FinancieringsFonds voor schuldafbouw en EĂŠnmalige investeringsUitgaven 2008 - 2009
4
Illustratie: Ingrid Van Rintel
Inhoud Het FFEU.................................................................................................................................. 6 De controller functie binnen het FFEU................................................................................ 7 De boekhouding van het FFEU................................................................................................. 8 Centraal financieringsorgaan............................................................................................... 9 Inspectie van Financiën..........................................................................................................10 Het Rekenhof..........................................................................................................................11 Verslag werkingsjaar ...........................................................................................................13 • Activiteitenverslag..............................................................................................................14 • Balans per 31 december.......................................................................................................17 • Resultaatrekening 2008......................................................................................................19 • Uitvoeringsrekening 2008...................................................................................................21 • Begroting 2009................................................................................................................... 25 Voorstelling van de projecten door de uitvoerende diensten ...................................... 29 Ringvaart Noordervak – Sluizencomplex te Evergem Bouwen van een tweede sluis..........31 Bouw van pompinstallaties en waterkrachtcentrales sluizencomplexen Albertkanaal... 33 AMORAS: Antwerpse Mechanische Ontwatering, Recyclage en Applicatie van Slib.......... 35 eMIL: het digitale loket milieuvergunningen....................................................................... 37 Natuur en bos projecten....................................................................................................... 39 Oostende, AZ Damiaan........................................................................................................... 43 Project ‘afvoeren van de overtollige gronden van de Verdronken Weide te Ieper’.......... 45 Repetitiestudio’s voor H&L vzw op De Bijlokesite Gent en Museum Aan de Stroom (MAS) te Antwerpen.............................................................................................................................. 47 Een topsporthal in Maaseik.................................................................................................. 49 Meester van de Sint-Lucasgilde . ..........................................................................................51 rusthuis Van Ginderachter in Merchtem.............................................................................. 53 Vrije basisschool De Twijg................................................................................................... 55 Masterplan plantentuin Meise............................................................................................. 57 Sociaal woningbouwproject de hoving, te Hasselt............................................................. 59 Zuurstof voor de Brugse Poort Gent...................................................................................61 Gevaarlijke puntenproject Vlaanderen- stand van zaken................................................... 63 Kazerne Dossin Mechelen..................................................................................................... 65 Onderzoeksschip Simon Stevin.............................................................................................. 66 Speciale gebeurtenissen....................................................................................................... 69 Nieuwe rekenplichtigen bij het FFEU................................................................................... 70 Het netwerk van rekenplichtigen..........................................................................................71 FFEU decreetwijziging per 19 december 2008...................................................................... 72 Bijlagen:................................................................................................................................ 73 • Decreet en Besluit van 22 december 2000.........................................................................74 • Besluit 21 mei 1997............................................................................................................. 76 • Protocol ............................................................................................................................ 78 Colofon:. ................................................................................................................................ Illustratie: Ingrid Van Rintel
82
5
HET FFEU EEN FINANCIERINGSFONDS DAT WERKT MET SAMENWERKINGSPROTOCOLLEN
Hedwig Van der Borght, Leidend ambtenaar
Op 21 december 2000 keurde het Vlaams Parlement een decreet goed tot oprichting van een Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eénmalige Investeringsuitgaven (FFEU), met de bedoeling de jaaroverschotten te recupereren en te herverdelen in de vorm van krachtige extra-impulsen voor Vlaanderen. Het FFEU werd opgericht op 22 december 2000 als een Vlaamse openbare instelling van categorie A (VOI type A) volgens de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. Het FFEU trad in werking op 31 december 2000. Het financiert een brede waaier aan investeringsprojecten en bewaakt de opvolging ervan. Het FFEU sluit hiervoor samenwerkingsprotocollen af met de uitvoerende diensten van de Vlaamse Gemeenschap. De bedoeling van het FFEU is duidelijk: Vlaanderen heeft zich in het verleden altijd gehouden aan een, meer dan stipt en correct naleven van haar budgettaire engagementen. Het heeft daardoor een versnelde nominale schuldafbouw gekend. Nadat Vlaanderen zijn schuldpositie had verminderd, was het aangewezen om de verdere schuldafbouw te temperen door het verschil tussen de werkelijke en de begrote vaststellingssaldi te recycleren en voor te bestemmen voor investeringen. Voor zover het vastleggingsniveau in overeenstemming is met de inkomsten van de Vlaamse Gemeenschap op lange termijn, zullen niet vastgelegde middelen immers geen aanleiding meer geven tot extra schuldafbouw, maar zullen deze via het FFEU toch worden uitgegeven en dit in overeenstemming met een traject, dat de houdbaarheid van de Vlaamse begroting op lange termijn waarborgt. Dat laatste wordt thans in de Vlaamse Toekomstnorm van de Vlaamse Regering gegarandeerd. Dit is de eerste doelstelling van het FFEU. De gerecupereerde saldi worden gecentraliseerd in het FFEU en van daaruit door het parlement opnieuw toegewezen. Hierdoor ontstaat elk jaar opnieuw een vrije marge, die niet op voorhand vastzit in enveloppes, maar daadwerkelijk kan worden toegewezen aan de investeringsnoden van dat ogenblik : de talloze kleine restantjes, die te minuscuul zijn om op te vallen,
6
worden jaarlijks omgekneed tot enkele grote, zichtbare investeringsprojecten. Dit is de tweede doelstelling van het FFEU. Het FFEU staat onder de directe bevoegdheid van de Vlaamse minister, bevoegd voor financiën en begroting. De Vlaamse minister sluit met de andere leden van de Vlaamse regering protocollen af met betrekking tot de uitvoering en de opvolging van de door het FFEU gefinancierde éénmalige projecten. Elk van de leden van de Vlaamse regering is belast met het beheer van de binnen het FFEU voor zijn bevoegdheden vastgestelde kredieten. De leidend ambtenaar van het departement Financiën en Begroting is namens de Vlaamse regering belast om de boekhouding voor het FFEU te voeren en alle desbetreffende documenten en briefwisseling te ondertekenen. Hij wordt daarbij gemachtigd deze bevoegdheid geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een onder zijn gezag geplaatste ambtenaar van niveau A. Deze functie wordt uitgevoerd door de controller van het FFEU.
Contactgegevens: hedwig.vanderborght@fb.vlaanderen.be, telefoon: 02 553 05 04
DE CONTROLLER FUNCTIE BINNEN HET FFEU
Frans Wuytack Controller FFEU De taak van de controller bestaat in het opvolgen van het ‘control-gedeelte’ binnen de plannings- en uitvoeringscyclus van het Fonds om na te gaan of de projecten in overeenstemming zijn met de begroting. In samenspraak met de uitvoerende diensten en aan de hand van de “opgestelde planning” zal de controller nagaan of de acties die genomen worden uitvoerbaar zijn. De opdracht bestaat uit: - de resultaten van de acties vergelijken met de planning en zo nodig corrigerende acties voorstellen; - onderzoeken welke accountingmethoden en –technieken moeten worden ingezet ter ondersteuning van het specifieke besturingsproces van dit financieringsorgaan; - verzorgen van de managementrapporteringen; - opstellen van ontwerpbudgetten; - aangeven van prognoses.
DE MIDDELEN VAN HET FFEU De middelen van het FFEU worden gehaald uit: 1. een dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap; 2. alle inkomsten voortvloeiend uit de activiteiten van het Fonds; 3. het gebeurlijke saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar op het Fonds; 4. de terugvorderingen voortvloeiend uit ten onrechte gedane betalingen.
AANWENDING VAN DEZE MIDDELEN De ontvangen middelen kunnen uitsluitend aangewend worden voor de gehele of gedeeltelijke financiering van volgende zaken: 1. éénmalige investeringen voor de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; 2. reservevorming ten behoeve van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; 3. afbouw van de directe en indirecte schuld van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; 4. kapitaalsubsidies aan lokale overheden; 5. kapitaaloverdrachten aan andere sectoren voor investeringen in materiële vaste activa, ongeacht de juridische hoedanigheid van de verkrijger van deze activa; 6. kapitaaloverdrachten binnen de sector Overheid voor investeringen in materiële vaste activa; 7. de werkingskosten eigen aan het FFEU.
Concactgegevens: frans.wuytack@fb.vlaanderen.be, telefoon: 02 553 50 81
7
DE BOEKHOUDING VAN HET FFEU HET BESLUIT VAN 21 MEI 1997 De boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 1997. Dit besluit zegt dat elke Vlaamse openbare instelling (VOI) een afzonderlijke, duidelijk van elkaar te onderscheiden, passende volledige boekhouding voert, rekening houdende met de aard en de omvang van haar activiteiten. Deze boekhouding omvat alle verrichtingen, bezittingen, vorderingen, schulden en verplichtingen van welke aard ook. Het boekjaar vangt aan op 1 januari en eindigt op 31 december. Elke boekhouding wordt door middel van een stelsel van rekeningen gevoerd met inachtneming van de regels van dubbel boekhouden. Alle verrichtingen worden zonder uitstel, getrouw, volledig en naar tijdsorde ingebracht in boekhoudkundige staten. Het rekeningstelsel moet worden ingericht en genummerd overeen-
Koen D’Hondt, Centraal rekenplichtige
komstig de minimumindeling van het rekeningenstelsel, zoals weergegeven in bijlage I bij dit boekhoudbesluit. Hieruit vertrekkend kan de VOI dit rekeningstelsel in detail en naar eigen goeddunken verder uitbouwen, rekening houdend met de aard en de omvang van de activiteiten.
REKENPLICHTIGEN en RAPPORTERING Iedere boekhouding wordt gevoerd door een rekenplichtige. Een rekenplichtige is een persoon die ertoe gemachtigd is uitgaven voor te bereiden. Centrale rekenplichtigen kunnen zowel ontvangsten als uitgaven beheren. De structuur van het FFEU heeft er toe geleid dat er enerzijds een centrale rekenplichtige is en anderzijds meerdere rekenplichtigen, aangeduid binnen de uitvoerende diensten, die elk één of meerdere projecten beheren. Iedere rekenplichtige voert een eigen boekhouding via een webtoepassing in het daartoe geïntegreerd boekhoudprogramma AXI Finance. Zij rapporteren driemaandelijks aan de centrale rekenplichtige die op zijn beurt met behulp van specifiek ontworpen rapporten één geconsolideerde rekening van het FFEU aanmaakt. Deze geconsolideerde rapporten worden gebruikt voor de monitoring, de semestriële rapportering en de jaarrapportering. Uiterlijk op 15 maart van het jaar volgend op het afsluitjaar dient de Vlaamse Regering te beschikken over de jaarrekening van het FFEU.
Financial Consolidation Hub (FCH) Het FFEU is, net als alle andere Vlaamse Openbare Instellingen, gehouden om periodiek te rapporteren over zowel de begroting, uitvoering van de begroting als de prognose voor de rest van het jaar, dit conform omzendbrief FB/Accounting/ Abafim/2005-3. Naast deze periodieke rapportering moet er uiteraard een volledige balans en resultatenrekening gemaakt worden per 30 juni en per 31 december conform art 9 van BVR 21 mei 1997 betreffende een geïntegreerde economische boekhouding en budgettaire rapportering voor de Vlaamse openbare instellingen.
8 De rapporteringen conform omzendbrief FB/Accounting/Abafim/2005-3 moeten 5 werkdagen na afloop van de betrokken periode ingediend worden. Er moet per kwartaal gerapporteerd worden gedurende de eerste drie kwartalen, naar het einde van het jaar moet er per maand gerapporteerd worden, dus over de gegevens eind oktober en eind november. De rapporteringen conform het BVR 21 mei 1997 moeten ingediend zijn bij het IVA Centrale Accounting op 30 september voor wat betreft de semesterrapportering en op 15 maart volgend op het betrokken jaar voor de jaarrapportering. Sinds 2008 moeten deze gegevens opgeladen worden in de consolidatietool FCH zodat het IVA Centrale Accounting uit deze tool verschillende rapporten kan halen zoals een geaggregeerde balans en resultatenrekening en kan ook het ESR vorderingensaldo per entiteit of voor de Vlaamse overheid berekend worden. In 2008 werd bij het FFEU specifiek veel aandacht besteed aan de interrelaties met andere instellingen. Hiervoor werd een netwerk van contacten uitgebouwd. Voor wat betreft de uitvoeringscijfers en de prognoses lukte dit aardig, voor wat betreft de begrotingscijfers ging dit minder vlot ondanks de geleverde inspanningen. Een aantal instellingen nemen de dotaties van het FFEU niet op in hun initiële begroting en aangezien FFEU dit wel doet langs de uitgavenkant, geeft dit aanleiding tot verschillen. Contactgegevens: koen.d’hondt@fb.vlaanderen.be, telefoon: 02 553 53 13
Centraal financieringsorgaan Het centraal financieringsorgaan, afgekort CFO, werd opgericht bij decreet van 30 juni 1993.
CFO
De IVA’s met rechtspersoonlijkheid en de publiekrechterlijke EVA’s sluiten aan bij het CFO, onder het lopende kassierscontract met KBC. De decretale basis van het CFO is opgenomen in art. 10 (voor IVA’s met rp) en art. 24 (voor EVA’s naar publiekrecht) van het kaderdecreet BBB van 18 juli 2003. Voor de Vlaamse openbare instellingen die nog niet tot een agentschap zijn omgevormd of die buiten de BBB-reorganisatie vallen, blijven de decretale verplichtingen van het CFO van toepassing. Het CFO veruitwendigt zich onder de vorm van ‘cash-pooling’ van alle rekeningen van de Vlaamse Openbare Instellingen. Dit gebeurt in samenwerking met de kassier van de Vlaamse Openbare Instellingen: de KBC-bank met een mandaat tot 31 januari 2012
De Vlaamse Regering dient voor wat betreft het beheer van haar kastoestand en het beheer van de directe en indirecte schuld de twee volgende doelstellingen in acht te nemen: 1° het streven naar een evenwicht tussen minimale rentelasten en minimaal renterisico, waarbij zij de volgende principes dient na te leven: a) een intertemporele spreiding van de rentelasten via een adequate risicospreiding; b) het laten spelen van de concurrentie en het streven naar optimale financiële voorwaarden; c) de organisatie van haar financieringsbehoeften op de meest efficiënte wijze; d) het zuinig omgaan met het verlenen van waarborgen om haar verplichtingen beheersbaar te houden. Voor de naleving van deze eerste doelstelling gelden bovendien volgende beperkingen: - elke vorm van speculatieve activiteiten is verboden; - bij het aangaan van schuld in vreemde deviezen moet deze vanaf de opname volledig ingedekt worden tegen het wis- selrisico. 2° het streven naar een optimale transparantie en controleerbaarheid.
De doelstellingen van het CFO zijn: - cash-pooling tussen de Vlaamse Openbare Instellingen (VOI’s) en de hiermee gepaard gaande schaalvoordelen; - betere financiële en commerciële dienstverlening aan de VOI’s; - het laten renderen van bestaande reserves; - optimale doorstroming garanderen m.b.t. de doorstorting van dotaties; - intresten doorspelen op de eigen ontvangsten van de VOI’s.
Rekeningen Voor iedere rekenplichtige of rekeninghouder binnen de uitvoerende dienst worden één of meerdere rekeningen geopend. Iedere gebruiker beschikt over de software KBC online for business om het geldverkeer en de daarbij horende informatie op een vlotte manier te laten verlopen.
Het CFO en het FFEU Het FFEU is een VOI en dus worden de gelden van het FFEU beheerd door het CFO. Dat heeft voor het FFEU belangrijke voordelen: het moet zelf geen cash-beleid ontwikkelen en heeft de absolute zekerheid dat het nodige geld beschikbaar is, de dag dat het moet uitgegeven worden. Wekelijks wordt daarom een betalingskalender opgesteld voor de volgende dertien weken. De basisinformatie om deze tabel op te stellen wordt aangeleverd via de betaalkalender door de verschillende rekenplichtigen. Maandelijks ontvangt het FFEU vanwege het CFO een overzicht van de stand van alle rekeningen.
Contactgegevens: Departement financiën en begroting, Luc Keereman, afdelingshoofd, telefoon: 02 553 54 34
9
Inspectie van Financiën
IF
In het Besluit van de Vlaamse regering dd. 19 januari 2001, hoofdstuk IV De Inspecteur van Financiën Afdeling 1 Algemene bepalingen lezen we het volgende: Art. 9. De Inspecteur van Financiën vervult de functie van raadgever van de Vlaamse regering bij de beleidsvoorbereiding en de begrotingsopmaak, bij de beleid - en begrotingsuitvoering en bij de beleid- en begrotingscontrole. Art. 10. Binnen het kader van de algemene doelstellingen van de Vlaamse regering behandelen de adviezen van de Inspecteurs van Financiën uitsluitend de wettigheid, de regelmatigheid, de kostenefficiëntie en de budgettaire inpasbaarheid op termijn. De Inspecteur van Financiën voert zijn opdracht uit op basis van stukken of ter plaatse. De diensten bezorgen hem alle inlichtingen die hij nuttig acht. Hij heeft toegang tot alle dossiers en alle archieven van de diensten. De Inspecteur van Financiën brengt zijn advies uit binnen een termijn van twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek om een advies te verlenen. Een bijkomende vraag om inlichtingen schorst voornoemde termijn. Op grond van voornoemde hoogdringendheid en mits voorlegging van een volledig dossier kan de functioneel bevoegde minister deze termijn inkorten zonder dat deze termijn minder dan vier werkdagen mag zijn. Een schriftelijke vraag om bijkomende inlichtingen heeft geen schorsende werking. Art. 11 § 1. De Inspecteur van Financiën vervult zijn taak in volle onafhankelijkheid. Hij kan niet deelnemen aan het be-
leid noch aan het beheer van de diensten.
§ 2. De Inspecteur van Financiën kan op eigen initiatief aanbevelingen formuleren en onderzoek verrichten over
elke aangelegenheid die de doelmatigheid van de besteding van de begrotingskredieten kan beïnvloeden. Hij kan
daartoe alle dossiers opvragen en elke periodieke rapportering opleggen die hij nodig acht.
Inspectie van Financiën en het FFEU Eénmaal het protocol ondertekend door de bevoegde ministers, wordt het specifieke gedeelte van het protocol in uitvoering gebracht. De projecten die daarin beschreven zijn, worden concreet ingevuld. In de meeste gevallen is de uitvoerende dienst een Vlaamse overheidsadministratie: die werkt een voorstel uit en legt dit voor aan de Inspecteur van Financiën, bevoegd
10
voor de betrokken administratie. De Inspecteur van Financiën zal hierover een advies afleveren aan de functioneel bevoegde minister conform het besluit op de begrotingscontrole. Tenslotte kan de minister het project definitief goedkeuren. Het FFEU onderhoudt contacten met de Inspecteurs van Financiën om elkaar zonodig wederzijds te informeren en om na te gaan of de projecten voldoen aan de voorwaarden van het decreet betreffende het FFEU en of de projecten gerealiseerd worden zoals vooropgesteld in het protocol. De controller van het FFEU rapporteert periodiek aan de Inspectie van Financiën.
Contactgegevens: Inspectie van Financiën, Leo Pauwels, telefoon: 02 553 26 62
Het Rekenhof Voor het uitoefenen van zijn controle over de aanwending van de middelen die het ter beschikking stelt van de uitvoerende macht wordt het parlement (de wetgevende macht) bijgestaan door een gespecialiseerde en door de Grondwet opgerichte instelling: het Rekenhof. In alle moderne staten bestaat er een met het Belgisch Rekenhof overeenstemmende instelling, belast met het toezicht op de openbare financiën, hoewel aard en bevoegdheden ervan wel enigszins verschillend kunnen zijn. Zo vinden wij bij voorbeeld in Nederland de Algemene Rekenkamer, in Frankrijk la ‘Cour des Comptes’, in Duitsland het ‘Bundesrechnungshof” en in Groot-Brittanië het ‘National Audit Office’.1 Het Rekenhof is als lasthebber van het parlement, belast met het nazien en het verevenen der rekeningen van het algemeen bestuur en van allen die tegenover de staatskas rekenplichtig zijn, en vervult aldus een functie die in het verlengde ligt van het budgetrecht van het parlement2. Het waakt erover dat er geen artikel van de begrotingsuitgaven wordt overschreden en dat geen overschrijving plaatsheeft. Het stelt de rekeningen der verschillende besturen van de Staat vast en is ermee belast te dien einde alle nodige inlichtingen en bewijsstukken te verzamelen.3
Intosai: International Organization of Supreme Audit De onderzoeksplanning, controleaanpak en rapportering van het Rekenhof zijn in overeenstemming met de normen van de internationale organisatie van hoge controle-instellingen (INTOSAI). De toepassing van deze normen impliceert onder meer: • systeemgerichte controles; • het aansporen van de overheid tot toepassing van internationale normen; • het opstellen en toepassen van handleidingen en procedures; • dat de werkzaamheden van anderen (bedrijfsrevisoren, interne audit, consultants enz.) worden gebruikt voor zover de overeenstemming ervan met de vereisten inzake overheidsauditing is gegarandeerd.
Het Rekenhof en het FFEU Het FFEU is opgericht als een instelling van categorie A volgens de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. Die wet bepaalt dat de rekeningen uiterlijk op 31 mei van het jaar na dat van het beheer voor toezicht aan het Rekenhof moeten worden voorgelegd. Het Rekenhof kan een toezicht ter plaatse inrichten op de comptabiliteit en de verrichtingen en kan de rekeningen in zijn opmerkingenboek bekendmaken. In toepassing van die bepalingen worden de rekeningen van het FFEU jaarlijks aan het Rekenhof overgemaakt. Het Rekenhof stuurt, nadat het zijn controle heeft beëindigd, een brief aan de bevoegde ministers waarin het zijn opmerkingen en eventuele aanbevelingen tot verbetering meedeelt. Hierop verstrekt de leidend ambtenaar van het FFEU elementen van antwoord aan de minister, die op zijn beurt een antwoord formuleert aan het Rekenhof. Louter boekhoudtechnische opmerkingen kan het Rekenhof ook rechtstreeks aan de leidend ambtenaar van het FFEU bezorgen.
Contactgegevens: Geert Robbe, Eerste Auditeur, Regentschapsstraat 2, 1000 Brussel, telefoon: 02 551 82 41 1
A.VAN de VOORDE, G. STIENLET De Rijksbegroting in het Federale België. Raakpunten met de begrotingen van Ge-
meenschappen en Gewesten. P.145 – 155. 2 Verevenen
betekent volgens van Dale: het, na onderzoek, recht- en doelmatig verklaren van overheidsuitgaven door een
toezichthoudende instantie. 3 Art.
180, 2de lid, van de Grondwet.
11
12
Verslag werkingsjaar
Activiteitenverslag
Dotatie Aanwending middelen Boekhoudkundige en budgettaire verrichtingen
Overzicht projecten begrotingsjaar 2008
Overzicht projecten Cumul Per 31 December 2008
Balans per 31 december 2008
Resultatenrekening 2008
Uitvoeringsrekening 2008
begroting 2009
13
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Financiën en Begroting Phoenixgebouw Koning Albert II-laan 19, 1210 Brussel Tel. 02-553 54 05 - Fax. 02-553 58 02 E-mail: hedwig.vanderborght@fb.vlaanderen.be
Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven Activiteitenverslag 2008 1. Dotatie 1.1 Dotatie 2008 In het Ministerieel besluit van 19 juni 2008 houdende toekenning van een dotatie aan het FFEU wordt de dotatie vastgesteld op 169.850.568,31 euro gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 tot herverdeling van basisallocaties van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap naar programma CE basisallocatie 61.10 B. 1.2. Dotatie 2009 In het Ministerieel besluit van 31 maart 2009 houdende toekenning van een dotatie aan het FFEU wordt de dotatie vastgesteld op 189.223.441,14 euro gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot herverdeling van basisallocaties van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap naar programma CE basisallocatie 61.10 B.
2. Aanwending middelen Voor 2008 waren volgende projecten voorzien:
14
• 100.000.000,00 euro aan gevaarlijke punten • 7.500.000,00 euro aan maritieme toegang • 3.750.000,00 euro aan nv Waterwegen en Zeekanaal • 3.750.000,00 euro aan nv De Scheepvaart • 10.000.000,00 euro aan bodemsanering via OVAM • 45.000.000,00 euro aan wetenschapsbeleid Van deze projecten werd enkel voor het project ‘gevaarlijke punten’ het protocol ondertekend in 2008, voor de andere projecten werden de protocollen begin 2009 ondertekend. Na de toekenning begin 2009 werden volgende bestemmingen van de nieuwe middelen door de Vlaamse Regering beslist: • 100.000.000,00 euro aan gevaarlijke punten • 7.500.000,00 euro aan maritieme toegang • 3.750.000,00 euro aan nv Waterwegen en Zeekanaal • 3.750.000,00 euro aan nv De Scheepvaart • 10.000.000,00 euro aan bodemsanering via OVAM • 55.000.000,00 euro aan kennisinfrastructuur
3. Boekhoudkundige en budgettaire verrichtingen Het FFEU financiert projecten. Als deze projecten aflopen keren de onbenutte resterende gelden terug naar het FFEU ls onbestemd saldo, om later opnieuw verdeeld te worden. In het boekjaar 2008 werden er 3 projecten afgesloten: • Project 0201,Wegen en verkeerswezen, werd afgesloten op 4 januari 08, het resterend saldo van 335.060,70 euro werd reeds in 2007 teruggestort. • Project 0305, Wetenschapsbeleid, saldo van 265.443,25 werd teruggestort gedurende 2008 en de rekening werd afgesloten 21 april 08. • Project 0206, Schoolgebouwen DIGO, werd volledig uitgeput in 2008, rekening wordt afgesloten in 2009 De teruggestorte centraal.
bedragen
worden
geboekt
als
onbestemd
saldo
binnen
FFEU-
Hedwig Van der Borght Leidend ambtenaar Financieringsfonds schuldafbouw en éénmalige investeringsuitgaven.
15
FINANCIERINGSFONDS VOOR SCHULDAFBOUW EN EENMALIGE INVESTERINGSUITGAVEN van 01-JAN-08 tot 31-DEC-08 Uitgaven (EUR)
Vastleggingen
Ordonnanc.
Betalingen
0101 2001 Stadsvernieuwing
24.789.352,48
0
1.800.000,00
1.800.000,00
0102 2001 Fietspaden
49.578.704,95
278.108,54
2.333.952,63
2.903.565,39
0103 2001 Missing Link
24.789.352,48
0
0
0
0201 2002 Wegen en Verkeerswezen
101.293.000,00
0
0
0
0202 2002 Waterwegen en Zeewezen
50.021.000,00
0
1.263.664,36
1.176.681,07
0203 2002 Duurzame milieu investeringen
37.184.028,72
3.304.775,44
2.022.112,96
2.003.787,70
0204 2002 IMEC
37.184.000,00
0
0
0
0205 2001 Schoolgebouwen departement onderwijS
7.436.805,75
0
0
0
0206 2002 Schoolgebouwen DIGO
8.943.766,37
0
453.337,59
473.749,40
0207 2002 Culturele investeringen - kunstwerk
2.478.935,25
977.275,00
962.687,19
962.687,19
0208 2002 Culturele investeringen - infrastru
4.176.000,00
0
525.295,93
378.076,64
0209 2002 Culturele investeringen - cultuurda
3.500.000,00
0
0
0
0210 2002 Toeristische investeringen en resta
12.420.000,00
177.235,81
398.762,44
398.762,44
6.197.338,12
0
329.523,36
329.523,36
0211 2002 Welzijninvesteringen 0212 2002 Buitenlands beleid Vlaams huis Lond
6.197.338,12
0
0
0
0213 2002 Vlaamse Autonome hogescholen
1.784.953,37
0
0
0 0
0214 2002 Gemeenschapsonderwijs 0215 2002 Aquafin 0301 2003 Wegwerken gevaarlijke punten
1.665.956,49
0
0
24.789.352,48
0
0
0
100.000.000,00
-27.919,99
4.658.655,60
5.806.639,73
0302 2003 Waterwerken en herstellen van dijke
38.900.000,00
0
537.961,24
790.858,77
0303 2003 Impulsprogramma ouderenvoorziening
37.250.000,00
0
11.378.968,04
11.378.968,04
0304 2003 Brownfields en waterbeheersing
37.250.000,00
2.224.022,82
983.918,69
1.519.527,63
0305 2003 Wetenschapsbeleid
37.250.000,00
-9.677,55
0
17.747,49
0306 2003 Dynamo stadsvernieuwingsprojecten
12.500.000,00
0
0
0
6.250.000,00
2.116.049,36
192.424,30
242.574,31
0307 2003 Holocaust museum Mechelen 0308 2003 Sportinfrastructuurplan Vlaanderen
7.250.000,00
95.780,87
117.139,36
289.080,87
0401 2004 Gevaarlijke verkeerspunten en dring
50.000.000,00
1.497.518,60
6.899.221,46
8.079.790,37
0402 2004 Investeringswerken aan waterwegen
37.189.000,00
0
0
0
0403 2004 Sportinfrastructuur
3.570.860,70
0
221.250,00
221.250,00
0404 2004 Toeristische infrastructuur
1.440.000,00
396.570,00
633.338,09
258.633,09
0405 2004 Sociale huisvesting
7.135.961,95
3.927,99
355.092,21
404.398,53
0406 2004 Onderzoek en ontwikkeling
14.277.683,35
0
3.157.866,50
3.157.866,50
0407 2004 Stadsvernieuwingsprojecten
6.427.549,26
3,7
0
0
20.500.000,00
444.678,96
2.133.173,74
3.723.781,16
100.000.000,00
916.103,30
46.489.125,27
52.851.682,67
0408 2004 Dringende wegenwerken
16
Bestemd
0601 2006 Gev. verkeerspnt. & dring wegenwerk 0602 2006 Waterwegen en sanering van slib
15.000.000,00
4.172.494,84
3.163.551,90
3.133.921,53
0603 2006 Bodemsanering via OVAM
10.000.000,00
6.212.086,80
824.158,04
2.850,86
1.620.000,00
0
0
0
0604 2006 Casino Kursaal Oostende 0605 2006 MAS Antwerpen 0701 2007 Wegwerken gevaarlijke punten 0702 2007 Waterwegen 0703 2007 Brownfields 0801 2008 Gevaarlijke punten 0802 2008 Maritieme Toegang
1.700.000,00
0
0
0
100.000.000,00
31.394.999,05
39.790.319,29
33.060.832,89
15.000.000,00
9.402.079,47
3.478.424,71
2.887.545,11
10.000.000,00
8.651.162,26
2.917.762,84
1.209.291,00
100.000.000,00
32.987.668,27
1.996.128,27
346.154,03
7.500.000,00
0
0
0
0803 2008 Bodemsanering via OVAM
10.000.000,00
0
0
0
0804 2008 Wetenschapsbeleid
45.000.000,00
0
0
0
0805 2008 Waterwegen en Zeekanaal nv
3.750.000,00
0
0
0
0806 2008 De Scheepvaart nv
3.750.000,00
0
0
0
1.244.940.939,84
105.214.943,54
140.017.816,01
139.810.227,77
TOTAAL
FINANCIERINGSFONDS VOOR SCHULDAFBOUW EN EENMALIGE INVESTERINGSUITGAVEN per 31-DEC-08 (CUMUL) Uitgaven (EUR)
Bestemd
Vastleggingen
Ordonnanc.
Betalingen
0101 2001 Stadsvernieuwing
24.789.352,48
24.389.552,00
14.457.872,30
14.457.872,30
0102 2001 Fietspaden
49.578.704,95
48.341.899,61
15.876.794,25
15.725.630,75
0103 2001 Missing Link
24.789.352,48
24.731.435,81
24.731.435,81
24.731.435,81
0201 2002 Wegen en Verkeerswezen
101.293.000,00
100.957.939,30
100.957.939,30
100.957.939,30
0202 2002 Waterwegen en Zeewezen
50.021.000,00
50.021.000,00
49.825.499,06
49.722.529,97
0203 2002 Duurzame milieu investeringen
37.184.028,72
33.631.852,15
25.691.243,96
25.666.784,42
0204 2002 IMEC
37.184.000,00
37.184.000,00
37.184.000,00
37.184.000,00
0205 2001 Schoolgebouwen departement onderwij
7.436.805,75
7.436.805,75
7.436.805,75
7.436.805,75
0206 2002 Schoolgebouwen DIGO
8.943.766,37
8.943.766,37
8.943.766,37
8.943.766,37
0207 2002 Culturele investeringen - kunstwerk
2.478.935,25
2.477.975,54
2.463.387,73
2.463.387,73
0208 2002 Culturele investeringen - infrastru
4.176.000,00
4.176.000,00
1.961.772,64
1.814.553,35
0209 2002 Culturele investeringen - cultuurda
3.500.000,00
3.491.585,17
3.491.585,17
3.491.585,17
0210 2002 Toeristische investeringen en resta
12.420.000,00
12.269.965,59
11.602.537,65
11.602.537,65
0211 2002 Welzijninvesteringen
6.197.338,12
6.152.913,29
5.726.989,41
5.726.989,41
0212 2002 Buitenlands beleid Vlaams huis Lond
6.197.338,12
6.072.577,71
6.072.577,71
6.072.577,71
0213 2002 Vlaamse Autonome hogescholen
1.784.953,37
1.784.953,37
1.784.953,37
1.784.953,37
0214 2002 Gemeenschapsonderwijs
1.665.956,49
1.665.956,49
1.665.956,49
1.665.956,49
0215 2002 Aquafin
24.789.352,48
24.789.000,00
24.789.000,00
24.789.000,00
100.000.000,00
99.544.055,48
97.559.945,61
96.039.307,33
0302 2003 Waterwerken en herstellen van dijke
38.900.000,00
38.393.535,81
37.772.169,11
37.772.169,11
0303 2003 Impulsprogramma ouderenvoorziening
37.250.000,00
37.225.233,93
32.067.239,92
32.067.239,92
0304 2003 Brownfields en waterbeheersing
37.250.000,00
36.547.332,06
32.654.979,73
32.654.979,73
0305 2003 Wetenschapsbeleid
37.250.000,00
36.984.556,75
36.984.556,75
36.984.556,75
0306 2003 Dynamo stadsvernieuwingsprojecten
12.500.000,00
10.500.000,00
5.641.648,00
5.641.648,00
0307 2003 Holocaust museum Mechelen
6.250.000,00
3.364.303,41
1.407.353,36
1.407.353,36
0308 2003 Sportinfrastructuurplan Vlaanderen
7.250.000,00
3.864.053,79
3.468.265,79
3.468.265,79
0401 2004 Gevaarlijke verkeerspunten en dring
50.000.000,00
49.998.704,07
44.946.019,68
43.636.468,57
0402 2004 Investeringswerken aan waterwegen
37.189.000,00
37.189.000,00
37.189.000,00
37.189.000,00
0403 2004 Sportinfrastructuur
3.570.860,70
1.824.344,43
1.246.382,43
1.246.382,43
0404 2004 Toeristische infrastructuur
1.440.000,00
1.435.905,00
839.133,18
464.428,18
0405 2004 Sociale huisvesting
7.135.961,95
2.756.877,50
1.932.750,96
1.930.961,56
0406 2004 Onderzoek en ontwikkeling
14.277.683,35
14.277.683,00
13.866.128,75
13.866.128,75
0407 2004 Stadsvernieuwingsprojecten
6.427.549,26
6.421.651,70
1.710.000,00
1.710.000,00
20.500.000,00
20.452.157,80
20.404.020,09
20.399.737,08
100.000.000,00
99.959.181,09
83.046.922,65
76.825.265,54
0602 2006 Waterwegen en sanering van slib
15.000.000,00
14.848.688,52
4.380.014,53
3.777.104,96
0603 2006 Bodemsanering via OVAM
10.000.000,00
10.000.000,00
1.097.204,31
273.046,27
0604 2006 Casino Kursaal Oostende
1.620.000,00
1.620.000,00
1.620.000,00
1.620.000,00
0605 2006 MAS Antwerpen
1.700.000,00
1.700.000,00
1.700.000,00
1.700.000,00
0301 2003 Wegwerken gevaarlijke punten
0408 2004 Dringende wegenwerken 0601 2006 Gev. verkeerspnt. & dring wegenwerk
0701 2007 Wegwerken gevaarlijke punten
100.000.000,00
97.230.227,97
42.026.135,23
33.242.189,62
0702 2007 Waterwegen
15.000.000,00
14.168.432,77
3.568.424,71
2.887.545,11
0703 2007 Brownfields
10.000.000,00
8.651.162,26
2.917.762,84
1.209.291,00
0801 2008 Gevaarlijke punten
100.000.000,00
32.987.668,27
1.996.128,27
346.154,03
0802 2008 Maritieme Toegang
7.500.000,00
0
0
0
0803 2008 Bodemsanering via OVAM
10.000.000,00
0
0
0
0804 2008 Wetenschapsbeleid
45.000.000,00
0
0
0
0805 2008 Waterwegen en Zeekanaal nv
3.750.000,00
0
0
0
0806 2008 De Scheepvaart nv
3.750.000,00
0
0
0
1.244.940.939,84
1.080.463.933,76
856.706.302,87
832.597.528,64
TOTAAL
17
FFEU (geconsolideerd)
VOL.1 code
huidig jaar
vorig jaar
ACTIVA VASTE ACTIVA Oprichtingskosten (+) Immateriële vaste activa (+) Materiële vaste activa
0 21 22/27
Terreinen en gebouwen (+)
220-223
Werken van burgerlijke bouwkunde (+)
224-229
Installaties, machines en uitrusting voor exploitatie (+)
23
Meubilair en materieel (+)
24
Vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht (+)
25
Andere materiële vaste activa (+)
26
Vaste activa in aanbouw (+)
27
Financiële vaste activa
17.702 0
1.617
0
1.617
28
0
0
Verbonden ondernemingen
280/281
0
0
deelnemingen (+)
280
vorderingen (+)
281 0
0
0
0
513.792.296
415.018.105
0
0
0
0
457.867.097
354.799.646
457.867.097
354.799.646
0
0
55.924.715
60.217.975
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
282/283
deelnemingen (+)
282
vorderingen (+)
283
Andere financiële vaste activa deelnemingen (+) vorderingen en borgtochten in contanten (+)
284/288 284 285/288
VLOTTENDE ACTIVA
18
19.319
20
Vorderingen op meer dan een jaar
29
Handelsvorderingen (+)
290
Overige vorderingen (+)
291
Voorraden
3
Grondstoffen (+)
30
Hulpstoffen (+)
31
Goederen in bewerking (+)
32
Gereed produkt (+)
33
Handelsgoederen (+)
34
Terreinen bestemd voor verkoop (+)
350
Gebouwen bestemd voor verkoop (+)
351
Bebouwde terreinen en andere onroerende goederen bestemd voor verkoop (+)
352
Vooruitbetalingen (+)
36
Bestellingen in uitvoering (+)
37
Strategische stocks (+)
38
Kunstvoorwerpen en -voorwerpen bestemd voor verkoop (+) Vorderingen op ten hoogste één jaar Handelsvorderingen op ten hoogste een jaar (+) Overige vorderingen (+) Geldbeleggingen
39 40/41 40 41 50/54
Eigen aandelen (+)
50
Aandelen (+)
51
Vastrentende effecten (+)
52
Termijndeposito’s (+)
53
Te incasseren vervallen waarden (+)
54
Liquide middelen (+) Overlopende rekeningen (+) TOTAAL
55/59 490-491-495
484
484
513.792.296
415.037.424
FFEU (geconsolideerd)
VOL.2 code
huidig jaar
vorig jaar
PASSIVA EIGEN VERMOGEN
379.032.462
350.116.145
0
0
379.032.462
350.116.145
134.759.834
64.921.279
0
0
17
0
0
170/174
0
0
134.759.834
64.921.279
Kapitaal (+)
10
Uitgiftepremies (+)
11
Herwaarderingsmeerwaarden
12
herwaarderingsmeerwaarden op immateriële vaste activa (+)
120
herwaarderingsmeerwaarden op materiële vaste activa (+)
121
herwaarderingsmeerwaarden op financiële vaste activa (+)
122
Reserves
13
Overgedragen netto resultaat (of verlies) (+/-)
14
Dotaties, subsidies, toelagen en soortgelijke (+)
15
VREEMD VERMOGEN Voorzieningen en Uitgestelde belastingen
16
Voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke verplichtingen (+)
160
Voorzieningen voor belastingen (+)
161
Voorzieningen voor grote onderhouds- en herstellingswerken (+)
162
Voorzieningen voor overige risico’s en kosten (+)
163-165
Globale te voorziene waardeverminderingen op handelsvorderingen (+)
166
Globale te voorziene waardeverminderingen op overige vorderingen (+)
167
Uitgestelde belastingen
168
Schulden op meer dan een jaar Financiële schulden Achtergestelde leningen (+)
170
Niet achtergestelde obligatieleningen (+)
171
Leasingschulden en soortgelijke (+)
172
Kredietinstellingen (+)
173
Overige leningen (+)
174
Handelsschulden (+)
175
Ontvangen vooruitbetalingen (+)
176
Borgtochten ontvangen in contanten (+)
178
Overige schulden (+)
179
Schulden op ten hoogste één jaar
42/48
Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen
420/429
Financiële schulden ten opzichte van derden op ten hoogste een jaar (+)
430/439
99.906.281
31.087.290
Kredietinstellingen (+)
430/433
99.906.281
31.087.290
10.746.431
9.937.941
24.107.122
23.896.048
513.792.296
415.037.424
Financiële schulden tegenover overheden (+)
434
Leasingschulden en soortgelijke (+)
435
Overige leningen (+)
436/439
Handelsschulden op ten hoogste een jaar (+)
44
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten (+)
45
Ontvangen vooruitbetalingen (+) Overige schulden (+) Overlopende rekeningen (+)
46 47/48 492-493496
TOTAAL
19
FFEU (geconsolideerd)
VOL.3
RESULTATENREKENING CODES Operationele opbrengsten
70/74
Lopende opbrengsten (+)
70
Wijzigingen in de voorraden en bestellingen in uitvoering (+/-)
71
Geproduceerde vaste activa (+)
72
Inkomens- en kapitaaloverdrachten (+)
73
Andere operationele opbrengsten (+) Operationele kosten (-)
huidig jaar
vorig jaar
169.850.568
102.761.975
169.850.568
102.761.975
-140.409.920
-127.568.754
86.485
86.728
19.319
24.949
140.304.116
127.457.077
29.440.648
-24.806.779
0
0
-524.331
-320.193
74 60/64
Handelsgoederen, grond en hulpstoffen (+)
60
Diensten en diverse goederen (+)
61
Personeelskosten (+)
62
Afschrijvingen en waarderverminderingen op oprichtingskosten, immateriële en ma-
630
teriële vaste activa (+) Waardeverminderingen op voorraden en bestellingen in uitvoering (+)
631/632
Voorzieningen (toevoegingen, bestedingen en terugnemingen) (+/-)
633/637
Inkomensoverdrachten (+) Andere operationele kosten (+)
640 641/649
Operationeel Resultaat Financiële opbrengsten
75
Opbrengsten uit financiële vaste activa (+)
750
Opbrengsten uit vlottende activa (+)
751
Gerealiseerde meerwaarden op vlottende activa (+)
752
Gerealiseerde wisselopbrengsten (+)
754
Niet gerealiseerde wisselopbrengsten (+)
755
Andere financiële opbrengsten (+)
20
756/759
Financiële kosten (-)
65
Kosten van schulden (+)
650
Waardeverminderingen op geldbeleggingen en liquide middelen (+)
651
Minderwaarde op de realisatie van vlottende activa (+)
652
Discontokost op vorderingen (+)
653
Gerealiseerde wisselverliezen (+)
654
Niet gerealiseerde wisselverliezen (+)
655
Voorzieningen met financieel karakter (+)
656
Bankkosten (+)
657
529
384
Verwijlintresten (+)
658
523.802
319.809
Diverse financiële kosten (+)
659 -524.331
-320.193
0
0
0
0
Financieel Resultaat Uitzonderlijke opbrengsten
76
Terugneming van afschrijvingen en waardeverminderingen (+)
760
Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa (+)
761
Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico’s en kosten (+)
762
Meerwaarden op de realisatie van vaste activa (+) Andere uitzonderlijke opbrengsten (+)
763 764/769
Uitzonderlijke kosten (-)
66
Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, imma-
660
teriële en materiële vaste activa(+) Waardeverminderingen op financiële vaste activa (+)
661
Voorzieningen voor uitzonderlijke risico’s en kosten (+/-)
662
Minderwaarden op realisatie van vaste activa (+) Andere uitzonderlijke kosten (+)
663 664/669
Uitzonderlijk resultaat NETTO RESULTAAT VAN HET JAAR (voor belastingen) Onttrekking aan de uitgestelde belasting (+)
780
Overboeking naar de uitgestelde belastingen (-)
680
Belastingen
67/77
Belastingen (+)
67
Regularisering van belastingen en terugnemingen van fiscale voorzieningen (+)
77
NETTO RESULTAAT VAN HET JAAR (na belastingen) (verlies (-)) Onttrekking aan de belastingsvrije reserves (+)
789
Overboeking naar de belastingsvrije reserves (-)
689
TE BESTEMMEN NETTO RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR (verlies (-))
0
0
28.916.317
-25.126.972
0
0
28.916.317
-25.126.972
28.916.317
-25.126.972
21
FINANCIERINGSFONDS VOOR SCHULDAFBOUW EN EENMALIGE INVESTERINGSUITGAVEN Uitvoeringsrekening conform goedgekeurde begroting dd 29/12/08 ONTVANGSTEN Afwijking ESR
CO-
Omschrijving
Begroting
Uitvoering
Absoluut
Procentueel
FOG
22
08.21
Overgedragen overschot vorige boekjaren
360.034.000,00
360.034.282,93
283
0,00%
08.2101 08.2102
Bestemd door Vlaams Parlement 01 voor stadsvernieuwing
12.132.000,00
12.131.480,18
-520
0,00%
Bestemd door Vlaams Parlement 01 voor aanleggen fietspaden
36.036.000,00
36.035.863,33
-137
08.2105
0,00%
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor mobiliteit en verkeersv. AWZ
1.459.000,00
1.459.165,30
165
0,01%
08.2106
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor duurzame milieu-investeringen
13.515.000,00
13.514.897,72
-102
0,00%
08.2109
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor onderwijsinvesteringen
453.000,00
453.337,59
338
0,07%
08.2110
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor culturele investeringen KUNST
978.000,00
978.234,71
235
0,02%
08.2111
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor culturele investeringen FoCi
2.739.000,00
2.739.523,29
523
0,02%
08.2113
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor toeristische investeringen
1.216.000,00
1.216.224,79
225
0,02%
08.2114
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor welzijnsinvesteringen
800.000,00
799.872,07
-128
-0,02%
08.2116
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor wegwerken gevaarlijke punten
7.098.000,00
7.098.709,99
710
0,01%
08.2117
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor waterwerken en wateroverlast
1.666.000,00
1.665.792,13
-208
-0,01%
08.2118
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor impulsproject ouderenvoorziening
16.562.000,00
16.561.728,12
-272
0,00%
08.2119
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor brownfields en waterbeheersing
5.579.000,00
5.578.938,96
-61
0,00%
08.2120
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor wetenschapsbeleid
265.000,00
265.443,25
443
0,17%
08.2121
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor dynamo / stadsvernieuwingsproj.
6.858.000,00
6.858.352,00
352
0,01%
08.2122
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor holocaustmuseum Mechelen
5.040.000,00
5.040.220,94
221
0,00%
08.2123
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor sportinfrastructuur Vlaanderen
08.2124
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor gevaarlijke verkeerspunten
08.2125
3.899.000,00
3.898.873,57
-126
0,00%
11.953.000,00
11.953.201,78
202
0,00%
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor dringende wegenwerken
2.229.000,00
2.229.153,65
154
0,01%
08.2127
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor sport
2.546.000,00
2.545.728,27
-272
-0,01%
08.2128
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor stad
4.718.000,00
4.717.549,26
-451
-0,01%
08.2129
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor toerisme
1.234.000,00
1.234.204,91
205
0,02%
08.2130
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor sociale huisvesting
5.558.000,00
5.558.303,20
303
0,01%
08.2131
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor wetenschap
3.570.000,00
3.569.421,10
-579
-0,02%
08.2132
Bestemd door Vlaams Parlement 06 voor gevaarlijke verkeerspunten
63.442.000,00
63.442.202,62
203
0,00%
08.2133
Bestemd door Vlaams Parlement 06 voor waterwegen
13.784.000,00
13.783.537,37
-463
0,00%
08.2134
Bestemd door Vlaams Parlement 06 voor brownfields
9.727.000,00
9.726.953,73
-46
0,00%
08.2136
Bestemd door Vlaams Parlement 07 voor gevaarlijke verkeerspunten
97.765.000,00
97.764.184,06
-816
0,00%
08.2137
Bestemd door Vlaams Parlement 07 voor waterwegen
14.910.000,00
14.910.000,00
0
0,00%
08.2138
Bestemd door Vlaams Parlement 07 voor brownfields
10.000.000,00
10.000.000,00
0
0,00%
08.2139
Overdracht onbestemd saldo
2.303.000,00
2.303.185,04
185
0,01%
08.30
Overige interne verrichtingen
0,00
100.265.443,25
100.265.443
58.21
Investeringsbijdragen
0,00
3.941,00
3.941
66.11
Dotatie Vlaamse Gemeenschap (PR.24.20-b.a.61.10)
169.850.000,00
169.850.568,31
568
66.113
Dotatie 2007 Vl. Gem. (voor eindejaarsvastlegging)(PR.24.20-b.a.61.10)
66.114
Dotatie 2007 Vl. Gem. (na eindejaarsvastlegging)(PR.24.20-b.a.61.10)
Totaal ontvangsten
-21.236.000
-100,00%
148.614.000,00
21.236.000,00 169.850.568,31
21.236.568
14,29%
529.884.000,00
630.154.235,49
100.270.235
UITGAVEN ESR/Project CO-
Omschrijving
Afwijking
FOG Begroting 03.22
00000
Over te dragen overschot van het boekjaar
371.888.000,00
Uitvoering
Absoluut
389.778.409,19
17.890.409
procentueel 4,81%
03.221
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 01 – ordonnancering na begrotingsjaar
43.718.000,00
44.033.390,88
315.391
0,72%
03.222
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 02 – ordonnancering na begrotingsjaar
11.710.000,00
15.209.813,35
3.499.813
29,89%
03.223
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 03 – ordonnancering na begrotingsjaar
24.129.000,00
28.828.398,48
4.699.398
19,48%
03.224
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 04 – ordonnancering na begrotingsjaar
14.903.000,00
18.409.409,57
3.506.410
23,53%
03.225
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 06 – ordonnancering na begrotingsjaar
34.287.000,00
36.475.858,51
2.188.859
6,38%
03.226
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 07 – ordonnancering na begrotingsjaar
71.108.000,00
76.487.677,00
5.379.677
7,57%
0,00
98.003.872,00
98.003.872
03.227
00000
2.183.000,00
72.329.989,40
70.146.989
3213,33%
-21.236.000
-100,00%
Bestemd door Vlaams Parlement 08 – ordonnancering na begrotingsjaar Onbestemd en onbelast saldo
03.228
00000
Dotatie 2007 Vlaamse Gem. (1° deel op 31/12/07) (onbestemd)
03.229
00000
Dotatie 2007 Vlaamse Gem. (na eindejaarsvastlegging) (onbestemd)
03.30
Overige interne verrichtingen
21.236.000,00 148.614.000,00
-100,00%
0,00
100.265.443,00
100.265.443 -8.107
12.11
01122
Algemene werkingskosten aan andere sectoren dan de overheid
30.000,00
21.893,00
-27,02%
12.21
01122
Algemene werkingskosten binnen de sector overheid
70.000,00
67.314,00
-2.686
-3,84%
74.22
01122
Verwerven van overig materiaal (hardware)
10.000,00
0,00
-10.000
-100,00%
74.4
01122
Verwerven van onlichamelijke zaken (software)
10.000,00
0,00
-10.000
-100,00%
23
Totaal projecten 2001+2002+2003+2004+2006+2007+2008
140.021.176,31
-17.854.824
-11,31% -7,69%
0101
06200
Stadsvernieuwing (project 2001)
1.950.000,00
1.800.000,00
-150.000
0102
04510
Aanleggen fietspaden (project 2001)
2.500.000,00
2.333.952,63
-166.047
-6,64%
0202
04520
Waterwegen en zeewezen (project 2002)
1.459.000,00
1.263.664,36
-195.336
-13,39%
0203
05600
Duurzame milieu-investeringen (project 2002)
3.750.000,00
2.022.112,96
-1.727.887
-46,08%
0206
09600
Onderwijsinvesteringen schoolgebouwen (project 2002)
453.000,00
453.337,59
338
0,07%
0207
08200
Culturele investeringen kunstwerken (project 2002)
978.000,00
962.687,19
-15.313
-1,57%
1.540.000,00
525.295,93
-1.014.704
-65,89%
470.000,00
398.762,44
-71.238
-15,16% -58,81%
0208
08200
Culturele investeringen FoCi (project 2002)
0210
04730
Toeristische investeringen (project 2002)
0211
10200
Welzijnsinvesteringen (project 2002)
800.000,00
329.523,36
-470.477
0301
04510
Wegwerken gevaarlijke verkeerspunten (project 2003)
5.098.000,00
4.658.655,60
-439.344
-8,62%
0302
04520
Waterwerken en infrastructuurwerken tegen wateroverlast (project 2003)
1.000.000,00
537.961,24
-462.039
-46,20%
13.500.000,00
11.378.968,04
-2.121.032
-15,71%
1.200.000,00
983.918,69
-216.081
-18,01%
10.000,00
0,00
-10.000
-100,00%
0303
10200
Impulsprogramma Ouderenvoorzieningen (project 2003)
0304
05600
Brownfields en waterbeheersing (project 2003)
0305
01401
Wetenschapsbeleid (project 2003)
0306
06200
Dynamo - stadsvernieuwingsprojecten (project 2003)
220.000,00
0,00
-220.000
-100,00%
0307
08200
Holocaustmuseum (project 2003)
810.000,00
197.574,00
-612.426
-75,61%
0308
08100
Sportinfrastructuurplan Vlaanderen (project 2003)
1.000.000,00
117.139,36
-882.861
-88,29%
0403
08100
Sportinfrastructuurplan Vlaanderen (project 2004)
500.000,00
221.250,00
-278.750
-55,75%
0401
04510
Gevaarlijke verkeerspunten (project 2004)
8.953.000,00
6.899.221,46
-2.053.779
-22,94%
0404
04730
Toeristische infrastructuur (project 2004)
403.000,00
633.338,09
230.338
57,16%
0405
10600
Sociale huisvesting (project 2004)
1.250.000,00
353.302,81
-896.697
-71,74%
0406
00030
Onderzoek en ontwikkeling (project 2004)
3.570.000,00
3.157.866,50
-412.134
-11,54%
0407
06200
Stadsvernieuwing (project 2004)
0408
04510
Dringende wegenwerken (project 2004)
0601
04510
Gevaarlijke verkeerspunten en dringende wegenwerken (project 2006)
0602
04520
Waterwegen en sanering van slib (project 2006)
0603
05600
Bodemsanering via OVAM (project 2006)
0,00
0,00
0
0,00%
2.229.000,00
2.133.173,74
-95.826
-4,30%
47.771.000,00
46.489.125,27
-1.281.875
-2,68%
3.941.000,00
3.163.551,90
-777.448
-19,73%
954.000,00
824.158,04
-129.842
-13,61%
0701
04510
Gevaarlijke verkeerspunten en dringende wegenwerken (project 2007)
43.600.000,00
39.790.319,29
-3.809.681
-8,74%
0702
04520
Waterwegen en sanering van slib (project 2007)
3.967.000,00
3.478.424,71
-488.575
-12,32%
0703
05600
Bodemsanering via OVAM (project 2007)
2.000.000,00
2.917.762,84
917.763
45,89%
0801
04510
Gevaarlijke verkeerspunten en dringende wegenwerken (project 2008)
2.000.000,00
1.996.128,27
-3.872
-0,19%
529.884.000,00
630.154.235,50
100.270.236
18,92%
Totaal
24
157.876.000,00
uitgaven
BEGROTING 2009 (in duizend euro) ONTVANGSTEN ESR
COFOG
Omschrijving
08.21
Overgedragen overschot vorige boekjaren
08.2101
2BC 2008
2BC 2008 INI 2009
INI 2009
360.034
371.888
Bestemd door Vlaams Parlement 01 voor stadsvernieuwing
12.132
8.182
08.2102
Bestemd door Vlaams Parlement 01 voor aanleggen fietspaden
36.036
28.036
08.2105
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor mobiliteit en verkeersv. AWZ
1.459
0
08.2106
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor duurzame milieu-investeringen
13.515
4.515
08.2109
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor onderwijsinvesteringen
453
0
08.2110
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor culturele investeringen KUNST
978
0
08.2111
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor culturele investeringen FoCi
2.739
1.199
08.2113
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor toeristische investeringen
1.216
846
08.2114
Bestemd door Vlaams Parlement 02 voor welzijnsinvesteringen
800
0
08.2116
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor wegwerken gevaarlijke punten
7.098
0
08.2117
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor waterwerken en wateroverlast
1.666
666
08.2118
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor impulsproject ouderenvoorziening
16.562
6.562
08.2119
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor brownfields en waterbeheersing
5.579
379
08.2120
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor wetenschapsbeleid
265
0
08.2121
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor dynamo / stadsvernieuwingsproj.
6.858
4.638
08.2122
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor holocaustmuseum Mechelen
5.040
4.230
08.2123
Bestemd door Vlaams Parlement 03 voor sportinfrastructuur Vlaanderen
3.899
1.899
08.2124
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor gevaarlijke verkeerspunten
11.953
0
08.2125
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor dringende wegenwerken
2.229
479
08.2127
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor sport
2.546
1.046
08.2128
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor stad
4.718
3.218
08.2129
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor toerisme
1.234
731
08.2130
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor sociale huisvesting
5.558
4.308
08.2131
Bestemd door Vlaams Parlement 04 voor wetenschap
3.570
0
08.2132
Bestemd door Vlaams Parlement 06 voor gevaarlijke verkeerspunten
63.442
28.442
08.2133
Bestemd door Vlaams Parlement 06 voor waterwegen
13.784
6.843
08.2134
Bestemd door Vlaams Parlement 06 voor brownfields
9.727
7.773
08.2136
Bestemd door Vlaams Parlement 07 voor gevaarlijke verkeerspunten
97.765
70.265
08.2137
Bestemd door Vlaams Parlement 07 voor waterwegen
14.910
10.943
10.000
08.2138
Bestemd door Vlaams Parlement 07 voor brownfields
08.2139
Bestemd door Vlaams Parlement 08 voor gevaarlijke verkeerspunten
08.2140
Bestemd door Vlaams Parlement 08 voor waterwegen
15.000
08.2141
Bestemd door Vlaams Parlement 08 voor brownfields
10.000
08.2142
Bestemd door Vlaams Parlement 08 voor wetenschapsbeleid
45.000
08.2143
Overdracht onbestemd saldo
66.11
Dotatie Vlaamse Gemeenschap
66.111
Dotatie 2007 Vl. Gem. (voor eindejaarsvastlegging)(CE 6110 B)
66.112
Dotatie 2007 Vl. Gem. (na eindejaarsvastlegging)(CE 6110 B)
66.113
Dotatie 2008 Vl. Gem. (voor eindejaarsvastlegging)(CE 6110 B)
66.114
Dotatie 2008 Vl. Gem. (na eindejaarsvastlegging)(CE 6110 B)
Totaal ontvangsten
4.400 100.000
2.303
2.288
169.850
125.000
21.236 148.614 25.000 100.000 529.884
496.888
25
UITGAVEN ESR
COFOG
Omschrijving
(in duizend euro) 2BC 2008 GVK
03.22
00000
Over te dragen overschot van het boekjaar
03.221
00000
03.222
2BC 2008 INI 2009 GOK GVK
INI 2009 GOK
371.888
350.388
Bestemd door Vlaams Parlement 01 – ordonnancering na begrotingsjaar
36.218
23.286
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 02 – ordonnancering na begrotingsjaar
6.560
3.375
03.223
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 03 – ordonnancering na begrotingsjaar
18.629
6.388
03.224
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 04 – ordonnancering na begrotingsjaar
9.782
4.196
03.225
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 06 – ordonnancering na begrotingsjaar
43.058
6.848
03.226
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 07 – ordonnancering na begrotingsjaar
85.608
42.127
03.227
00000
Bestemd door Vlaams Parlement 08 – ordonnancering na begrotingsjaar
0
137.000
03.228
00000
Onbestemd en onbelast saldo
2.183
2.168
03.229
00000
Dotatie 2007 Vlaamse Gem. (1° deel op 31/12/07) (onbestemd)
21.236
0
03.230
00000
Dotatie 2007 Vlaamse Gem. (na eindejaarsvastlegging) (onbestemd)
03.231
00000
Dotatie 2008 Vlaamse Gem. (1° deel op 31/12/08) (onbestemd)
03.232
00000
Dotatie 2008 Vlaamse Gem. (na eindejaarsvastlegging) (onbestemd)
12.11
01122
Algemene werkingskosten aan andere sectoren dan de overheid
30
30 40
40
12.21
01122
Algemene werkingskosten binnen de sector overheid
70
70 80
80
74.22
01122
Verwerven van overig materiaal (hardware)
10
10 0
0
74.4
01122
Verwerven van onlichamelijke zaken (software)
10
10 0
0
Totaal projecten 2001+2002+2003+2004+2006+2007+2008
268.919
148.614
0 25.000 100.000
157.876 214.275
146.380
63.21
06200
Stadsvernieuwing (project 2001)
400
3.950 400
2.460
63.21
04510
Aanleggen fietspaden (project 2001)
1.515
8.000 1.388
10.472
21.4-51.11-51.12-61.41
04520
Waterwegen en zeewezen (project 2002)
0
1.459 0
12.11-21.4-51.11-51.12-52.1-
05600
Duurzame milieu-investeringen (project 2002)
6.857
9.000 3.553
64.1
09600
Onderwijsinvesteringen schoolgebouwen (project 2002)
0
453 0
0
12.11-50-60
08200
Culturele investeringen kunstwerken (project 2002)
979
978 1
0
52.1-63.21
08200
Culturele investeringen FoCi (project 2002)
0
1.540 0
1.200
52.1
04730
Toeristische investeringen (project 2002)
328
370 151
52.1-63.21
10200
Welzijnsinvesteringen (project 2002)
45
800 45
0
21.4-51.11-51.12-52.1-53.1-
04510
Wegwerken gevaarlijke verkeerspunten (project 2003)
429
7.098 1.230
0
21.4-51.12-53.1-61.41
04520
Waterwerken en infrastructuurwerken tegen wateroverlast (project 2003)
507
1.000 507
52.1-63.21
10200
Impulsprogramma Ouderenvoorzieningen (project 2003)
25
0 1.385
53.1-54.31-61.11-63.2163.51
26
600
61.11-63.11-63.21-63.5165.4
10.000 25
386 3.767
UITGAVEN ESR
COFOG
Omschrijving
(in duizend euro) 2BC 2008
2BC 2008 INI 2009
INI 2009
GVK
GOK GVK
GOK
5.200 798
379
21.4-51.12-61.11-63.21
05600
Brownfields en waterbeheersing (project 2003)
2.927
52.1-61.41-61.51-64.1
01401
Wetenschapsbeleid (project 2003)
0
63.21
06200
Dynamo - stadsvernieuwingsprojecten (project 2003)
2.000
2.220 2.000
1.560
51.12-53.1-61.41-65.4
08200
Holocaustmuseum (project 2003)
5.002
810 2.886
4.230
51.12-61.41-63.21
08100
Sportinfrastructuurplan Vlaanderen (project 2003)
3.482
2.000 3.386
1.664
21.4-51.11-51.12-52.1-53.1-
04510
Gevaarlijke verkeerspunten (project 2004)
1.499
11.953 237
0
04510
Dringende wegenwerken (project 2004)
493
1.750 375
479
51.12-52.1-61.41-63.21-64.1
08100
Sportinfrastructuurplan Vlaanderen (project 2004)
1.747
1.500 1.747
1.046
63.21
06200
Stadsvernieuwing (project 2004)
6
1.500 6
1.320
52.1-53.1
04730
Toeristische infrastructuur (project 2004)
401
503 5
731
51.12
10600
Sociale huisvesting (project 2004)
4.384
1.250 4.380
61.51-64.1
00030
Onderzoek en ontwikkeling (project 2004)
0
3.570 0
21.4-51.11-51.12-52.1-53.1-
04510
Gevaarlijke verkeerspunten en dringende wegenwerken (project 2006)
957
04520
Waterwegen en sanering van slib (project 2006)
4.324
10 0
0
61.11-63.21-63.51-65.4 21.4-51.11-51.12-52.1-53.161.11-63.21-63.51-65.4
35.000 11
2.010 0 24.000
61.11-63.21-63.51-65.4 21.4-51.11-51.12-61.41-64.1
UITGAVEN ESR
COFOG
Omschrijving
6.941 4.324
4.415
(in duizend euro) 2BC 2008
2BC 2008 INI 2009
INI 2009
GVK
GOK GVK
GOK
1.954 6.213
7.795
21.4-51.12-61.11-63.21
05600
Bodemsanering via OVAM (project 2006)
6.213
21.4-51.11-51.12-52.1-53.1-
04510
Gevaarlijke verkeerspunten en dringende wegenwerken (project 2007)
34.165
21.4-51.11-51.12-61.41-64.1
04520
Waterwegen en sanering van slib (project 2007)
10.234
3.967 8.332
3.081
21.4-51.12-61.11-63.21
05600
Bodemsanering via OVAM (project 2007)
10.000
5.600 1.349
4.400
21.4-51.11-51.12-52.1-53.1-
04510
Gevaarlijke verkeerspunten en dringende wegenwerken (project 2008)
100.000
0 100.000
23.000
21.4-51.11-51.12-61.41-64.1
04520
Waterwegen en sanering van slib (project 2008)
15.000
0 15.000
2.000
21.4-51.12-61.11-63.21
05600
Bodemsanering via OVAM (project 2008)
10.000
0 10.000
4.000
52.1-61.41-61.51-64.1
01401
Wetenschapsbeleid (project 2008
45.000
0 45.000
4.000
91.0
01720
Aflossing van gevestigde overheidsschuld – niet verdeeld
0
0 0
27.500 926
36.000
61.11-63.21-63.51-65.4
61.11-63.21-63.51-65.4
Totaal uitgaven
269.039
529.884 214.395
0
496.888
27
Voorstelling van één of meerdere projecten door de diverse administraties en instellingen die FFEU middelen ontvingen.
mow
Ringvaart
mow
Pompinstallatie
lne
E-mil Milieuvergunningenloket
lne
Natuur en Bos projecten
lne
Bodemsanering AZ Damiaan oostende
lne
Verdronken weide Ieper
cjsm
repetitiestudio’s voor h&l op Bijlokesite Gent en
het MAS Antwerpen
cjsm
Topsporthal Maaseik
cjsm
Meester van de Sint-Lucia legende
wvg
Rusthuis Van Ginderachter Merchtem
ov
Vrije basisschool De Twijg Wijgmaal
int vl
Plantentuin Meise
row
De Hoving Hasselt
bz
Zuurstof voor de Brugse Poort Gent
mow
Project gevaarlijke punten, een stand van zaken
ewi
Simon Stevin
dar
Kazerne Dossin Mechelen
29
In het westen en het centrum van Vlaanderen beheert Waterwegen en Zeekanaal NV, kortweg W&Z, de waterwegen en heel wat van de gronden erlangs. Van de zowat 41.000 kilometer waterwegen in Europa ligt er een duizendtal in Vlaanderen. Daarmee beschikken we over één van de meest uitgebreide en dichte waterwegennetten van de wereld. Een belangrijke economische, recreatieve en landschappelijke troef die W&Z optimaal wil uitspelen. Deze benadering past in de regeringsdoelstelling van ‘Vlaanderen in Actie’ (VIA) en ‘Flanders Inland Shipping Network’ (FISN) dat in 2007 werd opgericht om de logistieke troeven van Vlaanderen optimaal te benutten door het stimuleren van de binnenvaartsector. De missie van W&Z is duidelijk: een duurzaam en dynamisch beheer van de bevaarbare waterwegen in het werkingsgebied van de vennootschap, inclusief de erlangs gelegen terreinen. W&Z stimuleert het multifunctioneel gebruik van deze waterwegen en gronden, met oog voor de belangen van alle actoren en extra aandacht voor de veiligheid en integraal waterbeleid. W&Z beschouwt zijn missie als een belangrijk maatschappelijk project en voert een modern, vernieuwend en toekomstgericht beleid met als inzet een mobieler, veiliger en groener Vlaanderen. Het nv-statuut geeft de organisatie meer armslag bij het uitoefenen van commerciële taken, zoals het afsluiten van concessies of het vermarkten van de beheerde terreinen. W&Z is bovendien dé gesprekspartner voor alle watergebonden activiteiten in het werkingsgebied. Dat geldt zowel voor commerciële activiteiten, als voor recreatieve of ecologische initiatieven op en langs onze waterwegen. Omdat het werkingsgebied van W&Z zo uitgestrekt is, zijn drie territoriale afdelingen opgericht: Bovenschelde, Zeeschelde en Zeekanaal. Zij staan in voor de infrastructuurwerken in hun gebied, het onderhoud en de bediening van de bruggen en sluizen, technische adviezen, vergunningen en grote lokale projecten. De FFEU dotatie bedraagt 3.750.000 euro.
30
Contactgegevens: Waterwegen en Zeekanaal NV Oostdijk 110 2830 Willebroek Telefoon: 03 860 62 70 Fax: 03 860 62 78 E-mail: info@wenz.be
ir. Leo Clinckers Gedelegeerd bestuurder
Ringvaart Noordervak – Sluizencomplex te Evergem Bouwen van een tweede sluis De “comfort”- capaciteit van de huidige sluis in Evergem op het Noordervak van de Ringvaart is reeds geruime tijd overschreden met wachttijden tot gevolg. Vorig jaar was de sluis goed voor een doorvaart van meer dan 16 miljoen ton wat een stijging inhoudt met 6 miljoen ton over de laatste 10 jaar. Dit en het feit dat de sluis een essentieel onderdeel vormt van de Seine-Scheldeverbinding, verklaren de bouw van een tweede sluis. De nieuwe sluis heeft een nuttige lengte van +/- 230 m en is 25 m breed. De afmetingen houden rekening met het gabariet van 4.400 ton dat voorzien is voor de uitbouw van de verbinding tussen de haven van Gent en het Seine-Nord bekken in Frankrijk. De werken aan de nieuwe sluis zijn gestart in juni 2002 met de bouw van kaaimuren. Vanaf september 2004 werd, van toen af onder de vleugels van het FFEU, gestart met de bouw van de sluis zelf. Deze werken werden 3 jaar later beëindigd. In 2008 werden de 6 sluisdeuren afgewerkt en geplaatst en werd tevens de elektromechanische uitrusting van de sluis opgestart. Op 4 april 2008 werd de eerste steen gelegd van het nieuwe bedieningsgebouw van waaruit zowel de nieuwe als de oude sluis zullen bediend worden. In 2008 werd nog een bedrag van +/- 2,25 miljoen vastgelegd voornamelijk voor de uitvoering van deelcontract 2 van de deuren en de elektromechanica en voor diverse uitrustingen van het nieuwe dienstgebouw. De totale investering ten laste van het FFEU komt alzo op +/- 22 miljoen euro.
31 De indienststelling van de sluis is voorzien op 3 juni 2009.
Waterwegen en Zeekanaal NV Afdeling Bovenschelde Nederkouter 28, 9000 Gent
ir. Ronald Duthoi projectingenieur
nv De Scheepvaart heeft als voornaamste opdrachten het beheer, het onderhoud en de exploitatie van het Albertkanaal, de Kempense kanalen, de Schelde-Rijnverbinding en de gemeenschappelijke Maas. De vennootschap moet er voor zorgen dat op de kanalen de schepen vlot en veilig kunnen varen. nv De Scheepvaart beheert ook heel wat watergebonden terreinen langs de kanalen. Deze terreinen worden in concessie gegeven aan bedrijven die de waterweg gebruiken voor de aan- of afvoer van hun goederen. Op die manier wordt niet alleen een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de economie en de groei van de werkgelegenheid, maar ook aan de verhoging van de mobiliteit en de veiligheid op de wegen. Concreet zorgt nv De Scheepvaart voor: • het bouwen van nieuwe infrastructuur en onderhoud van bestaande installaties De scheepvaart is bouwheer van alle infrastructuurwerken en onderhoudswerken op en rond de kanalen. Met de afdeling Waterbouwkunde beschikt de vennootschap over een eigen ingenieursbureau met een ruime expertise inzake de studie en uitvoering van waterbouwwerken. De afdeling logistiek staat in voor onderhoudswerken in eigen beheer en voor dringende herstellingen. De afdeling heeft ongeveer 80 gespecialiseerde medewerkers en een modern machinepark. • de bediening van sluizen en bruggen De vennootschap bedient 25 sluizen op de Kempense kanalen, en 6 sluizencomplexen (met 3 sluizen per complex) op het Albertkanaal. Op het Albertkanaal worden de sluizen continu bediend van zondag 18.00 uur tot zaterdag 22.00 uur: dat wil zeggen dat over de volledige lengte van het Albertkanaal de schepen zonder onderbreking kunnen varen van zondagavond tot zaterdagavond. In uitzonderlijke omstandigheden omwille van economische noodzaak, worden deze sluizen ook op zondag bediend. Daarnaast zijn er op de Kempense kanalen een aantal beweegbare bruggen. Ook deze bruggen worden bediend door personeelsleden van de vennootschap. nv De Scheepvaart is verder verantwoordelijk voor de inspectie en onderhoud van meer dan 160 bruggen. In de zomer worden de sluizen op enkele Kempense kanalen op zondag bediend ten behoeve van de pleziervaart. • commercialiseren van watergebonden gronden De Scheepvaart beschikt over heel wat gronden langs de kanalen. Watergebonden industrieterreinen zijn strikt voorbehouden voor watergebonden bedrijven, d.w.z. voor bedrijven die de binnenvaart nodig hebben voor de aan- en afvoer van goederen. De vennootschap sluit langdurige concessieovereenkomsten af met geïnteresseerde bedrijven voor het gebruik van die gronden. nv De Scheepvaart heeft bovendien de mogelijkheid om watergebonden industriegronden aan te kopen, en kan onder bepaalde voorwaarden gronden onteigenen of een recht van voorkoop doen gelden. Nietwatergebonden gronden kan de vennootschap verkopen. In 2007 werden ruim 20 ha watergebonden industrieterreinen via voorkooprecht verworven.
32
• afleveren van diverse vergunningen De Scheepvaart levert diverse vergunningen af, onder meer voor het gebruik van gronden van de vennootschap, voor het aftappen van kanaalwater, voor het gebruik van het jaagpad, voor het houden van sportmanifestaties op of langs het kanaal, … • promotie van de binnenvaart De Scheepvaart voert permanent promotie voor het gebruik van de binnenvaart. De voorbije 10 jaar is de trafiek op de kanalen in Antwerpen en Limburg bijna verdubbeld. En de trafiek stijgt nog altijd De FFEU dotatie bedraagt 3.750.000 euro.
Contactgegevens: nv De Scheepvaart Havenstraat 44 3500 Hasselt telefoon: 011 29 84 00 fax: 011 22 12 77 e-mail: directie@descheepvaart.be
Erik Portugaels, Afgevaardigd bestuurder
Bouw van pompinstallaties en waterkrachtcentrales op de sluizencomplexen van het Albertkanaal Het Albertkanaal en de Kempische Kanalen worden uitsluitend gevoed met water dat in Luik en Maastricht uit de Maas onttrokken wordt. Ook in Nederland worden verschillende kanalen, zoals het Julianakanaal, gevoed met Maaswater. Het water van al deze kanalen vervult verschillende functies. Naast de scheepvaartfunctie wordt het water ook voor verschillende andere doelen gebruikt, zoals voor de irrigatie van landbouwgronden en natuurgebieden, als een ruwwaterbron voor drinkwaterproductie en als proceswater voor de industrie. Tijdens het grootste deel van het jaar is er voldoende water beschikbaar om aan al deze functies te voldoen. Maar in periodes van langdurige droogte bestaat de kans dat de afvoer van de Maas zo laag wordt dat de normale voeding van de kanalen in het gedrang dreigt te komen. nv De Scheepvaart wenst als waterwegbeheerder van het Albertkanaal en de Kempische kanalen de nodige maatregelen te nemen, zodat ook in deze droge periodes de kanalen alle functies kunnen blijven vervullen. nv De Scheepvaart zal daarom de komende jaren op de zes sluizencomplexen van het Albertkanaal Ligging pompinstallatie-waterkrachtcentrale te Wijnegem (Genk, Diepenbeek, Hasselt, Ham, Olen en Wijnegem) pompinstallaties bouwen die een belangrijk deel van het waterverbruik van de sluis terugpompen naar het opwaarts van het sluizencomplex gelegen kanaalpand. Op die wijze kan het netto-waterverbruik van een sluizencomplex en dus ook de wateronttrekking uit de Maas tijdens droge periodes aanzienlijk worden verminderd, waardoor de kanalen al hun functies kunnen blijven vervullen. De installaties zullen zodanig gebouwd worden dat ze ook in omgekeerde richting als waterkrachtcentrale kunnen werken. Door het grote hoogteverschil van de sluizencomplexen op het Albertkanaal is het mogelijk om, tijdens periodes dat er voldoende Maaswater beschikbaar is, het relatief belangrijk potentieel aan groene stroom uit waterkracht te benutten. nv De Scheepvaart wenst dit potentieel effectief te realiseren, en op die manier bij te dragen tot het realiseren van de Vlaamse doelstellingen m.b.t. de productie van duurzame energie op basis van hernieuwbare energiebronnen. De waterkrachtcentrales zullen ongeveer 5000 gezinnen van energie voorzien. nv De Scheepvaart heeft in 2008 een MER, waarin de effecten van het project op het milieu in beeld worden gebracht, en een kosten-batenanalyse laten opstellen. nv De Scheepvaart start eind 2009 met de bouw van de installaties op het sluizencomplex van Ham. Tegen eind 2012 zullen alle installaties operationeel zijn.
ir. Koen Maeghe Projectleider Integraal waterbeheer nv De Scheepvaart
33
De mobiliteit verbeteren, de verkeersveiligheid verhogen, in transport- en haveninfrastructuur investeren: het Departement MOW in een notendop. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken is belast met een bijzonder breed takenpakket. Het ondersteunt de Vlaamse Regering immers bij de beleidsvorming en de beleidsvoering rond mobiliteit en verkeersveiligheid, maar ook o.m. inzake de investeringen, het beheer en de exploitatie van de transport- en haveninfrastructuur. Secretaris-generaal ir. Fernand Desmyter werkt daartoe o.m. samen met de administrateurs-generaal van de intern verzelfstandigde agentschappen AWV (Agentschap Wegen en Verkeer) en MDK (Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust). Deze beide agentschappen hebben een uitvoerende taak, terwijl het voor het departement toch voornamelijk om de beleidsvoorbereiding gaat. In opdracht van de betrokken ministers tekent het departement toekomstig beleid uit: het formuleert inhoudelijke voorstellen en alternatieven die de beleidsvorming voeden. Hiervoor doet het een beroep op een complex instrumentarium van monitoring en informatiemanagement. Het stuurt wetenschappelijk onderzoek aan en doet aan netwerking binnen en buiten het beleidsdomein MOW ĂŠn internationaal. Het departement volgt de beleidsuitvoering en evalueert het gevoerde beleid. Het ondersteunt de minister bij de opmaak, de follow-up en de evaluatie van de beheersovereenkomsten. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken telt zeventien afdelingen: een stafdienst, vier beleidsafdelingen, zes technisch ondersteunende diensten in specifieke kennisdomeinen, drie uitvoerende afdelingen en drie managementonder-
34
steunende diensten die ook de hoger vermelde agentschappen bedienen. Het hoofdkantoor bevindt zich in Brussel maar het departement heeft ook heel wat lokale vestigingen.
Contactgegevens: Departement mobiliteit en openbare werken Albert II-laan 20, kamer 11P24, 1000 brussel telefoon: 02/5537118 fax: 02/5537195
ir. Fernand Desmyter, secretaris-generaal
AMORAS: Antwerpse Mechanische Ontwatering, Recyclage en Applicatie van Slib Om de toekomst van de Antwerpse haven veilig te stellen is het essentieel dat de scheepvaart over voldoende diepgang beschikt. Om die diepgang te garanderen moeten jaarlijks grote hoeveelheden onderhoudsbaggerspecie gebaggerd en geborgen worden. De huidige berging van de baggerspecie in loswallen en onderwatercellen heeft echter haar verzadigingspunt bereikt. Daarom besliste de Vlaamse Regering om de verwerking en berging van deze specie op een nieuwe en duurzame manier aan te pakken. Hiertoe wordt een mechanische slibontwateringsinstallatie in het havengebied gebouwd. Dit project kreeg de naam AMORAS. Het letterwoord AMORAS staat voor Antwerpse Mechanische Ontwatering, Recyclage en Applicatie van Slib. AMORAS zal een definitieve en milieuvriendelijke oplossing bieden voor de onderhoudsbaggerspecie in de Antwerpse haven. Het project voorziet in de ontwatering van deze specie (ca. 500.000 ton droge stof of ‘DS’ per jaar) met behulp van membraankamerfilterpersen, waarbij het volume tot 30% wordt gereduceerd. Het afgescheiden water wordt behandeld in een waterzuiveringsstation en komt gezuiverd weer in de dokken terecht. Wat rest zijn droge filterkoeken met een droog stofgehalte (DS) van minimaal 60%. Het is de bedoeling die koeken voort te recycleren tot bv. baksteen of argexkorrels. Het AMORAS-project bestaat uit twee delen: de bouw van de installaties en de exploitatie. Voor de installaties wordt een ontwateringshal gebouwd met twaalf filterpersen op een terrein van ca. 15 ha genaamd het ‘Bietenveld’ en worden in totaal vier kilometer leidingen naar dit terrein gelegd. Er komt een opslagzone voor de filterkoeken op een terrein van ca. 25 ha genaamd de ‘Zandwinningsput’. Deze beide terreinen bevinden zich in het Antwerps havengebied naast de R2, de A12, Indaver en de Hooge Maey. In Kanaaldok B1-B2 wordt een onderwatercel aangelegd, waar de behandelde onderhoudsbaggerspecie tijdelijk wordt opgeslagen voor ze doorgepompt wordt naar het ‘Bietenveld’. De Vlaamse overheid heeft de terreinen voor een periode van 30 jaar in concessie genomen. Hiervoor is een samenwerkingsovereenkomst afgesloten. Het eerste deel van het AMORAS-project vergt een investering van 118 miljoen euro. Een klassieke budgettaire financiering waarbij de integrale kosten tijdens de fysieke bouwperiode onmiddellijk en voor 100% ten laste zouden worden genomen van de reguliere begroting van het Vlaamse Gewest is bijzonder moeilijk. Daarom is beslist om in 2008, 2009 en 2010 telkens het bedrag dat uit het FFEU-fonds aan de afdeling Maritieme Toegang ter beschikking gesteld wordt voor het AMORAS-project te reserveren. In 2008 kon zo al ca. 22 miljoen euro met FFEU-middelen gereserveerd worden. Daarnaast wordt een deel geprefinancierd en tijdens de exploitatiefase terugbetaald.
35
De exploitatie van de installaties vormt het tweede deel van het AMORAS-project. Voor de exploitatie moet de begroting jaarlijks en over een periode van vijftien jaar in ca. 29 miljoen euro kredieten voorzien, waarvan ca. 7 miljoen euro dient voor de terugbetaling van de bouwfinanciering. Als tijdens de volgende twee jaren echter een extra bedrag uit het FFEUfonds beschikbaar is, zullen de financieringskosten in verhouding verminderen en zullen de jaarlijkse exploitatiekosten gereduceerd worden tot 22 miljoen euro. De werkzaamheden hebben een aanvang genomen op 1 oktober 2008. Na vierentwintig maanden, einde september 2010, moet de bouw klaar zijn. Na een maximale opstartperiode van zes maanden start dan de exploitatie, vanaf april 2011.
ir. Joris Dockx projectingenieur
Leefmilieu, natuur en energie Het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (Departement LNE) startte zijn werking op 1 april 2006 binnen het gelijknamige beleidsdmein met een hertekende structuur en een reeks nieuwe opdrachten, vastgelegd in het organisatiebesluit van 3 juni 2005. Het departement ondersteunt de minister bij het uitwerken van diens beleid en bij de aansturing en opvolging van de beleidsuitvoering. Het departement heeft dus een beleidsvoorbereidende en beleidsevaluerende opdracht en staat in voor onderlinge afstemming van beleidsondersteuning en beleidsuitvoering in het beleidsdomein. Andere belangrijke opdrachten zijn de voorbereiding en advisering van de beheersovereenkomsten met de verzelfstandigde agentschappen, het ontwikkelen van het beleidsvoorbereidend instrumentarium en het uitwerken van inhoudelijke beleidsvoorstellen. Na de officiële start van het Departement LNE op 1 april 2006 startte meteen ook het proces van de strategische planning. Tijdens dit proces werden de grote strategische uitdagingen voor het departement voor de komende jaren geïdentificeerd en de missie en visie geformuleerd, die op 4 september 2007 werden bekrachtigd door de Directieraad. Missie “De doelstelling van het departement LNE is het realiseren van een kwaliteitsvol leefmilieu, waarin op een duurzame wijze gebruik wordt gemaakt van diverse voorraden. Daartoe ontwikkelen wij een geïntegreerd leefmilieu-, natuur- en energiebeleid. Wij richten ons daarbij op beleidsvoorbereiding en -implementatie, draagvlakverbreding, handhaving van de regelgeving en beleidsevaluatie. We doen dit ook door een coördinerende rol op te nemen ten overstaan van interne en externe partners, zowel op lokaal, nationaal als naar het internationale niveau.” Visie Krachten bundelen voor een kwaliteitsvol leefmilieu Krachten bundelen: • is nodig voor het bewaken van een globale en geïntegreerde aanpak over de verschillende milieuaspecten heen; • vereist een coördinerende rol tot samenwerking met vele interne/externe partners en inzet van eigen expertise; • met respect voor de 4 waardegebonden competenties van de Vlaamse overheid: samenwerken, voortdurend verbeteren, klantgerichtheid, betrouwbaarheid.
36
Kwaliteitsvol leefmilieu: • op basis van een coherente langetermijnvisie met een ecologische reflex, en in functie van de maatschappelijke noden van zowel de huidige als de toekomstige generaties, de doelstellingen van het beleid verwezenlijken.
Contactgegevens: Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 Brussel tel 02 553 80 11 fax 02 553 80 05 www.lne.be
Jean-Pierre Heirman, Secretaris-generaal
eMIL: het digitale loket milieuvergunningen Het Vlaamse milieuvergunningenreglement (VLAREM) zorgde in Vlaanderen vanaf de start in 1991 voor een grondige vereenvoudiging van de milieuhygiëne¬reglementering. Verschillende bestaande vergunningsprocedures en milieuvoorwaarden werden gebundeld tot één reglement. Er werden dwingende afhandelingstermijnen ingevoerd, de maximale vergunningstermijn werd ingekort tot 20 jaar en de milieuvergunning werd gekoppeld aan de stedenbouwkundige vergunning. Al deze eigenschappen waren een primeur voor Europa. Op 1 maart 2009 is een belangrijke en omvangrijke geactualiseerde VLAREM-wetgeving van kracht gegaan. Het VLAREM heeft soms de reputatie ingewikkeld en onvoldoende doorzichtig te zijn. Om hieraan tegemoet te komen werd en wordt gezocht naar oplossingen. Zo werd in 2005 gestart met de ontwikkeling van een digitaal milieuvergunningenloket eMIL. Dit project werd aanvankelijk inhoudelijk geleid door de afdeling Milieuvergunningen en technisch ondersteund door het MMIS (Milieu Management Informatie Systeem),dat inmiddels deel uitmaakt van de afdeling Centraal Databeheer. Eind 2007 werd de projectleiding voor de ontwikkeling van het eMIL-loket overgenomen door de afdeling Centraal Databeheer. De zgn. frontoffice bestaat uit drie delen die via het internet zullen worden aangeboden aan ondernemers, burgers en alle betrokken overheidsdiensten (gemeenten, provincies en gewest). • De milieuvergunningendatabank: biedt de mogelijkheid om bepaalde gegevens van de gewestelijke milieuvergunningendatabank te raadplegen. Een eerste versie van de databank gaat online in 2009. • Via de milieuvergunningenwegwijzer kan men op een gebruiksvriendelijke manier nagaan of een geplande activiteit meldings- of milieuvergunningplichtig is aan de hand van de VLAREM-rubrieken. Daarbij kan de gebruiker meteen ook de voor deze activiteit geldende algemene en sectorale milieuvoorwaarden raadplegen. Een eerste versie van de wegwijzer ging online eind 2006 en wordt tegen einde mei 2009 aangepast aan de geactualiseerde VLAREM-wetgeving . • Het milieuvergunningenloket helpt de gebruiker om de aanvraag voor een milieuvergunning “begeleid” voor te bereiden en af te drukken. De uiteindelijke bedoeling is om ook elektronisch indienen mogelijk te maken, maar daarvoor moet eerst de back-office verder uitgebouwd worden. Een eerste versie van het loket gaat online in het voorjaar 2009 samen met het van kracht worden van de geactualiseerde VLAREM-wetgeving. Er is voorzien in een functionele en grafische integratie van de verschillende luiken. Zo is het nu al mogelijk de resultaten van de milieuvergunningenwegwijzer mee te nemen naar het milieuvergunningenloket en de gegevens uit de milieuvergunningendatabank zullen in de toekomst aangeboden kunnen worden in het milieuvergunningenloket. Voor dit omvangrijke project voorzag het FFEU in 2004 700.000 euro: • eMIL milieuvergunningendatabank: circa 280.000 euro • eMIL milieuvergunningenwegwijzer: circa 25.000 euro • eMIL milieuvergunningenloket: circa 395.000 euro
Contact: • voor inhoudelijke vragen: milieuvergunningen@lne.vlaanderen.be • voor informaticatechnische vragen: mmis@milieuinfo.be
37
Agentschap voor Natuur en Bos. Het Agentschap voor Natuur en Bos werkt elke dag aan meer natuur van een betere kwaliteit. Het Agentschap is een fusie van de vroegere afdeling Natuur met de afdeling Bos en Groen. Het is onze ambitie om de mooie erfenis die deze twee afdelingen ons hebben nagelaten, verder te zetten. We willen werken aan een leefbaar Vlaanderen met meer en betere natuur, bossen, parken en openbaar groen. Het agentschap is heel sterk aanwezig op het terrein. Het beheer van natuurreservaten, domeinbossen en eigen parken zijn daarbij onze paradepaardjes. Maar ook bij het uitstippelen en uitvoeren van een beleid voor Vlaanderen speelt het agentschap een rol. Dit alles gebeurt in een mondiale context en niet vanuit een ivoren toren. Het agentschap staat met beide voeten in de realiteit. Vanuit die houding ontstaat ook de natuurlijke reflex om samenwerking te zoeken en win/win-relaties aan te gaan met diverse maatschappelijke actoren.
ANB meer en beter Vlaanderen heeft prachtige natuur, talrijke bossen en riante parken. Die groene oases staan echter onder druk. Het Agentschap voor Natuur en Bos werkt elke dag aan het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van deze natuurgebieden, bossen en parken. We werken aan meer natuur, meer groen en meer bos. Maar ook de kwaliteit krijgt onze aandacht: waardevolle natuur, gevarieerd groen en rijke bossen met een grote verscheidenheid aan dieren en planten. Zo bouwen we aan een duurzame toekomst voor ons, voor onze kinderen en kleinkinderen. Een toekomst met leefbare steden, een fraai platteland en plekken waar de natuur zichzelf kan zijn.
ANB verrassend dichtbij Het Agentschap voor Natuur en Bos is dichterbij dan u denkt. De bossen, natuurgebieden en parken die we beheren spreken uiteraard het meest tot de verbeelding. Het Agentschap voor Natuur en Bos doet nog zoveel meer: we adviseren, plannen, ontwikkelen, subsidiëren, beschermen dier- en plantensoorten, coördineren het wildbeheer en de visserij, organiseren campagnes zoals de Week van het Bos, de Dag van het Park en het Boompjesweekend. We staan met beide voeten in de maatschappij en gaan niet op eigen houtje te werk. We investeren in een duurzaam beleid en ondersteunen partners die werken aan meer en betere natuur. De natuur kan niet zonder de zorg voor mensen, daarom rekenen we ook op die mensen.
Welkom in onze natuur! 38
Het Agentschap voor Natuur en Bos beheert meer dan 37.000 hectare parken, bossen en natuurgebieden. Van de duinen over het Zoniënwoud tot de Kempische heidegronden: Vlaanderen telt tientallen plekjes waar u terecht kan voor een frisse neus of extra zuurstof. De Vlaamse natuur zit niet achter slot en grendel: het ANB stelt de meeste bos- en natuurgebieden en parken open voor het publiek. Bewegwijzerde paden en infoborden maken u wegwijs. In veel domeinen zijn er paden voor fietsers of ruiters. Of u kan de natuur intrekken in het zog van een gids die u met kennis van zaken door het gebied loodst. Verscheidene gebieden werden bovendien ook ingericht voor personen met beperkte mobiliteit. En dan zijn er nog de Vlaamse bezoekerscentra en bosmusea: deze toegangspoorten tot de natuur zijn de ideale uitvalsbasis voor een dagje onthaasten in het groen. Geniet ervan!
Contactgegevens Graaf de Ferraris-gebouw Koning Albert II-laan 20 (4de verdieping) 1000 Brussel Telefoon: 02 553 81 02 Fax: 02 553 81 05 e-mail: anb@vlaanderen.be www.natuurenbos.be
Marleen Evenepoel, administrateur-generaal
Natuur- en Bosprojecten Het Agentschap is op vele terreinen actief. Tot haar ruime takenpakket behoren: beleidslijnen uitstippelen en uitvoeren, eigen en andermans domeinen duurzaam beheren, toezien op het naleven van wetten rond natuur, bos, wildbeheer en visserij… Een belangrijk aspect in de werking van het ANB is de aankoop van natuur- en bosgebieden. Als eigenaar van (potentieel) waardevolle gebieden krijgt het ANB meer slagkracht bij het vrijwaren en verder ontwikkelen van de aanwezige natuurwaarden. Hieronder zetten we enkele realisaties op een rij rond aankoopprojecten van het ANB in 2008. FFEU: stand van zaken projecten aankoop natuur- en bosgebieden. In 2008 kon het ANB, dankzij kredieten van het FFEU, nieuwe terreinverwerving realiseren in drie van de waardevolste beek- en riviervalleien die Vlaanderen nog rijk is: het Scheps, de Demerbroeken en de Vallei van de Drie Beken. Telkens gaat het om gebieden die zijn aangeduid als Habitatrichtlijngebied.
Het Scheps in Balen. In dit gebied, gelegen in de vallei van de Grote Nete, verwierf het ANB tot nu toe 215 hectare. Daarnaast beheert de waterwinningsmaatschappij PIDPA ook nog 38 hectare gronden in het gebied. De waterloop zelf is één van de zuiverste beeklopen in Vlaanderen. Het landschap binnen het visiegebied is erg kleinschalig met een dicht netwerk van houtkanten, maar er zijn ook bossen, vijvers en moeras. Het gaat om een waaier aan bijzondere vegetaties die Europese bescherming genieten in het kader van de Habitatrichtlijn: vochtige broekbossen, hooilanden, eiken-berkenbos en heischraal grasland. In het gebied werden in 2007 twee wandelroutes aangelegd, waardoor nu ook het publiek kan genieten van dit uitzonderlijke stuk natuur. FFEU: 64.875,00 euro – 5,1900 ha - vastleggingsnummer 30018; helemaal gerealiseerd.
39
Demerbroeken Scherpenheuvel-Zichem en Diest. Het totale visiegebied beslaat 762 hectare, waarvan intussen 231 hectare eigendom is van het ANB. Er lopen nog onderhandelingen voor de aankoop van in totaal nog eens 80 hectare. De Demervallei tussen Diest en Testelt was ooit een groot open beemdenlandschap en overstromingsgebied van de Demer. Het bleef grotendeels ongeschonden tot na de tweede wereldoorlog. Op dit moment is het een groot gebied, bestemd voor natuur, en grotendeels door landbouw verlaten. De natuurmogelijkheden in de Demerbroeken zijn zeer hoog, indien we een voor de natuur optimale waterhuishouding in het gebied kunnen realiseren. Het ANB streeft in dit gebied naar een grote eenheid natuur, wat het verdere herstel van natuurwaarden moet toelaten. De Demerbroeken doen bovendien dienst als natuurlijk overstromingsgebied bij zware regenval: bij hoge waterstand op de Demer treedt er opstuwing op van de zijlopen. FFEU: 575.950,00 euro - 47,8214 ha - vastleggingsnummer 30014; ten dele gerealiseerd.
40
Vallei van de Drie Beken, Diest en Beringen De Vallei van de Drie Beken is een aankoopproject dat zich uitstrekt over de provincies Limburg en Vlaams-Brabant. Het gaat om één van de snelst groeiende reservaatprojecten van het ANB. Inmiddels verwierf het ANB - ondanks de sterk versnipperde eigendomsstructuur - al bijna 400 hectare in het visiegebied. In de vallei zijn er dankzij een variatie aan bodemtypen, zoals veen, klei, lemig zand…, relicten aanwezig van bedreigde plantengemeenschappen zoals voedselarm laagveen, verlandingsvegetaties en trilvenen, broekbos, heischrale graslanden, dottergrasland en droge en vochtige heide. De verwerving van een aaneengesloten oppervlakte moet toelaten deze natuurwaarden te vrijwaren en verder te ontwikkelen. FFEU: 286.158,00 euro – 21,8517 ha; vastleggingsnummer 30012; ten dele gerealiseerd.
41
Joost Reyniers, Projectverantwoordelijke
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij Door het verzekeren van een duurzaam beheer van afvalstoffen en materialen, door het voorkomen van bodemverontreiniging en door de realisatie van de bodemsanering, draagt de OVAM bij tot een beter leefmilieu en daardoor tot een hogere levenskwaliteit. Deze missie wordt concreet ingevuld door de hiernavermelde bijdragen. In verband met het duurzaam beheer van afvalstoffen en materialen door: • het in kaart brengen en analyseren van de stoffenkringlopen, met een bijzondere aandacht voor milieugevaarlijke stoffen; • het ontwikkelen van maatregelen en instrumenten ter voorkoming van het ontstaan van lekken van stoffen uit deze kringlopen; • het treffen van maatregelen ter besparing van grondstoffen en energie door, daar waar mogelijk, afvalstoffen in te zetten; • het nemen van maatregelen en het ontwikkelen van acties ter bevordering van een duurzaam consumptiegedrag; • het bevorderen van de kwaliteit van producten en productieprocessen met aandacht voor kwalitatieve en kwantitatieve preventie zowel op het vlak van het gebruik en verbruik van grondstoffen, de productie van afval als het verspreiden van milieugevaarlijke stoffen. In verband met het voorkomen van bodemverontreiniging en de realisatie van de bodemsanering door: • het doen saneren en saneren van de historische en nieuwe bodemverontreiniging; • het ontwikkelen van maatregelen en instrumenten ter stimulering van de vrijwillige saneringen, zowel wat betreft individuele saneringen als collectieve saneringen; • het treffen van maatregelen ter voorkoming van nieuwe bodemverontreiniging; • het stimuleren van brownfieldontwikkeling. Voornamelijk bij ambtshalve bodemsaneringen kan de financiële impact in specifieke dossiers zeer hoog zijn. Door de inzet van de FFEU-middelen wordt aan de OVAM de mogelijkheid geboden om dergelijke zwaar verontreinigde terreinen te saneren. De bodemsaneringswerken op het Carcoke-terrein in de Zeebrugse haven en op de Balmatt-site in Mol worden hierna toegelicht. Dankzij de bodemsanering kunnen deze terreinen opnieuw een nuttige functie krijgen.
42
De gelijkenissen tussen deze dossiers zijn treffend. In beide gevallen werden de jarenlange activiteiten stopgezet in de tweede helft van de jaren ’90. Telkens is een complexe en dure sloop van de installaties en gebouwen noodzakelijk om over te gaan tot verregaande bodemsanering en de finale herontwikkeling van de site. De Amerikaanse ecoloog Michaël Soulé stelde enige jaren geleden: ‘Er zijn geen hopeloze gevallen, alleen dure gevallen en mensen zonder hoop.’. Voor Carcoke en Balmatt is er niet enkel hoop op een betere toekomst; er wordt vandaag volop gewerkt aan de toekomst van het verleden. De samenwerking met respektievelijk MBZ en SOV draagt bij tot een grotere meerwaarde van de verrichte bodemsaneringsinpsanningen.
Contactgegevens: OVAM Stationsstraat, 110 2800 Mechelen telefoon: 015 28 42 84 www.ovam.be
Henny de Baets, Administrateur-generaal
AZ Damiaan Bodemsanering en nieuwbouw: een geïntegreerde aanpak. Op een deel van de terreinen van het AZ Damiaan te Oostende waar een uitbreiding van het ziekenhuis is gepland, is een ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging aanwezig. De verontreiniging bestaat uit poly- en monoaromatische koolwaterstoffen, minerale olie en fenolen. Deze verontreiniging is afkomstig van voormalige activiteiten in de omgeving. Op het terrein worden in opdracht van de vzw AZ Damiaan werken uitgevoerd in het kader van de uitbreiding- en verbouwingswerken aan het ziekenhuis. Gelijktijdig met deze werken worden de ambtshalve bodemsaneringswerken in opdracht van de OVAM uitgevoerd. Deze manier van werken illustreert de huidige aanpak van het uitvoeren van saneringen door de OVAM. Door het samenwerken met een private partner creëren we een win-win situatie. De vzw AZ Damiaan realiseert de bouwput voor de uitbreiding en verbouwing van het ziekenhuis en gelijktijdig realiseert de OVAM de bodemsanering. In het kader van de werken van het AZ Damiaan wordt gegraven tot circa 5,5 m-mv. Voor de ontgraving met betrekking tot de bodemsanering kan gegraven worden tot maximaal 6 m-mv. In het kader van de gezamenlijke werken zal in totaal ruim 100.000 ton verontreinigde grond worden ontgraven en verwerkt. De totale kostprijs voor de ambtshalve bodemsanering is circa 4 mln EUR. Een gedeelte hiervan wordt gefinancieerd met FFEU-middelen. De werken voor de uitbreiding en verbouwing van het ziekenhuis met de uitgraving van de verontreinigde grond zijn gestart in juni 2008 en lopen tot april 2009. Daarna volgt nog een bijkomende grondwatersanering. Voor het uitschrijven van de aanbestedingsopdrachten werden de werken van beide partijen op elkaar afgestemd zodat de samenwerking tussen de OVAM en het AZ Damiaan leidt tot een sluitend geheel en een efficiënte uitvoering op het terrein.
43
Van een verontreinigd terrein tot een nieuw ziekenhuis
Eddy Wille, afdelingshoofd interventies, verwijderingen en saneringen
De Vlaamse Milieumaatschappij is een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid dat behoort tot het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie. VMM heeft als missie bij te dragen tot de realisatie van de doelstellingen van het milieubeleid door het voorkomen, beperken en ongedaan maken van schadelijke effecten voor watersystemen, verontreiniging van de atmosfeer en het rapporteren over de toestand van het leefmilieu en tot de realisatie van de doelstellingen van het integraal waterbeleid. VMM is dé organisatie in Vlaanderen die: • zorgt voor een coherente en doeltreffende inzet van de beleidsinstrumenten voor uitvoering van het integraal waterbeleid en het luchtbeleid; • watersystemen beheert, de luchtkwaliteit bewaakt en het bereiken van de gewenste toestand voor de watersystemen en luchtkwaliteit bevordert; • optreedt als kenniscentrum voor water, lucht en milieurapportering; • de coördinatie verzorgt of een expertbijdrage levert aan het (inter)nationaal beleid op het gebied van water, lucht en thema overkoepelende materies; • het milieubewust gedrag bij de betrokken doelgroepen stimuleert. De afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM streeft ernaar bij de dragen tot de optimale aanwezigheid van gronden oppervlaktewater met een geschikte kwaliteit voor mens en natuur. De afdeling is onder meer bevoegd voor het onderhouden, verbeteren, inrichten, aanleggen en operationeel houden van de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie. Ze doet dit volgens de principes van integraal waterbeheer, met aandacht voor ruimte en water en voor milieu en natuur. Toch blijft het een feit dat de waterlopen niet steeds en overal hun natuurlijke gang kunnen gaan. Soms moet de techniek tóch worden ingezet om bijvoorbeeld wateroverlast effectief een halt toe te roepen. De uitdaging bestaat er voor de afdeling Operationeel Waterbeheer in om techniek en integraal waterbeheer met elkaar te verzoenen en zo te komen tot een allesomvattende ruimte-voor-water-visie met een welomlijnde plaats voor waterbouwkundige infrastructuur en elektromechanica.
44
De door de FFEU verstrekte middelen werden door de afdeling Operationeel Waterbeheer tot nu toe vooral aangewend voor slibruiming en het bouwen van waterbouwkundige infrastructuur. Het FFEU biedt hierdoor een financieel kader voor de realisatie van concrete projecten van duurzaam waterbeheer.
Contactgegevens: Vlaamse Milieumaatschappij A. Van de Maelestraat 96 9320 Erembodegem Telefoon: 053 72 64 45 fax: 053 71 10 78: e-mail: info@vmm.be www.vmm.be
Frank Van Sevencoten adminstrateur-generaal VMM
Project ‘afvoeren van de overtollige gronden van de Verdronken Weide te Ieper’ De Verdronken Weide in Ieper is een wachtbekken voor de Bollaertbeek, de waterloop die vanaf de vestingmuren de Ieperlee wordt. In het wachtbekken is ook een spaarbekken voor drinkwater aangelegd. De overblijvende graslanden worden als natuurterrein beheerd. Het wachtbekken van de Verdronken Weide is aangelegd in de jaren negentig. Ongeveer 35.000 mÂł van de uitgegraven grond kon toen niet naar de voorziene stortplaatsen gebracht worden. Een deel van de uitgegraven grond werd voorlopig gestapeld op twee percelen van de afdeling Operationeel Waterbeheer. Deze percelen zijn gelegen tussen de Picanollaan, de Zuiderring en de Steverlyncklaan. De bouwvergunning van 1994 voor het tijdelijk deponeren van de grond vermeldt dat de gronden opnieuw afgegraven moesten worden tot op het peil van 22,3m TAW (zeespiegel van de Noordzee).
Voetbalterrein De stad Ieper wenste de percelen te gebruiken voor de aanleg van drie voetbalterreinen. Daarvoor moest het terrein afgegraven en genivelleerd worden tot verschillende niveaus. De stad Ieper bepaalde de hoogte van de niveaus. Na overleg met de stad Ieper werd afgesproken om in eerste fase de nodige afgravings- en nivelleringswerken voor het meest oostelijk gelegen voetbalterrein uit te voeren. De eerste fase werd uitgevoerd in 2007. In een tweede fase werd het overige deel van de restgronden afgevoerd en genivelleerd zodat de andere voetbalterreinen aangelegd zouden kunnen worden. Deze tweede fase werd in 2008 uitgevoerd en bekostigd met FFEU kredieten ten bedrage van 586.850 euro. Deze kredieten werden enerzijds aangewend voor het afvoeren van overtollige gronden afkomstig van de Verdronken Weide en anderzijds voor kleinere werken zoals het vellen en verwijderen van bomen en het opbreken van massieven. De werken werden begin september 2008 afgerond en opgeleverd.
Ir. Paul Thomas, afdelingshoofd Operationeel Waterbeheer
45
Fonds Culturele Infrastructuur
Het Fonds Culturele Infrastructuur (FoCI) werd als VOI opgericht bij decreet van 19 december 1998. Het FoCI beschikt momenteel over circa 165 miljoen euro werkingskredieten (vastleggingsmachtigingen). Het FoCI beheert een 30-tal eigen culturele accommodaties van de Vlaamse Gemeenschap (aankopen, bouwen, verbouwen, renoveren en eigenaaronderhoud) en verleent investeringssubsidies voor grote (stedelijke) culturele infrastructuur en voor sectorale culturele infrastructuur (erkende kunstencentra, erkende muziekcentra en bovenlokale jeugdinfrastructuur). Het FoCI werkt nauw samen met het kabinet van de Vlaamse minister van Cultuur, de afdeling Gebouwen van het Agentschap Facilitair Management, het Team Gesubsidieerde Infrastructuur van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur, de Vlaams Bouwmeester en de afdelingen Begroting en Boekhouding. Het Regeerakkoord 2004 bevat volgende standpunten betreffende culturele accommodaties: “… De Vlaamse Overheid investeert bij prioriteit in de renovatie, ondersteuning en modernisering van de bestaande culturele infrastructuur. We stellen een meerjarenplan op voor de verdere uitbouw van grote en gespecialiseerde infrastructuur en zullen hierbij de aangegane engagementen honoreren. We raken niet aan de investeringstoelagen voor de sectorale culturele infrastructuur. …” (p. 50). Het FoCI wenst zijn taak als bouwheer (opdrachtgever) van de eigen culturele accommodaties van de Vlaamse Gemeenschap volwaardig op te nemen. De “functionele kwaliteit” van de culturele accommodaties staan centraal bij het FoCI. Culturele accommodaties zijn allereerst bedoeld om onderdak te verlenen aan mensen en aan activiteiten van mensen. Culturele accommodaties moeten dus bruikbaar zijn voor culturele doeleinden. Meer aandacht zal worden besteed aan het preventief onderhoud van de bestaande infrastructuur. Er wordt beroep gedaan op de diensten van het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf) en de vzw CeDuBo (Centrum Duurzaam Bouwen) voor het opstellen van een Beleidsplan Preventief Onderhoud en voor het ondersteunen van het onderhoudsmanagement van de eigen culturele accommodaties. Vanaf januari 2008 vormt het FoCI, samen met de Sportfacilitator, de Stafdienst Infrastructuur (STIN) bij de secretaris-generaal
46
van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media. De Sportfacilitator coördineert het “Vlaams Sportinfrastructuurplan”, een inhaalproject ter waarde van 250 miljoen euro in het kader van publiek-private samenwerking voor sportaccommodaties. In een eerste fase zullen worden gerealiseerd: kunstgrasvelden, sporthallen, zwembaden en multifunctionele sportcentra.
Contactgegevens: Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media Arenberggebouw, Arenbergstraat 9 1000 Brussel telefoon 02 553 68 18 fax 02 553 69 70 e-mail: christine.claus@cjsm.vlaanderen.be
Christine Claus, secretaris-generaal
PROJECTEN IN HET KADER VAN HET FFEU Repetitiestudio’s voor H&L vzw op De Bijlokesite Gent Op het FFEU werd 1,5 miljoen euro gereserveerd voor de uitbouw van 3 repetitiestudio’s voor Les Ballets C. de la B en voor Het Muziek Lod op De Bijlokesite te Gent. Deze twee gezelschappen voor enerzijds danstheater en anderzijds muziektheater ontplooien hun internationaal gerichte werking vanuit Gent. De totale bouwkost wordt geraamd op 2,5 miljoen euro. De bouwwerken gingen eind 2006 van start. In 2008 vond de opening van de eerste bouwfase plaats. In 2009 zal het FoCI 300.000 euro vastleggen voor de tweede bouwfase van de repetitiestudio’s en 230.000 euro voor de renovatie van de vroegere materniteit ten behoeve van Les Ballets C. de la B.
Museum Aan de Stroom (MAS) te Antwerpen In 2006 werd op het FFEU een eerste subsidieschijf van 1,7 miljoen euro vastgelegd voor het Museum Aan de Stroom (MAS) te Antwerpen. De resterende tussenkomst van de Vlaamse Gemeenschap van 19,3 miljoen euro werd in 2007 vastgelegd op een speciale begrotingspost van het Departement CJSM. Het MAS is een vernieuwend en ambitieus project voor een actueel en actief stadsmuseum te Antwerpen. De architectuur van het MAS is opgevat als een reusachtig stapelhuis, een verticale opeentasting van natuurstenen en glazen koffers rond een spiraalwenteltrap. De bruikbare oppervlakte omvat circa 14.600 m² en de investeringssom bedraagt 50,5 miljoen euro. In 2006 werd de eerste steen van het MAS gelegd. In 2008 naderden de ruwbouwwerken hun voltooiing.
Jef Elsen, Directeur- cultuuradviseur
47
Agentschap ter bevordering van de lichamelijke ontwikkeling de sport en de openlucht recreatie Het Bloso is een Intern Verzelfstandigd Agentschap met rechtspersoonlijkheid. Het is de sportadministratie van de Vlaamse overheid en dient het Vlaams sportbeleid uit te voeren. Bloso heeft 13 sportcentra. In deze Bloso-centra worden niet alleen de Bloso-sportkampen georganiseerd tijdens de vakantieperiodes, maar bovendien kan zowat iedereen er terecht: scholen voor hun sportklassen en schoolsportdagen, sportclubs en sportfederaties voor hun trainingen en stages, bedrijven voor hun bedrijfssportdagen, alsook de individuele sporter. Bloso staat ook in voor de subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties. Ook de gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) worden gesubsidieerd voor het voeren van een sport-voor-allen beleid. Een andere opdracht van het Bloso is de promotie van de sport: zo veel mogelijk Vlamingen, en vooral de jeugd, sensibiliseren om aan sport te doen, bij voorkeur op regelmatige basis (= sporten in clubverband). Dit gebeurt door het organiseren op Vlaams niveau van sensibiliseringsacties en sportpromotiecampagnes (zoals “Sportprikkels”, “de Doe - aan - Sport Beurzen”, en de “Jeugdolympiade”). Samen met partners zoals de Vlaamse sportfederaties en hun clubs, de provinciale en gemeentelijke sportdiensten, de Stichting Vlaamse Schoolsport,……… wordt ook de jeugd in contact gebracht met zoveel mogelijk verschillende sporten. Voor de opleiding van trainers of lesgevers werd de Vlaamse Trainersschool (VTS) opgericht, een samenwerkingsverband tussen het Bloso, de sportfederaties en universiteiten en hogescholen met een opleiding lichamelijke opvoeding. Ook inzake topsport speelt het Bloso een belangrijke coördinerende rol tussen de verschillende actoren die actief zijn in de topsport. Bloso organiseert bovendien grote evenementen zoals De Gordel (elke eerste zondag van september), de Gordel voor Scholen (eind juni), de actie Sporttak in de kijker (het hele jaar door), het Megabeachvolleyfestival (eind juli), en tal van andere sportpromotionele evenementen.
48
De FFEU middelen bedroegen respectievelijk 7.250.000 euro en 3.570.800 euro in 2003 en 2004 en worden momenteel geïnvesteerd in projecten.
Contactgegevens : BLOSO Agentschap ter bevordering van de lichamelijke ontwikkeling, de sport en de openlucht recreatie Arenbergstraat 7 1000 Brussel Telefoon: 02 209 45 11 fax: 02 209 45 15
Carla Galle, Commissaris-generaal
Een topsporthal in Maaseik Volleybalclub Noliko Maaseik vormt reeds jaren een constante in het Belgisch volleybal: diverse kampioenentitels en gewonnen bekerfinales sieren het palmares. Ook internationaal behoort de vereniging tot het select gezelschap van topclubs. De vertrouwde sporthal in Maaseik waarin deze topsportwedstrijden in het verleden werden gespeeld beantwoordden in generlei mate nog aan de eisen van topvolleybal. Noodgedwongen dienden bij belangrijke wedstrijden dan ook andere accommodaties te worden opgezocht, tot ontevredenheid van “eigen” spelers en supporters. Einde 2005 werd onder de vorm van een PPS, een overeenkomst afgesloten voor de renovatie én verdere uitbouw van de bestaande stedelijke sporthal tussen het stadsbestuur van Maaseik, Volleybalclub Noliko Maaseik en een privé-partner. De stad engageerde zich tot de renovatie van de bestaande sporthal, de volleybalclub tot de bouw van een topsporthal en de vennootschap tot de realisatie van een fitness- en bowlingcomplex. De financiële haalbaarheid van de bouw van de topsporthal werd mogelijk gemaakt door de financiële inbreng van het stadsbestuur en de provincie Limburg. Ook de Vlaamse overheid ondersteunde via de FFEU-kredieten dit initiatief. Via sponsoring en allerlei andere inkomsten kon bovendien bijna 500.000 euro worden vergaard. Desondanks bedroeg op een totale investering van bijna 3,9 miljoen euro, de inbreng van de club (via leningen) ruim 1,9 miljoen euro. In oktober 2008 werd de topsporthal in gebruik genomen (evenals trouwens de overige accommodaties). Ondanks tal van administratieve moeilijkheden die tijdens de realisatiefase opdoken, is het initiatief dusdanig succesvol dat de betrokken partners hun samenwerking uitbreidden tot de renovatie van het aangrenzende overdekt zwembad. Naast de reeds bestaande nieuwe sportaccommodaties zal binnen afzienbare tijd aldus in Maaseik een hedendaagse sportsite ter beschikking zijn die beantwoordt aan de verwachtingen van zowel recreatiesporters als topsporters.
Michel Van Espen, Afdelingshoofd infrastructuur Bloso
49
agentschap Kunsten en Erfgoed Het agentschap Kunsten en Erfgoed werd opgericht op 1 april 2006 en behoort tot het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM). Het agentschap Kunsten en Erfgoed ondersteunt de professionele kunstcreatie en staat in voor de bescherming van het roerend cultureel erfgoed in Vlaanderen. De diensten van Kunsten en Erfgoed zijn geografisch over zes locaties verspreid: het hoofdbestuur in Brussel, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, het Kasteel Van Gaasbeek in Lennik, de Landcommanderij Alden Biesen in Bilzen, de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent en het Frans Masereelcentrum in Kasterlee. Kunstenbeleid Het kunstenbeleid van de Vlaamse overheid streeft naar een integrale aanpak waarbij iedere kunstdiscipline kansen krijgt. De uitvoering van het kunstenbeleid is verankerd in drie instrumenten: het Kunstendecreet, het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Vlaams Audiovisueel Fonds. Cultureel-erfgoedbeleid De Vlaamse overheid wil het roerend cultureel erfgoed in Vlaanderen niet alleen beschermen, bewaren en onderzoeken. Het openstellen van dit erfgoed voor het publiek en de verbreding van het maatschappelijk draagvlak voor de erfgoedzorg vormen belangrijke aandachtspunten. Kunsten en Erfgoed staat in voor de uitvoering van het subsidiebeleid op het vlak van het roerend cultureel erfgoed. Daarnaast zorgt het agentschap ook voor de toepassing van het Topstukkendecreet (2003). Binnen het kader van dit decreet wordt een lijst opgesteld van cultuurgoederen die omwille van hun bijzondere betekenis voor de Vlaamse Gemeenschap dienen bewaard te worden. Kunsten en Erfgoed beheert ook de ‘collectie kunstwerken van de Vlaamse Gemeenschap’. Het gaat om in totaal een 19.000 werken. De eerste werken uit deze collectie werden aangekocht in 1860. Het agentschap koopt nog steeds kunstwerken aan voor deze collectie. Het gaat daarbij om aankopen voor de collectie van het MUHKA en om ‘sleutelwerken en ‘topstukken’. Sleutelwerken zijn werken die voor erfgoedinstellingen met een landelijke of internationale uitstraling van bijzonder belang zijn voor de uitbouw van hun collectie maar die door hun hoge marktwaarde het aankoopbudget van de erfgoedinstelling ver overstijgen. Musea, archiefinstellingen of erfgoedbibliotheken met een landelijke of internationale uitstraling kunnen
50
voorstellen formuleren voor de aankoop van sleutelwerken voor hun collectie. Indien de minister besluit om op dit voorstel in te gaan, koopt de Vlaamse overheid het collectiestuk aan en geeft het in langdurig bruikleen aan een erfgoedinstelling in Vlaanderen. Topstukken zijn cultuurgoederen die zeldzaam en onmisbaar geacht worden. Deze stukken worden aangekocht omwille van hun uitzonderlijke belang. Topstukken zijn als dusdanig vaak ook sleutelwerken voor een museale collectie. “Pierrot et Squelette en Jaune” is zo’n werk. Onmiskenbaar een sleutelwerk voor de collectie van het Gentse Museum voor Schone Kunsten, onmiskenbaar ook een topstuk dat de ‘collectie Vlaanderen’ (het geheel van de publieke collecties in Vlaanderen) in belangrijke mate verrijkt.
Contactgegevens : Agentschap Kunsten en Erfgoed, Arenbergstraat 9 1000 Brussel Telefoon: 02 553 68 65 e-mail: jos.vanrillaer@cjsm.vlaanderen.be
Jos Van Rillaer, Administrateur generaal
Meester van de Sint-Lucialegende – aankoop van drie zijluikjes van het retabel van de Heilige Nicolaas Dank zij het FFEU kon de Vlaamse overheid in 2008 drie van de vier zijluikjes van het retabel van de Heilige Nicolaas verwerven. Het retabel dateert uit het begin van de zestiende eeuw en is van de hand van de ‘meester van de Sint Lucialegende’. In de periode tussen 1475 van 1500 was de Brugse schilderproductie volledig anoniem, met uitzondering van Memlinc en Gerard David. Vandaar de noodnaam ‘meester van de Sint-Lucialegende’, een naam die verwijst naar een werk dat in de Brugse Sint-Jacobskerk bewaard wordt. Typerend voor de stijl van deze anonieme meester zijn de ovale gezichten met schematische gezichtstrekken, een buitengewoon intens koloriet en de grote aandacht voor ornamentele stoffen, stijlelementen die alle in de drie luikjes terug te vinden zijn.
De drie luikjes beelden stripverhaalgewijs episodes uit het leven van Sint-Niklaas uit. Het gaat om Sint-Niklaas die de hongersnood in Myra lenigt, Sint-Niklaas die voor de bruidsschat zorgt van de dochters van de zieke en armlastige edelman en hen zo uit de prostitutie redt en om de bijlmoord op drie studenten – die later door Sint-Niklaas opnieuw tot leven gewekt zullen worden uit het pekelvat waarin de moordende herbergier hun lijken bewaarde. Onderaan rechts staat het vat al klaar. Het ontbrekende zijluik toont de drie studenten die uit het pekelvat door Sint-Niklaas terug tot leven gewekt worden. Het centrale paneel van dit retabel – een tronende Sint-Niklaas – maakt sinds 1933 deel uit van de collectie van het Brugse Groeningemuseum. De vier zijpaneeltjes raakten verspreid. Met de aankoop van drie van de vier zijpaneeltjes – het vierde blijft voorlopig spoorloos – werden de drie zijluikjes opnieuw met het centrale paneel herenigd. De drie luikjes werden bij een Britse handelaar aangekocht voor 443.000 euro en werden door de Vlaamse overheid in langdurige bruikleen gegeven aan het Groeningemuseum. Het herenigde retabel valt te bewonderen in de hoofdzaal van het Groeningemuseum, in het gezelschap van Jan Van Eyck, Hugo van der Goes en Hans Memling.
Hans Feys, Teamverantwoordelijke Team Collectie Vlaanderen
51
Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden Het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) is een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid dat deel uitmaakt van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Als financieringsinstrument van de Vlaamse overheid verleent het VIPA financiële steun aan welzijns- en verzorgingsvoorzieningen die infrastructuurwerken willen uitvoeren. Met de tot nu toe verstrekte middelen van het FFEU kan de overheid een extra steentje bijdragen tot de uitbouw van een modern, hedendaags en gedifferentieerd hulp- en dienstverleningsaanbod in Vlaanderen. Deze bijdrage zorgt ervoor dat een tiental projecten sneller aan realisatie toe zijn. Naast de financiële steun voorziet het VIPA in coördinatie, sturing en regie van publiek-private samenwerking inzake de infrastructuur van welzijns- en verzorgingsvoorzieningen. Verder staat het in voor het bevorderen van kennis en expertise op conceptueel, financieel en bouwtechnisch vlak. Dit laatste krijgt vorm in de oprichting van het kennisloket dat zich in de opstartfase voornamelijk zal toespitsen op het faciliteren van kennisdeling. Daartoe zal het VIPA het kennisloket de eerstkomende jaren verder laten uitgroeien tot een plaats waar initiatiefnemers in de welzijns- en gezondheidssector naast voorbeelden en best practices, ook terecht kunnen voor advies over nieuwe ontwikkelingen of voor een tweede mening.
52
Contactgegevens: Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Koning Albert II-laan 35 bus 34 1030 Brussel Telefoon: 02 553 31 24 Fax: 02 553 31 40 E-mail: marc.morris@wvg.vlaanderen.be
Marc Morris, leidend ambtenaar VIPA
het rusthuis Van Ginderachter in Merchtem Het OCMW van Merchtem beschikte over het rusthuis Van Ginderachter met 92 woongelegenheden en een serviceflatsgebouw met 24 wooneenheden. Om veiligheidsredenen moest het rusthuis 10 van deze woongelegenheden afbouwen waardoor het aanbod in de gemeente aanzienlijk afnam.
Een nieuw rusthuis én extra dienstverlening In 1999 diende het OCMW een zorgstrategisch plan in om het oorspronkelijke aanbod van 92 woongelegenheden terug te kunnen aanbieden en de kwaliteit van het hele rusthuis aan te passen aan de hedendaagse comforteisen.
Daar-
naast heeft het OCMW in zijn middellange termijnplanning de realisatie van extra serviceflats, een lokaal dienstencentrum en een centrum voor kortverblijf opgenomen. Dit laatste zal men binnen de capaciteit van het rusthuis aanbieden. Concreet zal het OCMW in een eerste fase een nieuwbouw realiseren voor 92 woongelegenheden ter vervanging van het bestaande rusthuis Van Ginderachter, inclusief 3 woongelegenheden voor kortverblijf. In een latere fase zal het OCMW ook 24 extra serviceflats en een lokaal dienstencentrum realiseren. Dankzij de middelen van het FFEU kan het OCMW voor dit project rekenen op een inbreng van de Vlaamse overheid van 4.585.006,28 euro. Hiermee zal men de eerste fase van het project realiseren.
Het Vlaamse beleid in de realiteit De Vlaamse overheid wenst met haar investeringsmiddelen net die projecten te ondersteunen die ouderen een aangepaste en kwaliteitsvolle dienstverlening verlenen. Dit vertaalt zich enerzijds in de vernieuwing van het bestaande aanbod van het rusthuis en anderzijds in een het aanbieden van alternatieven voor het residentiële aanbod. Door het differentiëren van de dienstverlening kunnen mensen oud worden in hun eigen thuis. Wanneer hun zorgbehoefte dit vereist, kunnen ze vanaf nu in Merchtem ook gebruik maken van een moderner rusthuisaanbod.
Contactgegevens: Ivan De Boom Afdelingshoofd a.i. VIPA Koning Albert II-laan 35 bus 34 Telefoon: 02-553 32 50 Fax: 02-553 36 85
Ivan De Boom
E-mail: ivan.deboom@wvg.vlaanderen.be
Afdelingshoofd
53
Agentschap Infrastructuurwerken Onderwijs AGIOn is een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid binnen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming De missie van het agentschap is de realisatie en ontwikkeling van funtionele en duurzame onderwijsinfrastructuur in Vlaanderen, en dit in samenspraak met de gebruikers. Ze moeten veilig, comfortabel, milieu- en onderhoudsvriendelijk zijn. Daarnaast moeten ze flexibel te gebruiken zijn en in een open relatie staan met de omringende samenleving. Bovendien moeten ze kostenefficiënt zijn in realisatie en beheer. Het agentschap bundelt de activiteiten op het vlak van financiering en subsidiëring van infrastructuurwerken voor het leerplichtonderwijs en de hogescholen. De bevoegdheid van AGIOn is net- en niveauoverschrijdend. De inrichtende macht van een school die een gebouw wil kopen, wil bouwen of verbouwen kan een subsidieaanvraag indienen bij AGIOn. Daarnaast zorgt het agentschap voor de coördinatie en de stimulering van de publiek-private samenwerking waarbij de realisatie van infrastructuur een partnership is van de overheid en de inrichtende machten met de private sector. Deze vorm van alternatieve financiering is beter bekend onder de naam DBFM. Als gevolg van een jarenlang onverzoenbaar spanningsveld tussen de infrastructuurnood en het beschikbare budget is er een inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur op gang gebracht via een tweesporenbeleid. Enerzijds is het budget voor de reguliere investeringen verhoogd. Het klassiek budget is in 2006 en 2007 verhoogd met 50 miljoen euro. In 2008 is een extra budget voorzien van 75 miljoen euro. Hierbovenop heeft de Vlaamse Regering nogmaals 165 miljoen euro vrijgemaakt voor schoolinfrastructuur. Anderzijds is er werk gemaakt van een alternatief financieringsprogramma. De Vlaamse overheid gaat samen met een private partner een vennootschap oprichten die instaat voor het ontwerp (Design), de bouw (Build), het financieren (Finance) en het onderhouden (Maintain) van schoolgebouwen. Deze vennootschap is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het DBFM-programma met een investeringsvolume van 1 miljard euro en het ter beschikking stellen van de schoolinfrastructuur
54
gedurende 30 jaar. In ruil voor die investering betaalt de inrichtende macht aan de vennootschap een prestatiegerelateerde beschikbaarheidsvergoeding. Voor die vergoeding kan de inrichtende macht rekenen op een toelage van AGIOn, volgens de spelregels die vandaag gelden voor subsidiëring of financiering van scholenbouw, d.w.z. voor 100%, 70% of 60%. Het totaalbedrag aan FFEU middelen bedroeg 8.943.766 euro.
Contactgegevens: Koningsstraat 94 1000 Brussel Telefoon: 02 221 05 11 Fax: 02 221 05 31 info@agion.be
Henri Duqué,
www.agion.be
Administrateur-generaal
Infrastructuurwerken in het onderwijs Er werd in 2008 niet voorzien in extra middelen vanuit het FFEU. De activiteiten bleven dan ook beperkt tot het verder uitvoeren en uitbetalen van de dossiers die in 2003 FFEU-middelen toegewezen kregen. Het gesubsidieerd vrij leerplichtonderwijs gebruikt deze extra financiële injectie om de zogenaamde ‘verkorte procedures’ uit te voeren. Deze procedure is gericht op het uitvoeren van beperkte verbouwingswerken (waaronder ook veiligheidswerken) tot een bedrag van 125 000 euro. Het gaat hier dan onder andere over herstellingen aan gebouwen, werken in kader van brandveiligheid, verbouwingen van verouderde lokalen, vervanging van vensters, herstellingen aan daken, aanpassingen aan centrale verwarming, liften en elektrische installaties,… In 2008 werd een laatste schijf van 450 000 euro uitgegeven. Hierdoor is het geheel van de voorziene FFEU-middelen van 9 miljoen euro voor schoolinfrastructuur gebruikt.
Vrije basisschool De Twijg te Wijgmaal.
55
Dirk Lambrechts, afdelingshoofd
Toerisme Vlaanderen staat in voor de bevolking van het vrijetijds-en zakentoerisme naar en in Vlaanderen. Dat gebeurt binnen het beleid van de Vlaamse regering en in samenwerking met de hele Vlaamse toeristische sector. Kerntaak van Toerisme Vlaanderen is de promotie en marketing van Vlaanderen als toeristische bestemming. Het grootste werk gebeurt in het buitenland, via onze bureaus in Den Haag, Keulen, Parijs, Londen, Kopenhagen, Milaan, Wenen, Praag, Barcelona, New York, Tokyo, Beijing, New Delhi, Mumbai en via het hoofdkantoor voor Rusland en de rest van de wereld. Toerisme Vlaanderen maakt ook reclame voor ‘vakantie in eigen land’. De website www.vlaanderen-vakantieland.be en de gelijknamige brochure staan centraal in die promotie-activiteiten. Samen met de provinciale diensten voor toerisme zetten we ook elk jaar een ruime reclamecampagne op met advertenties en direct mail. De tweede ruime groep van taken voor Toerisme Vlaanderen bestaat uit de ondersteuning en uitbouw van de Vlaamse toeristische sector: - door onderzoek inzake toerisme en vrije tijd uit te voeren en de resultaten te verspreiden, - door nieuwe toeristische producten en ideeën te helpen ontwikkelen, - door kwaliteitszorg aan te moedigen, onder meer via het vergunningsbeleid (hotels, openluchtrecreatieve verblijven en reisbureaus krijgen hun vergunning en hun classificatie van Toerisme Vlaanderen) en het handhavingsbeleid, - door toeristische investeringen te cofinancieren, - door zelf proefprojecten op te zetten, - door vorming te organiseren, onder meer voor toeristische gidsen en reisleiders, - door duurzaam toerisme aan te moedigen, - door nieuwe technologieën te ontwikkelen voor de toeristische sector. Vlaanderen in Actie Vlaanderen wenst in 2020 tot de topvijf van de Europese regio’s te behoren. Het zal deze doelstelling enkel kunnen realiseren als het zich, meer dan nu, visionair, ambitieus en internationaal opstelt. Dat is één van de markante inzichten die ‘Vlaanderen in Actie’ propageert. Voor het toerisme houdt ’internationaliseren’ méér in dan het aantal buitenlandse bezoekers verhogen. Het betekent ook dat de toeristische bedrijven en overheden de kwaliteit en de professionaliteit moeten verwerven om blijvend goede resultaten te boeken in die internationale, heel concurrentiële en trendgevoelige sector. Bestemming Vlaanderen zal zich ook regelmatig moeten heruitvinden door visionaire en ambitieuze projecten die de aandacht kunnen
56
trekken van het wereldwijde toeristische publiek. De grondstof voor zulke projecten is vaak al aanwezig. Het komt er op aan om een sterke visie te ontwikkelen en de nodige middelen te mobiliseren om deze visie ook op het terrein waar te maken. Het masterplan voor de Plantentuin van Meise, en de toeristische visie die daarin wordt verwerkt, zetten een dergelijk ambitieus project in beweging. Een herboren Plantentuin zal Brussel en zijn Groene Gordel extra toeristische zuurstof geven. De FFEU middelen bedroegen respectievelijk 12.420.000 euro en 1.440.000 euro in 2002 en 2004 en worden momenteel geïnvesteerd in projecten.
Contactgegevens: Toerisme Vlaanderen Grasmarkt 61 1000 Brussel telefoon: 02 504 03 90 (toeristische informatie) telefoon 02 504 03 00 (administratie) info@toerismevlaanderen.be (toeristische informatie) communicatie@toerismevlaanderen.be (andere inlichtingen) www.toerismevlaanderen.be
Jos Vercruysse Waarnemend administrateur-generaal
Masterplan Plantentuin Meise De Nationale Plantentuin is een van de grootste toeristische trekpleisters in de Groene Gordel rond Brussel en trekt jaarlijks zo’n 100.000 bezoekers aan. De Plantentuin in Meise wil dan ook in de toekomst nog steviger op de toeristische kaart staan. Met dat doel is een toeristische visie opgesteld voor de Plantentuin en werkt de instelling samen met de Vlaamse bouwmeester aan een Masterplan dat de hele instelling ingrijpend zal veranderen. De analyse en het opstellen van de toeristische visie is voor 50% betaald met fondsen van de FFEU. De Nationale Plantentuin gebruikt toeristische instrumenten om één van zijn hoofdfuncties te kunnen uitvoeren: het brede publiek informeren. Het historische domein uit de 12de eeuw kan dankzij de verschillende tuintypes een publiek bereiken met uiteenlopende interesses. In de toeristische visie van de Nationale Plantentuin wordt het domein onderverdeeld in verschillende zones. Bedoeling is dat elke zone een unieke belevenis inhoudt. Vanuit het centrale deel zullen verschillende wandelingen starten, elk met een eigen karakter. Mensen zullen zelf op pad kunnen gaan of meelopen met één van de 6 geleide themawandelingen door de Plantentuin.
Bezoekerscentrum Om echt te kunnen spreken van een toeristische visie, zal de Plantentuin werk maken van een uitnodigend bezoekerscentrum aan de ingang. Vermits de toeristische dienst voor de Brabantse Kouters (een deelregio van de Groene Gordel) zich in dit nieuwe bezoekerscentrum zal vestigen, zal de Plantentuin een plaats krijgen in de ruimere context van de Groene Gordel. Meer specifiek binnen het thema ‘Historische parken en tuinen’. Bezoekers zullen zich in het bezoekercentrum kunnen informeren over de andere attracties in de streek. Die wisselwerking zal een boost geven aan het toerisme in de Groene Gordel! En om het publiek het hele jaar door aan te trekken, zal de Plantentuin in de bestaande gebouwen meer ruimtes openstellen voor tentoonstellingen of om hun collecties beter bekend te maken.
Meer duiding geven Eén van de werkpunten voor de Nationale Plantentuin is de bezoekers meer duiding geven tijdens hun bezoek. Nu evalueren heel wat bezoekers hun ervaringen als te vaag of te onsamenhangend. Meer duiding kan gegeven worden in de vorm van panelen, kunstwerken en het downloaden van geluidsfragmenten. In de toekomst wil de Nationale Plantentuin zijn bezoekers ook podcasts meegeven tijdens hun wandeling. En dat in verschillende talen, want een dikke 20% van de bezoekers komen uit het buitenland.
Els Brouwers Coördinator toeristisch-recreatieve projecten
57
Vlaamse Maatschappij Sociaal Wonen
Wat doet de VMSW? De VMSW wil sociaal wonen mogelijk maken. De VMSW stimuleert, ondersteunt, begeleidt en financiert lokale sociale woonorganisaties in het Vlaamse Gewest om betaalbare en kwaliteitsvolle projecten te realiseren en in stand te houden. Planning De VMSW stelt een jaarlijks uitvoeringsprogramma op voor de aankoop, bouw en renovatie van sociale huur- en koopwoningen. Dat programma is een lijst met alle woonprojecten waarvoor in dat jaar een budget wordt vastgelegd. De opmaak van deze planning gebeurt in overleg met alle sociale woonactoren en houdt rekening met de resultaten van het lokaal overleg. Begeleiding Tijdens het bouwproces begeleidt en ondersteunt de VMSW de uitvoeringsactoren. Dat zijn voornamelijk de 108 lokale sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) in Vlaanderen en in mindere mate ook gemeenten en OCMW’s. Hierbij concentreren wij ons op kwaliteit (o.m. duurzaam wonen) en betaalbaarheid (bv. door een maximumkostprijsnorm) en streven hierbij een hoge standaardkwaliteit. Financiering De VMSW zet het budget dat de Vlaamse Regering jaarlijks uittrekt voor de sociale huursector om in voordelige leningen. De SHM’s kopen met dat geld woningen aan, bouwen nieuwe projecten en renoveren hun bestaande patrimonium. De SHM’s verhuren die sociale woningen aan mensen met een beperkt inkomen, tegen een huurprijs die aangepast is aan hun financiële situatie. Bijzondere sociale leningen In de sociale koopsector bouwen SHM’s sociale koopwoningen en verkopen die aan mensen met een beperkt inkomen. Die kopers kunnen bij de VMSW een goedkope hypothecaire lening krijgen. De intrestvoet van die leningen is aangepast aan het inkomen en de afbetalingsmogelijkheden van de ontlener. Ook particulieren die een woning aankopen met de bedoeling die te renoveren, zelf een sociale woning bouwen of hun eigen woning renoveren, verbeteren of aanpassen, kunnen onder bepaalde voorwaarden een goedkope lening krijgen bij de VMSW. Bankfunctie De VMSW beheert de financiële middelen van de SHM’s. Dat betekent dat elke SHM een zichtrekening heeft bij de VMSW. De VMSW betaalt ook de facturen van de aannemers voor rekening van de SHM’s.
58
Realisaties De SHM’s bouwen en kopen jaarlijks ongeveer 2000 sociale huurwoningen en 550 sociale koopwoningen. Elk jaar worden er aan om en bij de 6500 woningen renovatiewerken uitgevoerd. De SHM’s bezitten in totaal zo’n 137.000 sociale huurwoningen in Vlaanderen. De VMSW legt jaarlijks bij gemiddeld 1900 woningen wooninfrastructuur aan. Ieder jaar verstrekt de VMSW ongeveer 1000 bijzondere sociale leningen aan particulieren. Momenteel beheert de VMSW in totaal circa 25.000 uitstaande hypothecaire leningen.
Contactgegevens: Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen Koloniënstraat 40 1000 Brussel tel.: 02 505 43 30 fax: 02 505 42 00 e-mail: info@vmsw.be
Hubert Lyben, Afgevaardigd bestuurder
Sociaal woningbouwproject de hoving, te Hasselt Het woningbouwproject ‘De Hoving’ ligt op de kop van de Hovenstraat gelegen in de Kempische wijk in de schaduw van de oude gevangenis van Hasselt. Het perceel zelf heeft rechtstreekse aansluiting met de kleine stadsring. Het terrein lag er oorspronkelijk troosteloos bij. De typische volkstuintjes werden niet meer onderhouden en op de resterende ruimte werd wild geparkeerd, wat zorgde voor de nodige overlast voor de bewoners van de Hovenstraat. Deze achtergestelde buurt werd opgenomen in de atlas Kesteloot. Het is een impulsbuurt en er zijn ook enkele SIF-projecten actief.
Er was een geringe maatschappelijke draagkracht door het groot aantal werklozen en een relatief lage scholingsgraad. De buurt had een negatief imago door leegstand met verkrotting en een groot aantal kamerbewoners. Vele studio’s en kamers in de omgeving hadden een slechte woonkwaliteit en binnen de kleine stadsring waren er tot voor de realisatie van dit project, slechts 13 sociale wooneenheden. De vraag naar betaalbare woongelegenheden en kleinere huurappartementen was dus groot. Het project heeft dan ook het algemene uitzicht en de kwaliteit van de omgeving sterk verbeterd. Het bestaat uit een gemengd project van 10 sociale koopwoningen en 30 huurappartementen, verdeeld over vier bouwblokken. De woningen liggen hoofdzakelijk rond een openbaar centraal binnenplein met een voetgangersverbinding naar de achtergelegen scholencampus en het centrum, wat een meerwaarde betekent voor de omgeving. De ontwikkeling van het gehele project gebeurde stapsgewijs: • aankoop van de percelen en panden in samenwerking met de Stad Hasselt; • sloop bestaande loods en nieuwbouw van zowel koopwoningen door de Kleine Landeigendom als huurappartementen door de Hasseltse Huisvestingsmaatschappij; • aanleg infrastructuur en publieke ruimte. Het bouwproject werd gerealiseerd met verschillende subsidie-instrumenten van het Vlaamse Gewest: • verwerving van de nodige percelen in de bestaande woonkern met subsidies voor aankoop; • het bouwrijp maken, de sloop van de aanwezige gebouwen, openbare verlichting en waterbedelingnet in toepassing van art. 80 van de Huisvestingscode; • bouw van huurwoningen met subsidies voor bouw en renovatie (SBR-programma); • bouw van koopwoningen via de subsidies voor de bouw in de eigendomssector (SBE-programma); • aanleg van de infrastructuur in de publieke ruimte via middelen uit het FFEU. De publieke ruimte aangelegd met de middelen van het FFEU, omvat: • toegangsweg en openbaar plein met een gescheiden rioolstelsel; • binnenpleinen in kleinschalige materialen ingericht als centrale ontmoetingslocatie met toegankelijkheid voor voertuigen; • ontsluiting bestaande aangelanden, publieke en private parkings, alsmede voorzieningen voor de toegankelijkheid door interventiewagens en huisvuilophaling; • groenaanleg met bomen en aanplantingen; • straatmeubilair: zitbanken, vuilnisbakken, verkeerspaaltjes ...; • belangrijke verbindingsfunctie voor voetgangers en fietsers richting centrum.
59
Agentschap voor Binnenlands Bestuur Het Agentschap voor Binnenlands Bestuur werkt voor de gemeenten, de provincies en voor de openbare besturen die daarmee samenhangen: OCMW’s, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de autonome gemeente- en provinciebedrijven. Het agentschap wil ervoor zorgen dat deze overheidsbesturen in de best mogelijke omstandigheden een kwaliteitsvolle dienstverlening aan de bevolking kunnen bieden. De ondersteuning van het Vlaamse Stedenbeleid is één van de opdrachten van het agentschap. Het decreet van 22 maart 2002 houdende ondersteuning van Stadsvernieuwingsprojecten maakt het mogelijk dat de Vlaamse Overheid met middelen van het FFEU subsidie verleent aan steden voor strategische stadsvernieuwingsprojecten. De projecten worden beoordeeld door een externe jury die multidisciplinair is samengesteld. Belangrijke criteria zijn de hefboomfunctie voor het betrokken stadsdeel en de realisatie in een publiek-private samenwerking. De subsidie kan enkel aangewend worden voor de realisatie van het publieke deel van het project. In het jaar 2001 werd hiervoor bij de FFEU een eerste maal een bedrag gereserveerd van ongeveer 24,8 miljoen euro. In 2003 volgde een bedrag van 12,5 miljoen euro en in 2004 een bedrag van 6,4 miljoen euro. Alles samen gaat het om 43,7 miljoen euro. Hierna volgt de voorstelling van een van de eerste stadsvernieuwingsprojecten die ondersteund werden met FFEU-middelen en dat intussen volledig is gerealiseerd.
Gent: “Zuurstof voor de Brugse Poort” De stad Gent wil met dit project in de 19de eeuwse wijk de Brugse Poort de woonkwaliteit voor de buurtbewoners verhogen en de sociale mix in de wijk verbeteren door ruimtelijk-fysieke, socio-culturele en socio-economische ingrepen. Het stadsvernieuwingsproject ‘Zuurstof voor de Brugse Poort’ grijpt in eerste instantie in in de ruimtelijke structuur van de wijk. Nieuwe open ruimtes doorbreken het monotone straatbeeld. Een rode loper bundelt deze nieuwe ruimtes. Parken worden ingeplant en nieuwe (sociale) woningen worden opgetrokken. Aan de rand van de wijk is een 6ha groot stadspark aangelegd dat via een brugje over de Leie met de wijk verbonden is. Door op strategische plekken in te grijpen, de wijk beter
60
te structureren en de woonkwaliteit te verbeteren en tegelijk buurtfuncties te koppelen wil de stad de leefbaarheid verhogen voor de huidige en nieuwe bewoners. De wijk aantrekkelijker maken voor jonge gezinnen moet resulteren in een betere sociale mix. De vele ‘nieuwkomers/starters’ in de Brugse Poort moeten een woonperspectief krijgen binnen de wijk. De bouw van nieuwe sociale woningen moet sociale verdringing voorkomen. Tegelijk zorgt de investering van de overheid voor investeringen vanuit de private sector. Daarnaast worden er duurzame plekken gecreëerd voor functies die het niveau van de wijk overstijgen, zoals theaters en eethuizen.
Guido Decoster Adminstrateur-generaal Boudewijngebouw Boudewijnlaan 30 1000 Brussel Telefoon: 02 553 39 26 Fax: 02 553 43 01 E-mail: guido.decoster@bz.vlaanderen.be
Guido Decoster Adminstrateur-generaal
De stad investeert tegelijkertijd ook in socio-culturele input in de Brugse Poort. De dienst Kunsten is actief in de wijk en de stad heeft een convenant lopen met de vzw Samenlevingsopbouw. Ook het Buurtwerk bouwt zijn diensten uit in de buurt. Naast publieke actoren zijn ook heel wat vzw, buurtverenigingen… actief in de Brugse Poort. De sociaal-artistieke vzw ‘De Vieze Gasten” heeft een sterk uitgebouwde werking in de wijk en wordt ondersteund door de stad zodat zij de bewoners en de wijk optimaal kunnen betrekken in hun werking. Vzw Trafiek heeft een multicultureel koffie- en theehuis gerealiseerd in een gebouw van de stad… Vzw Jong werkt met de lokale jongeren. De wijk leeft en bloeit, mede door de talrijke kleine initiatieven die al dan niet vanuit de stad gesteund worden. Tot slot wordt ook aan de socio-economische pijler gewerkt. De handelaars in de winkelstraat in de Brugse Poort krijgen vanuit de diensten economie en gebiedsgerichte werking ondersteuning en er wordt aan gevelrenovatie gewerkt. Of hoe een achtergestelde wijk een levendige stadswijk vlakbij het stadscentrum kan worden. “Zuurstof voor de Brugse Poort” is vooral een maatschappelijk project en werd werkelijkheid dankzij een projectsubsidie van 4,2 miljoen euro van de Vlaamse Overheid.
61
Het Fonteineplein werd heraangelegd en ligt op de luwe voetgangers as De Rode Loper.
De Groene Vallei: een wijkpark van 6 ha, nieuwbouw private woningen en een fietsbrugje over de Leie.
Paul Van Herpe Beleidsmedewerker Stedenbeleid
AGENTSCHAP WEGEN EN VERKEER Het bevoegdheidspakket van het Agentschap Wegen en Verkeer is samen te vatten in zes grote pijlers: • het aanleggen, herinrichten, uitrusten en onderhouden van wegen voor autoverkeer, vrachtvervoer, fiets- en voetgangersvoorzieningen en voorzieningen voor andersvaliden; • het beheren en exploiteren van voormelde infrastructuur met inbegrip van het uitreiken van vergunningen; • het verstrekken van adviezen voor vestigingen naast die infrastructuur; • het zorgen voor de afwikkeling en de sturing van het verkeer en het vervoer over de gewestwegen in het kader van de opdracht van het agentschap als wegbeheerder; • het verstrekken van advies over de structuren, materialen en elementen die gebruikt worden in de wegenbouw en bij het uitvoeren van proeven; • het ontwerpen, aanleggen, onderhouden, beheren en technisch exploiteren van elektromechanische en telematica-uitrustingen. In de beheersovereenkomst van het Agentschap zijn zeer concrete doelstellingen afgesproken rond 8 te realiseren sleutelprojecten in de periode 2008-2010: • Het realiseren van een capaciteitsuitbreiding van het hoofdwegennet; • Het optimaal benutten van het gewestwegennet; • Het planmatig en duurzaam beheren en onderhouden van de weginfrastructuur; • Het veilig inrichten van de gewestwegen en hun omgeving; • Het verminderen van de hinder bij wegenwerken; • Het realiseren van goed uitgebouwde infrastructuur voor fietsers; • Het nemen van maatregelen die de doorstroming van het openbaar vervoer bevorderen; • Transportinfrastructuur en hun omgeving milieuvriendelijk inrichten en beheren. Eén van de omvangrijkste sleutelprojecten is dat van het veilig inrichten van de gewestwegen en hun omgeving. Hiertoe werd in 2003 het project ‘wegwerken van gevaarlijke punten en wegvakken in Vlaanderen’ opgestart. Dit project mag als een uitstekend voorbeeld bestempeld worden van het nuttig en doelgericht aanwenden van de middelen uit het FFEU. Het FFEU leent zich immers uitstekend voor het financieren van investeringswerken in wegeninfrastructuur en laat toe voor dergelijke omvangrijke projecten binnen een redelijke tijdsspanne de nodige middelen vrij te maken. Op dit moment zijn
62
reeds 550 miljoen euro investeringsmiddelen binnen het FFEU ter beschikking gesteld voor dit sleutelproject (zie ook hiernaast). Een tweede sleutelproject waar het Agentschap Wegen en Verkeer deze regeerperiode zeer intensief aan werkt is dit van het realiseren van een capaciteitsuitbreiding van het hoofdwegennet. De ambitie is om 1/3 van de in het Mobiliteitsplan Vlaanderen opgesomde missing links in het wegennet deze legislatuur weg te werken. Dit sleutelproject is hiermee niet alleen een belangrijke pijler binnen ‘Vlaanderen in Actie – spoor Logistiek Vlaanderen’, maar zal daarenboven voornamelijk gefinancierd worden via PPS-constructies.
Contactgegevens: Graaf de Ferraris-gebouw, 5de verdieping Koning Albert II-laan 20, bus 4 1000 Brussel Telefoon: 02 553 79 01 Fax: 02 553 79 05 E-mail: wegen.verkeer@vlaanderen.be
ir. Chris Caestecker administrateur-generaal
Gevaarlijke puntenproject Vlaanderen- stand van zaken Eind 2002 werd het project ‘wegwerken van gevaarlijke punten en wegvakken in Vlaanderen’ opgestart. Dit project voorzag om, gespreid over vijf jaar, 800 gevaarlijke kruispunten aan te pakken via een meerjarenprogramma van 500 miljoen euro. De financiële middelen om dit project te kunnen realiseren werden ter beschikking gesteld via het FFEU Objectieve selectie van de lijst gevaarlijke punten Op basis van de ongevallenstatistieken van telkens drie jaar (1997-1999, 1998-2000, 1999-2001) werden de gevaarlijke punten gedetecteerd. De ongevallenstatistieken worden uitgemiddeld over drie jaren om een representatieve aanduiding als ‘gevaarlijk punt’ of ‘gevaarlijke zone’ te kunnen rechtvaardigen. Om gericht de gevaarlijke punten en gevaarlijke zones aan te pakken werd de prioriteitswaarde bepaald aan de hand van volgende formule: P = (5 x Dodelijk ongeval ) + (3x ongeval met een zwaargewonde) + (1 x ongeval licht gewonde). Een punt wordt gevaarlijk genoemd als op die plaats minstens 3 letselongevallen zijn gebeurd in drie jaar tijd en als minstens een score van 15 behaald wordt. Indien de ongevallen zich niet op één punt voordoen, maar over een bepaalde lengte spreken we van een gevaarlijke zone.
63
Standaardmethode en jaarprogramma zorgen voor snelle uitvoering Het Tijdelijke Vennootschap Veilig Verkeer Vlaanderen (TV3V) werd als partner geselecteerd en treedt op als gedelegeerd bouwheer voor het “gevaarlijke puntenproject”, in nauwe samenwerking met het Agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse overheid. Aan de hand van een rollend meerjarenprogramma worden de 800 gevaarlijke punten weggewerkt. Eerst ontwierp TV3V de Leidraad ‘Veilig Verkeer Vlaanderen’ met inbreng van de know-how en ervaring van het Agentschap Wegen en Verkeer. Deze leidraad biedt uniforme typeoplossingen en een beslissingboom aan, vanuit de invalshoek verkeersveiligheid. Hierdoor moet niet meer voor elk project op projectniveau een nieuwe oplossing gezocht worden. Tijdens de projectbesprekingen wordt wel telkens gecontroleerd of de meest geschikte oplossing werd gekozen en of de voorgestelde oplossing ingepast kan worden in de lokale randvoorwaarden en in de specifieke planningscontext. De conceptoplossing wordt telkens voorgelegd aan de betreffende commissies: Provinciale Auditcommissie of de Provinciale Commissie voor Verkeersveiligheid. Hierin worden de conceptvoorstellen besproken met alle relevante bestuursniveaus
en instanties, zoals gemeenten, de provincies, de lokale politie enz. Door deze Commissies te betrekken bij de projecten, wordt de afstemming met de beleidsplannen van de verschillende instanties maximaal nagestreefd. Deze werkwijze biedt ook een betere garantie op kwaliteit. Realisatiegraad Eind 2002 werd het startschot gegeven voor het omvangrijke project. Tijdens het eerste jaar van het meerjarenprogramma werd voor 250 prioritaire punten een concept opgemaakt en voorgelegd aan de verschillende commissies. In 2004 volgde al de eerste spadesteek in functie van het wegwerken van een gevaarlijk punt. Hieronder vindt u de stand van zaken: Voorontwerp
Ontwerp
Antwerpen 183 op 185 afgewerkt
163 op 185 afgewerkt
Vlaams-Brabant 127 op 129 afgewerkt
97 op 129 afgewerkt
Limburg 190 op 193 afgewerkt
155 op 193 afgewerkt
Oost-Vlaanderen 157 op 159 afgewerkt
108 op 159 afgewerkt
West-Vlaanderen 132 op 134 afgewerkt
108 op 134 afgewerkt
TOTAAL 789 op 800 afgewerkt (= 98%) 631 op 800 afgewerkt (= 79%) Aanbesteding
Uitvoering
Antwerpen 144 op 185 gegund
112 op 185 uitgevoerd
Vlaams-Brabant 68 op 129 gegund
57 op 129 uitgevoerd
Limburg 120 op 193 gegund
94 op 193 uitgevoerd
Oost-Vlaanderen 92 op 159 gegund
78 op 159 uitgevoerd
West-Vlaanderen 88 op 134 gegund
59 op 134 uitgevoerd
TOTAAL 512 op 800 gegund (= 64%)
400 op 800 uitgevoerd (= 50%)
64
ir. Tom Roelants Afdelingshoofd Planning en Coรถrdinatie www.tv3v.be
Kazerne Dossin in Mechelen: Memoriaal museum en documentatiecentrum over Holocaust en mensenrechten. Op 13 mei 2008 sloot de Vlaamse Gemeenschap met AWG architecten cbva uit Antwerpen een overeenkomst voor de volledige studieopdracht voor de restauratie, renovatie en herinrichting van de Kazerne Dossin en omgeving tot memoriaal, museum en documentatiecentrum. Dit rondde de procedure af die in januari 2007 startte met een Open Oproep (13.01) van de Vlaamse Bouwmeester. De overeenkomst heeft een waarde van 2.115.649,04 euro. Het bedrag is vastgelegd op de door het FFEU beschikbaar gestelde middelen voor het project ‘Kazerne Dossin’.
Impressie van het nieuwe museum op de site Kazerne Dossin Het architectenbureau startte zijn werkzaamheden op 22 september 2008. Volgens de timing in de overeenkomst moet dit uitmonden in een oplevering van de werken in april 2012. In september 2008 is de stuurgroep Kazerne Dossin geïnstalleerd. Die is belast met de algemene coördinatie en opvolging van het project en de bewaking van het concept en de budgettaire krijtlijnen. De stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (de opdrachtgever), het Agentschap voor Facilitair Management (dat de leiding heeft van de werken), het kabinet van de minister-president van de Vlaamse Regering, het architectenbureau AWG, Stad Mechelen en de vzw Kazerne Dossin. De vzw Kazerne Dossin is op 8 september 2008 officieel opgericht en zal na afloop van de werken verantwoordelijk worden voor de verdere exploitatie en het beheer van de site Dossin. De totale kostprijs voor het project Kazerne Dossin is begroot op maximaal 25 miljoen euro. Dit betekent dat de in 2003 voorziene FFEU-kredieten ten belope van 6.250.000 euro niet zullen volstaan. Bij de begrotingsopmaak 2009 werd daarom alvast 18 miljoen euro ingeschreven op begrotingsartikel AL7201B van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. Deze gesplitste vastleggingskredieten zijn bestemd voor investeringen in de verdere realisatie van het project. Dit budget zal in eerste instantie worden gebruikt voor de kosten verbonden aan de bouw van het nieuwe museum. De nog resterende FFEU-kredieten zullen onder meer worden gebruikt voor de sloop van het arresthuis dat zich rechtover de Kazerne Dossin bevindt. Die sloop gaat vooraf aan de bouw van het nieuwe museum op dezelfde plaats en aan de renovatiewerkzaamheden in de voorbouw van het Kazernegebouw en de heraanleg van de omgeving.
Projectverantwoordelijke: DAR/afdeling Communicatie Karl Musschoot, afdelingshoofd Boudewijnlaan 20, bus 30, 1000 Brussel Tel: 02 553 56 07 Fax: 02 553 56 37 Karl.musschoot@dar.vlaanderen.be
Karl Musschoot, projectverantwoordelijke
65
departement Economie, Wetenschap en Innovatie Sinds medio 2006 is het departement EWI verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding, -monitoring en -evaluatie wat betreft Economie, Wetenschap en Innovatie. Het samengaan van deze beleidsthema’s in één organisatie biedt unieke mogelijkheden om een geïntegreerde aanpak en een toekomstgerichte strategie te ontwikkelen. De strategische beleidsdoelstellingen van het departement EWI sluiten nauw aan bij het Vlaanderen in Actie (ViA) programma, dat zich als doel stelt Vlaanderen tegen 2020 naar de top vijf van Europese regio’s te leiden. De Vlaamse Regering, de Vlaamse administratie en de sociale partners ondertekenden daartoe het Pact 2020, waarmee ze zich engageren 20 concrete doelstellingen te behalen. De volgende prioriteiten van het Pact 2020 zijn van bijzonder belang voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie: • tegen 2014 3% van het Vlaamse BBP aan O&O besteden. Dit aandeel groeit verder na 2014; • een verdubbeling van de omzet uit nieuwe of verbeterde producten en diensten, een hogere vertegenwoordiging van de speerpuntdomeinen zoals ICT en gezondheidszorg, logistiek en een slim elektriciteitsnetwerk en een hoger aandeel werkenden in kennisintensieve sectoren tot op een zelfde niveau als de Europese topregio’s; • een jaarlijkse stijging van het aantal patentaanvragen, meer en betere verspreiding van innovatie over alle sectoren, bedrijfstypes en maatschappelijke geledingen; • de overheidssteun voor eco-innovatie tegen 2020 het niveau van de top vijf van de Europese regio’s laten bereiken; • tegen 2020 een sterke ondernemerscultuur in Vlaanderen inbedden, het ondernemerschap doen stijgen alsook de waardering ervoor, en het aantal ondernemingen in het Vlaamse Gewest doen toenemen tot eenzelfde hoogte als de top vijf van de Europese regio’s. Jonge starters worden meer aangemoedigd zodat de oprichtingsratio stijgt. Het ondernemerschap bij vrouwen, allochtonen en ouderen neemt toe tot een niveau evenredig met hun aanwezigheid in de maatschappij; • meer doorgroei van bestaande ondernemingen in 2020; • belangrijke planningsinspanningen om de langetermijnvraag naar bedrijventerreinen te kunnen invullen waarbij tegen 2020 het aantal effectief bruikbare bedrijventerreinen verhoogt tot minimaal 95% van het totale aantal bestemde bedrijventerreinen. Om deze doelstellingen te bereiken zijn nog aanzienlijke inspanningen nodig. Zo ligt bv. de totale besteding voor O&O van overheid en bedrijven ten opzichte van het BBP in Vlaanderen momenteel maar net boven 2%.
66
Het departement EWI werkt mee aan het bereiken van de doelstellingen door het stimuleren van excellent wetenschappelijk onderzoek en door het ondersteunen van mechanismen die onderzoeksresultaten en kennis valoriseren en vermarkten, zoals o.a. de creatie van spin off-bedrijven. We streven naar een verhoogde internationale competitiviteit van de bedrijven in Vlaanderen door een aantrekkelijk en duurzaam bedrijfsklimaat te realiseren en meer en bredere vormen van innovatie doorheen alle sectoren en in verschillende maatschappelijke geledingen ingang te laten vinden. Door de deskundigheid van het departement EWI verder te ontwikkelen willen we onze bijdrage aan de beleidsvoorbereiding en -evaluatie verder uitbreiden, ook in internationale beleidsorganen zoals deze van de Europese Unie, OESO en UNESCO. Hierbij is het essentieel om tot een hechte samenwerking te komen met alle partners in de onderzoeks- en bedrijfswereld – zowel publieke als private en zowel binnen als buiten Vlaanderen.
Contactgegevens Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel telefoon: 02 553 59 80 fax 02 553 60 07 e-mail: veerle.lories@ewi.vlaanderen.be
Veerle Lories, Secretaris-generaal
Nieuw onderzoeksschip ‘Simon Stevin’ voor Vlaanderen Op 10 december 2007 ontvouwden minister-president Kris Peeters en minister Patricia Ceysens namens de Vlaamse Regering de plannen rond de bouw van een nieuw onderzoeksschip ‘Simon Stevin’. Daarmee engageert Vlaanderen zich niet alleen om opvolging te voorzien voor het onderzoeksschip ‘Zeeleeuw’, maar wil het ook benadrukken dat we blijven investeren in wetenschappelijke en technologische vernieuwing als motor voor een duurzame samenleving. Dit nieuwe platform opent heel wat onderzoeksmogelijkheden in een internationale context.
Het ‘European Strategic Forum for Research Infrastructures’ (ESFRI) stimuleert het verwerven van performante onderzoeksinfrastructuur om blijvend hoogstaand wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. De ESFRI-werkgroep ‘Marine Research Infrastructure’ stipulleerde in haar rapport dat kleine tot middelgrote onderzoeksschepen (25m - 60m) een enorm belangrijke rol spelen in het zeewetenschappelijk onderzoek. De bouw en het onderhouden van deze onderzoeksvloot is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Dat is Vlaanderen dus niet ontgaan. Voor het nieuwe onderzoeksvaartuig ‘Simon Stevin’ heeft de Vlaamse Regering op voorstel van minister Patricia Ceysens een bedrag van 7.000.000 euro uitgetrokken vanuit de FFEU-middelen. Het nieuwe schip zal tegemoetkomen aan de gedetecteerde noden aan scheepstijd voor onderzoek en monitoring, en zal de Vlaamse wetenschappers aan de Europese top houden. Tevens zal het nieuwe onderzoeksschip actief kunnen bijdragen aan internationale verplichtingen met betrekking tot zeebeheer en het onderbouwen van het Vlaamse beleid inzake visserij en toegankelijkheid van de havens. Het schip zal ook worden ingezet voor training en educatie, en als testplatform voor nieuwe maritieme technologieën. Verder vernieuwen Met dit nieuwe vaartuig wil minister Patricia Ceysens en de Vlaamse regering de ingeslagen weg van vernieuwing in onderzoek en technologie verder bewandelen. Het schip zal ingezet worden in de zuidelijke Noordzee, bij voorkeur in de kust-
67
gebieden van het Kanaal tot aan de Waddenzee. Dit opent talrijke mogelijkheden voor samenwerking met andere Europese onderzoekers in deze druk bevaren wateren. Sinds 2001 kunnen mariene onderzoekers al inschepen op de ‘Zeeleeuw’ (een omgebouwd loodstender) om wetenschappelijke bemonsteringen uit te voeren in de Noordzee en het Schelde-estuarium. In de afgelopen jaren werd duidelijk hoe deze investering heeft geleid tot beter en meer multidisciplinair zeewetenschappelijk toponderzoek in onze regio, en tot opleidingskansen voor zeewetenschappers. Een recente bevraging en haalbaarheidsstudie bij de meer dan 500 mariene wetenschappers in Vlaanderen bevestigde dat er grote nood bestaat aan de logistieke ondersteuning van hun onderzoek. Hierbij dient prioriteit te gaan naar een modern en goed uitgerust vaartuig, met een geringe diepgang en vlotte toegang tot de ondiepe kustwateren van de zuidelijke bocht van de Noordzee en de aanpalende riviermondingen. Beschikbaarheid voor onderzoeksgemeenschap Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) (onder minister Patricia Ceysens) en de DAB Vloot (onder minister-president Kris Peeters) zullen zich gezamenlijk inzetten om de ‘Simon Stevin’ in optimale omstandigheden beschikbaar te houden voor de onderzoeksgemeenschap. Het VLIZ zal zijn rol als facilitator van de zeewetenschappelijke kennisontwikkeling en als marien knooppunt naar de internationale gemeenschap toe in de toekomst nog beter kunnen vervullen. Daarnaast zal het ook instaan voor de wetenschappelijke programmatie van de vaarten en voor het beheer van de onderzoeksapparatuur. De DAB Vloot (Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust) zal als multifunctionele reder van de Vlaamse overheid zijn nautische en technische expertise aanwenden om de operationaliteit van het schip te waarborgen.
68
Speciale gebeurtenissen
69
SPECIALE GEBEURTENISSEN
Financierings fondsvoor schuldafbouw en eenmalige inv
Nieuwe rekenplichtigen bij het FFEU Ik ben Ignace Alvarez-Rodriguez, afgestudeerd als licentiaat handels- en financiële wetenschappen aan de Vlaamse Economische Hogeschool (Vlekho) te Brussel in 1989, werkzaam bij Toerisme Vlaanderen als coördinator financiën en begroting sinds september 2005, verantwoordelijk voor de volledige boekhouding en begroting van het hoofd- en de buitenlandkantoren van Toerisme Vlaanderen. Voorheen was ik als boekhouder/controller actief in de private sector (10 jaar actief in de informaticasector en 4 jaar in de bouwsector). Binnen het FFEU ben ik rekenplichtige voor het beleidsdomein Toerisme.
Ik ben Joeri Huyskens (CJSM) en afkomstig uit Berlaar. In juni 2008 studeerde ik af in accountancy-fiscaliteit in de Katholieke Hogeschool Mechelen. In augustus ben ik beginnen te werken bij het ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media als vereffenaar kort voor de IVA Kunsten en Erfgoed. Verder bestaat mijn taak ook nog uit de betaling van de raden en commissies van de IVA’s en het departement CJSM, verder ben ik de boekhouder van het FOCI en tot slot ben ik nog back up boekhouder voor de VRM en het FFEU.
70
Het netwerk van rekenplichtigen
Paul Derom (RWO-VMSW)
Hans Van Nyverseel (BZ)
Jan Van Rie (iV)
Alain Vandemaele (MOW)
Helga Debontridder (EWI)
Roel Hens (EWI)
Dimitri Verheyden (CJSM)
Ilse Maes (LNE)
71
Bart Permentier (WVG-VIPA)
Mieke Dauw (DAR)
Kurt Bitters (CJSM)
Nele Dottermans (LNE)
Dirk Lambrechts (AGIOn)
Joris Coesens (RWO-VMSW)
Liesbeth Bohets (WVG-VIPA) Niko De Lil (FB)
FFEU decreetwijziging per 19 december 2008 In het decreet van 19 december 2008 houdende bepalingen tot begeleidingen van de begroting 2009 werd een versnellingsstap ingebouwd. De nieuwe regelgeving voorziet dat, van zodra het besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot de vaststelling van de kredietoverdrachten genomen is en de eruit voortvloeiende middelen via dotatie aan het FFEU ter beschikking zijn gesteld, deze binnen het FFEU onmiddellijk vrij kunnen gegeven worden voor investeringen. Het vaststellen van de bijlage bij vermeld besluit van de Vlaamse Regering werd bovendien gemachtigd aan de minister van FinanciĂŤn en Begroting. De versnelling, mogelijk gemaakt bij decreet werd inmiddels ook reeds effectief in uitvoering gesteld: immers op 13 februari werd het FFEU-programma afkomstig uit de niet gebruikte middelen 2008 vrijgegeven; de bijlage is eveneens op 13 februari als mededeling aan de Regering verstrekt. Dat betekent, dat er t.o.v. de vroegere procedure een versnelling van 4,5 tot 5 maanden wordt gerealiseerd.
72
Bijlagen: • Decreet van 22 december 2000 houdende oprichting van het FFEU; • Besluit van de Vlaamse regering van 22 december 2000 tot regeling van de werking van het FFEU; • Besluit 21 mei 1997: Besluit van de Vlaamse regering betreffende een geintegreerde economische boekhouding en budgettaire rapportering voor de Vlaamse openbare instellingen. • Voorbeeld van Protocol.
73
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 22 DECEMBER 2000 - Decreet houdende oprichting van een Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven Art. 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid. Art. 2. Er wordt een Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven opgericht, hierna het Fonds te noemen. Het Fonds wordt opgericht als een instelling van categorie A in de zin van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
Art. 3. De middelen van het Fonds zijn: 1° een dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap; 2° alle inkomsten voortvloeiend uit activiteiten van het Fonds; 3° het gebeurlijke saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar op het Fonds; 4° de terugvorderingen voortvloeiend uit ten onrechte gedane betalingen. De dotatie, bedoeld in het eerste lid, 1°, is gelijk aan de som van de bedragen, voortkomende uit de hieronder opgenomen herschikkingen, welke in uitzondering op de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, over de begrotingsprogramma’s heen en tussen kredietsoorten onderling mogen worden doorgevoerd: 1° de op het einde van het betreffende begrotingsjaar beschikbare niet-gesplitste kredieten van het lopende jaar, met uitzondering van de vastleggingssaldi, die in uitvoering van bepalingen in begrotingsdecreten en normatieve decreten worden overgedragen naar het volgende begrotingsjaar; 2° de op het einde van het begrotingsjaar beschikbare gesplitste vastleggingskredieten, beperkt tot de som van de niet-geordonnanceerde gesplitste ordonnanceringskredieten. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd de saldi die voor de berekening van de dotatie in aanmerking komen te beperken.
Art. 4. § 1. De middelen van het Fonds kunnen uitsluitend aangewend worden voor de gehele of gedeeltelijke financiering van: 1° eenmalige investeringen, ten behoeve van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; 2° reservevorming ten behoeve van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
74
3° afbouw van de directe en indirecte schuld van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; 4° kapitaalsubsidies aan lokale overheden; (ing. decr. 6 juli 2001, art. 49, I: 1 juli 2001)] 5° kapitaaloverdrachten aan andere sectoren voor investeringen in materiële vaste activa, ongeacht de juridische hoedanigheid van de verkrijger van deze activa; 6° kapitaaloverdrachten binnen de sector Overheid voor investeringen in materiële vaste activa; 7° werkingskosten eigen aan het Fonds. (ing. decr. 5 juli 2002, art. 68, I: 1 juli 2002)]
§ 2. De middelen voortkomende uit overdrachten, van saldi van het voorgaande begrotingsjaar kunnen slechts aangewend worden na goedkeuring ervan door het Vlaams Parlement naar aanleiding van de begrotingscontrole.
Art. 5. § 1. Op de uitgavenbegroting 2000 van de Vlaamse Gemeenschap programma 24.20 wordt een basisallocatie geopend 41.01: dotatie aan het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven. Eenzelfde dotatie wordt op de begroting 2001 geopend.
§ 2. Wordt toegevoegd aan de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het jaar 2000 en voor het jaar 2001: de hieronder opgenomen begrotingen van inkomsten en uitgaven van het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven.
Art. 6. Dit decreet treedt in werking op 31 december 2000.
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 22 DECEMBER 2000 – Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de werking van het Financieringsfonds voor schuldafbouw en éénmalige investeringsuitgaven Art. 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° het Fonds: het Financieringsfonds voor schuldafbouw en eenmalige investeringsuitgaven; 2° de Vlaamse minister: het lid van de Vlaamse regering, bevoegd voor financiën en begroting; 3° de secretaris-generaal: de leidend ambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Art. 2. De Vlaamse minister sluit met de andere leden van de Vlaamse regering protocollen af met betrekking tot de uitvoering en de opvolging van de door het Fonds gefinancierde eenmalige investeringen. Ieder van de leden van de Vlaamse regering is belast met het beheer van de binnen het Fonds voor zijn bevoegdheden vastgestelde kredieten. De protocollen regelen in ieder geval de wijze waarop de boekhoudkundige verantwoordingsstukken worden voorgelegd aan de leidend ambtenaar. De leidend ambtenaar van het departement Financiën en Begroting wordt belast om namens de Vlaamse regering de boekhouding van het Fonds te voeren en alle desbetreffende documenten en briefwisseling te ondertekenen. Hij wordt daarbij gemachtigd deze bevoegdheid geheel of gedeeltelijk over te dragen aan onder zijn gezag geplaatste ambtenaren van niveau A.
Art. 3. Driemaandelijks brengt de leidend ambtenaar aan de Vlaamse minister verslag uit over de aanwending van de krachtens dit besluit verleende machtigingen, van de binnen de perken van artikel 3 gedane boekhoudkundige en budgettaire verrichtingen.
Art. 4. De Vlaamse regering beslist welke personeelsleden, uitrusting en installaties ter beschikking worden gesteld van het Fonds.
Art. 5. Het Fonds maakt jaarlijks een begroting op conform de richtlijnen verstrekt door de Vlaamse regering en volgens het besluit van de Vlaamse regering van 21 mei 1997 betreffende een geïntegreerde economische boekhouding en budgettaire rapportering voor de Vlaamse openbare instellingen.
Art. 6. § 1. De boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 21 mei 1997. § 2. Conform het artikel 6 van het decreet van 8 juli 1996 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1996 dient de Vlaamse regering uiterlijk op 15 maart van het jaar na het begrotingsjaar te beschikken over de jaarrekening van het Fonds.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 31 december 2000. Art. 8. De Vlaamse minister bevoegd voor Financiën en Begroting is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 22 december 2000. De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden, P. DEWAEL
75
76
77
…
Protocol houdende de werkingsmodaliteiten van het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven, met betrekking tot het beheer van de middelen van het Fonds. Economie, Wetenschappen en Innovatie (EWI)
Overwegende : -
- - - -
-
78
de werkingsmodaliteiten van het Fonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven, hierna genoemd het Fonds, zoals bepaald in het decreet van 22 december 2000 houdende de oprichting van het Fonds, gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2001 en 5 juli 2002 en het besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de werking van het Fonds van 22 december 2000; dat conform de oprichtingsmodaliteiten het Vlaams Parlement, ter gelegenheid van de goedkeuring van de aanpassing van de begroting beslist over de toewijzing van de middelen, waarover het Fonds beschikt; dat de werking van het Fonds geen afbreuk kan doen aan de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de ministers van de Vlaamse Regering en hun administratieve diensten; dat bijgevolg een protocol dient te worden opgesteld, dat de samenwerking regelt tussen de bevoegde ministers en hun administraties met het oog op het meest efficiënt gebruik van de middelen van het Fonds voor het gedeelte, voorbestemd door het Parlement voor éénmalige Investeringsuitgaven; dat dit protocol dient te bestaan uit twee onderdelen: een generiek gedeelte dat op éénzelfde manier de samenwerkingsregels regelt voor alle bevoegdheidsdomeinen, waarvoor de middelen van het Fonds zullen worden aangewend en een specifiek gedeelte, dat de specifieke regels per bevoegdheidsdomein vastlegt; in het kader van de 2de begrotingscontrole 2008 het Vlaams Parlement binnen het Fonds een bedrag heeft toegewezen aan uitgaven in een domein, vallende onder de bevoegdheid van de Vlaams minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid,
Komen overeen: de viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, en de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel.
Algemeen gedeelte Artikel 1 Onverminderd de bepalingen in de hierop volgende artikelen, worden alle taken in zake het operationeel beheer uitgevoerd door de leidend ambtenaar van de administratie, hierna genoemd de uitvoerende administratie, die instaat voor de verwezenlijking van het programma, waarvoor het Vlaams Parlement middelen binnen het Fonds heeft toegewezen. Dit operationeel beheer omvat alle uitvoeringstaken, met inbegrip van de detailtoewijzing van de middelen binnen de grenzen, vastgelegd door het Parlement, de uitvoering, de opvolging en de controle van de fysische programma’s, met inbegrip van de in betaling stelling en het bijhouden van de nodige verantwoordingsstukken. De centrale boekhouding, met inbegrip van de rekeningaflegging, valt onder de bevoegdheid van de leidend ambtenaar van het Fonds. Artikel 2 De instanties, die belast zijn met de interne controle, met inbegrip van de begrotingscontrole, conform de vigerende regels, zijn deze, aangeduid voor het betrokken beleidsdomein. Artikel 3 De leidend ambtenaar van het Fonds opent voor elk beleidsdomein, waaraan het Vlaamse Parlement middelen van het Fonds heeft toegewezen, één financiële rekening, op naam van het Fonds. Op deze rekening wordt handtekeningbevoegdheid toegekend aan twee of meerdere ambtenaren van de uitvoerende administratie, die de betaalopdrachten beide moeten ondertekenen. Met het oog op het voeren van een boekhouding, zoals voorzien in het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 1997, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2001, zal de uitvoerende administratie per financiële rekening een bedrijfseconomische en budgettaire boekhouding voeren, conform aan de regels voorzien in het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 1997 en de nodige verantwoordingsstukken bijhouden op een daartoe geëigende wijze. Met het oog op het accuraat opvolgen van de verbintenissen - mogelijkheden, zal de uitvoerende administratie tevens instaan voor de opvolging en rapportering van de verbintenissen en resterende mogelijkheden voor projecten die lopen over meerdere jaren en waarvoor het Vlaams Parlement kredieten heeft toegewezen. De leidend ambtenaar van het Fonds en de leidend ambtenaar van de uitvoerende administratie komen overeen, hun diensten opdracht te geven onverwijld hieraan uitvoering te geven. In geval van onduidelijkheid of onenigheid beslist de leidend ambtenaar van het Fonds op welke wijze de boekingen dienen te geschieden. Maximaal één maand na einde van elk trimester zal de uitvoerende administratie aan de leidend ambtenaar van het Fonds een staat overmaken, van de, per boekhoudpost, verzamelde boekingen, samen met de toelichtingen, zoals vereist door het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 1997. Bij deze staat zal tevens aan de leidend ambtenaar van het Fonds een verslag overgemaakt worden van de activiteiten over het voorbije trimester zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2000 tot regeling van de werking van het Fonds. Artikel 4 De leidend ambtenaar van de uitvoerende administratie aanvaardt de verantwoordelijkheid voor het gedeelte van de middelen, dat in uitvoering van artikel 3 wordt overgedragen naar een afgezonderde financiële rekening.
79
Hij duidt een rekenplichtige aan, belast met het beheer van deze rekeningen. Deze rekenplichtige zal rekening afleggen ten aanzien van het Rekenhof, conform artikel 74 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit. De leidend ambtenaar van het Fonds en de leidend ambtenaar van de uitvoerende administratie zullen in gemeenzaam overleg nagaan dat de nodige middelen voor een correcte uitvoering voorhanden zijn en zullen zo nodig – desgevallend na bemerkingen van interne audit en / of Rekenhof – de nodige bijsturingen organiseren. Onmiddellijk nadat beide leidend ambtenaren tot de bevinding zijn gekomen dat de nodige organisatorische middelen voorhanden zijn voor het waarborgen van een correcte uitvoering, stort de leidend ambtenaar van het Fonds een voorschot van 10% op het integrale bedrag, zoals voorzien in het specifiek gedeelte van deze overeenkomst op de hierbij voorziene financiële rekening. De leidend ambtenaar van de uitvoerende administratie maakt maandelijks per deelproject, zoals beschreven in het specifiek gedeelte, een voorstel tot betaling op. De leidend ambtenaar van het Fonds verplicht zich ertoe binnen de vijf werkdagen de nodige bedragen over te schrijven op de hierbij voorziene financiële rekening. De nog beschikbare betalingsmiddelen kunnen steeds geraadpleegd worden. Zo er zich betalingsproblemen stellen, zal de leidend ambtenaar van het Fonds binnen de wettelijke beschikkingen, alle mogelijke maatregelen treffen om de normaal voorziene betalingsstromen te kunnen financieren. Artikel 5 Ingeval de leidend ambtenaren tot geen eensluidende bevinding komen in verband met de mogelijkheid om een correcte uitvoering te waarborgen, kan de Vlaamse minister bevoegd voor Financiën en Begroting, desgevallend op vraag van de Vlaams minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid opdracht geven, onverwijld het bedrag, zoals voorzien in het specifiek gedeelte van deze overeenkomst door te storten. In dit geval berust de volledige verantwoordelijkheid voor de correcte uitvoering van dit gedeelte volledig bij de uitvoerende administratie. Artikel 6 De leidend ambtenaar van de betrokken administratie verbindt er zich toe om erop toe te zien dat facturen, met betrekking tot het FFEU, tijdig ter betaling aangeboden worden aan de rekenplichtigen zodat verwijlintresten vermeden worden.
80
Artikel 7 De leidend ambtenaar van het FFEU is ertoe gemachtigd, wanneer hij vaststelt dat een project beëindigd is, ook al zijn niet alle toegekende middelen uitgeput, het project binnen het FFEU stop te zetten. Dit zal gebeuren via een brief gericht aan de leidend ambtenaar van de betrokken administratie, met het verzoek het saldo terug te storten aan het FFEU. Indien deze van oordeel is dat het project nog niet volledig werd afgewerkt, richt hij een gemotiveerde vraag tot verder zetting aan de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, met daarin een beschrijving van de nog uit te voeren deelstappen. Indien de Vlaamse minister van Financiën en Begroting van oordeel blijft dat het project, zoals bedoeld bij de opzet, werd gefinaliseerd, kan de inhoudelijke bevoegde minister een beroep hier tegen aantekenen bij de Vlaamse Regering. De, in voorkomend geval, gerecupereerde bedragen komen opnieuw in de “onbestemde saldi” terecht van de begroting van het FFEU en kunnen in de volgende jaren door het Vlaamse Parlement opnieuw toegewezen worden aan nieuwe projecten. Terugvordering zal eveneens gebeuren bij ten onrechte gedane betalingen cf. art.3. 4° van het decreet van 22 december 2000.
Specifiek gedeelte : Artikel 8 Het Vlaams Parlement heeft ter gelegenheid van de 2de aanpassing van de begroting een bedrag voorzien van 45.000.000,00 euro. Dit bedrag zal aangewend worden voor de realisatie van volgende projecten: - campus voor opleiding industriĂŤle wetenschappen in Antwerpen: 15.000.000,00 euro - marine onderzoekinfrastructuur: 7.000.000,00 euro - energie- en milieu onderzoekinfrastructuur VITO: 8.000.000,00 euro - digitale onderzoekinfrastructuur supercomputer associaties: 7.000.000,00 euro - medische onderzoeksinfrastructuur Vlaamse BIObank: 8.000.000,00 euro Indien de Vlaams minister van Economie, Wetenschappen en Innovatie wenst over te gaan tot aanpassing hiervan, vraagt hij het akkoord van de Vlaams minister van FinanciĂŤn en Begroting en licht vervolgens de leidend ambtenaren hiervan in. Dit gebeurt per brief, ondertekend door beide ministers. De uitvoerende administratie is het departement Economie, Wetenschappen en Innovatie. De leidend ambtenaar is mevrouw Veerle Lories, wnd. secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschappen en Innovatie, Brussel,
81
Colofon: Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein FinanciĂŤn en Begroting
Verantwoordelijke uitgever: Hedwig Van der Borght Secretaris generaal Koning Albert II-laan 19 bus 6 1210 Brussel
Communicatieverantwoordelijke: Raf Van Hoof tel. 02 553 54 67
Grafische vormgeving: Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid, afdeling Communicatie Ingrid Van Rintel
Ontwerp cover: De Barbaren, Brugge
82
Coverfoto: Alda Van de Velde, verzamelt alles rond varkens sinds 1998.
Druk: Beukeleirs, Lint
Depotnummer: D/2009/3241/156
Uitgave: April 2009
Vragen of opmerkingen in verband met dit jaarverslag zijn welkom op volgend e-mailadres: ffeu@vlaanderen.be