Skip to main content

SV-rapport-2020-03-bijlagen.pdf

Page 1

BIJLAGEN


Bijlage 1. Verschillen tussen groepen Alleenwonenden en alleenstaande ouders: verschillen tussen groepen Vlaams Gewest, 1.1.2000 en 1.1.2018, aantal en % per kenmerk Alleenwonend Alleenstaande ouder 2000 2018 2000 2018 Mannen 292.041 416.189 32.097 46.020 12,7 16,1 1,4 1,8 Vrouwen 363.185 461.583 143.748 184.091 15,0 17,2 6,0 6,8 18-24 jaar 28.215 22.368 2.801 1.937 5,6 4,3 0,6 0,4 25-29 jaar 50.197 60.271 7.746 6.764 12,8 14,9 2,0 1,7 30-39 jaar 94.949 108.035 40.231 39.418 10,3 13,1 4,3 4,8 40-49 jaar 82.984 104.789 51.782 70.378 9,5 12,2 5,9 8,2 50-59 jaar 79.926 144.484 26.218 61.524 11,3 15,2 3,7 6,5 60-69 jaar 101.377 149.996 17.863 20.081 15,9 19,2 2,8 2,6 70-79 jaar 136.623 134.339 18.731 12.980 28,6 24,5 3,9 2,4 80-89 jaar 70.027 125.933 8.760 13.617 41,2 37,8 5,2 4,1 90 jaar en ouder 10.928 27.557 1.713 3.412 34,2 42,7 5,4 5,3 Ongehuwd 222.839 323.676 15.658 54.390 20,9 20,1 1,5 3,4 Gehuwd 49.113 33.068 30.193 18.035 1,7 1,3 1,0 0,7 Gescheiden 129.978 235.821 66.889 107.239 42,2 42,0 21,7 19,1 Verweduwd 252.986 261.339 62.967 46.634 63,6 66,6 15,8 11,9 Niet-gekend 310 29.008 138 3.813 41,3 34,4 18,4 4,5 Belg 618.952 807.715 166.186 207.975 13,8 16,7 3,7 4,3 Niet-Belg 36.274 75.197 9.659 22.136 15,7 16,6 4,2 4,9 Antwerpen & Gent 655.226 151.681 26.692 30.918 26,8 24,6 4,94 5,0 Overige 110.148 146.263 26.008 32.460 centrumsteden 17,3 20,8 4,09 4,6 Overige gemeenten 400.374 584.968 123.145 166.733 11,3 14,8 3,48 4,2 Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen 2

Volwassenen 2000 2018 2.304.585 2.590.049 2.414.004

2.691.311

507.156

516.070

391.552

405.620

925.521

824.788

872.838

857.464

704.755

950.766

636.854

780.267

478.029

548.560

169.921

333.352

31.963

64.473

1.065.351

1.610.498

2.946.743 . 308.239

2.633.337

397.505

392.152

751

84.406

4.486.578

4.830.767

232.011

450.593

540.760

615.419

635.202

704.714

3.542.627

3.961.227

560.967


Bijlage 2. Metadata Statbel publiceert gegevens over de wettelijke bevolking. Deze steunen op gegevens uit het Rijkregister van de natuurlijke personen en geeft de stand van de bevolking weer op 1 januari van het kalenderjaar, zoals – mits bijkomende controles door Statbel – kan worden afgeleid uit de inschrijvingen in het bevolkingsregister (Belgen en buitenlanders die gemachtigd zijn tot vestiging in België) en het vreemdelingenregister (buitenlanders die toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf van meer dan 3 maanden in België voor bepaalde of onbepaalde duur). Bepaalde categorieën buitenlanders (bijvoorbeeld diplomatiek en consulair personeel) zijn vrijgesteld van inschrijving in de bevolkingsregisters. In sommige gevallen kunnen zij op eigen vraag wel ingeschreven worden. Enkel in dat geval worden zij meegerekend in de bevolkingscijfers. De wettelijke bevolking verschilt van de feitelijk bevolking. Hiertoe behoren ook personen ingeschreven in het wachtregister en personen die niet bij de gemeenten zijn aangegeven. De afbakening van een huishouden is gebaseerd op het ingeschreven zijn op eenzelfde hoofdverblijfplaats in het Rijksregister. De cijfers betreffen de wettelijke situatie, deze kan afwijken van de feitelijke situatie. Zo wonen sommige jongeren bijvoorbeeld alleen of ongehuwd samen, maar blijven ze officieel bij de ouders gedomicilieerd. Huishoudens worden opgedeeld in private en collectieve huishoudens. Collectieve huishoudens zijn: religieuze gemeenschappen, rusthuizen, weeshuizen, studenten- en werkliedenhuizen, ziekenhuizen en gevangenissen (bepaling Statbel). Alle huishoudens die niet collectief zijn, zijn private huishoudens. De referentiepersoon van het huishouden wordt omschreven als de persoon die het huishouden vertegenwoordigt bij de contacten met de overheid. Voor de positie van kind van een ouder in het huishouden is geen beperking inzake leeftijd. De verwantschap van de leden van het huishouden wordt afgebakend aan de hand van de volgende categorieën: echtgenoot/echtgenote schoonzoon / -dochter achterkleinkind zoon of dochter schoonvader / -moeder grootvader / -moeder stiefzoon / -dochter schoonbroer / -zus oom of tante kleinzoon / -dochter neef of nicht van broer neef of nicht van oom broer of zus andere verwant vader of moeder niet-verwant Binnen de LIPRO-typologie wordt de positie van een persoon binnen het huishouden bepaald aan de hand van zijn/haar verwantschap met de referentiepersoon van het huishouden (Lodewijckx & Deboosere, 2008). Deze huishoudpositie is afhankelijk zowel van het type van het huishouden waarin de persoon leeft, als van de plaats die hij/zij inneemt binnen dat huishouden. Binnen eenzelfde huishoudtype nemen de leden andere huishoudposities in. Een voorbeeld: In een huishouden bestaande uit een gehuwd paar met drie kinderen en de moeder van de echtgenoot nemen beide echtgenoten de huishoudpositie ‘gehuwde partner met inwonende kinderen’ in; de drie inwonende kinderen zijn ‘kind bij een gehuwd paar’ en de inwonende moeder van de echtgenoot krijgt de huishoudpositie ‘inwonende andere persoon’. Bij een scheiding kan de vader een ‘alleenwonende’ worden en kan de echtgenote een ‘alleenstaande moeder’ worden, de kinderen die bij haar blijven wonen worden ‘kind bij alleenstaande ouder’ en de moeder die bij haar blijft wonen blijft een ‘inwonende andere’. Voor kinderen die bij hun ouders (eventueel stiefouder) of hun alleenstaande ouder inwonen speelt hun leeftijd en hun economische afhankelijkheid geen rol. Een man van 55 jaar die bij zijn moeder van 85 jaar inwoont die de referentiepersoon van het huishouden is, is een ‘kind van een alleenstaande ouder’. Als de man van 55 jaar zelf de referentiepersoon is, vormt hij samen met zijn moeder een ‘overig huishoudtype’ en zijn zij beiden ‘lid van een overig huishoudtype’. 3


Relatie tussen huishoudtypes en huishoudposities Types van huishoudens Huishoudposities van personen Alleenwonende of 1-persoonshuishouden Alleenwonende Gehuwd paar zonder inwonende kinderen - Gehuwd samenwonend met partner zonder inwonende kinderen - Inwonende andere persoon Gehuwd paar met inwonend(e) kind(eren) - Gehuwd samenwonend met partner met inwonend(e) kind(eren) - Kind bij een gehuwd paar - Inwonende andere persoon Ongehuwd* samenwonend paar zonder - Niet-gehuwd samenwonend met partner inwonende kinderen zonder inwonende kinderen - Inwonende andere persoon Ongehuwd* samenwonend paar met - Niet-gehuwd samenwonend met partner met inwonend(e) kind(eren) inwonend(e) kind(eren) - Kind bij een ongehuwd* samenwonend paar - Inwonende andere persoon Eenoudergezin - Alleenstaande ouder - Kind bij een alleenstaande ouder - Inwonende andere persoon Overig huishoudtype -Lid van overig huishoudtype Collectief huishouden -Bewoner van collectief huishouden *Strikt genomen niet-gehuwd (met burgerlijke staat ongehuwd, gescheiden of verweduwd of nietgekend). In deze studie wordt niet in rekening gebracht of er naast de partner en/of kinderen nog andere personen in het huishouden wonen. In de internationale literatuur is er discussie over de afbakening van de groep alleenstaande ouders (Bernardi & Mortelmans, 2018). Is een alleenstaande ouder die inwoont bij zijn/haar ouder(s) ook een alleenstaande ouder? Bij vergelijkende studies en bij studies over de sociaal-economische situatie van eenoudergezinnen is dit inwonen van anderen een cruciaal kenmerk. Recent woont bij 9% van de alleenstaande vaders en bij 7% van de alleenstaande moeders 1 of meer andere personen in (dan de eigen kinderen). Deze percentages zijn hoger bij de verweduwde alleenstaande ouders (Statbel, berekening Statistiek Vlaanderen). Eerder onderzoek wees uit dat het vooral bij oudere alleenstaande ouders is dat nog 1 of meer andere personen inwonen (Lodewijckx, 2016). Hoewel dit inwonen van anderen cruciaal kan zijn voor het sociaal-economische en sociaalpsychologische welzijn van alle leden van het huishouden, zou een opsplitsing van de alleenstaande ouders in een groep met en een groep zonder inwonende anderen afleiden van de essentie in deze eerste verkennende studie die een meer sociaal-demografisch karakter heeft. In deze bijdrage wordt niet ingegaan op de verandering van een positie van een alleenstaande ouder met x inwonende kinderen naar een alleenstaande ouder met x+1 of x-1 inwonende kinderen. De gezinsuitbreiding of gezinsverkleining van eenoudergezinnen valt buiten het bestek van deze eerste verkennende studie. Het gebruik van Rijksregisterdata om veranderingen in de huishoudpositie na te gaan, heeft zowel voordelen als nadelen. Het grote voordeel is dat het Rijksregister informatie omvat van alle inwoners die behoren tot de wettelijke bevolking in België. Men is dus niet aangewezen op resultaten van survey-onderzoek die op basis van een beperkte steekproef slechts een schatting kunnen maken van de veranderingen van huishoudposities bij de Vlaamse bevolking (zie Corijn & Van Peer 2013; Mortelmans et al., 2011). Het nadeel van het gebruik van Rijksregisterdata is dat dit register enkel 4


