Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/131
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/131
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedures Op 24 maart 2022 diende xxx (verzoeker) een openbaarheidsverzoek in bij de stad Borgloon tot uitleg en afschrift van verschillende documenten met betrekking tot zijn ambtshalve inschrijving op het voormelde adres. De stad Borgloon reageerde niet op dit verzoek. Op 19 april 2022 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Borgloon. Het beroepschrift werd geregistreerd op 20 april 2022. Op 22 april 2022 verzocht de beroepsinstantie verzoeker om verduidelijking van zijn openbaarheidsverzoek. Op 23 april 2022 bezorgde verzoeker de gevraagde verduidelijking aan de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 24 maart 2022. De stad Borgloon nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijn. De termijn om beroep in te dienen heeft bijgevolg geen aanvang genomen.
www.vlaanderen.be
Het beroepschrift d.d. 19 april 2022 is bijgevolg tijdig ingediend en als ontvankelijk te beschouwen.. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Ontstentenis van beslissing
De stad nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijn.
2. Inhoud van het beroepschrift In zijn beroepschrift tegen de ontstentenis van beslissing stelt verzoeker het volgende : “Indien de algemeen directeur van de stad Borgloon bijvoorbeeld ‘de onredelijkheid’ zou inroepen, er wel degelijk NIET steeds opnieuw dezelfde documenten óf uitleg (ook gelet op de schaarse terzake doende uitleg die eerlang gegeven werd) gevraagd wordt.
Integendeel het gaat hier wél degelijk om nieuwe (bestaande, in het bezit van de stad) opgevraagde bestuursdocumenten, waarvan bijv. de stad zélf het bestaan ervan reeds onthulde (maar nooit eerder de documenten aan beroeper bekend maakte): bijvoorbeeld sommige elektronische briefwisseling met ETHIAS, die persoonsgebonden informatie van beroeper bevat en welke zonder beroepers toestemming overgemaakt werd aan de derde ETHIAS. Door verwarring te zaaien probeerde de algemeen directeur een eerdere beslissing van de beroepsinstantie te omzeilen, met als doel de betreffende documenten niet (nooit) over te maken. Edoch moet verzoeker toegang versterkt worden. Zulke achtergehouden stukken behoren immers tot het volledige dossier (het ontbrekende, wat zo vaak opgevraagd werd door verzoeker), waarbij de stad télkenmale dezelfde bekende stukken naar voor schoof, en dat tegen beter weten in. De onredelijkheid kan ook niet ingeroepen worden voor het tal aan bestuursdocumenten waarvan de algemeen directeur reeds behoorde een afschrift te geven, maar koudweg het vertikte om de beslissing van de beroepscommissie correct uit te voeren. Inderdaad betreft het in de toegangsvraag in bijlage ook om vragen naar een eindelijke uitvoering van reeds gebrekkig uitgevoerde openbaarmakingen door de stad Borgloon die niet confrom de respectieve beslissing van de beroepscommissie werden uitgevoerd. Een andere reden waarom de onredelijkheid volgens verzoeker niet kan worden ingeroepen, betreft vroegere toegangsvragen die ‘eerder’ misleidend beantwoord werden als zijnde ‘onbestaande bestuursdocumenten’, maar waarvan de stad later, bijv. via haar website het bestaan ervan zélf publiekelijk laat aanschouwen. In casu bedoelt beroeper de vermeldde verordeningen in de overweging van de raadsbeslissing dd. 24.11.2020 met referte 20 2020_CR_00152 ‘onderzoek naar reële verblijfplaats’. Verordening(en) die eerder werden opgevraagd maar de stad beweerde er in beroep niet over te beschikken.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/131
pagina 2 van 9
In punt 4 van ‘D1’-bijlage wordt naar de bestaande bestuursdocumenten gevraagd, daterende van 30.101992. Deze lijken uitvoering te geven aan artikel 10 van het KB van 16 juli 1992 ‘houden van bevolkingregisters’. De algemeen directeur leek eerder aan de beroepsinstantie een misleidend antwoord gegeven te hebben (lectuur: OVB 2019/238 en OVB 2019/266) over het bestaan van zulks verordening inhoudende de nadere regels in kwestie. (Noot: de raadsbeslissing van 24.11.2020 lijkt thans geheel van de stadswebsite gehaald te zijn, na overmaking van kwestieus verzoek om toegang tot de verordeningen, aan de AD van de stad Borgloon).” Na de vraag van de beroepsinstantie om verduidelijking van zijn initieel openbaarheidsverzoek, verklaarde verzoeker dat hij afschrift vraagt van de volgende documenten: ‘a) het besluit van de gemeenteraad van de stad Borgloon van 30 oktober 1992 betreffende het onderzoek naar de verblijfplaats van personen en gezinnen op het grondgebied van de gemeente; “en het verslag hieromtrent” b) het besluit van de gemeenteraad van de stad Borgloon 30 oktober 1992, betreffende de modaliteiten van het onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen en gezinnen op het grondgebied van de gemeente, evenals; “de vorm en”; “de inhoud van de rapportering hieromtrent” c) Eveneens het gebeurlijk afschrift voor a) en of b) hoger, dat de Raadsbesluiten dd. 30.10.1992 zou ’wijzigen, schorsen, intrekken of vervangen’[4] d) de beslissing dd. 24 november 2020 ‘verordening’ onderzoek reële verblijfplaats ‘. (Noot: u vindt op p2 van de voormelde verordening de juridische overweging terug, die verwijst naar bestaande documenten a) en b) hoger uit 1992 e) Het integrale PDF - document ‘3. dossier xxx bijkomende tussenkomsten.pdf’. Voormelde dossier bijkomende tussenkomsten (= meervoud) maakt onderdeel uit van de collegebeslissing ’13 2021_CBS_00590’ dd. 8 juni 2021 en staat als laatste genoteerd op voormelde beslissing, maar werd tot heden niet openbaar gemaakt. Welke mijn persoonsgegevens en persoonsgebonden informatie bevat. f) De ‘afhandelingsfiche politie,’ via de referentie van ‘Schadegeval nummer 0418813/19’ (wat tevens ook mijn, zelfde referentie nummer is bij ETHIAS – dat kan op uw verzoek getoond worden), verzonden door xxx (Borgloon) via MEMO Extranet gezonden op 8.10.2019 om. 14.58u en bevat mijn persoonsgegevens en persoonsgebonden informatie g) Vervolgens onder dezelfde referentie en wijze verzonden als f) hoger (Extranet MEMO naar Ethias ‘Schadegeval nummer 0418813/19’ gezonden op 8.10.2019 om 14.58u door xxx (Borgloon) ) het document met naam ‘betreffende mail van de politie’ welke mijn persoonsgegevens en persoonsgebonden informatie bevat h) Ook onder dezelfde referentie en wijze verzonden als f) hoger (Extranet MEMO naar Ethias ‘Schadegeval nummer 0418813/19’ gezonden op 8.10.2019 om 14.58u door xxx (Borgloon) ) het document met naam ‘de beroepsprocedure openbaarheid van bestuur’ welke minstens algemene gegevens bevat - mogelijk ook persoonsgegevens en persoonsgebonden informatie bevat (indien bijv. een kwestieus dossier van mezelf werd overgemaakt op voormelde wijze) i) Onder referentie SD10418881319 dd. 23 augustus 2019 (pdf-file) opgesteld door Ethias schadebeheer, werd aan de stad Borgloon informatie opgevraagd. Waarvan het antwoord door de stad op onbekende datum verzonden werd. De door de stad opgemaakte informatie bevat mijn persoonsgegevens en persoonsgebonden informatie, de naam van de naam van dat openbaar te maken bestand is mij onbekend. Het betreft een (of meerdere) bestand(en) inhoudende de informatie “uw ( d.i. de stad) gedetailleerde opmerkingen op de ingebrekestelling van tegenpartij (d.i. mezelf)” j) Tevens Onder referentie SD10418881319 dd. 23 augustus 2019 (pdf-file) opgesteld door Ethias schadebeheer, werd aan de stad Borgloon informatie opgevraagd. Waarvan het antwoord door de stad op onbekende datum verzonden werd. De door de stad opgemaakte informatie bevat mijn persoonsgegevens en persoonsgebonden informatie, de naam van dat openbaar te maken bestand is mij onbekend. Het betreft
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/131
pagina 3 van 9
een (of meerdere) bestand(en) inhoudende de informatie “in de beslissing van het CBS dd. 22/08/2017 lezen wij dat betrokkene weigert zijn adreswijziging aan te vragen ondanks herhaaldelijke aandringen. Graag ontvingen wij de nodige stukken hiervan”. k) Stukken mij onbekend van naamgeving, maar telbaar minstens 24 bestuursdocumenten in aantal, die volgens de stad Borgloon de beweerde informatie bevatten dat (verzoeker zou) “24 keer dezelfde informatie hebben opgevraagd aan de stad” wat transparant vindbaar, zie o.m. pag 5 en 6 van ‘OVB/006/2022, aldaar zwart op wit in gesteld werd.’ l) De documenten die het integrale dossier vormen van vier ambtshalve inschrijvingen en vier ambtshalve uitschrijvingen (afvoeringen) in 2017 en waarin geen persoonsgebonden informatie (beoordeling of beschrijving van het gedrag van de betrokkene) staat, met weglating van de volgende persoonsgegevens van de betrokkenen: de naam en voorn(a)am(en), de geboortedatum en -plaats, de vermelde adressen, de naam van de betrokken ambtenaren of politiemensen - die allicht de stad tot nu vergat (?) te bezorgen (zie ook beslissing OVB/006/2022) Voormelde bestaande bestuursdocumenten, al dan niet bij naam genoemd indien gekend of vermoedelijk gekend minstens kort omschreven, zijn documenten die verzoeker nooit eerder bekwam en hem moeten toekomen in toepassing van zijn grondrecht voorzien in artikel 23 van de Grondwet.’ 3. Toelichting door de stad Borgloon De beroepsinstantie nam op 25 april 2022 contact op met de stad Borgloon om de gevraagde documenten en nadere toelichting te verkrijgen. Op 2 mei 2022 bezorgde de stad Borgloon een aantal documenten en enige toelichting aan de beroepsinstantie: Voor wat betreft de documenten gevraagd onder de punten e), f), g) en j) beroept de stad zich op de uitzonderingsgrond van artikel II.36.§1 Bestuursdecreet. Voor wat betreft de documenten gevraagd onder de punten i) en k) beroept de stad zich op artikel II.28 § 1 en artikel II. 33 Bestuursdecreet: de aanvraag van de documenten zijn op een te algemene wijze geformuleerd. De stad vraagt een concrete herformulering van de vraag.
4. Standpunt van de beroepsinstantie •
Documenten onder punt a), b) en c)
In antwoord hierop bezorgde de stad een reglement van 30 oktober 1992 van de stad Alken, en lichtte toe aan de beroepsinstantie dat het hier een verwijzing betreft naar een besluit van de gemeenteraad van Alken, aangezien de voorbereiding van de verordening kantonnaal destijds gebeurde. De beroepsinstantie stelt vast dat de stad voor dit document geen uitzonderingsgrond op de openbaarheid inroept, en is van mening dat, aangezien het hier om een algemeen document van reglementaire aard gaat, er ook geen uitzonderingsgrond aan de orde is. Voor wat betreft dit document wordt het beroep bijgevolg als gegrond beschouwd. •
d) de beslissing dd. 24 november 2020 ‘verordening’ onderzoek reële verblijfplaats
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/131
pagina 4 van 9
De stad heeft deze verordening aan de beroepsinstantie bezorgd, en ook hierover is de beroepsinstantie van oordeel dat er geen uitzonderingsgrond is die zich verzet tegen de openbaarmaking van deze verordening van algemene aard. Voor wat betreft dit document wordt het beroep bijgevolg als gegrond beschouwd. •
e) Het integrale PDF - document ‘3. dossier xxx bijkomende tussenkomsten.pdf’
De beroepsinstantie stelt vast dat ze over dit document, een bijlage bij het collegebesluit d.d. 8/6/2021, al uitspraak gedaan heeft in dossier OVB2021/437 en geoordeeld heeft dat dit moest openbaar gemaakt worden door de stad. Volgens verzoeker heeft hij echter dit document nooit gekregen, en daarom vroeg hij dit opnieuw op in zijn openbaarheidsverzoek d.d. 24 maart 2022. De stad roept nu, in tegenstelling tot bij dossier 2021/437, de uitzonderingsgrond van ‘vrijwillig en vertrouwelijk bezorgde informatie’ in voor deze bijlage. De bijlage werd door de stad echter niet aan de beroepsinstantie bezorgd, zodat zij niet kan beoordelen of deze uitzonderingsgrond terecht werd ingeroepen, en de beide cumulatieve voorwaarden hiervoor (vrijwillig én vertrouwelijk bezorgde informatie) vervuld zijn. Gelet op de principiële openbaarheid van bestuursdocumenten en de restrictieve toepassing van de uitzonderingsgrond, wordt dit onderdeel van het beroepschrift dan ook als gegrond beschouwd, behoudens de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden. •
f) De ‘afhandelingsfiche politie,’ via de referentie van ‘Schadegeval nummer 0418813/19’, verzonden door xxx (Borgloon) via MEMO Extranet gezonden op 8.10.2019 om. 14.58u
Ook hiervoor roept de stad de uitzonderingsgrond ‘vrijwillig en vertrouwelijk bezorgde informatie in’. Artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet bepaalt inderdaad dat een instantie de aanvraag tot openbaarmaking moet afwijzen, als ze van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de informatie die een derde heeft verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht werd en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld. Uit de letterlijke lezing van voormeld artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet blijkt dat deze uitzonderingsgrond slechts kan worden ingeroepen, voor zover voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste moet het gaan om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de overheid, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, en ten tweede moet die derde die vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld. Dat het om een cumulatieve voorwaarde gaat, blijkt voldoende uit het gebruik in art. II.34, 6° van het woord “en”. In casu bevat het bedoelde memobericht d.d. 8/10/2019 geen enkele vermelding dat dit vertrouwelijk zou zijn bezorgd. Bovendien gaat het niet om informatie die een derde heeft verstrekt, maar informatie van de gemeente zelf, namelijk een bericht aan haar verzekeraar. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de uitzonderingsgrond van vrijwillig en vertrouwelijk bezorgde informatie hier onterecht werd ingeroepen. Dit onderdeel van het beroepschrift wordt als gegrond beschouwd. •
g) het document met naam ‘betreffende mail van de politie’ welke verzoekers persoonsgegevens en persoonsgebonden informatie bevat
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/131
pagina 5 van 9
Ook voor dit document roept de stad de uitzonderingsgrond ‘vrijwillig en vertrouwelijk bezorgde informatie in’. Het gaat om een bijlage bij het memobericht onder punt f), met name een mail van de inspecteur van de politie. De beroepsinstantie heeft deze bijlage niet gekregen van de stad, zodat zij niet kan nagaan of de genoemde uitzonderingsgrond terecht werd ingeroepen. Onder voorbehoud van de eventuele toepassing van andere uitzonderingsgronden op de openbaarheid, is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift voor wat betreft dit document als gegrond moet worden beschouwd. •
h) het document met naam ‘de beroepsprocedure openbaarheid van bestuur’
Het gaat hier om een brief d.d. 17/09/2019 van de stad Borgloon aan de beroepsinstantie, over het beroepsdossier OVB/2019/238, en een aantal bijlagen, onder meer de documenten waarvan in die procedure openbaarheid werd gevraagd. Het Besluit d.d. 19 juli 2007 van de Vlaamse Regering tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie regelt de werking en de procedure inzake openbaarheidsberoepen. Artikel 11 van dit Besluit bepaalt uitdrukkelijk dat de beraadslagingen van de afdelingen (van de beroepsinstantie) en alle informatie die verkregen wordt in het kader van de werking van de beroepsinstantie vertrouwelijk zijn. De brief d.d. 17 september 2019 van de stad Borgloon aan de beroepsinstantie valt hier ontegensprekelijk onder, en mag bijgevolg niet openbaar gemaakt worden, dit in toepassing van artikel II.34, 3° van het Bestuursdecreet. Voormeld decreetartikel bevat een bevestiging van, en een regeling over het geheim van de beraadslagingen van de verantwoordelijke overheden en organen die afhangen van de Vlaamse Regering. Nu is het duidelijk dat de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, een bij decreet opgerichte interne beroepscommissie binnen de Vlaamse overheid is en derhalve een orgaan dat afhangt van de Vlaamse Regering. Het beroep is voor wat betreft deze brief en de bijlagen ongegrond. De beroepsinstantie merkt verder op dat ze over de toen gevraagde documenten, die in bijlage bij de genoemde brief gevoegd waren, overigens al uitspraak gedaan heeft in het dossier OVB/2019/238. Voor wat betreft deze documenten wordt het beroepschrift bijgevolg als ongegrond beschouwd. •
i) een (of meerdere) bestand(en) inhoudende de informatie “uw (d.i. de stad) gedetailleerde opmerkingen op de ingebrekestelling van tegenpartij (d.i. mezelf)”
De stad stelt dat dit onderdeel van de aanvraag op een te algemene wijze geformuleerd is, en vraagt een concrete herformulering van de vraag. De beroepsinstantie merkt op dat een vraag tot herformulering of specifiëring door een bestuursinstantie niet meer kan gesteld worden eens een verzoek in de fase van beroep zit. De stad had de kans om een dergelijke verduidelijkingsvraag te stellen nadat ze het initiële verzoek ontvangen heeft, maar heeft dit nagelaten. Daarnaast is de beroepsinstantie van oordeel dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek wel degelijk duidelijk en concreet genoeg is. Verzoeker vraagt naar de reactie van de stad op een bericht van Ethias dd. 23 augustus 2019, waarbij Ethias naar opmerkingen van de stad vroeg op de ingebrekestelling van verzoeker.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/131
pagina 6 van 9
Gelet op het feit dat de stad stelt niet te weten welk document hier bedoeld wordt, heeft de beroepsinstantie dit document, voor zover het effectief bestaat, niet ontvangen en bijgevolg ook niet kunnen onderzoeken op eventuele toepasselijke uitzonderingsgronden. Gelet op de principiële openbaarheid van bestuur, is de beroepsinstantie van oordeel dat dit onderdeel van het beroepschrift, voor zover het betrekking heeft op een bestaand bestuursdocument, gegrond is onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden. •
j) een (of meerdere) bestand(en) inhoudende de door Ethias aan de stad gevraagde informatie “in de beslissing van het CBS dd. 22/08/2017 lezen wij dat betrokkene weigert zijn adreswijziging aan te vragen ondanks herhaaldelijke aandringen. Graag ontvingen wij de nodige stukken hiervan”.
De stad roept de uitzonderingsgrond van ‘vrijwillig en vertrouwelijk bezorgde informatie’ in voor deze bijlage. De beroepsinstantie herhaalt hetgeen ze al stelde onder punt f): het gaat hier niet om informatie die een derde heeft verstrekt, maar informatie van de gemeente zelf, namelijk een bericht aan haar verzekeraar. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de uitzonderingsgrond van vrijwillig en vertrouwelijk bezorgde informatie hier onterecht werd ingeroepen. De beroepsinstantie heeft deze stukken, voor zover zij effectief bestaan, echter niet ontvangen van de stad, zodat zij niet kan onderzoeken of hierop eventueel andere uitzonderingsgronden van toepassing zijn. Gelet op de principiële openbaarheid van bestuur, is de beroepsinstantie van oordeel dat dit onderdeel van het beroepschrift, voor zover het betrekking heeft op bestaande bestuursdocumenten, gegrond is onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden. •
k) de documenten die aantonen dat verzoeker 24 keer dezelfde informatie zou hebben opgevraagd bij de stad
De stad stelt dat dit onderdeel van de aanvraag op een te algemene wijze geformuleerd is, en vraagt een concrete herformulering van de vraag. De beroepsinstantie merkt op dat een vraag tot herformulering of specifiëring door een bestuursinstantie niet meer kan gesteld worden eens een verzoek in de fase van beroep zit. De stad had de kans om een dergelijke verduidelijkingsvraag te stellen nadat ze het initiële verzoek ontvangen heeft, maar heeft dit nagelaten. Daarnaast is de beroepsinstantie van oordeel dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek wel degelijk duidelijk en concreet genoeg is. Verzoeker vraagt naar de documenten die bewijzen dat hij al 24 keer dezelfde informatie zou hebben opgevraagd. De beroepsinstantie merkt op dat ze in dossier 2022/006 van oordeel was dat het argument dat de stad toen aanhaalde, namelijk dat verzoeker al 24 keer dezelfde informatie heeft opgevraagd, niet klopte. Zijn openbaarheidsverzoeken houden weliswaar altijd verband met zijn ambtshalve inschrijving door de stad, maar gaan niet altijd over dezelfde documenten. Op grond hiervan vermoedt de beroepsinstantie bijgevolg logischerwijze dat de gevraagde documenten die aantonen dat verzoeker 24 keer dezelfde informatie heeft opgevraagd, niet bestaan. Voor zover deze documenten toch zouden bestaan, bijvoorbeeld de registraties van de verzoeken in het register zoals bepaald door artikel II.41 Bestuursdecreet, is de beroepsinstantie, gelet op de principiële
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/131
pagina 7 van 9
openbaarheid, van oordeel dat dit onderdeel van het beroep gegrond is, onder voorbehoud van de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden. •
j) De documenten die het integrale dossier vormen van vier ambtshalve inschrijvingen en vier ambtshalve uitschrijvingen (afvoeringen) in 2017 en waarin geen persoonsgebonden informatie (beoordeling of beschrijving van het gedrag van de betrokkene) staat, met weglating van de persoonsgegevens van de betrokkenen
De beroepsinstantie merkt op dat ze in dossier 2022/006 beslist had dat de stad deze documenten aan verzoeker moest bezorgen. Verzoeker stelt dat hij deze nooit gekregen heeft van de stad, en daarom opnieuw een aanvraag doet om deze te bekomen. De stad stelt ten aanzien van de beroepsinstantie dat ‘de mail hem wellicht bezorgd werd’. Na verdere navraag, stelde de algemeen directeur dat ze bijna zeker was dat ze de mail met de documenten in kwestie verstuurd heeft naar xxx, maar dat er een deel van haar mailbox gewist is en ze dit bijgevolg niet meer kan bewijzen. De beroepsinstantie kan niet met zekerheid oordelen of deze documenten nu al dan niet aan verzoeker werden bezorgd. In elk geval heeft de stad op het nieuwe openbaarheidsverzoek van verzoeker waarin hij (nogmaals) om de openbaarmaking van deze stukken verzocht, niet geantwoord. Gelet hierop, en gelet op het feit dat de beroepsinstantie dus al in dossier 2022/006 oordeelde dat deze documenten moesten bezorgd worden, is de beroepsinstantie van oordeel dat dit onderdeel van het beroep gegrond is. De beroepsinstantie wijst daarnaast ook op artikel II. 50 §3 Bestuursdecreet: Als de overheidsinstantie de
beslissing niet heeft uitgevoerd binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, voert de beroepsinstantie de beslissing zo snel mogelijk uit voor zover ze de gevraagde bestuursdocumenten bezit. In uitvoering hiervan zal de beroepsinstantie zelf de vier ambtshalve inschrijvingen en afvoeringen aan verzoeker bezorgen, conform haar uitspraak OVB/2022/006.
Concluderend is de beroepsinstantie is van oordeel dat het beroep deels gegrond, deels ongegrond is. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx, d.d. 19 april 2022 tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Borgloon op zijn openbaarheidsverzoek d.d. 24 maart 2022 is ontvankelijk en deels gegrond, deels ongegrond. Bijgevolg dient de stad Borgloon de volgende documenten openbaar te maken door er een afschrift van te verstrekken: - het reglement van 30 oktober 1992 betreffende de modaliteiten van het onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen en gezinnen op het grondgebied van de gemeente, evenals de vorm en de inhoud van de rapportering hieromtrent - de verordening van 24 november 2020 ‘onderzoek reële verblijfplaats ‘ - Het PDF - document ‘3. dossier xxx bijkomende tussenkomsten.pdf’. (bijlage van de collegebeslissing ’13 2021_CBS_00590’ dd. 8 juni 2021), behoudens toepassing van eventuele uitzonderingsgronden
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/131
pagina 8 van 9
- het memobericht ‘afhandelingsfiche politie’ d.d. 8/10/2019 verstuurd door de stad aan Ethias - de mail van de inspecteur van de politie als bijlage bij het memobericht d.d. 8/10/2019, behoudens toepassing van eventuele uitzonderingsgronden - voor zover dit document bestaat: de reactie van de stad op een bericht van Ethias dd. 23 augustus 2019, waarbij Ethias naar opmerkingen van de stad vroeg op de ingebrekestelling van verzoeker, behoudens toepassing van eventuele uitzonderingsgronden - voor zover dit document bestaat: de reactie van de stad op het verzoek van Ethias d.d. 23/8/2019; “in de
beslissing van het CBS dd. 22/08/2017 lezen wij dat betrokkene weigert zijn adreswijziging aan te vragen ondanks herhaaldelijke aandringen. Graag ontvingen wij de nodige stukken hiervan”, behoudens toepassing
van eventuele uitzonderingsgronden - voor zover deze bestaan: de documenten die aantonen dat verzoeker 24 keer dezelfde informatie zou hebben opgevraagd bij de stad, behoudens toepassing van eventuele uitzonderingsgronden - De documenten die het integrale dossier vormen van vier ambtshalve inschrijvingen en vier ambtshalve uitschrijvingen (afvoeringen) in 2017 en waarin geen persoonsgebonden informatie (beoordeling of beschrijving van het gedrag van de betrokkene) staat, met weglating van de persoonsgegevens van de betrokkenen
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 23 mei 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/131
pagina 9 van 9