Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 BIJDRAGE VAN DE VLAAMSE ADMINISTRATIE AAN HET REGEERAKKOORD VAN DE VLAAMSE REGERING 2019-2024
Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 CIRCULAIRE ECONOMIE
CIRCULAIRE ECONOMIE De Vlaamse overheid zet een aantal fundamentele stappen op weg naar een circulaire economie. Die economie zorgt voor een sterke daling van de CO2-uitstoot en werkt hoofdzakelijk met meer biogebaseerde grondstoffen. We richten ons op vier domeinen: onze productie en consumptie van goederen en diensten, ons voedselsysteem, de waterkringloop en ons bouwsysteem. Dat gebeurt in afstemming met de andere transities, want een circulaire economie realiseren we niet zonder industriële evoluties, gerichte aanpassingen in het onderwijs, een energiebeleid dat zich baseert op dezelfde principes, enzovoort.
De lineaire economie loopt vast Tegen 2050 zijn we met 10 miljard mensen op de aarde. Om onze behoeften te vervullen, maken we massaal gebruik van grondstoffen, energie, lucht, water, bodem, ruimte en natuur. Een lineaire economie (maken – gebruiken – afdanken) verbruikt die hulpbronnen in grote hoeveelheden. Ze gebruikt ze inefficiënt en hergebruikt ze nauwelijks. De gevolgen daarvan zijn een grote uitstoot van afval en broeikasgassen, afvalwater, een vervuilde en uitgeputte bodem en een verarming van de natuur. Een groot aantal cijfers toont dat duidelijk aan: Het grondstoffenverbruik van de Vlaamse consumptie is vier keer hoger dan wat duurzaam is. Jaarlijks verdwijnen meer dan 3 miljoen ton grondstoffen in verbrandingsinstallaties en stortplaatsen omdat ze niet hergebruikt of gerecycleerd worden. De Vlaamse broeikasgassenuitstoot moet tegen 2030 dalen met 35% om de klimaatdoelstellingen te halen. Tegen 2050 moeten we zelfs klimaatneutraal zijn.
De watervoorraad in Vlaanderen staat zwaar onder druk door de klimaatwijziging, een hoog waterverbruik door een hoge bevolkingsdichtheid, een versnelde afvoer door toenemende verharde oppervlakte en weinig ruimte voor water. Minstens tot 2036 zijn zware inspanningen nodig om ongeveer 35.000 bodemverontreinigingen uit het verleden op te ruimen. De onbebouwde ruimte is sinds 2000 met meer dan 6 ha per dag verminderd. Die oppervlakte moeten we tegen 2025 terugdringen tot 3 ha per dag. De negatieve effecten van een lineaire economie zijn ook op economisch vlak merkbaar. Tot 40% van de bedrijfskosten in een KMO zijn verbonden met het gebruik van grondstoffen. Deze komen bovendien voor 90% uit het buitenland. We zijn dus heel kwetsbaar voor de aanvoer van onze grondstoffen. En ook op sociaal vlak heeft onze wegwerpeconomie nadelen. De aankoopprijs van een product moet zo laag mogelijk gehouden worden. Dat leidt tot slechtere arbeidsomstandigheden, zowel hier als in lagelonenlanden. Het is ook zo dat toenemende kosten om milieuvervuiling terug te dringen de prijzen voor energie, huisvesting, mobiliteit en voeding doen stijgen. Kwetsbare groepen, of zo’n 10 à 15% van de Vlaamse bevolking, dreigen die prijsstijgingen financieel niet aan te kunnen.
Circulaire economie zorgt voor meer welvaart en welzijn HEFBOOM 1 — Zo veel mogelijk natuurlijk kapitaal behouden en herstellen We zorgen ervoor dat grondstoffen, energie, water, bodem en ruimte zo lang mogelijk in een gesloten kringloop blijven, langer meegaan en een zo hoog mogelijke waarde behouden. Natuur, biodiversiteit en lucht houden we in goede 2
Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 CIRCULAIRE ECONOMIE
staat. Het verlies van hulpbronnen, bijvoorbeeld door afval, afvalwater en luchtvervuiling, mag niet hoger liggen dan wat de aarde kan reproduceren. Dat veronderstelt: dematerialisatie: behoeften vervullen met minder hulpbronnengebruik; kringlopen sluiten: hulpbronnen langer laten meegaan en opnieuw inzetten waar mogelijk; hulpbronnen met hoge milieu-impact vervangen door hulpbronnen met lage milieu-impact. HEFBOOM 2 — Mee een oplossing bieden voor de klimaatverandering Meer dan 60% van onze broeikasgassenuitstoot komt door de ontginning, de productie, het transport en de consumptie van grondstoffen, producten, voedsel en bouwmaterialen en de verwerking van afval dat daaruit ontstaat. De koolstofvoetafdruk van de Vlaamse consumptie moet tegen 2050 90% lager liggen dan vandaag als we onder de 2°C-drempel willen blijven. Dat betekent dat de territoriale CO2-emissies van Vlaanderen en de wereldwijde koolstofvoetafdruk van de Vlaamse consumptie tegen 2030 met ongeveer 35% moeten dalen. Een circulaire economie zal die uitstoot sterk verminderen. HEFBOOM 3 — Bedrijven een toekomst geven in Vlaanderen Een circulaire economie leidt tot meer economische veerkracht door meer competitiviteit en minder afhankelijkheid van buitenlandse grondstoffen. Een zuiniger en efficiënter gebruik van (lokale) hulpbronnen, grondstoffen en een grotere inzet van gerecycleerde en biogebaseerde materialen kunnen ervoor zorgen dat Vlaamse bedrijven beter kunnen concurreren met bedrijven in het buitenland. De Vlaamse economie heeft daarvoor sterke troeven: de chemische industrie, de maaken voedingsindustrie, en een concentratie van innovatieve en creatieve ondernemers en onderzoekers. HEFBOOM 4 — Werkgelegenheid creëren in Vlaanderen en de strijd tegen sociale ongelijkheid aangaan Een innovatieve industrie en een uitgebreide
recyclage-, hergebruik- en reparatiesector zullen meer jobs opleveren voor laaggeschoolde, praktijkgeschoolde en technische profielen. Door mensen tijdig voor te bereiden en te investeren in opleiding, onderwijs en mobiliteit op de arbeidsmarkt, kunnen we de vruchten van de circulaire economie plukken. Bovendien zal een goede organisatie van hergebruik en gedeeld gebruik producten en diensten betaalbaar en toegankelijk houden voor een bredere groep. Door sociaal rechtvaardig te financieren kunnen we de noodzakelijke investeringen en de winsten van de circulaire economie rechtvaardig verdelen over de samenleving.
De ambitie van Vlaanderen voor de circulaire economie Vlaanderen is een kleine regio in een wereldeconomie. Het doel van onze economie is ons welzijn maximaliseren met de beschikbare middelen, zowel op korte als op lange termijn. De grenzen van wat ons natuurlijk systeem kan dragen (de planetaire grenzen) bepalen die middelen. We zetten een circulaire economie op om dat te realiseren. Hoe maken we onze economie nu circulair, koolstofarm en meer biogebaseerd? We hebben twee duidelijke opdrachten: de voetafdruk van onze consumptie verkleinen en ervoor zorgen dat onze landbouw en industrie circulair produceren. Daarvoor schuiven we de volgende vier ambitieuze doelen naar voren die voor deze legislatuur zijn vertaald in vier concrete beleidsdoelstellingen en tien beleidsvoorstellen: DOEL 1 Tegen 2030 is de materialenvoetafdruk gedaald met 30%, tegen 2050 met 75%. De materialenvoetafdruk geeft aan hoeveel kilogram aan metalen, mineralen, fossiele grondstoffen en biomassa wordt verbruikt voor de Vlaamse productie en consumptie, zonder de export. Onrechtstreeks wordt daarmee ook de wereldwijde koolstofvoetafdruk van de Vlaamse consumptie verlaagd. DOEL 2 Tegen 2030 is de Vlaamse industrie wereldwijd koploper in circulaire productie.
3
Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 CIRCULAIRE ECONOMIE
DOEL 3 Tegen 2030 beschikt Vlaanderen over een robuust watersysteem dat klimaatschokken (droogte en overvloedige regenval) kan opvangen, dat verschillende functies, zoals transport, wonen, industrie en landbouw, kan vervullen, en waarin alle afvalwater maximaal gezuiverd of gerecupereerd is.
Beleidsdoelstelling 1 — DE VLAAMSE OVERHEID ALS PARTNER EN ALS REGELGEVER IN DE TRANSITIE CIRCULAIRE ECONOMIE Samen met burgers, bedrijven, het middenveld, kennisinstellingen, lokale overheden en de financiële sector zetten we onze publiek-private samenwerking voort. We voorzien in de nodige middelen en versterken het onderzoeks- en innovatiebeleid richting een circulaire economie. We sturen ons wettelijke en financiële kader bij met het oog op een daling van de koolstof- en materialenvoetafdruk. Vanuit de overheid zelf voeren we een duurzaam investeringsbeleid. We werken daarbij samen met het lokale, federale en Europese overheidsniveau. De Vlaamse overheid geeft als grootste consument van Vlaanderen het goede voorbeeld en maakt werk van een circulair aankoopbeleid.
Beleidsvoorstel 1.1 — We versnellen de omslag naar een circulaire economie door gerichte investeringen en partnerschappen. We reserveren jaarlijks middelen voor de innovatie van producten, business-, productie- en consumptiemodellen en zorgen dat we daarbij kunnen leren wat werkt en niet werkt. We doen dat via proeftuinen, green deals, regelluwe innovatieruimtes en experimentele projecten, én vanuit verschillende oogpunten (technisch, sociologisch, milieukundig, bedrijfsmatig …). We vormen partnerschappen tussen bedrijven, kennisinstellingen, financiële instellingen, het middenveld en de overheid. De Vlaamse overheid zorgt voor een
professioneel transitiemanagement en voorziet in de nodige overheidsbudgetten.
Beleidsvoorstel 1.2 — We creëren de financiële, juridische en maatschappelijke randvoorwaarden voor een circulaire economie. We overstijgen het projectmatig werken door de belastingdruk te verschuiven van arbeid naar grondstoffen, materialen, afval, CO2-uitstoot en energie. Bedrijfsinvesteringen willen we zo sturen richting lagere broeikasgasemissies en meer circulaire bedrijfsvoering. De aanwending van nieuwe heffingen, zoals de koolstofheffing, is van belang voor het draagvlak en de effectiviteit. Vermijden van energiearmoede en sociale herverdeling zijn belangrijke aandachtspunten. In Vlaanderen moedigen we financiers aan om te kiezen voor een duurzaam investeringsbeleid. De overheid neemt het voortouw met een circulair aankoop- en investeringsbeleid. We geven groene Vlaamse obligaties uit. We ontwikkelen gemengde financiële producten om groene technologieën en businessmodellen te financieren. We stemmen gewestelijke en federale regelgeving af via een intra-Belgisch platform. We zorgen samen met de Europese regelgever voor een wetgevend kader dat het sluiten van kringlopen stimuleert door in te grijpen in het ontwerp via ecodesign of in het productieproces. De criteria om vergunningen, erkenningen, subsidies enzovoort te verkrijgen, worden zo aangepast dat ze circulariteit op lange termijn bevorderen. We organiseren een platform voor internationale expansie, zodat Vlaamse bedrijven de vruchten van hun inspanningen kunnen plukken.
Beleidsdoelstelling 2 — VERHOOGDE CIRCULAIRE PRODUCTIE EN CONSUMPTIE VAN GOEDEREN EN DIENSTEN Productie en consumptie worden kwaliteitsvol en sociaal verantwoord georganiseerd. We vervullen onze behoeften met minder maar duurzame grondstoffen en we blijven binnen de grenzen van onze planeet. We zorgen ervoor dat Vlaanderen daarin een eerlijk aandeel inneemt. 4
Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 CIRCULAIRE ECONOMIE
Voor circulaire productie en consumptie is het essentieel dat we: producten en onderdelen van producten langer laten meegaan door ze beter te ontwerpen, te onderhouden, te herstellen, te hergebruiken, of door delen ervan opnieuw te gebruiken in een nieuw product; producten recycleerbaar maken en gerecycleerde of biogebaseerde grondstoffen gebruiken; producten intensiever gebruiken, bijvoorbeeld door gedeeld gebruik, leasing en verhuur; productie-, distributie-, diensten- en consumptiemodellen ontwikkelen die materialen in de keten zo hoogwaardig mogelijk inzetten; afvalstoffen meer en beter gescheiden inzamelen en zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken of recycleren.
Beleidsvoorstel 2.1 — We creëren markten voor circulaire goederen en diensten. Het Vlaamse overheidsinstrumentarium wordt ingezet om levensduurverlenging, onderhoud, herstel, hergebruik van onderdelen, lokaal hergebruik, biogebaseerde productie, gedeeld gebruik en nieuwe circulaire werkgelegenheid aan te moedigen. We zorgen ervoor dat producenten verantwoordelijk zijn voor de volledige levenscyclus van hun product, onder meer via de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dat zal zorgen voor beter recycleerbare producten, de inzet van recyclaten, meer financiële stimulansen voor gescheiden inzameling, hergebruik en recyclage, en een volledige financiering van de zwerfvuilkosten. Tegen 2025 moeten alle verpakkingen herbruikbaar, recycleerbaar of composteerbaar zijn.
Beleidsvoorstel 2.2 — We zorgen ervoor dat bedrijven en organisaties elkaars reststromen gebruiken als grondstof. We ontwikkelen en ondersteunen een Vlaams platform, het symbioseplatform, om gegevens uit te wisselen over reststromen en de mogelijkheden om ze opnieuw te gebruiken als grondstof.
We begeleiden bedrijven om de juiste match te vinden. In eerste instantie richt het platform zich op de uitwisseling van materiaalstromen. Op langere termijn kan het ook gebruikt worden voor energie, water en ruimte.
Beleidsdoelstelling 3 — EEN VERLAAGDE VOETAFDRUK VAN ONZE VOEDING EN EEN HOOGWAARDIGE INZET VAN BIOMASSA DOOR EEN CIRCULAIRE AANPAK VAN DE VOEDINGSKETEN EN MINDER VOEDSELVERLIES De vraag naar voedsel zal tegen 2050 sterk toenemen door de toename van de wereldbevolking. Het voedselsysteem is een ingewikkelde relatie tussen vraag en aanbod in de diverse schakels van de keten. Het huidige voedselsysteem loopt tegen economische, sociale en ecologische grenzen aan. Het landbouw- en voedselsysteem is afhankelijk van schaarser wordende ruimte en grondstoffen met sterk schommelende prijzen. De voedselprijzen evolueren echter niet mee. Dat brengt grote risico’s mee voor de hele keten, van riek tot vork. Daarom is het noodzakelijk om onze voedselproductie en -consumptie duurzaam en circulair te organiseren. Biomassa is een hernieuwbare grondstof die CO2 uit de lucht haalt en opslaat, en die gebruikt kan worden als grondstof of als energiebron. Biomassa kan gehaald worden uit landbouwgewassen, hout, grassen, gewassen die in het water geteeld worden, zoals algen en wieren, en reststromen daarvan. We voorzien in een duurzame productie van biomassa en zorgen ervoor dat we biomassa eerst gebruiken als voedsel, dan pas als grondstof, en ten slotte als energiebron.
Beleidsvoorstel 3.1 — We ontwikkelen een integraal en coherent voedselbeleid voor een duurzame circulaire voedselketen. We ontwikkelen een ambitieus, integraal en coherent voedselbeleid dat ervoor zorgt dat alle schakels in de voedingsketen (dierenvoeding, landbouw, voedingsindustrie, distributie en con5
Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 CIRCULAIRE ECONOMIE
sument) hun verantwoordelijkheid opnemen voor een toekomstbestendig voedselsysteem met een gezond en duurzaam voedselaanbod. De kosten van de te leveren inspanningen zijn daarbij over de hele keten rechtvaardig verdeeld. Het beleid stimuleert een gezond voedingspatroon en een verschuiving van dierlijke naar plantaardige en alternatieve eiwitten. We stimuleren een toekomstgerichte en duurzame voedselketen door te investeren in innovatie en experimenten. Daarvoor ontwikkelen we een breed gedragen onderzoeksagenda. We bouwen een Vlaams netwerk uit voor de verdeling, verwerking en redistributie van voedseloverschotten en ontwikkelen een publiek-privaat actieprogramma om voedselverlies in de hele keten te vermijden.
Beleidsvoorstel 3.2 — We ontwikkelen een geïntegreerd bio-economiebeleid om fossiele en primaire grondstoffen te vervangen. We streven naar een lokale bio-economie die gebaseerd is op de duurzame productie van biomassa. We ontwikkelen een beleidskader dat: onze bodem gezond houdt en verontreinigingen wegwerkt; biomassa en biomassareststromen eerst en vooral gebruikt als voedsel, dan pas als grondstof en voeder, en ten slotte als energiebron; de biologische kringloop sluit door biomassareststromen en nutriënten van dierlijke oorsprong opnieuw in te zetten als bodemverbeteraar; alle bioafval weert uit het restafval; de productie van biomassa als grondstof stimuleert voor industriële toepassingen, binnen de grenzen van de draagkracht van de natuurlijke ecosystemen. We zorgen voor de nodige coördinatie met de interdepartementale werkgroep Bio-economie als centrale draaischijf en we verbeteren de afstemming met de andere overlegfora van de transitieprioriteit circulaire economie. We bieden wetenschappelijke ondersteuning en innovatieruimte aan.
Beleidsdoelstelling 4 — MAXIMAAL WATERHERGEBRUIK IN EEN VEERKRACHTIG WATERSYSTEEM Water is wereldwijd maar ook in Vlaanderen steeds meer een schaars goed. Een transitie naar circulair denken in de waterkringloop biedt mogelijkheden voor een efficiënter waterbeheer. Dat betekent aansturen op minder waterverbruik, het beschikbare water maximaal hergebruiken en versnelde afvoer van water verminderen.
Beleidsvoorstel 4.1 — We verzekeren een duurzaam waterbeheer in de stedelijke en industriële omgeving, in de open ruimte en in de landbouw. We zorgen voor maximale buffering, berging en vertraagde afvoer van hemelwater om tekorten op te vangen en wateroverlast te vermijden. Daardoor maken we de watersystemen in Vlaanderen beter bestand tegen de impact van de klimaatverandering. We werken een aanpak op maat uit voor bebouwde regio’s (stad en dorp), landbouw en open ruimte. We verzekeren hergebruik van water op verschillende schaalniveaus. We bieden individuen, lokale overheden, bedrijven en landbouwers de juiste ondersteuning om dat mogelijk te maken. We zetten innovatieve monitoringstechnieken ruimer in voor de landbouw en de open ruimte. Via digitalisering dragen we bij tot een efficiënter en doelmatiger waterbeheer.
Beleidsvoorstel 4.2 — We zuiveren afvalwater en halen er grondstoffen en energie uit. De terugwinning van grondstoffen en energie uit afvalwater vormt een van de pijlers om een goede oppervlakte- en grondwaterkwaliteit te realiseren. Het gezuiverde afvalwater wordt naargelang van de kwaliteitseisen optimaal ingezet voor nieuwe toepassingen. We voorzien daarvoor in duidelijke kaders met minimumvoorwaarden om verontreiniging te vermijden en de gezondheid te beschermen.
6
Beleidsvoorstellen op basis van Visie 2050 CIRCULAIRE ECONOMIE
Beleidsdoelstelling 5 — CIRCULAIR BOUWEN EN CIRCULAIR RUIMTEGEBRUIK ALS STANDAARDPRAKTIJK Naast voeding is huisvesting het consumptiegebied met de grootste milieu-impact. We hebben te kampen met een versnipperde ruimte die plaats moet bieden aan een groeiende bevolking, meer natuur, recreatie, landbouw en industrie. De versnippering zorgt ook voor moeilijkheden op het vlak van mobiliteit. Om onze klimaatdoelstellingen te halen, moet de CO2-uitstoot van gebouwenverwarming met bijna 50% dalen tegen 2030. Het tempo om de gebouwen energiezuiniger te maken, moet bijna vier keer hoger. Nieuwbouw en renovatie moeten de principes van circulair bouwen volgen. We hergebruiken maximaal structuren die er al staan. Gebouwen worden ontworpen voor een lange levensduur, en kunnen gemakkelijk aangepast en gedemonteerd worden. We kiezen voor bouwmaterialen met een lage milieu-impact, niet alleen tijdens de gebruiksfase, maar ook in de fase van ontginning, transport en productie. Toekomstige bouwvormen gebruiken de ruimte met een hoger rendement en minder verharding en laten meer verwevenheid toe. We moeten meer bouw- en sloopafval gescheiden inzamelen en hoogwaardiger hergebruiken en recycleren. Niet-herbruikbare, recycleerbare of risicovolle gevaarlijke stoffen, zoals asbest, moeten uit de kringloop verdwijnen. Vlaamse bedrijven zijn actief in alle fasen van de bouwkringloop. Ze zorgen voor regiogebonden bedrijvigheid, tewerkstelling en economische groei. Circulaire innovaties en businessmodellen maken de bouwsector toekomstbestendig, met afzetmogelijkheden binnen en buiten Vlaanderen.
Beleidsvoorstel 5.1 — We testen circulair bouwen uit via de green deal circulair bouwen en passen beleid aan voor de opschaling ervan. De green deal circulair bouwen is een breed publiek-privaat partnerschap van actoren in de ruime bouwsector. Gedurende vier jaar wordt ingezet
op innoveren, experimenteren en het delen van ervaringen. We ondersteunen de green deal door een onderzoeksconsortium (proeftuinonderzoek) en organiseren een subsidieoproep voor circulaireeconomieprojecten in de bouw. Bij aanvang ligt de focus van het proeftuinonderzoek op innovatieve bouw-, renovatie- en afbraaktechnieken met het oog op hoogwaardig hergebruik en recyclage. Daarnaast zoekt het partnerschap naar circulaire oplossingen qua ontwerp (op het niveau van gebouwen, maar ook op wijkniveau), materiaalkeuze, veranderingsgericht en modulair bouwen.
Beleidsvoorstel 5.2 — Via aangepaste instrumenten en regelgeving, zoals het M-peil, de materialenpas en streefnormen, bevorderen we circulair bouwen op het niveau van een gebouw, wijk, bedrijventerrein of stad. We verlagen de milieu-impact van renovatie en nieuwbouw door de impact van de gebruikte bouwmaterialen zo laag mogelijk te houden. Daarvoor voeren we een materialenpeil in waarmee we de milieuvoetafdruk van een gebouw meten over zijn hele levenscyclus, inclusief de opbouw en afbraak ervan. In eerste instantie maken we de voetafdruk bij alle overheidsgebouwen en -infrastructuurwerken zo klein mogelijk. Vervolgens veralgemenen we dat voor alle gebouwen en werken in Vlaanderen. We werken een afwegingskader uit voor nieuwbouw versus renovatie. We zorgen voor een materialenpaspoort dat de ontmanteling en recyclage van een gebouw bij einde leven vergemakkelijkt. We passen regelgeving en financiële instrumenten aan om realisaties en sectorinnovaties richting circulair bouwen en slopen te stimuleren. We voorzien in voldoende middelen voor een actief asbestafbouwbeleid met aandacht voor kwaliteitsvolle, maximaal hernieuwbare en zuivere reststromen. Een circulaire bouwpraktijk houdt ook het maximale hergebruik van de bodemoppervlakte in. We willen historische bodemverontreiniging versneld verwijderen zodat we de gronden opnieuw kunnen inzetten. Bij gebiedsontwikkelingen op bedrijventerreinen, op wijk- of stedelijk niveau passen we de principes van de circulaire economie toe: verweven, hergebruiken, intensiveren, tijdelijk gebruiken, en minder uitbreiden en verharden. 7
Havenlaan 88 bus 20 1000 Brussel departement.kb@vlaanderen.be www.vlaanderen.be
VU: Martin Ruebens, Departement Kanselarij en Bestuur, Havenlaan 88, bus 20, 1000 Brussel — Depotnummer: D/2019/3241/159
DEPARTEMENT KANSELARIJ EN BESTUUR