Skip to main content

SERV_20220912_Integraal_Handelsvestigingsbeleid_ADV.pdf

Page 1

WIJZIGINGSDECREET INTEGRAAL HANDELSVESTIGINGSBELEID


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Adviesvraag

Voorontwerp van decreet tot wijziging van artikel 99 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid

Adviesvrager

Jo Brouns - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw

Ontvangst adviesvraag

25 juli 2022

Decretale opdracht

SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie)

Goedkeuring raad

12 september 2022

Contactpersoon

Wim Knaepen

wknaepen@serv.be


De heer Jo Brouns Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw Ellipsgebouw Koning Albert-II laan 35 1030 Schaarbeek

Adviesvraag wijzigingsdecreet Integraal Handelsvestigingsbeleid Mijnheer de minister U vroeg de SERV op 25 juli 2022 om advies over het voorontwerp van decreet tot wijziging van artikel 99 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid. U vindt hierna het advies. In opvolging van het plan ‘Werk aan de winkel’ keurde de Vlaamse regering een geactualiseerd ‘Integraal Handelsvestigingsbeleid’ principieel goed. De aanpassingen die worden doorgevoerd met dit wijzigingsdecreet hebben tot doel de slagkracht van de steden en gemeenten te verhogen om de doelstellingen van het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid te verwezenlijken: 1° het creëren van duurzame vestigingsmogelijkheden voor kleinhandel, met inbegrip van het vermijden van ongewenste kleinhandelslinten; 2° het waarborgen van een toegankelijk aanbod voor consumenten; 3° het waarborgen en versterken van de leefbaarheid in het stedelijk milieu, met inbegrip van het versterken van kernwinkelgebieden; 4° het bewerkstelligen van een duurzame mobiliteit. De aanpassing van het decreet kadert in de ambitie van de Vlaamse regering om het beleid gericht op bedrijvige kernen te stimuleren. Dankzij deze aanpassing in de wetgeving staan steden en gemeenten in de toekomst sterker om zelf maatregelen te nemen voor een bedrijvige handelskern. De wijzigingen beogen eveneens een aantal definities scherp te stellen. De SERV is van oordeel dat onderstaande aanpassingen aan het decreet een positieve weerslag hebben op het lokaal kernversterkend beleid:


•

Aanpassing van de definitie van kleinhandelsbedrijf (artikel 2,4° decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid). Door deze aanpassing valt niet langer alleen de loutere detailhandel, de verkoop aan particulieren dus, onder het toepassingsgebied van het decreet maar ook mengvormen en maakwinkels. In de toekomst moeten zo’n ondernemingen slechts één vergunning aanvragen, in plaats van verschillende aparte vergunningen. De versmelting tussen handel, productie, horeca en diensten in nieuwe ondernemingsvormen kan op deze manier gemakkelijker geïntegreerd worden in de bedrijvige stadskern.

•

Opsplitsing van de huidige vierde categorie van kleinhandel ‘Andere producten’ (artikel 3,4° decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid). De huidige vierde categorie van kleinhandelsactiviteiten ‘Andere producten’ wordt opgesplitst in drie aparte categorieën. Aldus wordt er een onderscheid gemaakt tussen verkoop van vervoers-en transportmiddelen, verkoop van andere volumineuze goederen en verkoop van andere nietvolumineuze goederen. In de toekomst kan een gemeente daardoor via vergunningen gemakkelijker sturen tussen kern-gebonden en niet-kerngebonden assortimenten.

•

Invoering van de omgevingsvergunning voor de opsplitsing van een kleinhandelsbedrijf van meer dan 400 m2 (nieuwe artikel 11, 6° decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid). De invoering van deze vergunningsplicht heeft een impact op het beleid voor grootschalige perifere detailhandel omdat bestaande grootschalige verkoopoppervlaktes niet meer zonder vergunning kunnen wijzigen in bijvoorbeeld een shoppingcentrum met kleinschalige winkels.

De raad merkt op dat het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid nog steeds voorziet in een vrijstelling van vergunning tot 90 dagen per jaar, op locaties waar het niet verenigbaar is met de geldende stedenbouwkundige voorschriften (artikel 11, 2° b). De raad is van oordeel dat een evaluatie van de impact van deze bepaling op het functioneren van het gehele handelsgebeuren (o.a. kernwinkelgebieden) noodzakelijk is en mogelijks kan leiden tot een heroverweging van deze bepaling. Verder wijst de SERV op het risico van een versnipperde uitvoering van het handhavingsbeleid. De SERV leidt uit de nota aan de Vlaamse regering af dat vergunningspraktijk voor kleinhandelsactiviteiten tot op heden nauwelijks gehandhaafd werd. Gezien de gemeenten in de meeste gevallen de uiteindelijke vergunningverlener zijn, wordt er blijkbaar van uit gegaan dat zij ook de handhaving beter kunnen organiseren. De implementatie van de handhaving is en blijft echter afhankelijk van de mate waarin steden en gemeenten effectief zullen omgaan met de hun toegekende uitbreiding van bevoegdheden (nieuwe


artikel 15, §1, derde lid decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid). Voor ondernemingen en burgers kan de ongelijkmatige toepassing van het handhavingsbeleid verregaande implicaties hebben. Naargelang hun vestiging en woonplaats kunnen ze geconfronteerd worden met een regime van gedoogbeleid dan wel een streng handhavingsbeleid. Vanuit die invalshoek pleit de SERV voor een regelmatige monitoring en evaluatie van het totale gemeentelijke handhavingsbeleid met het oog op tijdige bijsturingen.

Hoogachtend Pieter Kerremans

Hans Maertens

administrateur-generaal

voorzitter


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20220912_Integraal_Handelsvestigingsbeleid_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu