Skip to main content

Rapport_AGODI_leerplicht-2014-2015.pdf

Page 1

1

Vlaanderen

is onderwijs & vorming

WIE IS ER NIET ALS DE SCHOOLBEL RINKELT? Evaluatie 2014 -2015

AGODI

AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN

www.onderwijs.vlaanderen.be


Eindredactie Michaël Van der Eycken, Kurt Van Damme AgODi, Afdeling Basisonderwijs, DKO en Clb – Scholen en leerlingen Peter Bex, Steven Bruneel, Lise Van Proeyen AgODi, Afdeling Secundair Onderwijs – Scholen en leerlingen

Met medewerking van Bea De Cuyper, Veerle Van De Velde, Pascal Van Droogenbroeck, AgODi, Afdeling Basisonderwijs, DKO en Clb – Scholen en leerlingen Stany Criel, Joachim Valkiers AgODi, Afdeling Secundair Onderwijs – Scholen en leerlingen Goedele De Cock AgODi, Stafdienst administrateur-generaal

Depotnummer D/2016/3241/252

Verantwoordelijke uitgever Guy Janssens Administrateur-generaal; Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)

Lay-out en fotografie Kim Baele


WIE IS ER NIET ALS DE SCHOOLBEL RINKELT? Evaluatie 2014 -2015


INHOUDSTAFEL INHOUD 2 INLEIDING 3 KORTE SAMENVATTING 4 LEERPLICHT: ALGEMENE SITUERING 8 HOOFDSTUK 1 10 CONTROLE OP DE INSCHRIJVINGEN IN HET BASIS- EN SECUNDAIR ONDERWIJS 10 1.

Reglementair kader 10

2.

Procedure voor opvolging 11

2.1.

Huidige procedure Vlaams Gewest

11

2.2. Procedure Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2.3. Evaluatie procedure 3.

Resultaten

4.

Besluit 26

14

15

20

HOOFDSTUK 2 28 OPVOLGING VAN IN- EN UITSCHRIJVINGEN 28 A.

In- en uitschrijvingen in het basisonderwijs

1.

Reglementair kader 28

2.

Procedure voor opvolging 28

B.

In- en uitschrijvingen in het secundair onderwijs 29

1.

Reglementair kader 29

2.

Procedure voor opvolging 29

2.1.

Huidige procedure 29

2.2. Evaluatie procedure

28

32

3.

Resultaten

33

3.1.

Tijdige en laattijdige inschrijvingen

33

3.2. Verschillende categorieën van in- en uitschrijvingen 4.

Besluit 57

44


HOOFDSTUK 3 60 Problematische afwezigheden

60

A.

Problematische afwezigheden in het basisonderwijs 60

1.

Reglementair kader 60

2.

Procedure voor opvolging 61

3.

Resultaten

3.1.

Problematische afwezigheden 61

61

3.2. Zorgwekkende dossiers

67

4.

Besluit 67

B.

Problematische afwezigheden in het secundair onderwijs

1.

Reglementair kader 68

2.

Procedure voor opvolging 69

3.

Resultaten

3.1.

Problematische afwezigheden 70

68

70

3.2. Zorgwekkende dossiers in het kader van problematische afwezigheden 80 4.

Besluit 82

HOOFDSTUK 4 84 TUCHT IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS 84 1.

Reglementair kader 84

2.

Procedure voor opvolging 84

3.

Resultaten

4.

Besluit 93

85

GLOSSARIUM 94 AFKORTINGENLIJST 99 OVERZICHT VAN TABELLEN 100 OVERZICHT VAN FIGUREN 104 BRONNEN

105


3

Inleiding Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) staat in voor de uitvoering van het onderwijsbeleid in Vlaanderen. Leerplichtcontrole vormt één van de kerntaken van AgODi. Voor het negende jaar op rij presenteren wij dit rapport met de titel: “Wie is er niet als de schoolbel rinkelt?”. U vindt er de belangrijkste gegevens over schoolverzuim van het schooljaar 2014-2015 in terug. We baseren ons voor de verschillende hoofdstukken op relevante cijfers en informatie afkomstig uit de volgende bronnen:

¿

de inschrijvings- en leerlingendatabank

¿

de databank ‘leerplichtcontrole’

¿

de databank ‘in- en uitschrijvingen’

¿

de elektronische registraties door scholen van leerplichtige leerlingen die 30 halve dagen problematisch afwezig waren in 2014-2015

¿

de databank ‘zorgwekkende dossiers schooljaar 2014-2015’

¿

de databank ‘tuchtmeldingen 2014-2015’.

Deze databanken worden gevoed met informatie afkomstig van de onderwijsinstellingen. Zij registreren in- en uitschrijvingen en melden problematische afwezigheden en tucht. Het rapport is een beschrijvende analyse van de gegevens van alle leerlingen die op 1 september 2014 nog leerplichtig waren. We bespreken vier grote processen die plaatsvinden in het agentschap, namelijk de controle op de inschrijvingen (hoofdstuk 1), de controle op de in- en uitschrijvingen (hoofdstuk 2), de registraties van de problematische afwezigheden (hoofdstuk 3) en van de definitieve uitsluitingen (hoofdstuk 4). Telkens staan we stil bij de gevolgde procedure en bij de resultaten. Vervolgens belichten we de profielkenmerken van de leerlingen en hun schoolloopbaan. Elk hoofdstuk sluiten we af met een besluit. De belangrijkste bevindingen zijn opgenomen in een korte samenvatting op pagina 4.


4

Korte samenvatting · Controle op de inschrijvingen

Dit rapport biedt een overzicht van de verschillende procedures waarmee het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) de leerplicht opvolgt. De eerste procedure die we bekijken, is de controle op de inschrijvingen. We gaan voor elke leerplichtige die op 1 september in het Vlaams Gewest woont na of hij/zij ingeschreven is in een onderwijsinstelling of op een andere manier aan de leerplicht voldoet. We schrijven de ouders aan van kinderen voor wie dat niet het geval is. Als we geen informatie van de ouders krijgen over hun kind, dan worden de dossiers doorgestuurd naar de gemeentes. Als ook de gemeente niet over meer informatie beschikt, bezorgen we het dossier van die leerling aan het parket. De grote meerderheid van de leerplichtige kinderen is ingeschreven in een onderwijsinstelling, volgt huisonderwijs of voldoet op een andere manier aan de leerplicht. Voor minder dan 0,1% van de kinderen uit het rijksregister vinden we na het doorlopen van de procedure geen toereikend antwoord voor de inschrijvingscontrole en bestaan er dus twijfels over de invulling van de leerplicht. De dossiers van die kinderen worden doorgestuurd naar het parket of worden intern opgevolgd. Als we het profiel bekijken van de leerlingen voor wie geen toereikend antwoord is gevonden tijdens de leerplichtcontrole, zien we dat ze procentueel vaker niet over de Belgische nationaliteit beschikken. Ze wonen vaak in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant en in de steden Antwerpen en Gent. De zeventienjarigen zijn meer vertegenwoordigd dan de andere leeftijdsgroepen. Daarbij moet worden opgemerkt dat een deel van de zeventienjarigen in de loop van het schooljaar achttien wordt en dus niet meer leerplichtig is op het einde van de controleprocedure.

· Opvolging van in- en uitschrijvingen

In het basisonderwijs gebeurt de opvolging van schoolveranderingen lokaal door de uitschrijvende en de inschrijvende school. In het secundair onderwijs bestaat er een centrale opvolging van het verloop van in- en uitschrijvingen van leerlingen. Als een leerling gedurende een periode nergens ingeschreven is, nemen we een aantal administratieve stappen om het mogelijk absolute schoolverzuim van die leerlingen te beperken. Daarenboven hebben we ook een beeld van het aantal laattijdige inschrijvingen1. De cijfers tonen aan dat de meeste leerlingen in het secundair (95%) tijdens het schooljaar niet van school of van studierichting veranderen. Dat percentage is iets hoger dan vorig schooljaar (94%). Bovendien is er niet bij elke leerling die een periode niet ingeschreven is sprake van bewust absoluut schoolverzuim. Sommige leerlingen stappen bijvoorbeeld over naar andere vormen van onderwijs, zoals Syntra, het huisonderwijs e.d. Toch stellen we vast dat een beperkte groep jongeren een heel instabiele schoolloopbaan doormaakt en dat die groep jongeren steeds hetzelfde profiel heeft. Zeventienjarige leerlingen met een andere nationaliteit dan de Belgische die wonen in een verstedelijkt gebied, hebben de grootste kans op een periode waarin ze niet ingeschreven zijn in een school. Jongeren met een instabiele schoolloopbaan zijn meer vertegenwoordigd in de B-stroom van het voltijds gewoon onderwijs en in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Die doelgroep loopt ook vaker schoolse vertraging op. Ze waren ook meer problematisch afwezig tijdens het voorafgaande en het lopende schooljaar. Tot slot zien we dat een instabiele loopbaan vaak samenhangt met een laattijdige inschrijving. 1

Zie glossarium.


5

· Opvolging van problematische afwezigheden

Sinds schooljaar 2013-2014 worden alle afwezigheidscodes geregistreerd via DISCIMUS. Zo heeft AgODi een nauwkeuriger zicht op de afwezigheidsproblematiek. In de periode daarvoor moesten scholen alleen na 30 halve dagen ongewettigde afwezigheid een melding van problematische afwezigheid versturen. Deze aparte elektronische melding van problematische afwezigheid moeten scholen dan ook niet meer versturen. De afschaffing ligt ook in de lijn van de doelstelling om bijkomende administratieve druk voor de scholen te vermijden. In het basisonderwijs merken we dat we voor 0,6% van de leerlingen een registratie problematische afwezigheid krijgen. Het gaat om een stijging ten opzichte van vorig schooljaar met 0,1%. Uit de gegevens van de scholen voor secundair onderwijs blijkt dat het aantal problematische afwezigheden blijft toenemen (van 1,4% in 2009-2010 naar 2% in 2014-2015). Het profiel van leerlingen die absoluut schoolverzuim laten optekenen, stemt in grote mate overeen met het profiel van jongeren die problematisch afwezig zijn. Bij de niet-Belgen vindt men, relatief gezien2, meer leerlingen terug met problematische afwezigheden. Vooral leerlingen met een Oost-Europese nationaliteit zijn vaker problematisch afwezig. Dat geldt zowel voor het basisonderwijs als voor het secundair onderwijs. In het deeltijds en buitengewoon secundair onderwijs is een hoger percentage meisjes dan jongens problematisch afwezig. Een groot deel van de geregistreerde jongeren in het secundair onderwijs is tussen zestien en achttien jaar. Ook bij de zesjarigen in het basisonderwijs merken we opvallend meer problematische afwezigheden op. Opvallend in het basisonderwijs is dat de meeste registraties voorkomen in het eerste leerjaar en afnemen naarmate de leerjaren vorderen. Dat kan een aanduiding zijn dat de oorzaak van spijbelen in het basisonderwijs vooral moet worden gezocht bij de ouders en niet bij de kinderen. Het hoge aantal spijbelaars bij zesjarigen kan misschien ook verklaard worden doordat sommige van deze kinderen nog in het kleuteronderwijs zitten en ouders zich niet bewust zijn van het feit dat hun kinderen al leerplichtig zijn. De kinderen met een problematische afwezigheid wonen verhoudingsgewijs vaker in een verstedelijkt gebied. Vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de steden Antwerpen en Gent ligt het percentage problematische afwezigheden een stuk hoger dan in de andere gebieden. Zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs scoren leerlingen die doorgegeven worden als problematisch afwezig hoger op de indicator kansarmoede dan de totale schoolbevolking. Op het vlak van de schoolloopbaan kunnen we stellen dat, net als vorige schooljaren, leerlingen met problematische afwezigheden in het secundair onderwijs veel prominenter voorkomen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs dan in het voltijds gewoon en buitengewoon onderwijs. In de eerste graad van het voltijds gewoon onderwijs situeren de meeste problematische afwezigheden zich in de B-stroom, en in de tweede en derde graad in het BSO. Daarnaast zien we in het secundair onderwijs relatief veel registraties van problematische afwezigheid in het onthaalonderwijs. Er is een samenhang tussen leerlingen met problematische afwezigheden en schoolse vertraging. In het basisonderwijs worden er verhoudingsgewijs meer leerlingen met problematische afwezigheden geregistreerd uit het buitengewoon lager onderwijs dan uit het gewoon lager onderwijs. Naast het verzamelen van gegevens proberen we waar mogelijk toch ondersteuning te bieden aan scholen en clb’s die geconfronteerd worden met leerlingen voor wie de problematische afwezigheid als zorgwekkend beschouwd kan worden. Voor deze leerlingen schrijven we op vraag van de school of het clb een brief aan de ouders of we bezorgen het dossier aan het parket. Dergelijke dossiers blijven heel beperkt in aantal, omdat zorgwekkende dossiers3 alleen aan AgODi bezorgd worden als men dat nodig acht.

2 3

Aantal registraties problematische afwezigheden per nationaliteit ten opzichte van het aantal ingeschreven leerlingen per nationaliteit. Zie glossarium.


6

· Tucht in het secundair onderwijs

Het aantal tuchtmeldingen stijgt al sinds scholen in schooljaar 2008-2009 begonnen zijn met het versturen van tuchtmeldingen. In 2014-2015 werd voor 0,7% van de schoolbevolking zo’n melding verstuurd. Net als voor problematisch afwezige leerlingen, zien we dat leerlingen met een niet-Belgische nationaliteit in verhouding vaker definitief worden uitgesloten. Het percentage jongens dat definitief wordt uitgesloten, ligt hoger dan het percentage meisjes. Qua leeftijd zijn de meldingen vrij gelijkmatig verdeeld, alleen bij de twaalfjarigen zijn er minder meldingen. Leerlingen met een melding van definitieve uitsluiting wonen in verhouding vaker in verstedelijkt gebied. Vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de grootsteden Antwerpen en Gent ligt het percentage definitief uitgesloten leerlingen een stuk hoger dan in de andere gebieden. Leerlingen met een melding van definitieve uitsluiting scoren vaker op de gelijkekansenindicatoren dan de totale schoolbevolking. Op het vlak van de schoolloopbaan zien we dat definitieve uitsluitingen relatief iets meer voorkomen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, maar in veel mindere mate dan de problematische afwezigheden. In het voltijds gewoon onderwijs situeren de meeste definitieve uitsluitingen zich in de eerste graad in de B-stroom en in de tweede en derde graad in het BSO. Leerlingen worden relatief gezien vaker definitief uitgesloten als ze schoolse vertraging hebben opgelopen maar een minderheid van de leerlingen wordt verscheidene schooljaren op rij definitief uitgesloten.


7


8

Leerplicht: algemene situering België is één van de weinige landen met een voltijdse leerplicht tot zestien jaar én een deeltijdse leerplicht tot achttien jaar. Er zijn nog een aantal Europese landen waar leerlingen leerplichtig zijn tot 18 jaar, zoals Duitsland, maar in de meeste Europese landen is men voltijds leerplichtig tot vijftien of zestien jaar, zonder dat daar een deeltijdse leerplicht op volgt4. De leerplicht in België werd in 1983 via de wet op de leerplicht verlengd van veertien jaar tot achttien jaar. Die wet kwam er in een periode met een hoge jeugdwerkloosheid en sociale problemen. De overheid zag een betere scholingsgraad toen als het middel bij uitstek om de tewerkstellingskansen en de positie van jongeren in de maatschappij te verbeteren5. Nu zijn kinderen leerplichtig vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin ze zes jaar worden tot 30 juni van het kalenderjaar waarin ze achttien jaar worden of tot hun achttiende verjaardag als deze vóór 30 juni valt. De duur van de leerplicht is altijd een voorwerp van discussie geweest. Ook nu nog zijn er ‘believers’ en ‘non-believers’ in het effect van de leerplicht. Studies wijzen uit dat leerlingen die kleuteronderwijs genoten minder risico lopen op leerachterstand tijdens het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Daarom pleiten sommigen voor een vervroeging van de leerplicht naar vijf jaar. Om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk kinderen naar het kleuteronderwijs gaan, zijn er een aantal acties rond kleuterparticipatie opgezet. Die acties richten zich vooral op de sensibilisering van de ouders. Ook moeten scholen meedelen hoeveel halve dagen hun kleuters aanwezig waren. Die aanwezigheid wordt ook gekoppeld aan de schooltoelage. In antwoord op het feit dat heel wat leerlingen een problematische schoolloopbaan kennen met zittenblijven, schoolveranderingen of spijbelen ontstond in juni 2006 het spijbelactieplan6. In dat plan stonden twaalf groepen van acties om te komen tot een sluitende aanpak voor spijbelen en andere vormen van schoolverzuim. De aard van de acties varieerde van bewustmaken, voorkomen en begeleiden tot herstellen en bestraffen. Ondertussen werd een vervolg op dit spijbelactieplan voorgesteld, namelijk het actieplan spijbelen en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag7. Dat actieplan is opgedeeld in zes topics, waarbij de aanpak zich blijvend situeert volgens een continuüm van in kaart brengen, informeren/sensibiliseren, preventief werken, begeleiden tot sanctioneren. Voor elk topic wordt aangegeven hoe de acties van het spijbelactieplan 2006 worden voortgezet, maar er worden ook nieuwe acties voorgesteld. Daarnaast werden er bijzondere doelgroepen onderscheiden voor wie specifieke acties uitgewerkt zijn. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) verzamelt gegevens over inschrijvingen en problematische afwezigheden en voert controles uit. Daarvoor beschikt het agentschap over een aantal controleprocedures. Een correcte afwezigheidsregistratie maakt het mogelijk om afwezigheidsproblemen bij leerlingen snel te signaleren en daar gepast op te reageren, maar maakt het ook mogelijk accurate beleidsinformatie te verzamelen. Daarom hecht AgODi veel belang aan een nauwkeurige registratie van afwezigheden van leerlingen door scholen. Het agentschap probeert die te waarborgen doordat het verificatiekorps erop toeziet dat scholen afwezigheden correct registreren en problemen tijdig signaleren aan AgODi.

4 5 6 7

European Commission, Eurydice, & Eurostat (2005). Key data on education in Europe. Luxembourg, 2005. PERGUY, J. “Leerplicht vanuit de sociale dimensie”, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en –Beleid, 5-6, 1995-1996, 281-282. Ministerie van Onderwijs en Vorming. Een sluitende aanpak voor spijbelen en schoolverzuim. Brussel, 2006. Zie www.ond.vlaanderen.be/leerplicht, voor het volledige actieplan.


9

Daarnaast startten we in 2012 het project DISCIMUS. Dat project wil de gegevensstroom tussen scholen en het agentschap optimaliseren. Zo worden er vanaf 2013 gegevens rond de aan- en afwezigheden van leerlingen geregistreerd. Dat project past in het actieplan rond spijbelen en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag, waarin sterk wordt ingezet op een uitgebreide gegevensverzameling. We besteden aandacht aan communicatieacties gericht aan het grote publiek, waarvan de website www.ond.vlaanderen.be/leerplicht een illustratie is. Andere initiatieven zijn bestemd voor specifieke doelgroepen, zoals huisartsen en lokale besturen. Alleen communiceren en sensibiliseren volstaat uiteraard niet. Leerlingen die twee schooljaren op rij meer dan 30 halve dagen problematisch afwezig zijn of vijftien opeenvolgende kalenderdagen niet in een school zijn ingeschreven, moeten hun schooltoelage terugbetalen. Zo is er een financiële impuls om het regelmatig schoolbezoek te bevorderen. Met het Flankerend Lokaal Onderwijsbeleid sporen we lokale besturen aan om een actieve rol op te nemen op het vlak van leerplichtcontrole. Het spijbelactieplan vormde ook de aanzet om een aantal concrete afspraken te maken met belangrijke partners in de opvolging van spijbelen. We denken daarbij aan het protocol dat met de medische sector werd afgesloten. Ook is er een samenwerkingsprotocol afgesloten met de parketcriminologen Jeugd en Gezin voor de opvolging van de dossiers bij de parketten en met de Franse Gemeenschap wat de controle op de inschrijvingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft. We moeten er ons bewust van zijn dat onze centrale rol beperkingen heeft en dat bij de opvolging van leerplichtproblemen het belang van het lokale netwerk cruciaal is.


10

HOOFDSTUK 1

Controle op de inschrijvingen in het basis- en secundair onderwijs 1. Reglementair kader Een inschrijving is de eerste noodzakelijke voorwaarde om aan de leerplicht te voldoen. Met de controle op de inschrijvingen gaan we voor elk leerplichtig kind in het Vlaams Gewest na of het ingeschreven is in een erkende school of in huisonderwijs8 in het begin van het schooljaar. Als dat niet het geval is, controleren we of er een inschrijving is op een later tijdstip in het schooljaar. Het reglementaire kader voor de controle op de inschrijvingen is voor het basisonderwijs vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering over de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs van 12 november 1997 en voor het secundair onderwijs in het besluit van de Vlaamse Regering over de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs van 16 september 1997. We gaan na, door de vergelijking van alle beschikbare leerlingenlijsten met de leerplichtigen uit het rijksregister, welke kinderen niet in een erkende school zijn ingeschreven of huisonderwijs volgen. Vervolgens vragen we aan de ouders van die leerplichtigen om uitleg te geven waarom hun kind niet ingeschreven is. Als de ouders geen antwoord geven, worden de dossiers van de leerplichtigen doorgestuurd naar de gemeentes voor verder onderzoek. In de bovenstaande besluiten is verder opgenomen dat we, als uit het antwoord blijkt dat de leerling niet voldoet aan de leerplicht of als we onvoldoende informatie hebben over de leerplichtinvulling, een verslag naar het parket sturen.

8

Daarnaast is ook een vrijstelling van de leerplicht mogelijk.


11

2. Procedure voor opvolging 2.1

Huidige procedure Vlaams Gewest

De procedure voor de opvolging van de inschrijvingen begint in september en bestaat uit de volgende stappen: Van het rijksregister krijgen we een globaal bestand van alle kinderen die in het Vlaams Gewest gedomicilieerd zijn op 1 september en die tot de leerplichtige leeftijdscategorie behoren (zes- tot en met zeventienjarigen9). Het bestand omvat alle kinderen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Vlaamse gemeente. Een aantal kinderen zijn niet leerplichtig, ook al behoren ze tot de leeftijdscategorie van zes- tot en met zeventienjarigen. Die kinderen zijn vrijgesteld van de leerplicht en halen we uit het bestand. Het gaat over kinderen die door een fysieke of mentale handicap een vrijstelling van de leerplicht kregen, en over jongeren die al een diploma van secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad BSO of een kwalificatiegetuigschrift van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon onderwijs behaalden. Daarna halen we de leerlingen van wie we weten dat ze ingeschreven zijn uit het bestand van leerplichtigen. Dat zijn de leerlingen die ingeschreven zijn in een erkende school en de leerlingen die vallen onder het stelsel van huisonderwijs. Kinderen die nog in Vlaanderen gedomicilieerd zijn, maar in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in het Waals Gewest of in het buitenland verblijven, worden van de verdere procedure uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de kinderen die als vermist opgegeven zijn. De kinderen en jongeren die gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden gecontroleerd door een gemeenschappelijke cel, samengesteld uit vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap en van de Franse Gemeenschap. Die controle gebeurt apart van de controle in het Vlaams Gewest (zie 2.2). Voor de leerlingen die nergens terug te vinden zijn, worden de ouders aangeschreven. Als het antwoord van de ouders ontoereikend is, sturen we het dossier door naar het parket. In een aantal situaties wordt de leerplicht niet nageleefd, maar wordt beslist om het dossier niet naar het parket te sturen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor jongeren die bijna achttien jaar zijn, voor kinderen voor wie een vrijstelling van de leerplicht aangevraagd is, maar voor wie het Zorgpunt Onderwijsinspectie nog geen beslissing heeft genomen, voor kinderen die huisonderwijs volgen, maar voor wie nog geen verklaring van huisonderwijs werd ingediend en voor kinderen van wie de ouders kunnen aantonen dat ze actief op zoek zijn naar een school, maar die door een specifieke problematiek nog niet gevonden hebben. Die dossiers volgen we intern op. Krijgen we geen antwoord van de ouders, dan sturen we de gegevens van de leerlingen door naar de gemeentes. Wij geven aan de gemeentes het advies om een wijkagent te sturen naar het thuisadres van de leerling en om de ouders niet nogmaals aan te schrijven, omdat dat de procedure verlengt. Als uit het antwoord van de gemeente blijkt dat er onvoldoende garantie is dat de leerplicht wordt nageleefd, sturen we het leerlingendossier door naar het parket. Voor de jongeren voor wie de leerplicht bijna ten einde is, volgen we ze intern verder op. We sturen een aangepaste brief naar de ouders om hen te wijzen op het feit dat ze niet in orde zijn met de leerplicht en leggen uit wat ze moeten doen om wel in orde te zijn. Als in de loop van de controleprocedure blijkt dat de leerling toch nog ingeschreven wordt in een school of in een andere instelling, schrappen we die leerlingen uit het bestand van niet-ingeschreven leerlingen. Dat is ook het geval als de aangeschreven ouders kunnen aantonen dat hun kinderen wel aan de leerplicht voldoen, bijvoorbeeld omdat ze ingeschreven zijn in een buitenlandse school, maar dat nog niet aan AgODi gemeld hadden.

9

We baseren ons op geboortejaren. Voor het schooljaar 2014-2015 gaat het over de kinderen geboren vanaf 01/01/1997 tot en met 31/12/2008. In de bespreking gebruiken we voor kinderen geboren in 2008 de term zesjarigen, voor kinderen geboren in 2007 zevenjarigen…


12

Het doorsturen van de dossiers naar de parketten is niet het absolute eindpunt van de opvolging van de inschrijvingen. Als achteraf, via de ouders of andere bronnen, blijkt dat de leerling toch ingeschreven was, sturen we een herroeping van het dossier naar het parket. De opvolging van de inschrijvingen is dus een proces dat continu in beweging is en doorloopt in het volledige schooljaar en zelfs de maanden daarna. De cijfergegevens zullen dan ook variëren naargelang van het moment van opvragen. Hoe later wij de gegevens opvragen, hoe meer kans dat een toereikende verklaring10 voor het al dan niet voldoen aan de leerplicht gevonden wordt, en hoe minder leerlingen geregistreerd staan als ’niet ingeschreven’. Dit rapport is dan ook een momentopname11. Het kan dus zijn dat er achteraf nog antwoorden van ouders, gemeentes en parketten met betrekking tot de inschrijvingen in het schooljaar 2014-2015 ontvangen zijn. Omdat we bij de controle op de inschrijvingen vertrekken van het bestand van het rijksregister, is een opdeling in basis- en secundair onderwijs niet zinvol, de procedure loopt namelijk volledig gelijk. Voor de bespreking van de resultaten kan een onderscheid wel nuttig zijn. Kinderen van zes tot en met elf jaar (geboortejaren 2008 tot en met 2003) worden gerekend tot ‘basisonderwijs’, jongeren van twaalf tot en met zeventien jaar (geboortejaren 2002 tot en met 1997) worden tot ‘secundair onderwijs’ gerekend12. Op de volgende pagina zijn de verschillende stappen bij de controle op de inschrijvingen schematisch weergegeven.

10 11 12

De leerling is teruggevonden in de inschrijvingsbestanden of uit het antwoord van ouders, gemeente of parket blijkt hij te voldoen aan de leerplicht. Bij de gehanteerde databanken werd 1 oktober als standaardmoment gebruikt om de cijfers te bevriezen. Deze indeling stemt niet volledig overeen met het niveau waar de leerlingen effectief ingeschreven zijn, omdat sommige leerlingen op jongere of oudere leeftijd van het basisonderwijs naar het secundair kunnen overgaan.


