Onderzoeksrapport
OP ZOEK NAAR DE WAARDE VAN HET JEUGDWERK vlaanderen.be/cjm
DANKWOORD VOORAF Vanuit het iSOS-kenniscentrum aan de AP Hogeschool tekenden we in januari 2020 enthousiast in op de oproep van het Departement Cultuur, Jeugd en Media voor het uitvoeren van een onderzoek naar de waarde van het jeugdwerk. Niemand kon voorspellen op welke rollercoaster we stapten, toen het onderzoek effectief aan het kenniscentrum werd toegekend. In maart 2020 ging de wereld dicht en maakten we kennis met een ‘pandemie’. Op dat moment dachten we nog dat het wel zou overwaaien en konden we het onderzoek opstarten door in de literatuur te duiken, te lezen en ons te oriënteren. Voor de zomer vonden we nog enthousiaste jeugdwerkorganisaties bereid om mee te werken en maakten we afspraken om na de zomervakantie op te starten, als alles voorbij was. Een derde coronagolf besliste er anders over. Alles omgooien, op zoek naar nieuwe organisaties, timing en methodologie aanpassen… We deinden mee op de golf en zochten naar mogelijkheden en draagkracht. Die rit hadden we niet kunnen uitrijden zonder de enorme flexibiliteit van het departement en het enthousiasme en de steun van Eva Van Passel en Janne Vermeesch. Zij waren altijd bereid om mee te denken en samen met ons naar mogelijkheden te zoeken. Heel veel dank daarvoor! Een speciale dank ook aan alle kinderen en jongeren die hun verhalen voor dit onderzoek deelden. Via hun verhalen leren we ze kennen. Dat ze dat hebben gedeeld, is vooral te wijten aan het doorzettingsvermogen en de inzet van jeugdwerkers en vrijwilligers binnen een aantal jeugdwerkorganisaties. Er was heel veel enthousiasme en soms resulteerde dat in veel verhalen, bij momenten in enkele, maar ook wel eens in geen. De praktijk en realiteit haalden ons in. Een welgemeende dank aan: Bazart Leuven, Bazzz, City Pirates, De Gemeenschap, Groep INTRO, KLJ Wiekevorst, LEJO, Nakama en Oranje vzw om mee in dit verhaal te stappen. Veel dank ook aan Timmy Boutsen (De Ambrassade), Fried Aernouts (StampMedia), Katrien Vissers (Tumult), Bert Delville (Bataljong), Farah Mohamed (Lasso vzw), Rilke Mahieu (JINT), Elien Martens (Kei-Jong vzw), Ikrame Kastit (Uit De Marge), Ken Van Roose (Formaat), Katrien Ponsaerts en Koen Hanssens (JES vzw) die vanuit de reflectiegroep op twee sleutelmomenten een kritische blik op het werk hebben gegooid.
Een aantal mensen verdienen nog een extra dankjewel: Timmy Boutsen (De Ambrassade), Ikrame Kastit (Uit De Marge), Don Pandzou (kabinetsmedewerker en opiniemaker), Geert Boutsen (UCLL) en Eveline Meylemans (UGent). Zij deelden als vroegere deelnemer, vrijwilliger en huidige professional hun jeugdwerkervaringen met ons. Hun bril als expert is een mooie aanvulling op de literatuurstudie. En last but not least een dankjewel aan Rilke Mahieu en Filip Coussée voor de inhoudelijke reflectie en kritische blik en aan Susan Cooper voor de inspiratie en ondersteuning bij het uitwerken van de methodologie. Het was een reis in boeiend gezelschap!
Robin Polak Jusra Baki Els De Ceuster Onderzoekers aan de AP Hogeschool voor het iSOS Kenniscentrum 15 september 2021
2•
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
INHOUD Dankwoord vooraf
2
Inleiding
5
Deel 1: literatuurstudie
8
1. Waarde, waarden: waar spreken we over?
9
2. Definiëren toont waarde
10
3. Wat achteromkijken ons leert
11
4. Wat over de grenzen kijken ons leert
14
5. Wat we al weten
18
5.1. De waarde van vrije tijd voor diversiteit 5.1.1. Wat we leren uit de vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren
18
5.1.2. Vrije tijd, jeugdwerk en diversiteit
19
5.2. Wat kinderen en jongeren ons leren
21
5.2.1. De stem van kinderen en jongeren vanuit belevingsonderzoek
21
5.2.2. De stem van kinderen en jongeren vanuit verschillende doelgroepen
22
5.3. Wat jeugdwerkers ons leren
23
5.4. En de ouders dan?
24
6. Wat experten ons vertellen
26
7. Ter afronding
28
Deel 2: kwalitatief belevingsonderzoek
30
1. Waarom kiezen voor transformatieve evaluatie?
31
2. Transformatieve evaluatie: de kunst van het stellen van die éne vraag
32
2.1. Transformatieve evaluatie binnen dit onderzoek
35
2.1.1. Het oorspronkelijke opzet …
35
2.1.2. En toen was er corona …
36
2.2. De steekproef
37
2.2.1. Het oorspronkelijke opzet
37
2.2.2. En toen was er corona …
38
2.3. De betrokken organisaties voorgesteld
3•
18
39
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3. Uit de verhalen van deelnemers en vrijwilligers
42
3.1. Verbondenheid als waarde
42
3.2. Plezier als waarde
47
3.3. Vrijheid als waarde
52
3.4. Bekwaamheid als waarde
56
3.5. Erkenning als waarde
61
3.6. Veiligheid als waarde
65
3.7. Zelfontplooiing als waarde
69
3.8. Respect als waarde
71
4. De waarde van jeugdwerk in tijden van corona
74
4.1. Plezier als waarde
74
4.2. Verbondenheid als waarde
75
4.3. Erkenning als waarde
76
4.4. Vrijheid als waarde
77
5. Het perspectief van de jeugdwerkprofessionals Deel 3: samenvattend
77 83
1. Acht waarden die op elkaar ingrijpen
84
1.1. Verbondenheid
85
1.2. Plezier
86
1.3. Vrijheid
87
1.4. Bekwaamheid
87
1.5. Erkenning
87
1.6. Veiligheid
87
1.7. Zelfontplooiing
88
1.8. Respect
88
2. Enkele slotbedenkingen
89
3. Welke vragen blijven er liggen?
90
4. Beperkingen van het onderzoek
91
5. Uitdagingen voor stakeholders in het jeugdwerk
92
Referenties
94
Bijlagen
99
Bijlage 1: Handleiding voor de betrokken jeugdwerkorganisaties Colofon
4•
100 107
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
INLEIDING
5•
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Het ‘Masterplan diversiteit in/en het jeugdwerk’ daagt het jeugdwerk en het jeugdbeleid uit om van het jeugdwerk een plek te maken waar alle kinderen en jongeren zich thuis voelen, ongeacht hun afkomst, sociaaleconomische situatie, lichamelijke of psychische toestand. De afgelopen jaren werden op basis van dit masterplan initiatieven ondersteund om te zoeken naar methodische en instrumentele oplossingen. De focus lag vooral op de hoe-vraag: hoe zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk kinderen en jongeren de kans krijgen om de meerwaarde van het jeugdwerk te ervaren? Ook de ‘Visienota diversiteit in/en het jeugdwerk’, die aan de grondslag van het masterplan ligt, focust op nieuwe strategieën om vorm te geven aan de uitdagingen van vandaag. Er wordt vertrokken van een tweesporenbeleid waarin het belangrijk blijft dat jeugdwerkorganisaties inspanningen doen om meer diverse kinderen en jongeren bij hun aanbod te betrekken. Tegelijkertijd moeten jeugdwerkorganisaties inspanningen doen om maatschappelijke breuklijnen te overstijgen. Er wordt gepleit voor meer sociaal ondernemerschap in de sector, een verruiming van het aanbod en van partnerschappen met organisaties (De Visscher, Neyens, 2016). Wie bij de sector betrokken is, heeft een globaal idee van de waarde van het jeugdwerk en van de meerwaarde ervan voor kinderen en jongeren. Jeugdwerkers delen een soort onuitgesproken DNA, een identiteit. “Jeugdwerk is een levenshouding waarbij kinderen en jongeren consequent centraal staan”, zo schrijft De Ambrassade (2018). Maar welke waarde geven kinderen en jongeren eraan? Hoe beleven zij jeugdwerk en wat ervaren ze als waardevol? Met dit onderzoek wordt een voorzichtig antwoord gezocht op deze vragen. Het vertrekpunt is een uitgebreide literatuurstudie naar de waarde van jeugdwerk voor de deelnemers vanuit verschillende perspectieven. Kinderen en jongeren komen zelf aan het woord in het tweede deel van het onderzoek. Vanuit een verkennend kwalitatief onderzoek op basis van de methode van transformatieve evaluatie spreken zij zich uit over de waarde van jeugdwerk. Het onderzoek draagt op deze manier bij aan het vertalen van de stem van kinderen en jongeren naar het ruimere jeugdwerkveld en het beleid en biedt daarmee een mogelijke inspiratie voor het versterken en afstemmen van jeugdwerk en jeugdwerkbeleid. Toch zal de aandachtige lezer veel voorzichtigheid lezen in dit rapport. Die voorzichtigheid is nodig omdat spreken over ‘de waarde’ van iets voor iemand altijd gerelateerd is aan de leefwereld van ‘die iemand’. De waarde van jeugdwerk ontstaat in de relatie tussen de leefwereld van kinderen en jongeren en het jeugdwerkaanbod. Er zijn geen eenduidige en kraakheldere conclusies te trekken uit dit onderzoek. Het laat ons wel even door het sleutelgat kijken en het zoekt naar systematiek op basis van verhalen van kinderen en jongeren. De conclusies en aanbevelingen die hieruit voortkomen zijn bijgevolg louter inspirerend. Het onderzoek laat in elk geval wel zien dat het luisteren naar de stem van kinderen en jongeren zelf altijd waardevol is en dat er nog veel te ontdekken valt in telkens andere contexten, in andere leefwerelden, bij andere kinderen en jongeren. In het eerste deel van dit rapport is de literatuurstudie opgenomen. In deze studie ligt de focus op de Vlaamse context van jeugdwerk, aangevuld met het brede Europese perspectief. Vanuit een open blik op wat jeugdwerk is en kan zijn wordt er gezocht naar onderliggende of expliciet benoemde waarden. Deel 2 beschrijft achtereenvolgens de aanpak van het kwalitatieve verkennende onderzoek en het resultatenluik. Bij de bespreking van de resultaten wordt er expliciet gekozen om heel dicht bij de originele data te blijven en op die manier voldoende recht te doen aan de kinderen en jongeren die via hun verhalen een inkijk hebben gegeven in hun beleving. In deel 3 formuleren we conclusies en trekken we de discussie open: wat hebben we geleerd, wat valt er nog te leren? Afsluitend komen een aantal aanbevelingen aan bod. Het COVID-19-virus heeft de aanpak en de uitrol van dit onderzoek sterk beïnvloed. Doorheen het rapport maken we duidelijk waar we bijstellingen deden. In het resultatenluik wordt ook weergegeven hoe de pandemie de waarde van het jeugdwerk naar boven heeft gehaald bij de betrokken kinderen en jongeren. Dit onderzoeksrapport is vertaald naar een samenvattend artikel waarin de voornaamste bevindingen uit het kwalitatieve onderzoeksluik gebundeld worden.
6•
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
7•
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
DEEL 1: LITERATUURSTUDIE
8•
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Een verhaal van ‘waarde’ en ‘waarden’ vertellen is niet evident. Braeckman (2018) verwijst naar de verschillende contexten waarin de begrippen gehanteerd worden en waarschuwt voor circulaire definities: “waardevol is datgene wat we waarderen, en wat we waarderen is waardevol”. Onderstaande literatuurverkenning toont het resultaat van een zoektocht om via gekende wegen het verhaal van de ‘waarde van het jeugdwerk’ te vertellen. We staan stil bij het definiëren van jeugdwerk, bij de geschiedenis van jeugdwerk, bij de nationale en internationale beleidscontext van jeugdwerk en bij relevant jeugdwerkonderzoek, maar telkens vanuit een specifieke focus op wat het ons leert over de waarde ervan voor kinderen en jongeren. Het laatste woord is voor een aantal jeugdwerk-experten die doorheen het onderzoek geïnterviewd werden.
1. Waarde, waarden: waar spreken we over? In de zoektocht naar de ‘waarde’ en ‘waarden’ van jeugdwerk is een duidelijke definiëring en afbakening essentieel. Het opzet is niet om impact te meten of om de meetbare effecten van het jeugdwerk in kaart te brengen. Er wordt niet gezocht naar bewijzen dat jeugdwerk in het algemeen ‘werkt’. De focus van dit onderzoek ligt op de waarde die kinderen en jongeren hechten aan het deelnemen aan jeugdwerkactiviteiten. De leefwereld van kinderen en jongeren is het vertrekpunt. Het begrip ‘waarde’ wordt, naar Braeckman (2018), ingevuld vanuit datgene waar kinderen en jongeren op een fundamentele wijze belang aan hechten en betekenis aan geven. Als mensen doen we dat met onze specifieke psychologische kenmerken, vanuit onze individuele persoonlijkheidsstructuren en gekanaliseerd door onze culturele eigenheid (Braeckman, 2018). Deze individuele invulling van het begrip staat uiteraard niet los van de socialisatie van kinderen en jongeren en vanuit de basiswaarden die het samenleven impliciet en expliciet reguleren. Zonder verder in te gaan op de bredere cultuursociologische benadering van waarden en waardenpatronen, is het toch relevant om stil te staan bij het begrip ‘waarden’ in het algemeen. Een ‘waarde’ in de sociologische opvatting kan gezien worden als de impliciete of expliciete opvatting van een individu, een sociale groep, een collectiviteit over het wenselijke (Verbruggen et al. 2016). Waarden zijn dan algemene opvattingen om het individuele, het groeps- en maatschappelijke gedrag te bepalen en te beoordelen (Van Doorn & Lammers, 1976). Ze fungeren als een richtsnoer en als maatstaf voor gedrag en hebben een emotionele lading (Verbruggen et al. 2016). Waarden zijn een onderdeel van de normatieve component van cultuur en sociaal handelen. Ze kunnen gesitueerd worden op verschillende niveaus van de sociale systemen (individueel, op maatschappelijk niveau, op organisatieniveau…). Waarden zijn abstract en worden concreet als ze omgezet worden in normen en concrete gedragsregels. Er is een dunne lijn te trekken tussen kijken naar de waarde van jeugdwerk voor kinderen en jongeren en de beleving van kinderen en jongeren in het jeugdwerk. Bij belevingsonderzoek wordt er gevraagd naar het geheel van gevoelens, waarderingen en ervaringen van individuen met betrekking tot een bepaalde situatie of verschijnsel, naar de manier waarop mensen daar betekenis aan verlenen (Cockx & Bastiaensen, 2010). Onderzoek naar de waarde focust op één aspect van de beleving en toont onrechtstreeks de mogelijke meerwaarde ervan.
9•
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
2. Definiëren toont waarde Een eerste spoor in het zoeken naar de waarde van jeugdwerk ligt in de manier waarop jeugdwerk gedefinieerd wordt. Kunnen we in de definiëring bepaalde waarden opsporen? In de vele definities van jeugdwerk die voorhanden zijn, komt vaak aan bod ‘wat’ jeugdwerk is en ‘hoe’ het vorm krijgt. Voor de Vlaamse overheid is het bijvoorbeeld “…sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd van drie tot en met dertig jaar, in de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en ter bevordering van de algemene en integrale ontwikkeling van de jeugd die daaraan deelneemt op vrijwillige basis…” (Decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, 2012). Met wat verbeelding lijkt deze definitie te verwijzen naar de waarden VRIJHEID en ZELFONTPLOOIING. Voor de Raad van Europa (2017) is het een breed concept “covering a wide variety of activities of a social, cultural, educational, environmental and/or political nature by, with and for young people, in groups or individually. Youth work is delivered by paid and volunteer youth workers and is based on non-formal and informal learning processes focused on young people and on voluntary participation. Youth work is quintessentially a social practice, working with young people and the societies in which they live, facilitating young people’s active participation and inclusion in their communities and in decision making.”. In deze laatste definitie komen al een aantal waarden boven drijven. Jeugdwerk is een vrijwillige en vrije keuze. De waarde VRIJHEID komt hier duidelijk naar voor. Jeugdwerk biedt ook de ruimte om te werken aan PARTICIPATIE en INCLUSIE, eveneens twee duidelijke waarden. In de publicatie ‘Strax. Jeugdwerk verkent de toekomst’ (2001) vinden we houvast in de omschrijving van Guy Redig. Jeugdwerk is een zaak van jonge mensen, zo stelt hij, en daardoor beweeglijk en soepel. EIGENAARSCHAP komt hier als belangrijke waarde naar voor. Voor De Ambrassade is jeugdwerk: “…een plaats waar kinderen en jongeren echt jong mogen zijn, waar ze de positieve kracht van een groep leren kennen, waar ze kunnen groeien op hun eigen tempo, waar ze vrienden maken en al vallend en opstaand veel leren. Jeugdwerk is een levenshouding waarbij kinderen en jongeren consequent centraal staan. Jeugdwerk is speels, zot, creatief, divers, ...” (De Ambrassade, 2018). Opnieuw komt VRIJHEID als belangrijke waarde naar voor: kinderen en jongeren hebben een plaats waar ze echt jong mogen zijn en vrij kunnen experimenteren en leren. Daarnaast gaan VERBONDENHEID en ZELFONTPLOOIING hand in hand in deze omschrijving. PLEZIER en EIGENAARSCHAP zijn nog twee waarden die uit deze ‘definitie’ naar voor komen. Het valt op dat er veel verschil is in de manier waarop jeugdwerk gedefinieerd wordt. Het gaat vaak om een abstracte omschrijving waarbij de klemtoon ligt op methodische aspecten. De waarden die onderliggend richting geven aan jeugdwerk zijn eerder impliciet te ontwaren.
10 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3. Wat achteromkijken ons leert Kan een terugblik op de evolutie van het jeugdwerk helpen bij het zoeken naar de waarde van het jeugdwerk? In dit deel staat de geschiedenis van het jeugdwerk centraal. Het jeugdwerk In Vlaanderen vindt haar oorsprong in de tweede helft van de 19de eeuw. Het gaat op dat moment uit van een emancipatorisch, pedagogisch perspectief en wordt geacht een bijdrage te leveren aan de aanpak van sociale problemen. Alle initiatieven hanteren ontmoeting en ontspanning als bindmiddel, maar zoeken naar een morele onderwerping en culturele verheffing. Het maatschappelijke project staat voorop in het jeugdwerk (Coussée, 2005). Vertaald naar mogelijke waarden voor het jeugdwerk in die periode wijst dit o.a. op een streven naar GELIJKWAARDIGHEID en RECHTVAARDIGHEID. Daarnaast is de PERSOONLIJKE ONTWIKKELING en ZELFONTPLOOIING van belang. PLEZIER en ONTSPANNING worden omschreven als een bindmiddel maar er is ook sprake van een verwachting naar GEHOORZAAMHEID en VOLGZAAMHEID. De focus op het maatschappelijke project kan wijzen op de waarden PARTICIPATIE en DEMOCRATIE maar evengoed op VEILIGHEID en CONTROLE. Naarmate de welvaart groeit, verschuift de functie van jeugdwerk naar het vormende (vooral de katholieke vorming). Spelen wordt een soort lokmiddel en jongeren zien een kans om even te ontsnappen aan het ouderlijke gezag en hun vrienden te ontmoeten. Hoe langer hoe meer krijgt de adolescentiefase aparte aandacht en ontstaat er een soort ‘jeugdlandideologie’ waar volwassenen de teugels in handen houden, maar jongeren zelf concrete verantwoordelijkheden opnemen. Jeugdbewegingen werken in functie van de persoonlijke ontwikkeling als een soort derde opvoeder (Coussée, 2005). De waarden gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, participatie en democratie lijken naar achter te schuiven en de persoonsvorming en het voorbereiden op een volwassen leven staan voorop. Het accent ligt dan op de waarden PERSOONLIJKE ONTWIKKELING en ZELFONTPLOOIING. ONTSPANNING en PLEZIER staan nog steeds centraal in het jeugdwerk. De jeugdbeweging wordt hoe langer hoe meer hét model voor de vrije tijd van jongeren en gezien als een goede basis voor de integratie in de maatschappij. Alle jongeren worden in dat ‘jeugdlandconcept’ teruggedrongen en er heerst een beeld dat jongeren in een jeugdbeweging zelfbewust en idealistisch zijn en zich positief inzetten voor de samenleving (Coussée, 2005). De jeugdbeweging krijgt een soort mythische identiteit. Er is op dat moment geen ander kritisch perspectief aan de orde. De jeugdbeweging is een noodzakelijk derde milieu voor de goede persoonsontwikkeling van alle jongeren. Er ontstaat een frictie tussen het eigen ‘jeugdland’ en de brede maatschappij (De Backer & Van Effelterre, 2001). De onderliggende waarden lijken dezelfde te blijven. Tussen de twee wereldoorlogen werpt het jeugdwerk zich op als remedie tegen de groeiende samenlevingsproblemen. Maatschappelijke, collectieve problemen worden door het jeugdwerk geherdefinieerd als individuele vormings- en opvoedingsvragen. De nadruk komt nog meer te liggen op participatie aan het jeugdwerk. De maatschappelijke waarde van het jeugdwerk krijgt opnieuw een centrale plaats en naast persoonlijke ontwikkeling en zelfontplooiing komen PARTICIPATIE, DEMOCRATIE en VEILIGHEID opnieuw naar boven. Ook na de Tweede Wereldoorlog blijft de jeugdbeweging, die staat voor persoonlijkheidsvorming door groepsleven en het aanleren van democratisch burgerschap, het dominante model binnen het jeugdwerk. Er is op dat moment ook geen duidelijkheid over wat jeugdwerk nu concreet is en wat het betekent voor jongeren. Meer zelfs, de discussie wordt niet gevoerd want jeugdwerk is de (katholieke) jeugdbeweging (Coussée, 2005). De onderliggende waarden lijken overeind te blijven, al zou bij de waarden participatie en democratie ook BURGERSCHAP toegevoegd kunnen worden. Naarmate de samenleving zich herstelt en de welvaart stijgt, komt een meer open pedagogiek op de voorgrond en wordt er gedifferentieerd om meer jongeren te bereiken. De focus verschuift naar de preventieve rol van jeugdwerk vanuit het onbetwiste geloof in de mogelijkheden van het jeugdwerk. Er komt een tweesporenbeleid met aan de ene kant de focus op jeugdwerk en aan de andere kant de focus op jeugdwelzijnswerk (doelgroepspecifiek jeugdwerk). Binnen het jeugdwelzijnswerk leeft de tendens naar een sterke professionalisering. Het jeugdwerk plooit zich eerder terug op haar rol in het derde milieu en profileert zich als een vorm van offensieve, proactieve preventie (Coussée, 2005). De waarde VEILIGHEID lijkt hier terug de kop op te steken.
11 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
De economische recessie in de jaren ’80 stimuleert een eerder defensieve (her)invulling van jeugdwerk voor prioritaire groepen. De kloof tussen het ‘algemene’ of ‘reguliere’ jeugdwerk en het professionele jeugdwelzijnswerk groeit sterk. De jeugdbewegingen boeten in aan populariteit omwille van de toegenomen mogelijkheden in de vrije tijd. Het open jeugdwerk krijgt een meer remediërende rol toebedeeld (Coussée, 2005). Opnieuw lijkt het jeugdwerk dé oplossing voor samenlevingsproblemen en komen de maatschappelijke waarden sterker boven drijven. De decentralisatie van het jeugdwerkbeleid en de intrede van de eerste Vlaamse minister van Jeugd leiden tot de definitieve erkenning van het Vlaamse jeugdwerk als doel op zich. Burgerschap en preventie zijn leidmotieven binnen deze ontwikkeling (Coussée, 2005). In een terugblik op 20 jaar lokaal jeugdbeleid beschrijven Schryvers, Van de Mosselaer en Dehertogh (2015) de evolutie van het Vlaamse jeugdbeleid van een duidelijke categoriale beleidsmaterie, met lokale jeugdbeleidsplannen, naar een integratief beleid, ingepast in het strategisch meerjarenplan van de lokale overheden. De start van deze evolutie is te vinden in de uitrol van ‘het decreet houdende de subsidiëring van gemeentebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie inzake het voeren van een jeugdwerkbeleid’ van 1993. Het decreet biedt het kader om het lokale jeugdbeleid voldoende slagkracht en autonomie te geven. Het jeugdwerk blijft doorheen de jaren die volgen de kern én de oorsprong van het lokale jeugdbeleid. De definitie van jeugdwerk breidde doorheen de decreten en wijzigingen wel uit en er ontstond een hybride en diverse sector waarin veel verschillende vormen van jeugdwerk konden floreren. Het belang om jeugdwerk te ondersteunen daar waar het vorm krijgt, op het lokale niveau, toont het belang dat gehecht wordt aan AUTONOMIE. Een waarde die onder de vorm van eigenaarschap ook al naar boven kwam bij het definiëren van jeugdwerk. De overheid faciliteert een VRIJE RUIMTE waar kinderen en jongeren zich in hun lokale realiteit en in diverse vormen kunnen ontwikkelen. De specifieke focus op kinderen en jongeren als beleidscategorie zorgde ervoor dat er veel beleidskruispunten ontstonden. Sterk aangemoedigd door de lokale jeugddiensten verbreedde en verdiepte het lokale jeugdbeleid doorheen de jaren. Via een prioriteitenregeling, ingevoerd met de decreetswijziging in 2001 (decreet LJWB 1993), zorgde de Vlaamse overheid voor het uitzetten van een aantal inhoudelijke lijnen binnen de lokale setting. Jeugdwerk voor kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie kwam daardoor al vroeg onder de aandacht. Er kwam een specifieke opdracht om jeugdwerk te organiseren voor doelgroepen die moeilijk aansluiting vinden bij het particuliere jeugdwerk. Het beleid stuurt vanuit een streven naar GELIJKHEID, RECHTVAARDIGHEID en GELIJKWAARDIGHEID aan op jeugdwerk voor iedereen. Het jeugdwerk worstelt met haar beleidspositie voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en staat eerder weigerachtig tegenover een inschakeling in een preventiediscours. Er is een langzame verschuiving merkbaar van een integraal doorstromingsbeleid naar een tweesporenbeleid. Er is een besef dat een én-én benadering mogelijk is en dat inclusief én doelgroepspecifiek jeugdwerk naast elkaar kunnen bestaan. Jeugdwerkinitiatieven voor maatschappelijk kwetsbare jeugd opzetten behoort vanaf nu tot een van de kernopdrachten van de gemeenten op vlak van jeugdwerkbeleid. Het tweesporenbeleid, en dus de oorsprong van het doorstromingsdiscours, werd op die manier decretaal verankerd (Schryvers et al., 2015). Met de keuze voor jeugdcultuur als prioriteit wil de Vlaamse regering kinderen en jongeren aanmoedigen om te experimenteren, hun eigen talenten te ontdekken en een identiteit te ontwikkelen. Er wordt ingezet op de positieve beeldvorming over kinderen en jongeren. Op die manier wordt de nood aan fysieke, virtuele en mentale ruimte een voorwaarde om jeugdcultuur te ontwikkelen (Schryvers et al., 2015). Jezelf mogen zijn en kinderen en jongeren in al hun diversiteit een plek geven om hun identiteit en talenten te ontwikkelen, legt mogelijk de basis om DIVERSITEIT als waarde in te schrijven in het jeugdwerk. Doorheen de verschillende beleidscycli valt ook een veranderde visie op de rol van kinderen en jongeren in de publieke ruimte op. Mee ingegeven door het Verdrag inzake de Rechten van het Kind groeit de overtuiging dat kinderen en jongeren medeburgers en mede-eigenaars zijn van hun omgeving (De Visscher, 2011). Deze rechtenbenadering is een verschuiving van het ondersteunen van een bepaalde activiteit, methode, naar een algemeen recht om kind te mogen zijn. Het groeiende belang van het mensenrechtendiscours lijkt een kader te bieden voor het jeugdwerk en toont mogelijk het belang van MENSGERICHTHEID en PLURALISME als plausibele waarden voor het jeugdwerk.
12 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
De recente beleidsnota’s van de Vlaamse regering zetten ook volop in op het ondersteunen van het jeugdwerk vanuit de motivatie dat het jeugdwerk jongeren versterkt, verbindt en een maatschappelijke meerwaarde heeft. Iedereen moet de kans krijgen om aan het jeugdwerk te participeren (Gatz, 2014). Het jeugdwerk moet een plaats zijn waar iedereen kan experimenteren en ten volle aan kan participeren. Kinderen en jongeren kunnen hier hun recht op vrije tijd en persoonlijke groei opeisen. Tegelijkertijd versterkt het jeugdwerk de stem van kinderen en jongeren en is het een bron van maatschappelijke innovatie. Jeugdwerkorganisaties bieden oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen (Dalle, 2019). Er wordt met de inbedding van de kinderrechten binnen het jeugdbeleid ook ingezet op een transversaal jeugd- en kinderrechtenbeleid, een beleid dat over de verschillende beleidsdomeinen heen werkt en dat kinderen een volwaardige plaats in de samenleving wil geven. Opnieuw komen de meer individueel beleefde waarden (zelfontplooiing, verbondenheid, autonomie, eigenaarschap…) samen met maatschappelijke waarden (participatie, burgerschap, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid…). Dit SPANNINGSVELD tussen individuele waarden en eerder maatschappelijke waarden is een duidelijke constante in de evolutie van het jeugdwerk.
“Twintig jaar lokaal jeugdbeleid wordt gevoerd vanuit het streven naar een nieuwe plaats voor kinderen en jongeren in de samenleving, aangestuurd vanuit het ideaalbeeld waarin kinderen en jongeren buiten kunnen spelen en graag ook op informele plekken. Waarin kinderen en jongeren hun eigen keuzes maken, die gebaseerd zijn op kwaliteitsvolle en relevante informatie. Waarin kinderen en jongeren een mening hebben die telt en die ook zonder politieke stem klinkt. Waarin elk kind en elke jongere voor een creatieve, educatieve of speelse invulling van zijn vrije tijd de keuze heeft uit een divers gamma van lokale jeugdwerkinitiatieven.” SCHRYVERS, 2015
13 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4. Wat over de grenzen kijken ons leert De afgelopen jaren is er op Europees niveau veel aandacht geweest voor jeugdwerk. In eerste instantie vooral in functie van het formeel erkennen van jeugdwerk als sector. Kunnen dezelfde waarden herkend worden? Komen er nog andere waarden bovendrijven? Is er eenzelfde evolutie merkbaar?
“Youth work engages with young people on their terms and on their ‘turf’, in response to their expressed and identified needs, in their own space or in spaces created for youth work practice.” DECLARATION 2ND EUROPEAN YOUTH WORK CONVENTION, 2015
Het witboek: ‘Een nieuwe stimulans voor jongeren in Europa’ kan gezien worden als een nieuw startpunt voor jeugdbeleid op Europees niveau (Zetner & Ord, 2018). Jeugdwerk wordt daarin opgevat als een actor binnen educatie en als ondersteunend voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en jongeren (Europese Commissie, 2002). Een later rapport (Bohn & Stallmann, 2007) benoemt een aantal gedeelde doeloriëntaties: de sociale en persoonlijke ontwikkeling van kinderen en jongeren, het promoten van sociale inclusie, de preventie van exclusie en de focus op participatie van kinderen en jongeren. Al meteen komen een aantal waarden bovendrijven: EDUCATIE, PERSOONLIJKE ONTWIKKELING, INCLUSIE en PARTICIPATIE. Recent leggen de drie conventies van het jeugdwerk (2010, 2015, 2020) een stevigere basis voor het definiëren van jeugdwerk en het benoemen van de uitdagingen voor de toekomst. De eerste conventie omschrijft jeugdwerk als een praktijk die ruimte biedt om samen te komen, ruimte voor activiteit, dialoog en actie. Het ondersteunt kansen en ervaringen voor kinderen en jongeren in hun transitie van kind naar volwassene (Declaration of the 1st Youth Work Convention, 2010). VERBONDENHEID en PERSOONLIJKE ONTWIKKELING stimuleren staat hier duidelijk voorop. De tweede conventie stelt dat jeugdwerk gaat over het cultiveren van de verbeelding, het initiatief, de integratie, de betrokkenheid en de aspiraties van kinderen en jongeren (Declaration of the 2nd Youth Work Convention, 2015). EDUCATIE, EMPOWERMENT, PARTICIPATIE, EXPRESSIE en INCLUSIE zijn de richtinggevende principes (of waarden?) van jeugdwerk. Het gaat enerzijds over het creëren van ruimte voor kinderen en jongeren en anderzijds over het voorzien van bruggen en verbindingen in het leven van kinderen en jongeren. Beide aspecten zijn erop gericht om de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en jongeren te ondersteunen en hen te versterken in hun mogelijkheden om deel te nemen aan besluitvorming op lokaal, regionaal, nationaal en Europees vlak. Er wordt ook gewerkt aan burgerschapszin en gedeelde verantwoordelijkheid door het opzetten van plezierige, creatieve non-formele leeractiviteiten. Naast het bieden van deze ruimte focust het jeugdwerk ook op het versterken van jonge mensen om hun eigen ruimte te creëren en bruggen te bouwen naar andere sectoren (onderwijs, arbeidsmarkt etc.). Door bruggen te bouwen, voornamelijk voor de meer kwetsbare en uitgesloten kinderen en jongeren, ondersteunt het jeugdwerk de sociale integratie van jongeren. De lat wordt duidelijk hoger gelegd en er staan veel waarden op verschillende niveaus in de etalage. Naast de waarden die uitgaan van de algemene principes (educatie, empowerment, participatie, expressie en inclusie) komt ook PERSOONLIJKE ONTWIKKELING en PLEZIER naar voor. De waarden op het niveau van de samenleving worden aangevuld: BURGERSCHAP, DEMOCRATIE, VERANTWOORDELIJKHEID, INTEGRATIE.
14 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
De analyse van 27 landenrapporten in de studie ‘Working with young people: the value of youth work in the European Union’ (Dunne, Ulicna, Murphy & Golubeva, 2014) toont een gemeenschappelijk idee van wat de essentie van jeugdwerk is. Jeugdwerk is er om kinderen en jongeren te ondersteunen in hun persoonlijke ontwikkeling en te werken aan empowerment, emancipatie, verantwoordelijkheidszin en tolerantie. Daarnaast draagt jeugdwerk ook bij aan bredere sociale doelen zoals participatie in een democratische samenleving, preventie, sociale inclusie en cohesie. Het jeugdwerk zet daarvoor in op nonformeel en informeel leren, experimentele pedagogie, mentoring, peersupport en relatiegerichte activiteiten. Ze gaan daarbij uit van de behoeften van kinderen en jongeren en niet van een vooraf vastgelegd programma. Jeugdwerk moet in de eerste plaats leuk zijn, wil het een positieve uitkomst hebben (European Commission, 2014). Het gaat opnieuw over PERSOONLIJKE GROEI, VERANTWOORDELIJKHEID, RESPECT en TOLERANTIE. De waarden die op maatschappelijk niveau gesitueerd worden zijn: PARTICIPATIE, DEMOCRATIE, PREVENTIE, INCLUSIE en SAMENHORIGHEID. Maar bovenal moet jeugdwerk vertrekken vanuit de waarden PLEZIER en POSITIVITEIT. In het recent ontwikkelde zelfevaluatie-instrument voor jeugdwerkers (Council of Europe, 2015), krijgt jeugdwerk deze invulling:
“Youth work is commonly understood as a tool for personal development, social integration and active citizenship of young people. (…) The main objective of youth work is to create opportunities for young people to shape their own futures.” Op basis van zes omschreven doelen worden een aantal karakteristieken voor het jeugdwerk omschreven. Jeugdwerk is waardengedreven en werkt richting inclusie en sociale cohesie. De behoeften en noden van jongeren staan centraal. Jeugdwerk steunt op de vrijwillige participatie van kinderen en jongeren en streeft de persoonlijke, sociale en ethische ontwikkeling van kinderen en jongeren na. Het is een kritisch-reflectieve praktijk en gaat vanuit hun streven naar duurzame gemeenschappen, authentieke relaties met kinderen en jongeren aan (Council of Europe, 2015). AUTONOMIE, AUTHENTICITEIT, SAMENHORIGHEID, VERBONDENHEID en PERSOONLIJKE ONTWIKKELING staan centraal voor de deelnemers. In de omschrijving van de maatschappelijke doelen komen de waarden INCLUSIE en DUURZAAMHEID naar boven. Een kwalitatieve en vergelijkende studie binnen vijf landen in Europa naar de impact van jeugdwerk (Ord et al., 2018) benoemt een aantal overkoepelende voordelen van jeugdwerk. Het jeugdwerk bewerkstelligt dat deelnemers zich kunnen identificeren met anderen van hun eigen leeftijd maar ook met volwassenen. Ze ontwikkelen een zelfbewustzijn en werken aan hun (zelf) vertrouwen. Daarnaast krijgen ze de kans om te experimenteren en fouten te maken en worden ze ondersteund in hun transitie naar volwassenheid. De waarden VERBONDENHEID, PERSOONLIJKE GROEI, VERTROUWEN, VRIJHEID komen opnieuw naar boven. In de slotverklaring van de laatste Europese jeugdwerkconventie (2020) wordt de start gemaakt van het Bonn-proces dat de gehele praktijkgemeenschap van het jeugdwerk wil verenigen in toekomstige acties en het politieke engagement (het jeugdwerkaanbod handhaven, ontwikkelen en vernieuwen) op alle niveaus wil versterken. In de verklaring wordt verwezen naar de educatieve, participatieve, versterkende, expressieve en inclusieve waarden van het jeugdwerk. Vanuit deze waarden krijgen jongeren ‘agency’, het gevoel hun eigen lot in handen te kunnen nemen. Jeugdwerk levert ook een bijdrage aan burgerschapsvorming en moet aandacht besteden aan machtsverhoudingen, kruispuntdenken, sociale rechtvaardigheid, emancipatie en oprechte betrokkenheid van jongeren. Jeugdwerk moet ongelijkheden aanpakken, jongeren centraal zetten en hen kansen bieden om bekwame cocreatoren van de Europese gemeenschap te zijn. De slotverklaring leest als een duidelijke oproep voor het opnieuw opeisen van de maatschappelijke opdracht van het jeugdwerk. In de conclusie van het in 2019 afgeronde project ‘History of Youth Work in Europe’ concluderen Williamson en Coussée (2019) dat jeugdwerk nooit gedefinieerd kan worden los van algemeen sociaal en pedagogisch werk. Jeugdwerk is altijd verbonden aan de sociale, culturele en politieke realiteit. Er lijken wel een aantal constante elementen naar boven te komen. Er is het aspect van de sociale cohesie (‘how to shape society’) en het aspect van de ervaringen van kinderen en jongeren (‘how to shape young people’). Daarnaast zijn er de discussies omtrent democratie, diversiteit, gelijkheid, solidariteit en vrijheid. De vraag die bovendrijft is: hoe verhoudt jeugdwerk zich tot maatschappelijke vraagstukken als ongelijkheid, discriminatie en uitsluiting en het dominante discours daarover?
15 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
“Youth workers need the resources to offer a safe harbour to young people, from which they can set sail: somewhere to go, something to do, a place of their own where they can experience and exercise autonomy, and where they find friends and role models. And youth workers also need the social pedagogical space to move forward with young people, from bonding to bridging, from consuming to producing and from participation in youth work to participation through youth work into their wider worlds.” WILLIAMSON & COUSSÉE, 2019
Europa speelt duidelijk een belangrijke rol in het definiëren van jeugdwerk over de lidstaten heen. Het Europese beleid is daarbij ook heel expliciet over haar beweegredenen en benoemt het aanpakken van hedendaagse uitdagingen zoals de stijgende werkloosheid, sociale inclusie en het bestrijden van extremisme als iets waar het jeugdwerk een belangrijke rol in kan spelen. De invulling van jeugdwerk kan op basis daarvan wel heel verschillend zijn: gaan we jongeren opvoeden zodat ze ‘beter’ kunnen integreren of wordt de ongelijke toegang tot maatschappelijke hulpbronnen bevraagd en bestreden?
16 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
17 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
5. Wat we al weten Dit onderzoek wil vooral kijken naar de waarde van het jeugdwerk vanuit het perspectief van de deelnemers, kinderen en jongeren zelf. Toch leggen algemene inzichten en eerder onderzoek een belangrijke basis om hun verhalen in een ruimere context te kunnen zien. In dit deel wordt in eerste instantie stilgestaan bij de waarde van vrije tijd in het algemeen en in het bijzonder als hefboom om te werken aan diversiteit. Daarna wordt gekeken vanuit de bril van de jeugdwerkonderzoekers om dan stil te staan bij de beleving van kinderen en jongeren zelf. Aansluitend wordt beperkt ingezoomd op de rol die ouders spelen in dit verhaal.
5.1. De waarde van vrije tijd voor diversiteit Welke waarde hechten kinderen en jongeren (en hun ouders) aan vrije tijd in het algemeen? Wat leert de invulling van vrije tijd door kinderen en jongeren en de keuzes die ze maken ons? Welke rol kan vrije tijd spelen in een superdiverse samenleving?
5.1.1. Wat we leren uit de vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren In een onderzoek naar de rol van jeugdwerk binnen de vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren met een handicap (Schraepen et al., 2017) benoemen de auteurs zes functies van vrijetijdsbesteding: het is een oefening in autonomie en zelfbeslissing, een kans om te leren en competenties te verwerven, het biedt mogelijkheden tot zelfontplooiing en zelfontwikkeling en het is een ruimte om relaties en een sociaal netwerk uit te bouwen. Vrijetijdsbesteding kan daarnaast ook een emanciperende functie hebben en het draagt bij tot maatschappelijk vertrouwen. Plezier en ontspanning bieden, benoemen ze als een laatste belangrijke functie van vrijetijdsbesteding. Vertaald naar waarden bieden deze functies een eerste bril om naar de waarde van vrije tijd in het algemeen te kijken. AUTONOMIE, DESKUNDIGHEID, ZELFONTPLOOIING, VERBONDENHEID, EMANCIPATIE, VERTROUWEN, PLEZIER en ONTSPANNING zijn onderliggende waarden voor vrijetijdsbesteding in het algemeen. Tourne en Bradt (2019) gebruikten de gegevens uit de recente JOP-monitor om een aantal vaststellingen te doen over de vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren. Ze verwijzen in eerste instantie naar het traditioneel onderscheid dat gemaakt wordt tussen ‘ongeorganiseerde’ en ‘georganiseerde’ vrijetijdsbesteding van jongeren. Georganiseerde vrije tijd wordt vaak gelinkt aan allerlei positieve uitkomsten: betere schoolresultaten, betere mentale gezondheid, de ontwikkeling van sociaal en cultureel kapitaal en actief burgerschap. Ongeorganiseerde vrije tijd wordt eerder gelinkt aan probleemgedrag al wordt dit door sommige onderzoekers wel genuanceerd en wordt er ook verwezen naar het ontdekken van nieuwe dingen en experimenteren. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat net die kinderen en jongeren die hun vrije tijd besteden aan een grote variëteit aan georganiseerde en niet-georganiseerde activiteiten de beste ontwikkeling doormaken op persoonlijk, academisch en maatschappelijk vlak. Kinderen die breed betrokken zijn in het georganiseerde aanbod, zijn ook algemeen breder betrokken. Tourne en Bradt (2019) benoemen dus het ontstaan van twee groepen kinderen en jongeren: een groep die betrokken is in allerlei vrijetijdsactiviteiten en een andere groep die grotendeels uitvalt. Onderzoek naar de beleving en invulling van vrije tijd bij tieners (Huyge et al., 2009) bevestigt ook de grote toename van activiteiten om uit te oefenen tijdens de vrije tijd. Opvallend is dat het belang van sportbeleving en van sportverenigingen in beide onderzoeken sterk naar voor komt. Dat blijkt een constante vaststelling te zijn. Belevingsonderzoek naar de vrije tijd bij kinderen en jongeren in maatschappelijke kwetsbare posities (De Pauw, Vermeersch, Cox, Verhaeghe, & Stevens, 2013) toont een opvallende gelijkenis. Ook bij deze groep wordt sport als favoriete invulling van de vrije tijd aangehaald. Als het over vrije tijd in het algemeen gaat blijkt SPORTIVITEIT toch een belangrijke waarde voor jongeren te zijn. Nog een belangrijke tendens is het toegenomen belang van online contact en sociale media. Het merendeel van de kinderen en jongeren is actief op sociale media en is elke dag bezig met gsm, tablet, spelconsole of computer. Dit gaat, tegen alle verwachtingen in, niet ten koste van het sociaal contact en de deelname aan een vrijetijdsaanbod. Integendeel, het onderhouden van sociale contacten zou versterkt worden door de digitale media (Tourne & Bradt, 2019). Opnieuw komt het belang van VERBONDENHEID naar boven.
18 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Als het gaat over de betekenis die jongeren zelf geven aan hun vrijetijdsbesteding blijkt dat het merendeel van de jongeren in hun vrije tijd vooral hun vrienden willen ontmoeten, iets willen doen waar ze echt goed in zijn of beter in willen worden. Jongeren willen hun leefwereld verruimen en nieuwe dingen ontdekken, maar ze willen ook aansluiten bij het vertrouwde en bij wat ze al kennen. Daarnaast vinden jongeren het belangrijk dat ze hun gedachten kunnen verzetten en levert vrije tijd hen een plek waar ze alledaagse bezorgdheden en beslommeringen even kunnen vergeten (Van der Eecken & Bradt, 2019). Huyge en collega’s (2009) concludeerden in hun onderzoek naar de vrijetijdsbeleving van tieners dat jongeren verschillende betekenissen geven aan vrije tijd en dat de daaraan gekoppelde functie erg verschillend is tussen de jongeren. Het gaat van amusementsfunctie, waarbij plezier centraal staat (maar toch moeilijk te verwoorden en concretiseren blijkt), naar de sociale functie die dient om bij vrienden te zijn en samen ervaringen op te doen. Deze laatste is ook de meest benoemde door de deelnemers zelf. Net zoals de ‘rustfunctie’. In hun vrije tijd hoeven ze zich niet bezig te houden met schoolse of andere leeromgevingen, ze hebben de vrijheid om op eigen tempo en naar eigen zin hun tijd in te vullen. Jongeren in meer kwetsbare posities wijzen aanvullend ook nog een veiligheidsfunctie toe aan vrije tijd. Het zijn momenten waarop ze ‘van de straat zijn’ en in een veilige, vertrouwde omgeving kunnen vertoeven met leeftijdsgenoten, gelijkgezinden, ... Bij de meest kwetsbare jongeren kwam de vorming van een toekomstbeeld en de gezinsfunctie ook naar voren als ze over vrije tijd praten. Hun eigen moeilijkheden op school, in een richting die vaak niet strookt met hun eigenlijke passie of ambitie, en de strubbelingen thuis vormen een obstakel in hun dagelijks leven. Op school en in professionele context doen ze vaak wat verwacht wordt, zonder zelf gehoord te worden. Binnen de vrijetijdsbesteding kunnen ze op zoek naar activiteiten die wel stroken met hun eigen dromen en komen ze in contact met structuur en rust die thuis niet altijd aanwezig is. Hun betekenisgeving aan vrije tijd lijkt meer specifiek te zijn dan bij de ‘gemiddelde’ jongeren. Tot slot is er ook een educatieve functie die door de deelnemers minder wordt aangehaald, maar bij ouders wel bovenaan staat bij het uitkiezen van een geschikte vrijetijdsbeleving voor hun kinderen (Huyge et. al, 2009). Vrije tijd krijgt dus waarde als het werkt aan VERBONDENHEID, VRIENDSCHAP, DESKUNDIGHEID, VRIJHEID en EXPERIMENT, ONTSPANNING, PLEZIER, VEILIGHEID, PERSOONLIJKE GROEI, ONDERSTEUNING, … Los van de brede invulling van betekenis van vrije tijd, blijkt er systematiek te zitten in de keuzes die jongeren maken voor hun vrije tijd. In een kwantitatief onderzoek naar de maatschappelijke participatie van jongeren in de vrije tijd toont Smits (2004) dat er structuren zijn die maken dat keuzes gemaakt worden en vooral ook onderlinge samenhang vertonen. Hier komen we op de grens tussen meerdere niveaus. Traditionele kenmerken zoals gender, leeftijd en onderwijs oefenen volgens de auteur veel meer invloed uit op de keuzes die kinderen en jongeren maken, dan wat verwacht wordt. Op microniveau bestaan er verschillen, maar die lijken niet op te wegen tegen voorgenoemde. De keuzes worden niet willekeurig gemaakt, en zeker ook niet zuiver individualistisch. Smits (2004) stelt vast dat keuzes binnen vrijetijdsbesteding worden gemaakt op basis van het cultuursociologische patroon. Jongeren zoeken activiteiten die bij elkaar passen en die passen bij de maatschappelijke positie die ze willen of denken te bekleden. Socialisatie bepaalt de keuzes. Dit neemt echter niet weg dat het individu wel het gevoel heeft zelf te kiezen en waarde of belang te hechten aan die keuze. VRIJHEID en VERTROUWDHEID blijken belangrijke waarden te zijn bij de algemene invulling van vrije tijd bij kinderen en jongeren.
5.1.2.
Vrije tijd, jeugdwerk en diversiteit
Diversiteit binnen en tussen organisaties in het jeugdwerk is een kracht (Dunne, Ulicna, Murphy & Golubeva, 2014). Diversiteit is eigen aan de realiteit, zorgt voor fricties, maar het mag niet langer enkel als een noodzakelijk kwaad worden bekeken en kan veel beter beschouwd worden als een eigenheid van de huidige samenleving (Pleysier, Put & De Boeck, 2015). Diversiteit is een realiteit en een meerwaarde. Diversiteit is tweeledig. Het gaat enerzijds over diversiteit in de samenleving en anderzijds over diversiteit binnen groepen in de samenleving. Deze dualiteit vraagt om enige bedachtzaamheid. Het vormt een risico om jongeren als een homogene groep te benaderen (Cops, Pleysier, Put & De Boeck, 2015). Daarnaast is in de organisatie van het jeugdwerk ook vastgesteld dat de spanningen die soms voortvloeien uit samenleven in superdiversiteit er niet enkel zijn omwille van diversiteit tussen de deelnemers, maar evengoed vanuit een weinig divers aanbod (Swerts et al., 2014). Vrije tijd biedt mogelijkheden om DIVERSITEIT als waarde uit te diepen.
19 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
“Burgerschapspraktijken in de context van gedwongen nabijheid in het dagelijkse leven vormen belangrijke momenten van sociaal leren. Daar worden nieuwe en innovatieve manieren ontwikkeld om grensoverschrijdende solidariteit in diverse samenlevingen te voeden.” Met dit leidmotief gingen onderzoekers in het DieGem-project aan de slag. Ze zochten onder andere naar de mogelijkheden die vrije tijd kan bieden in het kader van diversiteit en solidariteit. Een aantal belangrijke eigenschappen van vrije tijd komen naar voor: het is vrijwillig, er is keuzevrijheid, mensen vullen vrije tijd heel verschillend in, het gaat over ontmoeting en ontspanning, de relaties zijn er minder hiërarchisch en dat laat veel ruimte voor de eigen inbreng van deelnemers, voor informeel leren, ondersteuning, ontmoeting, dialoog en samenwerking. Maar er worden ook een paar belangrijke kanttekeningen gemaakt. De keuzevrijheid is niet onbeperkt, niet voor iedereen gelijk en vrijetijdsparticipatie is vrijwillig maar daarom niet vrijblijvend (Swerts et al., 2014). Vrije tijd kan meer zijn dan vertier en ontspanning en er liggen kansen om te werken aan solidariteit. Ontmoeting is hier een belangrijke bron van solidariteit. Doorheen ontmoetingen worden gedeelde interesses zichtbaar en groeit de kans dat mensen van elkaar leren en samen iets ondernemen. Het creëren van een veilige ruimte, fysiek of symbolisch is een belangrijk startpunt hiervoor. VRIJHEID, ONTMOETING, ONTSPANNING, DESKUNDIGHEID, ONDERSTEUNING, DIALOOG, SAMENWERKING, GELIJKHEID, GELIJKWAARDIGHEID en SOLIDARITEIT zijn waarden die algemeen aan het beleven van vrije tijd kunnen gekoppeld worden. Het perspectief van intersectionaliteit of kruispuntdenken is relevant in deze context. Denken vanuit intersectionaliteit kan een hefboom zijn voor het jeugdwerk om mee te werken aan een geïntegreerd diversiteitsbeleid, zowel binnen de eigen organisatie (op microniveau) als in partnerschappen met andere organisaties (mesoniveau). Kijken vanuit kruispunten zorgt ervoor dat je leert kijken en denken vanuit verschillende sociale ordeningsprincipes. Die ordeningsprincipes bepalen de positie die we innemen in een samenleving, maar sturen ook ons denken en gedrag (Ella vzw, 2014). Lutz (2002) onderscheidt 14 dimensies of assen van differentiatie die het sociale leven sterk bepalen (bijvoorbeeld: etniciteit, klasse, huidskleur, maatschappelijke ontwikkeling, seksuele oriëntatie, gezondheid, bezit, religie…). Deze assen zijn niet enkel beschrijvend maar hebben ook een bepaalde impact. Het al dan niet beschikken over een bepaald kenmerk heeft een invloed op onze positie en onze kansen omdat bepaalde kenmerken hoger ingeschat of meer als de norm beschouwd worden dan andere. De dimensies zijn machtsgeladen. Bij kruispuntdenken is het de kunst om te leren zien hoe deze dimensies op elkaar inspelen. Ontmoetingen en verbindingen in de vrije tijd, en in het jeugdwerk in het bijzonder, kunnen hier een waardevol oefenterrein voor zijn. Daar ligt ook een belangrijke rol voor jeugdwerkers, in het begeleiden en ondersteunen van kinderen en jongeren in dat proces. In de ontmoeting in de vrije tijd liggen bijgevolg kansen om via kruispuntdenken te werken aan RESPECT, BEGRIP en SOLIDARITEIT.
“Kruispuntdenken is een manier van denken over verschil die vertrekt vanuit de samenhang en verwevenheid van kenmerken die mensen en groepen doen verschillen van elkaar. Dit perspectief stelt dat wij mensen geen maatschappelijk vrij-zwevende subjecten zijn, maar allen een maatschappelijke positie toegewezen krijgen aan de hand van factoren zoals gender, etniciteit, klasse, nationaliteit, seksualiteit, ...” LUTZ, 2002
20 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
5.2. Wat kinderen en jongeren ons leren De stem van de sector, het beleid en onderzoek is vaak heel luid en duidelijk, al kunnen daar heel verschillende waardenpatronen gevonden worden. Moeilijker is het om de stem van kinderen en jongeren zelf heel luid en duidelijk te horen. Wat weten we al over de waarde die kinderen en jongeren toekennen aan jeugdwerk in Vlaanderen? Onderzoek waar de stem van kinderen en jongeren centraal staat, lijkt twee sporen te bewandelen. Enerzijds is er onderzoek waar de focus ligt op specifieke vormen van jeugdwerk. Daarnaast is er onderzoek dat focust op specifieke doelgroepen. Bieden deze verschillende sporen andere inzichten in de waarde die kinderen en jongeren toeschrijven aan het jeugdwerk? Heeft het type jeugdwerk een invloed op de waarde die kinderen en jongeren eraan hechten? Heeft de focus op een bepaalde doelgroep een invloed op de waarde?
5.2.1. De stem van kinderen en jongeren vanuit belevingsonderzoek Empirisch onderzoek naar de (meer)waarde en betekenis van jeugdwerk voor jongeren concludeert dat het jeugdwerk activiteiten biedt waar kinderen en jongeren ‘iets aan hebben’ en dat deelname aan het jeugdwerk minder verveling in de hand werkt (Coussée, 2006). De jongeren zelf verwijzen in de interviews naar het spanningsveld tussen aansluiten bij de leefwereld en leefwereldverbreding. In het jeugdwerk moet je je thuis voelen (vrienden ontmoeten, dingen doen die je graag doet) en tegelijkertijd dingen doen die je thuis niet kan doen (nieuwe dingen leren, nieuwe mensen leren kennen), zo formuleren ze het zelf. De jeugdwerker zelf is ook een belangrijke spilfiguur voor de jongeren. De jeugdwerker moet tegelijkertijd een vertrouwde omgeving kunnen bieden én jongeren uitdagen door hen nieuwe dingen te laten ontdekken. VEILIGHEID, AVONTUUR, VRIJHEID en VERTROUWEN komen hier als waarden naar voor. In een ander belevingsonderzoek bij zowel deelnemers als begeleiders binnen het jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren (De Pauw et. al, 2013) komt het belang van het centraal stellen van de persoonlijkheid van jongeren en het versterken ervan naar voor. De jongeren geven blijk aan zelfontplooiing te willen doen, maar eerder op hun eigen tempo en manier. Het bijleren van nieuwe dingen en de kans om aan zichzelf te werken zijn geen motivatoren voor hen om naar de jeugdwerking te komen. De belangrijkste drijfveer lijkt hier ‘plezier’. Toch voegen de auteurs de nodige relativering toe, door jongeren wel als ‘meerwaardezoekers’ aan te duiden, al doen die jongeren in kwestie dat niet altijd even bewust. Daarnaast voelen jongeren zich meer betrokken bij de buurt, leren ze sociale vaardigheden, leren ze omgaan met mensen, staan ze meer open voor andere meningen en winnen ze aan vertrouwen in zichzelf en in anderen. Tegelijkertijd geven jongeren in het onderzoek aan dat ze van de werking ook wel ondersteuning verwachten in het ‘stemgeven’ van hun behoeften. De algemene conclusie hier luidt dat de jongeren best veel waarderen, zolang het allemaal plezant blijft én ze de ruimte hebben om wat van regels af te wijken. VRIJHEID en PLEZIER staan als waarden dus voorop naast ZELFONTPLOOIING, ONDERSTEUNING, VERTROUWEN, VERBONDENHEID, RESPECT en DESKUNDIGHEID. In 2010 werd er door de toenmalige minister een belevingsrapport opgesteld over de tendensen in het jeugdbewegingslandschap. Naar aanleiding van die rapportage werd een belevingsonderzoek binnen 5 grote jeugdbewegingsactoren opgezet (De Pauw et al. , 2010) om verdere conclusies over de beleving en betekenisgeving van jeugdbewegingen te kunnen trekken. In het onderzoek geeft de leiding een aantal redenen op waarom ze leiding geven: het gevoel thuis te zijn, de vriendenkring, goede sfeer in de groep, zelfontplooiing en idealisme. Allemaal intrinsieke en groepsgerichte elementen. Solidariteit en inzet voor anderen blijken minder belangrijk dan een kleine 30 jaar geleden. VEILIGHEID, VERBONDENHEID, PLEZIER, ZELFONTPLOOIING en IDEALISME zijn waarden die naar boven komen hier.
21 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
5.2.2. De stem van kinderen en jongeren vanuit verschillende doelgroepen Kinderen en jongeren zijn in hun vrije tijd op zoek naar een plek of een activiteit waar ze zich kunnen amuseren en waar ze vrienden kunnen maken. Dit geldt voor alle kinderen (Dhuyvetter, 2008). Voor kinderen in armoede is het jeugdwerk een manier om nieuwe en andere dingen te leren en te ontdekken. Ze krijgen er de ruimte en de kans om essentiële en existentiële vragen te stellen aan andere kinderen en volwassenen (Coussée & Roets, 2011). Ze krijgen op die manier vaak een nieuw perspectief op hun huidige situatie. Vrijetijdsparticipatie leert kinderen bovendien beter inschatten wat hun interesses en mogelijkheden zijn. Ze vinden er ook ondersteuning om betekenis te geven aan bepaalde ervaringen op allerlei levensdomeinen. In onderzoek naar hoe verbinding kan gemaakt worden naar gezinnen in armoede (Schouppe et al., 2014) valt wel op dat de appreciatie van jongeren niet zozeer uitgaat naar het formele aanbod, maar meer naar de houding van de begeleiders. Ze doelen dan op: waardering, aandacht, ondersteuning en bescherming. Kinderen in armoede kijken vaak als een buitenstaander naar het jeugdwerk en naar haar ‘vreemde’ gebruiken. Ze merken een soort van begrensde ontlading op en botsen op een verschillend referentiekader bij leiding en deelnemende leeftijdsgenoten (Coussée & Roets, 2011). In deze context wijzen Coussée, De Schepper en Deceur (2011) ook op het belang van een doorleefde kennis van de leefwereld van kinderen en jongeren in kwetsbare situaties om kwalitatief jeugdwerk vorm te kunnen geven. Ze benoemen ook de draagkracht van jonge vrijwilligers in het jeugdwerk en stellen dat er meer nodig is dan een toegankelijk verenigingsleven om kwalitatief jeugdwerk voor iedereen te garanderen. Een tweede doelgroep die geregeld aan bod komt in de bestaande literatuur zijn kinderen en jongeren met een beperking. Kinderen en jongeren met een beperking maken vooral keuzes op basis van sociale aspecten. Hun vrije tijd wordt sterk bepaald door de thuis- en gezinscontext. Aangezien kinderen met een beperking gemiddeld meer vrije tijd doorbrengen op hun eentje of met familieleden dan met vrienden, speelt de school als bijkomend pedagogisch milieu een belangrijke rol in het uitbouwen van vrijetijds- en sociale netwerken (Ghesquière, Maes, Vangoidsenhoven, & Vastmans, 2001). Kinderen en jongeren met een beperking geven zelf aan dat ze eerder op sociale drempels botsen. Ze zijn in hun vrije tijd op zoek naar contact met leeftijdsgenoten zonder beperking en beleven bepaalde activiteiten, waar ze niet aan kunnen deelnemen omwille van hun beperking, ook op een andere manier. VERBONDENHEID staat zeker centraal bij kinderen en jongeren met een beperking. In een uitgebreide studie naar hun beleving en ervaring wordt heel duidelijk gesteld dat in de vrijetijdsparticipatie verschillende elementen die drempels en obstakels versterken en in elkaar haken waardoor er ingeboet wordt op de keuzemogelijkheden, de kwaliteit van de vrijetijdsbeleving en de ruimte voor autonomie, experimenteren en zelfbeschikking. Kinderen en jongeren met een beperking herkennen zich weinig in het jeugdwerkaanbod. Vaak zijn ze afhankelijk van volwassenen en zorgverstrekkers en deze afhankelijkheid blijft doorschemeren in hun vrijetijdsbesteding en -participatie. Bovendien botsen ze geregeld op afwijzing, waardoor het vertrouwen in jeugdwerk, enerzijds, en het zelfvertrouwen, anderzijds, al wel eens een deuk krijgt (Schraepen, Maelstaf & Dehertogh, 2016). De bevraagde kinderen en jongeren met een beperking kunnen wel duidelijk een aantal bevorderlijke elementen aanhalen, wanneer het gaat over deelname en toegankelijkheid van jeugdwerk. Zo zorgt autonomie en zelfbepaling voor een meer positieve ervaring. Ze zoeken een zorgzame omgang en interesse van de jeugdwerkers en niet zozeer de aanwezigheid van zorg op zich. Niet geheel onverwacht geven de kinderen en jongeren aan dat ze vanuit dezelfde interesses willen kunnen deelnemen aan jeugdwerkactiviteiten. Een kanttekening hierbij is dat de ouders vaak wel uitdrukkelijk op zoek zijn naar een aanbod op maat. De ervaringen van jongeren die hebben deelgenomen aan het reguliere jeugdwerkaanbod komen sterk overeen met de algemene ervaringen. Ruimte vinden om te experimenteren en zichzelf te versterken zijn eerder aanwezig in het algemeen aanbod en worden als een gemis ervaren in het specifiek aanbod (Schraepen, Maelstaf & Dehertogh, 2016).
22 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Een derde iets onderbelichte, maar zeker niet te vergeten groep is die van jonge nieuwkomers. In een surveyonderzoek naar de vrijetijdsbeleving van nieuwkomers (OKAN) komen enkele opmerkelijke vaststellingen naar boven. Net zoals andere jongeren zijn nieuwkomers bezig met vrije tijd en doen zij aan culturele en sportieve activiteiten. Alleen is de aansluiting bij het georganiseerde verenigingsleven veel kleiner (Pissens, Siongers, Lievens, Bradt & Derluyn, 2019). Hun vrije tijd vindt veel meer plaats in een niet-georganiseerde context. Verder zijn het huishouden en sociale media sterk aanwezig. De belangrijkste toeleider voor hen is familie. In de tweede plaats heeft de leerkracht een belangrijke rol wanneer het gaat over het toeleiden naar formele vrijetijdsbesteding. In vergelijking met andere jongeren bestaat er een grotere ontevredenheid bij deze jongeren. Uit de bevraging komt dat 71,4% de vrije tijd anders zou willen invullen, omdat ze op dit moment botsen op dingen als verveling, eenzaamheid en bijgevolg een sociaal isolement als gevolg van ‘een vreemde wereld’. De jeugdige nieuwkomers hebben behoefte aan plekken om samen te komen met vrienden, kansen om nieuwe mensen te leren kennen en meer informatie over het bestaande vrijetijdsaanbod. Bovendien wijzen ze op enkele specifieke barrières in de maatschappij. Naast mobiliteit benadrukken ze de taalbarrière. Hoewel ervaring leert dat deelname aan het jeugdwerk de taal kan versterken, zorgt het voor een drempel om deel te nemen. De hoeveelheid vrije tijd blijkt uit dit onderzoek ook anders te zijn dan bij andere jongeren, die vaak meer tijd en bewegingsruimte hebben (Pissens, Siongers, Lievens, Bradt & Derluyn, 2019). In een onderzoek naar de vrijetijdsbesteding van jongeren in residentiële voorzieningen (Schraepen, Maelstaf en Dehertogh, 2016) valt op dat het concept ‘vrije tijd’ niet anders beleefd wordt door de bevraagde jongeren dan door hun leeftijdsgenoten buiten de voorziening. Het is tijd om te spelen en vrienden te ontmoeten. Vaak interpreteren jongeren in een voorziening dat als tijd ‘buiten’ de voorziening, tijd waar niets moet, waar ze eigenaar over zijn. Mentaal hebben ze nood aan ontspanning en rust.
5.3. Wat jeugdwerkers ons leren Naast het perspectief van kinderen en jongeren zelf, geeft jeugdwerkonderzoek ook inkijk in het perspectief van jeugdwerkers en jeugdwerkonderzoekers m.b.t. de waarde van jeugdwerk. Wat is volgens hen de waarde die jongeren zouden kunnen hechten aan het jeugdwerk? Jeugdwerk is het creëren van mogelijkheden om sociale relaties uit te bouwen die keuzes beïnvloeden, waarden vormen, ervaringen mogelijk maken en betekenis geven, … zonder dat de uitkomsten vooraf vastliggen (Bullock et al. 2010). Vanuit deze context kunnen jongeren sterker gemaakt worden en door deelname aan het jeugdwerk en de uitdrukkelijke emanciperende focus, ontwikkelen ze een identiteit en kunnen ze mee bouwen en actief deelnemen aan de maatschappij waarin ze leven (Coussée & Bradt, 2012). Hierdoor worden ze ook positiever bekeken en ontwikkelen ze zelfwaarde door zelf verandering te scheppen. Opnieuw worden hier persoonlijke waarden verknoopt met het maatschappelijk perspectief en met meer collectieve waarden. VERBONDENHEID, ZINGEVING, VRIJHEID, AUTONOMIE, EMANCIPATIE, ZELFONTPLOOIING, PARTICIPATIE zijn waarden die naar boven komen. In een Europese studie naar de sociale waarde van jeugdwerkorganisaties (Holtom, Watkins & Siladi, 2016) worden vijf mechanismen voor het creëren van sociale waarde benoemd: jongerenparticipatie, jeugdwerk als een methode van informele educatie, het opdoen van ervaringen en het creëren van opportuniteiten, plaats en ruimte bieden voor jonge mensen om elkaar te ontmoeten, sociale relaties op te bouwen en informatie te delen en tot slot advies en begeleiding. Het is volgens de onderzoekers de combinatie en de integratie van deze mechanismen die maakt dat jeugdwerkorganisaties een meerwaarde creëren voor deelnemers. Het zou effect hebben op individueel niveau door het sociaal en menselijk kapitaal van de jongeren uit te breiden of te versterken. De combinatie van individuele en collectieve processen én resultaten maakt dat het jeugdwerk een plek is waar krachtig werk geleverd kan worden en waar veel potentieel in schuilt. Op mesoniveau vormt deze benadering een zinvol kader om naar jeugdwerk, en in het verlengde de waarde die eraan gehecht wordt, te kijken. De nadruk ligt hier op waarden die zich op het PERSOONLIJKE NIVEAU van kinderen en jongeren situeren maar de onderzoekers zien ook kansen in het jeugdwerk als een krachtige plek voor het realiseren van meer COLLECTIEVE WAARDEN.
23 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Recent Europees onderzoek toont een aantal duidelijke jeugdwerktrends (European Commission, 2014). Interessant voor dit onderzoek naar de waarde van jeugdwerk is de omschrijving van een aantal kerninzichten die kwaliteitsvol jeugdwerk beschrijven. In eerste instantie wordt het belang van de vertrouwensband tussen jeugdwerker en jongere benoemd. Daarnaast is actief outreachend werken naar kinderen en jongeren belangrijk. Flexibiliteit, toegankelijkheid en aanpassingsvermogen ten aanzien van de behoeften van kinderen en jongeren is een derde kwaliteitsindicator. Jeugdwerk moet volgens het onderzoek ook leerkansen bieden en doelen stellen. Het moet een veilige en ondersteunende omgeving bieden die kinderen en jongeren alle kansen biedt om te experimenteren, om fouten te maken en om samen met hun leeftijdsgenoten een leuke tijd te beleven. Jeugdwerk moet ook de autonomie van jongeren bevorderen. Het is kwestie van de juiste balans vinden tussen ondersteunen en vrijheid bieden. Jongeren hebben baat bij deze combinatie van een ondersteunende en veilige omgeving en de kans om een eigen omgeving autonoom vorm te geven in functie van hun persoonlijke ontwikkeling. Jeugdwerk moet daarnaast ook samenwerking met andere actoren aangaan (formeel onderwijs, sociaal werk…). Deze kwaliteitsindicatoren tonen een aantal onderliggende waarden: VERTROUWEN, ONDERSTEUNING, RESPECT, ERKENNING, LEREN, VEILIGHEID, EXPERIMENTEREN, VRIJHEID, AUTONOMIE en SAMENWERKING. De onderzoekers omschrijven ook de bijdrage die jeugdwerk levert. Ze stellen in eerste instantie vast dat dat niet makkelijk is. Mogelijke positieve uitkomsten op individueel niveau zijn het ontwikkelen van competenties (het opbouwen van menselijk kapitaal), het versterken van het persoonlijk netwerk (opbouwen van sociaal kapitaal), het veranderen van risicovol gedrag en het opbouwen van positieve relaties. Daarnaast biedt het jeugdwerk een belangrijke sociale ruimte voor het uitwisselen en engagement van kinderen en jongeren en tussen verschillende generaties. Het is ook waardevol op zichzelf, want de meeste jeugdwerkactiviteiten bieden leerkansen die zowel verrijkend als leuk zijn en die gedeeld worden met anderen. Dat op zichzelf heeft sociale waarde en moet ook zo erkend worden. Een paar andere waarden komen in beeld: ZELFONTPLOOIING, VERBONDENHEID, POSITIVITEIT, LEREN, PLEZIER.
5.4. En de ouders dan? Tot slot zijn er naast al die kinderen en jongeren ook ouders. Ouders zijn belangrijke toeleiders voor het jeugdwerk en de leefwereld thuis is een sterk bepalende factor voor de vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren. Zeker bij jonge kinderen zijn het voornamelijk de ouders die de vrijetijdsparticipatie bepalen en er invulling aan geven (Schouppe, De Visscher & Van de Walle, 2014). Welke verwachtingen hebben zij van het jeugdwerk? Welke waarde hechten zij aan deelname aan het jeugdwerk? In onderzoek naar de ervaringen en verwachtingen van ouders over deelname en betrokkenheid bij jeugdwerk (Morreel, Nys & Van Leeuwen, 2016) wordt in kaart gebracht hoe ouders jeugdwerk ervaren, wat ze ervan verwachten en hoe ze betrokken willen zijn. Ouders verwachten vooral dat hun kind zich thuis voelt in het jeugdwerk, dat activiteiten aansluiten bij de interesses van hun kinderen en dat ze er zelfstandig leren worden. Voor ouders in armoede is het belangrijk dat hun kinderen in een spelende omgeving kunnen bijleren (Kieckens, 2016). Ouders in kwetsbare situaties en kansrijke ouders verschillen niet zo zeer in het belang dat ze hechten aan vrije tijd. Hier en daar leggen ze andere accenten, gezien hun eigen situatie. Ze halen vier belangrijke functies aan. Eerst en vooral benoemen ze de opvangfunctie, zo kunnen ze tijd vrijmaken voor zichzelf. Vrije tijd heeft voor hen ook een preventieve functie. Ze doelen hier op de opvang van de kinderen maar ook op het weghouden van van de straat. Als derde benoemen ze de ontwikkelingsfunctie. Kinderen en jongeren kunnen zich sociaal, sportief of creatief ontwikkelen en vergroten hun zelfredzaamheid. Tot slot benoemen ze de sociale functie met meer sociale mobiliteit als gevolg (Kieckens, 2016). Voor ouders lijken VEILIGHEID, ZELFONTPLOOIING, ZELFREDZAAMHEID en PERSOONLIJKE GROEI belangrijke waarden te zijn.
24 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
25 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
6. Wat experten ons vertellen Wat vertellen jeugdwerkexperten over de waarde van het jeugdwerk? Wat zeggen ze als ze vanuit hun perspectief als deelnemer of vrijwilliger kijken? Hoe kijken ze als professional naar de waarde van jeugdwerk? Het laatste woord in deze literatuurstudie is voor Timmy, Don, Eveline, Geert en Ikrame. Vijf bevoorrechte getuigen van het jeugdwerk en van wat jeugdwerk kan betekenen voor kinderen en jongeren. De keuze voor deze groep is niet toevallig. Allemaal geven ze invulling aan wat voor hen de waarde van jeugdwerk is vanuit verschillende perspectieven. Allemaal waren ze deelnemers van jeugdwerk en namen ze later engagementen op binnen dat jeugdwerk. Op dit moment werken ze als professional in de sector zelf of als onderzoeker. Er is de brede blik op jeugdwerk in het algemeen vanuit de ondersteuner (Timmy Boutsen – De Ambrassade), de blik van de onderzoeker-docent (Geert Boutsen – UCLL), de blik van de professional met veel ervaring in het jeugdwerk met kinderen en jongeren in kwetsbare situaties (Ikrame Kastit – Uit De Marge), de blik van de beleidsmedewerker en opiniemaker (Don Pandzou - kabinetsmedewerker) en de blik van de onderzoeker (Eveline Meylemans – UGent). Jeugdwerk is gewoon plezant in de eerste plaats. Het is een plek waar kinderen en jongeren zich kunnen ontspannen, uitleven en zichzelf zijn. Het belang ervan wordt door alle experten aangehaald. Het is een plaats waar kinderen en jongeren elkaar ontmoeten, een eigen ruimte waar ze graag zijn, samen met hun vrienden.
“Jeugdwerk is voor mij een plek waar je je thuis voelt en waar je even alles kan achterlaten. Je amuseren is essentieel, dat is belangrijk. Kinderen en jongeren moeten zich kunnen ontspannen, kunnen spelen op een veilige plek waar niets moet, maar veel mag.” IKRAME
Maar jeugdwerk is voor hen ook een veilige thuishaven. Het is anders dan thuis, anders dan op school. Het is een eigen plek, een ontsnapping soms. Het belang van dat thuisgevoel onderstrepen ze allemaal. Dat gaat meestal gepaard met een gevoel van verbondenheid en erkenning. Je mag er zijn wie je bent en je ontdekt ook wie je bent in relatie tot andere leeftijdsgenoten. Jeugdwerk is een belangrijke plaats voor de identiteitsontwikkeling van kinderen en jongeren. Een paar experten benoemen ook expliciet de ondersteunende rol die jeugdwerk in hun leven heeft gespeeld. Het was voor hen een plek om te groeien, waar ze vertrouwen kregen, een plek waar ze kansen kregen als deelnemers en later als vrijwilliger ook kansen konden bieden aan andere kinderen en jongeren.
“Voor mij was dat de eerste plek waar ik mij erkend voelde om wie ik was en wat ik kon.” EVELINE Jeugdwerk is ook een flexibele, open en vrije plek die ruimte biedt voor experiment. Kinderen en jongeren krijgen autonomie en leren eigenaarschap opnemen, zeker als ze zich engageren binnen het jeugdwerk als vrijwilliger. Alle experten namen een sterke verantwoordelijkheid op in het jeugdwerk of bouwden eigen jeugdwerk uit. Het netwerk en de vaardigheden die ze daarmee ontwikkelden benoemen ze allemaal als heel waardevol voor hun latere parcours. Dat leren opnemen van verantwoordelijkheid en het vertrouwen krijgen om dat te doen, zijn kansen die ze aan het jeugdwerk te danken hebben, zeggen ze.
26 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
“Zelfvertrouwen krijgen en heel veel kansen krijgen. Jeugdwerk was voor mij echt een springplank.” TIMMY Jeugdwerk is ook een plek waar geleerd wordt. Alle experten benoemen leerprocessen bij deelnemers die te maken hebben met persoonlijke ontwikkeling: sociale relaties aangaan, leren samenwerken, respect tonen voor elkaar, zelfreflectie, een open houding aannemen … Het is een belangrijke plaats voor de identiteitsvorming van kinderen en jongeren, zeker in de transitie naar jongvolwassenheid. Voor de experten ligt daar een belangrijke basis om te werken aan solidariteit, verdraagzaamheid en het ontwikkelen van een open blik op de samenleving.
“Leren in groep met elkaar, met respect voor elkaar vanuit verschillende profielen, dat kom je alleen maar tegen in sommige vormen van jeugdwerk.” “Naast de plek om te leren, om engagement te leren opnemen, vind ik het ontwikkelen van een open visie op de samenleving zeker iets dat je daarnaast kan zetten.” GEERT Als ze spreken vanuit hun huidige professionele rol komt het belang van een duidelijke omkadering voor het jeugdwerk naar boven. De waarde van jeugdwerk als krachtige actor in een civiele samenleving komt sterk naar boven in de gesprekken. Jeugdwerk mag/moet haar politiserende rol in de samenleving durven opnemen. Eigenaarschap geven en participatief werken worden nog benoemd als belangrijke randvoorwaarden voor het uitbouwen van sterk jeugdwerk.
“Ik geloof echt in de emancipatorische kracht die jeugdwerk heeft en wat het kan betekenen in het leven van een individu. Eender wie. De meerwaarde van het sociaal kapitaal die vrije tijd binnenbrengt is belangrijk. In een samenleving als België, die gebouwd is op het middenveld, waar het jeugdwerk echt wel zijn plek heeft, is het belangrijk dat we dat gebruiken om mensen mee aan boord te krijgen.” DON
27 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
7. Ter afronding Grasduinen door de Vlaamse en Europese jeugdwerkliteratuur levert een eerste abstract beeld op van wat de waarde van jeugdwerk kan zijn. De verschillende perspectieven die aan bod komen tonen ook fricties. De literatuurverkenning toont dat er veel antwoorden bestaan op de vraag naar de waarde van ‘het’ jeugdwerk. Een belangrijke constante is het feit dat de leefwereld van elk kind en elke jongere bepalend is voor de waarde die aan jeugdwerk gehecht kan worden. Het gaat telkens om een unieke beleving in een unieke context en jeugdwerk ontstaat in de relatie daartussen. Uit een eerste reflectie op de literatuurverkenning die de reflectiegroep maakte, komt nog naar boven dat de verschillende spelers binnen de jeugdwerkpraktijken elk een eigen manier zoeken om flexibel en accuraat in te spelen op de realiteit. Ze zetten in op breed werken of juist erg specifiek, ze proberen een divers aanbod op poten te zetten om een divers publiek aan te spreken, ze houden vast aan bewezen vormen of zoeken naar en experimenteren met nieuwe vormen om steeds weer antwoord te bieden op de wisselende vragen, noden en behoeften van kinderen en jongeren. Opvallend is wel dat de zoektocht gestoeld is op impact hebben, een meerwaarde realiseren, … terwijl de eerste insteek bij de deelnemers eerder ‘louter’ vrije tijd en ontsnappen is. Beide perspectieven sluiten elkaar niet uit, maar houden we best wel in het achterhoofd tijdens het vergelijken van waarden of meest aanwezige waarden binnen het jeugdwerklandschap.
28 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
29 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
DEEL 2: KWALITATIEF BELEVINGSONDERZOEK
30 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Na een brede verkenning van de waarde van jeugdwerk op basis van literatuur en vorig onderzoek is het tijd om de vinger aan de pols te houden. Hoe kijken kinderen en jongeren zelf naar jeugdwerk? Welke waarde hechten zij aan jeugdwerk? Op basis van een kwalitatief belevingsonderzoek werd er gezocht naar antwoorden op die vragen. De doelstelling van dit deel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in de reële waarde van het jeugdwerk voor een diverse groep jongeren in diverse contexten binnen het jeugdwerk. Er wordt gezocht naar gedetailleerde en diepgaande kennis als basis. Aan de basis van het onderzoek ligt de methodologie van de transformatieve evaluatie. Een methode die ontwikkeld werd in het Verenigd Koninkrijk in de context van het jeugdwerk zelf. Binnen dit deel van het rapport wordt in eerste instantie uitgebreid stilgestaan bij de achtergrond van de methodologie, het initiële opzet van het onderzoek en de nodige bijstellingen die omwille van COVID-19 en de wisselende maatregelen voor het jeugdwerk moesten gebeuren. Daarnaast worden de resultaten besproken en geïllustreerd aan de hand van fragmenten uit de verhalen van de kinderen en jongeren die participeerden aan het onderzoek.
1. Waarom kiezen voor transformatieve evaluatie? Hoe krijgen we kinderen en jongeren aan de praat over wat het jeugdwerk voor hen betekent? Hoe komen we te weten welke waarde ze hechten aan de ervaringen die ze opdoen binnen een jeugdwerking? Wat leren jeugdwerkers hieruit? Wat leren jeugdwerkorganisaties hieruit? Kinderen en jongeren zijn niet gewend om zich uit te drukken in termen van ‘de waarde’ van iets dat ze ondernemen, zeker niet tegenover een onbekende. Uit vorige onderzoekservaringen blijkt dat kinderen en jongeren het lastig hebben om te spreken over wat hen aantrekt, wat ze leren. Heel vaak koppelen ze dit aan een gevoelscomponent en aan het sociale. De transformatieve evaluatie, en vooral de ‘Most Significant Change Technique’ die aan de basis van de methode ligt, biedt de kans om hierop in te spelen. De methode werd ontwikkeld binnen het jeugdwerk en is afgestemd op de eigenheid ervan. Het koppelt de stem van kinderen en jongeren aan de inzichten van jeugdwerkers1. De keuze om te werken vanuit de methode van de transformatieve evaluatie is ook ingegeven door een streven naar een participatieve aanpak in onderzoek met kinderen en jongeren. Een participatief onderzoeksproces gaat uit van de nauwe betrokkenheid van de verschillende partners in het onderzoeksproces. Het is niet enkel een methode maar het omvat ook een visie op ‘goed’ onderzoek. Het gaat ervan uit dat onderzoek vorm moet krijgen door de partners sterk te betrekken in de verschillende fasen van het proces, participatie ook expliciet te maken en structureel te verankeren. Onderzoek wordt zo een proces van collectieve kennisopbouw (Abma et al., 2019). Het onderzoeksproces biedt op die manier ook de kans om een grotere betrokkenheid te creëren. Daarnaast tonen reflecties op vorig participatief onderzoek (Van Ceulebroeck & Dehertogh, 2020) een grotere bereidheid om draagvlak te creëren en om effectief aan de slag te gaan met de resultaten uit het onderzoek. Participatief onderzoek biedt dus kansen om samen te leren en om veranderingsgericht te werken.
1 De term jeugdwerkers verwijst in dit deel zowel naar vrijwilligers die een engagement opnemen in een jeugdwerking als naar professionals die werkzaam zijn binnen het jeugdwerk.
31 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
De transformatieve evaluatie is ontstaan vanuit de nood om een aanpak te vinden die congruent is met de waarden en de ethiek van het jeugdwerk én er tegelijkertijd voor zorgt dat evaluatoren de complexiteit (diepte en breedte) van het werk van jeugdwerkers kunnen zien. Op die manier kunnen jeugdwerkers de waarde van hun werk aantonen (Cooper, 2018). De transformatieve evaluatie wil ook af van evaluatieonderzoek dat enkel focust op verantwoording. Evaluatie heeft oorspronkelijk drie doelstellingen: verantwoording, nieuwe kennis genereren en het verbeteren van de praktijk (Chelminsky, 1997). De methode van de transformatieve evaluatie wil hier terug de nadruk op leggen. Een belangrijke doelstelling bij de ontwikkeling van deze participatieve methode was dan ook om jeugdwerkers terug te betrekken bij de evaluatie en hen terug de waarde ervan te laten inzien. De keuze voor een transformatieve evaluatie binnen dit onderzoek vloeit voort uit de wens om kinderen, jongeren, vrijwilligers en professionals2 die dagelijks vormgeven aan jeugdwerk van heel dichtbij te betrekken bij het onderzoek. Kiezen voor transformatieve evaluatie is kiezen om van onderuit, vanuit rijke verhalen en belevingen van kinderen, jongeren, vrijwilligers en professionals, te zoeken naar wat voor hen van belang is.
2. Transformatieve evaluatie: de kunst van het stellen van die éne vraag Transformatieve evaluatie is gebaseerd op de techniek van de ‘meest significante verandering’, ontwikkeld door Davies in 1996. Het is een participatieve en dialogische methode die inzet op reflectie en organisatieleren. Het startpunt is het genereren van verhalen over de meest significante verandering bij de doelgroep en een collectieve en systematische analyse van deze verhalen (Davies & Dart, 2005). Deze methode leunt aan bij ‘storytelling’ die in delen van het jeugdwerk ook als methodiek gangbaar en dus herkenbaar is. Uit het internationale project van Ord e.a. (2018) blijkt dat dit een waardevolle wijze is om de impact van jeugdwerk op kinderen en jongeren in kaart te brengen. In de methode van de transformatieve evaluatie komen drie aspecten samen: het transformatieve paradigma, het waarderend onderzoeken en participatieve evaluatie. In het transformatieve paradigma staat inclusie centraal. Het prioriteert achtergestelde groepen in het evaluatieproces met als doel sociale rechtvaardigheid na te streven. Het wil vooral een stem geven aan kwetsbare groepen. Het waarderend onderzoek is een methode die uitgaat van krachten eerder dan van tekorten om veranderingsprocessen in gang te zetten. Participatieve evaluatie kan gezien worden als een vorm van participatief onderzoek zoals hierboven al werd omschreven. Op basis van deze theoretische inzichten ontstaat een methode die participatie op verschillende niveaus op gang brengt: •
Jeugdwerkers krijgen authentieke feedback van jongeren over de impact van hun werk op hun leven.
•
Jeugdwerkers en experten reflecteren samen over de waarde, waardoor de betekenis meer gedeelde taal krijgt die ook van toepassing zal zijn op hoe kinderen en jongeren dit omschrijven.
•
Het stimuleert organisatieleren en creëert een cultuur van participatieve evaluatieprocessen en samenwerking.
Transformatieve evaluatie doet dus meer dan enkel bewijzen aanleveren om verantwoording af te leggen, het is ook een manier om tot organisatieontwikkeling te komen.
2 Naast de deelnemers aan het jeugdwerk (de kinderen en jongeren waar in dit onderzoek naar verwezen wordt), spreken we ook van de vrijwilligers. Daarmee bedoelen we de jeugdwerkers die een vrijwillig engagement opnemen in het begeleiden van kinderen en jongeren. Met de ‘professionals’ wordt verwezen naar de betaalde krachten die binnen het jeugdwerk aangesteld zijn in organisaties.
32 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
RELATIES ONTWIKKELEN • HET LEREN UITBREIDEN
PRAKTIJKKENNIS ONTWIKKELEN
DUURZAME ONTWIKKELING ONDERSTEUNEN
COLLECTIEVE VISIE • KRITISCHE REFLECTIEVE PRAKTIJK
DIVERSITEIT WAARDEREN • PLURALISME OMARMERN
DIRECTE PRAKTIJKVERBETERING
Figuur 1: Organisatie- en praktijkleren door transformatieve evaluatie (naar: Cooper, 2018)
Het proces van transformatieve evaluatie verloopt idealiter via vier fasen (Cooper, 2018). FASE 1: GENEREREN VAN VERHALEN In deze fase gaan jeugdwerkers (vrijwilligers en/of professionals) verhalen genereren bij hun kinderen en jongeren. Vanuit hun vertrouwensband met de kinderen en jongeren gaan jeugdwerkers het gesprek aan vanuit één leidende vraag (“Als je nu terugkijkt naar het afgelopen jaar, wat was de belangrijkste ervaring binnen deze jeugdwerking?”). Kinderen en jongeren worden aangemoedigd om toe te lichten waarom dit verhaal, deze ervaring zo belangrijk is voor hen. Er ontstaat een reflectieve dialoog tussen jeugdwerkers en kinderen en jongeren. FASE 2: ANALYSE EN SELECTIE DOOR DE JEUGDWERKERS Binnen deze fase gaan de jeugdwerkers, ondersteund door de onderzoekers, aan de slag met de verhalen van de jongeren. De praktijkwerkers selecteren en analyseren de verhalen en vullen de verhalen aan vanuit hun ervaringen. Dat resulteert in thema’s en domeinen die belangrijk zijn en gecontextualiseerd worden door de rijke ervaring van de praktijkwerkers. Deze fase eindigt met de keuze van het meest passende veranderingsverhaal bij elk thema/domein. De jeugdwerkers motiveren ook waarom dit verhaal het meest passende is. FASE 3: SELECTIE DOOR STAKEHOLDERSGROEP EN FEEDBACK Het proces wordt geflankeerd door een stakeholdersgroep. Deze groep neemt in deze fase alle gecontextualiseerde verhalen per thema en domein door en selecteert het belangrijkste veranderverhaal voor deze cyclus. Ze koppelen dit terug aan de jeugdwerkers en motiveren hun keuze. FASE 4: META-EVALUATIE Op het einde van elke cyclus reflecteren de jeugdwerkers over hun ervaringen met het proces van de transformatieve evaluatie. Ze bekijken samen welke bijdrage er geleverd wordt bij het verbeteren van hun praktijk en bespreken hoe de volgende cyclus opgebouwd kan worden.
33 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
2• ANALYSE & SELECTIE Reflectieve dialoog tussen jeugdwerkers onderling faciliteren
1• VERHALEN GENEREREN Reflectieve dialoog tussen jongere en jeugdwerker faciliteren
3• SELECTIE & FEEDBACK Communicatie creëren tussen verschillende stakeholders
4• META-EVALUATIE Ontwikkelen en aanscherpen van de evaluatiemethodiek
Figuur 2: Het transformatieve evaluatieproces (Naar: Cooper 2014)
Als de methode ingezet wordt binnen een organisatie in functie van evaluatie en kwaliteitsontwikkeling, dan herhaalt dit proces zich meerdere keren en kan het op die manier ingebouwd worden in de kwaliteitscyclus van een organisatie. Transformatieve evaluatie als methode voor organisatieleren biedt een aantal voordelen (Cooper, 2013): •
Jeugdwerkers die tijd nemen om betekenisvolle conversaties aan te gaan met (hun) jongeren, verdiepen zo hun relatie met de jongeren en verbeteren hun eigen professioneel handelen.
•
Er ontstaat een beter begrip van jeugdwerkinterventies.
•
Het is een collectieve en democratische aanpak van evaluatie en het proces van cocreatie stimuleert de ontwikkeling van een gedeelde professionele identiteit en prikkelt collectieve reflectie. Het intensifieert professionele ontwikkeling.
•
Er treden ‘Double loop’ leerprocessen in werking (Argyris en Shön, 1978) die ervoor zorgen dat er diepgaand geleerd wordt in functie van effectieve organisatieverandering.
•
Evaluatie wordt op die manier een proces waar verschillende stakeholders bij betrokken worden en op elkaar gerelateerd worden.
In het kader van dit onderzoek werd de methode afgestemd op de onderzoeksvraag en praktisch-organisatorische mogelijkheden van het project.
34 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
2.1. Transformatieve evaluatie binnen dit onderzoek Omwille van de beperkte tijd en de doelstelling van het onderzoek werd er gekozen om de cyclus maar één keer te laten lopen in een aantal organisaties. Fase 3 en 4 werden minder intensief uitgewerkt zodat er meer organisaties betrokken konden worden en de focus kon liggen op het verzamelen van verhalen en het proces binnen de betrokken organisaties. Er werd een reflectiegroep opgestart die enerzijds betrokken was bij de selectie van de organisaties en anderzijds in fase 3 betrokken zou worden bij het bespreken van de verhalen. Voor de betrokken organisaties werd een handleiding uitgeschreven (zie bijlage 1).
2.1.1. Het oorspronkelijke opzet … Het onderzoeksproces werd opgebouwd in een aantal fasen, sterk geïnspireerd door het oorspronkelijke kader van Cooper. FASE 1: OPSTART EN TRAINING METHODE In deze fase was het van belang om de betrokken jeugdwerkers mee te nemen in het verhaal van de transformatieve evaluatie. Een uitgewerkte handleiding vormde de basis voor de opstart. Er werd bekeken wat er mogelijk was binnen de organisatie en welke ondersteuning daarvoor nodig was. Er werd geoefend op de techniek van het verzamelen van de verhalen. Er werden ook afspraken gemaakt in functie van privacy en gegevensverzameling. Voor de bevraging van kinderen en jongeren hanteerden we enkele (ethische) uitgangspunten gebaseerd op de principes voor participatie van kinderen zoals geformuleerd door ‘Save the Children’ (2007) en gehanteerd door Unicef (Vermeulen & Teller, 2010). Deze zes principes vormden een (ethisch-normatief) houvast voor de dataverzameling, naast de grondregels van een degelijke sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethodologie: •
Alle kinderen en jongeren in het onderzoek begrijpen waar het over gaat en zijn goed geïnformeerd over het doel en de opzet van het onderzoek (cfr. art 17 IVRK).
•
De betrokkenheid van kinderen en jongeren gebeurt in een veilige en stimulerende omgeving.
•
Alle kinderen en jongeren krijgen evenveel kans om deel te nemen, ongeacht leeftijd of herkomst.
•
De (mentale) veiligheid van kinderen staat altijd voorop.
•
Alle ‘volwassenen’ betrokken in het onderzoek zijn goed geïnformeerd en op de hoogte van de kinderrechten.
•
Kinderen en jongeren hebben het recht om niet te participeren. De deelname gebeurt op vrijwillige basis.
FASE 2: VERHALEN VERZAMELEN EN REGISTREREN In deze fase gingen de jeugdwerkers aan de slag. Vanuit hun vertrouwensrelatie met de betrokken kinderen en jongeren konden authentieke reacties en verhalen naar boven komen. Er werden verhalen verzameld die op basis van één vraag uitgelokt werden. Het proces startte dus bij het stellen van die éne goede vraag:
“Als je terugkijkt op het afgelopen jaar, wat was voor jou de meest belangrijke verandering in je leven door deel te nemen aan deze werking of deze activiteiten? Welk verhaal of welke ervaring illustreert dat voor jou? Waarom?” Bij de registratie werd gewerkt met een sjabloon om vergelijkbare dataregistratie te kunnen garanderen. Er werd geprobeerd om zoveel mogelijk vanuit de letterlijke woorden van de kinderen en jongeren te vertrekken. Meestal werden de verhalen opgenomen en letterlijk uitgetypt door de verhalen-verzamelaars. In het sjabloon konden de verhalen-verzamelaars bijkomende informatie meegeven voor de verdere analyse. De onderzoekers zorgden voor ondersteuning in deze fase, zowel bij het verzamelen van de verhalen als bij de registratie.
