Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/143
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/143
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 24 februari 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie (hierna vermeld als: VRT) om een afschrift te verlenen van de volgende documenten: • De overeenkomsten waarvan melding in de pers van 23 februari 2021 afgesloten tussen (een vennootschap) van xxx en de VRT die aan de grondslag liggen van de facturen waarover de pers bericht. • De betaalbewijzen van de facturen die zijn uitgestuurd (rekeninguittreksels). • De laatste drie verslagen van de Raad van Bestuur van de periode dat voornoemd persoon, xxx, nog van deze Raad van Bestuur deel uitmaakte. Op 12 maart 2021 werd voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen door de VRT. Op 29 maart 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing vanwege de VRT. Dit beroep werd geregistreerd op 31 maart 2021. Op 27 april 2021 werd de beslissingstermijn van de beroepsinstantie, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengd van dertig kalenderdagen naar vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep
www.vlaanderen.be
De weigeringsbeslissing van de VRT dateert van 12 maart 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 29 maart 2021 diende verzoeker beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
De VRT heeft het openbaarheidsverzoek afgewezen op 12 maart 2021 en argumenteert haar beslissing als volgt : -
Wat betreft de opgevraagde overeenkomsten en betaalbewijzen
De VRT wijst erop dat het niet meteen duidelijk was van welke overeenkomsten en betaalbewijzen verzoeker juist de openbaarheid wenst. Teneinde toch bepaalde zaken te kunnen toelichten, is men uitgegaan van een artikel van VRT NWS van 23 februari 2021 . Op basis van dit artikel (waarin ook naar de nieuwswebsite Business AM wordt verwezen) zou er sprake zijn van twee contracten, afgesloten in 2017 tussen de VOF 'A Woman's View' van xxx en de VRT, waaraan meerdere facturen verbonden zouden zijn: in totaal 33.000 EUR voor het ene contract en 2.500 EUR voor het andere. Elk van de betrokken overeenkomsten bevat een vertrouwelijkheidsverbintenis. VRT kan dan ook louter akte nemen van wat hierover in de pers is verschenen buiten haar toedoen, en hoogstens bevestigen wat publiekelijk hierover in de pers bekend werd gemaakt. Meer bepaald dat er in 2017 enerzijds een ruilovereenkomst werd afgesloten tussen de VRT/MNM en 'A Woman's View' aangaande het evenement Limburg Finezt 2017 voor een bedrag van 33.44,00 EUR (excl. BTW). MNM was hierbij mediapartner van het evenement, dat deels georganiseerd werd door 'A Woman's View'. Anderzijds werd er in 2017 een overeenkomst afgesloten tussen de VRT en 'A Woman's View' in het kader van de actie 'Move Tegen Pesten' waarbij 'A Woman's View' de choreografie zou aanleveren, voor een bedrag van 2.500,00 EUR (excl.BTW). Los van bovenstaande bevestiging van wat publiekelijk bekend werd gemaakt, kan de VRT niet meer informatie over deze overeenkomsten verstrekken, noch kunnen zij een kopie van deze overeenkomsten of bewijzen omtrent de in uitvoering van deze overeenkomsten gemaakte betalingen overmaken. De VRT wijst er ook nog volledigheidshalve op dat er geen betaalbewijzen bestaan met betrekking tot de ruilovereenkomst tussen de VRT/MNM en 'A Woman's View' aangaande het evenement Limburg Finezt 2017.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/143
pagina 2 van 7
Aangezien dit een ruildeal (ruil van prestaties), betreft gebeurden er geen betalingen. De VRT kan deze onbestaande documenten dus ook niet overmaken. Als grond voor de weigering om de gevraagde documenten (contracten en facturen) openbaar te maken, verwijst de VRT naar de toepassing van de volgende uitzonderingsgronden: • Artikel II.34, 6° Bestuursdecreet (beide overeenkomsten bevatten een geheimhoudingsclausule) • Artikel II.35, 1° Bestuursdecreet (afbreuk aan de economische, financiële en commerciële belangen van de VRT) • Artikel II.35, 4° Bestuursdecreet (belang van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen) -
Wat betreft de opgevraagde verslagen van de Raad van Bestuur
De VRT verwijst hiervoor naar de toepassing van artikel II.34, 3° van het Bestuursdecreet, waarin is voorzien dat een vraag tot openbaarmaking dient te worden afgewezen indien hiermee afbreuk wordt gedaan aan het geheim van de beraadslagingen van de organen van de betrokken overheid. Gezien het verzoek betrekking heeft op de verslagen van een orgaan van de VRT, welke een weergave geven van de beraadslaging binnen dit orgaan, met name de Raad van Bestuur, wijst de VRT het verzoek af, gelet op de dwingende aard van deze uitzonderingsgrond. Gezien de Raad van Bestuur net de bevoegdheid heeft om te beraadslagen over strategische beslissingen, spreekt het voor zich dat ook de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 1 ° van het Bestuursdecreet, die strekt tot bescherming van de commerciële, financiële en economische belangen, hier sowieso ook van toepassing is en de vrijgave van deze verslagen minstens zou indruisen tegen zowel artikel II.34,3° als artikel II.35, 1 ° van het Bestuursdecreet
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker tekent beroep aan tegen de voormelde weigeringsbeslissing van de VRT en argumenteert dat als volgt: 1) Stellen dat de vraag niet duidelijk is: is geen ernstig argument. De VRT weet goed genoeg van welke documenten een kopie wordt gevraagd: het gaat inderdaad om de overeenkomsten waarnaar verwezen wordt in het artikel www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/02/23/raad-van bestuur-sek/. Het gaat om (minstens) twee overeenkomsten, waarvan verzoeker ook de bewijzen van de betalingen wenst te ontvangen die gebeurd zijn voor de "diensten" van xxx. 2) de VRT kan de uitzonderingsgrond op basis van artikel II.34, 6° Bestuursdecreet op het eerste zicht niet inroepen. Het gaat immers niet om informatie die door een derde is verstrekt, maar wel degelijk om informatie die de VRT zelf onder zich houdt aangezien de VRT contractspartij is. Er moet ook rekening gehouden worden met het algemeen belang. xxx is parlementslid en vertegenwoordigt as such "de Natie". Zij ontvangt ook belastinggeld in die hoedanigheid en verzoeker stelt dat hij als burger het recht heeft om inzage te krijgen in deze documenten en dat de betaalbewijzen overigens niet onder deze uitzonderingsbepaling valt. 3) wat betreft de afbreuk aan de commerciële belangen van de VRT: er is al over de overeenkomsten bericht in de pers. Waarom en hoe zou er dan aan deze commerciële belangen afbreuk kunnen gedaan worden? Dit is een smoes om toch maar zeker niets te moeten overmaken. Bovendien: opnieuw kan deze uitzonderingsgrond niet ingeroepen worden voor de betaalbewijzen.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/143
pagina 3 van 7
4) Het feit dat de mogelijkheid voor een eerlijk proces in het gedrang zou zijn: Voor de ondernemingsrechtbank Limburg, afdeling Tongeren (niet voor de Antwerpse ondernemingsrechtbank zoals de VRT verkeerdelijk schrijft!) is een procedure hangende houdende "verzet" tegen de aanstelling van een voorlopig bewindvoerster (meester A. Moens). Die procedure heeft helemaal niets te maken met de contracten met de VRT. Verder is het ook zo dat deze uitzondering enkel kan ingeroepen worden als de VRT een proces zou riskeren of daarin betrokken is. Dit is niet het geval. 5) Over het geheim van de beraadslagingen van de Raad van Bestuur: de uitzonderingsbepaling is niet van toepassing op de verslagen van de Raad van Bestuur van de VRT. De Raad van Bestuur valt namelijk niet onder de opsomming: "organen van de Vlaamse overheid, van de organen van de lokale overheden, van de organen van de instellingen met een publieke taak en van de organen van de milieu instanties". Deze uitzonderingsbepalingen kan aldus niet worden ingeroepen.
3. Standpunt van de beroepsinstantie -
Wat betreft de opgevraagde overeenkomsten en betaalbewijzen
De beroepsinstantie stelt zelf vast dat voorwerp van het openbaarheidsverzoek betrekking heeft op de volgende documenten: - De twee overeenkomsten afgesloten in 2017 tussen de VOF ‘A Woman’s View’ van xxx en de VRT: enerzijds een ruilovereenkomst tussen de VRT/MNM en ‘A Woman’s View’ aangaande het evenement Limburg Finezt 2017 en anderzijds een overeenkomst afgesloten tussen de VRT en ‘A Woman’s View’ in het kader van de actie ‘Move Tegen Pesten’. - Het betaalbewijs naar aanleiding van de overeenkomst tussen de VRT en ‘A Woman’s View’ in het kader van de actie ‘Move Tegen Pesten’. Vooreerst stelt de beroepsinstantie vast dat de VRT niet beschikt over het betaalbewijs naar aanleiding van de ruilovereenkomst tussen de VRT/MNM en ‘A Woman’s View’ aangaande het evenement Limburg Finezt 2017. Aangezien het daar een ruilovereenkomst betreft, is er nooit een betaling geweest van een factuur en derhalve ook geen betaalbewijs. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat de VRT niet in het bezit is van het betaalbewijs met betrekking tot de afgesloten ruilovereenkomst, vermits dat een onbestaand document betreft Daar kan uiteraard geen afschrift van verleend worden. Het beroepschrift dient bijgevolg, wat dit document betreft, als ongegrond te worden beschouwd. Wat betreft de hiervoor vermelde beide afgesloten overeenkomsten tussen de VRT en de VOF ‘A Woman’s View’ van xxx en het betaalbewijs naar aanleiding van één van die overeenkomsten, is de beroepsinstantie van oordeel dat deze niet voor openbaarmaking in aanmerking komen in toepassing van artikel II.39, tweede lid van het Bestuursdecreet, waarin is bepaald dat de in het Bestuursdecreet bepaalde uitzonderingen gelden, onverminderd de andere bij de wet, het decreet of ordonnantie bepaalde uitzonderingen op de gronden die te maken hebben met de uitoefening van de bevoegdheden van de federale overheid, de gemeenschap of het gewest. In casu verwijst de beroepsinstantie naar de toepassing van artikel 6, §1, 5° van de federale wet van 11 april 1994 inzake de openbaarheid van bestuur.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/143
pagina 4 van 7
De voormelde wetsbepaling uit de federale openbaarheidswet voorziet dat een verzoek om openbaarmaking wordt afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van strafbare feiten. Het is immers zo dat de bescherming van het opsporingsonderzoek een exclusieve federale bevoegdheid (geregeld in het Wetboek van Strafvordering) is en betrekking heeft op het geheel van handelingen die ertoe strekken de misdrijven, hun daders en de bewijzen ervan op te sporen en de gegevens te verzamelen die dienstig zijn voor de uitoefening van de strafvordering. Onder voormelde federale uitzonderingsgrond vallen ook die bestuursdocumenten die niet uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, maar die eventueel wel in een strafrechtelijk onderzoek kunnen gebruikt worden. In dat geval dient er een belangenafweging te gebeuren tegenover het belang van de openbaarheid van de opgevraagde documenten. De beroepsinstantie moet nu vaststellen dat er momenteel een strafrechtelijk onderzoek loopt vanuit het Parket te Antwerpen, dit in het kader van een gerechtelijk onderzoek naar mogelijke fraude door xxx via meerdere vennootschappen. Zeer recent zijn er in dat verband nog verschillende huiszoekingen uitgevoerd op diverse adressen in Vlaanderen, waarbij de speurders van de Centrale Dienst voor Bestrijding van de Corruptie (CDBC) en de Computer Crime Unit van de federale politie op zoek waren naar boekhoudkundige stukken van de vennootschappen van xxx. Sinds maart 2021 loopt er een gerechtelijk onderzoek naar mogelijke feiten die gepleegd werden met betrekking tot vennootschappen van xxx, die gekwalificeerd werden als valsheid in geschriften, bedrieglijk niet voeren van een correcte boekhouding, subsidiefraude, misbruik van vennootschapsgoederen, misbruik van vertrouwen, valsheid in informatica en externe en interne hacking’. In de media verscheen daaromtrent al dat de afgelopen maanden al een groot deel van de boekhouding van de vennootschappen van xxx in beslag werd genomen. Er werd door de onderzoeksrechter ondertussen ook een onafhankelijke bedrijfsrevisor aangesteld om die boekhouding van de verschillende vennootschappen te onderzoeken. De beroepsinstantie is, verwijzende naar het feit dat er momenteel een gerechtelijk onderzoek hangende is naar de boekhouding binnen de vennootschappen van xxx, daarom de mening toegedaan dat de openbaarmaking van de opgevraagde documenten aan verzoeker, op dit ogenblik onmogelijk kan toegestaan worden. Er loopt immers nog volop een strafonderzoek momenteel, waarbij alle mogelijke boekhoudkundige stukken met betrekking tot de verschillende vennootschappen van xxx verzameld worden door het Parket en het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk onderzoek. Aangezien door verzoeker nu overeenkomsten en betaalbewijzen worden opgevraagd met betrekking tot een vennootschap van xxx, is de beroepsinstantie van oordeel dat deze niet openbaar kunnen worden gemaakt, gelet op het gerechtelijk onderzoek dat lopende is rond de werking van de vennootschappen van xxx. De beroepsinstantie concludeert daarom dat de opgevraagde documenten (de beide overeenkomsten en het betaalbewijs van de factuur van één van die overeenkomsten) aan de openbaarmaking moeten worden onttrokken omdat het belang van de openbaarmaking van die documenten in casu niet opweegt tegen het belang van de bescherming van de opsporing en de mogelijke vervolging van strafbare feiten, zoals voorzien in artikel 6, §1, 5° van de federale wet van 11 april 1994 inzake de openbaarheid van bestuur. De openbaarmaking van de opgevraagde documenten kan dus niet worden toegestaan. Het ingestelde beroep wordt voor dit onderdeel dan ook als ongegrond beschouwd. -
Wat betreft de opgevraagde verslagen van de Raad van Bestuur
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/143
pagina 5 van 7
De beroepsinstantie is van oordeel dat de verslagen van de Raad van Bestuur van de VRT niet openbaar kunnen worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 3° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling voorziet dat een aanvraag tot openbaarmaking moet afgewezen worden als die openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de beraadslagingen van de organen van de Vlaamse overheid, de organen van de lokale overheden, de organen van de instellingen met een publieke taak en van de organen van de milieu-instanties. Verzoeker stelt in zijn beroepschrift dat de uitzonderingsgrond met betrekking tot het geheim van de beraadslagingen niet van toepassing is op de verslagen van de Raad van Bestuur van de VRT. Dit is volkomen onjuist, daar in artikel I.3, 1° van het Bestuursdecreet een definitie voorkomt van het begrip “Vlaamse overheid”, waarin duidelijk staat dat de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie (waartoe de VRT behoort) daaronder zijn begrepen. De VRT valt dus wel degelijk onder het begrip “Vlaamse overheid”. De beroepsinstantie stelt vast dat het in casu gaat om een verzoek tot openbaarmaking van de notulen van de bestuursvergaderingen van drie vergaderingen bij de Raad van Bestuur bij de VRT. De Raad van Bestuur is uiteraard het Bestuursorgaan van de VRT en is dus wel degelijk begrepen in de opsomming van artikel II.34, 3° van het Bestuursdecreet. Er kan ook geen twijfel kan over bestaan dat de beraadslagingen binnen de vergaderingen van de Raad van Bestuur van de VRT geheim zijn, daar deze nu eenmaal plaatsvinden in besloten bijeenkomsten. Voormelde uitzonderingsgrond heeft tot doel om te vermijden dat een bepaalde discussie zou worden lamgelegd. In de memorie van toelichting van het Bestuursdecreet is daaromtrent gestipuleerd dat een document of een deel ervan aan de openbaarheid moet onttrokken worden wanneer, na afweging blijkt dat de lectuur ervan de inhoud van de discussie tijdens een beraadslaging kenbaar maakt, terwijl het een vertrouwelijke discussie betrof. Deze uitzondering is dus niet in het leven geroepen om de beslissingen en documenten die het gevolg zijn van een beraadslaging van een orgaan van een bestuursinstantie aan de openbaarmaking te onttrekken, doch wel om de eigenlijke beraadslaging zelf geheim te houden. De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat verzoeker in casu vraagt naar de notulen van de laatste drie verslagen van de Raad van Bestuur van de periode dat xxx nog van deze Raad van Bestuur deel uitmaakte. De beroepsinstantie kon kennis nemen van de opgevraagde notulen en kon vaststellen dat het hierbij gaat om volledig uitgeschreven notulen, waarbij de volledige besprekingen en beraadslagingen van alle agendapunten worden opgenomen. Daarom is de beroepsinstantie van oordeel dat artikel II.34, 3° van het Bestuursdecreet wel degelijk toestaat dat die vertrouwelijke besprekingen en beraadslagingen binnen de Raad van Bestuur van de VRT aan de openbaarmaking worden onttrokken, omdat daardoor het risico bestaat dat zou kunnen worden achterhaald welk standpunt de verschillende leden binnen de bestuursorganen bij de VRT hebben ingenomen met betrekking tot de behandelde agendapunten. Daardoor zouden bepaalde discussies kunnen worden blootgelegd, waardoor wel degelijk een afbreuk zou worden gedaan aan het geheim van de beraadslaging van de bestuursorganen bij de VRT. Voor de volledigheid geeft de beroepsinstantie nog mee dat het geheim karakter van de beraadslagingen van de Raad van Bestuur ook nog als dusdanig wordt bevestigd door het VRT Charter van deugdelijk bestuur (hoofdstuk C, Onderdeel III, Subonderdeel 2, punt d): “Behoudens de bestuurders zelf wordt een afschrift van de notulen enkel toegestuurd aan de gedelegeerd bestuurder van VRT (die een raadgevend lid is van de Raad van bestuur uitmaakt en deelneemt aan deze vergaderingen), de Gemeenschapsafgevaardigde en de afgevaardigde van het Rekenhof (beiden decretaal voorzien als toezichthouder op de werking van VRT).”
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/143
pagina 6 van 7
De beroepsinstantie is dan ook de mening toegedaan dat in casu toepassing moet worden gemaakt van artikel II.34, 3° van het Bestuursdecreet en dat omwille van het geheim van de beraadslaging binnen de bestuursorganen van de VRT, geen openbaarheid kan worden toegestaan van de door verzoeker opgevraagde notulen van de vergaderingen van de Raad van Bestuur bij de VRT. Artikel II.45 §2 Bestuursdecreet bepaalt dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar gemaakt wordt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. De beroepsinstantie stelt vast dat dit in casu evenwel praktisch onmogelijk is, daar de notulen zo zijn opgesteld dat bij elk agendapunt de integrale bespreking tussen alle leden van de Raad van Bestuur wordt weergegeven van dat agendapunt Het ingestelde beroep, wat dit onderdeel betreft, dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 29 maart 2021 tegen de weigeringsbeslissing van de VRT wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 12 mei 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/143
pagina 7 van 7