13

6 tem 17-jarigen in het Vl. Gewest op 1 september (rijksregister)

Opzoeken in inschrijvings- en leerplicht- databanken

Teruggevonden in databanken

Niet teruggevonden in databanken

Aanschrijven van de ouders (+ eventueel herinneringsbrief)

Geen antwoord ouders

Antwoord ouders

Toereikend

Opzoeken in inschrijvings- en leerplicht- databanken

Ontoereikend

Interne opvolging

Dossier naar procureur

Teruggevonden in databanken

Niet teruggevonden in databanken

Aanschrijven van de gemeente (+ eventueel herinneringsbrief)

Antwoord gemeente

Toereikend

Geen antwoord gemeente

Opzoeken in inschrijvings- en leerplicht- databanken

Ontoereikend

Interne opvolging

Dossier naar procureur

Teruggevonden in databanken

Niet teruggevonden in databanken

Interne opvolging (einde leerplicht)

Figuur 1: Schematisch overzicht van de verschillende stappen bij de controle van de inschrijvingen

Dossier naar procureur


14

2.2

Procedure Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De kinderen en jongeren die gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden gecontroleerd door een gemeenschappelijke cel. Deze cel is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap en van de Franse Gemeenschap. Daarvoor is een protocol afgesloten met de Franse Gemeenschap. Die cel heeft als opdracht om: 1) na te gaan of en hoe leerplichtigen die gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voldoen aan de leerplicht; 2) leerplichtigen die niet voldoen aan de leerplicht op te sporen; 3) nuttig gevolg te geven aan de dossiers van leerplichtigen die niet aan de leerplicht blijken te voldoen. De cel schrijft de ouders van de niet-ingeschreven leerlingen aan. Als de ouders geen antwoord geven, dan wordt de medewerking van de Brusselse gemeentes gevraagd. Daartoe is een engagementsverklaring met deze gemeentes afgesloten. Als ook dat onderzoek geen duidelijkheid schept over de invulling van de leerplicht of als blijkt dat de leerplichtwet wordt overtreden, dan gaan de dossiers naar het parket. De controle op de inschrijvingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vormt verder geen onderwerp van dit rapport.


15

Evaluatie procedure Basisonderwijs

2012-2013

2013-2014

%

Aantal kinderen in het rijksregister op de leerplichtige leeftijd

404.098

Aantal kinderen van wie de ouders en/of gemeente aangeschreven werden

2.206

Aantal dossiers doorgestuurd naar het parket

102

2014-2015

%

100% 0,55%

411.352 2.557

0,03%

91

%

100% 0,62% 0,02%

420.598

100%

4.036

0,96%

75

0,02%

Secundair onderwijs

2012-2013

2013-2014

2014-2015

%

%

%

Aantal kinderen in het rijksregister op de leerplichtige leeftijd

414.895

100%

412.415

100%

409.184

100%

Aantal kinderen van wie de ouders en/of gemeente aangeschreven werden

2.417

0,58%

2.411

0,58%

4.072

1,00%

191

0,05%

158

0,04%

91

0,02%

Aantal dossiers doorgestuurd naar het parket

Tabel 1: Overzicht procedurestappen controle op inschrijvingen voor 6- tot 17- jarigen in het Vlaams Gewest. Bron: AgODi

In tabel 1 staat een overzicht van het totaal aantal leerplichtigen in het Vlaamse Gewest en het aantal kinderen van wie de ouders (en eventueel later de gemeentes) werden aangeschreven. Daaruit blijkt dat het Agentschap voor Onderwijsdiensten de laatste drie schooljaren steeds minstens 99% van de leerplichtigen kon terugvinden in zijn databanken. Voor de kinderen en jongeren die niet werden teruggevonden, zijn eerst de ouders en eventueel later de gemeentes aangeschreven. In schooljaar 2014-2015 stelden we zowel voor het basisonderwijs als voor het secundair onderwijs een duidelijke stijging vast van het aantal brieven dat werd verstuurd naar de ouders en/of de gemeente. Het aantal dossiers dat na het doorlopen van alle procedures doorgestuurd werd naar de parketten staat ook vermeld in tabel 1. Hieruit blijkt dat het aantal dossiers in zowel het basisonderwijs als het secundair onderwijs de voorbije drie schooljaren afgenomen is. Voor een tijdige en kwalitatief sterke afhandeling van de procedure zijn we voor de controle van de inschrijvingen afhankelijk van de aanlevering van gegevens door derden. Bij elke procedurestap kunnen een aantal opmerkingen naar kwaliteit en tijdigheid van de opgeleverde gegevens gemaakt worden. De vertrekbasis voor de controle op de inschrijvingen is het bestand van het rijksregister. Bij het gebruik van het rijksregister moet rekening gehouden worden met een aantal onvolkomenheden. De gemeenteregisters vormen de informatiebasis voor het rijksregister, maar die zijn niet perfect. Het kan bijvoorbeeld zijn dat personen naar het buitenland verhuisd zijn zonder dat bij de gemeente aan te geven. Ook kan de periode die verstrijkt tussen de gebeurtenis (verhuis, overlijden…) en de aanpassing in het rijksregister oplopen van enkele weken tot enkele maanden. Dat verschilt van gemeente tot gemeente. Om het opzoekingswerk voor de gemeentes zo veel mogelijk te beperken, worden de gegevens van de leerplichtigen een tweede keer gecontroleerd via een update van het rijksregister, vooraleer we de brieven naar de gemeentes versturen.


16

Alleen de gefinancierde en gesubsidieerde scholen zijn verplicht om mee te werken aan de controle op de inschrijvingen en om de gegevens van de ingeschreven leerlingen te bezorgen. Andere instellingen (enkele privéscholen en internationale scholen) schrijven we ieder schooljaar opnieuw aan met de vraag mee te werken aan de leerplichtcontrole. Dat gebeurt op vrijwillige basis en de meesten werken hieraan mee. Om tijdig over gegevens van alle instellingen te beschikken, besteden we veel aandacht aan het sensibiliseren van deze instellingen. We schrijven deze instellingen aan bij het begin van ieder schooljaar en bellen ze ook op. Voor inschrijvingsgegevens van scholen uit het buitenland zijn we afhankelijk van de ouders zelf. Het is belangrijk dat de ouders zo vroeg mogelijk een signaal van AgODi krijgen als we geen inschrijving voor hun leerplichtige kinderen vinden. Daarom schrijven we eerst de ouders aan en daarna pas de gemeente, in plaats van omgekeerd. Dat heeft weliswaar tot gevolg dat meer ouders het gevoel hebben dat ze onterecht door de overheid op de vingers getikt worden als hun kinderen wel aan de leerplicht voldoen. Anderzijds worden ouders gemotiveerd om zich in orde te stellen met de leerplicht als dat niet het geval is. In schooljaar 2014-2015 bemerken we een grote toename van het aantal ouders die moesten aangeschreven worden (zie tabel 2). Dit heeft te maken met een verandering in de procedure. Vóór 2014-2015 werden alle leerlingen waarvan we in het voorafgaand schooljaar een attest van een buitenlandse school hadden ontvangen niet meer aangeschreven; vanaf 2014-2015 worden alle ouders van wie de kinderen niet teruggevonden worden in onze databanken, aangeschreven.

Basisonderwijs

2012-2013

2013-2014

%

Aantal kinderen van wie de ouders aangeschreven werden

2.206

Aantal kinderen voor wie de ouders een toereikend antwoord bezorgden

1.354

2014-2015

%

100% 61,38%

2.557 1.707

%

100% 66,76%

4.036

100%

2.950

73,09%

Secundair onderwijs

2012-2013

2013-2014

%

Aantal jongeren van wie de ouders aangeschreven werden

2.417

Aantal jongeren voor wie de ouders een toereikend antwoord bezorgden

1.472

2014-2015

%

%

100%

2.411

100%

4072

100%

60,90%

1.614

66,94%

3.067

75,32%

Tabel 2: Overzicht toereikend antwoord van de ouders bij controle op inschrijvingen voor 6- tot 17-jarigen in het Vlaams Gewest

Als de ouders geen antwoord geven, sturen we de dossiers naar de gemeentes (zie tabel 3). Dat gebeurde vanaf februari. In maart stuurden we een herinneringsbrief naar de gemeentes voor de dossiers waarop we nog geen antwoord gekregen hadden. Het aantal dossiers dat werd doorgestuurd naar de gemeentes kende over de jaren heen een dalende trend: in 2006-2007 moesten er nog 3158 dossiers doorgestuurd worden, terwijl dit er in 2013-2014 “slechts” 1442 meer waren. Voor schooljaar 2014-2015 noteren we opnieuw een lichte stijging tot 1513 dossiers (+ 4,9%).


17

Basisonderwijs

2012-2013

2013-2014

%

Aantal kinderen voor wie de gemeente aangeschreven werd

623

Aantal kinderen voor wie de gemeente een antwoord bezorgde waaruit blijkt dat de leerling voldoet aan de leerplicht

435

2014-2015

%

100%

69,82%

687

465

%

100%

67,69%

863

100%

519

60,14%

Secundair onderwijs

%

%

%

Aantal jongeren voor wie de gemeente aangeschreven werd

584

100%

755

100%

650

100%

Aantal jongeren voor wie de gemeente een antwoord bezorgde waaruit blijkt dat de leerling voldoet aan de leerplicht

338

57,88%

347

45,96%

324

49,85%

2012-2013

2013-2014

2014-2015

Tabel 3: Overzicht toereikend antwoord van de gemeente bij controle op inschrijvingen voor 6- tot 17-jarigen in het Vlaams Gewest

De laatste stap in de procedure is het doorsturen van de dossiers naar de parketten. In januari werd al een aantal dossiers aan het parket bezorgd. Dat zijn dossiers die ook in 2013-2014 reeds doorgestuurd zijn naar het parket. Als opnieuw geen inschrijving wordt teruggevonden voor die leerlingen, maken we de dossiers direct over aan het parket, zonder de volledige procedure te doorlopen. Vanaf maart worden de dossiers doorgestuurd waarbij uit het antwoord van ouders of gemeentes blijkt dat het kind niet voldoet aan de leerplicht.

Basisonderwijs

2012-2013

2013-2014

%

december

68

67%

januari

13

13%

2014-2015

% 0 63

0% 69%

% 0

0%

56

75%

februari

4

4%

11

12%

0

0%

maart

3

3%

0

0%

0

0%

april

5

5%

7

8%

9

12%

mei

8

8%

9

4

5%

juni

1

1%

1

6

8%

75

totaal

102

91

10% 1%


18

Secundair onderwijs

december

2012-2013

%

82

43%

2013-2014 0

januari

1

1%

februari

4

2%

4

maart

8

4%

4

april

17

9%

mei

17

9%

juni

62

101

5

32%

juli augustus totaal

14 10 0

% 0%

2014-2015

%

0

0%

87

96%

3%

0

0%

3%

1

1%

64%

9%

2

2%

3%

0

0%

6%

1

1%

0%

0

0%

20

13%

0

0%

191

158

91

Tabel 4: Overzicht tijdstip doorsturen van dossiers naar parket bij controle op inschrijvingen voor 6- tot 17-jarigen in het Vlaams Gewest


19


20

3. Resultaten Tabel 5 geeft een overzicht van de resultaten van de controle op de inschrijvingen13. De gegevens geven de toestand weer van de controle op de inschrijvingen voor het schooljaar 2014-2015. Zoals al eerder aangehaald is de controle op de inschrijvingen een continu proces. De cijfers weergegeven in dit rapport zijn dus alleen maar een momentopname. Elke jongere komt in deze cijfers maar één keer voor, ook al heeft hij/zij tijdens het schooljaar een overstap tussen verschillende categorieën14 gemaakt. De jongere zal dan geteld zijn onder de categorie waar hij/zij het eerst teruggevonden wordt tijdens het proces van de controle op de inschrijvingen15. Dat zal voor de meeste leerlingen overeenkomen met de toestand op de derde schooldag. Op basis van deze cijfers kan men dus geen sluitende conclusies maken over het totale aantal leerlingen dat in het schooljaar 2014-2015 huisonderwijs volgde, in een school van de Franse Gemeenschap ingeschreven was, van wie het dossier naar het parket verstuurd werd…. Enkele voorbeelden om dit te verduidelijken:

- Een leerling wordt niet teruggevonden bij de controle op de inschrijvingen. De brieven naar de ouders en naar de gemeente blijven onbeantwoord. Dit dossier wordt naar het parket gestuurd, maar achteraf ontvangen we een inschrijvingsbewijs voor deze leerling afkomstig van een internationale school. Het dossier wordt bij het parket herroepen. Deze leerling wordt hier onder de rubriek ‘huisonderwijs’ vermeld.

- Een leerling is de eerste schooldag ingeschreven in een gesubsidieerde school en schakelt daarna over naar huisonderwijs: deze leerling wordt hier onder rubriek ‘erkend onderwijs’ vermeld.

- Een leerling is begin september nergens ingeschreven, maar de ouders sturen in de loop van het schooljaar

een inschrijvingsbewijs van een buitenlandse school op: deze leerling wordt hier onder rubriek ‘huisonderwijs’ vermeld.

- Een leerling die vermist is, maar nog wel ingeschreven is in een school, wordt hier onder rubriek ‘erkend onderwijs’ vermeld.

13 14 15

Kinderen van zes tot en met elf jaar (geboortejaren 2007 tot en met 2002) werden gerekend onder ‘basisonderwijs’, jongeren van twaalf tot en met zeventien jaar (geboortejaren 2001 tot en met 1996) onder ‘secundair onderwijs’. Zie tabel 5. Zie figuur 1.


21

Basisonderwijs

Personen in het rijksregister in het Vlaams onderwijs

420.598

Erkend onderwijs Huisonderwijs Vrijstelling van leerplicht Verblijft niet (langer) in het Vlaams Gewest Niet ingeschreven, opvolging door parket Niet ingeschreven, interne opvolging

413.242

98,25%

5.445

1,29%

169

0,04%

1.597

0,38%

70

0,02%

13

0,00%

Secundair onderwijs Personen in het rijksregister in het Vlaams onderwijs

%

409.184

Erkend onderwijs Huisonderwijs

400.029

97,76%

6.012

1,47%

759

0,19%

1.284

0,31%

Niet ingeschreven, opvolging door parket

91

0,02%

939

0,23%

Vrijstelling van leerplicht Verblijft niet (langer) in het Vlaams Gewest

Niet ingeschreven, interne opvolging

Tabel 5: Overzicht van het resultaat van de controle op de inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest voor schooljaar 2014-2015

Uit het overzicht blijkt dat voor 99,9% van de kinderen uit de leerplichtige leeftijdscategorie van het rijksregister een toereikende verklaring gevonden wordt. Die kinderen zijn dus ofwel ingeschreven in een erkende school of in huisonderwijs, ofwel vrijgesteld van de leerplicht, ofwel verblijven ze niet (langer) in het Vlaams Gewest. Dit percentage is hetzelfde als in 2013-201416. In het basisonderwijs is voor 0,02% van de leerplichtigen het antwoord op de invulling van de leerplicht niet toereikend. Dat is iets lager als in 2013-2014, toen het 0,03% was. In het secundair onderwijs gaat het om 0,25% van de leerplichtigen. Dat is meer dan in 2013-2014, toen het 0,14% bedroeg17.

16 17

Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2013-2014. Brussel, 2016. Idem.


22

Leerlinggebonden kenmerken

In de volgende tabellen bekijken we de resultaten van de leerplichtcontrole alsook een aantal kenmerken van de leerplichtige kinderen.

Nationaliteit In tabel 6 wordt het verschil bekeken tussen de leerplichtigen met een Belgische nationaliteit en de leerlingen met een niet-Belgische nationaliteit18. Basisonderwijs Nationaliteit

Antwoord toereikend

%

Belgische

386.737

99,98%

Niet-Belgische

33.778

99,96%

Totaal

420.515

99,98%

Antwoord niet toereikend

%

68

0,02%

15

0,04%

83

0,02%

Secundair onderwijs

Nationaliteit

Antwoord toereikend

%

Belgische

378.785

99,79%

Niet-Belgische

29.369

99,16%

Totaal

408.154

99,75%

Antwoord niet toereikend

%

781

0,21%

249

0,84%

1.030

0,25%

Tabel 6: Teruggevonden inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens onderscheid Belgische nationaliteit / niet-Belgische nationaliteit. Bron: AgODi

We zien dat er procentueel meer niet-Belgen zijn voor wie we geen toereikend antwoord bij de controle op de inschrijving gekregen hebben. In het secundair onderwijs is het verschil tussen de kinderen met een Belgische en met een niet-Belgische nationaliteit het meest uitgesproken.

18

Zie glossarium.


23

Geslacht

In tabel 7 bekijken we de verdeling tussen jongens en meisjes bij de controle op de inschrijvingen. Basisonderwijs Geslacht

Antwoord toereikend

%

Jongen

215.241

99,98%

Meisje

205.274

99,98%

Totaal

420.515

99,98%

Antwoord niet toereikend

%

41

0,02%

42

0,02%

83

0,02%

Secundair onderwijs Geslacht

Antwoord toereikend

%

Jongen

208.474

99,75%

Meisje

199.680

99,75%

Totaal

408.154

99,75%

Antwoord niet toereikend

%

522

0,25%

508

0,25%

1.030

0,25%

Tabel 7: Controle op inschrijvingen voor zes tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens geslacht. Bron: AgODi

Procentueel gezien is er geen verschil op te merken wat betreft het geslacht van de leerlingen.

Leeftijd Tabel 8 illustreert de verdeling per leeftijd bij de controle op de inschrijvingen. Basisonderwijs Leeftijd

Antwoord toereikend

%

6

73.534

99,98%

7

71.749

99,98%

8

71.047

99,98%

9

69.466

99,98%

10

68.474

99,98%

11

66.245

99,98%

Totaal

420.515

99,98%

Antwoord niet toereikend

%

16

0,02%

16

0,02%

14

0,02%

13

0,02%

14

0,02%

10

0,02%

83

0,02%


24

Secundair onderwijs Leeftijd

Antwoord toereikend

%

12

65.995

99,98%

13

66.658

99,98%

14

68.329

99,98%

15

68.084

99,98%

16

69.166

99,95%

17

69.922

98,68%

Totaal

408.154

99,75%

Antwoord niet toereikend

%

15

0,02%

12

0,02%

17

0,02%

17

0,02%

35

0,05%

934

1,32%

1.030

0,25%

Tabel 8: Controle op inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens geboortejaar. Bron: AgODi

Wat opvalt, is het hoge aantal zeventienjarigen voor wie er geen toereikend antwoord na de controle op de inschrijving is. Op de eerste schooldag zijn die leerlingen nog leerplichtig, voor een aantal van hen eindigt de leerplicht in de loop van het schooljaar (als ze achttien jaar worden vóór het einde van het schooljaar).

Woonplaats Wanneer we de verdeling per provincie bekijken, dan krijgen we het volgende beeld. Basisonderwijs Provincie

Antwoord toereikend

Antwoord niet toereikend

%

%

Antwerpen

121.266

99,95%

Limburg

53.482

99,99%

Oost-Vlaanderen

97.306

99,99%

Vlaams-Brabant

77.395

99,99%

West-Vlaanderen

71.066

100,00%

Totaal

420.515

99,98%

64

0,05%

3

0,01%

8

0,01%

8

0,01%

0

0,00%

83

0,02%

Secundair onderwijs Provincie

Antwoord toereikend

%

Antwerpen

114.749

99,73%

Limburg

53.304

99,84%

Oost-Vlaanderen

93.169

99,82%

Vlaams-Brabant

75.017

99,48%

West-Vlaanderen

71.915

99,88%

408.154

99,75%

Antwoord niet toereikend

Totaal

%

305

0,27%

83

0,16%

166

0,18%

390

0,52%

86

0,12%

1.030

0,25%

Tabel 9: : Controle op inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens provincie. Bron: AgODi


25

In het basisonderwijs kregen we het minst aantal toereikende antwoorden van de provincie Antwerpen. In het secundair onderwijs ontvingen we het minst aantal toereikende antwoorden voor de provincie Vlaams-Brabant; op de tweede plaats komt de provincie Antwerpen. In tabel 10 wordt de verstedelijkingsgraad van de woonplaats van de leerplichtigen binnen de controle op de inschrijvingen bekeken.

Basisonderwijs

Antwoord toereikend

%

grootsteden

53.392

99,89%

regionale centrumsteden

51.820

99,99%

kleine steden

86.275

99,99%

stedelijke rand

63.279

99,99%

overgangsgebied

99.207

99,99%

platteland

66.542

100,00%

Totaal

420.515

99,98%

Antwoord niet toereikend

%

58

0,11%

6

0,01%

5

0,01%

5

0,01%

7

0,01%

2

0,00%

83

0,02%

Secundair onderwijs

Antwoord toereikend

Antwoord niet toereikend

%

%

grootsteden

45.802

regionale centrumsteden

50.252

99,81%

kleine steden

84.729

99,78%

stedelijke rand

63.275

99,60%

overgangsgebied

97.758

99,82%

platteland

66.338

99,86%

Totaal

408.154

99,75%

99,51%

224

0,49%

95

0,19%

189

0,22%

255

0,40%

174

0,18%

93

0,14%

1.030

0,25%

Tabel 10: Controle op inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens graad van verstedelijking. Bron: AgODi

In de grootsteden Antwerpen en Gent zijn er procentueel gezien de meeste kinderen voor wie geen inschrijving teruggevonden werd. Dat was ook zo in het schooljaar 2013-2014.


26

4 Besluit Net zoals de voorbije schooljaren voldeed in 2014-2015 het overgrote deel van de leerplichtigen in het Vlaams Gewest aan de leerplicht. Het aantal dossiers dat AgODi moest doorsturen naar de parketten, nam verder af. Het is echter niet duidelijk waaraan deze daling te wijten zou kunnen zijn. Het aantal dossiers waarvoor de ouders aangeschreven werden kende een grote toename in 2014-2015. Deze stijging kwam er door een verandering in procedure: vóór schooljaar 2014-2015 werden alle leerlingen waarvan we het schooljaar voordien een attest van een buitenlandse school hadden ontvangen niet meer aangeschreven; vanaf 2014-2015 worden alle ouders van wie de kinderen niet teruggevonden werden aangeschreven. Het aantal dossiers waarvoor de gemeentes moesten aangeschreven worden, steeg voor het basisonderwijs maar nam verder af in 2014-2015 voor het secundair onderwijs. Verdere cijfers tonen dat leerlingen die niet voldoen aan de leerplicht procentueel gezien meer niet-Belgen zijn en vooral wonen in de grootsteden Antwerpen en Gent. De provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant scoren het hoogst. Wat de leeftijd van deze jongeren betreft, zijn de zeventienjarigen het sterkst vertegenwoordigd. Daarbij moet opgemerkt worden dat een deel van de zeventienjarigen in de loop van het schooljaar achttien wordt en dus niet meer leerplichtig is op het einde van de controleprocedure. Bij het controlemoment op de eerste schooldag zijn deze jongeren wel nog leerplichtig.


27


28

HOOFDSTUK 2

Opvolging van in- en uitschrijvingen A. In- en uitschrijvingen in het basisonderwijs

1. Reglementair kader In het basisonderwijs is de regelgeving op schoolveranderen vervat in het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, art. 21 en in de omzendbrief schoolveranderen BaO/97/12 van 17 juni 1997.

2.

Procedure voor opvolging

De verantwoordelijkheid voor schoolveranderen ligt volledig bij de ouders. Zij oordelen of het verantwoord is dat hun kind in de loop van het schooljaar van school verandert. De procedure ziet er concreet als volgt uit. Ouders schrijven hun kind in een nieuwe school in en melden ook aan de nieuwe school wat de oude school van het kind was. Daarna is het de verantwoordelijkheid van de directie van de nieuwe school om de schoolverandering schriftelijk mee te delen aan de directie van de oude school. De oude school schrijft die leerling dan uit. De nieuwe inschrijving is rechtsgeldig op de dag van mededeling zelf bij aangetekend versturen. Die procedure van schoolverandering wordt ook ondersteund door DISCIMUS. DISCIMUS maakt het mogelijk dat de scholen en AgODi constant leerlingengegevens uitwisselen. Voordien werden er twee grote zendingen gedaan in het begin van het schooljaar via WebEDISON, aangevuld met zendingen van late inschrijvingen en vroege uitschrijvingen in de loop van het schooljaar. Sinds 2013-2014 gebeurt de uitwisseling van deze gegevens via webservices ingebouwd in het schooladministratiepakket waar de schoolsecretariaten mee werken. Zodra een school bepaalde leerlingengegevens inbrengt in haar softwarepakket of als ze die gegevens verandert, wordt de informatie onmiddellijk toegevoegd of veranderd in de databank van AgODi. Via een systeem in het softwarepakket kunnen scholen direct en op elk tijdstip controleren welke leerlingen dubbel ingeschreven zijn en in welke andere school. Op basis van de lijst met dubbele inschrijvingen kunnen de scholen de ouders van die leerlingen contacteren om te weten te komen welke leerlingen effectief naar de school zullen komen. Over deze nieuwe manier van gegevensuitwisseling is een omzendbrief gericht aan de scholen.


29

B. In- en uitschrijvingen in het secundair onderwijs

1. Reglementair kader Alle in- en uitschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs worden elektronisch doorgegeven aan AgODi. In het schooljaar 2013-2014 is de werkwijze hiervoor grondig gewijzigd via DISCIMUS, wat hierboven werd toegelicht.

Een inschrijving in een school geldt voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school. Als een leerling van school verandert, kan dat: - ofwel het initiatief zijn van de ouders of de meerderjarige leerling zelf - ofwel het gevolg zijn van een definitieve uitsluiting - ofwel kan een school in heel uitzonderlijke gevallen een leerling uitschrijven die voortdurend problematisch afwezig is. Dat kan weliswaar pas nadat alle mogelijke begeleidingsinspanningen geen gunstige verandering met zich mee hebben gebracht. Een leerling die zich in de loop van het schooljaar uitschrijft en zich binnen de vijftien kalenderdagen niet in een andere school inschrijft, moet zijn schooltoelage terugbetalen. Ook als een leerling niet of niet langer ingeschreven is op de laatste schooldag van juni vordert de afdeling studietoelagen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming de schooltoelage van die leerling terug.

2.

Procedure voor opvolging 2.1

Huidige procedure

De interne procedure die we uitgewerkt hebben om de in- en uitschrijvingen van leerlingen in secundaire scholen op te volgen, probeert tegen te gaan dat er zich absoluut schoolverzuim (dit wil zeggen nergens ingeschreven zijn) voordoet bij leerplichtige leerlingen die zich uitschrijven uit een school. Als er bij een schoolverandering op de uitschrijving onmiddellijk een inschrijving volgt in een andere erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school van het Nederlandstalige onderwijs en wij daarvan tijdig op de hoogte gebracht zijn, is er geen probleem. Als een leerling volgens onze gegevens na acht dagen nog altijd niet ingeschreven is in een school, sturen we een brief naar de uitschrijvende school met de vraag of bij hen bekend is waar de leerling ingeschreven is of wat de nieuwe situatie is. Als blijkt dat de leerling toch ingeschreven is, vragen we aan de school die de leerling inschreef om ons de inschrijvingsgegevens te bezorgen. Het is ook mogelijk dat de uitschrijvende school aangeeft dat een leerling niet ingeschreven is in een school, maar zich ingeschreven heeft bij de VDAB, gaan werken is, opgenomen is in een instelling voor Bijzondere Jeugdzorg, enz. Als de leerling minderjarig is, krijgen de ouders een brief waarin we hen meer uitleg geven over de leerplicht en hoe ze daaraan moeten voldoen.


30

Als de uitschrijvende school de inschrijvende school niet kent, dan schrijven we tien dagen later de ouders aan. Ook het clb brengen we per brief op de hoogte van deze leerlingen. Als de uitschrijvende school aangeeft dat de leerling overgestapt is naar een buitenlandse school of huisonderwijs, of door ziekte/handicap geen onderwijs kan volgen, dan krijgen de ouders een aparte brief om hen te vragen dat te bevestigen en hen te wijzen op de wettelijke vereisten (attest buitenlandse school, verklaring huisonderwijs, aanvraag vrijstelling leerplicht). Als de ouders niet antwoorden, sturen we na 21 dagen een herinneringsbrief. Als uit hun antwoord blijkt dat de jongere niet aan de leerplicht voldoet, dan schrijven we de ouders opnieuw aan om hen te wijzen op de leerplicht. Als een leerling opgenomen is in een instelling voor Bijzondere Jeugdzorg vragen we de ouders naar de einddatum van de opname. De opvolging van de in- en uitschrijvingen start dan opnieuw vanaf die datum.


31

Figuur 2: Schematisch overzicht van de verschillende stappen bij de opvolging van in- en uitschrijvingen


32

2.2

Evaluatie procedure

Tabel 11 bevat het aantal brieven dat AgODi in het schooljaar 2014-2015 verstuurde voor de opvolging van de in- en uitschrijvingen. In totaal verstuurden we 1.347 brieven.

Administratieve stappen bij opvolging procedure Brief naar de uitschrijvende school Brief naar vermoedelijk inschrijvende school 1e brief naar de ouders Brief naar het clb Brief centraal meldpunt stad Antwerpen Herinneringsbrief naar de ouders 1e brief naar de ouders buitenland 1e brief naar de ouders huisonderwijs 1e brief naar de ouders vrijstelling 1e brief naar de ouders hoger onderwijs Totaal

Aantal 293 77 417 417 42 78 13 5 1 4 1347

Tabel 11: Overzicht van het aantal verstuurde brieven bij de opvolging van in- en uitschrijvingen

Deze procedure omvat alle uitschrijvingen waarvoor we binnen acht dagen nog geen inschrijvingsgegevens hebben ontvangen. Voor schooljaar 2014-2015 gaat het om 713 leerlingen. Bij een uitschrijving krijgt de school de mogelijkheid om de reden van uitschrijving mee te geven. In 293 gevallen werd geen informatie bij de uitschrijving verleend, waardoor er een brief naar de uitschrijvende school wordt verstuurd. In deze brieven wordt om extra informatie gevraagd omdat er mogelijk sprake is van absoluut schoolverzuim. In 417 gevallen krijgen de ouders een eerste brief, bijvoorbeeld omdat de uitschrijvende school niets weet over de nieuwe situatie van de leerling of omdat bijkomende informatie onvoldoende is om te voldoen aan de leerplicht (bijvoorbeeld een minderjarige leerling die ingeschreven is bij de VDAB, in het volwassenenonderwijs, gaat werken, …). Ook het clb wordt van die situaties op de hoogte gebracht. Uit het aantal herinneringsbrieven blijkt ten slotte dat we in bijna een vijfde van de gevallen de ouders een tweede keer moeten aanschrijven. Waar we wel een antwoord van de ouders kregen, bleek dat alle jongeren aan de leerplicht voldeden. Brieven schrijven volstaat uiteraard niet voor de opvolging van deze leerlingen. Net als bij problematische afwezigheden blijft de lokale opvolging het belangrijkst. Het decreet over de centra voor leerlingenbegeleiding19 stelt dat een clb zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid behoudt als een leerling van school verandert tot die leerling ingeschreven is in een school die door een ander centrum wordt bediend. Als een leerling bovendien voor een bepaalde periode niet ingeschreven is in een school, blijft het clb verantwoordelijk tot het einde van de periode van niet-inschrijving. Hoewel dit omschreven is in de decretale opdracht van de clb’s, kunnen clb’s leerlingen die niet ingeschreven zijn vaak niet (prioritair) behandelen. Bovendien ervaren clb’s dat ze geen drukkingsmiddel hebben om in het geval van onwil de leerlingen weer naar school te krijgen. Lokale afspraken met politie en Justitie kunnen daar mogelijk verandering in brengen. 19

Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding van 01/12/1998, art. 29.


33

Om de opvolging van in- en uitschrijvingen sluitend te maken, is het noodzakelijk dat onze gegevens betrouwbaar en volledig zijn. Kunnen we ervan uitgaan dat scholen steeds even consequent hun in- en uitschrijvingen registreren, ook na 1 februari? Het is nodig erover te waken dat scholen steeds hun gegevens tijdig en correct doorgeven. Zeker voor de koppeling aan de schooltoelagen kan het niet doorgeven van een inschrijving zware gevolgen hebben voor de leerling en zijn ouders. Er ligt dus een belangrijke taak bij de verificateur die moet controleren en sensibiliseren om correcte gegevens te bezorgen aan AgODi.

3 Resultaten Het in kaart brengen van de in- en uitschrijvingen is vrij ingewikkeld. Meestal is een leerling ingeschreven op 1 september en blijft die leerling ingeschreven in dezelfde school tot het einde van het schooljaar of voor de rest van zijn schoolcarrière. Voor een aantal leerlingen verloopt dat niet zo. Een leerling kan zich te laat inschrijven, om welke reden dan ook van school veranderen of de school vroegtijdig verlaten. Dat kan leiden tot een periode van absoluut schoolverzuim, waarbij een leerling niet ingeschreven is in een school. Omdat we verwachten dat de lengte van de periode dat een leerling niet ingeschreven is mee bepalend kan zijn voor de verdere schoolloopbaan van die jongere, hebben we de leerlingen en hun in- en uitschrijvingen ondergebracht in een aantal categorieën. In de resultaten zijn de cijfers opgenomen over de in- en uitschrijvingen van leerplichtige leerlingen in gefinancierde en gesubsidieerde scholen van het Vlaams en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. We brengen de loopbaan van de leerling ook in verband met een aantal schoolkenmerken van de leerling, bijvoorbeeld de onderwijsvorm waarin de leerling ingeschreven was. Natuurlijk zijn er leerlingen die veranderen van studierichting tijdens het schooljaar, dus dat is geen stabiel gegeven. We nemen daarom in dit hoofdstuk steeds de eerste inschrijving die we voor deze leerling terugvinden om de schoolkenmerken te bepalen.

3.1

Tijdige en laattijdige inschrijvingen

Wat? Een eerste categorie die we onderscheiden, zijn de leerlingen die zich laattijdig inschrijven in een school. Die leerlingen bekijken we apart, los van hun verdere verloop van in- en uitschrijvingen. Ze hebben met elkaar gemeenschappelijk dat ze de start van het schooljaar gemist hebben. We beschouwen een leerling als laattijdig ingeschreven als deze niet ingeschreven was op één van de eerste drie schooldagen.


34

Figuur 3: Indeling van ingeschreven leerlingen in tijdig en laattijdig ingeschreven leerlingen

Het totale aantal ingeschreven leerlingen is het aantal leerlingen ingeschreven op uiterlijk de derde schooldag in een school voor secundair onderwijs gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, plus het aantal leerlingen dat zich voor de eerste keer inschrijft na de derde schooldag. Iets meer dan 99% van de leerlingen is ingeschreven op de derde schooldag. 0,9% van de leerlingen schrijft zich voor de eerste keer in na de derde schooldag. Bij deze cijfers merken we op dat bijna 43% van de laattijdige inschrijvingen plaatsvond in het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (OKAN)20. Omdat dit meestal gaat over leerlingen die pas in de loop van het schooljaar in Vlaanderen komen wonen, is het laattijdig inschrijven hier een heel ander gegeven dan bij jongeren uit Vlaanderen die zich pas na de derde schooldag van september inschrijven in een school. Als we de OKAN-leerlingen buiten beschouwing laten, vinden we dat 2.050 van de 390.505, of amper 0,5% van de leerlingen, zich na de derde schooldag van september inschreef. In tabel 12 kunt u zien hoe het aantal laattijdige inschrijvingen evolueert tijdens de laatste vijf schooljaren.

Tijdige inschrijvingen

%

Laattijdige inschrijvingen

%

4 023

1,0%

3 701

0,9%

3 350

0,8%

2010-2011

397 737

2011-2012

394 555

2012-2013

393 765

2013-2014

392 163

99,1%

3 396

0,9%

2014-2015

390 091

99,1%

3 587

0,9%

99,1%

Tabel 12: Evolutie in het aantal leerplichtige leerlingen dat zich tijdig of laattijdig inschrijft

Het valt op dat het percentage leerlingen dat zich pas na de derde schooldag inschrijft al vier jaar net onder de 1% ligt. Er is geen duidelijk stijgende of dalende trend op te merken.

20

Zie glossarium.


35

a) Leerlinggebonden kenmerken van leerlingen die tijdig of laattijdig inschrijven Hoewel het net als in het hoofdstuk over de controle op de inschrijvingen om een beperkte groep leerlingen gaat die zich laattijdig inschrijft, bekijken we hieronder een aantal kenmerken van de leerling en zijn schoolloopbaan. In deze cijfers zullen we de leerlingen uit de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers telkens buiten beschouwing laten.21

Nationaliteit

In de onderstaande grafiek geven we het percentage leerlingen weer met een tijdige of laattijdige inschrijving per nationaliteit22. Opgelet, een Belg is hier een leerling met de Belgische nationaliteit, ongeacht de etnische afkomst.

Figuur 4: Percentage laattijdige of tijdige inschrijvingen volgens nationaliteit (niet-OKAN)

Uit de bovenstaande grafiek kunnen we afleiden dat leerlingen met een vreemde nationaliteit zich vaker laattijdig inschrijven dan leerlingen met de Belgische nationaliteit. Dat stellen we al verschillende jaren vast. Dat kan erop wijzen dat er ook in de loop van het schooljaar leerlingen instromen uit het buitenland, maar niet noodzakelijk in een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers. Er is dus niet noodzakelijk sprake van absoluut schoolverzuim. Strikt genomen zijn die leerlingen met een andere nationaliteit niet allemaal leerplichtig, want de wet op de leerplicht zegt dat kinderen met een vreemde nationaliteit pas moeten voldoen aan de bepalingen van de leerplicht vanaf de 60e dag nadat ze ingeschreven werden in het vreemdelingenregister, in het wachtregister of in het bevolkingsregister. Het is niet mogelijk om te achterhalen hoeveel van deze leerlingen die laattijdig inschrijven door deze reden nog niet leerplichtig zijn. 21 Tot vóór het rapport over schooljaar 2009-2010 waren deze leerlingen wel opgenomen in de verdere bespreking, dus vergelijking van cijfers met eerdere rapporten vraagt enige waakzaamheid. 22 We nemen alleen de nationaliteiten op in de grafiek waarvan er 200 of meer leerlingen ingeschreven waren in een secundaire school in 2014-2015.


36

Geslacht

In tabel 13 geven we het percentage leerlingen dat zich tijdig of laattijdig inschrijft volgens geslacht. Geslacht

Tijdige inschrijvingen

%

Laat

%

M

197.596

99,4%

1.164

0,6%

V

190.859

99,5%

886

0,5%

388.455

99,5%

2.050

0,5%

Totaal

Tabel 13: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens geslacht (niet-OKAN)

Het percentage jongens dat zich laattijdig inschrijft ligt net iets hoger dan het percentage meisjes dat zich laattijdig inschrijft, maar dit verschil is beperkt.

Geboortejaar In tabel 14 geven we het percentage leerlingen dat zich tijdig of laattijdig inschrijft volgens geboortejaar. Geboortejaar

Tijdige inschrijvingen

%

Laattijdige inschrijvingen

%

>=2002

53.096

99,7%

171

0,3%

2001

65.111

99,5%

354

0,5%

2000

67.568

99,5%

317

0,5%

1999

67.101

99,5%

339

0,5%

1998

67.558

99,4%

411

0,6%

1997

68.021

99,3%

458

0,7%

Totaal

388.455

99,5%

2050

Tabel 14: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens geboortejaar (niet-OKAN)

Laattijdig inschrijven stijgt met de leeftijd. Bij zestien- en zeventienjarigen ligt het percentage laattijdige inschrijvingen hoger.


37

Verstedelijkingsgraad van de woonplaats Uit tabel 15 kan men het aantal leerlingen dat zich tijdig of laattijdig inschrijft zien volgens de graad van verstedelijking van hun woonplaats. Verstedelijkingsgraad

Tijdige inschrijvingen

%

Laattijdige inschrijvingen

%

Grootsteden

40.992

99,1%

364

0,9%

Kleine steden

78.043

99,4%

506

0,6%

Overgangsgebied

91.706

99,6%

330

0,4%

Platteland

62.571

99,7%

160

0,3%

Regionale centrumsteden

47.316

99,5%

252

0,5%

Stedelijke rand

51.362

99,7%

171

0,3%

B.H.G.

9.772

98,6%

141

1,4%

Andere

6.693

98,2%

126

1,8%

Totaal

388.455

99,5%

2.050

0,5%

Tabel 15: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens verstedelijkingsgraad van de woonplaats (niet-OKAN)

Leerlingen die in de grootsteden Antwerpen of Gent wonen, schrijven zich vaker laattijdig in. Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat het geval, maar daar is de kans dan weer groter dat de leerlingen zijn overgestapt vanuit een school van de Franse Gemeenschap. Hetzelfde kan worden gezegd van de leerlingen in de categorie ‘andere’. Dat zijn leerlingen die wonen in het Franstalige landsgedeelte of in het buitenland. Ook bij hen is de kans groter dat zij daarvoor ingeschreven waren in een school buiten Vlaanderen.

Provincie van de woonplaats

In tabel 16 gaan we na of er een verschil is in het aandeel laattijdige inschrijvingen over de provincies heen.

Provincie

Tijdige inschrijvingen

%

Laattijdige inschrijvingen

%

107.007

99,5%

572

0,5%

9.772

98,6%

141

1,4%

Limburg

50.228

99,4%

311

0,6%

Oost-Vlaanderen

87.805

99,6%

326

0,4%

Vlaams-Brabant

59.058

99,6%

208

0,4%

West-Vlaanderen

67.892

99,5%

366

0,5%

Andere

6.693

98,2%

126

1,8%

Totaal

388.455

99,5%

2.050

0,5%

Antwerpen Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Tabel 16: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens provincie van de woonplaats (niet-OKAN)


38

In Brussel zien we een hoger percentage laattijdige inschrijvingen dan in de Vlaamse provincies. Een mogelijke verklaring is dat de leerling misschien tijdens het schooljaar de overstap maakt van het Franstalig naar het Nederlandstalige onderwijs. Hetzelfde geldt voor de categorie “Andere”. De vijf Vlaamse provincies verschillen qua percentage laattijdige inschrijvingen niet veel van elkaar.

Indicatoren kansarmoede

Het PISA-onderzoek toont aan dat de sociaal-economische status (SES) van leerlingen in Vlaanderen een grote invloed heeft op hun prestaties23. In Vlaanderen is ervoor gekozen om enkele variabelen die deze SES van leerlingen bepalen en een invloed uitoefenen op hun schoolloopbaan te vertalen naar indicatoren. Zo kunnen we vaststellen welke scholen voor bijkomende uitdagingen staan inzake het creëren van gelijke onderwijskansen voor hun leerlingen met een kansarme achtergrond. Voor elke leerling wordt bepaald of ze voldoen aan één of meerdere van de vijf gelijkekansenindicatoren. Een leerling scoort op de indicator thuistaal24 als de leerling thuis met niemand, ofwel met een minderheid van de gezinsleden25 Nederlands spreekt. Voor de indicator opleidingsniveau van de moeder worden de leerlingen in aanmerking genomen van wie de moeder geen diploma van het secundair onderwijs of studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs behaalde. Een leerling scoort op de indicator schooltoelage als hij of zij een schooltoelage krijgt. Als een leerling door te veel problematische afwezigheden zijn schooltoelage verliest, dan wordt die leerling toch in aanmerking genomen voor de berekening van de extra omkadering en de werkingsmiddelen van de school. Een thuisloze leerling is een leerling die tijdelijk of permanent buiten het eigen gezinsverband is opgenomen door een persoon, een gezin, een voorziening of een sociale dienst in het kader van de bijzondere jeugdbijstand. Een ‘trekkende’ leerling is een leerling van wie de ouders behoren tot de trekkende bevolking. Dat wil zeggen dat de ouders binnenschippers, kermis- of circusartiesten, of woonwagenbewoners zijn. Woonwagenbewoners zijn personen met een nomadische cultuur die zich legaal in België bevinden en die traditioneel in een woonwagen wonen of gewoond hebben en degenen die met deze personen samenleven of er in de eerste graad van afstammen.

23 UGent. Wiskundige geletterdheid bij 15-jarigen. Overzicht van de eerste Vlaamse resultaten van PISA 2012. Gent, 2012. 24 Thuistaal telt voor het bepalen van de GOK-omkadering alleen mee als aantikken op deze indicator wordt gecombineerd met één van de andere indicatoren. De leerlingen die hierop (in combinatie) aantikken, krijgen wel een zwaarder gewicht. 25 Hierbij worden broers en zussen beschouwd als één gezinslid.


39

In figuur 5 geven we weer hoeveel procent van de laattijdig ingeschreven leerlingen uit het gewoon secundair onderwijs scoort op ten minste één van de bovenvermelde indicatoren26.

Figuur 5: Vergelijking gelijkekansenindicatoren bij totale schoolbevolking SO en bij leerlingen die zich laattijdig inschreven (niet-OKAN).

Uit de cijfers kunnen we afleiden dat de laattijdig ingeschreven leerlingen procentueel veel meer scoren op de gelijkekansenindicatoren. We zien dat er bij de leerlingen die zich laattijdig inschrijven het percentage leerlingen met thuistaal niet Nederlands veel hoger is dan bij de totale schoolbevolking. Daarenboven heeft bijna de helft van de laattijdige inschrijvers een laaggeschoolde moeder. Hoewel het percentage leerlingen dat beantwoordt aan de gelijkekansenindicatoren daalde ten opzichte van vorig schooljaar, is dit een jaarlijks terugkerend fenomeen. Voor de indicator schooltoelage zien we een ander verhaal. We merken dat het percentage leerlingen dat een schooltoelage krijgt niet veel hoger is bij de laattijdige inschrijvers dan binnen de totale schoolbevolking. We kunnen niet oordelen of dit betekent dat er weinig samenhang is tussen een laag inkomen en laattijdig inschrijven. Het is immers ook mogelijk dat de laattijdige inschrijvers hun schooltoelage minder vaak aanvragen als ze er recht op hebben.

26

De indicator buurt laten we buiten beschouwing, omdat die zodanig berekend wordt dat een kwart van de leerlingen dat meetelt voor de werkingstoelagen hierop scoort.


40

b) Schoolloopbaan van leerplichtige leerlingen die tijdig of laattijdig inschrijven

Hoofdstructuur27

In tabel 17 bekijken we waar we de tijdige en laattijdige leerlingen kunnen situeren binnen het voltijds, deeltijds of buitengewoon onderwijs.

Tijdige inschrijvingen

%

Laattijdige inschrijvingen

%

369.654

99,6%

1.482

0,4%

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

3.538

91,0%

348

9,0%

Buitengewoon onderwijs

15.263

98,6%

220

1,4%

388.455

99,5%

2.050

0,5%

Voltijds gewoon onderwijs

Totaal

Tabel 17: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens hoofdstructuur (niet-OKAN)

In het deeltijds beroepssecundair onderwijs is het aantal laattijdige inschrijvingen procentueel het hoogst. Ook in het buitengewoon onderwijs zien we meer leerlingen die zich laattijdig inschrijven dan in het voltijds gewoon onderwijs.

A- of B-stroom (eerste graad)

Hieronder bekijken we de verdeling van de tijdige en laattijdige inschrijvingen van de leerlingen in de eerste graad over de A- en B- stroom.

Tijdige inschrijvingen

%

Laattijdige inschrijvingen

%

A-stroom

111.204

99,7%

379

0,3%

B-stroom

19.706

98,7%

263

1,3%

Totaal

130.910

99,5%

642

0,5%

Tabel 18: Tijdige en laattijdige inschrijvingen in de eerste graad volgens de A- of B-stroom

In de A-stroom van de eerste graad schrijven zich procentueel gezien weinig leerlingen laattijdig in. In de B-stroom van de eerste graad is dat percentage daarentegen veel hoger. Daar ligt het percentage zelfs meer dan drie keer zo hoog als het percentage in het volledige voltijdse secundaire onderwijs (niet-OKAN).

27

Zie glossarium.


41

Onderwijsvorm In tabel 19 vindt u de opsplitsing in de verschillende onderwijsvormen, aangevuld met de eerste graad en het onthaalonderwijs. Dit levert het volledige beeld op van het voltijds gewoon onderwijs28.

Tijdige inschrijvingen

%

Laattijdige inschrijvingen

%

Eerste graad

130.910

99,5%

642

0,5%

ASO

111.567

99,8%

172

0,2%

BSO

47.921

99,1%

452

0,9%

KSO

5.038

99,7%

16

0,3%

TSO

74.033

99,7%

198

0,3%

Onthaalklas

1.636

51,6%

1.537

48,4%

Niet gekend

184

100,0%

0

0%

371.289

99,2%

3.017

0,8%

1

Totaal

Tabel 19: Tijdige en laattijdige inschrijvingen per onderwijsvorm in het voltijds gewoon onderwijs

Zoals we ook al eerder schreven, stellen we veruit het hoogste percentage laattijdige inschrijvingen vast in de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN). Dat verklaart waarom we nu voor het volledige voltijds gewoon secundair onderwijs een hoger percentage laattijdige inschrijvingen terugvinden dan we aangaven in tabel 17. In die tabel lieten we de OKAN-leerlingen immers buiten beschouwing. In de opdeling per onderwijsvorm stellen we vast dat het hoogste percentage leerlingen laattijdig inschrijft in het BSO. In het ASO, KSO en TSO komt laattijdig inschrijven veel minder voor. Dit komt dus overeen met wat we ook zagen in de eerste graad. Ook daar is het percentage laattijdige inschrijvingen veel hoger in de B-stroom dan in de A-stroom.

Studiegebied (tweede en derde graad)

In tabel 2029 geven we de tijdige en laattijdige inschrijvingen weer per studiegebied30.

Tijdige inschrijvingen

%

Laattijdige inschrijvingen

%

Algemeen secundair onderwijs

108749

99,8%

172

0,2%

Auto

1567

99,4%

9

0,6%

Ballet

42

91,3%

4

8,7%

Beeldende kunsten

3768

99,7%

11

0,3%

Bouw

2968

99,1%

26

0,9%

Chemie

4133

99,9%

6

0,1%

28 2 minderjarige leerlingen uit HBO zijn niet in deze tabel opgenomen. 29 Één minderjarige leerling uit de 4e graad BSO is niet in deze tabel opgenomen. 30 Zie glossarium.


42

Decoratieve technieken

1186

99,2%

9

0,8%

Fotografie

232

99,6%

1

0,4%

Grafische communicatie en media 1671

99,8%

4

0,2%

Handel

23951

99,3%

165

0,7%

Hout

6038

99,6%

24

0,4%

Juwelen

35

100,0%

0

0%

Koeling en warmte

581

99,8%

1

0,2%

Land- en tuinbouw

4730

99,6%

19

0,4%

Lichaamsverzorging

4803

99,3%

36

0,7%

Maritieme opleidingen

166

100,0%

0

0%

Mechanica-elektriciteit

23250

99,6%

89

0,4%

Mode

1328

99,1%

12

0,9%

Muziekinstrumentenbouw

4

100,0%

0

0%

Optiek

9

100,0%

0

0%

Orthopedische technieken

22

100,0%

0

0%

Personenzorg

34361

99,5%

181

0,5%

Podiumkunsten

1228

99,9%

1

0,1%

Sport

7425

99,6%

27

0,4%

Tandtechnieken

14

100,0%

0

0%

Textiel

37

100,0%

0

0%

Toerisme

1726

99,3%

13

0,7%

Voeding

4535

99,4%

27

0,6%

Totaal

238559

99,7%

837

0,3%

Tabel 20: Tijdige en laattijdige inschrijvingen per studiegebied in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon onderwijs

Het studiegebied Ballet springt procentueel gezien in het oog, maar het gaat maar over vier leerlingen die zich laattijdig inschreven.

Problematische afwezigheden Uit de gegevens over de nationaliteit van de leerlingen die zich laattijdig inschrijven en het hoge aantal leerlingen dat zich laattijdig inschrijft in de onthaalklas blijkt dat niet alle laattijdige inschrijvingen te wijten zijn aan bewust spijbelgedrag. Toch bekijken we in de onderstaande tabellen de relatie tussen laattijdige inschrijvingen en problematische afwezigheden. In de eerste tabel (tabel 21) bekijken we de relatie met problematische afwezigheden in het voorgaande schooljaar, dus tijdens het schooljaar 2013-2014. In de tweede tabel (tabel 22) brengen we het verband in kaart binnen het schooljaar zelf. Daarmee beantwoorden we de vraag of leerlingen die zich laattijdig inschrijven meer spijbelen dan leerlingen die zich tijdig inschrijven.

Tijdige inschrijvingen 2014-2015

%

3.607

92,3%

302

7,7%

Niet problematisch afwezig vorig schooljaar (2013-2014)

384.848

99,5%

1.748

0,5%

Totaal

388.455

99,5%

2.050

0,5%

Problematisch afwezig vorig schooljaar (2013-2014)

Laattijdige inschrijvingen % 2014-2015


43

Tabel 21: Tijdige en laattijdige inschrijvingen gekoppeld aan registraties problematische afwezigheden van het vorige schooljaar (niet-OKAN)

We zien dat 7,7% van de leerlingen met problematische afwezigheden in het schooljaar 2013-2014 zich laattijdig inschreef in het schooljaar 2014-2015. Dat is een heel hoog percentage ten opzichte van het gemiddelde van 0,5% bij de volledige schoolbevolking. Er lijkt dus een samenhang te zijn tussen laattijdig inschrijven en problematisch afwezig zijn tijdens het voorgaande schooljaar. Die samenhang vonden we ook de voorbije jaren terug31.

Tijdige inschrijvingen 2014-2015

%

Laattijdige inschrijvingen 2014-2015

%

Problematisch afwezig dit schooljaar (2014-2015)

6.940

93,9%

453

6,1%

Niet problematisch afwezig dit schooljaar (2014-2015)

381.515

99,6%

1.597

0,4%

Totaal

388.455

99,5%

2.050

0,5%

Tabel 22: Tijdige en laattijdige inschrijvingen gekoppeld aan registraties problematische afwezigheden van het huidige schooljaar (niet-OKAN) Opmerking: het aantal leerlingen met problematische afwezigheden in schooljaar 2014-2015 verschilt licht van de cijfers die in hoofdstuk 3 worden weergegeven. Dit komt omdat er hier een aantal koppelingen niet zijn gebeurd door gebrek aan identificatiegegevens

Ook binnen het schooljaar zien we een verband tussen problematische afwezigheden en laattijdig inschrijven. 6,1% van de leerlingen met een melding van problematische afwezigheden had zich in het begin van het schooljaar niet tijdig ingeschreven. Dat is weer beduidend meer dan het gemiddelde van 0,5% voor de totale schoolbevolking.

Schoolse vertraging

In tabel 23 wordt de relatie tussen tijdig/laattijdig inschrijven en schoolse vertraging bekeken.

Tijdige inschrijvingen

%

Laattijdige inschrijvingen

%

764

92,9%

58

7,1%

2 j vertraging

10.090

97,9%

214

2,1%

1 j vertraging

74.610

99,3%

552

0,7%

278.222

99,8%

636

0,2%

5.136

99,8%

11

0,2%

368.822

99,6%

1.471

0,4%

3 j of meer vertraging

Geen vertraging 1 of meer j voorsprong Totaal

Tabel 23: De schoolse vertraging van leerlingen die tijdig of laattijdig inschrijven (alleen het voltijds gewoon niet modulair secundair onderwijs, niet-OKAN)

De cijfers lijken de stelling te bevestigen dat er een sterke samenhang bestaat tussen laattijdig inschrijven en schoolse vertraging. Bijna 60% van de leerlingen die zich laattijdig inschreven in het voltijds gewoon secundair onderwijs, heeft een schoolse vertraging van ten minste één jaar. Bij leerlingen die zich tijdig inschrijven heeft iets minder dan een vierde een schoolse vertraging van ten minste één jaar. 31 Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2012-2013. Brussel, 2014; Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2013-2014. Brussel, 2016.


44

3.2

Verschillende categorieën van in- en uitschrijvingen

Wat?

We categoriseren de in- en uitgeschreven leerlingen volgens de beweging die ze maken na hun inschrijving. Naarmate ze zich frequenter in- en uitschrijven en meer dagen absoluut schoolverzuim laten optekenen, verwachten we dat dit een negatief effect zal hebben op hun verdere schoolloopbaan. Hieronder ziet u een schematische voorstelling van de verschillende categorieën die we verder meer gedetailleerd zullen bekijken.

Figuur 6: Indeling van ingeschreven leerlingen volgens verschillende categorieën

TOTAAL IN: Het totale aantal ingeschreven leerlingen. Dat zijn alle leerlingen die zich uiterlijk de derde schooldag inschrijven, plus alle leerlingen die zich voor de eerste keer inschrijven na de derde schooldag. We nemen alle leerlingen in aanmerking die zich in de loop van het schooljaar inschreven in een school voor secundair onderwijs. In de bovenstaande uitleg bedoelen we met een ‘school’ een ‘school of centrum voor voltijds of deeltijds, gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap’. AgODi is in het kader van de leerplichtcontrole ook op de hoogte van in- en uitschrijvingen in Syntra, huisonderwijs of privéonderwijs. Deze laatste instellingen bezorgen de inschrijvingsgegevens op vrijwillige basis aan AgODi maar die worden niet geve-


45

rifieerd. Om de leerlingen in de onderstaande categorieën te verdelen, nemen we al deze gegevens ook in aanmerking. Maar dat gebeurt alleen op voorwaarde dat de leerling in de loop van het schooljaar ook ten minste een dag ingeschreven was in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs. Na tabel 28 komen we hier nog eens op terug.

2010-2011 2011-2012 2012-2013 2013-2014 2014-2015

IN

%

380 316 375 792 374 782 373 135 373 067

94,7% 94,4% 94,4% 94,3% 94,8%

UIT& IN

18 073 19 093 19 320 19 273 17 880

UIT…

%

IN

4,5% 4,8% 4,9% 4,9% 4,5%

842 806 724 710 555

%

IN/UIT

%

0,2% 0,2% 0,2% 0,2% 0,1%

2 529 2 565 2 289 2 441 2 176

0,6% 0,6% 0,6% 0,6% 0,6%

Tabel 24: Evolutie van het aantal en het percentage inschrijvingen, uitschrijvingen met onmiddellijke inschrijvingen, laattijdige inschrijvingen en uitschrijvingen

IN: De grootste groep van deze leerlingen schrijft zich na zijn eerste inschrijving niet meer uit, maar blijft voor de rest van het schooljaar ingeschreven. In het diagram duiden we deze groep in het groen aan, omdat er met deze groep, zodra ze ingeschreven zijn, geen probleem is op het vlak van absoluut schoolverzuim. UIT/IN: Een aantal leerlingen blijft niet ingeschreven voor het volledige schooljaar in eenzelfde school of eenzelfde studierichting, maar schrijft zich uit en schrijft zich vervolgens opnieuw in. Afhankelijk van het feit of er tussen de uitschrijving en de inschrijving een periode van absoluut schoolverzuim zit, krijgen we verschillende categorieën die we hieronder verder beschrijven. 1XUIT&IN: Dit zijn leerlingen die zich eenmaal uitschrijven en zich onmiddellijk weer inschrijven. Het gaat hierbij niet altijd om schoolveranderingen. Ook veranderingen van studierichting binnen dezelfde school worden doorgegeven. Er is bij deze leerlingen geen sprake van absoluut schoolverzuim, vandaar dat ze ook in het groen gemarkeerd staan. NXUIT&IN: Leerlingen die zich verschillende keren uitschrijven, maar zich onmiddellijk opnieuw inschrijven hebben waarschijnlijk niet de vlotste schoolloopbaan, maar omdat ze geen enkele dag zonder school zitten, staan ze in het groen gemarkeerd. Vanuit het standpunt van de leerplicht is er geen probleem. 1XUIT…IN: Deze leerlingen staan in het rood gemarkeerd, omdat er zich tussen de dag van uitschrijving en de dag van inschrijving een periode voordoet van absoluut schoolverzuim. Hoe groot het probleem is, hangt af van de lengte van de periode van absoluut schoolverzuim. In tabel 26 diepen we dit verder uit. NXUIT…IN: Leerlingen die zich verschillende keren uitschrijven en daarbij nog absoluut schoolverzuim laten optekenen, beschouwen we als een probleemgroep en markeren we daarom in het rood. Hoeveel keer ze zich uitschrijven, vindt u terug in tabel 25. Wat de duur van het absoluut schoolverzuim betreft, staan de gegevens in tabel 26 vermeld. Er is een verschil tussen leerlingen die twee keer van school en/of studierichting veranderen en leerlingen die vijf keer van school of studierichting veranderen in eenzelfde schooljaar. Dergelijke veranderingen kunnen namelijk een grote invloed hebben op de schoolloopbaan van een leerling. Vandaar dat we in tabel 25 weergeven hoeveel veranderingen deze leerlingen ondergaan.

Aantal veranderingen

NXUIT&IN

%

NXUIT…IN

%

2X

1 200

91,1%

126

80,7%

3X

102

7,8%

24

15,4%

4X

14

1,1%

6

3,9%


46

Totaal

1 316

100%

156

100%

Tabel 25: Leerlingen die zich verschillende keren uitschrijven en opnieuw inschrijven in de loop van het schooljaar volgens de frequentie van schoolveranderingen.

De meeste leerlingen die zich verschillende keren in- en uitschrijven, beperken zich tot twee veranderingen van school en/of studierichting. Dat geldt zowel voor leerlingen die zich onmiddellijk opnieuw inschrijven als voor leerlingen die absoluut schoolverzuim laten optekenen.

Aantal dagen absoluut schoolverzuim

1XUIT…IN

%

NXUIT…IN

%

1-10 dagen

268

67,1%

87

55,8%

11-20 dagen

31

7,8%

29

18,6%

21-40 dagen

39

9,8%

19

12,2%

41-80 dagen

35

8,8%

13

8,3%

Meer dan 80 dagen

26

6,5%

8

5,1%

Totaal

399

100%

156

100%

Tabel 26: Leerlingen die zich uitschrijven, maar zich niet onmiddellijk opnieuw inschrijven volgens het aantal dagen schoolverzuim

Bij 67,1% van de leerlingen dat zich eenmaal uitschrijft, bedraagt de periode tussen een uitschrijving en een inschrijving minder dan tien kalenderdagen. Zoals eerder aan bod kwam, melden scholen zowel wijzigingen van administratieve groep als wijzigingen van school aan AgODi. Leerlingen die ten minste één dergelijke wijziging doen in de loop van een schooljaar hebben een minder standvastige schoolloopbaan dan de leerlingen uit de categorie IN. In tabel 27 maken we een onderscheid tussen de verschillende soorten wijzigingen. Alle leerlingen uit de categorieën UIT&IN en UIT…IN zijn hierin opgenomen, alsook 540 leerlingen uit de categorie IN/UIT die vóór hun laatste uitschrijving ook een andere schoolverandering of een verandering van studierichting ondergingen. Zoals ook in de tabellen hierboven bleek, zijn er heel wat leerlingen die verscheidene veranderingen op een jaar doen. In tabel 27 nemen we de wijzigingen van het hele schooljaar samen. Als een leerling bijvoorbeeld eenmaal van studierichting verandert binnen de school en later ook nog van school verandert, komt hij/zij in tabel 27 bij ‘schoolverandering met wijziging studierichting’. Er zijn ook leerlingen die zich in de loop van het schooljaar uitschrijven uit een bepaalde school en studierichting en zich een tijdje later opnieuw inschrijven. Hier is dus geen sprake van een wijziging van school of studierichting. Er is wel mogelijk schoolverzuim, al is het ook mogelijk dat die leerling bijvoorbeeld in Wallonië of in het buitenland naar school ging.

Aantal leerlingen

Percentage van de volledige schoolbevolking

met wijziging studierichting

7 726

2,0%

zonder wijziging studierichting

3 541

0,9%

wel wijziging studierichting

7 369

1,9%

enkel wijziging vestigingsplaats binnen school

47

0%

minstens een dag mogelijk schoolverzuim

79

0%

Soort wijziging

Schoolverandering Geen schoolverandering

Geen wijziging school of studierichting


47

Totaal

18762

4,8%

Tabel 27: Leerlingen die zich uit- en inschrijven volgens de soort van wijziging

Uit tabel 27 leiden we af dat bijna 3% van de schoolbevolking in de loop van het schooljaar van school verandert. Daarenboven verandert bijna 2% van de leerlingen binnen de eigen school van studierichting.

IN/UIT: De laatste groep leerlingen die we apart bekijken, zijn leerlingen die zich uitschrijven zonder zich opnieuw in te schrijven. Deze leerlingen zijn misschien absolute schoolverzuimers en markeren we in het rood. De grootte van het probleem hangt in dit geval samen met het moment van de uitschrijving. Hoe vroeger men immers uitgeschreven is, hoe langer de mogelijke periode van absoluut schoolverzuim. Dat betekent niet noodzakelijk dat al deze leerlingen niet meer aan de leerplicht voldoen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat zij naar het buitenland gegaan zijn of ingeschreven zijn in een school van de Franse Gemeenschap. Heel wat van deze leerlingen zijn trouwens niet meer leerplichtig omdat ze bij hun uitschrijving de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Dat laatste wordt in kaart gebracht in tabel 29. In tabel 28 geven we deze groep leerlingen weer volgens het moment van hun laatste uitschrijving die niet opnieuw door een inschrijving gevolgd wordt.

Moment van laatste uitschrijving

IN/UIT

Percentage

September 2014

213

9,8%

Oktober 2014

110

5,1%

November 2014

150

6,9%

December 2014

60

2,8%

Januari 2015

300

13,8%

Februari 2015

251

11,5%

Maart 2015

299

13,7%

April 2015

261

12,0%

Mei 2015

286

13,1%

Juni 2015

246

11,3%

Totaal

2 176

100%

Tabel 28: Leerlingen die zich na een uitschrijving niet opnieuw inschrijven volgens het moment van uitschrijving

Zodra de kerstvakantie voorbij is, schrijven leerlingen zich vaker uit zonder dat ze zich opnieuw inschrijven. Veel van deze leerlingen zijn meerderjarig bij uitschrijving. In dat geval is er geen leerplicht. In tabel 29 geven we hier een beeld van. Aantal meerderjarigen dat zich uitschrijft

Percentage meerderjarigen bij de uitschrijvende leerlingen in deze maand

Januari 2015

28

9,3%

Februari 2015

106

42,2%

Maart 2015

158

52,8%

April 2015

144

55,2%

Moment van laatste uitschrijving


48

Mei 2015

168

58,7%

Juni 2015

97

39,4%

Totaal

701

42,7%

Tabel 29: Leerlingen die in de maand van uitschrijving meerderjarig zijn of worden volgens de maand van uitschrijving

In totaal waren 701 leerlingen die zich uitschreven vanaf januari, of 42,7%, op het moment van uitschrijven niet meer leerplichtig. Als we alle leerlingen beschouwen in de categorie IN/UIT, zien we dat 945 leerlingen (43,4%) op 30 juni 2015 meerderjarig waren. Er zijn dus ook meer dan 200 leerlingen die de school verlieten net vóór ze achttien werden. Na de beschrijving van de verschillende categorieën gaan we nu achtereenvolgens kijken wat de kenmerken zijn van de leerlingen die tot deze verschillende categorieën behoren en hoe hun schoolloopbaan eruitziet. In wat volgt, nemen we een aantal categorieën samen voor de bespreking. In de tabellen bespreken we de categorieën van leerlingen: - die zich na hun inschrijving niet meer uitschrijven (IN); - die zich na een uitschrijving onmiddellijk opnieuw inschrijven (UIT&IN); - die zich na een uitschrijving NIET onmiddellijk opnieuw inschrijven (absoluut schoolverzuim) (UIT…IN); - die zich na hun uitschrijving niet meer inschrijven (mogelijk absoluut schoolverzuim)32 (IN/UIT). In tabel 30 bekijken we hoe deze categorieën van in- en uitschrijvingen geëvolueerd zijn tijdens de laatste vijf schooljaren.

2010-2011 2011-2012 2012-2013 2013-2014 2014-2015

IN

%

380 316 375 792 374 782 373 135 373 067

94,7% 94,4% 94,4% 94,3% 94,8%

UIT& IN

18 073 19 093 19 320 19 273 17 880

%

4,5% 4,8% 4,9% 4,9% 4,5%

UIT… IN

842 806 724 710 555

%

IN/UIT

%

0,2% 0,2% 0,2% 0,2% 0,1%

2 529 2 565 2 289 2 441 2 176

0,6% 0,6% 0,6% 0,6% 0,6%

Tabel 30: Evolutie van in- en uitschrijvingen

Relatief zien we geen grote veranderingen over de laatste vijf schooljaren. Het lijkt een behoorlijk stabiel gegeven dat ongeveer 95% van de schoolbevolking zich na een eerste inschrijving tijdens dat schooljaar niet meer uitschrijft. Van de overige 5% heeft het merendeel geen enkele dag schoolverzuim. Dit zijn dus leerlingen die van school of studierichting veranderen, maar zonder een tussenliggende periode. We merken op dat er over de jaren heen een lichte stijging was in de categorie UIT&IN ten koste van de categorie IN, maar dit percentage daalde opnieuw in schooljaar 2014-2015. Sinds het rapport over het schooljaar 2009-201033 worden niet alleen de in- en uitschrijvingen in aanmerking genomen binnen de scholen voor secundair onderwijs die gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. AgODi is in het kader van de leerplichtcontrole ook op de hoogte van in- en uitschrijvingen in Syntra, huisonderwijs of privéonderwijs. Zoals ook eerder vermeld, nemen we in dit rapport al deze gegevens ook in aanmerking op voorwaarde dat de leerling in de loop van het schooljaar minstens één dag ingeschreven was in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs. Als we in de onderstaande beschrijving schoolkenmerken beschrijven, gebruiken we steeds de eerste inschrijving die we terugvinden in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs. Zo zal een leerling die eerst 32 33

Leerlingen die wel voldoen aan de leerplicht zijn bijvoorbeeld leerlingen die zich inschrijven in een school van de Franse Gemeenschap, naar het buitenland gegaan zijn of van het geboortejaar 1997 zijn maar in de loop van het schooljaar 2014-2015 de leeftijd van achttien jaar bereikt hebben. Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2009-2010. Brussel, 2011.


49

is ingeschreven in een Syntra, dan overstapt naar een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en zich nog later in het schooljaar inschrijft in het huisonderwijs, voorkomen in de categorie UIT&IN of UIT…IN en geteld worden bij het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Een leerling die vanuit een Syntra de overstap maakt naar huisonderwijs zonder een andere inschrijving in een gefinancierde of gesubsidieerde school, komt helemaal niet voor in dit rapport.

c) Leerlinggebonden kenmerken van leerlingen die in- en uitschrijven per categorie Net als bij de laattijdige inschrijvingen toetsen we deze vier categorieën van leerlingen die zich in- en uitschrijven aan de verschillende leerlingen- en schoolloopbaankenmerken die vroeger al aan bod kwamen.

Nationaliteit

Figuur 7: Percentage in- en uitschrijvingen volgens nationaliteit

In de bovenstaande grafiek delen we de leerlingen die zich in- en uitschrijven in per nationaliteit34. Een Belg is hier een leerling met de Belgische nationaliteit, ongeacht de etnische afkomst. Het percentage bij de niet-Belgen dat zich uitschrijft zonder zich opnieuw in te schrijven, is hoger dan bij de Belgen. Een terugkeer naar het land van herkomst kan een verklaring zijn. Bij een vergelijking met de rapporten van de vorige twee schooljaren35 zien we dat dezelfde nationaliteiten jaar na jaar het laagst scoren op het percentage leerlingen in de categorie ‘IN’. Dat zijn bijvoorbeeld de leerlingen met Kosovaarse, Macedonische of Slovaakse nationaliteit.

34 We nemen alleen de nationaliteiten op waarvan er minstens 200 leerlingen ingeschreven waren in een secundaire school in 2014-2015. 35 Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2012-2013. Brussel, 2014; Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2011-2012. Brussel, 2013.


50

Geslacht

In tabel 31 geven we de in- en uitschrijvingen weer volgens het geslacht van de leerling. IN

%

UIT&IN

%

UIT… IN

%

IN/ UIT

%

M

188 756

94,1%

10 226

5,1%

338

0,2%

1 188

0,6%

V

184 311

95,4%

7 654

4,0%

217

0,1%

988

0,5%

0,1%

2 176

0,6%

Totaal

373 067

94,8%

17 880

4,5%

555

Tabel 31: In- en uitschrijvingen volgens geslacht

Bij jongens noteren we iets meer veranderingen in hun schoolloopbaan dan bij meisjes. Jongens schrijven zich ook iets vaker uit zonder zich opnieuw in te schrijven.

Geboortejaar

In tabel 32 geven we de in- en uitschrijvingen weer volgens het geboortejaar van de leerling. IN

%

UIT&IN

%

UIT…IN

%

IN/UIT

%

2003 of later

1 091

97,2%

13

1,2%

2

0,2%

17

1,5%

2002

51 463

97,7%

1 078

2,0%

25

0%

121

0,2%

2001

63 557

96,4%

2 156

3,3%

48

0,1%

198

0,3%

2000

64 371

94,0%

3 796

5,5%

65

0,1%

219

0,3%

1999

64 099

94,3%

3 520

5,2%

108

0,2%

250

0,4%

1998

63 286

92,4%

4 754

6,9%

154

0,2%

315

0,5%

1997

65 200

94,5%

2 563

3,7%

153

0,2%

1 056

1,5%

Totaal

373 067

94,8%

17 880

4,5%

555

0,1%

2 176

0,6%

Tabel 32: In- en uitschrijvingen volgens geboortejaar

Hoe jonger de leerling hoe standvastiger de schoolloopbaan. Veranderingen van school of studierichting waarbij een leerling zich onmiddellijk opnieuw inschrijft, zien we vaker bij leerlingen tussen veertien en zestien jaar. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat dit momenten zijn waarop een studiekeuze moet worden gemaakt. Hierbij merken we op dat een deel van de leerlingen van het geboortejaar 1997 achttien jaar werd in de loop van het schooljaar 2014-2015 en dus niet langer leerplichtig is. Dit werd ook besproken in tabel 29.

Verstedelijkingsgraad van de woonplaats Uit tabel 33 kunnen we onder andere afleiden of leerlingen die een bepaalde periode niet ingeschreven zijn in een school vaker in een verstedelijkt gebied wonen.


51

Verstedelijkingsgraad2

IN

%

UIT&IN

%

UIT…IN

%

IN/UIT

%

Grootsteden

39.595

93,4%

2.337

5,5%

89

0,2%

379

0,9%

Regionale centrumsteden

45.381

94,2%

2.367

4,9%

86

0,2%

316

0,7%

Kleine steden

74.832

94,6%

3.754

4,7%

116

0,1%

400

0,5%

Stedelijke rand

49.282

95,3%

2.165

4,2%

51

0,1%

211

0,4%

Overgangsgebied

88.139

95,3%

3.840

4,2%

115

0,1%

358

0,4%

Platteland

60.101

95,5%

2.516

4,0%

64

0,1%

243

0,4%

B.H.G.

9.347

92,5%

626

6,2%

30

0,3%

105

1,0%

Andere

6.390

93,7%

275

4,0%

4

0,1%

164

2,4%

Totaal

373.067

94,8%

17.880

4,5%

555

0,1%

2.176

0,6%

VL. G.

Tabel 33: In- en uitschrijvingen volgens verstedelijkingsgraad van de woonplaats

Uit deze cijfers blijkt ook dat er een samenhang bestaat tussen de standvastigheid van de schoolloopbaan en de woonplaats van de leerling. Leerlingen uit de grootsteden Antwerpen en Gent en leerlingen uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben meer schoolwisselingen dan gemiddeld en eindigen hun schoolloopbaan vaker met een uitschrijving. De grootste groep leerlingen die zich na een uitschrijving niet meer inschrijft, behoort tot de categorie ‘andere’ (m.a.w. de leerlingen die in het buitenland of het Franstalige landsgedeelte wonen). Een mogelijke verklaring daarvoor is dat deze leerlingen overgestapt zijn naar een school buiten het Vlaams Gewest.

Provincie van de woonplaats

We bekijken of er verschillen zijn in de standvastigheid van de schoolloopbaan naargelang de provincie van de woonplaats van de leerling. IN

%

UIT&IN

%

UIT…IN

%

IN/ UIT

%

103.370

95,0%

4.636

4,3%

174

0,2%

670

0,6%

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

9.347

92,5%

626

6,2%

30

0,3%

105

1,0%

Limburg

48.153

94,7%

2.348

4,6%

88

0,2%

236

0,5%

Oost-Vlaanderen

83.938

94,5%

4.286

4,8%

119

0,1%

451

0,5%

Vlaams-Brabant

56.867

95,4%

2.441

4,1%

54

0,1%

227

0,4%

West-Vlaanderen

65.002

94,6%

3.268

4,8%

86

0,1%

323

0,5%

Andere

6.390

93,5%

275

4,0%

4

0,1%

164

2,4%

Totaal

373.067

94,8%

17.880

4,5%

555

0,1%

2.176

0,6%

Provincie Antwerpen

Tabel 34: In- en uitschrijvingen volgens provincie van de woonplaats

Net als bij de laattijdige inschrijvingen, zien we dat er tussen de Vlaamse provincies weinig verschil is. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt het percentage in de categorie ‘IN’ lager dan gemiddeld, in de drie andere categorieën is het percentage hoger dan gemiddeld. Vooral het percentage in de categorie IN/UIT is opmerkelijk hoog. Het is natuurlijk mogelijk dat er meer leerlingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overgestapt zijn naar een school van de Franse Gemeenschap.


52

d)

Indicatoren kansarmoede

In figuur 8 is weergegeven hoeveel procent van de leerlingen uit het gewoon secundair onderwijs scoort op één of meerdere kansarmoede-indicatoren. Meer uitleg over deze indicatoren vindt u op pagina 38-39.

Figuur 8: Vergelijking gelijkekansenindicatoren tussen de verschillende categorieën in- en uitschrijvingen.

Leerlingen met een onstabiele schoolloopbaan scoren hoog op de kansarmoede-indicatoren. Terwijl ongeveer 12% van de leerlingen geen Nederlands spreekt in het gezin, is dat percentage voor leerlingen die zich niet opnieuw inschrijven na een uitschrijving meer dan 30%. Ongeveer de helft van de leerlingen die een periode van absoluut schoolverzuim laat optekenen, heeft een laaggeschoolde moeder. Ook de percentages die scoren op ‘trekkende bevolking’ en ‘thuisloos’ liggen opmerkelijk hoger bij leerlingen die geen standvastige schoolloopbaan hebben. Die cijfers liggen in de lijn van de cijfers die we de vorige jaren terugvonden.


53

e)

Schoolloopbaan van leerlingen die in- en uitschrijven per categorie

Hoofdstructuur36 In tabel 35 bekijken we hoe de verschillende hoofdstructuren - voltijds, deeltijds en buitengewoon onderwijs - zich tot elkaar verhouden op het vlak van in- en uitschrijvingen van leerlingen. UIT&

IN

%

%

Voltijds gewoon onderwijs

356 008

95,1%

16 287

4,4%

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

2 699

69,5%

727

Buitengewoon onderwijs

14 360

92,7%

Totaal

373 067

94,8%

UIT…

%

IN/UIT

%

417

0,1%

1 597

0,4%

18,7%

86

2,2%

374

9,6%

866

5,6%

52

0,3%

205

1,3%

17 880

4,5%

555

0,1%

2 176

0,6%

IN

IN

Tabel 35: In- en uitschrijvingen volgens hoofdstructuur

De cijfers voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs zijn heel verschillend van de cijfers in het voltijds gewoon onderwijs. Nog geen 70% van de leerlingen schrijft zich na een eerste inschrijving niet meer uit. Er is een heel hoog percentage leerlingen in de categorie UIT&IN. Van de 727 leerlingen in deze groep, waren er 534 (of 73,5%) die niet van school veranderden, maar alleen van opleiding. Dat is niet abnormaal, aangezien in het DBSO ook opleidingen in de loop van het schooljaar beëindigd kunnen worden. Interessant om op te merken, is dat 307 van de 374 leerlingen (of 82,1%) in de categorie IN/UIT meerderjarig waren bij het uitschrijven. Dit zijn dus leerlingen die in het voorjaar al achttien worden en hun schooljaar niet meer beëindigen.

A- of B-stroom (eerste graad) Hoe de in- en uitschrijvingen zich in de eerste graad verhouden, vindt u terug in tabel 36.

IN

%

UIT&IN

%

UIT…IN

%

IN/UIT

%

A-stroom

108.136

3.224

2,9%

47

0,0%

176

0,2%

B-stroom

18.762

1.053

5,3%

39

0,2%

115

0,6%

Totaal

126.898

4.277

3,2%

86

0,1%

291

0,2%

Tabel 36: In- en uitschrijvingen volgens A- of B-stroom

Veranderingen van school- of studierichting komen vaker voor in de B-stroom dan in de A-stroom, maar we merken op dat absoluut schoolverzuim in de eerste graad niet zo frequent voorkomt. Ook het percentage uitschrijvingen waar geen inschrijving op volgt, is beperkt in de eerste graad.

36

Zie glossarium.


54

Onderwijsvorm

De cijfers per onderwijsvorm in het voltijds gewoon secundair onderwijs zijn opgenomen in tabel 3737.

IN

%

UIT&IN

%

UIT...IN

%

IN/UIT

%

Eerste graad

126.898

4.277

3,2%

86

0,1%

291

0,2%

ASO

106.694

4.800

4,3%

39

0,0%

206

0,2%

BSO

44.662

3.079

6,4%

174

0,4%

458

0,9%

TSO

70.421

3.563

4,8%

62

0,1%

185

0,2%

KSO

4.738

279

5,5%

10

0,2%

27

0,5%

Onthaalklas

2.593

81,7%

289

9,1%

46

1,5%

245

7,7%

Niet gekend

0

0,0%

0

0,0%

0

0,0%

184

100,0%

356.006

95,1%

16.287

4,4%

417

0,1%

1.596

0,4%

Totaal

Tabel 37: In- en uitschrijvingen volgens onderwijsvorm

Wat de onderwijsvormen betreft, zien we dezelfde trend als bij de laattijdige inschrijvingen en problematische afwezigheden, namelijk meer absoluut schoolverzuim in het BSO dan in het ASO, KSO en TSO. Uit deze cijfers blijkt ook dat de schoolloopbaan van de leerlingen uit de onthaalklas de minst standvastige is. Bijna 8% van de leerlingen uit de onthaalklas schrijft zich in de loop van het schooljaar uit zonder zich opnieuw in te schrijven in het Vlaamse onderwijs. Een terugkeer naar het land van herkomst behoort hier tot de mogelijke verklaringen. Er zijn bij de onthaalleerlingen ook vaker uit- en inschrijvingen, al dan niet met een periode van absoluut schoolverzuim.

Studiegebied (tweede en derde graad) In tabel 3838 geven we de in- en uitschrijvingen door per studiegebied. Studiegebied

IN

%

Algemeen secundair onderwijs

104.134

95,6%

4.547

4,2%

39

1.443

91,6%

104

6,6%

3

0,2% 26

Auto Ballet

UIT&IN

%

UIT...IN

0,0%

%

%

0% 1,6%

44

95,7%

0%

2

Beeldende kunsten

3.528

93,3%

224

5,9%

6

0,2%

21

Bouw

2.798

93,5%

175

5,8%

5

0,2%

16

Chemie

3.910

94,5%

222

5,4%

2

0%

5

0,1%

Decoratieve technieken

1.084

90,7%

87

7,3%

7

0,6%

17

1,4%

Fotografie

215

92,3%

16

6,9%

1

0,4%

1

Grafische communicatie en media

1.557

93,0%

109

6,5%

0%

9

Handel

22.647

93,9%

1.277

5,3%

43

0,2% 149

Hout

5.654

93,3%

360

5,9%

18

0,3% 30

37 Drie minderjarige leerlingen uit HBO werden niet in deze tabel opgenomen 38 Één minderjarige leerling werd niet in deze tabel opgenomen.

4,3%


55

Juwelen

34

97,1%

Koeling en warmte

530

91,1%

Land- en tuinbouw

4.520

Lichaamsverzorging

4.486

Maritieme opleidingen

0,0%

0%

1

2,9%

46

7,9%

0%

6

1,0%

95,2%

208

4,3%

3

0,1%

18

92,7%

285

5,9%

23

0,5% 45

141

84,9%

23

13,9%

Mechanica-elektriciteit

21.773

93,3%

1.465

6,3%

37

0,2% 64

Mode

1.268

94,6%

57

4,3%

6

0,4%

0%

Muziekinstrumentenbouw

4

0,0%

0%

Optiek

9

0,0%

0%

Orthopedische technieken

22

0,0%

0%

Personenzorg

2 9

32.718

94,7%

1.581

4,6%

57

0,2%

Podiumkunsten

1.166

94,9%

55

4,5%

4

0,3%

4

Sport

6.919

92,9%

507

6,8%

9

0,1%

17

Tandtechnieken

12

85,7%

2

14,3%

0%

Textiel

36

97,3%

0,0%

0%

1

Toerisme

1.645

94,6%

82

4,7%

2

0,1%

10

Voeding

4.217

92,5%

289

6,3%

20

0,4% 36

226.514

94,6%

11.721

4,9%

285

0,1%

Totaal

1,2% 0,7%

2,7%

36

Tabel 38: In- en uitschrijvingen volgens studiegebied

Uitschrijvingen zonder dat er een inschrijving op volgt, zien we vaker in de studiegebieden Ballet, Juwelen en Textiel. We merken op dat het hier niet altijd over grote absolute aantallen gaat.

