Skip to main content

dossier 2020-133.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/133

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/133

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 20 april 2020 diende xxx een verzoek in bij de stad Oudenaarde tot het bekomen van een afschrift van het vonnis rechtbank van eerste aanleg n.a.v. een arbeidsongeval (agendapunt 1 van COBRA van 06/04/2020). Op 19 mei 2020 stuurde verzoeker een herinneringsmail aan de stad Oudenaarde in verband met voormeld openbaarheidsverzoek. Tot op heden werd er niet gereageerd vanuit de stad Oudenaarde. Op 26 mei 2020 diende xxx een beroep in bij de beroepsinstantie tegen het uitblijven van een beslissing van de stad Oudenaarde. Dit beroep werd geregistreerd op 27 mei 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek dateert van 20 april 2020. De stad Oudenaarde reageerde niet binnen de decretaal voorziene termijn op voormeld openbaarheidsverzoek. Conform artikel II.48 Bestuursdecreet heeft de termijn om beroep in te stellen bijgevolg geen aanvang genomen.

www.vlaanderen.be


Het beroepschrift van 26 mei 2020 is tijdig ingediend en bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Het oorspronkelijk verzoek

In zijn mail van 20 april 2020 aan de stad Oudenaarde vroeg verzoeker om een afschrift van het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg n.a.v. arbeidsongeval (agendapunt 1 van COBRA van 06/04/2020).

2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker stelt dat de stad geen afschrift van het gevraagde document, noch een ontvangstbevestiging aan hem heeft bezorgd. Inhoudelijk wijst verzoeker erop dat vonnissen openbaar zijn.

3. Toelichting door de gemeente Melle De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met de stad Oudenaarde en het opgevraagde document werd aan de beroepsinstantie bezorgd. Op de vragen vanuit de beroepsinstantie om bijkomende toelichting werd niet verder gereageerd. Evenmin werd gereageerd op de vraag of de stad Oudenaarde alsnog bereid was om het opgevraagde document toe te sturen aan verzoeker. Het komt dan ook aan de beroepsinstantie toe om na te gaan of het openbaarheidsverzoek al dan niet kan worden ingewilligd.

4. Standpunt van de beroepsinstantie Verzoeker vraagt om de openbaarmaking van het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg n.a.v. een arbeidsongeval. De beroepsinstantie kon kennis nemen van het opgevraagde document: het betreft het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, zetelend in strafzaken, d.d. 27 maart 2020 met rolnummer 190000986, waarin onder meer de stad Oudenaarde één van de beklaagde partijen was.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/133

pagina 2 van 5


Er bestaat geen twijfel over dat het hier gaat om een bestuursdocument in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dat bijgevolg principieel voor openbaarmaking in aanmerking komt. De beroepsinstantie stelt wel vast dat in het vonnis heel wat namen en op sommige plaatsen ook de adressen voorkomen van een aantal natuurlijke personen en verwijst in dat verband naar de toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormeld decreetartikel bepaalt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De naam en de adresgegevens van de diverse natuurlijke personen die vermeld worden in het opgevraagde vonnis (zowel bij de vermelding van de beklaagden als bij de beoordeling van de grond van de zaak) behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkenen en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de mededeling van de namen en adressen van de natuurlijke personen vermeld in het vonnis afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die natuurlijke personen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/133

pagina 3 van 5


Artikel II.50, ยง1, derde lid van het Bestuursdecreet laat in principe toe aan de beroepsinstantie om aan de betrokken natuurlijke personen om toestemming te vragen voor het openbaar maken van hun namen en adresgegevens. Bij gebrek aan contactgegevens van al die personen, is de beroepsinstantie niet bij machte om die toestemming te vragen aan de betrokkenen. Voormeld standpunt van de beroepsinstantie sluit ook perfect aan bij de bepalingen uit de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek wat de bekendmaking van de vonnissen en arresten betreft, waarin wordt gesteld dat de integrale vonnissen en arresten in strafzaken voortaan in een elektronische databank dienen te worden opgenomen, zodat deze op een geanonimiseerde wijze door het publiek geraadpleegd kunnen worden. De beroepsinstantie is van oordeel dat er met betrekking tot de overige informatie die voorkomt in het vonnis geen wettelijke of decretale uitzonderingsgronden in aanmerking komen om deze niet openbaar te maken. Het ingestelde beroep wordt om voormelde redenen dan ook gedeeltelijk als gegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 26 mei 2020 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de stad Oudenaarde wordt als ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de stad Oudenaarde aan verzoeker een afschrift te bezorgen van het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, zetelend in strafzaken, d.d. 27 maart 2020 met rolnummer 190000986, mits weglating van de gegevens die afbreuk doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de natuurlijke personen die in het vonnis voorkomen (namen en adressen).

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/133

pagina 4 van 5


Brussel, 25 juni 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/133

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-133.pdf by Vlaanderen-be - Issuu