35 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
FASE 3: SELECTIE EN ANALYSE VAN DE VERHALEN Er werd gemikt op 20 verhalen per werking. Tijdens een begeleid analyse- en selectiemoment zou elke organisatie aan de slag gaan met de verzamelde verhalen. Er konden naast de verhalen-verzamelaars ook andere jeugdwerkers meewerken in deze fase. De verhalen zouden gedeeld worden en er zou gezocht worden naar thema’s waaraan telkens één sprekend verhaal zou gekoppeld worden. De keuzes zouden onderbouwd worden. De verhalen zouden de organisatie een rechtstreekse inkijk kunnen geven in de waarde van bepaalde thema’s voor een aantal kinderen en jongeren. FASE 4: FEEDBACK EN AANBEVELINGEN De geselecteerde verhalen van elke organisatie zouden voorgelegd worden aan de reflectiegroep. Zij zouden op hun beurt de verhalen doorlopen en de definitieve verhalen bij de definitieve thema’s selecteren. Ze zouden ook duidelijk hun keuzes motiveren. In een feedbackmoment met de organisaties werd voorzien in een terugkoppeling van het proces van de reflectiegroep. Op die manier kregen ze ook een zicht op wat er uit de processen bij de andere organisaties naar boven kwam. Elke organisatie zou op dit moment ook nadenken over de eigen werking en op zoek gaan naar mogelijkheden om de werking te verbreden of verdiepen.
2.1.2. En toen was er corona … Bij de heropstart van het onderzoek, na een derde golf in de coronapandemie, werd al snel duidelijk dat de draagkracht van de betrokken organisaties onder druk stond. Het sterke procesmatige karakter van de transformatieve evaluatie zou veel vragen van de betrokken organisaties en dat was niet in elke context even haalbaar. Er werd op dat moment gekozen om de methodologie sterk aan te passen en de focus te leggen op de kern van de methode: het verzamelen van de verhalen op basis van de ‘Most Significant Change’ – techniek. De onderzoeksgroep werd uitgebreid en ging zelf aan de slag om verhalen te verzamelen. De focus lag vooral op het verzamelen van verhalen van vrijwilligers binnen de verschillende werkingen. Fase 3 en 4 werden grondig bijgestuurd. Er werd gekozen om de analysefase op te nemen in de onderzoeksgroep, over alle organisaties heen, en niet in een participatief proces met de jeugdwerkingen zelf. Er werd teruggeschakeld op een klassieke kwalitatieve analyse van de data. De eerste analyse werd voorgelegd aan de (ook opnieuw samengestelde) reflectiegroep en dat vormde de basis voor een tweede analyse. Bij de reflectiegroep werden ook verhalen verzameld om inkijk te krijgen in de manier waarop de coronamaatregelen hun werking beïnvloed had. Ook de analysefase kende een ander verloop. Het onderzoeksteam analyseerde zelf de verhalen. Het onderzoek kende op die manier het verloop van een meer klassieke inhoudsanalyse in plaats van een intensief participatief proces met de betrokken jeugdwerkingen. Twee onderzoekers lazen telkens de verhalen. Ze markeerden relevante citaten en koppelden ze aan een eerste lijst van waarden3. In een tweede fase werden de resultaten van de onderzoekers vergeleken en definitieve waarden aan relevante citaten gekoppeld. Daarna werd een eerste datamatrix samengesteld met een globaal overzicht. Er werden op basis van deze eerste analysefase voorlopige conclusies getrokken door de verschillende waarden te clusteren en voor te leggen aan de reflectiegroep. Vanuit de reflecties uit de groep werd een tweede analyseronde gestart. Er werd nagegaan of bepaalde parameters andere waarden toonden (bv. leeftijd). De waardenclusters werden herbekeken en de citaten werden gehercodeerd naar de nieuwe clusters. Op basis van deze clusters werden acht definitieve waarden bepaald en beschreven vanuit de ervaringen van de kinderen en jongeren (zie resultatenluik).
3 https://www.kritischehouding.nl/2009/12/overzicht-positieve-waarden.html
36 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
2.2. De steekproef 2.2.1. Het oorspronkelijke opzet In samenspraak met een reflectiegroep die voor dit onderzoek werd samengesteld werden acht organisaties gezocht binnen het brede jeugdwerkveld in zoveel mogelijk uiteenlopende contexten en op een paar kruispunten met andere sectoren. Onderstaande typologie was een manier om acht verschillende jeugdwerkcontexten te zoeken. De typologie werd omschreven in het onderzoeksrapport van de Europese commissie over de waarde van jeugdwerk (Europese Commissie, 2014). De typologie bestaat uit twee assen. De eerste as focust op de doelstellingen van de activiteit: van brede persoonlijke ontwikkeling naar een specifieke focus. De tweede as deelt jeugdwerkactiviteiten in naargelang de doelgroep (universeel of voor een specifieke doelgroep). De meeste jeugdwerkactiviteiten situeren zich ergens op het continuüm van deze assen.
Universele groepen
DOELGROEP
DOELSTELLINGEN VAN DE ACTIVITEITEN
Themagerichte focus
Specifieke groepen
Algemene persoonlijke ontwikkeling Figuur 3: Typologie van het jeugdwerk (naar het model van de Europese Commissie, 2014)
We selecteerden acht organisaties op basis van deze indeling: •
1 organisatie met een heel specifiek ontwikkelingsdoel en een specifieke doelgroep.
•
2 organisaties met een heel specifiek ontwikkelingsdoel en een universele doelgroep.
•
2 organisaties die werken met een specifieke doelgroep en inzetten op algemene ontwikkeling.
•
3 organisaties die voor alle jongeren werken en inzetten op algemene ontwikkeling.
Representatieve vertegenwoordiging was geen streefdoel omdat er gekozen werd voor het opzetten van een kwalitatief en intensief proces op basis van de transformatieve evaluatie. De betrokken organisaties moesten ook voldoende return ervaren van het onderzoeksproces. We werkten met een doelgerichte steekproef maar hanteerden wel quota: we streefden ernaar om 100 tot 160 jongeren te betrekken bij het onderzoek. De totale steekproef moest wel een divers beeld geven en zoveel mogelijk verschillende perspectieven van zoveel mogelijk verschillende kinderen en jongeren weergeven. De bedoeling was om binnen elke organisatie een gerichte sampling te doen om dat te garanderen. Er moest gestreefd worden naar een balans op basis van de volgende kenmerken:
37 •
•
Gender
•
Leeftijd (omwille van de methode die we hanteren stellen we een ondergrens van acht jaar)
•
Socio-economische achtergrond
•
Etnische achtergrond
•
Mate van engagement die kinderen en jongeren in een werking opnemen
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
In overleg met de reflectiegroep werd afgesproken om te werken met organisaties die nog niet eerder betrokken waren bij onderzoek in het kader van het masterplan diversiteit. Er werd ook gelet op een balans tussen jeugdwerk dat door vrijwilligers dan wel professionals georganiseerd werd. Op suggestie van de reflectiegroep werden ook een paar oudere vrijwilligers (oudleden) bij het onderzoek betrokken. Er werd vanuit de reflectiegroep gesuggereerd om ook niet-erkende jeugdwerkingen op te nemen in de steekproef. Op basis van bovenstaande criteria werden in eerste instantie de volgende organisaties betrokken bij het onderzoek: •
KLJ Wiekevorst: een lokale afdeling van de Katholieke Landelijke Jeugd vanuit de motivatie om het meer landelijk perspectief in het onderzoek te brengen.
•
Bazart – Leuven: een kunstjeugdbeweging om vanuit het kruispunt jongeren en cultuur een perspectief binnen te brengen.
•
De Gemeenschap – Sint-Niklaas: een erkend jeugdhuis dat de focus legt op pluralisme en het versterken van jongeren, vanuit een perspectief om bruggen te bouwen tussen de verschillende vormen van jeugdwerk.
•
Groep INTRO: een organisatie waar via tewerkstelling, vorming, coaching en advies gewerkt wordt aan een inclusieve samenleving, vanuit het kruispunt werk en om het inclusief werken als perspectief binnen te krijgen.
•
Nakama: een collectief van jongeren dat zich inzet voor kinderen en jongeren van Brussel, vanuit het stedelijke perspectief en hun ervaring als zelforganisatie.
•
LEJO vzw: een organisatie voor jongeren in een maatschappelijk kwetsbare situatie, vanuit het welzijnsperspectief.
•
Oranje vzw: een organisatie die zich voornamelijk richt tot alle personen met een (vermoeden van) beperking, vanuit het perspectief van kinderen en jongeren die leven met een beperking.
•
City Pirates – Antwerpen: een organisatie die via voetbal kinderen en jongeren kansen wil geven en competenties wil aanleren, vanuit het kruispunt met sport.
2.2.2. En toen was er corona … De COVID-19-crisis had tot na het samenstellen van de steekproef weinig gevolgen voor het onderzoek. Er werden acht organisaties gevonden die graag wilden meewerken en het proces van de transformatieve evaluatie zou met hen starten in het najaar van 2020. Het vlot verlopen van de jeugdwerkzomer had ook een boost gegeven aan het jeugdwerk. En toen kwam de derde golf. Er kwamen nieuwe maatregelen, organisaties moesten opnieuw schakelen en er werd op dat moment beslist om het onderzoek een paar maanden stil te leggen zodat de betrokken organisaties konden focussen op hun kerntaak: kwalitatief jeugdwerk opzetten in bizarre tijden. De methodologie van het onderzoek werd bijgesteld zodat met zoveel mogelijk ondersteuning van de onderzoekers en zo weinig mogelijk werk voor de organisaties zelf. De heropstart van het proces en de blijvende en steeds wisselende coronamaatregelen legden veel druk op de betrokken organisaties en zorgden ervoor dat een paar organisaties afhaakten4. Er werd gezocht naar nieuwe mogelijkheden en uiteindelijk konden 83 verhalen verzameld worden bij 6 organisaties.
4 Voor de betrokken organsiaties (De Gemeenschap en Nakame) ging alle focus naar het overeind houden van de werking en het contact blijven houden met de kinderen, jongeren en vrijwilligers. Vanuit het onderzoeksteam wilden we daar geen extra druk leggen.
38 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Leeftijden
Bazart
Bazzz
City Pirates
Groep INTRO
KLJ Wiekevorst
Oranje vzw
-12 jaar
7
0
0
0
0
0
1
0
6
0
11
0
12 - 16 jaar
5
0
0
0
0
0
2
0
3
0
0
0
17 - 20 jaar
2
1
0
0
0
2
12
0
5
3
3
3
21 - 25 jaar
0
2
3
1
0
0
3
1
0
2
2
0
+ 25 jaar
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2
1
0
Totaal
14
3
3
1
0
2
18
1
14
7
17
3
deelnemers (n = 66)
vrijwilligers (n = 15)
oud-leiding (n = 2)
Tabel 1: Overzicht deelnemers steekproef
2.3. De betrokken organisaties voorgesteld Het verzamelen van verhalen vond plaats in heel uiteenlopende contexten. De specifieke context van elke betrokken werking geeft kleur aan de interpretatie van de resultaten. Een korte voorstelling is op zijn plaats. BAZART - LEUVEN Bazart is een kunstjeugdbeweging, actief in tien Vlaamse steden, die kunst, cultuur en erfgoed als vertrekpunt neemt om activiteiten te organiseren. Bazart werkt inclusief en vertrekt daarom vanuit de interesses, krachten en mogelijkheden van kinderen en jongeren. Bazart is een project van Bamm!, een organisatie die kunst en erfgoed toegankelijk wil maken voor kinderen, jongeren en hun begeleiders. Voor de uitwerking van de activiteiten laten vrijwilligers zich inspireren door kunstenaars en kunsttechnieken. Bazart zet actief in op het in contact brengen van ouders, kinderen en begeleiders. Bazart Leuven maakt gebruik van de zalen en ruimte van Openbaar Entrepot voor de Kunsten (OPEK) in Leuven. BAZZZ Bazzz is een jeugdorganisatie die ontstaan is vanuit de behoeften van jongeren met een migratieachtergrond die op zoek zijn naar hun etno-religieuze identiteit. Daarnaast schenkt Bazzz extra aandacht aan de emancipatie en participatie van deze jongeren, net omdat er binnen het bestaande aanbod te weinig aandacht besteed werd aan etno-religieuze identiteitsontwikkeling en -beleving van jongeren met een migratieachtergrond. Het gaat erom dat deze jongeren zich als volwaardige burgers willen engageren, maar te vaak geconfronteerd worden met bepaalde uitsluitingsmechanismes. Bazzz vertrekt daarbij vanuit de jeugdhuismethodiek en schenkt specifieke aandacht aan thema’s zoals meervoudige identiteit, culturele identiteit en gender. Bazzz zet vaak in op ‘meetingpoints’ om deze thema’s bespreekbaar te maken met hun deelnemers en daarvoor uitgekozen experts ter zake.
39 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
CITY PIRATES City Pirates is een voetbalclub met een sociale insteek. Naast voetbal biedt de club huiswerkbegeleiding en workshops aan op maat van de kinderen en jongeren die ze bereiken. Zo kunnen ze een diploma behalen en een stageplaats en/of (studenten) werk vinden. Naast vrijwilligers, die mee training geven, zijn er maatschappelijk werkers in dienst. Zij organiseren huisbezoeken en schoolbezoeken wanneer dat wenselijk is. De activiteiten die ze naast voetbal organiseren, focussen zich hoofdzakelijk op het bevorderen van de sociale cohesie van de buurt waarin ze actief zijn. Dit doen ze onder andere door middel van pleintjeswerkingen, jeugdhuisactiviteiten of het bezoeken van een woon- en verzorgingstehuis voor ouderen. De club telt 1300 leden met meer dan honderd verschillende nationaliteiten. City Pirates bereikt voornamelijk kinderen en jongeren met een migratieachtergrond en/of uit een lagere sociaaleconomische statusgroep. City Pirates werkt met andere woorden buurtgericht en is gelegen in vijf buurten verspreid over de stad Antwerpen. Ze werken rond positieve identiteit en noemen zichzelf en hun deelnemers vanuit die insteek dan ook ‘de piraten’. GROEP INTRO Groep INTRO werkt aan een inclusieve samenleving en biedt vorming, opleiding, coaching, advies en tewerkstelling aan op maat. De organisatie werkt hiervoor samen met tal van andere sociale organisaties, bedrijven, scholen, lokale besturen … Binnen de vrije tijd werkt Groep INTRO met jongeren tot 30 jaar met een specifieke aandacht voor mensen uit kansengroepen waaronder nieuwkomers, jongeren met een beperking en jongeren uit de bijzondere jeugdzorg. De trajecten die worden aangeboden kunnen zowel individueel als groepsgericht zijn. De verhalen komen vanuit verschillende deelwerkingen binnen Groep INTRO waaronder De Plek, meerdaagse muziekstudio en coaching ondernemingsdroom, jeugdhuis, naaicafé, OKAN-activiteiten (in groep en individueel), Buurtatelier en wijkcentrum Streetaction. KLJ WIEKEVORST KLJ staat voor Katholieke Landelijke Jeugd. KLJ Wiekevorst is een jeugdbeweging die al meer dan 90 jaar bestaat. Het biedt kinderen en jongeren van zes tot vijfendertig jaar de gelegenheid om wekelijks met leeftijdsgenoten (buiten)activiteiten te houden. De jeugdbeweging telt zo’n 200 leden en 31 vrijwilligers. De georganiseerde activiteiten focussen hoofdzakelijk op sport en spel. Daarnaast wordt er op maandelijkse basis een activiteit aangeboden voor de plus twintigers. Vaak gaat het dan om groepsuitstappen. In de zomermaanden wordt er een kamp georganiseerd en daarnaast doet de KLJ ook mee aan de sportfeesten die georganiseerd worden door KLJ Nationaal. Naast de wekelijkse activiteiten organiseren ze ook fuiven en eetdagen. ORANJE VZW Oranje vzw is een vrijetijdscentrum voor mensen met en zonder een beperking. Ze bieden in de vakantieperiodes o.a. een speelpleinwerking aan voor alle kinderen en jongeren van vier tot ongeveer vijftien jaar. Door het toegankelijk maken van het speelplein voor kinderen en jongeren met een grotere zorgbehoefte onderscheidt de speelpleinwerking van Oranje vzw zich van andere speelpleinwerkingen. Naast de extra individuele ondersteuning worden de activiteiten in groep ook op maat en leeftijd van de kinderen en jongeren georganiseerd. De animatoren worden begeleid door werknemers van Oranje vzw en kunnen een (hoofd)animatorcursus en/of vormingen volgen.
40 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
41 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3. Uit de verhalen van deelnemers en vrijwilligers Aan de hand van de verhalen rond de meest waardevolle ervaringen die deelnemers en vrijwilligers binnen de eigen jeugdwerkpraktijk meemaken, werden acht waarden geïdentificeerd: PLEZIER, VERBONDENHEID, ERKENNING, VEILIGHEID, VRIJHEID, RESPECT, ZELFONTPLOOIING en BEKWAAMHEID. Deze waarden komen in elk van de deelnemende jeugdwerkpraktijken naar voor. Iedere organisatie legt bepaalde accenten die de specificiteit van de jeugdorganisatie weerspiegelen. In wat volgt wordt aan de hand van citaten uit de verhalen dieper ingegaan op elk van deze waarden.
3.1. Verbondenheid als waarde Verbondenheid als waarde komt in 69 van de 83 verhalen van deelnemers en vrijwilligers voor. Het gaat in de verhalen voornamelijk over hoe ze in een specifieke jeugdwerking terechtkomen, waarbij het sociale netwerk bestaande uit familie, vrienden en buren een belangrijke motivator zijn.
“Eerst was mijn zus op de KLJ, en toen mocht ik ook eens naar de KLJ gaan en (…) van de eerste activiteit vond ik dat al leuk. En dan hebben we mij ingeschreven om in de KLJ te blijven.” (KLJ WIEKEVORST 3) Daarnaast worden redenen om blijvend te investeren als deelnemer en (later) vrijwilliger hieraan gelinkt.
“Met mijn maten samen zijn, geeft echt voldoening aan mijn leven. Mijn maten zijn gewoon mijn leven. We waren nu ook van plan om in de zomer met de KLJ nog eens naar de Ardennen ofzo te gaan. En dan iets huren en gewoon genieten.” (KLJ WIEKEVORST 13) De verschillende jeugdwerkingen stimuleren via hun aanbod de waarde van verbondenheid. Verschillende activiteiten kunnen zo een extra dimensie geven aan het groepsgevoel en het samenzijn. Meer nog kan het jeugdwerk – volgens een aantal vertellers – hierdoor vriendschappen creëren voor het leven.
“’s Avonds aan het kampvuur, dat was leuk omdat we allemaal samen zaten. Ik vond dat echt gezellig dat we allemaal samenzaten.” (GROEP INTRO 5)
“Bij de KLJ zitten, is vooral goed voor de vriendschap. (…) Dat gevoel van samenhorigheid is echt super.” (KLJ WIEKEVORST 14)
42 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Heel wat deelnemers en vrijwilligers sluiten zich aan om hun sociale netwerk te verbreden en dus met anderen in contact te staan.
“Het is een plaats om mensen wekelijks te ontmoeten waar altijd wel sfeer kan zijn. Het is gewoon een geniale plek met zalige mensen.” (GROEP INTRO 9)
“Het is eigenlijk een win-win situatie. Je kan zo’n mensen ontmoeten en je kan spelen met die gastjes. Ik kan meer mijn uitzicht verbreden over de maatschappij want er wordt bijna nooit gepraat over mensen met een beperking bij ons, ook niet op school.” (ORANJE-LEIDING 2) Vrijwilligers van Bazart en Oranje vzw maken vaak de bewuste keuze om voor dat type van jeugdwerk te kiezen omdat ze binnen deze ruimte mensen ontmoeten die ze elders in hun dagelijks leven niet zouden tegenkomen. Het brengt hen in contact met andere individuen, verbreedt hun leefwereld en zorgt voor uitwisseling met mensen die ze anders misschien nooit zouden treffen.
“Ik kende één iemand die als kind zelf op Oranje zat, (…) een meisje met een beperking. (…) Ik vond dat leuk om met haar op de trampoline te springen. (…) Ik stond er wel voor open. Het is eens een impulsieve beslissing geweest om mijn zomer nuttig te besteden. Al de anderen heb ik ofwel op animatorcursus leren kennen of op het speelplein zelf. (…) Dat zijn ook mensen die ik alleen in de vakanties zie.” (ORANJE-LEIDING 3) Verbinding willen voelen met de eigen ‘peers’, wordt door een aantal vrijwilligers en deelnemers van Bazart, Bazzz, City Pirates, KLJ Wiekevorst en Oranje vzw aangehaald. Het gaat dan over een gevoel van samenhorigheid, het deel uitmaken van een groter geheel en het idee ergens bij te horen en zich daar goed bij te voelen.
“Ik heb daarvoor in de Chiro gezeten. En op een bepaald moment ben ik daar mee gestopt, omdat ik het toen niet meer leuk vond. (…) Achteraf heb ik daar zoveel spijt van gehad. Als je iedereen op de Dag van de Jeugdbeweging in zijn uniform zag rondlopen ... En toen heb ik iemand leren kennen die bij KLJ Wiekevorst zat en die heeft mij meegenomen. En dat is de persoon die ik echt het meest dankbaar ben in mijn leven (lacht).” (KLJ-LEIDING 3)
43 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Voorgaand verhaal licht al een tipje van de sluier, verbondenheid heeft ook te maken met de visie van de organisatie, waarvoor ze staat en hoe ze dat aan bod laat komen. Daarbij is het belangrijk dat deelnemers en vrijwilligers zich daarin kunnen herkennen.
“Ik voel nu ‘de oude kliek’ weg is, op een aantal vaste mensen na, dat ik toch nog altijd wil blijven, omdat ik ondertussen een hart voor de doelgroep heb ontdekt, mij verbonden voel met het team en ook echt met jeugdwerk wil bezig zijn. Als werker of vrijwilliger bij Bazzz en bij de jongeren- of tienerwerking voel je ook echt dat je een traject kan afleggen met hen. Dus zelfs als de oude kliek weg is, heb je genoeg redenen om toch te blijven. Het netwerk dat ik doorheen de jaren heb uitgebouwd is ooit gestart bij de deelnemers zelf, maar is nu echt heel groot. Zonder Bazzz zou dit kleiner zijn.” (BAZZZ 1) Deelnemers en vrijwilligers van Bazart, City Pirates, KLJ Wiekevorst en Oranje vzw geven aan dat de verbondenheid die ze voelen, aanvoelt als een familiesfeer. De verbinding die gemaakt wordt, is iets waaraan voortdurend gewerkt wordt om ervoor te zorgen dat die banden blijven bestaan, ook wanneer er nieuwe leden bijkomen of wanneer leden elkaar al een hele tijd niet meer hebben gezien.
“Ik ken sommige van hen al drie à vijf jaar, sinds ik bij City Pirates speel. (…) Die familiesfeer die ik meemaak, (…) en dan met nieuwe mensen, want we zitten in een nieuw team. Je leert ook die andere mensen (…) kennen. Gewoon die familiesfeer die we opnieuw moesten bouwen. En dat gaf ook dat wij, zeg maar, een beetje terug naar normaal gingen.” (CITY PIRATES 1) Naast de familiesfeer, verwijzen heel wat verhalen naar een gevoel van samenhorigheid doordat deelnemers en vrijwilligers ervaren dat ze onderdeel uitmaken van eenzelfde jeugdwerking. Specifiek voor City Pirates en KLJ Wiekevorst wordt aangehaald dat die samenhorigheid ook gevoeld wordt met andere afdelingen of ploegen. Hierdoor kan de drempel om contacten te leggen weggenomen worden.
“Het Landjuweel (…) dat (…) KLJ Nationaal organiseert. (…) Normaal als je naar een fuif gaat, spreek je met je vrienden, maar niet per se (…) met de mensen die daar op die fuif zijn. Maar toen, met al die andere KLJ’s daar, was er precies geen drempel (…). Je begon met iedereen te praten.” (KLJ-LEIDING 5)
“Wat ook heel leuk was, was de Piratenparade 2018 (…). We kwamen aan per ploeg. (…) van Bouckenborgh tot het Jef Mermansstadion. Dan stapten we daar langs. Met heel City Pirates. Dan besef je hoeveel ploegen daar waren. Hoeveel sites. (…) Iedereen was heel actief en blij (…) En dan gingen we daar supporteren voor de eerste ploeg en (…) iets eten en drinken (…). Dus een beetje die vibe van ‘ik ben niet alleen’. En ook al was je niet bevriend met de rest, nog steeds iedereen hoorde erbij.” (CITY PIRATES 2)
44 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Hoe langer deelnemers en/of vrijwilligers met elkaar omgaan, hoe hechter hun onderlinge band wordt. In een van de verhalen van Oranje vzw vertelt een vrijwilliger waarom die band na verloop van tijd sterker wordt. In dat verhaal wordt bijvoorbeeld verwezen naar het vinden van een manier om iemand te leren kennen. Maar ook naar eigen grenzen verleggen door vanuit de bril van de ander naar de realiteit te kijken. Het faciliteert uitwisseling tussen en begrip voor elkaar.
“Zomer 2020. (…) Ik had eigenlijk een heel speciale band met een kindje (…). We waren echt twee handen op een buik. (…) Ik heb hem op een andere manier leren kennen, want hij kon niet communiceren. (…) En de allerlaatste dag was echt de meest leuke dag voor ons allebei. En dat gaf mij wel een goed gevoel. (…) Maar dat voelde aan gelijk ik met mijn kleine broer aan het spelen was op dat moment. (…) Ik merk zelf dat ik hem wel hard mis. (…) Het heeft heel veel sentimentele waarde. Zeker omdat die jongen ook (…) overleden is (…) (en) omdat (…) een slechte dag goed is geworden door de band die we hadden.” (ORANJE-LEIDING 1) De hechtheid van de groep zorgt niet alleen dat deelnemers en vrijwilligers anders naar anderen gaan kijken. Door de aanmoedigingen en positieve groepsdruk die ze ervaren, durven ze stappen zetten die ze op eigen houtje niet mogelijk achten.
“Ik heb altijd veel heimwee gehad wanneer ik ergens naartoe ging. Hierdoor durfde ik de eerste keer ook niet mee op kamp en ben ik thuisgebleven. Het jaar nadien ben ik met veel aanmoediging van mijn vriendinnen wel meegegaan.” (KLJ WIEKEVORST 5)
“Met +14 kamp gingen we een vlot maken en van de muur in het water springen. (…) Je hebt een beetje druk van de groep. (…) Da’s goed want je durft meer. Je leert dus eigenlijk je grenzen verleggen.” (KLJ WIEKEVORST 9) Aansluitend op voorgaande toont onderstaand verhaal dat veiligheid ook een noodzakelijke voorwaarde kan zijn om terug open te bloeien. De ondersteuning van anderen kan een rouwend individu uit zijn moeilijke periode halen, als ze daar de nodige tijd en ruimte voor nemen en krijgen.
“De KLJ heeft mij er ook echt terug door geholpen toen ons mama is gestorven. Toen was ik eigenlijk niet bij de KLJ maar mijn maten hadden mij gevraagd of ik niet terug wou komen. Maar ik zag dat eerst echt niet zitten, ik was echt een plant toen. Maar ja, dan ben ik toch eens meegegaan en dat heeft mij echt terug doen openbloeien. Dat heeft mij echt erdoor geholpen en heeft mij terug doen genieten van het leven.” (KLJ WIEKEVORST 13)
45 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
46 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3.2. Plezier als waarde Plezier komt als waarde in 64 van de 83 verhalen van deelnemers en vrijwilligers voor. Kinderen en jongeren moeten plezier voelen in wat ze doen. Enkel dan zijn ze bereid blijvend te investeren in een specifieke jeugdwerking. Specifiek voor de vrijwilligers van Bazart, KLJ Wiekevorst en Oranje vzw valt op dat plezier van de ander een belangrijke voorwaarde is om dat zelf ook te ervaren. De invulling van plezier verschilt afhankelijk van de jeugdwerking waarvan ze deel uitmaken, en gaat vaak hand in hand met de wijze waarop de organisatie zich profileert. Bij Bazart ligt de focus van plezier voornamelijk bij het unieke karakter van het type jeugdwerk. Het gaat bij de verhalen om de beleving die ervaren wordt in het spel, en dat het spel vanuit een creatieve invalshoek benaderd wordt.
“Het is zoiets uniek. (…) Het is gewoon leuk om anders te doen. De sfeer is gewoon leuk (…) om naar hier te komen.” (BAZART 1)
“Omdat het eerder op creatief zijn gefocust is. (…) Ik vind creatieve dingen wel leuk.” (BAZART 11) Daarnaast wordt er bij Bazart vaak verwezen naar de unieke combinatie van activiteiten.
“Dan is de jeugdbeweging de beste keuze, omdat dat het meest actieve is, denk ik, ook actiever als een sport. (…) Da’s toch meer samen (…) en meer variatie. Want je weet nooit wat je gaat doen dus da’s ook wel leuk.” (BAZART 9)
“En dan zijn we gestopt met tekenles en met Chiro. Dat was precies een mengeling van beiden, omdat je daar zo veel knutselt, maar ook nog wilde spelletjes doet.” (BAZART 4) Bij Bazzz hebben de deelnemers het eerder over de waarden verbondenheid, erkenning, veiligheid en vrijheid. De waarde plezier wordt in volgend citaat bijvoorbeeld gekoppeld aan zichzelf veilig voelen bij Bazzz, een verwijzing naar de waarde veiligheid dus.
“Ik voel mij echt goed bij Bazzz en ik heb hier echt super veel plezier.” (BAZZZ 3)
47 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Bij City Pirates komt plezier volgens de verteller vooral tot uiting in het competitief en sportief bezig zijn. In het verhaal verwijst de verteller ook naar het goed kunnen samenwerken als groep, waarmee tevens de waarde van verbondenheid wordt geraakt. Echter wil de jongere hiermee benadrukken dat naast het competitief en sportief samenwerken, plezier hierin pas mogelijk wordt wanneer er ook momenten zijn waarbij de groep naast het veld ook samen plezier kan maken.
“De meisjes waren echt grappig. Maar niet op het veld, op het veld was het allemaal spel, dus dat was echt volle bak geven. Dat gaf een gevoel van ‘we kunnen beter. We kunnen het halen.’” (CITY PIRATES 2) Bij Groep INTRO benoemen deelnemers het avontuurlijke en sportieve aspect van de werking als een belangrijke bron van plezier. Daarnaast verwijzen andere deelnemers dan weer naar het creatief bezig zijn. Dat heeft te maken met de specificiteit van de deelwerking waarvan de vertellers een onderdeel uitmaken.
“We zijn gaan kajakken, dat was nog wel chill. We hebben wel super lang gestapt man, over die bergen en al. Ons busje stond stil (vastgereden op een grashelling), dat was nog wel grappig. We stonden daar filmpjes van te maken in the middle of nowhere.” (GROEP INTRO 5)
“De race met de zeepkist was heel leuk en sportief. Ik sport graag.” (GROEP INTRO 16)
“Het is een creatieve ruimte met opportuniteit voor het verbreden van ervaringen en perceptie zoals onder andere muziek en andere kunsten.” (GROEP INTRO 9) Soms vinden deelnemers het gewoonweg leuk – zonder meer – om naar de speelpleinwerking van Oranje vzw te komen. Deelnemers benoemen ook welk soort spel ze het leukst vinden. Het actief bezig zijn kan ook een belangrijke trigger zijn om van plezier te kunnen spreken.
“Ik vind het (heel) leuk om naar het speelplein te komen om te spelen.” (ORANJE VZW 4 EN 5)
“Ik speel graag in de zandbak en in de tunnel. In de zandbak staat ook een keuken waar ik graag pannenkoeken in maak.” (ORANJE VZW 4)
“Wij spelen dan samen in het ballenbad.” (ORANJE VZW 6)
“Uitstappen naar KID Rock en al. Naar optredens en op springkastelen kruipen.” (ORANJE VZW 1)
48 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
“Ik kom naar het speelplein om hier te kunnen spelen met speelgoed en mee te doen met de activiteiten.” (ORANJE VZW 12) De verschillende jeugdwerkingen – Bazart, Groep INTRO en Oranje vzw – worden gezien als een vorm van ontspanning, die verveling tegengaat.
“Als je je soms verveelt op zaterdag, kun je komen.” (BAZART 11)
“Mocht Groep INTRO geen activiteiten doen, ik zou wenen en me vervelen.” (GROEP INTRO 11)
“Als ik niet naar het speelplein zou kunnen komen, verveel ik mij.” (ORANJE VZW 13) Heel wat verhalen – van Bazart en KLJ Wiekevorst – verwijzen naar het kamp5 om de waarde van het plezier te benadrukken. Hierin wordt plezier omschreven als de uitdaging, variatie en het onvoorspelbare in het spel. Het kamp wordt gezien als een avontuur op zich.
“Kamp is zo met blijven slapen in een tent enzo en dan doe je keileuke dingen.” (BAZART 6)
“Ik vind het eigenlijk altijd veel te kort. (…) Dat gaat altijd heel snel voorbij.” (BAZART 10)
“Je mag dan ineens meegaan op reis naar Hongarije. En wij deden daar echt de zotste dingen, echt avontuur enzo.” (KLJ-LEIDING 1) Bij Groep INTRO en Oranje vzw komt variatie in de activiteiten ook aan bod in de verhalen. Het feit dat kinderen en jongeren afwisseling vinden binnen de jeugdwerkpraktijken, maakt dat ze het extra plezierig vinden. De keuze en de diversiteit in aanbod zijn voor hen een rechtstreekse invulling voor de waarde ‘plezier’.
“Het is niet altijd hetzelfde. (…) en ik vind de activiteiten meestal wel tof.” (GROEP INTRO 4)
“We hebben hier al heel veel verschillende spellen gedaan. Ik kom graag naar het speelplein omdat er veel speelgoed is.” (ORANJE VZW 5) 5 Heel wat deelnemers spreken over kampen. Het gaat dan over langer dan één nacht weg zijn, in groep, onder begeleiding. De verschillende organisaties bieden eigen vormen van kampen aan. Vaak wordt het gelinkt aan avontuur, slapen in tenten en als groep plezier maken.
49 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Bij Bazart en KLJ Wiekevorst verwijzen vrijwilligers naar de beleving die ze samen hebben in groep en hoe leuk ze dat vinden. Informele momenten worden aangehaald om dit te staven. In beide organisaties worden voorbeelden aangehaald die verwijzen naar kampervaringen.
“Er zijn superveel kleine dingen die altijd plezant zijn. (…) Als ik zo KLJ-gerelateerd moet kiezen dan is dat toch het kamp denk ik. (…) De momentjes dat je leden vrij zijn. En dan gaat er vaak ook heel veel leiding samenzitten. Dat vind ik vaak echt wel leuk, omdat je zo eens met je leiding zonder activiteit samenzit. Ik probeer dan soms ook bij mijn leden te gaan zitten. De gesprekken die daaruit voortkomen. (…) En dan zeker met die leeftijd is dat altijd heel grappig om over liefde en jongens te praten (lacht) (…) Maar tegelijk ook heel interessant. Die gesprekken vind ik altijd heel plezant.” (KLJ-LEIDING 3) Bij de Bazart-leiding, KLJ-leiding en begeleider-animatoren van Oranje vzw komt overigens ook tot uiting dat voldoening halen uit het bezorgen van plezier bij de ander een belangrijke voorwaarde is om zelf plezier te ervaren. De vrijwilligers geven hiermee aan van betekenis te willen zijn voor de groep kinderen en jongeren waarmee ze in contact staan.
“Gewoon eerder heel veel voldoening om die jongen al lachend naar huis te zien gaan. (…) Dat is voor mij het verhaal dat ik meestal vertel als iemand mij vraagt: ‘waarom zit jij in Oranje en waarom blijf je in Oranje?’.” (ORANJE-LEIDING 1)
“Ik vind dat fantastisch: wetende van kijk in de ochtend liep dat kind er niet bij, had het geen vrienden, vond niets leuk, miste het zijn mama … Om dan dat kind naar huis te sturen met een gigantische glimlach op zijn gezicht van oor tot oor. Wetende dat hij een fantastische dag achter de rug heeft en beseffen van: kijk ik heb hem heel positieve herinneringen gegeven die hij hopelijk nog heel lang gaat herinneren. En dan ouders die ook content zijn. Dat is eigenlijk iedereen blij maken en weten dat iedereen content is.” (ORANJE-LEIDING 2)
50 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
51 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3.3. Vrijheid als waarde Vrijheid wordt in 40 van de 83 verhalen beschreven. Vrijheid wordt in de eerste plaats omschreven als een ruimte om te kunnen ontsnappen aan de dagelijkse realiteit, waarin de schoolse en familiale sfeer als voornaamste voorbeelden worden aangehaald. Het wordt daarnaast ook gezien als een uitlaatklep, een ruimte om verveling tegen te gaan.
“Dat je soms pauze kunt hebben en dat je dan nog kunt spelen. (…) Dat je vrije tijd hebt.” (KLJ WIEKEVORST 3)
“Heerlijk om even weg te zijn van thuis.” (GROEP INTRO 6)
“Bazart is mijn enige hobby die ik nog heb. En dat is ook nog de enige manier waarop ik in de week buiten school en mijn gezin nog mensen zie.” (BAZART-LEIDING 3)
“Op zondag zit je met heel wat deadlines van school in je kop. Maar dan even dat moment dat je daar niet aan denkt en dat je gewoon geniet. En dan kom je thuis en dan kun je terug beginnen met volle goesting voor school, allez, volle goesting (lacht). (…) Dat is een heel grote ontspanning.” (KLJ-LEIDING 5) Vrijheid gaat overigens ook om het kunnen behouden van de eigen identiteit binnen het jeugdwerk waarin deelnemers en vrijwilligers actief zijn.
“Dat je jezelf kan zijn. (…) Je moet niet iemand anders zijn. (…) Omdat je anders gewoon jezelf minder goed voelt en dat je een andere persoon bent, die je eigenlijk niet bent.” (BAZART 1)
52 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Een aantal vrijwilligers illustreren het belang van het kunnen behouden van de eigen identiteit. Dit doen ze door zichzelf in vraag te stellen en te verwijzen naar een persoonsgerichte aanpak, waarbij de vrijwilliger zo dicht mogelijk bij zichzelf hoort te blijven, ongeacht datgene wat tijdens cursussen is aangereikt of aangeleerd.
“Vanaf wanneer moet de moni ingrijpen? Vanaf wanneer is het nog spelen of niet? (…) Ik vind dat nogal moeilijk. Ik probeer niet te dicteren wat goed of slecht is. Ik probeer gewoon een beetje te stimuleren, aan te zetten tot nadenken of niet. (…) Ik wil dat niet opleggen. (…) Soms (…) heb je daar de ruimte niet voor. Gewoon omdat je met te weinig bent. Soms is het gewoon beter om te zeggen (…) ‘je moet luisteren naar mij’. Want anders kom je bijvoorbeeld in een onveilige situatie terecht. (…) Er bestaat ook niet een juist moment om in te grijpen he? (…) De ene persoon gaat al iets vroeger ingrijpen dan iemand anders. (…) Ik heb wel een cursus gevolgd om animator te worden en daar wat cases geleerd. Op zich blijft dat gewoon maar wat improviseren. (…) Het hangt er ook vanaf (…) over wie het gaat.” (ORANJE-LEIDING 3) Aansluitend op voorgaande vaststelling krijgen deelnemers en vrijwilligers het vertrouwen om zich zelfstandig te kunnen bewegen en zo ook eigen keuzes te maken, die aansluiten bij hun eigen interesses en mogelijkheden. Deze verhalen duiden ook het vrij kunnen zijn zonder een bepaalde druk van buitenaf te voelen als een belangrijke voorwaarde aan.
“Dan kan je kiezen wat je gaat doen.” (BAZART 4)
“Dat ik alleen mag rondlopen. (…) Ik vraag dat dan aan de moni’s en ik mag dat van de moni’s alleen. (…) Ik heb daar eens een zak chips gekocht. Ik mocht van de moni’s.” (ORANJE VZW 1) Daarnaast gaat het ook om zichzelf kunnen ontladen wanneer iemand dat nodig acht.
“Ja, daar kan ik me echt uitleven, niet als het zo groepen tegen elkaar zijn.” (ORANJE VZW 1)
53 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Bovendien blijkt vrijheid van meerwaarde te zijn om de grenzen te kunnen verleggen van zowel deelnemers als vrijwilligers. Het verleggen van grenzen zou ook tot meer inzicht leiden in wat de mogelijkheden en interesses van zichzelf en de ander zijn.
“Ik zou nooit van mijn leven in een groep gezongen hebben en al zeker niet geacteerd. Ik dacht altijd ‘ik ga mijn hoofddoek moeten afzetten, ik ga tegen mijn zin mensen moeten kussen en mijn grenzen gaan niet gerespecteerd worden.’ Door deel te nemen aan de workshops bij Bazzz heb ik geleerd dat iedereen kan acteren en dat zingen in een koor echt tof kan zijn!” (BAZZZ 2)
“Hier leer ik mijn grenzen te verleggen en hierdoor durf ik veel meer.” (KLJ WIEKEVORST 9)
“Hoewel ik nog geen enkele keer iets van vechtsport had gedaan, heeft het voor mij, hoe vaag het ook een beetje klinkt, een wereldje geopend.” (GROEP INTRO 18) Ten slotte blijkt uit deze verhalen dat je vrijheid ook kan begrijpen als de toegang en kans die je krijgt om jezelf (professioneel) te ontplooien en te ontdekken.
“Ik denk de toegankelijkheid. Gelijk met mijn clip: ik kon jullie gewoon benaderen om te vragen of dat mogelijk was en we hebben dat gewoon kunnen doen. Het is ook vrij professioneel allemaal.” (GROEP INTRO 7)
54 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
55 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3.4. Bekwaamheid als waarde In 38 van de 83 verhalen van deelnemers en vrijwilligers komt de waarde bekwaamheid voor. In eerste instantie valt op dat het voornamelijk vrijwilligers maar ook de deelnemers van Groep INTRO zijn die deze waarde onderschrijven. Vrijwilligerswerk wordt in deze contexten vaak gezien als een combinatie tussen plezier en bekwaamheid.
“Uiteindelijk is dat dan werken zogezegd. Maar iedereen doet dat voor zijn goesting, dus eigenlijk is dat ook spelen. Het is zo’n fijne combinatie van Kapla en een beroep. En dat vrijwillig, da’s zo, zo eindeloos waardevol vind ik.” (BAZART-LEIDING 1)
“Ik amuseer mij en ik leer er heel veel dingen uit, dus dat lijkt me de perfecte combinatie voor een hobby.” (BAZART-LEIDING 3) Uit voorgaande citaten blijkt al dat jeugdwerk gezien wordt als een leerschool. De stap naar jeugdwerk zetten zou ertoe leiden dat iemand zijn of haar weg vindt in nieuwe omgevingen en contexten, op voorwaarde dat die daar de tijd en ruimte voor krijgt.
“Volgend jaar ga ik studeren. En dat is niet echt iets waar ik naar uitkijk. Omdat dat weer veel nieuwe dingen zijn (…). Dat is weeral uit die comfortzone stappen (…) Nu ik weet dat Bazart zo goed is gegaan, kijk ik daar minder hard tegenop (…). Ik heb aan mezelf weer bewezen, dat dat wel lukt om in een nieuwe omgeving mijn weg te vinden. Dat vraagt uiteraard tijd. Maar die tijd kan ik ook gewoon nemen (…). Dus dat lukt gewoon, ik moet gewoon de stap zetten om in een nieuwe omgeving binnen te komen.” (BAZART-LEIDING 3) Twee van de zes jeugdwerkingen zet volgens vrijwilligers actief in op de toekomst van deelnemers en vrijwilligers. City Pirates en Groep INTRO organiseren bijvoorbeeld vormingen en workshops om kinderen en jongeren kansen aan te reiken voor een toekomstige opleiding of job. Uit deze verhalen blijkt dat de ondersteuning in het professioneel groeien belangrijk is.
“Op deze club zitten er veel jongeren die allemaal voetballers willen worden. Maar er zijn niet veel mensen die dat kunnen worden. Dus ze proberen ook om andere mensen kansen te geven en niet alleen op voetbal te letten maar ook op jouw toekomst. Zeg maar een back-upplan voor als voetbal niet werkt.” (CITY PIRATES 1)
“Nederlands leren om werk (te) vinden is belangrijk. Ik wil oefenen om een diploma te halen.” (GROEP INTRO 13)
56 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
In de andere jeugdwerkingen wordt professionele groei ook aangehaald, vaak vanuit de beleving dat het eigen engagement leidt tot professionele, maar ook persoonlijke groei. Evengoed benoemen jongeren dat hun persoonlijk netwerk verbreedt door het opnemen van engagement.
“Sinds vorig jaar hebben we (…) Art Bass, waarbij jongere artiesten hun ding kunnen doen. En dat is supervet vind ik. (…) Enerzijds (…) ben je helemaal aan het nadenken over hoe dat er gaat uitzien en anderzijds is het ook zo van: ‘oké, wie hebben we daarvoor nodig?’. Sociale contacten leggen, mensen buiten Bazart, een netwerk creëren. Je bent dan ook aan het brainstormen met nog andere mensen. Het project blijft ook in uw hoofd (…). Dan wordt dat gekoppeld aan uw zijn (...) en ontstaat er daar zo een beetje een antwoord op ‘wie ben ik eigenlijk?’” (BAZART-LEIDING 1) Waar de meeste verhalen van vrijwilligers het plezier van de ander op de eerste plaats stellen, zouden de verplichtingen, die met het opnemen van engagement gepaard gaan, mee op die eerste plaats komen.
“Als ik naar Oranje ga, denk ik in de eerste plaats aan alles wat ik moet doen, en pas daarna aan de dingen die er extra bij komen. (…) Als ik onderweg ben, (…) zit er in mijn hoofd: ‘oké, welk spel kan ik verzinnen zodat het een heel leuke dag wordt?’. Dan denk ik niet: ‘oké ik ga die en die maat terugzien of langer blijven want die is daar ook.” (ORANJE-LEIDING 3) De verhalen van deelnemers die in de transitie naar vrijwilliger zitten, blikken vooruit en stellen dat het opnemen van engagement hun toekomstig professioneel leven positief zou beïnvloeden.
“Als je leiding wordt, heb je super veel voordelen. Je kunt dat op uw cv zetten ook he? Zoals die trainingsdagen, dat staat er ook schoon op.” (KLJ WIEKEVORST 9) Meer nog duiden vrijwilligers in de verhalen die bekwaamheid vermelden de tijd die ze investeren als een belangrijke maatstaf om het opgenomen engagement te verduidelijken. Het engagement wordt als iets waardevols gezien – omdat het onder andere leidt tot bijvoorbeeld bekwaamheid – waardoor vrijwilligers zich op lange termijn willen blijven inzetten.
“Ik heb op sommige momenten meer in de KLJ gestoken dan in ’t school vroeger.” (KLJ-LEIDING 2)
“Het is ook iets super waardevol in uw leven. Dat is ook de reden waarom ik het nog vijf à tien jaar wil blijven doen. (…) Het maakt het mij wel wat gemakkelijker, ik ben niet bang om in een nieuwe groep terecht te komen en te zeggen wie ik ben en waarom ik zo ben of mij zo of zo voel.” (ORANJE-LEIDING 3)
57 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Zoals uit voorgaand citaat blijkt, doen vrijwilligers door het opnemen van engagement ervaringskennis op voor de toekomst. Het sterkt hen in het heden, maar even goed in de toekomst.
“Die herinnering van januari is dan toch net ietsje anders (dan andere mooie herinneringen). Gewoon omdat ik daar meer heb bij stil gestaan, meer mezelf heb leren kennen. En dan kan ik weer iets op mijn lijstje schrijven van ‘ah dit kan ik meer.’ Dit kan ik meenemen in de toekomst.” (BAZART-LEIDING 3) Bekwaamheid gaat niet enkel om engagement, maar ook om verantwoordelijkheid krijgen en die met de nodige maturiteit opnemen, zo blijkt. Inzet en engagement zijn daarvoor noodzakelijk, maar ook het bewust omgaan met die verantwoordelijkheid over de groep blijkt essentieel te zijn volgens de respondenten.
“Verantwoordelijkheid, nu je leiding bent, besef je wel dat (…) je daar verantwoordelijk voor bent. (…) Ik denk eigenlijk dat ik door leiding te zijn en die verantwoordelijkheid heb, dat ik mij ook volwassener ga gedragen en dat ik daar in groei, dat ik zo beter word. (…) Dat dat wel voordelen kan hebben als ik zou moeten gaan werken.” (KLJ-LEIDING 5) Daarenboven zouden de dynamieken van de groep bepalen welke mate van verantwoordelijkheid iemand opneemt. Waarbij de ene persoon zich meer verantwoordelijk voelt om een actieve bijdrage te leveren en anderen misschien de tools net missen om werk te zien. Het zou dan gaan om de persoonlijkheid en kwaliteiten van vrijwilligers die de hoeveelheid verantwoordelijkheid die ze opnemen mee bepalen. Uit onderstaand verhaal blijkt overigens dat een team groot genoeg moet zijn, en de verantwoordelijkheid moet kunnen delen.
“Wat ik gewoon merkte, is (…) dat er zijn die meer verantwoordelijkheid (…) op zich namen en sommigen ze weggaven aan andere leden van de groep. (…) Ik weet van mezelf wel dat ik dan (…) direct (…) bezig ben met veel te veel dingen. Terwijl er andere mensen zijn die nog op hun gsm aan het kijken zijn of weet ik veel wat. Maar ik ben ook niet bang om dat dan te benoemen (…) ook al moet ik dat eigenlijk niet zeggen he? (…) Het is de hoofdmoni die dat moet doen. (…) Ik probeer dan een beetje voor ik frustratie toelaat wat ik voel (te uiten). (…) En op zich lukt dat wel, omdat de groepssfeer ook wel gezond is.” (ORANJE-LEIDING 3) Aansluitend op voorgaande zou gedeelde inzet en verantwoordelijkheid pas mogelijk worden wanneer vrijwilligers met elkaar samenwerken.
“(…) en ook samenwerking, samenwerken met anderen. Want alleen krijg je dat toch niet gedaan. Je moet samenwerken om iets van de jeugdbeweging tot een goed einde te brengen.” (KLJ-LEIDING 2)
58 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
“Je samen engageren om elke keer bij elkaar te komen, om het onderste uit de kast te halen.” (KLJ-LEIDING 3) In de verhalen die in de lijn liggen van voorgaand citaat valt op dat vertellers verwijzen naar het opnemen van een trekkersrol of leidersrol die om meer verantwoordelijkheid vraagt dan van een lid van de vrijwilligersploeg. Het opnemen van een trekkersrol zou ook nodig zijn om taboeonderwerpen bespreekbaar te maken.
“Dat is ook iets wat ik aan mijn leden meegeef van: ‘dat is allemaal oké’. (...) Ik ben diegene die dat er wat probeert uit te halen (het taboe rond geaardheid). En er zijn er inderdaad die dat ook wel wat overnemen. (…) Dat is wat ik probeer en wat zowat mijn doel is. (…) Waarmee ik niet wil zeggen dat ik dat moeilijk vind om dat te doen, absoluut niet. Ik doe dat zelfs graag om daar zowat tegen in te gaan. (…) Ik leg me er niet bij neer.” (KLJ-LEIDING 4) Het opnemen van engagement en verantwoordelijkheid zou niet alleen tot bekwaamheid leiden, het zou ook leuke herinneringen voor later opleveren en vriendschappen met zich meebrengen.
“Als ik er altijd op terug kijk, word ik er een soort van gelukkig van (…). Bazart neemt inderdaad ook heel veel moeite in. Je moet investeren. Maar je krijgt dat ook terug. Met zo’n fijne herinneringen. Maar ook met vrienden die je wordt met sommige begeleiders. Ja, je wordt zo mooi terugbetaald.” (BAZART-LEIDING 2)
59 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
60 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3.5. Erkenning als waarde In 30 van de 83 verhalen van deelnemers en vrijwilligers komt de waarde erkenning voor. Deelnemers en vrijwilligers hebben het in eerste instantie over het gezien en gehoord worden om wie ze zijn. Het gezien en gehoord worden, zou ervoor kunnen zorgen dat deelnemers en vrijwilligers erbij horen of toch zeker dat gevoel hebben.
“Dat gevoel had je bij City Pirates, zelfs al zit je niet in dezelfde ploeg, dat je wel erbij hoort. En die mensen zijn heel benieuwd. Die willen je leren kennen. Zo van: ‘wie ben jij? Van waar kom jij? In welke ploeg?’ Die waren heel enthousiast. En heel blij. Die verwelkomen die mensen echt met zo’n goed hart. En niet zo van: ‘ja hallo, kom erbij.’ Zo droog, dat was nooit bij hen, nooit.” (CITY PIRATES 2)
“We hebben onze steden geschilderd en uitgedrukt wat er in ons zit en wat er in ons land gebeurt.” (GROEP INTRO 17) In heel wat van deze verhalen verwijzen deelnemers en vrijwilligers naar de term jezelf kunnen zijn. Het gaat dan om het aanvaard worden om wie ze zijn en daarin niet veroordeeld te worden. Een aantal verhalen verwijzen daarbij ook naar het gegeven dat dit het eigenwaardegevoel doet stijgen.
“We hebben het daar ook al over gehad tijdens de leidingsevaluatie. (…) Want hoe zit het juist in het team? (…) En dat andere mensen dat ook wat erkennen van: ‘ah, we wisten niet dat jij dat kon, maar het is u toch gelukt.’ Ja, ik was eigenlijk wel heel trots op mezelf.” (BAZART-LEIDING 3)
“De KLJ (heeft) me daar in geholpen (…) om te laten zijn wie ik ben. (…) Toen ik dat de eerste keren vertelde (over haar seksuele geaardheid), had ik dat zelf nog niet aanvaard. (…) Ik heb altijd wel andere mensen nodig gehad die dan zeiden van ‘Het is oké’, (…) om dat te kunnen aanvaarden.” (KLJ-LEIDING 4) Deelnemers en vrijwilligers die naar de waarde erkenning verwijzen ervaren vaak ook een thuisgevoel in het jeugdwerk waarin ze actief zijn. Zich welkom voelen sluit hier ook op aan.
“Bij Bazzz kan ik gewoon jongere zijn, zonder per se de focus te moeten leggen op mijn hoofddoek, mijn afkomst, mijn achtergrond.” (BAZZZ 1)
61 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
“Het voelt eigenlijk als een tweede thuis, waar je iedereen kent en waar je echt jezelf kunt zijn. Het is ook gewoon een toffe plek om te hangen en gewoon te zijn.” (BAZZZ 3) Bij de waarde erkenning gaat het niet enkel om de eigen persoon, maar ook om de ander. De verhalen verwijzen dan naar het erkennen van de ander om wie ze zijn en waar ze nood aan hebben. Het zou er ook voor kunnen zorgen dat deelnemers en vrijwilligers de eigen situatie beter appreciëren voor wat ze is.
“Het besef van: ‘deze kinderen hebben het vaak, soms gigantisch moeilijk.’ Ook voor de ouders, het zijn kinderen die heel veel aandacht nodig hebben. Ik zie mij daar zelf in een luxepositie, (…) bijvoorbeeld niet uit kunnen gaan wanneer ik wilde. Dat is eigenlijk niks in vergelijking met hun problemen en een beetje het gevoel van ‘ik zit hier te zagen voor niks’. Die mensen kunnen helpen, heeft eigenlijk ook een meerwaarde. Dat je denkt van: ‘kijk ik doe iets goeds, ik zorg ervoor dat die mensen ook even rust verdienen (…).” (ORANJE-LEIDING 2) De vrijwilligers van Bazart, KLJ Wiekevorst en Oranje vzw verwijzen vaak naar het willen begrijpen van de leefwereld van kinderen en jongeren waarmee ze samen hun vrije tijd doorbrengen. In de verhalen die hier naar verwijzen geven vrijwilligers aan dat ze minder de rol van de begeleider en meer de rol van groepsgenoot en/of vertrouwenspersoon opnemen.
“De leefwereld van de kinderen echt snappen en niet zoals een buitenstaander, als een begeleider. Want meestal als een begeleider kijk je meer als een buitenstaander naar de wereld van de kinderen. Maar toen was het echt zo samen met de kinderen naar hun wereld kijken. En daarmee bedoel ik connectie.” (BAZART-LEIDING 2) Wanneer de ander opmerkt wat deelnemers en/of vrijwilligers doen en hoe ze daarin gegroeid zijn, wordt het belang van feedback aangehaald. Deelnemers en vrijwilligers die naar het belang van feedback verwijzen, geven aan dat ze dit overwegend als iets positiefs ervaren. Slechts twee vrijwilligers halen dit ook vanuit een negatieve ervaring aan, ze proberen het verhaal langs twee kanten aan te kaarten waardoor ze ook hun eigen aandeel durven benoemen. Dit onderdeel van de waarde erkenning kan ertoe leiden dat deelnemers en vrijwilligers ook trots terugblikken op de eigen prestaties en die van de groep.
“Tijdens ‘Bazzz on stage’ komen er verschillende acts van tieners en jongeren samen. Iedereen werkt hier een hele tijd echt hard en met uw hart naartoe. Wanneer het dan eindelijk zo ver was en ik zag al die jongeren en tieners hun ding doen en iedereen samen op dat podium, dat is een moment dat ik nooit meer zal vergeten. Het was een beloning van al het werk en het gaf mij echt een gevoel van inspiratie. We konden echt trots zijn en er waren zo veel mensen die kwamen kijken. Echt een belangrijke avond die ik niet snel zal vergeten.” (BAZZZ-VRIJWILLIGER 1)
62 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Als het gaat om het tonen van wie ze als deelnemers en vrijwilligers binnen een specifieke jeugdwerking zijn, komt trots ter sprake. De specificiteit van de jeugdwerking maakt dat ze trots zijn om er een onderdeel van uit te maken. Maar ook om wat ze daarin als groep samen bereikt hebben.
“Daar ben ik dan ook echt heel trots op, op die sportfeesten. Omdat (…) niemand die ik ken, kent dat, buiten de KLJ dan. En ik wil daar altijd over vertellen van ‘kijk dit is wat wij doen.’ Wij halen daar keiveel bekers mee binnen. En wij doen echt iets wat anderen niet doen. Dat is gewoon zo plezant van dat gevoel te hebben van samen te winnen en samen iets te kunnen wat je nergens anders ziet. (…) Je denkt (…) ‘we hebben ze hier allemaal eens laten zien dat KLJ Wiekevorst niet te onderschatten valt.’ Dat moment, dat vind ik echt goud waard (lacht).” (KLJ-LEIDING 3) De waardering voor het geleverde werk zijn naast vriendschappen een van de belangrijkste waarden voor vrijwilligers zelf. Het kan bijvoorbeeld de reden zijn voor een deelnemer om zelf ook de ploeg van vrijwilligers te vervoegen en soms zelfs om langer te blijven dan gepland. Daarnaast zorgt erkenning er ook voor dat deelnemers en vrijwilligers zichzelf gewaardeerd voelen om wat ze doen en bereiken binnen het jeugdwerk en daarbuiten.
“Dat is gewoon City Pirates. Je wordt echt gewaardeerd om wat je doet. (…) Je gaat daar binnen in de club. Je kent niemand en niemand kent jou. Die gaan je nog steeds verwelkomen.” (CITY PIRATES 2)
“Ik ben nu al bijna 7 jaar leiding. En eigenlijk is dat al relatief lang voor een jeugdbeweging. (…) Ik heb altijd gezegd van ‘ik ga na dit jaar stoppen’, maar nu ben ik toch wat aan het twijfelen om er toch nog een jaar bij te doen. (…) Die appreciatie die zorgt (…) dat je wilt doorgaan.” (KLJ-LEIDING 2)
63 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
64 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3.6. Veiligheid als waarde Veiligheid komt in 22 van de 83 verhalen van deelnemers en vrijwilligers voor. De waarde geeft het zelf al aan, deelnemers die deze waarde hoog in het vaandel dragen willen zich in de eerste plaats ergens veilig kunnen voelen. Veiligheid is een van de redenen om actief te blijven binnen een specifieke organisatie, zo blijkt uit een aantal verhalen van deelnemers en vrijwilligers, voornamelijk wanneer er vergelijkingen worden gemaakt met andere jeugdwerkingen waar ze voorheen bij aangesloten waren.
“Na mijn middelbaar (…) was ik heel hard verloren en wist ik niet zo goed wie ik was. (…) Ik wil eigenlijk gewoon keigraag een grote groep waar ik mij veilig in voel. Om gewoon te zijn enerzijds. En anderzijds waar je een excuus hebt om verschillende dingen te doen. Want daar had ik zo’n schrik voor. (…) Je hebt zo weinig een groep waar je alles mee doet. Als studeren, als chillen, als dingen organiseren en evenementen op poten zetten.” (BAZART-LEIDING 1) Wanneer eerdere of andere ervaringen worden gedeeld om de waarde veiligheid te benadrukken, verwijzen deelnemers naar het beperkt, uitgesloten en/of gepest worden. Dit wordt dan gekoppeld aan het gegeven dat deelnemers zich pas kunnen openstellen wanneer ze zich veilig en vertrouwd voelen.
“Ze (Groep INTRO 10) is vroeger vaak uitgesloten en gepest geweest. Nu vindt ze steeds meer haar eigen weg en in het jeugdhuis bloeit ze nog meer open. Bij ons is er ruimte om jezelf te zijn, iedereen is welkom en ik denk dat ze dat ook enorm hard voelt. (…) Ik zie haar steeds meer openbloeien, emotionele zaken verwoorden is niet simpel voor haar, maar ik begrijp haar hoe langer hoe beter.” (VERHALENVERZAMELAAR) Wanneer we de verhalen van KLJ-deelnemers onder de loep nemen, valt op dat de waarde veiligheid slechts beperkt wordt aangekaart. Het gaat dan in hoofdzaak om zich emotioneel veilig voelen in de groep. Een van hen verwoordt dit als volgt:
“Ik heb ook geen schrik dat ik hier niet bij de groep zou horen, want iedereen is keivriendelijk en ik ken de anderen ook al van buiten de KLJ.” (KLJ 10) Het gaat dan eigenlijk om er voor elkaar kunnen zijn, wat een belangrijke voorwaarde is om veiligheid te kunnen waarborgen.
“Stel, ik had problemen (…) of ik voelde mij niet zo goed, die stonden altijd klaar. Geen enkel moment zeggen die van: ‘trek je plan of doe wat je wil.’ (…) Stel, ik voelde mij zo slecht om alles, dan zeggen ze van: ‘kom G., we gaan praten.’ (…) Ook al ging het om school, ook al ging het om buiten leven, familie, dat maakt niet uit. Die waren altijd daar.(…) Die hielpen jou. (…) Dus ik ga naar O. (…) Ik zeg: ‘ik moet een mail openen van school, maar ik weet niet hoe dat marcheert, kun je mij helpen?’ En dan heeft die dat geopend voor mij en heeft die dat uitgelegd.” (CITY PIRATES 2)
65 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Zoals voorafgaande paragraaf al suggereert gaat de waarde veiligheid nog verder dan louter en alleen de ruimte waarin deelnemers en vrijwilligers zich veilig voelen. Het gaat ook om vertrouwen hebben in de groep en hierdoor jezelf durven tonen.
“Dat voelt gewoon alsof wij allemaal vrienden zijn, gelijk zijn. We waren de hele tijd gewoon aan het lachen, aan het praten. En dat voelt niet alsof wij (…) geblokkeerd waren. Dat wij niet over een onderwerp konden praten. Iedereen was gewoon open. (…) Wat ik mij herinner is dat wij, zeg maar, niet bang waren. (…) Niemand die zegt van ‘ik ga mij schamen ofzo.’ (…) Oké, (…) iedereen heeft een andere standpunt. (…) Iedereen gaat reageren hoe die wil (…) en je probeert om elkaar te begrijpen in die standpunten.” (CITY PIRATES 1)
“Die veiligheid om dat te kunnen vertellen (over geaardheid), (…) die is er altijd geweest en die had ik echt wel nodig. Vanaf het moment dat ik voelde van ‘oké, dat is hier veilig om zoiets te vertellen, ik ga daar niet het deksel op mijn neus krijgen.’ (…) Dan heb ik dat kunnen doen.” (KLJ-LEIDING 4) Door de veiligheid die vrijwilligers creëren, durven kinderen zich vrij bewegen en de uitdaging aan te gaan om samen iets te bereiken via spel. Aan ouders tonen wat hun kind heeft gedaan, schept volgens een van de specifieke verhalen van Oranje vzw transparantie en bijgevolg ook vertrouwen.
“Ik en een gastje waarvoor ik moest zorgen (hadden) echt een gigantische toren gebouwd van blokken. (…) En het leukste (…) is natuurlijk onder andere dat kinderen zien – als je er zelf energie in steekt – (…) hoe ze ook zelf kunnen zijn en hoe zij eigenlijk samen aan het spelen zijn. (…) We hebben er ook een zotte foto aan over gehouden. Achteraf is het ook altijd leuk om die foto te tonen aan de ouders, hen te laten kijken van dit hebben wij gedaan vandaag.” (ORANJE-LEIDING 2) Respectvol naar anderen luisteren en gehoord worden door de anderen, kan voor een veilige sfeer zorgen. Opnieuw verwijzen deelnemers en vrijwilligers in deze context naar de ruimte waarin ze vrijuit durven spreken over hoe ze in het leven staan of ernaar kijken. Zaken die ze elders niet kwijt kunnen. Veiligheid zou volgens hen ook betekenen dat er een vertrouwde ruimte is – los van de thuisomgeving – om vrijuit taboeonderwerpen te bespreken en daarover vragen durven stellen.
“Tegelijkertijd is er ook echt een veilige sfeer. (…) We luisteren naar elkaar en blijven respectvol. (…) Heel opvallend binnen deze werking (is), die open mening en die veiligheid om echt over alles te kunnen praten. (…) Zonder Bazzz had ik waarschijnlijk alleen met mijn vriendinnen gepraat en zou ik zeker anders kijken naar de dingen. Ook tijdens meetingpoints is dat heel duidelijk. Je hoort andere jongeren en je ontdekt zo veel verschillende meningen. Dat is interessant!” (BAZZZ 2)
66 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
“Door te komen naar de activiteiten lijken de dingen die ik voel normaal. Ik kan daar gewoon zeggen wat ik denk en wat ik voel en die vinden dat allemaal normaal. Thuis kan ik dat niet vertellen.” (GROEP INTRO 14) Daarnaast zou veiligheid ook nabijheid en affectie kunnen voelen en geven omvatten.
“Ik hecht er veel waarde aan dat ik andere mensen kan vertrouwen. Maar dat is eens zo fijn om te voelen van: ‘mensen vertrouwen ook mij met de volle honderd procent.’ (…) Vertrouwen is de rode draad, maar ook nabijheid. (…) Dat zijn dingen die ik in mijn opvoeding heel hard gemist heb.” (KLJ-LEIDING 4) Veiligheid staat ook voor wat de vrijwilliger aanbiedt aan ondersteuning en het geduld dat die daarin kan opbrengen, waardoor een deelnemer bij aankomst hem of haar onmiddellijk gaat opzoeken.
“Eerste wat die doet is, die komt naar mij. Terwijl het nog niet zeker was met wie hij ging spelen die dag. (…) Hij kon niet praten of echt zijn gevoelens uiten. Dus je zit erbij en je praat er een beetje tegen. (…) Die dag kwamen er springkastelen waarvoor je de schoenen moest uitdoen, maar hij had spalken aan. Ik heb daar echt drie uur over gedaan om die spalken terug aan te krijgen, dus dat maakt het echt menorabel.” (ORANJE-LEIDING 1)
67 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
68 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3.7. Zelfontplooiing als waarde In 22 van de 83 verhalen van deelnemers en vrijwilligers komt de waarde zelfontplooiing voor. In de verhalen rond zelfontplooiing vertrekken deelnemers en vrijwilligers vaak vanuit het zichzelf ontdekken, wat ze leuk vinden en wat juist helemaal niet.
“Omdat hij (Groep INTRO 4) hier (…) nieuwe dingen heeft ontdekt, zoals wat hij wel en niet leuk vindt.” (VERHALENVERZAMELAAR)
“Het is leuk om exchange (uit te wisselen) met (over) mijn land (Eritrea) en om te praten over de natuur in België. Kijken naar de vogels is interessant.” (GROEP INTRO 13)
“Ik heb een heel positieve ervaring van Oranje in het geheel. (…) Dat heeft mij heel veel veranderd als persoon. Ik heb zelf ook autisme en ik heb daardoor mezelf beter kunnen aanvaarden en ook beter naar mezelf kunnen kijken, van hoe mijn autisme is.” (ORANJE-LEIDING 1) Deelnemers en vrijwilligers ervaren jeugdwerk ook vaak als een ruimte waarin ze door ontmoeting en dialoog kunnen (bij)leren en zichzelf verder kunnen ontplooien voor nu en de toekomst.
“Je leert hier denk ik heel andere dingen (dan Chiro en scouts). Misschien ook wel meer samenwerken en echt fantaseren, zelf heel creatief aan de slag gaan, dingen verzinnen, kleine toneeltjes. (…) Dingen (…) die (…) later goed van toepassing kunnen zijn. (…) Brainstormen en (…) teamwork om op korte tijd iets te realiseren.” (BAZART 10)
“Vroeger was ik heel verlegen. Als ik nu met andere mensen zou moeten praten, dan maakt mij dat echt niet uit, dat vind ik zelfs leuk. (…) Ik denk wel dat je sociaal moet zijn in het leven. (…) Ik ben dit jaar naar de unief gegaan (…) en ik leerde nieuwe mensen kennen. De grens was niet echt groot om met die nieuwe mensen uit mijn klas te gaan praten en berichten te sturen, als je dat vergelijkt met de rest van mijn klas.” (KLJ-LEIDING 5)
69 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Wanneer deelnemers en vrijwilligers het over de waarde zelfontplooiing hebben, doelen ze vooral op het (bij)leren van skills en competenties. Meer nog tonen de verhalen hoe het jeugdwerk hen ertoe aanzet ervaringen op te doen die tot meer inzicht en kennis leiden die ze elders in hun leven kunnen inzetten.
“Buiten praktische dingen denk ik ook wel dat je er sociaal veel beter van wordt. Als je dat vergelijkt met kinderen die zondag een hele dag op hun computerke zitten, dan denk ik wel dat die sociaal een groot voordeel hebben. En naar je werk toe, als je wat vlotter bent, gaan ze je ook sneller aannemen.” (KLJ-OUDLEIDING 1)
“Ik ken niemand. Op school zit niemand met een zware beperking. Het is iets wat je bijleert, een ervaring die je alleen hebt op Oranje. En die je nergens anders kan meemaken, denk ik, dan bij Oranje.” (ORANJE-LEIDING 2) Wat opvalt is dat voornamelijk oudere kinderen en jongeren in transitie terugblikken op eigen ervaringen om aan te tonen waarom ze dat type van jeugdwerk de moeite waard vinden. Volgend verhaal geeft hier een interessante kijk op weer. Hoe ouder, hoe meer diepgang aan het eigen denken wordt toegevoegd, maar ook de contacten die er ontstaan zouden dat veroorzaken, zo blijkt.
“Ik was 14, 15 jaar. Ik was op een punt dat ik nog niet echt nadacht over mezelf. Ik stond elke dag op, (…) ik ging naar school en ik vond het leuk om te lachen met mijn maten. (…) Mijn leven had nog niet een zekere diepte waarin ik echt kon nadenken wat ik echt wou, of toch niet op een serieuze manier. (…) Terwijl ik nu veel meer in staat ben, ook door andere mensen, om dat serieuzer te nemen. (…) Je komt ook wel in een omgeving terecht waar veel mensen heel veel weten, al veel ervaring hebben en dat delen met jou. (…) Ik denk dat ik dat wou blijven doen omdat ik het gevoel had dat ik elke dag beter werd. (…) Van ‘wow ik ben hier aan het evolueren en ik ben iemand anders aan het worden en ik ga wel zien waar ik uitkom.’ (…) Pas later ga je appreciëren dat dat iets mooi is en zo leuk kan zijn.” (ORANJE-LEIDING 3)
70 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3.8. Respect als waarde Respect komt als waarde in 10 van de 83 verhalen voor. In eerste instantie geven deelnemers en vrijwilligers aan dat respect hebben voor elkaar het belangrijkste is. Het hebben van respect voor elkaar zou binnen deze verhalen een belangrijke basisregel zijn.
“Er zal altijd met respect gereageerd worden en ook als we het niet eens zijn, zal dat niet snel voor een conflict zorgen.” (BAZZZ 2)
“Er is respect voor iedereen en voor alles wat je hier zegt tegen elkaar.” (BAZZZ 3)
“Wat de club verwacht van ons en wat de coach verwacht. (…) Gewoon bespreken van: ‘oké dit zijn de regels, dit zijn dingen die wij willen bereiken en (…) wat willen wij zelf veranderen.’” (CITY PIRATES 1) Er worden overigens ook voorbeelden genoemd om te omschrijven hoe respect ervoor zorgt dat deelnemers en vrijwilligers zichzelf gerespecteerd voelen. Een aantal verhalen geven ook uiting aan het belang van respect wanneer deelnemers en/of vrijwilligers op persoonlijk vlak van elkaar verschillen of net op elkaar gelijken. Door met elkaar in dialoog te gaan en te blijven en zo elkaars verschillen of gelijkenissen te ontdekken kan er meer begrip ontstaan.
“Dat is het leuke aan Bazart, dat is een beetje als broers en zussen. Je kunt elkaar de ene dag superhard kwetsen en stom vinden. (…) Je ziet elkaar maar een of twee keer per week. En je kunt in principe wel weg, maar je wil dat niet. (…) Op die manier wordt je gewoon gepusht om toch (…) te leren leven met die afstand. En al dan niet, over tijd daar toch eens bij stil te staan van ‘oké, er is nu wel genoeg tijd’ en ‘oké, jij wil eigenlijk gewoon plezier bij Bazart. Ik wil eigenlijk gewoon plezier bij Bazart. Hoe gaan we dat doen?’” (BAZART-LEIDING 1) Uit de verhalen blijkt ook dat de diversiteit in de groep wordt gerespecteerd zowel wat sociale als culturele achtergronden betreft. Opnieuw gaat het dan om het belang van het respectvol omgaan met elkaar.
“Omdat we met veel andere mensen in de wereld zitten. Zelfs bij onze ploeg, als je naar mijn teamgenoten kijkt: veel van ons zijn van andere landen. Andere continenten. Andere steden. We zijn allemaal anders. (…) We leven allemaal anders. (…) Dat vind ik persoonlijk belangrijk (…) als je dat gewoon opzij kunt zetten om samen iets te bereiken.” (CITY PIRATES 2)
71 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
“Daarnaast ook om gewoon contacten te kunnen leggen, mensen te leren kennen, hun visie proberen te verstaan.” (GROEP INTRO 8) Uit deze verhalen blijkt ook dat het samenkomen en interageren met verschillende sociale en culturele achtergronden binnen de groep deelnemers en vrijwilligers ervoor zorgt dat eigen standpunten en/of het wereldbeeld kan veranderen.
“Omdat dat (…) een soort spiegel kan zijn. (…) Omdat ik daar vaak geconfronteerd word met mezelf. Hoe ik denk, hoe ik handel, hoe ik mij voel tussen dingen, tussen mensen. (…) Kijken hoe mensen reageren en hoe ik daarop reageer.” (ORANJE-LEIDING 3) In de verhalen van Bazart, Bazzz, City Pirates, Groep INTRO en KLJ Wiekevorst wordt specifiek naar genderidentiteit verwezen als het om respect gaat. Het belang van gemengde activiteiten en/of elkaar respecteren zoals ze zijn, is daarbij een belangrijk gegeven.
“Bij Bazzz is (…) de insteek (…) dat alles zo veel en zo vaak mogelijk gemengd is. Dit zorgt er volgens mij voor dat jongens en meisjes elkaar leren kennen en met elkaar leren omgaan. Op mijn andere job hoor ik ander taalgebruik en merk ik aan bepaald gedrag dat jongens en meisjes niet gewend zijn om met elkaar te praten. Bij Bazzz worden de jongeren aangesproken op dat soort dingen. Wij gaan die thema’s niet uit de weg en leren hen om met elkaar om te gaan. We kunnen leren van elkaar en het zorgt dat er meer respect bestaat voor elkaar.” (BAZZZ-VRIJWILLIGER 1)
“Jij als begeleider hebt veel respect voor mij, en ik heb veel respect voor jou, jongen – meisje.” (GROEP INTRO 11) Wat de diversiteit in de context van respect betreft, geven de verhalen ook weer dat een andere mening hebben en die ook kunnen uiten, hier een onderdeel van is. Concluderend zou het ervoor zorgen dat deelnemers en vrijwilligers andere denkwijzen leren kennen en eruit leren.
“Niets was (en is) taboe en het is helemaal oké als we allemaal een andere mening hebben.” (BAZZZ 1)
72 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
73 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4. De waarde van jeugdwerk in tijden van corona Hoewel de verhalen verzameld werden in tijden van corona, gaan heel wat verhalen eerder om de waarden van jeugdwerk in het algemeen. In bepaalde omstandigheden wordt wel naar de pandemie verwezen, en die verwijzingen worden hieronder gebundeld. Een aantal waarden komen hier duidelijk terug naar boven.
4.1. Plezier als waarde Het jeugdwerk zou in tijden van crisis de verveling tegen kunnen gaan, zo blijkt uit onderstaande citaten.
“Door naar de activiteiten te komen, heb ik ook minder verveling want je hebt altijd iets te doen. En ik ben ook sportiever want je beweegt toch wel op de meeste activiteiten.” (KLJ WIEKEVORST 10)
“Je kan je gewoon laten gaan en terug een beetje kind zijn.” (KLJ WIEKEVORST 6) Wanneer het specifiek gelinkt wordt aan COVID-19 blijkt dat op kamp gaan ervoor zorgt dat deelnemers en vrijwilligers het jeugdwerk als iets waardevols ervaren.
“Ik was met dat kampvuur ook de winnaar van het kampthema De Mol en dat maakte het natuurlijk nog beter. Dat was eigenlijk fucking nice.” (KLJ WIEKEVORST 12) Anderen omschrijven het dan weer als minder leuk, omwille van de maatregelen waaraan ze zich moesten houden zoals het opsplitsen van een groep of enkel buitenactiviteiten kunnen doen. De maatregelen maakten dat deelnemers en vrijwilligers heel wat ervaringen misten, waarbij voornamelijk het kamp als voorbeeld dient.
“Met corona had ik schrik dat het kamp niet kon doorgaan. (…) Daar zit je een heel jaar naar uit te kijken. (…) De tweedaagse op kamp heb ik wel het hardste gemist. (…) Daar gebeuren toch altijd zotte dingen. Dat zijn verhalen die bijblijven en je later aan iedereen kunt vertellen.” (KLJ WIEKEVORST 9)
74 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4.2. Verbondenheid als waarde Wanneer er verwezen wordt naar het gegeven dat jeugdwerk in tijden van COVID-19 minder leuk is, heeft het ook te maken met verbondenheid als waarde. Deelnemers en vrijwilligers hebben het gevoel dat ze hun contacten met vrienden niet kunnen onderhouden.
“Omdat je niet met heel veel bent, waardoor je niet zo’n grote spellen kan doen.” (BAZART 9)
“Dat hij zijn vrienden niet meer ziet door corona.” (VERHALENVERZAMELAAR 2) Aan verbondenheid als waarde wordt ook de fysieke afstand gelinkt die tussen deelnemers en vrijwilligers binnen en buiten de eigen groep ontstaat. Naast de anderhalvemeterregeling, waardoor er dus niet geknuffeld mag worden, wordt ook verwezen naar het gebruik van mondmaskers.
“Wij zijn een hechte vriendengroep, meisjes, jongens allemaal samen. En nu werd dat gesplitst.” (KLJ-LEIDING 1)
“Jullie hele gezichten zien, van de begeleiders. (…) En ook dat je niet in contact mag komen met andere bubbels.” (BAZART 4) Na een periode van lockdown of quarantaine terug samen kunnen komen en ontspannen wordt ook in de verhalen vermeld.
“Die eerste activiteiten dat de leden terugkomen, dan voel je echt wel dat die leden het heel plezant vinden dat ze nog iets te doen hebben. Dat ze nog mogen komen. (…) Het is niet helemaal hetzelfde als anders. (…) Ik denk dat de KLJ of eender welke jeugdbeweging op dit moment een heel belangrijke rol speelt om de jeugd toch nog samen te brengen buiten de school.” (KLJ-LEIDING 2)
75 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Uit deze verhalen blijkt dat deelnemers en vrijwilligers op zoek gaan naar manieren om toch nog sociale contacten te onderhouden binnen het jeugdwerk waarin ze actief zijn. Zo werken heel wat organisaties online-activiteiten uit. Uit de verhalen blijkt dat zowel deelnemers als vrijwilligers dit als een drempel ervaren die de fysieke afstand vergroot en het ook onmogelijk maakt om echt met elkaar in verbinding te staan. Deelnemers zoeken dan een geldige reden (door het nuttige aan het aangename te koppelen) om toch fysiek samen te komen, in kleine groep.
“Er zitten keiveel kinderen van onze school op Bazart en dan is dat tof want dan zie je die ook niet op school.” (BAZART 5)
“Het nieuwe lokaal was juist gebouwd en moest gekuist worden. Dan heb ik met twee vriendinnen gezegd van ‘gaan wij met drie altijd kuisen.’ (…) Op de duur was dat niet meer poetsen want alles was eigenlijk al gepoetst. Dan was dat gewoon een samenkomstje. (…) Je mocht elkaar niet zien, en hier had je dan toch iets van ‘oké, we kunnen op die manier elkaar toch zien en ook iets doen op de KLJ.’ (…) Dus twee in een tegelijk.” (KLJ-LEIDING 1)
4.3. Erkenning als waarde Uit het verhaal van een aantal vrijwilligers blijkt dat de appreciatie voor het werk dat verricht wordt in tijden van COVID-19 misschien wel belangrijker is geweest. Deelnemers en vrijwilligers hebben zich enorm moeten aanpassen, wat een heuse verantwoordelijkheid met zich meebrengt voor de hoofdleiding.
“Met corona (…) altijd moeten aanpassen aan die maatregelen. Als hoofdleiding of verantwoordelijke heb je daar wel een heel belangrijke rol in te spelen. (…) Dat is zeker geen evidentie om een degelijke activiteit in elkaar te steken. Je verzint altijd wel iets, maar dat is niet altijd gemakkelijk. (…) Je voelt die appreciatie van de leden dat ze nog mogen komen. En ze laten merken dat ze het tof vinden dat wij daar nog tijd (…) en moeite in steken om die activiteiten te maken. (…) Voor mij is leiding zijn altijd iets geweest dat je doet voor uw leden. Je doet dat ook voor jezelf want dat is ook plezant.” (KLJ-LEIDING 2)
76 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4.4. Vrijheid als waarde Bij vrijheid gaat het in de verhalen van deelnemers en vrijwilligers in de eerste plaats om het even kunnen ontsnappen aan of afgeleid worden van het COVID-gebeuren door de mogelijkheid om naar het jeugdwerk te gaan, ook door het type activiteit dat aangeboden wordt, omdat het voor fysieke verbondenheid zorgt.
“Op de KLJ zijn, betekent voor mij vrij zijn. Nu zeker in deze coronatijden.” (KLJ WIEKEVORST 6)
“Dan heb je toch nog wat afleiding in deze bizarre tijd. Daarom ben ik ook blij dat ze de jeugdbewegingen laten doorgaan. Volgens mij, als ze da niet lieten doorgaan, dan waren er nog veel meer kinderen die zich niet goed voelden.” (KLJ-OUDLEIDING 1) Deze uiteenzetting kan een bevestiging zijn dat de belangrijkste waarden vooral passen binnen de kernwaarden PLEZIER, VERBONDENHEID en VRIJHEID.
77 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
78 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
5. Het perspectief van de jeugdwerkprofessionals Bij het afronden van het onderzoek werden ook een aantal verhalen verzameld bij de reflectiegroep6 van dit onderzoek. Er werd gevraagd naar een opvallend verhaal dat tot bij hen was gekomen of een ervaring die ze zelf hadden en iets vertelde over de waarde van jeugdwerk tijdens de pandemie. Heel wat van bovenstaande waarden komen ook hier terug naar voor. Het valt bovenal op dat er gewezen wordt op het ontbreken van de maatschappelijk en politiserende rol van het jeugdwerk. In de verhalen van deelnemers en vrijwilligers komt dit niet voor. Een aantal van de verhalen bevestigen het belang van het sociaal verbinden van mensen in tijden van COVID-19. Onder de hashtag #gemoogtmijbellen bijvoorbeeld werden mensen in een buddysysteem met elkaar in contact gebracht. Aan dit verhaal kunnen we naast de waarde VERBONDENHEID, ERKENNING, ZELFONTPLOOIING en BEKWAAMHEID linken. Zo halen beide partijen voordeel uit het buddysysteem: ze geraken uit hun sociaal isolement, door de nodige ondersteuning te geven en te krijgen. Bovendien halen ze er voldoening uit om iets voor anderen en de samenleving te kunnen betekenen. Daarnaast worden de waarden verder uitgediept en wordt verwezen naar het aangaan van andere engagementen, ook door de crisis. Het gaat dan niet alleen om het bieden van ondersteuning maar ook om het persoonlijk en professioneel groeien door middel van het vrijwillig engagement dat vrijwilligers opnemen en de ervaringen die ze daarbinnen opdoen.
“Je merkte dat de ene daar veel meer nood aan had als de andere. Wat ik vooral heb onthouden, is dat een aantal ook andere engagementen zijn aangegaan. Bijvoorbeeld gaan helpen in een woonzorgcentrum, vanuit die nood aan erkenning en toch nog een andere invulling hebben. En waar je dan ook merkt dat ze er veel aan hebben en heel veel over zichzelf bijleren op zo’n moment.” (R4) Verschillende verhalen binnen de reflectiegroep bevestigen het gemis van een ruimte waarin deelnemers en vrijwilligers elkaar ontmoeten en samenkomen om te ontsnappen aan de alledaagse verplichtingen. Verder stellen ze dat kinderen en jongeren nood hebben aan een uitlaatklep, waar ze met andere leden buiten het gezin kunnen ontspannen. De fysieke ruimte missen en/of het gemis om anderen te ontmoeten zou bijvoorbeeld afhankelijk zijn van de woonplaats, leeftijd, het karakter en mentaal welzijn van kinderen en jongeren. Corona zou ervoor gezorgd hebben dat voornamelijk kinderen en jongeren in kwetsbare posities minder de mogelijkheid hebben om te ontsnappen aan de alledaagse sleur. Tal van organisaties werden ook door corona uit hun comfortzone gehaald en gedwongen om na te denken over nieuwe werkvormen los van de inzet op digitalisering. Hiermee worden de waarden VERBONDENHEID, PLEZIER en VRIJHEID aangesneden.
“Ik vind dat een gigantisch waarde: in crisistijd, als iedereen blokkeert, zijn zij (jeugdwerkers) degenen die alles omgooien om vanuit de noden van die kinderen en jongeren de zaken te voorzien die zij nodig hebben.” (R3)
“(…) iets waar ze echt hun energie in kwijt konden, echt ook energie uithaalden.” (R5)
6 Timmy Boutsen (De Ambrassade), Fried Aernouts (StampMedia), Katrien Vissers (Tumult), Bert Delville (Bataljong), Farah Mohamed (Lasso vzw), Rilke Mahieu (JINT), Elien Martens (Kei-Jong vzw), Ikrame Kastit (Uit De Marge), Ken Van Roose (Formaat), Katrien Ponsaerts en Koen Hanssens (JES vzw).
79 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
“Er is iemand die in een MPI (…) verblijft, voor wie de coronaperiode wel heel zwaar is geweest. Die zaten daar (…) soms een beetje opgesloten. (…) Voor die persoon zijn die online workshops wel heel fijn geweest.” (R6) Wanneer het om vrijheid als waarde gaat, illustreert het verhaal van buitenlandse vrijwilligers hoe COVID-19 een invloed uitoefent op vrijheid in positieve en negatieve zin. Zo konden buitenlandse vrijwilligers nog wel naar België reizen om vrijwilligerswerk te doen, ook in tijden van complete lockdown. Eens in het land aangekomen, werden ze wat in hun bewegingsvrijheid beperkt omdat ze bijvoorbeeld het land niet konden verkennen of geen andere sociale verbindingen konden maken buiten de vrijwilligersgroep waarmee ze samenwerkten. Ook deze vrijwilligers blikten terug op hun leermomenten en/of ervaringen, waardoor ook ZELFONTPLOOIING en BEKWAAMHEID als waarden naar boven komen.
“In één verhaal wordt ook beschreven hoe dat ook wel moeilijk was tijdens de lockdowns als buitenlandse vrijwilliger hier om in een werking te zitten maar geen enkele mogelijkheid te hebben om het land te gaan ontdekken of buiten de werking vrienden te maken. (…) Daar toch met een positief gevoel op terugblikken uiteindelijk. (…) Dat ze vaak gefrustreerd waren omwille van alle beperkingen maar toch ook wel hopelijk een beetje trots zijn op de dingen die ze dan wel hebben kunnen doen en kunnen betekenen.” (R5) Uit de verhalen van de reflectiegroep blijkt overigens dat het actief betrokken zijn binnen het jeugdwerk competenties rond samenwerking oplevert. Aansluitend wordt het belang van het verwerven van sociaal kapitaal als reden gebruikt om aan te halen waarom vrijwilligers zich ook in andere contexten vrijwillig engageren.
“Wat meespeelt, is dat je bepaalde competenties hebt opgebouwd om samen te werken. Je weet hoe dat werkt om een groep mensen bijeen te brengen en tot resultaten te komen, dus dat speelt ook mee, los van uw goesting.” (R5)
“Het belang van het verwerven van sociaal kapitaal. En hoe dat eigenlijk een motivator is om zich in die micronetwerken te zetten. (…) Je kunt dat bekijken vanuit een soort compleet altruïstische positie van: ‘ik ga helpen’ en dat is engagement. Dat kan ook zijn van: ‘ik woonde in die wijk en ik wilde mijn positie in die wijk veroveren.’” (R8)
80 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Besluitend wordt in een aantal van de verhalen weergegeven dat jongeren net veel meer engagement zijn aangegaan om hun solidariteit ten opzichte van anderen te tonen. Doelgroepen in kwetsbare posities zouden dat, veel meer dan geprivilegieerde groepen, ook voor de pandemie doen. Het mentaal welzijn van vrijwilligers zou, omwille van de huidige omstandigheden en maatregelen, onder druk staan, wat zich ook al in het verhaal rond de hashtag #gemoogtmijbellen uitte.
“Ik vind dat je heel veel spontane solidariteit van jongeren hebt gezien in die eerste periode. (…) Zeker de mensen in een geprivilegieerde positie hebben heel veel, of toch een aantal, hebben wel echt wat solidariteit getoond in het begin, maar naarmate dat vorderde, kwam ook hun mentaal welbevinden zelf onder druk en merkte je wel dat dat moeilijker werd.” (R1) De politiserende rol van het jeugdwerk wordt door de deelnemers en vrijwilligers niet specifiek als waarde aangehaald. Echter zijn er heel wat organisaties die hier net wel op inspelen, zeker nadat COVID-19 pijnpunten rond welzijnsvragen zichtbaar maakte. Bovendien zouden vrijwilligers en jeugdwerkers niet opgeleid zijn om hieraan tegemoet te komen.
“(…) ondertussen wel gerealiseerd op initiatief van stad Antwerpen. (…) De aanstelling van een aantal welzijnscoaches bij JES, Formaat, City Pirates, Kras en die gaan eigenlijk de jeugdwerkers bijstaan. (…) Je krijgt (…) dan een soort complementariteit in het jeugdwerk met een soort welzijnsback-up.” (R4) In bovenstaand verhaal verwijst de verteller naar het krantenartikel ‘Het pleintje is voor ons wat voor de rijken in Brasschaat hun tuin is’ uit Gazet van Antwerpen om diens standpunt duidelijk te maken. COVID-19 zou het jeugdwerk hoger op de agenda hebben gezet. Door het welzijn van kinderen en jongeren voorop te stellen, een luisterend oor te zijn en daar effectief iets mee te doen, werden hun verhalen naar boven gebracht.
“Jongeren uit (…) Bisthovenplein, Terloplein, … vertellen hoe belangrijk publieke ruimte is om hun ding te doen. (…) Ik vind dat in het afgelopen jaar het jeugdwerk er eindelijk wel in geslaagd is om wat meer de agenda te gaan bepalen, wat meer in de media te komen en vaak om dat ook samen te doen. (…) Wat (we) absoluut moeten vasthouden in de jaren na corona. Dat verwijst dan wat naar onze politiserende rol en de rol die wij hebben als spreekbuis van jongeren. (…) Ik vind ons te vaak de softies van de softe sector en ik vond in corona tot mijn eigen verbazing en blijdschap dat dat toch wat veranderd is (…)” (R2)
81 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
82 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
DEEL 3: SAMENVATTEND
83 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Wat is de waarde van jeugdwerk? Bij aanvang van het onderzoek werd voorspeld dat de waardebepaling binnen het jeugdwerk geen evidente zoektocht zou zijn. De vraag letterlijk stellen aan kinderen en jongeren was geen optie. Daarom werd er gekozen om te werken met verhalen en de transformatieve evaluatie om tot een diepere betekenis te komen. Zo konden kinderen en jongeren vanuit hun eigen referentiekader, persoonlijke beleving, ervaring en buikgevoel vertellen wat jeugdwerk voor hen betekent. In dit onderzoek werd de focus gelegd op de stem van kinderen en jongeren die zelf deelnemen of ooit actief waren in diverse jeugdwerkpraktijken. De centrale vraag die hen werd gesteld was: “Als je terugkijkt op het afgelopen jaar, wat was voor jou de meest belangrijke verandering in je leven door deel te nemen aan deze werking of deze activiteiten? Welk verhaal of welke ervaring illustreert dat voor jou? Waarom?”. In dit deel wordt een conclusie geformuleerd op basis van de 83 unieke verhalen eventueel gekoppeld aan relevante inzichten uit de literatuurstudie. Op basis van deze conclusies wordt de discussie opengetrokken: welke vragen blijven er inhoudelijk en methodisch nog liggen? Afsluitend staan er aanbevelingen op basis van dit onderzoek geformuleerd.
1. Acht waarden die op elkaar ingrijpen De 83 verhalen in dit onderzoek tonen unieke belevingen en leggen een aantal waarden bloot. Opmerkelijk is het feit dat jongeren die in hun transitie naar jongvolwassenheid zitten vaak terugblikkend en toekomstgericht kunnen reflecteren op hun deelname aan het jeugdwerk. Bij jonge kinderen gaat het veeleer om wat het hen op dat moment oplevert. De betekenis die kinderen en jongeren hechten aan de waarden varieert ook doorheen de verschillende jeugdwerkingen. Vertrekkend vanuit de verzamelde data blijken acht waarden telkens terug te komen binnen de bevraagde jeugdwerkpraktijken. Onderstaande figuur brengt deze waarden samen.
RESPECT
VERBONDENHEID
PLEZIER
•
•
•
10
69
64
DE 8 WAARDEN VAN JEUGDWERK
ZELFONTPLOOIING
• 22
VEILIGHEID
ERKENNING
VRIJHEID
• 40
BEKWAAMHEID
•
•
•
22
30
38
Figuur 4: De acht waarden van jeugdwerk (De Ceuster, Polak en Baki, 2021)
84 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Een aantal waarden die in de literatuurstudie werden benoemd komen dus duidelijk terug. In het definiëren van jeugdwerk staat PLEZIER, ONTSPANNING, VERBONDENHEID, VRIJHEID, ZELFONTPLOOIING, EIGENAARSCHAP en PARTICIPATIE centraal. In grote lijnen komen deze waarden terug in zowat alle omschrijvingen die te vinden zijn (De Ambrassade, 2018; Raad van Europa, 2017; Van Bouchaute & Van de Walle, 2001). Tijdens het terugblikken op de rijke geschiedenis van het jeugdwerk worden GELIJKWAARDIGHEID, SOLIDARITEIT, DEMOCRATIE en VEILIGHEID ook nog toegevoegd aan het lijstje van ‘oorspronkelijke’ waarden (Swerts et al., 2014). Deze waarden komen ook deels terug in de verhalen van kinderen en jongeren, al valt wel op dat de maatschappelijke vertaling ervan niet expliciet is en de waarde beschreven wordt op het individuele belevingsniveau. Vanuit het perspectief van de professionals lijkt de maatschappelijke opdracht een explicietere plaats op te eisen en hebben beleidsmakers stelselmatig meer oog voor PARTICIPATIE, DEMOCRATIE en BURGERSCHAP. Het groeiende mensenrechtendiscours benadrukt dan weer de MENSGERICHTHEID en het PLURALISME in het jeugdwerk (De Visscher, 2011) en voegt deze waarden nog toe aan het lijstje. De acht waarden die uit de data naar boven komen zijn dan misschien voorspelbaar, toch tonen de resultaten de specifieke invulling die kinderen en jongeren er vanuit hun leefwereld aan kunnen geven. Tijd om even in te zoomen.
1.1. Verbondenheid Uit de data blijkt dat verbondenheid als waarde het meest voorkomt. Kinderen en jongeren voelen een enorme behoefte aan relaties met de ander en de wereld rondom hen. In de eerste plaats worden familieleden en/of vrienden, zowel in de verhalen als in de literatuur, benoemd als belangrijke reden om die verbinding te willen maken (Coussée, 2005; Dhuyvetter, 2008; Pissens, Siongers, Lievens, Bradt & Derluyn, 2019; Schouppe, De Visscher & Van de Walle, 2014) of zich überhaupt verbonden te voelen (De Pauw et al. , 2010; Huyge en collega’s 2009; Pissens, Siongers, Lievens, Bradt & Derluyn, 2019; Schraepen, Maelstaf en Dehertogh, 2016). Toch zijn er ook deelnemers en/of vrijwilligers die de bewuste keuze maken om een onderdeel te worden van een bepaalde jeugdwerking om met anderen in contact te komen die ze elders in hun dagelijks leven anders niet zouden ontmoeten of leren kennen. De sociale relaties binnen de werking moeten voor hen van betekenis zijn om er een blijvende rol in op te willen nemen. Het gaat om een sfeer van verbondenheid en samenhorigheid, een informele ruimte waarin de deelnemers en vrijwilligers gewoon samen kunnen zijn om van elkaars gezelschap te kunnen genieten. Ten tweede kan de verbondenheid ontstaan met de jeugdwerking als organisatie op zich en niet zozeer met de leden of deelnemers ervan. Kinderen en jongeren geven aan op zoek te zijn naar iets waarvoor zij hun meest vertrouwde (sociale) omgeving wekelijks willen inruilen. Het gaat dan om het type van jeugdwerk, waar ze zich bij gaan aansluiten. Kinderen en jongeren gaan zich omwille van de connectie met anderen sociaal verbonden voelen wat zich voor sommigen ook uit in het zich willen engageren als vrijwilliger. Het aspect van verbondenheid en het maken van verbinding lijkt in de hand te werken dat kinderen en jongeren geactiveerd worden om daadwerkelijk een onderdeel te willen zijn van een werking en dit ook willen tonen aan de buitenwereld. Het valt doorheen de verhalen op dat de verbinding die gemaakt en gevoeld wordt met de ander een steeds terugkerend element is. Verbondenheid is iets waar heel wat kinderen en jongeren duidelijk nood aan hebben. Iets wat ze zelf benoemen als het ontmoeten en leren kennen van nieuwe mensen, ergens bij horen, je thuis voelen en een vertrouwensband creëren met de ander waardoor langdurige vriendschappen ontstaan.
85 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
1.2. Plezier De tweede meest voorkomende waarde in de data is plezier. Plezier geeft betekenis aan wat kinderen en jongeren doen en biedt hun een plek om te ontspannen, ver weg van het dagelijkse, waarin heel wat van hen verwacht wordt. Het biedt hen de ruimte om stoom af te laten, zonder enige verplichting. Plezier beleven, zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zich meer aangetrokken en betrokken voelen én het stimuleert intrinsieke motivatie, waarin je leert te ontdekken wat je kan en wil zijn. Deze elementen van plezier worden ook door De Ambrassade (2018); Coussée (2006), Schraepen et al. (2017), De Pauw et al. (2010) en Huyge et al. (2009) benoemd. Volgens deelnemers kan uit die intrinsieke motivatie en plezier een engagement als vrijwilliger ontstaan (De Pauw et. al, 2010). Het zijn de vrijwilligers die voorzien in het plezier van de ander door het uitwerken van allerlei activiteiten waarbij de focus ligt op afwisseling en doorbreken van routine. Afwisseling zorgt dat de dagelijkse routine doorbroken wordt, wat Van der Eecken & Bradt (2019) en Huyge et al. (2009) eveneens benoemen in hun onderzoek. Plezier maken, verhoogt de kans om andere waarden te realiseren. Een vaststelling die De Pauw et al. (2013) ook maken, waardoor ze vaak in één adem worden genoemd door de deelnemers en vrijwilligers. De onderlinge samenhang tussen waarden valt hier duidelijk op. Bovendien blijkt uit de verhalen dat de invulling van plezier afhankelijk is van en in relatie staat tot het type jeugdwerking waar ze deel van uitmaken. Dit impliceert dat er oog moet zijn voor de individuele interesses van deelnemende kinderen en jongeren bij de uitwerking van spel en ontspanning. Deze individuele interesses bepalen immers de richting en keuze binnen het jeugdwerk, of anders gezegd: de eigenheid van een jeugdwerkpraktijk zal bepalen welke deelnemers er aangetrokken worden. Dit is een bevestiging van wat hierover in de literatuur (Coussée & Roets, 2011; Swerts et al., 2014; Schraepen, Maelstaf & Dehertogh, 2016) te vinden is.
1.3. Vrijheid Vrijheid gaat volgens kinderen en jongeren om invloed hebben op hoe we ons in een bepaalde ruimte voortbewegen en hoeveel tijd we daaraan kunnen of mogen spenderen. Het gaat volgens sommigen over kansen krijgen om grenzen te verleggen, te experimenteren. Anderen benoemen het eerder als een plaats waar ze nieuwe dingen kunnen doen, waar ze terug kind en ook gewoon zichzelf kunnen en mogen zijn. De invulling die kinderen en jongeren geven aan vrijheid ligt in het verlengde van wat er in de literatuur beschreven staat (De Ambrassade, 2018; European Commission, 2014; Ord et al., 2018; Schraepen, Maelstaf & Dehertogh, 2016; Tourne en Bradt, 2019). Een deel van de kinderen en jongeren ziet het anders. Bij hen gaat het om een veilige ruimte waarin ze niet geconfronteerd worden met de regels en protocollen die gelden op school of thuis. Of toch zeker dat gevoel te hebben. Ze geven aan te willen ontsnappen aan de realiteit om zo even weg te zijn van de alledaagse zorgen en bekommernissen. Voor hen is het jeugdwerk betekenisvol omdat het hen een vrije ruimte biedt waar ze naartoe kunnen als ze het nodig hebben. Het is voor hen van waarde dat ze in die ruimte kunnen doen wat elders misschien niet kan of mag. Deelnemers en vrijwilligers lijken regie te willen hebben over de invulling van hun vrije tijd. Daarnaast staat vrijheid volgens hen ook voor de onbezonnenheid van het plezier: het zich vrij kunnen bewegen zonder veel belemmeringen te ervaren om plezier ten volle te kunnen ervaren. Deze vorm van vrijheid stelt de kinderen en jongeren immers beter in staat de wereld (van de jeugdwerking waarin ze actief zijn) zelf te ontdekken en daaruit te leren. Opnieuw ondersteunt de literatuur wat deelnemers en vrijwilligers hierover delen (De Ambrassade, 2018; Coussée & Roets, 2011; European Commission, 2014; Ord et al., 2018; Tourne & Bradt, 2019). Dit impliceert dat deze ruimte niet te afgebakend mag zijn met allerlei voorgeschreven regels. Kinderen en jongeren zoeken een soort van vrijheid die zich losmaakt van een hiërarchie en zich eerder baseert op basis van vertrouwen om zo ook de transitie naar de volwassenheid ten volle te kunnen benutten.
86 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
1.4. Bekwaamheid Bekwaamheid komt vooral tot uiting bij deelnemers en vrijwilligers die zich engageren binnen het jeugdwerk. Het gaat dan over hoe ze de omgezette kennis en kunde in andere deelaspecten van hun leven kunnen en willen implementeren. Het gaat ook om eigenaarschap voelen en verantwoordelijkheid krijgen. Ze praten over het voelen van een gedeelde verantwoordelijkheid in het samenwerken als team van vrijwilligers, wat in een volgende stap het engagement opnemen ook mogelijk maakt. Bekwaamheid komt tot uiting bij deelnemers en vrijwilligers die over een bepaalde maturiteit beschikken en bereid zijn deelnemers te begeleiden en ondersteunen waar nodig. Bekwaamheid gaat volgens hen om de verplichtingen die aan het engagement vasthangen. Zo verschilt de verantwoordelijkheid van een animator en leid(st)er ten opzichte van een hoofdanimator of hoofdleid(st)er. Maar ook tussen leden en actieve vrijwilligers is er een verschil op te merken. Hoe groter de verantwoordelijkheid en betrokkenheid in de organisatie, hoe meer jongeren spreken over leerwinst en overdraagbaarheid van kennis en kunde. Het opnemen van engagement en verantwoordelijkheden maakt dat vrijwilligers meer en andere skills en competenties verwerven voor de toekomst. Deelnemers die hiernaar verwijzen zitten vaak in hun transitie van deelnemer naar vrijwilliger en kijken daardoor vooruit naar hoe die toekomst als vrijwilliger of professional er zou kunnen uitzien. Bovendien verruimen ze de context waarover ze spreken en leggen ze duidelijk linken tussen de dingen die ze geleerd hebben in het jeugdwerk en hoe dat voordeel kan opleveren in hun beroepsleven, tijdens sollicitaties enz. De leerkansen die worden benoemd door de jongeren zijn eveneens een invulling van bekwaamheid. Het gaat dan over formele en informele leermomenten, over bewust, onbewust, ervaringsgericht of zelfs speels leren.
1.5. Erkenning Erkenning komt in de verhalen van de deelnemers en vrijwilligers voor als het gezien en gehoord worden en van betekenis zijn. Het gaat om de waardering die ze krijgen, het aanvaard worden om wie en wat ze zijn en doen. Het betreft volgens de respondenten een ruimte die gecreëerd wordt waarin de eigen overtuigingen en meningen gerespecteerd en geaccepteerd worden. Het gaat dus om de bevestiging van wie ze zijn en daarenboven het naar waarde geschat worden en daarin ook aangemoedigd en ondersteund worden. De appreciatie die verkregen wordt door de ander, omwille van wat ze doen en waarvoor ze staan telt ook mee in hun betekenisgeving. De verhalen over erkenning relateren ook aan vorig onderzoek naar de betekenis en waarde van jeugdwerk (Ord et al., 2018; European Commission, 2014). Erkenning gaat ook om de ondersteuning die kinderen en jongeren geven aan en ontvangen van de ander. Het gaat over het met elkaar in gesprek kunnen en willen gaan over emoties en kwetsbaarheden, waar elders minder ruimte of vertrouwen voor is. De doorslaggevende factor is dat er ook echt wordt geluisterd naar wat er gezegd wordt, waardoor er ruimte ontstaat waar iemand zijn of haar hart kan luchten. Tegelijkertijd benoemen ze het feit dat ze als individu de kans krijgen om hun ding te kunnen doen. Kortom gaat het om een plaats waar iemand het vertrouwen krijgt en durft te geven. Het is naar hun aanvoelen dan de ondersteuning van de ander die aanzet tot doorzetten en het durven nemen van initiatief.
1.6. Veiligheid Een veilige omgeving waarin kinderen en jongeren zorgeloos kunnen spelen en informeel kunnen leren is bijzonder belangrijk, dat blijkt althans uit de verhalen van deelnemers en vrijwilligers. Het gaat hierbij voornamelijk om de fysieke en emotionele veiligheid die ontstaat of al bestaat binnen de jeugdwerking waarin deelnemers en vrijwilligers actief zijn.
87 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
De fysieke en emotionele veiligheid van kinderen en jongeren kan hierdoor als een basisfundament van het jeugdwerk worden gezien. De nadruk ligt daarbij op een ruimte waarin kinderen en jongeren zich veilig en vertrouwd voelen. Een soort van thuiskomen waardoor ze kunnen tonen wie ze werkelijk zijn en daarover in gesprek durven gaan, maar ook dingen durven ondernemen om zo hun eigen grenzen te verkennen. Het gaat dus om de veiligheid die kinderen en jongeren ervaren, waarbij ze de nodige bescherming en geborgenheid van de ander voelen. De vraag rijst hier of het dan niet eerder om erkenning gaat. De wisselwerking tussen erkenning en veiligheid komt geregeld aan bod in de verzamelde data. Net zoals bij de vorige waarden vormt de wisselwerking tussen de verschillende waarden een aandachtspunt. Het type jeugdwerk waarin kinderen en jongeren vertoeven, kan die fysieke en emotionele veiligheid waarborgen, waarbij vrijwilligers en andere deelnemers beschouwd kunnen worden als uitvoerende krachten, wetende dat net zij degenen zijn die de veiligheid en vertrouwdheid aanwakkeren of versterken. Een individu heeft dus de ander nodig om begeleid en gestimuleerd te worden in het eigen informeel leerproces. De begeleiding en het aanmoedigen in een veilige en vertrouwde omgeving kan het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van kinderen en jongeren op deze wijze positief beïnvloeden.
1.7. Zelfontplooiing In de verhalen komt de kernwaarde zelfontplooiing tot uiting als het gaat om het vermogen en de ruimte om aan zichzelf te werken. Bij de vrijwilligers komt naast de persoonlijke ontwikkeling ook zelfreflectie aan de oppervlakte en gaan verhalen over: “Waar en hoe sta ik als vrijwilliger in mijn jeugdwerking?”. Door te reflecteren eigent de vrijwilliger meer controle toe over zijn of haar eigen functioneren en zijn binnen het jeugdwerk. Uit de verhalen van deelnemers en vrijwilligers schemert door dat kinderen en jongeren in deze contexten zichzelf beter leren kennen. Ze verkrijgen zelfinzicht en er ontstaat een innerlijke groei om zo de transitie van jongere naar volwassene mogelijk te maken. De deelnemers en vrijwilligers geven aan bij te leren over wie ze zijn, hoe ze in het leven staan en waar ze naartoe willen. Het zelf en het ik staan hier centraal. Het doet het gevoel van zelfwaarde bij deelnemers en vrijwilligers stijgen. Zelfontplooiing gaat om de ervaringskennis en kunde (in de vorm van vaardigheden en competenties) die iemand verwerft binnen een jeugdwerking. Dit gaat vaak hand in hand met de behoefte van de ontdekking, met andere woorden de wil en motivatie die iemand in staat stelt zichzelf beter te leren kennen en ontwikkelen. De levensgeschiedenis van een individu heeft hier een grote invloed op en hangt daarom ook samen met de waarde ‘erkenning’, namelijk het aanvaarden en vertrouwen stellen in zichzelf en/of de ander om die zelfontplooiing effectief mogelijk te maken.
1.8. Respect Deelnemers en vrijwilligers hebben het in hun verhalen over zelfrespect en respect voor de ander. Ze vertellen over de eigenwaarde en over een ruimte om zichzelf te kunnen uiten waar ze ook naar waarde geschat worden door anderen. De ene focust meer op verrijking door ontmoeting en respect voor de medemens, terwijl de ander eerder spreekt over groeiend respect voor het eigen zijn. Na analyse zijn deze elementen samen te voegen tot respect. De kinderen en jongeren geven betekenis aan deze waarden door te spreken in termen van zelfrespect, begrip en waardering. Bovendien kaarten ze aan dat ze met het respect dat ze ontvangen van zichzelf of de ander, meer engagement en verantwoordelijkheid opnemen binnen de eigen jeugdwerkpraktijk. Het gaat bij respect om de ontmoeting met anderen en ontdekken hoe de anderen naar de wereld kijken. Vooral de ontmoeting van nieuwe mensen die geen onderdeel uitmaken van de eigen leefwereld en er misschien een andere levensfilosofie op nahouden. Zo leren ze hoe daarmee om te gaan, en relaties en/of vriendschappen op te bouwen om de eigen wereld te verruimen. Het gaat dan veel meer over het relationeel leren. De waarde respect leunt bijgevolg ook dicht aan bij de waarde vrijheid (European Commission, 2014; De Pauw et. al, 2013).
88 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
2. Enkele slotbedenkingen De verhalen bieden een inkijk op de alledaagse beleving van het jeugdwerk bij kinderen en jongeren. Het valt op dat DRIE CENTRALE WAARDEN telkens terugkomen: VERBONDENHEID, PLEZIER en VRIJHEID. Bovendien toont dit onderzoek aan dat wanneer de hybriditeit groeit en de accenten van jeugdwerkpraktijken uitgesproken verschillen van elkaar, ze elkaar daar vooral in kunnen versterken en aanvullen. Op het einde van de rit lijken deelnemers hier dezelfde waarden aan te koppelen. De omschrijving van de acht waarden is geen zuivere wetenschap. De keuze om binnen dit onderzoek rond deze waarden te werken, is gestoeld op de verkregen data en literatuur en biedt een kader om te kijken naar de vraag rond waarde van het jeugdwerk. Het is zeker NIET HET ENIGE PERSPECTIEF. Enerzijds omwille van een aantal methodologische aspecten, anderzijds vanwege de verbondenheid en samenhang tussen de verschillende waarden. Als een deelnemer praat over erkenning doet hij dat mogelijk omdat hij eerst respect heeft ervaren en leren hebben voor anderen en hierdoor voelt dat hij zichzelf kan zijn. Andersom zou het respect dat diezelfde deelnemer uitstraalt naar mededeelnemers het verlengde kunnen zijn van het feit dat die zich verbonden voelt in een bepaalde groep binnen zijn eigen jeugdwerking. Daar waar sommigen praten over veiligheid, zou het ook kunnen gaan over vrijheid of spreken ze over erkenning wanneer het in essentie over verbondenheid gaat. Wat opvalt in de resultaten is dat in de VERSCHILLENDE JEUGDWERKCONTEXTEN DEZELFDE WAARDEN naar boven komen. Een unieke context zorgt niet voor een unieke waarde. Zo zullen jeugdwerkpraktijken die zich bewegen op het kruispunt van sport en jeugd, een andere focus hebben dan zij die zich bewegen rond jeugd en kunstbeleving wat betreft plezier als waarde. Waar de ene competitiviteit als een vorm van plezier omschrijft, omschrijft de ander creativiteit als een uitingsvorm daarvan. CORONA vormde doorheen het onderzoek een grote uitdaging. De betekenissen werden in sommige gevallen midden in een lockdown of juist na een ‘bubbelkamp’ gegeven. Dit maakt dat de nuance van de waarde en de daarbij horende ervaringen bij kinderen en jongeren (extra) gekleurd kunnen zijn. Opvallend is wel dat zelfs in tijden van een pandemie, waar het jeugdwerk alles op alles heeft gezet om zich wendbaar en flexibel op te stellen, de ervaringen van de deelnemers gelinkt kunnen worden aan een of meer van de centrale waarden in dit onderzoek. Verbondenheid blijft de koploper, maar ook plezier en vrijheid worden naar voren geschoven als essentiële waarden in tijden van isolement en beperkingen in de bewegingsvrijheid. De LEEFTIJD EN ERVARING VAN DE DEELNEMERS bepalen sterk de invulling die gegeven wordt aan een bepaalde waarde. Hoe jonger deelnemers zijn, hoe meer focus ze leggen op spel en plezier. Op latere leeftijd benoemen ze zelf meer elementen en/ of waarden als bekwaamheid, leren, ervaringen opdoen … De veranderlijkheid van waarden lijkt (sterk) onderhevig aan hun persoonlijk transitieproces. De inbreng van professionals en experten in het onderzoek (via literatuur, gesprekken, interviews) legt een SPANNINGSVELD bloot tussen het perspectief vanuit jeugdwerkers, coördinatoren, en beleidsmakers en de beleving bij deelnemers. Daar waar in de literatuur en bij experten een lans wordt gebroken voor het ontwikkelen van een identiteit, het aansterken van maatschappelijk engagement, verbinding met de bredere samenleving en het vormen van de deelnemers (Coussée, 2005; Schryvers et. al, 2015; De Visscher, 2011; Gatz, 2014), ligt de focus bij de deelnemers heel anders. Ze benoemen verbondenheid voornamelijk in termen van het eigen netwerk en praten slechts zelden over een maatschappelijke invulling. Allicht heeft het deels ook te maken met de focus van het onderzoek. De verhalen zijn vanuit een individueel perspectief van kinderen en jongeren verteld, waardoor ze ook tot de waarden hebben geleid waaraan ze zelf het meeste waarde hechten, los van de effecten die een specifieke jeugdwerking beoogt. Toch liggen hier interessante aanknopingen om werk te maken van kruispuntdenken en intersectionaliteit binnen het jeugdwerk.
89 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
3. Welke vragen blijven er liggen? Los van wat de verhalen ons leren over de waarde van jeugdwerk voor kinderen en jongeren, blijven er na dit onderzoek nog een aantal vragen liggen. Het geheel van acht waarden dat uit de resultaten wordt gefilterd is een fragiel concept en stof voor veel semantische discussies en verdere VERDIEPING. Waarden zijn niet los te koppelen van elkaar. De onderlinge verhouding tussen waarden is een belangrijk element wanneer met kinderen en jongeren een analyseproces wordt afgelegd. Daarnaast speelt ook de CONTEXT waarin kinderen en jongeren leven een belangrijke rol. De keuzes die iemand maakt zijn in veel gevallen onder invloed van meningen of keuzes van mensen in de omgeving. Zo kan een ouder meebepalen welke jeugdbeweging gekozen wordt of ga je als kind mee naar de activiteiten waar je klasgenoten ook aanwezig zijn. Uit de verhalen kunnen we stellen dat vooral bij de jongste kinderen en bij mensen met een beperking de ouders dit mee bepalen. De waarden interpreteren vanuit de leefwereld van kinderen en jongeren is een must om verdieping te brengen in de resultaten. Naast de familie en vrienden die mee vorm geven aan keuzes, blijkt ook de BEGELEIDER binnen het jeugdwerk een cruciale rol te spelen. De vertrouwensband, het plezier en de groei die deelnemers samen met een begeleider beleven, maken dat hun waardebepaling er ook anders zal uitzien. Binnen het inclusief jeugdwerk bijvoorbeeld, merkten meerdere deelnemers van Oranje vzw op dat hun eigen ervaring met begeleiders een effect heeft op hoe ze terugblikken op hun meest belangrijke ervaring in het jeugdwerk. Als persoon ben je ook lid van een grotere sociale groep, een maatschappij. Wat is dan de link met de SAMENLEVING? Gaat het enkel over vrienden maken en verbinding vinden met gelijkgestemden? Of is er een connectie met de maatschappij of maatschappelijke instanties? Welke rol ligt daar in het jeugdwerk en welke waarden kunnen daar gefilterd worden? Hoe ervaren de deelnemers die wisselwerking? De vraag zal daar eerder zijn hoe kinderen en jongeren kijken naar identiteitsbeleving en de rol die ze (kunnen) spelen in de dagelijkse maatschappij waar ze in opgroeien. Het vormt een kanttekening bij de resultaten, maar biedt ook kansen voor verder onderzoek.
90 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4. Beperkingen van het onderzoek De inhoudelijke reflectie of nabeschouwing is een ding, automatisch groeit daaruit ook de nood aan methodische reflectie. Het onderzoek vond plaats gedurende een ongekende pandemie. De werkdruk bij de jeugdwerkorganisaties lag erg hoog en de timing van het onderzoeksproject werd meerdere keren bijgestuurd in functie van kwaliteitsbewaking. Dit maakt dat de FOCUS OP PROCES, zoals die centraal vooropgesteld wordt in de oorspronkelijke methode, NIET VOLLEDIG IS UITGEDIEPT. Een aantal fasen zijn uit het proces gehaald om alsnog tot voldoende kwalitatieve resultaten te komen. Alle betrokken actoren werden meermaals ingehaald door de tijd. Zo is bijvoorbeeld het contextualiseren een belangrijke stap om de link tussen jeugdwerkers en deelnemers te leggen, die wegens corona niet voldoende kon worden uitgewerkt. Dit heeft de focus op het microniveau verder aangescherpt. De analyse door de eigen organisatie, het mesoniveau, schijnt minder door en de stemmen van de deelnemers staan centraal aangezien het verzamelen van de verhalen deels uit handen werd gegeven en de analyse gebeurde door de reflectiegroep en het onderzoeksteam. Binnen de bijgestuurde methodologie werd, zoals aangegeven, het verzamelen van verhalen minder procesmatig opgevolgd en werd het meer bij de jeugdwerkers en vrijwilligers gelegd. Dit werkt twee elementen in de hand. Enerzijds maakt dit dat de INTERPRETATIE van de woorden van de bevraagde kinderen en jongeren en de interpretatie van de verhalenverzamelaars soms wat door elkaar loopt. Het is niet altijd zuiver af te leiden of het de letterlijke woorden van de respondenten bevat of al is aangevuld met betekenisgeving door de verhalenverzamelaar. Daarenboven vereist het WERKEN MET VRIJWILLIGE ONDERZOEKERS ook extra tijd om hen aan te sporen en te motiveren om met hun deelnemers in gesprek te gaan en de verhalen correct te verzamelen. Hoewel de methode een vrij eenvoudig proces betreft, dat in veel verschillende contexten toepasbaar is, is het bevragen van kinderen en jongeren volgens de transformatieve evaluatie niet altijd eenvoudig. Daar komt bovenop dat in specifieke contexten er nog meer NOOD IS AAN VAARDIGHEDEN OF COMPETENTIES om de methode correct toe te passen. Zo zijn er erg jonge kinderen, deelnemers met een beperking, taalbarrières, enzovoort. Deze contexten vragen om voldoende oefening en vaardigheid in het correct verzamelen van de verhalen. Om de draagkracht van de organisaties niet te ondermijnen verzamelde het onderzoeksteam zelf de verhalen van de vrijwilligers. De onderzoekers diepten deze verhalen tijdens het gesprek al verder uit met de betrokken vrijwilligers. Dat zorgde voor RIJKERE DATA EN MOGELIJKE VERTEKENING van de resultaten.
91 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
5. Uitdagingen voor stakeholders in het jeugdwerk Ook al blijven er nog vragen liggen en is dit onderzoek gebaseerd op een beperkte vertelling van 83 unieke verhalen, toch zijn er een aantal aanbevelingen te maken. Uit de verhalen van kinderen en jongeren blijkt duidelijk dat elke vorm van jeugdwerk de potentie heeft om een plaats te zijn waar acht waarden zich kunnen ontwikkelen. Kinderen en jongeren zoeken naar een plek waar ze zich thuis voelen en die plek verschilt afhankelijk van hun voorkeuren en hun leefwereld. Het WAARDEREN EN ONDERSTEUNEN VAN EEN GEDIVERSIFIEERD JEUGDWERKLANDSCHAP is dus een belangrijke voorwaarde om dit te realiseren. Als jeugdwerk een waardevolle plek wil zijn in het leven van kinderen en jongeren, zal het moeten vertrekken vanuit een breed leefwereldperspectief en brede invullingen van wat jeugdwerk is en kan zijn. Die diversiteit is er al maar het is belangrijk die zichtbaar te maken, gelijkwaardig te ondersteunen en samenwerking te bevorderen. Flexibel beleid dat durft ‘out of the box’ te denken en beleidsdomeinen durft verbinden, is een startpunt om hybride vormen in het jeugdwerk ademruimte en kansen te geven. Er moet gezocht worden naar een wendbaar en degelijk ondersteuningsbeleid waarin alle vormen van jeugdwerk een gelijkwaardige plaats krijgen. Daarnaast is het van belang om ACTIEF IN TE ZETTEN OP HET ZICHTBAAR MAKEN EN HET BENOEMEN VAN DE WAARDE VAN JEUGDWERK. Dit onderzoek kan de aanleiding vormen voor het opzetten van een beeldvormingscampagne over de waarde van jeugdwerk en dialoog en uitwisseling erover op gang brengen. Zo zal het draagvlak vergroten, de kennis verbreden en de zichtbaarheid van het jeugdwerk, én de waarde ervan, positief groeien. Op die manier kan jeugdwerk een waardevolle plek zijn voor zoveel mogelijk kinderen en jongeren. Dit onderzoek toont dat de beleving van kinderen en jongeren verschilt van de verwachtingen die professionals en experten koesteren m.b.t. jeugdwerk. Sterk jeugdwerk steunt op VRIJWILLIGERS ÉN PROFESSIONALS en beide perspectieven op waardevol jeugdwerk moeten voldoende de kans krijgen om samen te komen en elkaar te inspireren. Het debat over de maatschappelijke rol die jeugdwerk kan en moet opnemen kan in dat samenkomen gevoerd worden. Er moet gezocht worden naar momenten, plaatsen, thema’s waar uitwisseling en debat kan ontstaan. Het lokale beleidsniveau speelt hier een belangrijke rol. Vlaamse beleidsmakers kunnen een visie ontwikkelen, Vlaamse ondersteuners kunnen inspireren en faciliteren, maar samenleven gebeurt daar waar mensen elkaar ontmoeten en samenkomen, in buurten, in steden en gemeenten. Waardevolle ontmoetingsplaatsen, en dus waardevol jeugdwerk creëren is een zaak van kinderen, jongeren, jeugdwerkprofessionals en vrijwilligers op de plaats waar ze samenkomen. Daarnaast liggen er op dat lokale niveau ook veel kansen om te werken aan sterke buurten. Als kinderen en jongeren in jeugdwerk een plaats zien waar ze zich verbonden voelen, plezier beleven, zich veilig voelen, dan liggen daar mogelijkheden om ook in te zetten op VERBINDINGEN BUITEN DE EIGEN GROEP. Vanuit jeugdwerk kunnen bruggen gebouwd worden, met de ondersteuning van het lokale beleid en professionele jeugdwerkers, om te werken aan samenleven in diversiteit. Tot slot is het belangrijk om DE STEM VAN KINDEREN EN JONGEREN IN JEUGDWERKONDERZOEK TE VERSTERKEN. Hun perspectief is onderbelicht, zeker ook dat van kinderen en jongeren die niet deelnemen aan de huidige vormen van jeugdwerk. Participatieve vormen van praktijkgericht onderzoek opzetten in samenwerking met vrijwilligers, jeugdwerkers, beleidsmakers, en kinderen en jongeren zelf is een eerste aanbeveling bij dit onderzoek naar de waarde van jeugdwerk. Transformatieve evaluatie biedt hiervoor kansen. Van daaruit kunnen ook processen van organisatieleren uitgezet worden. Dit onderzoek kon omwille van COVID-19 onvoldoende inzetten op een sterke procesbegeleiding bij de betrokken organisaties. Het valt sterk aan te bevelen om dit proces, in verder onderzoek, ten gronde uit te zetten in functie van een verdere uitdieping van de waarde (en dan ook de meerwaarde?) van jeugdwerk.
92 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Er liggen verder nog ONDERZOEKSMOGELIJKHEDEN in het opzetten van longitudinale studies die meer inzicht bieden in het transitieproces en de waardebepaling die kinderen en jongeren doorlopen. Kinderen en jongeren zien en benoemen de waarde van het jeugdwerk vooral eens ze hebben deelgenomen. Retrospectief lijkt het gemakkelijker om te benoemen wat de waarde nu juist is. In functie van verder onderzoek kunnen overheden en beleidsmakers nog een belangrijke rol spelen in het afstemmen van onderzoeksmiddelen en in het afstemmen van bestaande onderzoekslijnen. Jeugdwerkers én onderzoekers ervaren een grote versnippering van kleine (korte) onderzoeksopdrachten die niet altijd de nodige ruimte hebben om grondig verder te bouwen op het al geleverde werk. Door krachten en kennis te bundelen op verschillende terreinen (het brede vrijetijdsveld), zal de zoektocht naar de waarde van het jeugdwerk en het bijhorende draagvlak groeien. Samenwerking binnen onderzoek zal het signaal krachtiger maken en mee bijdragen aan de kenbaarheid en de toekomst van het jeugdwerk. Dit onderzoeksrapport werd geïntroduceerd als een inspirerend project. Met dit rapport hopen we dan ook de eerste stap te zetten om anderen aan te zetten mee na te denken over de waarde van jeugdwerk. Het wakkert bij het onderzoeksteam alvast goesting aan om meer verhalen te verzamelen, meer deelnemers te betrekken en een breder zicht te krijgen op de visie en beleving van al die jonge mensen die al dan niet betrokken zijn in het jeugdwerk in al haar vormen.
93 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
REFERENTIES
94 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
REFERENTIES Bohn, I., & Stallmann, L. (2007). The socio-economic scope of youth work in Europe. Final Report. Frankfurt. Braeckman, J. (2018), De gemeenschappelijke sokkel van waarden. In F. Dhont (red.) gemeen.d (p. 11-22 ) Brussel: Socius. Bullock, K., Muschamp, Y., Ridge, T., & Wikeley, F. (2010). Educational relationships in out-of-school-time activities: are children in poverty missing out again? Education, Citizen-ship and Social Justice, 5(2): 103-116. Chelminsky, E. (1997) ‘Thoughts for a new evaluation society.’ Evaluation, Volume 3 issue 1, p. 97-118. Cockx, F. en Bastiaensen, H., (2010) De betekenis van sociaal culturele praktijken. Resultaten van een belevingsonderzoek bij participanten in het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Brussel: Socius. Council of Europe (2015). Youth work portfolio. Youth work essentials. Geraadpleegd van https://www.coe.int/en/web/youthportfolio/youth-work-essentials Cooper, S. (2014), “Transformative evaluation: organisational learning through participative practice”, The Learning Organization, Vol. 21 No. 2, p. 146-157. https://doi.org/10.1108/TLO-03-2013-0003 Cooper, S. (2018). Methodology of Transformative Evaluation. In Ord, J. (red.), The Impact of Youthwork in Europe: A Study of Five European Countries. Helsinki, Humak University of Applied Sciences Publications. Cooper, S. (2018). Participatory Evaluation in Youth Work: Theory and Practice. Oxon, UK: Routledge. Cops, D., Pleysier, S., Put, J., & De Boeck, A. (2015). Divers jong: Over diversiteit bij en tussen jongeren in Vlaanderen. D. Cops (Ed.). Leuven, Belgium: Acco. Coussée, F. (2005). De identiteit van het jeugdwerk als pedagogisch aanbod: onderzoek naar de betekenis van het jeugdwerk in de vrije tijd van de jeugdigen. [Doctoraat; Universiteit Gent]. (PPW.DOC.0221). Coussee, F. (2006). Jeugdwerk als sociaalpedagogische interventie. Sociale interventie, 15(3), p. 28-36. Coussee, F., & Bradt, L. (2012). Jeugdwerk en sociale uitsluiting : handvatten voor emanciperend jeugdbeleid. Leuven: Acco. Coussée, F, Roets, G. (2011). Vrijetijdsbeleving van kinderen in armoede. Onderzoek in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap, CJSM, Afdeling Jeugd. Eindrapport. Gent: Vakgroep Sociale Agogiek. Coussée, F., De Schepper, P. & Deceur, E. (2011). Dertien drempels tussen droom en daad: van toegankelijk jeugdwerk naar bruikbaar jeugdwerk. In: Uit de marge van het jeugdbeleid: werken met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. p.130145. Dalle, B., (2019). Beleidsnota Jeugd 2019-2024. Versterkend jeugdbeleid voor alle kinderen en jongeren. Geraadpleegd van https:// publicaties.vlaanderen.be/view-file/32231 Davies, R., & Dart, J. (2005). The ‘most significant change’(MSC) technique. A guide to its use. DOI:10.13140/RG.2.1.4305.3606
95 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. (20/01/2012). Geraadpleegd van https://codex.vlaanderen. be/Portals/Codex/documenten/1021316.html Declaration of the 1st European Youth Work Convention. (2010). Geraadpleegd documents/42128013/47262202/Declaration/2f264232-7324-41e4-8bb6-404c75ee5b62
via
https://pjp-eu.coe.int/
Declaration of the 2nd European Youth Work Convention. Making a world of difference (2015) Geraadpleegd via https://pjpeu.coe.int/documents/42128013/47262187/The+2nd+European+Youth+Work+Declaration_FINAL.pdf/cc602b1d-6efc-46d9-80ec5ca57c35eb85 De Ambrassade. (2018). #Jeugdwerkwerkt vandaag en in de toekomst. Geraadpleegd van https://ambrassade.be/nl/kennis/ artikel/jeugdwerkwerkt-vandaag-en-in-de-toekomst De Backer, K., & Van Effelterre, E. (2001). Ooievaars en bloemkolen. Historisch-pedagogische schets van het jeugdwerk. Geraadpleegd van https://www.canonsociaalwerk.eu/1850_patronaten/2001_Strax_Ooievaars_en_bloemkolen.pdf De Pauw, P., Coussée, F., Van Houtte, M., Vermeersch, H., & Vettenburg, N. (2010). Jeugdbewegingen in Vlaanderen : een onderzoek bij groepen, leiding en leden. Brussel: Vlaams ministerie van cultuur, jeugd, sport en media. De Pauw, P., Vermeersch, H., Cox, N., Verhaeghe, M., & Stevens, P. (2013). Jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Een onderzoek bij werkingen, begeleiding en deelnemende jongeren. Brussel: VIVES – UGent - Agentschap SociaalCultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen, afdeling Jeugd. De Visscher, S. (2011). Hoe publiek is publiek? In N. Van Ceulebroeck (red.). De Hangman. Over jongeren in het straatbeeld (p. 5063). Brussel: Politeia. De Visscher, K., Neyens, M. (2016). Visienota: Diversiteit in/en het jeugdwerk. Brussel. De Ambrassade en Demos. Dhuyvetter, L. (2008). De inclusie van moeilijk bereikbare groepen in het jeugdwerk: de visie van jeugdwerkdeelnemers. Gent: Universiteit Gent/Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. Dunne, A., Ulicna, D., Murphy, I., & Golubeva, M. (2014). Working with young people: the value of youth work in the European Union. Brussels: European Commission. Ella vzw (2014). Intersectioneel denken. Handleiding voor professionelen die intersectionaliteit of kruispuntdenken in de eigen organisatie willen toepassen. Geraadpleegd van https://ellavzw.be/wp-content/uploads/2021/03/HandleidingIntersectionaliteit-ELLA-VZW.pdf Europese Commissie (2002). Een nieuwe stimulans voor jongeren in Europa. Witboek. Geraadpleegd van https://op.europa.eu/ en/publication-detail/-/publication/fc66784d-f7c5-4e8f-b47a-92ebb44f1d64/language-nl/format-PDFX European Commission (2014). Working with young people: the value of youth work in the European Union. Prepared by Allison Dunne, Daniela Ulicna, Ilona Murphy, Maria Golubeva Checked by Daniela Ulicna, Margaret James. Geraadpleegd van https:// ec.europa.eu/assets/eac/youth/library/study/youth-work-report_en.pdf Gatz, S., (2014). Beleidsnota Jeugd 2014-2019. Geraadpleegd van: https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/15640
96 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Ghesquière, P., Maes, B., Vangoidsenhoven, S., & Vastmans, K. (2001). Knelpunten van de huidige typologie van het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen in het licht van de internationale discussie over categoriaal versus non-categoriaal onderwijs aan kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Leuven: KU Leuven. Holtom, D., Watkins, J., & Siladi, S. (2016). Study on the social value of youth organisations. European Youth Forum. Huyge, E., Dehertogh, B., Mortelmans, D., Van Assche, V., Maelstaf, H. (2009). Vrije tijd door Antwerpse tienerogen. Een onderzoek naar de spanning tussen commercie, leefwereld en jeugdbeleid in Antwerpen. Stad Antwerpen. Inter-Agency Working Group on Children’s Participation (IAWGCP) (2007). Minimum Standards for Consulting with Children, Bangkok. Lutz, H., (2002). Zonder blikken of blozen. Het standpunt van de (nieuw-) realisten. Tijdschrift voor Genderstudies, (3), p. 7-17. Morreel, E., Nys, K., & Van Leeuwen, K. (2016). Ouders en jeugdwerk. Ervaringen en verwachtingen van ouders over deelname en betrokkenheid bij jeugdwerk. Onderzoek in opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, afdeling Jeugd. Brussel: Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, afdeling Jeugd. Ord, J., Carletti, M., Cooper, S., Dansac, C., Morciano, D., Siurala, L., & Taru, M. (2018). The impact of youth work in Europe: A study of five European countries. Pissens, L., Siongers, J., Lievens, J., Bradt, L., & Derluyn, I. (2019). Vrije tijd van jongeren in migratie. Departement Cultuur, Jeugd en Media. Raad van Europa (2017). Recommendation CM/Rec(2017)4 of the Committee of Ministers to member States on youth work (Adopted by the Committee of Ministers on 31 May 2017 at the 1287th meeting of the Ministers’ Deputies). Geraadpleegd via https://search.coe.int/cm/Pages/result_details.aspx?ObjectId=0900001680717e78 Schouppe, L., De Visscher, K., & Van de Walle, I. (2014). Verbinding in de vrije tijd: netwerken tussen jeugdwerk en gezinnen in armoede. Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen. Schraepen, B., Maelstaf, H., Dehertogh, B. en Halsberghe, M., (2017). Vrije tijd als handicapsituatie. Welwijs, jaargang 28 (4), p 21-25. Schraepen, B., Maelstaf, H. & Dehertogh, B. (2016). Vrije tijd van jongeren in residentiële voorzieningen: persoonlijke ruimte of hulpverleningsruimte? Onderzoek in opdracht van de Vlaamse overheid, afdeling Jeugd, Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM). Brussel. Schryvers E., Van de Mosselaer K., Dehertogh B. (2015). 1993-2013: Een terugblik op 20 jaar lokaal jeugdbeleid. Departement CJSM afdeling Jeugd: Brussel. Slotverklaring van de 3de Europese Jeugdwerkconventie. Wegwijzers voor de toekomst (2020). Bonn. Geraadpleegd van https://www.eywc2020.eu/downloads/doctrine/WebforumVeranstaltungenWebsiteBundle:Media-file-80/3rd%20EYWC_ final%20Declaration_BE-FL.pdf Smits, W. (2004). Maatschappelijke participatie van jongeren. Bewegen in de sociale, vrijetijds- en culturele ruimte. Samenvatting en beleidsaanbevelingen. Brussel: Onderzoeksgroep TOR, Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel.
97 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Swerts, T., Verschelden, G., De Haene, J., Spijkers, F., Vandenabeele, J., Jans, M. (2014). Vrijetijdsparticipatie in een superdiverse samenleving. Geraadpleegd van http://www.solidariteitdiversiteit.be/uploads/docs/bib/6004_superdivers_diegem_02_vrije_ tijd_03_kopie.pdfVrije tijd in solidariteit Tourne, J. & Bradt, L., (2019). Georganiseerde en ongeorganiseerde vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren. In Bradt, L., Pleysier, S., Put, J., Siongers, J., & Spruyt, B. (Eds.). (2019). Jongeren in cijfers en letters 4 : bevindingen uit de JOP-monitor 4, de JOP-kindmonitor en de JOP-schoolmonitor 2. Leuven, België: ACCO. Van Bouchaute, B., & Van de Walle, I. (2001). Strax: jeugdwerk verkent de toekomst. Maklu. Van der Eecken, A. & Bradt, L., (2019). De betekenis die jongeren geven aan hun vrijetijdsactiviteiten. In Bradt, L., Pleysier, S., Put, J., Siongers, J., & Spruyt, B. (Eds.). (2019). Jongeren in cijfers en letters 4 : bevindingen uit de JOPmonitor 4, de JOP-kindmonitor en de JOP-schoolmonitor 2. Leuven, België: ACCO. Van Doorn, J. & Lammers, C. (1979), Moderne sociologie. Een systematische inleiding. Utrecht, Antwerpen: Het Spectrum. Verbruggen, A., Maelstaf, H., Stevens F. & Desnerck, G. (2016). Sociologische verbeelding als kracht. Gent, België: Academia Press. Vermeulen, S., Teller, M. (2010). Participatie van kinderen en jongeren in armoede. Lessen uit de praktijk. Koning Boudewijnstichting en UNICEF. België. Brussel. Williamson, H. and Coussée, F. (2019), Reflective Trialogue: Conclusions from the History Project – Twelve trilemmas for youth work, in H. Williamson and T. Basarab (eds), The history of youth work in Europe Volume VII: Pan-European and Transnational youth organisations & The overall lessons learned from the history project, Strasbourg: Council of Europe Zetner, M. & Ord, J. (2018). European Youth Work Policy Context. In: Ord, J., Carletti, M., Cooper, S., Dansac, C., Morciano, D., Siurala, L., & Taru, M., The impact of youth work in Europe: A study of five European countries.
98 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
BIJLAGEN
99 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
BIJLAGE 1: HANDLEIDING VOOR DE BETROKKEN JEUGDWERKORGANISATIES Transformatieve evaluatie De kunst van het stellen van die éne vraag?
http://advertisementfeature.cnn.com/think-brilliant/wrong-question-right-answer.html
Robin Polak & Els De Ceuster 2020
100 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Welkom in het onderzoek naar de waarde van het jeugdwerk! Als je deze handleiding in de hand hebt, dan behoor je minstens tot de groep nieuwsgierige jeugdwerkers. Je behoort ook tot een groep van acht heel diverse jeugdwerkingen/organisaties die we graag beter willen leren kennen en waarvan we denken dat ze een boeiende omgeving zijn voor kinderen en jongeren. In opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media werken we binnen de AP Hogeschool al sinds maart aan een onderzoek over de ‘waarde van het jeugdwerk’. Het onderzoek kadert binnen het masterplan ’Diversiteit in/en het jeugdwerk’ en is vooral bedoeld als inspiratiebron bij het uitzetten van de nieuwe beleidslijnen voor de komende periode. De afgelopen maanden hebben we ons in stilte beziggehouden met het doorworstelen van literatuur die ons op weg kon zetten om een theoretisch antwoord te vinden op de vraag wat de waarde van het jeugdwerk kan zijn. Tijd voor actie en vooral tijd om de stem van kinderen en jongeren centraal te zetten. Wat betekent deelnemen aan het jeugdwerk voor hen? Vanuit de wens om kinderen, jongeren, vrijwilligers en professionals die dagelijks vormgeven aan ‘het jeugdwerk’ van heel dichtbij te betrekken bij het onderzoek, werken we met de methode van de transformatieve evaluatie. Deze kwalitatieve onderzoeksmethode is ontstaan vanuit de nood om evaluatie eerder op te vatten als een leerproces en het niet te zien als een proces van louter meten, registreren en bewijzen. In deze handleiding willen we heel concreet beschrijven hoe we met de methode van de transformatieve evaluatie aan de slag willen gaan binnen jouw werking. Wij kijken alvast uit naar een boeiende reis doorheen jeugdwerkland en hopen heel erg op jouw reisgezelschap!
Transformatieve evaluatie: WAT? Meten is weten? Ja, maar achter elke indicator, achter elk percentage of gemiddelde zit een verhaal, een hele context. Kiezen voor een transformatieve evaluatie als onderzoeksmethode binnen dit onderzoek is kiezen om van onderuit, vanuit rijke verhalen en belevingen van kinderen, jongeren, vrijwilligers en professionals, te zoeken naar wat voor hen van belang is. Om dat te realiseren vertrekt de methode vanuit de authentieke vertrouwensband die jij als jeugdwerker7 hebt met de kinderen en jongeren. Je vertrekt vanuit de ‘meest belangrijke veranderingstechniek’ (zie verder: MBV). Deze techniek verwijst naar de insteek waarmee je een gesprek voert met kinderen en jongeren en van waaruit je op zoek gaat naar verhalen. De methode biedt een unieke kans om het gesprek aan te gaan over de waarde van jouw werking voor jouw deelnemers. Dit gesprek proberen we vaak in te vullen vanuit eigen veronderstellingen en de eigen waarde die we eraan toeschrijven, maar klopt dat altijd met het perspectief van de deelnemers zelf? Jij speelt als jeugdwerker een centrale rol bij het genereren van het onderzoeksmateriaal, want jij gaat het gesprek aan met jouw kinderen en jongeren en zoekt naar de meest waardevolle verhalen vanuit hun perspectief. Dankzij jouw inzicht in de leefwereld van kinderen en jongeren kunnen deze verhalen in een ruime context geplaatst worden en zorg jij ervoor dat het gaat om rijke beschrijvingen die de basis vormen voor het verdere onderzoeksproces. Het vraagt geen specifieke onderzoeksvaardigheden of kennis van jou als werker. Het is de kunst van het stellen van die éne vraag waardoor kinderen en jongeren gestimuleerd worden om daar in geuren en kleuren over te vertellen. Het vertrekt van de relatie en vertrouwensband die jij als jeugdwerker sowieso al hebt opgebouwd met de kinderen en jongeren in jouw werking. Het geeft je als jeugdwerker op een authentieke manier feedback over de impact die je hebt en het helpt om te verbinden met wat essentieel is in je dagelijks werk.
7 We hanteren de term ‘jeugdwerker’ in deze context voor de groep vrijwilligers en professionals die dagelijks met kinderen en jongeren vormgeven aan jeugdwerk.
101 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Het onderzoeksproces verloopt in 4 fasen: FASE 1: GENEREREN VAN VERHALEN In deze fase gaan de jeugdwerkers (vrijwilligers en/of professionals) verhalen genereren bij hun jongeren. De mogelijke startvraag voor deze verhalen is de volgende: “Als je terugkijkt op het afgelopen jaar, wat was voor jou de meest belangrijke verandering in je leven door deel te nemen aan deze werking of deze activiteiten?” Het is in deze fase belangrijk dat jongeren in hun eigen woorden, binnen een vertrouwde relatie, kunnen antwoorden. Het is ook essentieel om de kinderen en jongeren te laten uitleggen waarom dit voor hen een belangrijke verandering was/is. FASE 2: ANALYSE EN SELECTIE DOOR DE JEUGDWERKERS Binnen deze fase gaan de jeugdwerkers, ondersteund door de onderzoekers, aan de slag met de verhalen van de jongeren. Dit is de meest uitdagende fase van het onderzoek. De praktijkwerkers selecteren en analyseren de verhalen en vullen deze verhalen aan vanuit hun ervaringen. Dat resulteert in thema’s en domeinen die belangrijk zijn en gecontextualiseerd worden door de rijke ervaring van de praktijkwerkers. Deze fase eindigt met de keuze van het meest passende veranderingsverhaal bij elk thema. Elk thema impliceert een belangrijke waarde die uit de verhalen naar boven is gekomen. FASE 3: ANALYSE EN SELECTIE DOOR DE REFLECTIEGROEP Het onderzoek wordt opgevolgd door een reflectiegroep. In deze reflectiegroep zitten vertegenwoordigers en verdedigers van het jeugdwerk vanuit heel verschillende hoeken. Deze groep leest alle geselecteerde en geanonimiseerde verhalen door en doet een tweede selectie. Ze motiveren ook waarom ze tot deze selectie komen. De feedback vanuit deze groep wordt teruggekoppeld naar elke werking/organisatie. FASE 4: FEEDBACK EN AANBEVELINGEN In deze laatste fase wordt de selectie van de verhalen door de reflectiegroep toegelicht en verantwoord. Elke organisatie geeft aan in welke mate ze zich kan vinden in deze selectie en of ze eventueel nog perspectieven vanuit hun eigen proces mist in de definitielijst van thema’s (cfr. waarden). Deze feedback gaat terug naar de reflectiegroep. Dit iteratieve proces kan herhaald worden als er voldoende tijd is. Elke organisatie formuleert op basis van de verschillende thema’s die naar voor kwamen uit de verhalen en met aandacht voor het kruispuntdenken (een van de basiskaders m.b.t. diversiteit binnen dit onderzoek) een aantal aanbevelingen voor het verdiepen van de eigen werking. Werken met een transformatieve evaluatie is een beetje zoals vakantieherinneringen. Wat herinner je je nog van een reis? En waarom heb je nu net die herinnering aan die reis? Werken met de techniek van de ‘Meest Belangrijke Verandering’, helpt om te focussen op de betekenis die je zelf hecht aan momenten en dat helpt om af te stemmen met de waardevolle dingen en te focussen op een leerproces zodat er nog meer van deze ervaringen tot stand komen.
102 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Transformatieve evaluatie: WAAROM? Binnen dit onderzoek experimenteren we met deze methode door het samen uitzetten van het onderzoeksproces. Een aantal fundamentele stappen in de methode geven richting aan de verdere uitwerking: verzamelen van verhalen, selectie van de meest belangrijke veranderingsverhalen en verantwoording van deze keuze. Het tijdsbestek van dit onderzoek laat niet toe om het proces een aantal keer te herhalen, wat wel zou kunnen als je transformatieve evaluatie zou inzetten als een vorm van organisatieleren en in functie van de eigen kwaliteitszorg. We willen bij het opzetten van dit proces van transformatieve evaluatie heel erg inzetten op het begeleiden van het proces dat je als werking uitzet. We willen aansluiten bij de mogelijkheden die er zijn binnen de organisatie en de tijd en ruimte die vrijgemaakt kan worden. We werken binnen de acht contexten met eenzelfde insteek en willen een vergelijkbaar resultaat. We gaan bij de uitwerking van deze transformatieve evaluatie niet uit van vooraf gedefinieerde theorieën en ideeën. We hebben geen specifieke thema’s voor ogen die we willen aftoetsen, die komen uit de input van de kinderen en jongeren zelf. Die bestaande inzichten hebben we verzameld bij het uitwerken van het eerste deel van dit onderzoek in de literatuurstudie. Die keuze is heel bewust gemaakt om ervoor te zorgen dat er ook onverwachte dingen naar boven kunnen komen. We willen de verhalen echt laten opborrelen en van daaruit op zoek gaan naar overeenstemmende geluiden m.b.t. de waarde van het jeugdwerk voor de deelnemers. Belangrijk om mee te geven is dat we het proces afstemmen op de draagkracht van de werking en we zoveel mogelijk zullen ondersteunen bij de verschillende stappen in het proces.
Transformatieve evaluatie: HOE? We hebben bij het uitzetten van de transformatieve evaluatie gekozen om te werken binnen acht heel diverse omgevingen. We streven op die manier naar een heel diverse groep aan verhalenvertellers binnen de verschillende werkingen en organisaties. We willen graag per werking/organisatie 20 verhalen verzamelen. Deze verhalen komen in eerste instantie van de kinderen en jongeren zelf en we hanteren daarbij een ondergrens van 8 jaar. Daarnaast worden deze verhalen aangevuld met verhalen van de jeugdwerkers die dagelijks met kinderen en jongeren werken. De verhalen die zij doorheen hun jaren ervaring opgepikt hebben, zijn een waardevolle aanvulling. Concreet worden deze stappen doorlopen in het onderzoeksproces: 1. OPSTART EN TRAINING METHODE De opstart van het proces is een belangrijk moment. We moeten op dat moment samen bekijken wat er mogelijk is binnen jouw organisatie en welke ondersteuning daarin nodig is. Bij deze opstart is het ook belangrijk om de techniek van het verhalen verzamelen kort te oefenen. We bekijken ook een paar voorbeelden uit andere projecten zodat iedereen een duidelijk beeld heeft van de omvang en inhoud van de verhalen. We maken tijdens dit opstartmoment ook afspraken over de verdere timing en leggen de twee andere werkmomenten vast. In functie van privacy en gegevensverzameling is het ook belangrijk dat we bij de start een samenwerkingsovereenkomst opmaken. Hierin zullen de afspraken staan over het verzamelen, registreren en verwerken van de gegevens tijdens het onderzoeksproces. Hiermee garanderen we, samen met jullie, de anonimiteit van de verhalenvertellers en -verzamelaars. Wij bieden hier de documenten en begeleiding voor aan, van bij het begin van het proces.
103 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
2. VERHALEN VERZAMELEN Het verzamelen van een verhaal in het kader van dit onderzoek naar de waarde van het jeugdwerk, start bij het stellen van die éne goede vraag. “Als je terugkijkt op het afgelopen jaar, wat was voor jou de meest belangrijke verandering in je leven door deel te nemen aan deze werking of deze activiteiten? Welk verhaal of welke ervaring illustreert dat voor jou? Waarom?” Een aantal kleine bijvragen kunnen helpen om het antwoord in de goed richting te krijgen: •
Welke ervaring is je het meest bijgebleven en waarom?
•
Waarom is net deze ervaring/dit verhaal belangrijk voor jou?
•
Hoe heeft de jeugdwerker je gestimuleerd bij deze verandering?
•
Wat is je drijfveer om naar hier te komen?
•
Wat vind je waardevol aan onze werking?
•
Waarom ben je hier?
•
…
Een voorbeeld:
ALICE’S VERHAAL “Sinds ik naar het jeugdhuis ben gekomen heb ik veel meer vrienden gemaakt, wat ik normaal gesproken niet direct zou doen. In mei hadden we bijvoorbeeld een free podium. In het begin wilde ik niet meedoen en was ik erg stil. De jeugdwerkers overtuigden me om toch mee te doen. Tijdens de repetities durfde ik altijd meer en meer en ik eindigde uiteindelijk op de tweede plaats! Het was erg leuk en ik ben echt trots op mezelf.”
In deze fase is het vooral de jeugdwerker die aan de slag gaat. Het is vanuit deze vertrouwensrelatie met de kinderen en jongeren dat authentieke data verzameld wordt. Het onderzoeksteam biedt in deze fase de nodige ondersteuning via TEAMS. 3. VERHALEN REGISTREREN Het is belangrijk om in eerste instantie de verhalen zoveel mogelijk in de woorden van de kinderen en jongeren zelf te noteren. Het registreren van de verhalen kan op allerlei manieren (noteren, opnemen…), maar de definitieve informatie giet je steeds in het voorziene sjabloon (zie bijlage). Hierdoor kunnen we de verschillende verhalen over de verschillende projecten heen goed vergelijken. Het is belangrijk om bij het registreren van de verhalen, zeker als je dat zelf doet op basis van een gesprek, altijd goed na te gaan bij de jongere of je het verhaal juist begrepen hebt. De kinderen en jongeren die je betrekt in dit proces moeten ook goed op de hoogte zijn van de manier waarop er met hun verhalen gewerkt gaat worden. We voorzien bij de opstart ook de nodige instructies en documenten in functie van de GDPR-wetgeving. Het onderzoeksteam ondersteunt waar nodig bij de registratie.
104 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
4. SELECTIE EN ANALYSE VAN DE VERHALEN We hopen per werking ongeveer 20 verhalen te verzamelen. Tijdens een analyse- en selectiemoment gaan we samen met jullie aan de slag. Het is op dat moment interessant om ook een paar jeugdwerkers te betrekken die de verhalen niet zelf verzameld hebben. Maak hiervoor je collega’s dus zeker ook al warm. Hoe meer ogen en meningen, hoe breder de kijk op al de verhalen die je verzameld hebt zal zijn. We delen de verhalen met elkaar en gaan op zoek naar thema’s. Per thema selecteren we één verhaal waarvan we vinden dat dat het meest sprekend is voor dat thema. We beschrijven ook heel duidelijk waarom we deze keuze maken. Het onderzoeksteam zal deze bijeenkomst voorbereiden en begeleiden. Bijvoorbeeld:
De jeugdwerkgroep heeft dit verhaal geselecteerd omdat het aantoont dat de jeugdwerkers in staat zijn om het potentieel te zien in jongeren en hun zelfvertrouwen op te krikken. De relatie met Alice vroeg om een vastberaden aanpak, om haar langzaam te leren kennen door de moeite te nemen om een regelmatig een gesprek te voeren. Dit stelde de jeugdwerkers in staat om na verloop van tijd een solide relatie op te bouwen. In 2013 werd Alice aangemoedigd en ondersteund om deel te nemen aan de repetities. Door haar te steunen en aan te moedigen gedurende de daaropvolgende 2 jaar kon Alice volledig tot haar recht komen in het jeugdhuis.
De verhalen geven je als werking een rechtstreekse inkijk in de waarde van bepaalde thema’s voor een aantal kinderen en jongeren. Het is een unieke kans om het gesprek hier samen over aan te gaan en het kan inspirerend werken voor toekomstige plannen. 5. FEEDBACK EN AANBEVELINGEN De geselecteerde verhalen van elke organisatie worden voorgelegd aan de reflectiegroep. Zij doorlopen hetzelfde proces opnieuw en selecteren de definitieve verhalen bij de definitieve thema’s. Ze motiveren ook uitgebreid waarom ze voor bepaalde verhalen kiezen. In een feedbackmoment waarin we hierover samen met jullie in gesprek gaan, zoeken we vanuit de definitieve verhalen ook naar mogelijke aanbevelingen voor je eigen werk en voor het jeugdwerk in het algemeen. Bijvoorbeeld:
De reflectiegroep selecteerde dit verhaal omdat ze vonden dat Alice door de extra stimulering kansen heeft gekregen die ze anders had gemist. Haar verhaal toont ook het vermogen van de jeugdwerkers om jongeren te bereiken en in te schatten wanneer mensen extra ondersteuning nodig hebben. De jeugdwerkers hebben de sleutel gevonden, haar liefde voor muziek, om haar potentieel tot haar recht te laten komen. Alice is van een totaal onzichtbaar groepslid uitgegroeid tot iemand die zingt op een podium in het bijzijn van leeftijdgenoten, jeugdwerkers en een onbekend publiek. De groep vond dat dit een rimpeleffect zou kunnen teweegbrengen waarbij Alice anderen kan helpen die zich misschien in dezelfde situatie bevinden. De groep vond dat Alice een heel belangrijke verandering had doorgemaakt ...
105 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Timing en kort overzicht
FASE 1
FASE 2
FASE 3
FASE 4
SEPTEMBER - OKTOBER •
Opstart en training methode (1ste overleg jeugdwerkers en onderzoekers)
•
Eerste verhalen verzamelen (jeugdwerkers)
OKTOBER - NOVEMBER •
Verhalen verzamelen (jeugdwerkers)
•
Selectie en analyse van de verhalen door jeugdwerkers (2de overleg jeugdwerkers en onderzoekers)
NOVEMBER - DECEMBER •
Selectie en analyse van de verhalen door de reflectiegroep
•
Feedback en aanbevelingen (3de overleg jeugdwerkers en onderzoekers)
DECEMBER - JANUARI •
Feedback en aanbevelingen
•
Onderzoeksrapport
En wat daarna? De resultaten uit de acht verschillende jeugdwerkingen worden gebundeld in een onderzoeksrapport. Samen met de literatuurstudie die we voorafgaand aan dit proces al hebben gemaakt, vormt dit rapport de basis voor een artikel en een lijst van aanbevelingen voor het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Het onderzoeksrapport zal beschikbaar worden gemaakt voor alle betrokkenen en bijgevolg dus ook voor jou als essentiële partner. Vanuit De Ambrassade en het departement worden er volop plannen gemaakt over de manier waarop de conclusies uit dit onderzoek breed bekend gemaakt kunnen worden.
106 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
COLOFON Deze publicatie is een uitgave van het iSOS-kenniscentrum (AP Hogeschool) in opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media.
Auteurs Els De Ceuster, Robin Polak, Jusra Baki
Vormgeving www.bloudruk.be
Foto’s Shutterstock
Verantwoordelijke uitgever Luc Delrue Departement Cultuur, Jeugd en Media Arenbergstraat 9 1000 Brussel
vlaanderen.be/cjm twitter.com/deptCJM facebook.com/deptCJM
Wettelijk depotnummer D/2022/3241/083
107 •
Onderzoeksrapport: Op zoek naar de waarde van het jeugdwerk
Vlaamse overheid Departement Cultuur, Jeugd en Media Arenbergstraat 9 1000 BRUSSEL vlaanderen.be/cjm