JA ARV ER S LAG
2003
OVAM, uw beleidspartner in afval en bodem
Š Danni Elskens
M i ss ie Door een duurzaam beheer van afvalstoffen en stofstromen, door bodemverontreiniging te voorkomen en door bodemsanering te realiseren, draagt de OVAM bij tot een beter leefmilieu en daardoor tot een hogere levenskwaliteit.
2
Inhoud
Inhoud
Woord vooraf
p.
5
Leeswijzer
p.
6
De structuur van de OVAM
p.
7
De OVAM in het Beter Bestuurlijk Beleid
p.
11
De OVAM viert 20 + 1
p.
13
Strategische projecten
p.
15
BEDRIJVEN
P.
17
BURGERS
P.
43
OVERHEDEN
P.
53
De werking van de OVAM
p.
73
3
Woord vooraf
© Istock
4
om terug te blikken op het verleden de toekomst. In 2003 heeft de OVAM dit op een heel bijzondere wijze gedaan. In de eerste plaats met een origineel concept rond de viering van ‘OVAM 20+1’, dat op 1 april werd afgesloten met een actief en feestelijk colloquium in de Antwerpse haven. Het was de orgelpunt van een kritisch zelfonderzoek naar de toekomst van de OVAM. Wij zijn inderdaad een lerende organisatie, die op een actieve wijze het beleid rond afval en bodemsanering vooruit stuwt, maar we doen dit niet op eigen houtje. Illustratief zijn de namen van de werkgroepen op het colloquium: ‘van overleg naar participatie’, ‘eerlijk partnerschap, een uitdaging’ en ‘samenwerking en dialoog’. © Ovam
De OVAM is het Vlaamse aanspreekpunt voor alles wat te maken heeft met afvalstoffen en bodemsanering. We hebben al belangrijke resultaten bereikt, denken we maar aan het hoge recyclagepercentage (70%) dat we behalen in het domein van de huishoudelijke afvalstoffen. We hebben ook op het gebied van bodemsanering een unieke aanpak, die internationaal meer en meer gewaardeerd wordt. Dit bleek overduidelijk uit de OVAM-bijdrage aan ConSoil, het internationale congres rond bodemsanering dat het afgelopen jaar in Gent werd georganiseerd. Maar er zijn ook nieuwe verplichtingen en uitdagingen. Zo is de brede problematiek van de stofstromen aan ons takenpakket toegevoegd. We moeten inspelen op de Europese strategie rond preventie en recycling, het beheer van natuurlijke rijkdommen en het geïntegreerde productbeleid. Verder dwingen de maatschappelijke gevoeligheid rond biologische afvalstoffen en nieuwe Europese regelgeving ons tot een nieuwe omvattende strategie en een aangepast programma. Daarnaast vormt ook de nieuwe regelgeving rond het grondverzet een nieuwe uitdaging - een illustratie van de samenhang tussen afval en bodem binnen de OVAM-werking. De opdrachten op het vlak van bodemsanering zijn heel ruim en vragen een versnelde en geïntegreerde aanpak. Voorbeelden zijn de aanpak rond woonzones, brownfields en de complexe verontreinigingen. Ook de sanering van de waterbodems en het beheer van bagger- en ruimingsspecie staan hoog op de agenda. Tenslotte moet de regelgeving rond bodemsanering verfijnd worden en een aantal onbillijkheden moeten er uitgehaald worden. Dit alles kost massa’s geld. We moeten daarom op zoek gaan naar alternatieve bronnen van financiering, zoals fondsvorming door bepaalde sectoren. Bedrijven, burgers en andere overheden kijken vol verwachting uit naar de initiatieven, voorstellen en oplossingen die de OVAM aanreikt en ook naar politieke keuzes die gemaakt worden. De OVAM heeft in 2003 ook een strategische analyse gemaakt van haar werking. Haar missie, visie en lange termijn doelstellingen zijn geactualiseerd. Hierbij is de OVAM een relatief kleine organisatie gebleven, die zich wel profileert als een dynamische KMO, waar medewerkers met enthousiasme en een grote samenwerkingsgerichtheid, het beste geven van zichzelf en weten dat hun bijdrage wordt gewaardeerd. De OVAM wenst de positieve ervaringen uit het verleden volop te benutten, en als ‘jonge’ organisatie de nieuwe uitdagingen aan te gaan. We willen dan ook alle vroegere en huidige medewerkers en ook onze relaties en alle betrokkenen bij het beleid extra bedanken voor hun inzet en de goede samenwerking.
Ir. Frank Parent Administrateur-generaal
5
Leeswijzer
Dit jaarverslag bundelt de resultaten van 2003 van de OVAM en beschrijft de opdrachten, projecten en initiatieven van de OVAM van het afgelopen jaar. De lezer krijgt een beeld van de inspanningen die de OVAM levert om de afvalberg en de verontreinigde bodems in Vlaanderen aan te pakken. De thema’s die het jaarverslag aansnijdt, zijn divers en verdeeld over de verschillende operationele afdelingen van de OVAM. Net zoals vorig jaar, hebben we ervoor gekozen de informatie te bundelen per doelgroep. Zo bevat dit jaarverslag een deel ‘Bedrijven’, een deel ‘Burgers’ en een deel ‘Overheden’. Het jaarverslag sluit af met een meer algemeen gedeelte dat handelt over de werking van de OVAM. In elk deel maken we het onderscheid tussen een luik ‘Bodemverontreiniging aanpakken’ en een luik ‘De afvalberg doen slinken.’ Deze structuur komt overeen met de dubbele opdracht van de OVAM. Aan het begin van elk deel is een overzicht van de behandelde thema’s opgenomen. Hiermee hebben we geprobeerd de tekst toegankelijk te maken en de structuur te duiden. Per doelgroep willen we zo in enkele regels het thema aanbrengen. Wie meer informatie wenst, kan verder bladeren.
Bepaalde thema’s zijn van betekenis voor meer dan één doelgroep. Deze onderwerpen komen uitgebreid aan bod bij de doelgroep die het meest relevant is. Op andere plaatsen in de tekst werken we met kruisverwijzingen die duidelijk aangeven waar je de verwante passages kan nalezen. Ter inleiding hebben we een korte beschrijving opgenomen van de activiteiten en opdrachten van de verschil-
lende afdelingen van de OVAM en ook een organigram. Zonder in detail te treden, geven we zo de lezer toch een kijk op de structuur en de bevoegdheden van de OVAM mee. Tot slot nog dit. Dit jaarverslag geeft de hoofdlijnen en resultaten van onze activiteiten weer. Maar de OVAM heeft ook tal van publicaties - brochures, verslagen, folders en rapporten - die je op eenvoudig verzoek kan verkrijgen. In de loop van de tekst staan deze publicaties telkens vermeld bij het thema waar ze van pas komen. Achteraan in de tekst hebben we ook een volledige lijst met publicaties opgenomen. Op een aantal plaatsen verwijzen we ook naar de website van OVAM, waarop een heleboel informatie valt terug te vinden. Wij wensen je veel leesplezier.
© Danni Elskens
6
structuur OVAM De OVAM is verantwoordelijk voor het afvalstoffen- en het bodemsaneringsbeleid in Vlaanderen. Ze werd opgericht naar aanleiding van het Afvalstoffendecreet van 1981. Volgens dit decreet staat de OVAM in voor de voorbereiding en de uitvoering van het afvalstoffenbeleid. Sinds 1995 heeft Vlaanderen een nieuwe regelgeving voor bodemsanering, het Bodemsaneringsdecreet. Dit decreet geeft de OVAM de opdracht om nieuwe en historische bodemverontreiniging aan te pakken. De OVAM heeft vier operationele afdelingen en een afdeling algemene diensten. De operationele afdelingen zijn: - de afdeling bodemonderzoek en attestering; - de afdeling projectontwikkeling afvalstoffen; - de afdeling afvalstoffenbeheer; - de afdeling interventies, verwijderingen en saneringen. De afdeling bodemonderzoek en attestering groepeert verschillende activiteiten die uitvoering geven aan het Bodemsaneringsdecreet. Zij beheert het register van verontreinigde gronden en levert bodemattesten af. De afdeling volgt de bodemonderzoeken en de bodemsaneringsprojecten op van A tot Z. Zij beoordeelt de bodemsaneringsprojecten, controleert de saneringswerken in uitvoering, treft voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen en preventieve maatregelen. Tenslotte participeert de afdeling ook actief in het Europese en het internationale bodemsaneringsbeleid, geeft advies en communiceert met de betrokkenen. Binnen de afdeling bodemonderzoek en attestering houdt een team zich bezig met bouw- en grondbeheer in het kader van de nieuwe regelgeving grondverzet. De afdeling afvalstoffenbeheer werkt aan het stimuleren van afvalpreventie, volgt het Europese en internationale afvalstoffenbeleid op de voet, verzamelt en verstrekt afvalstatistieken en zorgt voor de handhaving van het afvalstoffenbeheer. Daarnaast zorgt ze voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen, het beheer van selectief ingezamelde stromen en het beheer van biologische, organische en anorganische afvalstoffen. De afdeling projectontwikkeling afvalstoffen leidt projecten en zorgt ervoor dat ze op een efficiënte en professionele manier tot een goed einde worden gebracht. De projecten handelen over afvalvraagstukken die dienstoverschrijdend zijn, met andere woorden betrekking hebben op andere diensten van de OVAM. Voor de inhoudelijke invulling doet de afdeling projectontwikkeling een beroep op de afdeling afvalstoffenbeheer. De afdeling interventies, verwijderingen en saneringen vervult binnen de OVAM een taak apart. Zij staat in voor de ambtshalve verwijderingen en saneringen. De OVAM is immers gemachtigd om zelf op te treden als de betrokkenen hun afvalstoffen niet willen of kunnen verwijderen of hun bodem niet kunnen of willen saneren. De afdeling algemene diensten heeft de juridische dienst onder haar vleugels, de informatica en het systeembeheer, het financiële beheer, personeelszaken en opleiding en ten slotte communicatie en logistiek.
7
Organigram OVAM
Š Danni Elskens
De ovam in het
10
beter bestuurlijk beleid Beter Bestuurlijk Beleid, de reorganisatie van de Vlaamse overheid, is in de loop van 2003 in een onomkeerbare fase getreden. Op 9 juli 2003 heeft het Vlaams Parlement het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid en het decreet tot regeling van de Strategische Adviesraden goedgekeurd. Het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid regelt het organisatorische en administratieve kader voor de Vlaamse overheid ‘nieuwe stijl’. Dat houdt onder meer in: - het structureren van de beleids- en beheerscyclus; - het vastleggen van een overzichtelijk organisatiemodel; - een consistent verzelfstandigingsbeleid. Het kaderdecreet Strategische Adviesraden schept het kader om de strategische adviesraden op te richten. Uitgangspunten zijn onder meer: - het primaat van de politiek; - expliciete erkenning van de rol en de waarde van het maatschappelijke middenveld, en ook van de inbreng van ‘onafhankelijke deskundigen’. Een nieuw raamstatuut en het voorontwerp Comptabiliteitsdecreet - ter vervanging van de bestaande wetgeving op de rijkscomptabiliteit - zijn in de loop van 2003 door de Vlaamse regering principieel goedgekeurd. Een mijlpaal voor onze organisatie is de datum van 24 oktober 2003, de dag waarop de Vlaamse regering haar principiële goedkeuring heeft gegeven aan de oprichting van de OVAM als intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid (IVA). Om daartoe te komen heeft de OVAM een organisatiehandboek uitgeschreven met haar missie, instrumenten, processen en activiteiten.
Nieuwe bevoegdheden voor de OVAM Binnen het Beter Bestuurlijk Beleid blijven de bestaande taken en bevoegdheden van de OVAM grotendeels behouden. Een nieuwe taak van de OVAM is het duurzame beheer van stofstromen. De OVAM zal instrumenten ontwikkelen en maatregelen uitwerken om: - het zuinige gebruik van grondstoffen te bevorderen; - een duurzaam consumptiegedrag te bevorderen; - milieugevaarlijke stoffen veilig te beheren. Het doel is de kwaliteit van producten en productieprocessen te verbeteren, waarbij we de aandacht voor kwalitatieve en kwantitatieve preventie niet uit het oog verliezen. Zo moeten we samen minder grondstoffen gebruiken en meer afval voorkomen. De verspreiding van milieugevaarlijke stoffen moet worden tegengegaan.
11
nieuw organigram Leefmilieu en Natuur
12
OVAM viert 20 + 1 Op 1 april 2003 vierde de OVAM met enige vertraging haar 20-jarig bestaan. Dit deed ze niet door zich aan borstklopperij te bezondigen via het opsommen van realisaties uit het verleden, wel door met open vizier naar de uitdagingen voor de komende 20 jaar te kijken. Welke uitdagingen volgen uit de maatschappelijke en economische ontwikkelingen, hoe ga je om met onzekerheden, hoe evolueren van overleg naar participatie,… het zijn maar enkele van de vele vragen die werden aangebracht in het voortraject van deze dag. En dit niet louter op filosofisch niveau, maar gelinkt aan de concrete oefening hoe de OVAM er als overheidsorganisatie moet uitzien om deze nieuwe uitdagingen aan te kunnen. Het voortraject van één jaar - vandaar 20+1 - speelde zich af binnen de OVAM en leidde tot een boeiende en vernieuwende leerervaring voor de talrijke deelnemers. Door het raadplegen van alle geledingen binnen de OVAM kregen de nieuwe uitdagingen gestalte. Trekkers werden gevonden om ‘above the job’ hun collega’s te motiveren. Zij gebruikten de meest uiteenlopende middelen om iedereen aan te zetten na te denken over onze toekomst. Daarbij was er uiteraard ruimte voor de knelpunten van vandaag. Kiosken in de gangen, uitdagende slogans en foto’s, trivial pursuit, strips, intranetdiscussies, koffiekoekensessies, OVAM-medewerkers die hun ‘klanten’ gingen interviewen: de OVAM vibreerde onder de vinnige debatten en bedenkingen. Meer dan 1.500 reacties waren het resultaat. De nadruk lag bij dit alles op het zelf doen en leren. Een extern bureau begeleidde ons hierin. Ook experts werden betrokken en hielpen bereidwillig om aan dit doelzoekende proces richting te geven. Al dit materiaal werd verzameld en op 1 april in een feestelijk kader in verschillende workshops gebracht. De OVAM-mensen, bijgestaan door experts, trokken de discussies en gingen in dialoog met burgers, bedrijven en andere overheden. Maar daar bleef het niet bij, OVAM’ers hebben duidelijk meer in hun mars: niet minder dan drie OVAM-muziekgroepen luisterden het geheel op. Het is een bruisend gebeuren geworden. De enthousiaste en actieve inbreng van de ruim 300 deelnemers maakte al vlug duidelijk dat dit initiatief beantwoordt aan een behoefte bij de doelgroepen om in een embryonaal stadium mee te kunnen denken over het afval- en bodembeleid van de toekomst. 20+1 zal dan ook geen eenmalig gebeuren blijven, besloot administrateur-generaal Frank Parent de dag: ‘De dynamiek en verwachtingen die het hele initiatief heeft teweeg gebracht binnen en buiten de OVAM zal geïntegreerd worden in onze werking als een onderdeel van de strategische visieontwikkeling’.
13
De
© Danni Elskens
© Danni Elskens
14
strategische projecten In 2000 riep Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw Vera Dua 21 strategische projecten in het leven. De OVAM heeft de leiding over twee ervan: het Strategisch Project Bodemsanering en het Strategisch Project Afvalpreventie. Dit betekent dat zij voor elk van deze projecten een programma met acties heeft opgesteld. Verschillende initiatieven die de OVAM neemt, kaderen in de uitvoering van één van de strategische projecten.
Het Strategisch Project Bodemsanering Dit strategisch project bestaat uit vier deelprojecten: - geïntegreerde aanpak van brownfields en woonzones; - verfijning wetgeving bodemsanering; - alternatieve financiering bodemsanering; - versnelling ambtshalve procedure bodemsanering.
Het Strategisch Project Afvalpreventie Dit strategisch project is opgebouwd rond drie delen: doelgroepengerichte acties, beleidsondersteunende acties en beleidsinstrumenten. Het Strategisch Project Afvalpreventie werd ook in 2003 verder gezet. Het accent lag op het verder stimuleren van afvalpreventie bij de doelgroepen bedrijven, consumenten, lokale besturen, scholen en distributie. Verder was er ook aandacht voor afvalarm tuinieren. Hiervoor werden onder meer sensibiliserende acties ingezet.
15
Bedrijven
© OVAM
16
© Danni Elskens
© Danni Elskens
Bedrijven zijn belangrijke partners van de OVAM. Zij kunnen betrokken partij zijn bij een bodemsanering - bijvoorbeeld als saneringsplichtige, als aankoper of als verkoper van een grond. Ook ondernemingen die actief zijn op de markt van de bodemsanering - erkende bodem saneringsdeskundigen, bodemsaneerders, aannemers - en firma’s die actief zijn in het grondverzet maken deel uit van deze doelgroep. Bedrijven zijn ook belangrijke spelers in de wereld van de afvalstoffen: zij zijn producenten, invoerders, distributeurs, ophalers en verwerkers van afval. De bedrijfswereld neemt actief deel aan de voorbereiding van het beleid en draagt in belangrijke mate bij aan de uitvoering van het beleid.
De bodemverontreiniging aanpakken Het register van verontreinigde gronden en bodemattesten.....p. 18 Bedrijven of personen die regelmatig bodemattesten aanvragen, kunnen een beroep doen op een systeem van lopende rekeningen en aanvragen doen via internet.
Bodemonderzoeken: eind 2003 22.500 dossiers in behandeling…..p. 18 Oriënterende bodemonderzoeken geven een beeld van de bodemgesteldheid en de verontreiniging van een bepaald perceel. Beschrijvende bodemonderzoeken vormen de eerste stap van de bodemsanering en moeten nagaan hoe de vastgestelde verontreiniging zich al heeft verspreid en hoe de verspreiding zal evolueren. Wij volgen deze onderzoeken op en slaan de gegevens op in een gegevensbank.
De bodemsaneringen: meer dan 400 bodemsaneringsprojecten ingediend….. p. 21 Bodemsaneringsprojecten bepalen de wijze van sanering. De OVAM levert conformiteitsattesten af die gelden als een bouw- en milieuvergunning voor de saneringswerken.
De herontwikkeling van brownfields…..p. 23 De geïntegreerde aanpak van brownfields maakt deel uit van het Strategisch Project Bodemsanering. De OVAM startte met dit project in 2001 met als doel de herontwikkeling van oude industriële sites een impuls te geven.
Middelen voor financiering in kaart gebracht…..p. 24 Ook in het kader van het Strategisch Project Bodemsanering onderzocht de OVAM de alternatieven om bodemsanering te financieren. In 2004 wordt een eerste financieringsfonds, Bofas, operationeel.
Een nieuwe regeling voor het grondverzet…..p. 25 Op 1 januari 2004 werd de nieuwe regelgeving grondverzet van kracht. De OVAM heeft deze aanpassing van het Vlarebo voorbereid en heeft ook de codes van goede praktijk voor het omgaan met uitgegraven bodem op papier gezet.
17
© Danni Elskens
HET REGISTER VAN VERONTREINIGDE GRONDEN EN BODEMATTESTEN Het register van verontreinigde gronden omvat de gegevens over alle bekende verontreinigde gronden in Vlaanderen. Naast de kadastrale gegevens van de grond en de identiteit van de eigenaar en gebruiker geeft het register een beschrijving van de verontreiniging en eventuele gebruiksbeperkingen of voorzorgsmaatregelen die gelden voor de grond. In de loop van het onderzoekstraject voegen we ook de verslagen van de bodemonderzoeken eraan toe, het bodemsaneringsproject en bepaalde belangrijke verklaringen en attesten van de OVAM. De OVAM bezorgt op eenvoudig verzoek een bodemattest dat al deze gegevens bevat. Voor bedrijven of personen die heel regelmatig bodemattesten aanvragen, heeft de OVAM een systeem van lopende rekeningen ingesteld. Vooral notarissen en immobiliënkantoren maken hiervan gebruik. Zij kunnen de bodemattesten via hun lopende rekeningen nu ook on-line aanvragen, wat minder tijd kost.
BODEMONDERZOEKEN: EIND 2003 22.500 DOSSIERS IN BEHANDELING
De Vlaamse overheid wil kopers of nieuwe eigenaars van gronden beschermen. Daarom ben je als overdrager van een grond waarop een activiteit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden die bodemverontreiniging kan veroorzaken, verplicht een oriënterend bodemonderzoek te laten uitvoeren. Deze verplichting heb je ook als je een risicoactiviteit stopzet of een inrichting die bodemverontreiniging kan veroorzaken sluit. In bepaalde gevallen heb je als eigenaar of gebruiker van een grond ook een periodieke onderzoeksplicht. Het oriënterend bodemonderzoek moet je aan de OVAM bezorgen. Wanneer de OVAM uit het oriënterend onderzoek besluit dat er ernstige aanwijzingen zijn voor een verontreiniging van de bodem of het grondwater, dan kan de OVAM aanmanen tot een diepgaander onderzoek, het beschrijvend bodemonderzoek. In bepaalde gevallen zal de OVAM ambtshalve optreden. Dit is het geval als de saneringsplichtige zijn verplichtingen niet of niet volledig nakomt of wanneer de saneringsplichtige is vrijgesteld van zijn verplichting om te saneren.
18
Erkende bodemsaneringsdeskundigen leveren zelf digitale informatie aan Vanaf maart 2004 worden de bodemsaneringsdeskundigen verplicht zelf de digitale ruimtelijke informatie voor de onderzoeken aan te leveren. In 2003 werden hiervoor de nodige voorbereidingen getroffen: - De OVAM-databank bevat sinds 1 januari 2003 ruimtelijk gepositioneerde staalgegevens van elk onderzoek. In de eerste helft van 2003 hebben we de procedure op punt gezet om de ruimtelijke informatie om te zetten naar GIS-objecten, visualiseerbaar in de GIS-dossierhouderstoepassing. In het kader van inventarisatieprojecten - zoals het project Welcome en de brownfield Vilvoorde-Machelen - ontwikkelden we een Access toepassing. Deze moet toelaten de ruimtelijke positionering van de staalgegevens op een gebruiksvriendelijke manier te verbeteren. In de loop van 2004 worden resultaten verwacht. Voorts werd maatwerk verricht voor grotere projecten zoals Umicore, Tessenderlo-Chemie en enkele woonzones. - In de loop van 2003 werd de inhaalbeweging op het vlak van de te digitaliseren percelen afgerond. Naar de toekomst toe zullen we voor de voorstelling van kadastrale ruimtelijke informatie het vectorieel referentiebestand gebruiken dat OC-GIS Vlaanderen einde 2004-begin 2005 ter beschikking zal stellen. Een synchronisatie met deze basisgegevenslaag komt dan in de plaats van de volledige procedure voor het digitaliseren van percelen en kadasterwijzigingen. Naar verwachting zal ook de inhaalbeweging voor de digitalisatie van verontreinigingscontouren in de loop van 2004 rond zijn. - We hebben, in overleg met de bodemsaneringsdeskundigen, een analysedocument voorbereid met alle technische en organisatorische informatie over de vraag naar de ruimtelijke informatie. - Voor de aanlevering van de digitale ruimtelijke informatie is er ook een loket dat moet toelaten de aangeleverde GIS-bestanden op een automatische en systematische wijze te controleren op hun technische juistheid. - In 2003 is de OVAM ook gestart met de opbouw van een geoloket. De vergaarde ruimtelijke informatie zal op het internet beschikbaar worden gesteld. Deze informatie - bestaande uit datalagen met de dossiersmiddelpunten - wordt op maandelijkse basis bijgewerkt. Vanaf 2004 kunnen erkende bodemsaneringsdeskundigen in het kader van een toekomstig bodemonderzoek digitale informatie opvragen.
BODEMONDERZOEKEN IN 2003 De dienst belast met deze onderzoeken had eind 2003 ruim 22.500 dossiers in behandeling. De onderzoeksplicht uit het Bodemsaneringsdecreet in het geval van overdracht, sluiting of stopzetting en periodiek onderzoek, resulteerde in 2003 in 4.500 bijkomende bodemonderzoeken. Het behoort tot onze opdracht deze onderzoeken te beoordelen. In de meerderheid van de gevallen - zo’n twee derden van de dossiers - gaat het om de overdracht van een grond. Wij verstuurden in 2003 ongeveer 1.100 aanmaningen tot bodemsanering - te starten met een beschrijvend bodemonderzoek. Ongeveer twee derden van deze aanmaningen hebben te maken met de verplichtingen in het kader van een overdracht, een stopzetting of een sluiting. De rest van de aanmaningen - bijna 400 - verstuurden we om een saneringsplichtige geconfronteerd met een ernstige verontreiniging aan te sporen tot bodemsanering. In 2003 beoordeelde de OVAM meer dan 1.400 beschrijvende bodemonderzoeken. Ruim één derde hiervan werd aangemaand tot het opstellen van een bodemsaneringsproject.
19
Bodemonderzoeken in 2003 Overzicht bodemonderzoeken Oriënterend bodemonderzoek Aanmaningen Beschrijvend bodemonderzoek Aanmaning tot project
2000
2001
2002
2003
4182 540
4868 985
5001 1099
4429 1087
1077 277
1261 351
1283 449
1414 538
ONTEIGENINGEN EN CONTROLES Wanneer een overheid van plan is een grond te onteigenen ‘ten algemene nutte’, moet zij dit melden aan de OVAM. Gaat het om een grond waarop een inrichting gevestigd is of was die bodemverontreiniging kan veroorzaken, dan kan de OVAM een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren. De OVAM moet ook advies uitbrengen over de ernst van de verontreiniging en over de mogelijke kostprijs van de sanering. In 2003 gaf de OVAM dertig dergelijke opdrachten uit. Het gaat zowel om oriënterende bodemonderzoeken als om kostenramingen. Ook controleerden wij de kwaliteit van de bodemonderzoeken. In totaal resulteerde dit in 24 opdrachten om het onderzoek uit te breiden met veldwerkzaamheden. In die gevallen nam de erkende bodemsaneringsdeskundige bijkomende stalen en werden extra analyses uitgevoerd na het bodemonderzoek.
INGEBREKESTELLINGEN In het kader van het project ‘Ambtshalve versnelling’ leverde de OVAM een extra inspanning voor de saneringen die buiten het circuit van overdracht, sluiting en/of stopzetting vallen. In 2003 selecteerde de OVAM ongeveer 600 bijkomende gronden waar een bodemsanering nodig is. De OVAM gaat hierbij uit van meldingen van nieuwe bodemverontreiniging, periodieke bodemonderzoeken of dossiers waar de overdrachtsprocedure is stilgevallen en een sanering of een verder onderzoek zich toch opdringt. In ongeveer de helft van gevallen gaat het om een nieuwe en/of gemengde bodemverontreiniging. In de andere gevallen komen de gronden op aangeven van de OVAM op de lijst van artikel 30. De minister van Leefmilieu wijst deze gronden aan als historisch verontreinigde gronden waar bodemverontreiniging noodzakelijk is. Nadat de OVAM de meest ernstige verontreinigingen had geselecteerd, verstuurde zij ruim 400 aanmaningen, waarvan de helft voor historische bodemverontreiniging en de helft voor gemengde of nieuwe verontreiniging. Een grote groep saneringsplichtigen volgt de aanmaning op en start een beschrijvend bodemonderzoek op. Een aantal saneringsplichtigen beroept zich op het statuut van ‘onschuldige bezitter’. In 139 dossiers boekte de OVAM geen vooruitgang of haakten de saneringsplichtigen vrij snel af. Voor elk van deze dossiers verstuurde de OVAM een ingebrekestelling. Wanneer ook deze maatregel zonder gevolg bleef, stelde de OVAM een besluit tot ambtshalve sanering op. In 2003 kwam het tot dertig dergelijke besluiten. De OVAM startte in 2003 veertien ambtshalve beschrijvende bodemonderzoeken op om ernstige bodemverontreiniging in kaart te brengen.
20
Samen met de grote beschrijvende bodemonderzoeken uit de vorige jaren, lopen deze onderzoeken. Wanneer de fase van onderzoeken is afgerond, kunnen de bodemsaneringswerken ook effectief van start gaan.
FINANCIËLE ZEKERHEDEN In 2003 werden in het kader van een overdracht 110 eenzijdige verbintenissen tot bodemsanering aangegaan. Om deze verbintenissen te garanderen, moet de saneringsplichtige financiële zekerheden stellen. Dit gebeurde voor een bedrag van 44,38 miljoen euro. Van deze financiële zekerheden kadert 62% binnen de procedure van artikel 48 en 38% binnen de gewone procedure. De afgelopen jaren steeg het bedrag aan financiële zekerheden die binnen één jaar werden gesteld van ongeveer 25 miljoen euro in 1997 en 1998 naar 50 miljoen euro in 1999. In 2000 slonk dit bedrag tot 42 miljoen euro. De piek ligt tot nu toe in 2001 met 66 miljoen euro aan financiële zekerheden. In 2002 noteerde de OVAM een terugval met slechts 2 miljoen euro. Een klein deel van deze zekerheden werd al afgebouwd of vrijgegeven. Momenteel heeft de OVAM 664 eenzijdige verbintenissen tot bodemsanering in beheer waarbij voor ruim 294 miljoen euro aan financiële zekerheden werden gesteld. © Danni Elskens
DE BODEMSANERINGEN: MEER DAN 400 BODEMSANERINGSPROJECTEN INGEDIEND
Na de onderzoeksfase, moet je als saneringsplichtige een bodemsaneringsproject laten opstellen indien de bodemverontreiniging een ernstige bedreiging vormt. De OVAM beoordeelt de bodemsaneringsprojecten en ziet toe op de werken zelf. Heb je een conformiteitsattest van de OVAM in handen voor het bodemsaneringsproject, dan heb je meteen ook een vergunning voor het uitvoeren van de saneringswerken. Zijn er na de werken nog maatregelen voor bewaking of controle nodig, dan volgt de OVAM die ook op. Achteraf leveren wij een verklaring af over de resultaten van de werkzaamheden.
DE CIJFERS Voor 426 ingediende projecten leverden wij in 2003 een conformiteitsattest af. Voor 93 bodemsaneringsprojecten formuleerde de OVAM voorstellen tot wijziging of aanvulling, en dit in overeenstemming met artikel 17 § 2 van het Bodemsaneringsdecreet. Op 327 locaties zijn de saneringswerken aangevat, of bevinden de werken zich in de fase van de nazorg. De OVAM leverde in totaal 51 eindverklaringen af met de resultaten van de bodemsaneringswerken. Dit gebeurde in overeenstemming met artikel 21 van het decreet.
21
Bodemsaneringsprojecten in 2003 Overzicht bodemsaneringsprojecten 1997 70
1998 122
1999 218
Aantal 2000 221
2001 310
2002 377
2003 424
Aanvullingen en/of wijzigingen
15
32
66
61
58
76
93
Conformiteitsattesten
47
77
166
212
292
315
426
In uitvoering (werken/nazorg)
20
55
70
106
163
177
327
Eindverklaringen
7
9
17
22
28
52
51
Bodemsaneringsprojecten Ingediend
SPREIDING VAN DE PROJECTEN OVER VLAANDEREN In 2003 had ongeveer een derde van de bodemsaneringsprojecten betrekking op gronden in de provincie Antwerpen. De hoge graad van industrialisering geeft daar een hoog aantal potentieel verontreinigde gronden en bijgevolg een hoog aantal bodemsaneringsprojecten.
Spreiding bodemsaneringsprojecten over Vlaanderen Overzicht bodemsaneringsprojecten per provincie 1997
1998
1999
2000
2001
2002
2003
O-Vlaanderen
14
26
48
45
65
71
94
W-Vlaanderen
12
28
37
40
66
79
89
Antwerpen
18
42
77
63
104
130
140
Limburg
11
14
24
28
34
50
44
Vl-Brabant Totaal
15 70
12 122
32 218
45 221
41 310
47 377
57 424
KOSTPRIJS SANERINGSWERKEN Voor de bodemsaneringsprojecten waarvoor de OVAM in 2003 een conformiteitsattest aeverde, worden de uit te voeren werken geraamd op 140.700.673 euro. Het totale bedrag voor de periode 1997-2003 bedraagt 583.526.520 euro.
22
Waken over milieu, veiligheid en kwaliteit Sinds september 2002 past de OVAM een preventiesysteem toe om milieu, veiligheid, gezondheid en hygiëne tijdens de bodemsaneringswerken te bewaken. Audits hebben aangetoond dat het systeem heeft geleid tot een hogere kwaliteit. Om de kwaliteit van de bodemsaneringswerken op een hoger niveau te tillen, onderzocht de OVAM samen met de Ondernemersvereniging Bodemsaneerders (OVB) de mogelijkheid om een milieuzorgsysteem in te voeren. Het certificaat vormt de kern van het zorgsysteem. Het wordt afgeleverd aan de uitvoerder van bodemsaneringswerken en toont aan dat een geaccrediteerde certificatie-instelling heeft vastgesteld dat de bodemsaneerder voldoet aan de gestelde voorwaarden. Deze voorwaarden moeten onder meer zorgen voor een minimum aan milieuhinder gedurende de werken. Verder garanderen ze ook de kwaliteit van de saneringswerken en de veiligheid tijdens de uitvoering. De invoering van een dergelijk milieuzorgsysteem bij bodemsaneringswerken zit vervat in een milieubeleidsovereenkomst met het Vlaamse Gewest. De Vlaamse regering keurde het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst einde 2003 principieel goed en legde het voor advies voor aan de MINA-raad en SERV.
DE HERONTWIKKELING VAN BROWNFIELDS
De geïntegreerde aanpak van brownfields maakt deel uit van het Strategisch Project Bodemsanering. De OVAM startte met dit deelproject in 2001 met als doel de herontwikkeling van oude industriële sites te stimuleren. Cruciaal is dat niet alleen de bodemsanering voorop staat, maar ook de herontwikkeling zelf. Het bodembeleid krijgt dus een nieuwe wending. De OVAM werkt mee aan een duurzame ontwikkeling door te streven naar een integratie met andere beleidsdomeinen. Meer info over herontwikkeling van brownfields vind je op
© Danni Elskens
www.brownfields.be.
23
LEIDRAAD BROWNFIELDONTWIKKELING Bij het complexe proces dat een brownfieldproject omvat, zijn diverse disciplines betrokken. De OVAM wil iedereen ondersteunen die zo’n proces wil opstarten of begeleiden. Zij heeft daartoe een leidraad brownfieldontwikkeling opgesteld, die beschikbaar is via de website. Een vernieuwde versie van deze leidraad is in de maak en zal in het voorjaar van 2004 beschikbaar zijn. Deze versie zet het essentiële belang van communicatie en participatie bij een brownfieldproject nog meer in de verf. De OVAM werkte ook mee aan een vierdaagse opleiding rond brownfieldontwikkeling die in december 2003 plaatshad. Deze cursus zullen we in 2004 hernemen.
SAMENWERKING MET GEMEENTEN In het kader van de samenwerkingsovereenkomst met de gemeenten heeft de OVAM een actie op het getouw gezet om de gemeenten financieel te ondersteunen wanneer zij een brownfieldproject aanpakken. Deze steun bedraagt maximaal 62.500 euro. Dit bedrag kunnen de gemeenten gebruiken om concepten en plannen uit te werken. Op 1 december 2003 - de einddatum voor het indienen van een projectvoorstel - hadden tien gemeenten zich kandidaat gesteld. De ondersteuning van de weerhouden projecten zal ten laatste in april 2004 goedgekeurd worden. Via deze samenwerking wil de OVAM het belang van integratie en van de rol van de lokale overheid in brownfieldprojecten onderstrepen.
WERKGROEP PROEFPROJECTEN AFGEROND In 2003 rondde de werkgroep proefprojecten haar activiteiten af. Zij stelde ook een eindverslag op met de belangrijkste knelpunten en succesfactoren uit de dertien proefprojecten. Voor een aantal van deze projecten zal de OVAM - in het kader van haar decretale taken - intensief verder samenwerken met de andere overheden om het brownfieldterrein met succes te herontwikkelen. Zo is een samenwerking in voorbereiding met de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK), met de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) Antwerpen en met de Intercommunale Vereniging Land van Aalst (ILVA).
BROWNFIELDS IN EUROPA Op Europees vlak heeft de OVAM haar activiteiten voortgezet binnen het Europees Netwerk Cabernet (Concerted Action on Brownfield and Economic Regeneration Network). Informatie over dit netwerk is te vinden op www.cabernet.org.uk.
MIDDELEN VOOR FINANCIERING IN KAART GEBRACHT Een ander onderdeel van het Strategisch Project Bodemsanering is ‘Alternatieve financiering bodemsanering’. De bedoeling van dit project is alle mogelijke middelen voor de financiering van bodemsanering te onderzoeken. In het kader van dit deelproject passen ook drie meer specifieke initiatieven: - de oprichting van een fonds bodemsanering benzinestations (Bofas); - het Premaz-project met het fonds bodemsanering stookolietanks; - het fonds voor de bodemsanering van stomerijen.
24
© Danni Elskens
BOFAS - BODEMSANERINGSFONDS VOOR TA De federale staat en de drie gewesten in België hebben een samenwerkingsovereenkomst afgesloten over de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations. Op 26 januari 2003 werd de Interregionale Bodemsaneringscomm opgericht. Deze oprichting komt voort uit het samenwerkingsakkoord. De IBC heeft twee vertegenwoordigers per gewest. Deze leden werden aangeduid bij besluit van de Vlaamse regering op 19 december 2003. De IBC zal onder meer instaan voor de Bofas en zal toezicht houden op de bepalingen van het samenwerkingsakkoo Meer informatie over Bofas vind je op de website www.bofas.be.
HET PREMAZ PROJECT Een ander voorbeeld van een alternatief instrument voor financiering is het solidariseren van kosten die verbonden zijn aan de milieurisico’s van lekkende of risicovolle stookolietanks. Hierover onderhandelen we met de stookoliesector. De aanzet voor de discussie gaven we met het Premaz project. Het eindrapport van het project is beschikbaar op www.premaz.be. In 2000 sloot de Vlaamse overheid een milieubeleidsovereenkomst af met de sector. De sector engageert zich om instrumenten uit te werken voor financiering van de milieurisico’s. In 2003 kreeg het Bodemsaneringsdecreet een nieuw artikel dat als kapstok kan dienen voor dit fonds.
STOMERIJEN Het jarenlange gebruik van verontreinigende stoffen in stomerijen heeft in veel gevallen tot bodemverontreiniging geleid. Een specifiek nadeel in deze sector is dat de stoffen - gechloreerde oplosmiddelen - relatief slecht oplosbaar zijn in water en zwaarder zijn dan water. De verontreiniging in het geval van stomerijen verspreidt zich dan ook gemakkelijk tot op grote diepte, wat zowel het bodemonderzoek als de bodemsanering duur maakt. In 2003 was er een zeer intense samenwerking met de sector die de relevante elementen voor een sectoraal fonds moest bepalen.
EEN NIEUWE REGELING VOOR GRONDVERZET Op 17 januari 2003 heeft de Vlaamse regering beslist om in het kader van hoofdstuk 10 van het Vlarebo het bodembeheerrapport verplicht te maken vanaf 1 januari 2004. Deze beslissing is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 januari 2003. De regeling is bekend als de ‘regeling grondverzet’. De OVAM heeft in 2002 de codes van goede praktijk voor het werken met uitgegraven bodem opgesteld. De OVAM legde een voorstel voor codes van goede praktijk aan het publiek voor via de website. Iedereen werd uitgenodigd om correcties en suggesties aan te brengen. Wij hebben die commentaren en voorstellen verwerkt en de codes van goede praktijk voor een eerste keer aangepast in mei 2003. Op 28 mei 2003 was er een aanvangsbevel tussen de departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de vzw Grondbank om de bepalingen van het grondverzet op pro-
25
jectmatige wijze uit te testen. Sindsdien werden al de eerste praktische ervaringen opgedaan met de regelgeving van het grondverzet. Op basis van deze ervaringen en van de bevindingen van de ambtelijke werkgroep grondoverschotten, is de huidige regelgeving van het Vlarebo bijgestuurd en zijn de codes van goede praktijk aangepast. In de loop van 2004 zal de OVAM de codes van goede praktijk en de regelgeving van het Vlarebo zeker nog evalueren en indien nodig bijsturen in overleg met de betrokkenen. Op basis van de ervaring die tot nu toe is opgedaan, stelt het Programmadecreet een aanpassing van artikel 48 van het Bodemsaneringsdecreet voor. De Vlaamse regering kan hierdoor een site aanduiden waar onder strikte omstandigheden een afwijking van de regelgeving van hoofdstuk 10 mogelijk is. © Danni Elskens
In de loop van 2003 werd de nieuwe regelgeving gecommuniceerd met persberichten, een infobrochure, informatiesessies en via een reeks ‘veel gestelde vragen’ bij de Vlaamse Infolijn. Al deze informatie en ook de codes van goede praktijk voor het werken met uitgegraven bodem zijn beschikbaar op de website van de OVAM.
Voor volgende informatie over onze taken op het vlak van bodemsanering, verwijzen we naar een andere passage van het jaarverslag: On-line aanvraagprocedure voor bodemattesten: deel Burgers, p. 43 Bodemattesten op aanvraag: deel Burgers, p. 44 Bodemattesten bij opname in register: deel Burgers, p. 45 Infolijn voor bodemattesten: deel Burgers, p. 45 Schadegevallen: deel Overheden, p. 54 Woonzones: deel Burgers, p. 45 Verfijning wetgeving bodemsanering: deel Overheden, p. 55 Erkenning bodemsaneringsdeskundigen: deel Overheden, p. 55
26
© Istock
De afvalberg doen slinken Bedrijfsafval in cijfers…..p. 28 Bedrijven produceerden in 2003 tien maal meer afval dan de huishoudens, zo tonen de afvalstatistieken aan.
Een inhaalmanoeuvre voor bedrijfsafvalstoffen…..p. 29 De OVAM werkt aan een project om prioritaire bedrijfsafvalstoffen aan te pakken.
Preventie: eerste prioriteit…..p. 30 Preventie ligt, ook voor bedrijven, aan de basis van een duurzaam afvalbeleid. De OVAM lanceerde in 2003 een campagne over eco-efficiëntie en is inmiddels aan een vijfde PRESTI-programma toe.
Organische afvalstoffen…..p. 32 De Europese richtlijn Afvalverbranding is omgezet naar Vlaamse wetgeving. De OVAM werkt ook hard aan de uitvoering van het PCB-verwijderingsplan. Ze levert ook advies over groene stroom uit afval. Roetafval heeft een aparte aanpak nodig, zo blijkt uit steekproeven in de sector. Voor houtafval is een nieuw uitvoeringsplan goedgekeurd.
Sectoren en de selectieve inzameling…..p. 35 Met het nieuwe Vlarea zijn de bedrijven verplicht dezelfde stromen selectief in te zamelen als de huishoudens. Een aantal nieuwe milieubeleidsovereenkomsten (MBO’s) is in de maak. De OVAM controleert de aanvaardingsplichten voor verschillende soorten afvalstoffen. Voor afgewerkte olie is de aanvaardingsplicht nieuw.
27
Nieuwe regeling voor dierlijk afval op stapel…..p. 37 De OVAM heeft met alle betrokkenen overlegd over een nieuwe regeling voor ophaling en verwerking van dierlijk afval. In 2003 hebben we ook de erkenningen voor ophaling van dierlijk afval vernieuwd. Voor het gebruik van dierlijk afval zijn er bijzondere toelatingen verleend.
Anorganische afvalstoffen…..p. 38 Eind 2003 liepen de afwijkingen voor de stortverboden af. De OVAM heeft een aantal nieuwe afwijkingen toegestaan. Voor bouw- en sloopafval werken we aan een nieuw uitvoeringsplan.
Milieuheffingen…..p. 40 In de loop van 2003 controleerde de OVAM alle bedrijven die in 2002 gestort of verbrand hebben met toepassing van het verlaagde heffingstarief voor recyclageresidu’s. We hebben ook een voorstel voor aanpassing van de wetgeving op het vlak van milieuheffingen ingediend.
BEDRIJFSAFVAL IN CIJFERS BERG BEDRIJFSAFVAL TIEN KEER HOGER DAN HUISHOUDELIJK AFVAL De totale productie van bedrijfsafval stijgt in 2001 tot 30,5 miljoen ton. Zeventig procent van deze afvalberg komt van de bedrijven met minder dan 50 werknemers. De KMO met minder dan 10 werknemers staat in voor 31% van de industriële afvalberg. De handel en de diensten zorgen voor 17,5 % van het totale bedrijfsafval. Vier procent of 1.097 kton bestaat uit gevaarlijk afval. Dertig procent van het bedrijfsafval gaat naar voorbehandeling, 30 % wordt gerecycleerd en 21 % wordt als secundaire grondstof aangewend. Slechts 15 % wordt gestort en 4% verbrand. Als we de totale hoeveelheid bedrijfsafval vergelijken met de totale hoeveelheid huishoudelijk afval, dan zien we dat de berg bedrijfsafval tien keer hoger is dan de berg huishoudelijk afval. Bedrijfsafval wordt wel meer gerecycleerd. Ons gevaarlijk bedrijfsafval gaat voor 8,2 % naar Wallonië en voor 11,7 % naar het buitenland. In absolute cijfers wordt 1 miljoen ton Vlaams bedrijfsafval naar Wallonië gebracht. De afvalverwerkende industrie en de bouwsector produceren het meeste afval. In hoeveelheden komt bouw- en sloopafval het meeste voor, gevolgd door gemengd afval, papierafval, divers mineraal afval, ferroschroot, houtafval, RWZI-slib, assen van elektrische centrales en scheidingsresiduen. Publicaties met recente cijfers over bedrijfsafval zijn te raadplegen in de publicatiedatabank op www.ovam.be.
28
Bedrijfsafval in 2003 Afvalsoort (productie 2001) Bouw- en sloopafval Gemengd en ongedifferentieerd afval Papier- en kartonafval Divers mineraal afval Ferrometaalafval- en schroot Houtafval Slib van de behandeling van openbaar afvalwater Afval van elektrische centrales Scheidingsresiduen Productieafval van voedingsbedrijven Metallurgische slakken Slib van industriĂŤle waterzuivering Gipsafval Verontreinigde grond Dierlijk afval (volgens besluit dierlijk)
kton 8.316,1 2.895,8 2.196,4 1.773,8 1.686,5 1.512,0 1.459,3 1.153,3 1.097,8 815,3 804,2 720,6 540,0 461,6 435,8
Invoer van afvalstoffen even belangrijk als uitvoer, beide sterk stijgend De in- en uitvoer van een reeks afvalstoffen - voornamelijk gevaarlijke afvalstoffen of afvalstoffen bestemd voor verwijdering - is Europees geregeld. Bij de invoering van de Europese verordening in kwestie bleek Vlaanderen volgens de beschikbare gegevens netto meer afval in te voeren dan uit te voeren. In Vlaanderen wordt veel afval ingevoerd doordat de recyclagesector sterk internationaal georiĂŤnteerd is. Halfweg 1998 trad echter een trendbreuk op en werd Vlaanderen duidelijk een grotere uitvoerder van afvalstoffen. 2002 was opnieuw een trendzettend jaar. De cijfers van 2003 bevestigen immers dat in- en uitvoer even belangrijk blijven, op een niveau dat in gewicht uitgedrukt vier keer groter is dan zes jaar geleden.
EEN INHAALMANOEUVRE VOOR PRIORITAIRE BEDRIJFSAFVALSTOFFEN De OVAM wil, ten opzichte van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor Vlaanderen al zeer goede resultaten heeft bereikt, een inhaalmanoeuvre voor bedrijfsafvalstoffen uitvoeren. Om dit mogelijk te maken, is een grotere kwantitatieve en kwalitatieve beheersing van bedrijfsafvalstoffen nodig. Voor bedrijfsafvalstromen die bij voorrang moeten aangepakt worden - de zogenaamde prioritaire bedrijfsafvalstoffen - willen we waar mogelijk maatregelen en instrumenten uitwerken om de milieudruk ervan te beperken. We voorzien hiervoor ruim overleg met de doelgroepen en de betrokken sectoren. Door hen van meet af aan bij het project te betrekken, winnen de acties en maatregelen aan draagkracht. Het project bestaat uit twee fasen. Fase 1 (periode 2002 - 2003) rangschikt de bedrijfsafvalstoffen die prioritair moeten worden aangepakt. Deze rangschikking is gebeurd op basis van een methodologie die steunt op een multicriteria-analyse. Hierbij is het relatieve belang van de impact op het leefmilieu van bedrijfsafvalstromen in Vlaanderen onderzocht over de verschillende schakels van de afvalketen van afvalproductie tot eindverwerking. We verkozen deze aanpak boven het lukraak aanduiden van bedrijfsafvalstoffen, zonder enig idee te hebben van de effectieve impact van deze bedrijfsafvalstoffen.
29
Twintig categorieën van bedrijfsafvalstoffen zijn op bas totale milieu-impact geselecteerd. Deze totale milieu-im resultante van twee factoren: de milieu-impact per e wicht en de jaarlijks geproduceerde hoeveelheid. Deze king is verder aangevuld met: - het huidige beleid; - de voornaamste trends in de twee andere gewest omringende landen en de EU; - het belang in andere beleidsdomeinen zoals volksge - een eerste aanzet van mogelijk te nemen ma instrumenten om de milieu-impact te beperken. De OVAM heeft - rekening houdende met het huidige initiatieven in ontwikkeling en een inschatting van moge lende maatregelen - vijf categorieën geselecteerd om aan te pakken in de periode 2004 - 2007. Het gaat om: - dierlijk afval; - textiel afval en productiegebonden slib; - gemengd ongedifferentieerd afval; - zuren en basen; - slib van oppervlaktebehandeling van metalen (aan te Daarnaast kaartte de OVAM de problematiek grondstof/product versus afvalstof aan. Dit probleem moest uitgeklaard worden, wil men in de toekomst voor de preventie en recuperatie doelstellingen vastleggen. Wij hebben een beoordelingskader uitgewerkt dat moet uitmaken wat onder een afvalstof moet worden verstaan en onder welke voorwaarden een stof of een voorwerp geen afvalstof is. Een ontwerp tot wijziging van het Afvalstoffendecreet is na advies van de Raad van State definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering en moet nog door het Vlaams Parlement worden goedgekeurd. Fase 2 van het project moet waar mogelijk goed onderbouwde en meetbare doelstellingen opleveren voor preventie, hergebruik en recyclage voor geselecteerde bedrijfsafvalstoffen zodat hun milieu-impact beperkt kan worden.
PREVENTIE: EERSTE PRIORITEIT DE OVAM MAAKT BEDRIJVEN WARM VOOR ECO-EFFICIËNTIE Meer winst creëren met minder middelen en minder milieu-impact, dat is economisch en ecologisch efficiënt werken. Dat deze harmonie tussen economie en ecologie perfect haalbaar is, vormt de centrale boodschap in de eco-efficiëntiecampagne die in het najaar van start ging. De OVAM voerde een brede mediacampagne, aangevuld met specifiekere acties. Zo was er een workshop over eco-efficiëntie voor het middenveld en is er een brochure over eco-efficiëntie. De milieubeurs IFEST 2004, die in het teken zal staan van eco-efficiëntie, wordt voorbereid. Het initiatief kaderde in het Strategisch Project Afvalpreventie van de Vlaamse minister voor Leefmilieu. Actuele informatie is te vinden op de website www.eco-efficientie.be.
30
© Danni Elskens
VIJFDE PRESTI-PROGRAMMA GELANCEERD De PRESTI-programma’s zijn subsidieprogramma’s van het Vlaamse Gewest die preventie van afval en emissies bij bedrijven moeten stimuleren. Een evaluatie van het afgelopen PRESTI 3-programma wees uit dat het aantal deelnemende bedrijven beneden de verwachtingen lag. De deelnemende bedrijven hadden wel oren naar de financiële winst én de milieuwinst door doordacht grondstof- en energieverbruik. Deelname aan een milieucharter project is positief voor het bedrijf én voor het milieu, zo toont een studie over PRESTI 4 aan. Alle deelnemende bedrijven voerden gedurende zes opeenvolgende jaren meer dan 3.900 acties uit op het vlak van watergebruik, luchtvervuiling, afval, geluid en mobiliteit. Vooral afval, energie, waterverbruik en waterkwaliteit bleken populaire thema’s. In het najaar van 2003 organiseerden we twee PRESTI 4-bustours langsheen milieucharter bedrijven. Geïnteresseerde bedrijven kregen zo de kans kennis te maken met preventie in de dagdagelijkse praktijk en inspiratie op te doen voor een geslaagde preventieaanpak binnen hun eigen bedrijf. Voortbouwend op de ervaringen uit de vorige programma’s, lanceerde de OVAM in 2003 PRESTI 5. Weer staan de preventie van afval en emissies bij de Vlaamse KMO centraal. Het jaarprogramma 2003 resulteerde in de goedkeuring van dertien verschillende projecten - goed voor een bedrag van bijna 1 miljoen euro - die in de loop van 2004 de preventieboodschap zullen verspreiden. Ook werd het nieuwe jaarprogramma voor 2004 uitgestippeld.
MAMBO: GROTE SUCCES BLIJFT UIT De OVAM voerde in 2003 de door een extern bureau uitgewerkte marketingstrategie uit. MAMBO was vertegenwoordigd op enkele grote sectorbeurzen, werd via opleidingen gepromoot en kende een vrijblijvende maar succesvolle samenwerking met enkele privé partners. Ook werd een demo cd ontwikkeld. Ondanks alle inspanningen bleven de grote verkoopcijfers uit. De grootste drempel voor toepassing van MAMBO blijkt de tijdsinvestering. In 2004 zal de nadruk liggen op het werken met stagestudenten en het gebruik via het systeem van de adviescheques.
WORKSHOP MILIEUBEHEER IN DE PRODUCTKETEN ‘Milieugericht ketenbeheer’ betekent de milieubelasting van een product- of stofketen aanpakken. Over de muren van het bedrijf kijken dus en aandacht hebben voor de volledige levenscyclus van een product. Over dit boeiende onderwerp organiseerde de OVAM in 2003 een workshop. Conclusie: milieugericht ketenbeheer is dé logische stap na interne milieuzorg en een beloftevol concept voor de Vlaamse industrie en milieu. Wordt vervolgd…
PREVENTIE VOOR STUDENTEN Een vooruitziend milieubeleid denkt vandaag al aan de toekomst en investeert daarom in studenten en hun docenten. Studenten van vandaag kunnen morgen immers een vernieuwend, preventief milieubeleid in bedrijven en overheid binnenbrengen. Om studenten te stimuleren om tijdens hun studies bezig te zijn met preventie, werd in 2003 voor de eerste maal de ‘studieprijs voor het beste studentenrapport afval- en emissiepreventie’ uitgereikt. Via een elektronisch stageforum op www.milieuwinst.be wil de OVAM studenten en bedrijven in het kader van een stage of eindwerk rond preventie laten samenwerken.
31
GEBRUIK EN MISBRUIK VAN LCA’S IN HET MILIEUBELEID De jaarlijkse studiedag ging dieper in op de mogelijkheden en knelpunten van levenscyclusanalyses. Hierbij stonden drankverpakkingen centraal. De neerslag van de pittige discussies kan je vinden in de publicatiedatabank op www.ovam.be.
FACTOR 10 WORDT DEEL VAN DE OVAM Na twee jaar is Factor 10 - het Vlaamse informatiepunt voor ecodesign - midden 2003 overgebracht van de VITO naar de OVAM, waar het binnen de werking van de dienst preventie zal fungeren. De werking in de tweede helft van het jaar stond vooral in het teken van een heropstart en een heroriëntering.
www.milieuwinst.be bijgeschaafd Begin 2003 werd www.milieuwinst.be, de website met honderden preventiemaatregelen, door surfers en deskundigen gewogen en goed bevonden. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek was dat de informatie ook daadwerkelijk tot milieuvriendelijker produceren aanzet. Om nog verder tegemoet te komen aan de wensen van de bezoekers, hebben we de site geactualiseerd en verder afgestemd op de Vlaamse context.
ORGANISCHE AFVALSTOFFEN DE EUROPESE REGELGEVING VOOR AFVALVERBRANDING OMGEZET NAAR VLAAMSE REGELGEVING Eind 2000 vaardigde de Europese Commissie een nieuwe richtlijn uit voor afvalverbranding. Het doel van deze richtlijn was de regels van de bestaande richtlijnen op het vlak van afvalverbranding op elkaar af te stemmen. Ook moesten de emissienormen worden aangepast aan de huidige Beste Beschikbare Technieken op het vlak van verbrandingstechnieken en rookgaszuivering. De verbranding van gevaarlijke, huishoudelijke- en bedrijfsafvalstoffen, en ook dierlijke mest, valt nu onder één gemeenschappelijke regeling. Europa pakte ook het probleem van meeverbranden van afvalstoffen grondig aan. Om de verschuiving van verontreinigingen door afvalverbranding naar andere milieucompartimenten te voorkomen, zijn er nu ook emissienormen voor afvalwater van de rookgaszuivering. De OVAM heeft van 2001 tot 2003 intensief overleg gepleegd met andere overheidsinstanties en belangrijke private partners om deze richtlijn te vertalen naar de Vlaamse wetgeving. Eén van de belangrijkste nieuwigheden was de definitie van biomassa. Als een stof als biomassa kan worden beschouwd, verstaat men zowel biomassa-producten (bijvoorbeeld energieteelten) als biomassa-afval (bijvoorbeeld houtafval). De Vlaamse overheid moest voor deze stoffen en afvalstoffen een aparte
32
© Danni Elskens
gelden de regels van de richtlijn immers niet. Onder biomassa
regeling uitschrijven. Verder gebeurde er een afstemming met de bestaande regelgeving rond houtafvalverbranding, die onder de regeling voor stookinstallaties valt. Hiervoor werkten we samen met AMINABEL. Op 12 december 2003 keurde de Vlaamse regering het implementatiebesluit goed.
MEERDERHEID VAN PCB HOUDENDE TOESTELLEN VERWIJDERD In 2003 maakte de OVAM werk van de opvolging en controle in het kader van het verwijderingsplan voor PCBhoudende apparaten. Houders van toestellen die in overeenstemming met artikelen 2 en 3 van het verwijderingsplan al in het verleden gereinigd en/of verwijderd hadden moeten zijn, spraken we aan. We motiveerden hen om hun verantwoordelijkheid op te nemen. In het uiterste geval werden hardleerse houders aangepakt met een proces-verbaal en zette de OVAM de procedure voor ambtshalve verwijdering in. Eind 2003 was al meer dan 72% van de geïnventariseerde toestellen verwijderd. De OVAM ontving bewijzen van de geplande afvoer in de eerste maanden van 2004 voor een ruim aantal andere toestellen. Daarnaast toetsten we de lijst van leegstaande bedrijfspanden die wordt bijgehouden door de diensten van AROHM aan de inventaris van PCB-houdende apparaten. Die werd waar nodig aangevuld met een controle ter plaatse. Gelukkig konden we hieruit besluiten dat de meeste leegstaande panden geen PCB-houdende toestellen meer bevatten en dat de nog aanwezige toestellen niet onbeheerd werden achtergelaten. We volgden de definitieve verwijdering van deze toestellen verder op.
GROENE STROOM UIT AFVAL Onze energiebronnen zijn niet onuitputtelijk. Daarom heeft de EG haar lidstaten opgedragen om de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen te stimuleren. In Vlaanderen geldt sinds begin 2002 een systeem van groenestroomcertificaten. Installaties die elektriciteit produceren uit hernieuwbare energiebronnen krijgen een aantal groenestroomcertificaten in verhouding tot de hoeveelheid ‘groene elektriciteit’ die ze produceren. De organisch-biologische fractie van afvalstoffen wordt beschouwd als een hernieuwbare energiebron. Men verwacht dan ook een grote energiebijdrage van het verbranden en vergisten van afvalstoffen. De bedrijven moeten de groenestroomcertificaten aanvragen bij de VREG. Wanneer het aanvraagdossier vermeldt dat de energie afkomstig is van afvalstoffenverwerking, vraagt de VREG een subadvies aan de OVAM. Het is immers de OVAM die moet bepalen hoeveel van de energie, opgewekt uit de afvalstoffenverwerking, in aanmerking komt voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten. In de loop van 2003 hebben wij in nauw overleg met de VREG de aanvraagprocedure voor groenestroomcertificaten en de toepassing ervan verfijnd. De procedure is opgenomen in een ontwerpbesluit, dat de bestaande regeling zal aanpassen. Van de 150.042 groenestroomcertificaten die in 2002 zijn verleend, is maar liefst 60% afkomstig van één of andere vorm van afvalverwerking, zo blijkt uit het jaarverslag 2002 van de VREG. Het gaat om de verbranding van biomassa-afval, de productie van biogas uit afvalvergisting en stortgassen. Gegevens over de verleende certificaten in 2003 zijn momenteel nog niet voorhanden.
33
ROETAFVAL VINDT DE JUISTE BESTEMMING NOG NIET In 2003 organiseerde de OVAM een actie rond roetafval. Doel was de installateurs van centrale verwarming en schoorsteenvegers bewust te maken van de juiste manier om met roetafval om te gaan. Anderzijds was het de bedoeling de regelgeving te handhaven. Roetafval blijkt immers heel vaak zijn correcte bestemming - een klasse 1 stortplaats of een verbrandingsinstallatie voor gevaarlijke afvalstoffen - niet te bereiken. De OVAM informeerde 742 installateurs en schoorsteenvegers over de correcte handelswijze. Op basis van een steekproef bleek dat iets meer dan een vierde zijn roet liet afvoeren via een erkende ophaler of terecht kon op het containerpark. Vijftien procent van de bedrijven waren niet volledig in orde. Ongeveer 11 % was helemaal niet in orde. Van 43 % is geen informatie bekend omdat ze niet konden gecontacteerd worden in het tijdsbestek van het project. De volgende jaren zal de OVAM deze problematiek en de evolutie op het terrein met steekproeven opvolgen.
Uitvoeringsplan Houtafval definitief goedgekeurd In het Uitvoeringsplan Houtafval staat het duurzame, hernieuwbare en CO2-neutrale karakter van hout centraal. Het plan gaat uit van de verwerkingshiërarchie voor afvalstoffen. De nadruk ligt dus op kwalitatieve preventie en hergebruik van houtafval. Het houtafval dat toch ontstaat, wordt in de diverse sectoren optimaal ingezameld. De scheiding van houtafval bij de inzameling moet leiden tot een maximale materiaalrecyclage en een efficiënte energetische valorisatie voor het houtafval dat niet in aanmerking komt voor materiaalrecyclage. Storten van houtafval wordt zoveel mogelijk vermeden. Omdat de Vlaamse houtverwerkende industrie sterk internationaal georiënteerd is, kozen we ervoor geen dwingende maatregelen uit te werken. De voorkeur werd gegeven aan een beleidskader waarbinnen de vrije marktmechanismen zoveel mogelijk milieuverantwoord kunnen werken. Het ontwerp Uitvoeringsplan Houtafval werd voorgelegd aan een breed publiek. Burgers, gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, bedrijfsfederaties en officiële overlegorganisaties kregen de kans bij te dragen aan het plan via regelmatige overlegvergaderingen en tijdens het openbaar onderzoek. Zo ontstond het Uitvoeringsplan Houtafval dat door de verschillende betrokkenen wordt gedragen. Op 12 december 2003 stelde de Vlaamse regering het Uitvoeringsplan Houtafval definitief vast. Je kan het Uitvoeringsplan Houtafval nalezen of bestellen op www.ovam.be. © Danni Elskens
34
SECTOREN EN DE SELECTIEVE INZAMELING AANVAARDINGSPLICHTEN EN MILIEUBELEIDSOVEREENKOMSTEN GECONTROLEERD Voor de controle op de naleving van de milieubeleidsovereenkomsten (MBO’s) voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) en afvalbanden zijn er zeven controleurs. Zij hebben in 2003 ruim 778 bedrijfscontroles uitgevoerd: 463 controles op de aanvaardingsplicht van AEEA en 305 controles op de aanvaardingsplicht van afvalbanden. AEEA-controles waren er in alle provincies, zowel bij eindverkopers als bij groothandelaars en invoerders. De helft van de gecontroleerde bedrijven bleek niet in orde. Eén vijfde van de gecontroleerde invoerders en producenten was niet aangesloten bij het beheersorganisme Recupel. Als gevolg van de controles en aanmaningsbrieven van de OVAM, kreeg Recupel er in 2003 ruim 93 nieuwe leden bij. De controles op het bestaande systeem van inzameling en afvoer van afvalbanden omvatten ook de opslag en afvoer van alle garageafvalstoffen en voertuigwrakken.
© Istock
De OVAM stelde 18 processen-verbaal op en verstuurde 255 aanmaningsbrieven. De gemeentelijke milieudiensten werden op de hoogte gebracht van Vlarem-overtredingen bij 79 bedrijven. Ondanks de actieve medewerking van de OVAM om de milieubeleidsovereenkomst afvalbanden operationeel te hebben vanaf de tweede helft van 2003, is deze wegens een gerechtelijke procedure uitgesteld tot 2004. Om de bedrijven uit de bandensector wegwijs te maken in de complexe milieuwetgeving, stelde de OVAM een handige leidraad op met de bepalingen die van toepassing zijn op bandencentrales en garagewerkplaatsen. Deze vind je terug op www.ovam.be.
NAAR EEN NIEUWE MBO VOOR DRUKWERKAFVAL In het kader van de milieubeleidsovereenkomst reclamedrukwerk, maande de OVAM 32 bedrijven aan om zich aan te sluiten bij het Interventiefonds voor Oud Papier. Hiervan blijken er 26 verzuimd te hebben aan de verplichte jaarlijkse aangifte aan het Interventiefonds. Er werden 3 processen-verbaal opgesteld. De aansluiting bij het fonds is voorlopig niet mogelijk voor bedrijven die niet aangesloten zijn bij een federatie. Dit knelpunt moet geregeld worden via de nieuwe milieubeleidsovereenkomst die er in 2004 zal komen.
BESLUIT VLAAMSE REGERING VOOR INVENTARIS HALON Sinds 29 juni 2000 is de Europese Verordening over de ozonlaag afbrekende stoffen van toepassing. Deze wetgeving heeft onder andere betrekking op installaties en apparaten die halon bevatten. Met ingang van 2003 is enkel het op de markt brengen en het gebruiken van halon voor kritische en essentiële toepassingen nog toegelaten. Behalve voor deze toepassingen moesten halon bevattende brandbeveiligingssystemen en blusapparaten vóór 1 januari 2004 buiten gebruik worden gesteld onder terugwinning voor vernietiging van de halonen. Om de wetgeving praktisch uitvoerbaar te maken, heeft de OVAM in 2003 een ontwerp van Ministerieel Besluit bij de Vlaamse regering ingediend. De Vlaamse regering keurde eind 2003 dit besluit goed. Het doel is een
35
inventaris opmaken van het vernietigde, het gestockeerde en het gebruikte halon in Vlaanderen. Na publicatie van het besluit in 2004 zal de wetgeving spoedig nadien van kracht zijn. Handhaving op deze regelgeving is één van de doelstellingen voor 2004.
CONTROLE OP DE EXPORT VAN AEEA De OVAM voerde in 2003 - in samenwerking met de scheepvaartpolitie van Antwerpen en de douane - frequente en intensieve inspecties uit op de export vanuit de haven van Antwerpen. Pro rato van vijf acties per maand, werden ladingen van zeeschepen met bestemming het Verre Oosten of Afrika gecontroleerd. Hierbij werden alle uitklaringsdocumenten doorgelicht en verdachte aangiftes of bestemmingen fysiek geïnspecteerd en gescand.
BELEID VOOR AFGEDANKTE VOERTUIGEN BIJGESTUURD In 2003 werd intensief gesleuteld aan de bestaande wetgeving voor afgedankte voertuigen in samenwerking met de sector. Eind 2003 keurde de Vlaamse regering het nieuwe Vlarea goed waardoor de regeling voor afgedankte voertuigen beter afgestemd werd op de praktische noden. Belangrijk is dat vanaf 2005 elk bedrijf dat voertuigwrakken verwerkt over een erkenning als centrum voor depollutie, demontage en vernietiging van afgedankte voertuigen moet beschikken. In het najaar van 2003 waren er nieuwe toezichtsacties. De OVAM onderwierp 24 sloopbedrijven aan een intensieve controle en opvolging. Met het nieuwe Vlarea is de basis gelegd voor een verfijnd netwerk van erkende centra. Om dit netwerk optimaal te kunnen opvolgen en om het systeem de nodige financiële impuls te geven, is een hervorming van het inschrijvingssysteem van voertuigen noodzakelijk. Hiervoor heeft de OVAM eind 2003 de eerste stap genomen voor samenwerking met het kabinet van de minister van Mobiliteit. In 2004 zal de OVAM controles in de sector blijven uitvoeren. © Istock
NIEUWE AANVAARDINGSPLICHT VOOR AFGEWERKTE OLIE Op 1 januari 2004 treedt de aanvaardingsplicht voor afgewerkte olie in werking. In 2003 voerde de OVAM verdere onderhandelingen met de sector voor de opmaak van een milieubeleidsovereenkomst. Voorlopig kwam het nog niet tot een akkoord. De onderhandelingen bevinden zich wel in een vergevorderd stadium, zodat een overeenkomst in het vooruitzicht ligt voor 2004. In samenspraak met de sector werd gekozen voor een milieubeleidsovereenkomst die zo uniform mogelijk is in de drie gewesten.
Gisti of Gescheiden Inzameling Stimuleren Met het nieuwe Vlarea wordt de lat voor selectieve inzameling gelijk gelegd. Bedrijven moeten voortaan dezelfde afvalfracties sorteren als de gezinnen. In het kader van het programma Gescheiden Inzameling Stimuleren (Gisti) zat de OVAM met een aantal sectoren rond de tafel. In de sector van de rust- en verzorgingstehuizen werd de samenstelling van het gemengde bedrijfsafval onderzocht. Het is de bedoeling een gescheiden inzameling van bepaalde bedrijfsafvalstoffen bij de kleine ondernemingen op te zetten. De logistiek en het kostenaspect zijn hierbij belangrijke invalshoeken.
36
Ook keurde de OVAM een aantal systemen van gemeenten goed om de hoeveelheid bedrijfsafval in het huisvuil te bepalen. De OVAM volgde de KMO projecten Keukenschoon en Papierslag van de provincie Vlaams-Brabant op.
NIEUWE REGELING DIERLIJK AFVAL OP STAPEL DE COMMISSIE DIERLIJK AFVAL In 2003 overlegden de bestaande werkgroepen van de Commissie Dierlijk Afval verder. Deze samenwerking tussen de verschillende actoren leidde onder meer tot een ontwerp voor een nieuw besluit van de Vlaamse regering voor de ophaling en de verwerking van dierlijk afval. Een aantal nieuwigheden in deze ontwerpregeling: - een calamiteitenregeling in geval van schade bij de ophaling van krengen van landbouwdieren; - nadere contractuele bepalingen tussen ophalers en producenten van dierlijk afval; - een concreet en verbeterd traceersysteem voor de ophaling en de verwerking van dierlijk afval.
NIEUWE ERKENNINGEN VOOR OPHALEN EN VERWERKEN VAN DIERLIJK AFVAL Op 1 mei 2003 trad de Europese verordening in werking tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten. Hierdoor werd een waaier aan nieuwe bepalingen van kracht. De OVAM moest alle bestaande bedrijven voor de ophaling en de verwerking van dierlijk afval, en ook huisdierencrematoria en (intermediaire) opslagplaatsen voor dierlijk afval voorzien van een nieuwe erkenning. De noodzakelijke wijzigingen zijn uitgevoerd.
DE VOGELPEST DE KOP INGEDRUKT Samen met de andere bevoegde overheidsinstanties zijn we erin geslaagd om de vogelpest, die begin 2003 toesloeg, op een snelle en adequate wijze een halt toe te roepen. In onderling overleg met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en de VLM-Mestbank, zorgde de OVAM voor voldoende beschikbare verwerkingscapaciteit voor het opruimen van pluimveekrengen, pluimveemest en resterende pluimveevoeders van de getroffen landbouwbedrijven.
BIJZONDERE TOELATINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DIERLIJK AFVAL Voor het bedrijfsleven hebben we in 2003 een 36-tal nieuwe bijzondere toelatingen verleend. Deze toelatingen zijn bedoeld voor het gebruik van dierlijk afval voor onderzoeks- of onderwijsdoeleinden, het gebruik van dierlijk afval in de taxidermie en voor de vervoedering aan pelsdieren. Š Danni Elskens
De OVAM volgde ook grensoverschrijdende transporten van dierlijk afval op. Dit waren vooral transporten van diermeel, bestemd voor verwerking in elektriciteitscentrales in Duitsland. Het doel hierbij is steeds de traceerbaarheid van deze stromen te waarborgen. We verstrekten ook advies in het kader van milieuvergunningsaanvragen.
37
ANORGANISCHE AFVALSTOFFEN DE STORTVERBODEN EN AFWIJKINGEN Sinds 1 juli 2000 zijn er verschillende stortverboden voor brandbare afvalstoffen van kracht. Voor de verwerking en dan vooral de verbranding van bepaalde afvalstoffen is momenteel echter nog steeds onvoldoende verbrandingscapaciteit. Daarom kan de minister van Leefmilieu, na advies van de OVAM, aan de exploitanten van stortplaatsen individuele afwijkingen op deze verboden toestaan voor welbepaalde afvalstoffen. Zo’n afwijking is maximum twee jaar geldig. Op 31 december 2003 vervielen de afwijkingen van 2003. Met het oog op nieuwe afwijkingen voor de periode vanaf 1 januari 2004 hebben wij de toestand eind 2003 opnieuw geëvalueerd. Voor huishoudelijke afvalstoffen vroegen vijf stortexploitanten samen een afwijking voor 160.230 ton huishoudelijke afvalstoffen op jaarbasis. Voor het jaar 2004 zijn er afwijkingen voor een hoeveelheid van 96.000 ton toegestaan, een vermindering van 40.000 ton ten opzichte van de afwijkingen die voor 2003 werden toegestaan en 64.230 ton minder dan de aangevraagde hoeveelheid. Voor bedrijfsafvalstoffen op categorie 2-stortplaatsen vroegen acht stortplaatsexploitanten samen een afwijking voor 794.000 ton bedrijfsafvalstoffen op jaarbasis. Voor het jaar 2004 zijn er afwijkingen voor een hoeveelheid van 554.000 ton toegestaan, een vermindering met 84.500 ton ten opzichte van 2003 en 240.000 ton minder dan de aangevraagde hoeveelheid. De afwijkingen werden bepaald uitgaande van een maximale benutting van de beschikbare verbrandingscapaciteit. We hielden hierbij rekening met de in 2004 geplande investeringen waardoor een aantal installaties tijdelijk geheel of gedeeltelijk buiten gebruik zal zijn. De toegestane aandelen werden verdeeld over de verschillende stortplaatsen op basis van de bestaande afvalstromen. Ook de bepalingen van het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen en het nabijheidsbeginsel zijn hierbij van belang. Voor vijf stortplaatsen werden geen afwijkingen meer verleend omdat de stortplaats in de loop van 2003 werd volgestort of omdat de vergunning voor verdere uitbating niet meer voorhanden was. De afwijkingen werden verleend voor een periode van één jaar.
Aanpassingsplannen voor bestaande stortplaatsen bestaande stortplaatsen een aan periode medio 2002 tot medio 200 n nu de Europese beschikking houd et aanvaarden van afvalstoffen op beschikking werd in 2003 voorbere startte de OVAM eind 2003 een overleg met de doelgroepen op. n de implementatie. Ook moet een ng om asbesthoudende bouwmate ering van deze beslissing werd im gekoppeld aan de implementatie van de Europese stortbeschikking. Stortplaats de Hooge Maey
38
© OVAM
GRENSWAARDE VOOR ASBEST IN PUINGRANULATEN Eén van de voorwaarden die het Vlarea oplegt voor het gebruik van puingranulaten als secundaire grondstof is dat er geen vrije asbestvezels of asbeststof mogen aanwezig zijn. Dit impliceert dat er ook geen gebonden asbestvezels mogen aanwezig zijn. In de praktijk is deze nulnorm niet haalbaar en realistisch, aangezien het onmogelijk is om alle asbesthoudende afvalstoffen uit het aangeboden puin volledig te weren. Zo komt er in heel wat constructies ‘verborgen’ asbest voor. Daarom is het de bedoeling grenswaarden op te stellen voor het maximum gehalte aan asbest in puingranulaten. Hierbij wordt rekening gehouden met een maximaal doorgedreven selectieve sloop en met een risicoevaluatie naar milieu en volksgezondheid. Om deze grenswaarde te bepalen, voerde de VITO een studie uit in © Danni Elskens
opdracht van de OVAM. De studie stelt een gewogen gemiddelde voor als grenswaarde waarbij rekening wordt gehouden met het gehalte aan hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest. Ook wordt de bijhorende meetmethodiek aangegeven. De monstername blijft een moeilijk punt dat nog niet kon worden opgelost. De grenswaarde zal in eerste instantie dienen in conflictsituaties op de exploitatiezetel en op het moment van de aanwending. Een volgende stap is om samen met de sector, COPRO en de VITO na te gaan welke concentratie asbest(cement) er zich daadwerkelijk in de puingranulaten bevindt. Bij de start van dit onderzoek organiseert de OVAM een informatiedag over de herkenbaarheid van asbesthoudende bouwmaterialen.
Ambtshalve afvalverwijdering op een bedrijventerrein te Aalst In 1998 ging de voormalige leerlooierij Schotte NV te Aalst in faling. Op de site staan tientallen gebouwen, waarvan een aantal in zeer slechte staat verkeren. Alle afvalstoffen die in het verleden gebruikt werden bij de productie van leer, werden op het terrein achtergelaten. De aanwezigheid van gevaarlijke afvalstoffen, waaronder allerhande laboratoriumafvalstoffen, hielden een bijzonder risico in voor spelende kinderen en jongeren op het terrein. Bovendien was er op het terrein sprake van vandalisme. De Stad Aalst vroeg de OVAM op te treden. Wij voerden een aantal bijkomende onderzoeken en analyses uit, zoals het opmaken van een inventaris van alle aanwezige afvalstoffen, een beperkte asbestinventaris, een stabiliteitsstudie, een veiligheids- en gezondheidsplan van de werken. Daarop werd de ambtshalve afvalverwijdering uitgevoerd, die in twee fasen verliep. Eerst werden chemicaliën en brandresten verwijderd, zowel in de gebouwen als erbuiten. Daarna nam de OVAM structurele maatregelen, zoals het verwijderen van het asbestafval, van de afvalstoffen uit de oude en onstabiele gebouwen en van het sterk verontreinigde slib.
39
Een nieuw ontwerp Uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval in de maak Het ontwerp Uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval van het jaar 1995 heeft als centrale doelstelling in het jaar 2000 minimaal 75% van de hoeveelheid bouw- en sloopafval te recycleren. Uit het voortgangsrapport 1995-2000 blijkt dat we met een recyclagegraad van meer dan 85% deze doelstelling ruimschoots haalden. De bouwsector is voortdurend in verandering en bovendien bleken de doelstellingen van het vorige uitvoeringsplan behaald. Daarom besliste de OVAM in november 2003 te starten met de voorbereidingen van een nieuw Uitvoeringsplan Bouw- en Sloopafval. Het nieuwe plan zal bestaan uit een omgevingsanalyse, een gedeelte over raakvlakken met ander beleid, een programmering en een beschrijving van de effecten op overheid en privé-sector. De OVAM maakt het ontwerpplan op in overleg met vertegenwoordigers van de sector. Dit overleg is einde 2003 gestart.
DE MILIEUHEFFINGEN CONTROLE OP VERLAAGD HEFFINGSTARIEF Waar we in 2002 de klemtoon legden op het verlenen van de juiste informatie over de toepassing van het verlaagde tarief voor recyclageresidu’s, werd in 2003 de controle hierop een bijzonder aandachtspunt. De OVAM controleerde alle bedrijven die in 2002 gestort of verbrand hadden met toepassing van het verlaagde tarief. De gegevens die bij deze bedrijven ingezameld werden, hebben we ook vergeleken met de gegevens die bij de heffingsplichtige inrichtingen - stortplaatsen en verbrandingsinrichtingen - verkregen werden. Uit de controles bleek dat een aantal bedrijven niet voldeed aan de wettelijk vastgelegde voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde heffingstarief. De problemen situeren zich vooral in de sector van de sorteerders van bouw- en sloopafval.
WIJZIGING VAN DE MILIEUHEFFINGEN In 2003 werd een voorstel tot wijziging van de wetgeving op het vlak van milieuheffingen op afvalstoffen uitgewerkt. Hiervoor werd overleg gepleegd met de betrokken actoren. Dit resulteerde in een voorontwerp van decreet tot wijziging van het Afvalstoffendecreet, dat eind 2003 door de Vlaamse regering principieel werd goedgekeurd. Het ligt in de verwachting dat het Vlaams Parlement de wijziging van de milieuheffingen in 2004 definitief zal goedkeuren. De lijst met heffingstarieven kan je raadplegen op www.ovam.be.
40
© Danni Elskens
Voor volgende informatie over onze taken op het vlak van afvalbeleid, verwijzen we naar een andere passage van het jaarverslag: Afgedankte voertuigen: deel Burgers, p. 50 Analyses en erkenningen: deel Overheden, p. 62 Selectief ingezamelde stromen: deel Overheden, p. 62 Dierlijk afval: deel Overheden, p. 64 Afval in het planningsproces: deel Overheden, p. 65
Š Danni Elskens
41
Burgers
Š Danni Elskens
Š Danni Elskens
42
Particulieren staan dicht bij het beleid dat de OVAM voert. Als aankoper of verkoper van een grond, als eigenaar van een verontreinigde grond, als saneringsplichtige maken particulieren vaak voor de eerste maal kennis met de OVAM. Verder zijn zij een belangrijke partner voor het welslagen van de aanpak op het vlak van huishoudelijke afvalstoffen. De gezinnen hebben immers een niet geringe impact op het milieu. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de OVAM ook de burgers aanspreekt in haar betoog voor een afvalarmere maatschappij.
De bodemverontreiniging aanpakken On-line aanvraagprocedure voor bodemattesten beschikbaar…..p. 43 Voor houders van een lopende rekening (bijvoorbeeld notarissen), is het mogelijk bodemattesten aan te vragen via internet. Het aantal bodemattesten dat in 2003 werd aangevraagd, is vergelijkbaar met de aantallen van de voorbije jaren.
Woonzones: twee nieuwe proefprojecten…..p. 45 In Kessel-Lo werd de wijk Kesseldal, bewoond door een vijfhonderdtal gezinnen en historisch verontreinigd, tot ‘site’ verklaard. In Turnhout heeft de OVAM in samenspraak met het stadsbestuur 32 potentieel verontreinigde locaties aangeduid. Naar verwachting zal het sitebesluit en het Ministerieel Besluit voor de stadskern van Turnhout in de loop van 2004 ondertekend worden.
Een nieuwe regeling voor het grondverzet…..p. 46 Op 1 januari 2004 werd de nieuwe regelgeving grondverzet van kracht. De OVAM heeft deze aanpassing van het Vlarebo voorbereid en heeft ook de codes van goede praktijk voor het omgaan met uitgegraven bodem op papier gezet.
ON-LINE AANVRAAGPROCEDURE VOOR BODEMATTESTEN BESCHIKBAAR Sinds 1996 ben je verplicht een bodemattest aan te vragen bij overdracht van een grond. Sinds de wijziging van het Vlarebo in 2002 is de aanvraagprocedure van bodemattesten eenvoudiger dan vroeger het geval was. Je bent niet langer verplicht een origineel uittreksel van de kadastrale legger samen met het aanvraagformulier voor bodemattesten aan de OVAM over te maken. Het volstaat nu om de kadastrale gegevens op een eenduidige wijze aan de OVAM mee te delen. Zo staat de weg dus open om via het internet bodemattesten aan te vragen. Om de tijd tussen een aanvraag en het afleveren van bodemattesten korter te maken, heeft de OVAM een nieuw, gebruiksvriendelijk computerprogramma laten ontwikkelen, waarmee je bodemattesten online kan aanvragen. De noodzakelijke gegevens kan je als aanvrager via de computer zelf invullen. De aanvragen komen na bevestiging in een wachttabel, worden ’s nachts in een batchprocedure verwerkt en in principe de volgende dag afgedrukt en opgestuurd naar de aanvrager.
43
Omwille van het nog steeds noodzakelijke betalingsbewijs wordt voorlopig alleen gewerkt met houders van lopende rekeningen bij de OVAM, waarbij de provisie telt als betalingsbewijs. Op vraag van de federatie van notarissen is deze toepassing met de hulp van de OVAM ook geïntegreerd in het intranet systeem van de notarissen - het zogenaamde e-notariaat.
DE CIJFERS: BODEMATTESTEN OP AANVRAAG Het totale aantal bodemattestaanvragen in 2003 is te vergelijken met de aantallen aangevraagd in de vorige jaren. Dagelijks leveren wij gemiddeld 710 bodemattesten op aanvraag af. © Danni Elskens
Bodemattesten op aanvraag 25.000.000 ontvangsten
20.000.000
15.000.000
10.000.000
5.000.000
0
jan
1999
mrt 2000
2001
apr 2002
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
2003
© Danni Elskens
1998
feb
44
BODEMATTESTEN BIJ OPNAME IN REGISTER Ook wanneer een grond in het register van verontreinigde gronden wordt opgenomen, wordt een bodemattest afgeleverd aan de eigenaar, de gebruiker en de gemeente waarin de grond gelegen is. Eind 2003 bevatte het register van verontreinigde gronden ruim 37.000 percelen. Voor een deel hiervan moet de technische eindbeoordeling nog gebeuren. Daarnaast is er ook nog een databank met informatie over bodembedreigende activiteiten. Deze inventaris omvat bijna 20.000 percelen. Er is hierbij ook een koppeling met de bodemattestaanvragen waardoor de aanvrager een begeleidende brief krijgt met daarin informatie over de bodembedreigende activiteiten. De gemeentelijke inventaris zal op termijn dit systeem vervangen. Om een vlotte uitwisseling van gegevens mogelijk te maken, overlegt de OVAM met de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) en met firma’s die de gemeenten ondersteunen bij het verwerken van milieuvergunningen.
Een bodemattest aanvragen Het aanvraagformulier voor een bodemattest staat op de OVAM-website. Je vindt er ook meer info over de afleveringstermijn van de bodemattesten, en een uitgebreide lijst met veelgestelde vragen en antwoorden over de aanvraag van een bodemattest. Voor specifieke vragen over een bodemattestaanvraag kan je ook telefonisch terecht bij de infolijnen (015 284 458 en 015 284 459) of op het e-mailadres bodemattest@ovam.be.
WOONZONES: TWEE NIEUWE PROEFPROJECTEN
Met het Sitedecreet kan de OVAM sinds 2001 in samenwerking met de stad of gemeente buurtgebonden bodemsaneringsprojecten aanpakken. Het kan gaan om een woonwijk gebouwd op een oud stort, een cluster van potentieel verontreinigde en bewoonde locaties in een stadskern, een woonwijk gelegen op potentieel verontreinigde grond met industrieel verleden, … Na het proefproject Schuurveld in 2002 is de wijk ‘Kesseldal’ in Kessel-Lo bij Leuven in 2003 gestart als proefproject. Het gaat om een historische verontreiniging - een vroegere stortplaats - die wordt bewoond door een vijfhonderdtal gezinnen. Op basis van vooronderzoek werd op 1 december 2003 een Ministriëel Besluit goedgekeurd waardoor het gebied tot ‘site’ is verklaard. Hierdoor is nu een geïntegreerde aanpak van deze wijk mogelijk. In eerste instantie komt er een globaal bodemonderzoek van de site. Op basis van dit onderzoek volgt er een definitieve uitspraak over de bodemverontreiniging en de eventuele risico’s die daaraan verbonden zijn. Een communicatiebureau zal de bewoners en de omwonenden te allen tijde correct informeren. In Turnhout is een eerste proefproject voor de integrale aanpak van een stadskern opgestart. In samenspraak met de Stad Turnhout heeft de OVAM in totaal 32 locaties geselecteerd die potentieel verontreinigd zijn. De gronden zullen in de loop van 2004 onderzocht worden. Op basis van deze onderzoeken zal de OVAM de eventuele risico’s evalueren en uitmaken of sanering al dan niet noodzakelijk is. Het woonzone project ging officieel van start op 24 oktober 2003, met de opening van een tentoonstelling in het stadhuis en de ondertekening van de samenwerkingsover-
45
eenkomst met de Stad Turnhout door de minister. Ook hier stelde de OVAM een communicatiebureau aan om de bewoners over iedere stap in het project te informeren. In 2004 zullen we vier andere projecten verder voorbereiden en nieuwe gesprekken aanknopen met andere steden en gemeenten.
Informatie geven Naast de uitvoerende taken die het Bodemsaneringsdecreet vastlegt, is informatievoorziening naar het publiek een heel belangrijke taak van de OVAM. Deze informatie omvat mondelinge adviezen, schriftelijke adviezen en infosessies. In 1996 zijn we gestart met een infolijn voor bodemattesten. Ook in 2003 werd deze infolijn druk gebruikt. Daarnaast komen nog steeds vele brieven binnen met vragen over de toepassing van het Bodemsaneringsdecreet. Ook krijgen we regelmatig vragen om mee te werken aan informatiesessies over het Bodemsaneringsdecreet. In de loop van dit jaar namen we deel aan talrijke sessies voor diverse doelgroepen: provincies, milieuadministraties, gemeentes, bedrijfsfederaties, en ook het brede publiek.
Ambtshalve bodemsanering van een woonwijk te Sint-Amands In 2003 hebben we verdere voorbereidingen getroffen voor de eigenlijke bodemsaneringswerken van de woonwijk Kouterwijk te Sint-Amands. Er waren diverse aanbestedingen voor de saneringswerken en begeleidende opdrachten. Zo werd een tijdelijke opslagplaats voor 90.000 ton propere aanvulgrond opgestart en werden een veiligheidscoördinator en een laboratorium voor het uitvoeren van analyses tijdens de bodemsaneringswerken aangesteld. De effectieve bodemsanering is voorzien voor het late voorjaar van 2004. Een belangrijk aspect in dit dossier is de communicatie met de bewoners. De OVAM brengt op dit vlak vernieuwing. Zo hebben wij, als proefproject, met alle bewoners een overeenkomst afgesloten voor een tegemoetkoming voor de heraanleg van de percelen na de ambtshalve bodemsanering. Daarnaast voert de Universiteit Gent een sociologische studie uit die peilt naar de impact en consequenties van de bodemsanering op de bewoners van de woonwijk en de directe betrokkenen.
DE NIEUWE REGELGEVING GRONDVERZET Sinds 1 januari 2004 is de nieuwe regelgeving grondverzet van kracht. Meer hierover lees je onder ‘Bedrijven’ op p. 25 Voor volgende informatie over onze taken op het vlak van bodemsanering, verwijzen we naar een andere passage van het jaarverslag: Het register verontreinigde gronden en de bodemattesten: deel Bedrijven, p. 18 Schadegevallen: deel Overheden, p. 54 Bodemonderzoeken: deel Bedrijven, p. 18 Bodemsaneringen: deel Bedrijven, p. 21 De nieuwe regelgeving grondverzet: deel Bedrijven, p. 25
46
De afvalberg doen slinken Huishoudelijk afval in cijfers…..p. 48 De totale hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen blijft al enkele jaren hetzelfde. Wel zamelen we met zijn allen meer selectief in. Het resultaat is dat er minder gestort en verbrand wordt.
Initiatieven in het kader van het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen…..p. 49 Eind 2002 keurde de Vlaamse regering het Uitvoeringsplan Huishoudelijke afvalstoffen goed. Voor een aantal acties in het kader van dit plan is de OVAM initiatiefnemer. In de loop van 2003 begonnen we met de uitvoering van een eerste reeks acties.
Preventie: eerste prioriteit…..p. 49 De OVAM richt zich met haar preventie-initiatieven voor de lokale overheid ook indirect tot de bevolking.
Oude en vervallen geneesmiddelen…..p. 49 Vanaf 2004 is er een aanvaardingsplicht voor oude en vervallen geneesmiddelen. Het bestaande systeem via apothekers wordt bijgeschaafd en in een milieubeleidsovereenkomst met de sector gegoten.
Afgedankte voertuigen…..p. 50 Al enkele jaren kan je met een afgedankt voertuig terecht bij de eindverkoper. Je voertuig moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Nieuw is dat de aanvaardingsplicht voor afgedankte voertuigen nu ook geldt wanneer je geen nieuwe aankoop doet.
Dierlijk afval bij je thuis: wat doe je ermee? …..p. 50 De OVAM krijgt vaak vragen van mensen met een overleden gezelschapsdier: waar ermee naartoe, mag ik mijn dier zelf begraven, kan mijn dier verbrand worden? We hebben nu een brochure die de mogelijkheden op een rij zet.
© Danni Elskens
HUISHOUDELIJK AFVAL IN CIJFERS Ieder jaar vragen we bij de gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden de gegevens op over de productie, inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De laatste jaren blijkt duidelijk dat er meer selectief ingezameld wordt en minder gestort en verbrand wordt. De totale hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen blijft al enkele jaren ongeveer hetzelfde. In 2002 werd van de huishoudelijke afvalstoffen 70 % selectief ingezameld en 30 % ingezameld om verbrand of gestort te worden. Bijgaande ďŹ guur geeft de samenstelling weer van de selectief ingezamelde afvalstoffen in 2002.
Samenstelling van selectief ingezamelde afvalstoffen 600
500
400
300
200
100
0 1991
1992
terminaal te verwijderen
1993
1994
selectief ingezameld
1995
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
totaal huishoudelijke afvalstoffen
Evolutie van de totale hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen, de selectief ingezamelde hoeveelheid en de terminaal te verwijderen hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen, uitgedrukt in kilogram per inwoner voor de periode 1991-2002.
48
INITIATIEVEN IN HET KADER VAN HET UITVOERINGSPLAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN Eind 2002 keurde de Vlaamse regering het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen goed. In de loop van 2003 startte de OVAM met de uitvoering van enkele belangrijke acties in het kader van dit plan. Zo wordt er gewerkt aan een duidelijke rol voor de provincies in het afvalverhaal. De OVAM wil een goed beeld krijgen van de afvalstromen en de evoluties op de voet volgen. We werkten daarvoor een automatisch bevragingssysteem uit over de ingezamelde hoeveelheden afval voor de gemeenten. Indicatoren voor preventie werden bijgestuurd, de milieuheffingen werden aangepast en we ontwikkelden een model om de energieprestatiemaat van huisvuilverbrandingsinstallaties te meten. Verder ging onze aandacht uit naar de problematiek van licht radioactieve bronnen in het huisvuil, de invulling van het principe ‘de vervuiler betaalt’, de erkenning van FOST Plus, de zwerfvuilproblematiek, preventie en hergebruik.
PREVENTIE: EERSTE PRIORITEIT De OVAM heeft in 2003 verschillende studiedagen en workshops georganiseerd voor gemeenten en provincies. Tijdens deze activiteiten kunnen de lokale besturen inspiratie opdoen om zelf preventie in te bouwen in hun afvalbeleid. Ook krijgen ze tips om burgers aan te zetten tot preventie. Meer hierover lees je onder ‘Overheden’ op p. 60.
OUDE EN VERVALLEN GENEESMIDDELEN Wie thuis oude of vervallen geneesmiddelen had liggen, kon die ook in 2003 kwijt bij zijn apotheker. De voorlopige overeenkomst hierover met apothekers, groothandelaars, verdelers, producenten en invoerders van geneesmiddelen liep al enkele jaren. In 2004 zal de OVAM opnieuw overleggen met de farmaceutische sector. Deze besprekingen moeten uitmonden in een nieuwe milieubeleidsovereenkomst. De aanvaardingsplicht voor oude en vervallen geneesmiddelen wordt immers in 2004 van kracht. De nieuwe milieubeleidsovereenkomst zal voortbouwen op het inzamelsysteem bij apothekers dat we nu kennen. Het systeem zal waar nodig worden
© Danni Elskens
bijgeschaafd en verbeterd.
49
AFGEDANKTE VOERTUIGEN Sinds 1999 al kan je een afgedankt voertuig gratis inleveren bij de eindverkoper wanneer je een nieuw voertuig aankoopt. Je moet hierbij wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Recent is aan deze regeling iets nieuws toegevoegd. Je kan nu ook een afgedankt voertuig inleveren zonder dat je een nieuw aanschaft. De bijkomende voorwaarden blijven daarbij gelden.
DIERLIJK AFVAL BIJ JE THUIS: WAT DOE JE ERMEE? DODE GEZELSCHAPSDIEREN De laatste jaren kreeg de OVAM steeds meer vragen van burgers over overleden gezelschapsdieren. Waar ermee naartoe, mag je ze zelf begraven, kan je ze laten ophalen? Vooral in steden zorgt dit wel eens voor problemen. De OVAM heeft in 2003 daarom een brochure gemaakt met een duidelijk overzicht van de mogelijkheden om dode huisdieren op een verantwoorde manier te begraven, te laten cremeren of te laten ophalen. Verder verstrekte de OVAM informatie over het vermijden van milieuhinder en het vrijwaren van de volksgezondheid. De brochure kan je raadplegen of bestellen op www.ovam.be.
BIJZONDERE TOELATINGEN VOOR DIERENTUINEN EN HOUDERS VAN ROOFVOGELS In het voorbije jaar leverden wij een 24-tal nieuwe toelatingen af voor het vervoederen van dierlijk afval aan dieren die niet voor menselijke consumptie worden gehouden. Dit zijn bijvoorbeeld dierentuinen die dierlijk afval voederen aan roofdieren. Het aantal toelatingen neemt jaarlijks toe. De controle op de stromen van dierlijk afval verloopt hierdoor steeds efficiënter en de traceerbaarheid van deze dierlijke afvalstoffen wordt sluitend. Bijzondere aandacht ging het afgelopen jaar naar de houders van roofvogels, via verenigingen en federaties. Bij het uitschrijven van de toelatingen legt de OVAM een aantal voorwaarden op die een veilig gebruik van dierlijk afval garanderen. De milieuhinder door dierlijk afval wordt zo tot een minimum beperkt. Voor volgende informatie over onze taken op het vlak van afvalbeleid, verwijzen we naar een andere passage van het jaarverslag:
© Istock
Preventie, eerste prioriteit: deel Overheden, p. 60 Afval in het planningsproces, deel Overheden, p. 65
© Istock
50
51
© Danni Elskens
© Edgard Goedleven
Overheden
© Danni Elskens
52
Zowel op internationaal, nationaal, gewestelijk als lokaal niveau is er samenwerking tussen de verschillende overheden die een rol hebben in de bodem- en de afvalproblematiek. De overheden op deze verschillende niveaus zijn dan ook een belangrijke partner voor de OVAM. Naar de bovenliggende beleidsniveaus (internationaal en nationaal) gaat het vooral om overleg, dialoog en afstemming van beleid en onderzoek. Naar de lokale bestuursniveaus, is de rol van de OVAM dubbel. Enerzijds treden we ondersteunend en sturend op. Zo biedt de OVAM de lokale besturen verschillende subsidiemogelijkheden aan. Anderzijds is er een actieve samenwerking tussen de OVAM en de lokale overheden, bijvoorbeeld op het vlak van handhaving en controle.
De bodemverontreiniging aanpakken Schadegevallen…..p. 54 Als zich een bodemverontreiniging voordoet, moeten de bepalingen van het Bodemsaneringsdecreet gevolgd worden. Vaak komen er echter acute bodemverontreinigingen voor. Hierbij is het van belang snel en efficiënt op te treden. Het afgelopen jaar heeft de cel schadegevallen 246 nieuwe meldingen van vaststellingen van schadegevallen en bodemverontreiniging behandeld.
Saneringswerken La Floridienne gestart…..p. 55 In het najaar zijn de saneringswerken op de site van La Floridienne in Gent gestart. Hiervoor werd tussen het Vlaamse Gewest en de Stad Gent een overeenkomst afgesloten voor een prefinanciering van de sanering.
Ondersteuning van het beleid…..p. 55 De OVAM ondersteunt het bodembeleid in Vlaanderen. Zo werkten wij een voorstel tot wijziging van het Bodemsaneringsdecreet uit en leveren wij ook de erkenningen van de bodemsaneringsdeskundigen af. Verder speelt de OVAM een belangrijke rol bij de technisch-wetenschappelijke onderbouwing van het Vlaamse bodembeleid.
Internationale samenwerking…..p. 57 Onze aanpak van bodemsanering vindt weerklank in het buitenland. De samenwerking en afstemming met Nederland wordt verder gezet. Verder is de OVAM actief lid van verschillende Europese netwerken en werkt ze volop mee aan de uitbouw van een strategie voor bodembeheer in Europa.
53
© Danni Elskens
© Istock
SCHADEGEVALLEN Als zich een bodemverontreiniging voordoet, moeten de bepalingen van het Bodemsaneringsdecreet gevolgd worden. Vaak komen er echter acute bodemverontreinigingen voor. Hierbij is het van belang snel en efficiënt op te treden. De gemeenten melden schadegevallen aan de OVAM. Het afgelopen jaar heeft de cel schadegevallen 246 nieuwe meldingen van vaststellingen van schadegevallen en bodemverontreiniging behandeld. 92 meldingen werden omgezet in een oriënterend of beschrijvend bodemonderzoek. Als een bodemverontreiniging wordt vastgesteld, wijst de OVAM de saneringsplichtige op de bepalingen van het Bodemsaneringsdecreet. Als de saneringsplichtige zijn verplichtingen niet naleeft, wordt hij in gebreke gesteld. Bij verder in gebreke blijven wordt het dossier aan het parket overgemaakt voor een verdere opvolging van het strafdossier. In 2003 hebben we dertien dergelijke dossiers aan het parket overgemaakt. Om een schadegeval te melden, kan je het aangepaste formulier ‘Vaststelling schadegevallen en bodemverontreiniging’ gebruiken. Indien op dit meldingsformulier te weinig informatie staat, kan de OVAM een deskundige ter plaatse te sturen voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek. Het voorbije jaar werden door de OVAM elf dergelijke gunningen gegeven. Op basis van de beschikbare gegevens heeft de OVAM in 2003 143 dossiers van vaststellingen van schadegevallen en bodemverontreiniging afgesloten. Bij een bodemverontreiniging waarbij de bron niet éénduidig kan worden vastgesteld, bestaat ook de mogelijkheid om, in opdracht van de OVAM, een bronbepaling te laten uitvoeren. In 2003 gebeurde dit zeven maal.
Gemeenten sluiten overeenkomst af met erkende bodemsaneringsdeskundigen In het jaar 2003 konden gemeenten nog steeds intekenen op de samenwerkingsovereenkomst 2002-2007. In deze overeenkomst wordt bij de cluster Hinder de mogelijkheid gegeven om een bijkomende bepaling te ondertekenen. Dit houdt in dat de gemeentes een overeenkomst afsluiten met een erkende bodemsaneringsdeskundige voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek indien zich een schadegeval voordoet. Via de samenwerkingsovereenkomst kunnen de kosten voor het plaatsbezoek van de deskundige van de OVAM teruggevorderd worden. Het afgelopen jaar hebben 179 gemeenten de cluster Hinder niveau 1 en 2 ondertekend. Dit is een stijging ten opzicht van het jaar 2002 waar 136 gemeenten hadden ingetekend. Van de 179 gemeenten hebben 56 gemeenten de bijkomende bepaling voor acute bodemverontreiniging ondertekend. Dit is een stijging met 47% ten opzichte van het jaar 2002.
54
© Danni Elskens
SANERINGSWERKEN LA FLORIDIENNE GESTART
het grondgebied van de Stad Gent in een
© OVAM
Het terrein van La Floridienne is gelegen op industriegebied in aanbouw. Het bedrijf La Floridienne produceerde tussen 1931 en 1960 anorganische metaalverbindingen en liet na sluiting diverse afvalstoffen en een zwaar verontreinigde bodem achter. Na de siteverklaring door de Vlaamse regering in 2001 werd tussen het Vlaamse gewest en Gent op 10 december 2002 een overeenkomst afgesloten voor de prefinanciering van de saneringswerken voor een maximum bedrag van 8,25 miljoen euro, dit is 60 % van het geraamde bedrag van de werken. De saneringswerken, die het najaar van 2003 gestart zijn, zullen één jaar duren en leveren een belangrijke bijdrage bij de uitbouw van het Kluizendok. De belangrijkste saneringstechnieken die worden toegepast zijn: - immobilisatie van het gevaarlijke afval; - berging van het geïmmobiliseerde afval en het verontreinigde materiaal binnen een dubbel geïsoleerde site; - aanbrengen van verticale en horizontale schermen; - afdekken van de site; - zuiveren van het verontreinigde grondwater.
ONDERSTEUNING VAN HET BELEID WIJZIGING BODEMSANERINGSDECREET In het kader van het Strategisch Project Bodemsanering hebben we in 2003 de wijziging van het Bodemsaneringsdecreet verder voorbereid. Op basis van de vroeger besproken knelpuntennota kwam er een volledig uitgewerkt tekstvoorstel. Diverse actoren konden opmerkingen en suggesties geven, die verwerkt werden in een nieuw tekstvoorstel. Dit voorstel was in 2003 klaar. De parlementaire besprekingen zijn voorzien voor begin 2004. In functie van de wijzigingen aan het decreet, zullen we ook de wijzigingen aan het VLAREBO voorbereiden.
ERKENNING VAN DE BODEMSANERINGSDESKUNDIGEN Het Bodemsaneringsdecreet stelt dat alle bodemonderzoeken en bodemsaneringsprojecten en ook de opvolging van de bodemsaneringswerken moeten gebeuren door of onder toezicht van een erkende bodemsaneringsdeskundige. Een erkenning als bodemsaneringsdeskundige wordt verleend voor maximaal 5 jaar. Eind 2003 waren er in totaal 86 erkende bodemsaneringsdeskundigen. In de loop van het jaar 2003 verleende de OVAM zeven nieuwe erkenningen. Zeven bestaande erkenningen werden vernieuwd, zes bestaande erkenningen opgeheven en één erkende bodemsaneringsdeskundige werd voor een periode van één maand geschorst.
55
Gegevensuitwisseling rond gemeentelijke inventaris prioriteit In 2004 zal de OVAM veel aandacht besteden aan de uitwisseling van gegevens rond de gemeentelijke inventaris van potentieel verontreinigde gronden. Het Bodemsaneringsdecreet verplicht de gemeenten een dergelijke inventaris op te maken. De OVAM wil ervoor zorgen dat de afstemming van de OVAM databanken met de gemeentelijke inventaris efficiënt kan verlopen, op een manier die de gemeenten een minimum aan inspanning vraagt. Momenteel loopt een test om de gegevens op een gestandaardiseerde en geïnformatiseerde manier uit te wisselen.
TECHNISCH-WETENSCHAPPELIJKE BELEIDSONDERSTEUNING De technisch-wetenschappelijke ondersteuning van het beleid omvat enerzijds normering en risico-evaluatie en anderzijds evaluatie van de Best Beschikbare Technieken voor bodemsanering. Voor het opstellen van wetenschappelijk onderbouwde bodemsaneringsnormen doen we een beroep op de VITO die voor sommige aspecten samenwerkt met universitaire onderzoeksgroepen. In 2003 werden bodemsaneringsnormen opgesteld voor trimethylbenzenen, PCB’s, dioxines, chloorfenolen. Voor de bestrijdingsmiddelen werkten we een systematiek uit om de meest prioritaire stoffen aan te duiden waarvoor bodemsaneringsnormen moeten opgesteld worden. Daarnaast kwamen er ook bodemsaneringsnormen voor asbest in bodem en richtlijnen voor bodemonderzoek en risicoanalyse van asbest in bodem. Samen met andere milieuadministraties werkte de OVAM mee aan een gemeenschappelijke basis voor eenvormige milieukwaliteitsnormen voor de compartimenten bodem, water en lucht. Met het Waalse en het Brusselse © Istock
Hoofdstedelijk Gewest voerde de OVAM in 2003 besprekingen om de bodemsaneringsnormen te harmoniseren. In 2003 hebben we ook een aantal meettechnieken geëvalueerd.
BODEM IN HET VLAAMSE MILIEUBELEIDSPLAN 2003-2007 De Vlaamse regering stelde op 19 september 2003 het Vlaams Milieubeleidsplan 2003-2007 definitief vast. Omdat pas de volgende Vlaamse regering dit plan grotendeels zal uitvoeren, moet het opgevat worden als een intentieverklaring van de huidige Vlaamse regering. De milieujaarprogramma’s zullen een belangrijker rol krijgen omdat ze de begrotingscyclus volgen. Zo laten ze toe om jaarlijks, in functie van de beschikbare middelen, de meest efficiënte en effectieve weg te kiezen om de doelstellingen van het milieubeleidsplan te bereiken. Zoals voor de andere thema’s binnen het Milieubeleidsplan, staan ook in het thema ‘Verontreiniging en aantasting van de bodem’ milieudoelstellingen centraal. Dit thema is opgebouwd rond drie bedreigingen van de bodem: verontreiniging van de bodem, verontreiniging van de waterbodem en bodemaantasting. Als lange termijn doelstellingen werd voor bodemverontreiniging vooropgesteld dat de sanering van de urgente historische bodemverontreinigingen vóór 2021 is aangevat en dat alle historische bodemverontreinigingen die een ernstige bedreiging vormen, gesaneerd worden vóór 2036. Twee plandoelstellingen moeten uitvoering geven aan deze lange termijn doelstelling. Per plandoelstelling is een indicator bepaald die de voortgang van de realisatie van de plandoelstelling gedurende de planperiode moet weergeven.
56
Wat zegt het Vlaamse milieubeleidsplan 2003-2007 over bodemverontreiniging en bodemsanering? Bodemverontreiniging is een probleem van grote omvang, dat een zware budgettaire impact heeft en kan leiden tot het stilvallen van ruimtelijke en economische ontwikkelingen op de verontreinigde gronden. Daarom is enerzijds een verbetering van het milieurendement en van het maatschappelijke rendement en anderzijds een verbreding van het draagvlak van de bodemsaneringsoperatie noodzakelijk om de doelstellingen te halen. Vlaanderen kiest voor een maximale integratie van de bodemsanering in andere maatschappelijke activiteiten en dynamiek. Verbetering van de slagvaardigheid van de overheid. Enerzijds moet het rendement van de ambtshalve sanering omhoog, anderzijds moet de marktdynamiek gestimuleerd worden en de externe integratie verder uitgebouwd. Afstemming van de sanering van historische verontreiniging op het gewenste gebruik van de grond. Bij functiegericht en kosteneffectief saneren wordt niet alleen rekening gehouden met het beperken van de risico’s, maar ook met het rendement. Prioritair is het versnellen van de ambtshalve bodemsanering, en de geplande samenloop van ontwikkelingsactiviteiten of de zogenaamde geïntegreerde aanpak van industrieterreinen en woonzones. Het project Bodemsanering van het milieubeleidsplan vult deze strategie in.
INTERNATIONALE SAMENWERKING SAMENWERKING MET NEDERLAND Nederland heeft al een jarenlange ervaring met bodemsanering. In Vlaanderen zijn we nog niet zo lang bezig, maar we hebben met veel beperktere middelen toch al wat gerealiseerd. Internationaal worden we dan ook als volwaardige gesprekspartner beschouwd. In 2003 werd de samenwerking met Nederland verder uitgediept. Actief Bodembeheer De Kempen is een Nederlands overlegplatform om een oplossing uit te werken voor de diffuse, grootschalige verontreiniging met zware metalen in Nederlands Limburg en Noord-Brabant. In 2003 werkten we samen om de intentieverklaring - ondertekend in 2002 door de Vlaamse minister van Leefmilieu en de Nederlandse staatssecretaris bevoegd voor Leefmilieu - inhoudelijk in te vullen. Omdat het om een complexe taak gaat, bereiden we samen een projectvoorstel voor dat ingediend zal worden bij Interreg voor cofinanciering. Verder is er ook het Overleg Lage Landen, opgestart door de SBNS (Stichting Bodemsanering Nederlandse Spoorwegen) en de uitwisseling van onderzoeksresultaten tussen het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), de OVAM en de VITO.
57
HET EUROPESE BODEMVERHAAL Europese netwerken Ook internationaal zijn we zeer actief rond bodemverontreiniging. Dat blijkt onder meer uit onze deelname aan Europese netwerken zoals het Common Forum on Contaminated Land, een netwerk van administraties uit diverse Europese lidstaten rond bodemverontreiniging en -sanering. In 2003 werden nieuwe vergaderingen van het Common Forum georganiseerd in Cyprus. Daar werd aandacht besteed aan de ontwerpteksten van de Europese Commissie rond een komende Grondwaterrichtlijn en rond de uitwerking van de strategie rond bodem. Vertegenwoordigers van de Europese Commissie werden uitgenodigd op de vergadering. Zij aanvaardden het Common Forum als een groep experten met wie ze verder contacten willen uitbouwen om een constructieve discussie te voeren. De OVAM heeft deze dossiers van zeer nabij opgevolgd en heeft diverse voorstellen gedaan om de ontwerpteksten meer af te stemmen op de praktijkervaringen.
ConSoil 2003: Vlaamse bodemsaneringswereld plaatst zich in de kijker Van 12 tot 16 mei vond in Gent de achtste editie van ConSoil plaats. ConSoil is het grootste congres in Europa op het vlak van bodemsanering. De OVAM en de VITO engageerden zich in de praktische en inhoudelijke organisatie en ook de Ondernemingsvereniging Bodemsaneerders (OVB) en de Vereniging Erkende Bodemsaneringsdeskundigen (VEB) zetten hun middelen in om het congres een extra Vlaams accent te geven. De bedoeling was aan sanerend Europa laten zien dat Vlaanderen wat te bieden heeft. Meer dan 1.000 mensen van ongeveer 35 landen waren aanwezig. Vooral de Vlaanderen-sessie waar de vier partners een daverende show ten beste gaven over bodemsanering in Vlaanderen, was een hoogtepunt op het congres. Vroeger was het congres vooral gericht op (wetenschappelijke) bijdragen rond nieuwe sanerings- en onderzoekstechnieken. Dit jaar werden voor het eerst diverse voordrachten en sessies georganiseerd rond het beheer van complexe problemen, waardoor het congres dichter bij de praktijk kwam. Enkele klemtonen: - Risicobeheer is uitermate belangrijk. Een aantal locaties is immers zodanig grootschalig dat een actieve bodemsanering tot natuurlijke concentraties zelfs op zeer lange termijn niet haalbaar is. - De bodem is een maatschappelijk gegeven. Hierbij werd nadrukkelijk de link gelegd tussen bodembeheer en ruimtelijke ordening. - De bodem maakt deel uit van een integraal systeem, dat ook grondwater en oppervlaktewater bevat, waarbij de diverse compartimenten elkaar kunnen beïnvloeden. - Er is nood aan financiële instrumenten om enkele ernstige problemen aan te kunnen pakken. - Een goede communicatie maakt alle partijen (eigenaars, bewoners, overheid,…) betrokken. Zonder betrokkenheid is er geen engagement en geen beleid. De Europese Commissie gebruikte het congres als trefpunt voor actoren uit de diverse landen om een werkgroep te organiseren. Het doel is binnen een jaar een nota op te stellen rond een mogelijke gemeenschappelijke strategie voor bodemverontreiniging.
58
© OVAM
Strategie voor Europees bodembeleid in de maak In 2002 gaf het Europees Parlement de opdracht aan de Europese Commissie om een strategie uit te werken voor een Europees bodembeleid. Hierbij werd in eerste instantie de nadruk gelegd op erosie, verlies aan organisch materiaal en bodemverontreiniging. Ook de OVAM werd uitgenodigd om deel te nemen aan de werkgroepen. Aan de OVAM werd gevraagd het voorzitterschap op te nemen van werkgroep ‘verontreinigde gronden’. Het werkschema voor de werkgroepen is zeer strak, aangezien de strategie klaar moet zijn tegen midden 2004. In 2003 werd ook JOINT goedgekeurd. Dit is een Europees project ter begeleiding van de Europese onderzoeksprogrammatie, waarin gepoogd wordt resultaten van het Vijfde onderzoeksprogramma te evalueren en behoeften en richtlijnen voor het Zesde programma te definiëren. Ook hieraan nemen we actief deel. Voor een deel van de informatie over onze taken op het vlak van bodemsanering, verwijzen we naar een andere passage van het jaarverslag. Register verontreinigde gronden en bodemattesten: deel Bedrijven, p. 18 en deel Burgers, p. 45 De herontwikkeling van brownfields: deel Bedrijven, p. 23 De nieuwe regelgeving grondverzet: deel Bedrijven, p. 25 Woonzones: deel Burgers, p. 45
De afvalberg doen slinken © Danni Elskens
Preventie: eerste prioriteit…..p. 60 In het kader van het Strategisch Project Afvalpreventie organiseerde de OVAM activiteiten op het vlak van preventie voor lokale overheden. Vanaf eind januari 2004 treedt een nieuw subsidiebesluit in werking.
Samenwerkingsovereenkomsten met lokale besturen…..p. 62 De OVAM coördineert en evalueert de cluster Vaste Stoffen en de bijkomende bepalingen van de cluster Hinder van de samenwerkingsovereenkomst.
Analyses en erkenningen…..p. 62 Erkenningen zijn een belangrijk instrument in de Vlaamse milieuregelgeving. Via overleg wil de OVAM komen tot een visie op dit instrument en tot een geïntegreerde procedure voor erkenning van laboratoria en erkenning van deskundigen.
59
Selectief ingezamelde stromen…..p. 62 De OVAM controleert of de nieuwe regeling voor afgedankte voertuigen naar behoren wordt nageleefd. In 2003 maakten we werk van afstemming met de controle in andere gewesten. De OVAM overlegt met de sectoren over een milieubeleidsovereenkomst voor ‘afgewerkte olie’. Ze werkte ook de nieuwe regelgeving voor scheepsafvalstoffen uit, die in 2003 van kracht werd.
Dierlijk afval…..p. 64 Vlaanderen tekende, samen met de andere gewesten, een protocol met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. In het kader van het Twinning-project met Hongarije bracht een OVAM-team een bezoek aan Hongarije. De OVAM werkt ook aan de omzetting van een Europese Verordening op het vlak van dierlijk afval naar de Vlaamse wetgeving.
Afval in het planningsproces…..p. 65 In 2003 besteedden we aandacht aan diverse planprocessen. Zo kwam er een Uitvoeringsplan Hoogcalorisch Afval en een Uitvoeringsplan Houtafval. Ook voor bagger- en ruimingsspecie is een ontwerp uitvoeringsplan uitgeschreven. De OVAM verleende verder haar medewerking aan het thema ‘Verontreiniging door afvalstoffen’ in het Vlaamse milieubeleidsplan 2003-2007.
De OVAM in het internationale afvalverhaal…..p. 67 Een thematische aanpak van afvalpreventie en recyclage is één van de bouwstenen van het Zesde Europese Milieuactieprogramma. De OVAM werkt mee aan de uitbouw van een gedegen aanpak binnen Europa en levert een actieve bijdrage aan de totstandkoming van de Europese regelgeving. Nochtans mag de internationalisering van de markt niet ten koste gaan van het al gerealiseerde afvalstoffenbeleid in Vlaanderen. De uitdaging is het huidige kwaliteitsniveau van het Vlaamse afvalstoffenbeleid te behouden op Europees niveau.
PREVENTIE: EERSTE PRIORITEIT STUDIEDAGEN EN INFOSESSIES In het kader van het Strategisch Project Afvalpreventie organiseerde de OVAM een studiedag, infosessies en twee workshops voor de lokale overheden.
Studiedag Interne milieuzorg - 17 juni 2003 Meer dan 70% van de Vlaamse gemeenten tekenden de samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’. Eén van de actiepunten binnen deze overeenkomst is ‘interne milieuzorg’. Om lokale besturen duidelijk te maken wat precies van hen verwacht wordt en hoe ze de interne milieuzorg concreet kunnen aanpakken, organiseerde de OVAM in samenwerking met het Centraal Aanspreekpunt Lokale Overheden een studiedag over het onderwerp. Het dossier van de studiedag groeide uit tot een waar handboek met meer dan honderd pagina’s over het implementeren en communiceren van interne milieuzorg.
Infosessies ‘verven en vernissen’ in samenwerking met de Vlaamse provincies Van de gemeenten die intekenden op de cluster Vaste Stoffen van de samenwerkingsovereenkomst worden extra inspanningen op het vlak van milieuvriendelijk productgebruik gevraagd. De OVAM stelde hiertoe pro-
60
ductinformatiefiches op die algemene productinformatie, keuzecriteria, voorbeelden en richtlijnen voor een overheidsbestek bevatten. In 2002 werd dit gedaan voor kantoorartikelen, catering en schoonmaakmiddelen; in 2003 werd de reeks afgesloten met de fiche verven en vernissen. Deze fiche werd tijdens de maanden juni en september op infosessies in de vijf Vlaamse provincies aan de lokale besturen voorgesteld.
Workshops preventie De OVAM organiseerde in de loop van 2003 twee workshops over ‘instrumenten’ die de lokale besturen kunnen gebruiken om hun afvalpreventiebeleid kracht bij te zetten: - ‘Modelreglementen als instrument voor afvalpreventie’ besprak een aantal modelreglementen die lokale besturen vaak gebruiken. Daarnaast werd onderzocht welke lacunes er nog zijn en werd dieper ingegaan op de juridische onderbouw en de handhaving van het modelreglement. - ‘Vrijwilligerswerking als instrument voor milieubewust en afvalarm gedrag’ onderzocht welke mogelijkheden intermediaire organisaties hebben om met behulp van vrijwilligers burgers aan te zetten tot afvalpreventie. Voor meer info over al deze studiedagen, workshops en infosessies, kan je de website van de OVAM (www.ovam.be) raadplegen.
HET NIEUWE SUBSIDIEBESLUIT IN WERKING De Vlaamse regering keurde op 29 maart 2002 een subsidiebesluit voor lokale besturen goed. Na één jaar werken drong zich een aanpassing op, noodzakelijk voor een optimale ondersteuning van de preventie en de selectieve inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Op 23 januari 2004 werd het subsidiebesluit definitief goedgekeurd. Dit besluit omvat nieuwe items zoals drankautomaten voor herbruikbare drankverpakkingen en investeringen in het kader van preventieprojecten. Vanaf 2004 kunnen ook de provincies subsidies krijgen voor initiatieven die ze nemen ter ondersteuning van het huishoudelijk afvalbeleid van de gemeenten.
Subsidies voor preventie, de moeite waard In totaal kon de OVAM voor 1.059.000 euro aan subsidies verlenen voor preventie-initiatieven en 10.763.000 euro voor initiatieven op het vlak van selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. In totaal werd voor 1.056.630 euro aan subsidies verleend ter ondersteuning van het afvalpreventiebeleid van lokale besturen. Daarmee werden 185.000 herbruikbare bekers, 11.500 herbruikbare drinkbussen, 6.000 brooddozen, 2.500 koekendozen, 31.200 herbruikbare winkeltassen, 10.775 herbruikbare luiers, 847 drinkwaterfonteinen, 350 educatieve koffers, 25.342 compostvaten, 4.167 compostbakken en 2.250 wormenbakken gesubsidieerd. Op het vlak van selectieve inzameling en verwerking werden drie composteringsinstallaties heringericht en uitgebreid, 13 containerparken verder uitgerust met perscontainers en KGA-kluizen, vijf containerparken volledig nieuw gebouwd of uitgebreid zonder diftarsysteem en 39 containerparken met diftarsysteem. Ten slotte subsidieerde de Vlaamse overheid de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden Ibogem en Interleuven voor de invoering van diftarsystemen voor de huis aan huis ophaling van huisvuil en GFT-afval. Via bijzondere kredieten (FFEU) voor een bedrag van 3.313.910 euro werd de invoering van diftarsystemen voor de huis aan huis ophaling van huisvuil en GFT-afval in de regio IOK gesubsidieerd.
61
SAMENWERKINGSOVEREENKOMSTEN MET LOKALE BESTUREN De OVAM coördineert en evalueert de cluster Vaste Stoffen en de bijkomende bepalingen van de cluster Hinder van de samenwerkingsovereenkomst. Ter ondersteuning van de gemeenten organiseerden we in het najaar provinciale infosessies over de bijkomende bepalingen van de cluster Hinder en over brownfields. Sinds 2003 werd immers een nieuwe financiële ondersteuning gekoppeld aan de samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling van brownfields.
ANALYSES EN ERKENNINGEN Samen met de VITO organiseerde de OVAM in 2003 twee contactnamiddagen voor de erkende laboratoria bodem en afvalstoffen. Op de infonamiddag over validatie situeerden we de validatie in een ruim kader: onderbouwend onderzoek, wettelijke bepalingen, compendium, specifiek VITO-onderzoek en Beltest. Tijdens de tweede contactnamiddag lichtten we de belangrijkste wijzigingen in het Vlarea toe voor de erkenning in het kader van het Afvalstoffen- en Bodemsaneringsdecreet. © Danni Elskens
De OVAM participeerde aan audits van milieulaboratoria in het kader van de Beltest-accreditatie en voor de erkenningen in het kader van het Afvalstoffendecreet. Daarnaast is er ook het subproject ‘Erkenningen’. Dit heeft als doel een geïntegreerde decretale en uitvoeringsregelgeving op te stellen voor de erkenningen die in de Vlaamse milieuregelgeving voorkomen. Het is de bedoeling om te komen tot een globale visie op het instrument ‘erkenningen’ en tot een geïntegreerde procedure voor erkenning van labora‘Aflijning parameterpakketten’ en heeft een voorstel voor een nieuwe indeling van de parameterpakketten opgesteld.
SELECTIEF INGEZAMELDE STROMEN SAMENWERKING VOOR DE CONTROLE OP REGELGEVING AFGEDANKTE VOERTUIGEN Sinds 2000 is in uitvoering van de Europese richtlijn en de milieubeleidsovereenkomst een vernieuwde regelgeving voor afgedankte voertuigen van kracht in Vlaanderen. In 2003 verliepen de controles, waarvan de frequentie al sinds 2001 was opgevoerd, voor een stuk in samenwerking met de lokale politiediensten en met AMINAL-afdeling Milieu-inspectie.
62
© Istock
toria en erkenning van deskundigen. De OVAM trok de subwerkgroep
In 2003 namen de drie gewesten de nodige stappen om de verschillende wetgevingen beter op elkaar af te stemmen. Ook wat betreft handhaving staan de gewesten nu meer op één lijn. Meer over deze regelgeving vind je onder ‘Bedrijven’ op p. 36.
DE AANVAARDINGSPLICHT VOOR AFGEWERKTE OLIE CONCREET MAKEN In 2003 voerde de OVAM besprekingen met het Brusselse Hoofdstedelijk en het Waalse Gewest om te komen tot een zo uniform mogelijke regelgeving rond de aanvaardingsplicht voor afgewerkte olie. Er werd beslist om te streven naar een gelijkvormige milieubeleidsovereenkomst voor de drie gewesten. Er ligt een voorstel op de onderhandelingstafel, dat in 2004 met alle betrokken partijen verder zal uitgewerkt worden.
EEN NIEUWE WETGEVING VOOR SCHEEPSAFVALSTOFFEN In 2003 werd de implementatie van de Europese richtlijn betreffende havenontvangstinstallaties voor scheepsafval en ladingresiduen in de Vlaamse wetgeving afgerond. Dit gebeurde door de goedkeuring van het Vlarea op 14 maart 2003. Deze nieuwe regelgeving heeft als doel lozingen op zee van scheepsafval te doen verminderen door de beschikbaarheid en het gebruik van ontvangstvoorzieningen in de havens te verbeteren.
Krachtlijnen van de nieuwe wetgeving scheepsafvalstoffen - Afvalbeheersplan. Iedere haven moet een afvalbeheersplan opstellen, waarin ze aangeeft op welke manier de scheepsafvalstoffen worden ingezameld en verwerkt. - Ontvangstvoorzieningen in de haven. Elke haven moet er voor zorgen dat er adequate ontvangstvoorzieningen zijn voor de schepen die de haven gewoonlijk aandoen. - Meldingsplicht. Elk zeeschip dat in een Vlaamse haven aanloopt, moet de havenautoriteit melden hoeveel en welke soorten afvalstoffen er aan boord zijn, en hoeveel het daarvan wenst af te geven in de haven. - Afgifteplicht. Alle schepen die een Vlaamse haven aandoen, moeten verplicht hun scheepsafval afgeven, behalve als ze over voldoende opslagcapaciteit aan boord beschikken om een volgende haven te kunnen aandoen. - Bijdrage. Het gebruik van de ontvangstvoorzieningen in de haven, met inbegrip van de verwerking van de afvalstoffen, wordt bekostigd met bijdragen van schepen. De hoogte van de bijdrage moet transparant zijn en mag niet discriminerend zijn. De vier grote Vlaamse zeehavens hebben, in samenwerking met de OVAM, afvalbeheersplannen opgesteld. Deze plannen werden door de minister van Leefmilieu, in samenspraak met de minister van Mobiliteit, op 24 juni 2003 goedgekeurd. Ook werkte Vlaanderen een financieringssysteem uit. Dit systeem verplicht aanlopende zeeschepen een bijkomende bijdrage te betalen, die varieert naargelang het scheepstype, de tonnenmaat van het schip en de verwachte afvalproductie. Wanneer het schip nadien kan aantonen dat het zijn afvalstoffen heeft afgegeven aan een erkend ophaler of vergund verwerker, krijgt het de bijdrage terug.
63
UITVOER VAN AEEA STRIKTER GECONTROLEERD De Europese Verordening 2037/2000 verbiedt de export van CFK’s en CFK-houdende apparatuur uit Europa. Voor de toepassing van dit verbod maakte de OVAM afspraken met de andere gewesten en met de douane. Dit maakte strengere controles op de uitvoer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) mogelijk. Deze controles werden uitgevoerd in een intensief samenwerkingsverband tussen de OVAM, de scheepvaartpolitie van Antwerpen en de douane. Voor buitenlandse overtreders trad de OVAM ook in dialoog met de bevoegde instanties.
HANDHAVING AANVAARDINGSPLICHTEN De OVAM is sinds oktober 2001 gestart met controle op de naleving van de aanvaardingsplichten, voornamelijk met betrekking tot afvalbanden, accu’s, voertuigwrakken, AEEA en papierafval. De OVAM heeft in 2003 de handhavers in de andere gewesten gecontacteerd om de handhaving in de andere gewesten te initiëren en tot een uniforme handhaving te komen op basis van de ervaring van de OVAM. Dit heeft geleid tot een goede samenwerking met de collega’s van het Brussels Instituut voor Milieubeheer.
DIERLIJK AFVAL PROTOCOL OVAM - FEDERAAL AGENTSCHAP VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN Om dierlijk afval te kunnen traceren en de veiligheid van de voedselketen te kunnen garanderen, ondertekenden het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, het Office Wallon des Déchets, het Brussels Instituut voor Milieubeheer en de OVAM een protocol. De overeenkomst gaat in de eerste plaats over het dierlijk afval dat vrijkomt in slachthuizen en slagerijen. Geïnspireerd door deze overeenkomst voerde de OVAM in 2003 een aantal controles uit in samenwerking met de verschillende bevoegde overheidsdiensten.
TWINNING HONGARIJE In het kader van het Twinning-project over het afvalstoffenbeleid tussen Hongarije en Vlaanderen, bracht een OVAM-team een meerdaags bezoek aan Hongarije. De OVAM gaf er een voorstelling van de ophaling en de verwerking van dierlijk afval in Vlaanderen en vergeleek de toestand in Vlaanderen met de situatie ter plaatse. Ondanks de opmerkelijke verschillen in de praktijk, stelden we opvallende gelijkenissen vast voor wat betreft de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende overheidsdiensten. Uit haar ervaring met het protocol OVAMFAVV was de OVAM in staat om haar expertise aan te bieden in deze ingewikkelde materie. Verder leverden we een krachtdadige bijdrage op wetgevingstechnisch vlak. We formuleerden ook een aantal praktische aanbevelingen om de traceerbaarheid, de ophaling en de verwerking van dierlijk afval te optimaliseren.
64
© Danni Elskens
BELGIË MOET EUROPESE VERORDENING OMZETTEN In 2003 werd de Europese verordening tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten van kracht. Cruciaal is de veilige en definitieve verwijdering van risicovolle dierlijke materialen uit de voedselketen. Om hierop te anticiperen werd onder leiding van het FAVV een werkgroep opgericht om de verordening in kaart te brengen en zo de grootste wijzigingen aan het bestaande beleid op te vangen. Deze samenwerking leverde een duidelijke analyse op van de inhoud van deze omvangrijke Europese verordening. De bevoegdheidsverdeling in België werd zo goed mogelijk gekoppeld aan de bepalingen uit de verordening. Zo werd voor elke bevoegde overheidsinstantie duidelijk welke aanpassingen primordiaal waren om te voldoen aan de nieuwe Europese wetgeving.
AFVAL IN HET PLANNINGSPROCES UITVOERINGSPLAN HOOGCALORISCH AFVAL GOEDGEKEURD De problemen rond verwerking van hoogcalorisch afval stellen zich in Vlaanderen scherp. Dit heeft verschillende oorzaken: het verbod op storten van brandbaar afval, het gebrek aan voldoende verbrandingscapaciteit, de dringende behoefte om meer gebruik te maken van de Beste Beschikbare Technieken en ten slotte de groeiende vraag om afval als energiebron beter te waarderen. © Istock
Het Uitvoeringsplan Hoogcalorische Afvalstoffen wil hoogcalorische afvalstromen volgens de Beste Beschikbare Technologie laten verwerken, met maximale energiewinning - met vervanging van fossiele brandstoffen en met minimale emissies naar lucht, water en bodem. Deze aanpak vormt het kader voor het beleid gedurende de volgende jaren. Het ontwerpplan ging op 11 augustus 2003 in openbaar onderzoek. Tot 10 oktober 2003 konden geïnteresseerden hun opmerkingen en bezwaren aan de OVAM bezorgen. De OVAM verwerkte deze bezwaren en de adviezen van SERV en MiNa-raad in het plan. Op 19 december 2003 keurde de Vlaamse regering het uitvoeringsplan goed. Het Uitvoeringsplan Hoogcalorisch Afval maakt een inventaris op van de hoeveelheden hoogcalorisch afval. Deze geeft een indicatie van invulling van behoeften waarop de Vlaamse industrie zich kan afstemmen. De strategie gaat ervan uit dat het stortverbod voor HCA effectief toepassing vindt. Nieuwe installaties moeten voldoen aan een Vlaamse energieprestatiemaat van vervanging van minstens 45 % fossiele brandstoffen. Bij een hogere energieprestatiemaat kunnen installaties genieten van ecologische investeringssteun, en ook van andere overheidssteun. De Vlaamse regering besliste om ook de biologische fractie van de hoogcalorische afvalstromen te waarderen binnen het systeem van groenestroomcertificaten. De energie uit hoogcalorisch afval krijgt eveneens haar waarde binnen het systeem van certificaten voor warmtekrachtkoppeling. Het Uitvoeringsplan Hoogcalorische Afvalstoffen voorziet een open overleg met de betrokken sectoren en doelgroepen zodat deze maximaal betrokken worden bij afzonderlijke of gezamenlijke acties. Het plan gaat voornamelijk uit van het vrijemarktprincipe voor de verwerking van hoogcalorisch afval. Het is niet de bedoeling om capaciteitsplanning strikt in de hand te houden. Het staat immers iedereen vrij om binnen de Europese markt te kiezen tussen de aangeboden verwerkingscapaciteit.
65
© DEME
BELEID ROND BAGGER- EN RUIMINGSSPECIE OP PAPIER Jarenlang is een historische achterstand opgebouwd met het baggeren en ruimen van de Vlaamse waterlopen. De oorzaken van deze achterstand zijn onder meer een tekort aan verwerkings- en stortcapaciteit en het ontbreken van een integrale aanpak en de daarvoor nodige financiële middelen. In de Vlaamse waterlopen is naar schatting 30,5 miljoen m³ bagger- en ruimingsspecie aanwezig. Dit legt een hypotheek op de bevaarbaarheid van de waterlopen en verhoogt de kansen op overstromingen. Ongeveer 70% van de bemeten waterbodems krijgt volgens de Triadekwaliteitsbeoordeling een indicatie voor een al dan niet ernstige verontreiniging. Het Uitvoeringsplan Bagger- en ruimingsspecie is erop gericht om in de periode tot 2015 deze verontreinigde tot ernstig verontreinigde waterbodems te saneren op probleemsites waar reële kansen zijn op herstel. Van het totale specieaanbod komt iets minder dan de helft in aanmerking voor hergebruik als bodem volgens het Vlarea. Voor de onbevaarbare waterlopen betekent dit deponeren van de specie op de oever. Maximum een derde komt in aanmerking voor recuperatie via zandafscheiding. De rest moet verwerkt of indien te verontreinigd gestort worden. Om een goede toestand van de waterkwaliteit in de waterlopen te bereiken tegen 2015 - een verplichting opgelegd door Europa in de Europese kaderrichtlijn Water - is een maximale afstemming nodig tussen de verschillende betrokken administraties. Het Uitvoeringsplan Bagger- en ruimingsspecie is tot stand gekomen in overleg met een uitgebreide stuurgroep van betrokkenen en probeert met oplossingsgerichte acties in te spelen op de noden van de komende tien jaar. Verwacht wordt dat het Uitvoeringsplan in het voorjaar 2004 wordt goedgekeurd door de Vlaamse regering.
AFVAL IN HET VLAAMSE MILIEUBELEIDSPLAN 2003-2007 Doelstellingen en acties met betrekking tot afval, vinden we in het milieubeleidsplan terug in het thema ‘Verontreiniging door afvalstoffen’. Als lange termijn doelstelling is vooropgesteld de afvalproductie en de hieraan verbonden milieudruk terug te dringen tot het onvermijdbare minimum. De hiërarchie in het afvalbeheer, met maximaal beperkte milieueffecten en een minimaal verlies aan grondstoffen en energie, blijft van kracht. De afvalstoffenhiërarchie kan alleen met duidelijk aantoonbare redenen, omwille van een leven van goede kwaliteit - hygiëne, veiligheid, beperkt risico en volksgezondheid - worden gewijzigd. Zes plandoelstellingen, waarvan drie betrekking hebben op bedrijfsafvalstoffen en drie op huishoudelijke afvalstoffen, moeten uitvoering geven aan deze lange termijn doelstelling. Per plandoelstelling is een indicator bepaald die de voortgang van de realisatie van de plandoelstelling gedurende de planperiode moet weergeven.
66
Vlaams milieubeleidsplan 2003-2007: ‘Verontreiniging door afvalstoffen’ In grote lijnen komt het erop neer, de hoeveelheid bedrijfsafvalstoffen en huishoudelijke afvalstoffen in de loop van de planperiode te verminderen. Voor bedrijfsafvalstoffen moet ook aandacht uitgaan naar het terugdringen © DEME
of beperken van het schadelijke effect op het leefmilieu. Recuperatie van afvalstoffen moet beduidend toenemen door secundaire grondstoffen maximaal en milieuverantwoord te gebruiken. Energie, gewonnen uit afval zal fossiele energie maximaal en milieuverantwoord vervangen. Tijdens de planperiode zal ook het draagvlak van het Vlaamse afvalstoffenbeleid moeten verruimen door zich op Europees niveau sterker te profileren. Dit geldt eveneens voor het optimaliseren van het afvalstoffenbeleid en het beperken en terugdringen van illegale praktijken van afvalbehandeling en ontwijkingsgedrag. Vier projecten moeten dit alles concreet maken. Eén project concentreert zich op het bij prioriteit planmatig aanpakken van bedrijfsafvalstoffen. Een volgend project pakt het hoogcalorisch afval aan, waarbij het storten ervan zal worden beperkt tot een minimum. Energie uit afval, dat niet meer voor product- en materiaal hergebruik geschikt is, zal maximaal worden benut, met een minimale milieudruk. Het derde project spitst zich toe op afvalvoorkoming via proces- en productbeleid. Het laatste project behelst het opmaken en uitvoeren van een uitvoeringsplan, dat een integraal ketenbeheer voor huishoudelijke afvalstoffen omvat, met aandacht voor de eigenheid van de gemeenten.
DE OVAM IN HET INTERNATIONALE AFVALVERHAAL THEMATISCHE STRATEGIE VOOR AFVALPREVENTIE EN RECYCLAGE De Europese Commissie legt in het Zesde Milieuactieprogramma de doelstellingen en de prioriteiten vast voor de volgende vijf tot tien jaar. De sleutel op lange termijn, zowel in Europa als in de hele wereld, is ‘duurzame ontwikkeling’. Het Zesde Milieuactieprogramma is toegespitst op gebieden waar meer Europese maatregelen vereist zijn en waar nieuwe Europese initiatieven een verschil zullen maken. Eén van de vier prioriteiten is het verbeteren van afvalbeheer en het gebruik van natuurlijke rijkdommen. Krachtige maatregelen zijn nodig om het huidige proces om te buigen. Via het Zesde Milieuactieprogramma probeert de Europese Commissie strategieën uit te werken om onze natuurlijke hulpbronnen te ontzien. Zeven thematische strategieën zijn vervolgens ontwikkeld om deze algemene doelstelling om te zetten in concrete beleidslijnen. De slagzin ‘Naar een thematische strategie inzake afvalpreventie en afvalrecyclage’ vormt het vertrekpunt om het kader en de uitvoeringsbesluiten in Vlaanderen te bepalen. De basis is een levenscyclusbenadering met het afvalstadium als uitgangspunt. Enerzijds zullen we een afvalpreventiestrategie uitwerken met streefcijfers en een instrumentarium om deze te bereiken. Anderzijds moeten we recyclage stimuleren door: - het opstellen van streefcijfers en het aanreiken van optimale en op elkaar afgestemde instrumenten zoals het uitbreiden en harmoniseren van stortbelastingen en stortverboden; - het bevorderen van gedifferentieerde tarifering (diftar); - het mogelijk in omloop brengen van verhandelbare certificaten; - het uitwerken van regelingen waardoor de producent zijn verantwoordelijkheid opneemt.
67
De Europese Commissie wil een proces van overleg tussen de communautaire instellingen en de belanghebbenden bij het afvalbeheer tot stand brengen. Het doel is een zo alomvattend mogelijk en samenhangend
© Danni Elskens
beleid op het vlak van afvalpreventie- en recyclage te ontwikkelen.
zeer toxisch, praktisch niet biologisch afbreekbaar en kunnen zich verspreiden over zeer grote afstanden. Ze stapelen zich op in de voedselketen en vormen een bedreiging voor mens en milieu. Voorbeelden zijn pesticiden, industriële chemicaliën zoals PCB’s en dioxines die vrijkomen bij verbrandingsprocessen. De OVAM levert een actieve bijdrage aan de totstandkoming van Europese regelgeving die er zal voor zorgen dat de Europese Unie kan overgaan tot ratificatie van het Stockholmverdrag en het Aarhusprotocol en de omzetting ervan in de
68
praktijk. Daarnaast speelt OVAM een actieve rol in het uitbreiden en verfijnen van de internationale regelgeving - zoals het Verdrag van Bazel over gevaarlijke afvalstoffen. Deze initiatieven moeten er mee voor zorgen dat het probleem van met POP’s vervuilde afvalstoffen ook op wereldschaal wordt aangepakt.
RICHTLIJN AFGEDANKTE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR In het begin van 2003 werd de richtlijn op het gebied van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) gepubliceerd in het Europees publicatieblad. Ook al was de richtlijn nog maar net uitgekomen, ze werd al meteen aangepast voor wat betreft de financiering van AEEA van andere gebruikers dan particuliere huishoudens. Er werden diverse werkcomités opgericht waarin de lidstaten ervaringen kunnen uitwisselen, onder meer over de interpretatie van het toepassingsgebied van de richtlijn, de problemen bij omzetting en de naleving van de doelstellingen van de richtlijn. Ten slotte werden er tal van workshops en seminaries georganiseerd om afstemming te bereiken tussen industrie en overheid. De OVAM trachtte op alle vlakken een maximale bijdrage te leveren om zo een draagvlak te creëren voor haar eigen beleid.
CRITERIA VOOR UITBATING VAN STORTPLAATSEN AANGEPAST De OVAM richtte een eigen werkgroep op om de implementatie van de Europese beschikking stortplaatsen te begeleiden. Deze beschikking is een herziening van een bijlage van de stortplaatsrichtlijn en legt nieuwe procedures en criteria vast voor de aanvaarding van afvalstoffen op stortplaatsen. De omzetting, die tegen juli 2004 moet betekend worden aan de Europese Commissie, heeft heel wat gevolgen voor de uitbating van de stortplaatsen. Daarom hebben wij ook de sector bij de besprekingen betrokken.
WORKSHOP OVER NUTTIGE TOEPASSING Rond de definitie afvalstof/product en rond de interpretatie nuttige toepassing/verwijdering wordt er al jarenlang druk gediscussieerd in Europees verband. Daarom hebben we in februari 2003 een workshop georganiseerd rond deze onderwerpen. Op deze workshop waren vertegenwoordigers van vijftien landen aanwezig, van de Europese Commissie en van een studiebureau. In juli heeft de Europese Commissie een stakeholders meeting georganiseerd waarop zowel de lidstaten, de industrie als de NGO’s aanwezig waren.
INTERNATIONALE VERDRAGEN Op OESO-niveau is de OVAM actief in de Working Group on Waste Prevention and Recycling. Als Belgisch Focal Point voor het Verdrag van Bazel heeft de OVAM in 2003 deelgenomen aan de vergaderingen van de Open Ended Working Group. Belangrijke agendapunten waren sloopschepen, de richtlijnen voor de verwerking van POP’s, wijziging van de afvalstoffenlijsten om te komen tot een globale harmonisatie en de uitwerking van het strategisch plan.
MEER INVLOED VAN DE OVAM OP HET INTERNATIONALE AFVALSTOFFENBELEID Europa zet steeds meer de bakens uit waarbinnen de lidstaten een eigen beleid kunnen voeren. De internationalisering van de markt mag echter niet ten koste gaan van het al gerealiseerde afvalstoffenbeleid in Vlaanderen en van de bereikte resultaten. De uitdaging is het huidige en vooropgezette kwaliteitsniveau van het Vlaamse afvalstoffenbeleid te blijven behouden op Europees niveau.
69
Bijgevolg wil de OVAM meer impact krijgen op het internationale afvalstoffenbeleid. Om dit te realiseren, startte de OVAM met een project dat bestond uit een ruime interne en externe bevraging over de rol van de OVAM in het bovengewestelijke afvalstoffenbeleid. Het resultaat is een syntheseverslag met aanbevelingen.
Standpunten van de OVAM om de impact op het internationale afvalstoffenbeleid te vergroten Als eerste actie binnen het project is een beleidsnota opgemaakt met volgende standpunten. 1. De OVAM: - neemt actief en positief deel aan het tot stand komen van de Europese regelgeving en de opvolging van de nieuwe beleidsontwikkelingen. Zonodig en waar opportuun, gebeurt dit op het niveau van de VN en de OESO. - neemt deel aan de voorziene coördinatiemechanismen voor de opvolging van en participatie aan het bovengewestelijke milieubeleid. - realiseert een tijdige omzetting van Europese regelgeving, verzekert de toepassing ervan, evenals de ratifi catie en de naleving van internationale verdragen. - onderschrijft het belang van de samenwerking met sectorfederaties en NGO’s bij het inwinnen van informatie en het beïnvloeden en oriënteren van standpunten en regelgeving. 2. De OVAM erkent het strategische belang van een correcte en kwalitatief hoogstaande realisatie van de verplichte bovengewestelijke rapportering. 3. De OVAM zal een blijvende zorg besteden aan de uitbouw van een positieve reputatie. Zij zal haar netwerken verder uitbouwen en bestendigen. Zij zal toonaangevend zijn door de door haar ingenomen standpunten, door de ontwikkelde initiatieven en door een medebepalende stem tijdens de debatten. 4. De OVAM onderzoekt het potentieel belang van deelname aan bovengewestelijke activiteiten zoals congressen, studiedagen, bi- en multilaterale projecten met het oog op het verwerven van bekendheid, het verder uitbouwen van haar reputatie, het verwerven van inzichten, het verhogen van kennis, het ontwikkelen van partnerships, allianties,… 5. Zonder afbreuk te doen aan de specifieke milieubelangen, schenkt de OVAM bij participatie aan bovengewestelijke activiteiten of nieuwe beleidsontwikkelingen de vereiste aandacht aan mogelijke spin-offs volgend uit het gevoerde afvalstoffen- of bodemsaneringsbeleid, voor andere Vlaamse beleidsbelangen. 6. De OVAM onderzoekt interessante mogelijkheden om medewerkers tijdelijk te detacheren naar Europese of internationale organen. 7. De OVAM staat open om kansen te onderzoeken om zelf internationale activiteiten te organiseren om de eigen kenbaarheid en reputatie te onderbouwen en het gewenste netwerk te verstevigen. Deze standpunten moeten beschouwd worden als leidraad bij het voeren van een bovengewestelijk stofstroom-, afvalstoffen- en bodemsaneringsbeleid. Het is duidelijk dat het realiseren van deze standpunten een maximale inbreng en betrokkenheid van alle medewerkers van de OVAM vergt.
70
Voor volgende informatie over onze taken op het vlak van afvalbeleid, verwijzen we naar een andere passage van het jaarverslag: Organische Afvalstoffen: deel Bedrijven, p. 32 Dierlijk Afval: deel Bedrijven, p. 37 ; deel Burgers, p. 50 Anorganische afvalstoffen: deel Bedrijven, p. 38
Š Danni Elskens
Huishoudelijke afvalstoffen in cijfers: deel Burgers, p. 48
71
Š Danni Elskens
Š Danni Elskens
De werking van
72
n de OVAM De OVAM verwijdert zelf afvalstoffen en voert bodemsaneringen uit als de betrokkenen hun afvalstoffen niet willen of kunnen verwijderen en hun bodem niet willen of kunnen saneren. We spreken dan van ambtshalve afvalverwijderingen of bodemsaneringen. Om de verschillende operationele afdelingen van de OVAM goed te laten functioneren, is interne ondersteuning nodig. De ondersteunende diensten houden zich niet rechtstreeks bezig met inhoudelijke dossiers, maar zijn van grote betekenis voor het welslagen van alles wat we aanpakken. In dit deel vind je ook de verslagen van de administratie-generaal, van de woordvoerder, van de interne dienst voor preventie op het werk en van het klachtenmanagement.
Ambtshalve saneringen en verwijderingen….. p. 74 Als de betrokkenen hun afvalstoffen niet willen of kunnen verwijderen en hun bodem niet willen of kunnen saneren, is de OVAM gemachtigd om op te treden. Dit om erger te voorkomen. Het is de bedoeling om milieuschade door bodemverontreiniging of door het achterlaten van afvalstoffen te herstellen en te beheren. De praktische uitvoering wordt uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven.
Interne ondersteuning….. p. 75 De operationele OVAM-afdelingen worden intern ondersteund op het vlak van informatica en systeembeheer, financieel beheer, logistiek (bedrijfsinterne milieuzorg), juridische zaken, personeel, organisatie, opleiding en communicatie.
Verslagen….. p. 82 Hier vind je de verslagen van de administratie-generaal, de woordvoerder, de Interne dienst voor Preventie en Bescherming op het werk en het klachtenmanagement.
73
© Sky Productions
Carcoke Zeebrugge
© OVAM
Ambtshalve verwijderingen en bodemsaneringen Als de betrokkenen hun afvalstoffen niet willen of kunnen verwijderen en hun bodem niet willen of kunnen saneren, is de OVAM gemachtigd om op te treden. Dit om erger te voorkomen. Het is de bedoeling om milieuschade door bodemverontreiniging of door het achterlaten van afvalstoffen te herstellen en te beheren. De praktische uitvoering wordt uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven. Voor het jaar 2003 beschikten we over een budget van circa 23,60 miljoen euro dat besteed werd aan lopende en nieuwe projecten. We behandelden naast 223 lopende dossiers, 79 nieuwe dossiers met volgende verdeling: - ambtshalve afvalverwijdering (opruiming van loodsen met schroot, plastics, dierenmeel); - vrijwillige afvalverwijderingen (opruimen wrakken en vaten met oliën door eigenaar, verwijderen PCB-transformatoren); - ambtshalve bodemsaneringswerken (grond- en grondwatersaneringen met diverse polluenten); - ambtshalve bodemsaneringsprojecten (onschuldige bezitters en ingebrekeblijvenden, zowel op particuliere eigendom als op industriële sites); - veiligheidsmaatregelen (olieverontreiniging in waterwingebied en woongebied, benzineverontreiniging in nabijheid tankstation); - voorzorgsmaatregelen (gechloreerde solventen in woongebied). De verdeling op dossierniveau bedraagt 40% voor bodemsanering en 60% voor afvalstoffenverwijdering. Bij de nieuwe dossiers is de verhouding één derde bodemsanering ten opzichte van twee derden afvalstoffen. In het kader van het PCB-verwijderingsplan behandelden we 25 nieuwe dossiers die aanleiding gaven tot een procedure van ambtshalve verwijdering. In totaal ging het over 41 toestellen. Geen enkel dossier gaf aanleiding tot uitgaven met uitzondering van administratieve tussenkomsten. Concreet betekent dit dat met de eigenaar een overeenkomst werd bedongen om zijn PCB-houdende toestellen op een correcte wijze en binnen een afgesproken termijn te laten verwijderen of te reinigen. Op deze wijze werd er in 2003 ongeveer 126.000 euro bespaard.
74
© OVAM
Ambtshalve tussenkomsten gaan gepaard met een prefinanciering door de Vlaamse overheid. Nochtans konden we de aansprakelijken in elf dossiers ertoe brengen zelf de verwijdering of sanering op zich te nemen of een vergunning te krijgen voor de opslag en verwerking van het afval. De uitvoering van de werken werd gecontroleerd op hun correctheid. De kosten die daarmee werden uitgespaard, bedroegen in totaal ongeveer 134.000 euro. Het uitvoeren van ambtshalve verwijderingen en bodemsaneringen vraagt overleg met alle mogelijke betrokken partijen. In dit kader hebben we extra aandacht besteed aan de communicatie met ‘onschuldigen’, zij die de gevolgen moeten dragen van een sanering zoals het geval is bij bodemsaneringswerken in een woonwijk. De brochure ‘Onschuldige bezitter, en wat nu?’ kan je raadplegen of bestellen op www.ovam.be. Deze werkwijze vormt een basis om in een goede verstandhouding met alle betrokkenen de meest efficiënte en correcte uitvoering te garanderen.
Interne ondersteuning INFORMATICA EN SYSTEEMBEHEER ANALYSE AFDELING BODEMONDERZOEK EN ATTESTERING Gedurende de eerste helft van het jaar is er gewerkt aan een bestek om een analyse te laten uitvoeren van de geïnformatiseerde en niet-geïnformatiseerde werkprocessen van de afdeling bodemonderzoek en attestering. De analyse heeft tot doel de behoeften te onderzoeken en een blauwdruk uit te werken waarop dan een projectplan voor de volgende fasen uitgewerkt wordt. Deze opdracht kadert in een geheel van inspanningen om de werking van de afdeling bodemonderzoek en attestering van de OVAM te verbeteren. We willen de werking van deze afdeling standaardiseren en bijzondere aandacht geven aan de uitwisseling van gegevens. Verder is het de bedoeling de algemene efficiëntie van de afdeling verhogen. De analyse is de eerste fase van een project in vijf fasen en zal klaar zijn in het eerste kwartaal van 2004.
GIS-TOEPASSING VOOR DOSSIERHOUDERS De toepassing GIS-dossierhouders werd in de loop van 2003 definitief opgeleverd. Om de gebruiksdrempel zoveel mogelijk te verlagen, organiseren wij driemaandelijkse opfrissingscursussen voor de gebruikers en inleidingscursussen voor nieuwe werknemers. De GIS-cel van de OVAM ontwikkelde voor de toepassing dossierhouders met succes enkele tools. Deze verruimen de functionaliteit van de huidige toepassing.
ADMINISTRATIEVE BEHANDELING IN- EN UITVOERDOSSIERS AFVAL GEOPTIMALISEERD De OVAM lichtte het administratieve proces van de behandeling van invoer- en uitvoerdossiers door. Aangezien het aantal dossiers stijgt en de personeelsbezetting dezelfde blijft, zoeken we naar efficiëntere werkwijzen.
75
Enkele ingrepen, zoals de drastische vereenvoudiging van de bankgaranties, hebben zowel voor de ambtenaar als voor de klant belangrijke voordelen. Ook in 2003 steeg het aantal aanvraagdossiers voor de in- en uitvoer van afvalstoffen. Deze trend blijft ongewijzigd sinds het van kracht worden van de Europese verordening rond het grensoverschrijdende afvaltransport in 1994. Ten opzichte van 1995 is het aantal dossiers meer dan verdubbeld en benadert het in 2003 het aantal van duizend dossiers. De OVAM levert bijzondere inspanningen op het vlak van automatisering en efďŹ ciĂŤntieverhoging.
Dossiers invoer en uitvoer 1200
1000
800
600
400
200
0 1995
76
1996
1997
1998
uitvoer ongunstig besluit
uitvoer gunstig besluit
invoer gunstig besluit
invoer zonder besluit
1999
2000
uitvoer zonder besluit
2001
2002
invoer ongunstig besluit
2003
FINANCIEEL BEHEER De uitgaven in 2003 en 2002.
Lonen en sociale lasten Algemene werkingskosten (huur, kantoorkosten, …) Specifieke werkingskosten (expertise, analyses,…) Investeringsgoederen Studies en onderzoeken Sensibilisering Werkingskosten saneringen en attesteringen PRESTI Werkingsbijdragen inzameling en afzet Verwijderingen en saneringen
2002 (mio euro) 15.382 5.615 5.142 2.761 2.558 1.634 3.056 315 968 7.285
2003 (mio euro) 16.738 5.353 5.985. 995 1.929 1.083 3.092 253 996 8.981
De OVAM put haar middelen uit de departementele begroting, het MINA-fonds, het FFEU en de eigen ontvangsten. In 2003 werden ondermeer volgende nieuwe verbintenissen aangegaan (vastgelegde bedragen in duizend euro): Werkingsbijdragen saneringen en attesteringen Ambtshalve verwijderingen en saneringen
5.470 15.899
PRESTI 4
601
Werkingsbijdragen inzameling en afzet
941
Studies en onderzoeken - afval
849
Studies en onderzoeken - bodem
1.055
De belangrijkste vastleggingen op het vlak van ambtshalve verwijderingen en saneringen hadden betrekking op: - Kortrijk - Afriglass
ambtshalve bodemsanering
410.000 euro
- Lokeren - Jourdes
ambtshalve bodemsanering
600.000 euro
- Schelle - Tuinlei
ambtshalve bodemsanering
580.000 euro
- Schoten - Maes-Eelen
ambtshalve bodemsanering
900.000 euro
- Sint-Amands - Kouterwijk
ambtshalve bodemsanering
3.570.000 euro
- Wervik - Kling Immo
ambtshalve bodemsanering
430.000 euro
- Gent - La Floridienne
subsidiëring bodemsanering
- Temse - Gosselin
veiligheidsmaatregelen
8.250.000 euro 170.000 euro
- Aalst - Schotte
ambtshalve afvalverwijdering
1.580.000 euro
- Brugge - Pathoeke Industries
ambtshalve afvalverwijdering
2.580.000 euro
- Sint - Truiden - Fuchs-Mathijssen
ambtshalve afvalverwijdering
830.000 euro
- Hasselt - Dupont
ambtshalve afvalverwijdering
640.000 euro
- Vlaanderen - Tricolor
ambtshalve afvalverwijdering
160.000 euro
- Vlaanderen
ambtshalve afvalverwijdering op verschillende terreinen
500.000 euro
77
De post werkingsbijdrage inzameling en afzet sloeg ondermeer op de bijdrage aan de vzw VLACO en de bijdrage aan de Interregionale Verpakkingscommissie. Naast deze middelen putte de OVAM in 2003 ook nog rechtstreeks uit de middelen van het MINA-fonds (vastgelegde bedragen in duizend euro): Verwijdering krengen
9.441
PRESTI 5
975
Inkomensoverdrachten aan gemeenten, provincies,… ter ondersteuning van preventie en selectieve inzameling
1.057
Investeringssubsidies aan gemeenten, provincies,… ter ondersteuning van preventie, selectieve inzameling en van het bouwen van installaties
10.180
BEDRIJFSINTERNE MILIEUZORG Bij beslissing van de Vlaamse regering werd vanaf 2003 ‘Milieuzorg’ verplicht ingevoerd voor alle entiteiten van de Vlaamse overheid. De overheidsorganisaties moeten het immers minstens even goed doen als de doelgroepen waarop de overheid haar beleid richt. Aangezien in de OVAM interne milieuzorg voorheen al een permanent aandachtspunt was, vormde dit de aanleiding om de interne werkgroep milieuzorg uit te breiden. Deze werkgroep begeleidt binnen de OVAM de aankoop van milieuvriendelijke kantoorbenodigdheden. In de werkgroep zitten medewerkers van vervoer en huisvesting en van interventies, verwijderingen en saneringen. Deze werkgroep was verantwoordelijk voor het beantwoorden van vragenlijsten opgesteld door de centrale coördinatiecel. Het doel van deze vragenlijst was om tot een gedetailleerde milieuanalyse te komen van de OVAM-locatie en een aantal activiteiten, zowel ter plaatse als op het terrein. Conformiteit met de milieuwetgeving én een bijhorende significantiebepaling werden onderzocht en resulteerden in een plan met als voornaamste actiepunten: - In bestekken via technische specificaties aan de aannemers eisen stellen op het vlak van grondstoffenbeheer, waterverbruik, energieverbruik, beheer van afvalstoffen. - Kiezen voor de meest milieuvriendelijke voertuigen. - Gegevens verzamelen over het woon-werkverkeer. - Schoonmaakmiddelenverbruik, energieverbruik, koelmiddelenverbruik, afvalproductie en waterverbruik registreren en de nodige acties en maatregelen nemen. - Een procedure invoeren voor de registratie van klachten over geluids- en trillingshinder van kantoortoestellen, interne luchtkwaliteit,… Via de milieubeleidsverklaring die eind 2003 werd ondertekend, engageert de OVAM zich kennis en ervaring over milieuzorg verder op te bouwen en door te geven door middel van initiatieven op het gebied van informatie, vorming en communicatie.
78
PERSONEEL, ORGANISATIE EN OPLEIDING De personeelsdienst was nauw betrokken bij de procedure voor de aanduiding van een afdelingshoofd voor de operationele afdelingen van de OVAM. Op 1 april 2003 namen Eddy Van Dyck, Rudy Meeus en Herman Gobel de functie van afdelingshoofd op van respectievelijk de afdelingen bodemonderzoek en attestering, afvalstoffenbeheer en projectontwikkeling afvalstoffen. Op 1 december 2003 nam Eddy Wille de functie op van afdelingshoofd van de afdeling interventies, verwijderingen en saneringen. Zo beschikken we opnieuw over een vertegenwoordiging van elke afdeling op directieraadniveau. In het kader van het Beter Bestuurlijk Beleid werkte de personeelsdienst actief mee aan het ontwerp procesen personeelsplan. Dit plan maakt een analyse op die kadert in de reorganisatie van het beleidsdomein Milieu en Natuur. Het vormt de basis voor het finale plan, dat de nog steeds geldende statutaire wervingsstop moet helpen opheffen en een stabiele basis moet creëren voor de tewerkstelling van onze personeelsleden. In 2003 hebben we het tweede luik afgerond van het globale actieplan Human Resource Management. Door de afdelingen zélf gedetecteerde knelpunten werden op afdelingsniveau onderzocht. Via deskundige externe begeleiding hebben we getracht een oplossing te bieden.
JURIDISCHE ZAKEN De juristen van de OVAM zorgen ervoor dat de OVAM juridisch correct en consistent handelt en optreedt. Zij verstrekken intern en extern advies en werken het vooropgestelde beleid juridisch uit. De juridische dienst van de OVAM werkte mee aan het voorbereiden van wijzigingen aan de uitvoeringsbesluiten op het Bodemsaneringsdecreet en het Afvalstoffendecreet - Vlarebo en Vlarea. De dienst nam ook actief deel aan de implementatie van het project Beter Bestuurlijk Beleid, onder meer in de instellingsspecifieke wetgeving. De juridische dienst volgde de lopende rechtsdossiers over afvalstoffen en bodemsanering op. Zij verleende ook adviezen over de toepassing van het Bodemsaneringsdecreet, het Afvalstoffendecreet en hun uitvoeringsbesluiten. Deze vragen waren afkomstig van particulieren, notarissen, advocaten, adviesbureaus, gerechtelijke instanties,…Daarnaast waren er ook interne adviezen over de interpretatie van de wetgeving op het vlak van afval, bodem, overheidsopdrachten, openbaarheid van bestuur, verzekeringen, contracten,… Rond het statuut ‘Onschuldige bezitter’ behandelde de juridische dienst 251 dossiers. Deze dienst verzorgde ook de klachtenbehandeling in het kader van het Klachtendecreet. Het verslag van deze activiteit kan je nalezen op p. 85. Op studiedagen georganiseerd door de OVAM of door derden, lichtte de juridische dienst de afvalstoffen- en bodemsaneringswetgeving toe.
79
COMMUNICATIE We hebben ons in 2003 gebogen over het strategische belang van zowel bodemcommunicatie als interne communicatie. Dit resulteerde in twee communicatieplannen die beiden in 2004 hun uitvoering zullen kennen. Daarnaast liepen er in 2003 campagnes en sensibiliseringsacties.
‘BEZINT EER JE PRINT’ VOORTGEZET De papierpreventie campagne ‘Bezint eer je print’ van 2002 werd hernomen.
WEEKEND VAN DE COMPOSTMEESTER ‘Composteren is kinderspel’, zo luidde de slagzin voor het Weekend van de Compostmeester op 7 en 8 juni 2003. De OVAM ondersteunde het evenement met radiospots en advertenties in Vlaamse kranten. Daarnaast konden de gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden rekenen op informatiebrochures, kaderaffiches en een gadget onder de vorm van een biologisch afbreekbaar bloempotje. Activiteiten mét en voor kinderen stonden op vele plaatsen extra in de aandacht. Als ondersteunend educatief materiaal bracht de OVAM de brochures ‘Waarheen met je keuken- en tuinafval?’ en ‘De ecologische tuin: natuurvriendelijk en afvalarm’ uit. Van elke brochure hebben we in de eerste oplage maar liefst 30.000 exemplaren verspreid.
DAG VAN DE KRINGLOOPWINKEL Als blitse quizmaster kondigde de Bekende Vlaming Herr Seele de Dag van de Kringloopwinkel op 25 oktober 2003 aan. De mediacampagne in Vlaamse kranten bestond uit een wedstrijd, waarbij het publiek de prijs van vijf voorwerpen uit de kringloopwinkel kon raden via de Vlaamse Infolijn, SMS, website of deelnameformulieren in de winkels. De hoofdprijs? Een ‘nieuw’ interieur uit de kringloopwinkel natuurlijk! Met deze aanpak trachtten we zoveel mogelijk media-aandacht te krijgen. De praktische info over de kringloopwinkels werd in een handige gids samengebracht. Die werd via de Vlaamse Infolijn en de kringloopwinkels verspreid. Affiches ondersteunden de campagne op gemeentelijk en provinciaal niveau.
Publireportages, een nieuwe aanpak In het kader van de enigszins gewijzigde aanpak ‘gezinnen’ opteerden we in 2003 voor de weg van de publireportages. Publireportages zijn reportages betaald door de adverteerder. Twee publireportages in een selectie van veel gelezen vrouwenbladen brachten de kringloopwinkels, en het verpakkingsafval onder de aandacht van deze doelgroep. De doelgroepenzender Vitaya bracht in de reeks ‘’De Klinkende Munt’ een aflevering over afvalarm winkelen vanuit de invalshoek ‘u betaalt voor uw afval’. Daarnaast kwamen composteren en afvalarm tuinieren aan bod in ‘Bloemen en Pompoenen’ en werden twee afleveringen gewijd aan een verrassende herinrichting van een woning met spulletjes uit de kringloopwinkel. Op de regionale tv-zenders nam een milieubewuste moeder de kijker mee op sleeptouw terwijl ze haar gezin de kneepjes van het vak bijbracht. Deze reeks van twaalf afleveringen bracht vooral praktische tips over bijvoorbeeld herbruikbare boodschappentassen, retourflessen, bewaardozen, herbruikbare, luiers, Robinsonlijst,…
80
IK KLEUR MIJN SCHOOLJAAR GROEN Deze campagne liep in 2003 voor de vierde keer. Zij had opnieuw als doel de leerlingen van de basisschool en hun ouders aan te zetten om milieuvriendelijk schoolgerief te kopen bij de start van het nieuwe schooljaar. De campagne werkte weer samen met de grootwarenhuisketens, de vakorganisaties van papierhandelaars en enkele aankoopcentrales.
AFVALPREVENTIE VOOR SOCIO-CULTURELE VERENIGINGEN In het kader van het Strategisch Project Afvalpreventie stond ook in 2003 de samen© Istock
werking met socio-culturele verenigingen hoog op de agenda. In plaats van zelf nieuwe acties of activiteiten uit te denken, hebben we in 2003 rondgekeken naar het aanbod dat op de markt beschikbaar is. Daaruit hebben we dertien interessante, originele, sympathieke, laagdrempelige of waardevolle projecten gedistilleerd en in een handig fichesysteem gegoten. De bedoeling is om vanaf 2004 dit aanbod te promoten bij socio-culturele verenigingen, gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of andere organisaties die rond afvalpreventie bij gezinnen willen werken.
DRINKBUSACTIE Wie in de paasvakantie naar zee spoorde, kon tijdens de laatste twee weekends een afvalvriendelijke drinkbus afhalen in de stations van Blankenberge en Oostende. Met deze ludieke actie onderstreepte de OVAM nog eens hoe eenvoudig het kan zijn om afval en zwerfvuil te voorkomen.
AFVAL MINDEREN VOOR KINDEREN Voor de leerlingen van het basisonderwijs stelden we in 2003 een multimediapakket samen. Dit pakket bevat een cd-rom en een kleurenbrochure. Daarin ligt de klemtoon niet enkel op afval sorteren, maar vooral op afval vermijden.
DE CAMPAGNE GRONDVERZET Op 1 januari 2004 trad de nieuwe wetgeving in verband met het grondverzet in voege. De bekendmaking van deze regelgeving ging gepaard met een ruim opgezette communicatiecampagne: brochures, posters, website, persartikels, voordrachten en presentaties. De dienst communicatie stond in voor de strategie en de coördinatie. De brochure ‘Grondverzet? Opgelet!’ kan je raadplegen of bestellen op www.ovam.be.
De OVAM lanceert met succes nieuwe website Op 15 april was het zover: de nieuwe OVAM-website was klaar. Volledig gericht op onze doelgroepen, is onze nieuwe website een referentie in het Vlaamse milieulandschap. Voor lokale overheden, bodemsaneringsdeskundigen en ondernemingen is er een aparte plaats voorzien, waar de informatie te vinden is die relevant is voor deze doelgroepen. Ook de publicatiedatabank is een pareltje: hier kan je diverse documenten downloaden of zelfs online bestellen. Kortom: www.ovam.be is je bezoekje meer waard.
81
PUBLICATIES VERSCHENEN IN 2003 BELEIDSDOCUMENTEN Staalname en analyse van puin afkomstig van container- en sorteerbedrijven Positionering van het Vlaamse beleid inzake bouw- en sloopafval t.o.v. de omringende afvalmarkten Tarieven en capaciteiten voor storten en verbranden (actualisatie tot 2001, evolutie en prognose) Overzicht en evaluatie van de verwerkingstechnieken van baggerspecie Bedrijfsafvalstoffen. Cijfers en trends voor productie, verwerking, invoer en uitvoer MAMBO-code + handleiding Analysedocument bagger- en ruimingsspecie Preventie van bedrijfsafvalstoffen. Berekening en analyse van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren Onderzoek naar de productie, selectieve inzameling en verwerking van incontinentieafval in het Vlaamse Gewest Voortgangsrapportage 2002 - 2003. Uitvoeringsplan organisch-biologisch afval Sorteeranalyse-onderzoek huishoudelijke afvalstoffen 2000 - 2001
BROCHURES EN FOLDERS OVAM’s herbruikbare agenda. 365 tips voor een afvalarm leven. Brochure ‘De ecologische tuin : natuurvriendelijk en afvalarm’ Brochure ‘Waarheen met je keuken- en tuinafval ?’ Brochure ‘Je gezelschapsdier overleden… Wat nu ?’ Brochure ‘De OVAM saneert je terrein. Wat kan je verwachten als onschuldige bezitter?’ Brochure ‘Te maken met grondverzet? Opgelet!’ Multimediapakket ‘Afval minderen voor kinderen’
Verslagen VERSLAG VAN DE ADMINISTRATIE-GENERAAL EEN ACTUELERE MISSIE EN VISIE Onder meer in het licht van de voorbereiding van het project Beter Bestuurlijk Beleid hebben we onze eerder neergeschreven missie, visie en lange termijndoelstellingen aangepast aan de nieuwe realiteit, nieuwe visies en de lichte verschuiving in de toegewezen bevoegdheden aan de OVAM. Meer bepaald krijgt de OVAM bijkomende opdrachten op het vlak van stofstroombeheer. Onze nieuwe missie luidt als volgt:
Door een duurzaam beheer van afvalstoffen en stofstromen, door bodemverontreiniging te voorkomen en door bodemsanering te realiseren, draagt de OVAM bij tot een beter leefmilieu en daardoor tot een hogere levenskwaliteit.
82
COÖRDINATIE VAN BELEID EN PLANNING Rond de beleidscyclus is vooral de samenwerking binnen de milieuadministratie op het vlak van planning en onderzoek het vermelden waard. Vanuit de staf bij de administratie-generaal gebeurt zowel de interne als de externe coördinatie van planning en onderzoek. In de eerste plaats heeft de milieuadministratie samengewerkt aan het afronden van het Milieubeleidsplan 2003-2007. Na het openbaar onderzoek werd het ontwerpplan aangepast. Er werd meer de nadruk gelegd op meetbare plandoelstellingen, gekoppeld aan indicatoren. Het milieubeleidsplan is definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering op 19 september 2003. Hierop aansluitend werd een ontwerp Milieujaarprogramma 2004 opgemaakt. De OVAM volgde het planningsproces - op het vlak van afval - en bodemsaneringsbeleid - zowel op het strategische, als op het operationele niveau. Zowel de voorbereiding als de uitvoering en de evaluatie van het beleid heeft baat bij een ver doorgedreven wetenschappelijke onderbouwing. Om het geplande wetenschappelijke onderzoek op een systematische wijze bijeen te brengen, stelt de administratie een fysisch programma op: het programma Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek (TWOL). De OVAM is verantwoordelijk voor de sectoren afval en bodem. Wij volgen ook de activiteiten van het Steunpunt Milieubeleidswetenschappen mee op. De OVAM leverde ook een bijdrage aan MIRA-T 2003 en MIRA-BE 2003. De OVAM zette ook in 2003 haar gestructureerde samenwerking met de VITO verder. In het jaarcontract ging extra aandacht uit naar de beleidsrelevantie en de valorisatie van de resultaten.
VERSLAG VAN DE WOORDVOERDER Op 1 april organiseerde de OVAM ‘OVAM 20+1’, een colloquium rond het uitbouwen van een constructieve dialoog met de doelgroepen. Naar aanleiding van dit colloquium bleek de noodzaak van een degelijk onderbouwde PR-strategie. Ons PR beleid heeft tot doel het imago van de OVAM op een positieve manier uit te dragen, de beleidsinstanties positief te beïnvloeden en beslissingsbeïnvloeders en opiniemakers te benaderen. De bedoeling is beleidshefbomen te creëren voor de OVAM en de bedreigingen voor de OVAM een halt toe te roepen. Daarom zijn we gestart met de opmaak van een beleidsplan Public Relations. Dit plan zal uitgevoerd worden via jaarlijkse operationele plannen. Afstemming met de beleidslijnen van de externe communicatie is hierbij essentieel om te komen tot: © OVAM
-
open en snel communiceren;
-
pro-actief informatie verstrekken;
-
correcte en volledige informatie geven;
-
open staan voor vragen.
83
De woordvoerder beantwoordde de vragen van de pers uitgaande van deze principes. Deze vragen en mededelingen hadden – voor wat betreft bodem en bodemsanering – onder meer betrekking op de Kouterwijk in Sint-Amands, de wijk Kesseldal in Kessel-Lo, het site-onderzoek in Turnhout, de bodemattesten afgeleverd voor vervuilde percelen langs de Laak en de Winterbeek, Carcoke Zeebrugge, de nieuwe regelgeving grondverzet en het fonds voor sanering van benzinestations (Bofas). Voor afval en afvalbeleid waren er vragen en mededelingen over eco-efficiëntie, Groene School, de kringloopdag, het weekend van de compostmeester en de handhaving van in- en uitvoer van afvalstoffen. Wij stapten ook actief naar de geschreven pers met berichten over de huisvuilstatistieken, de nieuwe regelgeving grondverzet, de invoer van thermisch gereinigd zand uit Nederland, het gebruik door feestgangers van herbruikbare bekers, composteren, het preventiebeleid, bagger-en ruimingsspecie,… Ook interviews voor televisie en radio maakten in 2003 ruimschoots deel uit van het takenpakket van de woordvoerder. De OVAM is de voorbije jaren uitgegroeid tot een organisatie met bijna 400 medewerkers die alle dagen via hun dossiers in contact staan met burgers, gemeenten en bedrijven. Het bewaken van de éénduidigheid van de OVAM standpunten is dan ook meer dan ooit een must.
VERSLAG VAN DE INTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK Door het verschijnen van het Koninklijk Besluit inzake de bescherming tegen Geweld, Pesterijen en OSGW (Ongewenst Seksueel Gedrag op het Werk), moet iedere werkgever sinds 1 januari 2003 beschikken over een preventieadviseur gespecialiseerd in psychosociale aspecten. Daar wij niet beschikten over een persoon met deze kwalificaties, hebben wij hiervoor een externe dienst ingeschakeld. Het aanduiden van vertrouwenspersonen - 13 in totaal - werd wel intern georganiseerd en bekrachtigd door de directie. Het is de taak van de preventieadviseur klachten te onderzoeken en indien nodig een oplossing aan te bieden. In totaal werden in 2003 84 klachten genoteerd. Ook in 2003 was er een medische screening. We organiseerden een preventief geneeskundig onderzoek van hart- en bloedvaten voor personeelsleden ouder dan veertig. Het beleid bij het verlenen van persoonlijke beschermingsmiddelen werd op punt gezet en gebeurt in nauw overleg met de dienst aankoop/logistiek. Ieder personeelslid krijgt als hij of zij erom vraagt de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen in functie tot de uit te voeren werkzaamheden. We optimaliseerden ook het brand- en interventieteam. De werking werd aangepast overeenkomstig de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. Hetzelfde kan gezegd worden van het EHBO-team van de OVAM. In functie van de jaarlijkse evacuatieoefening worden de nodige evacuatieplannen ieder jaar verder geoptimaliseerd. In 2003 vond er een opleiding ‘Conflictbeheersing’ plaats voor bepaalde meer risicovolle afdelingen, waaronder de afdeling interventies, verwijderingen en saneringen.
84
Naast al deze activiteiten hebben we in 2003 ook nog 81 vragen beantwoord in verband met veiligheid en welzijn op het werk.
VERSLAG OVER HET KLACHTENMANAGEMENT In overeenstemming met artikel 12 van het Klachtendecreet moet de OVAM jaarlijks vóór 1 maart schriftelijk verslag uitbrengen bij de Vlaamse ombudsman over de klachten. Dat verslag geeft een overzicht van de binnengekomen klachten en een beschrijving van de behandeling van deze klachten. Het verslag over het klachtenmanagement moet ook vermeld worden in het jaarverslag van de OVAM.
KLACHTEN IN CIJFERS In de loop van 2003 registreerde de OVAM in totaal 19 klachten. Van deze klachten registreerde de OVAM er drie als gegrond, twee als deels gegrond en veertien als ongegrond. Van de (deels) gegronde klachten werden er vier opgelost en één deels opgelost. Bij de (deels) gegronde klachten betrof het eenmaal een niet correcte beslissing, eenmaal een te lange behandelingstermijn, tweemaal ontoereikende informatieverstrekking en eenmaal onvoldoende bereikbaarheid. De klachten zijn hierbij ingedeeld volgens de vereenvoudigde ombudsnormen.
Hoe verloopt de behandeling van een klacht? De procedure van de klachtenbehandeling werd kenbaar gemaakt aan al onze personeelsleden. De klachtenbehandeling bij de Vlaamse overheid gaat uit van een drietrapsbenadering: - De Vlaamse Infolijn oriënteert je klacht en verwijst ze door. - Het Klachtendecreet regelt de eerstelijnszorg, dit is de interne klachtenbehandeling door de OVAM of de bestuursinstelling in kwestie. - De tweede lijn is de externe klachtenbehandeling door de Vlaamse Ombudsdienst. De behandeling van een klacht is aan strikte termijnen gebonden. Binnen de tien dagen moet de OVAM melden dat zij de klacht heeft ontvangen en binnen de 45 dagen moet de beslissing worden meegedeeld.
WAAROVER GINGEN DE KLACHTEN? In de loop van 2003 gingen de klachten vaak over een vraag naar de stand van zaken in concrete bodemsaneringsdossiers en/of het verloop van het dossier. De burger vindt soms dat de prestatie uitblijft en voelt zich in een beperkt aantal gevallen onheus bejegend. De verklaring voor dit soort klachten is dat de bodemsaneringsprocedure en de daaraan gekoppelde termijnen zijn vastgelegd in het Bodemsaneringsdecreet en dat ook de OVAM aan deze termijnen gebonden is. Wij trachten echter voortdurend de burger zo goed mogelijk te informeren over het verloop van de bodemsaneringsprocedure, de beroepsmogelijkheden, de briefwisseling die de burger van de OVAM ontvangt, en zo verder.
85
ONZE WERKING NOG VERBETEREN De OVAM heeft alle klachten behandeld in overeenstemming met het Klachtendecreet. Ook onontvankelijke klachten werden voorzien van een antwoord of behandeld als adviesvragen. In bepaalde gevallen hebben we de betrokkene doorverwezen naar de juiste contactpersoon of instantie omdat de OVAM geen betrokken partij was. In de loop van 2003 is de procedure van klachtenbehandeling volledig ingeburgerd geraakt bij de personeelsleden van de OVAM. Bovendien zijn er geregeld initiatieven om onze medewerkers blijvend attent te maken op het belang van dit klachtenrecht voor de burger en voor de werking van de OVAM. Verder hebben we een project opgestart om de telefonische overbelasting van de dossierhouders van de dienst onderzoek en van de dienst verplichte en vrijwillige sanering - binnen de afdeling bodemonderzoek en attestering - te verminderen. De telefoons worden nu behandeld door de Vlaamse Infolijn of door een beperkt aantal personen, dat de oproepen nauwgezet opvangt. Door deze initiatieven kunnen wij nu ook een aantal personen vrijmaken om een draaiboek op te maken met frequent terugkerende vragen en antwoorden. In 2003 hebben we een project opgestart om, in samenwerking met een extern bureau, de leesbaarheid van de uitgaande brieven over bodemonderzoeken te verbeteren. In 2004 willen we ook de brieven over de saneringen aanpakken.
Š Danni Elskens
86
Samenvatting De OVAM is verantwoordelijk voor het afvalstoffen- en het bodemsaneringsbeleid in Vlaanderen. Dit jaarverslag bundelt de resultaten van 2003 van de OVAM en beschrijft de opdrachten, projecten en initiatieven van de OVAM van het afgelopen jaar. Op het vlak van bodemsanering hebben we heel wat werk verricht. Zo waren er eind 2003 22.500 dossiers in behandeling en werden er het afgelopen jaar meer dan 400 bodemsaneringsprojecten ingediend. De inhaalbeweging op het vlak van digitale ruimtelijke informatie betekent een belangrijke ondersteuning voor onze werking. Tien gemeenten hebben in 2003 een project ingediend om financiële ondersteuning te krijgen voor de herontwikkeling van een brownfield op hun grondgebied. In Kessel-Lo en in Turnhout staat de sanering van een woonzone in de startblokken. De OVAM voerde verschillende ambtshalve bodemsaneringen uit, die noodzakelijk waren omdat de betrokkenen de bodem niet wilden of konden saneren. Algemeen leverde OVAM ook in 2003 belangrijke technisch-wetenschappelijke ondersteuning aan het Vlaamse bodembeleid. Zo heeft de OVAM mee het fonds voor bodemsanering van tankstations, Bofas, voorbereid. De nieuwe regelgeving grondverzet, die in het voorjaar van 2004 van kracht wordt, en de codes van goede praktijk voor het omgaan met uitgegraven grond, werden door de OVAM op papier gezet. Onze aanpak van bodemsanering vindt ook weerklank in het buitenland. De OVAM is actief lid van verschillende Europese netwerken en ze werkt volop mee aan de uitbouw van een strategie voor bodembeheer in Europa. Voor wat betreft afval, leggen we jaar na jaar de klemtoon op preventie. Zowel bedrijven, burgers als overheden, willen we zoveel mogelijk doordringen van het belang van afval voorkomen. Voor het bedrijfsafval werken we samen met de sectoren aan een inhaalmanoeuvre, dat moet meehelpen om de berg bedrijfsafval te doen slinken. In 2003 zag PRESTI 5 het daglicht. De OVAM treedt ook controlerend op. Wij controleren de selectieve inzameling van afval door de sectoren en oefenen toezicht uit op de aanvaardingsplichten voor verschillende soorten afvalstoffen. Verder bereiden we nieuwe milieubeleidsovereenkomsten voor. Controle was er onder meer op het storten en verbranden met toepassing van het verlaagde heffingstarief voor recyclageresidu’s en op de uitvoering van het PCB-verwijderingsplan. De OVAM was in 2003 genoodzaakt verschillende ambtshalve afvalverwijderingen uit te voeren. Verder zijn we in 2003 gestart met de uitvoering van het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen, dat de klemtoon legt op voorkoming en recyclage van huishoudelijk afval. Dat deze aanpak nodig is, tonen de cijfers aan. We zamelen met zijn allen meer selectief in, maar de totale hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen blijft al enkele jaren gelijk. Ook op het vlak van afval, heeft de OVAM een belangrijke beleidsondersteunende rol. Zo werd de Europese richtlijn Verbranding omgezet naar Vlaamse regelgeving. In 2003 werd het nieuwe Vlarea goedgekeurd. Een nieuwe regeling voor dierlijk afval staat op stapel en er werd gesleuteld aan de bestaande wetgeving rond afgedankte voertuigen. De OVAM bereidde het Uitvoeringsplan Houtafval en het Uitvoeringsplan Hoogcalorisch Afval voor, beide goedgekeurd in 2003. Het Uitvoeringsplan Bagger- en ruimingsspecie bevindt zich in de fase van de politieke besluitvorming. De OVAM werkt mee aan de uitbouw van een gedegen afvalaanpak binnen Europa en levert een actieve bijdrage aan de totstandkoming van de Europese regelgeving. Nochtans mag de internationalisering van de markt niet ten koste gaan van de reeds geboekte resultaten in Vlaanderen. De uitdaging is het huidige kwaliteitsniveau van het Vlaamse afvalstoffenbeleid te behouden op Europees niveau. Bij al wat ze onderneemt, treedt de OVAM zoveel mogelijk in dialoog met bedrijven, burgers en overheden. Zowel voor bodem als voor afval, waren er in 2003 diverse campagnes en sensibiliserende acties.
87
résumé L’OVAM est responsable de la politique du traitement des déchets et de l’assainissement des sols en Flandre. Ce rapport annuel rassemble les résultats de l’année 2003 de l’OVAM et décrit les missions, projets et initiatives de l’OVAM de l’année dernière. Dans le domaine de l’assainissement des sols, nous avons accompli un travail gigantesque. Fin 2003, 22.500 dossiers étaient en traitement et plus de 400 projets d’assainissement de sols ont été introduits l’année passée. Le mouvement de rattrapage opéré au niveau de l’information spatiale numérique constitue un soutien important pour notre action. En 2003, dix communes ont soumis un projet visant à obtenir une aide financière pour la réhabilitation d’une friche industrielle sur leur territoire. A Kessel-Lo et à Turnhout, l’assainissement d’une zone d’habitation va bientôt démarrer. L’OVAM a procédé d’office à différentes opérations d’assainissement de sols qui s’avéraient nécessaires, car les parties concernées ne voulaient pas ou n’étaient pas en mesure de s’en charger. De manière générale, l’OVAM a également apporté en 2003 un appui technico-scientifique considérable à la politique flamande d’assainissement des sols. L’OVAM a notamment participé à la mise en place du Fonds d’assainissement des sols des stations-service (BOFAS). La nouvelle réglementation relative aux travaux de terrassement, entrée en vigueur au printemps 2004, et les codes de bonne pratique pour la manipulation des déblais, ont été mis sur papier par l’OVAM. Notre approche d’assainissement des sols reçoit également un accueil favorable à l’étranger. L’OVAM est membre actif de différents réseaux européens et contribue intensément au développement d’une stratégie de gestion des sols en Europe. En matière de déchets, nous mettons chaque année l’accent sur la prévention. Nous souhaitons convaincre autant que possible les entreprises, les citoyens et les autorités de l’importance que revêt la prévention des déchets. Pour les déchets industriels, nous travaillons en collaboration avec les différents secteurs sur une manœuvre de rattrapage qui doit permettre de réduire la montagne de déchets industriels. En 2003, PRESTI 5 a vu le jour. L’OVAM agit également au niveau du contrôle. Nous contrôlons la collecte sélective des déchets par les secteurs et le bon respect des obligations de reprise des différents types de déchets. Nous préparons en outre de nouvelles conventions environnementales. Le contrôle a notamment porté sur le versage et l’incinération de déchets avec application du tarif réduit pour les résidus de recyclage et sur l’exécution du plan d’élimination des PCB. En 2003, l’OVAM a été dans l’obligation de procéder d’office à différentes opérations d’élimination de déchets. En 2003, nous avons également mis à exécution le Plan d’Exécution Déchets Ménagers qui met l’accent sur la prévention et le recyclage des déchets ménagers. Les chiffres montrent la nécessité incontestable de cette approche. Nous trions tous de manière plus sélective, mais la quantité totale de déchets ménagers reste identique depuis quelques années. Dans le domaine des déchets, l’OVAM assume également une mission importante de soutien de la politique. La directive européenne sur l’incinération des déchets a été transposée en droit flamand. En 2003, le nouveau Vlarea (règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets) a été approuvé. Une nouvelle réglementation sur les déchets animaux est en cours d’élaboration et la législation existante concernant les véhicules hors d’usage a été retravaillée. L’OVAM a préparé le Plan d’Exécution Déchets de Bois et le Plan d’Exécution Déchets à Haut Pouvoir Calorifique, tous deux approuvés en 2003. Le Plan d’Exécution Produits de Dragage et de Curage est en phase d’élaboration d’une décision politique. L’OVAM collabore au développement d’une approche solide des déchets au sein de l’Europe et contribue activement à la réalisation d’une réglementation européenne. L’internationalisation du marché ne peut toutefois pas se faire au détriment des résultats déjà obtenus en Flandre. Le défi consiste à maintenir à l’échelle européenne le niveau de qualité actuel de la politique flamande en matière de gestion des déchets. Dans tout ce qu’elle entreprend, l’OVAM dialogue autant que possible avec les entreprises, les citoyens et les autorités. Diverses campagnes et actions de sensibilisation ont été organisées en 2003, tant dans le domaine de l’assainissement des sols que de la gestion des déchets.
88
ZUSAMMENFAsSUNG Die OVAM (Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest - Öffentliche Abfallstoffgesellschaft für die fl ämische Region) ist für die Bereiche Abfallstoffe und Bodensanierung in Flandern verantwortlich. Dieser Jahresbericht fasst die Ergebnisse der OVAM des Jahres 2003 zusammen und beschreibt die Aufträge, Projekte und Initiativen der OVAM des vergangenen Jahres. Im Bereich Bodensanierung waren wir sehr aktiv. So waren Ende 2003 22.500 Akten in Arbeit und wurden im vergangenen Jahr mehr als 400 Bodensanierungsprojekte eingereicht. Die Fortschritte auf dem Gebiet der digitalen Erfassung Flanderns bedeuten eine wesentliche Unterstützung unserer Arbeit. 2003 haben zehn Gemeinden ein Projekt eingereicht, um finanzielle Unterstützung für die Sanierung eines Brownfields auf ihrem Grundgebiet zu bekommen. In Kessel-Lo en und Turnhout steht die Sanierung eines Wohngebiets in der Anfangsphase. Die OVAM führte nach Behördenaufträgen mehrere Bodensanierungen durch, die notwendig waren, weil die Betroffenen den Boden nicht sanieren wollten oder konnten. Im Allgemeinen lieferte die OVAM auch 2003 wichtige technisch wissenschaftliche Unterstützung für die fl ämische Bodenpolitik. So hat die OVAM zur Vorbereitung des Fonds für Bodensanierung für Tankstellen, Bofas, beigetragen. Die neue Regelung Erdbewegung, die im Frühjahr 2004 in Kraft tritt, und die Leitfäden für den Umgang mit abgegrabener Erde wurden durch die OVAM formuliert. Unser Ansatz der Bodensanierung findet auch im Ausland Anerkennung. Die OVAM ist aktives Mitglied verschiedener europäischer Netzwerke und nimmt intensiv am Ausbau einer Strategie für die Bodenverwaltung in Europa teil. Was Abfall betrifft, legen wir den Schwerpunkt noch stets auf die Vermeidung. Wir wollen sowohl Unternehmen, Einzelpersonen als auch Behörden deutlich machen, wie wichtig es ist, Abfall zu vermeiden. Für gewerbliche und industrielle Abfälle sowie Abfälle aus Einrichtungen arbeiten wir gemeinsam mit den Sektoren daran, diesen Müllberg abzubauen. 2003 wurde PRESTI 5 (5. Subventionierungsprogramm zur Abfallvermeidung) eingeführt. Die OVAM ist auch eine Kontrollinstanz. Wir kontrollieren die selektive Abfallsammlung durch die Sektoren und überwachen die Übernahmeverpflichtungen für verschiedene Arten von Abfallstoffen. Weiters bereiten wir neue Vereinbarungen im Bereich der Umweltpolitik vor. Kontrolliert wurden unter anderem die Deponierung und Verbrennung unter Anwendung des ermäßigten Abgabetarifs für Recyclingrückstände sowie die Ausführung des PCB-Abbauplans. Die OVAM musste 2003 mehrere behördlich auferlegte Abfallentsorgungen durchführen. Weiters haben wir 2003 mit der Umsetzung des Ausführungsplans Siedlungsabfälle begonnen, der den Schwerpunkt auf Vermeidung und Wiederverwertung von Siedlungsabfällen legt. Die Notwendigkeit dieses Ansatzes wird durch Zahlen untermauert. Wir alle trennen Müll immer besser, aber die Gesamtmenge an Siedlungsabfallstoffen bleibt schon seit einigen Jahren gleich. Im Abfallbereich hat die OVAM weiters eine wichtige Rolle bei der Unterstützung der Politik. So wurde die europäische Richtlinie Verbrennung in das fl ämische Regelwerk übernommen. 2003 wurde die neue Vlarea (Vlaams Reglement voor Afvalvoorkoming en -beheer - Flämische Regelung zur Abfallvermeidung und verwaltung) angenommen. Eine neue Regelung für tierische Abfälle wird vorbereitet und die bestehende Gesetzgebung zu Altfahrzeugen wurde verbessert. Die OVAM bereitete den Ausführungsplan Holzabfall und den Ausführungsplan Hoch kalorischer Abfall vor, die beide 2003 angenommen wurden. Der Ausführungsplan Bagger- und Abraumgut befindet sich in der Phase der politischen Beschlussfassung. Die OVAM ist intensiv am Ausbau einer guten Abfallpolitik in Europa beteiligt und liefert einen aktiven Beitrag zur Gestaltung des europäischen Regelwerks. Doch die Globalisierung des Marktes darf nicht zulasten der in Flandern bereits erzielten Ergebnisse gehen. Die Herausforderung besteht darin, das aktuelle Qualitätsniveau der fl ämischen Abfallpolitik auf europäischem Niveau zu erhalten. In all ihren Aktivitäten sucht die OVAM wenn immer möglich den Dialog mit Unternehmen, Einzelpersonen und Behörden. Sowohl für Boden als auch für Abfall gab es 2003 verschiedene Kampagnen und sensibilisierende Aktionen.
89
SUMMARY OVAM is the public body responsible for policy on waste products and soil remediation in Flanders. This annual report compiles the results for 2003 of OVAM and describes the assignments, projects and initiatives OVAM has undertaken during the past year. Much work has been done in the area of soil remediation. At the end of 2003, 22,500 cases were being processed and more than 400 soil remediation projects have been submitted in the past year. The catching up that took place in the area of the digitalizing of environmental planning information has been an important source of support to our work. In 2003, ten municipalities submitted a project to obtain financial support for the redevelopment of a brownfield site located in their districts. Clean-up of residential areas in Kessel-Lo and Turnhout is in the starting blocks. OVAM officially intervened to execute various official soil remediation activities that were necessary because the parties involved were unwilling or unable to do so. In general, OVAM also provided important technical-scientific support for Flemish policy on soil management in 2003. Thus, OVAM helped prepare the fund for soil remediation of filling stations (Bofas). The new regulations governing the moving of soil that came into force in the spring of 2004 and the codes of good practice for processing excavated soil were drafted by OVAM. Our approach to soil remediation has also had echoes abroad. OVAM is an active member of various European networks and it cooperates in the development of a strategy for soil management in Europe. Concerning waste, this year our emphasis was on prevention. Our intent is to convince companies, individuals and government authorities as much as possible of the importance of preventing waste. Regarding industrial waste, we are working together with the sectors on actions to contribute to a reduction in the existing accumulation of industrial waste. PRESTI 5 saw the light of day in 2003. OVAM has also exercised a monitoring function. We monitor the selective collection of waste by the sectors and supervise the acceptance obligations for various types of waste products. In addition, we draft new environmental policy agreements. We monitored among other things the dumping and incineration activities in application of the reduced levies on recycling residue and the implementation of the PCB removal plan. In 2003, OVAM was obliged to officially intervene to execute several waste removal actions. In addition, in 2003 we began executing the Implementation Plan for Domestic Waste Products that emphasizes preventing and recycling domestic waste. The figures indicate just how necessary this approach is. While together we have been successful in collecting waste more selectively, the total amount of domestic waste has remained the same for a number of years. OVAM also has an important policy-supporting role to play in the area of waste management. Thus, the European directive on Incineration has been taken over into Flemish regulations. Vlarea, the new Flemish environmental decree, was passed in 2003. New regulations for animal waste are in the pipeline and existing legislation governing discarded motor vehicles was modified. OVAM prepared the Implementation Plan for Wood Waste and the Implementation Plan for High-Calorie Waste, both of which were ratified in 2003. The Implementation Plan for Sludge is currently in the political decision-making phase. OVAM is collaborating in the development of a thoroughgoing approach to waste within Europe and contributes actively to the establishment of European regulations. Nevertheless, internationalization of the market may not be at the expense of the progress already made in Flanders. The challenge is to maintain at European level the present high standards of Flemish policy regarding waste products. In all that it does OVAM endeavours to dialogue as much as possible with companies, individuals and government authorities. In 2003, there were various campaigns and sensitising activities regarding both soil and
90
waste.
© Danni Elskens
91
© Danni Elskens
AFKORTINGEN
© Danni Elskens
92
EN BEGRIPPEN
Afkortingen AEEA
Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten
AMINABEL
AMINAL - Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid
AMINAL
Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer
AROHM
Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen
BBB
Beter Bestuurlijk Beleid
BBT
Beste Beschikbare Technieken
Beltest
federale overheidsdienst die laboratoria en keuringsinstellingen accrediteert
Bofas
fonds voor bodemsanering van tankstations
Cabernet
Concerted Action on Brownfield and Economic Regeneration Network (Europees netwerk brownfields)
CFK’s
stabiele industriegassen die hoofdzakelijk chloor, fluor en broom bevatten en de ozonlaag aantasten
COPRO
vzw Controle Producten, de Copro-certificering is een kwaliteitskeuring van niet-veront-
Diftar
gedifferentieerde tarifering: aangeboden afval wordt gewogen en verrekend
FAVV
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
FFEU
Financieringfonds voor schuldafbouw en éénmalige investeringsuitgaven
FOST Plus
erkend organisme dat instaat voor de terugnameplicht van huishoudelijk verpakkingsaf-
reinigde puingranulaten door deze onafhankelijke instelling
val GFT-afval
Groente-, Fruit- en Tuinafval
GIS
Geografisch Informatie Systeem
Gisti
Gescheiden Inzameling Stimuleren, programma voor selectieve inzameling van de OVAM, waarbij de nadruk ligt op de sectorale benadering
GOM
Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij
HCA
Hoogcalorisch Afval
IBC
Interregionale Bodemsaneringscommissie
ILVA
Intercommunale Vereniging Land van Aalst
IOK
Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij Kempen
IVA
Intern Verzelfstandigd Agentschap
Interreg
Europees programma dat concrete grensoverschrijdende projecten subsidieert met als doel de grenzen binnen de Europese Unie zoveel mogelijk op te heffen
93
MAMBO
Minder Afvalstoffen Meer BedrijfsOpbrengst, softwarepakket dat toelaat de totale afvalkosten van een bedrijf in kaart te brengen en de baten van investering in afvalpreventie te berekenen.
MBO
Milieubeleidsovereenkomst
MINA-fonds
Milieu- en Natuurfonds, fonds dat het merendeel van de middelen beheert die de Vlaamse overheid inzet voor een verbetering van de milieu- en natuurkwaliteit in het Vlaamse Gewest.
MINA-raad
Milieu- en Natuurraad Vlaanderen
MIRA-BE
Milieu- en natuurrapport van de Vlaamse Milieumaatschappij: beleidsevaluatie
MIRA-T
Milieu- en natuurrapport van de Vlaamse Milieumaatschappij: thema’s
OC-GIS
Ondersteunend Centrum voor Geografische Informatie Systemen
OESO
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Europa)
OVAM
Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest
OVB
Ondernemersvereniging Bodemsaneerders
PCB’s
polychloorbiphenylen, gechloreerde scheikundige verbindingen
POP’s
persistente organische polluenten
PRESTI
preventiestimuleringsprogramma voor bedrijven op initiatief van de Vlaamse overheid
Recupel
vzw die dankzij de steun van de verschillende gewesten werd opgericht door de producenten en de invoerders van elektrische en elektronische apparatuur. De missie van Recupel is het organiseren van de ophaling, de verwerking en de recyclage van oude elektrische en elektronische toestellen in België.
94
RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (NL)
RWZI
rioolwaterzuiveringsinstallatie
SBSN
Stichting Bodemsanering Nederlandse Spoorwegen
SERV
Sociaal-Economische Raad Vlaanderen
TWOL
Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek Leefmilieu
VEB
Vereniging Erkende Bodemsaneringsdeskundigen
VITO
Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek
VLACO
Vlaamse Compostorganisatie
Vlarea
Vlaams Reglement inzake Afvalvoorkoming en -beheer
Vlarebo
Vlaams Reglement betreffende Bodemsanering
Vlarem
Vlaams Reglement betreffende Milieuvergunningen
VLM
Vlaamse Landmaatschappij
VMM
Vlaamse Milieumaatschappij
VREG
Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt
VVSG
Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten
Begrippen Aanvaardingsplicht
plicht voor de eindverkoper, de tussenhandelaar, de producent of de invoerder om bepaalde afvalstoffen te aanvaarden met het oog op hun nuttige toepassing of doelmatige verwijdering
Afvalverwerking
omzetten van afval in andere vormen door bijvoorbeeld recyclage of verbranding en verwijdering van afval door storten
Afvalverwijdering
vernietiging en definitieve opslag op of in de bodem
ConSoil
internationaal congres over bodemsanering, waarvan in 2003 de 8ste editie plaatsvond in Vlaanderen
Bedrijfsafval
afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een industriële, ambachtelijke en wetenschappelijke activiteit en de afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij besluit van de Vlaamse regering
Beschrijvend Bodemonderzoek (BBO) bodemonderzoek waarin de ernst van de bodemverontreiniging wordt vastgesteld Bodemsanering
het behandelen van bodemverontreiniging door het opstellen en uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek, indien nodig gevolgd door het opstellen van een bodemsaneringsproject, het uitvoeren van bodemsaneringswerken en het eventueel verzekeren van nazorg
Bodemsaneringsproject (BSP)
studie waarin wordt vastgelegd op welke wijze de bodemsanering zal worden uitgevoerd
Bodemsaneringswerken (BSW)
werken ter uitvoering van een bodemsaneringsproject
Bodemverontreiniging
de aanwezigheid van stoffen of organismen, veroorzaakt door menselijke activiteiten, op of in de bodem, die de kwaliteit van de bodem op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloeden of kunnen beïnvloeden
Groene stroom
elektriciteit opgewekt door gebruik te maken van hernieuwbare ener-
Halonen
volledig gehalogeneerde koolwaterstofmoleculen die minstens één
giebronnen broomatoom bevatten. Deze producten worden voornamelijk gebruikt als brandbestrijdingsmiddel. Hergebruik
het opnieuw aanwenden van producten en materialen in het afvalstadium voor hetzelfde doel of voor een soortgelijk doel als waarvoor zij oorspronkelijk bestemd waren
Historische bodemverontreiniging
verontreiniging die tot stand gekomen is vóór de inwerkingtreding van
Oriënterend Bodemonderzoek (OBO)
bodemonderzoek om mogelijke verontreiniging vast te stellen
het Bodemsaneringsdecreet (vóór 29 oktober 1995) Persistent
niet of zeer moeilijk afbreekbaar
Recuperatie
verzamelbegrip voor recyclage, compostering en hergebruik
Recyclage
terugwinnen van grondstoffen uit afvalstoffen en het inzetten ervan in een productieproces als gehele of gedeeltelijke vervanging van primaire grondstoffen
Register van verontreinigde gronden
bevat alle gronden in Vlaanderen waarvoor reeds een bepaalde graad
95
van verontreiniging werd vastgesteld Richtlijn (Europese)
besluit dat bindend is voor de lidstaten wat betreft een in de richtlijn uitgedrukt te bereiken resultaat. De lidstaten zijn vrij de vorm en middelen te bepalen nodig om aan de richtlijn te voldoen. Bij niet-naleving kan de Commissie een procedure inzetten.
Zware metalen
metalen met een atoommassa groter dan 20. Meestal bedoelt men hiermee de groep van volgende acht stoffen: arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, zink.
COLOFON redactieraad: Veerle De Ridder, Koen Janssens, Els Van Camp, Anne Vandeputte, Jan Vanderbruggen, Wendy Van Dijck
hoofdredacteur: Guy Haemels
copywriting: Katelijne Norga (Pantarein)
vormgeving: Danni Elskens (Koloriet)
drukwerkbegeleiding: Joris Delafortrie
druk: Drukkerij Van In - Lier
verantwoordelijke uitgever: ir. Frank Parent
96