Een goed geïsoleerd huis kan niet zonder ventilatiesysteem. Het is immers zo dat bij onvoldoende ventilatie potentieel schadelijke stoffen en binnenshuis gegenereerd vocht opstapelen. Deze stoffen zijn vaak afkomstig van (nieuwe) bouwmaterialen, activiteiten die binnenshuis plaatsvinden en bepaalde consumentenproducten in een woning (zie verder bij ‘Materialen’). Daarom is ventileren noodzakelijk: 1. voor de aanvoer van verse, levensnoodzakelijke zuurstof 2. om te voorkomen dat schadelijke stoffen zich opstapelen in de woning 3. om vocht af te voeren, en zo schimmels en onaangename geuren te vermijden Als architect leg je de kiem voor een goed gedimensioneerd systeem, dat door de installateur verderop in detail wordt berekend. Enkele tips: -- Voorzie in de keuken altijd een dampkamp. -- Na de bouwwerken blijven er hoe dan ook schadelijke stoffen aanwezig in de binnenlucht. Zorg ervoor dat het gebouw maximaal geventileerd wordt vooraleer de bewoners er in trekken. -- Na de installatie van het ventilatiesystemen zijn onderhoud en reiniging essentieel om het systeem performant te houden. Ontwerp en kies ventilatiesystemen ook in functie van een gemakkelijk onderhoud, aangepast aan het gebouw en de bewoners. Men kan hierin regelmatig onderhoud en periodiek onderhoud onderscheiden. Het regelmatig onderhoud impliceert onder andere het vervangen van filters en het reinigen van de openingen. Het periodiek onderhoud wordt uitgevoerd door de installateur en meestal gecombineerd met algemene controle van de goede werking. -- Overweeg een vraaggestuurde ventilatie, waarbij het debiet vermindert wanneer weinig personen aanwezig zijn en/of steeds een relatieve vochtigheid lager dan 70 %, hoger dan 30 % behouden blijft. -- Zorg ervoor dat de opdrachtgever zich goed informeert over de werking en het onderhoud van het systeem.
3 VENTILATIE
3 Ventilatie
BEGRIPPENLIJST In deze fiches hanteren we een aantal begrippen in verband met ventilatie en isolatie. Op vlak van terminologie sluiten we zo veel mogelijk aan bij de terminologie van de energieprestatieregelgeving. Hieronder vind je een overzicht van de voornaamste termen.
ventilatie 0
BEGRIPPENLIJST
Term aangrenzende onverwarmde ruimte afvoeropening
Afkorting AOR
een aangrenzende ruimte die buiten een beschermd volume gelegen is en niet verwarmd wordt
AO
afvoeropening van een ventilatiesysteem waarvan de afvoer mechanisch verloopt (systeem C of D) ventilatiesysteem D waarbij toe- en afvoerdebiet in evenwicht zijn
balansventilatie
beschermd volume
BV
DO
• woonkamer of gelijkaardig • slaap-, studeer-, speelkamer of gelijkaardige ruimte • TV-kamer, home cinema, logeerkamer, bibliotheek, hobbyruimte, atelier voor niet-professioneel gebruik, naaikamer, zonnebankruimte, privé-fitnessruimte…
droge ruimten in een woning
werkzaamheden waarbij een nieuw deel wordt aangebouwd, na sloopwerk van een deel van het bestaande gebouw en waarvoor een stedenbouwkundige vergunning met uitgebreide dossiersamenstelling vereist is. Voor vergunningsaanvragen vanaf 1/1/2015 vallen deze werken onder de categorie "nieuwbouw" indien het nieuwe beschermd volume groter is dan 800m³, anders gaat het over een verbouwing.
gedeeltelijke herbouw
kanaal- of leidingkarakteristiek
lekdichtheidsmeting luchtdichtheidsmeting van een gebouw
ventilatie 0
opening waarlangs lucht naar een ruimte wordt toegevoerd of uit een ruimte wordt afgevoerd, op mechanische of op natuurlijke wijze. Een EPB-conforme DO mag enkel op natuurlijke wijze werken. ruimten waarvoor geen specifieke ontwerpdebietseisen gelden, maar die wel kunnen dienen als verbinding tussen toevoerruimten ("droge ruimten") en afvoerruimten ("natte ruimten"): • gang, trappenhal, hal of analoge doorgangsruimten • bergruimten (geen ontwerpdebietseisen) • garages • kelders en zolders (krijgen een andere bestemming binnen het beschermd volume)
doorstroomruimten
gesloten toestel
het volume van alle ruimten in een gebouw dat thermisch afgeschermd wordt van de buitenomgeving, de grond en alle aangrenzende ruimten die niet tot een beschermd volume behoren netto of vrije oppervlakte van een opening of een kanaal
doorlaat
doorstroomopening
Omschrijving
type C
verbrandingstoestel waarvan de verbrandingskring (toevoer van verbrandingslucht, verbranding zelf en afvoer van de verbrandingsproducten) volledig is afgescheiden van de opstellingsruimte De kanaal- of leidingkarakteristiek drukt uit hoeveel drukverschil er moet overwonnen worden in het kanaalsysteem bij welk debiet. Deze (quasi kwadratische) curve volgt uit de kanaalberekening. De installateur kan dit berekenen manueel met een schuiflat voor kanalen, met een specifiek rekenblad of met specifieke kanaalberekeningssoftware. meting van de lekdichtheid van een kanaalsysteem meting van de luchtdichtheid van de gebouwschil door gebruik te maken van overdruk of onderdruk, opgewekt door een ventilator. Het resultaat van de proef is een lekdebiet over de gebouwschil bij een opgegeven drukverschil.
2 VERSIE 2017 oktober
• • • •
natte ruimten in een woning
keuken, open keuken badkamer, was- en/of droogplaats of analoge ruimte wc douchecel, douchekamer, natte cel
nominaal vermogen
Pn
nuttig vermogen van een cv-ketel opgegeven door de fabrikant
open toestel
type B
verbrandingstoestel dat zijn verbrandingslucht ontneemt uit de opstellingsruimte en waarvan de verbrandingsproducten rechtstreeks naar de buitenlucht afgevoerd worden door een afvoerkanaal
B1
toestel type B uitgerust met een trekonderbreker
B2
toestel type B zonder trekonderbreker
Bbs
toestel type B met afvoerbeveiliging
RAO
afvoeropening van een ventilatiesysteem waarvan de afvoer natuurlijk verloopt (systeem A of B)
RTO
toevoeropening van een ventilatiesysteem waarvan de toevoer natuurlijk verloopt (systeem A of C)
regelbare afvoeropening regelbare toevoeropening
SFP1 SFP-klasse
… SFP5
gemeenschappelijke gang of trappenhal, andere ruimten die gemeenschappelijk gebruikt worden door meerdere wooneenheden (bv. gemeenschappelijk toilet), liftkoker en liftkooi, huisvuilkoker en verzamelruimte voor huisvuil, opstellingsruimte voor verbrandingstoestellen, gasmeterruimte, brandstofopslagplaatsen
speciale ruimten in een woning
(W/ (m³/s) of W/(m³/h) ) specific fan power
Op basis van de SFP (zie verder) kan je een ventilator voor een specifiek project indelen in een SFP-klasse: • SFP1: SFP < 500 W/(m³/s) of < 0,14 W/(m³/h) • SFP2: 500 W/(m³/s) < SFP < 750 W/(m³/s) of 0,14 W/(m³/h) < SFP < 0,21 W/(m³/h) • SFP3: 750 W/(m³/s) < SFP < 1250 W/(m³/s) of 0,21 W/(m³/h) < SFP < 0,35 W/(m³/h) • SFP4: 1250 W/(m³/s) < SFP < 2000 W/(m³/s) of 0,35 W/(m³/h) < SFP < 0,56 W/(m³/h) • SFP5: 2000 W/(m³/s) < SFP of 0,56 W/(m³/h) < SFP. Er is geen wettelijk minimum opgelegd, maar de STS P 73-1 stelt SFP3 voorop als laagste prestatieklasse.
SFP
maat voor het elektriciteitsverbruik of vermogen van een ventilator bij het nominaal debiet voor een specifiek kanaalsysteem in een project SFP = Pelec / qv, met Pelec: het vermogen of elektriciteitsverbruik van de ventilator op het werkingspunt dat correspondeert met het nominaal debiet (en corresponderend drukverlies van het systeem) qv het ontwerpdebiet van de ventilator ruimte waarin een of meerdere cv-ketels zijn opgesteld
stookruimte systeem
A
A
ventilatiesysteem waarbij zowel de luchttoevoer als de luchtafvoer op natuurlijke wijze gebeurt (onder invloed van temperatuur- of drukverschillen)
systeem
B
B
ventilatiesysteem waarbij de luchttoevoer mechanisch (d.m.v. een ventilator) gebeurt en de luchtafvoer op natuurlijke wijze (o.i.v. temperatuur- of drukverschillen)
systeem
C
C
ventilatiesysteem waarbij de luchttoevoer op natuurlijke wijze (o.i.v. temperatuur- of drukverschillen) gebeurt en de luchtafvoer mechanisch (d.m.v. een ventilator)
systeem
D
D
ventilatiesysteem waarbij zowel de luchttoevoer als de luchtafvoer op mechanische wijze gebeurt (d.m.v. ventilatoren)
TO
toevoeropening van een ventilatiesysteem waarvan de toevoer mechanisch verloopt (systeem B of D)
toevoeropening
uitbreiding
werkzaamheden waarbij aan een bestaand gebouw een nieuw deel wordt aangebouwd, zonder voorafgaand sloopwerk en waarvoor een stedenbouwkundige vergunnnig met uitgebreide dossiersamenstelling vereist is. Voor vergunningsaanvragen vanaf 1/1/2015 vallen deze werken onder de categorie "nieuwbouw" indien het nieuwe beschermd volume groter is dan 800 mÂł, anders gaat het over een verbouwing.
ventilatiedebiet
hoeveelheid lucht die per tijdseenheid door ventilatie wordt verplaatst
ventilatorkarakteristiek
karakteristiek van een ventilator die uitdrukt hoeveel druk er kan overwonnen worden bij welk debiet. Deze (dalende) curve wordt opgemeten door de fabrikant.
verbouwing
werkzaamheden aan een bestaand gebouw waarbij het volume van het bestaand gebouw niet toeneemt en waarvoor een stedenbouwkundige vergunning met uitgebreide dossiersamenstelling vereist is Dit vind je door het snijpunt te bepalen tussen de leidingkarakteristiek en de ventilatorkarakteristiek. Hoewel een ventilator verschillende werkingspunten kan omvatten, is er een gebied waarin het werkingspunt bij voorkeur gelegen is. Buiten dat gebied valt het rendement namelijk een stuk terug.
werkingspunt van een ventilator
MEER INFO bron
Bijlage IX van het Energiebesluit www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
meer info
www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
zie ook fiches
Thema Ventilatie WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage V van het Energiebesluit Bijlage IX van het Energiebesluit: Ventilatievoorzieningen in woongebouwen
normen
NBN D50-001 STS P 73-1
ventilatie 0
2 VERSIE 2017 oktober
STAPPENPLAN VENTILATIE Hieronder vind je een stappenplan dat je op weg helpt om een degelijk en correct functionerend ventilatiesysteem te voorzien op maat van jouw woningbouwproject, zowel bij nieuwbouw als bij renovatie. Het is een leidraad van ontwerp- tot gebruiksfase. Bij iedere stap vind je meer praktische info in de fiches waarnaar telkens verwezen wordt.
ventilatie 1
STAPPENPLAN VENTILATIE
Te doen
Thema
Nr.
STAP 1 OVERLEG MET JE KL ANT Waarom ventileren?
Klant
1
Ga de (comfort)wensen na van je klant en analyseer de bestaande situatie
Ventilatie
2
Kies een ventilatiesysteem op maat van je nieuwbouwproject
Ventilatie
3
Kies een ventilatiesysteem op maat van je renovatieproject
Ventilatie
4
STAP 2 BOUW LUCHTDICHT Bouw luchtdicht
geen aparte fiche
STAP 3 BEPA AL DE LUCHTDEBIETEN Bepaal de ventilatiedebieten voor droge, natte en doorstroomruimten
Ventilatie
5
Bepaal de ventilatiedebieten voor speciale ruimten (kelder, zolder, garage, dressing...)
Ventilatie
6
Bepaal de ventilatiedebieten bij verbouwing, uitbreiding of gedeeltelijke herbouw
Ventilatie
7
Voorzie ventilatie van de stookruimte voor een open cv-ketel
Technieken
1
Voorzie ventilatie van de stookruimte voor een gesloten cv-ketel
Technieken
3
Kies regelbare toevoeropeningen (RTO's)
Ventilatie
8
Kies regelbare afvoeropeningen (RAO's)
Ventilatie
9
Kies doorstroomopeningen (DO's)
Ventilatie
10
Kies kanalen voor natuurlijke afvoer
Ventilatie
11
Kies regelbare afvoeropeningen (RAO's)
Ventilatie
9
Kies doorstroomopeningen (DO's)
Ventilatie
10
Kies kanalen voor natuurlijke afvoer
Ventilatie
11
Kies pulsieventielen of toevoeropeningen (TO's)
Ventilatie
12
Kies een luchttoevoeropening
Ventilatie
13
Kies kanalen voor mechanische ventilatie
Ventilatie
16
Kies de ventilator(en)
Ventilatie
17
STAP 4 BASISONT WERP
Bij keuze voor ventilatiesysteem A
Bij keuze voor ventilatiesysteem B
ventilatie 1
2 VERSIE 2017 oktober
Bij keuze voor ventilatiesysteem C Kies regelbare toevoeropeningen (RTO's)
Ventilatie
8
Kies doorstroomopeningen (DO's)
Ventilatie
10
Kies extractieventielen of afvoeropeningen (AO's)
Ventilatie
14
Kies een luchtafvoeropening
Ventilatie
15
Kies kanalen voor mechanische ventilatie
Ventilatie
16
Kies de ventilator(en)
Ventilatie
17
Kies de regeling
Ventilatie
19
Kies een geschikte dampkap
Ventilatie
20
Kies doorstroomopeningen (DO's)
Ventilatie
10
Kies pulsieventielen of luchttoevoeropeningen (TO's)
Ventilatie
12
Kies een luchttoevoeropening
Ventilatie
13
Kies extractieventielen of afvoeropeningen (AO's)
Ventilatie
14
Kies een luchtafvoeropening
Ventilatie
15
Kies kanalen voor mechanische ventilatie
Ventilatie
16
Kies de ventilator(en)
Ventilatie
17
Kies de ventilatie-unit
Ventilatie
18
Kies de regeling
Ventilatie
19
Kies een geschikte dampkap
Ventilatie
20
Werf
1
Werf
2
Werf
3
Klant
2
Bij keuze voor ventilatiesysteem D
STAP 5 INFORMEER DE EPB -VERSL AGGEVER Informeer de EPB- en ventilatieverslaggever STAP 6 BEREID DE UIT VOERING VOOR Coรถrdinatie en werfplanning van het ventilatiesysteem STAP 7 LEVER HET VENTIL ATIESYSTEEM OP Lever het ventilatiesysteem op STAP 8 INFORMEER JE KL ANT OVER CORRECT GEBRUIK VAN HET VENTIL ATIESYSTEEM Hoe het ventilatiesysteem gebruiken en onderhouden?
MEER INFO bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius)
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit: Ventilatievoorzieningen in woongebouwen
normen
NBN D50-001
ANALYSEER DE BESTAANDE SITUATIE (BIJ RENOVATIE) Bij een renovatie is het niet alleen belangrijk om rekening te houden met de wensen van je klant, maar uiteraard ook met de bestaande situatie. Door een goede analyse voor de start van je ontwerp vermijd je heel wat problemen achteraf. Hieronder vind je een checklist die je op weg helpt om een goede analyse te maken bij renovatieprojecten, waarmee je aan de slag kan om ventilatie te voorzien op maat van jouw specifieke project.
ventilatie 2
Vervang je een schouw deels ter hoogte van de zolderverdieping, dan vermijd je schouwproblemen en kan je toch de schouwdelen op de woonverdiepingen behouden. Ook op het gelijkvloers of in de kelder kan je de schouw eventueel afbreken om daar bv. technieken te voorzien.
ANALYSE BIJ RENOVATIE LEG DE DOEL STELLINGEN VAST doelstellingen
Wat zijn de algemene doelstellingen van de renovatie? Wat zijn de objectieven op vlak van comfort en energiebesparing?
concept
Wat is het globaal concept van de verbouwing? Wat is het niveau van renovatie (beperkte ingreep of zeer ingrijpend)?
regelgeving
Wat zijn de wettelijke eisen? ANALYSEER DE TOESTAND VAN DE WONING
bewoners
(inplantings) plan en omgeving
ventilatie 2
• Wat zijn de ervaringen van de bewoners? • Hebben ze last van geurhinder, tocht, lawaai, gezondheidsklachten (irritatie van ogen, keel, luchtwegen, hoofdpijn…?) • Gaat het om een bungalow of om een woning met meerdere verdiepingen? • Zijn er hinderlijke bronnen in de omgeving zoals dichte rookgassen of andere hinder van de buren, een drukke straat, druk verkeer, landbouwactiviteiten, geluidshinder of een vervuilde omgeving…?
gebouwschil
• Zijn er zichtbare problemen: is er vochtschade, schimmelvorming…? • Hoe luchtdicht is de gebouwschil al dan niet?
technieken
Ga na of er risico bestaat op CO-vergiftiging of of er andere risico's zijn: • Wat is de toestand van de verbrandingstoestellen? • Zijn het open of gesloten toestellen? • Hoe gebeurt de toevoer van de verbrandingslucht? • Hoe gebeurt de rookgasafvoer? • Is er een situatie van permanente onderdruk?
2 VERSIE 2017 oktober
basisventilatie
• Wat zijn de beschikbare basisventilatievoorzieningen. Zijn er openingen voor natuurlijke toevoer, doorstroomopeningen (of spleten onder de deuren), kanalen, mechanische ventilatie...? • Passen ze in de globale principes van een goede ventilatiestrategie? Bevinden de beschikbare toevoerroosters zich bijvoorbeeld niet in natte ruimten? • Wat is de toestand van de componenten (werking, vervuiling)? Hoe vervuild zijn de kanalen bijvoorbeeld? En de toevoer- en afvoeropeningen? Maakt de mechanische ventilatie lawaai? • Zijn de componenten geschikt om de nodige debieten te halen? Meet de debieten van mechanische ventilatievoorzieningen. Bij openingen voor natuurlijke toevoer (RTO) kan je een inschatting maken op basis van deze vuistregel: Een ruimte waar een raam vervangen wordt, vereist een debiet van 45 m³/h per m breedte vervangen venster. Reken voor het debiet van een raamrooster bij 2 Pa drukverschil op zo'n 0,36 m³/h per cm² rooster. Bijv. een rooster van 3 cm x 25 cm heeft een debiet van ong. 75 cm² x 0,36 m³/h of 27 m³/h bij 2 Pa.
intensieve ventilatie
• Is er een geschikte dampkap? • Zijn er ramen met kierstandmogelijkheden, kipstand? • Zijn er dakvlakramen?
ANALYSEER DE MOGELIJKHEDEN VAN DE WONING Ga na of er een planschikking mogelijk is die gunstig is voor natuurlijke ventilatie: • Gaat het om een woning met meerdere niveaus, waardoor je een schouweffect krijgt? • Kunnen de natte ruimten gegroepeerd worden, bij voorkeur boven in de woning? Voorzie indien gewenst of nodig mechanische ventilatie.
planschikking
beschikbare ruimte voor kanalen
• Zijn er oude schouwkanalen, die je eventueel een herbestemming kan geven (zie beeld)? Vervang je een schouw deels ter hoogte van de zolderverdieping, dan vermijd je schouwproblemen en kan je toch de schouwdelen op de woonverdiepingen behouden. Ook op het gelijkvloers of in de kelder kan je de schouw eventueel afbreken om daar bv. technieken te voorzien. • Zijn er verloren ruimten zoals zolderruimten, valse plafonds...? • Kan je valse plafonds of wanden of eventueel afgeschuinde hoeken creëren om kanalen weg te werken? • Kan je kanalen wegwerken in de vloerchape (waarbij je rekening houdt met bijkomende drukverliezen)? • Kan je eventueel kanalen voorzien aan de buitenzijde (bv. bij buitenisolatie)?
ANALYSEER DE MOGELIJKHEDEN VAN DE BOUWHEER
budget
• Wat is het budget van de bouwheer? Hou rekening met de correcte (economische en technische) volgorde: eerst de isolatie, ventilatie en luchtdichtheid aanpakken, dan de verwarming. • Zijn er werken die de bouwheer zelf doet (bv. op vlak van luchtdichtheid)?
timing
• Gebeurt de uitvoering in fasen? Hou er rekening mee dat isolatie, luchtdichtheid en ventilatie samen moeten gebeuren. Werken die wel faseerbaar zijn, zijn bijvoorbeeld het voorzien van decentrale verwarming, decentrale ventilatie en installaties op zonne-energie. • Wordt de woning tijdens de werken bewoond? Hoelang blijft de woning onbewoond?
MEER INFO
bron
"Ventilatie in woningen - Ventilatie en renovatie", Paul Van den Bossche, WTCB www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel - verbouwing, uitbreiding en gedeeltelijke herbouw STS-P 73-1 Systemen voor basisventilatie in residentiële toepassingen. KB 10 oktober 2012 algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten voldoen.
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit: Ventilatievoorzieningen in woongebouwen
normen
NBN D50-001 STS P 73-1
KIES EEN VENTILATIESYSTEEM OP MAAT VAN JE NIEUWBOUWPROJECT
ventilatie 3
Leg het ventilatiesysteem al vast in ontwerpfase zodat je ruimte kan voorzien voor ventilatoren, kanalen... Zo vermijd je problemen op de werf en kan je rekening houden met de diverse implicaties van je systeemkeuze. Neem de pro's en contra's uit de tabel hieronder door met je klant. Op basis hiervan kan je een bewuste keuze maken in functie van het gebouw, de omgeving en de comfortwensen van de toekomstige bewoners. De ventilatieverslaggever werkt een ventilatievoorontwerp uit (steeds nodig bij ingrijpend energetische renovaties en nieuwbouwprojecten) voor de start van de werken en voorziet een ventilatieprestatieverslag bij afronding van de werken.
VENTILATIESYSTEMEN
A natuurlijke toe- en afvoer
B mechanische toevoer, natuurlijke afvoer (zelden toegepast bij woningbouw)
C natuurlijke toevoer, mechanische afvoer
D mechanische toe- en afvoer
OMSCHRIJVING
werking toevoer van verse lucht
doorstroming van lucht afvoer van vervuilde lucht
via regelbare toevoeropeningen in droge ruimten door druk- of temperatuurverschil
via regelbare via toevoeropeningen toevoeropeningen in droge ruimten in droge ruimten binnen geblazen door druk- of m.b.v. ventilator temperatuurverschil
via toevoeropeningen in droge ruimten binnen geblazen m.b.v. ventilator
via doorstroomopeningen doorheen de woning via regelbare afvoeropeningen in natte ruimten, via afvoeropeningen in natte ruimten geplaatst op verticale kanalen door het dak buiten gezogen m.b.v. ventilator
aandachtspunten voor gezond bouwen risico op onvoldoende
matig
klein
klein
heel klein
risico op tocht
matig
groot, tenzij je de toegevoerde lucht voorverwarmt
matig
klein, mits warmterecuperatie of voorverwarming
risico op geluidshinder
matig
weinig
matig
weinig
helemaal geen
aanzienlijk, tenzij je voorzorgsmaat regelen neemt
beperkt
aanzienlijk, tenzij je voorzorgsmaat regelen neemt
matig
hoog: het gebouw staat in overdruk, wat leidt tot exfiltratie en zo matig tot een hoger risico op inwendige condensatie
luchtkwaliteit en debieten
uit omgeving risico op geluidshinder van installatie
risico op inwendige condensatie in de gebouwschil
ventilatie 3
matig
2 VERSIE 2017 oktober
aandachtspunten bij ontwerpfase toepasbaar in renovatie
af te raden in woongebouwen waarvan de hoogste verdiepingsvloer zich meer dan 13 m boven het gelijkvloers bevindt
toepasbaar in flatgebouw
systeemkost
zie fiche Klant 4: Kies een ventilatiesysteem op maat van je renovatieproject
(₏)
redelijk
800 - 1500
niet bekend (wordt immers bijna nooit gebruikt)
1000 - 2000 voor een eenvoudige versie, 2000 - 5000 voor systemen met vraagsturing
4000 - 7000
nee
ja
ja
ja
geen
beperkt
beperkt
matig
normaal
hoog bij voorverwarming
normaal
laag bij warmterecuperatie
niet mogelijk
kan met warmtepompboiler
kan met warmteterugwinapparaat (WTW) en/of warmtepompboiler
opties automatische regeling/ vraagsturing mogelijk
energie elektriciteits-verbruik energie nodig om warmte-verliezen t.g.v. ventilatie te compenseren
energie-recuperatie
niet mogelijk
A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE /
bij oplevering
/
meet de (toe- en) afvoerdebieten en controleer of deze voldoen aan de vooropgestelde eisen
A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE bedienings- gemak
gemakkelijk
eerder moeilijk
eerder gemakkelijk
eerder moeilijk
onderhoud nodig
beperkt
matig
matig
veel
gebruikskost
beperkt
matig
matig
eerder hoog (minder bij warmterecuperatie)
MEER INFO bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius)
meer info
Ventilatiegids (zie ideg.info) Energiesparen.be/epb/ventilatieresidentieel
zie ook fiches
Ventilatie 4: Kies een ventilatiesysteem op maat van je renovatieproject WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 STS P 73-1 INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil
beperkte invloed op het E-peil
grote invloed op het E-peil mits doorgedreven vraagsturing
grote invloed op het E-peil
Vlaamse maatstaf duur- Het gebruik van balansventilatie (systeem D) met een warmteterugwinning met thermisch zame woningbouw v.1 recuperatierendement (voelbare warmte) van minstens 85% levert een gunstig resultaat op.
KIES EEN VENTILATIESYSTEEM OP MAAT VAN JE RENOVATIEPROJECT
ventilatie 4
Eens je een goede analyse hebt gemaakt van de bestaande situatie, kan je het concept van de ventilatievoorzieningen vastleggen. Bovenop de eigenheden van de diverse ventilatiesystemen waarmee je ook te maken krijgt bij nieuwbouw, sommen we hier de specifieke aandachtspunten op waarmee je te maken krijgt bij renovatie.
Een variant op het ventilatiesysteem D bestaat uit aparte ventilatiemodules in elke ruimte, die voorzien zijn van een toevoerventilator, afvoerventilator en WTW-apparaat. Deze modules kunnen al dan niet uitgerust zijn met een verwarmingselement. Omgekeerd kan ook: zo bestaan er ook verwarmingselementen waarin een ventilatiesysteem verwerkt wordt.
VENTILATIESYSTEMEN
A
B
C
D
mechanische toevoer, natuurlijke afvoer
natuurlijke toevoer, mechanische afvoer
mechanische toe- en afvoer, centraal
D
OMSCHRIJVING natuurlijke toe- en afvoer
werking
mechanische toe- en afvoer, decentraal
CRITERIA BIJ ONT WERPFASE
graad van renovatie
niet ver doorgedreven renovatie
doorgedreven renovatie
doorgedreven renovatie
ver doorgever doorgedreven energeti- dreven energetische renovatie sche renovatie
planschikking
meerdere verdiepingen met natte ruimten bovenaan
meerdere verdiepingen met natte ruimten bovenaan
best natte ruimten gegroepeerd om kanalennet compact te houden
best natte ruimten gegroepeerd om kanalennet compact te houden
eerder vrije planschikking (directe verbingding naar buiten nodig)
nee
beperkt
beperkt
ja
nee, wel module in elke ruimte
ingrepen voor toevoerroosters te voorzien
geen ingrepen nodig
ingrepen voor toevoerroosters te voorzien
geen ingrepen nodig
geen ingrepen nodig
centrale ruimte nodig om ventilator of unit te plaatsen
schrijnwerk
ventilatie 4
2 VERSIE 2017 oktober
kanalen
verticaal afvoerkanaal beschikbaar
verticaal afvoerkanaal beschikbaar
ruimte voor afvoerkanalen beschikbaar, ev. kan je in ĂŠĂŠn of meerdere ruimten decentraal afvoeren
installatiekosten
laag
laag
laag
hoog
hoog
warmterecuperatie
nee
nee
nee
ja
ja
indirecte energiekosten
nee
beperkt
beperkt
ja
ja
ja
mogelijk mits planning
ja
doorvoer luchtafvoer-opening, roosters
enkel doorvoer luchttoe- en afvoer als unit binnen beschermd volume staat
doorboring luchtscherm in elke ruimte
aanzienlijk, tenzij je voorzorgsmaatregelen neemt
in elke ruimte geluidsproductie van module
ruimte voor toe- en afvoerkanalen beschikbaar
geen ruimte voor kanalen beschikbaar
A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE faseren van uitvoering ventilatie-systeem
ja
ja
doorvoer natuurlijk afvoerkanaal, roosters
doorvoer natuurlijk afvoerkanaal en luchttoevoer-opening
mogelijk
doorvoeren lucht-scherm en luchtdichtheid
A ANDACHTSPUNTEN I.V.M . GEBRUIKSFASE
geen
installatielawaai
aanzienlijk, tenzij je voorzorgsmaatregelen neemt
beperkt
MEER INFO bron
"Ventilatie in woningen - Ventilatie en renovatie", Paul Van den Bossche, WTCB
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren Energiesparen.be/epb/ventilatieresidentieel
zie ook fiches
Ventilatie 3: Kies een ventilatiesysteem op maat van je nieuwbouwproject WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN grote invloed op het E-peil mits doorgedreven vraagsturing
grote invloed op het E-peil
grote invloed op het E-peil
E-peil
beperkte invloed op het E-peil
Vlaamse maatstaf
Het gebruik van balansventilatie (systeem D) met een warmteterugwinning met thermisch recuperatierendement (voelbare warmte) van minstens 85% levert een gunstig resultaat op.
duurzame woningbouw v.
1
BEPAAL DE VENTILATIEDEBIETEN VOOR DROGE, NATTE EN DOORSTROOMRUIMTEN
ventilatie 5
Het principe voor een goede basisventilatie is gebaseerd op - t oevoer van verse lucht in droge ruimten zoals woonkamer, slaapkamers en bureau - d oorstroming van lucht via tussenruimtes zoals gang en traphal - a fvoer van vervuilde lucht uit natte ruimten zoals keuken, badkamer, toilet en wasruimte. Aan de hand van onderstaand stappenplan leg je voor elke ruimte de ontwerpdebieten vast, en dat voor toevoer, doorstroom en afvoer.
