JAARRAPPORT INBURGERING 2021 Gerlinde Doyen en Philippe Buyschaert
vlaanderen.be/samenleven
INHOUD 1
Inleiding ..................................................................................................................................................................................4 Inburgering in Vlaanderen en Brussel ................................................................................................................ 7 Aanpak tot en met februari 2022
7
Aanpak vanaf maart 2022 Methodologie
2
3
10 11
Instroom in Vlaanderen ............................................................................................................................................. 14 Evolutie en regionale spreiding
14
Instroom naar nationaliteit Instroom naar leeftijd, verblijfsstatuut, geslacht en doelgroep
17 23
Verhuizers vanuit Brussel en Wallonië naar Vlaanderen Verhuizers binnen de regio’s in Vlaanderen en naar Brussel
31 33
Instroom van minderjarige nieuwkomers in Vlaanderen
36
Aanmeldingen in Vlaanderen en Brussel ........................................................................................................37 Evolutie per regio Aanmeldingen naar Adviezen NT2
4
5
37 40
Inburgeringscontracten ............................................................................................................................................. 42 Evolutie en regionale spreiding
42
Nationaliteit Verblijfsstatuut, geslacht en leeftijd
46 49
Rechthebbend en verplicht Scholingsgraad, leervermogen en ICT-vaardigheid
54 58
moedertaal
65
Maatschappelijke orientatie en NT2 .................................................................................................................. 66 Deelnemers vrijstellingstoets MO Deelnemers maatschappelijke orientatie
66 68
Duur tot instap in MO en mediane duur van een cursus Afronding MO
78 84
Geen opstart MO Profiel van personen met status geen passend aanbod
85 87
Doorverwijzingen naar NT2 Inschrijvingen in opleidingen NT2
93 97
Duur tot instap in A1 Duur van NT2
6 7
100 103
Inburgeringsattesten ................................................................................................................................................. 104 Civiele testen Nederlands ........................................................................................................................................107 Afnemers Testdoelen
108 109
Testtypes en -resultaten Civiele test in kader van voorrangsregeling nederlandstalige ouders in brussel
110 113
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 2 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
8
9
10
Bereik en uitval ...............................................................................................................................................................114 Al dan niet inburgeringscontract en/of NT2
114
Bereik en uitval tijdens het inburgeringstraject Bereik en uitval bij verhuizers uit Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië
115 120
Bereik en uitval van verplichte inburgeraars Bereik en uitval van rechthebbende inburgeraars
122 126
Nog bezig, voor NT2 of voor MO?
130
Duurtijden van het traject ......................................................................................................................................131 Duur van instroom tot aanmelding Duur van aanmelding tot ondertekening contract
132 133
Duur van ondertekening contract tot behalen attest
134
Sanctionering................................................................................................................................................................... 137 Evolutie personen met een eerste inbreukdossier Profiel van personen met een eerste inbreukdossier
11
137 140
Samenvatting ..................................................................................................................................................................145 Instroom
145
Inburgeringscontracten Vrijstellingstoets MO en cursus MO
147 148
NT2 Duur tot mogelijke instap in MO en NT2
149 150
Inburgeringsattesten en civiele testen Bereik en uitval van het inburgeringstraject
151 151
Duur van het inburgeringstraject Sanctionering
154 156
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 3 van 156
INLEIDING Voor u ligt een rapport met een stand van zaken van het inburgeringsbeleid in 2021. Dit werd opgemaakt door het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB). ABB staat in voor de beleidsvoorbereiding, opvolging en monitoring van o.a. het integratie- en inburgeringsbeleid. Het Vlaamse inburgeringstraject wordt vormgegeven vanuit het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid en bijhorende uitvoeringsbesluiten. Het traject is van toepassing in Vlaanderen en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Vanuit het Vlaams Regeerakkoord 2019 – 2024 werd een hervorming van het traject doorgevoerd. Die treedt gefaseerd in werking vanaf 1 maart 2022. We starten dit rapport met een korte duiding van de regelgeving voor en na 1 maart 2022 Het rapport betreft een cijfermatige weergave van het inburgeringstraject voor de hervorming. Er worden geen verregaande interpretaties of verklaringen aan de cijfers gekoppeld. Dat is voer voor verder onderzoek en dialoog met de beleidsuitvoerende actoren. Het geeft wel een aantal tendensen weer en legt een aantal werkpunten bloot voor het toekomstige inburgeringstraject. Na het coronajaar 2020 geven verschillende indicatoren aan dat activiteiten in 2021 weer volledig op peil zitten. De coronacrisis heeft de samenleving grondig door elkaar geschud en zorgde voor een boost in digitaal aanbod. Dit zorgde wel voor verlies van interactie, contact en dialoog. Een deel van deze aspecten is kunnen hervat worden in 2021. De agentschappen integratie en inburgering en het Huis van het Nederlands Brussel zetten ook hierop in, maar omdat dit niet gemonitord wordt via het cliëntopvolgingssysteem, worden deze aspecten ook niet in dit rapport vervat. Voor een beter beeld van alle activiteiten van de agentschappen, wordt verwezen naar hun jaarverslagen. 1 Vooraleer over te gaan tot de uitgebreide weergave van de cijfers wordt in dit rapport een overzicht van de voornaamste bevindingen van 2021 opgenomen. Ieder jaar vestigen zich nieuwkomers in Vlaanderen en Brussel. Sinds de uitbreiding van de doelgroep in 2016 en de stijgende instroom van asielzoekers 2 in dat jaar, liggen de instroomcijfers hoger dan de jaren daarvoor. Onder invloed van de coronapandemie en het sluiten van de grenzen lag de instroom in 2020 19% lager dan in 2019. In 2021 daalde de instroom verder met 7%. Van de 39.291 nieuwkomers in het Vlaamse Gewest in 2021, is 46% EU+-inwoner en 54% derdelander. 48% van deze instroom is tussen 18 en 29 jaar. Van de instroom van 2021 was 23% verplicht om inburgering te volgen. Zij zijn vooral niet-EU+ gezinsherenigers, gezinsherenigers met Belgen, erkend vluchtelingen en gezinsherenigers van vluchtelingen. Zij zijn bijna allemaal gestart met inburgering. De rechthebbende inburgeraars zijn vaak niet-EU studenten, asielzoekers, arbeidsmigranten of hun gezinsleden. Meer dan 3 op de 4 rechthebbende inburgeraars stapt niet in een inburgeringstraject. Een aantal van hen kiest er wel voor om NT2 te volgen. Hoewel arbeidsmigranten en hun partners (een groot deel van de rechthebbende nieuwkomers) wellicht economisch onafhankelijk zijn, blijft het kennen van de taal en gewoonten Agentschap Integratie en Inburgering: https://www.integratie-inburgering.be/nl/publicaties Atlas: https://2121.atlas-antwerpen.be/ IN-Gent: https://www.in-gent.be/jaarverslag2021/https://www.in-gent.be/20juni/ 2 De officiële naam is verzoekers om internationale bescherming maar in dit rapport wordt het kortere ‘asielzoeker’ gebruikt. 1
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 4 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
belangrijk. Het komt er dus op aan om blijvend te zoeken naar manieren om ook inburgeraars die niet verplicht zijn om een traject te volgen, te overtuigen om deel te nemen aan het inburgeringsprogramma. Dit kan door actieve communicatie over (het belang van) inburgering, het aantrekkelijk(er) maken van het aanbod (bv. door digitalisering), door een sterkere samenwerking met onze partners (zoals bv. VDAB), etc. 23.113 nieuwkomers ondertekenden in 2021 een inburgeringscontract in Vlaanderen of Brussel. Dit is een stijging met 27% t.o.v. 2020. De daling van de instroom heeft zich dus niet doorgezet in het aantal ondertekende inburgeringscontracten. 58% van hen koos vrijwillig voor inburgering, 42% was verplicht dit te doen. Er startten meer personen met maatschappelijke oriëntatie in 2021 dan ooit tevoren, namelijk 21.106. Voor de nieuwkomers die een inburgeringscontract ondertekenen, is het belangrijk dat zij snel kunnen starten met maatschappelijke oriëntatie (MO) en/of NT2. Wanneer we kijken naar de eerst afgesproken startdatum van de cursussen, stellen we vast dat 72% van de inburgeraars die een contract ondertekenden in 2020, binnen de drie maanden zou starten met NT2. 64% zou binnen de drie maanden starten met MO. 88% zou binnen de zes maanden starten met NT2 en 87% met MO. Ten opzichte van de voorbije jaren kunnen heel wat meer mensen binnen de drie maanden starten met MO. Het gebruik van het digitale aanbod heeft hier zeker een rol gespeeld. Via online leren kunnen kleine taalgroepen uit heel Vlaanderen tegelijk les volgen. Er blijft wel altijd een aandeel waarvoor enkel fysiek les volgen een optie is. Differentiatie of aanbod op maat krijgt door de gezondheidscrisis een nieuwe invulling. Personen starten gemiddeld iets sneller met NT2 omdat hierbij geen rekening wordt gehouden met de moedertaal of contacttaal van de nieuwkomer. Er zijn ook regionale verschillen in de instaptijden. De cursus MO werd in 2021 in ruim 39 verschillende talen ingericht, op verschillende lesmomenten en verschillende lesplaatsen in Vlaanderen en Brussel. De zes belangrijkste talen waarin werd lesgegeven zijn Engels, Arabisch, Frans, Turks, Spaans en Roemeens. Er werden in 2021 1.393 cursussen MO ingericht met een gemiddeld aantal deelnemers van 16. In het Vlaams Gewest lag het aandeel geslaagden in 2021 op 81%, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 70%. Van de personen die niet geslaagd of afgehaakt zijn, was een deel geen doelgroep meer (bv. door verhuis naar het buitenland). Niet alleen nieuwkomers maar ook personen die al langer in Vlaanderen of Brussel wonen, willen Nederlands leren. In 2021 schreven 98.525 unieke personen zich in voor een opleiding NT2. Dit is terug iets hoger dan in 2020 maar nog niet op het niveau van 2019. 48.339 personen schreven zich in voor een opleiding A1 en 36.517 personen voor een opleiding A2. In 2021 behaalden 17.176 personen een inburgeringsattest. Dit is het hoogste aantal behaalde attesten ooit. Eenmaal de MO-cursus van start is gegaan, duurt het gemiddeld minder dan twee maanden (50 dagen) om de cursus af te ronden. Voor NT2 ligt dit helemaal anders. De duur van de trajecten om niveau A2 te behalen is vooral afhankelijk van het taalleervermogen van de cursist. Een alfaklant die het niveau A2 behaald heeft in 2021, deed er gemiddeld 3 3 jaar en 10 maanden over om van start A1 tot einde niveau A2 te geraken. Voor andere laaggeletterden uit basiseducatie is dit 2 jaar en 5 maanden. Cursisten uit een CVO hebben een mediane duur van 10 maanden tussen de start niveau A1 en het behalen van niveau A2. Deze mediane duurtijden zijn gestegen t.o.v. 2020, behalve voor CVO-cursisten.
3
We gebruiken de mediaan
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 5 van 156
De mediane duur om een inburgeringsattest te behalen is 14 maanden vanaf het ondertekenen van het inburgeringscontract. De duur van het behalen van niveau A2 is de belangrijkste parameter voor de duur van het inburgeringstraject. Hoe lager het ingeschatte taalleervermogen, hoe langer de duurtijd tot het behalen van het attest. Ouderen doen er ook een stuk langer over dan jongeren, mannen iets langer dan vrouwen. Personen met drie kinderen of meer doen er langer over dan personen zonder kinderen. De doorstroom naar de reguliere diensten mag daar zeker niet op wachten. Onder meer in de zoektocht naar economische onafhankelijkheid, is een snelle doorverwijzing naar VDAB een troef. Daar waar nieuwkomers in het verleden taalniveau A2 moesten hebben om gebruik te kunnen maken van de dienstverlening, wordt dit nu niet meer vereist. Nederlands wordt gezien als een startcompetentie. Op de opleidingsvloer of de werkvloer worden vaardigheden Nederlands gemakkelijker aangeleerd. In de praktijk loopt deze doorstroom vaak nog niet altijd even vlot. Vooral voor de laaggeletterden is de doorstroom naar reguliere instanties nog niet evident In dit jaarrapport 2021 overlopen we de verschillende onderdelen van het Vlaamse inburgeringsbeleid tijdens de voorbije 7 en soms 12 jaren. Het inburgeringsbeleid bestond tot 28 februari 2022 uit maatschappelijke oriëntatie, NT2 en trajectbegeleiding. Voor een deel van de niet-EU nieuwkomers is inburgering verplicht. Andere nieuwkomers zijn rechthebbend en kunnen inburgering vrijwillig volgen. Eenmaal zij een inburgeringscontract ondertekenen, engageren zij zich wel. Wie zijn of haar engagement niet nakomt, werd tot 28 februari 2022 gesanctioneerd. Sinds 1 maart 2022 worden enkel verplichte inburgeraars gesanctioneerd.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 6 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
1 INBURGERING IN VLAANDEREN EN BRUSSEL AANPAK TOT EN MET FEBRUARI 2022 Tot 28 februari 2022 definieert het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid het inburgeringstraject als een vormingsprogramma, ondersteund door trajectbegeleiding, dat mensen moet toeleiden naar de reguliere voorzieningen in functie van participatie op professioneel, educatief en sociaal vlak. Het traject laat mensen toe tot een grotere zelfredzaamheid te komen. Het is een belangrijk onderdeel van het integratiebeleid en kan gezien worden als een eerste, begeleide opstap naar een volwaardige deelname aan de samenleving. Het vormingsprogramma omvat een cursus ‘maatschappelijke oriëntatie’ (MO) en een opleiding Nederlands als tweede taal (NT2). MO heeft tot doel inburgeraars zelfstandiger te laten functioneren, enerzijds door hen kennis aan te reiken over hun rechten en plichten, onze samenleving en haar basiswaarden. Anderzijds worden ze aangezet tot het ontwikkelen van een aantal competenties in functie van zelfredzaamheid. De opleiding NT2 reikt inburgeraars een basistaalvaardigheid van het Nederlands aan. Basistaalvaardigheid wordt ingevuld als het taalniveau A2 van het Europees Referentiekader voor Talen (ERK). Voor laag- of andersgeletterde inburgeraars geldt een uitzondering en wordt basistaalvaardigheid ingevuld als het taalniveau A2 voor de mondelinge vaardigheden. Het is de bedoeling het inburgeringstraject in de mate van het mogelijke op maat van de klant en indien nodig flexibel vorm te geven, bijvoorbeeld als mensen overdag niet beschikbaar zijn om les te volgen. Via trajectbegeleiding worden inburgeraars individueel begeleid naargelang hun persoonlijke situatie. Er wordt bepaald welke kennis of vaardigheden de inburgeraar reeds verworven heeft. Op basis daarvan gaat men samen na hoe de levensloopbaan van de betrokkene in Vlaanderen er kan uitzien, met inbegrip van het leren kennen van de arbeidsmarkt en het onderwijssysteem. Het vormingsprogramma wordt opgenomen in een inburgeringscontract. Als de inburgeraar minstens de doelstellingen van het vormingsprogramma bereikt, wordt een inburgeringsattest uitgereikt. Volgende doelgroepen kunnen een inburgeringstraject volgen: 1. meerderjarige vreemdelingen 4 met een wettig verblijf, ingeschreven in het Rijksregister in een gemeente van het Nederlandse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, behalve vreemdelingen die hier met een tijdelijk doel verblijven en verzoekers om internationale bescherming tijdens de eerste vier maanden van hun procedure; 2. meerderjarige Belgen geboren in het buitenland, met minstens één ouder geboren in het buitenland en ingeschreven in het Rijksregister in een gemeente van het Nederlandse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; 3. minderjarige vreemdelingen met een wettig verblijf, ingeschreven in het Rijksregister in een gemeente van het Nederlandse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, die 4 Vreemdelingen worden in navolging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen gedefinieerd als personen die niet beschikken over de Belgische nationaliteit.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 7 van 156
voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht of die, voor zover ze nog geen achttien jaar zijn, aanvullend bij de leerplicht baat hebben bij het volgen van een inburgeringstraject. Bepaalde personen zijn verplicht om een inburgeringstraject te volgen. Opgelet: deze verplichting geldt slechts voor personen die ingeschreven zijn in een gemeente van het Nederlandse taalgebied. Vanuit Vlaanderen kan geen verplichting tot het volgen van een inburgeringstraject opgelegd worden aan burgers ingeschreven in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Dat is een bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) 5. De volgende groepen zijn verplicht tot het volgen van een inburgeringstraject, voor zover ze dus ingeschreven zijn in het Rijksregister in een gemeente van het Nederlandse taalgebied: 1. meerderjarige vreemdelingen, die zoals hierboven – onder punt 1 – omschreven tot de doelgroep van inburgering behoren, die: a. voor het eerst met een verblijfstitel van meer dan drie maanden ingeschreven worden in het Rijksregister in een Belgische gemeente; b. tijdens de afgelopen vijf jaar voor het eerst ingeschreven werden in het Rijksregister in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, het Franse of Duitse taalgebied; 2. meerderjarige Belgen, zoals hierboven – onder punt 2 – omschreven bij de doelgroep van inburgering, die: a. voor het eerst ingeschreven worden in het Rijksregister in een Belgische gemeente; b. tijdens de afgelopen vijf jaar voor het eerst, en voor zover ten volle 18 jaar oud, ingeschreven werden in het Rijksregister in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, het Franse taalgebied of het Duitse taalgebied; 3. inburgeraars die bedienaar van een eredienst zijn en inburgeraars die de vervanger van de bedienaar van een eredienst zijn in een door de Vlaamse overheid erkende plaatselijke kerk- of geloofsgemeenschap 6. Een aantal van deze personen wordt vrijgesteld van de plicht tot inburgering. Ze kunnen wel vrijwillig een inburgeringstraject volgen (= ‘rechthebbende inburgeraars’). Het gaat om de volgende categorieën: 1. personen met de nationaliteit van een lidstaat van de EU+ 7. De vrijstelling geldt niet voor personen die alleen de Belgische nationaliteit hebben of die de Belgische nationaliteit en de nationaliteit van een staat buiten de EU+ hebben, maar niet de nationaliteit van een andere staat van de EU+; 2. bepaalde familieleden van personen met de nationaliteit van een lidstaat van de EU+, met uitzondering van familieleden van personen die de Belgische nationaliteit hebben, maar niet de nationaliteit van een andere staat van de EU+; 3. Belgen en hun familie- en gezinsleden die gebruik gemaakt hebben van het vrij personenverkeer in de EU+ en daardoor inburgeringsplichtig zouden zijn geworden;
5 Op 11 mei 2017 werd in dat kader de ordonnantie betreffende het inburgeringstraject voor de nieuwkomers goedgekeurd. De ordonnantie voert een verplichting tot inburgering in voor personen uit het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. De regelgeving trad in werking op 1 juni 2022. 6 Het gaat meer bepaald om: de door de bisschop aangestelde verantwoordelijke van de parochie voor de rooms-katholieke eredienst en zijn vervanger, de predikant voor de protestantse eredienst en zijn vervanger, de bedienaar van de eredienst voor de anglicaanse eredienst en zijn vervanger, de rabbijn voor de israëlitische eredienst en zijn vervanger, de kerkbedienaar en zijn vervanger voor de orthodoxe eredienst en de eerste imam en zijn vervanger voor de islamitische eredienst. 7 Onder EU+ wordt verstaan: de EU-landen, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 8 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
4. inburgeraars die door een ernstige ziekte of handicap blijvend niet in staat zijn om een inburgeringstraject te volgen; 5. inburgeraars die een attest van inburgering hebben behaald; 6. inburgeraars die een volledig schooljaar onthaalonderwijs gevolgd hebben; 7. tijdelijk verblijfsstatuut van arbeidsmigrant of studiemigrant en hun gezinsmigranten dat mogelijk definitief kan worden; 8. personen met het statuut ‘tijdelijke bescherming voor ontheemden’ op basis van Europese Richtlijn 2001/55/EG en hun gezinsmigranten; 9. inburgeraars die een getuigschrift of diploma hebben behaald in het Belgische of Nederlandse onderwijs; 10. inburgeraars die 65 jaar of ouder zijn. De laatste vier vrijstellingsgronden gelden niet voor inburgeraars die bedienaar van een eredienst zijn in een door de Vlaamse overheid erkende plaatselijke kerk- of geloofsgemeenschap. Personen die uitgesloten zijn van het recht op inburgering en dus niet kunnen deelnemen aan een inburgeringstraject zijn: • vreemdelingen zonder wettig verblijf; • vreemdelingen met een kort verblijf van maximaal drie maanden dat niet verlengbaar is; • verzoekers om internationale bescherming van wie de procedure nog geen vier maanden loopt; • vreemdelingen met een tijdelijk verblijfsdoel: • Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Canadezen, Taiwanezen en Zuid-Koreanen die op werkvakantie komen (tussen 18 en 30 jaar) en hun gezinsmigranten; • niet-EU+ uitwisselingsscholieren of niet-EU+ stagiair-studenten die op basis van hun studies in het kader van een uitwisselingsprogramma of stage maximaal een jaar in België verblijven en hun gezinsmigranten; • niet-EU+ arbeidsmigranten die niet langer dan een maximumtermijn van één jaar kunnen werken en hun gezinsmigranten: o stagiairs (tewerkgesteld of zelfstandig) met een niet-EU+–nationaliteit; o bepaalde niet-EU+ werknemers (met arbeidsprestaties in België) die verbonden blijven door een arbeidsovereenkomst met een in het buitenland gevestigde werkgever; o niet-EU+ werknemers die seizoensarbeid komen doen in de sectoren landbouw, tuinbouw of horeca, voor maximaal 5 maanden; o niet-EU+ au-pair-jongeren (tussen 18 en 26 jaar oud), die voor maximaal 12 maanden als au pair in België komen werken; o derdelanders met discretionaire verblijfsvergunning voor opleiding, onderwijs, vrijwilligerswerk, stage of uitwisselingsproject als dit maximaal 12 maanden kan duren. Personen die een inburgeringstraject willen of moeten volgen kunnen zich, afhankelijk van de gemeente waar zij in het Rijksregister werden ingeschreven, aanmelden bij: • Agentschap Integratie en Inburgering (hierna, het Vlaams Agentschap) in het werkingsgebied Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest, uitgezonderd de steden Gent en Antwerpen; • Atlas, Integratie en Inburgering Antwerpen (hierna, Atlas) in het werkingsgebied stad Antwerpen;
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 9 van 156
• •
Integratie en Inburgering Gent (hierna IN-Gent) in het werkingsgebied stad Gent; Huis van het Nederlands Brussel 8.
Het Vlaams Agentschap, Atlas en IN-Gent staan in voor de organisatie van de cursus MO en de trajectbegeleiding bij het inburgeringstraject. Wat betreft het vormingsonderdeel NT2 zijn zij, alsook het Huis van het Nederlands Brussel, enkel verantwoordelijk voor de intake en de screening van de kandidaten. Men gaat dan bijvoorbeeld na wat de motivatie en verwachtingen zijn van de kandidaat, over welke leervaardigheden hij beschikt en wat zijn instapniveau Nederlands is. Hierop wordt een advies geformuleerd en wordt hij doorgestuurd naar een geschikt en passend cursusaanbod. Dat aanbod wordt georganiseerd door de sector Onderwijs, meer bepaald centra voor volwassenenonderwijs, centra voor basiseducatie en universitaire talencentra. Wie verplicht is tot inburgering, moet zich binnen de drie maanden aanmelden nadat de inburgeringsplicht voor hem is ontstaan. Daarna moet hij het vormingsprogramma volgen. Voor elk onderdeel van het vormingsprogramma moet men hetzij regelmatig deelnemen hetzij de doelstellingen van het onderdeel behalen. Wie deze verplichtingen niet nakomt kan via een administratieve geldboete gesanctioneerd worden. Ook rechthebbende inburgeraars kunnen gesanctioneerd worden als zij vroegtijdig het vormingsprogramma, zoals opgenomen in hun contract, beëindigen (minder dan 50% deelname), en daarbij de doelstellingen van het onderdeel niet bereikt hebben.
AANPAK VANAF MAART 2022 Het Vlaamse Regeerakkoord 2019-2024 omvat duidelijke ambities voor een hervorming van het inburgeringstraject. Het hiervoor vermelde decreet van 7 juni 2013 over het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid en de bijhorende uitvoeringsbesluiten werden hiertoe gewijzigd. De nieuwe regelgeving treedt gefaseerd in werking vanaf 1 maart 2022. Waar het inburgeringstraject voor 1 maart 2022 bestond uit trajectbegeleiding en de vormingspakketten MO en NT2, wordt het hertekende traject inhoudelijk uitgebreid. Het nieuwe traject zal uit in totaal vier onderdelen bestaan, aangevuld met trajectbegeleiding: • MO; • NT2; • een verplichte inschrijving bij VDAB/Actiris; • een participatie- en netwerktraject. De reeds bestaande onderdelen worden via verschillende maatregelen versterkt en aangescherpt. Een volledig, gedetailleerd overzicht van de nieuwe regelgeving leidt ons in het licht van voorliggend rapport te ver. We belichten hierna wel reeds kort een aantal kernelementen. Het is immers zeer waarschijnlijk dat de wijzigingen in de toekomst meteen zichtbaar zullen zijn in de indicatoren.
8 Het Huis van het Nederlands Brussel staat in voor het onthalen van personen uit het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die Nederlands willen leren en/of oefenen. Voor de lessen MO en trajectbegeleiding kunnen de personen uit Brussel terecht bij het Vlaams Agentschap in Brussel.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 10 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Ten eerste worden verzoekers om internationale bescherming geschrapt als doelgroep van inburgering. Zij weten immers nog niet zeker of ze in ons land mogen blijven, waardoor de keuze gemaakt werd de middelen voor inburgering prioritair in te zetten voor nieuwkomers met een duurzaam verblijfsrecht. Daarnaast komt het vraaggestuurd en op maat werken binnen het inburgeringstraject sterker naar voor. Dit uit zich niet alleen in het belang van zelfreflectie en eigenaarschap van de inburgeraar over zijn traject, maar ook in aanpassingen in de vorm en inhoud van de onderdelen van inburgering. Flexibilisering en digitalisering zijn kernfactoren die ervoor moeten zorgen dat de inburgeraar zijn traject makkelijker kan combineren met werken of studeren en dat het traject optimaal aansluit op zijn ambities en competenties. Voor de vormingspakketten MO en NT2 wordt een retributie ingevoerd. Daarnaast wordt de resultaatsverbintenis aangescherpt. Om de doelstellingen van de vormingspakketten MO en NT2 te behalen moet de inburgeraar slagen voor testen. Ook de doelstellingen van de twee nieuwe onderdelen van het inburgeringstraject, met name de verplichte inschrijving bij VDAB/Actiris en het participatie- en netwerktraject, moeten volbracht worden om het inburgeringsattest te behalen. De verplichte inschrijving bij de VDAB/Actiris wordt verplicht voor iedere nieuwkomer op beroepsactieve leeftijd die niet werkt. De inschrijving moet gebeuren binnen twee maanden na de ondertekening van het inburgeringscontract. De snelle doorstroom en de dienstverlening richting economische zelfredzaamheid zal gemonitord worden. Het vierde onderdeel is een participatie- en netwerktraject van 40 uur en wordt een standaard trajectonderdeel voor verplichte inburgeraars. Uit onderzoek weten we dat sommige nieuwkomers zonder eigen netwerk volledig op zichzelf staan en nauwelijks contacten buiten het eigen gezin hebben. Nochtans leren nieuwkomers de taal, waarden, normen en gewoonten vooral in interactie met ‘de ontvangende samenleving’. Dit nieuwe onderdeel zal hierop inspelen door de focus op het sociaal netwerk van de inburgeraar te leggen. Tot slot wordt gewerkt aan een versterking van het taalvaardigheidsniveau na het inburgeringstraject. Verplichte inburgeraars die 24 maanden na het behalen van het inburgeringsattest niet werken of studeren, zullen moeten aantonen dat ze het taalvaardigheidsniveau B1 mondeling volgens het ERK beheersen. Zoals vermeld treedt het nieuwe inburgeringstraject gefaseerd in werking. Op 1 maart 2022 startte het nieuwe traject, met uitzondering van het participatie- en netwerktraject als verplicht onderdeel van inburgering en de retributies voor MO en NT2. Het participatie- en netwerktraject treedt in werking op 1 januari 2023. De retributies voor MO en NT2 treden in werking op 1 september 2023.
METHODOLOGIE Alle cijfers uit dit rapport zijn gebaseerd op KBI-connect. Dat is het cliëntvolgsysteem dat gebruikt wordt door de drie agentschappen integratie en inburgering en het Huis van het Nederlands Brussel. Op KBIconnect is een rapporteringsomgeving gebouwd. Op 22 februari 2022 is van de databank een ‘foto 2021’ getrokken. Alle cijfers 2017-2021 met betrekking tot instroom, aanmeldingen, contracten, attesten en
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 11 van 156
sanctionering zijn gebaseerd op deze foto. Door archivering in de KBI zijn cijfers van de periode vóór 2017 niet betrouwbaar in de foto 2021. Voor de periode vóór 2017 worden de cijfers uit het vorig jaarboek overgenomen (foto 2020). De cijfers van 2017 tot 2021 worden overgenomen uit de foto 2021. De rapporteringsomgeving wordt immers telkens aangepast in functie van optimalisatie. Het is dan niet meer opportuun cijfers van na de verbeteringen in jaar X te vergelijken met cijfers van vóór die aanpassingen. Door alles te berekenen op basis van de ‘foto 2021’ worden evoluties correct in kaart gebracht. Dit betekent wel dat cijfers die de voorbije jaren zijn gepubliceerd licht afwijken van de cijfers in dit rapport. Enkel daar waar gekeken wordt naar bepaalde doorlooptijden, slaagcijfers, … waarbij het nuttiger was om de meest recente situatie van de inburgeraars te kennen, werden berekeningen gemaakt op de ‘levende’ databank. In 2010 is de selectie op het Rijksregister grondig gewijzigd bij de invoering van het kenmerk IT202 ‘Reden van migratie’. Data van vóór 2010 zijn vaak ‘onbepaald’. Daarom geven we in dit rapport geen data van vóór 2010. In november 2013 is men overgestapt van het cliëntvolgsysteem Matrix naar KBI-connect. Hoewel de data gemigreerd zijn vanaf 2004, was het niet mogelijk om alles vergelijkbaar te maken door de andere opbouw van KBI-connect. Bij het begin van een hoofdstuk geven we wel de evolutie 2010-2020. Nadien geven we over het algemeen de data vanaf 2015 weer. Voor inburgeraars die voor sanctionering vallen onder het handhavingsbeleid van het decreet (dus niet sanctionering door OCMW, VDAB of VMSW), wordt de opvolging van hun inbreuk geregistreerd in KBI connect. Personen bij wie een inbreuk wordt vastgesteld, worden in gebreke gesteld. Hierbij wordt er de mogelijkheid geboden om zich in regel te stellen. Indien dit niet gebeurt, wordt het inbreukdossier overgemaakt aan de handhavingsambtenaren. In alle fases kan het voorvallen dat de inbreuk door gewijzigde gegevens geannuleerd wordt. Dit kan door adreswijziging, update verblijfsstatus,… Onder Brussel wordt Brussels Hoofdstedelijk Gewest verstaan. Onder EU+ wordt verstaan: de EU-landen, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Bij de indeling EU/niet-EU gaat het om het volgende: EU: • Buurlanden: Nederland, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg; • West- en Noord-EU14-landen (W- en N-EU14): Ierland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden en Finland; • Zuid-EU14-landen: Italië, Spanje, Portugal en Griekenland; • EU13-landen: Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slovakije, Hongarije, Slovenië, Bulgarije, Roemenië, Malta, Cyprus en Kroatië. Niet-EU: • Europa niet-EU: Zwitserland, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk, Albanië, Wit-Rusland, Kosovo, Moldavië, Rusland, Bosnië, Oekraïne, Liechtenstein, Andorra, Monaco, San Marino, Macedonië, IJsland, Servië en Montenegro; • Turkije; • Maghreb-landen (Maghreb): Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en Mauritanië; • DR Congo, Burundi en Rwanda (DR C, B, R);
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 12 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
• • • • •
Overig Azië: Aziatische landen zonder Turkije; Overig Afrika: Afrikaanse landen zonder Maghreb-landen; Noord-Amerika en Oceanië (N-Amerika en Oc.): Canada, Verenigde Staten van Amerika, Mexico en alle landen van Oceanië; Zuid- en Midden-Amerika (Z- en M-Amerika): alle Amerikaanse landen zonder Canada, Verenigde Staten van Amerika en Mexico; Ander en onbekend (Ander en onb.): personen met een Rijksregistercode die niet eenduidig aan een bepaald land kan worden toegewezen zoals ‘staatloos’, personen waarvan de nationaliteit ‘nog niet definitief is bewezen’ en personen met een onbekende buitenlandse nationaliteit.
Om consistente vergelijkingen over de tijd te kunnen maken, werden alle huidige EU27-landen voor de gehele periode 2010 tot 2021 bij de EU27 gerekend, ook voor de jaren waarin bepaalde van deze landen nog geen lid waren van de Europese Unie. Kroatië werd pas lid in 2013. Het Verenigd Koninkrijk werd in de hele periode 2010 tot 2021 niet meer bij de EU27 gerekend, maar bij de niet-EU-landen. We volgen hierbij de aanpak Statistiek Vlaanderen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 13 van 156
2 INSTROOM IN VLAANDEREN Iedere maand wordt er een extractie gemaakt uit het rijksregister met de nieuwkomers van de voorbije maand in het Vlaamse Gewest. Voor Brussel bestaan er geen extracties van nieuwkomers. Daarom worden in het hoofdstuk over instroom enkel cijfers voor Vlaanderen gegeven.
EVOLUTIE EN REGIONALE SPREIDING Figuur 2.1.1: Instroom van meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2010-2021
Tussen 2010 en 2020 varieerde de jaarlijkse instroom van nieuwkomers tussen de 31.000 en 52.000. In 2019 was de instroom het grootst met 52.267 nieuwkomers. In 2020 en 2021 daalde de instroom, in 2020 met 19% en in 2021 daalde deze verder met 7%. Hierbij daalde vooral het aantal EU-13 inwoners en in mindere mate uit de EU15 (zie verder). De hogere instroom in 2016 kan zowel verklaard worden door de verhoogde instroom van asielzoekers als de uitbreiding van de doelgroep met niet-EU studenten en verhuizers uit Brussel en Wallonië. Dit zal ook verder in het hoofdstuk aangetoond worden. De stijging tussen 2018 en 2019 wordt vooral verklaard door de stijging van EU-13 inwoners.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 14 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 2.1.2: Instroom van meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2012-2021, per regio
Hier en in de rest van het rapport is Vlaanderen verdeeld in regio’s die niet overlappen. Stad Antwerpen is niet opgenomen in provincie Antwerpen en Gent is niet opgenomen in provincie Oost-Vlaanderen. De instroom van nieuwkomers verschilt naargelang regio en periode. Tussen 2012 en 2015 was de instroom van nieuwkomers het grootst in stad Antwerpen (Atlas). Sinds 2016 heeft regio Vlaams-Brabant de koppositie overgenomen, mede door de uitbreiding van de doelgroep naar niet-EU studenten en verhuizers uit Brussel en Wallonië. 9 In 2021 was er een instroom van 8.963 nieuwkomers in Vlaams-Brabant, gevolgd door stad Antwerpen (6.231), provincie Antwerpen (5.700), West-Vlaanderen (5.383), Limburg (4.739), Oost-Vlaanderen (4.610) en Gent (3.665).
9 Verhuizers zijn personen die tijdens de afgelopen vijf jaar voor het eerst, en voor zover ten volle 18 jaar oud, ingeschreven werden in het Rijksregister in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, het Franse taalgebied of het Duitse taalgebied.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 15 van 156
Figuur 2.1.3: Instroom van meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2012-2021, per agentschap
Het Vlaams Agentschap kende een daling van instroom tussen 2012 en 2013 en steeg nadien jaarlijks, met piekjaren in 2016 (38.534) en 2019 (38.153). De instroom in 2021 bij het Vlaams Agentschap (29.395) lag lager dan de twee jaren ervoor. 2013 was het jaar met de laagste instroom bij Atlas (6.449). Ook in Atlas waren 2016 en 2019 piekjaren. In 2021 had Atlas een instroom van 6.231 personen. IN-Gent (stad Gent) had in 2019 de hoogste instroom (4.726). In 2021 kende IN-Gent een instroomde van 3.665 personen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 16 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
INSTROOM NAAR NATIONALITEIT Figuur 2.2.1 Instroom van meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2015-2021, naar EU+/derdelander
In 2021 hadden 17.931 nieuwkomers een nationaliteit van de EU+ (46%) en 21.227 nieuwkomers (54%) waren derdelanders. Het relatieve aandeel derdelanders is nog nooit zo hoog geweest. In de voorgaande jaren was het aandeel derdelanders steeds kleiner dan 50%, met uitzondering van het jaar 2016 (51%). Vooral de sterke daling sinds 2020 vanuit EU13 is opvallend (zie figuur 2.2.2.)
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 17 van 156
Figuur 2.2.2: Instroom van meerderjarige nieuwkomers, 2015-2021, naar nationaliteitsgroep 10
Binnen de nationaliteitsgroep EU+ (EU, Noorwegen, Zwitserland, Liechtenstein en IJsland) is de groep nieuwkomers met een nationaliteit van EU13-landen het grootst in 2021 (9.109). Binnen de groep derdelanders is de groep afkomstig uit Aziatische landen 11 dan weer het grootst (n ‘overig Azië’ = 9.177). De daling van de instroom in 2021 t.o.v. 2020 is het sterkst bij ‘Noord en West EU15’ (-301%). ‘Europa niet EU’ heeft de sterkst stijgende instroom (26%).
welke landen behoren tot welke nationaliteitsgroepen is terug te vinden in hoofdstuk 1.2 De meest voorkomende nationaliteiten binnen deze groep ‘overige Azië’ zijn in 2021 in volgorde: Afghanistan, India, China, Syrië, Palestina, Iran, Pakistan, Filipijnen, Irak, Nepal, Japan, Thailand, Jemen, Indonesië. 10 11
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 18 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 2.2.3: Top 10 van meest voorkomende nationaliteiten bij instroom, 2015-2021
In 2021 zijn de meest voorkomende nationaliteiten bij instroom: Roemenië, Nederland en Marokko (in die volgorde van grootte). De instroom uit Roemenië en Nederland daalt echter ten opzichte van 2020. Marokko (met een stijgende instroom) duwt Bulgarije (met een dalende instroom) uit de top 3. Verder stijgt de instroom vanuit Turkije, Afghanistan, India en China.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 19 van 156
Figuur 2.2.4: Top 10 van meest voorkomende niet-EU nationaliteiten bij instroom, 2015-2021
Van de nieuwkomers met niet-EU-nationaliteit zijn de grootste nationaliteitsgroepen Marokko (1.938), Turkije (1.694) en Afghanistan (1.678). In vergelijking met 2020 wipt Turkije over Afghanistan. De instroom vanuit alle landen uit de top 10 is in 2021 gestegen, met uitzondering van Iran. Het aantal Syriërs was na de piek in 2016, ieder jaar gedaald. In 2021 is er opnieuw een stijging. De meest voorkomende nationaliteiten zijn niet in iedere regio van Vlaanderen dezelfde.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 20 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 2.2.5: Top 5 van meest voorkomende nationaliteiten bij instroom in 2021, per regio
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 21 van 156
In Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen en de provincie Antwerpen is de Roemeense nationaliteit de meest voorkomende onder de nieuwkomers in 2021. In de stad Antwerpen zijn de instromers met de Marokkaanse nationaliteit de grootste groep in 2021. In de stad Gent blijft de Bulgaarse nationaliteit de meest voorkomende bij de nieuwkomers. In Limburg blijft dat de Nederlandse nationaliteit.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 22 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
INSTROOM NAAR LEEFTIJD, VERBLIJFSSTATUUT, GESLACHT EN DOELGROEP Figuur 2.3.1 Instroom van meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2021, naar leeftijdscategorie
In 2021 is zoals ieder jaar het grootste deel (48%) van de meerderjarige nieuwkomers tussen de 18 en 29 jaar oud. Hoe hoger de leeftijdscategorie, hoe kleiner de groep nieuwkomers.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 23 van 156
Figuur 2.3.2 Meest voorkomende verblijfsstatuten van nieuwkomers in Vlaanderen, 2021, naar geslacht
In 2021 waren de drie meest voorkomende verblijfsstatuten de volgende: arbeidsmigrant EU+ (11.268), student derdelander (4.303) en gezinshereniger met derdelander (4.045). Mannen zijn oververtegenwoordigd onder de arbeidsmigranten, asielzoekers, erkend vluchtelingen en subsidiair beschermden. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd onder de gezinsherenigers. De man-vrouwverhouding is wel min of meer in evenwicht bij de studenten. In totaal is het aandeel vrouwen bij de nieuwkomers in het Vlaamse Gewest 46% in 2021.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 24 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 2.3.3 Evolutie meest voorkomende verblijfsstatuten voor instroom van niet-EU nieuwkomers in Vlaanderen, 2015-2021
In 2021 waren bij de niet-EU nieuwkomers ‘student derdelander’ het meest voorkomende verblijfsstatuut. Sinds 2016 zijn de niet-EU studenten ook doelgroep van inburgering en vormen zij een grote instroom. Sinds 2020 is er het aparte verblijfsmotief gezinshereniger met een vluchteling of een subsidiair beschermde. Tevoren werden zij geteld bij gezinshereniging met derdelander. Ook na het opsplitsen blijft de groep gezinsherenigers met derdelanders de tweede grootste groep. Het aantal ‘gezinsherenigers met Belgen’ schommelt minder sterk. Het aantal erkend vluchtelingen kende een piek in 2016 maar daalde nadien weer. Het aantal was opvallend lager in 2020. In 2021 steeg het aantal erkend vluchtelingen opnieuw.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 25 van 156
Figuur 2.3.4 Evolutie meest voorkomende verblijfsstatuten voor instroom van EU nieuwkomers in Vlaanderen, 20152021
Bij de nieuwkomers van de EU+ is arbeidsmigratie het belangrijkste verblijfsstatuut in 2021 (n=11.234). Dit is sinds 2015 elk jaar het geval. Andere veel voorkomende verblijfsmotieven zijn beschikker over voldoende bestaansmiddelen 12, gezinshereniging met EU+, en EU+ studenten. Voor EU+ nieuwkomers met een voorlopig statuut in 2021 zal pas later het definitieve verblijfsmotief geregistreerd worden.
