Skip to main content

Verslag_uitvoeringsplan_bodemdecreet_2018.pdf

Page 1

VERSLAG BETREFFENDE DE UITVOERING VAN HET BODEMDECREET VOOR HET JAAR 2018


/ rapport

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

VERSLAG BETREFFENDE DE UITVOERING VAN HET BODEMDECREET VOOR HET JAAR 2018 ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

www.ovam.be


INHOUD 1 2

Inleiding .................................................................................................................................... 4 Stand van zaken Bodemdecreet en VLAREBO .......................................................................... 5

2.1 2.2

Implementatie van de wijziging van het bodemdecreet Wijziging VLAREBO

3

Ontsluiten van bodeminformatie ............................................................................................. 6

3.1

Afleveren van bodemattesten

6

3.1.1 3.1.2

Inleiding Bodemattesten bij opname in het grondeninformatieregister

6 7

3.1.3 3.1.4

Lopende rekeningen Info

7 8

3.2

Webloketten

8

4

Overzichten van bodemonderzoeken en bodemsaneringsprojecten ...................................... 9

4.1 4.2

Bodemonderzoeken Bodemsaneringsprojecten

9 12

4.3 4.4

Schadegevallen en meldingen Ambtshalve tussenkomsten

14 17

4.4.1 4.4.2

Evoluties in ambtshalve tussenkomsten bodem Bijzondere tussenkomsten

17 19

5

Kwaliteitsgaranties ................................................................................................................. 24

5.1

Erkende bodemsaneringsdeskundigen

24

5.2 5.2.1

Kwaliteitsborging Audits

24 24

5.2.2 5.3

Veldwerk en werven Inkanteling van het gebruik van bodemmaterialen

25 25

6

Overdracht en financiële beleidsinstrumenten...................................................................... 27

6.1

Financiële zekerheden en verbintenissen

27

6.2 6.2.1

Artikel 164 van het bodemdecreet Afwijking op de overdrachtsbepalingen

27 28

6.2.2 6.3

Overzicht van verzoeken artikel 164 BD Cofinanciering

28 28

7

Doelstelling 2036 – DoeLgroepgerichte beleidsinstrumenten ............................................... 30

7.1

Actueel houden gemeentelijke inventaris

30

7.1.1 7.1.2

Situering 2018

30 30

7.2 7.3

Opvolgen onderzoeksverplichtingen Prioriteit kwetsbare gebieden

31 32

7.3.1 7.4

2018 Brown- en blackfields

32 32

5 5

2


7.4.1

Opvolgen brownfieldconvenanten

32

7.4.2 7.5

Blackfields Versnelde aanpak bodem bij particulieren

33 33

7.5.1 7.5.2

Woonzones Informatie uit de gemeentelijke inventaris

34 34

7.5.3 7.5.4

Realisaties in 2018 Voordelen van een site-onderzoek en conclusie

34 37

7.6 7.7

Huissaneerder terreinen Vlaamse overheid Bedrijfsspecifieke en Sectorspecifieke overeenkomsten (BSOK en SSOK)

37 38

7.7.1 7.7.2

BSOK BSOK Eandis

38 38

7.7.3 7.7.4

Convenant Umicore Sectorspecifieke samenwerkingsovereenkomsten

39 40

7.8 7.8.1

Fondsen Bofas vzw

40 40

7.8.2 7.8.3

Vlabotex vzw Stookoliefonds

41 42

7.8.4 7.9

Tersana vzw Waterbodems

42 43

7.10

STORTPLAATSEN

44

8

Andere beleidsaspecten ......................................................................................................... 46

8.1 8.2

Wijziging standaardprocedures Duurzame bodemsanering

46 46

8.3 8.3.1

Europese projecten Sullied Sediments

47 47

8.3.2 8.3.3

Narmena ELFM – COCOON en RAWFILL

48 48

8.4 8.5

Diffuse bodemverontreiniging Emerging contaminants

49 49

Lijst van tabellen .................................................................................................................................... 51 Lijst van Figuren ..................................................................................................................................... 51

3


1 INLEIDING Op 22 februari 1995 werd het decreet betreffende de bodemsanering bekrachtigd door de Vlaamse Regering. Het Bodemsaneringsdecreet werd bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad op 29 april 1995. Op 5 maart 1996 nam de Vlaamse Regering het besluit houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering. Het besluit werd bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad op 27 maart 1996. Op 27 oktober 2006 werd het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming goedgekeurd (Belgisch Staatsblad d.d. 22 januari 2007). Dit Bodemdecreet verving het Bodemsaneringsdecreet van 1995 en trad in werking op 1 juni 2008. Op 14 december 2007 werd het Vlaams Reglement rond de Bodemsanering, kortweg VLAREBO, goedgekeurd (Belgisch Staatsblad d.d. 22 april 2008). In uitvoering van het Regeerakkoord van de Vlaamse regering 2014-2019 en de Beleidsnota Omgeving 2014-2019 van Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege werden een aantal operationele doelstellingen gedefinieerd. In de loop van het jaar 2018 werd aan de uitvoering hiervan gewerkt. De beleidsnota Leefmilieu en Natuur 2014-2019 van Vlaams minister Joke Schauvliege werd vertaald in de volgende doelstellingen: – – – – – –

duurzaam bodembeheer faciliteert de ruimtelijke ontwikkeling; investeren in brown- en blackfieldontwikkeling; voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging en de verspreiding ervan; duurzaam bodembeheer faciliteert de economische ontwikkeling; duurzaam bodembeheer is essentieel voor een gezonde en kwaliteitsvolle leefomgeving; ontsluiten en aanbieden van kwalitatieve informatie met betrekking tot bodemverontreiniging.

Conform artikel 174 van het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming dient jaarlijks verslag te worden uitgebracht aan het Vlaams Parlement over de uitvoering van het Bodemdecreet. Dit is het verslag van het jaar 2018.

4


2 STAND VAN ZAKEN BODEMDECREET EN VLAREBO 2.1 IMPLEMENTATIE VAN DE WIJZIGING VAN HET BODEMDECREET Eind 2017 keurde het Vlaams Parlement een wijziging van het Bodemdecreet goed. Het wijzigingsdecreet verscheen op 2 februari 2018 in het Belgisch Staatsblad en de bepalingen traden gefaseerd in werking. De teksten bevatten enkele belangrijke aanpassingen van het Vlaams bodembeleid die in de loop van 2018 werden geïmplementeerd. Zo kwam er sinds 12 februari 2018 een verplicht bodemonderzoeksmoment voor nog niet onderzochte gronden met een potentieel historische bodemverontreiniging. Sinds 1 april 2018 is de veralgemeende conformverklaring van bodemonderzoeken afgeschaft. Door deze wijzigingen wordt een belangrijke stap gezet om te garanderen dat de sanering van alle verontreinigde gronden in Vlaanderen tegen 2036 is opgestart. Het wijzigingsdecreet bevatte vier belangrijke inhoudelijke wijzigingen voor het bodembeleid: – de invoering van een verplicht bodemonderzoeksmoment voor nog niet onderzochte gronden met potentieel historische bodemverontreiniging met de mogelijkheid tot vrijstelling van de onderzoeksplicht voor particulieren; – de afschaffing van de veralgemeende conformverklaring van bodemonderzoeken en de auditing van de erkende bodemsaneringsdeskundigen; – de versoepeling van de voorwaarden voor de sectorfondsen; – de inkanteling van het gebruik van bodemmaterialen (bagger- en ruimingsspecie, grondbrij en bentonietslib) in de regeling over het gebruik van uitgegraven bodem.

2.2 WIJZIGING VLAREBO Naar aanleiding van de wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet en artikel 38 van het Materialendecreet startte de OVAM in 2017 de voorbereidingen tot de wijziging van het uitvoeringsbesluit VLAREBO. Na evaluatie en verwerking van de opmerkingen ging de OVAM over tot de opmaak van een definitief voorstel tot wijziging van het VLAREBO. Dit voorstel werd begin 2018 overgemaakt aan het kabinet van de minister van Omgeving. In de loop van 2018 werd de het dossier tot aanpassing van VLAREBO verder begeleid door de OVAM. Het gewijzigde VLAREBO werd op de Ministerraad van 21 september 2018 definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De wijzigingsteksten verschenen in het Belgisch Staatsblad van 10 januari 2019. De meeste bepalingen treden in werking op 1 april 2019. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen in het wijzigingsbesluit van de Vlaamse Regering gaan over: 1 de inkanteling van de bodemmaterialen in de grondverzetregeling van het VLAREBO en de daarmee gepaard gaande wijzigingen van het VLAREMA, VLAREM II, VLAREL en Milieuhandhavingsbesluit; 2 de aanpassing van de procedure van cofinanciering van bodemsaneringswerken; 3 de reparatie van de onverenigbaarheidsregeling voor bodemsaneringsdeskundigen. Deze wijziging wordt pas van kracht via een nog te nemen Ministerieel Besluit.

5


3 ONTSLUITEN VAN BODEMINFORMATIE 3.1 AFLEVEREN VAN BODEMATTESTEN 3.1.1 Inleiding Een bodemattest is sinds 1996 verplicht voor iedereen die een overeenkomst over de overdracht van gronden wil sluiten. De OVAM levert een bodemattest af binnen maximaal 14 dagen voor gronden die niet zijn opgenomen in het Grondeninformatieregister (GIR). Voor gronden waarvoor informatie ter beschikking is in het GIR bedraagt de aflevertermijn uiterlijk 60 dagen. Als een grond is opgenomen in het GIR, dan wordt dat vermeld op het bodemattest. De OVAM verwerkt momenteel zo’n 950 aanvragen per dag. In 2018 leverde de OVAM 259.372 bodemattesten op aanvraag af. Hiervan waren 23.599 dossiergebonden en 266 voor delen van percelen. De afgelopen 20 jaar leverde de OVAM 4.266.461 bodemattesten af.

300000

aantal attesten

250000

200000

150000

100000

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

2001

2000

0

1999

50000

Figuur 1 Aantal afgeleverde bodemattesten per jaar

6


De meeste notarissen en immobiliënkantoren – momenteel 2.267 – maken gebruik van de mogelijkheid om bij de OVAM een lopende rekening te openen. Zij kunnen zo ook gebruik maken van een webtoepassing voor het aanvragen en ontvangen van hun bodemattesten. Circa 98 % van de bodemattesten wordt op deze manier aangevraagd. De gegevens in de grafiek hebben betrekking op bodemattesten afgeleverd op basis van een aanvraag. De retributie bedraagt 52 euro per kadastraal perceel en 209 euro voor een deel van een kadastraal perceel.

3.1.2 Bodemattesten bij opname in het grondeninformatieregister Het aantal bodemattesten afgeleverd bij opname van een grond in het grondeninformatieregister, respectievelijk aan eigenaar, gebruiker en gemeente van de betreffende grond bedroeg in 2018 21.029 attesten. Eind 2018 waren er circa 257.825 percelen opgenomen in het grondeninformatieregister. Hiervan zijn er circa 104.024 percelen waarvoor nog geen onderzoeksgegevens bekend zijn bij de OVAM. Het betreft percelen die zijn opgenomen in de gemeentelijke inventaris. Deze informatie wordt vanaf 1 juni 2008, met het in werking treden van het nieuwe Bodemdecreet, rechtstreeks op het bodemattest vermeld. In samenwerking met de gemeenten wordt de gemeentelijke inventaris aangevuld en geüpdatet.

3.1.3 Lopende rekeningen Voor de bedrijven of personen die regelmatig bodemattestaanvragen indienen is er een systeem van lopende rekeningen in voege. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de diverse rekeninghouders. Sinds de invoering van het online-systeem is het aantal lopende rekeninghouders fors gestegen. De meeste notarissen en immobiliënkantoren werken via dit systeem voor het aanvragen van bodemattesten. Houders van lopende rekeningen Immobiliën/vastgoedkantoor

1151

Notaris

857

Overheidsinstelling/gemeente

131

Bodemsaneringsdeskundige

24

Andere

54

Totaal

2217

Tabel 1 Houders van lopende rekeningen

7


3.1.4 Info Voor meer informatie betreffende de aflevering van bodemattesten en andere bodemgerelateerde onderwerpen kan men terecht bij het team klantenbeheer van de OVAM. Het team behandelde 31679 bodemgerelateerde telefoons in 2018. Daarnaast kwamen er ook 7083 mails toe op bodem@ovam.be. De meeste telefoons en mails zijn afkomstig van de notaris of een makelaar en zijn gerelateerd met het bodemattest of handelen over de gegevens die opgenomen zijn in de gemeentelijke inventaris.

3.2 WEBLOKETTEN De informaticatoepassing bodemsanering die sinds 1996 operationeel is, werd op 1 januari 2012 vervangen door de Mistral-toepassing. Dit is een volledig webgebaseerde toepassing welke het mogelijk maakt om een dossier volledig elektronisch te behandelen. Zowel de interne als externe briefwisseling is zo elektronisch beschikbaar. Ook het beheer van erkenningen van bodemsaneringsdeskundigen is hierin geïntegreerd. Naast het beheer van de Mistral-toepassing worden volgende toepassingen up-to-date gehouden en wordt er ondersteuning voor geboden: – Geoloket: Een algemeen toegankelijke webtoepassing die toelaat om op een snelle manier na te gaan waar er al bodemonderzoeken en -saneringen zijn uitgevoerd. – Webtool “Hulp bij overdrachten”: Een algemeen toegankelijke toepassing die toelaat na te gaan of een overdracht in regel is met het Bodemdecreet en wat eventueel nog dient te gebeuren. – RIT (risico-inrichtingen-tool): Een algemeen toegankelijke webtoepassing waarin op een snelle manier kan worden nagegaan of een inrichting bodemonderzoeksplichtig is en dus als ‘risico-inrichting’ wordt beschouwd. – Webloket Digitale bodemattesten, voor het digitaal aanvragen en ontvangen van bodemattesten. – Webloket Bodemsaneringsdeskundigen, voor het opvragen en doorsturen van bodeminformatie door erkende bodemsaneringsdeskundigen. – Webloket Gemeenten, voor het beheer van de gemeentelijke inventaris risicogronden.

