Advies Een beter kader voor buitenlandse ondernemers Brussel, 26 april 2021
SERV_ACEM_20210426_Beroepskaarten_ADV.docx Adviescommissie Economische Migratie Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@commissieeconomischemigratie.be www.commissieeconomischemigratie.be
Een beter kader voor buitenlandse ondernemers
Adviesvraag: Voorontwerp van decreet over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen Adviesvrager: Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Ontvangst adviesvraag: 29 april 2021 Adviestermijn: 30 Decretale opdracht: adviesfunctie Goedkeuring raad: 26 april 2021
Contactpersoon: Niels Morsink – nmorsink@serv.be
2
Mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 1210 Sint-Joost-ten-Node
contactpersoon Niels Morsink nmorsink@serv.be
ons kenmerk SERV_ACEM_BR_20210426_beroepskaarten
Brussel 26 april 2021
Een beter kader voor buitenlandse ondernemers
Mevrouw de viceminister-president Ondernemers bieden de Vlaming producten, diensten en jobs aan. Zowel Europese ondernemers als ondernemers van buiten de EU investeren in Vlaanderen en voor hen moet dus de rode loper worden uitgerold. Daarom zijn de sociale partners verheugd dat Vlaanderen deze bevoegdheid in handen neemt en dat er een duidelijk, gedigitaliseerd en toekomstgericht wettelijk kader komt. De sociale partners betreuren wel dat de Vlaamse Regering nog enkele scherpe struikelstenen door de rode loper laat priemen zoals het benodigde startkapitaal en de diplomavereiste Hoogachtend
Stefaan Peirsman voorzitter
SERV_ACEM_20210426_Beroepskaarten_ADV.docx Adviescommissie Economische Migratie Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@commissieeconomischemigratie.be www.commissieeconomischemigratie.be
Een beter kader voor buitenlandse ondernemers
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................ 4 Advies ................................................................................................................................ 5 1
Inleiding.................................................................................................................. 5
2
Diplomadrempel..................................................................................................... 5
3
Kapitaaldrempel ..................................................................................................... 6
4
Doorlooptijd en procedure .................................................................................... 6
4.1
Ondernemingsloketten ............................................................................................. 6
4.2
Gelijke behandeling ................................................................................................. 7
5
Beroepsprocedure ................................................................................................. 7
6
Inspectie ................................................................................................................. 7
7
Punctuele opmerkingen ........................................................................................ 7
7.1
Harde kern ............................................................................................................... 7
7.2
Culturele en sportieve meerwaarde ......................................................................... 8
7.3
Bijkomende voorwaarden ........................................................................................ 8
4
Een beter kader voor buitenlandse ondernemers
Advies 1
Inleiding
Ondernemers bieden de Vlaming producten, diensten en jobs aan. Zowel Europese ondernemers als ondernemers van buiten de EU investeren in Vlaanderen en voor hen moet dus de rode loper worden uitgerold. Daarom zijn de sociale partners verheugd dat Vlaanderen deze bevoegdheid in handen neemt en dat er een duidelijk, gedigitaliseerd en toekomstgericht wettelijk kader komt. Het verduidelijken van de criteria voor economische meerwaarde komt de rechtszekerheid ten goede en doet hopelijk buitenlandse ondernemers vaker voor Vlaanderen kiezen. De sociale partners scharen zich achter de doelstelling in het Vlaams Regeerakkoord om meer ambitieuze buitenlandse ondernemers en innovatief buitenlands talent aan te trekken, rekening houdend met de economische meerwaarde. ‘Start-ups’ hebben echter geen monopolie op economische meerwaarde. Daarom betreuren de sociale partners dat de Vlaamse Regering nog enkele scherpe struikelstenen door de rode loper laat priemen zoals het benodigde startkapitaal en de diplomavereiste. Deze disproportionele drempels lijken enkel als doel te hebben ondernemende, buitenlandse onderdanen te weren. Nochtans creëren talrijke buitenlandse onderdanen elke dag economische meerwaarde in Vlaanderen. De sociale partners vragen daarom geen nieuwe muren tegen niet-Europese ondernemers op te trekken. Buitenlandse ondernemers zijn geen bedreiging, maar dragen bij aan een dynamischer Vlaanderen. Dat betekent niet dat de sociale partners ervoor pleiten om de deuren wagenwijd open te zetten voor alle buitenlandse onderdanen. De sociale partners vragen om een zorgvuldige beoordeling te maken op basis van het ondernemingsplan en met name het financieel plan, elementen die ertoe doen bij de bedrijfsvoering, in plaats van botweg een dubbele blokkade op te werpen.
2
Diplomadrempel
Ondanks het eerdere advies van de sociale partners1 werd de diplomadrempel behouden. Dit betekent dat buitenlandse onderdanen minstens een diploma secundair onderwijs moeten hebben om een onderneming in Vlaanderen te kunnen opstarten. Voor Vlaamse ondernemers bestaat deze drempel niet en dat is een goede zaak, want ook kortgeschoolden kunnen succesvolle ondernemers worden die een innovatieve en/of economische meerwaarde aan Vlaanderen bieden. Buitenlandse onderdanen kunnen door werkervaring een beroep zoals loodgieter hebben geleerd zonder dat ze een diploma secundair onderwijs kunnen voorleggen. Niet alleen weert deze drempel potentieel succesvolle kortgeschoolde buitenlandse onderdanen, de drempel verlengt ook de procedure voor ‘klassieke ondernemingen’ omdat NARIC het diploma moet erkennen.
1
Advies visienota beroepskaarten 14 augustus 2020: https://www.commissieeconomischemigratie.be/economischemigratie/publicatie/advies-visienotaberoepskaarten
5
Een beter kader voor buitenlandse ondernemers
De memorie van toelichting erkent dan ook de negatieve impact op de doorlooptijden van de aanvraag- en de behandelingsprocedure bij de gelijkwaardigheidserkenning van een buitenlands diploma. De buitenlandse onderdanen die een zelfstandige beroepsactiviteit willen uitoefenen met een innovatieve meerwaarde voor Vlaanderen moeten dan ook enkel een diploma van het hoger onderwijs voorleggen aan het departement zonder de erkenningsprocedure bij NARIC te doorlopen. Aan buitenlandse onderdanen die slechts een economische en geen ‘innovatieve’ meerwaarde hebben, wordt deze gunst echter vreemd genoeg niet verleend. Daarom vragen de sociale partners opnieuw om geen diplomadrempel in te voeren.
3
Kapitaaldrempel
Naast de diplomadrempel wil de Vlaamse Regering ook een kapitaaldrempel invoeren. De buitenlandse onderdaan die een ‘klassieke onderneming’ wil starten zal 18.600 euro op een rekening moeten storten. Deze drempel werd bij de modernisering van de vennootschapswetgeving voor Vlamingen afgeschaft wegens verouderd, maar wordt nu uit de vergeetput gehaald om als dam tegen buitenlandse onderdanen te gebruiken. 18.600 is een willekeurige drempel. Het benodigde startkapitaal voor een onderneming hangt af van de activiteit zoals de memorie van toelichting ook erkent voor de beroepsactiviteiten met een innovatieve, artistieke, sportieve of culturele meerwaarde die geen 18.600 euro op een rekening moeten storten om te kunnen starten. De sociale partners vragen daarom opnieuw dat aan de buitenlandse onderdaan op basis van het ondernemingsplan een toereikend minimumstartkapitaal wordt gevraagd, aangepast aan de specifieke behoeften van de op te starten zaak.
4
Doorlooptijd en procedure
De doorlooptijd van de procedure zal in het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) worden vast gelegd. De sociale partners rekenen erop dat er in het BVR een ambitieuze en transparante doorlooptijd zal worden vast gelegd en verwijzen graag opnieuw naar hun advies hierover2. Met een eenvoudige, transparante en waar mogelijk digitale procedure waarin elke stap objectief en opportuun is kunnen we ons profileren ten aanzien van andere Europese landen, opdat veelbelovende ondernemers zich in Vlaanderen vestigen. Korte doorlooptijden en een voorspelbaar verloop kunnen voor het nodige concurrentieel voordeel zorgen.
4.1
Ondernemingsloketten
De kandidaat-zelfstandige die zich op het Belgisch grondgebied bevindt en in het bezit is van een A-kaart of een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister kan zijn aanvraag via een erkend ondernemingsloket indienen. De ondernemingsloketten functioneren niet enkel als doorgeefluik, maar voorzien bijvoorbeeld ook startersondersteuning. Ook voor de formaliteiten die volgen op de aflevering van de beroepskaart (inschrijving KBO en eventuele aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds als verplichte stappen, en potentieel ook activering BTW, vergunningen, …) moet men bij het ondernemingsloket zijn. Ten einde de doorlooptijd te
2
https://www.commissieeconomischemigratie.be/sites/default/files/documenten/SERV_ACEM_ 202000814_Beroepskaarten_ADV.pdf
6
Een beter kader voor buitenlandse ondernemers
verbeteren, vragen de sociale partners aan ondernemingsloketten hierover in gesprek te gaan.
4.2
het
Departement
WSE
om
met
de
Gelijke behandeling
In de visienota3 staat: ‘we hanteren een soepele houding voor de start-ups en de scale-ups’. De sociale partners waarderen een soepele houding, maar vragen dat er geen voorkeursbehandeling voor bepaalde ondernemingen of zelfstandigen wordt voorzien. De doorlooptijd dient voor alle buitenlandse onderdanen even snel en transparant te zijn. Deze gelijkheid van behandeling zien de sociale partners ook graag terugkomen bij de expat centers die in Nederland succesvol zijn en die de sociale partners graag ook in de grote Vlaamse steden zouden zien. Deze centers moeten aan buitenlandse werknemers en ondernemers een one-stop-shop bieden waar zij en hun gezin voor al hun vragen terechtkunnen.
5
Beroepsprocedure
Artikel 18 stelt dat de beroepsprocedure nog verder wordt uitgewerkt. De sociale partners gaan akkoord met de afschaffing van de REOV en pleiten niet voor de oprichting van een andere commissie, maar vragen wel dat ondernemers de mogelijkheid hebben om in de beroepsprocedure te worden gehoord.
6
Inspectie
In de memorie van toelichting wordt erop gewezen dat de Vlaamse Sociale Inspectie in 36% van de dossiers inbreuken vaststelt. Daarom betreuren de sociale partners dat het aantal VTEs bij de Vlaamse Sociale inspectie van 35 vte's in 2016 tot 30 vte's in 2020 daalde. Ze vragen om het aantal VTEs opnieuw op het niveau van 2016 te brengen.4
7
Punctuele opmerkingen
7.1
Harde kern
Een ondernemer die zich in Vlaanderen vestigt en personeel aanwerft moet deze volgens de Belgische arbeidswetgeving tewerkstellen. De sociale partners vragen om ‘harde kern’, een begrip dat in het kader van detachering wordt gebruikt, te schrappen in de volgende zin uit artikel 5 van de Memorie van Toelichting: ‘Zij mag niet leiden tot concurrentieverstorend gedrag en daarnaast moet de harde kern van de arbeids en loonsvoorwaarden worden gerespecteerd bij de eventuele aanwerving va werknemers.’
3
https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1585335
4
https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1496941/verslag/1501507
7
Een beter kader voor buitenlandse ondernemers
7.2
Culturele en sportieve meerwaarde
De sociale partners merken op dat de voorwaarden voor het vaststellen van een sportieve meerwaarde gedetailleerder werden uitgewerkt dan de voorwaarden voor het bepalen van de culturele meerwaarde.
7.3
Bijkomende voorwaarden
De sociale partners begrijpen dat de bijkomende voorwaarden uit artikel 11 die vandaag ook al bestaan relevant kunnen zijn, maar vragen flexibiliteit aan de dag te leggen bij de beoordeling ervan.
8