Bijlagen Naar een leer- en loopbaan-rekening voor Vlaanderen
Inhoud A.1 / Ingezette onderzoeksmethoden
3
A.2 / Referenties
4
A.3 / Selectie opleidingsincentives
5
3.1 3.2 3.3
Gehanteerde selectiecriteria Geselecteerde incentives Andere incentives die buiten de scope van deze opdracht vallen
A.4 / Fiches met kenmerken van opleidingsincentives 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 4.19 4.20 4.21 4.22
7
Incentive: Aanmoedigingspremie social profit sector 8 Incentive: Aanmoedigingspremie private sector 11 Incentive: Betaald educatief verlof Brussel 14 Incentive: Geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie inzake studies met een voltijd leerplan 17 Incentive: KMO-portefeuille voor zelfstandigen 20 Incentive: Loopbaancheques 22 Incentive: Open aanbod online opleidingen VDAB 25 Incentive: Opleidingscheques 27 Incentive: Premie bij 1ste diploma secundair onderwijs 29 Incentive: Studietoelage/vermindering studiegeld 31 Incentive: Tijdskrediet motief opleiding 35 Incentive: Tussenkomst arbeidsgereedschap en – kledij 39 Incentive: Tussenkomst inschrijvingsgeld volwassenonderwijs 50 Incentive: Tussenkomst kosten kinderopvang 55 Incentive: Tussenkomst tolk voor doven en slechthorenden 57 Incentive: Tussenkomst vervoer – verplaatsingskosten 60 Incentive: Verlof voor opleidingsactiviteiten 62 Incentive: Verlof om cursussen te volgen en zich voor te bereiden op examens: gemeenschapsonderwijs 64 Incentive: Vermindering inschrijvingsgeld opleiding DKO 66 Incentive: Vlaams opleidingsverlof 69 Incentive: Vlaams zorgkrediet om opleiding te volgen 73 Incentive: Vrijstelling van beschikbaarheid voor het volgen van een studie, opleiding of stage 75
A.5 / Portfolioanalyse van incentives voor werkenden 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
5 5 6
Indeling naar type en statuut Doelstelling Omvang – per traject voor werkenden Toekenningsvoorwaarden Scope – type opleiding Sectoren
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
78 78 80 81 83 84 85
2
A.1 /
Ingezette onderzoeksmethoden
Om deze opdracht tot een goed einde te brengen zijn, verschillende complementaire onderzoekmethoden nodig:
Cocreatie met de opdrachtgever staat centraal. Het departement WSE voerde reeds een verkennend onderzoek uit naar systemen van LLR in het buitenland. Het advies houdt rekening met de inzichten uit deze verkenning. Het departement WSE richtte daarom een thematische werkgroep op die fungeerde als inhoudelijk klankbord bij het uitvoeren van deze opdracht en om de werkzaamheden te ondersteunen met beleidsinformatie, data, kennis en inzichten. We voorzagen minstens tweewekelijks een kort overleg via Teams tussen een aanspreekpunt van het onderzoeksteam en een aanspreekpunt van de werkgroep en betrokken de leden zoveel mogelijk actief bij ons onderzoeks- en denkproces.
Deskstudie zetten we in voor de screening en analyse van beschikbare documenten, literatuur en gegevens, zowel omtrent de opleidingsmaatregelen als omtrent de LLR. Voor dit laatste focusten we vooral op kenmerken van bestaande LLR in het buitenland en bouwen we verder op het studiewerk dat het departement WSE reeds deed.
Diepte-interviews zetten we in om onze conceptuele denkoefening naar de LLR te voeden met bijkomende inzichten van cruciale experten en stakeholders. Aan de hand van diepte-interviews op basis van een semi-gestructureerde leidraad, konden verschillende stakeholders hun mening en inzichten delen over de verschillende aspecten van een LLR in hun eigen of in de Vlaamse context. Deze interviews werden via Teams georganiseerd en duurden ongeveer 1,5 uur.
Workshops gebruiken we als interactieve werksessies waarin het onderzoeksteam samen met relevante stakeholders bepaalde problemen of vraagstukken op een participatieve en cocreatieve manier grondig uitdiept. In dit onderzoek organiseerden we 1 workshop, om het onderzoeksteam richting te geven bij de scenario-ontwikkeling. Deze werd op 2 september 2021 online via Teams georganiseerd en duurde 2,5 uur. Op basis van een ‘briefing note’ bogen de leden van de stuurgroep zich tijdens de workshop samen met thematische experten over de voor- en nadelen van de uitgewerkte scenario’s, en over hun wenselijkheid, betaalbaarheid, praktische realiseerbaarheid en politieke haalbaarheid.
Interne werksessies: Deze sessies vormden een belangrijk instrument voor het onderzoeksteam, om de verzamelde informatie gericht samen te brengen, creatief erop door te denken en triangulatie van inzichten binnen het onderzoeksteam mogelijk te maken.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
3
A.2 /
Referenties
De Coen, A., Valsamis, D., & Sels, L. (2013) Arbeidsmarktgerichte opleidingsincentives voor werkenden. Een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk, in het kader van het VIONA-onderzoeksprogramma. Brussel: IDEA Consult. De Coen, A., Valsamis, D., Schooreel, T., De Groof, S., Hendrickx, F., & Sels, L. (2016). Haalbaarheidsstudie omtrent de organisatie van het loopbaansparen in België. Een studie in opdracht van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO). De Leerrekening onder de loep – Discussion paper. (2019). Itinera. Doorleren werkt. Samen investeren in nieuwe zekerheid. (2017). Commissie vraagfinanciering mbo. https://www.scienceguide.nl/wpcontent/uploads/2018/02/AdviesCommissievraagfinancieringmbo-DoorlerenWerkt.pdf Hervorming van de opleidingsincentives voor werknemers. VESOC-akkoord tussen de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners. Brussel: 11 juli 2017. Jaarrapport Vlaamse opleidingsincentives; schooljaar 2019-2020. (2020). Departement Werk & Sociale Economie. Lerend werken in Vlaanderen. Inkijk in anderhalf jaar hervormd opleidingsbeleid voor werknemers. (2021). SERV. OECD. (2017). Financial Incentives for Steering https://doi.org/10.1787/9789264272415-en
Education
and
Training.
OECD.
OECD. (2019a). OECD Skills Strategy Flanders: Assessment and Recommendations. OECD. https://doi.org/10.1787/9789264309791-en OECD. (2019b). Individual Learning Schemes: https://doi.org/10.1787/203b21a8-en
Panacea
or
Pandora’s
Box?
OECD.
Van Langenhove, H., Penders, I., Sourbron, M., & Vansteenkiste, S. (2020). Monitoringsrapport opleidingsdeelname en de opleidingsinspanningen van werkgevers in Vlaanderen. Brussel/Leuven: Departement Werk en Sociale Economie/Steunpunt Werk. Verkenning individuele leerrekening. (2020). SERV. Ziderman, A. (2016). Funding Mechanisms for Financing Vocational Training: An Analytical Framework. IZA, Forschungsinstitut zur Zukunft der Arbeit Institute for the Study of Labor.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
4
A.3 / Selectie opleidingsincentives 3.1
Gehanteerde selectiecriteria
We hanteren onderstaande criteria om de scope van de opdracht af te bakenen. Concreet focussen we op incentives die aan de volgende voorwaarden voldoen: 1. Incentives waarbij de lerende zelf een tegemoetkoming ontvangt in de vorm van tijd of geld die de directe of de indirecte opleidingskost dekt. 2. Incentives waarbij het eigenaarschap bij de lerende ligt. Incentives waarmee een werkgever opleidingen kan aanbieden voor werknemers situeren zich op een ander analyseniveau en worden buiten beschouwing gelaten. 3. Incentives die expliciet gericht zijn op het stimuleren van deelname aan opleiding of loopbaanbegeleiding. 4. Incentives die deelname stimuleren aan opleidingen of loopbaanbegeleiding aangeboden door een externe verstrekker (dus exclusief werkplekleren, bv. via stage). 5. Incentives die deelname aan opleidingen of loopbaanbegeleiding tijdens de loopbaan stimuleren. Opleidingen of begeleiding in het kader van de leerplicht worden buiten beschouwing gelaten. 6. Incentives met structurele inbedding. Lokale initiatieven of initiatieven op basis van projectmiddelen worden buiten beschouwing gelaten. 7. Gratis opleidingen gefinancierd via overheidsgeld of sectorale middelen.
3.2
Geselecteerde incentives
Op basis van bovenstaande afbakening zullen de volgende incentives in kaart gebracht worden:
Tijdskrediet met motief opleiding Vlaams opleidingsverlof Betaald educatief verlof – Vlaamse werknemers met werkplek Brussel Educatief verlof personeel gemeenschapsonderwijs Verlof voor opleidingsactiviteiten (federaal) Vormingsverlof / dienstvrijstelling voor vorming (Vlaams + lokale besturen*) Vlaams opleidingskrediet (aanmoedigingspremie privésector, social profit) Vlaams zorgkrediet om opleiding te volgen Opleidingscheques
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
5
Loopbaancheques Premie 1ste diploma secundair onderwijs Studietoelage/bijna-beurstarief onderwijs* Geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie inzake studies met een voltijds leerplan* Vermindering inschrijvingsgeld VWO (CVO en CBE)1 Vermindering inschrijvingsgeld DKO Tussenkomst verplaatsing/vervoerskosten Tussenkomst kinderopvang Tussenkomst tolk voor doven of slechthorenden Tussenkomst arbeidsgereedschap en kleding Open aanbod opleidingen (gefinancierd met overheidsmiddelen; VDAB, nascholingen leerkrachten) KMO-portefeuille voor zelfstandigen* Sectoraal aanbod [aangeleverd door sectorfondsen]* Vrijstelling beschikbaarheid om voltijds te studeren1
* Incentive werd enkel uitgewerkt in de fiche indien de bevoegde instantie cijfers (budget, aantal begunstigden) kan aanleveren, uitgezuiverd voor het motief ‘opleiding’ of voor de beoogde doelgroep.
3.3
Andere incentives die buiten de scope van deze opdracht vallen
(Voor elke incentive werd 1 criterium vermeld, hoewel sommige incentives buiten de scope vallen door een combinatie van criteria)
Wet Wendbaar en Werkbaar werk – recht op 5 opleidingsdagen (buiten scope omwille van criterium 2) Strategische transformatiesteun (buiten scope omwille van criterium 2) Tussenkomst bij opleiding in competentiecentrum van VDAB (buiten scope wegens criterium 2) Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing (buiten scope omwille van criterium 2) Outplacement tussenkomst (buiten scope omwille van criterium 2) Groeipakket (buiten scope omwille van criterium 3) Loopbaanonderbreking (buiten scope omwille van criterium 3) Verlof voor verminderde prestaties (+ vanaf 55jaar) (buiten scope omwille van criterium 3) Doelgroepvermindering voor mentors-Vlaanderen (buiten scope omwille van criterium 4) Beurs voor het doorgeven van vakmanschap in een meester-leerling-traject (buiten scope wegens criterium 4) Individuele Beroepsopleiding (buiten scope omwille van criterium 4) Betaalde stageovereenkomst (buiten scope omwille van criterium 4) Beroepsinlevingsstage (buiten scope omwille van criterium 4) Werkervaringsstage stage (buiten scope omwille van criterium 4) Opleidingsstage (buiten scope omwille van criterium 4) Prins Albert Fonds (buiten scope omwille van criterium 4) Startbonus (buiten scope omwille van criterium 5) RSZ-korting voor jongeren in een alternerende opleiding (buiten scope omwille van criterium 5) Europees Sociaal Fonds (buiten scope omwille van criterium 6) Lokale initiatieven (e.g. Start&Go.be Syntra West) (buiten scope omwille van criterium 6) Prestarterstrajecten zelfstandigen (e.g. Start!, Jumpstarters, OC2 Workshops,…) (buiten scope omwille van criterium 6)
Aan deze incentive is onder bepaalde voorwaarden een tussenkomst cursusmateriaal gekoppeld. Op aangeven van de VDAB wordt deze tussenkomst in deze studie niet in een aparte fiche opgenomen. 1
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
6
A.4 /
Fiches met kenmerken van opleidingsincentives
In alfabetische volgorde is voor elk van de binnen deze studie geselecteerde incentives (zie bijlage B.3/ selectie opleidingsincentives) een fiche terug te vinden waarin volgende informatie in kaart werd gebracht:
Het doel Het toepassingsgebied Voorwaarden bij het toepassingsgebied De doelgroep Voorwaarden bij de doelgroep De omvang voor de lerende Opname en cumulatie Niveau Bevoegde instantie Budget Aantal begunstigden
Deze fiches werden ter validering aan de bevoegde instantie voorgelegd. Niet alle informatie kon voor elk van de fiches worden aangevuld. De bevoegde instanties beschikten in dat geval niet over de informatie of konden deze niet aanleveren.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
7
4.1
Incentive: Aanmoedigingspremie social profit sector
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Werknemers stimuleren die zich grondig willen bijscholen, heroriënteren, herkwalificeren in functie van loopbaan / arbeidsmarkt. Werkt u in de socialprofit sector en onderbreekt u uw loopbaan om een opleiding te volgen? Dan kunt u van de Vlaamse overheid een aanmoedigingspremie opleidingskrediet krijgen. Dat is een aanvullende uitkering die u ontvangt boven op uw onderbrekingsuitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). De opleiding die u volgt, moet: arbeidsmarktgericht zijn. Dat betekent concreet dat de opleiding in aanmerking moet komen voor het Vlaams opleidingsverlof (VOV) (lees meer over het beoordelingssysteem (PDF bestand opent in nieuw venster)waarmee de opleidingen worden geëvalueerd). + voldoen aan 1 van de volgende 3 voorwaarden: 1) de opleiding is onderwijs- of beroepskwalificerend, 2) de opleiding leidt tot een knelpuntberoep, 3) de opleiding past in een ondernemerschapstraject. Om in aanmerking te komen voor het Vlaams opleidingskrediet, moet de opleiding opgenomen zijn in de opleidingsdatabank van de Vlaamse opleidingsincentives mét de vermelding 'opleidingskrediet'. // Als aan geen van de hierboven opgenoemde voorwaarden is voldaan, kunt u mogelijk toch een aanmoedigingspremie krijgen als de opleiding die u volgt, opgenomen is in uw persoonlijke ontwikkelplan((opent in nieuw venster)) (POP) in het kader van loopbaanbegeleiding.
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Onderbrekingsuitkering RVA: De Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling (RVA) keurde een onderbrekingsuitkering goed in het kader van tijdskrediet met motief opleiding. Dat betekent concreet dat de opleiding die u volgt, aan de RVAvoorwaarden moet voldoen (onder meer 360 uren of 27 studiepunten op jaarbasis).
Doelgroep
Werknemers in de social profit sector
Minimum omvang opleiding/begeleiding: /
Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
8
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende: Vlaanderen of Brussel
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: contract onbepaalde duur
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende:
Kort- en middengeschoolden kunnen een Vlaams opleidingskrediet aanvragen voor de opleidingen die aan de hierboven vermelde voorwaarden voldoen. Hooggeschoolden kunnen alleen een Vlaams opleidingskrediet aanvragen als de gevolgde opleiding opgenomen is in het persoonlijke ontwikkelplan((opent in nieuw venster)) (POP) in het kader van loopbaanbegeleiding. U toont dat aan met het ingevulde 'attest opleiding in het kader van het persoonlijk ontwikkelingsplan(PDF bestand opent in nieuw venster)'.
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): /
Omvang voor lerende Bedrag afhankelijk van tewerkstellingspercentage jaar voor onderbreking en jaar [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
van onderbreking: 5 scenario's: 1) minimaal 75% tewerkstelling in het jaar voor de onderbreking + 0% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 577,95 (bruto maandelijkse premie in euro) / 514,38 (netto maandelijkse premie in euro); 2) minimaal 75% tewerkstelling in het jaar voor de onderbreking + 50% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 306,13 (bruto maandelijkse premie in euro) / 272,46 (netto maandelijkse premie in euro); 3) minimaal 50% tewerkstelling in het jaar voor de onderbreking + 0% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 306,13 (bruto maandelijkse premie in euro) / 272,46 (netto maandelijkse premie in euro); 4) tussen 20 en 50% tewerkstelling in het jaar voor de onderbreking + 0% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 171,6 (bruto maandelijkse premie in euro) / 152,72 (netto maandelijkse premie in euro); 5) minimaal 75% tewerkstelling (en bij start van onderbreking 100%) in het jaar voor de onderbreking + 80% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 171,6 (bruto maandelijkse premie in euro) / 152,72 (netto maandelijkse premie in euro). Extra premie voor alleenstaanden: Als alleenwonende krijgt u maandelijks 45,20 euro netto (of 50,79 euro bruto) boven op de aanmoedigingspremie ongeacht het onderbrekingspercentage. U bent alleenwonende als u: 1) ofwel alleen woont; 2) ofwel samenwoont met minstens 1 kind dat recht geeft op kinderbijslag. Als u bijvoorbeeld 4 inwonende kinderen hebt, van wie er 3 werken en 1 nog ten laste is, dan kunt u de verhoging als alleenwonende krijgen.
Opname en cumulatie U kunt maar een aanvraag voor een aanmoedigingspremie opleidingskrediet [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
aanvragen voor dezelfde periode als de periode die u is toegekend door de RVA (met of zonder uitkeringen). De premie kan alleen toegekend worden voor de periode met uitkering van de RVA. In de wetgeving van Vlaams opleidingsverlof (VOV) is er enkel een cumulatieverbod met Vlaams opleidingskrediet (VOK): De combinatie van VOV en VOK is niet toegestaan voor eenzelfde opleiding binnen dezelfde periode." Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
9
Bevoegde instantie
Departement Werk en Sociale Economie – Dienst werkbaar werk
[Wie beheert de incentive?]
Budget
Uitbetaald in:
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
2018: 74.965 euro
2019: 82.194 euro
2020: 158.884 euro
Gezien de regelgeving (bedragen, extra onderbrekingspercentage,…) is aangepast in 2019 is dat jaar niet representatief. Daarom hieronder in schooljaren:
Aantal begunstigden
2018-2019: 78.849 euro
2019-2020: 145.842 euro
2019-2020: aantal personen: 58, aantal goedgekeurde dossiers: 122
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
10
4.2
Incentive: Aanmoedigingspremie private sector
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Werknemers stimuleren die zich grondig willen bijscholen, heroriënteren, herkwalificeren in functie van loopbaan / arbeidsmarkt. Werkt u in de privésector en onderbreekt u uw loopbaan om een opleiding te volgen? Dan kunt u van de Vlaamse overheid een aanmoedigingspremie opleidingskrediet krijgen. Dat is een aanvullende uitkering die u ontvangt boven op uw onderbrekingsuitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). De opleiding die u volgt, moet: arbeidsmarktgericht zijn. Dat betekent concreet dat de opleiding in aanmerking moet komen voor het Vlaams opleidingsverlof (VOV) (lees meer over het beoordelingssysteem (PDF bestand opent in nieuw venster)waarmee de opleidingen worden geëvalueerd). + voldoen aan 1 van de volgende 3 voorwaarden: 1) de opleiding is onderwijs- of beroepskwalificerend, 2) de opleiding leidt tot een knelpuntberoep, 3) de opleiding past in een ondernemerschapstraject. Om in aanmerking te komen voor het Vlaams opleidingskrediet, moet de opleiding opgenomen zijn in de opleidingsdatabank van de Vlaamse opleidingsincentives mét de vermelding 'opleidingskrediet'. Als aan geen van de hierboven opgenoemde voorwaarden is voldaan, kunt u mogelijk toch een aanmoedigingspremie krijgen als de opleiding die u volgt, opgenomen is in uw persoonlijke ontwikkelplan((opent in nieuw venster)) (POP) in het kader van loopbaanbegeleiding.
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Onderbrekingsuitkering RVA: De Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling (RVA) keurde een onderbrekingsuitkering goed in het kader van tijdskrediet met motief opleiding. Dat betekent concreet dat de opleiding die u volgt, aan de RVAvoorwaarden moet voldoen (onder meer 360 uren of 27 studiepunten op jaarbasis).
Doelgroep
Werknemers in de private sector
Minimum omvang opleiding/begeleiding:
Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
11
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende: Vlaams gewest
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: /
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende:
Kort- en middengeschoolden kunnen een Vlaams opleidingskrediet aanvragen voor de opleidingen die aan de hierboven vermelde voorwaarden voldoen. Hooggeschoolden kunnen alleen een Vlaams opleidingskrediet aanvragen als de gevolgde opleiding opgenomen is in het persoonlijke ontwikkelplan((opent in nieuw venster)) (POP) in het kader van loopbaanbegeleiding. U toont dat aan met het ingevulde 'attest opleiding in het kader van het persoonlijk ontwikkelingsplan(PDF bestand opent in nieuw venster)'.
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): /
Omvang voor lerende Bedrag afhankelijk van tewerkstellingspercentage jaar voor onderbreking en jaar [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
van onderbreking: 5 scenario's: 1) minimaal 75% tewerkstelling in het jaar voor de onderbreking + 0% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 577,95 (bruto maandelijkse premie in euro) / 514,38 (netto maandelijkse premie in euro); 2) minimaal 75% tewerkstelling in het jaar voor de onderbreking + 50% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 306,13 (bruto maandelijkse premie in euro) / 272,46 (netto maandelijkse premie in euro); 3) minimaal 50% tewerkstelling in het jaar voor de onderbreking + 0% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 306,13 (bruto maandelijkse premie in euro) / 272,46 (netto maandelijkse premie in euro); 4) tussen 20 en 50% tewerkstelling in het jaar voor de onderbreking + 0% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 171,6 (bruto maandelijkse premie in euro) / 152,72 (netto maandelijkse premie in euro); 5) minimaal 75% tewerkstelling (en bij start van onderbreking 100%) in het jaar voor de onderbreking + 80% tewerkstelling tijdens de onderbreking: 171,6 (bruto maandelijkse premie in euro) / 152,72 (netto maandelijkse premie in euro). Extra premie voor alleenstaanden: Als alleenwonende krijgt u maandelijks 45,20 euro netto (of 50,79 euro bruto) boven op de aanmoedigingspremie ongeacht het onderbrekingspercentage. U bent alleenwonende als u: 1) ofwel alleen woont; 2) ofwel samenwoont met minstens 1 kind dat recht geeft op kinderbijslag. Als u bijvoorbeeld 4 inwonende kinderen hebt, van wie er 3 werken en 1 nog ten laste is, dan kunt u de verhoging als alleenwonende krijgen.