Problematische afwezigheden

In tabel 39 bekijken we of de leerlingen met de minst standvastige schoolloopbaan ook vaker door scholen als problematisch afwezig gemeld werden in het schooljaar 2013-2014. In tabel 40 bekijken we het verband tussen meldingen van problematische afwezigheid en de standvastigheid van de schoolloopbaan binnen het schooljaar.

IN

%

2014-2015 Problematisch afwezig 2013-2014

UIT&IN

%

2014-2015

UIT...IN

%

2014-2015

IN/UIT

%

2014-2015

2.724

69,2%

765

19,4%

74

1,9%

376

9,5%

Niet-problematisch afwezig 2013-2014

370.343

95,0%

17.115

4,4%

481

0,1%

1.800

0,5%

Totaal

373.067

94,8%

17.880

4,5%

555

0,1%

2.176

0,6%

Tabel 39: In- en uitschrijvingen gekoppeld aan registraties problematische afwezigheden van het vorige schooljaar


56

Zoals tijdens de vorige jaren39 is er een duidelijke samenhang tussen de in- en uitschrijvingen van leerlingen en hun problematische afwezigheid in het schooljaar daarvoor. Een derde van de leerlingen die in 2013-2014 ten minste 30 B-codes40 verzamelde, wijzigde in 2014-2015 minstens één keer van school of administratieve groep. Voor de totale schoolbevolking bedraagt dit percentage maar bijna 5%. Opmerkelijk is ook het hoge percentage in de categorie IN/ UIT, maar dit percentage (9.5%) is wel lager dan de voorbije jaren (11%). PA dit schooljaar

IN

UIT&IN

UIT...IN

% 2014-2015

IN/UIT

%

%

2014-2015

2014-2015

% 2014-2015

4.922

64,3%

1.820

23,8%

165

2,2%

746

9,7%

Niet-problematisch afwezig 2014-2015

368.145

95,4%

16.060

4,2%

390

0,1%

1.430

0,4%

Totaal

373.067

94,8%

17.880

4,5%

555

0,1%

2.176

0,6%

Problematisch afwezig 2014-2015

Tabel 40: In- en uitschrijvingen gekoppeld aan registraties problematische afwezigheden van het lopende schooljaar

Ook als we kijken naar de meldingen problematische afwezigheid van het lopende schooljaar, zien we duidelijk een samenhang met een onstandvastige loopbaan. Van de leerlingen die minstens 30 halve dagen problematisch afwezig waren tijdens het schooljaar 2014-2015, veranderde er slechts 64,3% nooit van school of van studierichting tijdens het schooljaar.

Schoolse vertraging

Of er een samenhang is tussen standvastigheid in een schoolloopbaan en schoolse vertraging41 kunnen we afleiden uit tabel 41. UIT&

IN/

%

636

77,4%

126

15,3%

11

1,3%

49

6,0%

2 jaar vertraging

8 940

86,7%

1.123

10,9%

59

0,6%

182

1,8%

1 jaar vertraging

69 189

92%

5.320

7,1%

158

0,2%

495

0,7%

Geen vertraging

269 188

96,5%

9.115

3,2%

138

0,1%

417

0,2%

5 043

98,0%

85

1,7%

2

0%

17

0,3%

352 996

95,3%

15.769

4,3%

368

0,1%

1.160

0,3%

3 jaar of meer vertraging

1 jaar of meer voorsprong Totaal

IN

%

UIT…

IN

IN

%

UIT

%

Tabel 41: De schoolse vertraging van leerlingen die in- en uitschrijven (alleen het voltijds gewoon niet modulair secundair onderwijs, niet-OKAN)

Het is inderdaad zo dat leerlingen die in de voorbije jaren al schoolse vertraging hebben opgelopen, ook in de loop van het schooljaar meer wijzigen van school of administratieve groep. Hoe meer schoolse vertraging, hoe lager het percentage is in de categorie IN en hoe hoger in de andere categorieën.

39 40 41

Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2012-2013. Brussel, 2012; Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2011-2012. Brussel, 2013. Zie glossarium. Zie glossarium.


57

Uit de cijfers is ook af te leiden dat 726 van de 1.160 leerlingen die zich niet meer inschrijven na een laatste uitschrijving minstens één jaar schoolse vertraging hebben. Dat is 62,6%, terwijl het percentage leerlingen met schoolse vertraging in de categorie IN maar 22,3% bedraagt.

Tijdigheid van de inschrijving

In tabel 42 bekijken we de relatie tussen de tijdigheid of laattijdigheid van de inschrijving ten opzichte van de verschillende categorieën van in- en uitschrijvingen.

IN

%

UIT&IN

%

UIT…IN

%

IN/UIT

%

2.817

78,5%

354

9,9%

120

3,4%

296

8,2%

Tijdig

370.250

94,9%

17.526

4,5%

435

0,1%

1.880

0,5%

Totaal

373.067

94,8%

17.880

4,5%

555

0,1%

2.176

0,6%

Laattijdig

Tabel 42: Relatie tussen tijdigheid/laattijdigheid van de inschrijving en het verloop van het schooljaar

Meer dan 20% van de leerlingen dat zich laattijdig inschrijft vertoont na die inschrijving een instabiel verloop van het schooljaar, tegenover 5% van de leerlingen dat zich tijdig inschrijft.

4 Besluit De overgrote meerderheid van de leerplichtige leerlingen heeft een standvastige schoolloopbaan. Van de leerlingen die zich in de loop van het schooljaar 2014-2015 in een school voor secundair onderwijs inschreven, was 99,1% al ingeschreven op de derde schooldag. Ook merken we op dat 94,8% van deze leerlingen zich na de eerste inschrijving niet meer uitschreef. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) probeert er via zijn interne procedure toe bij te dragen dat leerplichtige leerlingen zo weinig mogelijk schoolverzuim optekenen. Voor de opvolging van de in- en uitschrijvingen is AgODi natuurlijk afhankelijk van de gegevens die de scholen doorsturen. Een degelijke opvolging en aansporing van de schoolsecretariaten is hier dus noodzakelijk. Leerlingen die nergens ingeschreven zijn, krijgen een brief toegestuurd om hen te wijzen op de leerplicht. Aangezien de schooltoelage teruggevorderd kan worden na vijftien dagen zonder inschrijving, is er een bijkomende stimulans voor de ouders en leerlingen om zich zo snel mogelijk opnieuw in te schrijven.

Als we de groep laattijdige inschrijvers bekijken, moeten we eerst opmerken dat een behoorlijk deel daarvan instroom uit het buitenland is. Meer dan de helft van de laattijdige inschrijvingen vindt immers plaats in de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers. Daarenboven zien we dat zelfs als we de leerlingen die zich voor het eerst inschrijven in deze OKAN-klassen buiten beschouwing laten, het percentage laattijdige inschrijvers het laagste is bij de Belgen. Verder zien we dat laattijdige inschrijvingen vaker voorkomen bij jongens, bij zestien- en zeventienjarigen en


58

bij leerlingen die wonen in Brussel, Antwerpen of Gent. Opvallend is dat bijna de helft van deze leerlingen een moeder heeft met een laag opleidingsniveau, terwijl gemiddeld maar 21,7% van de leerlingen uit het Vlaamse onderwijs scoort op deze kansarmoede-indicator. Ook op de indicator ’thuistaal niet Nederlands’ scoren de laattijdige inschrijvers procentueel bijna drie keer meer dan het gemiddelde. Er is ook een samenhang met de schoolloopbaan. Zo stellen we vast dat er in het deeltijds beroepssecundair onderwijs 9% laattijdige inschrijvingen zijn. Binnen het voltijds gewoon onderwijs wordt er vaker laattijdig ingeschreven in het BSO dan in het ASO, TSO of KSO. Ook merken we een sterk verhoogd percentage laattijdige inschrijvingen bij leerlingen die tijdens het schooljaar daarvoor of tijdens het schooljaar zelf problematisch afwezig waren en bij leerlingen die enkele jaren schoolse vertraging hebben. Daarenboven constateren we dat dezelfde bevindingen jaar na jaar weerspiegeld worden in onze cijfers. We hebben ook een opdeling gemaakt van de leerlingen volgens hun in- en uitschrijvingen. De meeste leerlingen schrijven zich eenmaal in en veranderen dan niet meer van school of van studierichting. 4,7% van de leerlingen doet dat wel. Bij de meerderheid volgt er onmiddellijk een inschrijving op de uitschrijving. Er zijn ook leerlingen bij wie een nieuwe inschrijving op zich laat wachten, of bij wie er geen nieuwe inschrijving volgt. Als er geen nieuwe inschrijving volgt, is er mogelijk sprake van absoluut schoolverzuim en voldoet de leerling dus niet aan de leerplicht. Toch is dat niet noodzakelijk zo. Bijna de helft van de leerlingen die zich na de kerstvakantie uitschrijven, is niet meer leerplichtig omdat men meerderjarig geworden is. We zien ook procentueel meer uitschrijvingen zonder inschrijving bij niet-Belgen. Dat kan erop wijzen dat een deel van deze leerlingen teruggekeerd is naar het land van herkomst. Het profiel van een leerling zonder standvastige schoolloopbaan komt overeen met dat van een leerling die zich laattijdig inschrijft. Weer zien we dat uitschrijvingen tijdens het schooljaar vaker voorkomen bij jongens, bij zestien- en zeventienjarigen en bij leerlingen uit Brussel, Antwerpen en Gent. Ook is er een hoger percentage uitschrijvingen bij leerlingen uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs, bij leerlingen met schoolse vertraging en bij leerlingen die het jaar daarvoor of het schooljaar zelf problematisch afwezig waren. Ten slotte merken we op dat maar 78,5% van de leerlingen dat zich laattijdig inschrijft zich voor het einde van het schooljaar nooit meer uitschrijft, terwijl dat bij leerlingen die zich tijdig inschrijven bijna 95% is.


59


60

HOOFDSTUK 3 Problematische afwezigheden A. Problematische afwezigheden in het basisonderwijs 1. Reglementair kader De regelgeving over afwezigheden in het basisonderwijs is terug te vinden in het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs van 12 november 1997 en in de omzendbrief afwezigheden van leerlingen in het basisonderwijs van 16 augustus 2002. Het uitgangspunt van die regelgeving is dat het vooral de scholen zijn die lokaal problematische afwezigheden opvolgen. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de clb’s en andere lokale partners. Het is heel belangrijk dat scholen bewust omgaan met deze afwezigheidsproblematiek en dat zij aandacht hebben voor achterliggende redenen en oorzaken van problematische afwezigheden. Alleen zo kan een school problematische afwezigheden detecteren die misschien op het eerste gezicht aanvaardbaar lijken. Problematische afwezigheden kunnen onder bepaalde voorwaarden beschouwd worden als gewettigde afwezigheden, zodat de leerling zijn statuut van regelmatige leerling niet verliest. Voor problematische afwezigheden tot en met tien halve dagen zijn er geen specifieke voorwaarden. Dat betekent niet dat de school geen begeleidingsinspanningen moet leveren. Afspraken over afwezigheden moeten scholen opnemen in het schoolreglement. Als er problematische afwezigheden zijn, moet er contact opgenomen worden met de ouders. Alle genomen stappen qua begeleiding worden opgenomen in een dossier. Na uiterlijk tien halve dagen problematische afwezigheid (vanaf schooljaar 2016-2017 geldt deze verplichting na vijf halve dagen) moet de school de problematische afwezigheid aan het clb melden en bepalen school en clb samen de noodzaak voor het opstarten van een begeleidingstraject. De school maakt dan ook een bijkomend begeleidingsdossier op dat onderdeel wordt van het leerlingendossier. Dat document moet op school zijn ter inzage van de verificateur. Die gaat na of de school voldoende begeleidingsinspanningen levert. De school en het clb werken samen bij de begeleiding van de leerling. Los van die administratieve richtlijnen blijft het heel belangrijk dat scholen een degelijk beleid voeren met betrekking tot de (problematische) afwezigheden van hun leerlingen en dat zij tijdig de dialoog aangaan met de betrokken ouders. Zo kunnen scholen, als dat nodig is, al vroeger een beroep doen op het clb. In het besluit over de controle op de inschrijvingen staat verder vermeld dat een school AgODi ervan op de hoogte moet brengen zodra een leerling 30 halve dagen problematisch afwezig is. Tot en met het schooljaar 2012-2013 werd deze informatie via een elektronische zending aan AgODi bezorgd. Sinds het schooljaar 2013-2014 registreren de scholen alle afwezigheidscodes via DISCIMUS. Die gegevens zijn de belangrijkste bron voor beleidsinformatie over problematische afwezigheden voor het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Hoewel de scholen per dagdeel afwezigheidsgegevens via DISCIMUS kunnen uitwisselen, wordt in dit rapport pas over een registratie van problematische afwezigheid gesproken zodra voor een leerling 30 B-codes werden geregistreerd. De afwezigheidsgegevens, die door de scholen via DISCIMUS geregistreerd worden, zijn een belangrijke bron voor beleidsinformatie. Daarnaast speelt die informatie een rol bij het bepalen of een leerling al dan niet recht heeft op een schooltoelage. Als een leerling twee schooljaren op rij 30 of meer halve schooldagen problematisch afwezig is, wordt de schooltoelage voor het tweede schooljaar teruggevorderd.


61

Bij een schoolverandering in de loop van een schooljaar kan de nieuwe school via DISCIMUS nagaan of en hoeveel halve dagen deze leerling tot dan toe ongewettigd afwezig was. Daardoor is er continuïteit in de opvolging van de problematische afwezigheden.

2. Procedure voor opvolging Bij problematische afwezigheden probeert de school op verschillende manieren contact te leggen met de ouders om een zicht te krijgen op de reden van de afwezigheden en moedigt zij de ouders aan om hun kind weer regelmatig naar school te brengen. De school wordt daarbij ondersteund door het clb dat naast preventie en remediëring ook een belangrijke rol heeft als brug naar andere hulpverleningsinstanties. Als de situatie na inspanningen van de school en het clb niet verbetert, kan de school of het clb dat aan AgODi doorgeven als zorgwekkend dossier. In overleg met de school en het clb schrijven we de ouders aan. In de brief wordt ook vermeld dat het dossier kan worden doorgestuurd naar het parket voor een strafrechtelijke vervolging. De school en het clb krijgen een kopie van de brief. Tussen het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en AgODi is er in 2009-2010 een vertrouwelijkheidscontract afgesloten. Vanaf het schooljaar 2010-2011 worden zorgwekkende dossiers PA van leerlingen die in Nederland wonen en in België naar school gaan, doorgegeven aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Die dienst geeft de dossiers dan door aan de bevoegde leerplichtambtenaar. Op zijn beurt geeft DUO spijbeldossiers van leerlingen die in België wonen en in Nederland naar school gaan door aan AgODi. Tijdens het schooljaar 2014-2015 waren er in dat kader geen zorgwekkende dossiers van leerlingen die in Nederland wonen en in België naar school gaan. Er werden ook geen dossiers ontvangen van DUO.

3. Resultaten 3.1. Problematische afwezigheden Algemeen

De registraties van de problematische afwezigheden gebeuren sinds schooljaar 2013-2014 niet meer via een elektronische zending, maar via de registratie van de afwezigheden in DISCIMUS. Voor het schooljaar 2014-2015 is het weergegeven aantal problematische afwezigheden hierdoor vollediger. Een vergelijking tussen enerzijds de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015 en anderzijds de voorgaande schooljaren is hierdoor niet vanzelfsprekend. We nemen de cijfers van de voorbije schooljaren daarom niet op, maar enkel de cijfers van de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015. In 2014-2015 gebeurden er voor 2.566 leerlingen in het basisonderwijs een registratie van problematische afwezigheid. In verhouding tot de totale schoolbevolking gaat het hier om 0,6% van de leerplichtige kinderen in het basisonderwijs. Dit is iets meer dan in schooljaar 2013-2014. 2013-2014

2014-2015

Aantal leerlingen met registratie PA

2.141

2.566

% t.o.v. schoolbevolking

0,5%

0,6%

Tabel 43: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden


62 Als we dit opdelen naar lager- en kleuteronderwijs, dan krijgen we volgende aantallen: Aantal leerlingen met registratie PA

% t.o.v. schoolbevolking

2013-2014 Kleuteronderwijs

220

5,6%

Lager onderwijs

1.921

0,5%

Totaal

2.141

0.5%

Kleuteronderwijs

237

6,7%

Lager onderwijs

2.329

0,5%

Totaal

2.566

0,6%

2014-2015

Tabel 44: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden in kleuter- en lager onderwijs

In het kleuteronderwijs gebeuren er alleen voor leerplichtige kleuters registraties problematische afwezigheid. Het aantal leerlingen met registratie problematische afwezigheden ligt daar procentueel gezien hoog. De verklaring voor het hoge percentage kan waarschijnlijk deels gezocht worden in het feit dat ouders zich er meestal niet van bewust zijn dat ook kleuters vanaf een bepaalde leeftijd leerplichtig zijn.

Leerlinggebonden kenmerken van leerlingen die scholen als problematisch afwezig registreren

Leeftijd

In tabel 45 zien we de problematische afwezigheden per leeftijd. Leeftijd

Aantal leerlingen met registratie PA

% t.o.v. schoolbevolking

5 jaar

1

0,2%

6 jaar

588

0,8%

7 jaar

417

0,6%

8 jaar

347

0,5%

9 jaar

359

0,5%

10 jaar

317

0,5%

11 jaar

306

0,5%

12 jaar

203

1,5%

13 jaar

25

2,4%

14 jaar

3

2,7%

Totaal

2.566

0,6%

Tabel 45: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden, opgedeeld volgens geboortejaar

Bij de zesjarigen is het aantal registraties het hoogst. Een deel van die zesjarigen zit nog in het kleuteronderwijs. Sommige ouders zijn er zich waarschijnlijk niet altijd van bewust dat hun kinderen ook dan leerplichtig zijn. Ook bij de zevenjarigen is het aantal leerlingen met registratie problematische afwezigheden opvallend hoger dan bij de iets oudere kinderen. Bij een vergelijking van het aantal leerlingen met registratie problematische afwezigheden ten opzichte van de hele schoolbevolking valt het vooral op dat de kinderen van 12, 13 en 14 jaar oud verhoudingsgewijs vaker ongewettigd afwezig zijn. Deze kinderen hebben al de leeftijd om in het secundair onderwijs te zitten.


63

Geslacht Tabel 46 biedt een overzicht van de problematische afwezigheden opgedeeld volgens het geslacht van de leerling. Geslacht

Aantal registraties

% t.o.v. schoolbevolking

Jongens

1.396

0,6%

Meisjes

1.170

0,5%

Totaal

2.566

0,6%

Tabel 46: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden opgedeeld volgens geslacht

Het percentage van jongens met een registratie van problematische afwezigheid ligt iets hoger dan het percentage bij de meisjes.

Nationaliteit De volgende grafiek vergelijkt per nationaliteit het aantal kinderen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid met het aantal kinderen met minder dan 30 halve dagen problematische afwezigheid. De grafiek bevat alleen de top tien van meest voorkomende nationaliteiten met een registratie van problematische afwezigheid. Opgelet, een Belg is hier een leerling met de Belgische nationaliteit, ongeacht de etnische afkomst.

Figuur 9: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens nationaliteit

Uit de bovenstaande grafiek kunnen we afleiden dat het percentage registraties problematische afwezigheid hoger ligt bij kinderen met een Centraal- of Oost-Europese nationaliteit.


64

Woonplaats Tabel 47 geeft een beeld van het aantal leerlingen met problematische afwezigheden per provincie. Hoewel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geen provincie is, zijn ook deze gegevens in de statistiek opgenomen. Daarnaast zijn er nog een aantal leerlingen die niet in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen. Zij vormen de categorie ‘andere’: Provincie

Aantal leerlingen met registratie PA

% t.o.v. schoolbevolking

Antwerpen

922

0,7%

West-Vlaanderen

265

0,4%

Oost-Vlaanderen

743

0,7%

Limburg

252

0,5%

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

151

0,9%

Vlaams-Brabant

192

0,3%

Andere

41

0,7%

2.566

0,6%

Tabel 47: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden per provincie

De leerlingen die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen, zijn verhoudingsgewijs het vaakst ongewettigd afwezig. Daarnaast zijn de percentages in de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen duidelijk minder gunstig dan in de provincies Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen en Limburg. Hieronder ziet u de opdeling van de problematische afwezigheden volgens verstedelijkingsgraad van de woonplaats van de leerling.

Aantal leerlingen met registratie PA

% t.o.v. schoolbevolking

955

1,7%

Kleine steden

399

0,5%

Overgangsgebied

326

0,3%

Platteland

150

0,2%

Regionale centrumsteden

375

0,7%

Stedelijke rand

169

0,3%

B.H.G.

151

0,9%

Andere

41

0,7%

Totaal

2.566

0,6%

Gewest

Verstedelijkingsgraad3

VL. G.

Grootsteden

Tabel 48: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens verstedelijkingsgraad van de woonplaats

Uit de cijfers blijkt dat de meeste leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid in verstedelijkte gebieden wonen.


65

Indicatoren kansarmoede De volgende grafiek geeft weer hoeveel procent van de leerlingen uit het gewoon basisonderwijs die scholen registreren als problematisch afwezig, beantwoordt aan de kansarmoede-indicatoren.

Figuur 10: Percentage leerlingen basisonderwijs met problematische afwezigheden die beantwoorden aan een of meer van de vijf indicatoren voor kansarmoede

Het percentage leerlingen dat scoort op de indicatoren thuistaal niet-Nederlands, laag opleidingsniveau van de moeder en trekkende bevolking is duidelijk hoger bij de leerlingen met 30 B-codes dan bij de totale schoolbevolking. Bij de indicator schooltoelage ligt het percentage van leerlingen dat geregistreerd is als problematisch afwezig iets lager dan het percentage van de totale schoolbevolking.

Schoolloopbaan van leerplichtige leerlingen die scholen als problematisch afwezig registreren

Tabel 49 bevat een opdeling van het aantal problematische afwezigheden per hoofdstructuur. Hoofdstructuur Gewoon kleuteronderwijs

Aantal registraties

% t.o.v. schoolbevolking

220

7,0%

17

4,0%

Gewoon lager onderwijs

1.697

0,4%

Buitengewoon lager onderwijs

632

2,3%

Buitengewoon kleuteronderwijs

Totaal

2.566

0,6%

Tabel 49: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens hoofdstructuur

Het gewoon kleuteronderwijs telt het hoogste percentage leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid. Voor het lager onderwijs zijn er procentueel meer registraties van problematische afwezigheid in het buitengewoon onderwijs dan in het gewoon onderwijs.


66

Tabel 50 illustreert de verdeling van het aantal registraties problematische afwezigheid over de leerjaren van het gewoon lager onderwijs.

Leerjaar

Aantal registraties

% t.o.v. schoolbevolking

565

0,7%

2e leerjaar

331

0,5%

3e leerjaar

277

0,4%

4e leerjaar

222

0,3%

5e leerjaar

182

0,3%

6e leerjaar

120

0,2%

Totaal

1.697

0,4%

1e leerjaar

Tabel 50: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden in het gewoon lager onderwijs volgens leerjaar

Binnen het gewoon lager onderwijs gebeuren in het eerste leerjaar de meeste registraties problematische afwezigheid. Het aantal registraties vermindert naarmate de leerlingen in een hoger leerjaar zitten. Dat wijst er mogelijk op dat de oorzaak voor spijbelen in het lager onderwijs vooral gezocht moet worden bij de ouders en in mindere mate bij de kinderen. Een aantal ouders lijkt niet altijd overtuigd van het regelmatig naar school gaan als de kinderen nog jong zijn. Verder en diepgaander onderzoek is noodzakelijk om dat al dan niet te bevestigen.

Spreiding in de tijd van problematische afwezigheden

Als we bekijken in welke maand leerlingen hun 30 halve dagen B-codes verzamelen, dan krijgen we het volgende beeld.

Maand

1ste B-code Aantal

%

10de B-code Aantal

%

30ste B-code aantal

%

September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni

1359

53%

562

22%

276

11%

484

19%

334

13%

146

6%

300

12%

410

16%

173

7%

158

6%

363

14%

158

6%

125

5%

389

15%

322

13%

54

2%

190

7%

204

8%

38

1%

153

6%

280

11%

26

1%

82

3%

206

8%

16

1%

49

2%

275

11%

6

0%

34

1%

526

20%

Totaal

2566

Tabel 51: Spreiding in de tijd van de problematische afwezigheden

2566

2566


67

De helft van de eerste B-codes wordt al verzameld in de maand september. Ook de tiende B-code wordt vooral verzameld in het eerste trimester van het schooljaar. Bijna een derde van het aantal dertigste B-codes wordt eveneens in het eerste trimester verzameld. In januari en juni is er een duidelijke piek van leerlingen die hun dertigste B-code verzamelen. In april ligt het aantal registraties lager. In deze maand viel dan ook de paasvakantie.

3.2. Zorgwekkende dossiers Als blijkt dat de vele inspanningen van zowel de school als het clb ontoereikend blijken, dan kunnen zij dat aan AgODi melden als een zorgwekkend dossier. AgODi verstuurt dan een waarschuwende brief naar de ouders. Als het nodig is, wordt het dossier doorgestuurd naar het parket. Voor het schooljaar 2014-2015 waren er negen meldingen van zorgwekkende dossiers, waarvan zeven in het gewoon onderwijs en twee in het buitengewoon onderwijs. Het aantal zorgwekkende dossiers is heel beperkt in vergelijking met het aantal meldingen problematische afwezigheden. In negen dossiers stuurde AgODi een brief naar de ouders. De school en het clb kregen telkens een kopie van die brief. Er werden geen dossiers aan het parket bezorgd.

4. Besluit Het aandeel van de leerlingen in het basisonderwijs die onregelmatig naar school gaan, is heel beperkt. Tijdens het schooljaar 2014-2015 waren 2.566 leerlingen (0,6%) minstens 30 halve schooldagen problematisch afwezig. De jongste leerlingen, de zesjarigen, zijn het sterkst vertegenwoordigd in de groep met leerlingen met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid. Bij de kinderen die twaalf jaar of ouder zijn, is het probleem verhoudingsgewijs het grootst. Wat het aantal registraties betreft, valt een daling op naarmate de leerjaren vorderen. Dat wijst erop dat de oorzaak van spijbelen in het lager onderwijs mogelijk moet worden gezocht bij de ouders en in mindere mate bij de kinderen zelf. Op het vlak van problematische afwezigheden scoort het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het slechtst, gevolgd door de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen. De leerlingen die vaak problematisch afwezig zijn, wonen vooral in verstedelijkte gebieden en hebben in verhouding vaker een Centraal- of Oost-Europese nationaliteit. Jongens zijn hierbij iets sterker vertegenwoordigd dan meisjes. De leerlingen die doorgestuurd worden met minstens 30 B-codes scoren vaker op de kansarmoede-indicatoren thuistaal niet-Nederlands, laag opleidingsniveau van de moeder en behorend tot de trekkende bevolking. Bij de indicatoren schooltoelage en thuisloos is dat niet het geval.


68

B. Problematische afwezigheden in het secundair

onderwijs

1. Reglementair kader De regelgeving over de opvolging van afwezigheden is terug te vinden in het besluit over de controle op inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs42. In dit besluit onderscheiden we drie categorieën van afwezigheden:

• afwezigheden die van rechtswege gewettigd zijn; • afwezigheden die gewettigd kunnen worden door de school; • problematische afwezigheden.

In dit hoofdstuk bespreken we de laatste categorie. In eerste instantie is de school verantwoordelijk voor de begeleiding en opvolging van problematische afwezigheden. De samenwerking met het clb is daarbij essentieel. Het clb ondersteunt de school op het vlak van preventie, begeleiding en remediëring. Uiterlijk na tien halve dagen problematische afwezigheden moet het clb verplicht ingeschakeld worden in de begeleiding (vanaf schooljaar 2016-2017 geldt deze verplichting na vijf halve dagen). Als dat nodig is, kunnen scholen het clb ook sneller inschakelen. Het clb start een traject op met een dubbel doel; het traject moet voorkomen dat de afwezigheden resulteren in een schoolse achterstand en dat de minderjarige leerling niet meer voldoet aan de reglementering betreffende de leerplicht43. Net zoals in het basisonderwijs kunnen problematische afwezigheden als gewettigd beschouwd worden als de school de nodige begeleidingsmaatregelen neemt. De verificateurs gaan na of de school de correcte code gebruikt bij een afwezigheid en bekijken of de school voldoende begeleidingsinspanningen levert. Is dat laatste het geval dan wordt de leerling, ondanks zijn problematische afwezigheden, als regelmatige leerling beschouwd. Dat betekent dat de leerling op 1 februari in aanmerking genomen wordt voor de financiering of subsidiëring en dat hij of zij recht heeft op een diploma of getuigschrift. In het besluit over de controle op de inschrijvingen44 staat verder vermeld dat een school AgODi ervan op de hoogte moet brengen zodra een leerling 30 halve dagen problematisch afwezig is. Dit gebeurt automatisch doordat de scholen alle afwezigheidscodes in DISCIMUS registreren. Die gegevens zijn de belangrijkste informatiebron voor beleidsinformatie over problematische afwezigheden voor het Ministerie van Onderwijs en Vorming. De cijfers in dit rapport zijn gebaseerd op deze registraties. De meeste gegevens in dit rapport zullen nog steeds het aantal leerlingen dat minstens 30 halve dagen afwezig was betreffen. Regelmatig aanwezig zijn op school is eveneens een voorwaarde om in aanmerking te komen voor een schooltoelage. Leerlingen die gedurende twee opeenvolgende schooljaren 30 of meer halve schooldagen problematisch afwezig zijn, moeten hun schooltoelage van dat tweede schooljaar terugbetalen45.

42 Besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs. 43 Besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 tot vaststelling van de operationele doelstellingen van de Centra voor Leerlingenbegeleiding. 44 Besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs. 45 Decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, art. 16-18.


69

In het stelsel van leren en werken46 en het daaruit voortvloeiende voltijdse engagement47 gelden voor de leerlingen van het deeltijds secundair onderwijs dezelfde termijnen wat betreft problematische afwezigheden als voor de leerlingen van het voltijds secundair onderwijs48.

2

Procedure voor opvolging

Hierboven vermeldden we al dat de opvolging van afwezigheden in eerste instantie een taak is van de school. Een preventieve aanpak en snel ingrijpen zijn onlosmakelijk verbonden met een correcte registratie die up-to-date is. Van het grootste belang is dat scholen aandacht hebben voor alle afwezigheden en steeds rekening houden met de achterliggende reden van de afwezigheid. Alleen zo kan men ook problematische afwezigheden detecteren die misschien op het eerste gezicht gewettigd lijken. Zo moeten scholen bij de eerste registratie van een problematische afwezigheid onmiddellijk contact opnemen met de ouders en de leerling. Pas dan wordt snel duidelijk wat de reden van de afwezigheid is en kan men er de gepaste actie tegenover plaatsen. De begeleidingsstappen moeten zo veel mogelijk vanuit de lokale context komen. Wij kunnen wel, ter ondersteuning van de begeleidingsinitiatieven van de school en het clb, een brief richten aan de ouders van leerplichtige leerlingen die spijbelen, waarin hen op de leerplicht gewezen wordt. Als de school een zorgwekkend dossier49 meldt aan ons, bekijken we samen met de school en het clb of we een brief versturen. Als dat nodig is, bezorgen we het dossier aan het parket. Sinds de hertekening van de werking van de jeugdhulp door het decreet integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013 worden er enkel in uitzonderlijke gevallen nog dossiers aan het parket bezorgd. Net zoals voor het basisonderwijs (zie pagina 61), geeft AgODi sinds het schooljaar 2010-2011 ook voor het secundair onderwijs zorgwekkende dossiers van leerlingen die wonen in Nederland en schoollopen in België door aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In het schooljaar 2014-2015 is er echter geen enkel zorgwekkend dossier gemeld van een leerling die in Nederland woont.

46 47 48 49

Decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap van 10 juli 2008. Zie glossarium. Besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs, laatst gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011. Zie glossarium.


70

3 Resultaten 3.1

Problematische afwezigheden

Algemeen

Tot en met schooljaar 2012-2013 werden de cijfers weergegeven op een moment dat er nog steeds kwaliteitscontroles door AgODi plaatsvonden. Sinds schooljaar 2013-2014 worden de cijfers opgenomen nadat deze controles werden afgerond. De registraties van de problematische afwezigheden gebeuren sinds schooljaar 2013-2014 niet meer via een elektronische zending, maar via de registratie van de afwezigheden in DISCMUS. Vanaf schooljaar 2013-2014 is het weergegeven aantal problematische afwezigheden hierdoor vollediger. Vergelijken met de voorgaande schooljaren is dus niet langer vanzelfsprekend. We nemen de cijfers van de voorbije schooljaren daarom niet op in dit rapport. 2013-2014

2014-2015

Aantal registraties problematische afwezigheden

6 756

7 699

% t.o.v. schoolbevolking

1,7%

2,0%

Tabel 52: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden van leerplichtige leerlingen van de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015

Bij de leerplichtige leerlingen zien we een aanzienlijke stijging van het aantal leerlingen dat problematisch afwezig is. Procentueel gezien betekent dit plus 0,3% ten opzichte van vorig schooljaar. 2013-2014

2014-2015

10 489

12 476

2,3%

2,7%

Aantal registraties problematische afwezigheden % t.o.v. schoolbevolking

Tabel 53: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden van leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen van de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015

Het aantal registraties van leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen stijgt eveneens opmerkelijk ten opzichte van vorig schooljaar, dit zowel voor het absolute aantal registraties als voor het percentage registraties. In tabel 54 zien we de evolutie van het aantal scholen met problematische afwezigheden. 2013-2014

2014-2015

Voltijds gewoon onderwijs

65,9%

67,9%

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

100,0%

100,0%

Buso

82,4%

84,5%

Totaal

69,1%

71,0%

Tabel 54: Percentage scholen met minstens één leerling met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid per hoofdstructuur en per schooljaar van de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015

Alle scholen registreren de afwezigheidscodes via DISCIMUS. Het percentage scholen met minstens één leerling met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid steeg van 69% in schooljaar 2013-2014 naar 71% in schooljaar 2014-2015. In het voltijds gewoon onderwijs registreert bijna 68% van de scholen leerlingen met problematische afwezigheden. In het buitengewoon onderwijs registreert net geen 85% van de scholen leerlingen met problematische afwezigheden. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs registreren alle centra problematische afwezigheden.


71

In tabel 55 vindt u het aantal registraties per hoofdstructuur. Hoofdstructuur

Aantal

% t.o.v. schoolbevolking

Voltijds gewoon onderwijs

4429

1,2%

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

2037

45,5%

Buitengewoon onderwijs

1233

7,8%

Totaal

7699

2,0%

Tabel 55: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens hoofdstructuur

Net als de voorbije schooljaren is er een groot verschil tussen de drie hoofdstructuren voor het percentage problematisch afwezige leerlingen. Het deeltijds beroepssecundair onderwijs, waar zo’n 45% van de leerlingen als problematisch afwezig geregistreerd wordt, scoort een stuk hoger dan het voltijds gewoon en buitengewoon onderwijs. In tabel 56 vindt u per hoofdstructuur hoeveel leerplichtige leerlingen minstens vijf, tien en vijftien halve dagen problematisch afwezig waren.

5 B-codes

% t.o.v. schoolbevolking

10 Bcodes

% t.o.v. schoolbevolking

15 Bcodes

% t.o.v. schoolbevolking

Voltijds gewoon onderwijs

52989

14,2%

23795

6,4%

13252

3,6%

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

4264

95,2%4[1]

3698

82,5%

3291

73,4%

Buso

5795

36,8%

3675

23,4%

2607

16,6%

Totaal

63048

16,1%

31168

7,9%

19150

4,9%

Tabel 56: Aantal en percentage leerlingen met 5, 10 en 15 B-codes

Ook hier zijn de verschillen tussen de verschillende hoofdstructuren opvallend groot. In het voltijds gewoon onderwijs is bijna 20 procent van de leerlingen minstens vijf halve dagen problematisch afwezig. Nog zo’n 9 procent is minstens tien halve dagen problematisch afwezig en 5 procent minstens vijftien halve dagen. Opvallend in het DBSO is dat zowat alle leerlingen minstens vijftien halve dagen problematisch afwezig zijn (zie ook voetnoot). In het BuSO is iets meer dan 45 procent van de leerlingen minstens vijf halve dagen problematisch afwezig. 19 procent van de leerlingen is minstens vijftien halve dagen problematisch afwezig. In tabel 57 ziet u de aantallen problematische afwezigheden per provincie en voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De aantallen zijn gebaseerd op de woonplaats van de leerlingen. Daarnaast zijn de cijfers opgesplitst per hoofdstructuur (voltijds gewoon secundair onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs, buitengewoon secundair onderwijs).

Provincie

Voltijds gewoon onderwijs

% t.o.v. schoolbevolking

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

% t.o.v. schoolbevolking

Buitengewoon onderwijs

% t.o.v. schoolbevolking

Totaal

% t.o.v. schoolbevolking

Antwerpen

1340

1,3%

597

43,1%

398

8,5%

2335

2,2%


72

Vlaams–Brabant

503

0,9%

200

55,4%

92

5,9%

795

1,3%

Oost– Vlaanderen

1122

1,3%

545

47,2%

357

9,8%

2024

2,3%

West– Vlaanderen

513

0,8%

353

41,8%

176

5,9%

1042

1,5%

Limburg

501

1,0%

213

42,6%

151

6,8%

865

1,7%

B.H.G.

333

3,5%

107

60,8%

39

12,6%

479

4,8%

Andere

117

1,8%

22

36,7%

20

5,9%

159

2,3%

Totaal

4429

1,2%

2037

45,5%

1233

7,8%

7699

2,0%

5

Tabel 57: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden per provincie en per hoofdstructuur

In Vlaanderen komen de meeste problematische afwezigheden voor in de provincies Antwerpen en Oost–Vlaanderen. Dat valt wellicht te verklaren door de aanwezigheid van grootsteden Antwerpen en Gent in deze provincies. Het percentage problematisch afwezige leerlingen is het hoogst in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zowel in het voltijds gewoon onderwijs, het buitengewoon onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs is daar meer dan 60% van alle leerlingen problematisch afwezig. Verder in dit rapport (zie tabel 60) zullen we zien dat leerlingen die in de grootsteden wonen, vaker problematisch afwezig zijn.

Leerlinggebonden kenmerken van leerlingen die scholen als problematisch afwezig registreren

Nationaliteit

Figuur 11: Registraties leerlingen met problematische afwezigheden volgens nationaliteit


73

In de bovenstaande grafiek zijn de leerlingen met problematische afwezigheden ingedeeld volgens hun nationaliteit50. Een Belg is hier een leerling met de Belgische nationaliteit, ongeacht de etnische afkomst. Uit de bovenstaande grafiek blijkt dat het percentage problematische afwezigheden hoger ligt bij leerlingen met een Oost-Europese nationaliteit. Net zoals vorig schooljaar stellen we vast dat een onrustwekkend aandeel van de Tsjechische, Slovaakse, Servische, Macedonische, Kosovaarse, Bulgaarse en Roemeense leerlingen problematisch afwezig is. Ook onder jongeren van verschillende andere nationaliteiten, zoals onder meer de Afghaanse en Turkse jongeren, ligt het percentage registraties van problematische afwezigheden hoog. Tabel 58 geeft weer hoeveel leerlingen met een registratie problematische afwezigheid de Belgische nationaliteit hadden en hoeveel leerlingen een andere nationaliteit hadden.

Nationaliteit

Aantal leerlingen met registraties PA

% t.o.v. schoolbevolking

Belgische

5629

1,5%

Niet-Belgische

2070

7,5%

Totaal

7699

2,0%

Tabel 58: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens nationaliteit

In verhouding tot de leerlingenpopulatie zijn er meer niet-Belgen met een registratie problematische afwezigheid. 7,5% van de leerlingen met een niet-Belgische nationaliteit had een registratie problematische afwezigheid. Het is mogelijk dat een aantal onder hen al verhuisd was naar het buitenland, maar toch nog door de school werd geregistreerd als problematisch afwezig.

Geslacht

Tabel 59 bevat de registraties ingedeeld volgens het geslacht van de leerlingen. Geslacht Voltijds

Deeltijds

Buso

Totaal

Registraties PA

% t.o.v. schoolbev.

Registraties PA

% t.o.v. schoolbev.

Registraties PA

% t.o.v. schoolbev.

% t.o.v. schoolbev.

M

2296

1,2%

1320

44,1%

750

7,3%

2,2%

V

2133

1,1%

717

48,3%

483

8,9%

1,7%

Totaal

4429

1,2%

2037

45,5%

1233

7,8%

2,0%

Tabel 59: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens geslacht

Bij sommigen leeft de indruk dat jongens vaker problematisch afwezig zijn dan meisjes. De bovenstaande percentages tonen aan dat dit maar gedeeltelijk klopt. Zowel in het deeltijds als in het buitengewoon onderwijs is het percentage meisjes dat geregistreerd wordt groter dan het percentage jongens. In het voltijds gewoon onderwijs is er een klein verschil tussen de percentages voor meisjes en jongens. In absolute cijfers zijn wel meer jongens dan meisjes problematisch afwezig. Ook tegenover de hele schoolbevolking zijn jongens iets meer problematisch afwezig dan meisjes.

50

We nemen alleen de 18 meest voorkomende nationaliteiten op in deze grafiek.


74

Geboortejaar

Tabel 60 geeft zowel het aantal als het percentage problematische afwezigheden per geboortejaar weer. Geboortejaar

Aantal leerlingen met registratie PA

% t.o.v. schoolbevolking

2002 en later

178

0,3%

2001

558

0,8%

2000

928

1,4%

1999

1370

2,0%

1998

1831

2,7%

1997

2834

4,1%

Totaal

7699

2,0%

Tabel 60: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens geboortejaar

Uit tabel 60 kunnen we afleiden dat het percentage problematische afwezigheden bij leerplichtige leerlingen stijgt met de leeftijd. De meerderheid van de geregistreerde leerlingen zijn zestien- en zeventienjarigen. Dat is een vaststelling die schooljaar na schooljaar dezelfde blijft.

Woonplaats

Tabel 61 geeft de opdeling van de problematische afwezigheden volgens verstedelijkingsgraad van de leerling. Gewest

Verstedelijkingsgraad6

Aantal leerlingen met registratie PA

% t.o.v. schoolbevolking

Vl. G.

Grootsteden

1940

4,6%

Regionale centrumsteden

1164

2,4%

Kleine steden

1454

1,8%

Stedelijke rand

713

1,4%

Overgangsgebied

1141

1,3%

Platteland

649

1,0%

B.H.G.

479

4,8%

Andere

159

2,3%

Totaal

7699

2,0%

Tabel 61: Aantal en percentage leerlingen met registratie problematische afwezigheden volgens graad van verstedelijking

Er wonen heel wat meer leerlingen met problematische afwezigheden in de grootsteden Antwerpen en Gent en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het percentage problematische afwezigheden stemt overeen met de verstedelijkingsgraad: in meer verstedelijkte gebieden wonen ook meer leerlingen met problematische afwezigheden.


75

Indicatoren kansarmoede

Figuur 12 geeft weer hoeveel procent van de leerlingen uit het gewoon secundair onderwijs die scholen registreren als problematisch afwezig, beantwoorden aan de kansarmoede- indicatoren. Meer informatie over deze indicatoren vindt u op pagina 38-39.

Figuur 12: Percentage leerlingen met problematische afwezigheden die beantwoorden aan een of meer van de 5 indicatoren voor kansarmoede

De cijfers geven aan dat jongeren met problematische afwezigheden beduidend hoger scoren op de meeste kansarmoede-indicatoren. De jongeren die scoren op ‘thuistaal niet-Nederlands’ zijn verhoudingsgewijs oververtegenwoordigd in de groep jongeren met problematische afwezigheden: bij bijna een derde van deze leerlingen is de gezinstaal niet het Nederlands tegenover ongeveer één op acht leerlingen bij de totale schoolbevolking. Een gelijkaardige oververtegenwoordiging zien we voor jongeren van wie de moeder een laag opleidingsniveau heeft: bijna 55% van de jongeren tegenover iets meer dan een vijfde van de jongeren bij de totale schoolbevolking. Jongeren die beantwoorden aan de indicatoren trekkende bevolking en thuisloos zijn ook wat sterker vertegenwoordigd bij de problematisch afwezige leerlingen. Voor iets meer dan een kwart van alle schoolgaande jongeren krijgen de ouders een schooltoelage. Onder de problematisch afwezige leerlingen ligt dit aantal iets hoger met 32,2%.

Schoolloopbaan van leerplichtige leerlingen die scholen als problematisch afwezig registreren De verhoudingen binnen de verschillende onderwijsvormen van het voltijds gewoon onderwijs komen naar voren in tabel 62. De eerste graad en de onthaalklas werden in deze tabel opgenomen om het totaalbeeld van het voltijds gewoon onderwijs te schetsen, maar kunnen niet ondergebracht worden in de verschillende onderwijsvormen. Onderwijsvorm

Aantal

% t.o.v. schoolbevolking

Eerste graad

1007

0,8%

ASO

178

0,2%


76

BSO

2385

4,9%

TSO

529

0,7%

KSO

58

1,1%

Onthaalklas

272

11,5%

4429

1,2%

Totaal

Tabel 62: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens onderwijsvorm en OKAN in het voltijds secundair onderwijs

De percentages problematisch afwezige leerlingen in het onthaalonderwijs liggen beduidend hoger met 11,5%. Als we enkel de onderwijsvormen onder de loep nemen, dan merken we op dat meer dan de helft van de registraties afkomstig zijn uit het beroepsonderwijs. Ook procentueel bekeken zitten er meer leerlingen met problematische afwezigheden in het beroepsonderwijs dan in de andere onderwijsvormen. In tweede instantie volgt het kunstonderwijs. Het percentage leerlingen met problematische afwezigheden in het ASO is heel klein en ook in het technisch onderwijs ligt dit met 0,7% van de schoolbevolking vrij laag.

A- of B-stroom (eerste graad)

Tabel 63 geeft het aantal registraties weer in de eerste graad, opgesplitst in de A- en de B-stroom.

Aantal leerlingen met registratie PA

% t.o.v. schoolbevolking

A-stroom

500

0,5%

B-stroom

507

2,5%

Tabel 63: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden in de eerste graad

Het percentage problematische afwezigheden in de A-stroom is erg klein. In de B-stroom ligt het percentage hoger. In absolute cijfers is het aantal registraties ongeveer gelijk.

Studiegebied51 (tweede en derde graad)

Aantal leerlingen met registratie PA

% t.o.v. schoolbevolking

Decoratieve technieken

92

7,6%

Lichaamsverzorging

320

6,7%

Auto

75

4,7%

Maritieme opleidingen

7

4,5%

Fotografie

9

3,8%

51

Zie glossarium.


77

Bouw

88

2,9%

Mode

39

2,9%

Handel

703

2,9%

Voeding

119

2,6%

Personenzorg

722

2,1%

Hout

120

2,0%

Mechanica-elektriciteit

445

1,9%

Toerisme

34

1,9%

Koeling en warmte

9

1,6%

Grafische communicatie en media

23

1,3%

Podiumkunsten

14

1,2%

Beeldende kunsten

43

1,1%

Land- en tuinbouw

54

1,1%

Sport

38

0,5%

Chemie

9

0,2%

177

0,2%

3140

1,3%

Algemeen secundair onderwijs Totaal

Tabel 64: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens studiegebied

Studiegebieden waarin minder dan 50 leerlingen les volgen, zijn niet opgenomen in dit overzicht. Het studiegebied Decoratieve Technieken wordt uitsluitend aangeboden in het BSO en telt procentueel gezien ook de meeste leerlingen met problematische afwezigheden. Dat is analoog met voorgaande schooljaren. Ook binnen het studiegebied Lichaamsverzorging zijn er, zoals tijdens de afgelopen schooljaren, relatief veel problematische afwezigheden. De studiegebieden waar weinig of geen leerlingen met problematische afwezigheden zitten, zijn het ASO (0,2%), Sport (0,5%) en, binnen het TSO, Chemie (0,2%).

Schoolse vertraging

Het is te verwachten dat leerlingen die vaak problematisch afwezig zijn schoolse vertraging oplopen. Gegevens hierover vindt u in tabel 65.

Aantal leerlingen met registraties PA

% tov aantal meldingen

% t.o.v. schoolbevolking

2

0,0%

12,5%

3 j. vertraging

149

3,6%

23,0%

2 j. vertraging

825

20,0%

8,2%

1 j. vertraging

2088

50,6%

2,8%

Geen vertraging

1065

25,8%

0,4%

Totaal

4129

100,0%

1,1%

4 j. of meer vertraging

Tabel 65: Schoolse vertraging bij leerlingen die geregistreerd werden als problematisch afwezig


78

Op basis van de bovenstaande cijfers vermoeden we dat er een samenhang is tussen problematische afwezigheden en schoolse vertraging. Iets minder dan 75% van de leerlingen die geregistreerd worden als problematisch afwezig, liepen minstens één jaar vertraging op. Ter vergelijking: 26,2% van de totale schoolbevolking in het voltijds gewoon secundair onderwijs heeft in het schooljaar 2014-2015 een schoolse vertraging van minstens één jaar opgelopen52.

Leerlingen met eerdere registraties

Tabel 66 maakt duidelijk hoeveel leerlingen verschillende schooljaren op rij geregistreerd worden als problematisch afwezig.

Geregistreerd in het schooljaar

Aantal registraties

%

Alleen 2014-2015

5310

69,2%

2014-2015 en 2013-2014

1562

20,3%

2014-2015, 2013-2014 en 2012-2013

804

Totaal

10,5%

7676

100,0%

7

Tabel 66: Verschillende schooljaren op rij geregistreerd als problematisch afwezig

Bijna een derde van de gemelde leerlingen wordt meer dan één schooljaar op rij geregistreerd als problematisch afwezig. Van de leerlingen onder hen die recht hebben op een schooltoelage wordt de toelage teruggevorderd. Spreiding in de tijd van problematische afwezigheden

Om na te gaan binnen welke termijn leerlingen B-codes sprokkelen, hebben we de spreiding in de tijd bekeken.

Maand

1 e B-code

10 e B-code

30 e B-code

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

%

September

4895

63,6%

1102

14,3%

162

2,1%

Oktober

1553

20,2%

1520

1,3%

400

5,2%

November

666

8,7%

1775

23,1%

622

8,1%

December

188

2,4%

955

12,4%

486

6,3%

Januari

195

2,5%

1041

13,5%

875

11,4%

Februari

88

1,1%

574

7,5%

766

9,9%

Maart

60

0,8%

427

5,5%

1187

15,4%

April

32

0,4%

174

2,3%

726

9,4%

Mei

18

0,2%

107

1,4%

1220

15,8%

52

Ministerie van Onderwijs en Vorming, Statistisch Jaarboek van het Vlaams Onderwijs – schooljaar 2014-2015. Brussel, 2015.


79

Maand Juni Totaal

1 e B-code

10 e B-code

30 e B-code

4

0,1%

24

0,3%

1255

16,3%

7699

100,0%

7699

100,0%

7699

100,0%

Tabel 67: Spreiding in de tijd van problematische afwezigheden

Het is opvallend dat bijna 65% van de leerlingen met een registratie problematische afwezigheden al een eerste B-code laat optekenen in de maand september. Bijna 95% van de leerlingen met een registratie problematische afwezigheden is tijdens het eerste trimester een eerste keer problematisch afwezig. Iets meer dan de helft (51,1%) van de leerlingen met een registratie problematische afwezigheid verzamelt in de loop van het eerste trimester tien B-codes. Dat is een cruciaal moment, omdat de school verplicht is om vanaf dan het clb in te schakelen. Iets meer dan een vijfde van de leerlingen met problematische afwezigheden is vóór de kerstvakantie al 30 halve dagen of meer problematisch afwezig geweest. Vanaf januari komen er maandelijks nog honderden leerlingen bij. In april worden er in verhouding minder bijkomende leerlingen met 30 B-codes geregistreerd, maar dat is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat de paasvakantie in deze maand valt.

3.2 Zorgwekkende dossiers in het kader van problematische afwezigheden Onder zorgwekkende dossiers verstaan we die dossiers waarbij elke vorm van vrijwillige begeleiding uitgeput is en waarbij er sprake is van totale onwil bij de ouders en/of de leerling. Als er volgens de school of het clb sprake is van een zorgwekkend dossier, hebben zij de mogelijkheid om het dossier aan AgODi over te maken. Het dossier omvat een situatieschets met de belangrijkste elementen uit het dossier, een chronologisch overzicht met de stappen van de school, het clb en eventuele externe hulpverleningsdiensten, en een goed onderbouwde motivatie waarom het dossier wordt ingediend. Na het bekijken van het dossier wordt in overleg met de school of het clb eventueel een waarschuwende brief aan de ouders verstuurd. Daarin wijzen we de ouders op de eventuele strafrechtelijke sancties als ze zich blijven onttrekken aan de wet op de leerplicht.


80

Figuur 13: Evolutie aantal zorgwekkende dossiers

In 2014-2015 waren er 85 ingestuurde dossiers. Dat is een sterke daling ten opzichte van vorig schooljaar. Het aantal zorgwekkende dossiers blijft ook heel beperkt ten opzichte van het totale aantal leerlingen met problematische afwezigheden, het gaat om 1,1% t.o.v. het totaal aantal registraties problematische afwezigheden. Hoofdstructuur

Aantal dossiers

% t.o.v. aantal registraties

Voltijds gewoon onderwijs

56

1,3%

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

10

0,5%

Buso

17

1,4%

Andere

2

/

Totaal

85

1,1%

Tabel 68: Zorgwekkende dossiers per hoofdstructuur

Voor zorgwekkende dossiers geldt dat zij het best zo veel mogelijk lokaal opgevolgd worden en dat er regionaal goede contacten zijn tussen scholen, clb’s, hulpverleningsinstanties, politie en Justitie. Het uitbreiden en versterken van deze lokale netwerken is één van de acties waaraan gewerkt werd in het kader van het spijbelactieplan. Voor 31 van deze 85 dossiers verstuurden we enkel brieven naar de ouders of andere betrokkenen. Zowel het clb als de school brengen we op de hoogte van de ondernomen stappen en bezorgen we een kopie van de verstuurde brieven. De dossiers waarbij, na overleg met de school of het clb, geen vooruitgang wordt vastgesteld, maken we over aan de parketten. Sinds het decreet integrale jeugdhulp van 12 juli 2013 in werking is getreden, worden dossiers die AgODi doorgeeft aan de parketten evenwel niet meer automatisch opgevolgd. De parketcriminologen gaan eerst na of er andere actoren bevoegd zijn om het dossier op te volgen. Dat betekent bijvoorbeeld dat als een clb verantwoordelijk is, het deze taak moet opnemen. Als gevolg hiervan zijn er uiteindelijk slechts drie dossiers aan de parketten overgemaakt. Voor de andere 51 gevallen bleken er, na contact met het clb, geen acties nodig vanuit AgODi.


81

Geboortejaar

Aantal dossiers

% t.o.v. aantal registraties

2002 en later

2

1,1%

2001

9

1,6%

2000

13

1,4%

1999

17

1,2%

1998

14

0,8%

1997

20

0,7%

1996

5

0,2%

1995

5

0,4%

85

1,1%

Totaal Tabel 69: Zorgwekkende dossiers per geboortejaar

In tegenstelling tot de registraties van problematische afwezigheden gaat het bij zorgwekkende dossiers vaker om jongere leerlingen. Zij vertonen het hoogste percentage ten opzichte van het totale aantal registraties. Scholen oordelen in het algemeen bij jongere leerlingen dus sneller dat de situatie zorgwekkend is.


