Mobiliteitsbrief voor een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid
nr 212 · oktober 2020
verschijnt maandelijks behalve in juli en augustus P 309279 Afgiftekantoor Gent
De Vlaamse overheid rekent op de lokale besturen om Hoppin de komende maanden en jaren mee uit te rollen. “Herkenbaarheid is cruciaal”, zegt Vlaams minister Lydia Peeters. “We subsidiëren daarom de inrichting van mobipunten in een Hoppinstijl voor 50 tot 100%.”
interview
‘Alle mobiliteitsoplossingen in één herkenbaar jasje’ Waarom wordt een nieuw merk gelanceerd? “Het decreet basisbereikbaarheid introduceert combimobiliteit als uitgangspunt van het Vlaamse mobiliteitsbeleid. Om reizigers te stimuleren vervoermiddelen te combineren, moeten ze vlot kunnen schakelen tussen vervoermodi. Daarom zetten we in op goed uitgeruste en gebruiksvriendelijke mobipunten met voldoende vervoeropties. Deze locaties moeten in één herkenbaar jasje zitten, om zo de reizigers de weg te wijzen in de veelheid van vervoeropties. De gebruiker moet kunnen zien waar de mobipunten liggen en welke vervoeroplossingen er beschikbaar zijn. Daarom lanceerde ik het Vlaamse mobiliteitsmerk Hoppin. De filosofie achter Hoppin is eenvoudig: het merk is herkenbaar, uitnodigend, springt in het oog en bundelt alle beschikbare mobiliteitsopties onder één noemer. Met Hoppin geven we meteen ook het startschot voor de fysieke uitrol van basisbereikbaarheid in Vlaanderen. Concreet werken we momenteel aan mobipunten in het straatbeeld, volgend jaar volgen een website, app en callcenter voor de mobiliteitscentrale.” Wanneer zal de burger Hoppin leren kennen? “Vanaf het najaar van 2020 zullen mobipunten in een Hoppinjasje – Hoppinpunten –
verschijnen. Op deze locaties komen meerdere vervoermodi samen om combimobiliteit te stimuleren. Via de website, de app en het callcenter (die voorzien zijn voor eind 2021 of begin 2022 bij de invoering van de nieuwe openbaarvervoerplannen van de vervoerregio’s n.v.d.r.) zullen reizigers informatie vinden over dienstregelingen en tarieven. Wie vragen heeft over een traject zal op termijn ook terecht kunnen bij de Vlaamse mobiliteitscentrale die alle informatie van de openbaar vervoerexploitanten bundelt. Dankzij Hoppin wordt het dus makkelijker dan ooit om openbaar vervoer, fiets, wagen en deelsystemen met elkaar te combineren. Op deze manier bouwen we mee aan de modal shift in Vlaanderen.” Welke mobipunten komen in aanmerking voor Hoppin? “Elke locatie met voldoende vervoerniveau en vervoerpotentieel die beantwoordt aan de nodige eisen. Voor wat betreft het vervoerpotentieel kijken we naar het mogelijke aantal opstappers en afstappers en het overstappotentieel: wat ligt er in de buurt en op welke andere lijnen of modi kan je overstappen? Daarnaast kijken we naar het aanwezige mobiliteitsaanbod en houden we rekening met de zichtbaarheid, de herkenbaarheid, de veiligheid
Deze zomer lanceerde Vlaams minister Lydia Peeters het nieuwe mobiliteitsmerk Hoppin. Hoppin bundelt vervoeroplossingen en wil pendelaars stimuleren om verschillende vervoermodi te gebruiken en te combineren.
DEPARTEMENT MOW
DEPARTEMENT MOW
Hoppin
Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken: “Deze legislatuur willen we meer dan 700 Hoppinpunten langs gemeentewegen realiseren.”
en de toegankelijkheid van het mobipunt. Ook de omgeving speelt een rol: is er tewerkstelling en/of woongelegenheid in de buurt?” Hoeveel middelen worden vrijgemaakt voor Hoppin? “Er wordt deze legislatuur 105.400.000 euro voorzien voor de uitrol van 1000 mobipunten in een Hoppinjasje. Het grootste deel hiervan, ongeveer drie vierde, ligt langs gemeentewegen en vallen daardoor onder de verantwoordelijkheid van de lokale besturen. De aanleg van mobipunten langs gewestwegen verloopt via het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), De Lijn, Lantis en De Werkvennootschap. Lokale besturen die een mobipunt in Hoppinstijl inrichten, kunnen een subsidie krijgen. Voor de aanleg van een interregionaal of regionaal mobipunt – aangeduid door de vervoerregio – wordt een tussenkomst voorzien van 50% van de kostprijs met een maximum van respectievelijk 500.000 tot 250.000 euro. De locaties op lokaal en buurtniveau worden door de gemeenten aangeduid, maar worden ook geïntegreerd in de regionale mobiliteitsplannen. Daarvoor is een subsidie voorzien van 100% van de kostprijs met een maximum van 50.000 euro voor lokale mobipunten en 25.000 euro voor mobipunten op buurtniveau.”
Mobipunten
“Buurt en overstapmogelijkheden bepalen grootte en locatie van een mobipunt” De meeste vervoerregioraden leggen momenteel de locaties vast van hun mobipunten of zullen er binnenkort aan beginnen. “De locatiekeuze voor een mobipunt gebeurt altijd op basis van een bestaande vervoervraag. De grootte en categorie van het mobipunt wordt bepaald door de nabijheids- en netwerklogica”, zegt mobipuntenmanager Laura May van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Op 11 september keurde het Vlaams Parlement een Besluit van de Vlaamse Regering over mobipunten goed. Daarin worden de mobipunten onderverdeeld in verschillende categorieën. Van ‘groot’ naar ‘klein’: interregionale, regionale, lokale en buurtmobipunten (zie kader).
buurtmobipunten op basis van nabijheidslogica kunnen steden en gemeenten onafhankelijk beslissen over de locatie, maar een inbedding in het regionaal mobiliteitsplan is aan te bevelen. Voor de aanleg van mobipunten langs gemeentewegen kunnen gemeenten subsidies krijgen.”
Nabijheids- en netwerklogica
Herkenbaar maatwerk
“Om te bepalen waar er een mobipunt moet komen, en van welke categorie, wordt gekeken naar het vervoerpotentieel”, zegt mobipuntenmanager Laura May. “Die wordt bepaald op basis van opstap-, afstap- en overstapmogelijkheden. Daarbij zijn de ‘nabijheidslogica’ en ‘netwerklogica’ van belang. De nabijheidslogica vertrekt van de buurt: zijn er voldoende stimuli om hier op- of af te stappen? Zijn er bijvoorbeeld woon- of werkgelegenheden, een school, winkels, horeca, … in de buurt? De netwerk logica vertrekt vanuit de overstapmogelijkheden: welke vervoerlijnen komen samen? Op welke andere modi of lijnen kan de reiziger overstappen? De nabijheidslogica zal op elk vervoerniveau meespelen, maar waar de netwerklogica belangrijker wordt, verkleint de rol van de nabijheidslogica. Op buurtniveau zal de nabijheidslogica dus belangrijk zijn, terwijl die op interregionaal niveau minder doorweegt.” “De mobipunten volgens netwerklogica worden geïntegreerd in het regionaal mobiliteitsplan dat de vervoerregioraden opmaken. Voor
Het Besluit van de Vlaamse Regering legt vast welke voorzieningen minimaal in een mobipunt aanwezig moeten zijn (zie kader hiernaast), maar de projectstuurgroep (PSG) beslist over de concrete inrichting. “We vinden het belangrijk om bij de inrichting ruimte te laten voor maatwerk”, vult Laura May aan. “Elk mobipunt is immers anders omwille van de ruimtelijke context. Om de projectstuurgroep te ondersteunen, werken we nog aan gedetailleerde ontwerprichtlijnen voor de inrichting. Ook de toegankelijkheidsvoorwaarden zullen daarin duidelijk uitgelegd worden.” “Een mobipunt in Hoppinstijl moet sowieso altijd snel herkenbaar zijn. Mensen moeten van ver kunnen zien waar er een mobipunt is, onder meer door een opvallende zuil met het herkenbare logo en de kenmerkende kleuren van Hoppin. Om uniformiteit in de merknaam te verzekeren, heeft de communicatiedienst van ons departement een huisstijlgids gemaakt voor Hoppin (zie pagina 3 voor meer uitleg rond de communicatietoolbox). Een mobipunt
DEPARTEMENT MOW
15 mobipunten in Hoppinstijl Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters opende op 27 september in Leuven de eerste Hoppinpunten in Vlaanderen. In Leuven gingen 14 Hoppinpunten open, in Zoutleeuw 1. De komende maanden en jaren zal het aantal Hoppinpunten in Vlaanderen sterk stijgen. De stad Leuven heeft bijvoorbeeld de ambitie om de komende twee jaar alvast meer dan 50 Hoppinpunten te openen.
Laura May, mobipunten manager: “We willen ruimte laten voor maat werk bij de inrichting van een mobipunt.”
Minimale uitrusting mobipunt 1. Parkeerplaatsen indien nodig, waarbij er aangepaste en voorbehouden plaatsen voor personen met een beperking zijn. 2. Een fietsenstalling met ruimte voor buitenmaatse fietsen (o.a. bakfietsen). 3. Informatiedragers (o.a. zuilen). 4. Infrastructuur om data-uitwisseling mogelijk te maken.
in Hoppinstijl zal duidelijk op de zuil aangeven welke vervoermodi er beschikbaar zijn.”
Meer info bij de voorzitters van je vervoerregioraad “Als mobipuntenmanager ben ik fulltime bezig met mobipunten”, zegt Laura May, “vooral met overkoepelende aangelegenheden zoals het richtinggevend kader, de financiële opvolging, het beheer van de databank met mobipunten of de regelgeving. Voor info en vragen over specifieke mobipunten kunnen steden en gemeenten best terecht bij de gekende MOWcontactpersonen voor hun regio.” De gegevens van MOW-contactpersonen vind je op www.vlaanderen.be/ basisbereikbaarheid/vervoerregios.
Categorieën mobipunten Op basis van netwerklogica, zoals die is uitgetekend door de vervoer regioraad: 1. Interregionale mobipunten 2. Regionale mobipunten 3. Lokale mobipunten 4. Buurtmobipunten
Op basis van nabijheidslogica: 5. Buurtmobipunten. Dit zijn de mobipunten die de gemeente aangewezen heeft en die niet bediend worden door openbaar of collectief vervoer. Meer details vind je in het Besluit van de Vlaamse Regering over mobipunten op www.vlaanderen.be/basisbereikbaarheid/ combimobiliteit.
Basisbereikbaarheid
Communicatietoolbox over basisbereikbaarheid Met Hoppin zet de Vlaamse overheid een stap vooruit in basisbereikbaarheid. Ook voor de reizigers wordt dit nieuwe mobiliteitsmerk steeds concreter. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken stelde daarom een toolbox samen met communicatiemateriaal over basisbereikbaarheid.
Eén centrale plek voor communicatie De toolbox is een afgeschermde digitale ruimte van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken waar je teksten, beelden, filmpjes en andere documentatie kan downloaden over basisbereikbaarheid en Hoppin. Al dit materiaal kunnen lokale overheden en vervoerregio’s gebruiken voor hun eigen communicatiekanalen en -acties rond basisbereikbaarheid. Ga dus zeker een kijkje nemen!
Voor alle partners ■■ Vervoerregio’s. ■■ Lokale besturen.
Eén duidelijk samenhangend verhaal De communicatie over basisbereikbaarheid gebeurt op verschillende beleidsniveaus (Vlaams, vervoerregio’s, lokale overheden, …). Dankzij deze toolbox worden de verschillende communicaties beter op elkaar afgestemd. Door dezelfde terminologie te gebruiken en elkaars boodschappen te versterken, brengen we één duidelijk samenhangend verhaal naar de betrokken stakeholders én het brede publiek.
Via Sharepoint De toolbox is beschikbaar op de Sharepoint pagina van de Vlaamse overheid via https://vlaamseoverheid.sharepoint.com/ sites/dmow_a_vervoerregios/SitePages/ Communicatie.aspx. Opgelet: deze toolbox is niet voor iedereen toegankelijk. Alleen als vertegenwoordiger van je gemeente voor de vervoerregio heb je toegang. Krijg je graag toegang tot de toolbox? Heb je vragen of suggesties, of wens je extra informatie? Neem dan contact op met catherine.hechter@mow.vlaanderen.be en laura.vanderwegen@mow.vlaanderen.be.
Wat zit er in de toolbox? Op dit moment zijn er vier onderdelen in de toolbox: basisinformatie, communicatie, pers en informatie rond Hoppin. De informatie wordt continu bijgewerkt en aangevuld. 1. Basisinformatie
3. Pers
Hier vind je achtergrondinformatie over basisbereikbaarheid. ■■ Introductie tot basisbereikbaarheid – Deze gids geeft meer toelichting bij het verschil tussen basismobiliteit en basisbereikbaarheid. Komen ook aan bod: de missie, doelen en basisprincipes van basisbereikbaarheid én de rol van de vervoerregio’s, de vervoernetwerken, het vervoer op maat, mobipunten, de mobiliteitscentrale, het GIP (geïntegreerd investeringsprogramma) en de Vlaamse mobiliteitsvisie 2040. ■■ Begrippenlijst – Deze alfabetische begrippenlijst legt beknopt essentiële begrippen uit.
Dit onderdeel biedt ondersteuning bij perscontacten. ■■ Kernboodschappen, vraag en antwoord – Het Departement MOW ontwikkelde drie kernboodschappen om basisbereikbaarheid bevattelijk uit te leggen. Daarnaast vind je hier veelgestelde vragen en antwoorden over basisbereikbaarheid en Hoppin. ■■ Template persbericht – De template omvat een aanzet voor perscommunicatie over basisbereikbaarheid per vervoerregio. ■■ Stappenplan persbericht – Het stappenplan omvat een checklist voor het voorbereiden en versturen van een persbericht.
2. Communicatie
4. Hoppin
Dit onderdeel biedt ondersteuning bij de communicatie over basisbereikbaarheid. ■■ Communicatieplan op Vlaams niveau – Hier vind je een toelichting over de uitdagingen, de scope en de opbouw van het communicatieplan en de lancering van het merk Hoppin. Dit plan schetst ook hoe het Departement MOW de vervoerregio’s en lokale besturen ondersteunt in hun communicatie over basisbereikbaarheid. ■■ Basis tekst-, beeld- en presentatiemateriaal – Dit zijn korte standaardteksten, -slides en -beelden die als basis kunnen dienen voor de communicatie door de vervoerregio’s en/of de lokale besturen. ■■ Animatiefilmpje basisbereikbaarheid – Het filmpje is gericht op het brede publiek en legt basisbereikbaarheid kort en duidelijk uit. De vervoerregio’s, steden en gemeenten kunnen het filmpje verspreiden via hun communicatiekanalen.
Hier vind je achtergrondinformatie over het nieuwe mobiliteitsmerk Hoppin en de realisatie van Hoppinpunten. ■■ Presentatie nieuwe mobiliteitsmerk Hoppin – Dit zijn korte standaardteksten, -slides en -beelden die als basis kunnen dienen voor de communicatie door de vervoerregio’s en/of de lokale besturen. ■■ Huisstijlgids Hoppin – De huisstijlgids geeft richtlijnen over het gebruik van Hoppin: het logo, de kleuren, de keuze van lettertype, … ■■ Praktische gids realisatie Hoppinpunten – Deze praktische gids schetst de te zetten stappen voor de realisatie van een Hopppinpunt.
Nieuw voor wegbeheerders: leidraad voor het sturen van verkeersstromen
VVSG
mobiliteitsnieuws
Verkeersbord ‘rechtsaf/rechtdoor vrij voor fietsers’ nu ook langs Vlaamse gewestwegen
Het verkeersbord ‘rechtsaf/rechtdoor vrij voor fietsers’ (B22/B23) wordt nu ook op kruispunten langs Vlaamse gewestwegen geplaatst. Dat zijn Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), overeengekomen. Steden en gemeenten kunnen een aanvraag indienen bij het Agentschap Wegen en Verkeer, dat de borden zal plaatsen, na positief advies van de lokale politie. De politie moet de specifieke verkeerssituatie beoordelen zodat de veiligheid van fietsers gegarandeerd blijft. “Het verkeersbord zorgt ervoor dat fietsers niet nodeloos hoeven te wachten aan rode lichten, zonder de fietsveiligheid in het gedrang te brengen”, zegt Vlaams minister Lydia Peeters. “Samen met de lokale besturen wil ik fietsen efficiënter en aantrekkelijker maken door situaties aan te pakken waar fietsers moeten wachten door zinloos rood.” Het verkeersbord ‘rechtsaf/rechtdoor vrij voor fietsers’ werd in 2011 in de wegcode opgenomen en is al terug te vinden op gemeentewegen in Dilbeek, Gent, Haacht, Leuven en Sint-Niklaas.
Meer info bij de regiomanagers van AWV: https://wegenenverkeer.be/ regiomanagers.
Eerste elektrische bussen van De Lijn rijden in Leuven
Vanaf september rijden er zes volledig elektrische bussen van De Lijn in en rond Leuven (de lijn tussen Heverlee en Kessel-Lo). Een primeur voor Vlaanderen! Het project in Leuven is het eerste van 3 opstartprojecten. Later dit jaar wordt dit proefproject verder uitgebreid naar Antwerpen. Daarna komt er ook nog een project in Gent. Zo zet De Lijn de eerste stap richting een emissievrije bediening van de Vlaamse stadskernen en een volledig emissievrij openbaar vervoer in Vlaanderen tegen 2035. De Lijn wil met deze projecten de verschillende manieren van opladen in de praktijk testen, maar ook ervaring opdoen voor zijn chauffeurs, rijschool, dispatching, en technici.
Meer info: https://delijn.prezly.com/maidentrip-voor-eerste-elektrische-bus-inleuven.
Mobiliteitsvisie 2040: je kunt nog meedoen aan de online bevraging t.e.m. 18 oktober
Het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken werkt aan een Vlaamse mobiliteitsvisie richting 2040 en rekent daarvoor op de input van experts, lokale besturen en burgers. En dus ook op jou en de inwoners van jouw gemeente. De burgerbevraging werd op 16 september opgestart en loopt t.e.m. 18 oktober. Dat is ook de einddatum voor de bevraging bij de lokale mandatarissen. Nog niet ingevuld? Maak er dan snel werk van. Je vindt de online bevraging voor gemeenteraadsleden op https://tinyurl.com/Mobil2040. De Vlaamse mobiliteitsvisie 2040 zal de krachtlijnen bevatten om de Vlaamse mobiliteit in de toekomst vlot, veilig en duurzaam te organiseren. Deze visie zal dienen als leidraad voor onze mobiliteitsbeslissingen vandaag en de komende 20 jaar. Tegelijk vormt ze ook het kader voor de opmaak van de regionale mobiliteitsplannen. Eind dit jaar gaat een ontwerp van de visie naar de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Lydia Peeters.
Meer info: www.mobiliteitsvisie2040.vlaanderen.be.
Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) heeft een leidraad opgesteld met richtlijnen, aanbevelingen, juridisch advies én praktische tips voor het sturen van verkeersstromen. Deze leidraad bundelt alle beschikbare informatie en reikt handvaten aan waarmee wegbeheerders en politiediensten verkeerstromen kunnen sturen en ook de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid garanderen. Deze leidraad toont aan dat er naast het plaatsen van verkeersborden nog andere opties zijn om verplaatsingsgedrag aan te pakken en gewenst verkeer te stimuleren: het voorkomen én het sturen van gemotoriseerde verplaatsingen, het vertragen/versnellen van verplaatsingen én de toegang verbieden/beperken via infrastructuur. De Vlaamse overheid adviseert om deze leidraad zoveel mogelijk toe te passen zodat weggebruikers in Vlaanderen de verschillende maatregelen herkennen, begrijpen en kunnen toepassen.
Meer info: www.vlaanderen.be/mobiliteit-en-openbare-werken/verkeer/leidraadvoor-het-sturen-van-verkeersstromen.
5G-Blueprint van start: internationaal onderzoek naar mogelijkheden van op afstand bewaakte of aangestuurde bewegingen in logistiek en transport
Op 21 september is het 5G-Blueprint (onderzoeks-)project opgestart. Dit project onderzoekt drie jaar lang de mogelijkheden van ‘tele-operated operations’ met 5G-communicatietechnologie. Concreet wordt de meerwaarde en noodzaak aan 5G-communicatietechnologie onderzocht in enkele handelingen met op afstand bewaakte en mogelijk ‘zelfsturende’ voer- of vaartuigen, in eerste instantie in havengebied. Doel daarbij is de efficiëntie in logistiek drastisch te verbeteren en ook te tegemoet komen aan een dreigend tekort aan chauffeurs en schippers. Naast een analyse van elementen die de (grensoverschrijdende) continuïteit van dienstverlening bepalen, worden mogelijke zakenmodellen onderzocht en ook de menselijke factoren bij op afstand bestuurde logistieke handelingen. Tegelijk is het bedoeling om inzicht te verwerven in 5G-technologie én de noodzakelijke aanpassingen aan het telecommunicatienetwerk. 5G-Blueprint ontvangt EU-steun en is een samenwerking tussen 28 partners (overheden en privépartners). Het project wordt aangestuurd door het (Nederlandse) Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Departement MOW. Alle activiteiten worden samen met AWV opgevolgd. Ook de Vlaamse Waterweg en het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust zijn betrokken.
Agenda
Deze data zijn afhankelijk van de coronamaatregelen. Check online voor de laatste stand van zaken.
oktober 5 - 9 Fietscongres 9 Opfrissing van de wegcode 13 Basisprincipes van de verkeerskunde (online – module 1) 15 Verkeerstekens en signalisatieplannen 17, 18 Dag van de Trage Weg 19 Basisprincipes van de verkeerskunde (online – module 2) 26 Basisprincipes van de verkeerskunde (online – module 3)
november 10 Verkeersmodellen 16 Minder borden, meer verkeersveiligheid 25 Opfrissing van de wegcode (online) 9 Basisprincipes van de verkeerskunde (online – module 4) 20 Basisprincipes van de verkeerskunde (online – module 5) 26 Basisprincipes van de verkeerskunde (online – module 6) 30 Opfrissing van de wegcode
december 1 Een nieuw ontwerp voor veilig verkeer 3 Basisprincipes van de verkeerskunde (online – module 7) 10 Basisprincipes van de verkeerskunde (online – module 8) 11 Minder borden, meer verkeersveiligheid
Zie ook de agenda op www.mobielvlaanderen.be/overheden.
Mobiliteitsbrief is er ook als e-zine. Abonnees op het e-zine krijgen de Mobiliteitsbrief digitaal in hun persoonlijke mailbox. Je kunt voor de papieren en/of digitale versie gratis in- en uitschrijven via www.mobielvlaanderen.be/overheden/mobbrief-inschrijving.php. Op deze website vind je ook alle Mobiliteitsbrieven terug en meer informatie over het lokaal mobiliteitsbeleid. Voor suggesties en vragen over deze publicatie of je abonnement kun je mailen naar info@mobiliteitsbrief.be. Voor meer informatie over privacy verwijzen wij naar de privacy policy van de Vlaamse overheid: https://departement-mow.vlaanderen.be/nl/privacyverklaring Mobiliteitsbrief biedt lokale overheden informatie over hoe een duurzaam lokaal mobiliteitsbeleid uitgewerkt kan worden in samenwerking met andere partners en overheden. Alle Vlaamse burgemeesters, schepenen voor mobiliteit, mobiliteitsambtenaren en andere geïnteresseerde mobiliteitsprofessionals krijgen een exemplaar. Redactie en vormgeving: Wolters Kluwer. Redactieadres: info@mobiliteitsbrief.be. Redactieraad: Vertegenwoordigers van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, het kabinet van de Vlaamse minister bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, het Agentschap Wegen en Verkeer, De Lijn, Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, Vlaamse Stichting Verkeerskunde, Vias Institute. Verantwoordelijke uitgever: Filip Boelaert, Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW), Koning Albert II-laan 20 bus 2, 1000 Brussel. © 2020 Vlaamse overheid – Departement Mobiliteit en Openbare Werken.