Skip to main content

MENC008-001.pdf

Page 1

-o

•o

o.'

>

O

3

*??»

Historische


Historische tuinen en parken van Vlaanderen Inventaris Limburg Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-De-Stad, Mieu werkerken en Sint-Truiden


Historische tuinen en parken van Vlaanderen Inventaris Limburg Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-De-Stad, Nieuwerkerken en Sint-Truiden

Chris De Maegd, Herman-]. Van den Bossche m.m.v. Roger Deneef en Miriam Van den Broeck

Redactie:

^^J JsT;

Chris De

Maegd

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Afdeling Monumenten en Landschappen Brussel 2003


Verantwoordelijke uitgever: Luc Tack Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Afdeling Monumenten en Landschappen Albert Il-laan 19 (bus 3), 1210 Brussel - tel. 02-553 16 13 - fax 02-553 ^ I 2 ©

Niets uir deze uitgave mag op enigerlei wijze worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs en de uitgever

D/2OO3/3241/243 ISBN 90-403-0188-3

NUR

648


Dit boek verscheen in oktober 2 0 0 3 en werd uitgegeven door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Afdeling M o n u m e n t e n en Landschappen

Auteurs Chris De Maegd Herman-J. Van Den Bossche Met medewerking van: Roger Deneef en Miriam Van den Broeck

Redactie Chris De Maegd

Fotografie Oswald Pauwels, Kris Vandevorst en de auteurs

Digitalisering Maryline Verhulst

Concept Luc Tack

Redactiesecretaris Veerle De Houwer

Kaft: Het kasteelpark van Brustem (foto 0. Pauwels)


"Pour embellir les champs, simples dans leurs attraits, Gardez-vous d'insulter la nature a grands frais; Ce noble emploi demande un artiste qui pense, Prodigue de génie et non pas de dépense. Moins pompeux qu élégant, moins décoré que beau Un jardin, a mes yeux, est un vaste tableau . J. DELILLE, Lesjardins ou l'An d'embeliir les paysages (1786)

Het land, aantrekkelijk in al zijn eenvoud, mooier maken vraagt geen gevulde beurs, wel dat men de natuur kan smaken; Een nobele opdracht is het voor een kunstenaar met verstand, voor een vindingrijke geest, eerder dan voor een kwistige hand. Een tuin zonder vertoon, zonder sier, is voor mij aangenaam en fraai, één groot schilderij. (vertaling Chris De Maegd)


iNVimin

VOORWOORD

10

IN LEI Dl NG Verantwoording

13 13

De Inventaris

14

Onderzoeksprocedure en bronnen

16

SYNTHESE VAN HET ONDERZOEK

21

INVENTARIS

30

Gingelom Halen Herk-de-Stad Nieuwerkerken Sint-Truiden

30 66 86 104 lil

RESU M ES

216

SUMMARIES

223

OVERZICHTSTABELLEN

229

DANKWOORD

232

INDEX OP PERSONEN

233

M&L


• ^'

• Kasteel van Gingelom in 1822 (tekening van S. de Wal, pnvécollectie) (opname 0. Pauwels)

Kasteel van Gingelom in 1861 (lithografie van CJ. Hoolans. privécollectie) (opname 0. Pauwels)

4

Ü pSr i

l

m^-'"----

i i

n pi' i

1-

^KW *

f

) 11: l i l 2J s\ ""yt

'«mmz-. .... : • « "

^

M&L

t

i

^

-

«O SptTm?"-'..

ÉÈJ „^^^ .

•

.

••

*

^

i J^[

jw

^Spl^H

H J W&ïtkz,

Oim§ki m v,

\ ^ B


&'*&

.,« .">

ft*

^

'

#

•''

"•

:

• iJSÉ

.'/«.

^

J

'^b*...

* • * » . .


VODRWnnRD

De bruine beuken in de Kartuis van Zelem in Halen (foto 0. Pauwels)

Onroerend erfgoed, bescheiden of van grote waarde, koestert men om vele redenen, in de eerste plaats omdat het van onszelf is, van onze familie, die het ons misschien heeft nagelaten. Erfgoed is meer dan louter object alleen. Het heeft ook zijn niet-materiële waarde. Erfgoed als een goede huisvader beheren en goed verzorgen is een zware verantwoordelijkheid tegenover de gemeenschap. Onroerend erfgoed geeft men door, onverminderd in de materiële én de niet-materiële waarden en betekenissen. De zorg voor het onroerend erfgoed is ook een belangrijke taak voor de overheid. Dit veronderstelt dat wij weten wat wij aan onroerend erfgoed bezitten, vandaar de inventaris. Vervolgens dat wij de waarden van ons patrimonium onderkennen en proberen vast te houden, vandaar de bescherming. Tenslotte dat wij ons bewust zijn van de kwetsbaarheid ervan en vandaar dat wij het zorgvuldig beheren. Elkeen van ons dient zijn grote verantwoordelijkheid hierin te beseffen en op te nemen. De eerste inventarisatieronde van ons gebouwd erfgoed, gepubliceerd in de reeks 'Bouwen door de eeuwen heen', is na meer dan dertig jaar zo goed als voltooid. Daarmee is de kous echter niet af. Men bouwde op een plek die, afhangend van de status en de beurs van de bouwheer en beïnvloed door de tijdsgeest, ook werd ingericht en aangelegd voor nut en of voor sier: bij een gebouw hoort een erf, een koer, een siertuin, een park, een hof. Zoals de architectuur een spiegel is, zo heeft ook de tuinkunst heel wat te vertellen. Niet enkel over bomen, planten en water, of over mode, stijlen en smaken maar ook over de geschiedenis van families en de geschiedenis van een regio, over sociale relaties en sociale aspiraties, over maatschappelijke verschuivingen, standengebonden voorkeuren en culturele verschillen ...

M&L


Deze inventaris van het groen erfgoed toont dit op overtuigende wijze aan. Men stelt niet enkel het efemeer karakter van bomen, struiken en planten vast, maar ook de grote kwetsbaarheid van tuin- en parkstructuren en van hekken, fruitmuren, paviljoenen en tuinornamentiek. Dit specifiek erfgoed in al zijn boeiende facetten opzoeken, historisch onderzoeken, zorgvuldig beschrijven en in beeld vastleggen en evalueren is de eerste stap van bewaren en van waarden toekennen. Als uit de inventaris dan de noodzakelijke beschermingen als monument kunnen volgen, dan is ook voor het groen erfgoed een belangrijke kerntaak gerealiseerd. In dit boekdeel worden de tuinen en parken met erfgoedwaarde van vijf Limburgse gemeenten, grenzend aan de provincie Vlaams-Brabant, voorgesteld. Er komen belangrijke kasteelparken in voor, parken en grote tuinen in voormalig kerkelijk bezit, parkjes bij grote herenboerderijen, begraafplaatsen en kerkhoven, pastorie- en villatuinen en boerentuintjes waar het nut op de sier primeert. Deze gemeenten bestrijken deels de vruchtbare en rijke fruitstreek rond Sint-Truiden. Vandaar dat bijzondere aandacht gaat naar de 'barrier', het smeedijzeren hek dat toegang geeft tot de boomgaard. Want is die niet de moeder aller tuinen? De auteurs van dit boekdeel hebben zich van meet af aan tot doel gesteld om de inventarisgegevens zö in boekvorm te verwoorden dat de lezers ervan mee kunnen kijken naar tuinen en parken met de ogen van de monumenten- en landschapszorger. Tuinen en parken verdienen generatie na generatie gekoesterd te worden als evenwaardig onroerend erfgoed.

ÓLd^iU^yK^yU^^^^^

Paul Van Grembergen Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, jeugd en Ambtenarenzaken

M&L


Het kasteelpark van Nieuwenhovcn in Sint-Truiden (foto 0. Pauwels)

1VI&L


Halen • o 5ksbergen

I N I F1D1NG

VERANTWOORDING Doelstelling Wat Vlaanderen bezit aan historische parken en tuinen is onvoldoende bekend. De tuinkunstgeschiedenis moet nog worden geschreven en zolang deelstudies ontbreken kan men geen synthese formuleren. De voorliggende inventaris wil aan deze lacune verhelpen door voor een beperkt gebied een eerste overzicht van het tuinenerfgoed te bieden. Bovendien schept de inventaris het noodzakelijk referentiekader voor eventuele beschermingen. Deze inventaris verzamelt bestaande tuinen en parken en bekijkt ze als historisch gegeven. Ze in een kort verhaal beschrijven en hun waarde onder woorden brengen, helpt hun concept, hun aanleg en hun evolutie te begrijpen. Maar dankzij het verworven inzicht worden ook de behoeften voor hun behoud, hun beheer en hun verdere ontwikkeling duidelijker. Immers, kennis maakt bewust en weten beïnvloedt het handelen. Dit is wat de voorliggende inventaris beoogt. Hij leert alvast dat tuinen en parken broze ontmoetingsplaatsen zijn van cultuur en natuur.

Het onderzochte gebied In 1994 werd binnen de Afdeling Monumenten

Het tuinenerfgoed

en Landschappen het licht op groen gezet

opgenomen in deze

voor het proefproject van een systematische 'Inventarisatie Historische Tuinen en Parken'.

uitgave beslaat vi|l gemeenten van het arrondissement

Het werd een deeltijdse taak, voor een land-

Hasselt

schapsarchitect en een kunsthistorica. Zoals voor

(Tekening Mare

de welbekende reeks Bouwen door de eeuwen heen, de inventaris van het gebouwde erfgoed in Vlaanderen (1), opteerde men voor een onderzoek per bestuurlijk arrondissement: Hasselt. Einde 1999 was daarvan de inventarisatie voltooid. De resultaten van het onderzoek in vijf van de 18 gemeenten worden in dit deel gepubliceerd. Deze gemeenten bieden een grote verscheidenheid in nederzettingsgeografie, bodemgebruik, historische en economische ontwikkelingen en landschapstypes. De geografie - vooral de aanwezigheid van water - is voor tuinen een belangrijk element. In dit deel zijn dat de valleien van de Cicindria, de Meister- en de Molenbeek en van de Zwartebeek en de Herk. Naast de oude, vruchtbare landbouwgronden in zuidelijk Haspengouw met zijn boomgaarden en rijk verleden, treffen we in het westen de overgang aan naar het Brabants plateau. De historische stad Sint-Truiden, die vanouds gericht was op het land van Luik, is de belangrijkste pool, ook op het vlak van historische tuinen.

Bessemans)


De huidige provincie valt niet samen met het historisch hertogdom Limburg, dat aan de Vesder lag. Ze werd pas in 1839 bij het jonge Belgïe gevoegd en pas in 1843 stond de definitieve begrenzing met Nederland vast (2). Haar grondgebied besloeg een deel van het oude prinsbisdom Luik, waarin sedert 1 366 het oude graafschap Loon was opgegaan, en een klein deel van het oude hertogdom Brabant (3). Brustem en Duras (nu deelgemeenten van Sint-Truiden) waren oorspronkelijk Loons. Cingelom, Nieuwerkerken (zonder het Loonse Kozen en Wyer), Ordingen en Velm (nu beide bij SintTruiden) waren Luiks. Sint-Truiden was een tweeheerlijkeid, de abt van de plaatselijke Sint-Trudoabdij deelde in het gezag van de prinsbisschop (4). Zepperen hing als vrijheerlijkheid rechtstreeks af van de Duitse keizer en Halen (zonder de Loonse heerlijheid Zelem) was een Brabantse stad. Herk-de-Stad was een omwalde Loonse plaats op de grens met het hertogdom Brabant.

INVENTARIS De inventaris van dit deel telt meer dan 125 objecten in de gemeenten Cingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken en Sint-Truiden. De beschrijving van elke tuin werd aanvankelijk, naar het Waalse voorbeeld (5), opgevat als een fiche die per rubriek, de verzamelde kennis geconcentreerd samenvatte. Om de conformiteit met de ondertussen voor Brabant gestarte en gepubliceerde inventaris van drie landelijke gemeenten (6) te waarborgen, werd op de valreep van dit concept afgeweken. Het manuscript werd begin 2000 herschreven als een verzameling korte artikels zoals men ze in het tijdschrift Monumenten en Landschappen zou aantreffen. De teksten zelf zijn in alfabetische orde gerangschikt per gemeente, deelgemeente en straatnamen. Op een overzichtskaart vindt men de situatie van de opgenomen tuinen genummerd terug. Overzichtslijsten van de objecten naar hun typologie, hun oorsprong en hun kwaliteiten en kenmerken sluiten, samen met een nameenregister, het corpus. Definities Het onderzoek betrof niet alleen de kasteelparken, ook de tuinen bij kloosters en abdijen, begijnhoven, pastorieën, boerderijen en gewone huizen werden in aanmerking genomen naast openbare parken, plantsoenen en groene begraafplaatsen. We formuleren er volgende definities voor. In de definitie voor 'historisch' in de Petit Robert (uitgave 1983) 'qui est ou mérite d'etre conserve par l'histoire', kan elke monumenten- en landschapszorger zich terugvinden. Wat in de inventaris opgenomen is, werd door de auteurs als zodanig ervaren. Voor de overige begrippen leunen we aan bij van Dale (uitgave 1984). Een tuin is een omheind stuk grond aangelegd voor nut en sier, meestal horend bij een huis. Een park is een afgebakend goed rond een kasteel of landhuis, bestaande uit onder meer parkbos en weiland, meestal door vijvers met kunstmatige aanleg verfraaid. Een plantsoen is een aanleg met bomen en planten als openbare tuin of publieke wandelplaats. Een landgoed is een eigendom rond een kasteel of landhuis met aanhorigheden, hoeve, tuinen, park, weiden, landerijen en bossen. Een parkbos is een omheind bos, een lustbos een niet omheimd bos, mede bestemd voor wandeling en recreatie (onder meer de jacht). Een openbaar park is een terrein in stad of dorp dat men door beplanting van bomen en heesters tot publieke wandelplaats inrichtte. Een begraafplaats is een niet rond een kerk gelegen terrein waar men de doden aan de aarde toevertrouwt. Men brengt de bestemming van het gebouw in rekening als men het heeft over een abdijtuin, kloostertuin, boerentuin, herenhuistuin, villatuin, pastorietuin, stadstuin, herenboerenpark, kasteelpark en - in het geval van een overtuin (aan de overkant van de straat of de beek), voor-, achter-, zijtuln de ligging ten opzichte van het huis.


Deze Items met cultuurhistorische, artistieke, architecturale, esthetische, sociaal-economische, dendrologische, horticulturele en zelfs ecologische aspecten vormen het formeel object van de inventaris. Ook verdwenen of slechts ten dele bewaarde objecten kwamen in aanmerking, voor zover ze belangrijk zijn voor het inzicht in de evolutie van de tuinkunst, ze een licht werpen op nog bestaande tuinen en parken of ze mogelijk een 'traditioneel landschapsrelict' zijn. Recente, hedendaagse tuinen en parken moesten, om opname te verdienen, kwaliteit in zich dragen. Subjectiviteit viel daarbij niet te vermijden. 'Geometrisch' versus 'landschappelijk' Spreekt men over tuin en park dan vallen de termen 'formele tuin - geometrische stijl' 'informele, landschappelijke tuin - Engelse stijl'. Het zijn stromingen en stijlen die als tegenstellingen gelden en waar een eigen maatschappijbeeld aan beantwoordt. Maar ook de landschappelijke tuinstijl gebruikt geometrische vormen, de geometrische stijl creëerde ook landschappen. We plaatsen de terminologie, kenmerken en bestanddelen hier even naast elkaar en hopen zo het beeld te verhelderen en de spraakverwarring wat te ontrafelen (7). Wat regelmatig, strak, geometrisch en symmetrisch is, beroep doet op de rede noemt men renaissancistisch, barok, klassiek of 'Frans' van stijl. Wat onregelmatig, vloeiend, afwisselend en verrassend is, beroep doet op associatie en gevoel noemt men romantisch, landschappelijk of 'Engels' (8). Rechte lanen en strakke gazons, rechte kanalen en spiegelvijvers, halfronde of spiegelboogvormige beëindigingen, parterres van snij-, knoop- en loofwerk of broderie, bosquets (boomparterres), snoeivormen (ook van fruitbomen) en geschoren hagen, een sterrebos (met lanen in stervorm), zichtassen in ganzenvoet zijn bestanddelen van de geometrische stijl. De natuur is duidelijk zichtbaar door mensenhand bedwongen en beantwoordt aan wiskundige modellen en meetkundige lichamen. In de bloembedden krijgen planten individueel aandacht, knolplanten en bloembollen zijn geliefd en sierplanten in kuip spelen een grote rol. Vanuit een paviljoen wordt er zicht op geboden. Kronkelvormen, meanders, slingerbewegingen, gebogen of sinuerende paden, geschulpte gazons, serpentine vijvers, ongeschoren struik- en heestermassieven, los begeleide zichtassen (ook in ganzenvoetvorm) met goed gepositioneerde bomengroepjes en solitaire bomen zijn bestanddelen van de landschappelijke stijl. De natuur ziet er 'natuurlijk', vrij en ongerept uit en oogt alsof mensenhand ze niet tot zijn ideaalbeeld heeft omgebogen. Het omliggend landschap is op de tuin betrokken én omgekeerd. Een wandeling moet voortdurend verrassen en verbazen, andere perspectieven en gezichten bieden, het exotische oproepen, associatie uitlokken en het gevoel aanspreken. Kleine constructies zijn daarbij een hulpmiddel. Planten als groep behandeld, nieuwe variëteiten en de bekende corbeilles met veelkleurige en contrasterende éénjarigen in patronen uitgeplant en benadrukt door sierkammen, dragen de voorkeur. Kuipplanten blijven geliefd en overwinteren in tegen het huis aangebouwde 'wintertuinen', typische constructies van glas en ijzer. De geometrische stijl laat men makkelijkheidshalve samenvallen met de 'moderne tijden', de periode tussen de middeleeuwen en de Franse revolutie, of het Ancien Régime. De landschappelijke stijl bestrijkt dan de periode na de Franse revolutie. Vanzelfsprekend overschrijden beide stijlen deze begrenzing in de tijd. Komen beide stijlkenmerken in een zelfde park voor dan spreekt men, voor de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw, van de 'gemengde' stijl: een geometrische aanleg bij het huis gecombineerd met een landschappelijke aanleg verderop. De literatuur, verre van eensluidend, erkent in beide stromingen verschillende stijlen, naar tijd en land anders. Bovendien onderscheidt men naast stijl ook genres of karakters in de landschappelijke richting: groots of nobel, riant en pittoresk. Deze inventaris gebruikt bij voorkeur geometrische, klassieke versus barokke of Ancien Régimetuin voor de eerste stroming. 'Engels' nemen we alleen over als de tuin als dusdanig op het Primitief kadaster is aangeduid, dus als het om een vroeg-landschappelijke tuin gaat. Anders spreken we van een aanleg in landschappelijke stijl.


Handleiding De nummering van de objecten op de situatiekaart Is de volgorde waarop ze in de inventaris zijn opgenomen. Alle foto's, tenzij anders vermeld zijn van de auteurs en werden op het moment van het plaatsbezoek in de periode 1994-1999 gemaakt, enkele uitzonderingen niet te na gesproken. De foto's van O. Pauwels dateren van 2002-2003. Kris Vandevorst verzorgde de opname van documentatie. De opmeting van de boomomtrek in cm gebeurde in principe op 1.50 m hoogte. De auteurs zijn tot verdere inlichtingen bereid. Afkortingen AK Archief van het Kadaster BCC Bibliothèque Chèroux-Croisiers Dépot-kaart staat voor 'de kaart van het Depot de la guerre' ICM Institut Carthographique Militaire KB Koninklijke Bibliotheek KIK Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium KP Kaarten en Plannen NCI Nationaal Geografisch Instituut PBL Provinciale Bibliotheek Limburg RA Rijksarchief

ONDERZOEKSPROCEDURE EN BRONNEN Zien, kijken en lezen De tuinen en parken in de inventaris zijn door de auteurs na terrein- en bronnenonderzoek van voldoende belang geacht voor opname. Toch zijn ook tuinen en parken opgenomen waarvoor geen toegang kon worden verkregen. Lectuur van de oude kaarten gecombineerd met wat van de openbare weg af zichtbaar was, heeft in deze gevallen noodgedwongen het plaatsbezoek vervangen. Dat daarbij belangrijke gegevens over het hoofd werden gezien is onvermijdelijk. De eerste en belangrijkste bron van kennis is uiteraard het object zelf: het terreinonderzoek en de 'sitelectuur' zijn dus van het grootste belang. De ligging en situering, de begrenzingen en afsluitingen, de toegang en oprit, de verschillende bestanddelen, de kenmerkende elementen en zichtassen, de relatie tot de gebouwen, de nog aanwezige kleinarchitectuur, de flora, de vegetatie en de bomen werden bekeken. Als bijdrage aan de dendrologische inventaris van België werd van de belangrijkste bomen meestal de stamomtrek opgemeten. Het literatuuronderzoek was, met uitzondering van de inventaris van het bouwkundig erfgoed van het arrondissement Hasselt, ontgoochelend. Lokale historici hebben de tuinen en parken als onderwerp voor onderzoek en publicatie in de tijdschriften blijkbaar nog niet ontdekt. In de tentoonstellingscatalogus Sint-Truiden Ingekaderd 1830-1914, waarvoor wel primair onderzoek gebeurde, kwamen tuin en park terloops wel aan bod. Kaarten Kaarten met hun topografische informatie zijn dankbare, betrouwbare en onmisbare bronnen (9). De waarde van de Ferrariskaart moet niet meer onderstreept worden (10). De ingekleurde handschriftelijke kaart op schaal 1 /11 520, door artilleristen en leerlingen van de School voor Wiskunde in Mechelen uitgevoerd onder leiding van generaal graaf Joseph jean Francois de Ferraris, is de eerste kaart die het ganse grondgebied van Vlaams België bestrijkt. De kaartbladen van het onderzochte gebied kunnen tussen 1771 en 1775 gedateerd worden, periode waarin de terreinopname gebeurde. In voormalig Luiks gebied, waarvoor toelating moest verkregen worden, kan men zelfs preciseren tot 1773-1774 (11).


De steden en dorpen, abdijen, cijnshoven en kastelen worden er op afgebeeld en hun tuinen, boomgaarden en dreven zijn duidelijk te onderscheiden van bossen, landbouwgrond, beemden en weiden. Dat ze niet over de hele lijn even nauwkeurig zijn is bekend, ook wiskundigen en militairen misrekenen zich al eens of vertonen niet de gebruikelijke discipline. Het kadaster Het kadaster is in de eerste plaats een instrument voor het berekenen van belastingen. Maar het Archief van het kadaster, dat de 'Primitieve plans' (soms zelfs vóór-primitieve), de 'Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel' en de 'Kadastrale Opmetingsschetsen' bewaart, - om slechts die documenten te noemen die courant werden geraadpleegd - is een uiterst kostbare bron (12). Het grondgebruik is er vertaald in op plan gebrachte, genummerde percelen, waarvan de oppervlakte werd opgemeten en de eigenaar geïdentificeerd. Omhaagde percelen boomgaard zijn bijvoorbeeld van ommuurde percelen tuin te onderscheiden. Elke gemeente werd door het kadaster in secties verdeeld en perceelsgewijs opgemeten. Deze sectieplannen, meestal op schaal 1/2500, dragen soms al eens de naam van de landmeter maar zijn zelden gedateerd. In Verzamelplannen of Overzichtskaarten per gemeente, op schaal 1/5000, werden de sectieplannen samengevoegd. Deze kaarten met de naam van de verantwoordelijke landmeters, zijn vrijwel steeds gedateerd; dit jaartal is bijgevolg een datum antequem voor de sectieplans. Elke wijziging aan een perceelsgrens, werd in schetsen genoteerd en opgemeten en per jaar verzameld in een 'Register der Kadastrale Opmetingsschetsen', in de wandeling ook wel mutatieschetsen genoemd. Het eerste of Primitief perceelnummer kreeg op het moment van wijziging een alfabetische coëfficiënt. De plannen zonder coëfficiënt noemt men de Primitieve kadasterplans. De opmetings- of mutatieschetsen volgen niet altijd onmiddellijk het jaar van de wijziging. Meestal is er een verschil van twee a vijf jaar tussen wijziging en registratie, maar vooral wat de parkpercelen betreft en met name de vijvers kan de achterstand soms tien jaar of meer bedragen. De nauwgezetheid van ambtenaren, zelfs op Financiën, is niet overal dezelfde. Voor een correcte datering is confrontatie met andere bronnen geraadzaam. In de inventaristeksten moet het jaartal van de kadastrale opmetingsschets bijgevolg gelezen worden als een datum antequem. Is de achterstand groot, dan vermelden we die expliciet. De opstelling van het kadaster is een initiatief uit de Franse of Napoleontische tijd dat in de Hollandse periode werd verdergezet. De oudste Verzamelkaart voor dit deel is die van Gelinden (deelgemeente van Sint-Truiden), die van 1822 dateert. De namen van J.F. Bonniver, ].]. Cremer, P.J. Hansen, J.L. Gita, H.j. jongen, J.A. Lecluyse, A.J. Modave, H.A. Neven, Nyssen, J.A. Schoffelen, P.J. Sotiau, J.A. Thonissen, E.L. Tricot, J. Ubaghs, R. Van de Velde, F.W. Voncken zijn in de cartouches opgenomen. Het voorkomen van dezelfde namen met een ander voornaaminitiaal, wijst wellicht op zonen die hun vader in het beroep opvolgden. Ze zijn ingenieur-landmeter, landmeter eerste of tweede klasse, ook soms 'kwekeling' (landmeter in opleiding). De opvoering van de Stomme van Portici in Brussel - de aanleiding voor de Belgische Opstand - had in zekere zin in september 1830 ook gevolgen voor de activiteiten van het kadaster. Dat Limburg bij België zou horen bleef lang onzeker (1839) en de werkzaamheden van het kadaster, in 1830 stilgevallen, werden in tegenstelling met elders, pas in 1841 hervat (13). De oudste Limburgse plans dragen dan ook naast de namen van de verantwoordelijken en de datum van opmeting, dikwijls de bemerking 'overzien' met een tweede jaartal en auteur. Het eerste en het herziene plan kunnen in het archief van het kadaster bewaard zijn; de oudste versie noemen we dan het 'Voor-primitieve' plan. De 'Oorspronkelijke aanwijzende tafel', doorgaans de 'legger' genoemd, dateert hier pas van 1842-44; wat dus een aanzienlijk tijdsverschil betekent met de terreinopname. De legger is de per gemeente en per sectie opgestelde lijst van alle genummerde percelen met onder meer hun grondgebruik, hun oppervlakte en hun eigenaar. De aanduiding hof, tuin oi jardin betreft moestuinen, terwijl 'lustgrond' 'terrain d'agrément', 'lusttuin' 'jardin d'agrément' of 'jardin anglais' siertuinen of parken zijn (14). Uit de perceelsvormen van een domein op het Primitief plan kan men soms een geometrische tuin uit het Ancien Régime of een vroeg-landschappelijke aanleg herkennen, of ziet men dat de huidige toestand gegroeid is uit een oudere, tot de feodaliteit opklimmende neerhofopperhofstructuur.


Dat het kadaster een unieke bron is voor het tuinenonderzoek wordt mooi geïllustreerd door het kasteeldomein van Hasselbroek in jeuk (Cingelom). De bestaande literatuur verklaarde de sloping van een vleugel als het openbreken van het gesloten karakter van het geheel als een toegeving aan de mode en levenswijze van de 18de eeuw. Het Primitief kadasterplan en de kadastrale opmetingsschets van 1848 bewijst dat dit pas veel later gebeurde. Wij vermoeden dat het eerder te maken had met de nieuwe, midden 19de-eeuwse behoefte van de kasteelheer ruimtelijke distantie te scheppen tussen zijn behuizing, zijn leefwereld en dat van zijn personeel en zijn pachter, een gegeven dat, zoals ons onderzoek aantoont, verre van uniek bleek te zijn.

De afgeleiden Dat men van meet af aan de waarde van de kadastrale documenten inzag, blijkt uit de talrijke kaarten die er van zijn afgeleid. Bijvoorbeeld de mooie, gekleurde kaarten op naam van J.F. Bonniver (15), die trouwens ingenieur-verificateur was bij het kadaster (hij tekende bijvoorbeeld de kaartbladen van sectie A van Herk-de-Stad, zie Hof te Halbeek en Domein de Pierpont). Deze kaarten, die men vanaf en rond 1825 mag dateren zijn bewaard in het Nederlandse Rijksarchief in Den Haag. Per kanton zijn de gemeentelijke Verzamelplans er tot één kaart samengevoegd. De Bonniverkaarten op schaal 1/25.000 ellen zijn dus vooral als overzichtskaart interessant. Ook de Atlas van de Buurtwegen, die per gemeente alle wegen, paadjes en voetgangersverbindingen zorgvuldig in kaart bracht en opmat en er de belendende eigenaars van opgaf, is gebaseerd op het Primitief kadaster. Voor het betrokken gebied dateert de atlas van 1844 tot 1846. In sommige gevallen - voor het kasteel van Hasselbroek in Jeuk (Gingelom) bijvoorbeeld - is de opgave van eigenaars niet dezelfde als in de kadastrale legger, omdat er zich net in de tussenliggende periode een wijziging voordeed.

Prentkaart uit 1907

oprit voor rijtuigen

corbeille in het

aangeplant.

en glas waar men

met het verdwenen

bakent op het voor-

midden bezit een

Gesnoeide laurieren

's winters de kuip-

kasteel van Stayen

plein een ovaal

bloemenvaas op

in kuip staan op de

planten bewaarde

in Sint Truiden.

grasperk af waarin

sokkel als verticaal

paden opgesteld of

die bi| het huis

Ze illustreert hoe in

bloemenperken voor

element. In het

markeren de toe-

aansloot. De prent

die periode de zone

éénjarigen zijn uit-

grasveld rechts zi|n

gang tot de winter-

roept een verdwe-

bij het huis als tuin

gespaard. Een bol-

naast de bloemen-

tuin -

nen wereld op,

ingericht was. Een

liggende bloemen-

perken ook taxussen

constructie van ijzer

5t-Trond L

Chaleau^Be Staoan.

^i,'t-^*

^$^CAA>

<ft^

een fraaie

100 |aar oud

(Hasselt, PBL Dienst Documentatie, foto -

Kris Vandevorst)


Ook de kaart van België op 1 /20.000 van Philippe Vandermaelen (1 795-1 869) uit 1 850-1 851 heeft de kadasterkaarten als basis (16). Voor de situering van vroege industriële activiteiten, het wegennet en de spoorweg is deze kaart een goede bron, maar voor onze doelstelling is ze veeleer van secundair belang. De zogenaamde Poppkaarten van 1850-1860, genaamd naar hun auteur Philippe Christian Popp (1805-1879) zijn bij historici geliefde bronnen. Helaas bestaan ze niet voor de provincie Limburg (1 7). Wel bestaan er in het Archief van het Nationaal Geografisch Instituut per gemeente volgens het bodemgebruik gekleurde "Reductions des Plans cadastraux" of Reductieplans op schaal 1/20.000ste (18). Voor het onderzochte gebied dateren ze van 1845, 1848 of 1849, naargelang van de gemeente. Stafkaarten De gekleurde militaire topografische kaarten of stafkaarten van het Depot de la guerre, nadien uitgegeven door het Militair Geografisch Instituut, momenteel het Nationaal Geografisch Instituut, met hun diverse revisies en uitgaven zijn boeiende bronnen voor het onderzoek naar parken en kasteeldomeinen (19). De terreinopname voor dit gebied gebeurde in 1867-68 of 1870-72 en de kaarten op 1/20.000ste werden uitgegeven in 1876-78. De tweede uitgave van 1896-97 met de revisies van 1884-86 werd occasioneel geraadpleegd, evenals de derde uitgave van (afhangend van het kaartblad) 1937, 1939, 1949, 1951 die de revisies van respectievelijk 1934, 1933, 1949 bevatten. Er bestaan ook zwart-wit uitgaven op doek van, die soms een tussenliggende toestand in kaart brachten. Zij werden occasioneel geraadpleegd. Met de stafkaarten op 1/25.000ste, die de toestand van 1957-58 of 1971, naargelang van het kaartblad, weergeven werd op prospectie gegaan. Deze kaarten werden, bij wijze van controle occasioneel ook gerelateerd aan de orthofotoplans (uitgave 1985-1992 voor het betrokken gebied). Archieven Het is onze overtuiging dat in archieven en met name familiearchieven nog ongekende informatie verscholen ligt over tuinen en parken. Aanleg, aanplanting en verzorging veronderstellen immers initiatief, contracten en rekeningen en dat laat papieren sporen na. Dit geldt zeker voor de 1 9de en begin 20ste eeuw, toen brieven uitwisselen een geliefde tijdsbesteding was. Diepgaand onderzoek van deze archieven behoorde niet tot onze opdracht. Een steekproef in het Rijksarchief te Hasselt leverde niettemin enkele interessante gegevens op, onder meer in het Fonds Kaarten en Plannen, het Fonds abdijarchief Sint-Truiden, het Fonds Alden Biesen en het Fonds Kleine familiearchieven. De prekadastrale handschriftelijke kaarten die er bewaard zijn, zijn voor ons studieobject vanzelfsprekend interessante bronnen. Onderzoek in het archief in Luik, hoewel voor sommige domeinen aangewezen, gebeurde niet: grondigheid moest het hier afleggen tegen gestelde termijn. Iconografie Iconografie is voor het tuinkunstonderzoek een mooie bron, al is meestal het huis hoofdthema van de voorstellingen. Voor Limburg staat heel wat ter beschikking (20): enkele prenten van Romein de Hoogh van rond 1700; de talrijke gravures maar ook de onuitgegeven tekeningen van Remade Leloup voor de aan P.L. de Saumery toegeschreven uitgave van Les délices du pais de Liége uit 1 738-1 744 (21); de tekeningen van Philippe de Corswarem (1 759-1 839) die in 1825-1 830 als amateur bedrijvig was (22); de gravures gepubliceerd in Coetghebuer in 1829 (23) of in het kastelenboek van E. de Damseaux uit circa 1875 (24); de lithografies van Charles Joseph Hoolans (1814-1868), die van 1861 tot 1862 in Sint-Truiden tekende (25). De in boekjes uitgegeven prentkaarten werden geconsulteerd (26), maar ook de collecties van de Dexiabank te Brussel, van het Documentatiecentrum in de Provinciale Bibliotheek Limburg te Hasselt of van enkele privé-verzamelaars. Zij illustreren vooral hoe men in de 19de en het begin van de 20ste eeuw, tijdens de hoogdagen van de Belgische horticultuur, tuin en park benutte en beplantte.


NOTEN (1)

Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur. Deel 6nl en 6n2: Arrondissement Hasselt. Gent, 1981.

(2)

E. VAN ERMEN, e.a., Limburg in kaart en prent. Historisch cartografisch overzicht van Belgisch en Nederlands Limburg, Tielt, Knokke, 1985-

(3)

Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur. Deel 6NI (A-Ha). Provincie Limburg. Arrondissement

(4)

F. DUCHATEAU, Sint-Truiden 1693-1793, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, Sint-Truiden, 1993, p. 11.

Hasselt, Gem, 1981, p. X1X-XX. (5)

Pare et jardins histonques de Wallonië. Deel 1. Liège, Huy-Waremme, Liège, 1993.

(6)

Zie R. DENEEF (red.), Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant: Holsbeek, Lubbeek en Tielt-Winge, (M&LCahier nr. 6), Brussel, 2002. C. DE MAEGD, R. DENEEF, De inventaris tuinen en parken in het Vlaams gewest, in De Woonstede door de eeuwen heen, nr. 134, juni 2002, p. 10-25.

(7)

De tegenstelling formeel - informeel vindt men ondermeer in het beknopt overzicht van de tuinkunst in België dat X. DUQUENNE schreef in G. en S. JELLICOE (eds.), The Oxford Companion to Gardens, Oxford, 1986, p.48-49. Zie ook M. TREIB, Formal problems, in Studies in the History of Gardens and Designed Landscapes, 1998, nr. 2, p. 71-92.

(8) (9)

Zie C. DE MAEGD, Van Geometrisch naar landschappelijk, in Rond Ruïnes, in Monumenten en Landschappen, 1999, nr. 3, p. 20-22. B. INDEKEU, Limburg in kaart gebracht. Nut en bruikbaarheid van \9de-eeuws kartografisch materiaal, in Limburg, 1990, p. 129—130. E. VAN ERMEN e. a., Limburg in kaart en prent. Historisch cartografisch overzicht van Belgisch en Nederlands Limburg, Tidt, Knokke, 1985. In E. T H O E N , Cartografie en historisch onderzoek, in Hoe schrijf ik de geschiedenis van mijn gemeente. Deel III, Gent, 1995-96, p. 131185, komt Limburg nauwelijks ter sprake.

(10) L. DANCKAERT, Ferraris: Een man, een gebouw, twee kaarten, in Monumenten en Landschappen, 1997, nr. 5, p. 15. W. DRIESEN, De kaart van Ferraris (1770-1778). De Nederlanden en Luik in stafkaart gebracht door Oostenrijkse ingenieurs, in Sint-Truiden in de 18de eeuw. Tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden, 1993, p.43-48. De 275 kaartbladen van het Brusselse exemplaar van de Ferrariskaart zijn in de Koninklijke bibliotheek in Brussel bewaard, werden door het Gemeentekrediet van België in druk uitgegeven en fotoreproducties in kleur kunnen op de Afdeling Kaarten en Plannen van de Koninklijke Bibliotheek besteld worden, zwart-witafdrukken op het Nationaal Geografisch Instituut te Btussel. (11) W. DRIESEN, o.c.,p. 43-44. (12) Over het kadaster, zie J. HANNES, Het Primitief kadaster (voor 1840) als bron voor de studie van de plattelandseconomie, in Archief en bibliotheekwezen in België, speciaal nummer, Brussel, 1973. J. VERHELST, De documenten uit de ontstaansperiode van het moderne kadaster en van de grondbelasting (1790-1835), in Miscellania archivistica, deel 31, Brussel, 1982, p. 39-41. A. ZOETE, De documenten in omloop bij het Belgisch kadaster (1835-1975), in Miscellania archivistica, deel 21, Brussel, 1979, p. 1-22. (13) Volgens E. THOEN, o.c, p. 159 werd de kadastrale expertise of de voorbereidende fase in Limburg en Luxemburg pas in 1843-1844 afgesloten, elders al in 1834. (14) Lusttuinen zijn 'terrains enlevés a la culture pour lepur agrémeni en worden als de beste landbouwgrond belast; ze bestaan uit'parterres,pieces d'eau, avenues, later samengevat als jardin d'agrëment'. Vanaf 1841 is hun definitie 'jardins, bosquets, pieces d'eau, drives ou avenues' ]. VERHELS'I, De documenten uit de ontstaansperiode van het moderne kadaster en van de grondbelasting (1790-1835), in Miscellania archivistica. deel 31, Brussel, 1982, p. 85. (15) L. HENS-VERCAUTEREN, De topografische kaarten van de Zuidelijke Nederlanden (1815-1830), in Tijdschrift van de Vereniging voor Aardrijkskundige studieën, 1973, p. 333-455. (16) L. DANCKAERT, De kaarten van Vandermaelen, in Limburg, 1990, nr. 3. p. 153-158. L. WELLENS DE DONDER, Philippe Vandermaelen iZ95-/S6^. Tentoonstellingscatalogus, Brussel, 1969. (17) J. HANNES, De 'Atlas cadastral parcellaire de la Belgique van PC POPP, in Driemaandelijks Tijdschrift van het Gemeentekrediet van België, Brussel, 1968, p. 137-146. (18) VAN DER HAEGEN H., De kadastrale reducties van de Belgische gemeenten op schaal 1/20.000ste. Een essentieel element voor de analyse van het Kempisch landschap, in Limburg, 1990, nr. 3, p. 159-174. (19) Over deze kaarten zie C. LEMOINE-ISABEAU, La carte de Belgique et llnstitut cartographique militaire (Depot de la guerre 1830-1914), Brussel, 1988. (20) Zie E. HERMANS, Limburg. Gedrukte iconografie vóór 1900, Hasselt, s.d. (21) Bewaard in de Bibliotheque Chiroux-Croisiers, Salie Ulysse Capitaine te Luik. Zie Met Le Loup op reis. Limburg door een 18de-eeuwse bril bekeken. Tentoonstellingscatalogus, Hasselt, 1993. RL. (!) DE SAUMERY, Les dëlices du pais de Liège ou description histonque, géographique, topographique et chorographique des monuments sacrés et profanes de eet évèché-principauté et de ses limites, 4 delen. Luik, 1738-1744. X. DE THEUX, Les Dëlices du pais de Liëge et leur ëditeur P.L. de Saumery, in Bulletin de la Sociéte des Bibliophiles liëgeois, deel 1, 1882, p. 207238. J. HELBIG (ed.). Les Dëlices du pays de Liëge. Facsimile des dessins complëmentaires et restës inëdits de Remade Le Loup, (Sociëtë des bibliophiles liégeois. Publications in 4°, nr. 5), Liëge, 1903. M. LAVOYE (ed.). Les Dëlices du pais de Liëge. Exposition. Saumery et son temps (Bibliotheca Unversitads Leodiensis nr. 6), Liëge, 1953. (22) Ze behoren tot een privé-collectie, maar foto's ervan kunnen besteld worden in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. (23) O. GOETGHEBUER, Choix des monuments, edifices et maisons les plus remarquables du royaume des Pays-bas, Gent, 1827. (24) E. DE DAMSEAUX, M. VASSEUR, La Belgique pittoresque. Album illustrë des chateaux, Mons, 1870-1878. Limburg maakt deel uit van

deel 5. (25) Bewaatd in de Koninklijke Bilbiotheek, Prentenkabinet. Brussel. Zie ook Sint-Truiden ingekaderd. Tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden. 1998, p. 48. (26) Onder meer W. MASSIN, G. BORGS, G. GIETEN, Vlaams Haspengouwsedorpen in oudeprentkaarten, Zaltbommel, 1983. M. MODAVE, Sint-Truiden in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1974. A. SCHOOFS, Brustem in oude Prentkaarten, Zaltbommel, 1981.


SYNTHFSF VAN HFT ONnFR/riFK m

Croot en klein De schaal, functie en betekenis van de in de inventaris weerhouden objecten is erg uiteenlopend: van een tuin van slechts enkele centiaren groot tot een park van meer dan honderd hectaren, van een oude moestuinsite of eenvoudige boerentuin 'zonder geschiedenis' tot een uitgestrekt landgoed met een rijk verleden. Ook kregen een bijzonder of typisch tuinhek of een overgebleven 'barrier' van een boomgaard een plaatsje.

Hagen, muren en hekken Het terreinbezoek leidde al gauw tot het inzicht hoe belangrijk begrenzingen zijn. Ze determineren niet enkel de tuin of het park zelf, maar meestal ook de omgeving, het straatbeeld of zelfs het karakter van een dorp. De moestuin ligt tussen hagen of tussen fruitmuren, bij een herenwoning of een boerderij begrenst een hek het erf, de voortuin van de pastorie ligt achter een muur met hekje en menig dorp bezit zijn kasteelmuur met markante inrit tussen hekpijlers. Materiaal (grachten, hagen, muren of hekken) en vormgeving hangen af van de plek, de belangrijkheid van het goed, de status van de eigenaar, de beschikbare middelen en het moment. Vanaf het midden van de 19de eeuw neemt het gebruik van giet- en smeedijzer daarvoor toe. Een monumentale inrijpoort tussen hekpijlers of een kunstig uitgewerkt afsluithek in giet- en smeedijzer zijn middel tot statusuiting of statusverhoging. De behoefte zich als heer te onderscheiden van zijn personeel of zijn pachter, wat zich in die periode op meer dan één punt manifesteert, uit zich ruimtelijk ook in de toegangen. Die worden vormelijk gedifferentieerd, rekening houdend met de ruimtelijke en sociale hiërarchie. De tien hekken tussen hekpij-

'Barriers' als inrit

exemplaren sneuvel-

Gmgelom

Een met meidoorn

naar de boomgaard

de voor villabouw

(opname augustus

omhaagde boom-

waren voor menig

ook deze eenvoudi-

1994, verdwenen in

gaard aan de Kleine

1999)

Kruisstraat nr. 19 in

dorp in het Haspen- ge 'barrier' bij een gouwse beeldbepa-

kersenwei tegenover

Herk-de-Stad (opna-

lend. Zoals zo vele

het kasteel van

me juli I99S)


Iers In Duras (Sint-Truiden) zijn er een mooi voorbeeld van. Kasteelmoestuinen onderscheiden zich door hun monumentale moestuinpoort. Een inrijhek gecombineerd met een vast hek sluit dikwijls ook de herenboerenparkjes en de tuinen van voorstedelijke villa's en herenhuizen in de stad af. In Haspengouw waren de fruitweiden voorzien van een 'barrier', die, samen met de stekelige meidoornhagen het vee op de boomgaard moest houden. Al deze hekken zijn fraaie staaltjes van de kunde en kunst van de gieterijen en smederijen. Ze zijn in de inventaris opgenomen als kenmerkend voor de omgeving van Sint-Truiden en gedetailleerd beschreven. Het gebruik van giet- en smeedwerk in deze streek verdient verder onderzoek en ongetwijfeld ook behoud, bewaring en herstel. Boomgaarden en 'barriers' Boomgaarden waren, zeker in Haspengouw, een vast bestanddeel van tuin en park. Ferraris noteerde ze al tijdens de 18de eeuw en hun aanwezigheid begin 19de eeuw wordt bevestigd op de Primitieve kadasterplannen. Ze vormden een brede krans rond de dorpskernen maar ze omringden ook de stadsmuren van Herk-de-Stad en Sint-Truiden. Dit bleef onveranderd tot ver voorbij het midden van de 20ste eeuw. Door de verwerking van de oogsten tot siroop en dankzij de verbetering van de handelswegen werd de fruitteelt een industrie. Parallel daarmee evolueerden de boomgaarden tegen het einde van de 19de eeuw van koeweiden met hoogstammen naar fruitweiden. Boomgaarden waren omhaagd en voorzien van een monumentaal poorthek, in Sint-Truiden en omstreken een 'barrier' genoemd (2). Zoals moestuinen waren boomgaarden vitaal en hun uitgestrektheid bepaalde mee de status van de eigenaar. Nu zijn veel fruitweiden plantages van laagstamfruit geworden of boomloze weiden die ook hun hagen verloren voor prikkeldraden. Van de talrijke 'barriers' blijven nog mooie voorbeelden over, vele echter in lamentabele toestand. Deze relicten zijn, waar het paste, in de inventaris opgenomen. Moestuinen Moestuin en boomgaard, als moeders van alle tuinen - in de kadastrale leggers noemt men ze eenvoudig 'tuin' of 'jardin' - kregen in de inventaris een belangrijke plaats. Het Primitief kadaster leerde dat - hoe klein ook de boerderij of hoe uitgestrekt ook het kasteeldomein - moestuin en boomgaard vaste, vitale bestanddelen waren. Parallel met de sociale en maatschappelijke evoluties sedert de tweede wereldoorlog, kwam hier verandering in. Deze inventaris noteert dus ook die kleine moestuinen, waarvan het grondgebruik sedert het opstellen van het Primitief kadaster ongewijzigd bleef. Moestuinen hebben een vaste structuur van in langwerpige perken onderverdeelde kwadranten. Ook voor kasteelheren was de moestuin belangrijk. Hij stond immers ook in dienst van de 'bezoek- en ontvangstcultuur' van de 19de en 20ste-eeuw. De kasteelmoestuin, waarvan de uitgestrektheid en uitrusting met serres, kassen, warme en koude bakken en een pottenstal de status van de eigenaar mede bepaalden, is doorsneden door het kruisvormig meesterspad, waarlangs de eigenaar zijn gasten de variëteit aan vruchten toonde. Moestuinen dienen steeds nut en sier, zijn omhaagd of ommuurd en van een poortje of een rijkelijk opgevat hek voorzien. Omhaagde boerderijtuinen, ook die van kleine hoevetjes, onderscheiden zich van de met baksteen ommuurde kasteelmoestuinen door hun geringere oppervlakte maar ook door de keuze van beplanting: men kiest bijvoorbeeld voor stooffruit in plaats van dessertfruit. Alle planten, ook de bloemen en sierstruiken hebben hun nut: keuken- en geneeskruiden, rozenblaadjes voor de processie, buxus voor Palmzondag en voor het kruisbeeld in de huiskamer, bloemen als dahlia, gladiool, lelie, lupine, sering, stokroos en andere voor het altaar, strobloemen en hortensia ook voor het winterse droogboeket, wilgetenen voor het binden van prei en leifruit. Seizoensgebonden gewas en éénjarige bloemen staan in de kwadranten, overblijvende planten en fruitsoorten in de bloembedden langs de omlopende paden. Een zitbankje op het middenpad van de boerderijmoestuin verwijst naar de formele 'masters walk'van de kasteelmoestuin. De traditionele moestuin, geënt op een eenvoudig leven van het land, op de volksdevotie en op de volkscultuur, is samen met deze levenswijze haast verdwenen. De overblijvende voorbeelden zijn kostbare documentaire relicten.


Het boerenerf De traditionele inrichting van het kleine boerenerf, gekend uit de iconografie (3), namelijk een smalle strook van ofwel kasseien, bakstenen of keien als waterwering tegen de gevel, overgaand in een deel van gestampte aarde met daarop de waterput en soms het bakhuis, een haag als erfscheiding met de straat en aansluitend een gemengde moes- en b l o e m e n t u i n , is nog slechts sporadisch aanwezig en dreigt te verdwijnen. De inventaris kon er slechts een paar noteren, en dan nog bij verlaten hoevetjes. De wering bestaat meestal uit hagen van m e i d o o r n , in het zuiden komt meer gele kornoelje voor en liguster is vooral in het interbellum geliefd.

Herenboerenparken Het succes van de landbouw op de vruchtbare Haspengouwse leemgronden in de tweede helft van de 19de eeuw verklaart het bestaan bij de grote boerderijen van zogenoemde herenboerenparkjes. De fruitkweek en de suikerbietenteelt verschafte voldoende rijkdom o m het boerenhuis t o t een herenboerenhuis, soms met kasteelallures, te verbouwen. Aansluitend daarbij werd een parkje aangelegd, bestaande uit een kleine vijver, een grasveld met enkele solitaire b o m e n , bloemenparterres opgevrolijkt met tuinsieraden, een tuinpaviljoen voor de uitkijk, een brede bomengordel als bescherming, al of niet met een doorkijk op het landschap of op de kerktoren. De parkjes dienden sier en status maar ook de behoefte aan gerief- en stoofhout. Hoge loofbomen in het landschap verraden de aanwezigheid van deze parkjes en bepalen er ook grotendeels het karakter van. Hun ondertussen respectabele leeftijd samen met de recentste evolutie in de landbouw, maken dat ze de laatste decennia sneuvelden, erg verminkt geraken of meer en meer plaats moeten ruimen voor grootschalige fruitbedrijven: het nut prevaleert op de sier. Herenboerenparkjes waren talrijker dan uit de inventaris blijkt: immers enkel de goed bewaarde werden o p g e n o m e n , één enkel bewaarde solitair, een overgebleven haag of 'barrier' niet.

H e r b e s t e m d kerkelijk g o e d De aanzienlijke kerkelijke bezittingen - van de Luikse prins-bisschop, van de Duitse Orde, van de Benedictijnse Sint-Trudoabdij en van de Norbertijner abdijen van 't Park en van Averbode - evolueerden na de Franse uitverkoop meestal t o t kasteeldomeinen met landschappelijk park. Ook het kartui-


zersklooster in Zelem (Halen) deelde dit lot. Voor het Bogaardenklooster in Zepperen (Sint-Truiden) was dit eveneens het geval, tot het in het begin van de 20ste eeuw opnieuw een klooster met school werd. Van de eerste industriële vestigingen (mouterij, distilleerderij, suikerfabriek) die vaak in oud kerkelijk goed een plaats vonden en die men gemakkelijk op de reeds vermelde kaart van Philippe Vander Maelen kan traceren, is geen spoor meer over: ze zijn opnieuw louter boerderij of kasteel geworden. Voorbeelden zijn Bernissem, Ordingen en Ter Biest in Sint-Truiden. Ook de grote pachthoven van abdijen en kloosters evolueerden tot boerderijen met herenboerenhuizen die dikwijls kasteelallures kregen en een parkje bezaten. Stads- en villatuinen De tuinen bij burgerhuizen in de stad en de villa's in haar buitenwijken, meestal daterend uit het einde van de 19de of de eerste helft van de 20ste eeuw, hebben nagenoeg dezelfde ingrediënten en dezelfde vormentaal van een aanleg in laat-landschappelijke stijl: grasveld, bomengordel, solitairen, cirkelvormige plantenbedden of opgehoogde corbeilles, vijvertje. Ze liggen achter maar ook naast het huis en zijn beschermd door muren, hagen of hekken en hebben al of niet een poort en een oprit naar een wagenhuis of garage. Voorheen hoorde er ook een tuin voor nut en sier bij en leverde niet een boomgaard maar leibomen het nodige fruit. In een zeldzaam geval bleef deze configuratie bewaard. Veranderende woonnormen, de hoge grondprijs en de verdichting van de stedelijke bebouwing zijn hier de boosdoeners. Pastorietuinen Ook de pastorietuinen bleven niet ongeschonden bewaard. Nogal wat pastorieën bleken leeg te staan, wat niet bevorderlijk is voor het behoud van de tuin. Van sommige is door kortetermijndenken, de tuin in beslag genomen voor de aanleg van een parking of voor de uitbreiding van het kerkhof, wat

Een uitbreiding van

meteen ook de bewoonbaarheid van de histori-

het kerkhof in Melveren ten koste

sche pastorie zelf in gevaar brengt. Dat is bij-

van de pastorietuin hypothekeert de

voorbeeld het geval in Melveren bij Sint-Truiden.

herbestemming van

Traditioneel zijn pastorietuinen dikwijls omgracht

de waardevoile, anders probleemloos

en hebben ze een bebloemde voortuin en achter-

te bewonen pastorie

aan een parkje met grasveld, bomen en bloemperk, een tuin voor nut en sier met inbegrip van fruitbomen en achteraan een beboomd perceeltje voor hakhout. De pastorie van Zutendaal hoorde bij dit type. Algemeen mag men stellen dat de 1 9de-eeuwse pastorietuin en de villatuin hetzelfde model volgen.

Kasteelparken De kasteelparken nemen vanzelfsprekend een belangrijke plaats in de inventaris in. Vooral Sint-Truiden en haar deelgemeenten bezit een ongemeen boeiende krans kasteelparken, met Brustem, Duras, Nieuwenhove en Nonnemielen als toppers. Maar daartoe behoren ook het kasteelpark van Cingelom en het Casthuisbos in Schulen (Herk-de-Stad). Een belangrijke en verrassende vaststelling is dat veel kasteeldomeinen waarvan het park vandaag niet veel bijzonders te bieden heeft, wel een uiterst boeiende geschiedenis bezitten die in de site af te lezen valt. Intrigerende configuraties van het Primitief kadasterplan blijken anderzijds op het terrein weinig of niets meer te bieden. Zo laat de geschiedenis voor sommige bezittingen slechts papieren sporen na, zoals een perceelsindeling of het tracé van een omwald of omgracht goed. Een mooi voorbeeld is de Schelfheidehoeve in Corsem, voorheen behorend tot Nieuwerkerken.


Kasteelparken maakten, en maken meestal nog steeds, deel uit van een groter landgoed dat naast het huis, de kasteelaanhorigheden, de hoeve en het kasteelpark met vijvers ook moes-

Op de kadasterkaan van sectie C door landmeter eerste klas H.A. Neven van Z5 juli 1824.

tuinen, boomgaarden, weiden, landerijen en bos-

met het gehucht

sen omvatte. Ook voor die parken die zich ont-

khelfheide (SintTruiden) bemerkt

wikkelden uit een religieuze bezitting of kerkelijke

men nog een rmg-

instelling gaat dit op. Het park, in alle gevallen in

gracht niet ver van

landschappelijke stijl, moet men steeds benaderen in dit breder economisch perspectief. In de eerste plaats diende het domein voor de productie van hout, hooi, vee, groenten, fruit en graan, producten die verkocht werden maar ook verstuurd naar de stedelijke residentie van hun eigenaar. Na de Franse revolutie kwam daar soms ook een industriële uitbating bij, meestal dankzij de suikerbietenteelt, een stokerij of een suikerfabriek. De geschiedenis van kasteeldomeinen eindigt jammer genoeg dikwijls in mineur: verval, verwaarlozing of teloorgang van het goed en de verkaveling van het park. Kijk maar naar Ordingen (Sint-Truiden). De opgenomen parken dateren voor het merendeel in hun huidig voorkomen uit de tweede helft van de 19de of het begin van de 20ste eeuw, maar slechts een gering aantal ontstond ook in die periode. De meesten zijn op een oudere structuur aangelegd en bezitten een oudere kern, die tot de zetel van een heerlijkheid uit het Ancien Régime teruggaat of tot een oude kerkelijke bezitting. Zeker is dat de 'verlandschappelijking' niet in één keer gebeurde, maar dikwijls vertrok van de geometrische aanleg uit het Ancien Régime. De vroegste fase met slangvormige, snel kronkelende paden, als 'jardin anglais' aangeduid, bespeurt men op de Primitieve kadasterplannen. Wat men nu ziet is meestal een laat-19de-eeuwse of vroeg 20ste-eeuwse fase in laat-landschappelijke stijl. Op sommige kaarten leest men voor een aantal domeinen nog de Ancien Régimetoestand af. Het is trouwens boeiend vast te stellen hoe, ondanks de latere wijzigingen de oudere aanlegstructuren herwerkt werden en dikwijls nog afleesbaar blijven: de neerhof-opperhofstructuur, het oude grachtensysteem, de oude slotgracht, de aanwezige bronnen en waterloopjes, het grondgebruik en de parcellering uit het Ancien Régime, door het Primitief kadaster genoteerd. Soms kan de structuur van de geometrische aanleg nog afleesbaar zijn maar in de beplanting niet. Op de plannen en kaarten zijn de sporen van middeleeuwse, omgrachte hofsteden veel talrijker dan op het terrein of uit deze inventaris blijkt. Waar de neerhoffunctie die van het opperhof overschaduwde, ontwikkelde zich uiteindelijk geen kasteeldomein en, als de boerderij zich geen kasteelallures aanmat, evenmin een herenboerenparkje. Binderveld in Nieuwerkerken is daar een mooi voorbeeld van. I n l i j v i n g s o p e r a t i e s en w e g e n De 19de eeuw is, vooral vanaf het midden van de eeuw, de bloeiperiode van het kasteeldomein en van het kasteelpark in landschappelijke stijl. De kapitalistische, geïndustrialiseerde economie verschafte de kasteelheren de nodige rijkdom om schitterende parken aan te leggen of ze te laten hertekenen, bij de kastelen die ze als zomerresidentie, vakantie- of jachtverblijf tijdelijk bewoonden en waar ze in stijl kon-

de Schelfheidehoeve (Hasselt, AK) (opname Kris Vandevorst)


den ontvangen. De moestuin, boomgaard en boerderij waren in functie daarvan belangrijke onderdelen. De eigen producten konden dankzij het spoorwegnet ook hun stedelijke residentie snel bereiken. De invloed en macht die rijkdom met zich meebracht, wendden kasteelheren aan om hun grondbezit te vergroten en ware enclosure- of inlijvingsoperaties door te voeren, waarbij ook openbaar domein, voetwegels, verbindingswegen en zelfs dorpen werden ingesloten (4). Het feit dat de kasteelheer zelf ook burgemeester was, of in de provincieraad, de volksvertegenwoordiging of de senaat zetelde, er anders wel een familielid had of een goede relatie, maakte de zaak alleen maar gemakkelijker. Landbouwcrisissen waren een aanleiding. Men oefende ook druk uit om het tracé van de nieuwe wegen en van de spoorlijn (5) in zijn voordeel om te buigen. Dat verkeersinfrastructuur op de ontwikkeling van de fruitteelt invloed had is bekend. De snellere verbindingen naar de consument hebben immers de fruitteelt in Haspengouw van een bijproduct van de veeteelt tot een hoofdproduct gemaakt. Maar de komst van spoor- en andere grote verbindingswegen leest men ook af in de toegangen en opritten van parken en tuinen. De talrijke stopplaatsen van treinen maakten het bewonen en bezoeken van landelijke bezittingen gemakkelijker. Een snelle verbinding naar Brussel, Hasselt of Luik was voor kasteelheren interessant of zelfs noodzakelijk. Ze hielden er immers ook een stedelijke residentie op na waar ze de winter doorbrachten. Dikwijls waren ze immers ook aan het hof verbonden of ze zetelden in de volksvertegenwoordiging, in de senaat of de provincieraad. Hun invloed lieten ze dus gelden om het tracé naar hun hand te zetten, dichter bij hun eigendom. In functie van het tracé werd een oprijlaan of een toegang verlegd of er werd, om van het spektakel van de stoomtreinen te genieten, een belvedère in het park gebouwd. De heroriëntering van het kasteel van Gingelom illustreert dit prachtig. Ook het kasteel van Nieuwenhoven, dat een nieuwe oprijlaan kreeg, is een goed voorbeeld.

Sociale kloof ruimtelijk uitgedrukt Dat rijkdom met het kapitalisme niet langer grondgebonden is, had ook andere gevolgen (6). Zag men er tijdens het Ancien Régime geen graten in zijn kasteel te bereiken via de inrijpoort en het neerhof - de mesthoop was graadmeter van rijkdom: 'stinkend rijk' - dan was dit in de dagen van industrie en geldmarkt niet langer het geval: 'geld stinkt niet'. De groeiende maatschappelijke afstand en scheiding tussen kasteelbewoner en boer, dagloner of dienstmeid vond ook ruimtelijk uitdrukking. Het standenverschil creëerde een behoefte tot distantie die zich op het terrein uitte: toegangen werden verlegd, schermen opgetrokken, een boerderij of een kasteel afgebroken om verder weg door een nieuwbouw te worden vervangen (7). Toen pas - we situeren het begin van dit proces rond het midden van de 19de eeuw - kwam er in veel domeinen een einde aan de neerhof-opperhofstructuur en het 'samen' leven van heer en boer. Deze structuur stamt uit de feodaliteit en materialiseert de gebondenheid van de heerlijke families met grondbezit en de rijkdom die er uit voortvloeit. Ofwel gaat het neerhof (pachthof, boerderij) het opperhof (burcht, kasteel) vooraf en moet men het eerste oversteken om het tweede te bereiken; ofwel liggen ze aan weerszijde van een gemeenschappelijke toegang. Ordingen (Sint-Truiden) is een mooi voorbeeld van de 19de-eeuwse verstoring van deze traditionele typologie: na demping van de kasteelgracht wordt er een rechte oprijlaan gecreëerd die het oude poortgebouw links laat liggen, wordt er een bijgebouw als scherm voor het neerhof opgetrokken en wordt er een gietijzeren hek als afzonderlijke kasteeltoegang geplaatst. Elders, zoals kasteel Nieuwenhoven in Sint-Truiden, schermt een nieuw dienstgebouw het boerenerf af en loopt de nieuwe afbuigende oprijlaan door het park en wordt het zicht op het kasteel langzaam gereveleerd en ingekaderd in de natuur. Niet langer de mesthoop maar de lengte van de oprijlaan en de schoonheid van het park, het impressionistische kleurenspel en de grote variëteit van zijn bomen zijn voortaan de graadmeters. Vijvers, paden en horticultuur Parken zonder vijver zijn haast onbestaand. In het zeldzame geval zonder waterpartij gaat het om een nieuwe, laat 19de-eeuwse of nog jongere creatie, ofwel komt men tot de bevinding dat er voordien


wel een waterpartij bestond, zoals voor het kasteel van Cingelom. Water was immers levensnoodzakelijk, evenzeer voor tuin en park als voor de bewoner. Oude inplantingen werden immers uitgekozen omwille van de nabijheid van water. De latere 'verlandschappelijking' betekende de hertekening in meer vloeiende vormen van bestaande strakke waterpartijen, slotgrachten of beekjes. Deze parkvijvers vertonen graag de niervorm die men met de landschappelijke stijl associeert, een vorm die de indruk wekt dat het een 'oneindige' waterpartij is en dus ook de eigendom groter laat lijken dan hij misschien in werkelijkheid wel is. De 19de-eeuwse, kleinere creaties bezitten vaak een vijvertje dat niet anders is dan de met water volgelopen kleiput, gegraven in functie van de vervaardiging van bakstenen voor de bouw van het huis. Het padenpatroon in de landschappelijke parken - in de vroeg-landschappelijke 'Engelse' tuin meestal met korte kronkels - evolueerde in de latere fase tot ruim bochtende en sinuerende paden die de belangrijkste zichtpunten en attracties aandoen. De wandeling werd veraangenaamd door het plaatsen van kleine beeldhouwwerkjes, een zonnewijzer of schalen voor éénjarige bloemen, door langs de paden rustplekken met zitbanken te voorzien en paviljoens om, beschut tegen zon en regen van het landschap te genieten, door romantische bruggetjes over de vijver of de gracht, door open terrein af te wisselen met holle wegen en donkere bosjes. De strakke dreven en rechte lanen, daterend uit de geometrische periode, bleven daarnaast ook dikwijls nog bestaan, al was het maar in het verder af gelegen lustbos of parkbos. De 19de eeuw was in België dé periode waarin de horticultuur en dendrologie hoge toppen scheerden en het kweken van variëteiten, het aanleggen van collecties planten en bomen, het inrichten van wedstrijden en tentoonstellingen deel uit maakten van het sociaal-culturele leven. Kasteelparken waren daarbij onmisbaar en deze bloei is er begrijpelijk in af te lezen. Menig kasteelheer was een overtuigd liefhebber en zijn tuinman een gerespecteerd medewerker. Fraaie en zeldzame bomen, dikwijls als solitairen geplant, maakten de trots uit van menig park. Op postkaarten kan men aflezen hoe de bloemencorbeilles met éénjarige seizoensbloemen werden gevuld en hoe kuipplanten in de zone bij het huis werden opgesteld. Ook tegen het huis aangebouwde wintertuinen die op deze afbeeldingen verschijnen, maar nu meestal verdwenen zijn, stonden in functie van het bewaren en tonen van kostbare planten. De serres, kweekkassen en broeibakken die men in de moestuinen aantrof, en die in de inventaris zijn vermeld, zijn er eveneens getuigen van. Kerkhoven en begraafplaatsen Het onderzochte gebied heeft, naast de nog talrijk bewaarde kerkhoven in het centrum van het dorp, enkele bijzondere begraafplaatsen in Sint-Truiden en in Halen, elk met een eigen sfeer en karakter. De hoge bomen samen met de oude grafmonumenten, de gietijzeren kruisen en de sierkammen die de eenvoudige dodenperken determineren, bezorgen ze veelal een identiteit die men op andere begraafplaatsen mist. Oud en nieuw Het merendeel van de opgenomen tuinen en parken is in hun huidig voorkomen 19de-eeuws, al is er dikwijls een oudere kern aanwezig. Grote 20ste-eeuwse creaties hernemen de bestanddelen van de oude parken (Bleuterveld in Zelem, Halen) en de kleinere villatuinen getuigen van de invloed van de 'nouveau jardln pittoresque' uit het interbellum, zie de tuin bij een tot fruittelerswoning geëvolueerde boerderij (Zepperen). Slechts een paar tuinen uit de tweede helft van de 20ste eeuw werden in de inventaris opgenomen: een stadstuin in Sint-Truiden, een tuin bij een restaurant in Melveren. Tuinontwerpers als Jacques van Scherpenzeel Thim en Elisabeth de Lestrieux tekenden er voor. Ontwerpers Slechts enkele namen van oudere ontwerpers, vanzelfsprekend voor kasteelparken, kwamen naar boven: Ghislain Joseph Henry, Francois Verly en André Donkelaer werkten in Duras, Jean Gindra en Alfred Wesmael in Kerkom bij Sint-Truiden. De plannen van Galoppin voor Schulen werden nooit uitge-


voerd. Creten tekende ook de aanleg van het

• J. Gmdra, een

stadspark In Sint-Truiden. Josse Schadde en Paul

jntwerper waarvan

)

het onderzoek de naam reveleerde (Hasselt, RA. KP.

ff

Saintenoy werkten als architect voor het kasteel

f/sKV'S

nr. 465) (opname

1

Kris Vandevorst)

. A sy/*«*s

van Brustem en dat daar ook een getalenteerd ontwerper (mogelijk Fuchs) voor de aanleg tekende blijkt uit de kwaliteit van het park. Het familiearchief dat mogelijk nog meer inzicht zou kunnen geven was evenwel niet toegankelijk. De tussenkomst van briefschrijver de Malsen uit Tongeren in de laat 18de-eeuwse parkaanleg van

Nieuwenhoven in Sint-Truiden is intrigerend en verdient verder onderzoek. Dit geldt ook voor de invloed van de plantenkwekerij Tips van Herk-de-Stad, tijdens het interbellum, die blijkbaar ook aanlegplannen leverde, onder meer vermoedelijk voor de villa Keldermans in die gemeente.

Verwantschappen Een interessante vaststelling, die diepgaander onderzoek verdient, is hoe familiebanden kasteelparken beïnvloedden. Families verkeerden in dezelfde kringen, deelden smaken, ontwerpers en visies en wisselden naast dochters en zonen ook plantenmateriaal uit. In Sint-Truiden neemt de familie Pitteurs (8), later de Pitteurs-Hiegaerts, als eigenaars van wel vijf kasteeldomeinen (het Speelhof, het kasteel van Brustem, de voormalige commanderij van Ordingen, het Cravenhuis en het Bogaardenhof in Zepperen, meestal door hun voorvader opgekocht nationaal goed, een bijzondere plaats in. De familie Briers, met als stamvader de Hasseltse burgemeester Arnold Briers ( t l 753) en zijn echtgenote Ida van Manshoven die talrijke bezittingen vergaarden, speelt vooral in het Hasseltse een gelijkaardige rol, maar is ook in dit inventarisdeel aanwezig. Huwelijken van hun nageslacht in de families Palmers, de Borman, de Libotton, Cox, van Willigen en de Moffarts zorgt voor een kluwen van familierelaties waarbij de kastelen van Kerkom en Kortenbos (Sint-Truiden), Schulen (Herk-de-Stad) betrokken zijn maar ook een 7-tal kastelen in het Hasseltse. Een aantal van deze domeinen evolueerden midden 19de eeuw van boerderij naar kasteel, parallel met de sociale opgang van de familie (9). Kennis verzamelen Veel van wat geïnventariseerd werd dreigt te verdwijnen of verkeert in een alarmerende toestand: het hekwerk van giet- en smeedwerk, de slechts gereduceerd gebruikte moestuinen met hun nutsgebouwen, hun hagen en fruitmuren, de rustieke paviljoenen en bruggetjes, al wat als architecture! minor oi parkarchitectuur doorgaat, maar ook elementen als hoogstamfruitbomen, leifruit, hagen, paden, vijvers, grachten, oude solitairen en boomgordels. Een vaststelling die niet alleen voor kasteeldomeinen geldt. De uitgestrekte grasvelden in de parken bleven evenmin gespaard; door de lucratieve fruitteelt werden ze omgezet in fruitweiden of plantages van laagstamfruit. Dit is wel op elk moment omkeerbaar. Een evenmin aangename vaststelling is dat de overgang van kasteelparken naar het openbaar domein zelden gunstig is voor de bewaring van het historisch karakter. Omheining, paden, bomen, planten en de architectuur varen er in elk geval niet wel bij en de asfaltering en verlichting, samen met een gewijzigd onderhoud, veranderen het karakter fundamenteel. Het Olmenhof in Herk-de Stad kan als voorbeeld staan. Planten hebben een beperkte levensduur en dus zijn de meeste bomen en parken nu over hun hoogtepunt heen, verval is ingetreden en roept vragen op omtrent instandhouding, restauratie, vernieuwing. De iepenziekte, voor het eerst gesignaleerd in 1919-1920 maar ook de recente stormen van de jaren 1990 sloegen bressen in het bomenbestand van parken, dreven en lanen. De hoge bomen vaak bruine beuken, soms mammoetbomen - van de herenboerenparkjes en kasteeldomeinen zijn voor hun omgeving beeldbepalend. Ze spelen echter ook een belangrijke rol in het ruimere landschap, vooral waar door de massale teelt van suikerbieten en maïs een horizontale lijn overheerst. De hoge boomkruinen brengen daarin afwisseling, volume en kleur.


De fruitmuur in de moestummuur van het kasteel van Nieuwenhoven

De moestuin van

zoals zo vele andere

Verlaerstraat nr. 18

buiten gebruik

in Wijer

geraakt

(Nieuwerkerken),

(foto 0. Pauwels)

in Sint-Truiden

Vergankelijkheid en cyclische veranderingen zijn eigen aan tuin en park. Bedreiging, verminking en verlies zijn het gevolg van maatschappelijke evoluties en niet om te keren veranderingen. Het belang zich te documenteren, de toestand in woord en beeld vast te leggen is een noodzaak. Inventariseren en beschrijven is een momentopname. Maar is het ook niet een belangrijke, misschien wel de belangrijkste vorm van bewaren, door kennis te verzamelen ? Chris De Maegd NOTEN (1) Een eerste, onvolledige synthese van het onderzoek in het ganse arrondissemenr Hasselt, werd door de auteurs Chris De Maegd en HermanJ. Van den Bossche, voorgesteld op de studiedag 'Tuinen en Volkskunde', te Genk, Bokrijk op 19 april 1997, maar bleef ongepubliceerd. (2) Zie C. DE MAEGD, De Barrier, in Monumenten en Landschappen, 2001, nr. 1, p. 50-51. (3) Onder meer de foto's in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel. (4) Zie C. DE MAEGD, H.J. VAN DEN BOSCHE, Het kasteelpark van Duras: van Europees formaat. Brochure Open Monumentendag Vlaanderen: Via Europa, reisverhalen in steen, Sint-Truiden, 1999; R. DENEEF, C. DE MAEGD, H. DE JAECK, J. W1JNANT, "Getemperde straklijnigheid": Louis van der Swaelmen en de "krachtige rangschikking" van het kasteeldomein van Meldert (Hoegaarden), in Monumenten en Landschappen, 2000, nr. 2, p. 51-70. (5) Uit de Oranjeperiode dateren, steeds in het verlengde van een aantal Brabantse lijnen, de uitbouw van de weg van 's Hertogenbos naar Hasselt en de verbinding van Brussel naar Maastricht over Sint-Truiden (1817). Vanaf 1835 volgde de verbinding van Brussel naar Hasselt over Diest, van Hasselt naar Sint-Truiden (1836), van Hasselt naar Genk (1840) en van Hasselt naar Maastricht (1847). De spoorweg van Landen naar Sint-Truiden uit 1839 werd in 1840-1850 tot Hasselt doorgetrokken en spoorlijnen verbonden Hasselt met Maastricht in 1850-1860, met Tongeren en Luik en met Diest in 1860-1870 (Zie Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur. Deel 6n. Provincie Limburg, arrondissement Hasselt, Gent, 1981, p. XXI). (6) Zie C. DE MAEGD, H.J. VAN DEN BOSCHE, De Verloren tuinen van Ordingen. Brochure Open Monumentendag Vlaanderen: Via Europa, reisverhalen in sreen, Sint-Truiden, 1999. (7) Zie C. DE MAEGD, H.J. VAN DEN BOSCHE, Het kasteeldomein van Nieuwenhoven: Engelse schone schijn in een abtelijk buitengoed. Brochure Open Monumentendag Vlaanderen: Via Europa, reisverhalen in steen, Sint-Truiden, 1999. (8) Annuaire de la noblesse Beige, 1852, p. 253; 1873, p. 246; 1895, p. 1841. (9) Hasselt, Rijksarchief, Fonds Kleine Familiearchieven, nr. 36 tot 40, 44, 48, 50, 53, 82, 92, 97; Fonds Enckels, nr. 80. Zie ook: Annuaire de la noblesse, 1875, p. 97-100. R. ENCKELS, Bijdrage tot de geschiedenis van Landwijck van de 18de eeuw af tot op heden, in Het oude land van Loon, 1961, p. 169-190. G. HANSOTTE, Inventmre des archives de la familie Briers (Rijksarchief Luik), Brussel, 1967. F. MET DEN ANCXT, Recueil nobiliaire beige, Brussel, 1911, p. 36, 44-51. J. RENMANS, De familie Palmers in Alen, Diepenbeek en Kortessem, s.L, s.d. J.J. VAN OMMELINGEN, La noblesse dans la province du Limbourg en 1815-1816, in Le Parchemin, nr. 36, p. 275-284.


Hingelnm

Stafkaart 1/50.000ste, kaartblad33 + 41 (Brussel NGI)

1. Gingelom: Kamerijkstraat Nr. 11 , 2. Gingelom: Kasteel Van Gingelom 3. Gingelom: Steenweg Nr. 219 4. Gingelom: Steenweg Nr. 240 5. Boekhout: Boekhoutstraat Nr. 17 6. Borlo: Dorpsplein Nr. 1 7. Borlo: Molenstraat Nr. 10 8. Jeuk: Kasteel Van Hasselbroek..... 9. Jeuk: Houtstraat Nr. 65 10. Jeuk: Houtstraat Nr. 98 11. Jeuk: Hundelingenstraat Nr. 42 12. Jeuk: Hasselbroekstraat Nr. 181... 13. Kortijs: Kapelstraat Nr. 6 14. Mielen: Bronstraat Nr. 9 15. Mielen: Bronstraat Nr. 34 16. Montenaken: Marktplaats Nr. 2

P31 32 38 39 39 40 40 41 49 49 50 48 51 51 52 52

17. Montenaken: Montenakenstraat Nr. 1 18. Montenaken: Wezerenstraat, tegenover Nr. 15 19. Montenaken: Hannuitse-, Lange- en Sint-Tuidenstraat 20. Montenaken, Klein Vorsen: Groenplaats Nr. 5 21. Muizen: Truilingenstraat Nr. 17 22. Niel-Bij-Sint-Truiden: Fonteinstraat Nr. 16 23. Niel-Bij-Sint-Truiden: Katsei Nr. 77-79 24. Niel-bij-Sint-Truiden: Montenakenstraat Nr. 20 25. Niel-Bij-Sint-Truiden: Kasteel De La Riva 26. Niel-Bij-Sint-Truiden: Naamsestraat, Hoek Ommegangstraat 27. Vorsen: Brouwerijstraat Nr. 33 28. Vorsen: Brouwerijstraat Nr. 34 29. Vorsen: Hoogstraat Nr. 14

53 54 54 54 56 57 57 59 60 62 62 62 63


G1NGEL01VI: KAIVIERIJKHOEVE KAMERUKSTRAAT NR. 1 (niet toegankelijk voor het publiek) Herenboerenparkje uit het midden van de 20ste eeuw, aangelegd op de site van de moestuin van de historische Kamerijkhoeve.

De hoeve met watermolen en 80 bunder landerijen, voorheen afhangend van de abdij van Mielen bij Sint-Truiden, werd bij de verkoop van kerkelijke goederen sedert 1797 vetworven door de broers Jean Guillaume en Erasme Louis Surlet de Chokiet, die ook het plaatselijk kasteel verwierven (1). De landelijke ligging van de boerderij met watermolen aan de overkant van de straat, ten noorden van het dorp en in de vallei van de Molenbeek is goed bewaard. O p de Depot-kaart (opname 1871, uitgave 1878) ligt ten noorden van de hoeve een moestuin en ten zuiden een boomgaard, waar Ferraris (1771-1775) die al tekende. Het parkje werd kort na de tweede wereldoorlog door de eigenares aangelegd op de voormalige moestuinsite, tussen de boerderij en de bocht in de straat (2). De haag met eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) en met gewone vliet {Sambucus nigra), loodrecht op de straat, is er een restant van. Langs de straat is de draadafsluiting

• Het herenboerenparkje van de Kameri|khoeve met

begeleid door een gewone taxushaag en een recentere geschoren Thuyahaag. Het parkje is vanaf de straat rechtstreeks toegankelijk via een witgeschilderd hek van giet- en smeedijzer, uit de tweede helft van de 19de eeuw. Ronde zuilen met geringde schacht, sokkel en gesteelde bolbekroning, vierkante stijlen en hogete makelaar met acanthusknop. Platte onder-, midden- en bovenregel met voluten ter hoogte van de makelaar. Gepunte onderspijltjes en klimmend beloop voor de ronde spijlen met lanspunten, opgevangen doot liggende volutes op de bovenregel.

grasveld en bomcnrand

Het parkje wordt gevormd door licht uitgeschulpte grasvelden met een aarden rondweg en sinuerende wandelpaden met geïntegreerd groentenbed, bloemenborders, rozenperken en bomen. De randen zijn beplant met naaldhout en heesters als tuinscherm aan de straat. Verder een Amorbeeldje van kunststeen in het grasveld en 3 rozenbogen. Naast een storende Atlasceder (Cedrus libani subsp. atlantica^) vallen enkele fraaie solitaiten van Noorse esdoorn met btuinrood blad te vermelden ( ^ « r platanoides 'SchwedleriV (244 en 278cm en ent op 1.8 m, de kruin noord-zuid 24m en oost-west 22m, een monumentaal exemplaat). NOTEN ferrariskaart met (1) PAQUAY J,, De verkoop van domeingoederen in Limburg tot aan bovenaan de

't concordaat. Kerkelijke Instellingen van 't arrondissement Hasselt, in

Kamerl|khoeve en

Bulletin de la Société scientifique et literaire du Limbourg, 1929, p. 67. (2) Mededeling van mevrouw René Lejeune, waarvoor dank.

de watermolen op de Molenbeek. Ten westen van het dorp, het kasteel van Gingelom

BEZOEK: augustus 1994

(Brussel. KB)

M&L


GIINGELOM: KASTEEL VAN G11NGEL01VI REGENTWUK NR. 80-82 (niet toegankelijk voor het publiek)

(1771-1775) noteerde deze vroegste fase als een gesloten complex met moestuin en boomgaarden tussen boomsingels, bereikbaar uit het oosten via een rechte weg door het dorp (zie illustratie Kamerijkhoeve).

Het Primitief kadaster (1824) geeft een andere of Landgoed, circa 27 ha, met kasteelpark en parkbos in veranderde situatie. Een U-vormige hoeve aan de landschappelijke stijl met riant karakter, uit het derde kwart van de 19de eeuw, als eindpunt van een interesOverhemweg lag met de open zijde naar een evensante evolutie teruggaand tot 1710-1715. Grasvelden en eens U-vormig kasteel met vier hoektorens (perceel moestuin omgezet In boomgaarden met onderbegroeiing nr. 4), een structuur aansluitend bij de klassieke van voorjaarbloeiers. Ommuurde moestuinsite, neerhof-opperhofconfiguratie. Op de tekening van belvedère, drulvenserre in ruïne. Kasteel met oudere kern baron Charles de Wal (1791-1872) uit 1822 ziet maar huldig voorkomen en plattegrond van kort vóór men dat de gebouwen op de binnenkoer met hek1900; erekoer met hek en boerderij uit 1854-55, kens verbonden waren (3). verdwenen losstaande schuur uit 1879. Voormalige bezitting van Erasme Louis Surlet de Chokler, Vanaf de weg van Wezeren naar Sint-Truiden (later regent van België In 1831. ingelijfd in het park), ten westen van het kasteel,

r.j^"-1 Primitief kadasterplan (1824) van het kasteel van

VAN EEN HOF TEMIDDEN VAN LANDERIJEN TOT KASTEEL

Gingelom (Hasselt, AK) (opname Kris Vandevorst)

Het goed ligt ten westen van de gemeentekern, op rijke leemgronden aan de rand van de vallei van de Molenbeek. Daar bouwde omstreeks 1710-1715 Bernard de Stier (1667-1739), kanunnik van het SintJanskapittel van Luik te Gingelom een huis met neerhof in Maaslandse stijl. Het was een afsplitsing van de aloude Sint-Janshoeve (perceel 54 op het Primitief kadasterplan) aan de Kerkstraat, een afhankelijkheid van het kapittel (1). De heerlijkheid Gingelom, die de Stier in 1717 had verworven, werd in 1758 met kasteel, cijnshof, gebouwen, tuinen, weiden, landerijen en bossen verkocht aan Jean Guillaume Arnold de Chokier, die in 1745 tot de adelstand was verheven (2). De Ferrariskaart

IVI&L

lag een dubbele oprijlaan tussen bomenrijen met een centrale gazonnade of tapis vert (perceel 9, lustgrond) naar een apsisvormig plein bij de achtergevel van het kasteel (nr. 4). Ook de percelen 2 en 3 (samen bijna 7 ha groot) zijn lustgronden. Het zuidelijk bijgebouw (perceel 7, bakhuis) volgde met zijn voorgevel de kromming. Aan de overzijde van de weg deed een beplante (nu nog steeds zichtbare) apsis dienst als pendant en beëindiging, zichtbaar vanuit het kasteel. Ten noorden, tussen de Overhemstraat en de Wezerenweg, lag een U-vormig bos (perceel nummer 1, lustbos, 2ha 84a 30ca). Vanuit het oosten voerde een rechte dreef tussen stroken land naar het poortgebouw en het neerhof. Men mag deze aanleg interpreteren als een formalisering van de centrale as van het kasteel temidden van fruitweiden en landerijen. Ze bood een fraai perspectief op het landschap vanuit de westzijde van het kasteel en samen met de eerste verbouwing van het kasteel rond 1835 bevestigt ze de status "propriétaire-cultivateur", die de bouwheer Erasme Louis Surlet de Chokier (1769-1839), koesterde. Hij werd door het Hollands régime doorgelicht — " ilparait avoir été attaché au système francais, surtout dans les derniers temps quil étoit membre du corps législatif... brave homme d'ailleurs. Un peu original, quelques fois mème un peu caustique, plein d'ésprit et de moyen en un mot un homme h employer' — mocht zich over de nieuwe grondwet uitspreken en werd bij de 37 notabelen van het arrondissement Hasselt gerekend. Na de val van het Verenigd Koninkrijk werd hij voorzitter van het Nationaal Congres in 1830 en Regent van België in 1831 (4). Surlet de Chokier opende de voor- en achtergevel van het kasteel met een breed middenrisaliet met hardstenen pilasters, pui- en kordonlijsten en een


driehoekig fronton, voorzien van drie rondboogdeuren en rechthoekige vensters in hardstenen omlijstingen. Hij was hiervoor zelf verantwoordelijk en haalde inspiratie uit het modelboek van U. Vitry uit 1827, een boek dat hij bezat (5) met voornamelijk Palladiaans geïnspireerde architectuur. Het kasteelgoed, bij de verdeling na de dood van zijn moeder in 1815 als erfgoed verworven, behoorde dankzij de aankoop van zwartgoed tot een domein van wel 214 ha. Ook de Kamerijkhoeve (zie supra) maakte daar deel van uit, de nog bestaande hoeve waar hij ondermeer een merinoskwekerij opzette. De Primitieve kadastrale legger noteerde Jean Francois Hennequin (fl 848), rentenier te Luik in 1844 als eigenaar. Hij was vriend en erfgenaam van Surlet. Nadien vererfde zijn zoon Charles Victor Hennequin (18041868), burgemeester van Gingelom, het goed aan zijn dochter Jeanne Marie Hennequin (18481892) en haar echtgenoot, hertog Leopold Charles de Looz-Corswarem, eveneens burgemeester in Gingelom. Zij lieten het op hun beurt na aan hun beide zwakzinnige dochters, de prinsessen Cecilia en Herminia van Looz Corswarem, die er tot hun dood woonden.

HFRQRIENTERINfl FN HFRAANI Ffi De aanleg van de steenweg van Sint-Truiden naar Hannuit in 1850-51 en de steeds groter wordende kloof tussen de kasteelfamilie en haar personeel had ingrijpende gevolgen voor de structuur van het kasteeldomein, het karakter van het park en de oriëntatie van het kasteel. Charles Victor Hennequin was er de initiatiefnemer van. Hij ontsloot de oostzijde van het kasteel, brak het oude neerhof af en legde de huidige erekoer aan (6) met oranjerie, koetshuis, aansluitende stallingen en hovenierswoning rond een binnenkoer, ten noorden van het erehof. Aan de straat was ze slechts met een hek gesloten, met een grotere zichtbaarheid en een nadrukkelijker aanwezigheid in het dorp voor gevolg. Hij brak ook de Sint-Janshoeve af, lijfde de percelen tussen de Overhemweg en de nieuwe steenweg in en legde op de Molenbeek een landschappelijke vijver aan, die nu verdwenen is en deel uit maakte van een nieuwe landschappelijke aanleg (7). Het resultaat was ook vanuit het dorp een fraai perspectief op het kasteel en van daar uit een zicht op het gaan en komen langs de nieuwe weg. De Dépot-kaart (opname 1871, uitgave 1877) toont het park in die dagen, met ten zuiden van de nog niet dichtgebouwde zuidelijke vleugel een

Dépot-kaart (1871)

de tuinen ten zui-

Onderaan Niel met

met bovenaan de

den en de dreef

op de noordoostell]-

Kamerijkhoeve en

naar het dorp ten

ke rand het nu ver-

bi| het dorp het

oosten, eindigend op

dwenen park van

kasteel van

een haivemaanvor-

Katsel nr. 77-79

Gingelom met het

mlg plein aan de

(Brussel, NGI)

park ten westen,

Overhemweg.

(Opname 0. Pauwels)

rechthoekige siertuin. Hij is ommuurd, heeft een rond bekken en twee vierkanten, wat laat vermoeden dat het om een parterretuin ging. Ten westen lag de moestuin als kleiner vierkant. Sinuerende wandelpaden in het park verbinden in een lussenpatroon de grasvelden, de bomengroepjes en groeneilandjes, de bomenrand en het lustbos. De tekening van Charles Joseph Hoolans uit 1861 toont de nieuwe situatie aan de oostzijde, met een rijtuig vol arriverende reizigers in de iependreef. Deze dreef werd tot de steenweg doorgetrokken en eindigde aan de Overhemweg op een halfronde verbreding, een apsis ter hoogte van het kasteelhek. Ook aan de westzijde breidde hij het park uit middels een enclosureoperatie met inname van de Wezerenweg (8). Uit deze nieuwe aanleg van het kasteeldomein spreekt een andere persoonlijkheid, een nieuwe tijdsgeest en ook een veranderde relatie tot het dorp.

M&L


ICM-kaart (1886)

9V

met het domein van Gingelom en zl|n serres en hoekpavlljoen In de

/

moestuin (Brussel. NGI) (Opname 0. Pauwels)

& KASTEEL

^CHTEK

y/.AMBeiiTu5

sric

In 1900 werd het vernieuwde kasteeldomein van Gingelom kadastraal opgemeten (Hasselt. AK) (opname Kris Vandevorst)

Ten tijde van de hertog van Looz-Corswarem (9) werd het kasteel verhuurd. Het waren interessante huurders, waarvan de elitaire achtergrond zich ook in park en tuin manifesteerde. Van 1882 tot 1888 was het 'generaal' Henry Sanford (+1889), een Amerikaan, erfgenaam van een aanzienlijk fortuin, die door Abraham Lincoln tot gevolmachtigd minister (ambassadeur) van de Verenigde Staten in België was benoemd en in de Brusselse hogere kringen kennis had gemaakt met koning Leopold II. Die schakelde hem in zijn strategie in voor de verwerving van Congo, benoemde hem in het bestuur van de onderneming die Henry Morton Stanley naar Congo stuurde in 1879 en zette hem in 1883 in voor de erkenning door de Verenigde Staten van zijn aanspraken in Congo (10). In 1914 volgde als bewoner van het kasteel P. Capouillet, afgevaardigd beheerder van de Société générale de Belgique (11). Het kasteeldomein werd uiteindelijk in 1952 verkocht, na de dood van de prinsessen. De tweede uitgave van de Dépot-kaart (revisies 1872, 1886, uitgave 1897) toont het kasteeldomein zoals het grotendeels bewaard is gebleven aan deze zijde van de straat (nu Regentwijk, voorheen Overhemweg). Pas in 1900 evenwel worden het park, het kasteel en de bijgebouwen kadastraal volledig opgemeten (12). Gedeeltelijke afbraak en nieuwbouw leverden een complexe plattegrond op met gekanteelde hoektorens en een verbreding van de erekoer tussen de vooruitspringende kasteelvleugels. Toen ook moet de uniformisering van de

M&L

gevels zijn doorgevoerd. Maar de schets noteert ook ten noordwesten van de gebouwen een ijskelder, de losstaande schuur ten noorden van de boerderij, een open bergplaats tegen de noordelijke stalvleugel, en twee koudebakken in de moestuin. Deze laatste verdwijnen in 1955 van het kadaster.

DE HUIDIGE TOESTAND Het domein is nu begrensd ten noorden door de Overhemstraat, ten oosten de Regentwijk, ten zuiden de aloude Sint-Lambertussteeg, en ten westen landerijen. Vanaf de steenweg Sint-TruidenHannuit leidt een rechte voormalige dreef naar de erekoer; de hoger vermelde lunet, als halfronde verbreding voor het inrijhek is nu verdwenen. Een bakstenen m u u r sluit het domein aan de Regentwijk (de oude Overhemweg) af, erachter ligt de moestuin die de hele zuidoostelijke hoek inneemt en het park zelf strekt zich ten westen en ten noorden uit. Verderop is het goed beveiligd door een prikkeldraad en een opgeworpen aarden houtwal, restanten van een haag in éénstijlige meidoorn {Crataegus monogyna) ter hoogte van de boomgaard en opslag van gewone vlier {Sambucus nigra) en gewone es {Fraxinus excelsior). Het monumentaal hek uit 1854-55 geeft toegang tot de rechthoekige erekoer die op de overige zijden begrensd wordt door de aanhorigheden en het kasteel. Ze is verhard in grijze steenslag, heeft een


in de ter plaatse uitspringende plint verankerd met bouten, spijlen met speerpunten en gepunte onderspijltjes tussen boven-, midden- en onderregels.

Stafkaart van 1949 met bovenaan de Kamenjkhoevc, centraal het kasteel van Gingelom met

ingangspui in blauwe hardsteen die in 1900 pas werd gekadastreerd en een tegelstrook langs de dienstvleugels. Het zwart geschilderd, eenvoudig recht hek telt zeven brede traveeën, staat op een geprofileerde plint van blauwe hardsteen, heeft ronde gietijzeren stijlen en slankere tussenstijlen.

De ommuring aan de Regentwijk in verzorgd baksteenmetselwerk in kruisverband, geleed met rechthoekige lisenen en afgedekt met ezelsrug, dateert uit het midden van de 19de eeuw. Ten zuiden van het ereplein wordt ze moestuinmuur en fruitmuur en is ze ouder. De hardstenen omlijstingen van getraliede kelderopeningen ten noorden van de erekoer zijn restanten van de afgebroken schuur uit 1871. Een eenvoudig inrijhek ernaast is de secundaire toegang naar de kasteelaanhorigheden. De zwart geschilderde smeedijzeren poort met spijlen met pijlpunten en spijltjes tussen onder-, midden en bovenregels hangt in de vierkante pijlers van baksteen met dubbele deksteen van blauwe hardsteen. Als pendant staat aan de overzijde van de straat, een hek met gepunte spijlen tussen vierkante pilasters met natuurstenen dekplaat, als 'barrier' van de boomgaard (zie Inleiding p. 13). Twee classicistische vleugels als koetshuis en als oranjerie begrenzen de erekoer aan de noord- en zuidzijde en zijn in een gevelsteen "P(ierre) F(ran(;ois) Paulussen architecte 1855" (13) gedateerd, hoewel het kadaster ze in 1854 al noteerde. Ten noorden sluiten er kasteelaanhorigheden en

de dreef naar het dorp, rechts Niel met het boerderij geworden kasteel (Brussel. NGI) (Opname 0. Pauwels)

De gasvelden van het kasteelpark van Gmgelom, omgezet in kersenweide, met massale onderbegroenng van narcis en plaatselijk ook Maarts vioolt|e

M&L


een hovenierswoning rond een erf op aan (14). Aan de straatzijde zorgen twee octogonale belvédère-torentjes met uitgewerkte, sierlijke windwijzer van smeedijzer voor enige monumentalisering. Het zijn bakstenen gebouwtjes met kanteling, kordons en lisenen van blauwe hardsteen, cement en baksteen.

De parkgevel van het kasteel met in het verlengde de schermgevel met rondbogen, waarachter de nutsgebouwen van de moestuin schuil

Het park strekt zich uit ten noorden en ten westen van het kasteel en ligt in helling naar het noordwesten. De zuidoostelijke helft van het park bestaat uit uitgestrekte, golvende weilanden met perceeltjes bos, bomengroepen en solitairen, de noordwestelijke helft is voornamelijk parkbos met open plekken. Een rondweg en een sinuerend patroon van lusvormige primaire, secundaire en tertiaire wandelpaden maakten het voorheen toegankelijk. Hoewel de grasvelden in kersenweiden zijn omgezet is het parkconcept nog afleesbaar. De halfronde apsis uit Sutlers periode, op de kruising van de middenas van het kasteel met de ingenomen Wezerenweg, is bewaard en nu beplant met een rij van fijnspar {Picea abies) en één bruine beuk {Fagus sylvatica 'Atropunicea'). Mogelijk blijft die over van de dubbele bomenrij die de gazonnade op het Primitief kadasterplan (1824) begeleidde. Ook van de tegenhanger van de apsis is, in de zuidwestelijke hoek van het kasteel, nog een spoor aanwezig. De bakstenen schermgevel van elf traveeën behoorde bij schijnarchitectuur die de apsisvorm herhaalde en de dienstgebouwtjes bij de moestuin moest afschermen. Hij is geritmeerd door rondbogen met sokkel en imposten aan de pilasters en gepleisterde blindbogen, waarvan de drie middelste nu een illusionistische deurschildering vertonen.

De ruime moestuin (circa 60 x 110 m) ligt ten zuiden van het kasteel, aansluitend tegen de gebouwen en gaat terug op de kleinere moestuinsite van de 18de eeuw. De westelijke muur verdween na de verkoop in 1952. Langs de Regentwijk en langs de oude Sint-Lambertussteeg (plaatselijk Kovelie geheten) bleef de bakstenen, ongeveer 3 meter hoge moestuinmuur bewaard, met een lage, vierkante uitbouw in de zuidoostelijke hoek, daterend uit circa 1710. In de zuidwestelijke hoek werd vermoedelijk midden 18de eeuw (15), een onderkelderd belvedère met twee bouwlagen gebouwd, dat naderhand een open terras kreeg als uitkijk op het landschap en op de nieuwe spoorlijn naar Luik uit 1838-1839. Het is een bakstenen gebouwtje met muurlisenen, een kordonlijst en een afdekking van blauwe hardsteen en met een buitentrap beveiligd door een fraaie smeedijzeren leuning eindigend in een krul. De hoge fruitmuren met talrijke metselen voegwerkherstellingen uit de 19de en 20ste eeuw, heeft brede tenietlopende steunberen aan de straatzijde, smallere lisenen ter versterking aan de tuinzijde en een recente (1980) afdekking met betonnen dekstenen op de oude uitspringende rollaag. De tuinmansdeur aan de Regentwijk wetd dichtgemetseld. Van het ronde waterbekken dat voorheen in het midden van de tuin lag, zijn enkele halfronde dekstenen van blauwe hatdsteen bewaard. In de noordoostelijke hoek lagen sedert het derde kwart van de 19de eeuw twee koudebakken en een serre, waarvan het kadaster in 1955 de verdwijning noteerde.

T De ruïne van de

zorgde ijzerconstruc-

moestuin van het

gaan

druivenserre uit

tie van giet- en

kasteel van

(foto 0. Pauwels)

1879, met een ver-

smeedijzer, in de

Gingelom


Achter de schermgevel en in de noordwestelijke hoek van de moestuin ligt een onderkelderd bakhuis, door Surlet gebouwd en geïnspireerd op Vitry's boek van 1827. Er leunt een L-vormige, uitzonderlijke druivenserre tegenaan van 23,2 bij 2,2 meter en 2 meter hoog, een verzorgde spitsboogvormige glas- en ijzerconstructie uit 1879 steunend op gietijzeren zuiltjes met kapiteel, nu erg verkommerd (16). In de noordwestelijke hoek van het park, ligt een paviljoen, "La maisonette' genaamd, als een Zwitserse chalet gebouwd in de tweede helft van de 19de eeuw en op de huidige stafkaart als 'jachtpaviljoen' aangeduid. Het vierkant gebouw met twee bouwlagen, gepleisterde gevels, rechthoekige vensters en deuren en een zadeldak (golfplaten sedert 1973) had voorheen een meer uitgesproken rustiek karakter dankzij de ver uitstekende modillons en een omlopend terras op de bovenverdieping, bereikbaar via een houten buitentrap. Het is nu ingekort tot twee balkons, enkel bereikbaar langs een binnentrap. Een ijskelder werd in 1900 gekadastreerd maar is, net als de parkaanleg wellicht ouder en te situeren in het derde kwart van de 19de eeuw, toen het park werd uitgebreid aan de overzijde van de straat en er een vijver werd aangelegd. Een postkaart (17) geeft een beeld van de dreef in 1909: twee smalle dreven voor secundair transport flankeren de rechte gekasseide laan voor rijtuigen en wagens. Een tweede postkaart toont de exedra met hardstenen palen als beëindiging van de dreef, het ereplein en het kasteel. Er zijn kuipplanten opgesteld en voor de inkom ligt een typische corbeille voor jaarlijks wisselende plantmotieven. Men beschikte over ondermeer elf grote laurieren, tien phormiums, vijf palmen en vier agaven, die in de oranjerie overwinterden (16).

De dubbele dreef naar het ereplein

rode bastaardpaardekastanje [Aesctdus earned), zilverlinde {Tilia tomentosd), en meerdere exemplaren zomereik [Quercus robur). O o k gewone beuk (407cm), goudes [Fraxinus excelsior 'Jaspidea') (248cm), zuilvormige zomereik [Quercus robur 'Fastigiata') (301cm), kleinbladige linde [Tilia cordatd) (301 cm) en hangende zilverlinde (Tilia petiolaris) (370cm).

van het kasteel van Gmgelom, eindigend op een lunet met kettingen tussen hardstenen palen. Kuipplanten op de erekoer (Prentkaart, Hasselt, PBL, Dienst Documentatie) (opname

Massale onderbegroeiing van bosanemoon [Anemone nemorosd), gevlekte aronskelk [Arum maculatum), Maarts viooltje [Viola odoratd), wilde narcis [Narcissuspseudonarcissus suhsp. pseudonarcissus) en speenkruid [Ranunculus fie arid) •

Kris Vandevorst)

T Het park van het kasteel van Gingelom

Het geheel wordt momenteel goed onderhouden en beheerd.

BOMEN FN PLANTFN Naast gewone esdoorn met bont blad {Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'), bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), Europese lork [Larix decidua), gewone beuk [Fagus sylvatica), gewone es {Fraxinus excelcior), gewone esdoorn [Acer pseudoplatanus), fijnspar (Picea abies), okkernoot (Juglans regio), witte paardekastanje {Aesculus hippocastanum).

M&L


I

NOTEN (1)

Hasselt, Primitief kadasterplan door J.L. Schijns, landmeter 2de klasse, zonder datum; Verzamelplan van Gingelom op het land beëindigd 16 mei 1824, door landmeter PJ. Sotiau.

(2)

GINGELOIVI: VOORTUIN STEENWEG NR. 219

F. AUMANN, C. VANDENGHOER et al.. Baron Surlet de Chokier, regent van België. Mens en mythe 1769-1839, Gingclom,

Voortuin met hek, bij een herenboerenhuis uit de

1989, p. 29. De historische informatie van dit verhaal is hier in

tweede helft van de 19de eeuw.

hoofdzaak op gebaseerd maar maakt ook dankbaar gebruik van de mondelinge mededelingen van notaris F. Aumann.

• De voortuin met

(3)

treures en hek van

dessinées d'apr'es nature, 1822, gepubliceerd in FRANCOIS L.,

het herenboerenhuis

Erasme Surlet de Chokier (1769-1839), schets van zijn politieke

Steenweg nr 219 in

loopbaan, in Het oude land van Loon, 1988, p.5-26.

Gingelom (foto 0. Pauwels)

ld., p. 78. Charles Stanislas De Wal baron de Baronville, Vues

(4)

F.G.C. BETERAMS, The high society belgo-luxembourgeoise, avec celle des arrondissements de Breda, de Maestncht et de Ruremonde, au début du gouvernement de Guillaume Ier, rot des Pays-Bas (1814-1815), Gent, 1973, p. 438. R. DELMEIRE, Gingelom en Montenaken, speciaal nummer van Ons Landens Erfdeel, 1987, nr. 30. J. GRAUWELS, Het testament van Erasme Surlet de Chokier, in Limburg, 1967, p.3-21.

(5)

U. VITRY, Le propriétaire architecte, contenant des mod'eles de maisons de ville et de campagne, defermes, orangeries, partes, puits, fontaines, etc, (1827). Mededeling van notaris F. Aumann, waarvoor dank.

(6) (7) Dezelfde voortuin honderd jaar geleden toen de steenweg nog een gekasseide bomenlaan was

Hasselt, AK, kadastrale opmetingsschets van 1854. ld., kadastrale opmetingsschets van 1871. De Kerkstraat en een tweede naamloos straatje werd toen ingelijfd.

(8) Afschaffingsbesluit

van 31 januari 1854, verkoop door de

gemeente op 5 juli 1855. Mededeling van notaris Aumann, waarvoor dank.

(Prentkaarl, Hasselt, (9) Annuaire de la noblesse de Belgique. 1899, p.36. Het wapen Looz PBL, Dienst Documentatie) (opname Kris Vandevorst)

Corswarem is in de voorgevel aangebracht. (10) A. HOCHSCHILD, De geest van Koning Leopold II en de plunderingvan de Congo, Amsterdam, 1998, p. 64-65, 72, 86. (11) Mededeling van notaris Aumann, waarvoor dank. (12) Het Almanach du Commerce Yttme\Ai Pierre Francois Paulussen (Parijs 1814 - Brussel, ca 1878-1880) in 1851 als architect en volgens het Bevolkinsregister van 1856 is hij architect en aannnemet. Gegevens, gebaseerd op onderzoek van notaris F. Aumann, waarvoor dank. (13) Hasselt, AK, kadastrale opmetingsschets van 1900. (14) ld., kadastrale opmetingsschets, 1854. Zowel het belvedère als de uitbouw in de hoek zijn door het kadaster in 1824 al genoteerd. (15) ld., kadastrale opmetingsschets van 1879. (16) Gepubliceerd in W. MASSIN, G. BORGS, G. GIELEN, Vlaams Haspengouwse dorpen in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1983.

(17) Archiefgegevens, meegedeeld door notaris F. Aumann. BEZOEK: augustus 1994, oktober 1998, maart 1999

M&L

De tuin wordt aan drie zijden begrensd door een witgeschilderd smeedijzeren hek op een lage bakstenen plint. Ontdubbelde U-vormige stijlen en spijlen met gietijzeren lanspunt met een door voluten geaccentueerd klimmend beloop ter hoogte van de hoeken en de drie ingangshekkens, en doorlopende regelwerk. Aan de noordzijde, twee vierkante arduinen pijlers van een verdwenen poorthek naar het boerenerf. In de voortuin, een mooi exemplaar van treures {Fraxinus excelsior 'Pendula') (120cm) en van gewone taxus (Taxus baccatd) met jong geel blad {T. b. 'Aurea')


G1TMGEL01VI: V1LLATU1N

GINGELOM (BOEKHOUT): RECENTE TUllSJ

STEENWEG NR. 240

BOEKHOUTSTRAAT NR. 17

Villatuin met afsluithek en tuinpaviljoen, uit 1926.

Recente tuin bij een grote gesloten boerderij uit de 19de eeuw, aangelegd op de oude ommuurde moestuinsite. Een hoge bakstenen muur met ezelsrug sluit een voormalige, nu als siertuin aangelegde moestuin aan de straatkant af. Een streektypische treures {Fraxinus excelsior 'Pendula) (200cm, kruinbreedte 10.50m, hoogte circa 12m) beschaduwt de tuin en bepaalt ook het straatbeeld. Witgelakte gietijzeren kammen werden als perkrand hergebruikt en herinneren aan de typisch 19de-eeuwse omranding voor de veelkleurige ronde of ovale perken met eenjarigen die aan de 'bloemperkjesstijl' zijn naam gaven.

De beboomdc villatuin (1926) met hek en haag Steenweg nr. 240 (foto 0. Pauwcls)

De villa van 1926 is omringd door een beboomde tuin, aan de straatkant afgezet door een recentere haag van bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), die ter hoogte van het huis onderbroken wordt door de gerestaureerde muur met afsluithek uit de bouwperiode. Het hekpoortje met klimmend beloop naar de makelaar, volgt hetzelfde model als het hek: knopversiering op de spijlen en ter hoogte van de onder- en bovenregels; de twee eerste en twee laatste spijlen zijn onderling bovenaan verbonden en bekroond met een gietijzeren kruisbloem. Het rond paviljoen met zinken kegeldak en bolbekroning en voorheen een dragende structuur in knoestig stam- en takhout, werd recent vervangen door een exemplaar in rondhout van geïmpregneerd grenen. Het ligt in de hoek aan de straat en de beboomde tuin.

De oude moestuinmuur met de voor de streek typische treures van de boerderij Boekhoutstraat nr. 5

1VI&L


G1NGEL01VI (BORLO): HERENBOERENPARKJE

GINGELOM (BORLO): HERENBOERENPARKJE

DORPSPLEIN NR. 1

MOLENSTRAAT NR. 10

Omhaagd, 19de-eeuws herenboerenparkje met hek en paviljoen bij een grote, gesloten boerderij.

Beboomd 19de-eeuws herenboerenparkje met hek, achter het door jaarankers 1777 gedateerde maar later gewijzigde huis.

Het herenboerenparkje wordt aan de straat begrensd door een gemengde haag van gele kornoelje {Cornus mas), eenstijlige meidoorn {Crataegus monogynd) en sneeuwbes {Symphoricarpos albus subsp. laevigatus) die overgaat in een losse haag van ongesnoeide, hoog opgeschoten gewone taxus {Taxus baccatd). Het is vanaf de straat rechtstreeks toegankelijk via een witgeschilderd poorthek van giet- en smeedijzer uit het midden van de 19de eeuw. Het hek heeft ronde zuiltjes als hekpijlers en als makelaar, met topbekroning, vierkante stijlen, onder-, midden- en bovenregel met spijlen en krulwerk ter opvang van het klimmend beloop. In de bomenrand van het grasveld en langs de aarden rondweg: blauwe Atlasceder (Cedrus atlantica GlaucaV, Canadapopulier {Populus x canadensis), gewone beuk {Fagus sylvatica), gewone hazelaar {Corylus avellana), linde {Tilia spec.), treurbeuk {Fagus sylvatica 'Pendula'), treures {Fraxinus excelsior 'Pendula'). Achteraan, op een heuveltje, ligt een open paviljoen met leien tentdak op knoestige boomstammen, beschermd door gewone taxus. In het midden van het ruime, gekasseid erf ligt een ovaal grasperk omheind met een witgeschilderd hekje van dunne spijltjes tussen een ronde bovenen onderregel. Centraal is een rond bloemperk uitgespaard met in het midden een cementen bloemenkorf op een sokkel. Een gelijkaardig, hergebruikt hekje schermt het terras bij de voordeur af.

Het herenboerenparkje achter de boerderij in de Molenstraat nr. 10

Het herenboerenparkje is aan de straatkant afgesloten met een hek op een gecementeerd muurtje. Het straathek is gedubbeld door een geschoren haag van gewone taxus {Taxus baccatd). O p het grasveld staat een beeldje op sokkel, in de groene rand komt er sneeuwklokje {Galanthus nivalis) voor. Verder een mooie gewone plataan {Platanus x hispanicd) als solitair naast een driestammige gewone esdoorn {Acerpseudoplatanus) en een witte paardekastanje (Aesculus hippocastanum).


3'

G1NGEL01VI (JEUK): KASTEEL VAN HASSELBROEK HASSELBROEKSTRAAT NR. 188 (niet toegankelijk voor het publiek)

\ 1

rsillr

Landgoed met dreven en waterpartijen uit de 17de 3'"i 1 eeuw, park In landschappelijke stijl en ommuurde moestuin uit het midden van de 19de eeuw. Kasteel met kern In Maasstljl uit 1620 met neerhofopperhofstructuur, In 1770-1780 verbouwd naarde mode van die tijd. Zuldervleugel In 1848 vervangen door V'WtC JJ (futtat te HttjJi'n'i-cKt!^ en /ititnu hekwerk, en toen beantwoordend aan de typologie van wonen 'entre cour et jardln'. Omstreeks 1880 uitbreiding met kasteeiaanhorigheden rond een bijkomende binnen koer. De kasteelhoeve ten noorden sedert 1916 niet noordelijke muur, tussen twee hoekpaviljoenen langer tot het domein behorend.

VAN WATERKASTFFI NAAR KASTFFIPARK De allodiale heerlijkheid van het graafschap Loon ging over naar het prinsbisdom Luik, dat het uit geldnood in 1619 beleende aan het kapittel van de Sint-Jan-de-Doperkerk te Luik. De familie de Borman, die in de streek reeds in de 14de eeuw vermeld wordt, bezat Hasselbroek in elk geval tijdens de 18de eeuw, vermits André Grégoire de Borman toen tot baron van Hasselbroek werd veheven. Zijn broer Jean Henri de Borman (17061774) privé-raadsheer van de prinsbisschop, officiaal en proost van de O.-L.-Vrouwekerk van Hoei werd begraven in de kapel, die hij liet vernieuwen. Het is onduidelijk of de vernieuwing van het kasteel in Louis XVI-stijl, die de literatuur in de jaren 1770-1780 plaatst, zou gebeurd zijn op zijn initiatief of door zijn neef en erfgenaam Amand de Borman, dan wel of de tweede het werk van de eerste voltooide (1).

van baksteenmetselwerk, wat volgens de beschrijving in Les Délices du Pais de Liege (1743) een aangenaam zicht opleverde. Gewone taxuspiramiden in diverse snoeivormen, zoals de tekst specificeert, benadrukten de kruisingen van de drie dwarspaden met de rondweg en de cirkelvormige kruisingen met de middenas. Er groeide leifruit tegen de noordelijke tuinmuur, de schuur en de oostelijke kasteelvleugel. Die hadden elk hun vormelijk gedifferentieerde brug over de kasteelgracht. O p de voorgrond lag een vijver en de dijken waren dreefsgewijs beboomd. De publicatie (4) beschrijft bovendien ook de ligging die "door de hoge bomen van de lanen en dreven in en rond het goed, het de uitstraling bezorgen van een bof. Ook de tuin krijgt aandacht. "Hij ligt ten westen, in een eigen omgrachting en omdat de ligging een natuurlijk terras is, volstaat een borsthoge muur als afsluiting .

• Tekening van Remacle Leloup met het waterkasteel rond 1740 (Luik, BCC, Salie Ulysse Capitame) (opname Kris Vandevorst)

T Ferrariskaart met het kasteel van Hasselbroek, de boomgaarden, dreven en karper-

De Ferrariskaart (1771-1775) toont dit in plattegrond, met ten westen en noordwesten boomgaar-

ïijvers, de Sint-Jobkapel en het gehucht Hasselbroek (Brussel, KB, KP)

Een tekening van Remacle Leloup, als gravure ook in Les délices du pais de Liege gepubliceerd (2), toont het goed in vogelperspectief vanuit het oosten, vóót de verbouwing. Het was een vierkant waterkasteel te midden van boomgaarden met binnen de omgrachting een mooie ommuurde, rechthoekige parterretuin met talrijke snoeivormen, op de wijze van Mollet (3). De beschrijving specificeert dat er twee parterres de compartiments zijn, en vier parterres met groenten en kruiden, afgeboord met rabatten voor bloemen afgewisseld met snoeivormen van gewone taxus. De tuin had een middenas gericht op een paviljoen (een grot) in de

M&L


Primitief kadaster-

„jv"

plan (1824) van Hasselbroek

irCoMtf I

(Hasselt, AK) (opname

I

Kris Vandevorst)

•pi --

I v a i S t v W t t . ^v i'w*

Wi- w

den, ten oosten de herkenbare dreef langs de gracht en parallel er mee karpervijvers op rij, ten noorden de kasteelboerderij en ten zuiden, binnen de grenzen van het huidig landgoed, het gehucht Hasselbroek bij de Sint-Jobkapel.

• De kadastrale opmetingsschets van 1884 met de wi|zigingen In het kasteeldomein van Hasselbroek (Hasselt, AK) (opname Kris Vandevorst)

r

<i '

•

O p de Primitieve kadasterkaart (vóór 1824) ziet men eveneens nog de Ancien Régime-toestand: het omgracht (perceel nr. 353, 356) kasteel (perceelnr. 355) met gebouwen rond een vierkante binnenplaats, ziet ten noorden uit op de rechthoekige tuin (nr. 351) die achter aan twee paviljoentjes (nr. 348, 349) bezit in de hoek met de grachtarmen (nr. 350 en 352), en ook links van het kasteel zijn er twee kleine constructies (zonder nummer) bij de gracht. Langs de straat liggen grote strak getekende vijvers (nr. 339, 340, 3 4 1 , 342, 343), waarlangs een brede laan (nr. 344, dreef als bouwland) loopt, richting kapel (nr. 172). Het geheel, samen met de noordelijk gelegen boerderij (nr. 345) en haar tuin met bakhuis (nr. 346, 347), bouwlanden (nr. 360, 363), een uitgestrekte boomgaard (nr. 362, meer dan 6 ha), hooiland (nr. 364), weide (nr. 367) en bossen (nr. 365, 366) zijn volgens de legger van 1844 eigendom van Walther Jamar, rentenier te Ans bij Luik. De boerderij ten zuiden en haar tuin, die later moeten verdwijnen voor de aanleg van het parkje, zijn dan nog bezit van landbouwer Hendrik Boesmans (nr. 358, 359) (5). Deze sloping en inname kaderde in een herziening van het goed, die in de kadastrale opmetingsschets van 1848 is geregistreerd (6). Ze noteerde ook de verdwijning van de grachten, het tuinperceel met muur en paviljoenen, het bijgebouw (perceel 361).

Dépot-kaart (1867)

van Hasselbroek,

partcrretuinen

met een park ten

respectievelijk ter

(Brussel NGI)

zuiden en ten noor-

plaatse van een

(foto 0. Pauwels)

den van het kasteel

boedenj en van


De afbraak van de schuur en de vervanging door het ornamenteel hek dat nog bestaat, had als gevolg dat er bij het kasteel een erekoer kwam te liggen. Ten zuiden lag de deels ommuurde, deels omhaagde moestuin (perceel 362b). De noordelijke boerderij (perceel 345) werd volledig vernieuwd (in 1845 noteert het kadaster 'reconstruction totale')- Men mag dit alles interpreteren als de ruimtelijk neerslag van de in het midden van de 19de eeuw beoogde distantie tussen kasteelbewoners en hun boeren en dienstpersoneel. Van toen af woonde men in het kasteel ook naar het geliefde 18de-eeuwse model van het "vivre entre cour et jardin . De Ancien Régimetuin werd toen als een gazon met bomengordel onderdeel van het park en ter plaatse van de gesloopte boerderij kwam een voortuin, ook aangelegd als een gazon met bomengordel. In 1884 meet het kadaster (7) de uitbreiding van de westelijke wagenhuisvleugel op met dienstwoningen in dezelfde neoclassicistische stijl, rond een binnenkeer, een toestand die nu nog bestaat. O p de Dépot-kaart (opname 1867, uitgave 1877) ziet men duidelijk hoe de dreef vanaf de SintJobkapel (die voorheen parochiekerk was van het gehucht Hasselbroek, een tegen het koor aangebouwde sacristie bezat en een kerkhof rondom) van zuid naar noord door het domein liep, met de

vijvers ten oosten en de gebouwen en landerijen ten westen. Er lag een landschappelijk opgevat parkje ten zuiden van het kasteel en van de kasteelaanhorigheden en een moestuin ten westen, begrensd door de straat. Ook tussen de noordelijk gelegen kasteelboerderij en het kasteelcomplex, waar voorheen de parterretuinen lagen, strekte zich een parkje in landschappelijke stijl uit, dat westelijk van de boerderij uitdeinde. Ten noordwesten lag een lustbos dat al op het Primitief kadaster bestond en als smalle strook de westelijke boomgaard begrensde. De kaart van het ICM (revisie 1885, uitgave 1892) wijkt hier nagenoeg niet van af, evenmin als de uitgave van 1923 (revisie 1903) van de stafkaart. Ook de toestand van vandaag komt er mee overeen. De literatuur (8) vermeldt na zware beschadigingen en leegroof van het kasteel in 1814 door Russische troepen uit de alliantie tegen Napoleon, langdurige erfenisdisputen die uiteindelijk zullen leiden tot de verkoop van Hasselbroek. De kadastrale legger van 1844 vermeldde de nieuwe eigenaar. De gesignaleerde wijzigingen in het domein mag men op zijn naam schrijven: senator Walther Jamar (1776-1857), rentenier en burgemeester van Ans bij Luik. Zijn nakomelingen, tot 1924 in Ans gedomicilieerd, nadien in Hasselbroek, blijven het behouden. Het komt in 1967 langs vrouwelijke De omhaagde en beboomde grens

• ICM-kaart (1885)

domein van Hassel-

met nagenoeg

broek als vandaag

dezelfde dispositie

(Brussel, NGI)

voor het kasteel-

(foto 0. Pauwels)

van het kasteeldomein met de Hasselbroekstraat in Jeuk


• De gebogen opri|-

en eenjarigen en

laan naar 19de-

hardstenen sokkels

eeuws gebruik bege-

voor bloemen-

leid door planten-

corbeilles

bedden met rozen • De I7de-eeuwse toegang, met hek en muur uit het begin van de 19de eeuw, als een rechte oprit naar het kasteel van Hasselbroek

lijn aan de huidige eigenaars toe, die het permanent bewonen. Ondertussen evolueerde het van een voornamelijk in functie van de jacht ingericht buitenhuis, naar een vaste verblijfplaats met boerderij, nadien fruitbedrijf.

DE TOEGANGEN Het kasteeldomein van Hasselbroek ligt nu op de grens met de provincie Luik, in de vallei van de hier ontspringende Cicindriabeek. H e t wordt begrensd door de Hasselbroekstraat ten oosten en de Kasteelstraat ten zuiden en is vanuit beide richtingen toegankelijk via een poorthek. Het goed is aan de straatkant afgebakend met een haag van éénstijlige meidoorn {Crataegus monogynd). De korte rechte oprit in grijze steenslag vanaf de Hasselbroekstraat is de oude 17de-eeuwse toegang

De I9de-eeuwse toegang als gebogen oprijlaan

M&L

tot het goed van uit het oosten. Hij dwarst het dicht geboomte, steekt de oude gracht en de oude lindenlaan over om van bezijden het ereplein te bereiken. De lindenlaan, herkenbaar van de tekening van Leloup, verbindt de voormalige kasteelboerderij ten noorden met de Sint-Jobkapel ten zuiden, voorheen de kapel van het dorp en gelegen op de hoek van de straat. Poorthek tussen vierkante hekpijlers met ingediepte voegen, geprofileerde deksteen en zware eikels als bekroning, alles uit blauwe hardsteen en daterend uit het begin van de 19de eeuw. Lagere hoekpijlers en bakstenen muren met dekstenen van blauwe hardsteen en klimmend beloop naar de hekpijlers. Witgeschilderd hek van smeedijzer met vierkante stijlen, onder-, dubbele tussen- en bovenregels, en ronde spijlen met lanspunten en onderspijltjes. De zuidelijke toegang vanaf de Kasteelstraat is 19de-eeuws. De gebogen oprijlaan in grijze steenslag wordt begeleid door 14 vierkante, vaasvormige voetstukken van handgefrijnde blauwe hardsteen mogelijk nog uit de 18de eeuw tussen rozenperken en bloembedden. Witgeschilderd eenvoudig spijlenhek van smeedijzer tussen vierkante, hardstenen pijlers met geprofileerde deksteen en lagere gelijkaardige hoekpijlers. Poortvleugels met vierkante stijlen, onder-, dubbele tussen- en bovenregels met siervaasje ter bekroning van de tussenstijl en ronde onderspijltjes en spijlen met uitgewerkte lanspunten (deels verdwenen). Vaste hekvleugels met ronde spijlen met uitgewerkte lanspunten, onderen bovenregel. Deze oprijlaan vervoegt de oude en leidt naar de erekoer.


Het kasteelerf van Hasselbroek met smeedijzeren hek en gieti|zeren zuilen, uit het midden van de 19de eeuw.

HET EREPLEIN De rechthoekige met porfierstenen gekasseide erekoer ligt tussen het 1 8de-eeuwse kasteel ten noorden, de in kern nog 1 7de-eeuwse woonvleugel ten oosten, de dienstvleugel met het wagenhuis ten westen en het fraaie, midden 19de-eeuwse afsluithek ten zuiden. Ze wordt begrensd door het perron van het hoofdgebouw, het U-vormig hek en de tegen het wagenhuis gebouwde hondenrennen. In het midden ligt een rond grasperkje met centraal een cirkelvormig bloemperk voor éénjarigen rond

een 19de-eeuwse, witgeschilderde bloemenmand met druiventrossen en -ranken van cement. Het afsluithek is van smeed- en gietijzer, telt zes gietijzeren zuilen met gecanneleerde schacht, gedecoreerde sokkel, deksteen en Corinthisch kapiteel en gepunte bolbekroning, en is door stangen schuin verankerd in de bodem. De vaste hekvleugels met vierkante onder- en dubbele bovenregels en ronde spijlen met lansbekroning, zijn verankerd in een plint van blauwe hardsteen. De poortvleugels zijn identiek, op de dubbele onderregels en de pijnappel op de stijlen na. De honderennen — allicht voor jachthonden bestemd - zijn aangebouwd tegen de twee blindbo- •* •

,

.

l i l

gen van net wagenhuis en nebben 0

0

i

ir

j

De voortuin van

halrronde „Hasselbroek

smeedijzeren hekken met boven- en onderregels, (foto o. Pauwels) spijlen met wisselende afwerking en een rondboogvormige poortbekroning met sierstuk tussen volutes. Een derde hondenren ligt op de binnenkoer bij de personeelswoningen.

HET PARK Het park uit midden 19de eeuw, strekt zich nu uit ten westen en ten zuiden aansluitend op het ereplein; ten noorden van het kasteel lag een gazon met bomengordel, nu omgezet in fruitplantage. De


De brume beuk in de voortuin van Hasselbroek (foto 0 . Pauwels)

De rozenboog bij het kasteel van Hasselbroek

TVI&L

lusttuin heeft een bomengordel rond een uitgestrekt grasveld (nu schapenweide) en een rondweg in oostelijke richting naar de lindendreef en in westelijke richting langs de dienstgebouwen en naar de moestuin. Snoeivormen van bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') en gewone taxus markeren het grasveld. Ten oosten, bij de kruising van beide opritten ligt een rond open rozenprieel (botanische rozen en mosrozen) met kegelvormige dakstructuur van gelast ijzer. Aan de voet van het erepleinhek perken oude buxushaagjes de halfcirkelvormige bloemperken af en tegen de gevelhoek.

groeit recentere haagliguster met geel en geel gerand blad {Ligustrum ovalifolium Aureum'). Een rond perk met een bontbladige gewone esdoorn {Acerpseudoplatanus 'Leopoldii') heeft een gesnoeide gewone taxus in driekwartcirkel als achtergrond en vooraan twee bloemenrabatten tussen oude buxus, deels vervangen door gietijzeren kammen, restanten van de omboordingen uit de bloemperkjesstijl. In de bomengordel staan ondermeer zuilvormige zomereik {Quercus ro^wr'Fastigiata), tamme kastanje {Castanea sativa) en gewone esdoorn met bont blad {Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') naast een scherm van storende canadapopulier {Populus x canadensis) aan de Kasteelstraat. Aan de noordzijde, op de plaats van de oude parterretuin, maar ook ten westen, lag tot het derde kwart van de 20ste eeuw een park, waarvan het gazon zich uitstrekte tot aan de voet van het kasteel; nu is het een plantage van laagstamfruit. De meterslange balie van smeedijzer, bestaande uit platte staven gevormd door liggende rechthoeken, die het park afsloot, bleef grotendeels bewaard op de noordelijke en westelijke grens, als afscheiding met de voormalige kasteelboerderij, het lustbos en de boomgaarden.

Ten westen, achter de dienstgebouwen vindt men een doorgeschoten loofgang van haagbeuk als restant van deze tuin. Ten oosten van het kasteel, tus-


sen de Hasselbroekstraat en de lindendreef ligt het verwilderd lustbos met de 17de-eeuwse vijvers. Ook ten noordwesten over de Cicindriabeek blijft een fragment van een parkbosje over. Ze zijn terug te vinden op de hoger vermelde kaarten van het Dépót de la guerre en van het ICM. Uit de hoogdagen van het kasteeldomein resten nog volgende elementen: bij het grasveld een mogelijk nog 18de-eeuwse sokkel voor een zonnewijzer, van geprofileerde blauwe hardsteen naar onder toe verjongend; ten noordoosten bij de moestuin en er tegenaanleunend een 19de-eeuws pittoresk paviljoen onder rieten dak, gebouwd van boomstronken, leem en boomschors met spitsboogvormige venstertjes eveneens van boomtakken; in het lustbos bij de oostelijke toegang een hondenhok van vóór 1905 (10) met zadeldak en scherpe, hoge dakkapellen met neogotische inslag, in baksteen en hout; in de beboste zone bij de gedempte gracht ten zuiden van het grasveld een van bakstenen gemetselde ijskelder; en tenslotte een wel 100 meter lange balie, onderbroken door een poortje van eenvoudig smeedwerk, dat de westelijke begrenzing vormde tussen het kasteelpark en de boomgaard (11). Deze boomgaard was vanaf de Kasteelstraat toegangelijk via een 'barrier', een eenvoudig smeedijzeren hek gevormd door ronde staven met een roostervulling van ijzeren linten, tussen twee vierkante hekpijlers van blauwe natuursteen, ook uit midden 19de eeuw. Ook het 19de-eeuws tuinmeubilair verwijst naar de rustieke stijlperiode met zijn voorliefde voor boomstronken takkenbouw, zoals bij de eenvoudige parkbanken met pseudo-takken van gietijzer op het ereplein. De ronde tuintafel heeft een geajoureerd tafelblad en een sierlijke poot van gietijzer afkomstig uit Duffel (12). Een andere houten tuinbank met gietijzeren gestellen, bij het kasteelperron, heeft een empire-inslag.

verrijkt met baksteengruis, platvol gevoegd en nagetrokken. Twee monumentale, conisch gesnoeide buxus (Buxus sempervirens 'Rotundifolia') markeren de toegang in de jongere oostelijke muur. Vierkante pijlers van blauwe hardsteen met sokkel, ingediepte voegen en geprofileerde zware deksteen van dezelfde makelij als de oostelijke inrijpoort. Eenvoudig hek van smeedijzer met platte stijlen en regels met gerivetteerd plaatijzer in de bovenzwikken en aan de voet. Gepunte ronde spijlen en uitgesneden bekroning voor de middenstijl. Overspannende boog van bandstaai ter geleiding van fruit of klimplanten. Het meesterspad op de lange as vertrekt vanaf de poort en kruist het dwarspad en de rondweg. Buxushaagjes begeleiden de rondweg naast de leifruitperken en de rabatten langs meesterspad en dwarspad zijn voorbehouden voor overblijvende planten: piramides van hardfruit, rozen, hortensia's, tuin- en keukenkruiden, vasteplanten, bollen en knollen. De vier kwadranten zijn bestemd voor wisselteelt van groenten en éénjarige snijbloemen. In het noordwestelijke kwadrant liggen monumentale, gemetselde koudebakken met éénruiters bekroond met geprofileerde dekstenen van blauwe hardsteen. Het zuidoostelijke kwadrant is in gebruik als boomkwekerij, het zuidwestelijke is deels voorbehouden voor kleinfruit. In de noordwestelijke hoek is de pot- en werktuigstal behouden. De voormalige kasteelboerderij ligt ten noorden en is vanaf de Hasselbroekstraat bereikbaar via een brug tussen twee vijvers met fraaie gietijzeren balustrade in art-nouveaustijl. Ze werd in 1916 van het domein afgescheiden en werd toen ook vergroot en verbouwd (13).

Het midden 19deeeuwse moestulnhek in Hasselbroek

DE MOESTUIN De moestuin van 73 bij 43 meter, een noodzakelijk bestanddeel van het kasteel en het paradepaardje van het landgoed, ligt ten zuidwesten. De tuin dateert uit het tweede kwart van de 19de eeuw en is nu gereduceerd in gebruik. De strook tegen de straat is ingericht als schietstand, verborgen achter betonnen platen. De hoge bakstenen fruitmuren met lisenen als steunbeer en vooruitspringende druiplijst van baksteen zijn met bastaardmortel gemetseld. Het voegwerk is hersteld met mortel

M&L


Minimaal onderhoud van dit mooi verouderde kasteeldomein zorgde tot voor kort voor een uitstraling van authenticiteit en voor een afleesbaarheid van de historische evolutie. Zowel op het vlak van architectuur, interieur, tuinarchitectuur als horticultuur, tot in de details, en het materiaal- en materieelgebruik is Hasselbroek van 'museaal' belang. Daardoor is het ook erg kwetsbaar. Het domein is momenteel bedreigd. Het kasteel van Hasselbroek is op zich wel beschermd als monument, sedert 29.3.1974. De procedure voor de uitbreiding van de bescherming tot het park en de bijgebouwen werd ingezet.

(3) C. MOLLET, Lejardin de Plaisir, Stokholm, 1651. (4) RL. DE SAUMERY, Les délices du pais de Liége, 5 delen, Luik, 1738-1744. (5) Hasselt, AK, Primitief plan door J. Ubaghs, s.d. Verzamelkaart zonder jaartal, door dezelfde; vermoedelijk jaartal 1824. J. COMANNE, o.c, vcrichtte geen kadasteronderzoek en vergist zich dus als hij schrijft dat voor de bouw van het kasteel de kleine toren en de schuur afgebroken werden (p. 56) en dat ongetwijfeld reeds aan het einde van de 18de eeuw de Franse tuin door een Engelse landschapsruin werd vervangen (p. 58). De gegevens van het kadaster weerleggen zijn stelling. (6) Hasselt, AK, kadastrale opmetingsschets, 1848. (7) ld., kadastrale opmetingsschets, 1884. (8) J. COMANNE, o.c, p. 54. (9) Hasselt, AK, Oorspronkelijke Aenwijzende Tafel.

BOMEN

(10) ld., kadastrale opmetingsschets, 1905. (11) ld., kadastrale opmetingsschets, 1868.

Linde {Tilia spec.) (200 en 190 cm, aantasting door boomschimmels) en grootbladige linde {Tilia platyphillos) (369 cm) in de vermelde dreef, veel Canadapopulier {Populus x canadensis) in de voortuin, naast gewone esdoorn met bont blad {Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'), tamme kastanje {Castanea sativa) (minstens 200cm) en vijf zuilvormige eiken {Quercus rohur 'Fastigiata'), hulst met bont blad {llex aquifolium 'Aureomarginata', een groep van grootbladige linde {Tilia x vulgaris) met gewone beuk {Fagus sylvatica, eventueel orientalis) (205 cm), kegelvormig gesnoeide gewone taxus (Taxus hacatd) (450 cm doorsnede, hoogte 4 a 5 m) aan de rand van het gazon, zuilvormige zomereik {Quercus robur 'Fastigiata') (363 cm), rode bastaardpaardekastanje {Aesculus earned) (119 en 183 cm, ent op 100 cm), een zeldzame doodsbeenderenboom zonder top en met zwamaantasting {Gymnocladus dioicus) (100 cm) in een massief van reusachtige gewone taxussen bij de ingang, een uitzonderlijk mooie en vrij te stellen lariks {Larix decidua) (336 cm), Amerikaanse eik met zware gesteltakken {Quercus rubra) (395 cm), een mooi exemplaar rode beuk {Fagus sylvatica 'Atropunicea') (465 cm). Het herenboeren- tamme kastanje {Castanea sativa) (595 cm) en een parkje in de Hassel- magnolia {Magnolia x soulangiana) (89 cm),

(12) Inscriptie Duffel in de poot. (13) Hasselt, AK, kadastrale opmetingsschets, 1916. BEZOEK: juli 1994

G1NGEL01VI (JEUK): HERENBOERENPARKJE HASSELBROEKSTRAAT NR. 181 Beboomd herenboerenparkje en kleine voortuin met hekken uit de 19de en 20ste eeuw, bij een 19de-eeuws herenhuis in classicistische stijl, met latere aanbouw, hoger gelegen dan de straat. Aan de straat zijn park en voortuin begrensd door een omheining uit de 20ste eeuw, gevormd door witgeschilderde gecementeerde muurtjes en vierkante pijlers met deksteen, onderling verbonden

broekstraat 181

NOTEN (1) Annmire de la noblesse beige, Brussel, . L. BORMANS, Brabantse tak van het Haspengouwse geslacht Bormans, in Brabantica, 1957, p. 39. Bouwen door de eeuwen heen... deel 6 NI, p. 176-178. J. COMANNE , Het kasteel van Hasselbroek te Jeuk, in De Woonstede, nr. 69, 1984, nr. 4. Met Leloup op reis. Limburg door een 18de-eeuwse bril bekeken. Tentoonstellingscatalogus, Hasselt, 1993, p. 57. (2) Met Leloup op reis. Limburg door een 18de-eeuwse bril bekeken, Tentoonstellingscatalogus, Hasselt, 1993, p. 57.


door stevige horizontale metalen buizen. Een zwart geschilderd 19de-eeuws ingangshek leidt naar de huisdeur, heeft spijlen en spijltjes met speerpunten tussen regels en stijlen van smeedijzer. De trapleuning naar de voordeur, in wit geschilderd smeedijzer, is uitgewerkte met voluten en ringen tussen de spijlen, de regels en de handgreep en heeft een trappaal, bekroond met een armillaarsfeer. Een poorthek geeft rechtstreeks toegang tot het parkje: een wit geschilderd hek tussen bepleisterde pijlers met deksteen en vierkante stijlen, onder-, tussenen bovenregels met klimmende ronde spijlen, geaccentueerd door een liggende krul en eenvoudige onderspijltjes. Twee gesnoeide oude gewone taxussen flankeren de inrit. Het parkje ligt naast en achter het huis, heeft brede paden, een grasveld en bomengroepjes, ondermeer gewone beuk {Fagus sylvatica) in groep, gewone esdoorn {Acer pseudoplatanus), fijnspar {Picea abies), gewone hazelaar {Corylus avelland), gewone taxus {Taxus baccata), oosterse levensboom {Thuja orientalis), treurbeuk {Fagus sylvatica 'Pendula'), een getopte witte paardekastanje {Aesculus hippocastanurri) en zomereik {Quercus robur).

G1NGEL01VI (JEUK): HERENBOERETMPARKJE HOUTSTRAAT NR. 65

Het lOste-eeuwse parkhekje in de Heisselstraat

eeuw, in een getopte Thujahaag. Het hoger liggend grasveld heeft een bomenrand van gewone beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk {Carpinus betulus), treurbeuk {Fagus sylvatica 'Pendula') en zomereik {Quercus robur). Er is ook massale onderbegroeiing van sneeuwklokje {Galanthus nivalissuhsp. nivalis).

G1NGEL01VI (JEUK): HERENBOERENPARKJE HOUTSTRAAT NR. 98

Beboomd 19de-eeuws herenboerenparkje, restant van een groter geheel, bij een gesloten hoeve met bouwjaar 1770 aangegeven in de achtergevel van het woonhuis maar met latere wijzigingen.

Het parkje ligt ten oosten van de boerderij en heeft een licht hellend reliëf. Het deel aansluitend bij het huis is beschermd door een hoge gewone taxushaag en een witgeschilderd smeedijzeren hek op een gecementeerd muurtje met poorthek. Het hek heeft vierkante stijlen met platte onder-, tussen- en dubbele, met ringen verrijkte bovenregel, ronde onderspijltjes, gekruld U-motief op de tussenregel en gevlamd uitlopende spijlen. De makelaar is versierd met een spiraal als masttop. De stijlen van het tuinhek zijn halfrond verbonden, versierd met een V-motief en gemarkeerd door een hoger uitstekende hekspijl. Het parkje is ook vanaf de Heisseltstraat rechtstreeks toegankelijk via een parkhek, tussen de betonpaaltjes van de draadafsluiting uit de 20ste

Voortuin met hek en restant van een parkje bij een verwaarloosde boerderij uit einde 19de eeuw, in het centrum van het dorp.

De voortuin, het inrijhek naar het gekasseid erf, het hek en poortje naar de voordeur en een recentere poort naar het lager gelegen parkje waar nog slechts enkele bomen, een beuk {Fagus sylvatica) en

1V1&L


treurbeuk {Fagus sylvatica 'Pendula') van overblijven, behoren tot de typologie van de welvarende herenboerderij in Haspengouw, duidelijk aanwezig in het straatbeeld. Het voortuinhek met bakstenen voet en arduinen deksteen, vierkante onderregel, dubbele, met ringen verbonden bovenregel en ronde spijlen met lanspunten, is geritmeerd door vierkante stijlen die bovenaan onderling verbonden zijn. Gelijkaardige stijlen voor het hekje naar de voordeur. Rechts, vermoedelijk recenter inrijhek tussen vierkante pijlers van baksteen met speklaag, dubbele deksteen en bolbekroning van blauwe hardsteen. Het smeedwerk van de poort combineert de horizontale regels, vertikale spijlen en ringen in een decoratief spel.

Het parkhek in de Hundelmgenstraat 42

GINGELOM (JEUK): HERENBOERENPARKJE HU1MÜEL1N GEN STRAAT NR. 4 2 Herenboerenparkje in landschappelijke stijl met pittoresk karakter, uit de tweede helft van de 19de en de 20ste eeuw, ten zuidoosten aansluitend bij het huis van de voormalige distilleerderij Snyers-Coyens. • Een typisch herenboerenparkje in Haspengouw; een grasveld met bomengordel en solitair

Formele wit geschilderde toegang tot de tuin ten oosten via een vrijstaand, decoratief smeedijzeren poorthek in stijl-en regelwerk met talrijke krullen ter versteviging en ter bekroning van de poortvleugels. Onderste geleding met ijzeren bebording, hogere makelaar met kruisbloem en dunne gietijzeren hekstijlen met gepunte bol als bekroning. Verder sluit een lage bakstenen muur, deels met een eenvoudig hek van stijl- en regelwerk met spijlen tussen gietijzeren stijlen de straat af. Aan de voet van het huis strekt zich een langgerekt, licht uitgeschulpt gazon uit met een brede rondweg en een dwarspad in rode steenslag, begeleid door talrijke interessante en fraaie solitaire bomen. De zuidwestelijke grens gevormd door de Cicindriabeek, bestaat uit een interessante bomengordel met kleine waterpartij.

BQMFN Gewone esdoorn met bruinrood blad {Acer platanoides 'Schwedleri'), witte paardekastanje met lijnvormig blad {Aesculus hippocastanum 'Laciniatum'), treurvorm van ruwe berk {Betuia pendula 'Tristis'), doodsbeenderenboom {Gymnocladus dioicus), treurvorm van wilgbladige peer {Pyrus salicifolia 'Pendula') (157cm), hangende zilverlinde {Tiliapetiolaris), wingerdbladige zomerlinde {Tilia platyphyllos 'Vitifolia').

1VI&L


GllMGELOlVI (KORT1JS): HOEVE SNEYERS KAPELSTRAAT NR. 6 (niet toegankelijk voor het publiek) Beboomd herenboerenparkje in landschappelijke stijl uit de 19de eeuw, met hekwerk en een mooi perspectief naar de kerktoren, bij een monumentale boerderij, uit de tweede helft van de 18de eeuw en later.

De boerderij heeft een gekasseide vierkante binnenplaats, landgebouwen daterend uit de tweede helft van de 18de eeuw en een woonhuis uit rond 1800 met goed geïntegreerde zuidelijke uitbouwsels uit het begin van de 20ste eeuw. Het parkje grenst aan de straat en ligt ten oosten en ten zuiden van het huis. Het biedt een perspectief op de kerktoren van Kortijs, ten westen. Het is vanaf de straat rechtstreeks toegankelijk via een centrale poort in een wit geschilderd smeedijzeren hek van 13 traveeën, op een gecementeerde voet van baksteen met doorlopende deklijst, uit de tweede helft van de 19de eeuw. Het hek heeft ronde spijlen met lanspunt tussen onder- en bovenregels, telkens klimmend naar de hogere stijlen en daar met liggende voluten verstevigd. Achteruitspringend poorthek tussen gietijzeren zuilen met vaasbekroning, naar het zelfde model. Het naar het noordoosten hellend patkje bestaat uit een geschulpt grasveld met een 8-vormige rondweg en een bomenrand ten oosten en ten zuiden. Onderaan stond, naar verluidt, een houten gloriette die bouwvallig werd en gesloopt is. Halfweg de helling ligt een fraai massief van oude Hortensia met in het midden een vrouwenbeeld van kunststeen, met als achtergrond een hoge, halfronde gewone taxuswand. Tot voor kort stond tussen beide een voor de streek typische treures bij een storm gesneuveld - zodat dit geheel voorheen een groenkabinet moet hebben gevormd. Hoger staat nog een met cement gerestaureerd vrouwenbeeld van kunststeen dat voorheen mogelijk een waterbekken sierde, te oordelen naar de vis in de hand en het net over de arm.

BOMEN In de bomenrand buxus (Buxus sempervirens), gewone es {Fraxinus excelsior), hulst {Ilex aquifoliuni), gewone taxus {Taxus baccatd), zomereik

• Het herenboerenparkje van de hoeve Sneyers

{Quercus robur) (260cm). Ook een zeer oude Magnolia x soulangiana (110cm), Paulownia {Paulownia tomentosd), okkernoot {Juglans regio) (137cm), gewone es {Fraxinus) (360cm) en een Coloradozilverspar {Abies concolof) (285cm) als solitairen aan de rand van het grasveld. O p het erf blijft één van aanvankelijk drie bruine beuken {Fagus sylvotica 'Atropunicea') over.

G1NGEL01VI (IVllELETsl): BRONHOEVE BRONSTRAAT NR. 9 K/e/ne tuin uit de jaren 1970 en enkele hoge bomen bij de voormalige hoeve van de landcommanderij van Alden Biesen.

De hoeve was een afhankelijkheid van de Landcommanderij Alden Biesen. Haar vakwerkschuur werd rond 1961 gesloopt en de gerecupereerde wapensteen van Willem van Cortenbach met jaartal 1640 werd toen ingemetseld in de stalvleugel. De nu U-vormige gebouwen zijn op de vroegere schuurzijde afgezet met een hek op bakstenen voet. In 1976 sneuvelden een bruine beuk {Fagus sylvatica Atropunicea') en een treurbeuk {Fagus sylvotica 'Pendula').

IVI&L


, „ _ . : GIMGELOM (MIELEN): „„.,.»„. CONIFERENTLIIN Goyens aan de Marktplaats nr 2 B R O M S T R A A T

34

Collectie coniferen, sedert 1962 aangelegd bij een hoeve.

Bij een in 1860 gebouwd hoeve, die op het huis na in 1880 afbrandde en werd wederopgebouwd, werd sedert 1962 een collectie coniferen aangelegd. Buxus {Buxus sempervirem 'Rotundifolia'), hulst [Ilex aquifolium), Californische schijncipres {Chamaecyparis lawsoniana), groepje van vier fijnsparren {Picea abies) uit 1947 en zomereik {Quercus rohur) (221 cm) bestonden toen reeds. De collectie bestaat onder meer uit: Coloradozilverspar {Abies concolor), edele zilverspar [Abies procera 'Glauca'), reuzenzilverspar {Abies grandis), Kaukasische zilverspar {Abies nordmanniana), Californische schijncipres, cultivar {Chamaecyparis lawsoniana 'Alumii'), Californische schijncipres, cultivar {Chamaecyparis lawsoniana 'Elwoodii'), Californische schijncipres c\\\t\v3.t{Chamaecyparis lawsoniana 'Wilmotii'), Koekelareden {Pinus nigra 'Koekelare'), Oostenrijkse den {Pinus nigra subsp. nigra), fijnspar {Picea abies), Servische spar {Picea omorika), blauwe spar {Picea pungens), Sitkaspar (Picea sitchensis), reuzenlevensboom cultivar( 77?«/Ö plicata 'Atrovirens'), Oosterse levensboom cultivar {Thuja orientalis 'Elegantissima'), westerse levensboom cultivar {Thuja occidentalis 'Pyramidalis Compacta'.

Chateau Goyens met Documentatie) bmnenkoer en hek

(opname

(Prentkaart Hasselt,

Kris Vandevorst)

PBL, Dienst

<2gfi> HOHTENA£KEM. — (foote markt en Kasteel ran notaris O*,-*: f$rand Place et Chateau du notairellayeni

M&L

UJUi/ \

v

v^

G1NGEL01VI (MONTENAKEN): CHATEAU GOYENS MARKTPLAATS NR. 2 Herenboerenpark, belangrijk hekwerk en boomgaard uit de 19de eeuw.

Het Chateau Goyens, gebouwd in 1806, werd genoemd naar bouwheer Johannes Mathieu Goyens, die ook notaris, schout en burgemeester was. De herenboerderij is gelegen in het centrum van het dorp, ten westen van de kerk, op een oude site, Borgthof genaamd. Bij de bouw werd er ook een boomgaard toegevoegd (1). De Primitieve kadastrale legger noteerde bij de boerderij al een 'jardin de plaisance'. De huidige gebouwen klimmen op tot deze bouwperiode maar werden naderhand gecementeerd; de westelijke vleugel met schuur werd in 1902 vervangen door een tweede woonhuis. Het park ligt ten noorden van de gebouwen en is begrensd ten oosten door de Montenakenstraat en ten zuiden door de Linthoutbeek. Een postkaart uit rond 1900 geeft een zicht met op de binnenkeer opgestelde kuipplanten, vóór de afbraak van de schuur. Tussen de U-vormige gebouwen ligt een ruime erekoer, geopend naar het marktplein en gesloten met


De 'barrier' naar de

Het poorthek naar

boomgaard van

de Linthouthoeve,

chateau Goyens

Montenakenstraat nr. I

een monumentaal, blauw geschilderd smeedijzeren hek met vergulde bekroningen, uit midden 19de eeuw. Vast hek van vier traveeën en een breder centraal poorthek tussen ronde gietijzeren zuilen met geprofileerde sokkel en dekplaat met goudgeschilderde gepunte bolbekroning. Eenvoudig hek met vierkante onder-, tussen- en bovenregel met gepunte tussenspijltjes en spijlen met goudgeschilderde lanspunten. Klimmend beloop der spijlen in het poorthek, versierd met een liggende eveneens goudgeschilderde krul. Aan de Montenakenstraat om de hoek, geeft een recenter voetgangershekje van rond 1900 toegang tot de tuin bij het huis dat de schuur in de westelijke vleugel verving. Gecementeerde pijlers met sokkel en gepofileerde deksteen, en blauwgeschilderd hekje uit het einde van de 19de eeuw, met platte spijlen en regels, op de kruising verbonden met liggende C en de kruispunten benadrukt met knop. Het neoclassicistisch portiek in de achtergevel dateert uit dezelfde tijd en beschermt het rustiek rotswerk van cement tegen de achtergevel.

regels, gepunte onderspijltjes en spijlen met witgeschilderde geajoureerde lanspunten en één pijnappel aan de stijl. In 1857 (2) verschijnt bij de Linthoutbeek een langgerekte vijver en worden meerdere percelen verenigd. Mag men dit interpreteren als de optekening van de aanleg van een park of van enkel een boomgaard die later door de beplanting van bomen in de rand parkallures kreeg ? O p de Dépot-kaart (opname 1867, uitgave 1877) is de site enkel boomgaard. In 1865 noteert het kadaster in het park een nog bestaand paviljoen (3).

Verderop in de straat staat er een blauwgeschilderd mager hekje van drie ongelijke traveen, dat een oude barrier is, die nu rechtstreeks toegang geeft tot het park. Her bezit eenvoudige ronde spijltjes, platte ondet- en bovenregel en stijlen en is verankerd in de ijzeren aanzet van de prikkeldraadafsluiting. Nog verder in de straat, is er een monumentaler opgevat poorthek als 'barrier' voor de nog bestaande fruitweide, horend bij het domein. Het heeft vierkante hekpijlers van blauwe hardsteen met geprofileerde dekplaat en schampstenen. Blauwgeschilderde smeedijzeren poort met rechthoekige stijlen, onder-, boven- en dubbele tussen-

GINGELOM (IVI ON TEN AKEN): LINTHOUTHOEVE

NOTEN (1) VANDEGHOERC, Montenaken, Steps, Gingelom, Leuven, 1988. (2) Hasselt, AK, kadastrale opmetingsschets, 1857.

(3) ld., kadastrale opmetingsschets van 1865. BEZOEK: slechts vanaf de straat, september 1998

MONTENAKENSTRAAT NR. 1 Poorthek uit de 19de eeuw, naar de tuin van een boerenburgershuis met vervallen boerderij.

Het poorthek naar de tuin bezit vierkante hekpijlers van hardsteen met geprofileerde kraagsteen, uit de tweede helft van de 19de eeuw met recenter smeedijzeren hek uit het tweede kwart van de 20ste

M&L


eeuw. Geometrisch ontwerp met art deco-inslag van talrijke horizontale en vertikale lijnen als vierkante spijlen en regels, liggende en staande voluten, gekruld V-motief en vertikale golfjes in bandijzer met reminiscenties aan 19de-eeuwse modellen.

HANNU1TSTRAAT: Een bruine beuk {Fagus sylvatica 'Atropunicea') als restant van een parkje, nu ingenomen door een loods. Ook het straathek dat het parkje voorheen afsloot werd ingekort.

LANGESTRAAT NR 6 6 - 6 8 :

G1NGEL01VI

(MONTENAKEN): 'BARRIER' WEZERENSTRAAT TEGENOVER NR. 15. Mooi voorbeeld van een 19de eeuwse, voor de streek typische 'barrier' als ingang van een fruitweide.

Het smeed- en gietijzeren hek uit de tweede helft van de 19de eeuw heeft geringde kolommen op sokkel en een witgeschilderde gepunte bolbekroning, hogere middenstijl en spijlen met gezilverde lanspunten, onderspijltjes, onder-, midden- en bovenregels met liggende voluut. N u is de 'barrier' gevat in een draadafsluiting, voorheen was ze naar alle waarschijnlijkheid geïntegreerd in een haag.

De streektypische 'barrier' m de

Een gewone esdoorn met bont blad {Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') en twee bruine beuken.

S1NT-TRU1DENSTRAAT, OP DE HOEK NAAST NR. 9: Twee bruine beuken, twee m a m m o e t b o m e n [Sequoiadendron giganteum), en een zilverlinde (Tilia tomentosd).

G1NGEL01VI (MONTENAKEN, KLEIN VORSEN): KASTEEL ROBERT1 GROENPLAATS NR. 5

Wezerenstraat

(niet toegankelijk voor het publiek)

tegenover nr. 15 (foto 0. Pauwels)

K/e/n landgoed met parkje van 3 ha, in landschappelijke stijl, uit het laatste kwart van de 19de eeuw, geëvolueerd uit een gesloten boerderij.

De dienstvleugel van de boerderij draagt het wapenschild Roberti, een familie die verbonden was met de suikerfabriek van Oreye en die haar naam aan het goed gaf (1). De Ferrariskaart (17711775) en het Primitief kadasterplan (1824) noteren voor de site een gesloten boerderij. De huidige open configuratie van twee parallele vleugels met hek aan de straat en park achteraan, kwam in twee fasen tot stand en houdt verband met de evolutie van boerderijcomplex naar landgoed met park. De kadastrale opmetingsschets van 1886 (2) noteert naast de afbraak van de vleugel met inrijpoort ook de samenvoeging van percelen, wat mag Mooie volwassen bomen bij meerdere herenhuizen of herenboerenhuizen in het dorp, als enige restanten van worden geïnterpreteerd als de aanleg van een park. hun 19de-eeuwse tuinen of herenboerenparkjes die voor Het resultaat is een U-vormig complex met een de moderne landbouw of voor woningbouw moesten strook grond tussen de straat en de gebouwen. Die wijken. Dit is onder meer het geval voor: Hannuitstraat, strook kon men met bomen beplanten en met een Langestraat nr. 66-68, Sint-Truidenstraat, op de hoek hek afsluiten, waardoor de statusverbetering van

GINGELOM OVIOMTENAKEN): HERENBOERENPARKJES

naast nr. 9.


A Het erf van het

en het paviljoent|e

Roberti-kasteel nog

(Prentkaart, Hasselt,

(opname

mentatie)

Roberti-kasteel in

met de stalvleugel

PBL. Dienst Docu-

Kris Vandevorst)

1994

boerderij naar landgoed al voor een deel was geuit. Een zeshoekig paviljoentje op de binnenkoer werd toen ook kadastraal opgemeten. Het had een pagodedak en stond op een voet van kalkrots uit de Ardennen. Het deed dienst als duiventil. De tweede fase dateert van 1953, toen de stalvleugel werd gesloopt, samen met het paviljoen (3). Sedertdien liggen het huis en de parallele dienstvleugel aan een centraal grasveld. Aan de straatkant is het goed nu begrensd door een eenvoudig smeedijzeren straathek uit circa 1886. Het heeft stijlen en spijlen met lanspunt en een kwartrond beloop naar de hekpijlers, onder- en bovenregels, en het staat op een lage, gecementeerde plint van baksteen met deksteen van blauwe hardsteen. Het inrijhek tussen vierkante hekpijlers met sokkel, deksteen en bolbekroning van blauwe hardsteen springt achteruit. Het heeft platte hekstijlen en een hogere makelaar, schuine trekstangen, onder-, tussen- en gebogen bovenregels, ronde onderspijltjes en spijlen met goudgeverfde lanspunten. In de bomengordel aan de straatzijde, die beeldbepalend is voor de straat, en achter het huis groeien meerdere exemplaren van gewone taxus (Taxus baccata) (één van 191 cm), bruine beuk {Fagus sylvatica 'Atropunicea'), gewone plataan {Platanus x hispanicd) (één van 399cm), oosterse plataan {Platanus orientalis) (één 422cm), een gewone beuk {Fagus sylvatica) (347cm) en een linde {Tilia spec.).

Het parkje van het

De oprijlaan in roze schist loopt rond een vierkant grasveld met afgeronde hoeken, centraal een schelpvormige bloemenschaal op voet en in de hoeken drie van vier monumentale, uitgegroeide buxusbollen. Tegen de gevel ligt een plantenboord. Door de verdwijning van de stalvleugel sluit het parkje ten oosten bij de binnenplaats aan. Het daalt naar de Bronbeek af en heeft drie buxus {Buxus sempervirens 'Sempervirens') (68cm met 220cm vrije stam), een bosje van gewone es {Fraxinus excelsior), grootbladige linde {Tiliaplatyphyllos) (406cm), tamme kastanje {Castanea sativd), zomereik {Quercus robur) en een dreef van fijnspar {Picea abies), een bronvijvertje voorheen omringd met gladde iep {Ulmus minor), en verder schijncipres {Chamaecyparis spec), ruwe berk {Betuia pendula), zoete kers {Prunus aviuni), en Canadapopulier {Populus x canadensis). Ten oosten van het huis ligt de voormalige moestuinsite met een resterende muur in baksteenmetselwerk met ezelsrugafdekking en trapsgewijze verhoging. NOTEN (1) C. VANDEGHOER, Montenaken. Steps, Gingelom, Leuven, 1988. (2) Hasselt, AK, kadastrale opmetingsscliets. (3) Mededeling van de heer Van Stippelen, waarvoor dank. Hasselt, AK, kadastrale opmetingsschets, 1954. BEZOEK: juni en november 1994

M&L


GINGELOIVI (IVIUIZEN): HERENBOERENPARKJE TRU1L1NGENSTRAAT NR. 17 Mooi gesitueerd, laat 19de-eeuws herenboerenparkje en ommuurde voormalige moestuin, bij de Tienbonderhoeve.

De grote, gesloten hoeve De Tienbonder genaamd, was tot de Franse revolutie een afhankelijkheid van de abdij van Sint-Truiden, die in de 19de eeuw evolueerde tot herenboerderij met uitgestrekte boomgaarden. De boerderij is ietwat geïsoleerd gelegen ten westen van de dorpskern op de westelijke flank van de vallei van de Cicindriabeek. Ze neemt met haar imposante, deels wel, deels niet witgekalkte gebouwen, een belangrijke plaats in het glooiend landschap in. Het herenboerenparkje, gesitueerd op het hoogste punt, ten noordwesten van de boerderij, draagt daar zeker toe bij. Het parkje sluit aan bij de oude, in de helling uitgegraven tuinruimte, die nu een nieuwe tuin is in het verlengde van de woning. De korte zijde ervan is afgewerkt met een oude keermuur van baksteenmetselwerk waarin een brede trap toegang geeft tot wat nu een begraasde weide is. Die behoorde - allicht als grasveld met een beboomde rand en een rondweg waarop ook nu nog het bestaande wandelpad in het parkje aansloot - vermoedelijk tot een ruimere aanleg die in de 19de eeuw gebeurde, conform de status van de bewoners. Behalve een oudere notelaar (Juglans regio) zijn de bomen van recente datum. Het gras-

veld zelf is licht geschulpt, vermoedelijk om vanuit het huis een oplopend perspectief te bieden naar de door acht Hollandse linden gevormde bomenkring in de uiterste, noordelijke hoek van het park. Het nagenoeg vierkant perceel, nu nogal verwilderd en met veel opslag van Amerikaanse eik, wordt aan drie zijden begrensd door veldwegen. O p de noordelijke grens zijn er overblijvende stobben van essenhout (geriefhout) die ook wijzen op de functie van het parkje als nutsbos. Vandaag is de boerderij een groot fruitbedrijf met vernieuwde woonvleugels. Alle hagen zijn verdwenen en het parkje is verruigd en verwilderd, al blijven de paden zichtbaar. Ten noorden ligt de oude, ommuurde voormalige moestuin, nu siertuin. Hij is toegankelijk vanaf de straat en heeft een oprit, eindigend in een losstaand wagenhuis met schilddak dat vermoedelijk ook als tuinhuis dienst deed. De lage, bakstenen muur is afgewerkt met een ezelsrug van baksteen.

BOMEN Naast gewone hazelaar (Corylus avellana), vlier {Sambucus) en meidoorn (Crataegus monogyna), ook een mooie bruine beuk (Fagus sylvatica AtropuniceaV belangrijk om zijn hoekpositie, gewone beuk (Fagus sylvatica), doodsbeenderenboom (Gymnocladus dioicus), gewone es (Fraxinus excelsior) en de reeds vermelde acht Hollandse linden (Tilia x europaea). BEZOEK: slechts vanaf het openbaar domein


GINGELOM (N1EL-B1J-S11\IT-TRU1ÜEN): DE POORTE VAN EG1VIOMT FONTE1NSTRAAT NR. 16. Moestuin en herenboerenparkje uit de 19de eeuw, bij de van de abdij van 't Park (Heverlee) afhankelijke hoeve met gebouwen uit de 17de tot de 19de eeuw.

i?iNi^

HéM

De voor de helft in gras omgezette

lor), een witte paardekastanje {Aesculus hippocastanum) bij de beek. Twee snoeivormen als gestileerde vrouwenfiguren van gewone taxus geven de toegang aan tot de moestuin.

De hoeve 'De poorte

tekende (Leuven,

graphieboeck TB

van Egmont'zoals

Heverlee, Archief

folio 125)

Guillaume Subil ze

van de abdij van

(opname

in september 1651

't Park, Typo-

0. Pauwels)

De hoeve met gebouwen uit de 17de tot de 19de eeuw is gelegen bij de Molenbeek en was voorheen afhankelijk van de Norbertijnerabdij van 't Park te Leuven, Heverlee. Het herenboerenparkje en de tuin zijn nu rechtstreeks toegankelijk via een buizenhek uit de jaren 1950, gelegen tussen de beek en het poortgebouw naar het erf. Het hek is gevat tussen oudere vierkante pijlers en muurtjes van gewitte baksteen met gepikte plint; natuurstenen deksteen en als pijlerbekroning een eikel op geprofileerde sokkel eveneens van blauwe hardsteen, uit de 19de eeuw. Het parkje ligt bij de beek en de kleine siertuin achter het herenboerenhuis gaat over in een grasveld naar de moestuin. Het bakhuis werd gesloopt en een brugje ging over de beek. De beplanting bestaat uit hoge bomen: gewone esdoorn met bont blad {Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'), zoete kers {Prunus avium), Californische schijncipres {Chamaecyparis lawsoniana), fijnspar {Picea abies), gewone taxus {Taxus baccata), hulst {Ilex aquifolium), Coloradozilverspar {Abies conco-

moestuin van de Poorte van Egmont

Rechthoekige moestuin, voor de helft in gras omgezet, voorheen volledig maar nu nog slechts gedeeltelijk omhaagd met tweestijlige meidoorn {Crataegus laevigata) en gele kornoelje {Cornus mas). Bewaard poortje naar de boomgaard ten zuiden, met smeedijzeren kader en platte spijlen en tussenspijlen eindigend in vlammetjes.

GINGELOIVI (NIEL-BIJ-SINT-TRUIDEM): VERLOREN HERENBOERENPARK KATSE1 NR. 7 7 - 7 9 . Voornamelijk in fruitpiantage omgezet park met belangrijk 19de-eeuws hekwerk in giet- en smeedijzer.

Het hekwerk bleef bewaard aan de straat, aan de voorheen beboomde oprijlaan en aan het erf, waar het als wering diende voor het vee op de omliggende fruitweiden. Aan de veldweg ten noorden bleef ook de oude parkpoort overeind, als voormalige uitrit naar de landerijen.

M&L


Hekken, poorten en balie zijn een fraai staaltje van smeed- en gietkunst uit de 19de eeuw en een belangrijk relict en getuige van het verleden van de site. In de streek, die haar rijkdom in de 19de eeuw naast de teelt van suikerbieten ook aan de fruitteelt had te danken, werden de hoogstamboomgaarden begraasd door het vee. Grachten, hagen, poorten en hekken beveiligden ze. Men noemde de (vaak verzorgd uitgewerkte) poort dan ook een 'barrier'. Hier is dit giet- en smeedijzerwerk uiterst rijk en verzorgd en is het van monumentaal belang. Het hoorde bij een belangrijke boerderij, achteruit gelegen en hoger dan de straat en er met een dreef mee verbonden, zoals het Primitief kadaster toont. De kadastrale legger van 1844 geeft burgemeester Marie Jan Goyens als eigenaar op en door huwelijk van Josephine Rosa Justina Goyens met Jan Hoebanx komt het aan deze familie toe (1). Het herenboerenpark in landschappelijke stijl uit de tweede helft van de 19de eeuw, dat op de Dépót-kaart (opname 1871, uitgave 1877 - zie kasteel de la Riva) figureert, ging al vóór de Tweede Wereldoorlog verloren zoals uit de stafkaart van 1949 blijkt. Dan is het park al als boomgaard genoteerd, bestemming die nu plantage van laagstamfruit is geworden, en de gebouwen zijn als hoeve aangeduid. Van de oorspronkelijk in Uvorm opgestelde gebouwen blijven nu nog twee vleugels over. Aan de straat is de oprit naar het hoger gelegen kasteel aangeduid door een zwart geschilderd smeedijzeren hek (tweede helft van de 19de eeuw) met kwartrond en klimmend beloop, tussen vier zware vierkante ingangspijlets van baksteenmetselwerk met geknipte voegen, met sokkel, speklagen en geprofdeerde bekroningen in blauwe hardsteen. Spijlen met lanspunten, onder- en dubbele bovenregel, op een muursokkel van baksteen met plint en dekstenen van blauwe hardsteen. Vier octogonale schamppalen met vierkante sokkel, uitlopend in een halve bol, van blauwe hardsteen.

De gietijzeren balie

naar het erf, uit de

met zuiltjes verbon-

19de eeuw, moet

den door stangen,

het vee in de fruit-

aan weerszijde van

weiden houden

de gekasseide oprit

De lange, oplopende en gekasseide oprijlaan, vermoedelijk eertijds als dreef beplant, is aan weerszijde afgezet met een reeks van gietijzeren grenspaaltjes verbonden met smeedijzeren stangen, waarvan alleen de bovenste overal bewaard zijn. Ze sloten de ftuitweiden af. Fraaie geringde en taps toelopende paaltjes op sokkel met verzilvetde eibekroning. Centrale poorthekjes als 'batrier' naar de aan weerszijden gelegen boomgaarden, tussen gietijzeren gecanneleerde kolonnen met gezilvetde vaasbekroning. Platte hekstijlen met kleinere gelijkaardige bekroningen, boven-, tussen- en


m

GINGELOIVI (N1EL-B1J-S1NT-TRU1DE1N): V1LLATU1N

Eer rijk uitgevoerd hek tussen de boomgaard en het erf van het kasteel van Niel

MOMTENAKEMSTRAAT NR. 20 Parkje aangelegd in 1948 bij de bouw van de villa in Normandische itijl.

onderregels en spijlen met lanspunten en onderspijltjes. Ter hoogte van het ruime, eveneens gekasseide erf liggen twee schamppalen. Een fraai, monumentaal hek sluit het erf af. Zwart- en zilvergeschilderd smeed- en gietijzeren hek met U-vormig grondplan, op een plint van blauwe hardsteen. Ronde gietijzeren kolonnen met geprofileerde sokkel en acanthusknopbekroning telkens gestut door een dubbele voluut, spijlen met lanspunten en krulverankering in de tussenregel, en onderspijltjes gevat tussen de onder- en tussenregel; het poorthek bovendien gesierd met een tussen de regels ingeschreven fraaie krul en de bovenregel afbuigend. De haakse traveeën van het hek zijn er een variante van, met een bredere middentravee voor het poorthek naar de achter de gebouwen gelegen landerijen, met drie poortvleugels, resultaat van een verbouwing (betonnen sokkel) in functie van de mechanisatie.

De villa werd gebouwd in de tuin van de eigenaars van de suikerfabriek Massin, die rond 1998 werd gesloopt. Het parkje ligt ten zuidwesten van Niel, ten oosten van de Naamsesteenweg en wordt begrensd door de spoorlijn ten noorden, de straat ten westen, het oudere huis en de oprit ervan ten oosten en ten zuiden. De oprit en het houten inrijhek liggen in de zuidwestelijke hoek. Het goed werd na jarenlange leegstand en verwildering in 1983 door de huidige eigenaars gekocht en hersteld. Een nieuwe beukenhaag, gedubbeld met een rij Servische sparren {Picea omorika) vervangt de muur die het voorheen aan de straatkant afsloot, ten oosten kwam een nieuwe draadafsluiting en ten zuiden bleef de oude meidoornhaag behouden. Ook de oude structuur van de tuin en de oudere bomen bleven onaangeroerd: een ruim grasveld ten oosten, aan de voet van het huis, een tennisveld in de noordoostelijke hoek, dicht struikgewas als afscherming van de spoorlijn en een bomengordel van oudere loofbomen ten oosten en ten zuiden. De vernieuwingen bestaan voornamelijk in de aanplantingen van coniferen - niet optimaal aansluitend bij het

T Villatuin (1948) met recente herzieningen. Montenakenstraat nr. 20 (Foto 0. Pauwcis)

Achter de gebouwen ligt nog een voormalig parkhek, nu vrijstaand en aan een landweg, tussen akker, weiland en boomgaard, dat eertijds de noordelijke uitrit van het park moet zijn geweest. Hoge, vierkante pijlers met sokkel en kapiteel van baksteen en een dubbele deksteen van blauwe hardsteen. Eenvoudig spijlenhek met lanspunt, onder-, tussen- en bovenregel en een kleine vaasbekroning op de poortstijl. Het verloren park, dat op de Dépot-kaart is opgenomen, strekte zich ten noordoosten van het kasteel uit en was doorsneden door de gebruikelijke wandelpaden in een patroon van opeenvolgende lussen. Ten zuiden en ten oosten van het kasteel strekten zich fruitweiden uit. O o k vandaag nog liggen de gebouwen te midden van boomgaarden. NOOT (1) Hasselt. AK, Primitief plan s.d., kadastrale legger 1844.

M&L


Dépot-kaart (1871) van Niel men twee verloren parkjes: ten noorden van het dorp het kasteel van Niel en onder de spoorlgn, het kasteel de la Riva (Brussel, NGI) (opname 0. Pauwels)

oorspronkelijk karakter van de tuin - en van buxusranden rond bestaande rozenperken in het grasveld bij het huis. Ook het oude padenpatroon bleef behouden: rond het grasveld, langs de bomenrand en naar het tennisveld, alsook het tuinmeubilair van gegoten beton als tuinbanken en bloemenschalen. In de bomenrand: een geënte olm, (Ulmus glabra 'Exoniensis') (355 cm op de ent, op 120 cm hoogte) met drie takken van 80 a 100 cm; een door de bliksem getroffen zilverlinde (Tilia tomentosa) (360 cm) met afgescheurde tak; een treurbeuk (Fagus sylvatica 'BorneyensisV (235 cm); gewone robinia (Robinia pseudoacacia) (350 cm, inclusief de klimop); gewone es (Fraxinus excelsior) (185 cm), gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) (236 cm), gewone beuk (Fagus sylvatica) (300 cm, schade van blikseminslag en schimmel) maar ook magnolia {Magnolia x soulangeana), Amerikaanse eik (Quercus rubra), tamme kastanje (Castanea sativa), grauwe abeel (Populus x canescens) en bij het huis een jongere meidoorn (160 cm).

G11MGEL01VI

(N1EL-B1J-S1NT-TRU1ÜEN) KASTEEL DE LA RIVA Primitief kadaster-

plan (1824) met

MCWTE1N AKEN STRAAT

18

het kasteel de la Riva in Niel (Hasselt. AK) (opname Kris Vandevorst)

Verloren park bij het laat 18de eeuwse kasteel de la Riva, nu boerderij.

Een onvolledig bewaard en niet gedateerd document in het Rijksarchief te Hasselt(l) vermeldt het land en de vrijheid Niel met mooi kasteel, watermolen, meer dan 33 bunders land, weiden en bos. Het goed behoorde tot de bezittingen van de familie de Corswarem. Charles de Corswarem (17691822), kleinzoon van Joseph Clément de Corswarem, opperjachtmeester van het land van Luik en graaf van Niel, verwierf in 1816 de hertogelijke titel Looz-Corswarem. De kadastrale legger van 1844 geeft Maria Theresia de Corswarem, gravin te Sint-Truiden als eigenaar op, nadien volgen het echtpaar de la Riva Aguero - Vandevelde en in 1869 Josephus de la Riva, rentenier in Niel. Deze familie, waarvan de eerste telg officier was in Peru, gaf het goed zijn naam. De literatuur (2) publiceert een plan van het park en signaleert dat graaf Guillaume de Looz Corswarem het kasteel in 1790 liet bouwen (3). Het Primitief kadasterplan door landmeter J.L. Gitta (rond 1824) toont een kasteel waarop dienstgebouwen rond een open binnenkeer aansluiten in een strak geometrische configuratie (4). Het goed werd genoteerd op de eerste uitgave van de kaarten van het Depot de la guerre (opname 1871, uitgave 1877) met een parkje in landschappelijke stijl, ten zuiden van de spoorweg LuikBrussel. Het domein lag bij de Molenbeek en nam een nagenoeg L-vormige site in beslag. De toegang gebeurde via een brede oprit, die voorbij de spoorwegbrug vertrok.

A/l&L


Niel ISl-TronU)

fS >^-Rl

Chateau de Niel Si-Ttand

WUB :M

_ CliJteau-

BÜ

~1 ^^^^3

It LI r

1*

ÉQt

W

= 1 tin Het kasteel werd in 1943 afgebroken maar er zijn prentkaarten van bewaard. Het was een bepleisterd, neoclassicistisch gebouw van vijf traveeën en drie bouwlagen, gelegen naast de boerderij, waarvan de binnenkoer naar het kasteel toe open was. Een twee bouwlagen hoog portiek van vier traveeën, geritmeerd door zuilen onder een entablement en gemarkeerd door vier bekronende siervazen aan de gootlijst gaf de voorgevel zijn classicistisch karakter. In de parkgevel beantwoordde er een nauwelijks uitspringend risaliet aan, met balkon boven de deur. De latere zuidelijke uitbreiding met twee traveeën, waar aan de noordzijde de toevoeging van steunberen beantwoordde, verstoorde de aanvankelijke symmetrische opbouw, die overigens de hand van architect Henry in herinnering brengt. Een gordel van bomen- en struiken vormde de begrenzing van het goed en het park bezat een lus-

SCaiU^&u

*

|^

* W

Voor- en parkgevel van he! verdwenen kasteel de la Riva (Prentkaart, Hasselt, PBL, Dienst Documentatie) (opname Kris Vandevorst)

P

vormig padenpatroon dat rond grasvelden en weiden voerde. Het pad was begeleid door bosjes, bomen- en struikmassieven en deed ook de waterpartij met rond eilandje aan. Het vermelde opmetingsplan, dat noch een auteur noch een jaartal draagt, dateert van na de uitbreiding van het kasteel en de bouw van de inrijpoort, die het met het neerhof verbond. Deze toestand is wel op het Primitief kadasterplan maar niet op de Dépot-kaart van 1871 genoteerd. Aan de voet van het kasteel en aan de rand van de grote weide tussen kasteel en vijver liggen bloembedden waarin men gewoonlijk éénjarigen plantte, met als resultaat de typische veelkleurige corbeilles waarmee men tuinen uit de tweede helft van de 19de eeuw associeert. O p de kaart van het Depot ligt de moestuin ten westen, aansluitend bij de boerderij, percelen waar het plan eveneens aanplantingen aangeeft. •4

**a\x.'

•

\

•

-.

•;••

O p de stafkaart van 1949 is het goed aangeduid als hoeve en voormalig kasteel, beide tot U-vorm geëvolueerd, de vijver is uitgebreid, de wandelpaden in het park zijn niet langer genoteerd en de oprit loopt nu voorbij het kasteel in westelijke richting verder, parallel met de spoorlijn naar de Montenakenstraat.

Plan van het kasteeldomein de la Riva (gepubliceerd in M. BOLLINGH. Gingelom mijn dorp, Gingelom, 2000) (Hasselt, PBL, Dienst Documentatie) (opname Kris Vandevorst)

B: •

,

•

•

•

•

•

-

•

Momenteel blijft er enkel een boerderij zonder park over. Slechts de dreef, nu met ongeveer 20 jaar oude Canadapopulieren, verwijst nog naar het verleden. NOTEN (1) Hasselt, Rijksarchief, Familiearchief Menten, nr. 1060. Stukken betreffende de voogdij over de zwakzinnige prinsessen Cecile en Hermme de Looz-Corswarem, te dateren eerste helft 20ste eeuw. Het betreft een aanvraag om hun bezittingen de mogen verkopen. De familie bezat ook een kasteel in Loon en in Ligny. (2) Annuatre de la nohlese beige, 1893-1894, p. 1376-1379.

M&L


(3) M. BOLLINGH, Gingelom mijn dorp, Gingelom, 2000, p. 50. Notaris F. Aumann wees op het bestaan van dit plan, waarvoor dank. (4) Hasselt, AK, Primitief plan, s.d., J.L Gitta; kadastrale legger

GINGELOM (VORSEN): HERENBOERENPARKJE BROUWERIJSTRAAT NR. 33

1844; de nummering op de kaarr klopt nier met het opgegeven gebruik in de kadastrale legger, zo is perceel 387 bijvoorbeeld als tuin genoteerd, terwijl het op het plan een klein gebouwtje, ver-

Resterende bomen van een herenboerenparkje en belangrijk voortuinhek, uit de tweede helft van de 19de eeuw.

moedelijk een bakhuis is.

Voortuinhek van het herenboerenparkie Brouwerijstraat nr. 33

G1NGEL01VI (N1EL-B1J-S1NT-TRU1DEN): IVIOESTUIN NAAMSESTRAAT, HOEK OMMEGANGSTRAAT Driehoekige moestuin van een hoeve met jaartal 1856. De moestuin (perceel 178), aan de straatkant beschermd door een gemengde haag en gelegen bij een leegstaande hoeve met jaartal 1856, gaat terug tot een tuinperceel aangeduid op het Primitief kadasterplan van 1824 (1). NOOT (1) Hasselt, AK.

Omhaagde moestuin bij de hoeve uit 1856 in de Naamsestraat, hoek Ommegangstraat

Het herenboerenparkje is een restant van een groter geheel horend bij een herenboerenhuis met voortuin. Een L-vormig, witgeschilderd tuinhek van giet- en smeedijzer op een arduinen voet bakent het goed aan de straatkant af. De gietijzeren zuilen hebben een gepunte bolbekroning, doorlopende platte onder- en dubbele bovenregel, korte onderspijltjes en spijlen met lanspunt. Twee fraaie exemplaren bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), en een oude gewone taxus bepalen de voortuin en meteen ook het straatbeeld. Achter het huis zijn een solitaite treures (Fraxinus excelsior 'Pendula') en een linde (Tilia x) relicten van het parkje.

G1NGEL01VI (VORSEN): HERENBOERENPARKJE BROUWERIJSTRAAT NR. 34 Resterende bomen van een herenboerenparkje uit de 19de eeuw, bij een ISde-eeuwse voormalige boerderij. De omvangrijke boerderij kende latere wijzigingen en is nu fruitbedrijf. Volgens de Primitieve kadastrale legger behoorde het goed in 1844 toe aan de graven van Arberg.

M&L


Straatbeeld bepaald door de boomkruinen van de herenboerenparkjes Brouwerijstraat nr. 33 en 34

Overblijvende bomen: gewone esdoorn met bont blad {Acerpseudoplatanus 'Leopoldii'), bruine beuk {Fagus sylvatica 'Atropunicea'), gewone esdoorn {Acer pseudoplatanus), tamme kastanje {Castanea sativd). Een haag van gewone beuk {Fagus sylvatica) schermt de tuin aan de straatkant af.

omhaagd met gewone taxus en in de noordoostelijke hoek ommuurd in functie van de moestuin. De toegang tot het parkje gebeurt vanaf de Lagestraat tussen twee vierkante pijlers van baksteen met gecementeerde sokkel en kapiteel met deksteen van blauwe hardsteen. Het inrijhek van giet- en smeedijzer heeft zwartgeschilderde vierkante stijlen en makelaar met witgeschilderde acanthusknop, platte onder-, midden- en bovenregels, ronde onderspijltjes en spijlen met witgeschilderde lanspunten. De witgekalkte bakstenen muren hebben een afdekking van recente pannen. Het eenvoudig parkje ligt ten zuiden van het huis en bestaat uit een afbellend grasveld met een waterpartij op het laagste punt, een bomengordel en een rondweg. O p de Ferrariskaart (1771-1778) staat HOOGSTRAAT NR. 14 het goed aangegeven als een U-vorm, ten westen Herenboerenparkje, landhuii en dienstgebouwen, uit mid- aan de rand van het dorp, ligging die tot vandaag is bewaard. den 19de eeuw met iatere wijzigingen en oudere kern.

GllNGELOM (VORSEN): HEREMBOERENPARKJE VAN HAIVIONTHOEVE

Het goed, waaraan eertijds een stokerij was verbonden, is begrensd door de Lagestraat ten zuiden en ten oosten, de Hoogstraat ten noorden en landerijen en boomgaard ten westen. Het is deels

O p het Primitief kadasterplan van 1824 (1) ziet men een U-vorm en een alleenstaand gebouw die met gearceerde volumes zijn verbonden, wat we interpreteren als de tussen 1824 en 1844 (de hervatting van het kadaster) gegroeide toestand naar

M&L


;

;.É^^P '.>/*?=.

'• ; ^ »r

-*-»"*

A


een gesloten configuratie. Perceel 379 is in de legger van 1844 als huis genoteerd en het nr. 80 als branderij; nr. 381 is een 'plaisirtuin' van 41 a 20, eindigend op een rechthoekige 'vijver als plaisirtuin' (nr. 384), nr. 382 is een tuin, nr. 383 is een kapel, nr. 385 een bakhuis, nr. 386 en 401 zijn boomgaarden. Joseph Livinus Van Hamont, burgemeester van Vorsen, bezit ook een windmolen en meer dan 26 ha landbouwgrond in deze gemeente. Een uitbreiding van de gebouwen, geregistreerd in 1845 nam het tracé van de Lagestraat in, die toen nog naast de gebouwen liep. In 1849 werd het ganse perceel 371 bij het goed betrokken en de rechthoekige waterpartij in het park (perceel 384)

werd een ovale vijver. Vermoedelijk kreeg het parkje toen ook zijn huidig aanschijn. De kapel verloor in 1866 haar functie en werd een landgebouw waarvan de sloping in 1886 werd genoteerd. De gebouwen ondergingen in 1892 nog wijzigingen. De familie van Hamont, die eveneens een boerderij-stokerij bezat in Donk (Herk-de-Stad), bleef er tot vandaag eigenaar van (2). NOTEN (1) Hasselt, AK, 25 april 1824, J.L. Reijnders; kadastrale legger, • Het herenboeren-

(2) ID., Opmetingsschets 1845, nr. 2 en 1849, nr. 12, 1866, nr. 7, 1 8 9 2 nr 2

parkje bij de 'an Hamont',ocve. Hoogstraat nr. 14 te Vorsen

M Het Hcrenboerenparkje bij de Van Hamonthoeve, Hoogstraat nr. 14 te Vorsen (foto 0. Pauwels)

M&L


Halen

Stafkaart 1/50.000ste, kaartblad 25 (Brussel, NGI)

31. 32. 33. 34. 35. 36.

Halen: Diestersteenweg Nr. 15 en 15a Halen: Molen Van Rothem Halen: Raubrandplein Halen, Loksbergen: Kasteel Van Blekkom Halen, Loksbergen: Militaire Begraafplaats Halen: Loksbergenstraat Nr. 93

P67 67 68 68 "1 72

37. 38. 39. 40. 41. 42.

Zelem: Het Geesthuis, Gennepstraat Nr. 22 Zelem: Domein Bleuterveld, Karestraat Nr. 36 Zelem: Kasteel Het Lobos, Lobosstraat Nr. 1 Zelem: De Kartuis, Sint-Jansbergstraat Nr. 9 Zelem: Sint-Janskasteel, Steenbergstraat Nr. 18 Zeik : Zavelhof, Zelemstraat Nr. 2 en 4

72 73 76 79 84 84


HALE1N: V1LLATU1N D1ESTERSTEENWEG NR. 15 EN 15A Restant van een villatuin uit het interbellum. De tuin bij de in twee woningen gesplitste villa bewaart enkele restanten uit de eerste aanlegperiode in het interbellum. Hij is verwant met de beter behouden en onderhouden villatuin Keldermans in Donk, Herk-de-Stad. Bij het huis ligt een verhoogd terras met flankerende leeuwtjes bij de trappen en aan de voet een haag van buxus met geelgerand blad {Buxus sempervirens 'Aureovariegata') en van Japanse kardinaalshoed met witgerand blad (Euonymus japonicus 'Albovariegatus'). Verder resten van de oorspronkelijke aanleg: haakse hagen van buxus en van gewone taxus (Taxus haccatd) met een Ierse taxus (Taxus haccata 'Fastigiata Aurea') en het lager dwarspad en de zithoek met zitbank en sokkels van arduin op een met flagstones geplaveide zone.

BOMEN Een zeldame gewone hazelaar, cultivar {Corylus avellana 'Heterophylla'), bruine beuk {Fagus sylvafzVij'Atropunicea'), tulpenboom {Liriodendron tulipifera) (260cm) en een zeer oud exemplaar mispel {Mespilus germanicd).

HALE1NJ: M O L E N VAM ROTHEIVI GIDSEN STRAAT

A Een laantje van beuk verbindt de tuin bij de molen van Rothem

7uin b/y de watermolen van Rothem, met aanleg en beplanting uit de jaren 7930, toen het goed ook gebruikt werd als buitenverblijf; voorheen afhankelijk van het klooster Mariënrode van Rothem.

Het cisterciënzerinnen klooster van Mariënrode, waarvan nog slechts het poortgebouw en de hoeve bestaan, bouwde rond 1422 een watermolen op de Velpe. De huidige gebouwen dragen de bouwjaren 1646 en 1777 maar werden ook in de 20ste eeuw uitgebreid en hersteld. Eind 18de eeuw kwam de molen in het bezit van de abdij van Nonnemielen bij Sint-Truiden en ten gevolge van de Franse revo-

met het parkbos

lutie werd hij in 1796 en 1803 verkocht aan particulieren (1). De familie van den Hove d'Ertsenrijck, eigenaars sedert 1927, zijn verantwoordelijk voor de huidige aanleg (2). De tuin bestaat uit een grasveld met enkele bomen, een bomenlaan in de as van de huisdeur naar een bosperceel achteraan en een overtuin. O p het grasveld bij het huis groeien een ruwe berk

1VI&L


{Betuiapendula), tamme kastanje {Castanea sativa), kwee {Cydonia oblongd) (105cm, o.ex.), moeraseik {Quercus palustris) (240cm). Een trompetklimmer {Campsis radkans) werd aangeplant bij het uit het bos verplaatst paviljoen in vakwerkbouw. De laan van gewone beuk {Fagus sylvatkd), overgaand in fijnspar {Picea abies) loopt uit op een cirkel van 5 bruine beuken {Fagus sylvatica 'Atropunicea'). Uitgeschulpte wandelpaadjes in het parkbos met een gemengde beplanting van gewone es {Fraxinus excelsior), gewone hazelaar {Corylus avellana), gewone robinia {Robinia pseudoacacid), grootbladige linde {Tilia platyphyllos), zomereik {Quercus robur).

HALEN (LOKSBERGEN): KASTEEL VAN BLEKKOM UNDENSTRAAT NR. 128 (niet toegankelijk voor het publiek) Herenboerenpark van 3.80 ha, bij een neoclassicistisch kasteel, van architect jamaer uit 1859, ontstaan uit een oudere boerderij. Parkje in gemengde stijl met pittoresk karakter, aanplanting naar de wijze van Bühler: gemengde bomenrand en kleine groepjes van bomen per soort aan de rand van het grasveld. Ingangshekken en boogbrug over de waterpartij.

Aan de overzijde van de Velpe ligt de overtuin als gemengde moes- en bloementuin en enkele bomen: een moeraseik, treures {Fraxinus excelsior 'Pendula') en een gele treurwilg {Salix x sepulchralis 'Tristis). NOTEN (1) P. VRIJENS, De Cisterciënzerinnenahdij van Rothem hij Halen van de stichting tot 1779, onuitgegeveen, Leuven, 1970. (2) Mededeling van de familie, waarvoor dank. BEZOEK: augustus 1995

HALEN: GEMEENTELUK PLAMTSOETM RAUBRANDPTE11M Plantsoen ingericht de laatste jaren van de 20ste eeuw.

Het plantsoen langs de Velpe werd uitgerust met banken en kreeg een rij van Japanse kers {Prunus serrulatd) aan de oever. Verder werden zilverlinde {Tilia tomentosa), Noorse esdoorn {Acer platanoides), Californische schijncipres, cultivar {Chamaecyparis lawsoniana 'Stewartii'), een jonge treures {Fraxinus excelsior'VenAxxla) (65cm) aangeplant als aanvulling voor twee oudere gele treurwilgen {Salix xsepulcralis'Tristis) (380 en 365cm).

AA Primitief kadaster-

van Blekkom

plan (1828) en het

(Hasselt. AK)

bijgewerkt plan met

(opname

veranderingen In de Kris Vandevorst) bebouwingsvorm

Blekkom ligt ten zuiden van Loksbergen, op de noordelijke flank naar de Velpe, temidden van bouw- en weiland, op een oude site. Het goed beslaat een rechthoekig blok, begrensd ten noorden door de Mannekenshaagstraat, ten oosten door de Bosbeek, ten zuiden door de Velpe en ten westen door de Lindenstraat.


Dépot-kaart (1870)

kadaster

toont voor Blekkom

(Brussel, NGI)

dezelfde structuur

(opname

als het Primitief

0. Pauwels)

ICM-kaart van Blekkom met lang-

O p de Ferrariskaart (1771-1775) is de 'Cense de Bleckherri een boerderij in los verband ten noorden van de Velpe, waarmee ze door een bomenlaan is verbonden. Ze is dan bereikbaar langs een korte dreef vanuit het westen, waaraan een omhaagde boomgaard ligt.

d e h u i d i g e g e b o u w e n . D e e e n v o u d i g e , rechtlijnige

Het Primitief kadasterplan van vóór 1828 (1) toont een rechte dreef (perceel 53) vanaf de huidige Lindenstraat naar het alleenstaand huis, dat niet in de as stond van de U-vormige boerderij (perceel 60), waarbij de moestuin aansloot. Een kleiner volume lag er naast. Er lag een poel bij de dreef naar de straat. De Primitieve legger noteerde Blekkom als toebehorend aan de weduwe, barones d'Overschie uit Brussel.

landweg naar het oud huis werd opgenomen in het assenkruis van toegangswegen: vanaf de Lindenstraat tussen het voorplein en de noordgevel van het kasteel, tussen de kapel en de boerderij naar de Bosbeek en vanaf de Mannekenshaagstraat tussen het kasteel en de boerderij naar de Velp. De verlegging van zichtassen en van wegenis in het park en de relatie tot het huis vallen samen met de lichte verschuiving van het huis naar de as van de U-vormige boerderij en met de uitbouw van formele perrons in 1876 en een zonneterras in 1955 bij het kasteel. Rond 1900 kwam er ten westen, naast de boerderij een Onze-Lieve-Vrouwekapel (2). Het geschilderd gevelchronogram verwijst naar de decoratie en aanpassing in 1921.

O p de kadastrale opmetingsschetsen, samengebracht op het werkplan, kan men de evolutie van de bebouwing volgen. Het woonhuis met boerderij en boomgaard werd geleidelijk een classicistische herenwoning met neerhof en park. Het huis is in een jaarsteen in de noordoostelijke gevel gedateerd "Anno 1859/ H(yacin)the D E M A R E T / et A. de PIERPONT/JAMAER architecte J.B. BRAECKMAN". Mag men de aanplanting van de nog bestaande merkwaardige bomen verklaren door dit huwelijk met een dochter de Pierpont uit het Olmenhof in Herk-de-Stad, bekend omwille van zijn bomencollectie? Het nieuwe huis werd meer westelijk ingeplant en de boerderij in los verband evolueerde naar een bijna gesloten opstelling van

O p de eerste uitgave van de Dépot-kaart (1878, terreinopname 1870) kan men zien dat het park zich aanvankelijk slechts ten oosten van de oprit vanaf de Lindenstraat uitstrekte. Men herkent er ook de ligging van de poel op het Primitief kadasterplan, ten zuidwesten van het huis. De moestuin lag ten oosten van de boerderij. Dit blijft onveranderd op de kaart van het ICM (revisie 1884, uitgave 1896). O p de stafkaart van 1951 (met de revisie van 1933 en 1937) wordt pas de gewijzigde situatie genoteerd, met de grotere, niervormige vijver met brugje over het smalste deel, als centrum van een eenvoudige parkaanleg, bestaande uit een lusvormig padenpatroon tussen beboomde massieven. De oprit vanaf de Lindenstraat is daarin geïn-

""P'S6 waIerPartll

1VI&L


tegreerd en er loopt ook een pad naar de oostelijk gelegen beek. Deze toestand bleef tot op vandaag bestaan. Ook vandaag ligt de hoofdtoegang aan de Lindenstraat. Hij wordt gevormd door een rechte dreef van grootbladige linde {Tilia platyphyllos), die ter hoogte van de vijver afbuigt ten westen, naar het kasteel. Een tweede rechte toegang, tot voor kort een dreef van zomereik {Quercus robur), vertrekt vanaf de Mannekenshaagstraat tussen laagstamboomgaarden en buigt vanaf het inrijhek als parklaan af naar het kasteel. Beide toegangen werden recent gekasseid in porfier en het erf werd ter hoogte van het huis geasfalteerd. Gelijkaardige poorthekken sluiten het domein af aan de Lindenen Mannekenshaagstraat en dateren uit de tweede helft van de 19de eeuw: vierkante hekpijlers van baksteen met speklagen van gesinterde baksteen, uitspringende sokkel en een vlakke deksteen dragen een eenvoudig zwart geschilderd poorthek met onder-, dubbele midden- en bovenregel, L-vormige makelaar met pijlpunt en ronde spijlen met pijlpunt en onderspijltjes. Het huidige park strekt zich vooral uit ten zuiden van Het kasteel van het huis en de uitgeschulpte rondweg voert Blekkom met vijver langs bomengroepen en solitairen op de lichtglooi-

ende grasvelden en over de landschappelijke vijver met eilandje. Die ligt ten zuiden en vernauwt ter hoogte van de fraaie boogbrug, uit het laatste kwart van de 19de eeuw. In 1940 werd ze met betonnen traptreden vernieuwd. Brugleuning van wit geschilderd smeedijzer met Directoire-inslag: decoratieve aanzet van de leuning als ronde stijl met vaasbekroning en ronde liggende voluut als balustradeverankering. Vijf traveeën, dunne spijlen en Sint-Andrieskruis met rozet. De bomen hebben hun climax bereikt en sterven de één na de ander af. Het park bezit een interessante kruidlaag van bosanemoon {Anemone nemorosa), boshyacint {Hyaeinthoides non-scriptd), maarts viooltje {Viola odoratd), sneeuwklokje {Galanthus nivalis), speenkruid {Ranunculus ficaria). Een gloriette van gewone haagbeuk {Carpinus betulus) ligt ten zuidwesten van het huis. Ten oosten van de boerderij blijft de resterende Lvormige fruitmuur van de moestuin over, geëxposeerd naar het zuidoosten en zuidwesten en aan de noordkant 27 meter lang (3). In de hoek ligt de broeikas die men in 1885 kadastreerde. Ze is van baksteenmetselwerk, leunt met twee zijden tegen de moestuinmuur aan, de voorgevel is van glas en

en brug (foto 0. Pauwcis)

^V

h ^l\ * > * - •


ijzer op een bakstenen voet van één meter hoog, en de vloer van vlak gestrate bakstenen. De twee andere zijden van de moestuin waren omhaagd.

HALEN (LOKSBERGEN): MILITAIRE BEGRAAEPLAATS

BOMEN

UNIESTRAAT

Amerikaanse eik [Quercus rubra), buxus {Buxus sempevirens), Canadapopulier [Populus x canadensis), diverse schijncipressen {Chamaecyparis spec), bindwilg (Salix alba 'Chermesina'), Europese lork {Larix decidud), gewone beuk {Fagus sylvatica), gewone es {Fraxinus excelsior), gewone esdoorn {Acer pseudoplatanus), gewone fijspar {Picea abies), gewone haagbeuk [Carpinus betulus), gewone plataan {Platanus x hispanicd) (404cm), sneeuwbal {Symphoricarpos albus var. laevigatus), zomerlinde {Tiliaplatyphyllos), Hollandse linde {Tilia x vulgaris), scharlaken eik {Quercus coccinea), hulst {Ilex aquifolium), tamme kastanje {Castanea sativd), gewone taxus {Taxus baccatd), gele treurwilg {Salix x sepulchralis 'Tristis') op het eilandje, zilveresdoorn {Acer saccharinum) (476cm), zilverlinde {Tilia tomentosa), zomereik {Quercus robur) (377cm), onder meer in een bosje bij de ingang aan de Lindenstraat, bruine beuk {Fagus sylvatica Atropunicea') (472cm), één overblijvend uit een groepje van drie. Meerdere gewone en bruine beuken en een tulpenboom {Liriodendron tulipiferd) overleefden niet. Merkwaardig omwille van soort of grootte: gewone plataan {Platanus x hispanicd), cultivar {Platanus x hispanica 'Digitata') (331 cm), gewone vleugelnoot {Pterocarya fraxinifolia) (173 en 193cm) en twee met lage vork (stam 382 met vork van 176 en 203cm; stam 370cm met vork van 62 en 115cm), ruwe acacia {Robinia hispida) (318cm), gewone robinia, cultivar {Robinia pseudoacacia 'Tortuosa') (172, 2 0 6 e n 2 3 2 c m ) . NOTEN (1) Hasselt, Primitief Kadaster, s.d., Verzamelplan 1828, H.A. Neven. (2) ID., kadastrale opmetingsschetsen, (1851, 1862 en 1865 ontbraken),

1876 geeft de uitbreiding van het huis met aanbouwsels

tegen voor- en achrergevel en in 1955 tegen de zijgevel van het huis. In 1885 wordt een muur van 27 meter genotcetd in het verlengde van de boerderij en verschijnen twee serres tegen de korte zijde van de moestuin, die wordt vergroot tot 25 bij 31 meter; in 1909 volgt de verdwijning van de oostelijke serre. In 1901 meet men de kapel op en in 1909 verschijnt een dienstgebouw op de open zijde van de binnenkoer. (3) ID., kadastrale opmetingsschets van 1885. BEZOEK: oktober 1998, maart 1999

Militaire Begraafplaats uit 1914-1918, naar aanleiding van de 25ste herdenking van de wereldoorlog, in 19J9 heraangelegd.

De eerste, kleinere begraafplaats voor de gesneuvelden in de 'Slag der Zilveren Helmen' van 12 augustus 1914, is bekend van een postkaart uit ca. 1915, bewaard in de collectie van de Provinciale Bibliotheek Limburg te Hasselt. De begraafplaats kreeg haar huidige vorm pas in 1939 en wordt nu afgesloten door een straathek op bakstenen voet met dekstenen en gootmonden van blauwe hardsteen. Het centrale poorthek heeft hoge, vierkante hekpijlers van baksteen met sokkel, hoekstenen, speklagen en piramidevormige deksteen met gespitste bolbekroning van blauwe hardsteen. Ook de steunbeer, tussen de hekmuur en de pijler is van baksteenmetselwerk met speklaag, deksteen en gestileerd volutestuk van hardsteen. Het poorthek is van smeedijzer met zwart geschilderde, gelijkwaardige spijlen en regels, met knoop op de orthogonale kruisingen en met weerhaken op de stijlen. Het afsluithek volgt hetzelfde model. Het traveeritme is aangegeven door de spitsboogvormig verbonden stijlen. Vier andreaskruisjes versieren het poorthek en de poortmakelaar loopt uit op een hartmotief.

De Militaire Begraafplaats van Halen

Een verzorgde cirkelvormige trappartij leidt naar de hoger gelegen dodenakker met sobere en verzorgde aanleg: een brede centrale laan voert naar een kruis en een vlaggemast, tussen twee grasvelden met grafstenen op rij en twee beboomde vak-

M&L


• ken. De beplanting is niet zonder enige symboliek: Het parkje van het aanvankelijk geknotte bomen (hoofdtak weggenoGeesthim in Zelem

,

,

i

• i

/n

;

men) en hagen van gewone laurierkers ylrunus taurocerasus). Verder bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), gewone haagbeuk [Carpinus betulus), Japanse kers {Prunus serrulata), kerspruim met bruinrood blad (Prunus cerasus 'Nigra'), vederesdoorn {Acer negundó), witte paardekastanje {Aesculus hippocastanum), rode bastaardpaardekastanje {Aesculus x earned), zilverlinde ( Tilia tomentosd).

HALEN: MOESTUITMTJE L0KSBERGE1MSTRAAT NR. 93 Kleine, traditionele moestuin en boomgaard uit de 19de20ste eeuw.

De moestuin ligt op een driehoekig perceel aan de hoek van de Hagelandstraat, met een gemengde haag van éénstijlige meidoorn {Crataegus monogynd) en haagliguster {Ligustrum ovalifolium), en aan de andere zijde een kleine hoogstamboomgaard eveneens op een driehoekig perceel.

HALEN (ZELEM): HET GEESTHU1S

veltje als beëindiging van de nauwelijks uitspringende centrale deurtravee. Her domein ligt ten westen van Zelem, op de grens met Diest, ten noorden van de Zwartebeek, deels op een voormalige boomgaard. Het park strekt zich uit ten oosten en ten zuiden van het huis en bestaat uit een grasveld met rondweg, twee waterpartijen en een strook parkbos.

(niet toegankelijk voor het publiek)

De 18de-eeuwse schuur van het Geesthuis is beschermd als monument, de 19de--eeuwse woning en het parkgebied binnen de omwalling van het Geesthuis, de omwalling en de omgevende weilanden zijn beschermd als dorpsgezicht.

Parkje in landschappelijke stijl met pittoresk karakter van rond 187S.

BQMFIM

Het parkje werd aangelegd bij het voormalig huis van de Geestmeesters (meesters van de Armendis of beheerders van de Tafel van de H . Geest) van het nabij gelegen kartuizersklooster, daarom Geesthuis genaamd (1). Het gebouw dateert uit de late 18de of begin 19de eeuw en is opgetrokken uit witgeschilderde baksteen met zadeldaken van oude spannen. Het huis is loodrecht ingeplant op de straat; de schuur, parallel met de straat, leunt haaks tegen de achtergevel aan. Het telt twee bouwlagen van vijf traveeën en heeft een dakkapel met trapge-

Gewone es {Fraxinus excelsior), gewone esdoorn {Acer pseudoplatanus), gewone robinia {Robinia pseudoacacia), zwarte els {Alnus glutinosa), mispel {Mespilus germanica), tamme kastanje {Castanea sativa) (363cm, uitgescheurde kop), treurberk {Betuia pendula 'Youngii'), zomereik {Quercus robur), een zieke zilverlinde {Tilia tomentosd) op een heuveltje, naast gewone esdoorn met purperrode bladonderkant {Acer pseudoplatanus 'Purpureum') (211cm), bruine beuk {Fagus sylvatica Atropunicea') met takvrije stam van 8 meter

GENNEPSTRAAT NR. 22


(263cm), zeer mooie gewone plataan {Platanus x hispanica) met takvrije stam van 8 m, en takken afhangend op grond (4l0cm, kruin van 32m), {Prunus insititia 'Syriaca') (181cm), rijzige moerascipres (Taxodium ascendens) (?) (375cm) en gewone moerascipres (Taxodium distichum) (297cm).

De oprijlaan bereikt de erekoer vanuit het oosten, en die is opgevat als een tuin met ten zuiden de woning aan een circulaire op- en afrit in dolomiet rond het centraal rozenperk met grasrand. Een cirkel van hagen en rozen van wisselende hoogte en kleur, afgeboord met gras, is ingeschreven in een vierkante tuin bij het representatief woongedeelte. Als tegenhanger sluit er ten westen een kruiden- en NOOT kleinfruittuin bij aan, aan de kant van de dienst(1) J. VRANKEN, Het oude I.elem, in Eigen Schoon en de Brabander, vertrekken. 1965, p. 309. Het besloeg 29 bunders land en 12 bunders weide en hooiiand. Dezelfde cirkel is ook het vertrekpunt van het centraal noord-zuid perspectief, dat gemarkeerd wordt BEZOEK: juli 1995 door hoge zuilen van Californische schijncipres {Chamaecyparis lawsoniand) en door gewone taxus (Taxus baccatd) aan de doorgang naar de parkzijde. De terrassen aansluitend bij het huis zijn naar modernistische gewoonte zorgvuldig gedetailleerd, met bakstenen muurtjes, traptreden en lage haagjes van haagliguster {Ligustrum ovalifoliuni) en buxus {Buxus sempervirens) als voet. Een dwarsas van oost naar west loopt aan de voet van en tussen KARESTRAAT NR. 36 de erekoer en de uitgestrekte hoogstamboomgaard (niet toegankelijk voor het publiek) ten noorden en heeft als oostelijk eindperspectief Uitgestrekte en complexe villatuin, aangelegd midden een loden putto op een wit geschilderde bakstenen van de 20ste eeuw op advies van landschapsarchitect sokkel. Rene Péchère; samenstellende elementen met verwijzing naar de traditionele dispositie van landelijke residenties: Ten oosten en ten westen liggen watertuinen, in de representatieve tuinen, privétuinen, nutstuinen, tuinen lengte-as van de woning. Ten oosten en haaks op voor sport en spel, uitgestrekte boomgaard, alles de as is het een tuin voor sport en spel met doloontworpen aan primaire en secundaire langs- en dwarsassen, het geheel naadloos overgaand in het omliggend mietverharding, een haag met tweestij lige meilandschap, in een ouder parkgebied. doorn {Crataegus laevigata) en een formeel, rechthoekig en omhaagd waterbekken met typisch Het park werd ontworpen door de eigenaar, de heer Moens de Fernig, op advies van landschapsarchitect René Péchère en in meerdere fasen gerealiseerd (1). Het huis is op het kadaster genoteerd sedert 1955 en werd in 1974 uitgebreid (2). Bleuterveld ligt ten oosten van het dorp, op een tot in de eerste helft van de 19de eeuw onbebouwde plek, op een uitloper van een stuifzandduin, ten noorden begrensd door de Thibautstraat en ten zuiden door de Karestraat.

HALEN (ZELEA/I): DOIVIEIN BLEUTERVELÜ

T

Innjhek van het domein Bleuterveld in Zelcm

De voormalige formele hoofdtoegang is een rijweg in de noordoostelijke hoek, evenwijdig met de oostelijke grens, vanaf het einde van de Thibautstraat (dreef), met als aanzet een rondmassief van rododendron {Rhododendron ponticum). De voormalige dienstingang is nu de hoofdingang aan de Karestraat met een houten poorthek met korenarenembleem van gietijzer. Het is een stijgende oprijlaan in asfalt tussen rododendron onder grove den {Pinus sylvestris), in een beboste zone ten oosten van het hoger en achterin gelegen huis.

IVI&L


modernistische baksteenrand, als zwembad met lichtblauw geschilderde kuip. De uitgewerkte noordelijke korte zijde heeft een bakstenen instap aan weerszijde van het gemetselde "startblok" met een loden dolfijnkop als spuitmond, voetstuk voor een loden Venus in schelp met Amor, het enig vertikaliserend en speels ornament. Ten zuiden ervan ligt een omhaagde zandbak met bakstenen randafwerking. Een tweede zandbak met houten omtuining ligt dichter bij de woning. Ten westen en in het verlengde van de as, is het een formele watertuin onder hoge boomkruinen, met een hoge haag van gewone taxus (Taxus haccatd) en een langgerekt, smal bakstenen kanaal in een gazon met als eindpunt een balustrade als parapet. Een loden dolfijn als spuitmond voor het kanaal bij het huis en bij de ingang een bakstenen sokkel met loden figuurtje, in een haagnis van gewone taxus [Taxus baccatd). In de haag een Romeins hoofd op een sokkel en twee witgelakte, Victoriaans aandoende tuinbanken van gietijzer uit de eigen ijzergieterij. Van daaruit vertrekt een laantje met rode tweestijlige meidoorn {Crataegus laevigata 'Paul's Scarlet') als secundaire noordzuid-as, ten westen van de woning, naar de boomgaard. Meer westwaarts, loopt een parallel bospad dat ten zuiden overgaat in de rondweg en met als noordelijk eindpunt het Romeins hoofd. De met haagliguster {Ligustrum ovalifoliuni) afgeperkte moes- en bloementuin, de koudebakken, een loofgang in gewone haagbeuk {Carpinus betulus) en een fruitmuur situeren zich tussen de watertuin, de parallele noordzuid-assen en de oostwestdwarsas. Meer zuidwaarts vindt men het tennisveld met modernistische detaillering voor het licht verhoogd terras met keermuurtjes en treden van bakstenen, en een scherm van haagbeuk (Carpinus betelus) langs het bospad. Aan de overzijde, achter een haag van gewone beuk {Tagus sylvaticd) ligt de boomkwekerij met onder meer een bescheiden dienstgebouw en een serre, toegankelijk via een gietijzeren toegangspoort tegenover de loofgang en via een gietijzeren hekje tegenover de tennisbaan. De boomgaard van hoogstamkersen bevindt zich ten noorden van het huis, op het noordzuid-perspectief, over een met buxus afgelijnd rechthoekig grasveld voor balspelen, hier uitlopend op een bomengroep.

M&L


• De loofgang bij de nutstumen van Bleuterveld

• Een secundair laantje verbindt de watertum met de boomgaard

Het park in landschappelijke stijl ten noorden, met bomengroepjes van blauwe Atlasceder {Cedrus atlantica 'Glauca'), bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), gewone plataan {Platanus x hispanica), zilverlinde {Tilia tomentosd), en hemelboom {Ailanthus altissimd) is geplant in een grasland tegen de achtergrond van een oudere bomenrand en een parkbos ten westen. De brede rondweg wordt plaatselijk de oprijlaan. Vanaf een zitbank in een haag van gewone taxus aan de rondweg ter hoogte van de Thibautstraat, loopt een zichtas begeleid door tweemaal 11 Californische schijncipressen {Chamaecyparis lawsoniana). De vermelde sculpturen zijn vermoedelijk hergebruikt en later ingebrachte, oude exemplaren van wisselende kwaliteit. Fraaie gietijzeren tuinbanken in de watertuin en op het terras.

BOMFN Amberboom, Amerikaanse eik. Berberis in bol, groepje van 5 blauwe Atlasceders, bruine beuk, hemelboom, grove den, Japanse vingeresdoorn {Acer palmatum), Noorse esdoorn {Acer platanoides), pimpernoot {Ptelea trifoliatd), rond massief van rododendron, ruwe berk {Betuiapendula 'Youngii'), bosje van tamme kastanje {Castanea sativa), tulp e n b o o m {Liriodendron tulipifera), varenbeuk {Fagus sylvatica Asplenifolia'), Weymouthsden {Pinus strobus), zilveresdoorn {Acer saccharinuni}, zilverlinde {Tilia tomentosd), naast zilveresdoorn met ingesneden blad {Acer saccharinum 'Laciniatum') en Viburnum. NOTEN (1) Mondelinge mededeling door mevrouw Moens de Fernig, waarvoor dank. (2) Hasselt, AK, kadastrale opmetingsschets. BEZOEK: augustus 1995


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook