Skip to main content

Jaarverslag_2019_VSB.pdf

Page 1

AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING Jaarverslag 2019


Inhoud Voorwoord

5

1.

7

Werking van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming

1.1 Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden 1.2 ZORGBUDGET VOOR MENSEN MET EEN HANDICAP 1.3 Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood 1.4 Mobiliteitshulpmiddelen 1.5 Residentiele ouderenzorg 1.6 Enkele kerncijfers Leden 10 Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Zorgbudget voor mensen met een handicap Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Combinatie van de drie zorgbudgetten Mobiliteitshulpmiddelen Residentiële ouderenzorg 1.7 Subsidiëring van de zorgkassen Algemene principes De subsidie voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden De subsidie voor het zorgbudget voor mensen met een handicap De subsidie voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood De subsidie voor mobiliteitshulpmiddelen De subsidie voor residentiële ouderenzorg De subsidie voor werkingskosten voor het ledenbeheer en het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden De subsidie voor werkingskosten zorgbudget voor mensen met een handicap De subsidie voor werkingskosten zorgbudget voor ouderen met een zorgnood De subsidie voor indicatiestellingen voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden De subsidie voor indicatiestellingen voor het zorgbudget ouderen De subsidie voor werkingskosten voor de mobiliteitshulpmiddelen De subsidie voor werkingskosten voor de residentiële ouderenvoorzieningen 1.8 Verwerking van gegevensstromen Verzamelen en analyseren van gegevens De gegevens voor een tegemoetkoming voor residentiële zorg Doorgeefluik van gegevens 1.9 Aansluiting en vrijstellingen Wie moet aansluiten Wie is vrijgesteld Zorgpremie 1.10 Administratieve geldboete Algemeen principe Aantal boetes Geïnd bedrag 1.11 Tegemoetkomingen Voorwaarden van administratieve aard Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Zorgbudget voor mensen met een handicap Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Mobiliteitshulpmiddelen

7 8 9 9 10 10 12 18 19 22 22 28 34 34 34 35 35 35 35 36 36 36 36 37 37 37 38 38 39 39 40 40 41 41 42 42 42 42 43 43 43 46 47 50 2

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Residentiële ouderenzorg 1.12 De ADMINISTRATIEVE BEROEPSCOMMISSIE Behandeling van het beroepsschrift door de administratieve beroepscommissie Samenstelling van de administratieve beroepscommissie Cijfergegevens

55 58 58 58 59

2

61

Inkomsten en uitgaven van de zorgkassen

2.1 Inleiding 2.2 Bespreking van de voornaamste posten van de balans en de resultatenrekening Bespreking van de activa Bespreking van de passiva Bespreking van de geglobaliseerde technische resultaten van de zorgkassen Bespreking van de geglobaliseerde werkingsresultaten van de zorgkassen Bespreking van de overige geglobaliseerde financiële en uitzonderlijke resultaten van de zorgkassen Geglobaliseerd resultaat van het boekjaar 2019 van de zorgkassen

61 61 61 63 64 66 68 68

3

69

Inkomsten en uitgaven van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming

3.1 Inkomsten 71 Overdracht begrotingsoverschot vorige begrotingsjaar 71 Dotaties aan het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming 71 Zorgpremies 71 Inkomsten uit beleggingen 72 Inkomsten uit administratieve geldboete en achterstallige bijdragen 72 Terugstortingen van terugbetaalde kwijtgescholden administratieve geldboetes 73 Waardevermindering vordering administratieve geldboetes - terugneming 73 3.2 Uitgaven 73 Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden 73 Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap 75 Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget ouderen met zorgnood 76 Subsidie voor tegemoetkomingen mobiliteitshulpmiddelen 77 Subsidie voor tegemoetkomingen residentiële zorg 77 Vergoeding van de indicatiestellingen m.b.t. het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden 78 Subsidiëring van de werkingskosten van de zorgkassen 78 Werkingskosten van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming 80 Werkingskosten van de vzw Vlaamse Zorgkas 81 Diverse terugstortingen 82 Informatica – investeringen van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming 82 Investeringssubsidie aan de zorgkassen (Mobiliteits- en Hulpmiddelen – MOHM) 82 Inkomensoverdrachten aan de FOD SZ – werking THAB 82 Dotatie aan het reservefonds 83 3.3 Over te dragen resultaat voor het jaar 2019 83 Budgettair resultaat 2019 83 Economisch resultaat 2019 83 3.4 Bespreking van de voornaamste posten van de balans en de resultatenrekening 84 De vaste activa (codes 21, 24 en 27 – actief van de balans) 84 Vorderingen op ten hoogste 1 jaar (codes 41 – actief van de balans) 85 Geldbeleggingen (codes 51 tot en met 53 – actief van de balans) en de geboekte gerealiseerde meer- en minderwaarden op de effectenportefeuilles (codes 75 en 65 van de resultatenrekening) 87 Overlopende rekeningen van het actief (code 49 – actief van de balans) 88 Voorzieningen (code 16 – passief van de balans) 88 Handels, sociale en overige schulden (codes 44, 45 en 48 – passief van de balans) 88 3

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Uitzonderlijke kosten en opbrengsten Regularisatie van belastingen

90 90

4

91

Financieel beleid van het Agentschap Vlaamse sociale bescherming

4.1 Thesauriebeheer 4.2 Vermogensbeheer Beleggingsstrategie Obligatiemandaat Aandelenmandaat Rendement obligatie- en aandelenmandaat sinds de start eind 2003

91 91 91 92 94 95

5

Bijlagen

98

5.1 5.2 5.3

Bijlage 1: Glossarium 98 Bijlage 2: Coรถrdinaten zorgkassen 102 Bijlage 3: Jaarrekening van het AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING op 31 december 2019 103 Bijlage 4: Geglobaliseerde jaarrekening van de zorgkassen op 31 december 2019 108 Bijlage 5: Bespreking en evaluatie van het boekhoudkundig verslag van de zorgkassen 112 Bijlage 6: Overzicht van de nieuwe wetgeving jaar 2019 114 Bijlage 7: BEL-foto 122 Bijlage 8: tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen 2019 123 Bijlage 9: Contact 134

5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

4

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Voorwoord In uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en het uitvoeringsbesluit van 30 november 2018 bestaat de Vlaamse sociale bescherming (VSB) sinds 1 januari 2019 uit de volgende pijlers: -

het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (vroeger de zorgverzekering); het zorgbudget voor mensen met een handicap (ook gekend als het basisondersteuningsbudget); het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (vroeger gekend als de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden); de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen (nieuwe pijler); de residentiële ouderenzorg (nieuwe pijler)..

Bij de overdracht van de dossiers mobiliteitshulpmiddelen en residentiële ouderenzorg heeft Vlaanderen ervoor geopteerd om beide nieuwe pijlers te digitaliseren. Voor de tegemoetkomingen mobiliteitshulpmiddelen verloopt de uitwisseling van gegevens tussen verstrekkers en zorgkassen sedert januari 2019 enkel nog digitaal. Het papieren circuit is verdwenen. In de residentiële ouderenzorg is de digitalisering gefaseerd uitgerold. De centrale applicatie is sedert het voorjaar 2019 operationeel, maar de aansluiting van de voorzieningen op deze applicatie verliep eerder moeizaam. Ook op het vlak van performantie en monitoring diende in de loop van 2019 nog te worden bijgestuurd. Het gaat dan ook om een complex proces met heel wat betrokken actoren. Ondertussen zijn de belangrijkste lacunes weggewerkt. Het is de verwachting dat tegen november 2020 alle voorzieningen via digitale weg de opnames melden aan de zorgkassen en daarna factureren. Bij de zorgbudgetten is de belangrijkste wijziging de uitbreiding van de doelgroep voor het basisondersteuningsbudget. Sinds mei 2019 wordt het zorgbudget ook uitbetaald aan de groep van meerderjarige personen met een handicap die met een vraag naar een persoonsvolgend budget geregistreerd staan in prioriteitengroep 1 of in prioriteitengroep 2, met een aanvraagdatum voor 16 oktober 2017. Het gaat om ongeveer 800 personen. De uitvoering van de VSB is toevertrouwd aan de zorgkassen. Er zijn zes zorgkassen: vijf mutualistische zorgkassen plus de Vlaamse Zorgkas die opgericht is door de Vlaamse Overheid. De zorgkassen zijn voor alle pijlers van de VSB het uniek loket. Dat wil zeggen dat de gebruiker voor alle pijlers VSB één aanspreekpunt heeft. De zorgkas int de premie, informeert, behandelt de aanvraag, waarborgt de dossieropvolging, beoordeelt of aan de voorwaarden voldaan is, beslist en betaalt uit conform het decreet en het uitvoeringsbesluit. De gebruiker weet dat hij met al zijn vragen over tegemoetkomingen in de zorg bij zijn zorgkas terecht kan. Dat is duidelijk en transparant voor de burger. De uitgaven voor de tegemoetkomingen Vlaamse sociale bescherming bedroegen in 2019 meer dan 2.762,9 mio euro, als volgt verdeeld: - zorgbudget zorgbehoevenden: 392,9 mio euro voor 270.805 lopende dossiers; - zorgbudget handicap: 60,3 mio euro voor 16.197 lopende dossiers; - zorgbudget ouderen: 346,2 mio euro voor 101.893 lopende dossiers

5

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


-

mobiliteitshulpmiddelen: 66,7 mio voor 37.889 gebruikers in huur en 47.515 gebruikers in aankoop), totaal 66,7 mio ResidentiĂŤle ouderenzorg: 1.896,8 mio voor 84.282 gebruikers

Dirk Dewolf Leidend ambtenaar IVArp Vlaamse Sociale Bescherming

6

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


1. Werking van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming is een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid. Het IVArp Vlaamse Sociale Bescherming maakt op zijn beurt deel uit van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. De missie en taken van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming zijn decretaal vastgelegd1. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming heeft als missie een actief beleid te voeren dat gericht is op het bevorderen van de zelfredzaamheid, rekening houdend met de noden en de eigen regie van de gebruiker en van zijn kansen om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Het agentschap beoogt de financiële toegankelijkheid van zorg te waarborgen en streeft naar de beheersing van de overheidsuitgaven op lange termijn. In 2019 stond het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming in voor drie zorgbudgetten; - het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (vroeger de zorgverzekering genoemd) - het zorgbudget voor mensen met een handicap of het basisondersteuningsbudget; - het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (vroeger de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden genoemd). Daarnaast is het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming vanaf 1 januari 2019 ook bevoegd voor twee nieuwe pijlers. In deze pijlers geldt een derde betalersregeling. - De tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen; - De tegemoetkoming voor residentiële zorg. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming werkt voor de uitvoering van de opdrachten van de Vlaamse sociale bescherming samen met de zorgkassen. De voornaamste taken van een zorgkas zijn het aansluiten van leden, het innen van de premies, het onderzoeken van aanvragen voor de zorgbudgetten, het uitbetalen van de tegemoetkomingen, het informeren en adviseren van de leden en het rapporteren aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. Er zijn momenteel zes zorgkassen: vijf mutualistische en de vzw Vlaamse Zorgkas. De vzw Vlaamse Zorgkas heeft een specifieke opdracht naast de opdracht van andere zorgkassen. De vzw Vlaamse Zorgkas vormt het vangnet voor personen die zich niet vrijwillig aansluiten in Vlaanderen. Zij sluit ambtshalve personen aan die nergens lid zijn.

1.1 ZORGBUDGET VOOR ZWAAR ZORGBEHOEVENDEN Het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden is een tegemoetkoming voor personen met een zwaar verminderd vermogen tot zelfzorg en dit zowel voor gebruikers in residentieel, semi-residentieel of ambulant verband. Dit zorgbudget wil de kosten voor niet-medische hulp- en dienstverlening betaalbaar houden voor de gebruiker. Zo staat het borg voor de toegankelijkheid van langdurige en intensieve niet–medische zorg thuis of in een instelling.

1

De missie en taken van het IVArp Vlaamse Sociale Bescherming zijn vastgelegd in de artikels 10 en 11 van het decreet VSB d.d. 18 mei 2018.

7

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De totale uitgaven voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (onderdelen residentiële zorg en mantel- en thuiszorg) bedroegen voor 2019 392,9 miljoen euro. En dit voor 270.805 gebruikers. Het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden bij mantel- en thuiszorg en bij residentiële zorg (woonzorgcentrum, rust- en verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis) is een forfaitair bedrag van 130 euro per maand. Dat bedrag kan vrij besteed worden.

1.2 ZORGBUDGET VOOR MENSEN MET EEN HANDICAP Het zorgbudget voor mensen met een handicap (basisondersteuningsbudget) is een maandelijks bedrag van 300 euro dat vrij besteedbaar is en dat de gebruiker niet moet verantwoorden. Hij kan het bedrag inzetten voor het vergoeden van mantelzorg, voor het inkopen van (meer) reguliere dienstverlening of voor het inkopen van rechtstreeks toegankelijke dienstverlening. De persoon met een beperking kan zelf een op maat georganiseerde mix, vanuit de verschillende ondersteuningsbronnen samenstellen. De regie van de zorg ligt bij de persoon met een beperking. Het zorgbudget voor mensen met een handicap is gefaseerd ingevoerd. In september 2016 is het zorgbudget voor mensen met een handicap aan een eerste groep toegekend. Deze groep bestaat uit volwassenen met een handicap die in aanmerking komen voor een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke hulp, en die al sinds 31 december 2014 met een actieve zorgvraag geregistreerd staan in de databank “Centrale Registratie voor Zorgvragen” van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Zij moesten er nog steeds geregistreerd staan op 1 januari 2016. In januari 2017 werd het zorgbudget voor mensen met een handicap uitgebreid naar minderjarigen die op 30 juni 2015 met een actieve zorgvraag geregistreerd waren bij de intersectorale toegangspoort voor jongerenwelzijn. Of ze kwamen op diezelfde datum in aanmerking voor een persoonlijk assistentiebudget voor minderjarigen. In september 2017 werd het zorgbudget voor mensen met een handicap verder uitgebreid. Het zorgbudget is er nu ook voor kinderen en jongeren tot 21 jaar die minstens 12 punten scoren op de schaal voor bijkomende of verhoogde kinderbijslag, en jongeren van 21 tot en met 25 jaar met minstens 12 punten op de medisch-sociale schaal voor de integratietegemoetkoming. Sinds mei 2019 wordt het zorgbudget nu ook uitbetaald aan de groep van meerderjarige personen met een handicap die met een vraag naar een persoonsvolgend budget geregistreerd staan in prioriteitengroep 1 of in prioriteitengroep 2, met een aanvraagdatum voor 16 oktober 2017. Hiernaast is het sinds 1 januari 2017 mogelijk om een zorgbudget voor mensen met een handicap te ontvangen, na een vrijwillige overstap van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH, naar het zorgbudget voor personen met een handicap (basisondersteuningsbudget). De totale uitgaven voor het zorgbudget voor mensen met een handicap bedroegen voor 2019 60,3 miljoen euro. Daarvoor waren er in 2019 16.197gebruikers met een dossier zorgbudget voor mensen met een handicap.

8

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


1.3 ZORGBUDGET VOOR OUDEREN MET EEN ZORGNOOD Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood heeft tot doel ouderen met een beperking en met een beperkt inkomen die bijkomende kosten hebben vanwege een vermindering van de zelfredzaamheid in staat te stellen een deel van de bijkomende kosten te financieren. Dit zorgbudget is een belangrijk instrument om: -

-

aan gebruikers de mogelijkheid te geven om thuis te blijven wonen, door een financiĂŤle ondersteuning in de kosten omwille van de moeilijkheden die ze ondervinden in de activiteiten van het dagelijks leven; de financiĂŤle toegankelijkheid van de woonzorgcentra voor gebruikers te verbeteren.

Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood wordt toegekend vanaf de leeftijd van 65 jaar, in functie van de zorgbehoevendheid, met een getrapte inschaling. De tegemoetkoming is hoger naargelang het gebrek aan zelfredzaamheid (de score op de schaal) hoger is. Bij het bepalen van dit zorgbudget wordt ook het inkomen van de betrokkene of de persoon met wie hij een gezin vormt in rekening gebracht. In de praktijk maken vooral ouderen met een laag pensioen aanspraak op dit zorgbudget. De totale uitgaven voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood bedroegen voor 2019 346,2 miljoen euro. Daarvoor waren er in 2019 101.893 gebruikers met een dossier zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (toestand juli 2020). De gemiddelde maandelijkse tegemoetkoming bedroeg in 2019 274,62 euro.

1.4 MOBILITEITSHULPMIDDELEN De tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen heeft tot doel de bewegingsfunctie van gebruikers te ondersteunen. Het gaat dan over rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en hun aanpassingen. De zorgkas betaalt de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen via een derdebetalerssysteem uit aan de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, tot wie de gebruiker zich heeft gewend. Met die tegemoetkoming kan een mobiliteitshulpmiddel, dat op een lijst van erkende producten staat, worden vergoed. De meeste mobiliteitshulpmiddelen zijn volledig vergoedbaar. In sommige gevallen is er nog een supplement voor de gebruiker. Er bestaat momenteel een aankoopsysteem, wat inhoudt dat de persoon een mobiliteitshulpmiddel krijgt (in eigendom), en een huursysteem. Het huursysteem houdt in dat de persoon een mobiliteitshulpmiddel ter beschikking gesteld krijgt en dat de verstrekker hiervoor maandelijks een vast huurforfait ontvangt. Het huursysteem is momenteel verplicht voor 4 doelgroepen: - personen die zijn opgenomen in een woonzorgcentrum; - personen ouder dan 85 jaar; - personen met een snel degeneratieve aandoening; - personen die pas uit revalidatie komen.

9

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De totale uitgaven voor tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen bedroegen voor 2019 66,7 mio euro. Daarmee werden 47.515 mobiliteitshulpmiddelen in 2019 aangekocht. Tevens waren 37.889 mobiliteitshulpmiddelen op 31 december 2019 verhuurd.

1.5 RESIDENTIELE OUDERENZORG De residentiële ouderenzorg bestaat uit de woonzorgcentra (WZC), de centra voor kortverblijf (CVK) en de centra voor dagverzorging (CDV). Bij de centra voor dagverzorging wordt een onderscheid gemaakt tussen de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor zorgafhankelijke personen en de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor personen met een ernstige ziekte. De tegemoetkoming wordt via een derdebetalersregeling door de zorgkas van de gebruiker rechtstreeks uitbetaald aan de ouderenvoorziening. In de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit: • de basistegemoetkoming voor zorg; • de tegemoetkoming in de gesolidariseerde kosten van het incontinentiemateriaal. In de centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit: • de basistegemoetkoming voor zorg in een centrum voor dagverzorging; • de tegemoetkoming in de reiskosten van en naar het centrum voor dagverzorging. De totale geboekte uitgaven voor de tegemoetkoming voor residentiële zorg bedroegen voor 2019 1.896,8 miljoen euro. Daarvoor waren er in 2019 84.282 gebruikers met een tegemoetkoming voor residentiële zorg.

1.6 ENKELE KERNCIJFERS Leden Vlaanderen en Brussel telden in 2019 4.776.570 aangesloten leden bij de Vlaamse sociale bescherming. Hieronder vindt u een overzicht van het aantal leden per zorgkas. En dit zowel voor Vlaanderen als voor Brussel. Er is ook een tabel die de evolutie geeft van het aantal leden per zorgkas van 2013 tot 2019. Tabel 1 - Aantal leden in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Zorgkas

Vlaanderen

Brussel

Wallonië

Buitenland

Onbekend

Totaal

2 317 301

12 053

197

5 910

705

2 336 166

280 - Neutrale zorgkas

152 687

1 646

13

443

36

154 825

380 - Socialistische zorgkas

910 030

9 691

184

3 654

497

924 056

480 - Liberale zorgkas

265 948

1 919

15

869

84

268 835

580 - Onafhankelijke zorgkas

546 341

11 557

300

3 573

546

562 317

680 - Vlaamse zorgkas

522 934

6 427

100

856

54

530 371

4 715 241

43 293

809

15 305

1 922

4 776 570

180 - CM zorgkas

Totaal

10

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 2 - Evolutie van het aantal leden per zorgkas op 31 december Zorgkas 180 280 380 480 580 680 880 Totaal

2015 2.285.083 136.696 893.238 271.209 506.896 449.476 78.455 4.621.053

2016 2.321.907 144.188 906.757 275.148 536.204 498.432 4.682.636

2017 2.334.680 147.234 911.730 272.735 544.664 503.020 4.714.063

2018 2 337 281 151 059 918 478 270 387 553 804 522 576 4 753 585

2019 2 336 166 154 825 924 056 268 835 562 317 530 371 4 776 570

Tabel 3 - Aandeel personen met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

Het aandeel van de personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering (VT) bedroeg 14,25 % in 2019. De voorbije jaren wordt een licht stijgende tendens vastgesteld (2017 – 13,76% en 2016 – 13,45%). Zorgkas 180 - CM zorgkas 280 - Neutrale zorgkas 380 - Socialistische zorgkas 480 - Liberale zorgkas 580 - Onafhankelijke zorgkas 680 - Vlaamse zorgkas Totaal

Leden 2 336 166 154 825 924 056 268 835 562 317 530 371 4 776 570

VT'ers 315 962 18 112 165 916 41 787 45 246 93 409 680 432

% VT 13,52% 11,70% 17,96% 15,54% 8,05% 17,61% 14,25%

Tabel 4 – Aantal VT’s per leeftijdscategorie

Deze tabel geeft het aantal VT’s per leeftijdscategorie weer. Hier valt duidelijk op dat het percentage VT’s toeneemt naarmate de populatie ouder wordt. De leeftijdscategorie onder de 26 jaar betaalt geen zorgpremie. Deze groep bestaat uitsluitend uit personen die een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden of een zorgbudget handicap ontvangen. Leeftijd < 26 jaar 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar 65 - 79 jaar >= 80 jaar Totaal

Geen VT 17 833 1 393 815 1 620 813 784 308 279 369 4 096 138

VT

Eindtotaal 2 685 138 950 185 070 173 736 179 991 680 432

20 518 1 532 765 1 805 883 958 044 459 360 4 776 570

% VT'ers tov aantal leden 13,09% 9,07% 10,25% 18,13% 39,18% 14,25%

11

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 5 - Ambtshalve aansluitingen

In deze tabel vindt u per leeftijdscategorie het aantal leden dat de Vlaamse Zorgkas in 2019 ambtshalve aansloot. De groep van 27-jarigen bestaat uit inwoners van Vlaanderen die zich op 26 jarige leeftijd niet spontaan bij een zorgkas aansloten. Een andere grote groep bestaat uit personen die gemigreerd zijn naar Vlaanderen en niet tijdig spontaan aansloten bij een zorgkas.

leeftijd: 27j leeftijd: 28j leeftijd: 29j leeftijd: 30j leeftijd > 30j Totaal

Aantal leden met ambtshalve aansluiting 13 275 1 788 1 896 1 786 28 104 46 849

Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Tabel 6 - Aanvragen zorgbudget zwaar zorgbehoevenden per zorgkas uitgesplitst naar type aanvraag

Onderstaande tabel geeft het aantal aanvragen weer per zorgkas, opgesplitst per type van de aanvraag: a) het aantal eerste aanvragen: voor deze personen was nog geen dossier aangemaakt; b) het aantal retroactieve toekenningen: er is sprake van een retroactieve toekenning als bij een aanvraag de datum van het attest van zorgbehoevendheid of de datum van het verblijfsattest in een residentiële voorziening vóór de datum van de aanvraag valt. Retroactieve tegemoetkomingen in het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (de zorgverzekering) zijn beperkt tot maximaal zes maanden voor de datum van aanvraag. De eerste maand retroactieve tegemoetkoming wordt niet uitbetaald; c) het aantal controles: bij een toekenning van het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden op basis van een score op de BEL-schaal, kan er een controle gebeuren door het controleorgaan. Op basis van het resultaat van deze controle, neemt de zorgkas een nieuwe beslissing. Bij een positieve controle wordt de tegemoetkoming opnieuw toegekend, bij een negatieve controle wordt de tegemoetkoming stopgezet; d) het aantal verlengingen: dossiers voor bepaalde duur kunnen verlengd worden, als de zorgbehoevende nog steeds voldoet aan de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming zorgbudget zwaar zorgbehoevenden; e) het aantal veranderingen van zorgvorm: met verandering van zorgvorm wordt bedoeld dat de rechthebbende overstapt van mantel- en thuiszorg naar residentiële zorg - of omgekeerd;

12

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Zorgkas

Eerste aanvraag

Onbepaald 180 280 380 480 580 680 Totaal

Retroactieve

136 30 425 1 894 16 585 4 631 4 498 3 554 61 723

Controle

43 4 626 143 476 324 489 608 6 709

Herziening of verlenging

2 1 296 111 784 580 125 267 3 165

58 37 199 3 146 17 076 5 421 7 239 2 140 72 279

Verandering van zorgvorm 27 9 092 428 3 305 1 197 1 230 575 15 854

Totaal

266 82 638 5 722 38 226 12 153 13 581 7 144 159 730

Opmerking: strikt genomen staan de controles los van de aanvragen. Ze zijn hier toch opgenomen, omdat de zorgkas naar aanleiding van de controle ook een nieuwe beslissing in het dossier neemt.

Tabel 7 - Aanvragen zorgbudget zwaar zorgbehoevenden volgens de wijze van indicatiestelling en uitgesplitst per indicatiestelling of attest

In deze tabel worden de indicatiestellingen en attesten m.b.t. mantel- en thuiszorg opgenomen2. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen inschalingen die op initiatief van de zorgkas of de gebruiker zijn afgenomen (indicatiestellingen) en inschalingen waarbij gebruik is gemaakt van bestaande scores (attesten). Voorts is ook het aantal controles opgenomen. Indicatiestellingen Het gaat hier om indicatiestellingen op de BEL-schaal die uitgevoerd werden door: - diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg; - OCMW's (enkel in Vlaanderen); - diensten maatschappelijk werk in het kader van de ziekenfondsen; Type indicatiesteller Diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg OCMW Diensten maatschappelijk werk Lokale dienstencentra Diensten voor logistieke hulp Totaal indicatiestellingen

M&Tgeweigerd

M&TVAPH goedgekeurd Cumul3

Totaal

% weigering

739

7 440

39

8 218

8,99%

99 11 854 0 0 12 692

1 064 55 287 1 28 63 820

2 569 0 0 610

1 165 67 710 1 28 77 122

8,50% 17,51% 0,00% 0,00% 16,46%

Attesten 2 3

Voor de residentiĂŤle sector volstaat immers het verblijfsattest. VAPH cumul: een goedgekeurd dossier voor mantel-en thuiszorg van een persoon die ook een tegemoetkoming van het VAPH heeft.

13

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Hier wordt gebruik gemaakt van bestaande attesten M&TVAPH Totaal goedgekeurd Cumul Katz-schaal thuisverpleging 14 200 439 14 665 Katz Verzorgingsinrichting 1 558 83 1 710 BEL gezinszorg 23 969 375 24 439 Integratietegemoetkoming, 2 184 289 2 590 hulp aan bejaarden Kinderbijslag 759 177 974 Kine E-attest 2 552 144 2 698 Totaal attesten 45 222 1 507 47 077

Controleorgaan Het gaat hier om de indicatiestellingen, uitgevoerd door het controleorgaan naar aanleiding van een controle of een aanvraag. Bij een controle neemt de zorgkas een nieuwe beslissing na een controle door het controleorgaan. Bij een aanvraag wordt er op vraag van de zorgbehoevende een indicatiestelling door het controleorgaan uitgevoerd binnen de twaalf maanden4 na een vorige indicatiestelling door het controleorgaan. Dit gebeurt als de toestand van de zorgbehoevende sindsdien verslechterd is. M&Tgeweigerd Controleorgaan Totaal Controleorgaan

M&TTotaal goedgekeurd

769 769

2 548 2 548

% weigering 3 319 3 319

23,17% 23,17%

Tabel 8 - Lopende dossiers per zorgkas uitgesplitst naar zorgvorm Zorgkas

180 280 380 480 580 680 Totaal

4

Mantel-en thuiszorg % t.o.v. Aantal totaal mantel- en thuiszorg

99 664 5 530 49 687 16 017 13 070 7 039 191 007

52,18% 2,90% 26,01% 8,39% 6,84% 3,69% 100,00%

ResidentiĂŤle Zorg % t.o.v. Aantal totaal

45 156 2 036 16 576 6 141 6 303 3 586 79 798

56,59% 2,55% 20,77% 7,70% 7,90% 4,49% 100,00%

Aantal

144 820 7 566 66 263 22 158 19 373 10 625 270 805

Totaal % mantel% t.o.v. en totaal thuiszorg zorgkas t.o.v. totaal zorgkas 53,48% 68,82% 2,79% 73,09% 24,47% 74,98% 8,18% 72,29% 7,15% 67,47% 3,92% 66,25% 100,00% 70,53%

% residentieel zorgkas t.o.v. totaal zorgkas 31,18% 26,91% 25,02% 27,71% 32,53% 33,75% 29,47%

Vanaf 2017 bedraagt deze termijn 12 maanden.

14

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 9 - Aandeel van de personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering in de lopende dossiers, per zorgkas, uitgesplitst naar zorgvorm

Van de personen die een lopend dossier hebben, heeft in de residentiĂŤle zorg ongeveer 56% een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. In de mantel â&#x20AC;&#x201C; en thuiszorg is dat 54%.

VT Zorgkas

Mantel- en thuiszorg Totaal % vt t.o.v totaal zorgkas

ResidentiĂŤle zorg Totaal % vt t.o.v totaal zorgkas

VT

180

56 132

99 664

56,32%

26 355

45 156

58,36%

280

3 074

5 530

55,59%

1 115

2 036

54,76%

380

26 241

49 687

52,81%

9 725

16 576

58,67%

480

8 267

16 017

51,61%

3 502

6 141

57,03%

580

6 225

13 070

47,63%

2 473

6 303

39,24%

680 Totaal

3 599

7 039

51,13%

1 751

3 586

48,83%

103 538

191 007

54,21%

44 921

79 798

56,29%

Zorgkas

Totaal Totaal zorgkas

VT

180

82 487

144 820

% VT t.o.v. totaal zorgkas 56,96%

280

4 189

7 566

55,37%

380

35 966

66 263

54,28%

480

11 769

22 158

53,11%

580

8 698

19 373

44,90%

680 Totaal

5 350

10 625

50,35%

148 459

270 805

54,82%

VT: Personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

Tabel 10 - Duurtijd van de lopende dossiers in de mantel- en thuiszorg per zorgkas

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

0 tot 5 maanden 1 189 50 444 140 156 431 2 410

6 tot en met 12 maanden 16 157 693 10 994 3 013 2 058 1 371 34 286

Mantel- en thuiszorg 13 tot en met 25 tot en met 24 maanden 36 maanden 14 837 24 641 744 1 729 7 696 14 054 1 747 4 662 2 467 3 220 1 093 1 712 28 584 50 018

Meer dan 36 maanden 42 840 2 314 16 499 6 455 5 169 2 432 75 709

Totaal 99 664 5 530 49 687 16 017 13 070 7 039 191 007

15

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 11 - Evolutie van de lopende dossiers per zorgkas

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Mantel – en thuiszorg 2018 2019 groei 95 428 99 664 4,44% 5 153 5 530 7,32% 48 530 49 687 2,38% 15 818 16 017 1,26% 12 775 13 070 2,31% 6 807 7 039 3,41% 184 511 191 007 3,52%

Residentiële zorg 2018 2019 groei 45 272 45 156 -0,26% 1 959 2 036 3,93% 15 918 16 576 4,13% 6 066 6 141 1,24% 6 092 6 303 3,46% 3 330 3 586 7,69% 78 637 79 798 1,48%

2018 140 700 7 112 64 448 21 884 18 867 10 137 263 148

Totaal 2019 144 820 7 566 66 263 22 158 19 373 10 625 270 805

groei 2,93% 6,38% 2,82% 1,25% 2,68% 4,81% 2,91%

Tabel 12 - Lopende dossiers per gewest uitgesplitst naar zorgvorm

Gewest Vlaanderen Brussel Wallonië Buitenland Onbekend Totaal

Mantel- en thuiszorg 188 623 2 224 1 136 23 191 007

Op 31 december 2019 % Residentieel 98,75% 77 892 1,16% 1 887 0,00% 0 0,07% 16 0,01% 3 100,00% 79 798

% 97,61% 2,36% 0,00% 0,02% 0,00% 100,00%

Tabel 13 - Lopende dossiers per leeftijdscategorie uitgesplitst naar zorgvorm

De leeftijdscategorie tot 64 jaar is goed voor ongeveer 27% van de dossiers mantel- en thuiszorg en voor 4% van de dossiers residentiële zorg. Het is duidelijk dat het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden vooral gericht is op de oudere doelgroep.

Leeftijd

0 - 18 19-25 26-44 45-64 0-64 65-69 70-74 75-79 80-84

Mantel- en thuiszorg % Aantal leeftijdscatego rie t.o.v. totaal mantel- en thuiszorg 5 140 2,69% 3 387 1,77% 12 013 6,29% 31 121 16,29% 51 661 27,05% 12 802 6,70% 17 093 8,95% 21 343 11,17% 32 939 17,24%

Residentiële zorg % Aantal leeftijdscatego rie t.o.v. totaal residentiële zorg 0 0,00% 7 0,01% 315 0,39% 2 912 3,65% 3 234 4,05% 2 300 2,88% 3 863 4,84% 6 396 8,02% 14 025 17,58%

Totaal Aantal

5 140 3 394 12 328 34 033 54 895 15 102 20 956 27 739 46 964

% leeftijdscategorie t.o.v. totaal

1,90% 1,25% 4,55% 12,57% 20,27% 5,58% 7,74% 10,24% 17,34% 16

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


85-89 90-94 95-99 >= 100 65-->100 Totaal

34 164 16 911 3 806 284 139 342 191 007

17,89% 8,85% 1,99% 0,15% 72,95% 100,00%

22 726 19 462 7 092 682 76 546 79 798

28,48% 24,39% 8,89% 0,85% 95,95% 100,00%

56 890 36 373 10 898 966 215 888 270 805

21,01% 13,43% 4,02% 0,36% 79,72% 100,00%

Tabel 14 - Lopende dossiers per indicatiesteller of attest voor mantel- en thuiszorg

In deze tabel worden de lopende dossiers mantel- en thuiszorg opgenomen5 en de wijze waarop de toekenning is gebeurd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen lopende dossiers, waarbij de beslissing is genomen op basis van een nieuwe indicatiestelling, op basis van een bestaand attest of op basis van een inschaling door het controleorgaan. Indicatiestellingen

Diensten gezinszorg en aanvullende thuiszorg OCMW Diensten maatschappelijk werk Lokale dienstencentra Dienst voor logistieke hulp Totaal indicatiestellingen

Mantel- en thuiszorg 16 451 2 684 109 616 1 38 128 790

%

Mantel- en thuiszorg 6 538 692 20 553 19 946 3 003 5 067 55 799

%

8,61% 1,41% 57,39% 0,00% 0,02% 67,43%

Attesten

Katz-thuisverpleging Katz-verzorgingsinrichting BEL gezinszorg en aanvullende gezinszorg Integratietegemoetkoming en hulp bejaarden Verhoogde Kinderbijslag Kine E-attest Totaal attesten

3,42% 0,36% 10,76% 10,44% 1,57% 2,65% 29,21%

Controleorgaan

Controleorgaan Totaal Controleorgaan

5

Mantel- en thuiszorg 6 418 6 418

% 3,36% 3,36%

In lopende dossiers residentiĂŤle sector is het verblijfsattest het enige mogelijke criterium voor toekenning.

17

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Globaal overzicht Mantel- en thuiszorg 128 790 55 799 6 418 191 007

Indicatiestellingen Attesten Controleorgaan Totaal

% 67,43% 29,21% 3,36% 191 007

Zorgbudget voor mensen met een handicap De cijfers die in de onderstaande tabellen zijn opgenomen, zijn de cijfers op 31 december 2019.

Tabel 15 - Aantal leden met zorgbudget handicap per bron attest

In deze tabel zijn de personen met een aansluiting bij een zorgkas opgenomen, die een zorgbudget handicap hebben6. Uitleg: - VAPH: CRZ: Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – Centrale Registratie Zorgvragen - Overstap: vrijwillige overstap van niet rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH naar een zorgbudget voor mensen met een handicap - ITP: Intersectorale Toegangspoort van het Agentschap Jongerenwelzijn VKB: verhoogde kinderbijslag - IT: integratietegemoetkoming - VAPH: PG1_PG2: Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, personen in prioriteitengroep 1 of 2 met een aanvraag vóór 16 oktober 2017 Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

6

VAPH: CRZ

Overstap

2 735 122 1 174 249 371 345 4 996

247 24 102 36 75 42 526

ITP 1 010 93 544 108 310 187 2 252

VKB

IT 2 147 167 1 972 247 796 649 5 978

635 47 522 104 227 131 1 666

VAPH: PG1_PG2 358 18 215 49 93 46 779

Totaal 7 132 471 4 529 793 1 872 1 400 16 197

% 44,03% 2,91% 27,96% 4,90% 11,56% 8,64% 100,00%

We verwijzen naar punt 2.2 voor meer uitleg over de verschillende groepen

18

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 16 - Aantal leden met zorgbudget handicap - per leeftijdcategorie

180 280 380 480 580 680 Totaal %

0 - 18 2 782 222 2 197 302 964 745 7 212 44,53%

19 - 25 1 396 114 944 194 432 252 3 332 20,57%

26 - 44 1 358 79 788 135 276 297 2 933 18,11%

45 - 64 1 088 40 461 123 147 86 1 945 12,01%

65 plus 508 16 139 39 53 20 775 4,78%

Totaal 7 132 471 4 529 793 1 872 1 400 16 197 100,00%

% 44,03% 2,91% 27,96% 4,90% 11,56% 8,64% 100,00% 100,00%

Tabel 17 - Aantal leden met zorgbudget handicap â&#x20AC;&#x201C; met statuut VT

Van het aantal leden met een zorgbudget voor mensen met een handicap, heeft ongeveer 35% recht op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Dat is beduidend meer dan het percentage VT bij alle aangesloten leden VSB (14,25%). Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal %

VT: Ja 2 580 312 1 060 237 1 208 263 5 660 34,94%

VT: Nee 4 552 159 3 469 556 664 1 137 10 537 65,06%

Totaal 7 132 471 4 529 793 1 872 1 400 16 197 100,00%

% 44,03% 2,91% 27,96% 4,90% 11,56% 8,64% 100,00% 100,00%

Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Tabel 18 - Aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen per zorgkas per categorie zelfredzaamheid

Deze tabel geeft het aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen weer per categorie van vermindering van de zelfredzaamheid. Hoe hoger de categorie, hoe minder zelfredzaam de persoon is. Drie op de vier personen bevinden zich in de tweede of de derde categorie. Categorie I 180 280 380 480 580 680 Totaal %

Categorie II

Categorie III

24 475 1 200 11 089 3 612 1 786 1 344 43 506 43%

20 212 986 8 827 2 624 1 563 1 096 35 308 35%

4 217 267 2 268 719 413 467 8 351 8%

Categorie IV 5 805 230 2 463 713 496 338 10 045 10%

Categorie V 2 761 108 1 139 291 237 147 4 683 5%

Totaal 57 470 2 791 25 786 7 959 4 495 3 392 101 893

19

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 19 - Aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen per zorgkas met statuut VT

Van het aantal leden met een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood heeft ongeveer 90% recht op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Dat is ook logisch aangezien het zorgbudget ouderen inkomensgerelateerd is. VT: Ja 180 280 380 480 580 680 Totaal Totaal %

VT: Nee 52 177 2 458 22 593 7 118 3 973 2 909 91 228 90%

Totaal 57 470 2 791 25 786 7 959 4 495 3 392 101 893

5 293 333 3 193 841 522 483 10 665 10%

% 56% 3% 25% 8% 4% 3%

Tabel 20 - Aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen per leeftijd per categorie zelfredzaamheid

Deze tabel geeft het aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen weer per leeftijd en per categorie van vermindering van de zelfredzaamheid. Het zorgbudget ouderen kan pas aangevraagd worden vanaf de leeftijd van 65 jaar. Is men jonger dan 65 jaar, dan moet men een integratietegemoetkoming aanvragen. 73 % is ouder dan 80 jaar.

65 - 79 jaar

>= 80 jaar

Totaal Totaal %

Categorie I 680

Categorie II 1 684

Categorie III 980

Categorie IV 206

Categorie V 110

70 – 74 75 – 79 Totaal 80 – 84

1 407 1 722 3 809 2 153

4 157 6 348 12 189 10 755

2 648 4 321 7 949 8 040

665 1 172 2 043 2 347

85 – 89 90 - 94 95 – 99 >= 100 Totaal

1 677 585 117 10 4 542 8 784 8%

12 147 6 709 1 589 117 31 317 8 351 8%

10 171 6 660 2 270 218 27 359 43 506 43%

2 763 2 112 706 74 8 002 35 308 35%

65 – 69

Totaal

%

3 660

4%

320 583 1 013 1 063

9 197 14 146 27 003 24 358

9% 14% 27% 24%

1 314 899 342 52 3 670 10 045 10%

28 072 16 965 5 024 471 74 890 4 683 5%

28% 17% 5% 0% 73% 101 893

20

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 21 - Aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen per categorie gezinssamenstelling per categorie zelfredzaamheid

Deze tabel geeft het aantal lopende dossiers zorgbudget ouderen weer per categorie van gezinssamenstelling en per categorie van zelfredzaamheid. Tot de gezinscategorie B behoren de zorgbehoevenden die: - ofwel een gezin vormen met een persoon die op hetzelfde adres woont en die geen bloed- of aanverwant is in de eerste, tweede of derde graad. Meestal gaat het hier om de echtgenoot, echtgenote of partner van de zorgbehoevende; - ofwel een kind ten laste hebben. De gezinscategorie A bestaat uit de personen die niet behoren tot categorie B. Meestal gaat het om alleenstaanden of om ouderen die met familie samenwonen, evenwel zonder een kind ten laste te hebben. 76% van de dossiers zorgbudget ouderen behoort tot de gezinscategorie A.

Gezinscategorie A Gezinscategorie B Totaal Totaal %

Categorie I 6 257 2 094 8 351 8%

Categorie II 32 518 10 988 43 506 43%

Categorie III 26 804 8 504 35 308 35%

Categorie IV 7 886 2 159 10 045 10%

Categorie V 3 782 901 4 683 5%

Totaal

%

77 247 24 646 101 893

76% 24%

Tabel 22 - Gemiddelde uitbetaalde zorgbudget ouderen-bedrag per categorie zelfredzaamheid

Deze tabel geeft het gemiddelde zorgbudget ouderen weer dat uitbetaald wordt per categorie van zelfredzaamheid. Het gemiddeld uitbetaald bedrag over alle categorieën heen bedraagt in 2019 274,62 euro.

Categorie I Categorie II Categorie III Categorie IV Categorie V Totaal

Gemiddelde zorgbudget ouderenbedrag € 75,83 € 253,08 € 301,86 € 356,40 € 448,30 € 274,62

21

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Combinatie van de drie zorgbudgetten Tabel 23 - Aantal personen met vergoeding zorgbudget zorgbehoevenden/zorgbudget handicap/zorgbudget ouderen per zorgkas

Deze tabel geeft weer wie recht heeft op ĂŠĂŠn of verschillende zorgbudgetten. In totaal ontvangen 304.000 personen minstens 1 zorgbudget. Verder valt op dat ongeveer 76% (77.884/101.873 = 76,5%) van de personen met een zorgbudget ouderen ook een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden heeft. Dit percentage wordt berekend door 77.778 personen met zorgbudget zorgbehoevenden en zorgbudget ouderen te vermeerderen met 106 personen die de drie zorgbudgetten samen krijgen (beide cijfers zijn terug te vinden in tabel 23). Dit levert een totaal op van 77.884. Dit aantal wordt gedeeld door het aantal lopende dossiers met een zorgbudget ouderen, 101.873 personen (dit cijfer is terug te vinden in tabel 18). Slechts een zeer kleine groep krijgt de drie zorgbudgetten samen. Enkel Zorgbudget zorgbehoevenden

180 280 380 480 580 680 Totaal

98 845 5 310 43 903 15 295 15 096 8 051 186 500

180 280 380 480 580 680 Totaal

Zorgbudget handicap + zorgbudget ouderen 13 1 1 0 2 0 17

Enkel Zorgbudget ouderen

Enkel Zorgbudget handicap

14 222 695 5 446 1 472 943 1 211 23 989

4 265 302 2 465 409 1 120 988 9 549

Drie zorgbudgetten samen

Zorgbudget zorgbehoevenden + zorgbudget ouderen 43 170 2 091 20 316 6 480 3 544 2 177 77 778

Totaal

64 4 23 7 6 2 106

163 320 8 565 74 171 24 038 21 438 12 814 304 346

Zorgbudget zorgbehoevenden + zorgbudget handicap 2 741 162 2 017 375 727 385 6 407

%

53,64% 2,81% 24,36% 7,90% 7,04% 4,21% 100%

Mobiliteitshulpmiddelen Tabel 24 - Aantal verkopen van mobiliteitshulpmiddelen afgeleverd in het jaar 2019 per zorgkas

Deze tabel geeft het aantal aangekochte mobiliteitshulpmiddelen weer die binnen de Vlaamse sociale bescherming afgeleverd zijn in de loop van 2019. In totaal gaat het om 47.515 mobiliteitshulpmiddelen. Het gaat hier om de aantallen in verkoop, voor de aantallen in verhuur verwijzen we naar tabel 28 en volgende. De aankoop van loophulpmiddelen maakt 66% uit van alle aankopen mobiliteitshulpmiddelen, manuele rolstoelen volgt op afstand met een kleine 18%. 22

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Loophulpmiddel 180 280 380 480 580 680 Totaal

17.881 877 6.883 2.248 2.353 1.143 31.385 Stasysteem

180 280 380 480 580 680 Totaal

17 4 2 3 3 29

Manuele rolstoel Elektronische Elektronische Driewielfiets rolstoel scooter 4.229 183 1.195 297 238 13 119 20 2.340 105 834 191 594 37 205 47 675 50 226 64 413 19 175 37 8.489 407 2.754 656

AD kussen Totaal Forfaitaire tegemoetkoming 321 1.773 9 77 39 805 11 273 13 309 16 149 409 3.386

Aandeel zorgkas 25.896 1.353 11.201 3.417 3.693 1.955 47.515

54,50% 2,85% 23,57% 7,19% 7,77% 4,11% 100,00%

Tabel 25 - Aantal verkopen van mobiliteitshulpmiddelen afgeleverd in het jaar 2019 - opgesplitst tussen personen met en zonder verhoogde tegemoetkoming (VT) Ongeveer 44% van de verkochte mobiliteitshulpmiddelen zijn verkocht aan personen die recht op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering hebben. Loophulpmiddel VT: Ja VT: Nee Totaal

Manuele rolstoel Elektronische Elektronische Driewielfiets rolstoel scooter 13.326 3.802 225 1.425 243 18.059 4.687 182 1.329 413 31.385 8.489 407 2.754 656

Stasysteem VT: Ja VT: Nee Totaal

Forfaitaire AD kussen Totaal tegemoetkoming 8 172 1.769 21 237 1.617 29 409 3.386

Aandeel VT 20.970 26.545 47.515

44,13% 55,87% 100,00%

23

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 26 - Aantal verkopen van mobiliteitshulpmiddelen afgeleverd in het jaar 2019 - opgesplitst tussen de leeftijdscategorie van de personen Een kleine 82% van de verkochte mobiliteitshulpmiddelen zijn verkocht aan personen die ouder zijn dan 65 jaar. De helft van alle verkochte mobiliteitshulpmiddelen wordt verkocht aan personen die ouder zijn dan 80 jaar. Loophulpmiddel

< 26 jaar

26 - 64 jaar

65 - 79 jaar

79+ jaar

0 - 12 jaar 13 - 18 jaar 19 - 25 jaar Totaal 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal 80 - 84 jaar 85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar 99+ jaar Totaal

Totaal

Manuele rolstoel

99 32 16 147 206 2.270 2.476 1.708 3.168 4.631 9.507 7.835 7.538 3.253 600 29 19.255 31.385

Stasysteem

< 26 jaar

26 - 64 jaar

65 - 79 jaar

79+ jaar

0 - 12 jaar 13 - 18 jaar 19 - 25 jaar Totaal 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal 80 - 84 jaar 85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar 99+ jaar Totaal

Totaal

Elektronische rolstoel

482 187 133 802 604 1.863 2.467 799 1.129 1.302 3.230 1.866 91 31 2

20 19 7 46 59 138 197 40 47 35 122 21 19 2

1.990 8.489

42 407

Forfaitaire tegemoetkoming

1 1 15 9 24 2 2 4

29

AD kussen

2 2 4 11 74 85 47 46 51 144 91 59 26

176 409

52 41 51 144 202 601 803 224 297 315 836 500 582 387 125 9 1.603 3.386

Elektronische scooter

Driewielfiets

186 45 26 257 78 169 247 56 41 18 115 17 15 5

5 5 97 794 891 366 403 373 1.142 390 249 67 10 716 2.754

Totaal

37 656

Aandeel leeftijdscategorie

839 326 241 1.406 1.272 5.918 7.190 3.242 5.133 6.725 15.100 10.720 8.553 3.771 737 38 23.819 47.515

1,77% 0,69% 0,51% 2,96% 2,68% 12,46% 15,13% 6,82% 10,80% 14,15% 31,78% 22,56% 18,00% 7,94% 1,55% 0,08% 50,13% 100,00%

24

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 27 - Aantal verkopen van mobiliteitshulpmiddelen afgeleverd in het jaar 2019 - opgesplitst per woonplaats 312 mobiliteitshulpmiddelen zijn binnen de Vlaamse sociale bescherming verkocht aan personen die in Brussel wonen, dit is een aandeel van 0,66%. Inwoners van Brussel die aangesloten zijn bij een zorgkas, kunnen er ook voor kiezen om een beroep te doen op het systeem van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. We zien ook dat er vrijwel geen mobiliteitshulpmiddelen worden verkocht aan personen die in het buitenland wonen.

Vlaanderen

Brussel Wallonië Buitenland

Antwerpen Limburg OostVlaanderen VlaamsBrabant WestVlaanderen Totaal Brussel Totaal Wallonië Totaal Buitenland Totaal

LoophulpManuele Elektronische Elektronische Driewielfiets middel rolstoel rolstoel scooter 8.452 2.329 124 835 186 4.497 1.237 34 474 130 7.003 1.874 115 564 139

Totaal

4.156

1.093

42

234

66

7.101

1.885

88

642

131

31.209 163 163 1 1 12 12 31.385

8.418 70 70

403 4 4

2.749 5 5

652 4 4

1 1 8.489

407

2.754

656

Stasysteem Vlaanderen Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Brussel Brussel Totaal Wallonië Wallonië Totaal Buitenland Buitenland Totaal Totaal

6 6 9 4 4 29

29

Forfaitaire AD kussen Totaal tegemoetkoming 93 828 12.853 94 596 7.068 71 641 10.416 35 490 6.120 116 764 10.731 409 3.319 47.184 66 312 312 66 1 1 1 14 1 14 409 3.386 47.515

Tabel 28 - Lopende verhuur december 2019 - opgesplitst per zorgkas Deze tabel geeft het aantal mobiliteitshulpmiddelen weer die binnen de Vlaamse sociale bescherming zijn verhuurd op 31 december 2019. In totaal gaat het om 37.889 mobiliteitshulpmiddelen. De verhuur aan personen in een woonzorgcentrum maakt 93% uit van alle verhuurde mobiliteitshulpmiddelen, de verhuur aan personen 25

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


ouder dan 85 jaar in de thuissituatie volgt op grote afstand met 6%. Verhuur SDA en tijdelijke huur hebben een zeer klein aandeel.

180 280 380 480 580 680 Totaal

Woonzorgcentr Thuissituatie SDA a 21.096 1.359 867 81 6.783 443 2.739 151 2.560 184 1.237 65 35.282 2.283

Totaal

Tijdelijke huur 121 10 28 10 11 12 192

Aandeel zorgkas

22.641 969 7.272 2.910 2.770 1.327 37.889

65 11 18 10 15 13 132

59,76% 2,56% 19,19% 7,68% 7,31% 3,50% 100,00%

Tabel 29 - Lopende verhuur december 2019 - opgesplitst tussen personen met en zonder verhoogde tegemoetkoming Ongeveer 58% van de verhuurde mobiliteitshulpmiddelen zijn verhuurd aan personen die recht op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering hebben. Dit percentage ligt hoger dan bij verkoop (44%). Woonzorgcentra Thuissituatie VT: Ja VT: Nee Totaal

20.742 14.540 35.282

SDA

1.190 1.093 2.283

Tijdelijke huur 37 155 192

Totaal

33 99 132

Aandeel VT 22.002 58,07% 15.887 41,93% 37.889 100,00%

Tabel 30 - Lopende verhuur december 2019 - opgesplitst tussen de leeftijdscategorie van de personen De verhuur van mobiliteitshulpmiddelen is quasi volledig een zaak van 65+â&#x20AC;&#x2122;ers, het gaat om meer dan 98%. Een kleine 86% wordt verhuurd aan personen die ouder zijn dan 80 jaar. Woonzorgcentra < 26 jaar

26 - 64 jaar

65 - 79 jaar

79+ jaar

0 - 12 jaar 19 - 25 jaar Totaal 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal 80 - 84 jaar 85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar 99+ jaar Totaal

Totaal

Thuissituatie

SDA 1

16 522 538 591 1.379 2.520 4.490 5.996 10.580 9.555 3.765 358 30.254 35.282

4 4 3 5 8 9 1.393 707 155 7 2.271 2.283

1 10 88 98 31 25 21 87 6

6 192

26

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Totaal

Tijdelijke huur < 26 jaar

26 - 64 jaar

65 - 79 jaar

79+ jaar

0 - 12 jaar 19 - 25 jaar Totaal 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal 80 - 84 jaar 85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar 99+ jaar Totaal

Totaal

1 1 8 41 49 17 23 14 54 15 9 3 1 28 132

1 1 2 34 655 689 639 1.440 2.560 4.639 6.026 11.982 10.265 3.921 365 32.559 37.889

Aandeel leeftijdscategorie 0,00% 0,00% 0,01% 0,09% 1,73% 1,82% 1,69% 3,80% 6,76% 12,24% 15,90% 31,62% 27,09% 10,35% 0,96% 85,93% 100,00%

Tabel 31 - Lopende verhuur december 2019 - per woonplaats 207 mobiliteitshulpmiddelen zijn binnen de Vlaamse sociale bescherming verhuurd aan personen die in Brussel wonen, dit is een aandeel van 0,55%. Inwoners van Brussel die aangesloten zijn bij een zorgkas, kunnen er ook voor kiezen om een beroep te doen op het systeem van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. We zien ook dat er zo goed als geen mobiliteitshulpmiddelen worden verhuurd aan personen die in het buitenland wonen.

Vlaanderen

Brussel WalloniĂŤ Buitenland

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Brussel Totaal WalloniĂŤ Totaal Buitenland Totaal

Totaal

Woonzorgcentra Thuissituatie 9.323 4.055 7.884 5.406 8.418 35.086 185 185 2 2 9 9 35.282

SDA 622 308 465 314 562 2.271 12 12

57 23 44 29 30 183 9 9

2.283

192

27

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Totaal

Tijdelijke huur Vlaanderen

Brussel Wallonië Buitenland

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Brussel Totaal Wallonië Totaal Buitenland Totaal

Totaal

63 12 31 14 11 131 1 1

132

10.065 4.398 8.424 5.763 9.021 37.671 207 207 2 2 9 9 37.889

Residentiële ouderenzorg Tabel 32 - Aantal bewoners/gebruikers per afhankelijkheidscategorie

Op 31 december 2019 verbleven 84.282 VSB-leden in de erkende capaciteit van de Vlaamse residentiële ouderenzorgvoorzieningen. In een woonzorgcentrum (WZC) kan een bewoner in een woongelegenheid zonder bijkomende erkenning (ROB-woongelegenheid) of een woongelegenheid met een bijkomende erkenning (RVTwoongelegenheid) verblijven. Voor een Centrum voor Kortverblijf (CVK) is er maar één soort woongelegenheid. Voor een Centrum voor Dagverzorging (CDV) is er, afhankelijk van de aard van de erkenning, een onderscheid tussen een “gewoon” CDV en CDV voor palliatieve verzorging (CDV-p). Tabel 32 toont de verdeling van de bewoners/gebruikers volgens hun afhankelijkheidscategorie en uitgesplitst per type voorziening en woongelegenheid. De meeste bewoners van WZC’s en CVK’s hebben een afhankelijkheidscategorie B (26.890) en Cd (25.433). In de woonzorgcentra zijn ongeveer dubbel zoveel bewoners opgenomen in een woongelegenheid met bijkomende erkenning dan in een woongelegenheid zonder bijkomende erkenning. Zowel de verhoudingen tussen de verschillende afhankelijkheidscategorieën als de verdeling tussen de types woongelegenheden geven aan dat een groot deel van de bewoners in woonzorgcentra zwaar zorgbehoevend is. De lege cellen zijn combinaties woongelegenheid-en afhankelijkheidscategorie die niet zijn toegestaan.

28

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


WZC

CVK

CDV

CDV_p Totaal

O A B C Cd D F Fd Fp Totaal

Bijkomende erkenning Totaal Totaal Totaal Totaal Neen Ja 5.189 5.189 222 8.972 8.972 443 2.535 23.430 25.965 925 1.724 7.599 9.323 275 6.296 18.931 25.227 206 2.981 2.981 56 915 1.677 1.808 27.697

49.960

77.657

2.127

98 98

4.400

%

5.411 9.415 26.890 9.598 25.433 3.952 1.677 1.808 98 84.282

6% 11% 32% 11% 30% 5% 2% 2% 0% 100%

Tabel 33 - Aantal bewoners/gebruikers per zorgkas

Tabel 33 toont een overzicht van het aantal bewoners/gebruikers per zorgkas, uitgesplitst volgens type woongelegenheid. De meeste bewoners/gebruikers zijn aangesloten bij de CM zorgkas (59%), gevolgd door de socialistische zorgkas (20%). De liberale en de onafhankelijke zorgkas hebben elk 8% van de leden, 4% is aangesloten bij de Vlaamse zorgkas en 3% bij de neutrale zorgkas. WZC

CVK

CDV

CDV_p

Totaal

Totaal

Totaal % Bijkomende erkenning Neen Ja 180 - CM zorgkas 15.935 29.295 280 - Neutrale zorgkas 726 1.278 380 - Socialistische zorgkas 5.554 9.950 480 - Liberale zorgkas 2.052 3.841 580 - Onafhankelijke zorgkas 2.302 3.759 680 - Vlaamse zorgkas 1.128 1.837 Totaal 27.697 49.960

Totaal Totaal 45.230 2.004 15.504 5.893 6.061 2.965 77.657

1.303 63 387 161 143 70 2.127

2.772 104 795 275 317 137 4.400

43 49.348 59% 5 2.176 3% 12 16.698 20% 7 6.336 8% 11 6.532 8% 20 3.192 4% 98 84.282 100%

Tabel 34 - Aantal bewoners/gebruikers per leeftijdscategorie

Tabel 34 toont de verdeling van de bewoners/gebruikers van ouderenvoorzieningen per leeftijd en per type woongelegenheid/verblijfseenheid. Meer dan 80% de bewoners/gebruikers van ouderenvoorzieningen zijn 80 jaar of ouder. Slechts 2,48 % is jonger dan 65 jaar.

29

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


WZC

CVK

CDV

CDV_p Totaal %

26 - 64 jaar 26 - 44 jaar 45 - 64 jaar Totaal 65 - 79 jaar 65 - 69 jaar 70 - 74 jaar 75 - 79 jaar Totaal >= 80 jaar 80 - 84 jaar 85 - 89 jaar 90 - 94 jaar 95 - 99 jaar >= 100 jaar Totaal Totaal

Bijkomende erkenning Neen Ja 9 24 672 990 681 1.014 773 1.103 1.322 2.208 2.300 4.083 4.395 7.394 5.211 9.012 8.281 14.853 6.698 12.551 2.250 4.669 181 467 22.621 41.552 27.697 49.960

Totaal Totaal Totaal Totaal 33 1.662 1.695 1.876 3.530 6.383 11.789 14.223 23.134 19.249 6.919 648 64.173 77.657

2 62 64 64 137 226 427 475 630 409 116 6 1.636 2.127

14 278 292 266 521 720 1.507 1.163 946 406 76 7 2.598 4.400

3 37 40 9 13 10 32 11 8 7

26 98

52 2.039 2.091 2.215 4.201 7.339 13.755 15.872 24.718 20.071 7.111 661 68.433 84.282

0,06% 2,42% 2,48% 2,63% 4,98% 8,71% 16,32% 18,83% 29,33% 23,81% 8,44% 0,78% 81,20% 100,00%

Tabel 35 - Aantal bewoners per regio (woonplaats bewoner)

In tabel 35 wordt het aantal bewoners/gebruikers van ouderenvoorzieningen weergegeven volgens woonplaats. De woonplaats van een bewoner is het adres waarop deze gedomicilieerd is. Voor sommige bewoners is dit identiek aan het adres van de ouderenvoorziening, al is dit zeker niet het geval voor alle bewoners. Voor regio Vlaanderen wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende provincies, de overige Belgische regio’s worden geaggregeerd op gewest-niveau. De overgrote meerderheid (99%) van de bewoners van Vlaamse ouderenvoorzieningen zijn woonachtig in Vlaanderen. Een klein aandeel woont in Brussel (776) en Wallonië (81). Daarnaast hebben 34 bewoners een woonplaats in het buitenland. WZC

CVK

CDV

CDV_p Totaal

Bijkomende erkenning Totaal Totaal Totaal Totaal Neen Ja Vlaanderen Antwerpen 7.786 12.866 20.652 484 770 28 Limburg 3.406 5.330 8.736 244 528 Vlaams-Brabant 6.460 12.043 18.503 549 967 Oost-Vlaanderen 4.742 7.958 12.700 306 515 17 West-Vlaanderen 4.868 11.418 16.286 518 1.538 39 Totaal 27.262 49.615 76.877 2.101 4.318 84 Brussel Brussel 393 285 678 15 71 14 Totaal 393 285 678 15 71 14 Wallonië Wallonië 30 38 68 8 9 Totaal 30 38 68 8 9 Buitenland Buitenland 10 21 31 3 2 Totaal 10 21 31 3 2 Onbekend Onbekend 2 1 3 Totaal 2 1 3 Totaal 27.624 49.960 77.657 2.127 4.400 98

21.934 26,02% 9.508 11,28% 20.019 23,75% 13.538 16,06% 18.381 21,81% 83.380 98,93% 778 0,92% 778 0,92% 85 0,10% 85 0,10% 36 0,04% 36 0,04% 3 0,00% 3 0,00% 84.282 100,00% 30

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019

%


Tabel 36 - Aantal bewoners per geslacht

Tabel 36 toont de verdeling volgens geslacht in de verschillende types woongelegenheid. Er verblijven aanzienlijk meer vrouwen (72%) in de Vlaamse ouderenvoorzieningen dan mannen (28%). WZC

CVK

CDV

CDV_p

Totaal

Totaal

Totaal %

Geslacht: man Geslacht: vrouw Totaal

Bijkomende erkenning Neen Ja 8.142 12.838 19.555 37.122 27.697 49.960

Totaal Totaal 20.980 56.677 77.657

674 1.453 2.127

49 23.549 28% 49 60.733 72% 98 84.282 100%

1.846 2.554 4.400

Tabel 37 - Aantal bewoners per VT

Tabel 37 toont dat meer dan de helft (54%) van de bewoners/gebruikers van ouderenvoorzieningen recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming.

WZC

CVK

CDV

CDV_p Totaal

Verhoogde tegemoetkoming Geen verhoogde Totaal

Bijkomende erkenning Totaal Totaal Totaal Totaal Neen Ja 14.202 28.271 42.473 1.020 2.091 39 13.495 21.689 35.184 1.107 2.309 59 27.697 49.960 77.657 2.127 4.400 98

45.623 54% 38.659 46% 84.282 100%

Tabel 38 â&#x20AC;&#x201C; Aantal bewoners

Deze tabel geeft het aantal bewoners weer. Aantal bewoners WZC

DVC

CVK

2019 ROB RVT Totaal DVC DVC_P Totaal CVK Totaal

27 697 49 960 77 657 4 400 98 4 498 2 127 2 127 84 282

Totaal

31

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019

%


Tabel 39 - Aantal bewoners niet Belgisch sociaal verzekerd

Deze tabel geeft weer hoeveel gebruikers van de voorzieningen er sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de EU of de EER dan België op 31 december 2019. WZC Bijkomende Neen 97 10 107

Wonen (gedomicilieerd) in Vlaanderen Wonen (gedomicilieerd) in buitenland Totaal

Ja 153 21 174

Totaal

CVK Totaal

250 31 281

10 1 11

CDV Totaal

CDV_p Totaal

Totaal

1

21 2 23

282 34 316

Tabel 40 - Aantal voorzieningen per sector Naargelang het juridisch statuut van de initiatiefnemer kunnen 3 categorieën ouderenvoorzieningen worden onderscheden: commercieel, openbaar en VZW. 32 toont de verdeling volgens sector voor ouderenvoorzieningen met opname op 31 december 2019. Hieruit blijkt dat meer dan helft (57%) van de ouderenvoorzieningen VZW’s zijn, gevolgd door openbare voorzieningen (29%) en commerciële voorzieningen (14%).

WZC

CVK

Commercieel Openbaar VZW Totaal

165 219 428 812

Totaal

DVC 34 157 274 465

4 61 161 226

%

203 437 863 1 503

14% 29% 57% 100%

Tabel 41 - Aantal voorzieningen per regio In tabel 41 wordt het aantal voorzieningen per provincie weergegeven. De meeste voorzieningen bevinden zich in Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. De provincies met lagere inwonersaantallen, Limburg en Vlaams-Brabant, tellen ook minder ouderenvoorzieningen. In Brussel bevinden zich 13 ouderenvoorzieningen die gesubsidieerd worden door Vlaanderen.

WZC Vlaanderen

Brussel

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Brussel Totaal

Totaal

CVK 208 100 197 136 163 804 8 8 812

Totaal

DVC 110 54 118 69 112 463 2 2 465

46 30 51 30 66 223 3 3 226

% 364 184 366 235 341 1 490 13 13 1 503

24% 12% 24% 16% 23% 99% 1% 1% 100%

32

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tabel 42 - Aantal erkende entiteiten per sector Een entiteit is een koepelterm voor zowel een woongelegenheid in een woonzorgcentrum als een verblijfseenheid in een centrum voor kortverblijf of in een centrum voor dagverzorging. Ouderenvoorzieningen kunnen enkel tegemoetkomingen voor zorg aanvragen voor bewoners/gebruikers die werden opgenomen binnen de erkende capaciteit van de ouderenvoorziening. Op 31 december 2019 waren er 81.208 erkende woongelegenheden in de woonzorgcentra, 2.380 erkende verblijfseenheden in de centra voor kortverblijf en 2.365 erkende verblijfseenheden in de centra voor dagverzorging.

WZC Commercieel Openbaar VZW Totaal

14 700 24 347 42 161 81 208

CVK

Totaal

DVC 195 627 1 558 2 380

20 645 1 700 2 365

14 915 25 619 45 419 85 953

% 17% 30% 53% 100%

Tabel 43 – Erkende opvang per regio Tabel 43 geeft weer hoeveel personen per provincie kunnen opgevangen worden in Vlaamse ouderenvoorzieningen. De onderlinge verdeling tussen de regio’s is vergelijkbaar met het aantal voorzieningen per regio.

Erkende opvang per regio

Vlaanderen

Brussel

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Brussel Totaal

Totaal

WZC CVK DVC Totaal % 22 052 609 456 23 117 27% 9 156 268 318 9 742 11% 18 844 598 517 19 959 23% 13 583 340 270 14 193 17% 16 699 552 768 18 019 21% 80 334 2 367 2 329 85 030 99% 874 13 36 923 1% 874 13 36 923 1% 81 208 2 380 2 365 85 953 100%

Tabel 44 – Percentage woongelegenheden (WZC/CVK)

De bezettingsgraad wordt berekend door het aantal aangemelde opnames op 31 december 2019 te vergelijken met het aantal erkende woongelegenheden van een voorziening op diezelfde datum. Tabel 44Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. geeft aan dat in de woonzorgcentra 95,75% van de erkende woongelegenheden zijn ingenomen, voor CVK’s is dit gemiddeld 89,97%. Belangrijk is hierbij op te merken dat deze cijfers geen gemiddelden zijn voor het jaar 2019, maar een momentopname is van de situatie op 31 december 2019. Deze cijfers werden berekend op basis van de opnames op 31/12/2019 waarvoor een tegemoetkoming voor zorg kan gefactureerd worden

33

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


WZC

CVK

Aantal bewoners

77 657

2 127

Aantal erkende woongelegenheden

81 208

2 380

% erkende woongelegenheden

95,63%

89,37%

Tabel 45 – Aantal bewoners die niet Belgisch sociaal verzekerd zijn

Tabel 45 geeft weer hoeveel personen die niet Belgisch sociaal verzekerd zijn, verblijven in een Vlaams erkend woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of dagverzorgingscentrum. Het gaat om de toestand op 31 december. Het criterium woonplaats geeft aan waar de bewoner gedomicilieerd is, dus zijn officiële woonplaats heeft. Deze personen zijn normaal gezien verzekerd in een andere lidstaat van de Europese Unie (of Europese Economische ruimte of in Zwitserland). Woonplaats

WZC

Vlaanderen of Brussel Buiten Vlaanderen of Totaal

CVK 250 31 281

DVC 10 1 11

totaal 22 2 24

282 34 316

1.7 SUBSIDIËRING VAN DE ZORGKASSEN Algemene principes De zorgkassen ontvangen een subsidie voor de diverse tegemoetkomingen en een subsidie voor werkingskosten. Daarnaast ontvangen zij ook een subsidie voor het uitbetalen van de gemachtigde indicatiestellers. Voor de VZW Vlaamse Zorgkas geldt een aparte subsidieregeling, waarvan de regels zijn vastgelegd in de beheersovereenkomst tussen de VZW Vlaamse Zorgkas en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming.

De subsidie voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming subsidieert de zorgkassen voor het uitbetalen van het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Deze subsidie bedroeg 382,4 miljoen in 2018 en in 2019 is de subsidie opgelopen tot 392,9 miljoen euro. Dat is een stijging met 2,75%. In hoofdstuk 3, punt 2.1. wordt dieper ingegaan op de subsidiëring van het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden voor het jaar 2019.

34

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De subsidie voor het zorgbudget voor mensen met een handicap Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming subsidieert de zorgkassen voor het uitbetalen van het zorgbudget voor mensen met een handicap. Deze subsidie bedroeg 54,74 miljoen in 2018 en in 2019 is de subsidie opgelopen tot 60,08 miljoen euro. Dat is een stijging met 9,76 %. In hoofdstuk 3, punt 2.2. wordt dieper ingegaan op de subsidiëring van het zorgbudget voor mensen met een handicap voor het jaar 2019.

De subsidie voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming subsidieert de zorgkassen voor het uitbetalen van het zorgbudget voor mensen met een zorgnood. Deze subsidie bedroeg 345,72 miljoen in 2019. In 2018 werd 359,05 miljoen voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood uitbetaald. Dat is een daling met 3,71 %. In hoofdstuk 3, punt 2.3. wordt dieper ingegaan op de subsidiëring van het zorgbudget voor mensen met een zorgnood voor het jaar 2019.

De subsidie voor mobiliteitshulpmiddelen De subsidie van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming bedroeg in 2019 66,704 mio euro.

De subsidie voor residentiële ouderenzorg De residentiële ouderenzorg bestaat uit de woonzorgcentra (WZC), de centra voor kortverblijf (CVK) en de centra voor dagverzorging (CDV). Bij de centra voor dagverzorging wordt een onderscheid gemaakt tussen de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor zorgafhankelijke personen en de centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor personen met een ernstige ziekte. De tegemoetkoming wordt via een derdebetalersregeling door de zorgkas van de gebruiker rechtstreeks uitbetaald aan de ouderenvoorziening. In de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit: • de basistegemoetkoming voor zorg; • de tegemoetkoming in de gesolidariseerde kosten van het incontinentiemateriaal. In de centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit: • de basistegemoetkoming voor zorg in een centrum voor dagverzorging; • de tegemoetkoming in de reiskosten naar het centrum voor dagverzorging. De totale geboekte uitgaven voor de tegemoetkoming voor residentiële zorg bedroegen voor 2019 1.896,8 miljoen euro. Daarvoor waren in 2019 84.282 gebruikers met een tegemoetkoming voor residentiële zorg.

35

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De subsidie voor werkingskosten voor het ledenbeheer en het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Deze subsidie voor werkingskosten is een forfaitair bedrag dat jaarlijks wordt geïndexeerd. De nietloon component is in 2019 - conform de begrotingsinstructies - opnieuw niet geïndexeerd. Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het aantal leden en het aantal personen dat een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden ontvangt. Voor het jaar 2019 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 9.067.965 euro.

De subsidie voor werkingskosten zorgbudget voor mensen met een handicap Deze subsidie voor werkingskosten is een forfaitair bedrag dat jaarlijks wordt geïndexeerd. De nietloon component is in 2019 - conform de begrotingsinstructies - echter niet geïndexeerd. Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het percentage personen met een zorgbudget voor mensen met een handicap per zorgkas ten opzichte van het totaal aantal personen met een zorgbudget bij alle erkende zorgkassen. Voor het jaar 2019 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 402.004 euro.

De subsidie voor werkingskosten zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Deze subsidie voor werkingskosten is een forfaitair bedrag dat jaarlijks wordt geïndexeerd. De nietloon component is in 2019 - conform de begrotingsinstructies - echter niet geïndexeerd. Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het percentage personen met een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood per zorgkas ten opzichte van het totaal aantal personen met een zorgbudget bij alle erkende zorgkassen. Voor het jaar 2019 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 3.326.913 euro.

De subsidie voor indicatiestellingen voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Om in aanmerking te komen voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden bij mantel- en thuiszorg moet de gebruiker aantonen dat hij zwaar zorgbehoevend is. De zorgbehoevendheid kan aangetoond worden aan de hand van een indicatiestelling met de BEL-profielschaal. Hiervoor wordt een beroep gedaan op gemachtigde indicatiestellers, tenzij de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg al een BEL-foto hadden afgenomen. De zorgkassen betalen aan de gemachtigde indicatiestellers een vergoeding uit van 75 euro per uitgevoerde indicatiestelling. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming betaalt deze vergoeding volledig terug aan de zorgkassen via de subsidie voor indicatiestellingen. De zorgkassen bezorgen aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming maandelijks een overzicht van de uitbetaalde indicatiestellingen. In 2019 heeft het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming aan de zorgkassen 5,34 miljoen euro uitbetaald voor de vergoeding van indicatiestellingen. In 2018 was dit 5,42 miljoen euro. De minderuitgave van 0,1 miljoen euro is het gevolg van een gedeeltelijk latere facturatie door de zorgkassen.

36

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De subsidie voor indicatiestellingen voor het zorgbudget ouderen De FOD Sociale Zekerheid blijft voor het zorgbudget ouderen instaan voor het uitvoeren van indicatiestellingen op basis van de medisch â&#x20AC;&#x201C; sociale schaal. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming heeft hiervoor 2,07 miljoen euro in 2019 aan de FOD Sociale Zekerheid betaald.

De subsidie voor werkingskosten voor de mobiliteitshulpmiddelen Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het percentage personen met een dossier mobiliteitshulpmiddelen per zorgkas ten opzichte van het totaal aantal personen met een dossier mobiliteitshulpmiddelen bij alle erkende zorgkassen. Onder dossier mobiliteitshulpmiddelen wordt verstaan: - ofwel, een dossier van een zorgbehoevende met een of meerdere aanvragen voor de aankoop van een mobiliteitshulpmiddel in het voorgaande kalenderjaar. In afwijking hiervan worden voor 2019 de dossiers in de periode van 1 januari tot 31 juli 2019 in rekening gebracht; - ofwel, een dossier van een zorgbehoevende met een tegemoetkoming in de vorm van periodieke huurforfaits voor een mobiliteitshulpmiddel waarvan de termijn voor tegemoetkomingen nog niet verstreken is op 31 december van het voorgaande kalenderjaar. In afwijking hiervan mag voor het jaar 2019 de termijn niet verstreken zijn op 31 juli 2019. Voor het jaar 2019 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 7.584.694 euro. Daarnaast is onder de zorgkassen voor het jaar 2019 uitzonderlijk een bijkomende subsidie voor werkingskosten voor de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen verdeeld van 1.516.939 euro.

De subsidie voor werkingskosten voor de residentiĂŤle ouderenvoorzieningen Het bedrag wordt verdeeld onder de erkende zorgkassen op basis van het percentage personen met een tegemoetkoming voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf of dagverzorgingscentra per zorgkas ten opzichte van het totaal aantal personen met een tegemoetkoming voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf of dagverzorgingscentra bij alle erkende zorgkassen. Het gaat om het percentage personen met een tegemoetkoming voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf of dagverzorgingscentra op 31 december van het voorgaande jaar, behalve voor het jaar 2019 waar het om het percentage personen op 31 juli 2019 gaat. Voor het jaar 2019 bedraagt de forfaitaire jaarlijkse subsidie voor werkingskosten 7.444.910 euro. Daarnaast is onder de zorgkassen voor het jaar 2019 uitzonderlijk een bijkomende subsidie voor werkingskosten voor de tegemoetkomingen voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf of dagverzorgingscentra verdeeld van 1.488.982 euro.

37

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


1.8 VERWERKING VAN GEGEVENSSTROMEN Voor de uitvoering van het ledenbeheer en de zorgbudgetten zijn er gegevensstromen tussen het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming en volgende actoren: - de zorgkassen; - het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH); - het controleorgaan Mediwe; - de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg; - het Agentschap Jongerenwelzijn; - de FOD Sociale Zekerheid. Via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) zijn er gegevensstromen tussen het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming en volgende actoren: - rijksregister - ziekenfondsen - Federale Pensioendienst - FOD FinanciĂŤn - FOD Sociale Zekerheid Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming bezorgt via de KSZ gegevensstromen met de personen die recht hebben op een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood aan actoren die op basis van dit recht een sociaal voordeel toekennen. Het gaat hierbij om: - de ziekenfondsen - de Lijn - de gas- en elektriciteitsmaatschappijen - de watermaatschappijen en de Vlaamse milieumaatschappij (vanaf 2018)

Verzamelen en analyseren van gegevens Voor de ledengegevens werden de resultaten verkregen via het Digitaal Platform VSB. Voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, inclusief de indicatiestellingen met de BEL-schaal, bezorgt elke zorgkas periodiek aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming een bestand. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming voegt deze bestanden samen tot een centraal bestand voor de dossiers zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden en een centraal bestand voor indicatiestellingen. De gegevens van het zorgbudget voor mensen met een handicap zijn opgenomen in een centrale applicatie (eBOB) binnen het Digitaal Platform VSB. Het VAPH, Jongerenwelzijn en de FOD Sociale Zekerheid leveren de gegevens aan voor de doelgroepen die een zorgbudget voor mensen met een handicap ontvangen. Via het Digitaal Platform worden deze gegevens verspreid naar de zorgkassen, en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. De gegevens van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood worden ook in een centrale applicatie (eTHAB) binnen het Digitaal Platform ingevoerd. Burgers voeren een aanvraag in deze applicatie in, waarbij ze bijgestaan worden door een maatschappelijk werker van de dienst maatschappelijk werk van de ziekenfondsen of van een OCMW of een gemeente. De zorgkassen hebben toegang tot de centrale applicatie voor de behandeling van de dossiers. 38

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De gegevens voor een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen worden in een centrale applicatie (eMOHM) ingevoerd. De verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen voeren een aanvraag in. De zorgkassen hebben toegang tot de centrale applicatie voor de behandeling van de dossiers. Ook hebben de Zorgkassencommissie en, de Bijzondere Technische Commissie toegang tot de centrale applicatie eMOHM voor hun taken. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) heeft toegang tot een beperkt deel van de applicatie (enkel de statuspagina, waar het VAPH beslissingen/aanvragen kan consulteren).

De gegevens voor een tegemoetkoming voor residentiĂŤle zorg De gegevens voor een tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of centrum voor dagverzorging worden via de software van de ouderenvoorzieningen verzonden naar de centrale toepassing eWZCfin. De ouderenvoorzieningen sturen de aanmelding van de opname, de indicatiestelling en de digitale facturen op naar eWZCfin. De zorgkassen hebben toegang tot eWZCfin voor de behandeling van de dossiers en het goedkeuren van de facturen. Ook de leden van de Zorgkassencommissie hebben toegang tot de centrale applicatie eWZCfin voor hun taken. De informatie over de opnames en indicatiestellingen wordt via VSBNet en Mycarenet bezorgd aan de zorgkassen en de ziekenfondsen.

Doorgeefluik van gegevens Via bestanden -

-

Maandelijks bezorgt het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming aan de zorgkassen een lijst van indicatiestellers en een lijst van zorgverleners voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden; Tweewekelijks bezorgt het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming aan de zorgkassen bestanden met de resultaten van de controles door het controleorgaan;

Via DP VSB -

-

-

Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgt jaarlijks van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid een bestand dat aangeeft wie recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming in het kader van de ziekteverzekering. Deze gegevens worden dan verder verspreid naar de zorgkassen waar de betrokken personen aangesloten zijn. Op basis van deze informatie kunnen de zorgkassen bepalen welke leden de verlaagde premie moeten betalen. Deze gegevensuitwisseling betekent zowel voor de personen in kwestie als voor de zorgkassen een administratieve vereenvoudiging. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming ontvangt jaarlijks een bestand via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid dat aangeeft wie op basis van de Europese verordening 883/2004 vrijgesteld is voor aansluiting bij de Vlaamse sociale bescherming. Maandelijks bezorgen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg via Vesta en het digitaal platform BEL-scores die recht geven op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden aan de zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming.

39

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


-

-

-

-

-

-

-

De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen maandelijks via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid attesten van de FOD Sociale Zekerheid die recht geven op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Het gaat om scores op de medisch-sociale schaal die gebruikt wordt voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid i.k.v. het onderzoek naar het recht op de verhoogde kinderbijslag, integratietegemoetkoming, inkomensvervangende tegemoetkoming en het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen maandelijks updates van de attesten van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap die recht geven op het zorgbudget voor mensen met een handicap (eerste fase van het zorgbudget voor mensen met een handicap). De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen maandelijks attesten â&#x20AC;&#x153;niet-rechtstreeks toegankelijke hulpâ&#x20AC;? van het VAPH. Het gaat om de personen die gebruik maken van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH. Deze hulp kan niet gecombineerd worden met een zorgbudget voor mensen met een handicap. En sinds 1 januari 2017 ook niet met een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, weliswaar met overgangsmaatregelen. Deze attesten bevatten de vermelding van voltijds verblijf in een minderjarigenvoorziening van het VAPH, of van persoonlijk assistentiebudget toegekend aan minderjarige personen (voordien werden deze gegevens via maandelijkse bestanden overgemaakt aan het Agentschap VSB). Minderjarige personen die voltijds in een VAPH-voorziening verblijven, of die een persoonlijk assistentiebudget ontvangen, mogen deze uitkering of dit verblijf immers niet cumuleren met het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden; De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen attesten van het Agentschap Jongerenwelzijn die recht geven op het zorgbudget voor mensen met een handicap vanaf 1 januari 2017. Er worden hierna maandelijks ook updates bezorgd van deze attesten. De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen attesten van de FOD Sociale Zekerheid die recht geven op het zorgbudget voor mensen met een handicap vanaf 1 september 2017. Er worden hierna maandelijks ook updates bezorgd van deze attesten. De zorgkassen en het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgen maandelijks attesten van de personen die een beroep doen op niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp van het Agentschap Jongerenwelzijn (voordien werden deze gegevens via maandelijkse bestanden overgemaakt aan het Agentschap VSB). Personen die een beroep doen op deze hulp, mogen dit immers niet cumuleren met een zorgbudget voor mensen met een handicap. Sinds 2019 krijgen de zorgkassen attesten van personen die in een Vlaams erkend woonzorgcentrum verblijven of een score C of Cd op de Katz-schaal in een centrum voor kortverblijf hebben die recht geven op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden.

1.9 AANSLUITING EN VRIJSTELLINGEN Wie moet aansluiten Inwoners van Vlaanderen, ouder dan 25 jaar en Belgisch sociaal verzekerd, zijn verplicht om zich aan te sluiten bij de Vlaamse sociale bescherming. Men wordt als inwoner van Vlaanderen beschouwd als men ingeschreven is in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister. Personen die wonen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen op vrijwillige basis aansluiten bij de Vlaamse sociale bescherming.

40

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Ook inkomende grensarbeiders moeten of kunnen aansluiten. Inkomende grensarbeiders zijn verplicht aan te sluiten bij de Vlaamse sociale bescherming, indien zij aan volgende voorwaarden voldoen: - zij zijn ouder dan 25 jaar; - zij wonen niet in België, maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland; - zij zijn sociaal verzekerd in België omwille van tewerkstelling in Vlaanderen. Is de tewerkstelling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dan kunnen inkomende grensarbeiders vrijwillig aansluiten bij de Vlaamse sociale bescherming.

Wie is vrijgesteld Omwille van Europese of internationale regelgeving is een aantal personen vrijgesteld van aansluiting. Het gaat om: •

personen die uit eigen recht of als persoon ten laste sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de EU of de EER dan België, of in Zwitserland, de zogenaamde uitgaande grensarbeiders; Sinds 1 januari 2019 kunnen de personen die sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat vrijwillig bij de Vlaamse sociale bescherming aansluiten. Zij betalen dan de zorgpremie. In dat geval kunnen zij recht hebben op alle tegemoetkomingen van de Vlaamse sociale bescherming.

•

Wensen ze geen zorgpremie te betalen, dan kunnen ze binnen VSB alleen een beroep doen op een tegemoetkoming voor een mobiliteitshulpmiddel of een tegemoetkoming voor een verblijf in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of dagverzorgingscentrum. In dat geval worden ze administratief bij een zorgkas aangesloten op het moment dat ze op deze zorg een beroep willen doen. personen die vrijgesteld zijn krachtens een internationale overeenkomst of Europese regelgeving, bijvoorbeeld EU-ambtenaren en hun personen ten laste, NAVO-personeelsleden, enz.

Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming krijgt jaarlijks een bestand van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid dat aangeeft wie op basis van de Europese verordening 883/2004 vrijgesteld is van aansluiting bij de Vlaamse sociale bescherming. Niet alle vrijgestelden worden via de Kruispuntbank gerapporteerd. Wie niet via de Kruispuntbank gerapporteerd wordt, moet zelf jaarlijks met een attest aantonen dat men vrijgesteld is. Het verwerken van deze attesten vormt een belangrijke administratieve belasting voor het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming.

Zorgpremie De jaarlijkse zorgpremie werd geïndexeerd en bedraagt in 2019 52 euro, in 2018 was dit 51 euro. Voor personen die genieten van een verhoogde tegemoetkoming voor de ziekteverzekering is de premie vastgesteld op 26 euro, hetzelfde bedrag als voor 2018.

41

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


In 2019 waren er 4.096.138 leden die in aanmerking kwamen voor de gewone premie en 680.432 leden die in aanmerking kwamen voor de verminderde premie. In 2019 werd 218,3 miljoen euro premies geïnd.

1.10 ADMINISTRATIEVE GELDBOETE Algemeen principe Wie in Vlaanderen woont en ouder is dan 25 jaar, moet jaarlijks een zorgpremie betalen. Wie twee keer7 zijn premie niet betaalt, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 250 euro (100 euro voor VT’s).

Aantal boetes Er wordt een administratieve geldboete opgelegd aan personen die twee keer de jaarlijkse premie niet of niet volledig betaalden. Vooraleer de boete wordt opgelegd, krijgt een lid nog een laatste kans om zich te regulariseren. Daartoe sturen de zorgkassen een aangetekende brief met uitnodiging om de achterstallige premies alsnog te betalen. Enkel wie niet ingaat op deze laatste aanmaning heeft een boete. Wie de boete betwist, kan een bezwaar indienen bij het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. Hieronder vindt u een tabel met het aantal opgelegde boetes en het aantal ingediende bezwaren. De stijging van het aantal boetes in 2019 is te verklaren door een wijziging in de wetgeving. Een administratieve geldboete wordt nu opgelegd aan personen die twee keer de jaarlijkse premie niet of niet volledig betaalden, voorheen was dit drie keer.

Mailing 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

Boetebrieven

Bezwaren

% bezwaren

16.431 25.429 18.333 16.243 23.544 25.299 61.505

1.469 1.807 1.259 1.000 1.273 1.448 2.994

8,9% 7% 6,87% 6,16% 5,41% 5,72% 4,87%

Geïnd bedrag In 2019 werd op kasbasis een bedrag van 7.466.338 euro geïnd voor achterstallige premies en administratieve geldboetes. Daarvan werd 5.080.177 euro of 68% geïnd via de Vlaamse Belastingsdienst (gerechtsdeurwaarder). Het gaat om boetes die in 2019 en voorgaande jaren werden opgelegd.

7

Tot en met 2018 werd een administratieve geldboete opgelegd aan personen die drie keer de geldboete niet betaald hadden.

42

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


1.11 TEGEMOETKOMINGEN Voorwaarden van administratieve aard Om in aanmerking te komen voor een zorgbudget moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: - aangesloten zijn bij een zorgkas; - de zorgpremies moeten betaald zijn of ze moeten gecompenseerd worden op het zorgbudget. - op het ogenblik van de uitvoering van de tegemoetkoming moet de zorgbehoevende legaal verblijven in een lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland; - de zorgbehoevende moet minstens 5 jaar onafgebroken in Vlaanderen of Brussel wonen of ononderbroken sociaal verzekerd zijn in een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte (of een combinatie van beide) – dit geldt niet voor kinderen die jonger zijn dan 18 jaar; - de zorgbehoevende moet minstens 65 jaar zijn voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. - personen tot 25 jaar kunnen een aanvraag indienen bij een zorgkas naar keuze en hoeven geen premies te betalen

Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Recht

Personen die verblijven in een residentiële voorziening (een erkend woonzorgcentrum, rust- en verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis) kunnen bij hun zorgkas een aanvraag voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden bij residentiële zorg indienen. In Brussel kunnen ook personen die verblijven in voorzieningen die erkend zijn door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of de Franse Gemeenschapscommissie, een aanvraag indienen. Personen die thuis verblijven en zwaar zorgbehoevend zijn, kunnen bij hun zorgkas een aanvraag voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden bij mantel- en thuiszorg indienen. Wie doet de aanvraag

De aanvraag voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden kan gebeuren door de zorgbehoevende zelf of door een vertegenwoordiger.

Datum van uitbetaling Tijdige aanvraag

De zorgbehoevende komt voor een tegemoetkoming in aanmerking vanaf de vierde maand volgend op de maand waarin de aanvraag is gebeurd. Laattijdige aanvraag: de datum van het attest van zorgbehoevendheid of het verblijfsattest valt vóór de datum van de aanvraag

43

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Zorgbehoevende personen die thuis verblijven hebben recht op een tegemoetkoming vanaf het ogenblik waarop hun zorgbehoefte werd vastgesteld. Zorgbehoevende personen die in een erkend woonzorgcentrum, rust- en verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis verblijven, verwerven recht op een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden van zodra ze in de voorziening worden opgenomen. In het geval van een laattijdige aanvraag worden de tegemoetkomingen vanaf de eerste dag van de vijfde maand na de datum van het attest of het verblijf toegekend. Er kunnen maximaal zes maanden tegemoetkomingen retroactief worden uitgekeerd. Aanvraag en palliatief forfait

De zorgbehoevende met een palliatief forfait komt voor een tegemoetkoming in aanmerking vanaf de maand volgend op de maand waarin de aanvraag is gebeurd. Bij een laattijdige aanvraag is het vanaf de maand na datum van het attest. Het palliatief forfait moet wel toegekend zijn vóór de eerste dag van de vierde maand na de aanvraag of na de datum van het attest bij een laattijdige aanvraag. Deze maatregel is ingevoerd op 1 december 2019.

Vereiste attesten

Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming voor residentiële zorg moet men een verblijfsattest voegen dat kan aangevraagd worden bij de residentiële instelling waar men verblijft of het ziekenfonds waarbij men aangesloten is. De aanvraag voor een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg moet vergezeld zijn van een attest dat de graad van zorgbehoevendheid aanduidt. Indien de zorgbehoevende reeds over een attest beschikt dat in aanmerking komt voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, volstaat het dit attest toe te voegen aan de aanvraag. De attesten die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg zijn: • minstens de score B op de Katz-schaal in de thuisverpleging (attest van het ziekenfonds); • minstens de score 35 op de BEL-profielschaal (attest van een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg); • minstens de score 15 op de medisch-sociale schaal die wordt gebruikt voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming of het zorgbudget ouderen (attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid of het ziekenfonds); • minstens de score C op de evaluatieschaal tot staving van de aanvraag tot tegemoetkoming in een centrum voor kortverblijf (attest van het ziekenfonds); • bijkomende kinderbijslag op basis van minstens 18 punten op de medisch-sociale schaal (samengesteld uit de pijlers P1, P2 en P3), (attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid of het ziekenfonds); • een Kine-E-attest in het kader van de verplichte ziekteverzekering. Dit attest mag bij een verlenging van een positieve beslissing voor mantel– en thuiszorg gebruikt worden als de persoon reeds drie jaar over een positieve beslissing op basis van de BEL-schaal (of een ander Kine-Eattest) beschikt (attest van het ziekenfonds). 44

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Indien men nog geen attest heeft dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg, kan de zorgbehoevende aan de zorgkas vragen om een indicatiestelling uit te voeren.

Automatische toekenning

In bepaalde gevallen ontvangt de zwaar zorgbehoevende automatisch het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Een automatische toekenning is mogelijk bij zorgbehoevenden die beschikken over een van de volgende attesten: • minstens de score 35 op de BEL-profielschaal, bij zorgbehoevenden die een beroep doen op een erkende dienst voor gezinszorg of aanvullende thuiszorg, of op een erkende dienst voor logistieke hulp; • minstens de score 15 op de medisch-sociale schaal die wordt gebruikt voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming en de tegemoetkoming hulp aan bejaarden; • bijkomende kinderbijslag op basis van minstens 18 punten op de medisch-sociale schaal (samengesteld uit de pijlers P1, P2 en P3); • minstens de score C op de evaluatieschaal tot staving van de aanvraag tot tegemoetkoming in een Vlaams erkend centrum voor kortverblijf; • verblijfsattest dat aantoont dat de persoon in een Vlaams erkend woonzorgcentrum verblijft De zorgbehoevende heeft recht op een tegemoetkoming vanaf de eerste dag van de vierde maand na de datum waarop de dienst de BEL-schaal heeft afgenomen, of de eerste dag van de vierde maand na de begindatum van het attest. De automatische toekenning van de tegemoetkoming gebeurt op basis van gegevensstromen. Om het dossier te vervolledigen, kan de zorgkas bijkomende gegevens opvragen bij de zorgbehoevende, zoals bijvoorbeeld het rekeningnummer waarop de tegemoetkoming uitbetaald moet worden. Personen die over een ander geldig attest beschikken of die in een psychiatrisch verzorgingstehuis verblijven, moeten wel nog steeds een aanvraag indienen.

Uitvoering van de indicatiestellingen

Indien de aanvrager nog geen attest heeft dat in aanmerking komt voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, zal de zorgkas aan een gemachtigde indicatiesteller vragen om een indicatiestelling uit te voeren. De uitvoering van de indicatiestelling gebeurt bij de zorgbehoevende thuis. Aan de hand van een vragenlijst wordt nagegaan in welke mate iemand zelfstandig in staat is huishoudelijke activiteiten te verrichten, de lichaamsverzorging uit te voeren, sociaal kan fuctioneren en een goede geestelijke gezondheid heeft. Als bijlage 7 wordt de vragenlijst (BEL-foto) toegevoegd die door de indicatiesteller wordt gebruikt om de mate van zorgbehoevendheid te bepalen. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg moet men minstens 35 punten scoren op de BEL-profielschaal.

45

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


In de regio Dendermonde/Sint-Niklaas loopt een pilootproject, waarbij voor de zorgverzekering, de gezinszorg en de woonzorgcentra de BelRAI–screener mag gehanteerd worden als evaluatieinstrument. Voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (de zorgverzekering) betekent dit, dat een score van minstens 13 op de BelRAI–screener of minstens een score van 6 op de onderdelen IADL of ADL recht geeft op een tegemoetkoming zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (zorgverzekering). Met dit pilootproject wordt de brede uitrol van de BelRAI–screener in Vlaanderen in het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (de zorgverzekering) en in de gezinszorg voorbereid.

Controleorgaan

Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming voert controles uit op de indicatiestellingen die worden uitgevoerd door de gemachtigde indicatiestellers op basis van de BEL-profielschaal. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming heeft hiertoe – na een overheidsopdracht - een controleorgaan aangeduid: Mediwe vzw. Mediwe staat in voor de uitvoering van deze controles. Dit controleorgaan controleert jaarlijks via een steekproef 4.000 dossiers met een tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg op basis van de BEL-profielschaal.

Zorgbudget voor mensen met een handicap Recht op het zorgbudget voor mensen met een handicap

De zorgkas kent een zorgbudget voor mensen met een handicap toe aan personen met een handicap die een duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning hebben. Een zorgbudget voor mensen met een handicap wordt toegekend aan meerderjarige personen die in aanmerking komen voor een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, en zowel op 31 december 2014 als op 1 januari 2016 geregistreerd staan op de Centrale Registratie voor Zorgvragen-databank, met een actieve vraag. Het zorgbudget voor mensen met een handicap ook toegekend aan minderjarigen die op 30 juni 2015 met een actieve zorgvraag geregistreerd waren bij de intersectorale toegangspoort voor jongerenwelzijn. Of ze kwamen op diezelfde datum in aanmerking voor een persoonlijk assistentiebudget voor minderjarigen. Het zorgbudget voor mensen met een handicap is verder uitgebreid. Ze is er nu ook voor kinderen en jongeren tot 21 jaar die minstens 12 punten scoren op de schaal voor bijkomende of verhoogde kinderbijslag, en jongeren van 21 tot en met 25 jaar met minstens 12 punten op de medisch-sociale schaal voor de integratietegemoetkoming. Sinds mei 2019 wordt het zorgbudget voor personen met een handicap ook toegekend aan meerderjarige personen met een handicap die met een vraag naar een persoonsvolgend budget bij het VAPH geregistreerd staan in prioriteitengroep 1 of in prioriteitengroep 2, met een aanvraagdatum vóór 16 oktober 2017. Ten slotte is het mogelijk om een zorgbudget voor mensen met een handicap te ontvangen, na een vrijwillige overstap van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH, naar het zorgbudget voor mensen met een handicap. 46

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Het zorgbudget voor mensen met een handicap kan niet gecombineerd worden met: • • • • • • • •

Het persoonsvolgend budget van het VAPH Het persoonlijke assistentiebudget (PAB) Niet-rechtstreeks toegankelijke hulp. Verblijf in een gemeenschapsinstelling erkend door Jongerenwelzijn Een inschrijving in een internaat of internaat permanente openstelling (IPO) van een medischpedagogisch instituut van het Gemeenschapsonderwijs Een verblijf in een residentiële gehandicaptenvoorziening buiten Vlaanderen (in Brussel, Wallonië of het buitenland). Ondersteuning door een ambulante gehandicaptenvoorziening buiten Vlaanderen (in Brussel, Wallonië of het buitenland). Een verblijf in een psychiatrisch verzorgingstehuis.

Beslissing en uitvoering van het zorgbudget voor mensen met een handicap

Bij de eerste groep geldt beslissing voor onbepaalde duur. Bij de tweede groep geldt de positieve beslissing tot de leeftijd van 21 jaar, tenzij de einddatum van het attest later valt. Dan loopt de beslissing tot het einde van de maand waarin het attest vervalt. Vanaf de leeftijd van 21 jaar kan men een zorgbudget voor mensen met een handicap verder ontvangen als men minstens 12 punten scoort op de medisch-sociale schaal voor de integratietegemoetkoming. Bij de derde groep geldt de positieve beslissing zolang de persoon een score van minstens 12 punten heeft. Bij de vierde groep gaat de positieve beslissing in op 1 mei 2019. Deze beslissing geldt voor onbepaalde duur. Er is geen carenstijd bij het zorgbudget voor mensen met een handicap. Dit houdt in dat de uitvoering van het zorgbudget voor mensen met een handicap ingaat vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop het recht op een zorgbudget voor mensen met een handicap geopend wordt. Het zorgbudget voor mensen met een handicap bedraagt 300 euro per maand en is cumuleerbaar met de andere tegemoetkomingen van VSB.

Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood De zorgkassen staan in voor de behandeling van de dossiers zorgbudget voor ouderen met een zorgnood. Aanvraag voor een zorgbudget ouderen

Ouderen (65-plussers) met een vermindering van hun zelfredzaamheid en met een beperkt inkomen die bijkomende kosten hebben vanwege die vermindering van de zelfredzaamheid, kunnen bij hun zorgkas een aanvraag voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood indienen.

47

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De aanvraag voor een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood kan ingediend worden door de zorgbehoevende zelf of door een vertegenwoordiger. De aanvraag gebeurt online via de elektronische identiteitskaart en de pincode van de zorgbehoevende. Medewerkers van de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, van de OCMW’s en van de sociale diensten van gemeenten en steden kunnen de zorgbehoevende of zijn vertegenwoordiger hierbij helpen. Zij hebben de mogelijkheid om met de eigen elektronische identiteitskaart en pincode aanvragen in te dienen voor hun klanten of burgers.

Brussel

Personen die in Brussel wonen kunnen geen aanvraag voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood indienen bij hun zorgkas, ook al zijn ze aangesloten bij de Vlaamse sociale bescherming. Ze dienen zich hiervoor te wenden tot de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, waar ze een aanvraag voor een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden kunnen indienen.

Vaststelling verminderde zelfredzaamheid

De vaststelling van de verminderde zelfredzaamheid voor de aanvragen voor het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood gebeurt momenteel nog door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, meer bepaald door artsen bij de Directie-generaal Personen met een handicap. Ze maken hiervoor gebruik van de medisch-sociale schaal. De artsen vragen medische informatie op bij de behandelende arts van de zorgbehoevende. Deze informatie kan volstaan, maar de directie-Generaal Personen met een Handicap kan de zorgbehoevende ook nog uitnodigen voor een gesprek met de arts. De medisch-sociale schaal meet de invloed van de handicap of gezondheidsprobleem op het dagelijkse leven. Het gaat om dagelijkse activiteiten op deze 6 domeinen: • je verplaatsen • eten bereiden en opeten • je verzorgen en aankleden • je woning onderhouden en huishoudelijke activiteiten doen • gevaar inschatten en vermijden • contacten onderhouden met andere personen Per criterium kan je maximum 3 punten krijgen: • • • •

0 punten = geen moeilijkheden 1 punt = weinig moeilijkheden 2 punten = grote moeilijkheden 3 punten = onmogelijk zonder hulp van anderen

Je moet minstens 7 punten behalen op deze schaal van zelfredzaamheid om een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood te krijgen. Het maximum is 18 punten. Er zijn 5 categorieën van zorgzwaarte. Bij elke categorie hoort een maximaal bedrag voor het zorgbudget (toestand op 31 december 2019).

48

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Categorie

Punten

Maximaal jaarbedrag

Maximaal maandbedrag

1

7-8

1.041,77

87

2

9-11

3.976,67

331

3

12-14

4.834,97

403

4

15-16

5.693,05

474

5

17-18

6.993,11

583

Zorgbudget ouderen is inkomensafhankelijk

Hoeveel het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood uiteindelijk bedraagt, hangt ook af van het inkomen van de zorgbehoevende en zijn eventuele partner. De meest voorkomende inkomstenbronnen waarmee rekening gehouden wordt zijn: • Pensioen, waarvan 90 % in aanmerking wordt genomen; • Inkomen uit arbeid; • Vervangingsinkomen; • Spaargelden; • Beleggingen; • Eigendommen (huis, bouwgrond, weiland,..); • Verkoop of schenking van eigendommen in de laatste 10 jaar. De partner van de zorgbehoevende is de persoon die op hetzelfde adres woont en die geen bloed- of aanverwant is in de eerste, tweede of derde graad. • eerste graad: vb kind, ouder, schoonouder • tweede graad: vb broer, zus, grootouder, schoonbroer, schoonzus • derde graad: vb oom, tante Heeft de zorgbehoevende een partner of een kind ten laste, dan behoort hij tot de gezinscategorie B. In de andere gevallen behoort hij tot de gezinscategorie A. Afhankelijk van de gezinscategorie wordt een bepaalde som van het inkomen niet in aanmerking genomen bij de berekening van het zorgbudget ouderen (toestand 31 december 2019): Gezinscategorie A B

Vrijstelling inkomen 14.149,83 17.681,40

Men bekomt dus het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood door het maximale bedrag van het zorgbudget te verminderen met het berekend inkomen, waarbij een bepaald deel van het inkomen wordt vrijgesteld.

Beslissing en uitvoering van het zorgbudget ouderen

Bij een goedkeuring van de aanvraag, gaat het recht in vanaf de maand die volgt op de aanvraag. Er is dus geen carenstijd. Na het nemen van de positieve beslissing betaalt de zorgkas de achterstallige bedragen uit. Vervolgens betaalt de zorgkas het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood telkens voor het einde van de maand uit.

49

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De betaling gebeurt op het rekeningnummer van de zorgbehoevende. Is de behandelingstermijn meer dan zes maanden, dan betaalt de zorgkas ook verwijlintresten uit.

Mobiliteitshulpmiddelen Overheveling van de bevoegdheid naar Vlaamse sociale bescherming Vanaf 1 januari 2019 zijn de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen ingebed in de Vlaamse sociale bescherming. Het gaat hierbij om de mobiliteitshulpmiddelen die voorheen onder de bevoegdheid van het RIZIV vielen, en om de aanvullende tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen vanuit het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Met de federale overheid (RIZIV) was een overgangsprotocol afgesloten, waarbij de verzekeringsinstellingen en het RIZIV tot eind 2018 instonden voor de tegemoetkomingen voor de mobiliteitshulpmiddelen. Mobiliteitshulpmiddelen die voorheen onder de bevoegdheid van het RIZIV vielen, waren voornamelijk rolstoelen en aanpassingen op rolstoelen. Onder de bevoegdheid van het VAPH vielen tweede manuele rolstoelen, supplementen op rolstoelen, innovatieve producten, tellers voor onderhoud en herstel op een rolstoel,â&#x20AC;Ś Met het oog op een zo vlot mogelijke overname van de bevoegdheid hebben er op verschillende tijdstippen datamigraties plaatsgevonden tussen de verzekeringsinstellingen en het Agentschap VSB. Het gaat hierbij om gegevens over afgeleverde mobiliteitshulpmiddelen en lopende huurcontracten (huur woonzorgcentra). De gegevens van de afgeleverde mobiliteitshulpmiddelen gaan terug tot 2011. Bij de huurcontracten gaat het om dossiers waarbij in een periode tussen 1 juni 2018 en 31 december 2018 ten minste 1 maand huur werd gefactureerd. Daarnaast zijn er ook datamigraties gebeurd tussen het VAPH en het Agentschap VSB. Het gaat dan om gegevens over rolstoelen die in het verleden (teruggaand tot 2011) zijn afgeleverd en tellers voor onderhoud en herstel (teruggaand tot 2011).

Aanvraag

Een aanvraag voor een mobiliteitshulpmiddel gebeurt steeds met een aantal documenten. Welke documenten dit moeten zijn, is afhankelijk van het mobiliteitshulpmiddel dat wordt aangevraagd. Eenvoudige hulpmiddelen vergen minder motivatie en bijgevolg minder documenten dan complexere mobiliteitshulpmiddelen. Er zijn vijf procedures en elk mobiliteitshulpmiddel valt onder een procedure. De procedure bepaalt welke documenten er nodig zijn en welk soort controle er zal gebeuren door de zorgkas en/of de zorgkassencommissie. Korte beschrijving van de 5 verschillende aanvraagprocedures: 1) vereenvoudigde aanvraag Een vereenvoudigde aanvraag wordt gevolgd bij onder meer aanvragen van een loophulpmiddel. Hiervoor is er enkel een medisch voorschrift, ingevuld door de arts, en een vereenvoudigd

50

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


aanvraagdocument, ingevuld door de gebruiker en de verstrekker, nodig. Er is geen a priori controle door de zorgkassencommissie. 2) Basisprocedure Een basisprocedure wordt gevolgd bij aanvragen van onder meer een standaardrolstoel. Hiervoor is er een medisch voorschrift, ingevuld door de arts, en een aanvraagdocument, ingevuld door de gebruiker en de verstrekker, nodig. Dit soort aanvragen worden a priori behandeld door de zorgkassencommissie. De beoordeling mag monodisciplinair gebeuren door een expert of paramedicus. 3) Uitgebreide procedure De uitgebreide procedure wordt gevolgd bij onder meer de aanvraag van een modulaire rolstoel. Bovenop het medisch voorschrift en het aanvraagformulier, dient de verstrekker ook nog een motivatierapport in te dienen waarin hij beschrijft waarom deze hulpmiddelen noodzakelijk zijn en worden aangevraagd. Dit soort aanvragen wordt door de zorgkassencommissie a priori en monodisciplinair behandeld. 4) Uitgebreide plus procedure De uitgebreide plus procedure omvat naast de documenten van de uitgebreide procedure ook een rolstoeladviesrapport. Dit rapport wordt opgemaakt door een rolstoeladviesteam dat multidisciplinair is samengesteld. Het rolstoeladviesrapport vervangt in de meeste gevallen het medisch voorschrift, met uitzondering van aanvragen voor scooters waar ook nog een medisch voorschrift nodig is. Dit soort aanvragen zal a priori en multidisciplinair door een arts én een expert van de zorgkassencommissie worden beoordeeld. Het gaat bijvoorbeeld om aanvragen van elektronische rolstoelen of elektronische scooters. 5) Bijzondere Technische Procedure De laatste procedure is een ‘uitzonderingsprocedure’. Deze kan gevolgd worden wanneer het een aanvraag betreft die niet valt onder één van de klassieke procedures (zoals hierboven beschreven in punt 1 tot en met 4). Het gaat dan bijvoorbeeld om aanvragen van producten die niet op de productlijst staan zoals innovatieve producten. Voor dit soort aanvragen zijn 5 documenten noodzakelijk: een aanvraagdocument, een rolstoeladviesrapport, in sommige gevallen nog een medisch voorschrift, een motiveringsrapport en een bestek. Het bestek wordt opgemaakt door de verstrekker. Dit soort aanvragen zal a priori en multidisciplinair worden beoordeeld door de zorgkassencommissie en nadien door de Bijzondere Technische Commissie. In alle 5 de procedures is er in bepaalde gevallen ook een testrapport verplicht. Dit wanneer het om een eerste aanvraag gaat van een elektronische rolstoel of scooter.

Verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen

De Vlaamse sociale bescherming werkt met verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen die daartoe gemachtigd zijn.

