Skip to main content

ThemarapportBibliothekenCollecties.pdf

Page 1

Bibliotheken in cijfers gevat FOCUS OP: BIBLIOTHEEKCOLLECTIES

Gedrukte en audiovisuele materialen • Vernieuwing in de collectie • Uitleningen en gebruik •

JANUARI 2017


Het Departement Cultuur, Jeugd en Media verzamelt via de rapporteringstool Bios al geruime tijd cijfermateriaal over de openbare bibliotheken. Het verzameld cijfermateriaal is voor iedereen raadpleegbaar op www.kennisportaalccenbib.be. Deze website biedt bibliothecarissen en beleidsmakers tal van mogelijkheden om de bibliotheekwerking binnen hun gemeente en binnen het volledig Vlaamse landschap te analyseren. In de reeks ‘Bibliotheken in cijfers gevat’ wordt één thema voor de volledige sector uitgelicht op basis van de verzamelde gegevens in Bios3. Wanneer nieuwe gegevens beschikbaar zijn, zullen de reeds gepubliceerde thematische nummers geactualiseerd worden zodat trends en ontwikkelingen blijvend in kaart gebracht worden. Ook volgende themanummers zijn beschikbaar: • Focus op: Bibliotheekinfrastructuur • Focus op: Personeel • Focus op: Bibliotheekactiviteiten • Focus op: Publieksbereik

1


Inleiding

De collectie is een belangrijk onderdeel van de bibliotheekwerking. Zonder collectie, geen bibliotheek. In Bios3 worden heel wat gegevens rond collectie geregistreerd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de open kastcollectie (vrij raadpleegbaar in de bibliotheek) en de magazijncollectie, tussen de collectie gedrukte materialen (GM) en audiovisuele materialen (AVM) en tussen collectiematerialen voor de jeugd en collectiematerialen voor volwassenen. Van elk collectieonderdeel worden de basisgegevens geregistreerd: het totale bezit, de aanwinsten en het aantal uitleningen en verlengingen per jaar. We bekijken in dit overzicht diverse aspecten van de verschillende collectieonderdelen, al dan niet gegroepeerd, en het gebruik van die collecties. We analyseren daarnaast de evoluties vanaf 2006 of vroeger. Waar mogelijk worden de gegevens ook voorgesteld op de kaart van Vlaanderen.

2

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Inleiding


1. De bibliotheken in Vlaanderen en Brussel op de kaart In totaal zijn er in 2015 314 bibliotheken in Vlaanderen en Brussel. De volledige lijst van bibliotheken kan worden teruggevonden op het kennisportaal. In Brussel richten alle negentien gemeentebesturen een Nederlandstalige bibliotheek in. De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) richt een grootstedelijke bibliotheek in (Muntpunt) met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als werkgebied. Een aantal gemeenten sloot een samenwerkingsverband met een aangrenzende gemeente voor de inrichting van een bibliotheek.1 Daarnaast richten enkele gemeenten samen een bibliotheek in.2 Het kaartje hieronder geeft de bibliotheken in Vlaanderen en Brussel weer volgens inwonertal van de gemeenten. Het merendeel van de bibliotheken is gelegen in gemeenten met 10.000 tot 20.000 en van 20.000 tot 50.000 inwoners.3 Informatie over het aantal vestigingen per bibliotheek, kan worden gevonden in het ‘Bibliotheken in cijfers gevat’ rapport over infrastructuur: http://www.kennisportaalccenbib.be/publicaties.

Kaart 1.1 Spreiding van het aantal bibliotheken volgens inwonertal in Vlaanderen in 2015

< 10.000 inwoners

>= 50.000 en < 100.000 inwoners

>= 10.000 en < 20.000 inwoners

>= 100.000 inwoners

>= 20.000 en < 50.000 inwoners

1 Houthulst en Lo-Reninge, Sint-Truiden en Nieuwerkerken, Aalter en Ruiselede, Avelgem en Spiere-Helkijn,

Poperinge en Vleteren en Blankenberge en Zuienkerke.

2 Hemiksem en Schelle (IveBIC) en Haacht en Boortmeerbeek (HaBoBIB). 3 Het overzicht met contact – en adresgegevens van alle bibliotheken in Vlaanderen is te raadplegen op de start

pagina van www.kennisportaalccenbib.be.

