STUDIE 18 BEROEPSPROFIEL landschaps- en tuinarchitect (m/v)
BEROEPSPROFIEL landschaps- en tuinarchitect
sector : architectuur beroepsprofiel : landschaps- en tuinarchitectuur beroep : landschaps- en tuinarchitect (m/v)
Werkgroep beroepsprofiel van de Vlaamse Hogescholen in opdracht van de Vlaamse Onderwijsraad D/1997/6356/6 De leden van de werkgroep beroepsprofielen zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor het beroepsprofiel. De Vlor heeft enkel ingestaan voor een uniforme en toegankelijke lay-out.
IN H O U D B E R O E P S P R O F IE L L A N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
INHOUD
1
2
3
4
5
6
SOCIO-ECONOMISCHE STRUCTURELE ONTWIKKELING
1
1.1
Macro-economische situering van de sector
1
1.2
Beschrijving van de huidige en verwachte ontwikkelingen in de sector
1
ANALYSE VAN DE ARBEIDSMARKT
2
2.1
Gegevens over tewerkstelling in de sector
2
2.2
Niet-werkende werkzoekenden
3
2.3
Gegevens over het beroep: beroepenstructuur in de sector
6
2.4
Gegevens over de functies: functiestructuur van de sector
6
2.5
Relateren van de functies
7
2.6
Inventaris van bestaande beroepsprofielen in het buitenland
9
2.7
Vastleggen van de functieclusters en het beroep
11
2.8
Niveaubepaling van landschaps- en tuinarchitecten
12
2.9
Kaart van beroep, functies en opleiding
12
HET EIGENLIJK BEROEPSPROFIEL
13
3.1
Inhoud van het beroepsprofiel
13
3.2
Benaming van het beroep
13
3.3
Globale beschrijving van het beroep
13
3.4
Opleidingsvereisten
13
3.5
Specifieke beschrijving van de beroepservaring
13
CONTEXTGEGEVENS
15
4.1
Werkomstandigheden
15
4.2
Hulpmiddelen
15
4.3
Graad van verantwoordelijkheid
15
4.4
Verwachte resultaten
15
BEROEPSHOUDINGEN
16
5.1
Algemene deontologische regels
16
5.2
Specifieke beroepshoudingen
16
MEDEWERKERS
17
6.1
Voorzitter
17
6.2
Leden
17
IN H O U D B E R O E P S P R O F IE L L A N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
7
BIBLIOGRAFIE
18
8
BIJLAGE
19
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
1
1.1
1
SOCIO-ECONOMISCHE STRUCTURELE ONTWIKKELING
De macro-economische situering van de sector Hij is ontstaan uit de tuinbouwsector. Thans gebruikt deze sector elementen en hulp-wetenschappen uit de agrarische, de artistieke, de architectonische en de ecologische sectoren.
1.2
De beschrijving van de huidige en verwachte ontwikkelingen in de sector ♦ Socio-economische factoren − toename vrije tijd + toename bestedingsbudget (creatie van behoeften) − toename informatie (boeken en tijdschriften met foto’s van prachtige tuinen) − groen zit in de lift (in de mode) − de markt groeit voor privé-tuinen − landschapsherstel en landschapsontwikkeling (GNOP, GLOP) − beheer van groene ruimten bij de overheid − micro-, meso- en macroplanning (meer en meer medewerkers in groot ontwerp bureau, multidisciplinair) − vaak combinatie ontwerpen + realiseren (zo start elke oud-student) − ambtenaren: steeds meer landschaps- en tuinarchitecten in steden en gemeen-ten − aandacht voor groenbeheer (functionele en ruimtelijke benadering) ♦ Technologische factoren − informatisering van ontwerpen, lastenboeken, type-details... GIS − grotere beschikbaarheid van software − de informatisering en de erosie van tewerkstelling evolueren sneller dan de groei van de markt ♦ Politiek maatschappelijke factoren − landschapsplanning is pluridisciplinair (stedebouw en R.O.) − meer en meer buitenlandse ontwerpbureaus voor grote projecten in België zodat een klein beginnend zelfstandige niet meer in aanmerking komt voor grote openbare projecten, en dus niet de kans krijgt om zich te ontplooien (groot te worden) − zoals voor vele beroepen ligt een belangrijk arbeidsterrein in het buitenland − milieu- en groenproblemen meer en meer aan de orde, doch weinig belangstelling vanwege de overheid voor de landschaps- en tuinarchitect i.v.m. openbare groenprojecten. De ruimtelijke planning komt op gang (vb. Structuurplan Vlaanderen), maar nog steeds een enorme achterstand in vergelijking met de ons omringende landen.
