RAPPORT STATISTIEK VLAANDEREN, 2020/1
DE ECONOMISCHE BETEKENIS VAN TOERISME IN VLAANDEREN
KAROLIEN WEEKERS & PIETER DE MAESSCHALCK
INHOUD SAMENVATTING INLEIDING 5 1
CONSUMPTIE DOOR TOERISME
7
1.1 Volume van toeristen
7
1.2 Toeristische consumptie in Vlaams Gewest
9
1.2.1 Uitgaven door toeristen
10
1.2.2 Andere componenten van toerismeconsumptie 12 1.2.3 Totaal toeristische consumptie 1.3 Toeristische consumptie in het Brussels Gewest
1.3.1 Uitgaven door toeristen
13 15 15
1.3.2 Andere componenten van toerismeconsumptie 16
2
1.3.3 Totaal toeristische consumptie
16
ECONOMISCHE INDICATOREN
19
2.1 Bruto toegevoegde waarde van de
toeristische sector
19
2.1.1 Vlaams en Brussels Gewest
20
2.1.2 Vergelijking met andere sectoren
20
2.1.3 Vergelijking met andere landen
22
2.2 Directe bruto toegevoegde waarde van toerisme
23
2.2.1 Vlaams en Brussels Gewest
23
2.2.2 Vergelijking met andere landen
25
2.3 Tewerkstelling in de toeristische sector
26
2.3.1 Vlaams en Brussels Gewest
26
2.3.2 Vergelijking met andere landen
28
BESLUIT 30 LITERATUURLIJST 32
DE ECONOMISCHE BETEKENIS VAN TOERISME IN VLAANDEREN RESULTATEN VAN DE VLAAMSE EN BRUSSELSE SATELLIETREKENING TOERISME 2018
SAMENVATTING Het is niet eenvoudig om een betrouwbare inschatting te maken van de economische betekenis van toerisme in een land of regio. Welke bedrijfstakken moeten meegenomen worden? Kan de gehele output van deze bedrijfstakken mee in rekening worden gebracht of enkel dat wat toeristen verbruiken? En wat met het verbruik van toeristen buiten de toeristische bedrijfstakken? Statistiek Vlaanderen maakt voor de inschatting van de economische betekenis van toerisme in Vlaanderen sinds een aantal jaar gebruik van een satellietrekening toerisme, een internationaal erkend instrument. In dit rapport worden de belangrijkste resultaten gepubliceerd van de Vlaamse en Brusselse Satellietrekening Toerisme 2018. De bruto toegevoegde waarde van toerisme wordt hier op 2 manieren in beeld gebracht. Vooreerst door te kijken naar de bruto toegevoegde waarde van alle toeristische bedrijfstakken. Die lag in 2018 in het Vlaamse Gewest op 8,9 miljard euro of 4,3% van de totale bruto toegevoegde waarde in het gewest. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 3,7 miljard euro en lag het aandeel in de totale bruto toegevoegde waarde met 5,3% iets hoger dan in het Vlaamse Gewest.
Daarnaast kan ook gefocust worden op de directe bruto toegevoegde waarde die bedrijven realiseren als rechtstreeks gevolg van de consumptie door toeristen, los van de bedrijfstak waarin dat gebeurt. In 2018 lag deze directe bruto toegevoegde waarde van toerisme in het Vlaamse Gewest op 5,4 miljard euro of 2,6% van de totale bruto toegevoegde waarde in het gewest. In Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 1,7 miljard euro of 2,5% van de totale bruto toegevoegde waarde. Wat tewerkstelling betreft genereerde de toeristische sector in het Vlaamse Gewest in 2018 139.985 loontrekkende jobs en 54.810 jobs voor zelfstandigen en helpers. In verhouding tot het totaal aantal jobs, waren de banen in de toeristische sector in 2018 goed voor 6,0% van alle loontrekkende jobs en 8,0% van alle jobs voor zelfstandigen en helpers. Alles samen ging het om 6,4% van het totaal aantal jobs in het Vlaamse Gewest. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waren er in de toeristische sector in 2018 58.104 loontrekkende jobs en 7.205 jobs voor zelfstandigen en helpers. In vergelijking met alle loontrekkende jobs, nam de toeristische sector er een aandeel in van 9,3%. Bij de zelfstandigen en helpers gaat het om 6,5% van alle jobs. Samen ging het om 8,9% van het totaal aantal jobs in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
INLEIDING De economische betekenis van toerisme meten is geen eenvoudige opdracht. In de eerste plaats zijn er heel wat verschillende statistieken en indicatoren bruikbaar om de economische impact van een sector in kaart te brengen. Daarnaast is de toeristische sector geen afgebakende of duidelijk zichtbare economische sector, maar eerder een samenvoeging van (delen van) verschillende bedrijfstakken. Daarenboven wordt vaak slechts een deel van de output van deze bedrijfstakken voor toeristische consumptie gebruikt. Vandaar dat Statistiek Vlaanderen voor de berekening van de statistiek over de economische betekenis van toerisme gebruik maakt van een satellietrekening toerisme. Dat is een internationaal erkend instrument, ontwikkeld door Eurostat, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de World Tourism Organisation (UNWTO) om de economische betekenis van toerisme in kaart te brengen. Een satellietrekening toerisme wordt in de internationale literatuur afgekort als TSA (Tourism Satellite Account). Aan de aanbodzijde brengt een satellietrekening de verschillende noodzakelijke met toerisme verbonden functionele onderdelen van de nationale rekeningen samen. Tegelijkertijd zorgt de satellietrekening ervoor dat dit aanbod verbonden wordt met de vraagzijde en dus met de werkelijke toeristische consumptie. De Vlaamse openbare statistieken over de economische betekenis van toerisme worden door Statistiek Vlaanderen ontsloten op www.statistiekvlaanderen.be/nl/ economische-impact-toerisme. Dit rapport gaat dieper in op deze statistieken. De economische betekenis van toerisme in Vlaanderen wordt geschetst, als resultaat van de berekeningen van de Satellietrekeningen Toerisme 2018 in het Vlaamse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Een meer gedetailleerde beschrijving van de opmaak van deze TSA 2018, alsook de achterliggende berekeningen, deelresultaten en volledige TSA-tabellen kunnen in de bijlage van dit rapport
worden geconsulteerd. Daarin is ook een uitgebreide beschrijving van bronnen en methoden opgenomen. Zie: https://www. statistiekvlaanderen.be/sites/default/files/ docs/sv-rapport-tsa-2018-bijlage.pdf. De cijfers in dit rapport beschrijven de situatie in 2018. Het gaat om de zesde editie van de Vlaamse TSA. De eerste TSA voor het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest werd in maart 2012 voorgesteld en had betrekking op de situatie in 2008. Er verscheen hierover een uitgebreid methodologisch rapport waarin de internationale methodologie besproken en toegepast wordt op de Vlaamse case (Weekers, 2012). In 2013 verscheen het rapport over de TSA 2010 (Weekers, 2013), in 2014 verscheen het rapport over de TSA 2012 (De Maesschalck & Weekers, 2014), in 2016 dat over de TSA 2014 (De Maesschalck & Weekers, 2016) en in 2018 dat over TSA 2016 (Weekers & De Maesschalck, 2018). In dit rapport wordt vooreerst ingegaan op de consumptieve bestedingen met betrekking tot toerisme in Vlaanderen. Daaronder vallen zowel de uitgaven die toeristen doen tijdens hun trip, maar ook de duurzame goederen die ze vooraf kopen of de uitgekeerde subsidies die er voor zorgen dat een toerist minder moet betalen dan de werkelijke kostprijs van een goed of dienst. Op basis van de gegevens over de toerismeconsumptie en de gegevens van het aanbod van de verschillende toeristische bedrijfstakken, kunnen een aantal economische indicatoren berekend worden die inzicht geven in de economische betekenis van toerisme in Vlaanderen. Die economische indicatoren komen aan bod in het tweede deel van dit rapport. Het gaat om de bruto toegevoegde waarde van de toeristische bedrijfstakken, de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme en de tewerkstelling in de toeristische sector. In elk van deze onderdelen wordt zowel de situatie in het Vlaamse Gewest als in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest besproken. Waar mogelijk wordt een evolutie geschetst doorheen de tijd en wordt ook een vergelijking opgenomen met andere sectoren en andere landen.
5
1.
CONSUMPTIE DOOR TOERISME 1
Om de consumptie door toerisme te berekenen, is het in de eerste plaats noodzakelijk om het aantal toeristen te kennen. Daarom wordt hieronder gestart met het beschrijven van het volume van dagtoeristen en het aantal overnachtingen van verblijfstoeristen. Daarna wordt in detail ingegaan op de consumptie van deze toeristen. In de bijlage van dit rapport wordt voor de verschillende componenten van consumptie door toerisme uitgebreid uitgelegd wat het bronnenmateriaal, de methode en de deelresultaten zijn. Ook de specifieke TSA-tabellen waarop deze cijfers zijn gebaseerd, namelijk TSA-tabel 1, 2 en 4 kunnen in bijlage worden geconsulteerd. TSA-tabel 1 bespreekt het inkomend toerisme (toeristen uit een ander land of gewest), TSA-tabel 2 het intern toerisme (toeristen uit het eigen gewest). In TSA-Tabel 4 wordt de totale consumptie door toerisme in beeld gebracht.
1.1 VOLUME VAN TOERISTEN Er zijn verschillende groepen toeristen. In de eerste plaats kan er een onderscheid gemaakt worden tussen dag- en verblijfstoeristen. Toeristen die niet overnachten zijn dagtoeristen, toeristen die wel overnachten zijn verblijfstoeristen. Daarnaast kan een onderscheid gemaakt worden volgens het doel van de reis: ontspanning, MICE (Meetings, Incentives, Congressen en Evenementen) of andere beroepsdoeleinden. Deze twee laatste categorieën worden in dit rapport samengenomen onder de noemer zakentoerisme. In de TSA wordt ten slotte ook de herkomst of woonplaats van de toeristen in rekening gebracht om het onderscheid te maken tussen inkomend en intern toerisme. Inkomend toerisme in een bepaald land of gewest betreft toeristen die op bezoek zijn in dat land of gewest en wonen in een ander land of gewest. Intern toerisme in een bepaald land of gewest betreft toerisme door personen die wonen in het land of gewest zelf. Deze toeristen doen uitgaven in het eigen land of gewest wanneer ze er reizen, maar soms doen ze ook nog uitgaven in hun eigen land of gewest in functie van een reis die elders plaatsvindt. Wanneer in dit rapport gesproken wordt over Vlaamse toeristen, gaat het om toeristen die wonen in het Vlaamse Gewest. Hetzelfde geldt voor Brusselse toeristen (inwoners van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest), Waalse toeristen (inwoners van het Waalse Gewest), Belgische toeristen (inwoners van België) en buitenlandse toeristen (inwoners van een ander land dan België).
7
Om de volumes van al deze groepen toeristen te kennen werd een beroep gedaan op verschillende onderzoeken van vooral Toerisme Vlaanderen, de provinciale toerismediensten, Westtoer en WES. In de bijlage van dit rapport kan per groep toeristen afgelezen worden welke bronnen werden gebruikt. In 2018 waren er in het Vlaamse Gewest bij het inkomend toerisme bijna 17 miljoen dagtoeristen en ruim 17,7 miljoen overnachtingen. Wat de dagtoeristen betreft, gaat het om 12,5 miljoen buitenlandse en 3 miljoen dagtoeristen uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest die naar Vlaanderen komen voor ontspanning. Daarnaast is er ook nog sprake van nog eens 1,5 miljoen dagzakentoeristen. De 17,7 miljoen overnachtingen gebeuren vooral door buitenlanders (9,1 miljoen), al werden ook 5,3 miljoen overnachtingen door Brusselse en Waalse toeristen geteld met als motief ontspanning. Zakentoeristen zijn ook goed voor ruim 3,3 miljoen overnachtingen in het Vlaamse Gewest. In vergelijking met 2016 is er vooral een sterke toename van het aantal overnachtingen door buitenlandse toeristen. Tabel 1. Totaal volume van toerisme, naar herkomst, type en motief Vlaams Gewest, 2018, in aantal dagtoeristen of aantal overnachtingen INKOMEND TOERISME
Dagtoeristen Walen en Brusselaars Verblijfstoeristen
Dagtoeristen Buitenlanders Verblijfstoeristen
Ontspanning MICE Andere zakenreizen Ontspanning MICE Andere zakenreizen Ontspanning MICE Andere zakenreizen Ontspanning MICE Andere zakenreizen
INTERN TOERISME
Dagtoeristen Vlamingen in het Vlaamse Gewest Verblijfstoeristen
Vlamingen die vertrekken naar Brussel, WalloniĂŤ of het buitenland
Dagtoeristen
Verblijfstoeristen
Bron: Statistiek Vlaanderen
2018
3.010.752 522.482 422.150 5.297.634 358.138 297.463 12.499.109 286.073 250.013 9.086.232 1.337.010 1.413.209 2018
Ontspanning MICE Andere zakenreizen Ontspanning MICE Andere zakenreizen Ontspanning MICE Andere zakenreizen Ontspanning MICE Andere zakenreizen
25.262.459 8.885.885 7.179.529 10.477.460 724.803 602.008 9.109.933 Geen info Geen info 7.858.934 Geen info Geen info
Voor het intern toerisme – het toerisme in het Vlaamse Gewest door personen die zelf wonen in het Vlaamse Gewest - waren er in 2018 ruim 25 miljoen daguitstappen voor het motief ontspanning en 16 miljoen zakelijke daguitstappen. Verder waren er bijna 10,5 miljoen overnachtingen door Vlaamse toeristen in het Vlaamse Gewest en vertrokken ruim 17 miljoen Vlaamse toeristen op daguitstap of op reis naar een ander land of andere regio. Tabel 2. Totaal volume van toerisme, naar herkomst, type en motief Brussels Gewest, 2018, in aantal dagtoeristen of aantal overnachtingen INKOMEND + INTERN TOERISME
Dagtoeristen Belgen Verblijfstoeristen
Dagtoeristen Buitenlanders Verblijfstoeristen
Ontspanning MICE Andere zakenreizen Ontspanning MICE Andere zakenreizen Ontspanning MICE Andere zakenreizen Ontspanning MICE Andere zakenreizen
2018
3.703.227 6.376.900 2.355.313 679.030 601.361 209.174 1.366.773 248.149 107.313 2.758.871 1.970.736 773.889
Bron: Statistiek Vlaanderen
In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waren er in 2018 ruim 3,7 miljoen Belgische en bijna 1,4 miljoen buitenlandse dagtoeristen voor het motief ontspanning. De dagzakentoeristen waren daarnaast goed voor ruim 9 miljoen bezoekers. Ten slotte was er sprake van bijna 1,5 miljoen Belgische en ruim 5,5 miljoen buitenlandse overnachtingen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, waarvan 51% met een zakelijk motief.
1.2 TOERISTISCHE CONSUMPTIE IN VLAAMS GEWEST De toeristische consumptie in het Vlaamse Gewest wordt in de eerste plaats gerealiseerd door de uitgaven van toeristen zelf, maar daarnaast moeten nog een aantal andere aspecten worden meegeteld. Wanneer eigenaars van een tweede verblijf zelf gebruik maken van hun tweede verblijf of het gratis ter beschikking stellen aan vrienden, familie en kennissen, moet ook dit opgenomen worden. Daarnaast zorgen sommige subsidies ervoor dat toeristen minder betalen dan de werkelijke kostprijs van bijvoorbeeld een museumbezoek. Ten slotte wordt ook de aankoop van duurzame toerismegoederen gezien als een vorm van toeristische consumptie. Al deze aspecten worden hieronder achtereenvolgens besproken.
9
Voor de uitgaven van toeristen werd een beroep gedaan op verschillende onderzoeken van vooral Toerisme Vlaanderen, de provinciale toerismediensten, Westtoer en WES. Daarnaast werd ook de interregionale input-outputtabel als bron gebruikt. Voor de subsidies werd gebruik gemaakt van data van het departement Financiën en Begroting en van het Agentschap Binnenlands Bestuur. De huishoudbudgetenquête van Statbel leverde ten slotte de nodige gegevens over de aankoop van duurzame toerismegoederen. Alle details over deze bronnen en de deelresultaten kunnen in de bijlage van dit rapport geraadpleegd worden.
1.2.1 UITGAVEN DOOR TOERISTEN Door alle toeristen samen werden in het Vlaamse Gewest in 2018 in totaal voor 11,5 miljard euro aan toeristische uitgaven gedaan. In vergelijking met de bestedingen uit 2016 (omgezet naar prijzen van 2018), was er in 2018 sprake van een reële toename van bijna 800 miljoen euro aan consumptieve bestedingen door toeristen. Figuur 1. Uitgaven door intern en inkomend toerisme Vlaams Gewest, 2008-2018, in miljard euro (prijzen van 2018) 11,2 10
9,7
10,2
11,5 10,7
10,7
2014
2016
5
2008
2010
2012
2018
Bron: Statistiek Vlaanderen
De Vlaamse toeristen gaven in totaal 62% van die 11,5 miljard uit: 33% gebeurde door inwoners die in hun eigen gewest toerist zijn en 29% door Vlaamse toeristen die op reis vertrekken buiten het Vlaamse Gewest. Bij deze laatste groep worden enkel de uitgaven in rekening gebracht die voorafgaand aan het vertrek in het Vlaamse Gewest worden gedaan bij onder meer reisbureaus, touroperators of (lucht)vervoer. Daarnaast zijn buitenlandse toeristen goed voor 27% van de totale uitgaven door toeristen in het Vlaamse Gewest, inwoners van het Brusselse en Waalse Gewest goed voor 11%.
Figuur 2. Uitgaven door inkomend en intern toerisme, naar herkomst toerist Vlaams Gewest, 2018, in %
Inkomend: Brusselse en Waalse toeristen (11%)
Intern: Vlaamse toeristen 33%
Intern: Vlaamse toeristen die vertrekken 29%
Inkomend: Buitenlandse toeristen 27%
Bron: Statistiek Vlaanderen
In totaal werden in 2018 in het Vlaamse Gewest 4,3 miljard euro aan consumptie-uitgaven gedaan door het inkomend toerisme, dus door niet-Vlaamse toeristen in het Vlaamse Gewest. Ruim 1,2 miljard euro aan bestedingen werd gedaan door Brusselse en Waalse toeristen en 3,1 miljard euro door de buitenlandse toeristen. Deze 3,1 miljard euro werd voor 1,7 miljard uitgegeven door buitenlandse verblijfstoeristen, 0,6 miljard door de buitenlandse dagtoeristen en iets minder dan 0,8 miljard euro door de buitenlandse zakenreizigers. Bij de Brusselse en Waalse toeristen zijn het vooral de verblijfstoeristen die uitgaven doen in het Vlaamse Gewest. In vergelijking met 2016 (in prijzen van 2018) werd er in 2018 bijna 285 miljoen euro meer uitgegeven door inkomende toeristen. Figuur 3. Uitgaven door inkomend toerisme naar herkomst en motief Vlaams Gewest, 2018, in miljoen euro
Verblijfstoeristen Brusselse en Waalse toeristen Ontspanning Zaken
873 183
Buitenlandse toeristen 1.739 764
Dagtoeristen Brusselse en Waalse toeristen Ontspanning Zaken
119 60
Buitenlandse toeristen 608 18
Bron: Statistiek Vlaanderen
11
Het intern toerisme (Vlaamse toeristen in het Vlaamse Gewest) was in 2018 goed voor ruim 7,1 miljard euro aan consumptie-uitgaven. Iets minder dan de helft hiervan werd uitgegeven door de Vlaamse toeristen die op reis vertrekken buiten het Vlaamse Gewest. De overige 3,8 miljard euro werd uitgegeven door inwoners uit het Vlaamse Gewest die toerist zijn in hun eigen gewest. Ruim één derde van dit bedrag (bijna 1,4 miljard euro) werd besteed door de Vlaamse verblijfstoeristen voor het motief ontspanning. Daarnaast werd iets minder dan een derde of ruim 1,1 miljard euro uitgegeven door de Vlaamse dagtoerist voor het motief ontspanning. De Vlaamse dagzakentoeristen gaven samen ruim 0,9 miljard euro uit. De overnachtende Vlaamse zakentoeristen spendeerden ten slotte iets minder dan 350 miljoen euro in het Vlaamse Gewest. In vergelijking met 2016 zien we in 2018 een toename met 513 miljoen euro aan uitgaven door intern toerisme. Figuur 4. Uitgaven door intern toerisme naar herkomst en motief Vlaams Gewest, 2018, in miljoen euro
Verblijfstoeristen Vlamingen in Vlaams Gewest Ontspanning
Vlamingen buiten Vlaams Gewest
1.383
Zaken
347
Onbekend
3.322
Dagtoeristen Vlamingen in Vlaams Gewest Ontspanning
1.156
Zaken
934
Onbekend
Vlamingen buiten Vlaams Gewest
25
Bron: Statistiek Vlaanderen
1.2.2 ANDERE COMPONENTEN VAN TOERISMECONSUMPTIE Naast de klassieke toeristen zijn er ook vakantiegangers die verblijven in hun eigen tweede verblijf of bij vrienden, familie en kennissen. Ook hun uitgaven maken deel uit van de toeristische consumptie. Naast de uitgaven die ze tijdens de trip doen, moet ook het gebruik van hun vakantiewoning in rekening gebracht worden. De waarde van de ‘gratis’ overnachtingen (eigen gebruik of gratis bij vrienden, familie of kennissen) is immers ook een vorm van toeristische consumptie. In 2018 werden in totaal ruim 33 miljoen overnachtingen in tweede verblijven geschat, wat neerkomt op een totale uitgave van 1,2 miljard euro door al deze toeristen samen. Daarnaast is de reële waarde van al deze gratis overnachtingen goed voor 666 miljoen euro.
Verder zijn ook de sociale overdrachten van de overheid die maken dat de toerist minder moet betalen dan de werkelijke kostprijs van een goed, een onderdeel van toeristische consumptie. De subsidies aan toerisme, cultuur en recreatie die rechtstreeks ten goede komen aan de gezinnen waren in 2018 goed voor 497 miljoen euro. Daarnaast kwam 229 miljoen euro aan subsidies aan vervoer ten goede aan toeristen. Ten slotte wordt ook de aankoop van duurzame toerismegoederen opgenomen als toerismeconsumptie. In 2018 werden in het Vlaamse Gewest voor iets meer dan 1 miljard euro aan duurzame toerismegoederen verkocht. Het gaat dan zowel om grote aankopen (zoals mobilhomes of caravans) als om kleinere aankopen (zoals duikuitrusting, fototoestellen of sportschoenen).
1.2.3 TOTAAL TOERISTISCHE CONSUMPTIE Als alle componenten van de toerismeconsumptie worden opgeteld, zien we een totale uitgave van ruim 15 miljard euro in 2018. Dat is 575 miljoen euro meer dan in 2016 en 1,8 miljard euro meer dan in 2008 (in prijzen van 2018). Tussen 2008 en 2018 was er dus sprake van een reĂŤle toename van de toeristische consumptie in het Vlaamse Gewest. Figuur 5. Totale toeristische consumptie Vlaams Gewest, 2008-2018, in miljard euro (prijzen van 2018)
15
13,4
14,3
13,8
2010
2012
14,4
14,6
2014
2016
15,2
10
5
2008
2018
Bron: Statistiek Vlaanderen
De uitgaven door toeristen waren in 2018 goed voor 12,8 miljard euro of 84% van de totale toeristische consumptie. Daarbij gaat het om de som van 11,5 miljard euro aan uitgaven van het inkomend en het intern toerisme en ruim 1,2 miljard euro aan uitgaven door tweede verblijvers aan de kust en elders in het Vlaamse Gewest. De andere componenten van toeristische consumptie waren opgeteld goed voor 2,4 miljard euro. Het gaat om de tegenwaarde van de huur-uitgaven wanneer toeristen gratis verblijven in hun tweede verblijf of
13
dat van familie, vrienden en kennissen (666 miljoen euro of 4%), de subsidies die ten goede komen aan de individuele toerist (727 miljoen euro of 5%) en de uitgaven aan duurzame toerismegoederen (1 miljard euro of 7%). Tabel 3. Totale toerismeconsumptie naar soort en uitgavencategorie Vlaams Gewest, 2018, in miljoen euro (prijzen van 2018) UITGAVEN TOERISTEN
Bestedingen 1 Accomodatie 2 3 4 5 6 7
Voeding- en drankverstrekking Personenvervoer te land (spoor + weg + water) Personenvervoer door de lucht Diensten van reisagentschappen, touroperators en gidsen Culturele diensten + diensten voor recreatie en sport Restwaarde participation fee
8 Andere TOTAAL
Intern en Tweede inkomend verblijvers toerisme en VFK
ANDERE COMPONENTEN VAN TOERISTISCHE CONSUMPTIE
Accomodatie tweede verblijven
Subsidies
Duurzame goederen
TOTAAL
1.401
-
666
-
-
2.067
2.235
484
-
-
-
2.719
722
26
-
223
-
972
2.572
-
-
6
-
2.578
2.723
-
-
-
-
2.723
259
5
-
497
-
761
244
-
-
-
-
244
1.375
726
-
-
1 037
3.137
11.531
1.241
666
727
1.037
15.202
Noot: VFK: Vrienden, familie en kennissen Bron: Statistiek Vlaanderen
Naar uitgavencategorie is de categorie ‘andere’ de grootste categorie met een aandeel van 21% van de totale consumptie. Hierin zitten alle shoppinguitgaven van toeristen, alsook de aankoop van duurzame toerismegoederen. Daarnaast zijn er 3 uitgavencategorieën die schommelen rond 17% en 18%: de uitgaven aan luchtvervoer, aan reisagentschappen en aan de voeding-drankverstrekkers. De gehele horeca (accommodatie + voeding en drank) neemt een derde van alle toeristische consumptie voor zijn rekening.
1.3 TOERISTISCHE CONSUMPTIE IN HET
BRUSSELS GEWEST
Ook in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn het niet enkel de uitgaven van toeristen die de toeristische consumptie bepalen. Subsidies ten voordele van de toeristen en de aankoop van duurzame toerismegoederen moeten meegenomen worden, al wordt voor deze twee componenten in het Brussels Gewest gewerkt met schattingen en niet met exacte bedragen. De bronnen die gebruikt werden voor deze berekeningen zijn grotendeels dezelfde als in het Vlaamse Gewest. Meer details over bronnen en methoden kan in de bijlage van dit rapport geconsulteerd worden. Tweede verblijfsgebruik wordt in Brussel niet meegenomen.
1.3.1 UITGAVEN DOOR TOERISTEN In totaal waren er in 2018 3 miljard euro aan toeristische bestedingen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. 1 miljard euro hiervan betreffen uitgaven aan reisbureaus en luchtvervoer. Deze uitgaven kunnen niet specifiek toegewezen worden aan Vlaamse, Waalse of Brusselse toeristen, maar uit de berekeningen blijkt wel dat 935 miljoen euro hiervan werd uitgegeven door Belgen en 71 miljoen euro door buitenlanders. Figuur 6. Uitgaven door toeristen naar herkomst en motief Brussels Gewest, 2018, in miljoen euro
Verblijfstoeristen Belgen Ontspanning Zaken
110 153
Buitenlanders 364 563
Dagtoeristen Belgen Ontspanning
322
Zaken
338
Buitenlanders 138 13
Uitgaven aan luchtvervoer en reisbureaus Belgen 935
Buitenlanders 71
Bron: Statistiek Vlaanderen
15
Naast bovengenoemde uitgaven werd nog 2 miljard euro aan consumptieve bestedingen geteld door toeristen in Brussel. Naar herkomst ging het om ruim 900 miljoen euro uitgaven door Belgen, bijna 1,1 miljard euro door buitenlanders. Naar doel werd bijna 950 miljoen euro uitgegeven voor toeristen met het motief ontspanning en ruim 1 miljard euro door zakentoeristen. In vergelijking met 2016 (in prijzen van 2018) werd in totaal in 2018 bijna 230 miljoen euro meer uitgegeven door toeristen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
1.3.2 ANDERE COMPONENTEN VAN TOERISMECONSUMPTIE Het totaalbedrag aan subsidies ten voordele van de individuele toeristen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in 2018 wordt geschat op ruim 350 miljoen euro. Het gaat daarbij om ongeveer 60 miljoen euro aan subsidies voor vervoer en ruim 290 miljoen euro aan subsidies voor cultuur, recreatie en toerisme. Voor de aankoop van duurzame toerismegoederen werd in totaal 190 miljoen euro opgenomen als deel van de toeristische consumptie in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
1.3.3 TOTAAL TOERISTISCHE CONSUMPTIE De totale toerismeconsumptie in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest was in 2018 goed voor bijna 3,6 miljard euro. Dat is ruim 480 miljoen euro meer dan in 2016 (in prijzen van 2018). Sinds 2008 steeg de toerismeconsumptie bij elk meetpunt heel licht, maar in 2016 was er een sterke terugval. Reden hiervoor zijn de aanslagen in Brussel in maart 2016, die maakten dat het aantal toeristen in Brussel dat jaar sterk daalde. In 2018 was er een duidelijke heropleving van de toeristische consumptie, al ligt het totaalbedrag nog steeds iets minder dan 100 miljoen euro onder dat van 2014. Figuur 7. Totale toeristische consumptie Brussels Gewest, 2008-2018, in miljard euro (prijzen van 2018) 4
3,6
3,6
3,7
3,6
3,2 3 2,1 2
1
2008
2010
Bron: Statistiek Vlaanderen
2012
2014
2016
2018
Het grootste deel van de toerismeconsumptie in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest werd gerealiseerd door de uitgaven van de toeristen zelf. Daarnaast werd nog ruim 350 miljoen euro aan subsidies opgenomen en bijna 190 miljoen euro aan uitgaven aan duurzame toerismegoederen. Diensten van reisagentschappen, touroperators en gidsen ontvingen bijna één vierde van de totale middelen van toerismeconsumptie. De gehele horecasector haalde één derde van de consumptieve bestedingen met een aandeel van 17% voor de voeding- en drankverstrekkers en 16% voor de accommodatiesector. Tabel 4. Totale toerismeconsumptie naar soort en uitgavencategorie Brussels Gewest, 2018, in miljoen euro (prijzen van 2018) UITGAVEN TOERISTEN
1 Accomodatie 2 3 4 5
6 7
Voeding- en drankverstrekking Personenvervoer over spoor + weg + water Personenvervoer door de lucht Diensten van reisagentschappen, touroperators en gidsen Culturele diensten + diensten voor recreatie en sport Diensten voor organisatie van congressen
8 Andere TOTAAL
SUBSIDIES (SCHATTING)
DUURZAME GOEDEREN (SCHATTING)
TOTAAL
570
570
592
592
208
270
62
176
176
830
830
157
452
295
114
114 361 3.009
357
190
551
190
3.556
Bron: Statistiek Vlaanderen
17
2.
ECONOMISCHE INDICATOREN
2
Op basis van de gegevens over de toerismeconsumptie en de gegevens overhet aanbod van de verschillende toeristische bedrijfstakken, kunnen een aantal economische indicatoren berekend worden. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de bruto toegevoegde waarde van de toeristische bedrijfstakken, de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme en de tewerkstelling in de toeristische sector. Voor elk van deze indicatoren komt zowel het resultaat in het Vlaamse Gewest als in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest aan bod. Daarnaast wordt dit resultaat waar mogelijk ook vergeleken in de tijd, met andere sectoren en met andere landen. De verschillende economische indicatoren werden opgebouwd volgens de internationaal geldende methodologie van de satellietrekening toerisme, waarvan de details in de bijlage van dit rapport kunnen bekeken worden. Ook de specifieke TSA-tabellen waarop deze cijfers zijn gebaseerd, namelijk TSA-tabel 5, 6 en 7 kunnen in de bijlage worden geconsulteerd. TSA-tabel 5 geeft de details over het aanbod weer, TSA-tabel 6 verbindt het aanbod uit TSA-Tabel 5 met de totale consumptie uit TSA-tabel 4 en TSA-tabel 7 beschrijft het aantal arbeidsplaatsen.
2.1 BRUTO TOEGEVOEGDE WAARDE VAN DE TOERISTISCHE SECTOR De bruto toegevoegde waarde van de toeristische industrie (Gross value added of tourism industries of GVATI) omvat de totale toegevoegde waarde gegenereerd door de toeristische sector, ongeacht of ze door toeristen of niet-toeristen wordt verbruikt. Deze indicator telt dus de bruto toegevoegde waarde op van alles wat in de toeristische sector geproduceerd wordt. Tegelijk laat het de bruto toegevoegde waarde van de niet-toeristische bedrijfstakken buiten beschouwing, hoewel deze ook producten kunnen leveren die worden geconsumeerd door toeristen. Het gaat dus kortweg over de bruto toegevoegde waarde van het toeristische aanbod. Zo wordt bijvoorbeeld de volledige bruto toegevoegde waarde van de horecasector opgenomen, terwijl er ook niet-toeristen uitgaven doen in de horeca: een trouwfeest in een hotel, een lunch tijdens de middagpauze, ‌ Tegelijk wordt de bruto toegevoegde waarde van bijvoorbeeld de detailhandel niet meegerekend, hoewel toeristen soms ook gaan shoppen tijdens hun uitstap. Deze indicator wordt berekend op basis van de Interregionale InputOutputtabellen (RIOT) en de regionale Aanbod- en Gebruikstabellen (AGT). Deze werd voor alle Belgische gewesten opgemaakt door het Federaal Planbureau. De cijfers hebben betrekking op het jaar 2010 en werden aangeleverd voor 143 verschillende bedrijfstakken. Omdat bepaalde bedrijfstakinformatie op een hoger detailniveau nodig is dan de RIOT kan
19
geven, werden een aantal variabelen uit deze RIOT versleuteld aan de hand van de gedecentraliseerde RSZ-statistiek (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid). Zo zitten de musea, dierentuinen, bibliotheken en archieven allemaal samen in dezelfde groep binnen de RIOT, terwijl enkel musea en dierentuinen deel uitmaken van de toeristische sector. Om het aandeel van bibliotheken en archieven weg te laten, verminderen we de totale cijfers a rato van het aantal werknemers in deze deelcategorie in de grote groep.
2.1.1 VLAAMS EN BRUSSELS GEWEST De bruto toegevoegde waarde van de toeristische industrie was in het Vlaamse Gewest in 2018 goed voor bijna 8,9 miljard euro of 4,3% van de totale bruto toegevoegde waarde in het gewest. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest was de bruto toegevoegde waarde van de toeristische industrie in 2018 gelijk aan 3,7 miljard euro of 5,3% van de totale bruto toegevoegde waarde. De totale bruto toegevoegde waarde van toeristische industrie in beide gewesten samen was in 2018 gelijk aan 12,6 miljard euro of 4,5% van de totale bruto toegevoegde waarde.
2.1.2 VERGELIJKING MET ANDERE SECTOREN De toeristische sector, hier samengesteld uit diverse deelbranches van de NACE-bedrijfstakken, kan ook vergeleken worden met andere bedrijfstakken (NACE-takken). De toeristische sector is zoals gezegd in het Vlaamse Gewest goed voor 4,3% van de totale bruto toegevoegde waarde. De grootste sector in termen van toegevoegde waarde in het Vlaamse Gewest is de industrieen energiesector (delfstoffen, nijverheid, energie, water en afvalbeheer). Cijfers over 2018 zijn nog niet beschikbaar, maar deze sector haalde in 2016 een aandeel van ongeveer 20% van de totale bruto toegevoegde waarde. De industrie- en energiesector kan verder ook opgedeeld worden in verschillende bedrijfstakken (NACE 2-digitniveau). Daarbij blijkt dat het aandeel van heel wat van deze bedrijfstakken (NACE 2-digitniveau) lager ligt dan de 4,3% voor de toeristische bedrijfstakken: de hoogste aandelen zijn er in de chemische industrie (3,1%) en de voedings- en genotindustrie (2,6%). Op sectorniveau zijn ook de totale toegevoegde waarde van de informatieen communicatiesector (2,8%) en van de financiĂŤle dienstverlening (3,9%) lager dan die van de toeristische sector. Het aandeel van de openbare besturen, defensie en sociale verzekeringen (5,1%) in de toegevoegde waarde is iets hoger dan dat van de toeristische sector. Het onderwijs (6,3%) en de bouwnijverheid (6%) halen een nog iets hoger aandeel. De sectoren waarvan het aandeel in de toegevoegde waarde veel hoger ligt dan de toerismesector groeperen vaak verschillende grotere deelsectoren. Zo is de gezondheidszorg alleen goed voor 4,6%, maar samen met de maatschappelijke dienstverlening gaat het om 7,3% van de toegevoegde waarde in het Vlaamse Gewest. Daarnaast halen alle diensten met betrekking tot de exploitatie van en handel in onroerend goed samen een aandeel van 8,5% in de toegevoegde waarde. De zakelijke dienstverlening maakt in totaal 15,2% uit van de
toegevoegde waarde in het Vlaamse Gewest, maar kan opgesplitst worden in de 9,9% vrije beroepen en 5,3% administratieve en ondersteunende diensten. Alle groot- en detailhandel haalt ten slotte 13,9% van de totale bruto toegevoegde waarde van het Vlaamse Gewest. Figuur 8. Bruto toegevoegde waarde naar sector Vlaams en Brussels Gewest, 2016, in % van de totale toegevoegde waarde Vlaams Gewest
Brussels Gewest
Delfstoffen, nijverheid, energie, water en afvalbeheer
19,6
9
Zakelijke dienstverlening
15,2
24,8
Groot- en detailhandel, reparatie van auto's en motorfietsen
13,9
5
Exploitatie van en handel in onroerend goed
8,5
0,9
Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening
7,3
1
Vervoer, opslag en telecommunicatie
6,7
17,7
Onderwijs
6,3
1,7
Bouwnijverheid
6
Openbaar bestuur en defensie, verplichte sociale verzekeringen
5,1
SECTOR TOERISME
4,3
5,5 3,8 5,3
FinanciĂŤle dienstverlening Informatie en communicatie
3,9 2,8
Verschaffen van accommodatie en maaltijden
1,9
Cultuur, recreatie en overige diensten
1,8
Landbouw, bosbouw en visserij
0,9
16,6 9,2 1,5 2,7 0,6
Bron: Instituut voor de Nationale Rekeningen en Statistiek Vlaanderen
In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest was het aandeel van 5,3% van de totale toegevoegde waarde van de toeristische sector in 2016 groter dan heel wat andere sectoren. Dat heeft te maken met de ligging en het karakter van het gewest. Vooral dienstverlenende sectoren hebben hoge aandelen in Brussel, terwijl de aandelen van andere deelsectoren dan weer opvallend laag zijn.
21
2.1.3 VERGELIJKING MET ANDERE LANDEN In wat volgt wordt de bruto toegevoegde waarde van de toeristische sector in Vlaanderen vergeleken met de situatie in andere landen waar reeds een satellietrekening toerisme werd opgesteld. Bij deze vergelijking moet wel enige voorzichtigheid aan de dag gelegd worden, want hoewel het theoretisch raamwerk voor de TSA duidelijk werd vastgesteld, verschilt de gebruikte methode tussen de landen. Zo kiest Duitsland er bijvoorbeeld voor om de gezondheidssector mee te nemen, gezien er relatief veel sanatoria zijn in Duitsland en het gaat om een vorm van medisch toerisme/wellness. Dat gebeurt niet in de Vlaamse TSA. Tabel 5. Bruto toegevoegde waarde van de toeristische sector Landen met TSA, 2000-2018, in % van de totale bruto toegevoegde waarde LAND
AANDEEL
JAAR
BRON
Spanje
22,3
2004
UNWTO, 2010
Cyprus
20,5
2007
Eurostat, 2009
Ierland
19,6
2000
Eurostat, 2009
Estland
17,7
2004
Eurostat, 2009
Slovakije
9,4
2009
OECD, 2012
Duitsland
9,3
2010
BMWi, 2012
Oostenrijk
8,2
2007
Eurostat, 2009
Portugal
8,1
2004
Eurostat, 2009
Polen
6,2
2002
Eurostat, 2009
Slovenië
6,2
2003
UNWTO, 2010
Verenigd Koninkrijk
6,2
2011
ONS, 2013
Australië
5,6
2012
TRA, 2013
Brussels Gewest
5,3
2018
Denemarken
5,2
2006
Eurostat, 2009
Hongarije
5,2
2005
Eurostat, 2009
Canada
5,1
2002
UNWTO, 2010
Letland
5
2009
OECD, 2012
Tsjechië
4,9
2011
CSO, 2014
Nederland
4,6
2007
UNWTO, 2010
Vlaams + Brussels Gewest
4,5
2018
Roemenië
4,3
2001
Vlaams Gewest
4,3
2018
Finland
3,8
2006
UNWTO, 2010
Litouwen
2,8
2006
Eurostat, 2009
2
2007
UNWTO, 2010
Nieuw-Zeeland
UNWTO, 2010
Noot: aandeel van bruto toegevoegde waarde toeristische bedrijfstakken berekend op basis van TSAtabel 5 in de verschillende landen Bron: Zie tabel hierboven, verwerking Statistiek Vlaanderen
Het Vlaamse Gewest haalt met 4,3% een hoger aandeel van de toeristische sector in de totale bruto toegevoegde waarde dan Nieuw-Zeeland, Litouwen, Finland en Roemenië en een iets lager aandeel dan Nederland. Het Vlaamse Gewest scoort daarnaast iets lager dan Letland en Tsjechië, Canada, Denemarken en Hongarije. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest haalt een iets hoger aandeel waardoor ook het totaal voor beide gewesten wat hoger uitkomt. Landen die nog een hoger aandeel in de toegevoegde waarde hebben, zijn Australië, Polen, Slovenië en het Verenigd Koninkrijk. Ook de meer typische toerismelanden zoals Portugal, Oostenrijk, Cyprus en Spanje halen percentages hoger dan 8%. Ook Duitsland, Slovakije, Estland en Ierland scoren opvallend hoog.
2.2 DIRECTE BRUTO TOEGEVOEGDE WAARDE VAN TOERISME De directe bruto toegevoegde waarde van toerisme (tourism direct gross value added of TDGVA) neemt de toegevoegde waarde op van zowel de toeristische industrie als de andere industrieën, maar enkel voor het aandeel dat in deze sectoren ook daadwerkelijk door toeristen wordt geconsumeerd. In deze indicator wordt dus de productie van alle bedrijfstakken die wordt afgenomen door niet-toeristen buiten beschouwing gelaten. Het gaat kortweg over de bruto toegevoegde waarde van het toeristische verbruik. Ter illustratie: de trouwfeesten die doorgaan in een hotel worden hier niet in rekening gebracht, terwijl de uitgaven van toeristen aan shopping in een kledingzaak wel worden meegeteld. Voor de berekening van deze indicator wordt een beroep gedaan op de totale consumptie uit TSA-tabel 4 en dus op alle bronnen die bij de berekeningen hiervoor werden aangehaald. Daarnaast wordt ook het aanbod van de toeristische bedrijfstakken gebruikt zoals berekend in TSA-tabel 5. Hiervoor wordt een beroep gedaan op de interregionale input outputtabellen en op de RSZ.
2.2.1 VLAAMS EN BRUSSELS GEWEST De directe bruto toegevoegde waarde van toerisme in het Vlaamse Gewest was in 2018 gelijk aan 5,4 miljard euro of 2,6% van de totale bruto toegevoegde waarde in het gewest. Ruim twee derde van dit bedrag (3,7 miljard euro) wordt gegenereerd als bruto toegevoegde waarde voor het toeristisch verbruik in de toeristische bedrijfstakken. De bruto toegevoegde waarde voor het toerismeaandeel in de niet-toeristische bedrijfstakken is gelijk aan 1,7 miljard euro. Voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest was de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme in 2018 gelijk aan 1,8 miljard euro of 2,5% van de totale
23
bruto toegevoegde waarde. Bijna drie vierde van dit bedrag (1,3 miljard euro) wordt gegenereerd als bruto toegevoegde waarde voor het toeristisch verbruik in de toeristische bedrijfstakken. De bruto toegevoegde waarde voor het toerismeaandeel in de niet-toeristische bedrijfstakken is gelijk aan ruim 460 miljoen euro. Als de som van beide gewesten wordt gemaakt, was de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme in 2018 gelijk aan 7,2 miljard euro of 2,6% van de totale bruto toegevoegde waarde in het Vlaamse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest samen. Figuur 9. Directe bruto toegevoegde waarde van toerisme Vlaams en Brussels Gewest, 2014-2018, in miljard euro (prijzen van 2018)
Vlaams Gewest
6
Brussels Gewest
1,9
1,7
1,8
5,2
5,2
5,4
2014
2016
2018
4
2
Bron: Statistiek Vlaanderen
In absolute cijfers is er sprake van een beperkte toename tussen 2016 en 2018 (in prijzen van 2018) en dat zowel in het Vlaamse als in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. In het Vlaamse Gewest bedroeg de toename ruim 200 miljoen euro, in Brussel ongeveer 60 miljoen euro. In het Vlaamse Gewest stijgt de directe toegevoegde waarde van toerisme ook tussen 2014 en 2016 in beperkte mate (50 miljoen euro). In Brussel was er tussen 2014 en 2016 een terugval met 170 miljoen euro. In 2018 komt men daar nog niet terug op het niveau van 2014. Figuur 10. Directe bruto toegevoegde waarde van toerisme Vlaams en Brussels Gewest, 2014-2018, in % van totale bruto toegevoegde waarde Vlaams Gewest
Brussels Gewest
Vlaams + Brussels Gewest
2014 2,5
2,7
2,5
2016 2,5
2,4
2,5
2018 2,6
2,5
2,6
Bron: Statistiek Vlaanderen
Ook de aandelen van de directe toegevoegde waarde van toerisme in de totale toegevoegde waarde van elk gewest namen beperkt toe tussen 2016 en 2018. Het gaat telkens om een beperkte maar reële toename van ongeveer 0,1 procentpunten. De terugval die in 2016 als gevolg van de aanslagen vooral in het Brusselse Gewest te zien was, werd in 2018 dus deels goedgemaakt.
2.2.2 VERGELIJKING MET ANDERE LANDEN Als de aandelen van de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme in de totale toegevoegde waarde in het Vlaamse en Brusselse Gewest vergeleken worden met deze in andere landen, moet opnieuw enig voorbehoud in acht genomen worden. Bij de berekening van de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme kan een klein verschil in methode immers een groot verschil in het uiteindelijke percentage teweegbrengen. Tabel 6. Directe bruto toegevoegde waarde van toerisme Landen met TSA, 2001-2018, in % van totale bruto toegevoegde waarde LAND
Cyprus Mexico Spanje Oostenrijk Nieuw-Zeeland Portugal Duitsland Estland Slovenië Letland Zwitserland Ierland Litouwen Nederland Verenigd Koninkrijk Australië Zweden Vlaams + Brussels Gewest Vlaams Gewest Tsjechië Denemarken Brussels Gewest Slovakije Canada Roemenië Finland Polen
AANDEEL
JAAR
BRON
8,7 8 6,5 5,9 5 4,6 4,4 4 3,9 3,1 2,9 2,9 2,8 2,8 2,8 2,7 2,7 2,6 2,6 2,6 2,5 2,5 2,3 2,2 2,2 1,8 1,8
2007 2009 2004 2010 2007 2004 2010 2004 2003 2009 2005 2000 2010 2007 2011 2012 2007 2018 2018 2011 2006 2018 2009 2002 2001 2001 2002
Eurostat, 2009 OECD, 2012 UNWTO, 2010 LAIMER, 2012 UNWTO, 2010 Eurostat, 2009 BMWI, 2012 Eurostat, 2009 UNWTO, 2010 OECD, 2012 UNWTO, 2010 Eurostat, 2009 OECD, 2012 UNWTO, 2010 Office N.S., 2013 Tour.R.A., 2013 UNWTO, 2010
CSO, 2014 Eurostat, 2009 OECD, 2012 UNWTO, 2010 UNWTO, 2010 Eurostat, 2009 Eurostat, 2009
Noot: aandeel van directe bruto toegevoegde waarde toerisme berekend op basis van TSA-tabel 6 in de verschillende landen Bron: zie tabel hierboven, verwerking Statistiek Vlaanderen
25
Tabel 6 geeft aan dat de percentages voor de meeste landen schommelen tussen de 1,8% en 3%. Het Vlaamse en Brusselse cijfer van respectievelijk 2,6% en 2,5% sluit dicht aan bij de percentages uit Denemarken (2,5%), Tsjechië (2,6%), Australië en Zweden (2,7%). Iets hogere aandelen zijn er in Litouwen, Nederland en het Verenigd Koninkrijk (2,8%), Ierland en Zwitserland (2,9%) en Letland (3,1%). De hoogste aandelen zijn te vinden in toerismelanden zoals Cyprus (8,7%), Mexico (8%), Spanje (6,5%), Oostenrijk (5,4%), Nieuw-Zeeland (5,0%) en Portugal (4,6%). Ook Duitsland, Estland en Slovenië halen een hoger aandeel van ongeveer 4%.
2.3 TEWERKSTELLING IN DE TOERISTISCHE SECTOR Voor de tewerkstelling in de toeristische sector worden de arbeidsplaatsen geteld in de toeristische bedrijfstakken en wordt geen rekening gehouden met het toeristisch verbruik. Alle personeel in de horeca wordt dus geteld, maar het personeel in een kledingzaak waar een toerist gaat shoppen wordt niet in rekening gebracht. Voor de cijfers over het aantal arbeidsplaatsen in de toeristische bedrijfstakken wordt een beroep gedaan op de RSZ en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ).
2.3.1 VLAAMS EN BRUSSELS GEWEST De totale tewerkstelling in de toeristische sector in het Vlaamse Gewest bedroeg in 2018 139.985 loontrekkende jobs en 54.810 jobs voor zelfstandigen en helpers (inclusief bestuurders). De toeristische jobs nemen ten opzichte van het totaal aantal jobs in het Vlaamse Gewest een aandeel in van 6% bij de loontrekkende jobs en 8% bij de jobs voor zelfstandigen en helpers. In vergelijking met 2016 steeg de tewerkstelling bij loontrekkenden beperkt en dat zowel uitgedrukt in absoluut aantal arbeidsplaatsen als in aandeel tot het totaal aantal jobs. Bij zelfstandigen en helpers steeg de tewerkstelling in absolute aantallen, maar bleef het aandeel dat de tewerkstelling in de toeristische sector uitmaakt van de totale tewerkstelling min of meer gelijk. Tussen 2008 en 2018 was er zowel voor loontrekkenden als voor zelfstandigen steeds een toename te zien in het aantal toeristische arbeidsplaatsen.
Figuur 11. Tewerkstelling in de toeristische sector Vlaams Gewest, 2008-2018, aantal arbeidsplaatsen x 1.000
Loontrekkenden
Zelfstandigen
200
150
55
45
47
51
53
126
131
128
128
133
140
2008
2010
2012
2014
2016
2018
41
100 50
Bron: RSZ, RSVZ, bewerking Statistiek Vlaanderen
In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waren er in 2018 55.104 loontrekkende jobs en 7.205 jobs voor zelfstandigen en helpers in de toeristische sector. Dat komt overeen met 9,3% van totaal aantal jobs voor loontrekkenden in het gewest en 6,5% van het totaal aantal jobs voor zelfstandigen en helpers. In vergelijking met 2016 was er sprake van een beperkte toename bij zowel de loontrekkende tewerkstelling als de zelfstandigen. Ook het aandeel van de toeristische jobs ten opzichte van het totaal aantal jobs voor loontrekkenden ging vooruit, dat van de zelfstandigen daalde licht. Tussen 2008 en 2018 steeg het aantal arbeidsplaatsen in de toeristische sector in het Brusselse Gewest telkens en dat zowel voor de loontrekkenden als voor de zelfstandigen. Figuur 12. Tewerkstelling in de toeristische sector Brussels Gewest, 2008-2018, aantal arbeidsplaatsen x 1.000
Loontrekkenden
Zelfstandigen
80
60
3
6
6
54
51
51
2008
2010
2012
7
7
54
58
58
2014
2016
2018
6
40 20
Bron: RSZ, RSVZ, bewerking Statistiek Vlaanderen
27
Als het totaal aantal loontrekkende jobs en jobs voor zelfstandigen en helpers in het Vlaamse Gewest en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest worden opgeteld, dan waren er in totaal in 2018 260.104 toeristische jobs in beide gewesten samen. In relatie tot het totaal aantal jobs komt dat overeen met 6,4% van de jobs in het Vlaamse Gewest, 8,9% van de jobs in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en 6,9% van de jobs in beide gewesten samen. Tussen 2008 en 2018 is dit aandeel bijna continu gestegen. Enkel in 2016 was er een daling in zowel het Vlaamse als het Brusselse Gewest, vermoedelijk te wijten aan de aanslagen in Brussel in maart 2016. In 2018 is het aandeel jobs terug boven het aandeel van 2014 geklommen. Figuur 13. Tewerkstelling in de toeristische sector Vlaams en Brussels Gewest, 2008-2018, in % van totaal aantal arbeidsplaatsen Vlaams Gewest
Brussels Gewest
Vlaams + Brussels Gewest
2008 5,7
8,1
6,2
2010 6,4
8,1
6,7
2012 6,3
8,1
6,6
2014 6,3
8,5
6,8
2016 6,0
8,3
6,5
2018 6,4
8,9
6,9
Bron: RSZ, RSVZ, bewerking Statistiek Vlaanderen
2.3.2 VERGELIJKING MET ANDERE LANDEN Als het aandeel van de toeristische sector in de totale tewerkstelling vergeleken wordt met andere landen, bekleedt het Vlaamse Gewest een plaats in de middenmoot. Een aandeel van 6,4% voor het Vlaamse Gewest en 6,9% voor het Vlaamse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest samen is duidelijk hoger dan verschillende Europese landen (zoals Estland, Zweden, Zwitserland, Denemarken, Verenigd Koninkrijk, Polen) en landen zoals Canada, Zuid-Afrika of Australië. Al deze landen halen een aandeel van minder dan 5%. Landen met een iets lager aandeel dan het Vlaamse en Brusselse Gewest zijn Bulgarije, Finland, Kroatië, Nederland, Slovenië, Slovakije en de Verenigde Staten. Landen die een hoger aandeel hebben dan het Vlaamse Gewest, maar een lager dan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn Noorwegen, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Italië. Aandelen van 9% of hoger zien we ten slotte in de meer typische toerismelanden zoals Portugal, Turkije, Griekenland, Spanje, Malta, IJsland en Egypte.
Tabel 7: Tewerkstelling in de toeristische sector Landen met TSA, 2002-2018, in % van de totale tewerkstelling LAND
Egypte IJsland Malta Spanje Ierland Argentinië Griekenland Japan Turkije Hongarije Portugal Brussels Gewest Letland Italië Roemenië Oostenrijk Duitsland Nieuw-Zeeland Frankrijk Vlaams + Brussels Gewest Noorwegen Vlaams Gewest Slovakije USA Slovenië Nederland Kroatië Finland Bulgarije Chili Australië Litouwen Polen Zuid-Afrika Tsjechië Denemarken Verenigd Koninkrijk Estland Zweden Zwitserland Canada Servië
AANDEEL
JAAR
BRON
16,2 14,4 14 13,3 10,4 10,2 10 9,6 9,5 9,1 9 8,9 8,9 8,4 8,3 7,9 7,6 7,5 7,3 6,9 6,5 6,4 6,2 6,2 6,1 5,9 5,8 5,5 5,3 5,1 4,9 4,8 4,8 4,5 4,4 4,3 4,3 4,1 4,1 4,1 3,9 3,2
2015 2016 2016 2016 2015 2012 2016 2015 2015 2013 2015 2018 2016 2010 2001 2015 2010 2016 2016 2018 2015 2018 2014 2006 2014 2016 2016 2015 2011 2016 2015 2016 2002 2014 2015 2015 2014 2016 2007 2016 2016 2010
OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2014 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 UNWTO, 2010 OECD, 2018 BMWi, 2012 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 UNWTO, 2010 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2014 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 UNWTO, 2010 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2018 UNWTO, 2010 OECD, 2018 OECD, 2018 OECD, 2012
Noot: aandeel van tewerkstelling van toeristische sector berekend op basis van TSA-tabel 7 in de verschillende landen Bron: zie tabel, verwerking Statistiek Vlaanderen
29
BESLUIT
3
Op basis de Satellietrekening Toerisme (TSA), een internationaal erkend instrument dat werd ontwikkeld door de OESO, Eurostat en UNWTO werd in dit rapport de economische betekenis van toerisme in het Vlaamse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in kaart gebracht. In het Vlaamse Gewest werd in 2018 een totale toeristische consumptie van 15,2 miljard euro gegenereerd. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 3,5 miljard euro uitgegeven door of ten voordele van toeristen. Voor beide gewesten samen gaat het om een totale consumptie van 18,7 miljard euro. Aan de aanbodzijde zorgden de toeristische bedrijfstakken in 2018 voor 4,3% van de totale bruto toegevoegde waarde in het Vlaamse Gewest. Dat komt overeen met 8,9 miljard euro bruto toegevoegde waarde. De bruto toegevoegde waarde van de toeristische industrie omvat de bruto toegevoegde waarde gegenereerd door de toeristische bedrijfstakken, ongeacht of de producten en diensten door toeristen of anderen geconsumeerd worden. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest was de bruto toegevoegde waarde van de toeristische industrie in 2018 gelijk aan 3,7 miljard euro, goed voor 5,3% van de totale bruto toegevoegde waarde. Als beide gewesten samen bekeken worden, genereerde de toeristische sector in 2018 in totaal 12,6 miljoen euro aan bruto toegevoegde waarde, goed voor een aandeel van 4,5% van de totale bruto toegevoegde waarde in beide gewesten samen. Als consumptie en aanbod samen worden gebracht, kan de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme berekend worden. Hierbij gaat het om de bruto toegevoegde waarde die bedrijven realiseren als rechtstreeks gevolg van de consumptie door toeristen, ongeacht of de uitgaven gebeuren in toeristische of niet-toeristische bedrijfstakken. In 2018 was de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme in het Vlaamse Gewest gelijk aan 5,4 miljard euro of 2,6% van de totale bruto toegevoegde waarde in het Vlaamse Gewest. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 1,7 miljard euro of 2,5% van de totale bruto toegevoegde waarde in het gewest. Als de som van beide gewesten wordt gemaakt, was de directe bruto toegevoegde waarde van toerisme gelijk aan 7,2 miljard euro of 2,6% van de totale bruto toegevoegde waarde in beide gewesten samen. Wat tewerkstelling betreft genereerde de toeristische sector in het Vlaamse Gewest in 2018 139.985 loontrekkende jobs en 54.810 jobs voor zelfstandigen en helpers. In verhouding tot het totaal aantal jobs, maken de banen in de toeristische sector 6,0% uit van alle loontrekkende jobs en 8,0% van alle jobs voor zelfstandigen en helpers. Alles samen gaat het om 6,4% van het totaal aantal jobs in het Vlaamse Gewest. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waren er in 2018 in de toeristische sector 58.104 loontrekkende jobs en 7.205 jobs voor zelfstandigen en helpers. In verhouding tot het totaal
aantal loontrekkende jobs neemt de toeristische sector er een aandeel in van 9,3%. Bij de zelfstandigen en helpers gaat het om 6,5% van alle jobs. Samen gaat het om 8,9% van het totaal aantal jobs in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Als alle loontrekkende jobs en de jobs voor zelfstandigen en helpers worden opgeteld in het Vlaamse Gewest en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, dan waren er in totaal in 2018 260.104 toeristische jobs. Dat komt overeen met een aandeel van 6,9% van alle jobs in de 2 gewesten. In vergelijking met 2016 is er voor elk van de economische indicatoren een lichte toename te zien, als gevolg van een toenemende consumptie. In 2018 was de terugval in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die in 2016 vastgesteld werd als gevolg van de aanslagen in maart 2016, goedgemaakt. In het Vlaamse Gewest werd er in 2016 geen terugval vastgesteld.
31
LITERATUURLIJST
4
Agentschap Binnenlands Bestuur (2018). Jaarrekeningen lokale overheden 2018. Brussel: Agentschap Binnenlands Bestuur. BMWi, Federal Ministery of Economics and Technology (2012). The economic impact of Germany’s Tourism Industry. Berlin: Federal Ministery of Economics and Technology. CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek (2009). Toerisme in macroeconomisch perspectief 2001-2006. Satellietrekening Toerisme. Voorburg. Czech statistical office (2014). Tourism Satellite Account Tables. Czech statistical office. Geraadpleegd via: http://www.czso.cz/eng/redakce.nsf/i/ tourism_satellite_account_tables De Maesschalck, P. & Weekers, K. (2014). De economische betekenis van toerisme in Vlaanderen: TSA 2012 voor het Vlaamse Gewest (incl. schatting voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest). Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. De Maesschalck, P. & Weekers, K. (2016). De economische betekenis van toerisme in Vlaanderen: TSA 2014 voor het Vlaamse Gewest (incl. schatting voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest). Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Departement Financiën en Begroting (2018). Algemene uitgavenbegroting 2018. Brussel: Departement Financiën en Begroting. Eurostat, Statistical Office of the European Communities (2000). Implementation Manual on Tourism Satellite Accounts. Luxembourg. Eurostat (2009). Methodologies and working papers. Tourism Satellite Accounts in the European Union, Volume 1-4. Luxembourg. Federaal Planbureau (2015). Interregionale input-outputsysteem voor het jaar 2010. Brussel: Federaal Planbureau. Festraets, D., Vergeynst, T. & Weekers, K. (2015). Situering van de Vlaamse toeristische sector op basis van de interregionale input-outputtabel 2010. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Laimer, P. (2012). TSA Austria. UNWTO Workshop – SCBP, 7-9 november 2012, Azerbaijan. Geraadpleegd via http://dtxtq4w60xqpw.cloudfront.net/sites/all/ files/pdf/austria_item8.1_eng.pdf NBTC (2010). Onderzoek Inkomend Toerisme 2009: de buitenlandse toerist uitgelicht. Leidschendam: Nationaal Bureau voor Toerisme en congressen.
OECD, Organisation for Economic Cooperation and Development (2000). Measuring the Role of Tourism in OECD Economies: the OECD Manual on Tourism Satellite Accounts and Employment. OECD Publishing. OECD, Organisation for Economic Cooperation and Development (2010). OECD Tourism Trends and Policies 2010. OECD Publishing. OECD, Organisation for Economic Cooperation and Development (2012). OECD Tourism Trends and Policies 2012. OECD Publishing. OECD, Organisation for Economic Cooperation and Development (2014). OECD Tourism Trends and Policies 2014. OECD Publishing. OECD Database: www.stats.oecd.org ONS, Office for National Statistics (2013). Tourism Satellite Account, 20102011: The Economic importance of Tourism. Office for National Statistics. Geraadpleegd via: http://www.ons.gov.uk/ons/publications/re-referencetables.html?edition=tcm%3A77-318475 ONS, Office for National Statistics (2017). Travelpac 2016. Office for National Statistics. Geraadpleegd via: https://www.ons.gov.uk/ peoplepopulationandcommunity/leisureandtourism/datasets/travelpac Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (2018). Gedecentraliseerde statistiek (Verdeling van de arbeidsplaatsen naar plaats van tewerkstelling), situatie 30 juni 2018. Brussel: RSZ. Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (2018). Statistiek van de Verzekeringsplichtigen, situatie 31 december 2018. Brussel: RSVZ Statbel (2016). Huishoudbudgetenquete. Brussel: Statbel Steunpunt Toerisme en Recreatie (2011). Pilootonderzoek naar daguitstappen van de Belg : Finale rapportage 01/07/2010 - 30/06/2011. Brussel: Toerisme Vlaanderen. Steunpunt Werk en Sociale Economie (2006). Vlaamse arbeidsrekening. Raming van het totaal aantal jobs. Nulmeting 2006. Methodologisch rapport 5, 17-18. Toerisme Vlaanderen (2012). Kunststedenonderzoek 2011. Brugge: WES. Toerisme Vlaanderen (2014). De Vlaanderen Vakantieganger, anno 2011. Brussel: Toerisme Vlaanderen. Toerisme Vlaanderen (2015). Over meetings, meetcentives en congressen. De meetingindustrie in Vlaanderen. Brussel: Toerisme Vlaanderen.
33
Toerisme Vlaanderen (2018). Kunststedenonderzoek. Brussel: Toerisme Vlaanderen. Geraadpleegd via: https://www.toerismevlaanderen.be/ kunststeden#onderzoek Toerisme Vlaanderen (2018). Toerisme in cijfers 2018. Brussel: Toerisme Vlaanderen. Tourism Research Australia (2013). State Tourism Satellite Accounts 2011-2012. Canberra: Tourism Research Australia. Geraadpleegd via: http://www.tra.gov. au/documents/Economic-Industry/State_TSA_2011-12_FINAL.pdf UNSD, United Nations Statistics Division & WTO, World Tourism Organization (2008). 2008 International Recommendations for Tourism Statistics (IRTS 2008). UNSD, United Nations Statistics Division, WTO, World Tourism Organization, OECD, Organisation for Economic Cooperation and Development & Eurostat (2008). 2008 Tourism Satellite Account (TSA): Recommended Methodological Framework. UNWTO, United Nations World Tourism Organization (2010). TSA data around the world: wordwide summary. Madrid: UNWTO. Weekers, K. (2012). De economische betekenis van toerisme in Vlaanderen: eerste proeve van toepassing van methode van satellietrekeningen. SVR - Methoden en technieken 2012/2. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Weekers, K. (2013a). De economische betekenis van toerisme in Vlaanderen. TSA 2010 voor het Vlaamse Gewest (incl. schatting voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest). SVR - Methoden en technieken 2013/1. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Weekers, K. (2013b). De economische betekenis van toerisme in Vlaanderen. Tewerkstelling in de sector Toerisme in het Vlaamse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in 2008 en 2010. SVR - Methoden en technieken 2013/2. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Weekers, K. (2015). Het aantal tweede verblijven in Vlaanderen in 2014. SVR - Methoden en technieken 2015/1. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Weekers, K. (2017). Het aantal tweede verblijven in Vlaanderen in 2016. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Weekers, K. & De Maesschalck P. (2018). De economische betekenis van toerisme in Vlaanderen: TSA 2016 voor het Vlaamse Gewest (incl. schatting
voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest). Brussel: Statistiek Vlaanderen. https://www.statistiekvlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/tsa2016eindrapport.pdf WES (2014). Datasets MICE-onderzoek 2013 deelnemers Belgen en Buitenlanders. Brugge: WES. WES (2014). Onderzoek meetingindustrie vraagzijde. 3B: Bevraging van de deelnemers. Brugge: WES. WES (2017). Reisgedrag van de Belgen in 2016. CommerciÍle reizen in Vlaanderen, naar macroproduct. Brugge: WES. WES (2017). Reisgedrag van de Belgen in 2016. Eindrapport. Brugge: WES. WES (2017). Reisgedrag van de Belgen in 2016. Tabellenboek. Brugge: WES. Westtoer (2008). Onderzoek naar gebruikers van vaste standplaatsen op kustcampings 2008. Brugge: Westtoer. Westtoer (2010). Dagtoerisme aan de kust 2009, een stabiele pijler van het kusttoerisme. Brugge: Westtoer. Westtoer (2016). Vakantieganger in commercieel logies aan de kust. Brugge: Westtoer. Westtoer & Provinciale toerisme organisaties (2017). Vakantieganger in de Vlaamse Regio’s. Brugge: Westtoer. Westtoer (2018). Trendrapport Kust 2018. Brugge: Westtoer. Westtoer (2018), Dagtoerisme aan de kust 2018. Brugge: Westtoer. WTTC, World Travel and Tourism Council/Oxford Economics (2012). Methodology for producing the 2012 / WTTC/ Oxford Economics Travel and Tourism Economic impact research. Oxford: Oxford Economics. WTTC country reports: www.wttc.org/datagateway WTO, World Tourism Organization (1983). Determination of the importance of tourism as an economic activity within the framework of the national accounting system. Report submitted to the General Assembly of the World Tourism Organization, New Delhi, 3-14 October 1983. WTO, World Tourism Organization (1999). Tourism satellite account (TSA): the conceptual framework. Document submitted to the Enzo Paci World Conference on the Measurement of the Economic Impact of Tourism, Nice, 15-18 June 1999.
35
COLOFON Verantwoordelijke uitgever Statistiek Vlaanderen Havenlaan 88, 1000 Brussel Auteurs Karolien Weekers | karolien.weekers@vlaanderen.be Pieter De Maesschalck | pieter.demaesschalck@vlaanderen.be Concept & grafische vormgeving The Oval Office Depotnummer D/2020/3241/064
Statistiek Vlaanderen Havenlaan 88 bus 20 1000 Brussel statistiekvlaanderen.be