Skip to main content

dossier 2020-100.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/100

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/100

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 16 januari 2020 diende xxx het volgende verzoek in bij Afdeling Vastgoedtransacties van de Vlaamse Overheid (voortaan: de Afdeling Vastgoedtransacties): ‘Kan u ons laten weten op welke grond de verkoop van het perceel gelegen te xxx niet voltrokken werd in 2007 en recent in 2019 toch verkocht werd ? Gelieve ons ook aan te tonen dat de procedure betreffende de verkoop van onroerende goederen toebehorend aan het Vlaams Gewest nageleefd werd bij de verkoop aan xxx.?’ De Afdeling Vastgoedtransacties heeft niet gereageerd op dit verzoek. Op 20 april 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen het uitblijven van een antwoord van de Afdeling Vastgoedtransacties. Dit beroep werd geregistreerd op 20 april 2020. In het beroepschrift vraagt verzoeker bijkomend naar een kopie van de notulen, verslagen en alle relevante bestuurlijke documenten betreffende de beslissing(en) om het perceel grond te xxx in 2007 niet aan zijn cliënte te verkopen en recent in 2019 wel aan xxx te verkopen.

www.vlaanderen.be


Ontvankelijkheid van het beroep De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker in zijn initieel verzoek d.d. 16 januari 2020 enerzijds een informatieve vraag stelde (‘Op welke grond werd de verkoop niet voltrokken in 2007 en werd het perceel in 2019 toch verkocht?’), en anderzijds vroeg om aan te tonen dat de procedure correct verlopen is. Het openbaarheidsverzoek heeft bijgevolg betrekking op de bestuursdocumenten die het correcte verloop van de procedure kunnen aantonen. De eerste vraag kan volgens het oordeel van de beroepsinstantie niet beschouwd worden als een openbaarheidsverzoek in de zin van het Bestuursdecreet. Bijgevolg is het beroep voor zover het gericht zou zijn tegen het uitblijven van een antwoord op deze vraag vanwege de Afdeling Vastgoedtransactie, onontvankelijk.. De beroepsinstantie merkt terzijde op dat de Afdeling Vastgoedtransacties, naar aanleiding van het ingediende beroep, op 28 april 2020 per mail alsnog de bewuste vraag beantwoord heeft en aan verzoeker een toelichting gegeven heeft over de historiek van het dossier. De Afdeling Vastgoedtransacties reageerde niet binnen de decretaal voorziene termijn op het openbaarheidsverzoek met betrekking tot de bestuursdocumenten die het correcte verloop van de procedure aantonen. Conform artikel II.48 Bestuursdecreet heeft de termijn om beroep in te stellen bijgevolg geen aanvang genomen. Het beroepschrift van 20 april 2020 is bijgevolg tijdig ingediend. In zijn beroepschrift van 20 april 2020 vraagt verzoeker bijkomend uitdrukkelijk naar de volgende documenten: een kopie van de notulen, verslagen en alle relevante bestuurlijke documenten betreffende de beslissing(en) om het perceel grond te xxx in 2007 niet aan zijn cliënte te verkopen en recent in 2019 wel aan xxx te verkopen. De beroepsinstantie merkt op dat een beroep inzake openbaarheid van bestuur niet verder kan strekken dan het initiële openbaarheidsverzoek, en dat het voorwerp van het openbaarheidsverzoek in graad van beroep niet kan uitgebreid worden. Bijgevolg moet het beroepschrift voor dit onderdeel, nl. de documenten die verzoeker bijkomend vraagt in zijn beroepschrift, als onontvankelijk worden beschouwd. Bijkomend merkt de beroepsinstantie op dat de Afdeling Vastgoedtransacties deze nieuwe vragen in het beroepschrift d.d. 20 april 2020 van verzoeker, als een nieuw openbaarheidsverzoek beschouwd en geregistreerd heeft, en op 28 april 2020 hieromtrent een beslissing genomen heeft om de behandelingstermijn van dit openbaarheidsverzoek te verlengen tot 40 dagen, omdat een aantal van de gevraagde documenten moeten opgevraagd worden bij andere instanties en daarna nog moeten onderzocht worden op mogelijke uitzonderingsgronden. Pas na het verstrijken van deze termijn zal verzoeker bijgevolg eventueel beroep kunnen indienen bij de beroepsinstantie voor wat betreft de in zijn beroepschrift van 20 april 2020 expliciet genoemde documenten. Voor wat betreft de gevraagde documenten die het correcte verloop van de procedure moeten aantonen, wordt het beroepschrift van 20 april 2020 wel als ontvankelijk beschouwd.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/100

pagina 2 van 4


Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Het oorspronkelijk verzoek

In zijn mail van 16 januari 2020 aan de Afdeling Vastgoedtransacties vroeg verzoeker: ‘Kan u ons laten weten op welke grond de verkoop van het perceel gelegen te xxx niet voltrokken werd in 2007 en recent in 2019 toch verkocht werd? Gelieve ons ook aan te tonen dat de procedure betreffende de verkoop van onroerende goederen toebehorend aan het Vlaams Gewest nageleefd werd bij de verkoop aan xxx.?’

2. Inhoud van het beroepschrift xxx dient op 20 april 2020 beroep in omdat hij geen antwoord van de Afdeling Vastgoedtransacties mocht ontvangen.

3. Toelichting door de Afdeling Vastgoedtransacties Per mail van 28/4/2020, waarbij de beroepsinstantie in cc stond, heeft de Afdeling Vastgoedtransacties alsnog een antwoord aan verzoeker bezorgd, en hem een afschrift van de volgende documenten toegestuurd: een factuur voor de publiciteit voor de openbare verkoop in verschillende dag- en weekbladen, een geanonimiseerd afschrift van een aangetekende brief aan een geïnteresseerde met een oproep voor de mondelinge biedingen, een afschrift van een (niet-aangetekende) brief aan xxx, de rechtsvoorganger van de cliënte van beroeper, die in 2007 ook geboden had op het perceel. Beroeper reageerde hierop door te vragen of de Afdeling Vastgoedtransacties in het dossier ook kon terugvinden of zijn cliënte via aangetekende brief werd aangeschreven, zoals voorzien in artikel 4 van het Decreet betreffende het vervreemden van onroerende domeingoederen en het vestigen en vervreemden van zakelijke rechten door de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest. Per mail van 5 mei 2020, waarbij de beroepsinstantie in cc stond, antwoordde de Afdeling Vastgoedtransacties dat zij de volgens de officiële bronnen aanpalende eigenaars inderdaad (aangetekend) aangeschreven hebben, maar dat dit bij de cliënte van verzoeker niet is gebeurd, omdat die niet als aanpalende eigenaar bekend was. De door verzoeker gevraagde aangetekende brief bestaat met andere woorden niet.

4. Standpunt van de beroepsinstantie

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/100

pagina 3 van 4


De beroepsinstantie stelt vast dat de door verzoeker gevraagde documenten, namelijk de documenten die bewijzen dat de procedure correct verlopen is, per mail van 28/4/2020 alsnog aan hem zijn bezorgd. Voor wat deze documenten betreft, is het beroepschrift dan ook zonder voorwerp geworden. Voor wat betreft het verzoek om een afschrift van een aangetekende brief verstuurd aan de cliÍnte van verzoeker, kan de beroepsinstantie op basis van de mail van 5/5/2020 van de Afdeling Vastgoedtransacties niet anders dan vaststellen dat dit document niet bestaat. Aangezien een openbaarheidsverzoek uiteraard enkel betrekking kan hebben op bestaande bestuursdocumenten, zoals gedefinieerd in artikel I.4, 3° Bestuursdecreet, wordt dit onderdeel van het beroep dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 20 april 2020 tegen de ontstentenis van beslissing van de Afdeling Vastgoedtransacties wordt als deels onontvankelijk, deels ontvankelijk en deels zonder voorwerp, deels ongegrond beschouwd. Brussel, 6 mei 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/100

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-100.pdf by Vlaanderen-be - Issuu