Opname en cumulatie U kunt maar een aanvraag voor een aanmoedigingspremie opleidingskrediet [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
aanvragen voor dezelfde periode als de periode die u is toegekend door de RVA (met of zonder uitkeringen). De premie kan alleen toegekend worden voor de periode met uitkering van de RVA. In de wetgeving van Vlaams opleidingsverlof (VOV) is er enkel een cumulatieverbod met Vlaams opleidingskrediet (VOK): De combinatie van VOV en VOK is niet toegestaan voor eenzelfde opleiding binnen dezelfde periode. Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
Departement Werk en Sociale Economie – Dienst werkbaar werk
[Wie beheert de incentive?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
12
Budget
Uitbetaald in:
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
2018: 307.184 euro
2019: 324.902 euro
2020: 811.926 euro
Gezien de regelgeving (bedragen, extra onderbrekingspercentage,…) is aangepast in 2019 is dat jaar niet representatief. Daarom hieronder in schooljaren:
Aantal begunstigden
2018-2019: 307.768 euro
2019-2020: 706.159 euro
2019-2020: aantal personen: 270, aantal goedgekeurde dossiers: 599
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
13
4.3
Incentive: Betaald educatief verlof Brussel
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Een recht dat toekomt aan werknemers om een nieuwe opleiding te volgen of een nieuw diploma te behalen tijdens of na uw werkuren, als springplank voor de loopbaan of beroepsomschakeling. Het betaald educatief verlof stelt werknemers (hoofdzakelijk uit de privésector) in staat een opleiding te volgen in dag- of avondonderwijs, met behoud van hun loon: volwassenenonderwijs (onderwijs voor sociale promotie), taalcursussen, beroepsopleidingen, enz. Hun werkgevers krijgen tout ou een deel van het werknemersloon terug (forfait de 21.30 par heure) van Brussel Economie en Werkgelegenheid, mits aan bepaalde criteria wordt voldaan. En dehors des formations reconnues automatiquement par la loi, certains lesgevers worden dan weer verzocht een erkenning aan te vragen voor hun opleiding via la commission bruxelloise d’agrément, via une commission paritaire ou via l’administration pour les formations générales ( syndicales). Erkende opleidingen hoeven niet per se verband te houden met het werk. => waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen A) beroepsopleiding (entre autres, academische bachelor of master (lange type, universitair), professionale bachelor (korte type, hogeschool), taalopleiding , knelpuntberoepen, diploma secundair onderwijs of opleiding basiseducatie en B) formations générales (syndicales).
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Minstens 32 uur
Minimum omvang opleiding/begeleiding
Andere voorwaarden toepassingsgebied:
Voorwaarden mbt: knelpuntberoepen (Onder knelpuntberoep wordt verstaan de beroepen die voorkomen op de lijst die jaarlijks door Actiris wordt opgesteld in het kader van de werkloosheidsreglementering. De opleiding moet gestart worden in een jaar waarin ze voorkomt op de lijst van knelpuntberoepen, Deze opleidingen moeten deel uitmaken van een van de zeven volgende opleidingscategorieën die recht geven op betaald educatief verlof: het onderwijs voor sociale promotie, het deeltijds kunstonderwijs, het hoger onderwijs, de voortdurende vorming in de middenstand, de opleidingen in de landbouw, de opleidingen georganiseerd door de gewestelijke dienst voor beroepsopleiding, de opleidingen die door de erkenningscommissie goedgekeurd worden, de opleidingen die door een Paritair Comité goedgekeurd worden), diploma secundair onderwijs (Opleidingen voor sociale promotie of opleidingen georganiseerd door erkende onderwijsinstellingen met het oog op het verkrijgen van het equivalent van een getuigschrift secundair supérieuronderwijs, geven de werknemer recht op maximaal 180 uur betaald educatief verlof, mits de werknemer niet reeds in het bezit is van een diploma of getuigschrift van secundair supérieur onderwijs.) of opleiding basiseducatie (Alle opleidingen die georganiseerd worden door de Centra voor Basiseducatie (www.basiseducatie.be) komen in aanmerking voor het maximum van 180u voor de deelnemers die niet beschikken over een diploma hoger secundair onderwijs.). Afstandsonderwijs (e-learning) en buitenlandse opleidingen geven geen recht op betaald educatief verlof. Het opstellen van een eindwerk of de inschrijving voor de voorstelling van een eindwerk/geïntegreerde toets/stage, die gebeurt zonder gevolgde lesuren, geeft geen recht op betaald educatief verlof.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
14
Doelgroep
Werknemers uit de privésector en selectie uit de openbare sector:
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Openbare sector: enkel voor contractuele werknemers bij een autonoom overheidsbedrijf (Proximus, b-post, Belgocontrol). Zijn dus uitgesloten: de statutaire of contractuele werknemers tewerkgesteld bij de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de gemeenten, de OCMW's, de intercommunales alsook het onderwijzend personeel. Het administratief, technisch en werkliedenpersoneel uit het vrij onderwijs hebben wel recht als hun loon ten laste van de instelling zelf valt.
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende:
Tewerkgesteld zijn in een siège d’exploitation in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit:
De werknemer moet tewerkgesteld zijn volgens een arbeidsovereenkomst (ook een interimcontract, een arbeidsovereenkomst gesloten in het kader van een startbaanovereenkomst, een GESCO-contract, een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten…). Deeltijdse werknemers hebben recht op een aantal uren educatief verlof in verhouding tot de arbeidstijd als ze 4/5de van de normale arbeidsduur per week tewerkgesteld zijn (bijvoorbeeld: 30,4/38) of als ze op basis van een variabel uurrooster tewerkgesteld zijn (zo vermeld in de arbeidsovereenkomst). Als ze minstens halftijds tewerkgesteld zijn met vast uurrooster, hebben ze enkel recht op betaald educatief verlof voor het volgen van een beroepsopleiding tijdens de normale arbeidsuren. Werknemers die gebruikmaken van tijdskrediet en ouderschapsverlof worden als deeltijdse werknemers beschouwd. Ze moeten aan de voorwaarden van deeltijdse werknemers voldoen. Weekendwerkers (op basis van de wet van 17.03.1987) worden beschouwd als voltijdse werknemers en hebben onder de gewone voorwaarden recht op betaald educatief verlof. Je kan alleen tijdens de weekends BEV opnemen (alleen wanneer je werkt) en slechts tussen de begin- en einddatum van de opleiding. Als je bijvoorbeeld een opleiding van een week volgt (van maandag tot en met vrijdag) dan kan je geen gebruik maken van BEV omdat begin- en einddatum verstreken zijn voor je verlof kan nemen.
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende:
Mensen zonder diploma secundair onderwijs komen ook in aanmerking voor BEV indien men opleiding basiseducatie volgt, of opleiding voor het behalen van het 1ste diploma secundair onderwijs avec un maximum de 180 heures, mais aussi pour toutes les formations reconnues automatiquement (avec un maximum de 80, 100 ou 120 heures). Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): /
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
15
Omvang voor lerende Het aantal uren is echter begrensd per schooljaar: [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
(A) Jaarlijks plafond van 80, 100 of 120 uren. Aantal uren verlof: A) als het lessenrooster niet samenvalt met het arbeidsrooster, B) als het lessenrooster samenvalt met het arbeidsrooster => 1.
beroepsopleiding (uitgezonderd taal): A) 100, B) 120 /
2.
Algemene opleiding: A) 80, B) 80 /
3.
Beroepsopleiding + algemene opleiding: A) 100, B) 120 /
4.
Academische bachelor of master (lange type, universitair): A) 120, B) niet toegestaan /
5.
Professionele bachelor (korte type, hogeschool): A) 100, B) mogelijke samenvallende uren* / Taalopleiding: A) 80, B) 80 / Taalopleiding + andere beroepsopleiding: A) 100, B) 120. * In functie van het type opleidingsinstituut en van het uurrooster
(B) knelpuntberoepen, diploma secundair onderwijs of opleiding basiseducatie: jaarlijks plafond van 180 uren. Voor het bepalen van het aantal uren betaald educatief verlof komen enkel de effectief aanwezige lesuren in aanmerking. Een lesperiode van 50 minuten geeft recht op één uur educatief verlof. Het aantal aldus berekende uren is begrensd. De plafonds variëren naargelang de aard van de gevolgde opleiding en liggen soms hoger als de opleiding tijdens de werkuren plaatsvindt. Het recht op BEV wordt toegekend per schooljaar, d.w.z. de periode van 01/09 tot en met 31/08. De jaarlijkse maxima zijn van toepassing ongeacht het aantal modules of opleidingen die men tijdens dat schooljaar volgt.
Opname en cumulatie Het BEV mag opgenomen worden in dagen, halve dagen, uren of gedeelten van [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
uren maar kan per dag niet meer bedragen dan het aantal uren dat de werknemer normaal zou moeten presteren. BEV mag ook opgenomen worden op niet-lesdagen of tijdens de tussentijdse schoolvakanties zolang het BEV maar tussen begin- en einddatum van de opleiding opgenomen wordt Brussels Hoofdstedelijk Gewest
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
Brussel Economie en Werkgelegenheid - Gewestelijke Overheidsdienst Brussel
[Wie beheert de incentive?]
Budget [Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
2019: (schooljaar2017/2018): 11.798.114.2020 : (schooljaar 2018/2019) : 14.510.020 Schooljaar2017/2018: 11.798.114. Schooljaar 2018/2019 : 14.510.020
Aantal begunstigden
2019: 9.270 werknemers (in totaal en niet alleen Vlaamse werknemers )
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
2020: 10.030 werknemers
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
16
4.4
Incentive: Geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie inzake studies met een voltijd leerplan
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Het GPMI gaat uit van de verwachtingen, de vaardigheden, de bekwaamheden en de behoeften van de betrokkene en van de mogelijkheden van het OCMW. Wat de studenten betreft, is het GPMI erop gericht om de professionele inschakelingskansen van de betrokkene te verhogen door het volgen van studies. Het gaat hier om een GPMI om de kansen van jongeren op de arbeidsmarkt te verhogen door hen de mogelijkheid te bieden om studies te volgen. Het kan hier zowel gaan om het behalen van een diploma van secundair onderwijs als om het behalen van een diploma na het volgen van hogere studies. Het GPMI bestaat uit een schriftelijke overeenkomst tussen de betrokken partijen die de overeenkomst ook ondertekenen. Dit zijn minstens het OCMW en de gerechtigde op maatschappelijke integratie. Bovendien kunnen ook andere partijen participeren om bepaalde doelstellingen van het project te realiseren. De opmaak van het GPMI betreft een wederkerig gebeuren waarbij rekening gehouden wordt met de wensen en noden van de verschillende partijen.
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Voorwaarden toepassingsgebied [Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Het kan hier zowel gaan om het behalen van een diploma van secundair onderwijs als om het behalen van een diploma na het volgen van hogere studies.
Voorwaarden toepassingsgebied: Voorwaarde: >Studies die de inschakelingskansen in het beroepsleven verhogen, >Studies met een voltijds leerplan (aanvatten, hervatten of voortzetten), >In een door de gemeenschappen erkende, georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinstelling.
Minimum omvang opleiding/begeleiding
Studies met een voltijds leerplan (aanvatten, hervatten of voortzetten): -
Studies met een voltijds leerplan: Opdat een student recht kan hebben op leefloon dient hij “studies met voltijds leerplan” te volgen. Het begrip “studie met voltijds leerplan” refereert naar de reglementering van de gemeenschappen en onderscheidt zich van andere types zoals deeltijds onderwijs of onderwijs voor sociale promotie. Het betreft het voltijds secundair onderwijs en het universitair en niet-universitair hoger onderwijs, voor zover ze door de betrokken gemeenschap beschouwd als studies met voltijds leerplan. Om te voldoen aan het begrip “studies met voltijds leerplan” van art. 11, §2, a, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, moet de student ingeschreven zijn voor een opleiding die leidt tot een diploma (of een overeenstemmend getuigschrift) én moet hij effectief aanwezig zijn in de les. Aanvulling: namelijk de studies die gelijkgesteld worden met studies voltijds leerplan – terug te vinden in onze omzendbrief van 03/08/2004. Daar is onder andere onderwijs sociale promotie in dagonderwijs, duaal leren, …. ook bij.
-
Aanvatten, hervatten of voortzetten: Een student moet ingeschreven zijn en gedurende het gehele academiejaar blijven, voor een studie met voltijds leerplan in een door de Gemeenschappen erkende, georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinstelling. Zo niet onderbreekt hij zijn studies en verliest hij zijn hoedanigheid van student. Ook indien zijn inschrijving behouden blijft, maar de student zelf aangeeft dat hij niet wil verder studeren of dat er objectieve
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
17
elementen zijn die hierop wijzen (bv. inschrijving als werkzoekende bij de arbeidsbemiddelingsdienst (VDAB, Actiris, FOREM)) wordt dit als een onderbreking van zijn studies beschouwd.
Andere voorwaarden toepassingsgebied:
Studies die de inschakelingskansen in het beroepsleven verhogen: De Memorie van Toelichting van de RMI-wet verduidelijkt wat hiermee bedoeld wordt. De studies dienen “hun kansen op een eerste job te verhogen (om zich op de arbeidsmarkt in te schakelen moeten jongeren immers gestimuleerd worden om het hoogste scholings- of opleidingsniveau te bereiken terwijl zij tijdens deze overgangsperiode het leefloon behouden). Dit betekent dat niet alleen studies om het diploma secundair onderwijs te behalen kunnen gevolgd worden door de student met behoud van het leefloon, maar ook bachelor- én masterstudies. Na het behalen van een bachelorsdiploma kan de student zich inschrijven voor een masteropleiding, inclusief de overstapjaren (zoals een schakelprogramma of een voorbereidingsprogramma) die nodig zijn om de master te kunnen aanvatten, mét behoud van het leefloon. Het volgen van een specialisatiejaar kan enkel met behoud van leefloon indien deze de kansen op de arbeidsmarkt voor de student verhoogt. Het volgen van een SLO (Specifieke Lerarenopleiding) wordt bijvoorbeeld aanzien als een specialisatiejaar dat de kansen op de arbeidsmarkt verhoogt en kan dus gevolgd worden mét behoud van het leefloon. De studiekeuze komt de student toe, maar moet met het OCMW besproken worden. Het OCMW en de student leggen vervolgens samen een GPMI vast met betrekking tot de studies. Het OCMW beschikt steeds over een autonome bevoegdheid (kijken wat zij haalbaar achten voor de student bv.). Voorwaarde: In een door de Gemeenschappen erkende, georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinstelling: De student moet de studies volgen “in” een door de Gemeenschappen erkende, georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinstelling. Afstandsonderwijs of studies onder examencontract voldoen dus niet aan deze voorwaarde, aangezien de student dan niet de lessen mag of kan volgen in de onderwijsinstelling. Diegene die studies volgt aan een buitenlandse universiteit voldoet evenmin aan deze voorwaarde tenzij de studie kadert in een Erasmusstage of andere buitenlandse studiestage.
Doelgroep
Werkzoekende, werknemers, zelfstandigen (selectie)
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voor jongeren minder dan 25 jaar oud en andere verplichte gpmi-ers (dus niet voltijd leerplan) vermelden (naast de studenten): vanaf 25 jaar indien laatste 3 maanden geen leefloon gehad + facultatief voor eenieder van zodra betrokkene of OCMW het aangeraden vindt.
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit:
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…):
In het GPMI moeten een aantal verplichtingen voor de jongere worden opgenomen. Het gaat om volgende zaken: > De jongere verbindt zich er toe de lessen op regelmatige wijze te volgen, deel te nemen aan de examenzittijden en
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
18
alle noodzakelijke inspanningen te leveren om te slagen. Hiervan kan enkel afgeweken worden om gezondheids- of billijkheidsredenen. > De jongere moet zich engageren om: Zijn rechten te laten gelden op studietoelagen, De nodige stappen te zetten om te bekomen dat zijn eventuele kinderbijslag en/of onderhoudsgeld rechtstreeks aan hem wordt gestort indien er een relatiebreuk met de ouders is. >De jongere moet zijn werkbereidheid aantonen tijdens de periodes die verenigbaar zijn met zijn studies, tenzij dit niet mogelijk is wegens gezondheids- of billijkheidsredenen. Let op: Deze voorwaarde moet individueel geval per geval nagegaan worden. Het is bijgevolg onwettig indien het OCMW als regel hanteert dat het recht op leefloon voor elke student gedurende één maand gestopt wordt gedurende de maanden juli en augustus. >De jongere moet het bewijs leveren van zijn inschrijving voor studies met voltijds leerplan aan een secundaire school, een hogeschool of universiteit. In de overeenkomst worden de gevolgde studies vermeld, alsook de onderwijsinstelling.
Omvang voor lerende De toekenning en het behoud van het leefloon kunnen gepaard gaan met een [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI).
Opname en cumulatie Het GPMI moet gelden voor de ganse duur van de studies. Het kan gaan om één [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau [Federaal,
overeenkomst die mogelijkerwijze aangepast wordt gedurende de duur ervan, maar het kan ook gaan om verschillende aaneensluitende contracten.
Federaal
Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie [Wie beheert de incentive?]
POD Maatschappelijke Integratie. => Het is het OCMW, meer bepaald de maatschappelijk werker belast met het dossier, die in samenwerking met de betrokkene het GPMI zal opstellen. Zij zullen een analyse maken van de noden en van de troeven van de betrokkene en zullen het akkoord eventueel ook kunnen wijzigen doorheen de tijd en rekening houdend met de concrete situatie. Het is de POD MI, in het bijzonder de inspectiedienst, die controles uitvoert op de voorwaarden van de uitvoering van het GPMI. Zij moeten bekijken of alles conform de wettelijke bepalingen is gebeurd. Verder staat de POD MI ook in voor de toelages die het OCMW ontvangt in het kader van het GPMI.
Budget
2019: 16.158.316,48
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
2020: 17.351.986,41
Aantal begunstigden
2019: 34575 (aantal unieke personen op jaarbasis)
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
2020: 34803 (aantal unieke personen op jaarbasis)
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
19
4.5
Incentive: KMO-portefeuille voor zelfstandigen
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
De kmo-portefeuille is een maatregel waardoor je – als ondernemer – financiële steun krijgt voor de aankoop van diensten die de kwaliteit van je onderneming verbeteren. Concreet zijn dat opleidingen en adviesdiensten zoals bijvoorbeeld het opstellen van een communicatieplan voor je bedrijf. Dit met het doel je Vlaamse onderneming te professionaliseren. Vorming – hoofdzakelijk bedoeld om de werking van je onderneming te verbeteren, dit bij geregistreerde dienstverleners.
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
De opleiding kost minimaal 100 euro – exclusief btw, inclusief verplaatsingskosten van de docent en de cateringkosten beperkt tot 25 euro per persoon per dag.
Minimum omvang opleiding/begeleiding
Andere voorwaarden toepassingsgebied (bijv. m.b.t. e-leren, tijdstip lessen,…):
Kies je voor afstandsleren (e-learning)? Dan moet er rechtstreekse interactie zijn met de docent. Bij elke les teken je de aanwezigheidslijst (schriftelijk of elektronisch).
Indienen steunaanvraag
De steunaanvraag kan worden ingediend vanaf het moment dat je ingeschreven bent tot uiterlijk veertien kalenderdagen na de startdatum van de opleiding. Er kan geen steun aangevraagd worden voor opleidingen die reeds betaald zijn of reeds gesubsidieerd zijn.
Doelgroep
Zelfstandigen in de privé-sector.
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Toelichting: Van toepassing op kmo’s en beoefenaars van vrije beroepen: voor de werkenden in het bedrijf. Werkenden in het bedrijf = een persoon die binnen een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld is en zijn activiteit uitoefent binnen een in het Vlaamse Gewest gelegen exploitatiezetel van een onderneming en die ingeschreven is bij de RSZ (geen jobstudenten); een persoon die voornamelijk als zaakvoerder of actieve vennoot aangesloten is bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering van Zelfstandigen of bij een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen; een natuurlijk persoon die koopman is of een zelfstandig vrij beroep uitoefent; een helper van een zelfstandige die onderworpen is aan het sociaal statuut; een meewerkende echtgenoot/echtgenote of wettelijk samenwonende partner (die onderworpen is aan het sociaal statuut der zelfstandigen) Is de zaakvoerder een vennootschap, dan komen de werkenden van deze zaakvoerende vennootschap niet in aanmerking voor steun.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
20
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende:
Je vestiging ligt in het Vlaams Gewest. Daar zijn ook de 'werkenden in je bedrijf' aan de slag.
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: /
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…):
Je onderneming is een kmo (volgens de Europese kmo-definitie) of je beoefent een vrij beroep.; Je onderneming heeft een aanvaardbare rechtsvorm.; Je bent actief in de privésector. De participatie van een administratieve overheid is minder dan 25 procent. Je bedrijf heeft een aanvaardbare hoofdactiviteit.
Omvang voor lerende Kleine ondernemingen genieten 30% steun, een middelgrote onderneming 20% [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
Opname en cumulatie [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
steun. Het maximale steunplafond per jaar is 7.500 euro steun.
Je kan steun aanvragen tot je persoonlijke maximum is bereikt of tot het budget van de portefeuille is uitgeput.
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
Vlaio
[Wie beheert de incentive?]
Budget
Voorziene jaarbudget is 40.000.000
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Aantal begunstigden [Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Aantal ondernemingen in 2020 die voor 1 of meerdere opleiding subsidie hebben verkregen : 55.834
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
21
4.6
Incentive: Loopbaancheques
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
VDAB: De burger grip laten krijgen, houden of verstevigen op de eigen loopbaan. En dus ook de arbeidsmarkt.
De professionele ondersteuning van de professioneel actieve persoon bij het nemen van loopbaankeuzen en -beslissingen tijdens een proces waarbij het ontdekken, het versterken of het ontwikkelen van de loopbaancompetenties die nodig zijn om de loopbaan zelf actiever te beheren, centraal staan zodat zijn arbeidsmarktpositionering kan worden versterkt. De loopbaanbegeleiding vertrekt vanuit de loopbaanvraag en is continu afgestemd op maat van de klant. De loopbaanbegeleiding resulteert in de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan en heeft een impact op de inzetbaarheid en flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Het initiatief voor het aanvragen van de loopbaanbegeleiding met de loopbaancheque vertrekt altijd vanuit de professioneel actieve persoon. De loopbaanbegeleiding met de loopbaancheque maakt geen deel uit van een andere vorm van begeleiding, opleiding, outplacement of coaching, ook niet als voorbereiding of sluitstuk ervan;
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om de incentive te mogen gebruiken?
(Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Minimum omvang opleiding/begeleiding:
klant heeft per 6 jaar recht op één cheque van 4 uur en een tweede cheque van 3 uur. Per cheque moet het loopbaancentrum een ondertekende aanwezigheidsfiche, contract en als resultaat een POP voorleggen. Beide cheques kunnen samen opgenomen worden om zo één lange begeleiding te vormen. Je bent bereid om loopbaanbegeleiding te volgen bij een erkend loopbaancentrum en om die loopbaanbegeleiding in het Nederlands te volgen. Een loopbaancentrum mag geen loopbaanbegeleiding met loopbaancheques aanbieden in een andere taal.
Andere voorwaarden toepassingsgebied:
Doelgroep [Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Er bestaat een duidelijke afbakening tussen lbb en opleiding / interne coaching / therapie / stress- en burnout-begeleiding / …. Werknemer (In de privésector, en in de openbare sector) en zelfstandigen die woont of werkt in Vlaanderen en die over minstens 84 maanden werkervaring beschikt.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
22
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Woonplaats van de lerende: / Je woont in Vlaanderen of Brussel. Naast deze algemene voorwaarde, is er een uitzondering waarbij je toch in aanmerking komt. Uitzondering 1: woon je niet in Vlaanderen of Brussel, dan heb je onder bepaalde voorwaarden toch recht op loopbaanbegeleiding. >Woon je in een ander land dan België dat tot de EU of EER behoort? Dan heb je recht op loopbaanbegeleiding als je in Vlaanderen of Brussel werkt. >Woon je in Wallonië? Dan heb je recht op loopbaanbegeleiding als je in Vlaanderen of Brussel werkt én als je verhuisd bent vanuit een ander land dat tot de EU of EER behoort. >Woon je als Belg in Wallonië en werk je in Vlaanderen of Brussel, dan heb je dus géén recht op loopbaanbegeleiding. Wallonië is immers een deelstaat en geen ander land dat tot de EU of EER behoort. De Vlaamse Gemeenschap is niet bevoegd om regelgeving uit te schrijven voor inwoners van Wallonië. Uitzondering 2: bepaalde specifieke situaties worden gelijkgesteld aan 'werken als werknemer of zelfstandige'. Bevind je je in zo'n situatie, dan heb je ook recht op loopbaanbegeleiding. We geven hieronder enkele voorbeelden: >Je werkte het afgelopen schooljaar van 1 september tot en met 30 juni als leerkracht en hebt momenteel geen contract omdat het zomervakantie is (juli - augustus). >Je ontvangt een verbrekingsvergoeding. >Je zit in je opzegtermijn. >Je ontvangt een ontslagcompensatievergoeding. >Je ontvangt een ziekte-uitkering en hebt nog een contract bij je werkgever. Je hoeft geen goedkeuring te vragen aan de adviserend geneesheer van de mutualiteit. >Je bent in zwangerschapsverlof of ouderschapsverlof. >Je volgt een IBO. >Je bent tewerkgesteld via dienstencheques zonder bijkomende inkomensgarantieuitkering. >Je ontvangt een onderbrekingsvergoeding, inschakelingsvergoeding of overbruggingsvergoeding. >Je hebt een wepppluscontract. >Je bent een invoegwerknemer. >Je volgt een opleiding bedrijfsbeheer bij Syntra en zit in je stageperiode. >Je bent tijdelijk werkloos door overmacht of om economische redenen. >Ben je in brugpensioen, dan kom je níet in aanmerking. Uitzondering 3: werk je op het moment van je aanvraag als uitzendkracht? Dan heb je ook recht op loopbaanbegeleiding als je minimum 7 jaar gewerkt hebt.
Tewerkstellingsplaats van de lerende: / Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: Minimum 7 jaar anciënniteit/werkervaring. + Je werkt momenteel voltijds of deeltijds als werknemer of zelfstandige. Je hebt minimum 7 jaar werkervaring (of 2.555 dagen) in loondienst of als zelfstandige opgebouwd over je hele loopbaan.
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Omvang lerende
voor
[Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): / Als men een job heeft, dan heeft men elke 6 jaar recht op loopbaancheques voor 7u loopbaanbegeleiding. Loopbaancheque 1 omvat 4u loopbaanbegeleiding, loopbaancheque 2 omvat 3u loopbaanbegeleiding. Men betaalt 40 euro per loopbaancheque
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
23
Opname en Je kan twee loopbaancheques binnen een periode van zes jaar gebruiken voor twee korte trajecten, of je kan deze ook combineren tot één langlopende begeleiding. >Bestel dan cumulatie [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
eerst één loopbaancheque van 4 uur. Heb je de 4 uur loopbaanbegeleiding gevolgd, dan kan je een tweede loopbaancheque bestellen. >Let wel: op het moment dat je de tweede loopbaancheque aanvraagt, moet je nog aan de voorwaarden beantwoorden voor loopbaancheques. Een van deze voorwaarden is dat je aan het werk bent. >Je kan de tweede loopbaancheque voor loopbaanbegeleiding gebruiken in hetzelfde loopbaancentrum, maar je mag ook naar een andere loopbaancentrum gaan. Eens de cheque gestart is kan je niet omschakelen naar een ander centrum. Je kan ook geen resterende uren overdragen.
Eens een cheque afgesloten is, kan je ook geen beroep meer doen op de resterende uren, indien de uren niet volledig opgenomen werden. Je volgde de voorbije 6 jaar nog geen loopbaanbegeleiding.
Niveau
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
VDAB
[Wie beheert de incentive?]
Budget [Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
17.753 personen (2020) Aantal begunstigden 23.434 personen (2019) [Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
24
4.7
Incentive: Open aanbod online opleidingen VDAB
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Voorwaarden toepassingsgebied [Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive?
Burgers stimuleren om hun competenties te versterken en aan te zetten tot levenslang leren door een laagdrempelig aanbod aan korte opleidingen, die hoofdzakelijk online doorgaan.
Het open aanbod aan online cursussen, webinars en workshops (online of klassikaal) van VDAB: Oriënterende opleidingen en beroepsgerichte opleidingen, of om opleidingen met focus op generieke competenties.
Voorwaarden toepassingsgebied:
Minimum omvang opleiding/begeleiding: / Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
(Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Doelgroep
Alle burgers
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Woonplaats van de lerende: / Tewerkstellingsplaats van de lerende: / Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: / Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: / Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): Om te kunnen deelnemen aan de workshops en online cursussen moet je een account aanmaken op de website van VDAB. De cursist moet zelf over laptop/tablet/telefoon met internet beschikken. Voor bepaalde softwarecursussen moet de cursist zelf over de juiste software beschikken. Voor bepaalde cursussen kan het aanbevolen zijn een bepaalde voorkennis te hebben (of eerst een andere cursus te hebben doorgenomen)
Omvang voor lerende Gratis opleiding [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
25
Opname en cumulatie
Iedereen kan zich gratis inschrijven voor de cursus van zijn/haar keuze
[Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Geen beperkingen qua cumulatie
Niveau
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
VDAB
[Wie beheert de incentive?]
Budget
/
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Aantal begunstigden
Online opleidingen: 72.705 unieke cursisten / 202.273 inschrijvingen
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
26
4.8
Incentive: Opleidingscheques
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Een betaalmiddel waarmee de werknemer de directe kosten van de opleiding, zoals het inschrijvingsgeld, het cursusmateriaal of boeken, kan betalen.
Toepassingsgebied
U kunt opleidingscheques gebruiken voor het betalen van:
[Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
1.
een opleiding die geregistreerd is in de Opleidingsdatabank Vlaamse opleidingsincentives: alleen als u hoogstens een diploma secundair onderwijs hebt (dus alleen voor kortgeschoolden of middengeschoolden).
2.
een loopbaangerichte opleiding: geldig voor zowel kortgeschoolden, middengeschoolden als hooggeschoolden. Een loopbaangerichte opleiding is een opleiding die noodzakelijk is voor de uitvoering van het jobdoelwit uit het persoonlijk ontwikkelplan (POP) opgemaakt tijdens een loopbaanbegeleiding bij een erkend loopbaancentrum.
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
De opleiding duurt minstens 32 uren of 3 studiepunten.
Doelgroep
Werknemers.
Minimum omvang opleiding/begeleiding
Andere voorwaarden toepassingsgebied:
De opleidingsverstrekker moet geregistreerd zijn als een gekwalificeerd dienstverlener.
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
U woont in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
U woont in een ander land dan België dat tot de EU of EER behoort én u werkt in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
U woont in Wallonië, nadat u verhuisd bent uit een ander land (dan België) dat tot de EU of EER behoort én u werkt in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit:
U bent werknemer of u werkt als uitzendkracht. Als u zich in een situatie van tijdelijke werkloosheid bevindt, bent u nog steeds onder arbeidscontract bij uw werkgever en komt u in aanmerking. geen jobstudenten of deeltijds lerenden
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende:
Als kort- of middengeschoolde werknemer kunnen er opleidingscheques aangekocht en gebruikt worden voor alle opleidingen die geregistreerd zijn in de opleidingsdatabank, alsook voor loopbaangerichte opleidingen. Een
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
27
hooggeschoolde werknemer kan enkel opleidingscheques gebruiken voor het volgen van loopbaangerichte opleidingen.
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…):
U volgt de opleiding op eigen initiatief.
Omvang voor lerende Per schooljaar: cheque van maximaal €250. Daarvan betaalt de werknemer de [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
helft zelf, de Vlaamse overheid betaalt de andere helft. Uitz 1: Werknemers zonder een diploma hoger onderwijs die een opleiding volgen die leidt tot een graduaats- of bachelorsdiploma, kunnen een opleidingscheque van maximaal € 500 aankopen. De werknemer betaalt de helft, net zoals de Vlaamse overheid. Uitz 2: Werknemers zonder diploma secundair onderwijs die één van deze opleidingen volgen: ‘basisgeletterdheid’, ‘rekenvaardigheid’, ‘ICT-vaardigheden’, of ‘Nederlands voor anderstaligen’, een opleiding die leidt naar een diploma secundair onderwijs of een onderwijskwalificatie niveau 4, of knelpuntopleiding; dan is er geen persoonlijke bijdrage voor een OC van max 250 euro. Opleidingscheques kunnen gebruikt worden om de directe kosten bij de opleidingsverstrekker te betalen.
Opname en cumulatie De combinatie opleidingscheques en kmo-portefeuille om eenzelfde opleiding te [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
betalen kan niet.
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
Departement Werk en Sociale Economie
[Wie beheert de incentive?]
Budget [Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Aantal begunstigden
Nominale waarde opleidingscheques in euro voor schooljaar 2019-2020: 3.460.545. Tussenkomst Vlaamse overheid: 2.159.817,17
Schooljaar 2019-2020: 18.156 goedgekeurde aanvragen
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
28
4.9
Incentive: Premie bij 1ste diploma secundair onderwijs
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Een premie voor wie in het volwassenonderwijs een diploma secundair onderwijs behaalt.
Diplomagerichte beroepsopleiding of de hbo5-opleiding die in combinatie met de (gratis) opleiding Aanvullende Algemene Vorming succesvol beëindigd is.
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
Minimum omvang opleiding/begeleiding: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
Doelgroep
Werknemer, werkzoekende, zelfstandigen in de private en openbare sector
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: /
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende:
Als je in het verleden al een diploma secundair onderwijs behaalde, kom je niet in aanmerking voor de premie.
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…):
Behalen van een 1e diploma van secundair onderwijs via een Centrum voor Volwassenenonderwijs. Dit door de combinatie van certificaat van de opleiding Aanvullende algemene vorming (gratis voor cursisten die nog niet over een diploma van secundair onderwijs beschikken) en ofwel een certificaat van een diplomagerichte beroepsopleiding ofwel een diploma van gegradueerde van een hbo5-opleiding (kan niet meer behaald worden sinds 31/08/2019, maar men kan gestart zijn in een hbo5-opleiding en afstuderen in een graduaatsopleiding in de hogeschool) in een Centrum voor Volwassenenonderwijs.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
29
Omvang voor lerende Voor inschrijvingsgeld betaald tot en met het schooljaar 2014-2015: [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
Maximum 460 euro per diplomagerichte beroepsopleiding per schooljaar
Maximum 575 euro per hbo5-opleiding per schooljaar
Het komt nog steeds occasioneel voor dat cursisten nu hun diploma secundair onderwijs behalen en hun traject startte in 2014-2015 of vroeger. Voor inschrijvingsgeld betaald vanaf het schooljaar 2015-2016: Maximum 600 euro per diplomagerichte beroepsopleiding of hbo5-opleiding per schooljaar, met een maximum van 300 euro per semester Je krijgt alleen een terugbetaling voor het wettelijk inschrijvingsgeld dat je effectief betaald hebt voor de modules van de opleiding waarin je afstudeert:
Je krijgt enkel een premie voor de modules waarvoor je geslaagd bent.
Als je een (gedeeltelijke of volledige) vrijstelling van inschrijvingsgeld hebt verkregen, wordt hiermee rekening gehouden.
Bijkomende kosten voor cursusmateriaal krijg je niet terugbetaald.
Modules gevolgd in een andere opleiding krijg je niet terugbetaald.
Voor het gedeelte dat je met opleidingscheques betaald hebt, krijg je geen premie.
Opname en cumulatie Met een maximum van 300 euro per semester [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Je kan de premie aanvragen als je via het volwassenenonderwijs voor de 1ste keer je diploma secundair onderwijs behaalt.
Niveau
Vlaams
Voor het gedeelte dat je met opleidingscheques betaald hebt, krijg je geen premie.
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie [Wie beheert de incentive?]
Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen Afdeling Hoger en Volwassenenonderwijs
Budget
2019: 566.000 euro
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
2020: 541.000 euro
Aantal begunstigden
2019: 973 personen
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
2020: 963 personen
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
30
4.10
Incentive: Studietoelage/vermindering studiegeld
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Een studietoelage, vaak ook 'studiebeurs' genoemd, is de steun die de gemeenschappen toekennen aan minder begunstigde leerlingen. Deze steun kan worden aangevraagd tijdens het en het hoger onderwijs. Vanaf 2019-2020 worden de studietoelagen enkel nog toegekend voor opleidingen in het hoger onderwijs. De schooltoelagen voor het kleuter, lager en secundair onderwijs maken vanaf dan deel uit van het Groeipakket (als “selectieve participatietoeslag”) en worden automatisch toegekend. De instelling voor hoger onderwijs waar je studeert, moet ambtshalve geregistreerd zijn. Ambtshalve geregistreerd zijn: >Alle universiteiten en hogescholen van de Vlaamse Gemeenschap (dus ook de Vlaamse instellingen in Brussel) >De Evangelische Theologische Faculteit in Heverlee >De Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel. Ook de Vlerick School voor Management, het Instituut voor Tropische Geneeskunde en de Antwerp Management School vallen onder deze uitzondering. Bij deze instellingen is het wel belangrijk om na te gaan of de opleiding erkend werd (zie later) en of ze in aanmerking komen voor financiering Als je opleiding door twee onderwijsinstellingen samen wordt georganiseerd, is het voldoende dat een ervan ambtshalve geregistreerd is in de Vlaamse Gemeenschap. Ook als de andere onderwijsinstelling buiten de Vlaamse Gemeenschap of buiten België valt, kan je in aanmerking komen voor een studietoelage. Als je in een ambtshalve geregistreerde instelling bent ingeschreven en je volgt een deel van je opleiding buiten de Vlaamse Gemeenschap met een Erasmusbeurs, dan kan je nog altijd een studietoelage krijgen boven op de Erasmusbeurs. Je opleiding moet geaccrediteerd zijn, erkend als nieuwe opleiding of tijdelijk erkend. Of dat het geval is, kan je nagaan in het Hogeronderwijsregister. Sommige opleidingen zijn niet geaccrediteerd, maar komen toch in aanmerking voor een studietoelage: Voorbereidingsprogramma’s, Schakelprogramma’s. Dat zijn programma’s die de overgang helpen maken naar een masteropleiding. Een bachelor-na-bachelor (banaba) of master-na-master (manama) komt nooit in aanmerking voor een studietoelage.
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Alleen met een diplomacontract voor minstens 27 studiepunten van financierbare opleidingen kom je in aanmerking voor een studietoelage. Uitzondering: in het jaar dat je je diploma behaalt, mag het aantal studiepunten lager zijn. Nieuwe uitzondering: ben je ernstig ziek en je kan hierdoor geen 27 studiepunten opnemen, dan moet men door arts ingevuld attest bezorgen. Geen studietoelage: Studenten met een credit- of examencontract. Studenten aan de open universiteit of internetinschrijvingen voor studies in het buitenland. Dergelijke studies kunnen wel leiden tot een erkend diploma, maar worden in Vlaanderen gelijkgesteld met een examencontract. Per academiejaar kan je maximaal een studietoelage krijgen voor 60 studiepunten.
Minimum omvang opleiding/begeleiding
Andere voorwaarden toepassingsgebied:
Je kan een studietoelage krijgen voor het behalen van een diploma voor: 2 bacheloropleidingen, 2 graduaatsopleidingen, 1 masteropleiding, 1 lerarenopleiding (een educatieve graduaatsopleiding, een educatieve bacheloropleiding of een educatieve masteropleiding)* *Let op: heb je bijvoorbeeld al een diploma voor 3 bachelors, dan kan je geen studietoelage meer
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
31
krijgen voor het volgen van een educatieve bacheloropleiding. Hetzelfde geldt als je al een diploma hebt voor 3 graduaten of 2 masters.// Je kan ook een studietoelage krijgen voor het voltooien van: 1 voorbereidingsprogramma*, 1 schakelprogramma. *Let op: een voorbereidingsprogramma als voorbereiding op een voortgezette opleiding, zoals een bachelor-na-bachelor of master-na-master, komt niet in aanmerking voor een studietoelage. Voorbeeld van een studietraject. Voortgezette opleidingen zijn niet financierbaar: HBO5 verpleegkunde (wel financierbaar door Groeipakket - zie www.groeipakket.be),Bachelor-na-bachelor, Master-na-master, Doctoraatsopleiding, Postgraduaatsopleiding, Doctoraat. We houden rekening met je volledige studiehistoriek, ongeacht of je er in het verleden een studietoelage voor hebt ontvangen.
Doelgroep [Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Werknemers, werkzoekenden, zelfstandigen in de publieke en private sector. Alle lerenden in het hoger onderwijs die in aanmerking komen
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende:
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: /
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende:
Een inschrijving in het hoger onderwijs vereist meestal wel een diploma secundair onderwijs. Dat is dus een ‘indirecte’ voorwaarde. Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): Men komt in aanmerking indien men: Nationaliteit: op 31 december 2020 Belg is of als EU-onderdaan als "Je bent uiterlijk op 31 december 2020 onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie (EU)* én je woont al 5 jaar onafgebroken in België.", of als EER-onderdaan als "Je bent onderdaan van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER)* en: Je hebt in de 2 jaar vóór 31 december 2020 minstens 12 maanden in België gewerkt met een arbeidsovereenkomst van minstens 32 uur per maand. of Je bent op 31 december 2020 2 jaar als zelfstandige ingeschreven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen." Je komt ook in aanmerking voor een toelage als je uiterlijk op 31 december 2020 tot een van de volgende categorieën behoort: > Studenten met een permanente verblijfsvergunning, >Erkende vluchtelingen, >Slachtoffers van mensenhandel. Je moet dan een attest hebben van een gespecialiseerde onthaaldienst. Nu zijn dat vzw Payoke in Vlaanderen, vzw Pagasa in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en vzw Sürya in het Waals Gewest. >Buitenlandse studenten onder ‘subsidiaire bescherming’, dat wil zeggen: met een verblijf van bepaalde duur in België wegens reëel levensgevaar in het land van herkomst. >Mensen van buiten de EER en hun kinderen die gedurende minstens 12 maanden onafgebroken wettig in België verblijven. Hun verblijfsvergunning werd niet verleend om hoger onderwijs te volgen of om te werken en er loopt ook geen asielprocedure. >Buitenlanders die zijn toegelaten tot een wettig verblijf in België op basis van gezinshereniging: ofwel met een persoon die Belg is of aan een van de andere nationaliteitsvoorwaarden voldoet (gelijkstelling met Belgische nationaliteit).
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
32
Ofwel met een persoon die op 31 december 2020 minstens 12 maanden wettig in België verblijft om er hoger onderwijs te volgen of te werken. Er mag voor deze persoon ook geen asielprocedure lopen. >Kandidaat-vluchtelingen van wie de asielaanvraag uiterlijk op 31 mei 2007 ontvankelijk is verklaard en waarvan de procedure nog steeds ten gronde lopende is. Dit komt nog maar weinig voor. Gezinssituatie en inkomen: Het belangrijkste criterium voor een toelage is de hoogte van het inkomen. Om te bepalen hoeveel je mag verdienen om in aanmerking te komen voor een toelage, kijken we eerst naar je 'leefeenheid'. Dat kan een gezin zijn, maar ook een student zelf, samenwonenden of alleenstaande studenten vormen een leefeenheid. Vervolgens berekenen we het inkomen van je leefeenheid. Daarbij houden we onder meer ook rekening met het aantal punten van de leefeenheid. Voor de bepaling van de leefeenheid geldt de situatie op 31 december 2020. Er zijn 4 mogelijkheden: categorie 1 "gehuwd of samenwonen", categorie 2 "zelfstandige student", categorie 3 "ten laste", categorie 4 "alleenstaand student". https://www.studietoelagen.be/gezinssituatie-hoe-bepaal-ik-mijn-leefeenheid // Inkomen: Je krijgt pas een toelage als je gezinsinkomen niet te hoog is. In vijf stappen bepalen we of je te veel verdient of niet https://www.studietoelagen.be/inkomen-hoeveel-mag-ik-verdienen-0 Er wordt ook een vermogenstoets uitgevoerd in de vorm van de “KI-test”. Als de waarde van het kadastraal inkomen (KI) van de onroerende goederen in het bezit van je leefeenheid te groot is in vergelijking met het inkomen, dan kom je niet in aanmerking voor een studietoelage. Studievoortgang: Je moet beschikken over voldoende studietoelagekrediet. Bij je allereerste inschrijving in het hoger onderwijs (met diplomacontract) krijg je een startstudietoelagekrediet van 60 punten en een jokerkrediet van 60 punten. Als je je inschrijft voor een of meer financierbare opleidingen, gaat het aantal punten van de inschrijving van je studietoelagekrediet af, ongeacht of je er in het verleden een studietoelage voor hebt ontvangen. De punten die je voor die opleidingen verwerft, komen bij je verworven studietoelagekrediet. Je studietoelagekrediet kan nooit minder zijn dan 0 of meer dan 60.
Omvang voor lerende Individueel berekend, zie https://www.studietoelagen.be/hoger-onderwijs-0, met [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
minimumtoelage van 277,46 euro (bij inkomen gelijk aan maximumgrens), toelage volgens formule (=gedeeltelijke toelage: tussen minimum- en volledige toelage) (bij inkomen tussen maximum- en minimumgrens), volledige toelage voor kotstudent 4293,85 euro en niet-kotstudent 2577,14 euro (bij inkomen niet hoger dan minimumgrens), met uitzonderlijke toelage kotstudent 5781,09 euro en nietkotstudent 3739,80 euro (bij inkomen niet hoger dan 1/10). Het bedrag van de studietoelage hangt af van: De verblijfplaats van de student tijdens het schooljaar: een kotstudent ontvangt een hogere studietoelage., De hoogte van het gezinsinkomen: er zijn minimum- en maximuminkomensgrenzen., Het aantal punten in de leefeenheid (je gezin): meer punten = hogere maximuminkomensgrens. Studietoelage voor een voltijds studietraject (60 studiepunten): Het studietraject (60 studiepunten of minder) en het resterende studietoelagekrediet. Let op, de berekening van de studietoelage gaat uit van het resterende studietoelagekrediet, ook al kies je voor een voltijds studietraject. Studietoelage voor minder dan 60 studiepunten: Wie zich inschrijft voor een studietraject van minder dan 60 studiepunten, krijgt een percentage van de bedragen voor voltijdse studenten. De minimumtoelage is altijd 277,46 euro. >Minder dan 27 studiepunten studietoelagekrediet: toelage = (toelage voor 60 studiepunten × aantal financierbare studiepunten) / 60 >Minstens 27 studiepunten
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
33
studietoelagekrediet en kotstudent: toelage = 30% toelage voor 60 studiepunten + [(70% toelage voor 60 studiepunten × aantal financierbare studiepunten) / 60 > Minstens 27 studiepunten studietoelagekrediet en geen kotstudent: toelage = 20% toelage voor 60 studiepunten + [(80% toelage voor 60 studiepunten × aantal financierbare studiepunten)] / 60. Net als bij het voltijds studietraject gaat de berekening van de studietoelage uit van het resterende studietoelagekrediet. Kotstudenten ontvangen een hogere studietoelage. Als je aan een van de volgende voorwaarden voldoet, word je als kotstudent beschouwd: >Je bent ingeschreven voor een volledig academiejaar en hebt een huurcontract afgesloten voor minstens 8 maanden. Je bent bovendien niet gedomicilieerd op het adres van je kot. >Je bent ingeschreven voor slechts 1 semester en hebt een huurcontract afgesloten voor minstens 4 maanden. Je bent bovendien niet gedomicilieerd op het adres van je kot. De geldigheidsvoorwaarden voor een kotcontract vind je hier. >Je bent gehuwd, zelfstandig of alleenstaand student. >Je volgt een opleiding buiten België, waarbij je in een buitenlandse onderwijsinstelling ingeschreven bent.
Opname en cumulatie Als je een financierbare opleiding combineert met een voortgezette opleiding (bv. [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
ba-na-ba) of met een voorbereidingsprogramma als voorbereiding op een voortgezette opleiding, kan je geen studietoelage krijgen. Uitzondering: zit je voor de financierbare opleiding in je diplomajaar, dan kom je wel in aanmerking voor een studietoelage. Wie een deeltijds studietraject volgt (= minder dan 60 studiepunten), krijgt een percentage van de toelage voor voltijdse studenten, maar minstens de minimumtoelage.
Niveau
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie [Wie beheert de incentive?]
Budget [Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Aantal begunstigden [Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Agentschap AHOVOKS (Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen), afdeling Studietoelagen. Financiering wordt steeds uitgedrukt in financiering voor academiejaren (en dus niet kalenderjaren). Voor het academiejaar 2019-2020 werd 113.132.678,44 euro toegekend. De behandeling van het academiejaar 2020-2021 is nog lopende en daarvoor werd voorlopig al 122.655.240,77 euro toegekend (studenten hebben tot 31 december 2021 de tijd om hun dossier te vervolledigen). Voor het academiejaar 2019-2020 zijn er 59.863 begunstigden. Voor het academiejaar 2020-2021 (voorlopig) 61.947.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
34
4.11
Incentive: Tijdskrediet motief opleiding
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Het recht aan de werknemer om in bepaalde situaties de arbeidsprestaties te onderbreken of te verminderen. Het is een maatregel die een betere combinatie tussen het professionele en het privé-leven beoogt.
Toepassingsgebied
Er is geen lijst bepaald van opleidingen die hiervoor in aanmerking komen.
[Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Ongeacht het type studies (bv. met het oog op het bekomen van een universitair diploma of een diploma hogere niet-universitaire studies, een talencursus of cursus informatica,…) of de onderwijsvorm (bv. dag- of avondonderwijs, afstandsonderwijs,…) kan dit tijdskrediet met motief worden bekomen voor zover aan minimum omvang opleiding tegemoet wordt gekomen => zie voorwaarden toepassingsgebied. Het moet gaan om:
Een opleiding erkend door één van de Gemeenschappen of de sector
onderwijs dat verstrekt wordt in een Centrum voor basiseducatie
een opleiding gericht op het behalen van een diploma of een getuigschrift van het secundair onderwijs
Zo vallen buitenlandse opleidingen niet onder het toepassingsgebied. (Een Erasmusproject dat voor een deel in het buitenland wordt gevolgd is geen probleem)
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Door de Gemeenschappen of de sector erkende opleiding: minstens 360 uren of 27 studiepunten per jaar of 120 uren of 9 studiepunten per schooltrimester of per ononderbroken periode van drie maanden ; onderwijs in een centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het behalen van een diploma of getuigschrift van secundair onderwijs: de grens wordt vastgesteld op 300 uren per jaar of 100 uren per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden.
Minimum omvang opleiding/begeleiding:
Andere voorwaarden toepassingsgebied:
Voldoen aan de voorwaarden van de cao nr.103 (recht op tijdskrediet) en het KB van 12.12.2001 (recht op uitkeringen).
Doelgroep [Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Werknemers in de privé-sector
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: Geen bepaling voor het recht op tijdskrediet. Voor het recht op onderbrekingsuitkeringen → woonplaats binnen de Europees Economische Ruimte + Zwitserland.
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Anciënniteitsvoorwaarde: Om recht te hebben op tijdskrediet met motief, moet de werknemer een anciënniteit hebben van 24 maanden in de onderneming. Concreet betekent dit dat de werknemer verbonden moet zijn geweest door een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de kennisgeving. De arbeidsregeling, voltijds of deeltijds, is hierbij niet relevant. Tewerkstellingsvoorwaarde: Zowel de voltijds als de deeltijds tewerkgestelde werknemers kunnen het tijdskrediet met motief onder de vorm van een volledige schorsing van hun arbeidsprestaties (= voltijds tijdskrediet) opnemen. De opname van een halftijds tijdskrediet is enkel mogelijk voor de werknemers die ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld zijn gedurende de twaalf maanden die hun schriftelijke aanvraag vooraf gaan. De werknemers kunnen in het kader van een tijdskrediet met motief hun arbeidsprestaties dus: volledig schorsen (voltijds tijdskrediet) en dit ongeacht de arbeidsregeling (voltijds of deeltijds) waarin ze in de onderneming tewerkgesteld zijn op het moment van hun schriftelijk aanvraag aan de werkgever; verminderen tot een halftijdse betrekking (halftijds tijdskrediet) voor zover zij ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld zijn gedurende de twaalf maanden die hun schriftelijke aanvraag vooraf gaan; verminderen met 1/5de (1/5de tijdskrediet), in principe ten belope van een dag of twee halve dagen per week, voor zover zij gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer én gedurende de twaalf maanden die voorafgaan aan hun schriftelijke aanvraag in een voltijdse arbeidsregeling tewerkgesteld zijn. De werknemers die aanspraak maken op een tijdskrediet met motief kunnen in dit kader hun arbeidsprestaties met 1/5de verminderen voor zover ze: gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer; én gedurende de twaalf maanden die voorafgaan aan hun schriftelijke aanvraag in een voltijdse arbeidsregeling tewerkgesteld zijn. Het 1/5de tijdskrediet kan slechts worden uitgeoefend door de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over vijf dagen of meer. Dit betekent dat het 1/5de tijdskrediet slechts mogelijk is voor werknemers die gewoonlijk minstens in een vijfdagenweek werken.
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): /
Omvang voor lerende Maximum 36 maanden over de gehele loopbaan. [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
Voor het halftijds -en voltijds tijdskrediet moet er voor dit motief een sectorale of ondernemings-cao in de mogelijkheid voorzien. De maximumduur kan in dit geval dus beperkt zijn tot de duur voorzien in dergelijke cao. Indien er geen sectorale -of ondernemings-cao in deze mogelijkheid voorziet, kan enkel het 1/5 tijdskrediet worden gevraagd. (zie ook volgende rubriek)
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
36
Opname en cumulatie Een vast krediet dat niet afhankelijk is van de gekozen opnamevorm (nl. voltijds, [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
halftijds of 1/5de tijdskrediet). Het recht 36 maanden wordt m.a.w. niet proportioneel verrekend bij de opname van een deeltijdse formule. Cumulatie: De opgenomen periodes van voltijds, halftijds of 1/5de tijdskrediet met een zorgmotief en deze met motief opleiding mogen samen wel niet meer dan 51 maanden bedragen. Op de voorziene maximumduur van 51 en 36 maanden moeten ook bepaalde periodes van loopbaanonderbreking en tijdskrediet die in het verleden werden opgenomen in mindering worden gebracht. (berekening => Zie Break@Work) Periodes van TK met motief zorg worden dus in mindering gebracht van de maximumduur van 3 maanden. Een eventueel overblijvend saldo kan wel voor een kortere periode dan de minimumduur kunnen worden opgenomen. Het tijdskrediet voor het volgen van een opleiding kan steeds worden opgenomen onder de vorm een 1/5de tijdskrediet. Een voltijds of halftijds tijdskrediet is daarentegen maar mogelijk indien de sector of onderneming hierover een collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten. Voor de uitoefening van een 1/5de tijdskrediet (ongeacht het motief) is er geen sector- of ondernemingscao nodig. De vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5de kan slechts worden opgenomen in twee vormen, zijnde één volledige dag op weekbasis of twee halve dagen op weekbasis. Bij de opname moet rekening worden gehouden met een minimumperiode van 6 maanden als het gaat om een 1/5de tijdskrediet en met een minimumperiode van 3 maanden als het een voltijds of halftijds tijdskrediet betreft. Opnemen in combinatie met de aanvang of uitbreiding van een niet-toegestane bezoldigde of zelfstandige activiteit niet mogelijk. De vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5de kan slechts worden opgenomen in twee vormen, zijnde één volledige dag op weekbasis of twee halve dagen op weekbasis. Onder bepaalde voorwaarden is het wel mogelijk om een andere uitoefening van het recht op 1/5de tijdskrediet vast te leggen dan die ten belope van een dag of twee halve dagen per week. Voor de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of cycli in een arbeidsregeling gespreid over vijf dagen of meer, bepaalt het paritair comité of de onderneming namelijk bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag of twee halve dagen per week of een gelijkwaardige regeling. Daarnaast kan voor de werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over vijf dagen of meer (waaronder diegene in ploegen of cycli) voor het organiseren van het 1/5de tijdskrediet een andere gelijkwaardige regeling over een periode van maximum 12 maanden worden vastgesteld: bij collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau; of ingeval er geen vakbondsafvaardiging in de onderneming aanwezig is, bij arbeidsreglement en mits daarover een schriftelijk akkoord wordt gesloten tussen de werknemer en de werkgever. Ook de werknemer die twee deeltijdse arbeidsovereenkomsten combineert bij 2 werkgevers kan onder bepaalde voorwaarden een 1/5de tijdskrediet met motief opnemen (mits de voorwaarden hiervoor vervuld zijn) voor zover de som van zijn tewerkstellingsbreuken bij beide werkgevers in totaal minstens een voltijdse betrekking omvat en mits toestemming van de werkgever(s) waar het 1/5de tijdskrediet zal worden uitgeoefend. Om de 1/5de vermindering te bepalen, wordt rekening gehouden met de voltijdse arbeidsduur bij de werkgever waar het tijdskrediet wordt opgenomen. Het 1/5de tijdskrediet kan proportioneel worden genomen bij elk van de 2 werkgevers op voorwaarde dat de aanvang en de
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
37
duurtijd van beide loopbaanverminderingen identiek is en samen een 1/5de loopbaanvermindering vormt.
Niveau
Federaal
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie [Wie beheert de incentive?]
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, RVA staat in voor Uitkeringen. Fiscale en sociale zekerheidsaspecten van het tijdskrediet: FOD Sociale Zekerheid + FOC Financiën.
FOD Waso is bevoegd over het arbeidsrechtelijke aspect. De cao nr.103 kwam tot stand door de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad.
Budget
2019: 3.306.593 EUR
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
2020: 3.549.231 EUR
Aantal begunstigden
1.779 verschillende personen in 2019, of gemiddeld 936 fysieke eenheden per maand;
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
1.851 verschillende personen in 2020, of gemiddeld 1.004 fysieke eenheden per maand
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
38
4.12
Incentive: Tussenkomst arbeidsgereedschap en – kledij
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Voorwaarden toepassingsgebied [Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Doelgroep
Terugbetaling van de kosten, wanneer men door een arbeidsbeperking of gezondheidsprobleem arbeidsgereedschap of -kleding nodig heeft. Deze incentive probeert personen met een handicap meer te laten participeren aan het arbeidsleven. voor volgende opleidingen kan arbeidsgereedschap of -kledij gebruikt worden: erkende opleidingen VDAB (WN en WZ) IBO en IBO+, duaal leren opleidingen met leertijd Daarnaast kunnen ook werknemers en zelfstandigen hier gebruik van maken (alle sectoren). Voorwaarden toepassingsgebied: Minimum omvang opleiding/begeleiding: / Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
zie rubriek “toepassingsgebied”, ongeacht sector
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden doelgroep [Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Voorwaarden mbt: Woonplaats van de lerende: / Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: / Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: / Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…):
Klant moet beschikken over een recht op arbeidspostaanpassingen en arbeidsgereedschap en -kledij (zie voorwaarden onder I.) én voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de terugbetaling van arbeidsgereedschap en -kledij (zie voorwaarden onder II.): I. Klant komt in aanmerking voor het recht wanneer voldaan is aan een criterium uit het ministerieel besluit van 29 april 2021 ter uitvoering van artikel 4 uit het BVR van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap: CRITERIUMLIJST 1: geattesteerde criteria voor toekenning van een BTOM-recht of het advies collectief maatwerk
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
39
AANPASSING ARBEIDSOMGEVING (= aanpassing arbeidspost, aangepast arbeidsgereedschap, aangepaste arbeidskledij):
Criteria onbepaalde duur
beschikken over een door het VAPH/VFSIPH/RF2 gegeven ticket van onbepaalde duur: w2 w3 aangepaste arbeidsomgeving tegemoetkoming in hulpmiddelen en/of aanpassingen in de privésituatie aanvulling onderste ledematen vervanging onderste ledematen aanvulling bovenste ledematen vervanging bovenste ledematen aanvulling romp, wervelzuil, bekken aanvulling gehoor vervanging gehoor aanvulling zicht vervanging zicht aanvulling/vervanging spraak
reeds een tegemoetkoming ontvangen hebben voor een aanpassing in de werkomgeving van: het VAPH/VFSIPH/RF -
VDAB
beschikken over een geldige, positieve, beslissing van het VAPH waaruit blijkt dat de persoon met arbeidshandicap tot één van de volgende doelgroepen behoort: blinden slechtzienden slechthorenden met een ernstig gehoorverlies of doven slechthorenden met een matig gehoorverlies personen met een matig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een ernstig functieverlies in één bovenste lidmaat personen met een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een volledig functieverlies in één bovenste lidmaat personen met een volledig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met functieverlies in beide onderste ledematen personen met een ernstig functieverlies in één onderste lidmaat personen met een ernstig functieverlies in beide onderste ledematen personen met een volledig functieverlies in één onderste lidmaat personen met een volledig functieverlies in beide onderste ledematen personen met een matig functieverlies in rug, wervelzuil of bekken personen met een ernstig functieverlies in rug, wervelzuil of bekken
2
Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Arbeidshandicap, Rijksfonds Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
40
-
-
personen met anatomische afwijkingen met impact of functioneel zitten (bovenbeenamputatie, dysmelie, disproportionele dwerggroei,…) personen met ernstig verlies van de inspanningstolerantie doofblinden personen met een volledig functieverlies in een onderste en een volledig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een matig functieverlies in beide onderste en een matig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een matig functieverlies in beide onderste en een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen. personen met een ernstig functieverlies in beide onderste en een matig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een ernstig functieverlies in beide onderste en een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een ernstig functieverlies in beide onderste en een volledig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een volledig functieverlies in beide onderste en een matig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een volledig functieverlies in beide onderste en een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een volledig functieverlies in beide onderste en een volledig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een volledig functieverlies in beide onderste en een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een volledig functieverlies in beide onderste en een volledig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een matig functieverlies in een onderste en een matig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een matig functieverlies in een onderste en een ernstig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een ernstig functieverlies in een onderste en een matig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een ernstig functieverlies in een onderste en een ernstig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een volledig functieverlies in een onderste en een matig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een volledig functieverlies in een onderste en een ernstig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een matig functieverlies in een onderste lidmaat en een matig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een matig functieverlies in een onderste lidmaat en een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een ernstig functieverlies in een onderste lidmaat en een matig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een ernstig functieverlies in een onderste lidmaat en een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een volledig functieverlies in een onderste lidmaat en een matig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een ernstig functieverlies in een onderste lidmaat en een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een volledig functieverlies in een onderste lidmaat en een matig functieverlies in beide bovenste ledematen
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
41
-
personen met een volledig functieverlies in een onderste lidmaat en een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een matig functieverlies in beide onderste en een matig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een matig functieverlies in beide onderste en een ernstig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een ernstig functieverlies in beide onderste en een matig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een ernstig functieverlies in beide onderste en een ernstig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een volledig functieverlies in beide onderste en een matig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een volledig functieverlies in beide onderste en een ernstig functieverlies in een bovenste lidmaat personen met een ernstige communicatieve beperking en een ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een ernstige communicatieve beperking en een volledig functieverlies in beide bovenste ledematen personen met een ernstige communicatieve beperking en een matig functieverlies in beide bovenste ledematen
beschikken over een geldige, positieve beslissing van het VAPH voor doventolk
als leerling in de onderwijssituatie hulpmiddelen en/of aanpassingen gehad hebben die gesubsidieerd werden door het Departement Onderwijs en Vorming (Cel Speciale Onderwijsleermiddelen-SOL) of (de inrichtende macht van) de school
omwille van slechthorendheid/doofheid in het buitengewoon onderwijs type 7 gevolgd of in het gewoon onderwijs GONbegeleiding type 7 gekregen hebben
vanaf 4 punten op de zelfredzaamheidschaal ter bepaling van de integratietegemoetkoming bij auditieve handicaps
in aanmerking komen voor een integratietegemoetkoming van onbepaalde duur vanaf categorie 1 of 7 punten bij visuele handicaps
in aanmerking komen voor een integratietegemoetkoming van onbepaalde duur vanaf categorie 1 of 7 punten bij fysieke handicaps
gemotiveerd advies, met uitzondering van een advies waaruit een
louter ergonomische aanpassing blijkt, van één van de volgende deskundigen in functie van een arbeidshandicap met blijvende restletsels:
de door VDAB aangeduide dienst of arts GOB (para)medicus KOC door KOC erkend expert revalidatiecentrum
één van de volgende limitatief gecodeerde problematieken -
leerstoornis gediagnosticeerd door een neuroloog of oogarts: F8191
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
42
-
-
-
-
-
-
-
-
degeneratieve aandoeningen van het zenuwstelsel, gediagnosticeerd door een neuroloog of internist: G10, G11, G12, G120, G121, G122, G253, G35, G37 aandoeningen van zenuwen, zenuwwortels en zenuwplexus, gediagnosticeerd door een neuroloog of orthopedist: G5400, G551, G552 polyneuropathieën, gediagnosticeerd door een neuroloog: G60, G620, G6210, G6320 myopathieën en aandoeningen myoneurale junctie, gediagnosticeerd door een internist of neuroloog: G700, G710 hersenverlamming en andere verlammingsverschijnselen, gediagnosticeerd door een neuroloog: G800, G801, G802, G803, G804, G810, G811, G812, G819, G820, G821, G822, G823, G824, G825, G830, G831, G832, G8340 andere aandoeningen van het zenuwstelsel, gediagnosticeerd door een neuroloog: G900, G935, G9500, G9501, G951, G952, G958 aandoening van het oog gediagnosticeerd door een oogarts: H540, H5401, H5420, H5421, H5422, H5423, H5424, H541 aandoeningen van het oor gediagnosticeerd door een neus-, keel- en oorarts of audioloog aan de hand van een audiogram: H900, H903, H905, H906, H908 aandoeningen van het oor gediagnosticeerd door een neus-, keel- en oorarts: H9131 inflammatoire artropathie, gediagnosticeerd door een reumatoloog of internist of orthopedist: M050+ aandoeningen van de wervelkolom, gediagnosticeerd door een orthopedist of reumatoloog: M4300, M4310, M501, M510 bot- en kraakbeenaandoeningen, gediagnosticeerd door een orthopedist of reumatoloog: M80, M841 bot- en kraakbeenaandoeningen, gediagnosticeerd door een orthopedist of reumatoloog of gynaecoloog: M860 congenitale afwijkingen van het skelet en de spieren, gediagnosticeerd door een pediater of orthopedist of reumatoloog of internist: Q71, Q72, Q7620, Q774, Q780, Q796 traumatische aandoening van hoofd en hals, gediagnosticeerd door een neuroloog: S066 traumatische aandoening van hoofd en hals, gediagnosticeerd door een neuroloog of orthopedist: S1430 traumatische aandoening van thorax, wervelkolom en bekken, gediagnosticeerd door een neuroloog: S3430 aandoeningen van schouder en arm, gediagnosticeerd door een orthopedist of neuroloog of revalidatiearts: S48, S57, S58, S67, S680, S684 aandoeningen van heup en been, gediagnosticeerd door een orthopedist of neuroloog of revalidatiearts: S780, S781, S87, S880, S881, S97, S980, S984
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
43
-
tweezijdige of gecombineerde aandoeningen, gediagnosticeerd door een orthopedist of neuroloog of revalidatiearts of huisarts: T052, T055, T056 factoren die de gezondheidstoestand beïnvloeden, indien geattesteerd door de behandelend arts-specialist: Z993
-
1.2. Criteria bepaalde duur beschikken over een door het VAPH/VFIPH/RF gegeven ticket van bepaalde duur: -
w2
-
w3
OF CRITERIUMLIJST 2: criteria voor toekenning van een BTOM-recht, een advies collectief maatwerk of een advies lokale diensteneconomie op basis van een multidisciplinair arbeidsonderzoek (= obv ICF)
AANPASSING ARBEIDSOMGEVING (= aanpassing arbeidspost, aangepast arbeidsgereedschap, aangepaste arbeidskledij) VAN ONBEPAALDE DUUR
criteria van de lijst ‘Criteria die recht geven op BTOM’ - aanpassing arbeidsomgeving die net niet gehaald werden aangevuld met multidisciplinaire informatie -
niet gesubsidieerde hulpmiddelen/aanpassingen gebruiken of door andere instanties, dan deze vermeld op de lijst ‘Criteria die recht geven op BTOM’ en aanvullende multidisciplinaire informatie
-
matige slechtziendheid beiderzijds, zijnde H5331, gediagnosticeerd door een oogarts aangevuld met multidisciplinaire informatie
II. Als het recht toegekend is, kan klant in aanmerking komen voor een tussenkomst voor terugbetaling van arbeidsgereedschap- en kledij als voldaan is aan de voorwaarden uit artikels 5-8 uit het BVR van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap: “Artikel 5. (01/01/2019- ...) De VDAB kent aan de volgende personen een tegemoetkoming toe in de kosten van arbeidsgereedschap en -kledij en in de kosten van aanpassing van de arbeidspost: 1.
de persoon met een arbeidshandicap;
2.
de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een persoon met een arbeidshandicap tewerkstelt, of die een persoon met een arbeidshandicap een werkplek aanbiedt via een werkplekinstrument;
3.
de leerling in een alternerende opleiding tijdens de begeleiding op de werkplek.
De VDAB bepaalt of de aard en de ernst van de arbeidshandicap die tegemoetkoming rechtvaardigen.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
44
1.Afdeling II. [Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en -kledij van werknemers met een arbeidshandicap (verv. BVR 26 oktober 2018, art. 8, I: 1 januari 2019)] Artikel 6. (01/01/2019- ...) Conform artikel 7 en 8 kent de VDAB een tegemoetkoming toe in de aankoopkosten van het arbeidsgereedschap en de -kledij die werknemers met een arbeidshandicap dragen. Voor de personen met een arbeidshandicap die op regelmatige basis telewerken als vermeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 85 van 9 november 2005 betreffende het telewerk, kan de thuiswerkplek aangepast worden met arbeidsgereedschap of -kledij, als de overige decretale en wettelijke rechten voor tegemoetkomingen zijn uitgeput en er een telewerkovereenkomst is opgesteld. Artikel 7. (01/01/2019- ...) Om van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 6 te kunnen genieten, toont de persoon met een arbeidshandicap aan dat : 1.
het vermelde arbeidsgereedschap of de vermelde arbeidskledij niet courant gebruikt wordt in de beroepstak waarin hij werkt, en rechtstreeks noodzakelijk is of zal zijn voor de uitoefening van zijn professionele activiteit;
2.
de werkgever niet gehouden is zelf de kosten van het gereedschap of arbeidskledij te dragen, of dat hij van zijn werkgever het nodige gereedschap of arbeidskledij niet kan krijgen, noch de tegenwaarde in speciën voor de aankoop ervan;
3.
de noodzaak, de gebruiksfrequentie, de werkzaamheid en de doelmatigheid van het vermelde arbeidsgereedschap of de vermelde arbeidskledij in functie zijn van de arbeidshandicap, en in verhouding staan tot de gevraagde ondersteuning.
4.
hij zich bevindt in een van de volgende gevallen: i.
hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
ii.
hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
Artikel 8. (01/10/2008- ...) Met behoud van de toepassing van artikelen 15 en 16, dekt de tegemoetkoming enkel de bijkomende kosten die de persoon met een arbeidshandicap vanwege zijn handicap moet dragen, ten aanzien van de kosten die een valide werknemer voor zijn arbeidsgereedschap en -kledij moet dragen.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
45
Als, om te voldoen aan de specifieke noden van de persoon met een arbeidshandicap, alleen het arbeidsgereedschap aangepast hoeft te worden, dekt de tegemoetkoming van de VDAB alleen de aanpassingskosten. 1.[Afdeling II/1. Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en arbeidskledij voor zelfstandigen met een arbeidshandicap (ing. BVR 26 oktober 2018, art. 11, I: 1 januari 2019)] Artikel 8/1. (01/01/2019- ...) Conform artikel 8/2 en artikel 8/3 kent de VDAB een tegemoetkoming toe in de kosten van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij van de zelfstandige met een arbeidshandicap. Artikel 8/2. (01/01/2019- ...) Om aanspraak te maken op de tegemoetkoming in de kosten van de aanpassing van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij, vermeld in artikel 8/1, voldoet de zelfstandige met een arbeidshandicap aan de volgende voorwaarden: 1.
hij toont aan dat de aanpassing of het materiaal waarvoor hij een tegemoetkoming vraagt, niet gebruikelijk is in zijn beroepstak en rechtstreeks noodzakelijk is door zijn arbeidshandicap;
2.
hij verbindt zich ertoe om de tegemoetkoming van de aanpassing niet als bedrijfskosten in te brengen in zijn belastingaangifte;
3.
hij bevindt zich in een van de volgende gevallen: i.
hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
ii.
hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
Artikel 8/3. (01/01/2019- ...) Met behoud van de toepassing van artikel 15 en 16 dekt de tegemoetkoming van de VDAB alle werkelijke kosten voor de aanpassing van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij. De tegemoetkoming dekt alleen het verschil tussen de kosten van de aanpassing voor een valide persoon en de kosten voor de aanpassing die vereist zijn door de arbeidshandicap. b.
[Afdeling II/2. Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en arbeidskledij voor personen met een arbeidshandicap in werkplekinstrumenten en voor leerlingen met een arbeidshandicap in een alternerende opleiding (ing. BVR 26 oktober 2018, art. 11, I: 1 januari 2019)]
Artikel 8/4. (01/01/2019- ...) Conform artikel 8/5 en 8/6 komt de VDAB tijdens de duur van de begeleiding op de werkplek via de werkplekinstrumenten of via een alternerende opleiding
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
46
tegemoet in de kosten van de aankoop van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij voor de personen met een arbeidshandicap. De VDAB blijft eigenaar van het arbeidsgereedschap dat en de arbeidskledij die ter beschikking is gesteld. De VDAB kan tijdens de duur van de begeleiding ook een tegemoetkoming verlenen in bijkomende kosten voor het gebruik van het persoonlijke materiaal op de werkplek. Artikel 8/5. (01/01/2019- ...) Om aanspraak te maken op de tegemoetkoming, vermeld in artikel 8/4, toont de persoon met een arbeidshandicap aan dat: 1.
het arbeidsgereedschap of de -kledij niet courant gebruikt wordt in de beroepstak waarin hij opgeleid wordt, en rechtstreeks noodzakelijk is of zal zijn voor de uitoefening van zijn professionele activiteit;
2.
de werkgever er niet toe gehouden is de kosten voor de aankoop van het arbeidsgereedschap of de arbeidskledij te dragen, of dat hij van de werkgever het nodige gereedschap of arbeidskledij niet kan krijgen, noch de tegenwaarde in speciën voor de aankoop ervan;
3.
de noodzaak, de gebruiksfrequentie, de werkzaamheid en de doelmatigheid van het arbeidsgereedschap of de arbeidskledij betrekking hebben op de arbeidshandicap, en in verhouding staan tot de gevraagde ondersteuning;
4.
hij zich in een van de volgende gevallen bevindt: i.
hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
ii.
hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
Artikel 8/6. (01/01/2019- ...) Met behoud van de toepassing van artikel 15 en 16 dekt de tegemoetkoming alleen de bijkomende kosten die de persoon met een arbeidshandicap door zijn handicap moet dragen, ten opzichte van de kosten die een valide persoon voor zijn arbeidsgereedschap en -kledij moet dragen. De tegemoetkoming van de VDAB dekt alleen de aanpassingskosten van het arbeidsgereedschap als die volstaan om te kunnen voldoen aan de specifieke behoeften van de persoon met een arbeidshandicap. b.
[Afdeling II/3. Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en arbeidskledij voor personen met een arbeidshandicap in wijk-werken (ing. BVR 26 oktober 2018, art. 11, I: 1 januari 2019)]
Artikel 8/7. (01/01/2019- ...) Conform artikel 8/8 en 8/9 komt de VDAB tijdens de duur van wijk-werken, bepaald in artikel 4 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende wijk-werken en
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
47
diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming, tegemoet in de kosten van de aankoop van het arbeidsgereedschap en de arbeidskledij voor de personen met een arbeidshandicap. De VDAB blijft eigenaar van het arbeidsgereedschap dat en de arbeidskledij die ter beschikking is gesteld. De VDAB kan tijdens de duur van de begeleiding ook een tegemoetkoming verlenen in bijkomende kosten voor het gebruik van het persoonlijke materiaal op de werkplek. Artikel 8/8. (01/01/2019- ...) Om aanspraak te maken op de tegemoetkoming, vermeld in artikel 8/7, toont de persoon met een arbeidshandicap aan dat: 1.
het arbeidsgereedschap of de -kledij niet courant gebruikt wordt in de beroepstak waarin hij activiteiten in kader van wijk-werken uitvoert, en rechtstreeks noodzakelijk is of zal zijn voor de uitoefening van zijn professionele activiteit;
2.
de gebruiker er niet toe gehouden is de kosten voor de aankoop van het arbeidsgereedschap of de arbeidskledij te dragen, of dat hij van de gebruiker het nodige gereedschap of arbeidskledij niet kan krijgen, noch de tegenwaarde in speciën voor de aankoop ervan;
3.
de noodzaak, de gebruiksfrequentie, de werkzaamheid en de doelmatigheid van het arbeidsgereedschap of de arbeidskledij betrekking hebben op de arbeidshandicap, en in verhouding staan tot de gevraagde ondersteuning;
4.
hij zich in een van de volgende gevallen bevindt: i.
hij woont op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
ii.
hij woont op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of van de Europese Economische Ruimte (EER) en werkt op het grondgebied van het Vlaamse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
Artikel 8/9. (01/01/2019- ...) Met behoud van de toepassing van artikel 15 en 16 dekt de tegemoetkoming alleen de bijkomende kosten die de persoon met een arbeidshandicap door zijn handicap moet dragen, ten opzichte van de kosten die een valide persoon voor zijn arbeidsgereedschap en -kledij moet dragen. De tegemoetkoming van de VDAB dekt alleen de aanpassingskosten van het arbeidsgereedschap als die volstaan om te kunnen voldoen aan de specifieke behoeften van de persoon met een arbeidshandicap.”
Omvang voor lerende [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
VDAB betaalt de kosten terug als de klant arbeidsgereedschap of -kleding nodig heeft om zijn/haar werk goed uit te voeren. Als de klant een door VDAB erkende opleiding volgt, duaal leert, leertijd of een stage volgt, dan mag hij/zij het materiaal enkel tijdelijk gebruiken. VDAB blijft dan eigenaar van het materiaal.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
48
Opname en cumulatie
Om in aanmerking te komen moet de klant 1.
een toegekend recht op arbeidspostaanpassing en arbeidsgereedschap en gebruik hebben. Werkwijze om het recht op arbeidspostaanpassingen en arbeidsgereedschap en -kledij aan te vragen
2.
alsook voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor gebruik. Werkwijze om een terugbetaling arbeidsgereedschap en -kledij aan te vragen
[Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Er is VDAB geen cumulatieverbod met andere maatregelen bekend.
Niveau
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
VDAB
[Wie beheert de incentive?]
Budget [Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Aantal begunstigden [Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
In 2019 gaf VDAB 887.413 euro uit voor arbeidsgereedschap en -kledij. In 2020 gaf VDAB 791.513 euro uit voor arbeidsgereedschap en -kledij.
VDAB houdt enkel het aantal goedgekeurde aanvragen arbeidsgereedschap en kledij bij, geen unieke personen. 1. In 2019 kende VDAB 530 aanvragen gebruik arbeidsgereedschap en -kledij goed. 2. In 2020 kende VDAB 441 aanvragen gebruik arbeidsgereedschap en -kledij goed. Het is bijgevolg mogelijk dat VDAB bij dezelfde personen meerdere aanvragen heeft goedgekeurd.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
49
4.13
Incentive: Tussenkomst inschrijvingsgeld volwassenonderwijs
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Vrijstelling van inschrijvingsgeld of een verlaagd tarief, indien aan bepaalde voorwaarden voldaan is.
Toepassingsgebied Opleidingen in Centra voor volwassenenonderwijs en Centra voor Basiseducatie [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Naast de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van inschrijvingsgeld is er een begrenzing van het inschrijvingsgeld (plafond). Het inschrijvingsgeld is begrensd en bedraagt maximum 300 euro per semester per opleiding.
Doelgroep
Werknemers, werkzoekenden, zelfstandigen
Minimum omvang opleiding/begeleiding:
Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden
-
Voorwaarden mbt:
doelgroep
-
Diverse voorwaarden gelden. Regelgevende basis is art. 113novies van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs: https://dataonderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13914#309029
-
Het verkrijgen van een volledige of gedeeltelijke vrijstelling is afhankelijk van volgende voorwaarden/kenmerken (en hangt bovendien af van het type opleiding dat gevolgd zal worden): Alle info via https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/vrijstelling-van-inschrijvingsgeld-inhet-volwassenenonderwijs en via https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/cursisten/kosten-financiering-enbetaald-educatief-verlof/wat-kost-het
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Woonplaats van de lerende: -
Inwoners Brussels Hoofdstedelijk Gewest met opleiding NT2 en lesplaats Brussel. Deze voorwaarde geldt enkel voor NT2-opleidingen, niet voor alle opleidingen.
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds, …) + anciënniteit: /
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende:
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
50
-
Geen diploma secundair onderwijs; als je niet voldaan hebt aan de voltijdse leerplicht. Voorwaarden gelden enkel voor bepaalde opleidingen, niet voor alle opleidingen.
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende, …): -
Een volledige of gedeeltelijke vrijstelling is afhankelijk van volgende voorwaarden/kenmerken:
-
Ervaringsdeskundige in de Armoede en Sociale Uitsluiting;
-
Je krijgt materiële hulp als asielzoeker;
-
Je valt onder de sociale wooncode;
-
Je ontvangt een leefloon/maatschappelijke dienstverlening van het OCMW of je valt ten laste van iemand in deze categorie.
-
Als je ouder dan 65 bent, krijg je alleen vrijstelling van inschrijvingsgeld als je een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) geniet.
-
LET OP: Artikel 60 §7 (activering leefloon in kader van tewerkstelling) komt niet in aanmerking;
-
Je bent minderjarig en leeft in beschermd wonen;
-
Je verblijft in een centrum voor algemeen welzijnswerk (CAW);
-
Je bent gedetineerde;
-
Je bent inburgeraar en hebt ofwel: een inburgeringscontract ondertekend, een attest van inburgering behaald, een attest van EVC (volgens het oude inburgeringsdecreet) behaald. Deze vrijstelling geldt alleen voor opleidingen NT2, richtgraad 1 en 2 en de opleiding Latijns schrift;
-
ingeschreven zijn voor de opleiding Ondernemerschap en tegelijk ingeschreven zijn als leerling in de derde graad van het secundair onderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, een centrum voor deeltijdse vorming, of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen
-
Je ontvangt een wachtuitkering of werkloosheidsuitkering en je volgt de opleiding met een VDAB-contract (erkend traject naar werk);
-
Je bent een niet-werkende verplicht ingeschreven werkzoekende en hebt nog geen recht op een wachtuitkering;
-
Je ontvangt een wachtuitkering of werkloosheidsuitkering en volgt de opleiding zonder VDAB-contract;
-
Je valt ten laste van iemand die een wachtuitkering of werkloosheidsuitkering ontvangt en je volgt de opleiding zonder VDABcontract;
-
Je bent voor ten minste 66% arbeidsongeschikt of je valt ten laste van iemand in deze categorie;
-
Je hebt recht op een integratietegemoetkoming aan gehandicapten of je valt ten laste van iemand in deze categorie;
-
Je bent ingeschreven bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH);
-
Je verdienvermogen is verminderd tot 1/3 of minder van wat een gezonde persoon kan verdienen of je valt ten laste van iemand in deze categorie;
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
51
Omvang lerende
-
Je zelfredzaamheid is verminderd met ten minste 7 punten of je valt ten laste van iemand in deze categorie;
-
Je bent ambtenaar en werd ambtshalve vervroegd op pensioen gesteld wegens gezondheidsredenen. (Deze vrijstelling geldt als je jonger bent dan 65 jaar.);
voor Naast de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van inschrijvingsgeld is er een begrenzing
[Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
van het inschrijvingsgeld (plafond). Het inschrijvingsgeld is begrensd en bedraagt maximum 300 euro per semester per opleiding. Geen inschrijvingsgeld:
Inschrijven voor de opleiding Ervaringsdeskundige in de Armoede en Sociale Uitsluiting;
Indien geen diploma secundair onderwijs als je je inschrijft voor een van de volgende opleidingen:
Geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren;
Een opleiding in de leergebieden van de basiseducatie;
Een opleiding in het studiegebied aanvullende algemene vorming;
Een opleiding in het studiegebied algemene vorming;
Je betaalt geen inschrijvingsgeld: 1) Als je de opleiding NT2 volgt in het kader van de sociale wooncode. Je bezorgt het attest sociale wooncode aan je CVO. 2) Als je als inwoner van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een opleiding NT2 volgt in een lesplaats in Brussel. Je bewijst je domicilieadres aan het CVO via je identiteitskaart of verblijfsdocument. 3) Als je niet voldaan hebt aan de voltijdse leerplicht. Je secundaire school bezorgt je een attest van de samenwerkingsovereenkomst tussen de instelling voor secundair onderwijs en het CVO.;
Volledige vrijstelling van inschrijvingsgeld:
Je krijgt materiële hulp als asielzoeker,
Je ontvangt een leefloon/maatschappelijke dienstverlening van het OCMW of je valt ten laste van iemand in deze categorie. Als je ouder dan 65 bent, krijg je alleen vrijstelling van inschrijvingsgeld als je een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) geniet. LET OP: Artikel 60 §7 (activering leefloon in kader van tewerkstelling) komt niet in aanmerking,
Je bent minderjarig en leeft in beschermd wonen,
Je verblijft in een centrum voor algemeen welzijnswerk (CAW),
Je bent gedetineerde,
Je bent inburgeraar en hebt ofwel: een inburgeringscontract ondertekend, een attest van inburgering behaald, een attest van EVC (volgens het oude inburgeringsdecreet) behaald. Deze vrijstelling geldt alleen voor opleidingen NT2, richtgraad 1 en 2 en de opleiding Latijns schrift,
Je ontvangt een wachtuitkering of werkloosheidsuitkering en je volgt de opleiding met een VDAB-contract (erkend traject naar werk),
Je bent een niet-werkende verplicht ingeschreven werkzoekende en hebt nog geen recht op een wachtuitkering.
Ingeschreven zijn voor de opleiding Ondernemerschap en tegelijk ingeschreven zijn als leerling in de derde graad van het secundair onderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, een centrum voor deeltijdse vorming, of
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
52
een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen Verminderd inschrijvingsgeld: Studiegebied Nederlands als tweede taal (NT2) aan een CVO => een verminderd inschrijvingsgeld van 0,60 euro per lestijd, Kom je als NT2 cursist in aanmerking voor een volledige of gedeeltelijke vrijstelling? Dan betaal je geen 0.60 euro maar het bedrag dat overeenstemt met de vrijstelling; Voor de volgende categorieën: betaal je 0,30 euro inschrijvingsgeld per lestijd:
Opname cumulatie
Je ontvangt een wachtuitkering of werkloosheidsuitkering en volgt de opleiding zonder VDAB-contract,
Je valt ten laste van iemand die een wachtuitkering of werkloosheidsuitkering ontvangt en je volgt de opleiding zonder VDAB-contract,
Je bent voor ten minste 66% arbeidsongeschikt of je valt ten laste van iemand in deze categorie,
Je hebt recht op een integratietegemoetkoming aan gehandicapten of je valt ten laste van iemand in deze categorie,
Je bent ingeschreven bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH),
Je verdienvermogen is verminderd tot 1/3 of minder van wat een gezonde persoon kan verdienen of je valt ten laste van iemand in deze categorie,
Je zelfredzaamheid is verminderd met ten minste 7 punten of je valt ten laste van iemand in deze categorie,
Je bent ambtenaar en werd ambtshalve vervroegd op pensioen gesteld wegens gezondheidsredenen. Deze vrijstelling geldt als je jonger bent dan 65 jaar.
en Een cursist, die geniet van een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van
[Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
inschrijvingsgeld, zal op het moment van de inschrijving minder inschrijvingsgeld moeten betalen aan het centrum voor volwassenenonderwijs of het centrum voor basiseducatie. Op het verschuldigde inschrijvingsgeld is er een begrenzing van maximum 300 euro per semester per opleiding. Zie ook fiche rond premie 1e diploma van secundair onderwijs. Een cursist die zich binnen een periode van 6 schooljaren 3 keer voor dezelfde inschrijvingsmodule inschreef, moet bij een volgende inschrijving voor dezelfde module in dezelfde periode meer inschrijvingsgeld betalen. Bereken het inschrijvingsgeld door het aantal lestijden te vermenigvuldigen:
Met 3 euro als de cursist geen volledige vrijstelling van inschrijvingsgeld geniet
Met 1,5 euro als de cursist een volledige vrijstelling van inschrijvingsgeld geniet
Het hogere inschrijvingstarief geldt niet voor een inschrijving in een open module.
Niveau
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen
[Wie beheert de incentive?]
Afdeling Hoger en Volwassenenonderwijs
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
53
Budget [Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Inschrijvingen Volwassenenonderwijs
Totaal aantal inschrijvingen 2019-2020
2019*
2020
988.548
814.878
Bedrag dat theoretisch was betaald als er geen 83.125.206,00 (gedeeltelijke) vrijstellingen waren
67.744.273,50
Daadwerkelijk betaalde inschrijvingsgeld door de cursisten 37.901.440,80
26.824.189,50
Sociale correctie (= verschil tussen 2 voorgaande 45.223.765,20 categorieën)
40.920.084,00
* Een cursist, die geniet van een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van inschrijvingsgeld, zal op het moment van de inschrijving minder inschrijvingsgeld moeten betalen aan het centrum voor volwassenenonderwijs of het centrum voor basiseducatie. In een latere fase moeten de centra voor volwassenenonderwijs of de centra voor basiseducatie 100% van de inschrijvingsgelden, die men heeft ontvangen van de cursisten, door storten naar AHOVOKS. Deze door AHOVOKS ontvangen inschrijvingsgelden zullen op hun beurt aangewend worden om de werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs of het centra voor basiseducatie uit te betalen. Indien de ontvangen inschrijvingsgelden niet volstaan om het bedrag van de werkingsmiddelen te dekken, moeten er extra middelen voorzien worden op de begroting. Het feit dat een cursist kan genieten vermindering van inschrijvingsgeld heeft bijgevolg een minderinkomst tot gevolg voor de overheid. De cursist zelf ontvangt immers niets van de overheid.
Aantal begunstigden [Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Toeslag
Volledige vrijstelling volwassenenonderwijs
Aantal Aantal begunstigden begunstigden 2019 2020 van
inschrijvingsgeld
in
het 469.057
449.785
Vermindering van het inschrijvingsgeld (0,30 € per lestijd)
57.229
37.940
Vermindering van het inschrijvingsgeld (0,60 € per lestijd)
87.668
65.738
Begunstigden = inschrijvingen (niet koppen) De vrijstelling geldt op het moment van inschrijving. Een cursist die zich voor meerdere modules van een opleiding of opleidingen inschrijft, kan een verschillend recht hebben op gehele of gedeeltelijke vrijstelling van inschrijvingsgeld. Bv. voor de ene module schrijft hij zich in wanneer hij werkzoekend is (gehele of gedeeltelijke vrijstelling, voor de andere wanneer hij terug aan het werk is (geen vrijstelling). Daarom geven we geen cijfers weer van het aantal mensen, maar van het aantal inschrijvingen.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
54
4.14
Incentive: Tussenkomst kosten kinderopvang
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied
Deze tussenkomst is bedoeld om werkzoekenden met kinderen de mogelijkheid te geven opleiding te volgen, zonder dat dit extra kosten voor kinderopvang met zich mee brengt. Het neemt met andere woorden de financiële drempel voor kinderopvang weg. Enkel voor erkende opleidingen van VDAB of partners van VDAB.
[Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
Minimum omvang opleiding/begeleiding: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
Doelgroep
zie website : https://www.vdab.be/erkende-opleiding/voordelen
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: Niet in Wallonië => voor Waalse werkzoekende verwijzen we door naar Forem.
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Werkzoekende: enkel indien ingeschreven bij VDAB. Werknemer indien deze ingeschreven is bij VDAB en indien deze: deeltijds werkt > tijdelijk werkloos is > in een opzegperiode zit.
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): /
Omvang voor lerende Kosten kinderopvang indien kind nog niet naar school gaat; kosten buitenschoolse [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
kinderopvang indien kind in kleuter- of basisonderwijs zit. Let wel: op schoolvrije dagen betaalt men voor buitenschoolse kinderopvang en kampen maximaal 14,83 euro per dag.
VDAB betaalt enkel terug: >de kinderopvang op dagen waarop men effectief prestaties levert; > de werkelijke kinderopvangkosten . Geen extra kosten zoals vervoer, extra maaltijd, enz.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
55
> De opvang moet in een kinderopvanginitiatief plaatsvinden dat een vergunning heeft van Kind en Gezin. > Men betaalt de opvang eerst zelf. Vervolgens betaalt VDAB de kosten terug op basis van het betaalbewijs en factuur.
Opname en cumulatie De cursist moet een aanvraag tot terugbetaling van de kinderopvangkost doen. [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
Hij moet de uitgaven kunnen staven met een betalingsbewijs. Er is geen cumulatieverbod
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
VDAB
[Wie beheert de incentive?]
Budget
Totaal toegekend bedrag :
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
2019 : 2.486.285
Aantal begunstigden
2019 : 4969
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
2020: 3900
2020 : 1.776.091
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
56
4.15
Incentive: Tussenkomst tolk voor doven en slechthorenden
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Gratis ondersteuning van een tolk Vlaamse gebarentaal, schrijftolk of orale tolk: Een tolk Vlaamse gebarentaal zet gesproken taal simultaan om in 'Vlaamse gebarentaal' of in 'Nederlands ondersteund met gebaren'. Een schrijftolk zet gesproken woorden simultaan om in geschreven tekst. Een orale tolk herhaalt alles wat er gezegd wordt met een duidelijk mondbeeld en zonder stem. Deze incentive probeert doven en slechthorenden beter te laten participeren aan het arbeidsleven.
Toepassingsgebied
voor volgende opleidingen:
[Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
erkende opleidingen VDAB IBO en IBO+ duaal leren (VDAB financiert de werkcomponent, onderwijs de schoolcomponent) leertijd (VDAB financiert de werkcomponent en de schoolcomponent)
én loopbaanbegeleiding erkend door VDAB.
Voor een volledig overzicht: zie matrix tolkuren.
Voorwaarden toepassingsgebied [Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive?
Voorwaarden toepassingsgebied:
Minimum omvang opleiding/begeleiding: / Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
(Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Doelgroep
zie onder “toepassingsgebied”, niet sectorgebonden
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
57
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende:
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: /
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…):
Klant moet beschikken over een recht op tolkuren voor doven en slechthorenden (zie voorwaarden onder I.) én voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor tolkuren (zie voorwaarden onder II):
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
I. Klant komt in aanmerking voor het recht op tolkuren voor doven en slechthorenden wanneer voldaan is aan een voorwaarde uit het MB van 29 april 2021 ter uitvoering van artikel 4 uit het BVR van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap: CRITERIUMLIJST 1: geattesteerde criteria voor toekenning van een BTOM-recht of het advies collectief maatwerk. GEBARENTAAL-,ORAAL- EN SCHRIJFTOLKEN VAN ONBEPAALDE DUUR
beschikken over een door het VAPH/VFSIPH gegeven ticket: -
doventolk (in de privé-situatie) tolk voor doven in de privé-situatie doventolk in de werksituatie vervanging gehoor pedagogische hulp in het hoger onderwijs omwille van de auditieve handicap of met de functiebeperking vervanging gehoor in de bijstandskorf
beschikken over een verklaring/beslissing van het Departement Onderwijs en Vorming waaruit blijkt dat de persoon in het kader van onderwijs een vergoeding kreeg/krijgt voor een tolk voor doven
beschikken over een verklaring van het Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven (CAB) waaruit blijkt dat de persoon reeds gebruik gemaakt heeft of maakt van tolken voor doven vergoed door: VDAB het VAPH/VFSIPH het Departement Onderwijs en Vorming
één van de volgende beperkingen, indien uitbehandeld:
vanaf 70 dB-verlies aan het beste oor bij tonale audiometrie, gediagnosticeerd door een neus-, keel- en oorarts
70% of minder spraakverstaan bij vocale audiometrie, gediagnosticeerd door een neus-, keel- en oorarts
één van de volgende limitatief gecodeerde en uitbehandelde problematieken: aandoeningen van het oor gediagnosticeerd door een neus-, keel- en oorarts of audioloog aan de hand van een audiogram: H900, H903, H906 de volgende uitbehandelde limitatief gecodeerde problematiek: aandoening van het oor en het oog gediagnosticeerd door een neus-, keel- en oorarts: H9131 OF CRITERIUMLIJST 2: criteria voor toekenning van een BTOMrecht, een advies collectief maatwerk of een advies lokale diensteneconomie op basis van een multidisciplinair arbeidsonderzoek (= obv ICF) GEBARENTAAL-, ORAAL- EN SCHRIJFTOLKEN VAN ONBEPAALDE DUUR net niet voldoen aan de criteria uit bijlage 3 na tonale of vocale audiometrie, doch aangevuld met multidisciplinaire informatie die motiveert dat het ontbreken van dit recht tewerkstelling, sollicitatie of dienstverlening georganiseerd of erkend door VDAB onmogelijk maakt
Omvang voor lerende
VDAB betaalt de uren die de tolk presteert én zijn verplaatsingskosten aan het CAB. Bemiddelaar, instructeur OF stagementor en cursist bekijken samen het aantal tolkuren die nodig zijn ifv een opleiding.
[Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
Opname en cumulatie [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Om in aanmerking te komen moet de klant een toegekend recht op tolkuren hebben. Werkwijze om het recht op tolkuren aan te vragen uitzondering: situaties waarbij een GTB-tolk optreedt Een aantal tolkuren op maat van een opleiding of een extra pakket A-uren of Suren aanvragen is mogelijk via deze link. Er is VDAB geen cumulatieverbod met andere maatregelen bekend.
Niveau
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
VDAB
[Wie beheert de incentive?]
VDAB heeft zelf geen tolken in dienst. Hiervoor doet VDAB gebruik op het CAB en op GTB.
Budget
VDAB betaalde de volgende som uit in 2019:
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
voor GTB: 113.404 euro (ifv tolken ikv bemiddeling) voor CAB: 1.242.114,12 euro (ifv tolkuren, verplaatsingskosten tolkuren, werkingskosten en experiment afstandstolken CAB) VDAB betaalde de volgende som uit in 2020:
Aantal begunstigden
CAB:
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
voor GTB: 113.404 euro (ifv tolken ikv bemiddeling) voor CAB: er is nog geen definitieve afrekening gebeurd voor 2020 In 2019 maakten 472 mensen gebruik van tolkuren voor doven en slechthorenden In 2020 maakten 402 mensen gebruik van tolkuren voor doven en slechthorenden.
GTB :
In 2019 maakten 179 mensen gebruik van tolkuren voor doven en slechthorenden. Er waren 440 tolkopdrachten. In 2020 maakten 148 klanten gebruik van tolkuren voor doven en slechthorenden. Er waren 576 tolkopdrachten.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
59
4.16
Incentive: Tussenkomst vervoer – verplaatsingskosten
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied
De werkzoekende in staat te stellen opleiding te volgen zonder extra kosten voor vervoer naar de opleiding/stageplaats
Enkel voor erkende opleidingen van VDAB of een partner van VDAB.
[Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
Minimum omvang opleiding/begeleiding: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
Doelgroep
zie website : https://www.vdab.be/erkende-opleiding/voordelen
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit:
Werkzoekende: enkel indien ingeschreven bij VDAB. Werknemer: indien deze ingeschreven is bij VDAB en indien deze: deeltijds werkt > tijdelijk werkloos is > in een opzegperiode zit.
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): /
Omvang voor lerende Indien bus: een maandabonnement van De Lijn kan worden aangevraagd. Indien [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
nodig kan dit abonnement verlengd worden.
Indien: een ander vervoermiddel, zoals de auto, trein, fiets, brommer... : een kilometervergoeding van 0,15 euro per kilometer.
Indien een abonnement van een andere vervoersmaatschappij dan de Lijn: Indien de kilometervergoeding de kost van dit abonnement niet dekt, betaalt VDAB verschil terug.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
60
Opname en cumulatie De vervoerskosten worden bepaald voor het begin van de opleiding. De cursist [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
krijgt een Lijnabonnement toegestuurd of de km-vergoeding wordt betaald in de maand volgend op de maand waarin er opleidingsprestaties geleverd zijn.
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
VDAB
[Wie beheert de incentive?]
Budget
Lijnabonnementen : 1 000 000 euro per jaar
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Vervoerkosten :
Aantal begunstigden
2019: 41067
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
2020: 34043
2019: 9.653.579 2020: 5.863.526
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
61
4.17
Incentive: Verlof voor opleidingsactiviteiten
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Stimuleren van opleidingen om het professioneel functioneren binnen de eigen job te versterken. Er wordt steeds koppeling gemaakt met de persoonlijke ontwikkel- en prestatiedoelstellingen van de werknemer. De opleidingen worden geïntegreerd in de evaluatiecyclus van de werknemer. Een opleiding buiten de federale overheid. De opleiding moet overeenstemmen met de voor de werknemer gewenste ontwikkeling en kan om dienstredenen geheel of gedeeltelijk geweigerd worden. Enkel opleidingen waarbij link is met de gewenste ontwikkeling van het personeelslid, gekoppeld aan functie, huidige job; of gekoppeld aan een toekomstige functie na doorgroeien in de job.
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
Minimum omvang opleiding/begeleiding: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
Doelgroep
Werknemers in de openbare sector (selectie): Dit verlof is van toepassing op federale: >contractuelen >statutairen >stagiairs.
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: /
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…):
Enkel na toestemming van hiërarchische meerdere.
Omvang voor lerende Maximum 120 uren per jaar. [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
(Geen financieel maximum opgelegd, steeds in overleg met hiërarchische meerdere en HR.)
Gevolgen: Statutairen: Administratieve stand: dienstactiviteit: Recht op wedde: ja, Vermindering ziektekrediet: nee, Vermindering jaarlijks vakantieverlof: nee; Contractuelen: Recht op wedde: ja, Recht op weddeverhoging: ja, Vermindering jaarlijks vakantieverlof: nee."
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
62
Opname en cumulatie [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
Federaal
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning
[Wie beheert de incentive?]
Budget
/ Niet ter beschikking, wordt per departement bijgehouden.
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Aantal begunstigden
/ Niet ter beschikking, wordt per departement bijgehouden.
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
63
4.18
Incentive: Verlof om cursussen te volgen en zich voor te bereiden op examens: gemeenschapsonderwijs
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied
Als personeelslid in het gemeenschapsonderwijs kan je verlof nemen om cursussen te volgen en je voor te bereiden op examens
Geen vereisten wat betreft de opleiding
[Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
Minimum omvang opleiding/begeleiding: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
Doelgroep
Werknemers uit het gemeenschapsonderwijs (openbare sector)
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit:
Voorwaarden: 1) Je bent vastbenoemd of tot de proeftijd toegelaten. 2) Je hebt een opdracht in het gemeenschapsonderwijs. 3) Je behoort tot een van de volgende personeelscategorieën: >Bestuurs- en onderwijzend personeel >Opvoedend hulppersoneel >Paramedisch personeel
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): /
Deze incentive is een gunst (geen recht)
Omvang voor lerende Maximaal 30 dagen per jaar. Er is geen vaste begin- of einddatum. [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
Tijdens dit verlof ontvang je geen salaris. Tijdens dit verlof ben je in dienstactiviteit.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
64
Opname en cumulatie Dit verlof heeft geen invloed op de mogelijkheid om te cumuleren. [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
Departement onderwijs en vorming
[Wie beheert de incentive?]
Budget
/
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Aantal begunstigden [Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Tijdens het schooljaar 2019-2020 maakten 6 personeelsleden gebruik van dit verlofstelsel.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
65
4.19
Incentive: Vermindering inschrijvingsgeld opleiding DKO
Doel
/
[Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied
Opleiding in het deeltijds kunstonderwijs.
[Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
Minimum omvang opleiding/begeleiding: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Andere voorwaarden toepassingsgebied: /
Doelgroep
Zie artikel 92 van het Decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs.
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Woonplaats van de lerende: /
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Tewerkstellingsplaats van de lerende: /
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit:
Enkel indien ingeschreven bij de VDAB en indien met een uitkering ontvangt. En de andere doelgroepen bepaald in artikel 92 Wet betr. het deeltijds kunstonderwijs
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: /
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…):
Art. 92. § 1. Om in aanmerking te komen voor het verminderde inschrijvingsgeld, vermeld in artikel 91, eerste lid, 2° of 4°, moet de leerling op de dag van de inschrijving aan minstens een van de volgende voorwaarden voldoen : 1.
Uitkeringsgerechtigd verplicht ingeschreven zijn als werkzoekende op grond van de reglementering in verband met de arbeidsvoorziening en de werkloosheid, of daarmee gelijkgesteld zijn;
2.
een leefloon van het OCMW ontvangen of een uitkering die daarmee gelijkgesteld is;
3.
een inkomensgarantie voor ouderen of een rentebijslag ontvangen;
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
66
4.
erkend zijn als persoon met een handicap en een tegemoetkoming van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid ontvangen;
5.
voor ten minste 66% arbeidsongeschikt zijn;
6.
begunstigde zijn van een verhoogde kinderbijslag (erkend voor ten minste 66%);
7.
in een gezinsvervangend tehuis of in een medisch-pedagogische instelling of in een pleeggezin verblijven;
8.
het statuut van erkend politiek vluchteling bezitten;
9.
begunstigde zijn van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming.
§ 2. Een leerling die ten laste is van een persoon die aan minstens een van de voorwaarden voldoet, vermeld in paragraaf 1, komt eveneens in aanmerking voor het verminderde inschrijvingsgeld, vermeld in artikel 91, eerste lid, 2° of 4°. § 3. Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie, betaalt het verminderde inschrijvingsgeld, vermeld in artikel 91, eerste lid, 4° :
als op de dag van de inschrijving een ander lid van de leefeenheid waartoe hij behoort het inschrijvingsgeld al heeft betaald in dezelfde of een andere academie;
voor iedere extra inschrijving in een ander domein aan dezelfde of een andere academie.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1 en 2 komt een leerling die op de dag van inschrijving niet aan minstens een van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, voldoet, in aanmerking voor vermindering onder de voorwaarde dat de leerling in de maand september eraan voldoet. § 5. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het recht van een leerling aangetoond wordt.
Omvang voor lerende Vermindering inschrijvingsgeld kunstonderwijs: Omvang Zie artikel 90 en 91 van [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
het Decreet betreffende het deeltijd kunstonderwijs. omzendbrief DKO/2018/03 van 20/08/2018 – Onderwijs https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=15216#6-2 6.2.1. Volledig tarief voor één domein Voor het schooljaar 2021-2022 gelden de volgende tarieven: • 320 euro: tenminste de leeftijd van 25 jaar bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie; • 69 euro: de leeftijd van 18 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie. 6.2.2. Verminderd tarief voor één domein Voor het schooljaar 2021-2022 gelden de volgende tarieven: •
135 euro: een leeftijd hebben tussen de 18 en 24 jaar op 31 december van het schooljaar in kwestie (zie 6.3.2. - Categorie G);
OF
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
67
•
de leeftijd van 25 jaar bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie en voldoen aan een voorwaarde voor verminderd inschrijvingsgeld (zie 6.3.2.).
•
45 euro: de leeftijd van 18 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het betrokken schooljaar
•
voldoen aan een voorwaarde voor verminderd inschrijvingsgeld (zie 6.3.2 en 6.3.4.).
EN
De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex. De bedragen worden in de loop van februari bekend gemaakt via Schooldirect.
Opname en cumulatie / [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie [Wie beheert de incentive?]
VDAB in de zin dat VDAB attesteert voor de doelgroep van werkzoekenden bepaald in art.92 §1,1° en §4 Voor de andere doelgroepen kan een attest gevraagd worden bij de bevoegde instanties, zoals de RVA, het OCMW, het Commissariaat voor de vluchtelingen en Staatslozen,de mutualiteit. De bevoegde instantie is Agodi – Agentschap voor onderwijsdiensten. Je kunt terecht voor DKO bij de afdeling Basisonderwijs, DKO en CLB – Scholen en leerlingen, (tel 02/553 00 13)
Budget
Na te vragen bij Agodi.
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Aantal begunstigden
Na te vragen bij Agodi.
[Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
68
4.20
Incentive: Vlaams opleidingsverlof
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Een individueel recht voor werknemers uit de privé sector om op eigen initiatief erkende opleidingen te volgen en om daartoe op het werk afwezig te zijn met behoud van hun (begrensd) loon. Voor de opgenomen uren opleidingsverlof wordt er na de opleiding of per kwartaal een terugbetaling van de loonkost, forfaitair en geplafonneerd, voorzien aan de werkgever
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Opleiding geregistreerd in de Vlaamse Opleidingsdatabank; loopbaangerichte opleidingen; Examens bij Vlaamse Examencommissie secundair onderwijs; Examens in de Vlaamse Gemeenschap georganiseerd om eerder verworven competenties te erkennen.
Opleidingen gebaseerd op lesuren: Dit zijn opleidingen van Syntra, VDAB, vakbonden, privéopleidingsverstrekkers en opleidingen van hogescholen die met uren geregistreerd zijn in de opleidingsdatabank.
Opleidingen gebaseerd op studiepunten bij het Vlaams hoger onderwijs: Dit zijn postgraduaten en opleidingen met registratienummer ODB-X (bachelors, masters,...) in de opleidingsdatabank.
Opleidingen gebaseerd op lestijden in het volwassenonderwijs (CVO en CBE): Dit zijn opleidingen met registratienummer ODB-Y… in de opleidingsdatabank.
Het afleggen van examens bij de examencommissie: Dit type opleiding heeft registratienummer ODB-1001623 in de opleidingsdatabank.
Het afleggen van examens voor erkenning van verworven competenties (ervaringsbewijzen ECV): Dit type opleiding heeft registratienummer ODBP00002 in de opleidingsdatabank.
Loopbaangerichte opleidingen: een opleiding die aangeraden wordt in uw persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) tijdens het volgen van loopbaanbegeleiding. In de opleidingsdatabank is dit type opleiding te vinden via het registratienummer ODB-P00001.
Opleidingsverlof focust zich voornamelijk op kortere opleidingen die combineerbaar zijn met een job, en waarvoor een kortere afwezigheid op het werk te verantwoorden is. Examencontracten zijn uitgesloten, creditcontacten en diplomacontracten geven wel recht op VOV.
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Minstens 3 studiepunten of 32 contacturen, binnen een periode van 1 jaar (365 dagen). Het combineren van verschillende modules bij éénzelfde opleidingsverstrekker mag om aan het minimum te geraken, met uitzondering van sommige opleidingen (mentoropleidingen) die ook in de databank staan en die minder dan 32 uur omvatten.
Minimum omvang opleiding/begeleiding
Andere voorwaarden toepassingsgebied:
Loopbaangerichte opleidingen: Het loopbaancentrum verklaart dat de opleiding noodzakelijk is voor de uitvoering van het POP via een attest loopbaanbegeleiding. De opleidingsverstrekker moet geregistreerd zijn als een gekwalificeerd
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
69
dienstverlener. De opleidingsverstrekker hoeft niet in het Vlaams Gewest gevestigd te zijn. Het loopbaanattest mag maximum 6 jaar oud zijn.
Doelgroep
Werknemers privésector
[Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Ook van toepassing op uitzendkrachten, met het uitzendkantoor als werkgever.
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
Om VOV te kunnen opnemen, moet u bij de start van de opleiding minstens 50% tewerkgesteld zijn, waarvan minstens een deel in de privésector en minstens een deel in het Vlaams Gewest.
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Woonplaats van de lerende: /
Tewerkstellingsplaats van de lerende:
Enkel indien vestiging waar men werkt zich bevindt binnen het Vlaams gewest. Indien in DmfA geen vestiging is opgegeven, kijkt men naar locatie van de hoofdzetel.
Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit:
Tewerkstelling: Tewerkstellingspercentage van de maand september moet minstens 50% zijn in september om recht te hebben op VOV (persoonlijk maximum), indien niet 50% in september dan geldt het tewerkstellingspercentage van de maand waarin men start met de eerste opleiding. Dat moet minstens 50%, zoniet heeft men geen recht op VOV.
Type contracten: Studenten met een studentencontract (STU) of een overeenkomst alternerende opleiding (OAO) en werkzoekenden met een individuele beroepsopleiding (IBO), komen niet in aanmerking voor VOV.
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende:
Bij sommige opleidingen zijn er beperkende voorwaarden mbt opleidingsniveau van de werknemer. Bij opleidingen steeds nakijken in de opleidingsdatabank((opent in nieuw venster)) of bij de gewenste opleiding beperkende voorwaarden worden vermeld voor VOV i.v.m. het opleidingsniveau van de werknemer.
Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende, verplichte aanwezigheid in les/deelname examen…):
Aanwezigheid: men moet voldoende aanwezig zijn in de les en/of deelnemen aan de eindbeoordeling als die is voorzien. Recht pas veworven indien deelname aan eindbeoordeling, indien deze er is.
Opleidingen gebaseerd op lesuren: Bij deze opleidingen is er voor het recht op VOV regelmatige aanwezigheid vereist. Het aantal uren VOV is gelijk aan het aantal lesuren dat u aanwezig bent in de les totdat uw persoonlijke maximum per schooljaar is bereikt. + Bovendien bent u verplicht om deel te nemen aan de eindbeoordeling (bv. opleidingen van Syntra hebben steeds een eindbeoordeling) als de opleiding een eindbeoordeling voorziet. Geen deelname = geen recht = geen terugbetaling voor de werkgever! Het rechtstreekse contact tussen werknemer en lesgever mag ook digitaal gebeuren. Daardoor kunnen alle lessen online doorgaan op
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
70
voorwaarde dat de lesgever effectief online lesgeeft. Er moet dus interactie zijn tussen lesgever en cursist op een vooraf bepaald tijdstip.
Opleidingen gebaseerd op studiepunten bij het Vlaams hoger onderwijs: Deelname aan de eindbeoordeling is verplicht om effectief gebruik te kunnen maken van VOV. Geen deelname aan de eindbeoordeling = geen recht = geen terugbetaling aan de werkgever. Voor deze opleidingen wordt er voor VOV geen rekening gehouden met aanwezigheid in de les. Het VOV wordt dus niet berekend op basis van het aantal aanwezige lesuren. + Per afgelegd studiepunt (aantal studiepunten waarvoor effectief examen werd afgelegd, niet het aantal ,studiepunten waarvoor u is ingeschreven) is er recht op 4 uren VOV totdat uw persoonlijke maximum per schooljaar is bereikt. Uitzondering: voor HBO5-opleidingen en graduaten kunt u 6 uren VOV per studiepunt opnemen tot en met schooljaar 2021-2022. ‘Postgraduaten’ vallen níet onder de categorie ‘graduaten’.
Opleidingen gebaseerd op lestijden bij centra voor volwassenonderwijs (CVO en CBE): Deelname aan de eindbeoordeling is verplicht om effectief gebruik te kunnen maken van VOV. Geen deelname = geen recht = geen terugbetaling aan de werkgever.
Voor deze opleidingen wordt er voor VOV geen rekening gehouden met aanwezigheid in de les. Het VOV wordt dus niet berekend op basis van het aantal aanwezige lesuren.
Omvang voor lerende Maximum 125 uur per schooljaar [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
Het aantal uren wordt pro rata de tewerkstellingsbreuk toegekend aan werknemers, op voorwaarde dat ze minstens halftijds werken en op basis van het aantal uur dat de werknemer daadwerkelijk in de les was. Voor opleidingen waar geen aanwezigheid vereist is, wordt gewerkt met een forfait. Het concrete aantal uren VOV dat u kunt opnemen, hangt af van het type opleiding dat u volgt of examen dat u aflegt:
Opleidingen gebaseerd op lesuren: Het aantal uren VOV is gelijk aan het aantal lesuren dat u aanwezig bent in de les totdat uw persoonlijke maximum per schooljaar is bereikt.
Opleidingen gebaseerd op studiepunten bij het Vlaams hoger onderwijs: Per afgelegd studiepunt (aantal studiepunten waarvoor effectief examen werd afgelegd, niet het aantal ,studiepunten waarvoor u is ingeschreven) is er recht op 4 uren VOV totdat uw persoonlijke maximum per schooljaar is bereikt. Uitzondering: voor HBO5-opleidingen en graduaten kunt u 6 uren VOV per studiepunt opnemen tot en met schooljaar 2021-2022. ‘Postgraduaten’ vallen níet onder de categorie ‘graduaten’.
Opleidingen gebaseerd op lestijden in het volwassenonderwijs (CVO en CBE): Per ingeschreven lestijd/lesuur (aantal lestijden zoals vermeld op het inschrijvingsattest) is er recht op 1 uur VOV totdat uw persoonlijke maximum per schooljaar is bereikt.
Het afleggen van examens bij de examencommissie: Per examen dat afgelegd wordt bij de examencommissie is er recht op 8 uren VOV totdat uw persoonlijke maximum per schooljaar is bereikt.
Het afleggen van examens voor erkenning van verworven competenties (ervaringsbewijzen ECV): Per traject is er recht op 16 uren VOV totdat uw persoonlijke maximum per schooljaar is bereikt.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
71
U mag dan afwezig zijn om een opleiding te volgen, terwijl uw loon wordt doorbetaald. U hebt recht op de betaling van uw normale loon op het normale tijdstip, beperkt tot maximaal 2.987 euro bruto per maand (cfr. KB 3 maart 2021). Verdient u meer dan 2.987 euro bruto per maand? Dan mag uw werkgever uw loon voor de uren Vlaams opleidingsverlof beperken tot dat maximumbedrag . Bereken uw bruto uurloon volgens deze formule: ((maandloon x 12) : 52) : uw wekelijkse arbeidsduur. Bv. voor een werknemer die 38 uur per week werkt: ((2987x12):52):38= 18,14 euro. Bv. voor een werknemer die 40 uur per week werkt: ((2987x12):52):40= 17,23 euro. Dit staat los van het vaste bedrag van 21,30 euro dat uw werkgever per opgenomen uur VOV ontvangt van de Vlaamse overheid.
Opname en cumulatie Minimum 32 uur [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
Cumulatieverbod met Vlaams opleidingskrediet. De combinatie van VOV en VOK is niet toegestaan voor eenzelfde opleiding binnen dezelfde periode. Er zijn geen andere combinaties verboden vanuit de regelgeving VOV, maar telkens natrekken bij de regelgeving van de te combineren maatregel. Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
Departement Werk en Sociale Economie
[Wie beheert de incentive?]
Budget
(2018-2019 BEV bedrag goedgekeurd: €65.159.869,23)
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Aantal begunstigden [Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
2019-2020: 52436 goedgekeurde dossiers (bij 6011 werkgevers en voor 39736 werknemers), van 94613 terugbetalingsaanvragen (40424 dossiers nog in behandeling en 1753 geannuleerd)
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
72
4.21
Incentive: Vlaams zorgkrediet om opleiding te volgen
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?]
Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Werknemers uit de Vlaamse openbare sector de kans geven extra tijd op te nemen om een opleiding te volgen waarbij een onderbrekingsuitkering toegekend wordt.
Opleidingen georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse overheid; Opleiding georganiseerd door een opleidingsverstrekker erkend in het kader van het Kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners binnen Werk en Sociale Economie.
Opleidingen in het buitenland komen niet in aanmerking, tenzij georganiseerd door een Belgische onderwijsinstelling.
Voorwaarden toepassingsgebied
Voorwaarden toepassingsgebied:
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Minimaal 120 contacturen of 9 studiepunten op jaarbasis (ook geldig voor avondonderwijs).
Minimum omvang opleiding/begeleiding
Andere voorwaarden toepassingsgebied:
Verplichte aanwezigheid in de lessen, met toegestane onwettige afwezigheid van maximaal 1/10 van de duur van de opleiding.
Er moet een aanwezigheidsattest bezorgd worden, maar het moet niet om contactonderwijs gaan. Er kan op dat aanwezigheidsattest ook aangegeven worden dat het gaat om afstandsonderwijs
Doelgroep [Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Werknemers uit de openbare sector: Vlaamse overheid, Vlaamse onderwijs, lokale of provinciale besturen, specifieke categorieën: Vlaamse Gemeenschapscommissie, VRT, Ziekenhuizen beheerd door openbare overheidsinstellingen, Maatschappij van de Brugse Zeehaven, Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Het secretariaatspersoneel van het Vlaams Fonds voor de letteren, Vlaams bestuursrechtscolleges, Bepaalde Eigen Vermogens, de VREG, de SERV. niet: federale openbare sector (federale ambtenaren, lokale en federale politie).
Voorwaarden doelgroep [Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Voorwaarden mbt: Woonplaats van de lerende: / Tewerkstellingsplaats van de lerende: / Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: / Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: / Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): /
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
73
Omvang voor lerende 18 maanden (bij volledige onderbreking), 36 maanden (bij halftijdse [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…]
onderbreking), 90 maanden (bij 1/5de onderbreking). Het Vlaams Zorgkrediet krijgt men enkel terwijl de opleiding effectief loopt (van start tot beëindiging).
Opname en cumulatie Opname in termijnen van minimum 3 maanden en maximaal 12 maanden. [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Niveau
Aanleveren aanwezigheidsattesten
Vlaams
[Federaal, Vlaams, sectoraal]
Bevoegde instantie
Departement Werk en Sociale Economie – Dienst werkbaar werk
[Wie beheert de incentive?]
Budget [Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Uitbetaald in: 2018: 1.511.054 euro 2019: 1.394.677 euro 2020: 1.485.884 euro Hieronder in schooljaren: 2018-2019: 1.444.535 euro 2019-2020: 1.430.253 euro
Aantal begunstigden [Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
2.499 goedgekeurde dossiers in 2020, waarvan 1.207 unieke personen 2.345 goedgekeurde dossiers in 2019-2020, waarvan 930 unieke personen
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
74
4.22
Incentive: Vrijstelling van beschikbaarheid voor het volgen van een studie, opleiding of stage
Doel [Wat beoogt deze incentive? Welke (potentiële) drempel(s) wil hij wegnemen?] Toepassingsgebied [Voor welke opleidingen/ loopbaanbegeleiding kan de incentive gebruikt worden?]
Voorwaarden toepassingsgebied [Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. het toepassingsgebied om beroep te kunnen doen op de incentive? (Bijv. minimum omvang/aantal uren opleiding/begeleiding, …)
Ambtshalve vrijstelling van beschikbaarheid waarmee de werkzoekende de kans krijgt zich ten volle te focussen op zijn studies.
Hier moet een onderscheid gemaakt worden tussen de erkende opleidingen (deze met een VDAB opleidingscontract = beroepsopleidingen georganiseerd door VDAB en/of partners) en de niet-erkende studies, opleidingen of stages (georganiseerd buiten VDAB). Bij opleidingen andere dan beroepsopleidingen (niet erkend door VDAB): enkel recht op vrijstelling indien men toestemming heeft na aanvraag. De individuele aanvragen worden beoordeeld op een aantal wettelijke criteria (formele voorwaarden) en op passendheid in het traject naar werk. De dienst vrijstellingen bekijkt de formele voorwaarden na en een gespecialiseerd team van bemiddelaars beoordeelt de passendheid in een traject naar werk. De finale beslissing voor een goedkeuring of weigering van een vrijstelling wordt genomen door de dienst vrijstellingen. We brengen de klant hiervan schriftelijk op de hoogte. Voorwaarden toepassingsgebied:
Minimum omvang opleiding/begeleiding Studie/opleiding van minstens 4 weken, gemiddeld minstens 20u/week omvatten en hoofdzakelijk overdag plaatsvinden (niet op zaterdag of na 17 uur). Een opleiding hoger onderwijs moet minstens 27 nieuwe studiepunten omvatten.
Andere voorwaarden toepassingsgebied: Een vrijstelling kan ook toegekend worden voor een aantal modules en opeenvolgende opleidingsonderdelen die in hun geheel een “studie, opleiding of stage” vormen. De opleiding, studie of stage moet passen in het traject naar werk van de werkzoekende en verhoogt diens kansen op werk. Voor de opleidingen, studie en stages die niet erkend zijn door VDAB zijn er afhankelijk van het type opleiding bijkomende voorwaarden van toepassing: https://www.vdab.be/vrijstellingen/niet-erkend
Doelgroep [Wie kan allemaal gebruik maken van de incentive: werknemers, werkzoekenden en/of zelfstandigen? En in welke sector?]
Werkzoekenden die een RVA-uitkering ontvangen (werkloosheidsuitkering, inschakelingsuitkering, inkomensgarantie-uitkering, ...)
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
75
Voorwaarden
Voorwaarden mbt:
doelgroep
[Zijn er voorwaarden die gelden m.b.t. de doelgroep om de incentive te mogen gebruiken? (Bijv. met betrekking tot type contract, type opleiding, scholingsgraad, beroepsgroep, woonplaats, tewerkstellingsplaats,…)]
Omvang voor lerende [Wat houdt de incentive exact in voor de gebruiker? (bijv. aantal uren verlof, bedrag van de premie,…] Opname en cumulatie [Hoe kan de lerende de incentive opnemen? Is er een cumulatieverbond met andere incentives?]
Woonplaats van de lerende: VDAB is enkel bevoegd indien de werkzoekende gedomicilieerd is in Vlaanderen Tewerkstellingsplaats van de lerende: / Type contract + type tewerkstelling (voltijds, deeltijds,…) + anciënniteit: Plichten indien men vrijstelling van beschikbaarheid heeft: Enkel indien men uitkering ontvangt van RVA: Je blijft ingeschreven bij VDAB als werkzoekende. Opgelet: ontvang je langer dan 28 dagen geen uitkering (bijvoorbeeld door ziekte)? Dan moet je je opnieuw inschrijven bij VDAB als werkzoekende.
Vooropleiding/scholingsgraad van de lerende: / Andere voorwaarden m.b.t. doelgroep (bijv. type beroepsgroep/sector van lerende, contextfactoren van lerende,…): Je volgt je opleiding, studie of stage op regelmatige basis en werkt op een positieve manier mee. Je houdt je aan de afspraken die je vastgelegd hebt met je bemiddelaar. Je gaat in op vragen van je bemiddelaar in verband met je opleiding, studie of stage. Zo kan je bemiddelaar je vragen om een aanwezigheidsattest te mailen of je uitnodigen voor een gesprek om te informeren naar je opleiding, studie of stage. Wat gebeurt er als men plichten niet nakomt? Dan wordt je dossier doorgegeven aan de Controledienst. De Controledienst kan op basis hiervan een sanctie nemen die gevolgen heeft voor je uitkering. Is dit het geval, dan wordt je vrijstelling ingetrokken. Behoud RVA-uitkering (werkloosheidsuitkering, inschakelingsuitkering, inkomensgarantie-uitkering), uitkering kan wel dalen (info bij uitbetalingsinstelling: Hulpkas of vakbond ACLVB, ACV, ABVV of RVA) + Vrijgesteld van plichten (men hoeft niet op zoek te gaan naar werk, men hoeft niet in te gaan op passende jobs, men hoeft niet deel te nemen aan bijkomende bemiddelings-, begeleidings-, of opleidingsacties.) Voor de opleidingen die erkend zijn door VDAB (beroepsopleidingen): vrijstelling van beschikbaarheid wordt automatisch toegekend indien aan de voorwaarden voldaan werd. Voordeel wordt in dat geval gecumuleerd met het recht op gratis opleiding (zie ook ‘gratis aanbod erkende opleidingen’) Voor de andere opleidingen die niet erkend zijn door VDAB: werkzoekende moet het aanvraagformulier invullen, dat op de formele voorwaarden en de passendheid in traject naar werk beoordeeld wordt door VDAB. Indien de opleiding niet erkend is door VDAB en bij een CVO of CBE doorgaat, kan de klant deze incentive cumuleren met de maatregel ‘vermindering inschrijvingsgeld CVO/CBE’.
Niveau [Federaal, Vlaams, sectoraal]
Vlaams
Bevoegde instantie [Wie beheert de incentive?]
VDAB
Budget
/
[Hoeveel financiering is er ter beschikking om deze incentive mogelijk te maken in 2019 en/of 2020?]
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
76
Aantal begunstigden [Hoeveel mensen maakten gebruik van deze incentive in 2019 en/of in 2020?]
30359 in totaal => 27041 vrijstellingen voor erkende studies, opleidingen + 3318 goedgekeurde vrijstellingen voor niet-erkende studies of opleiding (7650 aanvragen: > waarvan 1922 voor knelpuntberoep, > waarvan 1363 geannuleerd) (in 2.375 van de dossiers werd de aanvraag tot vrijstelling geweigerd. Bij de weigering moet een onderscheid gemaakt worden tussen weigering op basis van de formele (wettelijke) voorwaarden dan wel op het passen in het traject naar werk. In 2020 tekenden we 21% weigeringen op ten gevolge van niet beantwoorden aan de wettelijke voorwaarden. Slechts 9% van de weigeringen zijn terug te brengen tot het niet passen in het traject naar werk) Bij de erkende studies, opleidingen en stages ligt het knelpuntgehalte wel veel hoger: gemiddeld 78,2% bij opleidingen en 58% bij IBO’s.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
77
A.5 /
Portfolioanalyse van incentives voor werkenden
Ter voorbereiding van het uitwerken van het nulscenario werd een portfolioanalyse uitgevoerd. Hiaten, overlappingen, sterktes en zwaktes, … werden geïdentificeerd over de set incentives die voor deze studie geselecteerd werd (cfr. Bijlage B.3/Selectie opleidingsincentives). De focus in de analyse lag niet op elke individuele maatregel op zich, maar wel op het portfolio van de maatregelen als geheel, en op het potentieel om dit te vereenvoudigen en toegankelijker te maken via een Vlaamse LLR. De analyse werd uitgevoerd aan de hand van de fiches die per incentive opgesteld werden (cfr. bijlage B.4/ Fiches met kenmerken van opleidingsincentives). Op basis van deze fiches werden diverse schematische (vereenvoudigde) voorstellingen gemaakt om de incentives in een oogopslag te kunnen vergelijken. Voor meer diepgaande analyse en bespreking van de implicaties verwijzen we naar het uitgewerkte nulscenario.
5.1
Indeling naar type en statuut
In een eerste tabel werden de geselecteerde incentives ingedeeld volgens type en statuut. Enerzijds werden de incentives ingedeeld volgens de kosten die via de incentive gedekt worden: directe kosten in termen van tijd (dekking loonkosten), directe kosten in termen geld (dekking opleidingskosten), indirecte kosten (bijv. kinderopvang, transport,…). Anderzijds werden de incentives per statuut ingedeeld: werknemers uit de private sector, zelfstandigen, werknemers uit de publieke sector (Vlaams en federaal), uitkeringsgerechtigde werkzoekenden, burgers (ongeacht statuut). Dat leidt tot de volgende vaststellingen:
Verschillende parallelle maatregelen zijn ontwikkeld om diverse statuten of diverse doelgroepen binnen een statuut het recht op een incentive toe te kennen. Zo bestaat het Vlaams zorgkrediet motief opleiding voor Vlaamse ambtenaren als parallelle maatregel voor het tijdskrediet motief opleiding dat enkel door werknemers in de private sector kan opgenomen worden. Binnen de private sector zien we dit eveneens geïllustreerd met het bestaan van het
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | 16 september 2021
78
Betaald Educatief Verlof voor Vlaams werknemers met tewerkstellingsplaats Brussel als parallelle maatregel voor het Vlaams Opleidingsverlof voor Vlaamse werknemers met een tewerkstellingsplaats in Vlaanderen.
Zelfstandigen kunnen geen beroep doen op incentives die de directe kosten in termen van tijd dekken. Er zijn ook geen incentives van dit type die door burgers ongeacht hun statuut opgenomen kunnen worden.
In de lijst met incentives geselecteerd voor deze studie bleken enkel voor werkzoekenden opleidingsincentives te bestaan die een dekking van indirecte kosten voorzien (bijv. kinderopvang, vervoer,…). Private sector
Directe • kost - Tijd • •
Directe • kost Geld • •
Zelfstandigen •
Tijdskrediet motief opleiding Vlaams opleidingsverlof BEV werkplek Brussel Vlaams opleidings krediet (aanmoedigings premies) Opleidings cheques Loopbaan cheques
• • • •
Loopbaancheques KMOportefeuille
• •
Publieke sector Vlaams Federaal Vlaams • Verlof zorgkrediet – opleidings motief opleiding activiteiten Vormingsverlof VO Verlof cursus & examens GO! Opleidings • Opleidings cheques cheques Loopbaan • Loopbaan cheques cheques
Werkzoekenden •
Vrijstelling voor werkzoekenden
•
Gratis aanbod externe opleidingen in opleidingscentrum VDAB (+ met werkloosheid bedreigde personen)
Burgers ongeacht statuut
• • • • •
• Indirecte kost
•
• • •
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
Gratis online opleidingen VDAB Premie 1ste diploma SO Studietoelage HO Vermindering inschrijvingsgeld DKO Vermindering inschrijvingsgeld volwassen onderwijs (CVO en CBE) GPMI (leefloon)
Tussenkomst verplaatsing (+ met werkloosheid bedreigde WN’s) Tussenkomst kinderopvang Tussenkomst tolk Tussenkomst arbeidsgereedschap en kledij
79
5.2
Doelstelling
Over de incentives heen werd nagegaan welke doelstellingen nagestreefd worden. In eerste instantie blijkt de doelstelling per incentive niet altijd helder gespecifieerd. De doelstellingen blijken daarnaast vooral geformuleerd als omschrijving, eerder dan dat ze de link leggen met drempels, een leercultuur, … waar men via de incentive tracht op in te spelen. Er ontbreekt ook een overkoepelend kader van waaruit de doelstellingen omschreven worden. Op die manier is het onduidelijk hoe de incentives zich tot elkaar verhouden. Zo bestaat voor werknemers in de private sector het tijdskrediet motief opleiding en het Vlaams Opleidingsverlof. Beide incentives voorzien een dekking in termen van tijd. Het is echter onduidelijk hoe beide incentives zich in hun doelstelling tot elkaar verhouden. Inhoudelijk kunnen volgende vaststellingen gedaan worden m.b.t. de doelstelling van de incentives:
De focus ligt op het recht om een opleiding te volgen tijdens of buiten de werkuren. Men tracht werknemers te stimuleren om zich bij te scholen, heroriënteren, herkwalificeren in functie van de loopbaan/arbeidsmarkt.
Bij de incentives gelinkt aan tijd wordt gedoeld op een betere combinatie tussen het professionele en het privéleven.
Werkzoekenden wil men de mogelijkheid geven opleiding te kunnen volgen zonder dat dit extra kosten (direct of indirect) met zich mee brengt.
Incentives gericht op burgers zijn er op gericht hen meer grip te laten krijgen, houden of verstevigen op de eigen loopbaan.
Sommige incentives zijn heel specifiek gericht (bijv. enkel te gebruiken om het professioneel functioneren binnen de huidige job te versterken), terwijl generieke incentives met een doelstelling gericht op het versterken van een brede leercultuur ontbreken.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
80
5.3
Omvang – per traject voor werkenden
Voor werkenden in de private en publieke sector werd de omvang van de incentives gericht op het dekken van kosten in termen van tijd en geld in kaart gebracht. Dat leidt tot de volgende vaststellingen:
Tijd
Parallelle maatregelen voorzien in sommige gevallen min of meer dezelfde omvang (bijv. bij zowel het Vlaams Opleidingsverlof, het Betaald Educatief Verlof voor werknemers met werkplek Brussel als het federaal opleidingsverlof kunnen werknemers ongeveer 120 uur per jaar opnemen). Bij andere parallelle maatregelen zijn er wel substantiële verschillen in omvang (bijv. het tijdskrediet motief opleiding omvat maximaal 36 maanden, in tegenstelling tot het Vlaams Zorgkrediet motief opleiding dat 18 maanden bij volledige onderbreking omvat. Vlaamse ambtenaren hebben echter aanvullend ook nog recht op vormingsverlof waarbij geen maximale omvang vastgelegd is, maar de omvang wel steeds in overeenstemming te bepalen is met de hiërarchisch meerdere).
Over de incentives heen is er geen coherentie in wat betreft de looptijd van de omvang. Bij sommige incentives wordt de omvang jaarlijks hernieuwd (soms per schooljaar, soms per jaar), bij andere incentives beschikt een werknemer over een omvang die over de gehele loopbaan loopt.
Federale ambtenaren kunnen geen beroep doen op een vorm van tijdskrediet. Voor werknemers in de private sector bestaat het tijdskrediet motief opleiding, parallel bestaat voor de Vlaamse ambtenaren het Vlaams zorgkrediet motief opleiding. Voor federale ambtenaren werd geen parallelle maatregel ingericht. Federale ambtenaren hebben echter wel recht op een grotere omvang tijdskrediet zonder motief, dat zij ook voor opleiding kunnen inzetten. Gezien deze maatregel niet expliciet focust op opleiding werd deze niet meegenomen in de selectie van incentives binnen deze studie. Om de omvang van de incentives waarop werkenden recht hebben te vergelijken over statuten heen is het echter wel van belang deze nuancering mee te nemen.
De omvang van het tijdskrediet motief opleiding hangt samen met het motief zorg. Werknemers in de private sector beschikken over één pot van 51 maanden krediet in totaal. Dit creëert mogelijks extra drempels (bijv. mogelijks sparen werknemers hun krediet van 51 maanden op om later in de loopbaan te kunnen inzetten wanneer ze het op dat moment essentieel zouden nodig hebben.)
1 studiepunt omvat ongeveer 25 studie-uren. +/-125u opleidingsverlof komt op die manier neer op 5 studiepunten, wat veelal refereert aan 1 opleidingsonderdeel in het hoger onderwijs. Dit betekent dat wanneer werkenden meer dan 5 studiepunten opnemen over een academiejaar heen, verwacht worden eigen vrije tijd in te brengen om de opleiding te kunnen volbrengen. Niet alle werkenden (bijv. alleenstaande ouders,…) verkeren echter in de mogelijkheid om die keuze te maken. VOV
Max. 125u/schooljaar
BEV WN’s Brussel Max. 120u/schooljaar
Federaal opleidingsverlof Max. 120u/jaar
Vormingsverlof In overeenstemming met hiërarchisch meerdere
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
Tijdskrediet motief opleiding Max 36 in volledige loopbaan
Vlaams zorgkrediet motief opleiding Max 18 maanden bij volledige onderbreking
Verlof cursus & examens GO! Max. 30 dagen/jaar
81
Financieel Voor elke incentive werd het beschikbare overheidsbudget in de afzonderlijke fiche opgelijst (cfr. bijlage B.4/ Fiches met kenmerken van opleidingsincentives). Onderstaande tabel toont een samenvatting van de omvang per tussenkomst voor directe kosten in termen van geld (opleidingskosten). De financiële tussenkomsten die werkenden ontvangen bij de incentives die kosten dekken in termen van tijd (loonkosten) zijn niet opgenomen in de tabel. Bij deze incentives (bijv. het tijdskrediet motief opleiding en het Vlaams zorgkrediet motief opleiding) ontvangen werkenden een uitkering waarvan de omvang bepaald is op basis van de individuele situatie. We komen hierbij tot de volgende vaststellingen:
Wat met de working poor? Hoewel sommige incentives verhoogde tegemoetkomingen voorzien voor kwetsbare doelgroepen (bijv. opleidingscheqeus, Vlaams opleidingskrediet,…), kan toch de vraag gesteld worden in welke mate de financiële tussenkomsten voldoende inspelen op het beschikbare netto inkomen van deze kwetsbare doelgroepen. Dit hangt vermoedelijk steeds sterk af van de specifieke opleiding waarvoor de werkende de incentive wenst in te zetten. Grote verschillen zullen daarbij optreden tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde opleidingen.
Wanneer werkenden voltijds tijdskrediet met het motief opleiding/Vlaams zorgkrediet motief opleiding opnemen, worden ze financieel volledig afhankelijk van een uitkering (eventueel aangevuld met een aanmoedigingspremie in het geval van het tijdskrediet motief opleiding). Voor velen volstaat deze uitkering wellicht niet als vervangingsinkomen.
De individuele arbeidsvoorwaarden (verlof, inkomen, ploegenwerk,…) van werkenden blijven een sterke rol spelen. Ze hebben nog steeds invloed op de ruimte voor opleiding die werkenden ervaren.
Opleidingscheques 125 – 250 EUR
Vlaams opleidingskrediet 152,72 – 577,95 EUR
KMO-portefeuille 30% (KO) 20% (MO) plafond 7500 EUR per jaar
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
Loopbaancheques 2 cheques ( = 7u lbb; per cheque 40 EUR betalen, tov 550 EUR reële waarde)
82
5.4
Toekenningsvoorwaarden
Om beroep te kunnen doen op een incentive moet men veelal aan bepaalde voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden werden samengevat in onderstaande tabel. Het overzicht toont een vereenvoudigde weergave van de informatie om de incentives in een oogopslag te kunnen vergelijken.
Uit de tabel blijkt niet alleen de grote diversiteit aan toekenningsvoorwaarden die er bestaan (bijv. voorwaarden m.b.t. de woonplaats, tewerkstellingsplaats, het type contract, het arbeidsregime, de anciënniteit, de vooropleiding van de werknemer,…): daarnaast blijkt het ook van incentive tot incentive te verschillen welke voorwaarden van toepassing zijn. Dit maakt het bijzonder complex, in de eerste plaats voor de lerenden zelf die gebruik wensen te maken van de incentives. Bovendien is er geen coherentie in de formulering van de voorwaarden over de incentives heen. Zo worden bijvoorbeeld sommige voorwaarden omschreven in termen van toegang, andere in termen van uitsluiting. Elke verandering in de persoonlijke situatie (qua werksituatie, woonplaats, vooropleiding) heeft gevolgen voor het recht op opleidingsincentives, met name voor welke incentives men in aanmerking komt. Dit maakt de overdraagbaarheid van de incentives bijzonder complex.
Criteria
Woonplaats
Tewerkstellingsplaats
Type contract
Arbeidsregime Anciënniteit Vooropleiding
Andere
Tijdskrediet motief opleiding Vlaams opleidingsverlof
Voldoende aanwezigheid en/of deelname aan eindbeoordeling
BEV werkplek Brussel
Voldoende aanwezigheid
Vlaams zorgkrediet voor opleiding
Voldoende aanwezigheid
Vormingsverlof VO
Lijnmanager of gemachtigde bepaalt aantal dagen/uren
Verlof opleidingsactiviteiten
Toestemming hiërarchische meerdere
Verlof cursus & examens GO! KMO-portefeuille
Aanwezigheidslijst tekenen
Loopbaancheques Opleidingscheques Vlaams opleidingskrediet (aanmoedigingspremie)
Enkel social profit (voltijds)
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
83
5.5
Scope – type opleiding
Om voor een specifieke opleiding een incentive te kunnen inzetten, moeten werkenden nagaan of de opleiding voldoet aan de geformuleerde voorwaarden. Deze voorwaarden werden samengevat in onderstaande tabel, die de informatie op een vereenvoudigde weergave voorstelt om ze vlot te kunnen vergelijken. Niet elke incentive kan zomaar voor elke opleiding ingezet worden. Over de incentives heen zijn er diverse voorwaarden van toepassing (bijv. is de opleiding arbeidsmarktgericht?; wordt de opleiding via afstandsonderwijs georganiseerd?; omvat de opleiding de minimale omvang?; is de opleiding erkend?,…). Het verschilt van incentive tot incentive welke voorwaarden van toepassing zijn en hoe de voorwaarden worden toegepast. Zo kan een opleiding in afstandsonderwijs bij de ene incentive wel gevolgd worden, maar niet bij een andere. De voorwaarden m.b.t. de opleiding zijn dus eveneens bijzonder complex, dit opnieuw in de eerste plaats voor de lerenden zelf die moeten nagaan of ze gebruik kunnen maken van een incentive. Het toepassingsgebied verschilt sterk van incentive tot incentive. Sommige incentives kunnen ingezet worden voor een breed bereik van opleidingen, het afleggen van examens, EVC procedures,… terwijl andere incentives een strikte focus op opleiding behouden. De meeste incentives zijn gericht op het volgen van opleiding. Voor het volgen van loopbaanbegeleiding bestaan er enkel loopbaancheques. Type opleiding
Arbeidsmarktgericht
Regeling voor afstandsleren
Min. omvang
Tijdskrediet motief opleiding
360u/jaar of 120/trimester
Vlaams opleidingsverlof
32 contacturen/jaar
BEV werkplek Brussel
32 contacturen/jaar
Vlaams zorgkrediet voor opleiding
120 contacturen/jaar
Erkende opleiding
Andere
Ook voor examencommissie en EVC
Vormingsverlof VO
Meerwaarde voor agentschap of departement waarvoor je werkt
Verlof opleidingsactiviteiten
Enkel als het past binnen POP van de organisatie
Verlof cursus & examens GO! KMO-portefeuille
100 euro
Geregistreerde dienstverleners
Loopbaancheques Opleidingscheques
32 uren/jaar
Vlaams opleidingskrediet (aanmoedigingspremie)
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
Onderwijs- of beroepskwalificerend, knelpuntberoep of ondernemerschapstraject
84
5.6
Sectoren
De incentives waarop lerenden beroep kunnen doen via de sectoren werden opgevraagd via een template. 14 sectoren (Alimento, Bus & Car, Cevora, Cobot, Comeos, Febe, Grafoc, Horeca Forma Vlaanderen, IVOC, Logos, Paperbackskills, Sociaal Fonds Podiumkunsten, Travi en Volta) bezorgden een ingevulde template terug. De aangeleverde informatie werd samengevat in onderstaande tabellen. Uit deze tabellen konden volgende vaststellingen afgeleid worden:
Er is een breed spectrum van type incentives over de sectoren heen: in sommige sectoren zijn er geen incentives voor individuen, andere sectoren ontwikkelden daarentegen reeds een eigen individuele leerrekening. Sommige sectoren beschikken over meerdere incentives met eigenaarschap voor het individu, andere sectoren beschikken enkel over incentives op initiatief van de werkgever.
Over de sectoren heen is er een grote variatie in het toepassingsgebied: sommige incentives richten zich op opleidingen online/ter plaatse, andere zijn gericht op e-platformen, of loopbaanbegeleiding, …
De omvang varieert eveneens sterk van sector tot sector: naast een groot aanbod van gratis opleidingen, zijn er in sommige sectoren tussenkomsten/reducties voor eigen opleidingen, terwijl andere sectoren ook tussenkomsten voorzien voor opleidingen bij andere opleidingsverstrekkers (bijv. het volwassenonderwijs).
Naast werknemers ontwikkelden verschillende sectoren ook incentives (veelal een gratis aanbod) gericht op werkzoekenden / leerkrachten /….
Naast diversiteit in het type incentives en het toepassingsgebied, is er eveneens een grote diversiteit over de sectoren heen op het vlak van beschikbare budgetten en het bereik.
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
85
Type incentives Incentive Gratis aanbod opleidingen voor:
Gratis aanbod loopbaanbegeleiding voor: Gratis toegang tot e-learning /online tool opleidingsCV Tussenkomst opleidingskosten voor:
Tussenkomst loonkosten werknemers Tussenkomst kosten loopbaanbegeleiding Premie Opleidingspremie voor het volwassenonderwijs Persoonlijk opleidingsbudget Individuele Leerrekening
Doelgroep Werknemers Werkzoekenden Uitzendkrachten Leerkrachten Werknemers Werkzoekenden Werknemers Werknemers Werkzoekenden, Leerkrachten Werknemers Werknemers Werknemers Werknemers Werknemers Werknemers (ook voor werkzoekenden onder 26j)
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
Sector Alimento, Bus&Car, Cevora, Cobot, Grafoc, Horeca Forma Vlaanderen, IVOC PaperPackSkills, Volta Alimento, Cevora, Cobot, Horeca Forma Vlaanderen, IVOC, Travi Alimento Cobot, IVOC, Volta Alimento PaperPackSkills Volta Alimento, Cevora, PaperPackSkills, Volta Volta Comeos, Travi Volta Cevora, Grafoc Horeca Forma Vlaanderen Alimento Ivoc
86
Budget & Bereik Incentive Gratis aanbod opleidingen voor
Doelgroep Werknemers Werkzoekenden
Sector Alimento Bus&Car Cevora Cobot Grafoc Horeca Forma Vl. Ivoc PaperPackSkills Travi
Gratis aanbod loopbaanbegeleiding voor:
Werknemers
Alimento Volta
Werkzoekenden
PaperPackSkills
Werknemers
Volta
Gratis toegang tot e-learning /online tool opleidingsCV
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
Budget 605.537 EUR via VDAB budgetlijn 12.209.142 EUR / 26.000 EUR 1.937.104 EUR (werknemers) 342.332 EUR (werkzoekenden) / 65.845 EUR 520 EUR per jongere Nieuw (per cheque 40 EUR per persoon) 5000 EUR
Bereik (2019) / 18 personen 75.470 werkn. / 2510 werkz. 1015 personen (Nieuw) 3407 werknemers 97 werkzoekenden 344 werknemers 287 personen 1083 personen
201.393 EUR (omvat ook andere acties)
851 personen (2020)
Nieuw / /
87
Incentive Tussenkomst opleidingskosten voor:
Doelgroep Werknemers Uitzendkrachten Werkzoekenden
Sector Alimento:
Budget 2.313.248 EUR / Budget via VDAB
Bereik (2019) 18.542 personen 838 uitzendkrachten 500 personen
Werknemers, Werkzoekenden, leerkrachten
Volta
201.393 EUR (omvat ook andere acties)
454 personen (2020, met meer dan 1000 annulaties)
werknemers
Cevora
116.569 EUR
558 personen
risicogroepen
PaperPackSkills
199.160 EUR (arbeiders) 115.496 EUR (bedienden)
2507 arbeiders 932 bedienden
(Aanvullende) Premie
werknemers
Cevora Grafoc
8000 EUR 5000 EUR
200 personen 2 personen
Opleidingspremie voor het volwassenonderwijs
werknemers
Horeca Forma Vlaanderen
4842 EUR
39
Tussenkomst loonkosten werknemers
werknemers
Comeos
1.630.000 EUR
25.000 personen
Persoonlijk opleidingsbudget
werknemers
Alimento
Nieuw (max 2500 EUR per persoon)
Nieuw
Individuele Leerrekening
Werknemers (ook voor werkzoekenden onder 26j)
Ivoc
(Max 1000 EUR per person)
198 personen
Bijlagen bij nota ‘Naar een leer- en loopbaanrekening in Vlaanderen’ | IDEA Consult | september 16 2021
88