3

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT De bibliotheken in Vlaanderen en Brussel op de kaart


2. Totaal bezit

GOED OM TE WETEN

21.050.667

4.033.184

gedrukte materialeen

audiovisuele materialen

Grafiek 2.1 Evolutie van het aantal gedrukte en audiovisuele materialen in bezit van bibliotheken, in de periode 1998-2015

25.000.000

20.000.000

15.000.000

10.000.000

5.000.000

0

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Gedrukte materialen Audiovisuele materialen

4

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Totaal bezit


Met de (totale) collectie bedoelen we de collectie in open kast en de magazijncollectie. Met de open kastcollectie bedoelen we de verzameling materialen van de hoofdbibliotheek en alle bedieningspunten en servicepunten, inclusief de eigen wisselcollecties, maar exclusief de magazijncollectie en de wisselcollecties van derden. Met de magazijncollectie bedoelen we de verzameling materialen die niet in de rekken staan, maar die zich in het magazijn bevinden.

We beschikken al sinds 1998 over gedetailleerde gegevens over de collectie van bibliotheken. We zien in grafiek 2.1 dat het totaal aantal bibliotheekmaterialen tot 2010 sterk is toegenomen. Zowel het aantal gedrukte materialen (GM) als het aantal audiovisuele materialen (AVM) steeg. In 2011, 2012 en 2013 werd het totaalbezit iets kleiner. In deze jaren daalde zowel het aantal gedrukte als het aantal audiovisuele materialen. In 2014 en 2015 steeg het aantal gedrukte en audiovisuele materialen in de collecties opnieuw. Bibliotheken bezitten in 2015 meer dan 25 miljoen items. Een verklaring voor de stijging tussen 2013 en 2015 vinden we bij de Openbare Bibliotheek Hasselt: zij kreeg tussen 2013 en 2014 een schenking, waardoor het aantal collectie-items in deze bibliotheek steeg met 1 miljoen (van 454.755 gedrukte en 140.464 audiovisuele items in 2013 naar 1.351.681 gedrukte en 176.823 audiovisuele items in 2014).

Grafiek 2.3 Verhouding van het aantal gedrukte (GM) en audiovisuele materialen (AVM) in 2015

Grafiek 2.2 Verhouding van het aantal gedrukte (GM) en audiovisuele materialen (AVM) in 1998

92,33% GM

83,92% GM

7,67% AVM

16,08% AVM

In grafiek 2.1 valt de toename op van de hoeveelheid audiovisuele materialen: in 1998 hadden alle bibliotheken samen nog zo’n 1,7 miljoen items audiovisuele materialen, in 2015 is het totaal aantal meer dan verdubbeld tot ruim 4 miljoen items. Verhoudingswijs is het aandeel audiovisuele materialen in de totale collectie geëvolueerd van 8% in 1998 naar 16% in 2015 (zie grafieken 2.2 en 2.3).

5

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Totaal bezit


Kaart 2.1 Spreiding van het totaal aantal materialen in open kast in de Vlaamse gemeenten in 20154

tot 50.000 materialen in open kast

100.000 tot 200.000 materialen in open kast

50.000 tot 100.000 materialen in open kast

200.000 of meer materialen in open kast

Op kaart 2.1 wordt de spreiding van het totaal aantal materialen in open kast weergegeven. Het merendeel van de bibliotheken bezit minder dan 50.000 of van 50.000 tot 100.000 collectie-items in open kast. Op enkele uitzonderingen na, bezitten de kleinere gemeenten minder items dan de grotere gemeenten. Voorts kunnen we afleiden uit kaart 2.1 dat er een gelijkmatige verdeling is over Vlaanderen van bibliotheken met relatief veel en bibliotheken met relatief weinig materialen in open kast.

Interessant is ook de mogelijkheid om te ‘benchmarken’ of te vergelijken tussen gemeenten onderling. Op het kennisportaal kan u bijvoorbeeld nagaan of uw gemeente in vergelijking met verglijkbare gemeenten (bv. op het vlak van inwonertal, aantal bibliotheekvestigingen) in verhouding veel of weinig materialen in de collectie gedrukte en audiovisuele materialen heeft. Via deze link naar het kennisportaal selecteert u links onderaan de optie ‘vergelijk tussen gemeenten’. U wordt dan automatisch naar de benchmarkomgeving geleid. Vervolgens klikt u op start en kan u aan de slag: u kan een jaartal, een afwijkpercentage en een criterium om vergelijkbare gemeenten te vinden, selecteren. In een tweede stap wordt dan uw vergelijkingsgroep automatisch samengesteld. In een derde stap kan u een concreet vergelijkingscriterium aanvinken. Meer informatie over de precieze werkwijze van benchmarking, vindt u hier.

