Skip to main content

dossier 2021-437.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/437

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedures Op 10 februari 2020 diende xxx een openbaarheidsverzoek in bij de stad Borgloon tot afschrift van en uitleg over bestuursdocumenten betreffende “administratieve handhaving door stad Borgloon”. Aangezien de stad Borgloon hierop niet reageerde, diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie, die zijn beroep op 2 juli 2020 gegrond verklaarde onder voorbehoud van de eventuele toepassing van decretaal bepaalde uitzonderingsgronden (OVB/2020/075). Op 15 juli 2020 bezorgde de stad Borgloon in uitvoering van deze beslissing van de beroepsinstantie een aantal documenten aan verzoeker. Op 25 mei 2021 diende xxx een nieuw openbaarheidsverzoek in bij de stad Borgloon waarbij hij het volgende vroeg: -

afschrift van de stukken met begeleidend schrijven die door de stad zijn overgemaakt aan andere partijen/instellingen dan Ethias en de adviseur van FOD Binnenlandse Zaken m.b.t. zijn ambtshalve inschrijving (p. 2 mail 25/5/2021): afschrift van de aanvullende of wijzigende stukken bij het dossier ambtshalve inschrijving: uitleg over hoe de verklaringen van de stad m.b.t. de samenstelling van het administratief dossier compatibel is met de stelling van ‘een andere partij’ dat er concrete vaststellingen op het terrein gebeurd zijn + afschriften van de stukken die deze uitleg staven (stukken m.b.t. vaststellingen op het terrein);

www.vlaanderen.be


-

-

afschrift van het verplichte verslag van het ambt van burgerlijke stand, als bedoeld in artikel 9, 10 en 11 2e lid van het KB 16 juli 1992 en de Algemene Onderrichtingen; afschrift van de brieven en het bewijs van de ter post bestelling, die verzoeker uitnodigen om ‘een adreswijziging’ aan te vragen alsook het voorwerp van de (beweerde) weigering door betrokkene; afschrift van de 1ste vaststelling van de aanwezigheid ‘op het terrein’, nl. dat betreffende onderzoeksverslag van de wijkpolitie afschrift van enige navolgend onderzoeksverslag van de politie van de aanwezigheid ‘op het terrein’, elke vaststelling over verzoeker en/of de andere (beweerde) gezinsleden, over de betreffende verschillende elementen die aan een onderzoek ‘op het terrein’ onderworpen geweest zijn en een vastgestelde feitelijke situatie aantonen vraag tot verbetering van (zijn inschrijving in) de bevolkingsregisters

De stad Borgloon reageerde niet op dit openbaarheidsverzoek. Op 29 juni 2021 diende xxx een nieuw openbaarheidsverzoek in bij de stad Borgloon, waarin hij het volgende vroeg: -

-

een afschrift van de inschrijving in het register, als bedoeld in artikel II 43 §1 van het Bestuursdecreet m.b.t. het beweerdelijk ontvangen schrijven d.d. 24/3/2021 van verzoeker aan de stad; een afschrift van het op het college d.d. 3/06/2021 behandelde schrijven, zoals corresponderende met de vermelding ervan in het stukkenregister; het dossiernummer of referentienummer van de brief ‘van Burgerzaken’ d.d. 18/6/2021;s de namen en het ambt van de verantwoordelijke/dossierbeheerder over de corresponderende ‘verbetering’; de naam en het ambt van de opsteller van de brieven die verzoeker in bijlage voegde; vraag om uitleg waarom de hoorplicht niet werd uitgevoerd; afschrift van de integrale en ondertekende collegebeslissing van 3/6/2021 m.b.t. zijn vraag tot verbetering, en van alle dossierstukken m.b.t. dit collegebesluit; afschrift van alle communicatie met Ethias over het dossier van verzoeker; afschrift van de eerste communicatie met xxx (andere dan die van 7 november 2019 om 16u05); de naam van de betrokken ambtenaren die het inhoudelijke dossier voorbereidden voor het college van 3 juni 2021; de naam van de betrokken ambtenaren die verantwoordelijk waren in het dossier van verzoeker voor (zware) fouten, zoals het inkorten van de wettelijk bepaalde beroepstermijn afschrift van de stukken die de effectieve uitvoering door de wijkagent van een woonstonderzoek bewijzen; afschrift en/of uitleg van (de stukken m.b.t.) het effectief onderzoek naar de gezinssamenstelling van verzoeker (niet het reeds openbaar gemaakte PV van 3/8/2017 van de wijkagent, maar andere bewijsstukken van de vaststelling van zijn woonplaats en gezinssamenstelling) Afschrift en/of uitleg van (de documenten) m.b.t. een effectieve woonstbetreding door xxx van het adres xxx.

De stad Borgloon reageerde ook niet op dit openbaarheidsverzoek. Op 29 november 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de gebrekkige uitvoering van de beslissing van de beroepsinstantie d.d. 2 juli 2020 door de stad Borgloon, en tegen het gebrek aan reactie op zijn twee voornoemde openbaarheidsverzoeken.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 2 van 11


Het beroepschrift werd geregistreerd op 30 november 2021. Ontvankelijkheid van het beroep 1)

Tegen de beweerde gebrekkige uitvoering van de beslissing van de beroepsinstantie d.d. 2 juli 2020

Verzoeker stelt dat het antwoord d.d. 15 juli 2020 dat hij, naar aanleiding van de beslissing van de beroepsinstantie d.d. 2 juli 2020, van de stad ontving, niet volledig is en niet alle stukken en/of uitleg bevatte die hij in zijn initieel openbaarheidsverzoek vroeg. De beroepsinstantie merkt echter op dat het Bestuursdecreet niet voorziet in een beroep tegen een gebrekkige of onvolledige uitvoering door een bestuursinstantie van een beslissing van de beroepsinstantie. Dit onderdeel van het beroepschrift dient dan ook als onontvankelijk te worden beschouwd. 2) Tegen de ontstentenissen van beslissing De oorspronkelijke verzoeken dateren van 25 mei en 29 juni 2021. De stad nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijn. Overeenkomstig artikel II.48 Bestuursdecreet heeft de termijn om beroep in te dienen bijgevolg geen aanvang genomen. Het beroep werd ingediend op 29 november 2021. Het beroepschrift is voor dit onderdeel bijgevolg ontvankelijk, met uitzondering van: -

de vraag tot verbetering (i.c. schrapping) van zijn inschrijving in de bevolkingsregisters.

De beroepsinstantie kan ter zake enkel haar onbevoegdheid vaststellen. Artikel II.48 §1 Bestuursdecreet bepaalt dat een aanvrager een beroep kan instellen tegen een beslissing of het uitblijven van een beslissing van een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.28, § 1, over een aanvraag die betrekking heeft op de aanvulling of verbetering van bestuursdocumenten. Artikel II. 47 Bestuursdecreet bepaalt wat onder de aanvulling of verbetering van bestuursdocumenten moet worden begrepen: “Onverminderd de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke

personen bij de verwerking van persoonsgegevens kan elke burger die vaststelt dat een bestuursdocument onjuiste of onvolledige persoonsgegevens over hem bevat, de bevoegde overheidsinstantie verplichten de informatie te verbeteren of aan te vullen, op voorwaarde dat hij de nodige bewijsstukken kan voorleggen.”

De mogelijkheid om een aanvulling of verbetering aan te vragen van bestuursdocumenten in het kader van de toegang tot bestuursdocumenten, zoals geregeld in het Bestuursdecreet, heeft bijgevolg enkel maar betrekking op de aanvulling of verbetering van persoonsgegevens in een bestuursdocument. Voormelde bepaling heeft geenszins tot doel om beslissingen of vaststellingen, in casu betreffende de woonplaats van verzoeker, te verbeteren of schrappen. Een beroepschrift in dit verband dient dan ook als onontvankelijk te worden beschouwd, aangezien de beroepsinstantie geen uitspraken kan doen over domeinen en procedures waaromtrent zij geen enkele bevoegdheid heeft. Dit behoort tot de bevoegdheid van de Algemene directie Instellingen en Bevolking van de FOD Binnenlandse Zaken.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 3 van 11


-

De vraag waarom de hoorplicht niet werd uitgevoerd.

Verzoeker stelt dat dit een plausibele ‘dossierbehandelingsvraag’ is, en de beroepsinstantie dient vast te stellen dat dit geen vraag naar inzage, afschrift of uitleg van een bestuursdocument is. Dit betreft effectief geen informatie die terug te vinden is in een bestuursdocument maar een loutere vraag om informatie, die niet onder het toepassingsgebied van het Bestuursdecreet en de bevoegdheid van de beroepsinstantie valt. -

De vraag naar uitleg over hoe de verklaringen van de stad m.b.t. de samenstelling van het administratief dossier compatibel is met de stelling van ‘een andere partij’ dat er concrete vaststellingen op het terrein gebeurd zijn.

De beroepsinstantie stelt vast dat dit geen ‘vraag om uitleg’ bij een bestuursdocument is, maar wel een vraag om verantwoording door de stad van zaken die volgens verzoeker niet zouden kloppen en van beweerde tegenstrijdigheden tussen verschillende verklaringen. Een dergelijke vraag strekt verder dan het ‘recht op uitleg bij een bestuursdocument’ zoals voorzien in het Bestuursdecreet. Verzoeker geeft trouwens niet aan op welk bestuursdocument deze ‘vraag naar uitleg’ zou slaan. -

De namen en het ambt van de verantwoordelijke/dossierbeheerder over de corresponderende ‘verbetering’, en de naam en het ambt van de opsteller van de brieven die verzoeker in bijlage voegde.

Ook hier stelt de beroepsinstantie vast dat dit geen informatie is die terug te vinden is in een bestuursdocument, en dat dit bijgevolg loutere vragen om informatie zijn, die niet onder het toepassingsgebied van het Bestuursdecreet en de bevoegdheid van de beroepsinstantie vallen. -

De naam van de betrokken ambtenaren die het inhoudelijke dossier voorbereidden voor het college van 3 juni 2021, en de naam van de betrokken ambtenaren die verantwoordelijk waren in het dossier van verzoeker voor (zware) fouten, zoals het inkorten van de wettelijk bepaalde beroepstermijn.

Ook hier stelt de beroepsinstantie vast dat dit geen informatie is die terug te vinden is in een bestuursdocument, en dat dit bijgevolg loutere vragen om informatie zijn, die niet onder het toepassingsgebied van het Bestuursdecreet en de bevoegdheid van de beroepsinstantie vallen. Het beroepschrift wordt dus deels ontvankelijk, deels onontvankelijk beschouwd. Bijgevolg dient de beroepsinstantie zich enkel ten gronde uit te spreken over het ontvankelijke deel van het beroep. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 4 van 11


1.

Ontstentenissen van beslissing

De stad Borgloon nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijnen.

2. Inhoud van het beroepschrift Gelet op het gebrek aan antwoord vanwege de stad, ziet verzoeker zich genoodzaakt beroep in te dienen bij de beroepsinstantie. 3. Toelichting door de stad Borgloon De beroepsinstantie nam op 6 en 9 december 2021 contact op met de stad Borgloon om de gevraagde documenten en nadere toelichting te verkrijgen. Op 9, 13, 16 en 20 december 2021 bezorgde de stad per onderdeel van de openbaarheidsverzoeken de volgende documenten en toelichting aan de beroepsinstantie: -

-

-

-

-

afschrift van de stukken met begeleidend schrijven die door de stad zijn overgemaakt aan andere partijen/instellingen dan Ethias en de adviseur van FOD Binnenlandse Zaken m.b.t. zijn ambtshalve inschrijving (p. 2 mail 25/5/2021)  De stad bezorgt het mailbericht d.d. 7/11/2019 van xxx, adviseur FOD Binnenlandse Zaken, aan verzoeker, met de stad Borgloon in cc. afschrift van de aanvullende of wijzigende stukken bij het dossier ambtshalve inschrijving  De stad bezorgt het verslag d.d. 3/8/2017 van de politie aan de dienst bevolking en het collegebesluit d.d. 22/8/2017 m.b.t. de ambtshalve inschrijving van verzoeker. afschriften van de stukken die de uitleg over de samenstelling van het administratief dossier staven (stukken m.b.t. vaststellingen op het terrein)  De stad bezorgt het verslag d.d. 3/8/2017 van de politie aan de dienst bevolking. De stad beschikt niet over (andere) documenten/informatie van de politiediensten, hiervoor moet verzoeker zich tot de politie zelf wenden.. afschrift van het verplichte verslag van het ambt van burgerlijke stand, als bedoeld in artikel 9, 10 en 11 2e lid van het KB 16 juli 1992 en de Algemene Onderrichtingen  Een dergelijk verslag bestaat niet en is ook niet verplicht volgens de stad. afschrift van de brieven en het bewijs van de ter post bestelling, die verzoeker uitnodigen om ‘een adreswijziging’ aan te vragen alsook het voorwerp van de (beweerde) weigering door betrokkene  Ook hiervoor wordt verwezen naar het verslag d.d. 3/8/2017 van de politie aan de dienst bevolking, en wordt gesteld dat verzoeker zich voor de overige documenten/informatie tot de politie zelf moet wenden, aangezien de stad deze niet heeft. afschrift van de 1ste vaststelling van de aanwezigheid ‘op het terrein’, nl. dat betreffende onderzoeksverslag van de wijkpolitie  Ook hiervoor wordt verwezen naar het verslag d.d. 3/8/2017 van de politie aan de dienst bevolking, en wordt gesteld dat verzoeker zich voor de overige documenten/informatie tot de politie zelf moet wenden, aangezien de stad deze niet heeft. afschrift van enige navolgend onderzoeksverslag van de politie van de aanwezigheid ‘op het terrein’, elke vaststelling over verzoeker en/of de andere (beweerde) gezinsleden, over de betreffende verschillende elementen die aan een onderzoek ‘op het terrein’ onderworpen geweest zijn en een vastgestelde feitelijke situatie aantonen  Ook hiervoor wordt verwezen naar het verslag d.d. 3/8/2017 van de politie aan de dienst bevolking, en wordt gesteld dat verzoeker zich voor de overige documenten/informatie tot de politie zelf moet wenden, aangezien de stad deze niet heeft.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 5 van 11


-

vraag tot verbetering van (zijn inschrijving in) de bevolkingsregisters  De stad bezorgt de beroepsinstantie een kopie van de brief d.d. 24 maart 2021 waarmee verzoeker de stad vroeg om een onmiddellijke rechtzetting van zijn ambtshalve inschrijving in de bevolkingsregisters en het collegebesluit d.d. 8 juni 2021 waarbij de gevraagde verbetering in de bevolkingsregisters geweigerd wordt.

-

een afschrift van de inschrijving in het register, als bedoeld in artikel II 43 §1 van het Bestuursdecreet m.b.t. het beweerdelijk ontvangen schrijven d.d. 24/3/2021 van verzoeker aan de stad;  De stad verklaart aan de beroepsinstantie dat dit digitaal wordt bijgehouden en niet meer in een boek, en bezorgt de beroepsinstantie een digitaal uittreksel van deze inschrijving. een afschrift van het op het college d.d. 3/06/2021 behandelde schrijven, zoals corresponderende met de vermelding ervan in het stukkenregister  De stad stelt dat dit behandeld werd op het college van 8 juni 2021 en niet van 3 juni 2021, en bezorgt van dit collegebesluit een afschrift aan de beroepsinstantie. het dossiernummer of referentienummer van de brief ‘van Burgerzaken’ d.d. 18/6/2021  De stad stelt dat dit een brief zonder referentienummer is en bezorgt hiervan een afschrift aan de beroepsinstantie om dit aan te tonen. afschrift van de integrale en ondertekende collegebeslissing van 3/6/2021 m.b.t. zijn vraag tot verbetering, en van alle dossierstukken m.b.t. dit collegebesluit  De stad bezorgt, naast het collegebesluit d.d. 8/6/2021, de brief d.d. 24/3/2021 van verzoeker en de brief die ze op 18 juni 2021 aan verzoeker stuurde, en het bewijs van aangetekende zending. afschrift van alle communicatie met Ethias over het dossier van verzoeker  De stad bezorgt een aantal mails en brieven van en naar Ethias, maar stelt dat ze hiervoor de uitzonderingsgrond van artikel II. 35 4° Bestuursdecreet inroept. afschrift van de eerste communicatie met xxx (andere dan die van 7 november 2019 om 16u05)  De stad stelt dat geen andere communicatie gevoerd werd met xxx dan die van 7 november 2019 afschrift van de stukken die de effectieve uitvoering door de wijkagent van een woonstonderzoek bewijzen  Ook hiervoor wordt verwezen naar het verslag d.d. 3/8/2017 van de politie aan de dienst bevolking en het collegebesluit van 22/8/2017 afschrift en/of uitleg van (de stukken m.b.t.) het effectief onderzoek naar de gezinssamenstelling van verzoeker (niet het reeds openbaar gemaakte PV van 3/8/2017 van de wijkagent, maar andere bewijsstukken van de vaststelling van zijn woonplaats en gezinssamenstelling)  Hiervoor verwijst de stad naar de politie en stelt dat ze zelf geen andere stukken heeft. Afschrift en/of uitleg van (de documenten) m.b.t. een effectieve woonstbetreding door xxx van het adres xxx.  Hiervoor verwijst de stad naar de politie en stelt dat ze zelf geen andere stukken heeft.

-

-

-

-

-

4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat ook dit beroep van verzoeker kadert in een betwisting over zijn ambtshalve inschrijving in de bevolkingsregisters door de stad Borgloon. Om te proberen aantonen dat deze inschrijving onterecht gebeurde, vraagt verzoeker bij de stad diverse documenten op die zouden moeten bewijzen dat de stad onzorgvuldig te werk ging. Naast de documenten

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 6 van 11


die verzoeker al van de stad ontving, vraagt hij onder meer documenten die volgens hem zouden moeten bestaan opdat de stad hem op een correcte manier ambtshalve kon inschrijven. 4.1. Uit de toelichting van de stad blijkt echter dat verschillende van deze opgevraagde documenten effectief niet bestaan of minstens niet in het bezit zijn van de stad. Het gaat daarbij dan om: -

-

Andere documenten/informatie van de politiediensten, over het woonstonderzoek, de woonstbetreding, het onderzoek gezinssamenstelling… dan het verslag d.d. 3/8/2017 aan de dienst bevolking. Het (volgens verzoeker) verplichte verslag van het ambt van burgerlijke stand, als bedoeld in artikel 9, 10 en 11 2e lid van het KB 16 juli 1992 en de Algemene Onderrichtingen De brieven en het bewijs van de ter post bestelling, die verzoeker uitnodigen om ‘een adreswijziging’ aan te vragen alsook het voorwerp van de (beweerde) weigering door betrokkene Een collegebesluit van 3 juni 2021 (en bijhorende documenten) dat de vraag tot verbetering van verzoeker behandelt. De beroepsinstantie merkt op dat in de brief van de stad aan xxx wel gesteld wordt dat zijn vraag tot verbetering werd voorgelegd aan het college op 3 juni 2021, maar thans stelt dat dit op 8 juni 2021 was. Het betreft hier dus wellicht een typfout in de brief. het dossiernummer of referentienummer van de brief ‘van Burgerzaken’ d.d. 18/6/2021 andere communicatie die gevoerd werd met xxx dan die van 7 november 2019

Artikel I.4, 3° Bestuursdecreet bepaalt wat onder een bestuursdocument moet worden verstaan: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. In casu bestaan er geen dragers waarin de hierboven genoemde informatie gematerialiseerd is, of zijn deze niet in het bezit van de stad Borgloon. Van een onbestaand bestuursdocument of van een bestuursdocument dat niet in het bezit is van de stad, kan door haar bijgevolg uiteraard ook geen afschrift worden verleend. Het ingestelde beroep is op dit punt dan ook als ongegrond te beschouwen. 4.2. De volgende stukken bestaan wel en zijn in het bezit van de stad, maar dienen volgens het oordeel van de beroepsinstantie gekwalificeerd te worden als vertrouwelijke correspondentie tussen een advocaat en diens cliënt, zijnde de stad Borgloon: -

de stukken met begeleidend schrijven die door de stad zijn overgemaakt aan andere partijen/instellingen dan Ethias en de adviseur van FOD Binnenlandse Zaken m.b.t. zijn ambtshalve inschrijving (p. 2 mail 25/5/2021)

Onder deze omschrijving vallen enkele mails die tussen de stad Borgloon en haar raadsman, xxx, zijn uitgewisseld. Conform artikel 6 §2 2° van de Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur kan een federale of niet-federale administratieve overheid de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument afwijzen wanneer de openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet aan een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting. Artikel 458 van het Strafwetboek stipuleert dat alle “personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, en deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in recht of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 7 van 11


geval dat de wet hen verplicht die geheimen bekend te maken” strafrechtelijk zullen worden gesanctioneerd. Voormeld artikel uit het Strafwetboek is zonder enige discussie van toepassing ten aanzien van advocaten; het gaat hier bijgevolg om de wettelijke verankering van het beroepsgeheim van advocaten. De beroepsinstantie wijst erop dat het belang van voornoemd beroepsgeheim van advocaten t.a.v. het principe van de openbaarheid van bestuur eveneens uitdrukkelijk werd bevestigd in het arrest nr. 202.966 van de Raad van State d.d. 15 april 2010. Vooreerst stelt de Raad van State dat artikel 1 van de wet van 11 april 1994 bepaalt dat deze van toepassing is "op de administratieve overheden andere dan de federale administratieve overheden doch slechts in de mate dat deze wet op gronden die tot de federale bevoegdheid behoren, de openbaarheid van bestuursdocumenten verbiedt of beperkt". Daaruit volgt dat deze uitzondering op de openbaarheid van bestuur niet beperkt is tot aanvragen met toepassing van de wet van 11 april 1994 zelf, maar dat zij van toepassing is op alle regelingen inzake de openbaarheid van bestuur. De Raad van State heeft de toepassing van artikel 6 §2 2° van de wet van 11 april 1994 ook op Vlaamse dossiers inzake openbaarheid van bestuur heel expliciet bijgetreden. Zij heeft in het aangehaalde arrest uitdrukkelijk gesteld dat de geheimhoudingsplicht erop gericht is om het iedereen mogelijk te maken op de best mogelijke manier bijstand te krijgen van een advocaat, door de waarborg dat alles wat wordt besproken, vertrouwelijk blijft, en niet ter kennis kan komen van derden. Het beroepsgeheim is er om de vertrouwelijkheid te beschermen en niet omgekeerd. De Raad van State heeft in vermeld arrest gesteld dat de vertrouwelijkheid waar een bestuursinstantie kan van genieten in haar overleg met een advocaat, niet dient te wijken voor het beginsel van de openbaarheid van bestuur. De Raad van State heeft in voormeld arrest voorts ter ondersteuning aangehaald dat het Hof van Justitie van de Europese Unie ook voorrang geeft aan de vertrouwelijkheid van de briefwisseling tussen advocaat en cliënt op het recht van de Commissie om de overlegging te eisen van alle documenten die zij noodzakelijk acht om overtredingen op de verdragsbepalingen betreffende mededinging op te sporen (HvJ 155/79, AM&S Europe Ltd., Jur. 1982, 1575). Ook daaruit leidt de beroepsinstantie af dat de vertrouwelijke aard van dergelijke briefwisseling zwaarder weegt dan het beginsel van openbaarheid van bestuur. Ook het Grondwettelijk Hof heeft overigens in dezelfde zin geoordeeld, waar het oordeelde dat de regel van het beroepsgeheim van een advocaat niet moet wijken voor de noodzaak van toezicht op misbruiken van het stelsel van collectieve schuldregeling (GwH 3 mei 2000, nr. 46/2000, R.W. 2000-01, 506, noot E. DIRIX; GwH 14 juni 2006, nr. 100/2006), voor de handhaving van de absolute onpartijdigheid van de curator (GwH 24 maart 2004, nr. 50/2004, R.W. 2004-05, 218) of voor de bestrijding van het "witwassen" (GwH 23 januari 2008, nr. 10/2008, R.W. 2008-09, 109, noot J. STEVENS). Toegepast op het voorliggende beroep, is de beroepsinstantie van oordeel dat de communicatie tussen de stad Borgloon en haar raadsman, werd opgesteld in het kader van de wettelijk beschermde vertrouwensrelatie tussen de stad en haar advocaat. Deze documenten, voorwerp van het voorliggende beroep, mogen om die reden niet aan derden worden vrijgegeven. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat, in toepassing van artikel II.39 tweede lid van het Bestuursdecreet, beide vermelde documenten vallen onder de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel 6 §2 2° van de federale wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Het gaat om vertrouwelijke briefwisseling tussen cliënt en advocaat. Het vrijgeven van de opgevraagde documenten zou die vertrouwelijkheid ondergraven. Het ingestelde beroep is op dit punt dan ook als ongegrond te beschouwen.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 8 van 11


4.3. Voor wat betreft de hierna volgende documenten die de beroepsinstantie van de stad Borgloon ontvangen heeft, ziet de beroepsinstantie geen uitzonderingsgrond op de openbaarheid die hierop van toepassing zou zijn, en wordt het beroepschrift dan ook als (gedeeltelijk) gegrond beschouwd: -

De inschrijving in het register, als bedoeld in artikel II 43 §1 van het Bestuursdecreet m.b.t. het beweerdelijk ontvangen schrijven d.d. 24/3/2021 van verzoeker aan de stad. Het feit dat dit niet meer op papier maar digitaal bijgehouden wordt, belet niet dat de stad hiervan dan een digitaal afschrift aan verzoeker kan bezorgen, zoals ze ook gedaan heeft aan de beroepsinstantie.

-

Het collegebesluit d.d. 8 juni 2021 dat de vraag tot verbetering van verzoeker behandelt, en de bijhorende documenten die als bijlage vermeld worden, met name zijn brief d.d. 24/3/2021, het document ‘ambtshalve inschrijving xxx’ en het document ‘dossier xxx bijkomende tussenkomsten’

-

De communicatie van de stad met Ethias over het dossier van verzoeker. Dit gaat over 10 mails, memo’s en brieven van en naar Ethias, met betrekking tot het opstarten van een dossier ‘rechtsbijstand’ voor de stad. De stad heeft ook een aantal mails bestemd voor haar raadsman eveneens gericht aan Ethias, doch voor deze mails geldt wat hierboven gesteld werd onder 4.2: deze vallen onder de vertrouwelijke communicatie met en het beroepsgeheim van de raadsman van de stad.

De mails en brieven die enkel tussen de stad en Ethias werden uitgewisseld, bevatten volgens het oordeel van de beroepsinstantie geen informatie die valt onder een uitzonderingsgrond van het Bestuursdecreet. De stad roept hiervoor weliswaar artikel II. 35, 4° Bestuursdecreet in. Deze uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) wordt uitgespeeld. De bedoelde uitzonderingsgrond mag evenwel niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand rechtsgeding en tegen een bestuursinstantie kan worden aangewend. De beroepsinstantie stelt echter vast dat er momenteel geen sprake is van een bestaand rechtsgeding tussen verzoeker en de stad Borgloon. De omstandigheid dat dit er eventueel in de toekomst wel kan komen, is niet afdoende om nu de openbaarmaking van de gevraagde mails op grond van deze uitzonderingsgrond te weigeren.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 9 van 11


De beroepsinstantie ziet ook geen andere uitzonderingsgrond van toepassing die zich tegen de openbaarmaking van de gevraagde mails zou verzetten, met uitzondering voor de namen en contactgegevens van de betrokken dossierbehandelaars van de stad en van Ethias. De beroepsinstantie is van oordeel dat de naam en voornaam, en contactgegevens van deze medewerkers persoonsgegevens zijn die vallen onder artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om de naam en voornaam en contactgegevens van natuurlijke personen. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkene. Het vrijgeven van al deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon, doch uit de communicatie met de stad Borgloon is duidelijk gebleken dat deze toestemming niet gegeven wordt. Ook vanwege de medewerkers van Ethias is een dergelijke toestemming niet voorhanden. Voor wat betreft de communicatie tussen de stad Borgloon en (enkel) Ethias i.v.m. het dossier van verzoeker, wordt het beroepschrift bijgevolg gegrond beschouwd, met uitzondering van de persoonlijke gegevens (naam, voornaam, contactgegevens) van de betrokken medewerkers, die afgeschermd moeten worden.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 10 van 11


Concluderend is de beroepsinstantie van oordeel dat het beroep deels gegrond, deels ongegrond is. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx, d.d. 29 november 2021 tegen de gebrekkige uitvoering van de stad Borgloon van de beslissing van de beroepsinstantie d.d. 2 juli 2020 en tegen de ontstentenissen van beslissing van de stad Borgloon op zijn openbaarheidsverzoeken d.d. 25 mei en 29 juni 2021 is deels onontvankelijk, deels ontvankelijk en deels gegrond, deels ongegrond. Bijgevolg dient de stad Borgloon de volgende documenten openbaar te maken door er een (digitaal) afschrift van te verstrekken: -

-

De inschrijving in het register, als bedoeld in artikel II 43 §1 van het Bestuursdecreet m.b.t. het beweerdelijk ontvangen schrijven d.d. 24/3/2021 van verzoeker aan de stad Het collegebesluit d.d. 8 juni 2021 dat de vraag tot verbetering van verzoeker behandelt, en de bijhorende documenten die als bijlage vermeld worden, met name zijn brief d.d. 24/3/2021, het pdf-document ‘ambtshalve inschrijving xxx’ en het pdf-document ‘dossier xxx bijkomende tussenkomsten’

De communicatie van de stad met (enkel) Ethias over het dossier van verzoeker: 10 mails, memo’s en brieven van en naar Ethias, met betrekking tot het opstarten van een dossier ‘rechtsbijstand’ voor de stad, met weglating van de erin vermelde informatie met betrekking tot natuurlijke personen (medewerkers van de stad en van Ethias).

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 22 december 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/437

pagina 11 van 11


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-437.pdf by Vlaanderen-be - Issuu