Skip to main content

dossier 2022-010.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/010

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/010

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 23 november 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij het Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn (hierna vermeld als: afdeling Dierenwelzijn), waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de bijlagen bij de beslissing van xxx (afdelingshoofd Departement Omgeving, Dierenwelzijn): - PV xxx dd. 12 februari 2019 (bijlage 1) - Rapport opgesteld door de Ark van Pollare (bijlage 2) - Diergeneeskundig rapport betreffende verzorging van dieren (bijlage 3) - Verhoor (bijlage 4) - PV xxx dd. 21 februari 2019 (zie laatste paragraaf pagina 2 van de beslissing van xxx voor verwijzing naar dit PV). Bij mailbericht d.d. 7 december 2021 werd dit verzoek door de afdeling Dierenwelzijn afgewezen. Op 6 januari 2022 diende verzoeker een beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing van de afdeling Dierenwelzijn. Dit beroep werd geregistreerd op 10 januari 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 23 november 2021.

www.vlaanderen.be


De bestreden beslissing dateert van 7 december 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 6 januari 2022 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is dan ook ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

Het verzoek tot openbaarmaking van de inspectieverslagen werd door de afdeling Dierenwelzijn afgewezen omwille van de volgende overwegingen: “ Verwijzend naar uw vraag in het kader van de openbaarheid van bestuur, die werd geregistreerd onder

dossiernummer DETA-15397, melden wij u dat wij hier niet op kunnen ingaan.

De opgevraagde stukken maken immers nog deel uit van een lopend onderzoek door het parket, de geheimhouding van het onderzoek mag niet geschaad worden. Wij beroepen ons hiervoor op artikel 11.36, §1, 3° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018: De overheidsinstanties, vermeld in artikel 11.28, § 1, wijzen de aanvraag tot openbaarmaking af als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen: 3° het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld’.” 2. Inhoud van het beroepschrift Verzoekster vraagt in het beroepschrift om de gevraagde documenten alsnog openbaar te maken en argumenteert dit als volgt : “ xxx heeft zich burgerlijke partij gesteld in een procedure tegen een importeur en kweker van honden, xxx (Onder andere) naar aanleiding van de media-aandacht heeft het parket te Oost-Vlaanderen een opsporingsonderzoek geopend (dossiernummer: xxx).

Dit opsporingsonderzoek is geëindigd waarbij de Procureur des Konings oordeelde dat de feiten die aan het licht gekomen waren, in haar ogen voldoende ernstig waren om xxx te dagvaarden voor de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. xxx het statuut hebbende van benadeelde partij

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/010

pagina 2 van 5


(en inmiddels van burgerlijke partij), kreeg het bericht dat de inleidingsdatum van de zaak plaatsvond op 19 oktober 2021. Het staat met andere woorden vast dat het strafonderzoek is afgesloten. Want mocht dat niet het geval zijn, dan was er ook geen inleidingszitting geweest. Toch stelt de dienst Dierenwelzijn van niet, om de openbaarmaking van documenten te weigeren. De Dienst Dierenwelzijn weet nochtans dat het onderzoek afgesloten is want dit werd haar meegedeeld door xxx per brief van 23 november 2021. Op 23 november 2021 vroeg xxx namelijk documenten op die de bijlagen uitmaken van een beslissing van xxx van 27 maart 2019. Het gaat om een praktisch probleem: De beslissing van 27 maart 2019 zit in het strafdossier met referentie xxx, maar de bijlagen ontbreken. Het moet klaarblijkelijk zo zijn dat deze ofwel niet zijn opgenomen door de griffie, ofwel nooit zijn toegekomen bij het parket. Gevraagd wordt dat deze bijlagen alsnog worden overgemaakt, zodat xxx ze nuttig kan gebruiken als burgerlijke partij. De dienst Dierenwelzijn stelt ten onrechte dat het strafrechtelijk onderzoek nog lopende is. Nu het afgesloten is en xxx dit ook bewijst, kan de dienst dierenwelzijn zich niet meer met succes beroepen op artikel 11.36, § 1, 3° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. En dient er aldus tot openbaarmaking te worden overgegaan. Dit is des te meer het geval nu de documenten belangrijk zijn voor xxx om haar morele schade als burgerlijke partij te bewijzen. De documenten dienen dus ter vrijwaring van xxx rechten van verdediging.” 3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft navraag gedaan bij de afdeling Dierenwelzijn om aan te geven in hoeverre ze in het bezit is van de door verzoeker gevraagde documenten (de bijlagen bij de beslissing van 27 maart 2019) Uit de verkregen informatie blijkt dat de afdeling Dierenwelzijn de door verzoeker gevraagde documenten in zijn bezit heeft, maar er werd wel op gewezen dat het verhoor (dat één van de door verzoeker opgevraagde documenten uitmaakt) werd geacteerd in PV xxx dd. 21 februari 2019 en dus geen afzonderlijk document uitmaakt in het dossier. Het openbaarheidsverzoek van verzoeker heeft betrekking op een onderzoek en vaststellingen die zijn gedaan met betrekking tot mogelijke inbreuken op de Dierenwelzijnswetgeving. In dat verband werden al twee Pro Justitia van de Inspectie Dierenwelzijn aan het Parket overgemaakt vanuit de afdeling Dierenwelzijn, waarbij tevens alle opgemaakte controleverslagen die zijn opgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving (met de bijhorende bijlagen, zoals nu opgevraagd door verzoeker) overgemaakt zijn aan de diensten van het Parket. Het Parket heeft de afdeling Dierenwelzijn geïnformeerd op 7 december 2021 over het feit dat het dossier voor verder onderzoek werd weerhouden en dus momenteel door de diensten van het Parket wordt onderzocht en behandeld. Alle dossiers die bij het Parket gekend zijn sinds 2019 met betrekking tot xxx werden samengevoegd. Het voorwerp van dit openbaarheidsverzoek betreft dus allemaal stukken die deel uitmaken van het dossier, zoals dit werd overgemaakt aan het Parket vanuit de afdeling Dierenwelzijn. Er bestaat voor de beroepsinstantie geen twijfel over het feit dat het hier gaat om bestuursdocumenten in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, die bijgevolg principieel voor openbaarmaking in aanmerking komen.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/010

pagina 3 van 5


De afdeling Dierenwelzijn verwees in zijn weigeringsbeslissing evenwel naar het feit dat de opgevraagde documenten deel uitmaken van een dossier dat werd overgemaakt aan het Parket ten behoeve van een strafvorderingsprocedure en om die reden niet openbaar moeten worden gemaakt. De beroepsinstantie sluit zich aan bij voormelde redenering. Met zijn beslissing verwijst de afdeling Dierenwelzijn immers naar de toepassing van artikel II.36, §1, 3° van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie kon vaststellen dat de inhoud van de betrokken documenten betrekking heeft op de naleving van de dierenwelzijnswetgeving en is van oordeel dat de beschrijvingen die betrekking hebben op de leefsituatie waarin de dieren zich bevinden en de maatregelen die ten aanzien van de dieren worden genomen als milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet kunnen worden beschouwd. Op grond van voormelde decreetbepaling dient de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen te worden indien men van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het vertrouwelijk karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting (Parl.St. Vl.Parl 2017-18 nr. 1656/1, 59) belet deze bepaling dat bestuursdocumenten die uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, worden vrijgegeven om het goede verloop van het strafonderzoek, de rechten van verdediging en het vermoeden van onschuld te vrijwaren. Deze uitzonderingsgrond is aldus van toepassing indien het vrijgeven van de gevraagde bestuursdocumenten schade toebrengt aan het opsporen en vervolgen van strafbare feiten of de rechten van verdediging in het gedrang brengt. Uit de informatie die de beroepsinstantie heeft ontvangen is gebleken dat de opgevraagde stukken deel uitmaken van de opgestelde PV’s en Pro Justitia in dit dossier die allemaal werden bezorgd aan de bevoegde diensten van het Parket. Dit dossier is volgens de door de afdeling Dierenwelzijn bezorgde informatie nog steeds in onderzoek bij het Parket, zodat het strafonderzoek in dat verband nog niet werd afgerond. Een vrijgave van deze stukken zou de geheimhouding van het onderzoek kunnen schaden. Om voormelde reden is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat terecht toepassing gemaakt werd van de uitzonderingsgrond, zoals voorzien in artikel II.36, §1, 3° van het Bestuursdecreet voor de opgevraagde documenten, de 3 controleverslagen die werden opgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving d.d. 6 mei 2019, 19 februari 2021 en 3 september 2021. die integraal deel uitmaken van de opgestelde Pro Justitia en deze moeten daarom dan ook bestempeld worden als documenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering werden opgemaakt. Het argument van verzoeker dat de afdeling Dierenwelzijn ten onrechte zou gesteld hebben dat het strafrechtelijk onderzoek nog lopende is, klopt dus niet, zo werd de beroepsinstantie zelf vastgesteld. Het Parket heeft de afdeling Dierenwelzijn geïnformeerd op 7 december 2021 dat het onderzoek wel degelijk nog lopende is. Het belang van de openbaarmaking van de opgevraagde stukken weegt in casu niet zwaarder door. De beroepsinstantie acht in casu geen hoger openbaar belang van toepassing dat de openbaarmaking van de gevraagde documenten zou rechtvaardigen. Het individuele belang dat verzoeker beweert te hebben, waar hij stelt dat hij bewijsmateriaal wil verzamelen om een morele schadevergoeding te kunnen krijgen als burgerlijke partij in een rechtszaak, dient hierbij onderscheiden te worden van het openbaar belang dat bij de openbaarmaking van de desbetreffende documenten gebaat zou zijn. De beroepsinstantie is van mening dat er in casu geen openbaar belang, zoals geduid in de parlementaire voorbereiding, gemoeid is met de openbaarmaking van de betrokken documenten. De memorie van toelichting stelt immers m.b.t. de belangenafweging het volgende: “De uitzonderingen worden alleen

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/010

pagina 4 van 5


ingeroepen als het belang van de openbaarheid niet primeert. Daarmee wordt bedoeld: een met de openbaarmaking gediend openbaar belang. Deze bepaling betekent dus niet dat de private belangen van de aanvrager moeten afgewogen worden tegenover de belangen die met de uitzonderingen beschermd worden. Het gaat om het belang van de gemeenschap: de openbare orde, de veiligheid van de bevolking, grote maatschappelijke issues, globale bescherming van het leefmilieu enzovoort..” (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 56). In voorliggend geval dient de bescherming van het onderzoek door het Parket geacht te worden te primeren. Voor de volledigheid wijst de beroepsinstantie ook nog op de toepassing van de uitzonderingsgrond bepaald in artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 en 11bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de Gemeenschappen en de Gewesten hebben toegekend, een federale bevoegdheid blijft. In bovenvermelde wet worden met “sanctioneerbare feiten” de strafrechtelijk beteugelde feiten bedoeld, evenals de feiten die onderworpen zijn aan een administratieve sanctie met inbegrip van de disciplinaire maatregelen. Onder deze uitzonderingsgrond kunnen bijvoorbeeld ook de documenten vallen die nog niet gelinkt zijn aan een lopend gerechtelijk onderzoek, maar waarvan de openbaarmaking het onderzoek eventueel kan schaden (Parl.St. Kamer 2005-2006, nr. 51, 2511/001, 36). Zolang er sprake is van een onderzoek door het Parket, wat in casu overduidelijk het geval is, kan de openbaarmaking van de gevraagde documenten niet toegestaan worden. De neutraliteit en objectiviteit van het onderzoek moet gevrijwaard worden zonder daarbij enige rechten van verdediging in gevaar te brengen of een lopend onderzoek door het Parket te beïnvloeden. Zolang het strafonderzoek nog lopende is, zou het vroegtijdig onthullen van de inhoud van de opgestelde processen-verbaal, met de bijhorende documenten (zoals in casu opgevraagd door verzoeker), kunnen verhinderen dat mogelijke nuttige onderzoekdaden in een geruststellende en serene sfeer zouden kunnen plaatsvinden. Het ingestelde beroep wordt om voormelde redenen dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 6 januari 2022 tegen de weigeringsbeslissing vanwege het Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn, wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 8 februari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/010

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-010.pdf by Vlaanderen-be - Issuu