51

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen die aan één van de onderstaande voorwaarden voldoen, worden van rechtswege gemachtigd om mobiliteitshulpmiddelen te verkopen of te verhuren: • ze beschikken over een erkenning als orthopedisch technoloog in de mobiliteitshulpmiddelen ter uitvoering van artikel 72 van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015; • ze beschikken over een erkenning voor de verstrekking van mobiliteitshulpmiddelen en hun aanpassingen, afgeleverd conform artikel 215 van de Ziekteverzekeringswet. Er worden extra voorwaarden opgelegd aan verstrekkers die instaan voor de verhuur van mobiliteitshulpmiddelen aan zorgbehoevenden die aan snel degeneratieve aandoeningen lijden. Dit om de kwaliteit van dienstverlening voor deze doelgroep te garanderen. De gebruiker kan vrij kiezen tot welke verstrekker hij zich wendt. De verstrekker zal samen met de zorgbehoevende nagaan welk hulpmiddel het meest geschikt is. De verstrekker dient de aanvraag voor een tegemoetkoming voor de mobiliteitshulpmiddelen digitaal in naam van de zorgbehoevende in. Brussel

Elke inwoner van Brussel die bij een zorgkas aangesloten is, kan een tegemoetkoming voor een mobiliteitshulpmiddel binnen de Vlaamse sociale bescherming aanvragen. Deze persoon kan er echter ook voor kiezen om een beroep te doen op het systeem van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in Brussel. Beperking van de mobiliteit van de zorgbehoevende

De omvang van de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen wordt bepaald in functie van het mobiliteitshulpmiddel waarvoor de zorgbehoevende in aanmerking komt, afhankelijk van de beperking van zijn mobiliteit, zijn functionele noden en zijn levensdoelen. De beperking van de mobiliteit van de zorgbehoevende wordt geëvalueerd aan de hand van het instrument ICF (International Classification of Functioning, Disability and Health) door indicatiestellers. Voor eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen treedt de behandelende arts op als indicatiesteller, voor complexere hulpmiddelen gaat het om multidisciplinaire teams, rolstoeladviesteams genoemd. De ‘gespecialiseerde rolstoeladviesteams’ zijn erkende multidisciplinaire equipes die in het kader van verhuur aan personen met een snel degeneratieve aandoening voor een gespecialiseerd rolstoeladviesrapport zorgen. Vervolgens wordt dan de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen ingeschakeld om deze noden te vertalen in een mobiliteitshulpmiddel dat voldoet aan de nodige functionaliteiten en wensen van de gebruiker.

Aankoop en verhuur

Binnen het aankoopsysteem krijgt de gebruiker het mobiliteitshulpmiddel in eigendom. Het huursysteem houdt in dat de persoon een mobiliteitshulpmiddel ter beschikking gesteld krijgt en dat de verstrekker hiervoor maandelijks een vast huurforfait ontvangt. Het huursysteem is momenteel verplicht voor 4 doelgroepen: - personen die zijn opgenomen in een woonzorgcentrum; - personen ouder dan 85 jaar; - personen met een snel degeneratieve aandoening; - personen die pas uit revalidatie komen. 52

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Indeling van de verschillende types mobiliteitshulpmiddelen

Mobiliteitshulpmiddelen worden ingedeeld in hoofdgroepen en subgroepen. Bijvoorbeeld: hoofdgroep ‘manuele rolstoelen’, subgroep ‘standaardrolstoel’/’modulaire rolstoel’/… Een volledige lijst van deze indeling is terug te vinden als bijlage 8. Elk type mobiliteitshulpmiddel heeft een prestatiecode. De prestatiecode bepaalt welke tegemoetkoming tegenover het type mobiliteitshulpmiddel staat. Onder deze prestatiecode bestaan verschillende producten, dit zijn de verschillende merken en types van een mobiliteitshulpmiddel.

Aflevering

Nadat de verstrekker een positieve beslissing over de tegemoetkoming van het mobiliteitshulpmiddel heeft verkregen, mag hij het mobiliteitshulpmiddel afleveren aan de zorgbehoevende. In het aankoopsysteem zal de zorgbehoevende ook een ‘afleveringsattest’ tekenen. Dit bewijst welke hulpmiddelen er effectief zijn afgeleverd aan de gebruiker. In het huursysteem gaat het niet om een ‘afleveringsattest’ maar om een huurovereenkomst waarin de bepalingen rond de verhuur zijn opgenomen. Deze huurovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur. De verstrekker moet dit afleveringsattest of huurcontract ook digitaal bezorgen aan de zorgkas. De aflevering moet gebeuren binnen een welbepaalde termijn. Deze termijn is enkel verlengbaar indien er door de verstrekker overmacht wordt ingeroepen.

Testrapport

Bij de aanvraag voor een aankoop van een elektronische rolstoel of een elektronische scooter, dient er verplicht een testrapport te worden opgemaakt door de verstrekker. De test moet aantonen dat: • • •

het mobiliteitshulpmiddel aangepast is aan de noden van de zorgbehoevende; het mobiliteitshulpmiddel gebruikt kan worden in de woon- en leefomgeving van de zorgbehoevende; de zorgbehoevende in staat is om het mobiliteitshulpmiddel veilig te gebruiken (binnenshuis en/of op de openbare weg).

Indien het gaat om een eerste aanvraag van een elektronische rolstoel, dan moet de test worden uitgevoerd in de woonplaats of de woonomgeving van de gebruiker. De test zelf moet bestaan uit het uitproberen van ten minste twee verschillende mobiliteitshulpmiddelen die aangepast zijn aan de noden van de gebruiker. Ten minste één van de geteste mobiliteitshulpmiddelen moet volledig vergoedbaar zijn, zonder supplementen voor de zorgbehoevende.

53

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Beslissing en uitvoering

De zorgkas beslist over de tegemoetkoming voor het mobiliteitshulpmiddel. Zij voert hiervoor een aantal administratieve controles uit. Inhoudelijk wordt het dossier beoordeeld door de zorgkassencommissie. Zij geeft een bindend advies aan de zorgkas. De zorgkas bezorgt de beslissing aan de zorgbehoevende en (digitaal) aan de verstrekker die de aanvraag heeft ingediend. De zorgkas betaalt de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen uit aan de verstrekker via een derdebetalerssysteem.

Zorgkassencommissie (ZKC)

De zorgkassencommissie (ZKC) oordeelt monodisciplinair (enkel expert of arts) of multidisciplinair (een expert ĂŠn een arts) over een dossier. Het ZKC team oordeelt op basis van de documenten die voorhanden zijn (medisch voorschrift, rolstoeladviesrapport,â&#x20AC;Ś). De ZKC kan extra informatie bij de arts, de verstrekker of de zorgbehoevende opvragen. Zij kan ook een huisbezoek bij de zorgbehoevende afleggen. Controles kunnen a priori of a posteriori worden uitgevoerd. Dus zowel voordat de beslissing is genomen (a priori) als nadat de beslissing is genomen en het mobiliteitshulpmiddel reeds is afgeleverd (a posteriori controle). Bijzondere technische Commissie

Bij het agentschap VSB is de Bijzondere Technische Commissie (BTC) voor mobiliteitshulpmiddelen opgericht. Deze commissie is belast met de individuele beoordeling van aanvragen van tegemoetkomingen op basis van bijzondere noden voor mobiliteitshulpmiddelen of innovatieve mobiliteitshulpmiddelen. Het gaat om mobiliteitshulpmiddelen: - die niet opgenomen zijn op de lijst van voor vergoeding aangenomen producten; - of, waarvoor omwille van bijzondere en uitzonderlijke omstandigheden een bijkomende tegemoetkoming verantwoord is; - of waarvoor een afwijking van de wettelijke voorwaarden mogelijk moet zijn. De BTC fungeert tevens als vangnet voor dossiers die via de klassieke procedures niet tot een billijke oplossing komen. Omdat de BTC een uitzonderingsprocedure moet blijven, zijn een aantal drempels ingebouwd om te vermijden dat dossiers onterecht naar de BTC worden doorgeschoven. De zorgkassencommissie zal een dossier eerst ontvankelijk moeten verklaren, vooraleer het kan voorgelegd kan worden aan de BTC. De BTC komt maandelijks samen. Samenstelling BTC De leden van de BTC hebben vanuit hun eigen invalshoek een bepaalde expertise opgebouwd (medisch, technisch of paramedisch). Ook de gebruikersorganisaties zijn vertegenwoordigd in de BTC. De BTC bestaat uit 6 leden en 1 voorzitter. De minister benoemt de leden van de Bijzondere Technische Commissie.

54

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Als effectieve leden van de BTC zijn volgende personen aangeduid: ° de heer Roland Pouillie ° de heer Philiep Berkein ° mevrouw Liesbet Vandewalle ° de heer Mark Vossen ° de heer Ben De Rijcker ° de heer Noël Stammen ° mevrouw Nathalie Sluyts ° de heer Herman Janssens ° de heer Danny Reviers ° mevrouw Ingrid Nolis Als plaatsvervangende leden van de BTC: ° mevrouw Petra Driessens ° mevrouw Katrien De Koekelaere ° mevrouw Katalien Guilbert ° de heer Jo Breugelmans ° de heer Mark De Muynck ° mevrouw Sofie Vercaemer ° de heer Yvan Leroux ° de heer Reinhart Niesten ° mevrouw Mia Mahy ° de heer Walter Sablon De voorzitter van de BTC is de heer Roland Pouillie. De plaatsvervangende voorzitter is mevrouw Petra Driessens. De secretaris van de BTC is mevrouw Jasmien Siaens. Cijfergegevens In 2019 hebben er 10 commissies plaatsgevonden waarbij in totaal 194 dossiers werden behandeld.

Vergadering Totaal

Aantal dossiers

Status: aanvaard

Status: gedeeltelijk aanvaard

Status: geweigerd

Status: verdaagd

194

72

57

42

23

Er is voor 2019 een bedrag van 350.265,48 EUR goedgekeurd.

Residentiële ouderenzorg Recht op residentiële ouderenzorg

Voor elke bewoner/gebruiker die in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of centrum voor dagverzorging verblijft, factureert de voorziening in kwestie de tegemoetkomingen voor zorg aan de zorgkassen. De zorgkassen staan in voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen voor zorg.

55

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


In de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit: • de basistegemoetkoming voor zorg (berekend in RaaS, voorheen instellingsforfait); • de tegemoetkoming in de gesolidariseerde kosten van het incontinentiemateriaal. In de centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning bestaat de tegemoetkoming voor zorg uit: • de basistegemoetkoming voor zorg in een centrum voor dagverzorging (berekend in RaaS, voorheen instellingsforfait); • de tegemoetkoming in de reiskosten centrum voor dagverzorging. De reiskosten van en naar het centrum voor dagverzorging worden vanaf 1 januari 2019 door de voorziening gefactureerd en in mindering gebracht op de factuur van de gebruiker.

Basistegemoetkoming zorg

De basistegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging is alleen bestemd voor de financiering van de volgende diensten en producten: • de zorg en ondersteuning in de handelingen van het dagelijks leven; • de verzorging verleend door verpleegkundigen; • de logopedieverstrekkingen verleend door de zorgverleners die daarvoor bevoegd zijn; • elke handeling tot reactivatie en sociale re-integratie, inclusief de ergotherapie; • een tegemoetkoming om de inzet van bijkomende zorginspanningen te stimuleren; • de producten en de materialen ter preventie van nosocomiale ziekten, alsook de volgende producten: o de ontsmettingsmiddelen die niet terugbetaalbaar zijn in het kader van de verplichte ziekteverzekering, uitgezonderd de ontsmettingsmiddelen voor gynaecologie, monden oogverzorging; o de niet-geïmpregneerde verbanden; o de steriele kompressen die niet terugbetaalbaar zijn in het kader van de verplichte ziekteverzekering; o het onderhuids en/of intramusculair injectiemateriaal, uitgezonderd insulinespuiten; •

de opleiding en de sensibilisering van het personeel voor de palliatieve verzorging in: o de woonzorgcentra met een bijkomende erkenning; o de woonzorgcentra zonder bijkomende erkenning, in voorkomend geval met de bijbehorende centra voor kortverblijf, die tijdens de referentieperiode gemiddeld minstens 25 bewoners in de afhankelijkheidscategorieën B, C of Cd, huisvesten en ten opzichte van het totaalaantal erkende entiteiten minstens 40% bewoners telt in de afhankelijkheidscategorieën B, C of Cd;

• •

een tegemoetkoming in de beheerskosten en de kosten voor de gegevensoverdracht; het functiecomplement voor hoofdverpleegkundigen, de hoofdparamedici en de coördinerend verpleegkundigen met minstens achttien jaar anciënniteit; de financiering van een referentiepersoon voor dementie in de desbetreffende ouderenvoorzieningen waarin gemiddeld 25 bewoners verblijven die zijn gerangschikt in de afhankelijkheidscategorie Cd, wegens hun psychische afhankelijkheid; de titels en de beroepskwalificaties, vermeld in het koninklijk besluit van 28 december 2011; de aanvullende opleiding van het personeel op het vlak van dementie in de desbetreffende ouderenvoorzieningen met een bijkomende erkenning en in de ouderenvoorzieningen waarin

•

• •

56

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


gemiddeld vijftien bewoners verblijven die zijn gerangschikt in de afhankelijkheidscategorie Cd, wegens hun psychische afhankelijkheid. In het MB VSB wordt de lijst van de producten en materialen ter preventie van nosocomiale ziekten opgesomd. De basistegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra met een bijkomende erkenning bevat ook nog de volgende producten en diensten: • de kinesitherapieverstrekkingen verleend door de zorgverstrekkers, die daartoe bevoegd zijn; • de taken van de coördinerend en raadgevend arts; • de taken van een hoofdverpleegkundige. De basistegemoetkoming voor zorg in een centrum voor kortverblijf bevat ook nog de volgende producten en diensten: • een bijkomende financiering voor het kortverblijf; • de werkingsmiddelen van het centrum voor kortverblijf; • in voorkomend geval de financiering voor het personeel in een centrum voor kortverblijf met een bijkomende erkenning. De basistegemoetkoming voor zorg in een woongelegenheid WZC zonder bijkomende erkenning en een CVK bevat geen kinesitherapieverstrekkingen. Een persoon die verblijft in een woongelegenheid WZC zonder bijkomende erkenning of CVK kan kinesitherapieverstrekkingen via de RIZIV-nomenclatuur laten uitvoeren. Voor een persoon die verblijft in een woongelegenheid WZC met bijkomende erkenning zijn er geen kinesitherapieverstrekkingen via de RIZIV-nomenclatuur mogelijk. De basistegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra, in voorkomend geval met bijhorend centrum voor kortverblijf, wordt bepaald door het agentschap, via de webtoepassing RaaS (Meer info over vindt u hier: https://www.zorg-en-gezondheid.be/raas). Dit bedrag is verschillend per voorziening, maar gelijk voor alle bewoners of gebruikers van die voorziening. De basistegemoetkoming voor centra voor dagverzorging is een vast bedrag per dag dat gelijk is voor alle centra voor dagverzorging en bedroeg in 2019: • 50,59 euro voor de erkende dagverzorgingscentra voor zorgafhankelijke personen, per verblijfsdag en per gebruiker (met een afhankelijkheidscategorie F, Fd of D); • 95,34 euro voor de erkende dagverzorgingscentra voor personen met een ernstige ziekte, per verblijfsdag en per gebruiker (met een afhankelijkheidscategorie Fp).

Tegemoetkoming in de gesolidariseerde kost van het incontinentiemateriaal De tegemoetkoming in de gesolidariseerde kost van het incontinentiemateriaal bedroeg in 2019 per verblijfsdag en per gebruiker 0,34 euro. Enkel indien er een basistegemoetkoming wordt gefactureerd voor een gebruiker voor een bepaalde verblijfsdag kan er ook een tegemoetkoming in de gesolidariseerde kost van het incontinentiemateriaal worden gefactureerd. Bovendien geldt dat voor elke verblijfsdag die gefactureerd wordt, ook de tegemoetkoming in de gesolidariseerde kost van het incontinentiemateriaal moet worden gefactureerd aan de zorgkas en vervolgens in mindering gebracht op de gebruikersfactuur. Deze tegemoetkoming is enkel van toepassing voor de verblijfsdagen in een woonzorgcentrum en een centrum voor kortverblijf. 57

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tegemoetkoming in de reiskosten In het BVR VSB is bepaald dat de tegemoetkoming voor de reiskosten van en naar de dagverzorgingscentra door het centrum voor dagverzorging wordt aangerekend aan de zorgkas en in mindering gebracht op de factuur van de gebruiker. In 2019 bedroeg de tegemoetkoming in de reiskosten per verblijfsdag en per gebruiker 0,35 euro per kilometer op grond van de werkelijke afstand tussen de hoofdverblijfplaats van de gebruiker en het centrum voor dagverzorging. De afstand tussen de hoofdverblijfsplaats van de gebruiker en het centrum voor dagverzorging waarvoor tegemoetkoming wordt voorzien is beperkt tot maximum 15 kilometer. Deze tegemoetkoming wordt toegekend voor zowel de heen- als terugrit.

1.12 DE ADMINISTRATIEVE BEROEPSCOMMISSIE De zorgbehoevenden kunnen bij de administratieve beroepscommissie van het agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming een beroepsschrift indienen als zij niet akkoord gaan met de beslissing van de zorgkas. Het gaat daarbij in hoofdzaak om negatieve beslissingen van de zorgkas op basis van een BEL-schaal afgenomen door een gemachtigd indicatiesteller of door het controleorgaan.

Behandeling van het beroepsschrift door de administratieve beroepscommissie De administratieve beroepscommissie geeft een gemotiveerd advies aan de leidend ambtenaar van het agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. De leidend ambtenaar neemt vervolgens een beslissing en bezorgt deze per aangetekende brief aan de indiener van het beroepsschrift. Personen die dat wensen, kunnen hun hoorrecht uitoefenen. Tegen de beslissing van de leidend ambtenaar kunnen betrokkenen nog beroep instellen bij de arbeidsrechtbank.

Samenstelling van de administratieve beroepscommissie De administratieve beroepscommissie is multidisciplinair samengesteld. Sedert 1 oktober 2012 bestaat zij uit 2 kamers. De administratieve beroepscommissie komt ongeveer vier maal per maand samen. Als effectieve leden van de administratieve beroepscommissie Vlaamse Sociale Bescherming zijn volgende personen aangeduid: Kamer I : 1° mevrouw Greta De Geest, licentiaat in de rechten, voorzitter; 2° de heer Leo Luyckx, doctor in de geneeskunde; 3° mevrouw Krosta Goetvinck, gegradueerde in de verpleegkunde; 4° mevrouw Ingrid Baeyens, maatschappelijk assistent; 5° de heer Joost Vermeersch. Kamer II: 1° mevrouw Isabelle Geladi , licentiaat in de rechten, voorzitter; 2° mevrouw Hilde Hendrickx, doctor in de geneeskunde; 3° de heer Franky Van Cauwenberghe, gegradueerde in de verpleegkunde; 4° mevrouw Lieve Belmans, maatschappelijk assistent; 5° mevrouw Erna De Smit. 58

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Als plaatsvervangende leden van de administratieve beroepscommissie Vlaamse Sociale Bescherming: Kamer I: 1° de heer Koen Dewilde, licentiaat in de rechten, plaatsvervangend voorzitter; 2° mevrouw Vera De Groof, doctor in de geneeskunde; 3° mevrouw Ingrid Vandeuren, gegradueerde in de verpleegkunde; 4° mevrouw Ingrid van Ruyskensveld, maatschappelijk assistente; 5° mevrouw Ilse Janssens. Kamer II: 1° mevrouw Kim Cierkens, licentiaat in de rechten, plaatsvervangend voorzitter; 2° de heer Paul Zegers, doctor in de geneeskunde; 3° mevrouw Kirsten Van Ingelghem, gegradueerde in de verpleegkunde; 4° mevrouw Peggy Detandt, maatschappelijk assistente; 5° de heer Ignace Leus. Secretaris van de administratieve beroepscommissie Vlaamse Sociale Bescherming is mevrouw Petra Driessens van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming.

Cijfergegevens Aantal ingediende dossiers tegen de beslissing van de zorgkas inzake het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden in 2019 per status:

Advies Gegrond

Aantal

% 458

19,86%

1.665

72,20%

56

2,43%

Ongegrond

Geregeld

Onontvankelijk

Totaal

127

5,51%

2.306

100%

Type Bel-schaal BelRAI screener opschorting terugvordering Bel-schaal BelRAI screener terugvordering Bel-schaal BelRAI screener opschorting terugvordering Rechtzetting zorgkas Gebrek aan bewijs motivering Intrekking Taalwetgeving Laattijdigheid Zonder voorwerp

aantal 441 9 5 3 1.614 12 39 49 1 2 4 6 of

28 10 1 11 71 2.306

59

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Rechtzetting zorgkas: het dossier wordt naar aanleiding van het administratief beroep alsnog rechtgezet door de zorgkas zelf. Het administratief beroep wordt bijgevolg niet meer behandeld door de administratieve beroepscommissie. Zonder voorwerp: de reden tot het administratief beroep komt niet in aanmerking om behandeld te worden door de administratieve beroepscommissie. In dit geval wordt het bezwaar zonder voorwerp verklaard.

Aantal ingediende dossiers tegen de beslissing van de zorgkas inzake het zorgbudget voor mensen met een handicap in 2019:

In het jaar 2019 werden er 4 dossiers ingediend tegen de beslissing van de zorgkas inzake het zorgbudget voor mensen met een handicap. Het bezwaar bij het agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming kan enkel handelen over de administratieve voorwaarden om in aanmerking te komen voor een zorgbudget voor mensen met een handicap. Het bezwaar kan niet gaan over de erkenning van de handicap, of over het attest of bewijs waarmee de behoefte aan zorg en ondersteuning moet worden aangetoond8. De ingediende bezwaren betroffen allen een betwisting van het attest of bewijs waarmee de behoefte aan zorg en ondersteuning moet worden aangetoond. Zij werden allen zonder voorwerp verklaard. Deze dossiers werden wel door het agentschap Vlaamse sociale bescherming voor verder gevolg doorgegeven aan de diensten van het VAPH.

artikel 187, tweede lid van het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming 8

60

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


2 Inkomsten en uitgaven van de zorgkassen 2.1 INLEIDING De zorgkassen dienen jaarlijks vóór 30 april bij het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming een jaarrekening, een boekhoudkundig verslag en een sociale balans in. De jaarrekening wordt vooraf gecontroleerd door een bedrijfsrevisor die erkend is door de Controledienst voor de Ziekenfondsen (CDZ). De bedrijfsrevisor van elke zorgkas heeft de jaarrekening zonder voorbehoud goedgekeurd. De cijfers uit de jaarrekeningen van alle zorgkassen werden samengevoegd in één geglobaliseerde balans- en resultatenrekening die is toegevoegd als bijlage 4.

2.2 BESPREKING VAN DE VOORNAAMSTE POSTEN VAN DE BALANS EN DE RESULTATENREKENING Bespreking van de activa Het balanstotaal van de zorgkassen is, mede door de inkanteling van 2 nieuwe VSB-pijlers (Mobiliteitshulpmiddelen en Ouderenzorg) sterk gestegen van 56,9 miljoen euro in 2018 naar 1.208,9 miljoen euro in 2019. Langs de actiefzijde van de balans vinden we hoofdzakelijk vlottende activa (1.201,3 miljoen euro) terug. Dit bedrag is, gelet op de reden supra, fors hoger dan vorig jaar. Het aandeel van de vaste activa stijgt met bijna 0,2 miljoen euro in 2019. Deze lichte stijging is het gevolg van de verdere investeringen die de zorgkassen deden in het kader van de opstart van de Vlaamse sociale bescherming en in het bijzonder het activeren van deze uitgaven in de balans (materiële vaste activa (rubriek 24) en opname van vaste activa in aanbouw (rubriek 26). De vorderingen op ten hoogste 1 jaar stijgen met ca. 1.139,1 miljoen euro. Deze stijging is per saldo in hoofdzaak het resultaat van de stijging van de vordering op het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming (+ 174 miljoen), de daling van de vorderingen die de zorgkassen op verbonden entiteiten einde 2019 hadden (- 0,2 miljoen), de stijging van de terugvorderingen aan tegemoetkomingen VSB (zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (zorgverzekering), zorgbudget personen met handicap, zorgbudget ouderen met zorgnood met inbegrip van de VSB-pijlers MOHM en Ouderenzorg) (+ 838,2 miljoen) en de stijging van de rubriek 407 overige vorderingen (+ 122 miljoen). Er zijn geen uitstaande geldbeleggingen in het actief van de balans bij de zorgkassen einde 2019 opgenomen. De rubriek liquide middelen stijgt met ca. 12,6 miljoen euro ten aanzien van vorig jaar. De rubriek overlopende rekeningen van het actief worden voor 75.135 euro opgenomen in de balans. Hieronder worden de voornaamste balansposten toegelicht. 61

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Vaste activa (code 21/26)

De netto boekwaarden van de vaste activa bedragen voor alle zorgkassen samen 7.595.949 euro. De vaste activa omvatten uitgaven voor software-ontwikkeling in het kader van de verdere uitbouw van de Vlaamse sociale bescherming (6.015.060 euro netto boekwaarde ) en een gering bedrag aan materiële vaste activa (122.715 euro).

Vorderingen op ten hoogste één jaar (code 40/47)

De vorderingen op ten hoogste 1 jaar bedragen 1.150.960.663 euro en hebben voornamelijk betrekking op: -

vorderingen op het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming: 180.866.707 euro; terugvorderingen van tegemoetkomingen VSB: 847.455.600 euro; te ontvangen overheidssubsidies en tussenkomsten: 296.207 euro; overige vorderingen: 127.393.691 euro

De vorderingen op het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming (code 416) betreffen voornamelijk: -

-

-

het saldo van 20 % van de subsidie voor werkingskosten aan de mutualistische zorgkassen en de specifieke subsidie voor werkingskosten (vzw Vlaamse zorgkas) voor het jaar 2019 te betalen uiterlijk 31 maart 2020; het saldo van de afrekening van de tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden die aan het boekjaar worden toegewezen na verrekening van de uitbetaalde voorschotten en de geïnde zorgpremies; het saldo van de afrekening zorgbudget voor mensen met een handicap die aan het boekjaar worden toegewezen na verrekening van de uitbetaalde voorschotten en effectieve uitkeringen; het saldo van de afrekening van de VSB-pijler MOHM de facturen voor de vergoeding van indicatiestellingen die gedurende het boekjaar 2019 nog niet werden betaald door het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming.

Hierover wordt meer uitleg verstrekt bij de bespreking van de resultatenrekening. De terugvordering van tegemoetkomingen VSB (codes 4001 – 4006) betreft bedragen die de zorgkassen moeten terugvorderen omdat er onterecht een tegemoetkoming zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, zorgbudget voor mensen met een handicap, zorgbudget voor ouderen met zorgnood aan betrokkenen, tegemoetkomingen MOHM werd uitgekeerd.

Geldbeleggingen en liquide middelen (code 51/53 en 54/58)

De geldbeleggingen blijven einde boekjaar op 0 euro in het actief van de balans. De liquide middelen van de zorgkassen bedragen 45.287.259 euro. Dit is ca. 12,6 miljoen euro hoger dan vorig jaar.

62

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Bespreking van de passiva Reserves (code 13)

De geglobaliseerde reserves van de zes zorgkassen bedragen 12.605.714 euro.

Overgedragen winst of overgedragen verlies (code 14) en voorzieningen voor overige risico’s en kosten (code 16) Het geglobaliseerde netto overgedragen resultaat naar het volgende boekjaar bedraagt – 1.332.276 euro.

Schulden op ten hoogste één jaar (code 43/48)

De schulden op ten hoogste 1 jaar hebben voornamelijk betrekking op: - schulden wegens tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, zorgbudget voor mensen met een handicap, zorgbudget voor ouderen met een zorgnood en zorgpremies, mobiliteits- en hulpmiddelen en woonzorg- en dagverzorgingscentra: 1.042.416.937 euro; - schulden tegenover verbonden entiteiten: 20.903.012 euro (een stijging tegenover vorig jaar); - schulden tegenover het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming: 110.477.307 euro; - overige schulden: 1.160.414 euro zijnde hoofdzakelijk te dragen administratiekosten van plaatselijke zorgkassen. De schulden wegens tegemoetkomingen van de diverse zorgbudgetten betreffen de uitbetalingen ervan in januari 2020 en februari 2020 maar die nog betrekking hebben op het jaar 2019. De schuld van de zorgkassen ten opzichte van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming bedraagt 110.477.307 euro. Naar aanleiding van het opstellen van de lopende rekening per zorgkas op 31 december 2019 werd de globale schuld van de zorgkassen aan het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming in het actief van de balans van het Agentschap bepaald op 15.420.807 euro. Dit laatste cijfer is gebaseerd op de medio februari 2020 ingediende overzichtsbladen met betrekking tot de zorgpremies en de diverse tegemoetkomingen VSB uit 2019 met uitzondering evenwel van de bladen die betrekking hebben op de rapportering woonzorgcentra en dagverzorgingscentra. De afrekening van deze pijler zal in het najaar 2020 plaatsvinden. Het verschil tussen de openstaande vordering in het actief van de balans bij het Agentschap en de openstaande schuld in het passief van de geglobaliseerde balans bij de zorgkassen is in hoofdzaak te wijten aan: -

-

de a posteriori opname door de zorgkassen van geactualiseerde gegevens met betrekking tot de effectief geïnde zorgpremies 2019; de effectief uitbetaalde tegemoetkomingen van de diverse zorgbudgetten (zwaar zorgbehoevenden, personen met handicap, ouderen met zorgnood en mobiliteits- en hulpmiddelen) of vastgestelde terugvorderingen in 2019; de eindafrekening 2019 van de specifieke werkingssubsidie aan de vzw Vlaamse zorgkas

63

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


-

de afrekening van de pijlers WZC – DVC die bij het Agentschap in het najaar 2020 na overleg met de zorgkassen zal plaatsvinden

Bespreking van de geglobaliseerde technische resultaten van de zorgkassen Technisch resultaat

Bij de opstart van het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden is er voor gekozen om geen financiële verantwoordelijkheid toe te kennen aan de zorgkassen op het vlak van de tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Dit principe blijft ook in 2019 weerhouden. Daarom zijn de technische resultaten van de zorgkassen steeds gelijk aan nul. Zorgpremies (codes 700, 631)

In 2019 hebben de zorgkassen 223.600.571 euro aan zorgpremies geïnd. Dit bedrag is samengesteld als volgt (bedragen in euro): De door de zorgkassen gevorderde zorgpremies in 2019 Vorderingen die werden overgedragen aan het AVSB Te ontvangen zorgpremies niet opgenomen in 2018 Geboekte waardeverminderingen op zorgpremies Terugstortingen geïnde zorgpremies Totaal 2019

219.743.914 6.014.158 1.269.241 -3.426.742 0 223.600.571

In de jaarrekening van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming werd 220.726.525 euro opgenomen. Het verschil van 2.874.046 euro met het geglobaliseerde cijfer uit de jaarrekeningen van de zorgkassen betreft een aantal correcties die door de zorgkassen na 15 februari 2020 met betrekking tot het boekjaar 2019 werden gedaan: aanpassingen aan de rapporteringsbladen van februari 2020 en de door de zorgkassen nog geboekte waardeverminderingen.

Overheidstoelagen (code 701)

De overheidstoelagen bedragen 2.365.380.096 euro en financieren samen met de door de zorgkassen geïnde zorgpremies de subsidie voor tegemoetkoming zorgbehoevenden met zware zorgnood (391.759.875 euro), de subsidie zorgbudget voor mensen met een handicap (59.965.076 euro), de subsidie zorgbudget voor ouderen met zorgnood (344.871.328 euro), de mobiliteits- en hulpmiddelen (44.241.097 euro), de woonzorg- en dagverzorgingscentra (respectievelijk 1.707.475.517 en 29.166.342 euro) en tenslotte de vergoeding voor indicatiestellingen (5.772.225 euro). Vergoedingen aan indicatiestellers (code 6091)

Het in de boekhouding van de zorgkassen opgenomen bedrag van de vergoedingen aan indicatiestellers (5.772.225 euro) wijkt met 430.225 euro af van het cijfer opgenomen in de jaarrekening (resultatenrekening) van het Agentschap (5.342.000 euro). Het verschil is te wijten aan de al dan niet toewijzing van een aantal facturen voor indicatiestellingen door de zorgkassen aan het boekjaar 2019 of aan de correcte rubriek binnen het technisch resultaat.

64

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tegemoetkomingen zorgbudget zwaar zorgbehoevenden (code 6001)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden in 2019 aan de zorgbehoevenden uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 391.759.875 euro. Dit bedrag wijkt met 1.148.125 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap (392.908.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/2020 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boekhoudkundige verrichtingen die werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/2020) en de indiening van de stavingstukken (15/02/2020) ten aanzien van het Agentschap. Zorgbudget voor mensen met een handicap (code 6002)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap in 2019 aan deze doelgroep uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 59.965.076 euro. Dit bedrag wijkt met 370.924 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap (60.336.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/2020 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boekhoudkundige verrichtingen die werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/2020) en de indiening van de stavingstukken (15/02/2020) ten aanzien van het Agentschap. Zorgbudget voor ouderen met zorgnood (code 6003)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen zorgbudget voor ouderen met een zorgnood in 2019 uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 344.871.328 euro. Dit bedrag wijkt met 1.307.672 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap (346.179.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/2020 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boekhoudkundige verrichtingen die werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/2020) en de indiening van de stavingstukken (15/02/2020) ten aanzien van het Agentschap. Tegemoetkomingen mobiliteits- en hulpmiddelen (code 6004)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen mobiliteits- en hulpmiddelen in 2019 uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 44.241.097 euro. Dit bedrag wijkt met 805.832 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap (45.046.929 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/2020 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boekhoudkundige verrichtingen die werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/2020) en de indiening van de stavingstukken (15/02/2020) ten aanzien van het Agentschap

65

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Tegemoetkomingen woonzorgcentra en centra voor kortverblijf (code 6005)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen aan de woonzorgcentra en de centra voor kortverblijf in 2019 uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 1.707.478.517 euro. Dit bedrag wijkt met 156.654.483 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap (1.864.133.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/2020 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boeking, in afwachting van de finale afrekening van deze pijler, van een bedrag ad. 59.381.535 euro aan te ontvangen facturen in het passief van de balans van het Agentschap en de boekhoudkundige verrichtingen die voor deze pijler nog werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/2020) en de indiening van de stavingstukken (15/02/2020) ten aanzien van het Agentschap Tegemoetkomingen aan de dagverzorgingscentra (code 6006)

Het effectieve bedrag dat de zorgkassen met betrekking tot de tegemoetkomingen aan de dagverzorgingscentra in 2019 uitkeerden en dat ook werd opgenomen in hun respectieve boekhoudingen bedraagt 29.166.342 euro. Dit bedrag wijkt met 3.480.658 euro af van het bedrag dat werd opgenomen in de boekhouding van het Agentschap (32.647.000 euro) op basis van de stavingstukken die de zorgkassen op 15/02/2020 hebben bezorgd. De voornaamste oorzaak van dit verschil betreft de boeking, in afwachting van de finale afrekening van deze pijler, van een bedrag ad. 846.546 met euro aan te ontvangen facturen in het passief van de balans van het Agentschap en de boekhoudkundige verrichtingen die voor deze pijler nog werden uitgevoerd tussen de afsluiting van de boekhouding (30/04/2020) en de indiening van de stavingstukken (15/02/2020) ten aanzien van het Agentschap

Bespreking van de geglobaliseerde werkingsresultaten van de zorgkassen Overheidstoelagen (code 740)

In de geglobaliseerde jaarrekening van de zorgkassen werd onder de post 740 een bedrag van 32.141.081 euro opgenomen. Dit bedrag is samengesteld uit: -

-

enerzijds de recurrente werkingssubsidie zoals bepaald in de artikelen 8 en 9 van het subsidiebesluit van 1 september 2006, de subsidieregeling zorgbudget voor mensen met een handicap (VSB subsidiebesluit van 14 oktober 2016) en de subsidie regeling voor ouderen met zorgnood, de mobiliteits-en hulpmiddelen en de woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra; anderzijds de specifieke werkingssubsidie aan de vzw Vlaamse zorgkas bestaande uit de subsidie voor recurrente werking te verrekenen met de post â&#x20AC;&#x153;afrekening werkingssubsidie/reserves boekjaar 2019â&#x20AC;? .

In de jaarrekening van het Agentschap is een bedrag van 9.067.965 euro opgenomen als subsidie voor recurrente werking aan de erkende zorgkassen, 402.400 euro als werkingssubsidie zorgbudget voor mensen met een handicap, 3.326.913 euro als werkingssubsidie zorgbudget voor ouderen met zware zorgnood, 9.101.633 euro als werkingssubsidie mobiliteits- en hulpmiddelen, 8.933.892 euro als werkingssubsidie aan de woonzorgcentra en na interne herverdeling binnen het budget van het 66

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Agentschap een bedrag van 1.084.000 euro als specifieke werkingssubsidie voor de recurrente kosten van de vzw Vlaamse Zorgkas. Totaal dus 31.916.803 euro. Het verschil bij de werkingssubsidies aan de erkende zorgkassen is o.m. te wijten aan: -

Het al dan niet inboeken van de schijven van deze subsidies in de correcte rubriek (de jaarrekeningen geven geen detailbeeld ter zake); Het verkrijgen van bijkomende toelagen van verbonden entiteiten en deze onterecht opnemen als een overheidstoelage.

Diensten, diverse goederen, bezoldigingen (code 61 en 62)

De in het resultaat opgenomen kosten voor de aankoop van goederen en diensten (rubriek 61) bedragen 14.706.138 euro. In deze rubriek worden voornamelijk de kosten van drukwerken en de opvolging van de impact van nieuwe initiatieven op de werking van de zorgkassen (verderzetting van de werkzaamheden in het kader van VSB inzonderheid de inkanteling van de 2 nieuwe pijlers in 2019) opgenomen. Het bedrag van 14.706.138 euro aan uitgaven voor de aankoop van goederen en diensten is quasi verdubbeld in vergelijking tot vorig jaar (7.480.149 euro). De rubriek 62 personeelsuitgaven (bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen) ligt, gelet op de verdere uitbouw van de Vlaamse sociale bescherming eveneens hoger dan vorig jaar: 7.480.313 euro (5.421.689 euro in 2018). Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (code 63)

Er werd een bedrag van 2.286.245 euro door de zorgkassen als afschrijvingen op hun (im)materieel vast activum (in hoofdzaak software-ontwikkeling) in resultaat genomen. Dit bedrag ligt ca. 585.000 euro hoger dan einde 2018 (1.701.705 euro). Tenslotte werd er een bedrag van 419.547 euro aan waardeverminderingen op vlottende activa geboekt wat 409.018 euro hoger is dan vorig jaar. Eén zorgkas heeft in 2019 een voorziening voor risico’s en kosten geboekt ten belope van 118.427 euro.

Overige bedrijfsopbrengsten (code 74) en overige bedrijfskosten (code 64)

De overige bedrijfsopbrengsten van de geglobaliseerde resultatenrekening bedragen 763.527 euro. In 2018 bedroegen de overige bedrijfsopbrengsten 1.626.599 euro. De kosten en opbrengsten geboekt in het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden van de ziekenfondsen worden gedekt door “trekkingsrechten”. Indien de geboekte kosten en opbrengsten groter blijken dan de trekkingsrechten dan wordt het verschil bijgepast door de Aanvullende Verzekering van het ziekenfonds. Dit komt tot uiting in de rubriek “Overige Bedrijfsopbrengsten”.

67

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De overige bedrijfskosten liggen in 2019 iets hoger dan vorig jaar (1.223.855 euro). Het betreft kosten aan de controledienst ziekenfondsen en revisorale uitgaven.

Bespreking van de overige geglobaliseerde financiële en uitzonderlijke resultaten van de zorgkassen Financiële resultaten (code 75 en 65)

De geglobaliseerde financiële resultaten van de zorgkassen voor het boekjaar 2019 zijn negatief en belopen -11.472 euro. De financiële opbrengsten (24.956 euro) werden voornamelijk gegenereerd uit in 2019 vervallen beleggingen in termijndeposito’s op korte termijn en geringe rente op spaarrekeningen. Als financiële kosten (voornamelijk bankkosten, debetrentes) werd een totaalbedrag van 36.428 euro geboekt en in het resultaat opgenomen. Uitzonderlijke resultaten (code 76 en 66)

Het geglobaliseerd uitzonderlijke resultaat van de zorgkassen voor het boekjaar 2019 is licht negatief: - 4.692 euro. Dit is het resultaat van 1.040 euro geboekte uitzonderlijke opbrengsten en 5.732 euro geboekte uitzonderlijke kosten.

Geglobaliseerd resultaat van het boekjaar 2019 van de zorgkassen Het globale resultaat van het boekjaar van alle zorgkassen samen is positief en bedraagt 6.915.383 euro. Dit resultaat is sterk gestegen in vergelijking tot vorig jaar waar er een nog globaal positief resultaat van 313.589 euro werd ingeschreven. De oorzaken zijn: -

Vier van de zes zorgkassen sloten hun boekjaar af met een positief saldo. Einde 2018 waren er dit slechts drie; Aanzienlijk verbeterd werkingsresultaat ten aanzien van 2018; Financieel en uitzonderlijk resultaat zijn minder negatief dan vorig jaar.

68

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


3 Inkomsten en uitgaven van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming In dit hoofdstuk worden de inkomsten en uitgaven van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming (AVSB) besproken aan de hand van de uitvoering van de begroting en de jaarrekening van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming van het jaar 2019 . ONTVANGSTEN (in k euro) ESR 95

COFOG

Omschrijving

Begroting

Uitvoering

Overdracht overschot vorige begrotingsjaar 08.21

nvt

26.01

nvt

28.20

nvt

(2018)

19.651

19.651

19.037

18.860

7.200

7.200

pm

9.760

Inkomsten uit beleggingen (na verwerking verlopen rente) Inkomsten uit dividenden (bevek Vladubel) Inkomensoverdrachten van de vzw Vlaamse 38.40

nvt

Zorgkas

38.50

nvt

Inkomsten uit internationale overeenkomsten

38.51

nvt

Zorgpremies

38.52

nvt

(vordering) + achterstallen

38.53

nvt

Inkomstenoverdrachten van de zorgkassen

38.55

nvt

kwijtgescholden boetes en terugvorderingen

46.01

nvt

Jaardotatie AVSB vanuit de Vlaamse begroting

58.20

nvt

Waardevermindering vordering adm. geldboete

6.594

0

220.855

220.726

15.534

13.612

pm

-7.255

200

1.825

2.564.246

2.568.794

650

0

2.853.967

2.853.173

Inkomsten administratieve geldboete

Terugstortingen van terugbetalingen

TOTAAL VAN DE ONTVANGSTEN

UITGAVEN (in k euro) in VEK ESR 95

COFOG

Omschrijving

Begroting

Uitvoering

12.11

10200

Werkingskosten AVSB

4.991

3.887

12.21

10200

Inkomensoverdrachten FOD Sociale Zekerheid

1.950

2.074

31.22

10200

0

0

132

59

Subsidie aan Steunpunt WVG Subsidie aan de vzw Instituut voor

33.00

10200

Kwaliteitsdiagnostiek

34.31

10200

Zorgbudget zwaar zorgbehoevenden

395.813

392.908

34.31

10200

Zorgbudget ouderen met zorgnood

361.799

346.179

34.31

10200

Zorgbudget personen met handicap

60.398

60.336

34.31

10200

Tegemoetkomingen MOHM

42.049

57.116

34.31

10200

MOHM â&#x20AC;&#x201C; Federale operator RIZIV

22.475

25.997

34.32

10200

Tegemoetkomingen ResidentiĂŤle Ouderenzorg

1.897.678

1.896.780 69

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


31.32

10200

Informaticapremies Ouderenzorg en projecten

0

449

34.41

10200

ledenbijdragen en boetes

50

1

42.90

10200

Werkingssubsidies aan de zorgkassen

9.068

9.068

42.90

10200

Werkingssubsidies zorgkassen: indicatiestellers

6.712

5.342

1.084

1.084

402

402

Terugbetaling van onterecht betaalde

Specifieke werkingssubsidie vzw Vlaamse 42.90

10200

zorgkas Werkingssubsidies zorgkassen: zorgbudget voor

42.90

10200

42.90

mensen met handicap Werkingssubsidies zorgkassen: zorgbudget

10200

ouderen

3.327

3.327

42.90

10200

Werkingssubsidies zorgkassen: MOHM

9.102

9.102

42.90

10200

Werkingssubsidies zorgkassen; WZC, CVK, DVC

8.934

8.934

51.12

10200

ICT-subsidie zorgkassen pijler MOHM

500

250

74.20

10200

Informatica-investeringen AVSB

8.000

8.994

03.10

00000

0

0

Dotatie aan het reservefonds Over te dragen overschot naar het volgende

03.22

00000

begrotingsjaar (2020)

TOTAAL VAN DE UITGAVEN

19.503

21.284

2.853.967

2.853.173

RESERVEFONDS (in k euro) ESR 95

COFOG

Omschrijving

Begroting

Begintoestand Dotaties van het jaar Eindtoestand van de reserves

Uitvoering

898.525

898.525

0

0

898.525

898.525

70

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


3.1 INKOMSTEN Overdracht begrotingsoverschot vorige begrotingsjaar Het boni van 19.651.081 euro uit 2018 werd in de uitvoeringsrekening van de begroting per 31 december 2019 aangerekend onder ESR 08.21 – overgedragen overschot vorige boekjaren.

Dotaties aan het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming De initiële werkingsdotatie van het agentschap bedroeg voor het begrotingsjaar 2019 156.263.000 euro. Deze dotatie werd n.a.v. de begrotingscontrole 2019 verminderd met 3.834.000 euro tot 152.429.000 euro en na herverdeling finaal gebracht op 154.429.000 euro. In 2019 werden tevens de volgende dotaties in de begroting ingeschreven: De dotatie zorgbudget voor ouderen met een zorgnood ad. 373.676.000 euro initieel, later aangepast in de begrotingscontrole 2019 tot 370.676.000 euro. De dotatie zorgbudget voor mensen met een handicap werd in de begrotingscontrole 2019 begroot op 52.478.000 euro en later aangepast tot 56.582.000 euro. De dotatie voor tegemoetkomingen mobiliteits- en hulpmiddelen bedroeg initieel 76.547.000 euro en werd later aangepast tot 54.072.000 euro. De dotatie voor tegemoetkomingen residentiële ouderenzorg bedroeg initieel 1.874.574.000 euro en werd na begrotingscontrole aangepast tot 1.906.612.000 euro. Tenslotte werd ook een dotatie mobiliteits- en hulpmiddelen voor de federale operator RIZIV ad. 22.475.000 euro ingeschreven. De globale finale dotatie aan het agentschap bedroeg bijgevolg in 2019 2.564.246.000 euro.

Zorgpremies Op grond van het besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden van de vaststelling, de uitbetaling en de terugvordering van de subsidies van de zorgkassen in het kader van de Vlaamse Sociale Bescherming voor het jaar 2019 dienden laatstgenoemden uiterlijk op 15 februari 2020 een definitief overzicht aan het agentschap over te maken van de door hen geïnde zorgpremies. In de aangepaste begroting 2019 werd hiertoe een bedrag ingeschreven van en geraamd op 220.855.000 euro. Uit de rapporteringsbladen die de zorgkassen medio februari 2020 indienden, blijkt dat op datum van 31 december 2019 er een bedrag van 220.726.525 euro effectief door de zorgkassen aan zorgpremies werd geïnd. Dit is 128.475 euro minder dan werd geraamd.

71

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Inkomsten uit beleggingen De inkomsten uit beleggingen andere dan uit de overheidssector (ESR 26.10) bedragen 4.727.000 euro. Het gaat in hoofdzaak om couponincassoâ&#x20AC;&#x2122;s van bedrijfsobligaties en nog zeer beperkte inkomsten uit zicht- en spaarrekeningen. De inkomsten uit beleggingen van de overheidssector (ESR 26.20) bedragen 14.133.000 euro. Het gaat hier voornamelijk om inkomsten uit coupons van Belgische overheidsobligaties en obligaties uit EMUlanden met inbegrip van de verworven rente bij verkoop. In de aangepaste begroting 2019 werden de inkomsten uit beleggingen geraamd op 19.037.000 euro. Er werd dus een bedrag van 177.000 euro minder ontvangen. Naast de inkomsten uit de obligatieportefeuilles ontving het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming ook in mei 2019 een jaardividend uit de bevek Vladubel Zorgverzekering ad. 7.199.992 euro (cfr. ESR 28.20).

Inkomsten uit administratieve geldboete en achterstallige bijdragen Naar analogie met vorig jaar werd de vordering aan administratieve geldboetes conform het Vlaams rekendecreet aangerekend en dit voor 13.612.000 euro. De vordering administratieve geldboetes werden naar aanleiding van de begrotingscontrole 2019 geraamd op 15.534.000 euro. Deze vordering is aanmerkelijk hoger dan vorig jaar aangezien in 2019 op 2 tijdstippen (januari en december 2019) boetemailings werden verzonden. Kasmatig werd er een bedrag van 7.466.338 euro in 2019 geĂŻnd. Deze inningen worden ingevolge de regelgeving weliswaar niet meer budgettair aangerekend. Detail van de berekening: 2019 REA

per 31 december 2019

22.068.896 2 boetemailings 2019: bruto vordering boetes -1.639.752 mutaties definitieve aanpassingen boete 18-19 -2.930.580 mutaties voorlopige aanpassingen boete 18-19 -3.886.564 toegepaste waardevermindering op vordering boetes 13.612.000 ESR 38 50

72

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Terugstortingen van terugbetaalde kwijtgescholden administratieve geldboetes Het betreft een globaal bedrag van 976.000 euro aan terugstortingen van terugbetalingen kwijtgescholden boetes en gerecupereerde deurwaarderskosten.

Waardevermindering vordering administratieve geldboetes - terugneming Op basis van de recentste applicatiegegevens werd een herberekening gedaan van de waardevermindering van de vordering boetes. Einde 2019 diende er geen terugneming te worden geboekt in de uitvoeringsrekening van de begroting. Initieel werd hiervoor 650.000 euro in de ontvangstenzijde van de begroting ingeschreven.

Inkomsten uit internationale overeenkomsten Deze ontvangsten werden in 2019 begroot op 6.594.000 euro. Het gaat om terugvorderingen van kosten gedragen door VSB voor sociaal verzekerden in andere Europese lidstaten. In 2019 werd op deze allocatie vooralsnog niets aangerekend.

Terugvorderingen van onterecht uitbetaalde zorgbudget ouderen met zorgnood (ex THAB) Initieel werd op deze allocatie 200.000 euro ingeschreven. In 2019 werd door het Agentschap een historische (periode 2017-2019) correctie geboekt ad. 847.000 euro om alzo conformiteit met de stand per 31 december 2019 te bekomen.

3.2 UITGAVEN Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Op 15 februari 2020 hebben de zorgkassen aan het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming een overzicht bezorgd van de uitgevoerde tegemoetkomingen en de vastgestelde terugvorderingen met betrekking tot het jaar 2019. Op basis van dit overzicht wordt de subsidie voor tegemoetkomingen voor het jaar 2019 berekend in de boekhouding van het agentschap (cfr. Bijlage 3 â&#x20AC;&#x201C; Resultatenrekening â&#x20AC;&#x201C; rubriek operationele kosten: 391.392.615 euro). In de begrotingsuitvoering 2019 werd een bedrag van 392.908.000 euro opgenomen. (cfr. ESR 34.31). Het verschil ad. 1.515.385 euro betreft de aanrekening van: -

de verrekening van het saldo van het jaar 2019 van de subsidie tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden.

73

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Zorgkas

Uitgaven mantel – en

Uitgaven voorgaande jaren

thuiszorg

Vastgestelde

Terugvorderingen

terugvorderingen

ten laste VSB

Totaal

180

137.708.090

2.513.953

2.235.090

39.840

138.026.793

280

7.726.160

20.670

0

0

7.746.830

380

72.434.050

344.812

34.190

6.240

72.750.912

480

22.789.467

73.710

4.940

1.300

22.859.537

580

18.641.828

117.130

4.898

0

18.754.060

680

9.403.296

81.125

20.392

10.483

9.474.512

268.702.891

3.151.400

2.299.510

57.863

269.612.644

Terugvorderingen ten laste VSB

Totaal

Totaal

180

Uitgaven residentiële zorg 64.188.540

Uitgaven voorgaande jaren 6.737.640

Vastgestelde terugvorderingen -549.510

35.340

70.412.010

280

2.828.800

253.630

-130

0

3.082.300

380

22.414.288

2.068.482

-4.290

780

24.479.260

480

9.214.219

20.048

-2.470

130

9.231.927

580

8.661.120

799.890

-5.070

0

9.455.940

680

4.679.370

443.926

-17.009

15.163

5.121.450

111.986.337

10.323.616

-578.479

51.413

121.782.886

Zorgkas

Totaal

180

138.026.793

70.412.010

Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden 208.438.803

280

7.746.830

3.082.300

10.829.130

380

72.750.912

24.479.260

480

22.859.537

9.231.927

32.091.464

580

18.754.060

9.455.940

28.210.000

680

9.474.512

5.121.450

14.595.962

269.612.644

121.782.886

Zorgkas

Totaal

Uitgaven mantel - en thuiszorg

Uitgaven residentiële zorg

Teruggekomen betalingen en mutaties

2915

2915

97.227.257

391.392.615

74

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


In 2020 heeft het agentschap op basis van de boekhouding van de zorgkassen het saldo van geĂŻnde ledenbijdragen en uitbetaalde tenlastenemingen voor het jaar 2019 berekend. Op 15 juni 2020 werd het verschil uitbetaald of teruggevorderd. Het gaat om volgende bedragen:

Zorgkas 180 280 380 480 580 680

Saldo jaar 2019

4.309.554,37 35.805,52 -72.183,00 56.117,80 -2.319.828,25 -10.027.416,49

Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap Op 15 februari 2020 hebben de zorgkassen aan het agentschap een overzicht bezorgd van de uitgevoerde tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap en de vastgestelde terugvorderingen met betrekking tot het jaar 2019. Op basis van dit overzicht wordt de subsidie voor zorgbudget voor mensen met een handicap voor het jaar 2019 berekend in de boekhouding van het Agentschap (cfr. Bijlage 3 â&#x20AC;&#x201C; Resultatenrekening â&#x20AC;&#x201C; rubriek operationele kosten: 60.084.816 euro).

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Uitgaven Zorgbudget handicap 25.314.836 1.777.500 15.663.000 2.799.210 6.613.330 4.781.404 56.949.280

Uitgaven voorgaande jaren 1.750.800 0 1.084.200 111.900 326.400 447.249 3.720.549

Vastgestelde terugvorderingen

Terugvorderingen ten laste VSB

-641.700 0 -53.100 0 -5.530 -33.823 -734.153

130.240 0 1.200 0 0 17.700 149.140

Totaal 26.554.176 1.777.500 16.695.300 2.911.110 6.934.200 5.212.530 60.084.816

In 2020 heeft het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming op basis van de boekhouding van de zorgkassen het saldo van de uitbetaalde tegemoetkomingen zorgbudget voor mensen met een handicap voor het jaar 2019 berekend. Op 15 juni 2020 werd het verschil uitbetaald of teruggevorderd. Het gaat om volgende bedragen: Zorgkas

Saldo jaar 2019

180

139.100

280

-1.800

380

-145.767

480

-25.022

580

13.800

680

386.936 75

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Subsidie voor tegemoetkomingen zorgbudget ouderen met zorgnood Het agentschap betaalde in 2019 voorschotten uit aan de zorgkassen voor de financiering van de uitgaven zorgbudget ouderen.

Zorgkas

Betaalde voorschotten

180 280 380 480 580 680 Totaal

197.575.964,00 9.366.343,00 86.761.843,00 27.448.034,72 15.499.612,00 10.842.575,00 347.494.371,72

De zes zorgkassen dienden tegen uiterlijk 15 februari 2020 een afrekening van alle effectief uitbetaalde tegemoetkomingen bij het agentschap in.

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Uitgaven Zorgbudget Ouderen 197.053.542 9.388.394 86.793.940 27.452.327 15.214.797 10.861.966 346.764.967

Betaalde intresten

Vastgestelde terugvorderingen

29.786 789 12.388 773 2.069 1.093 46.899

-1.134.841 -52.606 -92.954 -42.286 -62.390 -33.530 -1.418.607

Terugvorderingen ten laste VSB

Totaal

316.168 196.264.655,57 0 9.336.577,85 5.037 86.718.410,81 1.058 27.411.871,90 0 15.154.476,28 5.868 10.835.396,88 328.131 345.721.389

Het totaal van de rapporteringsbladen voor alle zorgkassen bedroeg 345.721.389 euro. In 2020 heeft het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming op basis van de boekhouding van de zorgkassen het saldo van de uitbetaalde tegemoetkomingen zorgbudget ouderen voor het jaar 2019 berekend. Op 15 juni 2020 werd het verschil uitbetaald of teruggevorderd. Het gaat om volgende bedragen: Zorgkas 180

Betaalde voorschotten Uitgaven zorgbudget ouderen Saldo 197.575.964,00 196.264.655,57

-1.311.308,43

280

9.366.343,00

9.306.036,58

-60.306,42

380

86.761.843,00

86.283.045,56

-478.797,44

480

27.448.034,72

27.373.671,47

-74.363,25

580

15.499.612,00

15.154.476,28

-345.135,72

680

10.842.575,00

10.835.396,88

-7.178,12

Totaal

347.494.371,72

345.217.282,34

-2.277.089,38

76

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Subsidie voor tegemoetkomingen mobiliteitshulpmiddelen Op 15 februari 2020 hebben de zorgkassen aan het agentschap een overzicht bezorgd van de uitgaven voor Mobiliteitshulpmiddelen met betrekking tot het jaar 2019.

180 280 380 480 580 680 Totaal

Uitgaven Mobiliteitshulpmiddelen 23.369.364 1.311.424 11.565.914 3.406.049 3.459.667 1.934.510 45.046.929

In 2020 heeft het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming op basis van de boekhouding van de zorgkassen het saldo van de uitgaven voor Mobiliteitshulpmiddelen voor het jaar 2019 berekend. Op 15 juni 2020 werd het verschil uitbetaald of teruggevorderd. Het gaat om volgende bedragen: Zorgkas 180 280 380 480 580 680

Voorschotten

20.619.373,58 1.472.865,00 10.926.412,00 3.629.981,00 2.990.060,89 1.544.136,48

Saldo jaar 2019

2.749.990,11 -162.001,72 -126.635,20 -263.064,56 469.605,73 390.373,87

Bij de overdracht van de bevoegdheid en het hierbij horende budget voor de mobiliteitshulpmiddelen van het VAPH naar VSB op 1 januari 2019 werd er een overgangsmaatregel voorzien waarbij het VAPH bepaalde lopende aanvragen zoals voor oplegkosten voor elektrische rolstoelen die nog door RIZIV werden toegekend, nog afhandelt en uitbetaalt. In het BVR van 30 november 2018 werd bepaald dat het VAPH deze kosten nadien terugvordert van VSB. VSB heeft hiervoor 296.408,26 EUR betaald. De zorgverstrekkers mogen hun prestaties tot 2 jaar na prestatiedatum factureren. Daarom werd er hiervoor nog toe te rekenen kosten voorzien voor prestaties 2019 van 11.772.481,68 EUR. Dit maakt dat de totale geboekte uitgaven 57.115.818 EUR (45.046.928 EUR + 296.408 EUR + 11.772.482 EUR) bedragen.

Subsidie voor tegemoetkomingen residentiĂŤle zorg

Zorgkas 180 280 380 480 580 680 Totaal

Voorschotten Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf 1.095.015.444,00 43.583.562,61 349.915.045,09 142.597.715,39 145.612.841,00 25.907.857,28 1.802.632.465,37

Voorschotten dagverzorgingscentra 21.637.891,00 908.559,97 4.863.573,00 1.924.908,00 2.183.522,00 264.000,25 31.782.454,22 77

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


In 2019 is er door de voorzieningen gestart met de omschakeling van manuele facturering naar digitale facturering. Dit proces heeft vertraging opgelopen door ICT-problemen, hierdoor is de afrekening voor het jaar 2019 nog niet kunnen gebeuren. Er wordt hiervoor nog toe te rekenen kosten geboekt voor 59.381.535 EUR. Ook werd er een budget van 3.017.000 EUR voorzien voor jongdementie.

Vergoeding van de indicatiestellingen m.b.t. het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de vergoedingen voor indicatiestellingen die aan het begrotingsjaar 2019 werden aangerekend. Zorgkas

Uitbetaald bedrag

180

2.171.325

280

139.650

380

1.882.950

480

409.425

580

517.950

680

220.875

Totaal

5.342.175

Bedragen uitgedrukt in euro.

SubsidiĂŤring van de werkingskosten van de zorgkassen SubsidiĂŤring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen m.b.t. het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2019. Het betreft de 4 voorschotten op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2019. In toepassing van het Rekendecreet dient het saldo van 2019, dat betaald wordt tegen 15 juni 2020 ook ten laste genomen te worden op het budget in 2019. Zorgkas 180

Voorschot jaar 2019 3.930.489,68

Saldo jaar 2019 1.008.916,31

Totaal 4.939.405,99

280

286.352,68

59.999,58

346.352,26

380

1.666.868,20

421.778,91

2.088.647,11

480

605.838,64

134.339,64

740.178,28

580

764.822,80

188.558,56

953.381,36

Totaal

7.254.371,98

1.813.593,02

9.067.965,00

Bedragen uitgedrukt in euro.

78

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Subsidiëring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen m.b.t. het zorgbudget voor mensen met een handicap

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2019. Het betreft het voorschot op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2019 en het saldo dat betaald wordt tegen 15 juni 2020. Zorgkas 180 280 380 480 580 Totaal

Voorschot jaar 2019

Saldo jaar 2019

158.452,64 10.672,72 96.632,72 16.768,00 39.077,12 321.603,20

Totaal

198.148,31 13.463,55 120.235,34 20.868,50 49.288,30 402.004,00

39.695,67 2.790,83 23.602,62 4.100,50 10.211,18 80.400,80

Bedragen uitgedrukt in euro.

Subsidiëring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen met betrekking tot het zorgbudget ouderen met zorgnood

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2019. Het betreft het voorschot op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2019 en het saldo dat betaald wordt tegen 15 juni 2020. Zorgkas 180 280 380 480 580 Totaal

Voorschot jaar 2019

1.533.540,00 60.976,00 712.896,00 221.852,00 132.268,00 2.661.532,00

Saldo jaar 2019

381.520,35 15.321,67 181.829,89 53.766,69 32.942,39 665.381,00

Totaal

1.915.060,35 76.297,67 894.725,89 275.618,69 165.210,39 3.326.913,00

Bedragen uitgedrukt in euro.

Subsidiëring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen m.b.t. Mobiliteitshulpmiddelen

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2019. Het betreft het voorschot op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2019 en het saldo dat betaald wordt tegen 15 november 2020. Zorgkas 180 280 380 480 580 Totaal

Voorschot jaar 2019

4.088.256,08 199.830,20 1.818.739,16 636.226,72 538.254,24 7.281.306,40

Saldo jaar 2019

1.386.758,41 43.922,48 184.987,96 51.562,33 153.095,41 1.820.326,59

Totaal

5.475.014,49 243.752,68 2.003.727,12 687.789,05 691.349,65 9.101.632,99

Bedragen uitgedrukt in euro. 79

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Subsidiëring van de recurrente werkingskosten van de zorgkassen m.b.t. residentiële ouderenzorg

In de onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die het agentschap heeft uitbetaald in het jaar 2019. Het betreft het voorschot op de subsidie voor werkingskosten voor het jaar 2019 en het saldo dat betaald wordt tegen 15 november 2020.

Zorgkas

180 280 380 480 580 Totaal

Voorschot jaar 2019 Saldo jaar 2019 Totaal 5.155.921,13 288.474,12 5.444.395,25 223.105,88 18.233,84 241.339,73 1.812.863,41 19.262,56 1.832.125,97 690.842,41 2.103,99 692.946,40 693.803,49 29.281,17 723.084,66 8.576.536,32 357.355,68 8.933.892,00

Bedragen uitgedrukt in euro.

Werkingskosten van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming Per 31 december 2019 werden voor 3.887.399 euro aan werkingskosten op de ESR 12.11 (in VEK) aangerekend. Het globaal werkingsbudget werd in de aangepaste begrotingscontrole op 4.991.000 euro (in VEK) geraamd. Bedoelde uitgaven kunnen worden geventileerd naar de volgende drie rubrieken: 1) De recurrente werkingsuitgaven van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming. De belangrijkste uitgaven in 2019 waren m.n.: -

de informatica-uitgaven (hosting, support en service credits) ( 616.669 euro); uitgaven voor studies en projectleiding en ondersteuning ( 686.447 euro); de kosten t.a.v. het onafhankelijk controle-orgaan Mediwe (292.013 euro); de bijstand van advocaten in het kader van geschilprocedures, rechtsplegingsvergoedingen en financiële en interim controles van bedrijfsrevisoren (173.236 euro); de vergoeding aan de experten vermogensbeheer voor verleende adviezen in het kader van de beleggingsstrategie van het Agentschap (43.878 euro) reiskosten en presentiegelden van de leden van de bezwaarcommissie (6.157 euro); bijkomende indicatiestellingen op vraag van de bezwaarcommissie (53.449 euro); media-campagnes Vlaamse sociale bescherming (297.438 euro); technisch advies bezwaarcommissie (17.998 euro); uitgaven Escapo en Goed Hulpmiddelen (67.500 euro; studies RIZIV BelRai Vlaanderen (66.814 euro); uitgaven frankeermachines (41.309 euro) en ter beschikking stelling van personeel (45.735 euro); diverse financiële kosten (bankkosten en taks op beursverrichtingen excl. de beheer- en bewaarlonen van de portefeuilles) (1.945 euro) .

80

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


2) De kosten m.b.t. inning van de administratieve geldboete Deze uitgaven maken deel uit van de ESR 12.11 - in 2019 werd een bedrag van 922.282 euro aangerekend als kosten met betrekking tot de inning van de administratieve geldboete. Het betreft: -

de dienstverlening van het Call Center / Vlaamse infolijn (facturatie IN2COM) (72.919 euro); de niet-recupereerbare deurwaarderskosten (698.466 euro); de mailings- en verzendkosten Bpost (150.897 euro) 3) De kosten met betrekking tot de beleggingsportefeuille van het Agentschap

De uitgaven voor het vermogensbeheer, begroot op 325.000 euro, bedroegen op 31 december 2019 443.717 euro. Het betreft de kosten aan beheerlonen en aan bewaarlonen die werden betaald aan de externe vermogensbeheerder KBC Asset Management.

Werkingskosten van de vzw Vlaamse Zorgkas Met toepassing van artikel 14, derde lid van het decreet heeft het toenmalig Vlaams Zorgfonds op 10 mei 2001 de vzw Vlaamse Zorgkas opgericht. De vzw Vlaamse Zorgkas heeft een specifieke opdracht: de ambtshalve aansluiting van personen die zich niet hebben aangesloten bij een zorgkas. De vzw Vlaamse Zorgkas ontvangt een specifieke werkingssubsidie die terug te vinden is onder de ESRcode 42.90 van de begroting van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming. Deze werkingssubsidie werd in 2019 begroot op 881.000 euro. Naar aanleiding van de begrotingscontrole 2019 werd de subsidie verhoogd met 203.000 euro omwille van het ten laste nemen door het Agentschap van de tekorten op de werking en de financiële mali voor de boekjaren 2017 en 2018. De vzw Vlaamse Zorgkas heeft geen eigen personeel en doet – evenals het agentschap Vlaamse sociale bescherming – een beroep op ambtenaren van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid voor de uitvoering van haar werkzaamheden. De belangrijkste uitgavenposten voor de vzw in 2019 zijn: - post- en portkosten (inclusief de ambtshalve aansluitingen): 690.660 euro - mailings- en verwerkingskosten: 45.194 euro - prestaties van het contactcenter: 243.784 euro De overige kosten betreffen de uitgaven voor het financieel beheer (voornamelijk erelonen van de commissaris-revisor en het extern boekhoudkantoor en bankkosten) 29.705 euro en kosten voor drukwerken, verzekeringen en wettelijke bekendmakingen globaal 745 euro. De kosten voor diensten en diverse goederen nemen toe met 285.612 euro. De voornaamste verschuivingen tegenover vorig jaar zijn: port- en postkosten (+ 246.122 euro), mailings- en verwerkingskosten (+ 1.772 euro), prestaties contactcentrum (+ 34.225 euro) en de rubriek erelonen (+ 4.585 euro).Sinds 2002 heeft het Agentschap een beheersovereenkomst afgesloten met de vzw Vlaamse Zorgkas waarbij laatstgenoemde gehouden is om elk jaar tegen uiterlijk 30 september een financieel en een beleidsplan op te stellen voor het daaropvolgende jaar. Het Agentschap Vlaamse 81

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Sociale Bescherming verleent jaarlijks een advies over deze beide plannen in hoofde van de vertegenwoordiger van het agentschap in de Raad van Bestuur van de vzw. De vzw Vlaamse Zorgkas bezorgt jaarlijks aan het agentschap een overzicht van de werkelijke uitgaven. De vzw Vlaamse Zorgkas mag een beschikbare reserve of overgedragen resultaat aanhouden van maximaal 20 % van de subsidiëring.

Diverse terugstortingen Terugbetaling van onterecht betaalde zorgpremies (hoofdzakelijk aan grensarbeiders) en onterecht gevorderde administratieve geldboetes: In 2019 werd een zeer beperkt bedrag van 577 euro aan terugstortingen gedaan. Deze terugstortingen betreffen terugbetalingen van onterecht gevorderde administratieve geldboetes en teruggestorte premies van grensarbeiders.

Informatica – investeringen van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming Deze investeringen (vereffend op datum van 31 december 2019) bedragen voor het begrotingsjaar 2019 8.994.370 euro. Het betreft in hoofdzaak uitgaven met betrekking tot software-ontwikkeling in het kader van de uitbouw van de diverse pijlers van de Vlaamse sociale bescherming met inbegrip van diverse analyse-opdrachten. Opmerking: de hosting en de onderhoudskosten van de applicaties worden aangerekend op de ESR 1211 – Werkingskosten AVSB (zie supra). In de begroting 2019 was op de ESR 74.40 oorspronkelijk een bedrag van 8.000.000 euro (in VEK) ingeschreven.

Investeringssubsidie aan de zorgkassen (Mobiliteits- en Hulpmiddelen – MOHM) In 2019 werd een globale subsidie ad. 500.000 euro toegekend aan de zorgkassen voor de verdere ontwikkeling van hun ICT-applicaties voor deze pijler. Deze subsidie werd in 2019 reeds voor 250.000 euro in VEK in de uitvoeringsrekening van de begroting aangerekend.

Inkomensoverdrachten aan de FOD SZ – werking THAB Het agentschap betaalde in 2019 een aantal voorschotten (4 keer 487.500 euro of 1.950.000 euro) aan de FOD SZ uit. Op basis van de eindafrekening die het Agentschap februari 2020 van de federale overheid mocht ontvangen werd er reëel een bedrag van 2.073.563 euro aan uitgaven voor medische inschaling gedaan.

82

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Dotatie aan het reservefonds In het begrotingsjaar 2019 werden er geen dotaties aan het demografisch reservefonds gedaan. De waarde van het reservefonds blijft dus ongewijzigd: 898.524.655 euro

3.3 OVER TE DRAGEN RESULTAAT VOOR HET JAAR 2019 Budgettair resultaat 2019 Het uiteindelijk over te dragen resultaat voor het jaar 2019 bedraagt 21.284.357 euro en werd gevalideerd door het Rekenhof naar aanleiding van hun controles. Dit boni is ongeveer 1,78 miljoen euro meer dan oorspronkelijk voorzien (19.503.000 euro). Het begrotingsoverschot wordt onder de ESR 03.22 in de uitvoeringsrekening van de begroting 2019 van het Agentschap opgenomen. De stijging van het begrotingsoverschot tot 21,28 miljoen euro is de resultante van de bewegingen op de volgende grote posten in de begroting van het Agentschap: Meer/minderopbrengsten: De meerinkomsten uit dotaties: 4.548.000 euro De meerinkomsten omwille van terugstortingen van subsidies door de zorgkassen: 2.506.000 euro De minderinkomsten uit de zorgpremies: 129.000 euro De minderinkomsten uit beleggingen: 177.000 euro De minderinkomsten aan boetes en achterstallen: 1.922.000 euro De minderinkomsten uit internationale overeenkomsten: 6.594.000 euro De meerinkomsten naar aanleiding van terugstortingen ven terugbetaling kwijtgescholden boetes (976.000 euro) en terugvorderingen van tegemoetkomingen zorgbudget ouderen met zorgnood (647.000 euro) Meer/minderuitgaven waren er einde 2019 voornamelijk ten gevolge van: De minderuitgaven zorgbudget ouderen met zorgnood: 15.496.000 euro De minderuitgaven zorgbudget zwaar zorgbehoevenden: 4.275.000 euro De meeruitgaven tegemoetkomingen mobiliteit- en hulpmiddelen: 18.589.000 euro De minderuitgaven tegemoetkomingen residentiĂŤle ouderenzorg: 449.000 euro De minderuitgaven op de eigen werkingsuitgaven: 482.000 euro

Economisch resultaat 2019 Het te bestemmen netto economisch resultaat/winst van het boekjaar 2019 bedraagt op 31 december 2019 (-) 703.603 euro. Het verschil met het boni van de ESR-uitvoeringsrekening (+/- 21,9 miljoen euro) wordt hoofdzakelijk verklaard door: 83

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


-

-

-

De boeking van de afschrijvingen en de terugname van afschrijvingen van immateriële vaste activa (software-ontwikkeling diverse applicaties): wordt enkel bedrijfseconomisch verwerkt in de boekhouding; De boeking van een voorziening in het passief van de balans voor de verwachte achterstallen zorgbudget ouderen met zorgnood: wordt enkel bedrijfseconomisch verwerkt in de boekhouding; De boeking van de meer- en minderwaarden bij realisatie van de vlottende activa (obligatieportefeuilles): wordt enkel bedrijfseconomisch geboekt; De boeking van de pro rata van de effectenportefeuille per 31 december 2019. Vanaf het boekjaar 2012 wordt de effectenportefeuille, conform het Vlaams rekendecreet, gewaardeerd aan de aanschaffingswaarde en niet meer aan de marktwaarde. Bijgevolg worden er géén niet gerealiseerde meer/minderwaarden meer geboekt.

3.4 BESPREKING VAN DE VOORNAAMSTE POSTEN VAN DE BALANS EN DE RESULTATENREKENING De jaarrekening van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming wordt opgesteld volgens de richtlijnen die vermeld worden in het Vlaams Rekendecreet van 8 juli 2011 in combinatie met de aanrekenings- en waarderingsregels zoals beschreven in de door het dienstencentrum Boekhoudkantoor (DCBK) van het departement Financiën en Begroting beschikbaar gestelde boekhoudhandleiding (de zgn. Accounting Manual). De jaarrekening van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming werd op 24, 25 en 26 februari 2020 gecontroleerd door de bedrijfsrevisor van het Agentschap. De belangrijkste rubrieken van de jaarrekening worden hierna kort toegelicht.

De vaste activa (codes 21, 24 en 27 – actief van de balans) Immateriële vaste activa (code 21) Deze activa staan in het actief van de balans gewaardeerd aan een netto boekwaarde van 6.419.141 euro. Het betreft onder andere uitgaven in het kader van de software/applicatieontwikkelingen rond het digitaal platform Vlaamse sociale bescherming, en de applicaties E-WZCFin, E-Mohm, E-Thab en bandagisten. Op deze activa werd gedurende het boekjaar een afschrijving ad. 33% toegepast en dit voor een globaal bedrag van 3.503.024 euro. Materiële vaste activa (code 24) Alle activa (vnl. server) werden reeds in het verleden definitief afgeschreven.

84

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Vaste activa in aanbouw (code 27) In afwachting van de definitieve ingebruikstelling en/of na gevalideerde prestaties worden in deze rubriek de facturen met betrekking tot de software-ontwikkeling van de verschillende applicaties eTHAB, eBOB, eMOHM (mobiliteitshulpmiddelen) en eWZCFin (woonzorgfinanciering) geboekt. Einde boekjaar werd een bedrag van 8.037.187 euro voor deze rubriek in het actief opgenomen. Dit bedrag werd gevalideerd door de projectleiding ICT en het management van het Agentschap.

Vorderingen op ten hoogste 1 jaar (codes 41 â&#x20AC;&#x201C; actief van de balans) De vorderingen met betrekking tot de inning van de administratieve geldboete werden, rekening houdende met de recentste applicatiegegevens, in het actief van de balans opgenomen voor geactualiseerde bedragen waarvan het detail per rubriek en per balansrekening in de onderstaande tabel wordt vermeld: Economische Economische Rekening Rekening Omschrijving 416000 Diverse Vorderingen 416001 417000 417200 419000

Diverse vorderingen - boeking via GL Overige dubieuze vorderingen Dubieuze vorderingen - boeking via GL Waardeverminderingen overige vorderingen

Begin Balans

Periode Periode Credit Saldo Periode Eind Balans Debet - 30.247.851,23 27.714.031,37 2.533.819,86 11.425,96 2.522.393,90 4.722.662,75 22.906.589,14 17.753.913,73 5.152.675,41 9.875.338,16 7.713.029,01 10.479.354,60 12.619.628,05 0,00

7.480.210,60

8.457.482,26

1.639.751,89

7.602.571,30 12.328.257,81

2.140.273,45 6.817.730,37

5.572.755,56 6.817.730,37

4.725.686,51 12.205.897,11

De netto historische vordering met betrekking tot de terugvorderingen onterecht uitbetaalde Zorgbudget voor Ouderen met een Zorgnood (ex THAB tegemoetkomingen) werd opgenomen onder de rubriek 40 en dit voor een bedrag van 78.817 euro Er is tevens nog een openstaande vordering op balansdatum ten aanzien van de Vlaamse Overheid, i.c. de nog te ontvangen dotaties 2019 te betalen in 2020 ad. 275.797.000 euro. Dit saldo werd ons bevestigd door departement FinanciĂŤn en Begroting. Ten aanzien van de zorgkassen werd een globale vordering in het actief van de balans geboekt van 14.870.405 euro. Het betreft een vordering ten aanzien van de zorgkassen op basis van de resultaten uit hun gerapporteerde S-bladen zorgpremies/zorgbudgetten per 15 februari 2020 met betrekking tot het jaar 2019. Detail: ZK 180: CM-Zorgkas: 1.311.308,43 euro ZK 280: Neutrale Zorgkas: 191.206,15 euro ZK 380: Zorgkas Socialistische Mutualiteiten: 292.072,19 euro ZK 480: Zorgkas Liberale Mutualiteiten: 376.259,60 euro ZK 580: Zorgkas Onafhankelijk Ziekenfonds: 2.664.963,97 euro ZK 680: Vlaamse zorgkas vzw: 10.034.594,61 euro

85

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Op basis van de definitieve goedgekeurde en geviseerde jaarrekeningen en de S-bladen per 15 mei 2020 wordt in de loop van 2020 de definitieve eindafrekening per VSB-pijler per zorgkas opgesteld. Ten aanzien van de FOD Sociale Zekerheid werd in de rubriek 41 een uitstaande nog lopende vordering geboekt van 7.779,08 euro – het betreft de boeking van het terug te vorderen saldo aan tegemoetkomingen zorgbudget ouderen met zorgnood (ex-THAB). In 2019 werden geen voorschotten meer uitbetaald aan de federale overheid. De geboekte bedragen worden bekomen als volgt: Tegemoetkomingen THAB 2019 Vlaanderen via FOD SZ: voorschotten in 2019 saldo 18 naar 19: vordering reële uitgaven 2019 saldo : Openstaande vordering 31/12/19

0 60.292,60 52.513,52

7.779,08

Dit saldo werd ons bevestigd door de diensten van de FOD SZ middels een brief d.d. 29 januari 2020. Zoals in bovenstaande tabel aangegeven werd er in 2019 geen periodieke voorschotten aan de FOD SZ in 2019 meer uitbetaald. De reële uitgaven voor zorgbudget voor ouderen met een zorgnood die via federale weg in 2019 nog werden uitbetaald, bedroegen 52.514 euro. Dit cijfer werd ons gerapporteerd door de boekhouddiensten van de FOD SZ. De zorgkassen namen vanaf 2019 de taken van de FOD SZ in aanzienlijke mate over. De erkende zorgkassen betaalden in 2019 een bedrag uit van 344.871.328 euro. Medische inschaling zorgbudget ouderen met zorgnood 2019 Vlaanderen via FOD SZ: overzicht: voorschotten in 2019 saldo 18 naar 19 reële uitgaven 2019

1.950.000 0 2.073.563

saldo : schuld aan de FOD SZ

-123.563

In 2019 werden er 4 kwartaalvoorschotten aan de FOD SZ betaald voor een totaalbedrag van 1.950.000 euro. De reële uitgaven, bevestigd door de boekhouddiensten van de FOD SZ, bedroegen 2.073.563 euro waardoor er in het passief van de balans van het Agentschap een schuld ad. 123.563 euro werd ingeschreven. Deze schuld werd als een te ontvangen factuur in de balans opgenomen (zie infra).

86

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Geldbeleggingen (codes 51 tot en met 53 – actief van de balans) en de geboekte gerealiseerde meer- en minderwaarden op de effectenportefeuilles (codes 75 en 65 van de resultatenrekening) In het actief van de balans werden deze geldbeleggingen (diverse obligatieportefeuilles, het aandelenfonds met distributiekarakter: Vladubel Zorgverzekering, de infrastructuurinvesteringen, vastgoedcertificaat LAK VMM) gewaardeerd aan de aanschaffingswaarde per 31 december 2019. Dit principe wordt, conform de handleiding boekhouding rekendecreet rechtspersonen, sinds het boekjaar 2012 toegepast. Voorheen werden de portefeuilles einde boekjaar gewaardeerd aan de marktwaarde per 31 december. De rapporteringen van de vermogensbeheerder KBC Asset Management geven detailinformatie per soort belegging en dit aan de aanschaffingswaarden én de marktwaarden op balansdatum. De beide portefeuilles (obligatie/aandelen) zitten in depot bij KBC Bank. De belegging in het vastgoedfonds DG Infra Yield wordt gewaardeerd op basis van de outstanding balance gegevens zoals bekend per einde 2019. Idem wat betreft de beleggingen in Epico. Concreet betekent dit dat deze beleggingen in het actief van de balans voor de volgende bedragen werd opgenomen: volledig detail is terug te vinden in de rapporteringen van de vermogensbeheerder. Opgenomen onder de rubriek code 51: -

-

het aandelenfonds Vladubel Zorgverzekering voor 258.460.144,70 euro (aanschaffingswaarde/AW per 31/12/19) – sinds boekjaar 2018 betreft het distributiedeelbewijzen; Infrastructuurinvesteringen: • het gesloten beleggingsfonds DG Infra Yield voor 20.760.084,8 euro (outstanding balans gegevens per 31/12/19) • Fonds voor infrastructuurinvesteringen Epico voor 2.560.963,96 euro vastgoedcertificaat VMM – LAK ad. 6.748.530,76 euro

Opgenomen onder de rubriek code 52: -

de vastrentende effecten – Belgische obligaties voor 109.421.359,02 euro (AW per 31/12/19); de sub sovereign bonds voor 63.622.209,00 euro (AW per 31/12/19); de vastrentende effecten – Obligaties uit de Eurozone voor 262.285.058,29 euro (AW per 31/12/19); de inflatiegebonden obligaties voor 84.245.482,71 euro (AW per 31/12/19); de corporate bonds – totale aanschaffingswaarde per 31/12/2019 bedroeg 128.296.152,63 euro.

Opgenomen onder de rubriek code 53: Op balansdatum 31/12/2019 stonden er geen termijndepositobeleggingen meer uit.

87

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Opgenomen onder rubriek code 55: De liquide middelen van het agentschap bedroegen op balansdatum 31/12/2019: 71.796.432,50 euro – grotendeels op ING-rekeningen. Enkel de KBC-rekeningen voor het portefeuillebeheer zijn nog in eigen beheer: 213.276,50 euro. De gelopen nog niet geïnde rente op de obligatieportefeuille bedraagt per saldo 1.433.218,90 euro Omwille van waardering aan de aanschaffingswaarde werden de niet gerealiseerde rente en meer/minderwaarden op de portefeuille niet meer in het resultaat verwerkt. De meerwaarden op de realisatie van vlottende activa (obligatie + aandelenportefeuille) bedroegen 1.052.729,61 euro. Het incasso van coupons uit obligaties (bruto) en de verrekening van de rente naar aanleiding van obligatietransacties (aan/verkopen) bedroeg 18.752.099,36 euro. Er werd in mei 2019 een dividend door KBC AM (Vladubel Zorgverzekering) uitgekeerd van 7.199.998,09 euro. Naar aanleiding van verkopen van obligaties werd een bedrag van 4.352.386,25 euro aan gerealiseerde minderwaarden geboekt. In de loop van het boekjaar 2019 werd tenslotte 9.318 euro aan taksen op beursverrichtingen betaald. De beheer- en bewaarlonen te voldoen aan de vermogensbeheerder bedroegen 392.976 euro.

Overlopende rekeningen van het actief (code 49 – actief van de balans) Het betreft de boeking van de gelopen nog niet geïnde rente op de obligatieportefeuilles op basis van de rapporteringen van de vermogensbeheerder per 31 december 2019: 8.457.576,50 euro

Voorzieningen (code 16 – passief van de balans) Een totaalbedrag van 4.488.930 euro werd aan voorzieningen in het passief van de balans opgenomen. Het betreft het behoud van een bedrag van 312.750 euro (juridische geschillen / indicatiestellingsfacturen) in de beginbalans per 01/01/2019 reeds opgenomen en 4.176.180 euro aan voorzieningen voor de verwachte achterstallen en nalatigheidsintresten THAB (huidig zorgbudget voor ouderen). Hiermee wordt aan de opmerking van het Rekenhof m.b.t. jaarrekening 2018 tegemoet gekomen.

Handels, sociale en overige schulden (codes 44, 45 en 48 – passief van de balans) Op balansdatum 31/12/2019 heeft het agentschap VSB een kortlopende schuld van 258.995.796,85 euro. Deze schuld is samengesteld als volgt: Handelsschulden op ten hoogste 1 jaar (gewone facturen, vnl. met betrekking tot ICT-uitgaven en projectleiding) van 790.719,28 euro (rubriek 440). 88

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Boeking van te ontvangen facturen voor een globaal bedrag van 73.169.125,32 euro (rubriek 444). Detail van nog te verwachten facturen voorzieningen met datum in 2020 doch slaande op 2019 en uit voorzichtigheidsprincipe in passief van de balans opgenomen: Pijler Mobiliteits- en Hulpmiddelen (MOHM): 11.772.481,68 euro Pijler Dagverzorgingscentra (DVC): 864.546,00 euro Pijler Woonzorgcentra (WZC): 60.408.534,57 euro Naar aanleiding van de afrekening die we van de FOD SZ ontvingen met betrekking tot de medische inschaling THAB werd er in januari 2020 een factuur ontvangen slaande op de prestaties medische inschalingen 2019. Bovenop het voorschot op jaarbasis ad. 1.950.000 euro diende nog een saldo van 123.563 euro betaald te worden. Dit factuur werd eveneens als een te ontvangen factuur in de boeken opgenomen. In het passief van de balans werd vervolgens ook het saldo van 20 % opgenomen van de recurrente specifieke werkingssubsidie aan de vzw Vlaamse Zorgkas van het jaar 2019. In principe betaalt het agentschap VSB dit bedrag (176.200 euro) uit van zodra het bevestiging heeft bekomen van de goedkeuring door de Algemene Vergadering van de jaarrekening van de Vlaamse Zorgkas. Analoog aan het jaar 2018 zal dit saldobedrag worden opgenomen in de jaarlijkse eindafrekening die het agentschap VSB opstelt na goedkeuring van de jaarrekening van de vzw.

Afhandeling en inboeking van de saldi van de werkingssubsidies aan de zorgkassen (diverse pijlers) – rekening 481000

Er werd een saldo van 20 % van de werkingssubsidie (luik zorgverzekering) 2019 aan de erkende zorgkassen van 1.813.593,02 euro geboekt. Dit saldo is door AVSB te voldoen uiterlijk tegen 15/06/20. Het saldo van de werkingssubsidie die de zorgkassen voor BOB (Zorgbudget voor Personen met een Handicap) ontvangen werd eveneens in het passief van de balans opgenomen en bedraagt 80.400,80 euro. De uitbetalingsdatum is dezelfde als deze voor het saldo van de recurrente werkingssubsidie. Dit geldt tevens voor de uitbetaling van het saldo van de werkingsuitgaven ZBO (ex THAB) voor de zorgkassen ad. 665.381 euro. In tegenstelling tot de 3 reeds bestaande pijlers wordt er voor de 2 nieuwe pijlers MOHM en Residentiële Ouderenzorg (pijlers WZC en DVC) afgerekend in het jaar zelf, namelijk op 15/11/19. Het saldo van de werkingssubsidie die de zorgkassen voor MOHM ontvangen t.b.v. 1.820.326,59 euro werd dus reeds op 15/11/19 betaald. Uitzonderlijk werd voor de uitbetaling van het saldo van de werkingsuitgaven Residentiële Ouderenzorg voor de zorgkassen op 15/11/2019 slechts 16% van de werkingssubsidie 2019 als voorlopige afrekening betaald, dit omwille van het dan nog niet beschikbaar zijn van definitieve cijfergegevens voor de berekening. De voorlopige afrekening op 15/11/2019 bedroeg 1.429.422,72 euro. De resterende 4% van de werkingssubsidie 2019 van 357.355,68 EUR werd rond 20/12/19 betaald.

89

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Overige boekingen via de rekening 481000 â&#x20AC;&#x201C; Te betalen subsidies Het betreft de verwerking van de volgende documenten: - saldi projecten Jongdementie - saldo Kwaliteitscentrum Diagnostiek, - facturatie Indicatiestellingen van diverse zorgkassen - subsidies DVC en WZC uitbetaald aan de zorgkassen in januari 2020, ingeboekt en slaande op december 2019. Afhandeling en inboeking van de S-bladen zorgkassen d.d. 15/02/2020 (pijlers ZVZ, ZBO (ex THAB), BOB en MOHM) Ten aanzien van de erkende zorgkassen werden de volgende schulden op de rekeningen 481005 tot en met 481010 geboekt. Deze schulden zijn de resultante van de rapportering over de vijf VSB-pijlers van de zorgkassen per 15 februari 2020: ZK 180: CM-Zorgkas: 7.198.644,48 euro ZK 280: Neutrale Zorgkas: 110.516 euro ZK 380: Zorgkas Socialistische Mutualiteiten: 639.502,42 euro ZK 480: Zorgkas Liberale Mutualiteiten: 0,00 euro ZK 580: Zorgkas Onafhankelijk Ziekenfonds: 483.405,73 euro ZK 680: Vlaamse zorgkas vzw: 777.309,87 euro

Uitzonderlijke kosten en opbrengsten Er werden geen uitzonderlijke kosten/opbrengsten in het boekjaar 2019 geboekt.

Regularisatie van belastingen Er waren geen regularisaties van belastingen gedurende het boekjaar 2019.

90

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


4 Financieel beleid van het Agentschap Vlaamse sociale bescherming 4.1 THESAURIEBEHEER Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming was tot 31 december 2017 volledig verantwoordelijk voor haar eigen kasbeheer. Op 1 januari 2018 is het Agentschap Vlaamse sociale bescherming overgeschakeld naar het financiële systeem orafin van de Vlaamse overheid. Dit programma zorgt voor de betaling van alle uitgaven en de boekhoudkundige verwerking van alle ontvangsten en uitgaven. Tevens werd overgeschakeld naar ING Bank die het kassiersmandaat van de Vlaamse overheid uitvoert. Sinds 1 januari 2019 is het Agentschap Vlaamse sociale bescherming ook opgenomen in het Centraal Financieringsorgaan (CFO) dat alle financiële middelen van de Vlaamse overheid centraliseert.

4.2 VERMOGENSBEHEER Beleggingsstrategie Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming is verantwoordelijk voor het aanleggen en het beheren van een reservefonds dat bestemd is voor de toekomstige financiering van de uitgaven van de Vlaamse sociale bescherming. In juli 2006 heeft de Vlaamse Regering beslist dat de financiële reserves van het Agentschap Vlaamse sociale bescherming ten belope van minstens 70 % in obligaties moeten belegd worden. Er mag voor maximum 20 % in aandelen en 10 % in vastgoed belegd worden. De voorbije jaren werden echter grotere koersschommelingen vastgesteld bij aandelen en bij obligaties. Daardoor kon de investering in de verschillende activaklassen gemakkelijker afwijken van de norm, met tijdelijke over- of onderinvesteringen tot gevolg. Een te frequente bijsturing van de beleggingsportefeuilles veroorzaakt echter transactiekosten die wegen op het rendement van het reservefonds. Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft daarom op 6 maart 2015 toestemming gekregen van de Vlaamse Regering om de maximale grens op te trekken tot 25 % indien de overschrijding louter het gevolg is van fluctuaties in de marktwaarde van de verschillende beleggingsportefeuilles (nota VR 2015 0603 DOC.0190). De Vlaamse Regering heeft beslist om het beheer van de beleggingsportefeuille uit te besteden aan gespecialiseerde vermogensbeheerders. De twee obligatieportefeuilles en het aandelenmandaat worden beheerd door KBC Asset Management. Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft een overeenkomst van onbepaalde duur afgesloten, maar het contract is onmiddellijk opzegbaar zonder opzegtermijn of opzegvergoeding. Een vastgoedmandaat - het DG Infra Yield Fonds - wordt beheerd door Inframan dat een joint-venture is tussen de GIMV en Belfius Bank. Dit is een gesloten beleggingsfonds met een looptijd van 30 jaar bestemd voor institutionele beleggers zoals pensioen- en reservefondsen. 91

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


In december 2012 heeft het Agentschap Vlaamse sociale bescherming 8 miljoen euro belegd in vastgoedcertificaten van LAK Invest VMM. Het betreft een private plaatsing van PMV9 bij institutionele beleggers. Het verwachte rendement op lange termijn (internal rate of return) bedraagt 3,60 %. Bij de berekening van het verwachte rendement, wordt uitgegaan van de verwachte huuropbrengsten, de verwachte exploitatiekosten, de verwachte verkoopwaarde van het gebouw na 27 jaar en de verwachte inflatie. In 2018 heeft het Agentschap Vlaamse sociale bescherming nog een engagement aangegaan om 5.960.000 euro te beleggen in sociale en economische infrastructuur via het Epico Fund dat beheerd wordt door de Participatiemaatschappij Vlaanderen en het Nederlandse Rebel. Door het decreet “Vlaams Staatspapier”(10) is het Agentschap Vlaamse sociale bescherming ondertussen verplicht om haar beschikbare gelden op lange termijn te beleggen in financiële instrumenten uitgegeven door de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering (11) heeft echter bepaald dat door de specifieke behoeften van de zorgsector het percentage te beleggen beschikbare gelden in Vlaams Staatspapier voor het Agentschap Vlaamse sociale bescherming minimaal 50 % bedraagt. Hieruit vloeit voort dat het Agentschap Vlaamse sociale bescherming maximaal 50 % van haar reservefonds mag beleggen in andere beleggingsinstrumenten, zijnde alternatieve financiële instrumenten gelinkt aan de welzijnssector. Op 21 juni 2019 heeft het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) en het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) voor investeringen in de welzijnssector vanuit het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming. Door deze nieuwe regelgeving moet het beheer van het reservefonds bijgestuurd worden.

Obligatiemandaat Op 25 november 2011 heeft de Vlaamse Regering beslist om minder te beleggen in staatsobligaties van de eurozone en meer te beleggen in Belgische en Vlaamse overheidsobligaties. Ook werd een deel belegd in bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid (met uitsluiting van de financiële sector gezien de sterke verwevenheid tussen landen en de financiële sector). Sinds januari 2012 wordt het mandaat beheerd tegenover een gemengde referentie-index, namelijk − de J.P. Morgan EMU Government Bond Index (min 50 % - max 70 %) te verdelen over 45 % federale overheden (min 40 % - max 50 %) en 15 % regionale overheden, agentschappen en supranationale instellingen (min 10 % - max 20 %) − de J.P. Morgan Belgium Government Bond index (min 10 % - max 30 %) − de IBoxx Corporates non-financials (min 10 % - max 30 %) 9

PMV: Participatie Maatschappij Vlaanderen Decreet van 18 mei 2018 betreffende de optimalisatie van het beheer van de financiële activa van de Vlaamse overheidsentiteiten 11 In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 betreffende de optimalisatie van het beheer van de financiële activa van de Vlaamse overheidsentiteiten, is bepaald dat in het licht van de specifieke behoeften van de zorgsector het percentage te beleggen beschikbare gelden, vermeld in artikel 4, derde lid van het decreet, voor het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming minimaal 50 % bedraagt. 10

92

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Deze index vormt de basis voor de samenstelling van de obligatieportefeuille en wordt ook gebruikt om de prestaties van de vermogensbeheerder te beoordelen. KBC AM heeft een actief mandaat gekregen. Dat betekent dat de beheerder in beperkte mate mag afwijken van de index om een hoger rendement te behalen. Op 1 januari 2019 bedroeg de marktwaarde 672.143.701 euro en op 31 december 2019 606.917.452 euro. De obligatieportefeuille vertegenwoordigt 57 % van de totale marktwaarde van het reservefonds. De beleggingsinkomsten (allocatie 26.10 en 26.20) worden niet gekapitaliseerd, maar worden aangewend voor de financiering van de uitgaven van het lopende jaar. Dit betekent dat een bedrag dat overeenstemt met de couponopbrengsten van het obligatiemandaat moet onttrokken worden aan de portefeuille. In de loop van het jaar 2019 werd er 17,6 miljoen euro aan de obligatieportefeuille onttrokken om de coupons van het mandaat te cashen. De return van het obligatiemandaat bedraagt 5,27 % en ligt daarmee boven het verwachte lange termijnrendement van 3,50 %. In totaal werd het obligatiemandaat verlaagd met 100.400.000 euro door onttrekking van alle cash afkomstig van couponuitkeringen (17.616.476,00 euro), de inning van de hoofdsom op de eindvervaldag (68.450.000,00 euro) en de verkoop van obligaties (12.927.256,60 euro). Het verschil van 1.406.267,40 euro was nog beschikbare cash op de zichtrekening. Op de langere termijn is de extreem lage rentestand ongunstig voor de portefeuille. De leningen die op vervaldag komen, moeten herbelegd worden in obligaties met een lage coupon. En de marktwaarde van obligaties met een hogere coupon uit het verleden is zeer gevoelig voor renteschommelingen. Als de rente zou stijgen met 0,25%, zal de yield rondom 0% schommelen waardoor er geen kapitaalaangroei meer is op de obligatieportefeuille. Momenteel is er al een negatieve yield voor obligaties met een korte restlooptijd. Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft alle cash die sinds 1 oktober 2018 vrijkomt, niet meer herbelegd. Deze liquiditeiten moeten immers geherinvesteerd worden in Vlaams staatspapier of geĂŻnvesteerd worden in de Welzijnssector. De beschikbare cash bedraagt momenteel 87.752.472 euro wat neerkomt op 8 % van het reservefonds (bij het staats/bedrijfsobligatiemandaat kwam voor 68.450.000,00 euro op eindvervaldag en werd voor 12.927.256,60 euro verkocht, bij het indexobligatiemandaat kwam voor 6.375.215,00 euro op eindvervaldag). De liquiditeiten worden gestort op een zichtrekening op naam van het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming bij de kassier ING en is opgenomen in het Centraal Financieringsorgaan (CFO). De cash bracht door de lage rentestand geen interest op maar er moest ook geen negatieve creditrente betaald worden. In de onderstaande tabel wordt de jaarlijkse return van het obligatiemandaat weergegeven van 1 januari tot 31 december van het betrokken jaar. Hieruit blijkt dat ook de jaarlijkse return van Europese staatsobligaties aan grote schommelingen onderhevig is. Jaar 2008 2009 2010 2011

Rendement 9,68 % 3,96 % 0,98 % 1,88 % 93

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

11,25 % 1,73 % 11,40 % 1,03 % 3,24 % 0,70 % 0,01 % 5,27 %

Obligaties: tot 31/12/2011 alleen staatsobligaties, vanaf jaar 2012 toevoeging van bedrijfsobligaties

Aandelenmandaat Tot 15 september 2016 beheerde KBC Asset Management het aandelenmandaat tegenover de Europese Ethibel Sustainability Excellence Index. Sinds 16 september 2016 wordt de portefeuille beheerd tegenover de duurzame MSCI ESGI Index Europe. Deze index scoort goed op het vlak van rendement, risico, kosten, ethische filter, stabiliteit van het ethisch universum (turnover), algemeen aanvaard gebruik in de financiële sector en bewezen expertise met indexbeheer. Op 1 januari 2019 bedroeg de marktwaarde 206.011.971 euro en op 31 december 2019 250.799.807 euro. Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft 10.285.712 euro onttrokken aan het aandelenmandaat. De dividendopbrengsten uit het aandelenmandaat worden aangewend voor de financiering van de uitgaven. De dividendinkomsten voor de begroting 2019 bedroegen 7.199.998 euro en de roerende voorheffing van 30 % was 3.085.713 euro. De laatste verhogingen van het aandelenmandaat dateren van het jaar 2009. In de onderstaande tabel staat in de kolom “spreiding” het percentage van het reservefonds vermeld dat belegd wordt in aandelen en staats/bedrijfsobligaties. Voor de eenvoud wordt abstractie gemaakt van de andere kleinere beleggingsportefeuilles (indexobligatiemandaat, vastgoed en infrastructuur) die samen ongeveer 11 % van het reservefonds vertegenwoordigen. In de kolom “return” staat de jaarlijkse return van beide mandaten. Jaar

Aandelen Spreiding

Obligaties Return

Spreiding

Return

31/12/2010

16,33 %

7,06 %

70,99 %

0,98 %

31/12/2011

15,97 %

-9,48 %

75,89 %

1,88 %

31/12/2012

17,26 %

18,67 %

73,55 %

11,25 %

31/12/2013

20,87 %

22,79 %

70,20 %

1,73 %

31/12/2014

20,72 %

5,89 %

73,34 %

11,40 %

31/12/2015

22,37 %

11,21 %

71,46 %

1,03 %

31/12/2016

21,61 %

3,89 %

69,26 %

3,24 %

31/12/2017

23,22 %

12,60 %

65,28 %

0,70 %

31/12/2018

20,52 %

- 9,87 %

66,95%

-0,01%

23,52 % 27,39 % 56,92 % 5,27 % 31/12/2019 Obligaties: tot 31/12/2011 alleen staatsobligaties, vanaf jaar 2012 toevoeging van bedrijfsobligaties

94

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


De return van het aandelenmandaat in 2019 bedraagt 27,39 % en ligt daarmee ver boven het verwachte lange termijn rendement van 6,00 %. In de onderstaande tabel wordt de jaarlijkse return van het aandelenmandaat weergegeven van 1 januari tot 31 december van het betrokken jaar. Jaar 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

Rendement -39,27 % 28,05 % 7,06 % - 9,48 % 18,67 % 22,79 % 5,89 % 11,21 % 3,89 % 12,60 % -9,87 % 27,39 %

Rendement obligatie- en aandelenmandaat sinds de start eind 2003 Obligatiemandaat

Aandelenmandaat

2004

7,25 %

12,17 %

2005

6,23 %

16,51 %

2006

4,17 %

17,53 %

2007

3,55 %

13,90 %

2008

4,71 %

0,53 %

2009

4,59 %

4,61 %

2010

4,08 %

4,94 %

2011

3,81 %

3,03 %

2012

4,59 %

4,65 %

2013 2014

4,31 % 5,20 %

6,56 % 7,40 %

2015

4,83 %

6,70 %

2016

4,50 %

6,39 %

2017

4,20 %

6,70 %

2018

3,89 %

5,59 %

2019

3,97 %

6,79 %

Het aandelenmandaat heeft de voorbije 16 jaren een gemiddeld jaarlijks rendement van 6,79 % opgeleverd. Door de buitengewoon goede prestatie van de aandelenmarkt had de aandelenportefeuille in 2019 een return van 27,39 % waardoor het Agentschap Vlaamse sociale bescherming er in geslaagd is om haar lange termijndoelstelling van 6,00 % per jaar te behalen. Het voorbije decenium waren er slechts drie jaren met een negatieve return, namelijk 2008 (- 39,27 %) en 95

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


2011 (– 9,48 %) en 2018 (-9,87 %). De beurscrash van 2008 heeft heel zwaar gewogen op de return waardoor het jaarlijkse rendement van bij de opstart in november 2003 tot 31 december 2008 terugviel tot 0,53 %. In 2009 en 2010 zijn de aandelenbeurzen gestegen waardoor de portefeuille zich hersteld heeft. Een deel van de waardestijging werd door de daling van de aandelenkoersen opnieuw teniet gedaan in 2011. De voorbije jaren waren opnieuw zeer gunstig voor aandelenbeleggers. Het afgelopen jaar was er opnieuw een stijging van de marktwaarde met 27,39 %. Het reservefonds heeft een lange termijn beleggingshorizon zodat koersschommelingen geen financiële problemen veroorzaken. Het obligatiemandaat heeft de voorbije 16 jaren een gemiddeld jaarlijks rendement van 3,97 % opgeleverd. Op lange termijn wordt gestreefd naar een rendement van 3,50 %. Het rendement ligt dus boven het verwachte rendement op lange termijn. De return van de aandelen- en obligatieportefeuille betreft een niet-gerealiseerde opbrengst of verlies. Het effectief behaalde rendement en de gerealiseerde meer- of minderwaarden kunnen pas bepaald worden bij de verkoop van de portefeuilles. Het rendement is een netto-rendement na aftrek van alle kosten voor beheerloon, bewaarloon, transactiekosten, belastingen, duurzame screening, enz..

Indexobligatiemandaat Op 18 mei 2009 werd een indexobligatiemandaat van 45 miljoen euro opgericht. Deze obligaties worden in principe bijgehouden tot de eindvervaldag. Op 1 januari 2019 bedroeg de marktwaarde 97.058.294 euro en op 31 december 2019 90.672.881 euro. Het indexobligatiemandaat vertegenwoordigt 8,50 % van de totale marktwaarde van het reservefonds. De return van het indexobligatiemandaat bedraagt 1,12 %. De couponopbrengsten worden niet gekapitaliseerd maar uitgekeerd. In de loop van het jaar 2019 werd er 1,2 miljoen euro aan de indexobligatieportefeuille onttrokken om de coupons van het mandaat te cashen. In totaal werd het obligatiemandaat verlaagd met 7.500.000 euro door onttrekking van de alle cash afkomstig van couponuitkeringen en de inning van de hoofdsom op eindvervaldag.

Vastgoedmandaat DG Infra Yield Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft zich geëngageerd om 15 miljoen euro te storten in dit fonds (committed capital). Op 21 september 2016 heeft het Agentschap Vlaamse sociale bescherming de participatie van 13,5 miljoen euro die het Vlaams Toekomstfonds aanhield in het DG Infra Yield Fonds overgenomen. Dat brengt het totaal engagement op 28,5 miljoen euro. Hoewel het een groot investeringsbedrag is, blijft het risico van deze investering beperkt. - Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming streeft naar een uitbreiding van haar belegging in vastgoed- en infrastructuur; - De investering bedraagt maximaal ongeveer 3 % van de totale marktwaarde van het reservefonds indien het maximale engagement volledig zou opgevraagd zijn;

96

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


-

Het betreft een gediversifieerde portefeuille waardoor het risico gespreid wordt over verschillende investeringsprojecten; Er wordt belegd in eigen kapitaal en schuldpapier van afgewerkte projecten (geen bouwrisico) die een stabiele cashflow genereren; Een verwachte netto-coupon van 3,50 %; Een vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid in de Toezichtsraad van het fonds.

Het engagement wordt opgevraagd in functie van de portefeuille-opbouw van de beheerder van het fonds. Op 31 december 2019 werd 20.760.081 euro kapitaal opgevraagd. Het streefdoel is om return van 6 % per jaar te behalen. Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft in de loop van 2019 1.087.043 euro ontvangen aan coupon- en dividenduitkeringen. De nettoreturn na aftrek van alle kosten, bedraagt 5,30 %.

Vastgoedmandaat LAK MM Gent Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft 8 miljoen euro geĂŻnvesteerd in het project LAK MM Gent. Op 26 april 2019 heeft PMV een coupon van 393.150 euro uitgekeerd. Deze coupon vertegenwoordigt een kapitaalsaflossing van 173.381 euro en een rente-opbrengst van 219.769 euro. Het behaalde netto-rendement bedraagt 3,17 %.

Vastgoedmandaat Epico Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming heeft zich geĂŤngageerd om 5.960.000 euro te storten in dit fonds (committed capital). Op 31 december 2019 werd al 2.560.964 euro opgevraagd. Voor 2019 heeft Epico een coupon van 50.220 euro uitgekeerd (op 18/12/2019: 44.191 euro en 13/01/2020: 6 029 euro)

Investering in de Welzijnssector Het Agentschap Vlaamse sociale bescherming wil via de samenwerkingsovereenkomst met de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) en het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) investeren in vier grote sectoren, namelijk de Woonzorgcentra, de voorzieningen voor Personen met een handicap, de ziekenhuizen en in energiebesparingsprojecten. Er wordt gekozen voor de grote sectoren binnen welzijn omdat zij de grootste financieringsbehoeften hebben en om de administratieve kosten en opvolging van de projecten beheersbaar te houden voor het agentschap. Op 4 december 2019 werd een eerste overeenkomst afgesloten met Pathmakers voor het verstrekken van een achtergestelde lening van 3 miljoen euro voor investeringen in welzijn en onderwijs.

97

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


5 Bijlagen 5.1 BIJLAGE 1: GLOSSARIUM Agentschap voor Vlaamse Sociale bescherming Dit is de rechtsopvolger van het Vlaams Zorgfonds. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming staat in voor de financiering van de tegemoetkomingen die toegekend zijn op basis van de Vlaamse sociale bescherming. Het Agentschap erkent, subsidieert en controleert de zorgkassen. Het Agentschap beheert tevens de reserves die aangelegd worden met het oog op de dekking van de toekomstige uitgavenverplichtingen. Attest Het bewijs van het ernstig en langdurig verminderd zelfzorgvermogen op basis van schalen die voor het meten van de afhankelijkheid krachtens andere regelgeving reeds in gebruik zijn. Budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning Een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning zoals vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap. Centrale Invorderingscel van de Vlaamse Overheid Deze dienst vordert in bepaalde, door de Vlaamse Regering bepaalde aangelegenheden, de niet-fiscale schuldvorderingen in van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest, meer bepaald de vorderingen die door de behandelende administratie niet meer geĂŻnd kunnen worden. Digitaal Platform Vlaamse Sociale Bescherming (DP VSB) Het Digitaal Platform Vlaamse Sociale Bescherming is een platform voor informatie-uitwisseling tussen zorgkassen en agentschap. Het platform zorgt ook voor informatiestromen met de andere actoren. Het bevat een verwijzingsrepertorium waarin opgenomen is wie bij welke zorgkas is aangesloten. Gemachtigde indicatiesteller Een organisatie, voorziening of professionele zorgverlener die gemachtigd is indicatiestellingen uit te voeren voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Gespecialiseerd rolstoeladviesteam Gespecialiseerde rolstoeladviesteams zijn erkende multidisciplinaire equipes die in het kader van verhuur van mobiliteitshulpmiddelen aan personen met een snel degeneratieve aandoening voor een gespecialiseerd rolstoeladviesrapport zorgen. Indicatiestelling Het vaststellen van de ernst en duur van de verminderde zelfzedzaamheid met behulp van de BELprofielschaal voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Voor de ouderenvoorzieningen verwijst de indicatiestelling naar de KATZ-schaal en eventuele bijkomende attesten en verslagen die de afhankelijkheid van de persoon aantonen.

98

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Inkomende grensarbeider Een inkomende grensarbeider is iemand die voldoet aan drie criteria: - de persoon is ouder dan 25 jaar; - de persoon woont in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (12) of Zwitserland; - de persoon is uit eigen recht sociaal verzekerd in België omwille van tewerkstelling in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Personen die via een afgeleid recht sociaal verzekerd zijn in België worden niet beschouwd als een inkomende grensarbeider. Mantel- en thuiszorg De mantel- en thuiszorg is een zorgvorm binnen het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden waarbij de niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt wordt door een niet-residentiële zorgvoorziening, een professionele zorgverlener of een mantelzorger. Mantelzorger Een meerderjarige natuurlijke persoon die op een niet-beroepsmatige basis niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt. Mobiliteitshulpmiddelen Mobiliteitshulpmiddelen hebben als doel om de bewegingsfunctie van gebruikers te ondersteunen. Als mobiliteitshulpmiddelen worden beschouwd: rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en hun aanpassingen. Bij ‘rolstoel’ kan het gaan om een manuele rolstoel, een elektronische rolstoel, een elektronische scooter, een manuele kinderrolstoel of een elektronische kinderrolstoel. Een stasysteem is een statafel of een rolstoel met een stafunctie, of toestellen die personen met een ernstige of volledige beperking van de stafunctie toelaten rechtop te staan. Niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning De zorg en ondersteuning die de duur, intensiteit en frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning overschrijdt. Rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning De zorg en ondersteuning zoals ambulante begeleiding, ambulante outreach, dagopvang, mobiele begeleiding, mobiele outreach en verblijf, die beperkt is in tijd, intensiteit en frequentie, zoals bepaald overeenkomstig artikel 8, 10° en 11°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en waarvoor de persoon met een handicap geen aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap moet indienen, of de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 2, § 1, 46°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. Residentiële zorg De residentiële zorg is een zorgvorm binnen het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden waarbij de niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt wordt door een voorziening die erkend is als woonzorgcentrum of psychiatrisch verzorgingstehuis.

(12) Europese

Economische Ruimte: Europese Unie, IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

99

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Rolstoeladviesteam Rolstoeladviesteams zijn erkende multidisciplinaire equipes die een rolstoeladviesrapport mogen opstellen. Snel degeneratieve aandoeningen Zorgbehoevenden komen van rechtswege in aanmerking voor het systeem van verhuur van mobiliteitshulpmiddelen aan personen met een snel degeneratieve aandoeningen (SDA) indien zij aan één van onderstaande aandoeningen lijden: • • amyotrofe lateraal sclerose; • • primaire lateraal sclerose; • • progressieve spinale musculaire atrofie; • • multisysteem atrofie. Zorgbehoevenden die niet lijden aan één van bovenstaande aandoeningen, kunnen gelijkgesteld worden door een gespecialiseerd rolstoeladviesteam (RAT) en zo alsnog toegang krijgen tot het verhuursysteem SDA. Ouderenvoorzieningen Wanneer we verwijzen naar ouderenvoorzieningen dan verwijzen we naar de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf en de centra voor dagverzorging. Verminderde zelfredzaamheid De toestand van een persoon van wie de mogelijkheden tot zelfzorg zijn aangetast. Onder zelfzorg wordt verstaan: de beslissingen en acties van een natuurlijke persoon in het dagelijks leven met het oog op het voorzien in de eigen basisbehoeften, en de daarbij aansluitende activiteiten die voornamelijk betrekking hebben op de uitvoering van de huishoudelijke activiteiten en de mogelijkheden om sociale contacten te leggen, zich te ontplooien en te oriënteren in tijd en ruimte. Verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen Een verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen is een persoon die gemachtigd is om voor de zorgbehoevende een aanvraag voor een mobiliteitshulpmiddel in te dienen. De verstrekker kiest, op basis van het medisch voorschrift of het rolstoeladviesrapport, welk mobliteitshulpmiddel het meest geschikt is. De verstrekker dient een aanvraag (digitaal) in bij de zorgkas waarbij de zorgbehoevende is aangesloten. Bij een goedkeuring krijgt de verstrekker via een derdebetalerssysteem de tegemoetkoming waarvoor de zorgbehoevende in aanmerking komt. Vesta Vesta is een systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp enerzijds, en Zorg en Gezondheid anderzijds. De eerste doelstelling van Vesta is de subsidiëring van de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp verbeteren door een efficiënte en snellere uitbetaling van de subsidies aan die diensten. De tweede doelstelling van Vesta is (beleids)informatie verzamelen op basis van de gegevens over het personeel en de gebruikers van die diensten en op basis van de berekende subsidies. Via Vesta worden gegevens verzameld die nodig zijn voor de subsidieberekening van de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp, en kan informatie over de hulp gedeeld worden tussen die diensten.

100

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


Vlaamse sociale bescherming De Vlaamse sociale bescherming bestaat uit de volgende pijlers: het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood en het zorgbudget voor mensen met een handicap, de mobiliteitshulpmiddelen en de residentiële ouderenzorg. De Vlaamse sociale bescherming is een volksverzekering, waarbij de rechten gekoppeld zijn aan de betaling van een jaarlijkse zorgpremie. Voorziening De voorziening die op een professionele basis één of meer vormen van niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt of organiseert. Het betreft diensten voor thuiszorg, diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, centra voor dagverzorging, centra voor kortverblijf, woonzorgcentra, en psychiatrische verzorgingstehuizen. Zorgbudget voor mensen met een handicap Een pijler van de Vlaamse sociale bescherming. Het gaat om een maandelijks vast forfaitair bedrag, waarmee de persoon met een handicap die een duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning heeft, niet-medische hulp- en dienstverlening kan bekostigen. Dit werd vroeger Basisondersteuningsbudget (BOB) genoemd. Zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Een pijler van de Vlaamse sociale bescherming. Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood heeft tot doel ouderen met een beperking en met een beperkt inkomen die bijkomende kosten hebben vanwege een vermindering van de zelfredzaamheid in staat te stellen een deel van de bijkomende kosten te financieren. Dit werd vroeger de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden genoemd. Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Een pijler van de Vlaamse sociale bescherming. Het biedt aan personen die geconfronteerd worden met een ernstig en langdurig verminderde zelfredzaamheid een geheel of gedeeltelijke dekking van de kosten voor niet-medische zorg verleend door voorzieningen, professionele zorgverleners of mantelzorgers. Dit werd vroeger de zorgverzekering genoemd. Zorgkassen De zorgkassen staan in voor de dagelijkse werking van de Vlaamse sociale bescherming. Ze worden opgericht door een ziekenfonds of een verzekeringsmaatschappij en erkend door het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming. Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming richtte zelf ook een (openbare) Vlaamse Zorgkas op. Er zijn vijf mutualistische zorgkassen en de Vlaamse Zorgkas. Zorgkassencommissie De zorgkassencommissie (ZKC) bestaat uit een pool van medische en andere experten, die aangesteld worden door de verschillende zorgkassen. Binnen deze pool van experten worden aparte ZKC – teams samengesteld. Deze teams zijn provinciaal georganiseerd. De ZKC staat garant voor een kwalitatieve uitvoering van de controles, los van het lidmaatschap van de zorgbehoevende bij de zorgkas. Voor de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen beoordeelt de zorgkassencommissie individuele aanvragen en geeft ze een bindend advies aan de zorgkas. Voor de tegemoetkomingen voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf en centrum voor dagverzorging controleert de zorgkassencommissie de indicatiestellingen.

101

Vlaamse sociale bescherming

Jaarverslag 2019


5.2 BIJLAGE 2: COĂ&#x2013;RDINATEN ZORGKASSEN

Zorgkas 180 Christelijke Mutualiteiten-Zorgkas Vlaanderen Haachtsesteenweg 579 1031 Brussel tel. 078 15 40 40

Zorgkas 280 Neutrale Zorgkas Vlaanderen Antwerpsestraat 145 2500 Lier

e-mail: contactzorgkas@cm.be webadres: www.cm.be/zorgkas

tel. 03 491 86 60 fax: 015 20 96 66 e-mail: info@neutralezorgkas.be webadres: www.neutrale-ziekenfondsen.be

Zorgkas 380 Zorgkas van de Socialistische Mutualiteiten

Zorgkas 480 Zorgkas van de Liberale Mutualiteiten

Sint-Jansstraat 32-38 1000 Brussel tel. 02 515 06 20 fax: 02 515 03 08 e-mail: zorgkas@socmut.be webadres: www.socmut.be

Livornostraat 25 1050 Brussel tel. 02 542 88 70 fax: 02 542 86 46 e-mail: vsb@lm.be webadres: www.lm.be

Zorgkas 580 Zorgkas van de Onafhankelijke Ziekenfondsen

Zorgkas 680 VZW Vlaamse Zorgkas

Lenniksebaan 788A 1070 Brussel tel. 02 778 92 11 fax: 02 778 94 00 e-mail: zorgkas@mloz.be webadres: www.mloz.be

Koning Albert-II laan 35 bus 36 1030 Brussel tel. 02 553 45 90 e-mail: vlaamsezorgkas@vlaanderen.be webadres: www.vlaamsezorgkas.be


5.3 BIJLAGE 3: JAARREKENING VAN HET AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING OP 31 DECEMBER 2019 BALANS AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

ACTIVA I. II. III.

IV.

Codes

Vaste activa Oprichtingskosten Immateriële vaste activa Materiële vaste activa A. Terreinen en gebouwen B. Installaties, machines en uitrusting C. Meubilair, materieel en rollend materieel D. Leasing en soortgelijke rechten E. Andere materiële vaste activa F. Vaste activa in aanbouw Financiële vaste activa

Vlottende activa Vorderingen op meer dan één jaar Voorraden Vorderingen op ten hoogste één jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen 1. Dotatie Ministerie Vlaamse Gemeenschap 2. Vorderingen op zorgkassen en FOD SZ 3. Te vorderen geldboetes 4. Dubieuze vorderingen 5. Geboekte waardeverminderingen (-) VIII. Geldbeleggingen A. Aandelen B. Vastrentende effecten C. Termijndeposito's D. Te incasseren vervallen waarden IX. Liquide middelen X. Overlopende rekeningen Totaal van de activa V. VI. VII.

Boekjaar 2019

20/28 20 21 22/27 22 23 24 25 26 27 28 29/58 29 30/39 40/41 40 41 413 4160-7 4168 416 419 51/54 51 52 53 54 55/59 490/1 20/59

Vorig boekjaar

14.456.328

9.264.962

6.419.141 8.037.187

6.352.694 2.912.268

8.037.187

2.912.268

1.328.070.182

1.066.186.824

300.825.483 78.817 300.746.666 275.797.000 14.878.313 9.886.764 12.390.486 12.205.897 936.399.983 288.529.721 647.870.262

14.547.755

11.792.543 2.522.394 7.713.029 7.480.211 1.025.919.082 287.202.180 738.716.902

82.387.040 8.457.676 1.342.526.510

15.829.092 9.890.895 1.075.451.786

Bedragen uitgedrukt in euro

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

103/134


PASSIVA

Codes

Eigen vermogen IV. Reservefonds V. Overgedragen winst of overgedragen verlies (+)/(-) Voorzieningen VI. Voorzieningen voor overige risico's en kosten Schulden VII. Schulden op meer dan één jaar A. Financiële schulden VIII. Schulden op ten hoogste één jaar A. Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen B. Financiële schulden C. Handelsschulden D. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten F. Overige schulden IX. Overlopende rekeningen Totaal van de passiva

12/14 13 14 16 163/7 17/49 17/19 170/4 42/48 42

Boekjaar 2019

43 44 45 47/48 492/3 12/49

Vorig boekjaar

1.064.070.333 898.524.655 165.545.678 4.488.930 4.488.930 273.967.247

1.064.773.936 898.524.655 166.249.282 312.750 312.750 10.365.100

273.967.247

10.365.100

10.590.608 78.437.321 0

0 1.997.775 16

184.939.318 0 1.342.526.510

8.367.203 106 1.075.451.786

Bedragen uitgedrukt in euro

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

104/134


RESULTATENREKENING AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

OPERATIONELE RESULTATEN

Codes

Operationele opbrengsten Werkingsdotatie van de Vlaamse Gemeenschap Zorgpremies (m.i.v. achterstallen) Inkomsten administratieve geldboeten (vorderingen) Afrekening subsidies zorgkassen vorige jaren Overige operationele opbrengsten Operationele kosten

Boekjaar 2019

Vorig boekjaar

730/3 740 740 740 740

2.815.144.934 2.542.797.000 221.749.982 13.985.600 15.420.808 21.191.544 2.838.197.672

803.303.369 574.127.000 218.337.941 9.304.447 1.445.498 88.483 829.951.155

60 61/18 6303 - 634

14.960 5.434.250 3.503.024 5.162.388

605.758 1.708.562 3.108.862 2.522.394

638 6430 6431 6431 6431 6431 6431 6431 6431

4.176.180 1.083.980 31.916.803 5.384.705 391.392.615 345.721.389 60.084.816 83.112.819 1.896.780.000

177.325 650.000 13.250.709 5.478.758 381.982.778 353.936.502 54.677.547 0 0

Terugbetaling onterecht betaalde premies en boeten

6440

0

36

In resultaatname van de bezwaren boetelingen terug/toev In resultaatname definitief afgesloten deurwaardersdossiers

6441 6442

0 2.152.679

0 4.404.459

ICT-investeringssubsidies aan de zorgkassen en VI’s

6409

0

5.250.000

Terugstorting kosten gerechtsdeurwaarders 6443 Subsidie aan de vzw Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek 6408 Overige inkomensoverdrachten aan de FOD Sociale Zekerheid 6444

0 132.000 2.073.563

15.145 121.000 1.989.820

71.500

0

-23.052.738

-26.647.786

Externe studie-opdrachten Leveringen van diverse goederen en diensten Afschrijvingen immateriële en materiële vaste activa Voorzieningen (geboekte waardeverminderingen boetes) terugneming per 31 december 2019 Voorziening voor andere risico’s en kosten Specifieke werkingssubsidie Vlaamse Zorgkas vzw Werkingssubsidie zorgkassen voor werking zorgkassen Werkingssubsidie zorgkassen voor indicatiestellingen (*) Werkingssubsidie zorgkassen voor tenlastenemingen Werkingssubsidies zorgkassen voor zorgbudget ouderen Werkingssubsidies zorgkassen voor zorgbudget handicap Werkingssubsidies zorgkassen voor MOHM (**) Werkingssubsidies zorgkassen voor WZC CVK en DVC

Subsidie aan het Steunpunt WVG

6410

Totaal van de operationele resultaten

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

105/134


FINANCIELE RESULTATEN

Codes

Financiële opbrengsten Meerwaarden op de realisatie van vlottende activa Geboekt pro rata effectenportefeuilles – per saldo Verrekening intresten op transacties obligaties Geïncasseerde coupons obligatieportefeuilles Inkomsten uit dividenden Vladubel Intresten termijnrekeningen Intresten zicht- en spaarrekeningen Opbrengsten vastgoedbelegging DG Infra Yield Overige financiële opbrengsten LAK VMM / Epico/consent Financiële kosten Minderwaarden op de realisatie van vlottende activa Waardeverminderingen op geldbeleggingen en liquide m Bankkosten zichtrekeningen Uitgiftekosten en Taksen op Beursverrichtingen (TOB) Debetintresten zichtrekeningen Beheer- en bewaarlonen vermogensbeheerders Overige Financiële kosten

752 757 7590 7591 7592 7593 7594 7595 7598 652 6510 6570 6592 6593 6594/6

Boekjaar 2019

Vorig boekjaar

27.112.623 1.052.730 0 0 17.324.397 7.199.998 0 0 1.270.187 265.311 4.763.488 4.352.386 0 610 9.845 1 400.646

6599

22.349.135

Totaal van de financiële resultaten UITZONDERLIJKE RESULTATEN

Codes

Uitzonderlijke opbrengsten Uitzonderlijke opbrengsten - overige Uitzonderlijke opbrengsten – kwijtgescholden boetes Waardevermeerdering vastrentende effectenportefeuille Uitzonderlijke kosten Kwijtschelding administratieve geldboetes Waardevermindering vordering boetes Waardevermindering vastrentende effectenportefeuille Waardevermindering aandelenfonds Vladubel ZVZ Overige uitzonderlijke kosten

Boekjaar 2019

Vorig boekjaar

0

0 0 0

0

0

0 0

0

7640 7650 7660 6640 6650 6660 6661 6662

Totaal van de uitzonderlijke resultaten Bepaling van de resultaatverdeling

33.216.811 370.074 -699.510 699.091 18.657.362 12.459.923 0 6 1.083.792 646.073 4.499.023 3.488.159 522.667 213 89.309 0 330.676 67.999 28.717.788

Codes

Te bestemmen netto resultaat Operationeel resultaat van het boekjaar Financieel resultaat van het boekjaar Uitzonderlijke resultaat van het boekjaar Overgedragen netto resultaat vorig jaar

7900

Verdeling van het netto resultaat Dotatie aan het reservefonds Over te dragen netto resultaat (winst) Over te dragen netto resultaat (verlies)

6920 6930 7930

Boekjaar 2019

0 Vorig boekjaar

165.545.679 -23.052.738 22.349.135 0 166.249.282

166.249.282 -26.647.786 28.717.788 0 164.179.280

165.545.679

166.249.282

165.545.679

166.249.282

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

106/134


RESERVEFONDS AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

RESERVEFONDS

Boekjaar 2019

Begintoestand van het reservefonds

Vorig boekjaar

898.524.655

898.524.655

Dotatie aan het reservefonds

0

0

Kapitalisatie van financiële opbrengsten

0

0

898.524.655

898.524.655

Eindtoestand van het reservefonds

Bedragen uitgedrukt in euro

(*) Inclusief 42.705 euro uitgaven indicatiestellingen via de Bezwaarcommissie (**) Samenstelling uitgaven MOHM: 83.112.819 euro -

Aan de zorgkassen op basis van de S-bladen: 45.046.929 euro Geboekte te ontvangen facturen MOHM: 11.772.482 euro Facturatie via het VAPH: 296.408 euro Federale operator RIZIV: 25.997.000 euro

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

107/134


5.4 BIJLAGE 4: GEGLOBALISEERDE JAARREKENING VAN DE ZORGKASSEN OP 31 DECEMBER 2019 ACTIVA

Codes

Vaste activa I. Oprichtingskosten II. Immateriële vaste activa III. Materiële vaste activa Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubilair, materieel en rollend materieel Leasing en soortgelijke rechten Overige materiële vaste activa, vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen IV. Financiële vaste activa Verbonden entiteiten en entiteiten waarmee een samenwerkingsakkoord bestaat 1. Deelnemingen 2. Vorderingen Andere financiële vaste activa, overige vorderingen en borgtochten in contanten V. Vorderingen op meer dan één jaar Vorderingen op verbonden entiteiten Overige vorderingen Vlottende activa VI. Voorraden VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar Vorderingen wegens tenlastenemingen, toelagen of premies 1. Terugvorderingen van tegemoetkomingen VSB 2. Terugvorderingen van indicatiestellers 3. Te ontvangen overheidssubsidies en -tussenkomsten 4. Te innen premies 5. Overige vorderingen Vorderingen op verbonden entiteiten Vorderingen op andere zorgkassen Vorderingen op het AVSB Overige vorderingen VIII. Geldbeleggingen Vastrentende effecten Termijnrekeningen bij kredietinstellingen Overige geldbeleggingen IX. Liquide middelen

20/29 20 21 22/26 22 23 24 25 26

7.595.949 1.376.177 6.015.060 204.314

7.397.675 1.172.977 6.106.756 117.608

11.567 122.715 0 70.032

15.423 102.185 0 0

28 280/1

398

334

398

334

1.201.323.057

49.513.600

1.155.960.663

16.858.545

4001-06 402 404

847.455.600 0 296.207

9.228.042 0 285.106

405 407 471/4 475/479 416 41 51/53 51 52 53 54/58

1.228 127.115.888 17.230

0 5.025 222.230

180.866.707 207.803 0 0 0 0 45.287.259

6.849.706 268.436 0 0 0 0 32.644.108

X.

490/1

75.135

10.947

1.208.919.006

56.911.275

Overlopende rekeningen

Totaal van de activa

280 281 284/8 29 291/5 298/9 31/58 31 40/47

20/58

Boekjaar 2019

Vorig boekjaar

Bedragen uitgedrukt in euro.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

108/134


PASSIVA

Codes

Eigen vermogen I. Herwaarderingsmeerwaarden II. Reserves III. Overgedragen winst of verlies (-)/(+)

12/14 12 13 14

Voorzieningen

16

IV.

Technische voorzieningen Technische voorzieningen Voorzieningen voor I.B.N.R. Overige voorzieningen VI. Voorzieningen voor risico’s en kosten Schulden VII. Schulden op meer dan één jaar Financiële schulden Schulden tegenover verbonden entiteiten Overige schulden op meer dan één jaar VIII. Schulden op ten hoogste één jaar Financiële schulden Schulden wegens tenlastenemingen of premies 1. Schulden i.h.k. tegemoetkomingen VSB 2. Terug te betalen premies 3. Overige schulden Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1. Belastingen 2. Bezoldigingen en sociale lasten Schulden tegenover verbonden entiteiten Schulden tegenover andere zorgkassen Schulden tegenover het AVSB Overige schulden IX. Overlopende rekeningen

161/163 161 162 163 165/9 17/49 17/19 172/4 19 175/9 43/489 43 44 4401-06 446 449 45

Totaal van de passiva

12/49

Boekjaar 2019

452/3 454/9 471/4 475/479 489 48 492/3

Vorig boekjaar

11.273.438

4.358.055

12.605.714 -1.332.276

4.687.539 -329.484

118.427

0

118.427 1.197.527.141

0 52.553.220

1.185.243.592 1.051.445.928 1.042.416.937 20.547 9.008.444 1.256.931

41.003.648 0 13.696.583 12.815.209 45.435 835.939 796.938

96.211 1.160.720 20.903.011

65.181 731.757 14.268.256

110.477.307 1.160.415 12.283.549

11.571.307 670.564 11.549.572

1.208.919.006

56.911.275

Bedragen uitgedrukt in euro.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

109/134


RESULTATENREKENING ZORGKASSEN

TECHNISCHE RESULTATEN I.

Codes

II.

A. Gevorderde zorgpremies (+) B. Waardeverminderingen op zorgpremies (+)(-) C. Overgedragen zorgpremies AVSB (-) D. Te ontvangen zorgpremies niet meegerekend 2017 (+) Terugstortingen geïnde zorgpremies aan (-) AVSB Overheidstoelagen (+)

III.

Tegemoetkomingen AVSB en vergoedingen

IV. V.

Vergoedingen aan indicatiestellers Technische voorzieningen

VI.

Overige technische opbrengsten

VII.

Overige technische kosten

I.Bis

Boekjaar 2019

Vorig boekjaar

219.743.914 -3.426.742 6.014.158 1.269.241

220.745.455 3.218.934 3.375.847 2.629.707

701

2.365.380.096

579.465.570

6001-06

2.577.482.236

381.673.016

609XX 607/8, 707/8 703/6, 709 605, 6092/99

5.772.225

5.822.825

551.374

338.193

0

0

700 631 642 702XX

(-) (-)/(+) (+) (-)

Technische resultaten (I tot VII)

70/60

WERKINGSRESULTATEN

Codes

Boekjaar 2019

Vorig boekjaar

32.141.081 14.706.138 7.480.313 2.286.245

14.461.366 7.480.149 5.421.689 1.701.705

631/3, 6392 635/7, 6393

419.547

10.529

(+)

732/9 742/9

261.464 763.527

57.694 1.626.599

(-)

640/8

1.223.855

1.183.145

Werkingsresultaten (IX tot XVI)

74/64

6.931.547

348.442

FINANCIËLE RESULTATEN

Codes

IX. Overheidstoelagen (+) X. Diensten, diverse goederen en kosten (-) XI. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen XII. Afschrijvingen en waardeverminderingen op (-) oprichtingskosten en op immateriële en materiële vaste activa XIII. Waardeverminderingen op vlottende activa XIV.

Voorzieningen voor risico's en kosten

XV.

Overige bedrijfsopbrengsten A. Aanrekening van werkingskosten aan derden B. Overige bedrijfsopbrengsten

XVI.

XIX. XX.

Overige bedrijfskosten

Financiële opbrengsten Financiële kosten

Financiële resultaten (XIX tot XX)

(-)/(+)

(-)/(+)

(-)/(+)

(+)

(+) (-)/(+)

7491 61 62 630, 6391

118.427

Boekjaar 2019

Vorig boekjaar

630, 6391 630, 6391

24.956 36.428

4.767 18.041

75/65

-11.472

-13.274

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

110/134


UITZONDERLIJKE RESULTATEN XXI. A. B. XXII.

Codes

Uitzonderlijke opbrengsten Overdracht om niet van vermogen door derden Overige uitzonderlijke opbrengsten Uitzonderlijke kosten

(+) (+)

Boekjaar 2019

Vorig boekjaar

765 760/4, 769 66

1.040 -5.732

373 21.952

Uitzonderlijke resultaten (XXI tot XXII)

76/66

-4.692

-21.579

XXIII. RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR (I tot XXII)

70/66

6.915.383

313.589

(-)

Bedragen uitgedrukt in euro.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

111/134


5.5 BIJLAGE 5: BESPREKING EN EVALUATIE VAN HET BOEKHOUDKUNDIG VERSLAG VAN DE ZORGKASSEN Het boekhoudkundig verslag wordt ingedeeld in 3 luiken: -

een administratief-juridisch gedeelte een financieel-boekhoudkundig gedeelte een aantal verplicht te overhandigen bijlagen

Het Agentschap Vlaamse Sociale Bescherming voert op basis van een checklist een controle uit op de boekhoudkundige verslagen van de zorgkassen. Hieronder wordt een summiere beschrijving gegeven van de voornaamste aandachtspunten.

1. Het administratief-juridisch gedeelte In het administratief luik vermelden de zorgkassen hun rechtsvorm, de oprichtingsdatum, de publicatie van de statuten in het Belgisch Staatsblad en het organogram van de administratieve organisatie van hun zorgkas. Indien deze gegevens gewijzigd werden, moeten de zorgkassen deze wijzigingen meedelen. De zorgkassen bezorgen ook het verslag van de bedrijfsrevisor waarin vermeld wordt hoe de controles werden verricht, of alle gevraagde documenten werden verkregen en of de boekhouding conform de toepasselijke regelgeving werd gevoerd. Verder moet een organogram van hun boekhoudkundige dienst toegevoegd worden en melding gemaakt worden van eventuele wijzigingen van de boekhoudkundige dienst (bijvoorbeeld wijzigingen in personeelssamenstelling) of boekhoudkundige regels (bijvoorbeeld wijzigingen waarderingsregels). Tenslotte dienen de zorgkassen expliciet te bevestigen dat hun werkzaamheden worden uitgevoerd conform de geldende regelgeving.

2. Het financieel-boekhoudkundig gedeelte Dit gedeelte bevat de schematische voorstelling van de jaarrekening en de toelichting bij de jaarrekening. Bij de kosten- en opbrengstenrekeningen dienen, naast de werkings- en financiĂŤle kosten en opbrengsten, in het bijzonder te worden vermeld: -

het bedrag van de tegemoetkomingen van de diverse zorgbudgetten, waar mogelijk geventileerd naar de aard van de verstrekte zorgvorm (bv. mantel- en thuiszorg, residentiĂŤle zorg); het bedrag van de vergoedingen aan de indicatiestellers; het bedrag van de geboekte waardeverminderingen op vorderingen van zorgpremies.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

112/134


3. Verplicht in te dienen bijlagen Het betreft hier in het bijzonder het verslag van de commissaris-revisor van de zorgkas, de samenvatting van de gedurende het boekjaar gehanteerde waarderingsregels en nieuw sinds het boekjaar 2017 het indienen van de sociale balans conform de richtlijnen en sjablonen van de Nationale Bank van BelgiĂŤ.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

113/134


5.6 BIJLAGE 6: OVERZICHT VAN DE NIEUWE WETGEVING JAAR 2019 In deze bijlage wordt de wijziging van de regelgeving tijdens het jaar 2019 besproken. Decreet van 3 mei 2019 tot wijziging van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, wat betreft de regeling van administratieve geldboeten (B.S.29/05/2019) Dit decreet brengt wijzigingen aan in het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en in het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging. Die wijzigingen betreffen de mogelijkheid om in welbepaalde gevallen administratieve geldboetes op te kunnen leggen aan woonzorgcentra met en zonder bijkomende erkenning, dagverzorgingscentra, centra voor kortverblijf, zorgkassen en verzekeringsinstellingen.

Besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2019 tot wijziging van artikel 662/6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft het voorschot in de tweede fase van de gespreide uitrol voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra (B.S.18/04/2019) Op 1 januari 2019 trad het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming in werking. In toepassing van boek 3 stapten de woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging over naar een digitaal opname- en facturatieproces. In het najaar van 2018 bleek dat de integratie tussen de software van de voorzieningen en het digitaal platform VSB langer dan voorzien zou duren. Een gespreide uitrol werd voorzien waarbij de betreffende voorzieningen voorschotten zouden ontvangen. Dit besluit past voor de periode vanaf 1 april 2019 een parameter aan in de formule voor de voorschotberekening. Deze wordt gewijzigd van 0,8 naar 0,9.

Besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming (B.S.21/05/2019) Op 1 januari 2019 trad het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming in werking. Voor het luik mobiliteitshulpmiddelen is gebleken dat enkele bepalingen in de praktijk voor problemen in de uitvoering zorgden of ongewenste neveneffecten hadden. Dit besluit heeft de bedoeling hieraan te verhelpen. De voorgestelde wijzigingen aan het besluit hebben betrekking op volgende deelaspecten van de regelgeving mobiliteitshulpmiddelen: - voorwaarden voor het inzetten van een mobiliteitshulpmiddel voor snel degeneratieve aandoeningen â&#x20AC;&#x201C; huur; ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

114/134


-

procedure bij voortijdige hernieuwing van een mobiliteitshulpmiddel; rolstoeladviesteams; procedure tweede rolstoel en cumulatie mobiliteitshulpmiddelen – tweede rolstoel; hernieuwingstermijnen – tweede rolstoel.

Besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de uitbreiding van het basisondersteuningsbudget (B.S.27/03/2019) Via dit besluit wordt het recht op een basisondersteuningsbudget bijkomend toegekend aan een groep meerderjarige personen met een handicap die met een vraag naar een persoonsvolgend budget geregistreerd staan in prioriteitengroep 1 of in prioriteitengroep 2, met een aanvraagdatum vóór 16/10/17.

Besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de aanpassing van de gespreide uitrol voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra (B.S.10/05/2019) Met dit besluit werd een wijziging aangebracht in de gespreide uitrol voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging. Om niet alle voorzieningen op eenzelfde moment op het platform online te brengen, werden instapmomenten geïntroduceerd. Op deze instapmomenten zou een selectie van voorzieningen instappen in het digitale opname- en facturatieproces. Aan de ouderenvoorzieningen werden, in toepassing van dit besluit, bovendien voorschotten, aan 95%, gegarandeerd tot en met de tweede maand na de maand van ingebruikname.

Besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft bepaalde transitiemaatregelen (B.S.04/07/2019) Op 1 januari 2019 trad het besluit van de Vlaamse regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming in werking. Door dit besluit worden de bevoegdheden van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) inzake mobiliteitshulpmiddelen geïntegreerd in de Vlaamse sociale bescherming. Om een vlotte overgang voor de gebruiker mogelijk te maken, zijn in het genoemde besluit enkele transitiemaatregelen opgenomen. In afstemming met het VAPH wordt in dit besluit bepaald om de einddatum voor het indienen van een dossier bij het VAPH te verlengen tot 31/12/2019. Deze verlenging moet de multidisciplinaire teams in staat stellen om aanvragen te vervolledigen en tijdig aan het VAPH te bezorgen.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

115/134


Besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019 betreffende de toekenning van een subsidie aan verstrekkers en aan de ondernemingen in opdracht waarvan verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen werken om tegemoet te komen aan de investeringskosten op het vlak van ICT (B.S.09/09/2019) Op 1 januari 2019 trad het besluit van de Vlaamse regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming in werking. Voor het luik mobiliteitshulpmiddelen heeft dit – zeker in de transitieperiode - belangrijke implicaties gehad voor de werking van verstrekkers / ondernemingen van mobiliteitshulpmiddelen (MOHM). Meer bepaald door de verregaande digitalisering en de veranderingsprocessen die daar mee gepaard gaan. Via dit besluit wordt een eenmalige subsidie toegekend. De subsidie bedraagt in totaal 250.000 euro en wordt verdeeld in functie van het aantal erkende verstrekkers dat een onderneming tewerkstelt. Er wordt voor iedere erkende verstrekker een forfaitair bedrag toegekend.

Besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 tot financiering van sommige sociale akkoorden in bepaalde gezondheidsinrichtingen en -diensten (B.S.26/08/2019) Met dit besluit wordt de verminderingscoëfficiënt in de basistegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf op 1 juli 2019 en op 1 januari 2020 aangepast en dit ingevolge de hervorming van het derde luik. Met de hervorming van het derde luik werden middelen overgedragen aan de Fondsen sociale maribel. Een klein gedeelte van die middelen die naar de Fondsen sociale maribel gaan, wordt op gesolidariseerde wijze bijgedragen door de ouderenvoorzieningen zelf, onder de vorm van die aanpassingen van de verminderingscoëfficiënt.

Besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging (B.S.17/09/2019) Dit besluit werkt een aantal bepalingen uit die gedelegeerd zijn in het decreet van 3 mei (zie boven). Het gaat onder meer om het aanwijzen van de ambtenaar die de geldboete kan opleggen, uitstel kan verlenen van betaling, enz., en om het uitwerken van de nadere regels voor de oplegging en de betaling van de administratieve geldboete en de beroepsmogelijkheden.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

116/134


Besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming (B.S.11/09/2019) Ten einde het mogelijk te maken dat er in uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord (VIA) 5 van 8 juni 2018 een collectieve arbeidsovereenkomst in het paritair comité 330 wordt afgesloten voor de toepassing van de loonsverhoging, wordt een bijkomend deel “leidinggevende in de zorg” ingevoegd in de basistegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf.

Besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de aanpassing van de instapmomenten van de gespreide uitrol voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra (B.S.20/08/2019) Met dit besluit werd de gespreide uitrol in de woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging verder verlengd. Het werd mogelijk gemaakt om aan de betreffende ouderenvoorzieningen een later instapmoment toe te kennen in functie van de noden van de ouderenvoorziening om het opname- en facturatieproces vlot te krijgen. De voorschotten en dus de kasstroom blijven voor de betreffende ouderenvoorzieningen gewaarborgd.

Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft bepaalde transitiemaatregelen (B.S.08/10/2019) In de Vlaamse Sociale Bescherming staat de zorgkassencommissie in voor de controle op indicatiestellingen in de woonzorgcentra, de mobiliteitshulpmiddelen en op de goedkeuring van de individuele behandelplannen revalidatie. De Zorgkassencommissie bestaat uit artsen, paramedici, psychologen … In het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming is de juridische mogelijkheid gecreëerd om taken van de zorgkassencommissie Vlaamse Sociale Bescherming toe te vertrouwen aan adviserend artsen van de ziekenfondsen. In het uitvoeringsbesluit van 30 november 2018 is vervolgens bepaald dat de samenwerking met de adviserend artsen beperkt is in de tijd. Om de goede werking van de Vlaamse Sociale Bescherming te verzekeren werd via dit besluit het mogelijk gemaakt om de inzet van de adviserend artsen van de ziekenfondsen in Vlaanderen énmalig te verlengen tot 30 september 2019.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

117/134


Besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de aanpassing van de gespreide uitrol en de indexering van bepaalde overgangsmaatregelen (B.S.16/01/2020) Met dit besluit werd de gespreide uitrol in de woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging aangepast voor deze voorzieningen die er nog gebruik van maakten. De parameters voor de berekening van de voorschotten werden geactualiseerd zodat de meest recente gegevens meegenomen werden in de berekening. Daarnaast werd de berekening van de voorschotten aangepast opdat deze overeenstemden met de reĂŤle uitgaven in het centrum voor dagverzorging. Tevens bracht dit besluit enkele technische correcties aan houdende de indexering van bepaalde bedragen in de overgangsmaatregelen.

Ministerieel besluit van 9 januari 2019 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat de softwarevereisten betreft (B.S.18/09/2019) Binnen de pijlers mobiliteitshulpmiddelen en residentiĂŤle ouderenzorg wordt er gewerkt met een derde-betalersregeling, waarbij tegemoetkomingen door verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen en door woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra rechtstreeks aan de zorgkassen worden gefactureerd. De facturatie moet gebeuren via een digitale applicatie die geattesteerd is. Ook de aanvragen van tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen en de aanmeldingen van opnames van gebruikers in woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra moeten gebeuren via die geattesteerde digitale applicatie. Aan de minister is de bevoegdheid gedelegeerd om de functionele vereisten en de vereisten van betrouwbaarheid en veiligheid te bepalen waaraan de digitale applicaties moeten voldoen opdat ze kunnen worden geattesteerd. In dit ministerieel besluit wordt verwezen naar de opname van de functionele vereisten en vereisten van betrouwbaarheid en veiligheid in diverse instructies, die door het Agentschap voor de Vlaamse Sociale Bescherming worden uitgewerkt.

Ministerieel besluit van 15 januari 2019 betreffende de benoeming van de leden van de Bijzondere Technische Commissie (B.S.09/07/2019) Via dit besluit worden de leden van de Bijzondere Technische Commissie benoemd.

Ministerieel besluit van 28 januari 2019 betreffende de uitvoering van artikel 121, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming (B.S.18/09/2019) In het kader van de uitvoering van de subrogatie, bevat artikel 75 van het decreet van 18 mei 2018 de mogelijkheid om de zorgkassen een beroep te laten doen op een externe dienstverlener. In artikel 121 van het besluit van 30 november 2018 wordt door de Vlaamse Regering dan ook bepaald dat de zorgkassen een beroep doen op een externe dienstverlener, met de delegatie aan de minister om de externe dienstverlener aan te duiden.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

118/134


Via dit ministerieel besluit worden de landsbonden, de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail aangeduid als externe dienstverleners. Met de externe dienstverleners zullen ook de nodige overeenkomsten of samenwerkingsakkoorden worden gesloten.

Ministerieel besluit van 30 januari 2019 betreffende de benoeming van de leden van de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen (B.S.09/07/2019) Via dit besluit worden de leden van de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen benoemd.

Ministerieel besluit van 22 februari 2019 betreffende de benoeming van de leden van de Expertencommissie (B.S.29/08/2019) Via dit besluit worden de leden van de Expertencommissie benoemd.

Ministerieel besluit van 26 maart 2019 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat de gemeenschappelijke basisbepalingen en de zorgbudgetten betreft (B.S.28/08/2019) Dit ministerieel besluit geeft verder uitvoering aan het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat de gemeenschappelijke basisbepalingen en de zorgbudgetten betreft. Het vervangt omwille van de leesbaarheid het ministerieel besluit van 9 maart 2017 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming. De bepalingen zijn, op enkele uitzonderingen na, inhoudelijk ongewijzigd overgenomen.

Ministerieel besluit van 27 maart 2019 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de formulieren in het kader van de mobiliteitshulpmiddelen (B.S.03/10/2019) Dit ministerieel besluit legt de formulieren vast die gebruikt worden binnen de pijler tegemoetkoming mobiliteitshulpmiddelen.

Ministerieel besluit van 27 maart 2019 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft het presentiegeld per vergadering voor de leden van de Bijzondere Technische Commissie, de leden van de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen, de leden van de administratieve beroepscommissie, de leden van de Expertencommissie gespecialiseerde zorg en hun plaatsvervangers (B.S.09/07/2019) Dit ministerieel besluit legt de hoogte van het presentiegeld per vergadering en het maximaal aantal vergaderingen per jaar vast voor de leden van de Bijzondere Technische Commissie, de leden van de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen, de leden van de administratieve beroepscommissie, de leden van de Expertencommissie gespecialiseerde zorg en hun plaatsvervangers.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

119/134


Ministerieel besluit van 9 april 2019 betreffende de benoeming van de vertegenwoordigers, de onafhankelijke deskundigen en de plaatsvervangers van het raadgevend comitĂŠ van het agentschap voor de Vlaamse sociale bescherming (B.S.09/07/2019) Dit ministerieel besluit benoemt de vertegenwoordigers, de onafhankelijke deskundigen en de plaatsvervangers van het raadgevend comitĂŠ van het agentschap voor de Vlaamse sociale bescherming.

Ministerieel besluit van 24 april 2019 tot wijziging van bijlage 1 en 2 bij het ministerieel besluit van 7 december 2018 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat de mobiliteitshulpmiddelen betreft (B.S.12/09/2019) Sommige wijzigingen uit het besluit van de Vlaamse regering van 15 maart 2019 hebben impact op de bijlagen bij het ministerieel besluit van 7 december 2018. Dit ministerieel besluit vervangt de bijlagen 1 en 2 van het besluit van 7 december 2018. In de prestatielijst (bijlage 1) werden bepaalde prestatiecodes toegevoegd samen met de criteria waaraan moet worden voldaan. In de tabel met de bedragen van de diverse tegemoetkomingen (bijlage 2) werden bepaalde prestatiecodes met overeenkomstige tegemoetkomingen toegevoegd.

Ministerieel besluit van 15 mei 2019 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of dagverzorgingscentrum (B.S.05/08/2019) Dit ministerieel besluit geeft verdere uitvoering aan bepaalde bepalingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming die nog door de minister konden bepaald worden met betrekking tot de woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging. Dit besluit bevat richtlijnen over hoe de afhankelijkheidsscores moeten worden bepaald, de aanmelding van gebruikers, de gedekte zorg, de erkenning en evaluatie van opleidingen, de tegemoetkoming in de reiskosten centra voor dagverzorging, de inwerkingtreding van een beslissing van de zorgkassencommissie en bepaalde modaliteiten bij de facturatie en de prestatiecodes.

Ministerieel besluit van 16 mei 2019 houdende de aanpassing van het ministerieel besluit van 15 januari 2019 betreffende de benoeming van de leden van de Bijzondere Technische Commissie en van het ministerieel besluit van 30 januari 2019 betreffende de benoeming van de leden van de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen (B.S.09/07/2019) Via dit ministerieel besluit worden een aantal leden vervangen binnen de Bijzondere Technische Commissie en de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

120/134


Ministerieel besluit van 10 juli 2019 tot regeling van de toekenning van de tegemoetkoming voor zorg voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra vanaf de ingangsdatum van de erkenning voor het jaar 2019 (B.S.23/08/2019) Dit besluit regelt dat alle woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging in 2019 recht hebben op de basistegemoetkoming voor zorg vanaf de datum van erkenning in tegenstelling tot de generieke regeling waarbij ze dit recht pas openen vanaf de datum van de bezorging van de beslissing tot verlenen van de erkenning.

Ministerieel besluit van 24 september 2019 betreffende de wijziging van artikel 50 en 52, en bijlage 2 en 3 van het ministerieel besluit van 15 mei 2019 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of dagverzorgingscentrum (B.S.16/10/2019) Dit besluit brengt een aanpassing aan in het ministerieel besluit van 15 mei 2019. Het bepaalt dat de prestatiecodes, opgenomen in het ministerieel besluit van 15 mei 2019, bijlage 3, geldig blijven tot en met 31 december 2020 in plaats van 2019 en de prestatiecodes, opgenomen in dit ministerieel besluit van 15 mei 2019, bijlage 2, pas van toepassing worden vanaf 1 januari 2021.

Ministerieel besluit van 13 december 2019 tot wijziging van artikel 5 van het ministerieel besluit van 30 januari 2019 betreffende de benoeming van de leden van de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen (B.S.17/01/2020) Via dit ministerieel besluit worden een aantal leden vervangen binnen de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

121/134


5.7 BIJLAGE 7: BEL-FOTO A. Huishoudelijke ADL (algemeen dagelijks leven) • onderhoud • was • strijk • boodschappen • maaltijden bereiden • organisatie huishoudelijk werk

B. Lichamelijke ADL • wassen • kleden • verplaatsen • toiletbezoek • incontinentie • eten

Tussensomscore 0 0 0 0 0 0

1 1 1 1 1 1

2 2 2 2 2 2

3 3 3 3 3 3

0 0 0 0 0 0

1 1 1 1 1 1

2 2 2 2 2 2

3 3 3 3 3 3

Tussensomscore

C. Sociale ADL • sociaal verlies • trouw aan therapie & gezondheidsregels • veiligheid in en om het huis • administratie • financiële verrichtingen + indien gezin • hygiënische verzorging kinderen • opvang kinderen

Tussensomscore 0 0 0 0 0

1 1 1 1 1

2 2 2 2 2

3 3 3 3 3

0 0

1 1

2 2

3 3

Subtotaal : D. Geestelijke gezondheid • desoriëntatie in tijd • desoriëntatie in ruimte • desoriëntatie in personen • niet-doelgericht gedrag • storend gedrag • initiatiefloos gedrag • neerslachtige stemming • angstige stemming

Tussensomscore 0 0 0 0 0 0 0 0

1 1 1 1 1 1 1 1

2 2 2 2 2 2 2 2

3 3 3 3 3 3 3 3

Totale profielscore Handtekening scorende

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

122/134


5.8 BIJLAGE 8: TEGEMOETKOMINGEN VOOR MOBILITEITSHULPMIDDELEN 2019 Prestatiecode

Prestatielijst

220013 225016 220035 225038 220057 220079 225694

Deel Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

1 1 1 2 3 4 5 6 24

222975

Subgroep

7

220337 220359 220197 225613

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

8 9 10 11

225053

Subgroep

12

225657

Subgroep

13

220219 225635 220234 225075 220256 225097 220617 225119 224095 225679 220094

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep

14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 2 1

220116

Subgroep

2

220138 220278 220293

Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep

3 4 5 3 1 2 3 4

220374

Subgroep

1

220396

Subgroep

2

225134

Subgroep

3

225156

Subgroep

4

222813 220153 220175

Omschrijving Mobiliteitshulpmiddelen Manuele rolstoel Manuele standaardrolstoel (volwassene) Tweede manuele standaardrolstoel (volwassene) Manuele modulaire rolstoel (volwassene) Tweede manuele modulaire rolstoel (volwassene) Manuele verzorgingsrolstoel (volwassene) Manuele actief rolstoel (volwassene) Tweede manuele actief rolstoel (volwassene) Manuele actief rolstoel met individuele maatvoering (volwassene) Rolstoel met mechanische sta-functie Rolstoel met elektrische sta-functie Standaard duwwandelwagen (type kinderrolstoel) Tweede standaard duwwandelwagen (type kinderrolstoel) Standaard duwwandelwagen - type buggy groot formaat (type kinderrolstoel) Tweede standaard duwwandelwagen â&#x20AC;&#x201C; type buggy groot formaat (type kinderrolstoel) Modulaire duwwandelwagen (type kinderrolstoel) Tweede modulaire duwwandelwagen (type kinderrolstoel) Manuele standaard kinderrolstoel Tweede manuele standaard kinderrolstoel Manuele actief kinderrolstoel Tweede manuele actief kinderrolstoel Rolstoelonderstel voor zitschelp Tweede rolstoelonderstel voor zitschelp Rolstoelonderstel voor modulair aanpasbare ziteenheid Tweede rolstoelonderstel voor modulair aanpasbare ziteenheid Elektronische rolstoel Elektronische rolstoel voor gebruik binnenshuis (volwassene) Elektronische rolstoel voor gebruik binnen- en buitenshuis (volwassene) Elektronische rolstoel voor gebruik buitenshuis (volwassene) Elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis Elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnen- en buitenshuis Elektronische scooter Elektronische binnenscooter Elektronische binnen/buiten scooter Elektronische buitenscooter Drie- of vierwielfiets en zitdriewielfiets Standaard drie- of vierwielfiets voor een gebruiker met tussenbeenlengte van meer dan 70 cm Standaard drie- of vierwielfiets voor een gebruiker met tussenbeenlengte vanaf 50 cm tot en met 70 cm Standaard drie- of vierwielfiets voor een gebruiker met tussenbeenlengte van minder dan 50 cm Zitdriewielfiets met bovenstuur in hoge positie, voor een gebruiker met tussenbeenlengte van meer dan 70 cm

Tegemoetkoming

752,13 EUR 752,13 EUR 752,13 EUR 752,13 EUR 2.623,60 EUR 2.218,85 EUR 752,13 EUR 2.218,85 EUR 4.423,16 EUR 4.726,11 EUR 1.272,41 EUR 1.272,41 EUR 475,18 EUR 475,18 EUR 2.120,69 EUR 2.120,69 EUR 1.211,82 EUR 1.211,82 EUR 2.218,85 EUR 2.218,85 EUR 1.056,71 EUR 1.056,71 EUR 2.153,41 EUR 2.153,41 EUR 5.453,21 EUR 6.531,73 EUR 9.694,59 EUR 5.453,21 EUR 7.270,94 EUR 830,10 EUR 2.072,22 EUR 3.271,93 EUR

1.363,30 EUR 1.181,53 EUR 1.181,53 EUR 2.434,32 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

123/134


225178

Subgroep

5

Zitdriewielfiets met bovenstuur in hoge positie, voor een gebruiker met tussenbeenlengte tot en met 70 cm

2.130,03 EUR

225193

Subgroep

6

Zitdriewielfiets met onderstuur lateraal aan het zitgedeelte voor een gebruiker met tussenbeenlengte van meer dan 70 cm

4.868,64 EUR

225215

Subgroep

7

225237

Subgroep

8

Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep

5 1 2 3 4 5 6 6 1

Deel

2

Hoofdgroep

1

220639

Subgroep

1

220654

Subgroep

2

220676

Subgroep

3

220698

Subgroep

4

220757

Subgroep

5

222739

Subgroep

6

222776

Subgroep

7

222754

Subgroep

8

Beensteun uit één stuk, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal, met zijkanten

278,72 EUR

222798

Subgroep

9

Beensteun uit één stuk, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal, met zijkanten, type kinderrolstoel

327,19 EUR

223056 223093 223115 223137 220713

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

10 11 12 13 14

220735

Subgroep

15

223078

Subgroep

16

223159

Subgroep

17

220779 220794 220816 220838 225274 225296 225318

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep

18 19 20 21 22 23 24 2

220418 220433 220455 220477 220499 225259 220315

Zitdriewielfiets met onderstuur lateraal aan het zitgedeelte voor een gebruiker met tussenbeenlengte tot en met 70 cm Zitdriewielfiets met dubbel aandrijvingssysteem d.m.v. voet- en handtrappers voor een gebruiker met tussenbeenlengte van meer dan 70 cm Loophulpmiddel Loophulpmiddel met 4 vaste steunen Loophulpmiddel met 2 vaste steunen en 2 wielen zonder zit Loophulpmiddel met 2 vaste steunen en 2 wielen met zit Loophulpmiddel met 3 of 4 wielen Loophulpmiddel met ondersteuning van de sta-functie Loophulpmiddel met open looprichting Stasysteem Elektrisch instelbare statafel Specificaties van de aanpassingen bij de mobiliteitshulpmiddelen voorzien in deel 1 Aanpassingen onderste ledematen Beensteun, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal Beensteun, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal, type kinderrolstoel Comfortbeensteun, mechanisch en lengtecorrigerend Comfortbeensteun, mechanisch en lengtecorrigerend, type kinderrolstoel In hoek instelbare voetplaten of ééndelige in hoek instelbare voetenplaat Beensteun uit één stuk, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal Beensteun uit één stuk, mechanisch, in lengte instelbaar en verstelbaar tot horizontaal, type kinderrolstoel

Kniekussen op beensteun Fixatiesysteem voor beide knieën Verstevigde voetsteun Verstevigde beensteun Elektrisch verstelbare comfortbeensteun, lengtecorrigerend Elektrisch verstelbare comfortbeensteun, lengtecorrigerend, type kinderrolstoel Kuitsteun bij centrale beensteun Voet/beensegment, inclusief hoogte en hoek regelbare bevestiging Voetfixatiesysteem Voetplaat Enkel-voetspalk Aanpassing van de lengte van de pedaalkruk Excentrische pedaalarm Voetenbakje met riempjes Mediaal beschermingsplaatje voor de pedaal Aanpassingen bovenste ledematen

4.868,64 EUR 4.868,64 EUR

92,82 EUR 103,13 EUR 128,92 EUR 128,92 EUR 412,54 EUR 278,93 EUR 3.203,76 EUR

121,18 EUR 145,42 EUR 139,36 EUR 163,60 EUR 109,06 EUR 242,36 EUR 290,84 EUR

24,88 EUR 246,48 EUR 42,97 EUR 122,49 EUR 605,91 EUR 666,50 EUR 69,38 EUR 504,26 EUR 13,33 EUR 39,99 EUR 418,08 EUR 24,24 EUR 171,42 EUR 101,43 EUR 50,72 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

124/134


223174 223196 223218 220875 225333 225355 220897 220919 220934

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep

1 2 3 4 5 6 3 1 2 3

220956

Subgroep

4

220978 220993 221015

Subgroep Subgroep Subgroep

5 6 7

221133

Subgroep

8

221155 221177 221199 221258 221273 221295

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

9 10 11 12 13 14

221214

Subgroep

15

221236

Subgroep

16

222879

Subgroep

17

222894

Subgroep

18

222916

Subgroep

19

223019 223034 221037 221059 221074 221096 221118 223233 223255 223277 223299 223498 223513 221317 225399 225414 223314

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36

223336

Subgroep

37

223358 223454 223476

Subgroep Subgroep Subgroep

38 39 40

Armlegger gootvormig of versterkt of verbreed Armlegger gootvormig en scharnierend Armsteun in hoogte-, breedte- en hoek regelbaar Aangepast stuur Verstelbaar stuur bij armlengteverschil Kaderstuur/ CP-fietsstuur Aanpassingen positionering (zit- en ruggedeelte) Regelbare basisplaat voor antidecubituszitkussen Voorgevormde zit Voorgevormde rug Rughoekverstelling, instelbare of verstelbare rughoek tot minimum 30° Rughoekverstelling, instelbare of verstelbare rughoek tot 90° Rughoekverstelling met instelbare of verstelbare rughoek Zithoekverstelling met instelbare zithoek Hoofdsteun, in hoogte en diepte verstelbaar en in hoek kantelbaar Rugpelot Abductieklos Abductieframe Aanpassing van de zitbreedte (meer dan 36 cm) en zitdiepte Aanpassing bij een amputatie Rolstoelwerkblad of halfwerkblad Aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 48 cm tot en met 52 cm Aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 52 cm tot en met 58 cm Aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 58 cm tot en met 62 cm aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 62 cm tot en met 70 cm Aanpassing van het rolstoelframe, zitbreedte meer dan 70 cm tot en met 75 cm Naspanbare zitbekleding Naspanbare rugbekleding Elektrisch kantelbare zit Elektrisch in hoek verstelbare rug Elektrisch in hoogte verstelbare zit Elektrisch in hoogte en tot aan de vloer verstelbare zit Elektrische stafunctie Dijbeensteun Biomechanische rugleuning Heupsteun Hoofdsteun met functionele positionering Abductieklos naar maat Borststeun tafelblad Lendensteun Rugsteun (thoraco-lumbaal) Zadel concaaf (banaanzadel) Hoofdsteun voor thoracolumbale steun in harde uitvoering Regelbare hoofd- en neksteun, anatomisch gevormd, traploos instelbaar Hoofdbandsysteem Rugpelot Bekkensteun wegzwenkbaar

134,31 EUR 174,59 EUR 172,67 EUR 64,23 EUR 81,14 EUR 81,14 EUR 105,43 EUR 212,07 EUR 224,19 EUR 302,96 EUR 685,89 EUR 302,96 EUR 147,84 EUR 181,77 EUR 98,16 EUR 75,13 EUR 218,13 EUR 436,26 EUR 105,43 EUR 193,89 EUR 224,19 EUR 484,73 EUR 1.036,11 EUR 2.525,44 EUR 3.456,12 EUR 145,42 EUR 145,42 EUR 1.151,23 EUR 1.151,23 EUR 2.666,01 EUR 2.666,01 EUR 2.666,01 EUR 134,31 EUR 257,89 EUR 134,31 EUR 1.657,12 EUR 133,24 EUR 80,53 EUR 173,29 EUR 202,86 EUR 50,72 EUR 181,77 EUR 433,11 EUR 179,02 EUR 60,59 EUR 219,44 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

125/134


223373

Subgroep

41

223395

Subgroep

42

223417

Subgroep

43

223439

Subgroep

44

221339 223535 221354 223594 221376 221398

Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

4 1 2 3 4 5 6

222938

Subgroep

7

223653 221413 223557 223579 223616 223675

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

8 9 10 11 12 13

223638

Subgroep

14

225436 225458 225473 221435

Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep

15 16 17 5 1

223697

Subgroep

2

221457

Subgroep

3

221479

Subgroep

4

221693 221494

Subgroep Subgroep

5 6

222953

Subgroep

7

221516

Subgroep

8

221538 221553 221575 221597 221619 221634 221656

Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep

9 10 11 12 13 14 15

221678

Subgroep

16

223719 223734 223756

Subgroep Subgroep Subgroep

17 18 19

225495

Subgroep

20

Ingewerkte bilaterale zijdelings ondersteuning op de lumbale harde steun Ingewerkte bilaterale zijdelingse ondersteuning op het thoracolumbale harde rugsysteem Laterale zijdelingse ondersteuning op het thoracolumbale harde rugsysteem Drukverdelende ondersteuning van de spinae vertebrae voor lumbosacrale steun Aanpassingen veiligheid Hielsteun of voetriem Voetschelpje Veiligheidsgordel Vier- of vijfpuntsveiligheidsgordel voor manuele rolstoel Zitbroek Antikiepsysteem Wegklapbaar antikiepsysteem of centraal afneembaar antikiepsysteem voor actief rolstoel Achteruitkijkspiegel Stoepklimmer Vier- of vijfpuntsveiligheidsgordel met autoclips Vier- of vijfpuntsveiligheidsgordel voor elektronische rolstoel Gordel met oprolautomaat Noodstop schakelaar 4- of 5-puntsvestje of H-harnas, al dan niet met ritssluiting of kruisbanden Duwbeugel voor de begeleider Dubbele eenzijdige rem Parkeerrem Aanpassingen besturing/aandrijving Aandrijf- en besturingssysteem met dubbele hoepel Aandrijf- en besturingssysteem met dubbele hoepel bij actief rolstoel Aandrijf- en besturingssysteem met hefboomsysteem Rolstoelaanpassing van de zithoogte - verlaging, trippelstoel uitvoering Remverlenger Aanpassing van de hoepels in geval van verminderde grijpfunctie Aanpassing van de hoepels van de actief rolstoel in geval van verminderde grijpfunctie Werkbladbesturing, rolstoelbesturing ingebouwd in werkblad en werkblad inclusief Bijkomende externe joystickbesturing Kinbesturing, mechanische bediening, wegzwenkbaar Kinbesturing, elektrische bediening, wegzwenkbaar Middenbesturing Vingerbesturing Hoofdbesturing Voetbesturing Rolstoelbesturing d.m.v. bijzondere schakelaars op maat van de gebruiker Verwarmingselement voor de bedieningsarm of -hand Besturingssysteem begeleider Wegzwenkbare bevestigingsarm – mechanisch bedienbaar Besturingssysteem met geïntegreerde omgevingsbediening afneembaar

60,59 EUR 60,59 EUR 90,89 EUR 30,30 EUR

13,33 EUR 35,46 EUR 36,35 EUR 99,04 EUR 83,62 EUR 60,59 EUR 166,02 EUR 21,49 EUR 405,96 EUR 187,59 EUR 66,80 EUR 66,80 EUR 276,97 EUR 188,26 EUR 50,72 EUR 50,72 EUR 50,72 EUR 848,28 EUR 848,28 EUR 1.211,82 EUR 190,26 EUR 9,09 EUR 45,44 EUR 93,92 EUR 1.878,33 EUR 721,04 EUR 1.575,37 EUR 2.029,80 EUR 601,06 EUR 2.544,83 EUR 2.423,65 EUR 1.817,74 EUR 2.423,65 EUR 821,90 EUR 655,69 EUR 247,14 EUR 3.428,33 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

126/134


225517

Subgroep

225539

Subgroep

225554

220514

Subgroep Hoofdgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Subgroep Hoofdgroep Subgroep

220536

Subgroep

220558

Subgroep

223778 223793 223815 223837 223859 223874 225576

220573

Besturingssysteem met geïntegreerde omgevingsbediening niet afneembaar Bluetooth module bij een besturingssysteem met geïntegreerde 22 omgevingsbediening 23 USB lader voor aansluiting op de rolstoelbatterij 6 Bijzondere aanpassingen 1 Serumhouder 2 Houder zuurstoffles 3 Platform medische apparatuur 4 Platform medische apparatuur meescharnierend 5 Extra batterij inclusief lader 6 Montageadapter voor een modulaire ziteenheid 7 Krukkenhouder 7 Zitkussen ter preventie van doorzitwonden 1 Niet-individueel aanpasbaar antidecubituskussen Niet-individueel aanpasbaar anatomisch gevormde 2 antidecubituszit (geïntegreerd in rolstoel) 3 Individueel aanpasbaar antidecubituskussen 21

Individueel aanpasbaar antidecubituskussen type luchtkussen met celstructuren of Flow-Fluid-gelkussen Modulair aanpasbaar systeem ter ondersteuning van de zithouding Modulair aanpasbare ziteenheid voor de gebruiker tot de 12de verjaardag Modulair aanpasbare ziteenheid voor de gebruiker vanaf de 12de verjaardag tot de 18de verjaardag Modulair aanpasbare ziteenheid voor de gebruiker vanaf de 18de verjaardag Lumbale steun in zachte uitvoering Lumbale steun in harde uitvoering Thoraco-lumbale steun in harde uitvoering Onderhoud en herstelling van een mobiliteitshulpmiddel voorzien in deel 1 Basisforfait onderhoud en herstelling manuele rolstoel volwassene Basisforfait onderhoud en herstelling - Manuele standaardrolstoel (volwassene) (220013) Basisforfait onderhoud en herstelling - Tweede manuele standaardrolstoel (volwassene) (225016) Basisforfait onderhoud en herstelling - Manuele modulaire rolstoel (volwassene) (220035) Basisforfait onderhoud en herstelling - Tweede manuele modulaire rolstoel (volwassene) (225038)

Subgroep

4

Hoofdgroep

8

224058

Subgroep

1

224073

Subgroep

2

225598

Subgroep

3

223999 224014 224036

Subgroep Subgroep Subgroep

4 5 6

Deel

3

Hoofdgroep

1

230019

Subgroep

1

230034

Subgroep

2

230056

Subgroep

3

230078

Subgroep

4

Hoofdgroep

4

230417

Subgroep

1

230439

Subgroep

2

230454

Subgroep

3

Basisforfait onderhoud en herstelling - Elektronische scooter (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220175)

Deel

4

Maandelijks huurforfait voor een mobiliteitshulpmiddel en aanpassingen, voorzien in deel 1 en 2

Hoofdgroep

1

222577

Subgroep

1

222599

Subgroep

2

Basisforfait onderhoud en herstelling elektronische scooter Basisforfait onderhoud en herstelling - Elektronische binnenscooter (volwassene) (222813) Basisforfait onderhoud en herstelling - Elektronische scooter (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220153)

Maandelijks huurforfait doelgroep woonzorg Huurforfait voor de huur van een manuele standaardrolstoel (220013) in woonzorg Huurforfait voor de huur van een manuele modulaire rolstoel (220035) in woonzorg

1.794,30 EUR 436,15 EUR 182,57 EUR 106,37 EUR 209,52 EUR 366,47 EUR 505,62 EUR 428,73 EUR 526,19 EUR 25,36 EUR 121,18 EUR 339,31 EUR 424,14 EUR 484,73 EUR

1.822,20 EUR 2.130,90 EUR 2.130,90 EUR 224,19 EUR 363,55 EUR 424,14 EUR

150,00 EUR 150,00 EUR 150,00 EUR 150,00 EUR

250,00 EUR 250,00 EUR 250,00 EUR

35,89 EUR 52,38 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

127/134


Huurforfait voor de huur van een manuele verzorgingsrolstoel (220057) in woonzorg Huurforfait voor een manuele modulaire rolstoel (220035) of verzorgingsrolstoel (220057) uitgevoerd met een modulair korrelzitsysteem (225377) in woonzorg Maandelijks huurforfait doelgroep thuiszorg Huurforfait voor een manuele standaardrolstoel (220013) in thuiszorg Huurforfait voor een tweede manuele standaardrolstoel (225016) in thuiszorg Huurforfait voor een manuele modulaire rolstoel (220035) in thuiszorg Huurforfait voor een tweede manuele modulaire rolstoel (225038) in thuiszorg Huurforfait voor een manuele verzorgingsrolstoel (220057) in thuiszorg Maandelijks huurforfait tijdelijke huur Tijdelijk huurforfait voor een manuele standaardrolstoel (220013) Tijdelijk huurforfait voor een manuele modulaire rolstoel (220035) Tijdelijk huurforfait voor een manuele actief rolstoel (220079) Tijdelijk huurforfait voor een manuele verzorgingsrolstoel (220057) Maandelijks huurforfait specifiek doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een manuele standaardrolstoel (220013) doelgroep snel degeneratieve aandoening

222614

Subgroep

3

230918

Subgroep

4

Hoofdgroep

2

230933

Subgroep

1

230955

Subgroep

2

230999

Subgroep

3

231014

Subgroep

4

231073

Subgroep

5

Hoofdgroep

3

230977

Subgroep

1

231036

Subgroep

2

231058

Subgroep

3

231095

Subgroep

4

Hoofdgroep

4

231117

Subgroep

1

231139

Subgroep

2

Huurforfait voor een manuele modulaire rolstoel (220035) doelgroep snel degeneratieve aandoening

52,38 EUR

231154

Subgroep

3

Huurforfait voor een manuele verzorgingsrolstoel (220057) doelgroep snel degeneratieve aandoening

67,76 EUR

231176

Subgroep

4

Huurforfait voor een manuele actief rolstoel (220079) – doelgroep snel degeneratieve aandoening

73,03 EUR

231198

Subgroep

5

231213

Subgroep

6

231235

Subgroep

7

231257

Subgroep

8

231537

Subgroep

9

Deel Hoofdgroep

5 1

240055

Subgroep

4

240099

Subgroep

5

Deel

7

Huurforfait voor een elektronische rolstoel (220094; 220116) – doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een besturingssysteem bestaande uit een geïntegreerde omgevingsbediening afneembaar, BT module en een bijzondere rolstoelbesturing – doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een besturingssysteem bestaande uit een geïntegreerde omgevingsbediening NIET afneembaar, BT module en een bijzondere rolstoelbesturing – doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een elektronische scooter (220153; 220175) – doelgroep snel degeneratieve aandoening Huurforfait voor een elektronische binnenscooter (222813) doelgroep snel degeneratieve aandoening Administratieve tegemoetkoming Administratieve tegemoetkoming Administratieve tegemoetkoming bij overlijden gebruiker tussen de goedkeuring van de aangevraagde tegemoetkoming en de aflevering van het mobiliteitshulpmiddel bij huur Tegemoetkoming voor het opstellen van een testrapport bij aankoop elektronische rolstoel Forfaitaire tegemoetkoming voor een mobiliteitshulpmiddel voorzien in deel 1

67,76 EUR 67,76 EUR

35,89 EUR 35,89 EUR 52,38 EUR 52,38 EUR 67,76 EUR

35,89 EUR 52,38 EUR 73,03 EUR 67,76 EUR

35,89 EUR

441,22 EUR

153,16 EUR

133,89 EUR

160,26 EUR 73,03 EUR

29,15 EUR 250,00 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

128/134


Hoofdgroep

1

240733

Subgroep

1

240755

Subgroep

2

240777

Subgroep

3

240799

Subgroep

4

240814

Subgroep

5

240836

Subgroep

6

240858

Subgroep

7

240873

Subgroep

8

240895

Subgroep

9

240917

Subgroep

10

240939

Subgroep

11

240954

Subgroep

12

240976

Subgroep

13

240998

Subgroep

14

Hoofdgroep

2

Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele modulaire rolstoel (volwassene) (220035) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele verzorgingsrolstoel (volwassene) (220057) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief rolstoel (volwassene) (220079) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief rolstoel (volwassene) met individuele maatvoering (222975) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele rolstoel met mechanische sta-functie (220337) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele rolstoel met elektrische sta-functie (220359) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een rolstoelonderstel voor zitschelp (220617) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een rolstoelonderstel voor modulair aanpasbare ziteenheid (224095) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische binnenscooter (volwassene) (222813) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220153) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaardrolstoel volwassene (220013) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

129/134


241013

Subgroep

1

241035

Subgroep

2

241057

Subgroep

3

241079

Subgroep

4

241094

Subgroep

5

241116

Subgroep

6

241138

Subgroep

7

241153

Subgroep

8

241175

Subgroep

9

241197

Subgroep

10

241219

Subgroep

11

241234

Subgroep

12

241256

Subgroep

13

Hoofdgroep

3

241278

Subgroep

1

241293

Subgroep

2

Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele verzorgingsrolstoel (volwassene) (220057) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief rolstoel (volwassene) (220079) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief rolstoel (volwassene) met individuele maatvoering (222975) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele rolstoel met mechanische sta-functie (220337) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele rolstoel met elektrische sta-functie (220359) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een rolstoelonderstel voor zitschelp (220617) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een rolstoelonderstel voor modulair aanpasbare ziteenheid (224095) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische binnenscooter (volwassene) (222813) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220153) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele modulaire rolstoel volwassene (220035) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de manuele verzorgingsrolstoel volwassene Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele verzorgingsrolstoel volwassene (220057) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

752,13 EUR

2.623,60 EUR

2.623,60 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

130/134


een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele verzorgingsrolstoel volwassene (220057)

241315

Subgroep

3

Hoofdgroep

4

241337

Subgroep

1

241359

Subgroep

2

241374

Subgroep

3

241396

Subgroep

4

241418

Subgroep

5

241433

Subgroep

6

Hoofdgroep

5

241455

Subgroep

1

241477

Subgroep

2

241499

Subgroep

3

241514

Subgroep

4

241536

Subgroep

5

241558

Subgroep

6

Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele verzorgingsrolstoel volwassene (220057) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische binnenscooter (volwassene) (222813) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220153) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische scooter (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief rolstoel volwassene (220079) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van de elektronische scooter Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen/buiten scooter (220153) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen/buiten scooter (220153) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen/buiten scooter (220153) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnenshuis (220094) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische buitenscooter (220175) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik binnens- en buitenshuis (220116) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische buitenscooter (220175) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische rolstoel (volwassene) voor gebruik buitenshuis (220138) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische buitenscooter (220175)

2.623,60 EUR

2.218,85 EUR

2.218,85 EUR

2.218,85 EUR

830,10 EUR

2.072,22 EUR

2.218,85 EUR

2.072,22 EUR

2.072,22 EUR

2.072,22 EUR

3.271,93 EUR

3.271,93 EUR

3.271,93 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

131/134


241816

Subgroep

241838

Subgroep

241853

Subgroep

Hoofdgroep

242339

Subgroep

242354

Subgroep

242376

Subgroep

242398

Subgroep

242413

Subgroep

242435

Subgroep

242457

Subgroep

242479

Subgroep

242494

Subgroep

242516

Subgroep

241573

Subgroep

Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische binnen/buiten scooter (220153) voor een gebruiker die 7 beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen scooter (222813) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische buiten 8 scooter (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de elektronische binnen scooter (222813) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische buiten scooter (220175) voor een gebruiker die beantwoordt aan de 9 voorwaarden van de elektronische binnen/buiten scooter (220153) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers tot de 18e 6 verjaardag die beantwoorden aan de voorwaarden van een kinderrolstoel Forfaitaire tegemoetkoming voor een modulaire duwwandelwagen voor kinderen (220219) voor een gebruiker die 1 beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming een manuele standaardrolstoel voor kinderen (220234) voor een gebruiker die beantwoordt aan de 2 voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief kinderrolstoel (220256) voor een gebruiker die beantwoordt aan 3 de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een 4 gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) 5 voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen (220197) Forfaitaire tegemoetkoming voor een modulaire duwwandelwagen voor kinderen (220219) voor een gebruiker die 6 beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming een manuele standaardrolstoel voor kinderen (220234) voor een gebruiker die beantwoordt aan de 7 voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief kinderrolstoel (220256) voor een gebruiker die beantwoordt aan 8 de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een 9 gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) 10 voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard duwwandelwagen kinderen type groot formaat (225053) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele standaardrolstoel voor kinderen (220234) voor een gebruiker die beantwoordt aan 11 de voorwaarden van de modulaire duwwandelwagen kinderen (220219)

830,10 EUR

830,10 EUR

2.072,22 EUR

1.272,41 EUR

1.211,82 EUR

1.272,41 EUR

1.272,41 EUR

1.272,41 EUR

475,18 EUR

475,18 EUR

475,18 EUR

475,18 EUR

475,18 EUR

1.211,82 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

132/134


241595

Subgroep

12

241617

Subgroep

13

241639

Subgroep

14

241654

Subgroep

15

241676

Subgroep

16

241698

Subgroep

17

241713

Subgroep

18

241735

Subgroep

19

Hoofdgroep

7

241875

Subgroep

1

241897

Subgroep

2

241919

Subgroep

3

241934

Subgroep

4

241956

Subgroep

5

241978

Subgroep

6

241993

Subgroep

7

Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief kinderrolstoel (220256) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de modulaire duwwandelwagen kinderen (220219) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de modulaire duwwandelwagen kinderen (220219) Forfaitaire tegemoetkoming voor een manuele actief kinderrolstoel (220256) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaard kinderrolstoel (220234) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de modulaire duwwandelwagen kinderen (220219) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaard kinderrolstoel (220234) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele standaard kinderrolstoel (220234) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnenshuis (220278) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief kinderrolstoel (220256) Forfaitaire tegemoetkoming voor een elektronische kinderrolstoel voor gebruik binnens- en buitenshuis (220293) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de manuele actief kinderrolstoel (220256) Forfaitaire tegemoetkomingen voor gebruikers die beantwoorden aan de voorwaarden van een standaard drie- of vierwielfiets Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225156) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220374) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225193) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220374) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225237) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220374) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225178) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220396) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225215) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (220396) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225178) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (225134) Forfaitaire tegemoetkoming voor een zitdriewielfiets (225215) voor een gebruiker die beantwoordt aan de voorwaarden van de standaard drie- of vierwielfiets (225134)

2.120,69 EUR

2.120,69 EUR

1.211,82 EUR

2.120,69 EUR

1.211,82 EUR

1.211,82 EUR

2.218,85 EUR

2.218,85 EUR

1.363,30 EUR

1.363,30 EUR

1.363,30 EUR

1.181,53 EUR

1.181,53 EUR

1.181,53 EUR

1.181,53 EUR

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

133/134


5.9 BIJLAGE 9: CONTACT Leiding Dirk Dewolf, leidend ambtenaar Vlaams sociale bescherming Xavier Meurisse, afdelingshoofd Vlaamse sociale bescherming Coรถrdinaten Vlaamse Sociale Bescherming Ellipsgebouw Koning Albert II-laan 35 bus 37 1030 Brussel Algemeen telefoonnummer: 02-553 46 90 E-mail: vlaamsesocialebescherming@vlaanderen.be Website: www.vlaamsesocialebescherming.be Wettelijk depotnummer:

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// AGENTSCHAP VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING

134/134


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook