Skip to main content

dossier 2021-381.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/381

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/381

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 30 augustus 2021 diende xxx (verder: verzoeker) een verzoek in bij het OCMW Brasschaat om: -

inzage en een afschrift te verlenen van twee brieven van het OCMW Brasschaat betreffende “Onderzoek onderhoudsplicht in het kader van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (leefloonwet)”, formeel gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021, waarop de originele handtekeningen voorkomen.

-

inzage en afschrift te verlenen van de documenten waaruit blijkt dat een leefloon werd ontvangen door xxx sedert 1 juli 2021 dan wel werd ontvangen sedert 1 juni 2021 (zoals vermeld in de brieven, gedagtekend resp. op 29 juli 2021 en 30 juni 2021).

-

inzage en afschrift te verlenen van de documenten waaruit blijkt dat een leefloon werd betaald door het OCMW aan xxx sedert 1 juli 2021 dan wel werd betaald door het OCMW sedert 1 juni 2021 (zoals blijkt uit de brieven, gedagtekend respectievelijk op 29 juli 2021 en 30 juni 2021).

-

uitleg te verschaffen inzake het verschil in de (meegedeelde) data van (begin van) ontvangst van het leefloon. De brief dd. 29 juli 2021 vermeldt de datum van 1 juli 2021; de later ontvangen brief, gedagtekend op 30 juni 2021, vermeldt de datum van 1 juni 2021.

www.vlaanderen.be


-

inzage en afschrift te verlenen van de documenten die de wijziging van de datum (van aanvang) van ontvangst van het leefloon – nu eens “1 juli 2021”, dan weer “1 juni 2021” – staven, verklaren, uitleggen en/of verantwoorden.

-

inzage en afschrift te verlenen van het register van de aanvragen tot het toekennen van een leefloon.

-

uitleg te verschaffen over de gescande handtekeningen die de brieven, gedagtekend respectievelijk op 29 juli 2021 en 30 juni 2021, bevatten. Wie precies mocht deze handtekeningen opnemen in deze brieven? Wie precies heeft deze handtekeningen opgenomen in deze brieven?

-

inzage en afschrift te verlenen van het register van beide verzonden brieven.

-

uitleg te verschaffen over de referte “xxx”, vermeld in de brief dd. 29 juli 2021. Wat betekent precies deze administratieve referte? Hoe moet deze referte worden begrepen?

-

inzage en afschrift te verlenen van de documenten die het OCMW Brasschaat ondertussen reeds heeft ingezameld om zelf te bepalen of cliënten al dan niet onderhoudsplichtig zijn (zoals aangehaald in de brieven, gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021).

Per aangetekende brief van 9 september 2021, aangeboden op 23 september 2021 aan verzoeker, heeft het OCMW Brasschaat verzoeker een toelichting bezorgd betreffende de drie hierboven vermelde vragen om uitleg. Voor wat betreft de opgevraagde documenten, heeft het OCMW Brasschaat de openbaarmaking geweigerd. Verzoeker diende op 8 oktober 2021 bij de beroepsinstantie beroep in tegen die beslissing van het OCMW Brasschaat. Het beroepschrift werd geregistreerd op 11 oktober 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 30 augustus 2021. De in beroep aangevochten beslissing van het OCMW Brasschaat van 9 september 2021, aangeboden op 23 september 2021 aan verzoeker, maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het ingediende beroep van verzoeker d.d. 8 oktober 2021 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep is bijgevolg ontvankelijk. Het OCMW verwijst verder nog naar de vereiste inzake het persoonlijk belang van de verzoeker, wat een beoordeling van de ontvankelijkheid van de aanvraag betreft. Na lezing van de betreffende stukken kan de beroepsinstantie verzoeker er enkel maar in bijtreden dat hier geen informatie van persoonlijke aard aanwezig is. In de memorie van toelichting bij dit decreetartikel wordt informatie van persoonlijke aard gedefinieerd als “de informatie die betrekking heeft op een beoordeling, een waardeoordeel of de

beschrijving van een gedrag van een bij name genoemd of een gemakkelijk identificeerbaar natuurlijk persoon”. De hierboven vermelde documenten bevatten geen informatie over een beoordeling, een waarde-

oordeel of de beschrijving van een gedrag, voormeld artikel is bijgevolg niet van toepassing.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/381

pagina 2 van 8


Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

In zijn beslissing van 9 september 2021 stelt het OCMW Brasschaat de aanvraag van verzoeker te moeten afwijzen voor wat betreft de gevraagde documenten. Het OCMW Brasschaat verwijst naar artikel II.40 §3 van het Bestuursdecreet, dat voor de openbaarmaking van informatie van persoonlijke aard voorziet dat de aanvrager moet aantonen dat hij rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan worden geraakt door de gevraagde informatie, door de beslissing waarop de informatie betrekking heeft of door de beslissing ter voorbereiding waarvan het document dat de informatie bevat, is opgesteld. Aangezien het dossier van xxx intussen stopgezet werd en een onderzoek naar de onderhoudsplicht dus niet langer aan de orde is, meent het OCMW Brasschaat dan ook dat er geen sprake is van het vereiste belang in hoofde van de cliënten van verzoeker bij het opvragen van persoonlijke informatie.

2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker gaat niet akkoord met voornoemde beslissing van het OCMW Brasschaat en formuleert volgende grieven:

“Het OCMW Brasschaat beroept zich voor de weigering-beslissing ten onrechte op: (1) artikel II.40 § 3 van het Bestuursdecreet en (2) het gegeven dat “het dossier van xxx intussen stopgezet werd en een onderzoek naar de onderhoudsplicht dus niet langer aan de orde is”. Inzake openbaarheid van bestuur moet men immers niet van een belang doen blijken, tenzij de formele wet of het decreet formeel een rechtens aanneembare uitzonderingsgrond voorziet. De verwijzing naar artikel II.40, § 3 Bestuursdecreet volstaat in casu niet voor de betwiste weigering van de opgevraagde documenten op grond van een vermeend gebrek aan “het vereiste belang”. Niet alleen is er immers geen sprake van “informatie van persoonlijke aard”, opgevat als “informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van een bij name genoemd of een gemakkelijk identificeerbare natuurlijke persoon”. Bovendien zijn verzoekers wel rechtstreeks geraakt omdat “krachtens artikel 26 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (leefloon) kan het OCMW het leefloon verhalen op xxx”, aldus de OCMW-brief dd. 29 juli 2021. Het louter gegeven dat “een onderzoek naar de onderhoudsplicht dus niet langer aan de orde is” neemt verder niet weg dat een leefloon wel degelijk werd uitgekeerd en dat verzoekers als, door het OCMW expliciet aangeschreven, xxx voor de terugvordering instaan. De verjaringregels worden bepaald overeenkomstig artikel 29 van de leefloon-wet: “§ 2. De terugvordering bedoeld in artikel 26 verjaart overeenkomstig artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek”.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/381

pagina 3 van 8


[…] De verwijzing, door het OCMW, naar artikel II.40, § 3 Bestuursdecreet – een zogezegd gebrek aan “vereist belang” – grondt dus hier (in globo) niet rechtmatig de weigering van de openbaarheid van bestuur van alle opgevraagde documenten, inzonderheid de gevraagde inzage en afschrift van: (1) de brieven, formeel gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021 en door verzoekers ontvangen resp. op 29 juli 2021 en 3 augustus 2021, waarop de originele handtekeningen voorkomen; (2) de documenten die het uitbetalen van het leefloon aan xxx staven; (3) het register van de aanvragen tot het toekennen van een leefloon; (4) de documenten die het OCMW Brasschaat ondertussen reeds heeft ingezameld om zelf te bepalen of verzoekers al dan niet onderhoudsplichtig zijn (zoals aangehaald in de opeenvolgende brieven, formeel gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021). Drie onderscheiden redenen staven de globale ongegrondheid van de beslissing van het OCMW. ➢ Niet alleen is er immers hier geen sprake van “informatie van persoonlijke aard”, zoals gedefinieerd in artikel II.40, § 3 Bestuursdecreet. De opgevraagde documenten betreffen met andere woorden in casu niet “informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van een bij name genoemd of een gemakkelijk identificeerbare natuurlijke persoon”. De loutere bewering van het OCMW dat verzoekers aanvraag enkel betrekking zou hebben op zgn. “persoonlijke informatie” ontheft het OCMW niet van de verplichting om na te gaan of er wel sprake is van “informatie van persoonlijke aard” in de zin van artikel II.40, § 3 van het Bestuursdecreet. Hier bezondigt het OCMW zich dus ook aan een onjuiste kwalificatie van de opgevraagde informatie. Bijzonder absurd en onrechtmatig is de analyse en kwalificatie van het OCMW met betrekking tot “de documenten die het OCMW Brasschaat ondertussen reeds heeft ingezameld om zelf te bepalen of verzoekers al dan niet onderhoudsplichtig zijn (zoals aangehaald in de brieven, gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021)”. Deze documenten betreffen immers ontegensprekelijk verzoekers zelf. ➢ Bovendien zijn verzoekers wel degelijk persoonlijk en rechtstreeks geraakt, dit omdat “krachtens artikel 26 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (leefloon) kan het OCMW het leefloon verhalen op xxx”, aldus de OCMW-brief dd. 29 juli 2021. Verzoekers geven dus alvast blijk van het “vereiste belang” (dat het OCMW vooropstelt). Het OCMW heeft verzoekers formeel aangesproken als xxx in het kader van de terugvordering van het leefloon. Verzoekers rechtstreeks en persoonlijk belang tot inzage en afschrift van de opgevraagde documenten (m.b.t. de terugvordering) is bijgevolg onbetwistbaar. ➢ Het louter gegeven dat “een onderzoek naar de onderhoudsplicht dus niet langer aan de orde is” neemt ten slotte niet weg dat een leefloon wel degelijk werd uitgekeerd en dat xxx voor de terugvordering blijven instaan (behoudens verjaring conform artikel 29 van de leefloon-wet). Het leefloon is al uitgekeerd op 5 juli 2021 ten belope van resp. 469,37 € en 50,00 € aan xxx en is later nog uit te keren (zoals OCMW heeft bericht aan xxx).” 3. Toelichting door het OCMW Brasschaat Om voldoende geïnformeerd te kunnen oordelen over het ingestelde beroepschrift heeft de beroepsinstantie het OCMW Brasschaat om een reactie gevraagd. Op 20 oktober 2021 bezorgde het OCMW Brasschaat volgende documenten aan de beroepsinstantie:

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/381

pagina 4 van 8


-

Twee brieven, formeel gedagtekend op 29 juli 2021 (met referte “xxx) en 30 juni 2021 (met als referte “CD/SD-2010-) Documenten waaruit blijkt dat een leefloon werd ontvangen sedert 1 juni 2021 De documenten waaruit blijkt dat een leefloon werd betaald door het OCMW sedert 1 juni 2021 (zoals blijkt uit de brieven, gedagtekend respectievelijk op 29 juli 2021 en 30 juni 2021); Het schrijven waarin de wijziging van de datum (van aanvang) van ontvangst van het leefloon – nu eens “1 juli 2021”, dan weer “1 juni 2021” – wordt toegelicht; het register van de aanvragen tot het toekennen van een leefloon. Uitleg over de gescande handtekeningen die de brieven, gedagtekend respectievelijk op 29 juli 2021 en 30 juni 2021, bevatten. Er is geen register van beide verzonden brieven. De datum van verzending blijkt uit de datum op de brief. Het OCMW Brasschaat heeft zelf geen informatie ingezameld om te bepalen of verzoekers al dan niet onderhoudsplichtig zijn.

Het OCMW herhaalde hierbij het standpunt uit de weigeringsbeslissing, namelijk dat de gevraagde stukken in toepassing van artikel II.40 §3 Bestuursdecreet niet openbaar kunnen worden gemaakt en dat, gelet op het feit dat er slechts gedurende één maand leefloon werd toegekend, er geen onderzoek meer wordt gevoerd naar de onderhoudsplicht. Op 25 oktober 2021 bezorgde het OCMW Brasschaat de beroepsinstantie nog de bewijzen van uitbetaling van het leefloon aan xxx.

4. Beoordeling door de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat het beroepschrift zich beperkt tot de documenten waarvan het OCMW Brasschaat met haar beslissing van 9 september 2021 weigerde om er een afschrift van te verlenen aan verzoeker. Hieruit kan de beroepsinstantie opmaken dat verzoeker genoegen heeft genomen met de van het OCMW Brasschaat verkregen toelichting, naar aanleiding van zijn op 30 augustus 2021 gestelde vragen om uitleg. Verzoeker komt in het beroepschrift ook niet meer terug op zijn oorspronkelijke aanvraag tot openbaarmaking van volgende documenten: -

inzage en afschrift te verlenen van de documenten die de wijziging van de datum (van aanvang) van ontvangst van het leefloon – nu eens “1 juli 2021”, dan weer “1 juni 2021” – staven, verklaren, uitleggen en/of verantwoorden. inzage en afschrift te verlenen van het register van beide verzonden brieven.

Beide aanvraagonderdelen maken aldus geen onderdeel uit van voorliggend beroep, dat volgende beroepsonderdelen omvat: (1) de brieven, formeel gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021 en door verzoekers ontvangen resp. op 29 juli 2021 en 3 augustus 2021, waarop de originele handtekeningen voorkomen; (2) de documenten die het uitbetalen van het leefloon aan xxx staven; (3) het register van de aanvragen tot het toekennen van een leefloon; (4) de documenten die het OCMW Brasschaat ondertussen reeds heeft ingezameld om zelf te bepalen of verzoekers al dan niet onderhoudsplichtig zijn (zoals aangehaald in de opeenvolgende brieven, formeel gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021). 1.

de brieven, formeel gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021 en door verzoekers ontvangen resp. op 29 juli 2021 en 3 augustus 2021, waarop de originele handtekeningen voorkomen

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/381

pagina 5 van 8


Het OCMW Brasschaat heeft aan de beroepsinstantie bevestigd dat het afschrift van beide brieven, zoals bezorgd aan de cliënten van verzoeker op respectievelijk 29 juli en 3 augustus, wel degelijk een afschrift betrof van de origineel ondertekende brieven betreffende “Onderzoek onderhoudsplicht in het kader van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (leefloonwet)”. Zoals door het OCMW Brasschaat reeds aan verzoeker werd meegedeeld in de brief van 9 september, werd de brief van 30 juni 2021 handmatig ondertekend en de brief van 29 juli 2021 met een stempel van de betreffende handtekeningen. Aangezien een afschrift van beide brieven reeds aan de cliënten van verzoeker werd bezorgd, oordeelt de beroepsinstantie bijgevolg dat er geen redenen zijn om de openbaarmaking te weigeren. Het beroepsonderdeel wordt als gegrond beschouwd. 2. de documenten die het uitbetalen van het leefloon aan xxx staven 3. het register van de aanvragen tot het toekennen van een leefloon Het OCMW Brasschaat bezorgde de beroepsinstantie volgende documenten die betrekking hebben op deze beroepsonderdelen: 1) twee bewijzen van uitbetaling van het leefloon aan xxx 2) de inschrijving in het register der aanvragen van de betreffende aanvraag tot het bekomen van een leefloon. Een afschrift van de gevraagde documenten moet volgens het OCMW Brasschaat worden geweigerd, gelet op het vereiste persoonlijk belang dat cliënten van verzoeker zouden moeten aantonen, in toepassing van artikel II.40 §3 Bestuursdecreet. Artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bevat inderdaad een belangenvereiste voor de openbaarmaking van informatie van persoonlijke aard, Nu deze vereiste evenwel de ontvankelijkheid van het openbaarheidsverzoek betreft, wordt hiervoor verwezen naar de bovenvermelde bespreking van de ontvankelijkheid. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bepaalt evenwel dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/381

pagina 6 van 8


Hoewel het voor de cliënten van verzoeker vaststaat dat xxx een aanvraag tot het bekomen van een leefloon heeft ingediend, dat tijdelijk ook werd uitbetaald, wil dit niet zeggen dat zij zomaar inzage kunnen krijgen in de registratie van de aanvraag of in de betaalbewijzen van de uitkeringen. De beroepsinstantie is van oordeel dat deze documenten behoren tot de persoonlijke levenssfeer van die persoon (daar dit verband houdt met de inkomensgegevens). Het is immers zo dat door de openbaarmaking van de opgevraagde informatie, onmiskenbaar afbreuk wordt gedaan aan de persoonlijke levenssfeer van de betrokken persoon, die als meerderjarige niet langer onder het ouderlijk gezag valt van de ouders, die enkel de ouderlijke macht uitoefenen over hun minderjarige kinderen en als gevolg van artikel 374 en artikel 376 van het Burgerlijk Wetboek, recht hebben op informatie over hun kind als dat kind minderjarig is. Van zodra een kind meerderjarig is, dient dit zelf zijn of haar toestemming te geven met de openbaarmaking van dergelijke gegevens die behoren tot de persoonlijke levenssfeer, daar voor personen die een beroep willen doen op een leefloon, de toelage steeds wordt toegekend aan de betrokkene zelf. Dat het uitgekeerde leefloon krachtens artikel 26 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie door het OCMW mogelijk kan worden verhaald op de onderhoudsplichtige ouders, doet aan het voorgaande geen afbreuk. Het openbaar maken van deze documenten heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de openbaarmaking van de registratie van de aanvraag tot het verkrijgen van een leefloon of van de betaalbewijzen van de uitkeringen afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken natuurlijke persoon en dat die documenten dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet laat evenwel toe aan de beroepsinstantie om aan de betrokken natuurlijke persoon, in casu xxx, om toestemming te vragen voor het openbaar maken van de betreffende documenten. De beroepsinstantie heeft die toestemming gevraagd, maar niet verkregen. De beroepsonderdelen dienen bijgevolg als ongegrond te worden beschouwd. 4. de documenten die het OCMW Brasschaat ondertussen reeds heeft ingezameld om zelf te bepalen of verzoekers al dan niet onderhoudsplichtig zijn (zoals aangehaald in de opeenvolgende brieven, formeel gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021). De beroepsinstantie stelt vast dat het OCMW Brasschaat zelf geen informatie heeft ingezameld om te bepalen of verzoekers al dan niet onderhoudsplichtig zijn. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Aangezien het OCMW Brasschaat niet in het bezit is van de gevraagde documenten, daar zij die niet heeft ingezameld, kan er dus geen afschrift van worden bezorgd. Het beroepsonderdeel wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT:

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/381

pagina 7 van 8


Het beroepschrift van xxx d.d. 8 oktober 2021 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van het OCMW Brasschaat d.d. 9 september 2021 wordt als ontvankelijk en als deels ongegrond en deels gegrond beschouwd. Bijgevolg dient het OCMW Brasschaat aan verzoeker een afschrift te bezorgen van de brieven, formeel gedagtekend op 29 juli 2021 en 30 juni 2021 en door verzoekers ontvangen resp. op 29 juli 2021 en 3 augustus 2021, waarop de handtekeningen voorkomen.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 29 oktober 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/381

pagina 8 van 8


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-381.pdf by Vlaanderen-be - Issuu