Skip to main content

Milieuhandhavingsrapport_totaal_LR-corr.pdf

Page 1

MILIEUHANDHAVINGSRAPPORT 2015 Afdeling Milieu-inspectie DEPARTEMENT LEEFMILIEU NATUUR & ENERGIE

www.lne.be 1

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 1

25/04/2016 12:35:03


2

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 2

25/04/2016 10:55:39


Voorwoord Het Milieuhandhavingsrapport 2015 heeft net zoals in het verleden de intentie om de lezer in één gebundeld rapport te informeren over de wijze waarop MI (afdeling Milieu-inspectie) in 2015 haar doelstellingen heeft gerealiseerd. Deze doelstellingen werden uitvoerig omschreven in het MIP 2015 (Milieuinspectieplan), dat begin 2015 door MI na brede consultatie werd opgesteld. Met dit negentiende inspectie jaarplan werd door MI opnieuw een geïntegreerde en multidisciplinaire aanpak van de handhaving van de milieuhygiëneregelgeving beoogd. Conform de Europese aanbeveling betreffende minimumcriteria voor milieu-inspecties geeft MI bewust de voorkeur aan planmatig en gecoördineerd optreden. De afdeling doet dit dan ook met maximale samenwerking, afstemming en overleg met andere betrokken inspectie- en handhavingsactoren. Verslaggeving over inspectie- en handhavingsactiviteiten is een belangrijke manier om door middel van transparantie de betrokkenheid van bedrijven, burgers, ngo’s en andere belanghebbenden bij de uitvoering en toepassing van de milieuwetgeving te garanderen. Deel I van dit handhavingsrapport behelst de voorstelling van MI: organisatie, werking, personeel en middelen, evenals de groepsfoto’s van de verschillende diensten. Deel II beschrijft het jaar 2015 in cijfers en bezorgt namen en adressen van de verschillende contactpersonen. Efficiënt en effectief handhaven van de milieuhygiëneregelgeving, binnen de onder meer door de regelgever vastgestelde juridische en ambtelijke kaders, door een gerichte inzet van de beschikbaar gestelde middelen, is dé grote uitdaging van de afdeling Milieu-inspectie. Om meer efficiënt en effectief te handhaven werd in 2015 verder werk gemaakt van een verder doorgedreven gerichte en risico-gebaseerde inspectie-aanpak. Deze meer efficiënte aanpak resulteerde in een toename van 1.000 inspecties, van 12.000 naar 13.000 op jaarbasis. De meer gerichte en risicogebaseerde aanpak resulteerde in een hogere graad van vaststelling van schendingen. Opvallend in 2015 was de toename van het aantal klachten. Het aantal klachten steeg van 1.519 in 2014 naar 2.463 in 2015. Deze klachten gingen over 648 bedrijven in 2014, respectievelijk 873 in 2015. Het aantal milieuthema’s waarover per bedrijf werd geklaagd nam evenwel gevoelig af. Een klacht tegen een bedrijf gaat nu vaak over slechts 1 milieuthema, in het verleden vaak nog over meerdere milieuthema’s. Een andere opvallende vaststelling is dat het aantal geurklachten in 2015 afnam met ongeveer 30%. Andere markante vaststellingen zijn: het grote aantal gevallen van illegale export van AEEA naar Afrika, extra aandacht voor illegale grondwaterwinningen verhoogt de pakkans, veel koelinstallaties hebben nog steeds hoge lekverliezen, heel wat exploitanten van (mobiele) breekinstallaties zouden de stofproblematiek nog beter kunnen beheersen. Ook worden de risico’s van koelinstallaties op ammoniak nog wel eens onderschat. Daarentegen resulteren de controles fijn stof in ‘hotspot’ gebieden in een verbeterende luchtkwaliteit en resulteren jarenlange staalnames van afvalwater in betere lozingsresultaten. De afdeling Milieu-inspectie is alvast van plan om ook de komende jaren haar gerichte en risicogebaseerde controleaanpak verder door te voeren. Betrachting is om met de beschikbare inspectie- en handhavingscapaciteit een maximum aan milieuwinst te realiseren. Paul Bernaert Afdelingshoofd Milieu-inspectie

33


4

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 4

25/04/2016 10:55:43


Inleiding De afdeling Milieu-inspectie (MI) bericht jaarlijks in het milieuhandhavingsrapport over de organisatie, uitvoering, voortgangscontrole en resultaten van haar milieu-inspecties. Dit rapport is daarmee uitgegroeid tot een belangrijke schakel bij de volledige implementatie van de Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende minimumcriteria voor milieu-inspecties in de lidstaten (2001/331/EG). Dat dit rapport noodzakelijk is, wordt al duidelijk in de omschrijving van het doel van de aanbeveling: er zouden milieu-inspecties in de lidstaten moeten worden uitgevoerd volgens minimumcriteria met betrekking tot de organisatie, uitvoering, voortgangscontrole en bekendmaking van de resultaten van de inspecties, om in alle lidstaten de naleving van de communautaire milieuwetgeving kracht bij te zetten en bij te dragen tot een meer consequente uitvoering en handhaving daarvan. De aanbeveling stelt bovendien dat de verslaggeving over inspectieactiviteiten een belangrijke manier is om, door middel van transparantie, de betrokkenheid van burgers, ngo’s en andere belanghebbenden bij de uitvoering van milieuwetgeving te garanderen. Er wordt tevens vermeld dat de verslaggeving toegankelijk moet worden gemaakt in overeenstemming met de Richtlijn betreffende de vrije toegang tot milieu-informatie.

01/ De afdeling Milieu-inspectie Het milieuhandhavingsrapport start met een beschrijving van de organisatie en de werking van de afdeling Ên met een rapportering over de gebruikte middelen (personeel, budget, ‌).

02/ Het jaar 2015 van MI in cijfers In het tweede deel van dit rapport wordt een aantal cijfers weergegeven die de werklast en de activiteiten van de afdeling weergeven. Alle milieu-inspecties worden uitgevoerd op basis van een milieu-inspectieplan. Dit planmatig werken is een basisbeginsel van de aanbeveling. Zo vermeldt de aanbeveling onder andere dat om de doeltreffendheid van het inspectiesysteem te garanderen, de lidstaten erop toe moeten zien dat milieu-inspectieactiviteiten van tevoren worden gepland. In dit deel wordt een cijfermatig overzicht gegeven van de uitvoering en de resultaten van dit plan.

55

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 5

25/04/2016 10:55:44


Inhoud Voorwoord.............................................................................................................................3 Inleiding..................................................................................................................................5

Deel 1 – De afdeling Milieu-inspectie 1 Organisatie 1.1 Situering van MI............................................................................................................11 1.2 Opdracht.........................................................................................................................12 1.3 Bevoegdheden.............................................................................................................13 1.4 Interne structuur........................................................................................................15

2 Werking 2.1 Strategische en operationele planning.....................................................17 2.2 Het milieu-inspectieplan (MIP)...........................................................................21 2.2.1 Waarom een milieu-inspectieplan?..........................................................21 2.2.2 Doelstellingen van het MIP...........................................................................21 2.2.3 Totstandkoming van een MIP......................................................................21 . 2.2.4 Het MIP 2015........................................................................................................21

3 Personeel en middelen 3.1 Personeel......................................................................................................23 3.2 Aanwending van kredieten.................................................................................23 3.2 1 Laboratoriumkosten........................................................................................23 3.2.2 Handhavingstudies..........................................................................................23 3.2.3 Overzicht van kosten m.b.t. labocontracten, handhavingsonderzoeken en kwaliteitssysteem........................................24 3.2.4 Werkingsmiddelen............................................................................................24

6

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 6

25/04/2016 10:55:44


Deel 2 – Het jaar 2015 in cijfers 1 Algemene cijfers...........................................................31 1.1 Algemene gegevens.....................................................................................31 1.2 Gegevens van externe oorsprong......................................................................31 1.2.1 Vergunningen........................................................................................................31 1.2.2 Klachten..................................................................................................................31 1.2.3 Voorvallen..............................................................................................................32 1.2.4 Parlementaire vragen......................................................................................32 1.3 Activiteiten MI............................................................................................................32 1.3.1 Inspecties................................................................................................................32 1.3.2 Monsternames en metingen.........................................................................33 1.3.3 Processen-verbaal..............................................................................................34 1.3.4 Maatregelen...........................................................................................................34 1.3.5 Bestuurlijke maatregelen...............................................................................35 1.3.6 Veiligheidsmaatregelen...................................................................................35 1.3.7 Voorstellen tot schorsing en/of opheffing vergunning..................35

2 3 4 5

Het handhavingssysteem omgevingsveiligheid..............39 Het GPBV-handhavingssysteem..............................................41 Het inspectieprogramma ketentoezicht............................42 Het REACH inspectieprogramma............................................43

Bijlagen Contactpersonen binnen MI...........................................................................45 Gebruikte afkortingen...................................................................................................47 Adressen...............................................................................................................................49

7 7

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 7

25/04/2016 10:55:44


8

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 8

25/04/2016 10:55:48


Deel 1: DE AFDELING MILIEU-INSPECTIE

9

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 9

25/04/2016 10:55:49


10

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 10

25/04/2016 10:55:51


1 ORGANISATIE Binnen het Vlaamse Gewest is MI het belangrijkste orgaan voor het toezicht op de naleving van de milieuhygiĂŤnewetgeving. Dit hoofdstuk start met de situering van MI binnen de Vlaamse overheid en binnen het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE). Daarna wordt de aandacht volledig gericht op MI met een omschrijving van de opdracht en de bevoegdheden van de afdeling. De opdracht van MI is uitgebreid en vereist niet alleen ervaring op het terrein, maar ook kennis van zaken, planning en uniformiteit. Daarom heeft MI een dubbele structuur: naast de klassieke verticale structuur is ook een horizontale structuur opgezet in de vorm van werkgroepen per milieucompartiment. Verder wordt de integrale kwaliteitszorg binnen MI, of hoe MI voortdurend naar kwaliteitsborging en -verbetering streeft, nader toegelicht.

1.1

SITUERING VAN MI

Sinds 1 april 2006, met de reorganisatie van de Vlaamse overheid in het kader van Beter Bestuurlijk Beleid, maakt MI deel uit van het Departement LNE.

De situering binnen het Departement LNE en de plaats van het departement binnen het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie worden gevisualiseerd in onderstaande organogrammen.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

11


1.2 OPDRACHT In uitvoering van het Milieuhandhavingsdecreet oefenen de toezichthouders van MI toezicht uit op de naleving van de milieuhygiënewetgeving. Joke Schauvliege, Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, stelt in haar beleidsnota Omgeving 2014-2019 dat de handhaving zich vooral moet toespitsen op de belangrijkste niet regulariseerbare overtredingen in termen van impact, omvang en duur en op het ketentoezicht op afvalstoffen. Dit, uitgebreid met het toezicht op de klasse 1-inrichtingen, is de kernopdracht van MI.

Naast MI zijn er nog vele andere actoren betrokken bij de handhaving van de milieuhygiënewetgeving. Om de handhaving in haar geheel te laten slagen, moeten alle instanties constructief samenwerken. In het bijzonder moeten concurrerende handhavingsactiviteiten worden vermeden. MI is actief in het vormen van netwerken tussen de instanties. Daarnaast heeft MI ook de taak om internationale contacten te leggen en om actief in te spelen op internationale vernieuwingen en tendensen.

MI streeft voortdurend naar een verhoging van de kwaliteit van de handhaving. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan een doelmatig, uniform en geïntegreerd optreden over heel Vlaanderen en wil MI een voorbeeldfunctie vervullen voor de lokale overheden. Handhaving vormt het sluitstuk van een goed milieubeleid. De geloofwaardigheid van dat beleid en het bereiken van effectieve milieuresultaten hangen immers af van de mate waarin en de manier waarop de milieuwetgeving wordt gehandhaafd.

Voor de beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie heeft MI de opdracht om de Vlaamse minister te adviseren over de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van de regelgeving. Hiertoe koppelt MI haar ervaringen op het terrein terug naar de beleidsmakers. Tot slot heeft MI de opdracht haar optreden en aanpak op geregelde tijdstippen kenbaar te maken en toe te lichten. Met die transparantie beoogt MI een voldoende breed maatschappelijk draagvlak voor de handhaving te creëren en te behouden.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 12

Milieuhandhavingsrapport 2015


1.3 BEVOEGDHEDEN MI ontleent haar toezichtbevoegdheden aan het Milieuhandhavingsbesluit en houdt toezicht op de volgende Vlaamse milieuhygiënewetgeving (of delen ervan) en hun uitvoeringsbesluiten: 1°

titel III, titel IV en titel XV van het decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid 2° de wet van 28 december 1964 op de bestrijding van de luchtverontreiniging 3° de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging; 4° de wet van 18 juli 1973 op de geluidshinder 4°/1 de wet betreffende de schadelijke effecten en de hinder van nietioniserende stralingen, infrasonen en ultrasonen 5° het Materialendecreet 6° het Grondwaterdecreet 7° het Milieuvergunningendecreet 8° de uitvoeringsbesluiten van de wetten en decreten, vermeld in punt 1° tot en met 7° 9° verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen 10° verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 11° verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de persistente organische verontreinigde stoffen en tot wijziging van richtlijn 97/117/EEG

12° verordening (EG) nr. 166/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de richtlijn 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad 13° verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen 14° verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen 15° verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijn 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie 16° verordening (EG) nr. 1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde afvalstoffen, vermeld in bijlage III of III A bij verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad, naar bepaalde landen waarop het OESObesluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is 17° het Mestdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

13


18° het Oppervlaktedelfstoffendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan 19° het decreet Diepe Ondergrond en de uitvoeringsbesluiten ervan 20° verordening (EU) nr. 333/2011 van de raad van 31 maart 2011 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer bepaalde soorten metaalschroot niet langer als afval worden aangemerkt overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad 21° het Pesticidendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, als het van toepassing is op hinderlijke inrichtingen vermeld in artikel 3 van het Milieuvergunningendecreet 22° verordening EG nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en –mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik 23° verordening (EU) nr. 1179/2012 van de Commissie van 10 december 2012 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer kringloopglas overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt 24° verordening (EU) nr. 715/2013 van de Commissie van 25 juli 2013 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer koperschroot overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad niet langer als afval wordt aangemerkt 25° verordening (EG) nr. 1497/2007 van de Commissie van 18 december 2007 tot vaststelling, ingevolge verordening (EG) Nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van basisvoorschriften inzake controle op lekkage van stationaire brandbeveiligingssystemen die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevatten

26° verordening (EG) nr. 1516/2007 van de Commissie van 19 december 2007 tot vaststelling, ingevolge verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van basisvoorschriften inzake controle op lekkage van stationaire koel-, klimaatregelingsen warmtepompapparatuur die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevat 27° verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn 28° verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad 29° verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG Daarnaast heeft MI ook toezichtbevoegdheid in het kader van het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de federale staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 14

Milieuhandhavingsrapport 2015


1.4 INTERNE STRUCTUUR MI heeft in elke provincie een buitendienst. Zij staan in hoofdzaak in voor de inspecties, het nemen van maatregelen en de voortgangscontrole bij de saneringen van de gecontroleerde bedrijven. Hun ‘ervaring op het terrein’ wordt gebruikt als input voor de terugkoppeling naar de beleidsmakers. Daarnaast zijn er twee centrale diensten. De belangrijkste taak van de dienst toezicht zwarerisicobedrijven is de planmatige en systematische controle van de veiligheidsaspecten bij hoofdzakelijk de Sevesobedrijven. Het hoofdbestuur coördineert de werking van de werkgroepen en staat in voor de administratieve ondersteuning van de afdeling (personeel, logistiek, financiën en begroting). Zo waken zij over de planning, de diepgang, de uitvoering en de integratie van de handhavings-campagnes en ondersteunen ze de toezichthouders. De werkgroepen vormen een horizontale structuur binnen de afdeling. Zij moeten garant staan voor een gecoördineerde en uniforme aanpak in het hele Vlaamse Gewest. De werkgroepen zijn milieuthematisch georganiseerd, ze werken sectoroverschrijdend.

De coördinatie van de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (GPBV) in het kader van de Europese richtlijn Industriële Emissies (RIE) gebeurt werkgroepoverstijgend via het management van MI, occasioneel bijgestaan door een ad hoc werkgroep GPBV handhavingssysteem, ook wel werkgroep GPBV industrie genoemd. Voor GPBV is er in de afdeling sinds 2015, naast de milieuthematische werking, ook een sectorale werking op poten gezet, die milieuthemaoverschrijdend is. Deze werking is niet structureel ingebed, maar volgt de Europese BREF-cycli. Uitzondering hierop is de sectorale werkgroep GPBV landbouw die wel een plaats heeft in de MI-structuur. Het organogram van MI visualiseert deze verticale en horizontale structuren. Een werkgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van elke buitendienst en het hoofdbestuur. Deze laatsten fungeren als gangmaker. De stafmedewerkers staan respectievelijk in voor het secretariaat en ICT.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

15


16

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 16

25/04/2016 10:55:54


2 WERKING 2.1 STRATEGISCHE EN OPERATIONELE PLANNING Het jaar 2015 was voor MI belangrijk op het vlak van strategische en operationele planning: MI actualiseerde haar visie, missie en kernwaarden; MI herschikte de prioriteitenlijst voor haar toezichthouders; voor het eerst maakte MI een meerjarenplanning op; voor het eerst werd het doelstellingenkader afgestemd op dat van het Regeerakkoord en de Beleidsnota Omgeving in de plaats van op de processtructuur van MI; voor het eerst werd aan de planning een prestatiebegroting gekoppeld. MI had midden de jaren ‘90 de missie, visie en waarden van haar organisatie en haar medewerkers duidelijk vastgelegd. Gedurende vele jaren bleven deze overeind. Een belangrijke reden hiervoor was dat de bestaansreden van een controleorganisme zoals MI een vrij stabiel gegeven is. Dat 2015 een kantelpunt betekende, komt in hoofdzaak door twee cultuuromslagen: een nieuwe legislatuur met een regering die een betere inschakeling van de administratie in de beleidsdoelen van het Vlaams regeerakkoord en de beleidsnota Omgeving nastreeft, en een escalatie van nieuwe taken en bevoegdheden gedurende de laatste jaren waardoor de vraag naar richting en prioriteiten steeds luider klonk. De nieuwe visie is: “De afdeling Milieu-inspectie draagt bij tot de realisatie van de beleidsdoelstellingen van de Vlaamse Regering ter bescherming van mens en milieu.” De missie luidt: “In uitvoering daarvan staat de

afdeling Milieu-inspectie in voor een onafhankelijk, geloofwaardig, kwaliteitsvol, doelmatig en doeltreffend toezicht op en handhaving van de milieuhygiënewetgeving.” De strategie is dit te doen door “bevordering en

controle van het nalevingsgedrag; aanwezigheid op het terrein; terugkoppeling van onze

terreinervaringen naar het beleid; samenwerking, afstemming en informatie-uitwisseling met andere relevante actoren; complementariteit met, en ondersteuning van lokale besturen.” De kernwaarden geven weer hoe MI te werk gaat bij het invullen van haar visie, missie en strategie: “daadkrachtig, integer,

oplossingsgericht, proportioneel, risicogestuurd, transparant, uniform, vakkundig en wendbaar.”

MI is steeds in beweging en in een voortdurend veranderingsproces verwikkeld. De nieuwe visie, missie, strategie en kernwaarden moeten het kader vormen om de implementatie van de vele veranderingen voor MI te sturen, en ook om de verdere optimalisatie van de structuur en de werking van MI richting te geven. Het ‘richting geven’ werd ook op maat van de individuele toezichthouders voorzien in de vorm van een herschikte prioriteitenlijst. De prioriteiten werden in functie van nieuwe organisatorische, maatschappelijke en politieke noden (o.a. kerntakendebat met geleidelijke afbouw toezicht klasse 2-inrichtingen) en verwachtingen herzien en vastgelegd. Deze lijst moet een antwoord bieden op de vraag ‘Wat moet ik nu eerst doen?’ en moet helpen het werkvolume en de werkdruk te beheersen. De prioriteitenlijst moet ook een meer uniforme aanpak doorheen de afdeling mee helpen garanderen. Criteria voor prioritering zijn milieu-impact, termijnen en hiërarchie van de opdracht/opdrachtgever. De prioriteitenlijst is in eerste instantie een intern werkdocument. Dat MI in 2015 een meerjarenplanning opmaakte, spruit onder meer voort uit de aanbeveling van het auditrapport van 2 april 2012 van Audit Vlaanderen (voorheen Interne Audit van de Vlaamse Administratie of IAVA) tot het opmaken van “een met een risicoanalyse onderbouwde

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

17


inspectiestrategie en –prioriteit die kadert binnen een langetermijnperspectief”. Daarnaast is er ook artikel 16.2.4 van het Milieuhandhavingsdecreet waarvan het eerste lid luidt: “De Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving coördineert de opmaak van een vijfjaarlijks milieuhandhavingsprogramma dat de handhavingsprioriteiten van de handhavingsinstanties, vermeld in dit decreet, bundelt. De handhavingsinstanties stellen daarvoor zelf een individueel vijfjaarlijks handhavingsprogramma op dat op eenvoudig verzoek wordt bezorgd aan de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving.” Verder zijn er het Vlaams regeerakkoord 20142019 en de beleidsnota Omgeving 2014-2019 van de minister die de krachtlijnen uitzetten voor de komende beleidsperiode. Het is de ambitie van MI om zich in te schakelen in de beleidscycli d.m.v. meerjarenprogramma’s.

Het Meerjarenprogramma 2015-2019 van MI bevat een overzicht van concrete toezichtsen handhavingsprioriteiten voor de periode 2015-2019: het geeft weer welke controles de toezichthouders van MI de komende jaren zullen uitvoeren. Ook beleidsprioriteiten en samenwerkingsopportuniteiten worden in het meerjarenprogramma vastgelegd. De handhavingsprioriteiten van het Meerjarenprogramma geven invulling aan het subproces ‘MIP uitvoeren’ van het MI-hoofdproces ‘Milieuhygiëneregelgeving handhaven’, waar de beleidsprioriteiten eerder betrekking hebben op de andere subprocessen en de samenwerkingsopportuniteiten verband houden met de processen 3, 4 en 5 in onderstaande tabel.

MI-processen Proces 1: Milieuhygiëneregelgeving handhaven (toezicht houden, maatregelen nemen, melden en informeren in functie van de sanctionering) – het Milieu-inspectieplan (MIP) opstellen – het uitvoeringskader uitwerken en optimaliseren – het MIP uitvoeren – de uitvoering van het MIP monitoren en evalueren en erover rapporteren

Proces 2: Verzekeren permanentie en respons in functie van de handhaving inzake milieuhygiëne’ Proces 3: Bijdragen aan de voorbereiding en evaluatie van het beleid en regelgeving met betrekking tot milieuhygiëne Proces 4: Voorbereiden en evalueren van het handhavingsbeleid en -regelgeving met betrekking tot milieuhygiëne Proces 5: Ondersteunen van andere handhavingsactoren

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 18

Milieuhandhavingsrapport 2015


Waar de prioriteiten en opportuniteiten van het Meerjarenprogramma 2015-2019 nog enigszins met de processtructuur van de afdeling correleren, werd dat verband bij het Jaarlijks Ondernemingsplan 2015 (JOP) van MI volledig doorgeknipt. Het JOP 2015 van MI is de insteek van de afdeling in het jaarlijks ondernemingsplan (JOP) van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie. Dat JOP geeft de doelstellingen weer voor het jaar 2015, maar ook de ambities voor de komende jaren. Het beschrijft hoe het Departement LNE in de periode 2014-2019 wil bijdragen aan een kwaliteitsvol leefmilieu. Het JOP geeft via beleidsdoelstellingen invulling aan het beleidskader uitgetekend door de beleidsnota’s omgeving, energie en dierenwelzijn, maar omvat ook doelstellingen voor het regulier beleid en doelstellingen gericht op een efficiënte organisatie voor een slagkrachtig beleid. Aan deze doelstellingen zijn een tijdshorizon en prestatie indicatoren verbonden voor opvolging of kwantificatie van de vooruitgang die geboekt wordt t.a.v. het gestelde doel. Onderstaande tabel geeft de JOP-doelstellingen voor MI voor 2015 weer.

Deze doelstellingen, opgesteld voor de hele afdeling, worden op hun beurt in cascade doorvertaald naar persoonlijke doelstellingen die worden opgenomen in een persoonlijk planningsdocument voor alle personeelsleden. Naast het JOP 2015, vormt het Meerjarenprogramma 2015-2019 ook voor de jaarlijkse Milieu-inspectieprogramma’s van MI de basis: in het meerjarenprogramma zijn de lijnen uitgezet voor de komende jaren en de jaarprogramma’s of MIP’s zijn een nadere concretisering. Het MIP 2015 vormt het eerste jaarprogramma binnen het MJP 2015-2019. De komende MIP’s zullen telkens het resultaat zijn van een evaluatie en eventuele bijsturing van het meerjarenprogramma. Het MIP 2015 werd op de website www.lne.be gepubliceerd. Aan het JOP 2015 van MI werd een prestatiebegroting gekoppeld, net zoals aan het departementale JOP. Hieruit blijkt dat de uitvoering van het MIP veruit de belangrijkste doelstelling van MI is en ongeveer 2/3de van de beschikbare VTE en budgetten van de afdeling benut.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 19

Milieuhandhavingsrapport 2015


JOP 2015-doelstellingen MI OD14.1 We zetten een risicogebaseerd meerjaren Milieu-inspectieplan op OD14.13 We stimuleren samenwerking, afstemming en informatie/data-uitwisseling tussen de verschillende handhavingsactoren OD14.14 We bouwen de structurele ondersteuning aan lokale toezichthouders en andere actoren verder uit OD14.15 We dragen bij aan de werkzaamheden van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu (VHRM) OD14.2 We stellen, met respect voor de herschikking van de toezichtopdrachten inzake omgeving, een strategisch meerjarenprogramma voor controles vast OD14.3 We bouwen in de loop van de huidige regeerperiode het eigen toezicht op klasse 2-inrichtingen geleidelijk af, en we bouwen de ondersteuning van de lokale toezichthouders voor het toezicht op de klasse 2- en 3-inrichtingen geleidelijk uit

Beleidsdoelstelling

OD14.6 We staan in voor de voorbereiding en evaluatie van het milieuhandhavingsbeleid en de –regelgeving OD14.7 We staan binnen het beleidsdomein LNE in voor het centraliseren en optimaal afstemmen van voorstellen tot aanpassing van de regelgeving inzake milieuhandhaving OD14.9 We operationaliseren het handhavingsbeleid rond de omgevingsvergunning, daarbij rekening houdend met de herschikking van de handhavingsopdrachten inzake omgeving en met de fusieoperatie Omgeving OD29.1. We richten toezicht en handhaving op illegale grondwaterwinningen en op grondwaterwinningen in beschermingszones OD35.1. We zien extra toe op de kwaliteitsborging bij het grondverzet zodat eventuele bodemverontreiniging vermeden wordt OD41.2 We werken maatregelen en instrumenten inzake emissiereductie van industriële en andere stationaire bronnen uit OD42.4 We staan in voor een gecoördineerde aanpak voor de verdere vermindering van emissies en deposities van de dioxines en PCB’s OD42.5. We verminderen de fijn stof emissies, zware metalen, dioxines en PCB’s verder door toezicht en handhaving OD44.3. We behandelen klachten m.b.t. geluid-, geur- en lichthinder OD45.3. We werken een klantvriendelijk klachtenbeheersysteem voor hinder door geluid, geur, trillingen uit OD50.3 We zien toe op de naleving van de wettelijke bepalingen m.b.t. verzurende en vermestende emissies van de landbouwsector via diverse gerichte preventieve controlecampagnes OD53.1 We leggen illegale afvalactiviteiten en –stromen (doorvoer, invoer en uitvoer) aan banden in uitvoering van het strategisch programma ‘ketentoezicht’ OD54.1 We bewaken de luchtkwaliteit bij biomassaverwerking en –verbranding OD54.2 We controleren alle relevante milieuaspecten bij vergistingsinstallaties OD56.2 We implementeren maatregelen m.b.t. F-gassen en (industriële) N2O OD58.1 We maken mee werk van de diverse op te stellen beleidsplannen

Interne Werking

OD69.1 We bereiden de transitie naar het beleidsdomein en het departement Omgeving voor We zorgen voor een continue en kwaliteitsvolle (management)ondersteuning We zorgen voor een continue en kwaliteitsvolle sturing van de organisatie We beheren het permanentie- en responssysteem m.b.t. handhaving inzake milieuhygiëne

Regulier Beleid

We beheren het uitvoeringskader milieu-inspecties We bereiden de milieuhygiëneregelgeving voor We coördineren milieu-incidenten We maken een Milieu-inspectieplan (MIP) op We voeren het Milieu-inspectieplan en –programma’s uit We volgen de uitvoering van het Milieu-inspectieplan en –programma’s op, evalueren deze en rapporteren hierover We zetten in op de verdere digitalisering van de handhaving

20

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 20

25/04/2016 10:55:55


2.2 HET MILIEU-INSPECTIEPLAN (MIP) MI pakt de handhaving van de milieuhygiënewetgeving op een planmatige wijze aan. In haar jaarlijks milieu-inspectieplan probeert MI al haar inspectieactiviteiten in kaart te brengen en te begroten qua budget en personeelsinzet.

2.2.1

Waarom een milieu-inspectieplan?

De uitdaging waar de Vlaamse handhavers voor staan, is ervoor te zorgen dat het toezicht op de naleving van de milieuwetgeving evolueert van toevalstreffers naar een planmatige handhaving. Dit gebeurt via jaarprogramma’s voor de handhaving, waarin de prioriteiten voor een bepaald werkjaar worden vastgelegd en de handhavingsacties worden gepland. Essentieel is dat alle handhavingsacties worden uitgevoerd op basis van een diepgaand inzicht. Er is ook de algemene Europese trend naar een meer systematische, planmatige en gecoördineerde handhaving. Van de lidstaten wordt verwacht dat alle milieu-inspectieactiviteiten van tevoren worden gepland en dat dergelijke inspectieprogramma’s openbaar worden gemaakt.

2.2.2

Doelstellingen van het MIP

De doelstellingen van het MIP bevinden zich op verschillende niveaus. Op het niveau van de organisatie heeft het plan een doelmatige, deskundige, uniforme, integrale en sturende aanpak van de controles tot doel. Een tweede belangrijke doelstelling richt zich op het vlak van de effectiviteit van de controles. Het plan voorziet in diepgaande en zo mogelijk geïntegreerde controles bij klasse 1-inrichtingen die (potentieel) sterk milieubelastend zijn of die ernstige risico's voor de omgeving inhouden. Bij de selectie van de bedrijven of bedrijfssectoren wordt rekening gehouden met hun milieureputatie en -verleden. De beheersing van het werkvolume en de werkdruk is een derde doelstelling voor het opmaken van de jaarplanning. MI wordt immers geconfronteerd met een groot aantal en een

grote diversiteit aan te controleren inrichtingen. Een goede jaarplanning moet prioriteiten leggen en daardoor helpen om het werkvolume en de werkdruk te beheersen.

2.2.3

Totstandkoming van een MIP

Het jaarlijks MIP is het resultaat van intern overleg waarbij alle toezichthouders van MI hun voorstellen kunnen laten horen. MI peilt daarnaast ook naar prioritaire handhavingsnoden bij andere (milieu)handhavingsactoren. De verzamelde voorstellen worden geïnventariseerd en uitgediept. Daarna worden de handhavingsprioriteiten voor het komende jaar vastgelegd. Het hoofdbestuur werkt de voorstellen uit en begroot zowel de personeelsinzet als het budget. Hierbij worden een aantal beginselen van professioneel projectmanagement toegepast: doelstellingen en verantwoordelijkheden worden duidelijk vastgelegd, mijlpalenplannen worden uitgetekend, criteria voor succes worden bepaald. Het MIP wordt daarna definitief aanvaard door de staf.

2.2.4

Het MIP 2015

In het MIP 2015 zijn alle handhavingsactiviteiten van de afdeling opgenomen voor dat jaar. Heel wat inspectiecampagnes kaderen in of geven ondersteuning aan projecten van het MINA-plan 4 of geven uitvoering aan regionale, nationale en internationale verplichtingen. Het MIP 2015 geeft daarnaast uitvoering aan de Beleidsnota 20142019 – Omgeving van Joke Schauvliege, Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, door bijzondere aandacht te besteden aan twee specifieke doelgroepen, nl. Sevesobedrijven enerzijds en GPBV-bedrijven anderzijds en door ook een flink deel van de beschikbare inspectietijd te voorzien voor ketentoezicht op afvalstoffen. Ook emissiegerichte inspecties en controle van zelfcontroleactiviteiten van de bedrijven worden in dit kader onverminderd verdergezet in verschillende acties van het MIP 2015. Daarnaast is er in diverse acties ook aandacht voor andere accenten uit de beleidsnota, o.m. voor de fijnstofproblematiek.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 21

Milieuhandhavingsrapport 2015


Overzicht van het MIP 2015 Aard

Thema Afval Water

Geluid B&G Afval

GGO Energie Landbouw Water Geluid Afval Lucht Exploitatie

GPBV REACH

KetenRoutine toezicht

Handhavingscampagnes

DBP Lucht

Inspecties bij biogasinstallaties Controles op vraag van VMM Voedingsbedrijven onder richtlijn 91/271 Lozing van gevaarlijke stoffen Geluid- en trillingsonderzoeken Controle van grondwaterwinningen Controle opslaghoeveelheden van verontreinigde uitgegraven bodem en andere afvalstoffen op de grondreinigingscentra Controles in het kader van de overeenkomst dierlijke bijproducten Controle op gefluoreerde ozonafbrekende stoffen en broeikasgassen Terugdringen van de lekverliezen van koelinstallaties in supermarkten Controle van de zelfcontrole lucht Geuronderzoeken Fijn stof (PM10): aanpak van diffuse emissies in 'hotspot'-gebieden Emissiemetingen bij biomassa- en houtafvalverbrandingsinstallaties Controle op de verplichting tot het opmaken van een stofdossier Beperking van de emissie van dioxineachtige pcb's (bij schrootverwerkende bedrijven) Controles bij mobiele brekers Controle toepassing LDAR-programma Controle bij belangrijke emittoren van NOx Controle VOS-emissies bij solventverbruikende bedrijven Controle van ingeperkt gebruik GGO's en pathogene organismen Controle energieplanning en energieaudit Dierenaantallen nertsenkwekerijen Routine- en ad hoc monsternames afvalwater Ad hoc geluids- en trillingsmetingen Routine-monsternames afvalstoffen, bodem, grondwater Routine-emissiemetingen lucht Ad hoc immissiemetingen lucht Controle van milieuvergunningen Controle op de uitvoer van afvalstoffen via zeehavens Controle op opmenging van afvalstoffen in bunkerolie Controle op het wegtransport van afvalstromen Controles in het kader van ketentoezicht Controle op de naleving van REACH

Omgevingsveiligheid

Uitvoeren van het GPBV - handhavingsprogramma

Landbouw EMS

Reactief

Titel

Uitvoering van het GPBV handhavingsprogramma Controle van de veiligheidsaspecten bij koelinstallaties op ammoniak Controle van LPG stations Controle van de bevoorradingsstations met CNG Uitvoering van het net-niet-Sevesoprogramma Controle ballonvaarders Routinecontroles omgevingsveiligheid Klachten Lozingen silosappen uit voederkuilen bij veehouderijen Breedbandmetingen van elektromagnetische straling van zendantennes Voorvallen Evaluatieverslag proefvergunning Evaluatie werkplan + andere documenten Rapportering 'kantschriften'

Voortgangscontrole (handhavingsinstrumentarium)

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 22

Milieuhandhavingsrapport 2015


3 PERSONEEL EN MIDDELEN 3.1 PERSONEEL In dit deel wordt een overzicht gegeven van de personele en financiĂŤle middelen die de afdeling ter beschikking heeft om haar opdracht uit te voeren. Aantal personeelsleden A2A Afdelingshoofd en Stafmedewerkers

A2E

1

Hoofdbestuur Toezicht zwarerisicobedrijven Buitendienst Antwerpen Buitendienst Limburg

A1

1

1

1

11

1

B2

B1

C2

1

1

D2

D1

1 1

1

4

Totaal 4

1

15 14

16

1

5

2

2

27

8

1

4

1

3

17

14

2

6

2

9

1

4

1

15 1

C1

13 1

Buitendienst Oost-Vlaanderen Buitendienst Vlaams-Brabant Buitendienst West-Vlaanderen Totaal

A2

87

1 1

2 6

11

1

26 16

1

18

2

137

19

5

3.2.2

Handhavingsstudies

3.2 AANWENDING VAN DE KREDIETEN 3.2.1

Laboratoriumkosten

Ter ondersteuning van haar sleutelproces 'Inspecteren en maatregelen nemen' sluit MI overeenkomsten af met erkende laboratoria voor het meten, bemonsteren en analyseren van allerhande stoffen en emissies. Voor de meting, monstername en analyse van afvalwater, koelwater en oppervlaktewater enerzijds en afvalstoffen, bodem en grondwater anderzijds werden per provincie overeenkomsten afgesloten. Om emissiemetingen uit te voeren op de schoorsteen van verbrandingsinrichtingen en procesinstallaties werd met twee laboratoria een contract afgesloten.

In bepaalde omstandigheden is het noodzakelijk bijkomende studies te laten verrichten door gespecialiseerde laboratoria of deskundigen. Zo kunnen bijvoorbeeld niet-courante analyses worden uitgevoerd of kan de milieu-impact van een specifiek bedrijf worden onderzocht. De studies worden uitgevoerd ter advisering en ter voorlichting van MI. In toepassing van het kwaliteitssysteem wordt een kwaliteitshandboek onderhouden en opgevolgd. Hierbij wordt geregeld een interne audit binnen MI uitgevoerd.

Naast de hierboven vermelde algemene overeenkomsten werden nog enkele overeenkomsten afgesloten voor een aantal specifieke dossiers.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

23


3.2.3

Overzicht van kosten m.b.t. labocontracten, handhavingsonderzoeken en kwaliteitssysteem

Het totale beschikbare vastleggingskrediet voor 2015 bedroeg € 2.029.000 en er werd 99,7% vastgelegd. Het ordonnanceringskrediet bedroeg € 1.684.000 en werd voor 96,4% uitbetaald.

3.2.4

Werkingsmiddelen

De toezichthouders van MI beschikken over heel wat middelen om hun taken efficiënt en effectief uit te voeren. Bij de voorbereiding van een inspectie kan een toezichthouder gebruik maken van het papieren dossier dat op elke buitendienst aanwezig is. Daarnaast hebben ze toegang tot diverse andere documenten (door raadpleging van informatie bij andere entiteiten en/of door raadpleging van databanken via internet): integraal milieujaarverslag, milieueffectrapporten, veiligheidsrapporten, decretale milieuaudits, meldingen van afvoer van afvalstoffen, meetresultaten allerhande, … Elke dienst heeft bovendien een beperkte bibliotheek met publicaties over de handhaving van de milieuhygiënewetgeving en boeken die het mogelijk maken om de evolutie in de gebruikte technieken en in de (handhaving van de) milieuhygiënewetgeving te volgen. Daarnaast gebruiken de toezichthouders een elektronisch dossieropvolgingssysteem, waarmee op een eenvoudige manier een overzicht kan bekomen worden van de verschillende documenten die bij MI aanwezig zijn over het betrokken bedrijf.

Voor de uitvoering van de inspecties beschikken de toezichthouders van MI over heel wat materieel en over aangepaste dienstwagens. In de meeste dienstwagens is een scheidingswand aangebracht tussen de passagiers- en de kofferruimte zodat propere en mogelijk gecontamineerde items gescheiden kunnen vervoerd worden. Bovendien zijn de meeste dienstwagens voorzien van een koelbox, waarmee genomen monsters gekoeld en in het donker kunnen vervoerd worden tussen de plaats van monstername en het laboratorium. Voor het zelf uitvoeren van metingen op het terrein beschikken de toezichthouders onder meer over pH- en temperatuurmeters, zuurstofmeters, geleidbaarheidsmeters, geluidsmeters, trillingsmeters, radioactiviteitsmeters, gasdetectiemeters, explosiemeters en PAK-markers. MI zorgt voor het onderhoud en de ijking van deze toestellen. Om bepaalde situaties vast te leggen beschikken de toezichthouders ook over een fototoestel. Ook voor het uitvoeren van monsternames van water, afval en bodem beschikken de toezichthouders over een grote hoeveelheid materieel. Bovendien is er een grote aandacht voor de persoonlijke bescherming tijdens de inspecties: ook hiervoor zijn tal van beschermingsmiddelen, waaronder ook diverse meettoestellen ter beschikking. Om de goede werking van de afdeling te waarborgen beschikt MI over een aantal kredieten die haar in de mogelijkheid stellen de noodzakelijke aankopen te realiseren en te zorgen dat haar personeelsleden de nodige vormingen kunnen volgen.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 24

Milieuhandhavingsrapport 2015


Afdelingshoofd en stafmedewerkers v.l.n.r.: Jos Tits, Paul Bernaert, Hedwig Stylemans

Hoofdbestuur Staand v.l.n.r.: Bart Palmans, Martine Blondeel, Tanja Verschaeren, Roel Vaneerdeweg, Daisy Van Calster, Ilse Maes, Peter Permanne, Christophe Bervoets, Geert Keppens, Jeroen November, Rita Van Ham, Krista Thomas, Jan Van Hoeymissen, Saartje Swinnen, Paul Cuypers

25

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 25

25/04/2016 10:55:58


Toezicht zwarerisicobedrijven Staand v.l.n.r.: Wilfried Biesemans, Christel Gernay, Wilfried Van den Acker, Ingrid Roels, Nele Loos, Leentje Timmerman, Christof De Pauw, Philip Tanghe, Marc Van Kerckvoorde Ontbreken: Inge Delvaux, Peter De Neve, Inge Dils, Gwenny Vanhaecke

Buitendienst Antwerpen Staand v.l.n.r.: Linda Van Geystelen, Ilse Colman, Diane Haelwaeters, Jos Moeskops, Lief Mannaerts, Ivo Broekmans, Elsje De Jonghe, Ann Devisschere, Anja Van der Auwera, Bart Boschmans, Monique Dirickx, Veerle Wiercx, Ann Van Deun, Joke Valckx, An Swinnen, Anne Colman, Karen Van Craenenbroeck, Joffrey Vanmoer Knielend v.l.n.r.: Jan Valckx, Wim Vermetten, An Van Steenbergen, Marc De Strooper, Michael Allison, Kris De Wree, Hans Vermeiren Ontbreken: Chris Tackaert, Rinus Van Roten

26

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 26

25/04/2016 10:56:01


Buitendienst Limburg Staand v.l.n.r.: Josée Vanthienen, Sybille Vanderhenst, Freddy Noels, Tom Maes, Filip Moers, Tom Nuyts, Karolien Bers, Peter Schoups, Kaat Vanmeeren, Erwin Brouwers Zittend v.l.n.r.: Guido Gerits, Rudi Rademaekers, Rafaël de Sousa Cecilia, Peggy Cloostermans Ontbreken: Peter Brien, Ann Janssens, Liesbet Rommens

Buitendienst Oost-Vlaanderen Staand v.l.n.r.: Hans Delcourt, Carine Baert, Gert Govaerts, Marian Lagrou, Bart Dewaele, Greet De Wandeler, Eric Van Gijseghem, Steven Van Acker, Lieve Joos, Jens Demeyer, Myriam Macharis, Valérie Yde, Sofie Fevery, Carmen Bauwens, Steven Overmeire, Peter Wesemael, Fatma Erkalkan, Els Van Bever Ontbreken: Greta De Maesschalck, Peter Coene, Eric Ryckaert, Wilfried Van Vaerenbergh, Gregory Vanneste, Frank Verslype

27

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 27

25/04/2016 10:56:04


Buitendienst Vlaams-Brabant Staand v.l.n.r.: Gert Van de Cauter, Tina Poels, Patrick Bergen, Kevin Pauwels, Katleen Dethier, Dirk Crivits, Marc Vanthienen, Mathy De Preter, Koen Mandonx, Christiane Reinquin, Philippe Verbecq, Carine Holsbeekx Ontbreken: Robert Dupont, Jef Feyaerts,

Buitendienst West-Vlaanderen Staand v.l.n.r.: Wim Delaere, Robrecht Pillen, Koen Mergaert; Katelijne Schaerlaekens, Geert Van Landschoot, Iris Castel, Carl Feryn, Yoeri Van Dam, Joachim Haezebrouck, Joke Lahousse, Marc De Vos, Danny Deygers, Nele Vanassche Zittend v.l.n.r.: Godelieve Martens, Nathalie Roels, Tine Soetens, Betty Verstraete, Pieter Decock

28

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 28

25/04/2016 10:56:07


Deel 2: HET JAAR 2015 IN CIJFERS

29

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 29

25/04/2016 10:56:08


30

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 30

25/04/2016 10:56:10


1 ALGEMENE CIJFERS In dit deel worden de activiteiten van de afdeling voorgesteld aan de hand van een aantal cijfers. Deze cijfers geven nooit een volledig beeld van de activiteiten van MI, maar kunnen in een aantal gevallen wel een goede aanwijzing zijn voor tendensen of evoluties. Cijfers geven ook basisinformatie voor de planning en evaluatie van het MIP.

1.1

ALGEMENE GEGEVENS

Beschikken over juiste gegevens is essentieel voor een doeltreffende handhaving. De basis hiervoor vormt de kennis van de hinderlijke inrichtingen in Vlaanderen en hun milieuvergunningen. MI verzamelt haar gegevens van deze bedrijven in een databank. Deze gegevens zijn zeker niet volledig, maar vormen de basis om de activiteiten van de afdeling doeltreffend te kunnen plannen. Overzicht aantal bedrijven Klasse 1 Klasse 2 Totaal

22.978 50.055 73.033

Aantal GPBV-installaties industrie(1) – landbouw(2) Installaties met hoog risico Installaties met middelhoog risico Installaties met laag risico Totaal

(1)

(2)

165 168 469 802

0 7 811 818

Aantal Seveso-inrichtingen Hogedrempelinrichtingen Lagedrempelinrichtingen Totaal

161 125 286

1.2 GEGEVENS VAN EXTERNE OORSPRONG 1.2.1

Vergunningen

Overzicht besluiten over klasse 1bedrijven voor 2015 Nieuwe exploitaties Hermachtigingen Verandering of uitbreiding Totaal: Geweigerde vergunningen eerste aanleg Definitieve weigeringen Proefvergunningen

1.2.2 241 767 899 1.907 138 35 47

Klachten

MI ontvangt elk jaar heel wat milieuklachten. Niet alle klachten hiervan zijn voor MI bestemd. Klachten over klasse 1-inrichtingen worden door MI behandeld, evenals klachten over klasse 2- en klasse 3-inrichtingen die zware hinder veroorzaken. Overzicht klachten per klasse

1.958 187 101

Aantal betrokken bedrijven of locaties 585 121 49

217

118

2.463

873

Aantal klachten

MI ontvangt heel wat informatie van buitenaf. Zo krijgt ze een afschrift van alle besluiten aangaande milieuvergunningsaanvragen en bodemsaneringsprojecten.

Klasse 1 Klasse 2 Klasse 3 Niet-ingedeelde inrichting Totaal

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

31


Klachten per milieucompartiment* Geur Geluid Exploitatie Lucht Afval Lozing Bodem en grondwater Mest Veiligheid Licht Aantal daartoe uitgevoerde inspecties

1.028 613 598 207 147 287 43 26 22 25 2.559

*Eén klacht kan handelen over meer dan één milieucompartiment Op de website van MI wordt beschreven welke klachten MI wel of niet behandelt (http://www.lne.be/organisatie/structuur/ afdeling-milieu-inspectie/taken).

1.2.3

Voorvallen

Alle exploitanten hebben bij de uitbating van hun bedrijf de plicht alle nodige maatregelen te treffen om de buurt te beschermen tegen de risico’s voor en de gevolgen van voorvallen. Dat betekent onder andere dat zij de noodzakelijke interventiemiddelen moeten voorzien. Bij hinder, schade of gevaar daartoe moeten ze onmiddellijk alle nodige maatregelen treffen om die toestand te verhelpen. Eventueel opgetreden verontreiniging moeten zij op verantwoorde wijze ongedaan maken. Ondanks alle mogelijke preventieve maatregelen gebeuren er echter nog steeds onvoorziene emissies die tot hinder kunnen leiden. Soms escaleren deze voorvallen in die mate dat ze schade berokkenen aan de mensen of het milieu in de omgeving van het bedrijf. Naast de zorgplicht rust er ook een meldingsplicht op de exploitanten: ze moeten de voorvallen en de genomen maatregelen melden bij de burgemeester en MI. Als er een voorval heeft plaatsgevonden zal MI, als dat relevant is, er zich van vergewissen of inderdaad de nodige gevolgbeperkende maatregelen werden getroffen.

De exploitanten moeten niet alleen voorvallen in de strikte zin melden. Ook als zuiveringstechnische voorzieningen uitvallen en als emissie- of immissienormen overschreden worden, moeten de toezichthouders op de hoogte gebracht worden. Melding van voorvallen Aantal meldingen

1.2.4

1.483

Parlementaire vragen

MI geeft elk jaar heel wat input bij het beantwoorden van diverse vragen vanuit het Vlaams Parlement. Het betreft hierbij schriftelijke vragen, vragen om uitleg en interpellaties. Meestal noodzaken deze vragen niet tot het verrichten van bijkomende inspecties: de dossiers zijn bij MI goed bekend en er is weinig tijd beschikbaar tussen het stellen van de vraag en het meedelen van het ontwerp van antwoord. Behandelde parlementaire vragen Aantal schriftelijke vragen Aantal interpellaties Aantal vragen om uitleg

27 0 1

1.3 ACTIVITEITEN MI 1.3.1

Inspecties

Inspecties op het terrein vormen de basis van het toezicht. Naast routinecontroles wordt een groot deel van de inspecties uitgevoerd in het kader van een gecoördineerd project, na klachten of als voortgangscontrole van een eerder optreden. Het grootste aantal inspecties wordt uitgevoerd tijdens de normale werkuren. Aanvullend wordt er ook ’s avonds, ’s nachts en tijdens het weekend geïnspecteerd, aangezien milieuvervuiling geen ‘nine to five’-aangelegenheid is. Toezichthouders stellen na iedere inspectie een verslag op.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 32

Milieuhandhavingsrapport 2015


Overzicht van het aantal uitgevoerde inspecties en gecontroleerde bedrijven Aantal uitgevoerde inspecties - tijdens de diensturen - na de diensturen (17 u. tot 24 u.) - voor de diensturen (0 u. tot 8 u.) - weekend / feestdagen

13.076 8.032 2.790 1.445 809

Aantal gecontroleerde bedrijven

4.891

1.3.2

Monsternames en metingen

Overzicht van het aantal monsternames Afval Bodem Grondwater Water

628 1 5 1.770

Een toezichthouder kan veel vaststellen met de eigen zintuigen, maar dikwijls is het toch noodzakelijk om monsters te nemen voor een correcte en volledige technische vaststelling of om de juiste graad van verontreiniging of niet-conformiteit met de regelgeving te bepalen. Ook in 2015 werden heel wat monsters genomen. Rekening houdend met het feit dat elk monster geanalyseerd wordt op verschillende parameters, betekent dit dat er vele duizenden analyses werden uitgevoerd. 1.3.2.1 Monsternames afvalwater De routinemonsternames van afvalwater worden steeds op voorhand gepland. MI stelt elk jaar een planning op voor de in het volgend jaar uit te voeren afvalwatercontroles. Er wordt gewerkt met een basisfrequentie. Dit is de minimale frequentie waarmee een bedrijf wordt gecontroleerd. De basisfrequentie is afhankelijk van het geloosde debiet, de bestemming van de lozing (riool of oppervlaktewater) en het al dan niet aanwezig zijn van gevaarlijke stoffen in het effluent. De basisfrequentie kan worden aangepast in functie van de voorgeschiedenis van het bedrijf en de beschikbare personele en budgettaire middelen bij de afdeling.

De controles vallen uiteen in twee grote groepen. Enerzijds zijn er de steekproeven, waarbij tijdens een (onaangekondigde) controle een schepstaal van het geloosde afvalwater genomen wordt. Dit resulteert in een momentopname van de kwaliteit van het op dat moment geloosde afvalwater. Anderzijds zijn er de uitgebreide controles, waarbij een erkend laboratorium een monsternametoestel plaatst in opdracht van MI en zo gedurende enkele dagen tot weken, de lozing volgt. Resultaten afvalwatercontroles Gecontroleerde bedrijven - met steekproef - met uitgebreide controle aantal monsters Bedrijven ĂŠĂŠn of meermaals in overtreding

819 646 169 1.770 72

1.3.2.2

Monsternames afvalstoffen, bodem en grondwater Sinds 2007 hanteert de afdeling een richtfrequentietabel waarin wordt vastgelegd waar en hoe dikwijls afvalstoffen worden bemonsterd, rekening houdend met het beschikbare budget en de beschikbare toezichthouders. Deze planning omvat bemonsteringen bij afvalproducerende en afvalverwerkende bedrijven en bij producenten van grondstoffen uit afvalstoffen. Een gedeelte van het budget wordt voorbehouden voor de bemonstering en analyse van afvalstoffen in niet-geplande situaties. 1.3.2.3 Metingen lucht en geluid Net zoals monsternames zijn ook metingen noodzakelijk om een efficiĂŤnte controle mogelijk te maken of om de juiste graad van verontreiniging of overtreding te bepalen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal uitgevoerde metingen in 2015. Overzicht van het aantal routinemetingen Lucht Geluid

160 97

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

33


1.3.2.4

Controles van koelinstallaties

Aanvankelijke processen-verbaal

Overzicht geteste koelinstallaties Koelmiddel

Aantal geteste installaties

Lekkende installaties (%)

R22

15

27

R507 + R507a

25

8

R404a

43

12

R134a

36

11

R407 + R407c

22

5

MI controleert jaarlijks de exploitatie van koelinstallaties in bedrijven. Voorkomen en beperken van lekken aan koelinstallaties is belangrijk voor zowel de bescherming van de stratosferische ozonlaag als de bestrijding van het broeikaseffect.

1.3.3

Processen-verbaal

Een aanvankelijk proces-verbaal wordt opgesteld na de vaststelling van een milieumisdrijf en wordt verstuurd naar de procureur des Konings. In één proces-verbaal kunnen verschillende overtredingen worden opgenomen. Bij het overzicht van de opgestelde processen-verbaal wordt er een onderscheid gemaakt tussen schendingen van het Milieuvergunningsdecreet en schendingen van andere wetgeving. Binnen het Milieuvergunningsdecreet wordt er verder een onderscheid gemaakt tussen het ontbreken van een (volledige) vergunning en het niet naleven van de voorwaarden. In de onderstaande tabel is de som van de laatste drie rijen daarom groter dan het getal in de eerste rij. Op basis van de ‘Prioriteitennota vervolgingsBeleid milieurecht in het Vlaams gewest’, die op 18 maart 2013 werd ondertekend door de Vlaamse minister bevoegd voor leefmilieu en de Federale minister bevoegd voor justitie, kan MI in een proces-verbaal melding maken van het prioritaire karakter van een overtreding volgens de criteria die in de prioriteitennota zijn opgenomen.

Totaal aantal Aantal prioritaire processen-verbaal Aantal niet-prioritaire processen-verbaal Wegens geen of gedeeltelijke vergunning Wegens niet naleven voorwaarden Andere wetgeving

533 217 316 311 373 63

Naast de aanvankelijke processen-verbaal worden ook heel wat navolgende processenverbaal opgesteld. Daarmee worden aanvullende inlichtingen over een aanvankelijk proces-verbaal aan de procureur des Konings bezorgd. Dat gebeurt op eigen initiatief van MI of na een verzoek van het parket. Zo worden gegevens verstrekt over de bestuurlijke voortgangscontrole door MI, wordt een verklaring van de vermoedelijke overtreder doorgestuurd of wordt gemeld dat feiten opnieuw werden vastgesteld. Als het bedrijf na een aanmaning van MI aan alle voorschriften voldoet, wordt dat eveneens gemeld. Navolgende processen-verbaal Totaal aantal

1.3.4

306

Maatregelen

Op 1 mei 2009 trad het Milieuhandhavingsdecreet in werking. Dit heeft een belangrijke invloed op de manier waarop MI dossiers afhandelt die na een aanmaning een verdere behandeling vragen. 1.3.4.1 Raadgevingen en aanmaningen Als MI bij een inspectie geen overtredingen vaststelt, maar aanwijzingen heeft dat er in de toekomst wel een overtreding kan ontstaan, bijvoorbeeld omdat nieuwe of aangepaste wetgeving in voege zal treden of omdat de toezichthouders vanuit hun expertise oordelen dat installaties zouden kunnen falen, dan kan een raadgeving aan de exploitant worden verstuurd om ervoor te zorgen dat conformiteit met de wetgeving continu wordt verzekerd. Stelt MI evenwel overtredingen vast, dan wordt de exploitant steeds aangemaand om de

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 34

Milieuhandhavingsrapport 2015


toestand te saneren en om alle toepasselijke bepalingen in wetten, decreten, besluiten en vergunningen na te leven. Gewoonlijk volstaat een aanmaning om te komen tot de nodige saneringen. Een aanmaning bestaat in de meeste gevallen uit verschillende deelaanmaningen, die tegen verschillende data moeten uitgevoerd worden. Pas als alle deelaanmaningen zijn uitgevoerd, registreert MI dat de sanering is uitgevoerd. Raadgevingen en aanmaningen Aantal raadgevingen Aantal aanmaningen

91 1.681

1.3.6

Veiligheidsmaatregelen zijn maatregelen waarbij de toezichthouders alle handelingen kunnen stellen of opleggen die zij onder de gegeven omstandigheden nodig achten om een aanzienlijk risico voor mens of milieu uit te schakelen, tot een aanvaardbaar niveau in te perken of te stabiliseren. Ook de veiligheidsmaatregel is een instrument dat sinds 1 mei 2009 ter beschikking staat van de toezichthouder. In 2015 werd ĂŠĂŠn veiligheidsmaatregel getroffen.

1.3.7 1.3.5

Bestuurlijke maatregelen

Met de inwerkingtreding van het nieuwe Milieuhandhavingsdecreet kunnen de toezichthouders van MI bestuurlijke maatregelen opleggen wanneer zij een milieumisdrijf of een milieu-inbreuk vaststellen. Overzicht bestuurlijke maatregelen Bevel tot staking Bevel tot regularisatie Bestuursdwang Combinatie van bovenstaande bestuurlijke maatregelen

6 13 0

Veiligheidsmaatregelen

Voorstellen tot schorsing en/of opheffing vergunning

Als een exploitant de bepalingen van het Milieuvergunningendecreet en zijn uitvoeringsbesluiten of de vergunningsvoorwaarden niet naleeft, kan de bevoegde overheid op voorstel van een toezichthouder de vergunning geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen, alsook de vergunningsvoorwaarden wijzigen of aanvullen. In 2015 formuleerde MI geen enkel voorstel tot schorsing van de vergunning.

2

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

35


36

Acties

Specifieke handhavingscampagnes

Project

Aard

Thema

Titel

Geïnspecteerde bedrijven

PV’s

Aanmaningen

Afval

Inspecties bij biogasinstallaties

22

5

20

De acceptatie van afvalstromen laat dikwijls te wensen over.

Water

Controles op vraag van VMM

58

18

5

Een goede samenwerking levert resultaat op.

Voedingsbedrijven onder richtlijn 91/271

14

3

3

Voedingsbedrijven met mogelijk een grote impact op het oppervlaktewater moeten frequent gecontroleerd worden.

Lozing van gevaarlijke stoffen

12

0

0

Eindelijk werd een milieukwaliteitsnorm voor dioxinen en furanen in bedrijfsafvalwater vastgelegd.

Geluid

Geluid- en trillingsonderzoeken

2

0

0

Bron laag frequent geluid is eerder afkomstig van verkeer dan van industrie in Lanaken.

B&G

Controle van grondwaterwinningen

28

5

18

Focus op illegale winningen leidt tot meer vaststellingen (32% van de controles).

Afval

Controle op opslaghoeveelheden van verontreinigde uitgegraven bodem en andere afvalstoffen op de grondreinigingscentra

20

0

0

De vergunde opslaghoeveelheden worden slechts in uitzonderlijke gevallen met een veelvoud overschreden.

DBPn

Controles in het kader van de overeenkomst dierlijke bijproducten

188

3

53

Traceerbaarheid, reinigingsprocedures en de scheiding tussen reine en onreine zones vragen blijvende aandacht van de exploitanten om schendingen tegen de regelgeving te voorkomen.

Lucht

Controle van gefluoreerde ozonafbrekende stoffen en broeikasgassen

53

11

32

Verschillende exploitanten slagen er niet in om het relatief lekverlies van hun koelinstallatie beneden de 5% te houden.

Terugdringen van de lekverliezen van koelinstallaties in supermarkten

10

3

6

Een opmerkelijke verbetering omtrent administratie en lektesten is zichtbaar bij de aangepakte supermarktketen. Hoge lekverliezen geven echter aan dat waakzaamheid en snelle interventie nog belangrijke en verder op te volgen aandachtspunten zijn.

Controle van de zelfcontrole lucht

33

4

8

De frequentie waarmee exploitanten hun zelfcontrole uitvoeren blijft het grootste knelpunt.

Geuronderzoeken

4

1

1

Geur in extremen bij biogasinstallaties: in Herk-de-Stad geen onaanvaardbare geur vastgesteld, in Zomergem daarentegen heel ernstige geurhinder vastgesteld.

Fijn stof (PM10): aanpak van diffuse emissies in ‘hot spot’-gebieden

43

3

14

De voortdurende inspanningen van MI en andere actoren beginnen vruchten af te werpen: 2015 is het tweede opeenvolgende jaar waarbij in Vlaanderen geen normoverschrijding van het toegelaten aantal PM10-daggrenswaarden is vastgesteld.

Emissiemetingen bij biomassa- en houtafvalverbrandingsinstallaties

40

16

20

Binnen deze sector blijft MI heel wat problemen vaststellen. De inspectie-inspanningen binnen deze sector dienen intensief te worden verder gezet in de toekomst.

Controle op de verplichting tot het opmaken van een stofdossier

46

0

2

De overgrote meerderheid van de geïnspecteerde bedrijven was conform met de regelgeving omtrent de opmaak van het Stofrapport.

Beperking van de emissie van dioxineachtige ’pcb’s (bij schrootverwerkende bedrijven)

11

4

27

Daar waar nodig zijn bij grote schrootverwerkende bedrijven saneringen opgelegd ter beperking van de (diffuse) emissies van pcb’s naar lucht en water.

Controle bij mobiele brekers

30

10

8

Controle toepassing LDAR-programma

6

0

0

Bij breekinstallaties laat de implementatie van stofbeperkende maatregelen nog regelmatig de wensen over.

Controle bij belangrijke emittoren van NOx

19

0

0

Controle VOS-emissies bij solventverbruikende bedrijven

20

2

10

GGO

Controle van ingeperkt gebruik ggo’s en pathogene organismen

19

0

14

Blijvende opmerkingen op de inperkingsmaatregelen bij ongeveer 75% van gecontroleerde instellingen. Voornamelijk de opslag van RMA blijft een kritiek punt.

Landbouw

Dierenaantallen nertsenkwekerijen

20

1

6

Enkele nertsenkwekerijen houden meer dieren dan de milieuvergunning toelaat.

Bij controles op zeer grote emittoren blijken de emissienormen te worden gerespecteerd


37

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 37

25/04/2016 10:56:14


38

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 38

25/04/2016 10:56:15


2 HET HANDHAVINGSSYSTEEM OMGEVINGSVEILIGHEID Het handhavingssysteem omgevingsveiligheid bestaat uit het Seveso II-inspectieprogramma, het net-nietSevesoprogramma en een aantal handhavingscampagnes bij andere dan Seveso-inrichtingen. De focus van het Seveso II-inspectieprogramma lag in 2015 op de wijze waarop de Sevesobedrijven hun veiligheidsbeheersysteem uitwerken en implementeren op het gebied van interne noodplanning, inspectie en onderhoud, en operationele handelingen. Ook het vaststellen en implementeren van het preventiebeleid inzake zware ongevallen kwam in een groot aantal inspecties aan bod, evenals de beheersing van processtoringen en uitvoeren van gevaarlijke werken. Ook ging er aandacht naar het incidenten- en ongevallenonderzoek. Bij ongeveer de helft van de controles was de voortgangscontrole van de tijdige en effectieve uitvoering van de corrigerende acties een thema. Controles door Toezicht zwarerisicobedrijven Aantal gecontroleerde Seveso-inrichtingen

256

Percentage gecontroleerde Seveso-inrichtingen Aantal controles waarbij een systematisch onderzoek gebeurt van minstens één onderdeel van het veiligheidsbeheersysteem Aantal controles waarbij de opvolging van eerdere vaststellingen aan bod kwam

90%

Totaal aantal controles bij Seveso-inrichtingen

393

283 312

Bij inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden die dicht liggen bij de lage drempelwaarden, kan een kleine variatie in die hoeveelheden de Sevesostatus beïnvloeden. Daarom is het van belang ook de net-niet-Seveso-inrichtingen op een programmatische manier te benaderen. Toetsing en inventarisatie zijn daarom een continue taak. Daarnaast werd in 2015 bij 42 inrichtingen een systematische controle uitgevoerd met o.m. de volgende inspectie-instrumenten: opslag van gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, gasopslag in vaste houders, risicobeheersing door bedrijven, … De vastgestelde tekortkomingen hadden vaak te maken met de interne noodplanning of waren inbreuken bij de keuring van de elektrische installaties door erkende organismen. Er werden 1 proces-verbaal en 13 aanmaningen opgesteld. De handhavingscampagnes toonden aan dat de gevaren van ammoniak bij koelinstallaties nog steeds worden onderschat, dat er nog steeds LPG-stations zijn waar men kan tanken zonder dat er toezicht was en waar geldige keuringsverslagen van LPG-tanks ontbreken, en dat het vullen van gasflessen bij ballonvaarders vaak niet in regel is. Daarentegen waren er weinig tekortkomingen bij de meestal nieuwe CNG-stations. Geïnspecteerde bedrijven

PV's

Aanmaningen

Controle van veiligheidsaspecten bij koelinstallaties op ammoniak

28

0

7

Controle van LPG stations

58

6

22

Controle van bevoorradingsstations met CNG

14

0

1

Controle ballonvaarders

30

3

22

Handhavingscampagnes

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

39


40

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 40

25/04/2016 10:56:17


3 HET GPBV-HANDHAVINGSSYSTEEM MI stelde in 2012-2013 een specifiek GPBV-handhavingsplan op voor GPBV-installaties. Het maakt, samen met het GPBV-handhavingsprogramma, deel uit van het GPBV-handhavingssysteem. Het plan omvat alle GPBV-installaties op Vlaams grondgebied, een algemene lijst van relevante en significante milieuaspecten en een bijzondere beoordeling van de relevantie van deze milieuaspecten per GPBV-installatie. Het GPBV-handhavingsplan omvat ook een berekende risicoklasse die aan de GPBV-installatie wordt toegekend, met vermelding van de hiermee verbonden minimale inspectiefrequentie (jaarlijks, tweejaarlijks, driejaarlijks). De opeenvolgende jaarlijkse GPBV-handhavingsprogramma’s voor routinematige controles bij GPBV-installaties zorgen ervoor dat er afdekkend (alle relevante milieuaspecten per GPBV-installatie worden binnen een zekere tijd tijdens een plaatsbezoek onderzocht) en risicogebaseerd (de frequentie van controle hangt samen met de risicoklasse) gecontroleerd wordt. MI stelde in het begin van 2015 haar GPBV-handhavingsprogramma op en voerde het uit. Afdekkingsgraad ‘alle relevante milieuaspecten’ in 2015

industrie + landbouw

voor gecontroleerde GPBV-installaties met hoog risico voor gecontroleerde GPBV-installaties met middelhoog risico voor gecontroleerde GPBV-installaties met laag risico

Optreden

36% 31% 16%

industrie

landbouw

PV’s

106

21

aanmaningen

366

148

Er worden tevens niet-routinematige milieu-inspecties uitgevoerd bij GPBV-installaties naar aanleiding van milieuklachten en van meldingen van milieu-incidenten en gevallen van niet-naleving (overschrijding van emissiegrenswaarden) door exploitanten. De behandeling van deze klachten en meldingen gebeurt zo snel mogelijk en indien nodig gebeurt een bezoek ter plaatse. De rapportering hiervan zit vervat in de algemene cijfers onder hoofdstuk 1.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

41


4 HET INSPECTIEPROGRAMMA KETENTOEZICHT De controles in het kader van ketentoezicht hebben als doel om na te gaan of afvalstromen het wettelijk voorgeschreven pad volgen. Deze controles richten zich dus met name op transport, inzameling en verhandeling van afvalstoffen. Traceerbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. Net zoals in de vorige jaren organiseerde MI de wegcontroles verspreid over de vijf provincies, in samenwerking met de politiediensten. De meeste overtredingen stelde MI vast in Vlaams-Brabant. De havencontroles vonden plaats in Zeebrugge en Antwerpen en waren gericht op de export van AEEA naar Afrika enerzijds en recycleerbare stromen naar Azië anderzijds. In 2015 werd een team van vier controleurs van het federale niveau geïntegreerd bij MI, in het kader van de zesde staatshervorming waardoor Vlaanderen ook bevoegd werd voor de doorvoer van afvalstoffen. Het grootste deel van de vastgestelde illegale transporten betrof doorvoer van AEEA. MI voerde controles uit die gericht waren op de inzameling en verwerking van specifieke afvalstromen, met name AEEA met bestemming export, de afvoer van pcb-houdende olie, de inzameling en verwerking van textielafval, de afvoer van sorteerzeefzand en de bijmenging van afvalstoffen in bunkerolie. Een belangrijk deel van de controlecapaciteit werd ten slotte vrijgehouden voor (algemene) ketencontroles waarbij in diverse afvalstromen stroomopwaartse en –afwaartse onderzoeken konden gestart worden.

Controles in het kader van ketentoezicht Wegcontroles Aantal uitgevoerde wegcontroles

24

Aantal gecontroleerde transporten

264

Aandeel transporten in overtreding

17%

Havencontroles Aantal uitgevoerde havencontroles

111

Aantal gecontroleerde zendingen

915

Aandeel illegale zendingen

29%

Controles in het kader van ketentoezicht Aantal controles o.b.v. de analyse van douanedeclaraties Aantal algemene ketencontroles

5 427

Aantal controles bij laadplaatsen van AEEA

15

Aantal controles van uit het register geschrapte IHM

10

Aantal controles bij producenten en verwerkers van bouw- en sloopafval

13

Controle op de opmenging van afvalstoffen in bunkerolie Aantal monsternames

5

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 42

Milieuhandhavingsrapport 2015


5 HET REACH-INSPECTIEPROGRAMMA Het doel van de REACH-verordening is een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu. Fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers moeten ervoor zorgen dat zij stoffen vervaardigen, in de handel brengen of gebruiken die niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens of voor het milieu. MI voert in Vlaanderen officiële controles uit op de naleving van REACH zoals wettelijk voorgeschreven. MI heeft, rekening houdend met haar eigen bevoegdheden, in de eerste plaats een inspectiecampagne uitgevoerd die was aanbevolen door het Forum van het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen. In 23 bedrijven controleerde MI of er 4,4'-methylenedianiline of 5-tert-butyl-2,4,6-trinitro-meta-xylene werd gebruikt. Het gebruik van deze ‘zeer zorgwekkende’ stoffen is verboden sinds 21/08/2014. De stoffen zijn niet aangetroffen. MI greep deze bedrijfscontroles ook aan om er tegelijkertijd de naleving van de registratieverplichtingen te onderzoeken. Ze stelde in 2015 in deze bredere context geen inbreuken vast. Dit kan evenwel veranderen omdat een aantal onderzoeken nog niet zijn beëindigd, met name deze aangaande de gegrondheid van de vrijstelling van registratieplicht voor polymeren. In 8 bedrijven zijn een geheel van 30 monsters voor analyse meegenomen waarvan de exploitant zich sterk maakt dat zij ‘REACH-polymeren’ zijn, vaak zonder hiertoe over materieel bewijs te beschikken. Op vraag van derden controleerde MI 2 bedrijven op de naleving van bijzondere aspecten van REACH (‘Vrijstelling van de algemene registratieplicht voor onderzoek en ontwikkeling gericht op producten en procedés’, ‘Registratie en mededeling van stoffen in voorwerpen’, ‘Verplichting om informatie door te geven over stoffen in voorwerpen’). MI heeft geen onverenigbaarheden vastgesteld. Eén interventie is niet uitgevoerd omdat de exploitant zich uit eigen beweging onmiddellijk conformeerde. Controles op de naleving van REACH door MI Aantal bedrijfscontroles

12

Aantal bemonsteringen

8

Aantal bedrijfscontroles op vraag van derden

2

Aantal bedrijfscontroles op eigen initiatief

1

Totaal aantal bedrijfscontroles

23

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

43


Afdelingsdag 2015

44

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 44

25/04/2016 15:54:40


Bijlagen

Contactpersonen binnen MI Inhoudelijke ondersteuning Hoofdbestuur

Toezicht

BD Antwerpen

BD Limburg

zwarerisico-

BD Oost-

BD Vlaams-

BD West-

Vlaanderen

Brabant

Vlaanderen

bedrijven Diensthoofden

Martine Blondeel

Linda Van Geystelen

Freddy Noels

Greta De Maesschalck

Marc Vanthienen

Wim Delaere

Bart Palmans

Michael Allison Wim Vermetten

Peter Brien

Gert Govaerts

Robert Dupont

Betty Verstraete

Bart Palmans

An Van Steenbergen Hans Vermeiren Marc De Strooper

Tom Nuyts

Steven Overmeire Peter Coene Gregory Vanneste

Philippe Verbecq

Koen Mergaert

Christophe Bervoets

Karen Van Craenenbroeck

Rafaël de Sousa Cecilia

Sofie Févery

Gert Van de Cauter

Nathalie Roels

Rita Van Ham

Ann Van Deun

Rudi Rademaekers

Wilfried Van Vaerenbergh

Dirk Crivits

Robrecht Pillen Iris Castel

Roel Vaneerdeweg

Jos Moeskops Ann Devisschere

Liesbet Rommens

Marian Lagrou

Kevin Pauwels

Geert Van Landschoot

Jan Van Hoeymissen

Jos Moeskops Ann Devisschere

Karolien Bers

Peter Wesemael

Kevin Pauwels

Geert Van Landschoot

Saartje Swinnen

Rinus Van Roten

Peter Brien

Valérie Yde

Mathy De Preter

Katelijne Schaerlaekens

Krista Thomas

Ivo Broekmans

Karolien Bers

Steven Van Acker

Tina Poels

Nele Vanassche

Geert Keppens

An Swinnen

Peggy Cloostermans

Marian Lagrou

Kevin Pauwels

Nathalie Roels

Jeroen November

Bart Boschmans

Sybille Vanderhenst

Bart Dewaele

Tina Poels

Tine Soetens

Geert Keppens

Lief Mannaerts Kris De Wree

Tom Maes

Jens Demeyer

Koen Mandonx

Marc De Vos

Saartje Swinnen

An Swinnen

Peter Schoups

Frank Verslype

Katleen Dethier

Pieter De Cock

Jan Van Hoeymissen

Anja Van der Auwera

Liesbet Rommens

Frank Verslype

Katleen Dethier

Yoeri Van Dam

Peter Permanne

Joffrey Vanmoer

Liesbet Rommens

Bart Dewaele

Tina Poels

Yoeri Van Dam

Martine Blondeel

Anja Van der Auwera

Liesbet Rommens

Katleen Dethier

Joachim Haezebrouck

Christophe Bervoets

Anne Colman Joffrey Van Moer

Kaat Vanmeeren

Patrick Bergen

Joachim Haezebrouck

Inge Delvaux

Afval Afval

Afvaltransport en ketentoezicht incl. doorvoer

Dierlijke bijproducten Water Lucht Lucht – emissies

Lucht – immissies Ozonafbrekende stoffen VOS Genetisch gemodificeerde organismen Bodem en grondwater Geluid- en trillingshinder Windmolens Energie Milieuzorgsystemen Integraal Milieujaarverslag Elektromagnetische straling

Geert Keppens

Geur- en lichthinder

Geert Keppens

REACH

Paul Cuypers

Pesticiden

Paul Cuypers

GPBV GPBV handhavingssysteem/industrie GPBV landbouw (Omgevings)veiligheid

Sofie Févery Lieve Joos Greet De Wandeler

heel de dienst

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

45


46

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 46

25/04/2016 10:56:22


Gebruikte afkortingen Instanties ANB EEG EG EU INBO LNE MI MINA OESO TZR VEA VLM VMM VREG

Agentschap voor Natuur en Bos Europese Economische Gemeenschap Europese Gemeenschap Europese Unie Instituut voor Natuur en Bosonderzoek Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-inspectie Milieu- en Natuurraad Vlaanderen Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling Dienst Toezicht zwarerisicobedrijven Vlaams Energieagentschap Vlaamse Landmaatschappij Vlaamse Milieumaatschappij Vlaamse reguleringsinstantie voor de elektriciteits- en gasmarkt

(Milieu)technische termen EMS GGO GPBV ICT IMJV JOP LDAR MIP OBA PMD REACH SOP VLAREMA VLAREM VTE VTO WZI

Elektromagnetische straling Genetisch gemodificeerde organismen GeĂŻntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging Informatie en communicatie technologie Integraal Milieujaarverslag Jaarlijks Ondernemingsplan Leak Detection and Repair Milieu-inspectieplan Organisch-biologische afvalstoffen Plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemical substances Strategisch en operationeel plan Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaal kringlopen en afvalstoffen Vlaams reglement over de milieuvergunning Voltijds equivalent Vorming, training, ontwikkeling Waterzuiveringsinstallatie

Stoffen en parameters PAK PM10 VOS

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Deeltjes met een aerodynamische diameter < 10Âľm Vluchtige organische stoffen

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

47


48

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 48

25/04/2016 10:56:23


Adressen Afdelingshoofd Afdelingshoofd: Paul Bernaert Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Tel.: 02-553 81 83 Fax: 02-553 80 85 e-mail: milieu-inspectie@lne.vlaanderen.be

Buitendienst Limburg diensthoofd: Freddy Noels Koningin Astridlaan 50 bus 5 3500 Hasselt Tel.: 011-74 26 00 Fax: 011-74 26 29 e-mail: milieu-inspectie.lim@lne.vlaanderen.be

Hoofdbestuur diensthoofd: Martine Blondeel Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Tel.: 02-553 81 77 Fax: 02-553 80 85 e-mail: milieu-inspectie.hb@lne.vlaanderen.be

Buitendienst Oost-Vlaanderen diensthoofd: Greta De Maesschalck Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 71 9000 Gent Tel.: 09-276 22 00 Fax: 09-237 22 05 e-mail: milieu-inspectie.ovl@lne.vlaanderen.be

Toezicht zwarerisicobedrijven diensthoofd: Inge Delvaux Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Tel.: 02-553 03 54 Fax: 02-553 81 96 e-mail: milieu-inspectie.tzr@lne.vlaanderen.be

Buitendienst Vlaams-Brabant diensthoofd: Marc Vanthienen Diestsepoort 6 bus 71 3000 Leuven Tel.: 016-66 60 70 Fax: 016-66 60 75 e-mail: milieu-inspectie.vbr@lne.vlaanderen.be

Buitendienst Antwerpen diensthoofd: Linda Van Geystelen Lange Kievitstraat 111-113 bus 62 2018 Antwerpen Tel.: 03-224 64 25 Fax: 03-224 64 28 e-mail: milieu-inspectie.ant@lne.vlaanderen.be

Buitendienst West-Vlaanderen diensthoofd: Wim Delaere Koning Albert I-laan 1/2 8200 Brugge Tel.: 050-24 79 60 Fax: 050-24 79 65 e-mail: milieu-inspectie.wvl@lne.vlaanderen.be

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Milieuhandhavingsrapport 2015

49


Uitgave Vlaamse Overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-inspectie Verantwoordelijke uitgever Jean-Pierre Heirman, secretaris-generaal Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 BRUSSEL Redactie Rita Van Ham Eindredactie Paul Bernaert, afdelingshoofd Martine Blondeel Depotnummer: D/2016/3241/100 Dit rapport is ook beschikbaar op www.milieu-inspectie.be ď&#x203A;&#x2122; Vlaamse

Overheid

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 50

Milieuhandhavingsrapport 2015


51

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 51

25/04/2016 10:56:29


Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel www.lne.be 52

Milieuhandhavingsrapport_test.indd 52

25/04/2016 10:56:30


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Milieuhandhavingsrapport_totaal_LR-corr.pdf by Vlaanderen-be - Issuu