82

4 Besluit Een heel beperkt deel van de leerlingen in het secundair onderwijs gaat niet regelmatig naar school. Tijdens het schooljaar 2014-2015 waren er 7.699 (2,0% van alle leerplichtige jongeren in het secundair onderwijs) registraties van leerplichtige jongeren die minstens 30 halve dagen ongewettigd afwezig waren. De opdracht van de overheid bij de aanpak van relatief schoolverzuim bij individuele leerlingen blijft beperkt. Het is immers van cruciaal belang dat deze leerlingen zo veel mogelijk lokaal en in eerste instantie door de school en het clb opgevolgd worden. Onze taak bestaat vooral uit het verzamelen van beleidsinformatie. Scholen registreerden dit schooljaar meer problematische afwezigheden dan vorig schooljaar. Hoewel het moeilijk is om hier een verklaring voor te geven, kunnen we wel het profiel beschrijven van de leerlingen die problematisch afwezig blijven van school. Jongens zijn procentueel gezien vaker afwezig dan meisjes. In het deeltijds en buitengewoon secundair onderwijs zijn meisjes procentueel gezien echter vaker afwezig dan jongens. Ook leerlingen die niet de Belgische nationaliteit hebben, zijn procentueel gezien meer problematisch afwezig dan Belgen. Dat geldt vooral voor leerlingen met een Oost-Europese nationaliteit. Onder de geregistreerde leerlingen zijn er veel 17-jarigen en we noteren de meeste problematische afwezigheden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen. In het deeltijds secundair onderwijs blijft meer dan 45% van de leerlingen problematisch afwezig. Binnen het voltijds gewoon onderwijs zien we vooral problematische afwezigheden in het beroepsonderwijs en de B-stroom van de eerste graad en het onthaalonderwijs. Er blijkt ook een samenhang te zijn tussen problematisch afwezig blijven van school en schoolse vertraging. Bijna drie vierde van de problematisch afwezige leerlingen heeft één of meer schooljaren schoolse vertraging opgelopen. Waar mogelijk proberen we scholen en clb’s te ondersteunen in die dossiers die werkelijk vastgelopen zijn. Zowel bij leerlingen van wie de afwezigheden als zorgwekkend beschouwd worden als bij leerlingen die zich na een definitieve uitsluiting niet opnieuw inschrijven, sturen we op vraag van de school of het clb een brief naar de ouders of maken we het dossier over aan het parket. Het aantal dergelijke dossiers blijft heel beperkt. Sinds de inwerkingtreding van het decreet integrale jeugdhulp van 12 juli 2013 stuurt AgODi nauwelijks nog dossiers naar het parket.


83


84

HOOFDSTUK 4:

Tucht in het secundair onderwijs 1. Reglementair kader De regelgeving rond tucht is terug te vinden in de Codex Secundair Onderwijs53. Deze regelgeving is in maart 2014 gewijzigd als gevolg van het decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school. Scholen kunnen tuchtmaatregelen nemen als de leerling de leefregels van de school zodanig schendt dat dit een gevaar of ernstige belemmering vormt voor het normale onderwijsgebeuren of voor de fysieke of psychische integriteit en veiligheid van de anderen op school. Onder tuchtmaatregelen vallen onder meer de tijdelijke en de definitieve uitsluiting. In afwachting van een tijdelijke of definitieve uitsluiting kan de leerling preventief worden geschorst als bewarende maatregel. Bij een uitsluiting wordt aan de leerling het recht ontnomen om het geheel van de vorming werkelijk en regelmatig te volgen in de school of het centrum. In dit hoofdstuk zullen we alleen de definitieve uitsluitingen behandelen. Definitief uitgesloten leerlingen blijven ingeschreven in de uitsluitende school tot er een nieuwe school gevonden is. In de tussentijd zijn ze van rechtswege gewettigd afwezig. De school kan een leerling die niet meer leerplichtig is en vóór 30 juni definitief wordt uitgesloten, uitschrijven vanaf de tiende lesdag volgend op de uitsluiting.

2. Procedure voor opvolging Scholen brengen AgODi op de hoogte van elke definitieve uitsluiting via een elektronische zending. Hiermee kunnen we op een systematische manier beleidsinformatie over definitieve uitsluitingen verzamelen. Net als de voorbije jaren blijft het, ondanks de inspanningen van directies, clb of soms het LOP (Lokaal Overlegplatform), moeilijk om een school te vinden voor leerlingen die definitief uitgesloten worden. Dat heeft tot gevolg dat een aantal leerlingen langdurig ingeschreven blijft in een school, terwijl ze er, als er geen opvang is, niet langer schoollopen. Omdat een afwezigheid door een tuchtmaatregel een gewettigde afwezigheid is, worden deze afwezigheden niet als problematische afwezigheden geregistreerd. In de praktijk is er in dat geval wel degelijk sprake van een problematische schoolloopbaan. Ouders of leerlingen die zich niet bereid tonen om een nieuwe school te zoeken, kunnen we op vraag van de school een brief sturen om hen te wijzen op de leerplicht en het leerrecht van de leerling. Tijdens het schooljaar 2014-2015 kreeg AgODi voor zestien leerlingen het bericht dat zij niet meewerkten bij de zoektocht naar een nieuwe school. Aan de ouders van deze leerlingen werd een brief gestuurd. De zending definitieve uitsluitingen wordt ondertussen al enkele schooljaren opgevraagd. We proberen in de volgende paragraaf een aantal tendensen mee te geven.

53

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs, art. 123/8-11.


85

3. Resultaten Algemeen

Tenzij anders aangegeven hebben de onderstaande cijfers betrekking op het aantal meldingen van definitieve uitsluiting van leerplichtige leerlingen. Net als voor de problematische afwezigheden, hebben de verificateurs bij hun jaarlijkse controle aandacht voor de uitgesloten leerlingen. De verificatie spoort de scholen aan om ook hun uitgesloten leerlingen tijdig door te sturen. Tabel 70 geeft het aantal meldingen van definitieve uitsluitingen weer tijdens de afgelopen drie schooljaren.

2012-2013

2013-2014

2014-2015

Aantal meldingen definitieve uitsluitingen

2 372

2 862

2 874

% t.o.v. schoolbevolking

0,6%

0,7%

0,7%

Tabel 70: Aantal meldingen definitieve uitsluitingen vanaf het schooljaar 2012-2013 tot en met het schooljaar 2014-2015

Tijdens schooljaar 2014-2015 werden er 2.874 meldingen van definitieve uitsluiting voor leerplichtige leerlingen gedaan. Het aantal definitieve uitsluitingen is hiermee stabiel gebleven in vergelijking met vorig schooljaar. Ook in relatieve cijfers is er een status quo. Uit tabel 71 blijkt dat er wel sprake is van een lichte stijging van het aantal meldingen van leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen.

2012-2013

2013-2014

2014-2015

Aantal meldingen definitieve uitsluitingen

2 743

3 277

3 372

% t.o.v. schoolbevolking

0,6%

0,7%

0,7%

Tabel 71: Aantal meldingen definitieve uitsluitingen van leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen vanaf het schooljaar 2012-2013 tot en met het schooljaar 2014-2015

In tabel 72 geven we per hoofdstructuur voor de afgelopen drie schooljaren weer hoeveel scholen definitieve uitsluitingen meldden.

2012-2013

2013-2014

2014-2015

Voltijds gewoon onderwijs

43,0%

44,5%

44,4%

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

46,8%

44,7%

38,3%

Buso

43,1%

44,5%

33,6%

Totaal

43,2%

44,5%

43,0%

Tabel 72: Percentage meldende scholen per hoofdstructuur en per schooljaar vanaf het schooljaar 2012-2013 tot en met het schooljaar 2014-2015


86

Uit deze cijfers blijkt dat het percentage scholen dat definitief uitgesloten leerlingen meldt, de afgelopen drie schooljaren min of meer stabiel is gebleven. Opvallend is dat het percentage meldende scholen in het voltijds gewoon secundair onderwijs wel aanzienlijk hoger ligt dan in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs. In vergelijking met vorig schooljaar tekenen we voor het buitengewoon onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs een sterke daling op van scholen die uitgesloten leerlingen melden. Hieronder ziet u het aantal meldingen van definitieve uitsluitingen per provincie en voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De aantallen zijn gebaseerd op de woonplaats van de leerling. Daarnaast zijn de cijfers opgesplitst per hoofdstructuur (voltijds gewoon secundair onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs, buitengewoon secundair onderwijs).

Provincie

Voltijds gewoon onderwijs

% t.o.v. schoolbevolking

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

% t.o.v. schoolbevolking

Buitengewoon onderwijs

% t.o.v. schoolbevolking

Totaal

% t.o.v. schoolbevolking

Antwerpen

931

0,9%

10

0,7%

47

1,0%

988

0,9%

Vlaams–Brabant

373

0,6%

4

1,1%

14

0,9%

391

0,7%

Oost–Vlaanderen

441

0,5%

13

1,1%

35

1,0%

489

0,6%

West–Vlaanderen

274

0,4%

18

2,1%

25

0,8%

317

0,5%

Limburg

256

0,5%

13

2,6%

5

0,2%

274

0,5%

B.H.G.

357

3,8%

1

0,6%

3

1,0%

361

3,6%

Andere

53

0,8%

1

1,7%

0

0,0%

54

0,8%

Totaal

2685

0,7%

60

1,3%

129

0,8%

2874

0,7%

8

Tabel 73: Aantal meldingen van definitieve uitsluiting per provincie en per hoofdstructuur

Absoluut bekeken komen de meeste definitieve uitsluitingen voor in de provincie Antwerpen. Meer dan een derde van alle definitief uitgesloten leerlingen gaat naar school in deze provincie. Relatief gezien is het aantal definitieve uitsluitingen vrij gelijkmatig verdeeld over de provincies. Alleen wonen er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest relatief meer leerlingen die definitief worden uitgesloten. Opvallend is dat er in het deeltijds beroepssecundair onderwijs in West-Vlaanderen en Limburg relatief veel leerlingen definitief worden uitgesloten.


87

Leerlinggebonden kenmerken van leerlingen die scholen als definitief uitgesloten melden Nationaliteit

Nationaliteit

Meldingen definitief uitgesloten leerlingen

% t.o.v. schoolbevolking

Belgische

2360

0,6%

Niet-Belgische

514

1,9%

Totaal

2874

0,7%

Tabel 74: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten per nationaliteit

In verhouding tot de leerlingenpopulatie worden er meer leerlingen met een andere nationaliteit dan de Belgische definitief uitgesloten van school.

Geslacht Geslacht

Aantal meldingen definitief uitgesloten leerlingen Voltijds

% t.o.v. schoolbevolking

Deeltijds

Buso

Totaal

M

2054

1,1%

49

1,6%

118

1,1%

2221

1,1%

V

631

0,3%

11

0,7%

11

0,2%

653

0,3%

Totaal

2685

0,7%

60

1,3%

129

0,8%

2874

0,7%

Tabel 75: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten per geslacht

Deze cijfers tonen aan dat jongens vaker definitief worden uitgesloten dan meisjes. In verhouding worden er bijna vier keer zoveel jongens uitgesloten als meisjes. Zowel in het voltijds als in het deeltijds en buitengewoon onderwijs worden er in verhouding veel meer jongens uitgesloten. Ook in absolute cijfers is het aantal definitief uitgesloten jongens veel groter.

Geboortejaar

Aantal meldingen definitief uitgesloten leerlingen

% t.o.v. schoolbevolking

2002

162

0,3%

2001

386

0,6%

2000

595

0,9%

1999

689

1,0%

1998

564

0,8%

1997

478

0,7%

2874

0,7%

Geboortejaar

Totaal

Tabel 76: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten per geboortejaar


88

Uit de bovenstaande cijfers blijkt dat het aantal definitieve uitsluitingen in verhouding vrij gelijkmatig is verdeeld over de leeftijden heen, al zijn er iets meer veertien- en vijftienjarigen die definitief worden uitgesloten. Bij de twaalfjarigen zijn er wel beduidend minder leerlingen die wegens tucht van school uitgesloten worden.

Woonplaats

Aantal meldingen definitief uitgesloten leerlingen

% t.o.v. schoolbevolking

grootsteden

646

1,5%

regionale centrumsteden

402

0,8%

kleine steden

463

0,6%

stedelijke rand

318

0,6%

overgangsgebied

401

0,4%

platteland

230

0,4%

B.H.G.

361

3,6%

Andere

53

0,8%

Totaal

2874

0,7%

Gewest

Verstedelijkingsgraad9

Vl. G.

Tabel 77: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten volgens verstedelijkingsgraad

In de grootsteden wonen verhoudingsgewijs meer leerlingen die definitief uitgesloten worden. Opvallend is dat de verhouding definitief uitgesloten leerlingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hoger is dan in de grootsteden Antwerpen en Gent.

Indicatoren kansarmoede

Tabel 78 geeft weer hoeveel procent van de leerlingen uit het gewoon secundair onderwijs die definitief werden uitgesloten, beantwoordt aan de kansarmoede-indicatoren. Meer informatie over deze indicatoren vindt u op pagina 35-36.

% leerlingen met definitieve uitsluiting

% van de totale schoolbevolking

Thuistaal niet-Nederlands

28,5%

12,5%

Laag opleidingsniveau van de moeder

42,4%

21,8%

Trekkende bevolking

0,5%

0,2%

Thuisloos

2,6%

0,5%

Schooltoelage

39,9%

25,3%

Tabel 78: Percentage leerlingen uit het gewoon secundair onderwijs met een melding van definitieve uitsluiting die beantwoorden aan een of meer van de indicatoren voor kansarmoede


89

De cijfers geven aan dat jongeren met een definitieve uitsluiting beduidend hoger scoren op de kansarmoede-indicatoren. De jongeren die scoren op ‘thuistaal niet-Nederlands’ zijn verhoudingsgewijs oververtegenwoordigd in de groep jongeren met een definitieve uitsluiting: bij meer dan een kwart van deze leerlingen is de gezinstaal niet het Nederlands tegenover 12,5 procent leerlingen bij de totale schoolbevolking. Eenzelfde oververtegenwoordiging zien we voor jongeren van wie de moeder een laag opleidingsniveau heeft: 42,4% van de jongeren tegenover minder dan een kwart van de jongeren bij de totale schoolbevolking. We zien ook een verschil bij de jongeren die beantwoorden aan de indicator ‘trekkende bevolking’. Eveneens zijn er in verhouding meer definitief uitgesloten jongeren die beantwoorden aan de indicator ‘thuisloos’. Voor ongeveer een kwart van alle schoolgaande jongeren krijgen de ouders een schooltoelage. Onder de definitief uitgesloten leerlingen gaat het om net geen 40%.

Schoolloopbaan van leerlingen van wie scholen melden dat ze definitief uitgesloten werden

Hoofdstructuur

Hoofdstructuur

Aantal meldingen definitief uitgesloten leerlingen

% t.o.v. schoolbevolking

Voltijds gewoon onderwijs

2685

0,7%

Deeltijds beroepssecundair onderwijs

60

1,3%

Buitengewoon onderwijs

129

0,8%

2874

0,7%

Totaal

Tabel 79: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten per hoofdstructuur

Het hoogste percentage leerlingen dat definitief uitgesloten wordt, zit in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Ook het buitengewoon onderwijs scoort iets hoger dan het voltijds gewoon onderwijs.

Onderwijsvorm Hieronder bekijken we het aantal meldingen van definitief uitgesloten leerlingen in het voltijds gewoon onderwijs, opgesplitst naar de verschillende onderwijsvormen. Voor de volledigheid geven we ook de cijfers voor de onthaalklas en de eerste graad. Onderwijsvorm Eerste graad

Aantal

% t.o.v. schoolbevolking

1005

0,8%

ASO

58

0,1%

BSO

1257

2,6%

TSO

345

0,5%

KSO

10

0,2%

Onthaalklas

10

0,4%

2685

0,7%

Totaal

Tabel 80: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten in het voltijds gewoon onderwijs


90

De meeste leerlingen die definitief uitgesloten worden (zowel in relatieve als in absolute cijfers), zitten in het BSO (46,8%). De percentages definitief uitgesloten leerlingen in het TSO en KSO liggen met 0,5 en 0,2 laag. Ook in het ASO zijn er relatief gezien zeer weinig definitieve uitsluitingen.

De eerste graad en de onthaalklas werden in tabel 80 opgenomen om het totaalbeeld van het voltijds gewoon onderwijs te schetsen.

A- of B-stroom (eerste graad)

Tabel 81 geeft het aantal meldingen weer in de eerste graad, opgesplitst in de A- en de B-stroom.

Aantal meldingen

% t.o.v. schoolbevolking

A-stroom

331

0,3%

B-stroom

674

3,3%

Tabel 81: Meldingen leerlingen die definitief werden uitgesloten in de eerste graad

Het percentage meldingen in de A-stroom is erg klein. In de B-stroom ligt het percentage een stuk hoger. Ook in absolute cijfers zijn er meer dan dubbel zoveel meldingen in de B-stroom als in de A-stroom.

Studiegebied54 (tweede en derde graad)

Aantal meldingen

% t.o.v. schoolbevolking

Decoratieve technieken

35

2,9%

Voeding

90

2,0%

Handel

482

2,0%

Maritieme opleidingen

3

1,9%

Koeling en warmte

11

1,9%

Hout

106

1,8%

Mechanica-elektriciteit

392

1,7%

Auto

26

1,6%

Bouw

43

1,4%

Lichaamsverzorging

60

1,2%

Sport

71

1,0%

Fotografie

2

0,8%

Grafische communicatie en media

13

0,8%

233

0,7%

Personenzorg 54

Zie glossarium.


91

Toerisme

11

0,6%

Land- en tuinbouw

22

0,5%

Podiumkunsten

4

0,3%

Mode

4

0,3%

Beeldende kunsten

6

0,2%

Chemie

3

0,1%

Algemeen secundair onderwijs

53

0,0%

1670

0,7%

Totaal Tabel 82: Meldingen van definitieve uitsluitingen volgens studiegebied

De studiegebieden Mechanica-Elektriciteit en Handel tellen zowel in absolute als in relatieve cijfers vrij veel definitieve uitsluitingen. Het studiegebied Decoratieve Technieken telt het hoogste percentage definitieve uitsluitingen.

Schoolse vertraging

Het is te verwachten dat leerlingen die vaak problematisch afwezig zijn schoolse vertraging oplopen. Gegevens hierover vindt u in tabel 83.

Aantal meldingen

%

% t.o.v. schoolbevolking

3 j. vertraging

60

2,3%

9,2%

2 j. vertraging

487

18,3%

4,9%

1 j. vertraging

1354

50,8%

1,8%

Geen vertraging Totaal

764

28,7%

0,3%

2665

100,0%

0,7%

Tabel 83: Schoolse vertraging bij leerlingen die als definitief uitgesloten werden gemeld

Leerlingen worden vaker definitief uitgesloten naarmate ze meer schoolse vertraging hebben opgelopen. Meer dan 70% van de leerlingen met een melding van definitieve uitsluiting heeft ten minste één jaar vertraging opgelopen. Zoals al eerder vermeld werd, heeft 26,2% van de totale schoolbevolking in het voltijds gewoon secundair onderwijs in het schooljaar 2014-2015 een schoolse vertraging van ten minste één jaar opgelopen55.

55

Ministerie van Onderwijs en Vorming, Statistisch Jaarboek van het Vlaams Onderwijs – schooljaar 2014-2015. Brussel, 2015.


92

Leerlingen met eerdere meldingen

Tabel 84 maakt duidelijk hoeveel leerlingen verschillende schooljaren definitief werden uitgesloten.

Gemeld in het schooljaar

Aantal meldingen

%

Alleen 2014-2015

2271

83,6%

2014-2015 en 2013-2014

370

13,6%

2014-2015, 2013-2014 en 2012-2013

75

2,8%

Totaal

2716

10

100,0%

Tabel 84: Verschillende schooljaren op rij definitief uitgesloten

Een minderheid van leerlingen wordt verscheidene schooljaren op rij definitief uitgesloten. Van alle leerlingen die in het schooljaar 2014-2015 definitief werden uitgesloten, is iets meer dan 15% ook in het voorgaande schooljaar of de voorgaande schooljaren definitief uitgesloten.

Spreiding in de tijd van definitieve uitsluitingen

Om na te gaan wanneer leerlingen definitief worden uitgesloten, hebben we de spreiding in de tijd bekeken.

Maand

Datum definitieve uitsluiting Aantal

%

September

33

1,1%

Oktober

121

4,2%

November

156

5,4%

December

123

4,3%

Januari

231

8,0%

Februari

198

6,9%

Maart

315

11,0%

April

179

6,2%

Mei

104

3,6%

Juni

1414

49,2%

Totaal

2874

100,0%

Tabel 85: Spreiding in de tijd van definitieve uitsluitingen

Het is opvallend dat bijna de helft (49,2%) van de leerlingen in juni definitief wordt uitgesloten. Een verklaring hiervoor ligt waarschijnlijk in het feit dat scholen de mogelijkheid hebben om leerlingen uit te sluiten met ingang van 30 juni. In dat geval kan de leerling tot aan het einde van het schooljaar de lessen bijwonen en aan examens deelnemen. Op


93

die manier hoeft de uitsluiting niet noodzakelijk een zware hypotheek te leggen op de verdere schoolloopbaan van de leerling.

4. Besluit In het schooljaar 2008-2009 werden meldingen van leerlingen die definitief uitgesloten werden voor het eerst elektronisch aan AgODi gemeld. Deze nieuwe manier van melden van definitieve uitsluitingen is duidelijk goed ingeburgerd. In het schooljaar 2014-2015 meldden de scholen dat 2.874 leerlingen definitief waren uitgesloten. Dit aantal is ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van het schooljaar voordien. De meeste definitieve uitsluitingen doen zich verhoudingsgewijs voor in het Brussel Hoofdstedelijk gewest. Er worden voornamelijk jongens uitgesloten. In verhouding worden er ook meer leerlingen met de niet-Belgische nationaliteit uitgesloten. Dat geldt eveneens voor jongeren die wonen in een (groot)stedelijk gebied. In het BSO en in de B-stroom van de eerste graad komen de meeste definitieve uitsluitingen voor. Er lijkt een samenhang te zijn tussen definitieve uitsluitingen en schoolse vertraging. Een minderheid van leerlingen wordt verscheidene schooljaren op rij definitief uitgesloten. Regelmatig gaat het om jongeren met zulke complexe problematieken dat binnen een schoolse context geen oplossing meer voorhanden is. Door de wachtlijsten in bijzondere jeugdbijstand en psychiatrie kan hun nood aan bijstand niet ingevuld worden. Voor deze jongeren zijn de opvangmogelijkheden vaak heel beperkt. Leerplichtopvolging stopt niet aan de grenzen van Vlaanderen. Het is belangrijk dat er een goede samenwerking is met de Franse gemeenschap, maar ook met onze buurlanden. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten wil daarom inzetten op samenwerking met onze buurlanden, en voornamelijk met Nederland.


94

GLOSSARIUM A-stroom: Leerlingen van de eerste graad die in het eerste leerjaar A en het tweede leerjaar van de eerste graad zitten. Absoluut schoolverzuim: Schoolverzuim waarbij een leerling niet in een school of onderwijsinstelling is ingeschreven en ook geen huisonderwijs volgt. Ambtshalve afschrijving: De gemeente en/of politie heeft sterke vermoedens dat een gezin definitief uit de gemeente is vertrokken, maar weet niet waar het verblijft. Het gezin wordt dan geschrapt uit het bevolkingsregister van de gemeente. Andere instellingen (cfr. leerplicht): Instellingen die niet behoren tot de gefinancierde of gesubsidieerde scholen. Daaronder vallen onder meer de erkende scholen, de Europese scholen, de internationale scholen, de private scholen, de Syntra, de centra voor deeltijdse vorming en de instellingen en voorzieningen bijzondere jeugdzorg. Antwoord niet toereikend (controle op de leerplicht): Deze leerlingen hebben we noch teruggevonden in onze bestanden, noch hebben wij van ouders of gemeente een antwoord ontvangen waaruit blijkt dat de leerlingen aan de leerplicht voldoen. Antwoord toereikend (controle op de inschrijvingen): Ofwel hebben we deze leerlingen teruggevonden in de bestanden met ingeschreven leerlingen ofwel hebben we een antwoord ontvangen van ouders of gemeentes waaruit blijkt dat de leerlingen aan de leerplicht voldoet. B-stroom: Leerlingen van de eerste graad die in het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar zitten. Centrum deeltijdse vorming: Een centrum ingericht door een vzw, actief in het vormings- en jeugdwerk, waar vormingsprogramma’s worden aangeboden aan jongeren die door diverse omstandigheden (sociale, persoonlijke, maatschappelijke …) niet meer kunnen participeren aan het bestaande schoolse systeem. Code B: Registratiecode voor problematische afwezigheden. Code T: Registratiecode voor afwezigheden als gevolg van een tijdelijke of definitieve uitsluiting. Collectief huisonderwijs: Zie huisonderwijs. Deeltijds beroepssecundair onderwijs: Het onderwijs dat minder weken per jaar of minder lesuren per week omvat dan bepaald voor het voltijds secundair onderwijs (zie definitie voltijds secundair onderwijs). Huisonderwijs: Onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben, beslist hebben zelf dit onderwijs te organiseren en te bekostigen. Het huisonderwijs moet aan twee minimumeisen voldoen: enerzijds moet het gericht zijn op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van de jongere en op de voorbereiding op een actief leven als volwassene; anderzijds moet het respect voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van de jongere zelf en van anderen bevorderen; andere inhoudelijke voorwaarden worden niet opgelegd. Huisonderwijs kan hetzij individueel gegeven worden (individueel huisonderwijs) hetzij in een organisatie of instelling al dan niet gebaseerd op een zekere rechtsvorm (collectief huisonderwijs). De wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen maken geen onderscheid tussen verschillende vormen van huisonderwijs. Hoofdstructuur : Dit is het niveau, soort onderwijs en soort programma waar de leerling les volgt: gewoon kleuteronderwijs, buitengewoon kleuteronderwijs, gewoon lager onderwijs, buitengewoon lager onderwijs, voltijds gewoon secundair


95

onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs, buitengewoon secundair onderwijs. Individueel huisonderwijs: Zie huisonderwijs. Laattijdige inschrijving: Binnen het bestek van dit rapport worden hiermee de leerlingen bedoeld die zich pas na de derde schooldag inschrijven in een school van het Vlaams gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs. Leerplichtcontrole (controle op de inschrijvingen): Controle uitgevoerd door het Agentschap voor Onderwijsdiensten, waarbij wordt bekeken of alle leerplichtige kinderen, die op 1 september in het Vlaams Gewest wonen, ook daadwerkelijk aan de leerplicht voldoen. Modulair onderwijs: Een aantal scholen organiseert experimenteel voltijds gewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel. De opleidingen bestaan uit een aantal modules en worden georganiseerd per studiegebied, zonder opdeling in graden of leerjaren. Een verwijzing naar graden of leerjaren komt nog wel tot uiting op de studiebewijzen in het voltijds gewoon secundair onderwijs omwille van gelijkwaardigheid en gelijkvormigheid met het lineair onderwijs. Nationaliteit: Hiermee bedoelen we de nationaliteit zoals geregistreerd in het rijksregister. Personen met de Belgische nationaliteit beschouwen we als Belgen, personen die niet de Belgische nationaliteit hebben beschouwen we als vreemdelingen of niet-Belgen. Bij de Belgen kunnen we een onderscheid maken tussen autochtone Belgen (personen die als Belg geboren zijn) en allochtone of nieuwe Belgen (personen die niet als Belg geboren zijn). Onderwijsnetten: Traditioneel worden er drie netten onderscheiden: het Gemeenschapsonderwijs (met als inrichtende macht het Gemeenschapsonderwijs, een Vlaamse openbare instelling met rechtspersoonlijkheid), het gesubsidieerd officieel onderwijs (omvat de gemeentescholen, stedelijke scholen en provinciale scholen, als inrichtende macht achtereenvolgens gemeentebesturen, stadsbesturen en provinciebesturen) en het gesubsidieerd vrij onderwijs (georganiseerd op privé-initiatief, door een privépersoon of een privéorganisatie, de inrichtende macht is vaak een vzw). Onderwijsniveau: Indeling van het leerplichtonderwijs in kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs. Onderwijsvormen (opdeling in de tweede, derde en vierde graad secundair onderwijs): Het algemeen secundair onderwijs, het beroepssecundair onderwijs, het kunstsecundair onderwijs en het technisch secundair onderwijs. Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs (OKAN): Dit onderwijs heeft tot doel Nederlandsonkundige leerlingen, die onlangs in België zijn aangekomen, op te vangen, zo snel mogelijk Nederlands te leren en hen te integreren in de onderwijsvorm en studierichting die het nauwst aansluit bij de individuele capaciteiten van die anderstalige nieuwkomer. Het onthaalonderwijs bevat daarom eerst een onthaaljaar, waarbij de leerling gedurende een schooljaar intensief Nederlands (minimum 28u/week) krijgt. Na het onthaaljaar worden de leerlingen verder ondersteund, begeleid en opgevolgd. Opleidingsvorm: Op het niveau van het buitengewoon secundair onderwijs, de algemene aard en de doelstelling van het verstrekte onderwijs. Volgende opleidingsvormen kunnen worden ingericht volgens het type van buitengewoon onderwijs en volgens de mogelijkheden van de leerlingen:

-

het buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing (OV 1);

-

het buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking (OV 2);

-

het buitengewoon secundair beroepsonderwijs (OV 3);

-

het secundair algemeen, technisch, kunst- en beroepsonderwijs met doorstromingsafdeling of met kwalificatieafdeling (OV 4).

Problematische afwezigheid: Een afwezigheid waarvoor ofwel geen, ofwel laattijdig een geldige verantwoording (medisch attest, briefje ouders …) werd ingediend. Dat wordt in het aanwezigheidsregister geregistreerd met een code B.


96

Regelmatige leerling: (algemeen) Leerling die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en die het geheel van de vorming van het leerjaar waarvoor hij is ingeschreven werkelijk en regelmatig volgt voor de hele duur van het schooljaar, behalve in geval van gewettigde afwezigheid. Een regelmatige leerling komt in aanmerking voor financiering/subsidiëring, schoolbevolkingsnormen en voor het behalen van een officieel studiebewijs. Schoolse vertraging: Het niet meer op leeftijd zitten van een leerling in het betrokken leerjaar. Uitgedrukt in aantal jaren is dat de vertraging die een leerling oploopt ten opzichte van de groep leerlingen van hetzelfde geboortejaar. Wie ouder is dan de ‘normale’ leeftijd om in een bepaald leerjaar te zitten heeft schoolse vertraging. Studiegebied: Een groep van structuuronderdelen op basis van een inhoudelijke verwantschap en, in het technisch en beroepssecundair onderwijs, eveneens op basis van een behoefte aan eenzelfde onderwijsinfrastructuur en een uitweg naar eenzelfde beroepssector. De meerderheid van de studiegebieden zijn TSO- en BSO-overschrijdend. Syntra: Opleidingsnetwerk voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen, gesubsidieerd door de overheid. Hun aanbod omvat opleiding, vorming en begeleiding. Binnen het Syntra-aanbod situeren de opleidingsprogramma’s zich in de leertijd, ook wel middenstandsopleiding of leercontract genoemd. Thuislozen: Onder thuislozen worden de leerlingen verstaan die tijdelijk of permanent buiten het eigen gezinsverband opgenomen zijn door een gezin of persoon, een voorziening of sociale dienst, vermeld in de gecoördineerde decreten van 4 april 1990 inzake bijzondere jeugdbijstand en in de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, met uitzondering van de internaten, gefinancierd of gesubsidieerd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Time-out: Methode waarbij jongeren tijdelijk uit het secundair onderwijs worden genomen met de bedoeling hen opnieuw in het secundair onderwijs op te nemen. De jongeren die daarvoor in aanmerking komen, zijn jongeren bij wie schooluitval dreigt en voor wie de school en het clb zelf al een maximum aan begeleidingsinspanningen hebben geleverd om de probleemsituatie te kenteren, maar die zodanig met problemen geconfronteerd worden dat interventie van buitenaf noodzakelijk is. De doelstelling van Time-out is enerzijds het reïntegreren van de jongere in de bestaande onderwijsvoorzieningen, bij voorkeur in de school en de onderwijsvorm of studierichting waar de jongere ingeschreven was, behalve als in het belang van de jongere andere keuzes wenselijk zijn. Anderzijds heeft Time-out tot doel bij de scholen veranderingsstrategieën te stimuleren die schooluitval moeten voorkomen. Trekkende bevolking: De binnenschippers, de kermis- en circusexploitanten en -artiesten en de woonwagenbewoners bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden. Verstedelijkingsgraad: Voor de indeling van de gemeentes van het Vlaams Gewest volgens de graad van verstedelijking baseren we ons op de VRIND-classificatie van de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Dat is een classificatie op basis van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, met opsplitsing van het buitengebied op basis van het Strategisch Plan Ruimtelijke Economie waarbij het ruraal overgangsgebied en het ruraal gebied als platteland wordt geclassificeerd. De resterende gemeentes uit het buitengebied worden als overgangsgebied geclassificeerd. Zo krijgen we de volgende indeling: grootsteden: Antwerpen, Gent regionale centrumsteden: Aalst, Brugge, Genk, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas, Turnhout kleine steden: Aarschot, Asse, Beringen, Beveren, Bilzen, Blankenberge, Boom, Bree, Deinze, Dendermonde, Diest, Diksmuide, Eeklo, Geel, Geraardsbergen, Halle, Heist-op-den-berg, Herentals, Hoogstraten, Ieper, Knokke-Heist, Leopoldsburg, Lier, Lokeren, Lommel, Maaseik, Maasmechelen, Menen, Mol, Neerpelt, Ninove, Oudenaarde, Overpelt, Poperinge, Ronse, Sint-Truiden, Temse, Tielt, Tienen, Tongeren, Torhout, Veurne, Vilvoorde, Waregem, Wetteren, Zottegem stedelijke rand: Aartselaar, Beerse, Beersel, Boechout, Borsbeek, Bredene, Damme, De Pinte, Deerlijk, Denderleeuw, Destelbergen, Diepenbeek, Dilbeek, Drogenbos, Edegem, Evergem, Grimbergen, Harelbeke, Hemiksem, Hove, Ingelmun-


97

ster, Izegem, Jabbeke, Kontich, Kraainem, Kuurne, Linkebeek, Lint, Machelen, Melle, Merelbeke, Middelkerke, Mortsel, Niel, Oostkamp, Oud-Turnhout, Schelle, Sint-Genesius-Rode, Sint-Katelijne-Waver, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vosselaar, Wemmel, Wevelgem, Wezembeek-Oppem, Wijnegem, Wommelgem, Zaventem, Zedelgem, Zonhoven, Zwevegem, Zwijndrecht overgangsgebied: Affligem, Arendonk, As, Balen, Begijnendijk, Berlaar, Berlare, Bierbeek, Bonheiden, Boortmeerbeek, Bornem, Brasschaat, Buggenhout, De Panne, Dessel, Dilsen-Stokkem, Duffel, Erpe-Mere, Grobbendonk, Haacht, Haaltert, Halen, Ham, Hamme, Hamont-Achel, Hechtel-Eksel, Herent, Herenthout, Herk-de-Stad, Herselt, Heusden-Zolder, Hoeilaart, Hoeselt, Houthalen-Helchteren, Hulshout, Kalmthout, Kampenhout, Kapellen, Kapelle-Op-Den-Bos, Kasterlee, Keerbergen, Koksijde, Kortenberg, Kruibeke, Laakdal, Lanaken, Lebbeke, Lede, Lennik, Liedekerke, Lille, Londerzeel, Lovendegem, Lubbeek, Lummen, Malle, Meeuwen-Gruitrode, Meise, Nijlen, Olen, Opglabbeek, Opwijk, Oud-Heverlee, Overijse, Putte, Puurs, Ranst, Retie, Roosdaal, Rotselaar, Rumst, Scherpenheuvel-Zichem, Schilde, Schoten, Sint-Amands, Sint-MartensLatem, Stabroek, Steenokkerzeel, Stekene, Ternat, Tessenderlo, Tielt-Winge, Tremelo, Vorselaar, Waasmunster, Wellen, Westerlo, Wichelen, Wielsbeke, Willebroek, Zandhoven, Zele, Zelzate, Zemst, Zoersel, Zutendaal platteland: Aalter, Alken, Alveringem, Anzegem, Ardooie, Assenede, Avelgem, Baarle-Hertog, Beernem, Bekkevoort, Bertem, Bever, Bocholt, Borgloon, Boutersem, Brakel, Brecht, De Haan, Dentergem, Essen, Galmaarden, Gavere, Geetbets, Gingelom, Gistel, Glabbeek, Gooik, Heers, Herne, Herstappe, Herzele, Heuvelland, Hoegaarden, Holsbeek, Hooglede, Horebeke, Houthulst, Huldenberg, Ichtegem, Kaprijke, Kinrooi, Kluisbergen, Knesselare, Koekelare, Kortemark, Kortenaken, Kortessem, Kruishoutem, Laarne, Landen, Langemark-Poelkapelle, Ledegem, Lendelede, Lichtervelde, Lierde, Linter, Lochristi, Lo-Reninge, Maarkedal, Maldegem, Meerhout, Merchtem, Merksplas, Mesen, Meulebeke, Moerbeke, Moorslede, Nazareth, Nevele, Nieuwerkerken, Nieuwpoort, Oosterzele, Oostrozebeke, Oudenburg, Peer, Pepingen, Pittem, Ravels, Riemst, Rijkevorsel, Ruiselede, Sint-Gillis-Waas, Sint-Laureins, Sint-Lievens-Houtem, Spiere-Helkijn, Staden, Vleteren, Voeren, Waarschoot, Wachtebeke, Wervik, Wingene, Wortegem-Petegem, Wuustwezel, Zingem, Zomergem, Zonnebeke, Zoutleeuw, Zuienkerke, Zulte, Zwalm (zie ook VRIND-classificatie op http://www4.vlaanderen.be/dar/svr/Pages/2009-07-01-vrind2009.aspx). Voltijds engagement: Combinatie van leren en werkplekleren voor de leerlingen van het DBSO en de leertijd. De combinatie van beide componenten bedraagt minimaal 28 uur per week. De component leren kan worden ingevuld via het DBSO of via de theoretische vorming binnen de leertijd. De invulling van de component werkplekleren is afhankelijk van de invulling van de component leren. In het DBSO kan de component werkplekleren worden ingevuld via arbeidsdeelname, via een brugproject of via een voortraject. In het DBSO kunnen beide componenten vervangen worden door een persoonlijk ontwikkelingstraject. Voltijds secundair onderwijs: Het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen wordt verstrekt gedurende veertig weken per jaar naar rato van ten minste achtentwintig wekelijkse lesuren en rekening houdend met het maximale aantal wekelijkse lesuren zoals wettelijk vastgesteld. Vrije leerling (secundair onderwijs): Leerling die niet voldoet aan de voorwaarden van regelmatige leerling (zie definitie regelmatige leerling). De inschrijving van een vrije leerling is niet onderworpen aan door de Vlaamse overheid bepaalde normen en omvat dan ook uitsluitend een onderlinge overeenkomst tussen de betrokken inrichtende macht of de schooldirectie en de ouders of de meerderjarige leerling zelf. Een vrije leerling komt noch in aanmerking voor financiering/subsidiëring, schoolbevolkingsnormen, noch voor het behalen van een officieel studiebewijs. Een vrije leerling beantwoordt wel aan de bepalingen inzake de leerplicht op voorwaarde dat, zoals een regelmatige leerling, het geheel van de vorming wordt gevolgd. Vrijstelling van de leerplicht: Bij een fysieke of mentale handicap van een jongere, aan de leerling een tijdelijke of definitieve vrijstelling van de leerplicht worden toegekend. Daarnaast hebben ook de jongeren die al een diploma van secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad BSO of een kwalificatiegetuigschrift van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon onderwijs behaalden, een vrijstelling van de leerplicht.


98

Zorgwekkend dossier: Dossier waarbij elke vorm van vrijwillige begeleiding uitgeput is en waarbij er sprake is van totale onwil bij de ouders en/of de leerling. Als de school een zorgwekkend dossier meldt aan AgODi wordt samen met de school en het clb bekeken of er een brief verstuurd wordt. Als het nodig is, bezorgt AgODi het dossier aan het parket.


99

AFKORTINGENLIJST AgODi: Agentschap voor Onderwijsdiensten ASO: Algemeen Secundair Onderwijs BaO: Basisonderwijs BSO: Beroepssecundair Onderwijs Buso: Buitengewoon Secundair Onderwijs CABO: Commissie van Advies voor het Buitengewoon Onderwijs CDV: Centra Deeltijdse Vorming Clb: Centra voor Leerlingenbegeleiding CMP: Centraal Meldpunt (Antwerpen) DBSO: Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs EDISON: Elektronisch Doorgeven van Informatie tussen Schoolinstellingen en Onderwijs GO: Gemeenschapsonderwijs KSO: Kunstsecundair Onderwijs LOP: Lokaal Overlegplatform OKAN: Onthaalklas (onthaalonderwijs) voor Anderstalige Nieuwkomers OV: Opleidingsvorm PA: Problematische Afwezigheid SES: Sociaal Economische Status SO: Secundair Onderwijs TSO: Technisch Secundair Onderwijs VDAB: Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding


100

OVERZICHT VAN TABELLEN Tabel 1: Overzicht procedurestappen controle op inschrijvingen voor 6- tot 17- jarigen in het Vlaams Gewest. Bron: AgODi.............................................................................................................................................................................................. 15 Tabel 2: Overzicht toereikend antwoord van de ouders bij controle op inschrijvingen voor 6- tot 17-jarigen in het Vlaams Gewest........................................................................................................................................................................................... 16 Tabel 3: Overzicht toereikend antwoord van de gemeente bij controle op inschrijvingen voor 6- tot 17-jarigen in het Vlaams Gewest......................................................................................................................................................................17 Tabel 4: Overzicht tijdstip doorsturen van dossiers naar parket bij controle op inschrijvingen voor 6- tot 17-jarigen in het Vlaams Gewest..................................................................................................................................................................... 18 Tabel 5: Overzicht van het resultaat van de controle op de inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest voor schooljaar 2014-2015........................................................................................... 21 Tabel 6: Teruggevonden inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens onderscheid Belgische nationaliteit / niet-Belgische nationaliteit. Bron: AgODi........................................... 22 Tabel 7: Controle op inschrijvingen voor zes tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens geslacht. Bron: AgODi......................................................................................................................................................................... 23 Tabel 8: Controle op inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens geboortejaar. Bron: AgODi................................................................................................................................................................................. 23 Tabel 9: : Controle op inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens provincie. Bron: AgODi......................................................................................................................................................................................... 24 Tabel 10: Controle op inschrijvingen voor zes- tot en met zeventienjarigen in het Vlaams Gewest volgens graad van verstedelijking. Bron: AgODi..................................................................................................................................................... 25 Tabel 11: Overzicht van het aantal verstuurde brieven bij de opvolging van in- en uitschrijvingen..................... 32 Tabel 12: Evolutie in het aantal leerplichtige leerlingen dat zich tijdig of laattijdig inschrijft................................. 34 Tabel 13: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens geslacht (niet-OKAN).......................................... 36 Tabel 14: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens geboortejaar (niet-OKAN)................................ 36 Tabel 15: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens verstedelijkingsgraad van de woonplaats (niet-OKAN)......................................................................................................................................................................................37 Tabel 16: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens provincie van de woonplaats (niet-OKAN)................................................................................................................................................................................................................. 35 Tabel 17: Tijdige en laattijdige inschrijvingen bij leerlingen volgens hoofdstructuur (niet-OKAN)..........................40 Tabel 18: Tijdige en laattijdige inschrijvingen in de eerste graad volgens de A- of B-stroom....................................40 Tabel 19: Tijdige en laattijdige inschrijvingen per onderwijsvorm in het voltijds gewoon onderwijs................... 41


101

Tabel 20: Tijdige en laattijdige inschrijvingen per studiegebied in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon onderwijs................................................................................................................................................................................. 41 Tabel 21: Tijdige en laattijdige inschrijvingen gekoppeld aan registraties problematische afwezigheden van het vorige schooljaar (niet-OKAN)....................................................................................................................................................... 42 Tabel 22: Tijdige en laattijdige inschrijvingen gekoppeld aan registraties problematische afwezigheden van het huidige schooljaar (niet-OKAN).................................................................................................................................................... 43 Tabel 23: De schoolse vertraging van leerlingen die tijdig of laattijdig inschrijven (alleen het voltijds gewoon niet modulair secundair onderwijs, niet-OKAN)................................................................................................................ 43 Tabel 24: Evolutie van het aantal en het percentage inschrijvingen, uitschrijvingen met onmiddellijke inschrijvingen, laattijdige inschrijvingen en uitschrijvingen......................................................................................................... 45 Tabel 25: Leerlingen die zich verschillende keren uitschrijven en opnieuw inschrijven in de loop van het schooljaar volgens de frequentie van schoolveranderingen......................................................................................................... 45 Tabel 26: Leerlingen die zich uitschrijven, maar zich niet onmiddellijk opnieuw inschrijven volgens het aantal dagen schoolverzuim............................................................................................................................................................................ 46 Tabel 27: Leerlingen die zich uit- en inschrijven volgens de soort van wijziging.............................................................. 46 Tabel 28: Leerlingen die zich na een uitschrijving niet opnieuw inschrijven volgens het moment van uitschrijving................................................................................................................................................................................................................47 Tabel 29: Leerlingen die in de maand van uitschrijving meerderjarig zijn of worden volgens de maand van uitschrijving......................................................................................................................................................................................................47 Tabel 30: Evolutie van in- en uitschrijvingen......................................................................................................................................... 48 Tabel 31: In- en uitschrijvingen volgens geslacht..................................................................................................................................50 Tabel 32: In- en uitschrijvingen volgens geboortejaar.......................................................................................................................50 Tabel 33: In- en uitschrijvingen volgens verstedelijkingsgraad van de woonplaats......................................................... 51 Tabel 34: In- en uitschrijvingen volgens provincie van de woonplaats.................................................................................... 51 Tabel 35: In- en uitschrijvingen volgens hoofdstructuur................................................................................................................. 53 Tabel 36: In- en uitschrijvingen volgens A- of B-stroom................................................................................................................... 53 Tabel 37: In- en uitschrijvingen volgens onderwijsvorm.................................................................................................................. 54 Tabel 38: In- en uitschrijvingen volgens studiegebied....................................................................................................................... 54 Tabel 39: In- en uitschrijvingen gekoppeld aan registraties problematische afwezigheden van het vorige schooljaar.................................................................................................................................................................................................................... 55 Tabel 40: In- en uitschrijvingen gekoppeld aan registraties problematische afwezigheden van het lopende schooljaar.................................................................................................................................................................................................................... 56 Tabel 41: De schoolse vertraging van leerlingen die in- en uitschrijven (alleen het voltijds gewoon niet modulair secundair onderwijs, niet-OKAN)............................................................................................................................................. 56 Tabel 42: Relatie tussen tijdigheid/laattijdigheid van de inschrijving en het verloop van het schooljaar........57


102

Tabel 43: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden......................................... 61 Tabel 44: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden in kleuteren lager onderwijs................................................................................................................................................................................................. 62 Tabel 45: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden, opgedeeld volgens geboortejaar............................................................................................................................................................................................ 62 Tabel 46: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden opgedeeld volgens geslacht...................................................................................................................................................................................................... 63 Tabel 47: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden per provincie......... 64 Tabel 48: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens verstedelijkingsgraad van de woonplaats............................................................................................................................................... 64 Tabel 49: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens hoofdstructuur........................................................................................................................................................................................................ 65 Tabel 50: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden in het gewoon lager onderwijs volgens leerjaar.................................................................................................................................................................... 66 Tabel 51: Spreiding in de tijd van de problematische afwezigheden........................................................................................ 66 Tabel 52: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden van leerplichtige leerlingen van de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015............................................................................................................................................. 70 Tabel 53: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden van leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen van de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015............................................................................... 70 Tabel 54: Percentage scholen met minstens één leerling met minstens 30 halve dagen problematische afwezigheid per hoofdstructuur en per schooljaar van de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015............................ 70 Tabel 55: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens hoofdstructuur.....................71 Tabel 56: Aantal en percentage leerlingen met 5, 10 en 15 B-codes.............................................................................................71 Tabel 57: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden per provincie en per hoofdstructuur.................................................................................................................................................................................................72 Tabel 58: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens nationaliteit..........................73 Tabel 59: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens geslacht....................................73 Tabel 60: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens geboortejaar.........................74 Tabel 61: Aantal en percentage leerlingen met registratie problematische afwezigheden volgens graad van verstedelijking..................................................................................................................................................................................................74 Tabel 62: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens onderwijsvorm en OKAN in het voltijds secundair onderwijs......................................................................................................76 Tabel 63: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden in de eerste graad................................................................................................................................................................................................................76 Tabel 64: Aantal leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens studiegebied........................77


103

Tabel 65: Schoolse vertraging bij leerlingen die geregistreerd werden als problematisch afwezig..........................78 Tabel 66: Verschillende schooljaren op rij geregistreerd als problematisch afwezig.........................................................78 Tabel 67: Spreiding in de tijd van problematische afwezigheden................................................................................................79 Tabel 68: Zorgwekkende dossiers per hoofdstructuur.......................................................................................................................80 Tabel 69: Zorgwekkende dossiers per geboortejaar.............................................................................................................................. 81 Tabel 70: Aantal meldingen definitieve uitsluitingen vanaf het schooljaar 2012-2013 tot en met het schooljaar 2014-2015..................................................................................................................................................................................... 85 Tabel 71: Aantal meldingen definitieve uitsluitingen van leerplichtige en niet-leerplichtige leerlingen vanaf het schooljaar 2012-2013 tot en met het schooljaar 2014-2015...................................................................................... 85 Tabel 72: Percentage meldende scholen per hoofdstructuur en per schooljaar vanaf het schooljaar 2012-2013 tot en met het schooljaar 2014-2015..................................................................................................................................... 85 Tabel 73: Aantal meldingen van definitieve uitsluiting per provincie en per hoofdstructuur................................... 86 Tabel 74: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten per nationaliteit.................................................87 Tabel 75: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten per geslacht..........................................................87 Tabel 76: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten per geboortejaar................................................87 Tabel 77: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten volgens verstedelijkingsgraad................... 88 Tabel 78: Percentage leerlingen uit het gewoon secundair onderwijs met een melding van definitieve uitsluiting die beantwoorden aan een of meer van de indicatoren voor kansarmoede.............................................. 88 Tabel 79: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten per hoofdstructuur......................................... 89 Tabel 80: Meldingen van leerlingen die definitief werden uitgesloten in het voltijds gewoon onderwijs......... 89 Tabel 81: Meldingen leerlingen die definitief werden uitgesloten in de eerste graad......................................................90 Tabel 82: Meldingen van definitieve uitsluitingen volgens studiegebied................................................................................90 Tabel 83: Schoolse vertraging bij leerlingen die als definitief uitgesloten werden gemeld.......................................... 91 Tabel 84: Verschillende schooljaren op rij definitief uitgesloten................................................................................................. 92 Tabel 85: Spreiding in de tijd van definitieve uitsluitingen............................................................................................................ 92


104

OVERZICHT VAN FIGUREN

Figuur 1: Schematisch overzicht van de verschillende stappen bij de controle van de inschrijvingen............... 13 Figuur 2: Schematisch overzicht van de verschillende stappen bij de opvolging van in- en uitschrijvingen.......................................................................................................................................................................................................... 31 Figuur 3: Indeling van ingeschreven leerlingen in tijdig en laattijdig ingeschreven leerlingen.............................. 34 Figuur 4: Percentage laattijdige of tijdige inschrijvingen volgens nationaliteit (niet-OKAN).................................. 35 Figuur 5: Vergelijking gelijkekansenindicatoren bij totale schoolbevolking SO en bij leerlingen die zich laattijdig inschreven (niet-OKAN)................................................................................................................................................................. 39 Figuur 6: Indeling van ingeschreven leerlingen volgens verschillende categorieën........................................................ 44 Figuur 7: Percentage in- en uitschrijvingen volgens nationaliteit............................................................................................ 49 Figuur 8: Vergelijking gelijkekansenindicatoren tussen de verschillende categorieën in- en uitschrijvingen......................................................................................................................................................................................................... 52 Figuur 9: Aantal en percentage leerlingen met registraties problematische afwezigheden volgens nationaliteit.............................................................................................................................................................................................................. 63 Figuur 10: Percentage leerlingen basisonderwijs met problematische afwezigheden die beantwoorden aan een of meer van de vijf indicatoren voor kansarmoede................................................................................................................. 65 Figuur 11: Registraties leerlingen met problematische afwezigheden volgens nationaliteit.....................................72 Figuur 12: Percentage leerlingen met problematische afwezigheden die beantwoorden aan een of meer van de 5 indicatoren voor kansarmoede..................................................................................................................................................75 Figuur 13: Evolutie aantal zorgwekkende dossiers.............................................................................................................................80


105

BRONNEN Bibliografie

§ DUQUET, N., GLORIEUX, I., LAURIJSSEN I. en Van Dorsselaer, Y. Wit krijt schrijft beter. Antwerpen, 2006. § European Commission, Eurydice, & Eurostat. Key data on education in Europe 2005. Luxembourg, 2005. § Ministerie van Onderwijs en Vorming. Een sluitende aanpak voor spijbelen en schoolverzuim. Brussel, 2006. § Ministerie van Onderwijs en Vorming, Statistisch Jaarboek van het Vlaams Onderwijs – schooljaar 2010-2011. Brussel. § Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2009-2010. Brussel, 2011. § Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2010-2011. Brussel, 2012. § Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2011-2012. Brussel, 2013. § Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2012-2013. Brussel, 2014. § Ministerie van Onderwijs en Vorming. Wie is er niet als de schoolbel rinkelt? Evaluatie 2013-2014. Brussel, 2016. § PERQUY, J. “Leerplicht vanuit de sociale dimensie”. Tijdschrift voor Onderwijsrecht en –Beleid,1995-1996. § UGent. Wiskundige geletterdheid bij 15-jarigen. Overzicht van de eerste Vlaamse resultaten van PISA 2012. Gent, 2012. § Verdrag inzake de Rechten van het Kind, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20/11/1989. § Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad. Advies over welbevinden en gelijke kansen in het gezondheidsbeleid op school, 2011.


106

Regelgeving

§ Wet betreffende de leerplicht van 29 juni 1983. § Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. § Decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering, gewijzigd door het Onderwijsdecreet XIX van 8 mei 2009. § Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding van 1 december 1998. § Decreet betreffende het onderwijs II van 31 juli 1990. § Decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap van 10 juli 2008. § Decreet op het onderwijs XIX van 8 mei 2009. § Koninklijk besluit houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs van 28 juni 1978. § Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs van 16 september 1997, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008. § Besluit van de Vlaamse Regering houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs, laatst gewijzigd bij decreet op 8 juli 2011 § Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs van 12 november 1997, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007. § Besluit van de Vlaamse Regering van 28/08/2000 tot vaststelling van de operationele doelstellingen van jongeren met leerplichtproblemen in de centra voor leerlingenbegeleiding. § Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de studiegebieden en structuuronderdelen in het secundair onderwijs van 7 september 1999. § Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs. § Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009 tot vaststelling van de operationele doelstellingen van de Centra voor Leerlingenbegeleiding

Ministeriële omzendbrieven:

§ SO 60 over het studieaanbod voltijds secundair onderwijs, 05/02/1999; § SO 68 over de leerplicht, 01/03/2000; § SO 70 over de registratie van leerlingen secundair onderwijs, 03/07/2000;


107

§ SO/2002/05/buso over afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het buitengewoon secundair onderwijs, 15/8/2002; § BaO/2002/11 over de afwezigheden van leerlingen in het basisonderwijs, 16/08/2002. § BaO/2001/10 over de toelatingsvoorwaarden in het gewoon basisonderwijs, 10/08/2001. § SO/2005/04 over afwezigheden en in- en uitschrijvingen in het voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds secundair onderwijs, 08/07/2005; § SO/2007/05 over zendingen van leerlingengegevens in het secundair onderwijs, 30/08/2007; § SO/2008/08 over het stelsel van leren en werken, 08/08/2008.

Databanken

§ Databank huisonderwijs, AgODi; § Databank in- en uitschrijvingen, AgODi; § Databank tuchtmeldingen, AgODi; § Databank leerplichtcontrole, AgODi; § Databank problematische afwezigheden, AgODi; § Inschrijvings- en leerlingendatabank, Ministerie van Onderwijs en Vorming; § Studiedienst van de Vlaamse Regering (demografische gegevens), http://www4.vlaanderen.be/dar/ svr/Pages/default.aspx.

AGODI

AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Rapport_AGODI_leerplicht-2014-2015.pdf by Vlaanderen-be - Issuu