2
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
2
2.1
ANALYSE VAN DE ARBEIDSMARKT
Gegevens over tewerkstelling in de sector In totaal zijn ± 2000 gediplomeerde landschaps- en tuinarchitecten afgestudeerd sedert de start van de opleiding in 1958, d.w.z. dat de eerste generatie van gediplomeerden ± 60 jaar is en nog steeds beroepsactief. Momenteel is een enquête lopende bij de afgestudeerden van de laatste 10 jaar. Deze enquête zal worden nagestuurd.
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
2.2
Niet-werkende werkzoekenden Met als diploma graduaat (HOKT) landschaps- en tuinarchitectuur toestand op 31/12/1995 Bron gegevens = VDAB-studiedienst WERKLOOSHEIDSDUUR
GESLACHT
TOTAAL
M
V
4
3
7
1 maand -3 maand
11
10
21
3 maand -6 maand
35
32
67
4
10
14
- 1 maand
6 maand -1 jaar 1 jaar
-2 jaar
16
16
32
2 jaar
-3 jaar
2
3
5
3 jaar
-4 jaar
0
3
3
4 jaar
-5 jaar
1
2
3
0
1
1
20 tot -25 jaar
32
44
76
25 tot -30 jaar
16
14
30
30 tot -35 jaar
5
9
14
35 tot -40 jaar
11
8
19
40 tot -45 jaar
6
3
9
45 tot -50 jaar
1
2
3
50 tot -55 jaar
2
0
2
22
30
52
7
7
14
Oost-Vlaanderen
15
14
29
Vlaams-Brabant
17
16
33
West-Vlaanderen
12
13
25
Totaal
73
80
153
5 jaar en + LEEFTIJD
PROVINCIE Antwerpen Limburg
3
OPVOLGINGSCIJFERS SCHOOLVERLATERS PER JAAR EN STUDIERICHTING IN VLAANDEREN TOESTAND MEI VAN JAAR VOLGEND OP VERLATEN SCHOOL BRON: STUDIEDIENST V.D.A.B. 1. MANNEN: Hoger Onderwijs korte type STUDIERICHTING
SCHOOLVERLATERS
NOG WERKZOEKEND
NOG WERKZOEKEND
% AFWIJKING
NIET WERK. WERKZ. VAN < 36 JAAR
aantal 89
90
91
aantal 92
93
90
91
92
% 93
94
90
91
92
93
94
90
91
14%
24%
50%
35%
23%
+1%
+7% +30% +15%
33%
15%
30%
48%
20%
80%
HKO-2gr-VL: Binnenhuisarchitectuur
14
17
12
17
22
2
4
6
6
5
HKO-2gr-VL: Grafische vormgeving
8
18
13
20
23
0
6
2
6
11
HKO-2gr-VL: Toegepaste grafiek
4
6
10
5
20
1
0
2
4
8
25%
SHOKTVL: maatsch.assist.: personeelswerk
27
18
28
26
22
1
1
4
5
1
4%
6%
14%
SHOKTVL:maatsch.ass.soc.cultur.vormingsw.
23
17
14
28
32
2
5
3
4
8
9%
29%
21%
SHOKTVL:orthopedagogie (ambulante & res.)
17
15
14
14
20
1
1
0
0
1
6%
7%
THOKTVL: topografie
18
15
24
14
0
1
3
3
7%
42
7
3
8
0
1
0
0
14%
2
0
0
1
2
8
9
2
(2j.)
THOKTVL: industr.onderhoudstechn.(2j.) THOKTVL: bedrijfsmechanisatie. of -autom.
(2j.)
23
1
4
3
THOKTVL: landschaps- & tuinarchitect.
(3j.)
33
31
42
28
THOKTVL: topografie
(3j.)
THOKTVL: bouw (vastgoed)
25 (3j.)
THOKTVL: chemie of industr.chemie (3j.)
16
18
36
62
59
75
85
113
7
9
22
18
11
35
46
46
81
44
21
32
40
12
5
17
2
3
22
38
THOKTVL: chemie of ind.chemie-proces THOKTVL: grafische bedrijven
(3j.)
THOKTVL: elektromech, meet- & regeltechn THOKTVL: onderhoudstechnieken
47
(3j.)
(3j.)
THOKTVL: bedrijfsmechanisatie of autom.
(3j.)
9% 13
6%
21%
1
2
5
6
8
13
25
0
0
1
3
0
3
8
3
12
70
4
0
3
4
11
18
37
0
0
1
3
7
25
24
0
0
0
2
4
1
10%
9% 9%
91
92
93
94
15
21
17
-- +17%
-- +11% +27%
2
12
9
23
25
40%
--
--
-- +46% +18%
6
10
10
19
23
19%
5%
--
--
--
+1%
-8%
8
16
28
27
24
14%
25%
-- +13%
+2%
--
+5%
21
29
27
24
33
--
--
-5%
-7%
-7%
12
8
16
15
15
--
--
--
--
4
10
9
14
24
-4%
--
--
-2%
8
8
14
20
27
--
--
--
--
10
9
10
12
16
-- +12%
+7%
-4%
14
25
29
24
29
21%
7%
28% 44%
3%
90
12
11 0
94
9
33% 26%
93
+1%
5% 13%
92
6%
6%
8%
11%
15%
22%
5%
17%
17%
7%
15%
9%
10%
6%
+9% +23%
3
-5%
-1%
-6%
-7%
1
1
4
6
13
--
--
--
+4%
8
20
26
55
78
--
-1%
-5%
--
6
8
--
--
+3%
-6%
-1%
6
17
13
25
32
16%
+1%
-6%
--
-2%
--
5
5
14
29
29
17%
19%
--
--
--
--
--
1
1
4
7
15
8%
17%
--
--
-8%
-2%
--
1
2
10
13
-1%
OPVOLGINGSCIJFERS SCHOOLVERLATERS PER JAAR EN STUDIERICHTING IN VLAANDEREN TOESTAND MEI VAN JAAR VOLGEND OP VERLATEN SCHOOL BRON: STUDIEDIENST V.D.A.B. 2. VROUWEN: Hoger Onderwijs korte type STUDIERICHTING
SCHOOLVERLATERS
NOG WERKZOEKEND
NOG WERKZOEKEND
aantal
aantal
%
89
90
91
92
93
90
91
92
93
94
90
91
92
% AFWIJKING
90
91
92
93
NIET WERK. WERKZ. VAN < 36 JAAR
93
94
94
90
91
92
93
94
11%
17%
--
--
-3%
--
--
4
7
3
5
10
12%
5%
17%
+3%
+7%
+1%
-2%
+1%
19
30
38
35
48
12%
5%
14%
--
-4%
--
-2%
--
12
11
19
22
28
SHOKTVL: maatschappelijk adviseur
25
31
18
28
23
1
3
0
3
4
4%
10%
SHOKTVL: maatsch.ass.soc.cultur.vormingsw.
38
35
51
56
48
4
6
6
3
8
11%
17%
SHOKTVL: maatsch.assist. - spec.onbekend
54
35
34
38
44
3
0
4
2
6
6%
SHOKTVL: orthopedagogie (ambulante & res.)
100
97
99
89
80
7
4
5
5
9
7%
4%
5%
6%
11%
+1%
-2%
-3%
-3%
-1%
59
72
68
80
92
SHOKTVL: psychol.assist. - sportpsychologie
23
20
15
23
29
4
3
5
4
9
17%
15%
33%
17%
31%
+8%
+3%
+18
+3% +14%
14
17
23
32
37
SHOKTVL: psych.ass. (psychopedagogie&klin)
16
16
13
14
27
2
2
2
0
5
13%
13%
15%
19%
+1 %
--
--
-2%
5
5
7
10
13
7
10
12
20
0
1
1
2
10%
8%
10%
--
--
--
--
4
5
4
5
13
22
3
3
2
1
1
9%
33%
33%
--
--
--
2
3
5
7
6
0
0
0
--
--
5
11
4
7
13
2
6
2
+1% +17%
--
12
17
18
26
28
THOKTVL: topografie
(2j.)
THOKTVL: industr.onderhoudstechn.
(2j.)
THOKTVL: bedrijfsmechanisatie. of -autom.
(2j.)
20
1
1
THOKTVL: landschaps- & tuinarchitect.
(3j.)
17
21
18
THOKTVL: topografie
(3j.)
THOKTVL: biochemie
(3j.)
13
43
25
29
41
0
6
2
1
13
THOKTVL: chemie of industr.chemie
(3j.)
101
130
138
140
131
1
11
15
19
44
THOKTVL: grafische bedrijven
(3j.)
23
39
52
49
51
2
3
7
8
11
THOKTVL: confectie (-technieken)
(3j.)
21
37
34
55
5
7
5
11
THOKTVL: land- en tuinbouw
(3j.)
10
28
16
23
29
3
2
2
5
13
THOKTVL: textiel
(3j.)
4
7
21
24
19
2
3
2
4
4
21
28
33% 5
21
8
12%
29%
11%
24%
3
-29%
+1%
+9% +11%
14%
--
3
14%
8%
3%
32%
--
+5%
--
-3% +16%
7
15
15
17
31
1%
8%
11%
14%
34%
-3%
+1%
+1%
+3% +19%
27
53
64
95
142
9%
8%
13%
16%
22%
--
--
+3%
+5%
+6%
9
15
15
21
35
24%
19%
15%
20%
+12%
+7%
+2%
+4%
6
16
20
27
30%
7%
13%
22%
45% +15%
--
--
+8% +28%
3
5
10
13
26
50%
43%
10%
17%
21% +20%
+21+
--
+3%
3
2
4
8
9
+2%
6
2.3
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
Gegevens over het beroep: beroepenstructuur in de sector De afgestudeerde landschaps- en tuinarchitecten zijn in grote trekken onder te brengen in 4 functies: − zelfstandig ontwerper of medewerker ontwerp-bureau − zelfstandig ontwerper + aannemer − ambtenaar − beheerder van groene ruimten Het arbeidsterrein van de landschaps- en tuinarchitectuur ontplooit zich op de grens van het artistieke, het agrarische en het architectonische. In binnen- en buitenland wordt men geconfronteerd met dit spanningsveld, waardoor opvallend veel verschillende benaderingen zich manifesteren in alle landen. Deze spanning kan de sterkte, maar ook de zwakheid uitmaken, indien exclusieve prioriteiten, monopolies of hiërarchische verhoudingen zich manifesteren. Door een al te eenzijdige benadering van de artistieke, de agrarische of de architectonische visie zou men het werkterrein sterk verengen, wat in strijd is met de actuele tendens inzake polyvalentie van de diploma’s hoger onderwijs. Daarenboven gebruiken planologen, urbanisten, landscape-designers, gardendesigners, architectes-paysagistes, paysagistes-architectes, landschapsontwikkelaars, stedebouwkundigen ... zeer verwante beroepsprofielen. Dit alles onderstreept de pluriformiteit van deze beroepen. Dit wordt nog versterkt door de evolutie, waarbij projectstudies op meso- of macroschaal enkel kunnen worden gerealiseerd door studiebureaus met medewerkers uit een veelheid aan beroepen (sociologen, economen, biologen, geografen, architecten, landschaps- en tuinarchitecten). Belgische Vereniging van Landschaps- en tuinarchitecten (BVTL) Om erkend BVTL-lid te zijn wordt 2 jaar beroepservaring en een Proef van Meesterschap gevraagd. Ongeacht de internationale belangen die spelen, betreuren we dat de BVTL niet achter de bestaande opleidingen is blijven staan door de Proef van Meesterschap als toelatingsvoorwaarde in te richten. Hierdoor worden het niveau en de kwaliteit van de opleidingen in vraag gesteld. Deze houding schept afstand tussen de potentiële leden en de BVTL. Een flexibele toelating op basis van het diploma zou van de BVTL niet alleen een grotere maar eveneens rijker vereniging maken. Vlaamse Vereniging van Landschaps- en tuinarchitecten in Overheidsdienst (VVLO) Vertegenwoordigt de landschaps- en tuinarchitecten ambtenaren.
2.4
Gegevens over de functies: functiestructuur van de sector ♦ Zelfstandig ontwerper - medewerker ontwerpbureau Gezien de beperkte markt in Vlaanderen, is slechts een minderheid van de afgestudeerden uitsluitend werkzaam als ontwerper. ♦ Zelfstandig ontwerper - aannemer Bij de aanvang combineert de grote meerderheid van de afgestudeerden ontwerpen en aanneming. Uit een vorige enquête blijkt dat ± 2/3 deze combinatie volhoudt. De lopende enquête wordt nagestuurd.
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
7
Vaak worden beide beroepen gecombineerd, ofschoon de BVTL hiertegen deon-tologische bezwaren heeft. ♦ Ambtenaar Een groeiend aantal afgestudeerden werkt in overheidsdienst : − hoofd groendienst van een gemeente, stad − milieuambtenaar (provincie & gemeenten) − ministeries Opmaak, advies, controle en beheer van stedelijke en landschappelijke begroening. Verantwoordelijk voor een optimale werkverdeling, inventarisatie opdrachten, planning werkzaamheden, verslaggeving en controle op prestaties. Maakt de bestekken op, heeft de technische leiding en voert toezicht uit bij beplantings- en infrastructuurwerken en het bermbeheer. Adviseert (de overheid) inzake milieu- en groenbeleidsplanning. ♦ Beheerder van groene ruimten Meer en meer afgestudeerden worden als ambtenaar belast met specifieke beheersfuncties, waarbij organisatie en technische bekwaamheid doorslaggevend zijn. De beheerder behartigt het groen in het algemeen, staat in voor het ontwerp en de aanleg van nieuwe groene ruimten en is verantwoordelijk voor het onderhoud en het beheer van de bestaande groene ruimten. Vanzelfsprekend zijn nog meerdere combinaties mogelijk, daarvoor verwijzen we naar § 2.
2.5
Relateren van de functies ♦ Zelfstandig ontwerper + medewerker ontwerpbureau: Korte schets van functie en uit te voeren taken: Kunnen ontwerpen creativiteit Technisch bekwaam ruimtelijk inzicht, kennis en gebruik van materialen en
− −
planten
− Bestek kunnen opmaken nauwgezetheid − Opvolgen van de werken toezicht − Noties van boekhouding balans kunnen lezen en een − kosten- en batenanalyse kunnen opmaken − Communicatie- en omgangsvaardigheden t.a.v. cliënten, aannemers én mede-werkers − een ontwerp (plan) kunnen verkopen − kunnen werken in groep − Ruime algemene en culturele ontwikkeling − Inzicht in procedures − Nauwgezet uitvoeren van de opgelegde taken
8
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
♦ Zelfstandig ontwerper + aannemer (of werfleider) Korte schets van uit te voeren taken: − Begrippen van ontwerpen + plan kunnen omzetten in een realisatie − Bestek kunnen opmaken en analyseren − Offerte kunnen maken + nacalculatie − Technisch onderlegd: plantenkennis kennis van topografie keuze van machines en materieel materialen: kennis + gebruik, constructief inzicht
− Noties van boekhouding:
balans kunnen lezen kosten- en batenanalyse investeringen en afschrijvingen
− Planning der werken: werforganisatie
− Communicatievaardigheden met opdrachtgever met ontwerper met medewerkers
♦ Ambtenaar Korte schets van uit te voeren taken: − Overzicht:
hoofd groendienst van een gemeente milieuambtenaar (provincie & gemeenten) ministeries
− Adviesverstrekking i.v.m. groen, stedelijke en landschappelijke planning (d.w.z. een ruime culturele ontwikkeling) − Opstellen en verdedigen van groenbeheer- en groenontwikkelingsvisies (plantenkennis) − Opstellen van beleidsvoorbereidende en -uitvoerende nota’s en correspondentie voeren dienaangaande (schrijfvaardigheid) − Vergaderingen voorbereiden, coördineren en opstellen van verslagen (sociale vaardigheden, vergadertechnieken en teamwerk) − Toepassen van typebestekken, normeringen en wetgeving (bij ontwerp en controle) − Administratief beheer van dossiers, planning en timing − Opmaken van begrotingen − Toezicht en controle ♦ Beheerder van groene ruimten Korte schets van de uit te voeren taken: − Kunnen inventariseren + verwerken van inventaris + informatica − Beheersplan kunnen opmaken - evolutie kunnen inschatten − Programma, planning en organisatie − Inzet van de middelen − Voor- en nacalculatie − Zeer goede technische bagage − Communicatie- en omgangsvaardig zijn, kunnen werken in groep − Begrotingstechnieken
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
2.6
9
Inventaris van bestaande beroepsprofielen in het buitenland ♦ European Foundation for Landscape Architects (EFLA) Internationaal wordt uitsluitend de term landschapsarchitectuur gehanteerd. Het micro-schaalniveau (tuinarchitectuur) is hierin opgenomen. Dat in internationaal verband geen sprake zou zijn van tuinarchitectuur is een foutieve interpretatie van het woord “landschapsarchitectuur”. De EFLA geeft een uitgebreide omschrijving i.v.m. de “Principles of landscape architecture practice”; wij citeren: “The landscape architect plans and designs urban and rural landscapes in space and time based upon natural features, historic and cultural values. Landscape architecture includes landscape design, environmental planning, landscape planning and landscape management. This emplys aesthetic and functional, management and scientific principles with appropriate use of techniques and natural and manmade materials. The role of the landscape architect is to take active part throughout the planning and execution of development proposals, to recognise the principles of sustainable ecosystems and to inform and influence the political decision making process which effects nature and landscape. The landscape architect’s professional responsability is to act as a client’s adviser based upon a clear understanding of both brief and budget and to administer any contract between client and contractor impartially and fairly. Landscape architects must have the ability to: − create and sustain landscapes that satisfy human and natural requirements. − Identify and meet the needs of society in general and individual clients within the constraints imposed by economic, ecological and cultural factors, and technical feasibility. ♦ International Standard Classification of Occupations - Arbeidsbureau van Genève, 1968 “Landscape Architect: plans and designs aesthetic layout of land areas for such projects as parks and other recreational facilities, roads, commercial, industrial and residential sites and public buildings: consults with clients, engineers and architects on overall programma; studies site conditions such as nature of soil, vegetation, rock features, drainage and location of buildings; designs landscape, harmonising improvements with excisting land features and buildings proposed structures; prepares working drawings, specifications and cost estimates for landscaping, including vegetation to be planted and other related ite development work; supervises landscaping to ensure that work is carried out according to specifications. May specialise in a particular type of landscape architecture (such as park landscaping).” ♦ The Landscape Institute (1989), London − An ability to create landscapes that satisfy human and natural, aesthetic and technical requirements. − A knowledge of the history and theories of landscapes and the related arts, technologies and human and natural sciences. − A knowledge of the fine arts as an influence on the quality of landscape design.
10
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
− A knowledge of ecology and horticulture as a basis for landscape conservation, planning, design and management. − A knowledge of urban and rural design, planning and the skills involved in the planning processes. − An understanding of the relationship between people and the natural and man-made environment. − An understanding of the landscape profession and its role in society. − An understanding of the methods of investigation and preparation of the brief for a landscape project. − An understanding of architectural and engineering problems associated with landscapes. − A knowledge of physical problems and technologies affecting conditions of comfort in the external environment. − The necessary skills to identify and meet users’ requirements within the contraints imposed by economic factors. − A knowledge of the industries, organisations, regulations and procedures involved in translating planning, design and management into landscape. ♦ Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein, Velp - Nederland (overgenomen uit hun studiegids) De opleiding Tuin- en Landschapsinrichting leidt op voor kaderfuncties in de groene sector. De activiteiten van de afgestudeerden hebben betrekking op het ontwerpen, inrichten en beheren van het landelijk gebied en van de buitenruimte in het stedelijk gebied. De opleiding onderscheidt de beroepsprofielen ontwerpen, inrichten en beheren, met ieder een eigen afstudeerrichting. ♦ Amsterdamse Hogeschool voor Kunsten: Academie voor Bouwkunst (1993) (overgenomen uit hun studiegids) Studierichting Landschapsarchitectuur: in het veld van disciplines die zich met inrichting en onderzoek van het landschap in brede zin bezighouden is landschapsarchitectuur het vakgebied van het ontwerpen. De manier waarop de ontwerpopgave kan worden geformuleerd is architectonisch (de tuin), stedelijk (park en groenstructuur) of landschappelijk (het urbane landschap en landinrichting). De inhoud van de vormgevende component in het vakgebied krijgt hiermee een veranderende betekenis; van het maken naar het begeleiden en reguleren van processen van ruimtelijke ordening. Specifiek voor de landschapsarchitectuur is de nadruk die wordt gelegd op de rol van de natuur en daarmee op het temporele aspect van de omgeving. Hoewel artificiële en natuurlijke elementen in uiteenlopende proporties met elkaar verbonden worden, wordt de betekenis steeds ontleend aan plaatselijke en natuurlijke hoedanigheden en aan het beoogde vormgebruik. De uitwerking van deze doelstelling is afhankelijk van de context. Natuur wordt niet gehanteerd als een uitsluitend geografisch of biologisch te duiden verschijnsel, maar als een milieukwaliteit, die op alle niveaus van de omgeving, weliswaar in verschillende geaardheid, aanwezig is. De studierichting landschapsarchitectuur aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam ontleent haar identiteit aan de betrokkenheid op de cultuurvormende processen in het landschap op alle schaalniveaus, tegen de achtergrond van een voor Nederland unieke verbondenheid en wisselwerking met de architectonische en stedebouwkundige ontwerpdisciplines.
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
2.7
11
Vastleggen van de functieclusters en het beroep
BEROEP
LANDSCHAPS- EN TUINARCHITECT
BASIS
TypeOntwerper Functies
Taken
klantencontract onderzoek ontwerpen oplevering rapportering adviseren
Technieker
onderzoek technische plannen beplantingsplannen bestek maken werfopvolging oplevering rapportering adviseren
BEROEP
AFGELEIDEN
Beheerder
Combinatiemogelijkheden
Bedrijfsleider
Verkopen
onderzoek werfleibeheersplannen der beplantingsplannen bestek maken werfopvolging oplevering rapportering adviseren
LANDSCHAPS- EN TUINARCHITECT
BASIS
Typefuncties
Aanleggen
Ontwerper
Technieker
AFGELEIDEN
Beheerder
Aanleggen
Bedrijfsleider
Verkopen
12
2.8
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
Niveaubepaling van Landschaps- en tuinarchitecten (volgens Europees SEDOC-systeem) ♦ Zelfstandig ontwerper: niveau 4 ♦ Zelfstandig ontwerper + aannemer: niveau 3 en 4 volgens de grootte van het bedrijf en de aard van de opdrachten ♦ Ambtenaar: niveau 4 ♦ Beheerder van groene ruimten: niveau 4
2.9
Kaart van beroep, functies en de opleiding Beroep Landschaps- en tuinarchitect
Functies zelfstandig ontwerper of medewerker ontwerpbureau zelfstandig ontwerper + aannemer beheerder van groene ruimten ambtenaar
Opleiding Landschaps- en tuinarchitectuur
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
3
3.1
13
HET EIGENLIJK BEROEPSPROFIEL
Inhoud van het beroepsprofiel De werkgroep heeft bovenstaande punten zelf uitgewerkt
3.2
Benaming van het beroep Landschaps- en tuinarchitect
3.3
Globale beschrijving van het beroep De landschaps- en tuinarchitectuur is een discipline binnen het kader van de ruimtelijke planning die bestemming, ontwerp, inrichting, en beheer van de niet bebouwde ruimten in stad en landschap als werkterrein heeft. De verschillende schaalniveaus, het procesmatige werk, de tijdsfactor en het veranderlijk karakter van de context waarbinnen zij werkt zijn specifieke kenmerken van de landschaps- en tuinarchitectuur.
3.4
Opleidingsvereisten − Gegradueerde in de landschaps- en tuinarchitectuur − Niet wettelijk beschermd − Beroepservaring is niet wettelijk gereglementeerd
3.5
Specifieke beschrijving van de beroepservaring − − − −
Typefuncties Deelfuncties - afgeleide functies Taken Ondersteunende kennis
Zie tabel volgende blz.
TYPE-
DEELFUNCTIES
TAKEN
KENNIS
FUNCTIES
Ontwerpen
inventariseren
Realiseren
analyseren
Beheren
synthetiseren
−
organiseren
− −
coördineren controleren
−
− −
afgeleide functies: communicatie, onderhandeling en onthaal
−
samenwerking − − −
−
−
− −
terreinstudie: inventarisatie van alle mogelijke gegevens en bronnen: fysische, ecologische, historische, juridische, kadastrale, stedebouwkundige, verkeerstechnische, archeologische, erfdienstbaarheden, plantrecht,... , interview determinatie en inventarisatie van natuurlijke vegetatie en plantaardig materiaal waardering bestaande toestand en aanduiden van knelpunten herkennen van de samenhang tussen elementen/patronen en bodem, waterhuishouding en reliëf visie van de opdrachtgever vertalen in programmapunten: een haalbaar programma opstellen planvorming: door planvorming richting kunnen geven aan veranderingen in het landschap (ruimtelijk en functioneel) /plaatsbepaling functies / bodemgebruik structuurplan, beheersplan opmaken adviseren en motiveren ontwikkelen van een kritische houding ten aanzien van verschillende visies en plannen voor het landschap / concepten ontwikkelen / formuleren van modellen toelichtingsnota’s samenstellen / voorschriften formuleren formuleren en motiveren van advies aan de hand van de inventarisatie, verzamelde gegevens en geschiktheid van het terrein gerelateerd aan ruimtelijk structureel inzicht en plantenkennis. ontwerpdossier maken: de creatie: een idee of concept concretiseren d.m.v. een ruimtelijke en functionele weergave, vanuit een ruimtelijk creatieve invalshoek en met een welbepaalde visie uitvoeringsplannen opmaken en uitwerken bestek en raming opmaken: beschrijvende meetstaat / kostenraming / lastenboek samenstellen fasering der werken begeleiding de visie - het idee - het concept begrijpen en plannen en bestek hanteren als hulpmiddelen tot perfecte realisatie het plannen, coördineren en delegeren van opdrachten en werkzaamheden planning en organisatie van medewerkers en hulpmiddelen: werkverdeling, werforganisatie, uitzetwerken, coördineren van werfvergaderingen communicatie met opdrachtgever, medewerkers en aanverwante beroepen toezicht en controle op uitvoering van de werken, volgens bestek kwaliteitscontrole van gebruikte materialen en planten en op de optimale uitvoering van beplantingswerken en infrastructuurwerken, nemen van proeven, respecteren van termijnen voorlopige en definitieve oplevering der werken kostprijsberekening en nacalculatie opstellen beheersplan: analyse: onderhoudsniveau bepalen rekening houdend met maatschappelijke, ecologische, technische e.a. factoren evaluatie: ligging, functie, waarden en beschikbare middelen synthese: beheersdoelstellingen planning (geheel en deelplannen) realisatieplan: maatregelenpakket en fasering (prioriteiten) kostenraming (intensief - extensief beheer) uitvoeringsplan = jaarplan realisatie en coördinatie van beheer: arbeidsorganisatie en personeelsschema opzetten / opvolgen werk- en verletdagen coördinatie van de werkzaamheden / controle op de uitvoering begeleiden van beplanting naar wasdom: permanente bijsturing onderhoud optimaliseren
−
Artistieke aspecten: esthetica, tuin- en bouwkunstgeschiedenis, vormleer, modelbouw, tekenen, perspectief, kleurenleer
−
Communicatieve aspecten: psychologische en sociologische feitenkennis
−
Feitelijke aspecten van het ontwerpen: inventarisatietechnieken beheersen (landschapsanalyse) inzicht in de ruimtelijke consequenties van ingrepen in het landschap kunnen overbrengen van ideeën in woord en beeld inzicht in de functionele en visueel ruimtelijke landschaps-ontwikkeling planningvormproces beheersen: van visievorming tot en met landschapsplan een landschapsplan kunnen maken op verschillende schaal-niveaus
−
Planten- en materialenkennis: toegepaste plantkunde, plantenkennis, plantengeografie
−
Stedelijke en landschappelijke strukturen: survey, planning, groene en stedelijke ruimten en landschap
−
Technisch-administratieve aspecten: topografie, toegepaste wiskunde, toegepaste informatica, computer gestuurd tekenen, toegepast recht, bestek en kostprijsberekening Inzicht in ruimtelijke en landschappelijke structuren
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
4
4.1
15
CONTEXTGEGEVENS
Werkomstandigheden − Studie op het terrein / inleven in situatie − Kennis aanwenden om project te kunnen realiseren − Managementstaak: plannen, organiseren, initiëren, coördineren, beheren en con-troleren − Beleidselementen voorbereiden − Opstellen programma − Werken in dienstverband met hiërarchische oversten − Sfeer moet optimaal zijn − Ontwerper alleen of in team − Multidisciplinair team biedt vele voordelen, concept wordt wetenschappelijk ondersteund
4.2
Hulpmiddelen (materiaal, mensen, methodes en procedures) − − − − − − − −
4.3
De grafische presentatie Schaalmodellen, perspectieven en schetsen Videotapes, dia’s, foto’s en computertechnieken Ontwerpmethodiek Administratie Opmetingsmaterialen en waarnemingstechnieken Gebruik van labo’s en gereedschappen voor stalen/proefnemingen Magazijn en herstelplaats beheren
Graad van verantwoordelijkheid (hiërarchisch) − Moeilijk algemeen definieerbaar, gezien de variatie van functies
4.4
Verwachte resultaten − Studies opstellen en projecten realiseren binnen de gestelde termijn, met een degelijke kwaliteit en tegen vooropgestelde kostprijs − Beheren, beschermen, instandhouden en herstellen van bestaande groene ruimten en landschappen
16
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
5
5.1
BEROEPSHOUDINGEN
Algemene deontologische regels Zie bijlage 1: gedragsregels van de B.V.T.L.
5.2
Specifieke beroepshoudingen 4
Aandacht voor competentieontplooiing Accuratesse Assertiviteit Beslissingsvermogen Communicatievaardigheid Contactbereidheid Dienstverlenende ingesteldheid Doorzettingsvermogen Empathie Flexibiliteit Imagobewustzijn Kritische ingesteldheid Leergierigheid Loyauteit Milieubewustzijn Omgaan met stress Organisatievermogen Resultaatgerichtheid Veiligheidsbewustzijn Zelfstandigheid Zin voor esthetiek Zin voor initiatief Zin voor samenwerking
3
2
1
✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗
Nvt
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
6
6.1
17
MEDEWERKERS
Voorzitter − Guy Maes Sectorhoofd Onderwijs en Onderzoek - Hogeschool Gent
6.2
Leden − Willy ADRIAENSENS Landschaps- en tuinarchitect - Hoofd plantsoendienst stad Brugge − Paul DEROOSE Landschaps- en tuinarchitect - docent afd. Architectuur en Stedebouw, Universiteit Gent − Cyriel SONCK Landschaps- en tuinarchitect - Hoofddeskundige Min. v.d. Vlaamse Gemeenschap − Guido SPRUYT Landschaps- en tuinarchitect - Bedrijfsleider (aan geen enkele vergadering deelgenomen) − Piet MINTEN Landschaps- en tuinarchitect, stedebouwkundige - Lector Horteco Vilvoorde − Pol GHEKIERE Landschaps- en tuinarchitect, stedebouwkundige - Lector Horteco Vilvoorde − Guy HUMBLET Landschaps- en tuinarchitect - Lector Horteco Vilvoorde − Marnix DETEMMERMAN Landschaps- en tuinarchitect, stedebouwkundige - Lector Campus Melle − Sylvain VAN HULLE Landschaps- en tuinarchitect - Lector Campus Melle − Hubert VYNCKE Landschaps- en tuinarchitect, stedebouwkundige - Lector Campus Melle − Antoinette TIMMERMANS Landschaps- en tuinarchitect, afgevaardigde B.V.T.L. − Ann VOETS Landschaps- en tuinarchitect, afgevaardigde B.V.T.L. − Secretaris:CHRIS DE BOEVER Lid administratief personeel Hogeschool Gent
18
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
7
BIBLIOGRAFIE
♦ Bye, A.E. Art into Landscape, Landscape into Art, New York City: Van Nostrand, 1983 ♦ Schmid, A.S. Space, Texture and Time in Tropical DesignIFLA Yearbook 1991, Washington.
B E R O E P S P R O F IE L LA N D S C H A P S - E N T U IN A R C H IT E C T U U R
19
BIJLAGEN
Gedragsregels van de Belgische Vereniging van Tuinarchitecten en Landschapsarchitecten, afgekort B.V.T.L., wettig erkende beroepsvereniging. Een kopie van deze bijlage kan bekomen worden bij de Vlaamse Onderwijsraad