informatie bevat omtrent de officieel geregistreerde positie van een persoon in een huishouden en niet over zijn/haar feitelijke positie. Een jongvolwassene kan bijvoorbeeld officieel bij de ouders ingeschreven zijn, maar feitelijk bij zijn/haar (officieel alleenwonende) partner wonen. De beperking van de gegevens tot de toestand op 1 januari van twee opeenvolgende jaren impliceert dat er geen exacte informatie is over de datum van de verandering van de huishoudpositie en dat er ook geen informatie is over eventuele tussentijdse veranderingen in de loop van een jaar van huishoudpositie. Een alleenwonende die bijvoorbeeld in een bepaald kalenderjaar officieel met een partner gaat samenwonen en in datzelfde jaar na een scheiding opnieuw gaat alleenwonen, heeft zowel bij het begin van jaar x als bij het begin van jaar x+1 de positie van alleenwonende. Volwassen inwoners die blijven wonen in, binnenkomen in en weggaan uit Vlaams Gewest De veranderingen inzake de huishoudpositie van volwassenen in de loop van het jaar 2018 worden beschreven voor alle volwassenen die op 1.1.2018 ingeschreven waren in het Rijksregister als inwoner van het Vlaamse Gewest. Dit betreft 5,281 miljoen volwassen inwoners. Van deze volwassenen waren er op 1.1.2019 nog 5,164 miljoen woonachtig in het Vlaamse Gewest. Van deze volwassen zijn er 116.614 (2,3%) die op 1.1.2019 niet meer waren ingeschreven als inwoner van het Vlaamse Gewest. Deze personen ‘verlieten’ hun huishoudpositie in het Vlaamse Gewest omdat ze waren overleden of omdat ze uit het Vlaamse Gewest waren verhuisd naar een ander Belgische gewest of naar een ander land, of omdat ze waren geschrapt uit het Rijksregister of om een onbekende reden waren vertrokken. Van alle volwassenen aanwezig op 1.1.2018 die op 1.1.2019 niet meer in het Vlaamse Gewest woonden, was ruim de helft gestorven (54%), was 19% verhuisd naar een ander land en 14% verhuisd naar een ander Belgisch gewest, en was 11% geschrapt uit het Rijksregister. Een schrapping uit het Rijksregister gebeurt als, na controle door de bevoegde ambtenaren, de persoon niet meer op de aangeduide hoofdverblijfplaats woonachtig is. Deze beslissing behoort tot de bevoegdheden van de gemeenten. Volwassen inwoners die blijven wonen in, binnenkomen in en weggaan uit Vlaams Gewest Vlaams Gewest, in het jaar 2018, aantal en % N % Volwassen inwoners in Vlaams Gewest op 1.1.2018 5.281.360 Volwassen inwoners aanwezig in Vlaams Gewest op 1.1.2018 én op 1.1.2019 5.164.746 Volwassen inwoners in Vlaams Gewest op 1.1.2019 5.311.613 Niet meer in Vlaams Gewest op 1.1.2019 Overleden in 2018 Geëmigreerd in 2018 naar ander land Verhuisd in 2018 naar ander Belgisch gewest Geschrapt in 2018 Overige inwoners weg uit Vlaams Gewest in 2018

116.614 62.966 22.643 16.518 12.360 2.127

100 54,0 19,4 14,2 10,6 1,8

Nieuw in Vlaams Gewest op 1.1.2019 Immigratie vanuit ander land in 2018 Verhuis vanuit ander Belgisch gewest in 2018 Wijziging register in 2018 Herinschrijving in 2018 Overige binnenkomst in 2018 Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen

77.072 42.355 22.024 6.550 4.731 1.412

100 55,0 28,6 8,5 6,1 1,8

Op 1.1.2019 waren er ook 77.072 volwassenen die in het loop van het jaar 2018 in het Vlaamse Gewest binnengekomen. Dit binnenkomen kwam voor meer dan de helft door immigratie vanuit een ander 5


land (55%) of voor ruim een kwart door verhuis vanuit een ander gewest (29%). Minder frequent voorkomende redenen waren overschrijving uit het Wachtregister (8%) of herinschrijving in het Rijksregister (6%). Een herinschrijving in het Rijksregister gebeurt als een voorheen ambtshalve geschrapte persoon opnieuw woonachtig is in het land en blijkbaar onnodig was geschrapt. Een wijziging van register betreft een overgang van het wachtregister (voor asielzoekers) naar het register van de wettelijke bevolking.

6


Bijlage 3. Kenmerken van volwassenen

Meer informatie over de huishoudposities van de inwoners van het Vlaamse Gewest is te vinden op https://statistieken.vlaanderen.be/QvAJAXZfc/notoolbar.htm?document=SVR%2FSV-DemografieStand-Bevolking_fusie2019.qvw&host=QVS%40cwv100154&anonymous=true Meer informatie over de huishoudtypes in het Vlaamse Gewest is te vinden op https://statistieken.vlaanderen.be/QvAJAXZfc/notoolbar.htm?document=SVR%2FSV-DemografiePrivate-Huishoudens_fusie2019.qvw&host=QVS%40cwv100154&anonymous=true

7


8


De burgerlijke staat na een verandering van huishoudpositie biedt geen eenduidige informatie over een eventuele relatiebreuk voorafgaand aan de verandering. Dit geldt met name vooral voor ongehuwden. Maar dit geldt ook voor gescheiden en verweduwde personen die kunnen alleenwonen of alleenstaande ouder zijn na een scheiding van een ongehuwd samenwonen met een partner die plaatsvond na de ontbinding van hun huwelijk. De 13 centrumsteden in het Vlaamse Gewest zijn: Antwerpen, Gent, Mechelen, Turnhout, Leuven, Brugge, Kortrijk, Oostende, Roeselare, Aalst, Sint-Niklaas, Genk, Hasselt. Antwerpen en Gent worden afzonderlijk genomen omdat in deze steden respectievelijk ruim 400.000 en 200.000 volwassenen woonden in 2018. De kenmerken geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, nationaliteit en woonplaats van de inwoners hangen samen met elkaar. De burgerlijke staat varieert bijvoorbeeld sterk naargelang van het geslacht (meer weduwes dan weduwnaars) en van de leeftijd (meer verweduwden op latere leeftijd). Ook de nationaliteit varieert met de leeftijd: er zijn bij de jongvolwassenen meer personen met een nietBelgische nationaliteit dan bij de oudere bevolking. In Antwerpen en Gent wonen ook meer personen met een niet-Belgische nationaliteit dan in de andere Vlaamse steden en gemeenten. Personen met een niet-gekende burgerlijke staat behoren vaker tot de jongere volwassenen en zijn hoofdzakelijk personen met een niet-Belgische nationaliteit. De voorgestelde verschillen tussen groepen inzake één kenmerk hangen dus vaak samen met verschillen tussen groepen inzake andere kenmerken. In deze verkennende studie wordt niet geopteerd voor multivariate analyses.

9


10


11


12


Bijlage 4. Veranderingen na alleenwonen en alleenstaande ouder zijn Nieuwe huishoudpositie en niet meer in Vlaams Gewest op 1.1.2019 na verlaten van de positie van alleenwonend en alleenstaande ouder in 2018, naar geslacht Vlaams Gewest, 2018, aantal Op 1.1.2018 Nieuwe huishoudpositie op 1.1.2019 Bij 2 Bij 1 ouder Bij partner Bij partner Overige Bewoner ouders zonder met huishoud- collectief kinderen kind(eren) posities huishouden MANNEN Alleenwonende Alleenstaande ouder VROUWEN Alleenwonende Alleenstaande ouder TOTAAL Op 1.1.2018

1.839 67

1.081 46

18.739 388

8.389 3.123

7.556 308

2.960 81

1.071 257 3.234

606 162 1.895

14.069 831 34.027

2.340 9.883 23.735

4.869 901 13.634

7.421 346 10.808

Niet meer in Vlaams Gewest op 1.1.2019 Naar ander Naar ander Geschrapt uit Overig Overleden gewest land Rijksregister

MANNEN Alleenwonende 1.954 3.374 Alleenstaande ouder 150 116 VROUWEN Alleenwonende 1.385 2.528 Alleenstaande ouder 729 530 TOTAAL 4.218 6.548 Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen

13

Totaal

3.569 107

653 13

8.076 712

58.190 5.111

1.305 306 5.287

367 28 1.061

10.149 1.765 20.702

46.110 15.738 125.149


Bijlage 5. Aanleidingen voor veranderingen naar alleenwonen en alleenstaande ouder zijn Aanleidingen voor veranderingen naar alleenwonen en alleenstaande ouder zijn naar geslacht Vlaams Gewest, 2018, aantal Alleenwonend op 1.1.2019 Verlaten Niet meer Verlaten ouderlijk alleenstaande ander Overlijden huis ouder huishouden Scheiding partner Mannen 15.240 3.635 9.784 20.926 5817 Vrouwen 9.926 8.584 5.564 12.712 12.856 Alleenstaande ouder op 1.1.2019 Verlaten Verlaten ouderlijk Niet meer ander Overlijden huis alleenwonend huishouden Scheiding partner Totaal Mannen 220 2.546 326 4.992 1.010 64.496 72.768 Vrouwen 1.309 4.693 1.124 13.832 2.168 Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen

14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SV-rapport-2020-03-bijlagen.pdf by Vlaanderen-be - Issuu