4 Op het kaartje zijn de gemeenten in het wit gemeenten die een samenwerkingsverband sloten met een andere gemeente

of gemeenten die samen een bibliotheek inrichtten met andere gemeenten. De hoofdbibliotheek is in dit geval in kleur weergegeven, de ‘samenwerkende’ bibliotheek is wit. Het gaat om de gemeenten Houthulst en Lo-Reninge, Sint-Truiden en Nieuwerkerken, Aalter en Ruiselede, Avelgem en Spiere-Helkijn, Poperinge en Vleteren, Blankenberge en Zuienkerke, Hemiksem en Schelle (IveBIC) en Haacht en Boortmeerbeek (HaBoBIB).

6

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Totaal bezit


3. Bezit gedrukte materialen open kast

GOED OM TE WETEN

65,3%

34,7%

vrije tijd

informatief

Gedrukte materialen zijn alle materialen op papier, namelijk strips, tijdschriften, kranten, fictie en non-fictie materialen. Onder fictie vallen proza, poëzie, toneelwerken, essays, Kamishibai vertelplaten en Fundels (inclusief bloemlezingen, grootletterboeken en omnibussen). Onder non-fictie vallen informatieve boeken, bladmuziek en taalcursussen. Fictie en strips vallen onder de vrijetijdscollectie. Non-fictie, bladmuziek en naslagwerken vallen onder de informatieve collectie.

7

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezit gedrukte materialen open kast


Grafiek 3.1 Verhouding tussen de subsoorten gedrukte materialen in open kast in 2015

8,91% strips 4,25% tijdschriftnummers 53,65% fictie 33,19% non-fictie

Grafiek 3.1 toont aan dat het overgrote deel van de gedrukte materialen in 2015 fictie en non-fictie is (87%), gevolgd door strips (8,91%) en tijdschriftnummers (4,25%). De cijfers tonen aan dat fictie meer dan de helft uitmaakt van de totale collectie gedrukte materialen in open kast (53,65%). Ongeveer één op drie gedrukte materialen is non-fictie (33,19%). Er zijn geen opmerkelijke evoluties in deze verhoudingen doorheen de jaren.5 In een volgende stap maken we een onderscheid tussen gedrukte materialen gericht op jongeren (jeugdcollectie) en materialen gericht op volwassenen (collectie volwassenen).

In de bibliotheeksector gebruikt men een internationale standaard om jongeren te definiëren: jongeren zijn alle personen jonger dan 15 jaar. Volwassenen zijn alle personen van 15 jaar of ouder.

5 De voorbije jaren is de vraagstelling naar de collectie gedrukte materialen gewijzigd in Bios. We presenteren daarom geen

evolutiegrafiek. De cijfers kunnen afzonderlijk per jaar geraadpleegd worden op het kennisportaal in de rubriek aanbod – Hoeveel materialen bezit de bibliotheek?. Aan de linkerkant van de pagina kan u verfijnen volgens jaartal.

8

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezit gedrukte materialen open kast


Grafiek 3.2 Verhouding van de subsoorten gedrukte materialen in de jeugdcollectie in open kast in 2015

Grafiek 3.3 Verhouding van de subsoorten gedrukte materialen in de collectie volwassenen in 2015

14,71% strips

5,46% strips

64,18% fictie

50,23% fictie

21,12% non-fictie

44,31% non-fictie

Grafieken 3.2 en 3.3 tonen dat de verhoudingen tussen de soorten gedrukte materialen verschilt naargelang de doelgroep waarop de materialen zich richten. In de jeugdcollectie zijn er in verhouding meer strips (14,71%) dan in de collectie gedrukte materialen gericht op volwassenen (5,46%), terwijl in de volwassenen collectie in verhouding meer non-fictie aanwezig is (44,31% versus 21,12% in de jeugdcollectie). Ongeveer één op twee gedrukte materialen in de collectie voor volwassenen is fictie. In de jeugdcollectie maakt fictie bijna 65% uit van de totale collectie gedrukte materialen voor jeugd in de open kast. Historisch gezien streven bibliotheken met hun collectie twee grote doelstellingen na. Enerzijds willen ze ontspanning aan hun publiek aanbieden. Anderzijds willen bibliotheken de burger informeren door gevarieerde, gediversifieerde en ruime informatieve collecties aan te bieden. Deze logica volgend, kunnen bibliotheekcollecties grofweg ingedeeld worden in twee luiken: een informatief luik en een vrijetijdsluik. Om de evolutie van de collectiesamenstelling nog iets beter te kunnen inschatten, hebben we de gedrukte informatieve collectie (non-fictie, bladmuziek en naslagwerken) en de vrijetijdscollectie (fictie en strips) gebundeld en de verhouding tussen de twee in de loop van de jaren bekeken.6 Tijdschriften laten we buiten beschouwing aangezien die onder beide onderdelen kunnen vallen. Ook kranten laten we buiten beschouwing.

6 Vanaf 2014 (Bios3) worden bladmuziek en naslagwerken niet meer apart geregistreerd, maar worden deze collectie-items

geteld onder non-fictie.

9

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezit gedrukte materialen open kast


Grafiek 3.4 Evolutie van de verhouding tussen de gedrukte materialen in de vrijetijdscollectie en in de informatieve collectie, in de periode 2006-2015 100% 90% 80% 70% 60%

39,34%

39,06%

38,12%

37,43%

36,90%

36,24%

35,66%

35,27%

34,79%

34,67%

60,66%

60,94%

61,88%

62,57%

63,10%

63,76%

64,34%

64,73%

65,21%

65,33%

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

50% 40% 30% 20% 10% 0%

vrijetijdscollectie informatieve collectie

Grafiek 3.4 laat zien dat de vrijetijdscollectie een steeds groter deel van de totale collectie uitmaakt. In absolute aantallen zien we dat in 2015 bijna 11,5 miljoen items tot de vrijetijdscollectie en ruim 6 miljoen items tot de informatieve collectie behoren. Daar waar in 2006 de verhouding tussen de vrijetijdscollectie en de informatieve collectie nog ongeveer 60/40 was, is deze verhouding in 2015 65/35. De informatieve collectie slinkt dus, terwijl de vrijetijdscollectie aandikt. Deze evolutie is zowel merkbaar in de jeugdcollectie als in de collectie volwassenen.

De cijfers over de onderverdeling tussen jeugd en volwassenen kunnen worden geraadpleegd op het kennisportaal, via de rubriek Aanbod – Hoeveel materialen bezit de bibliotheek.

Een verklaring voor deze dalende trend in het aantal bezittingen in de informatieve collectie kan worden gevonden in onze veranderende maatschappij, waar het ontspanningsaanbod exponentieel is toegenomen. Er zijn steeds meer alternatieven op de vrijetijdsmarkt voorhanden dan pakweg tien of zelfs vijf jaar geleden. Wat die informatieve rol van bibliotheken betreft, hebben we de voorbije jaren de bijzonder snelle opmars van digitale informatieverstrekkers gekend. Het internet is voor veel mensen de eerste bron van informatie geworden.

10

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezit gedrukte materialen open kast


4. Bezit audiovisuele materialen open kast

GOED OM TE WETEN

De audiovisuele materialen zijn in opmars. Het lijkt ons daarom interessant na te gaan hoe de spreiding van deze materialen is en te kijken hoeveel audiovisuele materialen de bibliotheken afzonderlijk bezitten (kaart 4.1). Over het algemeen geldt dat de bibliotheken in grotere gemeenten meer audiovisuele materialen hebben dan bibliotheken in kleinere gemeenten. Er is een gelijkmatige verdeling over Vlaanderen van bibliotheken met relatief veel en bibliotheken met relatief weinig audiovisuele materialen.

11

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezit audiovisuele materialen open kast


Kaart 4.1 Spreiding van het aantal audiovisuele materialen in open kast in Vlaanderen in 20157

tot 5.000 items

10.000 tot 20.000 items

5.000 tot 10.000 items

20.000 items of meer

Op het kennisportaal bestaat de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken in de benchmark-omgeving. U kan bijvoorbeeld nagaan of uw gemeente in vergelijking met verglijkbare gemeenten (bv. op het vlak van inwonertal, aantal bibliotheekvestigingen) in verhouding veel of weinig materialen in de collectie audiovisuele materialen heeft. Via deze link naar het kennisportaal selecteert u links onderaan de optie ‘vergelijk tussen gemeenten’. U wordt dan automatisch naar de benchmarkomgeving geleid. Vervolgens klikt u op start en kan u aan de slag: u kan een jaartal, een afwijkpercentage en een criterium om vergelijkbare gemeenten te vinden, selecteren. In een tweede stap wordt dan uw vergelijkingsgroep automatisch samengesteld. In een derde stap kan u een concreet vergelijkingscriterium aanvinken. Meer informatie over de precieze werkwijze van benchmarking, vindt u hier.

7 Op het kaartje zijn de gemeenten in het wit gemeenten die een samenwerkingsverband sloten met een andere gemeente

of gemeenten die samen een bibliotheek inrichtten met andere gemeenten. De hoofdbibliotheek is in dit geval in kleur weergegeven, de ‘samenwerkende’ bibliotheek is wit. Het gaat om de gemeenten Houthulst en Lo-Reninge, Sint-Truiden en Nieuwerkerken, Aalter en Ruiselede, Avelgem en Spiere-Helkijn, Poperinge en Vleteren, Blankenberge en Zuienkerke, Hemiksem en Schelle (IveBIC) en Haacht en Boortmeerbeek (HaBoBIB).

12

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezit audiovisuele materialen open kast


Grafiek 4.1 Verhouding tussen de subsoorten audiovisuele materialen in open kast in 2015

8,91% dvd 55,09% cd 0,39% games 1,81% Daisy-boeken 0,39% andere AVM

De collectie audiovisuele materialen (AVM) bestaat uit verschillende materiaalsoorten (zie grafiek 4.1). Cd’s maken verreweg het grootste deel van de collectie uit. Meer dan de helft (55,09%) van de audiovisuele materialen zijn cd’s. Ook dvd’s vormen een heel groot onderdeel (42,32%), terwijl het aandeel games en andere AVM (video’s, lp’s, etc.) relatief klein is (elk 0,39%). Ongeveer één op vijftig audiovisuele materialen betreffen Daisy-boeken.

Daisy boeken (Digital Accessible Information System) zijn gesproken boeken op cd-rom met een navigatiestructuur, speciaal ontwikkeld voor personen met een leesbeperking.

13

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezit audiovisuele materialen open kast


Grafiek 4.2 Evolutie van het bezit van cd’s, dvd’s en Daisyboeken, in de periode 2006-2015

4.000.000 3.500.000 3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

dvd cd Daisy-boeken

Als we in grafiek 4.2 de evolutie van de samenstelling van de collectie audiovisuele materialen voor de drie voornaamste onderdelen (cd’s, dvd’s en Daisy-boeken) bekijken, zien we een verschuiving in de loop van de tijd. In absolute aantallen zien we dat de collectie van cd’s slinkt (1 miljoen 847.169 in 2015), terwijl het aantal dvd’s en Daisy-boeken alsmaar toeneemt. De collectie dvd’s is nu meer dan drie keer zo groot dan in 2006: 1.419.157 in 2015. Het aantal Daisy-boeken is in acht jaar tijd zelfs verzesvoudigd: van 9.691 in 2008 naar 60.757 in 2015.8 Daar waar in 2006 de verhouding tussen cd’s en dvd’s ongeveer één op vijf was, is deze verhouding in 2015 ongeveer twee op vijf.

8 Er werd pas vanaf 2008 naar het aantal Daisy-boeken gepeild in de collectie audiovisuele materialen.

14

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezit audiovisuele materialen open kast


Tabel 4.1 Aantal cd’s, dvd’s en Daisy-boeken in de collectie audiovisuele materialen in open kast in de periode 2006-2015 CD

DVD

DAISY-BOEKEN

2006

2.046.368

405.676

2007

2.108.115

544.332

/ /

2008

2.077.999

688.759

9.691

2009

2.103.725

823.462

20.499

2010

2.098.410

958.184

30.293

2011

2.044.799

1.087.288

35.091

2012

2.000.690

1.196.928

43.142

2013

1.978.558

1.296.995

49.032

2014

1.919.901

1.365.583

55.417

2015

1.847.169

1.419.157

60.757

5. Bezitscoëfficiënt

Een goede indicator om de grootte van de collectie in te schatten is de bezitscoëfficiënt.

De bezitscoëfficiënt zet het aantal collectie-items af tegen het aantal leners. Concreet verwijst de bezitscoëfficiënt dan naar het gemiddeld aantal items in de collectie per lener van de bibliotheek.

15

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezitscoëfficiënt


Grafiek 5.1 Bezitscoëfficiënt van de gedrukte materialen (GM) jeugd, gedrukte materialen (GM) volwassenen, audiovisuele materialen (AVM) jeugd en audiovisuele materialen (AVM) volwassenen in 2015, per provincie

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant GM jeugd

West-Vlaanderen

GM volwassenen

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

AVM jeugd AVM volwassenen

0

5

10

15

20

25

In grafiek 5.1 wordt per provincie de gemiddelde bezitscoëfficiënt weergegeven voor zowel de collectie gedrukte materialen (GM) als de collectie audiovisuele materialen (AVM), opgesplitst in jeugd en volwassenen (t.o.v. respectievelijk jeugd en volwassen leners). De bezitscoëfficiënt verwijst dan naar het gemiddeld aantal collectie-items per lener in de groep van jeugd en volwassenen. De resultaten tonen aan dat de gedrukte materialen gericht op jongeren in alle provincies de grootste bezitscoëfficiënt vertegenwoordigen. Concreet betekent dit dat bibliotheken deze materialen in verhouding tot het aantal leners het meest in bezit hebben. Gedrukte materialen voor volwassenen hebben de op één na hoogste bezitscoëfficiënt, gevolgd door audiovisuele materialen voor volwassenen. Dit geldt voor alle provincies. Audiovisuele materialen gericht op jongeren hebben in alle provincies de laagste bezitscoëfficiënt. Dit betekent dat bibliotheken deze materialen het kleinste aandeel van de collectie uitmaken in verhouding tot het aantal leners.

Bekijk via deze link naar het kennisportaal de details voor alle bibliotheken van uw provincie. Nadat u bovenaan ‘Bibliotheken’ en nadien de rubriek aanbod selecteerde, kan u de vraag ‘Hoeveel materialen bezit de bibliotheek?’ selecteren. Om te verfijnen naar provincie, kan u vervolgens links op het scherm onder ‘Verfijn dit rapport’ het verfijningscriterium provincie selecteren. Wanneer u een provincie geselecteerd hebt, verschijnen op het dashboard automatisch de gegevens van de geselecteerde provincie. De verfijningscriteria laten u niet enkel toe de gegevens te verfijnen tot op het niveau van de provincie, maar u kan ook de cijfers van specifieke gemeenten raadplegen.

16

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Bezitscoëfficiënt


6. Vernieuwing van de collecties

Om de vernieuwing van een collectie(onderdeel) in beeld te kunnen brengen, maken we gebruik van de parameter vernieuwingsritme.

Het vernieuwingsritme wordt bepaald door het aantal aanwinsten van één bepaald jaar af te zetten tegen het bezit van de collectie (open kast). Dat kan voor de totale collectie, maar evengoed voor elk collectieonderdeel. Op die manier krijgen we zicht op de jaarlijkse vernieuwing binnen de bibliotheekcollecties.

Grafiek 6.1 Evolutie van het vernieuwingsritme per provincie, in de periode 2006-2015

14 12 10 8 6 4 2 0 2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Antwerpen

West-Vlaanderen

Vlaams-Brabant

Oost-Vlaanderen

Limburg

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

2015

Grafiek 6.1 toont dat het vernieuwingsritme is gestegen in alle provincies, ondanks enkele schommelingen. Dat betekent dat bibliotheken hun collectie steeds actueler houden. Dalingen kunnen zowel een gevolg zijn van een dalende aankoop van nieuwe materialen als van een stijging van het totale bezit. Het vernieuwingsritme is het grootst in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en het laagst in de provincies West-Vlaanderen en Limburg.

17

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Vernieuwing van de collecties


Via deze link naar de interactieve omgeving op het kennisportaal kan u onder Bibliotheken – rubriek Aanbod de vraag ‘Hoe verloopt de vernieuwing in de bibliotheek?’ terugvinden. U kan via dit dashboard vervolgens het vernieuwingsritme en de vernieuwingsaantallen van de collectie audiovisuele materialen en de collectie gedrukte materialen apart raadplegen, net als die van de gedrukte materialen voor de jeugd en voor volwassenen. Telkens kunnen ook de resultaten per gemeente opgevraagd worden via het verfijningscriterium links op het scherm.

7. Totaal aantal uitleningen en verlengingen

Zowel cijfers over het aantal uitleningen als cijfers over het aantal verlengingen zeggen iets over het gebruik van de collectie-items. Om het gebruik van de collectie-items na te gaan, bestuderen we dus niet enkel hoe vaak items ontleend worden, maar ook hoe vaak items verlengd worden. De optelsom van het aantal uitleningen en het aantal verlengingen weerspiegelt, met andere woorden, het gebruik van de collectie-items.9

Met uitleningen bedoelen we het aantal keer dat een materiaal is uitgeleend aan gebruikers in de loop van het jaar. Om het aantal verlengingen na te gaan, tellen we het aantal keer dat de oorspronkelijke uitleenperiode van een materiaal verlengd is in de loop van het jaar.

9 Daar waar we in dit rapport het aantal uitleningen en verlengingen bestuderen in functie van de collectie-items, gaan we

in het themarapport over publieksbereik dieper in op het aantal leners: http://www.kennisportaalccenbib.be/publicaties

18

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Totaal aantal uitleningen en verlengingen


Grafiek 7.1 Evolutie van het aantal uitleningen en verlengingen van de collectie gedrukte materialen en de collectie audiovisuele materialen, in de periode 1998-2015

60.000.000

50.000.000

40.000.000

30.000.000

20.000.000

10.000.000

0

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Gedrukte materialen Audiovisuele materialen

Het totaal aantal uitleningen en verlengingen is in de loop van de jaren licht gestegen (zie grafiek 7.1): van bijna 50 miljoen in 1998 naar bijna 52 miljoen in 2015. Het aantal uitleningen van gedrukte materialen is echter lichtjes gedaald: van 44,8 miljoen in 1998 naar 43,3 miljoen in 2015. De stijging van het totaal aantal uitleningen is dus in hoofdzaak een gevolg van de toegenomen uitleningen van audiovisuele materialen. Die stegen opvallend van 5,2 miljoen in 1998 naar 8,4 miljoen in 2015. De laatste drie jaren is er hier een lichte daling merkbaar. Verhoudingsgewijs is het aantal uitleningen voor audiovisuele materialen gestegen naar 16% van het totaal van alle uitleningen (zie grafieken 7.2 en 7.3 hieronder).

19

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Totaal aantal uitleningen en verlengingen


Grafiek 7.2 Verhouding van het aantal uitleningen en verlengingen gedrukte (GM) en audiovisuele materialen (AVM) in 1998

Grafiek 7.2 Verhouding van het aantal uitleningen en verlengingen gedrukte (GM) en audiovisuele materialen (AVM) in 2015

89,56% GM

83,74% GM

10,44% AVM

16,26% AVM

Tot slot is het binnen dit onderdeel interessant om de verhouding tussen het aantal uitleningen en het aantal verlengingen te bestuderen. Grafiek 7.4 bevat informatie over deze verhouding voor de voornaamste gedrukte materialen (fictie en non-fictie) en de voornaamste audiovisuele materialen (cd’s en dvd’s). De cijfers tonen aan dat non-fictie het grootste aantal verlengingen kent: 30% van de gebruikscijfers gaat over verlengingen. Cd’s worden vooral ontleend en minder verlengd: minder dan 20% van de gebruikscijfers gaat over verlengingen.

Grafiek 7.4 Verhouding van het aantal uitleningen en verlengingen van gedrukte materialen non-fictie, gedrukte materialen fictie, cd’s en dvd’s

dvd

83,17%

16,83%

cd

82,44%

31,57%

71,71%

28,29%

68,43%

31,57%

fictie gedrukt non-fictie gedrukt

uitleningen verlengingen

0%

20%

40%

60%

20

80%

100%

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Totaal aantal uitleningen en verlengingen


8. Gebruik van de collectie

GOED OM TE WETEN Gemiddeld 2,49 uitleningen per item strips voor jongeren en dvd’s op kop

5,25

3,99

Het is interessant na te gaan hoe vaak de collectie wordt gebruikt (=ontleend), rekening houdend met de totale collectie van materialen van de bibliotheek. Hiervan is de gebruikscoëfficiënt een goede indicatie.

De gebruikscoëfficiënt geeft het aantal uitleningen en verlengingen ten opzichte van het totale bezit weer. Het resultaat hiervan is het gemiddeld aantal uitleningen per collectie-item.

In 2015 wordt elk item in alle bibliotheekcollecties (open kast) gemiddeld genomen 2,49 keer uitgeleend. Dit verschilt heel sterk tussen de verschillende collectieonderdelen en tussen de verschillende provincies, en zeker tussen de verschillende gemeenten. In de provincies Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant worden in verhouding tot het bezit gemiddeld gezien meer gedrukte materialen dan audiovisuele materialen ontleend. In de andere provincies worden in verhouding tot het bezit meer audiovisuele materialen ontleend. In Antwerpen zijn er relatief hoge gebruikscoëfficiënten, terwijl de provincie Vlaams-Brabant op dit vlak minder goed scoort.

21

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Gebruik van de collectie


Via deze link naar het kennisportaal kunnen deze cijfers per provincie geraadpleegd worden in de rubriek aanbod – Hoe verloopt de vernieuwing in de collectie? Aan de linkerzijde van het dashboard kunnen de resultaten verfijnd worden volgens jaartal, provincie, inwonertal en gemeente.

Grafiek 8.1 Overzicht van de gebruikscoëfficiënt van de gedrukte materialen en de audiovisuele materialen volgens inwonertal in 2015 6 4,83

5 4

3,67

3 2 1

2,15

1,89

1,85

2,38

2,84

3,24

2,01

1,39

0 < 10.000 inwoners

>= 10.000 en < 20.000 inwoners

>= 20.000 en < >= 50.000 en < 50.000 inwoners 100.000 inwoners

>= 100.000 inwoners

gedrukte materialen audiovisuele materialen

De vergelijking tussen de bibliotheken in gemeenten met veel inwoners en bibliotheken met weinig inwoners levert interessante informatie op. Grafiek 8.1 toont aan dat de gebruikerscoëfficiënt stijgt naarmate de gemeente meer inwoners telt. Dit geldt voor zowel gedrukte als audiovisuele materialen. De collectiematerialen in grotere bibliotheken (i.f.v. inwonertal) worden dus verhoudingsgewijs meer uitgeleend dan de collectiematerialen in kleinere bibliotheken (i.f.v. inwonertal). We zien grote verschillen: in bibliotheken in gemeenten met minder dan 10.000 inwoners worden de gedrukte materialen gemiddeld gezien 1.89 keer en de audiovisuele materialen gemiddeld gezien 1.39 keer ontleend, terwijl de gedrukte materialen in bibliotheken in gemeenten met meer dan 100.000 inwoners gemiddeld gezien 3,24 en de audiovisuele materialen gemiddeld bijna 5 keer ontleend worden. Voorts leiden we uit grafiek 8.1 af dat in bibliotheken in gemeenten met veel inwoners audiovisuele materialen een grotere gebruikerscoëfficiënt hebben dan de gedrukte materialen, terwijl in de bibliotheken in gemeenten met weinig inwoners net het omgekeerde geldt.

22

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Gebruik van de collectie


Grafiek 8.2 Overzicht van de gebruikscoëfficiënt van de soorten gedrukte materialen in 2015

tijdschrifnummers

1,67

boeken volwassenen

2,02

strips volwassenen

2,14

boeken jeugd

3,64

strips jeugd

5,25

Grafiek 8.3 Overzicht van de gebruikscoëfficiënt van de soorten audiovisuele materialen in 2015 Daisy-boeken

0,62

cd’s

1,4

andere AVM

1,8

dvd’s

3,99

De gebruikscoëfficiënten binnen eenzelfde collectieonderdeel (GM of AVM) evolueren niet zoveel in de loop van de tijd, waardoor we enkel de cijfers van 2015 bekijken. Grafiek 8.2 toont de gebruikscoëfficiënt van de soorten gedrukte materialen, grafiek 8.3 visualiseert de gebruikscoëfficiënt van de soorten audiovisuele materialen. We zien sterke verschillen tussen de verschillende onderdelen van een collectieonderdeel. Binnen de gedrukte materialen worden strips voor jongeren in verhouding tot het bezit het vaakst ontleend (gebruikscoëfficiënt = 5,25), terwijl tijdschriften (1,67) en boeken voor volwassenen verhoudingsgewijs het minst worden ontleend (2,02). De opsplitsing fictie en non-fictie (niet opgenomen in de grafiek) leert ons dat fictie een groter gebruik kent dan non-fictie (gebruikscoëfficiënt voor fictie = 2,61, gebruikscoëfficiënt voor non-fictie = 1,60). Grafiek 8.3 onthult dat bij de audiovisuele materialen dvd’s het vaakst ontleend worden (gebruikscoëfficiënt = 3,99), gevolgd door andere audiovisuele materialen (1,8) en cd’s (1,4). Daisy-boeken worden het minst vaak ontleend (0,62), maar gezien de specifieke doelgroep van deze materiaalsoort is dit resultaat niet verrassend.

23

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Gebruik van de collectie


Meer weten

Hieronder vindt u een aantal verwijzingen naar websites met informatie rond de samenstelling en het beheer van bibliotheekcollecties: http://www.cultuurconnect.be/diensten/bibliotheekportalen/ Bibliotheekportalen is een samenwerkingsproject van de betrokken bibliotheken, Cultuurconnect, de provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Het maakt het voor alle Vlaamse openbare bibliotheken mogelijk om hun collecties, activiteiten en diensten online in de kijker te plaatsen. https://mijn.bibliotheek.be/ Op ‘Mijn Bibliotheek’ kunnen materialen verlengd worden of kunnen items gereserveerd worden. http://www.ifla.org/library-collections Op de website van IFLA (International Federation of Library Associations) zijn internationale richtlijnen rond collectievorming terug te vinden. http://www.bibliotheekmonitor.nl/trends-bibliotheken/collectie/item35 In Nederland worden heel wat elementen van de collecties van de bibliotheken naderbij bekeken. Hier worden geen detailgegevens per bibliotheek besproken, maar geeft men algemene cijfers over de sector weer.

Meer info bij dit document?

Departement Cultuur, Jeugd en Media – Afdeling Sociaal-cultureel werk Arenbergstraat 9 1000 Brussel www.sociaalcultureel.be An Adriaenssen – 02 533 42 37 - an.adriaenssen@cjsm.vlaanderen.be Lynn Moerenhout – 02 553 41 26 - lynn.moerenhout@cjsm.vlaanderen.be Maarten Vandekerckhove – 02 553 42 29 - maarten.vandekerckhove@cjsm.vlaanderen.be Of bekijk onze rapporteringswebsite: www.kennisportaalccenbib.be

24

BIBLIOTHEKEN IN CIJFERS GEVAT Meer weten


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook