Skip to main content

advies_onbevaarbare_waterlopen.pdf

Page 1

Gezamenlijk advies

Gezamenlijk advies Besluit onbevaarbare waterlopen

Advies over het voorontwerp besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.

Datum van goedkeuring

17/09/2020

Datum goedkeuring SALV

21/09/2020

Volgnummer Minaraad Volgnummer SALV

20|014 2020|11

Coördinator + e‐mailadres

Wim Van Gils, wim.van.gils@minaraad.be

Co‐auteur + e‐mailadres

Wouter Vanacker , wvanacker@serv.be


Inhoudstafel Inhoudstafel ....................................................................................................................................... 2 Krachtlijnen ........................................................................................................................................ 3 Procesbeschrijving .............................................................................................................................. 4 1 Beschrijving ........................................................................................................................ 5 2 Algemene appreciatie ........................................................................................................ 5 3 Wetsintegratie ................................................................................................................... 5 4 Algemeen reglement voor de onbevaarbare waterlopen en grachten ............................. 6 5 Onttrekken van water (captaties) uit onbevaarbare waterlopen ..................................... 8 5.1 Situering en vaststellingen ............................................................................... 8 5.2 Appreciatie en aanbevelingen naar aanleiding van het voorliggend besluit. 10 6 Tekstuele en technische bepalingen ............................................................................... 13

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

2


Krachtlijnen De Minaraad en SALV formuleren in dit advies hun aanbevelingen op het ontwerp van besluit betreffende de onbevaarbare waterlopen. De raden steunen de grote lijnen van het voorliggende besluit, omdat hiermee belangrijke stappen vooruit worden gezet inzake digitalisering (de digitale atlas), éénvormigheid en praktische werkbaarheid (publieke grachten, procedures, algemeen reglement). De raden dringen dan ook aan op voldoende snelheid bij de uitvoering ervan. Toch blijven er een aantal problemen, waarvoor de raden aanbevelingen doen. De raden dringen vooreerst aan om de wetsintegratie verder te zetten, door – zoals aangekondigd ‐ de wet op de onbevaarbare waterlopen te integreren in het waterwetboek. Inzake de bevaarbaarheid, bevelen de raden aan om de recreatiedruk (door kano’s, kajaks, vlotten, …) en de effecten ervan op de omgeving, systematisch in beeld te brengen. Ze vragen garanties voor onderbouwde, overlegde, gebiedsgerichte beslissingen over bevaarbaarheid, op basis van overlegprocessen in de bekkenstructuren. Ze adviseren om de bevaarbaarheid ook in de praktijk te overwegen, en de beslissingen om te zetten in heldere kaarten. De raden vragen om de toestemming om beplantingen op de oevers uit te voeren, te integreren in de beslissing over het beheerplan – in die gevallen dat een beheerplan wordt opgemaakt of bijgesteld. De raden herhalen hun vraag om prioritair werk te maken van milieukwantiteitsdoelstellingen, om de toetsing aan de begrippen “ongewenste verdroging” of “versnelde afvoer” te objectiveren. Ze vragen verder om de kennisgeving, motiveringsplicht en beroepsprocedures in enkele artikels te verduidelijken. De raden gaan uitgebreid in op de voorgestelde regeling rond onttrekkingen. De raden menen dat met dit besluit een belangrijke stap vooruit wordt gezet inzake kennisverwerking en vinden het cruciaal dat het verbeterd inzicht in de onttrekkingen leidt tot een verbeterde onderbouwing van zowel het proactieve beleid als van het bestaande reactieve beleid inzake captaties. De raden vragen om te zorgen voor een performant (digitaal) systeem en een goede opvolging door de waterbeheerders. Ze stellen tenslotte vast dat de uitwerking van het reactief beleid versnipperd gebeurt en vragen daarom een evaluatie van het gehele reactieve beleid in 2022. De raadspartijen zijn verdeeld over de vraag wie welke bevoegdheden dient te krijgen in het reactieve beleid en over de vraag of er ook een voorafgaande toestemming noodzakelijk is als instrument in het proactieve beleid. De raden vragen om enkele gevallen toe te voegen aan de uitzonderingsregelingen en om de effecten van de uitzonderingen te monitoren. Ze vragen om de voorziene BBT studie(s) en de code(s) van goede praktijk in overleg op te stellen en om in afwachting daarvan de bestaande praktijk verder te zetten. Tenslotte vragen ze verduidelijkingen over de verplichtingen van bestaande vergunninghouders en de regels voor aangesloten stilstaande wateren.

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

3


Procesbeschrijving Datum adviesvraag

3 augustus 2020

Naam adviesvrager + functie

Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme

Rechtsgrond van de adviesvraag

DABM, artikel 11.2.1., §1, 4°,

Adviestermijn

30 dagen, uitstel verleend met 20 dagen

Samenwerking

SALV

Overlegcommissie

WCMH

Vergaderingen: soort + datum

Digitale vergaderingen op 27 augustus 2020, 3 september 2020, 8 september 2020

Minaraad, SERV en SALV ontvingen deze adviesvraag op 24 juli 2020. Een eerste versie van het advies werd besproken tijdens een gezamenlijke werkcommissie op 27 augustus 2020. Vervolgens werd het ontwerpadvies besproken op werkcommissies op 3 september en 8 september. Daar bleek dat over bepaalde onderwerpen geen eensgezindheid kon gevonden worden, waardoor de SERV het uiteindelijke advies niet mee onderschrijft.

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

4


1 [1]

Beschrijving Het voorliggend ontwerp van besluit is een gevolg van en een vervolg op de actualisatie van de wet onbevaarbare waterlopen, die gebeurde via de opname van verscheidene artikels in het verzameldecreet1 goedgekeurd in 2019. Het besluit omvat inhoudelijke bepalingen over: • de opmaak, inhoud en onderhoud van een digitale atlas van de onbevaarbare

waterlopen en de publieke grachten; • de regels aangaande publieke grachten (waarvan het beheer wordt overgenomen

door gemeenten, polders of wateringen); • de procedures voorzien bij wijzigingen aan het statuut van een onbevaarbare

waterloop; • een algemeen reglement voor de onbevaarbare waterlopen en grachten, met

daarin bepalingen over beplanting, afrastering, recreatieve vaart, en verder regels over het dempen, inbuizen en verstevigen van de oevers van waterlopen en grachten; een belangrijke doelstelling hierbij is het stroomlijnen van de regelgeving die voorheen in verschillende politiereglementen was opgenomen; • nieuwe bepalingen over het onttrekken van water (captaties) uit onbevaarbare

waterlopen.

2 [2]

3 [3]

Algemene appreciatie Het gevoerde overleg. Voorafgaand aan dit ontwerpbesluit is lange tijd overleg gevoerd met verschillende actoren2. Volgens de raden is dit overleg gedeeltelijk succesvol. De raden steunen de grote lijnen van het voorliggende besluit omdat hiermee belangrijke stappen vooruit worden gezet inzake digitalisering (de digitale atlas), éénvormigheid en praktische werkbaarheid (publieke grachten, procedures, algemeen reglement). De raden dringen dan ook aan op voldoende snelheid bij de uitvoering ervan. Toch blijven er een aantal problemen, waarvoor geen bevredigende oplossingen zijn gevonden in het overleg. De raden herinneren dan ook aan hun aanbevelingen inzake de verbetering van de participatie in het waterbeleid in het advies over de derde waterbeleidsnota3.

Wetsintegratie Integreer de wet op de onbevaarbare waterlopen in het decreet. De afgelopen legislatuur is werk gemaakt van de coördinatie en codificatie van de waterwetgeving. De bestaande wetgeving werd samengevoegd in het zogenaamde “waterwetboek”. Daarin is een hoofdstuk voorzien over het beheer van de onbevaarbare waterlopen (Titel II, hoofdstuk 3). Dat hoofdstuk is echter leeg, omdat de aangekondigde integratie van de 1 Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw; 26/04/2019 2 Zie de nota aan de Vlaamse Regering, pagina 2. 3 https://www.minaraad.be/themas/hinder/waterbeleidsnota‐2020‐2025

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

5


wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen in het decreet Integraal Waterbeleid4 niet is uitgevoerd. Een verklaring daarvoor is niet bekend bij de raden. De raden herhalen daarom dat zij de integratie van alle waterregelgeving in het decreet integraal waterbeleid een logische keuze vinden, en dringen aan om deze integratie af te werken5. [4]

4

De raden hebben geen opmerkingen over de onderdelen van het besluit die handelen over de digitale atlas, de publieke grachten en de procedure voor het openbaar onderzoek.

Algemeen reglement voor de onbevaarbare waterlopen en grachten

[5]

De raden steunen de opmaak van een algemeen reglement dat de verschillende bestaande reglementen vervangt. Ze hebben echter volgende concrete bemerkingen bij de tekst.

[6]

Bevaarbaarheid: breng de recreatiedruk en ‐effecten in beeld. Het herstel van de waterlopen in de afgelopen decennia zorgt voor een hogere aantrekkelijkheid van de waterlopen bij recreanten. Dat is een positieve evolutie, maar ze brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Sommige raadspartijen nemen een stijgende druk op de omgeving waar ten gevolge van niet‐gemotoriseerde vaart, in het bijzonder op plaatsen waar georganiseerd verhuur van boten en georganiseerde vaartochten plaatsvinden. De raden stellen echter vast dat hier geen systematische gegevens over bestaan; ze bevelen dan ook aan om zowel de recreatiedruk als de effecten ervan, systematisch in beeld te brengen.

[7]

Garandeer onderbouwde, overlegde, gebiedsgerichte beslissingen over bevaarbaarheid. Volgens de raden dient bij beslissingen over de bevaarbaarheid een afweging gemaakt te worden tussen de druk op de omgeving (verstoring, zwerfvuil, betreding) en de sociale en economische voordelen van deze vorm van recreatie. De raden menen dat de afweging tussen de bovenstaande belangen onderbouwd, overlegd en gebiedsgericht dient te gebeuren. Ze vragen daarom om in de bekkens hiertoe overlegprocessen op te zetten, waarbij alle relevante actoren betrokken worden, en die leiden tot onderbouwde beslissingen, waarin indien nodig beperkingen kunnen opgenomen worden6. Ze vragen verder dat aan het INBO een advies gevraagd wordt over de huidige effecten op de relevante NATURA 2000 gebieden als input voor dit overleg. De raden adviseren tenslotte om de systematische gegevensverzameling, vermeld in de vorige paragraaf, te gebruiken voor een regelmatige, onderbouwde evaluatie van de afspreken, en indien nodig voor een bijsturing.

4 Aangekondigd in 2017, in het Machtigingsdecreet coördinatie en codificatie Waterwetboek. 5 Gezamenlijk briefadvies Machtigingsdecreet coördinatie en codificatie Waterwetboek. 6 Zo kunnen er bij voorbeeld oplossingen gevonden worden door beperkingen in de tijd (afsluiten tijdens broedseizoen),

in de ruimte (kwetsbare kerngebieden beschermen) of door beperkingen in aantallen (begrenzen aantallen).

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

6


[8]

Overweeg ook de bevaarbaarheid in de praktijk: Volgens de raden kan op zeer veel onbevaarbare waterlopen niet gevaren worden, omdat de waterloop te klein is om dit te doen zonder schade aan de oevers en waterbodem. De waterbeheerders zouden ten gevolge van de voorliggende regeling voor al deze waterlopen een vaarverbod moeten uitvaardigen, in afwijking van de algemene regeling. De raden vragen om ook deze oefening gezamenlijk per bekken te doen en om de resultaten ervan te publiceren in heldere kaarten.

[9]

Integreer beslissing over beplanting in beheerplannen. Volgens artikel 19 is het verboden om bomen en struiken te planten binnen een afstand van vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van de onbevaarbare waterloop, tenzij er een schriftelijke toestemming is van de waterbeheerder. Deze bepaling heeft tot doel het onderhoud van de waterloop mogelijk te maken. De nota aan de Vlaamse Regering stelt terecht dat bomen en struiken langsheen waterlopen belangrijk kunnen zijn vanuit landschappelijk en ecologisch oogpunt. De algemene bepaling (geen bomen/houtkanten tenzij …) kan dan ook op gespannen voet staan met de doelstellingen van het natuurbeleid, het landschaps‐ en erfgoedbeleid. De raden vragen om, daar waar een beheerplan wordt opgemaakt of bijgesteld, (natuurbeheer, beheersplan voor het beschermd onroerend erfgoed of voor een erfgoedlandschap, geïntegreerd beheersplan), de waterbeheerder te betrekken in het proces en de toestemming te integreren in de beslissing over het beheerplan.

[10]

Maak prioritair werk van milieukwantiteitsdoelstellingen. Art. 22 bepaalt dat wijzigingen aan waterlopen niet mogen leiden tot ongewenste verdroging of versnelde afvoer. Deze begrippen worden niet verder verduidelijkt; de minister kan nadere regels vastleggen voor de beoordeling ervan. In hun advies over de aanpassingen aan de Wet op de onbevaarbare waterlopen, pleitten de raden eerder al om prioritair werk te maken van de vastlegging – in overleg – van de milieukwantiteitsdoelstellingen7. De raden herhalen dan ook met aandrang deze aanbeveling, zodat deze toetsing objectief kan verlopen.

[11]

Verduidelijk kennisgeving, motiveringsplicht en beroepsprocedures. Waterbeheerders zijn Vlaamse en lokale overheden die, in uitvoering van artikels 19, 20 en 26, beslissingen nemen van individuele strekking met rechtsgevolgen. De raden vragen daarom de volgende juridisch‐technische verbeteringen: • toevoeging van de vermelding dat de waterbeheerder deze beslissingen moet

motiveren in het licht van de doelstellingen van het integraal waterbeleid als vermeld in artikel 1.2.2. van het Waterwetboek; • uitbreiding van de bepaling in art. 19 dat de waterbeheerder zijn schriftelijke

beslissing met een gewone brief of met een elektronische zending bezorgt naar art. 20 en 26;

7 Gezamenlijk advies MINA / SALV over het Ontwerp verzameldecreet omgeving, natuur en landbouw (2018), p 6.

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

7


• toevoeging van een bepaling dat deze kennisgeving de mogelijkheid van beroep

en de termijn hiervoor moet vermelden.

5 5.1 [12]

Onttrekken van water (captaties) uit onbevaarbare waterlopen Situering en vaststellingen Situering van de beleidsuitdaging. De centrale beleidsuitdaging in de voorliggende context is volgens de raden om Vlaanderen minder kwetsbaar te maken voor de effecten van waterschaarste en droogte. Deze risicobeheersing steunt in Vlaanderen op twee pijlers: • De proactieve pijler omvat de (beleids)maatregelen die nodig zijn om de goede

(kwantitatieve) toestand te bereiken en bijgevolg de kans op een crisis zoveel mogelijk te verminderen. • De reactieve pijler omvat de maatregelen die vóór en tijdens een crisis nodig zijn

om de schadelijke gevolgen van de crisis zo veel mogelijk te beperken. Voor het beheersen van de waterschaarste‐ en droogterisico’s wordt uitgegaan van een een meerlaagse waterveiligheid en van een gedeelde verantwoordelijkheid. Het beleid beoogt om de watervraag en wateraanbod in evenwicht te houden, door de watervraag te beperken en door het aanbod te behouden en te vergroten. Wanneer de watervraag het wateraanbod overtreft of dreigt te overtreffen, worden maatregelen getroffen om de ecologische, sociale en economische schade zoveel mogelijk te minimaliseren. Daartoe is een reactief afwegingkader prioritair watergebruik in opmaak8. [13]

Bijkomende maatregelen worden voorbereid en uitgevoerd. De afgelopen jaren werd er aanzienlijke economische en ecologische schade vastgesteld: oogstverliezen, schutbeperkingen, indirecte economische effecten, blauwalgen, vissterfte, afstervende bosbestanden, …. 9. Naast het voorliggend besluit, zijn dan ook tal van maatregelen in voorbereiding of uitvoering, in uitvoering van het Actieplan waterschaarste en droogte en de Blue Deal. Veel van deze maatregelen zijn proactief en beogen effecten op verschillende onderdelen van het watersysteem. De Blue Deal zal de basis vormen voor het waterschaarste en droogterisicobeheersplan dat een onderdeel vormt van de stroomgebiedbeheerplannen 2022‐202710. De raden verwachten dat de maatregelen daarin verder geconcretiseerd zullen worden, zodat in de toekomst minder crisismaatregelen moeten genomen worden.

[14]

Regulering van onttrekking als maatregel. Het reguleren van de onttrekking van water kan zowel ingezet worden als een proactieve als een reactieve maatregel. Beide toepassingen bestaan op dit moment in Vlaanderen. De bestaande 8 Evaluatierapport waterschaarste en droogte 2019 9 Zie voor meer details de evaluatierapporten van de droogteperiodes via

https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/overleg/droogtecommissie/droogtecommissie 10 Blue Deal, p 33

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

8


omgevingsvergunningen voor grondwater, de bestaande vergunningen voor captatie uit bevaarbare waterlopen en de bestaande vergunningen voor captatie zoals die vandaag bestaan in de West‐Vlaamse Polders11, kunnen beschouwd worden als voorbeelden van een proactieve invulling. De reactieve invulling gebeurt door de captatieverboden en de beperkingen op het gebruik van drinkwater die de afgelopen jaren door de gouverneurs zijn afgekondigd tijdens perioden van waterschaarste of droogte. [15]

Situering van het wettelijk kader. Op Europees niveau dient de regeling gezien te worden binnen de Kaderrichtlijn Water. In art. 11 wordt beschreven welke maatregelen de lidstaten dienen te voorzien in uitvoering van deze richtlijn. art 11, 3, e) legt de lidstaten op om een basismaatregel te nemen die omvat: “beheersingsmaatregelen van de onttrekking van zoet oppervlaktewater …, met inbegrip van een register of registers van wateronttrekkingen en het vereiste van voorafgaande toestemming voor wateronttrekking en opstuwing. Deze beheersingsmaatregelen worden geregeld getoetst en zo nodig bijgesteld. De lidstaten kunnen onttrekkingen en opstuwingen die geen significant effect hebben op de watertoestand, van deze beheersingsmaatregelen vrijstellen;” In art 11, 5) wordt gesteld: Wanneer uit monitoringsgegevens of andere gegevens blijkt dat de doelstellingen uit hoofde van artikel 4 voor een waterlichaam vermoedelijk niet worden bereikt, zorgen de lidstaten ervoor dat: de oorzaken van het eventuele falen worden onderzocht; de betrokken vergunningen en toestemmingen onderzocht en zo nodig herzien worden;

[16]

Verschillen in de uitwerking van het reactief kader. De raden stellen vast dat de procedure voor reactief optreden voor onbevaarbare waterlopen, zoals voorzien in dit besluit, verschilt van deze voorzien voor drinkwater. Inzake drinkwater, kunnen de volgende personen beperkingen opleggen na advies van de VMM12: • de minister • de gouverneur, als de bedreiging voor de continuïteit van de waterlevering zich

beperkt tot het provinciale niveau; • de burgemeester, als de bedreiging voor de continuïteit van de waterlevering zich

beperkt tot het gemeentelijke niveau. De raden steunden eerder deze hiërarchische aanpak, maar vroegen dat de CIW advies zou geven in plaats van VMM, en vroegen voldoende aandacht voor gebiedsgerichte differentiatie, om optimaal in te spelen op de lokale en regionale omstandigheden13. In voorliggend besluit kunnen enkel de gouverneurs beperkingen opleggen, op voorstel van de CIW of van een waterbeheerder (art 30 §3). Volgens de nota aan de Vlaamse Regering kan de afstemming tussen de beslissingen van de gouverneurs geregeld 11 Bijzonder reglement inzake watercaptatie uit onbevaarbare waterlopen binnen West‐Vlaamse Polders 12 Besluit kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, Art 14.1 13 Gezamenlijk advies over drinkwaterbesluit van 02 mei 2019 https://www.minaraad.be/themas/hinder/wijziging‐

drinkwaterbesluit, p2

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

9


worden in een draaiboek dat binnen de CIW wordt opgemaakt, en kan de minister aan de gouverneur een onderbouwde instructie geven om een verbod of beperking op te leggen, indien deze maatregel nodig is binnen een gebied dat een provinciegrens overschrijdt14. 5.2 [17]

Appreciatie en aanbevelingen naar aanleiding van het voorliggend besluit. Kennis: cruciale stap vooruit, evalueer de doorwerking. Op dit moment is er geen goed zicht op de omvang van de onttrekkingen uit onbevaarbare waterlopen. Het besluit voorziet de registratie van de onttrekkingen (behoudens uitzonderingen). Hierdoor wordt ook de opmaak door de overheid van een register, zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water, mogelijk. Aldus kan een beter beeld ontstaan van de hoeveelheden die onttrokken worden aan het oppervlaktewatersysteem en van de impact daarvan op het watersysteem, zoals beoogd in de derde waterbeleidsnota15. De raden vinden dit een belangrijke stap vooruit en vinden het cruciaal dat het verbeterd inzicht in de onttrekkingen leidt tot een verbeterde onderbouwing van zowel het proactieve beleid als van het bestaande reactieve beleid inzake captaties. De raden vragen daarom om een evaluatie te voorzien die nagaat: • of het meldingssysteem effectief heeft geleid tot een correct inzicht in de reële

omvang van de captatie; • wat de impact is van de onttrekkingen op de toestand van de waterlopen; • of het meldingssysteem heeft geleid tot een verbeterd proactief en reactief beleid

inzake captaties uit onbevaarbare waterlopen. [18]

Zorg voor een performant (digitaal) systeem en goede opvolging. De raden wijzen erop dat een performant systeem essentieel is om de voorgestelde kennis te verzamelen en om de afstemming met de captatiebeperkingen te garanderen. Het systeem moet daarbij niet enkel gebruiksvriendelijk zijn voor de aanvrager, maar ook voor de waterbeheerder die de melding moet behandelen. In de aanloop naar droogteperiodes kan er wellicht een toevloed aan aanvragen verwacht worden; op dat moment is een korte beoordelingstermijn problematisch, wat maakt dat de waterbeheerders zich hierop dienen te organiseren. De raden zien dan ook specifiek uitdagingen inzake de personeelscapaciteit bij de waterloopbeheerders, en inzake de (bij voorkeur automatische) afstemming tussen het systeem en de besluiten van de gouverneurs in tijden van crisis. De raden vragen om deze punten proactief op te nemen.

[19]

Voorzie de evaluatie van het gehele reactief beleid. De raden stellen vast dat de uitwerking van het reactieve beleid versnipperd gebeurt. Deze aanpak maakt het moeilijk om een overzicht te krijgen over het geheel. De raden vragen dan ook dat een evaluatie van het geheel aan governance wordt voorzien als een belangrijke actie in de stroomgebiedbeheerplannen, bv. na de zomer van 2022, op het moment dat er twee jaar ervaring mee is. 14 Nota aan de Vlaamse regering bij voorliggend besluit, p 15 en 16. 15 Derde Waterbeleidsnota, p 29

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

10


[20]

Bevoegdheden in het reactief beleid. In opvolging van hun advies over het drinkwaterbesluit, herhalen de raden dat de CIW binnen de reactieve procedures de adviesfunctie moet opnemen. Ze herhalen dan ook hun vraag om het drinkwaterbesluit in die zin aan te passen. Over de vraag wie best geplaatst is om de beslissingen te nemen inzake onbevaarbare waterlopen, is er geen eensgezindheid binnen de raden. Boerenbond, ABS, VOKA, UNIZO, Fedagrim, Fevia en Ferm staan achter het uitvaardigen van captatieverboden door de gouverneurs na advies van de CIW, zoals in het uitvoeringsbesluit staat opgenomen. De voorbije droge zomers werd heel wat ervaring opgedaan in de provinciale droogtecommissies en in de Vlaamse droogtecommissie (CIW) met betrekking tot een gebiedsgerichte en fijnmazige aanpak. Het is voor iedereen op het terrein duidelijk dat het uitvaardigen van gebiedsgerichte maatregelen goed werkt, maar dit kan alleen maar als er op lokaal niveau uitwisseling is met verschillende belanghebbenden en actoren. Ook provincie overschrijdend wordt er samengewerkt om genomen maatregelen op elkaar af te stemmen. We zijn de voorbije jaren dan ook geëvolueerd van een algemeen captatieverbod naar gebiedsgerichte verboden en willen deze werkwijze dan ook behouden. Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu vragen om de minister een duidelijke bevoegdheid inzake captatieverboden te geven. De adviesraden hebben eerder vragen gesteld bij de wenselijkheid en werkbaarheid van aparte procedures voor drink‐ en ander water in geval van waterschaarste en droogte. De raden vroegen om één geïntegreerde procedure en één adviesinstantie. Inzake drinkwater kunnen de minister en de gouverneurs beperkingen instellen, terwijl in voorliggend besluit enkel de gouverneurs beperkingen kunnen opleggen (zie § 16). Deze organisaties vragen dan ook een aanvulling van het besluit waarbij ook de minister captatiebeperkingen kan instellen, in die gevallen waar bijvoorbeeld de problemen de provinciegrenzen overschrijden. ACV, ABVV, Landelijk Vlaanderen, de Rederscentrale, BV‐OECO en Bioforum onthouden zich op dit punt.

[21]

Regulering als pro‐actief instrument. De raadspartners zijn het onderling niet eens over de vraag of het wenselijk is om in het besluit een instrument van voorafgaande toestemming op te nemen om de waterbeheerders toe te laten proactief op te treden. Boerenbond, ABS, VOKA, UNIZO, Landelijk Vlaanderen, Fedagrim, Fevia, Ferm en Bioforum gaan akkoord met het invoeren van een meldingsplicht voor het capteren van water uit onbevaarbare waterlopen. Het invoeren van deze meldingsplicht is conform de visie van de 3de waterbeleidsnota die stelt dat “Voor kleinere onttrekkingen volstaat een melding. Dit maakt het mogelijk om een beter beeld te krijgen van de hoeveelheden die onttrokken worden aan het oppervlaktewatersysteem”. Ze merken ook op dat met de invoering van dit meldingssysteem is tegemoet gekomen aan de adviesvraag van de SERV, SALV, MINA naar aanleiding van de opmaak van de 3de waterbeleidsnota, nl. “dat er werk wordt gemaakt van een monitoringssysteem omdat het gebrek aan data één van de belangrijkste belemmering is voor het opzetten van een doeltreffend

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

11


waterkwantiteitsbeleid voor oppervlaktewater16”. De organisaties zijn van mening dat deze meldingsplicht niet op zich alleen staat, maar in combinatie moet gezien worden met de reactief afwegingskader dat momenteel wordt uitgewerkt zoals ook beschreven staat in de nota aan de Vlaamse Regering bij art. 28§1. Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu, ACV, ABVV en BV‐OECO menen dat een melding tot capteren in vele gevallen moet gelinkt worden aan een toestemming van waterbeheerder in de vorm van een vergunning en/of machtiging. De verantwoordelijkheid /beoordelingsbevoegdheid wordt in het voorliggend uitvoeringsbesluit aan de gebruiker gelaten, terwijl de overheid hier een belangrijke regulerende functie zou moeten hebben. Ook de Kaderrichtlijn Water vereist een voorafgaande toestemming, een melding die niet geweigerd kan worden, geeft hieraan geen invulling. De organisaties zijn van mening dat de overheid haar vergunningenbeleid zo goed mogelijk dient af te stemmen op de doelstellingen van een gebied. Het uitvoeringsbesluit zou dan ook een instrument moet bevatten waarbij een koppeling wordt gemaakt tussen de toestemming en de ecologische randvoorwaarden van gebieden waar (natuur‐ en water‐)doelstellingen dienen gehaald te worden. Op die manier kan overheid de aanvraag tot captatie, samen met de cumulatieve effecten van andere aanvragen en van ander waterverbruik, toetsen aan de garanties voor het bereiken van de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen. Zeker voor waterlopen grenzend aan SBZ, VEN, natuurgebied of watergevoelige gebieden, moet onttrekking geweigerd of op zijn minst bijgesteld kunnen worden. Met voorliggend meldingssysteem is dat niet mogelijk. Daarnaast zorgt het huidige uitvoeringsbesluit er ook voor dat er geen uniformiteit is met de parallelle regeling bij captatie uit bevaarbare waterlopen. Daar is er immers wel een toestemming nodig bij captaties boven 500 m³. De organisaties pleiten voor een uniform systeem. De rederscentrale onthoudt zich op dit punt. [22]

Monitor de effecten van de uitzonderingen. In het voorliggend voorstel worden onttrekkingen voor weidepompen, spuittoestellen en met aaltonnen van 10m³ vrijgesteld van registratieplicht en meldingsplicht. Onttrekkingen met behulp van een pomp om een of meerdere haspels te voeden met een effectief debiet kleiner dan 10 m³ per uur, worden vrijgesteld van registratieplicht. De raden vinden deze uitzonderingen plausibel, maar vragen om de effecten ervan te monitoren, in het bijzonder daar waar de onttrekkingen gebeuren uit kleinere en ecologisch kwetsbare waterlopen.

[23]

Bijkomende uitzonderingen. De raden vragen om ook de zonnepompen voor weidevogels en de pompen voor veedrinkpoelen vrij te stellen van meldingsplicht en registratie, voor zover de onttrekking op jaarbasis minder dan 500 m³ bedraagt.

[24]

Stel de BBT studie(s) en de code(s) van goede praktijk op. Art. 28 §2 stelt dat iedereen die water onttrekt hiermee duurzaam moet omgaan, dient te opteren voor rationeel watergebruik en de best beschikbare technieken dient te gebruiken. Voor de concrete 16 Gemeenschappelijk advies van SERV, SALV en MINA over de derde waterbeleidsnota (2020‐2025), §69

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

12


invulling hiervan kan de minister codes van goede praktijk goedkeuren. De raden vragen om de BBT‐studie(s) zo snel mogelijk op te starten. In afwachting van de BBT kunnen goed uitgewerkte codes worden opgesteld in overleg met de sectoren én waarbij rekening wordt gehouden met de kosten‐baten verhouding en de ecologische impact. Zolang er geen BBT of code(s) zijn, vragen de raden om de bestaande praktijk verder te zetten. [25]

Verduidelijk de verplichtingen van bestaande vergunninghouders. Art 29 stelt dat de houder van een bestaande omgevingsvergunning of machtiging de nodige gegevens over het voldoen aan de voorwaarden uit artikel 28, §2 (duurzaam en rationeel watergebruik) en artikel 28, §4 (debietmeter) dient te bezorgen aan de waterbeheerder of de beheerder van de publieke gracht. De nota aan de Vlaamse Regering stelt dat het doorgeven van de onttrekkingsgegevens (debieten) volstaat. De raden vragen dan ook om de tekst van het artikel hiermee in overeenstemming te brengen.

[26]

Verduidelijk de regels voor aangesloten stilstaande wateren. Het is voor de raden niet geheel duidelijk wat er praktisch moet gebeuren in het geval van een bestaande verbinding tussen een waterloop en een stilstaand waterlichaam (slotgracht, vijver, poel, …). De raden vragen daarom een verduidelijking van art. 27 en heldere communicatie naar de betrokken aangelanden.

[27]

De raden stellen vast dat, bij de instelling van een eventueel captatieverbod, rekening moet worden gehouden met de functies van deze waterlichamen, en de effecten van een eventuele daling van de waterstand17. De raden vragen om dit in rekening te brengen in het afwegingskader prioritair watergebruik tijdens droogte.

6

Tekstuele en technische bepalingen

[28]

De raden vragen om in art. 28 de zin te stoppen na “waterlopen”. De mogelijkheid om in meerdere waterlopen beperkingen op te leggen, impliceert immers dat de gouverneur dit kan voor alle (onbevaarbare) waterlopen in een bepaald bekken of deelbekken, zoals bedoeld in het Decreet Integraal Waterbeleid.

[29]

De raden vragen om art. 19 te herformuleren. Het lijkt duidelijker om te beginnen met: “het is verboden nieuwe bomen en struiken aan te planten binnen een afstand van vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten, tenzij: ….”.

[30]

In de toelichting bij artikel 30 §3, in de nota aan de Vlaamse regering, wordt gesteld dat de gouverneur beperkingen kan opleggen voor het hele Vlaamse Gewest, voor de hele provincie of voor een deel ervan. De raden wijzen erop dat de gouverneur enkel in de eigen provincie bevoegdheid heeft.

17 Bij voorbeeld (niet limitatief): drenken van dieren, natuurwaarden, stabiliteit van gebouwen (soms beschermd

erfgoed), viskweek, …

Minaraad, advies Besluit onbevaarbare waterlopen, Klik hier als u een datum wilt invoeren.

13


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
advies_onbevaarbare_waterlopen.pdf by Vlaanderen-be - Issuu