Skip to main content

dossier 2021-005.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/005

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/005

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Tijdens de bijeenkomst van de algemene vergadering van de polder Tussen Schelde en Durme (verder: polder) d.d. 31 augustus 2020, vroeg xxx (verder: verzoeker), als lid van de vergadering aan de dijkgraaf om inzage te kunnen krijgen in het dossier/ project ‘verruiming van de Voorste Sloot’, wat hem werd geweigerd. Op 27 oktober 2020 herhaalt verzoeker per e-mail zijn vraag aan de dijkgraaf, aangezien zijn oorspronkelijke vraag in het PV van de algemene vergadering werd geformuleerd in die zin of particulieren de documenten konden inzien, terwijl hij de vraag had gesteld of hij zelf die stukken kon inzien (als lid van de vergadering). Op 2 november 2020 antwoordde de polder hierop: “Concreet is het zo dat de bestuursvergadering zich

eerst nog dient uit te spreken over de afronding van de studieopdracht. Wij gaan daaropvolgend op korte termijn met u contact opnemen om over de feitelijke toestand van de Voorste Sloot te komen spreken.” Verzoeker stelde hiertegen per e-mail van 19 november 2020 beroep in bij de beroepsinstantie. Die e-mail heeft de beroepsinstantie echter nooit bereikt. Verzoeker nam vervolgens op 28 december 2020 contact op met de beroepsinstantie en verstuurde zijn beroep opnieuw per e-mail, diezelfde dag. Het beroep werd op 4 januari 2021 geregistreerd.

www.vlaanderen.be


Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 27 oktober 2020. De in beroep aangevochten beslissing van de polder van 2 november 2020 maakt geen melding van de beroepstermijn en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet zodat de beroepstermijn pas aanvangt vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het ingediende beroep van 28 december 2020 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

In zijn beroepschrift stelt verzoeker dat de betreffende documenten, in toepassing van artikel 57 van de Polderwet, wel bij de ontvanger-griffier ter inzage lagen vóór de algemene vergadering van 31 augustus 2020. Het antwoord van de polder van 2 november 2020 betreft volgens verzoeker geen uitzonderingsgrond waarop de polder zich kan beroepen om niet in de openbaarheid te voorzien. Aangaande dit dossier zijn er volgens verzoeker al documenten op het internet beschikbaar, maar de schetsen van de plannen zijn niet duidelijk genoeg om er conclusies te kunnen uit trekken. Verzoeker wenst inzage en een afschrift te verkrijgen en vraagt de beroepsinstantie of de polder zich terecht op een uitzonderingsgrond zou beroepen.

2. Standpunt van de beroepsinstantie Voor wat betreft het beroepsonderdeel waarbij verzoeker een afschrift van de betreffende documenten vraagt, stelt de beroepsinstantie vooreerst het volgende vast. Hoewel in het beroepschrift staat “Naar mijn mening is de polder een Vlaamse overheidsinstantie en moeten zij het Vlaams decreet op openbaarheid van bestuur toepassen, dit is een grondrecht. Ik meen dus recht te hebben om van de documenten die volgens hen “af” zijn een afschrift te krijgen. De burger moet een vorm van controle kunnen uitvoeren op hun beleid.”, kan er geen twijfel over bestaan dat het oorspronkelijk verzoek van 27 oktober 2020 enkel een vraag om inzage omvat. Aangezien de vraag in graad van beroep niet mag worden uitgebreid, kan de beroepsinstantie bij de behandeling van het beroep dan ook enkel rekening houden met de op 27 oktober 2020 gestelde vraag om inzage. Om met voldoende kennis van zaken te kunnen oordelen heeft de beroepsinstantie contact opgenomen met de polder. Daarop bezorgde de polder per e-mail van 6 januari 2021, samen met een verdere toelichting omtrent het project, een aantal documenten aan verzoeker betreffende de plannen van de studie voor het project ‘Verruiming Voorste Sloot betreffende het gedeelte van de Voorste Sloot waaraan verzoekers percelen palen:

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/005

pagina 2 van 3


-

plan van de bestaande toestand ontwerpplan verruiming + details dwarsprofielen grondinnemingsplan

De beroepsinstantie verzocht verzoeker daarop om haar mee te delen of de polder hiermee volgens hem heeft voldaan aan zijn oorspronkelijke aanvraag. Verzoeker antwoordde per e-mail van 13 januari 2021 dat hij nu wel inzage in de plannen kreeg, nadat de beroepsinstantie de polder op zijn beroep heeft gewezen, maar aangezien de polder in eerste instantie weigerde om in te gaan op zijn verzoek, dit volgens hem betekent dat de polder zich toen op een uitzonderingsgrond beriep om niet in de openbaarheid te voorzien. Hij vraagt de beroepsinstantie, zoals ook in zijn beroepschrift, of dit terecht was. Verzoeker meent dat de motivering om de openbaarmaking af te wijzen niet gebaseerd was op een uitzonderingsregel waarop de polder zich toen kon beroepen. De beroepsinstantie meent te kunnen vaststellen dat verzoeker aangeeft dat de polder met het bezorgen van voormelde documenten wel degelijk aan zijn oorspronkelijke verzoek heeft voldaan. Verzoeker wil echter nagaan of de polder initieel toepassing heeft (kunnen) maken van een uitzondering op de openbaarheid van bestuur. De beroepsinstantie oordeelt dat, nu het beroepschrift ten gronde als zonder voorwerp moet worden beschouwd, er dan ook geen reden meer is om daaromtrent een uitspraak te doen. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 28 december 2020 tegen de beslissing d.d. 2 november 2020 van de polder Tussen Schelde en Durme wordt als ontvankelijk doch zonder voorwerp beschouwd. Brussel, 15 januari 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/005

pagina 3 van 3


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-005.pdf by Vlaanderen-be - Issuu