Skip to main content

OVAM.link_juni_2020.pdf

Page 1

OVAM.

AFVAL-, BODEM- EN DUURZAAM MATERIALENBELEID VOOR DE PROFESSIONAL JUNI 2020 | editie 32

4

“STERK AFVALBELEID BLIJFT MOTOR VAN DE CIRCULAIRE ECONOMIE”

8

DOET GEWICHTSDIFTAR DE BURGER BETER SORTEREN?

16

“VLAANDEREN EN NEDERLAND PIONIEREN SAMEN IN DE TRANSITIE NAAR EEN CIRCULAIRE ECONOMIE”

Vlaanderen

is materiaalbewust 1 OVAM.LINK | Titel


Op weg naar een circulair herstelbeleid Beste lezer, Ik hoop dat u het goed stelt. De voorbije maanden waren een beproeving voor ons allen en in het bijzonder voor wie in de cruciale sectoren of essentiële diensten tewerkgesteld is. Het afval-, materialen- en bodembeheer was er daar een van. Ondanks de problemen konden burgers en bedrijven tijdens de hele crisis op een vlotte dienstverlening rekenen. Een hartelijke dankuwel aan alle werknemers uit de sector is hier dan ook op z’n plaats! De gevolgen van de COVID-19-crisis zullen we nog een hele tijd met ons meedragen. Het virus bracht een economische storm teweeg die nog lang zal nazinderen en confronteert ons met de kwetsbaarheid van onze welvaart, ons welzijn en onze manier van leven. Alsof dat nog niet genoeg is, moeten we ondertussen ook het hoofd bieden aan andere uitdagingen, zoals de klimaatverandering. Gelukkig schuilen in crisissen ook opportuniteiten om de zaken anders aan te pakken. De transitie naar een circulaire economie is er daar een van. Samen met het Steunpunt Circulaire Economie bouwt de OVAM aan een indicatorenset om te meten hoeveel vooruitgang we in die transitie boeken (pagina 4). Het eerste hoofdstuk van die indicatorenset – de rol van het afval- en materialenbeleid – is inmiddels gepubliceerd. Het recyclagebeleid scheert hoge toppen en de tewerkstelling in de sector kan alleen maar groeien als we nog meer inzetten op hoogwaardige recyclage, herstelarbeid of de deeleconomie: kansen die we in de huidige omstandigheden niet mogen laten liggen, omdat ze de druk op ons leefmilieu verlichten, CO2-emissies besparen en jobs genereren. Kortom, ze maken onze economie veerkrachtiger. De Europese Green Deal en het Europese herstelbeleid wijzen ook in die richting. Dichter bij huis zetten we samen met onze collega’s van de Nederlandse Rijkswaterstaat onze schouders onder een structurele samenwerking om naar een circulaire economie te evolueren. Een samenwerking waarvoor 25 jaar geleden al de kiemen werden gelegd (pagina 16) en die aantoont dat men ook in Nederland bodemzorg als een belangrijk onderdeel van een circulaire economie beschouwt (pagina 19). Voldoende stof tot nadenken dus voor deze zomer – een zomer die we voor het eerst sinds lang massaal in eigen land zullen doorbrengen. Samen met het Mooimakers-team zorgen we ervoor dat dat zonder zwerfvuil en sluikafval kan. Afvalintercommunale Incovo inspireert ons alvast met een prachtig zomers initiatief (pagina 20)! Fijne vakantie, Henny De Baets Administrateur-generaal 2

OVAM.LINK | Voorwoord

CIR CU LAIR E ECONOMIE

Colofon Verantwoordelijke uitgever en hoofdredacteur Jan Verheyen Redactieraad Jan Verheyen, Frank Van Swalm, John Wante, Tuur Hawinkel, Raf Engels, Pieter Vervinckt, Nathalie Van Trier, Chloé Vanhecke, Liesbet Van Ackeleyen, Els Van Camp, Anne D’haese, Stefan Van Geenhoven, Sofie Triest, Ine Wenmaekers

4  “Sterk afvalbeleid

AFVAL RE CYCLE RE N

blijft motor van de circulaire economie”

8  Doet gewichtsdiftar de burger beter sorteren?

Redactieadres OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen, ovam.link@ovam.be Foto’s Febelauto, Incovo, iStock, MIWA, OVAM, Rijkswaterstaat, Shutterstock Redactie en realisatie www.pantareinpublishing.be Wettelijk depotnummer D/2020/5024/11 Oplage 3000 ex. De meningen die derden in dit magazine vertolken, vallen buiten de verantwoordelijkheid van de OVAM. Gegevens uit dit magazine mag u overnemen mits de bron wordt vermeld. De OVAM en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor gevolgen die zouden kunnen ontstaan uit het gebruik van in deze uitgave opgenomen informatie.

Meer weten? De OVAM is geïnteresseerd in uw vragen, opmerkingen en suggesties.

SCHRIJF ONS VIA OVAM.LINK@OVAM.BE

CIRCU LAIRE ECONOMIE

DUURZAAM M ATE RIALE NGE BRUIK

16  “Vlaanderen en Nederland

pionieren samen in de transitie naar een circulaire economie”

12  Stad Kortrijk laat

eigen vervuilende wagens recycleren AFVAL RE CYCLE RE N

20  Kunststof-tuintjes

houden sluikstorters tegen

www.facebook/ovam.be @PersAtOVAM

OVAM.LINK | Inhoud

3


CIR CU LAIR E ECONOMIE

NIEUWE TOOL HOUDT VINGER AAN DE POLS

“STERK AFVALBELEID BLIJFT MOTOR VAN DE CIRCULAIRE ECONOMIE” Maakt de circulaire economie in Vlaanderen genoeg vorderingen? Het Steunpunt Circulaire Economie bouwt een indicatorenset om de vooruitgang in de transitie te meten. De OVAM gaf alvast een aanzet. John Wante, stafmedewerker bij de afdeling Afvalen Materialenbeheer: “Het Vlaamse afvalbeleid blijft dé hefboom om de circulaire economie waar te maken.”

