Raad Levenslang en Levensbreed Leren 8 september 2020 RLLL-RLLL-ADV-2021-001
Advies 'Leercultuur in de volwasseneneducatie'
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Raad Levenslang en Levensbreed Leren op 8 september 2020 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Leercultuur op 26 mei 2020, 11 juni 2020, 26 juni 2020 en 21 augustus 2020 onder voorzitterschap van Chris Venken Dossierbeheerder: Bram De Geeter
Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be
1 Situering De afgelopen jaren heeft de Vlor belangwekkend werk verricht rond levenslang en levensbreed leren. Zo vond er in 2013 een strategische verkenning plaats, waarvan de bevindingen ook vandaag nog actueel en toepasbaar zijn.1 Sindsdien verschenen verschillende adviezen waarin onder meer werd gepleit om een beleidsoverschrijdend beleid te voeren dat laagdrempelig is en waarin het formeel volwassenenonderwijs een bevoorrechte partner is. Op het vlak van levenslang leren zijn al veel dure eden gezworen, maar een beleidsdomeinoverschrijdende strategie is uitgebleven. Met de oprichting van het Platform Levenslang Leren lijkt de Vlaamse overheid eindelijk bereid om een beleid inzake levenslang leren in de steigers te zetten. Ze geeft dat weer in de conceptnota ‘De Lerende Samenleving’.2 De Vlor wijst in zijn advies op die conceptnota op het belang van levensbreed leren en de gevaren van een te pragmatische kijk op leren, vooral in functie van werk.3 Daarnaast pleit de raad voor een beleid dat ervoor zorgt dat iedereen een leven lang kan leren. In 2019 verscheen de Vlaamse OESO Skills Strategy. Daarin wordt gesteld dat het Vlaanderen ontbreekt aan een echte leercultuur en dat dit een belangrijke reden is waarom levenslang leren hier geen hoge toppen scheert. De Vlor nam zich toen voor om het aspect ‘leercultuur’ in navolging van dit rapport verder uit te werken. Een doortastend beleid inzake levenslang leren zal dus moeten inzetten op het verbeteren van de leercultuur. In Vlaanderen zijn nog te weinig volwassenen er van overtuigd dat leren moet verderlopen na de initiële schoolloopbaan. Dit advies doet aanbevelingen die een mentaliteitswijziging tot stand kunnen brengen bij de overheid, de opleidingsverstrekkers, het bedrijfsleven en de individuele burger.
2 Probleemstelling In Vlaanderen schommelt de participatiegraad van volwassenen aan formele opleiding en vorming rond het EU-gemiddelde, maar in vergelijking met de toppresteerders scoren we eerder laag.4 Hetzelfde geldt voor de bereidheid om deel te nemen aan opleiding en vorming.5 De Vlaamse overheid behaalt bovendien haar eigen doelstellingen inzake levenslang en levensbreed leren niet.6 Ook de inspanningen die gevoerd worden om de participatie van bepaalde doelgroepen te verhogen, hebben
Vlaamse Onderwijsraad (2014). Blijven leren: de toekomst! Volwassenen stimuleren om te leren. Een strategische verkenning. 2 https://www.vlaanderen.be/levenslang-leren (geraadpleegd op 7 september 2020) 3 Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over de conceptnota ‘De lerende samenleving’, 10 juli 2020. 4 Van Langenhove, H., Penders, I., Sourbron, M. & Vansteenkiste, S. (2020). Monitoringsrapport opleidingsdeelname en de opleidingsinspanningen van werkgevers in Vlaanderen. Brussel/Leuven: Departement Werk en Sociale Economie/Steunpunt Werk, p. 17. 5 idem, p. 51 6 Vlaamse Regering (2009). Pact 2020. Een nieuw toekomstpact voor Vlaanderen – 20 doelstellingen, p. 14. 1
1
nog niet tot overtuigende resultaten geleid: kortgeschoolden en ouderen participeren veel minder dan andere groepen.7 Bijkomende inspanningen zijn dus noodzakelijk, zeker gezien de disruptieve tendensen die waargenomen worden op de arbeidsmarkt, maar ook in de gehele samenleving. Leren moet de hefboom worden, waardoor elk individu in staat wordt gesteld om als actor deel te nemen aan de veranderende samenleving. Leren moet emanciperen.8 Het is duidelijk dat levenslang leren onontbeerlijk wordt om de maatschappelijke integratie van elk lid van onze samenleving te garanderen. Die noodzaak neemt nog toe in het licht van de economische crisis die op til is, een gevolg van de huidige coronacrisis. Dat vraagt ook specifieke aandacht voor mensen in een sociaal kwetsbare positie.
3 Focus van het advies Vooreerst stellen we dat leren voor volwassenen vooral gaat over vorming die leidt tot sociale participatie en maatschappelijke integratie. In veel gevallen, maar zeker niet in alle gevallen, gaat het over leren in functie van het verwerven van een sterkere positie op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld opleidingen in een traject naar werk. Leren kan echter ook als doel hebben om zich persoonlijk te ontplooien en sociaal te integreren. Het is belangrijk te onthouden dat het ene het andere niet uitsluit, wel integendeel. De Vlor pleit voor levenslang maar ook voor levensbreed leren. Leercultuur stimuleren betekent leren ruim te benaderen en in te bedden in leven en werk. Het behelst alle vormen van leren: formeel, nonformeel en informeel leren maar bijvoorbeeld ook werkplekleren en sociaal leren. Er moet ingezet worden op de integratie van verschillende vormen van leren. Levensbreed leren is de beste manier om duurzaam vaardigheden en kennis te verwerven. In een veranderende wereld is het immers van het hoogste belang dat er generieke competenties worden verworven, die zowel een functie kunnen hebben in het werkveld als daarbuiten en die ook functioneel blijven doorheen de tijd. Levensbreed leren kan daarnaast ook de goesting opwekken die nodig is om levenslang te leren. ‘Leercultuur’ betekent hier de bereidheid en de mogelijkheid tot leren, zowel op macro-, meso- als microniveau. Leercultuur gaat dus over hoe een samenleving leren percipieert en waardeert (macroniveau). Het gaat ook over de bereidheid en mogelijkheid tot leren binnen bepaalde groepen (mesoniveau). Leercultuur behelst ten slotte ook de leerbereidheid en de mogelijkheid tot participatie aan levenslang leren van elk individu. Om de leercultuur te bevorderen, moeten belemmeringen op deze drie niveaus zo veel mogelijk weggenomen worden en moet de intrinsieke motivatie bij elke (potentiële) lerende aangezwengeld worden. De belemmeringen om tot een betere leercultuur te komen, zijn verweven tot een zeer complexe en gelaagde cluster van factoren, die zowel een rol spelen op het individuele als op het maatschappelijke
Van Langenhove, H., Penders, I., Sourbron, M. & Vansteenkiste, S. (2020). Monitoringsrapport opleidingsdeelname en de opleidingsinspanningen van werkgevers in Vlaanderen. Brussel/Leuven: Departement Werk en Sociale Economie/Steunpunt Werk, p. 29, 46 en 52. 8 Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over de conceptnota ‘De Lerende Samenleving’, 10 juli 2020. 7
2
niveau. De ongelijkheid in onze samenleving zorgt bijvoorbeeld voor achterstelling op vele vlakken waardoor leren vaak erg moeilijk wordt. Daarenboven hebben negatieve ervaringen in het initieel onderwijs, zoals zittenblijven en afstromen, een negatief effect op de latere participatie aan levenslang leren.9 Het is echter onmogelijk om alle factoren die invloed hebben op de leercultuur te behandelen in dit advies. We focussen in dit advies dus op onderstaande factoren, in de wetenschap dat er nog andere zaken zijn die een effect hebben. In de eerste plaats zoeken we een antwoord op de vraag: ‘Hoe zal het leren (voor volwassenen) in de toekomst eruit zien?’. Daarnaast formuleren we aanbevelingen voor de overheid, de opleidingsverstrekkers en de bedrijven. Dit advies heeft verschillende raakpunten met het advies over meer kruisbestuiving tussen wegen naar een diploma secundair onderwijs dat de Vlor op 24 september 2020 uitbrengt.10 De twee adviezen vullen elkaar aan en in die zin geven ze in combinatie een bredere kijk op de problematiek, terwijl ze elk hun eigen focus behouden.
4 De toekomst van leren voor volwassenen Om tot concrete aanbevelingen te komen (zie punt 5), schetst de raad eerst hoe leren er voor volwassenen in de (nabije) toekomst volgens hem zal uitzien. Gegeven de volatiliteit van de samenleving (en de arbeidsmarkt) en de noodzaak om alle profielen van lerenden bij levenslang leren te betrekken, zal leren zich in de toekomst in oneindig veel vormen en maten voordoen. De raad ziet desondanks twee tendensen die leren in de nabije toekomst zullen kenmerken: (1) we evolueren naar een situatie waarin we een leven lang levensbreed zullen leren en (2) leren zal meer op maat zijn van lerenden, lesgevers en organisaties.
4.1 Een leven lang levensbreed leren Het algemeen beeld in de publieke opinie is dat leren stopt na het initieel en het hoger onderwijs, op het moment dat de loopbaan aanvangt. Het is onder meer op basis van dit soort ‘hokjesdenken’11 dat de OESO concludeert dat het ons ontbreekt aan een echte leercultuur. 12 Dat vraagt om onze kijk op leren, als samenleving, te veranderen. ‘Leren’ moet niet enkel geassocieerd worden met de basisschool, het secundair en het hoger onderwijs, maar moet een concept worden waarvan we de waarde doorheen ons hele leven erkennen. We moeten ook the joy of learning (her)ontdekken. Het plezier dat gevonden wordt in leren voor de persoonlijke ontplooiing, uit
Knipprath, H. (2013). Langetermijneffecten van zittenblijven en afstromen op opleidingsniveau, participatie in levenslang leren en de beroepscarrière. Pedagogische Studiën, 90(5), p. 74-88, p.82. 10 Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad (te verschijnen). Meer kruisbestuiving tussen wegen naar een diploma secundair onderwijs, 24 september 2020. 11 Wauters, B., Desmedt, E., De Coen, A., De Weerdt, Y. & Vandenbroeck, P. (2018). Transitieprioriteit ‘Levenslang leren en de dynamische levensloopbaan’. III. Analyse v/h dominante regime. Transitie arena LLLDL. 12 OECD (2019). OECD Skills Strategy Flanders: Assessment and Recommendations, OECD Skills Studies, OECD Publishing, Paris. 2019. 9
3
persoonlijke interesse of in (al dan niet bewust) informeel leren, kan doorgaans getransfereerd worden naar andere vormen van leren (bv. in functie van werk). Maar ook op groepsniveau moet levenslang leren tot de norm worden gemaakt. We stelden eerder al dat een effectief beleid inzake levenslang leren alle groepen in de samenleving betrekt, met specifieke aandacht voor bepaalde doelgroepen. De raad vindt het van primordiaal belang dat er sterk wordt ingezet op het aanwakkeren van de intrinsieke motivatie van elk individu. Intrinsieke motivatie is de meest krachtige – en misschien zelfs de enige duurzame – hefboom om tot meer leren en dus een sterkere leercultuur te komen.
4.2 Leren op maat De volwassen lerende heeft vele gezichten. Het leren in de nabije toekomst zal dan ook op maat moeten zijn. Het moet aangepast zijn aan het profiel van de lerende, aan diens leernood en leervraag en leren moet zo veel als mogelijk kunnen gebeuren op een tijdsstip en een plaats en manier (leervorm) naar keuze. Levenslang leren vergt in dat opzicht een heel andere aanpak: meer screening en testing, meer begeleiding, een ruimer en fijnmaziger aanbod, … De Vlor pleit dan ook voor een divers en tegelijk fijnmazig aanbod, dat zowel vraaggestuurd als aanbodgestuurd kan benaderd worden. Sommige lerenden zijn immers zelf in staat om hun leervraag te formuleren en hun leertraject te bepalen. Anderen moeten benaderd worden met het juiste aanbod op maat van hun leernood. De raad merkt op dat leernood niet enkel pragmatisch of individueel mag ingevuld worden. Het kan ook een streven zijn om leerplezier te ervaren, zich te emanciperen of in groep te leren. Leren op maat betekent ook begeleiding op maat, zowel bij het bepalen van de leernood, het stellen van de leervraag, als bij het kiezen en het doorlopen van het leertraject. Sommige lerenden zullen strikte begeleiding vragen, anderen weinig of geen. Leren op maat staat ook voor meer competentiegericht leren. Je verwerft de competenties waarover je nog niet beschikt. De focus moet niet zozeer liggen op het leertraject maar op de leeruitkomst. De Vlor maakt daar twee kanttekeningen bij: (1) ook competentiegericht leren gebeurt bij voorkeur in een traject dat leidt naar een erkend studiebewijs en (2) competenties moeten duurzaam (generiek) zijn. Leren moet ook op maat gebeuren van organisaties en lesgevers. Het heeft geen zin om zaken voorop te stellen die in de praktijk niet haalbaar zijn. De Vlor pleit voor realistische innovaties met respect voor diegenen die het leren in de praktijk brengen en met een afdoende financiering vanuit de overheid. Zo zal (formeel) leren in groep in veel gevallen de norm blijven en niet enkel omdat volledig geïndividualiseerd leren in het volwassenenonderwijs organisatorisch en financieel niet mogelijk is, maar ook omdat de dynamiek in (klas)groepen van leren immers een sociaal gebeuren maakt.
5 Welke maatregelen zijn nodig? Om een sterkere leercultuur te bewerkstelligen, moeten inspanningen geleverd worden door veel verschillende actoren op verschillende niveaus. De raad is echter van oordeel dat de omslag start bij de overheid. Van daaruit moet een brede visie op levenslang leren uitgedragen worden. De overheid moet zelf ook het goede voorbeeld geven.
4
Maar een andere leercultuur kan enkel tot stand komen, als alle betrokken partijen mee de omslag helpen maken. Dat betekent dat opleidingsverstrekkers bereidheid moeten tonen om te innoveren, dat bedrijven lerende organisaties moeten worden en dat idealiter elk individu de meerwaarde van leren gaat inzien.
5.1 Toon de ambitie inzake levenslang leren in de feiten Vooreerst wil de raad benadrukken dat de ambities die de Vlaamse regering koestert m.b.t. levenslang leren niet in overeenstemming zijn met de besparingen die momenteel in het volwassenenonderwijs worden doorgevoerd. Als het de overheid echt menens is, zal ze een afdoende financiering moeten voorzien. De manier waarop onze samenleving naar leren, opleiding en vorming kijkt, moet wijzigen. De overheid moet een langdurig communicatiebeleid voeren om het belang van levenslang leren in de verf te zetten. Dat communicatiebeleid mag niet enkel gericht zijn naar toekomstige lerenden, maar moet ook gericht zijn naar organisaties en bedrijven die leren (meer) mogelijk moeten maken. De Vlor verwijst daarbij naar de inspanningen die gedaan worden om STEM en duaal leren in de markt te zetten. Er wordt te weinig wetenschappelijk onderzoek verricht om het beleid inzake levenslang leren op te baseren. Onderzoek naar volwassenenonderwijs maakt slechts een fractie uit van het onderzoek dat gevoerd wordt naar onderwijs. De Vlor vraagt de overheid om onderzoek naar leren bij volwassenen te stimuleren.
5.2 Maak systemische verandering mogelijk Er zijn te veel regels die belemmerend werken. Samenwerkingen en synergiën tot stand brengen binnen de volwasseneducatie, blijkt vaak onmogelijk omdat de regelgeving dit niet toelaat. De Vlor vraagt een grondige scan te maken van de regelgeving, waarna bekeken moet worden welke regels moeten verdwijnen of herzien worden en welke nieuwe regelgeving eventueel nodig is. De raad wijst er wel op dat hervormde regelgeving meerdere doelen heeft. Het moet systemische verandering inzake levenslang leren mogelijk maken en moet zodanig opgesteld zijn dat het samenwerking tussen opleidingsverstrekkers bevordert. Tegelijk moet het het statuut van lerenden (zie ook 5.3) en lesgevers optimaliseren. Het kan niet de bedoeling zijn om louter te dereguleren. De Vlor pleit voor het opzetten van proeftuinen, waarbinnen in een regelluw kader en met afdoende financiering kan geëxperimenteerd worden.13 Gezien het specifieke karakter van de volwasseneneducatie – een grote diversiteit aan verstrekkers, met elk hun eigen regelgeving – is het regelluwe aspect bijzonder belangrijk. Deze proeftuinen moeten opgezet worden met het uitdrukkelijke engagement om, na grondige evaluatie, de bevindingen achteraf ook daadwerkelijk in de praktijk aan te wenden.
13
De raad verwijst daarbij naar het Lerend Netwerk Duaal Leren of de pilootprojecten in het deeltijds kunstonderwijs (2011) als goede praktijkvoorbeelden.
5
5.3 Geef de volwassen lerende een degelijk statuut Elke volwassen lerende die wil participeren aan levenslang leren, doet dat vanuit de eigen beginsituatie. Er is dus ook een veelheid aan statuten van waaruit een lerende kan vertrekken: werknemer, werkzoekende, nieuwkomer, (vroegtijdige) schoolverlater, in een verlofstelsel, na ziekteverlof,… De Vlaamse overheid wordt gevraagd om grondig onderzoek te verrichten naar deze verscheidenheid aan statuten. In eerste instantie moet duidelijk worden wat de eventuele (negatieve of positieve) gevolgen zijn van het participeren aan vorming m.b.t. elk mogelijk statuut. In tweede instantie moet er werk gemaakt worden van een zo gestroomlijnd mogelijk statuut van de volwassen lerende. Het stroomlijnen van het statuut van de volwassen lerende, biedt tevens de mogelijkheid om een aantal belemmeringen van levenslang leren te minimaliseren. De raad wijst daarbij op een aantal ‘klassieke’ hinderpalen: het gebrek aan tijd om te leren, de organisatie van het gezinsleven, de werksituatie, … Het spreekt voor zich dat deze hinderpalen vaak met elkaar verweven zijn. De Vlor pleit in dat kader voor het invoeren van een leerrekening (‘leeraccount’) voor elke volwassene, met als doel de volwassene meer kansen op leren te geven. Deze leerrekening moet als een ‘rugzakje’ met leerrechten zijn dat iedereen meedraagt doorheen de verschillende fasen van het volwassen leven en dus ook doorheen verschillende loopbanen, verlofstelsels en statuten. De basisrechten inzake levenslang leren worden dus onlosmakelijk verbonden met de persoon en hangen niet af van de situatie waarin die persoon zich bevindt. Bijkomende rechten of stimulansen, voor werkzoekenden, nieuwkomers, kortgeschoolden enzovoort en in bepaalde sectoren of bedrijven, zijn vanzelfsprekend nog steeds gewenst. Er moet wel een soort basispakket zijn voor elke volwassene.
5.4 Implementeer meer manieren van certificeren Bij leren voor volwassenen moet men meer inzetten op het aanwakkeren van de intrinsieke motivatie. De Vlor pleit er daarom voor te streven naar een aanbod van leerinhouden in kleine gehelen die elk op zich gecertificeerd worden. Een aanbod van opleidingen in ‘grote blokken’ kan immers demotiverend werken. Ook in de volwasseneneducatie moeten microcredentials en microdegrees mogelijk zijn.14 In het deeltijds kunstonderwijs kan nagegaan worden of een modulaire onderwijsorganisatie gunstige effecten heeft. Daarbij aansluitend moeten reeds verworven competenties (EVC) zo veel en zo laagdrempelig mogelijk gecertificeerd kunnen worden. Daartoe pleit de raad (nogmaals) om het EVC-beleid te versterken en sneller uit te rollen.15 De EVC-procedure heeft veel potentieel, maar wordt in de praktijk nog onvoldoende ingezet. De reden daarvoor is dat de procedure complex en tijdrovend is. Maar EVC is ook nog te weinig bekend bij de stakeholders van levenslang leren. De procedure moet vereenvoudigd en gepromoot worden.
Nu al worden in het formeel volwassenenonderwijs deelkwalificaties uitgereikt. Die zijn vastgelegd in de beroepskwalificaties. Een onderwijsinstelling zou daarnaast nog (micro-)certificaten moeten kunnen uitreiken. 15 Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies over de voorontwerpen van decreet betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties en het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader, 28 juni 2018. 14
6
Een breed uitgerold EVC-beleid kan de omslag bewerkstelligen van het traditionele train & testprincipe dat in de meeste opleidingen en vormingen wordt toegepast, naar het test & train-principe. Er wordt dan, voorafgaand aan het leren, nagegaan over welke competenties de lerende reeds beschikt, waarna de ontbrekende competenties worden verworven. Het leerproces wordt dan toegespitst op de specifieke noden van de lerende en dat verhoogt de motivatie. De Vlor stelt voor om voor elke Vlaming een competentierapport samen te stellen. Het gaat om een online portfolio waarin alle verworven competenties worden weergegeven. De Vlaamse overheid heeft zelf al de aanzet gegeven door het ontwikkelen van de Leer- en ervaringsbewijzendatabank (LED). Een heus competentierapport geeft echter ook de verworven competenties weer en niet enkel de kwalificaties. Hoe gedetailleerder competenties kunnen worden weergegeven, hoe effectiever dit portfolio zal blijken. Een andere manier van certificeren (zoals hierboven weergegeven) kan daartoe bijdragen. De raad pleit ook voor het uitrollen en activeren van een competentiecheck, onafhankelijk van het arbeidsmarktstatuut en met specifieke aandacht voor de meest kwetsbare profielen. Deze competentiecheck moet de individuele opleidingsnood helpen expliciteren. Het uitgangspunt is dat burgers hun competenties, loopbaan, of job geregeld in vraag stellen en daaraan een concreet opleidingsaanbod koppelen. Hoewel de Vlor pleit voor een fijnmazige certificering, maakt de raad daarbij enkele belangrijke kanttekeningen. Voor de Vlor blijft het behalen van een kwalificatie het beoogde eindpunt van formeel onderwijs. Een andere manier van certificeren betekent niet dat dit einddoel mag losgelaten worden. Kleinere gehelen aanbieden, reeds verworven competenties erkennen en meer (tussentijds) certificeren, gebeurt idealiter in een langer, overkoepelend traject met een kwalificatie als einddoel. Door op een andere manier te gaan certificeren, kan de onderwijskwaliteit verhogen. Immers, doordat de intrinsieke motivatie wordt aangezwengeld, zal de leerwinst toenemen.16 Kleinere gehelen en verworven competenties certificeren, mag er dus zeker niet toe leiden dat ‘de lat lager wordt gelegd’. Als een lerende een bepaalde kwalificatie behaalt, moet die over alle competenties beschikken waar deze kwalificatie voor staat. Een andere manier van certificeren mag ook niet leiden tot planlast. Opleidingen moeten zodanig georganiseerd worden, dat de draagkracht van organisaties en lesgevers niet overschreden wordt. In het streven naar een hogere onderwijskwaliteit, is het welbevinden van lesgevers cruciaal.
5.5 Zorg voor (meer) begeleiding in de volwasseneneducatie De begeleiding voor lerenden in de volwasseneneducatie is schaars en doorgaans wordt het op initiatief van de organisatie of door lesgevers pro bono ingericht. In het formeel volwassenenonderwijs is er bijvoorbeeld geen afdoende financiering om studie- en/of leerlingbegeleiding in te richten. In het
16
Vanhoof, J., Van de Broek, M., Penninckx, M., Donche, V., Van Petegem, P. (2012). Leerbereidheid van leerlingen aanwakkeren. Leuven: Acco, p. 26.
7
licht van de noodzaak om levenslang en levensbreed leren laagdrempelig te maken, is dit echter een absolute noodzaak. In het regulier lager en secundair onderwijs vervullen de clb’s erg waardevol werk op dit vlak. Een opschaling van de taken, het personeel en – vanzelfsprekend – de financiering van de clb’s, kan het mogelijk maken dat zij ook cursisten in het volwassenenonderwijs begeleiden. Maar er is bredere en meer laagdrempelige begeleiding nodig, al van bij het vaststellen van de leernood en het formuleren van de leervraag. In dat kader pleit de Vlor ervoor om op zijn minst in elke centrumstad een leerwinkel op te richten. De financiering en aansturing van deze leerwinkels gebeurt best centraal en op uniforme wijze vanuit de Vlaamse overheid. De raad adviseert de overheid om zich te beroepen op de bevindingen van het GOAL-rapport om het beleid rond de leerwinkels vorm te geven.17 Eveneens in het kader van oriëntering kan de rol, werking en financiering van Onderwijskiezer best uitgebreid worden. Onderwijskiezer biedt nu al het meest omvangrijke en volledige beeld op opleidingen en vormingen in Vlaanderen en Brussel. Mits een uitbreiding van de middelen kan deze website verder uitgroeien naar een heuse navigatiekaart aan de hand waarvan potentiële lerenden hun leerweg kunnen bepalen. Om ook mensen uit kansengroepen te bereiken, moet outreachend gewerkt worden. De Vlaamse overheid moet doelstellingen opstellen omtrent het optimaliseren van doorverwijzingen naar leertrajecten vanuit VDAB, OCMW’s (bv. via de geïndividualiseerde projecten voor maatschappelijke integratie of GPMI’s), werkplekarchitecten, opleidingsloodsen enzovoort. Een belangrijke rol inzake de toeleiding van mensen uit kansengroepen is weggelegd voor de socio-culturele organisaties en de basiseducatie. Zij vervullen een brugfunctie naar levenslang leren. De Vlor wil de aandacht vestigen op het precaire evenwicht tussen aansturing en begeleiding van lerenden enerzijds en emancipatie en eigenaarschap anderzijds. Een goede begeleiding biedt de juiste intensiteit qua ondersteuning. Sommige lerenden zijn perfect in staat om zelf hun leernood te bepalen, hun leervraag te stellen en hun leertraject vorm te geven en te doorlopen. Andere lerenden hebben meer begeleiding nodig, zonder dat hen iets opgedrongen mag worden.
5.6 Maak het mogelijk dat iedereen participeert aan levenslang leren Eerder werd al gesteld dat de lerende vele gezichten heeft. Een beleid over levenslang leren spitst zich echter nogal vaak toe op uit zichzelf gemotiveerde volwassen lerenden, die doorgaans leren in functie van de loopbaan. Vanzelfsprekend is deze groep maar een fractie van diegenen waarop het beleid zich moet richten. Vaak wordt ook het onderscheid gemaakt tussen diegenen die wensen te participeren aan vorming en diegenen die dat niet wensen.18 De Vlor wil echter de aandacht vestigen op het feit dat ‘niet willen’ en ‘niet kunnen’ soms verweven zijn. De raad verzet zich tegen een discours waarin ‘iedereen zijn kansen maar moet grijpen’ en ieder individu dus volledig verantwoordelijk wordt voor het eigen slagen of falen. Het bevorderen van de leercultuur betekent dat iedereen moet kunnen participeren aan levenslang leren. Er moet dus voldoende aandacht zijn voor mensen in een kwetsbare maatschappelijke positie
17 18
8
Litster, J., Cara O. & Carpentieri, J.D. (2016). GOAL - Cross Country Report. UCL, Leuven. Office for National Statistics (2018). Adult Education Survey 2016. Department for education, London.
en/of voor laaggeletterden, zeker gezien de disruptieve tijden waarin we leven en de economische crisis die op ons af dreigt te komen. Om levenslang leren laagdrempelig te maken, dient men op de verschillende niveaus belemmeringen weg te werken, zowel op het vlak van toeleiding en ingang vinden tot leren als op het vlak van leerinhouden (aanbod) en op het vlak van organisatie en setting (leerklimaat). Als je op maat van elke lerende wil werken, moet er een voldoende ruim en fijnmazig aanbod zijn. De raad wees eerder al op het belang van levensbreed leren om de ‘leergoesting’ aan te wakkeren. Het belang van de basiseducatie, de socio-culturele organisaties, het deeltijds kunstonderwijs e.a. kan daarom moeilijk overschat worden. Deze verstrekkers kunnen er immers voor zorgen dat mensen die moeilijk ingang vinden tot leren, daar toch toe in staat zijn. De manier waarop vorming en opleiding verstrekt wordt, moet aangepast zijn aan elk profiel. Het leerklimaat heeft bijvoorbeeld een aanzienlijke invloed op de tevredenheid van cursisten in het volwassenenonderwijs.19 Lesgevers moeten dus voldoende ondersteuning krijgen opdat ze een gunstig leerklimaat kunnen scheppen. Zo kunnen ze de motivatie en de leerbereidheid bij alle lerenden optimaliseren. De Vlor pleit in dat kader voor voldoende vorming en bijscholing voor docenten. Minstens even belangrijk is het garanderen van werkbaar werk voor lesgevers, o.m. door het maximaal stroomlijnen van lesopdrachten en het wegwerken van planlast. Er moet in de opdrachten van lesgevers ruimte gecreëerd worden opdat ze actief aan het leerklimaat kunnen werken.
6 Bibliografie In voorbereiding op het advies ging de werkgroep Leercultuur in gesprek met prof. Eva Kyndt op 11 juni en met prof. Ides Nicaise op 26 juni 2020. Knipprath, H. (2013). Langetermijneffecten van zittenblijven en afstromen op opleidingsniveau, participatie in levenslang leren en de beroepscarrière. Pedagogische Studiën, 90(5), pp. 74-88. Lavrijsen, J. & Nicaise, I. (2015). Systemic obstacles to lifelong learning: the influence of the educational system design on learning attitudes. Studies in Continuing Education, 39(2), 176-196. Litster, J., Cara O. & Carpentieri, J.D. (2016). GOAL - Cross Country Report. UCL, Leuven. OECD (2019). OECD Skills Strategy Flanders: Assessment and Recommendations, OECD Skills Studies, OECD Publishing, Paris. Office for National Statistics (2018). Adult Education Survey 2016. Department for education, London.
19
Met ‘leerklimaat’ bedoelen we de wijze waarop en de visie en attitudes waarmee het leren wordt ingericht. Het gaat dan om de mate van ondersteuning door lesgevers, de relatie tussen lerenden onderling, de mate van doel- en taakgerichtheid en van inspraak van de lerende.
9
Studiedienst van de Vlaamse Regering (2009). Pact 2020. Een nieuw toekomstpact voor Vlaanderen – 20 doelstellingen, p. 14. Tindemans, B. (red.) (2020). De Lerende Samenleving. Conceptnota voor de Vlaamse Regering. Vanhoof, J., Van de Broek, M., Penninckx, M., Donche, V., Van Petegem, P. (2012). Leerbereidheid van leerlingen aanwakkeren. Leuven: Acco, p. 26. Van Langenhove, H., Penders, I., Sourbron, M. & Vansteenkiste, S. (2020). Monitoringsrapport opleidingsdeelname en de opleidingsinspanningen van werkgevers in Vlaanderen. Brussel/Leuven: Departement Werk en Sociale Economie/Steunpunt Werk, p. 17. Vlaamse Onderwijsinspectie (2016). Onderwijsspiegel 2016. Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over de conceptnota ‘De Lerende Samenleving’, 10 juli 2020. Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Aanbevelingen voor het platform levenslang leren, 31 maart 2020. Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies over het volwassenenonderwijs als partner in levenslang en levensbreed leren, 11 juni 2019. Vlaamse Onderwijsraad, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Advies NT2 en sociale participatie, 11 juni 2019. Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies OESO Skills Strategie Vlaanderen, 28 maart 2019. Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies Strategisch Plan Geletterdheid 2017-2024, 26 oktober 2017. Vlaamse Onderwijsraad (2014). Blijven leren: de toekomst! Volwassenen stimuleren om te leren. Een strategische verkenning. En Het leren van volwassenen: stimulansen voor het komende decennium (platformtekst).
Ewoud De Sadeleer secretaris Raad Levenslang Levensbreed Leren
10