https://www.agii.be/thema/verblijfsrecht-uitwijzing-reizen/unieburger/economisch-niet-actieve-unieburger/wat-zijn-de-voorwaarden-voor-verblijf-alseconomisch-niet-actieve-unieburger
12
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 26 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 2.3.5 Evolutie instroom van meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2015-2021, naar doelgroep
In 2021 vielen 30.135 (of 77%) nieuwkomers onder de doelgroep rechthebbende en 9.155 (23%) onder de doelgroep verplichte inburgeraars. Hiermee lag het aandeel verplichte inburgeraars even hoog als in 2017. Het laagste aandeel verplichte inburgeraars was in 2019 (17%).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 27 van 156
Figuur 2.3.6 Instroom meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2021, naar doelgroep en regio (aandeel)
Het aandeel rechthebbende en verplichte inburgeraars verschilt van regio tot regio. In Gent en VlaamsBrabant ligt het aandeel verplichte inburgeraars op15%, in stad Antwerpen op 32%. Figuur 2.3.7 geeft de instroom per regio en per doelgroep weer in absolute cijfers.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 28 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 2.3.7 Instroom meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2021, naar doelgroep en regio (absolute cijfers)
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 29 van 156
Figuur 2.3.8 Instroom van meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2021, naar geslacht en doelgroep
Van de mannelijke nieuwkomers is 18% verplicht inburgering te volgen, bij de vrouwen is dit 29%. De belangrijkste verklaring is het feit dat er bij de mannen veel meer arbeidsmigranten zijn (zowel uit EU als derdelanders). Zij zijn allen rechthebbend inburgeraar. Bij de gezinsherenigers met Belgen en met derdelanders zijn er meer vrouwen. Deze groepen zijn verplicht inburgering te volgen. Zie boven figuur 2.3.2.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 30 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
VERHUIZERS VANUIT BRUSSEL EN WALLONIË NAAR VLAANDEREN Met het uitvoeringsbesluit van 29 januari 2016 is de inburgeringsplicht uitgebreid naar inburgeraars die binnen de 5 jaar na vestiging in Brussel of Wallonië naar het Vlaamse Gewest verhuizen. Ook zij worden geselecteerd uit het Rijksregister en krijgen een uitnodigingsbrief om zich aan te melden bij één van de agentschappen integratie en inburgering. Zij zijn opgenomen in de volledige instroom en dus in de cijfers van het voorbije hoofdstuk. Maar omdat zij een specifieke categorie vormen, geven we hieronder de aparte cijfers over deze groep weer. Figuur 2.4.1 Evolutie verhuizers uit Brussel en Wallonië die verplicht zijn om inburgering te volgen, 2016-2021, naar regio van vestiging
In 2021 waren er 1.553 nieuwkomers die vanuit Brussel of Wallonië naar Vlaanderen verhuisden en verplicht inburgering moesten volgen. 25% van hen heeft zich gevestigd in Vlaams-Brabant, 20% in stad Antwerpen en 21% in West-Vlaanderen. In 2016 vestigde bijna 1 op de 3 zich in stad Antwerpen maar dit aantal is sterk gedaald in de jaren nadien. Naar Gent, Limburg en provincie Antwerpen wordt minder verhuisd vanuit de andere regio’s.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 31 van 156
Figuur 2.4.2 Evolutie verhuizers uit Brussel 13 en Wallonië die rechthebbend inburgeraar zijn, 2016-2021, naar regio van vestiging
In 2021 waren er 3.199 verhuizers uit Brussel en Wallonië rechthebbend/vrijwillig inburgeraar. 53% van hen heeft zich gevestigd in Vlaams-Brabant. De aantallen in andere regio’s liggen een heel stuk lager.
13
Wanneer we spreken over Brussel gaat het in dit rapport om het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 32 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
VERHUIZERS BINNEN DE REGIO’S IN VLAANDEREN EN NAAR BRUSSEL Om een beeld te krijgen van de nieuwkomers die tijdens hun inburgeringstraject verhuizen van de ene regio in Vlaanderen naar de andere en naar Brussel, bekijken we wie op basis van zijn of haar adres de eerste keer is toegewezen aan een bepaalde regio in de periode 2019-2020-2021, een inburgeringscontract hebben getekend en nadien door een andere regio begeleid werden 14. Opgelet, de schaal van de grafiek verschilt tussen de regio’s. Figuur 2.5.1 Interne verhuizingen binnen Vlaanderen en naar Brussels Hoofdstedelijk Gewest, nieuwkomers, 2019-2021
Het aantal begeleidingen van inburgeraars die eerder in een andere regio in Vlaanderen woonden is het grootst bij de stad Antwerpen (2.505) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (1.823). Provincie Limburg (429) en provincie Vlaams-Brabant (512) ontvangen daarentegen de minste van dit type verhuizers. Voor deze berekening werd gekeken naar de regio van eerste instroom t.o.v. regio van laatste contract. Het gaat dus enkel om personen die een inburgeringscontract ondertekend hebben.
14
Het gaat hier niet enkel om personen die op verschillende plaatsen een contract ondertekend hebben.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 33 van 156
Figuur 2.5.2 Interne verhuizingen binnen Vlaanderen en naar Brussel, nieuwkomers, 2019-2021
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 34 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
De verhuizers naar stad Antwerpen komen vooral uit de provincie Antwerpen. De verhuizers naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest komen vooral uit de provincie Vlaams-Brabant. In Gent zijn de verhuizers vaak afkomstig uit de provincie Oost-Vlaanderen. In de overige regio’s komen de verhuizers uit meerdere regio’s.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 35 van 156
INSTROOM VAN MINDERJARIGE NIEUWKOMERS IN VLAANDEREN Minderjarigen tussen 2,5 en 17 jaar worden uit het Rijksregister geselecteerd en krijgen een brief toegestuurd vanuit één van de drie agentschappen. Indien ouders hulp willen bij het inschrijven van deze kinderen en jongeren in een school, kunnen zij hiervoor terecht bij de agentschappen. Figuur 2.6.1 Evolutie instroom van minderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2011-2021, naar leeftijdscategorie
In 2021 is er een instroom van 10.858 minderjarige nieuwkomers. Dat is een stijging t.o.v. 2020, namelijk met 21%. De verhouding tussen kleuters, kinderen tussen 6 en 11 jaar en tussen 12 en 17 jaar blijft ongeveer dezelfde.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 36 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
3 AANMELDINGEN IN VLAANDEREN EN BRUSSEL EVOLUTIE PER REGIO Nieuwkomers in Vlaanderen worden uitgenodigd met een brief om zich aan te melden bij één van de afdelingen van de Agentschappen Integratie en Inburgering. In Brussel krijgen nieuwkomers tot nu toe geen uitnodigingsbrief maar wordt het Vlaamse inburgeringsaanbod op allerlei manieren in de kijker gezet via verschillende communicatiekanalen. Ook in Vlaanderen zijn er nieuwkomers die zich spontaan aanmelden vóór ze een uitnodigingsbrief hebben gekregen. In hoofdstuk 9 bieden we inzicht in het bereik en de uitval tussen instroom en inburgeringsattest. Dit wil zeggen dat we daar nagaan hoeveel van de nieuwkomers (instroom) zich effectief aanmelden en we dus bereiken. Hieronder geven we enkel de aanmeldingen op zich weer. Figuur 3.1.1 Evolutie aanmeldingen van nieuwkomers in Vlaanderen en Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2010-2021
Het aantal aanmeldingen van inburgeraars bij de agentschappen lag in 2021 op 25.325. Dat is een opvallende stijging na het lage aantal in 2020. Ten opzichte van 2020 is het een stijging met 24%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 37 van 156
Figuur 3.1.2 Evolutie aanmeldingen van nieuwkomers in Vlaanderen en Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2015-2021, per regio
Het aantal aanmeldingen lag in 2021 het hoogst bij Atlas (6.003). Hierna volgt de provincie West-Vlaanderen (3.309), Brussel (3.193), de provincie Oost-Vlaanderen (3.095), de provincie Vlaams-Brabant (2.820) en de provincie Limburg (2.683). Bij IN-Gent (1.822) ligt het aantal aanmeldingen een stuk lager. Ten opzichte van 2020 was de stijging het grootst in de stad Antwerpen (36%) en het kleinst in Vlaams-Brabant (16%).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 38 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 3.1.3 Evolutie aanmeldingen van nieuwkomers in Vlaanderen en Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2015-2021, per agentschap
De stijging van het aantal aanmeldingen in 2021 t.o.v. 2020 is het grootst in Atlas (35%). Het Vlaams Agentschap kende een stijging van 21% en IN-Gent van 20%. Atlas kende het hoogste aantal aanmeldingen in 2016 (6.418). Sinds 2016 was er een lichte daling maar in 2019 opnieuw een stijging. IN-Gent had in 2019 het hoogste aantal aanmeldingen (1.887). Het Vlaams Agentschap had het hoogst aantal aanmeldingen in 2016 (20.919). Een vergelijking van de agentschappen onderling, toont aan dat hun verhouding, voor wat betreft het aandeel aanmeldingen, vrij stabiel is. Het aandeel van het Vlaams Agentschap schommelt rond 70%, Atlas rond 23% en het aandeel van IN-Gent rond 7%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 39 van 156
AANMELDINGEN NAAR ADVIEZEN NT2 Tijdens een intake bij de agentschappen of het Huis van het Nederlands Brussel wordt uitgezocht welke opleiding NT2 het meest geschikt is. Een belangrijke indicator hiervoor is het ‘taalleervermogen’ of de verwachte snelheid waarmee de kandidaat een nieuwe taal zal leren. Die verwachte leersnelheid wordt geregistreerd als ‘advies NT2’ in de KBI en is bindend voor het onderwijscentrum waar de kandidaat een NT2-opleiding zal volgen. Omdat het scholingsniveau in het land van herkomst niet steeds gekend is of niet altijd een goed beeld geeft van het (taal)leervermogen, wordt in dit rapport het advies NT2 ook meegenomen naast de andere variabele i.v.m. scholingsgraad. De duurtijd van het inburgeringstraject wordt sterk beïnvloed door het (taal)leervermogen van de inburgeraar. Daarom schetsen we hierbij kort de verschillende opleidingen en hun lestijden. Voor niet- of laaggeletterden is een traject in een Centrum voor Basiseducatie (CBE) aangewezen. Cursisten die niet of nauwelijks kunnen lezen of schrijven krijgen het advies ‘CBE alfa’’ en starten bij de basiseducatie in een ‘NT2 alfa’-traject. Dit bestaat in 2 versies. In de meest uitgebreide versie (1.140 lestijden) verwerven de kandidaten de mondelinge vaardigheden tot op niveau A2 (Waystage) en leren ze lezen en schrijven op niveau A1 (Breakthrough). Voor kandidaten voor wie lezen en schrijven niet lukt, is er een aangepaste, kortere versie (600 lestijden) waarin ze de mondelinge vaardigheden verwerven tot op niveau A2 (Waystage) en voor de schriftelijke vaardigheden enkel aan een beperkte zelfredzaamheid werken. Cursisten die wel gealfabetiseerd zijn, maar heel traag een nieuwe taal kunnen leren, krijgen het advies ‘CBE NT2’ en volgen bij de basiseducatie een NT2-traject, dat in 480 lestijden leidt naar een volwaardig A2niveau, voor zowel de mondelinge als de schriftelijke vaardigheden (Waystage). Sommige cursisten die starten in ‘NT2 alfa’ stappen na enkele modules over naar het niet-alfa-NT2-traject, anderen blijven het hele traject door in NT2 alfa. Een tussengroep is, meestal beperkt, gealfabetiseerd in een ander dan het Latijns schrift (bv. Arabisch). Voor hen bestaat er zowel bij de basiseducatie (180 u) als bij de CVO’s (40u) een speciale module Latijns schrift. Na deze module sluiten de cursisten aan bij de NT2-trajecten. In sommige regio’s wordt bij de intake door agentschappen en het HvN Brussel al een onderscheid gemaakt tussen een niet-gealfabetiseerde persoon (CBE alfa) en een laaggeletterde maar wel gealfabetiseerde persoon (CBE NT2). In andere regio’s krijgen beide categorieën het algemene advies CBE. Omdat we zo geen duidelijk beeld krijgen van de alfaklanten, de laagst geschoolde inburgeraars, hebben we voor deze groep de indicator alfaklant gebruikt, wat wil zeggen dat ze ooit zijn ingestapt in een alfa module. Iedere persoon wordt uiteraard maar één keer geteld. Alfaklanten zijn dus niet inbegrepen in de groep CBE. Voor gemiddeld of snel lerenden is een NT2-traject bij een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Universitair Talencentrum aangewezen. De CVO’s bieden trajecten aan voor 3 verschillende leersnelheden. Voor een absolute beginner duurt een standaardtraject (advies CVO-standaard) om niveau A2 te behalen bij een CVO 240 uur, een verlengd traject (advies CVO verlengd) 360 uur en een verkort traject (CVO verkort of UTC) 160 uur.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 40 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 3.2.1 Aanmeldingen van nieuwkomers in Vlaanderen en Brussel, 2021, per ingeschat leervermogen 15
In de steden Antwerpen en Gent en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het aandeel personen dat een alfamodule gevolgd heeft, het kleinst. Het grote aandeel ‘onbepaald’ in Brussel in 2021 maakt vergelijking wel moeilijker. Wanneer we het aandeel alfaklanten en personen met een advies ‘Centrum voor Basiseducatie’ (CBE) samennemen, is dit aandeel kleiner dan gemiddeld in Brussel 16 en Vlaams-Brabant en groter in West-Vlaanderen. Gent heeft het grootste aandeel ingeschatte snellerende taalleerders (CVO verkort of UTC) en stad Antwerpen en West-Vlaanderen het kleinste aandeel. Bij rechthebbende personen die na aanmelding en vóór de inschatting van hun taalleervermogen aangeven niet in te stappen in inburgering of NT2 is het advies ‘onbepaald’.
15 16
Alfaklanten zijn personen die effectief gestart zijn met een alfamodule bij een CBE, los van het advies dat ze hadden gekregen. Zoals eerder aangegeven verstaan we onder ‘Brussel’ het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 41 van 156
4 INBURGERINGSCONTRACTEN Inburgeraars krijgen bij hun aanmelding uitleg over de mogelijkheden van het inburgeringstraject met de hierbij horende rechten en plichten. Eenmaal inburgeraars in het Vlaamse Gewest een inburgeringscontract ondertekenen, engageren zij zich om de lessen maatschappelijke oriëntatie en NT2 te volgen. Om een inburgeringsattest te krijgen, dienen inburgeraars bovendien te slagen voor maatschappelijke oriëntatie en voor NT2 op het niveau A2 (behalve analfabete inburgeraars, zie eerder). Voor maatschappelijke oriëntatie wordt dit slagen in de referentieperiode beoordeeld door een combinatie van actieve en regelmatige aanwezigheid in de les en het realiseren van een persoonlijk actieplan dat in het begin van de cursus afgesproken wordt. Bij NT2 betekent slagen, geslaagd zijn op de eindtoets van de opleiding NT2 op het niveau A2. Hoewel bepaalde minderjarigen via specifieke projecten 17 een inburgeringstraject kunnen volgen, is hun aantal beperkt en wordt in de rest van dit jaarboek enkel rekening gehouden met de meerderjarige inburgeraars met een ondertekend inburgeringscontract.
EVOLUTIE EN REGIONALE SPREIDING Figuur 4.1.1: Aantal personen die voor het eerst een inburgeringscontract ondertekenen, 2010-2021
In 2021 ondertekenden 23.113 nieuwkomers een eerste inburgeringscontract. Dit aantal is een stijging met 27% t.o.v. de 18.132 eerste inburgeringscontracten in 2020. Het aantal ligt hiermee weer op het niveau van 2017, 2018 en 2019.
17
Zie bijvoorbeeld https://www.integratie-inburgering.be/centrale-begeleiding-van-17-19-jarige-nieuwkomers
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 42 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.1.2 Aantal personen met een ondertekend inburgeringscontract 2015-2021, eerste of volgende
Soms zetten personen hun contract stop, bijvoorbeeld omdat ze naar het buitenland verhuizen. Nadien ondertekenen zij dan soms een nieuw inburgeringscontract. In dit jaarrapport vertrekken we meestal vanuit het eerste contract, tenzij we bijvoorbeeld bekijken wie van de personen met een lopend contract nog aan het wachten is op een cursus MO of een opleiding NT2. In dat geval kijken we naar het meest recente contract. Tot 2016 is het aandeel ‘niet eerste’ contracten beperkt tot 5 à 9% van alle contracten 18. Daarna bedraagt dit aandeel tussen 10 tot 13% van alle contracten. In 2021 bedroeg het 10%.
18
Er werd gewerkt met ‘moedercontracten’ die 5 jaar geldig waren. Daar is men van afgestapt waardoor meer personen een tweede contract ondertekenen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 43 van 156
Figuur 4.1.3 Aantal personen met een eerste ondertekende inburgeringscontract, 2012-2021, per agentschap
In 2021 steeg het aantal personen dat voor het eerst een inburgeringscontract ondertekende bij elk van de drie agentschappen. Het Vlaams Agentschap kende een stijging van 26%, IN-Gent een stijging van 20% en Atlas een stijging van 35%. Het aantal personen met een eerste inburgeringscontract was bij Atlas het hoogst in 2016 (5.861) en in 2021 (5234). Bij IN-Gent was 2019 het hoogst (1.810) en 2021 (1.791). Voor het Vlaams Agentschap werden het hoogst aantal eerste contracten ondertekend in 2016 (18.037) en in 2019 (16.509). Het aandeel van het Vlaams Agentschap van alle ondertekende contracten is gestegen van 64% in 2012 tot 69% in 2021. Atlas had in 2012 een aandeel van 29% en is gedaald tot 23% in 2021. Het aandeel van IN-Gent schommelt tussen 6% en 8%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 44 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.1.4 Aantal personen met een eerste inburgeringscontract, 2015-2021, per regio
Wanneer we naar het aantal eerste ondertekende inburgeringscontracten in 2021 kijken per regio, zien we dat de stijging t.o.v. 2020 het hoogst is in stad Antwerpen (35%), provincie Antwerpen (29%) en WestVlaanderen (29%). De stijging t.o.v. 2020 is het laagst in IN-Gent (20%) en Limburg (22%). Opgelet: hierbij wordt enkel rekening gehouden met het eerste contract. Zoals blijkt uit hoofdstuk 2 (figuur 2.5.1) ontvangen vooral stad Antwerpen en Brussel verhuizers uit andere delen van Vlaanderen, die daar een tweede contract ondertekenen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 45 van 156
NATIONALITEIT Figuur 4.2.1: Aantal personen met een eerste ondertekende inburgeringscontract, 2015-2021, per EU+/derdelander
In 2021 hadden 4.456 nieuwkomers (19%), die een eerste inburgeringscontract ondertekenden, een nationaliteit van de Europese Unie en waren 18.466 nieuwkomers (80%) derdelanders. In 2015 was het aandeel derdelanders 71%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 46 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.2.2: Aantal personen met een eerste ondertekende inburgeringscontract, 2015-2021, per nationaliteitsgroep 19
De groep ‘overig Azië’ 20 is duidelijk het grootst (7.495) onder de personen met een inburgeringscontract. Het gaat dan onder meer over personen uit Afghanistan, Irak, Iran en Syrië. De tweede grootste groep is ‘overig Afrika’ (=Afrika buiten Maghreb, DR. Congo, Rwanda en Burundi) met 3.570 personen. Daarna volgen Maghreb met 2.897 inburgeraars (Marokko, Algerije, Tunesië, …) en EU 13 met 2.660 personen (o.a. Bulgarije, Polen en Roemenië).
19 20
welke landen behoren tot welke nationaliteitsgroepen is terug te vinden in hoofdstuk 1.2 Overig Azië gaat over Azië zonder Turkije
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 47 van 156
Figuur 4.2.3: Aantal personen met een eerste ondertekende inburgeringscontract, 2015-2021, top-10 nationaliteit
De meest voorkomende herkomstlanden bij personen die in 2021 een inburgeringscontract ondertekenden waren Marokko, Afghanistan, Turkije, Syrië, Roemenië en Palestina 21. Roemenië is het enige land in deze lijst waarvan de nieuwkomers allemaal rechthebbend zijn. Syrië kende vooral een grote piek in 2016. Het aantal personen uit Afghanistan daalde meer geleidelijk. Palestina was hoog in 2019 en was dit opnieuw in 2021. Het aantal Polen dat start met inburgering is opvallend gedaald doorheen de jaren, terwijl het aantal Turken gestegen is.
21
‘Palestina’ en ‘vluchteling van Palestijnse origine’ is één van de nationaliteiten in het RR.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 48 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
VERBLIJFSSTATUUT, GESLACHT EN LEEFTIJD Tabel 4.3.1: Aantal personen met een eerste ondertekende inburgeringscontract, 2021, per verblijfsstatus en geslacht
gezinshereniging met Belg gezinshereniging met derdelander arbeidsmigrant EU+ erkend vluchteling gezinshereniging met EU+ Asielzoeker arbeidsmigrant derdelander student derdelander subsidiaire bescherming geregulariseerd gezinshereniging met erkend vluchteling andere reden derdelander beschikker voldoende bestaansmiddelen EU+ gezinshereniging met subsidiair beschermde student EU+ Belg nieuwkomer EU+ voorlopig statuut Overige Onbepaald Totaal
man 1 299 1 023 1 427 1 715 524 973 828 510 556 281 104 191 88 19 31 38 21 224 642 10 494
vrouw 2 961 2 397 1 274 647 1 342 532 344 598 60 330 495 240 183 211 70 31 39 171 695 12 620
totaal 4 260 3 420 2 701 2 362 1 866 1 505 1 172 1 108 616 611 599 431 271 230 101 69 60 395 1 335 23 113
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 49 van 156
Figuur 4.3.1: Aantal personen met een eerste ondertekende inburgeringscontract, 2021, per verblijfsstatus en geslacht
In 2021 waren de meest voorkomende verblijfsstatuten bij de personen die een eerste inburgeringscontract ondertekenden de volgende: gezinshereniger met Belg, gezinshereniger met derdelander en arbeidsmigrant EU+. Er waren ook veel ondertekenaars met verblijfsstatuut van erkend vluchteling, gezinshereniger met EU+ en asielzoeker. Mannen maken de grootste groep uit bij erkend vluchtelingen, asielzoekers, subsidiair beschermden en arbeidsmigranten. Vrouwen maken de grootste groep uit onder de gezinsherenigers. De man-vrouwverhouding is wel min of meer in evenwicht bij de studenten en geregulariseerden.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 50 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.3.2: Aantal EU-personen met een eerste ondertekende inburgeringscontract, 2017-2021, per verblijfsstatus
In 2021 was bij de EU-nieuwkomers arbeidsmigrant het meest voorkomende verblijfsstatuut (2.697). Op de tweede plaats staat gezinshereniger met EU+ (754). De aantallen van deze twee categorieën liggen weer hoger dan in 2020 en benaderen de waarden van 2019.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 51 van 156
Figuur 4.3.3: Aantal derdelanders met een eerste ondertekende inburgeringscontract, 2017-2021, per verblijfsstatus
In 2021 was bij de niet-EU nieuwkomers gezinshereniging met Belg (4.152) en derdelander (3.390) het meest voorkomende verblijfsstatuut. Gezinshereniger met erkend vluchteling is een nieuw verblijfsstatuut sinds 2020. In 2016 was ‘erkend vluchteling’ het meest voorkomende statuut bij de ondertekenaars. In dat jaar waren er ook opvallend veel asielzoekers die een contract ondertekenden. Terwijl in 2017 en 2018 het aantal asielzoekers sterk afnam, was er in 2019 terug een sterke stijging.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 52 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.3.4: Aantal derdelanders met een eerste ondertekende inburgeringscontract in 2021, per leeftijdscategorie en geslacht
In 2021 was de leeftijdscategorie 18-29 jaar de grootste bij de ondertekenaars van het inburgeringscontract. Hoe hoger de leeftijdscategorie, hoe lager het aantal ondertekenaars. Deze volgorde zagen we ook in de instroom. In 2021 was 55% van de ondertekenaars van een inburgeringscontract in Vlaanderen en Brussel een vrouw, terwijl bij de instroom in het Vlaamse Gewest 46% vrouw was. Het groter aandeel vrouwen is het duidelijkst in de jongste leeftijdscategorieën.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 53 van 156
RECHTHEBBEND EN VERPLICHT Figuur 4.4.1: Aantal personen met een eerste inburgeringscontract in Vlaanderen en Brussels Hoofdstedelijk Gewest samen, 2015-2021, per doelgroep
Het aantal rechthebbende/vrijwillige inburgeraars voor Vlaanderen en Brussels Hoofdstedelijk Gewest samengeteld doorheen de periode 2015-2021 schommelt tussen 10.755 (2020) en 14.063 (2016). Het aantal verplichte inburgeraars schommelt tussen 7.377 personen (2020) en 11.538 (2016). In 2021 was 58% (13.306) van de ondertekenaars van een inburgeringscontract rechthebbend en 42% (9.807) verplicht. De voorbije jaren is het aandeel verplichte ondertekenaars van een inburgeringscontract toegenomen (van 39% in 2015 naar 48% in 2017 en 2018) om dan weer iets te dalen (naar 42%) in 2021. In 2021 is het aandeel verplichte inburgeraars bij de mannen 41% terwijl dit bij de vrouwen 44% is. Figuur 4.4.2 geeft de verhouding rechthebbend/verplicht weer voor het Vlaamse Gewest
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 54 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.4.2: Aandeel personen met een eerste inburgeringscontract in het Vlaamse Gewest, 2015-2021, per doelgroep
In 2015 was nog 52% van de ondertekende contracten in het Vlaamse gewest van vrijwillige inburgeraars. Dit daalde in de periode 2017-2018 tot 44%. In 2021 is het aandeel rechthebbenden in het Vlaamse Gewest weer 52%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 55 van 156
Figuur 4.4.3: Aandeel personen met een eerste inburgeringscontract, 2019-2021, per doelgroep en agentschap
Bij IN-Gent ligt het aandeel vrijwillige inburgeraars het hoogst met 65%. Zoals aangegeven in 2.3 is ook bij de instroom het aandeel rechthebbenden groter dan in de meeste andere regio’s. In Atlas is iets meer dan de helft van de inburgeraars vrijwillig aangesloten, bij het Vlaams Agentschap iets minder dan de helft.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 56 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.4.4: Aantal personen met een eerste inburgeringscontract in het Vlaams Gewest, 2021, per doelgroep en verblijfsstatus
Bepaalde verblijfsstatuten zijn steeds vrijwillige nieuwkomers zoals arbeidsmigranten, asielzoekers, studenten of beschikker over voldoende bestaansmiddelen. Gezinshereniger met Belg, erkend vluchteling, subsidiair beschermde en gezinshereniger met erkend vluchteling en subsidiair beschermde zijn meestal verplicht inburgeraar. Zij kunnen vrijgesteld worden indien zij een Nederlandstalig diploma kunnen voorleggen, al inburgering gevolgd hebben, getrouwd zijn met een EU+-burger, enz. Bij de gezinsherenigers met derdelander is een groot deel rechthebbend omdat hun partner arbeidsmigrant is. Dan zijn ook zij rechthebbend.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 57 van 156
SCHOLINGSGRAAD, LEERVERMOGEN EN ICT-VAARDIGHEID Figuur 4.5.1: Aantal personen met een eerste inburgeringscontract, 2021, naar scholingsgraad en geslacht
De meest voorkomende opleidingsniveaus bij de inburgeraars die een contract ondertekenden zijn hoger secundair onderwijs (30%) en bachelor (25%). 40% van de inburgeraars is hooggeschoold (bachelor of master). Het aandeel hooggeschoolden ligt hoger bij vrouwen (44%) dan bij mannen (36%). 26% heeft geen onderwijs, lager onderwijs of lager secundair onderwijs gevolgd.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 58 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.5.2: Aandeel personen met een eerste inburgeringscontract, 2015-2021 per scholingsgraad
Het aandeel personen met maximum niveau lager secundair onderwijs (=laaggeschoold) was het hoogst in 2016 (33%) en daalde nadien tot 26% in 2021. Het aandeel personen met een diploma hoger secundair onderwijs (=middengeschoold) was het hoogst in 2015 (37%) en daalde nadien tot 30% in 2021. Het aandeel personen met een bachelor of master diploma (=hooggeschoold) is dan weer gestegen van 29% in 2015 naar 40% in 2021.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 59 van 156
Figuur 4.5.3: Aantal personen met een eerste inburgeringscontract, 2021, per scholingsgraad, geslacht en EU+/derdelander
Het aandeel laaggeschoolden (maximaal lager secundair onderwijs) is opvallend hoger bij derdelanders (man: 33% en vrouw: 26%) dan bij personen uit de EU+ (man 19% en vrouw 16%). Ook het aandeel midden geschoolden (maximaal hoger secundair onderwijs) is groter bij EU+ (man: 45% en vrouw: 39%) dan bij derdelanders (man: 28% en vrouw: 27%). Wanneer we naar het aandeel hooggeschoolden kijken (bachelor en master), stellen we vast dat daar het verschil tussen mannen en vrouwen groter is dan het verschil tussen EU+ en derdelander. Terwijl van de mannen van buiten en binnen de EU+ respectievelijk 37% en 35% hooggeschoold is, is bij de vrouwen van buiten en binnen de EU+ respectievelijk 45% en 44% hooggeschoold.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 60 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.5.4: Aandeel personen met een eerste inburgeringscontract, 2021, per scholingsgraad en per regio
Het aandeel laaggeschoolden (maximaal lager secundair onderwijs), is het laagst in Vlaams-Brabant (16%) en het hoogst in West-Vlaanderen (32%) en Atlas (34%). Het aandeel personen dat een bachelor of een master behaald heeft, varieert tussen 33% (West-Vlaanderen) en 52% (Brussel) en Vlaams-Brabant (53%). Het gemiddeld scholingsniveau in die twee regio’s is het hoogst.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 61 van 156
Figuur 4.5.5: Aandeel personen met een eerste inburgeringscontract, 2015-2021, per inschatting taalleervermogen
In 2016 lag het totaal aandeel personen met een inschatting taalleervermogen CBE (alfaklanten + CBE) op 25% en dit daalde lichtjes in de jaren nadien. In 2021 lag het aandeel slechts op 17%. Het aandeel alfaklanten daarbinnen was het hoogst in 2016 (15%) en daalt tot 7% in 2021. Ook het aandeel CVO verlengd daalde sinds 2016 en is met 8% nooit lager dan in 2021. Het aandeel personen met advies CVO standaard lag in 2015 op 47% maar daalde nadien en ligt in 2021 op 45%. Het aandeel personen met advies CVO verkort of UTC is gestegen van 16% in 2015 tot 24% in 2020. Dit is een bevestiging dat het scholingsniveau/taalleervermogen van de inburgeraars die in 2020 een contract ondertekenden hoger lag dan de voorbije jaren. Dit kan betekenen dat de instroom verandert of dat de laagst geschoolden in 2020 de weg minder gevonden hebben naar de agentschappen door de coronapandemie. In 2021 ligt het aandeel personen met advies CVO verkort of UTC op 21%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 62 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 4.5.6: Aantal personen met een eerste inburgeringscontract, 2021, per inschatting taalleervermogen
Het grootste deel van de inburgeraars (10.436) werd geadviseerd om les te volgen in een CVO standaard aanbod. 4.863 inburgeraars kregen het advies een verkorte opleiding te volgen of aan een universitair talencentrum NT2 te volgen. Ongeveer 2.406 personen kregen het advies om les te volgen in een CBE. 1.665 personen kregen het advies een alfacursus te volgen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 63 van 156
Figuur 4.5.7: Aantal personen met een eerste inburgeringscontract, 2021, per ICT-vaardigheid
De agentschappen brengen de ICT-vaardigheden in kaart van inburgeraars. Heel wat inburgeraars krijgen bijkomende ICT-opleiding om hen klaar te stomen voor eventuele digitale cursussen. Indien we ervan uitgaan dat de screening in de verschillende regio’s op dezelfde manier gebeurt, zien we dat personen in Vlaams-Brabant het vaakst voldoende ICT-vaardigheden hebben, terwijl in stad Antwerpen een kleine meerderheid een ‘onvoldoende’ heeft. Gemiddeld heeft 60% voldoende vaardigheden om een digitale cursus te starten.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 64 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
MOEDERTAAL Figuur 4.6.1: Top 20 moedertalen bij personen met een eerste inburgeringscontract, 2021,
De meest voorkomende moedertaal van de inburgeraars is (Marokkaans) Arabisch (5.181). Hierna volgt het Turks (1.365), Spaans (1.183), en het Roemeens (1.017).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 65 van 156
5 MAATSCHAPPELIJKE ORIENTATIE EN NT2 DEELNEMERS VRIJSTELLINGSTOETS MO Figuur 5.1.1: Evolutie inburgeraars die deelnemen aan een vrijstellingstoets MO, 2015-2021 3.000
2.701
2.727
2.677
2.492
2.500 2.000
2.758
1.900
1.802
1.500 1.000 500 0
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Het aantal deelnemers aan de vrijstellingstoets MO is in de periode 2015-2018 sterk gestegen. In 2019 was er een lichte daling en in 2020 een daling met 29%. In 2021 zat het aantal deelnemers aan de vrijstellingstoets MO ongeveer weer op het niveau van 2018.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 66 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.1.2: Aantal geslaagden op de vrijstellingstoets MO naargelang het ingeschatte taalleervermogen, 2021 1200
1000
800
600
400
200
0
CBE
CVO verlengd
CVO standaard
CVO verkort of UTC
onbepaald
niet geslaagd
143
88
422
171
158
geslaagd
11
24
550
784
376
In totaal slaagde in 2021 64% op de vrijstellingstoets. Dit aandeel is echter sterk verschillend naargelang het ingeschatte taalleervermogen. Voor personen met een hoog ingeschat taalleervermogen slaagt 82%. Voor een standaard leerder is dit 57%. Bij laaggeletterden zijn er zeer weinig deelnemers. Zij slagen ook zelden.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 67 van 156
DEELNEMERS MAATSCHAPPELIJKE ORIENTATIE Figuur 5.2.1: Evolutie inburgeraars die voor het eerst deelnemen aan een cursus MO, 2015-2021
21.106 inburgeraars namen in 2021 voor het eerst deel aan een cursus MO. Dit is het hoogste aantal starters MO ooit. Dit is een beperkte stijging met 2% t.o.v. 2020. In 2020 was er t.o.v. 2019 een stijging van 14%, ondanks de dalende instroom en het dalend aantal ondertekende contracten. Er is m.a.w. in 2020 een inhaalbeweging geweest voor personen die nog niet gestart waren met MO.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 68 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.2.2: Evolutie inburgeraars die voor het eerst deelnemen aan een cursus MO, 2015-2021, per regio
In 2021 ontving Atlas de meeste MO-cursisten (4.737) in vergelijking met de andere regio’s. IN-Gent heeft het minst aantal MO-starters (1.218). In 2021 is het aantal gestegen in Atlas, IN-Gent, Brussel en in WestVlaanderen. In de andere regio’s daalde het aantal MO-starters in 2021.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 69 van 156
Figuur 5.2.3: Evolutie inburgeraars die voor het eerst deelnemen aan een cursus MO, 2015-2021, per agentschap
Bij het Vlaams Agentschap steeg het aantal MO-starters tussen 2015 en 2020. In 2021 was er een lichte daling van 2%. Atlas steeg sterk in 2016 en 2017 maar daalde nadien opnieuw. Vanaf 2020 is er opnieuw een stijging. In 2021 is er t.o.v. 2020 een sterke stijging met 19%. De aantallen bij IN-Gent stegen in 2017 tot 2019 maar daalden opnieuw in 2020. In 2021 is er opnieuw een stijging met 8%. Tabel 5.2.1: Inburgeraars die voor het eerst deelnemen aan een cursus MO, 2021, per taal en agentschap Taal Engels Arabisch Frans Turks Spaans Roemeens Russisch Pashtu Nederlands
Vlaams Agentschap 2 685 3 175 1 600 898 839 733 646 470 297
Atlas 1 304 692 90 269 248 139 110 224 310
IN-Gent
Totaal 325 224 46 94 53 9 34 89 30
4 314 4 091 1 736 1 261 1 140 881 790 783 637
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 70 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Marokkaans Farsi Tigrinya Portugees Bulgaars Pools Albanees Hindi Somali Dari Thais Servo-Kroatisch Armeens Koerdisch Chinees Tamazight (Berbers) Italiaans Vietnamees Grieks Nepalees Hongaars Tamil Tagalog Romani Urdu Twi Tibetaans Amhaars Macedonisch Vlaamse Gebarentaal Totaal
211 514 352 404 171 297 342 314 226 77 176 108 141 90 90 42 34 38 36 21 25 21 20 17 12 12 8 5
387 15 146 57 89 143 67 49 65 150
30
196 14 44
30
58 42 7 50 13
8
5 4 15 151
4 737
1 218
598 559 498 461 456 454 453 363 291 257 176 166 141 132 97 92 47 38 36 29 25 21 20 17 12 12 8 5 5 4 21 106
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 71 van 156
Figuur 5.2.4: Top-20 van MO-talen van personen die voor het eerst startten met MO, 2021
Bij het Vlaams Agentschap zijn Arabisch, Engels en Frans de drie meest voorkomende MO-talen in 2021. In Atlas zijn dit Engels, Arabisch en Marokkaans-Arabisch. Bij IN-Gent wordt het vaaks deelgenomen aan MO in het Engels, Arabisch en Bulgaars. In Atlas wordt Arabisch en Marokkaans-Arabisch opgesplitst, bij INGent vallen beide onder ‘Arabisch’.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 72 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.2.5: Aantal gestarte cursussen MO, evolutie 2015-2021
Het aantal gestarte MO-cursussen in het Vlaamse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest lag in 2015 op ongeveer 1.100. Met de verhoogde instroom in de jaren 2016 en 2017 steeg ook het aantal gestarte cursussen MO sterk tot 1.474. In 2018-2019 ligt dit aantal op meer dan 1.200. In 2020-2021 steeg het aantal cursussen opnieuw tot 1.393.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 73 van 156
Figuur 5.2.6: Aantal gestarte cursussen MO, evolutie 2015-2021, per regio
Net zoals het aantal inburgeraars dat voor het eerst deelneemt aan een MO-cursus, ligt ook het aantal gestarte cursussen MO in 2021 een stuk hoger in Atlas (370) dan in de andere regio’s. In de meeste regio’s is er een stijging van het aantal gestarte cursussen t.o.v. 2020. De stijging is het grootst in Atlas. Voor INGent, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen is er een daling t.o.v. 2020. De daling is het sterkst in IN-Gent. Voor de regio’s Atlas, Brussel en de provincie Antwerpen was 2017 het jaar met de meest gestarte cursussen MO. Voor de regio’s IN-Gent, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen was dat het jaar 2020. 2021 is voor Limburg en West-Vlaanderen het jaar met de meest gestarte cursussen MO.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 74 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.2.7: Aantal gestarte cursussen MO, 2015-2021, per agentschap
Het aantal gestarte cursussen MO is de voorbije drie jaren gestegen in het Vlaams Agentschap. Ook in Gent was er een stijging in 2019 en 2020, maar een daling in 2021. In Atlas was er een daling in 2019 maar terug een stijging in 2020 en 2021.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 75 van 156
Figuur 5.2.8: Gemiddeld aantal deelnemers per MO-cursus, 2021-2022, per regio
In 2021 waren er gemiddeld 16 deelnemers per MO-cursus, net zoals in 2020. Naargelang de taal zijn bepaalde groepen groter of kleiner. In stad Antwerpen en in Gent heeft men gemiddeld 13 en 14 deelnemers, in de andere regio’s is het gemiddelde aantal een stuk hoger in 2021, namelijk 17 of 19.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 76 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.2.9: Aantal personen al dan niet geslaagd op MO, jaar besluit 2015-2021, Vlaams Gewest
Figuur 5.2.10: Aantal personen al dan niet geslaagd op MO, jaar besluit 2015-2021, Brussels Hoofdstedelijk Gewest
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 77 van 156
In het Vlaams Gewest schommelde het slaagpercentage op MO tussen 76 en 83%. In 2021 lag dit slaagpercentage op 81%. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt het slaagpercentage op MO lager. In 2021 lag dit slaagpercentage voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 70%.
DUUR TOT INSTAP IN MO EN MEDIANE DUUR VAN EEN CURSUS Om te berekenen hoelang het duurt eer personen instappen in een cursus MO, maken we een onderscheid tussen eerst afgesproken instapdatum en effectieve instapdatum. De eerst afgesproken instapdatum is de eerste les van de eerste cursus waarvoor iemand is ingeschreven. De effectieve instapdatum is de effectieve eerst bijgewoonde les in een cursus. Indien de persoon niet instapt in de eerst afgesproken cursus en pas in een volgende cursus instapt (na opnieuw te worden ingeschreven), verschillen beide momenten. Bovendien trekken we steeds de onbeschikbaarheid van de inburgeraars zelf eraf 22. We gaan dit na bij alle personen die in 2019 en in 2020 een contract hebben ondertekend en ondertussen zijn ingestapt in een cursus MO. De metingen gebeurden op 29/6/2021 (contracten 2019) en op 17/6/2022 (contracten 2020). Figuur 5.3.1: Aandeel personen dat een inburgeringscontract ondertekende in 2019-2020 en ondertussen is ingestapt in een cursus MO, naar duur tussen contract en eerst afgesproken start én naar duur tussen contract en effectieve start MO
Wanneer we kijken naar de contracten ondertekend in 2020 voor alle inburgeraars in het Vlaamse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest samen, zou 64% binnen de 3 maanden instappen in een cursus MO. 87% zou instappen binnen de 6 maanden en 98% binnen het jaar. Voor de contracten ondertekend in 2019, zou
22 Indien iemand start na 75 dagen maar zelf 35 dagen onbeschikbaar was in deze periode, is de berekende effectieve start na 40 dagen. Ook van de eerst afgesproken start worden de 35 dagen afgetrokken omdat bij het aanbieden van een cursus, met deze onbeschikbaarheid rekening wordt gehouden.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 78 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
47% instappen in een cursus MO binnen de 3 maand en 75% binnen de 6 maand. Personen met een contract in 2020 konden gemiddeld sneller instappen in een cursus MO dan personen met een contract in 2019. Personen stappen gemiddeld iets later in dan wat aangeboden was. Voor contracten ondertekend in 2020, stapte 56% in binnen de 3 maanden, 79% binnen de 6 maanden en 95% binnen het jaar. Voor de contracten ondertekend in 2019, stapten 39% effectief in binnen de 3 maand, 64% binnen de 6 maand en 89% binnen het jaar. Ook in de effectieve instaptijd is er verbetering tussen contracten van 2019 en 2020. Wel zijn er grote verschillen tussen de regio’s. Dat laten de figuren hierna zien. Figuur 5.3.2: Aandeel personen dat inburgeringscontract ondertekende in 2020 en ondertussen is ingestapt in een cursus MO, naar duur tussen contract en eerst afgesproken start MO, per regio
In Brussel kon 86% starten binnen de drie maanden. In de andere regio’s kon tussen de 61 en 66% starten binnen de drie maanden. In Limburg kon men gemiddeld later starten met MO.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 79 van 156
Figuur 5.3.3: Aandeel personen dat inburgeringscontract ondertekende in 2020 en ondertussen is ingestapt in een cursus MO, naar duur tussen contract en effectieve start MO, per regio
Bij de effectieve starters ligt het aandeel dat start binnen de 3 maanden lager. In Brussel is het aandeel personen dat start binnen de 3 maanden relatief hoog (82%). De aandelen liggen lager in Vlaams-Brabant (58%), West-Vlaanderen (54%), Oost-Vlaanderen (53%), stad Antwerpen en IN-Gent (52%) en provincie Antwerpen (51%). In Limburg (43%) ligt het aandeel dat effectief start binnen de 3 maanden het laagst. Over alle regio’s heen deed 10% er meer dan negen maanden over om effectief te starten met MO. Dat aandeel is het laagst in Brussel (3%) en het hoogst in Limburg (15%).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 80 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.3.4: Aandeel personen dat inburgeringscontract ondertekende in 2020 en ondertussen is ingestapt in een cursus MO, naar al dan niet gestart op afgesproken moment, per regio
Heel wat personen starten niet op het eerst afgesproken moment. Van personen met een contract in 2020 startte 22% van de inburgeraars niet op het afgesproken moment. Het aandeel personen dat op het afgesproken moment startte is het hoogst in Brussel (86%) en West-Vlaanderen (82%).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 81 van 156
Figuur 5.3.5. Aandeel personen dat inburgeringscontract ondertekende in 2018-2020 en ondertussen is ingestapt in een cursus MO, naar al dan niet gestart op afgesproken moment, per jaar
Er is wel toename in 2020 t.o.v. de twee jaren ervoor, dit van 71% die kan starten op het afgesproken moment naar 78%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 82 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.3.6: Mediane duur in kalenderdagen tussen start en besluit ‘geslaagd via cursus’ op het trajectonderdeel MO voor inburgeraars met een startdatum MO in 2019, 2020 of 2021.
De mediane duur tussen instap in de cursus MO en het besluit van het onderdeel MO voor de personen die in 2021 startten is 50 kalenderdagen over heel het Vlaamse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest samen. Die duur is korter in de stedelijke agentschappen en ook in Brussel. In 2020 was de mediane duur opvallend kort in stad Antwerpen. Atlas had in 2020 naar aanleiding van de corona-crisis en de digitalisering van de lessen de MO-cursus sterk ingekort tot gemiddeld 30 dagen. In 2021 is die duur terug gestegen naar 43 dagen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 83 van 156
AFRONDING MO We bekijken de cohorte van personen die in 2019 en 2020 een inburgeringscontract ondertekenden en gaan na of op 8/8/2022 ze al dan niet klaar zijn met MO. Omdat we cijfers geven per centrum, kijken we enkel naar personen die in de loop van hun traject niet verhuisd zijn en dus overgestapt naar een ander centrum. In de figuur hieronder kijken we naar alle inburgeraars, dus zowel diegenen die voor een eerste maal instappen als diegenen die opnieuw instappen. Zo zien we hieronder dat op 8/8/2022 224 personen een status ‘geen passend aanbod’ (GPA) hadden. Wanneer we enkel kijken naar personen die nog nooit zijn ingestapt in MO, gaat het om 152 personen. Figuur 5.4.1: Aantal personen dat inburgeringscontract ondertekende in 2019-2020, naar status van MO
Eind juni 2021 waren er voor de cohorte 2018-2019 nog 1.199 personen met een status ‘GPA’. Ook de aantallen ‘onbepaald’ en ‘onbeschikbaar’ lagen met 374 en 431 personen een stuk hoger. Dit heeft deels te maken met de periode van het trekken van de cijfers (begin augustus t.o.v. eind juni) maar ook met de verbeterde aanpak van de planning en inschrijvingen en het systematisch opnemen (en eventueel afsluiten) van oude dossiers. Stad Antwerpen heeft in absolute aantallen duidelijk het hoogste aantal personen die geslaagd zijn. In relatieve cijfers is het aandeel geslaagden nog iets hoger in West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, IN-Gent en
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 84 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Vlaams-Brabant met percentages tussen 91% en 93%. Terwijl het aandeel niet geslaagd/afgehaakt in de Vlaamse regio’s ligt tussen 6% en 11%, is dit in Brussel 20%. In Brussel geldt de verplichting tot inburgering niet en kunnen rechthebbenden die vroegtijdig afhaken ook geen boete oplopen. Het aandeel GPA is enkel in Oost-Vlaanderen 1%, in de andere regio’s nog lager.
GEEN OPSTART MO In het volgende onderdeel bekijken we de personen met een lopend (open) traject sinds 2014 die op 8/8/2022 nog niet (eerder) gestart zijn met MO. We kijken naar het jaar dat ze een contract ondertekenden. De grote meerderheid ondertekende een contract in 2022 (68%). 23% ondertekende een contract in 2021 en 4% in 2020. Een kleinere restgroep bestaat uit ‘langlopende dossiers’. Meer dan de helft (57%) is ingeschreven en wacht tot men kan starten met de cursus. 24% van de personen met een open dossier heeft de status ‘geen passend aanbod’. Vorig jaar had nog 34% van de personen met een open dossier de status ‘geen passend aanbod’ (niet in grafiek). Figuur 5.5.1: Aantal personen met een lopend inburgeringstraject dat nog niet (eerder) gestart is met MO, 8/8/2022, naar situatie voor MO en jaar van ondertekening contract.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 85 van 156
Figuur 5.5.2: Aantal personen met een lopend inburgeringstraject (2014-2022) maar momenteel wachtend op MO, 8/8/2022, naar situatie voor MO en al dan niet eerder gestart met MO
Een deel van de personen met een open traject is wel al ooit eerder ingestapt in een cursus MO, namelijk 17% van de personen met de status ‘geen passend aanbod’ en 12% van de personen die zijn ingeschreven en wachten op de start van de cursus. Zij zijn om geldige redenen afgehaakt of waren niet geslaagd en zullen de cursus opnieuw volgen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 86 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
PROFIEL VAN PERSONEN MET STATUS GEEN PASSEND AANBOD De inburgeraar kan les MO volgen of kan enkel op bepaalde dagdelen les MO volgen, maar de agentschappen kunnen geen passend aanbod (GPA) MO aanbieden. De trajectbegeleider noteert in KBIConnect de reden volgens onderstaande prioriteit. Het kan gaan om: - GPA taal: De inburgeraar heeft een moedertaal of contacttalen ‘voldoende om MO te volgen’ die momenteel niet aangeboden wordt. - GPA locatie: Er is een aanbod MO in een passende taal voor de inburgeraar binnen het Agentschap, maar de lesplaats is niet bereikbaar binnen een redelijke reistijd van 1,5 uur. Sinds de lockdown in maart 2020 wegens Covid-19 de lessen MO niet meer fysiek maar digitaal doorgaan, wordt voor personen die liever fysiek les willen volgen dan digitaal ‘GPA locatie’ aangeduid (bij gebrek aan alternatieve registratiemogelijkheden). - GPA lesmoment: Er is een aanbod MO beschikbaar voor de inburgeraar binnen het Agentschap in een passende taal en op een passende lesplaats, maar niet op het geschikte lesmoment. - GPA volzet: Er is een aanbod MO beschikbaar voor de inburgeraar binnen het Agentschap in een passende taal en op een passende lesplaats en op een passend moment, maar alle geplande cursussen zijn volzet. Figuur 5.6.1: Aantal personen met status geen passend aanbod, 6/6/2022, naar reden GPA
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 87 van 156
De reden voor ‘geen passend aanbod’ verschilt van regio tot regio. In de meeste regio’s is de belangrijkste reden ‘GPA locatie’, wat vooral wijst op het feit dat deze personen wachten op een fysiek aanbod in plaats van digitale lessen. In Atlas is ‘GPA lesmoment’ de belangrijkste reden. Bij IN-Gent is dit zowel ‘GPA lesmoment’ als ‘GPA taal’. Voor een klein deel van de inburgeraars is de reden voor ‘GPA’ niet geregistreerd. In volgende figuur bekijken we de ICT-vaardigheden van diezelfde personen met een status GPA. In de meeste regio’s heeft bijna de helft van de personen met geen passend aanbod onvoldoende ICTvaardigheden om de lessen digitaal te volgen. In Antwerpen en Gent heeft de grootste groep een ‘voldoende’. In Gent heeft dit vooral te maken met het lagere aandeel laaggeschoolden. In Antwerpen heeft het te maken met het feit dat er korte spoedcursussen digitalisering worden georganiseerd om de inburgeraars klaar te stomen voor een digitaal aanbod MO. Indien na deze opleiding de ICT-vaardigheden verbeterd zijn, wordt de vorige waarde (onvoldoende) overschreven met ‘voldoende’. Figuur 5.6.2: Aantal personen met status geen passend aanbod, 6/6/2022, naar regio en ICT-vaardigheden
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 88 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.6.3: Aantal personen met status geen passend aanbod, 6/6/2022, naar regio en doelgroep
Hoewel de meerderheid van de personen met een status ‘geen passend aanbod’ verplicht inburgeraar is, is toch een aanzienlijk deel van de inburgeraars rechthebbend. In stad Antwerpen, Limburg en Gent gaat het om ongeveer de helft van de personen. Zij zijn vaak aan het werk of studeren en zijn slechts beperkt beschikbaar.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 89 van 156
Figuur 5.6.4: Aantal personen met status geen passend aanbod, 6/6/2022, naar regio en inschatting leervermogen
De groep CBE omvat hier zowel alfaklanten als andere laaggeletterden. Het aandeel personen met een advies ‘CBE’ en status GPA, is in alle regio’s groot buiten Antwerpen en Gent. Gemiddeld gaat het om 46% van alle personen met een status GPA op 6/6/2022. Ter vergelijking: van alle personen met een contract in 2021 had 17% advies CBE. In Brussel is 65% van de personen met status GPA laaggeletterd. In VlaamsBrabant, de provincie Antwerpen, Oost-Vlaanderen, Limburg, en West-Vlaanderen gaat het om 63 tot 53%. Hoewel het aantal personen met een status GPA in de coronapandemie niet echt is gestegen, is het profiel wel helemaal veranderd. Personen met een minder voorkomende taal maar verspreid over heel Vlaanderen en Brussel, konden via het digitale aanbod vlotter geholpen worden. Personen die digitaal niet vaardig zijn, wachten tot ze terug fysiek les kunnen volgen of krijgen ondertussen een beperkt aanbod digitale vaardigheden om op die manier toch nog digitaal MO te kunnen volgen nadien.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 90 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.6.5: Aantal personen met status geen passend aanbod en ‘GPA lesmoment’, 6/6/2022, naar voorkeurmoment
De meerderheid van de personen met als reden ‘GPA lesmoment’, willen binnen de kantooruren les volgen of zijn zowel tijdens de kantooruren als buiten de kantooruren beschikbaar. Een kleiner deel is enkel beschikbaar buiten de kantooruren. Slechts een kleine groep van 3 personen werkt in ploegenarbeid en zal daarom moeilijk een geschikt moment vinden.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 91 van 156
Figuur 5.6.6: Top-20 moedertalen bij personen met status geen passend aanbod en ‘GPA taal’, 6/6/2022
De 397 personen met status ‘geen passend aanbod’ met als reden ‘GPA-taal’ hebben minstens 75 verschillende moedertalen. De meest voorkomende moedertalen zijn Nepalees, Macedonisch, Portugees, Tigrinya, Dari, Romani, Koerdisch en ‘andere Afrikaanse talen’.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 92 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
DOORVERWIJZINGEN NAAR NT2 Na het voorbije deel over het onderdeel maatschappelijke oriëntatie gaat dit deel over het onderdeel NT2. Bijna alle geïnteresseerden in NT2, al dan niet verplicht om NT2 te volgen, passeren langs de agentschappen Integratie en Inburgering of het Huis van het Nederlands Brussel. In KBI-connect kunnen we monitoren hoeveel personen op gesprek kwamen bij een agentschap of HvN Brussel en hoeveel personen ingeschreven werden in een NT2-cursus. In dit onderdeel gaat het om alle anderstaligen die geïnteresseerd zijn in een opleiding NT2, niet enkel inburgeraars. Figuur 5.7.1: Aantal unieke personen die een gesprek hadden bij een agentschap of HvN Brussel, 2015-2021
Het aantal unieke personen dat langskwam bij een agentschap of het HvN Brussel, schommelt in de periode 2015-2021 tussen 73.000 en 80.000, met de hoogste aantallen in 2016 en 2019. In het coronajaar 2020 was er t.o.v. 2019 een daling van 20% tot 62.853 unieke personen. In 2021 steeg het aantal unieke personen die een gesprek hadden weer naar 72.172.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 93 van 156
Figuur 5.7.2: Aantal unieke personen die een gesprek hadden bij agentschap of HvN Brussel, 2015-2021, per regio
In 2021 ligt het aantal personen dat een gesprek heeft het hoogst in Atlas (16.696) en Brussel (15.837). Hierna volgt Vlaams-Brabant (9.666) en Oost-Vlaanderen (8.273). In West-Vlaanderen (6.787), IN-Gent (6.551), Limburg (5.572) en Provincie Antwerpen (5.178) ligt het aantal personen met een gesprek lager. Het aantal personen dat langskwam is in 2021 overal gestegen t.o.v. 2020. Die stijging is in verhouding het sterkst in West-Vlaanderen (25%) en Atlas en Oost-Vlaanderen (21%). IN-Gent kent de kleinste stijging (4%).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 94 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.7.3: Aantal adviezen van de agentschappen of HvN Brussel, 2015-2021
Er zijn correcte cijfers over het aantal adviezen beschikbaar vanaf 2015. 2016 was een uitschieter met 67.290 adviezen. Nadien daalde dit aantal, maar in 2019 steeg het opnieuw naar 63.638. In 2020 daalde het aantal met 24% tot 48.346. In 2021 was er weer een stijging met 16% tot 56.276 adviezen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 95 van 156
Figuur 5.7.4: Aandeel adviezen van de agentschappen of HvN Brussel, 2021, per type besluit en regio
In sommige regio’s maakt men een onderscheid tussen het advies CBE alfa voor de laagstgeletterden en CBE NT2 voor zij die wel gealfabetiseerd zijn. In stad Antwerpen en Gent wordt dit onderscheid veel minder gebruikt en is het advies meestal ‘CBE’. In 2021 krijgt, over alle regio’s samen, 17% van de kandidaten een CBE-advies. Maar het aandeel kandidaten dat een CBE-advies krijgt, verschilt naargelang de regio. Het valt op dat in Brussel relatief weinig anderstaligen het advies krijgen om Nederlands te leren in een CBE (6%). In West-Vlaanderen (25%), de provincie Antwerpen (24%) en Limburg (24%) ligt het aandeel CBE-adviezen dan weer relatief hoog.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 96 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
INSCHRIJVINGEN IN OPLEIDINGEN NT2 Figuur 5.8.1: Aantal unieke personen met een inschrijving NT2, 2015-2021, per jaar en per instellingstype
In 2021 ligt het aantal unieke personen met een CBE-inschrijving op 19.790 en het aantal unieke personen met een CVO-inschrijvingen op 78.735, dus samen 98.525 personen met een inschrijving. Het aantal CBEinschrijvingen is tussen 2015 en 2019 relatief constant gebleven, terwijl het aantal CVO-inschrijvingen gestegen is tot 2019. Het aantal inschrijvingen in zowel CBE als CVO is in 2020 gedaald, bij CBE -19% en bij CVO -13%. In 2021 is het aantal inschrijvingen terug gestegen, bij CBE met 11% en bij CVO met 6%. Tussen 2015 en 2021 schommelt het aantal inschrijvingen in een CBE tussen 23% en 20%. Zoals boven aangegeven kreeg in 2021, 17% een CBE-advies.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 97 van 156
Figuur 5.8.2: Aantal unieke personen met een inschrijving NT2, 2015-2021, per jaar en niveau NT2
In 2021 schreven 48.339 (unieke) anderstaligen zich in voor een A1-cursus en 36.517 voor een A2-cursus. Hoe hoger het niveau, hoe lager het aantal inschrijvingen. Het aantal personen met een inschrijving is in de periode 2014-2019 gestegen. Sinds september 2014 is het vereiste niveau NT2 binnen inburgering verhoogd van A1 naar A2. We zien een stijging van het aantal ingeschreven personen in A2 van 34.162 in 2015 tot 40.348 personen in 2019 (=18% stijging). Het aantal personen ingeschreven in een opleiding B1/1 is in die periode zelfs gestegen met 29%. In 2020 is het aantal personen ingeschreven in een opleiding NT2 gedaald met 14%. Er was vooral een daling bij de niveaus A1 (-21%) en A2 (-18%). In 2021 is het aantal personen ingeschreven in een opleiding NT2 weer gestegen met 6%. Bij de niveaus A1 (17%) en A2 (11%) was de stijging het sterkst.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 98 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.8.3: Situatie NT2 A1/A2 op het moment dat personen voor het eerst een inburgeringscontract ondertekenen, 2015-2021
In 2021 was 10% van de inburgeraars al bezig aan een taalcursus op het moment dat ze een contract ondertekenden. 10% had niveau A2 al behaald. Starters wil zeggen dat ze nog geen A2 behaald hadden op moment van ondertekening van contract en dat ze ook niet bezig waren met een opleiding NT2. Deze aandelen blijven vrij stabiel tussen 2015 en 2021. Enkel in 2016 was er een groter aandeel al bezig met NT2. Een mogelijke verklaring zijn de asielzoekers die al mogen starten met NT2 vooraleer ze kunnen starten met MO.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 99 van 156
DUUR TOT INSTAP IN A1 We gaan na bij personen die in 2019 een contract ondertekenden en die zouden starten met niveau A1, hoelang het duurde alvorens zij zouden instappen en alvorens zij effectief instapten. De periode van onbeschikbaarheid van de inburgeraar wordt afgetrokken 23 van deze duurtijd. We kijken naar de startdatum van de eerste cursus waarvoor de persoon ingeschreven is en de eerste effectieve aanwezigheid van diezelfde inburgeraar. Het gebeurt dat in overleg met de inburgeraars wordt afgesproken om eerst MO af te ronden en dan pas te starten met NT2. Hoewel die personen in principe in een eerdere cursus hadden kunnen starten, worden ze ingeschreven in een cursus die later begint. Daarom spreken we van ‘eerst afgesproken cursus’ en niet van ‘eerst mogelijke cursus’. Figuur 5.9.1: Duur van ondertekening contract in 2021 tot een eerste afgesproken start in A1 per regio
Gemiddeld kan 37% binnen de maand starten met A1. 72% kan binnen de drie maanden starten met A1 en 88% binnen de 6 maanden. 11% spreekt een startmoment af dat verder ligt dan zes maanden na ondertekening van het inburgeringscontract. In Limburg kan men het snelst starten met A1. In stad Antwerpen en Vlaams-Brabant maar vooral in Brussel duurt het gemiddeld langer.
23 Indien iemand start na 75 dagen maar zelf 35 dagen onbeschikbaar was in deze periode, is de berekende effectieve start na 40 dagen. Ook van de mogelijke start worden de 35 dagen afgetrokken omdat bij het aanbieden van een cursus, met deze onbeschikbaarheid rekening wordt gehouden.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 100 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 5.9.2: Duur van ondertekening contract in 2021 tot de effectieve start in A1, per regio
De analyses van het eerste lesmoment A1 zijn afhankelijk van de registratie van de leerkrachten. Deze registratie is niet altijd accuraat. Volgende analyses zijn dus een benadering. Wanneer we de aandelen in figuur 5.9.1 en 5.9.2 vergelijken, zien we net zoals bij MO dat een kleiner aandeel effectief start in de afgesproken periode. 31% start gemiddeld binnen de maand, 58% binnen de drie maanden en 76% start effectief binnen de zes maanden. Terwijl 11% een startmoment afspreekt dat verder ligt dan 6 maanden, start 24% later dan 6 maanden. Het verschil in aandeel tussen afgesproken starten binnen de zes maanden (88%) en effectief starten binnen de zes maanden (76%) ligt dus op 12%. In de meeste regio’s schommelt dit verschil rond 11%. Dit verschil is het hoogst in Atlas (15%) en het laagst in West-Vlaanderen (9%).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 101 van 156
Figuur 5.9.3: Duur van ondertekening contract in 2018, 2019 en 2020 tot enerzijds de eerste afgesproken start in MO en anderzijds de eerst afgesproken start in NT2
Eerder in dit hoofdstuk bekeken we in figuur 5.3.2 de duur tussen ondertekening contract en de start van de afgesproken MO-cursus. In figuur 5.8.3 vergelijken we de duur tot de start van de afgesproken MOcursus met de duur tot de start van de afgesproken cursus NT2 niveau A1. We stellen vast dat inburgeraars gemiddeld sneller starten met de opleiding NT2 dan met een cursus MO. Dit wil zeggen dat heel wat inburgeraars al zullen gestart zijn met een opleiding NT2 wanneer ze starten met MO. 72% van de inburgeraars die een contract ondertekenden in 2020 zou binnen de drie maanden starten met NT2 en 64% met MO. 88% zou binnen de zes maanden starten met NT2 en 87% met MO. Wanneer we vergelijken met personen met een contract in 2018 en 2019, dan zien we dat personen zowel voor MO als voor A1 gemiddeld sneller kunnen starten. Vooral het aandeel dat kan starten met MO binnen de 3 maanden is sterk gestegen van 47% naar 64%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 102 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
DUUR VAN NT2 We gaan na hoelang personen die in het kader van het inburgeringstraject nog geen vrijstelling hebben voor de onderdelen A1 en A2 er over doen om dit te behalen. De duur wordt sterk bepaald door het type opleiding, gebaseerd op hun taalleervermogen. Deze gegevens zijn afhankelijk van de registratie van de leerkrachten NT2. De gegevens moeten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden maar geven toch belangrijke indicaties. Figuur 5.10.1: Mediane duur in maanden tussen start van A1 en behalen van het trajectonderdeel A2 voor inburgeraars met ‘geslaagd’ in 2019, 2020 en 2021, per onderwijstype
Voor personen die in 2021 het besluit voor onderdeel A2 ‘geslaagd’ kregen, was de mediane duur tussen de eerste les in A1 en het besluit A2 46 maanden (3 jaar en 10 maand) voor alfaklanten, 29 maanden voor een type CBE NT2 (dus geen alfa) en 10 maanden voor iemand die NT2 volgt aan een CVO. Wanneer we deze gegevens vergelijken met de mediane duurtijden voor wie slaagde in 2019 en 2020, zien we dat deze gestegen zijn. Deze duurtijd zal zeker in negatieve zin beïnvloed zijn door de lockdownmaatregelen tijdens de coronapandemie. Omdat we enkel rekening houden met personen die A2 behaald hebben, zijn personen die na A1 afgehaakt zijn, niet in de berekening meegenomen. Zie hoofdstuk 9 voor de duurtijd van het volledige traject van alfacursisten.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 103 van 156
6 INBURGERINGSATTESTEN Wie de doelstellingen van de vormingsonderdelen MO en NT2 in het inburgeringstraject behaalt, ontvangt een inburgeringsattest. Voor de inburgeringscontracten ondertekend vóór 29 februari 2016 was dit regelmatig aanwezig zijn in de lessen MO en NT2. Sindsdien moeten inburgeraars slagen voor beide onderdelen. Sinds 1 september 2014 is het taalniveau hiervoor opgetrokken van niveau A1 (‘Breakthrough’) naar niveau A2 (Waystage). Sinds 2016 moeten alfaklanten voor de mondelinge vaardigheden niveau A2 behalen, voor de schriftelijke vaardigheden het deelcertificaat ‘alfa NT2-schriftelijke zelfredzaamheid 2’. Figuur 6.1: Evolutie personen met een inburgeringattest, 2015-2021
Het aantal inburgeraars dat in 2021 een inburgeringsattest ontving, ligt op 17.176. Dit aantal ligt iets hoger dan in 2020. Attesten worden behaald voor contracten die één of meerdere jaren eerder ondertekend zijn. De daling van het aantal ondertekende contracten in 2020 zal dus pas in de komende jaren invloed hebben op het aantal behaalde inburgeringsattesten.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 104 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 6.2: Evolutie personen met een inburgeringattest, 2015-2021, per agentschap
Het aantal personen dat een inburgeringsattest behaalt, ligt in 2021 op 11.633 in het Vlaams Agentschap, op 4.194 in Atlas en op 1.349 in IN-Gent. Voor het Vlaams Agentschap ligt het aantal sinds 2017 op een hoger niveau dan de jaren ervoor. In 2021 was er voor het Vlaams Agentschap een kleine stijging. Bij Atlas was er in 2021 een stijging van het aantal inburgeringsattesten, maar het aantal ligt lager dan in 2017. Bij INGent was er in 2021 een kleine daling van het aantal inburgeringsattesten, en het aantal ligt lager dan in 2017.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 105 van 156
Figuur 6.3: Evolutie personen met een inburgeringattest, 2015-2021, per regio
Het aantal personen dat in 2021 een inburgeringattest behaalt, ligt het hoogst in Atlas (4.194). Daarna volgt regio West-Vlaanderen (2.484), Oost-Vlaanderen (2.079), Limburg (1.975), Vlaams-Brabant (1.966), en provincie Antwerpen (1.910). In IN-Gent (1.349) en Brussel (1.219) ligt het aantal uitgereikte attesten lager.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 106 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
7 CIVIELE TESTEN NEDERLANDS Anderstalige burgers kunnen omwille van verschillende redenen nood hebben aan een attest om hun niveau Nederlands aan te tonen. Dit is bijvoorbeeld vereist voor bepaalde jobs of wanneer men de Belgische nationaliteit wil verkrijgen. Om hier aan tegemoet te komen, werden testen ontwikkeld die voldoen aan de voorwaarden van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (ERK). De testen schatten de taalniveaus A1 t.e.m B2 op vlak van lezen, luisteren, spreken en schrijven in. De agentschappen bieden deze testen aan sinds 15 februari 2018. Ervoor werden ook al taaltesten afgenomen, maar dit gebeurde in het kader van een testperiode. De taaltesten werden in de referentieperiode kosteloos afgenomen. Voor men van start gaat met de effectieve taaltest, kan een vrijblijvende pre-screening afgenomen worden die de slaagkansen voor de test inschat. De eigenlijke taaltest bestaat uit de testonderdelen lezen, luisteren, schrijven en spreken. Men kan aan elk testonderdeel afzonderlijk deelnemen, maar de test is zo georganiseerd dat enerzijds de onderdelen lezen en luisteren en anderzijds de onderdelen schrijven en spreken op twee verschillende testmomenten worden afgenomen. Er is sprake van een getrapt testsysteem: men mag pas deelnemen aan de testonderdelen schrijven en spreken nadat men is geslaagd voor de onderdelen lezen en schrijven.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 107 van 156
AFNEMERS Figuur 7.1.1: Aantal afgelegde pre-screenings en testonderdelen lezen, luisteren, schrijven en spreken, 2018-2021, per agentschap
Civiele testen worden het vaakst afgelegd in Atlas. In 2021 werden er 4.885 pre-screenings en testonderdelen afgenomen door Atlas. Bij het Vlaams Agentschap ligt dit aantal op 2.395. Het Huis van het Nederlands Brussel en IN-Gent namen respectievelijk 1.502 en 1.459 pre-screenings en testonderdelen af. In 2021 is er overal een stijging geweest van afnames. Een persoon kan meerdere screenings afleggen. Het gaat in 2021 om 1.204 unieke personen bij Atlas, 746 personen bij het Vlaams Agentschap, 311 personen bij IN-Gent en 393 unieke personen bij HvN Brussel.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 108 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
TESTDOELEN Tabel 7.2.1: Aantal afgelegde pre-screenings en testonderdelen lezen, luisteren, schrijven en spreken, 2018-2021, naar testdoel
Nationaliteitsaanvraag Inburgering – vrijstelling NT2 cursus Kinderbegeleiders – erkenning kinderopvang Verantwoordelijken kinderdagverblijven Personeel openbare besturen – solliciteren Onderwijspersoneel – solliciteren Taxibestuurders Kandidaat sociaal tolken Student Hoger Onderwijs Wooncode Voor andere werkgever Andere testdoelen Totaal
2018 2019 2020 2021 Totaal 3.600 5.117 3.616 4.377 16.710 1.431 1.943 2.254 3.729 9.357 56 46 60 116 278 9 30 32 23 94 33 26 18 36 113 107 134 99 169 509 811 686 1.497 1 210 260 471 42 218 291 375 926 4 7 4 20 35 14 22 37 38 111 336 392 320 412 1.460 5.632 7.936 7.752 10.241 31.561
In 2021 werd het grootste deel van de testen afgelegd in het kader van nationaliteitsverwerving (43%, 4.377). 36% (3.729) werd afgelegd om een vrijstelling voor het onderdeel NT2 in het kader van inburgering te behalen. Sinds 2020 gaf het nieuwe taxidecreet ook aanleiding tot heel wat testen. In 2021 waren het er 686, iets minder dan in 2020. Ook sociaal tolken en studenten hoger onderwijs zijn afnemers van heel wat testen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 109 van 156
TESTTYPES EN -RESULTATEN Figuur 7.3.1: Aantal afgelegde civiele testen, 2018-2021, naar testtype
Het aantal testen is gestegen op alle niveaus, al blijft het aantal testen op niveau B1/B2 schrijven en spreken erg klein. Testen op niveau A1/A2 worden veel vaker afgenomen dan de testen op niveau B1/B2. In 2021 werden bijvoorbeeld 2.242 leestesten op niveau A1/A2 afgenomen en 409 op niveau B1/B2. Dit heeft te maken met de testdoelen: voor nationaliteitsverwerving en inburgering (de meest voorkomende testdoelen) is een attest van niveau A2 nodig. Het aantal testen op niveau B1/B2 lezen en luisteren is de voorbije drie jaar wel gestegen. Verder zien we dat lees- en luistertesten vaker worden afgenomen dan schrijf- en spreektesten. Dit heeft te maken met het getrapt systeem (kandidaten mogen enkel deelnemen aan de schrijf/spreektest nadat ze geslaagd zijn voor de lees/luistertest.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 110 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 7.3.2: Resultaten lezen, luisteren, schrijven en spreken, testniveau A1/A2, 2021
Van de deelnemers aan de lees- en luistertesten op niveau A1/A2 behaalt respectievelijk 59% (1.322, lezen) en 78% (1.522, luisteren) niveau A2. De slaagpercentages op de schrijf- en spreektesten liggen een stuk hoger: respectievelijk 86% (1.183) en 95% (1.246) van de deelnemers behaalt niveau A2 op deze testen. Maar dit heeft te maken met - zoals eerder vermeld - het feit dat enkel zij die slagen op de onderdelen ‘lezen en luisteren’, de onderdelen ‘schrijven en spreken’ mogen afleggen. In de grafiek geven daarom de absolute cijfers een beter beeld. De meesten slagen op luisteren, vervolgens lezen en spreken. Schrijven is iets moeilijker dan spreken.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 111 van 156
Figuur 7.3.3: Resultaten lezen, luisteren, schrijven en spreken, testniveau B1/B2, 2021
Van de deelnemers aan de lees- en luistertesten op niveau B1/B2 behaalt respectievelijk 45% (186) en 59% (256) niveau B1 of B2. De slaagpercentages op de schrijf- en spreektesten liggen ook hier zeer hoog (wat opnieuw deels te verklaren valt door het getrapt systeem). Van de deelnemers aan de schrijf- en spreektesten op niveau B1/B2 behaalt respectievelijk 85% (n=98) en 93% (123) niveau B1 of B2. De absolute cijfers in de grafiek tonen ook hier aan dat luisteren het vlotst lukt en schrijven het moeilijkst is.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 112 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
CIVIELE TEST IN KADER VAN VOORRANGSREGELING NEDERLANDSTALIGE OUDERS IN BRUSSEL In Brussel worden in het kader van de voorrangsregeling voor Nederlandstalige ouders in het Vlaams onderwijs (te bewijzen B2) en kinderopvang (te bewijzen B1) testen Nederlands afgenomen indien zij geen Nederlandstalig diploma of getuigschrift kunnen voorleggen. De testen voor het onderwijs worden afgenomen sinds (december) 2014, de testen voor kinderopvang sinds 2017. 79% van de personen die een test afleggen hebben de Belgische nationaliteit. Figuur 7.4.1: Aantal afgelegde civiele testen i.k.v. voorrangsregeling Nederlandstalige ouders in onderwijs en kinderopvang, Brussel, 2014-2021
In 2021 werden 842 van dit soort testen afgenomen. 804 daarvan werden afgenomen om voorrang te verkrijgen tot het Nederlandstalig onderwijs, 38 voor kinderopvang.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 113 van 156
8 BEREIK EN UITVAL In dit hoofdstuk bekijken we of nieuwkomers (=de instroom), zich ook effectief aanmelden, een inburgeringscontract ondertekenen en het traject met succes beëindigen. We bekijken met andere woorden het bereik en de uitval. Sommige rechthebbende nieuwkomers kiezen ervoor enkel NT2 te volgen, maar geen inburgeringscontract te ondertekenen. Dit komt eerst aan bod. Nadien gaan we in detail in op de cohorte nieuwkomers (instroom) van het jaar 2019. Omdat er in Brussel geen kwantitatief zicht is op het aantal nieuwkomers, bekijken we de situatie in Brussel vanaf aanmelding tot inburgeringsattest.
AL DAN NIET INBURGERINGSCONTRACT EN/OF NT2 Figuur 8.1.1 Status contract & NT2 bij personen met een eerste instroom in 2015-2021, 16/8/2022, naar jaar instroom
In bovenstaande figuur geven we weer of nieuwkomers al dan niet een inburgeringscontract ondertekenen en al dan niet starten met NT2. • Contract met NT2: deze personen hebben een contract ondertekend en starten ook met NT2 • Contract zonder NT2: deze personen hebben een contract ondertekend maar hadden een vrijstelling voor NT2 • Geen contract, wel NT2: deze personen kiezen ervoor geen inburgeringscontract te ondertekenen (met MO en trajectbegeleiding) maar wel om te starten met NT2
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 114 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
•
Geen contract en geen NT2: deze nieuwkomers worden niet bereikt door inburgering en volgen ook geen NT2.
Van de volledige instroom in het Vlaamse Gewest in 2021, bestaande uit zowel rechthebbende (zoals EU+ inwoners, o.a. Nederlanders) als verplichte inburgeraars, had op 16/8/2022 de meerderheid (58%) nog geen contract ondertekend en nog niet gestart met NT2. (Omdat dit de situatie is half augustus 2022, zullen nog een aantal van de rechthebbende personen uiteindelijk wel een inburgeringscontract ondertekenen of starten met NT2.) 34% van de nieuwkomers van 2021 in het Vlaamse Gewest ondertekende een contract. Bij 30% was er geen vrijstelling voor NT2, bij 4% wel. 9% van de nieuwkomers (nl. rechthebbenden) van 2021 volgt daarnaast wel NT2 maar heeft geen inburgeringscontract ondertekend. Of personen al dan niet een inburgeringscontract ondertekenen, hangt sterk samen met het feit of ze rechthebbend of verplicht nieuwkomer zijn. Dit hangt ook weer sterk samen met de verblijfsstatus. Daarom bekijken we hierna het bereik en de uitval naargelang de verblijfsstatus en de doelgroep van de inburgeraars.
BEREIK EN UITVAL TIJDENS HET INBURGERINGSTRAJECT In dit onderdeel van het rapport gaan we na hoeveel inburgeraars het einde van het inburgeringstraject halen en wie afhaakt. Heel wat rechthebbende inburgeraars krijgen een uitnodigingsbrief maar melden zich nooit aan. Hun traject eindigt daar. Anderen melden zich aan maar ondertekenen geen inburgeringscontract. Een deel van hen volgt wel NT2 (zie boven). Nog anderen, die wel een inburgeringscontract ondertekenen, haken af in de loop van hun traject en natuurlijk behaalt een groot deel van zij die een contract ondertekenden, ook hun inburgeringsattest. Het is belangrijk te weten dat een deel van de personen die doelgroep van inburgering worden, nadien uit Vlaanderen of Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertrekken en daarom geen doelgroep van inburgering meer zijn. Er zijn ook asielzoekers wiens procedure eindigt en die hun verblijfsrecht verliezen. We bekijken de instroom van 2019 omdat de meeste van die inburgeraars hun traject reeds hebben afgerond. Ook traaglerenden die een langer NT2-traject afleggen, zouden grotendeels klaar moeten zijn. We maken een onderscheid tussen - geen aanmelding: zij hebben zich na de uitnodigingsbrief niet aangemeld bij één van de drie agentschappen - enkel aanmelding: zij hebben zich aangemeld maar hebben geen inburgeringscontract ondertekend - contract maar gestopt: zij hebben een contract ondertekend maar zijn niet gestart met de opleidingen of zijn afgehaakt vooraleer te voldoen aan de voorwaarden om een attest te behalen - contract, nog bezig: zij voldoen nog niet aan de voorwaarden om een attest te behalen maar hun traject is nog niet afgesloten, zij zijn dus nog bezig. - attest: zij hebben met succes het inburgeringstraject doorlopen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 115 van 156
Figuur 8.2.1: Aandeel meerderjarige inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 17/8/2021, naar doelgroep & status aanmelding & contract, in %
In figuren 8.2.1 en 8.2.2 zien we dat van de rechthebbende nieuwkomers van 2019 in het Vlaamse Gewest bijna 4.300 personen (10%) een attest behaald hebben en ruim 1.200 (3%) personen nog bezig zijn. De grotere meerderheid heeft zich nooit aangemeld (77%) en een minderheid is gestart maar is gestopt (5%). Voor verplichte inburgeraars ziet het er helemaal anders uit: Bijna 6000 nieuwkomers (62%) hebben een attest behaald en bijna 2.400 nieuwkomers (25%) zijn nog bezig. Een minderheid is afgehaakt (7%). 24
24 Omdat inburgeraars in de loop van hun traject van doelgroep kunnen veranderen en dit relevant is voor uitval, kijken we naar de laatst gekende doelgroep van een persoon. Voor personen met een ongekende laatste doelgroep, kijken we naar de doelgroep bij het begin van hun traject.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 116 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 8.2.2: Aantal meerderjarige inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 16/8/2022, naar doelgroep & status aanmelding & contract
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 117 van 156
Figuur 8.2.3: Aantal meerderjarige inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 16/8/2022, naar verblijfsstatus & status aanmelding & contract
De figuur geeft de flow aan per verblijfsstatuut, waarbij gesorteerd is op het aantal personen met een inburgeringsattest. Bovenaan staan de statuten die in absolute aantallen het meeste inburgeringsattesten behalen, onderaan het minst. Gezinsherenigers met Belgen, erkend vluchtelingen en gezinsherenigers derdelanders behalen in absolute aantallen het meest inburgeringsattesten. Zij zijn verplicht inburgering te volgen. Van de grote groep EU+ arbeidsmigranten meldt de grote meerderheid zich niet aan om inburgering te volgen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 118 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 8.2.4: Aandeel meerderjarige inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 16/8/2022 naar verblijfsstatus & status aanmelding & contract
Bovenstaande grafiek geeft aan hoe het bereik en de uitval eruit ziet per verblijfsstatus. Bovenaan staan de verblijfsstatuten die relatief het vaakst een attest behalen en onderaan de statuten die dit het minst vaak behalen. Erkend vluchtelingen, gezinsherenigers met Belgen en subsidiair beschermden behalen relatief het vaakst een inburgeringsattest. Studenten, arbeidsmigranten en andere EU+-inwoners, allen rechthebbend, behalen in verhouding het minst vaak een inburgeringsattest.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 119 van 156
BEREIK EN UITVAL BIJ VERHUIZERS UIT BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST EN WALLONIË Sinds 29 februari 2016 worden personen die binnen de 5 jaar na aankomst in België vanuit Brussel of Wallonië verhuizen naar Vlaanderen, ook doelgroep van inburgering. Op basis van kenmerken zoals verblijfsstatus, leeftijd en nationaliteit van zichzelf en de partner worden zij net zoals de anderen verdeeld in een groep rechthebbende en een groep verplichte inburgeraars. Zij zijn reeds opgenomen in de volledige instroom hierboven maar we lichten hen eruit om te bekijken of hun bereik gelijkaardig is. We bekijken de situatie van personen die in 2019 in het Vlaams Gewest zijn ingestroomd. Figuur 8.3.1: Aandeel personen die in 2019 uit Brussel en Wallonië naar Vlaanderen verhuisden, 16/8/2022, naar doelgroep & status aanmelding & contract
Als we het bereik van de nieuwkomers in het algemeen en van de verhuizers uit Brussel en Wallonië vergelijken, zien we dat van de verplichte inburgeraars-verhuizers 91% een attest heeft behaald of nog bezig is. Bij de nieuwkomers in het algemeen ging het om 87%. Van alle rechthebbende nieuwkomers van 2019 in het Vlaamse Gewest heeft 13% een attest behaald of is nog bezig. Bij de rechthebbende verhuizers van 2019 is dit 16%. Het bereik van verhuizers is dus iets beter dan gemiddeld.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 120 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 8.3.2: Aantal personen die in 2019 uit Brussel en Wallonië naar Vlaanderen verhuisden, 16/8/2021, naar doelgroep & status aanmelding & contract
Het bereik bij de verplichte doelgroep is duidelijk veel groter dan van de rechthebbende groep. In absolute aantallen is de groep rechthebbende/vrijwillige verhuizers wel groter.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 121 van 156
BEREIK EN UITVAL VAN VERPLICHTE INBURGERAARS Hierna bekijken we van naderbij de groep van verplichte inburgeraars naar verblijfsstatus 25. De eerste grafiek geeft absolute aantallen weer, de tweede de relatieve aandelen. Figuur 8.4.1: Aantal verplichte inburgeraars met een eerste extractie in 2019, naar verblijfsstatus en status aanmelding en contract, 16/8/2022
Zoals ook al bleek uit het algemene beeld, heeft de meerderheid van de verplichte nieuwkomers van 2019 zijn of haar attest behaald. Toch zien we dat een aanzienlijk deel van hen nog bezig is. Een minderheid is gestopt.
25 Van een deel van de inburgeraars is hun laatste gekende doelgroep ‘onbepaald’. In de bovenstaande analyses werden deze vervangen door hun eerste gekende doelgroep. Nu we hieronder inzoomen op de verschillende doelgroepen, hebben we hieronder enkel de personen genomen voor wie de laatste gekende doelgroep wel ‘rechthebbend’ of ‘verplicht’ is
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 122 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 8.4.2: Aandeel verplichte inburgeraars met een eerste extractie in 2019, naar verblijfsstatus en status aanmelding en contract, 16/8/2022
Bovenstaande figuur maakt de vergelijking mogelijk tussen de verblijfsstatuten, ook al zijn hun absolute aantallen zeer verschillend. Bij erkend vluchtelingen, gezinsherenigers met Belgen en subsidiair beschermden is het aandeel dat niet start met inburgering of onderweg stopt, erg beperkt. Het beeld van de groep Belg nieuwkomer lijkt sterk af te wijken, maar dat ligt vooral aan het zeer kleine aantal personen (112).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 123 van 156
Figuur 8.4.3: Aandeel verplichte inburgeraars met een eerste extractie in 2019, naar regio van instroom en status aanmelding en contract, 16/8/2022
We bekijken nog steeds de verplichte nieuwkomers van het Vlaamse Gewest in 2019. In stad Antwerpen meldde 2% zich nooit aan. In Vlaams-Brabant ligt dit hoger met 6%. In de andere regio’s ligt het hiertussen. Ook het aandeel dat zich aanmeldde, maar geen contract ondertekende (bv. omdat men toch geen doelgroep van inburgering bleek), is in alle regio’s beperkt, net als het aandeel verplichte inburgeraars dat stopt 26. Het aandeel personen dat een contract heeft ondertekend maar nog bezig is, is het laagst in stad Antwerpen (21%) en het hoogt in Vlaams-Brabant (28%). Aangezien sommige nieuwkomers aankomen in één regio en in de loop van hun traject verhuizen naar een andere regio, zijn deze cijfers lichtjes beïnvloed door deze verhuizers. Het aandeel personen dat een attest behaald heeft, ligt het hoogst in Limburg (67%) en het laagst in Vlaams-Brabant (57%).
26 Verplichte inburgeraars kunnen stoppen omdat ze geen doelgroep van inburgering meer zijn (vb verhuis buiten Vlaanderen) of bijvoorbeeld omwille van medische redenen. Wie zonder geldige reden stopt, wordt gesanctioneerd en moet alsnog inburgering volgen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 124 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Het is ook nuttig om te bekijken hoe het bereik en de uitval eruitzien naargelang het ingeschat (taal)leervermogen. Figuur 8.4.4: Aandeel verplichte inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 16/8/2022, naar advies taalleervermogen en status aanmelding en contract
We stellen vast dat de meerderheid van de verplichte inburgeraars met een eerste extractie in 2019, een ingeschat (taal)leervermogen ‘CVO standaard’ krijgt en ondertussen klaar is met inburgering. 685 personen van deze groep zijn nog bezig (17%). Van de groep met een advies ‘CVO verkort of UTC’ zijn veel minder personen nog bezig (7%). Bij personen met advies ‘CBE’ en vooral personen die nadien effectief zijn ingestapt in een alfacursus (alfaklanten) stellen we vast dat de meerderheid (ongeveer) 3 jaar na ondertekening van het inburgeringscontract nog bezig is. Voor alfaklanten is dit 61%, voor personen met advies CBE 56%. De groep onbepaald heeft geen advies taalleervermogen gekregen. Toch is een deel van hen gestart met inburgering.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 125 van 156
BEREIK EN UITVAL VAN RECHTHEBBENDE INBURGERAARS Figuur 8.5.1: Aantal rechthebbende inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 16/8/2022, naar verblijfsstatus en status aanmelding en contract
We bekijken het bereik en de uitval van de rechthebbende/vrijwillige nieuwkomers van het Vlaamse Gewest in 2019. In absolute aantallen zijn het vooral gezinsherenigers met EU+ en EU+ arbeidsmigranten die een inburgeringsattest behalen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 126 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 8.5.2: Aandeel rechthebbende inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 16/8/2022, naar verblijfsstatus en status aanmelding en contract
In relatieve cijfers zijn het vooral erkend vluchtelingen/subsidiair beschermden die het meest een attest behalen. Bijna de helft behaalde een attest. EU+-studenten, ‘beschikkers over voldoende bestaansmiddelen’ en EU+ arbeidsmigranten behalen in verhouding het minst een attest. Bij de vrijwillige nieuwkomers zijn er niet alleen veel meer personen die niet starten, er zijn ook relatief meer personen die starten maar onderweg stoppen. Een aantal categorieën zoals erkend vluchteling en gezinshereniging met Belg zijn in eerste instantie verplicht nieuwkomer. Wanneer zij vrijgesteld worden van de verplichting, hebben zij het recht te stoppen met hun inburgeringstraject. Een deel doet dit ook. De groep ‘EU+ voorlopig statuut’ is een weinig zeggende categorie omdat de definitieve verblijfsreden nog moet volgen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 127 van 156
Figuur 8.5.3: Aandeel rechthebbende inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 16/8/2022, naar regio van instroom en status aanmelding en contract
We bekijken of er regionale verschillen zijn in bereik en uitval. Zoals eerder beschreven, meldt de meerderheid van de rechthebbende nieuwkomers zich niet aan. In Vlaams-Brabant gaat het om 86%, in stad Antwerpen om 66%. In de andere regio’s ligt dit er tussenin. Het aandeel personen dat zich wel aanmeldt maar dan beslist om toch geen inburgeringscontract te ondertekenen schommelt tussen 2% in Gent en 10% in stad Antwerpen. Het aandeel personen dat in de loop van zijn of haar traject stopt ligt tussen 3% in Vlaams-Brabant en 8% in Limburg. Uiteindelijk heeft gemiddeld 10% zijn of haar attest behaald. In Limburg(16%), stad Antwerpen (13%) en Gent (11%) ligt dit hoger, in Vlaams-Brabant (6%) lager. Omdat we geen instroomcijfer hebben over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, geeft volgende grafiek het bereik en de uitval weer vanaf aanmelding in 2019 met hierbij wel gegevens van regio Brussel.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 128 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 8.5.4: Aandeel rechthebbende inburgeraars met een eerste aanmelding in 2019, 16/8/2021, naar laatst gekende regio en status aanmelding en contract
In stad Antwerpen waren er zoals bleek uit figuur 8.5.3 in verhouding meer personen die zich aanmelden, maar uit deze figuur blijkt opnieuw dat in verhouding meer personen er daarna voor kiezen geen inburgeringscontract te ondertekenen. Opvallend is het aandeel personen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat wel een inburgeringscontract ondertekent, maar nadien afhaakt (41%). In Brussel is er geen sanctionering voor rechthebbende inburgeraars die vroegtijdig stoppen. Het aandeel personen dat uiteindelijk een attest behaalt (t.o.v. het aantal personen dat zich heeft aangemeld) is dan ook het kleinst in Brussel (36%). Het aandeel personen dat ‘nog bezig’ is, is opvallend gelijkaardig in de verschillende regio’s.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 129 van 156
NOG BEZIG, VOOR NT2 OF VOOR MO? In totaal zijn op 16/8/2022 3.686 personen met een eerste extractie in 2019 nog bezig met hun inburgeringstraject. We gaan na met welk onderdeel ze nog bezig zijn: MO of NT2. Figuur 8.6.1: Situatie voor MO en voor NT2 niveau A2 voor personen met extractie in 2019 die nog bezig zijn op 16/8/2022
We stellen vast dat de grote meerderheid (3.233 personen) klaar is met MO maar nog geen A2 behaald heeft. Slechts 83 personen hebben wel A2 behaald maar nog geen MO. 277 personen hebben noch voldaan aan NT2 noch aan MO. 93 personen zijn in principe klaar maar moeten hun inburgeringsattest nog krijgen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 130 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 8.6.2: Hoogst behaalde niveau NT2 voor personen met extractie in 2019 en die nog bezig zijn op 16/8/2022
Zij die nog bezig zijn met hun traject hebben in de meeste gevallen (61%) nog geen A1 behaald. 35% heeft wel A1 behaald maar nog geen A2. Slechts een minderheid (4%) heeft A2 of hoger behaald.
9 DUURTIJDEN VAN HET TRAJECT In het volgende hoofdstuk bekijken we de duurtijden tussen de verschillende fases in het inburgeringstraject. De duurtijden tot het starten met MO en NT2 hebben we eerder beschreven in hoofdstuk 5. Hier bekijken we de duurtijd van instroom tot aanmelding, van aanmelding tot ondertekening van het inburgeringscontract en ten slotte de duurtijd van ondertekening van contract tot het behalen van het attest. We vertrekken allereerst vanuit dezelfde cohorte als in hoofdstuk 8, namelijk de nieuwkomers van 2019 in het Vlaamse Gewest. Nadien bekijken we de cohorte van personen die een inburgeringscontract ondertekenden in 2019, om op die manier ook de situatie in Brussel mee te kunnen nemen. Personen kunnen in de loop van het traject verhuizen en kunnen hun traject tijdelijk stopzetten. We hebben deze personen en de periodes van onbeschikbaarheid er niet uitgefilterd. Het gaat dus om gemiddelden en we kijken naar de regio van het eindpunt. Bij de duur tussen instroom tot aanmelding kijken we bijvoorbeeld naar de regio van aanmelding, bij de duur van aanmelding tot contract naar de regio waar het inburgeringscontract ondertekend werd. De duurtijden worden weergegeven per regio met als laatste blok in de figuur het gemiddelde voor Vlaanderen (totaal).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 131 van 156
DUUR VAN INSTROOM TOT AANMELDING Figuur 9.1.1: Aandeel inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 16/8/2022, naar regio van aanmelding en duurtijd van eerste instroom tot eerste aanmelding
We kijken uiteraard enkel naar personen die zich aangemeld hebben. Gemiddeld meldt 42% zich binnen de maand aan en 66% meldt zich binnen de 3 maanden aan. Vooral in Vlaams-Brabant is dit aandeel kleiner (57%). Opvallend zijn de hoge aandelen die zich pas na een jaar of zelfs twee jaar aanmelden. Dit aandeel is een heel stuk hoger dan bij vorige meting (niet in grafiek) en kan te maken hebben met de coronapandemie.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 132 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
DUUR VAN AANMELDING TOT ONDERTEKENING CONTRACT Aangezien we hieronder de duur bekijken tussen aanmelding en ondertekening contract, nemen we niet de cohorte instroom 2018 in het Vlaamse Gewest maar wel iedereen met een eerste aanmelding in 2018 in het Vlaams en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op die manier nemen we ook de situatie in Brussel mee. Figuur 9.2.1: Aandelen duurtijden van eerste aanmelding tot ondertekening eerste contract van inburgeraars met een eerste aanmelding in 2019, naar regio van contract, situatie 16/8/2022, in %
De duurtijden tussen aanmelding en contract zijn vergelijkbaar tussen IN-Gent en Limburg. Meer dan 93% van de inburgeraars die een contract ondertekende, deed dit binnen de maand. In de andere regio’s ligt dit aandeel tussen 79% en 86%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 133 van 156
DUUR VAN ONDERTEKENING CONTRACT TOT BEHALEN ATTEST Figuur 9.3.1 Aandeel inburgeraars met een inburgeringsattest in 2021, naar regio en duurtijd van ondertekening laatste contract tot behalen inburgeringsattest
We stellen vast dat wanneer we naar de behaalde attesten van 2021 kijken en terugkijken naar het moment dat zij hun laatste contract ondertekenden, gemiddeld 55% klaar was binnen het jaar. In Gent is dat nog een stuk hoger, namelijk 63%. In Atlas en in Vlaams-Brabant ligt het rond de helft. Gemiddeld is 77% klaar binnen 2 jaar. Vooral in Gent (84%) en Brussel (86%) ligt dit aandeel hoger. Gemiddeld is 87% klaar binnen 3 jaar. Nog 6% doet er tussen 3 en 4 jaar over. 7% doet er langer dan 4 jaar over. Uit verdere analyses blijkt, wanneer we terugkijken vanuit het inburgeringsattest, dat over heel Vlaanderen en Brussel samen, de mediane 27 duurtijd voor inburgeraars om een attest te behalen 14 maanden is. De mediane duurtijd bij verplichte inburgeraars is 19 maanden, bij vrijwillige inburgeraars 10 maanden. Bij mannen is de mediane duurtijd 15 maanden, bij vrouwen 13 maanden. Het taalleervermogen bepaalt het sterkst de mediane duurtijd om een attest te behalen. Bij een inschatting CVO verkort of UTC (de hoger geschoolden) bedraagt de mediane duur tot attest 8 maanden, bij CVO standaard 11 maanden. Bij CVO verlengd verdubbelt deze mediane duurtijd tot 24 maanden. De inburgeraars die geadviseerd worden om NT2 bij basiseducatie te volgen doen er zeer lang over om een 27 We gebruiken de mediaan omdat het gemiddelde veel vlugger beïnvloed wordt door extreme, vaak fout geregistreerde waarden. Deze beïnvloeden de mediaan nauwelijks.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 134 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
attest te behalen. Personen met advies CBE NT2 deden er gemiddeld 35 maanden over, personen met advies CBE 43 maanden en personen met een advies alfa zelfs 55 maanden, dat wil zeggen 4,5 jaar. Omdat we enkel kijken naar personen die een attest behaald hebben in 2021, houden we geen rekening met de personen die onderweg zijn afgehaakt. De leeftijd van de inburgeraar blijkt ook een belangrijke factor. Terwijl de mediane duur voor 18-29 jarigen 10 maanden is, stijgt dit met de leeftijd naar 23 maanden voor 50-59 jarigen en 27 maanden voor 60-69 jarigen. Een inburgeringstraject volgen indien men ouder is van meerdere kinderen, lijkt ook moeilijker dan zonder kinderen. De mediane duur voor personen zonder kinderen bedraagt 11 maanden. Dit stijgt naar 19 en 20 maanden voor ouders van 1 of 2 kinderen. Met drie kinderen of meer stijgt de mediane duur naar 35 maanden. We stellen wel vast dat personen met een laag ingeschat taalleervermogen vaker 3 of meer kinderen hebben. Er is dus een verband tussen beide. Tabel 9.3.1 Mediane duur van contract 28 tot attest naargelang profielkenmerken, in maanden Profiel inburgeraars Doelgroep verplicht vrijwillig Advies taalleervermogen CBE alfa CBE CBE NT2 CVO verlengd CVO standaard CVO verkort/UTC Aantal kinderen 0 kinderen 1 kind 2 kinderen 3 kinderen of meer Geslacht man vrouw Leeftijd 18-29 jaar 30-39 jaar 28
Mediane duur tussen laatste contract en attest voor attesten behaald in 2021 19m 10m 55m 43m 35m 24m 11m 8m 11m 19m 20m 35m 15m 13m 10m 14m
Bij wie meer dan één contract heeft ondertekend, wordt naar het laatste contract gekeken.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 135 van 156
40-49 jaar 50-59 jaar 60-69 jaar
16m 23m 27m
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 136 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
10 SANCTIONERING In dit hoofdstuk gaan we in op het aspect sanctionering. We focussen hierbij louter op het aantal unieke personen met een inbreuk en het profiel van deze mensen. Een inbreukdossier wordt opgestart door het Agentschap Binnenlands Bestuur nadat een inbreuk is vastgesteld door de Agentschappen Integratie en Inburgering en de inburgeraar zich niet in regel heeft gesteld. Personen die gesanctioneerd worden door OCMW, VDAB of sociaal wonen vallen niet onder dit handhavingsbeleid. Zij zijn niet opgenomen in deze cijfers. Personen die meerdere inbreuken plegen, worden enkel de eerste keer geteld.
EVOLUTIE PERSONEN MET EEN EERSTE INBREUKDOSSIER Figuur 10.1.1 Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2011-2021, per jaar van doorsturen naar de handhavingsambtenaren
Het aantal personen voor wie voor het eerst een inbreukdossier wordt opgestart binnen het Agentschap Binnenlands Bestuur schommelt tussen 611 in 2014 tot 1.846 in 2011. Het lage aantal in 2014 heeft te maken met de overgang van het cliëntsysteem Matrix naar KBI connect. In 2015 is er dan een inhaalbeweging. In 2020 lag het aantal personen voor wie voor het eerst een dossier werd opgestart op 880. Gezien de lockdowns tijdens het corona-jaar, werden veel minder vlug inbreuken opgestart. Het was immers niet
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 137 van 156
zomaar mogelijk om zich fysiek aan te melden om het dossier in orde te brengen. Het was ook niet meteen duidelijk voor wie de digitale drempel te hoog was. In 2021 is het aantal personen met een eerste inbreuk opnieuw gestegen naar 1.102. Figuur 10.1.2: Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2015-2021, per jaar van doorsturen en per type inbreuk 29
We kijken zoals eerder vermeld enkel naar de eerste inbreuk van een persoon. Sommige mensen hebben meerdere inbreuken en vaak ook meerdere types inbreuken. Van alle unieke personen met een inbreukdossier is de eerste inbreuk meestal ‘onrechtmatig vroegtijdig beëindigd’. Dit wil zeggen dat deze inburgeraar minder dan 50% aanwezig was in de lessen. Dit is het enige type inbreuk dat een rechthebbende inburgeraar kan plegen. Er zijn ook verplichte inburgeraars die onrechtmatig hun traject beëindigen. Toch zijn het in de meerderheid rechthebbende inburgeraars die een contract hebben ondertekend, niet zijn gestart of na enige tijd afhaken. Alle andere types van inbreuken kunnen enkel door verplichte inburgeraars gepleegd worden en komen minder vaak voor. De andere types zoals ‘niet meegewerkt aan intake’ en ‘niet meegewerkt aan het onderzoek’ vallen sinds enkele jaren onder de inbreuk ‘geweigerd te ondertekenen’.
29
Voor 5 personen klopte het inbreuktype niet. Zij zijn niet ingenomen in de tabel.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 138 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 10.1.3 Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2011-2021, per jaar van doorsturen naar de handhavingsambtenaren en per besluit
Vóór 2012 werden vaker dossiers afgesloten zonder gevolg omdat een asielzoeker die 4 maanden eerder een asielaanvraag had gedaan, verplichte doelgroep van inburgering was. Deze personen verhuisden echter vaak of kregen een ander verblijfsstatuut. Sinds maart 2012 zijn deze personen pas verplicht inburgering te volgen als ze erkend vluchteling of subsidiair beschermde 30 geworden zijn. Sinds 2012 wordt in meer dan de helft van de dossiers een boete opgelegd. Tussen 2014 en 2020 is dit zelfs in minstens 60% van de dossiers het geval. In 2021 lag het aandeel ‘boete’ terug iets lager op 56%.
Sommige asielzoekers krijgen nog een ander verblijfsstatuut zoals gezinshereniger met derdelander, slachtoffer mensenhandel of geregulariseerd. De meerderheid met een langdurig verblijfstatuut, wordt wel ‘erkend vluchteling’ of ‘subsidiair beschermde’.
30
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 139 van 156
PROFIEL VAN PERSONEN MET EEN EERSTE INBREUKDOSSIER Figuur 10.2.1: Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2015-2021, per jaar van doorsturen en per regio van woonplaats
De totale evolutie in figuur 10.1.1 wordt hier opgesplitst per regio. Van de personen voor wie een inbreukdossier is opgestart, woont de grootste groep in stad Antwerpen. Voor 2021 zien we vooral een stijging in provincie Antwerpen (+77%) en stad Antwerpen (+46%). In West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen is er een daling.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 140 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 10.2.2: Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2015-2021, per jaar van doorsturen en per doelgroep
Van alle personen die voor het eerst een inbreukdossier hebben, is vanaf 2018 de meerderheid rechthebbend/vrijwillig inburgeraar. In 2021 was het aandeel vrijwillige inburgeraars 56%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 141 van 156
Figuur 10.2.3: Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2015-2021, per jaar van doorsturen en geslacht
Er zijn meer mannen dan vrouwen met een inbreukdossier. In 2015 was 51% man, in 2021 was dit opvallend 58%. In 2021 waren er vooral meer mannen met de inbreuk ‘onrechtmatig vroegtijdig beëindigd’. Figuur 10.2.4: Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2021, per geslacht en type inbreuk
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 142 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 10.2.5: Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2015-2021, per jaar van doorsturen en inschatting taalleervermogen
We gaan na of de eerder ‘kwetsbare’ groep van laaggeletterden met langere trajecten, eventueel vaker gesanctioneerd worden. Personen die een alfamodule NT2 gevolgd hebben, worden hier opgenomen als alfaklant, los van het advies dat zij kregen. Het aandeel alfaklanten en personen met een advies CBE onder de personen met een inbreukdossier daalt de voorbije jaren. In 2015 ging het nog om 12%, in 2020 gaat het om 7%. Sinds 2017 is 11% à 12% van de personen met een inbreukdossier hooggeschoold (advies ‘CVO verkort’ of ‘Universitair Talencentrum’). Het aandeel ‘onbepaald’ was in 2021 15%.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 143 van 156
Figuur 10.2.6: Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2019-2021, per jaar van doorsturen en verblijfsstatus
De meest voorkomende verblijfsstatuten bij personen met een inbreukdossier zijn EU+-arbeidsmigrant, gezinsherenigers met Belgen en gezinsherenigers met EU+. De stijging tov 2020 zit zo goed als overal. Asielzoekers hadden in 2021 vaker een eerste inbreuk dan in 2020 of 2019. Gezinsherenigers met EU+ hadden in 2019 meer inbreuken dan in 2020 en 2021.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 144 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
11 SAMENVATTING In dit jaarrapport 2021 overlopen we de verschillende onderdelen van het Vlaamse inburgeringsbeleid tijdens de voorbije 7 en soms 12 jaren. Het inburgeringsbeleid bestond tot februari 2022 uit maatschappelijke oriëntatie, NT2 en trajectbegeleiding. Voor een deel van de niet-EU nieuwkomers is inburgering verplicht. Andere nieuwkomers zijn rechthebbend en kunnen inburgering vrijwillig volgen. Eenmaal zij een inburgeringscontract ondertekenen, engageren zij zich wel.
INSTROOM Figuur 11.1.1: Instroom van meerderjarige nieuwkomers in Vlaanderen, 2010-2021
Tussen 2010 en 2021 varieerde de jaarlijkse instroom van nieuwkomers tussen de 31.000 en 52.000. In 2019 was de instroom het grootst met 52.267 nieuwkomers. In 2020 en 2021 daalde de instroom, in 2020 met 19% en in 2021 daalde deze verder met 7%. Hierbij daalde vooral het aantal EU-13 inwoners en in mindere mate uit de EU14. De hogere instroom in 2016 kan zowel verklaard worden door de verhoogde instroom van asielzoekers als de uitbreiding van de doelgroep met niet-EU studenten en verhuizers uit Brussel en Wallonië. De stijging tussen 2018 en 2019 wordt vooral verklaard door een stijgende instroom van EU-13 inwoners. In 2021 hadden 17.931 nieuwkomers een nationaliteit van de EU+ (46%) en 21.227 nieuwkomers (54%) waren derdelanders.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 145 van 156
Figuur 11.1.2: Top 10 van meest voorkomende nationaliteiten bij instroom, 2015-2021
In 2021 zijn de meest voorkomende nationaliteiten bij instroom: Roemenië, Nederland en Marokko (in die volgorde van grootte). De instroom uit Roemenië en Nederland daalt echter ten opzichte van 2020. Marokko (met een stijgende instroom) duwt Bulgarije (met een dalende instroom) uit de top 3. Verder stijgt de instroom vanuit Turkije, Afghanistan, India en China. Van de nieuwkomers met niet-EU-nationaliteit zijn de grootste nationaliteitsgroepen Marokko (1.938), Turkije (1.694) en Afghanistan (1.678). In vergelijking met 2020 wipt Turkije over Afghanistan. De instroom vanuit alle landen uit de niet-EU top 10 is in 2021 gestegen, met uitzondering van Iran. Het aantal Syriërs was na de piek in 2016, ieder jaar gedaald. In 2021 is er opnieuw een stijging. In 2021 waren de drie meest voorkomende verblijfsstatuten de volgende: arbeidsmigrant EU+ (11.268), student derdelander (4.303) en gezinshereniger met derdelander (4.045). Mannen maken de grootste groep uit onder de arbeidsmigranten, asielzoekers, erkend vluchtelingen en subsidiair beschermden. Vrouwen vormen de grootste groep onder de gezinsherenigers. De man-vrouwverhouding is wel min of meer in evenwicht bij de studenten. In totaal is het aandeel vrouwen bij de nieuwkomers in het Vlaamse Gewest 46% in 2021.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 146 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
In 2021 vielen 30.135 (of 77%) nieuwkomers onder de doelgroep rechthebbende en 9.155 (23%) onder de doelgroep verplichte inburgeraars. Hiermee lag het aandeel verplichte inburgeraars even hoog als in 2017. Het laagste aandeel verplichte inburgeraars was in 2019 (17%). In 2021 waren er 1.553 nieuwkomers die vanuit Brussel of Wallonië naar Vlaanderen verhuisden en verplicht inburgering moesten volgen. 25% van hen heeft zich gevestigd in Vlaams-Brabant, 20% in stad Antwerpen en 21% in West-Vlaanderen. In 2016 vestigde zich bijna 1 op de 3 zich in stad Antwerpen maar dit aantal is sterk gedaald in de jaren nadien. Naar Gent, Limburg en provincie Antwerpen verhuizen zij minder. In 2021 is het grootste deel van de meerderjarige nieuwkomers tussen de 18 en 29 jaar oud. Hoe hoger de leeftijdscategorie, hoe kleiner de groep nieuwkomers. In 2021 is er een instroom van 10.858 minderjarige nieuwkomers. Dat is een stijging t.o.v. 2020., namelijk met 21%.
INBURGERINGSCONTRACTEN Figuur 11.2.1: Aantal personen die voor het eerst een inburgeringscontract ondertekenen, 2010-2021
In 2021 ondertekenden 23.113 nieuwkomers een eerste inburgeringscontract. Dit aantal is een stijging met 27% t.o.v. de 18.132 eerste inburgeringscontracten in 2020. Het aantal ligt hiermee weer op het niveau van 2017, 2018 en 2019.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 147 van 156
Wanneer we naar het aantal eerste ondertekende inburgeringscontracten in 2021 kijken per regio, zien we dat de stijging t.o.v. 2020 het hoogst is in stad Antwerpen (35%), provincie Antwerpen (29%) en WestVlaanderen (29%). De stijging t.o.v. 2020 is het laagst in IN-Gent (20%) en Limburg (22%). Vooral stad Antwerpen en Brussel ontvangen verhuizers uit andere delen van Vlaanderen, die daar een tweede contract ondertekenen. In 2021 was 58% (13.306) van de ondertekenaars van een inburgeringscontract rechthebbend en 42% (9.807) verplicht. In het Vlaams Gewest gaat het om 48% verplichte en 52% vrijwillige inburgeraars. De meest voorkomende opleidingsniveaus bij de inburgeraars die een contract ondertekenden zijn hoger secundair onderwijs (30%) en bachelor (25%). 40% van de inburgeraars is hooggeschoold (bachelor of master). Het aandeel hooggeschoolden ligt hoger bij vrouwen (44%) dan bij mannen (36%). 26% van de personen die in 2021 een contract ondertekende heeft maximum lager secundair onderwijs gevolgd. Bij derdelanders is het aandeel laaggeschoolden groter. Toch is het aandeel hooggeschoolden er even groot als bij EU+onderdanen. Gemiddeld heeft 60% voldoende ICT-vaardigheden om indien nodig digitaal aanbod te volgen. In 2021 waren de meest voorkomende verblijfsstatuten bij de personen die een eerste inburgeringscontract ondertekenden de volgende: gezinshereniger met Belg (4.260), gezinshereniger met derdelander (3.420) en arbeidsmigrant EU+ (2.701). Er waren ook veel ondertekenaars met verblijfsstatuut van erkend vluchteling, asielzoeker en gezinshereniger met EU+. Mannen vormen de grootste groep onder erkend vluchtelingen, asielzoekers, subsidiair beschermden en arbeidsmigranten. Vrouwen vormen de grootste groep onder de gezinsherenigers. In 2021 was de leeftijdscategorie 18-29 jaar de grootste bij de ondertekenaars van het inburgeringscontract. Hoe hoger de leeftijdscategorie, hoe lager het aantal ondertekenaars. Deze volgorde zagen we ook in de instroom. In 2021 was 55% van de ondertekenaars van een inburgeringscontract in Vlaanderen en Brussel een vrouw, terwijl bij de instroom in het Vlaamse Gewest 46% vrouw was. Het groter aandeel vrouwen is het duidelijkst in de jongste leeftijdscategorieën. Van de inburgeraars die een contract ondertekenen, heeft ongeveer 40% onvoldoende ICT-vaardigheden om een MO-cursus digitaal te volgen. De meest voorkomende moedertaal van de inburgeraars met een contract is (Marokkaans) Arabisch (5.181). Hierna volgt het Turks (1.365), Spaans (1.183), en het Roemeens (1.017).
VRIJSTELLINGSTOETS MO EN CURSUS MO In 2021 namen 2.727 personen deel aan de vrijstellingstoets maatschappelijke oriëntatie. 64% van deze groep slaagde voor de toets. De meeste personen die een vrijstellingstoets afleggen, hebben het advies ‘CVO standaard’ of ‘CVO verkort of UTC’ gekregen, dat wil zeggen ‘standaard’ of ‘hoog ingeschat taalleervermogen’. Bij de groep met advies ‘CVO standaard was 57% geslaagd, bij de groep CVO verkort of UTC was dit 82%. Slechts weinig personen met een advies ‘CBE’ (lager taalleervermogen) nemen deel. Zij slagen ook zelden.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 148 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
21.106 inburgeraars namen in 2021 voor het eerst deel aan een cursus MO. Nooit eerder startten zoveel personen met MO. De zes belangrijkste talen waarin werd lesgegeven zijn Engels, Arabisch, Frans, Turks, Spaans en Roemeens. Het aantal gestarte MO-cursussen in het Vlaamse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest lag in 2015 op ongeveer 1.100. Met de verhoogde instroom in de jaren 2016 en 2017 steeg het aantal gestarte cursussen MO sterk, tot 1.474. In 2021 lag het aantal op 1.393. In 2021 namen per groep gemiddeld 16 deelnemers deel. Van alle personen die een besluit op het onderdeel MO kregen in 2021 was in het Vlaamse Gewest 81% geslaagd. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest slaagde 70% (de uitval is groter in Brussel). De mediane duur tussen start en einde van een MO cursus is 50 kalenderdagen.
NT2 Het aantal unieke personen dat langskwam bij een agentschap of het HvN Brussel in het kader van NT2, schommelt in de periode 2015-2019 tussen 72.500 en 80.000. In 2020 lag dit een stuk lager met 62.853 personen. In 2021 steeg het aantal unieke personen die een gesprek hadden weer naar 72.172. Het aantal personen met een inschrijving is in de periode 2014-2019 gestegen. Dit heeft te maken met het feit dat vanaf september 2014 het vereiste niveau NT2 binnen inburgering verhoogd is van A1 naar A2. Maar ook het aantal personen ingeschreven in een cursus B1/1 is sterk gestegen. Na een daling van het aantal inschrijvingen in 2020 is het aantal opnieuw gestegen in 2021. In 2021 schreven 19.790 (unieke) personen zich in bij een Centrum voor Basiseducatie (CBE) en 778.735 (unieke) personen bij een Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO). Voor 48.339 personen was dit een A1 niveau, voor 36.517 personen een A2 niveau. Hoe hoger het niveau, hoe lager het aantal inschrijvingen. Voor personen die in 2021 het besluit voor onderdeel A1 ‘geslaagd’ kregen, was de mediane duur tussen de eerste les in A1 en het besluit A1 44 maanden (3 jaar en 8 maand) voor alfaklanten, 20 maanden voor een type CBE NT2 (dus geen alfa) en 3 maanden voor iemand die NT2 volgt aan een CVO. Ten opzichte van de voorbije jaren is de duur voor de laaggeletterden sterk gestegen. Voor wie NT2 aan het CVO volgt, duren beide onderdelen A1 en A2 gemiddeld even lang (3 maanden in 2021). Het grootste verschil zien we bij personen met een alfaprofiel. Om A1 te behalen hadden ze gemiddeld 44 maanden nodig (2021). Om A2 te behalen een extra 20 maanden (2021). Wie aan het CBE A2 volgde (maar niet alfa) deed er 13 maanden extra over. Deze duurtijden voor laaggeletterden zijn langer dan voor wie zijn opleiding afrondde in 2019 of 2020.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 149 van 156
DUUR TOT MOGELIJKE INSTAP IN MO EN NT2 Figuur 11.5.1: Duur van ondertekening contract in 2018, 2019 en 2020 tot enerzijds een eerst afgesproken start in MO en anderzijds eerste afgesproken start in NT2
Inburgeraars bespreken met hun trajectbegeleider in welke cursussen MO en NT2 ze zullen instappen. We kijken hier naar de start van de eerst afgesproken cursus. Inburgeraar starten gemiddeld sneller met de opleiding NT2 dan met een cursus MO. Ten opzichte van personen met een contract in 2018 of 2019, konden personen met een contract in 2020 wel een stuk sneller instappen. 64% kon binnen de drie maanden starten met MO en 72% met NT2. 87% zou binnen de zes maanden starten met MO en 88% met NT2. De effectieve starttijden liggen iets later aangezien niet alle inburgeraars deelnemen aan de eerst afgesproken cursus om persoonlijke redenen (vb. geen kinderopvang gevonden, aan het werk, …).
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 150 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
INBURGERINGSATTESTEN EN CIVIELE TESTEN Figuur 11.6.1: Evolutie personen met een inburgeringattest, 2015-2021
In 2021 ontvingen 17.1175 inburgeraars een inburgeringsattest. Sinds 2018 kunnen anderstalige burgers ook hun niveau Nederlands laten attesteren op ERK-niveau bij de Agentschappen (zonder deelname aan een NT2-cursus). In dit kader werden er in 2021 10.241 pre-screenings en testonderdelen lezen, luisteren, schrijven en spreken afgenomen. Het grootste deel van de testen werd afgelegd in het kader van nationaliteitsverwerving (43%) en om een vrijstelling voor de NT2-cursus binnen inburgering te behalen (36%). In Brussel worden in het kader van de voorrangsregeling voor Nederlandstalige ouders in het Vlaams onderwijs en kinderopvang ook testen Nederlands afgenomen. In 2021 werden 842 van dit soort testen afgenomen.
BEREIK EN UITVAL VAN HET INBURGERINGSTRAJECT Van alle nieuwkomers die met een brief uitgenodigd worden om inburgering te volgen, wat is het aandeel dat effectief start met inburgering?
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 151 van 156
Figuur 11.7.1 Status contract & NT2 bij personen met een eerste instroom in 2015-2021, 16/8/2022, naar jaar instroom
Van de volledige instroom van 2021 heeft half augustus 2022 34% een inburgeringscontract ondertekend. Daarnaast kiest 9% ervoor enkel NT2 te volgen. Dit brengt het bereik voor de instroom van 2021 op 43%. Het bereik in 2016 lag hoger met 52% die ofwel een contract ondertekenden ofwel NT2 volgden. In dat jaar lag het aandeel verplichte inburgeraars ook hoger.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 152 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Figuur 11.7.2: Aandeel meerderjarige inburgeraars met een eerste extractie in 2019, 17/8/2022, naar doelgroep & status aanmelding & contract, in %
Van de rechthebbende nieuwkomers van 2019 in het Vlaamse Gewest hebben 4.284 personen (10%) ondertussen een attest behaald en zijn 1.268 (3%) personen nog bezig. De grotere meerderheid heeft zich nooit aangemeld (77%) en een minderheid is ooit gestart maar nadien gestopt (5%). Van de verplichte inburgeraars van 2019 hebben 5.953 nieuwkomers (62%) een attest behaald en 2.384 nieuwkomers (25%) zijn half augustus 2022 nog bezig. Een minderheid is afgehaakt (7%). Gezinsherenigers met Belgen, erkend vluchtelingen en gezinsherenigers met derdelander behalen in absolute aantallen het meest inburgeringsattesten. Hoe lager het ingeschat taalleervermogen, hoe groter de kans dat iemand die in 2019 startte, nog bezig is. Bij verplichte nieuwkomers met ‘advies CBE’ en personen die nadien effectief zijn ingestapt in een alfacursus (=alfaklanten) ligt het aandeel dat op 16/8/2022 nog bezig is op respectievelijk 56% en 61%. Bij personen met advies ‘CVO verkort of UTC’ is dit slechts 7%. In totaal zijn op 16/8/2022 3.686 personen (rechthebbend en verplicht) met een eerste extractie in 2019 nog bezig met hun inburgeringstraject. We stellen vast dat grote meerderheid (3.233 personen) klaar is met MO maar nog geen A2 behaald heeft. Slechts 83 personen hebben wel A2 behaald maar nog geen MO. 277 personen hebben noch voldaan aan NT2 noch aan MO.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 153 van 156
DUUR VAN HET INBURGERINGSTRAJECT Figuur 11.8.1: Aandeel meerderjarige inburgeraars met een inburgeringsattest behaald in 2021, naar duurtijd vanaf laatste contract, in %
55% van de personen die in 2021 een inburgeringsattest behaalden, heeft minder dan een jaar over zijn/haar inburgeringstraject gedaan. 22% heeft er tot 2 jaar over gedaan. Nog 10% heeft er tussen 2 en 3 jaar over gedaan. Voor 6% van de inburgeraars duurde het traject 3 tot 4 jaar. 4% deed er 4 tot 5 jaar over en 3% meer dan 5 jaar. Het taalleervermogen bepaalt het sterkst de mediane duurtijd om een attest te behalen. Bij een inschatting CVO verkort of UTC (de hoger geschoolden) bedraagt de mediane duur tot attest 8 maanden. Bij CVO standaard 11 maanden. Bij CVO verlengd verdubbelt deze mediane duurtijd tot 24 maanden. Personen met advies CBE NT2 deden er gemiddeld 35 maanden over, personen met advies CBE 43 maanden en personen met een advies alfa zelfs 55 maanden, dat wil zeggen 4,5 jaar. Ouderen doen er een stuk langer over dan jongeren, mannen iets langer dan vrouwen. Personen met drie kinderen of meer doen er gemiddeld 35 maanden over terwijl personen zonder kinderen 11 maanden. De mediane duur van verplichte inburgeraars is 19 maanden en van vrijwillige inburgeraars 10 maanden. Dit heeft echter weer te maken met het profiel van deze mensen. De laaggeletterden zijn vaker verplicht en hebben vaker meerdere kinderen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 154 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
Tabel 11.8.1 Mediane duur van contract 31 tot attest naargelang profielkenmerken, in maanden Profiel inburgeraars Doelgroep verplicht vrijwillig Advies taalleervermogen CBE alfa CBE CBE NT2 CVO verlengd CVO standaard CVO verkort/UTC Aantal kinderen 0 kinderen 1 kind 2 kinderen 3 kinderen of meer Geslacht man vrouw Leeftijd 18-29 jaar 30-39 jaar 40-49 jaar 50-59 jaar 60-69 jaar
31
Mediane duur tussen laatste contract en attest voor attesten behaald in 2021 19m 10m 55m 43m 35m 24m 11m 8m 11m 19m 20m 35m 15m 13m 10m 14m 16m 23m 27m
Bij wie meer dan één contract heeft ondertekend, wordt naar het laatste contract gekeken.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 23.09.2022
Jaarrapport Inburgering 2021
pagina 155 van 156
SANCTIONERING Een inbreukdossier wordt opgestart door het Agentschap Binnenlands Bestuur nadat een inbreuk is vastgesteld door de Agentschappen Integratie en Inburgering en de inburgeraar zich niet in regel heeft gesteld. Figuur 11.9.1 Aantal personen met een eerste inbreukdossier, 2011-2021, per jaar van doorsturen naar de handhavingsambtenaren
In 2021 lag het aantal personen voor wie voor het eerst een dossier werd opgestart op 1.102. Dat is terug een stijging na een uitzonderlijk jaar 2020. Gezien de lockdowns tijdens de coronapandemie, werden in 2020 veel minder vlug inbreuken opgestart. Het was immers niet zomaar mogelijk om zich fysiek aan te melden om het dossier in orde te brengen. Het was ook niet meteen duidelijk voor wie de digitale drempel te hoog was. Sinds 2012 wordt in meer dan de helft van de dossiers een boete opgelegd. Vanaf 2014 is dit in minstens 60% van de dossiers het geval. In 2013 en 2014 waren personen met een inbreukdossier vaker verplicht. Vanaf 2018 was ongeveer 60% rechthebbend inburgeraar. In 2021 lag dit terug iets lager op 56%. Mannen vormden in 2021 58% van de personen met een inbreuk. De meest voorkomende verblijfsstatuten bij personen met een inbreukdossier zijn EU+-arbeidsmigrant, gezinsherenigers met Belgen en gezinsherenigers met EU+.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 156 van 156
Jaarrapport Inburgering 2021
23.09.2022
AGENTSCHAP BINNENLANDS BESTUUR AFDELING GELIJKE KANSEN, INBURGERING EN INTEGRATIE Havenlaan 88 bus 70 1000 BRUSSEL samenleven@vlaanderen.be