Teken in ontwerpfase alle ontwerpgegevens van het ventilatiesysteem in de grondplannen in, zoals in dit voorbeeld. Zo vermijd je heel wat problemen achteraf.
1) BEPAAL DE VENTILATIEDEBIETEN VOOR DROGE, NATTE EN TUSSENRUIMTEN Bijlage IX van het Energiebesluit legt voor heel wat ruimten in een woning minimale ventilatiedebieten vast, die je terugvindt in onderstaande tabel. Leg op basis hiervan ontwerpdebieten vast. Doe dit voor toevoer, doorvoer en afvoer. De vloeroppervlakte (m²) bepaal je hierbij op het niveau van de vloer. Voor een ruimte onder een hellend dak gelden m.a.w. dezelfde eisen als voor een gelijkaardige ruimte op volle hoogte. Bij ruimten over meerdere bouwlagen reken je de oppervlakte van vides niet mee, maar wel van de mezzanine. VENTIL ATIE-EISEN VOOR WOONGEBOUWEN CONFORM BIJL AGE IX VAN HET ENERGIEBESLUIT
nominaal debiet algemene regel absoluut minimumdebiet minimaal debiet
debiet mag beperkt worden tot
minimale spleet onder de deur
toevoer woonkamer of analoge ruimte slaap-, studeer- of speelkamer of analoge ruimte
ventilatie 5
3,6 m³/h per m² vloer of 45 m³/u per lopende meter te vervangen raam (kleinste waarde is minimumeis*)
75 m³/h
150 m³/h
25 m³/h
72 m³/h
n.v.t.
2 VERSIE 2017 oktober
doorstroom als afvoer uit de ruimte woonkamer of analoge ruimte slaap-, studeer- of
n.v.t.
25 m³/h
n.v.t.
70 cm²
speelkamer of analoge ruimte
doorstroom als toevoer naar de ruimte badkamer was- en droogplaats keuken
25 m³/h n.v.t.
WC
50 m³/h
70 cm² n.v.t.
25 m³/h
140 cm² 70 cm²
afvoer keuken badkamer was- en droogplaats
3,6 m³/hm²
75 m³/h
n.v.t.
75 m³/h
open keuken
WC
50 m³/h
25 m³/h
n.v.t.
n.v.t.
(*) van toepassing bij gebouwen met vergunningsaanvraag of melding vanaf 8 september 2011
2) VERFIJN DE ONTWERPDEBIETEN Verfijn de ontwerpdebieten rekening houdend met het gekozen ventilatiesysteem. systeem
A
De toevoer moet hoger zijn dan of gelijk aan het opgegeven minimum. Het is echter aan te bevelen om ook onder de opgegeven maximale grens te blijven.
systeem
B
geen bijkomende aandachtspunten
systeem
C
De toevoer moet hoger zijn dan of gelijk aan het opgegeven minimum. Het is echter aan te bevelen om ook onder de opgegeven maximale grens te blijven.
D
Hou je enkel rekening met de wettelijk opgelegde minimale debieten, dan is het totale toevoerdebiet meestal groter dan het totale afvoerdebiet. Zorg voor een debietsbalans door: • het totale afvoerdebiet te verhogen, al is dat energetisch en economisch minder interessant; Dit kan door afvoerdebieten in bepaalde ruimten te verhogen of door bijkomende extractieventielen te plaatsen (bv. in berging, dressing, gang...) Let wel: extractieventielen voorzien in dezelfde rumte als een atmosferische ketel is verboden. Bij een gesloten ketel is dit geen probleem. • het toevoerdebiet te verminderen als er geen bezetting is (waarbij er echter steeds een minimaal toevoerdebiet voorzien blijft). • de luchttoevoer in de woonkamer (deels) te laten bestaan uit gerecirculeerde lucht uit slaapkamers, de studeerkamer, de speelkamer, gang of hal (bv. d.m.v. een kleine ventilator die lucht aanzuigt uit de traphal en in de woonkamer blaast).
systeem
3) BEPAAL DE DEBIETEN IN SPECIALE RUIMTEN Leg ook debietseisen vast voor speciale ruimten zoals garages en kelders of ruimten waarvoor geen wettelijke minimum eisen bestaan (zie fiche Ventilatie 6).
4) BEPAAL DE VENTILATIEDEBIETEN VOOR DE STOOKRUIMTE Voor stookruimten zijn er specifieke ventilatie-eisen, zowel bij open als bij gesloten verbrandingsketels. Zorg voor de nodige ventilatievoorzieningen in deze ruimten, net als in alle ruimten met open verbrandingstoestellen (zie fiche Technieken 1 en 2).
5) START HET BASISONTWERP VAN HET VENTILATIESYSTEEM Teken de ontwerpgegevens in de grondplannen in. Duid volgende componenten aan: (regelbare) toevoeropeningen, doorstroomopeningen, (regelbare) afvoeropeningen, de ventilatie-unit met de plaats van de luchtafvoer en -aanvoer en het recirculatiecircuit. • Hou rekening met een mogelijk verloop van de luchtkanalen en met de nodige plaats voor geluidsdempers. • Bij grotere debieten (> 50 m³/h) voorzie je meerdere toevoer- of afvoerpunten.
MEER INFO bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel Bijlage IX van het Energiebesluit
meer info
Ventilatiegids met bijhorend rekenblad (zie www.ideg.info ) www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
zie ook fiches
• • • •
Ventilatie 6: Bepaal de ventilatiedebieten voor speciale ruimten Ventilatie 7: Bepaal de ventilatiedebieten bij renovatie Technieken 1: Voorzie ventilatie van de stookruimte voor een open cv-ketel Technieken 2: Voorzie ventilatie van de stookruimte voor een gesloten cv-ketel
WET TEN EN NORMEN
ventilatie 5
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit: Ventilatievoorzieningen in woongebouwen
normen
NBN D50-001
2 VERSIE 2017 oktober
VOORZIE VENTILATIE VOOR SPECIALE RUIMTEN Voor een aantal ruimten in een woning gelden geen specifieke ontwerpdebietseisen in het kader van de energieprestatieregelgeving. Toch zijn er voor deze ruimten een aantal aanbevelingen, die je best volgt als je effectief een gezonde woning wil bouwen.
ventilatie 6
Om te vermijden dat uitlaatgassen zich verspreiden, ventileer je een garage best afzonderlijk van de woning. Heb je te maken met een ruimte die enkel aan een garage grenst, dan ventileer je deze best volgens bovenstaand ventilatieschema (resp. voor een droge en een natte ruimte).
BEPAAL DE VENTILATIEDEBIETEN VOOR ENKELE SPECIFIEKE RUIMTEN
kelder en/of zolder wat
volledig of gedeeltelijk ondergrondse ruimten of ruimten direct onder het dak
eisen
• voor een kelder of zolder buiten het beschermd volume gelden geen EPB-eisen. De scheidingswand tussen ruimten buiten het beschermd volume en de rest van de woning moet wel voldoen aan de isolatie-eisen van de EPB-regelgeving. • voor een kelder of zolder binnen het beschermd volume gelden de eisen voor ruimten met een gelijkaardige bestemming (berging, hobbykamer, slaapkamer...)
aanbevelingen
voor een kelder of zolder buiten het beschermd volume gelden de aanbevelingen uit de norm NBN D50-001 paragraaf 5.7
garage wat
garages en garageruimten met meerdere functies zoals wasplaats, hobbyruimte, stookplaats
eisen
• voor een garage stelt de EPB-regelgeving geen ontwerpdebietseisen • ingeval de garage ook stookplaats is gelden de eisen voor stookruimten
aanbevelingen voor de ventilatiestrategie van garages
aanbevelingen voor de ventilatievoorzieningen voor garages
ventilatie 6
< 40 m²
• hou garages buiten het beschermd volume • ventileer de garage afzonderlijk van de rest van de woning, los van ventilatiesysteem (zelfs als de garage deel uit maakt van het beschermd volume) om verspreiding van uitlaatgassen te vermijden • zorg er voor dat de binnendeuren tussen de garage, hallen en andere woonruimten voldoende luchtdicht zijn Voorzie ventilatieopeningen in buitenmuren of buitendeuren: • Plaats de bovenzijde van de openingen max. 40 cm boven de garagevloer. • De openingen hebben een totale vrije oppervlakte van minstens 0,2% van de vloeroppervlakte. • Als de garage meer dan 1 buitenmuur heeft, verdeel dan de ventilatieopeningen, bij voorkeur over 2 tegenover elkaar gelegen muren.
2 VERSIE 2017 oktober
aanbevelingen voor de ventilatievoorzieningen voor garages
> 40 m²
• Voorzie ventilatieopeningen in buitenmuren of buitendeuren. Plaats de bovenzijde van de openingen max. 40 cm boven de garagevloer. • Voorzie permanente mechanische afzuiging. • Hou wel rekening met mogelijk vorstgevaar voor waterleidingen.
ruimte die enkel grenst aan een garage een droge of natte ruimte die enkel grenst aan een garage, bv. een wasplaats, hobbyruimte…
wat
eisen voor droge ruimten
eisen voor natte ruimten
In principe gelden de EPB-eisen voor droge ruimten. Voorzie dus een toevoeropening. In dit geval is het echter toegelaten de doorstroomopeningen te vervangen door een afvoeropening in rechtstreeks contact met de buitenomgeving, met debiet gelijk aan het minimaal geëiste ontwerpdoorstroomdebiet In principe gelden de EPB-eisen voor natte ruimten. Voorzie dus een afvoeropening. In dit geval is het echter toegelaten de doorstroomopeningen te vervangen door een toevoeropening in rechtstreeks contact met de buitenomgeving, met debiet gelijk aan het minimaal geëiste ontwerpdoorstroomdebiet.
dressing wat
ruimte voor kledij en omkleden
eisen
• voor een afsluitbare dressing: geen eisen • voor een open dressing (bv. met een niet-afsluitbare doorloopopening naar de slaapkamer) telt de vloeroppervlakte van de dressing mee voor het bepalen van de ontwerpdebietseisen voor de ruimte waar ze deel van uitmaakt (bv. de slaapkamer)
advies
Voorzie ook in een afsluitbare dressing ventilatie. Om een ventilatiesysteem D in balans te brengen kan je zo eventueel een afvoerdebiet naar buiten voorzien.
MEER INFO bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius)
meer info
Ventilatiegids + bijhorend rekenblad (Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren) Energiesparen.be/epb/ventilatieresidentieel
zie ook fiches
Ventilatie 5: Bepaal de ventilatiedebieten voor droge, natte en doorstroomruimten WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001
VOORZIE VENTILATIE BIJ VERBOUWING, UITBREIDING OF GEDEELTELIJKE HERBOUW
ventilatie 7
Vormt een ruimte in een nieuw gebouwdeel een geheel met een ruimte in het bestaande gebouw, dan wordt het minimaal geĂŤiste ontwerpdebiet berekend op basis van de vloeroppervlakte van de uitbreiding (voor stedenbouwkundige vergunningen of aanvragen vanaf 8 september 2011). Het is echter aan te raden om het ontwerpdebiet te bepalen op basis van de totale vloeroppervlakte.
ventilatie 7
2 VERSIE 2017 oktober
VOORZIE VENTILATIE BIJ VERBOUWING, GEDEELTELIJKE HERBOUW EN UITBREIDING VERBOUWING
wat
Werkzaamheden aan een bestaand gebouw waarbij het volume van het bestaand gebouw niet toeneemt en waarvoor een stedenbouwkundige vergunning met uitgebreide dossiersamenstelling vereist is.
eisen
Bij verbouwingen gelden de luchttoevoereisen in de droge ruimten waar vensters (kader en beglazing) worden vervangen. De eisen zijn van toepassing op • het minimaal geëiste ontwerptoevoerdebiet • de kenmerken van de toevoervoorziening.
aanbevelingen
Voorzie toe- en afvoervoorzieningen in elke ruimte van het gebouw.
toegelaten
Je mag ook aan de eisen voldoen met bestaande voorzieningen (bv. mechanische toevoer die al aanwezig was) of je mag nieuwe voorzieningen aanbrengen in bestaande scheidingsconstructies (bv. een RTO in een bestaande muur). Deze voorzieningen moeten wel aan de eisen voldoen en moeten zich bevinden in dat deel van de ruimte met dezelfde bestemming. GEDEELTELIJKE HERBOUW EN UITBREIDING
wat is een uitbreiding?
wat is een gedeeltelijke herbouw?
Werkzaamheden waarbij aan een bestaand gebouw een nieuw deel wordt aangebouwd, zonder voorafgaand sloopwerk en waarvoor een stedenbouwkundige vergunnnig met uitgebreide dossiersamenstelling vereist is. Werkzaamheden waarbij een nieuw deel wordt aangebouwd, na sloopwerk van een deel van het bestaande gebouw en waarvoor een stedenbouwkundige vergunning met uitgebreide dossiersamenstelling vereist is.
eisen
Er gelden enkel EPB-eisen voor de nieuw gecreëerde ruimten van de uitbreiding of van de gedeeltelijke herbouw. Het gaat om dezelfde ventilatie-eisen die ook van toepassing zijn op een nieuw gebouw met eenzelfde bestemming.
uitzondering
Als het nieuw gebouwde deel enkel met andere ruimten in verbinding staat via bestaande verticale scheidingsconstructies waaraan niets verandert, verplicht de energieprestatie regelgeving niet dat er doorstroomopeningen worden gemaakt (al is dat wel wenselijk).
aanbevelingen
Breng in alle ruimten (dus ook in de bestaande) ventilatievoorzieningen aan en realiseer zo een volledig en correct werkend ventilatiesysteem.
toegelaten
Je mag ook aan de eisen voldoen met bestaande voorzieningen (bv. een mechanische afvoer bij herbouw van een keuken) of je mag nieuwe voorzieningen aanbrengen in bestaande scheidingsconstructies (bv. doorstroomopeningen in een bestaande muur waar wordt aangebouwd). Deze voorzieningen moeten wel aan de eisen voldoen en moeten zich bevinden in dat deel van de ruimte met dezelfde bestemming.
MEER INFO bron
www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel - verbouwing, gedeeltelijke herbouw, uitbreiding
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
zie ook fiches
Ventilatie 5: Bepaal de ventilatiedebieten voor droge, natte en doorstroomruimten WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001
KIES REGELBARE TOEVOEROPENINGEN (RTO'S) Kies je voor systeem A of C, dan gebeurt de luchttoevoer via regelbare toevoeropeningen of RTO's. Hou bij de keuze van het type en bij de inplanting ervan rekening met de aandachtspunten hieronder. Zo vermijd je onvoldoende toevoer van verse lucht, tochthinder en geluidsoverlast.
ventilatie 8
Bij een zelfregelende regelbare toevoeropening sluit de opening geleidelijk af als het drukverschil tussen binnen- en buitenomgeving toeneemt ten gevolge van wind of temperatuurverschillen.
REGELBARE TOEVOEROPENINGEN (RTO'S) OMSCHRIJVING
wat
diverse types: 1) in het schrijnwerk (50 tot 100 mm hoog) • boven het raamkozijn of • tussen het raamkozijn en de beglazing 2) in de buitenmuur 3) in het hellend dak: • via dakvlakvensters met RTO's (meestal meerdere vensters met RTO nodig om debiet te halen) • RTO's in het dakvlak, aangesloten op een dakdoorvoer • RTO's in het dakvlak, met toevoer van lucht via verluchtingspannen
functie
gecontroleerde natuurlijke toevoer van verse buitenlucht in droge ruimten (woonkamer, slaapkamer, bureau…)
bij welk systeem
ventilatiesystemen A en C A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERPFASE
ventilatie 8
waar in de gebouwschil
diverse mogelijkheden: 1) in de buitenmuur (via schrijnwerk of muur) 2) in het hellend dak, als aan volgende voorwaarden voldaan is: • de helling van het dak > 30° • de ruimte onder het dak heeft geen verticale buitenmuur van min. 2 m hoog (tenzij gemene muur) • in de buitenmuur van de ruimte onder het dak is geen RTO toegelaten, bv. door plaatselijke bouwvoorschriften 3) in een muur (via schrijnwerk of muur) tussen het beschermd volume en een aangrenzende onverwarmde ruimte (AOR) waarin zich een regelbare toevoeropening naar de buitenomgeving bevindt (af te raden)
waar in de ruimte
wettelijke eis: min. 1,8 m boven de vloer (tenzij er eventueel een testrapport beschikbaar is i.v.m. de luchtverspreiding) bij voorkeur: • diagonaal tegenover afvoeropeningen en doorstroomopeningen • minstens 2 à 3 m van (regelbare) afvoeropeningen en doorstroomopeningen • zo dicht mogelijk bij de vervuilingsbron • weg van de straatzijde • gemakkelijk bereikbaar voor onderhoud
2 VERSIE 2017 oktober
basiscriteria productkeuze
debiet
aandachtspunten: 1) Het totale ontwerptoevoerdebiet van alle regelbare toevoeropeningen in een ruimte moet voldoen aan de ontwerpeisen van die ruimte. Je hebt 4 tot 10 lm ventilatierooster nodig voor 300 m³/h toevoer (30 tot 100 m³/h per lm RTO). 2) Realiseer het toevoerdebiet bij voorkeur met meerdere openingen. 3) De som van de debieten mag, in gesloten stand en bij een drukverschil van 50 Pa, niet groter zijn dan 15% van het debiet bij 2 Pa vereist voor die ruimte.
insectenwerend
Ongedierte mag niet kunnen binnendringen langs de RTO, in elke mogelijke open stand.
regendicht
Er mag geen water binnendringen t.e.m. een drukverschil van 150 Pa in gesloten stand en t.e.m. een drukverschil van 20 Pa in open stand. Zelfs in geopende stand mag het risico op inbraak niet verhogen.
inbraakveilig
opties productkeuze zelfregelend
Kies RTO's met zelfregelendheidsklasse P3 of P4 (klassen van P0 tot P4).
geluidswerend
Kies geluidswerende RTO's. Kies eventueel een muurrooster in plaats van een raamrooster omwille van de grotere dikte. Hoe langer het traject is van de lucht doorheen het geluiddempend materiaal in de RTO, hoe meer het geluid namelijk gedempt wordt.
thermisch isolerend
Geef de voorkeur aan RTO's met een lage U-waarde (bv. 3 W/m²K).
onderhouds-vriendelijk
Kies RTO's die gemakkelijk te reinigen zijn, zoals deels demonteerbare types.
A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE bij uitvoering
/
bij oplevering
Controleer de conformiteit van de producten en de montage met het bestek. A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE
regeling
RTO's zijn verplicht regelbaar tussen open en gesloten stand, continu of met minstens 3 tussenstanden (in totaal dus minstens 5 standen).
onderhoud
Adviseer je klant de RTO's om de 1 tot 3 maand te reinigen.
MEER INFO
bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) WTCB Infofiches - Ventilatie van gebouwen Bijlage IX van het Energiebesluit www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel www.epbd.be - de hierin opgenomen producten voldoen aan de EPB-producteisen en de vermelde karakteristieken worden aanvaard door de Vlaamse overheid
zie ook fiches
Ventilatie 5: Bepaal de ventilatiedebieten en Ventilatie 19: Kies een regeling WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit: Ventilatievoorzieningen in woongebouwen
normen
NBN D50-001 NBN EN 13141-1: 2004: eisen testrapport RTO, RAO en DO INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
Een hogere zelfregelendheidsklasse (P3 of P4) leidt tot een lager E-peil. RTO's met zelfregelbaarheidsklasse P4 worden gunstig beoordeeld.
KIES REGELBARE AFVOEROPENINGEN (RAO'S) Kies je voor systeem A of B, dan gebeurt de luchtafvoer via regelbare afvoeropeningen of RAO's. Hou bij de keuze van het type en bij de inplanting ervan rekening met onderstaande aandachtspunten. Zo vermijd je onvoldoende afvoer van vervuilde lucht, een te hoog vochtgehalte, tochthinder en geluidsoverlast.
ventilatie 9
Er zijn heel wat regelbare afvoeropeningen op de markt. Kies bij voorkeur regelbare afvoeropeningen die gemakkelijk te reinigen zijn, zoals deels demonteerbare types.
REGELBARE AFVOEROPENINGEN (RAO) OMSCHRIJVING wat
afvoeropening te plaatsen aan het begin van een verticaal afvoerkanaal voor natuurlijke afvoer
functie
gecontroleerde natuurlijke afvoer van vervuilde lucht uit natte ruimten
bij welk systeem
ventilatiesystemen A en B A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERPFASE bij voorkeur: • zo dicht mogelijk bij de vervuilingsbron (douche, keuken) • diagonaal t.o.v. toevoeropeningen en doorstroomopeningen • verspreid over de ruimte • minstens 2 à 3 m van (regelbare) toevoeropeningen en doorstroomopeningen • gemakkelijk bereikbaar voor onderhoud
waar
basiscriteria productkeuze aandachtspunten: 1) Het totale ontwerpafvoerdebiet van alle regelbare afvoeropeningen in een ruimte moet voldoen aan de ontwerpeisen van die ruimte. 2) Realiseer het afvoerdebiet bij grotere debieten bij voorkeur met meerdere openingen. Merk op dat het gerealiseerde afvoerdebiet niet alleen afhankelijk is van de rooster maar ook van de doorsnede van het afvoerkanaal.
debiet
opties productkeuze onderhouds-vriendelijk
Kies RAO's die gemakkelijk te reinigen zijn, zoals deels demonteerbare types.
A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE bij uitvoering
/
bij oplevering
Controleer de conformiteit van de producten en de montage met het bestek. A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE
ventilatie 9
regeling
De regeling kan zowel manueel als automatisch gebeuren. RAO's zijn verplicht regelbaar tussen open en gesloten stand, continu of met minstens 3 tussenstanden (in totaal dus minstens 5 standen)
onderhoud
Adviseer je klant om de RAO's om de 1 tot 3 maand te reinigen.
2 VERSIE 2017 oktober
MEER INFO
bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) Bijlage IX van het Energiebesluit www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel www.epbd.be - producten opgenomen in de EPB-databank voldoen aan de EPB-producteisen en de vermelde karakteristieken worden aanvaard door de Vlaamse overheid.
zie ook fiche
Ventilatie 5: Bepaal de ventilatiedebieten voor droge, natte en doorstroomruimten WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 NBN EN 13141-1: 2004: eisen testrapport RTO, RAO en DO INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
niet van toepassing niet van toepassing
KIES DOORSTROOMOPENINGEN (DO'S) Welk ventilatiesysteem je ook kiest, de doorstroming van droge ruimten over doorstroomruimten naar natte ruimten gebeurt steeds via doorstroomopeningen. Hou bij het bepalen van de doorstroomopeningen rekening met de aandachtspunten hieronder. Zo vermijd je onvoldoende luchtdoorvoer, tochthinder en geluidsoverlast.
ventilatie 10
Grote openingen zoals doorloopopeningen tussen een open keuken en leefruimte of tussen een badkamer en een slaapkamer kan je als doorstroomopening gebruiken, als aan een aantal voorwaarden voldaan is.
DOORSTROOM OPENINGEN (DO) OMSCHRIJVING
wat
diverse types: 1) een rooster of spleet in of rond een binnendeur 2) een rooster in een binnenwand 3) een grote opening die minstens voldoet aan deze voorwaarden: • een aaneengesloten oppervlak van minstens 0,5 m² • de kleinste afmeting van de opening is groter dan of gelijk aan 5 cm en • de kleinste afmeting van de opening is groter dan of gelijk aan de dikte van de scheidingsconstructie.
functie
doorstroming van lucht van droge ruimten over doorstroomruimten naar natte ruimten
bij welk systeem
alle ventilatiesystemen: A, B, C en D A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERPFASE
tussen welke ruimten voorzie je een doorstroomopening? tussen welke ruimten is een
DO verplicht
tussen welke ruimten is een
DO aan te raden
tussen welke ruimten is een
DO toegelaten
maar niet aan te raden tussen welke ruimten is een
ventilatie 10
DO af te raden
• tussen een droge ruimte en een doorstroomruimte • tussen een doorstroomruimte en een natte ruimte • tussen een droge ruimte en een natte ruimte Grenst een ruimte aan meerdere ruimten, dan is het niet noodzakelijk dat er een DO is naar elke ruimte. • tussen een gang en een traphal • tussen een woonkamer met open keuken en een gang • tussen doorgangsruimten onderling (gang, hall, trappenhuis) • tussen 2 natte ruimten als er geen deur is van een natte ruimte naar een droge ruimte of doorstroomruimte • tussen 2 droge ruimten als er geen deur is van een droge ruimte naar een natte ruimte of doorstroomruimte • tussen het beschermd volume en aangrenzende onverwarmde ruimten (AOR's) • tussen leefruimten en garage (zelfs bij gebruik als wasplaats)
2 VERSIE 2017 oktober
basiscriteria productkeuze aandachtspunten: 1) Het totale ontwerptoevoer- of afvoerdebiet van alle doorstroomopeningen in een ruimte moet voldoen aan de ontwerpeisen van die ruimte. 2) Verdeel de doorstroomcapaciteit voor een ruimte best over meerdere doorstroomopeningen. 3) Voor het debiet voor een spleet onder de deur gelden volgende vuistregels: • een spleet van 140 cm² of zo'n 2 cm hoog is goed voor 50 m³/h bij 2 Pa, bv. als doorstroomopening bij een keuken • een spleet van 70 cm² of zo'n 1 cm hoog is goed voor 25 m³/h bij 2 Pa, bv. als doorstroomopening bij andere ruimten dan een keuken
debiet
opties productkeuze Kies geluidswerende doorstroomopeningen. Hoe langer het traject is van de lucht doorheen het geluiddempend materiaal, hoe meer het geluid gedempt wordt.
geluid
A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE bij uitvoering
/
bij oplevering
minimale vereisten: Controleer de conformiteit met het bestek van de producten en de montage. A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE
regeling
Een doorstroomopening moet een permanente, niet afsluitbare opening zijn, die niet regelbaar is.
onderhoud
Adviseer je klant de doorstroomopeningen om de 1 tot 3 maand te reinigen.
MEER INFO
bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) Bijlage IX van het Energiebesluit www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
meer info
Ventilatiegids (zie www.ideg.info) www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel www.epbd.be - producten opgenomen in de EPB-databank voldoen aan de EPB-producteisen en de vermelde karakteristieken worden aanvaard door de Vlaamse overheid.
zie ook fiches
Ventilatie 5: Bepaal de ventilatiedebieten in droge, natte en doorstroomruimten WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 NBN EN 13141-1: 2004: eisen testrapport RTO, RAO en DO INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
niet van toepassing niet van toepassing
KIES KANALEN VOOR NATUURLIJKE AFVOER Kies je voor systeem A of B, dan gebeurt de afvoer van vervuilde lucht via kanalen voor natuurlijke of vrije afvoer. Hou bij de keuze van de kanalen en bij de inplanting ervan rekening met de aandachtspunten hieronder. Zo vermijd je onvoldoende afvoer van vervuilde lucht en terugslag van vervuilde lucht naar binnen.
ventilatie 11
Pas je een ventilator met nalooptijd toe dan moet het natuurlijk afvoerkanaal niet voornamelijk verticaal verlopen. Een regelbaar afvoerrooster aan de uitmonding in de binnenomgeving blijft echter wel vereist, een afvoerventiel zoals gebruikt bij mechanische afvoer voldoet dus niet aan de regelgeving.
AFVOERKANALEN VOOR NATUURLIJKE OF VRIJE AFVOER OMSCHRIJVING wat
kanalen die voornamelijk verticaal lopen en vervuilde lucht via regelbare afvoeropeningen naar de buitenomgeving leiden op natuurlijke wijze
functie
afvoer van vervuilde binnenlucht uit natte ruimten naar buiten
bij welk systeem
ventilatiesystemen A en B A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERP
aandachtspunten bij het tracé plaats uitmonding in buitenomgeving
basiseisen: • Bij een dakhelling < of = 23° mondt het afvoerkanaal minstens 0,5 m boven het dakvlak uit. • Bij een dakhelling > 23° mondt het kanaal minstens 0,5 m boven de nok uit en bevindt het kanaal zich zo dicht mogelijk bij de nok.
plaats uitmonding binnen (regelbare
zie fiche Ventilatie 9: Regelbare afvoeropeningen
afvoeropeningen)
ventilatie 11
configuratie kanalen
aandachtspunten: 1) Bij het samenbrengen van 2 afvoerkanalen gebruik je een shunt, die beide luchtstromen over een korte afstand afzonderlijk verticaal leidt. Zo vermijd je terugslag. 2) Over de volledige lengte van een kanaal waarin een keuken uitmondt, mogen geen andere ruimten dan keukens uitmonden.
verloop kanalen
• basisrichtlijn: Natuurlijke afvoerkanalen verlopen hoofdzakelijk verticaal. Ze vertonen geen grote richtingsveranderingen, sterke krommingen, plotse verwijdingen of versmallingen. • afwijkingen van de basisrichtlijn: 1) Een natuuurlijk afvoerkanaal mag maximaal 30° afwijken van de verticale. Het mag dus zeker niet horizontaal lopen of naar beneden hellen. 2) Een secundair kanaal dat lucht afvoert uit één ruimte mag over maximaal 1 m lengte meer dan 30° afwijken van de verticale. 3) Pas je een ventilator met nalooptijd toe dan moet het natuurlijk afvoerkanaal niet voornamelijk verticaal verlopen. Een regelbaar afvoerrooster blijft echter wel vereist.
2 VERSIE 2017 oktober
basiscriteria productkeuze
luchtsnelheid
Beperk de luchtsnelheid tot maximaal 1 m/s om geluidsoverlast te vermijden. Dit kan je realiseren door volgende vuistregels te hanteren: 1) Kies kanalen met volgende minimale doorsnedes: • 70 cm² (of Ø 94 mm voor ronde kanalen) voor 25 m³/h • 140 cm² (of Ø 134 mm voor ronde kanalen) voor 50 m³/h • 210 cm² (of Ø 164 mm voor ronde kanalen) voor 75 m³/h 2) Voor een kanaal waarin verschillende afvoerkanalen samenkomen tel je de oppervlakte-eisen samen. 3) Het absoluut minimum voor de diameter van ronde kanalen is 5 cm.
materiaal kanalen
• bestand tegen de thermische, mechanische en chemische werkingen waaraan de kanalen worden blootgesteld • bestand tegen vocht
opties productkeuze materiaal kanalen
Kies voor gladde, stijve materialen.
kanaalsysteem
Kies voor een kanaalsysteem met luchtdichte kanalen en luchtdichte aansluitingen.
bescherming tegen regen
Voorzie een beschermkap aan de uitmonding in de buitenomgeving.
A ANDACHTSPUNTEN IN WERFFASE
bij uitvoering
• Controleer het kanalentracé. • Laat de kanalen van thermische isolatie voorzien in ruimten die niet of niet permanent verwarmd zijn. • Laat de kanalen beschermen waar ze binnen het bereik van de bewoners liggen, bijvoorbeeld met een omkasting. • Beperk de koudebrugwerking ter hoogte van de doorgang door de gebouwschil en zorg voor een luchtdichte aansluiting.
bij oplevering
Controleer de conformiteit van de producten en de montage met het bestek. Let daarbij op het kanalentracé, de kanaaldiameters, de bevestigingswijze van de kanalen en de isolatie van de kanalen en van de doorvoeren. A ANDACHTSPUNTEN I.V.M . GEBRUIKER
regeling
Ter hoogte van de binnenomgeving moet het kanaal aangesloten zijn op een regelbare afvoeropening.
MEER INFO bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel Bijlage IX van het Energiebesluit
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel www.epbd.be
zie ook fiches
Ventilatie 5: Bepaal de ventilatiedebieten WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 bijlage II: aanbevelingen i.v.m. de uitmonding van het afvoerkanaal in het dak en i.v.m. shunts NBN EN 14134: meten van luchtdichtheid van de kanalen INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil
Meet eventueel de luchtdichtheid: een betere kwaliteit kan tot een lager E-peil leiden (al is de invloed beperkt in verhouding tot de kost van de meting).
Vlaamse maatstaf duurniet van toepassing zame woningbouw v.1
KIES PULSIEVENTIELEN OF TOEVOEROPENINGEN (TO'S) Kies je voor systeem B of D, dan gebeurt de luchttoevoer in de binnenomgeving via pulsieventielen of toevoeropeningen. Hou bij de keuze van het type en bij de inplanting ervan rekening met onderstaande aandachtspunten. Zo vermijd je onvoldoende luchttoevoer, tochthinder en geluidsoverlast.
ventilatie 12
Laat de ventielen correct inregelen, d.w.z. op 100 tot maximum 120% van het ontwerpdebiet.
PULSIEVENTIELEN OF TOEVOEROPENINGEN OMSCHRIJVING wat
inblaasventiel in een droge ruimte aan het eind van een toevoerkanaal met ventilator
functie
gecontroleerde mechanische toevoer van verse buitenlucht in droge ruimten
bij welk systeem
ventilatiesystemen B en D A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERPFASE
waar
bij voorkeur: • minstens 1 m van de hoeken of andere wanden • diagonaal tegenover (regelbare) afvoeropeningen of doorstroomopeningen in dezelfde ruimte • verspreid over de ruimte (ingeval er meerdere ventielen in dezelfde ruimte zijn) • zo ver mogelijk van pulsieventielen van naastliggende kamers
basiscriteria productkeuze debiet
aandachtspunten: 1) Het totale ontwerptoevoerdebiet van alle pulsieventielen in een ruimte moet voldoen aan de ontwerpeisen van die ruimte. 2) Beperk het debiet bij voorkeur tot 50 m³/h per stuk.
worp
Kan je het debiet niet beperken tot 50 m³/h per stuk, kies dan inblaasventielen met voldoende inductie. Die blazen de lucht voldoende ver in de kamer en zorgen voor een goede menging. Nadeel van dit systeem: de inductie valt weg als het debiet sterk wordt teruggeregeld.
opties productkeuze geluid
Kies ventielen met een lage geluidsproductie gecombineerd met een geluidsdemper en/of filter. A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE
ventilatie 12
bij uitvoering
De ventielen moeten bereikbaar blijven voor reiniging en voor meetapparatuur.
bij oplevering
minimale vereisten: • Controleer de conformiteit met het bestek van de producten en de montage. • Laat de ventielen correct inregelen, d.w.z. op 100 tot 120% van het ontwerpdebiet. optioneel: • Laat de toevoerdebieten meten en controleer of ze voldoen aan de ontwerpdebieten.
2 VERSIE 2017 oktober
A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE regeling
Ventielen worden ingeregeld door de installateur.
onderhoud door
Adviseer je klant om de ventielen om de 1 tot 3 maand te reinigen.
gebruiker
onderhoud door installateur
Adviseer je klant om de 1 tot 3 jaar een installateur in te schakelen om • de installatie te inspecteren en zonodig de kanalen te reinigen • te controleren of de installatie nog goed werkt • de instellingen te controleren en zonodig bij te regelen.
MEER INFO
bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel Bijlage IX van het Energiebesluit
meer info
Ventilatiegids (zie ww.ideg.info) www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel www.epbd.be - de hierin opgenomenproducten voldoen aan de EPB-producteisen en de vermelde karakteristieken worden aanvaard door de Vlaamse overheid.
zie ook fiches
Ventilatie 13: Kies een luchttoevoeropening en Ventilatie 16: Kies kanalen voor mechanische ventilatie WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
Meet de toevoerdebieten en controleer of ze voldoen aan de vooropgestelde eisen. Een gunstig resultaat kan het E-peil beïnvloeden. Meet de toevoerdebieten en controleer of ze voldoen aan de ontwerpdebieten. Een afwijking van maximaal 10% wordt gunstig beoordeeld.
KIES EEN LUCHTTOEVOEROPENING Kies je voor systeem B of D, dan gebeurt de luchttoevoer van de buitenomgeving naar de toevoerventilator via een luchttoevoeropening. Hou bij de keuze van het type en bij de inplanting ervan rekening met onderstaande aandachtspunten. Zo vermijd je toevoer van vervuilde lucht of rookgassen, geluidsoverlast en vochtschade.
ventilatie 13
Plaats een luchttoevoeropening bij voorkeur een bouwlaag lager en op minstens 2 m afstand van een luchtafvoeropening, rookgasafvoer of dampkapafvoer.
LUCHTTOEVOEROPENING OMSCHRIJVING wat
opening in de buitenwand aan het begin van een toevoerkanaal tussen de buitenomgeving en de ventilator
functie
gecontroleerde mechanische toevoer van verse buitenlucht
bij welk systeem
ventilatiesystemen B en D A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERPFASE
waar in het gebouw
diverse mogelijkheden: 1) in een wand in rechtstreeks contact met de buitenlucht (bij voorkeur) 2) in een wand tussen het beschermd volume en een aangrenzende onverwarmde ruimte (AOR) waarin zich een regelbare toevoeropening bevindt naar de buitenomgeving die het minimaal ontwerpdebiet kan realiseren bij 10 Pa (af te raden).
waar in de gebouwschil
bij voorkeur: • uit de buurt van vervuilingsbronnen, d.w.z. weg van de straatzijde, een parking, een afvalverzamelplaats of een andere bron van geurhinder (landbouwactiviteiten), • niet aansluitend op een ingesloten buitenruimte, bv. een koertje... • niet te dicht bij de grond of bij beplanting • niet in dezelfde gevel als een luchtafvoeropening, rookgasafvoer of dampkapafvoer • Plaats je een luchttoevoeropening toch in eenzelfde gevelvlak als een luchtafvoeropening, rookgasafvoer of dampkapafvoer, voorzie deze dan een bouwlaag lager en bij voorkeur op minstens 2 m afstand ervan (zie schema's boven).
basiscriteria productkeuze bescherming tegen insecten bescherming tegen regen
ventilatie 13
Voorzie een rooster (met beperkt drukverlies). • Voorzie een regenkap. • Zorg dat de opening groot genoeg is om zo de luchtsnelheid lager dan 2 m/s te houden. Zo vermijd je dat regendruppels mee naar binnen stromen.
2 VERSIE 2017 oktober
A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE bij uitvoering
Voorzie een koudebrugarme en luchtdichte afwerking van de luchttoevoeropening.
bij oplevering
minimale vereisten: • Controleer de conformiteit met het bestek van de producten en de montage. A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE Adviseer je klant om de 1 tot 3 jaar een installateur in te schakelen om de installatie te inspecteren en zonodig te reinigen.
onderhoud
MEER INFO bron
www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel WTCB Infofiches: Ventilatie van gebouwen
meer info
www.wtcb.be > Publicaties > Infofiches www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
zie ook fiches
Ventilatie 12: Kies pulsieventielen of toevoeropeningen en Ventilatie 16: Kies kanalen voor mechanische ventilatie WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 NBN EN 13779 - bijlage A.2.4: aanbevelingen i.v.m. de minimumafstanden tussen toevoeropeningen en afvoeropeningen, de dampkap, de rookgasafvoer… INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil
n.v.t.
Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
n.v.t.
KIES EXTRACTIEVENTIELEN OF AFVOEROPENINGEN (AO'S) Kies je voor systeem C of D, dan gebeurt de luchtafvoer uit de binnenruimte via extractieventielen of afvoeropeningen (AO's). Hou bij de keuze van het type en bij de inplanting ervan rekening met de aandachtspunten hieronder. Zo vermijd je onvoldoende luchtafvoer, een te hoog vochtgehalte, tochthinder en geluidsoverlast.
ventilatie 14
Laat de ventielen correct inregelen, d.w.z. op 100 tot maximum 120% van het ontwerpdebiet.
EXTRACTIEVENTIELEN OF AFVOEROPENINGEN (AO) OMSCHRIJVING wat
extractieventiel in een natte ruimte aan het begin van een afvoerkanaal met ventilator
functie
gecontroleerde mechanische afvoer van vervuilde lucht uit natte ruimten
bij welk systeem
ventilatiesystemen C en D A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERPFASE bij voorkeur: • zo dicht mogelijk bij vervuilingsbron • minstens 1 m van hoeken of wanden • diagonaal tegenover (regelbare) toevoeropeningen of doorstroomopeningen in dezelfde ruimte • verspreid over de ruimte (ingeval er meerdere ventielen in dezelfde ruimte zijn) • zo ver mogelijk van extractieventielen van naastliggende kamers • gemakkelijk bereikbaar voor onderhoud
waar
basiscriteria productkeuze Het totaal ontwerpafvoerdebiet van alle afvoeropeningen in een ruimte moet voldoen aan de ontwerpeisen van die ruimte.
debiet
opties productkeuze mechanisch gestuurd
maken deel uit van sommige vraaggestuurde systemen
A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE
ventilatie 14
bij uitvoering
De ventielen moeten bereikbaar blijven voor reiniging en voor meetapparatuur.
bij oplevering
minimale vereisten: • Controleer de conformiteit met het bestek van de producten en de montage. • Laat de ventielen correct inregelen, d.w.z. op 100 tot 120% van het ontwerpdebiet. optioneel: • Laat de afvoerdebieten meten en controleer of ze voldoen aan de ontwerpdebieten.
2 VERSIE 2017 oktober
A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE regelbaarheid
De ventielen worden ingeregeld door de installateur.
onderhoud door
Adviseer je klant om de ventielen om de 1 tot 3 maand te reinigen.
de gebruiker
onderhoud door de installateur
Adviseer uw klant om de 1 tot 3 jaar een installateur in te schakelen om • de installatie te inspecteren en zonodig de kanalen te reinigen • te controleren of de installatie nog goed werkt • de instellingen te controleren en zonodig bij te regelen.
MEER INFO
bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) Bijlage IX van het Energiebesluit www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel www.epbd.be - de hierop opgenomen producten voldoen aan de EPB-producteisen en de vermelde karakteristieken worden aanvaard door de Vlaamse overheid
zie ook fiches
Ventilatie 15: Kies een luchtafvoeropening Ventilatie 16: Kies kanalen voor mechanische ventilatie WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit: Ventilatievoorzieningen in woongebouwen
normen
NBN D50-001 INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
Meet de afvoerdebieten en controleer of ze voldoen aan de vooropgestelde eisen. Een gunstig resultaat kan het E-peil positief beïnvloeden Meet de afvoerdebieten en controleer of ze voldoen aan de ontwerpdebieten. Een afwijking van maximaal 10% wordt gunstig beoordeeld.
KIES EEN LUCHTAFVOEROPENING Kies je voor systeem C of D, dan gebeurt de luchtafvoer van de afvoerventilator naar de buitenomgeving via een luchtafvoeropening. Hou bij de keuze van het type en bij de inplanting ervan rekening met de aandachtspunten hieronder. Zo vermijd je onvoldoende luchtafvoer, toevoer van vervuilde lucht of rookgassen, geluidsoverlast en vochtschade.
ventilatie 15
Plaats een luchtafvoeropening bij voorkeur niet in hetzelfde gevelvlak als een luchttoevoeropening, maar in een gevel met een andere oriëntatie of in een hoger gelegen dak.
LUCHTAFVOEROPENING OMSCHRIJVING wat
opening in de buitenwand of het dak aan het begin van een afvoerkanaal tussen de ventilator en de buitenomgeving
functie
gecontroleerde mechanische afvoer van vervuilde lucht
bij welk systeem
ventilatiesystemen C en D A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERPFASE
waar in het gebouw
diverse mogelijkheden: • in de buitenwand • in het dak
waar in de gebouwschil
bij voorkeur: • niet in dezelfde gevel als een luchttoevoeropening, wel in een gevel met een andere oriëntatie of in een hoger gelegen dak (zie schema boven) • Plaats je een luchtafvoeropening toch in eenzelfde gevelvlak als een luchttoevoeropening, voorzie deze dan een bouwlaag hoger en bij voorkeur op minstens 2 m afstand ervan. • niet aansluitend op een ingesloten buitenruimtje, bv. een koertje
basiscriteria productkeuze bescherming tegen insecten bescherming tegen regen
Voorzie een rooster (met beperkt drukverlies). • Voorzie een regenkap. • Zorg dat de opening groot genoeg is om zo de luchtsnelheid lager dan 2 m/s te houden. Zo vermijd je dat regendruppels mee naar binnen stromen.
A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE
ventilatie 15
bij uitvoering
Voorzie een koudebrugarme en luchtdichte afwerking van de luchtafvoeropening.
bij oplevering
minimale vereisten: • Controleer de conformiteit met het bestek van de producten en de montage.
2 VERSIE 2017 oktober
A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE onderhoud door de installateur
Adviseer je klant om de 1 tot 3 jaar een installateur in te schakelen om de installatie te inspecteren en zonodig te reinigen.
MEER INFO bron
www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel WTCB Infofiches: Ventilatie van gebouwen
meer info
www.wtcb.be > Publicaties > Infofiches www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
zie ook fiches
Ventilatie 14: Kies extractieventielen of afvoeropeningen Ventilatie 16: Kies kanalen voor mechanische ventilatie WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit: Ventilatievoorzieningen in woongebouwen
normen
NBN D50-001 NBN EN 13779 - bijlage A.2.4: aanbevelingen i.v.m. de minimumafstanden tussen toevoeropeningen en afvoeropeningen, de dampkap, de rookgasafvoer‌ INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil
n.v.t.
Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
n.v.t.
KIES DE KANALEN VOOR MECHANISCHE VENTILATIE Kies je voor een mechanisch ventilatiesysteem, dan gebeurt de aanvoer (systeem B en D) en/of de afvoer (systeem C en D) door middel van kanalen voor mechanische ventilatie. Hou bij de keuze van de kanalen en de inplanting ervan rekening met de aandachtspunten hieronder.
ventilatie 16
Let er op dat de kanalen nog tijdens de opslag op de werf beschermd worden tegen vuil, en dat ze voor ingebruikname van de installatie gereinigd worden.
AFVOER- EN TOEVOERKANALEN MECHANISCHE VENTILATIE OMSCHRIJVING wat
kanalen voor mechanische ventilatie verbinden de toevoer- en afvoeropeningen over de ventilator heen, met uitmondingen buiten het gebouw
functie
verbinden de toevoer- en afvoeropeningen over de ventilator heen, met uitmondingen buiten het gebouw
bij welk systeem
aanvoer van verse lucht bij ventilatiesysteem B afvoer van vervuilde lucht bij ventilatiesysteem C aan- en afvoer van lucht bij ventilatiesysteem D A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERP
aandachtspunten bij het tracé
plaats uitmonding in buitenomgeving
plaats uitmonding binnen
ventilatie 16
• Beperk doorboringen van de lucht- en isolatieschil, bij voorkeur tot 1 voor de toevoer en 1 voor de afvoer. • Wanddoorboringen zijn meestal goedkoper dan dakdoorboringen. • Plaats de uitblaasopening niet in de richting van de buren of de tuin of ter hoogte van ramen, deuren, lichte dakconstructies, terrassen… • Voorzie de luchtafvoer minstens 2 à 3 m van de luchttoevoer. • Voorzie bij systeem D toevoer en afvoer bij voorkeur in hetzelfde gevelvlak (al is dit minder kritisch bij een ventilatie-unit met constant volumeregeling). Zorg er voor dat filters, toezichtsopeningen in de kanalen, inblaas- en extractieventielen bereikbaar zijn voor reiniging en inspectie.
configuratie kanalen
• Hou het kanalennet zo compact mogelijk. • Ontdubbel je een kanaal tot 2 of 3 parallelle kanalen, dan moet je rekening houden met hogere drukverliezen.
verloop
• Beperk bochten, vernauwingen, T-stukken, regelkleppen • Breng kanalen bij nieuwbouw zoveel mogelijk onder in de berging, technische ruimte, leidingenschacht... • Breng kanalen bij renovatie zo veel mogelijk onder in een verlaagde zoldering in de gang, boven keukenkasten, in een ingemaakte kast... • Hou rekening met kruisende kanalen en andere nutsleidingen zoals de afvoerleidingen van de toiletten.
2 VERSIE 2017 oktober
basiscriteria productkeuze • Beperk de luchtsnelheid tot maximaal 1,5 à 2 m/s om geluidsoverlast te vermijden. • Voor kanalen waarbij installatiegeluid niet kritisch is, kan de luchtsnelheid tot maximaal 3 m/s bedragen. Best werken met commercieel beschikbare diameters met bijhorende debieten bij 1.5, 2 en 3 m/s: zie tabel hieronder. Diameter luchtsnelheid
50 63 80 100 125 160 200 250 315
(geluidsoverlast vermijden)
materiaal kanalen
1.5 m/s 11 17 27 42 66 109 170 265 421
Maximaal debiet (m³/h) bij 2.0 m/s 3.0 m/s 14 21 22 34 36 54 57 85 88 133 145 217 226 339 353 530 561 842
• bestand tegen de thermische, mechanische en chemische werkingen waaraan de kanalen worden blootgesteld • bestand tegen vocht
opties productkeuze materiaal kanalen
• Kies voor gladde, ronde kanalen. • Gebruik zo weinig mogelijk flexibele kanalen.
isolatie
• In een systeem B moeten de kanalen voor de toevoerlucht allemaal geïsoleerd worden. • In een systeem D moeten de kanalen tussen de warmtewisselaar en de rand van het beschermd volume geïsoleerd worden. • De STS P 73-1 bepaalt een drietal prestatieklassen waar de isolatie kan aan voldoen, afhankelijk van de gekozen dikte en materiaal.
kanaalsysteem
Kies een kanaalsysteem dat weinig gevoelig is voor montagefouten. • Voorzie geluidsdempers in de kanalen tussen de unit en de binnenomgeving, bv. over 1 m lengte in het toevoerkanaal, en over 0,5 m in het afvoerkanaal . Hou rekening met het bijkomend drukverlies t.g.v. deze geluidsdempers en voorzie voldoende plaats om ze te voorzien. • Een alternatief: voorzie decentraal geluidsdempers in de toevoeropeningen en afvoeropeningen.
geluidsoverlast vermijden
A ANDACHTSPUNTEN IN WERFFASE
bij uitvoering drukverlies vermijden door goede systeemkeuze
leidinggeruis vermijden door elastische ophanging
energie sparen
• Werk met passende onderdelen. • Vermijd het gebruik van tape als enige hulpmiddel. Werk met hulpstukken met rubberdichtingen om de luchtdichtheid te verzekeren. Tape kan hier een aanvulling op zijn, maar nooit een volwaardig alternatief. • Beperk op de werf samengestelde hulpstukken. • Tape is wel goed en zelfs aan te bevelen als extra afdichting, bovenop rubberdichtingen. • Kies voor beugels met elastische demping, en let er op dat ze niet te vast aangeschroefd zijn. • Vermijd contact met muren of vloeren t.h.v. doorvoeren. Vul de holle ruimten t.h.v. doorvoeren op met minerale wol of een ander elastisch materiaal (géén hard PU-montageschuim). • Bevestig de kanalen niet op lichte wanden zoals een gipsblokkenwand. • Voorzie warme kanalen in koude ruimten en koude kanalen in warme ruimten van isolatie en een zorgvuldig afgewerkte damprem. • Werk doorvoeren door het dak of de zoldervloer (als de zolder buiten het beschermd volume ligt) luchtdicht en koudebrugarm af.
bij oplevering • Controleer de conformiteit van de producten en de montage met het bestek. • Let daarbij op het kanalentracé, de kanaaldiameters, de bevestigingswijze van de kanalen en de isolatie van de kanalen en van de doorvoeren. • Doe een lekdebietsmeting op de toevoer- en afvoerkanalen. • Laat de kanalen reinigen voor oplevering. Deze zijn meestal zwaar vervuild door de bouwwerken.
bij oplevering
A ANDACHTSPUNTEN I.V.M . GEBRUIKER regelbaarheid voor gebruiker onderhoud door gebruiker
onderhoud door installateur
niet van toepassing niet van toepassing Adviseer uw klant om de 1 tot 3 jaar een installateur in te schakelen om de installatie te inspecteren en zonodig de kanalen te reinigen te controleren of de installatie nog goed werkt de instellingen te controleren en zonodig bij te regelen.
MEER INFO
bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) Bijlage IX van het Energiebesluit www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel www.epbd.be - de hierin opgenomen producten voldoen aan de EPB - producteisen en de vermelde karakteristieken worden aanvaard door de Vlaamse overheid
zie ook fiches
Ventilatie 2: Bepaal de ventilatiedebieten WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN EN 14134: meten van luchtdichtheid van het kanalennet NBN EN 1507: sterkte en lekdichtheid van rechthoekige metalen luchtkanalen NBN EN 12237: sterkte en lekdichtheid van ronde metalen luchtkanalen NBN S01-400-1: installatiegeluid STS P 73-1 INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil
Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
ventilatie 16
Een meting van de luchtdichtheid kan het E-peil beïnvloeden. Het effect van een gunstige meting op het E-peil is kleiner voor de afvoerkanalen dan voor de toevoerkanalen. Volgende zaken kunnen tot een gunstige beoordeling leiden: • Het kanalennet haalt een luchtdichtheidsklasse C. • Het geluidsdrukniveau van de installatie voldoet bij maximaal debiet aan de grenswaarden voor verhoogd akoestisch comfort m.b.t. installatiegeluid. • Het kanalennet is voorzien van toezichtsopeningen. • Directe elektrische naverwarming is niet toegelaten. • De luchtaanzuig- en luchtafblaaskanalen hebben een lineaire warmteweerstand van minstens 2 mK/W.
2 VERSIE 2017 oktober
KIES DE VENTILATOR(EN)
ventilatie 17
Kies je voor een mechanisch ventilatiesysteem dan heb je een ventilator nodig voor de toevoer (systeem B) of afvoer (systeem C) van lucht of voor beide (systeem D). Hou bij de inplanting van de ventilator(en) en bij de keuze ervan rekening met de aandachtspunten hieronder. Zo vermijd je onvoldoende toe- of afvoer van lucht en geluidsoverlast. Pas je systeem D toe, dan zijn er nog een aantal bijkomende aandachtspunten van tel. Die vind je terug in fiche 18 'Kies een ventilatie-unit'.
Welk debiet een ventilator kan realiseren, hangt niet alleen af van de ventilator zelf maar ook van de drukverliezen in het kanaalsysteem die hij moet opvangen.Vraag de installateur daarom om een ventilatorselectie te maken op maat van het benodigde debiet én op maat van het drukverlies van het kanaalsysteem. De installateur kan dit doen door een ventilator te kiezen met een ventilatorkarakteristiek (curve 1) die afgestemd is op de kanaalkarakteristiek (curve 2), om zo het werkingspunt (3) te bepalen.
VENTILATOR(EN) OMSCHRIJVING
wat
diverse types, o.a. naargelang de vorm: • kanaalventilator (systeem B en C) • dakventilator (systeem C) • ventilator in ventilatiekast of -unit (systeem B, C en D)
functie
mechanische toevoer en/of afvoer van lucht, en dat • centraal in de woning of • decentraal (een ventilator in elke ruimte met mechanische ventilatie) of • door centrale ventilatie in combinatie met decentrale ventilatie in één of enkele ruimten, bv. toiletten
bij welk systeem
minstens 1 ventilator voor toevoer bij ventilatiesysteem B, minstens 1 ventilator voor afvoer bij ventilatiesysteem C, minstens 2 ventilatoren (1 voor toevoer en 1 voor afvoer) bij ventilatiesysteem D A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERPFASE • installeer de ventilator of luchtgroep buiten de slaapkamers, en bij voorkeur buiten de bewoonde ruimten om geluidsoverlast te vermijden: in een technische ruimte, bergruimte, wasruimte, kelder... • tegen een zware massieve wand, op een verzwaarde sokkel met trillingsdempers of elastisch opgehangen
waar
basiscriteria productkeuze kanaalkarakteristiek
(*)
ventilatie 17
Vraag de installateur om een ventilator te selecteren met een ventilatorkarakteristiek die afgestemd is op de kanaalkarakteristiek die hij berekent voor jouw project (*).
capaciteit
Vraag de installateur om rekening te houden met vermindering van de capaciteit door vervuiling van de filters, met verschillen tussen theorie en praktijk... De ventilator moet in het werkingspunt nog zo'n 20% capaciteit overhouden. Is het totale nominale afvoerdebiet bv. 300 m³/h, dan heeft de ventilator voor afvoer dus best een maximaal debiet van zo'n 360 m³/h - .
elektriciteitsverbruik
Kies voor energiezuinige EC-motoren (of Elektronisch geCommuteerde gelijkstroom motoren, ook wel DC-motoren genoemd). Wil je nog een stap verder gaan en echt ventilatorvermogens gaan vergelijken, hou dan rekening met volgende aandachtspunten: • Om vermogens van ventilatormotoren correct te kunnen vergelijken, moet je ze kennen in hetzelfde werkingspunt. • Vooral het verbruik in het specifiek werkingspunt van jouw project (voor het benodigd debiet en te overwinnen drukverschil) is van tel. • De ventilatormotor die het zuinigst is bij nominaal debiet (*), is dat niet altijd bij een lager debiet. Vergelijk daarom het verbruik niet enkel bij nominaal debiet, maar ook bv. bij een derde van het debiet. 2 VERSIE 2017 oktober
opties productkeuze geluidsproductie
Kies geluidsarme ventilatoren. Vergelijk zo mogelijk de geluidsproductie van de ventilator rekening houdend met het debiet en het drukverschil in jouw werkingspunt. A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE
bij uitvoering
• Bevestig de ventilator of luchtgroep aan een gebouwstructuur met trillingswerende bevestigingen (bv. silent block) en verbind deze met een zeer korte mof uit een soepel materiaal met de kanalen. • Gebruik geluidsdempers van de juiste grootte tussen ventilator en de ventielen, zowel op toevoer als op afvoer.
bij oplevering
1) Controleer de conformiteit van het product en de montage ervan met het bestek. 2) Laat de ventilatorstanden instellen (zie 'regelbaarheid'). 3) Controleer de regeling van de ventilator. 4) Meet het drukverschil over de ventilator voor de rapportering van een gunstiger representatief werkingspunt. A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE
regelbaarheid
Kies een toestel met meerstandenschakelaar. De hoogste stand levert dan de nominale debieten (100%) voor verhoogde ventilatie (grote bezetting, roken, onderhoud), een tussenstand levert 50 à 70% van het nominale debiet voor normaal bedrijf (ook 's nachts) en de laagste stand 20 à 40% van het nominale debiet voor minimale ventilatie bij afwezigheid. Kies daarbij voor een toestel met een ruim regelbereik, bv. van 20 tot 100% van het maximumdebiet.
aan/uit
De ventilator mag geen aan/uit-knop, tijds- of andere regeling hebben die het ventilatiesysteem uitzet. Het mag wel mogelijk zijn de ventilator uit te schakelen, bv. voor onderhoud of bij ernstige buitenluchtvervuiling, bv. via een schakelaar in het technisch lokaal of de zekeringkast.
onderhoud
Raad je klant aan om de installateur volgende onderhoudstaken te laten doen: • Reinig de ventilator jaarlijks. • Controleer de goede werking om de 1 à 3 jaar. • Controleer de instellingen en metingen om de 3 jaar.
MEER INFO
bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) WTCB Infofiches - Ventilatie van gebouwen www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
meer info
Ventilatiegids (zie www. ideg.info) www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel www.epbd.be - de hierin opgenomen producten aan de EPB-databank voldoen aan de EPB-producteisen en de vermelde karakteristieken worden aanvaard door de Vlaamse overheid.
zie ook fiches
• Ventilatie 19: Kies de regeling • Ventilatie 18: Kies de ventilatie-unit (met warmteterugwinning) (WTW) WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
invloed op
E-peil
Bepaalde productkarakteristieken beïnvloeden het E-peil (type, laag verbruik) • ventilatoren met EC-motor ipv AC • het gemeten verbruik van de ventilatoren
Vlaamse maatstaf duur- Je behaalt een gunstige score als je gebruik maakt van systeem D (zie fiche 13), met ventilatormotoren met SFP-klasse SFP2 of SFP1. zame woningbouw v.1
(*) definities van ventilatorkarakteristiek, kanaal- of leidingkarakteristiek, werkingspunt en SFP of specific fan power: zie begrippenlijst
KIES DE VENTILATIE-UNIT (MET WARMTETERUGWINNING)
ventilatie 18
Kies je voor systeem D, dan heb je een ventilator nodig voor de toevoer en een voor de afvoer. Voor de keuze van deze ventilatoren vind je een aantal aandachtspunten in fiche 15 'Kies de ventilator(en)'. Maar een ventilatie-unit voor systeem D omvat meer dan enkel de ventilatoren. Zo kies je best voor een ventilatie-unit die voorzien is van een warmteterugwinapparaat (WTW). Zo vermijd je onvoldoende toe- of afvoer, toevoer van vervuilde of te koude of te warme lucht, geluidsoverlast en te veel energieverbruik voor verwarming. In deze fiche geven we je een overzicht van de bijkomende aandachtspunten bij de keuze en de inplanting van zo'n unit voor balansventilatie met WTW.
Plaats de unit bij voorkeur binnen het beschermd volume (schema links). Zo heb je minder warmteverliezen, kan je de kanalen gemakkelijker isoleren en moet je enkel de toevoer- en afvoeraansluiting naar de buitenomgeving luchtdicht laten afwerken, terwijl je in het andere geval (schema rechts) meerdere doorboringen van de luchtschil moet laten isoleren en luchtdicht afwerken.
VENTILATIE-UNIT OMSCHRIJVING wat
module met ventilatoren en warmtewisselaar, regeling, filters, by-pass, vorstbeveiliging…
functie
mechanische toe- en afvoer van lucht in de woning met beperkt energieverlies en verhoogd comfort
bij welk systeem
ventilatiesysteem D A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERPFASE Plaats de unit bij voorkeur binnen het beschermd volume (zie boven).
waar
basiscriteria productkeuze Zorg er voor dat het toevoer- en afvoerdebiet in balans zijn (zie ook fiche 'Bepaal de ventilatiedebieten').
debiet
warmteterugwinapparaat
(WTW)
Kies voor een unit met WTW. De afgevoerde lucht geeft dan d.m.v. een warmtewisselaar warmte af aan de toegevoerde lucht, die zo voorverwarmd wordt. • Leg het minimale temperatuurrendement van de WTW vast bij het gebalanceerde debiet, gemeten volgens NBN EN 308. Een rendement van 80 à 90% is heel goed. Laat je niet misleiden door rendementen gemeten volgens andere specificaties, die de warmte van de ventilator als winst meerekenen. • Een tegenstroomwisselaar heeft meestal een hoger rendement dan een kruisstroomwisselaar. • Het werkelijk temperatuurrendement van een WTW is erg afhankelijk van de debietsbalans. Zorg er daarom voor dat de debieten in balans zijn.
bypass
Kies voor een unit met een bypass, om te vermijden dat de toevoerlucht ook in de zomer voorverwarmd wordt. Kies bij voorkeur voor een volledige bypass. Wordt er enkel een bypassklep geopend zonder dat de luchtstroming doorheen de warmtewisselaar zelf wordt afgesloten, dan blijft de warmterecuperatie doorgaan van 25 tot 50%.
vorstbeveiliging
Beveilig het toestel tegen vorst. Dat kan door te kiezen voor een by-pass, een elektrische weerstand, een lager debiet bij vorst of gedeeltelijke recirculatie van lucht uit droge of doorstroomruimten.
opties productkeuze constantvolumeregeling
ventilatie 18
Kies een toestel met constantvolumeregeling om het debiet gelijk te houden bij wijzigende omstandigheden (wind, temperatuur).
2 VERSIE 2017 oktober
De meeste units zijn voorzien van groffilters voor het filteren van aanvoer- en afvoerlucht. • Kies voor de luchttoevoer voor fijnfilters. Laat deze eventueel voorafgaan door een groffilter, om te hoog oplopende drukverliezen bij vervuiling ter hoogte van de fijnfilter te vermijden en de levensduur van de fijnfilter te verhogen. • Een vervuilingsindicator geeft aan dat de filter vervangen moet worden. • Vergelijk de prijzen van vervangfilters.
filters
Een bodemluchtwarmtewisselaar kan de toevoerlucht in de winter voorverwarmen en in de zomer eventueel beperkt afkoelen. Er zijn 2 mogelijkheden: • een grondbuis of Canadese put, een lange ondergronds ingegraven buis. Dit vereist een studie van de werkelijke winsten en bijkomende drukverliezen. Bovendien vraagt dit bijzondere aandacht op vlak van hygiëne en gezondheid: in het verleden traden hierbij namelijk nogal wat problemen op door vervuiling van de grondbuis. • een vloeistofcircuit dat warmte of koude opneemt uit de bodem en deze met behulp van een warmtewisselaar overdraagt aan de toevoerluchtstroom.
bodemluchtwarmtewisselaar
A ANDACHTSPUNTEN BIJ WERFFASE
bij uitvoering
Isoleer de kanalen tussen de unit en de isolatielaag van het beschermd volume: • Als de unit zich binnen het beschermd volume bevindt, isoleer je de kanalen die lucht van of naar buiten vervoeren. Zo vermijd je dat afgevoerde lucht wordt opgewarmd en maximaliseer je de warmteterugwinning. • Als de unit zich buiten het beschermd volume bevindt, isoleer je de kanalen die lucht van of naar het beschermd volume vervoeren. Zo vermijd je dat de voorverwarmde lucht wordt afgekoeld en dat de afvoerlucht al warmte afstaat aan de omgeving voordat deze in het warmteterugwinapparaat terechtkomt.
bij oplevering
• Controleer de conformiteit van de unit en de montage ervan met het bestek. • Controleer de werking van de vorstbeveiliging en van de bypass. A ANDACHTSPUNTEN BIJ GEBRUIKSFASE
onderhoud door de klant
onderhoud door de installateur
Raad je klant aan om volgende onderhoudstaken zelf uit te voeren: • de filters in de ventilatie-unit om de 1 à 3 maand reinigen • de filters in de ventilatie-unit om de 6 à 12 maand vervangen (om de 3 maand in een vervuilde omgeving) • de condensafvoer (enkel bij unit met WTW) om de 12 maand controleren Raad je klant aan om de installateur volgende onderhoudstaken te laten doen: • jaarlijks de unit (en ev. WTW) reinigen • om de 1 à 3 jaar controleren of de unit nog goed werkt • om de 3 jaar de instellingen en metingen controleren • het onderhoud is natuurlijk afhankelijk van de potentiële verontreinigingsbronnen
MEER INFO
bron
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren (WTCB/Lessius) WTCB Infofiches - Ventilatie van gebouwen www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel www.epbd.be -de hierin opgenomen producten aan de EPB-databank voldoen aan de EPB-producteisen en de vermelde karakteristieken worden aanvaard door de Vlaamse overheid.
zie ook fiches
Ventilatie 17: Kies de ventilator(en) en Ventilatie 19: Kies de regeling WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 NBN EN 308: warmtewisselaars - beproevingsprocedures voor het vaststellen van prestatieeisen van WTW-apparatuur ISO 16890: klassering van filters (vervangt EN 779) INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
invloed op
E-peil
Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
Het temperatuurrendement van de WTW, de aanwezigheid van een bypass en automatische regeling kunnen het E-peil beïnvloeden. Je behaalt een gunstige score als je gebruik maakt van systeem D met • warmteterugwinning met thermisch recuperatierendement van minstens 85% • constantvolumeregeling • een bypass
KIES DE REGELING Kies je voor een mechanisch ventilatiesysteem, dan zorgt een regeling er voor dat de gerealiseerde ventilatiedebieten optimaal afgestemd zijn op het gedrag van de bewoners. Zo zorg je er voor dat er voldoende geventileerd wordt net op die momenten dat het nodig is, terwijl er bv. bij minimale bezetting of afwezigheid slechts minimaal geventileerd wordt. Hou bij de keuze van de automatische regeling rekening met onderstaande aandachtspunten. Zo vermijd je onaangepaste ventilatiedebieten en gebruiksongemakken voor de bewoners.
ventilatie 19
In een badkamer kan je bijvoorbeeld kiezen voor een combinatie van aanwezigheids- en vochtdetectie. Bij gebruik (bv. als het licht ingeschakeld wordt) wordt het debiet dan naar het maximum geregeld, waarna het teruggeregeld wordt naar een lager debiet zodra het vochtgehalte normaal is.
VENTILATIEREGELING OMSCHRIJVING bij welk systeem
ventilatiesystemen B, C, D
functie
debiet regelen in functie van het gebruik van de woning A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERP
criteria systeemkeuze
parameters voor sturing
regeling centraal of lokaal of combinatie
continu of in trappen
koppeling van toe- en afvoer
ventilatie 19
1) Sturing van het toevoerdebiet kan gebeuren op basis van • luchtkwaliteit d.m.v. CO2-detectie • tijd d.m.v. kloksturing • aan- of afwezigheid d.m.v. IR-detectie, lichtschakelaar... • een combinatie van bovenstaande 2) Sturing van het afvoerdebiet kan gebeuren op basis van • vocht d.m.v. relatieve vochtigheidssensor • tijd d.m.v. kloksturing • aan- of afwezigheid d.m.v. IR-detectie, lichtschakelaar... • luchtkwaliteit d.m.v. CO2-detectie, VOC-detectie, ... • een combinatie van bovenstaande (zie beeld) De regeling kan gebeuren • lokaal, d.w.z. het debiet wordt geregeld t.h.v. de afvoer- of toevoeropeningen d.m.v. een regelklep in het kanaal • centraal, d.w.z. het debiet wordt geregeld t.h.v. de centrale ventilator(en) • door een combinatie van lokale en centrale regeling, bv. lokaal op basis van CO2 of aanwezigheid en centraal op basis van afwezigheid of vochtdetectie. 1) Een lokale regeling gebeurt met regelkleppen voorzien van 2 of ev. meerdere standen. 2) Een centrale automatische regeling kan traploos gebeuren of met een meerstandenschakelaar. Die levert bijvoorbeeld: • op de hoogste stand het nominaal debiet (100%) • op de tussenstand 50 à 70% van het nominaal debiet • op de laagste stand 20 à 40% van het nominaal debiet. Voorzie een koppeling van toe- en afvoer naar de ventilator. Zo kan de ventilator naar een hogere stand gaan als er veel toevoer vereist is.
2 VERSIE 2017 oktober
Je kan er voor opteren om een verhoogd debiet nog iets langer aan te houden. Bij een toilet kan je er bijvoorbeeld kiezen voor aanwezigheidsdetectie, waarbij het verhoogd ventilatiedebiet nog 5 tot 15 minuten aangehouden wordt eens het toilet verlaten is.
met of zonder nalooptijd constantvolumeregeling
Een constantvolumeregeling op een unit houdt het debiet gelijk bij wijzigende omstandigheden (bv. filter verstopt, binnendeuren open, dampkap aan, krachtige wind…)
A ANDACHTSPUNTEN IN WERFFASE • Controleer de conformiteit van de producten en de montage met het bestek. • Controleer de instellingen van de regeling op niveau van de sensoren, timer... en ter hoogte van de ventilator(en).
bij oplevering
A ANDACHTSPUNTEN I.V.M . GEBRUIKER Laat de instelling van de klokregeling of aanwezigheidssturing afstemmen op de wensen van de gebruiker, bv. door de klokregeling in te stellen op het normaal leefpatroon tijdens week- en weekenddagen. Zorg er voor dat je klant hiervan gemakkelijk kan afwijken, én dat de basisregeling daarna automatisch hernomen wordt.
instellingen
regelbaarheid van de unit
De meeste units zijn voorzien van een meerstandenschakelaar, die steeds ook manueel te bedienen is. Raad je klant aan om de instellingen geregeld te laten controleren door de installateur, bv. om de 3 jaar.
onderhoud
MEER INFO bron
www.energiesparen.be/epb/gelijkwaardigheid
meer info
Ventilatiegids - stappenplan voor comfortabel en energiezuinig ventileren www.energiesparen.be/epb/prof/gelijkwaardigheid www.epbd.be - de hierin opgenomen producten voldoen aan de EPB-producteisen en de vermelde karakteristieken worden aanvaard door de Vlaamse overheid REGELGEVING
wetgeving
Bijlage IX van het Energiebesluit
normen
NBN D50-001 INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN
E-peil Vlaamse maatstaf duurzame woningbouw v.1
Er zijn diverse vraaggestuurde ventilatiesystemen op de markt die gevaloriseerd worden in het E-peil op basis van 'de gelijkwaardigheid van innoverende bouwconcepten en technologieën in het kader van de energieprestatieregelgeving'. Een systeem dat automatisch regelbaar is tussen 15 en 100%, aangestuurd door detectie van binnenluchtkwaliteit (CO2, H2O…), wordt gunstig beoordeeld. Voor woningen groter dan 800 m³ wordt bovendien een sensor in elke ruimte groter dan 50 m³ gunstig beoordeeld.
KIES EEN GESCHIKTE DAMPKAP Kies een geschikte dampkap. Hou daarbij rekening met de hieronder vermelde aandachtspunten. Zo vermijd je onvoldoende afvoer van vervuilde lucht en vocht, onvoldoende toevoer van verse lucht, geur- en geluidsoverlast.
ventilatie 20
Plaats een dampkap niet in dezelfde ruimte als een open verbrandingstoestel. Zoniet is er risico op terugslag van rookgassen en andere vervuilende uitwasemingen zoals koolstofmonoxide.
DAMPKAP OMSCHRIJVING
wat
diverse mogelijkheden: • met afvoer van vervuilde lucht naar buiten of recirculatie van lucht • met motor (al dan niet op afstand) of motorloos • 60, 90 of 100 cm breed (gangbare afmetingen)
functie
1) intensieve ventilatie: afvoer van vervuilde lucht en geurtjes die vrijkomen bij het koken 2) basisventilatie én intensief gebruik. Gebruik van de dampkap voor basisventilatie is niet verboden, maar in de praktijk moeilijk realiseerbaar omdat de dampkap dan: • meerdere standen moet hebben en geen 'uit'-stand mag hebben • de minimaal geëiste ontwerpafvoerdebieten moet kunnen realiseren • aangesloten moet zijn op een hoofdzakelijk verticaal kanaal, dat uitmondt boven het dak en gedimensioneerd is op 1 m/s.
bij welk systeem
ventilatiesystemen A, B, C, D A ANDACHTSPUNTEN BIJ ONT WERP
waar in het gebouw en in de keuken
waar t.o.v. de kookplaat
luchttoevoer
afvoer van de kookdampen
ventilatie 20
• Beperk de afstand van de dampkap tot de muur- of dakdoorvoer van het afvoerkanaal. • Vermijd bij voorkeur bochten in het dampkapafvoerkanaal. Indien het niet anders kan, beperk dan het aantal bochten zo veel mogelijk en maak enkel zachte bochten. • hoogte: minstens 65 cm boven een elektrische kookplaat, minstens 80 cm boven een gasvuur • breedte: bij voorkeur 15 cm breder aan beide kanten van de kookplaat Zorg voor voldoende toevoer van verse lucht in de ruimte door: • eventueel een afsluitbaar rooster te voorzien, gekoppeld aan de dampkap, • een raam te openen • de mechanische luchttoevoer naar het maximum te laten schakelen 3 mogelijkheden: 1) afvoer naar buiten 2) recirculatie: de afgezogen lucht wordt gefilterd en terug in keuken gebracht. Kies hiervoor bij ventilatiesysteem D. Een recirculatiedampkap voert geen vocht uit de lucht af. Laat daarom de basisventilatie naar het maximale debiet schakelen bij gebruik van de dampkap. 3) afvoer via de kanalen van de basisventilatie: bij het aanzetten van de dampkap opent een klep naar het extractiesysteem en schakelt de afvoerventilator naar het maximum. Dit is niet verboden, maar af te raden omwille van het risico op: • ernstige vervuiling van het kanalennet, de extractieventilator en eventuele filter of WTW-apparaat • afvoer van de kookdampen naar andere ruimten of naar de keuken zelf via de afvoeropeningen bij toepassing van een dampkap met eigen ventilator • ongeschiktheid van de centrale ventilator en het kanalennet voor de hoge vereiste debieten van de dampkap bij toepassing van een motorloze dampkap. 2 VERSIE 2017 oktober
interactie met open verbrandingstoestellen
1) Een open toestel (type B) met Pn > 30 kW is niet toegelaten in een ruimte waarin een dampkap aanwezig is. 2) Een open toestel (type B) met Pn < 30 kW is toegelaten in een ruimte waarin een dampkap aanwezig is als • deze geen afvoer heeft naar buiten of • deze wel een afvoer heeft naar buiten maar er een specifieke luchtaanvoer voorzien is van 160 cm² per 100 m³/h afgezogen luchtaanvoer
basiscriteria productkeuze debiet
van 150 m³/h tot 750 m³/h, zelfs 2000 m³/h is geen uitzondering meer, afhankelijk van de grootte van de keuken en de afmetingen van de kookelementen die onder dampkap komen
drukverlies
Het debiet van dampkappen wordt op de technische fiche weergegeven alsof er ofwel een afvoerkanaal van 2 m met één bocht aan hangt, of zelfs helemaal geen afvoerkanaal. De realiteit is vaak echter heel anders, vooral in appartementgebouwen (verticale koker, brandkleppen, terugslagklep, ...). Vraag daarom steeds een volledige berekening van de drukverliezen in het afvoerkanaal, en controleer of de dampkap het vereiste debiet nog kan leveren bij dat drukverlies.
luchtaanvoer
Hoe groter het afvoerdebiet van de dampkap, hoe meer lucht de dampkap ook moet kunnen bereiken. Een raam openen doet men minder vaak in de winter. Een (al dan niet automatische) toevoeropening kan een oplossing zijn. Let dan wel op mogelijke tochtproblemen, zorg ervoor dat de lucht zo dicht mogelijk bij de dampkap binnenkomt.
met of zonder motor
Bij een woning met ventilatiesysteem A voorzien van een open keuken moet je een dampkap met motor gebruiken. Zie ook 'afvoer van de kookdampen'.
kanalen
Kies gladde kanalen (dus best geen flexibels) met voldoende diameter.
opties productkeuze Kies een dampkap met geluidsarme motor of plaats de motor op afstand.
motor
A ANDACHTSPUNTEN IN WERFFASE bij uitvoering
• Voorzie een luchtdichte en koudebrugarme doorvoer door de gebouwschil. • Let op een goede luchtdichte aansluiting van het luchtafvoerkanaal.
bij oplevering
Controleer de conformiteit van het product en de montage met het bestek. A ANDACHTSPUNTEN I.V.M . GEBRUIKER
regelbaarheid voor gebruiker
Adviseer je klant om de dampkap in te schakelen voor er zich kookdampen ontwikkelen, zodat er al luchtstroom is, en om ze nog even laten aanstaan na het koken om condensatie in het afvoerkanaal tegen te gaan. Raad je klant aan om de vetfilter regelmatig te reinigen en te vervangen. Bij een recirculatiedampkap moet de vet- en geurfilter regelmatig onderhouden worden en minstens 2 keer per jaar vervangen worden.
onderhoud
MEER INFO bron
www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel
meer info
www.energiesparen.be/epb/prof/ventilatieresidentieel WET TEN EN NORMEN
wetgeving
Een dampkap is verplicht in binnenkeukens zonder buitenvensters of buitendeuren, maar is aangewezen in alle andere keukens.
normen
NBN D50-001, TV 187 (wtcb) INVLOED OP DE SCORE VAN MEETINSTRUMENTEN n.v.t.
E-peil maatstaf
DuWoBO
Een keukenafzuigkap van het recirculatietype wordt gunstig beoordeeld.
KIES DE JUISTE LUCHTFILTERING - SCHOLEN
ventilatie 21
In een mechanisch balansventilatiesysteem zijn de filters een belangrijk aspect voor de goede werking van het systeem en de luchtkwaliteit. Hoe beter (of fijner) de filter, hoe beter... is niet noodzakelijk terecht. Voor scholen is dit zeker een aandachtspunt. Deze fiche formuleert enkele aandachtspunten bij het vervangen of keuze van filters in scholen.
TYPE MEEST VOORKOMENDE FILTERS EN HUN EFFICIËNTIE SIGARETTENROOK
SPOREN
GASVORMIGE DEELTJES OF DAMP
STOFFEN
BACTERIEN
POLLEN
HUISSTOF deeltjesgrootte (Îź m)
0,1
Filterklasse
percentage gefilterde deeltjes (%)
0,5
1
5
> 10
G3
-
0-5
5 - 15
35 - 70
70 - 85
G4
-
5 - 15
15 - 35
60 - 90
85 - 98
M5
0 - 10
15 - 30
30 - 50
90 - 99
> 98
M6
5 - 15
20 - 40
50 - 65
95 - 99
> 99
F7
25 - 35
60 - 75
85 - 95
> 99
> 99
F8
35 - 45
80 - 90
95 - 98
> 99
> 99
F9
45 - 60
90 - 95
> 98
> 99
> 99
AANDACHTSPUNTEN BIJ SCHOLEN
Opstelling installatie: De opstelling van het ventilatiesysteem wordt nog steeds onderschat. Ook in scholen moet de plaats van de installatie op eenvoudige wijze toegankelijk zijn.
A anbeveling:
Voorzie een voldoende grote ruimte (informeer bij de constructeur) voor de installatie, maak deze eenvoudig toegankelijk (bv. trap i.p.v. ladder, deur i.p.v. luik) en voorzie plaats voor onderhoud (uittrekken van filters). Informeer het schoolpersoneel om de ruimte niet als opslagplaats te gebruiken. Kies een systeem dat eenvoudig te bedienen en onderhouden is
Informatie gebruiker: Vaak ontbreekt de kennis bij het personeel van een school over de noodzaak van het onderhoud van de installatie. "Wanneer moet er controle gebeuren, wat moet er vervangen worden en wat moet er besteld worden?" A anbeveling:
ventilatie 21
Zorg voor eenvoudig onderhoud via kennis en (bondige) informatie: sensibiliseer het schoolbestuur en -personeel over de te nemen maatregelen voor onderhoud, en voorzie eventueel een korte opleiding of eenvoudige instructie over het type, termijn en belang van het vervangen van filters en onderhoud.
2 VERSIE 2017 oktober
Onderhoud filters: Regelmatig vervangen van vervuilde filters is noodzakelijk. Vervuilde filters kunnen leiden tot een verhoogd drukverlies, een stijging van de energieconsumptie van de ventilatoren, een daling van de luchtdebieten en een stijging aan gezondheidsklachten. Soms wordt met afwijkende afmetingen van filters gewerkt, waardoor deze bij een beperkt aantal leveranciers kunnen besteld worden of op maat gemaakt dienen te worden (dit kan de kosten voor onderhoud opdrijven). Standaardafmetingen van filters worden dus aanbevolen. Ook een onderhoudscontract is interessant. Controleer of laat de filters controleren op regelmatige basis. Vervang vervuilde filters tijdig (om de 6 - 12 maanden of sneller bij zichtbare of gekende verontreiniging). Zie ook fiche Klant 2. Zorg voor duidelijke specificaties van de filters of kies bij plaatsing voor een type toestel met filters met standaardafmetingen.
A anbeveling:
Keuze filters: Fijnere filters zorgen voor lagere roet en fijn stof concentraties op school. Anderzijds is het zo dat tussen F7 en F9 de bijkomende 'winst' klein wordt. Overweeg eerder een F7 in combinatie met een groffilter (G3-G4) boven een F9-filter. Een groffilter geplaatst voor de fijnfilter zal de grovere deeltjes (zoals pollen) uit de lucht filteren en de levensduur van de fijnfilter verlengen. Een filter met actieve kool kan zorgen voor een lager niveau aan vluchtige organische stoffen (bv. afkomstig van verkeersuitstoot) in het binnenmilieu.
A anbeveling:
Afkortingen G M F
Groffilter Medium filter Fijnfilter
REFERENTIEDOCUMENT EN MEER INFORMATIE VITO, Renovair, Verkennend onderzoek naar de binnenmilieukwaliteit in gebouwen na (energie-efficiĂŤnte) renovaties. WTCB, Ventilatiegids, http://www.wtcb.be/homepage/download.cfm?dtype=publ&doc=Ventilatiegids%20 woningen.pdf
VENTILATIEVERSLAGGEVING Sinds 1 januari 2016 moet iedereen die een stedenbouwkundige vergunning aanvraagt of een melding doet voor de bouw of ingrijpende energetische renovatie van een wooneenheid voldoen aan 2 extra verplichtingen met betrekking tot de ventilatie. Ten eerste moet de aangifteplichtige vóór de start van de werken een ventilatievoorontwerp (VVO) laten maken waarin het geselecteerde ventilatiesysteem en de ruimtelijke impact daarvan in kaart worden gebracht. Ten tweede moet er na de uitvoering van de ventilatiewerken een ventilatieprestatieverslag (VPV) opgesteld worden van alle epb-gerelateerde prestaties van het geplaatste ventilatiesysteem conform de STS ventilatie (voluit: STS-P 73-1 'Systemen voor basisventilatie in residentiële toepassingen') en haar informatieve bijlagen en conform met het STS-werkgroepdocument prestatieverslag. Om aan die verplichtingen te voldoen, moet de aangifteplichtige een ventilatieverslaggever aanstellen.
ventilatie 22
VERPLICHTING 1: VENTIL ATIEVOORONT WERP (V VO)
Voor de start van de werken moet een ventilatievoorontwerp (VVO) opgemaakt worden.
ventilatie 22
Wat?
Het VVO is een plan, opgemaakt door de ventilatieverslager voorontwerp, waarop de verschillende componenten van het ventilatiesysteem staan aangeduid. Het geeft aan om welk type van ventilatiesysteem het gaat, waar welke ventilatiecomponenten zitten en hoe het in het gebouw zal worden geïntegreerd. Dit voorontwerp is niet bindend, het kan gezien worden als een voorstel dat later wordt gefinetuned en nagerekend.
Wanneer?
Het VVO moet worden opgemaakt vóór de werkzaamheden van start gaan. Het voorontwerp wordt opgeladen in de databankt van de kwaliteitsorganisatie door een erkende ventilatieverslaggever. De verkregen code wordt samen met enkele gegevens door de epb-verslaggever opgenomen in de epb-startverklaring. Het geeft u de gelegenheid om interacties tussen het ventilatiesysteem en bouwkundige aspecten tijdig af te toetsen.
Waarom?
1) Het moet de bouwheer voor de uitvoering van het bouwproject informeren over de impact van het ventilatiesysteem op zijn woning. Waar zitten er roosters? Hoe zien die er uit? Waar komen de kanalen? Hoeveel ruimte nemen ze in beslag? 2) Het moet ervoor zorgen dat in het bouwconcept al rekening is gehouden met de ventilatie en ventilatievoorzieningen, zodat verrassingen op het einde worden vermeden.
Waarvoor?
Per gebouw is er een VVO vereist. Onder een gebouw wordt een deel van een project verstaan waaraan dezelfde soort werkzaamheden worden uitgevoerd (nieuwbouw, renovatie, ingrijpende energetische renovatie). Een gebouw vormt altijd één fysiek geheel.
Verplicht?
Het VVO is wettelijk verplicht, maar het is niet bindend. Het moet vooral een indicatie geven. U kunt het dus achteraf nog wijzigen. Essentieel is dat de impact van die wijziging dan wel duidelijk moet zijn en dat alle partijen van die wijziging op de hoogte worden gebracht.
Inhoud?
• het type van ruimte en de vloeroppervlakte, zodat de minimaal vereiste debieten in epb te berekenen zijn; • de positie en de capaciteit (kanaaldiameter) van de toevoeropeningen, de doorstroomopeningen en de afvoeropeningen; • de ligging en de afmetingen van de kanalen met aanduiding van de stroomrichting; • de toegankelijkheid van de installatie en/of van het kanalennet; • de positie van de toevoeropeningen van de mechanische toevoer in het dak of de gevel buiten, van de afvoeropening naar buiten in het dak of de gevel, van de ventilatoren en/of de luchtgroepen, van de eventuele condensaatafvoer en van eventuele geluidsdempers; • de legende van de gebruikte symbolen en/of van de kleurenconventies; .... (zie de checklijst op www.ikventileerverstandig.be voor een kwalitatief ventilatievoorontwerp)
2 VERSIE 2017 oktober
VERPLICHTING 2: VENTIL ATIEPRESTATIEVERSL AG (VPV)
Na de uitvoering van de ventilatiewerken moet een ventilatieprestatieverslag (VPV) van de uitgevoerde ventilatie-installatie opgemaakt worden. Wat?
Het VPV is een neerslag van alle prestaties, opgemaakt door de ventilatieverslaggever, van de afgewerkte ventilatie-installatie en kan berekeningen, observaties en metingen bevatten. Het geeft de kenmerken en de behaalde prestaties (zoals de gemeten mechanische debieten) van het ventilatiesysteem weer, getoetst aan het kwaliteitskader STS-P 73-1.
Wanneer?
Het VPV wordt opgemaakt nadat de installatie van het ventilatiesysteem is afgerond. Het prestatieverslag wordt door de ventilatieverslaggever opgeladen in de databank van de kwaliteitsorganisatie. Naast de ontvangen code worden alle epb-gerelateerde perstaties door de epb-verslaggever uit het verslag gerapporteerd in de epb-software, voor opname in de epb-aangifte.
Waarom?
1) Het informeert de bouwheer over het ventilatiesysteem zoals het is gerealiseerd. 2) Het geeft de epb-verslaggever betrouwbare informatie voor de epb-aangifte.
Verplicht?
Het VPV is wettelijk verplicht. Controle door de kwaliteitsorganisatie is mogelijk. Let wel, een dergelijke organisatie bewaakt de correctheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het VPV. Zij doet echter geen uitspraak over de vraag of de ventilatie-installatie conform de eisen van de bouwheer of de epb-regelgeving is.
Waarvoor?
Het VPV wordt opgesteld per epb-eenheid, dat wil zeggen elk deel van een gebouw met eenzelfde bestemming dat een fysiek geheel vormt, of in dit geval een wooneenheid (nieuwbouw of IER) die een fysiek geheel vormt.
Inhoud?
Het VPV bevat een duidelijk overzicht van de reële prestaties die roosters, doorstroomopeningen, balans, warmteterugwinning en dergelijke leveren. Verplicht is een meting van de mechanische debieten en een meting van het vermogen dat de ventilatoren opnemen. VERPLICHTING 3: VENTIL ATIEVERSL AGGEVER
Het VVO en VPV moeten worden opgesteld door een erkende ventilatieverslaggever. Wie?
Iedereen die bij het bouwproces betrokken is, kan erkend worden als ventilatieverslaggever. De kwalificatie gebeurt per taak. Op een uitzondering na volstaat een online af te leggen theoretische toets. Alleen voor mechanische ventilatie (MV) wordt er ook nog een praktijktest opgelegd.
Deeltaken?
De ventilatieverslaggeving kan opgesplitst worden in meerdere deeltaken, vandaar dat er meerdere erkenningen zijn: • CO (coördinator), • VVO (ventilatievoorontwerp) en VOS (ventilatieontwerpspecificaties), • RTO (regelbare toevoeropeningen), • DO (doorvoeropeningen), • RAO (regelbare afvoeropeningen), • MV (mechanische ventilatie). Uiteraard kan een enkel iemand al deze taken op zich nemen. De deeltaken kunnen ook in pakketten worden gebundeld. In dat geval is er een coördinator die de taken toewijst en opvolgt.
MEER INFO bron
Pocket NAV 'Ventilatieverslaggeving bij residentiële projecten'
meer info
www.ikventileerverstandig.be; www.energiesparen.be WET TEN EN NORMEN
wetgeving
EPB-regelgeving
STS/normen
STS-P 73-1 -'Systemen voor basisventilatie in residentiële toepassingen' met bijhorende bijlagen en STS-werkgroepdocumenten.