Skip to main content

RVK Weelde vegetatie -1.pdf

Page 1

Ruilverkavelingsproject Weelde Uitvoering monitoringprogramma Vegetatie, jaar –1 (2002)

Ruilverkavelingsproject Weelde Uitvoering Monitoringprogramma Vegetatie, jaar –1 (2002) Rapport Natuurpunt Studie 2003/5 Roosmarijn Steeman


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

1

Inhoudstafel

1

1. Inleiding

3

2. Doelstellingen

4

3. Methode 3.1 Inzamelen vegetatiegegevens

5 5

3.1.1 Vegetatieopnamen van permanente kwadraten 3.1.2 BWK-typering

3.2 Periode veldwerk 3.3 Technische aspecten veldwerk 3.3.1 Merken en fixeren van de permanente kwadraten 3.3.2 Fotograferen van de permanente kwadraten 3.3.3 Veldnummers en indentificatiecodes opnamen

3.4 Determinaties en nomenclatuur 3.5 Identificatieproblemen 3.6 Verwerken van de gegevens 3.6.1 Algemeen 3.6.2 Verwerking van de vegetatiegegevens 3.6.3 Bijkomende informatie over de opnamen

5 5

7 7 7 8 8

8 9 9 9 9 9

4. Analyse en bespreking van de resultaten 4.1 Algemeen 4.2 Algemene bespreking en ecologie zeldzame soorten 4.3 Situering van de permanente kwadraten in het vegetatiekundig systeem

10 10 11 15

4.3.1 Syntaxonomische indeling op basis van de soortensamenstelling 4.3.2 Syntaxonomische indeling aan de hand van ASSOCIA

15 17

4.4 Kwantitatieve indicatie van de abiotische omstandigheden aan de hand van Ellenbergwaarden 4.5 BWK-typering van de percelen waar inrichtingsmaatregelen gepland zijn

18 20

5. Evaluatie van de methode 5.1 Methode vegetatieopname 5.2 Merken opnameplaatsen 5.3 Fotograferen van de permanente kwadraten 5.4 Periode veldwerk

20 20 20 20 20

6. Samenvatting en conclusies

21

7. Bibliografie

22

8. Lijst met tabellen, figuren en kaarten 8.1 Lijst met tabellen 8.2 Lijst met figuren 8.3 Lijst met kaarten

23 23 23 24


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlagen: Bijlage 1: Soortenlijst van alle waargenomen soorten met hun Runhaarecotopen (Runhaar et al., 1987), uurhokfrequentieklassen en voorkomen op de Rode Lijst volgens Cosyns et al. (1994) en Biesbrouck et al. (2001) Bijlage 2: Soortenlijst van alle waargenomen soorten met hun Nederlandse naam en de gebruikte afkortingen Bijlage 3: Verklaring van de gebruikte Ellenbergwaarden Bijlage 4: Vertaalsleutel voor Runhaarecotopen (naar Runhaar et al., 1987) met de groepering van de voorkomende Runhaarecotopen Bijlage 5: Tabel met de nummering en de codering van de opnamen Bijlage 6: Opnamegegevens permanente kwadraten Bijlage 7: Steekkaarten opnamen permanente kwadraten Bijlage 8: Coördinaten permanente kwadraten Bijlage 9: foto’s permanente kwadraten Bijlage 10: Structuur van de CD-ROM

Kaarten: Kaart 1 - Ligging van de percelen met de permanente kwadraten Kaart 2 – BWK-kartering van de percelen waar inrichtingsmaatregelen gepland zijn. Kaart 3 - Gemiddelde Ellenbergwaarden van de opnamen van de permanente kwadraten voor de grondwaterstand (V_mea_b) Kaart 4 - Gemiddelde Ellenbergwaarden van de opnamen van de permanente kwadraten voor de zuurtegraad (Ph_mea_b) Kaart 5 - Gemiddelde Ellenbergwaarden van de onamen van de permanente kwadraten voor het stikstofgehalte (N_mea_b)

2


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

1. Inleiding Conform de ministeriële richtlijn van 14 maart 2000 betreffende de implementatie van de methodiek voor het optimaliseren en meetbaar maken van de ecologische inbreng in de ruilverkaveling, in toepassing van de studie van het Instituut voor Natuurbehoud en van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, (zoals gewijzigd door het decreet van 9 juli 2002 (B.S. 31-08-02)), werd een gericht monitoringprogramma opgemaakt. Dit monitoringprogramma werd goedgekeurd door de Minister van Landbouw en Leefmilieu op 22 februari 2002. De ruilverkaveling Weelde werd nuttig verklaard bij ministerieel besluit van 12 december 1990 (B.S. 1212-90). De ruilverkaveling Weelde is gelegen in het Noorden van de provincie Antwerpen op het grondgebied van de gemeente Ravels. In het Westen grenst het gebied aan Nederland. Het hele gebied omvat ongeveer 1.023 ha. Het gewestplan toont dat het ruilverkavelingsgebied voor 95 % uit “landschappelijk waardevol agrarisch gebied” bestaat. Voor een situering van het plangebied in een ruime context verwijzen we naar figuur 1. Het monitoringprogramma heeft als doel de effectiviteit na te gaan van de maatregelen die in de ruilverkaveling worden uitgevoerd voor het behoud of een verhoging van de actuele en potentiële natuurwaarden. Het beoogt een afwegingskader te creëren waaraan kan worden getoetst of de vooropgestelde natuurdoelstellingen bij een bij een ruilverkaveling ook effectief worden gehaald. Aan de hand hiervan kan worden onderzocht of een bijstelling van het gevoerde beheer zich opdringt. Voorliggende onderzoeksopdracht vormt het startpunt van een meerjarig monitoringsprogramma van de vegetatie binnen bepaalde gebieden van het ruilverkavelingsproject Weelde. In deze gebieden zijn volgende maatregelen voorzien: • Venherstel met oog op ontwikkelen van venvegetatie • Plaggen van gedeelte van de voedselrijke toplaag met het oog op ontwikkeling van vochtige schrale graslanden • Ontwikkelen slik- en oeverzone langsheen Ossevenbeek • Ontwikkelen boomheide en droge schrale graslanden

Fig 1.: Situering van het plangebied binnen een ruimere omgeving

3


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

4

2. Doelstellingen Binnen de technische bepalingen van de onderzoeksopdracht werden de doelstellingen als volgt gedefinieerd. 1) Verzameling vegetatiegegevens a. Soortensamenstelling proefvlakken (opname volgens Braun-Blaunquet) b. BWK-typering van de percelen waar inrichtingsmaatregelen voor natuur zijn gepland 2) Verwerking vegetatiegegevens a. Situering in vegetatietypologie b. Interpretatie

Tabel 1 – Monitoringsprogramma RVK Weelde 2. Doelsoort / doelgemeenschap: Schrale graslanden in vochtige en droge sfeer Beoogd doel in plansituatie: Behoud en uitbreiding van schrale graslanden in vochtige en droge sfeer. Verhoging van de biodiversiteit, door ontwikkelen van natuurlijke tot halfnatuurlijke vegetaties. Ontwikkelen van geschikt habitat aandachtssoorten van open bos, bosranden met kale zandige bodem. Geplande inrichtingsmaatregelen: • Venherstel met oog op ontwikkelen van venvegetatie • Plaggen van gedeelte van de teelaarde met het oog op ontwikkeling van vochtige schrale graslanden • Ontwikkelen slik- en oeverzone langsheen Ossevenbeek • Ontwikkelen boomheide en droge schrale graslanden A. Beschrijving uitgevoerde inrichtingsmaatregelen in relatie tot geplande maatregelen: 1 jaar + resultaat: jaar 2 B. Raadplegen logboek uitgevoerd beheer: jaar 2 5 10 2.1 Verhoging van botanische biodiversiteit door uitbreiding en ontwikkeling van vochtige natuurlijke tot halfnatuurlijke vegetaties. Monitoringgebied / stratificatie: Eindegoor – Bloksgoor – Litse heide – Schriekenshei Paramameters / aantal Monitoringfrequentie / Apparatuur / expertise / Resultaat meetpunten en ligging tijdstip / methode werkbelasting 2.1.1 Vegetatiekartering (BWK) Parameters: Monitoringsfrequentie: Apparatuur: Resultaat: Vegetatiekartering en Jaar: -1 2 5 10 Vergrootglas, flora, • Vegetatiekaart ( schaal volledige soortenlijst per te determinatiesleutel, 1/1.000) voor de onderscheiden vegetatietype Bemonsteringsfrequentie: software TURBOVEG, aangegeven zones 1x per aangeduid jaar kaart op schaal 1/1.000 • Output TURBOVEG Aantal meetpunten: • Interpretatie Percelen voor Tijdstip: Expertise: • Foto’s vegetatiekartering aangeduid Half juni Kennis van plantensoorten, op kaart kennis van vegetatiekartering Methode: Typering volgens de biologische waarderingskaart (BWK). Soortensamenstelling per te onderscheiden vegetatietype voor het aangeduide gebied

Werkbelasting: Bioloog: 4MD (m.i.v. interpretatie) per aangeduid jaar


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

2.1.2 Permanente kwadraten (PQ’s) Parameters: Vegetatiesamenstelling in PQ’s Aantal meetpunten en ligging: 31 permanente kwadraten van 3 m x 3 m aan te duiden bij de eerste inventarisatieronde.

Monitoringsfrequentie: Jaar: -1 2 5 10 Bemonsteringsfrequentie: 1 x per aangeduid jaar Tijdstip: Half juni

5

Apparatuur: Lintmeter, plooimeter, bamboestokken, vergrootglas, flora, determinatiesleutel, software TURBOVEG, kaart op schaal 1/1.000, fototoestel.

Resultaat: • Datum • Soortsamenstelling van PQ’s • Verspreidingskaarten. • Output TURBOVEG • vegetatietypologie

Methode: Expertise: Soortenlijst met abundantie Jaar –1: 7 MD, plaatsen volgens Braun-Blaunquet van 31 PQ’s in permanente kwadraten. Jaar 2 5 10: 5 MD (m.i.v. interpretatie) per aangeduid jaar

3. Methode 3.1 Inzamelen vegetatiegegevens 3.1.1 Vegetatieopnamen van permanente kwadraten Er werden in totaal drieëndertig permanente kwadraten uitgezet en opgenomen (we verwijzen naar kaart 1). Ze hebben een oppervlakte van 3 m x 3 m, zoals voorgeschreven in het monitoringprogramma (zie tabel 1). De permanente kwadraten werden gekozen na een grondige verkenning van het perceel. Het zijn homogene proefvlakken die representatief zijn voor het vegetatietype waarin ze gelegen zijn. In de permanente kwadraten werd een soortenlijst van de kruidlaag en de moslaag opgemaakt en werd van elke soort de bedekking ingeschat met de aangepaste schaal van Braun-Blaunquet (Barkman et al., 1964, zie ook tabel 2) in plaats van de oorspronkelijke schaal van Braun-BlaunquetDe aangepaste schaal van Braun-Blaunquet heeft als voordeel dat de lagere bedekkingsgraden veel fijner opgesplitst worden en dat ook de talrijkheid van de soorten in rekening wordt gebracht (zie tabel 2). Een struiken boomlaag kwamen niet voor in de permanente kwadraten. 3.1.2 BWK-typering Voor het gebied waar maatregelen voor natuur worden getroffen, gebeurde een BWK-kartering. Voor de biologische waarderingskaart van België werd een lijst van karteringseenheden gemaakt (A. Noirfalise, H. Stieperaere en L. Vanhecke, 1985). De lijst vormt een handleiding om de karteringseenheden in het veld te herkennen. De karteringseenheden zijn gedefinieerd op vegetatiekundige basis. De vegetatie geeft immers een goede aanduiding van het milieutype en is min of meer stabiel en gemakkelijk te bepalen. Elke eenheid wordt aangeduid door twee letters: de eerste letter bepaalt de klasse (hoofdletter), de tweede letter (kleine letter) de eigenlijke eenheid. Een derde letter wordt eventueel gebruikt om varianten binnen de eenheid te onderscheiden. Door het Instituut voor Natuurbehoud werd een aangepaste versie gepubliceerd (Paelinckx et al.,1997). In tabel 3 staan de BWK-eenheden die in het gebied gebruikt zijn.


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Tabel 2 – Aangepaste schaal van Braun-Blanquet, Barkman et al. (1964) Code

Schaalwaarde

+r

één of twee individuen

+p +a +b

<1% bedekkend <20 exemplaren 1-2% bedekkend <20 exemplaren 2-5% bedekkend <20 exemplaren

1p 1a 1b

<1% bedekkend 20-200 exemplaren 1-2% bedekkend 20-200 exemplaren 2-5% bedekkend 20-200 exemplaren

2m 2a 2b

<5% bedekkend > 200 exemplaren 5-12.5% bedekkend 12.5-25% bedekkend

3a 3b

25-37.5 % bedekkend 37.5-50% bedekkend

4a 4b

50-67.5% bedekkend 67.5-75% bedekkend

5a 5b

75-87.5% bedekkend 87.5-100% bedekkend

Tabel 3 – Verklarende lijst van de BWK-codes gebruikt in het gebied A. Stilstaande waters M. Moerassen Mc Grote zeggen-vegetatie H. Graslanden 1) Niet verbeterde, halfnatuurlijke, vochtige graslanden Hj Vochtig, licht bemest grasland overwoekerd door russen. Hjb Door russen gedomineerd grasland met boom- of struikopslag 3) Mesofiele cultuurgraslanden Hu Mesofiel hooiland van het Arrhenatherion-type Hp Graasweide met Engels raaigras en witte klaver Hx Zeer soortenarm grasland Hr Geruderaliseerd, verlaten mesofiel grasland F. en Q. Mesofiele bossen Qb Zeer arm, zuur eikenbos (Querco-Betuletum) P. naaldhoutaanplanten Pp Dennenaanplanten B. Akkers K. Andere gekarteerde elementen Kbb: bomenrij met dominantie van berk Kbs: bomenrij met dominantie van wilg

6


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

3.2 Periode veldwerk Het veldwerk gebeurde eind juni en begin juli (zie tabel 4). Het uitzetten en lokaliseren van de permanente kwadraten nam drie dagen in beslag. Opname van de 32 permanente kwadraten duurde zes dagen. Eén van de percelen was reeds gemaaid, waardoor het onmogelijk werd nog vegetatieopnamen te maken. In samenspraak met de opdrachtgever zijn er ter vervanging meer proefvlakken in andere percelen uitgezet (zie kaart 2).

Tabel 4 – tijdsregistratie veldwerk Datum

Veldwerk

25/06/2002 Verkenning van het terrein – uitzetten van PQ’s 27/06/2002 Lokaliseren uitgezette PQ’s – plaatsen van twee houten piketten per gelokaliseerd PQ in Bloksgoor en Vlasroot 01/07/2002 Lokaliseren PQ’s Eindegoor – plaatsen van twee bamboestokken per gelokaliseerd PQ 02/07/2002 Opname PQ’s percelen Eindegoor (1-8) 05/07/2002 Opname PQ’s Eindegoor (9-12) - opname PQ’s Bloksgoor (1-5) 08/07/2002 Opname PQ’s percelen Bloksgoor (6-10) 17/07/2002 Opname PQ’s percelen Vlasroot (1-5) 24/07/2002 Opname PQ’s percelen Vlasroot (6-11) 25/07/2002 Inmeting van zes nieuw uitgezette PQ’s - BWK-typering

3.3 Technische aspecten veldwerk 3.3.1. Merken en fixeren van de permanente kwadraten Voor het fixeren van de opnamen werd gebruik gemaakt van: 1. Kunststoffen buisjes (aangeleverd door VLM) De opnameplaatsen werden door de opdrachtgever gefixeerd met kunststoffen buisjes. Er werd niet gekozen voor feno-paaltjes, omdat deze vaak problemen opleveren bij het maaien wanneer ze niet diep genoeg zijn aangebracht en bovendien duur zijn in aankoop. Bij lokalisering van de permanente kwadraten voor het maken van de opnamen is reeds gebleken dat dit systeem niet voldoet (zie 5.2). 2. Georeferentie door Natuurpunt Door Natuurpunt werden de coördinaten van de proefvlakken vastgelegd aan de hand van een eenvoudig GPS-toestel. Deze coördinaten kunnen in een geografisch informatiesysteem (GIS) ingevoerd worden. Er werd geconstateerd dat deze GPS een maximale nauwkeurigheid van 20 m heeft, waardoor hij onbruikbaar is voor het lokaliseren van permanente kwadraten. 3. Georeferentie door VLM Exacte geodetische bepaling van de opnameplaatsen gebeurde door topografen in dienst van de VLM. Dit is de meest betrouwbare manier om permanente kwadraten met zekerheid te kunnen lokaliseren.

7


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

3.3.2.

8

Fotograferen van de permanente kwadraten

De permanente kwadraten werden allen gefotografeerd op dezelfde manier. Op de distale hoekpunten werd telkens een bamboestok geplaatst, met in de NO gelegen hoek een lei met daarop het volgnummer (zie paragraaf 3.3.3) vermeld. Het permanent kwadraat werd met behulp van een lintmeter afgebakend. De vegetaties werden allen gefotografeerd op het moment van de opname. De foto’s zijn gebundeld in bijlage 8. 3.3.3

Veldnummers en identificatiecodes opnamen

Er werden identificatiecodes toegekend die ondubbelzinnig toelaten elke opname te duiden, zowel in de tijd als in de ruimte. Voor de ruilverkaveling Weelde werd een code samengesteld uit een combinatie van volgende elementen: Project: Jaartal: Toponiem: Veldnummer opname:

Weelde 2002 Eindegoor Bloksgoor Vlasroot 1-12 (EI) 1-10 (BL) 1-11 (VL)

WE 02 EI BL VL *

De vegetatieopname binnen het project Weelde in 2002 opgenomen als PQ 5 gelegen in een perceel in het Eindegoor krijgt dus WE02EI05 als unieke code. De opnamen hebben elk een volgnummer van 1 tot 33. In de bespreking gebruiken we gemakkelijkheidshalve een afgekorte code zodanig dat duidelijk is in welke percelen het proefvlak zich bevindt: vb. EI01, BL01, VL01 3.4 Determinaties en nomenclatuur Determinaties gebeurden in eerste instantie met de 3e editie van de Flora van België (Lambinon et al., 1998) en de 2e editie van de Nederlandse flora Van der Meijden,1996. Determinatie van de mossen gebeurde door Juul Slembrouck, de nomenclatuur volgt de Nederlandstalige naamlijst van de mosflora: Buxbaumiella 61 (Siebel et al., 2002). Voor de wetenschappelijke namen werd de 3 e editie van de Flora van België (Lambinon et al. 1998) gevolgd. Deze vertoont enkele verschillen met de Nederlandse flora, die wordt gebruikt in het programma TURBOVEG (Hennekens S.M., 2001), waarin de data zijn ingevoerd (zie tabel 5). Tabel 5 - Verschillen in naamgeving tussen de flora van België en de Nederlandse flora voor de aanwezige soorten Flora van België

Nederlandse flora

Nederlandse naam

Lotus pedunculatus Cav.

Lotus uliginosus Schkuhr

moerasrolklaver

Eriophorum polystachion L. Eriophorum angustifolium Honck.

veenpluis


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

3.5 Identificatieproblemen Agrostis capillaris - Agrostis stolonifera - Agrostis stolonifera var. palustris In de percelen van het Eindegoor kwamen de drie soorten naast elkaar voor. Agrostis stolonifera en Agrostis capillaris zijn beiden zeer variabele soorten. Agrostis stolonifera is herkenbaar aan groene, bebladerde, wortelende uitlopers. Maar ook Agrostis capillaris vormt soms wortelende uitlopers. A. capillaris heeft een kort afgeknot tongetje, terwijl A. stolonifera een langer tongetje met afgeronde top heeft. De bloeiwijze van A. capillaris is meestal uitgespreid terwijl de bloeiwijze van A. stolonifera duidelijk samengetrokken is na de bloei. Agrostis stolonifera var. palustris is te herkennen aan de lange uitlopers die niet warrig met elkaar verstrengeld zijn en een lang tongetje. Deze variant komt voor op zeer natte plaatsen, moerassen en langs plassen in de Kempen. Callitriche sp. Daar er geen rijpe vruchten beschikbaar waren, was verdere determinatie uitgesloten.

3.6 Verwerken van de gegevens 3.6.1

Algemeen

De veldwaarnemingen van de soorten en hun bedekking werden ingegeven in TURBOVEG (Hennekens S.M., 2001). Per opname werd ook een steekkaart gemaakt met gegevens over de ligging (gemeente, straatnaam, toponiem,…) en een korte beschrijving van de vegetatie (zie bijlage 7). Een algemene soortenlijst van de waargenomen planten is te vinden in bijlage 2. De vermelde codes zijn een combinatie van de eerste vier letters van het soortepitheton. 3.6.2

Verwerking van de vegetatiegegevens

De vegetatieopnamen werden op basis van de soortensamenstelling syntaxonomisch ingedeeld volgens Schaminée et al. (1995 en 1996). 3.6.3

Bijkomende informatie over de opnamen

Verdere ecologische informatie over de opnamen werd bekomen door de lijst van de waargenomen soorten te koppelen aan de respectievelijke Runhaarecotopen (Runhaar et al., 1987), de Rode Lijst (RL) en uurhokfrequentieklassen (UFK) volgens Cosyns et al. (1994) (RL1 en UFK1) en volgens Biesbrouck et al. (2001) (RL2 en UFK2). We verwijzen naar bijlage 1. De indeling volgens Runhaar et al. (1987) gebeurt door vegetatietypes te koppelen aan de belangrijkste abiotische milieuomstandigheden (zie bijlage 4). De Runhaarecotopen kunnen ook gebruikt worden om voor bepaalde vegetatietypes indicatorsoorten aan te duiden. In hoe minder ecotopen een soort voorkomt, des te specifieker ze is voor een bepaald ecotoop. De Rode Lijst en de uurhokfrequentieklassen geven een beeld over de status van een soort in Vlaanderen. In de uurhokfrequentieklasse wordt de zeldzaamheid van een taxon uitgedrukt in een geschatte zeldzaamheidsklasse, gebaseerd op het aantal uurhokken (volgens de IFBL indeling) waarin deze in een bepaalde periode werd waargenomen. Hoe hoger de uurhokfrequentieklasse, des te algemener een soort.

9


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

In Vlaanderen zijn voor de vaatplanten momenteel twee Rode lijsten beschikbaar. De eerste lijst, gebaseerd op Cosyns et al. (1994), werd als bijlage 10 meegeleverd in het Natuurapport 1999 (Kuijken 1999). De Rode lijst van Cosyns et al.(1994) werd gebaseerd op een extrapolatie van een beperkt aantal, in de periode 1992-1993 geactualiseerde, verspreidingsgegevens. Sedertien werd het mogelijk, onder meer dankzij twee opeenvolgende Vlina-projecten (Vlina 96/02, Van Landuyt et al. 2000, en Vlina 00/01, Biesbrouck et al. 2001), het grootste gedeelte van alle bestaande floristische informatie in Vlaanderen te digitaliseren en bijeen te brengen in de gegevensbank “Florabank”. Via analyses van Florabank in het tweede Vlina-project kon onder meer de Rode lijst herbekeken worden. Samen met tal van andere gegevens zijn deze nu digitaal beschikbaar in het “Register Flora Vlaanderen” (Biesbrouck et al. 2001). Ten opzichtte van de eerste Rode lijst verschillen de aanduidingen in het Register Flora Vlaanderen door een gedegener onderbouw (veel meer reële, recente verspreidingsgegevens). De abiotische omstandigheden zijn bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een ecosysteem. Hieruit volgt dat bepaalde ecosystemen voor een deel kunnen worden gekarakteriseerd door beschrijving en kwantificering van een aantal abiotische parameters zoals de Ellenbergwaarden (Ellenberg et al., 1979). Ellenbergwaarden kunnen gebruikt worden om veranderingen in de abiotische omstandigheden te kwantificeren. Drie van de zeven Ellenbergwaarden met name, de grondwaterstand, het stikstofgetal en de zuurtegraad, worden hier besproken daar deze het belangrijkst zijn in deze studie. Voor elke opname werd een gemiddelde waarde van de Ellenbergwaarden toegekend, die werd berekend aan de hand van het programma TURBOVEG. Voor een overzicht van de gebruikte Ellenbergwaarden verwijzen we naar bijlage 3.

4. Analyse en bespreking van de resultaten 4.1 Algemeen Door koppeling van de algemene soortenlijst aan de voorkomende Runhaarecotopen (zie bijlage 4), kunnen bepaalde soorten aangeduid worden als indicatorsoorten. Algemeen geldt dat in hoe meer ecotopen een soort voorkomt, hoe minder specifiek en dus minder indicatief deze is voor een bepaald ecotooptype. Rekening houdend met deze stelling kunnen we een aantal indicatorsoorten selecteren. Vooral indicatoren voor voedselarme tot matig voedselrijke graslanden zijn hier van belang (zie tabel 6). Zij zijn een goede indicatie voor de kansen van een goede ontwikkeling naar voedselarmere graslanden. Voor een overzicht van de indicatorsoorten aangetroffen in de Ruilverkaveling Weelde verwijzen we naar tabel 5.

10


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Tabel 6 – Indicatorsoorten voor voedselarme tot matig voedselrijke graslanden of pioniersvegetaties (G21-G22-G41-G42-G43-G47-G61-G62-G63-G67 / P22-P27-P47-P63-P67) grasland op voedselarme bodem (G21-G22-G41-G42-G62-G63/ P22) Calamagrostis epigejos Dryopteris carthusiana Eriophorum polystachion Lythrum portula Molinia caerulea Potentilla erecta grasland op voedselarme tot matig voedselrijke bodem (G42-G43-G47-G61-G62-G63-G67 / P63-P67) Agrostis capillaris Carex ovalis Festuca rubra Holcus mollis Juncus acutiflorus Hydrocotyle vulgarisvoor matig voedselrijke tot voedselarme graslanden Tabel 6: Indicatoren Senecio jacobaea grasland of pioniersvegetatie op matig voedselrijke bodem (G27-G47-G67 / P27-P47) Achillea millefolium Cynosurus cristatus Gnaphalium uliginosum Juncus effusus Lotus uliginosus Lycopus europeaus Rumex acetosa Stellaria graminea

4.2 Algemene bespreking ecologie en voorkomen zeldzame soorten Op 3 locaties (Eindegoor, Bloksgoor en Vlasroot) in het gebied zijn drieëndertig permanente kwadraten uitgezet. In het Eindegoor werden verspreid over zes percelen twaalf PQ’s uitgezet, in het Bloksgoor werden tien proefvlakken uitgezet over twee percelen en in Vlasroot werden er elf PQ’s uitgezet over drie percelen. Voor de precieze ligging van de permanente kwadraten verwijzen we naar kaart 1. Er zijn 5 groepen percelen, waar inrichting- en beheersmaatregelen zullen plaatsvinden (Eindegoor, Bloksgoor, Litse heide, Vlasroot en Flaasheide). Deze 5 blokken werden gekarteerd met behulp van BWK-typering (Paelinckx et al.,1997, zie tabel 3). Voor de permanente kwadraten, die werden opgenomen met een aangepaste schaal van BraunBlaunquet (Barkman et al., 1964) beschouwen we de soorten die als bedekking 5 hebben als dominant, deze met bedekking 4 als abundant en deze met bedekking 3 als frequent. In tabel 6 wordt een overzicht gegeven van de soorten die dominant, abundant of frequent voorkomen in de permanente kwadraten. Voor de vertaling van de veldcodes van de opnamen zie bijlage 5.

11


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

12

Tabel 7 – Voorkomen, uurhokfrequentieklassen en ecotopen van de dominante, abundante en frequent voorkomende soorten in de permanente kwadraten Dominant Abundant Frequent UFK2 Ecotoop Agrostis capillaris EI01, EI08, EI02, EI05, 10 Voedselarm tot EI04, EI06 EI07, BL03 matig voedselrijk grasland Agrostis stolonifera EI12,BL08, 10 Matig tot zeer BL09, VL02, voedselrijk grasland VL08 Alopecurus BL03, VL03 VL09, BL08, VL06 VL11, BL07, 9 Zeer voedselrijke geniculatus BL09, BL10 grasland of pioniersvegetatie Arrhenatherum EI03 10 Matig tot zeer elatius voedselrijk grasland Carex hirta EI03 9 Matig tot zeer voedselrijk grasland Cirsium arvensis EI10 10 Zeer voedselrijk grasland Cynosurus cristatus VL04 7 Matig voedselrijk grasland Juncus effusus EI01, EI05, EI08, BL01,VL06 VL03 10 Matig voedselrijk BL02, BL05, grasland BL06, BL08, BL10, VL07 Eleocharis palustris EI06 6 Matig tot zeer voedselrijk grasland Elymus repens EI04, EI09, VL09 10 Zeer voedselrijk EI10, VL10, grasland VL11 Festuca rubra EI04 10 Voedselarm tot matig voedselrijk grasland Galium palustre EI08 9 Voedselarm tot matig voedselrijk tot zeer voedselrijk grasland Glyceria fluitans VL09 EI06,VL11, 9 Zeer voedselrijk VL06 grasland Holcus lanatus EI02, EI04, 10 Matig tot zeer EI05, EI07, voedselrijk grasland EI08, EI11, Ranunculus repens EI07 VL04 EI01, EI02, 10 Matig tot zeer EI12,VL11, voedselrijk grasland EI11,BL07 Lolium perenne BL07, VL01, BL09 10 Zeer voedselrijk VL02, VL05, grasland VL08 Lycopus europaeus EI02 EI08 10 Matig voedselrijk grasland Lythrum portula VL07 5 Voedselarme pioniersvegetatie Molinia caerulea BL04 9 Voedselarme graslandvegetatie


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Dominant

13

Abundant VL11

Frequent EI12, VL10

BL06

BL01

9

VL07

7

Poa trivialis

EI07, BL09

10

Quercus robur (zaailingen)

VL09

10

Stellaria graminea

EI07

10

BL07, VL03, VL05, VL08 BL05

10

Phleum pratensis Polygonum hydropiper Polygonum mite

Trifolium repens Urtica dioica

EI11

BL09, VL04

UFK2 10

10

Ecotoop Zeer voedselrijk grasland Zeer voedselrijke pioniersvegetatie Zeer voedselrijke pioniersvegetatie Zeer voedselrijke graslandvegetatie Voedselarm tot matig voedselrijk tot zeer voedselrijk bos of struweel Matig voedselrijk grasland Matig tot zeer voedselrijk grasland Zeer voedselrijke ruigte

Aan de hand van deze soorten kan reeds een algemeen beeld van deze graslanden geschetst worden. Door na te gaan in welke ecotopen ze volgens Runhaar et al. (1987) voorkomen, kan een beeld gevormd worden van de abiotische milieuomstandigheden van deze graslanden. De uurhokfrequentieklasse waarin ze voorkomen geeft aan of er zeldzame soorten tussenzitten. De meerderheid van de soorten met de hoogste bedekking in de permanente kwadraten zijn algemeen voorkomende soorten in Vlaanderen. Het zijn meestal soorten van matig tot zeer voedselrijke graslanden. Ze kunnen niet beschouwd worden als indicatorsoorten voor voedselarme tot matig voedselrijke graslanden (zie tabel 6). In PQ VL04 komt Cynosurus cristatus, een indicatorsoort voor matig voedselrijke graslanden, frequent voor. Lythrum portula, een indicatorsoort voor voedselarme pioniersvegetaties komt frequent voor in PQ VL07. In PQ BL04 komt Molinia caerulea, een indicatorsoort voor voedselarme graslanden, abundant voor. Dit beeld kan aangevuld worden door na te gaan of er achteruitgaande soorten en/of Rode lijstsoorten voorkomen in de opnamen. Het voorkomen van minder algemene soorten en Rode lijstsoorten kan een maat zijn voor de natuurwaarde van een gebied of perceel. Gebieden met veel Rode lijst soorten hebben meestal een hogere natuurwaarde dan gebieden waar alleen de algemene soorten voorkomen. Het voorkomen van specifieke Rode lijst soorten is ook belangrijk bij het bepalen van een aangepast beheer. Vegetaties met veel Rode lijst soorten zijn vaak kwetsbare vegetaties. Volgens Cosyns et al.(1994) groeit er in het onbeheerd perceel van het Bloksgoor één Rode lijst soort, een potentieel bedreigde soort, met name Eriophorum polystachion. Volgens Biesbrouck et al.(2001) zijn er vijf achteruitgaande soorten teruggevonden in het gebied (zie ook tabel 8). Eriophorum polystachion is vrij zeldzaam in het Kempisch district langs oevers van voedselarme en zure wateren, laagveen met Sphagnum, levend hoogveen, venige heiden en verwaarloosde zure graslanden. Elders is het zeer zeldzaam, ontbrekend of verdwenen (Lambinon et al., 1998). We vonden slechts zes bloeiende planten en twintig tot vijfentwintig vegetatieve planten in heel het perceel.


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

14

Tabel 8 – Status van de belangrijkste soorten in het projectgebied Cosyns et al. 1994 Molinia caerulea Hydrocotyle vulgaris Potentilla erecta Eriophorum polystachion Cynosurus cristatus

potentieel bedreigd

Biesbrouck et al. 2001 Achteruitgaand Achteruitgaand Achteruitgaand Achteruitgaand Achteruitgaand

In tabel 9 wordt een overzicht gegeven van de verschillende groepen indicatoren per permanent kwadraat (zie ook fig.2). De indicatoren voor matig voedselrijke graslanden of pioniersvegetaties zijn het best vertegenwoordigd. In tabel 10 werden de PQ’s die gelegen zijn in percelen die een maaibeheer hebben met groen aangeduid, deze die gelegen zijn in percelen die begraasd worden staan in het rood en de niet beheerde percelen zijn zwart. Tabel 9 - Aantal indicatorsoorten voor voedselarme en / of matig voedselrijke graslanden (G) of pioniersvegetatie (P), achteruitgaande soorten en Rode lijstsoorten per proefvlak PQ Voedselarm Voedselarm tot matig Matig voedselrijk Achteruitgaande Rode grasland voedselrijk grasland soorten lijst EI01 0 2 1 0 0 EI02 0 1 5 0 0 EI03 0 0 1 0 0 EI04 0 2 0 0 0 EI05 0 2 1 0 0 EI06 0 1 2 0 0 EI07 0 1 3 0 0 EI08 0 1 3 0 0 EI09 0 0 0 0 0 EI10 0 1 0 0 0 EI11 0 0 0 0 0 EI12 0 0 2 0 0 BL01 1 1 1 1 0 BL02 0 0 2 0 0 BL03 0 1 1 0 0 BL04 3 1 1 3 0 BL05 2 0 1 1 0 BL06 1 0 1 1 1 BL07 0 1 1 0 0 BL08 0 0 0 0 0 BL09 0 0 0 0 0 BL10 1 0 1 0 0 VL01 0 0 0 0 0 VL02 0 0 0 0 0 VL03 1 0 1 0 0 VL04 1 0 1 1 0 VL05 0 0 0 0 0 VL06 2 2 2 1 0 VL07 1 1 1 0 0 VL08 0 0 1 0 0 VL09 0 0 2 0 0 VL10 0 0 0 0 0 VL11 0 0 1 0 0


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

15

Om een beter beeld te krijgen van het aantal indicatorsoorten in de permanente kwadraten werden de gegevens van tabel 10 in een grafiek geplaatst (zie figuur 2).

Permanente kwadraten

9 8 7

Rode lijst

6

Achteruitgaande soorten

5

Matig voedselrijke G

4

Voedselarme tot matig voedselrijke G

3

Voedselarme G

2 1 VL11

VL10

VL09

VL08

VL07

VL06

VL05

VL04

VL03

VL02

VL01

BL10

BL09

BL08

BL07

BL06

BL05

BL04

BL03

BL02

EI12

BL01

EI11

EI10

EI09

EI08

EI07

EI06

EI05

EI04

EI03

EI02

EI01

0

aantal soorten

Fig. 2 – Grafische voorstelling van het aantal indicatorsoorten, Rode lijst en achteruitgaande soorten in de permanente kwadraten

4.3 Situering van de permanente kwadraten in het vegetatiekundig systeem 4.3.1 Syntaxonomische indeling op basis van de soortensamenstelling Het is niet eenvoudig om de bestudeerde graslanden vegetatiekundig in te delen. Ze bestaan meestal uit rompgemeenschappen (RG) en overgangsgemeenschappen onder meer als gevolg van de sterke landbouwkundige druk (bemesten, inzaaien, besproeien met bestrijdingsmiddelen) die gericht is op grasproductie met hoge nutritieve waarde. Ook inspoeling van naburige akkers en intensieve begrazing zijn belangrijke storingsfactoren. De vegetatiekundige indeling gebeurde syntaxonomisch, op basis van de soortensamenstelling aan de hand van Vegetatie van Nederland 2: Wateren - moerassen - natte heiden (Schaminée et al.,1995), 3: Graslanden - zomen - droge heiden (Schaminée et al., 1996) en 4: Kust-Binnenlandse pioniersmilieus (Schaminée et al., 1998).

8 PHRAGMITETEA 8A NASTURTIO-GLYCERIETALIA Eleocharis palustris-gemeenschap (EI06) Deze vegetaties zijn moeilijk te plaatsen, ze horen in elk geval meer thuis bij moerasvegetaties dan bij graslanden. Binnen de moerasvegetaties worden ze geplaatst in het Sparganio-glycerion.

12 PLANTAGINETEA MAJORIS RG Lolium perenne-poa trivialis-[Plantaginetea majoris/cynosurion cristati] (VL01, VL02, VL05, VL08) Deze gemeenschap van soortenarme graslanden ontstaat onder invloed van intensieve beweiding, naast Lolium perenne en Poa trivialis zijn Agrostis stolonifera, Trifolium repens en Ranunculus repens als constanten aanwezig Daarnaast werden enkele opnamen ook geklasseerd als deze RG met overgang naar Rannunculo-Alopecuretum geniculati inops (BL07, BL09)


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Op iets nattere plaatsen is er een overgang naar deze soortenarme gemeenschap, die typerend is voor intensief begraasde graslanden op nattere plaatsen.

12 B AGROSTIETALIA STOLONIFERAE 12Ba LOLIO-POTENTILLION ANSINERAE RG Agrostis stolonifera -[Lolio-Potentillion ansinerae] (EI12) Op plaatsen waar door intensivering van het landbouwkundig gebruik de gevoelige soorten zoals Eriophorum polystachion uit de vegetatie verdwijnen, weet Agrostis stolonifera vaak nog stand te houden en ontstaan soortenarme graslanden gemeenschappen. 12 Ba1 RANUNCULO-ALOPECURETUM GENICULATI Ranunculo-Alopecuretum geniculati inops (BL03, VL03, VL09) Dit vegetatietype handhaaft zich op allerhande natte plaatsen met wisselende grondwaterstand, die onderhevig zijn aan begrazing. Alopecurus geniculatus is aspectbepalend.

16 MOLINIO-ARRHENATHERETEA RG Holcus lanatus-[Molinio-Arrhenateretea] (EI11) Begroeiingen met veel Holcus lanatus en Ranunculus repens behoren tot deze rompgemeenschap. Deze rompgemeenschap ontstaat uit graslanden die sinds kort minder intensief begraasd /gemaaid en bemest worden, bijvoorbeeld waar intensief beheerde landbouwgronden sinds kort als natuurgebieden beheerd worden. RG Holcus lanatus-lychnis flos-cuculi-[Molinio-Arrhenateretea] ( EI07) Onder invloed van verschraling door het wegvallen van het intensieve landbouwgebruik is Lolium perenne verdwenen uit de opname en heeft plaats gemaakt voor Agrostis capillaris. De standplaats is ook vrij nat, wat tot uiting komt in soorten als bijvoorbeeld Lotus pedunculatus. 16A MOLINIETALIA RG Juncus effusus – [Molinietalia/Lolio-Potentillion] (EI01, EI05, EI08, BL01, BL02, BL04, BL05, BL06, BL08, BL10, VL06) Op standplaatsen met een wisselende waterhuishouding, die onder een zekere invloed van bemesting staan of gestaan hebben, kan Juncus effusus tot dominantie komen. Deze rompgemeenschap is klasseoverschrijdend, ze is typerend voor vochtige begraasde weilanden. 16B ARRHENATHERETALIA RG Alopecurus pratensis-Elymus repens [Arrhenatheretalia] (EI02, VL10, VL11) Bij intensivering van het landbouwkundig gebruik (sterke bemesting, ontwatering) kunnen soortenarme gemeenschappen uit de soortenrijke graslanden van het Arrhenateretalia.

16


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

16Bb ARRHENATHERION ELATIORIS 16Bb1 ARRHENATHERETUM ELATIORIS Arrhenathereteum elatioris (EI03) Deze opname, met een hoge bedekking van Arrhenatherum elatius vormt een fragmentair stuk rompgemeenschap van het Arrhenatereteum elatioris. Rompgemeenschappen ontstaan hier door een weggevallen extensief beheer van begrazen of maaien. Deze rompgemeenschappen kunnen met een goed beheer snel evolueren tot waardevolle graslandvegetaties behorende tot het Arrhenatherum elatius. 16Bc CYNOSURION CRISTATI 16 Bc1 LOLIO-CYNOSURETUM Lolio-cynosuretum typicum (VL04) Dit zijn kamgrasweiden van onder andere droge en zure, zandige bodems. Ze zijn soortenarmer en produktiever dan andere kamgrasweiden, als gevolg van intensiever agrarisch gebruik. Constant met hoge bedekkingen aanwezig zijn Lolium perenne en Trifolium repens.

28 ISOETO-NANOJUNCETEA 28A NANOCYPERETALIA 28Aa NANOCYPERION FLAVESCENTIS 28Aa1 CICIENDETUM FILIFORMIS b. juncetosum (BL10, VL03, VL07) Deze gemeenschap heef een duidelijk pionierkarakter, met als differentiërende soorten: Juncus bulbosus, Lythrum portula en Gnaphalium uliginosum. Wanneer de vegetatie niet voortdurend open wordt gehouden (hier door begrazing en betreding), wordt ze al snel overwoekerd.

31 ARTEMISIETEA VULGARIS RG04 Elymus repens-[Artemisieta vulgaris] (EI04, EI09) Tot deze rompgemeenschap behoren slechts de begroeiingen waar Elymus repens absoluut dominant is. Deze rompgemeenschap komt vooral voor op ruderale plaatsen (braakliggende akker, verstoorde bermen) maar ook op standplaatsen waar sprongen in de bodemchemische factoren optreden (temporeel of tussen bodemhorizonten). In tal van opzichten komt Elymus repens overeen met Cirsium arvense; tussen deze en de volgende rompgemeenschap (RG Cirsium arvense – [Artemisietea vulgaris]) komen dan ook dikwijls overgangen voor (EI10).

4.3.2 Syntaxonomische indeling aan de hand van ASSOCIA Op basis van de opnamen die ingevoerd zijn in TURBOVEG (Hennekens S.M., 2001) gebeurde een syntaxonomische indeling aan de hand van het programma ASSOCIA. In tabel 10 staan de indeling aan de hand van de soortensamenstelling en de indeling van ASSOCIA naast elkaar ter vergelijking. Bij controle van de indeling volgens ASSOCIA, kunnen we opmerken dat ASSOCIA waarschijnlijk te veel rekening houd met alle aanwezige soorten en te weinig rekening houd met de dominante soorten

17


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

in de permanente kwadraten waardoor een ander beeld ontstaat. Om de tabel te verduidelijken, zijn de indelingen die overeenstemmen in het geel aangeduid, de indelingen die ongeveer overeenstemmen zijn in het grijs aangeduid. Tabel 10 – Vergelijking van de syntaxonomische indeling volgens de soortensamenstelling en volgens ASSOCIA Veldcodes Indeling op basis van ASSOCIA_01 ASSOCIA_02 ASSOCIA_03 ASSOCIA_04 soortensamenstelling EI01 16RG04 16RG04 12AA01B 31CA EI02 16RG09 18AA02 32AA01B 29AA01 12BA01 EI03 16BB01 32RG07 33AA04B 31AB02C 17AA01B EI04 31RG04 31CA 31RG04 18AA02 16RG01 EI05 16RG04 16RG04 31CA03A 10DG01 12AA EI06 08AA01 12BA01C 16RG04 08A 12RG03 EI07 16GR02 16RG01 16RG04 12BA01 18AA02 EI08 16RG04 16RG04 36AA02B 16RG06 EI09 31RG04 31RG05 21AA02 31RG07 38AA03D EI10 31RG04 31RG05 38AA03D 21AA02 22AA01B EI11 16RG01 16RG01 33AA04C 38AA03 EI12 12RG03 29AA03B 29AA02 29AA03C BL01 16RG04 16RG04 29AA01 08 38AA02A BL02 16RG04 10DG01 BL03 12BA01D 33RG01 28AA 12BA01D BL04 16RG04 10RG04 10DG01 40RG02 40AA01C BL05 16RG04 10DG01 28AA04B 16RG04 07AA02 BL06 16RG04 07AA01C 29AA01 08AA02 BL07 12RG01 12BA01D 16RG01 12RG01 12AA BL08 16RG04 16RG04 07AA01C 12BA01D BL09 12RG01 12BA01D 12BA03 BL10 28AA01B 28AA01B 28AA04B 10DG01 07AA01C VL01 12RG01 12RG01 33AA03 33AA03B 31RG07 VL02 12RG01 12AA01A 12RG01 33AA03B VL03 28AA01B 28AA01B 12BA 29AA04 VL04 16BC01A 16BC01A 16BC01B 12BA01C VL05 12RG01 12AA01A 12AA01D 31AB02A VL06 16RG04 16RG04 28AA01B 07AA02A 07AA01 VL07 28AA01B 28AA01B 28AA04B 28AA02C 07AA01C VL08 12RG01 12RG01 12AA01A 31AB02C VL09 12BA01D 29AA04 28AA02B VL10 16RG08 38AA03D 31CA01A 30BB02B 21AA02 VL11 16RG08 32AA01B 29AA01 16RG01

4.4 Kwantitatieve indicatie van de abiotische omstandigheden aan de hand van Ellenbergwaarden Aan de hand van het programma Turboveg (Hennekens, S. M., 2001), werd aan elke opname een gemiddelde Ellenbergwaarde toegekend. In tabel 11 wordt een overzicht gegeven van de gemiddelde Ellenbergwaarden van de vier opnamen voor de drie belangrijkste abiotische factoren in deze studie met name de grondwaterstand (V_mea_b), de zuurtegraad (Ph_mea_b) en het stikstofgehalte (N_mea_b). Voor de verklaring van de codes en de Ellenberggetallen verwijzen we naar bijlage 3.

18


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

19

In tabel 11 zijn de permanente kwadraten die in percelen gelegen zijn die gemaaid worden in het groen aangeduid, in percelen die gemaaid worden in het rood aangeduid en in percelen die niet beheerd worden in het zwart aangeduid. Voor de zuurtegraad (Ph_mea_b) zijn er twee opnamen (EI09 en VL10) die geen waarde hebben, waarschijnlijk door dat er te weinig indicatieve soorten in de opname zitten die iets relevant zeggen over de zuurtegraad.

Tabel 11 - Gemiddelde Ellenbergwaarden van de opnamen van de permanente kwadraten voor de grondwaterstand (V_mea_b), de zuurtegraad (Ph_mea_b) en het stikstofgehalte (N_mea_b) Code opnamen EI01 EI02 EI03 EI04 EI05 EI06 EI07 EI08 EI09 EI10 EI11 EI12 BL01 BL02 BL03 BL04 BL05 BL06 BL07 BL08 BL09 BL10 VL01 VL02 VL03 VL04 VL05 VL06 VL07 VL08 VL09 VL10 VL11

V_mea_b

Ph_mea_b 5,7 6,5 6,3 5,7 6,5 7,2 6,9 7,0 5,5 5,5 6,0 7,5 7,0 8,1 6,8 6,5 7,1 7,6 6,1 6,6 6,3 6,8 4,8 5,3 6,2 5,8 6,2 7,2 6,8 4,9 7,6 6,0 6,9

N_mea_b 5,3 5,3 5,0 4,0 5,1 5,0 5,3 4,5 5,5 6,0 6,2 4,5 5,5 4,7 3,8 5,0 5,3 5,0 5,0 6,7 4,8 6,4 6,7 5,2 5,8 6,7 4,4 4,7 6,3 6,6 7,0

4,8 5,3 6,1 5,2 5,8 5,4 5,1 5,1 5,7 5,6 5,8 5,8 4,8 5,8 5,5 3,9 5,9 6,0 6,2 5,5 6,4 5,8 6,4 6,0 5,7 5,4 5,8 4,6 5,3 6,3 7,1 6,6 6,9

De gemiddelde Ellenbergwaarden voor de grondwaterstand (V_mea_b) zitten tussen 4,8 en 8,1 wat betekent dat de opnamen matig droog tot nat zijn. De opnamen in het onbeheerde perceel van het Bloksgoor zijn het natst. Voor wat betreft de zuurtegraad (Ph_mea_b)l iggen de Ellenbergwaarden tussen 3,8 en 7,0 wat betekent dat de opnamen matig zuur tot neutraal zijn. Voor het stikstofgehalte vinden we gemiddelde Ellenbergwaarden tussen 3,9 en 7,1, wat betekent dat het hier over matig voedselarme tot voedselrijke opnamen gaat.


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

4.5 BWK-typering van het gebied waar maatregelen voor natuur worden getroffen Kaart 2 toont de kartering van de BWK-types (tabel 3), deze gebeurde enkel in het gebied van de ruilverkaveling waar inrichtingsmaatregelen voor natuur zijn gepland. De meerderheid van de percelen zijn akkers. Enkele percelen, waaronder ook een deel van de begraasde percelen in het Bloksgoor en Vlasroot zijn graasweiden met Engels raaigras en witte klaver. De overige delen van deze percelen en de percelen in het Eindegoor zijn vochtige licht bemeste graslanden overwoekerd met russen. Een deel van de percelen in het Eindegoor is geruderaliseerd verlaten mesofiel grasland, een ander deel is mesofiel hooiland van het Arrhenaterion-type. In het gebied hebben we bomenrijen gedomineerd door wilgen en bomenrijen met berken. Het merendeel van de bossen zijn dennenaanplanten, in Vlasroot vinden we een klein stuk eikenbos.

5. Evaluatie van de methode 5.1 Methode vegetatieopname Aan de hand van opnamen volgens de aangepaste schaal van Braun-Blaunquet (Barkman et al., 1964) van 3 m x 3 m kan een goed beeld van een perceel verkregen worden, op voorwaarde dat de ligging van de proefvlakken goed gekozen is. Bij het uitkiezen van de proefvlakken dient het perceel vooraf grondig verkent te worden, zodanig dat alle belangrijke elementen van de vegetatie in het perceel aan bod komen. Bij nadere verkenning van de percelen werd tot de vaststelling gekomen dat het intensief begraasd, maar wellicht niet intensief bemest perceel Vlasroot lokaal frequent begroeid is met Cynosurus cristatus. Op die plaats was geen proefvlak uitgezet. Ook kwam lokaal Hydrocotyle vulgare en Carex ovalis voor, waar geen proefvlakken uitgezet waren. Uiteindelijk werd beslist een paar proefvlakken bij te zetten, daar deze soorten belangrijke indicatorsoorten zijn voor het perceel. Het maken van een Tansley-opname van de percelen kan dit probleem omzeilen.

5.2 Merken opnameplaatsen De kleine kunststoffen buisjes waarmee de proefvlakken gemerkt werden zijn zeer moeilijk terug te vinden in een gebied, waar de vegetatie zeer hoog is. In de begraasde percelen werden de buisjes direct verwijderd door de koeien. Ook de houten piketten die als hulp moesten dienen voor de aanwijzing van de locatie werden direct verwijderd, vermoedelijk door de landbouwers bij beheer van de percelen. De opdrachtgever heeft de proefvlakken vrij snel ingemeten, zodanig dat de coördinaten beschikbaar waren. Natuurpunt beschikt over een kleine GPS met een maximale precisie van 20 m, waardoor het exact lokaliseren van de proefvlakken onmogelijk was. Het lokaliseren van de proefvlakken nam te veel tijd in beslag. Het zou efficiënter zijn, de proefvlakken direct op te nemen, nadat ze uitgezet worden.

5.3 Fotograferen van de permanente kwadraten Het fotograferen onder gestandaardiseerde omstandigheden neemt relatief veel tijd in beslag (lintomgrenzing van het proefvlak, aanduiding hoekpalen, aanduiding volgnummer van de opname). De code is altijd duidelijk, daar gebruik gemaakt werd van een zwarte lei waarop met krijt de code staat geschreven.

5.4 Periode veldwerk Het veldwerk gebeurde eind juni en begin juli. De PQ’s werden uitgezet en direct ingemeten, maar waren achteraf, voor de opname, moeilijk te lokaliseren. Het lokaliseren van de uitgezette PQ’s nam veel tijd in beslag in de percelen die gedomineerd worden door Juncus effusus, deze zouden in het

20


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

vervolg tijdelijk met bamboestokken gemarkeerd moeten worden. In de begraasde percelen werden de buisjes verwijderd, zodanig dat lokalisering onmogelijk werd. Ook waren twee proefvlakken reeds gemaaid (15 juli), waardoor het noodzakelijk was nieuwe proefvlakken uit te zetten.

6. Samenvatting en conclusies Als start van een meerjarig monitoringsprogramma in het ruilverkavelingsgebied Weelde werden de vegetaties beschreven in 2002 (aangeduid al het jaar –1), het jaar voor de uitvoer van de inrichtingswerken. Er werden drieëndertig permanente kwadraten van 3 m x 3 m uitgezet op drie verschillende locaties (Eindegoor, Bloksgoor en Vlasroot) waar maatregelen voor natuur worden getroffen. De permanente kwadraten werden opgenomen met een aangepaste Braun-Blaunquetschaal (Barkman et al., 1964). In het gebied waar maatregelen voor natuur worden getroffen werd een BWK-kartering uitgevoerd. Op kaart 2 zien we dat een groot deel van het gebied akkers zijn. De graslanden zijn grotendeels te herleiden tot soortenarme rompgemeenschappen. Er is één Rode Lijst soort, Eriohorum polystachion volgens Cosyns et al.1994 teruggevonden in het onbeheerde perceel van het Bloksgoor, dat gedomineerd wordt door Juncus effusus. Er zijn vijf achteruitgaande soorten in het gebied aangetroffen volgens Biesbrouck et al. (2001.) (Eriophorum polystachion, Potentilla erecta, Hydrocotyle vulgaris, Molinia caerulea en Cynosurus cristatus). Het onbeheerde perceel Bloksgoor bevat vier achteruitgaande soorten (Biesbrouck et al., 2001): Eriophorum polystachion, Potentilla erecta, Hydrocotyle vulgaris en Molinia caerulea. In het intensief begraasd perceel Vlasroot groeien twee achteruitgaande soorten (Biesbrouck et al., 2001): Hydrocotyle vulgaris en Cynosurus cristatus. Uit tabel 9 en figuur 2 kunnen we volgende conclusies trekken: De meeste opnames bezitten indicatorsoorten voor matig voedselrijke graslanden. Enkel in het onbeheerde perceel Bloksgoor met opslag van Salix cinerea vinden we indicatorsoorten voor voedselarme graslanden (4). Er zijn 6 proefvlakken waarin geen indicatorsoorten gevonden zijn. Dit zijn eveneens de proefvlakken die het armst aan soorten zijn (EI09, EI11, BL09, VL02, VL05, VL10). We kunnen besluiten dat, wat betreft de vegetatie, het onbeheerde perceel Bloksgoor, gedomineerd door Juncus effusus en met opslag van Salix cinerea, het meest kans maakt op ontwikkeling naar een schraler grasland. Het intensief begraasde perceel Vlasroot, een perceel met een variatie aan habitattypes naast elkaar, is op bepaalde plaatsen interessant, door zijn restanten van een kamgrasland en zijn nattere, zwak zure, voedselarme delen. Ook andere percelen kunnen hoge potenties bezitten, wellicht worden de natuurwaarden onderdrukt door het agrarisch gebruik. In deze studie werden de gegevens in groepen opgedeeld en syntaxonomisch geplaatst op basis van dominante, abundante en frequente soorten met behulp van Schaminée et al. (1995, 1996). Suggestie voor verwerking van de gegevens naar de toekomst is het uitvoeren van een TWINSPAN-analyse voor groepering van de opnamen

21


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

7. Bibliografie BARKMAN J.J., DOING H. & SEGAL S., 1964. Kritische Bemerkungen und Vorschläge zur quantitativen vegetationsanalyse. Acta Bot. Neerl. 13: 394-419. BERTEN, B., BRICHAU, I., DE KNIJF, G., DEFOORT, T., DELAFAILLE, S., DEMOLDER, H., DUBOIS, H., HEIRMAN, J., PAELINCKX, K., VAN HOVE, M. EN ZWANEPOEL A., 1997. Biologische waarderingskaart van het Vlaamse gewest. Aanvullende algemene verklarende tekst.Werkversie. Instituut voor Natuurbehoud, 58 p. BIESBROUCK B., ES K., VAN LANDUYT W., VANHECKE L., HERMY M.& VAN DEN BREMPT P., 2001. Een ecologisch register voor hogere planten als instrument voor het natuurbehoud in Vlaanderen. Brussel, Rapport Vlina 00/01. Flo.Wer.vzw.,het instituut voor natuurbehoud, de nationale plantentuin van België en de KULeuven in opdracht van de Vlaamse gemeenschap 50p. + 79p. + CD-rom. COSYNS E., LETEN M., HERMY M., TRIEST L., 1994. Een statistiek voor de wilde flora van Vlaanderen. V.U.B., Instituut voor Natuurbehoud.

ELLENBERG H., 1979, Zeigerwerte der Gefälpflanzen Mitteleuropas. 2. Verbesserte und erweiterte Auflage. Verlag Erich Goltze. KG, Göttingen. HENNEKENS, S.M. & J.H.J. SCHAMINÉE: TURBOVEG, a comprehensive data base management system for vegetation data. J. Veg. Sci. 12 (2001), 4: 589-591. DE BLUST, G., FROMENT, A., KUYKEN, E., NEF, L., VERHEYEN, R., 1985. Biologische Waarderingskaart van België. Algmene verklarende tekst. Druk die Keure, Brugge, 98 p. LAMBINON J., DE LANGHE J.-E., DELVOSALLE L.& DUVIGNEAUD J., 1998. Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende streken. Narionale Plantentuin Meise. 3de druk, 1091 p. NOIRFALISE A., STIEPERAERE H., VANHECKE L., 1985. Bijlage 1: lijst van de karteringseenheden van de Biologische Waarderingskaart van België. Druk die Keure, Brugge, p. 61-90.

RUNHAAR J., GROEN C.L.G., VAN DER MEIJDEN R. & STEVERS R.A.M., 1987. Een nieuwe indeling in ecologische groepen binnen de Nederlandse flora. Gorteria 13 (11/12): 277-359. SCHAMINÉE J.H.J., STORTELDER A.H.F. &WEEDA E.J., 1996. De vegetatie van Nederland 3. Graslanden – zomen - droge heiden.Opulus Press, Uppsala, 356 p. SCHAMINÉE J.H.J., WEEDA E.J., WESTHOFF V., 1995. De vegetatie van Nederland 2. Plantengemeenschappen van wateren, moerassen en natte heiden. Opulus Press, Upsalla, Leiden, 360 p. SCHAMINÉE J.H.J., WEEDA E.J., WESTHOFF V., 1998. De vegetatie van Nederland 4. Plantengemeenschappen van de kust en van binnenlandse pioniersmilieus. Opulus Press, Upsalla, Leiden, 346p. SIEBEL H.N., HEYLEN O., KORTSELIUS M.J.H. & STIEPERAERE H., 2002. Buxbaumiella 61. Nederlandstalige naamlijst van Nederland en België. Bryologische en Lichenologische Werkgroep van de KNNV-Natuurpunt: Vereniging voor natuur en landschap in VlaanderenVlaamse werkgroep Bryologie en Lichenologie. 68p.

22


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

23

VAN DER MEIJDEN, R., 1996. Heukels’ Flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen, 22e druk, 678 p. WEEDA E.J., WESTRA R., WESTRA C.H. & WESTRA T., 1994. Nederlandse Oecologische Flora: wilde planten en hun relaties. Deel 5. Amsterdam, Uitgeg. In samenw. met de VARA en Vewin.-reg. 400 p.

8. Lijst met tabellen, figuren en kaarten 8.1

Lijst met tabellen

Tabel 1 – Monitoringprogramma RVK Weelde

4

Tabel 2 – Aangepaste schaal van Braun-Blaunquet, Barkman et al. (1964)

6

Tabel 3 – Verklarende lijst van de BWK-cods gebruikt in het gebied

6

Tabel 4 – Tijdsregistratie veldwerk

7

Tabel 5 – Verschillen in naamgeving tussen de flora van België en de Nederlandse flora voor de aanwezige soorten

8

Tabel 6 – Indicatorsoorten voor voedselarme tot matig voedselrijke graslanden of pioniersvegetaties (G21-G22-G41-G42-G43-G47-G61-G62-G63-/P22-P27-P47-P63-P67)

11

Tabel 7 – Voorkomen, uurhokfrequentieklassen en ecotopen van de dominante, abundante en frequent voorkomende soorten in de permanente kwadraten

12

Tabel 8 – Status van de belangrijkste soorten in het projectgebied

14

Tabel 9 – Aantal indicatorsoorten voor voedselarme en / of matig voedselrijke graslanden (G) of pioniersvegetaties (P), achteruitgaande soorten en Rode lijstsoorten per proefvlak

14

Tabel 10 – Vergelijking van de syntaxonomische indeling volgens de soortensamenstelling en volgens ASSOCIA

18

Tabel 11 – Gemiddelde Ellenbergwaarden van de opnamen van de permanente kwadraten voor de grondwaterstand (V_mea_b), de zuurtegraad (Ph_mea_b) en het stikstofgehalte (N_mea_b)

19

8.2 Lijst met figuren Fig. 1 – Situering van het plangebied binnen een ruimere omgeving Fig. 2 – Grafische voorstelling van het aantal indicatorsoorten, Rode lijst en achteruitgaande soorten in de permanente kwadraten

3 15


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

8.3 Lijst met kaarten Kaart 1 – Ligging van de percelen met de permanente kwadraten Kaart 2 – BWK-typering van de percelen waar inrichtingsmaatregelen voor natuur gepland zijn Kaart 3 – Gemiddelde Ellenbergwaarden van de opnamen van de permanente kwadraten voor de grondwaterstand (V_mea_b) Kaart 4 – Gemiddelde Ellenbergwaarden van de opnamen van de permanente kwadraten voor de zuurtegraad (Ph_mea_b) Kaart 5 – Gemiddelde Ellenbergwaarden van de opnamen van de permanente kwadraten voor het stikstofgehalte (N_mea_b)

24


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlage 1

Bijlage 1 Soortenlijst van alle waargenomen soorten met hun Runhaarecotopen (Runhaar et al., 1987), uurhokfrequentieklassen en voorkomen op de Rode Lijst volgens Cosyns et al. (1994) en Biesbrouck et al. (2001)

-

De nomenclatuur volgt de 3e editie van de Flora van België (Lambinon et al., 1998)

-

Voor de vertaling van de Runhaarecotopen zie bijlage 4

-

Verklaring van de afkortingen gebruikt in de Rode Lijsten: MNB = Momenteel niet bedreigd OG = Onvoldoende gekend

1


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlage 1

2

Soorten

Runhaarecotopen

UFK1 UFK2 RL1

RL2

Achillea millefolium Agrostis capillaris Agrostis stolonifera Alopecurus geniculatus Alopecurus myosuroides Arrhenatherum elatius Bellis perennis Betula pendula Bidens tripartita Calamagrostis epigejos Callitriche sp. Cardamine pratensis Carex hirta Carex ovalis Cerastium fontanum Chenopodium album Cirsium arvense Cynosurus cristatus Dryopteris carthusiana Dryopteris dilatata Eleocharis palustris Elymus repens Epilobium hirsutum Epilobium tetragonum subsp. lamyi Eriophorum polystachion

G27 G42 G47 G62 G27 G28 bG20 G47 G48 bG40 P28 / G28 bG20 P48 G47 G48 G48 H41 H42 H47 H61 H62 P28 G62 G63 / R44

10 10 10 7 8 10 10 10 8 7

10 10 10 9 8 10 10 10 8 8

MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB

MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB

G27 G28 G47 G48 G28 G47 G48 G67 G42 G47 G47 G48 bG40 P48 P68 P48 / R48 bR40 R68 G47 G22 / H21 H22 H27 H41 H42 H21 H22 H27 H41 H42 G27 G28 bG20 / V12 V17 V18 P48 P68 / G48 bG40 G68 / R48 R68 R28 bR40 G28 bG20

10 8 7 10 10 10 7 8 8 6 10 10 5

10 9 7 10 10 10 7 9 9 6 10 10 7

MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB

MNB MNB MNB MNB MNB MNB Achteruitgaand MNB MNB MNB MNB MNB MNB

G21 G22 / V11

5

5

Festuca rubra

P63 / bG20 G43 G47 bG40 G62 G63 G67 H21 H22 H41 H42 R48 G22 G27 G28 / R27 R28 G47 G48 G67 G68 G28 / R28 / V18sa P27 P47 G27 G28 G47 G48 bG40 / H27 H47 G47 G61 G67 G22 G23 G27 G22 G27 P27 / G27 G28 P27 P28 P47 P48 bP40 G27 / R27 W17 W18sa G47 G48 bG40 G67 G68 G48 bG40 G68 G27 G27 / R27 / V17 P22 W12

10

10

Potentieel Achteruitgaand bedreigd MNB MNB

10 10 8 9 8 8 10 10 6

10 10 9 10 9 9 10 10 7

MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB

MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB Achteruitgaand

7 10 10 9 9 10 10 10 5

8 10 10 9 9 10 10 10 5

MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB

MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB

Frangula alnus Galium aparine Galium palustre Geranium molle Glyceria fluitans Gnaphalium uliginosum Holcus lanatus Holcus mollis Hydrocotyle vulgaris Juncus acutiflorus Juncus articulatus Juncus bufonius Juncus effusus Lemna minor Leontodon autumnalis Lolium perenne Lotus uliginosus Lycopus europeaus Lythrum portula


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Soorten Molinia caerulea Oenanthe aquatica Phleum pratense Poa annua Poa pratensis Poa trivialis Polygonum aviculare Polygonum hydropiper Polygonum mite Polygonum persicaria Potentilla erecta Quercus robur

Runhaarecotopen G21 G22 G41 G42 / R24 R44 W17 / V17 G48 P48tr P68 G47 G48 G62 G63 G67 G28 bG20 G48 bG40 P48tr P28 P28 P48 G21 G22 G41 G42 H41 H42 H42 H47 H48 H61 H62 H63 H69 Ranunculus repens G27 G28 G47 G48 / H28 H48 Rorippa palustris P28 P48 Rumex acetosa G27 G47 Rumex crispus P48 bP40 G48 Rumex obtusifolius G48 R48 Salix cinerea H22 H27 Senecio jacobaea P47kr P63 P67 / G63 G67 Sonchus oleraceus P48 Stellaria graminea G47 G67 Stellaria media P48 P68 Taraxacum sect. Subvulgaria G47 G48 G68 Trifolium repens G27 G28 bG20 G47 G48 bG40 Urtica dioica R48 R68 / H28 H48 H69 Mossen Brachytecium rutabulum Bryum sp. Dicranella staphylina Eurynchium praelongum Leptobryum pyriforme Plagiothecium denticulatum Pohlia sp.

Bijlage 1

3

UFK1 8 7 10 10 10 10 10 9 6 10 7 10

UFK2 9 8 10 10 9 10 10 9 7 10 8 10

RL1 MNB MNB MNB MNB OG MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB

RL2 Achteruitgaand MNB MNB MNB OG MNB MNB MNB MNB MNB Achteruitgaand MNB

10 8 10 10 10

10 9 10 10 10

MNB MNB MNB MNB MNB

MNB MNB MNB MNB MNB

9 10 10 10 10 10 10

9 10 10 10 10 10 8

MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB

MNB MNB MNB MNB MNB MNB MNB

9

9

MNB

MNB

6 9 9 8

6 9 9 8

MNB MNB MNB MNB

MNB MNB MNB MNB


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlage 2

Bijlage 2 Soortenlijst van alle waargenomen soorten met hun Nederlandse naam en de gebruikte afkortingen

1


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Akorting Achimill Agrocapi Agrostol Alopgeni Alopmyos Arrhelat Bellpere Betupend Bidetrip Bracruta Bryuspec Calaepig Callspec Cardprat Carehirt Careoval Cerafont Chenalbu Cirsarve Cynocris Dicrstap Dryocart Dryodila Eleopalu Elymrepe Epilhirs Epiltetr Eriopoly Euryprae Festrubr Franalnu Galiapar Galipalu Geramoll Glycflui Gnapulig Holclana Holcmoll Hydrvulg Juncacut Juncarti Juncbufo Junceffu Lemnmino Leonautu Leptpyri Lolipere

Wetenschappelijke naam Achillea millefolium Agrostis capillaris Agrostis stolonifera Alopecurus geniculatus Alopecurus myosuroides Arrhenatherum elatius Bellis perennis Betula pendula Bidens tripartita Brachytecium rutabulum Bryum sp. Calamagrostis epigejos Callitriche sp. Cardamine pratensis Carex hirta Carex ovalis Cerastium fontanum Chenopodium album Cirsium arvense Cynosurus cristatus Dicranella staphylina Dryopteris carthusiana Dryopteris dilatata Eleocharis palustris Elymus repens Epilobium hirsutum Epilobium tetragonum subsp. lamyi Eriophorum polystachion Eurynchium praelongum Festuca rubra Frangula alnus Galium aparine Galium palustre Geranium molle Glyceria fluitans Gnaphalium uliginosum Holcus lanatus Holcus mollis Hydrocotyle vulgaris Juncus acutiflorus Juncus articulatus Juncus bufonius Juncus effusus Lemna minor Leontodon autumnalis Leptobryum pyriforme Lolium perenne

Bijlage 2

Nederlandse naam gewoon duizendblad gewoon struisgras fioringras geknikte vossenstaart duist glanshaver madeliefje ruwe berk driedelig tandzaad gewoon dikkopmos gewoon struisriet sterrekroos pinksterbloem ruige zegge hazezegge gewone hoornbloem melganzevoet akkerdistel beemdkamgras knolletjesgreppelmos smalle stekelvaren brede stekelvaren gewone waterbies kweek harig wilgenroosje kantige basterdwederik veenpluis fijn laddermos rood zwenkgras sporkehout kleefkruid moeraswalstro zachte ooievaarsbek mannagras moerasdroogbloem gestreepte witbol zachte witbol waternavel veldrus zomprus greppelrus pitrus klein kroos herfstleeuwentand slankmos Engels raaigras

2


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Akorting Lotupedu Lycoeuro Lythport Molicaer Oenaaqua Phleprat Plagdent Poaannu Poaprat Poatriv Pohlspec Polyavic Polyhydr Polymite Polypers Poteerec Querrobu Ranurepe Roripalu Rumeacet Rumecris Rumeobtu Salicine Senejaco Soncoler Stelgram Stelmedi Tarasubv Trifrepe Urtidioi

Wetenschappelijke naam Lotus pedunculatus Lycopus europeaus Lythrum portula Molinia caerulea Oenanthe aquatica Phleum pratense Plagiothecium denticulatum Poa annua Poa pratensis Poa trivialis Pohlia sp. Polygonum aviculare Polygonum hydropiper Polygonum mite Polygonum persicaria Potentilla erecta Quercus robur Ranunculus repens Rorippa palustris Rumex acetosa Rumex crispus Rumex obtusifolius Salix cinerea Senecio jacobaea Sonchus oleraceus Stellaria graminea Stellaria media Taraxacum sect. Subvulgaria Trifolium repens Urtica dioica

Bijlage 2

Nederlandse naam moeraswalstro wolfspoot waterpostelein pijpenstrootje watertorkruid timoteegras glanzend platmos straatgras veldbeemdgras ruw beemdgras peermos varkensgras waterpeper zachte duizendknoop perzikkruid tormentil zomereik kruipende boterbloem moeraskers veldzuring krulzuring ridderzuring grauwe wilg Jacobskruiskruid gewone melkdistel grasmuur gewone muur paardebloem witte klaver grote brandnetel

3


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlage 3

1

Bijlage 3 Verklaring van de Ellenbergwaarden (Ellenberg et al., 1979) 1. Gemiddelde vochtigheid (V_mea_b) = gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand in cm. Ellenbergwaarde : 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

kurkdroog zeer droog droog matig droog matig droog vochtig vochtig / nat nat zeer nat water

2. Gemiddelde zuurtegraad (Ph_mea_b) Ellenbergwaarde : 1 2 3 4 5 6 7 8 9

zeer sterk zuur sterk zuur zuur matig zuur zwak zuur zeer zwak zuur neutraal zwak basisch kalkrijk

3. Gemiddeld stikstofgehalte (N_mea_b) Ellenbergwaarde : 1 2 3 4 5 6 7 8 9

zeer schraal schraal voedselarm matig voedselarm matig voedselrijk matig voedselrijk voedselrijk zeer voedselrijk overmatig voedselrijk


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlage 4

Bijlage 4 Vertaalsleutel codering voor Runhaar-ecotopen (naar Runhaar et al. 1987)

Prefix (occasioneel): saliniteit geen zoet b brak z zilt Hoofdletters vooraan: vegetatiestructuur G grasland H bos en struweel P pioniersvegetatie R ruigte V verlandingsvegetatie W watervegetatie Eerste cijfer: vochttoestand 1 aquatisch 2 nat 4 vochtig 6 droog Tweede cijfer: trofietoestand en zuurgraad 1 voedselarm zuur 2 voedselarm zwak zuur 3 voedselarm basisch 4 voedselarm 7 matig voedselrijk 8 zeer voedselrijk 9 matig tot zeer voedselrijk 0 alleen in relatie met zilt en brak: zonder betekenis? Extra kenmerken tr betreden kr kalkrijk sa sterk organisch belast

1


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlage 4

Groepering van de runhaar-ecotopen, relevant voor het studiegebied, tot ecologische groepen P22 P27 P28 P47 P48 P48tr P68

pioniersvegetatie op natte voedselarme zwak zure bodem pioniersvegetatie op natte matig voedselrijke bodem pioniersvegetatie op natte zeer voedselrijke bodem pioniersvegetatie op vochtige matig voedselrijke bodem pioniersvegetatie op vochtige zeer voedselrijke pioniersvegetatie op vochtige zeer voedselrijke betreden bodem pioniersvegetatie op droge zeer voedselrijke bodem

bG20 bG40 G21 G22 G23 G27 G28 G41 G42 G43 G47

grasland op brakke natte bodem grasland op brakke vochtige bodem grasland op natte voedselarme zure bodem grasland op natte voedselarme zwak zure bodem grasland op natte voedselarme basische bodem grasland op natte matig voedselrijke bodem grasland op natte zeer voedselrijke bodem grasland op vochtige voedselarme zure bodem grasland op vochtige voedselarme, zwak zure bodem grasland op vochtige voedselarme, basische bodem grasland op vochtige matig voedselrijke bodem

G48 G61 G62 G63 G67 G68

grasland op vochtige zeer voedselrijke bodem grasland op vochtige matig voedselrijke bodem grasland op droge voedselarme zwak zure bodem grasland op droge voedselarme basische bodem grasland op droge matig voedselrijke bodem grasland op droge zeer voedselrijke bodem

bR40 R24 R27 R28 R44 R48 R68

ruigte op brakke vochtige bodem ruigte op natte voedselarme bodem ruigte op natte matig voedselrijke bodem ruigte op natte zeer voedselrijke bodem ruigte op vochtige voedselarme bodem ruigte op vochtige zeer voedselrijke bodem ruigte op droge zeer voedselrijke bodem

H21 H22 H27 H41 H42 H47 H61 H62

bos en struweel op natte voedselarme zure bodem bos en struweel op natte voedselarme zwak zure bodem bos en struweel op natte matig voedselrijke bodem bos en struweel op vochtige voedselarme zure bodem bos en struweel op vochtige voedselarme zwak zure bodem bos en struweel op vochtige matig voedselrijke bodem bos en struweel op droge voedselarme zure bodem bos en struweel op droge voedselarme zwak zure bodem

V11 V12 V17 V18 V18sa

verlandingsvegetatie in voedselarm zuur water verlandingsvegetatie in ondiep voedselarm zwak zuur water verlandingsvegetatie in matig voedselrijk water verlandingsvegetatie in ondiep zeer voedselrijk water verlandingsvegetatie in ondiep zeer voedselrijk polysaproob water

W12

watervegetatie in ondiep voedselarm zwak zuur water

2


Monitoring vegetatieWeelde– Jaar –1

Bijlage 5

Bijlage 5 Tabel met de nummering en de codering van de opnamen

1


Monitoring vegetatieWeelde– Jaar –1

Volgnummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33

Code WE02EI01 WE02EI02 WE02EI03 WE02EI04 WE02EI05 WE02EI06 WE02EI07 WE02EI08 WE02EI09 WE02EI10 WE02EI11 WE02EI12 WE02BL01 WE02BL02 WE02BL03 WE02BL04 WE02BL05 WE02BL06 WE02BL07 WE02BL08 WE02BL09 WE02BL10 WE02VL01 WE02VL02 WE02VL03 WE02VL04 WE02VL05 WE02VL06 WE02VL07 WE02VL08 WE02VL09 WE02VL10 WE02VL11

Bijlage 5

2 veldnummer EI01 EI02 EI03 EI04 EI05 EI06 EI07 EI08 EI09 EI10 EI11 EI12 BL01 BL02 BL03 BL04 BL05 BL06 BL07 BL08 BL09 BL10 VL01 VL02 VL03 VL04 VL05 VL06 VL07 VL08 VL09 VL10 VL11


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Bijlage 6 Opnamegegevens permanente kwadraten

Bijlage 6

1


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Veldnummer Oppvlakte in m Jaar Datum Totale bedekking in% Gemiddelde hoogte (cm) Aantal soorten Achimill Agrocapi Agrostol Alopgeni Alopmyos Arrhelat Bellpere Betupend Bidetrip Calaepig Callspec Cardprat Carehirt Careoval Cerafont Chenalbu Cirsarve Cynocris Dryocart Dryodila Eleopalu Elymrepe Epilhirs Epiltetr Eriopoly Festrubr Franalnu Galiapar Galipalu Geradiss Geramoll Glycflui Glycmaxi Gnapulig Holclana Holcmoll Hydrvulg Juncacut Juncarti Juncbufo Junceffu Lemnmino Leonautu Lolipere Lotupedu Lycoeuro

EI01 3x3 2002 02-07 100 15-80 8 3a

EI02 3x3 2002 02-07 100 15-70 12 xp 2b

EI03 3x3 2002 02-07l 90 15-130 9

Bijlage 6

2

EI04 3x3 2002 02-07 100 15-50 6

EI05 3x3 2002 02-07 85 15-60 14

EI06 3x3 2002 02-07 96 20-100 12

EI07 3x3 2002 02-07 95 15-70 11

EI08 3x3 2002 02-07 99 15-100 10

3b

2b

3a

2a

3a

xp

EI09 3x3 2002 05-07 100 8-20 3

EI10 3x3 2002 05-07 100 20-80 5

EI11 3x3 2002 05-07 100 0-5 5

EI12 3x3 2002 05-07 70 5-70 13

xp 2a 1b

xr xr

5a

2b

xb

xp 2a

xr 3b 4b xp

xp

5b xr

5b

xp xp

xr

2a

xa

xp

xa

2b

xr

2b

xr

2b

2a

1p

2a

xb

2a

2a

xp

xp

2b

1b

1b 4a

xa

xp 3b

1p

xp 4a

1b r

3b

xb xp

2a

xp

xp

xa


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Veldnummer Lythport Molicaer Oenaaqua Phleprat Poaannu Poaprat Poatriv Polyavic Polyhydr Polymite Polypers Poteerec Querrobu Ranurepe Rorrpalu Rumeacet Rumecris Rumeobtu Salicine Senejaco Stelgram Stelmedi Soncoler Tarasubv Trifrepe Urtidioi Mossen Bracruta Bryuspec Dicrstap Euryprae Leptpyri Plagdent Pohlspec

EI01

xp

EI02

EI03

xp

Bijlage 6

EI04

3

EI05

EI06

EI07

EI08

xp

1a

1a

xa

EI11

EI12

xp

2a

xp

2a

2a

1a

xa

xp

xa

2b

2a

4a

1a

xr

xr

EI09

EI10

xp

1p xp

2a

2b

xr

xa

1a

xp

4b xp

1b

1p

xr xp

r r

r

2b

xp


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Veldnummer Oppvlakte in m Jaar Datum Totale bedekking in% Gemiddelde hoogte (cm) Aantal soorten Achimill Agrocapi Agrostol Alopgeni Alopmyos Arrhelat Bellpere Betupend Bidetrip Calaepig Callspec Cardprat Carehirt Careoval Cerafont Chenalbu Cirsarve Cynocris Dryocart Dryodila Eleopalu Elymrepe Epilhirs Epiltetr Eriopoly Festrubr Franalnu Galiapar Galipalu Geradiss Geramoll Glycflui Glycmaxi Gnapulig Holclana Holcmoll Hydrvulg Juncacut Juncarti Juncbufo Junceffu Lemnmino Leonautu Lolipere Lotupedu

BL01 3x3 2002 05-07 99 20-120 6

Bijlage 6

BL02 3x3 2002 05-07 95 5-120 10

BL03 3x3 2002 05-07 98 10-50 6

xp

4a 1a 5a

1p

BL04 3x3 2002 05-07 100 5-80 10

BL05 3x3 2002 05-07 100 20-120 12

BL06 3x3 2002 08-07 98 50-110 8

xr

4 BL07 3x3 2002 08-07 99 5-40 11

BL08 3x3 2002 08-07 95 15-80 6

BL09 3x3 2002 08-07 100 5-45 9

BL10 3x3 2002 08-07 100 5-45 15

1b 2a

2b 3a

2b 2b

xa 2a

r xa

xp xb

xb

xp xp

xa

xp

1a 1p r

xb

xa 1a

3a

1p

1a

xp 1a

1a

xp

1p

1b

xp

xa

3b

5b 1p

xb

1a

xp

4a

5a

4a

xa

4b

xa 4a

4a

3b


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Veldnummer Lycoeuro Lythport Molicaer Oenaaqua Phleprat Poaannu Poaprat Poatriv Polyavic Polyhydr Polymite Polypers Poteerec Querrobu Ranurepe Rorrpalu Rumeacet Rumecris Rumeobtu Salicine Senejaco Stelgram Stelmedi Soncoler Tarasubv Trifrepe Urtidioi Mossen Bracruta Bryuspec Dicrstap Euryprae Leptpyri Plagdent Pohlspec

BL01

BL02 xp

Bijlage 6

BL03

BL04

BL05

BL06

5 BL07

BL08

BL09

BL10 1b

xr

3b xp xp 1b

2b

1b

1p

2a

3b xp

r r

1a

2a

1a

xp

xr

xp 2b

xr 3a

xp xr

xb

r

2a r

xr

r r

xr

xp

xb r

xp


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Veldnummer Oppvlakte in m Jaar Datum Totale bedekking in% Gemiddelde hoogte (cm) Aantal soorten Achimill Agrocapi Agrostol Alopgeni Alopmyos Arrhelat Bellpere Betupend Bidetrip Calaepig Callspec Cardprat Carehirt Careoval Cerafont Chenalbu Cirsarve Cynocris Dryocart Dryodila Eleopalu Elymrepe Epilhirs Epiltetr Eriopoly Festrubr Franalnu Galiapar Galipalu Geradiss Geramoll Glycflui Glycmaxi Gnapulig Holclana Holcmoll Hydrvulg Juncacut Juncarti Juncbufo Junceffu Lemnmino Leonautu Lolipere Lotupedu Lycoeuro

VL01 3x3 2002 17-07 99 5-30 8

Bijlage 6

6

VL02 3x3 2002 17-07 99 10-60 6

VL03 3x3 2002 17-07 95 5-40 21

VL04 3x3 2002 17-07 90 5-50 12

VL05 3x3 2002 17-07 99 7-25 7

VL06 3x3 2002 24-07 92 10-50 16

VL07 3x3 2002 24-07 96 10-50 15

VL08 3x3 2002 24-07 99 5-30 11 xa

2a

xr 4a

1b 1a

xb xp

xp 3a

xp 3a

2a

VL09 3x3 2002 24-07 90 10-100 13

VL10 3x3 2002 24-07 100 7-30 5

3a

VL11 3x3 2002 24-07 100 10-50 12

2a

xp 1b xp

xr

xp xp xp xr

2b

2a

5b

4a

xp

xp xa 2a

xp

xa

xp xp

3a

xp xa

xp

2a

xp xp

xp

2b

xp 1b xp

5b

5b

xp 2a

xa

xp 2a

xp 2a

xp 3b

5a

4a

4b

1p

1a

1b

xb


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Veldnummer Lythport Molicaer Oenaaqua Phleprat Poaannu Poaprat Poatriv Polyavic Polyhydr Polymite Polypers Poteerec Querrobu Ranurepe Rorrpalu Rumeacet Rumecris Rumeobtu Salicine Senejaco Stelgram Stelmedi Soncoler Tarasubv Trifrepe Urtidioi Mossen Bracruta Bryuspec Dicrstap Eurprae Leptpyri Plagdent Pohlspec

VL01

VL02

Bijlage 6

VL03 1a

VL04

VL05

VL06 xa

7 VL07 2a

VL08

VL09

VL10

VL11

2a

3a

xp

1a

xa 1p

xp

xp

1b

xp xp

xp

xp

1a xp

xr xp

xp xa

2b

1a

1b

1b 2b

1b

3a

1b

2a xr

xb

xp r xp

xp xa 1b

xp

2a

xp 3a

xp 2a

xp

r r r r

r r

r r

xa 2a

xr

xa

xa

xp xr


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlage 7 Steekkaarten opnamen permanente kwadraten

Bijlage 7

1


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlage 7

EINDEGOOR Gemeente: Ravels (Weelde) Situering: Percelen te bereiken via het industrieterrein van Weelde. De percelen zijn gelegen ten westen van de Nijverheidstraat. Precieze lokalisatie: kaart 2 Illustratie: zie cd-rom en foto-atlas in bijlage 9 Nr: 1 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02EI01 Vochtig onbeheerd grasland. Graslandvegetatie gedomineerd door Juncus effusus.

Nr: 2 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02EI02 Vochtig onbeheerd grasland gelegen langs greppel. Graslandvegetatie met veel Lycopus europaeus.

Nr: 3 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02EI03 Vochtig onbeheerd grasland. Graslandvegetatie gedomineerd Arrhenatherum elatius.

Nr: 4 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02EI04 Vochtig onbeheerd grasland grenzend in NO aan maïsakker. Graslandvegetatie gedomineerd door Elymus repens.

Nr: 5 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02EI05 Vochtig onbeheerd grasland grenzend in het NW aan akker. Graslandvegetatie gedomineerd door Juncus effusus.

Nr: 6 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 7 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 8 Code: Omschrijving:

WE02EI06 Lager gelegen onbeheerd venig grasland met grondwaterstand ter hoogte van maaiveld. Graslandvegetatie met veel Eleocharis palustris. WE02EI07 Lager gelegen onbeheerd venig grasland met grondwaterstand ter hoogte van maaiveld. Graslandvegetatie gedomineerd door Ranunculus repens.

Vegetatietype:

WE02EI08 Lager gelegen onbeheerd venig grasland met grondwaterstand ter hoogte van maaiveld. Grasland met veel Juncus effusus en Agrostis capillaris.

Nr: 9 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02EI09 Droger stuk onbeheerd grasland, grenzend aan maïsakker (ZO). Graslandvegetatie gedomineerd door Elymus repens.

2


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Nr: 10 Code: Omschrijving: Vegetatietype: . Nr: 11 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

Nr: 12 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

Bijlage 7

WE02EI10 Droger stuk onbeheerd grasland, grenzend aan maïsakker (ZO). Graslandvegetatie gedomineerd door Elymus repens. WE02EI11 Vochtig stuk hooiland (net gemaaid). Graslandvegetatie gedomineerd door Trifolium repens.

WE02EI12 Vochtig stuk onbeheerd grasland, grenzend aan hooiland (ZW). Frequent voorkomen van de moerasvariant van Agrostis stolonifera.

BLOKSGOOR Gemeente: Ravels (Weelde) Situering: Percelen gelegen ten noordwesten van de Nijverheidstraat, ten noordoosten van het Eindegoor. Precieze lokalisatie: zie kaart 2 Illustratie: zie cd-rom en foto-atlas in bijlage 9 a) Onbeheerd lager gelegen vochtig grasland gedomineerd door Juncus effusus, met opslag van Salix cinerea. Het grasland wordt doorsneden door een waterloop, heeft een veenlaag van ongeveer 10 cm en een grondwaterstand tot aan het maaiveld. Nr: 13 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 14 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 15 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 16 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02BL01 Vochtig grasland met wilgen op venige, zure grond. Verlandingsvegetatie met veel Juncus effusus en Holcus lanatus. WE02BL02 Vochtig grasland met wilgen op venige, zure grond met grondwaterstand boven maaiveld. Graslandvegetatie gedomineerd door Juncus effusus. WE02BL03 Hoger gelegen deel in grasland met wilgen, met een dikke veenlaag, grondwaterstand onder maaiveld. Graslandvegetatie op veenlaag, gedomineerd door Alopecurus geniculatus. WE02BL04 Ontwikkeling van vochtig wilgenstruweel op venige, zure grond met grondwaterstand boven maaiveld. Graslandvegetatie gedomineerd door Juncus effusus.

3


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Nr: 17 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 18 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

Bijlage 7

WE02BL05 Ontwikkeling van vochtig wilgenstruweel op venige, zure grond met grondwaterstand boven maaiveld. Graslandvegetatie met gedomineerd door Juncus effusus. WE02BL06 Ontwikkeling van vochtig wilgenstruweel op venige, zure grond met grondwaterstand boven maaiveld. Graslandvegetatie gedomineerd door Juncus effusus.

b) Intensief begraasd grasland doorsneden door beek, waarvan de oevers gedomineerd worden door Juncus effusus. Nr: 19 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 20 Code: Omschrijving: beek. Vegetatietype: Nr: 21 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 22 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02BL07 Hoger gelegen intensief begraasd deel van grasland met grondwaterstand onder maaiveld. Graslandvegetatie gedomineerd door Lolium perenne. WE02BL08 Intensief begraasd, lager gelegen deel van grasland langs de oever van de Graslandvegetatie gedomineerd door Juncus effusus. WE02BL09 Hoger gelegen intensief begraasd deel van grasland met grondwaterstand onder maaiveld. Graslandvegetatie met veel Lolium perenne en Trifolium repens. WE02BL10 Intensief begraasd, lager gelegen deel van grasland langs de oever van de beek. Graslandvegetatie gedomineerd door Juncus effusus.

4


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Bijlage 7

VLASROOT Gemeente: Ravels (Weelde) Situering: Weiland en verlaten graslanden bereikbaar via zandwegen die bereikbaar zijn via Meir of Laar. Precieze lokalisatie: Gedetailleerd kaartfragment met lokalisatie proefvlakken (bijlage 3). Illustratie: zie cd-rom en foto-atlas in bijlage 6. a) Intensief begraasde weide doorsneden door beek. Nr: 23 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 24 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 25 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 26 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 27 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 28 Code: Omschrijving: Vegetatietype: Nr: 29 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02VL01 Hoger gelegen intensief begraasd deel van grasland met grondwaterstand onder maaiveld. Graslandvegetatie gedomineerd door Lolium perenne. WE02VL02 Hoger gelegen intensief begraasd deel van grasland met grondwaterstand onder maaiveld. Graslandvegetatie gedomineerd door Lolium perenne. WE02VL03 Intensief begraasd, lager gelegen deel van grasland langs de oever van de beek. Graslandvegetatie gedomineerd door Alopecurus geniculatus. WE02VL04 Hoger gelegen intensief begraasd deel van grasland met grondwaterstand onder maaiveld. Graslandvegetatie met veel Trifolium repens en Ranunculus repens. WE02VL05 Hoger gelegen intensief begraasd deel van grasland met grondwaterstand onder maaiveld. Graslandvegetatie gedomineerd door Lolium perenne. WE02VL06 Intensief begraasd, lager gelegen deel van grasland langs de oever van de beek. Graslandvegetatie met veel Juncus effusus en Alopecurus geniculatus. WE02VL07 Intensief begraasd, lager gelegen deel van grasland langs de oever van de beek. Graslandvegetatie gedomineerd door Juncus effusus.

5


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

Nr: 30 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

Bijlage 7

WE02VL08 Hoger gelegen intensief begraasd deel van grasland met grondwaterstand onder maaiveld. Graslandvegetatie gedomineerd door Lolium perenne.

b) Onbeheerd grasland rond bos met ven Nr: 31 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02VL09 Uitgedroogde veengrond langs bosrand. Graslandvegetatie met veel Alopecurus geniculatus en Glyceria fluitans.

Nr: 32 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02VL10 Hoger gelegen deel van onbeheerd grasland. Graslandvegetatie gedomineerd door Elymus repens.

Nr: 33 Code: Omschrijving: Vegetatietype:

WE02VL11 Lager gelegen stuk grasland gelegen langs bosrand. Graslandvegetatie gedomineerd door Elymus repens.

6


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1

bijlage 8

Bijlage 8 Coördinaten van de permanente kwadraten

1


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1 type =2 versie = 4 datum = 20 juni 2002 tijd = 11:49:52 projekt = Gelezen uit: File03.gsi aantal = 144 Laagcode = Nee Lijn_num = Nee Grondslag = weelde.SOR Min.co”rd. = 190395.260 , 233437.366 Max.co”rd. = 194070.276 , 235612.391 9, ,15001 40, ,15002 40, ,15003 40, ,15004 9, ,15005 40, ,15006 40, ,15007 40, ,15008 9, ,15009 40, ,15010 40, ,15011 40, ,15012 9, ,15013 40, ,15014 40, ,15015 40, ,15016 9, ,15017 40, ,15018 40, ,15019 40, ,15020 9, ,15021 40, ,15022 40, ,15023 40, ,15024 9, ,15025 40, ,15026 40, ,15027 40, ,15028 9, ,15029 40, ,15030 40, ,15031 40, ,15032 9, ,15033 40, ,15034 40, ,15035 40, ,15036 9, ,15037 40, ,15038 40, ,15039 40, ,15040 9, ,15041 40, ,15042 40, ,15043 40, ,15044 9, ,15045 40, ,15046 40, ,15047 40, ,15048

,193981.842,235612.391, ,193984.841,235612.203, ,193984.584,235609.210, ,193981.599,235609.407, ,193977.587,235540.128, ,193980.573,235540.259, ,193980.863,235537.288, ,193977.879,235537.172, ,194012.389,235421.396, ,194013.686,235424.124, ,194016.064,235422.369, ,194014.811,235419.673, ,193981.439,235386.268, ,193980.661,235389.159, ,193977.719,235388.421, ,193978.503,235385.583, ,193949.397,235477.211, ,193949.136,235480.243, ,193952.099,235480.372, ,193952.330,235477.398, ,193937.748,235523.751, ,193936.391,235526.479, ,193939.147,235527.688, ,193940.456,235524.995, ,193900.681,235550.630, ,193900.200,235553.568, ,193897.188,235553.088, ,193897.732,235550.087, ,193828.175,235540.635, ,193826.247,235538.288, ,193828.440,235536.258, ,193830.381,235538.532, ,193812.873,235582.869, ,193811.467,235585.432, ,193808.638,235584.239, ,193810.102,235581.665, ,194069.906,235134.461, ,194066.928,235134.317, ,194067.201,235131.360, ,194070.276,235131.404, ,194027.447,235110.214, ,194028.417,235113.064, ,194031.349,235112.159, ,194030.461,235109.284, ,190579.646,233573.284, ,190577.662,233575.791, ,190575.168,233573.837, ,190577.187,233571.521,

bijlage 8

2


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1 9, ,15049 40, ,15050 40, ,15051 40, ,15052 9, ,15053 40, ,15054 40, ,15055 40, ,15056 9, ,15057 40, ,15058 40, ,15059 40, ,15060 9, ,15061 40, ,15062 40, ,15063 40, ,15064 9, ,15065 40, ,15066 40, ,15067 40, ,15068 9, ,15069 40, ,15070 40, ,15071 40, ,15072 9, ,15073 40, ,15074 40, ,15075 40, ,15076 9, ,15077 40, ,15078 40, ,15079 40, ,15080 9, ,15081 40, ,15082 40, ,15083 40, ,15084 9, ,15085 40, ,15086 40, ,15087 40, ,15088 9, ,15089 40, ,15090 40, ,15091 40, ,15092 9, ,15093 40, ,15094 40, ,15095 40, ,15096 9, ,15097 40, ,15098 40, ,15099 40, ,15100 9, ,15101 40, ,15102 40, ,15103 40, ,15104 9, ,15105 40, ,15106 40, ,15107 40, ,15108

,190582.487,233505.910, ,190584.474,233508.160, ,190582.481,233510.402, ,190580.564,233508.162, ,190556.184,233472.414, ,190558.331,233470.179, ,190556.014,233468.325, ,190553.853,233470.446, ,190440.350,233437.366, ,190440.333,233440.469, ,190437.186,233440.685, ,190437.333,233437.557, ,190397.423,233467.727, ,190399.694,233469.687, ,190397.528,233471.769, ,190395.260,233469.832, ,190410.704,233588.564, ,190412.014,233591.077, ,190409.363,233592.716, ,190408.070,233590.034, ,190403.923,233626.227, ,190401.930,233623.908, ,190404.167,233621.975, ,190406.333,233624.277, ,190426.374,233644.835, ,190425.328,233647.452, ,190422.480,233646.439, ,190423.642,233643.612, ,190464.653,233682.951, ,190462.403,233681.087, ,190464.384,233678.757, ,190466.779,233680.647, ,190505.988,233673.649, ,190504.122,233676.032, ,190501.681,233674.261, ,190503.545,233671.897, ,190531.030,233654.263, ,190533.323,233656.373, ,190530.536,233657.977, ,190528.350,233655.654, ,190560.668,233636.632, ,190562.436,233639.204, ,190564.607,233637.187, ,190563.058,233634.605, ,190846.602,234185.653, ,190843.702,234187.040, ,190842.424,234184.213, ,190845.232,234182.821, ,190819.409,234210.322, ,190816.712,234212.116, ,190814.946,234209.536, ,190817.395,234207.789, ,190855.113,234200.944, ,190858.101,234201.798, ,190858.498,234198.862, ,190855.851,234197.751, ,190860.211,234252.964, ,190859.390,234255.708, ,190861.839,234256.854, ,190862.930,234254.154,

bijlage 8

3


Monitoring Vegetatie Weelde – Jaar -1 40, ,15105 9, ,15109 40, ,15110 40, ,15111 40, ,15112 40, ,15109 9, ,15113 40, ,15114 40, ,15115 40, ,15116 40, ,15113 9, ,15117 40, ,15118 40, ,15119 40, ,15120 40, ,15117 9, ,15121 40, ,15122 40, ,15123 40, ,15124 40, ,15121 9, ,15125 40, ,15126 40, ,15127 40, ,15128 40, ,15125 9, ,15129 40, ,15130 40, ,15131 40, ,15132 9, ,15093 40, ,15096 9, ,15100 40, ,15097 9, ,15104 40, ,15101

,190860.211,234252.964, ,190866.199,234267.324, ,190863.671,234265.636, ,190861.880,234268.107, ,190864.365,234269.876, ,190866.199,234267.324, ,190906.033,234250.907, ,190905.163,234248.143, ,190907.859,234247.397, ,190908.931,234249.917, ,190906.033,234250.907, ,191064.887,234423.938, ,191065.991,234421.272, ,191068.652,234422.583, ,191067.593,234425.360, ,191064.887,234423.938, ,191016.828,234440.952, ,191018.801,234438.596, ,191020.859,234440.946, ,191018.875,234443.326, ,191016.828,234440.952, ,191046.985,234485.583, ,191044.171,234484.150, ,191045.419,234481.401, ,191048.211,234482.568, ,191046.985,234485.583, ,191069.315,234455.517, ,191070.746,234458.157, ,191073.268,234456.483, ,191071.837,234453.843, ,190846.602,234185.653, ,190845.232,234182.821, ,190817.395,234207.789, ,190819.409,234210.322, ,190855.851,234197.751, ,190855.113,234200.944,

bijlage 8

4


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Bijlage 9

Bijlage 9 Foto-Atlas van 33 permanente kwadraten van 3m x 3m

1


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

12 proefvlakken in percelen Eindegoor WE02EI01 (3m x 3m)

WE02EI02 (3m x 3m)

Bijlage 9

2


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02EI03 (3m x 3m)

WE02EI04 (3m x 3m)

Bijlage 9

3


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02EI05 (3m x 3m)

WE02EI06 (3m x 3m)

Bijlage 9

4


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02EI07 (3m x 3m)

WE02EI08 (3m x 3m)

Bijlage 9

5


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02EI09 (3m x 3m)

WE02EI10 (3m x 3m)

Bijlage 9

6


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02EI11 (net gemaaid) (3m x 3m)

WE02EI12 (40% open water) (3m x 3m)

Bijlage 9

7


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

6 proefvlakken in onbeheerd perceel Bloksgoor WE02BL01 (3m x 3m)

WE02BL02 (3m x 3m)

Bijlage 9

8


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02BL03 (3m x 3m)

WE02BL04 (3m x 3m)

Bijlage 9

9


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02BL05 (3m x 3m)

WE02BL06 (3m x 3m)

Bijlage 9

10


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Bijlage 9

4 proefvlakken in met runderen begraasd perceel in Bloksgoor WE02BL07 (3m x 3m)

WE02BL08 (3m x 3m)

11


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02BL09 (3m x 3m)

WE02BL10 (3m x 3m)

Bijlage 9

12


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

Bijlage 9

8 proefvlakken in met runderen begraasd perceel in Vlasroot WE02VL01 (3m x 3m)

WE02VL02 (3m x 3m)

13


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02VL03 (3m x 3m)

WE02VL04 (3m x 3m)

Bijlage 9

14


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02VL05 (3m x 3m)

WE02VL06 (3m x 3m)

Bijlage 9

15


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02VL07 (3m x 3m)

WE02VL08 (3m x 3m)

3 proefvlakken in onbeheerd perceel Vlasroot

Bijlage 9

16


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02VL09 (3m x 3m)

WE02VL10 (3m x 3m)

Bijlage 9

17


Monitoring vegetatie Weelde – Jaar –1

WE02VL11 (3m x 3m)

Bijlage 9

18


Monitoring vegetatie Weelde Jaar –1

Bijlage 10 Structuur van de CD-rom 1) bestanden Turboveg - Wee02 2) Word-documenten - weerapport.doc - weebijlagen

-weebijlage1.doc -weebijlage2.doc -weebijlage3.doc -weebijlage3.doc -weebijlage4.doc -weebijlage5.doc -weebijlage6.doc -weebijlage7.doc -weebijlage8.doc -weebijlage9.doc -weebijlage10.doc

3) ACCESS- bestanden (Wee02.mdb) Weebijl06 4) Fotomateriaal (JPIG) Foto’s: We02EI01.jpg – We02VL11.jpg Kaartmateriaal: Kaart1.jpg-Kaart5.jpg 5) Arcviewbestanden

Bijlage 10

1


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook