Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/075
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/075
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 13 januari 2021 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de afdeling Handhaving van het Departement Omgeving om een afschrift te verkrijgen van de volgende documenten: • “alle tussentijdse besluiten, evenals de definitieve beslissing van het PV nr. xxx van 02/06/2020 • alle andere administratieve documenten m.b.t. deze kwestie, met inbegrip van aan mij en/of xxx gerichte mails en/of andere meldingen.” Op 26 januari 2021 weigert de afdeling Handhaving de gevraagde stukken en op 28 januari 2021 meldt de afdeling Handhaving nog dat de beslissing bij de procureur ligt en dat de gewestelijke entiteit nog geen beslissing van de procureur des Konings mocht ontvangen, waarop verzoeker op 31 januari 2021 nog een aantal, voornamelijk informatieve vragen stelt, die op 9 februari 2021 grotendeels beantwoord werden. Op 12 februari 2021 werd door verzoeker beroep ingesteld bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen vermelde weigeringsbeslissing van 26 januari 2021 alsook tegen het op 9 februari 2021 ontvangen onvolledig antwoord. Dit beroep werd op 15 februari 2021 geregistreerd door de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep Inzake de weigeringsbeslissing van 26 januari 2021 van het departement Omgeving, afdeling Handhaving. stelt de beroepsinstantie vast dat deze melding maakt van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals
www.vlaanderen.be
voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Het beroep van 12 februari 2021 is dan ook tijdig ingediend en ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de beslissing van 26 januari 2021.. De beroepsinstantie stelt vast dat de op 31 januari 2021 geformuleerde vragen betreffende de stand van zaken van het dossier, de wettelijke termijn om verzoeker te informeren over de voortgang en de genomen beslissing in het dossier alsook omtrent welke stappen verzoeker kan ondernemen om de situatie op te lossen, louter informatieve vragen zijn die niet onder de toepassing van de openbaarheid van bestuur vallen. Het beroep van 12 februari 2021 is ook dan onontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de louter informatieve vragen die op 31 januari 2021 werden gesteld.
1.
Bestreden beslissing
Met de bestreden beslissing van 26 januari 2021 weigerde het departement Omgeving, afdeling Handhaving de openbaarmaking van het mailverkeer met de procureur en met de gemeente op grond van artikel II.36 §1, 9° van het Bestuursdecreet. Verder bestaan er geen mailberichten van de afdeling Handhaving aan verzoeker of xxx en werd verzoeker voor de stand van zaken en inzage in het strafdossier doorverwezen naar de bevoegde procureur des konings.
2. Inhoud van het beroepschrift In zijn beroepschrift wijst beroeper op de in artikel 16.4.32 DABM vermelde termijn van 180 dagen die inmiddels lang verstreken is, zodat het opleggen van een bestuurlijke geldboete conform voormeld artikel is uitgesloten. Aangezien de procureur des konings nalaat om tijdig een beslissing in het dossier of inzake de eventuele verlenging van de beslissingstermijn mee te delen, heeft het uitblijven van de beslissing dezelfde gevolgen als een beslissing houdende geen strafrechtelijke behandeling, aldus beroeper. De bewering van de afdeling Handhaving dat de opgevraagde documenten deel uitmaken van een lopend strafdossier is naar mening van de beroeper dan ook onjuist. Het voor de weigering ingeroepen argument dat de geheimhouding noodzakelijk is voor de uitoefening van de handhaving is, aldus beroeper, eveneens ongegrond.
3. Toelichting door het departement Omgeving, afdeling Handhaving Nadat het departement Omgeving door de beroepsinstantie in kennis werd gesteld van het door xxx ingestelde beroep, verstrekte zij per mail van 24 februari 2021 en 11 maart 2021 de nodige informatie. De afdeling Handhaving herhaalt aan de beroepsinstantie haar standpunt zoals in de bestreden beslissing aan verzoeker reeds werd gemeld: dit is geen dossier dat door de gewestelijke entiteit werd opgestart noch behandeld. Zij ontving enkel een afschrift van het PV dat door de lokale overheid was opgesteld. De afdeling Handhaving bevestigt dat, indien het parket van oordeel is dat een bestuurlijke boete aangewezen is, eerder dan een strafrechtelijke sanctie, dat het proces-verbaal dan binnen een termijn van 180 dagen (éénmalig verlengbaar met eenzelfde termijn) moet bezorgd zijn aan de gewestelijke
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/075
pagina 2 van 5
beboetingsentiteit. Dat de procureur binnen een termijn van 180 dagen moet beslissen, klopt dus enkel voor zover de procureur wil dat er een traject bestuurlijke boete wordt gestart. In casu heeft de gewestelijke beboetingsentiteit nog geen dossier ontvangen. Voor zover de afdeling Handhaving dan ook kan nagaan, is het dossier dus nog in behandeling bij het parket waardoor een seponering net als een dagvaarding voor de correctionele rechtbank nog steeds mogelijk is.
4. Beoordeling door de beroepsinstantie •
Onderdeel 1 : alle tussentijdse besluiten, evenals de definitieve beslissing van het PV nr. xxx van
02/06/2020
De afdeling Handhaving meldt in haar beslissing dat dit dossier geen dossier is dat door de gewestelijke afdeling Handhaving wordt behandeld. Het PV werd immers door de stad Lommel opgestart. Uit navraag bij de gewestelijke beboetingsentiteit is gebleken dat zij nog geen dossier of beslissing van de procureur hebben ontvangen. Dit betekent dan ook dat zolang de procureur niet heeft beslist om de zaak al dan niet te seponeren of te dagvaarden voor de correctionele rechtbank, het dossier nog steeds in behandeling is bij het parket. Aangezien het dossier op heden nog steeds in behandeling is, is er dan ook nog geen beslissing in dit dossier genomen zodat er ook geen afschrift kan van worden verleend. Het recht op openbaarheid van bestuur onder de vorm van een afschrift van een bestuursdocument geldt logischerwijze enkel voor effectief bestaande bestuursdocumenten of documenten die in het bezit zijn van de betrokken overheidsinstantie. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument immers gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat de gevraagde tussentijdse of definitieve beslissingen m.b.t. het PV (nog) niet bestaan, zodat het departement Omgeving, afdeling Handhaving er dan ook geen afschrift kan van verlenen. Het beroepschrift dient met betrekking tot dit onderdeel bijgevolg als ongegrond te worden beschouwd. •
Onderdeel 2 : andere administratieve documenten met inbegrip van het mailverkeer tussen
verzoeker en de afdeling Handhaving
De afdeling Handhaving meldt dat dit dossier niet door de gewestelijke afdeling Handhaving maar wel door de lokale overheid werd opgestart. Het proces-verbaal werd eveneens door de stad Lommel opgesteld. De afdeling Handhaving ontving enkel een afschrift van het opgestelde PV. De afdeling Handhaving is nadien wel samen met de gemeentelijke verbalisant ter plaatse geweest om bijkomende vaststellingen te doen, maar dit werd evenwel verhinderd omdat het terrein met een poort was afgesloten en xxx hen de toegang weigerde. Van deze actie werd dan ook geen nieuw proces-verbaal opgesteld. Aangezien in casu het parket nog niet heeft beslist over het dossier, roept de afdeling Handhaving dan ook artikel II.36, § 1, 9° van het Bestuursdecreet in en deelt mee aan de beroepsinstantie dat het belang van de openbaarheid van de mailberichten met de procureur en met de gemeente in dit dossier niet opweegt tegen de bescherming van het vertrouwelijke karakter van de handelingen van een overheidsinstantie als die vertrouwelijkheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de administratieve handhaving.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/075
pagina 3 van 5
De afdeling Handhaving merkt in haar antwoord aan de beroepsinstantie op dat de met het parket of met de gemeentelijke diensten uitgewisselde informatie cruciaal is voor de behandeling van het dossier, wat de beroepsinstantie eveneens kon vaststellen. De decreetgever heeft doelbewust voor een ruim begrip gekozen aangezien "administratieve handhaving" niet alleen het administratief toezicht op de naleving van de regelgeving omvat, maar ook het opleggen en uitvoeren van sancties. Dat begrip beperkt zich bovendien niet tot de overheidstaken die in concrete dossiers uitgevoerd worden. Ook overkoepelende beleidsvorming inzake handhaving, de uitwerking van handhavingsmethodes, het overleg met en de afstemming op acties van andere handhavingsactoren zoals parketten, federale en lokale politie en lokale administratieve handhavers, kunnen onder de uitzonderingsgrond vallen. Deze uitzonderingsgrond is vergelijkbaar met die bedoeld in artikel II.34, 4° op grond waarvan documenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering opgesteld worden aan de openbaarheid onttrokken kunnen worden. In de memorie van toelichting wordt benadrukt dat, gelet op het feit dat de administratieve handhaving voor sommige beleidsdomeinen erg belangrijk is, een gelijkaardige bescherming als voor de strafrechtelijke handhaving zeker verantwoord is (Parl. St. Vl. Parl. 2017-18, nr. 1656, 63-64). Deze uitzondering op de openbaarheid is evenwel een relatieve uitzonderingsgrond. Eerst moet dus worden onderzocht of de openbaarmaking het beschermde belang – de administratieve handhaving – schaadt. Als er belangenschade is, moet het te beschermen belang vervolgens worden afgewogen tegen het belang van de openbaarheid. De openbaarmaking mag enkel worden bevolen als daarmee een algemeen belang wordt gediend dat zwaarder doorweegt dan het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. In de Memorie van Toelichting bij dit artikel van het Bestuursdecreet staat dat het begrip ‘administratieve handhaving’ ruim geïnterpreteerd moet worden en niet alleen gaat over bv. het toezicht op het naleven van milieuregels, maar ook over het opleggen en uitvoeren van sancties. De beslissing in dit dossier, noch de eventueel daaruit volgende sanctie werd tot op heden nog niet genomen, zodat te verdedigen valt dat de handhaving gehypothekeerd wordt door het vrijgeven van de gevraagde informatie. Gelet op het feit dat de met het parket of met de gemeentelijke diensten uitgewisselde informatie cruciaal is voor de behandeling van het dossier, is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat deze uitzonderingsgrond in casu terecht werd ingeroepen met betrekking tot de mailberichten met het parket en de gemeentelijke diensten. Verder werden er vóór het oorspronkelijk verzoek van 13 januari 2021 geen mailberichten met verzoeker of zijn firma uitgewisseld. Het recht op openbaarheid van bestuur onder de vorm van een afschrift van een bestuursdocument geldt logischerwijze enkel voor effectief bestaande bestuursdocumenten of documenten die in het bezit zijn van de betrokken overheidsinstantie. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument immers gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat de gevraagde berichten niet bestaan, zodat het departement Omgeving, afdeling Handhaving er dan ook geen afschrift kan van verlenen. Het beroepschrift dient met betrekking tot dit onderdeel bijgevolg als ongegrond te worden beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/075
pagina 4 van 5
Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 12 februari van xxx tegen de weigeringsbeslissing dd. 26 januari 2021 en tegen het antwoord van 9 februari 2021 van het departement Omgeving, afdeling Handhaving wordt als deels onontvankelijk en deels ontvankelijk doch ongegrond beschouwd.
Brussel, 16 maart 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/075
pagina 5 van 5