55 tot 65 procent van onze klimaatvoetafdruk komt voort uit het gebruik van grondstoffen en materialen. Om de klimaatdoelen te halen, moet daarom tegen 2030 ook de materialenvoetafdruk van de Vlaamse consumptie met 30 procent naar beneden. De circulaire economie is de hefboom om die reductie te realiseren. Maar gaat de materialentransitie wel snel genoeg?

en materialenbeleid beschikt de OVAM over datasets van onder andere recyclage, materialenverbruik, verpakkingen, huishoudelijk afval en bedrijfsafval. Die datasets zijn een nuttig startpunt voor de monitor. Door ze publiek te maken, willen we partners en andere stakeholders aanzetten om data ter beschikking te stellen om zo tot een betere opvolgingstool te komen.”

Onderzoekers van de KU Leuven, de UGent, de Universiteit Antwerpen en VITO werken aan een monitor die de vooruitgang moet meten. Luc Alaerts, coördinator van het Steunpunt Circulaire Economie: “In een circulaire economie vullen we onze behoeften in met minder materialen, waardoor ook de producten en diensten zelf moeten veranderen. Onze monitor vertrekt daarom van wat de maatschappij nodig heeft. Het is immers niet enkel het product dat telt, maar ook de dienst die je ervan verwacht.”

Uit de voorlopige indicatorenset van de OVAM blijkt dat Vlaanderen op het vlak van recyclage goed scoort. In 2018 ging 95,2 procent van het selectief ingezameld huishoudelijk afval naar een inrichting voor recyclage of compostering, zo tonen de jaarlijkse afvalcijfers. John Wante, stafmedewerker bij de afdeling Afval- en Materialenbeheer: “We slagen er almaar beter in om materialen in de kringloop te houden: 65 procent van al ons huishoudelijk afval gaat daadwerkelijk naar recyclage, compostering of hergebruik. Ook de recyclagegraad van het Vlaamse bedrijfsafval bleef met 79 procent in 2018 hoog.”

Recyclage top in Vlaanderen Het Steunpunt verzamelt alle beschikbare gegevens over de circulaire economie in Vlaanderen en destilleert daaruit een indicatorenset. De OVAM, die samen met het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) van de Vlaamse overheid het Steunpunt financiert, gaf een eerste aanzet met indicatoren over afval, recyclage en materialenverbruik. Wim Raes van de afdeling Afval- en Materialenbeheer: “Door haar rol in het afval-

4

OVAM.LINK | Circulaire economie

Lokale maatregelen, globale impact Andere indicatoren evolueren dan weer minder gunstig, en dat heeft alles te maken met onze groeiende consumptie. Jon Wante: “Onze toenemende consumptie en industriële activiteiten doen de toevoer van primaire grondstoffen naar onze economie stijgen. Afvalstoffen die we niet kunnen recycleren, verbranden we. De vraag naar verbrandingscapaciteit is daar-

OVAM.LINK | Circulaire economie

5


door de voorbije jaren niet gedaald maar stabiel gebleven.” De globale materialenvoetafdruk van de Vlaming blijft groter worden, terwijl de binnenlandse materiaalconsumptie in Vlaanderen niet stijgt. Wim Raes: “De meest logische verklaring daarvoor is dat we onze materiaalintensieve stappen meer en meer naar het buitenland verplaatsen en zo de impact van onze consumptie verschuiven.” Ook de milieu-impact die ons materialenverbruik in de rest van de

wereld veroorzaakt, neemt dus toe. “Dit is een van de grootste uitdagingen voor de circulaire economie: wat kunnen we lokaal doen om de globale impact te verminderen?”

Preventie in het hele circuit De voorlopige indicatorenset bevestigt waar de OVAM allang op hamert: de circulaire economie begint bij preventie, het voorkomen van afval. Want hoe minder afval, des te kleiner de voetafdruk van de hele afvalbeheerketen. “Door producten maximaal te hergebruiken, grijpen we in aan het begin van het circuit”, zegt John Wante. “Dat blijft de eerste stap. Maar het is een werk van lange adem, zeker in het licht van de ambitieuze doelstellingen voor de komende jaren.”

kantines niet meer bij het restafval. Vanaf 2024 zouden alle bedrijven en huishoudens bioafval gescheiden moeten aanbieden of lokaal composteren. De uitgebreide pmd-zak moet er dan weer voor zorgen dat huishoudens meer plastics apart inzamelen. Ook voor luiers en matrassen zoeken we naar betere oplossingen voor recyclage en hergebruik.”

De voorbije vijf jaar daalde de gemiddelde hoeveelheid restafval in Vlaanderen van 155 tot 146 kilogram per inwoner. Tegen 2030 mikt Vlaanderen opnieuw op een afname, tot 100 kilogram per inwoner. Bovendien moet Vlaanderen in 2030 tot 300 000 ton CO2 besparen door de uitstoot van afvalverbranding met 25 procent te reduceren ten opzichte van 2005. Als het verbruik van primaire grondstoffen blijft stijgen, lijkt dat doel nog niet meteen bereikbaar.

mijn. We maken een prognose van de hoeveelheid afvalstoffen die de komende tien jaar zullen ontstaan om de verbrandingscapaciteit te bepalen. Bovendien moet in 2050 alle afvalverwerking CO2-vrij gebeuren, want tegen dan moeten we klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat er geen afval meer wordt verbrand of dat de CO2 wordt afgevangen die daarbij vrijkomt. Daarom moeten de installaties die in 2050 overblijven, in staat zijn CO2-vrij te werken”, zegt John Wante.

CO2-vrije afvalverbranding Materialen die we niet kunnen recycleren, komen momenteel nog bij de eindverwerkingsinstallaties terecht. John Wante: “Het storten van afval bouwen we al meer dan tien jaar af, maar verbrandingsinstallaties blijven tot vandaag nodig. Onze visie op eindverwerking moet vertrekken vanuit een perspectief op lange ter-

Naast preventie blijft dus ook de selectieve inzameling van afvalstoffen de grote sterkhouder van het afvalbeleid. “Om nog meer afval in te zamelen, komen er nieuwe maatregelen”, zegt John Wante. “Vanaf 2021 mag organisch-biologisch afval van grotere restaurants en bedrijven met

tailleerde indicatorenset meet niet alleen onze vooruitgang in de transitie, maar kan ook helpen om concrete doelstellingen wetenschappelijk te onderbouwen”, zegt Luc Alaerts. “De circulaire economie is een verhaal van economische kansen en mogelijkheden. Door alle neuzen in dezelfde richting te zetten, zorgen we voor een maatschappelijk draagvlak en kunnen we de circulaire agenda versterken.”

Versterking van het beleid De wetenschappers van het Steunpunt Circulaire Economie hopen dat de monitor dergelijke beleidsmaatregelen en doelstellingen verder kan helpen versterken. “Een gede-

Voorbeeldscenario: renovatie open bebouwing

DE BESTE RENOVATIE COMBINEERT ENERGIE- EN MATERIAALMAATREGELEN In opdracht van de OVAM evalueerde het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) verschillende scenario’s voor renovatie en nieuwbouw voor de komende dertig jaar. Daarbij hield het rekening met alle stappen van de kringloop: van productie, transport en bouwen tot wonen, onderhoud en end-of-life, kortom met de totale milieu-impact. Verschillende combinaties van het E-peil, isolatie, van materiaalkeuzes en installaties (ventilatie, warm water, zonnepanelen …) werden in de scenario’s doorgerekend.

6

OVAM.LINK | Circulaire economie

Voor renovaties is de conclusie verrassend: streven naar het laagst mogelijke E-peil is niet noodzakelijk de beste aanpak om de voetafdruk van een gebouw te minimaliseren. Om de totale milieu-impact van een renovatie zo laag mogelijk te houden, is een combinatie van doordachte energie- en materiaalgerelateerde keuzes efficiënter. De renovatie die het best is voor het milieu houdt rekening met maatregelen die het E-peil bevorderen én maatregelen die de materialenvoetafdruk zo klein mogelijk houden. De resultaten van de verschillende nieuwbouwscenario’s verschilden veel minder van elkaar. Bij nieuwbouw wordt de materiaalkeuze relatief gezien belangrijker.

CO2-emissies in 2050 (vrijstaand huis – renovatie)

ton CO2

euro (totem) 35 000

500

30 000

400

25 000

300

20 000

200

15 000 10 000

100 0

Milieukost (TOTEM) in 2050 (vrijstaand huis – renovatie)

5000 REF

MIN

E60mat

E60inst

E30gas

0

E30WP

-5000

-100

REF

MIN

E60mat

E60inst

Initiële constructiematerialen

Initiële technische installaties

End-of-life van technische installaties

Vervanging van technische installaties

Constructiematerialen end-of-life

Geproduceerde elektriciteit

Energie voor verwarming

Energie voor warm water

Energie voor hulpsystemen

Energie voor koeling

Energie niet-gerelateerd aan gebouw

Totaal

E30gas

E30WP

De CO2-emissies en de totale milieu-impact van zes renovatiescenario’s van dezelfde open bebouwing: status quo (geen renovatiemaatregelen), minimale renovatie, renovatie tot E-peil E60 (focus op isolatie), renovatie tot E60 (focus op efficiënte installaties), renovatie tot E30 (inclusief gascondensatieketel), renovatie tot E30 (inclusief warmtepomp).

OVAM.LINK | Circulaire economie

7


AFVAL R ECYCLER EN

Het uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval definieert hoeveel kilogram restafval per inwoner elke Vlaamse gemeente tegen 2022 nog mag genereren. Dat gewicht is afhankelijk van de Belfiuscluster waartoe de gemeente behoort. Die cluster groepeert steden en gemeenten op basis van socioeconomische factoren. Annemie Andries, beleidsmedewerker bij de afdeling Afval- en Materialenbeheer bij de OVAM: “Om lokale besturen te ondersteunen om dat doel te bereiken, organiseren we visitaties waarbij we hun afvalcijfers vergelijken met die van andere gemeenten in dezelfde cluster. Gemeenten die minder goed scoren, krijgen inzage in het afvalbeleid en succesvolle maatregelen waarmee andere gemeenten hun afvalcijfers reduceren.”

DOET GEWICHTSDIFTAR DE BURGER BETER SORTEREN? Het idee achter het systeem met gedifferentieerde tarieven (diftar) is duidelijk: de vervuiler betaalt. Vandaag gebruiken 97 Vlaamse gemeenten een gewichtsdiftarsysteem voor restafval, 116 gemeenten passen het toe voor gft. Welke impact heeft dat op de afvalcijfers?

In de meeste gevallen blijkt de sleutel tot minder restafval een doordacht tarievenbeleid in combinatie met een aangepaste dienstverlening te zijn. “Dat betekent dat de steden en gemeenten een voldoende hoog tarief voor restafval combineren met heel wat sorteermogelijkheden voor de burger. Gewichtsdiftar is het accuraatste en het eerlijkste systeem om huisvuil in te zamelen, en ook het meest vernuftige. De burger krijgt dankzij een online platform en een aanslagbiljet zelf een inzicht in hoeveel restafval hij produceert. Dat cijfer kan hij vaak ook vergelijken met dat van andere inwoners in zijn gemeente of op het grondgebied van de intercommunale. Zo wordt hij aangemoedigd om het beter te doen. Hoe minder afval hij genereert, hoe minder hij betaalt.”

Grote investering, sterke resultaten Het lokale bestuur beslist of het gewichtsdiftarsysteem al dan niet wordt toegepast in de stad of gemeente. De concretisering ligt

8

OVAM.LINK | Afval recycleren

AFVALINZAMELING IN TIJDEN VAN CORONA

meestal in handen van de afvalintercommunales. Annemie Andries: “Bij de uitrol van een gewichtsdiftarsysteem worden de ophaalwagens uitgerust met een weeg- en identificatie-installatie, wordt er een facturatiesysteem ontwikkeld en krijgen containers elektronische chips. Daarvoor ontvangen afvalintercommunales 50 procent subsidies van de Vlaamse overheid. Een gewichtsdiftarsysteem vergt ook extra personeelsinzet en een al dan niet uitgebreide communicatiecampagne om de inwoners goed te informeren.” Die investering betaalt zichzelf terug, want de milieuprestaties van de

Tijdens de nationale lockdown light in maart, april en mei liep de afvalinzameling in Vlaanderen gewoon verder. De recyclageparken werden voor een korte tijd gesloten maar gingen weer open op 7 april. Burgers konden daardoor rekenen op een vlotte dienstverlening. Ook de Kringwinkels hebben hun activiteiten ondertussen hervat. De OVAM wil alle afvalinzamelaars, intercommunales, lokale besturen en hun medewerkers bedanken voor hun inzet tijdens de crisis. Terwijl heel wat mensen veilig ‘in hun kot’ bleven, kwamen de afvalophalers op straat om onze omgeving netjes en onze huizen aangenaam te houden.

OVAM.LINK | Afval recycleren

9


AFVAL R ECYCLER EN

gemeenten gaan er aanzienlijk mee vooruit. Dat blijkt ook uit de cijfers die afvalintercommunale MIWA (Midden-Waasland) begin dit jaar voorlegde (zie kader). “De goede resultaten zijn vooral het gevolg van betere sorteerinspanningen van de burger. Ze worden ondersteund door uitgebreide sorteermogelijkheden. Zo kwamen er nieuwe sorteerregels voor gft (sinds 1 januari 2019, red.). Vanaf 1 april 2021 mag er in alle Vlaamse gemeenten ook meer in de pmd-zak, wat het restafvalcijfer met nog eens gemiddeld 8 kilogram per inwoner per jaar kan doen dalen.”

Uitgebreider sorteren Sommige gemeenten vrezen dat een gewichtsdiftarsysteem inwoners ertoe

zal aanzetten om hun afval te dumpen als sluikstort of zwerfvuil, maar ervaring heeft uitgewezen dat die vrees onterecht is. Hetzelfde geldt voor de variant op het gewichtsdiftarsysteem: de weegbruggen in het recyclagepark die afvalstromen zoals grofvuil wegen en aanrekenen per gewichtseenheid. Annemie Andries: “Zo was de gemeente Tessenderlo bang voor de gevolgen van de invoer van een weegbrug voor grofvuil uitgebaat door Limburg.net. Achteraf bleek dat nergens voor nodig: sinds de opening van het nieuwe recyclagepark daalde het grofvuilcijfer van 68 naar 42 kilogram per inwoner. Het sluikstorten nam niet toe. Dat hield de gemeente rond de opening extra in de gaten.” In 189 Vlaamse gemeenten kun-

nen de inwoners ondertussen terecht in een recyclagepark uitgerust met zo’n weegbrug. Momenteel werken heel wat steden en gemeenten een aangepast tarievenbeleid uit. Sommige lokale besturen maken de overstap naar het gewichtsdiftarsysteem, maar ook binnen een volumediftarsysteem (waarbij afval aangerekend wordt per volume) kan een doordacht tarievenbeleid vruchten afwerpen als het restafval duurder is. “De uiteindelijke impact van onze inspanningen en visitaties zullen we pas over enkele jaren zien”, zegt Annemie Andries. “Het vraagt heel wat tijd en middelen om een gewichtsdiftar en andere acties die leiden tot minder restafval, te implementeren. De voorlopige cijfers zijn alvast hoopvol.”

rekenen vandaag maar weinig kilo’s tegen 25 cent aan. Onze inwoners produceren vandaag gemiddeld 40 procent minder restafval. Ook Temse, waar het systeem een half jaar later in voege ging, zet vandaag al dezelfde resultaten neer”, zegt Sven Peeters. Indien nodig past MIWA ook sociale correcties toe door bijvoorbeeld korting te geven op het aanslagbiljet. Dat kan bijvoorbeeld om medische redenen. Sorteerlandschap verandert

“ONZE INWONERS PRODUCEREN GEMIDDELD 40 PROCENT MINDER RESTAFVAL” De afvalcijfers in Midden-Waasland waren tot ruim een jaar geleden niet bijster goed: in Sint-Gillis-Waas, Sint-Niklaas, Stekene, Temse en Waasmunster produceerden de inwoners jaarlijks gemiddeld 160 kilogram restafval. Tot de gewichtsdiftar werd ingevoerd. “Vandaag zien we gemiddeld 40 procent minder restafval”, zegt Sven Peeters, algemeen directeur van afvalintercommunale MIWA. Toen MIWA in 2016 aan haar vennoten voorstelde om het diftarsysteem te implementeren, sprongen vier van de vijf gemeenten meteen op de kar. Sven Peeters: “Gewichtsdiftar spreekt mensen aan op hun individueel sorteergedrag. Het is een heel eerlijk systeem, anders dan een vast tarief voor huisvuilzakken waarbij iedereen evenveel betaalt voor een zak van 60 liter ongeacht de hoeveelheid afval die hij of zij produceert.” Verschillende tarieven Sinds 1 juli 2019 is het gewichtsdiftarsysteem in Sint-GillisWaas, Sint-Niklaas, Stekene en Waasmunster van kracht. Temse volgde een half jaar later. MIWA hanteert geen generiek tarief per kilogram per inwoner. Tot 100 kilogram kost het aanbieden van een kilogram restafval 18 eurocent, voor elke kilogram daarboven kost het 25 cent. “Zo geven we onze inwoners een extra duwtje in de rug om onder die 100 kilogram te blijven. En dat werkt. We

10

OVAM.LINK | Afval recycleren

Volgens de MIWA-directeur is de sterke daling in afvalcijfers niet alleen het gevolg van de slechte startpositie die de gemeenten vóór de invoer van het systeem optekenden, maar ook van het sorteerlandschap dat langzaam uitbreidt. “Sinds 1 januari 2019 zijn de sorteerregels voor gft verruimd en in onze gemeenten mag er ook meer afval de pmd-zak in. Pmd heeft weinig impact op het gewicht, daarbij gaat het vooral om volumes. De nieuwe sorteerregels voor gft hebben een veel groter effect op ons restafval. Uit onze analyses bleek immers dat nog heel wat restafval van organisch-biologische oorsprong was en dat woog letterlijk door. Vandaag mogen onze inwoners bijvoorbeeld ook bereide voedingsmiddelen bij het gft gooien.” “Het gewichtsdiftarsysteem is een van de maatregelen binnen het veranderende sorteerlandschap die onze afvalproductie moet doen dalen”, stelt Sven Peeters. “Je voert het diftarsysteem niet in omdat je wilt besparen, maar omdat je in de eerste plaats streeft naar betere milieuprestaties. En dat heeft heel wat positieve effecten op lange termijn.” Huis-aan-huis-inzameling 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0

Restafval

papier-karton

januari - juni 2019 (ton)

P+MD

GFT+

juli - december 2019 (ton)

De tonnages aan huis-aan-huis ingezamelde afvalstromen over het hele werkingsgebied van MIWA een half jaar vóór en een half jaar na de invoer van het gewichtsdiftarsysteem. De tonnages aan restafval die huis-aan-huis werden opgehaald daalden aanzienlijk ten gunste van de andere afvalstromen.

OVAM.LINK | Afval recycleren

11


DU U R ZAAM MAT ER IALENG EBR U IK

In Kortrijk komen vervuilende en afgedankte voertuigen uit het wagenpark van de stad niet meer op de tweedehandsmarkt terecht. De stad brengt ze naar een erkend verwerkingscentrum in de buurt. “Zo vermijden we dat onze wagens nog verder het milieu vervuilen en houden we zoveel mogelijk materialen in de kringloop”, zegt Kelly Detavernier, schepen van Modern en Nieuw Bestuur bij Stad Kortrijk. Oude, vervuilende voertuigen bevatten een schat aan materialen en grondstoffen. Toch worden ze nog vaak verkocht op de tweedehandsmarkt en blijven ze zo het milieu vervuilen. Daarom roept Febelauto, het Belgische beheersorganisme voor afgedankte wagens, lokale besturen op om hun oude voertuigen niet meer te verkopen maar naar erkende verwerkingscentra te brengen. Stad Kortrijk was het eerste lokale bestuur dat op de kar sprong. Kelly Detavernier: “De oproep van Febelauto kwam op een uitgelezen moment. Heel wat voertuigen in ons wagenpark waren aan vervanging toe en we hadden net de Green Deal Circulair Aankopen ondertekend. Dit is de ideale manier om te werken aan onze missie om een klimaatvriendelijke stad te zijn.”

STAD KORTRIJK LAAT EIGEN VERVUILENDE WAGENS RECYCLEREN

12

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

Lokale verwerking Naast de algemene staat van een voertuig bepaalt voor Stad Kortrijk de euronorm of wagens al dan niet een tweede leven krijgen op de tweedehandsmarkt. “Een dieselwagen met euronorm 4 of lager vervuilt te sterk en mag de lage-emissiezone in andere steden niet meer in. Ook de meeste benzinewagens zullen de komende jaren aan strengere normen moeten voldoen. Te sterk vervuilende wagens sturen we dan ook meteen naar een verwerkingscentrum.” Dat zegt Tom Vergote, medewerker aankoop en bedrijfsmobiliteit en verantwoordelijke voor het wagenbeheer bij de stad en OCMW Kortrijk. Hij volgt

het project van nabij op. “Ook relatief jonge voertuigen die niet meer veilig zijn, brengen we naar een sloopbedrijf.” Dat sloopbedrijf is het erkende verwerkingscentrum Galloo in Menen, een buurgemeente van de stad. “Op advies van Febelauto laten we de auto’s lokaal recycleren. Zo beperken we de transportlast tot een minimum. Bovendien werken er professionals die onze wagens secuur ontmantelen en zoveel mogelijk materialen op een veilige manier recupereren”, legt Vergote uit. Afhankelijk van het gewicht van het metaal krijgt de stad voor elk ingeleverd voertuig een klein bedrag ter compensatie. Die opbrengst is kleiner dan de verkoop op de tweedehandsmarkt zou opleveren, maar daar is het volgens Kelly Detavernier dan ook niet om te doen: “Door te streven naar milieuvriendelijke end-of-life-oplossingen voor ons eigen wagenpark sluiten we de kringloop en dragen we ons steentje bij aan de circulaire economie. Dat is veel meer waard dan de luttele euro’s van de verkoop van die wagens.”

Stadspersoneel op de fiets Sinds de start van het project in 2018 verving en recycleerde de stad 25 voertuigen, en dit jaar zal Kortrijk nog eens zes wagens naar een erkend verwerkingscentrum sturen. In de plaats komen milieuvriendelijke vervoersmiddelen. Daarvoor hanteerde de stad een OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

13


FEBELAUTO DRAAGT BIJ AAN EEN CIRCULAIRE ECONOMIE In 2019 kreeg 97,1 procent van het gewicht aan afgedankte voertuigen die bij erkende verwerkingscentra worden ingeleverd in ons land, een nuttige toepassing. Daarmee voldoen we ruimschoots aan de Europese recyclagedoelstelling van 95 procent. Dat is de verdienste van Febelauto, het Belgische beheersorganisme voor afgedankte voertuigen, dat al twintig jaar verantwoordelijk is voor de sloop en recyclage van wagens. Febelauto trad op als facilitator binnen de Green Deal Circulair Aankopen van Vlaanderen Circulair, duurzaamheidsnetwerk The Shift, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en de Bond Beter Leefmilieu. Vanuit die rol schoof Febelauto twee doelstellingen naar voren: het herstel van voertuigen met tweedehandsonderdelen

Oude, vervuilende voertuigen bevatten een schat aan materialen en grondstoffen.

doordacht aankoopbeleid. Tom Vergote: “De aandrijving hangt af van de functie van het voertuig. Ons wagenpark telt ondertussen 8 elektrische, 5 plug-inhybride, 5 hybride en 41 cng-wagens, maar soms moeten we een dieselvoertuig aankopen omdat er nu eenmaal geen andere optie is. Voor logistieke voertuigen proberen we wel te evalueren of we geen lichtere variant kunnen kiezen, met minder uitstoot en minder materialen.” Waar mogelijk investeert Stad Kortrijk ook in fietsen voor het stadspersoneel. “We willen onze mensen stimuleren om zich zoveel mogelijk op een duurzame manier te verplaatsen”, zegt Kelly Detavernier. “Daarom kopen we voor 14

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

stimuleren, en een bewustzijn creëren rond wat er met afgedankte voertuigen gebeurt. Slooppremie “Om het doel van bewustmaking te realiseren, schreven we in 2019 alle Vlaamse steden en gemeenten aan om mee in het circulaire verhaal te stappen. In onze brief vroegen we om de oudste en meest vervuilende wagens niet meer te verkopen op de tweedehandsmarkt maar ze op een milieuverantwoorde manier te laten recycleren bij een door de overheid erkend centrum in de buurt”, zegt Griet Van Kelecom, projectleider bij Febelauto. “Kortrijk en Zwevegem doen alvast mee. In Gent krijgen inwoners van de lage-emissiezone een slooppremie als ze hun wagen met een te lage euronorm naar een erkend verwerkingscentrum brengen voor recyclage.” In de toekomst komen er nog andere acties van Febelauto. “Zo willen we steden en gemeenten sensibiliseren over het milieuverantwoord omgaan met afgedankte voertuigen en willen we het initiatief van Gent promoten bij publieke besturen.” febelauto.be

Afhankelijk van het gewicht van het metaal krijgt de stad voor elk ingeleverd voertuig een klein bedrag ter compensatie.

dienstverplaatsingen binnen de stad ook elektrische poolfietsen aan. Die zijn bovendien geschikt voor wat langere afstanden.”

Concrete klimaatwinst Na Kortrijk besliste ook het gemeentebestuur van Zwevegem om op de oproep van Febelauto in te gaan. Andere steden en gemeenten kloppen ondertussen met hun vragen bij Kortrijk aan, waar ze met plezier worden geholpen. Tom Vergote: “Als we onze planeet leefbaar willen houden, is de transitie naar een circulaire economie enorm belangrijk. Om dat te bereiken, moeten we materialen in de kringloop houden.

Uiteindelijk ligt de keuze bij het lokale bestuur. Het proces vraagt een financiële inspanning, maar als stad kiezen we voor de klimaatwinst die maatregelen als deze op lange termijn opleveren.” Volgens Kelly Detavernier is een goede communicatie van organisaties als Febelauto en Vlaanderen Circulair noodzakelijk om die klimaatwinst duidelijk te maken. “Febelauto stelt afgedankte wagens concreet voor als een bron van materialen die we in de kringloop moeten houden. Lokale besturen weten zo meteen en heel precies wat hun inspanningen kunnen opleveren.”

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

15


CIR CU LAIR E ECONOMIE

OVAM EN RIJKSWATERSTAAT WERKEN 25 JAAR SAMEN

“VLAANDEREN EN NEDERLAND PIONIEREN SAMEN IN DE TRANSITIE NAAR EEN CIRCULAIRE ECONOMIE”

In 2020 vieren de OVAM en de Nederlandse Rijkswaterstaat hun zilveren jubileum. Wat begon als een jaarlijks overleg rond afvalbeheer is vandaag uitgegroeid tot een kruisbestuiving die de transitie naar een circulaire economie een versnelling hoger schakelt. Hoe hebben beide partners elkaar 25 jaar lang geïnspireerd?

Danny Wille is algemeen directeur bij de OVAM.

Op 4 februari 2020 trokken vijftien OVAM-medewerkers naar Rijkswaterstaat in Utrecht om samen te spreken over thema’s rond afval, materialen en circulaire economie. Danny Wille en Maaike Ritzen staan aan het hoofd van de delegaties: hij is algemeen directeur bij de OVAM, zij afdelingshoofd Circulaire Economie en Afval bij Rijkswaterstaat. Ze vertellen over de vruchtbare samenwerking van de afgelopen 25 jaar. Waarom sloegen de OVAM en Rijkswaterstaat destijds de handen in elkaar? Maaike Ritzen: “Begin jaren negentig stonden Nederland en Vlaanderen voor dezelfde uitdagingen. Het grensoverschrijdende verkeer van afvalstoffen nam flink toe en we hadden allebei negatieve ervaringen met de afzet van huisvuilcompost. Er was werk aan de winkel om het marktvertrouwen en nieuwe toepassingen op te bouwen.” Danny Wille: “We hadden elkaar snel gevonden. We startten met een intensieve uitwisseling rond landelijke afvalstoffenplannen en met een overleg tussen Vlaanderen, Nederland en Duitsland. Het was het begin van het beleid rond gft, de afbouw van stortplaatsen en de integrale kwaliteitsopvolging van selectief ingezamelde stromen in functie van de afzetmarkt.” De eerste jaren overlegden jullie vooral over afvalen materialenbeleid. Hoe inspireerden jullie elkaar? Danny Wille: “Nederland loopt vaak voorop in de ontwikkeling van concepten. Zo groeide de Nederlandse Ladder van Lansink in de jaren negentig uit tot de internationale

16

OVAM.LINK | Circulaire economie

Maaike Ritzen is afdelingshoofd Circulaire Economie en Afval bij Rijkswaterstaat.

standaard voor afvalbeheer. In 1999 pasten we die afvalhiërarchie toe in een Vlaams model door er een concrete doelstelling van 150 kilogram restafval per inwoner per jaar aan vast te knopen. Dat streefdoel hebben we ondertussen ook gehaald.” Maaike Ritzen: “In 2011 gaf Vlaanderen aan die afvalhiërarchie een eigen draai en sprak de OVAM als eerste van een materialenhiërarchie. In het Materialendecreet pleitte Vlaanderen voor het verlagen van de milieuimpact van materiaalgebruik over de hele levenscyclus. Dat was toen vooruitstrevend: de circulaire economie avant la lettre.”

Concrete projecten Jullie samenwerking op het vlak van afvalmanagement evolueerde richting een circulaire economie. Danny Wille: “Het hele jaar door gaan onze medewerkers bij elkaar te rade, formeel en informeel. Afwisselend organiseren we ook een jaarlijks bilateraal overleg. In 2020 hadden we het over biodegradeerbare en biogebaseerde kunststoffen, de aanpak van zwerfvuil en het meten van circulariteit met het oog op de klimaatdoelstellingen. We overwogen ook onze gezamenlijke standpunten op Europees en internationaal niveau. Uit dergelijke informatieuitwisselingen vloeien concrete projecten voort. Denk maar aan ProCirc, een Interreg-project waar Rijkswaterstaat en de OVAM met partners uit Denemarken, Noorwegen, Schotland en Zweden werken aan een strategie om circulaire aankopen te stimuleren over de grenzen heen. Rijkswaterstaat neemt de leiding op zich. Binnen OVAM.LINK | Circulaire economie

17


CIR CU LAIR E ECONOMIE

belang om maatschappijbrede transities te doen slagen. Een voorbeeld is het Nederlandse Grondstoffenakkoord uit 2017, dat afspraken vastlegde om de Nederlandse economie op herbruikbare grondstoffen te laten draaien. In februari 2020 ondertekenden al 420 deelnemers het akkoord. Veel partijen kwamen op één lijn.” Maaike Ritzen: “De OVAM kiest altijd voor een wetenschappelijk onderbouwde aanpak waar wij veel van kunnen leren. Denk maar aan de manier waarop de OVAM samen met kennisinstellingen een monitor voor circulariteit ontwikkelt (zie pagina 4). Dat leidt tot een hechtere samenwerking met de wetenschap.”

Kruisbestuiving De Europese Unie speelt een steeds grotere rol binnen het thema circulaire economie. Hoe vinden Vlaanderen en Nederland elkaar op dat Europese toneel? Op 4 februari 2020 vierden de OVAM en Rijkswaterstaat 25 jaar samenwerking.

het LIVES-project dragen we samen bij aan de aanpak van plastic zwerfvuil in het stroomgebied van de Maas.” Maaike Ritzen: “Op dit moment dagen de gevolgen van de coronacrisis ons uit. De lage olieprijzen maken het economisch interessanter om virgin plastics te produceren. Samen met Vlaanderen zoeken we daarom naar proefprojecten en instrumenten om milieuvriendelijk materialengebruik en hergebruik te stimuleren. Als overheid geven we het goede voorbeeld door te blijven kiezen voor circulaire producten. Zo zorgen we voor een afzetmarkt en houden we grondstoffen in de keten, ook na de crisis.” Die voorbeeldfunctie vervullen de OVAM en Rijkswaterstaat ook internationaal. Kunnen jullie nog van elkaar leren? Danny Wille: “Vlaanderen en Nederland delen de ambitie om tegen 2050 circulair te zijn. Om die doelstelling te halen, gaan Nederlanders op zoek naar consensus en maatschappelijk draagvlak. Dat ‘polderen’ is van cruciaal

18

OVAM.LINK | Circulaire economie

Danny Wille: “Vlaanderen en Nederland benadrukten de voorbije twee jaar de cruciale link tussen klimaat en circulaire economie. Die klemtoon vinden we terug in de Europese Green Deal, waarin een materiaalarme economie primeert.” Maaike Ritzen: “De EU voelt de groeiende druk om de Green Deal uit te stellen door de grote economische uitdagingen van de coronacrisis. We krijgen nu de kans om onze maatschappij en economie robuuster te maken tegen dergelijke onvermijdelijke schokken.” Hoe zal de samenwerking verder groeien? Maaike Ritzen: “In maart lanceerde Nederland samen met Frankrijk het Europese Kunststoffenpact om overheden en koplopers uit de volledige keten samen te brengen om de overgang naar een Europese circulaire kunststofeconomie te versnellen. Ook de OVAM onderschreef het pact in het kader van het uitvoeringsplan Kunststoffen. Zo kunnen we ervaringen en kennis uitwisselen op de weg naar die circulaire kunststofeconomie. Bovendien verrichten Nederland en Vlaanderen pionierswerk rond de monitoring van de circulaire economie. We gaan onze collega’s dus aanmoedigen tot een blijvende kruisbestuiving.” Danny Wille: “Onze samenwerking is de afgelopen 25 jaar voor ons allebei een meerwaarde gebleken en we willen ze in de toekomst duurzaam voortzetten.”

“BODEMZORG IS EEN BELANGRIJK ONDERDEEL VAN EEN CIRCULAIRE ECONOMIE” De OVAM en Rijkswaterstaat werken aan een gezonde leefomgeving, en daar hoort ook gezonde grond bij. Ruim twintig jaar is er uitwisseling van kennis en praktijkervaring. De OVAM is in Vlaanderen bevoegd voor bodemsaneringen en de herontwikkeling van brown- en blackfields. “We geven een tweede leven aan gronden die door de verontreiniging niet meer werden gebruikt”, zegt Ann Cuyckens, afdelingshoofd Bodembeheer bij de OVAM. “De laatste jaren groeit het besef dat bodems ook binnen de circulaire economie een belangrijke functie kunnen vervullen.” Bodem als grondstof Bodem is een grondstof. Ook in Nederland groeit dat bewustzijn. “Als we bodems op een verantwoordelijke manier gebruiken, vermijden we in de toekomst verontreiniging te moeten opsporen en aanpakken. Om dat natuurlijk kapitaal in de kringloop te houden, moeten mensen er beter mee omgaan. De transitie naar een circulaire economie betekent dus ook dat ons bodembeleid moet evolueren naar bodemzorg.” De OVAM en Rijkswaterstaat zetten daar beide actief op in. Vlaanderen en Nederland zoeken samen ook naar manieren om gronden te reinigen tot een hoogwaardig materiaal. “In het kader van ruimte- en natuurontwikkeling kan de bodem zo opnieuw meerdere functies vervullen, bijvoorbeeld als onderdeel van voedselvoorziening of als leverancier van ecosysteemdiensten”, zegt Ann Cuyckens. Onderzoeksprojecten Vlaanderen en Nederland krijgen als aangrenzende regio’s te maken met dezelfde bodemproblematiek. “De laatste jaren stoten saneerders op problemen met emerging contaminants (nieuwe, weinig bekende verontreinigende stoffen, red.) zoals verontreinigingen met bijvoorbeeld poly- en perfluoralkylstoffen of PFAS”, zegt Ann Cuyckens. “Vlaamse en Nederlandse onderzoekers wisselen kennis uit over hoe we die verontreiniging op een strategische manier opsporen en hoe we de juiste parameters definiëren. Zo kunnen we handleidingen op elkaar afstemmen.” Verder zoekt de OVAM ook onder meer samen met het Nederlandse onafhankelijke kennisinstituut Deltares en allerlei partners uit het werkveld binnen het Interreg-project RESANAT naar manieren om restverontreinigingen via nature-based technieken aan te pakken. OVAM.LINK | Circulaire economie

19


AFVAL R ECYCLE R EN

KUNSTGRAS-TUINTJES HOUDEN SLUIKSTORTERS TEGEN Afvalintercommunale Incovo slaagde erin om het sluikafval rond de glasbollen spectaculair te doen dalen. Dat deed ze met bloementuintjes uit kunststof.

Sinds 2017 voert afvalintercommunale Incovo de strijd tegen sluikstorten op. De gemeenten Londerzeel, Machelen, Meise, Vilvoorde en Zemst kregen vooral te maken met sluikafval in de buurt van de honderd glasbollen op hun grondgebied. Na de inzet van mobiele camera’s en de grootschalige sensibiliseringscampagne ‘Proper is

plezant’ in 2018 haalde Incovo in 2019 inspiratie bij onze noorderburen.

Fleurig jasje Een team van jonge Nederlandse enthousiastelingen ontwikkelde een kunststof ‘jasje’ voor ondergrondse containers. Het decoreert de containers met kunstgras en kunstbloemen om de associatie met iets moois en fris op te wekken. Dat ervaren bezoekers als een barrière om sluikafval te dumpen. Incovo startte zelf een proefproject op met de containerjasjes. Er werden drie bovengrondse glasbollen uitgepikt. Op die locaties was sociale controle mogelijk: Incovo wilde buurtbewoners betrekken om sluikafval te melden. Al in de eerste weken verminderde het sluikafval spectaculair. Tussen april en eind december 2019 slonk het met 71 procent in Vilvoorde, met 66 procent in de Chrysantenstraat in Machelen en met 75 procent in de Henri Brounsstraat in Machelen.

20

OVAM.LINK | Afval Titel recycleren


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
OVAM.link_juni_2020.pdf by Vlaanderen-be - Issuu