1
RAPPORT AFWEZIGHEDEN NAAR AANLEIDING VAN ZIEKTE 2020 VLAAMS ONDERWIJSPERSONEEL
AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN
www.onderwijs.vlaanderen.be
2
Eindredactie Ivo Francis AGODI, Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel
Patricia Van Reet AGODI, Personeel Basisonderwijs en CLB
Met medewerking van Certimed
Verantwoordelijke uitgever
Patrick Poelmans Administrateur-generaal; Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI)
Lay-out Sofie Alen
Fotografie Kim Baele
Depotnummer D/2021/3241/369
3
RAPPORT AFWEZIGHEDEN NAAR AANLEIDING VAN ZIEKTE 2020 VLAAMS ONDERWIJSPERSONEEL
OPGELET: De gegevens over ziekteverzuim in 2020 kunnen NIET vergeleken worden met voorgaande jaren. Het jaar 2020 werd immers ruw verstoord door de uitbraak van de coronacrisis. De scholen werden wekenlang collectief gesloten. Gedurende een periode van 2 maanden (maart-april-mei) moesten leerkrachten geen ziekteattest indienen. In dezelfde periode konden er ook geen fysieke controles plaatsvinden, en nog tot het einde van het schooljaar 2019-2020 verliepen de controles niet zoals normaal. Deze ongeziene omstandigheden zorgen ervoor dat de gegevens in dit rapport geen waarheidsgetrouw beeld geven van de reële situatie op het terrein. De coronacrisis heeft een enorme druk gezet op al het onderwijspersoneel, en de ware impact hiervan zal pas in komende jaren duidelijk worden. Gegevens in dit rapport moeten dus voorzichtig en eerder terughoudend benaderd worden
4
Inhoud 1
2
Inleiding .......................................................................................................................................... 7 1.1.
Aantal personen ..................................................................................................................... 7
1.2.
Aantal personeelseenheden ................................................................................................ 12
Ziektedagen en attestdagen ......................................................................................................... 13 2.1.
Aantal ziektedagen............................................................................................................... 13
2.1.1. Totaal aantal ziektedagen .................................................................................................... 13 2.1.2. Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid ................................................................ 13 2.2.
Aantal eendagsziekten ......................................................................................................... 14
2.2.1. Totaal aantal eendagsziekten............................................................................................... 14 2.2.2. Eendagsziekteverloven per onderwijsniveau ....................................................................... 14 2.2.3. Eendagsziekteverlof per werkdag: ....................................................................................... 14 2.2.4. Eendagsziekteverlof per leeftijdsgroep ................................................................................ 15 2.3.
3
Ziektedagen en vervanging .................................................................................................. 15
Ziekteverzuimpercentage en nulverzuim ..................................................................................... 16 3.1.
Ziekteverzuimpercentage .................................................................................................... 16
3.1.1. Ziekteverzuimpercentage per leeftijdsgroep ....................................................................... 17 3.1.2. Ziekteverzuimpercentage per onderwijsniveau ................................................................... 18 3.1.3. Ziekteverzuimpercentage in het buitengewoon onderwijs .................................................. 18 3.1.4. Ziekteverzuimpercentage in de centra voor basiseducatie .................................................. 19 3.1.5. Ziekteverzuimpercentage per onderwijscategorie ............................................................... 19 3.1.6. Ziekteverzuimpercentage per net ........................................................................................ 20 3.1.7. Ziekteverzuimpercentage per onderwijsniveau per net ........................................................ 20 3.1.8. Ziekteverzuimpercentage per onderwijscategorie per net .................................................... 21 3.1.9. Ziekteverzuimpercentage in de Vlaamse centrumsteden en Brussel ..................................... 22 3.2.
Nulverzuim .......................................................................................................................... 23
3.2.1. Nulverzuimpercentage per leeftijdsgroep ............................................................................. 23 3.2.2. Nulverzuim per provincie...................................................................................................... 24
5
4
Uitdieping van de ziektedagen ..................................................................................................... 25 4.1.
Ziektedagen per afwezigheidsperiode ................................................................................ 25
4.2
Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid ................................................................ 25
4.2.1. Gemiddeld aantal ziektedagen per leeftijdsgroep ................................................................. 26 4.2.2. Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie ........................................................................ 27 4.2.3. Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie per leeftijdsgroep............................................ 27 4.2.4. Gemiddeld aantal ziektedagen per leeftijdsgroep per net ..................................................... 28 4.2.5. Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie per net ............................................................ 29 4.2.6. Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie per net voor de leeftijdsgroep 56-65 jaar ........ 29 4.2.7. Gemiddeld aantal ziektedagen per onderwijscategorie ........................................................ 30
5
Epidemiologisch rapport .............................................................................................................. 31 5.1.
Top 5 ziektedagen en ziektegevallen per aandoening ........................................................ 31
5.1.1. Top 5 ziektedagen ................................................................................................................ 31 5.1.2. Top 5 ziektegevallen ............................................................................................................. 32 5.2.
Ziekteverzuim wegens psychosociale aandoening ............................................................. 33
5.2.1. Ziekteverzuim wegens psychosociale aandoening per leeftijdsgroep .................................... 33 5.2.1.1 Percentage dagen psychosociale aandoening voor de leeftijdsgroep 56-65 jaar ........... 33 5.2.1.2 Percentage dagen psychosociale aandoening voor de leeftijdsgroep 46-55 jaar .............. 34 5.2.1.3 Conclusie .......................................................................................................................... 34 5.2.2. Percentage dagen psychosociale aandoening per onderwijscategorie .................................. 34 5.2.2.1. Vergelijking directiepersoneel t.o.v. alle categorieën per leeftijdsgroep .................... 35 5.2.2.2. Vergelijking directiepersoneel t.o.v. alle categorieën per onderwijsniveau ................ 35
6
Deeltijds werken wegens ziekte ................................................................................................... 36 6.1.
Verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte ............................................................ 36
6.1.1. Algemene gegevens i.v.m. VVP-ziekte................................................................................... 37 6.1.2. Uitdieping gegevens VVP-ziekte............................................................................................ 38 6.1.2.1. Aantal dagen VVP-ziekte per leeftijdsgroep ................................................................. 38 6.1.2.2. Aantal dagen VVP-ziekte per provincie ........................................................................ 40 6.1.2.3. Aantal dagen VVP-ziekte per onderwijsniveau ............................................................. 41 6.1.2.4. Aantal dagen VVP-ziekte per onderwijscategorie ........................................................ 42 6.1.2.5. Aantal dagen VVP-ziekte epidemiologisch ................................................................... 43 6.1.2.6 VVP-ziekte: duur en tewerkstellingspercentage ............................................................ 44 6.1.3. Conclusie .............................................................................................................................. 45
6
6.2.
Langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen ....................... 46
6.2.1. Algemene gegevens over LVVPmed ...................................................................................... 47 6.2.2. Uitdieping gegevens LVVPmed ............................................................................................. 48 6.2.2.1. Personeelsleden met LVVPmed per leeftijdsgroep ....................................................... 48 6.2.2.2. Personeelsleden met LVVPmed per provincie .............................................................. 49 6.2.2.3. Personeelsleden met LVVPmed per onderwijsniveau ................................................... 50 6.2.2.4. Personeelsleden met LVVPmed per onderwijscategorie .............................................. 51 6.2.2.5. LVVPmed epidemiologisch ............................................................................................ 52 6.2.2.6. LVVPmed: tewerkstellingspercentage en duur ............................................................. 53 6.3.
7
Conclusie ............................................................................................................................. 53
Controles op afwezigheid wegens ziekte ..................................................................................... 54 7.1.
Aantal uitgevoerde controles – opgeleverde resultaat ...................................................... 54
7.2.
Aantal uitgevoerde controles uitgesplitst naar de aanvrager van de controle .................. 54
7.2.1. Uitsplitsing van de controles op initiatief van het personeelslid ........................................ 55 7.2.2. Controles m.b.t. verlenging van VVP-ziekte en LVVPmed ................................................... 55
8
7.3.
Arbitrageonderzoeken ........................................................................................................ 55
7.4.
Aantal tweede controles ..................................................................................................... 56
7.5.
Controles van eendagsziekten ............................................................................................ 56
7.6
Klachten bij controles .......................................................................................................... 57
Samenvatting ................................................................................................................................ 58
7
1
1. Inleiding In 2001 is de administratie gestart met het maken van een jaarrapport m.b.t. het ziekteverzuim voor het Vlaamse onderwijspersoneel, in samenwerking met de controlefirma die instaat voor de concrete ziektecontroles. In het eerste rapport werden de cijfers uitgesplitst per geslacht, leeftijdsgroep en provincie. In de volgende jaren werd het rapport uitgebreid met grafieken, kwamen er cijfers bij per onderwijsniveau en onderwijscategorie en werd het aangevuld met aanbevelingen voor het beleid. Sinds 2008 werd er een bijkomend onderzoek gedaan naar het ziekteverzuim van de directies. Door de evolutie van de laatste jaren op het vlak van verloven voor verminderde prestaties wegens ziekte, namelijk het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte dat is uitgebreid sinds 1 september 2011 en het langdurige verlof voor verminderde prestaties wegens medische reden dat is gecreëerd vanaf 1 januari 2015, is het aangewezen om dat onderdeel van de afwezigheden wegens ziekte af te splitsen van de gewone afwezigheden wegens ziekte. Dat is dan ook consequent gebeurd in dit jaarrapport, zoals ook al gebeurde in het jaarrapport van 2017 en 2018. Er zijn twee duidelijk onderscheiden onderdelen. In de hoofdstukken 2 tot en met 5 wordt ingegaan op de evolutie van het ziekteverzuim, waarbij personeelsleden volledig afwezig zijn wegens ziekte. Hoofdstuk 6 behandelt de twee verloven met verminderde prestaties naar aanleiding van ziekte, namelijk de evolutie van de opname van het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte (VVP-ziekte) enerzijds en van het langdurig verlof om medische redenen (LVVPmed) anderzijds. De meegedeelde gegevens gaan in essentie over het aantal ziektedagen dat de onderwijspersoneelsleden doorgaven aan de controlefirma Certimed. Daarnaast komen de gegevens uit de databanken voor personeelsbeheer van het ministerie, het zogenaamde Elektronische PersoneelsDossier (EPD). In dit rapport worden gegevens verzameld voor de personeelsdossiers van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, de onderwijsinspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten. De personeelsleden van de hogescholen ressorteren niet onder de ziektecontrole van Certimed. Belangrijke opmerking m.b.t. het jaarrapport voor het jaar 2020 Door de covid epidemie waarbij het Vlaams onderwijs geconfronteerd werd met lockdown, afstandsonderwijs, quarantaine en er voor sommige personeelsleden de mogelijkheid was om heirkrachtverlof te nemen, moesten heel wat personeelsleden in vergelijking met de vorige jaren minder dagen werken in de onderwijsinstellingen zelf. Het was gedurende een langere periode niet meer verplicht om een ziekteattest op te sturen en er was ook een periode waarin er slechts minimaal controles konden uitgevoerd worden door Certimed. Bijgevolg zijn de cijfergegevens over het ziekteverzuim in 2020 niet vergelijkbaar met de gegevens over het ziekteverzuim van de voorbije jaren en is het niet aangewezen tendensen aan te geven in het rapport of te vergelijken met vorige kalenderjaren. We vermelden gewoon de gegevens van 2018 en 2019 om de grootteorde van de gegevens te kunnen plaatsen. Het is ook handig voor de lezer, om niet telkens de gegevens in de vorige rapporten te moeten opzoeken. Voor de deeltijdse ziektedagen (VVP-ziekte en LVVPmed) geldt bovenstaande vaststelling niet. Deze verloven werden ook in 2020 slechts goedgekeurd na een controle door het ziektecontroleorgaan. Toch zien we ook hier enigszins de gevolgen van covid, omdat sommige personeelsleden in die periode konden opteren voor een andere dienstonderbreking, waaronder heirkracht.
1.1.
Aantal personen
De personen die opgenomen zijn in dit rapport hebben een aanstelling en hebben recht op het ontvangen van een bezoldiging van het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of van de afdeling Volwassenenonderwijs van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Omdat de contracten met de controlefirma’s telkens afgesloten worden per kalenderjaar, gaat het in het rapport ‘afwezigheden naar aanleiding van ziekte’ telkens om gegevens per kalenderjaar, niet per schooljaar.
8
Aantal fysieke personen 2018
%
2019
%
2020
%
Mannen
48.082
24,86%
48.575
24,67%
48.202
24,33%
Vrouwen
145.356
75,14%
148.350
75,33%
149.892
75,67%
Totaal
193.438
100%
196.925
100%
198.094
100%
We stellen vast dat er 1.169 personen meer opgenomen zijn in dit rapport dan in het rapport van 2019. Meer informatie over de evolutie van het aantal personeelsleden is te vinden in de statistische jaarboeken van het Vlaams Onderwijs 2019-2020 en 2020-2021 (onderwijsstatistieken). Hieronder splitsen we de personen uit per leeftijdsgroep, provincie, onderwijsniveau, onderwijscategorie en onderwijsnet. - Aantal personen per leeftijdsgroep (er wordt uitgegaan van de leeftijd van het personeelslid op 1 januari): 20200 M
-26j 2.890
% 6,00%
26-35j 10.791
% 22,39%
36-45j 13.472
% 27,95%
46-55j 11.034
% 22,89%
56-65j 9.693
% 20,11%
V
10.626
7,09%
38.991
26,01%
43.515
29,03%
33.609
22,42%
22.846
15,24%
Tot.
13.516
6,82%
49.782
25,13%
56.987
28,77%
44.643
22,54%
32.539
16,43%
De personen ouder dan 65j zijn niet opgenomen in deze tabel.
Om de leeftijd te kunnen vergelijken worden hieronder ook de gegevens vermeld van 2019: 2019 M
-26j 2.900
% 5,97%
26-35j 11.098
% 22,85%
36-45j 13.445
% 27,68%
46-55j 11.306
% 23,28%
56-65j 9.479
% 19,51%
V
10.766
7,26%
39.695
26,76%
42.673
28,77%
34.046
22,95%
20.875
14,07%
Tot.
13.666
6,94%
50.793
25,79%
56.118
28,50%
45.352
23,03%
30.354
15,41%
Onderverdeling per jaar voor de leeftijd van 55 tot 65 jaar: 2020
55j
56j
57j
58j
59j
60j
61j
62j
63j
64j
65j
Mannen
1.180
1.260
1.218
1.286
1.263
1.402
1.366
1.049
409
245
195
Vrouwen
3.412
3.650
3.574
3.410
3.267
2.991
2.813
1.788
627
424
302
Totaal
4.592
4.910
4.792
4.696
4.530
4.393
4.179
2.837
1.036
669
497
Om de leeftijd te kunnen vergelijken worden hieronder ook de gegevens vermeld van 2019: 2019 Mannen
55j 1.288
56j 1.251
57j 1.309
58j 1.308
59j 1.462
60j 1.467
61j 1.277
62j 604
63j 364
64j 266
65j 171
Vrouwen
3.739
3.640
3.477
3.338
3.076
2.960
2.294
875
559
399
257
Totaal
5.027
4.891
4.786
4.646
4.538
4.427
3.571
1.479
923
665
428
9
Voor de volledigheid geven we ook de cijfers per leeftijd van de 65-plussers. In dit rapport vindt u verder geen uitgesplitste gegevens over deze leeftijdsgroep omdat deze groep zeer klein is. 2020 Mannen
66j 91
67j 61
68j 45
69j 28
70j 29
+70j 68
Vrouwen
104
65
27
46
16
47
Totaal
195
126
72
74
45
115
Om de leeftijd te kunnen vergelijken worden hieronder ook de gegevens vermeld van 2019: 2019 Mannen
66j 105
67j 62
68j 35
69j 40
70j 25
+70j 80
Vrouwen
93
43
47
32
36
44
Totaal
198
105
82
72
61
124
- Aantal personen per provincie: 2020
Antwerpen
VlBrabant
%
%
BHG
%
Limburg
%
O-Vl
%
W-Vl
%
M
13.050
27,07%
6.152
12,76%
2.917
6,05%
6.647
13,79%
10.568
21,92%
8.861
18,38%
V
43.051
28,72%
20.794
13,87%
8.371
5,58%
19.574
13,06%
33.197
22,15%
24.887
16,60%
Tot.
56.101
28,32%
26.946
13,60%
11.288
5,70%
26.221
13,24%
43.765
22,09%
33.748
17,04%
BHG: Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- Aantal personen per provincie per leeftijdscategorie: Antwerpen
-26j
%
26-35j
%
36-45j
%
46-55j
%
56-65j
%
Mannen
700
5,36%
2.879
22,06%
3.709
28,42%
3.057
23,43%
2.599
19,92%
Vrouwen
2.781
6,46%
11.255
26,14%
12.607
29,28%
9.801
22,77%
6.503
15,11%
Totaal
3.481
6,20%
14.134
25,19%
16.316
29,08%
12.858
22,92%
9.102
16,22%
VlaamsBrabant
-26j
%
26-35j
%
36-45j
%
46-55j
%
56-65j
%
Mannen
421
6,84%
1.609
26,15%
1.743
28,33%
1.318
21,42%
1.018
16,55%
Vrouwen
1.466
7,05%
5.401
25,97%
6.107
29,37%
4.737
22,78%
3.037
14,61%
Totaal
1.887
7,00%
7.010
26,01%
7.850
29,13%
6.055
22,47%
4.055
15,05%
BHG
-26j
%
26-35j
%
36-45j
%
46-55j
%
56-65j
%
Mannen
203
6,96%
805
27,60%
808
27,70%
569
19,51%
507
17,38%
Vrouwen
756
9,03%
2.704
32,30%
2.427
28,99%
1.492
17,82%
969
11,58%
Totaal
959
8,50%
3.509
31,09%
3.235
28,66%
2.061
18,26%
1.476
13,08%
Limburg
-26j
%
36-45j
%
46-55j
Mannen
425
26-35j
%
%
56-65j
%
6,39%
1.384
20,82%
1.803
27,13%
1.565
23,54%
1.437
21,62%
Vrouwen
1.335 6,82%
4.756
24,30%
5.610
28,66%
4.435
22,66%
3.419
17,47%
Totaal
1.760 6,71%
6.140
23,42%
7.413
28,27%
6.000
22,88%
4.856
18,52%
10
OostVlaanderen
-26j
%
26-35j
%
36-45j
%
46-55j
%
56-65j
%
Mannen
623
5,90%
2.434
23,03%
2.927
27,70%
2.405
22,76%
2.111
19,98%
Vrouwen
2.417
7,28%
26,43%
9.585
28,87%
7.425
22,37%
4.926
14,84%
Totaal
3.040
6,95%
8.775 11.20 9
25,61%
12.512
28,59%
9.830
22,46%
7.037
16,08%
-26j
%
%
46-55j
WestVlaanderen
26-35j
%
36-45j
%
56-65j
%
Mannen
518
5,85%
1..679
18,95%
2.479
27,98%
2.120
23,93%
2.018
22,77%
Vrouwen
1.868
7,51%
6096
24,49%
7.175
28,83%
5.716
22,97%
3.988
16,02%
Totaal
2.386
7,07%
7.775
23,04%
9.654
28,61%
7.836
23,22%
6.006
17,80%
- Aantal personen per onderwijsniveau: 2020
Basis
%
Secundair
%
DKO
%
VO
%
CLB
%
Mannen
11.157
23,15%
30.823
63,95%
2.763
5,73%
2.694
5,59%
409
0,85%
Vrouwen
76.953
51,34%
57.597
38,43%
4.211
2,81%
6.724
4,49%
3.838
2,56%
Totaal
88.110
44,48%
88.420
44,64%
6.974
3,52%
9.418
4,75%
4.247
2,14%
Basisonderwijs: hoofdstructuur 111, 121, 211, 221, IA0, IB0, IP0, ID0, IE0, T00 Secundair onderwijs: hoofdstructuur 311, 312, 321, IF0, IH0, II0 Deeltijds Kunstonderwijs: hoofdstructuur 316 Volwassenenonderwijs: hoofdstructuur 317, 417, 618 CLB: hoofdstructuur C00, P00 Niet apart opgenomen: inspectie (DS0), pedagogische begeleiding (B**) en andere kleine hoofdstructuren (A00, D00 en K00)
- Aantal personen in het buitengewoon onderwijs: buitengewoon lager onderwijs 1.397
buitengewoon secundair onderwijs 3.131
2020
buitengewoon kleuteronderwijs
Mannen
28
Vrouwen
837
9.658
7.796
Totaal
865
11.055
10.927
Zij vormen een deelgroep van respectievelijk basisonderwijs en secundair onderwijs van de tabel hierboven over het aantal personen per onderwijsniveau.
- Aantal personen in de centra voor basiseducatie: 2020
CBE
Mannen
224
Vrouwen
1.357
Totaal
1.581
Zij vormen een deelgroep van het volwassenonderwijs.
11
- Aantal personen per onderwijscategorie 2020 M
Ond 40.923
% 84,90%
Dir 2.277
% 4,72%
ParaM 347
% 0,72%
Opv 3.048
% 6,32%
V
120.656
80,50%
3.313
2,21%
7.111
4,74%
8.796
5,87%
Totaal
161.579
81,57%
5.590
2,82%
7.458
3,76%
11.844
5,98%
2020 M
Adm 1.100
% 2,28%
Tech 303
% 0,63%
MVD 20
% 0,04%
V
6.483
4,33%
3.281
2,19%
51
0,03%
Totaal
7.583
3,83%
3.584
1,81%
71
0,04%
Ond: bestuurs- en onderwijzend personeel met uitzondering van de directie Dir: directiepersoneel Param: paramedisch, psychologisch, orthopedagogisch, sociaal en medisch personeel Opv:: opvoedend hulppersoneel Adm: administratief personeel Tech: technisch personeel MVD: meester, vak- en dienstpersoneel Niet apart opgenomen: inspectie en pedagogischebegeleiding
- Aantal personen per net
10.676
Gesubs. Gem. ond. 7.084
Gesubs. Prov. ond. 1.874
Gesubs. Vrij ond. 28.372
Vrouwen
31.297
23.949
2.836
91.206
Totaal
41.973
31.033
4.710
119.578
2020
GO!
Mannen
De personeelsleden van de scholen van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel zijn niet opgenomen in deze tabel.
- Aantal personen per net per leeftijdscategorie: 2020
-26j
%
26-35j
%
36-45j
%
46-55j
%
56-65j
%
11.641
27,73%
13.295
31,68%
8.764
20,88%
5.263
12,54%
GO!
2.876
Gesubs. Gem. ond.
2.080
6,70%
7.965
25,67%
8.692
28,01%
7.064
22,76%
5.135
16,55%
Gesubs. Prov. ond.
203
4,31%
932
19,79%
1.342
28,49%
1.196
25,39%
1.017
21,59%
Gesubs. Vrij ond.
8.233
6,89%
29.047
24,29%
33.457
27,98%
27.473
22,97%
20.993
17,56%
6,85%
12
1.2. Aantal personeelseenheden
Een volgend begrip dat gebruikt wordt om het ziekteverzuim te kunnen weergeven en verband houdt met personeel is ‘personeelseenheid’. Eén ‘personeelseenheid’ is de aanstelling van één persoon voor een volledig jaar, los van het volume van de opdracht. In 2020: 48.202 mannen komen overeen met 43.163,79 personeelseenheden 149.892 vrouwen komen overeen met 136.362,19 personeelseenheden Totaal : 198.094 personen komen overeen met 179.525,99 personeelseenheden
In 2019 vertegenwoordigden 196.925 personen 177.207,22 personeelseenheden.
In 2018 vertegenwoordigden 193.438 personen 174.293,71 personeelseenheden. We merken daarbij op dat ten opzichte van het rapport van 2019 het aantal personen en het aantal personeels- eenheden stijgt. Het aantal personen stijgt met 0,59%, het aantal personeelseenheden stijgt met 1,31%. Alle berekeningen en gegevens van Certimed m.b.t. de opgenomen ziektedagen zijn gebaseerd op personeelseenheden. Als we het verder in dit rapport hebben over ‘personeelsleden’ bedoelen we ‘personeelseenheden’. Als het begrip personeelseenheden niet gebruikt wordt, maar men uitgaat van ‘fysieke personen’, dan wordt dat expliciet vermeld.
13
2
2. Ziektedagen en attestdagen 2.1. Aantal ziektedagen 2.1.1.
Totaal aantal ziektedagen
De ziektedagen die zijn geregistreerd bij Certimed voor het jaar 2020 (attesten opgestuurd in 2019 en 2020 voor 2020), aangevuld met de eendagsziekteverloven, bedragen 2.761.853 dagen. - Ziektedagen voor het jaar 2019: 3.005.582 - Ziektedagen voor het jaar 2018: 2.853.170 Nominaal is er een daling met 243.729 ziektedagen. Dat is een daling van 8,11% t.a.v. 2019. Er is ook een beperkte stijging van het aantal personeelsleden van 1,31% Er is bijgevolg sprake van een daling van de afwezigheid wegens ziekte, die wellicht grotendeels een gevolg is van de maatregelen naar aanleiding van Covid.
2.1.2.
Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid
In 2020 noteren we de volgende cijfers m.b.t. het gemiddelde aantal ziektedagen per personeelslid: Mannen : 533.871 dagen voor 43.163,79 personeelsleden = 12,37 Vrouwen: 2.227.982 dagen voor 136.362,19 personeelsleden = 16,34 Totaal:
2.761.853 dagen voor 179.525,99 personeelsleden = 15,38
Ziektedagen
2018
2019
2020
Mannen
13,66
13,82
12,37
Vrouwen
17,25
17,97
16,34
Totaal
16,37
16,96
15,38
14
2.2. Aantal eendagsziekten 2.2.1.Totaal aantal eendagsziekten (personeelsdatabank EPD) Het aantal eendagsziekteverloven voor 2020 bedraagt 72.093 dagen, genomen door 49.838 personen. Het aantal eendagsziekteverloven voor 2019 bedraagt 118.041 dagen, genomen door 68.003 personen. Het aantal eendagsziekteverloven voor 2018 bedraagt 110.823 dagen, genomen door 65.278 personen. De eendagsziekteverloven zijn in 2020 gedaald met 45.948 dagen. Het percentage personen dat gebruik maakt van eendagsziekteverloven is in 2020 gelijk aan 25,16%. In 2019 bedroeg het percentage 34,53% en in 2018 maakte 33,75% van het onderwijspersoneel ten minste één keer gebruik van een eendagsziekteverlof.
2.2.2. Eendagsziekteverloven per onderwijsniveau In de onderstaande tabel delen we het aantal eendagsziekteverloven per onderwijsniveau door het aantal personeelsleden in het betrokken onderwijsniveau. Zo kunnen we vaststellen of er verschillen zijn tussen de onderwijsniveaus m.b.t. de opname van eendagsziekte. 2020
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Totaal
Mannen
0,26
0,41
0,42
0,29
0,43
0,37
Vrouwen
0,26
0,48
0,46
0,41
0,47
0,36
Totaal
0,26
0,46
0,44
0,38
0,46
0,36
2.2.3.Eendagsziekteverlof per werkdag:
2020
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
17.538
13.955
8.829
13.581
17.608
496
Niet opgenomen: zondagen
Blijkbaar worden de eendagsziekteverloven nog steeds het meest genomen op dagen die aansluiten bij het weekend.
15
2.2.4.Eendagsziekteverlof per leeftijdsgroep In de onderstaande tabel delen we het aantal eendagsziekteverloven van de leeftijdsgroep door het aantal personeelsleden van de leeftijdsgroep.
2020
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
0,23
0,42
0,38
0,35
0,32
Eendagsziekteverlof komt vooral voor in de leeftijdsgroep 26-35j. Deze groep heeft ook het laagste nulverzuimpercentage, zie pagina 23.
2.3. Ziektedagen en vervanging Sinds een aantal jaren volgen wij op in welke mate ziekteverloven leiden tot vervanging van de titularissen. Deze gegevens worden gedistilleerd uit de personeelsdatabank (EPD) van het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Als we de voorbije jaren bekijken, zien we dat er voor ongeveer 70% van de ziektedagen vervangers ingeschakeld worden. Dat is voor een deel verklaarbaar door het feit dat vervangingen slechts mogelijk zijn vanaf 10 dagen afwezigheid (m.u.v. de toepassing van een vervanging van korte afwezigheden in het basisonderwijs). Volgens de personeelsdatabank EPD werden er in 2020 1.944.618 dagen vervangen door 34.084 personen. In 2019: 2.097.785 dagen en 37.094 vervangers In 2018: 1.994.545 dagen en 35.615 vervangers Volgens EPD wordt er 67,31% van het totale aantal ziektedagen vervangen (in 2019: 67,02%; in 2018: 67,21%) In 2020 werden er minder dagen vervangen door minder vervangers, maar het percentage vervangen ziektedagen steeg.
Vervangingspercentage volgens EPD 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2018
2019
2020
16
3
3. Ziekteverzuimpercentage en nulverzuim 3.1
Ziekteverzuimpercentage
Het ziekteverzuim is het aantal ziektedagen dat de personeelsleden gespreid over het jaar opnemen. Het ‘ziekteverzuimpercentage’ wordt als volgt berekend:
totaal aantal ziektedagen x 100 totaal aantal personeelseenheden x 365 (of 366)
Dat percentage geeft weer hoeveel procent van de dagen in een jaar een personeelslid gemiddeld afwezig is wegens ziekte. Traditioneel wordt in alle sectoren het ziekteverzuimpercentage berekend op basis van het totale aantal dagen in het jaar, zonder rekening te houden met op te nemen vakantiedagen. Ook in de privésector en bij overheidsdiensten kan dat aantal vakantiedagen uiteenlopen. Doordat in het onderwijs het aantal dagen vakantie relatief groot is en in deze perioden het ziekteverzuim significant lager is, moeten we ervan uitgaan dat het ziekteverzuimpercentage voor het onderwijspersoneel daardoor positief beïnvloed wordt. Dat aspect maakt een vergelijking met andere sectoren moeilijk. In 2020 was het ziekteverzuimpercentage 4,21% (met eendagsziekteverloven inbegrepen) en 4,10% zonder eendagsziekteverloven.
In 2019 was het ziekteverzuimpercentage 4,65% (met eendagsziekteverloven inbegrepen) en 4,46% zonder eendagsziekteverloven. In 2018 was het ziekteverzuimpercentage 4,48% (met eendagsziekteverloven inbegrepen) en 4,31% zonder eendagsziekteverloven.
Met 1dz
Zonder 1dz
2016
4,32%
4,15%
2017
4,35%
4,18%
2018
4,48%
4,31%
2019
4,65%
4,46%
2020
4,21%
4,10%
17
Verder in dit rapport bedoelen we met het ziekteverzuimpercentage steeds het percentage met eendagsziekteverloven inbegrepen.
3.1.1
Ziekteverzuimpercentage per leeftijdsgroep -26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
2018
1,43%
2,93%
3,68%
4,97%
8,87%
2019
1,50%
3,06%
3,71%
4,97%
9,29%
2020
1,22%
2,89%
3,02%
4,10%
9,24%
Over de jaren heen zien we dat het ziekteverzuimpercentage gevoelig stijgt met de leeftijd. In vergelijking met het voorbije jaar daalt het ziekteverzuimpercentage in 2020 in alle leeftijdsgroepen. In vergelijking met 2018 daalt het in alle leeftijdsgroepen, behalve in de leeftijdsgroep 56-65j waar het stijgt.
18
3.1.2 Ziekteverzuimpercentage per onderwijsniveau 2018
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
3,92%
3,83%
2,75%
3,01%
4,67%
Vrouwen
4,80%
4,70%
3,97%
4,82%
4,49%
Totaal
4,68%
4,40%
3,48%
4,26%
4,51%
2019
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
3,92%
3,80%
3,19%
3,46%
5,22%
Vrouwen
4,97%
4,90%
4,08%
5,08%
5,01%
Totaal
4,84%
4,52%
3,73%
4,60%
5,03%
2020 Mannen
Basis 3,61%
Secundair 3,39%
DKO 2,56%
VO 2,96%
CLB 4,68%
Vrouwen
4,61%
4,36%
3,64%
4,60%
4,42%
Totaal
4,48%
4,02%
3,21%
4,15%
4,44%
Het niveau met het hoogste ziekteverzuimpercentage in 2020 is het basisonderwijs.
3.1.3 Ziekteverzuimpercentage in het buitengewoon onderwijs buitengewoon kleuteronderwijs
buitengewoon lager onderwijs
Mannen
5,52%
4,02%
4,49%
Vrouwen
6,10%
4,91%
4,97%
Totaal
6,08%
4,79%
4,82%
2019
buitengewoon kleuteronderwijs
buitengewoon lager onderwijs
buitengewoon secundair onderwijs
Mannen
7,58%
4,24%
4,38%
Vrouwen
6,49%
5,02%
5,26%
Totaal
6,52%
4,92%
5,00%
2020
buitengewoon kleuteronderwijs
buitengewoon lager onderwijs
buitengewoon secundair onderwijs
Mannen
5,27%
3,54%
3,83%
Vrouwen
4,38%
4,30%
4,27%
Totaal
4,40%
4,20%
4,14%
2018
buitengewoon secundair onderwijs
Het niveau met het hoogste ziekteverzuimpercentage in 2020 is het buitengewoon kleuteronderwijs.
19
3.1.4 Ziekteverzuimpercentage in de centra voor basiseducatie 2018
CBE
Mannen
3,50%
Vrouwen
6,60%
Totaal
6,16%
2019
CBE
Mannen
4,60%
Vrouwen
7,01%
Totaal
6,58%
2020
CBE
Mannen
2,33%
Vrouwen
5,92%
Totaal
5,41%
In vergelijking met het Volwassenonderwijs is het ziekteverzuimpercentage hoger in de centra voor basiseducatie. Voor de mannen is het lager dan globaal in het volwassenenonderwijs.
3.1.5. Ziekteverzuimpercentage per onderwijscategorie
2018
Ond
Dir
ParaM
Opv
Tech
MVD
Mannen
3,73%
4,01%
3,99%
3,78%
2,69%
4,60%
13,89%
Vrouwen
4,71%
5,31%
4,90%
4,82%
4,38%
4,47%
16,53%
Totaal
4,46%
4,75%
4,86%
4,55%
4,15%
4,48%
15,77%
2019
Ond
Dir
ParaM
Opv
Tech
MVD
Mannen
3,79%
4,23%
3,13%
3,40%
2,62%
5,34%
17,84%
Vrouwen
4,91%
5,32%
5,09%
5,18%
4,43%
4,93%
18,16%
Totaal
4,63%
4,86%
4,99%
4,71%
4,19%
4,97%
18,06%
2020
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
3,36%
4,25%
2,74%
3,15%
2,39%
4,38%
15,27%
Vrouwen
4,49%
4,50%
4,44%
4,47%
4,20%
4,34%
18,76%
Totaal
4,21%
4,40%
4,36%
4,13%
3,95%
4,34%
17,71%
Admin
Admin
We zouden kunnen veronderstellen dat ziekteverzuimpercentage daalt in alle onderwijscategorieën in vergelijking met 2019. Er zijn echter 2 uitzonderingen: het mannelijk directiepersoneel en het vrouwelijk MVD-personeel.
20
3.1.6. Ziekteverzuimpercentage per net
2018
GO!
Gesubsidieerd gemeentelijk onderwijs
Gesubsidieerd provinciaal onderwijs
Gesubsidieerd vrij onderwijs
Mannen
4,00%
3,55%
3,94%
3,68%
Vrouwen
4,88%
5,00%
5,35%
4,59%
Totaal
4,65%
4,67%
4,78%
4,37%
2019
GO!
Gesubsidieerd gemeentelijk onderwijs
Gesubsidieerd provinciaal onderwijs
Gesubsidieerd vrij onderwijs
Mannen
3,77%
3,74%
4,17%
3,78%
Vrouwen
5,15%
4,99%
5,08%
4,83%
Totaal
4,80%
4,71%
4,71%
4,58%
2020
GO!
Gesubsidieerd gemeentelijk onderwijs 3,14%
Gesubsidieerd provinciaal onderwijs 4,11%
Gesubsidieerd vrij onderwijs
Mannen
3,29%
3,44%
Vrouwen
4,65%
4,65%
4,26%
4,38%
Totaal
4,31%
4,31%
4,20%
4,16%
Het ziekteverzuim van het gesubsidieerd vrij onderwijs en het gesubsidieerd provinciaal onderwijs is lager dan het algemeen ziekteverzuimpercentage van 4,21%.
3.1.7. Ziekteverzuimpercentage per onderwijsniveau per net 2018
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
GO!
4,90%
4,62%
2,96%
3,84%
4,55%
Gesubs. gemeentel. ond.
5,00%
4,76%
3,54%
4,53%
5,31%
Gesubs. provinciaal ond.
4,19%
5,03%
-
4,25%
4,69%
Gesubs. vrij onderwijs
4,50%
4,26%
3,56%
4,44%
4,43%
2019
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
GO!
5,06%
4,65%
3,08%
4,52%
5,23%
Gesubs. gemeentel. ond.
5,02%
4,68%
3,80%
4,38%
4,02%
Gesubs. provinciaal ond.
4,59%
5,01%
-
4,08%
2,23%
Gesubs. vrij onderwijs
4,70%
4,43%
3,62%
4,82%
5,10%
2020
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
GO!
4,65%
4,03%
2,74%
4,42%
4,83%
Gesubs. gemeentel. ond.
4,72%
4,21%
3,27%
3,54%
3,01%
Gesubs. provinciaal ond.
2,54%
4,54%
-
3,63%
2,16%
Gesubs. vrij onderwijs
4,35%
3,98%
3,17%
4,23%
4,44%
21
Voor het basisonderwijs zitten het gesubsidieerd vrij onderwijs en het gesubsidieerd provinciaal onderwijs onder het algemeen gemiddelde ziekteverzuimpercentage van het basisonderwijs van 4,48 % (zie rubriek 3.1.2) Voor het secundair onderwijs zit alleen het gesubsidieerd vrij onderwijs onder het algemeen gemiddelde ziekteverzuimpercentage van het secundair onderwijs van 4,02%.
3.1.8. Ziekteverzuimpercentage per onderwijscategorie per net 2018
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
GO!
4,55%
5,00%
5,51%
4,83%
4,13%
4,66%
15,77%
Gesubs. gemeentel. ond.
4,64%
5,08%
5,65%
4,86%
4,28%
4,59%
-
Gesubs. provinciaal ond.
4,77%
4,64%
3,67%
5,73%
4,03%
3,59%
-
Gesubs. vrij onderwijs
4,37%
4,57%
4,37%
4,31%
4,16%
4,44%
-
2019
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
GO!
4,68%
5,25%
5,55%
5,01%
4,56%
5,10%
18,06%
Gesubs. gemeentel. ond.
4,72%
5,22%
5,31%
4,43%
4,09%
4,08%
-
Gesubs. provinciaal ond.
4,75%
3,12%
4,57%
5,66%
3,22%
1,97%
-
Gesubs. vrij onderwijs
4,58%
4,67%
4,66%
4,56%
4,15%
5,09%
-
2020
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
GO!
4,22%
4,12%
5,07%
4,52%
4,19%
4,68%
17,71%
Gesubs. gemeentel. ond.
4,32%
4,94%
4,41%
3,89%
4,23%
3,19%
-
Gesubs. provinciaal ond.
4,33%
2,37%
1,50%
4,28%
3,24%
2,47%
-
Gesubs. vrij onderwijs
4,18%
4,31%
4,06%
3,99%
3,81%
4,38%
-
Opmerkelijk is het lage cijfer bij het directiepersoneel van het gesubsidieerd provinciaal onderwijs.
22
3.1.9. Ziekteverzuimpercentage in de Vlaamse centrumsteden en Brussel Het gaat om het ziekteverzuimpercentage van de personeelsleden van de onderwijsinstellingen van de hieronder vermelde steden. Basisonderwijs
Secundair onderwijs
Mannen 5,78%
Vrouwen 4,67%
Mannen 3,92%
Vrouwen 4,91%
Antwerpen
2,41%
3,99%
3,05%
4,33%
Brugge
4,36%
4,27%
3,74%
4,75%
Brussel
2,70%
4,60%
2,92%
4,28%
Genk
6,72%
4,81%
4,27%
6,13%
Gent
3,61%
4,48%
3,04%
4,44%
Hasselt
3,54%
4,82%
3,03%
4,11%
Kortrijk
3,47%
3,69%
2,67%
3,61%
Leuven
3,72%
4,34%
3,06%
5,19%
Mechelen
2,91%
4,19%
3,46%
4,41%
Oostende
6,07%
5,34%
3,79%
4,92%
Roeselare
1,87%
4,74%
3,18%
4,16%
Sint-Niklaas
2,63%
4,19%
2,95%
3,92%
Turnhout
5,27%
5,04%
4,43%
3,86%
Aalst
Brussel: Brussels Hoofdstedelijk Gewest Percentage hoger dan het percentage voor basis- of secundair onderwijs (zie 3.1.2)
De top 5: Genk basisonderwijs mannen, Genk secundair onderwijs vrouwen, Oostende basisonderwijs mannen, Aalst basisonderwijs mannen en Turnhout basisonderwijs mannen. Aalst, Genk en Oostende zijn de centrumsteden waarbij de vier categorieën hoger scoren dan het gemiddelde. Opmerkelijk is dat Antwerpen en Brussel in vier categorieën onder het gemiddelde scoren.
23
3.2.
Nulverzuim
Het nulverzuimpercentage is het percentage personeelsleden dat in de loop van het jaar niet ziek geweest is. Dat wil zeggen: hoe hoger het nulverzuimpercentage, hoe meer personeelsleden nooit afwezig zijn wegens ziekte. De algemeen aanvaarde norm door controlefirma’s is 50%. Dat betekent dat men ervan uitgaat dat in ondernemingen de helft van alle personeelsleden geen enkele dag ziek is tijdens een kalender jaar. Als de eendagsziekteverloven meegeteld worden, is er voor het Vlaamse onderwijs een nulverzuimpercentage in 2020 van 49,36% (in 2019 van 41,77%; in 2018: 41,04%). Bijna vijf op tien onderwijspersoneelsleden is geen enkele dag ziek geweest is in 2020. Het nulverzuimpercentage zonder het meerekenen van eendagsziekteverloven is 63,21% in 2020 (58,59% in 2019; 55,01% in 2018. In de volgende tabellen werken we telkens met het nulverzuimpercentage rekening houdend met eendagsziekteverloven.
3.2.5. Nulverzuimpercentage per leeftijdsgroep 2018
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
64,47%
45,30%
44,31%
46,51%
44,35%
Vrouwen
58,84%
36,98%
37,85%
37,82%
37,50%
Totaal
59,97%
38,81%
39,41%
40,00%
39,75%
2019
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
63,07%
45,19%
46,36%
48,19%
44,96%
Vrouwen
58,12%
36,60%
39,40%
39,35%
37,93%
Totaal
59,17%
38,48%
41,07%
41,55%
40,13%
2020
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
72,11%
54,87%
55,57%
57,09%
50,89%
Vrouwen
64,60%
43,69%
47,29%
47,48%
44,15%
Totaal
66,20%
46,11%
49,25%
49,86%
46,16%
24
Het nulverzuimpercentage is het hoogst in de leeftijdscategorie van -26j, zowel bij de mannen als bij de vrouwen. Daarnaast zien we ook dat het nulverzuimpercentage bij mannen hoger is dan bij vrouwen. Het nulverzuimpercentage is globaal het laagst in de leeftijdsgroep 26-35j.
3.2.6. Nulverzuim per provincie 2018
Antwerpen
Vl-Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Mannen
44,70%
43,26%
47,31%
46,05%
46,02%
51,87%
Vrouwen
37,64%
36,64%
35,89%
38,64%
38,93%
46,21%
Totaal
39,33%
38,17%
38,87%
40,53%
40,68%
47,74%
2019 Mannen
Antwerpen 45,69%
Vl-Brabant 44,32%
BHV 47,16%
Limburg 47,73%
O-Vl 46,95%
W-Vl 53,10%
Vrouwen
38,44%
37,10%
34,85%
39,26%
39,97%
46,82%
Totaal
40,16%
38,77%
38,05%
41,42%
41,67%
48,49%
2020 Mannen
Antwerpen 55,56%
Vl-Brabant 52,71%
BHV 55,09%
Limburg 55,29%
O-Vl 55,86%
W-Vl 59,96%
Vrouwen
46,90%
44,69%
43,76%
46,62%
46,58%
52,42%
Totaal
48,91%
46,52%
46,69%
48,82%
48,82%
54,40%
Vlaams-Brabant heeft het laagste nulverzuimpercentage in 2020. West-Vlaanderen noteert het hoogste nulverzuimpercentage in 2020.
25
4
4. Uitdieping van de ziektedagen 4.1.
Ziektedagen per afwezigheidsperiode
In de volgende tabellen verdelen we de ziektedagen volgens de duur van de afwezigheidsperiode. Bij de bespreking van de ziektedagen gaat het over de absolute gegevens. Er wordt dus geen rekening gehouden met de stijging van het aantal personeelsleden of met bepaalde categorieën van personeelsleden.
Ziektedagen
2018
%
2019
1-10d
460.357
16,13%
452.541
11-30d
349.674
12,26%
31-180d
1.339.129
>180d
704.010
%
2020
%
15,06%
357.128
12,93%
362.799
12,07%
320.231
11,59%
46,93%
1.472.565
48,99%
1.309.973
47,43%
24,67%
717.677
23,88%
774.521
28,04%
Bij de verdeling van de ziektedagen over de duur van de afwezigheidsperiode zien we een duidelijke procentuele stijging in categorie >180 d, de andere categorieën dalen procentueel. Opmerkelijk is de daling in de categorie 1-10 d met 95.413 dagen. Er is wellicht een samenhang met Covid, 75,47% van het totale aantal ziektedagen is lang ziekteverzuim (meer dan 30 dagen). Onderverdeeld per geslacht en leeftijdscategorie geeft dat het volgende resultaat: mannen
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
1-10d
50,70%
38,19%
24,59%
15,26%
4,57%
11-30d
16,00%
18,90%
16,49%
13,97%
5,63%
31-180d
33,30%
34,20%
47,34%
47,89%
42,43%
>180d
0,00%
8,71%
11,58%
22,88%
47,36%
vrouwen
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
1-10d
46,62%
20,57%
16,97%
11,54%
5,21%
11-30d
20,64%
16,16%
14,18%
12,27%
7,29%
31-180d
28,64%
55,24%
48,21%
46,71%
46,62%
>180d
4,10%
8,04%
20,64%
29,48%
40,89%
Bij de vrouwen is er een piek bij 26-35j en 31-180d, bij mannen bij -26j en 1-10d.
4.2.
Gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid
Onder punt 2.1.2 werd al aangehaald dat in 2020 het gemiddelde aantal ziektedagen per personeelslid 15,38 dagen bedroeg. Dat gaan we nu verder in detail bekijken.
26
4.2.1 Gemiddeld aantal ziektedagen per leeftijdsgroep 2018
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
4,84
6,32
8,85
12,71
31,85
Vrouwen
5,33
11,87
14,88
19,95
32,60
2019
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
4,21
6,49
8,52
12,74
32,66
Vrouwen
5,79
12,45
15,12
19,91
34,45
2020
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
3,45
4,77
6,65
9,97
32,93
Vrouwen
4,70
12,10
12,38
16,56
34,08
We zien dat het aantal ziektedagen stijgt met de leeftijd. In alle leeftijdsgroepen zijn de vrouwen gemiddeld meer dagen afwezig dan de mannen.
Wij geven hier ook de cijfers per leeftijd van 55 tot 65 jaar: 2018 Mannen
55j 16,04
56j 17,72
57j 20,57
58j 27,39
59j 32,80
60j 47,90
61j 49,39
62j 46,66
63j 25,83
64j 22,99
65j 24,41
Vrouwen
24,30
23,09
24,44
30,94
34,88
47,12
47,11
36,93
40,93
24,41
29,16
2019
55j
56j
57j
58j
59j
60j
61j
62j
63j
64j
65j
Mannen
17,41
17,29
18,21
21,83
31,26
45,25
56,08
46,37
45,72
26,59
21,13
Vrouwen
24,49
26,10
25,38
26,98
34,08
43,59
57,08
50,24
38,58
40,23
23,29
2020 Mannen
55j 12,98
56j 15,06
57j 19,09
58j 20,93
59j 26,52
60j 36,72
61j 56,30
62j 64,42
63j 37,02
64j 35,86
65j 19,34
Vrouwen
19,16
21,46
25,46
25,21
31,51
39,88
54,96
58,04
45,66
41,43
49,94
Zowel bij de mannen als bij de vrouwen is het gemiddelde aantal ziektedagen het hoogst op de leeftijd van 62 jaar.
27
4.2.2 Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie 2018
Antwerpen
Vl- Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Mannen
13,50
13,32
11,81
15,38
13,79
13,27
Vrouwen
17,79
17,67
16,53
19,06
16,74
15,48
2019
Antwerpen
Vl- Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Mannen
13,53
13,47
12,64
15,37
13,66
13,89
Vrouwen
18,13
19,05
17,77
19,93
17,26
16,24
2020 Mannen
Antwerpen 12,14
Vl- Brabant 12,90
BHV 10,57
Limburg 13,86
O-Vl 12,47
W-Vl 11,68
Vrouwen
15,98
17,89
15,78
18,36
15,53
15,33
Limburg blijft de provincie met het grootste gemiddeld aantal ziektedagen.
4.2.3 Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie per leeftijdsgroep We kijken hier enkel naar de groep van de oudste personeelsleden. leeftijdsgroep 56-65 j: 2018 Mannen Vrouwen
Antwerpen 30,38 33,71
Vl- Brabant 31,74 32,92
BHV 25,53 32,80
Limburg 37,41 36,81
O-Vl 32,68 30,20
W-Vl 30,69 30,05
2019 Mannen Vrouwen
Antwerpen 31,16 34,76
Vl- Brabant 33,46 39,52
BHV 29,05 36,03
Limburg 37,24 37,82
O-Vl 32,54 31,09
W-Vl 32,00 31,08
2020 Mannen Vrouwen
Antwerpen 32,63 32,76
Vl- Brabant 36,71 40,45
BHV 27,69 33,73
Limburg 35,43 38,17
O-Vl 34,98 30,47
W-Vl 28,88 32,45
28
4.2.4 Gemiddeld aantal ziektedagen per leeftijdsgroep per net 2018
-26j 6,37
26-35j 10,96
36-45j 14,10
46-55j 19,19
56-65j 39,09
Gesubs. Gemeentel. Ond.
5,60
11,11
13,87
19,49
32,72
Gesubs. Provinciaal ond.
7,34
9,68
11,22
17,68
33,97
Gesubs. Vrij onderwijs
4,72
10,48
13,14
17,57
30,45
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
GO!
2019
-26j
GO!
6,09
11,73
14,10
18,64
41,74
Gesubs. Gemeentel. Ond.
5,24
11,40
13,71
19,04
33,05
Gesubs. Provinciaal ond.
7,67
8,91
11,89
15,14
34,91
Gesubs. Vrij onderwijs
5,31
10,99
13,37
17,93
32,13
-26j 4,91
26-35j 10,57
36-45j 12,04
46-55j 15,98
56-65j 39,42
Gesubs. Gemeentel. Ond.
4,77
10,37
11,38
15,28
34,51
Gesubs. Provinciaal ond.
4,14
8,15
9,56
12,12
34,12
Gesubs. Vrij onderwijs
4,26
10,64
10,61
14,68
32,16
2020 GO!
Het Gemeenschapsonderwijs heeft in de leeftijdsgroep 56-65j het hoogste gemiddeld aantal ziektedagen en heeft t.a.v. de andere netten een hoger gemiddeld aantal ziektedagen in alle leeftijdscategorieën behalve die van 26-35 j.
29
4.2.5 Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie per net 2017
Antwerpen
Vl-Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
GO!
16,99
15,77
14,86
20,99
17,21
17,82
Gesubs. Gemeentel. Ond.
16,53
17,12
16,72
15,87
16,90
13,23
Gesubs. Provinciaal ond.
17,56
26,43
26,75
15,75
16,15
14,64
Gesubs. Vrij onderwijs
16,06
15,41
14,04
17,50
14,51
13,27
2018
Antwerpen
Vl-Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
GO!
16,34
16,43
15,63
20,68
16,50
16,89
Gesubs. Gemeentel. Ond.
17,01
17,91
16,84
15,78
18,27
14,29
Gesubs. Provinciaal ond.
16,18
20,59
11,58
17,71
18,01
14,21
Gesubs. Vrij onderwijs
16,85
16,24
14,46
17,68
15,20
14,37
Antwerpen 16,73
Vl-Brabant 17,53
BHV 18,27
Limburg 19,96
O-Vl 17,11
W-Vl 17,03
Gesubs. Gemeentel. Ond.
17,17
18,16
16,87
15,77
17,76
15,46
Gesubs. Provinciaal ond.
15,69
19,52
9,86
18,17
17,67
11,54
Gesubs. Vrij onderwijs
17,17
17,72
15,28
18,86
15,74
15,24
2019 GO!
Hoogste score: Gemeenschapsonderwijs in Limburg
4.2.6 Gemiddeld aantal ziektedagen per provincie per net voor de leeftijdsgroep 56-65 jaar 2018 GO!
Antwerpen 36,15
Vl-Brabant 37,43
BHV 30,47
Limburg 47,15
O-Vl 40,24
W-Vl 40,69
Gesubs. Gemeentel. Ond.
30,68
36,54
37,00
28,58
36,11
29,03
Gesubs. Provinciaal ond.
22,58
66,69
0,00
35,87
37,69
23,65
Gesubs. Vrij onderwijs
33,04
29,14
28,22
35,51
27,20
28,06
2019
Antwerpen
Vl-Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
GO!
38,45
41,94
37,61
45,18
42,30
44,65
Gesubs. Gemeentel. Ond.
31,39
40,65
38,80
28,53
32,65
28,68
Gesubs. Provinciaal ond.
26,52
61,23
0,00
37,74
36,90
18,35
Gesubs. Vrij onderwijs
33,72
35,53
29,77
36,81
28,51
28,96
2020 GO!
Antwerpen 33,85
Vl-Brabant 45,39
BHV 34,19
Limburg 47,70
O-Vl 35,68
W-Vl 41,80
Gesubs. Gemeentel. Ond.
33,62
41,50
39,21
29,59
35,79
27,55
Gesubs. Provinciaal ond.
35,96
78,98
0,00
34,99
29,28
20,99
Gesubs. Vrij onderwijs
32,03
36,56
28,89
35,99
30,23
29,60
Het gesubsidieerd provinciaal onderwijs in Vlaams-Brabant heeft voor de groep 56 – 65 jaar een gemiddelde van bijna 79 ziektedagen.
30
4.2.7 Gemiddeld aantal ziektedagen per onderwijscategorie 2018 Mannen
Ond 13,62
Dir 14,64
ParaM 14,56
Opv 13,78
Admin 9,82
Tech 16,79
MVD 50,70
Totaal 13,67
Vrouwen
17,20
19,38
17,89
17,60
16,00
16,31
60,32
17,26
2019
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Totaal
Mannen
13,85
15,46
11,43
12,40
9,56
19,49
65,11
13,80
Vrouwen
17,91
19,40
18,56
18,89
16,17
18,00
66,28
17,97
2020 Mannen
Ond 12,28
Dir 15,51
ParaM 10,00
Opv 11,50
Admin 8,72
Tech 15,98
MVD 55,74
Totaal 12,35
Vrouwen
16,40
16,41
16,20
16,30
15,31
15,83
68,48
16,34
De hoogste scores vinden we bij MVD-personeel. Oorzaak is het feit dat het een uitdovende onderwijscategorie is, met op 1 januari 2020 nog slechts 71 personeelsleden.
Op vraag van de onderwijspartners maken we een uitsplitsing voor het onderwijzend en directiepersoneel voor het basisonderwijs, secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs en volwassenonderwijs:
Dir 19,37
2019
Ond
Dir
2020
Basis
Ond 17,02
Basis
17,70
19,74
Secundair
16,01
14,88
Secundair
16,44
DKO
12,80
10,06
DKO
VO
15,49
9,16
VO
2018
Basis
Ond 16,52
Dir 18,08
13,71
Secundair
14,66
12,18
13,36
16,36
DKO
11,25
12,36
16,62
13,54
VO
15,15
5,87
We merken op dat het directiepersoneel in het basisonderwijs in 2020 het hoogst scoort qua gemiddeld aantal ziektedagen. Ze scoren ook hoger dan het onderwijzend personeel van het basisonderwijs. In het secundair en volwassenenonderwijs zijn directies gemiddeld minder dagen ziek dan het onderwijzend personeel.
31
5.
Epidemiologisch rapport
5.1.
Top 5 ziektedagen en ziektegevallen per aandoening
De controlefirma stelt ook de ziektecijfers opgedeeld volgens de diagnosegroepen ter beschikking. We vermelden niet alle diagnosegroepen. We maken een top 5 met de meest voorkomende aandoeningen.
5.1.1. Top 5 ziektedagen Top 5 van het totale % ziektedagen per aandoening (2018) Mannen
Vrouwen
Psychosociaal
40,84%
Psychosociaal
39,28%
Gewrichten
10,62%
Gewrichten
8,40%
Rug
6,68%
Griep
6,23%
Griep
5,97%
Gynaecologisch
5,83%
Ledematen
4,31%
Rug
5,48%
Totaal
68,43%
Totaal
65,23%
Top 5 van het totale % ziektedagen per aandoening (2019) Mannen
Vrouwen
Psychosociaal
43,55%
Psychosociaal
42,66%
Gewrichten
9,86%
Gewrichten
8,51%
Rug
5,87%
Rug
5,23%
Griep
4,66%
Gynaecologisch
5,15%
Zenuwstelsel
4,36%
Griep
4,51%
Totaal
68,30%
Totaal
66,06%
Top 5 van het totale % ziektedagen per aandoening (2020) Mannen
Vrouwen
Psychosociaal
46,18%
Psychosociaal
41,08%
Gewrichten
8,34%
Griep
8,39%
Griep
8,05%
Gewrichten
7,43%
Rug
4,75%
Zwangerschap
5,74%
Zenuwstelsel
4,29%
Gynaecologisch
5,06%
Totaal
71,62%
Totaal
67,70%
We zien in 2020 dat psychosociale aandoeningen veruit de meeste ziektedagen opeisen. In 2020 was 42,07% van de ziektedagen veroorzaakt door een psychosociale oorzaak, terwijl in 2019 psychosociale aandoeningen aan de basis lagen voor 42,84% van de ziektedagen. In 2018 was dat 39,60%. Covid-19 is een onderdeel van de groep “Griep”. Covid-19 gerelateerde ziektedagen maakten in 2020 12,40% onderdeel uit van deze groep. Bij het begin van de epidemie werden niet alle gevallen getest en later was het niet meer verplicht om een attest in te dienen, vandaar het beperkt aantal Covid-19ziektedagen.
32
5.1.2. Top 5 ziektegevallen Meerdere aaneengesloten perioden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid vormen samen een ziektegeval. Top 5 van het totale % ziektegevallen per aandoening (2018) Mannen
Vrouwen
Griep
14,44%
Griep
15,36%
Psychosociaal
7,37%
Psychosociaal
9,83%
Maag-Darm
5,24%
Maag-Darm
6,31%
Rug
3,28%
Neus, keel, oren
4,98%
Neus, keel, oren
3,26%
Rug
3,01%
Totaal
33,58%
Totaal
39,50%
1dz
53,30%
1dz
44,84%
Top 5 van het totale % ziektegevallen per aandoening (2019) Mannen
Vrouwen
Griep
11,65%
Griep
12,34%
Psychosociaal
7,89%
Psychosociaal
10,84%
Maag-Darm
5,42%
Maag-Darm
6,33%
Neus, keel, oren
3,17%
Neus, keel, oren
5,05%
Rug
3,10%
Rug
3,00%
Totaal
31,23%
Totaal
37,57%
1dz
55,72%
1dz
46,60%
Top 5 van het totale % ziektegevallen per aandoening (2020) Mannen
Vrouwen
Griep
18,29%
Griep
20,66%
Psychosociaal
9,20%
Psychosociaal
11,24%
Maag-Darm
4,61%
Maag-Darm
5,24%
Rug
3,00%
Neus, keel, oren
3,63%
Gewrichten
2,76%
Rug
2,83%
37,86%
Totaal
Totaal 1dz
48,91%
1dz
43,59% 39,47%
Eéndagsziekteverlof (1dz) wordt beschouwd als een categorie van ziektegevallen, maar daaraan wordt geen aandoening gekoppeld, omdat er geen doktersattest moet worden ingevuld voor eendagsziekte.
33
5.2.
Ziekteverzuim wegens psychosociale aandoening
5.2.1. Ziekteverzuim wegens psychosociale aandoening per leeftijdsgroep 2018
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
16,98%
26,53%
36,09%
39,42%
47,41%
Vrouwen
23,71%
34,52%
41,21%
37,58%
43,70%
2019
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
15,75%
29,84%
38,33%
39,66%
50,99%
Vrouwen
22,09%
36,72%
45,82%
40,08%
47,24%
2020 Mannen
-26j 12,43%
26-35j 28,27%
36-45j 36,87%
46-55j 37,20%
56-65j 55,50%
Vrouwen
15,73%
29,62%
42,99%
38,87%
49,01%
Als we de gegevens vergelijken per leeftijdscategorie blijkt dat psychosociale ziektedagen zich vooral voordoen bij de oudere leeftijdsgroepen. Hierna volgen de cijfers voor de leeftijdsgroep van 56 tot en met 65 jaar en de leeftijdsgroep van 46 tot en met 55 jaar. De gegevens worden opgedeeld per provincie.
5.2.1.1 Percentage dagen psychosociale aandoening voor de leeftijdsgroep 56-65 jaar 2018
Antwerpen
Vl-Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Totaal
Mannen
51,90%
54,33%
45,92%
46,13%
48,44%
38,13%
47,41%
Vrouwen
45,27%
46,84%
43,19%
42,30%
41,21%
42,86%
43,70%
2019
Antwerpen
Vl-Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Totaal
Mannen
57,81%
49,11%
45,49%
50,42%
51,31%
44,74%
50,99%
Vrouwen
47,38%
49,80%
40,76%
49,27%
43,16%
49,29%
47,24%
2020 Mannen
Antwerpen 58,96%
Vl-Brabant 55,64%
BHV 58,40%
Limburg 54,01%
O-Vl 56,01%
W-Vl 50,39%
Totaal 55,50%
Vrouwen
51,17%
52,89%
39,91%
50,72%
45,38%
46,54%
49,01%
34
5.2.1.2 Percentage dagen psychosociale aandoening voor de leeftijdsgroep 46-55 jaar 2018
Antwerpen
Vl-Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Totaal
Mannen
43,78%
34,00%
31,96%
36,82%
37,91%
41,80%
39,42%
Vrouwen
39,00%
40,77%
36,45%
38,83%
34,82%
34,94%
37,58%
2019
Antwerpen
Vl-Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Totaal
Mannen
40,90%
36,01%
38,82%
34,24%
41,36%
42,67%
39,66%
Vrouwen
41,16%
44,64%
31,99%
39,82%
37,45%
39,86%
40,08%
2020 Mannen
Antwerpen 38,23%
Vl-Brabant 40,54%
BHV 26,58%
Limburg 28,31%
O-Vl 43,70%
W-Vl 34,97%
Totaal 37,20%
Vrouwen
40,95%
42,78%
29,30%
38,76%
36,20%
37,60%
38,85%
5.2.1.3 Conclusie : 50,87% (48,35% in 2019; 44,88% in 2018) van de ziektedagen per provincie in de leeftijdsgroep 56-65 j en 38,60% (40,01% in 2019; 37,90% in 2018) in de leeftijdsgroep 46-55 zijn te wijten aan een psychosociale aandoening.
5.2.2. Percentage dagen psychosociale aandoening per onderwijscategorie
Mannen
2018
Ond 39,73%
Dir 59,42%
ParaM 35,80%
Opv 42,95%
Admin 25,63%
Tech 41,54%
MVD 33,43%
Totaal 40,84%
Vrouwen
39,27%
51,78%
30,63%
39,57%
35,17%
49,29%
43,44%
39,30%
2019
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Totaal
Mannen
42,51%
61,48%
35,17%
44,51%
38,71%
39,08%
36,48%
43,61%
Vrouwen
42,31%
57,19%
35,41%
44,36%
40,84%
53,96%
38,92%
42,70%
2020 Mannen
Ond 44,80%
Dir 64,85%
ParaM 37,18%
Opv 50,15%
Admin 27,72%
Tech 42,01%
MVD 39,78%
Totaal 46,09%
Vrouwen
40,90%
56,89%
32,04%
41,14%
41,45%
49,17%
21,43%
41,09%
Als we de onderwijscategorieën vergelijken, blijkt dat het directiepersoneel duidelijk het hoogste percentage ziektedagen heeft als gevolg van een psychosociale aandoening.
35
5.2.2.1. Vergelijking : directiepersoneel t.o.v. alle categorieën per leeftijdsgroep Percentage van de ziektedagen veroorzaakt door een psychosociale aandoening voor directies per leeftijdscategorie t.o.v. van alle onderwijscategorieën:
2018 psychosociaal
36-45j
46-55j
56-65j
Alle categorieën
40,41%
37,90%
44,88%
Directiepersoneel
49,03%
48,42%
59,51%
2019 psychosociaal
36-45j
46-55j
56-65j
Alle categorieën
44,70%
40,01%
48,35%
Directiepersoneel
56,76%
53,68%
62,03%
2020 psychosociaal Alle categorieën
36-45j 42,13%
46-55j 38,60%
56-65j 50,87%
Directiepersoneel
53,31%
47,52%
66,62%
Bij het directiepersoneel is vanaf de leeftijdscategorie van 36-45 j het ziekteverzuim van psychosociale aard veel hoger dan het gemiddelde van alle categorieën.
5.2.2.2. Vergelijking directiepersoneel t.o.v. alle categorieën per onderwijsniveau Percentage van de ziektedagen veroorzaakt door een psychosociale aandoening voor directies per onderwijsniveau 2018 psychosociaal Alle categorieën
Basis 39,39%
Secundair 39,52%
DKO 38,04%
VO 40,40%
CLB 45,28%
Directiepersoneel
53,78%
57,57%
61,12%
62,58%
25,84%
2019 psychosociaal Alle categorieën
Basis 42,05%
Secundair 42,30%
DKO 37,83%
VO 43,41%
CLB 51,13%
Directiepersoneel
59,49%
59,37%
37,98%
57,10%
67,76%
2020 psychosociaal Alle categorieën
Basis 39,97%
Secundair 42,96%
DKO 38,81%
VO 47,84%
CLB 38,43%
Directiepersoneel
61,11%
58,69%
45,98%
25,60%
67,43%
Het directiepersoneel van het CLB heeft in 2020 het hoogste percentage ziektedagen die veroorzaakt zijn door een psychosociale aandoening.
36
5
6. Deeltijds werken wegens ziekte
6
6.1.
Verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte
Verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte (VVP-ziekte) heeft als doel een arbeidsongeschikt personeelslid dat afwezig was omwille van een ernstige of langdurige ziekte, de kans te bieden om het werk gedeeltelijk te hervatten. Dat gebeurt steeds met het oog op het volledig hernemen van de opdracht die een personeelslid uitoefende aan de vooravond van het ziekteverlof Het personeelslid neemt – in overleg met zijn behandelende arts - zelf het initiatief om een aanvraag voor VVPziekte in te dienen bij het controleorgaan. De controlearts oordeelt of de gezondheidstoestand van het personeelslid het toelaat om het werk gedeeltelijk te hervatten. Die aanvraag moet voldoen aan volgende voorwaarden: - de behandelende arts moet het verlof voorschrijven - het verlof moet onmiddellijk aansluiten op een ziekteverlof, een periode van halftijdse prestaties wegens arbeidsongeval of een beroepsziekte of een periode van wederaanpassing halve dagtaak toegekend door MEDEX - de behandelende arts moet de noodzaak tot verminderde prestaties motiveren en bij de start de vooropgestelde datum van volledige werkhervatting vermelden. Het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte wordt door het controleorgaan beoordeeld per periode van maximaal 2 maanden. Als de behandelende arts bij de start voorziet dat het aangewezen is dat het personeelslid gedurende een langere periode slechts met verminderde prestaties kan werken, gaat het controleorgaan op het einde van iedere periode van 2 maanden na of de gezondheidstoestand van het personeelslid de voortzetting van het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte nog wettigt. Bij de gegevens van het ziekterapport worden de dagen van de perioden verlof met verminderde prestaties wegens ziekte geteld als een volledige periode van afwezigheid wegens ziekte, terwijl de personeelsleden deeltijds aan het werk zijn. Volgens de regelgeving is het echter zo dat in het systeem van verminderde prestaties wegens ziekte, voor personeelsleden die nog prestaties leveren tussen 50 en 75% per dag slechts een halve dag ziekteverlof aangerekend wordt. Bij personeelsleden die nog prestaties boven 75% leveren, wordt slechts een vierde van een ziektedag aangerekend. Het opnemen van VVP-ziekte is maar mogelijk, zolang personeelsleden nog een ziektekrediet hebben. De opname heeft geen impact op hun salaris; dat wordt doorbetaald overeenkomstig hun oorspronkelijke onderwijsopdracht. Specifieke situatie in 2020: De covid epidemie had geen impact op de noodzaak tot beoordeling door Certimed, behalve dat er meer onderzoeken digitaal zijn doorgegaan. Voor het onderdeel VVP-ziekte is er het vermoeden dat er iets minder dagen waren dan wanneer 2020 een “normaal” jaar was geweest, omdat personeelsleden in mindere mate fysiek in de onderwijsinstelling moesten presteren in bepaalde periodes van 2020. Een aantal personeelsleden die potentieel een VVP- ziekte zouden nemen, hebben gebruik gemaakt van de diensttonderbreking ‘heirkracht’, die onder bepaalde omstandigheden mogelijk was tijdens een deel van de covid-periode.
37
6.1.1.
Algemene gegevens i.v.m. VVP-ziekte
Aanvragen voor VVP-ziekte Mannen
Vrouwen
Totaal
2018
816
3.969
4.785
2019
1.010
4.817
5.827
2020
1.123
5.180
6.303
In 2020 wordt de evolutie van de voorgaande jaren voortgezet en zien we opnieuw een stijging van het aantal aanvragen VVP-ziekte. In 113 gevallen werd een VVP-ziekteattest ingediend nadat een eerdere LVVPmedaanvraag afgekeurd werd. Na controle werden er 1.349 aanvragen VVP-ziekte afgekeurd.
Aantal dagen werkelijk genoten VVP-ziekte in absolute cijfers Mannen
Vrouwen
Totaal
2018
54.849
236.714
291.563
2019
70.201
263.953
334.154
2020
68.646
264.272
332.918
Wij houden enkel rekening met de werkelijk genoten dagen VVP-ziekte vanaf de datum van goedkeuring. In 2020 werden 101.333 dagen afgekeurd omwille van verkeerd ingevulde aanvraagformulieren. In 2019 ging het over 95.059 dagen en in 2018 over 66.368 dagen. Het is mogelijk dat er later opnieuw een attest werd ingediend dat wel goedgekeurd werd.
Aantal dagen VVP-ziekte in relatieve cijfers Relatieve gegevens zijn de VVP-ziektedagen gedeeld door het aantal personeelsleden
Mannen
Vrouwen
Totaal
2018
1,14
1,63
1,51
2019
1,45
1,78
1,70
2020
1,42
1,76
1,68
Aantal personen die VVP-ziekte genoten hebben Mannen
Vrouwen
Totaal
2018
457
2.121
2.578
2019
516
2.465
2.981
2020
493
2.262
2.755
38
Gemiddeld aantal dagen VVP-ziekte per persoon die VVP-ziekte genoot Mannen
Vrouwen
Totaal
2018
120,02
111,60
113,10
2019
136,05
107,08
112,09
2020
139,24
116,83
120,84
Conclusie We stellen vast dat in 2020 het aantal dagen VVP-ziekte en het aantal personen die dat verlof genomen hebben, gedaald zijn, maar dat er wel meer aanvragen zijn geweest. Er zijn 1.236 dagen VVP-ziekte minder dan in 2019. Er hebben ook minder personen VVP-ziekte genomen, namelijk 226 personeelsleden. Het gemiddeld aantal dagen dat personeelsleden VVP-ziekte opnemen is gestegen naar 120,84 dagen. Dat verklaart de stijging van het aantal aanvragen.
6.1.2.
Uitdieping gegevens VVP-ziekte
6.1.2.1. Aantal dagen VVP-ziekte per leeftijdsgroep
Absolute gegevens 2018
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
39
2.192
6.682
16.288
29.648
Vrouwen
194
22.991
65.173
89.558
58.703
2019
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
0
2.069
9.562
17.808
40.762
Vrouwen
679
26.633
65.974
98.835
71.666
2020 Mannen
-26j 0
26-35j 2.498
36-45j 9.406
46-55j 16.037
56-65j 40.705
Vrouwen
171
22.457
60.567
92.891
88.186
Bij de mannen ligt het grootste aantal dagen VVP-ziekte in de leeftijdsgroep 56-65 jaar, bij de vrouwen in de leeftijdsgroep 46-55j. Bij mannen is er een stijging in de leeftijdsgroep 26-35j. Bij de vrouwen is dat in de leeftijdsgroep 56-65j.
39
Relatieve gegevens Relatieve gegevens zijn de dagen VVP-ziekte gerelateerd aan het aantal personeelsleden per categorie, in dit geval de leeftijdsgroep. 2018
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
0,01
0,19
0,51
1,42
3,20
Vrouwen
0,02
0,58
1,59
2,62
3,09
2019
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
0,00
0,19
0,71
1,58
4,30
Vrouwen
0,06
0,67
1,55
2,90
3,43
2020 Mannen
-26j 0,00
26-35j 0,23
36-45j 0,70
46-55j 1,45
56-65j 4,20
Vrouwen
0,02
0,58
1,39
2,76
3,86
In alle leeftijdsgroepen komt VVP-ziekte meer voor bij de vrouwelijke personeelsleden, behalve in de oudste groep. We zien voornamelijk een daling t.a.v. 2019. Behalve bij mannen in de leeftijdsgroep 26-35j en vrouwen inde leeftijdsgroep 56-65j.
40
6.1.2.2. Aantal dagen VVP-ziekte per provincie Absolute gegevens 2018
Antwerpen
Vl- Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Mannen
14.660
7.083
2.457
12.436
10.518
7.695
Vrouwen
58.751
38.149
9.911
42.247
46.119
41.537
2019 Mannen
Antwerpen 17.486
Vl- Brabant 10.390
BHV 1.542
Limburg 12.420
O-Vl 14.685
W-Vl 13.678
Vrouwen
67.299
45.113
9.651
40.938
58.185
42.767
2020 Mannen
Antwerpen 17.827
Vl- Brabant 9.221
BHV 803
Limburg 11.023
O-Vl 15.796
W-Vl 13.976
Vrouwen
66.852
44.843
11.715
38.737
58.600
43.525
Antwerpen is de provincie met de meeste dagen VVP-ziekte voor mannen en vrouwen in absolute cijfers.
Relatieve gegevens Relatieve gegevens zijn de dagen VVP-ziekte gerelateerd aan het aantal personeelsleden per categorie, in dit geval het totaal aantal mannelijke en vrouwelijke personeelsleden van een provincie. De leeftijdsgroep. 2018
Antwerpen
Vl- Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Mannen
1,12
1,15
0,89
1,88
1,00
0,87
Vrouwen
1,41
1,87
1,27
2,20
1,44
1,73
2019 Mannen
Antwerpen 1,32
Vl- Brabant 1,66
BHV 0,55
Limburg 1,87
O-Vl 1,38
W-Vl 1,53
Vrouwen
1,58
2,17
1,21
2,10
1,77
1,74
2020 Mannen
Antwerpen 1,37
Vl- Brabant 1,50
BHV 0,28
Limburg 1,66
O-Vl 1,49
W-Vl 1,58
Vrouwen
1,55
2,16
1,40
1,98
1,77
1,75
Relatief gezien zijn de mannen in Limburg en de vrouwen in Vlaams-Brabant de grootste gebruikers van VVP- ziekte. Bij de mannen wordt de trend van vorige jaren voortgezet. Bij de vrouwen neemt Vlaams-Brabant voor het eerst de eerste plaats over van Limburg.
41
6.1.2.3. Aantal dagen VVP-ziekte per onderwijsniveau
Absolute gegevens 2018
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
13.833
33.620
2.663
3.553
782
Vrouwen
118.177
93.257
4.388
15.285
5.342
2019
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
18.583
44.854
2.492
2.783
1.168
Vrouwen
137.056
102.782
5.397
11.091
6.487
2020
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB 7.476
Mannen
19.034
42.430
2.775
Vrouwen
134.481
105.561
4.703
3.409 11.26 5
937
Relatieve gegevens 2018
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
1,27
1,11
1,04
1,01
1,98
Vrouwen
1,60
1,67
1,11
2,07
1,48
2019
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
1,68
1,47
0,91
0,82
2,90
Vrouwen
1,81
1,81
1,30
1,49
1,73
2020
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
1,71
1,38
1,00
1,27
2,29
Vrouwen
1,75
1,83
1,12
1,68
1,95
Relatief gezien maken mannen in het CLB het meest gebruik van de VVP-ziekte in 2020, maar hier gaat het om een kleine groep waardoor de resultaten per jaar erg kunnen schommelen. Daarna volgen de vrouwen in het CLB.
42
6.1.2.4. Aantal dagen VVP-ziekte per onderwijscategorie Absolute gegevens 2018
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
Mannen
44.491
4.823
268
3.869
816
472
0
Vrouwen
189.652
10.970
6.355
15.313
9.684
4.475
0
2019
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
58.561
5.571
231
3.492
1.285
709
31
Vrouwen
212.305
9.701
7.546
17.283
11.473
4.776
59
2020
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
56.750
6.400
151
3.970
931
383
0
Vrouwen
217.216
9.951
6.304
14.343
10.436
5.480
0
MVD
Relatieve gegevens 2018
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
1,09
2,03
0,82
1,25
0,75
1,50
0,00
Vrouwen
1,62
3,50
0,94
1,78
1,60
1,42
0,00
2019
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
1,42
2,42
0,69
1,12
1,15
2,30
1,00
Vrouwen
1,78
3,03
1,08
2,01
1,75
1,48
0,84
2020
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
1,39
2,81
0,44
1,30
0,85
1,26
0,00
Vrouwen
1,80
3,00
0,89
1,63
1,61
1,67
0,00
43
Bij de vrouwen maakt het directiepersoneel het meest gebruik van dagen VVP-ziekte en dat geldt ook voor de mannen. Zowel voor directiepersoneel als voor het technisch personeel geldt de bemerking dat door de beperkte personeelsaantallen bij de mannen de cijfers gevoelig kunnen schommelen van jaar tot jaar.
6.1.2.5. Aantal dagen VVP-ziekte epidemiologisch Top 5 VVP-ziekte per aandoening (2018) Mannen
Vrouwen
Psychosociaal
22.278
Psychosociaal
101.469
Zenuwstelsel
3.462
Rug
12.394
Rug
3.280
Gynaecologisch
12.102
Cardio
2.738
Gewrichten
11.046
Gewrichten
2.730
Allerhande
10.395
Totaal
34.488
Totaal
147.406
62,88%
62,27%
Het vermelde percentage van het totaal van de top 5 is het percentage dagen VVP-ziekte t.o.v. het totaal aantal dagen VVP-ziekte van enerzijds de mannen en anderzijds de vrouwen.
Top 5 VVP-ziekte per aandoening (2019) Mannen
Vrouwen
Psychosociaal
27.375
Psychosociaal
120.819
Zenuwstelsel
4.408
Ledematen
15.327
Cardio
4.322
Zenuwstelsel
11.167
Ledematen
4.226
Gynaecologisch
9.830
Rug
2.123
Rug
8.262
Totaal
42.454
Totaal
165.405
60,47%
62,66%
44
Top 5 VVP-ziekte per aandoening (2020) Mannen
Vrouwen
Psychosociaal
27.074
Psychosociaal
123.325
Cardio
3.657
Rug
13.948
Gewrichten
3.625
Gynaecologisch
10.352
Zenuwstelsel
3.110
Zenuwstelsel
10.224
Rug
2.228
Gewrichten
9.809
Totaal
39.694
Totaal
57,82%
167.658 63,44%
Psychosociale aandoeningen zijn bij de dagen VVP-ziekte de belangrijkste oorzaak. Bij de mannen heeft 39,44% van de dagen VVP-ziekte een psychosociale oorsprong, bij de vrouwen is het 46,67%. Voor de groep als geheel gaat het over 45,18%. Dat percentage ligt hoger dan het algemene percentage ziektedagen wegens psychosociale aandoeningen, namelijk 42,07%. VVP-ziekte wegens psychosociale aandoeningen, opgesplitst per leeftijdscategorie: 2019
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
0,00%
61,19%
55,90%
39,93%
33,50%
Vrouwen
43,74%
58,65%
50,71%
43,06%
40,31%
2020 Mannen
-26j 0,00%
26-35j 50,28%
36-45j 51,79%
46-55j 40,34%
56-65j 35,57%
Vrouwen
98,25%
56,67%
55,24%
42,95%
42,04%
Percentagegewijs gaat het vooral om de leeftijdscategorie 26-35j en 36-45j. De uitschieter in 2020 bij -26j vrouwen gaat over 3 personen.
6.1.2.6.
VVP-ziekte: tewerkstellingspercentage
Sinds 1 september 2011 is er een verschil bij de aanrekening van de ziektedagen afhankelijk van het tewerkstellingspercentage. 2018
personen
dagen
% aantal dagen
aanvragen
50% - 74%
2.380
251.781
86,36%
3.546
>=75%
314
39.781
13,64%
445
2019
personen
dagen
% aantal dagen
aanvragen
50% - 74%
2.727
285.642
85,48%
4.039
>=75%
388
48.512
14,52%
552
2020
personen
dagen
% aantal dagen
aanvragen
50% - 74%
2.478
276.934
83,18%
3.646
>=75%
414
55.984
16,82%
584
De overgrote meerderheid, 83,18% van de personeelsleden met VVP-ziekte, opteert voor een tewerkstellingspercentage van 50 tot 74%, wat leidt tot een aanrekening voor de helft van de ziektedagen.
45
6.1.3. Conclusie Van de mogelijkheid om deeltijds het werk te hervatten na een periode van ernstige en langdurige ziekte werd in 2020 iets minder gebruik gemaakt dan in 2019. In totaal gaat het om 332.918 dagen. Er zijn 1.236 dagen VVP-ziekte minder dan in 2019. Er is een vermoeden dat de Covid-19 epidemie ook een beperkte invloed heeft gehad op deze doelgroep. Onderstaande tabel bevat de evolutie van VVP-ziekte tijdens de laatste vijf kalenderjaren.
VVP-ziekte: totaal aantal dagen per jaar 350.000 300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 0 2016
2017
2018
2019
2020
Bij de mannen ligt het grootste aantal dagen VVP-ziekte in de leeftijdsgroep 56-65 jaar, bij de vrouwen in de leeftijdsgroep 46-55j. De meerderheid van de aanvragers zijn personeelsleden die afwezig zijn wegens psychosociale aandoeningen, namelijk 45,18%. Dat is hoger dan het percentage gewone ziektedagen wegens psychosociale aandoeningen, namelijk 42,07%. We stellen vast dat in 2020 het aantal dagen VVP-ziekte per persoon gestegen is, van 112,09 dagen naar 120,84 dagen. De overgrote meerderheid (83%) van de personeelsleden met VVP-ziekte opteert voor een tewerkstellings-percentage tussen 50 tot 74%.
46
6.2.
Langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen
Als een personeelslid wegens langdurige medische ongeschiktheid de totale opdracht van zijn aanstelling en/of vaste benoeming niet meer kan uitoefenen en de arts-specialist geen volledige hervatting van zijn oorspronkelijke opdracht in het vooruitzicht kan stellen, heeft het personeelslid de mogelijkheid om met verminderde prestaties te werken via een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, hierna afgekort LVVPmed. Omdat het gaat om een dienstonderbreking die repercussies heeft voor de verdere onderwijsloopbaan van het personeelslid, wordt expliciet voorzien dat een arts-specialist zich uitspreekt over de medische ongeschiktheid en de maximumprestaties die nog mogelijk zijn voor het personeelslid. Eigenlijk bestaat de doelgroep uit personeelsleden die binnen de huidige stand van de medische wetenschap hun totale opdracht nooit meer volledig kunnen opnemen. Daarom wordt deze dienstonderbreking ook onmiddellijk toegekend voor een lange periode. Als het personeelslid van het controleorgaan de goedkeuring krijgt om zijn ambt met verminderde prestaties uit te oefenen, dan heeft dat personeelslid het recht om één of meer ambten uit te oefenen die samen exact een percentage van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties. De nog uit te oefenen prestaties moeten altijd ten minste 50% en maximaal 75% van een fulltime opdracht bedragen. Het LVVPmed kan op om het even welk moment van het schooljaar ingaan. Het verlof is ingevoerd vanaf 1 januari 2015. Omwille van de ernst van de langdurige medische aandoening kan het verlof pas starten na een periode van ten minste dertig dagen ononderbroken afwezigheid wegens • ziekteverlof; • terbeschikkingstelling wegens ziekte; • verlof voor verminderde prestaties na een arbeidsongeval; • wederaanpassing met een halve dagtaak (toegekend door MEDEX) Daarnaast kan het LVVPmed ook beginnen aansluitend op een periode waarin een personeelslid minstens halftijds heeft gewerkt en daarnaast een dienstonderbreking heeft opgenomen. Als het personeelslid de goedkeuring ontvangt voor een LVVPmed, eindigt in dat geval de dienstonderbreking vanaf de aanvang van het LVVPmed. Bij een aanvraag worden de administratieve voorwaarden nagegaan door de onderwijsadministratie vooraleer het medisch onderzoek van de controledokter kan doorgaan. Het LVVPmed wordt in principe aangevraagd voor een volledig schooljaar. Enkel de eerste aanvraag vormt hierop een uitzondering en loopt tot het einde van het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin het LVVPmed is gestart. Voor elke volgende verlenging is een aanvraag voor een periode van twaalf maanden nodig. Het LVVPmed kan meermaals worden verlengd, telkens voor een periode van twaalf maanden. Voor elke verlenging moet telkens een nieuwe aanvraag worden ingediend bij het controleorgaan. Tijdens dit verlof heeft het personeelslid recht op het salaris voor de uitgeoefende prestaties. Voor de nietverrichte prestaties waarvoor het personeelslid LVVPmed opneemt, ontvangt het 60% van zijn salaris. Dit verlof heeft geen repercussie op het ziektekrediet van een personeelslid. Bij de gegevens van het ziekterapport werden de dagen van de perioden LVVPmed prestaties wegens ziekte geteld als volledige perioden van afwezigheid wegens ziekte, terwijl de personeelsleden deeltijds aan het werk zijn.
47
6.2.1.
Algemene gegevens over LVVPmed
Aantal aanvragen voor LVVPmed (verlengingen inbegrepen) Mannen
Vrouwen
Totaal
2018
235
1.644
1.879
2019
307
2.108
2.415
2020
657
4.677
5.334
Aantal personen die effectief LVVPmed genoten hebben Mannen
Vrouwen
Totaal
2018
219
1.595
1.814
2019
273
1.921
2.194
2020
287
2.006
2.293
Het verschil is enerzijds te verklaren doordat er een aantal personen meermaals een aanvraag moesten doen, omdat aan bepaalde voorwaarden niet was voldaan. Voor die personeelsleden werd er daarna vaak een tweede aanvraag gedaan. In een aantal gevallen is de LVVPmed geweigerd, omdat het personeelslid uiteindelijk niet voldeed aan de administratieve of medische voorwaarden. Ook personeelsleden die een verlenging vragen maken deel uit van de eerste tabel.
Werkelijk genoten dagen LVVPmed in absolute cijfers Mannen
Vrouwen
Totaal
2018
64.635
488.153
552.788
2019
79.831
590.281
670.112
2020
90.862
634.820
725.682
Wij houden enkel rekening met het werkelijk aantal dagen LVVPmed dat de personeelsleden opgenomen hebben vanaf de datum van goedkeuring. Het gaat om een stijging met 55.570 dagen. Deze stijging is verklaarbaar: personeelsleden nemen LVVPmed voor meerdere jaren, normaal tot aan de vooravond van het pensioen. Vermits er ook elk jaar personeelsleden instappen, zijn er elk jaar meer personeelsleden die gebruik maken van LVVPmed. LVVPmed in relatieve cijfers Relatieve gegevens zijn de dagen LVVPmed-ziekte gedeeld door het aantal personeelsleden Mannen
Vrouwen
Totaal
2018
1.34
3.36
2.86
2019
1,64
3,98
3,40
2020
1,89
4,24
3,66
De stijgende tendens blijft zich voortzetten, maar de stijging is minder uitgesproken dan de vorige jaren.
48
6.2.2. Uitdieping gegevens LVVPmed Bij de uitdieping hebben we het over het aantal personen per categorie en niet over het aantal dagen per categorie. LVVP-med is per definitie een langdurig verlof (voor de verdere loopbaan) waardoor het aantal dagen per personeelslid minder relevant is dan het aantal personen.
6.2.2.1
Personeelsleden met LVVPmed per leeftijdsgroep
Absolute gegevens 2018
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
0
5
19
78
117
Vrouwen
0
65
335
750
445
2019
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
0
3
21
93
156
Vrouwen
0
70
404
802
645
2020
-26j
Mannen
0
26-35j 3
36-45j 25
46-55j 74
56-65j 185
Vrouwen
0
63
395
757
791
Relatieve gegevens Relatieve gegevens zijn de dagen VVP-ziekte gerelateerd aan het aantal personeelsleden per categorie, in dit geval de leeftijdsgroep. 2018
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
0,00
0,14
0,34
1,99
3,86
Vrouwen
0,00
0,47
2,52
6,71
7,22
2019
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
0,00
0,10
0,48
2,45
4,70
Vrouwen
0,00
0,52
2,93
7,33
9,35
2020
-26j
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Mannen
0,00
0,07
0,60
2,19
5,96
Vrouwen
0,00
0,48
2,84
7,02
11,23
Het grootste aantal personeelsleden met LVVPmed in absolute gegevens ligt zowel bij de mannen als de vrouwen in de leeftijdsgroep 56-65 jaar. Wanneer we kijken naar de relatieve gegevens, stellen we exact hetzelfde vast.
49
LVVPmed per leeftijdsgroep 12,0 10,0
2018 V
8,0
2019 V
6,0
2020 V 2018 M
4,0
2019 M 2,0
2020 M
0,0 -26j
6.2.2.2
26-35j
36-45j
46-55j
56-65j
Personeelsleden met LVVPmed per provincie
Absolute gegevens 2018
Antwerpen
Mannen Vrouwen
47
22
9
36
64
41
466
242
43
206
357
281
Antwerpen 58
Vl- Brabant 30
BHV 12
Limburg 46
O-Vl 82
W-Vl 44
447
340
O-Vl 83
W-Vl 39
463
355
2019 Mannen Vrouwen 2020 Mannen Vrouwen
554 Antwerpen 68 585
Vl- Brabant
284 Vl- Brabant 33 298
BHV
57 BHV 11 69
Limburg
239 Limburg 52 236
O-Vl
W-Vl
Antwerpen is de provincie met de meeste personeelsleden met LVVPmed voor vrouwen in absolute cijfers, voor mannen is het Oost-Vlaanderen.
Relatieve gegevens 2018
Antwerpen
Vl- Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Mannen
1,01
1,12
0,95
1,58
1,81
1,39
Vrouwen
3,39
3,71
1,61
3,31
3,36
3,60
2019
Antwerpen
Vl- Brabant
BHV
Limburg
O-Vl
W-Vl
Mannen
1,24
1,40
1,30
2,00
2,28
1,48
Vrouwen
4,05
4,25
2,02
3,72
4,15
4,24
O-Vl
W-Vl
2020
Antwerpen
Vl- Brabant
BHV
Limburg
Mannen
1,59
1,65
1,34
2,36
2,60
1,40
Vrouwen
4,34
4,44
2,57
3,78
4,50
4,46
Relatief gezien zijn er het meest personeelsleden met LVVPmed bij mannen en vrouwen in Oost-Vlaanderen.
50
6.2.2.3
Personeelsleden met LVVPmed per onderwijsniveau
Absolute gegevens 2018
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
59
147
5
7
1
Vrouwen
868
622
18
55
32
2019
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen Vrouwen 2020 Mannen Vrouwen
79 1.070
173 714
9 29
10 71
1 37
Basis 82 1.123
Secundair 186 735
DKO 10 31
VO 7 75
CLB 1 41
Relatieve gegevens 2018
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
1,64
1,43
0,62
0,43
0,93
Vrouwen
3,62
3,38
1,25
2,28
2,67
2019
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Mannen
2,09
1,64
1,06
0,92
0,91
Vrouwen
4,35
3,90
2,02
2,63
3,08
2020 Mannen
Basis 2,42
Secundair 1,88
DKO 1,13
VO 0,72
CLB 0,89
Vrouwen
4,60
4,06
2,43
3,57
3,31
LVVPmed per onderwijsniveau 5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
2018 V 2019 V 2020 V 2018 M 2019 M 2020 M
Basis
Secundair
DKO
VO
CLB
Relatief gezien maken vrouwen in het basisonderwijs het meest gebruik van de LVVPmed.
51
6.2.2.4
Personeelsleden met LVVPmed per onderwijscategorie
Absolute gegevens 2018
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
195
10
1
11
2
0
0
Vrouwen
1.351
24
49
78
67
26
0
2019
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
238
10
2
20
3
0
0
Vrouwen
1.618
32
65
95
79
32
0
2020
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
253
8
2
19
5
0
0
Vrouwen
1.669
35
71
108
88
35
0
Relatieve gegevens 2018
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
1,43
1,36
1,12
0,68
0,61
0,00
0,00
Vrouwen
3,54
2,21
2,34
2,53
3,39
2,58
0,00
2019
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
1,70
1,30
1,46
1,71
0,98
0,00
0,00
Vrouwen
4,16
2,99
2,76
3,39
3,78
3,01
0,00
2020
Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
MVD
Mannen
1,94
1,16
2,11
2,15
1,53
0,00
0,00
Vrouwen
4,38
3,25
3,25
3,96
4,13
3,34
0,00
Bij de vrouwen maakt het onderwijzend personeel het meest gebruik van LVVPmed, gevolgd door het administratief personeel. Bij de mannen is dat het opvoedend personeel.
LVVPmed per onderwijscategorie 5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
2018 V 2019 V 2020 V 2018 M 2019 M 2020 M Ond
Dir
ParaM
Opv
Admin
Tech
52
6.2.2.5
LVVPmed epidemiologisch
Top 5 van LVVPmed per aandoening (2018) Mannen
Dagen
Personen
Vrouwen
Dagen
Personen
Psychosociaal
17.205
61
Psychosociaal
75.173
296
Rug
8.117
31
Zenuwstelsel
60.844
222
Zenuwstelsel
6.784
26
Ledematen
59.250
252
Cardio
6.253
21
Rug
54.694
210
Gewrichten
5.502
20
Gynaecologisch
49.881
181
Totaal
43.861
159
Totaal
299.84 2 61,42%
1.161
67,86%
72,60%
72,79%
Het vermelde percentage is het percentage LVVPmed-dagen/personen t.o.v. het totaal aantal LVVPmeddagen/personen van enerzijds de mannen en anderzijds de vrouwen.
Top 5 van LVVPmed per aandoening (2019) Mannen Psychosociaal
Dagen 19.883
Personen 73
Rug
8.574
36
Zenuwstelsel
8.508
Gewrichten
Vrouwen Psychosociaal
Dagen 99.889
Personen 408
Ledematen
83.379
373
35
Zenuwstelsel
68.015
283
6.149
24
Rug
55.639
219
Cardio
5.654
23
Gynaecologisch
55.046
205
Totaal
48.768
191
Totaal
361.96 8 61,32%
1.488 77,46%
Vrouwen
Dagen
Personen 386
Ledematen
107.57 3 89.924
Zenuwstelsel
61.810
243
Rug
45.044
185
61,09%
69,96%
Top 5 van LVVPmed per aandoening (2020) Mannen
Dagen
Personen
Psychosociaal
66 34 34 29 17
Psychosociaal
Cardio
18.238 8.760 8.619 8.171 4.495
Gynaecologisch
41.536
152
Totaal
48.283
180
Totaal
345.88 7 54,49%
1.333
Zenuwstelsel Ledematen Rug
53,14%
62,72%
367
66,45%
In absolute cijfers zijn psychosociale aandoeningen bij LVVPmed de belangrijkste oorzaak bij mannen en vrouwen in 2020. Voor mannen heeft 20,07% van de LVVPmed-dagen een psychosociale oorsprong, voor vrouwen is het 16,95%. Voor de volledige doelgroep gaat het over 17,34%. Het totaal percentage ligt een stuk lager dan het algemene percentage ziektedagen wegens psychosociale aandoeningen, namelijk 42,07%.
53
6.2.2.6
LVVPmed: tewerkstellingspercentage
2018
personen
dagen
% aantal dagen
aanvragen
50% - 74%
1.622
491.534
88,92%
2.457
75%
216
61.254
11,08%
305
2019
personen
dagen
% aantal dagen
aanvragen
50% - 74%
1.983
597.882
89,22%
3.066
75%
249
72.230
10,78%
350
2020
personen
dagen
% aantal dagen
aanvragen
50% - 74%
2.073
651.116
89,72%
3.098
75%
252
74.566
10,28%
353
De overgrote meerderheid van de personeelsleden met LVVPmed opteert voor een tewerkstellingspercentage van 50 tot 74%.
6.3.
Conclusie
2020 was het zesde jaar dat LVVPmed kon genomen worden in het Vlaams onderwijs. Vermits het gaat om een verlof dat normalerwijze geldt voor de rest van de carrière, is het normaal dat het aantal ziektedagen als gevolg van LVVPmed jaarlijks zal stijgen. In totaal waren er in 2020 meer dan 725.000 dagen als gevolg van LVVPmed. Onderstaande tabel bevat het overzicht van de evolutie van LVVPmed sinds de start op 1 januari 2015.
Qua leeftijd is in 2020 de grootste groep zowel bij de mannen als bij de vrouwen de leeftijdsgroep 56-65 jaar. Opvallend is ook dat 486 personeelsleden jonger zijn dan 46 jaar, 66 zelfs jonger dan 36 jaar. De belangrijkste oorzaak van de afwezigheden LVVPmed heeft een psychosociale reden. Het gaat om 17,34% van de gevallen. Vermits het gaat om een dienstonderbreking die toegekend wordt voor een langere periode, vermoeden we dat de Covid-19epidemie weinig invloed heeft gehad op de evolutie van LVVPmed. Er is ook de vaststelling dat de medische controle door het controleorgaan in 2020 strenger was en meer uniform dan de voorgaande jaren, waardoor er meer aanvragen geweigerd werden.
54
7
7.
Controles op afwezigheid wegens ziekte
7.1
Aantal uitgevoerde controles – opgeleverde resultaat Controles
gewonnen dagen
2018
19.117
11.756
2019
19.234
10.538
2020
18.070
16.981
Met ‘controle’ bedoelen we een controle door de controlefirma naar aanleiding van een ziektegeval. Normaal vindt een controle plaats bij de persoon thuis, maar wanneer die afwezig is, wordt hij/zij uitgenodigd op een tweede controlemoment in een centrum van de controlefirma of bij de controlearts thuis. Dat noemen we dan een ‘tweede controle’. We zien in 2020 een lichte daling van het aantal controles. De ‘gewonnen dagen’ zijn de dagen die na controle niet beschouwd worden als ziektedagen. Hierbij zijn ook de afgewezen VVP-dagen en LVVPmed-dagen inbegrepen.
7.2
gewonnen dagen
ziekte
VVP
LVVPmed
2018
11.757
6.922
4.365
469
2019
10.538
6.692
2.902
944
2020
17.408
9.531
7.206
671
Aantal uitgevoerde controles uitgesplitst naar de aanvrager van de controle Controles
2018
%
2019
%
2020
%
Initiatief Certimed
6.020
31,49%
6.737
35,03%
9.478
52,45%
4.312
22,56%
3.999
20,79%
1.511
8,36%
92
0,48%
137
0,71%
77
0,43%
Initiatief personeelslid
8.693
45,47%
8.361
43,47%
7.004
38,76%
Totaal
19.117
100%
19.234
100%
18.070
100%
Initiatief werkgever Initiatief ministerie
52,45% van de controles wordt uitgevoerd op initiatief van Certimed, de controlefirma die is aangesteld door het ministerie voor het uitvoeren van de controles. Binnen de stuurgroep ziektecontrole wordt periodiek overleg gepleegd over het beleid qua ziektecontrole en de accenten die gelegd worden.
55
Het aantal controles op initiatief van de werkgever is in 2020 gedaald. Dit is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van de coronacrisis. De administratie van het ministerie kan ook controles aanvragen. Dat gebeurt uiterst zelden, voornamelijk wanneer er op basis van binnenkomende informatie of vragen een vermoeden van misbruik is. ‘Initiatief personeelslid’ gaat om de aanvraag die van het onderwijspersoneel zelf uitgaat voor het toestaan van de verloven voor verminderde prestaties. Daarnaast gaat het om aanvragen voor een controle alvorens op reis naar het buitenland te vertrekken. We zien in 2020 een daling van het aantal controles op initiatief van het personeelslid.
7.2.1. Uitsplitsing van de controles op initiatief van het personeelslid Controles
VVP
Reis buitenland
2018
8.543
150
2018
8.216
145
2020
6.924
80
Controles VVP zijn de controles op initiatief van het personeelslid voor verlof voor verminderde prestaties bij ziekte en LVVPmed.
7.2.2. Controles m.b.t. verlenging van VVP-ziekte en LVVPmed Verlenging
VVP
LVVPmed
2018
2.645
1.269
2019
2.907
1.258
2020
5.505
1.066
Bij de controles zijn er altijd twee fases: een administratieve en een medische controle Het is bijgevolg mogelijk dat in geval van onvolledige dossiers er meerdere controles nodig zijn voor één aanvraag tot verlenging. Anderzijds is er sinds de start van het nieuwste contract met de controlefirma op 1 januari 2019 ook de mogelijkheid van een administratieve goedkeuring voorzien. Doel is de procedure van verlenging te vereenvoudigen in die gevallen waar een verlenging heel duidelijk is op basis van het ingediende dossier of de aard van de aandoening. In die gevallen hoeft er geen fysieke controle meer te gebeuren bij verlenging. Er waren in totaal 3.482 administratieve goedkeuringen bij verlenging, namelijk voor 2.902 VVP-ziekte en 580 voor LVVPmed.
7.3
Arbitrageonderzoeken Arbitrages
gewonnen
%
verloren
%
totaal
2018
22
64,71%
12
35,29%
34
2019
41
73,21%
15
26,79%
56
2020
160
80%
40
20%
200
In 2020 waren er in totaal 200 arbitrageonderzoeken, waarvan er 160 of 80 % gewonnen werden door Certimed. Het merendeel van de arbitrageonderzoeken betrof de goedkeuring van LVVPmed dossiers.
56
7.4
Aantal tweede controles
Van de 18.070 georganiseerde controles in 2020 waren er 7.826 controles (43,31% van het totale aantal controles), waarbij het personeelslid niet thuis was en waarvoor er later een tweede controle plaatsvond in een centrum van de controlefirma.
Tweede controle
2018
%
2019
%
2020
%
4.642
24,28
7.049 9
36,65
7.826
43,31%
We stellen vast dat het percentage tweede controles fors gestegen is en veel hoger ligt dan 21%, het gemiddelde percentage bij de andere werkgevers aangesloten bij de controlefirma. 2020
2e controle
controles
%
Initiatief Certimed
2.443
9.478
25,78%
Initiatief ministerie
28
77
36,36%
5.158
7.004
73,64%
197
1.511
13,04%
7.826
18.070
43,31%
Initiatief personeelslid Initiatief werkgever Totaal
Het percentage tweede controles die moeten gebeuren bij controles op initiatief van het personeelslid, namelijk. 73,64 % is veel te hoog. Op dat vlak is dringend sensibilisering of een wijziging van aanpak nodig. Tweede controles moeten maximaal vermeden worden, omdat zij een dubbele kost meebrengen en er oorzaak van zijn dat er binnen het beschikbare budget in totaal minder personeelsleden gecontroleerd kunnen worden. In 2020 bedroeg het beschikbare budget voor de totaliteit van de ziektecontroles 880.000 euro.
7.5
Controles van eendagsziekten
Controles voor eendagsziekten gaan steeds uit van de werkgever, aangezien de controlefirma niet beschikt over de informatie. In 2020 gaat het in totaal over 584 controles, 2018
2019
2020
512
504
133
1.513
1.389
428
Niet arbeidsongeschikt
17
12
3
Foutieve aanvraag
34
43
18
Geweigerde controle
0
2
2
2.076
1.950
584
Afwezig Gewettigd afwezig
Aantal gevraagde controles
Afwezig betekent dat het personeelslid niet thuis was en niet kon gecontroleerd worden. Gewettigd afwezig wil zeggen dat de controle plaatsvond en dat de controledokter vaststelde dat het personeelslid arbeidsongeschikt was. Niet arbeidsongeschikt: na controle stelde de controledokter vast dat het personeelslid niet arbeidsongeschikt was. Met foutieve aanvraag wordt bedoeld: bij de controle vertelt het personeelslid dat het thuis was wegens sociaal verlof (ziek kind), omstandigheidsverlof (begrafenis)… Geweigerde controle betekent dat het personeelslid de controle niet laat doorgaan.
57
7.6
Klachten bij controles
In 2020 werden er bij Certimed 197 klachten ingediend, in 2019: 68, in 2018: 61. 2020 Communicatie controlearts
168
Communicatie Certimed
9
Communicatie personeelslid
8
Administratie controlearts
3
Administratie Certimed
9
Totaal
197
Het grootste aantal klachten zijn het gevolg zijn van slechte communicatie tussen personeelslid en controlearts: 168 in 2020, 53 in 2019 en 30 in 2018. In 2020 was het grootste deel van de klachten het gevolg van een controle van een LVVPmed-aanvraag. In een aantal gevallen ging het om een (initiële aanvraag, maar meestal bij verlengingen, waar er een weigering kwam, na eerdere goedkeuring(en). Die weigeringen waren het resultaat van acties van het controleorgaan om de goedkeuringen strikt te koppelen aan de regelgeving en intern eerst voor te leggen aan de hoofdarts, waardoor een meer uniforme toepassing gegarandeerd kon worden. Naar aanleiding van de klachten was er in het najaar van 2020 intensief overleg met de sociale partners, de overheid en het controleorgaan, waarbij maatregelen werden uitgewerkt om documenten en procedures transparanter te maken om herhaling van de klachten te voorkomen in de toekomst. Op de site www.certimed.be/nl/werknemers/help-contact/ik-ben-ontevreden-over-een-uitgevoerde-controle staat info hoe een klacht kan ingediend worden.
58
8.
Samenvatting
Evolutie van het ziekteverzuim in 2020 In 2020 speelde de Covid-19epidemie zeker een rol in de evolutie van het ziekteverzuim van het onderwijspersoneel. Door periodes van lockdown, afstandsonderwijs, quarantaine en door de mogelijkheid van heirkrachtverlof moesten de personeelsleden in vergelijking met de vorige jaren minder dagen werken in de onderwijsinstelling. Het was gedurende bepaalde perioden ook niet meer verplicht om een ziekteattest op te sturen naar Certimed, zodat de gegevens waarover de controlefirma beschikt niet volledig zijn. Het ziekteverzuim in 2020 is bijgevolg niet vergelijkbaar met het ziekteverzuim van de voorafgaande jaren. De gegevens geven weer wat er op de naar Certimed opgestuurde ziekteattesten voor volledig ziekteverlof stond. Voor de deeltijdse ziektedagen (VVP-ziekte en LVVPmed) geldt deze redenering niet. Deze verloven werden ook in 2020 pas goedgekeurd na een controle door het ziektecontroleorgaan. Doordat er ook een kleine daling is bij de cijfers van VVP-ziekte is er toch het vermoeden van een beperkte invloed van de Covid-19epidemie.
Het ziekteverzuimpercentage bedraagt in 2020 4,21% met eendagsziekten inbegrepen en 4,10% zonder eendagsziekten. In 2019 ging het respectievelijk om 4,65% en 4,46%. In 2020 werden er 2.761.853 ziektedagen genomen door het Vlaamse onderwijspersoneel. Dat is een daling met 243.729 ziektedagen. Om dat cijfer te interpreteren, moeten we ook rekening houden met de evolutie van het aantal personeelseenheden. In 2020 steeg dat aantal met 1,31%. Het aantal eendagsziekten is in 2020 gedaald met 38,93% of 45.948 dagen, in totaal ging het in 2020 om 72.093 ziektedagen van één dag. Het gemiddeld aantal ziektedagen per personeelslid bedraagt in 2020 15,38 dagen. Het ziekteverzuimpercentage van het gesubsidieerd vrij onderwijs, 4,16%, is lager dan het algemeen ziekteverzuimpercentage van 4,21 %. Psychosociale aandoeningen blijven ook in 2020 de voornaamste oorzaak van ziekteverzuim. Het gaat om 42,07% van de ziektedagen (46,18% bij mannen en 41,08% bij vrouwen). In 2019 was het percentage hoger, in 2018 was het lager. Bij de psychosociale aandoeningen zien we een relatieve oververtegenwoordiging van het directiepersoneel. Als we binnen het directiepersoneel gaan kijken in de leeftijdsgroep van 56 tot 65 jaar is 66,62% van de ziektedagen het gevolg van een psychosociale aandoening, terwijl dat voor de totaliteit van de personeelscategorieën in die leeftijdsgroep 50,78% bedraagt, een verschil van 15,75%. Bij de leeftijdsgroep van 46-55 jaar is het verschil 8,92%.
Evolutie van het deeltijds werken ingevolge ziekte in 2019: VVP-ziekte en LVVPmed. Er waren 332.918 dagen VVP-ziekte. Dat zijn 1.236 dagen VVP-ziekte minder dan in 2019. In totaal hebben 2.755 personeelsleden dat verlof opgenomen. Bij de mannen ligt het grootste aantal dagen VVP-ziekte in de leeftijdsgroep 56-65 jaar, bij de vrouwen in de leeftijdsgroep 46-55j. De meerderheid van de aanvragers zijn personeelsleden die afwezig zijn wegens psychosociale aandoeningen, namelijk 45,18%. We stellen vast dat in 2020 het aantal dagen VVP-ziekte per persoon gestegen is van 112,09 dagen naar 120,84 dagen. Langdurig verlof voor verminderde prestaties om medische reden (LVVPmed) werd in 2020 opgenomen door 2.293 personeelsleden (287 mannen en 2.006 vrouwen) voor in totaal 725.682 dagen, in 2019 ging het om 2.194 personeelsleden en 670.112 dagen. Het gaat hier bijgevolg om een stijging met 4,51% qua personeelsleden en een stijging van 8,29% qua aantal dagen. Deze evolutie is verklaarbaar, omdat personeelsleden wegens de aard van hun aandoening meerdere jaren van LVVPmed gebruik maken en er elk jaar een aantal nieuwe personeelsleden instappen.
59
Qua leeftijd is in 2020 de grootste groep zowel bij de mannen als bij de vrouwen de leeftijdsgroep 56-65 jaar. Opvallend is toch ook dat 486 personeelsleden jonger zijn dan 46 jaar, 66 jonger dan 36 jaar. De belangrijkste oorzaak van de afwezigheden LVVPmed heeft een psychosociale reden. Het gaat om 17,34% van de gevallen.
Evolutie van de controles die het controleorgaan uitvoerde in 2020 In 2020 werden 18.070 controles uitgevoerd door de controlefirma. In vergelijking met vorig jaar is dat een lichte daling. 52,45% van de controles gebeurden op initiatief van Certimed zelf, op basis van afgesproken criteria. Op initiatief van de werkgevers is 8,36% van de controleaanvragen uitgevoerd. Daarnaast daalt het aantal controles op initiatief van het personeelslid. Hun aandeel bedraagt in 2020 38,76%.
60
AGODI AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN