Advies Toekomstvisie Regionale Technologie Centra (RTC) Brussel, 26 april 2021
SERV_20210426_ToekomstRTC_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be
Toekomstvisie RTC
.
Adviesvraag: Advies op eigen initiatief Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie) Goedkeuring raad: 26 april 2021
Contactpersoon: Mieke Valcke - mvalcke@serv.be
2
De heer Ben WEYTS Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand Kreupelenstraat 2 1000 Brussel
contactpersoon Mieke Valcke mvalcke@serv.be
ons kenmerk SERV_BR_20210426_ToekomstRTC
Brussel 26 april 2021
Visienota RTC
Geachte mijnheer de minister, De SERV nam kennis van de werkzaamheden i.k.v. de toekomstige werking van de RTC en bezorgt u hierbij een kort advies op eigen initiatief op de visienota ‘Regionale Technologie Centra. Streven naar optimalisatie via structurele samenwerking met alle partners’ (dd. 12/’20). Onder andere in zijn visienota rond digitalisering beklemtoonde de SERV het belang van partnerschappen om toekomstgerichte competenties te kunnen ontwikkelen. Partnerschappen tussen scholen, kennisinstellingen, ondernemingen en andere actoren kunnen bijdragen aan eigentijdse infrastructuur, technologie- en ICT-toepassingen1. De SERV meent dat een bruggenbouwer op het snijvlak onderwijs – arbeidsmarkt zeker zinvol is. Er is echter voorafgaandelijk een grondige, kritische oefening nodig, die breder gaat en ook verder afstaat van de huidige RTC-werking. Indien een fysieke organisatie de beste optie is, moet deze ingebed zijn in een transparante structuur die lokale verwevenheid koppelt aan een Vlaanderen-brede werking. De middelen die worden uitgetrokken voor de RTC-werking moeten blijvend en met een zo groot mogelijke impact ingezet worden om het onderwijs en de arbeidsmarkt te stimuleren om meer samen te werken op vlak van innovatieve leervormen, het delen van apparatuur en infrastructuur en de opleiding van leraren en trainers. Grondiger voorafgaandelijke oefening nodig In 2019 werd de RTC-werking geëvalueerd. Alle SERV-partners konden via een focusgroep (in de commissie Onderwijs van de SERV) hun inbreng doen. De SERV vindt echter niet alle toen geformuleerde bedenkingen terug in het evaluatierapport dat midden 2020 gepubliceerd werd. De sociale partners vroegen o.a. een degelijke SWOT-analyse van de RTC werking, waarbij ook nagegaan wordt wat het doel is van de RTC en in hoeverre zij, of andere partners, de initiële opdrachten nog opnemen. Het partnerschap-landschap op het snijvlak onderwijs-arbeidsmarkt is de voorbije jaren veranderd: door Duaal Leren werken sectoren en scholen veel nauwer samen, er zijn heel wat 1
De transitie naar een digitale samenleving: aanzet voor een integrale beleidsagenda, SERV, 17 januari 2018 SERV_20210426_ToekomstRTC_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be
Toekomstvisie RTC
initiatieven op vlak van digitalisering, … . De visienota die nu voorligt, biedt te weinig aandacht aan het brede ecosysteem waarin de RTC werken naast alle andere relevante actoren en gremia. De bestaande samenwerking en afstemming met andere actoren ontbreekt. Er is onvoldoende in kaart gebracht waar mogelijks lacunes zijn waar een vernieuwde werking die onderwijs en arbeidsmarkt dichter bij elkaar brengt op kan inspelen. De visienota formuleert weinig vernieuwende inzichten en voorstellen, al zijn er zeker goede aanknopingspunten zoals bv. de transitieprioriteiten circulaire economie en industrie 4.0. Bruggenbouwer op het snijvlak onderwijs – arbeidsmarkt nodig De SERV meent dat een werking op het snijvlak onderwijs – arbeidsmarkt met focus op technologie en techniek zijn nut heeft bewezen en nuttig blijft, indien er een duidelijke unique selling position (usp) blijkt te zijn. Een dergelijke werking kan wel nog slagkrachtiger uitgerold worden dan vandaag het geval is. De aard en intensiteit van de samenwerking met sectoren bv. is sterk afhankelijk van sector en van regio. De RTC of een alternatieve werking moet in de eerste plaats een krachtige rol van bruggenbouwer tussen onderwijs en werk opnemen. De visie dient te vertrekken van een gezamenlijk onderwijs- en werkverhaal, een nieuwe of vernieuwde werking moet zowel de kaart trekken van het onderwijs als van de arbeidsmarkt en inspelen op noden die scholen én ondernemingen ondervinden om de brug naar elkaar te kunnen slaan. Vooruitlopend op de inhoudelijke oefening stelt de SERV alvast dat de vernieuwde werking: • •
•
•
•
geen rol dient op te nemen in het Duaal Leren aangezien daar reeds heel wat actoren actief zijn, in de eerste plaats de sectoren en de scholen; een opdracht heeft op vlak van ondersteuning en professionalisering van leraren en trainers, complementair aan de pedagogische begeleidingsdiensten gezien de focus op de aansluiting met ondernemingen; een rol heeft in het STEM-gebeuren, mits een goede afstemming met andere STEMactoren; er is vandaag al veel versnippering in het STEM-landschap en geen organisatie met een overkoepelende visie en werking; de werking hoeft zich evenwel niet te beperken tot de STEM-sectoren; zich prioritair richt op de dubbele en arbeidsmarktgerichte finaliteit van het secundair onderwijs gezien de noden daar (instroom, infrastructuurnoden, professionalisering vakleraren, …) en aansluitend bij INNOVET, maar dat ook samenwerking met en voor doorstroomrichtingen niet uitgesloten wordt; zich moet inschrijven in het levenslang leren verhaal door ook het volwassenenonderwijs en de Syntra-campussen met de sectoren en ondernemingen die met dit onderwijsniveau willen samenwerken, met elkaar in contact te brengen; dit is voor de SERV meer aangewezen dan een uitbreiding naar het kleuteronderwijs.
Transparante structuur nodig Afhankelijk van de uitkomsten van de inhoudelijk oefening is de SERV wat de organisatiestructuur betreft voorstander van een sterke verankering op Vlaams niveau. Dat zorgt voor meer samenhang in de werking en meer hefbomen om initiatieven en projecten op te schalen. Naast die centralisering is zeker ook een lokale verankering nuttig en waardevol. De inhoudelijke oefening moet ook ingaan op hoe de rol van bruggenbouwer verzoend wordt met de rol van actor.
4
Toekomstvisie RTC
Hoogachtend
Pieter Kerremans
Anne Vermorgen
administrateur-generaal
voorzitter
Kopie: minister Crevits
5