Skip to main content

Jaarverslag_VLM_1999.pdf

Page 1

DE ZORG VOOR DE OPEN RUIMTE IN VLAANDEREN

J A A RV E R S L A G

VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ


Het mooist is een zonnebloem: verliefdheid, naakte honger naar licht. Zo’n opgeheven gezicht, dat draaien met de zon mee verlangen, kleur: een pitje in de grond en ze ontstaan.

ESTHER JANSMA


VLM BOEKJAAR

J A A RV E R S L A G


Partner

voor een

duurzame O

p 26 maart 1999 organiseerde de VLM

ter afsluiting van haar tiende verjaardag het colloquium ‘De Open Ruimte in Vlaanderen, vandaag en morgen’. Deze viering was de gelegenheid bij uitstek om als moderne overheidsorganisatie vooruit te kijken en de maatschappelijke discussie aan te gaan over haar missie: de zorg voor de open ruimte in Vlaanderen. Gebruikers van deze open ruimte zoals landbouw, natuur en bosbouw kregen er een forum om mee na te denken over de toekomst van de open ruimte en de kernopdrachten van de VLM. Opvallend was de vraag om de dialoog en het structureel overleg tussen de verschillende gebruikers van de open ruimte verder te versterken. Zij zien de VLM met haar uiteenlopende opdrachten als de partner bij uitstek om te komen tot een duurzame open ruimte.

2

3

Partner voor een


DIRECTIEVERSLAG

open ruimte Brede werking met veel samenhang De VLM werkt aan een kwaliteitsvolle open ruimte.

Zij sluit ook beheersovereenkomsten met landbouwers om te

Zij beschikt daarvoor over een homogeen en samenhangend

komen tot meer natuurkwaliteit.

takenpakket: landinrichting, ruilverkaveling, natuurinrichting

Ook de Mestbank werkt aan de milieukwaliteit van de open

en –beheer, OC GIS-Vlaanderen

ruimte door de verontreiniging door meststoffen tegen

en de Mestbank.

te gaan. Een sterke administratieve en technische Deze zorg voor de open ruimte of het

opvolging moet de uitvoering van

buitengebied is breed: verbonden

het nieuwe mestdecreet (MAP2) in goede

met het landbouw- én natuurbeleid, ver-

banen leiden.

weven met het ruimtelijk beleid én het

Het Ondersteunend Centrum

milieubeleid, gericht op inrichting én

GIS-Vlaanderen ten slotte is de

beheer.

voorbije jaren uitgegroeid tot de motor van de geografische informatie in Vlaan-

De centrale invalshoek is het gebiedsgericht ruimtelijk facet.

deren. Steeds meer instellingen en organisaties – het minis-

Projecten op het terrein inrichten en/of beheren, daar gaat

terie van de Vlaamse Gemeenschap, VOI’s, provincies,

het om. Zo is de landinrichting het instrument bij uitstek om

gemeenten en nutsbedrijven – doen erop beroep.

gebiedsgewijs uiteenlopende sectoren zoals landbouw, natuur, bos en recreatie ruimtelijk op elkaar af te stemmen. De landinrichtingsprojecten zijn in het Ruimtelijk Structuurplan

Samen besturen

Vlaanderen ingeschreven als strategische projecten voor het buitengebied.

Dat homogeen takenpakket, dit samengaan van

De ruilverkaveling maakt deze afstemming voor gebieden die

uiteenlopende taken bij de inrichting en het beheer van de

in hoofdzaak een landbouweconomische doelstelling hebben.

open ruimte, vindt ook een afspiegeling in de nieuwe samen-

De herstructurering van het landbouwareaal gaat er gepaard

stelling van de raad van bestuur. De verschillende

met andere projecten zoals inrichting van valleien en natu-

gesprekspartners die aanspraak maken op de open ruimte

urgebieden, fiets- en wandelpaden, de aanleg van vloeiri-

vinden we er in terug: landbouw, milieu en natuur, en sinds

etvelden.

kort ook bosbouw. De overheid en de particuliere

Natuurinrichting en –beheer zijn het instrument voor

organisaties overleggen er met elkaar. Ook verschillende

gebieden met een hoge natuurwaarde. Samen met de afdel-

beleidsniveaus – Vlaanderen en de provincies - maken er deel

ing Natuur (AMINAL) werkt de VLM projectsgewijze aan de re-

van uit. Voor al deze partners biedt de VLM een geschikt fo-

alisatie van het Vlaams Ecologisch Netwerk.

rum voor dialoog en overleg.

duurzame open ruimte


Werken aan Europees en Vlaams beleid Nog een toepassing van het Europees beleid zijn de Op uiteenlopende terreinen komt het Europees beleid voor de

beheersovereenkomsten. In Vlaanderen bestaat sinds

open ruimte steeds meer in beeld. Tegelijk wordt ook de ver-

1 januari 2000 de mogelijkheid om, op vrijwillige basis,

ankering in het Vlaamse beleid sterker.

overeenkomsten tussen landbouwers en de Vlaamse

Het plattelandsbeleid staat al langer op de Europese

overheid af te sluiten.

agenda. Maar ook in Vlaanderen krijgt dit beleid, met de

De Vlaamse Landmaatschappij en

goedkeuring in 1999 van de Europese

AMINAL begeleiden de landbouwers die

verordening inzake steun voor

deze overeenkomst wensen te sluiten.

plattelandsontwikkeling, meer

Met het afsluiten van een beheers-

aandacht. De VLM is op dit terrein erg

overeenkomst gaat de landbouwer tegen

actief. Zij werkte in uitvoering van

een vaste vergoeding een

de Europese richtlijn mee aan het

actieve rol spelen als beschermer van de

Plattelandsontwikkelingsprogramma

natuur en beheerder van het landschap.

voor Vlaanderen (POP-Vlaanderen).

Meer verwevenheid tussen landbouw en natuur komt zo

De Vlaamse Landmaatschappij participeert onder meer aan

tot stand. De actie ‘Boeren beheren de natuur’ leidde al tot

het Intereg II C-programma waarin de ruimtelijke planning

honderden aanvragen van landbouwers. Een van de uitdagingen is ook meer duidelijkheid te

west-Europa op de agenda staat. De diversifiëring van de ru-

brengen in de vele andere vormen van beheers-overeenkom-

rale economie is een van de aandachtspunten.

sten. Zo bestaan er onder meer overeenkomsten voor het

Ook biedt de geplande regionalisering van het landbouw-

mestbeleid en het platteland en sluiten

beleid heel wat perspectieven. Omdat de Waalse en Vlaamse

ook gemeenten, provincies en andere administraties

landbouw sterk verschillend zijn, heeft de regionalisering het

beheersovereenkomsten af. Dit leidt tot onduidelijkheid voor

voordeel dat voor het eerst een heldere visie voor de Vlaamse

de landbouwers. Daarom kan de VLM het ‘beheers-loket’ zijn

landbouw tot stand kan komen. Deze visie is van bijzonder

waar alle informatie te verkrijgen zal zijn en waar de be-

belang voor de inrichtingsplannen waaraan de VLM werkt.

heersovereenkomst in de juiste banen kan geleid worden.

Partner

van het buitengebied in het metropolengebied van Noord-

Boeren beheren de natuur

4

5

voor een

duurzame


DIRECTIEVERSLAG

De actualiteit vraagt aandacht

Geoloket in ontwikkeling

De dioxinecrisis, de wateroverlast en het integraal

Het Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen heeft het voorbi-

waterbeheer, de problematiek van Doel, het Ruimtelijk Struc-

je jaar ingespeeld op vele vragen. Zo vroeg de nieuwe

tuurplan Vlaanderen (RSV), de introductie van de

ruimtelijke ordening met haar structuurplanning

biologische landbouw. Bij vele dossiers die door

op drie niveaus nieuwe instrumenten. Eind 2000 zal

omstandigheden of de actualiteit sterk op de voorgrond

ook het digitaal percelenregister klaar zijn dat als

komen, heeft de Vlaamse Landmaatschappij haar expertise ter

platform voor een grootschalig

beschikking kunnen stellen. Soms, zoals bij het RSV waar de

referentiedatabestand gebruikt kan

VLM meewerkt aan de afbakening van het buitengebied, gaat

worden. Vele beroepsgroepen, o.m.

het om de uitvoering van nieuw beleid. Bij de problematiek

de landmeters zullen ermee werken.

van Doel staat de begeleiding en de herlocalisatie van de

De belangrijkste ontwikkeling is echter de

landbouwbedrijven op de agenda.

toenemende integratie van het

De VLM wordt bij deze actuele dossiers gevraagd

OC GIS Vlaanderen in de nieuwe

omwille van haar gespecialiseerde terreinkennis,

informatie- en communicatietechnologie. De investering in

haar contacten met de gebruikers van de open ruimte of haar

het Digitaal Loket Geo 2002 waarbij geografische data snel en

instrumenten in het kader van OC GIS-Vlaanderen.

on-line kunnen beschikbaar worden gesteld, is nu volop gaande en wordt de belangrijkste uitdaging voor de volgende jaren.

Grondbank steeds noodzakelijker Een efficiĂŤnte en duurzame inrichting en beheer van de open

De Vlaamse Landmaatschappij is haar tweede decennium in-

ruimte kunnen maar slagen wanneer een specifiek grond-

gestapt met een ruimer wordend takenpakket. De samenhang

beleid kan worden gevoerd. Dit vraagt een

van de taken, de deskundigheid op vele terreinen, de uitge-

gecoĂśrdineerde en snelle verwerving van gronden

breide communicatie op het terrein en de dialoog en het

(in der minne, door onteigening of voorkoop).

overleg die zij aangaat met de uiteenlopende gebruikers van

De ontwikkeling van een Grondbank is daarbij de

de open ruimte, zijn de belangrijkste troeven om haar op-

voorwaarde. Aan de VLM wordt gevraagd dit project gestalte

dracht goed te kunnen vervullen.

te geven. Niet alleen de dagelijkse praktijk van de ruilverkaveling, de land- en natuurinrichting, maar ook de realisatie van het mest- en natuurbeleid tonen aan hoe dringend en noodzakelijk een operationele Grondbank is die soepel en

open ruimte gebiedsgericht kan werken.

ir. PAUL DEMEESTER Administrateur-generaal

HERMAN HERPELINCK Voorzitter van de raad van bestuur


INHOUD 2

Directieverslag 7

Bestuur

Verslag van de Raad van Bestuur 1. Wettelijk kader

10

2. Landinrichting

14

3. Ruilverkaveling

28

4. Natuur

40 52

5. Mestbank

88

6. Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen 106

7. Ondersteunende afdelingen

7.1 Informatica, gronddatabank en GIS-VLM

7.2.1 Personeel

112

7.2.2 Vorming

117

107

112

7.2 Algemene administratie

118

7.2.3 Juridische zaken

119

7.2.4 Communicatie

121

7.2.5 Emancipatie

7.2.6 Vlaamse ombudsdienst en openbaarheid van bestuur

8. FinanciĂŤle resultaten

Bijlagen

124

128

130

Waarderingsregels

Balans na winstverdeling boekjaar 1999 Resultatenrekening 1999 Toelichting Sociale balans

144

134

136 140

Verslag van de bedrijfsrevisor Info

8

143

132

122


BESTUUR De Raad van Bestuur van de VLM Voorzitter Herman Herpelinck Ondervoorzitter Rudi Gotzen Bestuursleden Linda Blomme Huub Broers Godelieve De Meyer Annie Desmedt Marcel Engelborghs Jean-Claude Laurent Jean-Paul Lavigne Yvan Ottenbourgh Jan Strynckx Wim Terwingen Paul Van Snick De commissarissen van de Vlaamse regering Frans Cornelis DaniĂŤl Ketels

De revisor Bedrijfsrevisor Patrick Waltniel

De leidend ambtenaren van de VLM De administrateur-generaal ir. Paul Demeester De adjunct-administrateur-generaal ir. Roland de Paepe


DEEL 1

8

9


DEEL 1 V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R


10

11


WETTELIJK

KADER

In 1999 werd het wettelijk kader waarbinnen de Vlaamse Landmaatschappij haar activiteiten ontwikkelt, verder aangepast en verfijnd. Zo dient onder andere gewezen op het besluit van de Vlaamse regering van 13 april 1999 dat de Vlaamse Landmaatschappij belast met het sluiten van beheersovereenkomsten in het kader van het natuurbehoud.

H O O F D S T U K

1.1 Landinrichting

Deze decretale bepalingen werden verder uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit van

6 juni 1996 met nadere bepalingen over De landinrichting vindt haar juridische

de landinrichting en in het besluit van

grondslag in het oprichtingsdecreet van

17 maart 1998 houdende subsidiëring

de Vlaamse Landmaatschappij.

van de landinrichtingswerken.

Deze regelgeving werd aangevuld door het decreet van 22 november 1995 inzake aanpassing van de begroting 1995 dat

1.2 Ruilverkaveling

betrekking heeft op de uitvoering van het landinrichtingsplan, de adviesprocedure

De ruilverkaveling wordt geregeld door de

en de bijdrage van het Gewest in de

wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling

kosten van de werken, alsook door het

van landeigendommen uit kracht van de

decreet van 8 juli 1997 inzake de aan-

wet. Een aanvulling daarop was de wet

passing van de begroting 1997 dat de

van 11 augustus 1978 met bijzondere

subsidiëring van gemeenten en provin-

bepalingen eigen aan het Vlaams

cies betreft.

Gewest.


Artikel 2, § 1 van de statuten van de

In 1999 werd het mestdecreet verder

Vlaamse Landmaatschappij bepaalt dat

uitgevoerd:

de VLM tot doel heeft “haar medewerking

• het besluit van de Vlaamse regering van

en diensten te verlenen bij de voorberei-

9 februari 1999 regelt vooreerst de digi-

ding en de uitvoering van de ruilverkave-

tale ruimtelijke inventarisatie door de

ling van landeigendommen met

Mestbank en de procedure voor de ma-

inachtname van de wettelijke bepalingen

teriële correctie van de datagegevens

terzake”.

door de Mestbank zelf of de Verificatiecommissie. Verder bevat dit besluit

1.3 Mestbank

specifieke bemestingsregels voor sommige cultuurgronden opgenomen in de Groenlaag en de Geelgroenlaag; • het besluit van de Vlaamse regering van

De bescherming van het leefmilieu tegen

30 maart 1999 geeft specifieke regels

de verontreiniging door meststoffen wordt

voor het kalenderjaar 1998 inzake het

geregeld door het decreet van 23 januari

bewijs van de nutriëntenbalans van

1991 dat opnieuw werd gewijzigd in 1999.

bepaalde diersoorten en wijzigt ondermeer het besluit van de Vlaamse

Het wijzigingsdecreet van 11 mei 1999

regering van 20 december 1995

(Belgische Staatsblad, 20 augustus

betreffende de verhoging van de

1999), bevat aanzienlijke wijzigingen

toegelaten hoeveelheden meststoffen

van het bestaande mestdecreet.

voor bepaalde combinaties van

Deze wijzigingsbepalingen zijn nog niet

teelten.

in werking getreden. De vaststelling van de datum van inwerkingtreding hangt af van de beslissing op Europees niveau of de voorgestelde vergoedingenregeling

1.4 Gronddatabank en GIS

in het wijzigingsdecreet al dan niet

12

13

verenigbaar is met de gemeenschap-

Volgens haar oprichtingsdecreet is de

pelijke markt. (*)

Vlaamse Landmaatschappij belast met de

(*) Situatie op 31/12/1999

verdere ontwikkeling en het beheer van


Hoofdstuk 1

W E T T E L I J K

K A D E R

een gronddatabank en met de invoering

Door dit besluit werd in de schoot van de

regering het voorkooprecht van het

van een geografisch informatiesysteem

Vlaamse Landmaatschappij het Onder-

Vlaamse Gewest uit te oefenen bij

(GIS) in het kader van GIS-Vlaanderen.

steunend Centrum GIS-Vlaanderen

verkoop van onroerende goederen in de

opgericht.

door het decreet bepaalde gebieden. • Natuurinrichting

Het besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober 1995, dat de wijzigingen

Het besluit van de Vlaamse regering van

De Vlaamse regering start natuurinrich-

van de statuten van de Vlaamse

4 oktober 1995, dat de wijzigingen van de

tingsprojecten op met het oog op het

Landmaatschappij goedkeurde

statuten van de Vlaamse Land-

behoud, het herstel en de ontwikkeling

(Belgisch Staatsblad, 6 december 1995),

maatschappij goedkeurde (Belgisch

van de natuur en het natuurlijk milieu in

geeft een nadere omschrijving van beide

Staatsblad, 6 december 1995), speci-

bepaalde gebieden.

taken.

ficeerde de taken die aan de VLM waren

De VLM wordt in het projectuitvoerings-

opgelegd door het besluit van de

plan belast met de uitvoering van

Op 31 juli 1992 nam de Vlaamse regering

Vlaamse regering van 12 juni 1995 over

natuurinrichtingsmaatregelen.

het besluit tot de oprichting en organisatie

het Geografisch Informatiesysteem Vlaan-

van een Milieudatabank. Dat gebeurde

deren.

maatschappij met landbouwers vrijwillige

met het oog op een koppeling van de databanken van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse pararegionale instellingen voor milieu. De Vlaamse Landmaatschappij is een

Daarnaast kan de Vlaamse Land-

1.6 Natuurbehoud en het natuurlijk milieu

beheersovereenkomsten sluiten. Deze bevoegdheid wordt geregeld in twee besluiten genomen ter uitvoering van artikel 45 van het hoger genoemde decreet van 21 oktober 1997.

van de instellingen die informatie levert aan die gemeenschappelijke Milieudata-

Het decreet van 21 oktober 1997 betref-

Overeenkomstig het besluit van de

bank.

fende het natuurbehoud en het natuurlijk

Vlaamse regering van 13 april 1999

milieu dat de bescherming, de ontwikke-

staat de Vlaamse Landmaatschappij in

ling, het beheer en het herstel van de

voor de actieve bevordering, het sluiten

natuur en het natuurlijk milieu tot doel

en de voortgangsbewaking van de

heeft, belast de VLM met twee specifieke

beheersovereenkomsten. Een verdere

opdrachten.

regeling werd uitgewerkt in het

1.5 Ondersteunend centrum GIS-Vlaanderen

ministerieel besluit van 4 juni 1999 Het besluit van de Vlaamse regering

Deze twee opdrachten kaderen in de

betreffende het sluiten van

van 12 juni 1995 over het Geografisch

algemene maatregelen voor de

beheersovereenkomsten ter uitvoering

Informatiesysteem Vlaanderen

bescherming van het natuurlijk milieu

van de Verordening (EEG) nr. 2078/92.

(Belgisch Staatsblad, 12 september 1995)

en werden verder uitgewerkt in het

stelde een samenwerkingsverband in

besluit van de Vlaamse regering van

voor de ontwikkeling van een

23 juli 1998:

gestructureerd communicatie- en

• Uitoefening van het recht van voorkoop

beheerssysteem van ruimtelijk relevante

De VLM wordt gemachtigd om in naam

gegevens.

en voor rekening van de Vlaamse


14

15


LANDINRICHTING Met de goedkeuring van het decreet op de Ruimtelijke Ordening in mei 1999, werd de landinrichting ingeschreven in het ruimtelijk beleid als een instrument voor de inrichting van het buitengebied. Vier landinrichtingsprojecten zijn op dit ogenblik in uitvoering, goed voor een totale oppervlakte van 102.570 ha. In 1999 kreeg de VLM de opdracht om voor twee nieuwe landinrichtingsprojecten de voorstudie op te starten. Een eerste project is gesitueerd in en rond het stadsgewest Brugge en kreeg de werktitel ‘Brugse Veldzone’ mee. Het tweede project omvat het Dijleland tussen Leuven en Brussel en wordt ‘Brabants Plateau’ genoemd.

H O O F D S T U K

2.1

Twee nieuwe projecten, Brugse Veldzone

Inleiding

en Brabants Plateau, worden voorbereid.

Dankzij de consolidatie van landinrichting Het jaar 1999 werd voor landinrichting

in het nieuwe decreet op de ruimtelijke

het jaar van realisaties op het terrein.

ordening kan het landinrichtingsbeleid nu

Er kan nu aangetoond worden welke

met nieuwe projecten voortgezet worden.

impact een landinrichtingsproject voor een regio kan hebben. Tevens wordt

De goede samenwerking met de afdeling

hierdoor de landinrichting verantwoord

Land van AMINAL inzake zowel de goed-

en wordt bij partners een vertrouwen

keurings- als subsidiedossiers, de actieve

opgebouwd. Dit is nodig om het samen-

rol van de Commissie voor Landinrichting

werkingsverband met administraties,

en de projectgebonden stuurgroepen en

lokale besturen en doelgroepen verder

landinrichtingscomités verhogen niet

uit te bouwen.

alleen het draagvlak, maar versterken

De vier lopende landinrichtingsprojecten

verder de rol van landinrichting binnen het

Noordoost-Limburg, De Westhoek, Leie

beleid van de overheid. Ondersteuning

en Schelde en Grote-Netegebied komen

en medewerking vanuit de VLM aan de

hiermee ook op kruissnelheid.

vormgeving van het ruimtelijke beleid


voor het buitengebied in uitvoering van

Momenteel zijn vier landinrichtingspro-

het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

jecten in uitvoering, goed voor een totale

en andere beleidsdomeinen zoals

oppervlakte van 102.570 ha.

integraal waterbeheer en plattelandsbeleid, versterken de rol van landinrich-

Aanvang juli kreeg de Vlaamse Land-

ting en betekenen dat landinrichting als

maatschappij de opdracht van de Vlaamse

een belangrijk middel wordt erkend.

minister om voor twee nieuwe landinrichtingsprojecten de voorstudie aan te vatten.

2.2 Regelgeving

De Brugse Veldzone is gesitueerd in en rond het stadsgewest Brugge. Het tweede project ‘Brabants Plateau’ wordt uitgewerkt voor het gebied van het Dijleland tussen

Landinrichting kon met de goedkeuring

Leuven en Brussel. Beide projectgebieden

van het decreet houdende de organisatie

kennen naast een aantal belangrijke open

van de ruimtelijke ordening op 18 mei

ruimten een verstedelijkingsdruk vanuit de

1999 ingeschreven worden in het

omliggende steden en agglomeraties.

ruimtelijke beleid als een instrument voor de inrichting van het buitengebied in uitvoering van de ruimtelijke ordening. Landinrichting wordt krachtens het de-

2.3 Projectwerking

creet op de ruimtelijke ordening ingezet voor de coördinatie van de inrichting en

2.3.1. Algemeen

de projectsgewijze integrale inrichting van

In 1999 werden de eerste inrichtingsplan-

gebieden in uitvoering van de ruimtelijke

nen voor de landinrichtingsprojecten

ordening.

Noordoost-Limburg en De Westhoek op

Daarmee wordt de continuïteit beoogd

het terrein gerealiseerd. De uitvoering

van wat tot op vandaag in diverse

van landinrichtingswerken heeft daarmee

stappen van de regelgeving is bereikt

een aanvang genomen.

en gaat de landinrichting nadrukkelijker

16

17

haar plaats bepalen in de ruimtelijke

Voor het project Leie en Schelde werden

ordening.

de eerste inrichtingsplannen goedgekeurd


Hoofdstuk 2

L A N D I N R I C H T I N G

en kon ook reeds een aanvang worden

voor meer dan 30 miljoen Bef subsidie

lende gemeenten. De administratie

genomen met de uitvoering van de eerste

voor nieuwe werken goedgekeurd, een

Wegen en Verkeer zal een belangrijke

werken zoals door de Vlaamse minister

verhoging met 100% ten opzichte van

rol vervullen bij de realisatie;

goedgekeurd.

1998.

• Groenstructuurplan Wurfeld, dat aanvang 1999 werd goedgekeurd en

Voor het project Grote-Netegebied werden de eerste inrichtingsplannen gunstig

Vooral in de Abeekvallei werden de

maatregelen inhoudt voor de realisatie

geadviseerd door de Commissie voor

eerste werken gerealiseerd: het natuuron-

van de landschapsstructuur in een

Landinrichting.

twikkelingsproject rond De Luisen en de

gebied dat tot de uitlopers van de stad

eerste fase van de restauratie van de site

Maaseik behoort; • In het groenstructuurplan Bocholt, naar

De Commissie voor Landinrichting heeft

van de Voorste Luysmolen. Verder wer-

in 1999 een, steeds nadrukkelijker, onder-

den vispaaiplaatsen langs de Zuid-

analogie met het groenstructuurplan

steunende en stimulerende rol gespeeld

Willemsvaart gerealiseerd en kwamen de

Wurfeld, worden in en rond de cen-

bij de projectwerking en de beleids-

eerste kleinschalige rietvelden met voor-

trumgemeente landschapsstructuren

advisering. In haar vier vergaderingen

beeldfunctie op melkveebedrijven tot

hersteld en het recreatief medegebruik

adviseerde zij vijftien inrichtingsplannen

stand. Inmiddels kon na de realisatie van

geoptimaliseerd.

gunstig en werden twee gebieds-

de eerste twee rietvelden met negen

voorstellen voor nieuwe projecten aan

bijkomende landbouwers

heide: dit plan werd gunstig geadviseerd

de minister voorgelegd. In juni werd

overeengekomen worden over de aanleg

door de Commissie voor Landinrichting

een terreinbezoek gebracht aan de in

van een rietveld. In het kader van het in-

en kan aanvang 2000 door de Vlaamse

uitvoering zijnde werken van het project

richtingsplan Lozerheide werd het herstel

minister goedgekeurd worden. Het

Noordoost-Limburg.

van de watering voor een gedeelte van

project omvat inrichtingsmaatregelen

De Commissie voor Landinrichting werkte

het gebied gerealiseerd.

voor de realisatie van weidevogelreser-

• Weidevogelbescherming Sint-Maartens-

vaten voor vogels die tot de rode lijst

tevens een nota uit inzake de raakvlakken landinrichting met het integraal waterbe-

In 1999 werden verder vier nieuwe

soorten behoren. Met de goedkeuring

heer. Deze nota werd zowel aan de

inrichtingsplannen door de Commissie

van de Vlaamse regelgeving inzake be-

Vlaamse minister als aan het betrokken

voor Landinrichting gunstig geadviseerd.

heersovereenkomsten kan tevens een

Vlaams Integraal Wateroverlegcomité

Daarvan zijn er reeds drie door de

aanvang genomen worden met de ex-

(VIWC) overgemaakt. Op die manier

Vlaamse minister goedgekeurd:

tensivering van het weilandgebruik, een onmisbare maatregel in dit Vogelricht-

wordt aansluiting gevonden en afstemming bereikt met andere beleidsdomeinen.

• Functioneel fietsroutenetwerk Noor-

lijngebied.

doost-Limburg, de eerste fase van dit plan beoogt de verbinding van enkele

In 1999 werd ook het natuurinrichtings-

2.3.2. Landinrichtingsproject Noordoost-Limburg

woonkernen van Bocholt met de cen-

project ‘Het Smeetshof’ ingesteld.

In 1999 werd uitvoering gegeven aan de

ontbrekende gedeelten van bestaande

Begin september werd het natuurontwik-

eerste werken waarvoor eind 1998 de

fietspaden. In een volgende fase wor-

kelingsproject De Luisen met een acade-

subsidies waren verleend. Tevens werd

den fietspaden voorzien langs de belan-

mische zitting plechtig ingehuldigd.

naast de eigen inbreng van de partners

grijke verbindingen tussen de verschil-

In aanwezigheid van Vlaams minister

trumgemeente en realiseert een aantal


Vera Dua, de Minister van Middenstand

goedgekeurd. Hiervoor heeft de Vlaamse

en Landbouw, Jaak Gabriëls en de burge-

minister ook reeds de subsidies vast-

meester van Bree konden de genodigden

gelegd voor meer dan 80 miljoen Bef:

kennis nemen van het resultaat van de

• het inrichtingsplan oude spoorwegbed-

samenwerking tussen de Wielewaal vzw

ding Nieuwpoort-Diksmuide, waarvoor

en de VLM in het kader van de landin-

de recreatieve fietsroute wordt gevalo-

richting.

riseerd, de cultuurhistorische (oorlogs-) restanten worden geconsolideerd of

2.3.3. Landinrichtingsproject De Westhoek

hersteld, oplossingen voor ontsluiting

De werken werden gestart voor de eerder

voor natuurontwikkeling en landschap-

goedgekeurde inrichtingsplannen klein-

szorg voorgesteld. Het gedeelte

schalige waterzuivering Nieuwkapelle en

waarvoor het ruilverkavelingscomité

de aanleg van bruggen in de IJzervallei.

Stuivekenskerke opdrachtgever is, en

Deze projecten zijn de eerste voorbeeld-

de gedeelten waarvoor de Vlaamse

realisaties van landinrichting op het ter-

Landmaatschappij en de administratie

rein die volledig via de procedure van

Wegen en Verkeer bouwheer zijn,

landinrichting zijn verlopen. Andere pro-

worden inmiddels uitgevoerd;

jecten zoals het eerste deel van de in-

de provincie West-Vlaanderen is de

richting van de grote polderwaterlopen

belangrijkste regionale partner;

werden door de ruilverkaveling aangevat.

18

19

voor landbouw gezocht en maatregelen

• het deelproject kleinschalige waterzuive-

Vier bijkomende inrichtingsplannen wer-

ring landelijke kernen, inrichtingsplan

den in 1999 door de Vlaamse minister

Diksmuide (Oudekapelle, Oostkerke en


Hoofdstuk 2

St-Jacobs-Kapelle) dat na uitvoering

• Schermgroen E17, dat in een ruimer

L A N D I N R I C H T I N G

Vier inrichtingsplannen werden door de

aan de stad Diksmuide wordt overgedra-

kader een begeleidend beplantingsplan

minister goedgekeurd: Meilegem-Zingem,

gen. De stad bekomt hiermee voor haar

langs de E17 tussen Gent en

Lozerbos, Erfbeplanting kouter-bulkenge-

kleine kernen een lokale waterzuivering

Kruishoutem voorstelt. Voor de uitvoe-

bied waarin meer dan 80 landbouw-

op maat;

ring wordt beroep gedaan op de ruil-

bedrijven participeren en Erfbeplanting

• voor het deelproject recreatief medege-

verkavelingen werkzaam in het gebied;

Scheldeveld. Ook de eerste subsidie-

bruik en groenstructuur grote vaarten

• Durmen, dat op het grondgebied van de

dossiers voor uitvoering van werken

werden de twee eerste inrichtingsplan-

gemeente Nevele ter hoogte van de

konden worden goedgekeurd. De eerste

nen goedgekeurd : Lovaart, deel be-

samenloop van het kanaal Gent-

werken werden reeds gestart eind 1999.

plantingen en deel knooppunten en

Oostende en het afleidingskanaal van

weginfrastructuur, fase 1.

de Leie maatregelen voor landschaps-

Via de geëigende wetgeving werd in het

In functie van de in voorbereiding zijnde

zorg, natuurontwikkeling en recreatief

landinrichtingsproject Leie en Schelde het

projecten Lampernisse en de IJzervallei

medegebruik voorziet op en in de

ruilverkavelingsplan Scheldekant door de

werd een aankoopbeleid gevoerd om een

omgeving van gronden van de

Commissie voor Landinrichting getoetst

aantal belangrijke inrichtingsmaatregelen

administratie voor Waterwegen en

aan het richtplan en werden de natuurin-

te kunnen realiseren.

Zeewezen;

richtingsprojecten Latemse Meersen en

• Heurne: in dit inrichtingsplan worden

Bourgoyen-Ossemeersen door de Vlaamse minister ingesteld.

Het natuurinrichtingsproject Oosthoek-

maatregelen voor natuur gerealiseerd in

duinen werd door de Vlaamse minister in-

en rond voormalige meanders van de

gesteld.

gekanaliseerde Boven-Schelde. In

Een doelgerichte communicatie rond de

samenwerking met de NMBS worden

verschillende deelprojecten zorgde ervoor

een aantal overwegen afgeschaft.

dat het landinrichtingsproject nooit uit de

2.3.4. Landinrichtingsproject Leie en Schelde

actualiteit verdween.

Vijf nieuwe inrichtingsplannen werden

Voor de inrichtingsplannen Oude Kale en

voor advies voorgelegd aan de betrokken

Vinderhoutse bossen en Groene Velden

gemeenteraden, de Bestendige Deputatie

loopt de adviesprocedure. Het project

van de provincie Oost-Vlaanderen en de

Oude Kale geeft een oplossing aan de

2.3.5. Landinrichtingsproject het Grote-Netegebied

Stuurgroep. Op basis van de opmerkin-

behoeften voor een verhoogde water-

Uitgaande van de in het richtplan gefor-

gen in de adviezen werd reeds voor drie

berging in functie van de watervoorzie-

muleerde opties werd de planvorming

inrichtingsplannen een eindvoorstel van

ning en valoriseert anderzijds de waarde-

gestart voor een tweede reeks deelpro-

inrichtingsplan opgemaakt. Het Landin-

volle vallei van de Oude Kale. Het project

jecten. Het gaat hierbij om de deelpro-

richtingscomité bracht een positief

Vinderhoutse bossen en Groene Velden

jecten:

advies uit. De adviesverlening door de

valoriseert in samenwerking met de

• Netwerk van recreatieve fietspaden;

Commissie voor Landinrichting gebeurt

afdeling Bos en Groen van AMINAL de

• Kempisch Plateau;

in januari 2000.

ecologische bosstructuur in dit gebied en

• Geel-Bel;

zorgt samen met het Gentse stadsbos en

• Kanaal Dessel-Kwaadmechelen;

De in 1999 behandelde inrichtingsplan-

het regionale bos in Merelbeke voor een

• Keiheuvel- De Most;

nen zijn:

groter aanbod aan bossen in de regio.

• Natuurinrichting vallei Molse Nete.


Voor deze projecten zal de adviesverle-

ring van de landschapsstructuur op privé

ning aanvang 2000 worden opgestart.

domein en de verhoging van de waterkwaliteit, vervolledigt de doelstellingen

Op basis van eerder uitgewerkte concepten hebben in 1999 drie inrichtings-

van dit plan in 2000. • Scherpenbergen - De Hutten: in dit

plannen de adviesprocedure doorlopen:

waardevolle natuurgebied gaat de aan-

Gerheserheide, Landschapsontwikke-

dacht naar de natuurontwikkeling,

lingsplan Gestel en Scherpenbergen -

werken in het kader van integraal

De Hutten:

waterbeheer en een bijsturing van het recreatief medegebruik met respect voor

• Gerheserheide (Interfluvium ten zuiden van de Grote Nete):

de aanwezige en potentiële ecologische kwaliteiten.

dit bosgebied dat deels in de gemeenten Ham en Leopoldsburg is gesitueerd,

In 1999 kon de onderzoeksopdracht naar

valoriseert de natuurwaarden door on-

kwel- en infiltratiegebieden in het Grote-

der meer venherstel en een aangepast,

Netegebied worden afgerond. De resul-

bijgestuurd recreatief medegebruik.

taten zijn onmisbaar voor de doelstellin-

• Landschapsontwikkelingsplan Gestel

gen van integraal waterbeheer van het

(gemeente Meerhout en Balen), waar de

landinrichtingsproject.

bestaande landschapsstructuur versterkt

20

21

wordt door beplantingswerken op het

Tabel 1 geeft een overzicht van de

domein van de gemeenten. Een tweede

lopende deelprojecten en opgemaakte

luik van dit plan, met name de verbete-

inrichtingsplannen.


Hoofdstuk 2

L A N D I N R I C H T I N G

Stand van zaken 31 december 1999

P R OJECTNAAM

NOORDOOST-LIMBURG

Instelling van het project

Besluit Vlaamse regering 23/10/1991

Goedkeuring richtplan

Ministerieel Besluit 01/03/1995

Totale oppervlakte

19.785 ha

Deelprojecten Inrichtingsplannen

Omvang

Uitvoeringsfase

plangebied opmaak plan

Herstelplan Abeek deel 1

goedkeuring

400 ha

- Abeekloop vak p’160 - Kanaal

X

- Vijvers ‘De Luisen’

X

- Kwelgebieden

X

- Voorste Luysmolen

Herstelplan Abeek deel 2

Herstel watering Lozerheide

uitvoering

X

-

X

215 ha

X

Afvalwaterzuivering melkveebedrijven Veldhoven-Kreiel

1.850 ha

- Fase 1

X

- Fase 2

X

Recreatief fietspadennetwerk

X

Functioneel fietspadennetwerk

Weidevogelgebied Sint-Maartensheide

X

860 ha

- Nestbeschermers

X

- Blokvorming

Groenstructuurplan Wurfeld-Maaseik

X

450 ha

- Fase 1

X

- Fase 2

X

Groenstructuurplan Bocholt

-

Natuurontwikkeling Zuid-Willemsvaart

-

Ruilverkaveling Veldhoven-Kreiel

-

X

187 ha

X

Natuurinrichting Smeetshof

X

X


Stand van zaken 31 december 1999 P R OJECTNAAM

DE WESTHOEK

Instelling van het project

Besluit Vlaamse regering 23/10/1991

Goedkeuring richtplan

Ministerieel Besluit 12/06/1995

Totale oppervlakte

30.260 ha

Deelprojecten Inrichtingsplannen

Omvang

Uitvoeringsfase

plangebied opmaak plan

Kleinschalige waterzuivering

goedkeuring

1 dorpskern

uitvoering X

Nieuwkapelle Ecologisch inrichtingsplan

140 km

hoofdnetwerk polderwaterlopen - Deel 1

X

- Deel 2

X

- Deel 5 Recreatieve uitbouw oude spoorweg-

14 km

bedding Diksmuide-Nieuwpoort Ecologisch herstel en ontwikkeling

X 1.800 ha

van het riviersysteem IJzer, deel 1 IJzerbroeken - Fiets- en voetgangersbruggen

X

- IJzerbroeken, vallei Ecologische inrichting

X 480 ha

X

duin-polder-overgangszone Landschapszorg omgeving A18 Natuur- en landschapsontwikkelingsplan

10 km 1.800 ha

X X

Kom van Lampernisse Kleinschalige waterzuivering

3 dorpskernen

X

Oudekapelle, Sint-Jacobs-Kapelle, Oostkerke Landschapszorg De Moeren

2.000 ha

X

Ruilverkaveling

6.000 ha

X

183 ha

X

Adinkerke-Oostduinkerke Natuurinrichting Oosthoekduinen

22

23


Hoofdstuk 2

L A N D I N R I C H T I N G

Stand van zaken 31 december 1999 P R OJECTNAAM

Leie en Schelde

Instelling van het project

Besluit Vlaamse regering 26/10/1994

Goedkeuring richtplan

Besluit Vlaamse regering 30/06/1998

Totale oppervlakte

23.210 ha

Deelprojecten Inrichtingsplannen

Omvang

Uitvoeringsfase

plangebied opmaak plan

Meilegem-Zingem

goedkeuring

443 ha

X

Erfbeplanting Scheldeveld

6.200 ha

X

Erfbeplanting Kouter-Bulkengebied

4.800 ha

X

Bosuitbreiding Lozerbos

526 ha

Vosselareput

380 ha

Oude Kale Schermgroen E17 Heurne Vinderhoutse Bossen - Groene Velden

Ruilverkaveling Scheldekant

X X

405 ha

X

1.516 ha

X

56 ha

X

120 ha

X

-

X

Durmen

uitvoering

1.699 ha

X

Natuurinrichting Latemse Meersen

560 ha

X

Natuurinrichting Bourgoyen

215 ha

X

Stand van zaken 31 december 1999 P R OJECTNAAM

Grote-Netegebied

Instelling van het project

Besluit Vlaamse regering 26/10/1994

Goedkeuring richtplan

Besluit Vlaamse regering 30/06/1998

Totale oppervlakte

29.315 ha

Deelprojecten Inrichtingsplannen

Omvang

Uitvoeringsfase

plangebied opmaak plan

Scherpenbergen - De Hutten Landschapsontwikkelingsplan Gestel Netwerk van recreatieve fietspaden Gerheserheide

570 ha

X

1.500 ha

X

-

X

792 ha

X

Kempisch Plateau

-

X

Geel-Bel

-

X

Kanaal Dessel-Kwaadmechelen Keiheuvel - De Most Natuurinrichting vallei Molse Nete

goedkeuring

X -

X

750 ha

X

uitvoering


2.3.6. Inventarisatiemethoden

uitgaande van de doelstellingen uit het

In 1999 werden de resultaten van de

binnen de kaders van de ruimtelijke

overleggroepen inzake de inven-

planning.

richtplan en de gewenste bosstructuur

tarisatiemethoden bij de planvorming

landschap en landbouw neergelegd.

2.3.8. Werkgroep Huisvesting

Deze overleggroepen, bestaande uit

Voor de woonuitbreidingsgebieden bin-

experts van de diverse afdelingen,

nen de perimeters van de landinrichtings-

hebben de in landinrichtings-, natuurin-

projecten werden op grond van beschik-

richtings- en ruilverkavelingsprojecten

bare digitale informatie elementen voor

gebruikte inventarisatiemethoden

een typologie uitgewerkt die dienstig kan

bijeengebracht en voorstellen

zijn voor de Vlaamse Huisvestings-

geformuleerd voor een meer uniforme

maatschappij (VHM).

aanpak. Halfweg 1999 werd dit in een

Met het nieuwe ruimtelijk beleid ter

volgende stap vorm gegeven via een

vrijwaring van het buitengebied zullen een

externe opdracht ‘opmaak van

aantal grondvoorraden niet meer voor

ontwerprichtlijnen voor eenduidige

woningbouw in aanmerking komen, en

inventarisatiemethoden in de planvorming

hiervoor wordt op deze manier gezocht

van de VLM’.

naar een alternatief gebruik met een

voor de materies hydrologie, ecologie,

maatschappelijke meerwaarde in plaats

2.3.7. Werkgroep Bos en Landinrichting

van woningbouw. Het is de bedoeling om

In aansluiting met het bosbeleid voor

specifieke inrichtingsplannen uit te

Vlaanderen wil de landinrichting

werken voor enkele geselecteerde

bijzondere aandacht besteden aan

gebieden.

in 2000, in overleg met de VHM, daarvoor

deelprojecten waarin bosuitbreiding en

wijze kan bijgedragen worden aan de

2.3.9. Communicatie landinrichting

kwantitatieve doelstellingen van het

Een coherent geheel van lay-out richtlij-

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

nen kwam in 1999 tot stand. Het resul-

In samenwerking met de afdeling Bos

taat hiervan zal vanaf april 2000 terug te

en Groen werd in 1999 een werkgroep

vinden zijn in de opmaak van alle publi-

bos en landinrichting opgericht met de

caties, rapporten en plannen.

betrokken besturen van AMINAL en

In 1999 werd ook de uitbouw van het

AROHM. In functie van elk landinrich-

documentatiecentrum, georiënteerd op

tingsproject wordt nagegaan hoe en waar

landinrichting, aangepakt. Geïntegreerd in

bosuitbreiding kan worden gerealiseerd,

het VUBIS-systeem staan ruim 400 titels

bosbeheer aan de orde zijn en op welke

24

25


Hoofdstuk 2

L A N D I N R I C H T I N G

afgeleid. De resultaten vormen de basis voor het derde deel van de GIS-handleiding, met name het gebruik van analysetechnieken. Deze aanpak zal in de toekomst ook voor andere projecten worden verder gezet. De basisgegevens voor de planvorming worden verzameld middels terreininventarisaties. Innovaties op het gebied van geautomatiseerde gegevensopname openen perspectieven naar terreininventarisaties met behulp van een pencomputer en aangepaste GISsoftware. Deze ontwikkelingen zouden zowel een tijdwinst als een verbetering ter beschikking van zowel interne als externe belangstellenden. Vanuit een gerichte aankooppolitiek zal de collectie verder uitgebouwd worden.

• onderzoek naar gebieden voor tuin-

van de kwaliteit van de opgenomen

bouwconcentratie in het kader van het

gegevens teweegbrengen. In 1999 wer-

landinrichtingsproject Leie en Schelde;

den de behoeften en de mogelijkheden

• opmaak van een inrichtingsconcept voor

van deze piste onderzocht.

het deelproject ‘Keiheuvel - De Most’ in

2.3.10. Externe opdrachten uitgevoerd in 1999 • de integratie van de toepassing van de

het kader van het landinrichtingsproject Grote-Netegebied; • inventaris van relevante faunistische

2.5 Integraal Waterbeheer

mer op landinrichting in de regelgeving

gegevens voor het deelproject

op landinrichting; overeenkomst inzake

Kempisch Plateau in het kader van het

Integraal waterbeheer(IWB) kent heel wat

het uitvoeren van actie 133 van het mi-

landinrichtingsproject Grote-Netegebied.

raakvlakken met de verschillende kern-

lieujaarprogramma 1998 van het Milieubeleidsplan 1997-2001; • landschapsbeleidsplan Dijleland; • opmaak van ontwerprichtlijnen voor een-

activiteiten van de VLM. Vandaar het

2.4 GIS en landinrichting

duidige inventarisatiemethoden in de planvorming van de VLM;

belang om het IWB op de voet te volgen en de principes en ontwikkelingen op het vlak van IWB via de inbreng van de VLM voldoende af te stemmen en te integreren

De landinrichting zet GIS-technieken in

in de verschillende taken. IWB wordt

ter ondersteuning van de planvorming.

gekaderd en ontwikkeld vanuit de

gische inventaris voor de inrichtings-

Daartoe werd het GIS-aspect bij een aan-

milieubeleidsplannen en in de milieu-

plannen Oude Kale, Vinderhoutse

tal concrete projecten uitgediept, zowel

jaarprogramma’s.

Bossen, Durmen en recreatieas

op het niveau van de inrichtingsplannen

De VLM is via diverse medewerkers in de

Gent - Deinze in het kader van het land-

als voor de twee lopende voorstudies.

verschillende structuren van het integraal

inrichtingsproject Leie en Schelde;

Nieuwe bruikbare GIS-technieken werden

waterbeheer betrokken.

• opmaken en evalueren van de archeolo-


• in het voorjaar heeft de VLM geparticipeerd in de werkgroepen rond de tweede landbouwconferentie: ‘voor een Vlaams plattelandsbeleid’. Een eindrapport werd in mei 1999 voorgelegd; • vanaf juni 1999 werd de VLM opgenomen in het redactiecomité dat onder voorzitterschap van de administratie voor Land- en Tuinbouw een programma voor de plattelandsontwikkeling heeft voorbereid in uitvoering van de Europese verordening 1257/99. Dit programma werd op 24 november 1999 aan de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw bezorgd en heeft de goedkeuringsprocedure in Vlaanderen doorlopen (Serv, Mina, VLTR, ...). De tekst werd eind 1999 aan de Europese Commissie overgemaakt.

De Vlaamse Landmaatschappij heeft evenwel reeds langer een betrokkenheid bij het plattelandsbeleid, door projecten in

2.6 Plattelandsbeleid

de sfeer van dit beleid in haar opdrachten in te bouwen (in voorkomend geval ook met Europese steun, 5b, Leader, Interreg,…).

Sinds kort krijgt het plattelandsbeleid ook in Vlaanderen meer aandacht. De goed-

De Vlaamse Landmaatschappij is verder

keuring van de Europese verordening in-

een van de geledingen van de Stichting

zake steun voor plattelandsontwikkeling

Plattelandsbeleid vzw (samen met het

(1257/99) heeft hierin een belangrijke rol

maatschappelijk opbouwwerk en de lan-

gespeeld.

delijke beweging). Deze stichting ijvert al meer dan twintig jaar voor de ontwikkeling

In 1999 werd binnen de VLM een aan-

van het landelijk gebied in Vlaanderen

vang genomen met een aantal concrete

(vooral via studiedagen, publicaties en

opdrachten in functie van het plattelands-

voordrachten).

beleid:

26

27


Hoofdstuk 2

2.7 Europees programma Interreg II C

the environmental quality in open spaces’. Van 22 tot 24 september 1999 werd te

L A N D I N R I C H T I N G

2.8 Participaties

Leuven een tweede workshop gehouden met als thema ‘Diversification of the Rural

• In uitvoering van actie 133 ‘land-

De Vlaamse Landmaatschappij heeft in

Economy’. Deze workshop werd geor-

inrichting tot een volwaardig instrument

1998 beslist tot de deelname aan het In-

ganiseerd door de VLM samen met de

uitbouwen’ van het milieujaarprogramma

terreg II C programma, project ‘Sustain-

Provincie Vlaams-Brabant, IGO Leuven

1998 werd in 1999 het onderzoek

able Open Space for the North Western

vzw en de Stichting Plattelandsbeleid

afgerond naar de integratie van de

Metropolitan Area’.

vzw.

toepassing van mer op de landinrichting. Dit onderzoek is een eerste luik dat kan

Dit programma is een initiatief van de Europese Unie met betrekking tot transna-

De derde workshop ging door van 19 tot

bijdragen tot de optimale inzet van land-

tionale samenwerking voor ruimtelijke

21 oktober 1999 in het ‘Regionalpark

inrichting in Vlaanderen en kan een

planning voor de periode 1997 - 1999.

Rhein-Main’ van de regio Frankfurt en

bouwsteen zijn voor de verdere decre-

Het begin 1999 door Europa

werd georganiseerd door het ‘Umlandver-

goedgekeurde project loopt over 18

band Frankfurt’ en het Land Hessen. Het

• De Vlaamse Landmaatschappij is

maanden en betreft het metropolengebied

‘Regionalpark’ is een initiatief dat nieuwe

vertegenwoordigd in de begeleid-

van Noordwest-Europa. Gemeenschap-

kwaliteiten voor de regio inzake recreatie,

ingscommissies van de Gemeentelijke

pelijk aandachtspunt is de specifieke

landschap, cultuurhistorie en een beter

Natuurontwikkelingsplannen (GNOP’s)

problematiek van het buitengebied onder

werk- en woonklimaat moet creëren.

in gemeenten waar landinrichtings-

sterke verstedelijkingsdruk. Het project

Het onderwerp ‘cultureel erfgoed en

projecten worden gerealiseerd.

wordt uitgevoerd in samenwerking met de

nieuwe landschappelijke identiteit’ is één

regio’s ‘Umlandverband Frankfurt’ (Duits-

van de belangrijke accenten binnen het

land), ‘Groene Hart’ (Nederland), ‘Maas-

‘Regionalpark’.

tale onderbouwing van landinrichting.

• De Vlaamse Landmaatschappij is vertegenwoordigd in de bekkencomités van de IJzer, de Demer, de Dijle, de Boven-

tricht-Aachen-Hasselt-Liège’, ‘NoordoostTwente’ (Nederland), ‘Vlaams-Brabant’,

Benevens deze uitwisseling van ervarin-

‘South Pennines (Bradford, UK) en Ile-de-

gen tussen de diverse regio’s staan de

France (Rambouillet, Frankrijk).

regio’s ook gezamenlijk in voor de

deel uit van de projectgroepen van de

uitwerking van drie studies, met name

ecologische impulsgebieden.

Schelde, de Maas en de Nete. • De Vlaamse Landmaatschappij maakt

Het project ging van 14 tot 16 april 1999

rond de realisatie van kenniscentra voor

officieel van start met de ‘kick-off meeting’

het buitengebied, het ‘vermarkten’ van

deel aan diverse werkgroepen van de

nabij Utrecht in het ‘Groene Hart’ van

het landschap en de valorisatie van het

MiNa-raad.

Nederland.

cultuurhistorisch erfgoed. In dit perspec-

• De Vlaamse Landmaatschappij is verte-

Een tweede activiteit vond plaats van 13

tief heeft de VLM in 1999 een onderzoek-

genwoordigd in het Grindcomité en het

tot 15 juni 1999 in Bradford (UK, South

sopdracht rond de opmaak van een

Grindherstructureringscomité.

Pennines). Deze workshop behandelde

landschapsbeleidsplan Dijleland uit-

het eerste thema dat binnen dit Interreg II

geschreven.

C programma valt, met name ‘Nature, natural resources and enhancement of

• De Vlaamse Landmaatschappij neemt


28

29


R U I LV E R K AV E L I N G Stevige agrarische structuren zijn de beste garantie tegen een toenemende verstedelijkingsdruk. Ruilverkaveling komt hieraan tegemoet en beoogt een structurele verbetering van de externe productieomstandigheden van land- en tuinbouw. Eind 1999 waren

ďœł

in Vlaanderen 131 projecten afgewerkt, bevonden zich 13 projecten in de fase van de uitvoering en werd voor 18 projecten het onderzoek naar het nut van de ruilverkaveling uitgevoerd. In het kader van het Sociaal Begeleidingsplan voor Doel werkte de VLM begin 1999 aan een landbouwstudie die onderbouwing moet geven aan het landbouwluik in het begeleidingsplan.

H O O F D S T U K

In 1999 waren in Vlaanderen 131 pro-

De algemene planvorming en de

jecten beĂŤindigd, 18 bevonden zich in de

aangepaste milieueffectrapportering in de

fase van het onderzoek en 13 waren in

onderzoeksprocedures ondersteunen de

uitvoering.

ruimere doelstellingen van ruilverkaveling.

Ruilverkaveling is een instrument voor de

De 131 afgewerkte ruilverkavelings-

structurele inrichting van gebieden met

projecten vertegenwoordigen een geza-

een hoofdzakelijke agrarische bestem-

menlijke oppervlakte van 161.192 ha.

ming. Aan de basis liggen landbouwe-

Daarnaast bevinden zich 18 projecten,

conomische doelstellingen.

goed voor ongeveer 50.946 ha, in de onderzoeksfase en zijn er 13 projecten

Zij erkent en hecht ook grote waarde aan

(ongeveer 20.396 ha) in uitvoering.

andere dan landbouwbelangen, zoals

Dat betekent dat zowat 232.534 ha

natuurbehoud, landschapszorg en

betrokken is of was bij ruilverkaveling.

vormen van passieve recreatie.

Dat is ongeveer een derde van het totale landbouwareaal in Vlaanderen.


3.1

3.2

Geografische bevoegdheid van de provinciale afdelingen

De resultaten 3.2.1. Het onderzoek Vooraleer een ruilverkaveling wordt

De VLM assisteert de besluitvormende

opgestart wordt een onderzoek naar het

instanties bij de materiĂŤle aspecten van

nut van de ruilverkaveling uitgevoerd. Als

de ruilverkaveling. De centrale directie is

de Minister beslist dat de ruilverkaveling

belast met het algemene management

nuttig is, wordt er een ruilverkavel-

van de ruilverkavelingsprojecten en de

ingscomitĂŠ opgericht. Dat comitĂŠ is be-

technische ontwikkelingen.

last met de uitvoering van het project en wordt bijgestaan door de commissie van

De vier provinciale afdelingen van

advies.

Brugge, Diest, Gent en Herentals zorgen voor de uitvoering van de ruilverkavelings-

Voor de beslissing wordt genomen dat

projecten. Ze zijn bevoegd voor respec-

een ruilverkaveling nuttig is, moet er

tievelijk de provincies West-Vlaanderen,

duidelijkheid zijn over de inhoud en vorm-

Limburg, Oost-Vlaanderen en Antwerpen.

geving van het totale project.

Vlaams-Brabant is verdeeld in twee sec-

Daarvoor zorgt een integraal ruilverkave-

toren: het arrondissement Halle-Vilvoorde

lingsplan, dat rekening houdt met het

hoort bij de provinciale afdeling Gent,

juridisch en beleidskader zoals onder-

het arrondissement Leuven hoort bij de

meer de zorgplicht van het decreet betref-

provinciale afdeling Diest.

fende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, en de rapportering van de milieueffecten (m.e.r.).

Op 31 december 1999 waren er op die manier 18 ruilverkavelingen in onderzoek met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 50.946 ha (zie tabel 1).

30

31


Hoofdstuk 3

R U I L V E R K A V E L I N G

Tabel 1 - Ruilverkavelingen in onderzoek - stand per 31 december 1999

Provincie

Ruilverkavelingsblok

Antwerpen

HULSEN - OLMEN - MALOU, Balen, Ham,

Oppervlakte in ha (raming)

Datum van het ministerieel besluit

4.500

03.06.1999

Leopoldsburg, Lommel, Meerhout, Mol ZONDEREIGEN, Merksplas, Turnhout,

1.530

Baarle-Hertog, Hoogstraten RIJKEVORSEL-WORTEL, Rijkevorsel, Hoogstraten

01.02.1988 05.12.1989

3.500

03.01.1969 01.02.1988 01.04.1996

LILLE-VORSELAAR, Lille, Vorselaar, Malle,

5.475

18.03.1997

1.960

14.09.1998

3.000

30.05.1996

Zoersel, Beerse, Zandhoven en Rijkevorsel HERENTHOUT-BOUWEL, Herenthout, Nijlen, Grobbendonk, Herentals Vlaams-Brabant (PA Diest)

WILLEBRINGEN, Boutersem, Tienen, Hoegaarden, Bierbeek

(PA Gent)

LONDERZEEL, Meise, Merchtem

2.600

09.10.1985 11.09.1987

Limburg

JESSEREN, Borgloon, Kortessem, Tongeren

1.900

02.09.1987 10.10.1989 16.06.1999

GROOT-LOON, Borgloon, Heers

877

02.09.1987

1.700

30.05.1996

02.08.1989 WELLEN, Borgloon

Oost-Vlaanderen

VELDHOVEN-KREIEL, Bocholt, Bree

2.200

14.09.1998

SINAAI, Sint-Niklaas, Lokeren

1.800

24.08.1984 08.09.1987 23.06.1988 22.07.1996

SCHELDEKANT, Nazareth, De Pinte, Gent

1.800

23.09.1981 07.05.1996

SINT-LIEVENS-HOUTEM, Oosterzele,

3.000

30.09.1996

STEKENE

2.200

30.05.1996

BEVEREN-WAAS, Beveren, Sint-Gillis-Waas

3.204

07.08.1975

ADINKERKE en OOSTDUINKERKE, De Panne,

3.700

30.05.1996

Herzele, Erpe-Mere

West-Vlaanderen

Veurne, Koksijde, Nieuwpoort ZANDLEEMPLATEAU van IZENBERGE, Lo-Reninge, Alveringem, Veurne

09.09.1996 6.000

04.10.1996


Ruilverkavelingen in uitvoering - stand per 31 december 1999

Provincie

Antwerpen

Ruilverkavelingsblok

Oppervlakte in ha

Datum van het ministerieel besluit

Uitvoeringsfasen

Inbreng

toedeling

rvk-akte

Aanv. rvk.akte

•

•

•

POPPEL, Ravels

1.664

19.12.1990

•

WEELDE, Ravels

1.000

23.05.1991

•

MERKSPLAS, Turnhout

1.697

28.05.1998

•

•

Vlaams-Brabant (PA Diest)

HOEGAARDEN, Tienen

1.668

20.07.1988

VISSENAKEN, Tienen, Glabbeek

1.500

26.04.1999

BOLLEBEEK, Asse, Merchtem

1.617

27.03.1997

ELINGEN, Pepingen, Halle,

1.500

(*)

1.888

07.02.1991

•

1.598

18.06.1986

•

•

•

1.902

20.07.1988

•

•

•

•

•

Zuurbemde, Boutersem

(PA Gent)

•

Sint-Pieters-Leeuw, Lennik, Gooik Limburg

VLIERMAALROOT, Kortessem, Diepenbeek, Hoeselt, Bilzen RIJKHOVEN, Bilzen, Tongeren, Hoeselt KOLMONT, Borgloon, Diepenbeek, Hoeselt, Kortessem, Tongeren METTEKOVEN, Borgloon, Heers

749

13.05.1997

•

1.497

20.07.1988

•

•

•

EKSAARDE, Lokeren

1.709

20.07.1988

•

•

•

HAMME, Waasmunster,

1.638

17.10.1991

•

•

•

1.703

17.02.1998

•

1.240

20.07.1988

•

1.452

20.07.1988

•

•

•

1.554

31.07.1989

•

•

•

STUIVEKENSKERKE, Diksmuide

2.073

12.12.1990

•

RENINGE, Lo-Reninge,

2.080

09.06.1999

1.681

09.06.1999

Oost-Vlaanderen WONTERGEM, Deinze, Dentergem, Tielt

Dendermonde, Zele SINT-GILLIS-WAAS, Beveren, Stekene, Sint-Niklaas West-Vlaanderen FORTEM, Veurne, Alveringem, Diksmuide EGGEWAARTSKAPELLE, Veurne, Diksmuide, Alveringem ‘s-HEERWILLEMSKAPELLE, Veurne, Diksmuide

Vleteren, Ieper WOESTEN, Lo-Reninge, Vleteren, Poperinge, Ieper

• = uitvoeringsfase beëindigd

32

33

(*) MB Nuttig verklaring 09.07.1999, MB instelling comité in voorbereiding

•


Hoofdstuk 3

R U I L V E R K A V E L I N G

Voltooide werken in 1999

Provincie

Ruilverkavelingsblok aard der werken

Aanbestedingsbedrag excl. BTW

Aanvangsbevel

Voorlopige oplevering

Antwerpen

POPPEL Ecologisch beekherstel

455.032

27.05.1999

14.06.1999

Leveren en plaatsen infoborden

122.537

07.05.1999

08.09.1999

23.827.365

25.05.1998

05.11.1999

25.938.951

05.08.1997

21.05.1999

1.290.000

12.10.1998

05.07.1999

Wegen, recreatie, landschapszorg en natuur 1

27.460.976

18.08.1997

16.09.1999

Wegen, recreatie, landschapszorg en natuur 2

34.111.791

18.08.1997

16.09.1999

Wegen, recreatie, landschapszorg en natuur 3

32.509.254

18.08.1997

16.09.1999

Werken 1

36.890.245

01.04.1997

12.02.1999

Werken 2

67.081.967

02.06.1997

22.10.1999

Werken 3

90.684.639

01.06.1997

17.12.1999

731.110

15.11.1998

16.09.1999

18.191.450

06.04.1999

20.12.1999

Vlaams-Brabant (PA Gent)

BOLLEBEEK Wegenwerken lot 1

Limburg

RIJKHOVEN Secundair net Uitzetten en afpalen nieuwe kavels VLIERMAALROOT

Oost-Vlaanderen

HAMME

Landschapszorg - erfbeplanting West-Vlaanderen

STUIVEKENSKERKE Herinrichting van de dorpskern

3.2.2. De uitvoering

oppervlakte wordt de inbreng uitgedrukt

sterk onderbouwde en doorgedreven

De ruilverkavelingen worden uitgevoerd

in punten.

herverkavelingsstudie.

door de ruilverkavelingscomitĂŠs,

De uitvoering van de werken is enerzijds

Eigenaars, gebruikers en houders van zake-

die rechtspersoonlijkheid bezitten.

gericht op de algemene infrastructuur van

lijke rechten verkrijgen hun nieuwe titels door

Schematisch bestaat de uitvoering van

de ontsluiting en af- en ontwatering en

het verlijden van de ruilverkavelingsakte.

de ruilverkaveling uit: de bepaling van de

anderzijds op de realisatie van de nieuwe

De aanvullende ruilverkavelingsakte sluit de

inbreng, de uitvoering van de werken,

kavels, de landschappelijke inrichting en

ruilverkavelingsverrichtingen af. Ze beschrijft

de bepaling van de toedeling, het verlijden

eventuele andere niet-agrarische voorzienin-

het geheel van de financiĂŤle regelingen

van de ruilverkavelingsakte en de aanvul-

gen. Het ontwerp van werken wordt opge-

en geldt als titel voor de rechten en ver-

lende ruilverkavelingsakte.

steld door een ontwerper na een offerteaan-

plichtingen.

De bepaling van de inbreng steunt op de

vraag. De uitvoering van de werken gebeurt

Op 31 december 1999 waren er 13 ruil-

classificatie van de landbouwkundige

door aannemers na aanbesteding.

verkavelingen in uitvoering. Dit zijn

waardebepaling van de gronden en de inge-

De lokalisatie van de toedeling is voor de

projecten waarvan de ruilverkavelingsakte

brachte oppervlakte in elke waardeklasse.

eigendom en het gebruik van primordiaal

nog niet is verleden. Daarbij gaat het om

Door de vermenigvuldiging van kwaliteit en

belang en is het voorwerp van een

20.396 ha (zie tabel 2).


Werken in uitvoering in 1999

Provincie

Ruilverkavelingsblok Aard der werken

Aanbestedingsbedrag excl. BTW

Aanvangsbevel

Antwerpen

POPPEL Ecologisch beekherstel

455.032

27.05.1999

Leveren en plaatsen infoborden

122.537

07.05.1999

19.714.338

01.03.1999

Vlaams-Brabant (PA Gent)

BOLLEBEEK Waterwerken lot 1 Afpaling en topografische opmeting

(PA Diest)

2.946.260

22.03.1999

Wegen 2

23.118.344

01.11.1998

Werken van landschapszorg

12.270.737

16.11.1998

1.445.950

19.07.1999

93.340.366

16.08.1999

74.155.826

01.10.1999

29.487.590

08.09.1997

19.608.675

22.10.1999

52.593.447

02.08.1999

51.645.759

01.06.1999

28.078.341

03.08.1999

Ontsluitingswerken

71.708.222

10.03.1999

Herinrichting van de dorpskern

18.191.450

06.04.1999

Inrichting oude spoorwegbedding

15.628.982

01.12.1999

HOEGAARDEN Topografische opmeting

Limburg

METTEKOVEN Wegen en beplantingen RIJKHOVEN Afwerkingswerken

Oost-Vlaanderen

EKSAARDE Kavelinrichtingswerken 2 HAMME Kavelinrichtingswerken SINT-GILLIS-WAAS Wegen - water - recreatie, deel Vrasenebeek Wegen - water - recreatie, deel Loeverbeek Aanleg wachtbekken, deel Vrasenebeek

West-Vlaanderen

STUIVEKENSKERKE

‘S HEERWILLEMSKAPELLE Ontsluitingswerken

62.054.094

25.08.1998

Inrichtingswerken 1

35.361.140

25.08.1998

Inrichtingswerken 2

33.658.265

25.08.1998

4.480.534

15.02.1999

Werken van landschapszorg

34

35


Hoofdstuk 3

R U I L V E R K A V E L I N G

Werken aanbesteed in 1999

Provincie

Ruilverkavelingsblok Aard van de werken

Antwerpen

POPPEL Leveren en plaatsen infoborden

Aanbestedingsbedrag excl. BTW

Datum aanbesteding

Datum van goedkeuring

122.537

15.01.1999

03.03.1999

77.794.351

22.10.1999

14.12.1999

63.489.009

19.11.1999

28.252.637

13.12.1999

5.303.500

31.05.1999

10.802.605

18.11.1999

4.521.900

28.10.1999

19.608.675

07.07.1999

Vlaams-Brabant (PA Gent)

BOLLEBEEK Wegen lot 3

(PA Diest)

HOEGAARDEN Afwateringswerken

Limburg

JEUK Kleinschalige waterbeheersing RUTTEN Aanpassingswerken Ezelsbeek en fietspaden

Oost-Vlaanderen

SINT-GILLIS-WAAS Waterbeheersing: Sifon Afpalen en topografische opmeting HAMME Kavelinrichtingswerken

West-Vlaanderen

23.09.1999

STUIVEKENSKERKE Inrichting oude spoorwegbedding

15.628.982

08.07.1999

23.09.1999

Inrichtingswerken 1

43.153.974

29.10.1999

14.12.1999

Inrichtingswerken 2

53.742.045

29.10.1999


Ondertekening ruilverkavelingsakten Tabel 6 Provincie

Ruilverkavelingsblok

Oppervlakte in ha

Datum van de akte

Limburg Oost-Vlaanderen

RIJKHOVEN, Bilzen, Tongeren, Hoeselt

1.598

02.07.1999

HAMME, Waasmunster, Dendermonde, Zele

1.638

West-Vlaanderen

16.12.1999

‘s HEERWILLEMSKAPELLE, Veurne, Diksmuide

1.554

22.12.1999

Oppervlakte in ha

Datum van de akte

Ondertekening aanvullende ruilverkavelingsakten Tabel 7 Provincie

Ruilverkavelingsblok

Antwerpen

POPPEL, Ravels

1.664

26.11.1999

KOLMONT, Borgloon, Diepenbeek, Hoeselt,

1.902

30.11.1999

Limburg

Kortessem, Tongeren Oost-Vlaanderen

WONTERGEM, Deinze, Dentergem, Tielt

1.497

29.11.1999

West-Vlaanderen

EGGEWAARTSKAPELLE, Veurne, Diksmuide,

1.452

09.07.1999

Alveringem

Recht van voorkoop Tabel 8

36

37

Provincie

Aantal aankopen

Oppervlakte in ha a ca

Bedrag incl. kosten

Antwerpen Limburg

18

73.27.30

39.500.747

41

46.90.35

22.596.837

Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant

7

5.92.08

3.262.706

12

7.54.35

3.490.187

West-Vlaanderen

13

22.46.22

14.215.501

Totaal

91

156.10.30

83.065.978


Hoofdstuk 3

R U I L V E R K A V E L I N G

3.2.3. De voormalige rijkskolonie van Wortel

De VLM bezit op 31 december 1999 nog

bouwgronden, bossen, dijken en wegen,

96 ha 20 a 11 ca landbouwgronden en

in het domein.

De VLM zorgde in 1999, samen met de

wegen in het domein.

strafinrichting Wortel, voor het onderhoud, de instandhouding en het herstel van de aangekochte nog niet doorverkochte goederen.

3.2.4. De voormalige rijkskolonie van Merksplas

3.2.5. Ontbinding van de ruilverkavelingscomités Een Comité wordt ontbonden wanneer het zijn werkzaamheden heeft beëindigd.

De VLM verwierf in 1999 bij wijze van Met het oog op de kosteloze overdracht

minnelijke onteigening een blok gronden

De Vlaamse Landmaatschappij zorgt op

van de verharde wegen werden de

van het domein bestaande uit

dat ogenblik voor de vereffening van

opmetingsplannen, een proces-verbaal

landbouwgronden, bossen, dijken en

de rekening en treedt in de rechten en

van plaatsbeschrijving en inventaris

wegen met een totale oppervlakte van

verplichtingen van het Comité.

opgesteld. Besprekingen werden

59 ha 56 a 40 ca.

Het eindsaldo van de rekeningen

gevoerd met het stadsbestuur van

komt ten goede of ten laste van het

Hoogstraten en de andere betrokken

De aankoopprijs, inclusief kosten,

openbare besturen. De onderhoudskost

bedroeg 31.712.602 BEF.

van deze wegen werd door de stad Hoogstraten ten laste genomen.

De verkoopakten van 282 ha 62 a 88 ca, 78 ha 44 a 00 ca en 3 ha 24 a 23 ca aan respectievelijk de afdelingen Bos en Groen en Natuur en de Stad Hoogstraten werden op 16 april 1999 verleden. De globale verkoopprijs bedroeg 192.078.297 BEF.

De twee woningen, stallen en burelen van de boerderij, staande op 2 ha 95 a 53 ca grond, werd op 23 december 1999 aan de VZW Stichting Kempens Landschap verkocht tegen 14.000.000 BEF.

De verkoop van de vier afdaken van de boerderij, staande op 1 ha 73 a 21 ca grond, tegen 2.500.000 BEF aan de Stad Hoogstraten werd goedgekeurd.

Gewest.

Op 31 december 1999 waren er De VLM bezit op 31 december 1999, 145

39 ruilverkavelingscomité’s ontbonden.

ha 81 a 07 ca goederen bestaande uit

In de loop van 1999 werd geen enkel

een boerderij met woning en tuin, land-

ruilverkavelingscomité ontbonden.


3.2.6. Doel - Sociaal begeleidingsplan In opdracht van de Administratie Land- en Tuinbouw (ALT) voerde de VLM begin 1999 in het kader van het Sociaal Begeleidingsplan een landbouwstudie uit die een beschrijving geeft van de landbouw in het gebied.

De studie reikt een aantal elementen aan die als basismateriaal kunnen dienen voor de verdere invulling van het landbouwluik van het sociaal begeleidingsplan.

Door een individuele bevraging heeft de VLM zicht gekregen op de mogelijkheden en de vraag van de landbouwers naar hervestiging van de bedrijfszetels of vervanging van gronden.

Deze landbouwenquĂŞtering werd uitgevoerd in opdracht van de Administratie voor Waterwegen en Zeewezen (AWZ) midden 1999.

In opdracht van de Vlaamse regering werd een projectvoorstel met betrekking tot een herstructuratieaanbod voor de landbouw uitgewerkt door een werkgroep bestaande uit de sociaal bemiddelaar, een afgevaardigde van de Maatschappij voor Grond- en Industrialisatiebeleid en ambtenaren van AWZ, ALT en de VLM. In dat voorstel wordt een actieve rol aan de VLM toebedacht, m.n. de uitvoering van de ruilverkaveling in het kader van grote infrastructuurwerken en de oprichting van een grondbank.

38

39


Hoofdstuk 3

3.2.7. Archeologie in de ruilverkaveling

R U I L V E R K A V E L I N G

kunnen steunen op meetbare ervaring uit

In het kader van het onderzoek naar het

3.2.8. Optimaliseren en meetbaar maken van de ecologische inbreng in de ruilverkaveling

nut werd voor de ruilverkavelingen

In 1999 werd de basis gelegd voor de ef-

voor natuur wordt geoptimaliseerd door

Wellen, Zandleemplateau van Izenberge

fectieve toepassing vanaf 1 januari 2000

het maken van beheersplannen.

(deel II), Veldhoven-Kreiel en Stekene

van de methode die door het Instituut

een archeologische basisinventaris opge-

voor Natuurbehoud werd uitgewerkt

Door toepassing van deze maatregelen

maakt. Bij het uitvoeren van grondwerken

om de ecologische inbreng in ruil-

zal de methode om de ecologische

in de ruilverkavelingen Bollebeek,

verkavelingsprojecten te optimaliseren

inbreng in de ruilverkaveling te

Hamme, ‘s Heerwillemskapelle,

en meetbaar te maken.

optimaliseren en meetbaar te maken

Totale kosten voor archeologie in 1999

eerdere projecten.

Het beheer van de inrichtingsmaatregelen

volledig ingepast worden in de nieuwe

Mettekoven, Sint-Gillis-Waas en Stuivekenskerke werden systematisch

Daartoe werd de studieovereenkomst ter

ruilverkavelingsprojecten. Voor de

archeologische controles uitgevoerd.

voorbereiding van de planvorming

lopende ruilverkavelingsprojecten wordt

Het gecoördineerd aanleggen van proef-

aangepast. De ecologische studie wordt

de methode gefaseerd ingepast.

sleuven, zoals bij een wachtbekken in

hierdoor meer gericht op concrete typen

Resultaten zullen vanaf 01.01.2000

Sint-Gillis-Waas, vormen geen

natuur met een expliciete beschrijving van

aantoonbaar aanwezig zijn in de ruil-

uitzondering. In de ruilverkaveling

de hiermee verbonden milieucondities en

verkavelingsprojecten.

‘s Heerwillemskapelle werden als gevolg

ruimtelijke kenmerken.

van deze controles door het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium archeolo-

Ten behoeve van de rapportering over de

gische opgravingen uitgevoerd.

zorgplicht werd een werkwijze ontwikkeld om op systematische wijze een overzicht

Voor de ruilverkavelingen in onderzoek

te geven van de toestand van de natuur

werd voor archeologie in de loop van

in de uitgangssituatie en in de plansituatie

1999 de som van 1.716.000 BEF

(toets aan standstill-principe) en van de

aanbesteed De materiële ondersteuning

toepassing van het voorkomingsprincipe

bij archeologische controles vertegen-

en het ecologische compensatieprincipe

woordigde circa 40.000 BEF.

uit het Natuurdecreet (*).

Actieve valorisatie van archeologische

Vooraleer de werken in uitvoering

vindplaatsen in 1999

gaan op het terrein wordt voor elk

In 1999 werd voor het actief behoud van

project een gericht monitoringprogramma

het archeologisch patrimonium geen

opgezet. Dit heeft als doel de effectiviteit

enkele vindplaats gevaloriseerd. Inzake

van de maatregelen voor natuur in de

het actief behoud van oudheidkundige

ruilverkaveling na te gaan. Hiermee

(*) Decreet betreffende het natuurbehoud

vindplaatsen komen in de toekomst hier-

wordt tegemoet gekomen aan de

en het natuurlijk milieu van 21 oktober

voor nog veertien locaties in aanmerking.

nood om voor toekomstige projecten te

1997.


40

41


N AT U U R In de loop van het voorbije jaar gaf de VLM haar nieuwe opdrachten rond het gebiedsgerichte natuurbeleid duidelijk vorm. Een vaste organisatie, werkafspraken met de overheidspartners, informaticavoorzieningen, communicatieplannen, het zijn allemaal zaken die ertoe hebben geleid dat de functionele groep natuur, beslagen, op het ijs van natuurinrichting, recht van voorkoop en beheersovereenkomsten kon komen.

H O O F D S T U K

4.1

natuur de uitvoering van de opdrachten

Organisatie

natuur binnen het eigen werkingsveld. Hij/zij wordt hiervoor bijgestaan door

In 1999 evolueerde de werking natuur tot

een kernteam voor natuurinrichting,

een vaste structuur binnen de VLM.

een team voor beheersovereenkomsten,

Centraal in Brussel zorgt de functionele

verantwoordelijken voor dossierbehan-

groep natuur voor de structurele voor-

deling recht van voorkoop en een

bereiding en de opvolging van de op-

aanspreekpunt milieu voor de advisering

drachten natuur: natuurinrichting, recht

van de provinciale en gemeentelijke

van voorkoop, beheersovereenkomsten

milieubeleidsplannen.

en milieubeleidsplanning. De groep func-

Voor de uitvoering van de nieuwe op-

tioneert, naast de afdelingen ruilverkavel-

drachten natuur kon de VLM 26 mensen

ing, landinrichting, mestbank en OC-

aanwerven. Deze ploeg werd versterkt

Vlaanderen, volwaardig met een af-

met meer ervaren medewerkers zodat de

vaardiging in directievergaderingen en

opdrachten natuur kwaliteitsvol, snel en

een vaste dagorde op de vergaderingen

efficiënt van start konden gaan.

van de Raad van Bestuur.

De uitvoering van natuurinrichting,

Per provinciale afdeling trekt een ‘hoofd’

recht van voorkoop en beheers-


overeenkomsten gebeurt in samenwerking met de Afdeling Natuur van AMINAL.

4.2 Natuurinrichting

De Afdeling Land van AMINAL is ook een partner bij de opdracht beheersovereen-

Op grond van het decreet van 21 oktober

komsten. Met beide afdelingen bestaat

1997 betreffende het natuurbehoud en

een gestructureerd overleg, zowel op

het natuurlijk milieu (natuurdecreet)

centraal als op provinciaal niveau, waarbij

kunnen natuurinrichtingsprojecten

afspraken zijn vastgelegd. Voor recht van

ingesteld worden. De bedoeling van

voorkoop zijn ook de adviesverleners

natuurinrichting is gebieden optimaal

(Administratie Land- en Tuinbouw,

in te richten met het oog op het behoud,

Administratie Waterwegen en

het herstel en de ontwikkeling van de

Zeewezen), de comités tot aankoop, de

natuur en het natuurlijk milieu.

natuurverenigingen en de Federatie van notarissen belangrijke overlegpartners.

Een natuurinrichtingsproject doorloopt

Op niveau van natuurinrichting

verscheidene fasen. Tijdens de eerste

worden administraties, overheden,

fase wordt een onderzoek naar de haal-

natuurverenigingen en eventueel andere

baarheid doorgevoerd. Op basis van dit

partners nauw bij de uitvoering van de

onderzoek stelt de minister het natuurin-

projecten betrokken.

richtingsproject in. Hierbij wordt een projectcomité opgericht bestaande uit ambtenaren en andere betrokkenen. Dit comité adviseert de minister tijdens het verdere verloop van het natuurinrichtingsproject. De projectcommissie, samengesteld uit de belanghebbenden uit het projectgebied en uit deskundigen, geeft op haar beurt advies aan de comités.

Na de instelling wordt het projectrapport opgemaakt en dient het binnen zes

42

43


Hoofdstuk 4

N A T U U R

de nodig geachte maatregelen voor

4.2.1. Ingestelde natuurinrichtingsprojecten

natuurinrichting aan bod. Na een open-

In 1999 doorliepen zeven projecten het

baar onderzoek worden deze door de

onderzoek naar de haalbaarheid

De oprichting van de projectcommissies is

minister vastgesteld en volgt de uitdieping

(Tabel 1). Allen werden op 29 juni in-

voorzien voor maart 2000, evenals het in

ervan in het projectuitvoeringsplan.

gesteld (publicatie in het Belgisch Staats-

openbaar onderzoek stellen van het pro-

blad op 4 augustus). De samenstelling

jectrapport.

maanden afgewerkt te zijn. Hierin komen

Tabel 1

van de projectcomitĂŠs is vastgelegd bij Ministerieel Besluit van 7 december 1999.

Overzicht van de in 1999 ingestelde natuurinrichtingsprojecten

Provincie

Naam

Ligging

Beschrijving

Antwerpen

Turnhouts

stad Turnhout,

in interfluvium van Maas (Mark - Dommel)

Vennengebied-West

gemeente Merksplas

en Schelde (o.a. Nattenloop - Netebekken)

Oppervlakte studiegebied

480 ha

met weidevogelgebieden, soortenrijke heide- en ven-ecosystemen, naaldhoutaanplantingen, eikenbossen Bospolder-Ekers

Antwerpen

polder en opgespoten terrein met rietland,

Moeras stad

(Antwerpen Noord

broekbos, schraal grasland, ruigten

Smeetshof

gemeente Bocholt;

veengronden en lemige zandgronden;

tegen de Nederlandse

moerasgebied, grotendeels drooggetrokken

grens

met restanten van natte eikenberkenbossen,

85 ha

en Ekeren) Limburg

187 ha

elzenbroekbosjes en wilgenstruweel, fijnsparen lorkaanplantingen, riet, extensief begraasde weilandjes, hooiland en populieraanplantingen Oost-Vlaanderen

Bourgoyen-

stad Gent, langs de Leie

relict van het meersencomplex van de Drongense

Ossemeersen

en de Ringvaart

meersen in de alluviale Leievlakte met

211 ha

komgebieden en donk en onbemeste graslanden Latemse Meersen

Gent, Deinze en

vallei van de niet-rechtgetrokken Leie met kleiige

Sint-Martens-Latem

laaggelegen graslanden of meersen zandige

langs de Leie

284 ha

oeverwal en donken en overgang naar zandige rivierduinen; kadert in landinrichtingsproject Leie en Schelde

Vlaams-Brabant

Vinne

gemeente Zoutleeuw

voormalig natuurlijk meer van 100 ha,

126 ha

vorige eeuw drooggelegd en vanaf dan bemalen, grotendeels beplant met populier West-Vlaanderen

Oosthoekduinen

gemeente De Panne

duingebied met waterwinning; (deels vergraven) helmduinen, kalkrijke tot licht ontkalkte mosduinen, duingraslanden, duinstruwelen en bos. intensief gras- en akkerland.

183 ha


4.2.2. Natuurinrichtingsprojecten in onderzoek

baarheid nog loopt. De instelling zal gebeuren medio 2000.

Voor twee onderzoeksgebieden is het rapport naar de haalbaarheid afgewerkt

In 1999 is ook voor de Uitkerkse

(Tabel 2). Hun instelling wordt voorzien in

Polder (West-Vlaanderen) en Zwarte

februari 2000.

Beek (Limburg) een onderzoek naar de haalbaarheid opgestart.

In tabel 3 zijn de projecten vermeld

De instelling wordt gepland voor

waarvoor het onderzoek naar de haal-

september 2000.

Overzicht van de studiegebieden waar een onderzoek naar de haalbaarheid is afgewerkt

Provincie

Naam

Ligging

Oppervlakte studiegebied

Vlaams-Brabant

Dijlevallei

ten zuiden van Leuven ten zuiden van Leuven,

West-Vlaanderen

West-Vlaamse

Provincie West-Vlaanderen; linkeroever van de Schelde,

Scheldemeersen

op het grondgebied van de gemeente Avelgem en Spiere-Helkijn

ca. 829 ha

doorsneden door de E40 in oost-westelijke richting 470 ha

Overzicht van de studiegebieden waar een onderzoek naar de haalbaarheid lopende is

Provincie

Naam

Ligging

Beschrijving

Antwerpen

Molse Nete

gemeenten Mol

valleigebied van de Molse Nete met een kleiige

en Balen

en plaatselijk venige bodem met typische

Oppervlakte studiegebied 385 ha

vochtige tot natte vegetatietypen als elzenbroekbosjes, rietlandjes, vochtige ruigtes, moerassen en halfnatuurlijke graslanden; ook beboste landduincomplexen op het interfluvium tussen Molse en Grote Nete met ‘boomheide-vegetatie’; kadert in landinrichtingsproject Grote-Netegebied Oost-Vlaanderen

Merelbeekse Scheldemeersen

gemeente Merelbeke

alluviale Scheldevlakte met afgesneden meanders, een donk en valleiflank met agrarisch graslandgebruik; kadert in landinrichtingsproject Leie en Schelde

44

45

468,5 ha


Hoofdstuk 4

4.2.3. Natuurinrichting en archeologie

4.2.4. Monitoring van natuurinrichtingsprojecten

N A T U U R

bieden aangekocht worden om er de natuur veilig te stellen. Het recht van voorkoop is hierbij een hulpmiddel.

Het hedendaagse natuurbeheer legt min-

De eerste natuurinrichtingsprojecten in

der de nadruk op conservering van de

Vlaanderen zijn nu aangevat. Het is van

Reeds 10 dagen na de publicatie van het

bestaande toestand dan vroeger. Door

belang om te weten of de geplande maa-

Decreet Natuurbehoud trad het recht van

het nemen van soms ingrijpende maa-

tregelen ook de verwachte natuurresultat-

voorkoop in werking. Niettegenstaande

tregelen probeert men de natuur nieuwe

en opleveren. In samenwerking met de

heeft de VLM, hiervoor gemachtigd door

kansen te geven.

Afdeling Natuur van AMINAL en het Insti-

het Vlaamse Gewest, moeten wachten

Deze ontwikkeling van het natuurbeheer

tuut voor Natuurbehoud werd gestart met

met de uitoefening ervan tot de publicatie

zou op de talrijke archeologische vind-

de uitwerking van een methode voor moni-

van de ministeriĂŤle besluiten voor de aan-

plaatsen een negatief effect kunnen

toring van natuurinrichtingsprojecten.

duiding van de ruimtelijke toepassingsgebieden van het voorkooprecht ‘natuur’. Dit

hebben. In tegenstelling tot de natuurwaarden hebben archeologische resten geen enkel regeneratievermogen. Daarom wordt bij de planvorming van een

4.3 Recht van voorkoop

gebeurde op 4 augustus met de instelling van de eerste natuurinrichtingsprojecten en op 14 augustus en 17 september met de vaststelling van uitbreidingszones van

natuurinrichtingsproject rekening

Vlaamse en erkende natuurreservaten.

gen. Waardevolle archeologische vind-

4.3.1. Start van het recht van voorkoop natuur

plaatsen worden op een dusdanige

Met het natuurdecreet biedt de Vlaamse

rekening van het Vlaams Gewest,

manier ingepast, zodat het behoud van

overheid de natuur in Vlaanderen meer

gronden aankopen in ongeveer 35.000 ha

ecologische en archeologische waarden

ruimte. In de komende jaren zullen steeds

natuurgebieden in Vlaanderen.

op lange termijn verzekerd is.

meer gronden in waardevolle natuurge-

Het voorkooprecht kan echter enkel

gehouden met de archeologische belan-

Hierdoor kan de VLM, in naam en voor


4.3.3. Informaticatoepassingen In afwachting van de instelling van de ruimtelijke toepassingsgebieden, ontwikkelden de functionele groep natuur en de afdeling Informatica - Gronddatabank & GIS-VLM twee informaticatoepassingen ter ondersteuning van de administratieve afhandeling van aankoopdossiers. Bij het eerste aanbod van gronden voor uitoefening van het voorkooprecht in de provinciale afdelingen, stonden opgeleide aanspreekpunten klaar om deze aanbiedingen te verwerken.

Het informatiesysteem “Verwerving, uitgeoefend worden indien reeds een

Vervreemding en Beheer van

koopovereenkomst bestaat. Het Vlaams

Onroerende Goederen� (VVBOG)

Gewest treedt dan in de plaats van

is in feite geschikt voor de administratieve

de koper.

ondersteuning van alle opdrachten van de VLM waarbij gronden worden

4.3.2. Internetloket

gekocht, verkocht of beheerd.

Naar aanleiding van de afbakening van

Het maakt gebruik van een relatieve

de eerste toepassingsgebieden van het

databankstructuur om verbanden te

recht van voorkoop natuur, opende de

leggen tussen alle mogelijke gegevens

VLM in augustus een internetloket recht

die betrekking hebben op deze gronden.

van voorkoop (http://www.vlm.be/recht-

Voorlopig wordt het informatiesysteem

vanvoorkoop/). Dit loket richt zich in de

echter enkel gebruikt voor de dossier-

eerste plaats naar notarissen. Het biedt

afhandeling van aankopen via het

informatie over de regelgeving en de

voorkooprecht natuur.

toepassingsmodaliteiten en laat toe de

46

47

toepassingsgebieden te raadplegen op

Daarnaast werd een ArcView-toepassing

een digitale kaart en via een databestand

ontwikkeld. Deze laat toe de ligging van

met kadastrale gegevens. De digitale

de aangeboden percelen t.o.v. het

kaarten van de toepassingsgebieden, die

ruimtelijk toepassingsgebied van het

via internet opvraagbaar zijn, kunnen

voorkooprecht te beoordelen en de be-

sinds kort ook aangevraagd worden bij

trokken instanties voor de adviesproce-

het OC GIS-Vlaanderen.

dure te bepalen.


Hoofdstuk 4

N A T U U R

Figuur 1 Overzicht van de aanbiedingen van onroerende goederen voor het recht van voorkoop natuur in de provinciale afdelingen in 1999.

GENT BRUGGE HERENTALS

aantal aanbiedingen

voorkooprecht van toepassing

in %

gunstige adviezen en schatting

in %

aangekocht of aankoopbeslissing in uitvoering

in %

183

55

30%

7

4%

4

2%

58

8

14%

1

2%

1

2%

140

39

28%

5

4%

2

1%

DIEST

105

26

25%

8

8%

3

3%

TOTAAL

486

128

26%

21

4%

10

2%


Figuur 2 Lokalisatie van de eerste aankopen binnen de ruimtelijke toepassingsgebieden van het recht van voorkoop natuur.

4.3.4. De eerste aankopen

Tien aankoopdossiers werden uitgevoerd

Sinds de inwerkingtreding in augustus

(Figuur 2). Voor de financiering van de

1999 werden 486 dossiers ‘recht van

aankopen in 1999 werd een voorlopige

voorkoop natuur’ opgestart (Figuur 1).

vastlegging van 30 miljoen BEF bij het

De meeste aanbiedingen gebeurden in

MINA-fonds aangevraagd.

of waren eind 1999 in uitvoering

de provinciale afdeling Gent, de minste in Brugge. Bij 128 aanbiedingen was het recht van voorkoop natuur van toepassing. Dankzij het internetloket en

4.4 Beheersovereenkomsten

een informatiecampagne in samenwerking met de Koninklijke Federatie van

Het jaar 1999 was voor de beheers-

Belgische Notarissen, zijn steeds meer

overeenkomsten een belangrijk jaar.

notarissen op de hoogte van de precieze

Op 13 april keurde de Vlaamse regering

werking van het voorkooprecht natuur.

een besluit goed waardoor het Vlaamse

De VLM beschikt over 60 dagen voor de

uitvoeringsprogramma in het kader van

administratieve afhandeling, zodat eind

de Europese verordening 2078/92 van

1999 de procedure voor vele dossiers

start kon gaan. Op 4 juni ondertekende

nog niet was afgerond. Eenentwintig

de bevoegde minister een besluit met de

aanbiedingen kregen een gunstig

wettelijke details van de regeling.

aankoopadvies van de afdeling Natuur

48

49

(AMINAL) en een gunstig schattings-

De Vlaamse Landmaatschappij staat nu

verslag van het Comité tot Aankoop.

in voor de bevordering, het sluiten en de

Uit dit relatief kleine aantal blijkt dat de

opvolging van de beheersovereenkom-

opportuniteit van de aankoop grondig

sten. De Afdeling Natuur en de Afdeling

wordt onderzocht door de adviesver-

Land van AMINAL staan in voor de

lenende administraties.

beleidstaken.


Hoofdstuk 4

N A T U U R

Tevens ontwikkelde de VLM een infor-

De VLM werkte ook mee aan de voor-

In uitvoering en in opvolging van het

maticasysteem en een GIS om haar

bereiding van nieuwe voorstellen voor be-

Milieubeleidsplan 1997-1998 over-

taken rond beheersovereenkomsten snel

heersovereenkomsten in het kader van

handigde het GMO in 1999 het ontwerp

en doelmatig te kunnen uitvoeren. Met de

de Europese plattelandsverordening

Milieujaar-programma 2000 aan de

partners van de administratie zijn werkaf-

(verordening 1257/92). Die voorstellen

Vlaamse minister van Leefmilieu en Land-

spraken gemaakt. Die zullen uitmonden

voorzien, naast een verderzetting van de

bouw. De eindversie van het programma

in een protocol.

huidige beheerspakketten, mogelijkheden

wordt begin 2000 openbaar gemaakt.

Veel aandacht ging in 1999 uit naar

om rond bijkomende beheersdoelstellin-

de bekendmaking van de bestaande

gen overeenkomsten te sluiten.

mogelijkheden tot het sluiten van beheersovereenkomsten met de Vlaamse overheid. Dit gebeurde onder meer door de uitgave en de verspreiding van een

De functionele groep natuur droeg in 1999 op verschillende manieren bij tot de

4.5 Milieubeleidsplanning

folder en een brochure. Voor de opname

milieubeleidsplanning: • door als coördinator voor de thema’s versnippering en gebiedsgerichte benadering op te treden;

van informatie in vaktijdschiften werden

De Vlaamse Landmaatschappij werkte in

• door de verantwoordelijkheid voor actie

persteksten verspreid. Daarenboven

1999 mee aan de milieubeleidsplanning.

149 (een wettelijk en organisatorisch

verzorgde de functionele groep natuur

Die medewerking verliep via de daarvoor

kader uitwerken voor vrijwillige be-

meerdere infosessies, zowel intern voor

opgerichte structuren: het gewestelijk mi-

de VLM en de milieu- en landbouw-

lieu-overleg (GMO), de planningsgroep

administratie als extern op vraag van

en het permanent planningsoverleg.

provincies, gemeenten, milieu- en land-

De VLM heeft afgevaardigden of verte-

bouwraden, organisaties, enzovoort.

genwoordigers in elk van deze organen.

heersovereenkomst) te dragen; • door haar inbreng in het ontwerp milieujaarprogramma 2000; • door deel te nemen aan het permanent planningsoverleg.

De VLM geeft ook advies omtrent de ontwerpen van de provinciale en de gemeentelijke milieubeleidsplannen. Provincies en gemeenten kunnen bovendien voor de opmaak van hun plannen beroep doen op de Vlaamse Landmaatschappij. De functionele groep natuur en de provinciale afdelingen adviseerden de ontwerpen van de provinciale en van de gemeentelijke milieubeleidsplannen die in 1999 werden ingediend. (Figuur 3)


Figuur 3 De geadviseerde ontwerpen van de provinciale en gemeentelijke milieubeleidsplannen

50

afgelast

nog geen termijn van de opmaak bekend

opgemaakt in 1998

opgemaakt in 1999

verwacht in 2000

WEST-VLAANDEREN

2

14

1

2

4

OOST-VLAANDEREN

0

4

1

3

8

VLAAMS-BRABANT

1

8

0

3

5

ANTWERPEN

1

13

2

4

25

LIMBURG

1

14

0

0

11

TOTAAL

5

53

4

12

53

51


Hoofdstuk 4

N A T U U R

4.6 Communicatie Om de communicatie met alle medespelers te stroomlijnen werd een communicatieplan uitgewerkt voor natuurinrichting, recht van voorkoop en beheersovereenkomsten. Hierin kaderen de brochures rond natuurinrichting en beheersovereenkomsten, de krantjes van de natuurinrichtingsprojecten, het artikel over recht van voorkoop in het tijdschrift voor de notarissen en de uitbouw van een loket recht van voorkoop op de website van de VLM.

4.7 Forum Natuur en Landbouw De functionele groep natuur bleef in 1999 het secretariaat verzorgen voor het Forum Natuur en Landbouw. Het Forum ver-

4.8 Beleidsondersteuning en participaties

De functionele groep natuur participeert in werkgroepen ter voorbereiding van een Vlaams Waterbeleidsplan. Een aantal

gaderde opnieuw een tiental keer, steeds onder het voorzitterschap van de leidend

De functionele groep natuur werd mee

studies in het kader van het Vlaams

ambtenaar van de VLM.

ingeschakeld in de voorbereiding van

Impulsprogramma Natuurontwikkeling

Op vraag van de bevoegde minister

uitvoeringsbesluiten op het natuurdecreet.

en het Milieubeleidsplan 1997-2001

bereidde de functionele groep natuur de

Ze werkte mee aan de voorbereiding van

worden mee begeleid. Het gaat in

wetgeving rond het Forum voor. De

de beleidsnota’s van de Vlaamse Minister

hoofdzaak om studies met betrekking tot

omvorming van een protocollaire naar

van Leefmilieu en Landbouw en werd

natuurontwikkeling, verweving landbouw-

een organieke regeling vond plaats na

betrokken bij de uitwerking van de

natuur, beheersovereenkomsten en

een evaluatie van de werking van het Fo-

Gewenste Natuur- en Bosstructuur.

onderbouwing van het natuurbeleid.

rum. Op 8 juni 1999 keurde de Vlaamse

Er is samen met de Afdeling Natuur

Tevens draagt ze bij tot de opmaak van

regering een besluit goed over dit over-

van AMINAL werk gemaakt van criteria

het Milieu- en Natuurrapport Vlaanderen

legplatform tussen landbouworganisaties

en prioriteiten voor de instelling van

door op te treden als lector voor diverse

en natuurverenigingen.

natuurinrichtingsprojecten.

thema’s.


52

53


MESTBANK De soms hevige discussies rond de mestwetgeving in Vlaanderen, hebben in 1999 geleid tot de goedkeuring van MAP2 in het Vlaams parlement op 29 april. Het uitgangspunt van MAP2 is de responsabilisering van de landbouwsector rond het respecteren van de nitraatresiduwaarde van 90kg stikstof per hectare in de bodem. De uitvoering van MAP2 werd evenwel gekoppeld aan de goedkeuring door de Europese Commissie van de vergoedingsregeling. Samen met andere regionale en federale overheden speelde de Mestbank een belangrijke rol in het beheersen van de dioxinecrisis.

Mest-, bodem- en gewasmonsters werden genomen en mesttransporten van gecontamineerde bedrijven werden geblokkeerd. Al die acties werden volgehouden tot de PCB-analyses negatief werden bevonden.

H O O F D S T U K

Naast de gebruikelijke opdrachten werd

zwaarprocedure afgehandeld door de Ve-

de Mestbank in 1999 geconfronteerd met

rificatiecommissie.

een aantal supplementaire activiteiten. Zo

Ook het nieuwe mestdecreet (MAP2) was

werd het besluit omtrent de verscherpte

een heet hangijzer in 1999 met een uit-

maatregelen in bepaalde gebieden omwil-

eindelijke goedkeuring in het Vlaams Par-

le van de natuurwaarde goedgekeurd

lement op 29 april 1999. Responsabilise-

door de Vlaamse regering op 9 februari

ring van de landbouwsector omtrent het

1999. Dit hield in dat de Groenlaag dien-

respecteren van de maximale nitraatresi-

de afgebakend te worden met een classi-

duwaarde van 90 kg N/ha in de bodem op

ficatie van de gebruikspercelen naar hun

een diepte van 0-90 cm in het najaar, is

biologische waardering. Na een kennisge-

het centrale uitgangsprincipe. Bijzondere

vingsprocedure waarbij elke betrokkene

slagkracht wordt aan het nieuwe decreet

(eigenaar, gebruiker, natuurverenigin-

gegeven door het invoeren van de

gen,…) op de hoogte werd gebracht van,

nutriëntenhalte (tijdelijke en absolute

in het bijzonder de biologische waarde-

blokkering van de veestapel tot 2005 op

ring van de percelen gelegen in de

basis van de aangifte van de laatste

Groenlaag, volgde een uitgebreide be-

drie jaar), de mestverwerkingsplicht,


gewijzigde bemestings- en uitscheidings-

Nochtans moet er gestreefd worden naar

normen en het vernieuwde vergunningen-

een verenigd samengaan van duurzame

beleid. Weliswaar werd het van kracht

milieubelangen binnen een leefbare land-

worden uitgesteld tot de Europese

bouwsector.

Commissie haar goedkeuring zou geven over de vergoedingsregeling waarbij de landbouwers door middel van beheersovereenkomsten een vergoeding kunnen

5.1 Aangifte en registratie

krijgen. De Europese Commissie beraadslaagde overigens ook over het

5.1.1. Aangiftes 1999

vergoedingsstelsel van MAP1 en had als

Sinds haar ontstaan registreert de Mest-

voornaamste opmerkingen:

bank elk jaar een aantal kerngegevens

• het principe is gebaseerd op een com-

over de Vlaamse landbouwbedrijven. De

pensatie en niet op een resultaatsver-

belangrijkste gegevens zijn de gemiddel-

bintenis;

de veebezetting, het bedrijfsareaal cul-

• concurrentievoordeel van Vlaamse land-

plan, het gebruik van chemische en ande-

EG-lidstaten;

re meststoffen, de opslag van dierlijke

• het niet correct naleven van de Nitraatrichtlijn.

Ook de dioxinecrisis had een invloed op de werking van de Mestbank in 1999. Er werden mest-, bodem- en gewasstalen genomen en mesttransporten geblokkeerd voor de bedrijven die gecontamineerde voeders hadden gebruikt, tot de PCB-analyses negatief waren bevonden. De prangende mestproblematiek en de toenemende complexiteit omtrent de beheersbaarheid ervan zorgen binnen de landbouwsector voor enige ongerustheid.

54

55

tuurgrond met hun ligging en hun teelt-

bouwers t.o.v. landbouwers uit andere

mest op het einde van het jaar.


Hoofdstuk 5

Tabel 1

M E S T B A N K

Overzicht inventarisatiegegevens bedrijfssituatie 1998 van producenten en gebruikers

Antwerpen

Vl-Brabant

W-Vlaanderen

O-Vlaanderen

Limburg

Totaal Vlaanderen

Aantal geregistreerden bedrijven

6.874

4.802

13.567

10.294

5.011

40.548

entiteiten

7.541

5.047

14.901

10.929

5.527

43.945

stopgezetten in loop van '98

312

138

466

400

159

1.475

aantal kleintjes

730

300

905

583

237

2.755

6.588

1.875

4.823

5.386

3.569

22.241

grasland

53.095

25.868

84.730

69.850

33.401

266.944

mais

31.229

13.148

37.596

42.983

19.854

144.810

stikstofarme gewassen

1.537

6.881

8.616

4.526

11.097

32.657

andere gewassen

8.515

41.714

84.343

40.003

23.552

198.127

94.376

87.611

215.285

157.362

87.904

642.538

stikstof (kg N)

30.762.358

10.692.126

69.005.706

39.589.182

16.809.978

166.859.350

fosfaat (kg P2O5)(met laagfosforvoeder)

14.435.439

4.274.848

31.035.833

16.818.816

7.581.790

74.146.726

285.938

46.138

1.179.911

392.816

147.123

2.051.926

stikstof (kg N)

326

122

321

252

191

260

fosfaat (kg P2O5)

153

49

144

107

86

115

3

1

5

2

2

3

stikstof (kg N)

27.212.042

13.308.705

61.703.278

39.043.029

17.074.050

158.341.104

fosfaat (kg P2O5)

11.422.348

6.007.759

24.476.039

16.094.200

7.767.615

65.767.961

stikstof (kg N)

288

152

287

248

194

246

fosfaat (kg P2O5)

121

69

114

102

88

102

5.609.874

8.512.931

16.606.062

12.955.127

6.493.786

50.177.780

901.763

2.428.126

1.281.986

2.348.600

1.230.373

8.190.848

stikstof (kg N)

59

97

77

82

74

78

fosfaat (kg P2O5)

10

28

6

15

14

13

11.145.541

1.733.360

22.653.967

10.178.627

4.762.198

50.473.693

6.723.310

909.917

12.031.806

5.109.238

2.820.117

27.594.388

1.872

606

3.836

2.311

1.093

9.718

11.933.299

3.116.683

26.598.432

11.810.024

6.703.456

60.161.894

6.856.720

1.260.146

12.195.762

5.402.860

3.028.701

28.744.189

2.209

1.283

4.711

3.081

1.673

12.957

stikstof (kg N)

2.262.505

11.106

5.145.291

1.611.817

22.514

9.053.233

fosfaat (kg P2O5)

2.148.160

586

3.374.278

519.781

88.321

6.131.126

aantal gemeenten

13

2

23

9

4

51

stikstof (kg N)

3.575.401

11.106

9.588.181

2.330.512

633.764

16.138.964

fosfaat (kg P2O5)

2.326.396

5.743

3.673.915

721.257

158.050

6.885.361

aantal gemeenten

15

3

34

14

6

72

totaal aantal kleintjes Areaal cultuurgrond (ha)

totaal Dierlijke productie

reductie tgv laagfosforvoerder Dierlijke productie per ha

reductie tgv laagfosforvoerder Gebruik van dierlijke mest

Gebruik van dierlijke mest per ha

Gebruik van chem. meststoffen stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) Gebruik van chem. meststoffen per ha

Bedrijfsmatig overschot zonder kunstmest

stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) aantal bedrijven

met kunstmest

stikstof (kg N) fosfaat (kg P2O5) aantal bedrijven

Gemeentelijk overschot zonder kunstmest

met kunstmest

Provinciaal overschot zonder kunstmest met kunstmest

stikstof (kg N)

0

0

0

0

0

0

fosfaat (kg P2O5)

0

0

0

0

0

0

stikstof (kg N)

0

0

3.727.147

0

0

3.727.147

fosfaat (kg P2O5)

0

0

0

0

0

0

(*) Kleintjes zijn bedrijven die minder dan 300 kg P2O5 produceren en minder dan 2 ha cultuurgrond bewerken maar mestverhandelingen wensen verder te doen.


Tabel 2

Aantal aangegeven dieren per diercategorie en per provincie in productiejaar 1998

Provincie

Antwerpen

Vl-Brabant

W-Vlaanderen

O-Vlaanderen

Limburg

Totaal Vlaanderen

runderen < 1 jaar

58.091

32.560

131.753

107.136

38.302

367.842

runderen 1-2 jaar

59.420

33.579

138.228

111.289

38.078

380.594

melkkoeien

84.854

23.659

103.762

94.559

42.648

349.482

mestkalveren

119.999

15.173

11.843

5.745

22.087

174.847

35.402

34.795

117.295

77.623

28.021

293.136

biggen

79.064

24.308

117.264

51.036

70.185

341.857

beren en zeugen

18.421

4.324

33.682

13.960

16.234

86.621

andere runderen

zeugen incl. biggen

77.662

15.097

284.712

130.079

45.871

553.421

715.674

139.279

2.509.209

895.247

362.049

4.621.458

leghennen

3.540.291

242.044

3.979.576

1.800.418

1.523.198

11.085.527

slachtkuikens

5.751.324

812.436

6.499.458

3.377.431

2.439.753

18.880.402

opfokpoeljen

1.052.917

57.823

2.000.773

508.144

336.000

3.955.657

84.144

4.776

248.712

114.816

78.186

530.634

paarden

6.480

4.259

5.225

5.490

3.415

24.869

schapen < 1 jaar

3.902

3.924

7.954

4.027

3.393

23.200

schapen > 1 jaar

5.992

5.835

12.866

7.871

5.196

37.760

778

167

1.501

1.404

1.123

4.973

104.327

12.494

113.681

56.358

31.658

318.518

andere varkens

ander pluimvee

geiten nertsen en konijnen

Tabel 3

Verdeling gezinsveeteeltbedrijf versus niet-gezinsveeteeltbedrijf weergegeven per bedrijfstype

ProvBedrijfstype Akkerbouwers

% aandeel GVB

336

5.381

6

1.199

5.006

19

Melkveebedrijven

5.035

1.076

82

Mestveebedrijven

1.161

2.732

30

Varkensbedrijven

3.064

1.116

73

477

320

60

Combinatie rundvee en akkerbouw

1.474

2.532

37

Combinatie rundvee, akkerbouw en veredeling

2.482

602

80

Mestkalveren

124

189

40

Gemengde landbouw

927

826

53

16.279

19.780

45

TOTAAL

57

Aantal NGVB

Combinatie van rundvee

Pluimveebedrijven

56

Aantal GVB


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

De Mestbank vraagt tevens een aantal

vee goed vertegenwoordigd (>25%). De

ter dan de gebruiksdruk. Limburg en

kerngegevens op van gewestgrensover-

provincie Antwerpen werd gekenmerkt

Vlaams-Brabant voerden netto nutriënten

schrijdende bedrijven, producenten van

door een hoog aantal stuks pluimvee

in, resulterend in een gebruiksdruk die

andere meststoffen, verzamelpunten en

(30%) en mestkalveren (70%). In Vlaams-

veel hoger was dan de productiedruk.

be- en verwerkingseenheden. Al deze

Brabant bedroeg het aantal dieren in elke

bedrijven dienen hiervoor jaarlijks een

categorie minder dan 10% van het totale

Op basis van de bedrijfsindelingen con-

aangifte te doen van hun bedrijfssituatie

aantal (met uitzondering van de paarden

form de communautaire typologieën zoals

van het voorgaande jaar.

en de schapen).

gebruikt in de Beschikking van de EEGCommissie van 7 juni 1985, werden de

Aangifteplichtige bedrijven

Productie van dierlijke mest

nutriënten vooral geproduceerd op de

Het aantal aangifteplichtige bedrijven

De productie van nutriënten in dierlijke

varkens- (32 %), de melkvee- (>19 %) en

daalde in 1999 verder met netto 621 be-

mest, nam t.o.v. 1998 toe met 5% voor

de pluimveebedrijven (10%). De gemeng-

drijven t.o.v. van 1998. Dit betekent een

fosfaat en 2 % voor stikstof. Deze niet ge-

de bedrijven met combinatie rundvee, ak-

reductie met 1,5%. Aan 2.755 bedrijven

lijklopende productiestijging voor P2O5

kerbouw en veredelingslandbouw (16 %)

werd een vrijstelling van aangifte verleend

en N bevestigt de trend, die bij de dieren-

zijn eveneens verantwoordelijk voor een

omdat zij aan de voorwaarde van <2 ha

aantallen reeds is aangegeven; nl. dat de

belangrijk deel van de productie aan nut-

cultuurgrond en een productie van <300

varkens en het pluimvee verantwoordelijk

riënten in dierlijke mest. De aangegeven

kg P2O5 voldeden. De landbouwactivitei-

zijn voor een steeds groter deel van de

procentuele verdeling is berekend op ba-

ten werden stopgezet of overgenomen op

nutriëntenproductie. Door het gebruik van

sis van de fosfaatproductie (tabel 3).

1.475 bedrijven (tabel1).

laagfosforvoeder bij vleesvarkens kon een bijkomende productie van 2.051.926

Het gebruik van dierlijke mest

Dieren

kg P2O5 vermeden worden. Nog slechts

Met inbegrip van de uitscheiding door de

Voor alle categorieën van de runderen

11,2 % van de vleesvarkens werden ge-

dieren op de weide, werd er gemiddeld

met uitzondering van de ‘andere runde-

kweekt zonder gebruik te maken van

over Vlaanderen ongeveer 100 kg

ren’ en ‘mestkalveren’, daalde het aantal

laagfosforvoeder. Zonder rekening te

P2O5/ha en 240 kg N/ha uit dierlijke

dieren. Het aantal leghennen bleef onge-

houden met de toename van het totaal

mest toegediend. Ten opzichte van de

veer op hetzelfde peil als in 1998. Voor

aantal varkens betekent dit dat er 10,3%

productie werd vastgesteld dat er onge-

alle overige categorieën werd een stijging

meer varkens met laagfosforvoeder wer-

veer 3,1 miljoen kg mest meer in opslag

van het aantal dieren vastgesteld. Voor

den gekweekt.

vertoefde eind 1998 dan bij het begin van het jaar. Ongeveer 5,2 miljoen kg P2O5

de diercategorieën mestkalveren, biggen, andere varkens en opfokpoeljen is de toe-

In Vlaanderen bedroeg de gemiddelde

van de totale productie werd afgevoerd

name t.o.v. 1998 zelfs zeer significant.

productiedruk 115 kg P2O5 /ha en 260

naar een andere bestemming dan de

kg N/ha (tabel 1). Deze productie wordt

cultuurgronden van andere gebruikers

Ongeveer 53 % van de varkens, 37% van

slechts voor 88,7 % gebruikt in Vlaande-

(bv. verzamelpunt, export, verwerkings-

het pluimvee en 32 % van de runderen

ren. Op provinciaal vlak zijn er echter wel

eenheid). Gemiddeld over Vlaanderen

werden geteeld in West-Vlaanderen zoals

grote verschillen merkbaar. In West-

was een derde van het gebruik van

uit tabel 2 valt op te merken. In de provin-

Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwer-

dierlijke mest afkomstig van bedrijfs-

cie Oost-Vlaanderen was vooral het rund-

pen was de productiedruk aanzienlijk gro-

vreemde mest. West-Vlaanderen en


Antwerpen produceerden gemiddeld 21%

mest, werd waargenomen. Naargelang het

meer fosfaat dan dat er gebruikt werd. In

gebruik van chemische meststoffen wel of

Oost-Vlaanderen en Limburg kwam de

niet in rekening worden gebracht, zijn er

productie overeen met het gebruik. In

mestoverschotten in respectievelijk bijna

Vlaams-Brabant werd 40% meer fosfaat

1/4 of 1/6 van de gemeenten.

uit dierlijke mest gebruikt dan er werd ge-

Alleen de provincie West-Vlaanderen

produceerd (tabel 1).

kampt met een overschot op provinciaal niveau, als deze op dezelfde manier wordt

Overschotten

berekend. Er is enkel een N-overschot

De overschotten op bedrijfsniveau, reke-

(3,7 miljoen kg N) als ook het gebruik van

ning houdend met het gebruik van laag-

chemische meststoffen in rekening wordt

fosforvoeder en berekend op basis van

gebracht.

de maximale invulling van de normen ongeacht het reële mestgebruik op de per-

De helft (52%) van de bedrijfsmatige

celen, bedroegen voor fosfaat 37% en

overschotten is gekoppeld aan de

voor stikstof 30% van de productie (tabel

gespecialiseerde varkensteelt. Zij omvat-

1). Het werkelijke bedrijfsoverschot is nog

ten ongeveer 2/3 van de totale productie

groter, aangezien in de praktijk een deel

aan fosfaat. Voor de pluimveehouderij

van de toegelaten normen voor stikstof of

bedragen deze cijfers respectievelijk 10%

fosfaat niet kan ingevuld worden. Onge-

van de totale bedrijfsmatige overschotten

veer een vierde van de bedrijven had te

en meer dan 90% van de totale productie

kampen met een mestoverschot louter op

op deze gespecialiseerde bedrijven.

basis van de geproduceerde dierlijke mest. Wordt ook de gebruikte hoeveelhe-

Producenten van andere meststoffen

den chemische mest in rekening gebracht

Er waren 249 aangiften als producent van

dan moest een derde van de producenten

andere meststoffen. Er werd nauw samen-

dierlijke mest afvoeren voor een totale

gewerkt met andere Vlaamse en federale

hoeveelheid van bijna 30 miljoen kg

overheidsdiensten om enkel 100 %

P2O5 en meer dan 62 miljoen kg N.

‘propere’ andere meststoffen en bodemverbeterende middelen toe te laten in de

58

59

De berekening van de overschotten op

landbouw. Voor zuiveringsslib en compost

gemeentelijk niveau gebeurde op basis

betekent dit dat deze meststof enkel werd

van de productie van de tot de gemeente

toegelaten door de Mestbank nadat een

behorende inrichtingen en de tot deze in-

gebruikscertificaat werd afgeleverd door

richtingen behorende totale oppervlakte

OVAM (Openbare Afvalstoffenmaatschap-

cultuurgrond. Een daling van de over-

pij voor het Vlaamse gewest) en een toela-

schotten tot minder dan 10% van de pro-

ting of ontheffing werd afgeleverd door het

ductie, ongeacht het gebruik van kunst-

federale Ministerie van Landbouw.


Hoofdstuk 5

Tabel 3

M E S T B A N K

Fosfaatproductie en fosfaatoverschot (kg P2O5) van de niet-gezinsveeteeltbedrijven per bedrijfstype

Produktie P2O5 kg P2O5

Bedrijfstype Akkerbouwers

%

Overschot P2O5 kg P2O5

%

207.908

41

551.176

93

Combinatie van rundvee

1.386.242

34

486.893

75

Melkveebedrijven

1.792.233

13

301.465

54

Mestveebedrijven

2.433.510

51

690.491

74

Varkensbedrijven

7.504.412

31

6.207.583

41

Pluimveebedrijven

2.869.481

40

2.578.144

40

761.466

26

261.045

86

Combinatie rundvee en akkerbouw Combinatie rundvee, akkerbouw en veredeling Mestkalveren Gemengde landbouw TOTAAL

1.863.689

16

629.476

29

648.850

64

448.860

71

1.052.436

27

610.826

47

20.520.227

28

12.782.820

44

Be- en verwerkers en champignon-

op gezinsveeteeltbedrijf verminderd. Aan

per bedrijfstype. De voornaamste reden

telers

5.500 landbouwbedrijven werd in het

van niet-notificatie was dat de bedrijven

Er waren 237 aangiften als bewerker en

voorjaar 1999 een aangetekend schrijven

zelf verklaarden niet aan de voorwaarden

verwerker van dierlijke en andere mest.

gericht omdat de benodigde bijlagen bij

te voldoen. Het aantal beroepen in het

Deze voerden ongeveer 3.300.000 kg

de aangiften ontbraken. Deze bijlagen zijn

kader van de notificatie als niet-gezinsvee-

fosfaat en 5.500.000 kg N af. Daartoe

vereist om te kunnen nagaan of de bedrij-

teeltbedrijf in 1999 bedroeg 462.

behoorden ook de champignontelers, de

ven voldoen aan de gestelde voorwaar-

champignonsubstraatbereiders en cham-

den van gezinsveeteeltbedrijf.

Aanvragen verhoogde bemesting bij bepaalde teeltcombinaties

pignonsubstraatbewerkers. Deze laatste twee voerden ongeveer 2.000.000 kg

In totaal werden in 1998 20.300 bedrijven

In totaal deden 3.699 landbouwers een

fosfaat en 3.500.000 kg stikstof af naar

als niet-gezinsveeteeltbedrijf genotifi-

aanvraag voor verhoogde bemesting voor

champignonkwekerijen of naar andere

ceerd. Dit komt overeen met een fosfaat-

de teeltcombinatie gras/maĂŻs voor een

substraatbewerkers.

productie van 20 miljoen kg (ongeveer

gezamenlijke oppervlakte van 16.357 ha.

een kwart van de totale productie). Het

Voor 15.738 ha werd de aanvraag goed-

Notificatie gezinsveeteeltbedrijf

fosfaatoverschot (inclusief kunstmest) op

gekeurd bij 3603 landbouwers. Dit is

De controle van bijna 38.000 bedrijven als

deze bedrijven bedroeg 12,8 miljoen kg

10,9% van het maĂŻsareaal.

gezinsveeteeltbedrijf werd in 1999 verder

(44% van de totale overschotten). Tabel 3

Voor de teeltcombinatie bladgroenten

gezet. Door de onzekerheid over het in

geeft per bedrijfstype de onderverdeling

bedroeg het aantal aanvragen 190.

voege treden van MAP2 en de retroactivi-

gezinsveeteeltbedrijf versus niet-gezins-

De aanvraag van 172 gebruikers werd

teit van sommige bepalingen van MAP2,

veeteeltbedrijf aan. Tabel 4 geeft voor de

goedgekeurd (629 ha). Voor 105 ha werd

was het geen eenvoudige controle. Daar-

niet-gezinsveeteeltbedrijven de fosfaat-

de aanvraag afgewezen tengevolge van

om werd ook het aantal terreincontroles

productie en de fosfaatoverschotten weer

verkeerde teeltcombinaties.


Kaart 1

Productie van stikstof uit dierlijke mest in Vlaanderen

N - productiedruk per fusiegemeente

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie per inrichting in 1998, inrichtingen per fusiegemeente - Productie stikstof per oppervlakte cultuurgrond

Kaart 2

Netto-transport van stikstof uit dierlijke mest in Vlaanderen

Netto aan- en afvoer van N per fusiegemeente

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Transport van dierlijke mest per inrichting in 1998 - Inrichtingen per fusiegemeente - Transportdocumenten vervoerjaar 1998

60

61

Opmerking: In een aantal gemeenten is de netto aanvoer extreem hoog wegens het aanwezig zijn van verwerkingsinstallaties gelegen in deze gemeenten


Hoofdstuk 5

Kaart 3

M E S T B A N K

Gebruik van stikstof uit dierlijke mest op cultuurgrond in Vlaanderen

N - bemestingsdruk per fusiegemeente

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie per inrichting in 1998, inrichtingen per fusiegemeente - Transport van dierlijke mest van producenten en naar gebruikers per inrichting in 1998 - Opslagverschil begin en eind 1998

Kaart 4

Totaal gebruik van stikstof uit dierlijke mest in Vlaanderen

Totale N - bemestingsdruk per fusiegemeente

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie + kunstmest + andere meststoffen per inrichting in 1998, inrichtingen per fusiegemeente - Transport van dierlijke mest van producenten en naar gebruikers per inrichting in 1998 - Opslagverschil begin en eind 1998


Kaart 5

Productie van fosfaat uit dierlijke mest in Vlaanderen

P2O5 - productiedruk per fusiegemeente

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie per inrichting in 1998, inrichtingen per fusiegemeente - Productie stikstof per oppervlakte cultuurgrond

Kaart 6

Netto-transport van fosfaat uit dierlijke mest in Vlaanderen

Netto aan- en afvoer van P2O5 per fusiegemeente

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie per inrichting in 1998, inrichtingen per fusiegemeenten - Productie stikstof per oppervlakte cultuurgrond

62

63

Opmerking: In een aantal gemeenten is de netto aanvoer extreem hoog wegens het aanwezig zijn van verwerkingsinstallaties gelegen in deze gemeenten


Hoofdstuk 5

Kaart 7

M E S T B A N K

Gebruik van fosfaat uit dierlijke mest op cultuurgronden in Vlaanderen

P2O5 - bemestingsdruk per fusiegemeente

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie per inrichting in 1998, inrichtingen per fusiegemeente - Transport van dierlijke mest van producenten en naar gebruikers per inrichting in 1998 - Opslagverschil begin en eind 1998

Kaart 8

Totaal gebruik van fosfaat uit dierlijke mest in Vlaanderen

Totale P2O5 - bemestingsdruk per fusiegemeente

Bron: mestbankgegevens Berekeningsbasis: - Dierlijke mestproductie + kunstmest + andere meststoffen per inrichting in 1998, inrichtingen per fusiegemeente - Transport van dierlijke mest van producenten en naar gebruikers per inrichting in 1998 - Opslagverschil begin en eind 1998


Kaart 9

Classificatie van de teeltgroepen per gemeente

Bron: mestbankgegevens Registratie cultuurgronden in 1999

Kaart 10

Geregistreerde oppervlakte/oppervlakte gemeente in Vlaanderen

Bron: mestbankgegevens Registratie cultuurgronden in 1999

64

65


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

Deze regeling verhoogde de afzetmoge-

meld (ongeveer 1.100 entiteiten) voorals-

waardige veranderingen ingevoerd t.o.v.

lijkheden in Vlaanderen voor N met

nog de tijd hebben tot 15 maart 2000 om

het vorige jaar. Van grondwaterwingebied

1.227.450 kg en voor P2O5 met

hun gronden te laten registreren.

Schilde werd zone III zelfs niet opgeno-

572.810 kg.

Een gemiddeld landbouwgebruiksperceel

men als kwetsbaar gebied.

De regeling verhoogde bemesting voor de

is 1,4 ha groot terwijl de gemiddelde op-

teeltcombinatie gras/maïs werd in 1999

pervlakte cultuurgrond behorend tot een

Van de geregistreerde gronden zijn

op 2.309 ha minder toegestaan dan in

bedrijfsentiteit 16,92 ha bedraagt. De al-

522.418 ha onderworpen aan de algeme-

1998. Voor de teeltcombinatie bladgroen-

gemene statistieken per provincie omtrent

ne bemestingsnormen en uitrijregeling te-

ten betrof het 244 ha meer dan in 1998;

registraties 1999 zijn geïllustreerd in

genover 138.295 ha met bijkomende be-

dit is een stijging met 63 %.

tabel 5.

mestingsbeperkingen.

5.1.2 Registratie van de gebruikspercelen

Uit de oppervlaktegegevens voor de de-

De indeling van de cultuurgronden naar

cretaal gedefinieerde gewasgroepen blijkt

hun natuurwaarde, waterkwaliteit en fos-

Aantallen en oppervlaktes

dat 270.880 ha of 41% van de geregis-

faatverzadigingsgraad zijn geïllustreerd in

In 1999 werd door de Mestbank voor het

treerde oppervlakte graslanden zijn, naast

de tabellen 6, 7 en 8.

tweede opeenvolgend jaar een geografi-

160.458 ha mais, 38.416 ha stikstofarme

sche informatielaag van de landbouwge-

gewassen en 190.957 ha andere gewas-

De groep natuur omvat 40.068 ha onder-

bruikspercelen gebiedsdekkend voor

sen. T.o.v. van 1998 is het aandeel maïs

verdeeld in de groene gewestplanbestem-

Vlaanderen geregistreerd. Van alle cul-

nog toegenomen met 1,8% ten koste van

mingen (art. 15 $5) en de overige gebie-

tuurgronden en bedrijfsgebouwen van de

de groep andere gewassen (afname van

den van de groep natuur (geelgroene ge-

aangifteplichtige bedrijven werden zowel

2,1%). De relatieve verdeling van de ge-

westplanbestemmingen en vogelrichtlijn-

de ruimtelijke componenten als hun be-

wasgroepen per gemeente is geïllus-

gebieden (art. 15 $4, 1°, 2° en 3°). In de

schrijvende attributen (teelt, gebruikspe-

treerd in figuur 9. De grootte van de taart-

eerste groep geldt een algemeen bemes-

riode, type kwetsbaar gebied, …) verza-

diagrammen geeft een beeld van de to-

tingsverbod op uitzondering van begra-

meld, gebruik makend van een ArcView

taal geregistreerde oppervlakte voor de

zing (2 GrootVeeEenheden/ha op jaarba-

registratie-applicatie. De realisatie van

betreffende gemeente. Figuur 10 geeft

sis) maar is in functie van de biologische

gebruikstoestand 1999 was in hoofdzaak

anderzijds een beeld van de verhouding

waardering (inventarisatie door het Insti-

een actualisatie van de toestand 1998.

geregistreerde oppervlakte van een ge-

tuut voor Natuurbehoud) verder opge-

meente tot de totale oppervlakte van de

deeld. Op intensieve graslanden en ak-

gemeente.

kers is potentieel de bemestingsnorm ‘na-

De 39.044 geregistreerde entiteiten had-

tuur’ geldig, terwijl op de graslanden met

den in totaal 473.074 gebruikspercelen in gebruik, hetgeen een totale oppervlakte

Kwetsbare gebieden

verspreide biologische waarde potentieel

vertegenwoordigde van 660.710 ha. Dit

Omtrent de afbakening van de kwetsbare

de intermediaire norm van 2GVE+100 kg

laatste houdt een toename in van ruim

gebieden zijn, behalve acht grondwater-

N uit chemische meststoffen van toepas-

4.000 ha cultuurgrond t.o.v. 1998 (situatie

wingebieden, goed voor een oppervlakte

sing is. Het al dan niet mogen toepassen

31 december 1999). Deze cijfers kunnen

van 764 ha (Arendonk, Bredene-De

van de ontheven norm hangt van andere

nog licht toenemen aangezien alle actieve

Haan, Kasterlee, Koksijde, Lille, Lille-Kas-

factoren af, zoals gebruikstoestand 1994

bedrijven die zich nog niet hebben aange-

terlee, Mol en Schilde) geen noemens-

en status gezinsveeteeltbedrijf.


Tabel 5

Algemene statistieken voor registratiejaar 1999 Provincie

Antwerpen Vlaams-Brabant

Aantal entiteiten

Aantal percelen

Tot. gereg. opp (ha)

Gemiddelde opp per bedrijf (ha)

Gemiddeld aantal percelen per bedrijf

Gemiddelde perceelsopp. (ha)

6.089

62.879

99.670

17,8

11,4

1,59

4.459

72.710

90.939

20,8

16,9

1,25

West-Vlaanderen

13.091

142.150

217.604

18,4

12

1,53

Oost-Vlaanderen

9.703

133.468

161.725

17,6

14,6

1,21

Limburg

4.777

61.867

90.775

20,6

14,2

1,47

473.074

660.713

15,5

11,5

1,4

GGO

456

Vlaanderen

38.575

* In totaal werden 39044 entiteiten geregistreerd waarvan 469 entiteiten zonder bedrijfsgebouw (excl. GGO)

Tabel 6

Overzicht van de in 1999 geregistreerde oppervlakten cultuurgrond (ha) in de gebieden zonder en met verstrenging omwille van de groep Natuur (art. 15 $ 4 en 5 van het decreet) Zonder verstrenging Met verstrenging Natuur art.15 $ 4 omwille van omwille van 1°, 2° en 3° de groep natuur de groep natuur

Natuur art. 15 $5

Intensieve graslanden en akkers

Antwerpen Vlaams-Brabant

7.062

1.749

3.304

Graslanden met verspreide biologische waarde

Overige

363

1.646

87.451

3.488

671

2.081

126

610

West-Vlaanderen

208.285

9.320

5.891

2.053

510

866

Oost-Vlaanderen

149.659

12.066

5.087

4.352

863

1.764

82.642

8.132

2.514

4.047

334

1.237

528.037

40.068

14.163

12.533

1.833

4.477

Limburg Vlaanderen

Tabel 7

92.606

Halfnatuurlijke tot potentieel belangrijke graslanden

Overzicht van de in 1999 geregistreerde oppervlakten cultuurgrond (ha) in de gebieden zonder en met verstrenging omwille van de groep water (artikel 15 $2) en fosfaatverzadiging (artikel 15 $6). Zonder verstrenging omwille van groep water of fosfaat

99.316

356

Vlaams-Brabant

77.099

13.840

West-Vlaanderen

165.901

51.703

45.543

Oost-Vlaanderen

139.650

22.075

3.238

75.097

15.677

457.748

103.651

Vlaanderen

67

Oppervlaktewater zone B - enkel langere verbodsperiode uitrijden dierlijke mest

Antwerpen

Limburg

66

Met verstrenging omwille van groep water of fosfaat - Totaal

Verbod (grondwater zone I)

15

48.780

Water (oppervlaktewater A, grondwater zone II en III en nitraatgevoelige gebieden)

Fosfaatverzadigde gebieden

254

87

13.840

.

1

5.071

1.089

1

18.408

429

1

15.677

2

52.995

1.518


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

Enkel de overige halfnatuurlijke tot

De laatste groep waar verstrenging van

Het totaal aantal percelen waarvoor sinds

potentieel belangrijke graslanden vallen

de hoeveelheid toe te dienen nutriënten

1996 een vrijstelling is verkregen,

onder het absolute bemestingsverbod op

geldt, heeft betrekking op de gronden die

bedraagt 340 met een totale oppervlakte

uitzondering van begrazing. De weerge-

fosfaatverzadigd zijn. De oppervlakte cul-

van 470,21 ha. Het door de Mestbank

geven cijfers houden echter nog geen

tuurgrond bedraagt hier 1.605 ha. In 1999

terugbetaalde bedrag voor uitgevoerde

rekening met de resultaten van de

kregen acht landbouwers voor 17 perce-

analyses bedraagt 893.664 BEF.

Verificatiecommissie.

len (23,41 ha) vrijstelling van fosfaatverzadiging na een positieve tegenexpertise

Overlappingen

In de groep water zijn geen noemens-

toegekend door een erkend laboratorium.

Na GIS-analyses bleken 7.884 percelen

waardige verschuivingen genoteerd t.o.v.

De kosten van de analyses, terugbetaald

behorend tot 4.125 entiteiten in overlap-

1998.

door de Mestbank, bedroegen 45.600

ping (voor minstens 15 are) te liggen.

BEF. Deze vrijstelling gaat weliswaar pas

Dit is minder dan de helft van het aantal

in op 1 januari 2000.

overlappingen in 1998.

Tabel 8

Overzicht van de geregistreerde oppervlakten cultuurgrond (ha) in functie van de combinatie aan bemestingsbeperkingen omwille van de natuurwaarde, waterkwaliteit en fosfaatverzadigingsgraad. Normaal gebied

Normaal gebied

Groep Water

Groep Natuur art.15 $5

Groep Natuur art.15 $4, 1°,2° en 3°

Groep Fosfaat

528.014

Groep Water

48.461

Groep Natuur art.15 $5

2.042

Groep Natuur art.15 $4, 1°,2° en 3°

2.732

Groep Fosfaat

22.102 13.171

83

11

9

1.502

Verbod

Tabel 9

Verbod

15

Resultaten verificatiecommissie

Bezwaar

Beslissing verificatiecommissie Overige halfnat.

Grasland met

Intensief

tot pot.

verspreide biol.

grasland

belangr. grasland

waarde

of akker

497

352

490

103

93

1.535

42

348

302

45

7

744

Overige halfnat. tot pot belangr. grasland Grasland met verspreide biol. waarde Intensief grasland en akker Totaal

Splitsingen

Geen voorwerp

Totaal

van commissie

47

74

372

19

2

514

586

774

1.164

167

102

2.793


5.1.3 Bezwaarprocedure Groenlaag

gegaan in 1999 gezien het uitblijven van

Kennisgeving

De Mestbank stelde de Groenlaag (9.449

Op 9 februari 1999 keurde de Vlaamse

percelen; 18.523 ha), opgemaakt op ba-

regering een besluit goed waarmee uit-

sis van de registraties 1998, ter inzage

voering kon worden gegeven aan de ver-

van iedereen en gaf aan de eigenaars en

scherpte maatregelen in bepaalde gebie-

de natuurverenigingen gedurende vier

den omwille van de natuurwaarde. Dit be-

weken de gelegenheid om bezwaren te

sluit concretiseert ondermeer de voor-

formuleren met betrekking tot de biologi-

waarden waaraan een perceel cultuur-

sche waardering en de ligging van de be-

grond moet voldoen om in de Groenlaag

treffende percelen. De Mestbank stelde

(natuurgebieden, natuurreservaten, bos-

7.328 landbouwers met minstens ĂŠĂŠn

gebieden en natuurontwikkelingsgebie-

perceel in de Groenlaag, per aangete-

den) in aanmerking te komen voor ont-

kend schrijven in kennis van de status

heffing van het bemestingsverbod of om

van deze percelen met betrekking tot vol-

in de Geelgroenlaag (geelgroene gewest-

gende elementen: de ligging in de Groen-

planbestemmingen en de vogelrichtlijnge-

laag, het gebruik in 1994, de teelt in 1994

bieden) onderworpen te zijn aan een ver-

en de biologische waardering. Op elk van

strenging met ingang van 1 januari 1998.

deze elementen kon de landbouwer bin-

Daarnaast voorziet dit besluit in een be-

nen de vier weken een aanvraag tot cor-

zwaarprocedure voor de eigenaars, de

rectie indienen.

een vergoedingsregeling.

gebruikers en de natuurverenigingen. Aanvragen tot correctie

68

69

Met het oog op het behandelen van de

In totaal werden 6.849 aanvragen tot cor-

bezwaren betreffende de biologische

rectie ingediend: 75 % door gebruikers,

waardering van percelen gelegen in de

17,4 % door eigenaars, 7,6 % door na-

Groenlaag, werd een tijdelijk orgaan op-

tuurverenigingen. Het betrof 4.790 unieke

gericht, nl. de Verificatiecommissie. Deze

percelen voor de aanvraag tot correctie

werd voorgezeten door een vertegen-

van de biologische waardering. Een be-

woordiger van de Mestbank en omvatte

langrijk aandeel van de ingediende be-

verder als stemgerechtigde leden: een

zwaren met betrekking tot de biologische

vertegenwoordiger van ALT, een verte-

waardering was onterecht en werd nadien

genwoordiger AMINAL, afdeling Natuur

door de landbouwers ingetrokken.

en een MER-deskundige, erkend in de

De Mestbank behandelde op basis van

discipline fauna en flora.

de aangiftegegevens (inclusief registratie

De verstrengingen in de Geelgroenlaag

van gebruikspercelen op luchtfotoâ&#x20AC;&#x2122;s) de

zijn, conform het besluit, niet in uitvoering

aanvragen tot correctie in verband met de


Hoofdstuk 5

Tabel 10

M E S T B A N K

Transporten van dierlijke mest met burenregelingen in 1998

in kg N Oorsprong

Bestemming Vl. Brabant

WestVlaanderen

OostVlaanderen

Limburg

Andere

Buitenland

Totaal

2.189.764

7.440

0

4.313

17.510

53

264

2.219.344

3.031

259.808

0

3.541

10.441

0

0

276.821

West-Vlaanderen

780

0

5.513.389

80.052

35

308

0

5.594.564

Oost-Vlaanderen

11.129

0

20.375

1.341.288

0

440

0

13.73.232

1.092

9.909

0

0

1.280.464

0

0

12.91.465

Andere

0

3.003

46.837

1.749

12.547

0

0

64.136

Totaal

2.205.796

280.160

5.580.601

1.430.943

1.320.997

801

264

10.819.562

Antwerpen

Vl. Brabant

WestVlaanderen

OostVlaanderen

Limburg

Andere

Buitenland

Totaal

1.363.035

5.673

0

2.753

10.430

22

108

1.382.021

1.576

176.578

0

3.645

7.023

0

0

188.822

West-Vlaanderen

468

0

3.245.021

46.064

21

126

0

3.291.700

Oost-Vlaanderen

6.866

0

11.632

816.526

0

180

0

835.204

Limburg

850.872

Antwerpen

Antwerpen

Vlaams-Brabant

Limburg

in kg P2O5 Oorsprong

Antwerpen

Bestemming

Vlaams-Brabant

1.008

6.637

0

0

843.227

0

0

Andere

0

1.887

29.088

832

7.966

0

0

39.773

Totaal

1.372.953

190.775

3.285.741

869.820

868.667

328

108

6.588.392

ligging in de Groenlaag, het gebruik in

beoordeling mee kon gebeuren door

Resultaten

1994 en de teelt in 1994. Door de Verifi-

ambtenaren en deskundigen die ver-

Na behandeling door de Mestbank wer-

catiecommissie werden de aanvragen tot

trouwd waren met de regio. Daartoe man-

den 349 (waarvan vijf gedeeltelijk) perce-

correctie betreffende de biologische waar-

dateerde de verificatiecommissie haar op-

len uit de Groenlaag verwijderd. De Mest-

dering beoordeeld.

dracht aan vijf subcommissies met een

bank beoordeelde de aanvragen tot cor-

analoge samenstelling en gaf hen de op-

rectie met betrekking tot het gebruik in

Gelet op het groot aantal aanvragen tot

dracht de belanghebbenden en het Insti-

1994 door hetzelfde bedrijf (1.245 aanvra-

correctie en de noodzaak om op het ter-

tuut voor Natuurbehoud in haar plaats te

gen) in 22% van de gevallen terecht. De

rein zo snel mogelijk duidelijkheid te

horen en op basis daarvan een voorstel

teelt 1994 werd in 13 % van de aanvra-

scheppen, werd in overleg met de admini-

van beslissing te formuleren. Dit voorstel

gen (1.695) rechtgezet.

straties ALT en AMINAL, afdeling Natuur,

werd dan beoordeeld door de Verificatie-

De Verificatiecommissie behandelde

beslist dat het werk van de Verificatie-

commissie die zelf de uiteindelijke beslis-

2.793 dossiers (tabel 9). Het besluit voor-

commissie zou voorbereid worden in een

sing trof. De Verificatiecommissie startte

zag dat enkel bij unanimiteit van de Verifi-

subverificatiecommissie per provincie.

haar werkzaamheden in juni en rondde ze

catiecommissie de biologische waarde-

Deze werkwijze bood het voordeel dat de

voorlopig af begin december.

ring kon gewijzigd worden.


Tabel 11 Transporten van dierlijke mest met mestafzet- en EVOA-documenten in 1998

in kg N

Antwerpen

VlaamsWestOostBrabant Vlaanderen Vlaanderen

BESTEMMING Limburg andere

Wallonië

Brussel

Nederland

Frankrijk

Totaal

OORSPRONG Antwerpen

3.248.388

612.173

8.005

19.545

551.209

2.183.729

85.669

1.566

39.021

896

6.750.201

Vl. Brabant

23.318

702;168

1.789

13.187

41.367

133.961

1.382

1.201

13.414

1.705

933.492

West-Vlaanderen

96.630

794.520

7.043.264

1.282.015

23.898

4.027.283

6.345

806

414.365

Oost-Vlaanderen 193.133

356.734

315.021

3.644.187

36.717

1.019.412

23.018

11.187

321.309

12.105

5.932.823

Limburg

35.175

150.562

0

0

1.883.510

472.439

143

0

0

0

2.541.829

Andere

388.417

1.347.229

606.252

1.033.823

481.673

782.976

806.545

2.947

243.209

1.588.304

7.281.375

0

0

0

0

152

142.070

451

0

0

0

142.673

Wallonie Brussel Nederland

119.037 13.808.163

0

0

0

0

0

13.986

0

0

0

0

13.986

7.542

0

0

0

53.574

1.619.441

0

0

0

0

1.680.557

Frankrijk

0

0

0

0

0

21.922

0

0

0

0

21.922

Duitsland

0

0

0

0

0

74.992

0

0

0

0

74.992

8.864

17.596

254

0

0

0

33.525

3.080.964 10.509.807

923.807

17.707

1.031.318

Wallonië

Brussel

Nederland

Frankrijk

Totaal

5.105.601

/

0

4.962

1.749

100

TOTAAL

3.992.603

3.968.348

7.976.080

5.992.857

in kg P2O5

Antwerpen

VlaamsWestOostBrabant Vlaanderen Vlaanderen

BESTEMMING Limburg andere

1.722.047 39.215.538

OORSPRONG Antwerpen

2.040.851

467.310

6.920

13.705

420.515

2.038.990

81.841

466

34.537

466

Vl. Brabant

17.324

498.010

855

8.707

27.754

85.589

0

921

8.583

921

648.664

West-Vlaanderen

67.151

523.804

4.354.425

784.516

22.498

3.209.251

3.936

117.581

425.035

117.581

9.625.778

Oost-Vlaanderen 119.699

258.483

198.037

2.224.179

25.762

755.081

24.912

11.620

289.133

11.620

3.918.526

Limburg

32.823

131.710

0

0

1.362.237

400.218

86

0

0

0

1.927.074

Andere

256.375

931.400

357.183

622.159

339.140

616.206

611.926

1.255.442

222.913

1.255.442

6.468.186

Wallonie

0

0

0

0

91

85.118

249

0

0

0

85.458

Brussel

0

0

0

0

0

8.361

0

0

0

0

8.361 1.172.961

Nederland

6.881

720

0

0

63.901

1.101.459

0

0

0

0

Frankrijk

0

0

0

0

0

13.153

0

0

0

0

13.153

Duitsland

0

0

0

0

0

44.995

0

0

0

0

44.995

/

0

2952

1.428

60

5.607

10.703

152

0

0

0

20.902

2.541.104

2.814.389

4.918.848

3.653.326

2.267.505

8.369.124

723.102

1.386.030

980.201

TOTAAL

70

71

1.386.030 29.039.659


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

Tabel 12 Transporten van dierlijke mest in 1998 : totalen

in kg N

Antwerpen

VlaamsWestOostBrabant Vlaanderen Vlaanderen

BESTEMMING Limburg andere

Wallonië

Brussel

Nederland

Frankrijk

Totaal

OORSPRONG Antwerpen

5.438.091

619.613

8.005

23.858

568.719

2.183.782

85.933

1.566

39.021

896

8.969.545

Vl. Brabant

26.349

961.976

1.789

16.728

51.808

133.961

1.382

1.201

13.414

1.705

1.210.313

West-Vlaanderen

97.410

794.520

12.556.653

1.362.067

23.933

4.027.591

6.345

806

414.365

Oost-Vlaanderen 204.262

356.734

335.396

4.985.475

36.717

1.019.852

23.018

11.187

321.309

12.105

7.306.814

Limburg

36.267

160.471

0

0

3.163.974

472.439

143

0

0

0

3.833.294

Andere

388.417

1.350.232

653.089

1.035.572

494.220

782.976

806.545

2.947

243.209

1.588.304

7.346.501

0

0

0

0

152

142.070

451

0

0

0

142.673

Wallonie Brussel

119.037 19.405.679

0

0

0

0

0

13.986

0

0

0

0

13.986

7.542

0

0

0

53.574

1.619.441

0

0

0

0

1.680.557

Frankrijk

0

0

0

0

0

21.922

0

0

0

0

21.922

Duitsland

0

0

0

0

0

74.992

0

0

0

0

74.992

4.962

1.749

100

8.864

17.596

254

0

0

0

40.981

4.248.508 13.556.681

7.423.800

4.401.961 10.510.608

924.071

17.707

1.031.318

Wallonië

Brussel

Nederland

Frankrijk

Totaal

Nederland

/

0

TOTAAL

6.198.338

in kg P2O5

Antwerpen

VlaamsWestOostBrabant Vlaanderen Vlaanderen

BESTEMMING Limburg andere

1.722.047 50.047.257

OORSPRONG Antwerpen

3.403.858

472.983

6.920

16.458

430.945

2039012

81.949

936

34.537

466

6.488.064

Vl. Brabant

18.900

674.588

855

12.352

34.777

85589

0

649

8.583

921

837.214

West-Vlaanderen

67.619

523.804

7.599.446

830.580

22.519

3209377

3.936

484

425.035

Oost-Vlaanderen 126.565

258.483

209.669

3.040.705

25.762

755261

24.912

6.139

289.133

117.581 12.800.381 11.620

4.748.249

Limburg

33.831

138.347

0

0

2.205.464

400218

86

0

0

0

2.777.946

Andere

256.375

933.287

386.271

622.991

347.106

616206

611.926

1.732

222.913

1.255.442

5.254.249

Wallonie

0

0

0

0

91

85118

249

0

0

0

85.458

Brussel

0

0

0

0

0

8361

0

0

0

0

8.361

Nederland

6.881

720

0

0

63.901

1101459

0

0

0

0

1.172.961

Frankrijk

0

0

0

0

0

44995

0

0

0

0

44.995

Duitsland

0

0

0

0

0

13153

0

0

0

0

13.153

/

0

2.952

1.428

60

5.607

10703

152

0

0

0

20.902

3.914.029

3.005.164

8.204.589

4.523.146

3.136.172

8369452

723.210

9.940

980.201

TOTAAL

1.386.030 34.251.933


nutriĂŤnten. De transporten naar bedrijfseigen gronden van de producent zijn niet meegeteld. Voor verhandelingen waarvoor zowel een burenregeling als een mestafzetdocument werd opgemaakt, werd alleen de burenregeling in rekening gebracht. Internationale mestverhandelingen vallen onder het toepassingsgebied van de zogenaamde "EVOA". De EVOA documenDe bezwaarprocedure heeft als resultaat

ten werden op volkomen analoge wijze

dat de biologische waardering van 1.309

geregistreerd als de mestafzetdocumen-

percelen werd gewijzigd. Aan 163 perce-

ten. Daarom worden ze in de verdere ta-

len hiervan werd een hogere biologische

bellen als mestafzet- en EVOA-documen-

waarde toegekend met een verstrenging

ten vermeld.

van het bemestingsregime als gevolg. De biologische waardering van 1.144 perce-

Algemene trends

len (41%) werd zo gewijzigd dat zij in

De Mestbank registreerde 12.678 buren-

aanmerking kwamen voor ambtshalve

regelingen, ongeveer 105.000 mestafzet-

ontheffing. Voor 167 gebruikspercelen be-

documenten en 12.511 overbrengingen

sliste de Verificatiecommissie deze op te

in het kader van de EVOA reglemente-

splitsen in meerdere stukken naar hun

ring. De tendenzen van de laatste jaren

biologische diversiteit. De overige geval-

zetten zich door. Dit wil zeggen dat het

len (102) betroffen percelen waarvan na

aantal burenregelingen afneemt terwijl het

onderzoek bleek dat er geen uitspraak

aantal mestafzetdocumenten blijft stijgen.

noodzakelijk was (bv. geen cultuurgrond,

Het aantal EVOA-documenten bleef on-

niet in de Groenlaag gelegen).

geveer constant. Uitgedrukt in aantal kg fosfaten daalde de

5.2 Mestverhandelingen

afzet via burenregelingen met 17%. De afzet via EVOA documenten uitgedrukt in kg fosfaten bleef ongeveer constant in tegenstelling tot de afzet via mestafzetdo-

5.2.1. Transporten

cumenten waar een stijging van bijna

De tabellen 10, 11 en 12 geven een over-

17% werd waargenomen.

zicht van de in 1999 geregistreerde mest-

72

73

verhandelingen. De transporten zijn uitge-

Het totaal aantal mestverhandelingen is

drukt in kg vervoerde nutriĂŤnten. De cij-

ook dit jaar gestegen. Er is een stijging

fers slaan alleen op verhandelde dierlijke

van 6% voor fosfaat en 7% voor stikstof


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

vastgesteld ten opzichte van het voor-

De export naar Wallonië van zuivere dier-

Nederlandse gronden. De Nederlandse

gaande jaar. Dit is te verklaren door de

lijke mest viel volledig stil omwille van de

veehouders brachten daarbij 598.522 kg

stijging van de mestoverschotten.

invoerstop voor zuivere dierlijke mest, in-

fosfaat op 4495 ha Vlaamse gronden.

gesteld door de Waalse minister bevoegd Vervoer binnen Vlaanderen

voor Landbouw en Leefmilieu. Er is wel

Verhandelingen van andere

De vervoersstroom binnen Vlaanderen

verwerkte kippenmest naar Wallonië ge-

meststoffen

maakt 83% uit van de totale vervoerde

transporteerd. Het betreft hier 722.530 kg

In totaal werd het transport van 1.581.761

hoeveelheid. Daarvan werd 21 % ver-

stikstof afkomstig van organische mest

kg fosfaat en 1.860.104 kg stikstof afkom-

voerd via een burenregeling. De meeste

andere dan varkensmengmest.

stig van andere meststoffen gemeld aan de Mestbank. Daarin werd het vervoer

gemelde transporten gaan rechtstreeks van de producent naar de gebruiker. Het

De export van zuiver dierlijke mest naar

van schuimaarde niet opgenomen. Dit

betreft hier 76% van de binnen Vlaande-

Frankrijk verliep zoals de voorbijgaande

vervoer betekende zowat 80.000 ton of

ren vervoerde fosfaten en 83% van de

jaren zeer moeizaam. De bestemming

800.000 kg fosfaten en 400.000 kg stik-

binnen Vlaanderen vervoerde stikstof.

was nagenoeg uitsluitend Le Départe-

stof.

ment du Nord. Het transport van verwerk-

Het merendeel van de transporten, nl.

Grensoverschrijdende mesttransporten

te kippenmest naar Frankrijk is licht toe-

77 % van de getransporteerde hoeveel-

De Mestbank noteerde een export van

genomen en bedroeg 710.230 kg fosfaat

heid stikstof en 64 % van de getranspor-

2,5 miljoen kg fosfaat en 2,6 miljoen kg

en 801.456 kg stikstof.

teerde hoeveelheid fosfaat, werd binnen het Vlaams Gewest vervoerd.

stikstof. De import bedroeg 1,2 miljoen kg fosfaat en 2,1 miljoen kg stikstof.

Zowel de export naar als de import

Voor fosfaat was er een netto export van

Dit betekent dat de geregistreerde netto

uit Nederland bleef op hetzelfde niveau

220.018 kg. De export van andere mest-

uitvoer van nutriënten uit Vlaanderen het

als de voorbijgaande jaren. Er is een

stoffen gebeurde voornamelijk naar ver-

afgelopen jaar 1,3 miljoen kg fosfaat en

netto export naar Nederland van

werkingsinstallaties van het Waals Ge-

0,9 miljoen kg stikstof bedroeg.

0,8 miljoen kg fosfaat en 0,81 miljoen kg

west.

stikstof. Hierbij moet ook vermeld

Voor stikstof was er een netto import van

In toepassing van de zogenaamde

worden dat de import vanuit Nederland

25.000 kg. De invoer van andere mest-

Bezemrichtlijn (richtlijn 92/118/118) kon

voor 95% naar inrichtingen voor de

stoffen betrof voornamelijk de invoer van

alleen pluimvee- en paardenmest interna-

aanmaak van substraat voor de

afgedragen champignoncompost uit Ne-

tionaal verhandeld worden. Voor de ver-

champignonteelt gaat.

derland.

zemrichtlijn niet met als gevolg dat deze

Van de "grensboerenregeling" die

MestTransportInternetLoket (MTIL)

verhandelingen hier niet in beschouwing

veehouders toelaat hun bedrijfseigen

In 1999 werd een project opgestart om

werd genomen. De export naar het bui-

gronden aan de andere kant van de

transporten automatisch en on-line via de

tenland bestond nagenoeg uitsluitend uit

grens te bemesten met bedrijfseigen

internettechnologie aan te melden aan de

pluimveemest (98% van het fosfaatvolu-

mest, maakten 365 Vlaamse en

mestbankdatabank. Er was in het najaar

me). De import daarentegen bestond voor

176 Nederlandse veehouders gebruik.

een pilootversie ter beschikking die door

een groot deel uit paardenmest (48% van

De Vlaamse veehouders brachten

vijf mestvoerders en één producent ande-

het fosfaatvolume).

daarbij 345.620 kg fosfaat op 4230 ha

re meststoffen werd getest. Eveneens

handelingen met Wallonië geldt de Be-


werd de bruikbaarheid van het systeem

aantonen, aan de hand van analyses van

aan de praktijk getoetst. De resultaten

dierlijke mest op aanwezigheid van

van deze testen en de feed-back van de

PCBâ&#x20AC;&#x2122;s, dat er geen besmet voeder was

mestvoerders zullen gebruikt worden om

geleverd. Daartoe werden in totaal

de definitieve versie aan te bieden.

362 analysen uitgevoerd door erkende laboâ&#x20AC;&#x2122;s. Er werd geen te hoge concentratie

Dioxineproblematiek

in de dierlijke mest waargenomen.

Omwille van de onzekerheid betreffende de aanwezigheid van dioxines in de dier-

De geblokkeerde bedrijven waren eind

lijke mest, werd na het uitbreken van de

september allen vrij voor het spreiden van

dioxinecrisis onmiddellijk aan alle erkende

dierlijke mest.

mestvoerders een bericht gestuurd met

meer te transporteren. Deze melding

5.2.2. Erkennen van vervoerders/verzamelpunten

werd gerespecteerd door de erkende

Op 31 december 1999 waren in totaal

mestvoerders tot een volledige lijst met

1.199 mestvoerders erkend waarvan 545

mogelijk besmette bedrijven ter beschik-

in de klasse A, 434 in de klasse B en 220

king werd gesteld. Eenmaal deze lijst

in de klasse C. In de klasse D, voorbe-

aanwezig, werden enkel de transporten

houden voor transport via het water, wa-

afkomstig van deze bedrijven, afgekeurd.

ren geen mestvoerders erkend. Van deze

De dierlijke mest van deze bedrijven kon

erkende mestvoerders hadden 80 hun

worden vrijgegeven indien zij konden

woonplaats buiten het Vlaams Gewest.

de aanmaning om geen dierlijke mest

74

75


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

Zoals bepaald bij uitvoeringsbesluit moe-

fosfaat en 120.000 kg stikstof. De Mest-

minderd met de mestexport en -verwer-

ten sancties opgelegd worden aan mest-

bank poogde een bemiddeling op maat te

king, belast.

voerders die het decreet en de uitvoe-

verzorgen voor wat de mestsoort en

ringsbesluiten niet naleven. Daarvoor

mestvorm betrof.

Het aantal heffingsplichtigen daalde licht van 14.627 in 1998 tot 14.560 in 1999.

werd in de loop van 1999 een commissie

5.2.4. Optreden als vangnet voor mestoverschotten

Het totaalbedrag van de gevorderde ba-

Op 31 december 1999 waren bij de Mest-

Voor de ontvangstplicht van mest waren

deze basisheffingen (artikel 25, § 1 van

bank 197 inrichtingen bekend met het sta-

er 34 dossiers voor 24 verschillende

het Mestdecreet) voor het aanslagjaar

tuut van verzamelpunt waarvoor de ex-

overschotsbedrijven. Deze zijn allemaal

1999 waren op 31 december 1999 nog

ploitanten een aangifte en register dien-

gesitueerd in het waterwingebied Kluizen.

niet opgelegd. Wel zijn in 1999 deze boe-

den bij te houden.

Het hoofdaandeel was runderenmeng-

tes voor het aanslagjaar 1998 opgelegd,

Er waren 15 verzamelpunten waarvoor de

mest. In totaal werd er voor 2.877 ton

voor een totaalbedrag van 5.051.894

bestemming van de opgeslagen meststof-

aangevraagd waarvan er uiteindelijk

BEF. Dit bedrag omvat niet de verminde-

fen buiten het Vlaams Gewest gelegen

2.587 ton werd weggehaald. Dit komt

ringen en kwijtscheldingen die de Mest-

was.

overeen met 6.829 kg fosfaat en

bank ingevolge gegronde bezwaren aan

12.560 kg stikstof. Hiervoor werd

de beboete heffingsplichtigen heeft toege-

1.527.071 BEF uitbetaald.

kend.

opgericht die haar eerste vergadering belegde in december.

5.2.3. De vraag naar dierlijke mest stimuleren: bemiddelen Het blijkt steeds weer een uitdaging te zijn om te bemiddelen en de balans te

5.3 Financiële handelingen

sisheffing bedroeg 231.582.698 BEF. De boetes wegens laattijdige betaling van

De basisheffing aanslagjaar 1999 werd verzonden op 16 november en 6 december 1999. De uiterste datum van betaling volgde telkens twee maanden later. Per

vinden tussen het aanbod van dierlijke

31/12/98 stond van de gevorderde basis-

vraag naar mest is sterk afgenomen in

5.3.1. Heffingen innen en invorderen

1999 terwijl het aanbod nagenoeg onge-

Het innen en invorderen van de heffingen

194.689.376 BEF open, van de boetes

wijzigd bleef.

kunnen we onderverdelen in negen cate-

voor het aanslagjaar 1998 nog 4.971.894

gorieën, naargelang het aanslagjaar

BEF.

mest en de vraag naar dierlijke mest. De

heffing aanslagjaar 1999 nog

Zo waren er ongeveer 80 aanvragen van

waarop ze betrekking hebben (aanslag-

producenten voor bemiddeling. Tegelijk

jaren 1991 t.e.m. 1999). Tabel 13 vat de

Afzetheffing

noteerde de Mestbank ongeveer 70 aan-

belangrijkste gegevens over de heffingen

Het Mestdecreet (artikel 21, § 4) legt een

vragen van kandidaat-gebruikers. De

voor het boekjaar 1999 samen.

afzetheffing op aan producenten die het voorbije jaar overschotten hebben aange-

producenten boden ongeveer 27.000 ton mest aan hetgeen overeenkomst met

Basisheffing

boden aan de Mestbank in het kader van

140.000 kg fosfaat en 190.000 kg N. Er

De basisheffing bestaat uit een gecombi-

haar algemene ontvangstplicht. In 1998

was vraag voor ongeveer 16.000 ton, het-

neerde heffing, die zowel de dierlijke

werden geen overschotten aangeboden

geen neerkwam op ongeveer 90.000 kg

mestproductie als het mestoverschot, ver-

aan de Mestbank en werd voor aanslag-


jaar 1999 bijgevolg geen afzetheffing

3.456.000 BEF voor producent-gebruikers

opgelegd. In 1999 werden bij 24 land-

en 160.000 BEF voor invoerders. De boe-

bouwers overschotten weggehaald door

te wegens niet bewezen mestafzet be-

de Mestbank. De vervoerde hoeveelheid

droeg 14.957.595 BEF en de boete we-

bedroeg 2587 ton.

gens onjuiste verklaringen i.v.m. het gezinsveeteeltbedrijf was gelijk aan 680.140

De basisheffing op mestoverschotten

BEF. Van deze boetes stond op 31 de-

door invoer (invoerheffing)

cember 1999 nog resp. 2.635.000 BEF,

Iedere invoerder van mestoverschotten

110.000 BEF, 11.402.281 BEF en

dient een invoerheffing te betalen van 100

350.000 BEF open.

BEF per ton. De invoerheffing van de in-

derd met een percentage dat gelijk is aan

5.3.2 Vergoedingen uitkeren

het aandeel van de ingevoerde paarden-

Bij het in werking treden van het eerste

mest, uitgedrukt in kg P2O5, dat, verwerkt

MAP (1996) werd voorzien dat de land-

tot champignonsubstraat, weer werd uit-

bouwers met gronden in kwetsbare gebie-

gevoerd.

den (natuur- en waterwingebieden) een

Voor het aanslagjaar 1999 bedroeg het te

vergoeding voor het inkomensverlies kre-

innen bedrag 8.861.900 BEF. Het betrof

gen. In 1997 werd aan 7000 landbou-

22 heffingsplichtigen. Het openstaand be-

wers 450 miljoen BEF aan vergoedingen

drag op 31 december 1999 bedroeg

uitbetaald door de Vlaamse Landmaat-

8.148.240 BEF.

schappij voor:

voerders van paardenmest wordt vermin-

• opbrengstverliezen in de kwetsbare geAdministratieve geldboetes

bieden ten gevolge van strengere be-

Buiten de reeds vermelde boete wegens

mestingsbepalingen;

laattijdige betaling van de heffingen voorziet artikel 25 van het Mestdecreet in een administratieve geldboete wanneer de aangifte niet of laattijdig werd ingediend

• vergoedingen voor hogere mestafzetkosten; • vergoedingen voor hogere mestopslagkosten;

(§ 3), wanneer de afzet van mestover-

• het gebruik van kunstmest;

schotten niet was bewezen (§ 4) of wan-

• patrimoniumverlies.

neer onjuiste verklaringen werden afgelegd voor het bekomen van het statuut

Ook in het nieuwe mestdecreet (MAP2)

van gezinsveeteeltbedrijf (§ 5).

werd een nieuwe vergoedingsregeling voor de landbouwers in kwetsbare gebie-

76

77

De boete wegens het laattijdig indienen

den opgenomen. Zij is gebaseerd op het

van de aangifte werd in het aanslagjaar

bereiken van bepaalde resultaten op het

1999 opgelegd voor een totaalbedrag van

vlak van de water- of natuurkwaliteit


Hoofdstuk 5

Tabel 12

M E S T B A N K

Overzicht van de heffingen voor het boekjaar 1999 Aanslagjaar

Aanslagjaar 1991

Aanslagjaar 1992

Aanslagjaar 1993

Aanslagjaar 1994

Aanslagjaar 1995

Aanslagjaar 1996

Aanslagjaar 1997

Aanslagjaar 1998

Aanslagjaar 1999

TOTAAL :

• Basisheffing boeten intrest • Invoerheffing boeten intrest • Basisheffing boeten intrest • Invoerheffing boeten intrest • Basisheffing boeten intrest • Invoerheffing boeten intrest • Basisheffing boeten intrest • Invoerheffing boeten intrest • Basisheffing boeten intrest • Basisheffing boeten intrest • Invoerheffing boeten intrest • Adm geldboete (*) • Basisheffing boeten intrest • Invoerheffing boeten intrest • Adm geldboete (*) • Basisheffing boeten intrest • Invoerheffing boeten intrest • Adm geldboete (*) • Boeten GVB • Boeten Mestafzet • Basisheffing boeten intrest • Invoerheffing boeten intrest • Adm geldboete (°) • Boeten GVB • Boeten Mestafzet

Openstaand op 31-12-1998

Vorderingen Creaties(+)/ Annulaties(-)

Ontvangsten

Openstaand op 31-12-1999

536.632 1.133.502 17.080 41.350 80.000 1.624 1.444.668 2.786.747 127.279 21.800 43.600 436 2.186.010 4.967.009 68.164 23.600 47.200 236 808.793 2.262.343 32.087 84.000 168.000 0 821.214 2.489.977 31.634 1.101.701 2.231.147 92.219 0 10.000 0 1.019.500 1.481.823 4.001.424 49.590 58.800 117.600 588 3.034.000 30.701.309 0 0 10.500 50.000 0 2.844.000 1.700.100 8.457.485 0 0 0 0 0 0 0 0 0 77.186.771

-5.839 0 0 -40.000 0 0 -48.338 20.000 12.417 0 0 0 -41.821 -20.000 690 0 0 0 -6.114 -18.287 0 0 0 0 6.029 0 0 9.008 -106.090 3.110 0 0 0 -40.000 21.145 -260.091 8.926 0 0 0 -334.000 -3.429.018 5.051.894 255.258 0 0 0 -100.000 -439.320 -5.325.518 231.582.698 0 0 8.861.900 160.000 0 3.456.000 680.140 14.957.595 254.872.374

0 0 0 0 0 0 22.083 42.761 11.791 0 0 0 -261 76.080 272 0 0 0 100.922 218.045 2.840 0 0 0 40.174 101.423 952 209.262 388.603 18.056 0 0 0 150.000 308.365 890.809 18.241 0 0 0 1.168.833 24.989.279 80.000 21.623 10.500 -9.818 0 50.000 836.330 1.121.581 36.893.322 0 0 713.660 50.000 0 821.000 330.140 3.555.314 73.232.182

530.793 1.133.502 17.080 1.350 80.000 1.624 1.374.247 2.763.986 127.905 21.800 43.600 436 2.144.450 4.870.929 68.582 23.600 47.200 236 701.757 2.026.011 29.247 84.000 168.000 0 787.069 2.388.554 30.682 901.447 1.736.454 77.273 0 10.000 0 829.500 1.194.603 2.850.524 40.275 58.800 117.600 588 1.531.167 2.283.012 4.971.894 233.635 0 59.818 0 2.694.000 424.450 2.010.386 194.689.376 0 0 8.148.240 110.000 0 2.635.000 350.000 11.402.281 258.826.963

(°) Administratieve geldboete wegens niet of laattijdig indienen van de aangifte


d.m.v. beheersovereenkomsten.

schriften van de Nitraatrichtlijn

De Europese Commissie heeft echter be-

(91/676/EEG) in acht heeft genomen en

langrijke opmerkingen bij beide systemen

dat Vlaanderen er niet in is geslaagd

van vergoedingen.

deze richtlijn correct te laten uitvoeren.

De MAP1-vergoedingen werden aan de

Volgens de voorziene procedure

landbouwers uitbetaald zonder dat de

(EC659/1999) loopt het onderzoek van de

Europese Commissie voorafgaand hier-

Commissie over de MAP1-vergoedingen

van op de hoogte werd gebracht. Volgens

begin 2000 ten einde. Gelet op de opmer-

de Commissie vervalsen deze maatrege-

kingen die door de Commissie werden

len de mededinging tussen de lidstaten

gemaakt, zijn de vergoedingen naar alle

doordat zij de landbouwers die de steun

waarschijnlijkheid niet in overeenstem-

ontvangen een concurrentievoordeel

ming met het Gemeenschapsrecht en

bezorgen ten opzichte van landbouwers

moeten ze worden teruggevorderd van de

in andere delen van BelgiĂŤ of in andere

landbouwers.

lidstaten die de steun niet ontvangen. Bovendien kunnen de vergoedingen, voor

De MAP2-vergoedingen worden op dit

zover de producten van de begunstigde

moment door de Commissie onderzocht.

landbouwers in het intracommunautaire

Zij worden tevens opgenomen in de om-

verkeer worden gebracht, het handelsver-

zetting van de Plattelandsverordening

keer tussen de lidstaten ongunstig beĂŻn-

door het Vlaams Gewest. Het principe

vloeden. Ook inhoudelijk heeft de Com-

van vergoedingen voor resultaatsverbin-

missie belangrijke opmerkingen bij de ver-

tenissen (beheersovereenkomsten) van-

goedingsregeling. Zo worden de vergoe-

wege de landbouwers, is in de ogen van

dingen niet toegekend als tegenprestatie

de Commissie aanvaardbaar. Het bedrag

voor verbintenissen die door landbouwers

van de vergoedingen is echter dubbel zo

zijn aangegaan, maar om landbouwers te

hoog als toegelaten in de Plattelandsver-

compenseren voor het nakomen van wet-

ordening. Bovendien blijft de Commissie

telijke verplichtingen inzake het gebruik

de vergoedingen koppelen aan de correc-

van meststoffen in de kwetsbare gebie-

te implementatie van de Nitraatrichtlijn en

den. Het vergoeden van die kosten,

de aanduiding van de kwetsbare gebie-

zonder inspanningen van welke aard ook

den.

om het probleem van de mestproductie bij

78

79

de bron aan te pakken, levert volgens de

Bij de goedkeuring van MAP2 in april

Commissie dan ook weinig direct voor-

1999 werd, onder landbouwdruk, decre-

deel voor het milieu of voor de natuur op.

taal vastgelegd dat MAP2 slechts in voe-

Tenslotte merkt de Commissie op dat de

ge zou treden indien de Europese Com-

Vlaamse regering bij de aanwijzing van

missie haar goedkeuring had gegeven

de kwetsbare gebieden niet alle voor-

over de vergoedingsregeling.


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

verantwoord heeft afgezet.

5.4.3 Administratieve geldboeten

Verder stond de behandeling van

Voor 99 is vooral de toename van het

klachten en de samenwerking met andere

aantal opgelegde administratieve geld-

administraties en overheden in het

boetes opvallend, in het bijzonder van

controleactieplan 99 hoog op de agenda.

de lozingsboetes en boetes voor niet

geïmporteerde nutriënten ecologisch

bewezen mestafzet. Het aantal onjuiste

5.4.2

Resultaten

verklaringen i.v.m. notificatie van gezins-

In 1999 werden er 167 meer controle-ac-

veeteeltbedrijf is afgenomen van 25 tot

ties uitgevoerd dan in 1998 waarbij er 244

12 gevallen (tabel 15).

meer PV’s zijn opgesteld, inclusief de 155 PV’s van staalname. De rijkswacht heeft naar aanleiding van transportcontroles

5.4.4 Specifieke opdrachten 1999

212 keer supplementaire informatie opge-

5.4 Controle en toezicht

vraagd aan de Mestbank door middel van

Dioxineproblematiek

het Ecoformulier. De belangrijkste aanlei-

Naar aanleiding van de dioxinecrisis heeft

dingen voor controle zijn het CAP99

de Mestbank een beperkt aantal gerichte

(32%), kantschriften vanuit het parket

staalnames en analyses op PCB’s en

(25%) en klachten (15%) (tabel 14).

dioxine uitgevoerd op mest van gecontamineerde dieren, op bodem die bewerkt

Van de 696 opgestelde PV’s waren er

was geweest met gecontamineerde mest

429 waarbij een overtreding op het Mest-

en op gewassen die op deze percelen

5.4.1 Uitgangspunten controle-actie-plan 99 (CAP99)

decreet werd vastgesteld. De resterende

geteeld waren. Tussen 4 juni en 25 juni

267 PV’s omvatten 155 PV’s van staalna-

werden 62 bemonsteringen bij 38

me (99 staalnames van veevoeders, 18

verschillende bedrijven door de Mestbank

In 1999 lag het accent van de controle-

bodemstalen en 38 mest- en bodemsta-

uitgevoerd, als volgt verdeeld over de

taak op een grondige doorlichting van be-

len in het kader van de dioxinecrisis) die

provincies: West-Vlaanderen (23), Oost-

drijven waarvan de mestbalans een sterk

steeds opgemaakt werden bij het uitvoe-

Vlaanderen (12), Antwerpen (2), Limburg

overschot vertoonde. De mestbalans

ren van een bemonstering; en 112 admi-

(1). In vier stalen zijn concentraties

werd opgemaakt rekening houdend met

nistratieve overmakingspv’s doordat de

van meer dan 2mb PCB/kg droge stof

de totale hoeveelheid geproduceerde

door het parket opgevraagde informatie

teruggevonden.

nutriënten, de geïmporteerde dierlijke,

als PV werd doorgegeven.

chemische en andere meststoffen, de af-

Het aantal controleurs nam toe tot 18.

Fosfaatbepaling in veevoer In de loop van 1996 werd een convenant

zet op eigen gronden (binnen en buitenlandse) en met de bewezen afzet (Mest-

De relatieve verdeling van de 429 PV’s

betreffende de vaststelling van maximum-

afzetdocumenten, burenregelingen,

met overtreding naar hun aard is weerge-

gehalten aan totale fosfor ondertekend

EVOA’s). De mestbalans bepaalt bijge-

geven in de grafiek p. 81.

tussen de Minister van Landbouw en

volg of een bedrijf de geproduceerde of

bepaalde producenten van veevoeders.


Tabel 14

Overzicht van de controle-acties, resultaten en grondslag van processen-verbaal

gem. aantal inspecteurs Gent

Aantal controle-acties

Totaal IV's

CAP99

interne vraag

klacht

samenwerking andere diensten 36

3,75

322

223

99

26

37

21

29

6,3

348

94

254

41

24

24

34

2

Herentals

2,8

269

101

168

37

74

18

20

5

3

201

86

115

51

42

6

13

15

CD-Brussel Totaal

2,8

108

48

60

17

46

10

11

4

18,65

1.248

552

696

172

223

79

107

62

Rijkswacht

212

Overzicht van de opgelegde administratieve geldboeten

oorsprong administratieve geldboete

Tabel 16

kantschrift

Brugge

Diest

Tabel 15

Totaal PV's

aantal

aanvankelijk uitgeschreven geldboete

verminderd geldboete

reeds betaald

nog te innen

mestafzet

61

46.695.951

14.957.595

3.555.314

11.402.281

lozingen

23

2.300.000

870.000

605.000

265.000

gezinsveeteelsbedrijf

12

1.200.000

680.140

330.140

350.000

Totaal

96

50.195.951

16.222.083

4.490.454

12.017.281

Adviesaanvragen en vergunningsbeslissingen ontvangen tussen 1/1 en 31/12/1999

Antwerpen

Vl Brabant

West-Vl

Oost-Vl

Limburg

Totaal

adviezen eerste aanleg"

96

63

133

135

70

497

adviezen in beroep

23

19

8

29

19

98

adviezen eerste aanleg"

51

10

112

56

25

254

adviezen in beroep

22

6

40

22

18

108

verleende adviezen"

31

29

197

101

27

385

ontvangen beslissingen

49

52

340

145

38

624

122

25

242

39

82

510

74

37

253

123

67

554

Totaal verleende adviezen

345

152

732

382

241

1.852

Totaal ontvangen beslissingen

315

187

886

510

237

2.135

"Klasse II aanvraag

"Klasse I aanvraag

"Melding verandering

"Melding overname verleende adviezen" ontvangen beslissingen

80

81


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

De Mestbank aanvaardt dat mestvarkens

van 4,5 kg P2O5, of 0,5 kg minder dan

om na te gaan of de afspraken zoals op-

die fosforarm voeder consumeren, aange-

mestvarkens die geen fosforarm voeder

genomen in de convenant gerespecteerd

maakt door veevoederbedrijven die het

gebruiken.

werden in de voeders. Het Ministerie van

convenant hebben ondertekend, een jaar-

De Mestbank heeft een representatieve

Landbouw voerde een gelijkaardige staal-

lijks gemiddelde fosfaatproductie hebben

staalname uitgevoerd bij 99 landbouwers

name uit bij de producenten van de veevoeders zelf. Alle bemonsterde veevoedermonsters hadden een fosfaatgehalte

grafiek

dat binnen de toleranties van het conve-

Relatieve verdeling van de aard van de Processen Verbaal.

nant viel.

Bepaling van de nitraatresiduwaarde In het nieuwe MAP 2 kan de landbouwer gebruik maken van een bodembalans. Hierbij dient hij erop toe te zien dat er, na het teeltseizoen, niet meer dan 90 kg N per ha als nitraatresidu overblijft in het 090 bodemprofiel. De Mestbank heeft met het nieuw aangekocht staalnamemateriaal in totaal 18 bemonsteringen uitgevoerd op 17 percelen, met name tien verschillende percelen door PA-Gent, 4 door

Tabel 17

Beroepen aangetekend tussen 1/1 en 31/12/1999 door de Vlaamse Landmaatschappij

Antwerpen

Vl Brabant

West-Vl

Oost-Vl

Limburg

Totaal

Klasse-indeling Klasse I

10

0

24

1

1

36

Klasse II

18

9

35

22

4

88

Totaal

28

9

59

23

5

124

hernieuwing

1

0

11

5

1

18

nieuwe inrichting (*)

4

1

1

5

3

14

overname

0

0

5

2

0

7

Soort aanvraag

verandering

23

8

42

11

1

85

Totaal

28

9

59

23

5

124

* alle vergunningsaanvragen van inrichtingen die geen geldige vergunning hadden op het ogenblik van de aanvraag, alsook nieuwe inrichtingen gekoppeld aan de verplaatsing van een bestaande stal


PA-Brugge, 3 door PA-Diest en 1 door

31/12/1999 en anderzijds een overzicht

de CD-Brussel. Slechts vier percelen

van het totaal aantal ontvangen vergun-

vertoonden een nitraatresiduwaarde van

ningsbeslissingen.

minder dan 90 kg N/ha. Ten opzichte van 1998 is het aantal ad-

5.5 Vergunningen

viezen in 1999 gedaald met meer dan 15 %. Vooral in het midden van het jaar waren er opmerkelijk weinig dossiers. In december 1999 werden echter relatief veel

5.5.1. Advies verlenen over milieuvergunningsaanvragen

vergunningsdossiers ingediend. Een mo-

In 1999 zijn er geen wijzigingen aange-

in voege treden van MAP2 om een dos-

bracht aan het vergunningenbeleid in het

sier in te dienen. Voor bepaalde dossiers

Mestdecreet.

is MAP2 immers soepeler dan MAP1. In

Er is wel op 1 mei 1999 een wijziging van

MAP2 is er geen 25% afbouw bij hernieu-

VLAREM1 in voege getreden waarin een

wing of overname en dient er geen mest-

aantal elementen opgenomen is die van

afzet naar de toekomst bewezen te wor-

belang zijn voor de VLM.

den. Anderzijds kan de stijging in decem-

gelijke verklaring hiervoor is dat een aantal exploitanten wellicht wachtten op het

ber 1999 te maken hebben met het feit Ingevolge deze wijziging moet vanaf 1

dat bepaalde exploitanten nog gebruik

mei 1999 eveneens advies gevraagd wor-

wilden maken van de beperkte uitbrei-

den aan de VLM in geval van mededeling

dingsmogelijkheden zoals voorzien in

van een kleine verandering of overname

MAP1. In december 1999 werd immers

van een vergunning. Hoewel voorheen in

aangekondigd dat MAP2 op 1 januari

dergelijke gevallen het advies niet ver-

2000 in voege zou treden.

plicht was, werd reeds geruime tijd door een groot aantal gemeenten en provin-

In 1999 is het verschil tussen het aantal

cies advies gevraagd aan de VLM. In de

adviesvragen en het aantal vergunnings-

wijziging van VLAREM1 zijn tevens een

beslissingen waarvan de VLM op de

aantal elementen opgenomen inzake de

hoogte gebracht werd, verminderd. Dit is

samenstelling van het vergunningsdos-

het gevolg van de wijziging van VLA-

sier, waardoor in het algemeen de aan-

REM1 waardoor voor de meeste dossiers

vragen vollediger geworden zijn.

in verband met veeteelt advies gevraagd moet worden aan de VLM. In 1999 wer-

82

83

Tabel 16 geeft enerzijds een overzicht

den in totaal bijna 17 % minder beslissin-

van het totaal aantal adviesaanvragen

gen getroffen in verband met dieren en

ontvangen tussen 1/1/1999 en

mestopslag.


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

Tabel 17 bevat een overzicht van het aantal beroepen dat door de VLM in 1999 werd aangetekend. In absolute aantallen is er ten opzichte van 1998 iets minder in beroep gegaan. In 1999 is voor een kleine 6 % van de ontvangen vergunningsbeslissingen in beroep gegaan. In 1998 was dit het geval voor 5 % van het aantal dossiers. Het grootste deel van de beroepen heeft zoals de vorige jaren te maken met meldingen van veranderingen.

5.5.2. Opvolgen en bekend maken van de gemeentelijke productiedruk In 1999 werd bij Besluit van de Vlaamse

jaar voordien. Hierbij werd geen reke-

Naar goede gewoonte informeerde de

regering van 30 maart 1999 (B.S.

ning gehouden met het effect van ex-

Mestbank ook de betrokken landbouwers

8/5/1999) een correctie aangebracht in de

port van dierlijke mest op de geactuali-

bij elke briefwisseling. Zo werd de voor-

lijst met de oorspronkelijke productie per

seerde productie.

lichtingskrant MestbankInfo nr. 3 meegestuurd met de jaarlijkse aangifte produ-

gemeente. Een dubbeltelling in de landbouwtelling van 1993 werd hierbij rechtgezet voor de gemeente Tervuren.

5.6

cent-gebruiker. Het nr. 4 werd samen met het berekeningsformulier van de heffin-

Beleidsmatige aspecten

gen naar ongeveer 15.000 heffingsplichti-

Op 14 januari 1999 organiseerde de

Staatsblad van 3 augustus 1999. De lijst

5.6.1. Voorlichten en communicatie

met de situatie van december 1999 ver-

De Mestbank geeft doorlopend voor-

doel de werking van de Mestbank, haar

schijnt in het voorjaar 2000.

lichting via verschillende kanalen, ver-

taken en opdrachten aan een breder pu-

spreid over gans Vlaanderen. De doel-

bliek voor te stellen. Deze persconferentie

In 1999 is de "toegenomen productie" nog

groepen zijn voornamelijk landbouwers

werd gecoverd door zowel de vakpers

licht gestegen met ongeveer 160.000 kg

en landbouwverenigingen maar ook het

landbouw als de audiovisuele en de ge-

P2O5. De "vrijgekomen productie" is ge-

land- en tuinbouwonderwijs, provincie-

schreven pers.

stegen met bijna 217.000 kg P2O5..

en gemeentebesturen en Waalse auto-

Dit betekent dat voor het Vlaams Gewest

riteiten doen beroep op de Mestbank

Ook de contacten met de Europese Ge-

voor de eerste maal de geactualiseerde

om voorlichtingsvergaderingen te orga-

meenschap werden verzorgd. Op 18 mei

productie gedaald is ten opzichte van het

niseren.

1999 werd voor een delegatie van DG XI

Tengevolge van deze wijziging werd de gemeentelijst van december 1998 die

gen in Vlaanderen verstuurd.

normaliter begin 1999 had moeten verschijnen, pas gepubliceerd in het Belgisch

Mestbank een persconferentie met het


namics in Intensive and Extensive Agriculture Cooperation Programme between Flanders and South Africa" (30 augustus2 september).

In 1999 nam de Mestbank, samen met andere afdelingen van de VLM, ook deel aan volgende beurzen: Agriflora in Gent, Infopol in Kortrijk, Demo mengmestinjectie te Merelbeke, De Pluimveedagen in Geel, de Internationale Werktuigendagen in Oudenaarde en Agriwest Expo te Ieper. Tijdens de Vlaanderendag op 21 maart 1999 werd ook een aparte demo over de resultaten van het registratieproject aan van de EG een toelichtingsvergadering

het publiek voorgesteld.

georganiseerd over de achtergronden van

In de loop van het jaar waren de provin-

het tweede Vlaamse Actieprogramma in

ciale diensten van de Mestbank ook aan-

het kader van de Nitraatrichtlijn. Een ge-

wezig op kleinere regionale tentoonstellin-

lijkaardige toelichting, gekoppeld aan een

gen en op talrijke voorlichtingsvergaderin-

terreinbezoek werd op 17 juni 1999 geor-

gen.

ganiseerd voor een delegatie van DG VI

84

85

van de Europese Gemeenschap.

Het luik "Mestbank" op de website van de

Op 14 juli 1999 bracht een landbouwdele-

Vlaamse Landmaatschappij (www.vlm.be)

gatie uit Minnesota (VS) een bezoek aan

werd grondig aangepast. Naast contactin-

de Mestbank om meer te vernemen over

fo per cel van de Mestbank wordt heel

de aanpak van de mestproblematiek in

wat praktische informatie aangeboden. Zo

Vlaanderen. Op 29 november ontving de

kan de gecoördineerde mestwetgeving

Mestbank een bedrijfsleider uit Québec

gelezen en gedownload worden, evenals

(Canada) vergezeld van mensen van de

alle uitvoeringsbesluiten. Ook alle Mest-

ambassade om over een project van

bankInfo’s kunnen bekeken worden in de

Mestverwerking te praten.

mediatheek. Daarnaast zijn er twee toe-

Verder rapporteerde de Mestbank over

passingen raadpleegbaar: de gemeente-

het Vlaamse mestbeleid op het internatio-

gegevens zoals mestproductiecijfers, die-

naal congres "Regulation of Animal Pro-

renaantallen, oppervlakte cultuurgrond en

duction in Europe" te Wiesbaden (Duits-

transportcijfers per gemeente en een vi-

land) (9-12 mei) en over haar perceelsre-

suele voorstelling van kengetallen op ba-

gistratiesysteem op de workshop "N-dy-

sis van de aangiften 1998.


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

5.6.2. Toegepast wetenschappelijk onderzoek opvolgen en subsidiëren

gegeven om wetenschappelijk onderzoek

Aan het referentielaboratorium VITO werd

te laten uitvoeren naar de technische

de opdracht gegeven een ringonderzoek

vertaling van de EG-norm van 50 mg ni-

voor analyses in het kader van het Mest-

In 1999 werd gestart met het project:

traat/l in grond- en oppervlaktewater in

decreet te organiseren. Dit resulteerde in

‘Emissiepreventie in de landbouw door

een nitraatresidu-norm.

de erkenning van 15 laboratoria.

Dit project wordt uitgevoerd door de

Het project met als titel ‘Onderzoek

Faculteit Landbouwkundige en

naar de nutriëntenstromen in Vlaanderen’

Toegepaste Biologische Wetenschappen

kadert binnen actie 27 van het MINA 2-

5.6.3. Advies verstrekken aan de Vlaamse regering

i.s.m. de Faculteit Diergeneeskunde van

plan en werd gedurende de periode juni-

de Universiteit Gent en het Centrum voor

oktober 1999 uitgevoerd door de Faculteit

Het mestbeleid in 1999

Landbouwkundig Onderzoek. Het doel

Landbouwkundige en Toegepaste

In het voorjaar van 1999 werd de laatste

van de onderzoeksopdracht is een me-

Biologische Wetenschappen van de

hand gelegd aan MAP2. Uit de discussies

thode uit te werken waarbij een nutriën-

Universiteit Gent. Het doel van de

begin maart in de Commissie Leefmilieu

tenbalans kan worden opgesteld op be-

opdracht was het inventariseren en

van het Vlaams parlement kwam duidelijk

drijfsniveau die wetenschappelijk be-

kwantificeren van de nutriëntenstromen

naar voor dat MAP2 geen vereenvoudi-

trouwbaar en praktisch uitvoerbaar is.

(stikstof en fosfor) in Vlaanderen voor de

ging is tegenover MAP1. De parlements-

Voor drie types van bedrijven (varkens,

sectoren landbouw, industrie, huishou-

leden stelden vele vragen bij de uitzonde-

pluimvee en rundvee) wordt een

dens, verkeer en energie. Daarbij werd

ringsmogelijkheden die worden gescha-

nutriëntenbalans opgemaakt voor de

onderscheid gemaakt tussen stromen

pen door de verschillende systemen van

elementen stikstof, fosfaat en kalium.

binnen Vlaanderen en import - export.

nutriëntenbalansen. Ook de discussie

Het project is gestart in april 1999 en

Bij de analyse werd nagegaan wie de

over mestverwerking als alternatief en

loopt tot eind maart 2001.

veroorzakers zijn, over welke stoffen het

over de beleidsinstrumenten waarmee

gaat, uit welke processen deze stoffen

mestverwerking moet worden opgestart,

In april 1999 werd een literatuurstudie

eventueel ontstaan, welke verspreiding

gaf aanleiding tot verhitte debatten.

uitgevoerd door de Faculteit Landbouw-

deze stoffen kennen en wat hun

Bij de goedkeuring in het Vlaams parle-

kundige en Toegepaste Biologische

bestemming is. Bij de inventarisatie van

ment van MAP2 op 29 april 1999 werd,

Wetenschappen van de KU Leuven met

de verliezen naar het milieu werden drie

onder landbouwdruk, decretaal vastge-

als doel kennis te vergaren over minerale

milieucompartimenten onderscheiden:

legd dat MAP2 slechts in voege zou tre-

stikstof in het bodemprofiel na de oogst

bodem, water en lucht. De totale

den op het moment dat de Europese

en nitraat in het bodemwater; en om

verliezen (uit alle sectoren) naar deze

Commissie haar goedkeuring gaf over de

aanbevelingen voor bijkomend weten-

drie compartimenten werden geraamd op

eraan gekoppelde vergoedingsregeling.

schappelijk onderzoek te formuleren.

204 miljoen kg stikstof en 40.8 miljoen kg

In MAP2 worden de bemestingsnormen

De opdracht had betrekking op het weten-

fosfor. Uit de landbouw bleken 85 miljoen

tot 2003 gefaseerd aangescherpt. Daar-

schappelijk onderzoek dat in het kader

kg stikstof niet toewijsbaar te zijn. De stu-

naast wordt de nitraatresiduwaarde inge-

van het nieuwe MAP2 dient te worden

die toonde aan dat de verliezen naar het

voerd. Het principe is dat van de toege-

uitgevoerd. Hierin wordt door de Vlaamse

compartiment bodem niet of weinig ge-

diende stikstofbemesting in het voorjaar,

regering aan de Mestbank de opdracht

kend zijn.

voor een gedeelte door de planten wordt

middel van nutriëntenbalansen’.


opgenomen en dat de hoeveelheid stik-

daag zijn er echter nog geen economisch

stof na de oogst (de nitraatresiduwaarde)

en technisch leefbare systemen voorhan-

overeen moet komen met de doelstelling

den. Tenslotte worden verschillende sys-

om maximaal 50 mg nitraat per liter

temen van nutriëntenbalansen voorzien.

grond- en oppervlaktewater te behalen.

Een nutriëntenbalans geeft weer hoeveel

Verder wetenschappelijk onderzoek zal

nutriënten op een bepaald bedrijf of per-

tegen 2002 moeten uitwijzen hoe deze

ceel gebruikt worden en hoeveel er het

doelstelling in een perceelsgewijze con-

bedrijf (perceel) weer verlaten. Een ge-

troleerbare norm kan vertaald worden en

deelte van MAP2 kan worden ingevuld

of deze waarde voldoende is om de eu-

door een milieubeleidsovereenkomst.

trofiëring van grond- en oppervlaktewater tegen te gaan. Het is immers duidelijk dat

Eind november 1999 besliste Vlaams mi-

stikstofverliezen niet alleen na de oogst

nister van Leefmilieu en Landbouw, Vera

plaatsvinden. Verder wordt een tijdelijke

Dua, op 1 januari 2000 het MAP2 in wer-

maar absolute blokkering van de veesta-

king te laten treden. Aanleiding voor deze

pel ingevoerd: tot 2005 kunnen geen mi-

beslissing was het "met reden omkleed

lieuvergunningen voor bijkomende dieren

advies" van de Europese Commissie over

worden verleend. In MAP2 wordt alle

de omzetting van de Nitraatrichtlijn door

hoop gezet op mestverwerking. Tot van-

Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Gewest. In dit advies, die de laatste procedurestap is vooraleer de Commissie Vlaanderen voor het Europees Gerechtshof kan dagen, ligt vooral de afbakening van de kwetsbare gebieden door Vlaanderen onder vuur. Voor eind januari 2000 dient Vlaanderen zijn wetgeving (in casu Mestdecreet) zodanig aan te passen dat zij voldoet aan de Nitraatrichtlijn.

Milieubeleidsplan: opmaak ammoniakreductieplan In 1999 werd door de Vlaamse Landmaatschappij het ammoniakreductieplan voor Vlaanderen opgesteld in het kader van actie 21 van het MINA2-plan (19972001). Het plan moet er toe bijdragen dat de verzurende emissies t.g.v. de landbouw tegen 2002 met 40% dalen. Daar-

86

87


Hoofdstuk 5

M E S T B A N K

naast geeft het plan de richting aan hoe

heid. De acties richten zich vooral op:

De afzonderlijk procestechnieken (schei-

tegen 2010 de doelstellingen (m.b.t. een

emissie-arme aanwending, aangepaste

den, vergisten, verbranden, drogen, kor-

verlaging van verzurende ammoniakemis-

huisvesting voor dieren, mestverwerking,

relen,…) consolideren zich in totaalpro-

sies) van het "Protocol Grensoverschrij-

bescherming kwetsbare gebieden en

cessen voor grote installaties. Tabel 18

dende luchtverontreiniging" en van de

emissies veroorzaakt door de chemische

geeft enkele welgekende namen weer

"EU-richtlijn Nationale Emissieplafonds"

nijverheid.

van totaalprocessen met hun deelproces-

kunnen worden gehaald.

Dit plan werd eind 1999 ter goedkeuring

sen. Deze lijst is zeker niet volledig en

Bij de voorbereiding van het plan was er

aan de bevoegde minister overgemaakt.

vult zich snel aan omdat ook in Denemarken, Frankrijk en Nederland zich goede

vooraf overleg met de doelgroep (vakorganisaties, milieubewegingen). Dit ge-

5.6.4

beurde in samenwerking met AMINABEL

Mestverwerking

De gehele landbouwsector is ervan over-

worden als haalbaar.

op twee niveaus: enerzijds werd op Bel-

tuigd dat mestverwerking en export van

In de loop van 1999 kwam er een door-

gisch niveau een dossier voorbereid om

de bedrijfsmatige of de regionale over-

braak in de verwerking van pluimveemest.

een nationaal emissieplafond voor ammo-

schotten onvermijdelijk is. Verwerking

Op meerdere individuele bedrijven wer-

niak tegen 2010 vast te leggen en verder

moet het ecologisch en economisch

den de voordroog en de gedeeltelijke

werden reductiescenario’s uitgewerkt

voortbestaan van de verticale kolom ga-

compostering in gebruik genomen. De

door de Vlaamse Landmaatschappij

randeren, ook al zijn de te internaliseren

goede homogene en ongeveer 70% dro-

waardoor de doelstellingen op Vlaams ni-

kosten hoog. De politiek wil verwerking

ge partijen vinden rechtstreeks hun afzet

veau kunnen worden gerealiseerd.

een kans geven om de afbouw van de

naar Frankrijk of worden geëxporteerd na

Voor de realisatie van het plan werd een

veestapel te minimaliseren.

menging (met kalk, vlasstof, champost,…)

basisreductiescenario opgesteld met re-

MAP2 omschrijft duidelijk welke veeteelt-

of compostering in grotere eenheden.

ductiemaatregelen waarbij rekening werd

bedrijven de plicht hebben hun overschot-

Twee belangrijke installaties werden ver-

gehouden met de opmerkingen van het

ten te verwerken of te exporteren, doch

gund en zijn in opbouw, nl. Orgacom

doelgroepoverleg én met de kosteneffec-

ook de grondarme bedrijven met een pro-

(mengen met champost voor de export

tiviteit, de beleidsrelevantie en de uitvoer-

ductie kleiner dan 7.500 kg P2O5 en ge-

naar Wallonië als bodemverbeteraar) en

baarheid van de maatregelen. Tevens

legen in zware overschotsregio’s beseffen

Flanamat (mengen, drogen en korrelen

werden prioriteiten afgebakend en werd

dat ze zich op de verwerking moeten

voor de verre export). Indien alle bestaan-

er een strategie uitgewerkt voor de ver-

voorbereiden.

de installaties, Samijn, Orgacom, Flana-

wezenlijking van het plan. Dit resulteerde

Op bedrijfsniveau worden deeltechnieken

mat en hopelijk na aanpassing ook La-

in een actieprogramma dat gespreid over

geïnstalleerd (vooral voorscheiden en

viedor, op volle kracht kunnen werken en

de periode van het huidige en volgende

voordrogen lijken haalbaar en bestuur-

exporteren, dan is het probleem pluim-

milieubeleidsplan zal uitgevoerd worden

baar op boerderijniveau) naargelang het

veemest voor het overgrote deel opge-

en waarbij de Mestbank als initiatiefnemer

staltype en de mestsoort. De voorbehan-

lost.

zal optreden.

delde mest van de kleine voorbewerkers

Voor de eerste grote projecten varkens-

Het programma bevat acties en initiatie-

moet echter nog verder bewerkt worden

mest wordt, naast het bestaande MAV, in

ven voor alle emissiestadia waar ammo-

tot een volwaardig eindproduct in grotere

2000 de doorbraak verwacht.

niak kan vervluchtigen, voor zowel de in-

eenheden en dit in samenspraak met ex-

tensieve veeteelt als de chemische nijver-

porteurs.

processen aanbieden en weerhouden


ONDER

88

89


STEUNEND CENTRUM GIS-VLAANDEREN GIS-Vlaanderen is het samenwerkingsverband voor het optimaal gebruik van geografische informatie in Vlaanderen. Samenwerken impliceert omgaan met diverse medespelers. Die medespelers of partners in het samenwerkingsverband koesteren hooggespannen verwachtingen van GIS introductie in hun dagdagelijkse taken. Maar GIS introduceren op de werkvloer blijkt in de praktijk dikwijls een stuk complexer dan aanvankelijk verwacht.

H O O F D S T U K

Hebben we wel de nodige en voldoende

De erkenning die het OC langzaam maar

datasets? Hoe krijgen we die in de juiste

zeker geniet als de motor van het GIS

formaten? Wat met de bijhouding?

gebeuren in Vlaanderen, kon er alleen

Hoe efficiënt kunnen we GIS in onze

maar komen dankzij een flexibel inspelen

activiteiten inschakelen? En hoe kunnen

op de vragen van de buitenwereld.

we onze medewerkers introduceren in

Structureren van dit complexe samenspel

dit nieuwe domein? En wat tenslotte met

en delicaat evenwicht is daarom een van

de nodige hard- en software? In al die

de belangrijke doelstellingen voor 2000.

domeinen wordt het Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen (OC) zeer

Om aan al deze verwachtingen van

frequent bevraagd door het Ministerie

de buitenwereld tegemoet te komen,

van de Vlaamse Gemeenschap, VOI’s,

heeft het OC een weldoordachte aanpak

provincies en gemeenten, maar ook

uitgewerkt die stapsgewijze wordt

door nutsbedrijven en ja, zelfs door de

gerealiseerd.

individuele burger.


1. De productie en verspreiding van

In 2000 zullen de eerste pilootgemeen-

digitale geografische datasets is het

ten op basis van dit concept in kaart

startpunt geweest van het samenwer-

gebracht worden.

kingsverband. Daar zijn in de eerste werkingsjaren reeds een reeks midden-

2. GIS blijft in eerste instantie een kwestie

en kleinschalige datasets verspreid,

van mensen. GIS implementeren

waar in 1999 een aantal datasets

impliceert immers een wijziging in de

aan werden toegevoegd en/of geactu-

werkmethodes. Het is bekend dat

aliseerd. Maar de gebruiker wil meer.

verandering weerstand oproept.

Middenschalige data volstaan niet

Het komt er bijgevolg op aan nauwge-

langer, grootschalige gegevens zijn

zet het implementatieproces voor te

een noodzaak geworden. Het in 1999

bereiden en het stapsgewijs, met de

opgestarte KADSCAN project draait

juiste begeleiding en omkadering te

inmiddels op kruissnelheid. Aan dit

introduceren. Het OC heeft daarom

tempo zal tegen eind 2000 gans

in het voorbije jaar een type GIS

Vlaanderen verwerkt zijn. Dit product

implementatieprocedure uitgewerkt

beantwoordt aan een reĂŤle behoefte

die voor het eerst door OVAM

en zal vanaf 2000 voor de gemeenten

toegepast wordt onder begeleiding

een referentiebestand zijn voor hun

van het OC.

plannen- en vergunningenregister.

90

91

Overigens verwachten de gebruikers

Een aspect in de GIS werking dat snel

van het OC dat er samen met de

aan belang zal winnen in de komende

Administratie van het Kadaster,

jaren, betreft de uitwisseling van

de registratie en de domeinen

gegevens, zowel binnen een

(AKRED) een efficiĂŤnte bijhoudingsme-

organisatie als naar de buitenwereld

thode voor dit geoproduct ontwikkeld

toe. Een standaardiserend kader is in

wordt. Ondertussen kon in huis een

deze geen overbodige luxe. Daarom

totaal nieuw concept voor grootschalige

werden in 1999 de eerste technische

basiskartering ontwikkeld en getest

aanbevelingen uitgewerkt, met name

worden, met name het Grootschalig

voor de uitwisseling van kadastrale

Referentie Bestand of kortweg GRB.

informatie, en voor de uitwisseling van


Hoofdstuk 6

O N D E R S T E U N E N D

C E N T R U M

adresgegevens. Het zijn de eersten in

de organisatie, de planning en werking

wen van de eigen metadata aangeboden

een lange reeks waaraan in 2000 ver-

van het samenwerkingsverband regelt.

en daar hebben twintig personen van ge-

der gewerkt zal worden.

De ontwerptekst werd ook aan de Raad

bruik gemaakt. Verder is er gericht een

van State voor advies voorgelegd, zodat

aantal plaatsbezoeken verricht en zijn de

3. GIS is technisch klaar voor integratie

het decreet in de loop van 2000 in de

metadata ter plaatse verzameld en na-

in de Informatie en Communicatie

Vlaamse raad zou kunnen behandeld

dien zelf in SPIDI ingebracht. Metadata

Technologie (ICT). De recente ICT-golf

worden.

werd eveneens via het internet verzameld en in samenspraak met de betrokken or-

die Vlaanderen overspoelt geeft een belangrijke impuls om ook op dit vlak extra aandacht te besteden. In 1999 werden naast de gewestplannen ook een site recht van voorkoop Natuur en een site geostatistiek aan het digitaal

6.2 Bouwen aan een geografische gegevensinfrastructuur

ganisatie ingevoerd in de metadatabank. Dit alles heeft ertoe geleid dat in 1999 zoâ&#x20AC;&#x2122;n 125 nieuwe datasets in SPIDI zijn opgenomen. De persoonlijke begeleiding bij het opbouwen van de eigen metadata zal in 2000 op eenvoudige aanvraag ver-

loket Geo2002 toegevoegd. In de loop

der worden gezet.

toegang krijgen tot digitale loketten

6.2.1. Metadatabank SPIDI

inzake recht van voorkoop in de

Het OC is in januari 1999 gestart met een

In het kader van een optimalisatie van de

wooncode, onderwijs, cultureel

nieuwe reeks opleiding en begeleiding.

SPIDI- applicatie is in september 1999

erfgoed en landbouw. Ongetwijfeld

De evaluatie van de eerste opleidingsfase

een doorlichting door een studiebureau

zal de uitdaging om dienstverlening via

(1998) heeft de noodzaak aan een

gestart met als doel voorstellen te formu-

informatietechnologie te organiseren

degelijke basis aangetoond.

leren om de huidige applicatie te verbete-

snel groeien.

Het opleidings- en begeleidingsprogram-

ren en een technisch ontwerp uit te wer-

ma richtte zich tot instanties die zelf

ken voor de ontwikkeling van een nieuwe

digitale geografische bestanden hebben

applicatie. De doorlichting van de huidige

aangemaakt of bezitten.

SPIDI- applicatie moet uiteindelijk leiden

van 2000 zal de burger via Internet

6.1 Beleidsvoorbereiding

tot een meer performante en gebruikersDit jaar waren de kandidaten hoofdzake-

vriendelijke toepassing.

De noodzaak tot decretale onderbouwing

lijk personen die met de invoer van

van de activiteiten van het samenwer-

metadata zijn belast. De cursus duurde

Op korte termijn (2000) zal de huidige

kingsverband is al een tijdje aan de orde.

twee dagen, de eerste dag werd de toe-

SPIDI-applicatie geoptimaliseerd worden.

Daartoe is het ontwerp decreet betreffen-

passing van de Europese norm toegelicht

De lange termijn oplossing bestaat erin

de GIS-Vlaanderen opgesteld.

en werd vermeld hoe, conform deze

om een nieuwe applicatie te ontwikkelen

De Vlaamse regering verleende op 2 juni

norm, de metadata worden opgebouwd.

op basis van de nieuwe technologische

1999 haar princiepsgoedkeuring aan dit

Tijdens de tweede dag werd aan de hand

ontwikkelingen en conform aan de toe-

ontwerp van decreet. Ook de SERV en

van praktijkoefeningen op computer uitge-

komstige ISO-norm voor metadata.

de MiNa-raad brachten een gunstig

legd hoe metadata worden ingevoerd in

advies uit. Het ontwerp decreet is een

SPIDI. Naast de opleiding zelf is opnieuw

kaderdecreet dat de doelstelling,

de persoonlijke begeleiding bij het opbou-


6.2.2. Data

brengen, en dit met dezelfde nauwkeurigheid als de originele analoge kaarten.

A. Middenschalig

De opbouw van de vectoriële data op de cd-rom is conform de eerste versie. De

Actualisatie van de gewestplannen

geactualiseerde gewestplannen van

(op cd-rom en op Internet)

Vlaanderen op schaal 1/10.000 zijn ter

De bestanden van de eerste uitgave van

beschikking op drie niveaus: gewestplan,

de cd-rom van de gewestplannen van

provincie of Vlaanderen. De vectordata

Vlaanderen geven de toestand weer op

zijn met behulp van GIS-software te com-

31 december 1996. De Administratie

bineren met de topografische kaarten NGI

Ruimtelijke Ordening en Monumenten en

(Nationaal Geografisch Instituut)

Landschappen (AROHM), afdeling

1/10.000.

Ruimtelijke Planning werkte sindsdien, Voor de eerste keer werd bij de uitgave van de geactualiseerde gewestplannen naast een vectorformaat eveneens een rasterformaat (in GEO-TIFF) op cd-rom beschikbaar gesteld. Ten behoeve van visualisatie wordt de data ook als MrSid-bestand met bijkomende viewer meegeleverd.

In het kader van de opmaak van het vergunningen- en plannenregister (Decreet in samenwerking met het OC, aan de up-

Ruimtelijke Ordening) werd door

dating van de digitale gewestplannen

AROHM, afdeling Ruimtelijke Planning,

door de integratie van enerzijds de digita-

aan alle gemeenten en provincies een

le versie van de oorspronkelijke gewest-

gratis exemplaar overgemaakt.

plannen (KB’s 1976 - 1980) met anderzijds de digitale gewestplanwijzigingen tot

De meest actuele versie van de digitale

1 november 1999. In de bestanden zijn

gewestplannen is te zien op Internet:

eveneens de bodembestemmingen en de

http ://www.vlm.be/oc

lijnelementen opgenomen. Gemeentelijke Bijzondere Plannen van

92

93

Deze geactualiseerde bestanden maken

Aanleg - BPA’s

het mogelijk om van heel het Vlaams

De digitalisering van de gemeentelijke

grondgebied de recente juridische toe-

plannen van aanleg is een volgende stap

stand volgens gewestplan in kaart te

in het beschikbaar krijgen van gegevens


Hoofdstuk 6

O N D E R S T E U N E N D

C E N T R U M

in de context van interbestuurlijke

Het voorlopig eindproduct is een digitale

teerd worden. Daarom gaf het OC de

informatie-uitwisseling m.b.t. ruimtelijke

vectoriële versie van de geactualiseerde

opdracht voor het uitschrijven van één

ordening.

toestand van de contouren van de bijzon-

begeleidende tekst bij de digitale

dere plannen van aanleg, gebiedsdek-

bodemkaart van Vlaanderen aan het

Waar welke activiteiten mogen worden

kend voor gans Vlaanderen geschikt voor

Laboratorium voor Bodemkunde,

uitgeoefend, wordt in belangrijke mate

gebruik tot op schaal 1/10.000. Begin

Vakgroep Geologie en Bodemkunde

bepaald door de voorschriften die vervat

2000 hebben alle gemeenten, voor de op-

van de R.U.Gent. Deze opdracht liep

liggen in de gewestplannen en de ge-

maak van hun plannenregister via het OC

tot eind 1999. Begin 2000 zal de

meentelijke bijzondere plannen van aan-

een cd-rom met de betreffende digitale in-

digitale bodemkaart Vlaanderen als

leg (BPA’s). BPA’s waren in principe be-

formatie toegeleverd gekregen.

OC-informatieproduct ter beschikking gesteld worden.

doeld om detailleringen van het gewestplan op gemeentelijk niveau te kunnen

Bodemkaart

vastleggen. Op basis van de Wet op de

Het OC deed reeds in 1998 een

Nieuwe reeks digitale zwart/wit

Stedenbouw (1962) is het echter ook

kwaliteitscontrole van de digitale bodem-

orthofoto’s

mogelijk om bestemmingen van het

kaart van de provincies West-Vlaanderen,

Bij het NGI werd een nieuwe set van

gewestplan te wijzigen via BPA’s.

Oost-Vlaanderen en Antwerpen.

zwart-wit orthofoto’s van Vlaanderen aan-

De digitale gewestplannen in combinatie

De overige kaartbladen van de provincies

gekocht. Hierbij werd, naar analogie van

met GIS-bestanden met BPA-bestemmin-

Vlaams Brabant en Limburg werden

de eerste reeks, het verdeelrecht verwor-

gen geeft een juridisch overzicht van de

in 1999 eveneens door het OC

ven voor de verspreiding van de bestan-

bodembestemmingen in Vlaanderen. Dit

gecontroleerd. Het doel van deze

den binnen GIS-Vlaanderen. De opnames

vormt een waardevol gegeven voor o.a.

controles was het bekomen van een

van West-Vlaanderen en een deel van

de uitbouw en implementatie van ruimte-

éénduidig digitaal bodembestand.

Oost-Vlaanderen dateren van april 1997,

lijke structuurplannen op alle beleidsni-

Het betreft een getrouwe digitale

die van Zuid-Limburg van 1998 en het

veau’s, dossieropvolging vergunningen-

weergave van de analoge bodemkaarten

overige deel van Vlaanderen is in 1999

beleid, ruimtelijke ordening, milieu, enz…

van Vlaanderen op schaal 1/20.000,

opgenomen.

d.w.z. alle lijnen van de analoge bodem-

De zwart-wit orthofoto’s vormen een deel

Het GIS bestand dat de contouren van de

kaart moeten digitaal voorkomen en

van de middenschalige basisbestanden.

BPA’s bevat werd gerealiseerd door

de polygonen worden gecodeerd

Dankzij de betere kwaliteit en de recente-

AROHM, afdeling Ruimtelijke Planning

volgens substraat, textuur, drainage,

re luchtopname kan het werkelijk bodem-

(ARP). Het invoerwerk voor deze op-

profielontwikkeling, variante, fase en

gebruik beter geïnterpreteerd worden.

dracht werd voor de provincie Antwerpen

landbouwstreek. Vlaamse hydrografische atlas

uitgevoerd door een ambtenaar van de ARP. De 4 overige provincies werden

Voor de realisatie van een éénduidige

In 1999 werd onder coördinatie van het

uitgevoerd door het OC. In december

digitale bodemkaart is het noodzakelijk

OC een samenwerking opgezet tussen de

1998 was dit contract afgerond.

dat er een éénduidige legende voor

afdeling Water van AMINAL, AWZ, VMM

Sindsdien zorgde de ARP zelf voor de

Vlaanderen gecreëerd wordt. De legende

en de Vlaamse Provincies met als doel

updating van het bestand tot en met

is een complex gegeven en kan alleen

een zg. gedistribueerd beheerssysteem

heden.

door een bodemdeskundige geïnterpre-

voor het Waterlopenbestand van de


Vlaamse Hydrografische Atlas te realise-

In overleg met de Administratie van het

ren. Aan de verschillende partners van

Kadaster werd begin 1999 van start ge-

deze samenwerking wordt de mogelijk-

gaan met het KADSCAN project dat drie

heid geboden om, elk vanuit zijn be-

aanmaakfasen omvat: het scannen, het

voegdheid, aanpassingen aan het water-

georefereren en het voorzien van de per-

lopenbestand uit te voeren, die dan in een

ceelsidentificatie. Er werd een win-win

gecentraliseerde databank worden opge-

samenwerkingsakkoord afgesloten met

slagen. Deze centrale databank zal dus

de Administratie van het Kadaster. Hier-

de meest actuele informatie m.b.t. de

door kon de VLM de originele plans van

onbevaarbare en bevaarbare waterlopen

het Kadaster uitlenen. Het scannen van

in Vlaanderen moeten bevatten die per-

deze originele plans was afgerond in au-

manent geactualiseerd moet worden.

gustus 1999.

Onder leiding van de afdeling Water en met middelen van de Milieu Info Stuur-

In deze tweede fase worden de kadastra-

groep wordt een dergelijk beheerssys-

le perceelsplans ruimtelijk gepositioneerd

teem technisch uitgewerkt. Deze opdracht

of gegeorefereerd in het Lambert 72/50

is halfweg 1999 gestart en loopt nog door

coĂśrdinatenstelsel. Zo kunnen de kada-

tot eind 2000. In de loop van 2000 zou

strale perceelsplans bekeken worden in

het beheerssysteem geoperationaliseerd

combinatie met de digitale kleurenorthoâ&#x20AC;&#x2122;s,

moeten worden, zowel op technisch als

gewestplannen,â&#x20AC;Ś. Deze tweede fase

op organisatorisch niveau. Begin 2000 is

van uitvoering loopt nog door tot midden

bovendien de productie van de over-

2000. Het OC controleert of de toegele-

zichts-cd-rom met de bestanden van de

verde bestanden van de aannemer vol-

Vlaamse Hydrografische Atlas voorzien.

doen aan de gevraagde specificaties. Bovendien wordt een index van de contou-

B. Grootschalig

ren van de kadastrale perceelsplans opgemaakt.

Korte termijn spoor: KADSCAN - het gescand, gegeorefereerd kadastraal

De koppeling van databanken met de

perceelsplan met perceelsidentificatie

grafische gegevens wordt in een derde

Het OC werkte een strategie uit om op

fase mogelijk gemaakt via de perceels-

korte termijn (2 jaar) de kadastrale per-

identificatie. Die perceelsidentificatie zit

ceelsplans digitaal ter beschikking te stel-

vervat als attribuut van een vectorieel

len onder gescande vorm, in afwachting

ankerpunt per perceel. Hiertoe wordt

van een meer fundamentele oplossing die

gebruik gemaakt van een subset van de

het Grootschalig Referentiebestand moet

kadastrale legger om de percelen zo

vormen.

eenduidig mogelijk te voorzien van de perceelsidentificatie. Een extra controle

94

95


Hoofdstuk 6

O N D E R S T E U N E N D

C E N T R U M

wordt door het OC uitgevoerd. Probleem-

inhoud en de datastructuur voor de op-

ring van het terrein waarbij voor ieder

gevallen worden gemeld aan de Admini-

slag en de exploitatie van de betrokken

soort gegevens een structuur voorhanden

stratie van het Kadaster.

gegevens. De resultaten voor dit onder-

is die toelaat de gegevens efficiënt te ma-

deel zijn vastgelegd in een conceptueel

nipuleren.

Eind 1999 waren reeds 53 gemeenten

model. Dit model vormt de uitgangsbasis

gegeorefereerd en 18 gemeenten werden

voor de pilootprojecten die in 2000 op sta-

Een GRB-gegevenspecificatie vervult drie

voorzien van de perceelsidentificatie. De

pel staan. Het OC voltooide ook de invul-

taken:

evolutie van het KADSCAN project kan

ling van de randvoorwaarden voor groot-

• modelleert de werkelijkheid naar de no-

gevolgd worden op de website van het

schalige kartering en de publicatie van

OC, rubriek KADSCAN

aangepaste en gedetailleerde documen-

(http://www/vlm.be/oc).

tatie voor alle deelaspecten van het GRB.

minale grondslag (vb. voor kwaliteitscontrole); • verwerkt objecten met gelijkaardige eigenschappen; • regelt de opname van een terreinobject

Begin 2000 worden de bestanden van de

Het GRB-bestek

eerste gemeenten op cd-rom geplaatst en

Het GRB-bestek past in een ruimer kader

verdeeld naar de partners van GIS-Vlaan-

van conventies en specificaties over

deren. Eind 2000 zullen de bestanden

grootschalige informatie. Dit GRB-bestek

Het is belangrijk om bij opdrachten van

voor alle gemeenten van Vlaanderen op

dient voor de projectmatige aanmaak van

een dergelijke omvang een objectieve en

cd-rom beschikbaar zijn. Op de cd-rom

een beperkte centrale databank die ge-

sluitende keuring te hanteren. Daar de

komen de kadastrale plans onder GEO-

waarborgde gegevens bevat. Het bestek

gegevenspecificaties werden opgesteld

TIFF formaat, een puntenbestand met de

regelt de overdracht van de gegevens die

vanuit de gebruikersbehoeften moet het

perceelsidentificatie en een digitale index

met behulp van diverse technieken en

gebruik van de gegevens ten allen tijde

van de ligging van de kadastrale per-

methodes worden geïnventariseerd van

gewaarborgd blijven. In de context van

ceelsplans.

de aannemer naar de opdrachtgever.

het GRB-bestek wordt dit geïmplemen-

in de databank.

teerd onder de vorm van ingangscontrole Naar uitwisseling van kadastrale informa-

De opdracht bestaat uit de opname van

volgens de ISO2859 - ISO8422-norme-

tie werd een aanbeveling opgesteld om

22 soorten gegevens volgens 10 thema’s.

ring.

de uitwisseling van kadastrale informatie

Anders dan bij een cartografische inven-

Deze normen beschrijven hoe statistisch

tussen verschillende gebruikers pro-

taris gaat het om een multifunctionele da-

verantwoorde steekproeven de opvolging

bleemloos te laten verlopen.

tabank met referentiegegevens volgens

van een betrouwbaar productieproces

algemene IT-principes. Deze referentie-

toelaten en zij beschrijven de maatrege-

Lange termijn spoor: het Grootschalig

gegevens zijn definieerbaar en conventio-

len indien één en ander ontspoort.

Referentiebestand (GRB)

neel aanvaard, applicatieonafhankelijk en

Het OC heeft het afgelopen jaar belangrij-

bieden de mogelijkheid tot integratie van

Tijdens de ontwikkeling van het model

ke inspanningen geleverd bij haar zoek-

thematische info.

van de GRB-databank werd heel wat

tocht naar een structurele oplossing voor

De op te nemen gegevens worden uitvoe-

praktijkervaring opgedaan en zo ontston-

de grootschalige problematiek in Vlaan-

rig beschreven in de specificaties van het

den structuren, conventies, datastromen

deren. Een van de cruciale aspecten hier-

conceptueel model. Uit deze specificaties

die een vlotte uitvoering van de kartering

bij was de ontwikkeling van de gegevens-

blijkt duidelijk de objectgerichte benade-

in die multidisciplinaire omgeving moge-


lijk maken. Bovendien werden in het mo-

GIS-Vlaanderen. Voor de kostprijs wordt

del algemene conventies voor de opslag

gewerkt met een kostenverrekenings-

van gegevens, fotoâ&#x20AC;&#x2122;s, digitale plans opge-

model dat rekening houdt met de data

nomen.

(producent, aard en kostprijs) en de klant (type organisatie). De gebruiksvoorwaar-

6.2.3. Datadistributie

den worden vastgelegd in een registratie-

De taak van het OC was in de beginjaren

formulier.

vooral toegespitst op de coĂśrdinatie van de distributie van GIS-bestanden in

Een derde belangrijk aspect van datadis-

Vlaanderen om het gemeenschappelijk

tributie betreft de uitwisselbaarheid van

gebruik te stimuleren. Momenteel be-

de data.

schikt het OC over een dertigtal veel ge-

Bij het uitbrengen van een OC-informatie-

vraagde GIS-bestanden, gebiedsdekkend

product wordt rekening gehouden met de

voor Vlaanderen. Het betreft zowel basis-

meest courante uitwisselingsformaten en

bestanden als themabestanden en dit op

de uniformiteit. Dit laatste geldt voor de

klein- en middenschalig schaalniveau.

drager: cd-rom, diskette (toekomst via

Bepaalde bestanden werden nieuw aan-

FTP), uitwisselingsformaten, begeleiden-

gemaakt, andere bestonden reeds doch

de documenten, begeleidende applicaties

werden voor ruime verspreiding (cd-rom,

en structuur.

diverse GIS-formaten) klaar gemaakt. Overzicht datadistributie 1999 Een belangrijk aspect van distributie is de

Het OC stelde in 1999 een veertigtal

bekendmaking van de beschikbaarheid.

soorten van basis- en themabestanden

Die gebeurt via de website

ter beschikking van de partners van GIS-

(www.vlm.be/oc), via de metadatabank

Vlaanderen. De meeste zijn gebiedsdek-

SPIDI, via de nieuwsbrief GIS-Vlaanderen

kend voor Vlaanderen en situeren zich op

en/of via briefwisseling.

de drie schaalniveaus (groot-, klein- en middenschalig). Het betreft o.m. een aan-

Alvorens de data binnen GIS-Vlaanderen

tal nieuwe bestanden (Beschermde land-

verdeeld worden wordt eerst een kwali-

schappen, stads- en dorpsgezichten,

teitscontrole uitgevoerd. Het betreft een

Voorkoopperimeters van erkende natuur-

controle op volledigheid een controle op

reservaten, BPA-contouren) en updates

consistentie en een controle op nauwkeu-

van bestanden (Landbouwgebruiksperce-

righeid.

len, Gewestplan, Skeletbestand StreetNet). Hoewel het aantal beschikbare be-

96

97

De modaliteiten voor dataverstrekking be-

standen gestegen is ten opzichte van

helzen kostprijs, gebruiksvoorwaarden en

1998, is het aantal dataverstrekkingen in

de algemeen geldende principes binnen

1999 duidelijk verminderd (850 t.o.v.


Hoofdstuk 6

1.500). Het verschil is te vinden in het feit dat het OC in 1999 veel werk heeft ver-

O N D E R S T E U N E N D

C E N T R U M

6.3 Communicatie

richt in het controleren, verbeteren en ac-

Deze zullen in 2000 verdeeld worden als

6.3.1. Documentatiecentrum

een OC-standaardproduct: geactualiseerd

Om een permanent overzicht van de

Gewestplan-vector, Gewestplan-raster,

technologische en marktontwikkelingen te

BPA-contouren, update skeletbestand

kunnen hebben en om gebruikersvragen

(Streetnet) in vector- en rastervorm,

te kunnen beantwoorden, is een docu-

Gescande kadasterplannen, Bodemkaart,

mentatiecentrum met betrekking tot GIS

VHA (Vlaamse Hydrografische Atlas),

van groot belang.

het adressenbestand. Een 1200-tal

waterlopen, Boskartering, …

In het documentatiecentrum, dat publiek

personen lieten hun interesse blijken om

toegankelijk is, wordt informatie m.b.t. alle

de nieuwsbrief in de toekomst te blijven

Om de procedure voor het verstrekken

aspecten van GIS bijeen gebracht. De

ontvangen.

van GIS-bestanden aan de partners van

werken worden geklasseerd volgens het

GIS-Vlaanderen te optimaliseren en te

VUBIS-systeem wat de toegankelijkheid

6.3.3. Informatiesessies

automatiseren werd in 1999 de opdracht

(ook via Internet) gemakkelijker maakt.

Het promoten van het GIS-gebruik binnen

gestart voor de ontwikkeling van een

Vanuit de Internet site van het OC is een

de overheid is buitengewoon belangrijk.

internetapplicatie GIRAF (Geographical

toegang voorzien naar de VUBIS web-site

De bedoeling van de informatiesessies is

Information Retrieval Application for

zodat men via Internet steeds kan nagaan

om door communicatie en informatiedoor-

Flanders). De eerste fase nl. de

welke boeken in het documentatiecen-

stroming de missie van GIS-Vlaanderen

functionele analyse is afgerond. De soft-

trum aanwezig zijn.

uit te dragen en zo een draagvlak te creë-

ware-ontwikkeling en -implementatie

In 1999 werden er 62 boeken, 5 floppy’s

ren voor het samenwerkingsverband GIS-

wordt voorzien in 2000. Vanaf 2001

en/of cd-roms aangeschaft.

Vlaanderen. Het OC speelde hier ook in

tualiseren van een aantal bestanden.

kunnen alle GIS-gebruikers via het

1999 een stuwende en stimulerende rol.

Internet en het FTP-protocol de verstrek-

6.3.2. Nieuwsbrief

In april 1999 bemande het OC een stand

kingsmodaliteiten van alle OC-producten

Via de nieuwsbrief GIS-Vlaanderen infor-

op de beurs Flanders Technologies Inter-

opvragen, een bestelbon afdrukken en

meert het OC alle huidige en potentiële

national en op de beurs ingericht bij het

tenslotte de gewenste bestanden na

GIS-gebruikers in Vlaanderen over GIS-

twintigjarig bestaan van CIPAL. Er wer-

registratie op maat (kaartblad,

Vlaanderen. De GIS-projecten van het

den demonstraties verzorgd en er werden

uitwisselingsformaat, thema) elektronisch

OC worden er uitvoerig in toegelicht.

vijf informatieve folders uitgedeeld.

afladen. Het OC hoopt via deze weg

In 1999 verschenen twee nieuwsbrieven

sneller actuele of nieuwe bestanden ter

met relevante GIS-informatie. De centrale

In 1999 werden een groot aantal informa-

beschikking te stellen. De verdeling van

thema’s waren “het Grootschalig Referen-

tiesessies georganiseerd voor de partners

GIS-bestanden op cd-rom zal als ander

tie Bestand” en “Interbestuurlijke uitwisse-

van GIS-Vlaanderen (MOVI, VHM, LIN,

distributiekanaal nog steeds mogelijk

ling van geodata”.

provincies) alsook voor federale instellin-

blijven.

Er werd in nieuwsbrief 7 een antwoord-

gen (NMBS, De Post,…) hogescholen en

strook meegestuurd ter actualisatie van

universiteiten, intercommunales, Flagis,


Cipal, Cevi, gemeenten, nutsbedrijven,

Vlaams-Brabant en Limburg, een

landmeters, Vereniging van Licentiaten in

brochure samengesteld voor gemeenten

het Notariaat en aannemers. Het betrof

die willen starten met het uitbouwen van

informatiesessies over de algemene

een geografische databank. Er worden

werking en structuur van GIS-Vlaanderen

10 tips gegeven voor het opzetten en

en het OC in het bijzonder, informatiever-

toepassen van een gemeentelijk GIS.

gaderingen voor (potentiële) partners voor

raadplegers als invoerders van geografi-

6.3.6. Secretariaat GI-Raad en Stuurgroep

sche data). Een groot deel van de informa-

Het OC verzorgde het secretariaat van

tiesessies in 1999 had betrekking op

de GI-Raad en de Stuurgroep. Er gingen

toelichtingen voor het GRB: algemene

in 1999 tien vergaderingen van de stuur-

verduidelijkingen i.v.m. het concept,

groep en twee van de GI-Raad door in de

toelichtingen bij mogelijke partners voor

gebouwen van de VLM. Ter ondersteu-

pilootprojecten, infosessies voor aanne-

ning van de werking van deze organen

mers en verduidelijkingen voor het bestek.

heeft het OC in 1999 meer dan 60 werk-

Geo2002, opleiding SPIDI (zowel voor

documenten opgesteld.

6.3.4. Internetsite In 1999 werd veel aandacht besteed aan het actueel houden van de site (tweemaal per maand). Gemiddeld waren er in 1999

6.4 Overige diensten

dagelijks 192 bezoekers met een gemid-

De laatste drie maanden waren er

6.4.1. Begeleiding GISimplementatie

gemiddeld zelfs 280 bezoekers per dag.

Naar aanleiding van de vraag van

Het aantal bezoekers is in 1999 verdub-

OVAM voor het opzetten van een GIS

beld tegenover 1998. Vooral Geo2002

binnen haar diensten, werd door het

met het gewestplan, recht van voorkoop

OC een generisch implementatiemodel

natuur en de basiskaart Vlaanderen

uitgewerkt. Het model is gebaseerd op

werden druk geconsulteerd.

een uitgebreide literatuurstudie en omvat

delde duur van 15 minuten per consultatie.

veertien stappen. De voorgestelde

6.3.5. Brochure “gemeenten op weg met GIS”

fasering wordt algemeen toegepast in de IT-wereld.

Voortbouwend op de opgedane ervaring

98

99

bij het ontwikkelen van een generisch

In 2000 zal het OC het model verder toet-

implementatiemodel voor OVAM en de

sen aan de praktijk. Daartoe zal het OC

contacten met de gemeenten heeft het

een aantal partners begeleiden bij de in-

OC, in samenwerking met de provincies

troductie van GIS in hun organisatie.


Hoofdstuk 6

O N D E R S T E U N E N D

C E N T R U M

6.4.2. Opvolging problematiek van uitwisseling van geografische data

Tenslotte werd een aantal belangrijke

voor de aanmaak van eigen data heeft

trends, die pas op lange termijn tot meer

binnen de overeenkomstige informatiege-

interoperabiliteit zullen leiden, van zeer

meenschap een integrerend effect. Zo

Een goede informatiedoorstroming tussen

nabij gevolgd.

kunnen verschillende terreinobjecten die t.o.v. hetzelfde GRB-object werden ge-

de verschillende bestuursniveaus wordt steeds belangrijker. Dit komt voort uit de

Het OC werkt in het bijzonder aan uitwis-

creëerd, gemakkelijk aan elkaar worden

noodzaak om steeds over zo actueel mo-

selingsstandaarden voor adressen en

gekoppeld, zelfs indien ze in aparte data-

gelijke gegevens te beschikken in een tijd

percelen. Deze twee entiteiten komen in

banken zijn opgeslagen. Het OC schoof

waarin informatie alsmaar vlugger verou-

zeer veel databanken voor en zorgen

eerder al dergelijke geografische referen-

dert. Tegelijk neemt de complexiteit van

daardoor voor een virtuele koppeling van

tiebestanden naar voor.

de aangeboden problemen toe, zodat

de opgeslagen gegevens. De standaard

voor een gerichte aanpak data nodig is uit

schrijft een fysisch datamodel en een be-

Een andere oplossing voor data integra-

verschillende bronnen.

paald formaat voor uitwisseling voor,

tie, naast het faciliteren van data migratie,

maar geeft ook impliciet een conceptueel

is het aan elkaar koppelen van fysisch

Steeds meer maken ook ruimtelijke gege-

datamodel mee. Dat laatste houdt een

van elkaar gescheiden databanken. Het

vens deel uit van de informatiestroom.

ondubbelzinnige definitie in van de entitei-

OC werkt een dergelijke gedistribueerde

Dat komt omdat de druk op de schaarse

ten, van hun wezenlijke en beschrijvende

databank uit in het kader van het

ruimte toeneemt, waardoor alsmaar meer

kenmerken en van eventuele onderlinge

Geo2002-project. Dat voorziet het geza-

problemen een geografische component

verbanden.

menlijk aanbieden van ruimtelijke en nietruimtelijke informatie via het web. De ge-

krijgen (vb. milieuvergunningen, verkeershinder…). Het gaat hierbij zowel om ruim-

Ook voor grootschalige gegevens werd

gevens worden virtueel samengevoegd in

telijke gegevens die direct zijn gegeorefe-

een dergelijk conceptueel model opge-

een elektronisch loket, de geografische

reerd (vb. bestemmingen, gebouwen…)

steld (het GRB-model), waarvan een be-

ondergrond (vb. een administratieve

als om indirecte geodata (vb. adressen,

stek werd afgeleid voor de aanmaak van

kaart) en de eraan gekoppelde gegevens

perceelsnummers…). Vooral de tweede

de data. Zowel het model als de specifi-

(vb. statistische data) worden apart opge-

groep vormt een enorm geografisch po-

caties werden overeengekomen tussen

slagen.

tentieel waarvan de ontsluiting nog maar

de betrokken partijen, de opgenomen

pas is begonnen.

terreinobjecten vormen een bindend element tussen verschillende databanken.

6.4.3. Aanbevelingen en standaarden

Het OC pakte in 1999 de problematiek

Voor uitwisseling van data met andere in-

van de interoperabiliteit aan op verschil-

formatiegemeenschappen werden speci-

Aanbeveling voor het uitwisselen van

lende vlakken tegelijk. Enerzijds werden

fieke “poorten” uitgewerkt (o.a. voor het

adresgegevens.

directe oplossingen geboden voor data in-

uitwisselen van CAD-gegevens).

Heel wat administratieve en andere data

tegratie, variërend van uitwisselingsstan-

worden bijgehouden op adresniveau. On-

daarden tot een gedistribueerde

De grootschalige data aangemaakt vol-

rechtstreeks, via het adres, kunnen deze

ruimtelijke databank. Daarnaast werden

gens het GRB-bestek zullen worden sa-

gegevens met elkaar ruimtelijk gelokali-

ook middelen aangereikt die data integra-

mengebracht in een referentiebestand.

seerd en in verband gebracht worden.

tie onrechtstreeks ten goede komen.

Het gebruik van deze gegevens als basis

Een gebrek aan standaardisatie op het


vlak van definitie, codering en formaat be-

haar diensten te ondersteunen. Door het

moeilijkt echter deze uitwisseling. Na een

aanmoedigen van pilootprojecten wil men

grondige definitiestudie en consultatieron-

tonen hoe eigentijdse informatie- en

de werd een conceptueel datamodel ont-

communicatietechnologie de kwaliteit van

wikkeld. Hierop gebaseerd werkt het OC

overheidsdienstverlening kan verhogen.

aan een aanbeveling voor de uitwisseling

Een van de goedgekeurde projectvoor-

van adresgegevens die zowel voor afzen-

stellen is de kruispuntsite Geo2002 van

der als voor ontvanger elke dubbelzinnig-

het OC. Het initiatief Geo2002 beoogt de

heid uitsluit. Belangrijk is dat wie adresge-

ontwikkeling van een intelligente kruis-

gevens uitwisselt zoals door het OC aan-

puntsite op het Internet voor de bevraging

bevolen, meestal niets aan zijn eigen

van ruimtelijk gerefereerde beleidsinfor-

adressenbestand moet wijzigen. Het OC

matie. Concreet bestaat het project uit de

zal verder het nodige doen om de aan-

realisatie van een geoserver voor de op-

maak van bestanden voor uitwisseling

slag en bevraging van geografische en

volgens het opgegeven datamodel en for-

niet-geografische gegevens in een relatio-

maat zo eenvoudig mogelijk te maken.

neel DBMS en een kruispuntsite op het Internet onder de vorm van thematische

Aanbeveling voor het uitwisselen van

loketten voor de bevraging en inventarisa-

kadastrale perceelsidentificatie.

tie van beleidsinformatie met een geogra-

De ontwikkeling van deze aanbeveling

fische dimensie. Geografische en niet-

vloeit voort uit het KADSCAN-project,

geografische gegevens, beheerd door

waarbij een gids van kadastrale percelen

verschillende openbare instanties, wor-

wordt aangemaakt. Het KADSCAN-pro-

den via één Internetsite gevisualiseerd en

ject brengt de geografische locatie van

bevraagbaar gesteld. De geografische

een perceel aan, onder de vorm van een

gegevens worden centraal opgeslagen,

puntcoördinaat. Meer geavanceerde per-

de niet-geografische gegevens kunnen

celenbestanden werken met perceels-

zich later eventueel op verschillende loca-

grenzen. Deze aanbeveling ondersteunt

ties bevinden. Het te ontwikkelen systeem

beide benaderingen. Deze aanbeveling

wordt gefaseerd en modulair opgebouwd.

wordt toegepast bij de aanlevering van de bestanden van het KADSCAN-project en

De kruispuntsite wordt fysisch geënt op

wordt via verschillende kanalen verspreid

een databank die de navigatie van de be-

om een zo groot mogelijk draagvlak (en

vraging stuurt. Die databank bevat gege-

gebruik) te bekomen.

vens die toelaten direct en indirect gegeorefereerde gegevens met elkaar te koppe-

100

101

6.4.4. Geoloket Geo2002

len. Onder direct gegeorefereerde gege-

In 1997 besliste de Vlaamse regering om

vens verstaan we geografische data

de invoering van tele-administratie bij

waarbij de exacte geografische positie


Hoofdstuk 6

O N D E R S T E U N E N D

C E N T R U M

van de objecten is opgeslagen vb. ge-

(balie Onderwijs) en Beschermde land-

Als Internetgebruiker kunt u kiezen tussen

meenten en percelen, wegen en straten

schappen in Vlaanderen (balie Cultureel

verschillende schaalniveaus, gaande van

of meetpunten. Indirect gegeorefereerde

Erfgoed) worden geïmplementeerd en

het volledige Vlaamse Gewest tot een

data bevatten een verwijzing naar de po-

zullen half 2000 operationeel zijn.

2x2 km hok, zoals bij de digitale gewestplannen op het Internet. De toepassings-

sitionele informatie (vb. adres, perceelsnummer) en zijn veel ruimer voorhanden:

Recht van voorkoop

gebieden worden voorgesteld op een

vergunningen, bevolkingscijfers, bedrijfs-

Krachtens het Natuurdecreet heeft het

achtergrond van infrastructuurelementen

data, etc.

Vlaams Gewest een voorkooprecht bij

(snelwegen, gewestwegen, spoorwegen

verkoop van bepaalde voor de natuur

en waterlopen) die de gebruiker toelaat

Het on-line ter beschikking stellen van

waardevolle gronden. De VLM oefent in

zich te oriënteren. Het detailniveau waar-

enerzijds zogenaamde beleidsgerelateer-

concreto dat voorkooprecht uit. Ook enke-

op deze infrastructuurelementen en

de geodata en anderzijds de uitbouw van

le erkende natuurverenigingen hebben

wateroppervlakken worden weergegeven

geïntegreerde bestanden gekoppeld aan

zulk voorkooprecht.

neemt toe naarmate het schaalniveau

een centraal bevragingssysteem op het

Op de Geo2002 website vindt u een digi-

vergroot. Op de grootste schaalniveaus

Internet (de kruispuntsite) biedt heel wat

tale kaart met de toepassingsgebieden

wordt de topografische kaart 1/10.000 als

mogelijkheden voor zowel het ministerie

waar dit recht geldt. Momenteel zijn dat

achtergrond gebruikt.

van de Vlaamse Gemeenschap, de VOI’s,

de eerste zeven natuurinrichtingsprojec-

Bij het aanklikken van een toepassings-

wetenschappelijke instellingen, provin-

ten van de VLM en de uitbreidingsperi-

gebied krijgt de gebruiker informatie over

cies, gemeenten, bedrijven, enz., alsook

meters van een 150-tal Vlaamse en

het gebied op het scherm, o.a. aan wie en

de burger. Ook thematische geodata, be-

erkende natuurreservaten. Deze digitale

waar het recht van voorkoop moet aange-

heerd door de overheid, kunnen deel uit-

kaart is vooral van nut voor de notaris die

boden worden.

maken van deze geosite (vb. de bodem-

verplicht is om gronden die in deze gebie-

kaart, stratenatlas van Vlaanderen, de

den verkocht worden aan te bieden aan

Basiskaart Vlaanderen

biologische waarderingskaart).

de VLM. De kaart gaat niet tot op per-

De ‘Basiskaart Vlaanderen’ is het derde

ceelsniveau, maar is toch gedetailleerd

loket dat opengesteld werd in de reeks

Niet alleen de tekstuele dimensie maar

genoeg om te vermijden dat de notaris

van loketten onder de noemer Geo2002.

ook de geografische dimensie is digitaal

voor tal van verkopen nutteloos de forma-

Dit nieuw loket werd officieel geopend

bevraagbaar aangezien beide dimensies

liteiten van voorkooprecht zou volgen.

door minister Stevaert op 18 november

noodzakelijk zijn voor vb. het verlenen

Op termijn zal de website een zicht geven

1999.

van een vergunning.

op alle soorten voorkooprecht die door de

De ‘Basiskaart Vlaanderen’ geeft een

In een voorlopige versie van Geo2002

overheid zijn ingesteld (bijv. Vlaamse

eerste antwoord op de reële vraag naar

zijn volgende loketten reeds geïmplemen-

Wooncode). Om de kaarten te raadple-

een cartografische voorstelling van de

teerd: digitale gewestplannen, recht

gen hebt u Netscape Navigator 4.0 of

Vlaamse basisstatistieken.

van voorkoop Natuur en Basiskaart

Microsoft Explorer 4.0 nodig en een

Aan de hand van een kaart met een

Vlaanderen.

schermresolutie van 600x600. Om maxi-

aantal administratieve en andere

De basisinfrastructuur en de loketten

maal gebruik te kunnen maken van het

begrenzingen kan u zelf een aantal

Mestdecreet - De Maplaag (balie Land-

loket dient u te beschikken over een mini-

gebieden selecteren en daarover

bouw), Onderwijsaanbod in Vlaanderen

male schermresolutie van 1024 x 768.

vervolgens indicatoren opvragen.


Dit is een project van de administratie Planning en Statistiek (APS) in samen-

tielaag op te bouwen voor de bosdatabank van het Vlaamse Gewest;

werking met het OC. APS zorgde voor het

• uitvoeren van een actualisatie van de

nodige datamateriaal en voor conceptuele

Boskartering aan de hand van de ont-

inbreng. Het OC nam de informaticatech-

wikkelde methodologie;

nische uitwerking voor haar rekening.

• vergelijking tussen de bosoppervlakten volgens de Boskartering en deze

6.4.5. Actualisatie boskartering

volgens de nieuw opgebouwde Referentielaag.

Het beheer van de bossen steunde in België sinds 1846 op gegevens die inge-

Gedurende de actualisatie werden 18.225

wonnen werden door middel van tienjaar-

van de 118.752 bospolygonen gecodeerd

lijkse bostellingen. Deze bostellingen wer-

voor terreincontrole. Deze laatste werden

den uitgevoerd via directe raadpleging

uitgevoerd door de diensten van Bos

van de boseigenaars door middel van

en Groen gedurende de periode juni -

vragenlijsten. Ten einde de opslag en ver-

november 1999. Op 1 november 1999

werking van de gegevens ten behoeve

startte het OC met de verwerking van de

van het beheer van het bospatrimonium

terreincontrolegegevens. De vervolledi-

te optimaliseren, werd gedurende de pe-

ging van de actualisatie wordt verwacht

riode 1978-1992 aan de hand van de in-

rond midden 2000.

terpretatie van kleurinfrarood orthofoto’s

bank, verder de Boskartering genoemd,

6.4.6. Beschermd cultuurhistorisch patrimonium

opgesteld ten behoeve van de afdeling

Om naar de toekomst toe het cultuurhis-

Bos en Groen (AMINAL). Deze Boskarte-

torisch beleid van monumenten- en

ring werd in 1994 door de VLM omgezet

landschapszorg verder te kunnen

naar het Arc/Info-formaat.

onderbouwen is er nood aan digitale be-

Ten einde recente gegevens i.v.m. de

leidsgegevens. De geografisch gebonden

bosoppervlakte te bekomen en een basis-

data zijn voornamelijk op kadastraal

gegevensset uit te bouwen voor het GIS

niveau te situeren en objectgeoriënteerd.

van de afdeling Bos en Groen, voerde het

De vraag naar digitale beleidsgegevens is

OC een project uit met als algemene

niet alleen vanuit de overheidsdiensten

doelstellingen:

maar ook vanuit de cultuurhistorische

• uitwerken van een methodologie om uit-

vakwereld en het publiek in het algemeen

(schaal 1:5000) een digitale gegevens-

102

103

gaande van de bestaande Boskartering

gewenst. De mogelijkheden met betrek-

(1978-1992) en digitale zwart-wit ortho-

king tot de digitale geografische data zijn

foto’s (opname 1995, vliegschaal

immers uitgebreid: de aanvraag tot be-

1:43.000) een geactualiseerde Referen-

scherming, de opvolging van dossiers,


Hoofdstuk 6

O N D E R S T E U N E N D

C E N T R U M

het onderzoek naar milieuwaarden, milieu

nele geografische databank te gebruiken

van zijn patrimonium. Bovendien was

effect rapportering, het uitwerken van

voor consultaties, voor het onderhoud van

men er van overtuigd dat GIS voor rap-

structuurplannen, het opvolgen van een

geografische gegevens, voor de voorbe-

portering en beleidsgerichte taken een

bouwvergunning etc.

reiding van nieuwe dossiers en voor het

belangrijk werkinstrument kon zijn. De

maken van hard copies (print-outs).

VHM wilde zich, bij het opzetten van het GIS richten op de verworven kennis en de

Binnen het kader van de samenwerking tussen de afdeling Monumenten en Land-

6.4.7. GIS-VHM

standaarden die worden uitgewerkt bin-

schappen (AROHM) en het OC (Opbouw

Huisvesting, bouwen en gronden leiden in

nen het kader van GIS-Vlaanderen. Daar-

van een informatiesysteem ‘beschermd

Vlaanderen steeds tot de vraag “Waar?”

om werd een eerste project uitgewerkt in

cultureel patrimonium’ in het Vlaams

Waar in Vlaanderen kan er nog op een

samenwerking met het OC waarbij een

Gewest) werd de aflevering van drie eind-

verantwoorde manier gebouwd worden?

analyse uitgevoerd wordt omtrent de mo-

producten voorbereid om aan de hoger

Ook de Vlaamse Huisvestingsmaatschap-

gelijkheid om de geografische component

beschreven vraag te helpen voldoen:

pij (VHM) en de Sociale Huisvestings-

verder uit te bouwen in de datawarehouse

• een relationele databank met alfanume-

maatschappijen ontsnappen niet aan

van de VHM. Dit met het oog op een

rische en geografische (X,Y coördina-

deze vragen. Zij moeten bovendien bou-

meer gefundeerde aanpak en implemen-

ten) beleidsdata van beschermde land-

wen op de plaats waar er noden zijn reke-

tatie in de toekomst. Naast deze analyse

schappen, dorps- en stadsgezichten met

ning houdend met meer dan alleen ste-

wordt ook een internetloket ontworpen dat

een voldoende grote oppervlakte op

denbouwkundige aspecten. Het inplanten

moet toelaten om kennis te geven van

middenschalig niveau

van nieuwe projecten moet gebeuren

het “Recht van Voorkoop”. Met deze

conform het structuurplan Vlaanderen en

toepassing zal de burger, en vooral de

naar via een koppeling van een GIS met

de Gewestplannen. Maar zij moeten ook

notaris, op basis van een geografische

de Melanie databank (Monumenten En

ingeplant worden in gebieden waar de in-

referentie kunnen nagaan of een gebouw

Landschappen InformatiE systeem)

woners er om vragen rekening houdend

of een bouwgrond moet aangeboden

• informatieverstrekking naar de burger

met de beleidsprioriteiten. Vaak moeten

worden aan de VHM binnen het kader

er ook prioriteiten gesteld worden op re-

van het “Recht van Voorkoop”. Dit inter-

• informatieverstrekking naar de ambte-

(Geo2002)

gionale en lokale schaal. Bij het inplanten

netloket past volledig binnen het concept

De digitale laag ‘beschermd cultureel pa-

van een nieuw project moet ook rekening

en de doelstellingen van de kruispuntsite

trimonium’ in het Vlaamse Gewest werd

gehouden worden met reeds bestaande

GEO2002.

op middenschalig niveau aangemaakt.

projecten, mobiliteit, recreatie enz… .

Met het project “GIS-VHM” wil de VHM

Deze laag dient continu verbeterd en ver-

Een groot aantal geografisch te bepalen

dus een aanzet geven tot een eigen GIS-

volledigd te worden.

factoren spelen dus een belangrijke rol bij

georiënteerde verwerking van gegevens.

In een latere fase zal gestart worden met

de uitvoering van projecten.

Het project werd gestart in juni 1999 en wordt beëindigd in februari 2000.

de digitalisatie van beschermde monumenten bovenop de KADSCAN-bestan-

Binnen de VHM bestond reeds enige tijd

den.

het besef dat het gebruik van een GIS

6.4.8. DTM-Vlaanderen

een meerwaarde zou kunnen leveren bij

Op relatief korte termijn hebben meerdere

Er werd een GIS- toepassing ontwikkeld

het evalueren en implementeren van

partners van GIS-Vlaanderen, waaronder

om de ambtenaar toe te laten de relatio-

huisvestingsprojecten en bij het beheer

AMINAL en AWZ, in het kader van hun


opdrachten, nood aan nauwkeurige

mers aangetoond dat voor diverse toe-

hoogtegegevens van de stroomgebieden

passingen het gebruik van een DTM in

in Vlaanderen.

combinatie met grootschalige orthofoto’s aangewezen is. Het OC GIS-Vlaanderen

Het OC beschikt momenteel over één di-

zal instaan voor de technische begelei-

gitaal terrein model (DTM) van Vlaande-

ding en de kwaliteitscontrole van de eind-

ren, namelijk dat van het NGI. Dit DTM

bestanden.

werd opgesteld aan de hand van de hoogtelijnen van de topografische kaarten

6.4.9. Internat

op schaal 1/50.000. Omwille van de be-

Het INTERNAT (Integrated Trans

perkte nauwkeurigheid is dit bestand

European Network Assessment

echter voor vele toepassingen weinig of

Techniques) project definieert prioritaire

niet bruikbaar.

onderzoeksdomeinen om te komen tot een geïntegreerd instrument voor de

De opmaak van een uniform, nauwkeu-

uitvoering van strategische milieu effect

rig, gebiedsdekkend en multifunctioneel

rapportage inzake transport infrastructuur

DTM dringt zich op.

op Europees niveau. Bijzondere aandacht

Hoogtegegevens kunnen ingewonnen

gaat daarbij naar het Trans European

worden op basis van volgende technie-

Network (TEN). Het OC was in dit project

ken: terrestrische opmetingen, fotogram-

verantwoordelijk voor de studie naar en

metrische opmetingen en laserscanning.

beoordeling van de integratie van de

Laserscanning is een vrij nieuwe en com-

technieken satelliet teledetectie en GIS in

plexe techniek. In het kader van een test-

de te ontwikkelen methodologieën. De

project met name “Het winterbed van de

partners waren: KULeuven (Labo voor

Dender”, werd kennis verworven omtrent

Bos, Natuur en Landschap), JRC

de mogelijkheden en beperkingen van

(Institute for Space Applications),

deze techniek.

TUV Rheinland Sicherheit und Umweltschutz GmbH, Technical Research

De opmaak van het nieuwe DTM voor

Centre of Finland (VTT). Project

Vlaanderen zal projectsgewijs worden be-

coördinatie was in handen van Mens en

handeld. Het eerste project “De aanmaak

Ruimte NV

van een DTM en orthofotobestand voor

104

105

het Rupelbekken” werd in opdracht van

6.4.10. VATGI

AWZ opgestart. In het kader van deze op-

Onder coördinatie van Uitgeverij Lannoo

dracht worden twee bestanden beoogd,

(Tielt) is door een consortium van Europe-

zijnde het DTM en een orthofotobedek-

se cartografische bedrijven en overheids-

king als achtergrondlaag. De uitvoering

instellingen die gebruik maken van geo-

van het testproject de Dender, heeft im-

informatie, gestart met het Europees pro-


Hoofdstuk 6

O N D E R S T E U N E N D

C E N T R U M

ject VATGI (Value Added Thematic Geo-

In totaal werden dit jaar twaalf nieuwe

ingezet worden voor dataopslag en

Information). Het project wil zowel de op-

PC’s (6 x IBM Pentium 300 Mhz, 6 x Dell

–verwerking bij de uitvoering van de

bouw, standaardisatie als uitwisseling van

Pentium III 500 Mhz) aangekocht ter ver-

GRB pilootprojecten. De server voor

geodata, in casu thematische ‘points of

vanging van afgeschreven PC’s (Pentium

Geo2002 zal dienst doen als applicatie

interest’ (scholen, musea, toeristische

90, Pentium 120, Pentium Pro 200 Mhz)

server voor digitale loketten met beleids-

centra, openbare diensten, educatieve

en om tegemoet te komen aan ons uit-

gerelateerde ruimtelijke gegevens.

centra…) stimuleren.

breidend personeelsbestand.

De server voor GIRAF tenslotte zal

Het UNIX park werd uitgebreid met een

ingezet worden als applicatie en data

Het project maakt deel uit van het Euro-

nieuwe SUN machine (ocho2). Deze SUN

server voor de verspreiding van de bij het

pees programma INFO2000 waarin het

Entreprise 4500 Server zal dienst doen

Ondersteunend Centrum beschikbare

accent ligt op de overgang van papieren

als data server voor het OC. Hiervoor

ruimtelijke gegevens.

naar elektronische uitgeverij en op de

werd deze machine voorzien van een

Om de prepress kosten voor kleinere op-

momenteel opkomende interactieve multi-

RDBMS (Informix Dynamic Server With

lagen van brochures en flyers te drukken

mediadiensten. Om de knelpunten op de

Universal Data Option versie 9.14). In dit

werd er dit jaar geïnvesteerd in een

markt aan te pakken en om te voldoen

RDBMS zullen onder meer een subset uit

Tektronix A3 kleuren laserprinter.

aan de behoeften van gebruikers en

de kadastrale legger voor het KADSCAN

De kwaliteit door dit toestel geleverd

producenten in dit marktsegment is het

project, de ruimtelijke en tabulaire gege-

kan evenaren met de kwaliteit bekomen

programma ingedeeld in drie punten:

vens voor Geo2002 en de GIRAF data-

via het gebruik van traditionele druktech-

- acties om de vraag en de bewustwor-

bank ondergebracht worden. Om ruimtelij-

nieken.

ding te stimuleren, - acties om overheids-

ke gegevens te kunnen opslaan in het

Het OC werd tenslotte ook uitgerust met

informatie in Europa te exploiteren,

RDBMS zal in het kader van Geo2002

een cd-rom duplicator. Dit toestel werd

- acties om het Europees multimedia-

een SDE DataBlade voor Informix geïn-

aangekocht om de aanmaak van cd-rom’s

potentieel te activeren. Het geheel van

stalleerd worden. Deze module breidt de

in functie van KADSCAN en ad hoc data-

INFO2000 kadert in de beleidsnota

bestaande datatypen van Informix uit met

verspreiding te automatiseren.

‘Towards a European Policy Framework

ruimtelijke datatypen.

for Geographic Information’.

De schijfcapaciteit van de bestaande

Daar waar de vorige jaren het grootste

SUN server (ocho1) werd uitgebreid.

deel van het IT budget naar de uitbouw

Naast de investering in de uitbreiding van

van de basis infrastructuur van het OC

het UNIX machinepark werd dit jaar ook

ging, kunnen we dit jaar stellen dat er

geïnvesteerd in expansie van het NT

voornamelijk projectgericht geïnvesteerd

park. Er werden drie NT servers verwor-

werd. Een dergelijk doelgericht investe-

ven respectievelijk voor het GRB,

ringsbeleid laat toe om nieuwe technolo-

In 1999 heeft het OC naast de traditionele

Geo2002 en GIRAF project. De NT server

gieën op te volgen, te bestuderen en te

investeringen in de GIS en informatica in-

voor het GRB werd voorzien van een

exploiteren met als doel de dienstverle-

frastructuur voor de dagelijkse werking

Oracle RDBMS en zal in 2000 uitgerust

ning naar onze partners toe optimaal en

van het OC ook projectmatig middelen

worden met ArcSDE om te voorzien in

professioneel uit te bouwen.

vrijgemaakt voor in hoofdzaak het GRB,

de opslag van ruimtelijke gegevens in

Geo2002 en GIRAF.

het kader van het GRB. Deze server zal

6.5 Investeringen in harden software


106

107


ONDERSTEUNENDE AFDELINGEN

H O O F D S T U K

7.1 Informatica, gronddatabank en GIS-VLM

Wat het eerste domein betreft, werd in het eerste kwartaal van 1999 een uitgebreide inventaris opgemaakt van alle hardware en software die mogelijk voor enig pro-

7.1.1. Y2K en de afbouw van de mainframe

bleem zouden kunnen zorgen tijdens de

Het jaar 1999 stond voor een groot deel

derde kwartaal werden de nodige patches

in het teken van het voorkomen van de

op alle UNIX-, NT- en Novell-servers

millenniumbug. Daarvoor werden door de

geïnstalleerd, alsook op routers, switches

afdeling Informatica en GIS-VLM in twee

en hubs en randapparatuur. Het vierde

domeinen de nodige activiteiten ontwik-

kwartaal was voorbehouden voor het uit-

keld. Enerzijds werden servers, PC’s en

voeren van de nodige testen en werd ook

netwerkcomponenten, alsook hun bestu-

beschouwd als een veiligheidsperiode

ringssystemen en toepassingssoftware,

voor het geval dat het Y2K-project vertra-

geüpgraded waar nodig. Anderzijds werd

ging zou oplopen. Simultaan werd elk van

de laatste fase aangevat van de afbouw

de ongeveer 650 PC’s in de Vlaamse

van de mainframe.

Landmaatschappij onderworpen aan de

jaarwisseling. Tijdens het tweede en het


nodige testen en inspectie zowel op

• Het subsysteem “mestverhandelingen”:

gebied van hardware als van software.

dit omvat het beheer van burenregelin-

Alle PC’s, waarvoor dit technologisch nog

gen, EVOA-kennisgeving en overbren-

de moeite loonde, kregen een BIOS-up-

ging, formulieren tot invoer, erkenningen

grade.

als grensoverschrijdend veeteeltbedrijf, verklaringen eigen gebruik, mestafzet-

Het tweede activiteitendomein was dat

documenten, ‘dérogation’-formulieren,

van de downsizing van de mainframe.

NFU-documenten en voorlopige balan-

Dit project was reeds gestart begin 1996

sen;

en hield in dat alle monolithische applicaties, die op de mainframe draai-

• Het subsysteem “erkende mestvoer-

den, herontwikkeld werden als client-

ders”: dit subsysteem bestaat uit het be-

server-applicaties. De toepassingen die

heer (ingave en eventuele wijzigingen

opnieuw ontwikkeld werden als fat client

van persoonlijke gegevens) van de ver-

multi-user-systemen met gegevensopslag

schillende erkende mestvoerders, als-

in een centrale database waren de

ook het historisch registreren van de pe-

volgende:

riodes waarvoor deze voerders een bepaalde erkenning hebben aangevraagd

• Het subsysteem “aangiftes heffingen”:

(en al dan niet gekregen) én de trans-

dit omvat het beheer van de jaarlijkse

portmiddelen die zij gedurende die pe-

aangifte van de aangifteplichtige bedrij-

riode wensen te gebruiken. Het systeem

ven (producent-gebruiker van dierlijk

bevat eveneens de mogelijkheid om

mest, mestverwerkende en -bewerken-

mestvoerders voor een onbepaalde tijd

de bedrijven, producenten van andere

een sanctie op te leggen, gaande van

meststoffen, verzamelpunten, invoer-

een verwittiging tot algehele stopzetting

ders van meststoffen, gewestgrensover-

van de activiteiten.

schrijdende bedrijven,…), alsook de no-

108

109

tificatie als gezinsveeteeltbedrijf, de ver-

• Het informaticasysteem voor het beheer

klaring van de bedrijfsgrootte en de be-

van de “hypothecaire debiteuren”: dit in-

rekenings- en afdrukmodules van de

formatica-systeem bestaat uit het be-

jaarlijkse heffingen;

heer ruilverkavelingsleningen, alsook


Hoofdstuk 7

O N D E R S T E U N E N D E

A F D E L I N G E N

7.1.2. Nieuwe projecten 1999

centrale gegevensopslag. Het gaat hier

aanmaak van nieuwe en eventuele wijzi-

Het feit dat zoveel energie en tijd diende

• De gevoelige uitbreiding van het

ging van bestaande dossiers, de verwer-

geïnvesteerd te worden in het vermijden

systeem “AWBM” (Administratie

king van op de dossiers uitgevoerde

van de gevreesde millenniumbug, belette

Werken Betaalmodule) : deze applicatie

stortingen, het boeken van eventuele

de afdeling Informatica en GIS-VLM

werd uitgebreid naar het administratief

verrichtingen, en het maandelijks bepa-

evenwel niet een aantal nieuwe

en financieel beheer van studies en

len van de stand (voor-of achterstands-

informaticasystemen te realiseren en

werken uitgevoerd in landinrichtings-

bedrag) van elk dossier. Jaarlijks wordt

in 1999 nog op te starten. De nieuwe

projecten.

tevens het boekjaar afgesloten, worden

verwezenlijkingen situeerden zich op

er rekeninguittreksels naar de verschil-

verschillende vlakken: er werden nieuwe

lende ontleners gestuurd, en wordt het

informaticasystemen ontwikkeld, intranet

Voorkoop Natuur). Het informatiesys-

nieuwe boekjaar geopend.

deed zijn intrede in de VLM, het eigen

teem ondersteunt de dossierverwerking

netwerk werd tegen invloeden van de

van grondaankopen door de VLM voor

Uiteraard ging het herontwikkelen

buitenwereld beveiligd, en er werd beslist

het Vlaamse Gewest in het kader van

van deze programma’s gepaard met

de bandbreedte tussen de centrale

het natuurdecreet. Gekoppeld aan dit

belangrijke conversieprocessen.

directie en de provinciale afdelingen

systeem werd ook een GIS-toepassing

Naar het jaareinde toe werden alle

gevoelig te verhogen, alsook deze van

ontwikkeld waarbij de ligging van de

gegevens van de databanken, die

de internetverbinding. Wat ook niet

aangeboden percelen ten opzichte van

resideerden op de mainframe, gearchi-

vergeten mag worden, is dat in het begin

het ruimtelijk toepassingsgebied, waar

veerd en veilig weggeborgen.

van het jaar 1999 het zesde verdiep van

het RVV natuur van toepassing is, wordt

Op 20 december 1999 werd tijdens een

het gebouw nr. 77 van de Gulden-

beoordeeld en waardoor wordt bepaald

korte informele plechtigheid afscheid

Vlieslaan, dat als gevolg van personeels-

welke instanties betrokken moeten wor-

genomen van de IBM-mainframe,

uitbreiding voor de VLM gehuurd werd,

den bij de adviesprocedure.

die aan de Vlaamse Landmaatschappij

voorzien werd van een gestructureerde

gedurende zoveel jaren trouwe diensten

LAN-bekabeling en dat dit verdiep voor

had bewezen en dit met een bijna 100%

data, telefonie-en faxverkeer met een

komsten): deze toepassing laat toe be-

bedrijfszekerheid. Nog snel werd op die

glasvezelkabel verbonden werd met het

heersovereenkomsten voor te bereiden

dag, enerzijds uit nieuwsgierigheid en

hoofdgebouw.

en af te sluiten, beheersvergoedingen te

van een 300-tal van de NLM overgeërfde LIF-leningen (Landbouw Investe-

om de volgende toepassingen:

ringsFonds). Het beheer omvat oa. de

• Het systeem “RVVN” (Recht van

• Het systeem “BOAM” (beheersovereen-

berekenen en uit te betalen, een steun-

anderzijds omdat het een enige gelegen-

bedrag bij de Europese Unie te recupe-

onderworpen aan een echte Y2K-test.

7.1.2.1. Nieuwe informaticasystemen

Het resultaat daarvan oogde niet

Nieuwe informaticasystemen, waarvoor

Deze toepassing kadert in de Europese

spectaculair, maar enkele gerichte

de ontwikkeling opgestart werd en die

verordening 2078/92, de zogenaamde

proeven wezen er snel op dat de

praktisch alle in 1999 nog in gebruik ge-

landbouw/milieuverordening. Ook deze

computer “00” interpreteerde als een

nomen werden, waren ook hoofdzakelijk

toepassing werkt in koppeling met een

datum vóór het jaar 1901.

fat client multi-user-systemen met

GIS-applicatie, die toelaat de percelen

heid was, de mainframeconfiguratie

reren, en evaluaties op te maken.


waarop overeenkomsten van toepassing

7.1.3. PC-privé project

zijn digitaal te lokaliseren en te beheren.

Het PC-privé project, in 1998 goedgekeurd door de Raad van Bestuur en gekend on-

• Het systeem “IVO” (Inspectie,

der de benaming “Informatica-stimulerings

Voorbereiding en opvolging) : na een

en -trainingsproject voor de VLM” was

beperkte offerteaanvraag werd als

een groot succes. Niet minder dan

externe partner Orda-B geselecteerd

140 personeelsleden namen deel. Elsevier

om deze toepassing te helpen

Training NV werd geselecteerd als

ontwikkelen. Het systeem moet de

begeleider. Na een promotiecampagne,

controlerende taken van de mestbank

de keuze van Dell multimedia PC’s en HP

efficiënter helpen ondersteunen en

kleureninkjet- of laserprinters, kregen de

voorzien van een geïntegreerd

deelnemers in oktober hun apparatuur

opvolgingssysteem.

thuisbezorgd, een internetaansluiting en de nodige zelfstudiepakketten. Deze zijn

• Voor de ondersteuning van de

modulair opgebouwd en moeten ongeveer

projectadministratie van natuurinrich-

vijf maanden duren. Het project omvat

tingsprojecten werd ook de eerste fase

gedurende drie jaar een helpdesk voor

van het systeem ADNA ontwikkeld.

hard- en software problemen (na de werk-

Deze toepassing is een stand-alone-

uren), telefonische ondersteuning (oplos-

applicatie in MS Access en de eerste

sen van problemen) en een daadwerkelij-

fase laat toe dossiers op te bouwen,

ke reparatieservice (ophalen en terugbe-

mutaties uit te voeren, lijsten van

zorgen door de helpdesk)

gebruikers, pachters en opstallers af te drukken, alsook eigendomsbladen en perceelslijsten.

7.1.4. Installatie van een firewall, verhoging bandbreedte

7.1.2.2. Intranet

Als derde belangrijk nieuw project dat in

Het jaar 1999 was ook het jaar waarin de

1999 werd uitgevoerd, wordt de installatie

Vlaamse Landmaatschappij startte met

van een firewall vermeld. Dit omvatte de

een eigen intranet, dat volledig in eigen

aankoop van een server, firewall software,

beheer opgezet werd. Daarvoor werd

antivirussoftware op de firewall en de

er geïnvesteerd in een performante

configuratie van deze architectuur voor

Windows NT-server en werd de keuze

de VLM.

gemaakt van MS Internet Information

Ook werd de voorbereiding gemaakt om

Server als software voor dit belangrijke

de VLM van de nodige bandbreedte te

communicatiesysteem voor de VLM.

voorzien zowel intern als naar het World Wide Web toe. Daardoor zal in het eerste kwartaal van het jaar 2000 de lijnsnelheid

110

111


Hoofdstuk 7

O N D E R S T E U N E N D E

A F D E L I N G E N

tussen de centrale directie van de VLM

Loket. De taak van de afdeling Informatica

Andere

en haar provinciale afdelingen opgedre-

en GIS-VLM daarin was deze van onder-

Evaluatie van een DTM aangemaakt

ven worden naar een minimum van

steuning en opvolging van analyse en

via laseraltimetrie door vergelijking met

512kbps (kilobits per seconde), zal het

implementatie en van de voorbereiding

terrestrische en fotogrammetrische

VLM internet met dezelfde snelheid

van periodieke bidirectionele uitwisseling

opmetingen.

toegankelijk worden en zal de routerconfi-

van data, o.a. de voorlopige balansen. Grootschalig Referentie Bestand (GRB)

guratie gemoderniseerd worden zodat bedrijfskritische applicaties prioritaire

7.1.7. GIS - operaties

• GRB - testproject: Herenthout-Bouwel (uitgebreide restitutie)

bandbreedte zullen bekomen.

7.1.7.1. Investeringen

• GRB - pilootproject: Veerle-Laakdal

7.1.5. Installatie van nieuwe Novell-severs

Voor het toegenomen volume aan projec-

(5 000 ha voorbereiding op project

ten werd t.b.v. fotogrammetrische werk-

+ uitbesteding)

Naast de reeds genoemde investeringen

zaamheden een tweede Imagestation ZIII

in beveiliging van het VLM netwerk werd

op Windows NT aangekocht.

• GRB conceptmodel: opvolging + bijsturing • Uitbouw kwaliteitscontrole voor GRB -

in nieuwe Novell-servers voor de provin-

pilootprojecten

ciale afdelingen geïnvesteerd. Dit was

Ook werd een verouderde elektrostatische

informaticatechnisch een zeer zware en

plotter vervangen door een performantere

ook gewaagde operatie, gelet op de

HP 3500CM kleurenplotter, die hogere

Luchtopnamen in 1999

lange voorgeschiedenis van deze locale

kwaliteit aflevert en plotformaten groter

• Ruilverkavelingsgebied Veldhoven-

netwerken.

dan A aflevert.

Kreiel (3 700 ha) • Ruilverkavelingsgebied Malle-Beerse -

7.1.6. Internetloket MTIL Na een onderhandelingsprocedure werd

7.1.7.2. Fotogrammetrische prestaties

in mei 1999 het Centrum voor Overheids-

Volgende deelprojecten werden

informatiek (COI vzw) geselecteerd om

uitgevoerd:

voor de mestbank een internetloket te

DTM + orthofotoproductie

ontwikkelen en te beheren, dat vanaf het

+ restitutie gebouwen

voorjaar 2000 de mestvoerders moet toe-

• PA Herentals:

laten de melding van mesttransport via in-

• Herenthout-Bouwel (4 800 ha)

ternet te doen. Hierdoor wordt enerzijds

• Geel-Bel (4 500 km)

de tijd tussen de melding van het vervoer

• Bospolder (343 ha)

en de start ervan tot een minimum her-

• Keiheuvel (1 000 ha)

leid. Anderzijds wordt interactief en on-

• Malesbroek(1250 ha)

Zoersel (6 265 ha) • Natuurinrichtingsgebied SchriekenBeerse (1 112 ha) • Natuurinrichtingsgebied Vallei Kleine Nete (3 496 ha) • Natuurinrichtingsgebied Bospolder (343 ha) en Turnhouts Vennegebied (5 428 ha) • Natuurinrichtingsgebied Uitkerkse Polders (2 537 ha)

7.1.7.3. Andere GIS-operaties

middellijk gecontroleerd of het transport

• PA Gent: Leievallei (750 ha)

Volgende projecten werden gerealiseerd

kan plaatshebben. Dit systeem dat eerst

• PA Diest:

ten behoeve van de VLM en het GIS-

MTCS werd genoemd, Mest Transport

• Veldhoven-Kreiel (3 700 ha)

Vlaanderen:

Controle Systeem, bekwam al snel de

• Wellen (DTM + hoogtelijnen)

• Actualisatie van de digitale boskartering;

naam MTIL, Mest Transport Internet

• PA Brugge: Uitkerkse Polders (2 537 ha)

• Aanmaak/editering/inpassing van de


digitale gewestplannen en gewestplan-

In afwachting van deze wijzigingen werd

wijzigingen;

in 1999 het personeelsbeleid verder aan-

• Digitale aanmaak van de geografische index voor gemeenten; • Aanmaak van de digitale kaart van de natuurinrichtingsprojecten; • Aanmaak van de digitale basiskaart voor

gestuurd door de instrumenten die zijn vervat in het huidige personeelsstatuut. Opvallendste tendens in 1999 voor wat de evolutie van de personeelsbezetting betreft,is de gestage uitbouw van het aan-

de ruilverkaveling Veldhoven-Kreiel;

tal statutaire personeelsleden. Het men-

• Vectorisatie van de kadasterplannen

selijk kapitaal vormt immers één van de

van Herenthout voor het GRB; • Actualisatie van het GIS-bestand van Monumenten & Landschappen.

belangrijkste pijlers van een goed functionerende instelling, de VLM levert dan ook inspanningen om goede personeelsleden aan te trekken en permanent in dienst te

7.2 Algemene administratie

houden.

In 1999 liep het totaal aantal personeelsleden in absolute aantallen voor het eerst

7.2.1. Personeel

sinds meerdere jaren terug. Waren er

In 1999 werd in het kader van het project

eind 1998 in totaal 670 personeelsleden

tot optimalisatie van de organisatie, de

in dienst dan was dit aantal een jaar later

personeelsformatie en de interne werking

herleid tot 645 eenheden (zie tabellen 1

van de instelling de basis gelegd voor een

en 2).

aantal nieuwe initiatieven die ook hun impact zullen hebben op het personeelsbe-

Het aantal contractuele personeelsleden

heer binnen de VLM.

is duidelijk teruggelopen. Op 31 december 1998 bestond het contractueel perso-

De concrete implementatie van deze ver-

neel uit 171 eenheden, één jaar later kan

nieuwingen zal evenwel pas vanaf 2000

een significante daling worden vastge-

starten en de daaropvolgende jaren door-

steld. Op 31 december 1999 waren nog

lopen, o.m. omdat nog een aantal ele-

125 contractuelen in dienst, een daling

menten die in 1999 werden voorbereid

dus met ruim 25 %.

(bv. een nieuwe personeelsformatie, een vervroegde uitstapregeling voor oudere

Anderzijds is bij het statutair personeel

personeelsleden,…) een reglementaire

een duidelijke stijging merkbaar.

basis dienen te krijgen en nog moeten

Op 31 december 1998 waren er 468

worden goedgekeurd door de Vlaamse

statutairen in dienst. Op 31 december

regering.

1999 was deze groep toegenomen tot 495 eenheden.

112

113


Hoofdstuk 7

Tabel 1

A F D E L I N G E N

1998

Niveau

Kader

In dienst Statutairen H.B.

Contractuelen

B.D.

H.B.

B.D.

Onderhoud H.B.

B.D.

E.W.E. H.B.

Totaal

B.D.

A

211

80

81

15

29

205

B

177

38

73

9

47

167

C

98

14

80

7

35

D

128

28

63

7

20

E

14

2

9

2

628

162

306

40

628

468

Totaal

136 2

5

125 13

Onderhoudspersoneel

Tabel 2

O N D E R S T E U N E N D E

131

171

5

19

5

19

24

24 2

5

670

7

670

1999

Niveau

Kader

In dienst Statutairen H.B.

Contractuelen

B.D.

H.B.

B.D.

Onderhoud H.B.

B.D.

E.W.E. H.B.

Totaal

B.D.

A

211

85

84

21

14

204

B

177

42

103

9

26

180

C

98

16

81

12

23

132

D

128

23

52

5

13

93

E

14

1

8

1

1

11

167

328

48

Onderhoudspersoneel Totaal

628 628

495

77 125

5

20

25

5

20

645

25

645

Deze tegenstrijdige evolutie in de twee

In 1999 viel deze strikte regel weg en kon

ten vervat in het decreet betreffende het

geciteerde personeelsgroepen is logisch

in functie van de reĂŤle personeelsbehoef-

natuurbehoud en het natuurlijk milieu,

te verklaren. In de periode 1994-1998

ten en de beschikbare budgettaire midde-

maar ook voor de andere activiteiten van

was de instelling gebonden aan een bud-

len worden overgegaan tot een meer

de VLM - worden teruggedrongen.

gettair compensatieplan, ten gevolge van

structurele - statutaire - werving in een

de invoering van het nieuwe personeels-

aantal cruciale functies.

De terugloop in de contractuele bezetting

statuut, dat bepaalde dat van alle statutai-

Hierdoor kon uiteraard ook het aantal per-

is echter niet alleen te verklaren door de

re personeelsleden die afvloeiden grosso

soneelsleden dat vorig jaar in belangrijke

â&#x20AC;&#x153;vervangingâ&#x20AC;? van contractueel door statu-

modo slechts de helft kon worden vervan-

mate op contractuele basis was tewerk-

tair personeel, maar heeft ook te maken

gen (dit gold evenwel niet voor de afde-

gesteld - o.m. voor de Mestbank en in het

met het feit dat de tewerkstelling van de

ling Mestbank).

kader van het opstarten van de opdrach-

personeelsleden die in 1996 waren aan-


geworven voor uitzonderlijke en tijdelijke

tutair personeel uiteraard toegenomen

1

personeelsbehoeften voor het project in-

(zie grafieken 1 en 2) . Zo maken de con-

G R A F I E K

zake de digitale localisatie en het beheer

tractuele personeelsleden (onderhouds-

van cultuurgronden eind februari 1999

personeel niet inbegrepen) nu nog slechts

werd beëindigd (dit impliceert uiteraard

19 % van het personeelseffectief uit (te-

niet dat de betreffende opdracht niet lan-

gen 26 % in 1998). Het aandeel van het

ger wordt uitgevoerd, voor de updating

statutaire personeel steeg van 69 naar 77

van de informatie die via dit project werd

%. Hiermee wordt ook de afspraak geho-

verzameld werd vanaf 1 maart 1999 be-

noreerd die tussen de Vlaamse overheid

roep gedaan op het statutaire personeel).

en de representatieve vakorganisaties

Verhouding personeelscategorieën 31.12.99

was gemaakt in het Sectorcomité XVIII Op te merken valt ook dat eind 1999 er

om de voorkeur te geven aan de statutai-

geen werknemers meer waren tewerkge-

re tewerkstellingsvorm.

steld met een eerstewerkervaringscon-

G R A F I E K

2

Verhouding personeelscategorieën 31.12.98

tract. Op 31 december 1998 waren er nog

Indien de evolutie van het statutair perso-

zeven werknemers met een dergelijk

neel verder wordt geanalyseerd, kan wor-

EWE-contract in dienst. Deze terugval is

den vastgesteld dat de toename zich

te wijten aan het opdoeken door de fede-

vooral situeert in niveau B en in mindere

rale regering van deze bijzondere op jon-

mate in niveau A (grafiek 3). Dit beklem-

geren gerichte vorm van tewerkstelling.

toont de noodzaak om steeds meer met

Vooralsnog stelt de VLM geen jonge

hoog gekwalificeerde medewerkers de

werknemers meer tewerk met een andere

uitdagingen aan te pakken waar de

vorm van een stagecontract, dit ten gevol-

Vlaamse Landmaatschappij voor staat.

ge van een beslissing van de Vlaamse regering in het verleden.

Opvallend is ook de daling in niveau D. Deze is o.m. te wijten aan het feit dat tien

Deze beide factoren, de beëindiging van

personeelsleden van niveau D die ge-

het project inzake de digitale localisatie

slaagd zijn in een bevorderingsexamen

en het beheer van cultuurgronden en - in

werden bevorderd tot een graad in

beperktere mate - het niet meer tewerk-

niveau C.

stellen van EWE-ers, zijn er verantwoordelijk voor dat de globale personeelsbe-

In de groep van de niet-statutaire perso-

zetting in de VLM eind 1999 lager lag dan

neelsleden (grafiek 4) is een daling merk-

op het einde van 1998.

baar in alle niveaus (uitgezonderd niveau E). De daling is het sterkst in niveau B,

114

115

Door de groei van het statutair en de da-

wat gelet op de sterke uitbreiding van het

ling van het contractueel personeelsbe-

statutair personeel in niveau B ook voor

stand is het relatieve aandeel van het sta-

de hand ligt.


Hoofdstuk 7

A F D E L I N G E N

4

Verdeling contractueel personeel over de verschillende niveaus

G R A F I E K

G R A F I E K

3

Verdeling statutair personeel over de verschillende niveaus

O N D E R S T E U N E N D E

6

Verhouding statutair personeel mannen-vrouwen 31-12-99

G R A F I E K

G R A F I E K

5

Verhouding statutair personeel mannen-vrouwen 31-12-98

7

8 G R A F I E K

Verhouding contractueel personeel mannen-vrouwen 31-12-99

G R A F I E K

Verhouding contractueel personeel mannen-vrouwen 31-12-98


Leeftijdsstructuur contractueel personeel

G R A F I E K

G R A F I E K

10

9

Leeftijdsstructuur statutair personeel

De (bijna) status-quo in niveau E heeft te

de verhouding mannen-vrouwen een to-

maken met het feit dat het hier in hoofd-

taal ander beeld (grafieken 7 en 8). Het

zaak om het, vaak ook deeltijds tewerkge-

relatieve aandeel vrouwelijke personeels-

steld, onderhoudspersoneel gaat, een

leden ligt daar in de niveaus A, B, C en D

groep waarin gelet op de taakstelling

merkelijk hoger indien een vergelijking

weinig fluctuaties in het werkvolume zijn.

wordt gemaakt met het statutaire personeel. Eind 1999 was dit zelfs nog iets

Bij een analyse van de man-vrouw

meer uitgesproken dan op 31 december

verhouding in de groep van de statutaire

1998.

personeelsleden kan in nagenoeg alle ni-

116

117

veaus een, zij het weliswaar bescheiden,

Uit de leeftijdspiramide van het statutair

gunstige evolutie worden vastgesteld in

personeel (grafiek 9) kan worden vastge-

de richting van een meer evenwichtige

steld dat er door de doorgevoerde statu-

verhouding tussen mannen en vrouwen

taire wervingen in 1999 een verdere ver-

(grafieken 5 en 6). Enige uitzondering op

jonging optreedt, vooral de groep van 20

de regel vormt niveau E dat nu volledig uit

tot 25 verdubbelt nagenoeg zijn relatieve

mannen bestaat. Dit heeft te maken met

aandeel. Ook de groep van 31 tot 35 ziet

het feit dat het in dit niveau vooral om

zijn relatieve aandeel stijgen, niet alleen

technische functies gaat waarin traditio-

door de in 1999 gerekruteerde ambtena-

neel weinig vrouwen actief zijn (bv. de

ren, maar ook door een gedeeltelijke ver-

ondersteuning van topografische meet-

schuiving van de in de vorige jaren aan-

ploegen).

geworven personeelsleden naar deze

Bij de contractuele personeelsleden geeft

leeftijdsklasse.


Hoofdstuk 7

De leeftijdsverdeling van de contractuele

7.2.2. Vorming

personeelsleden geeft een ander beeld (grafiek 10). Het aandeel van de jongeren

O N D E R S T E U N E N D E

A F D E L I N G E N

en de transfer van het geleerde in de Gras groeit niet

door aan de sprietjes te trekken,

praktijk bevordert; • het afdelingshoofd, dat er op toeziet dat

bij het contractueel personeel is duidelijk

maar door het aan de wortels

het globale vormingsniveau van de afde-

het grootst. Dit blijft een constante, zoals

te besproeien.

ling toelaat de afdelingsdoelstellingen te

kan worden afgeleid uit de vergelijking

(oud Afrikaans spreekwoord)

realiseren; • de leidend ambtenaren, die het

van de cijfers op 31 december 1998 en 1999. Meer dan 60 % van het contractu-

Begin 1999 keurde de directieraad een

vormingsbeleid ondersteunen en de

ele personeel is nog steeds 30 of jonger.

nota goed waarin het vormingsbeleid

middelen ter beschikking stellen;

Het feit dat het aandeel van de jongere

wordt toegelicht. Het doel van het

werknemers in de groep van het niet-sta-

vormingsbeleid is competentieverhoging

samenspraak met de directieraad het

tutaire personeel zo groot is heeft uiter-

van de medewerkers zodat zij op een

vormingsbeleid uitwerkt en vormingsac-

aard te maken met het feit dat contractu-

efficiënte en effectieve wijze de huidige

tiviteiten organiseert.

ele betrekkingen veelal een tijdelijk karak-

en toekomstige organisatiedoelstellingen

ter hebben, waardoor vooral jongeren die

kunnen realiseren.

• de opdrachthouder vorming, die in

Organisatieontwikkeling Voortbouwend op de audit van 1997 be-

hun eerste ervaringen opdoen op de arbeidsmarkt, in afwachting van een job die

Volgende uitgangspunten zijn hierbij

sliste de VLM onder externe begeleiding

meer werkzekerheid biedt, voor deze

belangrijk:

verder te werken aan de optimalisering

functies kandideren.

• Het vormingsbeleid is geïntegreerd in

van haar organisatiestructuur, perso-

Toch kan een bescheiden aangroei van enkele andere leeftijdsklassen worden

het strategisch en operationeel beleid

neelsformatie en interne werking. Met dit

van de VLM.

project werd reeds gestart in het najaar

• Er is aandacht voor alle fasen van het

van 1998. Er werden drie interne werk-

vastgesteld bij het contractueel perso-

vormingstraject zodat de effectiviteit kan

groepen geïnstalleerd, telkens onder lei-

neel, dit heeft o.m. te maken met het feit

verhoogd worden.

ding van een interne projectleider.

• Vorming is meer dan cursussen organi-

In de eerste jaarhelft van 1999 werkten

met contractueel personeel moest worden

seren. Het gaat om alle activiteiten die

deze interne werkgroepen een voorstel

gewerkt en er ondertussen al enkele per-

erop gericht zijn de deskundigheid, de

van aangepaste organisatiestructuur en

soneelsleden in dienst zijn die gedurende

persoonlijke vaardigheden en de attitu-

een nieuwe personeelsformatie uit en

meerdere jaren met een contract zijn te-

des te ontwikkelen. Het is belangrijk dat

stelden zij een managementmodel voor.

werkgesteld. Dit kan o.m. de groei van de

het personeel spontaan initiatief tot in-

De eerste fase van het veranderingspro-

groep van 31 tot 35 jaar verklaren. Ook

formeel leren blijft ontwikkelen.

ces werd medio 1999 afgesloten met de

dat de voorbije jaren vaak uit noodzaak

opmaak van een implementatieplan. In

het onderhoudspersoneel, dat een relatief stabiele groep vormt, zorgt ervoor dat in

Vorming zal pas effectief zijn als alle

het najaar van 1999 werd gestart met de

de oudere leeftijdsklassen enkele ver-

betrokkenen hun verantwoordelijkheid

uitvoering van de voorgestelde verbete-

schuivingen optreden. Gelet op de relatief

opnemen:

ringsacties. Qua timing wordt hierbij reke-

geringe absolute aantallen in deze groe-

• de medewerker, die zijn eigen ontwikke-

ning gehouden met de diepgang en de

pen moeten deze verschuivingen echter worden gerelativeerd.

ling in handen neemt; • de directe chef, die stimuleert, begeleidt

impact van de verschillende acties. Er werden o.m. een aantal projecten opge-


start ter voorbereiding van het in voege treden van de nieuwe organisatie- en ver-

het administratief recht, het arbeidsrecht en het personeelsstatuut;

gaderstructuur op 1 januari 2000. In de

• de gunningsprocedure voor het plaatsen

nabije toekomst zullen de verschillende

van overheidsopdrachten voor aanne-

onderdelen van dit plan uitgevoerd wor-

ming van werken, leveringen en dien-

den zodat de VLM verder evolueert naar

sten. Het betreft het onderzoek op juri-

een moderne en performante Vlaamse

disch en administratief vlak van de pro-

Openbare Instelling.

blemen inzake het gunnen en het uitvoeren van de overheidsopdrachten.

7.2.3. Juridische zaken

2. De juridische ondersteuning bij de op-

Juridische dienstverlening en juridische

maak van voorontwerpen van de decre-

ondersteuning van de beleidsvoorberei-

ten en uitvoeringsbesluiten en het legis-

ding en -uitvoering zijn sleutelopdrachten

tiek nazicht ervan. In 1999 lag het hoofd-

van de Cel Juridische Zaken.

accent op de verdere implementatie van

Concreet betekent dit:

het natuurbehoudsdecreet en het uitvoe-

1. Het verlenen van casuïstiek

ringsbesluit dat het recht van voorkoop en

(gevallenstudie) en algemeen juridisch

de natuurinrichingsprojecten regelt.

advies inzake:

3. Het beheer van de betwiste zaken van:

• de kernactiviteiten van de maatschappij

• geschillen voortvloeiend uit de toepas-

nl.:

sing van de wetgeving op de ruilverka-

• de ruilverkaveling;

veling en de mestreglementering;

• de mestreglementering;

end uit het maatschappelijk doel van de

• het natuurbehoud;

maatschappij;

• de reglementering betreffende het

en de uitvoering van werken, leveringen

Vlaanderen.

en diensten in toepassing van de overheidsopdrachtenreglementering.

ben met of een impact hebben op de

4. Het verstrekken van documentatie, de

kernactiviteiten. Deze adviezen betref-

informatie in verband met rechtskundige

fen vooral het milieurecht, het publiek

aangelegenheden, de coördinatie van de

recht, het agrarisch recht, het zaken-

wetgeving, repertoriëring van de recht-

recht, het strafrecht, het fiscaal recht en

spraak m.b.t. de kernactiviteiten en het

de ruimtelijke ordening;

geven van voorlichting over nieuwe wet-

• het beheer van de maatschappij als ven-

119

• geschillen inzake de gunningsprocedure

Geografisch Informatiesysteem

• de regelgevingen die raakvlakken heb-

118

• geschillen “van gemeenrecht” voortvloei-

• de landinrichting;

gevingen.

nootschap, als openbare instelling en

De gecoördineerde tekst van de kernwet-

als werkgever. Deze adviezen zijn terug

gevingen wordt ter beschikking gesteld

te brengen tot het vennootschapsrecht,

van belangstellenden.


Hoofdstuk 7

O N D E R S T E U N E N D E

A F D E L I N G E N

5. Daarnaast stond de cel Juridische Za-

partner mee aan tafel zouden kunnen zit-

huisstijlboek voor de landinrichting. Een

ken in voor:

ten, is een effectieve en efficiënte infor-

eenduidige grafische vormgeving van de

• het verlenen van eerstelijns rechtsbij-

matieuitwisseling vereist. Dat is de zorg

verschillende documenten zal een nood-

stand aan de personeelsleden in het

van de VLM.

zakelijke ondersteuning zijn om de doel-

raam van het reglement van de sociale

Voor elk van haar inhoudelijke opdrach-

groepen te helpen de complexiteit van de

dienst. Deze bijstand betreft vooral de

ten stelt de VLM communicatieplannen

landinrichting te begrijpen.

privaat- en familiaalrechtelijke sfeer van

op. Jaarlijks geven deze plannen aanlei-

de personeelsleden;

ding tot het opzetten van concrete com-

Ruilverkaveling

municatieacties, ieder met hun eigen fina-

De VLM heeft een jarenlange ervaring

sie inzake mestheffingen waarvan een

liteit maar geïntegreerd in een ruimer

met het instrument ruilverkaveling. Die er-

jurist het secretariaat waarneemt;

communicatiekader.

varing weerspiegelt zich ook in het over-

• de medewerking aan de adviescommis-

leg en de communicatie die erop gericht

• de medewerking aan de “werkgroep Landinrichting

is een zo groot mogelijke consensus rond

• de medewerking aan de activiteiten van

Het specifieke bij het instrument landin-

ieder project te verkrijgen. Op een ge-

de Belgische Vereniging voor Agrarisch

richting is de verscheidenheid aan part-

structureerde manier (communicatieplan)

Recht, het Europees Comité voor Agra-

ners en doelgroepen die betrokken zijn in

wordt het overleg, de inspraak en de in-

risch Recht en de Europese Vereniging

een project. Vanuit zijn specifieke invals-

formatiedoorstroming georganiseerd. Ook

van de Instellingen voor de Inrichting

hoek heeft iedere partner/doelgroep nood

hier wordt gestreefd naar communicatie-

van het Platteland.

aan juiste informatie-op-maat. Binnen de

op-maat in functie van de specifieke infor-

landinrichtingscommunicatie gaat daarom

matiebehoeften van de verschillende

7.2.4. Communicatie

veel aandacht uit naar het onderkennen

doelgroepen.

Burgers hebben recht op informatie. Zij

van de verschillende informatiebehoeften

Om ook de communicatie rond het instru-

hebben het recht te weten welk beleid de

en het gepast inspelen op deze behoef-

ment Ruilverkaveling grafisch "herken-

overheid voert en op welke manier de

ten. Binnen ieder project wordt de com-

baar" te maken, werd in 1999 werk

overheidsgelden worden besteed.

municatie structureel georganiseerd

gemaakt van een een stijlboek om een

Dat is het uitgangspunt waarop de VLM

waarbij er zowel aandacht uitgaat naar de

uniforme en herkenbare stijl te creëren

haar communicatiebeleid stoelt. Het cor-

georganiseerde (organisaties en vereni-

voor alle ruilverkavelingsproducten.

rect detecteren van de informatiebehoef-

gingen) als de niet-georganiseerde (indi-

Voor o.m. het ruilverkavelingskrantje en

ten bij de burgers is een eerste stap in het

viduele burgers) bevolking. Een waaier

voor presentaties aan de hand van een

uittekenen van een communicatie-op-

aan nieuwe media werd in het leven ge-

powerpointdemo werd de nieuwe grafi-

maat. De burger moet de juiste informatie

roepen en bestaande media worden zo

sche lijn in 1999 al in gebruik genomen.

krijgen op het juiste ogenblik. Dan kan er

efficiënt mogelijk gebruikt om het draag-

pas sprake zijn van echte inspraak.

vlak van ieder project te verruimen.

Natuur

De VLM treedt pro-actief in overleg met

Om de impact van een boodschap te opti-

1. Natuurinrichting

haar doelgroepen. De VLM streeft naar

maliseren, is het nodig diezelfde bood-

Om het nieuwe instrument natuurinrich-

een breed maatschappelijk draagvlak

schap in een herkenbare en duidelijke stijl

ting voor te stellen, is in 1999 de brochure

voor al haar projecten. Maar opdat al de

over te brengen. Daarom werd in de loop

"Projecten voor natuur - een kennisma-

doelgroepen als volwaardige gespreks-

van 1999 gestart met de opmaak van een

king met natuurinrichting" gemaakt. Ze

grondzaken”;


kreeg een ruime verspreiding en blijft in

se landbouwers te informeren over de

de nabije toekomst een vaste waarde.

mogelijkheid om beheersovereenkomsten te sluiten. Het communicatieplan dat werd

Om de communicatie met alle medespe-

opgesteld, richt zich dan ook specifiek op

lers te stroomlijnen werd een communica-

deze doelgroep. Een wervende folder

tieplan uitgewerkt. Bij ieder project kun-

werd aan alle Vlaamse land- en tuinbou-

nen de medewerkers dit plan als richt-

wers opgestuurd. Op basis daarvan vroe-

snoer gebruiken. Natuurinrichting kreeg in

gen duizenden geĂŻnteresseerde landbou-

1999 een eigen grafische lijn. De eerste

wers een brochure aan waarin het sys-

natuurinrichtingskrantjes getuigen daar-

teem van de beheersovereenkomsten

van. In 1999 werden krantjes verspreid

wordt uitgelegd.

aan de omwonenden in de projecten Bospolder-Ekers Moeras, Turnhouts Vennen-

Mestbank

gebied-West, Het Smeetshof, Het Vinne,

Het jaar 1999 was voor communicatie al-

De Oosthoekduinen.

weer een moeilijk jaar. Het nieuwe decreet werd weliswaar goedgekeurd op 11

2. Recht van voorkoop

mei 1999, maar de uitvoering ervan werd

Op basis van een beperkt communicatie-

uitgesteld. In dergelijke omstandigheden

plan werd de communicatie over het recht

is het niet makkelijk te communiceren met

van voorkoop voor natuur toegespitst op

de doelgroepen en prioriteiten te bepalen.

specifieke groepen. Via het loket recht

Ondanks de juridische onzekerheid kan

van voorkoop en via uitgebreide artikels

de Mestbank zich niet veroorloven niet te

in de tijdschriften Notarius en De Ge-

communiceren. Zowel op het vlak van in-

meente konden de belangrijkste doel-

terne als externe communicatie werden

groepen, de notarissen en de instrumen-

dan ook heel wat inspanningen geleverd

terend ambtenaren (burgemeesters), be-

in 1999.

reikt worden. Het grote publiek werd over dit nieuwe

Op 14 januari 1999 organiseerde de

recht van voorkoop geĂŻnformeerd met be-

Mestbank een persconferentie met het

richten in de geschreven en de audiovisu-

doel de werking van de Mestbank, haar

ele pers.

taken en opdrachten aan een breder publiek voor te stellen. Deze persconferentie

3. Beheersovereenkomsten

werd gecoverd door zowel de vakpers

De VLM bracht in 1999 alles in gereed-

landbouw als de audiovisuele en de ge-

heid om vanaf 2000 beheersovereenkom-

schreven pers.

sten tussen landbouwers en het Vlaamse

120

121

Gewest mogelijk te maken. Een belangrij-

In 1999 mocht de Mestbank zich ook

ke opdracht voor de VLM was de Vlaam-

weer verheugen in buitenlandse interes-


Hoofdstuk 7

O N D E R S T E U N E N D E

A F D E L I N G E N

se. Op 14 juli 1999 bracht een landbouw-

kan de gecoördineerde mestwetgeving

Het voorbije jaar stond voor emancipatie-

delegatie uit Minnesota (VS) een bezoek

gelezen en gedownload worden, evenals

zaken in het teken van een personeels-

aan de Mestbank om meer te vernemen

alle uitvoeringsbesluiten. Ook alle Mest-

wissel. De emancipatieambtenaar die al

over onze aanpak van de mestproblema-

bankInfo’s kunnen bekeken worden in de

sinds 1990 in functie was, nam ontslag.

tiek in Vlaanderen. Op 29 november ont-

mediatheek. Daarnaast zijn er twee toe-

In juli 1999 stelde de VLM een nieuwe

ving de Mestbank een bedrijfsleider uit

passingen raadpleegbaar: de gemeente-

emancipatieambtenaar aan.

Québec (Canada) vergezeld van mensen

gegevens zoals mestproductiecijfers, die-

van de ambassade om over een project

renaantallen, oppervlakte cultuurgrond en

Emancipatie verankeren

van Mestverwerking te praten.

transportcijfers per gemeente en een vi-

De VLM werd geselecteerd samen met

suele voorstelling van kerncijfers op basis

drie andere Vlaamse Openbare Instellin-

van de aangiften 1998.

gen om deel te nemen aan het weten-

In 1999 nam de Mestbank, samen met

schappelijk onderzoeksproject “Gender in

andere afdelingen van de VLM, ook deel aan volgende beurzen: Agriflora in Gent,

Ondersteunend Centrum

Balans”. Het behelst dat de VLM, in

Infopol in Kortrijk, Demo mengmestinjec-

GIS-Vlaanderen

navolging van het Ministerie van de

tie te Merelbeke, De Pluimveedagen in

zie hoofdstuk Ondersteunend Centrum.

Vlaamse Gemeenschap en onder begeleiding van wetenschappers van de

Geel, de Internationale Werktuigendagen in Oudenaarde en Agriwest Expo te Ieper.

7.2.5. Emancipatie

Universiteit van Nijmegen (K.U.N.), de gendereffecten in de organisatie opspoort

In de loop van het jaar waren de provinciale diensten van de Mestbank ook aan-

Inleiding

en onderzoekt, en een actieplan ontwerpt

wezig op kleinere regionale tentoonstellin-

In 1999 is de term “gender” ingeburgerd

om de genderverhoudingen in balans te

gen en op talrijke voorlichtingsvergaderin-

in de VLM. Gender is het ordeningsprinci-

kunnen brengen.

gen.

pe in de sociale verhoudingen tussen mannen en vrouwen. De ongewilde me-

Het project nam een aanvang in april.

Naar goede gewoonte informeerde de

chanismen die de ongelijkwaardigheid

De onderzoekers van de K.U.N. vormden

Mestbank ook de betrokken landbouwers

tussen mannen en vrouwen versterken,

zich eerst een beeld van de organisatie-

bij elke mailing. Zo werd de voorlichtings-

zijn “gendereffecten”. Het ligt voor de

cultuur van de VLM aan de hand van in-

krant MestbankInfo nr. 3 meegestuurd

hand dat gendereffecten zich voordoen in

terviews. Dan schaarde de directieraad

met de jaarlijkse aangifte producent-ge-

een werkomgeving als de VLM. Omdat de

zich achter het project door het mission

bruiker. Het nr. 4 werd samen met het be-

VLM de emancipatiegedachte structureel

statement van het project goed te keuren.

rekeningsformulier van de heffingen naar

in haar personeelsbeleid wil integreren,

De leden van de directieraad, de verant-

ongeveer 15.000 heffingsplichtigen in

zijn de wetenschappelijke begrippen

woordelijken voor het personeelsbeleid

Vlaanderen gestuurd.

“gender” en “gendereffecten” geschikte

en één personeelslid van iedere afdeling

werkinstrumenten. Ze laten ons toe de

beantwoordden vervolgens een uitgebrei-

Het luik "Mestbank" op de website van de

man-vrouw-verhoudingen in de werkom-

de lijst met (vrij open) vragen in verband

Vlaamse Landmaatschappij (www.vlm.be)

geving te bestuderen en de nodige actie

met genderverhoudingen bij de VLM.

werd grondig aangepast. Naast contactin-

te nemen om bij te sturen waar nodig,

De onderzoeksters analyseerden de ant-

fo per cel van de Mestbank wordt heel

m.a.w. om tot een genderneutraal perso-

woorden en schreven hun bevindingen

wat praktische informatie aangeboden. Zo

neelsbeleid te komen.

neer in de vorm van een SWOT-analyse


(SWOT staat voor Strenghts, Weaknes-

van het decreet over de evenwichtige ver-

ses, Opportunities and Threats of in het

tegenwoordiging van mannen en vrouwen

Nederlands Sterktes, Zwaktes, Kansen

in adviesorganen.

en Bedreigingen), die dan aan de

In december werd een begin gemaakt

directieraad werd voorgelegd bij wijze

met de webstek Emancipatie op SPIN,

van terugkoppeling.

het Intranet van de VLM.

De bevindingen van de SWOT-analyse

7.2.6. Vlaamse ombudsdienst en openbaarheid van bestuur

dienen als basis voor een plan van aanpak dat door de onderzoeksters in 2000 wordt gemaakt samen met een ad hoc werkgroep. Het plan van aanpak is erop

1. Vlaamse ombudsdienst

gericht de opgespoorde gendereffecten

Door het decreet van 7 juli 1998 houden-

weg te werken. Het moet de verantwoor-

de instelling van de Vlaamse ombuds-

delijken voor het personeelsbeleid in staat

dienst (B.S., 25 augustus 1998) wordt bij

stellen om, wanneer het project is beëin-

het Vlaams Parlement voor de Vlaamse

digd, een beleid te voeren dat zo gender-

Gemeenschap en het Vlaams Gewest

neutraal mogelijk is.

een Vlaamse ombudsdienst ingevoerd. Om de onafhankelijkheid van de ombuds-

Ondersteunende acties

man te garanderen is er voor geopteerd

Het personeel kon tijdens de schoolva-

de ombudsdienst te laten ressorteren

kanties een beroep doen op kinderop-

onder de wetgevende macht. De heer

vang op twee locaties in Brussel. In de

Bernard Hubeau werd op 1 maart 1999

herfstvakantie was er ook opvang in

benoemd door het Vlaams Parlement tot

Brugge, Gent, Antwerpen en Hasselt.

Vlaamse ombudsman voor een periode

Het gaat om kinderopvang georganiseerd

van zes jaar.

door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

De instelling van een ombudsman als

De vzw Limits treedt hulpverlenend en

klachtenbehandelaar is nieuw voor de

bemiddelend op bij klachten van perso-

Vlaamse openbare instellingen. Onder

neel omtrent ongewenst seksueel gedrag

het vroegere decreet van 23 oktober 1991

op het werk. Limits kreeg één oproep in

inzake openbaarheid van bestuur bestond

1999 en begon onmiddellijk met de be-

een ombudsman als klachtenbehandelaar

handeling van de klacht.

enkel op het niveau van de diensten en

Het Positieve Actieplan 1999 werd toege-

instellingen van de Vlaamse regering.

licht aan de Raad van Bestuur en ver-

122

123

spreid bij alle personeelsleden. De Cel

Het nieuwe decreet legt een aantal voor-

Juridische Zaken waakte over de naleving

waarden op tot benoeming tot en beëindi-


Hoofdstuk 7

O N D E R S T E U N E N D E

A F D E L I N G E N

ging van het ambt evenals een aantal on-

stuurd naar de Vlaamse Landmaatschap-

In het luik over de passieve openbaar-

verenigbaarheden. Wat het statuut be-

pij. Twee klachten hadden betrekking op

heid wordt het recht van openbaarheid

treft, waarborgt het decreet de volledige

de toepassing van de ruilverkavelingswet,

van bestuursdocumenten vastgelegd en

onafhankelijkheid en neutraliteit van de

het derde betrof een dossier van de afde-

de verschillende vormen ervan: het verle-

Vlaamse ombudsman.

ling Mestbank.

nen van inzage, het verschaffen van uit-

De belangrijkste bevoegdheid van de

2. Decreet van 18 mei 1999 betreffende

het uitlenen van een exemplaar. Ieder

Vlaamse ombudsman bestaat in het on-

de openbaarheid van bestuur

heeft ook het recht om onjuiste of onvolle-

derzoeken van klachten die betrekking

(B.S., 15 juni 1999)

dige gegevens kosteloos te laten verbete-

hebben op de handelingen en de werking

Dit decreet heft het vroegere decreet van

ren of te laten aanvullen door de over-

van alle administratieve overheden van

23 oktober 1991 inzake openbaarheid

heid. In vergelijking met het vorige de-

de Vlaamse Gemeenschap en het

van bestuur op. De instrumenten van ac-

creet werden de uitzonderingsgronden

Vlaams Gewest. De ombudsman heeft

tieve en passieve openbaarheid werden

aanzienlijk gespecificeerd naar aard en

hierbij een bemiddelende en verzoenende

behouden om het beginsel van openbaar-

toepassingsgebied en gelden deze gron-

rol. Een opvallende vernieuwing in de

heid te realiseren op het niveau van de

den zowel voor de actieve als de passie-

klachtenprocedure is het feit dat de

Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams

ve openbaarheid.

ombudsman slechts in tweede instantie

Gewest.

leg, het overhandigen van een afschrift of

De beroepsprocedure tegen een afwij-

optreedt; de klager dient zich eerst tot de bevoegde overheid te richten om tot een

Ingevolge de nieuwe rechtsontwikkelin-

zingsbeslissing van een overheid of tegen

oplossing van het probleem te komen.

gen inzake openbaarheid, werd het toe-

het niet nemen van een beslissing binnen

Klachten met betrekking tot het algemeen

passingsgebied van het nieuwe decreet

de voorziene termijn, is verschillend gere-

beleid, decreten, besluiten of reglementen

aanzienlijk uitgebreid zowel op het vlak

geld voor de administratieve overheden,

vallen buiten zijn bevoegdheid. Wanneer

van de bevoegdheidsdomeinen als de ad-

de verenigingen van provincies en ge-

de ombudsman zich niet kan verzoenen

ministratieve overheden. Zo vallen onder

meenten en de OCMWâ&#x20AC;&#x2122;s. Bij besluit van 8

met de genomen beslissing van een over-

het toepassingsgebied niet alleen de ad-

juni 1999 werd de heer A. De Troyer, lei-

heid kan hij hierover verslag uitbrengen

ministratieve overheden van het Vlaamse

dend ambtenaar van de administratie

bij de bevoegde Vlaamse minister.

Gewest en de Vlaamse Gemeenschap

Kanselarij en Voorlichting van het depar-

maar ook de verenigingen van provincies

tement CoĂśrdinatie van het ministerie van

Eenmaal per jaar rapporteert de ombuds-

en gemeenten, de OCMWâ&#x20AC;&#x2122;s, andere ad-

de Vlaamse Gemeenschap, aangewezen

man over zijn werkzaamheden aan het

ministratieve overheden en diensten, in-

als beroepsinstantie voor de Vlaamse

Vlaams parlement. Dit verslag dat door

stellingen of organismen die op het vlak

overheid.

het Vlaams parlement openbaar wordt

van milieu enige verantwoordelijkheid

gemaakt, bevat de aanbevelingen en de

dragen. Het toepassingsgebied ratione

De actieve openbaarheid wordt op het

bestaande knelpunten bij de uitoefening

materiae omvat drie soorten documenten

vlak van de Vlaamse Gemeenschap en

van het mandaat.

met name de bestuursdocumenten in het

het Vlaamse Gewest gerealiseerd door

algemeen, de milieu-informatie en de do-

het voeren van een actief voorlichtingsbe-

cumenten van persoonlijke aard.

leid naar het publiek toe.

In 1999 werden drie klachten voor verder onderzoek door de ombudsman doorge-


124

125


FINANCIĂ&#x2039;LE R E S U LTAT E N

8.1

De definitieve begroting 1999 ziet er als volgt uit: Tabel 1

Definitieve begroting 1999

I. Uitgaven

1. Uitgaven voor werking 2. Investeringsuitgaven Totaal uitgaven

II. Inkomsten

1. Eigen inkomsten

ď&#x153;¸

H O O F D S T U K

Definitieve begroting 1999

VLM-ZMB

VLM-MB

OC-GIS-VL

OC-GIS-VL (GRB)

862,2

374,9

47,5

40,5

Totaal

1.325,1

56,7

29,0

10,5

12,1

108,3

918,9

403,9

58,0

52,6

1.433,4

VLM-ZMB

VLM-MB

OC-GIS-VL

OC-GIS-VL (GRB)

Totaal

34,5

-

13,7

48,2

2. Dotatie vanuit de Vlaamse begroting B.A. 41.41. werking

827,7

-

-

827,7

56,7

-

-

56,7

Post 2.3 werking

-

374,9

-

374,9

Post 3.4 Investeringen

-

29,0

-

29,0

B.A. 41.44 werking

-

-

33,8

33,8

B.A. 61.44 Investeringen

-

-

10,5

10,5

918,9

403,9

58,0

B.A. 64.41 investeringen 3. Dotatie voor afdeling mestbank vanuit mina-fonds

4. Dotatie vanuit Vlaamse begroting voor OC-GIS-VL

B.A. 41.45 dotatie GRB Totaal inkomsten (bedragen in miljoenen franken)

52,6 52,66

1.433,4


8.2 Investeringstoelage 1999 (volgens begroting)

Te r b e s c h i k k i n g s t e l l i n g van de middelen uit de begroting 8.2.1. Vlaamse Landmaatschappij zonder de Mestbank en zonder OC-GISVlaanderen (VLM-ZMB) De VLM (zonder de afdeling Mestbank en zonder de afdeling OC-GIS-Vlaanderen) heeft in 1999 alle middelen ontvangen die nog betrekking hadden op het boekjaar 1998. De dotatie voor de werking voor 1999 heeft ze eveneens reeds ontvangen.

Werkingstoelage 1999 (volgens begroting)

De investeringstoelage ten bedrage van 56,7 miljoen frank werd volledig verantwoord maar nog niet ontvangen.

8.2.2. Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank (VLM-MB) De Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank, heeft in 1999 alle achterstallen betreffende 1998 ontvangen. De Vlaamse Landmaatschappij ontving reeds 189,0 miljoen dotatie voor de werking 1999. Een bedrag van 145,9 miljoen is nog niet ontvangen.

126

127


Hoofdstuk 8

F I N A N C I E L E

R E S U L T A T E N

De investeringstoelage ten bedrage van

besluit voor 1999 zal dit bedrag in 2000

De Vlaamse Landmaatschappij treedt op

28,9 miljoen is reeds verantwoord maar

vastgeled worden via een bijkrediet.

als rekenplichtige voor de ruilverkavelingscomités (entiteit 1).

per 31/12/99 nog niet ontvangen.

De Vlaamse Landmaatschappij heeft in 1999 7.329.468 BEF uitbetaald aan eco-

8.3 Financiële resultaten

Vermits de financiering voor de werking van de mestbank vanuit het Minafonds gebeurt, moet deze activiteit afzonderlijk

nomische vergoedingen, mesttransport,

opgevolgd worden (entiteit 2).

mestopslag en patrimoniumverlies. De

De Vlaamse Landmaatschappij sloot het

Vlaamse Landmaatschappij prefinanciert

boekjaar 1999 af met een te bestemmen

deze uitgaven bij het Minafonds via de

winst van 7.774.529 BEF. Zoals bepaald

Het OC-GIS-Vlaanderen moet eveneens

budgetpost 2.19 (allerhande uitgaven in

in art. 36 van de statuten en volgens het

financieel afzonderlijk gehouden worden

het kader van het extra milieu- en natuur-

voorstel van de raad van bestuur aan de

(entiteit 3).

beleid in uitvoering van het Minaplan,

algemene vergadering wordt een bedrag

inbegrepen de uitvoering van het natuur-

van 7.774.529 BEF toegevoegd aan het

Onder entiteit 4 zijn de werkingsrekenin-

decreet en het mestdecreet). Per

eigen vermogen.

gen (exclusief de afdelingen Mestbank en OC-GIS-Vlaanderen) en de investeringen

31/12/1999 moest nog 12.138.949 BEF Op 1 oktober 1993 trad de Vlaamse

van de Vlaamse Landmaatschappij

Landmaatschappij toe tot het Centraal

(eveneens exclusief de afdelingen Mest-

8.2.3. Vlaamse Landmaatschappij, afdeling ondersteunend centrum -GISVlaanderen (OC-GIS-VL)

Financieringsorgaan (CFO). Sindsdien

bank en OC-GIS-Vlaanderen) terug te

worden de middelen ter beschikking ge-

vinden. Ook de patrimoniumrekeningen

steld van de Vlaamse Landmaatschappij

behoren tot deze entiteit. Ten einde de

naargelang van haar financiële toestand;

verrichtingen van de entiteit natuur en van

In 1999 werden de middelen ontvangen

naar gelang de vooruitzichten voor

de afdeling landinrichting financieel beter

die nog betrekking hadden op het boek-

iedere entiteit afzonderlijk en voor alle

te kunnen opvolgen werden afzonderlijke

jaar 1998. De dotatie voor de werking

entiteiten samen en naar gelang de

rekeningen binnen deze entiteit geopend.

1999 werd reeds volledig ontvangen

financiële opportuniteiten van

(33,8 miljoen).

het hele CFO.

De investeringstoelage (10,5 miljoen) is

Met het oog op de werking van het CFO

reeds verantwoord maar per 31/12/99

zijn de financiële activiteiten van de

nog niet ontvangen.

Vlaamse Landmaatschappij ingedeeld in

gerecupereerd worden.

vier entiteiten : In 1999 werden voor het eerst uitgaven gerealiseerd (52,6 miljoen) in het kader

• entiteit 1 : de Ruilverkaveling;

van het grootschalig referentiebestand

• entiteit 2 : de Mestbank;

(GRB), de voorloper van een

• entiteit 3 : het Ondersteunend Centrum

Vlaams vastgoedinformatiesysteem. Wegens het ontbreken van een dotatie-

GIS-Vlaanderen; • entiteit 4 : overige.


DEEL 2

128

129


DEEL 2 BIJLAGEN


Waarderingsregels

ACTIVA

De afschrijvingen worden als volgt berekend: • materieel ruilverkaveling: 10% per jaar.

De waarderingsregels werden gewijzigd

• materieel fotogrammetrie: 10% per jaar.

tijdens het boekjaar 1998 door het besluit

• beveiligingsinstallatie: 10% per jaar.

van de Vlaamse regering van 21 mei

• installaties gebouwen: 10% per jaar.

1997,(B.S. 11/10/97) betreffende een geïntegreerde economische boekhouding en

C. Meubilair en rollend materieel

budgettaire rapportering voor de Vlaamse

De aankopen worden voor de aankoopwaarde

openbare instellingen.

geboekt.

De afschrijvingen vanaf boekjaar 1998 zijn

De afschrijvingen worden als volgt berekend :

lineair en pro-rata-temporis berekend.

• rollend materieel: 20% per jaar. • informatica: 33% per jaar.

II. Immateriële vaste

• meubilair: 10% per jaar.

activa.

• kunstvoorwerp: voor 1 bef. symbolische

Computer-software wordt afgeschreven aan 33%.

waarde. • mestopslag materieel: 20% per jaar. • kantoormaterieel: 20% per jaar.

III. Materiële vaste activa

• afdrukmaterieel: 20% per jaar.

A. Terreinen en gebouwen.

Voor de investeringen, gefinancierd met

De aankopen worden voor hun aankoop-

kapitaalsubsidies, worden de afschrijvingen,

waarde of bouwwaarde geboekt, BTW inbe-

ten laste genomen van het resultaat,

grepen. De gebouwen worden afgeschreven

evenredig aangerekend op de post 75 als in

aan 3% per jaar.

resultaat genomen kapitaalsubsidies.

De meerwaarde op terreinen en gebouwen wordt afgeschreven rekening houdende met

E. Overige materiële vaste activa

de volgende criteria :

De terreinen en de gebouwen worden voor

• de pro rata meerwaarde op de bebouwde

hun aankoopwaarde geboekt.

terreinen, berekend volgens de verhouding

De afschrijving van de gebouwen wordt aan

boekwaarde terreinen en boekwaarde van

3% per jaar berekend.

de gebouwen, wordt niet afgeschreven.

Tijdens het boekjaar 1998 werden de twee

• de meerwaarde op de gebouwen wordt

resterende hoeven volledig afgeschreven.

afgeschreven volgens de resterende afschrijvingstermijn per gebouw.

IV. Financiële vaste activa

130

131

B. Installaties, machines en

C. Andere financiële vaste activa.

uitrusting

C.2. Vorderingen en borgtochten in contacten.

De aankopen worden voor de aankoopwaar-

De gestorte waarborgen worden voor hun

de geboekt.

nominale waarde geboekt.


V. Vorderingen op meer

PASSIVA

dan één jaar.

E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en

B. Overige vorderingen.

VII. A. Voorzieningen voor

sociale lasten.

De vorderingen worden voor hun nominale

risico’s en kosten

Deze schulden worden voor hun nominale

waarde geboekt en betreffen :

3. Grote herstellings- en onder-

waarde geboekt. De voorziening voor het

• vorderingen op ruilverkavelingscomité’s.

houdswerken.

vakantiegeld wordt overeenkomstig de wettelijke

• vorderingen op hypothecaire debiteuren.

Deze voorziening wordt samengesteld op

bepalingen voorzien.

• sociale leningen.

basis van een kostenraming betreffende een

F. Overige schulden.

groot onderhoud en grote herstellingen aan de

Deze schulden worden voor hun nominale waar-

VI. Voorraden en bestel-

gebouwen van de Vlaamse Landmaatschappij.

de geboekt.

lingen in uitvoering

4. Overige risico’s en kosten.

VI.A. Voorraden.

Deze voorziening omvat volgende rubrieken:

X. Overlopende rekeningen

VI.A5. Onroerende goederen bestemd voor

• voorziening voor hangende geschillen.

De toe te rekenen kosten en de over te dragen

de verkoop.

• voorziening terreinen ruilverkaveling en land-

opbrengsten worden respectievelijk ten laste of

De gronden worden geboekt voor hun aankoopwaarde vermeerderd met de aankoopkosten.

inrichting. • voorziening voor initiatieven van de Mest-

ten bate genomen van het boekjaar voor hun nominale waarde.

bank, samengesteld uit overgedragen saldi van vorige boekjaren.

VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar.

VIII. Schulden op langer

A. Handelsvorderingen.

dan één jaar.

De handelsvorderingen worden geboekt voor

A. Financiële schulden.

hun nominale waarde.

5. Overige leningen. Deze schuld wordt voor haar nominale waarde

B. Overige vorderingen.

geboekt.

De overige vorderingen worden geboekt voor

D. Overige schulden.

hun nominale waarde.

Deze schulden worden voor hun nominale waarde geboekt.

IX. Liquide middelen. De liquide middelen worden voor hun

IX. Schulden op ten hoog-

nominale waarden geboekt.

ste één jaar. A. Schulden op meer dan één jaar

X. Overlopende rekeningen

die binnen het jaar vervallen.

De overgedragen kosten en de verworven

Deze schulden worden voor hun nominale

inkomsten worden. geboekt voor het bedrag

waarde geboekt.

berekend volgens het pro rata respectievelijk

C. Handelsschulden.

ten laste of ten bate van het boekjaar voor

Deze schulden worden voor hun nominale

hun nominale waarde.

waarde geboekt.

Toevoeging bij de toelichting 1. Een vordering van 11.500.000 bef op het Vlaams Gewest m.b.t. uitgaven natuurinrichting boekjaar 98 werd dit boekjaar ten laste genomen na ontvangst van een ministerieel schrijven. 2. Wegens het ontbreken van een vastlegging voor de uitgaven ‘Grootschalig Referentiebestand’ werd een waardevermindering geboekt voor een bedrag van 40.524.902 bef. 3. Voor economische vergoedingen werd tijdens dit boekjaar één miljard bef gestort op een wachtrekening door het Vlaams Gewest en dit voor de jaren 1997 en 1998. Voor het jaar 1999 werd op de begroting 700 miljoen bef voorzien doch dit bedrag werd nog niet op de wachtrekening gestort. Al deze uitbetalingen maken het voorwerp uit van een beslissing van de Europese Commissie inzake de verenigbaarheid van de betrokken steunmaatregel met de gemeenschappelijke markt. 4. Om een betere voorstelling te geven in de balans werden de terreinen landbouw van de rubriek 350 naar de rubriek 261 overgeboekt. 5. In toepassing van het gewijzigde artikel 29 van de vennootschappenwet werd op 24 februari 2000 het maatschappelijk kapitaal verhoogd van 1.450.000 bef tot 2.900.000 bef.


Balans na winstverdeling

BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA

II. III.

VASTE ACTIVA

20/28

Immateriële vaste activa

21

Materiële vaste activa A Terreinen en gebouwen

Boekjaar 1999

22/27

Vorig boekjaar 545.198

488.294

10.710

1.284

533.962

22

486.484

336.052

370.711

B Installaties,machines en uitrusting

23

10.965

7.696

C Meubilair en rollend materieel

24

123.422

108.077

26

63.523

D Overige materiële vaste activa IV.

codes

Financiële vaste activa

28

C Andere financiële vaste activa

284/8

2. Vorderingen en borgtochten

285/8

0 526

526

526

526

526

526

in contanten VLOTTENDE ACTIVA V.

Vorderingen op meer dan één jaar B Overige vorderingen

VI.

Voorraden en bestellingen

29/58

3.754.450

29

2.449.911

615.156

291

554.345

615.156

3

554.345 434.210

664.284

in uitvoering A Voorraden

30/36

5. Onroerende goederen bestemd

35

434.210

664.284

434.210

664.284

voor verkoop VII.

Vorderingen op ten hoogste één jaar

1.206.255

40

18.611

13.277

B Overige vorderingen

41

2.647.770

1.192.978

IX.

Liquide middelen

54/58

307

269

X.

Overlopende rekeningen

490/1

38.396

24.758

20/58

4.299.648

2.938.205

( bedragen in duizenden franken)

133

2.666.381

A Handelsvorderingen

TOTAAL DER ACTIVA

132

40/41


boekjaar 1999

BALANS NA WINSTVERDELING

I.

PASSIVA

codes

EIGEN VERMOGEN

10/15

Kapitaal A. Geplaatst kapitaal

Boekjaar 1999

Vorig boekjaar 975.760

10

903.731

1.450

100

1.450

1.450

1.450

III.

Herwaarderingsmeerwaarden

12

519.688

519.688

IV.

Reserves

13

288.887

272.127

VI.

A. Wettelijke reserve

130

145

145

C. Belastingvrije reserves

132

73.573

64.588

D. Beschikbare reserves

133

215.169

Kapitaalsubsidies

15

165.735

110.466

VOORZIENINGEN EN

16

324.824

347.188

324.824

347.188

207.394

UITGESTELDE BELASTINGEN VII.A. Voorzieningen voor risico's

160/5

en kosten 3. Grote herstellings- en

162

140.400

163/5

184.424

148.000

onderhoudswerken 4. Overige risico's en kosten SCHULDEN VIII. Schulden op meer dan één jaar

IX.

17/49 17

A. Financiële schulden

170/4

5 Overige leningen

174

D. Overige schulden

178/9

Schulden op ten hoogste één jaar A. Schulden op meer dan één jaar

199.188 2.999.064

1.687.286

1.108.962

1.049.693

723

1.464

723

1.464 1.108.239

42/48

1.048.229 1.846.431

592.747

42

741

20.846

C. Handelsschulden

44

92.893

56.342

1. Leveranciers

440/4

Schulden m.b.t. belastingen,

45

die binnen het jaar vervallen

E.

92.893

56.342 101.494

104.322

bezoldigingen en sociale lasten 1. Belastingen

X.

450/3

16.020

2. Bezoldigingen en sociale lasten

454/9

85.474

F. Overige schulden

47/48

Overlopende rekeningen

TOTAAL DER PASSIVA ( bedragen in duizenden franken)

15.802 88.520 1.651.303

411.237

492/3

43.671

44.846

10/49

4.299.648

2.938.205


Resultatenrekening 1999

RESULTATENREKENING KOSTEN II.

Bedrijfskosten A. Handelsgoederen,grond- en hulpstoffen

codes

Boekjaar 1999

60/64

1.750.271

60

1. Inkopen

600/8

2. Wijziging in de voorraad

609

Vorig boekjaar 1.325.351

312.999

37.042

82.925

127.866

230.074

-90.824

(toename -, afname +) B. Diensten en diverse goederen

61

276.334

220.775

C. Bezoldigingen,sociale lasten en

62

986.229

964.693

630

96.179

95.720

631/4

52.025

F. Voorziening voor risico's en kosten

635/7

-22.364

G. Andere bedrijfskosten

640/8

48.869

pensioenen D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa E. Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen materiële en materiële vaste activa

V.

Financiële kosten

65

A. Kosten van schulden

650

42

C. Andere financiële kosten

652/9

76

VIII Uitzonderlijke kosten E. Andere uitzonderlijke kosten X.

Belastingen op het resultaat A. Belastingen

XI.

Winst van het boekjaar

53

8.689

35 35

0 0

70/67

TOTAAL DER KOSTEN XII. Overboeking naar de

3.231 3.178

8.689

67/77 670/3

127.596 118

66 664/8

-120.475

689

0 0

16.760

10.790

1.775.838

1.339.407

8.986

2.757

7.774

8.033

7.774

8.033

belastingvrije reserves XIII. Te bestemmen winst van het boekjaar 70/68 RESULTAATVERWERKING A. Te bestemmen winstsaldo 1. Te bestemmen winst van het

70/69 70/68

7.774

8.033

boekjaar C. Toevoeging aan het eigen vermogen 3. aan de overige reserves ( bedragen in duizenden franken)

134

135

691/2 6921

-7.774 7.774

-8.033 8.033


RESULTATENREKENING OPBRENGSTEN

codes

I. Bedrijfsopbrengsten

70/74

Boekjaar 1999

Vorig boekjaar

1.676.315

1.264.631

A. Omzet

70

366.613

93.774

D. Andere bedrijfsopbrengsten

74

1.309.702

1.170.857

IV. FinanciĂŤle opbrengsten B. Opbrengsten uit vlottende activa

75

78.961

751

24.988

C. Andere financiĂŤle opbrengsten

752/9

53.973

VII. Uitzonderlijke opbrengsten

76

D. Meerwaarde bij de realisatie van

70.696 21.968 48.728

16.562

4.080

763

9.239

295

764/9

7.323

3.785

vaste activa E. Andere uitzonderlijke opbrengsten X. B. Regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen

77

4.000

0

1.775.838

1.339.407

voor belastingen TOTAAL DER OPBRENGSTEN ( bedragen in duizenden franken)


To e l i c h t i n g

II. STAAT VAN DE IMMATERIELE VASTE ACTIVA ( post 21 van de activa ) ( bedragen in duizenden franken ) codes

concessies, octrooien, licenties, enz.

8012

1.496

8022

13.349

a) Aanschaffingswaarde Per einde van het vorige boekjaar Mutaties tijdens het boekjaar : - Aanschaffingen,met inbegrip van de geproduceerde vaste activa - overdrachten en buitengebruikstellingen

8032

Per einde van het boekjaar

8052

14.845

8062

212

- Geboekt

8072

3.923

- Afgeboekt

8092

- Overgeboekt van een post naar een andere

8102

c) Afschrijvingen en waardeverminderingen Per einde van het vorige boekjaar Mutaties tijdens het boekjaar :

Per einde van het boekjaar d) Netto-boekw. per einde van het boekjaar

8122

4.135

8132

10.710

IV. STAAT VAN DE FINANCIĂ&#x2039;LE VASTE ACTIVA (POST 28 VAN DE ACTIVA ) ( bedragen in duizenden franken ) 2. Vorderingen

( post 285/8 ) codes

Andere ondernemingen

Netto-boekw. per einde van het vorige boekjaar

8573

526

Terugbetalingen

8593

Netto-boekwaarde per einde van het boekjaar

8643

526

VIII. STAAT VAN HET KAPITAAL ( bedragen in duizenden franken ) codes

Bedragen

Aantal aandelen

A. Maatschappelijk kapitaal 1. Geplaatst kapitaal (post 100 v/d passiva) - Per einde van het vorige boekjaar

8700

1.450

- Per einde van het boekjaar

8701

1.450

2. Samenstelling van het kapitaal 2.1. Soorten aandelen

1.450

1.450

1.450 aandelen met een gelijke nominale waarde van duizend frank 2.2 Aandelen op naam of aan toonder Op naam

136

137

8702

1.450


III. STAAT VAN DE MATERIELE VASTE ACTIVA ( posten 22 tot 27 van de activa )

codes

Terreinen en gebouwen

codes

(post 22)

Installaties, machines en uitrusting (post 23)

codes

Meubilair en rollend materieel (post 24)

codes

Overige materiĂŤle vaste activa (post 26)

a) Aanschaffingswaarde Per einde van het vorige boekjaar

8151

493.885

8152

54.685

8153

437.801

8155

8161

1.085

8162

5.143

8163

69.983

8165

1.998

Mutaties tijdens het boekjaar : - Aanschaffingen,met inbegrip van de geproduceerde vaste activa - overdrachten en buitengebruikstellingen

8171

8172

8173

8175

-1.016

- overboeking van een post naar een andere

8181

8182

8183

8185

63.523

Per einde van het boekjaar

8191

494.970

8192

8195

64.505

8201

519.688

8202

59.828

8193

507.784

b) Meerwaarden Per einde van het vorige boekjaar

8203

8205

Mutaties tijdens het boekjaar : - Geboekt

8211

8212

8213

8215

- Afgeboekt

8231

8232

8233

8235

- Overgeboekt van een post naar een andere

8241

8242

8243

8245

Per einde van het boekjaar

8251

519.688

8252

8253

8255

8261

642.862

8262

46.989

- Geboekt

8271

35.744

8272

1.874

- Afgeboekt

8281

c) Afschrijvingen en waardeverminderingen Per einde van het vorige boekjaar

8263

329.724

8273

54.638

8265

1.998

Mutaties tijdens het boekjaar : 8282

8283

8275 8285

- Overgeboekt na buitengebruikstelling

8301

8302

8303

8305

- Overgeboekt van een post naar een andere

8311

8312

8313

8315

Per einde van het boekjaar

8321

678.606

8322

48.863

8323

384.362

8325

982

d) Netto-boekw. per einde van het boekjaar

8331

336.052

8332

10.965

8333

123.422

8335

63.523

( bedragen in duizenden franken )

IX. VOORZIENINGEN VOOR OVERIGE RISICO'S EN KOSTEN boekjaar Uitsplitsing van de post 163/5 van de passiva indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt. voorzieningen terreinen ruilverkaveling

37.709

voorzieningen hangende geschillen

14.725

voorzieningen initiatieven mestbank

131.974

voorzieningen terreinen landinrichting ( bedragen in duizenden franken )

15

-1.016


To e l i c h t i n g

X. STAAT VAN DE SCHULDEN Schulden met een resterende looptijd van hoogstens meer dan één jaar, doch meer dan één jaar hoogstens 5 jaar 5 jaar codes ( post 42 ) codes ( post 17 ) codes ( post 17 ) A. Uitsplitsing van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naar gelang hun resterende looptijd Financiële schulden

8801

741

8802

723

8803

5. Overige leningen

8851

741

8852

723

8853

Overige schulden

8901

0

8902

508.239

8903

600.000

TOTAAL

8911

741

8912

508.962

8913

600.000

C. Schulden met betrekking tot belastingen,( bedragen in duizenden franken ) bezoldigingen en sociale lasten codes

Boekjaar

9073

16.020

9077

85.474

1. Belastingen ( post 450/3 van de passiva ) b) Niet vervallen belastingschulden 2. Bezoldigingen en sociale lasten ( post 454/9 van de passiva ) b) Andere schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten ( bedragen in duizenden franken )

XIII. FINANCIËLE RESULTATEN codes

Boekjaar

vorig boekjaar

9125

53.317

48.134

A. Andere financiële opbrengsten (post 752/9) Door de overheid toegekende subsidies, aangerekend op het resultaat : - kapitaalsubsidies ( bedragen in duizenden franken )

XVI. BELASTING OP DE TOEGEVOEGDE WAARDE EN BELASTING TEN LASTE VAN DERDEN codes

Boekjaar

vorig boekjaar

9146

567

787

9147

224.477

215.591

A. De belasting op de toegevoegde waarde in rekening gebracht : 2. door de onderneming B. De ingehouden bedragen ten laste van derden bij wijze van : 1. bedrijfsvoorheffing ( bedragen in duizenden franken )

138

139


XII. BEDRIJFSRESULTATEN codes

Boekjaar

vorig boekjaar

740

1.257.869

1.147.452

B. Andere bedrijfsopbrengsten (post 74) Waarvan : exploitatiesubsidies en vanwege de overheid ontvangen compenserende bedragen C1. Werknemers ingeschreven in het personeelsregister a) Totaal aantal op de afsluitingsdatum

9086

645

670

b) Gemiddeld personeelsbestand berekend

9087

602,1

605,3

9088

871.505

885.599

a) Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen

620

722.789

710.278

b) Patronale bijdragen voor sociale verzekeringen

621

90.007

92.528

d) andere personeelskosten

623

48.869

49.200

e) pensioenen

624

124.564

112.687

9112

52.025

0

in voltijdse equivalenten c) Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren C2. Personeelskosten (post 62)

D. Waardeverminderingen (post 631/4) 2. op handelsvorderingen . geboekt E. Voorzieningen voor risico's en kosten (post 635/7) Toevoegingen

9115

16.858

162.360

Bestedingen en terugnemingen

9116

-39.222

-282.835

F. Andere bedrijfskosten (post 640/8) Belastingen en taksen op de bedrijfsuitoefening Andere

640

9.990

10.006

641/8

38.879

117.590

9097

0,3

0,3

G. Uitzendkrachten en ter beschikking van de onderneming gestelde personen 2. Gemiddeld aantal berekend in voltijdse equivalenten Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren Kosten voor de onderneming

9098

472

521

617

292

322

( bedragen in duizenden franken )

XIX. FINANCĂ?ELE BETREKKINGEN, MET A. Bestuurders en zaakvoerders 4. Rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en ten laste van de resultatenrekening toegekende pensioenen, voor zover deze vermelding niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op de toestand van een enkel identificeerbaar persoon : ( bedragen in duizenden franken ) - aan bestuurders en zaakvoerders

codes

Boekjaar

9503

746


Sociale balans

I. STAAT VAN DE TEWERKGESTELDE PERSONEN codes

1.voltijds

2. deeltijds

(boekjaar)

(boekjaar)

A. Werknemers ingeschreven in het personeelsregister 1. Tijdens het boekjaar en het vorig boekjaar

3.totaal (T) of totaal in voltijdse equivalenten (VTE) (boekjaar)

Gemiddeld aantal werknemers

100

546,2

102,6

602,1 (ETP)

605,3 (ETP)

Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren

101

790.729

80.776

871.505 (T)

885.599 (T)

Personeelskosten, in duizenden franken

102

899.517

86.712

986.229 (T)

964.693 (T)

Voordelen bovenop het loon, in duizenden franken

103

13.725 (T)

11.724 (T)

codes

1. Voltijds

2. Deeltijds

3. Totaal in voltijdse equivalenten

105

545

100

595,0

Overeenkomst voor een onbepaalde tijd

110

469

91

513,9

Overeenkomst voor een bepaalde tijd

111

59

3

61,1

Vervangingsovereenkomst

113

17

6

20,0

Mannen

120

347

27

355,9

Vrouwen

121

198

73

239,1

2. Op de afsluitingsdatum van het boekjaar

a. Aantal werknemers ingeschreven in het personeelsregister b. Volgens de aard van de arbeidsovereenkomst

c. Volgens het geslacht

d. Volgens de beroepscategorie Directiepersoneel

130

12

Bedienden

134

519

80

559,3

Arbeiders

132

14

20

23,7

codes

1. Uitzendkrachten

150

0,3

B. Uitzendkrachten en ter beschikking van de onderneming gestelde personen Tijdens het boekjaar

Gemiddeld aantal tewerkgestelde personen

140

141

4.totaal (T) of totaal in voltijdse equivalenten (VTE) (vorig boekjaar)

Aantal daadwerkelijk gepresteerde uren

151

472

Kosten voor de onderneming, in duizenden franken

152

292

12,0

2. Ter beschikking van de onderneming gestelde personen


II. TABEL VAN HET PERSONEELSVERLOOP TIJDENS HET BOEKJAAR codes

1. Voltijds

2. Deeltijds

3. Totaal in voltijdse equivalenten

205

145

10

150,2

210

66

4

67,3

A. Ingetreden a. Aantal werknemers die tijdens het boekjaar in het personeelsregister werden ingeschreven b. Volgens de aard van de arbeidsovereenkomst Overeenkomst voor een onbepaalde tijd Overeenkomst voor een bepaalde tijd

211

64

2

65,9

Vervangingsovereenkomst

213

15

4

17,0

220

1

c. Volgens het geslacht en het studieniveau Mannen : lager onderwijs

1,0

secundair onderwijs

221

13

13,0

hoger niet-universitair onderwijs

222

26

26,0

universitair onderwijs Vrouwen : lager onderwijs

223

25

230

17

7

25,0 20,4

secundair onderwijs

231

9

1

9,5

hoger niet-universitair onderwijs

232

20

1

20,8

universitair onderwijs

233

34

1

34,5

codes

1. Voltijds

2. Deeltijds

3. Totaal in voltijdse equivalenten

305

169

10

173,4

B. Uitgetreden a. Aantal werknemers met een in het personeelsregister opgetekende datum waarop hun overeenkomst tijdens het boekjaar een einde nam b. Volgens de aard van de arbeidsovereenkomst Overeenkomst voor een onbepaalde tijd

310

44

5

45,3

Overeenkomst voor een bepaalde tijd

311

117

2

118,4

Vervangingsovereenkomst

313

8

3

9,7

c. Volgens het geslacht en het studieniveau Mannen : lager onderwijs

320

8

8,0

secundair onderwijs

321

19

19,0

hoger niet-universitair onderwijs

322

26

universitair onderwijs Vrouwen : lager onderwijs

2

26,3

323

24

2

24,8

330

15

4

16,7

secundair onderwijs

331

30

hoger niet-universitair onderwijs

332

32

1

32,8

30,0

universitair onderwijs

333

15

1

15,8

340

23

d. Volgens de reden van beĂŤindiging van de overeenkomst Pensioen Afdankingen

342

1

Andere reden

343

145

23,0 1,0 10

149,4


Sociale balans

III. Staat over het gebruik van de maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid tijdens het boekjaar Maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid codes

Aantal betrokken werknemers 1. Aantal

2. In voltijdse equivalenten

3. Financieel voordeel in duizenden franken

1. Maatregelen met een financieel voordeel voor de werkgever m.b.t. de titularis of diens plaatsvervanger Volledige loopbaanonderbreking

412

8

6,3

1.393

Vermindering van de arbeidsprestaties

413

5

1,9

323

500

7

3,2

- totaal voor het boekjaar

550

36

15,6

- totaal voor het vorige boekjaar

560

44

34,0

( deeltijdse loopbaanonderbreking ) 2. Andere maatregelen Eerste - werkervaringscontract Aantal werknemers betrokken bij ĂŠĂŠn of meerdere maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid :

IV. INLICHTINGEN OVER DE OPLEIDINGEN VOOR DE WERKNEMERS TIJDENS HET BOEKJAAR codes

1. Aantal betrokken werknemers

2. Aantal gevolgde opleidingsuren

3. Kosten voor de onderneming in duizenden franken

mannen

580

286

10.012

20.827

vrouwen

581

166

5.218

9.540

Totaal van de opleidingsinitiatieven ten laste van de werkgever

142

143


Verslag van de revisor aan de Algemene Vergadering der Aandeelhouders Jaarrekening per 31 december 1999

In het kader van onze opdracht als revisor aangesteld bij ministerieel besluit van 9 januari 1990 in uitvoering van de wet van 16 maart 1954, en overeenkomstig de bepalingen van het artikel 29 van de statuten, brengen wij hierbij verslag uit aangaande onze controlewerkzaamheden in verband met de jaarrekening per 31 december 1999 van de Vlaamse Landmaatschappij, die werd opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur, met een balanstotaal van BEF 4.299.648.096 en waarvan de resultatenrekening afsluit met een te de stemmen winst van het boekjaar van BEF 7.774.529. Wij hebben eveneens de bijkomende specifieke controles verricht die door de wet zijn vereist.

Verklaring over de jaarrekening zonder voorbehoud. Onze controles werden uitgevoerd overeenkomstig de normen van het Instituut der Bedrijfsrevisoren teneinde een redelijke mate van zekerheid te bekomen van de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat en overeenstemt met de Belgische wettelijke en bestuursrechterlijke voorschriften met betrekking tot de jaarrekening. Overeenkomstig deze normen hebben wij rekening gehouden met de administratieve en boekhoudkundige organisatie van de vennootschap, alsook met de procedures van interne controle. De verantwoordelijken van de vennootschap hebben onze vragen naar opheldering of inlichtingen duidelijk beantwoord. Wij hebben op basis van steekproeven de verantwoording onderzocht van de bedragen opgenomen in de jaarrekening. Wij hebben de waarderingsregels, de betekenisvolle ramingen die de onderneming maakte en de voorstelling van de jaarrekening beoordeeld. Wij zijn van mening dat deze werkzaamheden een redelijke basis vormen voor het uitbrengen van ons oordeel. Naar ons oordeel, rekening houdend met de toepasselijke wettelijke en bestuursrechterlijke voorschriften, geeft de jaarrekening afgesloten op 31 december 1999 een getrouw beeld van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de vennootschap en wordt een passende verantwoording gegeven in de toelichting.

Bijkomende verklaringen en inlichtingen. Wij vullen ons verslag aan met volgende inlichtingen die niet van aard zijn om de draagwijdte van onze verklaring te wijzigen: • Het jaarverslag bevat de door de wet vereiste inlichtingen en stemt overeen met de jaarrekening. • Onverminderd formele aspecten van ondergeschikt belang, wordt de boekhouding gevoerd en de jaarrekening opgesteld overeenkomstig de in België toepasselijke wettelijke en bestuursrechterlijke voorschriften. • Wij dienen U geen enkele verrichting of beslissing mede te delen die in overtreding met de statuten of de vennootschappenwet zou zijn gedaan of genomen. De winstverdeling die aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, stemt overeen met de wettelijke en statutaire bepalingen. Opgemaakt op 1 maart 2000

P A T R I C K W A L T N I E L Bedrijfsrevisor

Vertegenwoordiger van de burgerlijke coöperatieve vennootschap "Dumont-Bossaert, Waltniel & Co"


Info

Maatschappelijke zetel Vlaamse Landmaatschappij Gulden-Vlieslaan 72, 1060 Brussel 6 Tel. (02)543.72.00 (Algemeen nummer) Fax (02)543.73.99 (Algemene directie) (02)543.73.96 (Administratie) (02)543.73.98 (Mestbank) (02)543.73.97 (Ruilverkaveling, Landinrichting en Natuur) (02)543.73.95 (Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen)

Provinciale afdelingen VLM-Provinciale afdeling Brugge Emmanuel de Neckerestraat 5, 8000 Brugge Tel. (050)45.81.00 (Algemeen nummer) Fax (050)45.81.99 (Administratie) (050)45.81.98 (Mestbank) VLM-Provinciale afdeling Diest Leuvensestraat 86a, 3290 Diest Tel. (013)35.87.00 (Algemeen nummer) Fax (013)35.87.99 (Administratie) (013)35.87.98 (Mestbank) VLM-Provinciale afdeling Gent Ganzendries 149, 9000 Gent Tel. (09)244.85.00 (Algemeen nummer) Fax (09)244.85.99 (Administratie) (09)244.85.98 (Mestbank)

Verantwoordelijke uitgever ir. Paul Demeester Gulden-Vlieslaan 72 1060 Brussel 6 Concept, realisatie en grafische productie die Keure, Brugge

VLM-Provinciale afdeling Herentals Cardijnlaan 1, 2200 Herentals Tel. (014)25.83.00 (Algemeen nummer) Fax (014)25.83.99 (Administratie) (014)25.83.98 (Mestbank)

Deze brochure werd gedrukt op milieuvriendelijk papier D/2000/6375/01


VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ • G u l d e n - V l i e s l a a n 7 2 • B - 1 0 6 0 B r u s s e l


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook