Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/256
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/256
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 21 september 2020 diende xxx een verzoek in bij het Stedelijk Lyceum Cadix te Antwerpen om een afschrift te verlenen van de volgende documenten (naar aanleiding van de selectie van een godsdienstleraar Katholieke godsdienst): 1. het aanstellingsbesluit van de uiteindelijk aangeworvene of in voorkomend geval de arbeidsovereenkomst; 2. de diploma’s van de aangeworvene; 3. de dienststaat van de aangeworvene waaruit diens ervaring blijkt; 4. de voordracht door de naar intern recht bevoegde bestuurder van de ene ware katholieke en apostolische Kerk; 5. alle info over verzoeker zelf van wie ook aan het gemeentelijk onderwijs overhandigd en dus in het bezit van het gemeentelijk onderwijs. Op 28 september 2020 werd het openbaarheidsverzoek afgewezen door het Stedelijk Lyceum Cadix. Op 30 september 2020 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing van het Stedelijk Lyceum Cadix. Dit beroep werd geregistreerd op 1 oktober 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek van verzoeker dateert van 21 september 2020.
www.vlaanderen.be
De weigeringsbeslissing vanwege het Stedelijk Lyceum Cadix dateert van 28 september 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 30 september 2020 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Bij zijn mailbericht van 28 september 2020 deelde het Stedelijk Lyceum Cadix aan verzoeker mee dat de gevraagde documenten niet konden worden bezorgd omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene, in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker laat in zijn mailbericht aan de beroepsinstantie weten dat hij geen genoegen neemt met de weigeringsbeslissing van het Stedelijk Lyceum Cadix en dat hij nogmaals vraagt om hem het aanstellingsbesluit met de aanhorige documenten over te maken in pdf-kopie.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met het Stedelijk Lyceum Cadix, waarbij werd gevraagd om alle stukken uit het aanstellingsdossier te willen overmaken. De beroepsinstantie ontving alle stukken uit het dossier, zodat ze zelf kennis kon nemen van de inhoud ervan. Het aanstellingsdossier omvat de volgende documenten: - Het aanstellingsbesluit van de aangeworven persoon; - Het curriculum vitae van de aangeworven persoon. Het komt nu aan de beroepsinstantie toe om na te gaan in hoeverre de openbaarmaking van de door verzoeker gevraagde documenten al dan niet kan worden ingewilligd.
a) het aanstellingsbesluit/arbeidsovereenkomst van de uiteindelijk aangeworvene Uit de ingewonnen informatie is gebleken dat er in casu inderdaad een aanstellingsbesluit werd opgemaakt door de directeur van de betrokken onderwijsinstelling. Het autonoom gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen is de inrichtende macht van de gesubsidieerde officiële instellingen in de stad Antwerpen. De raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf heeft de aanstelling van personeelsleden gedelegeerd naar de directeur van de instelling.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/256
pagina 2 van 5
Om voormelde reden werd in dit aanstellingsdossier het aanstellingsbesluit dan ook opgemaakt door de directeur van de betrokken school, conform het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding. Er wordt geen arbeidsovereenkomst afgesloten. De beroepsinstantie is van oordeel dat het aanstellingsbesluit slechts gedeeltelijk kan openbaar gemaakt worden en dat bepaalde persoonsgegevens onleesbaar moeten worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat in het aanstellingsbesluit heel wat persoonsgegevens voorkomen van de aangestelde leerkracht: de naam, geboortedatum, adresgegevens en de handtekening, alsook de administratieve toestand van het personeelslid. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkene. Ook de vermelding van de naam van het personeelslid dat vervangen wordt is een persoonsgegeven dat moet afgeschermd worden. Het vrijgeven van al deze voornoemde gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die persoon. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na kennisname van de inhoud van het aanstellingsbesluit, van oordeel dat deze inderdaad concrete persoonsgegevens bevatten van een natuurlijk persoon, zijnde de naam, geboortedatum, adresgegevens en de handtekening, alsook de administratieve toestand van het aangeworven personeelslid, alsook de naam van het personeelslid dat vervangen wordt en dat deze tot de persoonlijke levenssfeer van die personen behoren. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/256
pagina 3 van 5
Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. De betrokken school heeft de betrokkenen gecontacteerd en deze hebben uitdrukkelijk laten weten dat er geen toestemming kan gegeven worden voor de openbaarmaking van de voormelde persoonsgegevens. Het beroep wordt bijgevolg, wat dit onderdeel betreft, gedeeltelijk als gegrond verklaard. De beroepsinstantie wijst nog op het feit dat verzoeker zelf in zijn beroepschrift heeft aangegeven dat hij niet om een kopie van het volledige persoonlijke dossier verzocht van de aangestelde leerkracht, doch enkel om de gegevens die de deugdelijkheid van de aanstellingsbeslissing kunnen staven. De beroepsinstantie is van oordeel dat met de voormelde gedeeltelijke openbaarmaking van het aanstellingsbesluit wordt tegemoet gekomen aan die verzuchting van verzoeker. b) de diploma’s van de aangeworvene c) de dienststaat van de aangeworvene waaruit diens ervaring blijkt De beroepsinstantie is van oordeel dat het curriculum vitae van de aangestelde leerkracht het bestuursdocument uitmaakt, dat de gevraagde informatie bevat. De beroepsinstantie stelt zelf vast dat het curriculum vitae enkel maar persoonsgegevens bevat van de betrokkene die behoren tot zijn/haar persoonlijk levenssfeer. Daarom is de beroepsinstantie van oordeel dat het curriculum vitae van de aangestelde leerkracht niet kan openbaar gemaakt worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voor de bijkomende motivering van deze uitzonderingsgrond verwijst de beroepsinstantie naar de redenering en argumentering zoals deze werd uiteengezet bij punt a) door de beroepsinstantie. Deze is bijgevolg “mutatis mutandis” ook van toepassing voor dit opgevraagde bestuursdocument. Het ingestelde beroep, wordt wat dit onderdeel betreft, dan ook als ongegrond beschouwd. d) de voordracht door de bevoegde bestuurder van de katholieke en apostolische Kerk Uit de ingewonnen informatie blijkt dat de voordracht van de aangestelde leerkracht in casu mondeling (telefonisch) heeft plaats gevonden. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat het Stedelijk Lyceum Cadix niet in het bezit is van het gevraagde document, daar het hier een onbestaand document betreft. Daar kan uiteraard geen afschrift van verleend worden. Het ingestelde beroep wordt, wat dit onderdeel betreft, dan ook als ongegrond beschouwd. e) alle info over verzoeker zelf in het bezit van het gemeentelijk onderwijs Wat betreft dit onderdeel van het verzoek, is uit het onderzoek door de beroepsinstantie gebleken dat het Stedelijk Lyceum Cadix geen gegevens in zijn bezit heeft over verzoeker, daar hij nog niet heeft gewerkt in de betrokken school.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/256
pagina 4 van 5
In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat het Stedelijk Lyceum Cadix niet in het bezit is van de gevraagde informatie, zodat daar uiteraard geen afschrift van kan verleend worden. Het ingestelde beroep wordt, wat dit onderdeel betreft, dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 30 september 2020 tegen de weigeringsbeslissing van het Stedelijk Lyceum Cadix wordt als ontvankelijk en deels ongegrond, deels gegrond beschouwd. Bijgevolg dien het volgende bestuursdocument openbaar te worden gemaakt door er een afschrift van te verstrekken:
het aanstellingsbesluit door de directeur van het Stedelijk Lyceum Cadix i.v.m. de selectie van een godsdienstleraar Katholieke godsdienst weliswaar mits weglating van de volgende persoonsgegevens: - de naam, geboortedatum, adresgegevens, handtekening en de administratieve toestand van het aangeworven personeelslid; - de naam van het personeelslid dat vervangen wordt.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 30 oktober 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/256
pagina 5 van 5