8


4 OVERZICHTEN VAN BODEMONDERZOEKEN EN BODEMSANERINGSPROJECTEN 4.1 BODEMONDERZOEKEN Naar aanleiding van het overdragen van een risicogrond of het stopzetten van een risico-activiteit dient een oriënterend bodemonderzoek te worden uitgevoerd en bezorgd aan de OVAM. Tevens geldt een periodieke verplichting voor de uitvoering van dit onderzoek bij bepaalde risico-inrichtingen. Indien uit het oriënterend bodemonderzoek ernstige aanwijzingen blijken voor een verontreiniging van de bodem en/of het grondwater dan kan de OVAM aanmanen tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek. Enkel indien de saneringsplichtige zijn verplichtingen niet of onvolledig nakomt of indien de saneringsplichtige zich kan vrijstellen, gaat de OVAM over tot een ambtshalve optreden. In onderstaande tabel wordt een beknopt overzicht gegeven van het aantal bodemonderzoeken die in 2018 werden ontvangen en verwerkt. Ter vergelijking worden eveneens gegevens voor de vorige vier jaren opgenomen. Sinds 1 januari 2015 wordt bij de overdracht van een risicogrond niet meer aangemaand door de OVAM. Voor de opdrachten ontvangen in 2018 werden 87% van de OBO’s, 77% van de OBBO’s en 66% van de BBO’s standaard beoordeeld. Na de afschaffing van de veralgemeende conformverklaring voor bodemonderzoeken, die werden ingediend na de datum van 1 april 2018, werd de standaardbeoordeling opgedreven. Gerekend vanaf 1 april 2018 tot eind december 2018 betekent dit dat voor deze opdrachten 91 % van de OBO’s, 85 % van de OBBO’s en 80 % van de BBO’s standaard zijn beoordeeld. 2013

2014

2015

2016

2017

2018

Oriënterend onderzoek

2105

2259

2390

2519

2543

2993

Oriënterend en beschrijvend

208

158

184

176

169

156

529

580

niet relevant

niet relevant

niet relevant

337

263

313

289

Beschrijvend bodemonderzoek

462

406

419

338

349

381

Aanmaningen tot

306

241

niet relevant

niet relevant

niet relevant

niet relevant

257

239

259

240

onderzoek Aanmaningen tot beschrijvend onderzoek Noodzaak tot beschrijvend onderzoek

bodemsaneringsproject Noodzaak tot bodemsaneringsproject

Tabel 2 Aantal ontvangen en verwerkte bodemonderzoeken

9


45000

40000

35000

geen verdere maatregelen nodig geen sanering nodig BBO nodig

30000

aantal onderzochte gronden

25000

20000

15000

10000

5000

0 voor 1997 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

Figuur 2 Overzicht aantal verontreinigde en niet-verontreinigde gronden

10


Figuur 3 Overzicht BBO-BSP cumulatief

11


4.2 BODEMSANERINGSPROJECTEN Indien uit de bodemonderzoeken blijkt dat er moet gesaneerd worden zal je als saneringsplichtige een bodemsaneringsproject moeten laten opstellen. De OVAM levert binnen een termijn van 90 dagen een conformiteitsattest af dat je de nodige vergunningen geeft om de bodemsaneringswerken op te starten. Na de uitvoering van de werken zal OVAM het bodemsaneringsproject afronden en wordt een eindverklaring afgeleverd. In sommige gevallen kunnen er maatregelen van bewaking en controle worden opgelegd.

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Bodemsaner ingsProjecten Ingediend Aanvullingen en/of wijzigingen Conformiteit sattesten In uitvoering (werken/naz org) Eindverklari ngen

2002

Voor 137 nieuwe locaties werd in 2018 een bodemsaneringsproject bij de OVAM ingediend. In 2018 werden op 204 locaties de bodemsaneringswerken opgestart en werden voor 239 locaties de bodemsaneringswerken afgerond en eindverklaringen afgeleverd.

377 76

424 93

361 60

379 47

357 34

340 50

303 30

233 31

259 27

288 22

202 11

240 18

184 6

176 7

182 7

168 6

137 8

315

426

369

367

423

411

397

281

311

349

278

307

296

264

247

244

200

177

327

306

279

340

361

342

292

315

348

291

293

294

273

256

248

204

52

51

87

160

185

257

233

301

312

480

264

337

347

291

246

260

239

Tabel 3 Overzicht bodemsaneringsprojecten

Voor de bodemsaneringsprojecten waarvan OVAM in 2018 een conformiteitsattest afleverde, wordt de kostprijs geraamd op circa 122 miljoen Euro. Het totale geraamde bedrag voor de periode 1997-2018 bedraagt circa 2,270 miljard Euro.

12


Figuur 4 BSP-BSW cumulatief

13


Figuur 5 Boomstructuur (op dossierniveau)

4.3 SCHADEGEVALLEN EN MELDINGEN Jaarlijks worden er bij de OVAM schadegevallen gemeld met mogelijke bodemverontreiniging tot gevolg. Een schadegeval wordt in het Bodemdecreet gedefinieerd als een 'onvoorziene gebeurtenis die aanleiding geeft tot bodemverontreiniging'. In het Bodemdecreet is voor schadegevallen een 'schadegevallen' procedure opgenomen. Met deze vereenvoudigde procedure kan de saneringsplichtige op een snelle en efficiĂŤnte manier de noodzakelijke maatregelen treffen om de bodemverontreiniging te behandelen. Deze behandeling gebeurt onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.

14


Om gebruik te kunnen maken van de schadegevallenprocedure zijn een aantal specifieke voorwaarden van toepassing: – het schadegeval dient binnen de veertien dagen na het ontstaan ervan gemeld te worden bij de bevoegde overheid (gemeente of OVAM) EN – de behandeling van de bodemverontreiniging duurt maximaal honderdtachtig dagen. Op 12 februari 2018 is het gewijzigd Bodemdecreet in voege gegaan. Vanaf deze datum dient het schadegeval binnen de dertig dagen na het ontstaan ervan gemeld te worden aan de bevoegde overheid. De duurtijd van de behandeling van de bodemverontreiniging blijft ongewijzigd. Schadegevallen

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

123

157

137

240

249

237

193

Tabel 4 Aantal schadegevallen

In 2018 werden 193 nieuwe schadegevallen met mogelijke bodemverontreiniging geregistreerd. Werd het schadegeval niet gemeld binnen de dertig dagen, gaat het niet om een onvoorziene gebeurtenis of kan de bodemverontreiniging niet gesaneerd worden binnen de 180 dagen, dan wordt de klassieke procedure van toepassing. Dit betekent dat de saneringsplichtige in eerste instantie een beschrijvend bodemonderzoek dient uit te voeren. We spreken dan niet langer over een schadegeval maar wel over een melding bodemverontreiniging. Meldingen

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

48

50

37

31

31

34

70

bodemverontreiniging

Tabel 5 Aantal meldingen bodemverontreiniging

In 2018 werden 70 nog niet eerder gekende/vastgestelde bodemverontreinigingen geregistreerd die niet behandeld konden worden binnen de schadegevallenprocedure. Veel voorkomende schadegevallen die gemeld of vastgesteld worden betreffen stookolieverontreinigingen, veroorzaakt door een incident aan de stookolietank voor verwarming van een gebouw. In 2018 werden 128 schadegevallen met stookolietanks geregistreerd die aanleiding hebben gegeven tot mogelijke bodemverontreiniging. Vorig jaar waren dit er 84.

15


Figuur 6 In 2018 geregistreerde incidenten met stookolietanks

De OVAM zet zich jaarlijks in om Lokale besturen te ondersteunen die geconfronteerd worden met schadevallen of acute bodemverontreinigingen. Naast de eerstelijnszorg en grotendeels adviserende rol heeft de OVAM een raamcontract afgesloten met een bodemsaneringsdeskundige. Indien nodig wordt deze, in samenspraak met de gemeente, ter plaatse gestuurd om de nodige vaststellingen uit te voeren. Tevens zal de bodemsaneringsdeskundige de betrokkenen (gemeente, saneringsplichtige,‌) verder advies geven omtrent de aanpak van de bodemverontreiniging.

16


4.4 AMBTSHALVE TUSSENKOMSTEN 4.4.1 Evoluties in ambtshalve tussenkomsten bodem 4.4.1.1

Situering

Waar de grondslag van het bodemdecreet aangeeft dat de saneringsplichtige het initiatief tot sanering moet nemen, treedt de OVAM in een aantal gevallen ambtshalve op. Dit is het geval: – indien alle saneringsplichtigen op een perceel het statuut onschuld hebben verkregen; – indien de saneringsplichtige niet wil optreden, waarna OVAM via handhaving in zijn plaats optreedt; – in toepassing van art. 164 BD bij dadingen en bijzondere overeenkomsten zoals de convenant met Umicore, wanneer een rol voor OVAM ambtshalve is voorzien: – bij historische bodemverontreinigingen over grotere oppervlaktes wanneer een site wordt afgebakend en de OVAM ambtshalve tussenkomt; in 2018 is dit uitgebreid naar sites voor onderzoek op terreinen in particuliere eigendom (zie 7.5); – bij verontreinigde terreinen gevat in een faillissement waar de vrije markt niet tot een oplossing komt en de OVAM het verontreinigde terrein aankoopt in toepassing van het zogenaamde protocol curatoren met het oog op sanering en herontwikkeling; – bij toepassing van het zogenaamde protocol scholen, afgesloten tussen de minister bevoegd voor leefmilieu en de minister bevoegd voor onderwijs, op voordracht van OVAM, van AGIOn en van GO!; – tot slot komt de OVAM via veiligheidsmaatregelen tussen in uitzonderlijke situaties waar de volksgezondheid in gevaar dreigt te komen. Deze acties komen naast de eerstelijnszorg die geboden wordt aan lokale besturen bij meldingen van bodemverontreiniging en de grotendeels adviserende rol die de OVAM opneemt bij het behandelen van schadegevallen (zie vorig punt). 4.4.1.2

Middelen

Bij de uitvoering van de diverse fasen van de ambtshalve saneringen worden kredieten betrokken vanuit het MINA-fonds en het BodemBeschermingsFonds (BBF). Het totale pakket aan bodemsanering stemde in 2018 overeen met een effectief vastleggingskrediet van 53,2 mio EUR, ca. 20 mio EUR hoger dan het vastleggingsbedrag in 2017. Reden voor de aanzienlijke stijging zijn de extra MINA-middelen die de Vlaamse Regering vrijmaakte voor de sanering van de brownfields te Vilvoorde (CAT-site) en te Hemiksem (Bekaert) én het aanwenden van reserves van het BBF. In onderstaande tabel wordt de evolutie van de totale effectieve vastleggingsbedragen in EUR voor ambtshalve bodemgerelateerde opdrachten weergegeven : 2012 € 25,107,75

2013 € 27,946,71

2014 € 34,305,11

2015 € 27,214,29

2016 € 28,195,58

2017 € 32,754,33

2018 € 53,233,81

Tabel 6 Totale effectieve vastleggingsbedragen voor ambtshalve opdrachten

17


Een eerdere piek uit 2014 is terug te voeren op extra middelen uit het competitiviteitspact. Deze financiĂŤle middelen worden aangewend door een ploeg van medewerkers (24,8 VTE) die ook nog taken vervult binnen het Materialendecreet. 4.4.1.3

Evoluties

In de onderstaande tabel wordt een evolutie van de ambtshalve uitvoeringen inzake bodem gegeven. Deze lijst is beperkt tot de dossiers waar onschuld werd verleend. Jaartal nieuw op te starten BBO verder te zetten BBO/BSP/BSW totaal in behandeling ambts

2002 42

2006 52

2010 98

2014 113

2017 150

2018 86

77 119

359 411

475 573

586 699

625 775

690 776

Tabel 7 Aantal ambtshalve uitvoeringen

In 85 dossiers werd een definitieve oplossing gerealiseerd in 2018. Het nieuw aantal op te starten dossiers werd gelimiteerd omwille van personeelsgebrek. Er waren immers heel wat andere tussenkomsten in 2018. Zo meldden 371 scholen zich aan voor een oriĂŤnterend bodemonderzoek. Ook werden 27 nieuwe sitebesluiten getroffen waar de OVAM instaat voor het site-onderzoek bij historisch verontreinigde gronden. Andere instrumenten zoals handhaving (6 nieuwe dossiers) en verwerving in kader protocol curatoren (1 verwerving) werden beperkt ingezet.

18


4.4.2 Bijzondere tussenkomsten 4.4.2.1

Overzicht grootste tussenkomsten

De tabel beschrijft de voornaamste tussenkomsten uit 2018 : gemeente/roepnaam Hemiksem/Heuvelstraat

Vilvoorde/Luchthavenlaan

Machelen/Biochim Tessenderlo/Winterbeek

gegund (voormalige) activiteit bedrag 2018 € 10,157,32 steenbakkerij, chemische productie, metaalnijverheid

parameters zware metalen, minerale olie, BTEX

€ 10,000,00 voormalige stortplaatsen, parking

benzeen, anionen en kationen

€ 1,715,81 solventrecuperatie, brand € 1,670,29 lozing productie, overstroming & ruiming waterbodem

benzeen, solventen chloriden & zware metalen

nieuwe ruimtelijke invulling gemengde bestemming voor bedrijven, wonen, zorg, groen gemengde bestemming voor bedrijven, wonen, infrastructuur en zorg industrie landbouw, natuur

Antwerpen/Kronenburgstraat Antwerpen/Vulkaanstraat

€ 849,13 gasfabriek € 746,04 gasfabriek, metaalnijverheid

teer en cyanides appartementen PAK's, zware metalen, industrie minerale olie, cyanide

Kapellen/Hoevensebaan

€ 633,03 wasserij/droogkuis

solventen

Roeselare/Leopold_III_laan

€ 453,45 carrosserie, ophooglaag

minerale olie, BTEX, zware metalen, PAK's

nieuw administratief centrum woongelegenheden

Tabel 8 Voornaamste tussenkomsten 2018

19


4.4.2.2

Toelichting

Machelen – Biochim – Onteigeningsprocedure opgestart In de Kerklaan in Machelen staan 9 woningen die grenzen aan een ernstig verontreinigde blackfield. De verontreiniging heeft zich verspreid tot onder de woningen. In de binnenlucht van de woningen worden al jarenlang zeer hoge concentraties aan vluchtige toxische parameters gemeten. De eigenaar van de blackfield is saneringsplichtig maar weigert om de bodemsanering uit te voeren. Om die reden heeft de OVAM veiligheidsmaatregelen uitgevoerd door middel van mechanische ventilatie van de woningen. Deze maatregel bleek echter niet voldoende. Bodemsanering onder de woningen is bovendien niet mogelijk zolang ze blijven staan. Om deze redenen heeft de OVAM beslist om de woningen aan te kopen. In 2018 kocht de OVAM 5 woningen aan. In september 2018 startte de OVAM een procedure op om de blackfield te onteigenen. Tegelijkertijd voert de OVAM een beschrijvend bodemonderzoek uit voor de dieper gelegen bodemverontreiniging. De woningen zullen in de loop van 2019 gesloopt worden. Kapellen – Hoevensebaan - Bodemsanering maakt plaats voor nieuw administratief centrum in Kapellen. De voormalige wasserij-droogkuis Van Osta was gevestigd op een centrale plaats in Kapellen. De gemeente organiseerde een wedstrijd voor het ontwikkelingsproject 'Kapellen centrum'. Vanwege de bodemverontreiniging met gechloreerde solventen, werd de herontwikkeling en de bodemsanering op elkaar afgestemd. Een ambitieus ontwikkelingsproject zag het licht waarbij de bodemsanering geïntegreerd werd in de bouw van het nieuwe administratief centrum. De opdracht werd toegewezen aan de NV Bruggen in Kapellen. Vanaf mei 2019 gaan de saneringswerken van start, waarna onmiddellijk de bouw van een ondergrondse parking volgt. Deze geïntegreerde aanpak levert tijds- en efficiëntiewinsten op en zorgt ook voor een lagere ecologische voetafdruk. Hemiksem – Heuvelstraat – brownfieldconvenant opgestart Sinds 1385 is de baksteenindustrie aanwezig op de Schelde-oever. De Boomse klei werd afgegraven om bakstenen te produceren. Plaatselijk werden putten gegraven voor maximale kleiontginning. Aan de rand van de vallei is een steile helling ontstaan waar de klei langs de Schelde-oever werd afgegraven. Vanaf 1882 worden er op het zuidelijk gedeelte van het terrein verschillende chemische fabrieken opgericht. Op vroegere luchtfoto’s ziet men dat er op het terrein verschillende materialen zijn gestort. De voormalige kleiputten werden volgestort en het maaiveld verhoogd. De bodem (grond en grondwater) is op de site verontreinigd met hoofdzakelijk zware metalen en lokaal ook met zuren en minerale olie. De noodzaak tot sanering voor de zware metalen komt voort uit de

20


uitloging en verspreiding via het grondwater van de zware metalen naar de Schelde. Op dit moment is de ganse site bestemd voor industrieel gebruik. Voor de brownfieldconvenant van de Bekaert - site te Hemiksem bestaat een herontwikkelingsprogramma dat op de zwaar verontreinigde en verlaten site de realisatie van een gemengd kwalitatief project beoogt zoals bedrijfsactiviteiten, zorg, wonen, groen en recreatie. De toekomstige bestemming zal in het RUP worden vastgelegd. Antwerpen – Vulkaanstraat – volgende fase voormalige gasfabriek Aan de Scheldeoever in Hoboken stond tot 1928 een gasfabriek. Die droeg in de loop der jaren verschillende namen, onder meer Antwerpse Gasmaatschappij nv en Imperial Continental Gas Association en zorgde voor openbare verlichting. Later kocht Umicore de terreinen gedeeltelijk op en bouwde er een fabriek. In 2010 kende de OVAM aan Umicore het statuut van ‘onschuldig eigenaar’ toe: het bedrijf is dus niet aansprakelijk voor de historische bodemverontreiniging die de gasfabriek veroorzaakt heeft. In het recente verleden is het terrein al gedeeltelijk afgegraven. Onlangs heeft de OVAM een aanbesteding uitgeschreven om een ander gedeelte van de verontreiniging ambtshalve te verwijderen. Dat zal begin 2019 gebeuren. De verontreinigde grond wordt afgegraven en afgevoerd. Na afloop wordt de bouwput opgevuld met schone, van elders aangevoerde grond, en geeft Umicore de locatie een nieuwe industriële bestemming. Vallei van de Winterbeek – volgende saneringsfase De vallei van de Winterbeek is van uitzonderlijk belang voor het natuurbehoud en de biodiversiteit in Vlaanderen. Grote delen van de vallei zijn aangeduid als natuurreservaat en genieten als Habitatrichtlijngebied bescherming op Europees niveau. Door de vroegere lozingen van Tessenderlo Chemie op de Winterbeek, bevindt zich in de waterbodem en de oevers een historische verontreiniging met zware metalen (voornamelijk cadmium en radium) en zouten (chlorides). De historische verontreiniging van de waterbodem en de oevers vormt een bedreiging voor de aanwezige natuur en staat een verder ecologisch herstel van de Winterbeek en haar vallei in de weg. Ook voor de landbouw en de mens vormt de verontreiniging een bedreiging. De sanering neemt deze bedreigingen weg en draagt tevens bij om de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water en de Habitatrichtlijn te realiseren. De saneringswerken zijn voorzien voor een traject van 17 km, vanaf het lozingspunt van Tessenderlo Chemie (nu Tessenderlo Group) aan de Paalse Plas in Beringen tot de monding in de Demer. Gezien de omvang wordt de uitvoering van de bodemsaneringswerken van dit traject opgesplitst in 4 deelgebieden waarbij jaarlijks één deelgebied aangepakt wordt. In 2018 werd deelgebied 2 (Rietbroek & Dassenaarde) aanbesteed. De saneringswerken aan de Winterbeek worden uitgevoerd als een samengevoegde opdracht tussen de OVAM en de VMM, die elk 50 % van de werken betalen. Tessenderlo Group draagt aan de kosten bij door

21


de inrichting van de saneringsberging en het ontvangen van het uitgegraven materiaal. De kosten hiervan komen overeen met het deel dat de OVAM en de VMM samen bijdragen. Antwerpen – Kronenburgstraat ‘Fierensblokken’ Tussen de Antwerpse Kronenburgstraat en de Willem Lepelstraat was tussen 1839 en 1895 een gasfabriek actief. De gaswinning gebeurde via droge destillatie van steenkool, een verhittingsproces waarbij schadelijke afvalstoffen zoals teer en cyanide vrijkwamen. Door de jaren heen hebben die substanties de lokale bodem flink verontreinigd. In 1938 kreeg het terrein een nieuwe bestemming in de vorm van de Fierensblokken, een verzameling modernistische sociale woonblokken. Na tachtig jaar waren de Fierensblokken aan een grondige renovatie toe. Gemeentebedrijf AG VESPA tekende plannen uit voor 122 nieuwe huurwoningen, en de OVAM nam de gelegenheid te baat om het terrein meteen ook te saneren. De sanering van de Fierenssite startte op 7 augustus 2018 en werd midden januari 2019 afgerond. Er werd ruim 6000 ton verontreinigde grond afgevoerd voor verwerking. De geplande renovatie van de Fierensblokken maakte een geïntegreerde aanpak mogelijk. Voor de voorziene ondergrondse fietsenstalling was het niet nodig om de bouwput volledig aan te vullen. Nu neemt AG VESPA het roer over. Samen met twee architectenbureaus renoveert het gemeentebedrijf de historische appartementen en maakt er betaalbare huurwoningen van. Roeselare, Koning Leopold III laan, geïntegreerde sanering Het terrein gelegen aan de Koning Leopold III laan te Roeselare was na de tweede wereldoorlog een opslag en demontageplaats voor legervoertuigen en autowrakken. Later werd het terrein opgehoogd. Deze activiteiten hebben geleid tot een ernstige bodemverontreiniging met zware metalen, minerale olie, BTEX en PAK's. De stad Roeselare werd in 1959 eigenaar van het terrein. Aan de stad Roeselare werd een vrijstelling van saneringsplicht toegekend. De ambtshalve sanering wordt gefaseerd uitgevoerd. De eerste fase betreft voornamelijk de sanering van de minerale olie, omdat hiervan een verspreidingsrisico uitgaat. Gelijktijdig met de sanering werd het gebouw van de schuttersvereniging gesloopt. De OVAM en de stad Roeselare hebben een overeenkomst gesloten om deze werken, met verdeling van de kosten, samen aan te besteden en uit te voeren. De verdere sanering zal worden afgestemd met de herontwikkeling van het terrein. Op het gehele terrein moet namelijk een leeflaagsanering worden uitgevoerd. Dergelijke sanering wordt best afgestemd met de herontwikkeling, dit heeft zowel economische als ecologische voordelen.

22


Vilvoorde, CAT-site, realisatie brownfieldconvenant De voormalige parking van Renault Industrie Belgique NV (RIB) is hoofdzakelijk gelegen aan de Woluwelaan in Vilvoorde en deels op grondgebied Machelen. Op deze site komen er voormalige stortplaatsen voor. Voor deze site is op 20 juli 2012 met de Vlaamse Regering een Brownfieldconvenant gesloten. De Actoren bij het genoemde Brownfieldconvenant wensen de Renaultsite zo spoedig als mogelijk te ontwikkelen en te realiseren. In 2015 is Abies One een verkoopsovereenkomst met RIB aangegaan voor de aankoop van zo goed als de hele Renaultsite. Met het addendum van 2 december 2015 is Abies One toegetreden tot het Brownfieldconvenant. In het kader van het genoemde Browfieldconvenant verbond de OVAM er zich toe om ambtshalve alle noodzakelijke maatregelen uit te voeren in toepassing van het Bodemdecreet met betrekking tot de bodemverontreiniging gelinkt aan het aanwezige stortmateriaal op de percelen die deel uitmaken van de Renaultsite. Uit het siteonderzoek bleek dat de bodem en het grondwater dermate zwaar verontreinigd is, dat verdere sanering noodzakelijk is. Op de Renaultsite zijn 2 grote bronzones vastgesteld, waarvan één bronzone kan gelinkt worden aan huishoudelijk stort en de andere van onbekende oorsprong is maar waar duidelijk zeer hoge concentraties aan benzeen worden vastgesteld. Deze heel hoge concentraties leiden tot humane en verspreidingsrisico’s. Aan de hand van sleuvenonderzoek werd voor dit deel de saneringstechniek en de bijhorende saneringskost bepaald. De geraamde kost voor de voorkeursvariant bedraagt 13 miljoen euro (incl BTW). Renault Industrie Belgique (RIB) heeft op 28 oktober 2010 en op 9 mei 2011 volledige vrijstelling van saneringsplicht gekregen voor de verontreiniging die gelinkt is aan de voormalige stortactiviteiten. Deze vrijstelling geldt voor alle percelen uitgezonderd 2. Bij overdracht van de grond werd de vrijstelling van saneringsplicht van rechtswege overgedragen aan Abies One.

23


5 KWALITEITSGARANTIES 5.1 ERKENDE BODEMSANERINGSDESKUNDIGEN Het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming stelt dat alle bodemonderzoeken en bodemsaneringsprojecten alsook de opvolging van de bodemsaneringswerken dienen te gebeuren door of onder toezicht van een erkend bodemsaneringsdeskundige. De erkenning als bodemsaneringsdeskundige geldt vanaf 1 juni 2008 voor onbepaalde duur, voor zover ze niet wordt geschorst of opgeheven. – Eind 2018 waren er in totaal 73 erkende bodemsaneringsdeskundigen: 20 EBSD van type 1 en 53 EBSD van type 2. – In de loop van 2018 werden 2 nieuwe erkenningen uitgereikt en 2 erkenningen stopgezet. – Er is 1 handtekeningsbevoegdheid van rechtswege vervallen. – Er werd geen enkele bodemsaneringsdeskundige geschorst.

5.2 KWALITEITSBORGING Om de kwaliteit van onderzoeken en saneringen gevoelig te verhogen, werd in 2016 een kwaliteitszorgsysteem uitgebouwd waarbij “systeemaudits" bij de erkende bodemsaneringsdeskundigen (verder ‘eBSD’) worden uitgevoerd. Het resultaat van dit kwaliteitssysteem wordt zichtbaar gemaakt in een individueel kwaliteitsdossier (IKD) van elke eBSD. De verschillende toezichtmomenten (terreincontrole, audit, klachten en dossierbehandeling) worden in het IKD verzameld. Door invoering van dit zorgsysteem is het mogelijk om structurele inefficiënties in de werking van een eBSD op te sporen en deze gericht bij te sturen. Het IKD zal dus aangewend worden ter opvolging, sturing én responsabilisering van de eBSD. Doel is om zo relevante kwaliteitswinsten te realiseren en tot een actiever erkenningenbeleid met daaraan gekoppeld een daadwerkelijke kwaliteitsborging te komen.

5.2.1 Audits In 2018 werd de uitvoering van kwaliteitsaudits bij erkende bodemsaneringsdeskundigen verder gezet. Bij 50 van de huidige erkende bodemsaneringsdeskundigen werd een eerste 'nulmeting' uitgevoerd. Zowel de algemene kwaliteitsaspecten van het bedrijf als het technische inhoudelijke luik kwamen hierbij aan bod. De vaststellingen en gevraagde corrigerende maatregelen werden in het auditverslag opgelijst en in het individueel kwaliteitsdossier (IKD) van de eBSD ingevoerd. Bedoeling is om de nulmeting in 2019 af te ronden en een eerste globaal zicht op de kwaliteit van de bodemsaneringsdeskundigen te hebben. Voor het algemene procesdeel werd een manual als leidraad voor de eBSD opgesteld.

24


5.2.2 Veldwerk en werven Doorheen 2018 werden in totaal 67 controles op de uitvoering van onderzoeksverrichtingen uitgevoerd. Hierbij werden zowel de uitvoering van boringen, de plaatsing van peilbuizen als de staalname van het vaste deel van de aarde als het grondwater opgevolgd. In hoofdzaak werden de onderzoeksfasen OBO en BBO opgevolgd, in mindere mate bodemsaneringswerken, bodemsaneringsproject en schadegevallen. In totaal werden 21 niet-conformiteiten vastgesteld. Deze vaststellingen werden op terrein verder geduid alsook schriftelijk gecommuniceerd aan de betrokken eBSD en uitvoerders in onderaanneming (indien van toepassing). Geen van de vastgestelde niet-conformiteiten zijn evenwel onmiddellijk als kritieke fout kwantificeerbaar. Alle vaststellingen werden opgenomen in het individueel kwaliteitsdossier (IKD). Op basis van 2 vaststellingen (niet-conformiteiten) werd kwaliteitscontrole op de uitgevoerde onderzoeksverrichtingen geïnitieerd. Bevestiging van de vastgestelde niet-conformiteiten als (mogelijk) kritieke fout werd niet éénduidig bekomen. In één van beide gevallen hebben de vaststellingen van nietconformiteiten in combinatie met de uitgevoerde kwaliteitscontrole ertoe geleid dat de uitvoeringswijze van de onderzoeksverrichtingen in bodemdossiers bij de desbetreffende eBSD gecorrigeerd werd. Bevestiging betreffende de aangepaste werkwijze werd reeds gedeeltelijk bekomen o.b.v. een navolgende veldwerkcontrole. Definitief uitsluitsel hieromtrent dient evenwel verder geleverd te worden a.d.h.v. bijkomende veldwerkcontroles. De bevindingen van de controles werden meegenomen bij het auditeren van de eBSD die veldwerk in eigen beheer uitvoeren. Deze bevindingen werden daarenboven gebruikt bij de sensibilisering ten kantore van 2 eBSD. Deze toelichtingen werden ingericht op vraag van de desbetreffende firma’s. Voor wat betreft de controle op bodemsaneringswerken in uitvoering werden in totaal 30 actieve werven bezocht. In 14 gevallen betrof het een ambtshalve uitvoering van saneringswerken waarbij de controle werd uitgevoerd op vraag een dossierhouder OVAM. In 16 gevallen werden andere actieve werven geselecteerd (niet ambtshalve dossiers). De vaststellingen tijdens de werfcontroles hebben in hoofdzaak betrekking op aspecten van het Achilles Zorgsysteem (aannemers) en zijn slechts in mindere mate gerelateerd aan de taken van de eBSD (voornamelijk planning & communicatie). De bevindingen tijdens deze controles werden mondeling en/of schriftelijk gecommuniceerd aan de betrokken firma’s.

5.3 INKANTELING VAN HET GEBRUIK VAN BODEMMATERIALEN Ingevolge de wijziging van de wijziging bodemdecreet is de regeling over het gebruik van uitgegraven bodem van titel III, hoofdstuk XIII, van het VLAREBO uitgebreid naar alle bodemmaterialen die gebruikt worden als bodem: uitgegraven bodem, bagger- en ruimingsspecie, grondbrij en bentonietslib. Dit betekent dat de huidige voorwaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem en de traceerbaarheidsprocedure zullen gelden voor alle voormelde bodemmaterialen. Het ontwerp is uitgewerkt na terugkoppeling met diverse actoren van de sector. Naar aanleiding van de uitwerking VLAREBO zijn ook diverse bepalingen van VLAREMA, VLAREL, VLAREM , Omgevingsvergunningsbesluit, Handhavingsbesluit gewijzigd.

25


Voor de integratie van het gebruik van bagger- en ruimingsspecie in de grondverzetsregeling zijn specifieke bestaande bepalingen opgenomen in de geïntegreerde regeling (regeling voor ontwatering op de oever,‌). De traceerbaarheidsprocedure voor de opvolging van het gebruik van de bodemmaterialen is aangescherpt (meldingsplicht kleine volumes, registratieplicht voor bedrijven die betrokken zijn in grondverzet). Op 21 september 2018 keurde de Vlaamse Regering het besluit definitief goed tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiÍne, het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het VLAREL van 19 november 2010 en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Het beleidskader geeft ruimte voor lokaal maatwerk waar dat nodig is. Om de kwaliteitsvolle uitvoering van de werken volgens de regeling voor het gebruik van bodemmaterialen te waarborgen, steunt de wetgeving op geijkte standaardprocedures en codes van goede praktijk. Door te steunen op codes van goede praktijk en standaardprocedures kunnen alle deelaspecten van de uitvoering van de werken correct en met de nodige expertise worden uitgevoerd. Met de praktijkervaring en op basis van de standaardprocedures en codes van goede praktijk die nu al worden toegepast, zijn de procedures en codes verfijnd en zijn specifieke procedures uitgewerkt voor bagger- en ruimingsspecie. De nieuwe codes van goede praktijk en de criteria die erin opgenomen zijn uitgewerkt in overeenstemming met de randvoorwaarden in het verslag aan de Vlaamse Regering. Na een consultatieronde van 18 oktober tot 15 november 2019 en rekening houdende met de opmerkingen geformuleerd door de sector zijn de voorliggende codes van goede praktijk en standaardprocedures definitief uitgewerkt en voorgelegd aan de Vlaamse minister van Leefmilieu.

26


6 OVERDRACHT EN FINANCIËLE BELEIDSINSTRUMENTEN 6.1 FINANCIËLE ZEKERHEDEN EN VERBINTENISSEN De OVAM keurde in 2018 74 nieuwe verbintenissen tot bodemsanering goed. 34 van deze verbintenissen ondertekende men in het kader van de gewone overdrachtsprocedure. In 32 gevallen gebruikte men de versnelde overdracht volgens artikel 115 van het Bodemdecreet. Bij 66 van deze verbintenissen genoot men in 3 gevallen van de regeling 50% financiële zekerheid bij overdracht uit faling. Bij 3 overdrachten stond de Minister een afwijking volgens artikel 164 van het Bodemdecreet toe met de verplichting tot ondertekening van een verbintenis en het stellen van een financiële zekerheid. In 3 dossiers ontvingen we een voorwaardelijke verbintenis waarbij Vlabotex het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering zal afronden. Bij 5 verbintenissen sloot men een Realisatieconvenant af en verkreeg men vrijstelling van de verplichting tot het stellen van financiële zekerheden. Dit gebeurde in het kader van een overdracht binnen een Brownfieldconvenant. Om de uitvoering van de verbintenissen tot bodemsanering en eventuele nazorg te waarborgen, moet de saneringsplichtige financiële zekerheden te stellen. Dit gebeurde in 2018 voor een totaalbedrag van 26 miljoen euro. Om overdrachten uit falingen te faciliteren en te vermijden dat verontreinigde terreinen onbeheerd achterblijven, vraagt de OVAM slechts 50 procent financiële zekerheid wanneer de verwervende partij de saneringsplicht op zich neemt. Zo werd 480.000 euro in de economie behouden en moet het voor de verwervende partij (financieel) makkelijker zijn de sanering op te starten. In 2018 werden 128 verbintenissen tot bodemsanering beëindigd. Op 31 december 2018 heeft de OVAM 604 lopende verbintenissen tot bodemsanering en eventuele nazorg in beheer waarbij in totaal voor 728 miljoen euro aan financiële zekerheden worden gesteld.

6.2 ARTIKEL 164 VAN HET BODEMDECREET Artikel 164 van het Bodemdecreet: “In verband met de toepassing van de bepalingen van artikelen 9 tot en met 135 en artikel 160 kan de Vlaamse Regering alle schikkingen, voorstellen tot concordaat inbegrepen, aannemen, dadingen sluiten, schuldvorderingen en zekerheden overdragen, derden in haar rechten subrogeren, van verhaal afzien, afwijkingen toestaan en overeenkomsten sluiten.” De Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu beslist – gedelegeerd door de Vlaamse Regering – over een verzoek tot toepassing van artikel 164 van het Bodemdecreet (verder 'verzoek'). Hierbij adviseert de OVAM de minister in elk verzoek.

27


In 2018 werden zeven verzoeken ingediend, waarbij de OVAM voor al deze verzoeken advies heeft gegeven.

6.2.1 Afwijking op de overdrachtsbepalingen Artikel 164 van het Bodemdecreet biedt de mogelijkheid om af te wijken op heel wat bepalingen uit het Bodemdecreet. In 2018 werd dit artikel enkel toegepast voor een afwijking op de overdrachtsbepalingen. Het Bodemdecreet legt vast onder welke voorwaarden gronden kunnen worden overgedragen. Sommige overdrachten kunnen – bijvoorbeeld omwille van hun hoogdringendheid of grootschaligheid – niet worden uitgesteld tot alle overdrachtsverplichtingen zijn uitgevoerd. In dat geval bepaalt de Vlaamse leefmilieu-minister onder welke voorwaarden de geplande overdracht vervroegd kan plaatsvinden. In 2018 werden vier 'klassieke' verzoeken ingediend. De overdracht kan plaatsvinden op voorwaarde dat een verbintenis tot uitvoering van de bodemonderzoeken, de bodemsanering en de nazorg wordt aangegaan en dat een financiële zekerheid tot waarborg van de uitvoering van die verbintenis wordt gesteld. Voor deze verzoeken werd een oplossing op maat uitgewerkt. In 2018 werden drie verzoeken ingediend die een vervolg zijn op een eerder verzoek, waarbij werd gevraagd om de geldigheid van het ministerieel besluit te verlengen.

6.2.2 Overzicht van verzoeken artikel 164 BD Dossier Ford – gedeeltelijke overdracht VO (1) Ford – gedeeltelijke overdracht aan derden (2) General Electric Gent Blue Gate Antwerp (actieve petroleumcluster) Guldensporencollege Kortrijk NMBS - Eurostation Leuven Georgette Martin

Gevraagde afwijking overdrachtsbepalingen – aanpassing bestaand MB overdrachtsbepalingen – aanpassing bestaand MB overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen

Aanpak

Beslissing in 2018 Ja

‘klassiek’ verzoek ‘klassiek’ verzoek

ja ja

overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen overdrachtsbepalingen – aanpassing bestaand MB

‘klassiek’ verzoek ‘klassiek’ verzoek

ja ja ja

ja

Tabel 9 Verzoeken artikel 164

6.3 COFINANCIERING Eigenaars die hun grond moeten saneren voor een historische verontreiniging of het historisch deel van een gemengde bodemverontreiniging kunnen hiervoor cofinanciering aanvragen. Maar dit kan enkel als er aan alle voorwaarden voldaan is. Bij een positieve beslissing kan een particulier of een openbaar

28


bestuur rekenen op een tussenkomst van 50% van de saneringskost voor deze verontreiniging. Voor een bedrijf bedraagt het subsidiepercentage 35%. In 2018 hebben 17 eigenaars een aanvraag voor cofinanciering ingediend. Uiteindelijk werd er aan 14 eigenaars cofinanciering toegekend voor bedragen tussen 15.689,30 euro en 200.000 euro. In het totaal ging het om 1.361.500,65 euro. In ĂŠĂŠn dossier is de sanering reeds afgerond en is de cofinanciering uitbetaald aan de begunstigde. In 2019 kan er nog steeds cofinanciering aangevraagd worden. Vanaf 1 april verandert de aanvraagprocedure. Er kan dan pas cofinanciering aangevraagd worden als de saneringswerken reeds zijn uitgevoerd. Alle voorwaarden, wetgeving en formulieren vindt men terug op www.ovam.be/cofinanciering.

29


7 DOELSTELLING 2036 – DOELGROEPGERICHTE BELEIDSINSTRUMENTEN 7.1 ACTUEEL HOUDEN GEMEENTELIJKE INVENTARIS De Vlaamse gemeenten brachten de afgelopen jaren alle risicogronden op hun grondgebied in kaart. Via de uitwisseling van deze gemeentelijke inventaris heeft de OVAM sinds 2018 een volledig zicht op waar precies in Vlaanderen de bodem mogelijk verontreinigd is. Dankzij dit inventarisatieproject is een belangrijke eerste stap gerealiseerd om tegen 2036 alle historische verontreinigingen minstens in sanering te hebben. Nu de gemeentelijke inventaris is afgerond is het noodzakelijk dat deze ook voldoende actueel wordt gehouden

7.1.1 Situering In het verleden bleek het overmaken van de gemeentelijke inventaris van risicogronden aan de OVAM niet vanzelfsprekend. De OVAM lanceerde in 2012 een nieuw webloket voor gemeenten om een digitale uitwisseling van deze gegevens mogelijk te maken. Sindsdien is de kwaliteit en uitwisselbaarheid van de gemeentelijke inventaris sterk verbeterd. Met de inzet van externe experten kwam het inventarisatieproject vanaf 2015 in een stroomversnelling. Tegen eind 2017 moest elke gemeentelijke inventaris volledig afgerond zijn. Om deze deadline te halen, lieten 262 gemeenten zich bijstaan door een team van externe experten. Samen met de OVAM is telkens de meest praktische oplossing bepaald om de gevraagde informatie uit milieuvergunningen tijdig via het webloket uit te wisselen. Hierbij lag de focus op de digitalisering van de beschikbare informatie van de gemeentelijke archieven, eventueel aangevuld met de provinciale data per gemeente. De gemeenten hebben in totaal informatie over risico-inrichtingen op ca. 187.000 kadastrale percelen doorgegeven via het webloket. Wat betekent dat Vlaanderen in totaal 85.000 risicogronden telt. Ondersteuning blijft noodzakelijk om een goede kwaliteit van de uitgewisselde gegevens te waarborgen. De kwalificatie als risicogrond heeft immers een grote impact op een hele reeks van betrokkenen. Voor een correcte aflevering van bodemattesten en een vlotte ontginning van de databank, is een goede datakwaliteit essentieel. Elke gemeente die een volledige dataset van risicogronden aanlevert, krijgt feedback over de kwaliteit. Eenmaal de gemeentelijke inventaris is vervolledigd, is het noodzakelijk dat deze inventaris ook actueel wordt gehouden door de gemeenten. Hierbij ligt de nadruk op een efficiĂŤnte digitale uitwisseling. Samenwerking met het departement Omgeving is vereist om in de toekomst via het omgevingsloket de nodige gegevens te verkrijgen. Dit is ook voor de 300 Vlaamse lokale besturen de gewenste werkmethode.

7.1.2 2018 Begin 2018 hebben nog enkele gemeenten de laatste ontbrekende gegevens van risicogronden uitgewisseld. Met 2 gemeenten die zich niet tijdig in orde konden stellen zijn de nodige afspraken

30


gemaakt dit alsnog prioritair op te nemen. Met resultaat: op dit moment zijn alle 300 gemeentelijke inventarissen uitgewisseld. Sinds 1.1.2018 bieden de meeste softwareprogramma's voor de omgevingsvergunning niet meer de mogelijkheid om omgevingsvergunningen uit te wisselen met het OVAM webloket, aangezien is uitgegaan van een centrale omgevingsdatabank met uitwisselingsplatform. Dit betekent dat de gegevens van de omgevingsvergunningen momenteel ofwel manueel (rechtstreekse ingave via het OVAM webloket) ofwel via conversie (via een aparte oplijsting in excel) door de gemeente kunnen worden uitgewisseld. Deze optie biedt echter geen garantie naar volledigheid en rechtszekerheid aangezien deze gepaard gaat met aanzienlijk meerwerk voor de gemeenten. In 2018 is de mogelijkheid van een rechtstreekse uitwisseling van Vlareboplichtige omgevingsvergunningen verder onderzocht. Uit een grondige technische analyse bleek dat de gegevens van de beslissingen op korte termijn nog niet structureel beschikbaar zijn. Bijgevolg kon een integratie met het omgevingsloket in 2018 nog niet gerealiseerd worden. Ook voor de OVAM is het wenselijk dat het actueel houden van de gemeentelijke inventaris niet arbeidsintensief is. De opvolging en het beheer van een kwaliteitsvolle en actuele gemeentelijke inventaris moet op een efficiënte en performante manier gebeuren. Vandaar zijn nieuwe initiatieven opgestart om samen met het departement Omgeving een tussenoplossing uit werken om de beschikbare aanvraaggegevens alvast uit te kunnen wisselen. In het najaar van 2018 zijn, via regionale toelichtingen per provincie, milieuambtenaren uitgebreid geïnformeerd van de voorlopige werkwijze om de gemeentelijke inventaris correct aan te passen of aan te vullen.

7.2 OPVOLGEN ONDERZOEKSVERPLICHTINGEN Uit de resultaten van de uitwisseling van de gemeentelijke inventaris van risicogronden blijkt dat een stroomversnelling aangewezen is om de 2036-doelstelling te realiseren: nog zo'n 45.000 risicogronden zijn nog niet onderzocht. Een aangehouden versnelling wordt voorzien om tegen 2028 alle oriënterende bodemonderzoeken uit te voeren, dit via een actieve opvolging van de onderzoeksverplichtingen via de wettelijk vastgelegde tussentijdse mijlpalen. Sinds 2017 ontgint de OVAM de informatie van risicogronden per gemeente. Elke risicolocatie zonder bodeminformatie wordt individueel bekeken en aan de hand van de uitgewisselde informatie en aangevuld met bijkomende gegevens uit een grondige deskstudie (websites, Kruispuntdatabank voor Ondernemingen, streetview) wordt een individuele opvolging of een doelgroepgerichte aanpak voorgesteld. Eind 2018 is deze ontginning afgerond voor in totaal 183 gemeenten. Locaties met actieve risico-activiteiten worden gecontroleerd op hun periodieke onderzoeksplicht. Indien de exploitant te laat is met het indienen van een eerste periodiek bodemonderzoek wordt een schrijven gericht aan de onderneming. De termijnen voor het indienen van een reactie of het overmaken van het bodemonderzoek worden strikt opgevolgd. Om een tijdrovende handhavingsprocedure (en eventuele ambtshalve uitvoering) maximaal te voorkomen, volgen we een proactieve aanpak via externe begeleiding om zoveel mogelijk in gebreke blijvenden te overtuigen hun verplichtingen alsnog na te komen.

31


De activering van de onderzoeks- en saneringsplicht gebeurt eveneens doelgroepgericht (cfr onderstaande titels). In totaal zijn in 2018 ruim 3700 onderzoeksplichtigen geïnformeerd. De inspanningen van 2017-2018 hebben er uiteindelijk toe geleid dat het aantal 1ste oriënterende bodemonderzoeken versneld gestegen is (ca. 40% meer in 2018 tov 2016). Ook is in 2018 een communicatiestrategie uitgewerkt om iedereen tijdig op de hoogte te brengen van de toekomstige onderzoeksmomenten tegen 2021, 2023 of 2027 en de mogelijkheid van vrijstelling voor particulieren. Deze campagne zal in 2019 gelanceerd worden en de effectiviteit van alle 2036-acties verhogen en het bodembewustzijn in brede zin. De gemeente speelt hierbij een sleutelrol want blijft de eerste bron van informatie over de risicogronden én neemt ook een informatieve rol naar hun burgers en bedrijven op.

7.3 PRIORITEIT KWETSBARE GEBIEDEN In kader van de 2036 doelstelling geven we prioriteit aan de kwetsbare gebieden en dan in het bijzonder aan de beschermingszones voor grondwaterwinning. Eind 2014 zijn de geïnventariseerde risicogronden gelegen binnen de beschermingszones van de grondwaterwingebieden geïdentificeerd en is voor deze deze gronden een versnelde aanpak van onderzoek en saneringen opgestart. De doelstelling is dat tegen midden 2019 alle locaties waarvoor verdere maatregelen nodig zijn de sanering minstens opgestart is.

7.3.1 2018 In 2018 is dit versnelde traject verder gezet. Voor ongeveer 90% van de eind 2014 gekende locaties gelegen binnen een beschermingszone, is de doelstelling bereikt en zijn dus geen verdere maatregelen nodig of is er een conform bodemsaneringsproject opgemaakt. De lopende dossiers worden verder strikt opgevolgd. Eind 2016 is de inventarisatie van de risicogronden in deze kwetsbare gebieden vervolledigd. Hierbij zijn 1027 percelen met risico-activiteiten bijkomend geïnventariseerd. In 2017 is gestart met de identificatie van de risicogronden (gemiddeld 2,2 à 2,5 percelen per risicogrond) die nog onderzocht moeten worden. In 2018 is voor deze gronden een doelgroepgerichte aanpak opgestart, zodat we via inzet van onze verschillende instrumenten op maat de prioritaire onderzoeken tegen eind 2020 kunnen afronden. Voor de overige dossiers in deze gebieden worden de decretale termijnen nauw opgevolgd.

7.4 BROWN- EN BLACKFIELDS 7.4.1 Opvolgen brownfieldconvenanten In 2018 werden 64 actieve brownfieldconvenanten door de OVAM als partij opgevolgd. In drie brownfieldconvenanten, met name Hemiksem Scheldestroom, Vilvoorde CAT site en Edegem Agfa

32


Gevaert site werden specifieke onderhandelingen gevoerd over de integratie van de ambtshalve bodemsanering in de toekomstige herontwikkeling en werden hiervoor bijkomende middelen vrijgemaakt. In Tongeren heeft de OVAM op de Overhaem site ambtshalve piloottesten uitgevoerd. In 2018 werden ook twee nieuwe brownfieldconvenanten afgesloten waarbij de OVAM ambtshalve bodemsaneringswerken zal uitvoeren. In het kader van een achtste oproep werden opnieuw specifieke accenten gelegd rond duurzaamheid en herontwikkeling op stortplaatsen met aandacht voor ELFM . In een 20 tal convenantaanvragen zijn onderhandelingen over het sluiten van een convenant lopende waarbij de OVAM betrokken is. Vier hiervan hebben expliciet betrekking op de herontwikkeling van een stortplaats met aandacht voor ELFM.

7.4.2 Blackfields De OVAM kreeg in 2018 4 verzoeken in het kader van het protocol curatoren: – 2 verzoeken voor de aankoop van een blackfield voor 1 euro (in Veurne en Aalst). Het verzoek van

Aalst werd positief beoordeeld. Het verzoek van Veurne wordt momenteel nog bestudeerd. – 2 verzoeken voor de prefinanciering van een oriënterend bodemonderzoek (in Hove en Wellen). Beide verzoeken werden positief beoordeeld. De bodemonderzoeken zijn momenteel lopende Er werd in 2018 één blackfield aangekocht voor 1 euro (de arseenfabriek in Bocholt). Eind 2018 waren er aankoopprocedures lopende voor 6 sites: in Dilbeek, Vilvoorde, Boom, Willebroek, Buggenhout en Aalst. Er werd tevens een onteigeningsprocedure opgestart voor de voormalige Biochim-site in Machelen. In 2018 werden 2 voormalige blackfields verkocht: de Alesa-site in Schoten en de Itex-site in Ronse). Voor 2 sites in eigendom van de OVAM wordt omwille van de lopende bodemonderzoeken en saneringen ingezet op tijdelijk gebruik: de Potterij-site in Mechelen en de site van het voormalige North Sea Bunkers in Oostende.

7.5 VERSNELDE AANPAK BODEM BIJ PARTICULIEREN Duurzaam bodembeheer is essentieel voor een gezonde en kwaliteitsvolle leefomgeving. De OVAM neemt daarom zelf het initiatief om percelen met potentieel ernstige historische bodemverontreiniging versneld te inventariseren en indien nodig ambtshalve te saneren. Via de aanpak van woonzones en sites focussen we ons op gronden waar mogelijk historische bodemverontreiniging aanwezig is. We krijgen sneller een volledig beeld van de kwaliteit van de bodem in Vlaanderen en waar er mogelijk risico's zijn van bodemverontreiniging. Woongebieden kunnen kampen met historische bodemverontreiniging. In het verleden werden oude stortplaatsen of fabrieksterreinen vaak ingericht als woongebied. Ook in het centrum van steden staan soms woningen op gronden waar vroeger bedrijfsactiviteiten werden uitgevoerd. Door die activiteiten is

33


de grond mogelijk verontreinigd, terwijl kinderen in de tuin spelen, de bewoners groenten kweken en soms zelfs grondwater gebruiken om de tuin te besproeien of het zwembad te vullen.

7.5.1 Woonzones Om die problematiek het hoofd te bieden, ontwikkelde de OVAM een tiental jaren geleden een beleid dat zich specifiek richt op bewoonde gebieden waar de bodem verontreinigd kan zijn: de aanpak van woonzones. Omdat de eigenaars meestal niet verantwoordelijk zijn voor de eventuele bodemverontreiniging, groeperen we de betrokken gronden om er één globaal bodemonderzoek op uit te voeren.

7.5.2 Informatie uit de gemeentelijke inventaris Sinds 2017 starten we onderzoeken op, op basis van de gegevens in de gemeentelijke inventaris (GI). We verzamelen informatie over huidige en vroegere risicoactiviteiten en bepalen voor een groot aantal percelen snel en efficiënt de bodemkwaliteit. OVAM neemt voor die gemeente alle particuliere gronden op die in aanmerking komen: de grond is in particuliere eigendom en de voormalige activiteit kan mogelijk historische bodemverontreiniging veroorzaken. Uiteraard is dit een momentopname op basis van de beschikbare informatie. Zo willen we tegen 2028 voor alle gemeenten via een site-onderzoek de particuliere eigendommen onderzocht hebben. Elke gemeente komt tegen 2028 éénmaal aan bod via een siteaanpak voor de particulieren. Grote gemeenten worden mogelijks opgesplitst om de onderzoeken overzichtelijk te houden. Vooraleer we een sitebesluit kunnen opmaken geven we opdracht tot een voorstudie. We informeren de gemeente dat een bodemsaneringsdeskundige de opdracht kreeg om de particuliere gronden uit de GI na te kijken. De bodemsaneringsdeskundige vraagt de vergunningen op en toetst deze aan wat er in de GI staat. Het uitvoeren van een voorstudie neemt daarom veel tijd in beslag. De voorstudie is noodzakelijk omdat er niet veel details in de GI werden ingeven. Niet voor elke vergunning is een bodemonderzoek nodig. Dankzij de voorstudie zetten we in één adem ook de fouten in de GI recht, voor wat betreft de gronden in particuliere eigendom. Op basis van de voorstudie maken we een definitieve lijst voor het sitebesluit.

7.5.3 Realisaties in 2018 Tabel 6 geeft een overzicht van alle gemeenten waar in 2018 een site of woonzone onderzoek werd opgestart, afgesloten of lopende was. We benoemen een site als opgestart op het moment dat de voorstudie afgerond is en het sitebesluit gepubliceerd. Bij gemeenten waar een siteonderzoek als afgerond staat aangeduid is er in 2018 een onderzoeksrapport ingediend. Zowel bij de opgestarte als bij de afgeronde onderzoeken werden gedurende 2018 nog onderzoeksdaden uitgevoerd. De lopende onderzoeken werden reeds vóór 2018 opgestart en lopen nog verder in 2019.

34


gemeente en naam site Aalst Woonzone

fase onderzoek in 2018 aantal te Woon- Site aantal aantal saneren zone GI opgestart lopend afgerond locaties percelen percelen WZ

X

X

24

464

X

14

34

4

Ardooie

Site

Beringen

Site

X

17

23

Bonheiden

Site

X

5

8

Boom

Site

X

3

22

Bornem

Site

X

X

14

30

0

X

X

1

65

0

Brugge – Voormalig vleeswarenfabriek Damme

X

WZ Site

X

X

7

13

Eeklo

Site

X

X

29

87

Erpe-Mere

Site

X

3

4

Gavere

Site

X

X

9

21

0

X

X

1

30

0

Gent – Mariakerke – textielfabriek

WZ

Gistel

Site

X

X

3

3

0

Heuvelland

Site

X

X

9

9

0

Knesselare

Site

X

X

2

2

2

Lier stortplaats 13

WZ

X

1

45

Lokeren 'Hubert vd Vijverstraat'

WZ

X

2

9

4

4

Londerzeel

Site

X

X

Mechelen – Benzineopslag

Site

X

68

83

Mechelen – Hout- en metaalbewerking Mechelen – Kolen en vloeistoffen opslag Mechelen – Overige activiteiten

Site

X

22

26

Site

X

23

26

Site

X

24

41

2

35


gemeente en naam site

fase onderzoek in 2018 aantal te Woon- Site aantal aantal saneren zone GI opgestart lopend afgerond locaties percelen percelen

Neerpelt

Site

Nijlen

Site

Oostrozebeke

Site

X

X X

X

X

X X

8

14

13

27

17

52

1

27

31

66

Peer – Tichelhovensheike

WZ

X

Puurs

WZ

X

Roeselare

WZ

X

X

1

21

X

X

8

12

Roosdaal

Site

Schoten

Site

X

X

5

14

Sint-Amands

Site

X

X

6

13

1

16

X

1

36

X

30

58

1

30

X

3

27

X

14

26

4

18

Temse – Oostberg

WZ

Tongeren

WZ

Vilvoorde GI Waarschoot – Textielfabriek Lejour

X X Site

WZ

X

Waasmunster

Site

Wachtebeke

Site

X

X

X

Wervik

WZ

X

Wichelen – stort De Both

WZ

X

X

1

11

Wielsbeke

WZ

X

X

2

7

Willebroek, Schroothandel

WZ

X

X

1

20

X

1

2

Zele

X Site

0

0

6

0

0

19

Tabel 10 overzicht opgestarte, afgesloten, lopende site/woonzone per gemeente

36


7.5.4 Voordelen van een site-onderzoek en conclusie Voor OVAM is het uitvoeren van grootschalige onderzoeken een efficiënte wijze om bodeminformatie te verkrijgen van een groot aantal historische risicogronden. Dankzij het site-onderzoek moet de eigenaar zelf geen bodemonderzoek meer uitvoeren bij verkoop of voor het verplichte onderzoeksmoment. Het bodemonderzoek kost de eigenaar niets. Voor 2018 merken we een duidelijke versnelling van de onderzoeken op particuliere gronden. In 39 gemeenten werd actief onderzoek uitgevoerd. In 19 gemeenten werd het onderzoek afgerond. In totaal werd voor 800 particuliere percelen duidelijkheid gebracht omtrent mogelijke bodemverontreiniging. Op 33 percelen werd een verontreiniging vastgesteld waar sanering noodzakelijk is.

7.6 HUISSANEERDER TERREINEN VLAAMSE OVERHEID De OVAM wil collega-overheden ondersteunen om hun vastgoed te valoriseren. Daartoe nemen we de rol op van 'huissaneerder'. Zo wordt de bodemverontreiniging adequaat én kostenefficiënt aangepakt. De rol van huissaneerder voor de Vlaamse overheid sluit perfect aan bij het in het Vlaamse regeerakkoord vermelde kerntakenbeleid waarbij bodemsanering als kerntaak van de OVAM maximaal wordt ingevuld. Het instrument huissaneerder draagt bij om een inhaalbeweging te maken naar 2036 van te saneren gronden in eigendom van overheden. In 2018 heeft de OVAM de 'grootgrondbezittende' collega-overheden, met name de collega-overheden met meer dan 50 niet-onderzochte risicopercelen, geïnformeerd over hun risicopercelen. Op basis hiervan werd verder overleg gepleegd om een aanpak op maat te voorzien. Ook de collega-entiteiten binnen het Departement Omgeving zijn op de hoogte gebracht van hun risicopercelen. Er werd naast deze entiteitsgerichte aanpak eveneens een projectgerichte aanpak voorzien. Een projectoproep werd namelijk gelanceerd voor een 'inspirerende aanpak bij verontreinigde (water)bodem bij Vlaamse overheden’. Hierbij werden 6 projecten geselecteerd. Wat betreft gasfabrieksterreinen waar een lokaal bestuur of publieke instelling saneringsplichtig is, zijn de resterende overeenkomsten afgesloten met de betrokkenen, opdat de OVAM de aanpak van deze terreinen kan voorzien. Voor scholen gaf de OVAM na de uitbreiding van het 'protocol scholen' opdrachten voor het uitvoeren van oriënterende bodemonderzoeken aan bodemsaneringsdeskundigen. Vanaf 2018 stond de OVAM de scholen dan ook bij in het ganse bodemtraject.

37


7.7 BEDRIJFSSPECIFIEKE EN SECTORSPECIFIEKE OVEREENKOMSTEN (BSOK EN SSOK) In het verleden werd niet altijd even zorgzaam omgesprongen met onze bodem. Als gevolg daarvan hebben heel wat ondernemingen vandaag risicogronden in beheer en hebben ze te kampen met historische en complexe bodemverontreinigingen. Grootschalige bodemonderzoeken en saneringen zijn dan niet altijd evident. Een onmiddellijke aanpak van alle gronden kan zelfs een omgekeerd effect hebben. Het bedrijf komt in een financieel en organisatorisch onmogelijke situatie en de verontreinigde gronden blijven verontreinigd. De oplossing? Een bedrijfsspecifieke overeenkomst (BSOK) of een sectorspecifieke overeenkomst (SSOK).

7.7.1 BSOK Een BSOK voorziet in een betere spreiding in de tijd en een aanpak van onderzoeken en verontreinigingen in functie van hun prioriteit zonder afbreuk te doen aan de bepalingen en verplichtingen van het Bodemdecreet. Enerzijds maakt dit de totaliteit van bodemonderzoeken en bodemsanering voor de betreffende partij beter organisatorisch én financieel haalbaar. Anderzijds krijgt de OVAM een duidelijk én ondertekend engagement van de betrokkene dat de onderzoeken en saneringen binnen een specifieke termijn zullen worden uitgevoerd. Bedrijfsspecifieke overeenkomsten vormen een belangrijk onderdeel van de strategische doelstellingen van het Vlaams bodembeleid van Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw . De voorbije jaren sloot de OVAM al overeenkomsten met Umicore, Electrabel, de ‘Gasfabrieksgroep’, Bekaert, de NMBS-groep, Colruyt (DATS), Tessenderlo Chemie, de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn, Defensie, Agentschap Wegen en Verkeer, het Gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen, de Haven van Zeebrugge, de Vlaamse Landmaatschappij, BAC en de Vlaamse Waterweg. De opvolging van vorderingen op het vlak van bodemonderzoeken en -saneringen gebeurt nauwgezet en in overleg via begeleidingscomités.

7.7.2 BSOK Eandis Op 12 november 2001 werd tussen de OVAM en de Gasfabrieksgroep het ‘raamakkoord historische bodemverontreiniging gasfabrieken’ gesloten. Op 9 april 2009 werd een bijkomende overeenkomst ondertekend die een verdere invulling van dit raamakkoord van 2001 omvatte. In de overeenkomst van 2009 werd opgenomen dat, indien op grond van een evaluatie, op de betreffende gronden nog een ernstige historische bodemverontreiniging voorkomen kan de bodemsanering van deze bodemverontreinigingen voorwerp uitmaken van een nieuwe overeenkomst tussen partijen. Vermits op een aantal gronden die deel uitmaken van de overeenkomsten nog een ernstige historische bodemverontreiniging voorkomt, werd in 2017 tussen beide partijen besloten tot opmaak van een nieuwe overeenkomst.

38


In 2018 werd deze nieuwe Bedrijfsspecifieke overeenkomst gesloten. Deze Overeenkomst is op te delen in 3 delen met name een eerste luik rond de bodemsanering van gronden met historische bodemverontreiniging die een ernstige bedreiging vormen, een tweede luik rond preventie van bodemverontreiniging en sensibilisering van de medewerkers van de Gasfabrieksgroep en rond bodembeheer. Daarnaast worden er in deel 3 nog een aantal algemene artikelen opgenomen.

7.7.3 Convenant Umicore In 2004 sloten Umicore NV, de Vlaamse Regering en de OVAM een overeenkomst waarbij onder andere werd afgesproken dat de OVAM/Vlaamse Regering en Umicore nv elk de helft van de kosten zouden dragen bij bodemsaneringen in de ruime omgeving van de Umicore-fabrieken. Op 22 april 2014 werd de convenant voor de ruime omgeving verlengd. Bij deze verlenging werden zowel de voormalige bedrijfsterreinen als de omgeving van de vroegere arseenfabriek van de Metallurgie Hoboken-Overpelt te Bocholt toegevoegd aan het Addendum I. In de convenant werd overeengekomen dat de OVAM opdrachtgever zou zijn voor bodemonderzoek en bodemsaneringswerken in de ruime omgeving. In 2018 werden een aantal maatregelen die weerhouden werden uit het onderzoek van de ruime omgeving, opgestart of verdergezet. De haalbaarheidsstudie voor een passieve en geĂŻntegreerde stroomafwaartse beheersing van het verspreidingsrisico in oppervlaktewater werd verdergezet . De pilootproef aan de Scheppelijke Nete werd verder voorbereid. De uitvoering kan opgestart worden na ondertekening van de overeenkomst door de Provincie Antwerpen. Verder werden in 2018 de peilbuizen van het grondwatermonitorings-netwerk in de regio Balen-Overpelt tweemaal bemonsterd zodat het trendonderzoek naar de evaluatie van zware metalen in het grondwater en de validatie van het grondwatermodel kan verder gezet worden. In het kader van de weerhouden saneringsmaatregelen voor de ‘Overige Omgeving’ werden de saneringsmaatregelen voor de Eindergatloop uitgevoerd. Er werd 2186,98 ton zinkassen van de oever verwijderd en vervangen door propere breukstenen. De problematiek van de benedenloop van de Eindergatloop werd verder onderzocht door extra brononderzoek, debietsmeting en studie van mogelijke saneringsopties. Voor de voormalige arseenfabriek werden de gronden van Eikenaar door OVAM aangekocht. Een eerste gefaseerd beschrijvend bodemonderzoek werd uitgevoerd door een bodemsaneringsdeskundige. Om de problematiek beter in kaart te brengen werd er ook een uitgebreide grondwatermodellering uitgevoerd.

39


7.7.4 Sectorspecifieke samenwerkingsovereenkomsten 7.7.4.1

Samenwerking tussen de OVAM en de sectorfederaties

De samenwerking tussen de OVAM en de sectorfederaties helpt bedrijven om bodemonderzoeken en saneringen uit te voeren en om preventieve maatregelen te nemen om bodemverontreiniging te voorkomen. Bedrijven die activiteiten uitvoeren die de bodem kunnen verontreinigen, zijn verplicht om periodiek een oriĂŤnterend bodemonderzoek uit te voeren. Dat controleert de kwaliteit van de bodem en laat toe om tijdig in te grijpen als dat nodig is. Heel wat bedrijven voerden dit bodemonderzoek al uit, maar toch stellen we vast dat een behoorlijk aantal dat nog niet heeft gedaan. 7.7.4.2 Vele voordelen Om het aantal bodemonderzoeken op korte termijn te verhogen, gaat de OVAM samenwerken met de sectorfederaties. Die kennen het reilen en zeilen in hun respectievelijke sectoren heel goed. Ze zijn ook vertrouwd met de eventuele opportuniteiten en moeilijkheden bij hun aangesloten leden en kunnen gemakkelijk door hen worden aangesproken. De samenwerking biedt dus voordelen voor alle betrokkenen. In 2018 sloot de OVAM de eerste samenwerkingsovereenkomsten met Agoria (de federatie van de Belgische technologische bedrijven) en met Boerenbond vzw en het Algemeen Boerensyndicaat vzw (ABS) als sectorfederaties voor de land- en tuinbouw. 7.7.4.3 Belangrijke partners Samen met de federaties probeert de OVAM de bedrijven uit de betrokken sectoren zo goed mogelijk te sensibiliseren en te ondersteunen bij de uitvoering van bodemonderzoeken en -saneringen. Dat kan bijvoorbeeld via raamcontracten voor het uitvoeren van oriĂŤnterende bodemonderzoeken die de federaties aan hun leden aanbieden. Dat verlaagt de drempel voor de achterblijvers. De federaties engageren zich ook om een ondersteunende en indien nodig een bemiddelende rol te spelen voor leden die in de loop van een onderzoeks- of saneringstraject problemen ondervinden. Om nieuwe bodemverontreinigingen in de toekomst te voorkomen, zetten we in samenwerking met de bedrijven uit de betrokken sectoren ook in op preventie.

7.8 FONDSEN 7.8.1 Bofas vzw Met de oprichting van BOFAS vzw in 2004 werd het startschot gegeven voor de alternatieve financiering van de bodemsanering van benzinestations. In totaal werden 2365 ontvankelijke aanvragen voor een tussenkomst ingediend bij BOFAS. In 2009 werd als gevolg van dit hoog aantal aanvragen de erkenning van BOFAS verlengd met een periode van vijf jaar tot 26 maart 2019.

40


Voor aanmeldingen bij BOFAS in het kader van “verderzetting van de activiteiten van een tankstation” vindt de terugbetaling van de kosten slechts plaats na het voorleggen van de facturen die betrekking hebben op de uitvoering van de sanering. De voorgelegde facturen moeten verantwoord zijn via een gedetailleerde kostenstaat opgesteld door de aangestelde deskundige. De bodemsanering moet geattesteerd zijn door de bevoegde gewestelijke overheid die daarmee aangeeft dat de sanering werd uitgevoerd volgens de in dat Gewest toepasselijke normen en codes van goede praktijk. Uit cijfergegevens van BOFAS blijkt dat nog voor 24,3% van de locaties nog een aanvraag tot terugbetaling dient ingediend worden. Door BOFAS werd in het verleden reeds benadrukt dat in het kader van een mogelijke terugbetaling de timing van de aflevering van de eindverklaringen heel belangrijk is omdat zonder deze eindverklaring geen terugbetaling mogelijk is. Voor de aanmeldingen “Verderzetting van de activiteiten van een tankstation – overgangsmaatregel” dienen voor circa 6,5% nog acties te worden ondernomen. Mede dankzij de gezamenlijke inspanningen van BOFAS en de OVAM is intussen reeds een hele vooruitgang geboekt. Voor de locaties aangemeld in het kader van “stopzetting van de activiteiten van een tankstation” zijn alle bodemsaneringsprojecten ingediend en bodemsaneringswerken opgestart. Op een nog beperkt aantal locaties (2,6 %) aangemeld als “stopzetting van de activiteiten van het tankstation – overgangsmaatregel” verlopen de saneringswerken moeizaam, dit om diverse redenen, en bestaat het risico dat niet tijdig aanvraagdossier tot terugbetaling van de saneringskosten zal kunnen worden ingediend. Door BOFAS werd in het verleden reeds voorgesteld een aantal saneringen over te nemen en verder te zetten zodat de aanpassing van de bestaande installaties efficiënt en doeltreffend wordt uitgevoerd en de saneringen tijdig kunnen worden afgesloten. Reeds gemaakte kosten kunnen terugbetaald worden aan de aanvragers. Voor dit beperkt aantal kritische dossiers wordt een intense opvolging van Bofas voorzien. Aanvragers voor een tussenkomst van BOFAS bij sluiting van een tankstation worden bij verkoop van hun grond geconfronteerd met het feit dat dit omwille van de aanwezige bodemverontreiniging niet mogelijk is. Afhankelijk van de ernst van de bodemverontreiniging kan het immers nog een aantal jaren duren vooraleer BOFAS overgaat tot de opmaak van een bodemsaneringsproject. Om een oplossing te bieden voor dit probleem is een afwijkende maatregel voorzien op de overdrachtsbepalingen van het Bodemdecreet.

7.8.2 Vlabotex vzw Op 14 september 2007 erkende de Vlaamse Regering VLABOTEX vzw als bodemsanerings-organisatie voor de droogkuissector en dit voor een periode van 30 jaar. Tot 30 juni 2015 konden saneringsplichtigen, met name huidige of voormalige exploitanten van een inrichting voor het chemisch reinigen van textiel - een zogenaamde nieuw- of droogkuis - of eigenaars van een terrein waar in het verleden een dergelijke nieuw- of droogkuis geëxploiteerd werd, een overeenkomst voor overdracht van de saneringsplicht met VLABOTEX sluiten. Na het sluiten van deze

41


overeenkomst voert VLABOTEX de decretaal voorziene bodemonderzoeken en -saneringen voor de als historisch te beschouwen bodemverontreiniging met chemische reinigingsmiddelen (solventen) uit en dit in ruil voor een forfaitaire jaarlijkse bijdrage vanwege de contractant. In totaal werden 201 overeenkomsten voor overdracht van de saneringsplicht gesloten met VLABOTEX. Jaarlijks voorziet de Vlaamse overheid een subsidie die gelijk is aan de totale jaarlijkse bijdrage die VLABOTEX in het kader van de gesloten overeenkomsten vanwege de contractanten ontvangt. Zo wordt de helft van de globale kosten voor de bodemonderzoeken en -saneringen met betrekking tot de bodemverontreiniging met chemische solventen gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. De effectief uitbetaalde jaarlijkse subsidie vanwege de Vlaamse overheid bedraagt in de grootteorde van 1 miljoen euro. In 2018 werden door VLABOTEX 16 beschrijvende bodemonderzoeken uitgevoerd, 5 bodemsaneringsprojecten opgesteld, 11 bodemsaneringswerven opgestart en 2 bodemsaneringen afgesloten. Om te vermijden dat al de betrokken panden of terreinen in afwachting van de bodemonderzoeken en saneringen onverkoopbaar zijn; werd in 2012 met toepassing van artikel 164 van het Bodemdecreet door middel van een ministerieel besluit een uitzondering voorzien op de decretale overdrachtsprocedures. Zo is onder bepaalde voorwaarden en na het doorlopen van de afgesproken procedure een eventuele overdracht (verkoop) mogelijk. Voor het concreet aantal dossiers waarbij deze procedure in 2018 effectief werd toegepast, wordt verwezen naar “Financiële zekerheden en eenzijdige verbintenissen” (6.1).

7.8.3 Stookoliefonds Alle noodzakelijke teksten werden opgemaakt om wetgevend het geheel goedgekeurd te krijgen (samenwerkingsakkoord, decreet, UICL, Overlegcomité, etc). Het geheel heeft uiteindelijk geleid tot een getekend samenwerkingsakkoord op 25 juli 2018 en een positief advies van de Raad van State op 30 oktober 2018. Op 12 november 2018 werden alle nodige documenten overgemaakt aan het kabinet voor de definitieve goedkeuring van de Vlaamse regering. Intussen worden door de petroleumsector de nodige voorbereidingen getroffen voor Bofas III en Premaz. Hierbij is OVAM vertegenwoordigd in het Interim Management Team en diverse werkgroepen.

7.8.4 Tersana vzw Op 21 december 2018 erkende de Vlaamse Regering Tersana vzw als bodemsaneringsorganisatie voor de garage-, carrosserie- en landbouwmachinesector, en dit tot 31 december 2036. Op dezelfde datum werd tevens het voorstel van subsidiëringsprogramma voor de periode 2019-2023 goedgekeurd en een startsubsidie toegekend.

42


Door deze erkenning zullen bedrijven uit de sector die geconfronteerd worden met bodemverontreiniging hun saneringsplicht kunnen overdragen aan Tersana vzw. Op heden is voorzien dat vanaf 1 april 2019 met Tersana vzw overeenkomsten kunnen worden afgesloten met bedrijven uit de sector die wensen toe te treden. Er wordt een aanmeldingsperiode van 3 jaar voorzien, met name tot 31 maart 2022. Het aantal ontvankelijke aanvragen werd beperkt tot 1.000.

7.9 WATERBODEMS Een integraal sediment en waterbodembeheer is nodig omdat ze een complex deelsysteem van het watersysteem zijn. Complexe systemen worden gekenmerkt door de samenhang en verwevenheid tussen de onderdelen. Een ingreep of wijziging in een deelsegment heeft (verregaande) gevolgen voor het geheel. De miskenning van dit fenomeen is zonder meer risicovol voor het duurzaam voortbestaan van het systeem en zijn functies. De Europese kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) heeft als doel een Goede Ecologische Toestand (GET) en een Goed Ecologisch Potentieel (GEP) te bereiken van alle Vlaamse waterlichamen tegen 2027. Daarnaast is er de Overstromingsrichtlijn (2007/60/EG) met als doel om significante overstromingsrisico’s te minimaliseren. Het is een globale vaststelling dat in de meeste stroomgebiedbeheerplannen en overstromingsrisicobeheerplannen in de Europese Unie tot op heden het sediment- en waterbodembeheer een onderbelicht aspect is. Uit recente evoluties blijkt echter dat bij meer en meer beleidsmakers het inzicht groeit dat ook sedimenten waterbodembeheer een inherent en belangrijk onderdeel van elk stroomgebiedbeheerplan moet uitmaken. In quasi alle stroomgebieden zijn immers zowel waterkwaliteit, verontreinigde waterbodems als hydromorfologie de belangrijkste redenen waarom de goede toestand niet kan bereikt worden. Een holistisch en integraal sediment- en waterbodembeheer kan hier soelaas bieden. Sediment- en waterbodembeheer is bovendien niet alleen voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer belangrijk, maar ook voor scheepvaartverkeer, overstromingsbeheer, materialenvoorraad en circulaire economie, duurzaam ruimtegebruik, ecologische herstelprojecten en waterkrachtbeheer. Daarenboven is de brongerichte reductie van sedimentaanvoer sterk gelinkt met het bodembeschermingsbeleid. Als gevolg van klimaatverandering worden we geconfronteerd met extremere meteorologische verschijnselen die zich o.a. vertalen in intensere regenbuien, droogteperiodes en hittegolven. Een goede waterbodemkwaliteit, het belang van groen- blauwe netwerken ‌ speelt hier eveneens een belangrijke rol. Een duurzaam sediment- en waterbodembeheer vereist de identificatie, prioritering en aanpak van verontreinigde waterbodems. Informatie over de ligging en oorzaak van potentieel verontreinigde waterbodems dient nog ruimtelijk geïntegreerd te worden om een gebiedsgerichte aanpak toe te laten. In 2018 werd door VITO een prototype ontwikkeld waarin data van zowel OVAM, VMM als Provincie

43


Antwerpen werden samengebracht in de tool 'Waterbodemverkenner'. De eerste stappen werden gezet om deze tool verder te integreren in DOV. Naast integratie van data werd in 2018 het project voor de inventarisatie van potentiĂŤle hotspots met waterbodemverontreiniging verdergezet. De beoordelingsmethodiek voor prioriterings- en beoordelingsaanpak werd verder uitgewerkt en verfijnd. De sanering van de Winterbeek werd verdergezet. De Winterbeek in Tessenderlo is al decennialang verontreinigd met zware metalen zoals cadmium en radium. Dat heeft een negatieve impact op de grond, de waterkwaliteit en de natuur. Begin maart 2016 sloten de OVAM, de Vlaamse Milieumaatschappij en Tessenderlo Group een samenwerkingsovereenkomst af om de Winterbeek te saneren. Over een lengte van 17 kilometer wordt de waterbodem weggehaald en waar nodig weer aangevuld met zuivere grond. Ook de oevers en de overstromingsgebieden krijgen een grondige schoonmaakbeurt. De verontreinigde grond wordt afgevoerd naar een saneringsberging op het terrein van Tessenderlo Chemie. De werkzaamheden zijn gepland van 2017 tot 2021 en zijn opgedeeld in 4 deelgebieden, waarbij elk jaar een deelgebied wordt aangepakt; van stroomopwaarts naar stroomafwaarts. Zo voorkomen we dat gesaneerde stukken opnieuw verontreinigd raken door het opwoelen en afstromen van verontreinigde bodem. In 2018 werden de bodemsaneringswerken afgerond ter hoogte van deelgebied 1 : Schoesters Vliet en Meilrijk. Voor deelgebied 2, Rietbroek en Dassenaarde zijn in 2018 de werken aangevat en eveneens is het bodemsaneringsproject voor deelgebied 3, Molenstede en Kraanrijk opgemaakt en conform verklaard. In 2018 werd het Interreg-project RESANAT (Restverontreiniging saneren met nature-based technieken) ingediend en werd het Life -project NARMENA (Nature-based Remediation of Metal pollutants in Nature Areas to increase water storage capacity) voorbereid om in te dienen begin 2019. Een succesvolle Waterbodemdag werd georganiseerd waar de verschillende lopende initiatieven werden toegelicht en waar in workshops ideeĂŤn met stakeholders werden uitgewisseld.

7.10 STORTPLAATSEN In 2018 werden de inventarisatiestudies rond stortplaatsen in de gemeenten Meeuwen-Gruitrode en Opglabbeek (nu Oudsbergen), Genk, Beringen, Geel, Aalst en Mechelen verdergezet. Daarnaast werd een samenwerkingsovereenkomst getekend tussen de OVAM en de gemeente Arendonk om in kader van een proefproject beide gemeentelijke stortplaatsen te onderzoeken. Beleidsmatig werden de bestaande bepalingen rond bodemonderzoeken op stortplaatsen in de standaardprocedures onder de loep genomen. Ook voor asbestonderzoek op stortplaatsen werd een pragmatische methodiek uitgewerkt. Dit resulteerde tegen het einde van 2018 in 2 draftrapporten die verder in 2019 met de sector besproken zullen worden. ELFM (Enhanced Landfill Mining) evolueerde via Enhanced landfill Management and Mining naar Dynamic Landfill Management (DLM). Het project rond innovatieve scheidings- en valorisatietechnieken op de stortplaats Broekstraat in Kruibeke werd op het 4de internationale Enhanced Landfill Mining-symposium

44


in Mechelen gepresenteerd. Het project werd eind 2018 afgerond en zal definitief gerapporteerd worden in 2019. Een 2de en laatste innovatief project rond scheidings- en valorisatietechnieken op stortplaatsen werd aanbesteed. In dat project zal onderzocht worden op welk manier asbest en glas op een hoogwaardige en kostenefficiĂŤnte manier uit stortmateriaal afgescheiden kan worden. Tevens wordt onderzocht hoe een kwaliteitsverhoging van de grondfractie afkomstig uit scheiding van stortmateriaal gecreĂŤerd kan worden. In kader van ambtshalve optreden van de OVAM bij bodemonderzoeken en/of sanering op stortplaatsen werden een aantal raamcontracten aanbesteed : kleine werken, bodemonderzoeken en sanering, opstellen methodologie ecotoxicologische risico-evaluatie en geofysisch onderzoek

45


8 ANDERE BELEIDSASPECTEN 8.1 WIJZIGING STANDAARDPROCEDURES In 2018 zijn de nodige voorbereidingen getroffen voor de wijziging van alle standaardprocedures nl, – standaardprocedure oriënterend bodemonderzoek – standaardprocedure beschrijvend bodemonderzoek – standaardprocedure oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek – standaardprocedure bodemsaneringsproject – standaardprocedure beperkt bodemsaneringsproject – standaardprocedure bodemsaneringswerken, eindevaluatieonderzoek en nazorg Deze standaardprocedures zijn op 12 september 2018 door de minister goedgekeurd. Op 9 januari 2019 is er een wijzigings-MB door de minister goedgekeurd dat de datum van inwerkingtreding van 4 februari 2019 wijzigt naar 1 april 2019. Voor de standaardprocedures is er een nood om deze grondig te gaan herbekijken (vereenvoudigen/ verduidelijken). Er is een probleem ontstaan door een aantal procedures waarop is verder gewerkt (‘aanbouwdocumenten’). In 2018 is voor de standaardprocedures oriënterend bodemonderzoek en beschrijvend bodemonderzoek, in co-creatie met de VEB en VOBAS gestart met deze oefening. VEB en VOBAS zijn de twee verenigingen die de erkende bodemsaneringsdeskundigen vertegenwoordigen. Beide verenigingen zijn een aanspreekpunt voor overleg en uitwisseling van kennis en ervaring binnen de bodemsector. In dit project wenst de OVAM de deskundigheid te bundelen om tot een door de bodemsector gedragen vernieuwde standaardprocedures te komen.

8.2 DUURZAME BODEMSANERING Bodemsanering willen we op een zo duurzaam mogelijke manier uitvoeren. Dit betekent dat we kiezen voor technieken die zuinig omgaan met energie en materialen en waarbij er zo weinig mogelijk CO2 wordt uitgestoten. We integreren bodemsanering in andere maatschappelijke processen, en betrekken alle stakeholders. Ook zorgen we ervoor dat de bodemkwaliteit en de ecosysteemdiensten die de bodem levert zo weinig mogelijk worden aangetast. Dit betekent o.m. dat de voorkeur wordt gegeven aan technieken die de structuur, het organische stofgehalte en het bodemleven niet aantasten. Een saneringstechniek die hieraan beantwoordt, is fytoremediatie. In 2018 werd de code van goede praktijk voor fytoremediatie gefinaliseerd. In deze code wordt aangegeven voor welke gevallen fytoremediatie kan worden ingezet. Er worden praktische richtlijnen gegeven over het uitvoeren van haalbaarheidstesten, opvolging en monitoring. Daarnaast loopt er een pilootproef waarbij fytoremediatie wordt ingezet om gechloreerde solventen en 1,4-dioxaan uit het grondwater te verwijderen.

46


8.3 EUROPESE PROJECTEN 8.3.1 Sullied Sediments Europese waterwegen worden bedreigd door de aanwezigheid van ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen die nog niet gereguleerd zijn door de Europese Kaderrichtlijn Water: denk aan stoffen in cosmetica, farmaceutische producten en bestrijdingsmiddelen, bv. triclosan in tandpasta. Voor veel van die stoffen is aangetoond dat ze schadelijk zijn voor het ecosysteem. Ze stapelen zich op in de waterbodem van rivieren en kunnen daar jarenlang aanwezig blijven. Waterloopbeheerders en beleidsmakers weten vaak niet hoe ze met deze nieuwe verontreinigende stoffen moeten omgaan, want er ontbreekt nog veel informatie over de locatie en effecten van die ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen. Dat maakt het moeilijk om juiste, duurzame en kosteneffectieve maatregelen te nemen. Door het gebrek aan data en kennis is het ook moeilijk om de kosten bv. van baggerwerken en verwerking van de gebaggerde specie in te schatten. Sullied Sediments, Sediment Characterisation and Remediation for inland waterways, een Interregproject onder het Noordzeeregio-programma dat loopt van 2017 tot en met 2019, wil ondersteuning bieden op drie vlakken: – een betere risico-inschatting van ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen in sediment. Bij deze risicoinschatting wordt natuurlijk ook het risico uitgaande van de ‘conventionele’ verontreinigingsparameters meegenomen. – een betere behandeling (zowel in situ als ex situ) en betere mogelijkheden tot hergebruik van verontreinigd sediment – een betere preventie van verontreiniging door de bewustmaking van alle betrokkenen. Het projectconsortium bestaat uit 13 partners uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland en Vlaaderen. Naast OVAM zijn de Vlaamse Milieumaatschappij en de Universiteit Antwerpen betrokken als Vlaamse partner. In 2018 voerde OVAM als partner verschillende taken van dit project uit:

– om tot een beter risicobeheer te komen, werd de hot spot-studie die de risico-locaties voor

waterbodemverontreiniging inventariseert uitgebreid voor de belangrijkste emerging contaminants. Daarnaast werd gewerkt aan een risico-model dat de risico’s van verontreinigde waterbodem, zowel in situ als ex-situ, evalueert. Ook werd gestart met de prioritering van emerging contaminants op basis van hun belang voor waterbodembeheer – voor het luik behandeling van sediment startte OVAM verschillende pistes om de saneringsmogelijkheden van verontreinigd sediment beter te selecteren via een uitgewerkte beslisboom en om meer mogelijkheden voor verontreinigd sediment in de circulaire economie te

47


zoeken via een juridische en milieutechnische analyse (oa opmaak end-of-waste criteria) en opstart van een systeemdenk-oefening.

8.3.2

Narmena

De concept note voor de subsidie-aanvraag voor het LIFE-project NARMENA (Nature-based Remediation of Metal pollutants in Nature Areas to increase water storage capacity) werd aanvaard. Eind 2018 werd samen met de partners gewerkt aan een full proposal die in januari 2019 definitief werd ingediend. NARMENA is een samenwerking tussen de partners OVAM, VMM, ANB, de bodemsaneringsdeskundige ABO, de experten ARCHE Consulting bvba en Bio2Clean en Natuurpunt. In het NARMENA-project ontwikkelen en implementeren we duurzame, nature-based saneringsmethodes die zowel kosteneffectief als niet-invasief zijn. We streven ernaar om bodemsanering, waterberging en natuurbeheer op elkaar af te stemmen.

8.3.3 ELFM – COCOON en RAWFILL Met de huidige aandacht voor de circulaire economie zou men bijna vergeten dat de lineaire economie in de EU een erfenis van ongeveer een half miljoen stortplaatsen heeft nagelaten. De recentste OVAMinventarisatie (2018) schat het aantal stortsites in Vlaanderen op ruim 3.000 locaties. Het goede nieuws is dat thans amper 1% van het afval nog gestort wordt en slechts een 20-tal vergunde stortplaatsen actief zijn. Het merendeel van de stortplaatsen werd reeds gesloten in de jaren 1980 of vroeger. Het beheer van dit verleden blijft een cruciale opdracht. In 2015 keurde de Vlaamse Regering de OVAM-conceptnota over het duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen goed. Stortplaatsen worden niet langer gezien als louter statische constructies die voor de eeuwigheid zijn ontworpen en ongemoeid dienen gelaten. Het zijn eerder dynamische voorraden van materiaal, energie en ruimte die vroeg of laat een meerwaarde opleveren voor de leefomgeving en de lokale economie. Die benadering is ook opgepikt door de Europese Unie en zij keurde 2 Interreg-projecten rond stortplaatsbeheer goed waarin OVAM participeert: COCOON en RAWFILL. Interreg Europe-project COCOON (Consortium for a Coherent European Landfill Management Strategy) onderzoekt beleidsinstrumenten die bijdragen tot het beheer van stortplaatsen. In de eerste fase van COCOON staat de ervaring- en kennisuitwisseling tussen de partners centraal. Dit leidde onder meer tot de introductie van het concept Dynamic Landfill Management (DLM) dat werd toegelicht tijdens een seminarie in het Europees parlement op 20.11.2018. Daarnaast heeft elke COCOON-partner een bestaand beleidsinstrument aangegeven dat als hefboom kan dienen om deze nieuwe aanpak te introduceren. Voor Vlaanderen wordt gekeken naar de mogelijkheden van DLM binnen het Bodemdecreet. De ontwikkeling van specifieke onderzoeksprotocollen voor stortplaatsen zijn hiervan een voorbeeld. Om de nieuwe benadering van stortplaatsen te bevorderen, is er nood aan innovatie op het vlak van gegevensverzameling en –verwerking. Daar ligt dan ook de focus van Interreg NW Europe RAWFILL (Supporting a new circular economy for RAW materials recovered from landFILLs). De projectpartners willen een methodologie voor ELFM-operaties ontwikkelen door aangepaste inventarissen uit te bouwen en te gebruiken, ontbrekende informatie tegen een aanvaardbare prijs te verzamelen en ten slotte een

48


beslissingsondersteunend instrument te ontwikkelen waarmee de ‘ontginbaarheid’ van stortplaatsen beter kan worden ingeschat. Om de informatievergaring te optimaliseren zoeken de partners zoeken naar een combinatie van geofysische methoden. In 2018 werd een stortplaats in Meerhout uitgebreid onderzocht. Inzake beslissingsondersteunende modellen wordt verder gewerkt op het bestaande Flaminco-tool van de OVAM. Een gedetailleerde potentieelinschatting gebeurt samen met TU Wien binnen het ONTOL-project. Dit bouwt verder op een eerdere samenwerking met OVAM die resulteerde in een door de Verenigde Naties goedgekeurd classificatiesysteem voor antropogene voorraden (United Nations Framework Classification for Resources to Anthropogenic Resources; goedgekeurd 28.9.2018). In aansluiting op deze Interreg-projecten levert OVAM bijdragen tot andere EU-initiatieven rond stortplaatsen en voorraadbeheer. Zo zijn er deelnames aan workshops bij MINEA (Mining the European Anthroposphere, COST Action CA15115), de EIP Raw Materials Operational Group meeting (16.5.2018), Eurelco en New-Mine (EU Training Network for Resource Recovery through Enhanced Landfill Mining).

8.4 DIFFUSE BODEMVERONTREINIGING Diffuse bodemverontreiniging is bodemverontreiniging die niet onmiddellijk kan worden toegeschreven aan een gekende bron of risico-activiteit. Met de huidige regelgeving wordt diffuse bodemverontreiniging niet of nauwelijks aangepakt, omdat het Bodemdecreet en VLAREBO in de eerste plaats zijn gericht op bodemverontreiniging die wordt veroorzaakt door een duidelijk identificeerbare bron of risico-activiteit. Nochtans is het noodzakelijk dat diffuse bodemverontreiniging eveneens wordt geïnventariseerd en beheerd en/of aangepakt, omwille van gezondheidsrisico’s en de bedreiging van ecosystemen (op korte en lange termijn). Als een eerste verkenning voor het ontwikkelen van een beleid omtrent diffuse bodemverontreiniging werd in 2018 een opdracht gegund met als doelstellingen: (1) inventariseren van alle gegevensbronnen over diffuse bodemverontreiniging in Vlaanderen; (2) inschatten van de impact en problematiek, i.e. globale risico-evaluatie voor Vlaanderen, als basis voor prioritering van gegevensbronnen; (3) het formuleren van voorstellen voor de verdere aanpak van diffuse bodemverontreiniging via het bodembeleid van de OVAM.

8.5 EMERGING CONTAMINANTS In de huidige bodemsaneringspraktijk worden hoofdzakelijk courante en goed bekende verontreinigende stoffen gemeten. Er zijn echter heel wat ‘nieuwe’ verontreinigende stoffen of ‘emerging contaminants’ die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken: bv. allerlei toeslagstoffen, gebromeerde vlamvertragers, perfluorverbindingen, gewasbeschermingsmiddelen, farmaceutische stoffen, … Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze stoffen risico’s voor de menselijke gezondheid en het ecosysteem veroorzaken. Vaak zijn er echter nog geen richtlijnen of standaard analysemethoden beschikbaar, of ontbreekt er nog kennis over het gedrag van deze stoffen in bodem en grondwater. Het is vaak onduidelijk hoe met deze problematiek dient te worden omgegaan, en zijn er vragen over onderzoeks- en

49


saneringsplicht en aansprakelijkheid. Dit leidt tot juridische en financiële onzekerheid voor de betrokkenen. De OVAM volgt een stapsgewijze aanpak voor de implementatie van deze nieuwe stoffen in het bodembeleid. In voorgaande jaren werd gekeken naar toeslagstoffen van brandstoffen (bv. TBA), van gechloreerde solventen (1,4-dioxaan). In 2018 werd een meetcampagne afgerond naar perfluorverbindingen. PFAS of perfluorverbindingen werden in hoge concentraties teruggevonden in bodem en grondwater op terreinen die werden gebruikt voor brandweeroefeningen. Daarnaast organiseerde de OVAM in 2018 een tweedaagse internationale workshop ENSOr (‘Emerging policy challenges on new soil contaminants’) om samen met andere beleidsmakers, wetenschappers, consultants en probleembezitters een aanpak uit te werken. Een tiental experts brachten een ‘state of the art’ over deze stoffen, en dit zowel op beleidsmatig, wetenschappelijk-technisch als juridisch vlak. In het afsluitend debat was er consensus over het feit dat er werk moet worden gemaakt van een helder beleidskader, en dat we dit best samen doen. In interactieve workshops verzamelden we concrete ideeën om dit gezamenlijk traject vorm te geven. Volgende vier thema’s werden behandeld: kennisontwikkeling, aansprakelijkheid en wetgeving, bewustmaking en internationale samenwerking.

50


LIJST VAN TABELLEN Tabel 1 Houders van lopende rekeningen ................................................................................. 7 Tabel 2 Aantal ontvangen en verwerkte bodemonderzoeken ................................................... 9 Tabel 3 Overzicht bodemsaneringsprojecten .......................................................................... 12 Tabel 4 Aantal schadegevallen ............................................................................................... 15 Tabel 5 Aantal meldingen bodemverontreiniging ................................................................... 15 Tabel 6 Totale effectieve vastleggingsbedragen voor ambtshalve opdrachten......................... 17 Tabel 7 Aantal ambtshalve uitvoeringen................................................................................. 18 Tabel 8 Voornaamste tussenkomsten 2018 ............................................................................ 19 Tabel 9 Verzoeken artikel 164 ................................................................................................ 28 Tabel 10 overzicht opgestarte, afgesloten, lopende site/woonzone per gemeente ................. 36

LIJST VAN FIGUREN Figuur 1 Aantal afgeleverde bodemattesten per jaar ................................................................ 6 Figuur 2 Overzicht aantal verontreinigde en niet-verontreinigde gronden............................... 10 Figuur 3 Overzicht BBO-BSP cumulatief .................................................................................. 11 Figuur 4 BSP-BSW cumulatief ................................................................................................. 13 Figuur 5 Boomstructuur (op dossierniveau) ............................................................................ 14 Figuur 6 In 2018 geregistreerde incidenten met stookolietanks .............................................. 16

51


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook