Advies V L A A M S E S T R AT E G I S C H E A U T O N O M I E
Adviesvraag
met betrekking tot de doorvertaling naar Vlaanderen van het Staff Working Document “Strategic dependencies & capacities” van de Europese Commissie
Adviesvrager
Hilde Crevits, Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie & Landbouw
Ontvangst
31 mei 2021
Adviestermijn
3 maanden
Decretale opdracht SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie) Goedkeuring raad
5 juli 2021
Contactpersonen
Tim Buyse
tbuyse@serv.be
0497 10 44 571
Mevrouw Hilde Crevits Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 1210 Sint-Joost-Ten-Node
Vlaamse strategische autonomie
Mevrouw de viceminister-president De Europese Commissie formuleerde op 5 mei 2021 een actualisatie van de EU industriestrategie van maart 2020 met het doel ervoor te zorgen dat de strategie ten volle met de nieuwe omstandigheden na de COVID-19-crisis rekening houdt en bijdraagt tot de transformatie naar een duurzamere, meer digitale, veerkrachtigere en wereldwijd concurrerendere economie. De beschreven prioriteiten uit de oorspronkelijke mededeling worden bevestigd. Tegelijk wordt rekening gehouden met de uit de crisis getrokken lessen om het herstel te stimuleren en de open strategische autonomie van de EU te versterken. Samen met de actualisatie werd daarom ook een werkdocument over de Europese strategische afhankelijkheid en capaciteit gepubliceerd. Daarin wordt een mapping uitgevoerd van hoe de Europese Unie binnen haar belangrijkste ecosystemen afhankelijk is van internationale handel. Daarmee antwoordt de commissie op de vraag van de Europese Raad om de strategische afhankelijkheden van de EU ten aanzien van niet-EU-landen in kaart te brengen. De commissie erkent dat het slechts over een eerste poging gaat om die afhankelijkheden in kaart te brengen, maar dat die analyse desalniettemin een goede indicatie geeft van de goederen en materialen waarvoor de EU afhankelijk is van derde landen. Mevrouw de minister, u geeft aan op onderbouwde wijze een vertaalslag te willen maken van deze analyse naar Vlaanderen. Dat is geen eenvoudige opgave, maar ze verdient, gezien het grote belang van het thema, de nodige aandacht. De sociale partners appreciëren dan ook dat zij over dit aspect geraadpleegd worden met een, op het eerste zicht eerder technische, adviesvraag. De SERV gaat in dit antwoord op uw adviesvraag in op het bredere kader van de open strategische autonomie en formuleert een antwoord op de drie deelvragen, m.n.
-3-
1. In welke mate is de analyse van de Europese Commissie toepasbaar op Vlaanderen? 2. Waar lopen de bevindingen gelijk en waar verschillen ze? 3. Op welke wijze is de Vlaamse economie vertakt in de waardeketens die aan bod komen in de studie? Samen met dit advies publiceert de SERV twee analyserapporten. Een eerste rapport (‘Strategische afhankelijkheid in kaart’) geeft meer inzicht in de gebruikte methodologie en resultaten die aan de basis liggen van dit advies. Een tweede rapport (‘Grondstoffenprijzen – naar een nieuwe supercyclus?’) gaat dieper in op de recente evolutie in grondstoffenprijzen en de gevolgen daarvan voor de veerkracht en robuustheid van de internationale toeleveringsketens. De SERV hoopt met dit advies een afdoend antwoord geboden te hebben op uw adviesvraag. Zoals steeds is de SERV bereid zijn analyse toe te lichten en hopen de sociale partners bij eventuele vervolgstappen rond dit thema betrokken te worden.
Hoogachtend Pieter Kerremans Ann Vermorgen administrateur-generaal voorzitter
-4-
Inhoud Advies Vlaamse Strategische Afhankelijkheid
6
Open strategische autonomie
6
Antwoord op de adviesvraag
9
Rapport Strategische afhankelijkheid in kaart
11
Achtergrond 11 Europese open strategische autonomie
11
Strategische afhankelijkheid in de EU en België
12
Verdere analyse
16
Aanvullende analyse voor België
20
Conclusies 27 Geraadpleegde werken
27
Rapport Grondstoffenprijzen – naar een nieuwe supercyclus? Een nieuwe supercyclus?
28 30
Kritische grondstoffen
31
Mogelijke en wenselijke beleidsreactie
31
Geraadpleegde werken
32
-5-
Advies Vlaamse Strategische Afhankelijkheid Open strategische autonomie De Europese Commissie formuleerde op 5 mei 2021 een actualisatie1 van de EU industriestrategie van maart 2020 met het doel ervoor te zorgen dat de strategie ten volle met de nieuwe omstandigheden na de COVID-19-crisis rekening houdt en bijdraagt tot de transformatie naar een duurzamere, meer digitale, veerkrachtigere en wereldwijd concurrerendere economie. De beschreven prioriteiten uit de oorspronkelijke mededeling worden bevestigd maar tegelijk wordt rekening gehouden met de uit de crisis getrokken lessen om het herstel te stimuleren en de open strategische autonomie van de EU te versterken.
waarvoor de EU afhankelijk is ten aanzien van derde landen.
Samen met de actualisatie werd ook een werkdocument over ‘Strategic dependencies and capacities’ gepubliceerd dat een mapping uitvoert van de belangrijkste ecosystemen binnen de Europese Unie en hun afhankelijkheid van internationale handel.2 Daarmee antwoordt de Commissie op de vraag van de Europese Raad om de strategische afhankelijkheden van de EU ten aanzien van niet-EU-landen in kaart te brengen. De Commissie erkent dat het slechts over een eerste poging gaat om de strategische afhankelijkheden in kaart te brengen. Desalniettemin geeft die eerste analyse een goede indicatie van de goederen en materialen
Open strategische autonomie als nieuwe filosofie
1
Het vertalen van deze analyse naar Vlaanderen is geen eenvoudige opgave, maar verdient omwille van het belang van het thema, de nodige aandacht. De sociale partners appreciëren dan ook dat zij in over dit aspect geraadpleegd worden met een, op het eerste zicht eerder technische, adviesvraag. Alvorens een antwoord te formuleren op de verschillende onderdelen van de adviesvraag, wenst de SERV eerst in te gaan op het ruimere kader waarbinnen deze analyse wordt uitgevoerd.
De inhoud van de adviesvraag kadert binnen het bredere debat rond ‘open strategische autonomie’, dat sinds het begin van de coronacrisis nieuwe aandacht heeft gekregen. De COVID-19-pandemie, maar ook geopolitieke overwegingen zoals de groeiende rol en invloed van China en andere landen in Europa, bevestigden voor vele landen de noodzaak van een meer strategisch economisch beleid van de EU ten aanzien van derde landen. Verschillende signalen wijzen op een mogelijke verschuiving in de richting van het Europese handelsbe-
Europese Commissie (2021) Updating the 2020 New Industrial Strategy: Building a stronger Single Market for Europe’s recovery, Communication from the Commission to the European Parliament, The Council, The European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions, SWD(2021) 350 final, Brussels, May
2 Europese Commissie (2021) Strategic dependencies and capacities, Commission Staff Working Document, SWD(2021) 352 final, Brussels, May
-6-
leid. Zo is de Europese Commissie in haar communicatie duidelijk assertiever geworden wanneer het gaat over de verdediging van de Europese belangen en de bevordering van haar waarden. Op 25 maart 2020 publiceerde de Europese Commissie richtsnoeren om kritische Europese assets en technologieën te beschermen in de huidige crisis. Daarmee kwam meteen de screening van buitenlandse directe investeringen terug op de agenda.3 In juni 2020 startte de Europese Commissie vervolgens met een uitgebreide raadpleging over de toekomst van het handelsbeleid. Belangrijk aandachtspunt in die analyse is de afhankelijkheid van de EU van de buitenwereld die, zeker op vlak van essentiële hulpbronnen zoals zeldzame aardmetalen of bepaalde grondstoffen, niet mag onderschat worden. De Europese Raad van oktober 2020 nodigde de Commissie vervolgens uit om onder andere die “strategische afhankelijkheden” in kaart te brengen, met name in de gevoeligste industriële ecosystemen zoals de zorgsector, en maatregelen voor te stellen om deze afhankelijkheden te verminderen, ‘onder meer door de productie‐ en toeleveringsketens te diversifiëren, voor strategische voorraden te zorgen en productie en investeringen in Europa te bevorderen’.
van de waardeketen. Integendeel, diversificatie van de toeleveringsketens vereist net méér integratie in het wereldwijde handelsverkeer. De productieketen robuuster maken kan bijvoorbeeld door vitale onderdelen te bestellen bij meerdere toeleveranciers in verschillende regio’s. Eén van die regio’s kan uiteraard het eigen land zijn. Europese allianties binnen de toelevering van zeldzame grondstoffen, het inzetten op onderzoek en innovatie naar substitutie van grondstoffen, het ontwikkelen van strategische partnerschappen … zijn beleidsopties om de toeleveringsketen veerkrachtiger te maken voor internationale handelsschokken. Ook op Europees beleidsniveau wordt trouwens het belang van de openheid voor internationale handel en de verwevenheid binnen internationale waardeketens bevestigd. Daarom moet er binnen het Europees handelsbeleid net gestreefd worden naar verdere bilaterale en multilaterale samenwerking. Terecht trouwens, want als het streven naar strategische autonomie verandert in een streven naar protectionisme, dreigt Europa haar status van grote economische macht met sterke banden met de rest van de wereld net te verliezen.
Bevoorradingszekerheid voor de ‘grondstoffen van de toekomst’
Veerkrachtige en robuuste toeleveringsketens binnen een versterkt multilateralisme
Het veiligstellen van de toegang tot specifieke kritieke grondstoffen is daarnaast essentieel voor een succesvolle transitie naar een groene en digitale economie. De laatste maanden zijn heel wat grondstoffenprijzen aan een sterke opmars bezig. Dit is voornamelijk het logische gevolg van het post-corona herstel van de economische activiteit en van een aantrekkende vraag gedreven door overheidsstimulansen. Op langere termijn spelen echter andere factoren, en moet rekening gehouden worden met
De SERV wenst eerst en vooral te benadrukken dat internationale handel voor Vlaanderen, als één van de meest open economieën, en haar ondernemingen dé levensader is. Voor de SERV is het dan ook cruciaal dat aan de openheid van de Vlaamse economie niet wordt geraakt en dat de uitrol van de filosofie van een ‘open strategische autonomie’ niet leidt tot een protectionistische reflex of een roep naar hernationalisatie
3 SERV (2020) Advies Vlaamse screening buitenlandse directe investeringen, Brussel, 7 mei
-7-
Opportuniteiten voor een versterking van het duurzaam internationaal ondernemen
grote tendensen en transformaties, zoals de digitalisering en de transitie naar een circulaire en groene economie. In de komende decennia kunnen deze transformaties een belangrijke drijvende factor blijken van de prijsevolutie van bepaalde grondstoffen. Vooral voor de zogenaamde ‘grondstoffen van de toekomst’ zoals koper en aluminium (groene transitie), nikkel, lithium en cobalt (cf. batterijen), tin (digitalisering), maar ook zeldzame aardmetalen, koolstofarme waterstof en groen staal, wordt een sterke vraagtoename verwacht in de komende decennia.
Tot slot erkent de SERV dat het hervormen van de mondiale handelsregels met het oog op duurzaamheid en eerlijkheid blijvend op de agenda geplaatst moet worden. De analyse naar grondstoffen voor dewelke de Europese Unie (en bij uitbreiding België en Vlaanderen) afhankelijk zijn ten aanzien van niet-EU-landen heeft namelijk ook een belangrijke link met de vraag naar een gepaste zorgvuldigheid (‘due diligence’) van internationaal actieve ondernemingen.
In het kader van de Europese industriestrategie, presenteerde de Europse Commissie op 4 september 2020 een actieplan voor zogenoemde ‘kritische grondstoffen’, samen met een geüpdatete lijst van kritische grondstoffen4. Binnen het Europees Parlement wordt in dat kader gewerkt aan een resolutie over die Europese strategie voor kritieke grondstoffen.5
Internationale productie- en waardeketens zijn vaak complex en moeilijk beheersbaar. Een goed risicobeheer van deze internationale toeleveringsketens is dan ook van cruciaal belang. In een recent advies6 gaf de SERV aan dat Vlaanderen ambitieus moet zijn om de vlucht vooruit te nemen op vlak van het verduurzamen van internationaal ondernemen, en daarvoor meerdere pistes kan bewandelen. Daarbij moet worden gewaakt over de bijzondere positie van kleine en middelgrote ondernemingen. De uitgevoerde analyse naar goederen waarvoor de Europese Unie strategisch afhankelijk is ten aanzien van derde landen, wordt idealiter dan ook vervolledigd met een analyse naar welke ketenrisico’s in die internationale waardeketens bestaan en hoe die kunnen worden beheerst.
De analyse naar strategische afhankelijkheid van kritische grondstoffen kent aldus ook middellange tot lange termijn grote relevantie voor Vlaanderen, en zet de roep naar het robuuster en veerkrachtiger maken van internationale toeleveringsketens kracht bij. De SERV verwijst naar bijgevoegd rapport (‘Grondstoffenprijzen – naar een nieuwe supercyclus?’) voor meer informatie over de recentste evolutie in de grondstoffenprijzen en de oorzaken en gevolgen daarvan.
Hierna formuleert de SERV een antwoord op de drie deelvragen van de adviesvraag. Bijgevoegd rapport ‘Strategische afhankelijkheid in kaart’ gaat in op de door de SERV uitgevoerde analyse die aan de basis ligt van deze antwoorden.
4 Europese Commissie (2020) Critical Raw Materials Resilience: Charting a Path towards greater Security and Sustainability, Communication from the Commission to the European Parliament, The Council, The European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions, COM(2020) 474 final, Brussels, 3 september 5 Europees Parlement (2021) Ontwerpverslag over een Europese strategie voor kritieke grondstoffen (2021/2011(INI)), Brussel, 28 mei. 6 SERV (2021) Advies De vlucht vooruit met duurzaam internationaal ondernemen, Brussel, 10 mei
-8-
Antwoord op de adviesvraag 1. In welke mate is de analyse van de Europese Commissie toepasbaar op Vlaanderen?
Een belangrijke noot is evenwel op zijn plaats. Een analyse op landniveau, voor België bv., bekijkt strategische afhankelijkheid vanuit de rechtstreekse import-exportverhouding met niet-EU-landen. Producten die vanuit een niet-EU-land ingevoerd worden in een EU-lidstaat en vervolgens worden doorgevoerd naar België, worden in de database als intra-EU-goederenstroom gerapporteerd. Hoewel ook hier een duidelijke verhouding bestaat ten aanzien van derde (niet-EU-)landen, wordt deze onrechtstreekse afhankelijkheid niet gevat door een individuele landenanalyse. Daarom is het van belang beide analyses (op Belgisch niveau én op Europees niveau) als complementair te beschouwen.
In haar werkdocument identificeerde de Europese Commissie 390 producten waarvoor de EU afhankelijk is van derde landen, waarvan er zich 137 situeren in ‘strategische of kritische sectoren’. Die lijst werd uit economische veiligheid niet gepubliceerd. De specifieke geïdentificeerde productcategorieën zijn dan ook niet gekend. De aangekondigde industriële allianties en belangrijke projecten van algemeen Europees belang (IPCEI) geven evenwel sterke aanwijzingen, net als de door regelmatig geüpdatete lijst van voor de EU kritieke grondstoffen.
Het is ook daarom dat de SERV in bijgevoegd rapport zowel de analyse maakt voor de EU als geheel als voor België als individueel land, en ook bij de bespreking van de resultaten inzoomt op beide. Daarnaast werd voor België een specifieke aanvullende analyse uitgevoerd waarbij wordt nagegaan in hoeverre ons land importafhankelijk is (zowel van EU-landen als niet-EU-landen) voor de lijst van productcategorieën die op Europees vlak als strategisch werden geïdentificeerd.
In bijgevoegd rapport ‘Strategische afhankelijkheid in kaart’ voerde het SERV-secretariaat een eigen analyse uit van de strategische afhankelijkheid van de EU en België, gebruik makend van de methodologie uitgezet door de Europese Commissie in haar werkdocument. Doel was in eerste instantie om de door de Europese Commissie geïdentificeerde lijst van 137 strategische producten te identificeren en de analyse vervolgens te vertalen naar België.
De uitgevoerde analyse is slechts een eerste richtinggevende stap van de mate waarin België (en in die zin ook Vlaanderen) afhankelijk is van niet-EU-landen voor de invoer van strategische of kritische producten. Ze moeten worden uitgebreid met een meer gedetailleerde analyse, rekening houdend met de samenhang tussen productcategorieën en de link met specifieke waardeketens. Daarvoor zal ook een kwalitatieve onderzoekstap noodzakelijk zijn. Merk tot slot dat de BACI-dataset enkel cijfers bevat op landniveau, en de analyse als dusdanig niet voor Vlaanderen kan uitgevoerd worden.
Net zoals de Europese Commissie, baseert de SERV zich hiervoor op de BACI-dataset (Base pour l’Analyse du Commerce International), waarvan de recentste versie werd gepubliceerd op 19 februari 2021. Die bevat uitgesplitste gegevens voor 5380 productcategorieën over bilaterale handelsstromen van 200 landen. De producten worden geïdentificeerd op basis van de standaardnomenclatuur voor internationale handel, nl. het Geharmoniseerd Systeem (HS), op een 6-cijferig niveau.
-9-
2. Waar lopen de bevindingen gelijk, waar verschillen ze?
Van de 139 op Europees niveau geïdentificeerde strategische productcategorieën met grote extra-EU afhankelijkheid, blijkt België voor 94 netto-importeur te zijn. Dit wijst op een grote overlap van de strategisch afhankelijke productcategorieën voor België enerzijds en de EU anderzijds. Deze 94 goederencategorieën vertegenwoordigen een totale Belgische invoerwaarde van € 6,599 mld., waarvan 84% afkomstig vanuit niet-EU-landen. Ze weerspiegelen zo 3,7% van de totale importen uit niet-EU-landen. De belangrijkste derde invoerlanden voor deze goederen zijn Singapore (35%), de Verenigde Staten (12%) en het Verenigd Koninkrijk (11%). China staat op een vierde plaats met 7% van de extra-EU-importwaarde voor deze 94 goederencategorieën.
De in bijgevoegd rapport uitgevoerde analyse leidt tot een lijst van 397 productcategorieën waarvoor de Europese Unie afhankelijk is van derde landen, waarvan er 139 kunnen bestempeld worden als strategisch. De Europese Commissie kwam in haar werkdocument tot 137 categorieën. De 139 geïdentificeerde producten staan op hun beurt in voor iets meer dan 5% van de totale Europese import uit niet-EU-landen. Hier kwam de Europese Commissie op 6%. De verschillen tussen de analyse van de SERV en die van de Europese Commissie kunnen verklaard worden door het gebruik van recentere data. Wat België betreft, leidt het toepassen van de methodologie tot een veel uitgebreidere set van goederen waarvoor ons land (rechtstreeks) afhankelijk is van niet-EU-landen: 621 producten waarvoor de Belgische import sterk afhankelijk is van niet-EU-landen, waarvan er zich 277 bevinden binnen strategische sectoren. Die laatste vertegenwoordigen 11% van de Belgische import uit niet-EU-landen. Gezien de grote openheid van ons land en het belang van internationale handelsstromen, is dit geen onverwacht resultaat.
We verwijzen voor een meer gedetailleerde bespreking van de onderzoeksresultaten naar het bijgevoegde rapport. 3. Op welke wijze is de Vlaamse economie vertakt in de waardeketens uit de studie?
In een aanvullende analyse voor België, werd bekeken in hoeverre ons land importafhankelijk is voor de op EU-niveau geïdentificeerde strategische producten. Meer bepaald werd voor de 139 categorieën van producten waarvoor de Europese Unie strategisch afhankelijk is van derde landen berekend of België voor dit goed een netto-invoerder of netto-uitvoerder is (daarbij houden we zowel rekening houdend met intra- als extra-EU handelsstromen). De categorieën waarvoor België netto-invoerder is, werden dan behouden voor verdere doorlichting.
De SERV meent dat de uitgevoerde analyse beschouwd moet worden als een eerste richtinggevende stap van de mate waarin België (en in die zin ook Vlaanderen) afhankelijk is van niet-EU-landen voor de invoer van strategische of kritische producten. Ze moet evenwel worden uitgebreid met een meer gedetailleerde analyse, rekening houdend met de samenhang tussen productcategorieën en de link met specifieke waardeketens. Daarvoor zal ook een kwalitatieve onderzoekstap noodzakelijk zijn, iets wat best kan worden uitgevoerd op niveau van de Vlaamse administratie. Bovenstaande in acht nemend, acht de SERV het op dit moment niet mogelijk om gefundeerde conclusies te formuleren op deze derde onderzoeksvraag.
- 10 -
Rapport Strategische afhankelijkheid in kaart Achtergrond De afgelopen decennia is een groot deel van de wereldwijde productie georganiseerd in zogenaamde ‘mondiale waardeketens’ (Global Value Chains, GVC). Grondstoffen en halffabrikaten worden meerdere keren over de hele wereld verscheept en vervolgens op een andere locatie geassembleerd. De uiteindelijke output wordt opnieuw geëxporteerd naar eindgebruikers in zowel ontwikkelde als opkomende markten. Voor veel goederen vormt China de kern van dergelijke waardeketens, bijvoorbeeld als primaire producent van hoogwaardige producten en componenten, als grote klant van wereldwijde grondstoffen en industriële producten en als een belangrijke consumentenmarkt. China
produceert ook veel intermediaire inputs en is verantwoordelijk voor veel verwerkingsen assemblageactiviteiten. De lockdown in vele landen, en de ermee gepaard gaande productiedalingen resulteerden in een grote krimp in internationale handelsstromen en hadden grote gevolgen voor producenten en consumenten in landen die zich verderop in de waardeketens bevinden. COVID-19 toonde zo aan hoe fragiel bevoorrading kan zijn bij globale productieketens. De COVID-19 pandemie bracht zo een debat op gang over de noodzaak van een meer strategisch economisch beleid van de EU ten aanzien van derde landen.
Europese open strategische autonomie De Europese Unie ziet een ‘open economie’, zowel intern als extern, en ‘strategische autonomie’ als gelijkwaardige doelen. Dat is belangrijk want de grens tussen economische soevereiniteit en bescherming enerzijds, en protectionisme anderzijds is dun. In verschillende landen werden reeds in 2020 oproepen gelanceerd om de waardeketens te heroverwegen en te komen tot meer ‘soevereine’ of ‘nationale’ toeleveringsketens maar ook om te komen tot meer gezamenlijk Euro-
pees beleid om de toekomst van de Europese industrie en kenniseconomie veilig te stellen in het licht van het Chinese strategische industrie-, innovatie-, handels- en investeringsbeleid. Het klopt dat overmatige afhankelijkheid risico’s met zich mee brengt en dat aldus een versterking van de strategische autonomie te rechtvaardigen is. Maar als dit streven naar strategische autonomie verandert in een
Disclaimer: Dit rapport werd opgemaakt door het SERV-secretariaat ter ondersteuning van het sociaal-economisch overleg en de beleidsadvisering door de sociale partners in de SERV. De bevindingen, interpretaties en conclusies van die achtergronddocument vallen volledig onder de verantwoordelijkheid van het SERV-secretariaat en kunnen op geen enkele wijze toegeschreven worden aan de raad, een organisatie vertegenwoordigd in de raad of een lid van de raad.
- 11 -
streven naar protectionisme, dreigt Europa haar status van grote economische macht met sterke banden met de rest van de wereld te verliezen.
2019 werd aangenomen, en die toelaat dat lidstaten bepaalde investeringen van derde landen kunnen verbieden om redenen van veiligheid en openbare orde.
In elk geval wijzen verschillende signalen op een mogelijke verschuiving in het Europese handelsbeleid. Zo is de Europese Commissie in haar communicatie duidelijk assertiever geworden wanneer het gaat over de verdediging van de Europese belangen en de bevordering van haar waarden. Al in maart 2019 beschreef de commissie voor het eerst China als ‘systemische rivaal’ en riep het op tot een betere verdediging van het Europese belang tegen dit land.
In juni 2020 startte de Europese Commissie een uitgebreide raadpleging over de toekomst van het handelsbeleid. Belangrijk aandachtspunt in die analyse is de afhankelijkheid van de EU van de buitenwereld die, zeker op vlak van essentiële hulpbronnen zoals zeldzame aardmetalen of bepaalde grondstoffen, niet mag onderschat worden. De Europese Raad van 1‐2 oktober 2020 nodigde de Commissie uit om onder andere die “strategische afhankelijkheden” in kaart te brengen, met name in de gevoeligste industriële ecosystemen zoals de zorgsector, en maatregelen voor te stellen om deze afhankelijkheden te verminderen, onder meer door de productie‐ en toeleveringsketens te diversifiëren, voor strategische voorraden te zorgen en productie en investeringen in Europa te bevorderen. De idee is namelijk ook dat het veiligstellen van de toegang tot kritieke grondstoffen essentieel is voor een succesvolle transitie naar een groene en digitale economie.
Op 25 maart 2020 publiceerde de Europese Commissie richtsnoeren om kritische Europese assets en technologieën te beschermen in de huidige crisis. Het doel was om EU-bedrijven en kritieke activa te behouden, met name op gebieden zoals gezondheid, medisch onderzoek, biotechnologie en infrastructuur die essentieel zijn voor onze veiligheid en openbare orde, zonder de algemene openheid van de EU voor buitenlandse investeringen te ondermijnen. Deze richtsnoeren sloten naadloos aan bij de screeningsverordening die in het voorjaar van
Strategische afhankelijkheid in de EU en België Op 5 mei 2021 publiceerde de Europese Commissie een Actualisatie van de EU industriestrategie van 2020. Deze communicatie werd vergezeld door een Staff Working Document over ‘Strategic dependencies and capacities’. Dit werkdocument is een antwoord op bovenvermelde vraag van de Europese Raad en kadert ook binnen de aspiratie van de Europese Commissie in het bereiken van bovenvermelde ‘strategische
autonomie met behoud van een open economie’. In dit werkdocument identificeerde de Europese Commissie 390 producten waarvoor de EU afhankelijk is van derde landen, waarvan er zich 137 situeren in ‘strategische of kritische sectoren’. Die lijst werd uit economische veiligheid niet gepubliceerd, maar de aangekondigde industriële allianties en belangrijke projecten van algemeen Europees belang
- 12 -
(IPCEI) geven sterke aanwijzingen. In het vervolg van dit rapport heeft het SERV-secretariaat een eigen analyse uitgevoerd van de strategische afhankelijkheid van de EU en België, gebruik makend van de methodologie uitgezet door de Europese Commissie in haar werkdocument.
niet-EU-land ingevoerd worden in een EU-lidstaat en vervolgens worden doorgevoerd naar België, worden in de database als intra-EU-goederenstroom gerapporteerd. Hoewel ook hier een duidelijke verhouding bestaat ten aanzien van derde (niet-EU) landen, wordt deze onrechtstreekse afhankelijkheid niet gevat door de landenanalyse. Daarom is het van belang beide analyses (op Belgisch niveau én op Europees niveau) als complementair te beschouwen.
De SERV baseert zich hiervoor op de recentste BACI-dataset (Base pour l’Analyse du Commerce International) gepubliceerd op 19 februari 2021. Die bevat uitgesplitste gegevens voor meer dan 5000 producten over bilaterale handelsstromen van 200 landen. De producten worden geïdentificeerd op basis van de standaardnomenclatuur voor internationale handel, nl. het Geharmoniseerd Systeem (HS), op een 6-cijferig niveau.
Het is ook daarom dat we, in wat volgt, zower de analyse maken voor de EU als geheel als voor België als individueel land, en ook bij de bespreking van de resultaten inzoomen op beide. Daarnaast voeren we voor België een specifieke analyse waarbij geanalyseerd wordt in hoeverre ons land importafhankelijk is (zowel van EU-landen als niet-EU-landen) voor productcategorieën die op Europees vlak als strategisch werden geïdentificeerd.
Een belangrijke noot is echter op zijn plaats. Een analyse op landniveau, voor België bv., bekijkt strategische afhankelijkheid vanuit de rechtstreekse import-exportverhouding met niet-EU-landen. Producten die vanuit een Figuur 1 Indicatoren van afhankelijkheid
belang extra-EU import in de EU-vraag
importsubstitutiecapaciteit
importconcentratie
afhankelijkheid
Bron: Europese Commissie (2021)
- 13 -
Strategische afhankelijkheid van nietEU-landen De Europese Commissie bestempeld een land als strategisch afhankelijk voor een bepaald product als een land afhangt van een beperkt aantal leveranciers voor de import van die bepaalde goederen, diensten, data, infrastructuur, skills of technologie én als de substitutiemogelijkheden met binnenlandse productie beperkt zijn. In een eerste stap wordt gekeken naar ‘afhankelijkheid’ an sich, geïdentificeerd aan de hand van drie indicatoren: (i) importconcentratie, (ii) het belang van extra-EU-import in de totale EU-vraag en de (iii) importsubstitutiecapaciteit (zie Figuur 1). Deze drie indicatoren worden voor een bepaalde goederencategorie k berekend zoals hierna aangegeven in Tabel 1. Tot slot wordt een productcategorie als afhankelijk bestempeld wanneer elk van de drie indicatoren boven een bepaalde drempel ligt, m.n.:
• CDI1,k > 0,4, d.i. de importwaarde is afkomstig van gemiddeld meer dan 2,5 niet-EU-landen. • CDI2,k > 0,5, d.i. import vanuit niet-EU-landen vertegenwoordigt het grootste deel van de totale importen. • CDI3,k > 1 d.i. de importwaarde uit niet-EU-landen is hoger dan de totale (intra- en extra-EU) exportwaarde. Toepassing van bovenstaande methodologie en selectiecriteria op de dataset voor het geheel van landen in de EU-27, leidde tot de identificatie van 397 afhankelijke productcategorieën, op een totaal van 5380. Wanneer enkel België in beschouwing wordt genomen, leidt eenzelfde analyse tot niet minder dan 621 productcategorieën waarvoor België qua import sterk afhankelijk is van niet-EU-landen. Net zoals in het werkdocument van de Europese Commissie, werd ook een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd op deze drempels en werd, als alternatief, gebruik gemaakt van een ranking van productcategorieën. Deze alternatieve selectiecriteria gaven geen aanleiding tot significant andere resultaten.
Tabel 1 Indicatoren van strategische afhankelijkheid
Indicator
Omschrijving
Berekening
Importconcentratie
Deze Herfindahl-Hirschman Index (HHI) identificeert producten voor dewelke de import sterk afhankelijk is van een beperkt aantal niet-EU-landen.
Belang extra-EU-import in de EU-vraag
Deze indicator identificeert producten waarvoor een land voornamelijk afhankelijk is van niet-EU-importlanden
Importsubstitutiecapaciteit
Deze indicator identificeert producten waarvoor EU-productie in staat is om de extra-EU import te vervangen mocht dit nodig zijn bij handelsschokken.
- 14 -
si,k = marktaandeel van land i in de import van goed k vanuit derde landen n = aantal niet-EU-exporterende landen voor een bepaalde goederencategorie
Afhankelijkheid binnen strategische sectoren of ecosystemen In een tweede stap wordt de op kwantitatieve wijze geïdentificeerde lijst van productcategorieën waarvoor een grote importafhankelijk blijkt ten aanzien van niet-EU-landen, onderworpen aan een kwalitatieve analyse. Doel is te identificeren welke van de productcategorieën zich ook binnen strategische of kritische sectoren bevinden. Een voorbeeld verklaart veel. Zo blijkt na de kwantitatieve analyse dat in België de productcategorie 940530 (‘Verlichting voor gebruik in kerstbomen’) als afhankelijk wordt geïdentificeerd. De reden wordt meteen duidelijk als we de drie indicatoren onder de loep nemen: de import vanuit niet-EU-landen voor deze productcategorie is quasi volledig afkomstig van China (de HHI-index is 98%, wat duidt op een erg grote concentratie). Bovendien wordt meer kerstverlichting ingevoerd uit niet-EU-landen dan uit EU-landen. Tot slot is de import uit niet-EU-landen hoger dan de totale Belgische export van kerstver-
lichting. Alle indicatoren wijzen aldus op een sterke afhankelijkheid. Het kan echter niet geargumenteerd worden dat kerstverlichting ook een strategisch goed is voor België. Bepalen welke productcategorieën al dan niet behoren tot een strategisch, kritisch of gevoelig ecosysteem vereist een grondigere, kwalitatieve analyse. De Europese commissie deed in haar werkdocument een eerste aanzet voor de meest strategische industriële ecosystemen: • Defensie en ruimtevaart • Energie-intensieve sectoren • Gezondheid • Hernieuwbare energiebronnen, digitaal en elektronica Het is binnen het tijdsbestek van deze adviesvraag niet mogelijk om deze analyse voor België uit te voeren, maar op basis van de beschrijving van de Europese case-by-case benadering, kan wel een selectie gemaakt worden van de belangrijkste strategische afhankelijkheden.
Figuur 2 Strategische afhankelijkheid in de EU
397 producten waarvoor de EU-import sterk afhankelijk is van niet-EU-landen
5380 productcategorieën in de EU
139 producten met grote importafhankelijkheid van niet-EU landen in strategische sectoren of ecosystemen = 5 % van de extra-EU-importwaarde
Bron: BACI-dataset, eigen berekeningen SERV
- 15 -
Figuur 3 Strategische afhankelijkheid in België
621 producten waarvoor de Belgische import sterk afhankelijk is van niet-EU-landen
5380 productcategorieën in de EU
277 producten met grote importafhankelijkheid van niet-EU landen in strategische sectoren of ecosystemen = 11 % van de Belgische extra-EU-importwaarde
Bron: BACI-dataset, eigen berekeningen SERV
Het resultaat is dat onze analyse op Europees niveau leidt tot 139 strategisch afhankelijke productcategorieën die kunnen gekaderd worden binnen één van deze vier strategische ecosystemen (Figuur 2). De Europese Commissie kwam in haar werkdocument tot 137 categorieën.2 De 139 geïdentificeerde producten staan op hun beurt in voor iets meer dan 5% van de totale Europese importen
uit niet-EU-landen. Hier kwam de Europese Commissie op 6%. Voor België leidt deze kwalitatieve methode tot een gereduceerde lijst van 277 productcategorieën die samen 11% van de totale Belgische importen uit niet-EU-landen vertegenwoordigen (Figuur 3).
Verdere analyse In deze paragraaf worden de 139 (resp. 277) strategische productcategorieën waarvoor de Europese Unie (resp. België) afhankelijk is van derde (niet-EU-)landen onder de loep genomen.
Goederencategorieën De United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD) classificeert producten op basis van het stadium van verwerking (‘stage of processing, SoP’). Toepassing hiervan op de geïdentificeerde strategisch afhankelijke productcategorieën, geeft het beeld zoals in Figuur 4.
2 Het verschil kan o.a. verklaard worden doordat de SERV in deze analyse gebruik maakte van recentere cijfers.
- 16 -
In termen van stadium van verwerking en uitgedrukt in % van het aantal producten, vertegenwoordigen grondstoffen (SoP-1) ongeveer 16% van de strategische afhankelijke goederen (13% voor België) en intermediaire goederen (SoP-2) 64% (resp. 52% voor België). Finale goederen (zowel consumptiegoederen, SoP-3, als kapitaalgoederen, SoP-4) maken de resterende 20% (resp. 35%) uit.
Wanneer we bovenstaande analyse uitvoeren voor de importwaarde van de strategisch afhankelijke productcategorieën, blijken finale goederen aan belang te stijgen op Europees niveau. De 23 productcategorieën die vallen binnen de finale goederen, vertegenwoordigen wel 71% van de totale strategische import uit niet-EU-landen.
Figuur 4 Strategische afhankelijkheid volgens stadium van verwerking
Aantal goederencategorieën
300 250 200
Finale goederen Intermediaire goederen
96
Grondstoffen
150 26
145
100 50 0
90 36
23 Europese Unie
België
Bron: BACI-dataset, eigen berekeningen SERV
Sectorale indeling Figuur 5 deelt de geïdentificeerde strategisch afhankelijke productcategorieën in naar sectorale classificatie volgens GTAP (Global Trade Analysis Project). In luik (a) en (b) zijn de percentages berekend in fractie van het aantal productcategorieën. In luik (c) en (d) gebeurde dit op basis van de importwaarden. Het algemene beeld is duidelijk. Op Europees vlak zijn chemische rubbers en kunststoffen de belangrijkste categorie wat het aantal producten betreft in strategisch afhankelijke
productcategorieën (58% ofwel 82 productcategorieën), gevolgd door basismetalen, metalen producten en machines. Als we de analyse voeren op basis van de importwaarde (in luik c) dan blijken vooral elektronische apparatuur van groot belang te zijn, hoewel deze slechts 7 productcategorieën omvat. Wat België betreft, ligt de analyse qua aantal productcategorieën als qua importwaarde meer gelijk. Ook hier is elektronische apparatuur de belangrijkste categorie, gevolgd door mineralen en minerale producten (14%), machines en uitrusting (14%) en ferrometalen (10%).
- 17 -
Figuur 5 Strategische afhankelijkheid volgens sectorale indeling
Europese Unie België (a) in % aantal prouctcategorieën (b) in % aantal productcategorieën
3,55%
1,42%
2,84%
2,9%
9,93%
1,4%
3,96%
10,8% 39,6%
9,22%
10,1%
6,38%
58,16% 20,9%
3,55%
7,9%
4,96%
(c) in % importwaarde
2,47% 2,69%
0,82%
3,83%
(d) in % importwaarde
3,0%
2,53%
9,50%
2,2%
15,21%
1,30%
2,5%
7,20%
43,5%
14,1%
3,4% 13,9%
63,95%
9,7% 0,6%
Chemisch rubber & kunststoffen
Elektronische apparatuur
Ferro metalen
Machines en uitrusting
Metalen, metalen producten
Mineralen en minerale producten
Transportmiddelen en -uitrusting
Aardolie, steenkoolproducten
Overige Bron: BACI-dataset, eigen berekeningen SERV
- 18 -
Herkomst
lijke producten is van het land afkomstig. Op ruime afstand volgt Vietnam met 10% van de importwaarde. Belangrijk is evenwel dat de Vietnamese export voornamelijk bestaat uit intermediaire goederen die op hun beurt werden ingevoerd uit China. De OESO raamde dat ongeveer 33% van de totale ingevoerde intermediaire industriegoederen in Vietnam afkomstig waren van China.
Figuur 6 toont de herkomst van de goederen waarvoor de EU (luik a) en België (b) strategisch afhankelijk zijn van niet EU-landen. De Europese Unie is wat strategische goederen betreft voornamelijk afhankelijk van China, meer dan 55% van de extra-EU-importwaarde voor de groep van 139 strategisch afhankeFiguur 6 Herkomst van strategisch afhankelijke producten
(a) Europese Unie
VS 4,4%
Rusland 3,8%
Andere 13,6% Singapore 3,6%
China 55,4%
VK 2,8%
Vietnam 9,8%
Brazilë 3,6%
Japan 1,7%
ZuidKorea 1,4%
(b) België
China 6,0% Singapore 14,1%
VS 22,3%
Rusland 11,1%
Canada 5,8%
Andere 8,2%
VK 7,9%
Bron: BACI-dataset, eigen berekeningen SERV
- 19 -
Qatar 4,7%
SaudiArabië 2,9%
Zuid-Afrika 3,6%
Zwitserland 2,6%
Japan 2,7%
Brazilië 2,1%
Voor België ziet het beeld er iets anders uit. Hier blijkt vooral de Verenigde Staten (22%) het belangrijkste derde land te zijn, gevolgd door Singapore (14%), Rusland (11%) en het Verenigd Koninkrijk (8%). China volgt pas op de vijfde plaats (6%). Merk op dat qua ‘aantal productcategorieën’ China een hogere positie inneemt in deze lijst.
We herinneren hier evenwel aan de kanttekening dat in deze laatste grafiek, goederen afkomstig van buiten de EU die eerst worden ingevoerd in een EU-lidstaat alvorens te worden doorgevoerd naar België, niet door deze cijfers gevat worden.
Aanvullende analyse voor België Zoals eerder aangegeven houdt de uitgevoerde landenanalyse voor België enkel rekening met de rechtstreekse importafhankelijkheid ten aanzien van derde landen, en niet met de onrechtstreekse handelsstromen gerelateerd aan doorvoer via andere EU-lidstaten. Wat ons land importeert uit een andere EU-lidstaat kan in die lidstaat echter eveneens geïmporteerd zijn (zowel van binnen als van buiten de EU). Dit probleem stelt zich niet wanneer de analyse wordt uitgevoerd voor de EU als geheel.
In een poging om ook die onrechtstreekse afhankelijkheid mee in rekening te brengen, werd bekeken in hoeverre België importeur is van op EU-niveau geïdentificeerde strategische producten. Meer bepaald berekenden we voor de 139 categorieën van producten waarvoor de Europese Unie strategisch afhankelijk is van derde landen of België voor dit goed een netto-invoerder of netto-uitvoerder is (daarbij rekening houdend met zowel intra- als extra-EU handelsstromen). Enkel de categorieën waarvoor België netto-invoerder is, werden behouden.
Figuur 7 Belgische importafhankelijkheid van de op EU-niveau geïdentificeerde strategische goederen
Chemische rubbers &
139 ‘strategisch afhankelijke goederen’ op EU-niveau
57
kunststoffen
Elektronica, machines
94 België netto-invoerder
12
en uitrusting
10
metaalproducten
Metalen en
Mineralen en 8
Bron: BACI-dataset, eigen berekeningen SERV
- 20 -
minerale producten
Van de 139 op Europees niveau geïdentificeerde strategische productcategorieën met grote extra-EU afhankelijkheid, blijkt België er voor 94 netto-importeur te zijn (Figuur 7). Dit wijst op een grote overlap van de strategisch afhankelijke productcategorieën voor België enerzijds en de EU anderzijds. Deze 94 goederencategorieën weerspiegelen een totale Belgische invoerwaarde van € 6,599 mld., waarvan 84% afkomstig vanuit niet EU-landen. Ze weerspiegelen zo 3,7% van de totale importen uit niet-EU-landen. De belangrijkste derde invoerlanden voor deze goederen zijn Singapore (35%), de Verenigde Staten (12%) en het Verenigd Koninkrijk (11%). China staat op een vierde plaats met 7% van de extra-EU-importwaarde voor deze 94 goederencategorieën.
Van die 94 categorieën werden er 51 eveneens geïdentificeerd op basis van de Belgische landenanalyse in de vorige sectie. Tot slot lijsten we in Tabel 2 de 139 op Europees niveau als strategisch afhankelijk geïdentificeerde goederencategorieën op, waarbij we telkens aangeven of België netto-invoerder is (1 of 0) en of het toepassen van de landenanalyse op basis van de drie criteria ook voor België een afhankelijkheid aangeeft (aangeduid met *). Tot slot tonen we voor die categorieën waarvoor België netto-importeur is, ook de belangrijkste niet-EU-handelspartner.
- 21 -
Tabel 2 overzicht van de 139 op Europees niveau geïdentificeerde goederencategorieën en de Belgische importstatus
HS6-code
Omschrijving
België nettoinvoerder [JA = 1]
Belangrijkste niet-EUimportland voor België [enkel als netto-invoerder]
Minerale producten 250620
kwartsiet
0
250830
andere klei
1*
250860
mulliet
0
251620
zandsteen
1*
252510
mica
0
252530
afval van mica
0
252800
natuurlijke boraten en concentraten
1
Verenigd Koninkrijk
252910
veldspaat
1
Turkije
252930
leuciet
0
26100
chroomerts en concentraten
1
261210
uranium- of thoriumertsen en concentraten
0
261390
molybdeenerts en concentraten
1
Verenigde Staten & Canada
261900
slakken, walsschilfers en ander bij de vervaardiging van ijzer en steel verkregen afval
1
Verenigd Koninkrijk
262021
slib van loodhoudende benzine en slib van loodhoudende antiklopmiddelen
0
270111
steenkool - antraciet
1
270820
pekcokes
0
271390
residuen van aardolie of olie uit bitumineuze materialen
1*
China India
Zuid-Afrika
Rusland Rusland
Producten van chemische en aanverwante producten 280120
jood
1*
Chili
280130
fluor, broom
1*
Verenigd Koninkrijk
280450
boor en telluur
1
Rusland & China
280470
fosfor
1*
China
280530
zeldzame aardmetalen, scandium en yttrium
0
281216
zwaveldichloride
1
India
281990
chroomoxide en -hydroxide
1*
China & Verenigd Koninkrijk
282520
lithiumoxide en -hydroxide
1*
Rusland
282570
molybdeniumoxide en -hydroxide
1
Chili
283325
kopersulfaten
1*
Rusland
283510
fosfinaten en fosfonaten
1
China
283691
lithiumcarbonaten
1*
Chili
284010
boraten, watervrij
1*
Verenigd Koninkrijk
284019
boraten, andere
1
Verenigd Koninkrijk
284130
natriumdichromaat
1*
Zuid-Afrika
- 22 -
HS6-code
Omschrijving
België nettoinvoerder [JA = 1]
284161
kaliumpermanganaat
1*
Verenigde Staten
284180
wolframaten
1*
China
284190
andere zouten van oxometaalzuren of van peroxometaalzuren
0
284321
zilvernitraat
1*
Brazilië
284410
natuurlijk unranium en verbindingen
1
-
285390
fosfiden
1
Verenigde Staten
290110
verzadigde acyclische koolwaterstoffen
1
Noorwegen
290211
cyclohexaan
1*
Saudi-Arabië
290242
m-xyleen
1*
Verenigde Staten
290322
trhichloorethyleen
0
290331
ethyleendibromide
1*
290372
dichloortrifluorethanen
0
290378
andere perhalogeenderivaten
1*
China
290383
mirex
1
-
290491
trichloornitromethaan
1
-
290519
lauraylalcohol, cetylalcohol en stearylalcohol
1
India
290715
naftolen en zouten daarvan
1*
China
290891
dinoseb en zouten daarvan
1*
Verenigd Koninkrijk
290920
ethers van cycloalkanen
0
290941
diëthyleenglycol
0
291300
halogeen-, sulfo), nitro en nitrosoderivaten van aldehyden
1*
291431
fenylaceton
0
291439
andere aromatische ketonen zonder andere zuurstofhoudende groepen
0
291462
co-enzym Q10
1*
291616
binapracyl
0
291634
fenylazijnzuur en zouten daarvan
0
291711
oxaalzuur en zouten en esters daarvan
1*
China
291713
azelaïnezuur en sebbacinezuur en zouten en esters daarvan
1*
China
291817
benzilzuur
1
Verenigd Koninkrijk
292023
trimethylfosfiet
1*
Verenigde Staten
292024
triëthylfosfiet
0
292030
endosulfan
1
-
292142
derivaten van analine en zouten daarvan
1
India
292221
aminohydroxynaftaleensulfonzuren en zouten daarvan
1*
India
292243
antranilzuur en zouten daarvan
0
- 23 -
Belangrijkste niet-EUimportland voor België [enkel als netto-invoerder]
Verenigde Staten
Verenigd Koninkrijk
Japan
HS6-code
Omschrijving
België nettoinvoerder [JA = 1]
Belangrijkste niet-EUimportland voor België [enkel als netto-invoerder]
292249
andere aminozuren
1*
292423
N-acetylantranilzuur en zouten daarvan
0
292424
ethinamanaat
0
292511
sacharine en zouten daarvan
1
293133
diëthylethylfosfonaat
0
293137
bismethylfosfonaat
0
293291
isosafrool
1*
Verenigd Koninkrijk
293294
safrool
1
-
293333
alfentanil, anileridine, bezitramide, bromazepam ...
0
293341
levorfanol en zouten daarvan
0
293352
malonylureium en zouten daarvan
1
Verenigd Koninkrijk
293354
andere derivaten van melonylureum en zouten van deze producten
1*
India
293627
vitamine C en derivaten daarvan
0
293712
insuline en zouten daarvan
1*
Verenigde Staten
293722
halogeenderivaten en gehalogeneerde derivaten van corticosteroïde hormonen
1*
Singapore
293750
prostaglandinen, thromboxanen en leukotriënen, alsmede derivaten en structuuranalogons daarvan
1*
Verenigde Staten
294140
chrooramfenicol end erivaten daarvan en zouten van deze producten
1*
China
310311
superfosfaat
1*
Marokko
310540
ammoniumdiwaterstoforthofosfaat en mengsels daarvan met diammoniumwaterstoforhofosfaat
0
381111
antiklopmiddelen op basis van loodverbindingen
1*
382319
andere industriële eenwaardige vetzuren
0
382485
goederen bevattende 1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan, lindaan
0
Singapore, Verenigde Staten & China
China
Verenigde Staten
Kunststoffen en rubbers 390770
polymelkzuur
1
Verenigde Staten
391211
celluloseacetaten, geen weekmakers bevattend
1*
Verenigde Staten & Mexico
392071
plastics van geregenereerde cellulose
1*
Verenigd Koninkrijk
400121
natuurlijk rubber, gerookte vellen
1*
Verenigde Staten
400260
isopreenrubber
0*
401519
andere rubber handschoenen
0
Houtpulp en pulp van cellulosehoudende vezelstoffen 470329
natron- en sulfaat-houtcellulose, andere dan van naaldhout
0
470610
pulp van katoenlinters
1*
China
470693
pulp van vezels verkregen door de combinatie van een mechanische en een chemische behandeling
1
Verenigde Staten
- 24 -
HS6-code
Omschrijving
België nettoinvoerder [JA = 1]
Belangrijkste niet-EUimportland voor België [enkel als netto-invoerder]
Textielstoffen en textielwaren 630622
tenten van synthetische vezels
1*
China
1*
China
Schoeisels, hoofddeksels ... 650691
hoofddeksels van rubber of van kunststof
Werken van steen, gips, cement, asbest, mica ... 680223
graniet
1*
India & China
Parels, edelstenen en halfedelstenen 710210
diamant
1*
Verenigd Koninkrijk & Canada
710410
piëzo-elektrisch kwarts
1*
-
710590
poeder en stof van natuurlijke of van synthetische edelstenen of halfedelstenen
1
Verenigde Staten
711039
rhodium
0 Onedele metalen
720229
ferrosilicium
1
Verenigde Staten
720310
ferroproducten verkregen door het rechtstreeks reduceren van ijzererst
1*
Rusland
720390
andere ferroproducten
0
721891
roestvrij staal in ingots of andere primaire vormen
1
Verenigde Staten
750110
nikkelmatte
1
-
750711
buizen en pijpen van niet-gelegerd nikkel
1
Verenigde Staten
810411
ruw magnesium
1
China
810419
ander ruw magnesium
0
810730
cadmiumresten
0
811090
ander ruw antimoonpoeder
1*
Vietnam
811100
ruw mangaanpoeder
1
China
811212
ruw berylliumpoeder
0
811219
ander beryllium
1*
811251
ruw thalliumpoeder
0
Verenigde Staten
Machines, toestellen en elektrotechnisch materieel 840710
luchtvaartuigmotoren
0
840721
buitenboordmotoren voor de voortstuwing van schepen
1*
840731
motoren met op- en neergaande zuigers voor de voortbeweging van voertuigen
0
841420
hand- en voetpompen voor lucht
1
847130
draagbare automatische gegevensverwerkende machines
0
850511
permanente magneten en artikelen betemd om na magnetisering als permanente magneet te worden gebruikt, van metaal
1
- 25 -
Verenigde Staten
China
China
HS6-code
Omschrijving
België nettoinvoerder [JA = 1]
Belangrijkste niet-EUimportland voor België [enkel als netto-invoerder]
851210
verlichtingstoestellen en toestellen voor het geven van zichtbare signalen
1
China
851310
draagbare elektrische lampen
1
China
851712
telefoontoestellen voor cellulaire netwerken of voor andere draadloze netwerken
0
852791
ontvangtoestellen voor radio-omroep, gecombineerd met een toestel voor het opnemen of het weergeven van geluid
1*
China
852792
ontvangtoestellen voor radio-omrpep, niet gecombineerd met een toestel voor het opnemen of het weergeven van geluid
1*
China
852869
andere projectietoestellen
0
853950
ledlampen en -buizen
1
China
854060
kathodestraalbuizen
1
Rusland
854140
lichtgevoelige halfgeleiderelementen
1
China
Vervoermaterieel 880510
lanceertoestellen voor luchtvaartuigen en delen daarvan
0
890130
koelschepen
1
890520
boor- en werkeilanden, al dan niet plaatsbaar op de zeebodem
0
-
OPTISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN, MEETINSTUMENTEN, MEDISCHE EN CHIRURGISCHE INSTRUMENTEN ... 901380
instrumenten, apparaten en toestellen met vloeibare kristallen (lasers, andere optische instrumenten ...)
1
Verenigde Staten & China
901910
toestellen voor mechanische therapie, voor massage of voor psychotechniek
1
China & Verenigde Staten
Bron: eigen berekeningen SERV Noot: (*) duidt aan dat deze goederencategorie ook werd geïdentificeerd op basis van de specifieke voor België uitgevoerde landenanalyse naar strategische afhankelijkheid. (-) in de laatste kolom duidt er op dat België voor deze productcategorie enkel importeert uit andere EU-landen.
- 26 -
Conclusies Het is van belang zich bewust te zijn van de risico’s die kleven aan grote importafhankelijkheid van een beperkt aantal landen, zeker wanneer leveringen zouden kunnen worden beïnvloed door andere dan alleen economische overwegingen. Diversificatie helpt dan om het risico op ongewenste afhankelijkheden voor zover mogelijk te voorkomen. In elk geval moet het debat rond strategische onafhankelijkheid gevoerd worden, de kritische sectoren worden bepaald en de veerkracht van deze sectoren voor internationale (handels)schokken worden verhoogd.
import- en exportgegevens voor 5380 productcategorieën. Verder werd ook nagegaan voor welke producten België als land sterk afhankelijk is van niet-EU-landen voor zijn import. Tot slot werd voor de producten die op Europees vlak geïdentificeerd kunnen worden als ‘strategisch afhankelijk’ bekeken of België hiervan netto-importeur is. Op basis van deze analyse kan besloten worden dat er een grote overlap is tussen de strategische producten die op Europees vlak geïdentificeerd kunnen worden, en de producten waarvoor België strategisch afhankelijk is van niet-EU-landen. Verschillende van deze producten komen uit China en de Verenigde Staten.
De Europese Unie erkent deze vaststelling, en voerde een analyse uit van meer dan 5000 goederencategorieën en de mate waarin de unie hiervoor beroep doen op import vanuit derde landen. Zo werden 390 goederencategorieën geïdentificeerd die vervolgens werden gereduceerd tot 137 producten die vallen binnen strategische sectoren of ecosystemen.
Bovenstaande analyse is slechts een eerste richtinggevende stap van de mate waarin België (en in die zin ook Vlaanderen) afhankelijk is van niet-EU-landen voor de invoer van strategische of kritische producten. Ze moet worden uitgebreid met een meer gedetailleerde studie, rekening houdend met de samenhang tussen productcategorieën en de link met specifieke waardeketens. Daarvoor zal ook een kwalitatieve onderzoekstap noodzakelijk zijn.
De lijst van kritische goederen wordt niet als dusdanig gepubliceerd. In bovenstaande analyse probeerde het SERV-secretariaat deze lijst zelf af te leiden, gebruik makend van de recentste BACI-database met
Geraadpleegde werken Europese Commissie (2021) Updating the 2020 New Industrial Strategy: Building a stronger Single Market for Europe’s recovery, Communication from the Commission to the European Parliament, The Council, The European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions, SWD(2021) 350 final, Brussels, May Europese Commissie (2021) Strategic dependencies and capacities, Commission Staff Working Document, SWD(2021) 352 final, Brussels, May Gaulier, S. en Zignano, S. (2010) BACI : International Trade Database at the Product-Level. The 1994-2007 Version, CEPII Working Paper N° 2010-23.
- 27 -
Rapport Grondstoffenprijzen – naar een nieuwe supercyclus? De coronapandemie resulteerde in een significante daling van de economische groei. De recentste World Economic Outlook (IMF, 2021) schat de krimp in de wereldwijde economische activiteit in 2020 (t.o.v. 2019) op -3,5 % en voor de eurozone zelfs op -6,6 %. Daarmee is de COVID-19 crisis, ook wel de ‘Grote Lockdown’ genoemd, de zwaarste economische crisis sinds de ‘Grote Depressie’ en vele malen erger dan de wereldwijde financiële crisis van 2008/9. Die terugval in de economische activiteit, gecombineerd met disrupties in internationale handel en toeleveringsketens, resulteerde in substantieel lagere grondstoffenprijzen in 2020. Energie en bepaalde metalen (koper, zink) werden het sterkst geraakt, in het bijzonder door het plotse stilleggen van verschillende industriële activiteiten en de daarmee gepaard gaande terugval in de globale vraag. Bepaalde grondstoffen gelinkt aan de transportsector, zoals olie of rubber, kenden de scherpste daling. Toch blijken de grondstoffenprijzen sinds midden 2020 aan een sterk herstel begonnen (zie Figuur 1). Zowat 80% van alle grondstoffen bevinden zich nu boven hun pre-pandemische niveau. Sommige grondstoffen, m.n. metalen zoals koper, noteren zelfs tot 50% hoger dan eind 2019. Voor olie bijvoorbeeld blijkt het herstel na de ineenstorting door COVID-19 het snelste ooit. In het eerste kwartaal van 2021 zetten de
grondstoffenprijzen hun herstel verder, voornamelijk onder invloed van een verbetering in de globale economische vooruitzichten in combinatie met omvangrijke monetaire en budgettaire stimulansen in ontwikkelde landen én goed lopende vaccinatiecampagnes in de hogeinkomenslanden. De energieprijzen stegen in het eerste kwartaal van 2021 met één derde en dat geldt ook voor de drie belangrijkste brandstoffen. De prijs van ruwe olie steeg midden maart tot $ 70 per vat om vervolgens terug te vallen tot $ 63 per vat. Dit door de hoger dan verwachte productieverlagingen tussen de OPEC-landen en ondanks een olievraag die ongeveer 5 % onder het niveau van 2019 bleef. Ook kolenprijzen en aardgasprijzen stegen met gelijkaardige percentages. Wanneer we energie buiten beschouwing laten, stegen de prijzen met 12 % in het eerste kwartaal van 2021, na een 10 % stijging in de afgelopen twee kwartalen. Na het dal in april 2020 steeg de prijsindex voor niet-energie grondstoffenprijzen onafgebroken gedurende 11 opeenvolgende maanden. De prijzen van basismetalen en ertsen stegen met gemiddeld 16 %, gestuwd door een aantrekkende vraag in zowel ontwikkelde landen als opkomende en ontwikkelingslanden (EMDEs, Emerging Markets and Developing Economies). Metaalprijzen worden daarnaast
Disclaimer: Dit rapport werd opgemaakt door het SERV-secretariaat ter ondersteuning van het sociaal-economisch overleg en de beleidsadvisering door de sociale partners in de SERV. De bevindingen, interpretaties en conclusies van die achtergronddocument vallen volledig onder de verantwoordelijkheid van het SERV-secretariaat en kunnen op geen enkele wijze toegeschreven worden aan de raad, een organisatie vertegenwoordigd in de raad of een lid van de raad.
- 28 -
ondersteund door de verwachting dat de energietransitie weg van fossiele brandstoffen zal resulteren in aanzienlijke stijgingen in de vraag naar metalen. Koperprijzen worden bovendien opgedreven door een aanbodverstoring in Peru en Chili, terwijl ijzerertsprijzen
ondersteund werden door onderbrekingen in de aanvoer vanuit Australië.
Figuur 1 Grondstoffenprijsindices (maandelijks, 2019=100)
140 120 100 80 60 40 20 0 /19
jan
/19
mrt
i/19
me
19
jul/
/19
sep
/19
nov
/20
jan
Energie
/20
mrt
Metalen
i/20
me
20
jul/
/20
sep
/20
nov
/21
jan
/21
mrt
Landbouw
Bron: SERV op basis van USDA, World Bank, World Bureau of Metal Statistics. Noot: de laatste observatie dateert van maart 2021
De meeste landbouwgrondstoffenprijzen, m.n. voor voedselproducten, werden eveneens gekenmerkt door aanzienlijke prijsstijgingen (gemiddeld 9 % stijging in het eerste kwartaal van 2021). Opmerkelijk is dat landbouwgrondstoffen zich qua prijsniveau op het hoogste niveau in zeven jaar bevinden. Redenen zijn vooral een sterke vraag naar sojabonen en maïs uit China (gekoppeld aan het herstel van de Afrikaanse varkenspest én voorraadopbouw), evenals aanbodtekorten in Zuid-Amerika (gelinkt aan La Niña) en de Verenigde Staten.
Vooruitkijkend voorspelt de Wereldbank een gemiddelde olieprijs van $ 56 per vat in 2021 gevolgd door een kleine verdere stijging van de olieprijs tot $ 60 per vat in 2022. Metaalprijzen zullen naar verwachting in 2021 gemiddeld 30% hoger zijn dan in 2020 alvorens in 2022 enigszins terug te vallen. Voor landbouwprijzen is de verwachting iets gematigder: gemiddeld 14 % hoger in 2021 ten opzichte van 2020 waarna een stabilisatie zal plaatsvinden.
- 29 -
Een nieuwe supercyclus? De forse prijsstijgingen die de afgelopen maanden geobserveerd werden, kondigen volgens velen de start van een nieuwe supercyclus aan. Zo’n supercyclus kenmerkt zich door structureel hogere grondstoffenprijzen, gedreven door hoge vraag enerzijds en aanbodtekorten anderzijds. Sinds 1900 kunnen zo vier supercycli waargenomen worden (Figuur 2). De recentste, net na de eeuwwis-
seling, kende de Chinese industrialisering en verstedelijking als aandrijver. Terwijl sommige marktanalisten en beurshuizen – waaronder Goldman Sachs en JPMorgan – verzekeren dat we aan de start staan van een nieuwe, vijfde, supercyclus, zijn anderen, zoals Citigroup, genuanceerder en verwachten zij vooral sterke stijgingen voor koper en aluminium.
Figuur 2 supercycli en de reële grondstoffenprijsindex (1900=100) 2de industriële revolutie en WO 1
160
WO II en heropbouw
Industrialisering China
Olieprijsschok
140
120
100
80
60
40
20
0
00
19
05
19
10
19
15
19
20
19
25
19
30
19
35
19
Bron: SERV op basis van Jacks (2019)
40
19
45
19
50
19
55
19
Over een nieuwe supercyclus spreken, lijkt echter prematuur. Voor de huidige ommekeer wijzen analisten naar de forse heropleving van de economie en de massale stimulansen van overheden. De prijzenrally werd gestimuleerd door een snel herstel van de Chinese economie en fiscale steunprogramma’s, erg lage wereldwijde rentevoeten en een zwakke dollar2. Ook aangekondigde infrastructuurinvesteringen – inclusief die in een groene transitie – zullen
60
19
65
19
70
19
75
19
80
19
85
19
90
19
95
19
00
20
05
20
10
20
15
20
20
20
veel grondstoffen gebrui. Bovendien zijn sommige productieketens nog verstoord door het coronavirus, wat prijzen van koper, ijzererts,kobalt e.d. een extra boost geeft. Tegelijk hebben de lage grondstoffenprijzen van de voorbije jaren een rem gezet op investeringen door ontginners, wat de capaciteitstekorten vandaag nog vergroot. De duurzaamheid van bovenstaande factoren, en zeker die van de stimulans door
2 Grondstoffen worden typisch in dollar verhandeld. Een goedkope dollar maakt grondstoffen dan ook goedkoper voor niet-dollarlanden.
- 30 -
de Chinese overheid, is onzeker. Als andere landen zoals India of de VS (cf. stimuluspakket van Joe Biden en het ultrasoepele beleid
van de FED) meedoen, lijkt een supercyclus waarschijnlijker. Maar ook dan zullen niet alle grondstoffen eenzelfde hausse kennen.
Kritische grondstoffen Dat de grondstoffenprijzen de laatste maanden aan een opmars bezig zijn, is niet te ontkennen. Maar dit lijkt in eerste instantie, en op korte termijn, het gevolg van een normaal herstel van de economische activiteit en van een aantrekkende vraag gedreven door overheidsstimulansen. Voor sommige grondstoffen spelen ook specifieke factoren: de productiebeperkingen van olie door de OPEC-landen en diens partners (OPEC+) deden niet enkel de olieprijzen fors herstellen, maar resulteerden ook in grote overschotten in productiecapaciteiten die op middellangetermijn de prijsstijgingen kunnen temperen. Toch zijn de sterke prijsstijgingen niet onschuldig. Grondstoffenprijzen (en zeker olie) zijn een belangrijke determinant van de inflatie. Er bestaat dan ook een risico dat ontwikkelde landen de komende maanden een toename van de inflatiedruk zullen kennen. Hoe groot die druk zal zijn hangt echter van of en in welke mate de duurdere
grondstoffenprijzen worden doorgerekend in de eindproducten. Daarnaast moet worden opgemerkt dat niet alle prijsstijgingen structureel zijn. Echte inflatie ontstaat bovendien maar als de loon-prijsspiraal ontstaat, en die is vandaag nog niet meteen zichtbaar. Op langere termijn kunnen echter andere factoren spelen, en moet rekening gehouden worden met grote tendensen en transformaties, zoals de digitalisering en de transitie naar een circulaire en groene economie. In de komende decennia kunnen deze transformaties een belangrijke drijvende factor blijken van de prijsevolutie van bepaalde grondstoffen. Vooral voor de zogenaamde ‘grondstoffen van de toekomst’ zoals koper en aluminium (groene transitie), nikkel, lithium en cobalt (cf. batterijen), tin (digitalisering), maar ook voor zeldzame aardmetalen, koolstofarme waterstof en groen staal, wordt een sterke vraagtoename verwacht in de komende decennia.
Mogelijke en wenselijke beleidsreactie De vraag stelt zich of en zo ja, hoe, het beleid op verschillende niveaus een antwoord kan bieden op bovenstaande evoluties. Op korte termijn lijkt, op basis van economische logica, een beleidsreactie niet mogelijk en wenselijk. De geobserveerde sterke toename in grondstoffenprijzen en resulterende tekorten mag dan wel een grote impact hebben op de productiecapaciteit van de Vlaamse ondernemingen, deze evo-
lutie volgt uit het verwachte economische herstel na een eerdere zware terugval in de economische activiteit in 2020. Tijdens de coronapandemie werden er door de ontwrichting van de wereldhandel nauwelijks voorraden aangelegd, waardoor een enorm tekort is ontstaan van bepaalde grondstoffen. Er is bovendien tijd nodig alvorens fabrieken op hun maximale capaciteit kunnen draaien. Schaarste en hogere prijzen zijn dan het logische gevolg. Ook logistieke problemen
- 31 -
dragen hiertoe bij (cf. tekort aan bulkcontainers, blokkering van het Suezkanaal …).3 Die logistieke problemen zullen zich na de zomer naar alle waarschijnlijkheid vanzelf oplossen. Grondstoffenprijzen zijn over het algemeen trouwens erg persistent en gevoelig voor de economische conjunctuur. Na een inzinking werd in het verleden steeds een heropleving geobserveerd, en omgekeerd. Toch moet gewezen worden op het nut van sensibilisering van ondernemingen (bv. inzake diversificatie of het gebruik van prijsherzieningsclausules) om zo de impact van deze stijgende grondstoffenprijzen te verzachten.
het cruciaal om voor specifeke kritische grondstoffen de bevoorradingszekerheid te waarborgen. De globalisering en de daarop volgende verplaatsing van de productie van basismaterialen uit Europa, vergrootte aldus de afhankelijkheid van niet-EU-landen. Reshoring, Europese allianties lanceren voor een open strategische autonomie in de waardeketen van zeldzame grondstoffen, inzetten op onderzoek en innovatie naar o.a. substitutie en diversificatie, strategische partnerschappen ontwikkelen, het aanleggen van strategische voorraden … zijn opties en maatregelen die overwogen kunnen worden om de strategische afhankelijkheid van de Europese economieën ten aanzien van derde landen te verminderen.
Op middellange tot lange termijn spelen echter andere factoren (cf. supra) en wordt
Geraadpleegde werken Bain, C. (2021) Why we are not in a new commodity supercycle, Capital Economics, 8 February. Europese Commissie (2021) Strategic dependencies and capacities, Commission Staff Working Document, SWD(2021) 352 final, Brussels, May IMF (2020) World Economic Outlook, April 2020: The Great Lockdown IMF (2021) World Economic Outlook, April 2021: Managing Divergent Recoveries Jacks, D.S. (2019) From Boom to Bust, A Typology of Real Commodity Prices in the Long Run, Cliometrica 13(2), 202-220 Schmidhuber, J. en Qiao, B. (2020) Comparing crises: Great Lockdown versus Great Recession. Rome, FAO Sanos, A. (2021) Is this the start of a commodities supercycle?, Refinitiv, 24 May The Economist (2021) Is a commodities supercycle under way?, 2 June World Bank (2021) Commodity Markets Outlook – Causes and Consequences of Metal Price Shocks, April
3 Tekorten zijn o.a. merkbaar bij containers, staal en olie, computerchips of halfgeleiders, hout, papierpulp en toiletpapier, koffie, polysilicium en glas (als grondstoffen voor zonnepanelen), batterijen …
- 32 -