$6 9
IBSvtiJ%ff3 OOA OVYB SWVW1A
WOORD VOORAF
9
Investeren in kennisverwerving en in menselijk ka pitaal is noodzakelijk, wil Vlaandere zjn olaats op de bovenste spotten van de welvaarts addei in de we relegemeenschap behouden. Daarvoor is een doelge richte aanpak van het wetenschapsbeleid samen met de inzet van de nodige middelen vereist Hei is in het mee helpen uitst ppelen van deze aa’oak dat, naar mijn mein•g, de belangrijkste taak voor de V.R.W.B. ligt. De Raad is op basis van zijn samenstelling de ont moetingsplaats op het hoogste niveau tussen de vei tegenwoordigers van de socaa economische part ners en de academische rnilieus. Hij is daarom het ge eigenoe orgaan om erop toe te zien dat in het beieid het precaire evenwicht tussen het technolog sche-in dustrële rendement op korte termijn van de ingezette middelen en het fundamentele grensverleggende perspectef met direct tastbare resultaten n et eenzij dig wordt verbroken.
Executieve erop aangedrongen dat bij de uitvoering van de Staatshervoiming de uitbouw van een (cen traal wetenschapspolitieke) functie op het n veau van de Vlaamse Gemeenschap niet u t net oog zou wor den vei oren. Naast de concentrate van de midde en in een borzontale begroting voor wetenschapsbeleid is eveneens verest dat onverwijld de specifieke logis tiek-adminstratieve ondersteuning van et weten schapsoele d binnen de Vlaamse admz’istratie wordt uitgebouwd. De bevoegdheidsverdeling nzake wetenschaps beleid tussen het nationale en het regionale, respec tieveljk communautaire niveau maakt een aanpas sing van de irisritut onele structuren noodzakeijn om complementariteit en samenwerking op een harmo nische wjze tot stand te brengen. De Gemeenschappen en Gewesten beschikken vandaag over ruime ‘wetenschapspo tieke” bevoegd heden. Laat het voor de Vlaamse Gemeenschap een uitdaging z in om het instrument wetenschap in de breedste zin van het woord optimaal te gebruiken voor e’ g van onze maatschappij, zowel sociaal, 1 de ver cu treeI als economisch.
De complementariteit tussen de economische en maatscnaopeijke finaliteit van het wetenschappelijk onoerzoek en het niet gericht zoeken naar kennis kan aldus op een harmonische wijze woroen verzekerd. Het is overigens in deze geest dat de V.R.W.B. de taken van de vroegere D.l.R.V.-Adv esraad heeft overgenomen en voortzet.
Als hoogste adviesorgaan zal de VRWB. hier zijn verantwoordelijkheid ten volle rnoete opnemen
De regionalisering en communautarisenng van het wetenschapsbeleid als onderdeel van de Staatsher vorming van 8augustus 1988 heeft de opdracht en de verantwoorde ijkheid van de V.R.W.B. gevoelig uitge breïd. De Raad heeft hierbij aansluitend bij de V aamse
Theo PEETERS Voorzitter
1
OPRICHTING
Op 18 februari 1986 werd door M nister G. GEENS, voor zitter van de Vlaamse Fxecutieve de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid plecht g genstalleerd. Hiermee kreeg het hoogste advesor gaan inzake wetenschapsbe eid ten behoeve van de Vlaam se Gemeenschap gestalte.
Om versnippering en over lap ping van adv esorganen nzake we tenschappeljke act v teiten te ver mijden, r ep de V aamse Executie ve op 30 juli 1982 een groep va experts hoogleraren samen meta s opdracht voorstellen uit te werken betreffende overlegstructuren in zake het wetenschappelijk onder zoek. Hun aanbevelingen lagen aan de basis van om. de oprichting van de Vlaamse Raad voor Weten schapsbeleid bij besluit van 17 jul 1985 van de V aamse Executieve. n zjn gelegenheidstoepraaktj dens de p echtige installatie van de Raad wees Min ster GEENS, voor zitter van de Vlaarrse Execut cve, op de grote verwachtingen die S nnen deV aamse Gemeenschap worden gekoesterd omtrent de mpakt van de VR.WB. op de we tenschapsbeoefening in Vaande ren
DeVlaamse Executieveopteer de voor een gecoörd neerd weten schapsbeleid, waar n de weten schappeljke activteiten in de d verse bevoegdheidsdomeinen op elkaar worden afgestemd. In dit licht situeerde Minister GEENS de werking van de VRWB, alsadviesorgaan rondv er hoofdthema’s. In de eerste plaats moet een we tenschappelijke toekomstverken ning worden gemaakt, aan de hand van een ange- termijnvisie en het vast eggen van pr or teiten, Het jus te aanwenden van het weten schappelijk potentieel is van e vensnoodzakelijk belang voor Vaanderen. Het is de hefboom voor de vernieuwde industrië e ont wikkel ng. In de tweede plaats moet de V.R.W.B. de Vlaamse Reger ngad vies verstrekken over de organisa tie van het V aams wetenschaps beleid De be eidsstructuur moet eenvoudig, doelmatig er doeitref fend zijn en rekening houden met de uitbreiding van de bevoegdhe den van V aanderen ter zake. -
-a 9
9
999v NAM 9 be 9’ NAR Ad vree 89 MvM N q qDF BON
38 9 v
t
cc
9
td
V
Een derde reeks activiteiten slaat op de operationele aspecten van het wetenschapsbeleid, zoals de vorming van wetenschappe lijke onderzoekers; het opzetten en bege eiden van onderzoeks en mpulsprogram ma’s; e.d.m. Daarnaast suggereerde de Minis ter om te denken aan interun versi ta re initiatieven voor het 3e cy dus onderwi s, zodat Vlaanderen n et systematisch moet blijven onderdoen voor de Post graduate programma’s in het buitenland. Ten aatste moet de V.R.W.B. de raadgever zin van de Vlaamse re gering b j wetenschapspolitieke problemen op nationaal en nterna tonaal niveau.
Het eerste jaar (1986> gïng de nieuwe Raad met veel enthousias me van start en behandelde enke le vragen om advies. De V.R.W.B. vergaderde op 19 februari 12 maart, 21 apri 25juni, 10septem ber en 12 november 1986. Vanwe ge logistiek administratieve pro blemen werden de actvteiten echter belemmerd n de loop van 1987. In dat jaar hadden slechts twee vergaderingen plaats, op 13 januar en 25 februari 1987. ,
In afwachting van een definit e ve rege ing voor het vast secreta riaat van de V,R.W.B. werd een voorlopige regel ng getroffen mid dels een tijdelijke overeenkomst met de Vlaamse Interuniversitaire Raad, ingaande op 1 jun 1988 en voor de duur van 1 jaar. (1> In 1988 nam de V.RW.B. de draad weer op en kwam bijeen op 28apri, l9me,21 september, 18 oktober en 23 november 1988. De commissies werden geïnstal leerd en geactveerd
SAMENSTELLING VAN DE V.R.W.B. (1) De Raad bestaat uit een voor zitter en zesten leden. Zes leden vertegenwoordigen het universitair onderwijs en onderzoek en worden voorgedragen door oe VL 1 R Zes leden worden voorgedragen door de werkgevers en werkne mersorgan saties, vertegenwoor digd in de S.E.R.V. De Voorzitter en 4 leden, gekozen iJn deskundigheid inzake we tenschappelijk onderzoek, worden rechtstreeks benoemd door de Vlaamse Executieve. om
De Voorzitter van het VL.I.W.O., de vertegenwoordiger van de Vlaamse Executieve hij net N.F.W.O. en een ambtenaar van de D enst Wetenschappelijk On derzoek van het Ministere van de Vlaamse Gemeenschapzijn ambts halve id met raadgevende stem.
OPDRACHTEN VAN DE V.R.W.B. De V.R.W.B. brengt zowel op eigen initiatief als op verzoek van de Vlaamse ExecLitleve advies ut en doet voorstellen aan de Vlaam se Executieve over alle aspecten van het Wetenschapsbeleid. Meer in het bijzonder kan de Raad adviezen en voorstellen for muleren over de globale krachtlijnen en priori teiten van het te voeren Vlaamse wetenschapsbeled; de inhoud en de middelen van het wetenschapsbeleid, de vorm, de samenstelling, ee bevoegdheden en de coördinate van de structuren inzake het Vlaams wetenschapsbele,d; het concipiëren en uitwerken van concrete voorstellen rond ener zijds de vormng van de weten-
-
-
-
schappelijke onderzoekers en anderzijds het starten, sti ucture ren en begeleiden van onderzoeks en impulsprogramma’s die aanslui ten bij de gestelde be eidsopties; net verlenen van advies i.v.m. ‘wetenschapspolitieke” proble men op het nationale en internatio na e niveau;
-
De Raad treedt op als gespreks partner van analoge nationale en internationale organisaties. Ook wordt van de V.R.W.B. jaar lijks een advies verwacht over het te voeren begrotingsbeleid inzake wetenschappelijk onoerzoek. In de VR.W.B. zijn zes schappelijke commissies richt, waar n de gestelde men worden uitged ept adviezen voorbereid.
weten opge proble en de
Het secretaraat van de V.R.W.B. staat in voorde voorbereiding, rap. portering en het opvolgen van de Raad en Commissevergaderingen en voor de ten uitvoer egging van de beslissingen van de Raad.
COMMISSIES VAN DE V.R.WB. (2)
De COMMISSIE WETEN SCHAPSBELEID wordt belast met de uitdieping van de problemen in zake doelstellingen, ustrumenten, prior teiten, evaluatiecritera ed. voor het in Vlaanderen te voeren wetenschapsbele d in al zijn aspec ten, van het zuiver fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, via het gericht en toegepast weten schappelijk onderzoek tot en met het industrieel-technologisch on derzoek. Deze commissie zal zich beraden en voorste len formu eren over de specifieke Vlaamse dimens e en aanoak in het beleid, rekening ‘‘ou dend met de noodza’Ke ijke dimen sieverruiming naar het nationale, het Europese en internationale vlak, over de nteractie tussen weten schaps- en industriebeleid, de bevordering van de omzetting van wetenschappelijk onderzoek in industriële toepassngen, de opti maie keuze van de middelen via dewelke de overheidstegemoet koming kan gebeuren,.... Naast deze drie basiscommis ses heeft 0e V.R.W.B. het ooK op portuun geacht de drie techno ogi scne D.I R.V-commissies m:cro elektronica, biotechnologie en nieuwe materalen in haar wer king te integreren, evenwel met een inhoudelijke verschuiving naar het conceptuele. De Commisse micro-elektronica wordt zelfs rui mer opgevat en omgedoopt tot Commiss e 1 nformatïetechnologie. -
-
Voor een vlotte werking steunt de Raad op de activteiten van zijn 6 commisses. Drie basiscommissies buigen zich over de fundamente e gemiddel de problemen. De COMMISSIE BEGROTING EN FINANCIËN bereidt het jaar lijks advies voor over de begroting Wetenschapsbeleid van de Vlaam se Gemeenschap en behandeltalle financiële en begrotingsaspecten. De opdrachten van de COM MISSIE NAT ONALE EN INTER NATIONALE SAMENWERKING hebben vanzelfsprekend betrek king op de dee name van de Vlaam se Gemeenschap aan internatio nale en nationale onderzoekspro gramma’s, bilaterale overeen komsten, enz.
De vermelde onderzoeksgebieden waren drie constanten in het Vlaam 5e vvetenschapsbeleid van de voor bije jaren en zullen in de toekomst aandacht blijven vragen. DedrieIMPULSCOMMISSIES, IN FORMATIETECHNOLOGIE, BIO TECHNOLOGIE EN NIEUWE MA TERIALEN zijn verantwoordelijk voor het advïseren over en het gestalte geven aan prioritair ge achte impulsprogramma’s in de dre domenen.
3
ADVIEZEN
1. Advies van de V.R.W.B. inzake de D.l.R.V.-commissies (28 mei 1986).
Er wordt aanbevolen de D.I.R.V.commissies te integreren in de ac tiviteiten van de Raad.
2. Advies inzake het vooront werp van decreet houdende oprichting van een Fonds ter bevordering van het Indu strieel Onderzoek in Vlaan deren (24 september 1986).
De V.R.W.B. spreekt zich posL tief uit over de hasisopties van dit decreet m.n. de groepering van de budgetten voor Industrieel Weten schappelijk Onderzoek in één fonds en het financieringstelsel met te rugvorderhare voorschotten De V.R.W.B. onderstreept het belang van een passende beheersstr um tuur, en dringt er hij de Vlaamse Executïeve op aan eveneens een fonds op te richten voor Weten schappelijk Onderzoek met een gepast financieringsteistel.
3. Advies V.R.W.B.: Wetenschappelijke ancïënnï teit verworven in weten schappelijke instellingen (11 december 1986).
De V,R.W,B. gaat akkoord met het VL.l.R.-standpLint ter zake.
ee. De tecre’e rei s an Ce verkrijgen er het secretariaat voudrge v’aeq
van de V.R LVB
4.
De lijsten van de instellingen die in aanmerking komen voor de erken ning van de wetenschappelijke an ciénniteit worden uitgebreid. Maar daar deze nooit volledig zullen kun nen zijn, is het aan te bevelen de Raad van Beheer of de Academi sche Overheid te laten beslissen welfe activiteiten van wetenschap pelijke aard in rekening worden gebracht voor het vaststellen van de wetenschappelijke anciënniteit.
4. Commentaar namens de V,R.W.B, op het voorlopig advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Lette ren inzake Wetenschappelijk Onderzoek (4 maart 1987). De Nederlandse Taalunie is een bilaterale internationaleverdragsor ganisatie die tot doel heeft de inte gratïe van de Nederlandse Taal en Letteren in de ruimste zin. Tot het competeritiegebied van de Taalu nie behoort o.a de Taal en Lette ren als onderwerp van Weten schap. De V.R.W.B. stelt dan ook dat de Nederlandse TaalLinie op het vlak van het wetenschappelijk onderzoek eigen initiatieven kan ontwikkelen. Prioriteiten dienen echter gelegd te worden voor het beleidsgericht onderzoek.
5. Advies inzake het rapport betreffende de oprichting van een onderzoekscentrum Keramische Materialen in Limburg (24 mei 1988). In opdracht van de Voorzitter van de Vlaamse Executieve is er een studie uitgevoerd door de K,U,Leuven (afdeling MTM-LRD) en de GIMV m,b.t. de oprichtïng van een onderzoekscentrum Kera mische Materialen in Limburg. De resultaten zijn samengebracht in een rapport en voorgelegd aan de V.R.W.B. voor advies. De Raad sluit zich aan bij de alge mene besluiten van dit rapport waarbij vooral benadrukt wordt dat, gegeven het aanwezige onder zoekspotentieel, de kansen voor industriële toepassingen en de marktperspectieven, een vijftal re searchgebieden als prioritair moe ten worden beschouwd. Deze zijn het ontwerpen van keramische componenten, het karakterisatie onderzoek van keramiek, de kera mische deklagen, de keramische composieten en de verbinding stechnïe ken.
DeV.R.W.B. pleit evenwel voor een verdere inventarisatie van het wetenschappehjk en industrieel potentieel m.b.t. neo- keramische materialen en voor het opzetten van een wetenschappelijke eva luatiestructuur met internationale experts voor de screening van de projecten. DeV.RWB. constateert evenwel dat wat betreft de con crete inhoud van een stimulerings programma in het domein van de neo-keramiek er twee tegenover elkaar staande opties voorlïggen, Enerzijds is er de optie voor een gedecentraliseerde projectmatige aanpak. Daarnaast bestaat er een optie voor een institutionele aan pak via de oprichting van een nieuw onderzoekscentrum. Daarom vraagt de V. RW. B. een aanvullend onderzoek iv.rn. mogelijke alter natieven in het kader van een eventuele institutionele aanpak. De V.RWB. bepleit ook de op starting van een impulsprogram ma voor de duur van 3 jaar dat eerder de gecoördineerde projectmatige aanpak in het domein van de neo-keramiek zou omvatten. Een dergelijk beperkt impulspro gramma zou moeten leiden tot een globaal actieplan m,b.t, alle seg menten van het onderzoek inzake nieuwe materialen.
6. Advies van de VR.WB. betreffende “Een Vlaams Ac tieprogramma Biotechnolo gie” (4 oktober 1988).
De Vlaamse Executieve heeft de V.R.W.B. om advies gevraagd betreffende haar “Voorstel voor een Vlaams Actieprogramma Biotechnologie’ Het actieprogramma zal starten op 1 januari 1989 en loopt over vier jaar. De totale kosten bedragen on geveer 1 miljard 8F, waarvan on geveer de helft door de Vlaamse Overheid gefinancierd wordt en een kwart voorgeschoten bij wijze van renteloze leningen.
Het beoogde doel s zowel het bio technologische onderzoek in de talrijke Vlaamse universitaire laho ratoria te ondersteunen en verder uit te bouwen, als de industriële initiatieven in deze nieuvve sector in Vlaanderen te activeren en te oriënteren naar de strategisch meest belangrijke domeinen. Daartoe wordt een financierings wijze voorgesteld die de samen werking stimuleert tussen weten schappelijke onderzoekseenheden en de industrie. Volgens de V.R.W.B, getuigt het voorgestelde programma van een grondige evaluatie van de bestaan de mogelijkheden in Vlaanderen en de heersende noden, zc5wel op onderzoeksvlak als op industrieel niveau. De Raad adviseert dan ook alge meen gunstig, daar de voorgestel de overheidssteun gebruikt wordt om de huidige kennisbasis in Vlaan deren en de daarop gesteunde competitieve voorsprong te con solideren. Bovendien zal deze steun complementair zijn t.o.v, bestaande nationale en Europese onderzoeksprogramma’s. Onderzoeksteams uit de universi teiten en uit de industriële sector zullen worden samengebracht rond 4 polen Genetica Engineering van industrieel belangrijke micro-orga nismen, Genetic Engineering van Planten, Diagnostica en Sensoren, en Fermentaties. De Raad meent dat deze polen oordeelkundig zijn gekozen, maar waarschuwt voor de nadelen van de beperking tot enkel deze secto ren en adviseert ook ruimte te la ten voor waardevolle projecten die er buiten vallen.
Positief oordeelt de Raad oof over het voorzen van hegeleiderd on de rzoe k In ver bano met de keuze van oe in dustriële partners, beveelt de VRW.B aan deze niet te beper ken tot uitsluitend Vlaamse bedrij ven, maar ook mogelijkheden voor buitenlandse investeerders te scheppen, hetgeen het imago van Vlaanderen als een gastvrije regio ten goede komt. Het aovies van de V. R .W B ste t u tdrukkelijk dat de aangewende financieringsmiddelen de bestaan de initiatieven en tinancieringska nalen voor wetenschappelijk on derzoek geenszins extra mogen belasten Ook wijst de Raad op het belang dat zowe door de universitaire als door de industriële partner een evenredige inspanning wordt ge leverd. Wat de eva uatiecriteria betreft, S de V.R.WB. van oordeel dat naast de wetenschappelijke en industrië le kwal tatieve maatstaven oo aan dacht geschonken dient :e wor den aan maatschappelijke waar den, in het b jzonder op ecolog sch vlak. Tot slot benadrukt de Raad dat d t programma niet ten koste mag gaan van het fundamenteel onder zoek in de biotechnologie. De V.R.W.B. pleit voor het n stand houden enverstevrgen van °et aan wez g fundamenteel wetenschap pelijk onderzoek
7. Advies betreffende de regio nalisering en communautari sering van het Wetenschaps beleid (20 oktober 1988).
De V,R.W.B. sluit zich in ruime mate aan bij de standpunte nza ke de ederalisering van het We tenschapsbeleid zoals die werden ingenomen door de S.E.R.V. Het advies bepleit dan ook een zo snel 6
mogelijke en megr ale overuracht van bevoegdheden en ni ddelen inzake Wetenschapsheerd naar de Gemeenscr. appen en Gewesten, waar bij de besiemmrrig van de overgehevelde miridelen n het al gemeen moet worden behouden Daarbij wordt gepleit voor het creë ren van operationele overlegorga nen die een soepele samenwer king tussen universiteiten, indu strieen en maatschappelijke groe pen over de grenzen van Gemeenschappen en Gewester heen mogekjk oeten maken. Inzake de concrete overheveling van de bdgetten en de te hante ren verdeelsleutels doet de V.R.W.B. een concreetvoorstel dat gezien dient te worden als een globale oriëntatie, zonder evenwel een voorafbeeldng te zijn van de mechanismen zoals dïe zullen vastliggen in de financierngswet. Tevens wordt erop aangedrongen dat het princpe van de behees en bes ssingsautonomievoorn euwe of geherstructureerde organen op het niveau van de Vlaamse Ge meenschap als prioritair dent te worden beschouwd. Verder bepleit het advies een door gedreven fundamenre e evaluatie van bestaande wetenschappelijke instel ingen met het oog op een eventuele herstructurer ng of con centr atie. lv.m. de uiversrtarre omw kke lingssar’enwerkmng volgt de VR.W.B. de standpunten van de VL.I.R. waarbij gesteld wordt dat alle midde en voor vorming, onder wijs en universitair onderzoek budgettair gegroepeerd en a priori verdeeld moeten worden conform de voor Vlaanderen rechtvaardige verdee sleutels. Bovendien wordt benadrukt dat elke Gemeenschap voor wat de universitaire ontwikkelingssamen werking oetreft eigen accenten moet kunnen leggen zowe naar inhoud, vorm als wijze van uitvoe ring.
De uitvoering van de staatshervor ming mag uiteraard de continuïteit van het Wetenschapsbeleid niet in het gedrang brengen. De over dracht van de bevoegdheden moet gepaard gaan met de gelijktijdige overdracht van middelen en instru menten om de bevoegdheden te kunnen uitoefenen. Met grote aan drang pleit de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid op het admi nistratïef niveau, snel een beperk te doch slagkrachtige cel voor We tenschapsbelerd uitte bouwen, als opvangs- en deskundige evalua tiestructuur voor over te nemen functies, en dit met inbegrip van een informatie- en verbindingsbu reau
voor
samenwerking
met
andere deelgebieden en de natio nale en internationale instanties.
8. Advies betreffende de eva luatie- en beheersstructuur voor het Vlaams Actiepro gramma Biotechnologie (15 december 1988).
Aansluitend bij zijn advies be treffende het Vlaams Actiepro gramma Biotechnologie heeft de V.R.W.B, zich uitgesproken over de evaluatie- en beheersstructu ren van dit programma. De Raad pleit voor een dubbele beheersstructuur : enerzijds een beheerscomité en anderzijds een operationele directie. Het beheerscomité bestaat uit 5 personen, aangesteld om hun des kundigheid duidelijk benadrukt door de Raad in de voor het pro gramma relevante aspecten. Hun opdracht betreft de adviesverstrek king m.b.t. de projecten, de per manente evaluatie en de uitwisse ling van informatie. De selectie van projecten gebeurt na een weten schappelijke, industrieel-economi sche en maatschappelijke evalua tie onder de verantwoordelilkheid van dit beheerscomité, dat hier voor een beroep doet op externe -
-
deskundigen en de Diensten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeen schap De operationele directie zorgt voor het dagelijks management. Ook hier dient deskundigheid inge
bouwd te zijn. Deze directie be reidt de dossiers voor, coördineert de projecten, zorgt voor het opvol gen en de valorisatie en is belast met de coördinatie met andere bio technologische programma’s. De V.R.W.B. onderstreept het be lang van informatie, documentatie en goede richtlijnen. De Raad steunt dan ook het ïnitiatief van de Vlaamse Executieve om een jan cerngsdag te organiseren. Docu mentatie moet beschikbaar zijn met een algemene voorstelling van het programma en duidelijk uitgewerk te richtlijnen voor het formuleren en indienen van de projecten.
ADVIEZEN IN VOORBEREIDING
1. Advies betreffende de op maak, de inhoud en de voor stelling van de begroting Wetenschapsbeleid van de Vlaamse Gemeenschap.
2. Advies betreffende de orga nisatie en de werking van het Wetenschapsbeleid in Vlaanderen na de Staatsher vorming.
De Raad legt de laa:ste hand aan dit advies. De krachtlijnen betref Ten de noodzaak van een horizon tale begroting Wetenschapsbeleid, een duidelijke herkenning van de kredeten bestemd voor weten schappelijke activiteiten, de mo gelijkheid tot evaluate en vergeUj king, coĂśrdinatie tussen de ver schiflende niveaus er een meerja ren pia n ing
De Raad zal zich op korte termijn beraden n een algemene reflexie hoe na de regionalisering en corn munautarisering het Wetenschaps beleid geconcretiseerd zalworden, via welke structuren en met welke fondsen
‘
S
De Cornrn sse Wetenschapsbe eid heeft samen met de Commis sie Nationale Samenwerking de voorbereidende werkzaamheden aangevat.
BIJIAGE 1.
Voorzitter: Theo PEETERS, ge woon hoogleraar K.U.Leuven
Vier leden rechtstreeks benoemd door de Vlaamse Executieve
SAMENSTELLING V.R.W.B. (1)
Zes leden voorgedragen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLJ.Rj:
• Willy D’HAVE, voorzitter van het Algemeen Christelijk Werkersver bond; • Julien HOSTE, gewoon hoogle raar RUG., directeur van het Insti tuut voor Nucleaire Wetenschap pen; • Paul JANSSEN, afgevaardigd bestuLirder en research-directeur vanJANSSEN-Pharmaceutica NV.; • Charles VAN AKEN, gewoon hoogleraarR.U.G., directeur-diensthoofd van het Laboratorium voor Vervoertechniek van de RUG..
• Freddy ADAMS, rector van de Universitaire Instelling Antwerpen, • Leen DE MEYER, rector van de Rijksuniversiteit Gent • Roger DILLEMANS, rector van de Katholieke Universiteit Leuven; • Oscar STEENHAUT, rector van de Vrije Universiteit Brussel, op 110-1986 vervangen door zijn op volger rector Sylvain LOCCUFIER • Louis VAN BLADEL, rector van de Universitaire Faculteiten St. Ig natius, vervangen op 1-09-1988 door zijn opvolger rector Jean VAN HO UTTE • Lede VERHAEGEN, rector van het Limburgs UniversïtairCentrum, vervangen op 1-10-1988 door zijn opvolger rector Henri MARTENS. Drie leden voorgedragen door de werkgeversorganisaties ver tegenwoordigd in de SociaalEconomische Raad van Vlaan deren (SERV)
Leden die ambtshalve lid zijn: • Etienne DE RYCK, secretaris-ge neraal van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; • Freddy COLSON, hoofd van de Dienst Wetenschappelijk Onder zoek bij de Diensten van de Secre taris-generaal van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; • Rufin GRIJP (2l, voorzitter van de Vlaamse Commissie voor Indu strieel Wetenschappelïjk Onder zoek.
• Guy CLEMER, adviseur bij de studiedienst van het Vlaams Eco nomisch Verbond; • Wilfried DE KiNDER, directeur Onderzoek, Bell Telephone NV.; • Petrus THYS, nationaal-secreta risvan het Nationaal Christelijk Mid denstandsverbond. Drie leden voorgedragen door de werknemersorganisaties ver tegenwoordigd in de SERV: • Hubert COSSEY, lector-werklei der aan het Hoger Instituut voor de Arbeid (K.U.Leuven Christelijke Arbeiders bewegng); • Gilbert EGGERMONT, adviseur bij de Studiedien.sten van het Al gemeen Belgisch Vakverbond; • Geert VAN HAVERBEKE, mede werker aan de Studiedienst van het Algemeen Christelijk Vakver bond. -
Eecr.r.eve ot henoe en. OF, JOo:z e’n ve ve ReadvoorWntenscl’aosoeieir( 29 ianue’i 19861 ._9S
“uur.’ nar. le 150ev
(21 Besluit van de V(aemse Executieve tot samen stelling van de Vlaamse commissie voor Industrieel Wetenscnsppelijx Onderzoek (28 oktoho 19871
9
BIJLAGE 2.
SAMENSTELLING VAN DE COMMISSIES VAN DE V.R.W.B.
1. COMMISSIE WETENSCHAPSBELEID
Voorz tter W. DE KINDER, • F. ADAMS, rector U.IA.; gewoon ‘-‘oog leraar Scheikunde, verva’-’gen op 19-01-1989 door A. HERMAN, gewoon hoogleraar UlA., Farma ceutische Wetenschappen; • P. BERCKMANS, Stichting Toch nolog e V aanderen; • J. BUNDERVOET, gewoon hoogleraar KULeuven, Socio 0gisch Onderzoeksinstituut; • F. COLSON, Ministene V aamse Gemeenschap; • H DAEMS, gewoon hoog eraar KULeuven, Industriële Economie; directeur EISAM Europear nstu :e for Advanced Studies n Mana gement; • JM. DEBAENE, adviseur Inter gewestelijke A.B.VV.; • E DE BRUYNE, algemeen di recteur NVBEKAERT; • W. DEGRIECK, assisten-drec teur IWON.L. lsectie Indsrne); • R DONCKELS, gewoon hoogle raar UF.S.AL ; buitengewoon do cent KU.L., KMO-probematiek, • M. JANSSEN, hoofd departe ment chemische research Jans sen Pharmaceutica; • H. MARTENS, rector LUC., Bio chemie; • J. RATHE, algemeen directeur NV. B E KAF RT; • 0. STEENHAUT, pro-rector VUB.; gewoon hoogleraar, D enst Eectronica; • J. TRAEST, adjunct-secretarisgeneraal N.F.W.O.; • Ch. VAN AKEN, gewoon hoogie raarR.U.G., Lab.voorVervoertech niek; • L. VAN BLADEL, rector U.F.S.l.A.; gewoon hoogleraa’ Moraalfilosofie, Wrjsgerige Antro pologie, Sociale Filosofie, vervan gen op 11-01-1989 door J. VAN HOUTTE, rector U.F.S.I.A., ge woon hoogleraar Politieke en So ciale Wetenschappen; • A. VAN CAUWENBERGHE, vïce rector RUG.; gewoon hoogleraar;
Fac. Toegepaste Wetenschappen; • H. VAN DEN BERGHE, gewoon hoogleraar K.U.,_euver’, Faculteit Geneeskunde; directeur atdeling Mense jt e Erfel’jhe d; coödina ter Onderzoeksraad KULeuven; • D. VANDEPITTE, professor, lid van de Konink’iiKe Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten; • J. VAN DER PERRE, directeur VL.l.R.; • G. VAN HAVERBEKE, medewer ker Studred enst A.C.V,
2. COMMISSIE NATIONALE EN INTERNATIONALE SAMENWERKING
Voorzitter : G. EGGERMONT • H. BOCKEN, oocent RUG., Se minarre voor Burgerljk Recht; • R. BORGHGRAEF, gewoon hoogleraar KULeuven, Faculteit Geneeskunde, Me’-’selijke Fysio logie; lid VLIR. vverkgroep Ont wi k k e Ii ngssa me nwe r king; • F. COLSON, Ministerie Vlaamse Gemeen schap; • H. COSSEY, lector werkleider, Hoger Instituut voor de Arbeid (K.U.Leuven); • A. DERUYTTERE, vice-rector KULeuven; Groepsvoorztter Exacte Wetenschappen,gewoon hoogleraar Faculteit Toegepaste Wetenschappen; • J. MASURE, drecteur Interna tionale Betrekkingen, Belllelepho ne NV.; • R. PAEPE, hoogieraar VU.B., Toegepaste Geologie, Paleoclima tologie; voorz tter A gemene Raad Ontwikke ingssarnenwerking VU. B.; • E. SCHOCKAERT, gewoon hoog leraar L.U.C., Dierunde; • J. TRAEST, adjunct-secretaris generaal N.F,W.O.; • W VAN BEVER, directeur Nieu we Produkten en Internatonale Pharmaceutische Produkte, Jans sen Pharmaceutica (geen lïd meer sinds 27-06 1988); -
J. VAN DER PERRE, directeur VL • L. VAN TUYCKOM, afgevaar digd-bestuurder DE VLIER NV.; Watteeuw N.V., OITS NV., en Thouadec NV.; • F. VERBEURE, gewoon hoogle raar U.I.A., Natuurkunde; • A. VERBRUGGEN, docent UF SlA; directeur SF50 jStudiecen trum voor Economisch Sociaal On derzoe 0; • U. VERMEULEN, hoogleraar K.U.Leuven, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte; • E. VERMEYLEN, EG-adviseur VEV; • J. WILLEMS, gewoon hoogle raar RUG., Theoretische Electrici teit en Toepassingen van de Sterk stroom
3. COMMISSIE BEGROTING EN FINANCIEN
Voorzitter: G. CLEMER, • B. BEELS, economisch adviseur A.B.V.V, vervangen op 11-01-1989 door J. MAES, advïseur Studiedienst A.B.V.V.; • F. COLSON, Ministerie Vlaamse Gemeen schap; • W. GOETSTOUWERS, vast se cretaris Raad van Beheer L.U.C.; hoofd van de Administratieve en Technische Diensten; • J. HAEZENDONCK, gewoon hoogleraar U.I.A., Departement Wis kunde en Informatica; • R. S’JEGERS, docent V.U.B.. In ternationale Aspecten Dienstenverkeer, Venture Capital; • J. SMETS, adviseur bij het De partementStudiën, Nationale Bank van België; • P. THYS, secretarïs-generaal Na tionaal Christelijk Middenstandsverbond; • J. TRAEST, adjunct-secretarisgeneraal van het N.F.W.O.; • N. VAN BELLE, vice-president (Handelsontwikkelingl, Janssen Pharmaceutica; • J. VAN DER PERRE, directeur VL.I.R.,
• R, VAN DIERDONCK, docent RUG,, Interfacultair Centrum voor Management (1CM.), Seminarie voor productiviteitsstudie en -on derzoek; • F. VAN NIEUWENHOVE, direc teur rectorale diensten KULeuven, sinds 20-02-1989 tij delijk vervangen doorJ. HOUBEN, Verantwoordelijke Dienst Onder zoekscoördinatie, KULeuven; • J. VUCHELEN, hoogleraar V.U.B., Economie Openbare Fi nanciën en Fiscaliteit. -
4. COMMISSIE BIOTECHNOLOGIE
Voorzitter: J. HOSTE, • S. BEERNAERT, beheerder bij de IntercommunaleWaterleidings maatschappij van Veurne-Ambacht (i.W.V.A.); • P. BERCKMANS, S.T.V.; • F. COLSON, Ministerie Vlaamse Gemeen schap; • W. DEGRIECK, assistent-direc teur l.W.O.N.L.; • W. DIERICK, rector R.U.C.A.; hoog leraar Faculteit Geneeskunde en Dep. Geneeskunde van U.l.A.; • W. FIERS, gewoon hoogleraar R.U.G., Lab. voor Moleculaire Bio logie, directeur Biogent NV.; • J. MERREGAERT, docent U.I.A., Biochemie; • J. RAUS, hoogleraar L.U.C., Me dische Fysiologie, directeur Dr. L. WILLEMS Instituut; • W. ROMBAUTS, gewoon hoog leraar K.U.Leuven, Faculteit Ge neeskunde, Biochemie; • N. VAN LAREBEKE, werkleïder RUG., Cancerogenese en primai re kankerpreventie; • M. VAN MONTAGU, professor aandeV.U.B., (DepartementGene tische Virologie) en R.U.G. (lab. voor Genetica); directeur Plant Ge netic Systems; • W. VERHEUGEN, directeur In dustriële Hogeschool van het Rijk, Gent; • G. VERVLIET, Ministerie Vlaam se Gemeenschap; •1•I
• GVO[ CKAERT,docent K.U ceuven, Faculteit Landbouw wetenschappen, Genetische Tech nologie; • L. WIJNS, docent VUB., Fac, Wetenschappen (& Geneeskunde partim)Structuuranalyse protëine_ D.N.A,nteracties; — M. ZABEAU, dïrecteur Business Dcve opment Helix CV.
5. COMMISSIE NIEUWE MATERIALEN
Voorzitter J. HOSTE, • P. BERCKMANS, Diensthood S.T.V., sinds 15-03-1989 vervan gen door L. LEMIENGRE, weten schappelijke medewerker S.T.V.; • H. CANDR ES, afgevaard’gd be heerder Flemisch Aerospace Grouo “F.L.A.G. sinds 11 04 1989 vervangen door A. VAN HOVE, afgevaai digdbeheerder “,
F.L.A.G.; • E. CAUWEL S, bestuurder-direc teur-generaal O.l.P. Optics; • F. COLSON, Ministerie Vlaamse Gemeenschap; • R. DECHAENE, gewoon hoogle raar RUG., Sem narievoorde Me chanica van de MacNnes; • W. DEGRIECK, aojunct-oirecteur I.W.O.N.L.; • A. DERUYTTERE, v ce-rector K.U.Leuven; Groepsvoorzitter Exacte Wetenschappen, gewoon hoogleraar Faculteit Toegepasta Wetenschappen, Metaalkunde en Toegepaste Materiaalkunde, sinds 11 01-1 989vervangen door EAER NOUDT, decaan van de Caculteit Toegepaste Wetenscappen, K.U.Leuven, gewoon hoogleraar Metaalkunde; • P. DE WILDE, professorV.U.B., Fac. Toegepaste Wetenschappen, Eenheid Nieuwe Materialen; • J. ROOS, gewoon hoogleraar K.U,Leuven, Instituut voor Metaal kunde; • D. SCHOEMAKER, gewoon hoog eraarU.I.A., secretansdepar tement Scheikunde; • G. SPAEPEN, adjunct-directeur-
gcne!cai WntenschapoeirLe Za ken, S.C.K.; • 1 STAL S, gewoon hoogleraar L.U.C., Materiaafysica,WTCM af ueling oppervla reveredelinq; • D. VAN DN’CK, weil Ieder R.U.C.A Dienst Fysca van cle Vaste Stof; • G VERVLIET, Ministerie Vlaam se Gemeenschap; • C. VERWILT, dnectedr KatRolie ke Industriële Hoqeschoo De Nayer; • A. VINCKIFR, hoog eraai RUG, directeir Lab. Soete voor Weer stand van Materialen en Lastech nek; • R. VOORHAMMF, economisch adviseur C.M B/A B.V.V.
6. COMMISSIE INFORMATIETECHNOLOGIE Voorzitter: 3. HOSTE, • P. BERCKMANS, S T.V., • F. COLSON, Minister e \/laamse Gemeenschap; • W. DEGRIECK, ass stent-d rec teur l.W.O N L.; • R. GOVAERTS, gewoon hoogle raar K.U.Leuven, Instituut Electro techniek, E ectron ca-telecommu icatie; r ompute comn uniLatie; • D. JANSSENS, docent L.U.C., lnformatca • 5. MEERSSEMAN, directeur R&D Philips Industries NV., Af deling Brugge, E ndhoven; • 3. RENNENBOOG, gewoon hoogleraar V. U. B., Electricitet, Electronica; lnstrumentatie Meet systeem V.U.B.; • R. VAN OVERSTRAETEN, bui tengewoon hoogleraar K.U. Leuven, Instituut voor Electro techniek, directeur l.M.E.C.; • M. VANWORMHOUDT, ge woon hoogleraar RUG., lab. Elec tronica en Meertechnek; • K. VERHELST, hoofd Onderzoek Atea-G .T. E.; • D.VERMEIR,docentU.l.A.,W’s kunde en Informatica • L. VINCKEN, projectinge’ieui Systeemontwmp CAD/CAM, Sie mens N.V
j
Rn
r n
1
r
r
IcJ