen in een uitgebreid verslag

2.3.5 Kwaliteitsbewaking

en -bevordering

(Onderwijsspiegel) aan het Vlaams Parlement, zodat de kwaliteitsevaluaties door het beleid kunnen opgevolgd worden.

•

Kwaliteitszorg in het basis-, secundair, deeltijds kunstonderwijs, volwassenen-

Elk onderwijsnet beschikt over eigen

onderwijs en de clb's

pedagogisch e begelei ders die op

Kwaliteitsbewaking en -bevordering in het

vraag van de scholen instaan voor pedago-

Vlaamse onderwijs steunt op de eindter-

gische en methodologische begeleiding.

men, de inspectie en de pedagogische bege-

Jaarlijks dienen zij een rapport en begelei-

leiding.

dingsplan in om zich ten opzichte van de overheid te verantwoorden.

Ei n dtermen in het basis- en secundair onderwijs zijn minimumdoelstellingen die

20


•

Kwaliteitszorg in het hoger onderwijs

Vlaams Instituut voor Zelfstandig

In het hele hoger onderwijs bestaat één

Ondernemen (vizo) zijn nauw met elkaar

systeem van (interne en externe) kwali-

verbonden waardoor samenwerking zich

teitszorg. Via gezamenlijke visitatiecom-

opdringt.

missies dragen hogescholen en universitei-

Om de reeds lang gewenste en noodzake-

ten zorg voor de externe kwaliteitsbeoorde-

lijke coördinatie van het educatieve aanbod

ling van hun onderwijsactiviteiten.

voor volwassenen effectief te kunnen realiseren, werden 13 Edufora opgericht.

2.3.6 Levenslang leren 2.3.7 Modularisering Leren is een proces dat de hele levensloop omspant. Leergierigheid kan door de over-

Modularisering - momenteel nog in een

heid gestimuleerd worden door van het

experimentele fase - heeft tot doel een

basis- tot en met het hoger onderwijs leer-

opleiding in te delen in welomlijnde

inhouden en lessituaties aan te bieden die

gehelen of modules m.b.t. kennis,

de vaardigheden om een leven lang te

vaardigheden en attitudes.

leren aanscherpen en bruikbaar maken

Modulair onderwijs wordt per studiegebied

naar de toekomst toe. De opbouw van tus-

georganiseerd, los van graden of leerjaren.

sentijdse succesbelevingen is hierbij een

Per beëindigde module krijgt de student

must. Daarom wordt concrete aandacht

een door de overheid erkend (deel)certifi-

besteed aan de verdere modularisering van

caat. Elke afgewerkte module biedt de

het onderwijs op alle niveaus.

mogelijkheid in te treden op de arbeids-

De centra voor volwassenenonderwijs

markt of verder te gaan met de opleiding.

staan in voor de concrete invulling van de mogelijkheid tot levenslang leren voor vol-

Een modulaire opbouw maakt het mogelijk

wassenen. Het decretale kader creëert voor

om de tussentijdse succeservaringen van

de centra de mogelijkheid om vlot en ade-

de lerenden om te zetten in (deel)certifica-

quaat te beantwoorden aan de voortdurend

ten waarbij zij 'op elk moment' gecertifi-

veranderende opleidingsbehoeften van het

ceerd op de arbeidsmarkt terechtkunnen.

individu en van de arbeidsmarkt. Ook de

In het experiment modularisering zullen

modernisering van het bis die moet uit-

elementen van algemene vorming zoveel

monden in een volwaardig elektronisch

mogelijk worden geïntegreerd in de

leerplatform is een belangrijk element in

beroepsgerichte context. Alle lerenden wor-

het faciliteren van levenslang leren voor

den in staat gesteld om naast de beroeps-

volwassenen. Het ontwikkelen van gecom-

gerichte certificering een diploma secun-

bineerd onderwijs in de centra voor vol-

dair onderwijs te behalen.

wassenenonderwijs past eveneens in dit kader.

2.3.8 Participatie

Bepaalde opleidingen verstrekt door het

Op het centrale vlak functioneert sedert

departement Onderwijs, de Vlaamse Dienst

1991 de vlaamse on derwijsraad

voor Arbeidsbemiddeling (vdab) en van het

(vlor). De Vlaamse Onderwijsraad kan op

21


eigen initiatief, op vraag van de minister

schoolgebonden activiteiten organiseren,

van Onderwijs of de Vlaamse regering stu-

meestal van lucratieve aard.

dies uitvoeren, overleg plegen en advies geven inzake onderwijsmateries. De vlor

Een secundaire school is vanaf 1 januari

adviseert alle ontwerpdecreten en

2000 verplicht een leerli ngen raad op

beleidsteksten in verband met onderwijs.

te richten als een derde van haar leerlingen dat vraagt. De raad heeft een adviserende

De vlaamse i nterun iversitai re

bevoegdheid voor alle aangelegenheden

raad (vlir) adviseert en doet voorstellen

die de scholieren rechtstreeks aangaan.

aan de minister met betrekking tot het uni-

Hij moet van de directeur alle nodige

versitair onderwijs. De vlir doet zelf aan

informatie en infrastructurele en admini-

onderzoek of besteedt onderzoek uit.

stratieve ondersteuning krijgen. Er werd

De vlaamse hogescholen raad

een Steunpunt voor leerlingenparticipatie

(vlhora) heeft een analoge taak als de

opgericht om leerlingen en begeleiders te

vlir, maar dan voor het hogeschoolonder-

sensibiliseren en te ondersteunen via

wijs.

vorming.

Op het lokale vlak zijn sterke structuren

In al de bestuursorganen van de Vlaamse

noodzakelijk om de grote autonomie en de

hogescholen en universiteiten zijn zowel de

verantwoordelijkheid voor de onderwijs-

personeelsleden als de studenten vertegen-

instellingen te kunnen dragen.

woordigd.

Voor het gemeenschapsonderwijs wordt op

Studenten aan de hogescholen en de uni-

het lokale vlak de participatie van alle

versiteiten hebben ook een eigen raad.

onderwijsbetrokkenen geregeld via de

Deze raden worden democratisch verkozen.

schoolraden (advies- en overlegorga-

Zij worden geraadpleegd en brengen advies

nen). Deze schoolraad heeft een algemeen

uit over alle aangelegenheden die hen aan-

informatierecht en een welomschreven

belangen (onderwijs- en examenregeling

advies- en overlegbevoegdheid.

en evaluatie…).

Voor het gesubsidieerd onderwijs wordt inspraak en overleg gerealiseerd via de

2.3.9 Waardering van de leerkracht

werking van de partici pati eraden. Zij hebben een ruime adviesbevoegdheid en

De scholen van het Vlaamse onderwijs

een welomschreven overlegbevoegdheid

kijken aan tegen een groeiend tekort aan

t.a.v. het schoolbeleid.

leraren. Om op termijn over voldoende bekwame en gemotiveerde leerkrachten te

De verschillende actoren op school

blijven beschikken, dringen zich een aantal

organiseren ook vaak apart informele

maatregelen op.

comités en raden.

Recent werden reeds een aantal nieuwigheden ingevoerd i.v.m. overuren en de

In de meeste basis- en secundaire scholen

tijdelijke terugkeer uit verlof of pensioen.

groeperen ouders zich in een ouder-

Daarnaast creëerde men de vervangings-

veren igi ng die op vrijwillige basis

pool die een beter statuut garandeert voor

22


interimaire leraren. Ook bijkomende ondersteuning voor leerkrachten en directies, een wervingscampagne voor het lerarenberoep, premies, uitgebreide stages en bijscholingen moeten soelaas brengen voor het schaarsteprobleem. Een coherent en omvattend actieplan moet op middenlange termijn van het lerarenberoep opnieuw een aantrekkelijk en gewaardeerd beroep maken.

23


2.4

Nuttige adressen

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Onderwijs website www.ond.vlaanderen.be

24


Administratie Basisonderwijs

Administratie Permanente Vorming

Koning Albert II-laan 15

Koning Albert II-laan 15

4de verdieping

Toren C 6de en 7de verdieping

1210 Brussel

1210 Brussel

tel +32 2 553 93 76

tel +32 2 553 98 61

fax +32 2 553 93 75

fax +32 2 553 98 65

e-mail

e-mail

scholen.basisonderwijs@vlaanderen.be

deeltijdskunstonderwijs@vlaanderen.be volwassenenonderwijs@vlaanderen.be

Administratie Secundair Onderwijs Koning Albert II-laan 15

Administratie Ondersteuning

2de en 3de verdieping

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

1210 Brussel

tel +32 2 553 89 01

tel +32 2 553 86 56

fax +32 2 553 89 05

fax +32 2 553 86 55

e-mail

e-mail

scholen.secundaironderwijs@vlaanderen.be

ondersteuning@ond.vlaanderen.be

Administratie Hoger Onderwijs en

Afdeling Informatie en Documentatie

Wetenschappelijk Onderzoek

Onderwijs

Koning Albert II-laan 15

Koning Albert II-laan 15

Toren A 6de en 7de verdieping

1210 Brussel

1210 Brussel

tel +32 2 553 96 52

tel +32 2 553 98 32

fax +32 2 553 96 55

fax +32 2 553 98 35

e-mail

e-mail

onderwijspublicaties@vlaanderen.be

hogescholen@vlaanderen.be

of via

universiteiten@vlaanderen.be

www.ond.vlaanderen.be/infolijn

25


Naast deze brochure, geeft het departement Onderwijs ook tal van andere publicaties uit. Voor een overzicht kan u terecht op de website van het departement: www.ond.vlaanderen.be/publicaties

Een papieren versie van de catalogus kan u bekomen bij: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Cel Publicaties Onderwijs, Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel. tel 02-553 66 53 fax 02-553 66 54 e-mail onderwijspublicaties@vlaanderen.be

26


1

Situering van Vlaanderen

2

1.1 Vlaanderen in België en Europa 3 1.2 Vlaanderen als deelstaat 3

Inhoud

1.3 Maximale armslag, ook voor onderwijsmateries 4 1.4 Een kleine regio met een grote schoolbevolking 5 2

Onderwijs in Vlaanderen

6

2.1 Algemene principes 7 2.1.1 Leerplicht voor alle kinderen tot 18 jaar 7 2.1.2 Vrijheid van onderwijs 8 2.1.3 Onderwijsnetten 8 2.1.4 Financiering van het onderwijs 9 2.1.5 Op weg naar autonomie 9 2.1.6 Organisatie van het school- en academiejaar 9 2.2 Onderwijsniveaus 10 2.2.1 Onderwijsstructuur 10 2.2.2 Het basisonderwijs 11 2.2.3 Het secundair onderwijs 12 2.2.4 Het hoger onderwijs 13 2.2.5 Permanente vorming 15 2.3 Actuele aandachtspunten 18 2.3.1 Centra voor leerlingenbegeleiding 18 2.3.2 Communicatie 19 2.3.3 Doelgroepenbeleid 19 2.3.4 Informatie- en communicatietechnologie (ict) 20 2.3.5 Kwaliteitsbewaking en -bevordering 20 2.3.6 Levenslang leren 21 2.3.7 Modularisering 21 2.3.8 Participatie 21 2.3.9 Waardering van de leerkracht 22 2.4 Nuttige adressen 24

27


Colofon

Tekst Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Afdeling Informatie en Documentatie Onderwijs in samenwerking met de andere administraties en afdelingen van het departement Onderwijs

Eindredactie en productcoördinatie Afdeling Informatie en Documentatie Onderwijs

Verantwoordelijke uitgever Georges Monard, secretaris-generaal Koning Albert II-laan 15 - 1210 Brussel

Ontwerp Signbox

Druk Enschedé - Van Muysewinkel

Wettelijk depot D/2001/3241/220


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Onderwijs_2001.pdf by Vlaanderen-be - Issuu