Skip to main content

20200727_Advies_Noodfonds_Sport.pdf

Page 1

Advies

Vlaamse Sportraad 27 juli 2020

Advies over het Noodfonds Sport Op 20 juli 2020 vroeg Vlaams minister van Sport Ben Weyts de Vlaamse Sportraad om advies over het voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan de sportsector in het kader van het noodfonds sport naar aanleiding van de COVID-19-pandemie. Op 15 juli 2020 gaf Sport Vlaanderen een toelichting bij voorliggend voorontwerp van besluit. Hans Ponnet, afdelingshoofd Vlaamse Trainersschool, nam deze toelichting voor zijn rekening. Sylvie Decanniere, jurist bij Sport Vlaanderen, was aanwezig voor het beantwoorden van vragen. Dit voorontwerp van besluit voert het decreet van 19 juni 2020 uit tot het nemen van de dringende maatregelen met betrekking tot de noodfondsen voor cultuur, jeugd, sport, media en de lokale besturen, en met betrekking tot de armoedebestrijding naar aanleiding van de COVID-19-pandemie voor wat betreft de toekenning van steun aan de sportsector. Vele sportactoren worden geconfronteerd met beperkingen en impact wegens de federale maatregelen zoals beslist door de Nationale Veiligheidsraad om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. Hierdoor is financiĂŤle steun noodzakelijk. De steun aan de sportsector heeft als doel de schade ten gevolge van de COVID-19-pandemie gedeeltelijk te compenseren of ondersteuning te bieden bij de heropstart na de COVID-19-pandemie. De Vlaamse Sportraad behandelde de adviesvraag op de plenaire vergadering van 15 juli 2020, waarna het advies via schriftelijke procedure werd gefinaliseerd.

I.

SITUERING

De Vlaamse Regering voorziet 10 miljoen euro aan steun voor drie actoren 1. de gesubsidieerde sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding die voor het werkingsjaar 2020 op basis van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiĂŤring van de georganiseerde sportsector een algemene werkingssubsidie ontvangen; 2. de organisaties die structurele werkingssubsidies ontvangen voor hun basiswerking in het beleidsveld Sport; 3. organisatoren van sportevenementen die een subsidie uit het beleidsveld Sport hebben ontvangen op basis van de subsidiereglementen van Sport Vlaanderen voor de organisatie van een topsportevenement, G-sportevenement of bovenlokaal sportevenement dat plaatsvindt in 2020.

Advies over het Noodfonds Sport 27 juli 2020

1


Het voorliggend ontwerpbesluit voorziet in extra steun voor de gesubsidieerde sportevenementen in 2020 die gepland waren vanaf 9 maart 2020 en heeft tot doel de schade ten gevolge van de COVID19-pandemie gedeeltelijk te compenseren of ondersteuning te bieden bij de heropstart na de COVID19-pandemie. De extra steun uit het noodfonds bedraagt maximaal het bedrag dat aan de organisator is toegekend, zoals vermeld in het ministerieel besluit tot toekenning van de projectsubsidie voor de organisatie van het evenement in kwestie op basis van het subsidiereglement in kwestie. De subsidieerbare kosten worden uitgebreid met coronagerelateerde uitgaven, specifiek gelinkt aan de organisatie van dat gesubsidieerde sportevenement. Ook voor verplaatste en geannuleerde sportevenementen geldt deze subsidie, om aan de betreffende organisatoren steun te geven om na 2020 toch nog door te gaan met het organiseren van sportevenementen. Organisaties die structurele werkingssubsidies ontvangen voor hun basiswerking in het beleidsveld sport komen ook in aanmerking voor het ontvangen van steun. In totaal zijn dit 13 organisaties. Vier structurele ad nominatim beleidspartners die 25.000 euro per organisatie kunnen ontvangen. En negen decretale structurele beleidspartners: 50.000 euro per structurele beleidspartner en koepelorganisaties ISB en VSF ontvangen elk 100.000 euro. Het verschil in steunbedrag wordt verantwoord doordat de meeste structurele beleidspartners in hoofdzaak als expertisecentrum of in functie van een specifiek afgebakende opdracht gesubsidieerd worden. VSF en ISB zijn koepels/ledenverenigingen, die naast de schade in de eigen werking, een belangrijke rol hebben in de begeleiding van de relance van de sportsector bij hun leden of doelgroep. Er wordt daarnaast een steunpakket voorzien om de gesubsidieerde sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding (zelf en/of via hun sportclubs/aangesloten verenigingen) te laten inzetten op deze doorstart/heropstart. Sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding krijgen een percentage van hun algemene werkingssubsidie, op voorwaarde dat ze een dossier indienen dat inhoudelijk volgende elementen bevat: - (desgevallend – niet verplicht) het compenseren van schade (nettoverlies) van de sportfederatie zelf (max. 40% van het bedrag kan hiervoor aangewend worden) - (minstens) Eén of meerdere van de volgende elementen o het als sportfederatie toekennen van een “steun” aan de sportclubs en/of o het als sportfederatie opzetten van 1 of meerdere participatiebevorderende of kwaliteitsbevorderende projecten die specifiek gericht zijn op de jeugd en op personen met een handicap

Advies over het Noodfonds Sport 27 juli 2020

2


II.

A DVIES

Algemeen De Vlaamse Sportraad is tevreden dat de Vlaamse Regering inspanningen levert om tegemoet te komen aan de gevolgen van de coronacrisis voor de sportsector. In zijn advies inzake het CJSM beleid ten tijde van Corona van 18 mei 2020 gaf de SARC reeds een aantal meer algemene aanbevelingen1. De maatregelen die nu voorgesteld worden komen voor een groot deel tegemoet aan de verzuchtingen binnen de specifieke sportsector. De Vlaamse Sportraad begrijpt dat er is gekozen voor een laagdrempelig en geobjectiveerd verdeelmechanisme dat, met uitzondering van het element inzake de participatie- en kwaliteitsbevorderende projecten, alle relevante actoren dezelfde kansen geeft op dezelfde mate van steun. Het basisprincipe van dit verdeelmechanisme komt overeen met het oordeel van de Vlaamse Sportraad dat er via dit noodfonds in geen beding gediscrimineerd mag worden door regels in te voeren die meer belemmerend/ondersteunend zouden zijn voor bepaalde specifieke doelgroepen.

Afstemming verschillende ondersteuningsmechanismen Door deze aanpak wordt er echter niet vanzelfsprekend daar opgetreden waar de nood het hoogst is. Naast de steun uit voorliggend voorontwerp van besluit wordt ook 87,3 miljoen euro voorzien voor lokale besturen om lokale verenigingen (cultuur, jeugd, sport) te ondersteunen. Lokale besturen kunnen de middelen op die manier verdelen op basis van de lokale noden. Aangesloten sportclubs en -verenigingen kunnen dus financiĂŤle steun aanvragen via zowel gesubsidieerde sportfederaties als via het alternatieve subsidiekanaal via de lokale besturen. Hoewel het vertrouwen vanuit de Vlaamse Sportraad groot is in de lokale besturen en sportfederaties, vergroot het feit dat er twee subsidiekanalen zijn de onduidelijkheid over het inschatten van de grootste nood tot optreden en het risico op dubbele financiering. Om een zo gericht mogelijke ondersteuning mogelijk te maken pleit de Vlaamse Sportraad voor het aanreiken van handvaten door de Vlaamse overheid om lokale besturen en sportfederaties te inspireren om deze middelen optimaal op elkaar af te stemmen.

Monitoring Het is op dit ogenblik nog niet zonneklaar wat de reĂŤle impact zal zijn op lange termijn en op de totaliteit van de sector. Welke organisaties zullen de crisis beter doorstaan en welke impact hebben de noodmaatregelen daarop? Voldoende monitoring van de noden alsook de effecten van de huidige inspanningen is noodzakelijk. De eenmalige injecties via noodfondsen geven immers geen garanties op langere termijn voor het overleven van talloze initiatieven, organisaties en clubs/verenigingen.

Beoordelingsprocedure In het voorontwerp van besluit wordt beknopte informatie gegeven over het proces en de inhoud van de aanvraagdossiers. Ook de informatie rond de beoordelingsprocedure van deze dossiers is summier. Het is op dit moment onduidelijk welke actoren betrokken zullen zijn bij deze beoordelingsprocedure. Sport Vlaanderen wordt in deze context reeds benoemd in het voorontwerp van besluit, maar in de toelichting op 15 juli 2020 door Sport Vlaanderen werd de mogelijkheid genoemd dat er ook een andere actor bij betrokken zou worden. Daarnaast is het niet duidelijk of er mogelijkheden zijn om in beroep te gaan tegen de beslissing die genomen zal worden op basis van de 1

SARC: Advies over het beleid inzake CJSM ten tijde van de Corona crisis, 19 mei 2020. https://cjsm.be/sarc/AR/adviezen/20200519_Advies_CJSM_beleid_Corona.pdf Advies over het Noodfonds Sport 27 juli 2020

3


beoordeling van de dossiers. Tot slot vraagt de Vlaamse Sportraad zich af op welke manier een aanvraagdossier opgesteld moet/kan worden voor evenementen die in de periode tussen 15 november 2020 en 31 december 2020 plaatsvinden. Deze evenementen vinden plaats na de laatste indiendatum, waardoor niet alle kosten gekoppeld aan de organisatie van het evenement in kwestie bekend zullen zijn. De Vlaamse Sportraad benadrukt in algemene zin dat het belangrijk is dat de administratieve lasten voor de indieners van de dossiers zo beperkt mogelijk blijven. Een bepaalde mate van controle is aanvaardbaar, maar deze controle mag niet te zwaar zijn. De Vlaamse Sportraad pleit ervoor dat de verschillende aanvraagdossiers met de nodige flexibiliteit worden beoordeeld.

Participatie- en kwaliteitsbevorderende projecten Het expliciet noemen van het realiseren van een of meer participatiebevorderende of kwaliteitsbevorderende projecten in artikel 10 wordt gewaardeerd door de Vlaamse Sportraad. De focus mag niet enkel liggen op de korte termijn via financiĂŤle steun op basis van de schade die de COVID-19-pandemie reeds heeft veroorzaakt, maar er moet ook nu al naar de volgende fase gekeken worden. Hierbij speelt onder andere het bevorderen van participatie van diverse doelgroepen een belangrijke rol. Hoewel de leden de ondersteuning van personen tot achttien jaar en personen met een handicap of beperking enorm belangrijk vinden, betreuren de leden dat bij het realiseren van deze participatieen kwaliteitsbevorderende projecten een enge focus wordt gelegd op deze specifieke doelgroepen. Zoals eerder vermeld in dit advies zou dit er via dit noodfonds in geen beding gediscrimineerd mogen worden door regels in te voeren die meer belemmerend/ondersteunend zouden zijn voor bepaalde specifieke doelgroepen. De Vlaamse Sportraad ziet zelf bijvoorbeeld een bijkomende grote nood tot ondersteuning van de participatie van 55+-ers.

Onduidelijkheid over restbedrag Artikel 13 van voorliggend besluit stelt dat het restbedrag van de steun uit het noodfonds sport dat niet kan worden uitgekeerd, kan worden verdeeld onder de actoren in hoofdstuk 2, 3 en 4 van ditzelfde besluit. In artikel 11 van voorliggend besluit wordt daarnaast gesteld dat de steun voor gesubsidieerde sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding minimaal 20% van de algemene werkingssubsidie 2019 bedraagt. Mocht dit percentage niet stijgen, blijft er een groot deel, namelijk ruim 2 miljoen, van de beschikbare 10 miljoen euro onbesteed. Zowel de toelichting die de Vlaamse Sportraad heeft ontvangen op 15 juli 2020 als artikel 13 geven op dit moment onvoldoende duidelijkheid wat er met dit bedrag gaat gebeuren. Aangezien het over een substantieel deel van de middelen gaat, is het belangrijk dat de besteding van dit restbedrag op transparante en objectieve wijze gebeurt, met de nodige overweging en met de betrokkenheid van de sector.

Specifieke opmerking In artikel 10. Lid 1 wordt het begrip ‘nettoverlies’ genoemd. Het is op dit moment echter onduidelijk hoe ver dit begrip reikt. Vallen hier bijvoorbeeld kosten onder die gemaakt zijn ten gevolge van corona bij de heropstart van sporttrainingen?

Advies over het Noodfonds Sport 27 juli 2020

4


III.

C ONCLUSIE

De Vlaamse Sportraad beoordeelt de maatregelen in het kader van de coronacrisis als positief. De Vlaamse Sportraad begrijpt dat er is gekozen voor een laagdrempelig en geobjectiveerd verdeelmechanisme dat, met uitzondering van het element inzake de participatie- en kwaliteitsbevorderende projecten, alle relevante actoren dezelfde kansen geeft op dezelfde mate van steun. Het basisprincipe van dit verdeelmechanisme komt overeen met het oordeel van de Vlaamse Sportraad dat er via dit noodfonds in geen beding gediscrimineerd mag worden door regels in te voeren die meer belemmerend/ondersteunend zouden zijn voor bepaalde specifieke doelgroepen. De Vlaamse Sportraad formuleert hier wel een aantal kanttekeningen en aandachtspunten bij. •

•

•

•

•

Door dit verdeelmechanisme en het feit dat er twee subsidiekanalen zijn, wordt er niet vanzelfsprekend daar opgetreden waar de nood het hoogst is. Om een zo gericht mogelijke ondersteuning mogelijk te maken pleit de Vlaamse Sportraad voor het aanreiken van handvaten door de Vlaamse overheid om lokale besturen en sportfederaties te inspireren om deze middelen optimaal op elkaar af te stemmen. De reële impact op lange termijn en op de totaliteit van de sector is momenteel nog niet zonneklaar. De Vlaamse Sportraad vraagt om monitoring op korte en lange termijn van de maatregelen en hun impact. De Vlaamse Sportraad vraagt om duidelijkheid omtrent de beoordelingsprocedure. De Vlaamse Sportraad benadrukt in algemene zin dat de administratieve lasten voor de indieners van de dossiers zo beperkt mogelijk moeten blijven en pleit voor de nodige flexibiliteit bij het beoordelen van de aanvraagdossiers. Het expliciet benoemen van het realiseren van een of meer participatiebevorderende of kwaliteitsbevorderende projecten in artikel 10 wordt gewaardeerd door de Vlaamse Sportraad. De leden betreuren hierbij wel de enge focus op twee specifieke doelgroepen en pleiten om in deze context geen regels in te voeren die specifiek doelgroepen bevoordelen. Er mag via dit noodfonds in geen beding gediscrimineerd worden. De Vlaamse Sportraad vraagt om duidelijkheid omtrent de besteding van het restbedrag binnen dit besluit. De leden pleiten ervoor dat de besteding van dit restbedrag op transparante en objectieve wijze gebeurt, met de nodige overweging en met de betrokkenheid van de sector.

Namens de Vlaamse Sportraad,

Christophe Cools, voorzitter Charlotte Van Tuyckom, ondervoorzitter Maarten Koolen, secretaris

Advies over het Noodfonds Sport 27 juli 2020

5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
20200727_Advies_Noodfonds_Sport.pdf by Vlaanderen-be - Issuu