Skip to main content

Evaluatierapport_droogte_2017_0.pdf

Page 1

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\

Evaluatierapport droogte 2017 Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\

Samen werken aan water


INHOUD 1 DROOGTEPERIODE zomer 2016 – zomer 2017 ............................................................... 4 1.1 Toestandsbeschrijving..................................................................................................................4 1.1.1 (meteorologie) lage neerslaghoeveelheden en hoge neerslagtekorten .............................4 1.1.2 (hydrologie) lage bodemverzadigingen ............................................................................ 12 1.1.3 (hydrologie) verlaagde afvoeren en debieten in de waterlopen...................................... 14 1.1.4 (grondwater) daling freatische grondwaterstanden ........................................................ 19 1.2 Impact van de droogte .............................................................................................................. 22 1.2.1 Gevolgen voor de (drink)waterproductie en het (drink)waterverbruik ........................... 22 1.2.2 Gevolgen voor de economie ............................................................................................. 23 1.2.3 Gevolgen voor de natuur en ecologie .............................................................................. 26 1.2.4 Gevolgen voor grensoverschrijdende verdragen ............................................................. 28

2 Genomen maatregelen ................................................................................................ 29 2.1 Structurele maatregelen ........................................................................................................... 29 2.2 Bijzondere maatregelen die werden uitgevaardigd.................................................................. 29 2.2.1 Captatieverbod beregening in West-Vlaanderen ............................................................. 29 2.2.2 Waterverspillingsverbod voor heel Vlaanderen ............................................................... 31 2.3 Maatregelen genomen door de waterbeheerders ................................................................... 31 2.3.1 Voor de bevaarbare waterlopen....................................................................................... 33 2.3.2 Voor de onbevaarbare waterlopen .................................................................................. 36 2.3.3 Voor het grondwater ........................................................................................................ 36 2.4 Maatregelen genomen door sectoren en openbare besturen ................................................. 36 2.4.1 Drinkwatermaatschappijen .............................................................................................. 36 2.4.2 Landbouw ......................................................................................................................... 37 2.4.3 Openbare besturen ........................................................................................................... 38 2.4.4 Aangrenzende regio’s ....................................................................................................... 38 2.5 Andere maatregelen ................................................................................................................. 38 2.5.1 Aanstelling CIW als droogtecoördinator en opmaak droogteplan ................................... 38 2.5.2 Droogte-overleg ................................................................................................................ 39 2.5.3 Inschakelen alternatieve waterbronnen .......................................................................... 39

3 Aanbevelingen ............................................................................................................ 41 3.1 Algemene aanpak...................................................................................................................... 41 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 2 van 45


3.2 Reactieve maatregelen: paraatheid & recovery ....................................................................... 41 3.3 Proactieve maatregelen: preventie en protectie ...................................................................... 42

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 3 van 45


1 DROOGTEPERIODE ZOMER 2016 – ZOMER 2017 Het voorbije jaar (zomer 2016 t.e.m. zomer 2017) lag het maandelijkse neerslagtotaal in Ukkel telkens lager dan de gemiddelde neerslaghoeveelheid voor die maand. Enkel in november 2016 viel er meer neerslag dan normaal. De aanhoudende droogte, in combinatie met de hogere temperaturen, zorgde in mei-juli 2017 (plaatselijk) voor waterschaarste. Dit hoofdstuk geeft een samenvattend overzicht van de droogteperiode (zomer 2016 – zomer 2017) en de periode van waterschaarste (mei – juli 2017). Geïnspireerd op de definities van het Milieu- en Natuurrapport (MIRA) omschrijven we de begrippen “droogte”, “waterschaarste” en “waterbeschikbaarheid” hier als volgt: -

Droogte is een natuurlijk voorkomend fenomeen waarbij door gebrek aan neerslag de waterbeschikbaarheid daalt.

-

Waterbeschikbaarheid: de hoeveelheid beschikbaar water hangt af van de hoeveelheid neerslag die in Vlaanderen valt, het deel dat daarvan verdampt en de hoeveelheid water die via rivieren en grondwater Vlaanderen binnenstroomt.

-

Waterschaarste ontstaat wanneer de waterbeschikbaarheid te laag geworden is om aan de vraag naar water voor één of meer toepassingen te voldoen. Dat kan gebeuren of omdat de vraag stijgt, of omdat het aanbod (tijdelijk) daalt. Waterschaarste treedt dus op wanneer aan de vraag naar water met een bepaalde kwaliteit niet meer kan voldaan worden. Er kan dus ook een waterschaarste optreden op het vlak van water met een bepaalde kwaliteit, hoewel er nog genoeg water van mindere kwaliteit kan zijn. Dit kan een gevolg zijn van droogte, maar ook van calamiteiten of wat grondwater betreft, bijvoorbeeld ook als gevolg van overexploitatie van de grondwatervoorraad.

1.1 Toestandsbeschrijving 1.1.1 (meteorologie) lage neerslaghoeveelheden en hoge neerslagtekorten De droge periode is begonnen in de zomer van 2016. Sinds juli 2016 zijn de maandelijkse neerslaghoeveelheden lager dan normaal (met uitzondering van november 2016). Vooral september en december 2016 en april 2017 kenden een zeer tot uitzonderlijk abnormaal lage neerslaghoeveelheid. Er viel toen minder dan een derde van wat normaal zou vallen (zie tabel 1). Figuur 1 geeft het verloop van de geaccumuleerde neerslag die gevallen is in Ukkel. Uit deze grafiek kan afgeleid worden dat in deze periode maar 66% gevallen is van wat normaal te verwachten is. Zodoende kunnen we spreken over een aanhoudende droge periode sinds het einde van de zomer van 2016 tot het einde van de zomer van 2017.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 4 van 45


Tabel 1: maandelijkse neerslag in Ukkel (Bron: KMI)

Maandelijks neerslagtotaal

Geaccumuleerde neerslag

Maand

Neerslag Normaal Total ’16-‘17 (mm) (mm) sep/16 okt/16 nov/16 dec/16 jan/17 feb/17 mrt/17 apr/17 mei/17 jun/17 jul/17

18.3 50.7 93.2 22.7 63.7 40.9 47.7 15.2 45.1 50.8 58.3

Karakterisering

68.9 74.5 76.4 81.0 76.1 63.1 70.0 51.3 66.5 71.8 73.5

Normaal (mm)

Zéér abnormaal Normaal Normaal Uitzonderlijk Normaal Normaal Normaal Zéér abnormaal Normaal Normaal Normaal

'16-'17 (mm)

69 143 220 301 377 440 510 561 628 700 773

% (16-17)/gem.

18 69 162 185 249 290 337 352 398 448 507

27% 48% 74% 61% 66% 66% 66% 63% 63% 64% 66%

Geaccumuleerde neerslag (mm)

Verloop van neerslag (Ukkel) 1000

100%

900

90%

800

80%

700

70%

600

60%

500

50%

400

40%

300

30%

200

20%

100

10%

0

0%

sep

okt

nov

dec

jan

feb

Normaal geaccumuleerde neerslag (mm)

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

Geaccumuleerde neerslag '16-'17 (mm)

% (16-17)/gem.

Figuur 1: Verloop van de som van gevallen neerslag sinds september 2016, in Ukkel- Brussel (bron: KMI).

Figuur 2 geeft de ruimtelijke verdeling van de afwijking van de totale hoeveelheid neerslag in de periodes juli 2016 t.e.m. juli 2017 en april 2017 t.e.m. juli 2017. Over de hele periode juli 2016 t.e.m. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 5 van 45


juli 2017 viel in grote delen van Vlaanderen slechts 60 tot 70% van de neerslag die in deze periode normaal in Ukkel valt. In de periode april 2017 t.e.m. juli 2017 viel vooral in het zuidwesten van Vlaanderen weinig neerslag, tot slechts 36% van het normaal in Ukkel in het zuiden van WestVlaanderen. In het noordoosten van Vlaanderen regende het meer, maar ook daar bleef de maximaal gemeten neerslaghoeveelheid beperkt tot 78% van het normaal te Ukkel voor deze periode.

Het KMI beschouwt de neerslaghoeveelheden in Ukkel voor de winter 2016-2017 en het voorjaar 2017 als “zeer abnormaal”, hetgeen slechts 1 keer om de 10 jaar voorkomt. Het voorkomen van 2 opeenvolgende droge seizoenen is bovendien nog uitzonderlijker. Het neerslagtotaal in Ukkel voor de periode juli 2016 tot juni 2017 (557.5 mm) is het 7de laagste totaal voor die periode sinds 1833. Het KMI omschrijft deze (meteorologische) droogte als één van de drie meest intense sinds de jaren ’50, samen met die van 1975-1976 en 1995-1996. Voor verdere vergelijkingen met de (meteorologische) droogte van 1975-1976 en 1995-1996 wordt verwezen naar de website van het KMI. Het najaar van 2016 en de winter 2016-2017 waren vooral in het oosten en zuidoosten van Vlaanderen droger dan gemiddeld. De maanden april tot juni 2017 waren over heel Vlaanderen veel droger, maar vooral in het westen van Vlaanderen was het uitzonderlijk droog. Vanaf begin juni 2017 deed zich in grote delen van Vlaanderen een extreem droge situatie voor (Figuur 2). Vooral in het zuiden en zuidwesten van Vlaanderen werden voor de situatie extreem droog werd, ook al periodes van matig droge en zeer droge waarden waargenomen. Figuur 2 toont de evolutie van de ruimtelijke spreiding van de droogte in Vlaanderen in de periode april-juli 2017. De neerslag van eind juni - begin juli 2017 zorgde voor een verbetering in het centrum en oosten, maar in het zuidwesten van West-Vlaanderen, waar nauwelijks neerslag viel, bleef de situatie zeer droog tot uitzonderlijk droog tot het einde van augustus (o.b.v. SPI-3 index1). Dat blijkt ook uit Figuur 3 waarin de SPI-3 wordt getoond voor de verschillende meetposten, gegroepeerd per bekken, voor de periode van 1 april tot 15 september 2017.

1 De genormaliseerde neerslagindex (SPI) karakteriseert de droogte aan de hand van neerslagwaarnemingen en geeft de ernst van de droogte

weer over een periode van één maand (SPI-1) of drie maanden (SPI-3). De SPI-3 index vergelijkt op een gestandaardiseerde wijze de neerslagtotalen over een duur van 3 maanden met een klimatologische referentieperiode (1981-2010). De klassen “droog/nat”, “zeer droog/nat” en “uitzonderlijk droog/nat” komen overeen met terugkeerperioden van respectievelijk 10 tot 30 jaar, 30 tot 50 jaar en meer dan 50 jaar. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 6 van 45


Figuur 2: Ruimtelijke verdeling van de afwijking van de totale neerslag in de periodes juli 2016 t.e.m. juli 2017 (boven), en april 2017 t.e.m. juli 2017 (onder) ten opzichte van de normale neerslag gemeten te Ukkel (bron: KMI).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 7 van 45


Figuur 3: Evolutie van de SPI-3 index van 1 april t.e.m. 15 september 2017 voor de verschillende meetposten, gegroepeerd per bekken (bron: VMM).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 8 van 45


Figuur 4: Ruimtelijke verdeling van de droogte-index SPI-3 ((bron: KMI). De klassen "droog/nat", "zeer droog/nat" en "uiterst droog/nat" komen overeen met herhalingsperioden van respectievelijk 10 tot 30 jaar, 30 tot 50 jaar en meer dan 50 jaar (bron: VMM).

Het neerslagtekort2 was in mei-juni 2017 voor heel Vlaanderen hoog tot zeer hoog voor de tijd van het jaar (Figuur 5). Hoewel in april en de eerste helft van mei zeer weinig neerslag viel bleef ook de evapotranspiratie, en dus ook het neerslagtekort, in deze periode beperkt door de lage temperaturen voor de tijd van het jaar. Vanaf medio mei tot begin juli werd op veel meetposten een stijging van het neerslagtekort waargenomen die sterker was dan de stijging in dezelfde periode in 1976. Recordwaarden hoger dan de neerslagtekorten gemeten in 1976 werden echter niet waargenomen omdat het neerslagtekort in april veel beperkter was dan in 1976. Voor bijna alle meetposten werden in de loop van juni neerslagtekorten gemeten die bij de 10 tot 5% hoogste waren voor juni in de periode 1970 t.e.m. 2016. Vanaf juli steeg het neerslagtekort veel minder sterk, of stabiliseerde en daalde zelfs wat. Ondanks de regen in de zomermaanden bleef het neerslagtekort tot eind augustus 2017 op alle meetposten wel hoog tot zeer hoog voor de tijd van het jaar. Vooral in West-Vlaanderen was het cumulatieve neerslagtekort nog groot (en bedroeg eind augustus 190 mm in Kortemark en 163 mm in Waregem).

2

Wanneer de verdamping over een bepaalde periode de hoeveelheid gevallen neerslag overschrijdt, spreken we van een neerslagtekort. Dat is vooral in de zomermaanden het geval, bij hogere temperaturen en meer zonneschijn. Elk jaar, tijdens het hydrologische zomerseizoen (van april t.e.m. sept), wordt het cumulatieve neerslagtekort berekend voor een aantal meteorologische stations. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 9 van 45


Figuur 5: Verloop van het neerslagtekort van 1 april tot en met 20 september voor verschillende meetposten verspreid over Vlaanderen (bron: VMM).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 10 van 45


Figuur 6: Verloop van het neerslagtekort van 1 april tot en met 20 september voor verschillende meetposten verspreid over Vlaanderen (bron: VMM). \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 11 van 45


1.1.2 (hydrologie) lage bodemverzadiging Figuur 7 geeft de evolutie van de bodemverzadiging weer in de periode april - september 2017. In april en de eerste helft van mei varieerde de bodemverzadiging afhankelijk van de meetlocatie van normaal tot lager dan normaal voor de tijd van het jaar. Ondanks het tekort aan neerslag daalde de bodemverzadiging in deze periode niet abnormaal sterk als gevolg van de beperkte evapotranspiratie. Vanaf medio mei werden zowel in de toplaag als in het hele profiel op alle meetlocaties sterke dalingen van de bodemverzadiging waargenomen. Tot half augustus bleef de bodemverzadiging op veel locaties laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar, vooral in het westen van Vlaanderen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 12 van 45


Figuur 7: Verloop van de bodemverzadiging van 1 april tot en met 20 september voor de toplaag (0-10cm, links) en het hele profiel (0-70cm, rechts) voor verschillende meetposten verspreid over Vlaanderen (bron: VMM).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 13 van 45


1.1.3

(hydrologie) verlaagde afvoeren en debieten in de waterlopen

Door de lang lopende periode van lage neerslaghoeveelheden waren de afvoeren in de waterlopen begin juni 2017 al zeer laag. De gevolgen hiervan werden duidelijk tijdens de uitzonderlijk warme maand juni 2017 (19,2° C bij een normaal van 16,2° C). Vooral tijdens de tweede decade waren de temperaturen hoger dan normaal en viel er geen neerslag, wat de watervraag deed toenemen. De eerder beperkte neerslaghoeveelheden vanaf eind juni 2017, gecombineerd met een normale temperatuur, zorgden voor een afname van de onmiddellijk zichtbare effecten van de droogte. De neerslaghoeveelheden waren eind augustus echter nog steeds lager dan gemiddeld, waardoor eind augustus nog niet kon gesteld worden dat de afvoeren in de waterlopen, het bodemvocht en de grondwaterstanden opnieuw genormaliseerd waren. Ter illustratie toont Figuur 8 het verloop van de afvoer van de Leie in Menen (Q ’16-’17), samen met het gemiddelde debiet voor de tijd van het jaar en het laagste ooit gemeten debiet (Q min). In Figuur 9 wordt de som van de afgevoerde volumes voor dit station getoond. Deze twee figuren tonen zeer duidelijk dat het een aanhoudende periode van lage aanvoeren betrof.

Figuur 8: Verloop van het debiet van de Leie te Menen (bron: HIC)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 14 van 45


Figuur 9: Verloop van de afgevoerde volume van de Leie Te Menen (bron: HIC)

Ook voor de Maas afwaarts Luik werden in mei-juni 2017 zeer lage afvoeren opgetekend, met waarden die overeenkomen met de minimale Maasafvoeren die ooit gemeten werden sinds 1911, nl. de afvoeren in 1976 (zie Figuur 10). Figuur 11 toont het gecumuleerde Maasafvoervolume. Ook hier valt op te merken dat in mei-juni 2017 het afvoervolume gelijk was aan het minimaal volume ooit gemeten (1976). De situatie was eind augustus 2017 iets beter, maar het totaal afvoervolume bleef minder dan de helft van de normale waarde.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 15 van 45


Figuur 10: Verloop van de debiet van de Maas, opwaarts Luik (bron: De Vlaamse Waterweg)

Figuur 11: Verloop van het geaccumuleerd afvoervolume van de Maas, opwaarts Luik (bron: De Vlaamse Waterweg)

Figuur 12 geeft het verloop van de debieten en basisdebieten weer voor een aantal onbevaarbare waterlopen in de periode april -september 2019. Al in april werden in veel onbevaarbare waterlopen relatief lage debieten en basisdebieten gemeten voor de tijd van het jaar. In mei 2017 werd al op meer dan de helft van de meetlocaties op onbevaarbare waterlopen lage tot zeer lage debieten en basisdebieten gemeten. In juni was dit het geval voor bijna alle locaties. Eind juni werden op de helft van de locaties debieten gemeten die nagenoeg de laagste waren sinds de start van de metingen. De neerslag in juli en augustus zorgde op de meeste locaties voor een tijdelijke verhoging van de debieten, maar de debieten keerden na de regenval steeds vrij snel terug tot lage en zeer lage waarden voor de tijd van het jaar. Het basisdebiet herstelde zich in deze periode slechts langzaam.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 16 van 45


Figuur 12: Verloop van het debiet en basisdebiet op een aantal onbevaarbare waterlopen van 1 april t.e.m. 20 september 2017 (bron: VMM).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 17 van 45


Figuur 13: Verloop van het debiet en basisdebiet op een aantal onbevaarbare waterlopen van 1 april t.e.m. 20 september 2017 (vervolg) (bron: VMM).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 18 van 45


1.1.4 (grondwater) daling freatische grondwaterstanden De aanhoudende lagere neerslaghoeveelheden hebben ook duidelijke gevolgen voor de grondwaterstanden. Figuur 14 geeft de relatieve freatische grondwaterstand sinds juni 2016. Bij deze relatieve situering wordt de gemeten grondwaterstand vergeleken met de grondwaterstanden op dezelfde dag van het jaar in de afgelopen 30 jaar. Het geeft dus een antwoord op de vraag “Wat is de toestand voor de tijd van het jaar?”. De hoge tot zeer hoge grondwaterstanden in juni en juli 2016 (In juni 2016 viel er een recordhoeveelheid neerslag in Ukkel ) waren eind juni en begin juli 2017 geëvolueerd naar lage tot zeer lage grondwaterpeilen voor de tijd van het jaar. De beperkte verhoogde aanvulling midden november 2016, midden januari 2017 en in maart 2017 hebben mede door de abnormaal hoge temperaturen tijdens de lentemaanden, de sterke daling van de grondwaterpeilen niet kunnen voorkomen, zodat de grondwaterstand aan het begin van de zomer op de meeste plaatsen toch laag tot zeer laag was voor de tijd van het jaar.

Figuur 14: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand: % van de meetplaatsen met een historisch zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand (bron: VMM)

Om na te gaan of de grondwaterstanden in de periode zomer 2016 tot de zomer 2017 niet alleen voor de tijd van het jaar laag waren, maar ook in het algemeen, gebruiken we de absolute situering, waarbij \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 19 van 45


de grondwaterstand vergeleken wordt met alle grondwaterstanden op alle dagen van de afgelopen 30 jaar (Figuur 15). Hier wordt een antwoord gegeven op de vraag “Staat het grondwater historisch laag of hoog, ongeacht de tijd van het jaar?”. Uit Figuur 15 blijkt dat de zomer van 2016 gekenmerkt werd door vrij veel plaatsen met hoger dan normale en zeer hoge grondwaterstanden. De grondwaterstanden zijn geleidelijk aan gedaald tot in het najaar van 2016. Op dat moment was de grondwaterstand laag tot zeer laag op de meeste plaatsen. De te verwachten stijging van de grondwaterstand in de wintermaanden – een gevolg van de lagere temperatuur en verdamping - deed zich ook deze winter voor, om in februari-maart 2017 te komen tot een toestand met slechts een beperkt aantal plaatsen met lage grondwaterstanden. Sindsdien zijn de grondwaterpeilen sterk gedaald, sterker dan in de meeste andere jaren, een gevolg van het uitblijven van neerslag en de hoge verdamping in de loop van het voorjaar en het begin van de zomer 2017. Dit leidde begin juli 2017 op twee derde van de meetplaatsen tot historisch zeer lage grondwaterpeilen. Daar was de grondwaterstand op minder dan één tiende van alle dagen van de voorbije 30 even laag of lager. Geografisch gezien kwamen over heel Vlaanderen zeer lage grondwaterstanden voor, maar in het westen van Vlaanderen is het effect van de droogte op het grondwater meer uitgesproken geweest dan in het oosten: de grondwaterstanden waren er relatief lager en de peildalingen sterker.

Figuur 15: Absolute toestand van de grondwaterstand: % van de meetplaatsen met een historisch zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand, ongeacht de tijd van het jaar (bron: VMM).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 20 van 45


Meer (detail)informatie over de droogtetoestand is te vinden: 1.

in de Laagwaterberichten HIC en de Toestandsrapporten en droogterapporten van VMM beschikbaar op waterinfo.be.

2.

op de website van het KMI (www.kmi.be)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 21 van 45


1.2 Impact van de droogte De aanhoudende droogte bleef niet zonder gevolgen. Vooral in juni en begin juli 2017 was er op verschillende plaatsen waterschaarste waardoor beperkingen moesten opgelegd worden aan het waterverbruik en watergebruik (beperkingen op watercaptaties voor beregening, diepgangbeperkingen voor de scheepvaart, een verbod op verspilling van leidingwater,… ). Voornamelijk in West-Vlaanderen was de waterschaarste groot. Maar ook het cumulatieve neerslagtekort heeft gevolgen, onder meer voor de drinkwaterproductie.

1.2.1 Gevolgen voor de (drink)waterproductie en het (drink)waterverbruik Door de aanhoudende droogte stonden de regenwaterputten midden juni 2017 op vele plaatsen leeg wat, samen met een verhoogd verbruik (voor het vullen zwembadjes, het aangieten van planten, …), zorgde voor een meerverbruik van 10 tot 25% aan drinkwater (zie Figuur 16). De uitzonderlijke droogte, in combinatie met het voorkomen van een hittegolf tussen 18 en 22 juni, heeft in nagenoeg heel Vlaanderen geleid tot piekverbruiken. Vanaf 5 juni steeg het waterverbruik systematisch, tot zeer hoge piekverbruiken van 40% meer dan het gemiddelde verbruik op 21 juni 2017, de dag van aankondiging van het verbod op verspilling van drinkwater. Na de invoer van dit verbod werd bij alle drinkwatermaatschappijen een dalende trend in het verbruik waargenomen. Door de lagere temperaturen in juli 2017 is het waterverbruik opnieuw gestabiliseerd.

Figuur 16: Waterverbruik (periode begin juni – midden augustus 2017) ten opzichte van het gemiddelde dagverbruik in 2016 (bron: Aquaflanders)

De oppervlaktewaterwinningen in West-Vlaanderen werden het zwaarst getroffen door de droogte. Ook lag het verbruik in West-Vlaanderen in het voorjaar-de zomer van 2017 hoger dan elders (mede door het leegkomen van regenwaterputten bij particulieren en de verhoogde vraag vanuit de \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 22 van 45


landbouw). Door de lage peilen in De Blankaart moest De Watergroep alternatieven aanspreken om de drinkwatervoorziening te garanderen. Het oppompen van grondwater en de aankoop van water van andere drinkwatermaatschappijen werd verhoogd. Hierdoor wordt de vergunning om op te pompen uit de Carboonkalk overschreden. Aanvulling van de grondwaterreserves gebeurt voornamelijk in de herfst en winter. Door het neerslagtekort zijn de grondwaterlagen minder gevoed dan normaal. Bij een aanhoudende droogte kan dit problemen opleveren. De drinkwatervoorziening kon ook tijdens de hoogste piekverbruiken steeds gegarandeerd worden. Op enkele lokale knelpunten na waren er geen noemenswaardige problemen in de drinkwatervoorziening. Meer info: Meer (detail)informatie over de gevolgen voor de waterproductie is te vinden in het rapport van Aquaflanders.

1.2.2 Gevolgen voor de economie 

landbouw

watertekorten

De droogte in het voorjaar en de vroege zomer van 2017 heeft voor waterschaarste in de landbouw gezorgd, vooral in West-Vlaanderen. Zowel de oppervlakkige bodemverzadiging (0-10 cm) als de bodemverzadiging van het hele bodemprofiel (0-70 cm) daalde vanaf de tweede helft van mei 2017 sterk. Vanaf midden juni, in volle groeiseizoen voor landbouwgewassen, werden op verschillende plaatsen waarden opgetekend die tot de laagst geobserveerde of tot onder de laagst geobserveerde waarden voor de tijd van het jaar behoren, sinds de start van de metingen. Vollegrondsgroenten (bloemkool, broccoli, spinazie …) kregen erg te lijden onder de droogte en de hitte; deze teelten werden beregend om de oogst niet te laten mislukken en economische schade te beperken. De waterbehoefte is afhankelijk van het gewas en het moment in het groeiseizoen. Vooral bij groenten, zoals bloemkool (een tweetal weken voor oogst), spinazie, bonen, vers geplante prei of kolen en aardappelen (op contract3) was de waterbehoefte groot, veel minder bij mais of gras. Maïs na gras en ruimer, teelten als 2de teelt, zijn door de droogte problematisch in de groei. De debieten op IJzer, Leie en Schelde lieten niet toe om en te voldoen aan de waterbehoeften en aan het tegengaan van verzilting en aan het peilbeheer in de kustregio. Omdat steeds meer landbouwers oppervlaktewater oppompten (soms ook voor minder prioritaire

3

Aardappelboeren telen vaak aardappelen op contract. Dat wil zeggen dat ze op voorhand vastleggen hoeveel ton ze leveren aan aardappelverwerkende bedrijven. Als ze zich daar niet aan houden, kan de koper zich voor rekening van de teler bevoorraden op de vrije markt. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 23 van 45


gewassen) en het risico op schaarste en verzilting aanzienlijk toenam, vaardigde gouverneur Carl Decaluwé op 19 juni een eerste captatieverbod uit, dat later nog werd uitgebreid (zie punt 2.2). Op 4 dagen tijd zorgden de captaties namelijk voor een peildaling van 20 cm en kon de diepgang niet meer gegarandeerd worden. Door het captatieverbod in het IJzerbekken dat ook van toepassing was op de waterwegen, waren landbouwers genoodzaakt om langere afstanden af te leggen voor captatie van oppervlaktewater, veelal naar het kanaal Roeselare – Leie en de Leie. Andere effecten waren dat serrebedrijven drinkwater moesten gebruiken omdat de eigen regenwatervoorraden op waren. Het vee moest op verschillende plaatsen vroeger op stal gezet worden, bij gebrek aan water in de beek of in de kustpolders van de Westhoek, omwille van opstuwing van brak grondwater waardoor er geleidbaarheden gemeten werden boven de 5000 µS/cm (drinkwaternorm is 2100 µS/cm). In de fruitteelt werd/wordt uitval van jonge aanplant waargenomen en kleinere uitgroei van de vruchten. Door de verminderde gewasopbrengst is er ook minder stikstof opgenomen tijdens het groeiseizoen waardoor nog hoge N-voorraden in de bodem aanwezig kunnen zijn. De hoge N-voorraden kunnen ook gevolgen hebben voor de waterkwaliteit in de MAP-meetpunten. De getroffen landbouwers werden dan ook aangeraden om een vanggewas (of andere nateelt) in te zaaien en niet bijkomend te bemesten. Zo kan het beschikbare nitraat opgenomen worden door de planten en wordt het niet uitgespoeld naar het grond- en oppervlaktewater. Hoeveel de extreme droogte landbouwers zal kosten, is nog onduidelijk. De schade hangt af van het uiteindelijke oogstverlies per hectare en de prijs van de producten. Vooral de opbrengsten van (half)vroege aardappelen, vlas, …. lagen beduidend lager. Voor de graanoogst valt het effect van de droogte al bij al mee, behalve voor de droogste percelen in West-Vlaanderen. Minister Joke Schauvliege startte een procedure op om de droogte te laten erkennen als landbouwramp. Erkenning als landbouwramp is pas mogelijk wanneer het fenomeen niet meer dan eens om de 20 jaar voorkomt, de totale schade hoger ligt dan 1,24 miljoen euro en de gemiddelde schade per dossier meer dan 5.580 euro bedraagt. Het KMI berekende dat in 150 Vlaamse gemeenten de neerslaghoeveelheden in de periode van 1 april tot 30 juni 2017 “uitzonderlijk”4 laag waren. En het Departement Landbouw en Visserij stelde een technische nota op, op basis van de schadegevallen die doorgegeven waren door de Vlaamse steden en gemeenten. Op basis hiervan erkende de Vlaamse Regering op 22 september 2017 de droogte tussen 1 april en 30 juni 2017 als landbouwramp en keurde ze de afbakening van de geografische uitgestrektheid en de getroffen teelten van die ramp goed. Meer info: Agrometeorologische berichten (3x / jaar)

4

verzilting in de kustpolders

“uitzonderlijk”: herhalingsperiode hoger dan 30 jaar

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 24 van 45


Kenmerkend voor de kustpolders is het brakke grondwater dat op geringe diepte voorkomt. Om verdroging en verzilting tegen te gaan, wordt in de zomer kanaalwater, water uit de IJzer en RWZIeffluentwater in de polder ingelaten en via een systeem van kleine kunstwerkjes over de polder verdeeld. In (drogere) zomerperiodes komt het regelmatig voor dat polderwaterlopen hogere zoutgehaltes vertonen, doordat het bodemvocht door de gewassen opgenomen wordt en brak grondwater opgestuwd wordt. Verzilting levert problemen op voor (van zoet water afhankelijke) natuur, landbouw en drinkwaterproductie. De voorbije droogteperiode vertoonde het zoutgehalte in de waterlopen alarmerende tot levensbedreigende waarden, zodat het niet meer als drinkwater voor vee kon worden gebruikt. Zoutwaarden hoger dan 4.000 mg/l vormen een risico voor de volksgezondheid, vanaf 10.000 mg/l is het zelfs levensbedreigend als drinkwater. Op meerdere plaatsen in West-Vlaanderen werden de kritieke zoutwaarden ruimschoots overschreden. Op het crisisoverleg waterschaarste van 5 juli 2017 werd daarom besloten om de verhoogde zoutgehaltes van nabij op te volgen. Elf meetpunten werden door VMM eind juli extra bemonsterd. Daarnaast gebeurden ook extra metingen door polderbesturen, Inagro, de provincie, … vnl. gericht op de geschiktheid voor gebruik als irrigatiewater en het drenken van vee. De bekkensecretariaten van IJzerbekken en Brugse Polders bundel(d)en alle gegevens. 

scheepvaart

Volgende regio’s werden het meest geïmpacteerd: Het Groot Pand (de kanalen en waterlopen die aansluiten op de Ringvaart rond Gent op normaalpeil van 5,60 mTAW): Door de peildalingen van 10 tot 15 cm liepen verschillende schepen vast. Een diepgangbeperking van 10 cm werd dan ook ingesteld voor de sluis van Sint-Baafs-Vijve, het kanaal Gent-Oostende tussen Schipdonk en Beernem en op de Boven-Schelde op het pand OudenaardeAsper. Het kanaal Gent-Terneuzen: Het peil zakte tot 15 cm onder normaalpeil. Tot 21 juni 2017 werd voldaan aan het Belgisch-Nederlands verdrag om gemiddeld over 2 maanden 13 m³/s water te geven via Gent. Eind juni werd gemiddeld 5 m³/s ingebracht in het kanaal ingevolge een equivalent peilbeheer van het Groot Pand en het kanaal Gent-Terneuzen. Er gold een diepgangbeperking van 12,5 cm in combinatie met een aangepast schutbeheer in Terneuzen. Het kanaal Roeselare-Leie: Het kanaal zakte tot 30 cm onder het normaalpeil. De pompen aan de sluis van Ooigem draaiden alle 3 continu om een minimumpeil te kunnen garanderen. De IJzer: De IJzer zakte tot 36 cm onder normaalpeil. Dit was het gevolg van massale irrigatie en quasi geen toevoerdebiet uit Frankrijk in een zeer uitgestrekt gebied met onbevaarbare waterlopen in open verbinding. Alle peilen in het IJzerbekken stabiliseerden initieel na de captatiestop, maar zakten eind juni verder. Vooral de passagiersvaart en de pleziervaart werden het sterkst getroffen door langdurige stremmingen. Het Albertkanaal: Het waterpeil van het Albertkanaal opwaarts Genk daalde tussen 26 juni en 1 juli tot 59,69 m TAW, dit is 36 cm onder het normaal peil. Een diepgangbeperking, met belangrijke impact op de beroepsscheepvaart, werd nipt vermeden. De waterpeilen van de andere kanaalpanden van het Albertkanaal konden door het invoeren van de nodige waterbesparende maatregelen op peil \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 25 van 45


gehouden worden. Ook op de Zuid-Willemsvaart daalde het waterpeil vanaf 24 juni tot een minimum van 42,41 m TAW (op 02/07/2017), hetgeen 10 cm onder het streefpeil is. Ook hier werd een diepgangbeperking nipt vermeden. 

industrie

Ook enkele bedrijven kampten met problemen, o.m. enkele bouwbedrijven (betoncentrale) en bedrijven in de diepvriesindustrie. Door het invoeren van gegroepeerd schutten moesten schepen aan de sluizen wachten, waardoor de totale transporttijd toenam en het voorziene laad- of losproces van de watergebonden bedrijven in het gedrang kwam. De diepgangbeperkingen zorgden ook voor minder laadvermogen waardoor bedrijven genoodzaakt waren meer schepen te voorzien. Een bedrijf dat gedestilleerd water produceert van water uit het Noordervak van de Ringvaart, klaagde over de slechtste waterkwaliteit sinds jaren, waardoor hun productiekost sterk toenam. 

recreatie

De impact voor de pleziervaart was zeer groot omwille van langdurige stremmingen (pleziervaart in West-Vlaanderen werd eigenlijk geïsoleerd) of lange wachttijden omdat enkel met beroepsvaart kon mee geschut worden. Ook op de Kempense kanalen werd vanaf half juni de pleziervaart pas geschut wanneer de sluiskolk volledig gevuld was met jachten. Dat betekende dat plezierboten per sluis moesten rekenen op een bijkomende wachttijd van 2 uur. Bovendien viel de droogteperiode ongeveer samen met de start van het vaarseizoen waardoor het economisch verlies voor de uitbaters van jachthavens en verhuurbedrijven groot was. Ook voor de toekomst wordt gevreesd dat er verschuivingen naar Zeeland of landinwaartse jachthavens zullen gebeuren.

1.2.3 Gevolgen voor de natuur en ecologie (1) Algemene impact op waterkwaliteit Verlaagde waterpeilen en debieten hadden verhoogde watertemperaturen, lage(re) zuurstofconcentraties, hogere concentraties aan polluenten, verzilting (zoutstress), verminderde werking van visdoorgangen, droogval, enz. tot gevolg. Dit kan leiden tot een verslechterde ecologische toestand. Ook de kans op acute ecologische problemen zoals vissterfte, (blauw)algenbloei, botulisme,… neemt toe (zie punt (4)). (2) Verzilting kust- en polderregio

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 26 van 45


De droogte van de voorbije maanden heeft gezorgd voor een tekort aan zoet oppervlaktewater in het kust- en poldergebied. Hierdoor wordt de van nature optredende zoute kwel minder onderdrukt waardoor de polderwaterlopen verder kunnen verzilten. Door het tekort aan zoet oppervlaktewater kan het zoute water bovendien niet worden uitgespoeld. De toestand kan pas verbeteren bij een voldoende lange periode van neerslag. (3) Toename zwevende stoffen en zoutgehalte in het Zeescheldebekken Het totaalaanbod van Leie en Schelde was onvoldoende om te voldoen aan de zoetwatervraag. Er werd gekozen voor een equivalentieaanpak, namelijk een evenwichtige verdeling tussen het kanaal GentTerneuzen, het kanaal Gent-Oostende en de Zee-Schelde. Het ecosysteem van de Schelde is – net zoals andere getijdenrivieren zoals de Loire en de Eems – vatbaar voor systeemomslag naar een zogenaamde hypertroebele rivier, waarbij grote hoeveelheden slib zorgen voor een verminderd doordringen van zonlicht, verminderde algengroei en zuurstoftekort. Een groeiende getijslag (het verschil tussen de hoog- en laagwaterstand) zou kunnen bijdragen aan zo’n systeemomslag. Hoewel de ecologische toestand van het Zeescheldebekken de voorbije decennia spectaculair verbeterd is, neemt de concentratie aan zwevende stoffen zorgwekkend toe. Die toename aan zwevende stoffen staat in verband met het debiet dat de Zeeschelde voedt en veroorzaakt troebelheid. De droge zomer en nazomer van 2016 zorgden reeds voor een alarmerende toename van de troebelheid in de Zeeschelde. De droge lente en zomer van 2017 zouden ertoe kunnen leiden dat het volledige ecosysteem (miv zuurstoftekort) onder druk komt te staan door een tekort aan lichtindringing. Bovendien heeft een stijging aan zwevend materiaal ook gevolgen op de afzetting van slib, waardoor de waterbeheerders meer en vaker slib zullen moeten ruimen, wat extra budgettaire middelen zal vergen. Door de lage debieten kon het zoutgehalte in de Zeeschelde langzaam stroomopwaarts oprukken. Een sterk verhoogde saliniteit schept echter problemen voor het ecosysteem dat niet aangepast is aan verhoogde zoutgehaltes. Als dit water ook in de kanalen zou beland zijn, rezen daar mogelijk ook voor de andere gebruikers van het water (koelwater, vee, enz.) problemen. De verminderde waterkwaliteit kan ook een belangrijke juridische consequentie hebben. Mede als gevolg van het Wezer-arrest kijkt de Europese Commissie strenger toe op het toepassen van afwijkingen en het beoordelen van achteruitgang. (4) Calamiteiten door daling waterkwaliteit De lage waterpeilen hadden ook een impact op de waterkwaliteit. Hierna zijn ter illustratie enkele vastgestelde calamiteiten vermeld. 

De aanhoudende droogte zorgde in het Boudewijnkanaal voor massale vissterfte. Omwille van het erg lage waterpeil moest zeewater in het kanaal gepompt worden om de scheepvaart niet in het gedrang te brengen. Hierdoor zijn heel wat “harders” (zeevissen) in het kanaal beland, wat hun natuurlijke habitat niet is. Anderzijds zorgde het toevoegen van zoutwater bij zoetwater voor een

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 27 van 45


daling van het zuurstofgehalte in het water”. Ook aan de Gouwelozekreek (Oostende) werd een massale vissterfte vastgesteld. Daar leidde de combinatie van het lage waterpeil, de hoge temperaturen en een eerste neerslag die de riolen zuiverde, tot zuurstoftekorten. 

In de Leie (in Harelbeke en Kortrijk) was er meer algenbloei door onvoldoende aanvoer van vers water. Normaal worden vooral vijvers getroffen door algenbloei, maar ze waren ook in de Leie aanwezig door de droogte en het gebrek aan vers water en zuurstof in het water. De algenbloei verdween spontaan na de regen.

Door de lage afvoer van het Albertkanaal werd een verhoogde geleidbaarheid van het kanaalwater waargenomen, met bijkomende kosten voor de productie van gedemineraliseerd water tot gevolgd.

(5) Gevolgen voor natte natuur/natuurgebieden Welke blijvende schade de aanhoudende droogte heeft toegebracht aan de waterafhankelijke natuur(gebieden) is momenteel nog moeilijk in te schatten. Op veel plaatsen was er ook massaal algenbloei als gevolg van de warmte en droogte. Er is ook vastgesteld dat bijvoorbeeld amfibieën in het voorjaar hun eitjes in sloten en poelen legden die later droogvielen, dat moerasplanten onder druk kwamen (bepaalde soorten kwamen bijvoorbeeld minder in bloei in vergelijking met vorige jaren) en dat weidevogels door de droogte op bepaalde plaatsen moeilijk voedsel vonden (te harde bodem).

1.2.4 Gevolgen voor grensoverschrijdende verdragen Als gevolg van de aanhoudende droogte heeft Vlaanderen tijdelijk niet kunnen voldoen aan de bepalingen van het Maasafvoerverdrag en het verdrag betreffende het kanaal Gent-Terneuzen. 

verdrag Kanaal Gent-Terneuzen (België-Nederland, 20 juni 1960) Het verdrag betreffende het Kanaal Gent-Terneuzen is er op gericht om de zoutindringing vanuit de Westerschelde richting de haven van Gent te beperken. De debietverdeling van het Leie- en Scheldewater liet tijdens de droogteperiode niet meer toe om te voldoen aan het Belgisch-Nederlandse verdrag om het kanaal Gent-Terneuzen te voeden met zoet water. Het peil van het kanaal Gent-Terneuzen zakte tot 15 cm onder het normaalpeil met als gevolg diepgangbeperkingen en maatregelen in schutgebruik te Terneuzen. Vanaf midden juni werd het verdrag geschonden qua gemiddeld debiet.

Maasafvoerverdrag (Vlaanderen – Nederland, 17 januari 1995) Het Maasafvoerverdrag is opgesteld vanuit de zorg dat ook in droge periode voldoende water in de Maas moet aanwezig blijven omwille van natuurwaarden. Het Maasafvoerverdrag legt beperkingen op aan het Vlaamse waterverbruik. Door de aanhoudende droogte was de Maasafvoer in de voorbije winter reeds veel lager dan gemiddeld te verwachten was. De Maasafvoer was in juni 2017 sterk gedaald tot ver onder de normale waarden. Om aan het Maasafvoerverdrag te kunnen voldoen, heeft De Vlaamse Waterweg verschillende maatregelen genomen. Het terugpompen van

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 28 van 45


schutwater door middel van de grote pompinstallaties op de sluizencomplexen van Olen en Ham heeft hierbij zijn nut bewezen. Eens ook op de andere sluizencomplexen van het Albertkanaal, zoals Hasselt, de pompinstallaties operationeel zullen zijn, zullen de waterbesparingsmogelijkheden aanzienlijk toenemen en zal wel maximaal kunnen voldaan worden aan het Maasafvoerverdrag. Op de Gemeenschappelijke Maas was er geen onmiddellijk verband tussen een tijdelijke lagere afvoer en een negatieve impact op de natuurwaarden.

2 GENOMEN MAATREGELEN Tijdens de periode van waterschaarste (juni – juli 2017) werden door verschillende partijen beperkingen opgelegd naar watergebruik en waterverbruik en initiatieven genomen om de waterbeschikbaarheid te verhogen.

2.1 Structurele maatregelen We willen hierbij wel onderstrepen dat deze specifieke (crisis)maatregelen bijkomend zijn aan de vele initiatieven en structurele maatregelen die binnen Vlaanderen al jaren lopen inzake duurzame watervoorziening en watergebruik. De waterbeleidsnota en de stroomgebiedbeheerplannen 20162021 bevatten tal van beleidsinitiatieven en concrete acties in dit kader. Ter bescherming van de diepere grondwaterlagen werden o.m. herstelprogramma’s opgesteld, verhoogde monitoring ingevoerd, een tussengewestelijke overeenkomst over de watervoerende laag van het Kolenkalk afgesloten enz. Voor de freatische grondwaterlagen worden o.m. beperkingen (in tijd) bij gebruik voor beregening opgelegd, gelden er specifieke monitoringsvoorwaarden wanneer een grondwaterwinning in verziltingsgebied ligt of wordt bij de watertoets nadruk gelegd op infiltratie. Sectorale wateraudits dragen bij tot het optimaliseren van de waterstromen van o.a. industriële bedrijven en landbouwbedrijven. En voorlichtingsactiviteiten en demoprojecten promoten duurzaam watergebruik en het gebruik van alternatieve waterbronnen in de land- en tuinbouw. Ook om de drinkwatervoorziening steeds te kunnen garanderen, rekening houdend met de verwachte evolutie van het verbruik en het klimaat, zijn reeds vele maatregelen genomen.

2.2 Bijzondere maatregelen die werden uitgevaardigd 2.2.1 Captatieverbod beregening in West-Vlaanderen Op 16 juni vaardigde de gouverneur van West-Vlaanderen een eerste capatatieverbod voor beregening uit de waterlopen uit. Op 19 juni werd het capatieverbod uitgebreid en later ook verlengd. Ook een aantal West-Vlaamse gemeentebesturen en polderbesturen legden beperkingen op. -

Op 16 juni 2017 stelde de gouverneur een captatieverbod in voor beregening uit de waterlopen in het gebied van Polder Bethoosterse Broeken, Polder De Moeren, Polder Noordwatering Veurne

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 29 van 45


en Zuidijzerpolder (IJzerbekken). -

In aanvulling stelden de burgemeesters van Poperinge, Ieper, Kortemark, Lo-Reninge en Ichtegem de daaropvolgende dagen een verbod in op de captatie van water voor beregening uit de onbevaarbare waterlopen, vijvers en (blus)bekkens op hun grondgebied.

-

Op 17 juni vaardigde het bestuur van de Middenkustpolder een captatieverbod uit voor de waterlopen, bekkens en vijvers op het grondgebied van de Middenkustpolder.

-

Op 19 juni breidde de gouverneur het captatieverbod voor beregening uit naar alle waterlopen in het IJzerbekken. Het verbod werd tweemaal verlengd, eerst tot en met 28 juli 2017 en vervolgens tot en met 18 augustus 2017.

-

Daarnaast vaardigde de gouverneur op 19 juni 2017 ook een captatieverbod uit voor beregening vanuit waterlopen voor recreatieve doeleinden (bv. voor het beregenen van sportvelden) in volledig West-Vlaanderen. Ook dat verbod werd eerst verlengd tot en met 28 juli 2017 en daarna tot en met 18 augustus 2017.

-

Op 21 juni 2017 vaardigde de gouverneur een captatieverbod uit voor beregening vanuit onbevaarbare waterlopen in het bekken van de Brugse Polders (gemeenten Oostkamp, Wingene, Beernem, Torhout en Zedelgem) (deelbekkens van de Rivierbeek en van de Kerkebeek) en het deelbekken van de Poekebeek in het bekken van de Gentse Kanalen. Het verbod werd eerst verlengd tot en met 28 juli en vervolgens tot en met 18 augustus 2017.

-

Op 21 juni vaardigde de gouverneur een captatieverbod uit voor beregening vanuit onbevaarbare waterlopen in het volledige Leiebekken (zowel het West-Vlaams als het Oost-Vlaams deel). Het verbod voor de provincie Oost-Vlaanderen kwam er vooral om te vermijden dat landbouwers net over de provinciegrens water zouden capteren. Ook dit captatieverbod werd tweemaal verlengd tot en met 18 augustus.

Het capteren van water voor het vullen van fytosproeitoestellen voor gewasbescherming en als drinkwater voor vee bleef wel mogelijk. -

Op 18 augustus werden de verschillende captatieverboden opgeheven, met uitzondering van captatie uit de waterlopen in het poldergebied De Moeren en het Blankaartgebied (perimeter van het natuurinrichtingsproject). In die gebieden bleef het captatieverbod tot 31 augustus aangehouden.

Uit de overlegmomenten in West-Vlaanderen kwam de handhaving van de captatieverboden als knelpunt naar voor. Tijdens de periode van captatieverboden werden door de gebiedsbeheerders diverse overtredingen (vnl. in de vorm van afdammingen) vastgesteld. Er is daarom een bevraging gebeurd bij de betrokken politiezones naar het aantal aanmaningen en PV’s. In de periode van 17 juni tot 31 augustus 2017 zijn door de politiediensten in West-Vlaanderen 17 processen-verbaal opgesteld voor inbreuken op de besluitvorming over waterschaarste. In één situatie betrof het een inbreuk op het gebruik van drinkwater voor niet-noodzakelijke doeleinden. De andere inbreuken hadden betrekking op het onwettig onttrekken van water uit waterlopen. Bijkomend zijn 63 interventies geregistreerd, waarbij de tussenkomst van de politie, behalve eventueel een mondelinge terechtwijzing, geen verder gevolg kreeg. Voor het captatieverbod in het Oost-Vlaamse deel van het \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 30 van 45


Leiebekken stelden de betrokken politiediensten geen processen-verbaal op. Drie meldingen werden onderzocht, maar er werden geen overtredingen vastgesteld.

2.2.2 Waterverspillingsverbod voor heel Vlaanderen Door de aanhoudende droogte en het warme weer nam het drinkwaterverbruik in juni sterk toe (zie Figuur 16), waarop de drinkwatermaatschappijen op 16 juni 2017 een oproep deden om zuinig met water om te springen. Ondanks die oproep piekte het drinkwaterverbruik de daaropvolgende dagen door de hitte, met pieken tot 40% meer dan op een gemiddelde dag. Op 22 juni 2017 vaardigden de provinciegouverneurs op van vraag van minister J. SCHAUVLIEGE een waterverspillingsverbod uit. Het verbod was van toepassing voor heel Vlaanderen en bleef van kracht tot en met 30 juni, met uitzondering van West-Vlaanderen waar het verbod van kracht bleef tot en met 14 juli. In de periode van 22 juni 2017 tot 1 juli 2017/medio juli was het verboden om water van het publieke drinkwaternet te gebruiken voor “niet-noodzakelijke” doeleinden, zoals de auto wassen, particuliere zwem- en plonsbaden of vijvers (bij)vullen, gazons besproeien, enz. De bekendmaking van het verbod op 21 juni, zorgde vooral ’s avonds voor piekverbruiken die wijzen op hamstergedrag van vele klanten (bijvullen regenwaterputten en vijvers, extra sproeien tuinen, …). Na de invoering van het verbod werd bij alle drinkwatermaatschappijen een dalende trend in het waterverbruik waargenomen (mede door een afname van de temperaturen). De piekverbruiken bleven wel aan de hoge kant in West-Vlaanderen. Vermoedelijk een gevolg van het gebrek aan neerslag in West-Vlaanderen, de lege regenwaterputten en het droogvallen van ondiepe putten van particulieren/bedrijven. Het opheffen van het waterverspillingsverbod eind juni was mogelijk omdat het drinkwaterverbruik genormaliseerd was, zowel door de ingestelde beperkingen, als door de gevallen neerslag en de lagere temperaturen. Aangezien het in West-Vlaanderen nauwelijks geregend had en omwille van de start van de zomervakantie, met hogere waterverbruiken door het kusttoerisme, is er voor gekozen om het verbod in West-Vlaanderen aan te houden tot midden juli.

2.3 Maatregelen genomen door de waterbeheerders  continue monitoring & communicatie resultaten De waterbeheerders hebben tijdens de droogteperiode de peilen op hun waterlopen en de grondwaterstanden nauwlettend opgevolgd. Ook de toename van het zoutgehalte werd van nabij opgevolgd. In de maandelijkse rapporten “Toestand van het watersysteem” (VMM) en van april tot oktober ook de laagwaterberichten (HIC) die worden gepubliceerd op waterinfo.be wordt maandelijks een evaluatie van de hydrologische toestand van het watersysteem gemaakt. In deze rapporten werd in april en mei reeds gewezen op de droge toestand, maar waren nog geen duidelijke gevolgen te \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 31 van 45


voorzien. Op 14 juni 2017 werd de hoofdpagina van waterinfo.be ingesteld op het droogthema met als waarschuwingsniveau “waak”. Op 14, 21 en 28 juni, en 5, 12 en 26 juli werden door VMM bijkomend droogterapporten gepubliceerd op waterinfo.be. Bij communicatie over het droogtethema verwezen de waterbeheerders naar de indicatoren, waterinfo-berichten en rapporten (laagwaterberichten HIC en toestandsrapporten en extra droogterapporten VMM) op waterinfo.be. Indicatoren en voorspellingen werden dagelijks geactualiseerd op waterinfo.be. Op dov.vlaanderen.be kan men de grondwaterstanden en de freatische grondwaterstandsindicator raadplegen. Het grondwaterpeil fluctueert doorheen het jaar: het minst diepe punt wordt gewoonlijk eind maart bereikt en het diepste punt eind september. Daarnaast varieert het grondwaterpeil van jaar tot jaar, afhankelijk van de weerscondities. De freatische grondwaterstandsindicator op de website van DOV beschrijft die peilschommelingen en geeft weer of het grondwaterpeil zeer hoog, hoog, normaal, laag of zeer laag is (absolute indicator). Het grondwaterpeil wordt ook vergeleken met dezelfde periode in de voorbije 30 jaar (relatieve indicator).

Figuur 17: Schermafdruk van de hoofdpagina van waterinfo.be op 22 juni 2017 (bron: VMM).

 gerichte analyses De waterbeheerders stellen op vraag ook gerichte of meer gedetailleerde analyses op, bijvoorbeeld over de droogtesituatie in een bepaalde regio. Voor het crisisoverleg in de provincie West-Vlaanderen bijvoorbeeld maakte de VMM verschillende droogterapporten specifiek voor West-Vlaanderen en voor het provinciaal overleg in Antwerpen werd informatie over de gevallen en verwachte neerslag en de waargenomen bodemverzadiging en (basis)debieten aangeleverd.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 32 van 45


2.3.1 Voor de bevaarbare waterlopen Op basis van bepalingen van onder meer het Scheepvaartreglement, het decreet van 21 december 1990 (captatiebeperkingen) en het uitvoeringsbesluit van 3 mei 1991 heeft de waterwegbeheerder in juni en juli specifieke maatregelen ingesteld. Voor de te nemen maatregelen baseerde De Vlaamse Waterweg zich voor de Maas op de resultaten van het onderzoek “Watersysteem van het Albertkanaal en de Kempische kanalen: opmaak van een laagwaterstrategie (2005)”. Voor de Leie, Bovenschelde en IJzer gebeurde de continue opvolging van de peilen en debieten in functie van de geldende alarmdrempels zoals beschreven in de interne werkinstructies waterbeheersing. Er is hierbij een overkoepelende instructie voor watertekorten beschikbaar, met specifiekere maatregelen uitgewerkt per watersysteem. Er bestaat geen laagwaterscenario voor het Zeescheldebekken. De afweging van te nemen maatregelen gebeurde op basis van eigen trendanalyses en informatie die werd aangereikt vanuit het Waterbouwkundig Laboratorium, o.m. via de laagwaterberichten die gepubliceerd worden op Waterinfo.be. De Vlaamse Waterweg en W&Z communiceerden hun maatregelen via berichten aan de schipperij. Aanvullend werd voorzien in een aangepaste communicatie naar andere stakeholders.

 waterbezuinigingsmaatregelen voor het verzekeren van voldoende waterpeilen voor de scheepvaart 

schutbeperkingen

Bij het schutten (= versassen) van schepen van een rivier- of kanaalpand naar een volgend pand verplaatst een volume water die overeenkomt met het volume van de sluiskolk zich van het opwaartse naar het afwaartse kanaalpand, met een daling van het waterpeil in het opwaartse kanaalpand tot gevolg. Daarom werd op verschillende kanalen en rivieren vooral pleziervaart maar plaatselijk ook beroepsvaart gegroepeerd geschut of maximaal geschut bij hoogwater (bv. aan de Demeysluis in Oostende).. In volledig West-Vlaanderen mochten vanaf 19 juni pleziervaartuigen enkel nog samen met beroepsvaartuigen door de sluis varen. Ook in de rest van Vlaanderen werden pleziervaartuigen en in sommige regio’s ook beroepsvaartuigen zo veel mogelijk samen verschut. In functie van de zoutintrusie werd op de IJzer enkel geschut bij laagwater. Voorbeelden: vanaf 2 juni werd op de Leie aan de sluis van Sint-Baafs-Vijve gegroepeerd geschut, vanaf 13 juni werd in het Leiebekken, het Bovenscheldebekken en het IJzerbekken pleziervaart gegroepeerd geschut; vanaf 19 juni werd pleziervaart in heel West-Vlaanderen niet meer afzonderlijk geschut; vanaf 31 mei gegroepeerd schutten van pleziervaart aan de stuw van Merelbeke, vanaf 20 juni ook geldig voor de beroepsvaart. Vanaf 24 juni werd op het kanaal Leuven-Dijle tijdens de weekends konvooivaren van de pleziervaart ingevoerd. Vanaf 21 juni werd beroepsvaart en pleziervaart in het sluizencomplex van Wijnegem op het Albertkanaal gegroepeerd geschut. Vanaf 26 juni gegroepeerd schutten ingevoerd voor pleziervaart op de Zuid-Willemsvaart en het kanaal Bocholt-Herentals. 

stopzetten lozingen naar zee

Er werd vanaf eind mei geen water uit het IJzerbekken en uit het kanaal Gent-Oostende meer naar zee geloosd. Vanaf 21 juni werd ook het water op het Leopoldkanaal niet meer naar zee geloosd, de stuw Schipdonk stond dicht. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 33 van 45


in verbinding zetten van kanalen

Het kanaal Gent-Oostende werd in functie van het kanaal Plassendale-Nieuwpoort in verbinding gezet om als geheel minder snel te zakken. De “buis” (verbinding tussen kanaal Plassendale-Nieuwpoort en de IJzer) en kortstondig ook de Sint-Jorissluis werden opengezet om water van het Kanaal PlassendaleNieuwpoort naar de IJzer af te laten. Het Bergensas werd geopend om de Bergenvaart te voeden vanuit het kanaal Nieuwpoort-Duinkerke. 

beperken van lekverliezen aan sluizen en stuwen

Begin mei werd een aanzienlijk lek in de sluis van Sint-Baafs-Vijve (Leie) gedicht. Stuw 2 in Merelbeke leidt aanzienlijk lekverlies, waardoor ze onder schotbalken werd gestoken om het verlies te beperken. 

inperken van watercaptaties

W&Z trok halfweg juni tapvergunningen in voor de bevaarbare waterlopen in het IJzerbekken. De West-Vlaamse gouverneur nam de bevaarbare waterlopen in het IJzerbekken mee op in het captatieverbod van 19 juni 2017. De Vlaamse Waterweg/ W&Z breidde het captatieverbod niet verder uit, maar riep op 26 juni 2017 op om de nog toegelaten watercaptaties uit de bevaarbare waterwegen te beperken tot het strikt noodzakelijk minimum. Voor het gebied van de Zeeschelde werd beslist om tijdelijk geen toelatingen meer te geven voor nieuwe aanvragen van watercaptaties uit de bevaarbare waterlopen en kanalen, behalve als het water bestemd was voor het drenken van vee. Gezien het economisch belang werden voor het Albertkanaal, de Kempense Kanalen en de Maas geen beperkingen opgelegd voor het onttrekken van ruwwater voor drinkwaterproductie en het onttrekken van proceswater voor de industrie. Alle vergunninghouders van watercaptaties werden wel geïnformeerd over de lage Maasafvoeren en verzocht hun waterverbruik zoveel mogelijk te beperken. Op vraag van De Vlaamse Waterweg zijn alle niet-essentiële irrigaties met kanaalwater in het Kempense kanalenstelsel tot 80% gereduceerd. Ook Pidpa werd hierdoor gevat. Enkel de infiltratievoorzieningen van het Albertkanaalwater in Grobbendonk, waarvan de instandhouding rechtstreeks verband houdt met de verzekering van de drinkwaterwinning (aanvulling in de watervoerende laag), bleef permanent operationeel. 

terugpompen van water van benedenpanden naar bovenpanden

Om het waterpeil te kunnen garanderen werd op het Zeekanaal Brussel-Schelde water teruggepompt van het benedenpand naar het bovenpand. Op het Albertkanaal in Ham en Olen werd tot 10 m³/s teruggepompt naar het 10 m hoger gelegen kanaalpand, ten einde het waterverbruik t.g.v. de scheepvaart te beperken en diepgangbeperkingen te vermijden. De Vlaamse Waterweg plant ook op alle andere sluizencomplexen van het Albertkanaal dergelijke grootschalige pompinstallaties die toelaten toe om in periodes van lage Maasafvoeren het schutdebiet terug te pompen naar het opwaarts gelegen kanaalpand. De installatie op het sluizencomplex van Hasselt is in aanbouw. De komende 2 jaar zal ook op de sluizencomplexen van Diepenbeek en Genk dergelijke installatie gebouwd worden.

 diepgangbeperkingen voor het vermijden van averij ten gevolge van te lage waterpeilen \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 34 van 45


Op verschillende plaatsten stelde de waterwegbeheerder diepgangbeperkingen in voor de scheepvaart: onder meer op de Leie afwaarts de sluis van Sint-Baafs-Vijve, op het kanaal GentOostende tussen Schipdonk en Beernem, op de Boven-Schelde op het pand Oudenaarde-Asper, …

maatregelen om te kunnen voldoen aan de bepalingen van internationale verdragen 

verdrag Kanaal Gent-Terneuzen

Waterwegen en Zeekanaal (W&Z) verdeelt de beschikbare debieten die worden aangevoerd via Leie en Schelde, zodat de diverse waterwegverbindingen elk een minimumdebiet hebben, dus de polders in de kustregio om de verzilting tegen te gaan, de Zeeschelde gezien de ecologische waarde van het Schelde-estuarium en het kanaal Gent-Terneuzen gezien het verdrag. Een belangrijk deel van het beschikbare debiet wordt daarenboven ook nog eens gecapteerd voor landbouw- en andere doeleinden. Vanaf 22 juni 2017 kon niet voldaan worden aan het verdrag, dat stelt dat er gemiddeld over twee maanden een minimumdebiet van 13 m³/s moet zijn. Dit is gehalveerd gedurende de zomermaanden. Het debiet dat richting kanaal Gent-Terneuzen werd gestuurd werd bepaald in equivalentie met het kanaal Gent-Oostende en de Zee-Schelde. Het peil van het kanaal GentTerneuzen zakte begin augustus tot 15 cm onder normaalpeil.

Maasafvoerverdrag

Het Maasafvoerverdrag stelt tijdens periodes met lage Maasafvoeren in beide landen beperkingen aan het waterverbruik. Uitgangspunt is een gelijke verdeling tussen het Nederlandse en het Vlaamse gebruik en een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het debiet van de Gemeenschappelijke Maas. Om te voldoen aan het Maasafvoerverdrag en de waterpeilen in de kanaalpanden op peil te houden, is dagelijkse opvolging noodzakelijk. De volgende maatregelen werden genomen: 

het stilzetten van de waterkrachtcentrale in Wijnegem vanaf 22 mei: dit had geen gevolgen voor externe stakeholders, De Vlaamse Waterweg produceerde op dat ogenblik wel minder duurzame energie;

het terugpompen van schutwater d.m.v. de grootschalige pompinstallaties in Olen en Ham vanaf eind mei: dit had geen gevolgen voor externe stakeholders, De Vlaamse Waterweg werd wel geconfronteerd met aanzienlijke pompkosten, om grote hoeveelheden schutwater 2x 10m omhoog te pompen;

het gedeeltelijk dichtzetten van watervangen ten behoeve van landbouwirrigatie en bevloeiing van natuurgebieden vanaf 6 juni: dit had gevolgen voor landbouwgebieden in de provincies Antwerpen en Limburg;

het invoeren van gegroepeerd schutten voor pleziervaart voor de beide sluizen van de ZuidWillemsvaart en de sluizen 1, 2 en 3 van het kanaal Bocholt-Herentals (maximum wachttijd 2 uur) vanaf 14 juni;

het invoeren van gegroepeerd schutten voor beroepsvaart en pleziervaart op het

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 35 van 45


sluizencomplex van Wijnegem vanaf 21 juni (maximum wachttijd 1uur); Daarenboven pompte Rijkswaterstaat ter hoogte van de sluizencomplexen van Born en Maasbracht op het Julianakanaal bijkomend water terug naar de opwaarts gelegen kanaalpanden, waardoor meer water beschikbaar was voor het Albertkanaal. De Vlaamse Waterweg vergoedt deze pompkosten aan Rijkswaterstaat.

2.3.2 Voor de onbevaarbare waterlopen De provincie West-Vlaanderen regelde de wateropname uit de provinciale bufferbekkens (zie ook 2.5.3). Naast het captatieverbod voor de onbevaarbare waterlopen in het Leiebekken, werden in de rest van de provincie Oost-Vlaanderen werden geen maatregelen genomen. Er werden ook geen zware problemen gemeld. De provincie Vlaams-Brabant heeft geen bijzondere maatregelen genomen.

2.3.3 Voor het grondwater Grondwater wordt aanzien als kwalitatief hoogwaardig water dat wordt voorbehouden voor hoogwaardige toepassingen. Zowel voor de freatische grondwaterlagen als voor de diepere gespannen watervoerende lagen gelden dan ook al langer specifieke gebruiksbeperkingen (tijd, doeleinden, enz.). In het kader van de acute droogteproblematiek in West-Vlaanderen werd input verleend voor de uitwerking van noodvergunningen voor grondwaterwinningen uit oude zandwinningsputten. Deze tijdelijke vergunningverlening gebeurde via een besluit van de gouverneur van West-Vlaanderen (vb. politiebesluiten van de gouverneur van 28 juni 2017 en 7 juli 2017 betreffende het gebruik van grondwater uit resp. de vijvers gelegen aan de Zuidburgweg in Veurne (voormalige suikerfabriek) en de waterput De Kluiten in Roksem).

2.4 Maatregelen genomen door sectoren en openbare besturen 2.4.1 Drinkwatermaatschappijen 

De oppervlaktewaterbronnen van De Watergroep situeren zich in West- en Oost-Vlaanderen. Omwille van de lage afvoerdebieten in de IJzer, in combinatie met slechte waterkwaliteit, kon in vergelijking met de andere oppervlaktewaterwaterwinningen minder water ingenomen worden in het spaarbekken van De Blankaart (Diksmuide). De combinatie van droogte en een in de voorbije maanden hoger gemiddeld drinkwaterverbruik in de regio, had ertoe geleid dat het beschikbare volume in het spaarbekken begin mei heel wat lager was dan normaal voor deze periode. Om tekorten te vermijden is daarom in mei beslist om opnieuw water in te nemen, weliswaar met slechtere waterkwaliteit (o.m. verhoogde chlorideconcentraties). Bijkomend diende er grondwater uit de Carboonkalkwaterlaag te worden opgepompt. De strategische reserve in deze waterlaag werd tijdelijk aangesproken. Het verdere duurzaam beheer van deze strategische grondwatervoorraad wordt afgestemd in het overleg tussen Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk (overleg ikv Transhennuyère-overeenkomst en binnen de Internationale Scheldecommissie).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 36 van 45


Ook in de oppervlaktewaterwinningen van Zillebeke en Dikkebus (beide in Ieper) was het onmogelijk om het normale productiedebiet aan te houden. Vanwege de droogte was het niveau in de wachtbekkens te laag waardoor het productiedebiet eind juni gehalveerd werd en ook hier moest ingezet worden op extra leveringen en extra oppompen uit grondwater.

Aangezien niet elke grondwaterwinning gelijk reageert op aanhoudende droogte en tekort aan neerslag legde De Watergroep de focus van de verhoogde waakzaamheid inzake waterbeschikbaarheid op de grondwaterwinningen die matig tot hoog gevoelig zijn voor droogtestress. Door de strategische verdeling tussen grond- en oppervlaktewaterbronnen en de diversiteit aan bronnen (type) en waterlagen (ondiep en diep) kon de drinkwatervoorziening gegarandeerd blijven.

De drinkwaterproductiecentra van Water-link (in Oelegem en Walem-Rumst) nemen (oppervlakte)water in vanuit de Maas via het Albertkanaal en het Netekanaal. Op het Albertkanaal nam de waterwegbeheerder verschillende maatregelen om de drinkwaterproductie te verzekeren (zie punt 2.3.1).

Door de productie te verschuiven tussen productiecentra en de nodige schakelingen te verrichten kon Pidpa de continuïteit van de drinkwatervoorziening over het volledige verzorgingsgebied verzekeren.

De 2 grondwaterwinningen van drinkwatermaatschappij IWVA zijn gelegen in de duinen aan de Westkust. In de waterwinning St-André (Koksijde) is er ook infiltratie via hergebruik van rioolwatereffluent (WPC Torreele). De IWVA heeft, eenmaal duidelijk was dat de droogte zich in juni 2017 verderzette, gevraagd om meer te mogen afnemen van de collega’s uit Frankrijk. Daardoor, en ook omdat de grondwaterpomping in De Westhoek tijdelijk werd verhoogd, kon de onttrekking in St-André iets worden verlaagd. Dit was een preventieve maatregel om aan een eventueel hoge drinkwatervraag tijdens de zomermaanden, in het geval de droogte ook dan zou aanhouden, te kunnen voldoen. Ook werd maximaal ingezet op infiltratie van gezuiverd effluentwater. Dit was niet evident vermits ook de polderbesturen vragende partij waren voor het effluent en ook externen vanaf eind juni effluent wilden afnemen via tankwagens. Via een technische aanpassing en afspraken met Aquafin en het polderbestuur kon in juli redelijk, zij het niet maximaal, geïnfiltreerd worden.

2.4.2 Landbouw In juni 2017 stelde minister Joke Schauvliege een watercoördinator aan binnen het Departement Landbouw en Visserij die mee moet helpen zoeken naar alternatieve waterbronnen om de land- en tuinbouw weerbaarder te maken voor extreme weersomstandigheden. Een eerste overleg vond plaats op 4 juli 2017. De deelnemers van het overleg bestonden uit leden van het kabinet van de minister, vertegenwoordigers van het Departement Landbouw en Visserij, van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB), de praktijkcentra, de landbouworganisaties, producentenorganisaties in de groententeelt, de Federatie van de Belgische groenteverwerking en de handel in industriegroenten (Vegebe), de \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 37 van 45


beroepsvereniging voor de Belgische aardappelhandel en -verwerking (Belgapom), het Vlasverbond, en de watercoördinator. De focus van het overleg lag in eerste instantie op de landbouwbevoegdheden: -

de aangifte in het kader van de verzamelaanvraag voor mislukte of veranderde teelten;

-

de procedure voor erkenning van de droogte als landbouwramp;

-

voorlichting en sensibilisatie van landbouwers m.b.t. duurzaam watergebruik (bijv. het promoten van VLIF-subsidies voor alternatieve waterbronnen (bufferbekkens), advies ihkv het KRATOSproject (voor het uitvoeren van een wateraudit), het actualiseren van de praktijkgids Water in de land- en tuinbouw en de opmaak van een nieuwe praktijkgids Klimaat, de oproep naar demonstratieprojecten 2017 die inzetten op innoverende waterbesparende technieken, …);

-

het onderzoek bij het ILVO en de Vlaamse praktijkcentra naar droogtetolerante gewassen, het waterbergend vermogen van de bodem, alternatieve waterbronnen, methodologieën om stress te bepalen, …

De watercoördinator zal verder overleg initiëren voor specifieke punten, bijv. overleg met de landbouworganisaties en de verzekeringssector over de verdere invulling van een brede weersverzekering voor land- en tuinbouwers.

2.4.3 Openbare besturen Ook openbare besturen hebben maatregelen genomen ivm waterverspilling op openbaar domein (vb. stilleggen van fonteinen).

2.4.4 Aangrenzende regio’s Ook Wallonië kreeg te kampen met warm en droog weer. In tegenstelling tot in Vlaanderen werden er geen watergebruiksbeperkingen opgelegd, er werd wel opgeroepen om spaarzaam om te gaan met water. In Frankrijk (Région Nord Pas-de-Calais) zijn sinds 18 juli 2017 beperkende maatregelen van kracht, dit tot 31 december 2017. Met deze maatregelen wil men o.m. het waterverbruik door de landbouw met 10% terugdringen door een verbod op irrigatie tijdens de warmste momenten van de dag (11-17u). Ook voor particulieren en openbare besturen zijn er beperkingen op het waterverbruik.

2.5 Andere maatregelen 2.5.1 Aanstelling CIW als droogtecoördinator en opmaak droogteplan Bij de behandeling van verschillende actuele vragen ivm de droogte tijdens de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement van 21 juni 2017, gaf minister Joke Schauvliege aan dat ze - vanuit de vaststelling dat Vlaanderen niet beschikt over een operationeel droogteplan en maatregelen eerder \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 38 van 45


ad hoc genomen worden – aan de CIW zou vragen om de taak van droogtecoördinator op te nemen en een droogteplan uit te werken zodat in de toekomst bij droogte beter prioriteiten naar watergebruiken kunnen gesteld worden. De opdracht werd besproken op de CIW-vergadering van 23 juni.

2.5.2 Droogte-overleg 

op initiatief van de gouverneur van West-Vlaanderen

De gouverneur van West-Vlaanderen organiseerde frequent (crisis)overleg met de waterbeheerders, drinkwatermaatschappijen en vertegenwoordigers van de landbouw (op 19 juni, 21 juni, 26 juni, 30 juni, 5 juli, 13 juli, 25 juli en 16 augustus 2017). Ook de bekkensecretariaten van IJzer en Brugse Polders namen deel aan het overleg. Tijdens het crisisoverleg van 5 juli werd besloten om de saliniteit in de polderwaterlopen van nabij op te volgen. Dit in het kader van de bezorgdheid rond de verziltingsproblematiek waar de kustpolders mee te kampen hebben. Er werd ook afgesproken om de gecoördineerde aanpak van de droogte in West-Vlaanderen te evalueren, waarbij het aspect handhaving zeker deel moet uitmaken van deze evaluatie, gelet op de vele overtredingen, vooral in provinciale waterlopen (o.a. afdammingen). De provincie West-Vlaanderen zorgde voor een algemene infopunt (www.westvlaanderen/waterschaarste) waarop alle informatie m.b.t. de droogte, persberichten en de verschillende besluiten van de gouverneur (zie ook punt 2.2.1) gecentraliseerd werden. 

op initiatief van de gouverneur van Antwerpen

Op initiatief van de gouverneur van Antwerpen vond op 14 juli 2017 overleg plaats met de provincie, de VMM, De Vlaamse Waterweg/W&Z, het ANB en Pidpa. 

in opdracht van minister Joke Schauvliege, georganiseerd door het Departement Landbouw en Visserij

Een eerste overleg tussen de watercoördinator (aangesteld door het Departement Landbouw en Visserij i.o.v. de minister Joke Schauvliege) en diverse organisaties in of gelinkt aan de land- en tuinbouw vond plaats op 4 juli 2017 (zie ook punt 2.3.2).

2.5.3 Inschakelen alternatieve waterbronnen 

hergebruik gezuiverd afvalwater van Aquafin

Tijdens de periode met de gebruiksbeperkingen maakten vooral West-Vlaamse landbouwers gebruik van het gezuiverde afvalwater van Aquafin van o.m. de waterzuiveringsinstallatie van Woumen en Ieper om hun velden te besproeien. Dergelijk water is niet geschikt voor menselijke consumptie en wordt ook beter niet rechtstreeks op fruit en bladgroenten gesproeid maar voor irrigatie van \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 39 van 45


bijvoorbeeld aardappelen is het wel geschikt. Aquafin heeft deze dienstverlening al langer, maar besloot er op 19 juni 2017 nog eens extra op te wijzen, toen duidelijk werd dat de droogte de landbouwers zou parten spelen. Ook het voetbalveld waarop Cercle Brugge speelt, werd met het gerecycleerde afvalwater besproeid. Ook hier stelt zich uiteraard dat het aanbod niet onbeperkt is. Bovendien kunnen de afnames leiden tot een lagere voeding van de oppervlaktewaterlopen. 

provinciale bufferbekkens ingezet als alternatieve waterbron

In West-Vlaanderen zijn de provinciale bufferbekkens ingezet als alternatieve waterbron. In WestVlaanderen zijn er momenteel 12 offline bekkens. Het gaat om bekkens die naast de waterloop liggen, maar geen onderdeel uitmaken van het watersysteem. De bekkens zijn zo ontworpen dat er pas aanvoer is vanuit de naastliggende beek bij voldoende debiet in die beek. Watercaptatie is er mogelijk via de aftapconstructie (niet rechtstreeks uit het bekken) en tot het minimumpeil bereikt is (tot het water het niveau van het aftappunt bereikt). De provincie WestVlaanderen volgde de situatie ter plaatse op en besliste tot het openen en het sluiten van de bekkens. Zo waren er eind juni nog twee bufferbekkens actief, waaronder het bekken in Langemark dat gevuld werd met effluentwater van een melkerij.

 grondwaterwinningen uit verschillende vijvers (bv. oude zandwinningsputten) In West-Vlaanderen werd tijdelijk het capteren van water uit de vijver “De Kluiten” in Roksem en enkele vijvers langs de Zuidburgweg in Veurne toegestaan. Een aantal andere putten (oa. een zandwinningsput in Snaaskerke, De Kalkaart in Oostende) werden onderzocht maar het water was te zout of de waterkwaliteit was onvoldoende gekend. De gemeente Kortemark stelde de gemeentelijke bezinkingsput aan het gemeentehuis open voor landbouwers uit de gemeente.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 40 van 45


3 AANBEVELINGEN Op basis van de ervaringen van de voorbije droogtesituatie worden in dit hoofdstuk een aantal aanbevelingen geformuleerd (te herkennen via het symbool “”). Bepaalde initiatieven lopen reeds, andere moeten nog worden opgestart en voor nog andere aspecten zal eerst de haalbaarheid of wenselijkheid verder onderzocht worden.

3.1 Algemene aanpak Om Vlaanderen minder kwetsbaar te maken voor de effecten van droogte wordt werk gemaakt van een gemeenschappelijke strategie voor het beheersen van droogterisico’s. Risicobeheersing heeft betrekking op het geheel van maatregelen en voorzieningen die genomen worden, zowel proactief, als reactief, als naar herstel toe. Naar analogie met het overstromingsbeleid wordt voor het beheersen van de droogterisico’s uitgegaan van een meerlaagse benadering, met inspanningen op het vlak van protectieve, preventieve en paraatheidsverhogende maatregelen en met een gedeelde verantwoordelijkheid van waterbeheerders, waterbedrijven, andere overheidsdiensten, sectoren, burgers, …. Er wordt daarbij maximaal gestreefd naar het nemen van maatregelen in afstemming met de actoren en sectoren.  concrete uitwerking voor een meerlaagse benadering conform de principes van meerlaagse waterveiligheid (3 pijlers (preventie, protectie en paraatheid) en een gedeelde verantwoordelijkheid)

3.2 Reactieve maatregelen: paraatheid & recovery Reactieve maatregelen zijn korte termijn maatregelen die de negatieve effecten van droogte beperken.

❖

CRISISCOÖRDINATIE BIJ AANHOUDENDE DROOGTE

Om een (dreigende) droogtesituatie het hoofd te bieden, is het belangrijk dat tijdig wordt gewaarschuwd, dat een eenduidig beeld van de situatie bestaat en dat betrokken actoren overleggen over de te nemen beslissingen en maatregelen. De gevolgen van een droogte kunnen regionaal verschillen. Het is dus noodzakelijk om een aanpak op maat van een gebied te kunnen organiseren; maar ook opschaling naar het Vlaamse niveau kan op een bepaald ogenblik nodig zijn (bv. ifv provinciegrensoverschrijdende afstemming).  opmaken van een operationeel draaiboek voor crisisbeheer bij droogte (incl. laagwaterindicatoren) (in functie van een meer gecoördineerd operationeel handelen tijdens droogtesituaties). Onderstaande aanbevelingen krijgen vorm binnen het draaiboek voor crisisbeheer bij droogte. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 41 van 45


 oprichten van een droogtecommissie binnen de CIW die instaat voor de crisiscoördinatie bij aanhoudende droogte en voor het versterken van de crisiscommunicatie bij droogte/waterschaarste (een kader uitwerken voor een operationele droogtecoördinatie waarbij gestreefd wordt naar een maximale afstemming op verschillende (van lokale over regionale tot internationale) schaalniveaus met als doel te komen tot formele, geijkte communicatieafspraken).  verdere onderbouwing van het afwegingskader waterschaarste en droogte (het hertalen en integreren van de droogte-indicator(en), een monitoringstategie ontwikkelen ifv een optimale waterverdeling, een afwegingskader voor prioriteitstelling watergebruik uitwerken).

3.3 Proactieve maatregelen: preventie en protectie Preventieve maatregelen en protectiemaategelen vormen de proactieve aanpak binnen het droogtebeheer.

❖

PLANMATIGE AANPAK

 opmaak van een droogterisicobeheerplan (Er wordt geopteerd voor een planmatige aanpak, waarbij de uitwerking van een (langere termijn)visie op droogte en structurele maatregelen over droogte maximaal geïntegreerd worden in én afgestemd worden op het proces van de volgende waterbeleidsnota én de volgende stroomgebiedbeheerplannen (2022)). Onderstaande aanbevelingen ifv een betere afstemming van vraag en aanbod krijgen vorm binnen het droogterisicobeheerplan:  zoeken naar opportuniteiten binnen het omgevingsbeleid waarbij meer rekening gehouden wordt met de watervraag en het aanbod aan water (Bv. bij de vergunningverlening ook rekening houden met de watervraag en het beschikbare aanbod aan water, naast andere watersysteem gerelateerde aspecten zoals de overstromingsrisico’s).  zoeken naar (extra) ruimte voor water(voorraden) (uitvoeren van een GIS-analyse op niveau Vlaanderen van beschikbare watervoorraden, van ruimte voor extra water(voorraden) (vb. private waterspaarbekkens, zoeken naar mogelijkheden om opslagcapaciteit van grond- en oppervlaktewaterlichamen te verhogen, …)  kwantificeren van de beschikbare hoeveelheden vanuit het watersysteem en van de hoeveelheden water per sector om aan basisbehoeften te voldoen (Het waterverbruik dient in evenwicht te zijn met de draagkracht van het watersysteem. Daartoe dienen in eerste instantie de noden om aan de basisbehoeften te voldoen én de economische schade bij schaarste per sector gekwantificeerd te worden. Via een balansstudie kan er dan gestreefd worden naar een optimaal evenwicht tussen waterbeschikbaarheid (incl. vereiste kwaliteitseisen) en toegelaten waterverbruik).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 42 van 45


 een risicobeheerstrategie voor waterschaarste en droogte introduceren (met o.m. een kwetsbaarheidsanalyse van de sterk (grond)watergebonden sectoren binnen landbouw en industrie).  uitwerken van een captatiestrategie voor de bevaarbare en onbevaarbare waterlopen (i.f.v. een betere afstemming, o.b.v. het decreet van 21 december 1990 en het besluit van de Vlaamse Executieve van 3 mei 1991, houdende de regels met betrekking tot het afleveren van vergunningen voor het capteren van water voor de bevaarbare waterlopen en de (nog in ontwikkeling zijnde) waterwet op de onbevaarbare waterlopen (zie verder)).  optimaal inzetten van alternatieve waterbronnen ter voorkoming van waterschaarste (o.m. door voldoende diversifiëring van waterbronnen).

❖

REGELGEVING

De bevoegdheden om waterbesparende maatregelen op te leggen zijn niet steeds even duidelijk of voldoende gekend, of het ontbreekt aan een gecoördineerde aanpak. De provinciegouverneur kan maatregelen opleggen vanuit zijn bevoegdheid inzake crisisbeheersing, maar de rol van de verschillende waterbeheerders (VMM, provincies, gemeenten, polders en wateringen) en hun politieke verantwoordelijken is juridisch minder duidelijk.  uitwerken van een juridisch instrumentarium voor captatie uit onbevaarbare waterlopen (Het is de intentie om bij de vernieuwing van de Wet onbevaarbare waterlopen een duidelijker juridisch kader te voorzien voor captatie van water uit onbevaarbare waterlopen. In de ontwerpen is voorzien dat de gouverneur of de bevoegde minister een captatieverbod kan instellen).  invoeren van een mandaat van de minister van Omgeving voor het instellen van gebruiksbeperkingen voor leidingwater omwille van kwantitatieve redenen door droogte (Het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending voorziet in een mandaat om bij kwalitatieve problemen gebruiksbeperkingen op te leggen. Ook omwille van kwantitatieve redenen, bij waterschaarste door droogte, kan het nodig zijn om gebruiksbeperkingen in te stellen. Een mandaat voor de minister van Omgeving wordt hierbij vooropgesteld. Een dergelijke uitbreiding sluit aan bij het opzet van het decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten).  de handhaving optimaliseren en onduidelijkheden in het reglementair en wetgevend kader voor handhaving wegwerken (Onder meer over het mandaat van de waterbeheerder bij de handhaving van inbreuken op het captatieverbod uit onbevaarbare waterlopen is meer duidelijkheid nodig. Het is de intentie om de bepalingen uit het DABM m.b.t. milieuhandhaving van toepassing te maken voor de Wet onbevaarbare waterlopen. Hierbij zullen de waterbeheerders duidelijkere handhavende mogelijkheden krijgen. Ook de uitwerking van modelbesluiten voor handhaving en een goede samenwerking en coördinatie op het terrein tussen de verschillende toezichthouders zijn wenselijk. Ook het toezicht op nieuwe boorputten (VLAREL-regelgeving) en illegale grondwaterwinningen moet verder bekeken worden).  De (teelt)technische mogelijkheden in de land- en tuinbouwsector (teeltkeuze, raskeuze, bodemkwaliteit, efficiëntie watergebruik (vb. efficiënter irrigeren), wateropslag, …) verder \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 43 van 45


bekijken/onderzoeken/stimuleren/sensibiliseren in functie van een betere afstemming van watervraag (waterbehoefte gewas) en wateraanbod

❖

INSTRUMENTEN

Er kan en moet nog meer worden ingezet op een efficiënt watergebruik, op het maximaliseren van (hemelwater)infiltratie en het terugdringen van de toenemende verharding. Verschillende pistes zijn hierbij mogelijk, al dan niet in combinatie met elkaar.  bij belanghebbenden, overheden en burgers het bewustzijn omtrent de problematiek van droogte en waterschaarste, en in het bijzonder de mogelijke gevolgen van een ernstige droogte, versterken  de effectiviteit van het heffingen- en vergunningenbeleid, als sturende instrumenten voor investeringen in een duurzaam watergebruik, waterbesparende technieken en het aanwenden van alternatieve bronnen, opvolgen en waar nodig bijsturen (o.m. opmaak richtlijnen bemalingen, verdere verplichting tot infiltratie (incl. handhaving), instrumenten ihkv vergunningverlening (zoals wateraudit (incl. evalueren watergebruik en waterbronnen in periodes van waterschaarste), watertoets, visie op lozingen in oppervlaktewater, …) verder uitwerken of promoten, …).  sectoren ondersteunen in hun inspanningen voor een duurzaam watergebruik (technologische innovatie m.b.t. waterbesparing ondersteunen, hergebruik en gebruik van alternatieve waterbronnen stimuleren via subsidies en voorbeeldprojecten, …).  de vermindering van de vraag naar (drink)water stimuleren (o.m. via onderzoek naar het gebruik van slimme meetsystemen).  de kwaliteit van het beschikbare water verbeteren door de implementatie van een versterkt beschermingskader in de Vlaamse regelgeving (cf. doelstellingen kaderrichtlijn Water) (Om de (drink)watervoorziening te kunnen blijven garanderen, is een versterkt beschermingsbeleid voor grondwater- en oppervlaktewaterwinningen nodig, zowel naar waterbeschikbaarheid toe, als naar waterkwaliteit).  infrastructuur aanpassen (onderzoek naar verdere uitbouw van pompinstallaties (o.m. op het Albertkanaal en de Leie), aanleg waterbekkens, verbinding van productie-eenheden en transportinfrastructuur waterbedrijven verder ontwikkelen, …).  uitvoering geven aan beleidsinitiatieven, acties en maatregelen die de toenemende verharding beperken (zoals bijvoorbeeld in kader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen).

❖

GRENSOVERSCHRIJDENDE AFSTEMMING EN AFSPRAKEN

 een optimale (inter)nationale afstemming (een maximale grensoverschrijdende afstemming op verschillende niveaus (van lokaal tot stroomgebiedniveau) met als doel te komen tot formele, geijkte communicatie-afspraken; een afsprakenprotocol met Wallonië en Frankrijk opstellen voor het beheer van de peilen en debieten op de Schelde, de Leie en de IJzer, voor het Albertkanaal en de Kempense \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 44 van 45


kanalen de inhoudelijke afspraken met de Waalse, Nederlandse en Vlaamse rivierbeheerders formeel maken).

❖

ONDERBOUWING KENNIS DROOGTE

Niettegenstaande er reeds veel onderzoek naar droogte is gebeurd en er heel wat kennis over droogte beschikbaar is, is er op verschillende vlakken toch nog nood aan bijkomende informatie en wetenschappelijke onderbouwing ter ondersteuning van het beleid en voor het toepassen van de meest efficiënte en specifieke maatregelen igv een droogtesituatie.  het modelinstrumentarium verder uitbouwen in functie van het berekenen van droogteindicatoren en voor het inschatten van effecten van maatregelen ter bestrijding van droogte en watertekort (mogelijke outputs: gebiedsdekkende kaarten van laagwaters en bodemvocht, meer punten opnemen in de grondwaterindicator, effecten van infiltratie en wateronttrekking op grondwaterstand en laagwaterafvoeren, …).  een klimaatportaal uitbouwen ter ondersteuning van de lokale overheden (een loket voor informatie m.b.t. klimaattoestand, -kwetsbaarheid en -impact in Vlaanderen).  de verziltingsproblematiek verder in kaart brengen (incl. effecten van verzilting inschatten en mogelijke maatregelen) (het verder in kaart brengen van de verziltingstoestand van de waterlopen en (ikv EU TOPSOIL project) van het grondwater in het kust- en poldergebied en onderzoeken in hoeverre lokale maatregelen de zoetwaterbeschikbaarheid kunnen vergroten; onderzoek naar de impact van lage waterafvoeren op het risico op systeemomslag in het Zeescheldebekken; het voorzien van een online platform met de meetwaarden van geleidbaarheid om de situatie op het terrein nauwgezet en accuraat te kunnen opvolgen, …).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Aanhoudende droogte zomer 2016 – zomer 2017 Evaluatierapport droogte 2017

pagina 45 van 45


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Evaluatierapport_droogte_2017_0.pdf by Vlaanderen-be - Issuu