COLOFON Auteurs Veerle Vanbuel en Hildegarde Van Genechten Tekstredactie Birgit Geudens Vormgeving Silke Theuwissen Foto’s Alexander Daems, Sandra Mermans, NTGent, Stephan Vanfleteren Illustraties Rob van Barneveld Druk Albe De Coker, gedrukt op 100% gerecycleerd papier. Met dank aan Roel Daenen, Sofie Donders, Ellen Hanssens, Karen Jacobs, Jan Leyers, Anne Milkers, Dirk Terryn, Katrien Van Iseghem Deze publicatie is een realisatie van CANON Cultuurcel (Departement Onderwijs en Vorming), het Departement Cultuur, Jeugd en Media en FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed.
Verantwoordelijke uitgever Olga Van Oost, FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed vzw, Priemstraat 51, 1000 Brussel Wettelijk depot D/2021/11.524/4 Maart, 2021 © 2021 FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed vzw Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke voorafgaande en schriftelijke toestemming van de auteurs.
INHOUD
3
Woord vooraf. Erfgoed is.
8
Wat erfgoed is Column door Ilja Leonard Pfeijffer
13
Erfgoed is persoonlijk Over erfgoedwijsheid en emotienetwerken. In gesprek met Hester Dibbits
23
Erfgoed is nabij Erfgoed als aanknopingspunt voor je project. In gesprek met Poli Roumeliotis
33
Leven voor gevorderden? Column door Rebekka de Wit
40
Erfgoed is verbindend Tussen schuren en verbinden. In gesprek met Bruno De Wever
50
Erfgoed is inspirerend Erfgoed als inspiratie. In gesprek met Milo Rau
WOORD VOORAF. ERFGOED IS.
Wat is erfgoed? Het is een vraag die steeds weer terugkomt. Het antwoord lijkt nochtans eenvoudig: erfgoed, dat zijn sporen uit het verleden die mensen en gemeenschappen belangrijk vinden om te bewaren voor de toekomst. Het is verleidelijk om in deze omschrijving vooral te focussen op de ‘sporen uit het verleden’. Want die artefacten, objecten, gebouwen of culturele uitingen … dat is toch wat doorgaans in de kijker staat, niet? En toch. Erfgoed is vooral mensenwerk. Erfgoed vormt een wezenlijk aspect en het bewijs van onze menselijke cultuur en evolutie, door de eeuwen heen. We zijn wie we zijn door steeds verder te bouwen op de kennis en het cultureel erfgoed, materieel of immaterieel, uit het verleden. Erfgoed verbindt Erfgoed geeft ons een blik op culturen van het verleden, en verbindt ons met mensen en generaties uit vroegere tijden. Erfgoed van vroeger en nu heeft een waaier aan betekenissen en waarden, voor zowel individuele burgers als gemeenschappen. Vanuit die enorme diversiteit en uiteenlopende referentiekaders hechten we aan spullen, gebouwen, tradities en verhalen, en vinden we het belangrijk om ze bij te houden. Soms verloopt dat bijhouden heel bewust; soms gebeurt het als bij toeval. Het verzamelen, bewaren en doorgeven van erfgoed doet ons ook nadenken over samenleven. Welke aspecten van cultuur hebben we bijgehouden, en welke zijn verloren gegaan? Wiens cultuur hebben we verzameld, en wiens cultuur kreeg heel wat minder aandacht? Deze vragen leiden vandaag soms tot conflict. Dat is op zich geen probleem. Het is net een teken dat het erfgoed ertoe doet. Wanneer we deze discussies in een dialoog kunnen omzetten, werken we aan het ‘cultureel bewustzijn’ van onszelf en de samenleving. Erfgoed is nabij Het startpunt van deze oefening ligt verrassend genoeg dicht bij onszelf. Kijk naar het eigen verleden en herinneringen, of naar die van familie, vrienden, buren … Ervaar volop de eigen omgeving. Merk de verschei-
3
WOORD VOORAF. ERFGOED IS.
denheid aan cultuuruitingen en tradities op, van hier of elders, van individuen of van collectieven. Sta ook stil bij de kennis, vaardigheden, hulpmiddelen waarop je terugvalt wanneer je je werk doet in het kader van onderwijs of wat dan ook, of wanneer je pakweg kookt of fietst. Generaties mensen hebben ertoe bijgedragen. Maar … als we er niet samen voor zorgen, verdwijnen die kennis, vaardigheden en hulpmiddelen weer. Of … als we er niet kritisch naar kijken, blijven we iets doen ‘omdat we het al altijd zo gedaan hebben’. Sommige maatschappelijke en ecologische uitdagingen waar we voor staan, vragen nu eenmaal om verandering. Het is samen spannend zoeken naar evenwicht. Erfgoed is inspirerend Bovenal is erfgoed een inspiratiebron. Niet alleen voor bijvoorbeeld schrijvers of theatermakers die aan de slag gaan met ‘de klassiekers’. We vertrekken allemaal voortdurend vanuit een erfenis, waarmee we iedere dag opnieuw actief of creatief aan de slag gaan. Dit zorgt voor een dynamische omgang met erfgoed. Niet al wat erfgoed is, hoeft onder de spreekwoordelijke stolp te staan. Hergebruik is toegelaten. Erfgoed is dan het bronmateriaal waarmee we onszelf kunnen plaatsen in een groter geheel: we voegen elementen toe en kunnen zo op onze beurt ons eigen aandeel zien in een (duurzame) toekomst. Erfgoed is persoonlijk Erfgoed helpt ons om cultuur over generaties heen richting en betekenis te geven. En het stelt ons voor de uitdagende vraag wat wij, op onze beurt, kunnen en willen doorgeven aan volgende generaties. Wij hebben daarin de hand. Want niets is immers erfgoed op zich. Erfgoed vertelt in die zin bijzonder veel over onszelf, over ons als gemeenschap, samenleving, en als mensheid: wat we waardevol achten en wat niet, waarom dat zo is, en wie daarin een stem heeft en wie niet. En net daarom keert de vraag: ‘Wat is erfgoed?’ steeds weer terug. Als een haast filosofische en zonder meer boeiende vraag. Deze publicatie, naar aanleiding van de Dag van de Cultuureducatie met als thema ‘Erfgoed is’, nodigt elke lezer uit om relevantie en betekenis
4
vast te knopen aan erfgoed. Wij nodigden alvast een aantal markante personen – elk met een bijzondere connectie met het verleden – uit om u in deze denkoefening voor te gaan. U leest interviews met Hester Dibbits (Reinwardt Academie), Poli Roumeliotis (Buurten met erfgoed), Bruno De Wever (UGent) en Milo Rau (NTGent). Schrijvers Ilja Leonard Pfeijffer en Rebekka de Wit geven elk hun beschouwingen in een column. Ook Ben Weyts, viceminister-president bevoegd voor Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand, en Jan Jambon, minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management namen de uitnodiging aan. Zij vertellen wat erfgoed voor hen betekent in een kort filmpje dat u kunt bekijken door simpelweg deze QR-code te scannen.
Ter inspiratie!
CANON Cultuurcel, Departement Cultuur, Jeugd en Media, FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed
5
6
7
WAT ERFGOED IS Column door Ilja Leonard Pfeijffer
8
WAT ERFGOED IS
Portretfoto: © Stephan Vanfleteren
Na vele duizenden miljoenen jaren waarin er geen tijd en geen geschiedenis bestond, alleen een voortdurend hier en nu waarin klauwen en tanden vochten om hun voortbestaan, verhief zich een dier op twee benen en begon te spreken. Dankzij zijn spraak kon hij samenwerken met soortgenoten en toen ging het snel. Nadat de eerste mammoet was geveld, verrezen er in een mum van tijd piramides in het zand van de woestijn en een oogwenk later stond de eerste mens op de maan. Met de spraak kwamen de plannen en de plannen creëerden de tijd. Omdat de mens leerde van begane fouten en voortborduurde op eerdere successen, werd het geheugen uitgevonden, dat de geschiedenis moest bewaken. Oudere leeuwen, antilopen, bevers en sabeltandtijgers werden door hun soortgenoten afgedankt en crepeerden darwinistisch in het kreupelhout onder een schamel bosschage, maar oude mensen kregen een ereplaats aan het kampvuur, waar ze avond na avond gedwongen werden de verhalen te vertellen die ze lang geleden had-
den gehoord van de oude mensen van toen. Het geheugen werd een collectief geheugen, dat over de generaties heen reikte. En algauw werd alle bijeengescharrelde kennis te omvangrijk om te onthouden. De mens had meer beleefd en geleerd dan in één hoofd paste. Zo werden boeken noodzakelijk en elke generatie stapelde haar eigen boeken bovenop de berg boeken die haar had bijgepraat over de vooruitgang tot dan toe. Iemand die niet leert lezen of verkiest het niet te doen, is gedoemd om slechts één leven te leiden. Hij of zij zal nooit de gedachten kennen van wie eerder mens is geweest. Iemand die nooit naar het museum gaat, zal nimmer kijken met de ogen van zijn voorouders. Iemand die geen theater of concertzalen bezoekt, zal de emoties van onze broeders uit het verleden nooit navoelen.
9
WAT ERFGOED IS
Dat is erfgoed. Erfgoed is van levensbelang voor onze soort, want het collectieve geheugen dat in ons erfgoed is gematerialiseerd vormt het geheim van het succes van de mensheid. Zonder ons geheugen vallen we terug in dierlijk gescharrel door het struweel van onze planeet, met lichaamskracht en voortplantingsdrift als enige wapenen tegen annihilatie. Cultuur is interactie met erfgoed. De manier waarop wij een plek voor onszelf bedenken in een appendix op de oude verhalen, bepaalt onze identiteit en ons zelfbeeld. “Verhalen moeten worden verteld”, zegt de protagonist van Grand Hotel Europa tegen Abdul, “omdat verhalen betekenis geven aan de gebeurtenissen en omdat zonder betekenis alles zinloos wordt. Omdat je, als je het verhaal niet vindt in de willekeur, de hoop kunt opgeven dat je ooit nog iets begrijpt. Omdat we mensen zijn, en dat is wat mensen sinds mensenheugenis doen: ze vertellen elkaar verhalen. Als iets cultuur is, dan is dat het: een collectief geheugen van alle verhalen die definiëren wie wij zijn en wat het betekent dat wij mensen zijn. Op de dag dat wij ophouden elkaar verhalen te vertellen, verkruimelt empathie met medemensen, stort het samenwerkingsverband in dat 10
wij samenleving noemen, en zijn wij als personages in een postapocalyptische dystopie overgeleverd aan elkaars overlevingsinstinct en aan de vraag of de producer om commerciële redenen ondanks alles een ongeloofwaardig happy end wil forceren.” Laat niemand dus ooit het woord ‘cultuureducatie’ in de mond nemen zonder te huiveren van ontzag bij de majeure importantie van deze heilige taak. Door onze kinderen in te wijden in onze cultuur maken wij hen deel van de mensheid en haar geschiedenis en geven wij hun alle verhalen die ooit bedacht zijn om betekenis te scheppen in de chaos, alsmede alle mechanismen die ooit zijn toegepast om als mens in de wereld te overleven. Wij geven dit alles voor beter. Wij gieten ons geheugen over in die kleine hoofdjes met de bedoeling dat ze daar de rest van hun leven kritisch tegenover staan, en het hunne aan toevoegen alvorens zij hun geheugen overdragen op hun kinderen. Anders dan in Nederland is in België het onderwijs nog niet afgeschaft. Dus er is hoop dat mijn Belgische lezers zich vervelen bij de overbodigheid van mijn betoog. In Nederland heeft de misvatting postgevat dat je kinderen alles
hebt geleerd wanneer je hen hebt geleerd te googelen en dat het enige wat verder voor de rest van hun schoolcarrière nog relevant is, de vraag is of ze het leuk vinden. Het feit dat juist Nederland in toenemende mate kampt met de grootst mogelijke verwarring omtrent cultuur en identiteit is daar naar mijn vaste overtuiging een direct gevolg van. Wie niet deelt in het collectieve geheugen, loopt het gevaar te concluderen dat hijzelf de maat is van alle dingen en zijn eigen gekwetstheid als allesbepalend criterium te beschouwen. Wie geen voeling heeft met erfgoed, kan zijn eigen opinie niet relativeren. Hij is niet toegerust voor het leven. Hij staat rillend op het startblok zijn mening te geven over het zwembad zonder dat hij kan zwemmen. Hij weet niet eens wat zwemmen is. Hij weet niet eens dat er zoiets als zwemmen bestaat. Cultuureducatie is niet leuk. Het is een langdurige en moeizame worsteling met de gedachten en gevoelens van onze voorouders. Het kost inspanning en moeite om zich het collectieve geheugen van de mensheid eigen te maken en het is een taak die nooit volledig kan worden volbracht. De reden waarom we moeten volharden in cultuureducatie is niet dat het zo’n fijne bezigheid is, maar dat deze
bezigheid van levensbelang is voor de toekomst van onze samenleving. Maar juist bij diegenen die het het hartgrondigst met mij eens zijn op dit punt en die altijd al hebben beweerd dat de toekomst van de jeugd gelegen is in een degelijke tuchtiging met kunst en cultuur, ligt een ander misverstand op de loer en dat is dat erfgoed en cultuur een onbeweeglijk en onveranderlijk pantheon vormen waarin een identiteit huist die zuiver en vrij van vreemde smetten dient te worden behoed voor elke modificatie en corruptie. Doordat elke generatie en elk individueel mens het collectieve geheugen met eigen ogen beziet, filtert en aanvult, zijn erfgoed en cultuur per definitie fluïde concepten. Juist door het erfgoed, de cultuur en de geschiedenis te bestuderen besef je dat deze altijd aan verandering onderhevig zijn geweest. Het is het kenmerk van een levende cultuur dat zij andere culturen assimileert, imiteert of overneemt. Alleen dode culturen zijn gestold en onveranderlijk, als de ruïnes van Apollo’s heiligdom in Delphi. Je kunt als mens op twee manieren veranderen. Je kunt besluiten anders over de dingen te denken en de dingen anders aan 11
WAT ERFGOED IS
te pakken, of je kunt je geheugen wissen, waarna alles vanzelf nieuw wordt. De eerste optie is nobel en moedig, omdat zij een wilsbesluit behelst, en de tweede optie is laf, zonder brute hersenoperatie niet goed denkbaar en belachelijk. Plus dat er geen enkele garantie bestaat dat je na het wissen van je geheugen niet in dezelfde oude fouten vervalt. Tegenwoordig heeft de misvatting postgevat dat we onze cultuur kunnen veranderen door delen van ons collectieve geheugen te wissen. We trekken standbeelden omver en verwijderen foute boeken uit de bibliotheek. Onlangs nog las ik een bericht over Heather Levine, een lerares Engels aan de Lawrence High School in Massachusetts, die er trots op was dat haar leerlingen niet meer werden blootgesteld aan de Odyssee van Homerus. “Hahaha”, had ze getwitterd, “Very proud to say we got the Odyssey removed from the curriculum this year!” Ze vond het kennelijk niet eens nodig om daarbij uit te leggen dat die tekst uit de zevende eeuw voor Christus in haar ogen niet voldeed aan de hedendaagse normen van politiek correct denken over vrouwen, slaven en vreemde volkeren. Maar hierbij vraag ik mij één ding
12
af: hoe kunnen we trots zijn op de vooruitgang die we hebben geboekt en ons bewust worden van de vooruitgang die we nodig nog moeten boeken wanneer het ons verboden wordt kennis te nemen van hoe het vroeger was? Als we alle onwelgevallige herinneringen willen schrappen uit ons collectieve geheugen, zouden we ook Auschwitz moeten afbreken. Maar het idee was juist dat we de herinnering levend wilden houden om te voorkomen dat ooit nog hetzelfde zou gebeuren. We moeten heel erg goed onthouden wat koning Leopold II in Congo heeft uitgevreten. Het zou een affront zijn jegens zijn slachtoffers als we hem uit ons geheugen zouden bannen. Dankzij haar collectieve geheugen kan de mensheid voortborduren op eerdere successen en leren van vroegere fouten. Bij cultuureducatie moeten die vroegere fouten niet verzwegen worden, maar uitvoerig belicht. Alleen zo kunnen we leren. Ook de zwarte bladzijden van onze geschiedenis behoren tot ons erfgoed.
13
14
15
ERFGOED IS PERSOONLIJK
“Kijk eens met andere ogen naar de alledaagse groef waarin je zit.” 16
© Sandra Mermans
`
OVER ERFGOEDWIJSHEID EN EMOTIENETWERKEN Waarom gaat iedereen net naar dat ene schilderij, De Nachtwacht, kijken? Wie besliste dat het een plaats in een eregalerij kreeg? Het zijn cruciale vragen voor Hester Dibbits, lector aan de Reinwardt Academie in Amsterdam. “Ze leren je uit te zoomen en je eigen en andermans gevoelens rond een soms moeilijk onderwerp te onderzoeken.”
Ze was al bezig met erfgoed nog voordat het zo werd genoemd, lacht ze. “Ik deed onderzoek naar tradities. Dat heette toen nog ‘volkscultuur’ en ‘volkskunde’. We waren juist druk bezig met uit te leggen waarom we van het vervelende woord ‘volk’ af wilden, toen ‘erfgoed’ kwam opzetten”, zegt Hester Dibbits. “Maar ook ‘erfgoed’, goederen van het erf, vind ik maar niks. Als terrein van onderzoek vind ik het wel heel fascinerend. Het hele repertoire van de cultuur van het dagelijkse leven, dat neem ik dan graag als startpunt. Uit dat repertoire koesteren mensen speciale objecten, gebouwen, tradities. Welke zaken dat zijn, hangt sterk af van de historische, sociale en geografische context.” Wat is erfgoed dan precies voor u?
“Erfgoed is in de eerste plaats een concept, waardering of stempel. Die gebruiken we voor dingen die
Wie is Hester Dibbits? • Nederlandse historica. • Werkte 20 jaar aan het Meertens Instituut, een onderzoeksinstituut voor taal en cultuur in Amsterdam. • Sinds 2011 lector Cultureel erfgoed aan de Reinwardt Academie van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. • Sinds 2014 bijzonder hoogleraar Historische Cultuur en Educatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. • Bedenker van ‘emotienetwerken’, een tool om erfgoedwijzer te worden.
17
ERFGOED IS PERSOONLIJK
mensen als individu of in een groep belangrijk vinden om te koesteren, te bewaren, op een sokkel te hijsen. Dat gebeurt in het heden, verwijzend naar het verleden en met een blik op de toekomst. Dat eerste stukje met ‘concept’ erin is belangrijk. Iets wordt pas erfgoed als een instantie of een groep dat zo gaat behandelen. Als ze zeggen: ‘Dat zetten we op een lijst, in een museum of op een website, met een label eraan: Dit is erfgoed. Wat een bepaalde groep nu erfgoed noemt, is het niet altijd geweest. In die zin is het ook een constructie, iets wat we zelf maken en wat veranderlijk is. In onderhandeling schuif je dingen naar voren die je belangrijk vindt. Je plakt het label ‘erfgoed’ in interactie met elkaar. Ten slotte is het ook een praktijk. Je doet het door elk jaar een feest of ritueel te herhalen. Zo maak je het bijzonder. En dat kan helemaal in je gaan zitten, dat brengt emotie met zich mee en daarom voel je het. Het is niet iets oppervlakkigs, het doet er erg toe.” Weten wat erfgoed is, is dat wat u bedoelt met ‘erfgoedwijs zijn’?
“Het gaat breder. Ik introduceerde de term ‘erfgoedwijsheid’ als variant van ‘mediawijsheid’. Zo wil ik aangeven dat het bevragen van erfgoed net zoiets is als het bevragen van nieuwsberichten in de media. Wat het inhoudt? Kijken naar wat er achter erfgoed zit, wie het maakt, wat Unesco en vergelijkbare organisaties voor rol spelen in het ‘erfgoed maken’, wie in dat proces de doorslaggevende stem heeft, wie bepaalt welke stemmen er mee aan tafel schuiven … Om het met een voorbeeld te verduidelijken: hoe komt het dat De Nachtwacht van Rembrandt zo’n belangrijk
18
Wat is Unesco? Unesco is een organisatie binnen de Verenigde Naties (VN) en is verantwoordelijk voor onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie. Sinds 1972 beheert Unesco de bescherming van ‘werelderfgoed’ door het opstellen van een werelderfgoedlijst. Die bevat onroerende goederen met, aldus de organisatie, ‘een uitzonderlijke en universele natuur- en/of cultuurwaarde’. Ook is er aandacht voor immaterieel erfgoed, met de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid, en voor onderwatererfgoed. Meer info op https://en.unesco.org
schilderij is geworden? Wie bepaalde ooit dat het in een eregalerij hangt en in de Canon van Nederland staat? In de 19de eeuw had het nog een heel andere status en nu speelt het een rol in reclames en bestaan er Playmobilmannetjes van. Ook op die andere manier naar zo’n schilderij kijken, naar de hele wereld eromheen, dat is erfgoedwijsheid.” U bedacht ‘emotienetwerken’ als instrument om met erfgoedwijsheid aan de slag te gaan. Hoe gaat dat?
“Toen ik er samen met Marlous Willemsen van Imagine IC in 2013 mee begon, was de discussie rond de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed erg actueel. Er werd gezegd dat erfgoed over gemeenschappen gaat. We wilden het openbreken, want anders betrek je alleen een vaststaande community van mensen die zo’n traditie toch al geweldig vinden. Het gaat bij erfgoed juist om die onderhandeling, die schuring, dat gesprek. Het wordt zo belangrijk omdat er iets op het spel staat dat anderen niet zo belangrijk vinden als jij. Erfgoed ontstaat dus in een netwerk van mensen die er verschillende meningen op nahouden. Er komen altijd veel emoties bij kijken, en mensen maken vaak sterke claims op het verleden zoals: ‘Ik ben aan die traditie gehecht’, ‘We deden het vroeger ook zo’, ‘Het is helemaal van mij’. Het emotienetwerk ontstond vanuit de idee dat je dat netwerk van emoties en posities kan visualiseren op een kaart. Daardoor begrijp je beter wat en wie er allemaal bij het proces van erfgoedmaken betrokken zijn. Maar ‘emotienetwerken’ is ook een werkwoord, dus dat kan je samen doen. Je kijkt samen hoe je door elkaar wordt geraakt, hoe je positie misschien wel verandert op het moment dat je in gesprek gaat en nieuwe stukjes informatie krijgt. Tijdens het emotienetwerken krijg je zo niet alleen een beter begrip van hoe erfgoed werkt – je wordt erfgoedwijzer – maar in het samen onderzoeken vorm je ook een nieuwe groep en nieuwe verbindingen. Je bent immers niet alleen elkaars tegenstander, maar ook bezig met samen onderzoek doen. Dat is de kracht van de methode.”
19
ERFGOED IS PERSOONLIJK
Zoekt het emotienetwerken dan bewust de meerstemmigheid op?
“Verschillende meningen maken het gemakkelijker om te zien hoe posities in de discussie kunnen gaan schuiven. Maar ook het besef dat niet alle stemmen altijd aanwezig zijn, is belangrijk. Zelfs als je denkt dat de groep meerstemmig is, dan nog blijven er dingen onbenoemd, zijn er dingen te gevoelig. Daarom vraag je je bij emotienetwerken ook af wie niet aan tafel zit. De plaatselijke toeristische dienst, een projectontwikkelaar, iemand van natuurbeheer? Welke positie zouden zij opzoeken? Soms sta je in een netwerk ook zelf al op twee posities. Binnen een individu kunnen meerdere stemmen zitten. Een deelnemer aan een gesprek gaf bijvoorbeeld aan: ‘Als kind vond ik indiaantje spelen leuk, maar nu ik ouder ben en de discussie hoor, zie ik het mijn eigen kinderen niet graag doen’.”
Zelfs als je denkt dat de groep meerstemmig is, dan nog blijven er dingen onbenoemd, zijn er dingen te gevoelig.
Kunnen ook jonge kinderen emotienetwerken?
“Lagereschoolkinderen kunnen dat al, ja. In het middelbaar onderwijs kan het ook. Maar de crux zit toch bij de volwassenen, de professionals. Zij moeten goed aanvoelen wat het doel is. Emotienetwerken is niet alleen maar een oefening in empathie. Het gaat niet alleen maar om aandacht hebben voor het gevoel van de ander. Het is ook het onderzoeken van die constellatie, van dat netwerk. Het is dus ook echt een onderzoeksinstrument.” Waarom is het volgens u belangrijk dat jongeren erfgoedwijs worden?
“Het geeft hun de tools om aan het gesprek en aan het maken van erfgoed, aan de onderhandeling, deel te nemen. Naast volwassenen en professionals. Voor iedereen is het handig om verder door te kunnen denken.
20
Als jongeren zien dat het hele proces van erfgoed maken een onderhandeling is, dan kunnen ze beslissen of ze bij dit of dat item graag op de bres willen staan.
Waarom gaan er busladingen naar Volendam en niet naar Monnickendam? Hoe is dat zo gekomen? Welke verhalen vergeten we ook te vertellen? Als ze zien dat het hele proces van erfgoed maken een onderhandeling is, dan kunnen ze beslissen of ze bij dit of dat item graag op de bres willen staan.” Kent u nog andere methodes die scholen of cultuureducatieve instellingen hiervoor kunnen gebruiken?
“Dialoogtafels en geweldloos communiceren sluiten er perfect bij aan. Of gewoon het kringgesprek kan al helpen. Daarom denk ik dat het in het onderwijs in Nederland al veel gebeurt. Er zijn dus verschillende methodes. De leerkracht of docent kan met leerlingen samen bekijken wat het prettigst voor hen werkt. Emotienetwerken is niet dé oplossing, het is geen harde wetenschap. Maar het kan helpen om even met andere ogen naar de alledaagse groef waar we steeds inzitten, te kijken. Je zoomt even uit om allemaal etnoloog te worden. Zo word je stilaan gewend om dingen van verschillende kanten te bekijken.” Ziet u erfgoedwijsheid dan als een ‘vak’ op school?
“Als we te veel gaan lobbyen voor erfgoed, dan worden de geschiedenisleraren zenuwachtig. Maar het moet ook niet van hun onderwijstijd afgaan, en ook niet van de kunstlessen. We moeten elkaar niet beconcurreren. Het is eerder een basisattitude van een professional en het kan op elk moment van de dag ter sprake komen. Maandagochtend emotienetwerken in plaats van muzieklessen? Nee, dat moet het niet worden. Wat voor onderwijs en cultuureducatie belangrijk is, is die metabenadering, hoe je van een afstandje kijkt. Daarin onderscheidt het zich ook van aanschouwelijke geschiedenislessen. We gaan naar het huis waar Pietje Puk leefde? Goed, maar de vraag die eraan voorafgaat,
Wat is / zijn emotienetwerken? Iedereen heeft gevoelens rond erfgoed. Ze kunnen sterk, neutraal, positief, negatief of eerder mild zijn. Denk aan een standbeeld in je buurt. Je staat er zelf neutraal tegenover. Voor Bert representeert het een pijnlijke persoonlijke geschiedenis. Maya staat er positief tegenover. Ze eet altijd haar boterhammen op bij het nabijgelegen bankje. Spoel nu enkele jaren door. Betogers protesteren tegen het standbeeld. Het staat niet voor hun geschiedenis. Hoe zit het nu met jouw gevoelens? Zijn die nog neutraal of zijn ze veranderd? Dit is een fictief emotienetwerk waar je net deel van werd.
Emotienetwerken is ook een werkwoord. Je bent aan het emotienetwerken als je samen met anderen de gevoelens rond dat standbeeld in kaart brengt. Je onderzoekt samen wat er gebeurt als je als groep op zoek gaat naar nieuwe informatie. Meer info op
www.reinwardt.ahk.nl/lectoraat-
cultureel-erfgoed/emotienetwerken
21
ERFGOED IS PERSOONLIJK
is waarom we net naar dát huis gaan en waarom iederéén naar daar gaat. Dat komt misschien omdat er iemand is geweest die het huis op een lijstje heeft gezet, namelijk de canon van de buurt rond de school. Daardoor kwam het in erfgoedgidsjes te staan, zijn er wegwijzers naartoe, kwam er een grote parkeerplaats, een extra bushalte, een souvenirwinkel. Hoe komt het dat het ene huis in de vergetelheid raakt en het huis ernaast als ‘erfgoed’ bekendstaat? Dat is een ander soort zoektocht dan die naar de bouw- of bewonersgeschiedenis van het huis. Beide zijn belangrijk en ze zijn heel goed te combineren.” Wat staat er op het spel als we die ene vraag niet stellen?
We gaan naar het huis waar Pietje Puk leefde? Goed, maar de vraag die eraan voorafgaat is waarom we net naar dát huis gaan en waarom iederéén naar daar gaat.
“Nog meer polarisatie, dat krijg je als we in die groef blijven. Je moet uit die groef. Uiteindelijk is dat belangrijk om zo goed en zo kwaad mogelijk een heel klein beetje de samenleving beter te maken. Dat lukt door af en toe uit te zoomen in het heetst van de strijd.” Is erfgoed ook een politieke zaak? En moeten we dat doorbreken?
“Het is totaal politiek, maar het is wat het is. Neem nu de discussie over het klimaat. Is de planeet ook niet een soort van erfgoed? Moeten we het water en de bossen ook niet als een speer dat label en de bijbehorende bescherming geven? Dat is politiek natuurlijk. Ook dan moet je weten welke stemmen er zijn en die proberen te begrijpen, maar je mag als mens ook ergens voor staan.”
22
De aanvulling van Hester Dibbits: “Erfgoed is iets wat je doet. Elk jaar eet je op 6 januari bijvoorbeeld driekoningentaart. Of je richt een museum in, plaatst een hek om een oud bouwwerk heen, legt een inventaris van tradities aan. Dat is allemaal erfgoed maken. Het is echt een handeling, een praktijk.”
23
24
25
ERFGOED IS NABIJ
© Sandra Mermans
“Met iets kleins kan je de hele wereld laten opengaan.”
26
ERFGOED ALS AANKNOPINGSPUNT VOOR JE PROJECT Als we aan erfgoed denken, duikt vaak het beeld van een monumentale kathedraal in de stad op. “Maar het kan net zo goed om de snackbar naast de school gaan”, zegt Poli Roumeliotis, coördinator van ‘Buurten met erfgoed’. Hoe je daarmee aan de slag gaat?
“Als een superdiverse school de kinderen nieuwjaarsbrieven laat maken, dan heb ik het gevoel dat ze vasthouden aan een traditie die acht van de tien kinderen van thuis uit niet kennen. Waarom zou je dat simpele gegeven niet aangrijpen om na te denken over hoe en wanneer Chinezen Nieuwjaar vieren? Wanneer men dat in Iran en Turkije doet? Welke rituelen daarbij horen? En waarom hier het nieuwe jaar op 1 januari start? Je hebt als leraar veel mogelijkheden om het gegeven open te trekken.” Met het voorbeeld maakt Poli Roumeliotis, coördinator van ‘Buurten met erfgoed’, meteen duidelijk hoe erfgoed ook in de kleine hoekjes van een klas én in elke leerling schuilt. Maar ook wat de kracht ervan is: “Iedereen viert Nieuwjaar op de een of andere manier. Dat kan ons verbinden.”
Wie is Poli Roumeliotis? • Studeerde o.a. Oude Geschiedenis. • Deed eerst beleidsvoorbereidend werk op het Departement Onderwijs. • Zette dan de stap naar het Minderhedenforum, vanuit de overtuiging: “Je kan geen beleid maken zonder praktijkervaring”. • Initieert sinds enkele jaren eigen artistieke projecten waar gedeeld erfgoed, Griekse identiteit en migratie een plek krijgen via tekst en beeld (fotografie). • Regisseert momenteel het pilootproject ’Buurten met erfgoed 2.0’.
27
ERFGOED IS NABIJ
In je eigen buurt en werking vind je veel aanknopingspunten om te werken met erfgoed, zegt u. Waar zoeken we dan het best?
“Een erfgoedproject kan over alles gaan: de winkelstraat, de straatnaam, het schoolgebouw, recepten, feesten, gebruiksvoorwerpen. Of denk aan een standbeeld in de buurt van de school, aan de loop van een rivier die verandert. Ook een afgebleekte reclameslogan die nog op een gevel staat en de ‘amsterdammertjes’ – de typische paaltjes die je in steden ziet – hebben een verhaal. Je kan met iets kleins echt de hele wereld laten opengaan. Je moet het alleen willen en kunnen zien. De grootste uitdaging is de juiste ingang vinden. Dat is belangrijk om de leerlingen mee in het verhaal te trekken. Door zoveel mogelijk vanuit hun interesses te vertrekken, sluit je sneller aan bij hun leefwereld. Als je vanuit de snackbar, waar de kinderen ’s middags hun broodje halen, een heel wereldbeeld opbouwt, dan blijft daar sowieso iets van hangen. Wie zijn deze mensen? Hoe komen ze hier? Hoe is het straatbeeld veranderd? Een museum of bibliotheek is soms al een stap te ver.”
Het verleden kennen is jezelf beter begrijpen, maar ook beseffen hoe het heden vorm krijgt door het verleden en de keuzes die daar werden gemaakt.
Waarom vindt u erfgoed zo belangrijk voor onderwijs?
“Omdat het een sleutel is om de samenleving te kunnen lezen. Hoe functioneert ze, welke codes zijn er, hoe komen die er? Erfgoed werkt als een blikopener en kan jongeren uit hun schulp trekken. Soms bloeien kinderen echt open tijdens zo’n project, zoeken ze van alles op en schrijven ze er een heel boek over. De meesten van hen beseffen niet dat ze zelf dragers zijn van heel wat immaterieel erfgoed. Ze nemen deel aan rituelen en tradities zonder erbij stil te staan. Een erfgoedproject leert hen, en vaak ook hun ouders
28
Hoe open-minded je als leraar ook bent, je blijft vaak vanuit een monoculturele invalshoek kijken.
en grootouders, daarop te reflecteren. Het verleden kennen is jezelf beter begrijpen, maar ook beseffen hoe het heden vorm krijgt door het verleden en de keuzes die daar werden gemaakt. Het verleden verandert elke dag. Erfgoed gaat dus over hen. Zij moeten de linken en raakpunten met hun persoonlijke levensverhaal kunnen zien. Zo laat erfgoed leerlingen dus reflecteren en kritisch kijken. Naar zichzelf, naar hun buurt, naar wat ze op school leren. Hoe weet je dat het ene juist is en het andere niet? Kun je wat je ziet in een bepaalde context plaatsen? Daar gaat het om. Het is ook interessant, omdat je via erfgoed gevoelige thema’s als kolonisatie kan aankaarten die anders moeilijk bespreekbaar zijn of op een minder goede manier naar boven zouden komen. Ik denk echt dat het in die discussies enorme mogelijkheden biedt om positief te verbinden.” Is het daarom ook een geschikt hulpmiddel bij de omgang met diversiteit?
“Het helpt, ja. Tenminste als je vertrekt vanuit de interesses van je leerlingen én hun perspectief erbij betrekt. Die verschillende perspectieven zijn belangrijk. Want wat is erfgoed? Alles wat mensen belangrijk genoeg vonden en vinden om te bewaren. Maar wie bepaalt dan of iets belangrijk is? Vaak worden veel mensen niet gehoord die in die context wel een relevante stem hebben. Ga daarom bij de uitwerking van een project in zee met mensen die een directe aansluiting met de leerlingen hebben. Want hoe open-minded je als leraar ook bent, je blijft vaak vanuit een monoculturele invalshoek kijken.
Wat is ‘Buurten met erfgoed’? ‘Buurten met erfgoed’ bestaat sinds eind 2008 voor de lagere school en sinds 2019 ook voor het secundair. Het wil een lerend netwerk creëren tussen scholen en lokale erfgoedspelers. Leraren werken hiervoor samen met lokale en regionale erfgoed-, cultuur- en natuurmedewerkers. Die erfgoedspelers zijn experten – professionelen of vrijwilligers – uit verschillende soorten erfgoedorganisaties en -gemeenschappen. Via een concreet erfgoedproject gedurende een schooljaar leren leraren en leerlingen de eigen buurt kennen. De ervaring van pilootprojecten resulteerde in een ‘train de trainer’ en een handboek over hoe je een ‘Buurten met erfgoed’-project opzet. Meer info en inspiratie op www.buurtenmeterfgoed.be
Om iets over hun eigen familiegeschiedenis of achtergrond te vertellen, moeten kinderen en jongeren zich in de klas en in de school veilig genoeg voelen. Het
29
ERFGOED IS NABIJ
gaat dan over in vrijheid en vertrouwen kunnen spreken. Ook daarom is het nuttig om er een externe bij te halen. Zo iemand verandert de dynamiek en kijkt met andere ogen naar de leerling. Dat kan bijvoorbeeld een kunstenaar zijn die zijn eigen werk toont. Leerlingen herkennen zich erin en vertellen van daaruit iets over zichzelf.” Onderwijs en erfgoedspelers laten kennismaken en een duurzaam netwerk smeden is een van de doelen van ‘Buurten met erfgoed’. Hoe doet u dat?
“In een aantal sessies leren leraren en erfgoedspelers elkaar eerst kennen en brainstormen ze. We breken het ijs, zodat ze nadien gemakkelijker contact met elkaar opnemen en samen kunnen werken. Zodat het een vanzelfsprekendheid wordt om contact te leggen. Zodat je weet dat ook in de heemkundige kring in je buurt veel kwalitatieve kennis zit. Het is ook een wederzijdse voeding: ze hebben elkaar echt veel te bieden. Vaak hebben de erfgoedspelers educatief materiaal, maar komt dat niet tot in de scholen. Ze kunnen van leraren leren waar de noden liggen, hoe je leerlingen raakt. Wie die erfgoedspelers zijn? Een heemkundige kring, een gids, de stad zelf, medewerkers vanuit de gemeente, erfgoedcellen, individuen die al een boek hebben geschreven. Hun passie is heel aanstekelijk. Ze staan echt open voor een samenwerking. Zelf zou ik dus ook spelers uit het sociaal-cultureel verenigingsleven betrekken, zeker als het over minderheden gaat. Zij doen tot op zekere hoogte wat een heemkundige kring doet en kunnen een interessante aanvulling op het project zijn, omdat ze een andere kijk binnenbrengen.” Wat drijft u om met erfgoed bezig te zijn?
“Mijn interesses voor geschiedenis en de oudheid spelen daarin mee, maar ook mijn eigen Griekse achtergrond. Wat betekent die achtergrond voor mij? Welke rol heb ik te spelen om dat element van mij verder te dragen? Ik besef met de jaren steeds meer dat het belangrijk is voor mensen met een migratieachtergrond om dat erfgoed een plek te geven. Het maakt de verbinding tussen het heden, het verleden en de toekomst. Je deelt het met een gemeenschap. Ik zie mezelf in die rol van bewaarder en doorgever. En misschien kan ik een jongere die
30
hetzelfde voelt, raken en stimuleren met mijn verhaal? Zodat die zelf in actie schiet. Ik ben bovenal ook iemand die de nadruk wil leggen op ‘we delen veel’. Ik wil niet op een eigen eiland blijven zitten, we bouwen samen een samenleving op.” Tips om met erfgoed te starten
× Gebruik je fantasie als je een onderwerp zoekt. Vaak reproduceer je wat je al kent. Durf het onverwachte te kiezen dat dicht in je buurt in je alledaagse werking ligt. × Begin gewoon. Zet een eerste stap. Wees niet geremd om iets te doen en vanuit een kladversie te beginnen. Als alles moet kloppen vóór je begint, dan doe je meestal niks. × Jongeren zijn experten op hun manier. Betrek hen. Vaak kennen zij hun buurt beter dan de leerkrachten omdat zij er, in tegenstelling tot veel leraren, wel zelf wonen. × Probeer eens een project from scratch met de hulp van anderen op te zetten in plaats van voor iets kant-en-klaars te kiezen of voor de zaken die je al kent.
De aanvulling van Poli Roumeliotis: “Ik maak er graag ‘Erfgoed is in mij’ van. Of het nu om stenen, boeken, verhalen of voorwerpen gaat, alle vormen van erfgoed vertrekken vanuit iets wat in jezelf zit. Iets wat je met je meedraagt en wat op een of andere manier een materiële vorm krijgt. Ik geloof heel hard dat je dat van generatie op generatie doorgeeft. Ook zonder dat je je daar honderd procent bewust van bent. Als je in aanraking komt met zaken die daar een link mee hebben, begint het toch te resoneren. Erfgoed zit dus in ons.”
× Opereer als team en maak werk van je interne communicatie. Een erfgoedproject hangt nog te vaak van individuele leraren af. × Heb je over een bepaald thema te weinig achtergrond en ervaring? Betrek er dan andere mensen bij die die thema’s wel kennen: schrijvers, activisten, organisaties …
31
LEVEN VOOR GEVORDERDEN? Column door Rebekka de Wit
32
LEVEN VOOR GEVORDERDEN?
Vorige zomer, toen het even mocht, ging ik met mijn oudtante de eenden voeren. In de lobby van de serviceflat zat ik op haar te wachten en zag op het tafeltje naast mij een foldertje met op de voorkant twee oude gelukkige mensen met de tekst: ‘Een serviceflat: prettig wonen voor gevorderden.’
Portretfoto: © Alexander Daems
Gevorderden, dacht ik. Opmerkelijk. Ik had me nooit gerealiseerd dat oud worden er misschien wel voor zorgt dat je uiteindelijk gevorderd wordt in het leven. Dat je er dus beter in kunt worden, terwijl we als samenleving dat oud-zijn helemaal niet als zodanig vieren. Als je jong bent, beginner dus nog eigenlijk, word je veel meer gevierd, is mijn indruk. Als je oud bent is dat toch een beetje je eigen schuld. We liepen naar een vijver in de buurt. Zij had de hele week korstjes gespaard (die ze toch niet kon opeten in verband met haar gebrek aan gebit), en we schuifelden achter elkaar op de stoep. Zij
bepaalde het tempo, waardoor we heel lang voor het zebrapad stonden te wachten, want ze durfde pas over te steken op het moment dat ze zeker wist dat de auto’s echt stilstonden. Bij het mooiste bankje gingen we zitten en toen zei ze hijgend: “Ik ben uit het verkeer gegroeid.” Ze bedoelde het letterlijk, ze fietste ook niet meer, maar ik begreep het als een metafoor. Ooit beklom ik een vulkaan en moesten de langzaamste klimmers juist voorop. Het was belangrijk dat zij het tempo bepaalden, anders ‘groeiden de klimmers uit elkaar’. De wereld is ingericht op het leven van mensen die met 120 over de snelweg durven te razen en als je dat niet durft, moet je met een driewieler over de stoep. Net als kinderen. Zij haalde haar gespaarde korsten tevoorschijn. Ik had nog een papie-
33
LEVEN VOOR GEVORDERDEN?
ren bekertje vast van de koffie die ik op het station had gehaald. Dat vond ze hoogst wonderlijk. “En hoeveel betaal je daar dan voor?” “2,50?! Terwijl je toch thuis net zo goed koffie kan drinken?” In de dagen voor mijn bezoek aan haar had ik een onlineconferentie gehad van een denktank die zich buigt over de energietransitie. Het ging over de meest ingewikkelde manieren om duurzaam energie op te wekken en onze uitstoot terug te brengen. Er wordt bijvoorbeeld een gigantische stofzuiger gebouwd om CO2 op te vangen om die dan vervolgens in een bubbel onder de Noordzee te stoppen. Kernenergie wordt weer overwogen, omdat men vermoedt dat onze huidige energieconsumptie alleen maar zal toenemen. Ik ben het enige uitje van mijn tante deze week en ze heeft daarvoor haar broek gestreken. Ze heeft een wollen jasje aan en schoenen met steunzolen. Ik kijk naar haar en vraag me af waarom zij eigenlijk niet in de powerPoint stond van de denktank. Waarom was ‘een beetje leven als mijn oudtante’ niet onderdeel van de mogelijkheden?
34
Zij vliegt niet, rijdt niet met de auto, gebruikt heel weinig stroom, eet lokale groenten (aardappels, knollen en kolen), stopt al haar gaten zelf, zou het niet in haar hoofd halen om op het station een koffie te kopen in een wegwerpbeker. Zij is inderdaad gevorderd, denk ik, terwijl ik dacht dat het andersom was. Zij was altijd de vrouw aan wie ik dingen moest uitleggen. Technologische ontwikkelingen. Emoticons. Dat vrouwen met elkaar naar bed gaan. De denktank over de energietransitie eindigde in wanhoop, omdat we er zelfs met die gigantische stofzuiger en zeeën vol windmolens volgens de voorspellingen nog niet in slagen om gevaarlijke klimaatverandering tegen te houden, maar nu ik hier zo zit, zonder telefoon, met een restje korstjes, in stilte, kijkend naar mijn tante, lijkt het eenvoudig. We gaan terug naar haar flat. Ik ga voor haar koken. Zachte preikoekjes (voor haar gebit wederom) van Ottolenghi. Ze had alleen maar zout in huis van de dingen die ik nodig had, dus ik had twee grote boodschappentassen mee, vol met plastic bakjes kruiden, gedroogde potjes, en een plastic bakje met granaatappelpitjes.
We gaan zitten en zij zet de tv aan. Ik knik en vraag wat ze al gedaan heeft vandaag. “Het journaal gekeken en mijn nagels geknipt.” Ik kijk naar de berg spullen die ik heb meegenomen, al het plastic dat ik mee naar binnen heb gesleept. Als ik haar kookboeken lees, dan zijn dat recepten als: wortel, met vis en boter. En de ingrediënten zijn dan: wortel, vis en boter. Ik dacht altijd dat zij mij nodig had om te weten dat het anders kan. Dat de wereld groot is, en dat je niet altijd, je hele leven lang, die doorgekookte aardappels hoeft te eten. Dat je niet altijd met een gesteven broek mensen hoeft te ontvangen. Dat je best mag vloeken. Dat mannen vrouwen kunnen worden. Maar nu – terwijl ik haar zo zie – denk ik: zij heeft mij nodig om te weten dat het anders kan, maar ik haar ook. Om precies dezelfde reden. Zij is de laatste brandgans. Ik bedoel dit: op Spitsbergen broedt al eeuwenlang een bepaalde kolonie brandganzen, en tot in de jaren zeventig broedden ze in de
rotsen, omdat er op het land veel vossen en ijsberen rondliepen. Het is voor gans een heel karwei om daar een nest te bouwen, maar van generatie op generatie werd doorgegeven hoe je dat moest doen, en daar waren ze tenminste veilig. Maar in de jaren zestig en zeventig werd er veel op ijsberen gejaagd, waardoor die verdwenen en het land best veilig was geworden. Ze besloten toen massaal te verhuizen en nesten te bouwen op het land. Nu – door de verandering van het klimaat – blijven er steeds meer ijsberen achter op Spitsbergen en vormen die ijsberen, drie generaties later, weer een gevaar voor de ganzen. Eigenlijk zouden ze terug moeten naar de rotsen, maar er is geen enkele gans meer in leven die nog in de rotsen heeft gebroed en weet hoe je dat in godsnaam moet doen. Ik twijfelde om deze anekdote te vertellen, omdat ik bang ben dat zij metafoor kan gaan worden voor dingen waar ik het helemaal niet mee eens ben onder het mom van ‘de oude brandganzen weten het beter’. Ook walvisjagen gebeurde vroeger op grote schaal en werd met hand en tand verdedigd onder het mom van erfgoed en ik zou niet willen dat de penibele situatie waar deze
35
LEVEN VOOR GEVORDERDEN?
ganzen in zitten wordt misbruikt om onverdraagzaamheid te legitimeren tegen alles wat nieuw is. Dat die ganzen worden gebruikt om gewelddadige gebruiken in stand te houden. Ik geloof dat ik dat ook associeerde met erfgoed, namelijk als een manier om inflexibiliteit en xenofobie te legitimeren. We zitten naast elkaar, mijn oudtante en ik, en toch is haar leven zo onvoorstelbaar onbereikbaar voor mij. Het is niet, zoals met de wandeling op de vulkaan, dat wij nog dezelfde route lopen. Slechts de generatie van mijn moeder zit tussen ons in en het lijkt alsof ik niet bij haar kan, alsof er niks uit haar tijd is meegekomen naar die van mij. Er was één moment, echter. Een moment, dat ik aan haar moest denken en aan alle vrouwen voor mij, namelijk tijdens mijn bevalling. Het was, geloof ik, het enige waarvan ik wist dat alle generaties vrouwen voor mij dit op min of meer dezelfde manier hadden meegemaakt. Ineens kwam ik in één lijn te staan en begreep ik dat je naar die lijn kunt verlangen.
36
“Zou dat misschien erfgoed zijn?”, vraag ik me af. Is erfgoed, en de manier waarop daar nu beleid op wordt gevoerd, eigenlijk vooral het verlangen naar erfgoed? Het verlangen naar een lijn, naar een afkomst? Ooit hoorde ik iemand zeggen dat erfgoed functioneert als een verdwaalpaal. Het is het zoeken naar een punt in een ruimte waar je naar terugkeert als je elkaar kwijt bent. En dat verlangen naar erfgoed resulteert wellicht in het verheerlijken van de geschiedenis, zoals geliefden in zwaar weer herinneringen ophalen aan de tijd dat ze elkaar nog niet kwijt waren. Mijn tante doet dat niet, overigens. Zij vindt het nu ‘veel aangenamer’ dan vroeger. Over de oorlog zegt ze niet veel. Het was een rottijd. Dat is alles. “Er verdwenen mensen van wie we hielden en we hadden altijd honger.” Als het eten klaar is, gaan we aan tafel (die ze met servetringen heeft gedekt, alsof ik koninklijk bezoek ben).
Ze vouwt haar handen en begint aan een gebed. “Dat wij niet uit elkaars genade zullen vallen ...”, hoor ik haar mompelen. Het gebed duurt zo lang, dat ik vrees dat haar kat op tafel zal springen en er met de preikoekjes vandoor zal gaan. Ik luister naar het gebed, dat zij waarschijnlijk kent van haar voorouders en realiseer me dat ik dit versta en dat dus ook taal erfgoed is. Misschien wel het omvangrijkste erfgoed dat we hebben, waar bovendien iedereen deel van uitmaakt. Nadat ze “Amen” heeft gezegd, moeten we nog een minuut stil zijn en bedenk in die stilte een eigen gebed: Laten we onze taal gebruiken om elkaar niet kwijt te raken, om te kunnen blijven onderhandelen over wat we uit het verleden willen meenemen en wat niet. Laten we de taal van ons maken, en haar omzetten in genade, want als we dat niet doen, zal de taal tussen ons in komen te staan, en wordt het heel moeilijk om nog samen voor hetzelfde te bidden, of – een hoge berg te beklimmen.
37
38
39
40
41
“Erfgoed is altijd potentieel controversieel.” 42
© Sandra Mermans
ERFGOED IS VERBINDEND
TUSSEN SCHUREN EN VERBINDEN
Het spanningsveld tussen erfgoed en geschiedenis, tussen verdelen en verbinden ook. Dat zoekt Bruno De Wever in dit gesprek op. Zijn ultieme erfgoedtip zal daarna als de kroniek van een aangekondigde quote klinken: “Het moet niet allemaal politiek correct zijn. Durf vooral buiten de lijnen kleuren.”
Zijn eigen onderzoek handelt vooral over de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, het Vlaams-nationalisme tijdens WO I en WO II en, in de nasleep ervan, de verrechtsing en opkomst van het fascisme en de collaboratie. Ook het erfgoed dat verbonden is met die moeilijke pagina’s in onze geschiedenis houdt Bruno De Wever, historicus aan de UGent, bezig. Hoe duidt u het verschil tussen geschiedenis en erfgoed? Of overlapt het?
“Er bestaat geen consensus over. Voor mij is de definitie van erfgoed iets als ‘wat uit het verleden overgeleverd is en wat individuen en gemeenschappen die zich verbonden voelen met dat erfgoed als waardevol ervaren’. Ze zijn er in die mate mee verbonden dat ze er een deel van hun identiteit aan koppelen. Cultureel erfgoed wordt door een hele
Wie is Bruno De Wever? • Historicus aan de UGent, gewoon hoogleraar en voorzitter van de vakgroep Geschiedenis. • Medeoprichter van het Instituut voor Publieksgeschiedenis dat zich toespitst op de vertaling van historische kennis naar een breed publiek via diverse arena’s. • Vakdidacticus die leraren geschiedenis opleidt.
43
ERFGOED IS VERBINDEND
gemeenschap gedragen, terwijl individueel of familiaal erfgoed alleen voor die ene persoon wat betekent. Geschiedenis bedrijven is het actief zoeken, ordenen en betekenis geven aan sporen uit het verleden, met de bedoeling aspecten van het verleden in een narratief te vatten. In principe doe je dat zonder partij te kiezen, omdat je gedreven bent door nieuwsgierigheid en waarheidsvinding. Maar in de praktijk komen ook politieke, natie- of gemeenschapsvormende motieven bovendrijven. Zo lijkt het me duidelijk dat de Vlaams-nationalisten in de Vlaamse regering met de Canon van Vlaanderen geschiedenis willen inzetten om de Vlaamse identiteit te promoten. Dan gaan geschiedenis en erfgoed elkaar gedeeltelijk overlappen.” De frictie tussen heden, verleden, generaties en interpretaties leidde tot zware discussie rond het carnaval in Aalst, tot bekladde standbeelden van Leopold II, tot discussies over de opstellingen in het AfricaMuseum. Hoe verklaart u dat het zo schuurt?
“Het is het evident dat het schuurt. Dat vloeit voort uit de definitie van daarnet. Individuen, gemeenschappen, generaties en groepen hechten een heel verschillende waarde aan wat overgeleverd wordt. Als het gecontesteerd erfgoed aanwezig en zichtbaar is in de openbare ruimte, gaan die fricties zich uiten.” Was dat vroeger minder?
“Ik geloof dat echt niet. Erfgoed is altijd potentieel controversieel. Denk aan de damnatio memoriae van de Romeinen. Die toont dat je ook 2.000 jaar geleden al keizers had die vonden dat hun voorganger volledig moest verdwijnen. Kijk naar de Beeldenstorm. Die frictie is er altijd geweest. Vandaag is er wel een verbreding, een democratisering van het debat. Vroeger stond het gewone, ongeletterde volk erbuiten. Een tweede reden dat het nu voor controverse zorgt, is verledenzucht. We zijn enorm bezig met het verleden. Dat is een gevolg van onzekerheid met betrekking tot de toekomst. Europa en het Westen zijn hun positie van leider verloren. Dat levert vaak impliciete angsten als status- en welvaartsverlies op. Die liggen aan de basis van waarom we nu naar het verleden kijken om antwoorden te vinden.”
44
Ziet u bepaalden tendensen op dat vlak in België?
“Wat wij in ons land zien, is een doorslag van westerse tendensen. Neem de Black Lives Matter-beweging. Die ontstond in de VS. Daar werd bepaald erfgoed controversieel omdat het verbonden was met de vrij specifieke context van een slavernijverleden. Wij hebben een heel ander verleden op dat vlak. Er is natuurlijk de geschiedenis in Congo en het koloniale verleden, maar dat is toch anders. Door de sociale media waait BLM dan over naar Europa en België. Hier wordt het in een andere context toegepast.
Ik denk dat Belgen het ook wel specifiek invullen doordat we een zwakke nationale identiteit hebben. We tillen niet zwaar aan identitaire kwesties, precies omdat we gewoon zijn om met zwakke identiteiten om te gaan. Een typisch voorbeeld daarvan is de Vlaamse canon. Wat de Vlaamse overheid doet, is maar een slappe doorslag van wat Frankrijk, Nederland, de VS en andere sterke natiestaten doen. Dat die canon al direct controversieel is voor
Impliciete angsten als status- en welvaartsverlies liggen aan de basis van waarom we nu naar het verleden kijken om antwoorden te vinden.
De Stolpersteine: een voorbeeld van nieuwerwets erfgoed Stolpersteine zijn in de stoep ingewerkte stenen voor de slachtoffers van het nationaalsocialisme. Bruno De Wever wil zich inzetten om er vier in zijn straat te laten leggen. “Voor een gezin dat tijdens WO II hier tegenover woonde. Drie van hen zijn door de politie van Deurne opgepakt en overgeleverd aan de bezetter. De vierde ontkwam door zich te verstoppen bij de buren. Hij stierf door een V-bom. De agenten die hen oppakten hielden kantoor in het huis waar ik nu woon. Het is een bijzondere geschiedenis, die helaas standaard is voor wat veel Joden overkwam. Zulke Stolpersteine brengen mensen op een laagdrempelige manier in aanraking met een stuk verleden waarvan ik vind dat we het moeten blijven herinneren. Het gaat hier over mensen die door een vreselijk systeem zijn vermalen en waarbij de positie van iedereen die erop stond te kijken, van cruciaal belang was.”
45
ERFGOED IS VERBINDEND
ons, duidt erop dat we het niet nodig vinden om daar zwaar op in te zetten. Dat houdt natuurlijk ook verband met onze eigen omgang met erfgoed. Wij zijn in België vrij kritisch bezig met nationaal identiteitsvormend erfgoed.” En internationaal?
“Daar zie je een identiteitsrush op dit moment, waarbij allerlei eendimensionale identiteiten zoals huidskleur, etnische afkomst, seksualiteit, gender ... beleefd worden. Vanuit die fixatie op één aspect van identiteit worden bepaalde soorten erfgoed dan plots ongewenst of controversieel. Dan kom je terecht bij standbeelden die niet meer kunnen. Maar identiteiten verengen tot één aspect is problematisch. Ik mis in deze beweging zin voor zelfkritiek en relativering.” Is dat dan een opdracht voor onderwijs, daar kritisch naar leren kijken?
“Onderwijs is een grote tanker, laat me vooral op het geschiedenisonderwijs focussen. Ik denk dat geschiedenisonderwijs leerlingen kan leren reflecteren over waarden. En dus ook op erfgoed, want erfgoed kent waarde toe aan dingen uit het verleden en is verbonden met de identiteit van individuen en gemeenschappen. Met bijvoorbeeld een zwartepietendiscussie kan je veel doen. Hoe moeten we omgaan met een traditie die door bepaalde bevolkingsgroepen als grievend en kwetsend ervaren wordt? Wat is het, wat betekent het? Moet die traditie zo voortgezet worden? Welke nieuwe invulling geef je eraan? Wat zijn de condities? Dat is inzetten op burgerschap. Zonder dat je als leraar je eigen waarden oplegt. Jongeren leren om waarden die ze voor zichzelf belangrijk vinden te articuleren, erover na te denken en ze in een context te plaatsen, is een belangrijke inzet van onderwijs. Los daarvan heeft geschiedenisonderwijs drie maatschappelijke functies. Het is emanciperend, want het helpt leerlingen om wat er is kritisch te bevragen en daar tegenover een positie in te nemen. Het is ook identiteitsvormend: leerlingen plaatsen zichzelf tussen verleden en toekomst. De derde functie is conserverend. Het leert waarde hech-
46
ten aan wat is en aan wat ons overgeleverd is. Vooral dat laatste brengt ons dicht bij erfgoed. Ik denk dat we het daarom gewoon een plaats moeten geven in geschiedenisonderwijs. Hoe we erfgoededucatie best aanpakken, onderzoekt Joris Van Doorsselaere momenteel in een doctoraatsonderzoek aan mijn vakgroep. Een louter projectmatige aanpak zouden we moeten verruilen voor een doorlopende transversale leerlijn. Een mét kapstokken voor thema’s als duurzaamheid, burgerschap, identiteitsvorming, voor vaardigheden als historisch bewustzijn, kritisch denken, multiperspectiviteit en voor attitudes zoals reflecteren en waarderen. Erfgoed kan echt een uitdaging bieden om er op die manier mee aan de slag te gaan.”
Als geschiedenisopleiding prijzen we ons gelukkig met de eindtermen zoals ze vandaag zijn: zeer open. Ze geven een leraar alle mogelijkheden om erfgoed in de klas te introduceren.
Wat zou er aan het curriculum moeten veranderen om dat te bekomen?
“Niks. Als academische geschiedenisopleiding prijzen we ons gelukkig met de eindtermen zoals ze vandaag zijn: zeer open. Ze geven een leraar alle mogelijkheden om erfgoed in de klas te introduceren, om de zwartepietendiscussie aan te gaan. Ik wil dat zo houden. Dat maakt me ook zo beducht voor de Vlaamse canon. Men zegt nu wel dat die niet bedoeld is als leerprogramma voor geschiedenisonderwijs. Maar in Nederland is het uiteindelijk wel zover gekomen. Het gaat ook in tegen het historisch denken omdat het de nadruk op enkele feiten, personen, gebouwen legt. Alsof je bent opgeleid in de geschiedenis als je die feiten kent. Terwijl historisch denken op een totaal andere manier werkt en leerlingen laat beseffen dat ze altijd vanuit een bepaald standpunt kijken.”
47
ERFGOED IS VERBINDEND
Verdeelt erfgoed volgens u meer dan het verbindt?
“We zijn geneigd om erfgoed te linken aan positieve en verbindende zaken. Maar ook extreemrechts creëert zijn erfgoed, net als de Holocaustontkenners. Wat moeten we daar dan mee doen? Vernietigen? Ik denk het niet. Ik denk dat we ook het controversieel erfgoed moeten bewaren en ontsluiten. Ook al drijft het mensen uit elkaar. Want weten dat het bestaan heeft, is belangrijk voor de toekomst. Als je erfgoed uitsluitend gaat benaderen met aan burgerschap gerelateerde termen, dan geraak je vast. Spelers binnen erfgoed weten nu niet goed hoe ze zich moeten positioneren binnen die discussie. Erfgoed moet altijd verbonden zijn met een erfgoedgemeenschap, je moet de erfgoedgemeenschap daarbij betrekken, maar hoe moeten ze dat als instelling doen? Als ze dingen rond het negationisme bewaren, gaan ze daar dan de negationisten bij betrekken? Daar moet nog onderzoek naar gebeuren. Het verbindt én verdeelt dus. En dat is goed. Erfgoed toont zich dagelijks in hoe mensen omgaan met wat ze belangrijk vinden uit het verleden. Je kan dat beter erkennen dan het op te sluiten in politiek correcte vakjes.”
De aanvulling van Bruno De Wever: “Erfgoed is een gesprek zonder eind, gebaseerd op Pieter Geyls quote ‘Geschiedenis is een discussie zonder eind’. Ik verander discussie graag door gesprek, omdat je zo toch dat verbindende erin brengt. Breng de erfgoedgemeenschappen met elkaar in gesprek en kijk wat eruit komt. En leer het gesprek voeren. Dat is nog het belangrijkste.”
48
Ik denk dat we ook het controversieel erfgoed moeten bewaren en ontsluiten. Want weten dat het bestaan heeft, is belangrijk voor de toekomst.
49
50
51
ERFGOED IS INSPIREREND
© NTGent
“Welke onzin van vandaag wordt het erfgoed van morgen?”
52
ERFGOED ALS INSPIRATIE
Milo Rau maakt hedendaags theater en breekt een lans voor avant-gardekunst. Toch loopt hij niet gillend weg van een term als erfgoed. Integendeel, hij haalt inspiratie uit klassiekers als de Bijbel, het Lam Gods of de opera’s van Mozart. Telkens weer vraagt hij zich af: wat zou Jezus vandaag doen? Of wat zouden de gebroeders Van Eyck nu maken?
Milo Rau is wereldtop in de avant-garde van de podiumkunsten. Dat hij artistiek directeur van het NTGent wilde worden is geen toeval. De Vlaamse cross-overmanier van kunst maken is hem op het lijf geschreven. Milo Rau: “In grote landen als Frankrijk en Duitsland heb je een instituut voor elk genre. Je moet binnen dat genre blijven of er komt heibel van. In Vlaanderen lopen dans, theater, videokunst … gemakkelijker door en over in elkaar. Voor een productie als Lam Gods kon ik om vijf schapen en tien kinderen vragen. De volgende dag stonden ze er.”
Wie is Milo Rau? • Geëngageerd theater- en filmmaker, afkomstig uit Zwitserland. • Sinds 2018 artistiek directeur van NTGent. • Schreef een Manifest van Gent met daarin 10 regels voor het stadstheater van de toekomst. Zo moet theater de wereld veranderen, moeten er minstens twee talen op het podium te horen zijn en staan er minstens twee ‘gewone’ mensen op de scène. • Maakte al stukken over kolonisatie, het Lam Gods en de zaak Dutroux.
53
ERFGOED IS INSPIREREND
Het Lam Gods hangt nauwelijks enkele honderden meters van het theatergebouw in Gent, maar is de mentale afstand tussen dat werk uit de 15de eeuw en het theater van vandaag niet enorm?
“Absoluut niet. Ik probeer net dingen als het Lam Gods en de Bijbel te linken aan de wereld van vandaag. Ik relokaliseer zulke oude verhalen. En daar vraag ik de hulp van de plaatselijke bewoners bij. Voor Lam Gods inviteerde ik gewone Gentenaren die andere perspectieven openden op bijvoorbeeld de rol van Moeder Maria. In onze versie was het de moeder van een jihadist die in Aleppo sneuvelde. Sommige toeschouwers vonden dat vreemd. Maar een vrouw die haar kind verloor omdat hij een religieus extremist werd, is dat zo verschillend van wat Maria overkwam? Allicht delen beide vrouwen het gevoel dat hun zoon een strijd aanging die ze liever niet met de dood zagen eindigen. Ook de makers van het Lam Gods betrokken hun buren bij hun werk. Als je goed naar Adam op het schilderij kijkt, dan merk je dat hij een rood gezicht heeft en voor de rest een spierwit lichaam. Het model voor Adam was een buurman die overdag op het veld had gewerkt, vandaar die kleuren. De gebroeders Van Eyck portretteerden dus al figuren uit de Bijbel én tijdgenoten in één werk. Zo ga ook ik graag te werk.” U gebruikt religieuze verhalen als inspiratie, maar ook de zaak Dutroux die in ons collectieve geheugen zit. Kent u op dat vlak geen taboes?
“Ik heb in elk geval geen regels voor mezelf daarover. Er is vaak controverse geweest, maar ik kan mijn projecten altijd verdedigen vanuit de logica van het stuk. De logica van de media? Dat is een andere zaak. Als je afgaat op één beeld en niet de moeite neemt om mijn werk goed te bekijken, stop ik liever geen energie in een verantwoording. Ik laat me wel leiden door wat de mensen met wie ik werk me vertellen. Voor Lam Gods lieten we een geboorte op de scène zien. Bij de repetities vertelde de vader dat hij tijdens de geboorte moest denken aan het geschreeuw van katten die zijn vrienden hadden gedood. Een sterk verhaal dat ik zeker kon gebruiken, maar hij wou het niet op de scène herhalen. Dat respecteer ik dan.”
54
Linkt u de verhalen uit het verleden aan vandaag met een bepaald doel voor ogen?
“Ik wil meer doen dan enkel tonen, meer doen dan enkel kritisch zijn. Ik wil ook de werkelijkheid veranderen waar dat kan. Vorig jaar heb ik Het Nieuwe Testament verfilmd in The New Gospel. We trokken daarvoor naar een streek in Zuid-Italië waar duizenden illegale arbeiders in de landbouw werken. Een van hen heb ik voor de rol van Jezus gekozen. Hij is een zwarte man die in de illegaliteit heeft geleefd. Ik laat hem niet de wereld van Jezus reconstrueren, maar vraag me wel af: wie zou Jezus nu kunnen zijn? En wat zou hij nu doen? Ik denk dat hij tegen het enorme onrecht van de illegaliteit zou opkomen en zou protesteren tegen de maffia die de landbouw en het arbeidssysteem daar in zijn macht heeft.”
Ik wil meer doen dan enkel tonen, meer doen dan enkel kritisch zijn. Ik wil ook de werkelijkheid veranderen waar dat kan.
U heeft er ook een hele humanitaire campagne aan opgehangen.
“Inderdaad. Met de campagne die bij de film hoorde, riepen we op voor betere werk- en leefomstandigheden voor de illegale arbeiders. We produceerden een nieuwe soort tomaten die intussen in meer dan vijftig supermarkten in Duitsland en Oostenrijk verkocht wordt. Dankzij de opbrengst geven we de arbeiders huizen en papieren. Dat is de uitkomst van een film over Jezus. Met elk werk, elke film, elk boek probeer ik een menselijkere samenleving te maken.” Ook voor de opera waaraan u nu in Genève werkt, gebruikt u een meester uit het erfgoed: Mozart. Hoe linkt u die aan vandaag?
“Die laatste opera van Mozart werd in 1791, heel kort na de uitbraak van de Franse Revolutie, geschreven. De opera moest dienen voor de kroning van de Oostenrijkse koning. Hij was bang en wou een revolutie tegen hem voorkomen. In het stuk stelt hij zichzelf
55
ERFGOED IS INSPIREREND
dan ook voor vol van compassie met het gewone volk, wat uiteraard niet strookte met de werkelijkheid. Dat contrast tussen ‘wie beweren we te zijn’ en ‘wie zijn we werkelijk’, fascineert me. Voor deze opera in Genève nodigde ik dertien vluchtelingen uit de stad uit. We vragen ons af wat een effectieve revolutie voor ons brein en voor ons hart zou kunnen zijn. En misschien ook voor het maken van kunst. Niet slecht om dat in een gesloten omgeving als een opera te proberen (lacht).” Leent een operagebouw of een klassiek theatergebouw als dat van NTGent zich nog om hedendaags theater te maken?
“Zeker wel. We hebben het gebouw weer ‘oud’ gemaakt nadat er enkele postmoderne ingrepen waren uitgevoerd. Daar hoorde ook een manifest voor het stadstheater van de toekomst bij. Er staat duidelijk in dat andere talen en gewone mensen ook op en naast het podium een plek moeten krijgen. Toen theaters als dit voor het eerst de deuren openden, gebeurde hetzelfde. In stukken van Goethe en Schiller uit die tijd zag je bijvoorbeeld voor het eerst een gewone mens op de scène huilen. Ik zou graag willen dat er een nieuw publiek naar dit huis komt en het op een andere manier gaat gebruiken. Daarom stel ik ook in vraag waarom we binnen spelen, ‘s avonds bij kunstlicht. Waarom beginnen we de dag niet met een theatervoorstelling, als we allemaal nog fris zijn? Het is belangrijk om te beseffen wat we zelf van deze kunst in de loop van de tijd gemaakt hebben en welke drempels er zijn om ervan te kunnen genieten. Het blijft nog te vaak afgesloten voor heel veel mensen.”
56
Picasso en Kubrick behoorden voor velen tot de trash van hun tijd, maar nu beschouwen we ze als onmisbare meesters.
U maakt in zekere zin het erfgoed van de toekomst. Of ziet u dat anders?
“Ik heb geen idee. Ik weet wel dat we de avant-garde van nu ruim moeten steunen, want uit hun experimenten groeit het erfgoed van de toekomst. Iemand als Alain Platel behoort nu tot het erfgoed, maar dertig jaar geleden was hij dat hoegenaamd niet. Als niemand hem en zijn avant-garde-ideeën een kans had gegeven, dan was hij nu geen referentie. Net als Picasso en Kubrick. Zij behoorden voor velen tot de trash van hun tijd, maar nu beschouwen we ze als onmisbare meesters. Het is uiteraard goed om het erfgoed uit het verleden te conserveren, om het in de school aan bod te laten komen, om het op het podium te brengen. Maar ik vind het net zo belangrijk om in het erfgoed van de toekomst te investeren.” Zijn er bepaalde zaken die u absoluut wilt bewaren voor de toekomst?
“Er is zoveel: muziek, gebouwen, het werk van Pasolini. Dat zijn allemaal zaken waar ik een persoonlijke band mee heb. Naast dat materiële erfgoed wil ik ook graag immateriële zaken bewaren. Vorige zomer ging ik met mijn moeder wandelen in de Zwitserse bergen. We hadden Judith als gids mee. Ze bracht ons naar een klein hotel op een bergtop. Vijftig jaar geleden had ze daar twee maanden gewerkt en ze was er sindsdien niet meer geweest. Toen we daar aankwamen, herkenden de oude eigenaars Judith meteen. Dat vond ik zo bijzonder. Voor hen zijn werknemers dus geen anonieme, inwisselbare mensen, maar wel onvergetelijke individuen. Die manier van omgaan met elkaar, kan ik dat als erfgoed bewaren?”
De aanvulling van Milo Rau “Mag ik er een vraag zonder antwoord van maken? Dan wordt het: ‘Wat is het erfgoed van de toekomst?’ De filosoof Walter Benjamin schreef een boek dat De boeken die de Duitsers lazen terwijl Schiller en Goethe aan het schrijven waren heet. Goethe en Schiller hadden tijdens hun leven maar één boek dat echt goed verkocht. De rest marcheerde niet. Toch is hun werk vijftig jaar later klassiek. En niemand kent de exacte redenen.”
57
ERFGOED IS Deze publicatie kwam tot stand naar aanleiding van de Dag van de Cultuureducatie op 11 maart 2021, met als thema ‘Erfgoed is’. Erfgoed helpt ons om cultuur over generaties heen richting en betekenis te geven. En het stelt ons voor de uitdagende vraag wat wij, op onze beurt, kunnen en willen doorgeven aan volgende generaties. Een vraag die uitnodigt tot reflectie over wat erfgoed precies is, én tot onderzoek over de rol die ieder van ons in het proces van erfgoedvorming en betekenisgeving kan opnemen. Zo werken we aan het cultureel bewustzijn van onszelf en van de samenleving. In deze publicatie leest u interviews met Bruno De Wever (UGent), Hester Dibbits (Reinwardt Academie), Poli Roumeliotis (Buurten met erfgoed) en Milo Rau (NTGent). Ilja Leonard Pfeijffer en Rebekka de Wit zorgen elk in een column voor extra beschouwingen. De Dag van de Cultuureducatie 2021 en deze publicatie zijn het resultaat van de vruchtbare samenwerking tussen CANON Cultuurcel (Departement Onderwijs en Vorming), het Departement Cultuur, Jeugd en Media en FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed.