Activiteitenverslag
2017
www.vlm.be
Inhoud Voorwoord - Toon Denys, gedelegeerd bestuurder
3
Sterke oplossingen voor complexe uitdagingen in de open ruimte VLM zet het plattelandsbeleid op de kaart
4
16 nieuwe initiatieven voor volkstuinparken Minister Schauvliege geeft startschot voor bouw samentuinhuis volkstuin Zellik Buurten op den Buiten steunt 44 landelijke buurtinitiatieven de Merode draait door Inspirerende resultaten eerste onderzoeken gebiedsgerichte plattelandsontwikkeling
Sterke oplossingen voor complexe uitdagingen in de open ruimte
5 6 8 9 10
VLM is hoofdpartner van het EIP-AGRI Service Point dat de uitbouw van het EIP-AGRI netwerk ondersteunt en faciliteert
12
EIP-AGRI evenementen 2017 met focus op digitalisering in landbouw
13
VLM dringt de nutriëntenbelasting van de waterlopen en het grondwater terug en ondersteunt het duurzaam bodembeheer
16
17 20 21 22 23 23
Mestrapport 2017 - Verbetering waterkwaliteit verantwoordelijkheid van alle actoren in land- en tuinbouw Dienst Bedrijfsadvies VLM stopgezet Mestbank controleert vanaf 2018 teeltvrije zone van 1 meter naast waterlopen Mestbank controleert correct gebruik van kunstmest Nieuwe uitrijtool gidst land- en tuinbouwers door de mestuitrijregeling VLM verduidelijkt modaliteiten opslag vaste dierlijke mest
VLM realiseert een instrumentenkoffer voor de uitvoering van plannen, programma’s en projecten
24
25 27 28 28
Onderzoek naar het nut van de ruilverkaveling Rijkevorsel-Wortel verder gezet Realisaties ruilverkaveling Jesseren in de kijker Start van de werken voor een gloednieuw buurtpark in Neerdorp VLM investeert in de omgeving van de historische Slagmolen in Genk
VLM versterkt de open ruimte en verbetert de omgevingskwaliteit in randstedelijke omgevingen onder sterke druk
30
Herinrichting buurtpark Schansbroek Genk Werken Kerremanspark in Zellik van start Omgevingswerken voor derde en laatste fase oude spoorweg naar het Parkbos goedgekeurd
31 32 33
VLM realiseert een waardevolle omgeving en oplossingen voor openruimte-eigenaars en -gebruikers, gekoppeld aan havenuitbreidingen
34
Start afbraak oud Clubhouse Elektrabel in Langerbrugge
35
VLM komt tot een gezamenlijke visievorming en gezamenlijke uitvoering op terrein in gebieden met een complexe problematiek en verschillende ruimtevragen
36
Minister Joke Schauvliege geeft aftrap van programma Water-Land-Schap
37
VLM investeert in het agronatuurbeheer in samenwerking met de landbouwers
40
Nieuwe beheerovereenkomsten voor de hamster en de grauwe kiekendief Europese Interreg North Sea Region project Partridge wil de patrijs in Vlaanderen redden Boeren in de bres voor bijen dankzij beheerovereenkomsten
41 43 44
De VLM streeft ernaar dat burgers, bedrijven en organisaties tegen 2020 hun transacties met de VLM digitaal uitvoeren
46
Ook in de realisatie van openruimteprojecten was 2017 opnieuw een vruchtbaar jaar. We besteedden elf miljoen euro aan concrete uitvoeringsdossiers in de verschillende landinrichtings-, ruilverkavelings- en natuurinrichtingsprojecten. De VLM actualiseerde in 2017 het actieprogramma van het Vlaams Plattelandsbeleidsplan door te focussen op de actuele thema’s van de beleidsnota 2014 – 2019, zoals het dorpenbeleid, de landelijke mobiliteit, de bestuurskracht en klimaat en energie. We begeleidden samen met het Platform voor Plattelandsonderzoek de onderzoeksopdrachten over vergrijzing, streekidentiteit en de gebiedsgerichte toolbox “IMAGO”. We presenteerden de resultaten en aanbevelingen ervan tijdens een studiedag in Hasselt. Met behulp van het nieuwe e-plattelandsloket konden we vanaf 2017 zowel de plaatselijke groepen LEADER als provincies beter begeleiden in het kader van de projectoproepen van het PDPO III. Het beschikbare budget werd ook in 2017 optimaal besteed. We hebben de vergoedingen van de beheerovereenkomsten aan meer dan 3.000 landbouwers tijdig uitbetaald voor een totaal van 8 miljoen euro. In totaal hebben onze bedrijfsplanners in 2017 meer dan 1.100 nieuwe aanvragen binnengehaald. In de tweede helft van 2017 heeft de VLM de tussentijdse evaluatie van MAP 5 voorbereid. Ondertussen voerde de Minister op ons voorstel de nieuwe maatregel over de 1 meter bufferstrook in en wordt een aangepaste mestsamenstelling gehanteerd om het MAP 5 bij te sturen.
48
Ondersteuning van de kerntaken met volgende expertise: juridische zaken, financiën en begroting, strategische planning en organisatie, monitoring, procesmanagement, risicomanagement en interne controle, informatie veiligheidsbeleid, communicatie, informatiebeheer, facility management, HR-beleid, diversiteit, integriteit VLM in cijfers
2
Laat me even enkele opvallende realisaties aanstippen.
De VLM zette volop in op de nieuwe mogelijkheden van het decreet landinrichting. Eind 2017 waren 12 inrichtingsnota’s in voorbereiding of uitvoering. Eind 2017 waren ook 23 landinrichtingsplannen lopende. De landcommissie en de VLM behandelden in totaal 9 herstructureringsaanvragen van ‘rode’ PAS-bedrijven. De VLM finaliseerde in 2017 met de leden van de Programmacommissie een traject om een methodiek vast te stellen om tot een onderbouwde advisering aan de minister te komen van een programma landinrichting. Vanuit het Open Ruimte Platform kwamen we tot beleidsaanbevelingen en tot een manier van aanpak om de opgaven waarvoor we staan in de Vlaamse Open Ruimte ook effectief te kunnen realiseren. In het najaar lanceerde de Minister het eerste programma, het programma WaterLand-Schap.
Binnen de beschikbare middelen wordt de dienstverlening van de VLM gedigitaliseerd 47 Burgers, bedrijven en organisaties gebruiken voor prioritaire processen een klantvriendelijk digitaal platform 47 De IT-strategie van de VLM faciliteert de digitalisering van de kernactiviteiten 47 Dankzij een doelmatige organisatie is de VLM gefocust op de realisatie van haar kerntaken
De Vlaamse Landmaatschappij kan terugblikken op een mooi scala van realisaties in 2017, op vlak van platteland, landinrichting, beheerovereenkomsten, mestbeleid en Mestbank.
52
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
3
Het Mestrapport 2017 dat we midden oktober aan de Minister overhandigden, gaf aan dat de verbetering van de waterkwaliteit en de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nog niet op koers liggen. In overeenstemming met de beslissingen van de Vlaamse Regering over het kerntakenplan, heeft de VLM de kerntaak Bedrijfsadvies na afloop van het transitietraject tegen eind 2017 volledig afgebouwd. Zoals gepland heeft de Mestbank in 2017 hard ingezet op de onverkorte implementatie van MAP5. We hebben onze instrumenten complementair ingezet, aangepast aan de verschillende doelgroepen. In de implementatie van de instrumenten van MAP 5 zit een trapsgewijze opbouw van informeren en sensibiliseren, controleren en responsabiliseren en uiteindelijk proportioneel sanctioneren.
Toon Denys
gedelegeerd bestuurder Brussel, januari 2018
1
16 nieuwe initiatieven voor volkstuinparken in 2017 Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege trok in 2017 een budget van 223.000 euro uit voor 16 kwaliteitsvolle volkstuinprojecten. Bij de vijfde editie van projectoproepen voor volkstuinen heeft een professionele jury 32 ingediende dossiers beoordeeld. De helft van de projectaanvragen kon rekenen op een toelage. Na de succesvolle oproep in 2016 werd voor de projectoproep 2017 de nadruk gelegd bij projecten in samenwerking met jongeren en de welzijnssector.
VLM zet het plattelandsbeleid op de kaart
4
32 PROJECTAANVRAGEN VIA HET DIGITAAL LOKET VAN DE VLM Voor de projectoproep 2017 konden gemeenten en verenigingen tot 17 september 2017 subsidies aanvragen voor volkstuinen. Dit kon voor het eerst via een gebruiksvriendelijk digitaal loket. Bij de Vlaamse Landmaatschappij werden 32 dossiers ingediend,
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
waaronder heel wat innovatieve en kwalitatieve projectideeën. De subsidies dekken maximaal 75% van de totale kostprijs van het project. Tien projecten ontvingen het plafondbedrag van 15.000 euro. De overige zes projecten kregen een lagere subsidie in overeenstemming met het ingediende dossier. De helft van de 16 projecten die werden goedgekeurd, zijn ingediend door besturen en verenigingen uit West-Vlaanderen. Vier dossiers zijn gesitueerd in Antwerpse gemeenten. Twee dossiers zijn afkomstig uit Limburg. Voor zowel Oost-Vlaanderen als Vlaams-Brabant werd één dossier goedgekeurd. De jury beoordeelde de kwaliteit van de projecten op basis van de beoordelingscriteria die werden vastgelegd in de projectoproep, zoals de theoretische en reële behoefte aan volkstuinen, de vergunningen,
ruimte opwaarderen en verbinden binnen een sterk verstedelijkte context. De volkstuinensite langs de Molenbeek vormt één van die groene eilanden. Via het landinrichtingsproject werkt de VLM in de omgeving ook aan meer veilige fiets- en wandelverbindingen (o.a. werken Molenbeekdal) en staan nog werken in het Kerremanspark en het Breughelbroek op de planning. In totaal voorziet de Vlaamse Regering via het budget landinrichting 1,1 miljoen euro om de open ruimte in Asse te versterken. Vlaams minister Joke Schauvliege: “Wat zo interessant
de bijdrage tot de verhoging van de omgevingskwaliteit door aandacht voor bodem, gezondheid, sociale cohesie, specifieke doelgroepen, landschappelijke inkleding en de voorbeeldfunctie van de projecten.
afbouw van het pesticiden gebruik, de evolutie naar een ecologisch beheer, de uitbouw van de gemeenschappelijke delen, aandacht voor gezonde voeding en de uitbreiding van het aantal percelen, … .
NIEUWE VOLKSTUINEN AANLEGGEN HOOFDDOEL VAN PROJECTOPROEP 2017
De centrale doelstelling bij zowel bestaande als nieuwe volkstuinen, is de verhoging van de sociale cohesie, de realisatie van een ontmoetingsplaats tussen verschillende generaties en culturen en het creëren van een goede groepsdynamiek, met een zelfstandig voortbestaan als eindstreven.
Hoofddoel van de projectoproep 2017 was de aanleg van nieuwe volkstuinen om zo aan de vraag van burgers tegemoet te komen. In tweede instantie ging de aandacht naar de modernisering van bestaande volkstuinen. Daarbij gaat het onder meer over de
Minister Schauvliege gaf startschot voor bouw samentuinhuis volktuin Zellik in Asse Op donderdag 24 augustus 2017 bracht minister Joke Schauvliege een bezoek aan de samentuin in Zellik, Asse. Ze kwam er een kijkje nemen naar de tussentijdse resultaten van het project ‘Groe(n)ten uit Asse’. Begin 2016 kreeg het project ‘Groe(n)ten uit Zellik’ immers subsidies van het Vlaams plattelandsbeleid voor de aanleg van een samentuin. Een aantal trotse tuinders toonden samen met het partnerschap de uitwerking van de visie op het terrein. Dankzij een samenwerking tussen de gemeente Asse, VELT, Natuurpunt, Regionaal Landschap Groene Corridor en de provincie Vlaams-Brabant werden omgevingswerken uitgevoerd en kreeg een heuse ecologische tuin vorm met bijzondere aandacht voor de aanwezige natuurwaarden. De volkstuin werd ook opgenomen in het landinrichtingsproject van de
6
is aan deze tuinen is dat ze via landinrichting gelinkt worden aan de ruimere omgeving. Ik ben overtuigd van de grote ecologische en maatschappelijke meerwaarde van dit project. Nu de hele omgeving reeds werd ingericht is het tijd voor de bouw van een ecologisch samentuinhuis. Een ruimte waar naast berging van materiaal, ook een plek wordt gecreëerd waar men kan samenkomen, scholen kan ontvangen en evenementen kan organiseren met als doel de sociale cohesie en de liefde voor het ecologisch samentuinen nog een extra duwtje in de rug te geven.”
Minister Schauvliege:
Vlaamse Landmaatschappij en heeft een grote sociale functie in de sterk verstedelijkte en diverse rand rond Brussel. De reeds uitgevoerde omgevingswerken in de samentuin van Zellik hebben het pad geëffend voor de bouw van een nieuw samentuinhuis. Het samentuinhuis wordt een ontmoetingsplaats voor iedereen die ongeacht culturele achtergrond of moedertaal - graag samenkomt om te tuinieren.
“Wat zo interessant is aan deze tuinen is dat ze via landinrichting gelinkt worden aan de ruimere omgeving.”
De bouw van het samentuinhuis is één van de maatregelen in het landinrichtingsproject Molenbeek en Maalbeek. Sinds 2008 is de Vlaamse Landmaatschappij actief in de gemeente Asse met het landinrichtingsproject Molenbeek-Maalbeek. Eén van de voornaamste doelstellingen van het project is de bestaande open
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
7
Vlaanderen draagt de regie van het plattelandspoject de Merode over aan de drie provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg In 2012 besliste de Vlaamse Regering dat de provincies het voortouw nemen in het gebiedsgericht beleid. Daarom werd afgesproken om de coördinatie van het plattelandsproject de Merode over te dragen van de Vlaamse Landmaatschappij aan de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg. Die overdracht startte in december 2013 met de wissel van de voorzitter van de stuurgroep de Merode, van het kabinet van toenmalig minister-president Kris Peeters naar de drie provincies. Nu, in 2017, is de overdracht volbracht en wordt het projectsecretariaat de Merode door personeelsleden van de provincies bemand. De Vlaamse Landmaatschappij blijft partner van het samenwerkingsverband en zal de laatste landinrichtingsprojecten afwerken.
Buurten op den Buiten steunt 44 landelijke buurtinitiatieven In heel Vlaanderen zetten mensen hun schouders onder concrete plaatselijke initiatieven die, al zijn ze soms kleinschalig, een groot verschil maken voor de sociale contacten, samenhorigheid en solidariteit in hun dorp, gehucht of wijk. Buurten op den Buiten – een initiatief van de Koning Boudewijnstichting, in samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij - wil dit enthousiasme erkenning geven en stimuleren en zo de sociale cohesie in landelijke gebieden versterken. Vriendengroepjes, verenigingen, instellingen en overheden: iedereen mag met zijn project meedingen, als het maar zoveel mogelijk buurtbewoners actief betrekt om mee te denken, maken en doen. Voor de projectoproep 2017 werden maar liefst 153 projecten ingediend bij de Koning Boudewijnstichting, een record sinds de oproep in 2011 voor het eerst gelanceerd werd. 44 daarvan werden geselecteerd door een jury en krijgen elk maximaal 5.000 euro steun. Van de gesteunde initiatieven zijn 7 laureaten gesitueerd in Antwerpen, 1 in Brussel, 9 in Limburg, 15 in Oost-Vlaanderen, 5 in Vlaams-Brabant en 7 in West-Vlaanderen.
8
EEN ROBUUST PARTNERSCHAP De Merode is een stevig onderbouwd partnerschap dat zijn oorsprong kent bij het ondertekenen van het charter in 2004. Met de VLM als katalysator hebben meer dan 25 partners op lokaal en bovenlokaal niveau elkaar de voorbije jaren gevonden. We hebben samen de Merode op de kaart gezet als een entiteit die de gemeente- en provinciegrenzen overschrijdt. Het gebied heeft een samenhang en een identiteit gekregen. Dat heeft de samenwerking tussen alle partners een duw in de rug gegeven. Meer en meer actoren scharen zich achter het duurzaam toekomstperspectief voor de streek.
PRAKTIJKBOEK 10 JAAR DE MERODE
En hoe willen Vlamingen hun buren dan vooral leren kennen? Met de botten in den hof, een koerstrui aan, een oog op de kinderen in een nieuwe publieke speeltuin en een pint in de hand, of plannen makend voor een eigen film of theaterstuk. Populair zijn de dorpstuinen, buurtfeesten, wielerkoersen, en culturele ontmoetingsplekken voor buurtbewoners. Maar er zijn ook projecten die het helemaal anders aanpakken en een leestuin inrichten, een sociale pompoenkwekerij uit de grond stampen, of samen zorgen voor een stukje natuur.
Met de botten in den hof, een koerstrui aan, een oog op de kinderen in een nieuwe publieke speeltuin en een pint in de hand ...
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
De Vlaamse Landmaatschappij presenteerde op 20 oktober 2017 het praktijkboek ‘10 jaar de Merode, een decennium prinsheerlijke projecten’. Projectinformatie, illustraties van ontwerpen en reflecties van burgemeesters, terreineigenaars en VLM-personeel geven je een inkijk in de praktijk van de Merode. Het praktijkboek kwam tot stand in samenwerking met het vaktijdschrift Publieke Ruimte. Het prinsheerlijke platteland de Merode heeft in het dichtbebouwde Vlaanderen unieke troeven. Een fantastisch landschap, prachtige natuur, hoogstaand erfgoed, … De streek presenteert zich sinds enkele jaren nadrukkelijk als een geheel, als een merk gedragen door meerdere partners: Vlaanderen, drie provincies, negen lokale besturen, terreinbeheerders, verenigingen, ondernemers, inwoners enzovoort. Dat is een opmerkelijke evolutie voor een domein dat dertien jaar geleden nog het bezit was van de prinselijke familie de Merode. Gedurende de afgelopen tien jaar hebben heel wat natuurgebieden en openbare plaatsen een complete metamorphose ondergaan. De belangrijkste verandering is misschien wel dat de lokale inwoners zich sterk bewust zijn van dit uniek gebied en de mogelijkheden dat het met zich meebrengt. Nieuwe samenwerkingsverbanden worden gesmeed tussen lokale ondernemers, erfgoedverenigingen en besturen.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
9
De Vlaamse Landmaatschappij ondersteunt de werking van het Platform voor Plattelandsonderzoek.
Inspirerende resultaten eerste onderzoeken gebiedsgerichte plattelandsontwikkeling
10
Tijdens de studiedag gebiedsgerichte plattelandsontwikkeling op 19 december 2017 in Hasselt stelde het onderzoeksplatform voor plattelandsonderzoek de resultaten voor van de eerste onderzoeken. De IMAGO-studie van ILVO, Geïntegreerde methodiek voor actiegerichte gebiedsontwikkeling, en het INBO-onderzoek Voeren, Versterken van streekidentiteit via landbouw, natuur, erfgoed en toerisme leveren heel wat inspiratie op voor een innovatief plattelandsbeleid.
pen en West-Vlaanderen. Het onderzoek ontwikkelt een methodiek die stakeholders helpt bij het bepalen van een actiegerichte strategie voor gebiedsgerichte plattelandsontwikkeling. De ontwikkelde toolbox werd getest in de gebieden Bulskampveld en Noord-Mechelen, en wordt ontsloten via de website www.imagotoolbox.be. Vanuit de verzamelde getuigenissen tijdens het onderzoek worden ook beleidsaanbevelingen geformuleerd in de vorm van de publicatie ‘Verhalen uit de open ruimte’
Het eerste onderzoek “Geïntegreerde methodiek voor actiegerichte gebiedsontwikkeling”, afgekort IMAGO, werd door het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (EV-ILVO), eenheid landbouw & maatschappij getrokken, in samenwerking met experten politieke wetenschappen van UGent, én de provincies Antwer-
Het tweede onderzoek “Versterken van streekidentiteit via landbouw, natuur, erfgoed en toerisme” werd door het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (EV-INBO), eenheid natuur & maatschappij getrokken, in samenwerking met het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (EV-ILVO), eenheid mens & maat-
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
schappij, het Vlaams Instituut voor technologisch Onderzoek én een bestaande projectgroep met lokale stakeholders. Casus is het landschap van Voeren. De projectgroep Voeren biedt als bestaand samenwerkingsverband een rijk, actueel en beleidsrelevant forum mét gedreven en betrokken stakeholders als het Regionaal Landschap Haspengouw & Voeren, de gemeente Voeren, het Agentschap voor Natuur en Bos, het Agentschap voor Onroerend Erfgoed, het departement Landbouw & Visserij, het departement Omgeving en de provincie Limburg. Het Platform voor Plattelandsonderzoek stelt onderzoeksprioriteiten vast. Beide onderzoeken passen in de onderzoeksagenda die werd opgesteld door het Platform voor Plattelandsonderzoek. Het Platform voor Plattelandsonderzoek verenigt als centraal overlegforum een brede waaier van onderzoekers rond plattelandsgerelateerd onderzoek. Deelnemers aan het Platform zijn onderzoeksinstellingen, bijvoorbeeld coördinatoren van onderzoeksgroepen van universiteiten, hogescholen, wetenschappelijke instellingen en praktijkcentra, en Vlaamse overheidsdiensten bevoegd voor wetenschappelijk onderzoek en dataverzameling. De Vlaamse Landmaatschappij ondersteunt de werking van het Platform voor Plattelandsonderzoek. Dit houdt onder meer in het actualiseren van de Onderzoeksagenda met bijzondere aandacht voor trends en ontwikkelingen op het platteland, leefbare dorpen en participatieve procesvorming. Daarnaast worden ‘‘Communities of practice’’ georganiseerd, gericht op kennisuitwisseling en kennisdeling, niet alleen binnen de onderzoekswereld maar ook tussen de onderzoekswereld en het werkveld.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
11
2
EIP-AGRI evenementen 2017 met focus op digitalisering in landbouw
VLM is hoofdpartner van het EIP-AGRI Service Point dat de uitbouw van het EIP-AGRI netwerk ondersteunt en faciliteert
12
Het doel van het Europees Innovatiepartnerschap ‘Productieve en duurzame landbouw’ (EIP-AGRI) is om de opname van innovatie in de Europese landbouw te stimuleren, voor een hogere productiviteit en duurzamere landbouw in alle Europese lidstaten. Het EIP-
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
AGRI Service Point team ondersteunt de uitbouw van een Europees netwerk door mensen uit onderzoek en praktijk samen te brengen op evenementen. Zo wordt kennis delen gestimuleerd tussen landbouwers, onderzoekers, adviseurs en anderen uit de sector.
Het EIP-AGRI netwerk ging net zijn vijfde jaar in, en ook het afgelopen jaar werden verschillende evenementen georganiseerd. Met al meer dan 600 opgestarte EIP-AGRI ‘Operationele Groepen’ brachten enkele evenementen partners uit zulke innovatiegroepen samen om ervaringen uit te wisselen. Onder andere een workshop in Hamburg spitste zich toe op Operationale Groepen die werken in het veld van de biologische landbouw. Aan het eind van het EIP-AGRI contractjaar werd hierover een brochure gepubliceerd.
In 2017 werden 5 nieuwe EIP-AGRI focusgroepen opgestart. Elke focusgroep bracht 20 experten uit onderzoek en praktijk samen om uitdagingen en oplossingen voor een specifiek thema in kaart te brengen. De thema’s van de 5 nieuwe groepen waren duurzaam bosbeheer in de context van klimaatsverandering, hernieuwbare energie op de boerderij, het bevorderen van circulaire economie in de tuinbouw, efficiënte koolstofopslag in de bodem, en het verbeteren van bodemkwaliteit door duurzaam grazen.
Een aantal grotere EIP-AGRI evenementen legden de focus op digitalisering in Europese landbouw – een thema dat ook door EU commissaris Phil Hogan hoge prioriteit gegeven wordt. “We moeten de opname van innovatie en technologie in de sector stimuleren, op de boerderij zelf maar ook op elk niveau in de ruimere keten. In veel gevallen bestaan er al innovatieve oplossingen. We moeten enkel meer doen om die oplossingen te krijgen tot waar ze nodig zijn” (Phil Hogan).
Phil Hogan: “We moeten de opname van innovatie en technologie in de sector stimuleren, op de boerderij zelf maar ook op elk niveau in de ruimere keten.
14
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
Tijdens de EIP-AGRI workshop ‘Data sharing’ (Slovakije, april 2017) werd het belang van data en data delen besproken, als een factor om de digitalisering en digitale innovatie in landbouw naar een hoger niveau te brengen. Vertrouwen en transparantie waren hierbij belangrijke elementen die er voor kunnen zorgen dat technologieën en digitale oplossingen effectief gebruikt worden in het veld. Het seminarie ‘Digital Innovation Hubs’ werd georganiseerd in het thuisland van Phil Hogan, Ierland (juni 2017). Hij was zelf ook aanwezig. Digital Innovation Hubs zijn regionale innovatie-ecosystemen die de connectie kunnen helpen maken tussen ICT en landbouwgemeenschappen. Dit kan helpen bij de ontwikkeling van nieuwe applicaties die aangepast zijn aan de echte noden van landbouwers. Het evenement toonde aan dat het belangrijk is om de juiste mensen in contact te brengen met elkaar – IT-partners, de landbouwsector, technologie-experten en andere relevante spelers. Op 11 en 12 oktober 2017 co-organiseerde het EIP-AGRI Service Point de Agri-Innovation Summit (AIS) in Lissabon, Portugal. Deze tweedaagse top verzamelde alle belangrijke spelers uit het veld van landbouw en innovatie voor twee dagen vol interactieve workshops
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
en netwerkmomenten. Meer dan 600 landbouwers, onderzoekers, adviseurs en overheidsverantwoordelijken uit alle Europese lidstaten vonden op AIS 2017 een platform om ideeën uit te wisselen en oplossingen te vinden voor concrete problemen in Europese landbouw, door innovatie, digitalisering, en (inter)nationale samenwerking. Spreker Jan Dröge, een autoriteit op het vlak van ICT, onderzoek en innovatie op Europees niveau, was onder de indruk van het evenement: “Een hoog niveau, heel interactief, en veel ruimte voor nieuwe ideeën en inspiratie!” Ook Europees commissaris voor Landbouw Phil Hogan was aanwezig. Hij ontving het Agrinnovation magazine, de allernieuwste EIP-AGRI publicatie, uit handen van VLM / EIP-collega’s Ina Van Hoye en Tine Defour. Voor alle focusgroepen en andere evenementen werden publicaties afgewerkt met daarin de belangrijkste conclusies. Rond het thema digitalisering in landbouw werd een brochure gemaakt. Alle rapporten, ‘factsheets’, nieuwsitems en brochures zijn beschikbaar op de EIP-AGRI website www.eip-agri.eu. Meer informatie: Tine Defour (Tine.Defour@eip-agri.eu)
15
3
Mestrapport 2017 Verbetering waterkwaliteit verantwoordelijkheid van alle actoren in land- en tuinbouw
VLM dringt de nutriëntenbelasting van de waterlopen en het grondwater terug en ondersteunt het duurzaam bodembeheer
16
Uit het Mestrapport 2017 blijkt dat de waterkwaliteit nog niet genoeg is verbeterd, ondanks de geleverde inspanningen door de land- en tuinbouwsector en andere betrokken actoren. Hoopgevend is wel dat uit de resultaten van de controleacties door de Mestbank en uit de vaststellingen bij begeleiding blijkt dat er vooruitgang mogelijk is. Maar dan moet alles op alles
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
gezet worden. “Als we een performante landbouw willen hebben in Vlaanderen op een beperkte ruimte en we de toekomstgerichte bedrijven een kans willen geven, dan moeten we aantonen dat dit kan, binnen de milieukundige randvoorwaarden. En dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken actoren.”, zegt minister Joke Schauvliege.
MESTRAPPORT 2017 BIEDT INZICHT IN DE ACHTERLIGGENDE CIJFERS Vlaanderen is open ruimte
MESTRAPPORT 2017 Sinds 2001 rapporteert de Vlaamse Landmaatschappij jaarlijks over de mestproblematiek in Vlaanderen via het Mestrapport. Het nieuwe Mestrapport 2017 geeft de hoogdringendheid van de realisatie van de waterkwaliteitsdoelstellingen aan en bevat volgende concrete boodschappen voor de land- en tuinbouwsector en andere betrokken actoren.
Mestrapport 2017 VLAAMSE LAND MAATSCHAPPIJ
vlm.be
WATERKWALITEIT STAGNEERT Vlaanderen kende de afgelopen 15 jaar een gestage verbetering van de waterkwaliteit. De laatste vier winterjaren stagneert het percentage MAP-meetpunten voor oppervlaktewater met een overschrijding van de drempelwaarde van 50 mg nitraat per liter op 21%. Uit de waterkwaliteitsgegevens blijkt dat we het doel van maximaal 5% uit het 5de mestactieprogramma voor de periode 2015-2018 (MAP5) niet zullen halen. Er zijn weliswaar grote regionale verschillen, waarbij de bekkens van de Boven-Schelde, IJzer, Leie en Maas het hoogste percentage meetpunten met een overschrijding vertonen.
Als we een performante landbouw willen hebben in Vlaanderen op een beperkte ruimte en we de toekomstgerichte bedrijven een kans willen geven, dan moeten we aantonen dat dit kan, binnen de milieukundige randvoorwaarden.
AL VEEL INSPANNINGEN GELEVERD, MAAR VERDERE VERBETERING IS MOGELIJK De doelafstand tot volledig normbereik voor fosfaat is nog veel groter dan voor nitraat, maar hier moet de verschillende dynamiek van beide nutriënten in het achterhoofd gehouden worden. De historisch opgebouwde fosfaatvoorraad in de bodem en het riviersediment zal nog verscheidende jaren aanleiding geven tot normoverschrijdingen. Op dit moment overschrijdt 67% van de MAP-meetpunten de milieukwaliteitsnorm voor fosfaat, wat iets beter lijkt dan de 3 voorgaande jaren.
Sinds 2005 wordt een daling van de nitraatgehalten in het grondwater vastgesteld, maar in 2015 en 2016 zijn de nitraatconcentraties terug licht gestegen, mogelijks onder invloed van de weerssituatie. Het halen van de MAP5-doelstelling, een afname van de gewogen gemiddelde nitraatconcentratie op filterniveau 1 tot minder dan 32 mg nitraat per liter in 2018, is nog altijd haalbaar als het opnieuw tot een duidelijke concentratiedaling komt.
18
Het Mestrapport brengt de meststromen in Vlaanderen in kaart. Uit de recentste cijfers voor productiejaar 2016, blijkt dat er ongeveer evenveel mest werd geproduceerd als in het voorgaande jaar (126,7 miljoen kg N en 60,5 miljoen kg P2O5). De toename van de mestproductie van pluimvee en melkvee wordt vooralsnog gecompenseerd door een afname van de mestproductie van vleesvee en varkens. De verstrenging van de bemestingsnormen heeft geleid tot een duidelijke daling van het gebruik van dierlijke mest op landbouwgrond tot 92,1 miljoen kg N en 40,6 miljoen kg P2O5 in 2016. Het gebruik van fosfaat uit dierlijke mest is relatief sterker gedaald dan het gebruik van stikstof, wat erop wijst dat fosfaat het beperkend element is bij bemesting. Anderzijds is het fosfaatgebruik minder sterk afgenomen dan de maximale afzetruimte voor fosfaat, wat er op wijst dat landbouwers deze plaatsingsruimte efficiënter benutten.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
De resultaten van de controleacties door de Mestbank en de vaststellingen tijdens begeleidingsacties door de dienst Bedrijfsadvies en het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB), wijzen erop dat er zeker nog vooruitgang mogelijk is. Zo blijkt bijvoorbeeld dat een niet overdachte bemestingsstrategie in vele gevallen aan de oorzaak ligt van een te hoog nitraatresidu. Bij doorgelichte productiebedrijven blijkt dat er vaak ondoordacht wordt omgesprongen met de mestopslag of de mestafvoer, waardoor de nutriëntenbalans wel in evenwicht is, maar er toch te veel mest op het bedrijf blijft. Uit doorlichtingen die uitgevoerd werden bij grondloze tuinbouwbedrijven, blijkt dat de meest voorkomende inbreuken betrekking hadden op nutriëntenverliezen via lekkende folies of het niet of niet voldoende opvangen van drainwater of spuistroom. Uit de resultaten van de mestanalyses uitgevoerd tijdens terreincontroles, en de sensibiliserende acties rond de afvoer van varkensmest met onrealistisch hoge inhoudswaarde, blijkt dat er op het vlak van de mestsamenstelling nog veel verbetering mogelijk is.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
19
VERSTERKTE UITVOERING VAN MAP5 De maatregelen van MAP5 dragen vooralsnog niet bij tot de verhoopte realisatie van de waterkwaliteitsdoelstellingen. Zonder vooruit te willen lopen op het volgende actieprogramma MAP6, is het nu al duidelijk dat bijkomende en gerichtere maatregelen nodig zullen zijn om een duidelijke verbetering van de waterkwaliteit te realiseren. In de tweede helft van 2017 is een tussentijdse evaluatie voorzien voor Europa. Doordat in het winterjaar 2016-2017 geen verdere verbetering is opgetreden van de nitraatgehalten in het MAP-meetnet voor oppervlaktewater, worden vanaf 1 januari 2018 al twee nieuwe maatregelen ingevoerd. In de focusgebieden wordt een 1 m brede teeltvrije strook verplicht langs alle waterlopen, ook de niet-gecategoriseerde. Op die strook moet een ander gewas geteeld worden dan op de rest van het perceel. Deze teeltvrije strook komt bovenop de reeds bestaande 5 m brede bemestingsvrije strook. Vanaf 2018 wil de minister het naleven van de teeltvrije zone van 1 meter langs waterlopen in focusgebieden actief afdwingen door terreincontroles. De terreincontroles zullen worden uitgevoerd door toezichthouders van de Mestbank. Ook het bemesten
van gewassen met kunstmest heeft een invloed op de waterkwaliteit. Daarom controleren de toezichthouders van de dienst Handhaving van de Mestbank, zowel tijdens het voorjaar als in het najaar, of kunstmest correct wordt gebruikt. Daarnaast wordt vanaf 2018 een nieuwe aanpak voor de correctere bepaling van de mestsamenstelling geïmplementeerd. Vanaf 2018 zal de landbouwer de keuze hebben tussen ofwel een algemeen systeem met forfaitaire mestsamenstelling, ofwel een analysesysteem. De mogelijkheid om te werken met een bedrijfsspecifieke mestsamenstelling wordt ingevoerd, als vereenvoudiging van dit analysesysteem. GEZAMENLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID De waterkwaliteit verbetert niet genoeg en de waterkwaliteitsdoelstellingen van MAP5 zijn ambitieus. Het is broodnodig om nu actie te ondernemen zodat de waterkwaliteit op korte termijn duidelijk verbetert. Er is nog vooruitgang mogelijk. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken actoren, in de eerste plaats de land- en tuinbouwsector, maar ook de verwerkers, vervoerders, veevoederleveranciers, landbouwconsulenten, …. Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, moet het mogelijk zijn opnieuw een kantelmoment te veroorzaken met een betere waterkwaliteit tot gevolg.
Dienst Bedrijfsadvies VLM stopgezet In 2007 richtte de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) de dienst Bedrijfsadvies op om de landbouwers te begeleiden, adviseren en sensibiliseren inzake de mestwetgeving en de praktische toepassing ervan binnen de bedrijfsvoering. Naast het verlenen van individueel bedrijfsadvies, verzorgde de dienst Bedrijfsadvies ook andere taken, zoals het geven van infosessies en aanbieden van fiches met informatie. Die dienstverlening werd in de loop van 2017 afgebouwd en ondertussen stopgezet.
De informatie en toepassingen op de VLM-website en het Mestbankloket zijn permanent toegankelijk. De Mestbankmedewerkers kunnen de landbouwers hierbij begeleiden. Voor praktische vragen over de oordeelkundige bemesting van teelten met respect voor bodem, water en lucht, kunnen de land- en tuinbouwers terecht bij verschillende private diensten.
Mestbank controleert vanaf 2018 teeltvrije zone van 1 meter naast waterlopen Het vijfde mestactieprogramma (MAP 5) is halfweg maar omdat de verhoopte verbetering van de waterkwaliteit uitblijft, heeft minister Joke Schauvliege in 2017 proactief een extra maatregel genomen. Zij doet dat door vanaf 2018 het naleven van de teeltvrije zone van 1 meter langs waterlopen in focusgebieden actief af te dwingen door terreincontroles. De terreincontroles zullen worden uitgevoerd door toezichthouders van de Mestbank. TEELTVRIJE ZONE VAN 1 METER NAAST DE WATERLOPEN Het decreet Integraal Waterbeleid bepaalt dat geen bodembewerkingen mogen plaatsvinden tot op 1 meter afstand vanaf de bovenste rand van het talud van alle oppervlaktewaterlichamen. Samen met het verbod op het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het verbod op het gebruik van meststoffen (uitgezonderd bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing) ontstaat een strook van 1 meter die geen oogstbare teelt kan voortbrengen, een zogenaamde ‘teeltvrije zone’. Terreinervaring leert dat die teeltvrije zone nog niet langs alle waterlopen aanwezig is. Op dat vlak is dus nog verbetering te boeken. De teeltvrije zone moet aanwezig zijn langs elke waterloop die opgenomen is in het Grootschalig Referentiebestand (GRB). Die laag is onder meer raadpleegbaar in de verzamelaanvraag op het e-loket van het Departement Landbouw en Visserij.
De teeltvrije strook van 1 meter moet niet afgesplitst worden van de rest van het perceel in de verzamelaanvraag. Ook de bemestingsnormen blijven gelden voor de volledige oppervlakte van het aangegeven perceel. TOEZICHT OP TEELTVRIJE ZONE DOOR TOEZICHTHOUDERS VAN DE MESTBANK De controlebevoegdheid van de toezichthouders van de Mestbank breidt uit vanaf 2018. Zo zal de controle van de teeltvrije zone voortaan ook behoren tot het controlepakket van de toezichthouders van de Mestbank. De toezichthouders van de Mestbank zullen die nieuwe toezichtmaatregel uitoefenen in de afgebakende focusgebieden. Als de toezichthouders van de Mestbank vaststellen dat er zich een productieve teelt bevindt in de teeltvrije zone, kan de landbouwer verplicht worden om een teeltvrije zone aan te leggen. Bovendien kan een proces-verbaal opgemaakt worden, met een mogelijke boete tot gevolg. Om vanaf 2018 in regel te zijn met de geldende wetgeving, is het belangrijk om nu al met de teeltvrije zone rekening te houden. DE TEELTVRIJE ZONE BEHEREN Op de percelen waar de landbouwers de regelgeving al goed naleven, zal zich meestal een strook met een spontane bedekking van grassen en kruiden ontwikkeld hebben. Als dat nog niet het geval is, moet die strook zich nog ontwikkelen en is het omwille van
De VLM garandeert wel de verdere basisdienstverlening aan de landbouwers. Zo kunnen de landbouwers terecht bij de regionale cellen Dossierbeheer van de Mestbank voor de correcte afhandeling van hun administratieve dossier en het verkrijgen van informatie. Naast de telefonische dienstverlening tijdens de kantooruren en de mogelijkheid tot een kantoorbezoek op afspraak, zet de Mestbank in op de verdere uitbouw van de digitale dienstverlening.
20
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
21
akkeronkruiden aangewezen om een strook in te zaaien met gras of een mengsel van gras en kruiden. Om het aantal maaibeurten te beperken is het aan te raden om een niet-productieve grassoort in te zaaien. Om de strook verder te verschralen of op zijn minst aanrijking door nutriënten die afspoelen van het land tegen te gaan, is maaibeheer aangewezen. Daarbij moet het maaisel afgevoerd of op het perceel gebracht worden op een voldoende afstand van de teeltvrije zone.
ging. Vanaf 2018 zal de landbouwer de mogelijkheid hebben om de 1 meter teeltvrije zone langs bouwland mee in rekening te brengen voor zijn oppervlakte aan te leggen ecologisch aandachtsgebied. Meer informatie over de voorwaarden en hoe de aangifte binnen de verzamelaanvraag 2018 moet gebeuren, wordt in de aanloop van de verzamelaanvraag verder geduid.
DE TEELTVRIJE ZONE ALS ECOLOGISCH AANDACHTSGEBIED
Wie naast de waterloop al een grasstrook heeft aangelegd in uitvoering van een beheerovereenkomst randenbeheer, voldoet meteen ook aan de voorwaarden rond de teeltvrije zone. De teeltvrije zone maakt integraal deel uit van de strook en hoeft dus niet afzonderlijk geregistreerd te worden. De oppervlakte van de teeltvrije strook wordt mee in rekening gebracht voor de beheerovereenkomst zonder gevolgen voor de beheervergoeding.
Een land- of tuinbouwer die meer dan 15 ha bouwland in gebruik heeft, moet minstens 5% van zijn bouwland aanleggen als ecologisch aandachtsgebied (EAG). De land- of tuinbouwer kan dat invullen door bijvoorbeeld de inzaai van een groenbedekker of een stikstofbindend gewas, de aanleg van bufferstroken, akkerranden of landschapselementen of braakleg-
DE TEELTVRIJE ZONE ALS BEHEEROVEREENKOMST
Mestbank controleert correct gebruik van kunstmest Het gebruik van kunstmest is wijdverspreid in Vlaanderen. Zo is volgens de Mestbankgegevens 31% van de totale aanvoer van stikstof naar grond afkomstig van kunstmest. Het bemesten van gewassen met kunstmest, heeft een invloed op de waterkwaliteit. Daarom controleren de toezichthouders van de dienst Handhaving van de Mestbank, zowel tijdens het voorjaar als in het najaar, of kunstmest correct wordt gebruikt. In het voorjaar ligt het accent op het respecteren van de afstand tot de waterloop. Op basis van de vaststellingen op terrein, kunnen de toezichthouders de facturen en leveranciersbonnen opvragen van de gebruikte meststoffen en bekijken of die meststoffen effectief aangegeven worden in de Mestbankaangifte van het volgende aangiftejaar. In het najaar gaat bijzondere aandacht naar het bijbemesten van vollegrondsgroenten. Zo moeten landbouwers, voordat ze bijbemesten met kunstmeststoffen, een stikstofstaalname met stikstofadvies laten uitvoeren. Kwestie van de hoeveelheid stikstof in de bodem te kennen en alleen nog die hoeveelheid
22
Nieuwe uitrijtool gidst land- en tuinbouwers door de mestuitrijregeling
toe te dienen, die het gewas nodig heeft. De overtollige nutriënten worden immers niet opgenomen en hebben een negatieve invloed op het grond- en oppervlaktewater, dat naar de MAP-meetpunten stroomt. De periode waarin stalen moeten worden genomen om bij te bemesten, verschilt bij focusbedrijven en niet-focusbedrijven. Focusbedrijven met specifieke teelten , moeten vanaf 16 augustus vóór elke bemesting van een perceel een stikstofstaalname laten uitvoeren. Voor niet-focusbedrijven geldt die regel vanaf 1 september. De bedrijven moeten bij het bemesten rekening houden met het verkregen bemestingsadvies én de maximale bemestingsnorm van het Mestdecreet. Het Mestdecreet legt een bemestingsbeperking op van 100 kg werkzame stikstof per hectare. Daarbij mag maximaal 60 kg werkzame stikstof per hectare worden aangewend binnen een periode van twee weken. De toezichthouders gaan bij een controle altijd na of er een staalname op het juiste tijdstip uitgevoerd werd en of het advies gerespecteerd werd.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
Jaarlijks start het uitrijseizoen op 16 februari, maar niet in alle gevallen is bemesting toegelaten. De periode waarin mest mag worden uitgereden, hangt immers af van het type meststof, de status van het landbouwbedrijf, de teelt en het bodemtype. Bovendien gelden heel wat voorwaarden die gerespecteerd moeten worden. Om de landbouwers wegwijs te maken in die complexe regels, heeft de Vlaamse Landmaatschappij een uitrijtool ontwikkeld. Met die uitrijtool kunnen land- en tuinbouwers snel
opzoeken of ze mogen bemesten. De uitrijtool is online beschikbaar op http://uitrijtool.vlm.be via pc, smartphone of tablet. Wie de tool gebruikt, krijgt na het beantwoorden van enkele vragen een persoonlijke uitrijkalender te zien. Daarop staat wanneer mag worden uitgereden en onder welke voorwaarden. Bij het plannen van hun bemesting, kunnen de landen tuinbouwers ook gebruikmaken van de schematische overzichten op de website van de VLM, die een overzicht geven van alle mogelijke situaties. Ze hebben de keuze tussen een algemeen overzicht van de uitrijregeling per type meststof of per type (focus)bedrijf. De overzichten zijn terug te vinden op www.vlm.be – uitrijregeling. Niet alleen het naleven van de wettelijke uitrijregeling is van belang. De Mestbank vraagt ook aandacht voor bemesting op het juiste tijdstip in functie van het gewas. Zodanig bemesten dat het gewas de nutriënten ook effectief opneemt, zorgt voor een optimale benutting en vermijdt uitspoeling. Dat komt de waterkwaliteit ten goede.
VLM verduidelijkt modaliteiten opslag vaste dierlijke mest Regelmatig controleren de toezichthouders van de Mestbank de opslagen voor dierlijke mest. Tijdens die controles gaan ze na of de opslagen voor vaste dierlijke mest voldoen aan de VLAREM-bepalingen. Zo kijken ze onder meer na of er een mestdichte vloer, 3 mestdichte muren en een opvang voor de mestsappen aanwezig is. De VLAREM-reglementering bepaalt dat het afvloeiwater moet worden opgevangen en verzameld in mestdichte gesloten opslagruimten. Voor mestsappen zijn afleidingskanalen of overstorten naar het oppervlaktewater of de openbare riolering niet toegestaan. Blijkbaar bestaat over die bepaling onduidelijkheid op het terrein. De VLM heeft in de sector vernomen dat er partijen zijn, die beweren dat een sapscheider of first flush-systeem aan de opvang voor mestsappen een legale oplossing is om te voorkomen dat de opvang snel vol zit. Maar niets in minder waar. De regelgeving is duidelijk, geen enkele vorm van overstorten is toegestaan. Door overstorten komen er immers nog steeds nutriënten in het oppervlakte- of
grondwater terecht. Het zijn die nutriënten die een nefaste invloed hebben op de waterkwaliteit en dus ook op de MAP-meetpunten. Als de toezichthouders van de Mestbank een vorm van overstort vaststellen, zal de betrokken landbouwer dat altijd definitief buiten gebruik moeten stellen of verwijderen. Bij lozing in de waterloop of de openbare riolering, kunnen ze ook een proces-verbaal opmaken voor het lozen van dierlijke mest en de opslag van dierlijke mest in een mestvaalt niet conform het VLAREM. Het overstort zal verwijderd moeten worden. De Mestbank geeft dergelijke vaststellingen ook door aan het Departement Landbouw en Visserij. Het Departement kan een korting op de basisbetaling toepassen. Landbouwers laten zich best nooit zo’n overstort aanpraten. Er is enerzijds de meerkost bij de constructie en anderzijds is het niet legaal, waardoor je als landbouwer een proces-verbaal en mogelijk een geldboete riskeert.
4
Onderzoek naar het nut van de ruilverkaveling Rijkevorsel-Wortel verder gezet
VLM realiseert een instrumentenkoffer voor de uitvoering van plannen, programma’s en projecten
24
Het onderzoek naar het nut van het ruilverkavelingsproject Rijkevorsel-Wortel, gelegen in de Noorderkempen, is na enkele jaren stilstand hervat. Dat wil zeggen dat onderzocht wordt of ruilverkaveling nuttig kan ingezet worden in een zone op het grondgebied van de gemeenten Rijkevorsel, Hoogstraten en Merksplas.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
De landbouw in deze gemeenten is sterk en stabiel, de melkveesector en de veredelingslandbouw zijn de belangrijkste sectoren. Goed leefbare bedrijven, een gunstige opvolgingssituatie en een hoog percentage landbouwers die wensen uit te breiden, zorgen voor een grote vraag naar landbouwgronden. Het aanbod daarentegen is gering. Door de herverkaveling en een verbetering van de ontsluiting en van de waterhuishouding zijn belangrijke voordelen te realiseren.
Realisaties ruilverkaveling Jesseren in de kijker speelheuvel met een glijbaan en klimelementen, open ruimte om te voetballen en een openluchtklasje. Inheemse bomen en struiken kregen ook een plekje.
Anderzijds gaan de hoge, actuele natuurwaarden in het gebied er op achteruit. Schaalvergroting en intensivering hebben tot gevolg dat de natuurwaarden, maar ook belangrijke landschapselementen verder aangetast worden. Om verbetering te creëren voor zowel landbouw als natuur en landschap, heeft de Vlaamse Landmaatschappij de voorbije jaren een ontwerp-ruilverkavelingsplan opgesteld. Het ontwerp-ruilverkavelingsplan is een inrichtingsplan dat een pakket van maatregelen voorstelt. Voorbeelden zijn maatregelen in functie van de uitbouw van de landbouw-, natuur- en landschapsstructuur, maar ook maatregelen in functie van een betere ontsluiting, verkeersveiligheid, recreatie en waterkwaliteit. De ruilverkaveling zal uitgevoerd worden nadat minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, Joke Schauvliege, de ruilverkaveling nuttig verklaart op basis van een openbaar onderzoek over het ontwerp-ruilverkavelingsplan. In de loop van 2017-2018 worden de voorbereidingen getroffen voor de organisatie van dat openbaar onderzoek.
26
In de loop van 2017 werd een milieueffectrapport (MER) geschreven. Het MER evalueert de effecten van het ruilverkavelingsplan op het milieu. De opdracht werd uitgevoerd door een studiebureau en startte op 1 april 2017. Het studiebureau stelde eerst een methodiek op voor het evalueren van de relevante milieueffecten. Die methodiek lag ter inzage bij de gemeenten In de loop van de maanden juni en juli 2017. Op basis van de methodiek werd het MER aansluitend opgesteld.
In de ruilverkaveling Jesseren heeft minister Joke Schauvliege reeds 8,3 miljoen euro geïnvesteerd in maatregelen die bijdragen tot een duurzame landbouw en een betere omgevingskwaliteit. Op 25 juni 2017 kon het grote publiek kennismaken met een aantal van die maatregelen. In samenwerking met de stad Borgloon en de lagere school ‘de Letterboom’ werd een buurtspeelweide aangelegd. De bestaande speelplaats van de school was te klein en volledig verhard met tegels. De speelweide wordt een meer natuurlijke speelruimte om te spelen met educatieve elementen. Ook na schooltijd kunnen kinderen en jeugdbewegingen hier terecht om te spelen. De speelweide bestaat uit een
De volgende stap was het opvragen van de gegevens van gebruikers bij de eigenaars, in functie van een correcte communicatie over de verschillende stappen in het project. Zo zullen eigenaars en gebruikers in de ruilverkaveling persoonlijk op de hoogte gebracht worden van het openbaar onderzoek dat in 2018 wordt georganiseerd, door middel van een aangetekend schrijven. Opdat de Vlaamse Landmaatschappij beschikt over de correcte gebruikersgegeven, werden in de loop van de maanden september en oktober 2017, de gebruikers van percelen opgevraagd bij de eigenaars. Het is de bedoeling dat de Vlaamse Landmaatschappij het verzoek tot nuttigverklaring van de ruilverkaveling Rijkevorsel-Wortel aan minister Joke Schauvliege overmaakt in het voorjaar van 2019. Als dit leidt tot een nuttigverklaring kan de realisatie van de ruilverkaveling starten.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
Ook het dorpsplein kreeg een nieuwe look. De aandachtspunten bij de inrichting van het plein waren de bereikbaarheid woning – kerk – begraafplaats en het uitwerken van bezoekersvoorzieningen zoals een ontmoetingsruimte met zitmeubilair. Het dorpsplein en de buurtspeelweide staan met elkaar in verbinding dankzij een fiets- wandelpad. Daarnaast zijn er ook vier wachtbekkens aangelegd om de water- en modderoverlast in de dorpskern van Jesseren te voorkomen. De wachtbekkens kregen een mooie landschappelijke inkleding en worden onderhouden door de Agrobeheergroep. Bij het uitgraven van de wachtbekkens kwamen vondsten naar boven van de Romeinen. Om die de nodige zichtbaarheid te geven werkte de VLM via de ruilverkaveling een archeologisch kunstwerk in het landschap uit. Het werd een oriëntatietafel met een verwijzing naar de belangrijkste archeologische weetjes in de streek. Tenslotte werd een gedicht verwerkt in één van de nieuwe betonwegen, verwijzend naar de poëzie dat het Haspengouwse landschap uitstraalt.
Start van de werken voor een gloednieuw buurtpark in Neerdorp Aan de voormalige bezinkingsbekkens van de papierfabriek in Neerdorp langs de Gustave Demeurslaan (de vroegere Catala-site) in Huizingen, liet de Vlaamse Landmaatschappij, in nauwe samenwerking met de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) en de gemeente Beersel, een nieuw buurtpark aanleggen. Die werken zijn gestart op 16 augustus 2017 en zullen ongeveer een jaar duren. In een eerste fase werden de bekkens geruimd, werd de oorspronkelijke slotgracht rond de Middeleeuwse Motte opnieuw uitgegraven en werden noodzakelijke rooiingswerken uitgevoerd. In een tweede fase zullen wandel- en fietspaden aangelegd worden, ligweides ingericht en constructies
gebouwd, zoals houten vlonders en bruggen, een speeltoren, picknickbanken en ligzetels. De inrichting van het nieuwe park kost in totaal 712.000 euro. Minister Joke Schauvliege maakte daarvoor via het budget landinrichting 420.000 euro vrij. De maatregelen dragen immers bij tot het behoud en het versterken van de open ruimte in de Vlaamse Rand rond Brussel, één van de beleidsdoelstellingen van de Vlaamse Regering. De gemeente Beersel betaalt 98.000 euro bij en de POM 250.000 euro. Langs dit parkje stroomt de Molenbeek, waar eerder werken zijn uitgevoerd om ruimte te maken voor waterberging.
VLM investeert in de omgeving van de historische Slagmolen in Genk Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege verleende haar goedkeuring aan het nieuwe landinrichtingsplan Slagmolen te Genk. De minister investeerde reeds in 2 andere inrichtingsplannen in de regio van de Stiemerbeekvallei (Schansbroek in Genk en Dauteweyers in Diepenbeek) om het unieke gebied De Wijers, land van 1.001 vijvers, verder te ontwikkelen.
28
Via het landinrichtingsplan Slagmolen heeft de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) de opdracht gekregen om van de omgeving rond de slagmolen een aantrekkelijk onthaalpunt te maken voor De Wijers. Zo zal de huidige parking als een plein worden heringericht. Ook worden belevingselementen voorzien; evenals nieuwe fiets- en wandelverbindingen tussen Genk en De Maten en tussen Genk en Hasselt/Diepenbeek.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
Daarnaast wordt de omgeving ecologisch versterkt. De watertoevoer naar het natuurreservaat De Maten zal verbeteren zodat de vijvers van De Maten er ecologisch op vooruitgaan. Hiervoor wordt de Schabeek uit de bestaande betonnen bedding gehaald en in een losgekoppelde bedding gebracht. Het landschappelijk streefbeeld is een meanderende waterloop doorheen het bos. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM), de stad Genk, de provincie Limburg en Natuurpunt vzw zijn partners in dit landinrichtingsplan. De totale kostprijs wordt geraamd op zo’n 3 miljoen euro. Daarvan neemt de Vlaamse overheid € 680.000 voor haar rekening, de provincie Limburg € 120.000, de stad Genk € 2.100.000, Europa (via Life+project Green4Grey) € 96.000 en Natuurpunt € 28.000.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
“Via deze investering wil ik een sterke impuls geven aan de verdere ontwikkeling van De Wijers. Ik doe dit niet enkel via de uitvoering van de 3 plannen Schansbroek, Dauteweyers en Slagmolen binnen het landinrichtingsproject Stiemerbeekvallei maar ook via de nieuwe landinrichtingsprojecten ‘De Wijers – Roosterbeek Mangelbeek’, ‘De Wijers – Stiemerbeek Zusterkloosterbeek’ en ‘De Wijers – Beleven’. Ik ben ervan overtuigd dat we via deze projecten de omgevingskwaliteit aanzienlijk zullen verhogen en De Wijers als unieke regio nog meer op de kaart zetten”, aldus minister Joke Schauvliege.
29
5
Herinrichting buurtpark Schansbroek Genk
VLM versterkt de open ruimte en verbetert de omgevingskwaliteit in randstedelijke omgevingen onder sterke druk
30
Het Schansbroek is een natuurgebied dat gelegen is in de schaduw van de AndrĂŠ Dumont mijn in Waterschei, in het noorden van de regio De Wijers. Aan de rand van dat natuurgebied ligt het buurtpark Schansbroek. Dat gebied lag er de laatste jaren verwaarloosd bij. De buurtbewoners zien heel wat kansen voor ontmoeting, ontspanning, tuinieren, natuurbeleving en sportinfrastructuur.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
Gezien de toekomstige ontwikkelingen op de mijnsite is het wenselijk dat dit natuurgebied een make-over krijgt. In 2016 werden al nieuwe wandelpaden en fietspaden aangelegd. Nu start een tweede fase van werken in het gebied. De werken kaderen in het landinrichtingsproject Stiemerbeekvallei van de Vlaamse Landmaatschappij. De Vlaamse overheid investeert op die manier samen met haar partners bijna 1 miljoen euro in het buurtpark.
voor iedereen: omwonenden, voetballers, werknemers van het Thorpark, gezinnen, tuiniers… . Ook de wandelaars kunnen in de toekomst genieten van dit nieuwe wandelgebied. Daarnaast worden ook de voormalige mijnbekkens en de historische schans hersteld. De wallen van de Schans zullen zo duidelijker in het landschap aanwezig zijn. VLAANDEREN INVESTEERT FORS, SAMEN MET DE STAD GENK EN EUROPA
AANLEG BUURTPARK SCHANSBROEK Het buurtpark Schansbroek zal een echte metamorfose ondergaan. Het ontwerp voor het buurtpark werd samen met de buurtbewoners uitgetekend tijdens verschillende workshops. Zij kozen voor de aanleg van volkstuinen, speelelementen voor de kinderen en verschillende voorzieningen voor de bewoners van het dienstencentrum de Steymer, zoals wandelpaden, petanque,… Ook de voetbalclub krijgt een nieuw gedraineerd voetbalveld. Zo wordt het buurtpark omgebouwd tot een kwaliteitsvolle ontmoetingsplek
De kostprijs voor de uitvoering van deze fase van de werken bedraagt 991.000 euro. Vlaanderen betaalt daarvan het grootste deel, met name 520.000 euro. De overige kosten worden gedragen door de stad Genk die 330.000 euro betaalt. Europa investeert via het LIFE+ project Green4Grey 141.000 euro. Met dat LIFE+ project investeert de Vlaamse Landmaatschappij samen met partners in groene en blauwe landschapselementen in de Wijers en in de Vlaamse Rand rond Brussel. In zes projectgebieden wordt een onbebouwde stedelijke restruimte omgevormd tot een aantrekkelijke en veelzijdige natuurlijke plek.
“Door de gerichte maatregelen, zoals het herstel van natte graslanden, de aanleg van poelen, de aanplanting van bos krijgen soorten als de ringslang, hondskruid en de ijsvogel een beter leefgebied, waardoor ze ook meer overlevingskansen krijgen in een sterk verstedelijkte context.” Centraal in het park van 13 hectare wordt een wandel- of joglus van één kilometer aangelegd. Het leidt
de fietsers en wandelaars langs open plekken, (speel) bossen en mooie stukjes natuur. Langs de Molenbeek, in de laagstgelegen zone van het park, wordt een rustpunt aangelegd waar men aangenaam kan vertoeven. De investering bedraagt 490.000 euro. De Vlaamse overheid neemt daarvan 210.000 euro voor haar rekening. De gemeente Asse betaalt 89.500 euro. Via EU-subsidies uit het Life+-programma (Green4Grey) draagt ook Europa 142.500 euro bij.
Omgevingswerken voor derde en laatste fase oude spoorweg naar het Parkbos goedgekeurd
Meer info via www.green4grey.be.
Werken Kerremanspark in Zellik van start
Vlaams minister Joke Schauvliege keurde het aandeel omgevingswerken goed in de derde en laatste fase van de werken om een fietssnelweg te realiseren tussen het centrum van Gent en het Parkbos. Tussen de Rijvisschestraat en de E40 (Parkbosbrug) werd een halfverhard fietspad (breedte 3 m, in gestabiliseerd porfier) aangelegd met een vrijliggend wandelpad en recreatieve randinfrastructuur.
Op 18 september 2017 zijn de werken in het Kerremanspark in Zellik gestart. De werken kaderen in het Landinrichtingsproject Molenbeek-Maalbeek, waarbij er in nauwe samenwerking met de gemeente Asse, Regionaal Landschap Groene Corridor, VELT en Natuurpunt wordt getracht een halt toe te roepen aan de toenemende verstedelijking. Door de herinrichting van de resterende open (groene) ruimte wordt de omgeving leefbaarder voor omwonenden, werknemers van het researchpark en passanten. Naast ecologische maatregelen wordt er extra geïnvesteerd in recreatieve structuur, door de aanleg van fiets- en wandelpaden.
In september 2014 werd het portaal en de boskern Grand Noble feestelijk geopend. Op 17 juni 2016 werd de eerste fase van een nieuw fiets-, wandel- en ruiterpad langs de Oude Spoorlijn tussen Rijvisschestraat en de Klossestraat in Gent gerealiseerd. De tweede fase (deel Oude Gentweg in De Pinte) ging in 2017 in uitvoering. De aanleg van een fiets- en wandel-as op de Oude Spoorweg kadert in een landinrichtingsproject van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), in samenwerking met de Provincie Oost-Vlaanderen, de stad Gent en de gemeente De Pinte. Het project heeft als doel een aangename, natuurvriendelijke en veilige omgeving voor zowel functioneel als recreatief fiets-, wandelen ruiterverkeer in te richten. Naast de fietsostrade werden ook een wandelpad,
Het Kerremanspark zelf vormt een belangrijke groene stapsteen naar het Brussels gewest, waar het Moeras van Ganshoren en Laarbeekbos tot tegen de gewestgrens reiken.
32
Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw:
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
picknicktafels, infoborden, bomenrijen en banken in de parkboshuisstijl voorzien om de recreatieve as te verfraaien. De subsidie van het Vlaams Gewest voor de omgevingswerken bedroeg € 110.219,28. De stad Gent droeg € 47.236,84 van de kosten. De derde fase is het sluitstuk van de ontwikkeling van de Oude Spoorwegbedding tot bovenlokale fiets-as, een belangrijk sleutelproject in de realisatie van het Parkbos en het GRUP Parkbos. Het aandeel van landinrichting in dit uitvoeringsdossier is een onderdeel van een veel ruimer uitvoeringsdossier ter waarde van € 5.074.066,42 voor de bouw van 2 fietsbruggen met medefinanciering van AWV, Provincie Oost-Vlaanderen, stad Gent en de gemeenten De Pinte en Sint-Martens-Latem. In de laatste fase werden twee nieuwe fietsbruggen aangelegd die het Parkbos met het centrum van Gent verbinden. Die fietsbruggen liggen op de as van de oude spoorwegverbinding die vroeger de stations De Pinte en Gent Zuid met elkaar verbond. De as werd ingericht als fiets- en wandel-as. Ze maken ook onderdeel uit van een fietsostrade. De fietsbruggen zorgen voor de overbrugging van de E40 en de Ringvaart/ R4.
33
6
Start afbraak oud Clubhouse Elektrabel in Langerbrugge In maart 2017 werd het clubhouse van de werknemers van de voormalige Electrabelsite in Langerbrugge afgebroken. Met de afbraak van de gebouwen komt de realisatie van een park voor de bewoners van de wijk Herryville, Kerkbrugge en Langerbrugge weer een stapje dichterbij. In eerste instantie werden de enkele onderdelen met asbest opgebroken en verwijderd, daarna volgde de rest van het gebouw. Aansluitend werden de aangeduide struiken en enkele bomen gerooid (exoten). Als laatste werden de afsluitingen, verlichtingselementen, verhardingen enz. opgebroken.
VLM realiseert een waardevolle omgeving en oplossingen voor openruimte-eigenaars en -gebruikers, gekoppeld aan havenuitbreidingen
34
De afbraak van het clubhouse is een voorbereidend werk voor de realisatie van het parkgebied Langerbrugge-Zuid. Dit parkgebied is een koppelingsgebied, een verbindingsgebied tussen de woonkernen van
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
Kerkbrugge-Langerbrugge enerzijds en de achterliggende industrieterreinen Grote Nest en de voormalige Electrabelsite anderzijds. Dit gebied zal ook een belangrijke verbindende waarde hebben. In een eerste fase wordt er een veilige fietsverbinding aangelegd tussen het veer van Langerbrugge en de Doornzeelsestraat. In een latere fase zal het veer van Langerbrugge worden verbonden met het veer van Terdonk via een veilige verbinding langs de koppelingsgebieden Langerbrugge-Zuid, Kerkbrugge-Oost, Doornzele-Zuid en Doornzele-Kanaalzijde. In het nieuwe parkgebied zal elk zijn plekje vinden. De speelboszone voor de kleintjes komt bij de wijk Herryville, de voetballers zullen hun hartje kunnen ophalen in de centrale zone van de voormalige cyclopiste die we zichtbaar maken in het landschap.
7
Minister Schauvliege geeft aftrap van programma Water-Land-Schap
VLM komt tot een gezamenlijke visievorming en gezamenlijke uitvoering op terrein in gebieden met een complexe problematiek en verschillende ruimtevragen
36
Op 23 oktober 2017 lanceerde Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw het programma Water-Land-Schap. Het programma zal lokale initiatieven van landbouwers, bedrijven, overheden en organisaties subsidiĂŤren om uitdagingen als droogte, overstro-
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
mingen, een goede waterkwaliteit en verzilting aan te pakken. De minister deed dan ook een oproep aan lokale trekkers om samenwerkingsverbanden op te zetten en initiatieven in te dienen bij het programmateam Water-Land-Schap.
EEN SCALA AAN KANSEN
HOE DIEN JE EEN VOORSTEL IN?
In heel Vlaanderen zoeken mensen nu al manieren om met watervraagstukken om te gaan. > p. 2-3
Een voorstel voor WaterLand-Schap indienen kan tot 1 maart 2018. > p. 4 SPECIALE EDITIE / OKTOBER 2017
WATER LAND SCHAP
#verbetering #kwaliteit #waterbeheer #klimaat
Subsidies voor lokale samenwerking rond watergerelateerde uitdagingen HET WEER IN VLAANDEREN WORDT GRILLIGER. JUNI 2016 WAS HEEL NAT, JUNI 2017 EXTREEM DROOG. DIE UITERSTEN ZIJN SLECHT NIEUWS, IN HET BIJZONDER VOOR DE LAND- EN TUINBOUWSECTOR. DAAROM LANCEERT VLAAMS MINISTER VAN OMGEVING JOKE SCHAUVLIEGE HET PROGRAMMA WATER-LAND-SCHAP: EEN OPROEP MET SUBSIDIEMOGELIJKHEDEN OM WATERGEBONDEN UITDAGINGEN SAMEN AAN TE PAKKEN. Het programmateam Water-Land-Schap (zie pagina 4) zoekt landbouwers, bedrijven, dorpsbewoners, water- en landschapsbeheerders die de handen in elkaar willen slaan. Samen kunnen we uitdagingen als droogte, overstromingen, waterkwaliteit en verzilting efficiënter aanpakken. Op heel wat plaatsen wordt nu al aan watervraagstukken gewerkt. Die inspanningen willen we samenbrengen en ondersteunen. WELKE INITIATIEVEN KOMEN IN AANMERKING? Voor de oproep Water-Land-Schap zoeken we initiatieven die beek- en riviersystemen sterker maken of onze watervoorraden beschermen, rekening houdend met het landschap en haar gebruikers.
De focus ligt op initiatieven die water, landbouw, natuur, landschap en verstedelijking in één visie samenbrengen. Een voorstel kan maatregelen bevatten die: • waterschaarste tegengaan en meer water beschikbaar maken voor voedselproductie, • op een positieve manier met verzilting omgaan, • wateroverlast tegengaan door het te bergen waar het landschap dat toelaat, • de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater verbeteren, • de bodemkwaliteit verbeteren, • een band creëren tussen landbouwers, natuur- en landschapsbeheerders en inwoners door samen aan een duurzame aanpak van een beek of rivier te werken, • de ecologische kwaliteit van landbouwlandschappen en watersystemen verbeteren, • … De maatregelen mogen toegepast worden in de open ruimte of in een bebouwde omgeving. Zowel openbare domeinen als particuliere percelen komen in aanmerking. De voorstellen moeten wel innovatief zijn en de omgeving weerbaarder maken tegen de klimaatverandering. Ze moeten dus verder gaan dan ad hoc ingrepen.
LOKALE COALITIES: ONMISBAAR IN WATERBEHEER Lokale samenwerkingsinitiatieven spelen een cruciale rol in elk waterlandschap. De lokale partners kennen de omgeving: ze merken waterproblemen meteen op en kunnen snel actie ondernemen. De Vlaamse overheid zoekt duurzame maatregelen om de Europese doelen rond waterkwaliteit en -kwantiteit te halen. Ondertussen klinkt op het terrein de vraag naar snelle oplossingen voor wateroverschotten en -tekorten steeds luider. Vooral landbouwers en bedrijven met sterke waterbehoeften hebben dringend manieren nodig
38
om met droogte om te gaan. We zoeken naar mogelijkheden om verschillende doelstellingen samen aan te pakken. Kunnen de partners in een beeksysteem tot een geïntegreerde visie komen? Kunnen ze water, landbouw, natuur, landschap en verstedelijking in één aanpak kaderen? Zulke initiatieven willen we ondersteunen. Op Vlaams niveau proberen we de beschikbare instrumenten, mensen en middelen op elkaar af te stemmen, zodat lokale partners hun maatregelen sneller en eenvoudiger kunnen uitvoeren.
De voorbije jaren hebben we in Vlaanderen de gevolgen van de klimaatverandering aan den lijve ondervonden: opvallend zachte winters, zware regenbuien, lange periodes van droogte. Voor de landbouw brengt dat nieuwe uitdagingen met zich mee, uitdagingen waar we best niet op individueel niveau maar wel op ruimere schaal oplossingen voor zoeken. In landelijke gebieden zijn de hoofdgebruikers van de open ruimte essentiële partners om aan een goed waterbeheer, in harmonie met een duurzame landbouw en een aantrekkelijk landschap te werken. Op heel wat plaatsen buigen landbouwers, natuurverenigingen, bedrijven, grondeigenaars, lokale overheden, waterbeheerders , … zich al over watergerelateerde problemen. Het programma Water-Land-Schap wil die inspanningen ondersteunen met expertise en met subsidies. OPROEP LOKALE COALITIES
HEB JIJ EEN GOED IDEE? Wie zelf bij een waterprobleem betrokken is, weet er vaak het meest over. Maar een goed idee kun je niet in je eentje uitwerken. Daarom roepen we initiatiefnemers op om samen te werken met andere lokale actoren. Landbouwers, natuurverenigingen, bedrijven, grondeigenaars, dorpsbewoners, lokale besturen, onderzoeksinstellingen en water- en landschapsbeheerders kunnen elkaar ondersteunen. Het programmateam Water-Land-Schap levert extra kennis en expertise. Geselecteerde initiatieven komen in aanmerking voor subsidies voor studiewerk en voor uitvoering op het terrein. Heb je een goed idee, maar weet je niet met wie je kunt samenwerken? Neem dan contact op met de Water-Land-Schap-verantwoordelijke in jouw provincie: Oost-Vlaanderen: patrick.verstegen@vlm.be West-Vlaanderen: liesbeth.gellinck@vlm.be Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant: peter.schildermans@vlm.be
COLOFON Vlaamse Landmaatschappij, VLM Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel info@vlm.be / www.vlm.be V.U.: Toon Denys, gedelegeerd bestuurder VLM Copywriting: Pantarein Vormgeving: The Oval Office Drukwerk: Alfabet drukkerij
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
Minister Schauvliege riep lokale coalities op om een voorstel van initiatief in te dienen dat in aanmerking komt voor een subsidie vanuit het programma Water-Land-Schap. De minister mikt op initiatieven die water, landbouw, natuur, landschap en verstedelijking in één visie samenbrengen om onze beek- en riviersystemen sterker te maken of onze watervoorraden te beschermen en dus de omgeving weerbaarder maken tegen klimaatverandering. Voor de lokale samenwerkingsverbanden wordt de nodige ondersteuning voorzien. Er is een programmateam Water-Land-Schap samengesteld met deskundigen van de VLM, VMM, het Departement Omgeving, het Departement Landbouw en Visserij, het Vlaams Kenniscentrum Water (VLAKWA), ILVO, VITO en ANB en van het studiebureau Architecture Workroom Brussels, waarin kennis over water, landbouw en landschap samengebracht wordt. Dat programmateam bracht in november 2017 tijdens vijf provinciale infomomenten geïnteresseerden bij elkaar om hen uit te nodigen en te stimuleren om tot nieuwe initiatieven te komen. Het programmateam verdeelde daarvoor een infokrantje met de details van de oproep. Een idee of initiatief indienen kon tot 1 maart 2018. Uit de ingediende voorstellen zal een jury, bestaand uit leden van het programmateam en experten op vlak van water, landbouw en landschap, de 10 meest geschikte voorstellen kiezen. Het zullen die initiatieven zijn die het best aan de gestelde criteria voldoen: o.a. een voorbeeldfunctie hebben, betrokkenheid van lokale actoren stimuleren, oplossingen of een aanpak
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
voor urgente problemen bieden, duurzaam zijn, en bijdragen aan een robuust waterlandschap, aan de landschapskwaliteit van de omgeving en aan duurzame voedselproductie. Half maart 2018 worden dan de 10 geselecteerde projecten bekendgemaakt. Daarna gaan in verschillende regio’s in Vlaanderen de lokale coalities aan de slag om voor hun initiatief maatregelen en acties te formuleren die leiden tot duurzame landbouw, waterbeheer en landschap. Ze krijgen daarvoor ondersteuning van het programmateam. Dat levert gebiedsgerichte kennis, Vlaamse of Europese inzichten over bijvoorbeeld klimaatverandering, of begeleiding bij het te voeren proces of studiewerk. SUBSIDIES LANDINRICHTING Zodra de initiatieven uitgewerkt zijn, is daarmee ook de basis gelegd voor een landinrichtingsproject Water-Land-Schap, dat dus verspreid over het Vlaamse grondgebied tien lokale deelprojecten bevat. Na goedkeuring van het project, voorzien eind 2018, kunnen de lokale coalities beroep doen op subsidies landinrichting voor de uitvoering van hun plan. Er wordt een subsidie toegekend van 70% voor het uitvoeren van studies, en van 50% voor het uitvoeren van kleinschalige initiatieven of quick wins. Die laatste kunnen al vanaf 2019 klaar zijn op het terrein. Bij complexe projecten, wanneer een inrichtingsplan landinrichting goedgekeurd is, zijn ook subsidies mogelijk van 70% voor uitvoering van kleinschalige werken en voor de opmaak van een onderhouds- of beheerplan en van 50% voor dienstenovereenkomsten of beheerovereenkomsten op maat van provincies of gemeenten, en voor grondverwerving. Minister Schauvliege: “Noch de overheid, noch de landbouwers, noch de burgers, noch de bedrijven kunnen de klimaatuitdagingen in hun eentje aan. We moeten de handen in elkaar slaan. Het nieuwe programma Water-Land-Schap biedt hiervoor de mogelijkheden. Ik hoop dan ook dat heel wat landbouwers, bedrijven, organisaties en burgers elkaar zullen vinden, samen initiatief zullen nemen, en samen met de Vlaamse overheid op zoek zullen gaan naar nieuwe manieren om in te spelen op een veranderende omgeving. Zo kunnen we ook in de toekomst een duurzame landbouw verenigen met een watersysteem dat in evenwicht is en met een aantrekkelijk landschap en dat zijn nu precies de belangrijkste elementen van een echt Water-Land-Schap.”
39
8
Nieuwe beheerovereenkomsten voor de hamster en de grauwe kiekendief
VLM investeert in het agronatuurbeheer in samenwerking met de landbouwers
40
De Vlaamse Landmaatschappij biedt landbouwers sinds 1 januari 2017 de mogelijkheid om beheerovereenkomsten te sluiten die bijdragen aan de bescherming van de hamster en de grauwe kiekendief in het
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
buitengebied. Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege keurde de nieuwe beheerovereenkomsten per ministerieel besluit goed.
Europese Interreg North Sea Region project Partridge wil de patrijs in Vlaanderen redden Met het vierjarige Europese Interreg North Sea Region project Partridge willen verschillende Vlaamse partners de projectmatige aanpak in Vlaanderen uittesten en inzetten op één akkervogel, de patrijs. Met die gerichte aanpak willen ze de achteruitgang van de patrijzenpopulaties in het ‘North Sea Region’ gebied tegengaan en de meest effectieve en duurzame beheermaatregelen in kaart brengen. De patrijs geldt hier als de paraplusoort om te werken aan meer biodiversiteit op landbouwpercelen. Maar de maatregelen komen ook andere akkervogels zoals de geelgors en de veldleeuwerik ten goede. UITGEBREID PARTNERSCHAP IN VLAANDEREN ZET IN OP DE PATRIJS
De Vlaamse Landmaatschappij biedt landbouwers sinds 1 januari 2017 de mogelijkheid om beheerovereenkomsten te sluiten die bijdragen aan de bescherming van de hamster en de grauwe kiekendief in het buitengebied. Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege keurde de nieuwe beheerovereenkomsten per ministerieel besluit goed. Dankzij de nieuwe beheerovereenkomsten kunnen landbouwers de kwaliteit van de leefgebieden van de hamster en de grauwe kiekendief verbeteren. Door het sluiten van die beheerovereenkomsten engageren zij zich om vrijwillig vijf jaar lang een hamster- of grauwe kiekendief-vriendelijk beheer te voeren op hun percelen gelegen in het leefgebied van die soorten. In ruil voor hun inspanningen krijgen ze een vergoeding. Sedert 1 januari 2017 werden er al voor 24 hectare beheerovereenkomsten voor hamster en grauwe kiekendief gesloten. De minister heeft daarvoor ruim 45.000 euro vrijgemaakt. Voor de hamster kunnen landbouwers een beheerovereenkomst sluiten voor de aanleg en onderhoud van een luzernestrook en/of door kort na een vroeg geoogste teelt een hamstervriendelijk nateelt te zaaien. Met die maatregelen zorgt de landbouwer voor voldoende
42
dekking en voedsel voor de hamster. Voor de aanleg en onderhoud van een luzernestrook ontvangt de landbouwer een jaarlijkse vergoeding van 1.871 euro per hectare, voor de inzaai van een hamstervriendelijke nateelt is dat 130 euro per hectare. Voor de grauwe kiekendief kunnen landbouwers een beheerovereenkomst sluiten voor de aanleg en het onderhoud van een ‘luzernestrook vogelakker’, goed voor een jaarlijkse vergoeding van 1.764 euro per hectare. De luzerne kan als groenvoedergewas ingeschakeld worden in de bedrijfsvoering en zorgt ervoor dat er voedsel ter beschikking gesteld wordt aan grauwe kiekendieven en andere roofvogels. Gecombineerd met de luzernestrook vogelakker moet de landbouwer een beheerovereenkomst sluiten voor de aanleg en het onderhoud van een ‘gemengde grasstrook vogelakker’, goed voor een jaarlijkse vergoeding van 2.247 euro per hectare. Die strook vormt een geschikt leefgebied voor heel wat soorten, waaronder ook veldmuizen die als voedsel dienen voor de grauwe kiekendieven.
Een uitgebreid Vlaams partnerschap bestaande uit de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO, Inagro (onderzoek en advies in land- en tuinbouw), het agrobeheercentrum ECO² en de Hubertus Vereniging Vlaanderen (de Vlaamse Jagersvereniging) slaat de handen in elkaar om de patrijs in Vlaanderen alle kansen te geven. Het partnerschap wil ook aantonen dat, mits goed beheer, landbouwactiviteiten en duurzame patrijzenpopulaties in eenzelfde gebied hand in hand kunnen gaan.
TIEN VOORBEELDGEBIEDEN IN HET VERENIGD KONINKRIJK, NEDERLAND, DUITSLAND EN VLAANDEREN Het Europese partnerschap laat dan weer toe om kennis en ervaringen uit te wisselen met de andere partners in het Europese project Partridge. In vier landen (Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland en Vlaanderen) zullen tien voorbeeldgebieden worden afgebakend die ingericht zullen worden met patrijsvriendelijke maatregelen. De Vlaamse voorbeeldgebieden bevinden zich in de Westhoek en in het Meetjesland. De kwaliteit van het leefgebied willen ze doen toenemen door in te zetten op enerzijds nieuwe, experimentele beheerovereenkomsten en beheermaatregelen en anderzijds bestaande, verbeterde beheerovereenkomsten. Daarnaast willen ze, in samenwerking met de lokale jagers, de patrijzen bijvoederen tijdens de winterperiode en de schadelijke predatorpopulaties onder controle houden. De combinatie van die maatregelen moet toelaten de patrijzenpopulatie in de voorbeeldgebieden binnen de vier jaar met 30% te doen toenemen. Hiervoor zullen de resultaten uit de voorbeeldgebieden vergeleken worden met enkele afgebakende referentiegebieden van gelijke grootte.
Enkel landbouwers met percelen in het leefgebied van de hamster of de grauwe kiekendief komen in aanmerking om de nieuwe beheerovereenkomsten te sluiten.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
43
LOKALE LANDBOUWERS WERKEN MEE VIA LOKALE AGROBEHEERGROEPEN
TWEE DEMOGEBIEDEN IN VLAANDEREN: MEETJESLAND (ASSENEDE) EN DE WESTHOEK (RAMSKAPELLE)
Het partnerschap wil haar doelstellingen realiseren via een bottum-up aanpak waarbij de lokale landbouwers via lokale agrobeheergroepen maximaal bij dit project betrokken zullen worden: inspraak bij de opmaak van het actieplan, vormings - en demomomenten, in kaart brengen van mogelijke praktische knelpunten en nagaan van de inpasbaarheid van de beheermaatregelen binnen een rendabele en moderne landbouwbedrijfsvoering. Ook andere lokale plattelandsactoren en organisaties kunnen via een lokale klankbordgroep input geven op de beheermaatregelen en de activiteiten die binnen dit project georganiseerd zullen worden.
Het Noordzee regio project ‘Partridge’ past volledig binnen de reguliere werking en de akkervogelaanpak van de dienst beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij. De meerwaarde is dat in twee demo gebieden intensief wordt samengewerkt rond actuele beheerovereenkomsten, dat ook experimenten worden opgezet en dat samengewerkt wordt internationaal, nationaal en lokaal. De terreinmaatregelen worden van nabij gevolgd en gemonitord. Dit kan VLM nieuwe inzichten opleveren die bruikbaar zijn voor de toekomst. De twee demogebieden in Vlaanderen werden gekozen op basis van de ligging, de actuele en potentiële waarden, de gesloten beheerovereenkomsten en de kans om 7 % dekking te bereiken. Eén van de demogebieden bevindt zich dus in Assenede, het andere in de Westhoek nl. in de buurt van Ramskapelle. Doel is te experimenteren om meer biodiversiteit te bekomen.
Boeren in de bres voor bijen dankzij beheerovereenkomsten Het gaat niet goed met de bij. Bestrijdingsmiddelen, een gebrek aan voedsel en de parasitaire varroamijten liggen vermoedelijk aan de basis van de sterke achteruitgang van de bijenpopulaties. Onze landbouw is een deel van de oorzaak, maar is tegelijk ook slachtoffer. Want bijen vervullen een belangrijke functie als bestuivers van landbouwgewassen en fruitteelten. Door bloemrijke stroken aan te leggen, kunnen landbouwers bijen helpen. De Vlaamse Landmaatschappij biedt hen daarvoor een beheerovereenkomst aan..
blijkt de inzet van bestrijdingsmiddelen zelfs overbodig, wat op zijn beurt weer goed is voor de bijen en andere nuttige insecten. Landbouwers met een beheerovereenkomst bloemenranden ervaren dat het achterwege laten van bestrijdingsmiddelen geen invloed heeft op de opbrengst van de tarwe. Per hectare brengen de onbehandelde percelen zelfs meer op omdat bespaard wordt op het middelengebruik.
BLOEMENSTROKEN OP LANDBOUWPERCELEN
Voor de aanleg en het onderhoud van een bloemenstrook kan een landbouwer een jaarlijkse vergoeding tot 1.972 euro per ha krijgen. Een landbouwer kan een beheerovereenkomst sluiten voor de aanleg en het onderhoud van bloemenstroken langs de zuidelijke kant van houtige landschapselementen (bossen, houtkanten, heggen…). Daar heerst een gunstig microklimaat voor bestuivende insecten zoals vlinders en bijen. Door de aanleg van een bloemenstrook verhoogt het voedselaanbod (pollen en nectar) voor die bestuivers waardoor hun overlevingskansen toenemen. Meerjarige bloemenstroken vormen ook voor allerlei andere diersoorten een belangrijk toevluchtsoord.
Landbouwers kunnen met beheerovereenkomsten ook inspanningen doen om het bijen naar hun zin te maken. Zo biedt de VLM hen een beheerovereenkomst aan voor de aanleg en het onderhoud van een bloemenstrook. Het stuifmeel en de nectar van de ingezaaide bloemenmengsels vormen het ideale voedsel voor bijen waardoor hun overlevingskansen toenemen. Ook vele andere nuttige insecten vinden hun weg naar de bloemenstroken, zoals lieveheersbeestjes, larven van zweefvliegen of gaasvliegen en roofwantsen. Die nuttige insecten kunnen onder meer bladluizen in graan onderdrukken. Als er genoeg aanwezig zijn,
44
VERGOEDING TOT 1.972 EURO PER HA
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM-BEDRIJFSPLANNER ADVISEERT LANDBOUWERS Landbouwers die interesse hebben om een bloemenstrook aan te leggen of andere beheerovereenkomsten met een meerwaarde voor milieu en natuur wensen te sluiten, kunnen contact opnemen met de bedrijfsplanners van de VLM. Samen met de landbouwer bekijkt de bedrijfsplanner welke beheerovereenkomsten kunnen worden ingezet op het bedrijf en helpt hij of zij bij de administratieve afhandeling. Tijdens de looptijd van de overeenkomst kunnen de landbouwers rekenen op diens advies bij de uitvoering van de maatregelen.
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
Voor de aanleg en het onderhoud van een bloemenstrook kan een landbouwer een jaarlijkse vergoeding tot 1.972 euro per ha krijgen.
45
9
Informatica
De VLM streeft ernaar dat burgers, bedrijven en organisaties tegen 2020 hun transacties met de VLM digitaal uitvoeren
De VLM heeft in 2017 verder ingezet op de digitale dienstverlening, digitaal werken op het terrein en de daaraan gekoppelde administratieve vereenvoudiging voor haar klanten en de eigen medewerkers. Nieuwe diensten werden toegevoegd aan het Mestbankloket, nieuwe toepassingen werden ontwikkeld (SNAPP) en bestaande aangepast (SMIL) om fosfaatstalen, meststalen en mestaanvragen te inventariseren. Ook een aantal wijzigingen in de ondersteunende
46
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
IT-systemen voor de administratieve opvolging van de inrichtingswerken, de opvolging dossiers grondzaken en het e-voorkooploket werden gerealiseerd. De gebruikersinfrastructuur werd aangepast en voorbereid met focus op de verhuis van de VLM centrale diensten naar de Noordwijk, o.a. het ‘anders werken’ zonder vaste werkplekken. Ook de voorbereiding van de verhuis van het VLM Datacenter naar Aalst is gerealiseerd en de ICT- ondersteuning PTOW is verder uitgebouwd voor telewerk.
10
Algemene diensten
Dankzij een doelmatige organisatie is de VLM gefocust op de realisatie van haar kerntaken
48
Met de goedkeuring van de entiteitseigen visie en de daarbij horende aanpassing van het arbeidsreglement werd een mijlpaal gezet in de verdere evolutie naar plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Het hele project
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
werd in co-creatie met het personeel geĂŻmplementeerd ĂŠn werd begeleid door een intensief communicatietraject.
De kwaliteit van het jaarlijkse klachtenrapport werd opnieuw expliciet geapprecieerd door de Vlaamse ombudsman en blijft een referentiedocument om onze klantgerichtheid te meten en waar nodig de aanpak bij te sturen. Het jaarverslag passieve openbaarheid voor de periode van 1 juli 2016 tot 30 juni 2017 werd tijdig overgemaakt aan de voorzitter van de beroepsinstantie Openbaarheid van Bestuur. Het actieplan ter uitvoering van het decreet deugdelijk bestuur kreeg binnen de VLM verder vorm door de aanstelling van zes onafhankelijk bestuurders in de raad van bestuur. Samen met de raad van bestuur waakte de administratie erover dat de expertises die een meerwaarde kunnen bieden voor de werking van de raad en de organisatie, werden aangevuld of versterkt in het hoogste beslissingsorgaan van de VLM. Nog in 2017 werd een wijziging van de statuten van de VLM voorbereid en goedgekeurd door de Algemene Vergadering van aandeelhouders en de Vlaamse Regering waardoor de werking van de VLM als vennootschap werd geoptimaliseerd en geactualiseerd. De VLM investeerde verder in een kwaliteitsvol en gezond financieel beleid. De jaarrekening 2016 werd opnieuw tijdig gevalideerd door de Algemene Vergadering. De meerjarenbegroting werd geactualiseerd op het ritme van de begrotingsaanpassingen 2017 en de begrotingsopmaak 2018.
Voor de interne en externe communicatie werd meer dan ooit ingezet op de digitale informatiestromen. Zo werd het nieuwe sterk verbeterde intranet naar voor geschoven als centraal portaal voor de interne communicatie. Ook extern werd resoluut geopteerd voor de e- communicatie. Het magazine Buitenkans werd in 2017 geherpositioneerd tot een e-zine met de nadruk op de digitale ontsluiting en verspreiding van artikels. In het gelijke kansen en diversiteitsbeleid stond in 2017 het non-discriminatiebeleid centraal. In juni 2017 ondertekende de gedelegeerd bestuurder de engagementsverklaring non-discriminatiebeleid van de Vlaamse overheid. ln juli 2015 besliste de Vlaamse Regering over de kerntakenplannen en de verdeling per beleidsdomein van de personeelsbesparingen. De opgelegde besparingsuitdaging voor VLM bedraagt 56 personeelsleden tegen einde 2019. De VLM realiseerde tot en met 2017 een koppenbesparĂng van 33 personeelsleden. Deze besparing werd gerealiseerd via natuurlijke en vrijwillige afvloeiingen in combinatie met een selectief wervingsbeleid. De VLM is een mature organisatie inzake organisatiebeheersing met een gemiddeld maturiteitsniveau van 3,1 en geen openstaande aanbevelingen meer sinds 2015.
De verdere uitrol van de vastleggingsboekhouding stimuleerde de maximale benutting van het vastleggingskrediet. De VLM maakte succesvol de overstap naar e-invoicing en slaagde erin om maar liefst 97% van alle facturen tijdig te betalen.
Kantoorgebouw van VLM in Brussel verkocht Met de verkoop van haar kantoorgebouw gelegen aan de Gulden Vlieslaan in Brussel sluit de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht in 1988, een mooie periode af in haar al rijk gevulde geschiedenis. De voorloper van de Vlaamse Landmaatschappij, de Nationale Landmaatschappij, die werd opgericht in 1980, was al gehuisvest in het kantoorgebouw aan de Gulden Vlieslaan. Het verkoopdossier werd begeleid door de afdeling Vastgoedtransacties van de Vlaamse overheid. Het kantoorgebouw werd verkocht aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, die al enkele verdiepingen aan de achterzijde van het kantoor gebruikt.
In 2017 besteedde de VLM de nodige tijd aan het actualiseren van de functiecatalogus ter voorbereiding van de communicatie aan de personeelsleden en het opmaken van een personeelsplan conform de functiefamilies.
Door de focus op kerntaken, de dalende trend van het personeelsbestand, de omschakeling naar anders werken (Plaatsonafhankelijk werken) en noodzakelijke renovatiewerken aan het kantoorgebouw in Brussel lag de verhuis naar een modern kantoorgebouw voor de hand.
Via verschillende sporen werd verder gebouwd aan een positief arbeidsklimaat.
De Vlaamse Landmaatschappij verhuist in de loop van 2018 naar het gerenoveerde Hendrik Consciencegebouw van de Vlaamse overheid, aan het Noordkwartier in Brussel. De VLM neemt haar intrek in toren A, verdiepingen 5, 6 en 7. De nieuwe maatschappelijke zetel van de NV Vlaamse Landmaatschappij en het nieuwe adres wordt: Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel
50
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
VLM ACTIVITEITENVERSLAG 2017
51
VLM in cijfers
Vorming BUDGET BESTEED AAN VORMING
35
39
43 340
330
324 313
307
314
80
181
€ 258,82 per
- € 19.723
2016
34
168.495
188.218
€ 235,91
2015
AANTAL PERSONEN (M/V) IN DIENST, GESPREID OVER DE ZEVEN AFDELINGEN + ALGEMENE DIRECTIE EN STAF
2017
7
Personeel
176.316
€ 265,54
per
per
202
664
643
621
2015
2016
2017
GEMIDDELDE VORMINGSDUUR
2 tot 3
7
20u
IN TOTAAL GEMIDDELD 1,95 DAGEN
vormingen per
25u
AFDELINGEN
ALGEMENE DIRECTIE EN STAF PLATTELAND EN MESTBELEID LANDINRICHTING EN GRONDENBANK INFORMATICA & GIS-VLM ALGEMENE DIENSTEN MESTBANK REGIO WEST REGIO OOST
7 34 35 39 43 80 181 202
25u % PERSONEEL DAT EEN VORMING VOLGDE
76%
75% VAN DE TOTALE MANNELIJKE POPULATIE
76% VAN DE TOTALE VROUWELIJKE POPULATIE
% PERSONEELSLEDEN GEVORMD PER LEEFTIJDSCATEGORIE
78%
<30j <30-39j <40-49j <50j
52% 75% 81% 71%
84% 52
53
COLOFON Verantwoordelijke uitgever Toon Denys, gedelegeerd bestuurder VLM Vlaamse Landmaatschappij Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel Contact info@vlm.be Meer informatie www.vlm.be Foto’s VLM-fotoarchief Ontwerp & lay-out Studio Salens Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaargemaakt, op welk wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever.
55
VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ VLM Centrale Directie Gulden Vlieslaan 72 1060 Brussel www.vlm.be