Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/019
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/019
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 8 december 2019 diende xxx een verzoek in bij de stad Halle tot het bekomen van een afschrift van de dading tussen de stad Halle en de bouwpromotor nv NJA. Op 19 december 2019 weigerde de stad een afschrift van de dading. Op 14 januari 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze weigeringsbeslissing d.d. 19 december 2019. Dit beroep werd geregistreerd op 15 januari 2020. Op 14 februari 2020 werd de termijn om uitspraak te doen in beroep conform artikel II.50, ยง1, tweede lid van het Bestuursdecreet verlengd. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 8 december 2019. Per brief van 20 december 2019 bezorgde de stad Halle haar beslissing van 19 december 2019 aan verzoeker. De brief maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, ยง1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van 14 januari 2020 is dan ook tijdig en ontvankelijk.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Het beroep is gericht tegen de beslissing van de stad Halle waarbij op 19 december 2019 een afschrift van de dading tussen de stad en de bouwpromotor NV NJA werd geweigerd. De stad weigert de dading openbaar te maken aangezien de dading in het document uitdrukkelijk als vertrouwelijk werd bestempeld en vrijwillig door de bouwpromotor nv NJA aan de stad werd overgemaakt.
2. Inhoud van het beroepschrift In het beroepschrift verwijst xxx naar het belang en de omvang van het dossier inzake de site van de kasteelvijver in het Halse gehucht Essenbeek dat inmiddels 20 jaar aansleept en permanent in de openbaarheid is geweest. Het inzagerecht en de openbaarheid in alle procedures die in het bouwdossier de afgelopen 20 jaar werden gevoerd, zijn nooit beknot of ingeperkt geweest. Het collegebestuur heeft steeds afschriften van beslissingen ter beschikking gesteld van de burger en een grote delegatie van de bevolking was bovendien aanwezig op de gemeenteraadszitting van 26 november 2019 waarin de dading werd besproken. De afweging om de tekst van de dading als vertrouwelijk te beschouwen mag, gezien de openbaarheid van de afgelopen 20 jaar, volgens beroeper in casu dan ook niet worden gemaakt.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat de opgevraagde dading tussen de stad Halle en NV NJA nog niet werd ondertekend. Uit bijkomende informatie is gebleken dat de ondertekening van de dading werd verhinderd door een klacht die werd ingediend bij de toezichthoudende overheid. De beroepsinstantie is van oordeel dat een overeenkomst pas tot stand komt van zodra ze door beide partijen is ondertekend. In die zin is de opgevraagde dading dan ook nog niet tot stand gekomen en is ze nog niet af. Artikel II.33, 2° Bestuursdecreet bepaalt dat, tenzij het belang van de openbaarheid primeert, een aanvraag tot openbaarheid mag afgewezen worden als de aanvraag betrekking heeft op bestuursdocumenten die niet af of onvolledig zijn. De memorie van toelichting bij artikel II.33, 2° van het Bestuursdecreet stelt het volgende: “Het ogenblik waarop een document als "af" kan beschouwd worden, verschilt van document tot document. Zo moet een onderscheid gemaakt worden tussen documenten die worden gemaakt in het kader van een besluitvormingsprocedure en andere documenten. Documenten ter voorbereiding van een
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/019
pagina 2 van 3
besluitvormingsprocedure zijn pas af indien ze een definitieve status hebben verkregen, dit wil zeggen indien ze ondertekend zijn door de persoon die in het kader van deze procedure bevoegd is. Dit betekent geenszins dat er een eindbeslissing in de procedure zou moeten genomen zijn. Ook tussentijdse rapporten, adviezen en nota's zijn openbaar, nog voor de eindbeslissing is gevallen, voor zover ze definitief af zijn, dit wil zeggen ondertekend door de bevoegde persoon, zelfs al zijn deze documenten vatbaar voor wijziging of herziening ten gevolge van nieuwe factoren en elementen. Andere documenten, die niet kaderen in een besluitvormingsprocedure worden door de opsteller(s) zelf van het document gekwalificeerd als zijnde af of niet af. Zo zal een document dat wordt opgesteld door een groep personen, slechts af zijn wanneer de groep besluit dat het document af is, dit wil zeggen dat er niets meer aan het document dient veranderd te worden, wat niet uitsluit dat wijzigingen achteraf mogelijk zijn ten gevolge van nieuwe omstandigheden.� (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1656/1, 56-57). In casu betreft het opgevraagde bestuursdocument een dading waarin beide partijen aan de hand van onderhandelde afspraken de hangende gerechtelijke procedures alsnog in der minne trachten te regelen. Aangezien de dading op dit ogenblik nog niet is ondertekend, is deze dan ook nog zeer precair. De wilsovereenstemming om de gerechtelijke procedure minnelijk af te sluiten komt pas tot stand van zodra alle partijen de dading hebben ondertekend. Navraag door de beroepsinstantie heeft uitgewezen dat dit tot op heden nog niet is gebeurd. De beroepsinstantie is van oordeel dat de opgevraagde dading nog niet af is en de openbaarmaking op grond van artikel II.33, 2° van het Bestuursdecreet moet worden afgewezen. Om deze reden wordt het beroep als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx, d.d. 14 januari 2020 tegen de weigeringsbeslissing van de stad Halle d.d. 19 december 2019 wordt als ontvankelijk en ongegrond beschouwd. Brussel, 26 februari 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/019
pagina 3 van 3